Issuu on Google+

Leraar 3.0

Kennis delen, samen creëren en ‘connecten’ TEKST erno mijland en rob mioch

Het leraarschap is een van

de mooiste beroepen die er bestaan. Leraren zijn cruciaal voor het voorbereiden

van nieuwe generaties op de wereld van morgen.

Niet eerder was er zoveel

onzekerheid over hoe die wereld eruit zal zien. Een uitnodiging tot dialoog

over de gevolgen van deze

ontwikkelingen voor de rol van de leraar.

D

e Wet van Moore gaat niet meer alleen over transistors. En de ontwikkelingen in wetenschappelijk onderzoek, de introductie van nieuwe technologieën en de verspreiding van ideeën gaat steeds sneller. Digitalisering, globalisering, nieuwe kennis over de werking van het brein...

het zijn zaken die diep ingrijpen in hoe we samen leven, samen leren en samenwerken. Ook de roep om verantwoordelijkheid te nemen voor duurzame ontwikkeling en het versterken van de leefgemeenschap, geven de centrale plaats aan die onderwijs heeft bij het toerusten van jongeren. Niet voor niets

worden de beroepscompetenties van de docent (de zogeheten SBL-competenties) momenteel herijkt.

Drie punt nul

In het gedachtenexperiment leraar 3.0 combineren we een aantal inspirerende invalshoeken. We hadden ook vanuit

villa onderwijs 2012 | 55


het lineaire denken kunnen kiezen voor 2.0, maar dat geeft te veel de indruk dat er sprake is van ‘een volgende versie’, die - zoals we dat kennen uit de wereld van de technologie - weer meer kan. Drie punt nul zet de schijnwerper op de kern van het leraarsberoep in het eerste deel van de 21e eeuw. Met deze Villa Onderwijs willen we schoolteams én individuele leraren gelegenheid bieden verder het gesprek aan te gaan. (Waar we ‘hij’ schrijven, bedoelen we uiteraard ook de lerares 3.0.)

1. De leraar 3.0 heeft oog voor de toekomst

Kinderen zullen zich een plek moeten veroveren in een samenleving waarin

56 | 2012 villa onderwijs

ze in toenemende mate om moeten gaan met risico’s en onduidelijkheid. De leraar 3.0 verdiept zich in trends en scenario’s en weegt de gevolgen ervan. Waar dat relevant is, vertaalt hij een en ander naar kennis en vaardigheden in zijn vakgebied en de beroepenwereld waarvoor hij zijn leerlingen voorbereidt.

2. De leraar 3.0 biedt leerlingen een thuisbasis

De leraar 3.0 ziet de school als een leergemeenschap die veel de verbinding maakt met de omgeving. Hij leert leerlingen verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen leven en de omgeving waar ze deel van uit maken. Het aanleren van een flexibele opstelling hoort daarbij. Zo geeft hij op eigen-

tijdse wijze invulling aan de ambitie om via het onderwijs mede vorm te geven aan de totstandkoming van een leefbare samenleving van morgen.

3. De leraar 3.0 gaat de dialoog aan

Kinderen van nu hebben toegang tot dezelfde bronnen als de leraar. Vakkennis is vanzelfsprekend van belang. Maar de leraar 3.0 laat zijn leerlingen ook ervaren dat je vooral van en met elkaar leert. De traditionele rolverdeling van de alwetende leraar en de onwetende leerling is daarmee niet langer relevant. Hij gaat de dialoog aan met zijn leerlingen. Pedagogisch vakmanschap is daarbij een belangrijke kwaliteit. Hij verdiept zich in de


belevingswereld, het denken en het gedrag van jongeren. De dialoog met zijn collega’s, ouders en de wereld om hem heen verschaft hem toegang tot een diversiteit aan informatie, inspiratie en ideeën.

4. De leraar 3.0 is een katalysator voor elk talent

Leerlingen bewegen zich in een samenleving waarin competitie de boventoon voert. Er zijn veel kansen, zo lijkt het, maar het risico van ongewenste ongelijkheid ligt op de loer. De leraar 3.0 gaat in zijn werk bewust op zoek naar mogelijkheden om álle kinderen tot goede prestaties te brengen. Hij heeft aandacht voor het ‘hele’ kind in zijn totale ontwikkeling. De intrinsieke motivatie van het kind ziet hij als fundament voor zijn begeleiding. Door samen te werken met collega’s en vakgenoten, kan hij zijn handelen beter afstemmen op de mogelijkheden van leerlingen.

5. De leraar 3.0 onderzoekt

Door een onderzoekende houding probeert de leraar 3.0 grip te krijgen op de grillige werkelijkheid. Hij onderzoekt waar nodig en waar mogelijk met anderen en gaat op zoek naar creatieve oplossingen voor de soms weerbarstige alledaagse praktijk. Zo werkt hij voortdurend aan de effectiviteit en efficiëntie van zijn onderwijs. Hij durft te experimenteren met vernieuwende werkvormen, technologieën en verschillende bronnen. Deze experimenten koppelt hij aan praktijkgericht onderzoek. De conclusies uit dit onderzoek vertaalt hij in concrete verbeteringen, die op hun beurt weer getoetst en geëvalueerd worden.

ROC Landstede in Harderwijk is vorig jaar gestart met een pilot waarbij 10 docenten een tablet kregen. De pilot was zo’n succes dat nu inmiddels al 60 docenten met een tablet werken en er veel meer mee doen dan alleen absentieregistratie. Kijk hier naar het filmpje.

6. De leraar 3.0 is een rolmodel voor ‘een leven lang leren’ De halfwaardetijd van kennis wordt steeds korter. Kennis en leren komen daarmee steeds meer in het teken te staan van het vermogen om oplossingen te vinden voor telkens nieuwe

vraagstukken. Daarom blijft de leraar 3.0 actief leren. Deels doet hij dat als autodidact. Het internet maakt het mogelijk thuis toegang te hebben tot ontelbare bronnen van hoge kwaliteit. De leraar 3.0 studeert, reflecteert en organiseert feedback op zijn werk,

villa onderwijs 2012 | 57


bijvoorbeeld in de vorm van supervisie en intervisie. Hij blijft zelfsturend en ondernemend bezig met zijn persoonlijke ontwikkeling. Zo kan hij blijvend excelleren met het oog op zijn eigen loopbaan, maar ook ten dienste van zijn leerlingen en de organisatie waarvoor hij werkt. Hiermee is hij ook een rolmodel voor zijn leerlingen.

7. De leraar 3.0 durft te delen én te vragen

De ontwikkelingen gaan snel. Het lukt niet alles alleen te doen, bij te houden en uit te vinden. Daarom is de leraar 3.0 actief in netwerken waar hij zijn vragen stelt, zijn kennis deelt en bijdraagt aan gezamenlijke projecten. Deze tijd biedt ongekende mogelijkheden om kennis en ideeën toegankelijk te maken, onder andere via netwerken op het internet. Waar dat relevant is, draagt de leraar 3.0 bij aan gezamenlijke producten voor het onderwijs. Daarmee is hij actief lid van een co-creërende gemeenschap. Dat is de kracht van connected zijn.

8. De leraar 3.0 gebruikt technologie vanuit visie op leren

Nieuwe technologieën en media, zoals digitale schoolborden, games en sociale media, bieden veel didactische mogelijkheden. Maar de leraar 3.0 laat zich niet leiden door hypes. Vanuit zijn visie op leren, kijkt hij kritisch naar de mogelijkheden en vertaalt ze op een creatieve manier naar de doelen die hij wil bereiken met zijn onderwijs. Als technologie geen meerwaarde biedt, durft hij ‘nee’ te zeggen. Dat is niet altijd gemakkelijk, want je weet niet altijd van tevoren waar je precies ‘nee’ tegen zegt. Het maken van bewuste,

58 | 2012 villa onderwijs

weloverwogen keuzes is misschien wel een van de belangrijkste nieuwe competenties voor de leraar van nu.

9. De leraar 3.0 werkt slim

Technologie is er om je werk slimmer te doen. De leraar 3.0 maakt gebruik van de mogelijkheden taken te automatiseren, met als doel zo veel mogelijk tijd te besteden aan de activiteiten waarmee hij het verschil kan maken: het directe contact met zijn leerlingen. Waar mogelijk maakt hij gebruik van digitale toetsen of videobestanden van zijn lesinstructies als naslagwerk voor zijn leerlingen.

10. De leraar 3.0 focust op zijn passie en talent

Leven als leraar 3.0 kost veel energie. Er is zoveel om bij te houden, om te overdenken, om uit te proberen... en je bent nooit klaar. Nooit klaar? Dat houd je alleen vol als je gemotiveerd door passie je werk blijft doen. De leraar 3.0 is authentiek en geloofwaardig, een basis voor het werken met de leerling van nu. Hij beseft dat hij van buitenaf voortdurend afgeleid wordt van zijn passie. Door nieuwe regeltjes, protocollen, verschuiving in de werkzaamheden. Soms moet hij dan ook vechten en duidelijk aangeven waar zijn grenzen liggen. Hij zoekt de betekenis in en van zijn werk en vraagt zich regelmatig af wat zijn belangrijkste drijfveer is. Hij is zich bewust van welke activiteiten in het werk hij écht kan genieten. Hij vindt geluk ín zijn werk, in het werken met leerlingen en collega’s en in het delen van zijn passie met de mensen in zijn netwerken.

11. De leraar 3.0 durft uniek te zijn

In elke school is er behoefte aan specialisten met een brede oriëntatie én generalisten met een specialisme. De leraar 3.0 ziet zijn profiel als de hoofdletter T: het specialisme wordt verbeeld door de verticale lijn die de diepte ingaat; de verbreding door de horizontale lijn. Aan zijn specialisme, zijn deskundigheid, ontleent hij autoriteit. Bij hem valt unieke, doorleefde kennis te halen. Hij denkt daarbij vakoverstijgend. Hij weet hoe hij in de breedte de verbinding kan maken van zijn specialiteit naar ontwikkelingen in zijn omgeving. Met zijn T-profiel levert hij een unieke, waardevolle bijdrage aan de school.

12. De leraar 3.0 is trots op zijn beroep

Soms voel je je als leraar een levende druppel op de wereldwijd gloeiende plaat. Maar ook Einstein, Gandhi en Picasso zijn ooit begonnen als Albertje, Mahatmaatje en Pablootje, op een willekeurige school, op een willekeurige plek, ergens ter wereld. De samen­ leving kan hoge verwachtingen hebben van het onderwijs. Het wordt daarom tijd op te houden met dat blamen en shamen. De leraar 3.0 weet dat hij ertoe doet. Hij is trots op zijn beroep.

Wat is 3.0 voor u? Hoe 3.0 is uw team? We nodigen u uit voor een online dialoog!


Leraar 3.0