__MAIN_TEXT__

Page 1

NR 1 LENTE 2019

WWW.STAATSBOSBEHEER.NL

Beschermen

Beleven

Benutten

WEIDEVOGELS

MERGELLANDSCHAP

BOMVRIJ VERGADEREN

Het is té stil in de wei

Waar bergen eigenlijk dalen zijn

Duurzaam beheer van forten

Lonken & loeren Verleiding in de dierenwereld

€ 6,-


INHOUD

LENTE

2,9

Met een pH-waarde van is de Sallandse Heide even zuur als schoonmaakazijn p. 35

© Jelger Herder/Buiten­Beeld

Alles over de strijd tegen stikstof en de keiharde noodzaak van natuurherstel.

Aapje van het zuiden

“H

et is lente. Aan de bosrand van het Vijlenerbos ontwaakt de hazelmuis uit zijn winterslaap. ZuidLimburg is de enige plek in Nederland waar deze slaapmuis voorkomt. De hazelmuis is gebonden aan een landklimaat; warme zomers en koude winters om in winterslaap te blijven. Het oranjebruine knaagdiertje met lange staart leeft ver boven de grond, klimmend in bomen en struiken. Daar maakt hij in het najaar ook zijn nest voor de voortplanting: hangend in de struiken. Daarom wordt hij ook wel aapje van het zuiden genoemd. Gek genoeg is het nest niet de plek waar hij zijn winterslaap houdt. Alleen dan is de hazelmuis op de grond te vinden, verstopt onder het bladerdek. Dat bleek ook toen we een aantal muizen vlak voor de winterslaap zenderden om ze tijdens de winterslaap op te sporen. Met het zenderen hopen we hun voorkeursplekken op de bosbodem te ontdekken. De afgelopen decennia kwamen we veel te weten over deze zeldzame soort die tot voor kort in aantal steeds verder afnam. Bijvoorbeeld dat ze een geleidelijke overgang van gras naar bos nodig hebben. We passen het bosbeheer daarop aan en inmiddels is het aantal hazelmuizen weer gestegen. Ook andere dieren profiteren van die ‘grillige’ bosranden, zoals de levendbarende hagedis en grauwe klauwier. De hazelmuis wordt daarom ook wel ambassadeur van de bosrand genoemd.”

Een knotwilg van

50 jaar

is behoorlijk bejaard Toch bepalen ze al eeuwenlang de typisch Nederlandse landschappen. p. 52

Trappen in de Kop van Drenthe Fietsen langs woeste gronden en oerplanten

Topnatuur Hollandse Duinen Hard op weg naar de status van Nationaal Park

Over vleermuizen en verfgeur Bij fortenbeheer komt veel vakmanschap kijken

Ruud Foppen, Ecoloog en onderzoeker bij SOVON

Natuur is nooit ver weg Vijf natuurgebieden op fietsafstand van de stad

Lees meer over het leefgebied van de hazelmuis vanaf pagina 4.

Hai haai! Onderzoek naar Nederlandse haaiensoorten

2

Staatsbosbeheer

p. 14

p. 22 p. 38 p. 48 p. 59


EROPUIT

28 Buitengewone belevenissen Dwaal door een bloemenpracht

Ongeveer

29 Kabouterpret Op zoek naar rode puntmutsen in het groen

2 miljoen

29 Kom kamperen Op een van onze natuurkampeerterreinen

30 De ruiter Vanaf de rug van een paard zie je het meest

30 Boswachterspaden In de voetsporen van de boswachter

honden telt Nederland

MEEDOEN

We hebben nog maar

35.000

Mannelijke kikkerkoren zijn al te horen vanaf

0,5 km

veldleeuweriken over in ons land

Het voorjaar is de tijd voor verleiding: lonken en loeren in de natuur. p. 20

Hoe kunnen we het tij keren voor onze weidevogels? p. 16

32 Helpende handen Het zien van een schoon strand geeft voldoening

32 Vrijwilligers gezocht Betrek anderen bij de natuur

33 Buitenfonds Help bij het herstellen van de brug over de Deelen

© Laurie Karine

Moeten er meer losloopgebieden komen om de drukte te spreiden en confrontaties te vermijden? p. 10

Eropuit Ontdek (sporen van) wilde dieren, ga mee dauwtrappen of pak je tent! p.

27

Meedoen Lees hoe ook jij mee kunt helpen de stranden schoon te houden. Of ga je op pad met kinderen om hen over de natuur te leren? p.

32

Helpen De wandelbrug over de Deelen is niet meer veilig. Boswachter

321 meter

Roel Vriesema zoekt donateurs, zodat de brug hersteld kan worden. p.

33

boven NAP

De hoogtepunten van het Zuid-Limburgs dalenlandschap. p. 4

Staatsbosbeheer magazine verschijnt 4x per jaar. Staatsbosbeheer zet zich in voor een natuurlijke leefomgeving waarmee mensen zich verbonden voelen, die bescherming biedt aan waardevolle planten en dieren en waar plaats is voor beleving en benutting. Abonnementenservice  Staatsbosbeheer magazine Postbus 26  3000 AA Rotterdam  (088) 20 50 327  info@mijnstaatsbosbeheer.nl  Abonnementen € 20 per jaar. Abonnementen gelden tot weder­ opzegging. Per kwartaal is er gelegen­ heid het abonnement op te zeggen.

Opzeggingen worden schriftelijk bevestigd. Uitgever  Staatsbosbeheer, Amersfoort  Hoofdredactie  Communicatie Staatsbosbeheer  Redactie Staatsbosbeheer  Marco van de Burgwal, Laura Hagen, Wibo Kosters, Arnout­Jan Rossenaar (ecologisch advies), Nancy Wielenga Concept en realisatie  LBL, Arnhem Coverbeeld Wendy Kreeftenberg/Buiten­Beeld

Redactionele bijdragen Marieke Enter, Katja Kreukels, Maaike Kuyvenhoven, Deborah Ligtenberg, Liona Munster, Gabriëlle Philips, Annette Prins, Geert­Jan Roebers, Suzanne Visser, Regina Zoeter Artdirection en vormgeving  Yke Bartels, Yvonne Roos, Jitske Wedman Lithografie  Willem Grafische Bewerkingen, Halle Druk  Senefelder Misset, Doetinchem

Redactieadres Staatsbosbeheer magazine Postbus 2, 3800 AA Amersfoort  magazine@staatsbosbeheer.nl 

ISSN: 2589­8353

Staatsbosbeheer magazine wordt gedrukt op papier dat is gemaakt van bomen afkomstig uit FSC­gecertificeerde bossen. Het drukproces voldoet tevens aan de eisen beschreven in de milieunorm ISO 14001. Niets uit deze uitgave mag, in welke vorm en op welke wijze dan ook, worden overgenomen zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. De redactie betracht de grootst mogelijke zorgvuldigheid bij de samenstelling van dit magazine. Voor eventuele fouten kan de redactie noch Staatsbosbeheer enige verantwoordelijkheid nemen.

Staatsbosbeheer

3


XX

LANDSCHAP XX

MERGELLAND

Bijna buitenland Als je door het Zuid­Limburgse heuvelland wandelt, voelt dat als vakantie. Met de talrijke dalen, steile hellingen en vergezichten over weilanden met fruitbomen waan je je een flink eind over de grens. Maar die indruk klopt niet, want nergens in Europa bestaat een vergelijkbaar oud cultuurlandschap, met zoveel afwisseling onder en boven de grond.

4

Staatsbosbeheer


Staatsbosbeheer

5


XXWEIDEVOGELS

© Ruurd Jelle van der Leij/Buiten­Beeld, Ei: Wil Meinderts/Buiten­Beeld

FAUNA XX

De kievit verdedigt z’n nest op de grond zó goed dat andere soorten er graag dichtbij nestelen. Er zijn nog 110.000 tot 160.000 broedparen.

16

Staatsbosbeheer


Té stil in de wei Nog niet zo lang geleden was Nederland hét weidevogelland. Nu glipt de ene na de andere soort ons door de vingers. We weten wat weidevogels nodig hebben: open, natte, matig voedselrijke graslanden vol kruiden, bloemen en insecten. Hoe brengen we die terug?

H

et broedseizoen is begonnen, maar op veel Nederlandse weiden is het akelig stil. “Vroeger wemelde het in deze periode van leven”, zegt Henk Hut, ecoloog bij Staatsbosbeheer. “Waar je ook stond, overal hoorde je weidevogels, overal waren bloemen, kruiden, insecten. Maar vanaf de jaren zestig zijn we begonnen de voedselproductie op te krikken. Dat hebben we planmatig en met veel kennis van zaken aangepakt: ruilverkaveling, meer bemesting, verlaging van het grondwaterpeil. De opbrengst per hectare steeg exponentieel. Maar de weidevogels werden het slachtoffer. Beschermingsmaatregelen helpen de weidevogel, maar het is belangrijk dat nog meer boeren en tuinders mee gaan helpen om het tij te keren. Onder meer

door anders te maaien, minder kunstmest en pesticiden te gebruiken, en legsels en kuikens te beschermen. Staatsbosbeheer ondersteunt deze boeren.”

Minus 95 procent Een halve eeuw later zijn de gevolgen zichtbaar. Populatiedalingen van meer dan 95 procent (!) zijn geen uitzondering. Waren er in 1950 nog 1 miljoen veldleeuweriken, nu zijn dat er nog zo’n 35.000. Zonder te willen somberen, moet Henk constateren dat veel populaties op hun laatste benen lopen. Soorten als de kemphaan, de watersnip en de zomertaling dreigen uit Nederland te verdwijnen en de grutto staat sterk onder druk. Het goede nieuws is dat er ook soorten zijn waarvan de aantallen stabiliseren. Zo

weet de tureluur zich behoorlijk goed te handhaven, net als de slobeend.

Polderlandschap Hoe erg is het verdwijnen van de weidevogels? Daar geeft Henk een genuanceerd antwoord op: “Weidevogels komen oorspronkelijk uit andere biotopen, zoals hoogvenen, natte heides, kuststreken en moerassen. Nederland is een weidevogelland gewórden doordat wij het landschap zo hebben gemaakt dat weidevogels het hier goed toeven vinden. Tegelijkertijd horen weidevogels dus wel echt bij ons polderlandschap en onze ontginningsgeschiedenis. Daarom voelen we met zijn allen ook zoveel pijn bij dit verlies. Dat is reden genoeg om de weidevogels te willen behouden voor de toekomst.”

Staatsbosbeheer

17


WEIDEVOGELS

Van ei tot vogel

@BoerPelleboer

Boeren met oog voor weidevogels “Dankzij kruidenrijk grasland, plas­dras­gebieden en mozaïek­ beheer (gefaseerd maaien, zodat er altijd ergens lang gras is) heb­ ben wij het aantal broedparen op ons land in vijf jaar tijd van 20 tot 85 zien stijgen. Dat laat zien dat je best een modern bedrijf kunt hebben en toch biologisch en met oog voor weidevogels kunt boeren. Maar je moet als boer wel kunnen leven. Vergoedingen voor agrarisch natuurbeheer helpen niet genoeg: ik hoop dat consumenten ook bewuste voedselkeuzes gaan maken. Als we het samen doen, krijgen weidevogels weer een kans!” polderzichtmastenbroek.nl

Bovendien hebben kuikens steeds minder te eten. Bloemen en kruiden gedijen niet op droge weilanden met veel voedingsstoffen en daardoor blijven ook de insecten weg. En insecten zijn nu juist wat kuikens in grote hoeveelheden consumeren: één enkel gruttojong eet duizenden insecten per dag! Voeg hier nog het gevaar van vroeg maaien bij en het is wel duidelijk waarom veel kuikens het stadium waarin ze kunnen vliegen (‘vliegvlug zijn’) niet meer bereiken.

Is er nog hoop voor weidevogels in Nederland? Volgens ecoloog Henk is het bundelen van krachten op grote schaal een voorwaarde. Het nieuwe Deltaplan voor biodiversiteit in Nederland is daar een goed voorbeeld van. Ook boswachter Luuk Oevermans bespeurt in het land veel energie. “Maar we komen handen tekort”, zegt hij eerlijk. “Goed weidevogelbeheer is een van de moeilijkste opgaven omdat zo veel omstandigheden tegelijk op orde moeten zijn. Een open landschap, zodat roofdieren minder kans hebben. Een soortenrijke

Staatsbosbeheer

In dit nest kan gelukkig rustig gebroed worden. Ook voor de tureluur gaat het leven niet altijd over rozen. Hier zijn twee exemplaren met elkaar in gevecht.

Kuikens verhongeren

Plaatstrouw

18

Van de wulp zijn nog maar 3.900 tot 4.800 broedbaren over in ons land. Deze steltloper houdt van wormen, insecten, bessen en zelfs kleine vissen en muizen.

© Nico van Kappel/Buiten­Beeld

HENK PELLEBOER

Het probleem is dat de Nederlandse weilanden in de afgelopen veertig jaar sterk veranderd zijn. Van ei tot volwassenheid merkt een weidevogel hiervan de gevolgen. Om te beginnen verschillen weidevogels in hun voorkeur voor broedplaatsen. De ene soort houdt van drassig, een andere van ruige pollen. Die variatie is op veel plekken echter verdwenen: weilanden lijken op strakgespannen biljartlakens. Dat maakt het vinden van geschikte broedplaatsen lastig. Een ander knelpunt is dat boeren om genoeg te verdienen, vroeg moeten bemesten en maaien. Daardoor ligt er een dikke grasmat tegen de tijd dat weidevogelkuikens tussen eind april en half mei uit het ei komen. ‘Nestvlieders’ (kuikens die meteen op pad gaan om eten te zoeken) komen daar moeilijk doorheen.

© Martin Steenhaut/Buiten­Beeld

Biologische, zorg­ & weidevogelboerderij ‘Boer Pelleboer’, locatie Polderzicht

vegetatie met veel insecten. Een hoog waterpeil. Een schrale bodem. Late maaidata, om de kuikens veilig te laten opgroeien. En er mag niets fout gaan, want weidevogels zijn plaatstrouw: als je ze eenmaal kwijt bent, komen ze niet snel terug.”

Reservaat als motor In de reservaten van Staatsbosbeheer wordt aan alle voorwaarden voor goed beheer zo goed mogelijk voldaan. Hier zijn ook nog vitale populaties te vinden. Maar 80 procent van alle weidevogels broedt buíten de reservaten en ook daar moet

Kuiken: © Jelger Herder/Buiten­Beeld

FAUNA


© Wouter Pattijn/Buiten­Beeld

Andere weidevogels in Nederland, naast wulp en kievit:

Grutto

Tureluur

Veldleeuwerik

Watersnip

Zomertaling

Iconische steltloper. Wroet met z’n lange snavel in de bodem. 31.000­38.000 broedparen

Heeft een herkenbare roep: ‘tjululu!’. Beide ouders broeden. 17.000­ 20.000 broedparen

Geweldige zanger die andere soorten imiteert. 35.000­45.000 broedparen

Extreem lange snavel en kampioen opvallende geluiden. Nog maar 1.000­1.500 broedparen

Met wat geluk kom je deze opvallende omnivoor tegen bij ondiep water. 1.000­1.400 broedparen

Boswachter Zuid­Holland

LUUK OEVERMANS

“Weidevogels zijn plaats­ trouw: als je ze eenmaal kwijt bent, komen ze niet snel terug”

dus iets gebeuren. De gebieden die grenzen aan een reservaat, vormen een goed startpunt, vindt Luuk: “Het reservaat kan de motor zijn voor breder herstel.” Om in aangrenzende gebieden de natuur meer ruimte te geven, overlegt Staatsbosbeheer bijvoorbeeld met boeren en natuurcollectieven: samenwerkingsverbanden van boeren en grondgebruikers die agrarisch natuur- en landschapsbeheer uitvoeren.

Natuurinclusief boeren Sowieso zijn boeren cruciaal voor de toekomst van weidevogels in Nederland,

vindt de boswachter. “Veel boeren hebben hart voor de natuur, maar ze kunnen zich moeilijk onttrekken aan de wetten van de intensieve productielandbouw tegen wereldmarktprijzen. Dat maakt het heel lastig om in een doorsneebedrijf effectief weidevogelbeheer te voeren, ook al zijn daarvoor subsidies beschikbaar. Toch leeft onder boeren steeds breder het gevoel dat er met de moderne landbouw grenzen zijn overschreden. Sommige boeren kiezen dan ook voor biologisch, en anderen stappen over op natuurinclusief boeren.”

Staatsbosbeheer

19


ONTDEK

HET SPEL VAN VERLEIDING

Lonken en loeren Het is niet eerlijk verdeeld in het dierenrijk; waar de een vanuit zijn luie stoel met zijn lange penis jan en alleman kan bevruchten, moet de ander alles uit de kast trekken om aan een partner te komen. Illustraties: Olf de Bruin

Verleidelijke rumba Bij de meeste spinnen zijn de dames aanzienlijk groter dan de kereltjes. De paring is voor mannetjes dan ook niet zonder gevaar. Wespspinnen overleven alleen al hun avances vaak niet. Andere mannelijke wiel­ webspinnen zijn voorzichtiger en tokkelen langdurig op een webdraad om duidelijk te maken dat ze geen prooi zijn maar aanbidders. De wolf­ spinnen jagen met hun goede ogen actief en maken geen vangweb. De meeste wolfspinmannen verleiden een vrouwtje met pootgebaren, maar de gevlekte moeraswolfspin, ook trommelwolfspin genoemd, gebruikt daarnaast percussie. Hij roffelt een verleidelijke rumba op droge bladeren.

Lekker luchtje Het vrouwtje van de nachtpauwoog verspreidt een voor de mannen onweerstaanbaar parfum. Sommige mannetjes komen van tien kilometer afstand op haar uitnodiging af. Hun geveerde antennes hoeven slechts enkele geurmoleculen waar te nemen en het hoofd slaat al op hol. Haast is geboden, want wie het eerst komt, wie het eerst paart.

20

Staatsbosbeheer

Even buurten Bij eb zijn zeepokken gesloten persoon­ lijkheden. Maar onder water openen deze gesettelde kreeftjes hun kalken huisje maar al te graag. Constant harken ze met hun handjes plankton uit het zee­ water hun mond in. Als het tijd is om te paren, gaan ze nog verder uit hun punt­ dak. Ze stulpen hun penis uit tot soms

wel zevenmaal hun lichaamslengte. Omdat zeepokken zich vastzetten, komt die lengte goed van pas. Zo kunnen ze toch nog hun buren bevruchten. Ze zijn tweeslachtig en niet kieskeurig, dus bij elke buur aan het goede adres. Als de rollen zijn omgedraaid is de voormalige buurvrouw welkom voor ’n tegenbezoek.


Uitnodigend mannenkoor De groene kikker zet een flinke keel op om een vrouwtje het water­ bed in te krijgen. De mannen werken in eerste instantie samen: ze vormen een koor en hun bolle wangen werken als geluidsverster­ kers. Zo’n kikkerkoor is dan ook al van een halve kilometer afstand te horen en trekt vrouwelijke fans uit de wijde omtrek. Zodra een hitsig vrouwtje zich in het koor stort, is van saamhorigheid geen sprake meer. Het is ieder voor zich en de man die zich als eerste op haar rug vastklemt, is de gelukkige.

Hardhandig Vrije jongens Winterse kemphanen zien er doorsnee uit, maar in het voorjaar zijn deze steltlopers uitgedost met extravagante kragen. In kleur – zwart, wit, bruin en bruinrood – en tekening verschillende de mannen allemaal van elkaar. De meeste veroveren een eigen honk van plat­ getrapt gras en de beste honkman krijgt de meeste vrouwen. Een minderheid van mannen – meestal witgekraagd – volgt een andere strategie. Deze ‘satellietmannetjes’ worden door de honkmannen gedoogd, kunnen zich vrij be­ wegen en vallen bij sommige vrouwen ook in de smaak. Ze zien eruit als vrouwtjes en gedra­ gen zich ook zo, behalve dat ze af en toe stiekem paren. Dankzij hun extreem grote testikels produceren ze een overmacht aan spermacellen en kunnen zo ook een vrouwtje bevruchten dat al gepaard heeft.

Een hermelijnman gaat weinig subtiel met zijn nieuwe liefde om. Hij grijpt haar in haar nek en sleurt haar van hot naar her voordat hij tot de daad komt. Dat hardhandige gedoe is functioneel, want het brengt de eisprong op gang. Als het een vrouwtje is met een nest jongen – vrijwel zeker uit een vorige relatie – dan paart haar nieuwe vriend in één moeite door met haar piep­ jonge dochters.

Hanenkam In de paartijd krijgt het mannetje van de kamsalamander een indrukwekkende hanenkam over de hele lengte van zijn rug en staart. Zodra hij daarmee een vrouwtje heeft gelokt, waaiert hij een verleidelijke geurstof in haar richting. Na nog wat uiterlijk vertoon zwemt hij weg met zijn nieuwe liefde in zijn kielzog. Klinkt veelbelovend, toch lijkt wat volgt een beetje ongezellig: zij tikt zijn staart een paar keer aan, hij zet een klontje sperma op de bodem af, zij hangt erboven, hij geeft een teken en zij neemt het pakketje in zich op. En dan is het klaar.

Staatsbosbeheer

21


EROPUIT

28 Buitengewone belevenissen Dwaal door een bloemenpracht

29 Kabouterpret Op zoek naar rode puntmutsen in het groen

29 Kom kamperen Op een van onze natuurkampeer­ terreinen

30 De ruiter Vanaf de rug van een paard zie je het meest

30 Boswachters­ paden In de voetsporen van de boswachter

MEEDOEN

32 Helpende handen Het zien van een schoon strand geeft voldoening

32 Vrijwilligers gezocht Betrek anderen bij de natuur

© Laurie Karine

33 Buitenfonds Help bij het herstellen van de brug over de Deelen


EROPUIT

3x BUITENGEWONE BELEVENISSEN

APRIL DOE EENS WILD Zo geruisloos mogelijk lopend houdt de groep opeens halt. Met de blik gefocust op de grond gaat de gids door de knieën. Ja, duidelijk sporen van een das. De kans dat je dit schuwe dier ziet is minimaal, maar gelukkig is er ook wild dat zich iets sneller laat zien, bijvoorbeeld het damhert. Doe eens wild en ga in april mee op wildexcursie. Iedere excursie focust zich op de wilde dieren die er voorkomen. Onderweg vertelt de gids je over de natuur waar deze dieren afhankelijk van zijn. staatsbosbeheer.nl/gewoonbuitenapril

JUNI PROEF DE NATUUR Mjammie. Niks lekkerder dan tijdens een wandeling een struik bomvol rijpe bramen tegenkomen. Maar wist je dat er nog veel meer natuur eetbaar is? Ga in juni met de boswachter mee op pad en hij laat je zien en proeven wat je allemaal zonder zorgen in je mond kunt stoppen. Aan het eind van de excursie maken jullie samen een kruidenthee of zelfs een maaltijd van de vondsten uit de natuur. staatsbosbeheer.nl/ gewoonbuitenjuni

MEI DWAAL DOOR EEN BLOEMENZEE Ruik je het al?! Voorjaar betekent dat bloemen weer volop gaan bloeien. Ga in mei mee op excursie en dwaal door een bloemenzee. Zo laten alle soorten en maten orchideeën in de mooiste kleuren zich volop zien. Snuif de geur van de lente op en zie hoe de insecten dankbaar gebruikmaken van hun felgekleurde vriendjes. Vergeet je camera niet mee te nemen om deze fotogenieke plantjes vast te leggen. staatsbosbeheer.nl/ gewoonbuitenmei

!

Bij welke buitengewone belevenissen in de natuur zien we jou? staatsbosbeheer.nl/ gewoonbuiten

VANUIT JE LUIE STOEL

28

Staatsbosbeheer

DE WILDERNIS IN JE ACHTERTUIN

IN DE BAN VAN HET VOEDSELBOS

Ga lekker zitten en geniet van adembenemende beelden van de nabije natuur op het reusachtige koepelscherm van filmtheater Omniversum. Beelden die maken dat je er zelf op uit wilt trekken. Je achtertuin in en verder… Daarom krijgen alle Backyard Wilderness bezoekers een speciaal eropuit-boekje waarmee je het hele jaar door activiteiten kunt ondernemen in de natuur. Wist je dat onze eigen boswachter Jenny van Leeuwen de stem van de film is? omniversum.nl/films/backyard-wilderness/

Je eigen voedselbos aanleggen? Dit boek is de perfecte kennis- en inspiratiebron met een schat aan achtergrondinformatie. Boordevol tips op het gebied van ecologie en landschap, dierenleven, beheer, opbrengst en nog veel meer. Zo begint het opzetten van je voedselbos goed. Auteur: Madelon Oostwoud, ISBN: 9789050116534, €29,95

Beeld sporen zoeken © Carel Schutte, Orchidee © Marijke Kodden

In 2019 organiseert Staatsbosbeheer het hele jaar door Buitengewone Belevenissen. Iedere maand staat er tijdens verschillende excursies een ander bijzonder natuurfenomeen centraal. Ga je mee?


SPECIAAL VOOR JOU

DOE DE NATUUR CADEAU!

Win: gratis weekend kamperen bij de boswachter

Waarom verdien jij dit jaar een logeerpartij bij de Voel je verbonden met de natuur én de mensen om je heen: boswachter? Het meest originele antwoord wint een en geef méér van Staatsbosbeheer cadeau. gratis weekend kamperen (max. 3 nachten) op een

Beschermen WEIDEVOGELS

© Laurie Karine

Het is té stil in de wei

Beleven MERGELLANDSCHAP

Waar bergen eigenlijk dalen zijn

Benutten BOMVRIJ VERGADEREN

Duurzaam beheer van forten

Korting op kaartjes voor de film Backyard Wilderness Backyard Wilderness laat je ontdekken wat voor moois er te vinden is in je eigen achtertuin en daarbuiten. Het reusachtige koepelscherm van filmtheater Omniversum in Den Haag betovert je en de dierenwereld Verleiding invoert je langs aandoenlijke dieren en mooie planten. Backyard Wilderness werd vijf keer bekroond bij de Giant Screen Awards en bij de prestigieuze SMASH Awards zelfs zes keer. Met de bon koop je kaartjes met 25% korting! omniversum.nl/films/backyard-wilderness

Lonken & loeren

4x aar voor m € 15

Kortingsbon: 25% korting op kaartjes voor Backyard Wilderness

€ 6,-

Staatsbosbeheer magazine belicht elk seizoen datnaar de Nederlandse Stuur je antwoordhet voorbeste eind april magazine@staatsbosbeheer.nl natuur te bieden heeft. Als abonnee blijf je het hele jaar door betrokken bij het werk van Staatsbosbeheer en haal je meer uit de natuur. Dat gun je jouw vrienden toch ook? • Ontdek de verborgen schatten van onze flora, fauna en landschappen.

© Dirk Hilbers

WWW.STAATSBOS BEHEER.N L NR 1 LENTE 2019

reguliere kampeerplek voor 1-6 personen. Op sommige kampeerterreinen is stroom en zijn maximaal 2 honden toegestaan. PS vergeet je kampeerspullen niet… logerenbijdeboswachter.nl

• Geniet mee met de natuurervaring(en) van onze vakmensen, vrijwilligers en partners. • Beleef de buitenlucht en doe mee aan natuuractiviteiten en -excursies. Korting op de Crossbill Guide Wadden #meervanstaatsbosbeheer De beste routes voor flora, fauna en het unieke Waddenlandschap vind je in de Crossbill Guide Wadden. In 28 routes en talrijke tips vind je zelf de meest bijzondere natuur van de Wadden. Geschikt voor iedereen die meer wil zien van de Wadden, van ‘casual’ liefhebber tot ‘hardcore’ vogelaar.

Als abonnee krijg je nu een vriendenkorting: Kortingsbon: voor slechts € 15 (ipv. €20) geef je vier Crossbill Guide Wadden nu voor €19,50 nummers van Staatsbosbeheer cadeau*. in plaats van €25,95

Tegen inlevering van deze bon ontvang je 25% de Crossbill Guide Wadden Doe je natuurvriendenBestel vandaag nog een plezier ennu voor maar korting op max. 4 kaartjes voor Backyard Wilderness €19,50 via crossbillguides.nl/wadden-SBB geef een abonnement cadeau, via staatsbosbeheer.nl/ in Omniversum Den Haag. Reserveer alvast online. Geldig t/m 21 juni 2019. abonnement o.v.v. 19LENTE Geldig t/m 5 juli 2019. Kassacode STA803.

34

* Geldig t/m 21 juni 2019. De cadeau-abonnementsprijs bedraagt € 15 voor een jaar. Hierna stopt het cadeau-abonnement automatisch. Staatsbosbeheer

Staatsbosbeheer

51


HOE & WAT

STIKSTOFREDUCTIE

Strijden tegen stikstof

De meeste mensen weten wel dat Nederland te veel CO2 uitstoot. Minder bekend is dat stikstof ook een fors probleem vormt. Acht vragen over het stikstofoverschot en wat Staatsbosbeheer eraan doet. Illustraties: Vijselaar en Sixma

1

Waarom is stikstof een probleem?

Voor de natuur is stikstof net zoiets als vetten voor mensen: onmisbaar om gezond te blijven, maar wel met mate. En daar wringt de schoen. Nederland stoot

via onder andere de veehouderij, industrie en wegverkeer veel te veel stikstof uit. Dat komt terecht in de lucht, in de bodem en in het water. In de natuur leidt dat tot twee grote problemen: vermesting en verzuring.


HOE & WAT

STIKSTOFREDUCTIE

PAS-projectleider Sallandse Heuvelrug

CORNÉ BALEMANS

“Door stikstofafzet is de pH-waarde van de heide op de Sallandse Heuvelrug gedaald tot 2,9 – vergelijkbaar met schoonmaakazijn”

2

Wat houdt vermesting in?

Stikstof is een belangrijke voedingsstof voor planten. Een overdaad aan stikstof zorgt ervoor dat ‘veelvraten’ zoals brandnetel, braam en grassen overmatig hard groeien. Andere, schralere plantensoorten komen in de verdrukking en verdwijnen. Verder raken open plekken in het landschap binnen no time begroeid. Voor bepaalde plant- en diersoorten is het een ramp als die zonnige, warme plekken verdwijnen.

3

Wat hebben stikstof en verzuring met elkaar te maken?

Bij de omzetting van stikstofverbindingen komt zuur vrij. Bodemmineralen kunnen dat neutraliseren, maar niet de enorme hoeveelheden waarmee Nederland te maken heeft. Het oprukkende zuur verdringt belangrijke bouwstoffen zoals calcium, kalium en magnesium, die wegspoelen in het grondwater. Planten

36

Staatsbosbeheer

kunnen deze bouwstoffen niet meer opnemen. Dat tekort werkt door in de hele voedselketen. Bij vogels bijvoorbeeld leidt calciumgebrek tot dunnere eierschalen, waardoor jongen te vroeg uit het ei breken en het broedsucces fors daalt.

4

Wat betekent het stikstofoverschot voor het waterleven?

Ook daar zorgt het voor problemen. In stikstofrijk water krijgen algen de overhand, die zó veel zuurstof en licht wegnemen dat andere organismen maar moeilijk overleven. Ook wordt het water zuurder. Voor de meeste vissen, amfibieën, waterplanten en aquatische micro-organismen luistert de zuurgraad van het water ongeveer even nauw als het zoet/zoutgehalte: een beetje variatie kan wel, maar boven of onder bepaalde grenswaarden kunnen ze niet meer overleven of zich voortplanten.


Tempo maken voor het korhoen De uitgestrekte heidevelden van de Sallandse Heuvelrug zijn de enige plek in Nederland waar het korhoen nog voorkomt. Voor PAS-projectleider Corné Balemans is behoud van deze iconische diersoort een extra drijfveer voor het stikstof-herstelproject. “Ik hoop vurig dat we de achteruitgang in biodiversiteit een keer een halt kunnen toeroepen of zelfs keren. Het zou eeuwig zonde zijn als we het door de vingers laten glippen doordat processen zo lang duren.”

5

Wat heeft Staatsbosbeheer te maken met de strijd tegen stikstof?

De gebieden van Staatsbosbeheer hebben sterk te lijden onder het stikstofoverschot. Staatsbosbeheer is als uitvoerder van maatregelen aangesloten bij het Programma Aanpak Stikstof (PAS) waarin Rijk, provincies, natuurorganisaties en ondernemers nauw samenwerken. Het PAS leunt op drie pijlers: maatregelen voor natuurherstel in Natura 2000-gebieden (hier speelt Staatsbosbeheer een rol), het stikstofprobleem bij de bron aanpakken (= minder uitstoot) en ruimte houden voor economische activiteiten. Over dat laatste is discussie. Milieuorganisaties vinden dat vergunningen alleen verleend mogen worden op basis van werkelijke stikstofwaardes, niet op basis van de ‘PAS-methode’ waarbij aannames over de gunstige effecten van natuurherstel al zijn ingecalculeerd. De Raad van State doet in de loop van dit jaar uitspraak hierover.

6

Natuurherstel staat dus niet ter discussie?

Nee. Het is glashelder dat herstelmaatregelen in de natuur onmisbaar zijn om het Nederlandse stikstofprobleem aan te pakken. Dat is ook hard nodig: 118 van de in totaal 160 Natura 2000-gebieden hebben te maken met overbelasting door stikstof. Voor herstel daarvan krijgen natuurorganisaties zoals Staatsbosbeheer extra budget vanuit het PAS. Logisch, want in feite is het andermans rotzooi die moet worden opgeruimd. Welke herstelmaatregelen precies genomen worden, varieert per gebied. Het is onder andere afhankelijk van de Natura 2000-doelstellingen en de gebiedskenmerken.

7

Wordt al gewerkt aan herstel?

Ja, zoals op de Sallandse Heuvelrug, waar Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten samen optrekken. Projectleider Corné Balemans: “De heide is hier enorm verzuurd. De pH-waarde hoort rond

de 4,5 te liggen, maar door de stikstofafzet is dat gedaald tot 2,9 – vergelijkbaar met schoonmaakazijn. Dat gaan we te lijf door 100 van de in totaal 1.500 hectare te bemesten met steenmeel. Verder vormen we 150 hectare bos om tot heide, zodat insecten vrijelijk van en naar het omringende agrarische landschap kunnen trekken. Vorig jaar is aan de noordzijde ruim 60 hectare bos gekapt en de bovenste strooisellaag afgevoerd; dit jaar vormen we 90 hectare aan de westzijde om.”

8

Is er geen verzet tegen kap?

Staatsbosbeheer investeert veel in begrip en draagvlak voor de herstelplannen. Aan het project op de Sallandse Heuvelrug ging bijvoorbeeld twee jaar intensieve communicatie vooraf. Corné: “Veel mensen zijn gehecht aan ‘hun’ natuurgebied, dus je moet goed uitleggen welke maatregelen je neemt en waarom. Omwonenden hebben we nauw betrokken bij het plan, bijvoorbeeld door af te spreken dat we bepaalde boomgroepjes laten staan zodat hun uitzicht minder ingrijpend verandert. De inspanningen hebben vruchten afgeworpen; de betrokkenheid is groot. We doen ons best de uitvoeringsperiode zo kort mogelijk te houden, zodat de aanwezigheid van de machines niet alsnog weerstand oproept. De herstelde natuur moet zo vlot mogelijk herrijzen. Voor het eindplaatje moeten we een paar jaar geduld hebben, maar het begin van de nieuwe heidevegetatie zal al heel snel te zien zijn.”

!

Meer weten over stikstofreductie? Kijk in het dossier Natura 2000 op staatsbosbeheer.nl voor meer informatie over de rol van Staatsbosbeheer in het Programma Aanpak Stikstof. Meer details over het herstelproject op de Sallandse Heuvelrug is te vinden op sallandseheuvelrug.nl/heideherstel

Staatsbosbeheer

37


XX

XX VAKMANSCHAP

BEHEER FORT BIJ RIJNAUWEN

Ruw en geheimzinnig

Fort bij Rijnauwen op een steenworp afstand van Utrecht is een historisch verdedigingsfort met grote cultuurhistorische waarde. En tegelijk een geheimzinnig natuurfort met kwetsbare flora en fauna op 31 hectare. Fotografie: Anneke Hymmen

38

Staatsbosbeheer


E

en bomvrije kazerne, kruithuis, reduit, groepsschuilkelders… Fort bij Rijnauwen is op het oog een onneembare vesting. Maar schijn bedriegt. De natuur hier is zeer kwetsbaar. Doordat het fort tot 1977 hermetisch was afgesloten, kon de grote, groene ruimte, wat dit fort óók is, een paradijs worden voor veel planten en dieren. Er groeien tweehonderd soorten planten zoals de rietorchis en andere orchideeën, korstmossen en bijzondere paddenstoelen. Er wonen dassen, vossen,

reeën, buizerds, vleermuizen en ijsvogels. Het onderhouden van een dergelijk fort vereist puur vakmanschap. Zeker wanneer het fort de UNESCO-status krijgt, gelden er allerlei onderhoudsverplichtingen. Ook voor het beheer van de zeldzame en kwetsbare planten en dieren die er leven is expertise nodig. En misschien zit het pure vakmanschap er vooral in dat deze twee soorten van beheer samen moeten komen op één plek. Daar komt bij dat de kosten voor het onderhoud hoog zijn. Er zijn meer

bezoekers nodig om het fort in stand te houden en met een eigentijdse programmering moet het fort weer echt onderdeel worden van de omgeving. Vanuit het thema ‘Verborgen geheimen en de natuurlijke magie’ ontwikkelt Staatsbosbeheer het fort tot een plek waar mensen de geheimen en magie van deze bijzondere plek kunnen ontdekken. Maar dan wel zó dat het fort duurzaam in stand blijft, in balans met de bestaande natuur- en cultuurhistorische waarden.

Staatsbosbeheer

39


VAKMANSCHAP

BEHEER FORT BIJ RIJNAUWEN

“Hier overwinteren veel dieren” Klaas-Jan van der Linden, boswachter beheer: “Ondanks dat het fort dicht tegen de stad ligt, overwinteren er hier veel diersoorten. Zij genieten van de rust en de ruimte op het afgesloten terrein. Meer reuring werkt altijd averechts. Daarom ben ik in eerste instantie geneigd in te gaan tegen de plannen van meer activiteiten op het fort. Voor de vegetatie maakt het minder uit. Bloemen en planten groeien wel door, mits iedereen zich aan de regels houdt.

We zullen dus goed moeten monitoren wat we precies doen aan het beheer en welk effect de activiteiten hebben. Zodat we kunnen opstaan en op tijd ‘stop’ zeggen zodra de balans kwijt is. Bijvoorbeeld: met het maaien zijn we afhankelijk van het weer en werkt het lastiger als de beheerplanning op de activiteiten afgestemd moet worden. Gelukkig werken we fijn samen met diverse aannemers. Zij doen het maaiwerk met veel vakmanschap en enthousiasme.”

“Dit fort vraagt om maatwerk” Roel van Ark, boswachter publiek: “Ja, we kunnen meer uit dit unieke fort halen dan we nu doen. Een deel van de gebouwen kunnen we verhuren als vergaderlocatie. Dat levert middelen op die we nodig hebben om het fort in goede gezondheid te houden. Maar we moeten voorzichtig zijn. Feesten en partijen en grootschalige evenementen passen hier niet. Daarvoor is de natuur te kwetsbaar. Wanneer een bruidspaar hier foto’s wil maken, kan dat alleen aan de rand van het grasveld. Anders trappen ze de orchideeën stuk. Een cultureel evenement als Holland Opera past in de zomer bijvoorbeeld wél. Maar het blijft altijd maatwerk. We vragen ons continu af: wat kan waar en wanneer wél en wat absoluut niet? Mensen mogen geen last hebben van werkzaamheden en de dieren geen last van mensen.”

40

Staatsbosbeheer

Dirk de Groot, vrijwilliger – onder andere gastheer en beheerder van het Kruithuis: “Vroeger dacht ik eerder aan de cultuurhistorische waarde van de 27 monumentale gebouwen dan aan de zeldzame natuur in dit gebied. Ik ben al dertig jaar bezig met historisch onderzoek naar forten als deze. Maar ik zie het nu anders. Cultuur en natuur zijn hier nu eenmaal nauw verweven. We sluiten continu compromissen en ik denk dat we dat heel goed doen. Wanneer er een ruimte in het fort vrijkomt, zou ik bijvoorbeeld wel een winkel willen inrichten. En dan niet aan de linkerkant van het fort, want daar leven de dassen, ringslangen, ijsvogels en wat niet meer.”


“We kennen de natuurwaarden” Fred Mijnten, projectleider: “Het gros van de gebouwen hebben we de afgelopen drie jaar onder handen genomen. Die kunnen er de komende veertig jaar weer tegenaan. We doen dat wél in nauw overleg met de boswachters beheer en publiek. Iedereen die hier werkt is doordrongen van de natuurwaarden van deze plek. Dat houdt bijvoorbeeld in dat we van april tot de bouwvak alle deuren en luiken schilderen. Dat kan niet later, want dan is de verfgeur zo sterk dat vleermuizen hier niet meer willen overwinteren. Tijdens hun winterslaap mogen er ook geen dieseldampen, ronkende motoren of trillingen in of op de gebouwen zijn.”

“Ik krijg energie van het fort”

© Ruben Smit

Marjon Bleeker, vrijwilliger – beheer en gastvrouw: “Als vrijwilliger help ik elke maand een dag mee op het fort. We snoeien, schilderen en voeren kleine reparaties uit. Dit jaar maken we bovendien een sporenbak en een wand waar de ijsvogel kan nestelen. Sinds vorig jaar maken we broedhopen voor de ringlang, die elk jaar weer opgebouwd moeten worden. We tellen dan direct de eierschalen. Daarnaast help ik als gastvrouw zoveel mogelijk tijdens de activiteiten die hier op het fort plaatsvinden. Ik krijg heel veel energie van het werken op het fort. Zelfs mijn man en kinderen zijn verslingerd geraakt aan deze plek. Ze maken er graag foto’s en helpen mee met allerlei evenementen.”

!

Terug in de tijd Bij een bezoek aan een fort herleven oude tijden. Kijk voor meer info en waar je een fort kunt bezoeken op staatsbosbeheer.nl/forten

Staatsbosbeheer

41


FLORA

KNOTWILGEN

Stoere types Ze zijn kort en breed, oersterk en bieden bescherming aan degenen die het nodig hebben. Knotwilgen zijn de Jerommekes van het Nederlandse cultuurlandschap, met verrassend grote ecologische waarde.

K

notwilgen zijn al eeuwenlang gezichtsbepalend voor verschillende typisch Nederlandse landschapssoorten. Zeeuws-Vlaanderen zou niet hetzelfde zijn zonder knotwilgen, maar dat geldt net zo goed voor het Groene Hart, het rivierenlandschap en zelfs de coulissen van de Achterhoek. Die brede verspreiding door de Lage Landen komt doordat de knotwilg geen veeleisend type is. Hij maalt er niet om als het water ’m regelmatig tot aan de lippen staat of als ’ie in tweeën splijt. Niet te droge voeten en een knipbeurt op z’n tijd, dat is eigenlijk alles wat een knotwilg verlangt.

de stam splijt of omvalt. Niet dat de boom dan doodgaat – knotwilgen zijn geen doetjes – maar de karakteristieke vorm is wel weg. Eeuwenlang had de mens er gezond eigenbelang bij om de pruik regelmatig te kortwieken. De wilgentenen die het oplevert, waren namelijk onmisbaar. Ze zijn sterk maar toch soepel en dus ideaal om bijvoorbeeld manden en fuiken van te vlechten. Dikkere takken waren nuttig voor afrasteringen en niet te vergeten de strijd tegen het water. Zinkmatten van wilgentenen vormden bijvoorbeeld de basis van de Afsluitdijk en de Deltawerken.

Getijdengrienden Knotten Die knipbeurt (knotten, in vaktaal) is cruciaal voor de knotwilg. Als de pruik niet om de paar jaar wordt geknot, worden de takken zo dik en zwaar dat

52

Staatsbosbeheer

Omdat nieuwe bouwmaterialen de gebruiksfunctie van wilgentenen grotendeels overnamen, dreigden in de jaren zeventig veel knotwilgen en grienden (= akkers van knotwilgen)

Wilgenlaan In het Diemerbos is onlangs een gloednieuwe knotwilgenlaan aangeplant. Eerder stonden daar abelen, maar de wortels drukten het fietspad omhoog en er viel regelmatig een boom om. De keuze was snel gemaakt. Boswachter Elise Ruigrok: “Wilgen groeien goed op de natte veengrond van het Diemerbos. We hebben gekozen voor de schietwilg. Deze knotwilgen hebben we opgekweekt met zaad uit Staatsbosbeheers eigen zadenbank. Zo weten we honderd procent zeker dat het inheems, hoogwaardig materiaal betreft.”


© Ruud Morijn/iStock

Knotwilgen zijn geen aparte wilgensoort, maar ‘normale’ wilgen die een kopje kleiner zijn gemaakt. De meeste knotwilgen zijn schietwilgen, kraakwilgen of spontane kruisingen daarvan met andere (al dan niet inheemse) wilgensoorten.

Staatsbosbeheer

53


FLORA

KNOTWILGEN

verloren te gaan. Het knotten is namelijk best een arbeidsintensief klusje; het moet tak voor tak gebeuren. Gelukkig kwamen veel landschaps- en natuurliefhebbers in actie. In Voorne-Putten en IJsselmonde bijvoorbeeld, waar Jasper Louman nu boswachter is. Dankzij de inzet van een speciaal opgerichte vereniging zijn de grienden in dit gebied, waar de getijdenwerking van de Oude Maas vrij spel heeft, bewaard gebleven. Het zijn de enige getijdengrienden in Nederland. Jasper: “De Carnisse Grienden mogen verruigen: daar wordt niet meer geoogst. Maar de Rhoonse Grienden zijn nog altijd zogenoemde hakgrienden. Jaarlijks oogst een griendwerker, in een cyclus van drie jaar, 10 van de in totaal 30 hectare. De oogst wordt deels verwerkt tot biomassa. En

Secretaris Vereniging de Carnisse Grienden

ELMA SCHREUDERS

“In sommige grillig gevormde stammen kun je met een beetje fantasie een gezicht ontdekken”

Knotten door een ‘echte’ griendwerker, zoals in de Rhoonse Grienden, is een zeldzaamheid. Voor de meeste knotwilgen in Nederland geldt dat ze er nog zijn dankzij de inzet van vrijwilligers, die er ’s winters en in het vroege voorjaar op uit trekken om de knotwilgen in hun gebied te onderhouden.

54

Staatsbosbeheer

© Marjolein den Hartog

De kunst van het knotten

Diergaarde Blijdorp gebruikt de takken als speelhout en voer voor dieren.”

De waarde van de wilg Tegenwoordig is de knotwilg vooral waardevol vanwege z’n landschaps- en natuurwaarde. Jasper: “Hier zie je bijvoorbeeld dat bevers graag aan de stammen knagen en dat ijsvogels de lange takken als uitkijkpost gebruiken. Uilen nestelen graag in de holtes van de verweerde, oude stammen. En vergeet de betekenis voor insecten niet: bloeiende wilgenkatjes zijn een van de vroegste nectarbronnen in het voorjaar. Verder biedt het zachte hout voedsel en schuilgelegenheid voor allerlei larven, kevers, schimmels, mossen en algen. Epifyten zijn eveneens kenmerkend voor knotwilgen: planten die een


Knotwilgen worden meestal niet stokoud; een jaar of 50, 60 is al hoogbejaard.

© Ralf Geithe/iStock

© Wil Meinderts/Buiten-Beeld

De vraatzucht van de tot wel 10 cm grote wilgenhoutrups kan een knotwilg fataal worden. Bijzonder: het dier kan alleen in z’n jeugd eten; wilgenhoutvlinders hebben geen mond (en leven ook maar kort).

© Sabine Joosten/Hollandse Hoogte

©EyeEm Mobile GmbH/Hollandse Hoogte

In het vroege voorjaar zijn bloeiende wilgenkatjes een belangrijke nectarbron.

fijne voedingsbodem vinden in de holte of pruik van een knotwilg, zoals varens, elzen of wilgenroosjes.”

Boswachter Voorne-Putten en IJsselmonde

JASPER LOUMAN

Enorme groeikracht De knotwilg is dus niet alleen een heel stoer, maar ook een heel bijzonder type. Dat beaamt Elma Schreuders, secretaris van Vereniging de Carnisse Grienden. “Hun groeikracht is enorm. Persoonlijk vind ik het altijd een beetje een triest gezicht als ze net geknot zijn, maar binnen een maand zie je de pruik alweer uitlopen. Ze wortelen ook heel makkelijk. Moestuiniers weten dat wel: wilgentenen die in het voorjaar als bonenstaak in de grond worden gestoken, zitten in de zomer vaak al muurvast – zelfs als de takken ondersteboven zijn gezet. Ook de grillige stammen zijn bijzonder. In sommige knotwilgen kun je met een beetje fantasie een gezicht ontdekken. Dan zijn het net rimpelige, oude mannetjes.”

“De knotwilg biedt voedsel en schuilgelegenheid aan allerlei insecten, zoogdieren, vogels, schimmels, mossen en zelfs volwassen planten”

!

Wil je ook vrijwillig wilgen gaan knotten of iets anders aanpakken? Kijk op staatsbosbeheer.nl/vacatures voor de openstaande vacatures van dit moment.

Staatsbosbeheer

55


Dit is de ‘voorjaars-look’ van heermoes, een van de inheemse planten die ook wel paardenstaarten worden genoemd. Naarmate het voorjaar vordert, verschijnen er nieuwe scheuten. Deze lijken op nieuwe planten, want ze zien er anders uit: het zijn net groene ‘kerstboompjes’. Heermoes heeft nóg een (bij)naam: akkerpest. Het is namelijk nogal hardnekkig (on)kruid: het wortelt uitgebreid en is amper gevoelig voor bestrijdingsmiddelen. Deze taaie rakker heeft dan ook sterke genen: paardenstaarten waren er al in het devoon, 375 miljoen jaar geleden.

© Misja Smits/Buiten-Beeld

Wat zie je?

Profile for Staatsbosbeheer

Staatsbosbeheer magazine lente 2019  

Meer van Staatsbosbeheer? Kijk op https://www.staatsbosbeheer.nl/magazine

Staatsbosbeheer magazine lente 2019  

Meer van Staatsbosbeheer? Kijk op https://www.staatsbosbeheer.nl/magazine