Page 4

2.

Van bolletje tot handdoek: de katoenketen

Katoenplant De commerciële variant van de katoenplant is een manshoge, snelgroeiende struik, die ongeveer vier maanden na de inzaaiing bloeit. Na de bloei ontstaat een pluizige vrucht: het katoenbolletje. Dit bolletje – oftewel capsule – bestaat uit vezels; de katoendraad zit rond een harde kern, de katoenpit. De grondstof voor de textielindustrie is de katoenvezel. Over het algemeen geldt: hoe langer de geoogste katoenvezel, hoe meer die waard is. Ook de kleur en de sterkte van de vezel zijn van belang. Katoenpitten zijn het belangrijkste bijproduct van de katoenteelt. Een klein deel van de pitten wordt gebruikt als zaaigoed voor het volgende seizoen. De rest wordt meestal geperst tot katoenzaadolie. Die doet dienst als huishoudolie en als ingrediënt in de voedingsindustrie. Katoenzaadolie is op de lokale markt vaak goedkoper dan alternatieven als soja- of zonnebloemolie. Teelt Katoen wordt vaak verbouwd in droge, minder vruchtbare gebieden, omdat de plant bestand is tegen onregelmatige regenval. Alleen in de fase van de ontkieming van het zaad is watertoevoer essentieel. Aangezien katoen de bodem flink uitput, moet er voldoende bemest worden: chemische of organische bemesting of een combinatie van beide. De katoenteelt is zeer arbeidsintensief. Terwijl in de Verenigde Staten en elders geavanceerde landbouwmachines ingezet worden, gebeurt in Afrika en Zuid-Azië het onderhoud en plukken van de katoenplanten vooral met de hand. Hierbij wordt de hele familie ingeschakeld. Oogst In een geslaagd seizoen kan drie tot vijf maal geplukt worden, met een tussenperiode van ongeveer twee weken. Er wordt machinaal geoogst, zoals in de Verenigde Staten, of met de hand, zoals in Afrika. De Afrikaanse boerenleider François Traoré uit Burkina Faso geeft de voorkeur aan de pluk met de hand. “Alleen de handmatige pluk kan tot een kwaliteitsproduct leiden,” zegt hij. “De plukker veegt het katoenbolletje met de hand schoon, voor het in de grote zak op de buik of in de mand op de rug verdwijnt. Een machine bereikt nooit hetzelfde resultaat.” Industriële verwerking In ontpittingsfabrieken wordt de katoen een eerste keer bewerkt: ontpitten, wassen en de kwaliteit controleren. In de fabriek wordt de ruwe katoen soms ook gesponnen tot lange garens, die de basis vormen voor de textielindustrie. In veel regio’s wordt de katoen nadien verder verwerkt. In WestAfrika zijn echter nauwelijks fabrieken, en degene die er zijn, werken niet goed. De meeste Afrikaanse katoen wordt daarom als grondstof in grote balen van 225 kilo verpakt en geëxporteerd naar verwerkende landen. Belangrijke verwerkers zijn China en Turkije. De verwerkende textielindustrie wordt alsmaar grootschaliger en concentreert zich wereldwijd meer en meer in lageloonlanden (China en andere Aziatische landen). In Europa, ook in België, is de productie van textiel sterk geslonken. De textielsector importeert op dit moment vooralsnog uit de goedkoopste landen, hoewel duurzaamheid - onder druk van de consument - steeds meer aan belang wint.

4

/Max%20Havelaar%20persdossier-katoen%207%20okt%202010_0  

http://www.maxhavelaar.be/files/Max%20Havelaar%20persdossier-katoen%207%20okt%202010_0.pdf

Advertisement