Issuu on Google+

Lenen kredietrisico’s zich voor een Portefeuillebenadering? Door Saad IBRAHIM, financieel wiskundige, werkzaam als consultant bij Cap Gemini op gebied van Economic Capital implementaties bij banken en André KOCH, directeur Stachanov, een bedrijf dat financiële simulatiemodellen bouwt en gastdocent Risk Management & Entrepreneurship aan de universiteit Nyenrode. André Koch zal ook het onderdeel Statistiek voor zijn rekening nemen in de VVCM-cursussen. In de vorige artikelen hebben stil gestaan bij het Bazel II-verdrag, bij de rol van het Economic Capital(EC) en bij de Risk Adjusted Retrun On Capital (RAROC)-ratio. Bazel II heeft banken aangemoedigd op een nieuwe manier tegen risico aan te kijken. Het gaat niet langer alleen om de gerealiseerde opbrengst maar ook moet men zich de vraag stellen hoeveel risico de bank loopt. Een goed beheer en efficiënt inzetten van het Economisch Kapitaal is de sleutel tot een bloeiend bankbedrijf. Immers, Economic Capital is relatief duur in vergelijking tot de financieringen die de bank extern kan aantrekken. Bazel II stelt, onder bepaalde voorwaarden, banken in staat om voor de berekening van het Regulatory Capital aansluiting te zoeken bij de eigen berekening van het Economic Capital. Er is voordeel te behalen indien de bank met minder Economic Capital toe kan. Een interessante gedachte die de laatste jaren terrein heeft gewonnen is dat men uitgegeven kredieten op dezelfde wijze kan beheren als bijvoorbeeld een investeringportfolio van aandelen, derivaten en obligaties. Ook uitstaande leningen kunnen worden beschouwd als een portfolio van activa. Het voordeel van een portefeuillebenadering is dat het risico dat met de totale portfolio is verbonden minder is dan de optelsom van de losse risico’s van de individuele leningen of activa in de portefeuille. Het aanhouden van een portfolio leidt daarom tot risicoreductie. Vermindering van risico in de kredietverlening resulteert voor een bank in een lager gebruik van het Economic Capital. Banken streven om die reden naar de meest optimale samenstelling van hun leningportfolio. Het beheer van een portfolio van kredieten is daarmee ook een optimalisatievraagstuk geworden. Dit introduceert een nieuwe dynamiek in de kredietenverlening. Niet langer zijn de credit rating en de karakteristieken van de kredietnemer alleen bepalend voor het acceptatieproces en de tariefstelling, maar ook het effect van de nieuwe lening op de totale portefeuille wordt meegewogen. Een nieuwe lening of een nieuwe kredietnemer kan voor een bank meer of minder aantrekkelijk zijn afhankelijk van de samenstelling van de reeds bestaande kredietportefeuille. Hoe netjes de nieuwe klant zijn das ook heeft gestrikt, zijn kredietaanvraag zal ook worden beoordeeld op factoren die volstrekt buiten zijn bereik liggen. Een centrale vraag binnen het kredietrisicomanagement betreft de samenstelling en samenhang van de leningportfolio. Een belangrijk begrip voor portfoliomanagement is correlatie. Correlatie is een ratio, een percentage, dat de samenhang van twee variabelen aangeeft. Correlatiewaarden liggen tussen -1 en +1. Een positieve correlatie van bijna 1 betekent dat als de ene factor met een waarde 10 stijgt de andere doorgaans ook met een waarde 10 meegaat. Bijvoorbeeld: een correlatie van 90% tussen inflatie en rentepeil impliceert dat als de inflatie met 2% stijgt de rente omhoog


gaat met 2% * 90% = 1.8%. Hierbij moet worden opgemerkt dat correlatie een statistisch verband is dat niets zegt over een eventueel oorzakelijk verband. Zo is er in de meeste Europese landen een positieve correlatie tussen de afname van het geboortecijfer en het teruglopen van het aantal ooievaars. Een oorzakelijk verband ligt hier niet voor de hand. Er kan ook sprake zijn van een negatieve correlatie. Een voorbeeld van twee negatief gecorreleerde fenomenen is de verkoop van snowboards en surfboards in een sportzaak. In dit laatste voorbeeld is het duidelijk dat de winkeleigenaar gekozen heeft voor een slimme samenstelling van zijn productportfolio: zomer of winter, hij heeft altijd omzet. Dit principe kunnen we ook gebruiken voor het samenstellen van de leningportfolio. Als we in staat zijn om een leningportfolio samen te stellen van negatief gecorreleerde leningen kunnen we het risico van de totaalportfolio aanzienlijk terugbrengen. In de praktijk zal dit moeilijk zijn omdat de meeste leningen in vrij hoge mate positief met elkaar gecorreleerd zijn. Maar toch, zolang de leningen niet 100% zijn gecorreleerd zijn er portfoliovoordelen te realiseren. Banken streven naar een ideale portfolio met een laag risicoprofiel. Zoals we eerder hebben geconstateerd gaat dit het beste in een goede gespreide portefeuille. Eén van de manieren om dit te doen is door grote concentraties van leningen bij één enkele kredietnemer of in één bepaalde sector of in één geografisch gebeid te vermijden. Banken houden deze concentratierisico’s in de gaten. Dit houdt ook in dat een bank wellicht minder in U als cliënt geïnteresseerd is als men de pech heeft dat de bank al te zeer geconcentreerd is in de sector van uw bedrijf. De bank zal dit niet snel zeggen maar dit zal wel tot uitdrukking komen in een minder aantrekkelijke tariefstelling. Daarnaast zal de bank streven naar een zo groot mogelijke diversificatie over de verschillende sectoren, geografische gebieden, bankproducten enzovoorts. Aldus onstaat een robuuste portfolio met de juiste trade-off tussen risico en rendement. Banken kunnen deze robuuste portfolio realiseren door zich bij de marketing en het acceptatie- en prijsbeleid vooral te richten op die cliënten waaraan men vanuit een portefeuillegedachte het meeste voordeel heeft. Het gaat hier als het ware om selectie aan de poort. Een dergelijk streng toelatingbeleid is niet voor alle banken mogelijk. Er zijn banken die traditioneel sterk vertegenwoordigd zijn in één bepaalde sector: bijvoorbeeld de agrarische industrie, of in één bepaalde streek zoals het geval is met de Duitse Landesbanken, of in één product zoals hypotheekbanken. Deze banken herstructureren de portfolio achteraf als de cliënt eenmaal binnen is door gebruik te maken van allerhande financiële constructies. Banken hebben een heel scala van dit soort financiële instrumenten en derivaten in hun keukenkastjes staan. De recente crisis op de kredietmarkten heeft laten zien wat voor een vlucht het gebruik van deze instrumenten heeft genomen. Het is hier niet de plaats om deze producten uitgebreid te behandelen, maar we zullen er enkele noemen. Banken kunnen leningen met elkaar ruilen door middel van een swap. Ook is het mogelijk om meer specifiek het risico op wanbetaling tegen een vergoeding neer te leggen bij een andere partij door middel van een Credit Default Swap (CDS). De crisis op de Amerikaanse hypotheekmarkten heeft vooral de aandacht gevestigd op de securitisatie of om met een weinig gebruikt Nederlands woord te spreken vertiteling hypotheken. Een bank kan haar hypotheken bundelen in pakketen met een gelijk risicoprofiel en rating en vervolgens dit pakket verkopen door obligaties uit te geven die worden gedekt door de achterliggende


hypotheken. Deze obligaties zijn verhandelbaar op de financiële markten en helpen de bank bij het herstructureren van haar portfolio. Bazel II heeft mede een nieuwe benadering van kredietverlening vanuit een portfoliogedachte bevorderd en heeft banken ook aangezet risico en rendement van hun kredietbedrijf in een nieuw daglicht te zien. Het is niet alleen het profiel van de cliënt dat telt maar ook de samenstelling van het geheel van de leningportefeuille. Omgedraaid heeft dit ook consequenties voor het gedrag van cliënten zelf. Zij kunnen voor leningen gaan shoppen bij verschillende banken omdat het goed mogelijk is dat zij voor de ene bank, gegeven de samenstelling van de portfolio, aantrekkelijker zijn dan voor een andere bank. Dit zet de traditionele relatie tussen cliënt en huisbank onder druk. Een andere trend is dat banken door meer intense concurrentie en nauwkeurigere risicomodellen leningen met veel meer precisie zullen prijzen. Dit vergt focus en kennis. De tijd dat de bankier zich kan verlaten op grondige kennis van de juiste wijnjaren is voorbij.


Lenen kredietrisico’s zich voor een Portefeuillebenadering?