Page 1

Landkunst


land en kunst 2013 Inleiding Mieke Prinse | bkkc

3

Voorbeelden van Landkunst in Noord-Brabant 2013

8

De kracht van de zacht dreigende mislukking Matthijs Bosman

13

Landkunst in het Leenderbos

29

Lagen in het landschap Jac Hendriks

35

Ontmoetingen in Sint-Oedenrode

49

Het spook van de Oude Buisse Heide Daphne Huisden

53

Landkunst op de Oude Buisse Heide

69

Tussen twee werelden Minke Douwesz

73

Informatie over bijdragen kunstenaars

achterflap


Partners

Colofon

De Fabriek Eindhoven

Redactie en organisatie bkkc

Erfgoed Brabant

Daniëlle van Dosselaar, communicatie en marketing Erik Luermans, advies Mieke Prinse, projectleider

Kunststichting Sint-Oedenrode Natuurmonumenten Staatsbosbeheer Vincent Van GoghHuis

Grafisch ontwerp

Steffen Maas, Rotterdam Drukwerk

Drukkerij De Maasstad, Rotterdam Fotografie

Pagina 5: Biesbosch Museumeiland, Studio Marco Vermeulen Pagina 9: ‘Woeste Stilte’, Niels Huneker Pagina 9: ‘Ontsnappingsroute’, Marcus Peters Pagina 10-11: Kunst aan de Maas, Floris van Hintum Pagina 12: ‘Oerbank’, Hester Pilz Pagina 12: Jofrahoeve, Joke van den Broek Pagina 16-17: illustratie Matthijs Bosman Pagina 22-23: Bert Nienhuis Pagina 29-32: Bureau KD Pagina 49-52: Michel Meeuwissen Pagina 69-72: Marja van Hassel Land en Kunst 2013 is een uitgave van bkkc, Tilburg Oktober 2013, oplage 750 ISBN: 978-90-71092-74-9

www.landkunst.nl www.bkkc.nl


Thomas Bakker Matthijs Bosman Koen Broucke Denise Collignon Martijn van Dalen Femke Dekkers Minke Douwesz JAC HENDRIKS Daphne Huisden Simon Kentgens Wouter Klein Velderman Jak Peters Studio TTTVO studio Elmo Vermijs


land en kunst 2013


bkkc

Inleiding uilende wolven in het Leenderbos, muzikale en literaire ontmoetingen in een gewaand idyllisch Frans dorp aan de A50, een stuk Carrara marmer van 10,8 ton op de Oude Buisse Heide. Landkunst bracht veel moois dit jaar. Tientallen kunstenaars kregen de opdracht nieuw werk te realiseren op een van de vele Landkunstlocaties die Noord-Brabant rijk is. Beeldend kunstenaars, animatiemakers, performers, schrijvers, dichters en ontwerpers lieten zich inspireren door het Brabantse land, de verbindingen met de stad, de cultuurhistorie, het erfgoed en de natuur.

H

Als samenwerkingsproject van bkkc – brabants kenniscentrum kunst en cultuur – vertelt Landkunst over de geschiedenis van de plek en de ontwikkelingen in een gebied. Dat gebeurt bijvoorbeeld op grootschalig niveau bij gebiedsopgaven. Zo presenteerde het Biesbosch Museum dit jaar zijn Bidbook voor een Museumeiland. De herinrichting van de Noordwaard is voor het museum de aanlei3


ding om een integraal plan voor het gebouw en het eiland te maken dat past bij de duurzame ontwikkeling van de Biesbosch als Nationaal Park. In het nieuwe beleid is een belangrijke rol weggelegd voor eigentijdse landschapskunst. Maar ook voor kleinschaliger projecten is ruimte. Tijdelijke buitenexposities als LandArt Diessen en Kunst aan de Maas laten zien dat er veel leeft op Landkunstgebied in de provincie. bkkc initieert, stimuleert, coördineert en verzamelt deze Landkunstprojecten. We brengen partijen bij elkaar, bieden een netwerk en werken samen op het gebied van communicatie en marketing. Als kenniscentrum vervullen we daarbij verschillende rollen. Soms ontwikkelen we samen met partners nieuwe projecten. Zo presenteerden we dit jaar ‘Landkunst in het Leenderbos’, ‘Ontmoetingen in Sint-Oedenrode’ en de tweede editie van ‘Landkunst op de Oude Buisse Heide’. We treden op als adviseur, bij de selectie van kunstenaars bijvoorbeeld of bij het zoeken naar financiering. En we begeleiden trajecten, zoals in de Biessertpolder in Vlijmen waar Sannah Belzer eind augustus haar ‘Watermerk’ realiseerde. Over al deze projecten leest u in ‘Land en Kunst 2013’. In deze jaarlijkse publicatie laten we zien welke activiteiten er plaatsvonden en welke kunstwerken werden opgeleverd. Bovendien is het een podium voor verdieping en ontwikkeling. 4

inleiding


bkkc

Veghels Buiten. Hans van Lunteren: ‘IJkplaats’

Biesbosch Museumeiland 5


Matthijs Bosman schrijft over de spanningsvelden en dilemma’s bij opdrachten voor kunst in de openbare ruimte en pleit als kunstenaar voor de sensatie van risico’s. Natuurbeheerder Jac Hendriks schrijft over lagen in het landschap en de maakbaarheid van dat landschap. Hoe wordt een nieuw landschap bedacht, ontworpen en gerealiseerd? Belangrijke thema’s voor Landkunst. We lezen de verhalen van Minke Douwesz en Daphne Huisden die als writers in residence in het werkatelier van Henriette Roland Holst op de heide in Achtmaal verbleven. En er is ruimte voor Landkunstprojecten van andere partijen, waaronder het samenwerkingsverband Euro Land Art dat traditiegetrouw actief was in Het Groene Woud. We verzamelden deze projecten in het katern ‘Voorbeelden van Landkunst in Noord-Brabant 2013’. We organiseren de Landkunstprojecten al heel wat jaren. Deze publicatie biedt een overzicht van de activiteiten in 2013, maar er is nog veel meer te ontdekken. In de ‘Land Kunst Krant’ die we dit voorjaar voor het eerst presenteerden, maakten we een overzichtskaart met de permanente Landkunstwerken. Mocht u deze krant hebben gemist, dan vindt u alles terug op onze Landkunstwebsite. bkkc wil opdrachtgevers stimuleren met nieuwe partijen in zee te gaan om interessante samenwerkingsverbanden te creëren. Natuurbeheerders, gemeenten, waterschappen, het bedrijfsleven en landinrichtingscommissies waarderen 6

inleiding


bkkc

de toegevoegde waarde die kunstenaars en ontwerpers kunnen bieden bij de versterking van de identiteit van een gebied of regio. Een mooi voorbeeld is de gemeente Veghel die in 2010 een Landkunstproject realiseerde bedoeld als tijdelijke tentoonstelling waarmee de toekomstige veranderingen in het woongebied Veghels Buiten werden verbeeld. Dit jaar werd besloten de contracten van de kunstenaars te verlengen. De kunstwerken zijn nog steeds te bewonderen en sommige zullen zelfs een permanente plek krijgen, omdat ze inmiddels onlosmakelijk verbonden zijn met de omgeving en de bewoners. In 2014 gaan we graag verder aan de slag, ook in andere gebieden waar interessante ontwikkelingen spelen. Er wordt in verschillende delen van Noord-Brabant, de Kempen en West-Brabant bijvoorbeeld, gezocht naar integrale oplossingen voor problemen die spelen bij gebiedsopgaven. bkkc is overtuigd van de rol die kunst en cultuur daarbij kunnen spelen en laat zien dat Landkunst met de verbeelding van kunstenaars een prachtige bijdrage levert aan landschappelijke en sociale ontwikkelingen. Veel leesplezier, Mieke Prinse | bkkc

7


Kunst aan de Maas De stichtingen Maasmeanders en K26 organiseerden deze zomer voor het eerst het project Kunst aan de Maas. Dertien opvallende tijdelijke kunstwerken kregen een plek langs de oevers of de directe omgeving van de Maas, van Maren tot aan Keent. De kunstwerken zijn geïnspireerd op het landschap en de historie van het gebied. Meer informatie: www.kunstaandemaas.nl

LandArt Diessen Geïnspireerd door de omgeving presenteren jaarlijks een twintigtal kunstenaars hun kunstwerken in het Reuseldal en het Turkaabos. ‘Bio Based Verbeeld’ was dit jaar het thema. De kunstenaars maken veelal gebruik van duurzame materialen uit de omgeving. Meer informatie: www.landartdiessen.nl

Euro Land Art Euro Land Art is een Europese samenwerking tussen (onder andere) de regio Beauce Dunois in Frankrijk, de regio Altmark in Duitsland en Het Groene Woud in Nederland. In samenwerking met verschillende locaties in Het Groene Woud werden dit jaar projecten gerealiseerd met studenten en professionals (waaronder kunstenaars en architecten). Meer informatie: www.eurolandart.nl Waterschapshuis De Dommel, Boxtel Hester Pilz en Marten Groen: ‘Oerbank’ (onderdeel van grotere opdracht over de oorsprong van de Dommel) Streekpark Klein Oisterwijk, Oisterwijk Tim Hoefnagels: ‘Zonder titel’ Biologische varkensboerderij Jofrahoeve, Esch Studenten Iris van Wijk en Rob Kuster m.m.v. kunstenaar Bruno Veldic

Opgeleverde Landkunstwerken Bossche Broek, ’s- Hertogenbosch Martijn Engelbregt: ‘Ontsnappingsroute’ Partners: Provincie Noord-Brabant, gemeente ’s- Hertogenbosch, CBK ’s-Hertogenbosch, Staatsbosbeheer, Waterschap de Dommel, bkkc

Biessertpolder, Vlijmen

8

Sannah Belzer: ‘Watermerk’ Partners: Staatsbosbeheer, Waterschap Aa en Maas, Gemeente Heusden, bkkc

Entree Bossche Broek bij Vught Carmela Bogman: ‘Woeste Stilte’ Partners: Gemeente ’s-Hertogenbosch, bkkc


Voorbeelden van Landkunst in Noord-Brabant 2013

L Sannah Belzer: ‘Watermerk’

Carmela Bogman: ‘Woeste Stilte’

R

Martijn Engelbregt: ‘Ontsnappingsroute’ 9


L Land Art Diessen. Marcelle van Bemmel: ‘Nooit hier, altijd daar’

Thea van Vliet: ‘A place to be’

R

Kunst aan de Maas. Frans van Hintum: ‘Vreemde Figuren in de Gracht’ 10

Land en Kunst 2013


Voorbeelden van Landkunst in Noord-Brabant 2013

Kunst aan de Maas. Frans van Hintum: ‘Barbeel in de Maas’ 11


Euro Land Art, Het Groene Woud

Waterschapshuis De Dommel, Boxtel Hester Pilz en Marten Groen: ‘Oerbank’

Jofrahoeve, Esch. Iris van Wijk en Rob Kuster m.m.v. Bruno Veldic

Streekpark Klein Oisterwijk, Oisterwijk Tim Hoefnagels: ‘Zonder titel’ 12

Land en Kunst 2013


Matthijs Bosman

Een pleidooi voor de sensatie van risico’s

De kracht van de zacht dreigende mislukking et bos is doornat. Eerst vingen de bladeren en de naalden nog de regen. Maar de takken zijn nu verzadigd en laten het water lopen. De regen ruist neer uit een massief grijs plafond, alsof dit stuk natuur in een enorme tentoonstellingsruimte staat waar zojuist het brandalarm is afgegaan. Ik loop er omdat ik net lang naar diverse mensen heb geluisterd, voorstelrondes, uitleg, toelichting, locatiebezoek, kennisoverdracht. Dat is nu voorbij en ik ben alleen teruggegaan naar de plek waar straks een kunstwerk gaat verrijzen van mijn hand. Ik probeer mijn camera en aantekenboekje droog te houden. Moe van het luisteren, het afwegen van mogelijkheden, het zoeken naar aanknopingspunten in de verhalen, in de in-

H

13


formatie en in mijn omgeving en moe van het diskwalificeren van de eerste, verschrikkelijke ideeën, wil ik eigenlijk naar huis. De kunstopdracht is echt aantrekkelijk; ik ben er blij mee. Hij zal ook tot een goed werk leiden, maar ik begin doorweekt te raken waar het water van mijn regenjas op mijn spijkerbroek loopt. Toch wil ik nog even terug naar die ene plek nu ik hier ben. Om te kijken zonder toelichting van randvoorwaarden, zonder verwachtingen, zonder tips en met een leeg hoofd. Hier lopen zou toch moeten helpen. Verdomme, mijn camera wordt zo wel heel erg nat, geen foto’s meer maken. Daar, een grote boom daar is het iets droger. Op mijn hurken, met mijn rug tegen de boomstam kijk ik om me heen van onder de rand van mijn capuchon. Eén voor één duw ik alle opmerkingen die tegen me gemaakt zijn weg. Alsof ik de documenten eerst opsla en dan afsluit in mijn computer, klik ik Staatsbosbeheer weg, de opdrachtomschrijving, de planning, de achtergrondinformatie, de foto’s die ik alvast heb gemaakt ten behoeve van de presentatie. De lege desktop die overblijft is dit bos. Zou het niet geweldig zijn als ik kon schrijven dat het nu ook langzaam stopte met keihard regenen, het potdichte wolkendek open zou trekken en die ene, eerste zonnestraal door zou breken en op mij zou vallen, mij drogend en verlichtend? Maar dat gaat niet, want ik zit gehurkt onder de takken van een grote boom, rug tegen stam, hier komt geen zonnestraal. 14

De kracht van de zacht dreigende mislukking


Matthijs Bosman

Ik besluit verder te gaan, wordt natter en natter, maar ook leger en leger. Plukjes gras blijven achter de doorrijgringen voor mijn veters hangen. Ik onderschat het onkruid (is er sprake van ‘onkruid’ in een bos?) en struikel zowaar. Ik vang me op met mijn handen, de linkerhelft van mijn linkerhand in een brandnetel. Zwarte grond plakt aan mijn natte vingers als ik overeind kom en ik kijk ernaar. Elementen, echt contact, een minuscuul, onverwacht avontuurtje in deze geregisseerde natuur. In mijn gedachten trekt iets open; een eerste flard. Zou het avontuurlijker, romantischer kunnen? Ik draai langzaam om mijn as en mijn glimlach kondigt aan dat ik naar huis kan. Het is begonnen. Het bovenstaande is niet voorgevallen. Althans, niet allemaal in één keer. Wie mijn werk kent weet dat ik geen moeite heb met een stevig potje jokken, mits voor het juiste, inhoudelijke doel. Ik laat graag de grens tussen werkelijkheid en fantasie vervagen, bij publiek en bij mezelf. Dat maakt het leven beter. Echt. Maar het tafereel in het natte bos is wel een weergave van een reëel moment, dat moment waarop de bagage van een opdracht zich in volle omvang aan je openbaart. Die bagage is deels bruikbaar, maar op dat moment niettemin bagage. Veel meer dan ik al had. Kruier!

15


16

De kracht van de zacht dreigende mislukking


Matthijs Bosman

17


Let op! Kunstwerk! an spanningsvelden en dilemma’s geen gebrek bij opdrachten voor kunst in de openbare ruimte. De opdrachtgever staat zelden alleen, heeft vaak rekening te houden met andere partijen zoals een lokale Gemeente, Staatsbosbeheer, Rijkswaterstaat, projectontwikkelaars, beheerders of verenigingen en instituten die ook een plan hebben met de beoogde locatie. De organisatie die deze partijen aan een kunstenaar koppelt, wil ondanks de afnemende financiële ruimte, ‘participeren’ in een kwalitatief goed kunstproject met behoud van financiële ruimte voor zichzelf, financiële ruimte voor de kunstenaar, de uitvoering en broodnodige pr, waarbij de inhoud van het kunstwerk een goede kwaliteit blijft houden en zowel enigszins publiekelijk overdraagbaar als waarneembaar is. Dat alles moet uiteraard ook in goede verhouding staan tot wat er gepresenteerd wordt; het kunstwerk moet zijn geld en moeite waard zijn. De kunstenaar zit dan inmiddels in dat ‘natte bos’. Hij wil bovenal een goed werk maken en moet daarvoor ook betaald worden. Daarbij heeft hij een gedachtegoed waarmee hij werk wil maken, eigenwijs en nieuw werk als het goed is. Tegelijkertijd is dit een periode waarin kunstenaars zuiniger zijn op een opdracht, en steeds meer moeten en willen leveren. Het is alsof we proberen 500 kleurpotloden in een doosje van 100 te krijgen. Je staat maar op dat dekseltje te duwen...

A

18

De kracht van de zacht dreigende mislukking


Matthijs Bosman

Maar het is op een bepaalde manier een spel, een puzzel zonder vaste uitkomst en als je er goed in bent, ontstaat een synergie tussen al die onderdelen, wordt de bagage de reis en andersom, kortom, vang je de essentie van al die wensen in één uitstekend gebaar, klaar. Klinkt als een succesformule maar het zegt niets. (‘Please believe the things I tell you, but don’t believe a word I say’ – zou iemand eens moeten zingen.) Kan in zo’n proces het randje nog worden opgezocht? Het gebeurt te weinig in mijn ogen. Is elk kunstwerk erbij gebaat dat het opgenomen wordt in de collectieve marketing van het project? Vaart ieder kunstwerk wel bij een plattegrond en een toelichting? Al die marketing is begrijpelijk als je vindt dat de belastingbetaler zijn weg moet kunnen vinden naar alles waar hij aan meebetaalt, maar het is ook de dood van het onverwachte. Let op! Om de hoek een kunstwerk! Bereid u voor. Weg open blik, weg verwondering. Er is nog net geen verkeersbord voor. Terwijl het overvallen van de nietsvermoedende passant toch juist een doel is van deze kunstenaars. Dat onderscheidt nu juist de kunst in de openbare ruimte van de kunst in de Witte Doos. Nauw pak et lijkt er op dat thema’s, programma’s en het idee van een consensus tussen publiek, politiek, opdrachtgever, context en kunst, het subtiel grensverleggende karakter van diezelfde kunst op het

H

19


spel zetten. Afgezien van extreem eigengereide kunst in de openbare ruimte die altijd de ruimte zal innemen en gemaakt zal blijven worden, is er zoiets als ‘publieke kunst’. Een denkbare kracht daarvan is dat het niet ingezet moet worden als kunst, maar simpelweg als iets wat men kost wat kost wil beleven. De betiteling ‘kunst’ is in veel gevallen niet noodzakelijk en werkt soms zelfs tegen. En als het dan niet gezien wordt als dat context-erende, sociaal betrokken, cultuurhistorisch relevante werk wat het is voor degenen die de begeleidende publicatie hebben gelezen? Ik zou zeggen ‘neem het risico’. Laten we ons loszingen van partijen, achtergrondinfo en betekenisstapeling. Laten we ons verzetten tegen de vaak politieke drang om uitgaven aan cultuur te rechtvaardigen met behulp van participatietrajecten, inspraakrondes en bottomup projecten. Als dit soort middelen worden ingezet om burgers ‘medeplichtig’ te maken aan een financiële ondersteuning zijn het lapmiddelen, doekjes voor het bloeden terwijl er geen wondje is. Leg iets voor wat niemand had verwacht en niemand anders had kunnen bedenken. Ik beweer niet dat het makkelijk is. Ik beweer ook niet dat alle context of publieksdeelname een last is, integendeel. En ik geef ruiterlijk toe dat het mij ook niet altijd lukt. Maar de nadruk zou wat mij betreft minder op de manifestaties moeten liggen en meer op pure verwondering en verrassing. Omhoog met die wenkbrauwen. In dit nauwer wordende pak moet ruimte blijven voor vergissingen en experiment. 20

De kracht van de zacht dreigende mislukking


Matthijs Bosman

Iets meer dan een jaar geleden kreeg ik onder andere de opdracht van Landkunst 2012 om een fysiek kunstwerk te maken op het landgoed van Kasteel Geldrop. Ik benaderde die opdracht niet anders dan elk ander kunstwerk; ik merk dat voorvoegsels als ‘Land-’, ‘video-’ of ‘omgevings-’, mijn aanpak niet beïnvloeden. Ter plaatse kreeg ik in de gaten dat een kunstobject, hoe goed ook, het vacuüm tussen de bezoeker van het landgoed en het kasteel met zijn verborgen geschiedenis, niet zou kunnen opheffen. Ik wilde bereiken dat men weer als voor het eerst naar dit kasteel keek. Dat de verwachtingsvolle nieuwsgierigheid naar de eigenaars in hun vakantieverblijf, hun buitenplaats, weer op zou laaien. Ik besloot er met mijn vrouw en kinderen in te trekken en bracht mijn vervalste erfrecht als een lot uit de loterij naar buiten. Kennelijk was de wereld klaar voor dit sprookje; pers en bezoekers stroomden toe om getuige te zijn van het tot leven gewekte kasteel en mijn tijdelijke bestaan als enigszins extravagante kasteelheer. Pas veel later maakte ik bekend dat het een kunstwerk was. Die informatie had voor die tijd alleen maar afbreuk gedaan aan de interesse, dus aan de kwaliteit. Het project was een risico, er was meer dat kon mislukken, maar er was ook veel meer te winnen. Er wordt vaak gezegd dat je bij het maken van kunst in de openbare ruimte als het ware ‘infiltreert’ in een samenleving. Maar zodra je je creaties steeds kunst noemt, geef je eigenlijk je dekmantel op. Als een geheim agent die zich op iedere hoek legitimeert aan voorbijgangers. 21


Matthijs Bosman, Kasteelheer van Geldrop 22

De kracht van de zacht dreigende mislukking


Matthijs Bosman

23


De eeuwige toekomst oordat de kunst in de openbare ruimte zijn omgeving en de betrokkenheid van omwonenden of bezoekers als onderwerp begon te nemen, dus grofweg voor de afgelopen jaren ’90, was er ook kunst die rekening hield met zijn omgeving en werd er ook in-situ gewerkt. Maar de connectie met een groot publiek was nog niet vrijwel tot algemene voorwaarde verworden. De kunst van een bepaalde kunstenaar werd simpelweg wel of niet geschikt bevonden voor toepassing in de openbare ruimte. En soms klopte dat oordeel. Weer andere kunstenaars zochten de openbare ruimte op uit eigen overtuiging; om een groter en onvoorbereid publiek te treffen bijvoorbeeld. Zo ben ik zelf ook in de openbare ruimte terecht gekomen; ik wilde iets zien gebeuren in het ‘allerdagelijkste’ leven, en ik wilde dat anderen het ook zagen. Met piepkleine budgetten bouwde ik een lichtreclame op een leegstaande fabriek of de receptie van een niet bestaand pretpark. Uit overtuiging. Zoals anderen met mij, overigens.

V

Het betoog is helder; de kunst heeft een brug weten te slaan naar een groter en gewoner publiek. Plotseling is dat te pas en te onpas een voorwaarde geworden. Ok. De tijd is rijp voor een verandering, ’t is nou tóch crisis. Maar waarheen nu? Voor een stevige revolte ontbreekt het aan collectiviteit, zoals in elke groep van de samenleving. Een 24

De kracht van de zacht dreigende mislukking


Matthijs Bosman

manifest? Ik ben van mening dat de inhoudelijke kwaliteit van de boodschap vaak omgekeerd evenredig is aan het aantal toehoorders. En een profetie heeft helaas het nadeel dat haar geloofwaardigheid tegelijk hoe dan ook haar ondergang betekent; ofwel het scenario wordt voorkomen, ofwel het wordt werkelijkheid. Een ‘eeuwig toekomstscenario’ lijkt me overigens even prachtig als nutteloos. Maar ik stel me voor dat er in de toekomst werkelijk minder fysieke kunstpodia zijn, minder curators, minder platformen en bemiddelingsorganisaties. Dat kunstenaars aan art fairs deelnemen waar hun galerie mee naar toe mag, in plaats van andersom. Dat er minder galeries zullen zijn die daarentegen wel hun weg naar de openbare ruimte hebben gevonden. De kunstenaar die in de openbare ruimte werkt zegt er dat tegen die tijd niet meer bij; het is een vanzelfsprekendheid geworden. Die kunstenaar ziet de mogelijkheden van aanhaken bij het grote publiek, doordat publieke sentimenten zijn gereedschap zijn geworden. Maar in tegenstelling tot het leeuwendeel van het aanbod via televisie, film, popmuziek en (sociale) media, die veel effectievere bruggen naar een groot publiek slaan, is de poëtische kwaliteit van de inhoud voor hem wel van groot belang. Sterker nog, deze media worden meer dan nu, ook gereedschap in het oeuvre van de kunstenaar die niet meer geïnteresseerd is in die 25


betiteling en het de gewoonste zaak van de wereld vindt dat zijn werk via gebruikelijke kanalen de weg naar buiten eerlijk verdient, in concurrentie met alle andere informatie. Er zal dan minder kunst zijn, maar meer ruimte, geld en belangstelling voor de verbazingwekkende creatie.

Matthijs Bosman Kunstenaar, Concept Jockey In het najaar van 2013 wordt een groot kunstwerk van Matthijs Bosman in gebruik genomen in Heerlen. Een ontwerp van zijn hand voor een park van 5000 m2 met in het midden het stalen geraamte van een café, dat ooit het kloppende hart van deze wijk was. Bij slecht weer kan de constructie door omwonenden ingepakt worden met levensgrote zwart-wit foto’s van het café. Voor meer info: www.matthijsbosman.nl

26

De kracht van de zacht dreigende mislukking


Matthijs Bosman

27


28


Landkunst in het Leenderbos

29


Wouter Klein Velderman: ‘Masking Wood’ pag. 29

Jak Peters: ‘hok pok nok’

Betaalhuis Staatsbosbeheer (jaren dertig) 30

Land en Kunst 2013


Landkunst in het Leenderbos

31


Studio TTTVO: ‘Dear Trophy,’ pag. 31

Martijn van Dalen: ‘Introduction of an old friend’ 32

Land en Kunst 2013


33


34

Staatsbosbeheer


Jac Hendriks

Lagen in het Landschap Laagjes in de bodem Een gele graafmachine trekt sleuven in een veld met ma誰sstoppels. Het worden sloten, maar ze zien er anders uit dan normaal. Ze zijn breed en de oevers lopen op met een flauwe helling. Waar de bak van de kraan de grond heeft afgeschraapt wordt een boeiend patroon zichtbaar van lijnen. Het is een stapeling van dunne bodemlagen die schuin wordt doorgesneden. Veen, zand en klei in bruine, zwarte en gele tinten wisselen elkaar af. Op enkele meters sloothelling wordt zo van beneden naar boven het ontstaan van de bodem en daarmee de geschiedenis van dit landschap zichtbaar. Het gebied werd vroeger regelmatig overstroomd door de Maas, die dunne kleidekjes afzette. Ook de beken van de Brabantse zandgronden lieten hier hun meegevoerde zand achter. En als de stromen tijdelijk een andere weg zochten groeiden er moerasplanten in het ondiepe stilstaande water. Het dode plantenmateriaal verteerde en werd veen. Hoe zag dit overstromingsgebied eruit in die verschillende perioden? Veranderde het plotseling grootschalig, of was het een moza誰ek van plek-

H

35


jes die steeds verschoven maar die bij elkaar toch een constant en dynamisch landschapsbeeld vormden? Lieten de boeren er koeien grazen en maaiden ze er ruigte en gras, of was dit landschap het domein van wilde dieren? Hoe oud zijn deze lagen in de bodem eigenlijk? Aan de bodem is het niet direct te zien maar er zijn andere overblijfselen uit het verleden die ons wel op het spoor kunnen zetten. Sporen uit het verleden chter de graafmachine duikt een kloeke dijk op. Een vreemde plek voor een dijk op het eerste gezicht, want de Maas is kilometers ver weg. Op alle oude kaarten die we kennen van deze streek staat de dijk ingetekend. Volgens de historici is de dijk in de 13e eeuw aangelegd in opdracht van graaf Floris V. Het was de meest oostelijke begrenzing van de Grote Waard van Holland. De dijk beschermde Vlijmen en Heusden. Tussen deze dijk en de stadswal van ’s-Hertogenbosch had het water van de Maas en de Brabantse beken elke winter min of meer vrij spel. Toch was het geen verlaten wildernis. In dit natte gebied werd rond 1400 de Bossche sloot aangelegd. Niet om water af te voeren, maar om te dienen als turfvaart. Zo kon turf uit de omgeving van Kaatsheuvel getransporteerd worden naar de stad ’s-Hertogenbosch. Energievoorziening was toen ook al een thema. Voor de waterbeheersing

A 36

Staatsbosbeheer


Jac Hendriks

werden er wel lage kades en sloten aangelegd om het land in elk geval ’s zomers een beetje droog te houden. Zo kon je er toch wat boeren. De kades rondom de Moerputten zijn zeker al zo’n 6 eeuwen oud, want hier werd in 1460 een waterschap opgericht voor het beheer van “eenen zomerdyck mit eender sluysen, ende andere graven ende waterlaten” Later volgden er meer kades in de buitenpolders van Engelen en Vlijmen. Ze werden voorzien van overlaten bij Bokhoven en Vlijmen, om ’s winters het overstromingswater door te laten. Dat water moest wel weg kunnen want anders zouden de dijken kunnen breken. Het gebied van de huidige Moerputten was dus een van de eerste stukken moerasland dat in cultuur werd gebracht. Op het veen ontstond grasland dat gemaaid werd en beweid. De graslanden werden ontsloten met paden op lage kades, die hier “steeg” genoemd werden. Na verloop van tijd is men begonnen met het graven van putten in het moer (veen) om turf te winnen. Het grasland werd vervangen door een aaneenschakeling van waterplassen met smalle stroken land waarop de turf te drogen werd gezet. De afvoer gebeurde waarschijnlijk over water over de Hamsloot. Er werd zelfs een pad uitgegraven en omgevormd tot watergang (de “uitgegraven steeg”). Toen de turf op was werd de veenderij aan haar lot overgelaten. De graslanden 37


Sannah Belzer: ‘Watermerk’ 38

Staatsbosbeheer


Jac Hendriks

39


aan de rand bleven gemaaid worden. Ze bestaan nog steeds. Vanwege de blauwe gloed van de planten die er groeien worden ze blauwgraslanden genoemd. De grasproductie is er laag omdat ze nooit bemest zijn, maar juist daarom staan ze vol met zeldzame plantensoorten. De waterplassen groeiden langzaam dicht en werden weer moeras. Op de iets drogere stukjes ontkiemden elzen en wilgen en die zijn in zestig jaar tijd uitgegroeid tot een waarachtig “oerwoud”. In de Moerputten is de cirkel rond, de wildernis is weer terug. Aan de overstromingen werd pas in 1965 een eind gemaakt. De Bokhovense overlaat werd vervangen door een nieuwe hoge dijk langs de Maas en de Vlijmense overlaat verdween onder de A59. In de polders verschenen nu boerderijen, want het water was nu toch wel definitief getemd. Het land werd opnieuw ingericht met sloten, de waterpeilen werden met één meter verlaagd en er kwam een gemaal om het water over de nieuwe Maasdijk naar de rivier te pompen. De Moerputten zijn aan de modernisering in de landbouw ontsnapt vanwege alle afgravingen. Dijken en kades zijn als overblijfselen van het oude waterbeheer achtergebleven als monumenten in het landschap. Het zijn stille getuigen van onze inspanningen om het land en het water naar onze hand te zetten. Op veel plaatsen lukte dat elke keer een beetje beter, maar zal het werk ooit af zijn? 40

Staatsbosbeheer


Jac Hendriks

Een klimaatbuffer e gele graafmachine maakt brede sloten met flauwe oevers. Voor een boer is dat nadelig, want het gaat ten koste van de oppervlakte waar gras kan groeien. Het wordt ook geen doorsnee boerenland. Deze percelen worden ingericht om water (weer) de ruimte te geven en om voor de natuur meer kansen te scheppen. We noemen het een klimaatbuffer. Een plek waar we de gevolgen van klimaatverandering kunnen opvangen.

D

Even dachten we dat we veilig waren achter onze dijken. Totdat er in 1995 zoveel water door de rivieren kwam, dat grote delen van het rivierengebied uit voorzorg werden geëvacueerd. Bij ’s-Hertogenbosch ging het echt mis. De dijk van de Dommel begaf het en de A2 stond twee weken lang enkele meters onder water. Het probleem zal volgens de klimaatmodellen en de hydrologische berekeningen de komende jaren nog groter worden. Er moeten bergingsgebieden worden ingericht voor extreem hoog water. Volgens de statistiek hebben we ze één keer per honderd jaar nodig. Dat kan nog lang duren maar het zou ook al deze winter kunnen zijn. Waar vind je de genoeg ruimte voor waterberging in onze volgebouwde omgeving? De zoektocht leidde naar dit oude overstromingsgebied tussen ’s-Hertogenbosch en Vlijmen. 41


Aanleg van het gebied 42

Staatsbosbeheer


Jac Hendriks

43


Het was een hele klus om alle obstakels te omzeilen. Uiteraard moeten de boerderijen in de Vughtse gement het droog houden. Maar ook in het natuurgebied van de Moerputten liggen beschermde stukjes natuur die niet tegen langdurige overstroming kunnen: het leefgebied van een vlinder (Pimpernelblauwtje) die nergens anders in Nederland voorkomt. En dan moet de A59 nog gepasseerd worden met een tunnel. Dat is dan wel meteen goed nieuws voor de dieren en de wandelaars, want die gaan de tunnel ook gebruiken. Een klimaatbuffer is meer dan een grote bak die af en toe vol kan lopen met water. Het is een gebied waar je alle schade van klimaatverandering aan onze leefomgeving en aan de natuur probeert te verzachten. Dat levert weer een heel nieuw type gebied op in ons landschap. Een toevoeging van de 21e eeuw. Door aanleg van veel brede sloten ontstaat een waterrijk gebied dat ook in de zomer voor verkoeling zorgt. Wandelpaden zorgen ervoor dat bezoekers hier de hitte van de stad kunnen ontvluchten. Het watersysteem is zo ontworpen dat de sloten gevuld worden met schoon grondwater. Door hun variabele diepte en door de schuine oevers vinden planten en dieren die natte plekken nodig hebben hier een toevluchtsoord. Die soorten komen op andere plaatsen door de gevolgen van de droogte steeds meer in de knel. In de winter kan het grasland af en toe blank komen te staan. Het drassige land zal in het voor44

Staatsbosbeheer


Jac Hendriks

jaar weidevogels aantrekken. De kievit broedt er alvast. Door aanleg van de klimaatbuffer op deze plek vormt het terrein samen met de tunnel onder de A59 een verbinding tussen ge誰soleerde moerasgebieden van de Moerputten, het Meer van Engelen en de Hedikhuizense Maas. En verbindingen zijn hard nodig in de toekomst, omdat de extremen in het weer het risico op lokaal uitsterven van soorten groter maken. Van idee naar uitvoering oe kom je van een programma van eisen voor een klimaatbuffer tot een ontwerp van een gebiedsinrichting? Bij de realisatie zijn veel keuzes mogelijk. Je kunt bijvoorbeeld de waterpartijen op allerlei manieren vormgeven. Worden het poelen en plassen, slingerende waterloopjes of sloten in strakke rechte slagen? En wat doe je voor de wandelaars? Moeten ze hun eigen weg zoeken in een struingebied of leg je paden aan? En waar komen die paden te liggen? Hoe ga je het gebied beheren? Moeten er machines in kunnen om te maaien of laat je koeien en paarden het werk doen? Wie gaat beheren? Een natuurbeheersorganisatie of de lokale boeren samen met vrijwilligers?

H

Het ontwerp van de klimaatbuffer Vlijmen is in enkele interactieve sessies samen met de omwonenden gemaakt. 45


Dat was voor de ontwerpers best wel een bijzondere gebeurtenis. Op een voorlichtingsavond over de geplande waterberging en de aanleg van een ontsluitingsweg konden we aansluiten met de plannen voor de klimaatbuffer. De ontwerper legde de keuzes uit in hoofdlijnen en daarna ging de discussie van start in groepjes. De uitkomst was een opzet die sterk aansluit bij de oude historische structuur van het gebied: een opstrekkende verkaveling met lange percelen, gescheiden door brede lange sloten. Dit beeld werd in volgende bijeenkomsten met kleine groepjes geïnteresseerden steeds verder uitgewerkt. Het nieuwe landschap werd zo ingehaakt in het oude en het werd geestelijk eigendom van de streek. Het hele project is in vier jaar tijd bedacht, ontworpen en gerealiseerd. Dat is heel snel voor een dergelijke ingreep. Je moet het niet alleen eens worden over een ontwerp, je moet ook de grond beschikbaar krijgen en het plan inpassen in de ruimtelijke ordening. Dat lukte alleen maar omdat veel partijen in het gebied al samen bezig waren om oplossingen te zoeken voor “botsende corridors”. Zowel het verkeer als de natuur hebben in de Oostelijke Langstraat te maken met flessenhalzen in de verbindingen. En daarbij staan die verbindingen voor natuur en water (noord-zuid) ook nog eens haaks op die van het verkeer (oost-west). Het is de 20 partijen gelukt om een betaalbaar programma te ontwikkelen waarbij de belangrijkste knelpunten voor 46

Staatsbosbeheer


Jac Hendriks

alle functies worden opgelost. De losse geïsoleerde lagen in het landschap worden met elkaar verknoopt tot één samenhangend geheel. De klimaatbuffer is met 1% van het budget een klein onderdeel van het gebiedsprogramma. Maar het is de eerste stap die uitgevoerd is. We hebben de opening dan ook met veel plezier gevierd met de onthulling van de landmark van Sannah Belzer. Het kunstwerk draagt de toepasselijke naam ‘Watermerk’. Fietsend door de polder krijgen bezoekers meteen in de gaten dat hier iets speciaals aan de hand is. Het is een mooie uitdaging om te ontdekken wat het voorstelt en waarom het hier staat. Eigenlijk vind ik het jammer dat ze het mij verteld hebben. We moesten er maar geen bord met uitleg bij plaatsen.

Jac Hendriks Staatsbosbeheer

47


48


Ontmoetingen in Sint-Oedenrode

Studio Elmo Vermijs: ‘Kas Plek’, Sint-Oedenrode 49


50

Land en Kunst 2013


Ontmoetingen in Sint-Oedenrode

51


Studio Elmo Vermijs: ‘Kas Plek’, Sint-Oedenrode

pag. 50/51

Trio Liberdade treedt op in de ‘Kas Plek’

52

Land en Kunst 2013


Daphne Huisden

Het spook van de Oude Buisse Heide r waart een spook over de Oude Buisse Heide, het spook van Henriette Roland Holst, de vrouw van het woud; tante Jet voor intimi. Dat klinkt misschien ongeloofwaardig en ik zou het zelf ook zeker nooit geloofd hebben als ik het spook niet had ontmoet, als ik niet met haar had gesproken — als ze me niet zo genadeloos had uitgelachen. Dat kwam als volgt. In de laatste weken van de lente mocht ik tot mijn grote geluk in de Angorahoeve — haar thuis — verblijven om me te laten inspireren door het landschap, de geschiedenis en de omgeving. Ik had juist mijn tweede roman voltooid en na maandenlang opgesloten te hebben gezeten op mijn muffe werkkamer was ik wel toe aan wat gezondere lucht en daglicht op enigszins regelmatige basis. 53


Drie weken op een prachtig landgoed in een idyllisch huisje met een rieten dak, ver weg van de drukte van de grote stad, de dagelijkse beslommeringen (die elke ochtend steevast beginnen met een schepje boven de kattenbak en die — nu ik erover nadenk — daar ook vaak eindigen), ver weg van deadlines en werk, rekeningen en stress, ver weg van al die dingen die ervoor zorgen dat je altijd wel iets te piekeren hebt voor het slapengaan. Het was precies wat ik nodig had. Er was echter één probleem, en laat ik dit dan maar meteen bekennen: ik ben slecht op mijn gemak in de natuur, om niet te zeggen panisch. De natuur is een kriebelige plek. Het zoemt en kruipt en ritselt er, het vliegt en steekt en prikt, het glibbert en glijdt en laat slijmsporen na. Het is voor een stadsmens al met al een oncomfortabele bedoening dat ‘buiten zijn’. In tegenstelling tot mijn vriend, Salih, die een trouw abonnee is van Hét Visblad en tevens de trotse bezitter van een paar onflatteuze maar o zo handige, groene lieslaarzen, ben ik meer het indoor type mens, een homo domesticus. De homo domesticus heeft de unieke eigenschap om óveral beestjes te zien, een zesde zintuig zo u wilt. En inderdaad, de eerste dagen in en om de Angorahoeve verliepen precies zoals ik ze op mijn kamer voorspeld had. Er waren overal beestjes en dat beviel me niets. Spinnen in de badkamer, pissebedden 54

Het spook van de Oude Buisse Heide


Daphne Huisden

voor de deur, naaktslakken op het terras en rupsen op de tuinstoelen, ik zag ze allemaal. Ondanks Salihs geduldige pogingen om me op mijn gemak te stellen, kon ik me niet ontspannen tussen al dat groen. Hoe hij me er ook van probeerde te overtuigen dat slakken geen knieën hebben, noch voeten, noch kuiten, noch de intentie om argeloze wandelaars gniffelend op te wachten in het struikgewas om ze vervolgens massaal te bespringen, ik bleef op mijn hoede. Zijn uiteenzettingen over het springvermogen van de slak waren zinloos. Zo werkt dat met angst. Angst zit op een plek in je hoofd waar rede niet bij kan. Dus bleef ik om me heen kijken, speurde ik het terras af naar weke indringers en droeg ik een doosje met zout bij me. (Dat ik overigens nooit zou durven gebruiken, al was het maar omdat ik dan wel heel dicht bij die kleine griezels in de buurt zou moeten komen.) Het duurde zeker een week voor ik me vrij in de tuin durfde te bewegen. ’s Nachts droomde ik over slakken met vleugels en lachende pissebedden op pogo-sticks. Het zal dan ook niet als een verrassing komen dat ik tijdens de eerste boswandelingen nauwelijks bomen heb gezien, zo zeer werd ik in beslag genomen door alles wat me voor de voeten kon kruipen. Met grote passen en — al zeg ik het zelf — vrij atletische zijwaartse sprongen ontweek ik alle nattigheid, alle modderpaden of drassige stukken grond om maar niet weg te zakken in het nest krioelende regenwormen dat ik on55


der de oppervlakte vermoedde. Ik bukte en dook onder laaghangende takken door, want ik had allang gezien wat daar allemaal in leefde en dus uit kon vallen. Als er ooit een olympisch onderdeel wordt uitgeschreven voor bange schrijvers in het wild, weet ik mezelf verzekerd van een podiumplaats. Binnenblijven was een stuk eenvoudiger geweest, maar ik vermande me en dwong mezelf elke dag om eropuit te gaan, alleen te wandelen door het woud waarvan ik wist dat het mooi was, moest zijn. En het was op een van deze wandelingen dat ik het spook voor het eerst hoorde. Ik had het Kerkepad gevolgd, een sprookjesachtige route die dwars door het bos naar het nabije Achtmaal kronkelt. Maar op de terugweg moet ik ergens een verkeerde afslag hebben genomen want plotseling stond ik voor een uitzonderlijk grote blubberpoel die ik op de heenweg niet tegen was gekomen. Te midden van de bloeiende rododendrons en zoemende hommels, in gedachten het aantal stappen berekenend dat ik nodig zou hebben om droogvoets aan de overkant te komen, hoorde ik ineens iets ritselen, vlakbij. Een vogel, dacht (of hoopte) ik. Het begon zachtjes te regenen. Ik probeerde er geen aandacht aan te schenken, mijn handen waren al klam van de sprong die ik moest wagen. Ik ademde diep in en deed een paar passen naar achteren. Er scheerde een hommel langs mijn oor toen ik een aanloop nam... en ik sprong. Zo ver als ik kon. Maar in die ene tel dat ik in de lucht hing, begon er achter 56

Het spook van de Oude Buisse Heide


Daphne Huisden

mij iemand onbedaarlijk te lachen. De punten van mijn laarzen landden op stevige, veilige grond, maar mijn linkerhak zoog zich vast in een — zo zag ik nu — goed gecamoufleerde, verse hondendrol. Ik gilde van schrik, wankelde en onstuimig wapperend met mijn armen wist ik mijn evenwicht te bewaren. Het gelach echode weg tussen de bomen terwijl ik op het droge struikelde. Verwilderd keek ik om me heen. Niemand. Ik was alleen in het bos. Maar ik wist zeker dat er iemand had staan kijken, iemand die zich kennelijk kostelijk vermaakte om mijn silly walks en krampachtige pogingen om mijn waardigheid te behouden. Een wandelaar, dacht ik, vast een hondenbezitter. Beschaamd en enigszins gekrenkt in mijn trots hinkte ik in de motregen terug naar de hoeve. Het werd warmer op de Buisse Heide. De zomer was in aantocht en de natte beestjes maakten plaats voor hun droge vrienden; teken en muggen. De laatste meikevers lagen op hun rug voor de deur. Ik was er niet rouwig om. De lachende wandelaar had zich niet meer laten horen, maar er gebeurden vreemde dingen rond de Angorahoeve. Onverklaarbare, opmerkelijke dingen. Zo zag ik elke avond, tegen het vallen van de schemer, een onbekende schaduw door de achtertuin schieten die zich razendsnel van wilg naar wilg verplaatste. ‘Een vogel,’ zei Salih. ‘Of een vleermuis.’ Maar dat was het niet, het was iets groters. Het maakte de 57


Angorahoeve, Oude Buisse Heide

58

Het spook van de Oude Buisse Heide


Daphne Huisden

paarden in het weiland onrustig. Ze draafden alsmaar in rondjes, schudden wild met hun hoofden en bleven zover mogelijk uit de buurt van de oude knotwilgen. En ook in de hoeve was er iets niet pluis. Het automatisch licht op de gang, normaal alleen in werking gebracht door een bewegingssensor, schoot op willekeurige momenten aan en uit. Evenals de afzuigkap en de vaatwasser, de televisie en de draagbare radio. Salih haalde zijn schouders op en mompelde iets over stroomstoringen. Maar dat verklaarde niet waarom ik iedere dag mijn laarzen kwijt was. Elke ochtend vond ik ze terug op een andere plek; verstopt in een hoekje achter de bank, weggeschoven onder de eettafel en één keer vond ik ze in de serre voor een van de rieten stoelen, hak tegen hak. ‘Je bent gewoon vergeten waar je ze hebt uitgetrokken,’ verklaarde Salih. ‘Dat doe je thuis ook altijd.’’ ‘Nee,’ hield ik koppig vol. ‘Er is iets vreemds aan de hand.’ ‘Dat ben je zelf, schat. Dat heet nou fantasie.’ Die avond lag ik klaarwakker in bed. Ik staarde in het donker naar het donker, want de nachten in de Angorahoeve zijn nog ouderwetse nachten en laten geen enkel licht door. Naast me was Salih diep in slaap. Hij mompelde in zijn dromen over kooikarpers en boomhutten. Ik hoefde hem niet te kunnen zien om te weten dat er een brede grijns op zijn gezicht lag. Maar ik kon de slaap niet vatten. Ik lag te piekeren, zoals ik thuis zou doen, over het 59


verhaal dat ik hier moest schrijven. Toon, stijl, vorm, perspectief. Hoe openhartig wilde ik zijn? Wilde ik mijn irrationele angsten echt openbaar maken? Wilde ik wel zo eerlijk zijn? Ik dacht aan Henriette Roland Holst en vroeg me af of zij, met haar ijzeren discipline, ook zo wakker had gelegen, zo kon malen in het donker. Of had zij controle gehad over die zinloze stroom van gedachten die nooit lijkt te stoppen? Een onderhuidse knop, een schakelaar waarmee ze haar denken uit kon zetten? Ik kon het me niet voorstellen en nam me voor dat de volgende dag op te zoeken in de biografieÍn die ik over haar tot mijn beschikking had, toen me ineens het gevoel bekroop dat er iemand in de slaapkamer stond. Was het een ademhaling? Een geluid? Een zacht geritsel? Ik weet niet hoe het kwam, maar plotseling wist ik het zeker; er stond iemand naast mijn bed. Iemand die langzaam over me heen boog. Ik rook een vleugje oud papier en voelde een koude bries over mijn voorhoofd. Met een ruk kwam ik overeind en zo snel als ik kon zocht ik de schakelaar van het bedlampje. De kamer werd hel verlicht. Salih knorde. Niets. Niemand. Zou ik dan toch langzaam gek worden, hier op de hei? Was het de stilte? Ik deed het licht weer uit en draaide me op mijn zij. Boos op mezelf omdat ik me zo makkelijk van mijn stuk liet brengen, omdat ik me niet kon ontspannen op een van de vredigste plekken waar ik ooit had gelogeerd. Wanneer was ik zo’n angstig mens geworden? Zo schrikachtig? 60

Het spook van de Oude Buisse Heide


Daphne Huisden

Atelier Roland Holst, Oude Buisse Heide

61


Toen ging het automatisch licht op de gang aan. Mijn hart maakte een duikeling, mijn adem stokte, en mijn eerste impuls was die van een klein kind; de dekens over mijn hoofd trekken en roerloos blijven wachten tot het vanzelf overging. Maar ik wist dat ik niet kon blijven liggen, ik moest weten of het enkel mijn verbeelding was die me de stuipen op het lijf joeg. Dus gleed ik onder de dekens vandaan, nam het zwaarste boek ter hand dat ik zo snel kon vinden (Bram Stokers Dracula) en ging behoedzaam de trap af. De koelkast sloeg af terwijl ik op mijn blote voeten over de koude keukenvloer naar de woonkamer sloop. De deur stond halfopen. Ook hier rook ik diezelfde geur van vergeelde boeken en oude verhalen. Ik verstevigde mijn greep om Dracula en hief het boek boven mijn hoofd. Toen deed ik het licht aan en sprong ik razendsnel de kamer in. Mijn oefeningen in het bos waren niet voor niets geweest, de insluiper kon zich niet voor me verstoppen — ik was een super homo domesticus, ik zag alles! Maar er was niemand. Alleen een eenzame mier die over de eettafelkroop. Ik drukte hem plat met mijn boek. Op dat moment hoorde ik een droog kuchje. ‘Het’ verschool zich in de serre. Alle spieren in mijn lichaam trokken zich samen terwijl ik met één hand het gordijn openrukte. Daar zat ze. 62

Het spook van de Oude Buisse Heide


Daphne Huisden

‘Zo,’ zei het spook. ‘Ben je daar eindelijk?’ Ze zat kaarsrecht in een van de rieten stoelen. Haar benen over elkaar geslagen onder een lange rok. Ze droeg een hooggesloten blouse en had haar lange haar opgebonden in een losse knot. Ze was doorschijnend, alsof ze bestond uit een mysterieuze combinatie van nevel en rook, en tegelijkertijd was ze heel werkelijk, zoals ze daar zat, zo vanzelfsprekend. Er speelde een spottend lachje rond haar lippen en ze klopte met een bleke hand op de lege stoel naast haar. Sprakeloos ging ik zitten. ‘Zeg maar niets,’ zei ze met heldere stem. ‘Je bent verbaasd, dat lijkt me niet meer dan normaal. Je komt niet meer elke dag een spookverschijning tegen. We zijn nogal zuinig op onszelf, zie je. Er bestaan nogal wat misvattingen over onze core business. Een paar rotte appels die het voor de rest van ons bederven.’ Ik kon mijn verbazing niet langer voor me houden. ‘Core business?’ herhaalde ik ongelovig. ‘Ja,’ zei het spook pinnig. Core business. Wij spoken gaan ook met onze tijd mee. Maar luister eens, ik heb niet veel tijd, als die haan van hiernaast het op een kraaien zet moet ik ervandoor. Laten we meteen ter zake komen, to-the-point, jij bent dus bang om je schoenen vuil te maken.’ ‘Pardon?’ Het spook zuchtte. ‘Je vreescht de boze boschrand en wordt overduidelijk niet getroffen door de blije harmonie, die zich van elk ander mensch dat deze lieflijke plek aandoet, meester 63


maakt. Zo beter?’ Ze gaf me niet de kans om te reageren. ‘Ik weet hoe het komt. Jij hebt de stad meegenomen,’ zei ze. ‘Hier.’ Zonder waarschuwing stak ze een lange vinger uit en raakte mijn voorhoofd aan. Ik rilde. ‘Wil je dat niet doen?’ zei ik. ‘Je bent ijskoud.’ ‘In je hoofd en in je lijf,’ ging het spook onverstoorbaar verder. Ik wist niet zeker of ik haar wel mocht. ‘Je ruikt zelfs naar de stad. Wacht, laat me eens raden.’ Ze haalde haar neus op, hield de lucht even vast en zei toen: ‘Rotterdam? Heb ik het goed? Eerlijk, rechtdoorzee-zweet én afgekloven vingernagels zie ik. Niet in staat om een dag níet te poetsen, is het wel?’ Ik schuifelde wat ongemakkelijk op mijn stoel. ‘Maar je bént niet in de stad.’ ‘Ja, dat weet ik ook wel,’ snauwde ik. ‘Als het zo eenvoudig was.’ ‘Het ís zo eenvoudig!’ ‘O ja? En waarom duurde het dan zo lang voordat jij je hier definitief wilde vestigen?’ kaatste ik terug. ‘Waarom was jij dan zo bang voor de eenzaamheid en de stilte? Ik heb die biografieën wel gelezen. Waarom durfde jij het psychisch niet aan om je hier voor goed vast te metselen?’ ‘Dat is waar,’ beaamde ze met tegenzin. ‘Het kost tijd. Maar het is een kwestie van gewenning. Zoals dat met alles gaat.’ ‘Zoals met de minnares van je man zeker. Was dat ook een kwestie van gewenning?’ 64

Het spook van de Oude Buisse Heide


Daphne Huisden

‘Je moet niet alles geloven wat je leest,’ merkte ze bits op. ‘En bovendien, Riks relatie met die vrouw was puur platonisch. Niets meer dan dat.’ We zaten een tijdje zwijgend naast elkaar. Ik wist niet of ik haar beledigd had en als dat zo was, wist ik eigenlijk ook niet zeker of ik me daar schuldig over wilde voelen. Het spook legde een koude hand op mijn arm. ‘Trek je schoenen aan,’ zei ze. ‘Laten we gaan.’ En zo kwam het dat ik in een milde lentenacht in mijn pyjama en op mijn versleten bruine laarzen de deur uitwandelde met het spook van tante Jet aan mijn zij. ‘Deze kant op,’ zei ze kordaat. We sloegen rechtsaf bij de Herenkamer en ze haakte haar arm in de mijne, trok me mee door het hoge gras, over een tapijt van slapend ongedierte. We zwaaiden naar de donkere silhouetten van de suffe koeien, die niets begrepen van deze late pottenkijkers, en staken het zandpad over. Haar lange rok ruiste in de wind en wapperde tegen mijn benen. Ik klappertandde. ‘Hoor je dat?’ vroeg tante Jet. In de verte klonk een hoge schreeuw. ‘Dat zijn de vossen. Bijzonder, vind je niet?’ Ik knikte. Het was bijzonder. Ze maakte een goedkeurend geluid en leidde me het bos in. We liepen onder de haag van rode beuken door. ‘Kijk dan toch,’ zei ze. ‘Kijk eens goed om je heen. Is het niet prachtig?’ 65


‘Heel mooi,’ mompelde ik werktuigelijk. Maar toen volgde ik haar blik, omhoog naar het ruisende bladerdak en langs de oude stammen naar beneden, ik zag de schaduwen van de varens aan weerszijden van het bospad, het theehuis aan het einde van de lange bomenlaan; ik voelde de frisse lucht op mijn huid; rook de geur van aarde, schoon van mensenhanden; ik hoorde de stilte die alleen doorbroken werd door mijn eigen ademhaling; al die verschillende indrukken leken zich tegelijkertijd aan te dienen, prikkelden mijn zintuigen. Het duizelde me. En plotseling voelde ik iets wat ik nog niet eerder had gevoeld; mijn schouders ontspanden zich. ‘Heel goed,’ fluisterde het spook. ‘Heel goed. Je begint het al te leren.’ Ze begon zachtjes te neuriën. Het was een lied dat ik goed kende uit mijn puberteit, toen ik nog vol zat met idealen en de illusie dat ik de wereld kon veranderen — voordat ik bang werd voor diezelfde wereld. Ik zette voorzichtig in en uiteindelijk beklommen we samen neuriënd de vier treden van het theehuis. ...sterft gij oude vormen en gedachten, slaafgeboornen ontwaakt, ontwaakt, de wereld steunt op nieuwe krachten, begeerte heeft ons aangeraakt. We keken in stilte uit over de hei. Ik had haar van alles willen vragen en misschien had ik dat ook wel moeten doen, 66

Het spook van de Oude Buisse Heide


Daphne Huisden

maar daar, op dat moment leek elk woord er een teveel. Op dat moment was ik tevreden, had ik aan zwijgen genoeg en ik wist dat zij er net zo over dacht. We wachtten tot de zon zich aandiende, tot de eerste vogels zich lieten horen. Het werd langzaam ochtend en de haan schreeuwde dat het tijd was om te gaan. ‘Hier nemen we afscheid,’ zei het spook. ‘Voorlopig dan.’ Ze begon al te vervagen, ging geleidelijk op in de heidelucht, maar ik wist nu dat ze bestond, dat ik me niets had verbeeld. Toen ik terugliep naar de hoeve keek ik niet om, het was niet nodig. Ik voelde haar ogen in mijn rug. Het spook van de Oude Buisse Heide zou blijven waar zij was, alsof ze er nooit was weg geweest.

Daphne Huisden

67


68


Landkunst op de Oude Buisse Heide

Koen Broucke: ‘Bles, Fok, Does, Teddy, Bruintje en Zwartje’

69


Simon Kentgens: ‘Instructies voor de Buisse Heide’

pag. 71

Denise Collignon: ‘Het stilleven als archief – Nederlands landschap / Oude Buisse Heide’ 70

Land en Kunst 2013


Landkunst op de Oude Buisse Heide

71


Femke Dekkers: ‘Stilte-vorm’

Thomas Bakker: ‘Discipline’ 72

Land en Kunst 2013


Minke Douwesz

Drieluik, geïnspireerd op leven en werk van Henriette Roland Holst (Titel ontleend aan haar bundel ‘Tusschen twee werelden’, 1923)

Tussen twee werelden I De strijdster et is stil en donker, aardedonker. Mannen, vrouwen, kinderen, iedereen slaapt. Alleen ik ben in beweging. De strijd gaat ontbranden. Ze hebben mij gestuurd om haar te halen, om ons nog eenmaal voor te gaan, net als vroeger. De oude schrijfster in het bos. Zelf ken ik haar niet. Ze hebben mij gekozen omdat ik snel en lenig ben. Haar boeken heb ik niet gelezen. Ik ben geboren na de Ommekeer. Hoor, een vaag gerucht... ik sta stokstijf stil en luister, de haartjes op mijn armen overeind. Opnieuw stilte. Het zal een dier geweest zijn, scharrelend door het dorre blad. Ik kijk omhoog naar de kronen van de bomen. Er zijn altijd vliegtuigjes te vrezen. Zelfs ’s nachts ben je niet veilig voor hun spiedende blik. Maar het geluid kwam van beneden, dicht bij de grond.

H

73


De kaart die ze mij mee hebben gegeven klopt nog maar half. Wegen blijken overwoekerd, gebouwen vervallen, dorpjes verlaten. Ik ben hier in de Woestenij, waar de klap het hardst gevallen is. Het begon met de Koorts. Miljoenen mensen lieten het leven. En het vee dat de ziekte overbracht werd vermoord, hun kadavers verbrand. Om de steden trok men muren op, prikkeldraad, waterlopen. Een linie om de Koorts en haar slachtoffers te keren. Ik ril als ik er aan denk. De stank, het schreeuwen. Sindsdien leeft men gescheiden, de mensen van het land en die in de Stad. Ik weet niet beter, ik ben van na de Ommekeer. Behoedzaam volg ik mijn weg. Gisternacht toen ik door het veen trok, over verende pollen, zakte ik opeens weg, tot aan mijn heupen in het water. Een bodem was er niet. Aan de taaie halmen trok ik mij er uit. Hijgen, hartbonzen, bijna verzwolgen. Het welslagen van mijn opdracht is belangrijk. Ze hebben me goed voorbereid. Kaarten, kompas, proviand. Een vermomming, in de kleren van het land, zwarte broek, blauwe blouse. Ik ga gekleed als boer, de haren kort geschoren. Zelfs leren schoenen heb ik, zoals men die hier draagt, waar men nog koeien houdt. Er is mij op het hart gedrukt contact te vermijden. Mijn stem zou mij verraden, de tongval van de stad, de hoogte van mijn toon. Mensen zie ik trouwens weinig. Overdag houd ik mij schuil, in een droge sloot, onder het kreupelhout, of in een leeg huis. Alleen als de klokken luiden, duiken ze onverhoeds, 74

Tussen twee werelden


Minke Douwesz

in drommen op. De vrouwen in rok en met een doek om het hoofd. Het is onvoorstelbaar dat hier tot dertig jaar geleden auto’s hebben rondgereden, en tractoren voor het werk op het land. In dit gebied, ver van de stad, heerst nu de natuur. De foto’s in mijn schoolboeken: asfaltwegen, supermarkten, parkeerplaatsen, dat alles is weg. Het verwart en overweldigt me. De naam Woestenij slaat op wat verloren is gegaan. Maar wat er is kwettert en kwinkeleert en barst open in teer groen en witte bloesem. Het is voorjaar, vol van onbekende geuren. Het wordt lichter. Ik trek de kaart uit mijn zak. De Moeren, Achtmaal. Tegen de lucht, recht tussen de ronde contour van de bomen, meen ik de nok van een dak te ontwaren. Ik versnel onwillekeurig mijn pas. Door taaie struiken heen worstelend, rol ik, plotseling los, een weiland in, een kom van gras, omgeven door wilgen. De eerste tekenen van de zonsopgang kleuren de hemel roze. Tussen de bomen verderop de rieten punt van een hoog dak. Het atelier. Hier moet ik zijn. II De schrijfster r ligt een jongen in de greppel. Toen ik de deur vanochtend open deed zag ik zijn hoofd, kortgeschoren, in een flits, en zijn ogen, voor het wegdook in de diepte. Even hoopte ik dat het verbeelding was, een zinsbegoocheling van een vermoeid, oud hoofd na een nacht met

E

75


slechts enkele uren slaap. De takken van de meidoorn bezaaid met witte bloempjes aanziend voor een gezicht. Maar ze komen wel vaker kijken, uit nieuwsgierigheid of in opdracht van de commissaris, om te zien of ik er nog ben. De heks van de Buisse Heide word ik wel genoemd, een ongenode gast, die hier in de woelige tijden rond de Ommekeer een schuilplaats vond. Het beste is er maar geen aandacht aan te schenken. Dus zette ik thee en nam de dampende kop mee naar de tafel op het gras, om mijn botten te warmen in de ochtendzon en naar de vogels te luisteren, druk zingend in het struikgewas. Het was een prachtige morgen. Na de thee deed ik mijn oefeningen en waste me met het lauw geworden water uit de ketel. De bedden van de groentetuin moesten geschoffeld worden, het onkruid gewied. Onder het werken voelde ik mij hinderlijk bekeken. De tweede kop thee dronk ik binnen, en ik probeerde wat te lezen. De wanden van mijn houten schuur zijn bekleed met boeken, sommige gehavend, geblakerd door de brand die het huis waarin ze stonden verwoestte. De Angorahoeve, een zomerhuis aan de rand van het bos. In deze schuur werden tuinstoelen en gereedschap bewaard. Het is jaren geleden. Ik was er alleen achtergebleven, kameraden van weleer vertrokken of dood. In die tijd was het ’s nachts nog vaak onrustig, er werd gesmokkeld, geroofd en geplunderd. Nooit ben ik er achter gekomen of het op mij was voorzien of op de waardeloze boeken, getuigen van een 76

Tussen twee werelden


Minke Douwesz

andere tijd, waarin niet slechts hetgeen eetbaar, bruikbaar of brandbaar is, als nuttig telde. Het wordt warm binnen. Waarom zou ik alvast niet gaan wandelen? Het is Rustdag, de meest geschikte dag voor een groot rondje. Alleen in de ochtend zijn er mensen op de been, na de Vergadering blijft men binnen. Ik pak mijn stok en sluit af en onderdruk de neiging over mijn schouder te kijken, naar de droge geul waarin de jongen zich schuil houdt. Misschien tref ik bij terugkomst een gebroken ruitje aan. Langs de ru誰ne van de hoeve, de ooit zo witte muren vuil van roet, begroeid met bramen, over de klinkerweg naar de laan onder de eiken. In de bocht komt mij een poesje tegemoet. Ze steekt haar kop op voor een aai. Dat moet gezegd, ik ondervind soms ook genegenheid. In ruil voor hulp bij hun papierwerk bezorgen mensen mij brood. En eenmaal kwam een meisje helemaal van Antwerpen gefietst om een boek te lenen. In de wetenschap dat het gretig gelezen zou worden, vond ik het niet erg het nooit meer terug te zien. Het is wel ironisch dat ik, voorvechtster van kennis, gelijkheid en liefde voor mens en dier, juist hier, tussen de boeren mijn laatste jaren slijt. Ze houden weer vee, vlees is goud waard. En hun kinderen halen ze vroeg van school, vooral de dochters. Landwerk is handwerk. In de schaduw onder de eikenbomen loop ik langzaam de laan af, naar het open licht aan de bosrand. Zand, hei, veenmos, drassige grond bezaaid met pinksterbloemen. Op het gladde oppervlak van het ven drijft een eend. Ik snuif de koele geur van het water op. 77


Ik loop over de hei en openlijk door de velden, in een omtrekkende beweging terug naar het bos. Heel in de verte zie ik een man lopen. Een wachter, die het vee bewaakt. Vlakbij huis denk ik pas weer aan de jongen. Rechtstreeks op hem af maar. Het zijn vooral mannen die mij vrezen, als anders en vreemd. Zelf ben ik te oud om bang te zijn. III De ontmoeting e vrouw is mager in haar lange rok. Ik heb me verbaasd over de kracht waarmee ze de grond bewerkte. Ze is kleiner dan ik me had voorgesteld. Er wordt waar ik vandaan kom met zoveel ontzag over haar gesproken. Toen ze weg was, heb ik de Boodschap afgeleverd. Daarna, moet ik tot mijn schande bekennen, ben ik ineengerold in de greppel in slaap gevallen.

D

---

De tuin lag bij mijn terugkomst stil in de middagzon. Toch bespeurde ik meteen een verandering. Er lag iets op tafel. Ooit vond ik een varkensoor op mijn drempel. Maar dit is... een sigarenkoker! Ik moet erbij gaan zitten. Een ander leven, een andere tijd. Er zit echt een sigaar in. Op de binnenkant van het bandje staat een dichtregel geschreven. ---

Ik werd wakker van het porren van de stok in mijn zij. Ik geloof dat ze meteen gezien heeft dat ik geen jongen ben. ‘Kom’ zei ze. ‘Hoe is het daar?’ Zoveel te vragen, zoveel te vertellen. 78

Tussen twee werelden


Minke Douwesz

We dronken lindebloesemthee en praatten. Over het Stadsbestuur en de regels, over de Raden, de schaarste, de arbeidstoedeling, werken op het land en wat er nog aan vertier was in de stad. Zij sprak over de vreugde te leven van de vrucht van je handen. Ik wilde daar tegenin gaan. ‘En ’s avonds een film of boek,’ vulde ze aan, pakte een doosje lucifers van de kachel en stakde vlam in de sigaar. Moest iemand om zo’n opvatting nu op een zwarte lijst komen? ---

De schemer viel. Ik zette brood op tafel, boter en kaas. Het meisje schrok van een laag overscherende zwaluw. Ze speurde de lucht af. Ik stelde voor om naar binnen te gaan. Haar hand streek in het voorbijgaan langs de ruggen op de boekenplank, aarzelend alsof ze bang was dat het niet mocht. ‘Het ergste is dat we niet meer mogen leren,’ barstte ze uit. In een adem door verklaarde ze de reden van haar komst. Er werd gestreden voor goed onderwijs, de vrouwenbrigade die haar gezonden had noemde zich Malala. ‘Naar het Pakistaanse meisje.’ Dat neergeschoten werd toen ze in de bus op weg was naar school. Hoewel lang geleden, was ik het niet vergeten. De wereld kon branden, alles kon veranderen, maar sommige dingen bleven altijd hetzelfde. Ik zuchtte. Zij praatte door, met felle gebaren. Over de aparte scholen voor jongens en meisjes, onbezoldigde leraressen, gebrek aan materiaal, protesten, een oproep tot algemene staking. Zou ze beseffen hoeveel vrouwen haar voor waren gegaan? Wilhelmina, Aletta, Henriette, Rosa, Alexandra, Nikolajeva. Dokters, dichters, stootarbeidsters. 79


---

Het begon ruisend te regenen. Een geur van volheid en ontkieming dampte van de aarde af. De meidoorn lichtte op in de duisternis. Ik keek naar de broze vrouw, naar het kringelen van de ketel, naar de stok, in de hoek bij de deur. Het was stil en behaaglijk tussen de boeken. Ik vroeg mij bezorgd af hoe ik haar daar moest krijgen, dat hele eind. En zou ze wel mee willen? Kennelijk had zij mijn gedachten geraden. Ze stond op, sloot de deur en draaide zich om, een hand op de klink. Haar ogen blonken. ‘Lieve kind, ik weet het niet. De geschiedenis heeft mij hier neergezet. Ik weet niet of ik nog zo ver lopen kan.’

Minke Douwesz

Henriette Roland Holst in de Angorahoeve 80

Tussen twee werelden


Studio TTTVO Dear Trophy,

Bud in zijn eigen woorden:

Mixed media (hout, metaal, ledlicht, solar panelen, etc.)

draai 3 maal in de rondte, vervolgens loop ik

‘Ik ga uit bed, altijd met mijn linkervoet eerst, dan mijn rechter. Ik loop dan 3 stappen en

Na de Late Middeleeuwen kwam op de uitgestrekte heide een nieuwe bron van inkomsten op gang. De Groote Heide bleek bij uitstek geschikt om slechtvalken te vangen. De edelen gebruikten valken destijds voor de jacht en begin 1600 waren Valkenswaard, Leende en Leenderstrijp

de trofeekamer in en aai beide kanten van het hertengewei van vorig jachtseizoen. Zodra ik bij mijn jachthutje aankom, vergeet ik niet een plas te plegen en deze zodanig te laten stromen naar het oosten, nooit het westen want anders zou een hert zich komende week niet laten zien,

de woonplaatsen van vele bekende valkeniers.

ongeacht hoe de wind staat.’

Valkeniers richtten de jachtvogels niet alleen af,

Van oorsprong was de jacht een overlevings-

maar leverden en verzorgden de valken aan prinsenhoven door heel Europa.

manoeuvre. Succes vereiste bekwaamheid. De werkelijke handeling van de jacht lijkt met de

(bron: ‘In Brabant’, tijdschrift)

tijd te verstrijken. De realiteit van deze inspan-

‘Het is louter bizar als het niet zou werken’,

ning beleeft haar climax in het vereeuwigen

onder dit motto verduurt Bud de jager vooraf aan zijn jachttocht met precisie zijn geluksverzameling-ritus, die zou bijdragen aan een glorieuze afloop.

van de glorieuze afloop, voor in het fotoalbum. ‘Dear Trophy,’ poogt de beproeving van de moderne jager en de versieringsrituelen die daarmee gepaard gaan een gezicht te geven.

Daphne Huisden Simon Kentgens

Het spook van de Oude Buisse Heide

Instructies voor de Buisse Heide

Verhaal, te lezen in de theekoepel en te

Instructieborden

beluisteren via de app

Geïnspireerd door de griezelen spookverhalen van verschillende 19e-eeuwse schrijvers, voorgangers van Henriette Roland Holst (die ze misschien wel in haar jonge jaren heeft gelezen), vertelt dit verhaal over het spook van de Oude Buisse Heide. ‘Tante Jet’ keert in dit moderne ‘griezelverhaal’ terug als personage en spreekt de hulpeloze stadsmens aan op haar angstige relatie met de natuur. Gebaseerd op ware gebeurtenissen met een vleugje fictie.

Henriette en Richard Roland Holst maakten lange wandeltochten over de Buisse Heide, vele plekken herinneren nog aan hun aanwezigheid. Kleine dingen die ze tegenkwamen vormden de inspiratiebron voor nieuwe gedichten en kunstwerken, zoals een heidebloem, lied van een vogel of bladergeruis. Simon Kentgens volgde in hun voetsporen en zocht naar deze kleine momenten. In zijn werk laat hij je even stilstaan bij je omgeving. Op diverse plaatsen op de Buisse Heide heeft hij instructies aangebracht die uitnodigen om deze bijzondere plekken op een andere manier te ervaren.

Studio Elmo Vermijs

Kas Plek

De ruimtelijke (gebruiks)objecten van Studio Elmo Vermijs begeven zich op het gebied van architectuur, beeldende kunst en ontwerpen. Altijd met een maatschappelijke en sociale dimensie. Veelal maakt Vermijs gebruik van afvalstromen van lokale producenten. Zo ook voor zijn werk ‘Kas Plek’ waarvoor hij lokale producenten uit de omgeving van Sint-Oedenrode heeft benaderd en betrokken bij de bouw. Met ‘Kas plek’ verwijst hij naar de tuinders in Het Groene Woud. De overkappingsbogen zijn een directe vertaling van de karakteristieke vorm van een tuinderskas. ‘Kas Plek’ werd in 2011 voor het eerst gepresenteerd bij Zorgboerderij Dommelhoeve in Sint-Oedenrode. Dit jaar traden onder meer op: accordeonduo Olivia, Dichterlijk Rooi, Roemrijk Rooi, Trio Liberdade, Luuk’s Theater en dichter Serge van Duijnhoven.


Martijn van Dalen

Introduction of an old friend Hi-tech, low tech en natuurlijke materialen

Het begin van een sprookje. Op de plek waar nu het Leenderbos ligt, was eens een uitgestrekte vlakte. Ontstaan door het steken van turf was het gebied haar rijkdommen ontnomen en niet meer interessant. Donkere wolken hadden zich samenpakt en de mensen hadden het moeilijk. Maar toen werd er op een dag, lang geleden, een vooruitstrevend besluit genomen. Men bedacht om van een vlakte een bos te maken. Door een duidelijk plan en het te werk stellen van werklozen werd de nieuwe natuur vormgegeven. Het ecosysteem heeft zich in al die jaren ontwikkeld en zijn natuurlijke balans gevonden. Vele dieren hebben een plekje weten te verwerven in dit 5-sterren bos. Genieten is hier inmiddels een vanzelfsprekendheid. Zie nu, anno 2013, het resultaat; een bos dat staat als een huis en beschouwd mag worden als een van de prachtigste stukjes natuur in het Koninkrijk der Nederlanden. Sinds kort hebben de dieren in het Leenderbos er een familielid bij; een gelukszoeker die heeft besloten in de moderne tijd van crisis en sociale onrust een nieuw avontuur te beginnen in een ver land.

Thomas Bakker

Discipline

Carrara marmer, staal, vezelcementplaat

De sculptuur is opgebouwd uit twee elementen: een schuin afgesneden stuk marmer van 10,8 ton met daarboven een verankerd rank stalen frame bedekt met vezelcement platen.

Koen Broucke

Bles, Fok, Does, Teddy, Bruintje en Zwartje Diverse materialen

Op zes bankjes op het parcours zijn zes verschillende beelden van honden gemonteerd. Ze verwijzen naar de hondjes die Henriette en vooral Richard Roland Holst hebben ver-

‘Dit werk verbeeldt de zachte kracht

gezeld op de Oude Buisse Heide.

van Henriette Roland Holst. De hoek

De hondjes zijn net zoals de be-

met zijn suggestieve snelheid is een

schrijvingen van het buitenleven

spalk voor het trage marmer. Het

van Richard en Henriette een subli-

contrast tussen het blok marmer en

matie voor verdriet en teleurstelling

de open hoek legt mogelijk verband

van een mislukte liefdesrelatie.

met de tegenstrijdigheden binnen haar karakter: open versus geslo-

De beelden zijn verzameld in

ten, dogmatisch versus lyrisch.

kringloopwinkels, eBay en antiek-

De open hoek schetst haar relatie

handels. Ze zijn in diverse materia-

tot de natuur.’

len en individueel bewerkt met een donkere kleur en een goudkleurig

Leer stil zijn en leer niets doen en leer wachten: ’t geheim der sterken school altijd daarin, dat zij zich instelden op lange drachte’ en intoomden d’ongestuime dadenzin’ Henriette Roland Holst: ‘Tusschen tijd en eeuwigheid’

vlekje in de hals, zoals het lievelingshondje van Richard Roland Holst.


Jak Peters

hok pok nok

Wouter Klein Velderman Masking Wood

Hout, verf, doek, afdek zeil, speakers, projector, computer

PVC-doek

‘Ik maak ruimtes die je kunt betreden en ervaren,

De tijd heeft haar stempel gezet op alles om ons

maar die niet louter gemaakt zijn om de raak-

heen: architectuur, techniek, mode… In het bos

vlakken met architectuur en bouwkunde waarin

is dat niet het geval. Een enkeling herkent mis-

doorgaans ordening, harmonie en evenwichtige

schien een allochtone eik, die pas recent naar

verhoudingen vooropstaan.

Nederland is gehaald, en ziet aan de wandelaar

‘Dit zijn zeker kenmerken van mijn installaties,

in welke tijd we leven. Maar over het algemeen

maar het gaat me nog meer om de ‘een-mans

kun je je in een bos wanen in een vacuüm van

architectuur’. Ik ben de architect en de uitvoer-

tijdloosheid.

der en bouw tijdelijke installaties die als platform voor mijzelf dienen. In dit geval fungeert mijn bouwsel als podium voor drie filmavonden met vertoning van eerder gemaakte stop-motion films.’ De filmavonden vonden plaats op 8, 15 en

In dit vacuüm plaatst Wouter Klein Velderman een ruimtelijke foto – een sculptuur die fungeert als een foto – die een moment in het verleden weergeeft.

22 september 2013.

Denise Collignon Femke Dekkers

Het stilleven als archief – Nederlands landschap/ Oude Buisse Heide Plantaardig materiaal Oude Buisse Heide, giethars, gietijzer

De gemoedstoestand van Henriette Roland Holst spiegelde zich in de natuur. Op de hei schreef ze gedichten en deed ze inspiratie op voor haar politieke werk. Ook Richard Roland Holst werkte graag in zijn atelier op de hei. En veel genodigden genoten van de plek als inspiratiebron en ‘onthaastplek’. Ook Collignon ‘krijg(t) de stilte weder lief’ (‘Twintig nagelaten gedichten’, 1957). Ze maakte dit stilleven, waarin de meest voorkomende en kenmerkende plantaardige materialen uit het gebied zijn samengebracht. Zo is de ‘natuur’ – een gecultiveerd natuurgebied door het verstrijken van de tijd steeds natuurlijker geworden – nu opnieuw gecultiveerd en zorgvuldig gerangschikt. Met dit werk onderzoekt ze verschillende opvattingen over natuur- en cultuurlandschap.

stilte-vorm

Minke Douwesz

Tussen twee werelden

Underlayment platen, sloophout,

Drieluik, te lezen in de theekoepel en te

grondverf

beluisteren via de app

Volgens Richard Roland Holst

‘Al langer liep ik met de kiem

was het niet goed om een

van een verhaal rond, waarin

schildering helemaal op te vul-

een oudere vrouw die zich

len met figuren of ornamenten:

heeft teruggetrokken in het bos

een leeg vlak zorgde voor

wordt opgezocht door een jong

spanning, zoals rust dat doet in

meisje, tegen de achtergrond

muziek. Stilte-vormen noemde

van een door neergang,

hij die vlakken. Overweldigd

schaarste en strijd dramatisch

door de prachtige ‘volgeschil-

veranderde samenleving.

derde’ natuur van de Buisse

Dit beeld werd eenmaal op de

Heide besloot ik een leeg vlak

Angorahoeve vanzelf aange-

te maken; een ruimtelijke vorm

kleed met associaties, ontleend

die tegelijkertijd een ‘wit vel’

aan het leven van Henriette

suggereert. De natuur zal deze

Roland Holst: haar openbaar

leegte langzaam veranderen

optreden, de zomers op de

en heroveren, wat vervolgens

Buisse Heide en de gedichten

wordt vastgelegd in een foto-

(‘Dat die gingen uiteen, uw

serie. Daarmee is het lege vlak

wege’ en mijne, toch weer zul-

meteen een podium voor expe-

len kruisen in het woud’ (De

riment en toeval. Deze groeien-

vrouw in het woud, 1912). De

de fotoserie is te volgen op

stilte en de uitbottende natuur

www.femkedekkers.nl.

deden de rest. Resultaat: een futuro-fantasie, waarvan de titel ‘Tussen twee werelden’ geleend is van Henriette zelf, omdat hij helemaal past bij zowel het thema van het verhaal als mijn gemoedstoestand tijdens het verblijf op de Buisse Heide.’


Landkunst in het Leenderbos Periode: 31 augustus t/m 20 oktober 2013 Partners: bkkc, De Fabriek Eindhoven, Staatsbosbeheer

Het Leenderbos, ontginningsbossen op een eeuwenoud cultuurlandschap. Lang was het Leenderbos een uitgestrekt gebied met enkel heide en zandverstuivingen. In 1930 kocht Staatsbosbeheer het aan en plantte er bossen; het Leenderbos werd een typisch productiebos. Nu is het een afwisselend natuurgebied met prachtige vennen, zandverstuivingen, heide en diverse soorten naald- en loofbos. Vier kunstenaars kregen de opdracht om – met

landkunst.nl bkkc.nl

nieuw werk – op een experimentele wijze te reageren op de cultuurhistorische kenmerken van het Leenderbos. Het resultaat: dierengeluiden, een bijzondere kerktoren, herinneringen aan de valkerij en een kleurrijke ontmoetingsplek.

Landkunst op de Oude Buisse Heide Periode: 6 juli t/m 31 oktober Partners: bkkc, Erfgoed Brabant, Natuurmonumenten, Vincent van GoghHuis

De Oude Buisse Heide is een bijzonder natuurgebied dat in het verleden inspiratie bood aan Vincent van Gogh, Henriette & Richard Roland Holst en hun talrijke beroemde gasten, waaronder kunstenaars, schrijvers, architecten en politici. Vijf kunstenaars en twee schrijvers verbleven in het atelier Roland Holst en de Angorahoeve. Tijdens deze artist in residence bereidden zij hun bijdragen aan de bestaande gedichtenroute van Henriette Roland Holst voor. Het werk reageerde op de historie van deze plek, het landschap en de vroegere bewoners. De gedichten-wandelroute werd uitgebreid met de werken van deze kunstenaars en schrijvers. Tijdens het project werden door Koen Broucke, Lia Voermans en Jaap Versteegh lezingen gehouden rondom de thema’s Van Gogh en Roland Holst.

Ontmoetingen in Sint-Oedenrode Periode: 7 juli t/m 22 september Partners: bkkc, Kunststichting Sint-Oedenrode

Deze zomer functioneerde de ‘Kas Plek’ van Studio Elmo Vermijs als ontmoetingsplek voor bewoners en bezoekers van Sint-Oedenrode. Op de prachtige buitenlocatie nabij de Knoptorenkerk vonden bijzondere ontmoetingen en culturele bijeenkomsten plaats.

Landkunst

Lk2013issuu72dpi  

Land Art publication for bkkc, 2013

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you