Page 1

Van producent naar consument: een streng gecontroleerde keten 1. RUWE KATOEN De producentencoöperatie wordt één keer per jaar gecontroleerd volgens de Fairtradecriteria: • economische aspecten • sociale aspecten • ecologische aspecten PRODUCENT: 250 controlepunten

2. ONTPITTEN

3. SPINNEN

4. WEVEN/BREIEN • knippen • naaien • verpakken

5. AFWERKEN

VERKOOP

IMPORTEUR: 70 controlepunten

6. CONFECTIE • verven • bedrukken • klaarmaken

• De verwerkende bedrijven leveren om de twee jaar bewijzen van hun maatschappelijk en ethisch verantwoorde handel (bv. regels van de Internationale Arbeidsorganisatie). • Elk trimester doen zij hun aangifte van hun in- en verkoopvolumes. • De verwerkende bedrijven kopen hun goederen bij een door FLO-Cert gecertificeerde leverancier (www.flo-cert.net). 7. AFGEWERKT PRODUCT Licentiehouder (merk)

Fairtradekatoen, stof met toekomst

Het katoenbedrijf betaalt aan de coöperaties de Fairtradeprijs en een ontwikkelingspremie.

8. DISTRIBUTIE

Fairtrade kopen, Meer dan alleen katoen … ■ Elke dag ! Bij uw dagelijkse aankopen hebt u de keuze uit meer dan 800 artikelen: tientallen soorten koffie, wijn of chocolade, maar ook fruit, thee, vruchtensap, suiker, koekjes, snoepjes, roomijs, honing, siroop, kleding, bloemen en verzorgingsproducten. ■ Overal ! Een honderdtal merken die overal te verkrijgen zijn: in de supermarkt, in gespecialiseerde winkels, in bedrijven en in cafés en restaurants …

9. CONSUMPTIE Een consument kan de producten op basis van Fairtradekatoen herkennen aan het Max Havelaarkeurmerk.

Ver. Uitgever. : Pascal Dehenain – 173 Troonstraat – B-1050 Brussel

PRODUCTIE

OOGST

w

FAIRTRADE MAX HAVELAAR Het keurmerk voor eerlijke handel www.maxhavelaar.be

Ontdek alle producten met ons keurmerk op

www.maxhavelaar.be


10 goede redenen

om te kiezen voor katoen met het Max Havelaarkeurmerk

Fairtradekatoen met het Max Havelaarkeurmerk: Een kwaliteitsvezel die de producenten uit het Zuiden een waardig inkomen garandeert, met respect voor het milieu.

CONVENTIONELE TEELT

FAIRTRADEKATOEN UIT AFRIKA EN INDIA

1. Intensieve teelt2.

1. Traditionele teelt.

EEN WAARDIG INKOMEN1.

2. Grootgrondbezitters en loonarbeiders. Gemiddelde oppervlakte: 450 hectare in de Verenigde Staten.

2. Gezinsbedrijven en dorpsverenigingen.

3. Irrigatieteelt (29.000 liter per kilo geproduceerde vezels) Draagt bij tot de vervuiling van het grondwater en de verzilting van de bodem.

3. Teelt zonder irrigatie.

4. Intensieve productie en gemechaniseerde oogst.

4. Manuele oogst.

5. Massaal gebruik van synthetische input: meer dan 10 behandelingen met agrochemische ontbladeringsmiddelen en groeiregelaars, gemiddeld 45 kilo synthetische input per hectare.

5. Regelmatig gebruik van organische meststoffen: slechts 4,5 behandelingen, geen enkele in biologische teelt, gemiddeld 22 kilo natuurlijke of synthetische input per hectare.

6. Aanwezigheid van GGO’s3

6. Verbod op het gebruik van GGO’s.

7. Monocultuur: intensief gebruik en uitputting van de natuurlijke rijkdommen.

7. Polycultuur: afwisseling van gewassen (gierst, sorghum, maïs, …), duurzaam bodembeheer en voedselzekerheid voor de producenten.

8. Wereldprijs: de subsidies aan de landbouwers van de ontwikkelde landen4 veroorzaken een ‘kunstmatige’ daling van de wereldprijs, die geen verband meer houdt met de werkelijke productiekosten. Deze prijzen dekken niet eens de kosten voor een duurzame productie van boeren uit Afrika of India.

8. Gegarandeerde minimum prijs en ontwikkelingspremie: voor de oogst 2005/2006 ontvingen de producenten in Mali bijvoorbeeld dankzij Fairtrade 70% meer inkomsten, de producenten in Senegal ontvingen 40% meer.

9. Impact: erosie en verminderde bodemvruchtbaarheid, versterking van de grote multinationale groepen uit gesubsidieerde landen.

9. Impact: goed bodembeheer – versterking van de dorpsgemeenschappen, een hoger inkomen voor de producenten en behoud van werkgelegenheid op het platteland.

■ De producenten kunnen rekenen op een minimumprijs, die de kosten van een sociaal en ecologisch verantwoorde productie dekt, zodat verkoop met verlies vermeden wordt. ■ Een ontwikkelingspremie om te investeren in voorzieningen die ten goede komen aan de hele gemeenschap: drinkwaterputten, scholen, gezondheidsvoorzieningen, opslagplaatsen… ■ Een duurzame handelsrelatie. ■ Indien zij het wensen kunnen de coöperaties voorfinanciering aanvragen om financieel moeilijke periodes te overbruggen.

EEN KWALITEITSVEZEL … ■ Een strenge selectie van de kwaliteit van de pluizen. ■ Een zorgvuldige oogst in katoenen zakken of in kalebassen om elk spoor van polypropyleen te vermijden. ■ Een vroege oogst om niet-klevend katoen te verkrijgen.

MET RESPECT VOOR HET MILIEU ■ Een ‘schone’ en niet-intensieve teelt, zonder irrigatie. ■ Verbod op GGO’s. ■ Verbod op het gebruik van meer dan 100 gevaarlijke pesticiden en insecticiden. ■ Behoud van ecosystemen: beheer van water en van de vruchtbaarheid van de bodem, afvalbeheer, wisselteelt, minder of helemaal geen afbranden meer, aanplant van levende hagen om de erosie te bestrijden. ■ Geleidelijke vervanging van synthetische meststoffen en pesticiden door plaatselijk vervaardigde natuurlijke meststoffen (organische meststoffen, …) en aanmoediging van biologische teeltwijzen. 1.

Passages uit de internationale FLO/Max Havelaar-Fairtradenormen - te raadplegen op www.fairtrade.net.

2.

75% van de wereldwijde productie is te situeren in vijf landen: Verenigde Staten, China, India, Pakistan, Oezbekistan.

3.

25% van de wereldwijde productie in 2007, en 50% verwacht tegen 2010.

4

4 miljard euro subsidies voor de Amerikaanse producenten in 2007.

10. Biologische landbouw: financiële stimulans tot biocertificering door de uitbetaling van een specifieke extra premie.

/Leaflet_katoen_NL  

http://www.maxhavelaar.be/files/Leaflet_katoen_NL.pdf