__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1

NR 3 HERFST 2018

WWW.STAATSBOSBEHEER.NL

Beschermen

Beleven

HERSTEL HARINGVLIET

COULISSELANDSCHAP

GENETISCH GOED

De kwaliteit van kleinschaligheid

Zorgen voor het bos van morgen

Nieuwe kansen voor deltanatuur

Benutten

Geluksvogel met een beetje mazzel maak je de kraanvogeltrek mee


INHOUD

NAJAAR

1.000.000

bomen en struiken worden jaarlijks opgekweekt en uitgeplant uit de zaadgaarden en genenbanken van Staatsbosbeheer.

”Wil je een landschap inrichten met groen dat generaties lang mee kan, dan heb je goed materiaal nodig.” p. 20

Kurkdroge zomer

200 cm

H

et was een bloedhete dag. Helemaal op het stuifzand van het Kootwijkerzand. Ik zat naast een stoere ­Staatsbosbeheer boswachter in een fourwheeldrive, met achterop jerrycans met vierhonderd liter water die we afleverden bij de vijf ‘nectarkroegen’. Zo noemden we de ingegraven cementkuipen met daarin bloeiende planten die helemaal niet thuishoren op het stuifzand: tijm, echte guldenroede, duifkruid enzovoorts. Een noodgreep, bedoeld om de vlinders hier van nectar te voorzien. Bij de tweede nectarkroeg zagen we twee kommavlinders en zelfs een heivlinder drinken – fijn, de kroegen werkten in ieder geval voor deze twee bedreigde soorten. Maar het ging ons vooral om de kleine heivlinder, die alleen nog maar op deze ene plek op het Kootwijkerzand voorkomt. Verdwijnt hij hier, dan is hij weg uit heel Noordwest-Europa. Een reële dreiging, want door de vorst in maart en de grote droogte in de zomer was de hei, waar ze normaal nectar uit drinken, helemaal verdord. Zonder nectar planten kleine heivlinders zich niet voort. Einde verhaal! Een paar dagen na plaatsing spotten vrijwilligers ook de eerste kleine heivlinders in zo’n kroeg. Fantastisch, maar zal het genoeg zijn? Kruipen hun rupsjes dit najaar weer tussen de grassen van het Kootwijkerzand, zodat we ook de komende zomers nog kunnen genieten van deze vlinder? Het wordt een spannende herfst. Kars Veling De Vlinderstichting

2

Staatsbosbeheer

ca. is de vleugelspanwijdte van de Europese kraanvogel, waarvan de wintertrek binnenkort begint. Houd oren en ogen open om dit geweldige dier te spotten! p. 4

Lopend buffet Dankzij Greenchoice ontstaat er een voedselbos onder de rook van Amsterdam.

p. 10

Kleur bekennen Verwen je ogen met Indian Summer-achtige taferelen in de herfstbossen.

p. 24

Van postzegeltje naar postzegeltje Een houtwal hier, een heggetje daar: kleinschaligheid kenmerkt het Achterhoekse coulisselandschap.

p. 36

Tragische figuren Over de eendagsvlieg, oorworm, distelvlinder en de strandkrab met een zwaar leven. 

p. 50


ACTIEF

28 Boswachterspad Kuinderbos

Divers landschap op bijzondere bodem

2030

29 Paddenstoelenpracht Speuren naar schimmels

29 Kamperen voor bikkels

Voor moet Nederland een miljoen extra woningen hebben.

Kom winterkamperen

ONTDEKKEN

30 Bonte wasplaten Zoeken naar zeld zame paddestoelen in Friesland

31

Lichtjeswandelingen voor het hele gezin

MEEDOEN

32 Wild van dichtbij Doneer voor wildobservatiepunten

33 Ontspannen inspanning

Help de boswachter op de heide

© Kerkez/Getty Images

Hoe heilig zijn de grenzen van de bebouwde kom, nu Nederland dringend meer woningen nodig heeft?  p. 42

Volg de twinkeling

33 Mannetje van de radio

Verkeersbegeleider bij Radio Kootwijk

SBB_NR3_6aug_Katern_v2.indd 27

21-08-18 15:54

Actief

17

Geselecteerd door de boswachters:

Dat is goed nieuws voor de deltanatuur. p. 16

aan wandelpaden langs de mooiste plekjes die de Nederlandse natuur te bieden heeft. p. 52

spuisluizen heeft de Haringvlietdam en ze gaan op een kier.

377 km

Kamperen voor bikkels, speuren naar paddenstoelen en op safari door de lage landen. Kom mee ­ naar buiten!

p. 28

Ontdekken Wandel in het duister en laat je leiden door de lichtjes en de stilte. Er valt weer genoeg te ontdekken in de natuur. 

p. 30

Meedoen Doe mee met de Natuurwerkdag of

1968

help de boswachter op de heide.

In begon de geschiedenis van de Oostvaardersplassen. Hoe ziet de toekomst eruit?

Staatsbosbeheer magazine verschijnt 4x per jaar. Staatsbosbeheer zet zich in voor een natuurlijke leefomgeving waarmee mensen zich verbonden voelen, die bescherming biedt aan waardevolle planten en dieren en waar plaats is voor beleving en benutting. Abonnementenservice  Staatsbosbeheer magazine Postbus 26  3000 AA Rotterdam  (088) 20 50 327  info@mijnstaatsbosbeheer.nl  Abonnementen € 17,50 per jaar; voor andere EU-landen € 23,75 per jaar. Abonnementen gelden tot weder-­

Uitgever Staatsbosbeheer, Amersfoort  Hoofdredactie  Communicatie Staatsbosbeheer 

Coverbeeld Patrick Pleul/Hollandse Hoogte

Redactie Staatsbosbeheer Lisanne de Boer, Marco van de Burgwal, Laura Hagen, Wibo Kosters, Arnout-Jan Rossenaar (ecologisch advies), Nancy Wielenga

Artdirection en vormgeving Yke Bartels, Yvonne Roos, Jitske Wedman

Concept en realisatie LBL, Arnhem 

lekker leeg.

p. 32

p. 44

Redactionele bijdragen Marieke Enter, Annemiek de Gier, Katja Kreukels, Anique Mangnus, Liona Munster, Gabriëlle Philips, Annette Prins, Geert-Jan Roebers, Suzanne Visser, Frieda Zieleman, Regina Zoeter

opzegging. Per kwartaal is er gelegenheid het abonnement op te zeggen. Opzeggingen worden schriftelijk bevestigd.

Handen uit de mouwen en hoofd

Lithografie Willem Grafische Bewerkingen, Halle

Druk Senefelder Misset, Doetinchem Redactieadres  Staatsbosbeheer magazine Postbus 2, 3800 AA Amersfoort  magazine@staatsbosbeheer.nl  ISSN: 1389-1006 

Staatsbosbeheer magazine wordt gedrukt op papier dat is gemaakt van bomen afkomstig uit FSC-gecertificeerde bossen. Het drukproces voldoet tevens aan de eisen beschreven in de milieunorm ISO 14001. Niets uit deze uitgave mag, in welke vorm en op welke wijze dan ook, worden overgenomen zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. De redactie betracht de grootst mogelijke zorgvuldigheid bij de samenstelling van dit magazine. Voor eventuele fouten kan de redactie noch Staatsbosbeheer enige verantwoordelijkheid nemen.

Staatsbosbeheer

3


FAUNA

KRAANVOGELS

Š Gert Buter/Buiten-Beeld

Niet alleen in Nederland wordt de kraanvogel gezien als een bijzonder dier. In veel culturen heeft de vogel mythische betekenis, zoals voorspoed en geluk.

4

Staatsbosbeheer


Geluksvogels Met een beetje mazzel zijn ze vanaf oktober weer te zien (én te horen): de lange slierten kraanvogels op hun jaarlijkse trek richting zuiden. Deze fascinerende vogelsoort is steeds vaker te zien in ons land.

W

ereldwijd bestaan er vijftien verschillende soorten kraanvogels. De soort die in Nederland te zien is, is de Europese kraanvogel - Latijnse naam Grus grus. De Europese populatie bestaat uit zo’n 500.000 dieren. Tijdens de voorjaars- en najaarstrek, van half februari tot eind maart en van half oktober tot half december, kun je ze in grote V-formaties over zien vliegen. Die groepen kunnen honderden dieren tellen.

Niet te missen Wie z’n oren goed open houdt, kan een groep overvliegende kraanvogels bijna niet missen. De kraanvogel vliegt met gestrekte hals en door hun lange luchtpijp, die fungeert als een soort trompet, kunnen ze veel geluid

produceren. Die trompetterende roep is heel karakteristiek. Op de site van de Vogelbescherming is een goed geluidsfragment te vinden. Sander Wansing, vogelaar bij Vogelwerkgroep Losser en groot kraanvogelliefhebber: “Kraanvogels zijn statige, elegante dieren die een fantastisch geluid maken. Als je op een vlakte vol kraanvogels staat en er komen er nog duizenden aangevlogen… dat is heel indrukwekkend.” Sander bezoekt de vogels graag als ze in de buurt zijn. “Ik heb het geluk om dicht bij een van hun grootste pleisterplaatsen te wonen: de Diepholzer Moorniederung, een uur rijden over de grens in Duitsland. Tijdens de voor- en najaarstrek ga ik er minstens drie of vier keer heen. Tien- tot twintig-

duizend kraanvogels spotten is dan niet uitzonderlijk.”

Sterke familieband De laatste jaren kent ons land de kraanvogel niet alleen als trekvogel, maar ook als broedvogel. In 2001 werd voor het eerst sinds 250 jaar een broedend paartje in Nederland gesignaleerd. Sindsdien groeit dit aantal elk jaar. “Voor de meeste passerende kraanvogels is Nederland een rustplek waar ze een nacht tot een paar weken verblijven om aan te sterken en vervolgens weer verder te vliegen. Maar een toenemend aantal blijft in Nederland om hier een nest te bouwen”, aldus Sander.

Staatsbosbeheer

5


XXKRAANVOGELS

XX FAUNA

Kraanvogels hebben een sterke familieband. Ze trekken als familie naar het zuiden. Ouders en jongen blijven bij elkaar.

Boswachter Kop van Drenthe

ALBERT BROEKMAN @albertbroekman

“We waken voor de bescherming van deze pareltjes”

naar het zuiden trekken: ouders en jong blijven bij elkaar”, vertelt Sander. “Bij de ooievaar bijvoorbeeld blijven de ouders meestal nog een paar weken in Nederland. De ooievaarsjongen vliegen wél samen naar het zuiden. Kraanvogels hebben een veel sterkere familieband. Vaak maken ze ook de trek naar het noorden nog in familieverband. Eenmaal op de broedplaats gaat het jong zijn eigen weg.”

Kraanvogelreservaat De kraanvogel heeft één legsel per jaar van meestal twee eieren, dat door het paar gezamenlijk in dertig dagen wordt uitgebroed. Kraanvogelkuikens verlaten meteen het nest, maar blijven wel in de buurt en eten eiwitrijk voedsel zodat ze snel kunnen groeien. Dat moet ook wel, want zodra de grote trek begint, moeten ze groot en sterk genoeg zijn om de lange afstand te kunnen overbruggen. Meestal overleeft slechts een van de jongen. “Bijzonder is dat kraanvogels als familie

6

Staatsbosbeheer

De kraanvogel staat op de rode lijst van de Vogelbescherming. Dit betekent dat actieve beschermingsmaatregelen hoge prioriteit hebben, bijvoorbeeld het verbeter van hun leefgebied. En dat is precies waar Staatsbosbeheer samen met Natuurmonumenten aan werkt in en rondom het Fochteloërveen, het gebied waar de meeste kraanvogels van Nederland broeden. Albert Broekman, boswachter Kop van Drenthe: “Het Fochteloërveen valt onder het beheer van Natuurmonumenten, maar we werken intensief samen

© Ruurd Jelle van der Leij/Buiten-Beeld

© Westend61/Getty Images

Kraanvogelkuikens verlaten het nest direct en eten eiwitrijk voedsel zodat ze sterk genoeg zijn om de grote trek te maken.

om dit gebied te beheren. We hebben een natuurvisie geschreven voor het hele gebied, met afspraken tot 2029 over het beheer van het gebied. Sinds 1984 zijn er een heleboel dammen in het Fochteloërveen aangelegd om te zorgen dat het een nat gebied blijft, waardoor onder andere het levende hoogveen blijft bestaan. De afgelopen decennia hebben we ook een aantal aangrenzende gebieden aangepakt door ze te onttrekken aan de landbouw en ze vervolgens natter te maken en opnieuw in te richten als bufferzones voor het Fochteloërveen.” In dit gebied, dat ook wel het Dutch Crane Resort wordt genoemd, staat bescherming van de vogels voorop. “De kraanvogel is gevoelig voor verstoring en heeft veel behoefte aan rust en ruimte. We zullen daarom niet schromen een wandelpad af te sluiten als dat te dicht bij een broedend paar kraanvogels ligt. Hoe jammer dat ook is voor bezoekers. We waken voor de bescherming van deze pareltjes”, legt Albert uit.


Geluk

!

De piek van de najaarstrek ligt meestal eind oktober. En je moet een beetje geluk hebben om kraanvogels te spotten. Het oosten van Nederland biedt de beste kansen, maar bij oostelijke wind vliegen ze ook over Midden- en West-Nederland. Via de websites waarneming.nl of kraanvogels. net kun je in de gaten houden of er groepen kraanvogels in aantocht zijn. Ook op kraniche.de vind je actuele informatie. Hou verder vooral je oren goed open voor het karakteristieke ‘kruu-oe… kruu-oee’ van een overvliegende sliert kraanvogels. Wie dat getrompetter eenmaal heeft gehoord, vergeet het niet snel meer.

Andere vreemde vogels

Op kraanvogelexcursie Omdat kraanvogels gevoelig zijn voor verstoring, heeft Staatsbosbeheer geen vaste kraanvogel-­ excursies. Wel zijn er (beperkte) mogelijkheden om tijdens de trek met een select gezelschap onder begeleiding van de ­boswachter te proberen k ­ raanvogels te zien. Neem daarvoor contact op met Albert Broekman: a.broekman@staatsbosbeheer.nl

Naast de kraanvogel zijn er nog meer exotisch ogende trekvogels te spotten in Nederland, zoals: De lepelaar is een grote, witte vogel (in de paartijd met een oranjegele borstvlek), met een kuif en een unieke, lepelvormige snavel. In augustus en september verzamelen grote groepen lepelaars in het Wadden- en Deltagebied. Bij het Quackjeswater, een duinmeer op Voorne-Putten, huist een grote broedkolonie.

1

Vertrek vanaf Scandinavië 2 4

Diepholzer Moorniederung

6 5 7

Slaapplaatsen in Nederland 1 Fochterloërveen 2 Engbertsdijksvenen 3 Aamsveen 4 Haaksbergerveen 5 Deurnsche Peel

De flamingo heeft een roze tot bijna wit verendek, dieproze vleugels, roze poten en een gekromde snavel. Ze broeden niet in Nederland, maar wel in het Zwillbrocker Venn, net over de grens bij Groenlo. Na de broedtijd kun je ze in het najaar tegenkomen rondom het IJsselmeer, het Lauwersmeer en de Zeeuwse wateren.

3

Lac du Der

Gegarandeerd enkele duizenden tot tienduizenden kraanvogels tussen 20 oktober en 10 november

Bordeaux

& Mariapeel

6 Strabrechtse Heide & Beuven

Ze steken bij gunstig weer de Pyreneeën over

7 Groote Peel

Legenda pleisterplaatsen vluchtroute overwinterings­gebied

De vogels vliegen door naar Midden- en Zuid-Spanje en noordelijk Afrika. In Extremadura overwinteren er zo’n 200.000

© Erik Flokstra

Extremadura

De kleine, prachtig gekleurde bijeneter broedt sinds 2010 jaarlijks in ons land. Tussen april en half oktober kun je hem vooral in de kuststreek tegenkomen, maar hij vertoont zich ook wel in het Dwingelderveld en Zwolsche Bosch.

Staatsbosbeheer

7


PROJECT

HARINGVLIET

Herstel deltanatuur Dit najaar is het zover, de opening van de Haringvlietsluizen. Na jaren van voorbereidingen gaan de sluizen regelmatig op een kier. Natuurorganisaties werken nauw samen om het positieve effect daarvan op de deltanatuur zo groot mogelijk te maken.

V

roeger, voordat de Deltawerken werden aangelegd, vormde het Haringvliet een open verbinding tussen de Noordzee en de Maas en de Rijn. Daar kwam verandering in toen in 1970 de 4,5 kilometer lange Haringvlietdam werd voltooid. Het zoute Noordzeewater en het getij konden het Haringvliet niet langer bereiken. Dat zorgde voor ingrijpende ecologische veranderingen.

waterminnende vissen, schelp- en schaal­ dieren overleefden de overgang naar brak water niet en maakten plaats voor andere soorten. Op trekvissen had de Haringvlietdam ook grote invloed. Het Haringvliet is een belangrijke toegangsweg van en naar de paaigronden elders in Europa. De dam blokkeerde die weg. De grote dynamiek van het getij (tot 2 meter) in de Biesbosch verdween ook bijna helemaal. Hierdoor kon de natuur flink verruigen.

Toegangsweg geblokkeerd De slikken en schorren van het Haring­ vliet vielen permanent droog, waardoor veel kustvogels hun favoriete broed- en fourageerplaatsen verloren. Typische deltaplanten zoals zeekraal, lamsoor en zeeaster verdwenen, omdat ze nu eenmaal een regelmatige dosis zout water nodig hebben. Onder water voltrokken zich ook enorme veranderingen. Zout­

16

Staatsbosbeheer

Belangrijke eerste stap Na jaren van voorbereidingen zet Rijks­ waterstaat de sluizen regelmatig op een kier. Dat betekent niet dat de ‘oude’ deltanatuur meteen in volle glorie zal herrijzen. De wateropening is bijvoorbeeld te klein om de oorspronkelijke getijdenwerking te laten terugkeren in het ­Haringvliet. Maar door de kier kan

er wél weer zout water het Haringvliet in stromen. Daardoor zal het westelijke deel verzilten en weer een geschikte leefomgeving worden voor dier- en plant­soorten die een bepaald zoutgehalte nodig hebben om te overleven. Verder kunnen trekvissen zoals zalm, paling en zeeforel nu weer via het Haringvliet van en naar hun paaigebieden zwemmen. Dat is van grote betekenis voor de visstand in heel West-Europa. “Natuurlijk hopen we dat de sluizen op termijn nog verder open kunnen, maar deze kier is een belangrijke eerste stap voor herstel van de unieke deltanatuur van het Haringvliet”, vertelt Thomas van der Es, boswachter bij Staatsbosbeheer voor de Biesbosch en het Haringvliet. “En vanuit het Droomfondsproject Haringvliet doen we er alles aan om de kier maximale impact te geven op de ecologie.”

Beeld lepelaar © Richard Dorn/Getty Images

Fotografie: Ayla Maagdenberg


Bij de strekdam van Stellendam kun je bijzondere deltabewoners zien, zoals zeehonden, dwergsterns en de bruine kiekendief.


PROJECT

HARINGVLIET

Oevers optimaliseren Boswachter

THOMAS VAN DER ES @ThomasvanderEs

“De kier in de sluizen is een belangrijke stap voor het herstel van de unieke deltanatuur”

In het Droomfondsproject Haringvliet werken zes natuurorganisaties intensief samen aan herstel van de deltanatuur (zie kader), elk vanuit haar eigen rol of specialisme. “Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer hebben bijvoorbeeld een groot deel van de oevers en broedplaten in en om het Haringvliet in eigendom. Daarom werken wij vooral aan het optimaliseren van de broedomstandigheden voor kustvogels en creëren we nieuwe paaiplekken voor vissen”, vertelt Thomas. “Andere partners zoals het Wereld Natuur Fonds en ARK Natuurontwikkeling werken aan het herstel van schelpdierbanken, monitoring van trekvissen en een kweekprogramma om de Europese steur te laten terugkeren in het Haringvliet. Op die manier pakken we

gezamenlijk alle deltanatuur-aspecten aan. En doordat we als collectief optreden, is het ook makkelijker om steun te krijgen bij bijvoorbeeld provincies, waterschappen en gemeenten.”

Vogelboulevard Het Droomfondsproject draait niet alleen om herstel van de deltanatuur. Ook de beleving ervan speelt een belangrijke rol. “Het is natuurlijk lastig om mensen te laten meegenieten van de terugkeer van de trekvissen. Gelukkig zijn er vanuit het Droomfonds diverse initiatieven die het onderwaterleven zichtbaar maken”, vertelt Thomas. “Daarnaast zijn er voldoende andere mogelijkheden om de deltanatuur toegankelijker te maken. Staatsbosbeheer heeft het plan om vlakbij de Hellegatsdam, waar veel recreatiever-

Het Droomfondsproject Haring­ vliet komt ook de minder bekende deltabewoners ten goede, zoals de noordse woelmuis. Deze ondersoort die in Nederland leeft, komt nergens anders ter wereld voor. Het is de enige endemische (= alleen hier voorkomende) ondersoort die ons land kent. Het diertje is een uitstekende zwemmer, die grote afstanden door het water aflegt om concurrentie met andere woelmuisachtigen te vermijden. Het eiland Tiengemeten, middenin het Haringvliet, is een van de plekken waar de noordse woelmuis te vinden is. Dat geldt ook voor andere zeldzame dieren, zoals de zandhommel, bever en zeearend.

18

Staatsbosbeheer

© Jelger Herder/Buiten-Beeld

Waterrat – eh, muis


Vanaf het vogelkijkpunt in Quackjeswater heb je goed zicht op de kolonie lepelaars.

© Ronald Messemaker/Buiten-Beeld

© Nico van Kappel

© Michiel van den Bergh

Natuurmonumenten transformeert het eiland Tiengemeten, ooit landbouwgrond, tot natuurgebied met ideale omstandigheden voor vogels.

Oranje luzernevlinder op bloeiende zeeaster met op de achtergrond zeekraal. Dwergsterns kunnen straks nestelen op de vogelboulevard van opgespoten eilandjes met een laag schelpen.

keer naar en van Zeeland rijdt, een mooie vogelboulevard aan te leggen. Met aantrekkelijke voorzieningen voor vogels – zoals opgespoten eilandjes met een laag schelpen, waarop bijvoorbeeld dwergsterns graag nestelen – én voor mensen: voldoende parkeerruimte, een mooi observatiepunt en goede informatie over de vogelsoorten die er te zien zijn. Mensen kennen deze locatie nu vooral als de plek waar ze op drukke dagen mokkend in de file staan. Dat willen we ombuigen naar een plek waar je straks echt zin krijgt om de deltanatuur te beleven. Of we niet bang zijn dat de recreatiedruk te hoog wordt? Nee hoor. Het Haringvliet heeft niet één hotspot waar de bezoekers op een kluitje moeten staan om iets moois te zien, maar allerlei plekken waar veel bijzonders te beleven is. En dankzij het Droomfondsproject worden dat er in de toekomst alleen nog maar meer.”

Projectpartners De partners in het Droomfondsproject Haringvliet zijn ARK Natuurontwikkeling, Natuurmonumenten, Sportvisserij Nederland, Staatsbosbeheer, de Vogelbescherming en het Wereld Natuur Fonds. De Nationale Postcode Loterij steunt dit project met een financiële bijdrage van 13,5 miljoen euro. Meer over het project: haringvliet.nu/projectinformatie

!

Zelf het Haringvliet ontdekken? Op haringvliet.nu vind je alle informatie die je nodig hebt. Tip: in het weekend van 28 t/m 30 september vindt het jaarlijkse Haringvliet-weekend plaats, vol excursies en activiteiten waarbij boswachters, vogelaars en andere experts je de prachtige plekken en verhalen van het Haringvliet laten beleven. ivn.nl/haringvlietweekend

Staatsbosbeheer

19


HERFSTBLAD

Dieprode eiken, goudgele beuken: voor veel bomenliefhebbers is de natuur in de herfst op zijn mooist. Met een zonnetje erbij geeft dat de sfeer van een Indian Summer. Waar komt die kleurenpracht eigenlijk vandaan?

© Janneke de Groot

Ton sur ton

© Jan-Luc van Eijk / Buiten-Beeld

© Janneke de Groot

FLORA

Boskrekels kleuren mooi bij de dorre bladeren. Veenmos met rijp. Deze sporenplant leeft op vochtige plekken en blijft het hele jaar groen.

24

Staatsbosbeheer


I

n het najaar bereiden bomen zich voor op een koude winter. Zodra ze minder water uit de bodem kunnen halen, omdat het te koud is of zelfs bevroren, stoten zij uit voorzorg hun blad af om de winter door te komen. Het water dat de boom nodig heeft, verdampt immers via de bladeren. Zou een boom zijn blad niet verliezen, dan zou hij in de winter verdrogen. Ook langdurige droogte in de zomer kan leiden tot – vroegtijdige – ­bladval, zoals dit jaar het geval was.

Kleurenpalet

© Damian Kuzdak /Getty Images

Bladverkleuring ontstaat in de aanloop naar dat bladverlies, vertelt Arnold van Vliet van de Wageningen Universiteit. “Wanneer de lichtintensiteit afneemt en de dagen korter worden, stoppen bomen met de aanmaak van chlorofyl, het pigment dat voor de groene bladkleur zorgt. Als die stof uit de bladeren verdwijnt, komen de kleuren van andere pigmentstof-

fen tevoorschijn. Zo kleurt xanthofyl het blad geel, anthocyaan zorgt voor een rode kleur en caroteen voor oranje. De verhoudingen tussen deze stoffen verschillen per soort, per plek en zelfs per boom. En zo ontstaat dus een geweldig kleurenpalet.”

Alle herfstkleuren bij elkaar

Winterjasje

Amerikaanse eik Deze boom komt van oorsprong niet in Nederland voor, maar is in veel van onze bossen aangeplant. De Amerikaanse eik begint gemiddeld half oktober te verkleuren en is normaal gesproken in de eerste week van november helemaal kaal. Met bladeren die het hele spectrum van groen, geel, oranje tot dieprood doorlopen, is het een ultieme herfstboom.

Nog twee stoffen spelen een rol bij de bladafstoting; de hormonen auxine en abscisine. Minder daglicht betekent dat een boom minder auxine aanmaakt en bij de afbraak van caroteen in het blad ontstaat abscisinezuur. Samen zorgt dit voor het ontstaan van een kurken ‘scheurrandje’ tussen blad en tak. Hierdoor laten bladeren los en dwarrelen naar beneden. ­Eenmaal op de bodem, krijgen ze een nieuwe functie: eerst als ‘­ winterjas’ voor egels, insecten en ander bodemleven. Zij kunnen zich verschuilen tussen de bladeren. En daarna als verrijking van de humuslaag, die vervolgens weer de bomen

Veldesdoorn Het blad van de veld­esdoorn, een inheemse boom die op de rassenlijst van Staatsbosbeheer voorkomt, kleurt in het najaar mooi goudgeel. In oktober is de veldesdoorn dikwijls op zijn mooist, daarna laat hij zijn bladeren vallen. Beuk Van goudgeel tot bruinrood: een beuk zie je in het herfstbos niet snel over het hoofd. Beuken beginnen over het algemeen in de loop van september te verkleuren, maar onder invloed van de klimaatverandering wordt dat steeds later in het seizoen. Vijftig jaar geleden zouden beuken eind oktober helemaal in herfsttooi zijn, nu kan dat soms wel tot ver in november duren.

Staatsbosbeheer

25


FLORA

HERFSTBLAD

Boswachter Schoorlse duinen

© Janneke de Groot

JEROEN PATER

“Een zacht buitje van dwarrelend blad om je heen is geweldig, zeker bij bijna windstil weer”

© Myrthe Erkelens

Sommige boomsoorten zijn er in de herfst altijd vroeg bij: berken beginnen vaak al in augustus te verkleuren. Zomereik en acacia zijn typische laatkomers, die hun blad soms wel tot eind november behouden. Voor de timing en het verloop is het weer bepalend, zegt boswachter Jeroen Pater. “Vaak is de eerste nachtvorst het startsein voor verkleuring. Soms volgen dan rustige en zonnige nazomerdagen, met aangename temperaturen overdag en niet te koude nachten. In zo’n ‘Indian Summer’ kunnen we lang van het herfstbos genieten. Maar één storm is genoeg om al het moois weg te blazen. Dus trek erop uit zodra het kan!”

26

Staatsbosbeheer

Geel De veldesdoorn (Acer campestre) die veel in bossen voorkomt, laat zich goed snoeien en is daarom ook geschikt voor de tuin. Rood Een zoete kers (Prunus avium) wordt in de herfst mooi rood, en geeft nog lekkere vruchten ook. Bruin De haagvariant van de beuk (Fagus sylvatica) houdt zijn fraaie, warmbruine bladeren de hele winter vast. Mooi voor een erfafscheiding. Groen Al die schitterende kleuren komen nog beter uit tegen een contrasterende achtergrond. Hulst (Ilex aquifolium) groeit niet al te snel en is met zijn rode bessen heel decoratief.

© Janneke de Groot

Met deze bomen en planten wordt iedere herfstttuin een lust voor het oog.

Eerste nachtvorst

De rode heidelucifer kun je het hele jaar door vinden, maar is op zijn mooist in het najaar. Maak een hoekje van dode bladeren in de tuin. Egels, insecten en andere beestjes kunnen hierin schuilen.

© Bojsha65/Getty Images

voedt. Dat maakt het kringetje weer rond. Heel soms worden gevallen bladeren wel weggehaald, bijvoorbeeld bij Landgoed Elswout (zie p. 58).

© Sjon Heijenga/Buiten-Beeld

Kleurenspel in eigen tuin


ACTIEF

28 Boswachterspad Kuinderbos

Divers landschap op bijzondere bodem

29 Paddenstoelenpracht Speuren naar ­schimmels

29 Kamperen voor bikkels

Kom winterkamperen

ONTDEKKEN

30 Bonte wasplaten

Zoeken naar zeld­-­ zame paddenstoelen in Friesland

31 Volg de twinkeling Lichtjeswandelingen voor het hele gezin

MEEDOEN

32 Wild van dichtbij Doneer voor wildobservatiepunten

© Kerkez/Getty Images

33 Ontspannen inspanning

Help de boswachter op de heide

33 Mannetje van de radio

Verkeersbegeleider bij Radio Kootwijk


5X XX

52

BOSWACHTERSPAD XX

Staatsbosbeheer


Door de ogen van de boswachter Wie weet de mooiste plekken in onze natuur beter te vinden dan de boswachter? Kies een van deze vijf boswachterspaden om niets van dat moois te missen. Stap door bontgekleurde herfstbossen, waai uit op een duintop of struin door de drassige uiterwaarden.

© Leo de Jong

1. Uitrazen aan de Zeeuwse kust In het stuifgebied Meeuwenduinen op Schouwen-Duiveland heeft de wind vrij spel en vind je duintoppen met pieken van wel 25 tot 30 meter hoog. “Bovenop waai je helemaal uit. En kijk je uit over het achterland, de polder en de zee. In de verte zie je de vuurtoren van Haamstede”, vertelt boswachter Piet van Loon. De oranje besjes van de duindoorn en de Amerikaanse vogelkers, die felgeel kleurt in de herfst,

geven het landschap kleur. En het is bronsttijd; met een beetje geluk zie je twee damherten vechten om indruk te maken op de vrouwtjes. Even verderop in het dennenbos van Westerschouwen hoor je waarschijnlijk het geroffel van de spechten. Boswachterspad Meeuwenduinen – 12 km staatsbosbeheer.nl/ boswachterspadmeeuwenduinen

Staatsbosbeheer

53


BOSWACHTERSPAD XX

© Caspar Huurdeman/Hollandse Hoogte

5X XX

Favoriet van de boswachter Boswachters van Staatsbosbeheer hebben de allermooiste wandelroutes van Nederland voor je uitgestippeld: de boswachterspaden. Deze leiden je langs de favoriete plekjes van de boswachter. Op staatsbosbeheer.nl/ boswachterspaden vind je naast deze vijf wandelingen nog meer mooie boswachterspaden.

54

Staatsbosbeheer

2. De vorstelijke herfst op De Vuursche Deze wandeling op de Utrechtse Heuvelrug gaat over koninklijk terrein. De oude, kaarsrechte beukenlanen en de grote variatie aan groen hebben we mede te danken aan de Oranjes en andere adellijke families die hier al heel lang hun optrekjes hebben. Zo kom je langs Kasteel Drakensteyn, waar prinses Beatrix woont. De favoriete plek van boswachter Paul Suurmond langs de route is heidegebied de Stulp. “Daar loop je tussen de

witte Charolaiskoeien die met hun gegraas de paarsbruine vlakte openhouden. Wil je raven spotten, blijf dan in de buurt van deze koeien. Raven voeden zich met zaden uit de koeienvlaaien. Neem aan het einde van de wandeling ook zeker een kijkje bij het Pluismeer, waar je de schuwe dodaars en andere watervogels kunt zien.” Boswachterspad Stulp en Kasteeltuin – 6 km staatsbosbeheer.nl/ bwpstulpenkasteeltuin


3. Zuid-Limburgse kleurenpracht “Magisch”, zegt boswachter Carla Hanssen over het Zuid-Limburgse Savelsbos in het najaar. “Stel je de schittering van de ondergaande zon voor, gecombineerd met al die rode, gele en oranje bladeren.” Al klimmend en dalend loop je door en langs het smalle hellingbos, waar beuken, eiken, kastanjes en lindes elkaar afwisselen. Vanaf de bosrand zijn er prachtige vergezichten, onder meer over het groene Maasdal en het glooiende heuvellandschap. De helling van het Savelsbos is de rand van het oudste en hoogste terras in dit landschap. “Ook onder je voeten valt er veel te zien. Er gaat een uitgestrekt complex van prehistorische vuursteenmijnen schuil, waar onze voorouders diep onder de grond zijn doorgedrongen om de felbegeerde vuursteen te winnen.” Boswachterspad Savelsbos – 7 km staatsbosbeheer.nl/boswachterspadsavelsbos

Trek je laarzen maar aan, want in de herfst kan het aan de oevers van de Rijn en de Waal drassig zijn. Zeker als je van de gebaande paden durft en gaat struinen door de uiterwaarden. In dit rivierenlandschap gaf Staatsbosbeheer alweer twintig jaar geleden de natuur vrij spel. “Als je eenmaal onder de grote brug door bent, laat je de stadse drukte van Nijmegen achter je”, vertelt boswachter Thijmen van Heerde. “Je stapt in het weidse landschap en wordt omringd door schapenwolken, grasland, waterplassen, ruigtes en dieren. Kortom: héél veel ruimte. Let tijdens het struinen goed op. Er is een grote kans dat je grazende koniks en galloways spot. Zij hebben dit natuurlijke rivierenlandschap mede vormgegeven.” Boswachterspad Ooijpolder – 12 km staatsbosbeheer.nl/boswachterspadooijpolder

© Jeroen den Hartog

© Johannes Timmermans

4. Struinen langs de Gelderse rivieren

5. Stilte in het Drentse Bos

© Olde Smildeger

In het grootste woud van Noord-Nederland, het Drentse Bos, stippelde de boswachter samen met dorpsbewoners uit Hoogersmilde een route uit over spannende kronkelpaadjes. Door bossen met naald- en loofbomen, over zandvlaktes en heidevelden en langs vennetjes. “In het hart van het bos geniet je echt van de stilte”, vertelt boswachter Corné Joziasse. “Er zijn geen grote wegen in de buurt, alleen wat dorpjes. Als je zelf stil bent, hoor je de spechten en

zie je misschien wel een ree. Vroeg in de ochtend is het herfstbos het meest sprookjesachtig, als er nog flarden mist tussen de bomen hangen. Of zijn het de witte wieven?” Boswachterspad Olde Smildeger – 16 km staatsbosbeheer.nl/ boswachterspadoldesmildeger

Staatsbosbeheer

55


Dit intens oranjerood is karakteristiek voor de vleugels van de dagpauwoog. Net als de oogvlek op iedere vleugel natuurlijk. De dagpauwoog is een van de bekendste en bontst gekleurde vlinders in Europa. Met de winter in aankomst zoeken dagpauwoogjes een vochtige, koele en beschutte plek om te overwinteren, zoals boomholtes of onderaardse spleten. Je vindt ze ook in schuurtjes of kelders. Naar vlindermaatstaven houdt deze superheld het lang vol: waar de meeste vlindersoorten niet langer dan enkele dagen of weken leven, wordt de dagpauwoog wel maanden oud.

Š Plainpicture/Steffen Scheyhing

Wat zie je?

Profile for Staatsbosbeheer

Staatsbosbeheer magazine herfst 2018  

Een blik in het Staatsbosbeheer Magazine, herfst 2018.

Staatsbosbeheer magazine herfst 2018  

Een blik in het Staatsbosbeheer Magazine, herfst 2018.

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded