Page 1

Nieuw Land in beweging

€ 5,95

O0STVAARDERSPLASSEN JAAR HISTORIE IN VOGELVLUCHT

AVONTURIER REDMOND O’HANLON ‘Alleen Nederlanders kunnen deze natuur maken’ Van hut naar hut VOGELS KIJKEN op de fiets

KRAAMKAMER Het succesverhaal van de zeearenden

BAANBREKEND Wetland in ontwikkeling


Lelystad 12

’t Bovenwater Zilverreiger

dijk

Markermeer

Knar

Hoekplas

Uilenweg g we e rd z i Bu

De Grauwe Gans

H

Krenteplas Nonnetje

Keersluisplas

De Schollevaar

4

De Kluut Buitencentrum Oostvaardersplassen

3 Driehoek De Zeearend 2

Grote Plas

ANTON VAN TETERING

Oo

ar s t va

der

sdij

k

Wigbels eiland

Oostvaardersplassen

De Krakeend De Oeverloper 5 Kleine Praambult 6 De Poelruiter

P ra a

m we g

Kuifeend

Lepelaar

De Blauwe Reiger

d

Buitenvaart

sb o

s

Kiekendief Jan v/d Boschheuvel Natuurbelevingcentrum 11 10 JDe Oostvaarders an v/ Frans Vera d Bo schp Kotterbos ad

aar

Kotterheuvel natuurboulevard

9 Kotterbos 8

t

LEGENDA 4

Almere Oostvaarders

Almere Buiten

eV Lag

A6

eg

der

a mw

ad

aar

hpa

P ra

osc

B

ssep

7

v/d

ij P. Th

stv

Oostvaardersveld

Grote Praambult

Ja n

Ja c .

Oo

1

8 Almere Buiten-Oost A6

0

LEGENDA hotspot NS-station café/restaurant parkeerplaats uitzichtpunt vogelkijkhut 1 km

kaartgegevens: Basisregistratie topografie, Kadaster 2017

In de Oostvaardersplassen zijn ruim 20 UITKIJKPUNTEN EN OBSERVATIEHUTTEN om de natuur te beleven 2


Wil je met een boswachter het gebied in, bekijk dan het actuele excursieprogramma op staatsbosbeheer.nl.

• HOTSPOTS • Oostvaardersplassen

LEVEN-MET.NL

De Schollevaar

Kna rd ij k ERNST DIRKSEN

1 Buitencentrum

Goed zicht op de aalscholverkolonie. Wandeling via de kade en een pad door de rietlanden is de moeite waard.

5 Observatiehut

Deze observatie‘bult’ biedt een prachtig uitzicht over het grazige deel van de Oostvaardersplassen en is dé plek om grote grazers te ­volgen. Met helder weer zie je het nest van de zeearend.

8 Kotterbos

Wordt jaarrond bezocht door edelherten. Tussen begin mei en begin januari kun je hier als bezoeker wandelen en fietsen.

Uitkijkheuvel en -punten Lepelaar, Kiekendief, Frans Vera. Kans op roerdomp, zilverreigers, visarend, kiekendieven, veel soorten watervogels en steltlopers.

9 Natuurboulevard

12 Observatiehut

2 Driehoek

Hier staan de edelherten met regelmaat langs het pad. In de rietkragen langs de poelen kans op blauwborsten en baardmannetjes.

3 Observatiehut De Zeearend

Hoge observatiehut met uitzicht over de Waterlanden.

ALEX WESTERHOF

De Poelruiter Vertrekpunt van excursies aan Lelystadse zijde. Ideale plek voor koffie of lunch. Ook startpunt van de ­wandelroute op pag. 66.

Vanuit deze observatiehut maak je de mooiste natuurfoto’s. De plassen en de rietkragen worden bewoond door tal van ijsvogels en eendensoorten.

6 Oostvaardersveld

Hier leeft een kudde koniks en sinds 2017 ook edel­ herten. Plus ijsvogel, roerdomp en ruigpootbuizerd in de winter.

11 Uitkijkpunten Jan van den Boschpad ALEX WESTERHOF

4 Observatiehut

scheepswrak

7 De Grote Praambult

Mooie rust- en picknickplek. Biedt uitzicht op het Kotter­ bos en fraaie wandelmogelijkheden naar diverse observatiepunten. ‘s Zomers is er bloeiende moerasandijvie te zien.

10 Natuurbelevings-

De Zilverreiger

Op de weg hiernaartoe, een mooi pad door het riet en tussen de grauwe wilgen, word je vaak verrast door de hoeveelheid verschillende vogels die je kunt horen en zien, bijvoorbeeld de roerdomp.

13 Hollandse Hout TJIBBE HUNINK

Dit gebied staat in de winter en het voorjaar onder water; ideaal voor tal van vogels, zoals kieviten, goudplevieren, berg- en slobeenden.

GERARD VAN BREEMEN

Hollandse weg Hout orenvalk 13 T

centrum De Oostvaarders Horeca met het mooiste zicht op de Oostvaarders­ plassen, met aan de ­overkant koniks en heckrunderen. Op de ­eilandjes broed­vogels zoals kluten, ­watersnippen en kieviten. Tevens startpunt van de fietsroute op pag. 14.

Dit ruim 9 km2 grote bos wordt het poortgebied voor de Oostvaardersplassen en het nationaal park Nieuw Land vanaf Lelystad. Te zien: wielewaal, appelvink, ree.

• Buitencentrum Oostvaardersplassen, Kitsweg 1, 8218 AA Lelystad, staatsbosbeheer.nl/buitencentra • Natuurbelevingscentrum De Oostvaarders, Oostvaardersbosplaats 1, 1336 RZ Almere, stadennatuur.nl • Buitencentrum Almeerderhout: Kemphaanlaan 4, 1358 AG Almere, staatsbosbeheer.nl/buitencentra

3


• VOORWOORD

Zien doet geloven Als cameraman heb ik over de hele wereld gereisd om wilde dieren te filmen; van de Braziliaanse Amazone tot de Mongoolse steppe, van het Guatemalteekse oerwoud tot de woestijn van Burkina Faso. Op zulke wilde plekken dieren zien, laat staan filmen, is moeilijker dan de meeste mensen denken. In dat opzicht heb ik tot nu toe het meeste succes gehad in de Oostvaardersplassen. Ik zette mijn eerste stappen als filmmaker in dit gebied in 2004, tijdens mijn studie. Tussen 2011 en 2013 was ik hoofdcameraman voor de bioscoophit De nieuwe wildernis, en tussen 2016 en 2018 draaide ik er een vossenspecial. Werken in de Oostvaardersplassen is uniek – net als de ontstaansgeschiedenis van dit gebied, dat in de jaren zestig werd drooggelegd om industrieterrein te worden. Mijn vader vertelde mij verhalen over die tijd, toen hij langs de dijken al kiekendieven zag jagen in het nieuwe riet. In de loop der jaren is er veel veranderd; gelukkig is het geen industriegebied geworden, maar een belangrijke enclave voor heel veel dieren. Dat ik telkens weer blijf terugkomen naar de Oostvaardersplassen, is omdat je de dieren hier perfect voor de lens kunt krijgen; om dezelfde reden zijn er ontelbare films gemaakt over de savannes van Afrika. Alleen zie je in de Oostvaarderplassen geen leeuwen, zebra’s of gnoes, maar vossen, konikpaarden en edelherten. En natuurlijk vogels, wat mij betreft de mooiste bewoners van de Oostvaardersplassen. Veel Nederlanders zijn zich er niet van bewust hoe rijk aan leven de Oostvaardersplassen is. En ook veel buitenlandse toeristen kunnen zich maar moeilijk voorstellen dat er zo dicht bij Amsterdam zo’n prachtig natuurgebied is. Dat is een van de redenen waarom ik ernaar uitkijk om in de Oostvaardersplassen nog veel natuurfilms te kunnen maken. Want zien doet geloven. Voor de komende vijftig jaar hoop ik dat het belang van de dieren in de Oostvaardersplassen centraal blijft staan en dat mensen zoveel mogelijk buiten het wilde hart van het gebied blijven. En wie weet ontdekken nog veel meer mooie dieren, zoals de wolf, deze plek.

Michael J. Sanderson

Van de makers

NICO REINDERS

De Oostvaardersplassen heeft een buitengewoon boeiende en turbulente geschiedenis van 50 jaar. Momenteel bevindt het natuurgebied zich wederom in een dynamisch speelveld van ruimtelijke en maatschappelijke ontwikkelingen. Vlak voor het verschijnen van deze uitgave is een advies voor een nieuw beleidskader voor het gebied gepresenteerd, zie pagina 43. En daarnaast wordt hard gewerkt aan de ontwikkeling van een nationaal park, bestaande uit Oostvaardersplassen, Marker Wadden, Lepelaarplassen en Markermeer. Dit plan maakt deel uit van een groter gebiedsontwikkelingstraject, waarvoor de beleidsverantwoordelijkheid bij de provincie Flevoland ligt. Staatsbosbeheer

4


• INHOUD • Achtergrond • Marcel van Ool over de nieuwe wildernis. . . 22 • Zo ontstonden de Oostvaardersplassen. . . . 36 • Wetlands Nieuw Land in ontwikkeling.. . . . . . 54

MARIJE OUDSHOORN

Eropuit • De 13 hotspots die je niet mag missen. . . . . 02 • Rondje Oostvaardersplassen op de fiets.. . . 14 • Op safari met de boswachter.. . . . . . . . . . . . . . . . 60 • Wandelen door bos & langs rietmoeras.. . . 66 Flora & fauna • De Oostvaardersplassen als springplank .. 06 • Ruim baan voor de blauwe en bruine kiekendief. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 18 • Zomerexplosie van planten. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 26 • Straks klinkt de roerdomp weer. . . . . . . . . . . . . 48

RUBEN SMIT

Inspiratie • Ik ben… gedicht van Hein Walter. . . . . . . . . . . . 32 In gesprek met • De amateurfotograaf. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17 • Vogelteller Henk Hupkes. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 34 • Avonturier Redmond O’Hanlon. . . . . . . . . . . . . . . 44 • De familie. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 53 • De buurtbewoner. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 59 • De wijkagent. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 71 Coverfoto EMS

PROJECTTEAM Suus Boerma (projectleiding), Gerard van Breemen, Hans-Erik Kuypers, Marije Oudshoorn MEDEWERKERS Joke Bijl, Susan Bonekamp, Marco van de Burgwal, Mikal Folkertsma, Frans Glissenaar, Niels Kooyman, Idde Lammers, Marcel van Ool, Meta Rijks, Michael Sanderson, Arjan Telkamp, Anton van Tetering, Kim Veenman, Gemma Venhuizen, Hein Walter, Buitenfonds FOTOGRAFIE Marjan Adema, Gert-Jan Brandenburg, Gerard van Breemen, Hans Breeveld, Ilse Cardoen, Ernst Dirksen, Leven-Met.nl, EMS, Lode Greven, Janneke de Groot, John Gundlach, Marjolein den Hartog, Kevin van den Hoven, Tjibbe Hunink, Henk Hupkes, Jan-Paul Jongejans, Erna Koelman, Hans-Erik Kuypers, Kees de Lange, Eric Molenveld, Katja van Nus, Marije Oudshoorn, Aaldrik Pot, Provincie Flevoland, Nico Reinders, Aalt van Tongeren, Wim Schipper, Iris Sen, Ruben Smit, René Vos, Alex Westerhof, Vincent Wigbels Met dank aan alle geïnterviewden, Batavialand en iedereen die foto’s heeft geleverd UITGEVERIJ NEW SKOOL EXPLOITATIE Fanny Glazenburg (hoofdredacteur), Caroline Vogel (chef-redacteur), Très Melis (artdirector), Paul Böhre, Daniël Mulder, Diederik Plug (redacteuren), Pim Osterhaus (marketingmanager) UITGAVE mei 2018 OPLAGE 28.000 Papier Dit blad is gedrukt op papier met het PEFC-keurmerk. Dit keurmerk wordt verstrekt door de non-profitorganisatie PEFC (Program For The Endorsement Of Forest Certification) wanneer zij kan garanderen dat een product daadwerkelijk uit duurzaam bosbeheer afkomstig is. DIT BLAD IS MEDE MOGELIJK GEMAAKT DOOR PROVINCIE FLEVOLAND EN GEMEENTE ALMERE/PROJECT ALMEERSE POORT

5


HANS BREEVELD

Nieuw land, nieuw leven

Door het ontstaan van de Oostvaardersplassen in 1968 gingen de aantallen van bepaalde vogelsoorten, landelijk gezien, met sprongen omhoog. Het uitgestrekte kleimoeras trok zelfs broedvogels en andere dieren aan die Nederland tot die tijd links lieten liggen, met de zeearend als beroemdste voorbeeld. De meeste vogels verspreidden zich in de loop der jaren over het land – de Oostvaardersplassen fungeerde als springplank. Tekst IDDE LAMMERS (M.M.V. NICO BEEMSTER)

6


• FAUNA

Succesvolle jaren Voor het eerst sinds vele eeuwen deed een ZEEARENDPAARTJE in 2006 een ­geslaagde broedpoging in Nederland. Dat was, hoe kan het ook anders, in de Oostvaardersplassen. Sindsdien broedt de vliegende deur, zoals de zeearend ook wel wordt genoemd vanwege zijn ­spanwijdte, hier elk jaar met succes. De rust en het ruime aanbod aan ­ voedsel dragen hier zeker aan bij. In het voorjaar jagen de zeearenden op eenden en ganzen­, in mei en juni ­plukken ze ­paaiende karpers uit het water en in a­ ugustus vormen ruiende eenden weer een makkelijke prooi. Zeearendvrouwtjes gaan vaak broeden in de omgeving van hun ouderlijk nest en dus was het te verwachten dat de vogel zich langzaam maar zeker ­verder over het land zou verspreiden. In 2010 deden twee paartjes broed­ pogingen in het Zwarte Meer en het Lauwersmeergebied. In beide gevallen bleef het bij een poging, maar een jaar later wist een paartje in het Lauwersmeer wel een mannelijk jong groot te brengen. In 2011 werd ook een broedpoging ­ondernomen in de Biesbosch. Het zou daarna nog vijf jaar duren voordat daar zeearendjongen grootgebracht werden. In de Dordtse Biesbosch vlogen in 2016 twee jongen uit. Een poging aan de Brabantse kant mislukte. 2017 was tot nu toe een van de meest succesvolle jaren voor de vliegende deur. Er waren broedparen in het Lauwersmeer en bij Suawoude en Koudum in Friesland, in het Zuidlaardermeer, op Tiengemeten, in de Biesbosch, in Flevoland in het Zwarte Meer, in boswachterij ­Spijk-Bremerberg bij Biddinghuizen, in Roggebotzand en natuurlijk in de Oostvaardersplassen.

7


ALEX WESTERHOF

Lief hebber van ruigtes

De BLAUWBORST houdt van droge en natte ruigtes, bij voorkeur op kleigrond. Geen wonder dat deze moerasvogel zich thuisvoelt in het reusachtige kleimoeras tussen Almere en Lelystad. Vroeger nog meer dan nu het geval is. Dat zit zo: voordat er heckrunderen, ­konikpaarden en edelherten in de Oostvaardersplassen werden geïntroduceerd, bestond een deel van de huidige grazige zone uit ruig­ tes met riet, dat een heel geschikt broedgebied was voor de blauw­ borst. Het moeras zelf was vooral in droge jaren aantrekkelijk om in te broeden, zoals na de drooglegging van het westelijk moerasdeel in 1987. De schatting is dat er toen zo’n 1.000 broedparen waren. Door de komst en groei van de aan­ tallen grote grazers veranderden de ruigtes in graslanden. Voor de blauwborst, die in tegenstelling tot wat zijn naam suggereert een ­blauwe keel heeft, pakte dit o­ ngunstig uit. De totale broed­ populatie wordt nu geschat op zo’n 100 à 150 paartjes.

8


• FAUNA

Op en af

LEPELAARS vestigden zich begin jaren zeventig in het moeras. Daarna nam het aantal broedparen toe tot ruim 300 paren in 1995. In 1996 verdween de lepelaar als broedvogel: de broedlocatie werd door een laag ­waterpeil bereikbaar voor vossen. In 1997 waren ze als broedvogel weer terug en vanaf dat jaar is het aantal weer toegenomen, maar niet meer in de hoeveelheden zoals die begin jaren negentig gebruikelijk waren. In 2014 waren er weinig broedparen, waarschijnlijk als gevolg van het lage waterpeil in het moeras. De verho­ ging van het waterpeil in 2015 leidde niet direct tot een sterke toename; in 2016 zette het herstel wel in. De teller staat nu op ruim 50 paren.

Sinds 2010 broeden er af en toe RAVEN in de Oostvaardersplassen. Waarschijnlijk hebben ze v­ anuit de Veluwe, waar ze in 1969 zijn geherintro­duceerd, de oversteek naar de nieuwe wildernis ­gemaakt. Er leven vooral jonge raven, die in groepjes van tientallen exempla­ ren rondstruinen. In 2016 is zelfs een keer een groep van 88 raven gezien.

De raaf is van het type ‘dood doet leven’. Raven zijn samen met vossen en zeearenden te vinden bij dode edel­ herten, die in tegenstelling tot dode konik­paarden en heckrunderen niet allemaal uit het natuurgebied wegge­ haald worden. Raven beperken zich niet alleen tot het eten van aas, maar jagen actief op jonge grauwe gansjes.

AALT VAN TONGEREN

MARJAN ADEMA

Dood doet leven

9


LEVEN MET

• NAVIGATIE

De Oostvaardersplassen vormt de grootste KRAAMKAMER van MOERASVOGELSOORTEN in Nederland, als stepping stone voor herkolonisatie van andere natuurgebieden

Rietbewoner

Voor BAARDMANNETJES was 1987 een belangrijk jaar. In dat jaar werd besloten het westelijke deel van de Oostvaardersplassen droog te l­eggen, zodat de vegetatie kon ­herstellen van ganzenbegrazing en erosie. Dit herstel vond inderdaad plaats en toen het waterpeil in 1991 geleidelijk verhoogd werd, nam het areaal riet sterk toe en explodeerden de aantallen baardmannetjes. Begin jaren negentig waren er ruim 2.000 broedpaartjes. De jonge vogels zwermden uit over half Europa. Daarna zijn de aantallen van deze rietvogel langzaam gedaald. Naar schatting broeden er de laatste jaren 500 paren baardmannetjes. Er zijn echter plannen om in 2019 het moeras geheel of gedeeltelijk ander­ maal droog te leggen. Op termijn kan dit de populatie weer een boost geven. Zo’n drooglegging kan voor verschillende moerasvogels grote gevolgen hebben, omdat hun ­oorspronkelijke leefgebied tijdelijk minder geschikt is. Dit hoeft niet erg te zijn; de verwachting is dat de moerasvogels, net als bij de vorige peilverlaging, voor enkele jaren ­elders op zoek gaan naar geschikte broedplaatsen en zo bij­ dragen aan een verdere verspreiding over het land.

10


• NAVIGATIE • FAUNA

Muizenjager

ERNA KOELEMAN

Het is een kwestie van tijd dat de VISAREND gaat broeden in de Oostvaardersplassen. De afgelopen jaren is hij steeds gezien in het broedseizoen en nu is het wachten op een partner

De BRUINE KIEKENDIEF wist de vanuit de vliegtuigjes ingezaaide rietlanden rond het moeras snel te vinden. De eerste broedgevallen werden gemeld in 1970. Daarna ging het hard. In 1975 broedden er zo’n 120 paartjes, vooral in het moeras, maar ook in de hedendaagse grazige zone. In de ontginningsfase van de polder werden vooral graan­ gewassen, koolzaad en luzerne ­verbouwd. Een goed jachtgebied voor kiekendieven; in het broed­ seizoen waren er voldoende muizen voor de jongen beschikbaar. Momenteel broeden er nog zo’n 60 à 65 paartjes. Debet daaraan zijn de ruimtelijke ontwikkelingen rond de Oostvaardersplassen. Veel landbouwgrond heeft plaatsgemaakt voor woningen, industrie, infra­ structuur en een vliegveld. Ook het landbouwgebruik zelf heeft invloed gehad op de aantallen; koolzaad en luzerne worden niet of nauwelijks meer verbouwd; het aandeel ­graangewassen is sterk afgenomen en er worden vooral aardappelen en bieten verbouwd. Op die akkers is in de broedperiode van de kiekendieven weinig te beleven. Daarom worden in de schil van de Oostvaarderplassen enkele terreinen speciaal als ­foerageergebied ingericht. Meer hierover lees je in het artikel over kiekendieven op pagina 18. Kiekendieven voeren hun kroost in april-mei vooral met jonge meer­ koeten en grauwe gansjes. Als deze in de loop van het seizoen te groot worden, schakelen ze over op kleine karekieten en andere zangvogels. Die plukken ze met een verrassings­ aanval uit het riet.

11


RUBEN SMIT

• NAVIGATIE

Sinds 1978

De grootste broedkolonie grote ZILVERREIGERS vind je in de Oostvaardersplassen: in 2017 zijn er meer dan 200 bezette nesten geteld 12

Voor de GROTE ZILVERREIGER is de Oostvaardersplassen decennialang het enige broedgebied in Nederland geweest. Het ­eerste paartje broedde er in 1978, precies drie jaar nadat de vogel er voor het eerst werd waargenomen. Lange tijd bleef het ­a antal broedparen laag. Totdat Staatsbosbeheer in 1997 de drempel doorstak die het oostelijke deel van het w ­ estelijke deel scheidde, met als gevolg dat de waterdiepte in het westelijke deel met 20 centimeter toenam en in de zomer niet meer droogviel. Door deze maatregel verbeterden de broeden foerageermogelijkheden voor de grote zilverreigers aanzienlijk. Zij waden met hun poten namelijk graag door ondiep water en pikken er met een snelle beweging vissen en amfibieën uit. In 2000 stond de teller op 10 paartjes en in 2006 al op 143. 2016 was een topjaar met in totaal 240 broedparen. In 2017 werden er vanuit de lucht ruim 200 bezette nesten ­geteld. De laatste jaren zijn grote zilver­ reigers ook buiten de Oostvaardersplassen gaan broeden. In de aangrenzende Lepelaarplassen broeden tegenwoordig zo’n 50 paartjes en ook in de Makkumer Noordwaard, het Volkerakmeer en de Wieden brengen grote zilverreigers inmiddels hun jongen groot.


• NAVIGATIE • FAUNA

Veel vis in de buurt

RUBEN SMIT

van het gebied maakten de Oostvaardersplassen tot een topbroedlocatie.Natuurlijk speelden ook de nabijheid van het IJsselmeer en het Markermeer een belangrijke rol. Daar jagen de aalscholvers op vis. De Oostvaardersplassen is daar niet geschikt voor. Een duik in dat water zou gelijk staan aan een duik in de modder. Momenteel schommelt het aantal broedparen rond de 2.000.

JANNEKE DE GROOT

Voor AALSCHOLVERS is de ontwikkeling van de Oostvaardersplassen heel belangrijk geweest. Toen de eerste ­vogels er in 1978 gingen broeden, was dat pas de derde kolonie in Nederland. De eerste jaren liepen de aantallen broedparen ­razendsnel op. Cijfers maken dit duidelijk: 175 paren in 1979, ruim 6.000 paren in 1987. De in het water staande bomen en de uitgestrektheid

Een hele toer Op een zwoele voorjaarsavond is er geen dier in de Oostvaardersplassen zo aanwezig als de GROENE KIKKER. Met hun luide gekwaak proberen de mannetjes een wijfje te lokken. In de begintijd van de Oostvaardersplassen was er nog geen groene kikker te bekennen; het moet voor de diverse amfibieën een hele toer geweest zijn om het gebied te bereiken. Vijf ­soorten is dat inmiddels gelukt. De gewone pad was er als ­eerste, gevolgd door de bruine kikker. Daarna volgde de groene kikker. In 1987 was er een eerste waarneming van een kleine watersalamander. Ook de rugstreeppad heeft de Oostvaardersplassen inmiddels ont­ dekt. Rugstreeppadden zijn slechte zwemmers, maar prima ‘lopers’ - ze kunnen afstanden tot vijf kilometer overbruggen. De kans bestaat dat het beestje het gebied op eigen kracht ­bereikt heeft, maar het is ook mogelijk dat er door grondverplaatsingen eitjes in Flevoland terecht zijn gekomen.

13


• FIETSEN

HUTHOPPEN op de fiets Fietsend rond de Oostvaardersplassen stap je geregeld af voor een bezoek aan een vogelkijkhut of uitzichtpunt. Maar ook vanaf het zadel is het goed vogelen en zie je zilverreigers, grauwe ganzen en meer.

De route begint met een klimmetje en test de beenspieren direct. De trap naar het kraaiennest van Natuurbelevingscentrum De Oostvaarders is niet alleen een prima warming-up, hij leidt je ook naar een adembenemend uitzicht. Een kudde koniks, brandganzen, een bruine kiekendief ... Bam, je waant je direct in een scène uit de film De nieuwe wildernis.

OVER DE NATUURBOULEVARD In het Kotterbos gaan de zintuigen op scherp voor een close ­encounter met een zeearend, want in het naastgelegen moeras broedt jaarlijks een paartje; in 2017 ­alweer voor het twaalfde achtereenvolgende jaar. Wandel ook zeker even over de natuurboulevard, een hoger ­gelegen pad langs water dat je naar uitzichtpunt Kotterheuvel brengt. De beloning: een levend natuurschilderij vol grazers met

14

GERARD VAN BREEMEN

ALEX WESTERHOF

GERT-JAN BRANDENBURG

Tekst DANIËL MULDER • Topografische kaart ANTON VAN TETERING

in de lucht vier buizerds die heel ­handig meeliften op luchtstromingen.

ENORME AALSCHOLVERKOLONIE In het ondiepe water voor kijkhut De Oeverloper in het Oostvaar­ ders­veld is een grote zilverreiger aan het jagen. In een kwartier tijd gaat zijn kop zeker tien keer onder water. Leuk weetje: de Oostvaar­ dersplassen is het belangrijkste broedgebied voor de grote zilverreiger in Nederland. Stop beslist bij Buitencentrum Oostvaardersplassen. Voor een versnapering, maar ook voor ­kijkhut De Kluut bij de Keersluis­ plas. Niet te missen is de enorme aalscholverkolonie even verderop. Wandelend naar kijkhut De Grauwe Gans klinkt ineens een luide plons. Een hinde stapt drijfnat het paadje op, schrikt en holt weg. Op de plas voor de hut ­dobberen dodaarsjes; de kenmer-

kende gele mondhoeken die de kleine fuut in zomerkleed heeft, zijn al zichtbaar. Op de Oostvaardersdijk waait een mild briesje. Remmen en afstappen voor uitkijkhut De Zilverreiger. Vanuit het riet klinkt het metaalachtige geluid van een groepje baardmannen. Ze vliegen van rietpluim naar rietpluim om zaden te eten.

FRAAI SLOTAKKOORD Fietsen weer, over een dun reepje land: rechts het Markermeer, links de Oostvaardersplassen. Af en toe duikt een edelhert op uit het riet. Een torenvalk laat zich uit de lucht vallen op een prooi. Dan volgt nog een massaal ­slot­akkoord van een dagje hut­hoppen. Hoeveel grauwe ganzen zitten er wel niet langs het Jan van den Boschpad? Een snelle ­telling ­levert zo drieduizend exemplaren op. Wow, wat een vogels.


Lelystad 5

24

aanfietsroute vanaf Lelystad-Centrum

’t Bovenwater

Zilverreiger

Uilenweg eg dw zer 27 Bui

Knar

Markermeer

Hoekplas

dijk

23

De Grauwe Gans

Krenteplas

Hollandse Hout

Nonnetje

Keersluisplas De Kluut Buitencentrum Oostvaardersplassen

ersd

ijk

Oostvaardersplassen

m we g

Kuifeend

Kleine Praambult

P ra a

6

v/d

B

ad

hpa

08

De Poelruiter

18792/4

A6

eg

98

3

a mw

ssep

osc

P ra

ij P. Th

afgesloten van begin januari tot begin mei aar d Kiekendief der Jan v/d Boschheuvel sb o s Natuurbelevingcentrum 97 De Oostvaarders Ja n v Koopvaarderspad start 1 /d Boschpa Kotterbos d Buitenvaart

stv

De Krakeend

De Blauwe Reiger Grote Praambult

Ja n

Ja c .

Oo

20

Oostvaardersveld

Lepelaar

67

3500/5

k

a rd

4

91

rd ij

t va O os

De Zeearend Wigbels eiland De Oeverloper

eg kw va l n e Tor scheepswrak

Kna

Grote Plas

92

Kotterheuvel natuurboulevard

Lag

e Va

ar t

Kotterbos

2

aanfietsroute 69 dagelijks afgesloten tot ca. 11:00 van begin januari tot begin mei Almere Oostvaarders

Almere Buiten

8 Almere Buiten-Oost A6

LEGENDA fietsroute Start- en eindpunt: parkeerplaats Natuurbelevingscentrum De Oostvaarders, Oostvaardersbosplaats 1, Almere. wandelen Afstand: 32,5 of 38,5 km (exclusief enkele korte wandelingen naar vogelkijkhutten, neem een fietsslot mee). 4

20

LEGENDA 4 20

0

routepunt fietsknooppunt wegwijzer NS-station café/restaurant parkeerplaats uitzichtpunt vogelkijkhut 1 km

LEGENDA

fietsroute wandelen routepunt fietsknooppunt wegwijzer NS-station café/restaurant parkeerplaats uitzichtpunt vogelkijkhut 1 km

kaartgegevens: Basisregistratie topografie,

0

kaartgegevens: Basisregistratie topografie, Kadaster 2017

SLA OM VOOR DE ROUTEBESCHRIJVING

15


• FIETSEN

HUTHOPPEN op de fiets Aanfietsroute (circa 3 km) vanaf ­station Almere Oostvaarders naar startpunt: ga vanaf station naar kruising bij KP 69. Steek Laan der V.O.C. RD over, Cornelis Matelieffstraat in. Volg deze weg RD tot weg scherp naar links buigt. Volg nu borden KP 98. Bij KP 98 RD ri. KP 97 (je steekt via een brug de N702 over). Einde RA, Hugo de Vriespad. Bij KP 97 RA, Jan v/d Boschpad op naar Natuurbelevingscentrum De Oostvaarders.

1

Ga vanaf parkeerplaats onder houten zeearend door ri. natuurbelevingscentrum. Op fietspad RA en RD volgen. Na een tijdje ga je onder een spoorbrug door. Blijf fietspad volgen, je passeert uitkijkheuvel Kotterbos.

2

Op T-splitsing LA, ri. KP 93. Volg nu de fietsborden ri. Lelystad. Voor houten hek en veerooster fietspad scherp naar rechts nemen (voor de ­natuurboulevard: wandel veerooster over en LA heuvel op). Op asfaltweg LA. Alsmaar RD tot voorbij het viaduct van de Praamweg.

3

Voor korte route en vogelkijkhut De Oeverloper en De Poelruiter: bij Y 18792/4 LA (Kotterbosweg). Op T-splitsing RA, ri. KP 20. Volg deze weg (Praamweg, let op auto’s) tot kruising met Torenvalkweg/Knardijk (KP 20). Sla LA en lees verder bij routepunt 4. Voor langere route en vogelkijkhut De Krakeend: bij Y 18792/4 RD ri. KP 08. Volg fietspad parallel aan de Lage Vaart tot KP 08. Sla LA Knardijk op. Even later RA dijk af naar beneden ri. KP 91. Voor korte lus door Hollandse Hout: bij bankje RD (negeer dus fietspad naar rechts ri. KP 91). Op asfaltwegweg LA en bij KP 20 RA. Lees verder bij routepunt 4. Voor langste route: bij bankje RA en KP 91 volgen. Dan KP 92 en KP 27. Op Buizerdweg en bij KP 27 LA naar

16

KP 23. Bij KP 23 (links ligt ingang ­ ijkhut De Grauwe Gans) RA, Knardijk k naar KP 24. Lees verder bij routepunt 5.

4

Onder spoorviaduct door. Ga even LA voor het Buitencentrum Oostvaardersplassen. Ook kun je hier naar observatiehut De Kluut lopen. Eenmaal terug op de Knardijk LA. Knardijk volgen tot parkeerstrook en pad naar vogelkijkhut De Grauwe Gans. Het loont de moeite deze rondgang te maken en even vanuit de observatiehut over Krente- en Hoekplas te kijken. Weer terug op de Knardijk fietspad vervolgen (je passeert KP 23) tot KP 24.

5 6

Voor rotonde en bij KP 24 LA, fietspad langs Oostvaardersdijk.

Net voorbij hectometerpaal 17,4 LA Jac. P. Thijssepad op naar KP 67. Brug over en even later LA Jan v/d Boschpad op en volgen tot startpunt. Als het Jan v/d Boschpad is afgesloten: Jac. P. Thijssepad volgen en verderop LA de E. Heimansweg volgen tot de kruising met de H. de Vriesweg. Sla hier LA. Ga veerooster over en volg H. de Vriesweg. (Voor station Almere Oostvaarders: sla RA, Koopvaarders­ pad. Je fietst nu weer op de aanfiets­ route.) Bij KP 97 RA, Jan v/d Boschpad op naar Natuurbelevingscentrum De Oostvaarders. LA=linksaf, RA=rechtsaf, RD=rechtdoor, KP=knooppunt, Y=wegwijzer

FIETSVERHUUR & FIETS IN TREIN Almere: rond de treinstations Almere Buiten en Almere Oostvaarders zijn geen fietsen te huur. Bij station Almere Centrum kun je wel een OV-fiets huren. Vandaar is het circa 9 km fietsen naar KP 97 op de kaart. Lelystad: bij station Lelystad Centrum

kun je een OV-fiets huren. Vandaar is het circa 7 km fietsen naar de Buizerdweg (KP 27 op de kaart). Kosten: OV-fiets € 3,85 per 24 uur. Meer info: ns.nl/deur-tot-deur/­ ov-fiets. Fiets mee in trein: een eigen fiets meenemen kost € 6,20 per dag. De fiets mag doordeweeks mee tussen 9-16 uur en 18.30-6.30 uur. In weekends, op feestdagen en in juli/augustus hele dag.

BEREIKBAARHEID Openbaar vervoer: trein naar Almere Oostvaarders. Lees bovenaan verder voor aanfietsroute. Voor huur OV-fiets naar station Almere Centrum of Lelystad Centrum. Auto, komend vanuit Amsterdam: neem op de A6 afrit 8 Almere BuitenOost. Einde afrit LA, ri. Almere BuitenOost (N702/S106). Bij rotonde RD. Onder spoorwegviaduct door. Na bord ‘Oostvaarders’ RA. Doorrijden tot de ­parkeerplaats. Auto, komend vanuit Lelystad/ Leeuwarden: neem op de A6 afslag 8 ri. Almere Buiten-Oost. Einde afrit RA, ri. Almere Buiten-Oost (N702/S106). Bij rotonde RD. Onder spoorwegviaduct door. Na bord ‘Oostvaarders’ RA. Doorrijden tot de ­parkeerplaats.

HORECA Bij het startpunt ligt Natuurbelevings­ centrum De Oostvaarders, Oostvaar­ ders­bosplaats 1, Almere. Je kunt er iets eten en drinken, en genieten van het ­uitzicht. Open: dagelijks van 10-17 uur. Halverwege de route (voorbij routepunt 4) ligt Buitencentrum Oostvaar­ ders­plassen. Navigatieadres: Kitsweg 1, Lelystad. Er is horeca en informatie over het gebied. Open: apr t/m okt: di t/m zo van 10-17 uur, in juli en ­augustus ook op maandag open. Van nov t/m mrt: di t/m vr van 10-16 uur, za en zo van 10-16 uur.


LEVEN-MET.NL

• NAVIGATIE

PORTRET 1 De amateurfotograaf & fan De Oostvaardersplassen trekt niet alleen vogels van allerlei pluimage aan, maar ook heel verschillende mensen. De een komt er om zijn hobby uit te ­oefenen, de ander zijn beroep. Casper Swiebel, ­bekend van @leven_met, is amateurfotograaf en een uitgesproken fan van de Oostvaardersplassen. Hij heeft een chronische ziekte, waardoor hij ­permanent pijn heeft.

‘Als ik de natuur van de Oostvaardersplassen in trek en een paar uur ­geconcentreerd aan het fotograferen ben in een van de ­vogelkijkhutten, helpt me dat om de pijn even te ­vergeten. De natuur geeft me weer de nodige energie.’

17


• FAUNA NAVIGATIE

KIEKENDIEVEN jagers van het rietland

18


RUBEN SMIT

• NAVIGATIE

Roofvogelliefhebbers kunnen in de Oostvaardersplassen hun hart ophalen. Bijna alle soorten van ­Noordwest-Europa komen hier voor. Bovendien broedt er een imposante populatie bruine kiekendieven, in de beginjaren ruim honderd paren. Bioloog Wim Schipper onderzoekt deze majestueuze vogels sinds 1968. Vanuit een hoogzit met fabuleus uitzicht over de uitgestrekte rietvelden zijn ze prachtig te observeren. Tekst PAUL BÖHRE

We treffen het; het is de eerste zon­ overgoten voorjaarsdag van het jaar. Topomstandigheden voor het zien van baltsende kiekendieven. Voor bioloog en kiekendiefliefhebber Wim Schipper (73) is het de eerste keer na negen maanden winterreces dat hij terugkeert naar de hoogzit aan de rand van de uitgestrekte rietlanden van de Oostvaardersplassen. Deze hut op hoge poten staat er al 18 jaar. Van halverwege maart tot en met juli is Schipper hier wekelijks te ­vinden. We klimmen omhoog en Schipper opent de deur en de luiken: “Het is na al die maanden altijd weer spannend wat je aantreft in de cabine.” Ditmaal zijn het een dode spreeuw, een paar braakballen en veel dode vliegen. Dan openbaart zich een fantastisch uitzicht over de rietvelden die zich uitstrekken tot aan de Oostvaarders-

dijk aan de horizon. Hét leefgebied van de bruine kiekendief. Als eerste test Schipper de gradenmeter, een onmisbaar instrument om in de on­ afzienbare rietvlakte de exacte plek van een broedpaar te bepalen. Ondertussen vliegen de eerste kiekendieven vlak voor de hut: twee mannetjes en twee vrouw­ tjes. Schipper: “Geweldig om ze elk jaar weer terug te zien. Sommige overwin­ teren in de Franse Camargue, andere ­vliegen door tot voorbij de Sahara. Vanaf half maart keren de meeste vogels hier weer terug. Het eerst komen de vrouwtjes.” Met zijn fototoestel legt hij ondertussen alle individuele kieken­ dieven vast om later thuis te checken of het om dezelfde vogels gaat als het ­voorgaande jaar: “Veel mannetjes en vrouwtjes zijn te identificeren, bijvoor­ beeld aan de verschillende roomwitte

vlekken op de kop en schouders. Zo kan ik ook bepalen om welke vogels het precies gaat en waar ze broeden.”

FRAAIE LUCHTCAPRIOLEN De afgelopen decennia is er wel het een en ander veranderd in de kiekendieven­ stand. Schipper: “De bruine kiekendief bereikte in de eerste tien, vijftien jaar na de ontginning bizar hoge aantallen broedvogels. Het was een kiekendieven­ walhalla. Ga maar na: overal in het nieuw te ontwikkelen Flevoland ­ontstonden rietlanden, ook daar waar nu landbouwgrond is. We telden hier meer dan 300 paren bruine kiekendie­ ven, plus 50 paren blauwe kiekendieven, en in Oostelijk Flevoland meerdere grauwe kiekendieven. Inmiddels zijn blauwe kiekendieven als broedvogel uit de Oostvaardersplassen verdwenen,

19


• FAUNA

PROVINCIE FLEVOLAND

Gestelde doelen

20

De Oostvaarderplassen is in 1989 aangewezen als Vogelrichtlijngebied. In 2009 volgde de aanwijzing tot Natura 2000-gebied. De bruine en blauwe kiekendief vallen beide onder de vogelrichtlijnsoorten waarvoor de Oostvaardersplassen als Natura 2000-gebied is aangewezen. Daarbij ligt het doel voor bruine kiekendieven op een draagkracht voor 40 PAREN en voor blauwe kiekendieven op 3 TOT 5 PAREN.

door het afgenomen aanbod aan zang­ vogels en veldmuizen. Je ziet ze nog wel in de herfst en winter. Een andere soort, de steppekiekendief, wordt soms als doortrekker waargenomen.” De stand van de bruine kiekendief is al jaren redelijk stabiel. In het gebied dat Schipper onderzoekt, broeden jaarlijks gemiddeld zo’n 60 tot 70 broedparen. En dat is heel veel, vergeleken met ande­ re gebieden in Nederland. Ondertussen zijn boven de rietvelden voor ons ­meerdere paren kiekendieven aan het baltsen. Het mannetje maakt fraaie ­capriolen in de lucht, waarbij het stoot­ duiken uitvoert op zowel andere ­mannetjes als het vrouwtje. Schipper: “Echt raken doet hij de andere vogels zelden, het is meer laten zien dat dit zijn territorium is. Af en toe daalt hij af naar de grond, gevolgd door het vrouwtje, om de plek aan te wijzen waar ze hun

nest kunnen bouwen. Maar het vrouw­ tje bepaalt uiteindelijk welke plek het wordt.”

EXTRA VOEDSELGEBIEDEN Sinds 1968 onderzoekt Schipper terri­ toriaal gedrag, de manier van jacht en voedselkeuze van de kiekendieven: “De vrouwtjes jagen meestal boven de rietvelden en slaan vooral jonge vogels als prooi. De mannetjes jagen vooral op muizen. Die vangen ze langs de randen van de rietvelden, maar ze vliegen ook geregeld naar akkers die verderop in de polder liggen. Probleem daarbij is dat deze muizenrijke en vogelrijke plekken steeds schaarser zijn geworden door het ontginnen van de omliggende land­ bouwgebieden. We hebben ook net twee slechte muizenjaren gehad en dat zie je terug in het broedresultaat. Dat ligt gemiddeld op 2 tot 2,5 uitgevlogen

Het projectgebied voor de kiekendieven vanuit vogelperspectief.


HENK HUPKES

De hoogzit met uitzicht over de rietvelden.

MARJAN ADEMA

Een deel van de genoemde gebieden is al ingericht als tijdelijk foerageer­ gebied, waarbij stroken afwisselend zijn ingezaaid met gras, klaver, granen en luzerne. Deze gewassen trekken veel muizen aan. Hierin worden vervolgens periodiek stroken gemaaid, waardoor de muizen gemakkelijk te vangen zijn in de korte begroeiing. Daarnaast wor­ den ruigtevelden en kruidenrijke gras­ landen aangelegd, dat door variabele begrazing deels kort en deels ruig zal worden. Ruigte zal, in combinatie met de lokaal al aanwezige struwelen, ook aantrekkelijk zijn voor kleine vogels, die vooral in muizenarme jaren een belang­ rijke prooi voor kiekendieven vormen. Later die middag bezoeken we een van deze percelen langs de rand van de Oostvaardersplassen. Toevallig liggen hier ook de ‘kiekendievenroots’ van Schipper. “Op dit stuk broedden in de jaren zeventig meerdere paren grauwe kiekendieven, toen al heel bijzonder in Nederland. En ik vond er een winter­ slaapplaats met maar liefst 55 blauwe kiekendieven. Geweldig. De Oostvaar­ ders­plassen is voor Nederlandse ­begrippen een buitengewoon kieken­ dievenreservaat.”

Met 70 PAREN kent de Oostvaardersplassen de grootste populatie bruine kiekendieven van Nederland WIM SCHIPPER

BUITENGEWOON RESERVAAT

Bruine kiekendief (vrouwtje)

PAUL BÖHRE

jong per broedpaar. In muizenrijke jaren is dat resultaat hoger.” Sinds 1989 is de Oostvaardersplassen aangewezen als Vogelrichtlijngebied. Dit houdt onder meer in dat het verloren gegane foerageergebied van de blauwe en bruine kiekendief, bijvoorbeeld door de groei van Almere, gecompenseerd moet worden. Schipper: “De gemeente heeft in het zogenoemde Nieuwe Natuur­project Oostvaardersplassen­ gebied met Staatsbosbeheer afspraken gemaakt om extra foerageergebied in te richten voor de kiekendieven, op korte afstand van het broedgebied in het m ­ oeras. Langs de Trekweg, Ibisweg en nabij de Praamweg wordt een gevarieerd gebied aangelegd dat aan­ trekkelijk zal zijn voor zowel muizen als andere geschikte prooidieren, zoals zangvogels.”

Blauwe kiekendief (vrouwtje)

Wie is…?

Wim Schipper (73) is bioloog en gepensioneerd leraar biologie. Hij schreef tussen eind jaren zestig tot medio jaren zeventig aan een proefschrift over kiekendieven. Hij startte zijn onderzoek hiervoor in Zuid-Frankrijk, maar hij heeft dat uiteindelijk in de Oostvaardersplassen afgerond vanwege de toenemende aantallen broedvogels.

21


• OVERDENKING

De mens

in de nieuwe wildernis

Mei 1968. De maand waarin Franse studenten zich keerden tegen alle vormen van gezag, staat symbool voor een jaar waarin op tal van plekken geprotesteerd werd tegen de gevestigde orde. Weg met de oude maatschappij! Zo brokkelde in het decennium dat volgde het gezag van de kerk sterk af en werden ideeën over individuele vrijheid gemeengoed. Bestaande machtsstructuren die hele groepen uitsloten – zwarten in Amerika, vrouwen wereldwijd – ­werden ­bestreden. Filosofen, zoals in 2017 nog de nestor van de Nederlandse milieufilosofie Ton Lemaire, wijzen erop hoe deze enorme emancipatie ons op het gebied van de ethiek tot de grens van onze soort heeft gebracht. Ethiek, het denken over het juiste handelen, moet zich nu ook uitstrekken voorbij die grens. In een

22

nieuwe moraal, de leidraad voor het handelen die uit dat denken volgt, moet ook het dier een plaats krijgen. Kerngedachte is dat onderdrukking in lijden resulteert en dat levensvormen die kunnen voelen daarvan zoveel ­mogelijk gevrijwaard dienen te zijn. Waar het huisdieren of vee betreft, ­kunnen de meeste mensen zich daar wel iets bij voorstellen. Maar in de ­natuur, daar gelden toch andere regels? Daar is het eten en gegeten worden. “In de natuur wordt meer gestorven dan ­geleefd”, zoals de populaire bioloog Midas Dekkers het zei. Met alle lijden dat daarbij hoort. Zo eenvoudig is het echter niet. Zeker niet in Nederland, waar de hele natuur onder menselijke invloed staat. Sterker nog: waar we zelf landschappen hebben gemaakt, die we nieuwe wildernis noemen. En waar

de natuur weer leidend moet worden. Min of meer, want er is voortdurend controle door de mens om te zien of het goed gaat. Maar wat is goed?

EINDE VAN DE WERELD Mei 1968. Zuidelijk Flevoland valt droog. In het laagste deel van de polder blijven ondiepe plassen achter die al snel tienduizenden vogels aantrekken. Om je een indruk te vormen van de blije ­verbazing die dat teweegbracht, eerst bij een paar biologen en daarna bij een steeds groter wordend publiek, is het goed je te realiseren hoe ontstellend slecht de Nederlandse natuur er destijds voor stond. De landbouw, met zijn r­ uilverkavelingen en royaal gebruik van gif, werd als belangrijke oorzaak gezien. Uit de Haagsche Courant van 5 februari 1969: “Opnieuw spreken cijfers


RUBEN SMIT

In ons volledig in cultuur gebrachte land is de ongerepte wildernis verdwenen. Maar een ‘nieuwe wildernis’ kan wel. Adviseur landschap en cultuurhistorie bij Staatsbosbeheer Marcel van Ool legt uit hoe hij dat bedoelt.

de duidelijkste taal: havik, buizerd, ruigpootbuizerd, kiekendief en sperwer zijn de afgelopen vijf tot tien jaar 80% in aantal teruggelopen, de slechtvalk 90%, veld- en steenuilen 50%. De nacht­zwaluw, tien jaar geleden een normaal voorkomende vogel, is geheel verdwenen. 5% procent van de grote sterns is nog over, van strandvogels als griel en drieteenstrandlopers geen enkele meer (...). Eens broedden op De Beer 40.000 paren visdiefjes, thans verspreid over het hele land nog 1.000. En de ooievaar: in 1939 nog 300 nesten bewoond, vorig jaar 18.” Wie in de jaren zeventig helemaal bij de tijd was, kon in de zitkuil – dicht bij Moeder Aarde – dagelijks in de krant lezen hoe het einde van de wereld werd aangekondigd. Het hoogtepunt van de doemscenario’s kwam in 1972 toen

de Club van Rome het rapport Grenzen aan de Groei uitbracht. Het jaar daarvoor was al door Wouter van Dieren, medeoprichter van Milieudefensie, aan de pers gelekt wat de strekking ervan zou zijn en het najaar van 1971 stond in het teken van dat bericht: de mensheid is bezig zelfmoord te plegen. Hét woord van de jaren zeventig werd milieucrisis. Dat de natuur ook bijzonder veerkrachtig is, mits ze maar een kans krijgt, was het positieve bericht. En dat kwam uit de Flevopolder.

GANZEN IN DE HOOFDROL In de Oostvaardersplassen kregen ­biologen oog voor de grauwe ganzen. Die b ­ lijken iets bijzonders te kunnen: ze kunnen hun eigen leefgebied in stand houden. De verwachting was dat de plassen eerst dicht zouden groeien met

KATJA VAN NUS

Tekst MARCEL VAN OOL

Wie is…?

Marcel van Ool (1970) is kunst­ historicus en werkt sinds 1998 voor Staatsbosbeheer. Zijn bijzondere belangstelling heeft het raakvlak van natuur en cultuur, waarover hij vijf jaar lang een blog bijhield. Hij haalde de Britse kunstenaar Andy Goldsworthy naar Nederland (1999), was initiatiefnemer van de tentoon­ stelling WereldNatuurKunst in de Nieuwe Kerk in Amsterdam (2005) en publiceerde over de landschappen van Van Ruisdael, Van Gogh en Mondriaan.

23


• OVERDENKING

riet en dat er daarna moerasbos zou ­ontstaan. De ganzen vraten echter ­zoveel riet dat ze het gebied openhielden. Daarmee c­ reëerden ze ook voor tal van andere soorten het gewenste leefgebied. Ganzen vreten riet vooral in hun rui­ periode. Daarbuiten houden ze van jong gras. Wanneer gras begraasd wordt, blijft het zich verjongen: het loopt uit in verse sprietjes. Maar op een gegeven moment was er toch te veel oud gras. Om te voorkomen dat dit zou leiden tot het vertrek van de ganzen, en daarmee van het verdwijnen van het spontaan ontstane systeem, werd besloten in te grijpen. En wel door het introduceren van heckrunderen (in 1983) en koniks (in 1984). Beide soorten grazers moesten de rol overnemen van de uit­ gestorven oeros en het Europees wild paard (tarpan).

24

In eerste instantie was er helemaal niks aan de hand. Het terrein was groot en voedselrijk en de grazers konden zich ontwik­kelen alsof het wilde dieren waren. Dat gold ook voor de edelherten die later volgden. Eind jaren negentig liepen er in de Oostvaardersplassen ­flinke kuddes rond.

VERANTWOORDELIJKHEID De wintersterfte onder de dieren leidde tot grote ophef. Was hier gewoon de ­natuur aan het werk, waarbij de zwakste dieren bezwijken door gebrek aan voedsel? In dat geval blijft de kudde gezond – een ‘wild’ fenomeen dat buiten de grens van onze ethiek valt. Of blijven dieren die door de mens in een omheind gebied binnen worden gebracht altijd onze verantwoordelijkheid? In 2017 besliste het gerechtshof dat de dieren niet als gehouden dieren worden

aangemerkt. Het hof volgde de redenering van een internationale groep van experts, i­ ngesteld op last van de politiek, die het Rijk adviseerde over het beheer in de Oostvaardersplassen. Er werd geadviseerd om niet te sturen op aantallen dieren in het gebied, maar op het individuele welzijn van het dier. In de praktijk betekent dit dat de dood van een dier vervroegd wordt door afschot, om mogelijk lijden te voorkomen. Dat wordt gedaan door boswachters die de dieren elke dag in de gaten houden.

ONDERLINGE SAMENHANG In het advies en de uitspraak komt de tweeslachtigheid van de Oostvaar­ ders­plassen naar voren: het gebied is ­natuur én cultuur, wild én beheerd. Wie een­duidigheid zoekt, verdwaalt. Twee zaken vallen op. Allereerst dat in de natuurbescherming en -ontwikkeling


RENÉ VOS

De Oostvaardersplassen is natuur én cultuur, wild én beheerd. Wie eenduidigheid zoekt, verdwaalt nu aandacht is voor het individuele dier. Dat is nieuw. Decennialang was onder ecologen de ‘landethiek’ van Aldo Leopold leidend. Deze Amerikaanse denker en natuurbeheerder schreef in A sand county almanac, dat in 1949 ­postuum verscheen: “Iets is goed ­wanneer het zich richt op de instandhouding van de onderlinge samenhang, de stabiliteit en de schoonheid van de gemeenschap van leven. Iets is verkeerd wanneer het daartegen ingaat.” Dat zijn twee zinnen waarmee je vooruit kunt. Ze werden vooral begrepen in termen van ‘natuurlijke processen’ en ‘natuur­ lijke systemen’. Of anders uitgedrukt: het gaat om het geheel, waarbinnen alles met alles verband houdt. Je kunt wel een onderdeel daarvan bestuderen – zoals het gedrag van een individuele soort – maar daarna moet dat weer ­gezien worden in het licht van de grote

samenhang. Aandacht voor het individuele dier was er nauwelijks. Dat is iets uit de dierethiek die zich sinds het ­midden van de jaren zeventig steeds ­nadrukkelijker bezighoudt met het welzijn van gedomesticeerde dieren. En daarvan is de invloed nu dus ook merkbaar in de natuurbescherming.

is onmogelijk. Maar een ‘nieuwe wildernis’, hoe vreemd die term ook klinkt, dat kan wel. Die moet je alleen niet in de etalage zetten als ‘oer’ of ‘ongerept’. Dan wordt het kitsch. Het gaat om iets anders. In de nieuwe wildernis is de mens op zoek naar een nieuw verbond met de natuur.

VOORTDUREND BIJSTUREN Ten tweede is duidelijk dat het ideaal van ‘de natuur beheert de natuur’ niet zomaar werkt in Nederland. Ingegeven door die grauwe ganzen in de Oostvaar­ ders­plassen, die het in eerste instantie alleen af leken te kunnen, is dat ideaal wel van enorme invloed geweest op het Nederlandse natuurbeleid. Maar voortdurend blijkt de mens bij te moeten ­sturen. Eenvoudigweg omdat je in ons volledig in cultuur gebrachte land niet zomaar weer wildernis hebt. Dat

In november 2018 verschijnt een boek over de ­ontwikkeling van de groenstructuur van Oostelijk en Zuidelijk Flevoland. Een initiatief van Staatsbosbeheer en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, die hierbij samenwerken met Provincie Flevoland. Marcel van Ool is een van de auteurs. Dit artikel is een (sterk) ingekorte versie van het hoofdstuk dat hij schrijft. Meer info: kijk op 100jaarzuiderzeewet.com.

25


HANS ERIK KUYPERS

• NAVIGATIE

26


• PLANTENLEVEN

Een zomerse explosie van

kleur Zeg Oostvaardersplassen en je denkt aan de vele dieren die er leven; deze plek komt niet meteen in je op als je een botanische­ hotspot zoekt. Toch is het plantenleven er rijk en ­gevarieerd – er is heel veel meer te zien dan gras en riet. Vooral ’s zomers tref je een ware explosie van kleuren en geuren aan.

ERIC MOLENVELD

Tekst MARIJE OUDSHOORN

ZWARTE MOSTERD

Net als koolzaad werd mosterdzaad in het verleden veel toegepast als ­akkergewas in de polders. De oliehoudende zaden behouden hun kiemkracht vele jaren lang. Bovendien zijn vogels er gek op, wat garandeert dat ze over grotere afstanden verspreid worden. Daardoor verschijnt deze plantensoort nog regelmatig op allerlei plekken waar de bodem voldoende open is. Zoals het geval is in de Driehoek, vlak bij het Buitencentrum, waar in de vroege zomer vooral zwarte mosterd massaal ­voorkomt.

FRAAI DUIZENDGULDENKRUID

In de Driehoek is dit plantje in de maanden juli en augustus niet moeilijk te spotten, mits je je blik laag bij de grond houdt. Fraai duizendguldenkruid is een van de drie soorten duizendguldenkruid die in Nederland voorkomen. Het kleine, maar fraaie plantje is in de Oostvaarderplassen wijdverspreid.

27


GERARD VAN BREEMEN

4

28 MARIJE OUDSHOORN

MARIJE OUDSHOORN

MARIJE OUDSHOORN

1 2

3


5

2 DISTEL

In tuinen en op akkers is het geen welkome gast, maar voor veel dieren zijn distels een belangrijke voedselplant. De bloemen van alle soorten distels trekken veel bijen, vlinders en andere insecten aan en in het najaar komen putters en kneuen massaal op de rijpe zaden af.

3 WATERMUNT

Net als andere muntsoorten verspreidt ook watermunt een sterke geur. Dit pittige aroma komt niet van de bloemen, maar van de stengels en ­bladeren; die bevatten ­menthol, de basis voor ­muntolie.

5 RODE OGENTROOST

Deze plant profiteert van open plekken op de bodem en groeit op veel plaatsen in de wat ­vochtiger graslanden in de Oostvaarders­plassen, net als fraai duizend­gulden­kruid. De naam ogentroost verwijst naar het vroegere gebruik als huismiddel bij oog­problemen.

6

6 KLEIN VLOOIENKRUID

In de Oostvaardersplassen komt deze onaangenaam geurende plant in groten ­getale voor in de Water­landen op percelen die in de winter onder water staan en pas later in het voorjaar droogvallen. Klein vlooienkruid dankt zijn naam aan het feit dat de plant vroeger werd gebruikt als huis­middeltje tegen vlooien en ander ongedierte.

Soortenweelde

Kijkend naar de bijna o­ nafzienbare vlaktes vol jakobs­kruiskruid, zwarte mosterd, kamille of klein vlooienkruid zou je kunnen denken dat er vooral veel exemplaren van een beperkt aantal soorten groeien in de Oostvaarders­plassen. Maar er zijn ook plekken waar heel veel verschillende soorten op een kleine oppervlakte voorkomen. In 2015 werden op twee meetpunten van het Landelijk Meetnet Flora in de Oostvaarderplassen maar liefst respectievelijk 30 en 31 soorten planten per ­meetpunt (ongeveer 25 m²) aangetroffen. Hiermee ­behoren deze plekken tot de soortenrijkste van het Meetnet binnen Flevoland.

MARIJE OUDSHOORN

4 MOERASANDIJVIE

Toen Zuidelijk Flevoland eind mei 1968 droogviel, was ­binnen twee maanden v­ rijwel

de gehele polder­oppervlakte van 400 km2 ­bedekt door moeras­­andijvie. Naarmate de grond rijpte en werd ontgonnen, verdween deze typische polderpionier van natte, open kleibodems weer even snel als hij was o ­ pgekomen. De omstandigheden in de Oostvaarders­plassen bleven op sommige plekken echter gunstig. Zo verschijnen de heldergele bloemen in mei en juni in het moeras en in het Kotterbos bij de natuurboulevard.

MARIJE OUDSHOORN

1 WATERRANONKEL

Omdat de bladen zich grotendeels onder water bevinden en ook de drijfblaadjes niet erg opvallen, leidt de waterranonkel het grootste deel van het jaar een onopvallend bestaan. Alleen tijdens de bloei in de vroege zomer s­ teken de frêle witte bloempjes af tegen het donkere water. Onder meer te zien in enkele poelen in de Driehoek.

• PLANTENLEVEN • NAVIGATIE

29


MARIJE OUDSHOORN

2

30

MARIJE OUDSHOORN

MARIJE OUDSHOORN

MARIJE OUDSHOORN

•1NAVIGATIE

3

4


5

3 KONINGINNENKRUID

Deze forse plant gedijt in natte ruigtes. De grote bloemschermen van koninginne­nkruid zijn heel aantrekkelijk voor insecten.

5 AARDBEIKLAVER

Zilte rus, zilte schijnspurrie en aardbeiklaver zijn planten die vooral bekend zijn uit de kustgebieden, omdat ze goed gedijen op zilte bodems. Hoewel de bodem in de Oostvaardersplassen nauwelijks meer zout bevat, handhaven deze soorten zich prima in de nattere gras­ landen. Aardbeiklaver dankt zijn naam aan de vruchtlichamen die verschijnen na de bloei en doen denken aan een bleek aardbeitje.

MARIJE OUDSHOORN

2 KAMILLE

Wie ’s zomers een wandeling maakt in de Driehoek ontkomt niet aan de heerlijke geur van kamille. In de Oostvaardersplassen groeit naast de bekende witbloeiende kamilles ook de schijfkamille, die geen bloembladen heeft, maar even sterk geurt.

4 GOUDKNOPJE

Deze van oorsprong uit ZuidAfrika afkomstige plant dook in de zeventiende eeuw voor het eerst op in Nederland. In de Oostvaardersplassen verscheen het goudknopje in 1971 en nog steeds is deze plant te vinden op droog­ vallende natte bodems en op opengetrapte plekken.

6

6 GEWONE WATERBIES

Gewone waterbies groeit in ondiep water. De holle s­ tengels transporteren zuurstof naar de wortels. De ­water­bies vormt brede zomen langs veel van de poelen en ondiepe watergangen in de Oostvaardersplassen.

De BODEM van de Oostvaardersplassen hoort tot de meest productieve bodems ter wereld. De bodem zit vol met dierlijk leven

MARIJE OUDSHOORN

1 JAKOBSKRUISKRUID

Sinds een aantal jaren verschijnt jakobskruiskruid massaal in de drogere graslanden. In de zomer zijn de onafzienbare velden met f­ elgele bloemen amper te missen. De opmars van het jakobskruiskruid lijkt haast niet te stuiten, want grazers laten deze giftige plant links liggen. Toch is deze zee van geel een tijdelijk verschijnsel: op plekken waar het jakobs­kruis­kruid massaal groeit, verandert de bodemchemie zodanig dat ze minder ­geschikt wordt voor deze planten; de velden vallen dan even snel uiteen als ze zijn verschenen.

• PLANTENLEVEN • NAVIGATIE

31


• INSPIRATIE

32


Ik ben de gans en de arend, de roerdomp in het riet, de kemphaan en reiger, de paaiende karper; ik ben de meidoorn, de es, de wilg op de vlakte, ik ben uitzicht, uitgestrekt landschap, stilte van het moeras, storm van windkracht tien; ik ben de torren, de vlinders, het onkruid, het paard, het rund, de schuwe vos, ik ben de dry- en de wetlands, ik ben de schoot voor al die vogels die broeden – ik ben de Oostvaardersplassen, het water en de bodem, de vegetatie en al wat er zwemt, rent, vliegt en ademt. Schoonheid ben ik, machtig, onmachtig, groot en klein, reusachtig. Ik ben het leven en de dood. Groei en verval ben ik, woeker, aarzeling en kronkelige rijkdom, natuur in volle glorie. Niet een verzameling cijfers, niet het resultaat van een besluit, een berekend plan op tafel, maar leven, gewoon en natuurlijk, vanzelfsprekend stromend met de seizoenen. Ik ben, ik besta en verdedig het recht om te sterven, het recht om te zijn vanuit de kracht van het leven, ik verdedig het recht op een toekomst, het recht op ruimte volgens de wet van de natuur, want ik ben de Oostvaardersplassen, zo jong als vandaag en zo oud als het vroegst denkbare landschap, wijs en volwassen. Tekst HEIN WALTER • Foto RUBEN SMIT

33


• INTERVIEW

Geluksvogel Eén keer per maand maakt vrijwilliger Henk Hupkes een vogeltelronde door het grazige deel van de Oostvaardersplassen, tussen de moeraskade en de spoorlijn. Hij noteert daarbij op vaste punten alle aanwezige vogelsoorten met een inschatting van hun aantallen. Met twaalf locaties en gemiddeld zo’n halfuur aan waarnemingen per locatie betekent dat een dag werk. Maar dat hindert hem niet, want werk is in dit geval ook hobby. Tekst MARIJE OUDSHOORN

Groenpootruiter

34


HENK HUPKES

Kluut HENK HUPKES

HENK HUPKES

Ruigpootbuizerd

HENK HUPKES

HENK HUPKES

HENK HUPKES

LEVEN-MET.NL

Slechtvalk

Goudplevier

Visarend

Sneeuwgors

“Het is een voorrecht om een dag in de Oostvaardersplassen vogels te mogen tellen. Je waant je even ­alleen op de wereld.” Henk Hupkes begon eind jaren negentig mee te lopen met tellingen die werden ­gedaan door Staatsbosbeheercollega Frank de Roder. Destijds werden telpaden afgelopen. Sinds een jaar of tien is de methode aan­ gepast en telt Hupkes voornamelijk vanaf vaste punten. Dit om zo min mogelijk te verstoren. Zo’n lange reeks tellingen biedt de kans om een goed beeld te krijgen van welke ­vogels het gebied door het jaar heen benutten. Hupkes: “Ik hoop hiermee bij te dragen aan de kennis over de betekenis die het grazige deel heeft voor v­ ogels. De combinatie van voedsel, rust en ruimte maakt het tot een uniek rust- en foerageer­ gebied.”

de Waterlanden en verschillende poelen­zones. In het najaar strijken daar duizenden steltlopers, eenden en ganzen neer die op trek zijn ­richting het zuiden. Voor sommige soorten is het snel bijtanken en weer verder. Andere vogels, zoals kieviten en goudplevieren, trekken voor de vorstgrens uit en kunnen in zachte winters lang blijven hangen.

kiekendief en smelleken periodiek aanwezig. In de nazomer doen ­visarenden de Oostvaardersplassen aan op weg naar hun overwinteringsgebieden. “Meerdere dieren kunnen dan tegelijk te zien zijn”, vertelt Hupkes. “Het wachten is op een broedgeval van visarenden. Ze zijn in elk geval alvast in de buurt.”

CONSTANT AANBOD PROOIEN De nadruk van de telling ligt op de nattere terreindelen, zoals

Per telling worden hier wel 50 tot 70 soorten vogels gezien Ook roofvogels maken dankbaar ­gebruik van het constante aanbod aan prooidieren. De zeearend is bijna een gewone verschijning ­geworden, net als de slechtvalk, bruine kiekendief, havik, sperwer en torenvalk die het hele jaar rond te zien zijn. Daarnaast zijn ook boomvalk, ruigpootbuizerd, blauwe

KERS OP DE TAART Tussen al die wolken vogels zit af en toe een zeldzaamheid. Zoals bij elke vogelaar gaat op zo’n moment Hupkes’ hart sneller kloppen. Om er enkele te noemen: “Flamingo, koereiger, kraanvogel, zwarte o ­ oievaar, roodhalsgans, draaihals, Bonapartes strandloper, Temmincks strandloper, grote grijze snip, s­ neeuwgors en grauwe franjepoot.” Onlangs zat er tussen de kieviten een steppekievit, een zeer onregelmatige verschijning in Nederland. “Zulke momenten zijn de kers op de taart. Ik hoop dit nog lang te mogen doen.”

35


JASJA DEKKER

JAAR

Oostvaardersplassen

1918

Eerste Kamer neemt Zuiderzeewet aan

36

28 mei

1968 Zuid-Flevoland valt officieel droog


• HISTORIE

VINCENT WIGBELS

in vogelvlucht

VINCENT WIGBELS

Met de ratrack door het moeras tijdens de drooglegging in 1988.

De heckrunderen worden losgelaten in de Oostvaardersplassen. VINCENT WIGBELS

De geschiedenis van de Oostvaardersplassen is er een van plannenmakers, visionairs, uitvoerders en beheerders. Het is ook een verhaal van de natuur; van planten, vogels, vissen en zoogdieren die er een thuis vonden dankzij een revolutionaire manier van natuurbeheer. Maar revolutie leidt ook vaak tot weerstand, en ook die heeft een rol gespeeld in het verhaal van Nederlands nieuwe natuurgebied. Samenstelling DIEDERIK PLUG

Onderzoekers bij de konikpaarden in 1989.

1974

De kade rond het moeras wordt aangelegd en de peilregeling wordt van kracht

1975

Het moeras krijgt een (tijdelijke) natuurstatus

1982 De aanleg van de spoorlijn begint

37


VINCENT WIGBELS

• NAVIGATIE

De slikslee als transportmiddel op de slappe kleibodem.

28 mei 1968. De Dienst Zuiderzeewerken meldt dat Zuidelijk Flevoland officieel is drooggevallen; Nederland is een nieuwe polder en 430 km2 grondgebied rijker. Toch is niet de héle polderbodem nu droog: in een gebied langs de Oostvaardersdijk blijft het water staan, omdat die plek nét iets lager ligt dan de rest van de voormalige zeebodem. In dit natte stukje Flevoland ligt de oorsprong van de Oostvaardersplassen, waar met dank aan onder meer pionierende planten, gulzige ganzen en betrokken biologen een natuurzone is ontstaan die zijn weerga in Nederland – en Europa – niet kent.

1983

Introductie van de grote grazers om het gebied open te houden

38

Dat aan de rand van de nieuwe polder een ongerepte wildernis zal ontstaan, ligt niet meteen voor de hand. Want in het landschap tussen wat de steden Almere en Lelystad moeten worden, voorzien de plannen voor het hele gebied tussen de Lage Vaart en de Oostvaardersdijk in de bestemming van industrieterrein, met een bijrol voor recreatie en bewoning.

NATUUR GAAT HAAR EIGEN WEG De allereerste bewoners die zich vestigen zijn echter planten. Vanuit vliegtuigjes wordt als eerste riet gezaaid; rietwortels dringen diep in de slappe

1986

De Oostvaardersplassen krijgt de status van staatsnatuurmonument

bodem en de rietplanten verdampen het water; op die manier moet de natte klei snel droger worden. In het Oostvaardersplassengebied gaat het anders. Riet kiemt namelijk niet in open water en dus grijpen andere planten hun kans: eerst is er een explosie van moerasandijvie, daarna krijgen lisdodden een stevige voet aan de grond en vormen een moerasbegroeiing die beschutting biedt in de kale polder. Als uiteindelijk ook het riet zich weet te vestigen, ontstaat een terrein dat als een magneet vele duizenden vogels aantrekt. Die vinden een perfecte plek om te broeden, te eten en zich schuil te hou-

1987 1991

Waterpeilverlaging in het westelijk moerasdeel


• HISTORIE

den. Vooral de ruiende grauwe ganzen uit heel Europa zijn in hun element: door hun voorliefde voor het eten van riet ontstaan ondiepe poelen in het rietland, ideaal voor kleine waterdieren, vissen en amfibieën, die op hun beurt weer voedsel vormen voor een groot aantal verschillende reigerachtigen. Nog een voordeel: de ganzenmest voedt het overvloedige waterleven.

NATUURZONE MET MEERWAARDE Tussen 1968 en 1973 groeit het natte rietland uit tot een vogelparadijs. In de vroege jaren zeventig biedt de Oostvaardersplassen een thuis aan 160 vogelsoorten, waaronder lepelaars, aalscholvers en kemphanen. En het wemelt van de ganzen: in 1972 leven er 13.000 grauwe ganzen in het gebied, de helft van de Europese populatie. Het besef groeit hand over hand dat hier een heel bijzondere natuurzone is ontstaan. Maar het is en blijft pionieren, niet alleen voor de dieren, maar ook voor de beheerders. Om te voorkomen dat door ontwatering ten behoeve van de ontginning het spontaan ontstane moeras droogvalt, wordt er in 1974 een provisorische kade opgeworpen rond het gebied. Een jaar later volgt een definitieve kade, die een polderoppervlak beschermt van zo’n 36 km2 groot. Het gebied blijft biologen en natuurbeheerders verbazen met zijn weelderige groei en bloei. Er vestigt zich een kolonie aalscholvers, op dat moment

Beheren in het begin: Vincent Wigbels Vincent Wigbels was van 1981 tot 1996 beheerder van de natuurterreinen in de Flevopolder, waaronder de Oostvaardersplassen. Het takenpakket was breed: van het regelen van het waterpeil en het ontwikkelen van voorzieningen tot het ontvangen van onderzoekers en deelnemen aan werkgroepen die zich over de natuurontwikkelingen bogen. Recreatie was in de beginjaren nog beperkt. Het waren vooral fanatieke vogelaars, die vanaf de dijk of vanuit een van de schuilhutten naar vogels keken. Na de introductie van de edelherten, die Wigbels en zijn collega’s begin jaren negentig

een sterk bedreigde vogelsoort; voor het eerst in eeuwen meldt zich de grote zilverreiger als broedvogel, gevolgd door de purperreiger, kwak, roerdomp en kleine zilverreiger. Toch staat het gebied nog altijd grotendeels te boek als toekomstig industrieterrein. In 1979 publiceert bioloog Frans Vera in het tijdschrift Natuur en milieu het artikel Het Oostvaardersplassengebied: uniek oecologisch experiment. Daarin kaart hij de onbeschermde status van het gebied aan en legt daarmee de basis voor een nieuwe toekomstvisie voor de Oostvaardersplassen. Vera: “Ik kon alleen maar bekendheid aan het gebied geven op de schouders van anderen. Dat

In 1972 leven er 13.000 grauwe ganzen, de helft van de Europese populatie

1996 Oostvaardersplassen overgedragen aan Staatsbosbeheer

1997 2000 Vernattingsprojecten in het droge deel van de Oostvaardersplassen

in gang zetten, kwam er bredere publieke belangstelling en werd onder andere de Driehoek ingericht als wandelgebied. In dat gebied is als dank voor het vele pionierswerk dat Wigbels heeft verzet het Wigbelseiland met kijkhut naar hem vernoemd. Een aantal jaren later maakte Wigbels het eerste broedgeval van de zeearend mee. “’s Nachts al in de schuilhut en je dan overdag niet laten zien om verstoring te voorkomen.” Dat de zeearend zou komen, stond voor Wigbels altijd al vast, maar hij kwam sneller dan verwacht. “Ik had gedacht dat het nog wel 30 jaar kon duren voordat ze werkelijk zouden gaan broeden.”

begon ruim 10 jaar na de inpoldering! Ik ontdekte het Oostvaardersplassengebied dankzij publicaties van onderzoekers van de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders, zoals Alie Koridon en bioloog Ernst Poorter. Poorter schreef onder andere een artikel over het gebied in het blad De Lepelaar van de Nederlandse Vereniging tot bescherming van Vogels. Ik kreeg dit blad toen ik in 1979 lid werd van de vereniging.”

BESTEMMING BEREIKT Terwijl vrijwel iedereen het erover eens is dat de moeraszone binnen de kade moet worden uitgeroepen tot natuurgebied, gaat Vera nog een stap verder: “Ik vond dat naast het moeras ook het buitenkaadse terrein (grofweg het gebied tussen de moeraskade en de Lage Vaart, red.) van zo’n 24 km2 bij het moeras moest worden getrokken als opvangen graasgebied voor de ganzen die voor

2006

Het eerste geregistreerde succesvolle broedgeval van de zeearend in Nederland

39


• HISTORIE

Beheren in het begin: Jan Griekspoor Jan Griekspoor behoort tot de mensen die vanaf het eerste uur de Oostvaardersplassen helpen te beheren. In de loop der tijd zag hij veel veranderen. ”De grootste verandering was toch wel de overgang naar procesbeheer, waarbij natuurlijke processen bepalen welke soorten en welke aantallen op een bepaald moment op een bepaalde plek zitten”, vertelt

hij. “Dat is verrassender dan met heel veel maatregelen alles te precies willen regelen. Zo kan de natuur ons blijven verbazen. Soms gaat het anders dan je had verwacht. Neem nou de zeearend, de otter, de raaf, de ringslang en de bever. Allemaal spontaan verschenen. Geef die processen de ruimte, dat is de basis van duurzame natuur!”

tuurterrein open en geschikt te houden voor de dieren waarvoor het is bestemd. Daarom wordt besloten tot de introductie van grote grazers, dieren die zonder veel menselijke ondersteuning het jaar goed door kunnen komen. De keuze valt op het heckrund en het konikpaard, soorten die qua eigenschappen zo dicht mogelijk in de buurt komen van hun voorouders die ooit in onze rivierdelta’s moeten hebben rondgelopen.

BEGRENZINGEN BEPERKEN het moeras essentieel zijn.” Daarmee zet hij een hevige discussie in gang over de status van het Oostvaardersplassengebied. Er spelen namelijk meer belangen dan die van natuur en dierenleven. Zo wachten agrariërs ongeduldig op het land dat na ontginning aan hen moet worden overgedragen. In 1979 en 1980 wordt ruwweg de helft van het land buiten de kade ontgonnen en start er landbouw op de vrijgegeven percelen. En dat is niet het enige: er is ook nog de al in 1968 geplande spoorlijn, waarvan het tracé rakelings langs het moeras en dwars door het buitenkaadse onontgonnen terrein moet gaan lopen. Dat zou een ramp betekenen voor de ‘kraamkamerfunctie’ van de Oostvaardersplassen voor de rest van Nederland. Aan Frans Vera de taak om de beleidsmakers daarvan te overtuigen: “Ik moest binnen vier maanden met een rapport onderbouwen waarom het bekade moeras en het niet-bekade gebied één samenhangend geheel moesten blijven”, vertelt hij. “Mijn conclusie was: bescherm de volledige 60 km2 en schuif het spoortracé op.” Vera’s rapport

2013 2014

Het Oostvaardersveld wordt heringericht met plassen, kijkhutten en routes

40

lokt pittige discussies uit tussen de betrokken overheidsinstellingen en andere betrokkenen. Vera vertelt daarover in geuren en kleuren in zijn boek De Oostvaardersplassen – Van spontane natuuruitbarsting tot gerichte natuurontwikkeling uit 1988. Het leest als een thriller. Meer dan eens is het een dubbeltje op z’n kant voor de toekomst van het gebied. Ook het publiek mengt zich in de strijd en uiteindelijk haalt de politiek bakzeil. Besloten wordt om het spoortraject te verleggen in een ‘badkuiptracé’, dat het hart van de Oostvaardersplassen mijdt. Het niet-bekade deel verliest zijn industriebestemming en op 28 oktober 1986 komt de Oostvaardersplassen onder de Natuurbeschermingswet; het is nu een Staatsnatuurmonument. Maar er is meer nodig dan de vraat van de ganzen om het nieuw verworven na-

In 1984 worden 34 runderen en 18 paarden losgelaten in de Oostvaardersplassen. Acht jaar later volgen er edelherten omdat die, in tegenstelling tot hun grazende medebewoners, in staat zijn de giftige bestanddelen in vlier te verteren, waarmee ze dichtgroeien van het gebied met vlierstruwelen voorkomen. In 1987 wordt besloten om het westelijk deel van het moeras droog te leggen. Op de drooggevallen bodem kan weer jong riet kiemen, dat na opnieuw onder water te zijn gezet weer begraasbaar wordt. Er wordt een delicaat systeem van waterbeheer ontwikkeld om het gebied de juiste ‘vochtigheidsgraad’ te geven voor zijn brede scala aan vliegende bewoners. In de loop der tijd heeft de Oostvaardersplassen zich met vallen en opstaan ontwikkeld tot een uitzonderlijk natuurgebied waar volop ruimte is voor het normale sociale gedrag van de kuddes grazers die er leven. Vanuit Natura

Meer dan eens is het een dubbeltje op zijn kant voor de toekomst van het gebied

2014

Herinrichting Kotterbos met natuurboulevard

2015

Het Oostvaardersveld wordt verbonden met de Oostvaardersplassen, belangrijk voor de edelherten en bezoekers; het Hollandse Hout wordt gereedgemaakt voor de komst van edelherten uit het Oostvaardersveld


100 jaar Zuiderzeewet Toen in 1918 de Zuiderzeewet werd aangenomen, begon een van de meest ambitieuze waterbouwkundige projecten uit de Nederlandse geschiedenis. De eerste plannen voor het inpolderen van de Zuiderzee dateren al uit de 17e eeuw, maar pas in 1886 werd de Zuiderzeevereniging opgericht, met als doel om de drooglegging van Zuiderzee, Waddengebied en Lauwerszee te onderzoeken. Cornelis Lely, ingenieur bij de vereniging, presenteerde in 1891 zijn plan voor het afsluiten van de Zuiderzee door middel van de Afsluit-

dijk en de aanleg van vier polders: Wieringermeer, Noordoostpolder, Flevoland (dat in twee delen zou worden aangelegd) en de Markerwaard (die uiteindelijk nooit werd gerealiseerd). Pas in 1918 ontstond er voldoende draagvlak om die plannen in het regeringsprogramma opgenomen te krijgen. De inpolderingen begonnen met de aanleg van proefpolder Andijk (1927) en de Wieringermeerpolder (1930), terwijl in 1932 de Afsluitdijk gereedkwam. Lely maakte dat hoogtepunt niet meer mee: hij overleed in

Het verkavelingsplan voor het oostelijke deel van Zuidelijk Flevoland uit 1965.

DIENST DER ZUIDERZEEWERKEN NOTA 273 (’S-GRAVENHAGE 1965) BIJLAGE 15. EXEMPLAAR BATAVIALAND, LELYSTAD

1929. De provincie Flevoland, die zijn bestaan te danken heeft aan de Zuiderzeewet, grijpt het eeuwfeest van die wet aan voor een jaar vol jubileumactiviteiten. Dit vieren zij samen met de andere provincies en gemeenten rond de voormalige Zuiderzee. Lees daar alles over op de jubileumsite: 100jaarzuiderzeewet.com.


• HISTORIE

Een kwestie van volhouden De Oostvaardersplassen heeft sinds 1999 een Europees diploma voor natuurbeheer van de Raad van Europa – als het ware een Michelinster voor natuurgebieden. In Europa hebben 77 natuurgebieden en landschappen dit diploma. De Vlaamse bioloog, hoogleraar en natuuractivist Eckhart Kuijken, emeritushoogleraar aan de biologiefaculteit van Universiteit Gent, was een sleutelfiguur in de periodieke expertises die de Oostvaardersplassen het Europees Diploma opleverden. Voor de toekenning van het Europees Diploma evalueerde Kuijken de Oostvaardersplassen als onafhankelijk expert driemaal. De eerste keer was in 1998: “Ik vond toen dat de Nederlandse regering niet het Diploma voor de Oostvaardersplassen kon aanvragen én tegelijk plannen kon maken voor de mogelijke uitbreiding van het vliegveld Lelystad. Desondanks werd het Diploma toegekend.”

Elke tien jaar getoetst

De toekenning van het Diploma geldt sinds 2005 telkens voor een periode van tien jaar (tot die tijd voor vijf jaar) en verplicht Staatsbosbeheer om jaarlijks een uitgebreid verslag te maken over eigendomstoestand, beheer en knelpunten van het gebied. Voor nieuwe toekenning wordt gecheckt in hoeverre de aanbevelingen zijn opgevolgd en of het gebied nog steeds beantwoordt aan

2000 en de noodzaak natuurgebieden met elkaar te verbinden, ontstaat eind jaren negentig het idee om ook trekgedrag naar andere gebieden mogelijk te maken. Hiervoor wordt het Oostvaarderswold bedacht, een brede groene verbindingszone met het Horsterwold, verderop in de Flevopolder bij Zeewolde, die op zijn beurt via het Veluwemeer aansluit op de Veluwe. De plannen hiervoor zijn door de politiek geschrapt. Sindsdien wordt gezocht naar andere manieren om extra

2016

Expertbezoek

Dit jaar zal het expertbezoek voor een diplomaverlenging vanaf 2019 plaatsvinden. Kuijken vindt dat de Nederlandse overheid de eerder gestelde voorwaarden niet zomaar mag negeren: “Ecologische verbindingen blijven belangrijk. De Oostvaardersplassen is een uniek innovatief concept van grote wetenschappelijke en sociale betekenis. Het gebied blijft ook de komende vijftig jaar een schoolvoorbeeld voor Europa. Maar dan moeten niet elke paar jaar de beheeropties totaal worden gewijzigd. Oude natuur met alle daaraan verbonden waarden vergt een ontwikkeling van minstens twee eeuwen! Het is een kwestie van volhouden.”

leef- en schuilruimte te creëren, samen met meer mogelijkheden voor recreanten om de Oostvaardersplassen te beleven, oog in oog te komen met de grazers en daadwerkelijk te ervaren hoe het ecosysteem er werkt. Vanuit die gedachte worden het Oostvaardersbos, Kotterbos en Oostvaardersveld verbonden met de Oostvaardersplassen en opnieuw ingericht met nieuwe paden, routes, uitkijkmogelijkheden en waterpartijen. Nu, in jubileumjaar 2018, breekt een

• In het Hollandse Hout wordt begonnen met de aanleg van een slenk, een impuls voor natuur en beleving • Eerste plannen voor ‘poortgebieden’ van het Nationaal Park in oprichting nabij Lelystad en Almere; sindsdien uitwerking richting concrete uitvoering

42

de eisen. Kuijken: “In 2003 stelden we bij de eerste diplomaverlenging als voorwaarde dat een milieueffectrapportage moest aantonen dat de voorgenomen uitbreiding van Lelystad Airport verenigbaar was met de plannen voor de Oostvaardersplassen. Dat onderzoek was bij de volgende verlenging echter nog niet beschikbaar.” Ook de natuurcorridor Oostvaarderswold werd in de aanbevelingen opgenomen. Dat plan is inmiddels geschrapt. Een intrekking van het Diploma werd overwogen, maar vervangen door strenge voorwaarden en aanbevelingen.

nieuwe fase aan in de geschiedenis van dit 50 jaar jonge stuk on-Nederlands uitziend wilde wetlands; de Oostvaardersplassen is een van de gebieden die deel gaan uitmaken van het op te richten nationaal park Nieuw Land (lees daarover meer op pagina 54). Wat een halve eeuw geleden begon als spontane natuurexplosie blijft evolueren als onderdeel van wat het jongste, spannendste en spectaculairste nationale park van Nederland moet worden.

2018

De status van nationaal park is aangevraagd voor een gebied dat de Oostvaardersplassen, Lepelaarplassen, het Markermeer en de Marker Wadden omvat


VINCENT WIGBELS

• NAVIGATIE

Beheerder Jan Griekspoor bij de heckrunderen.

Afgewogen en integraal beleidskader voor provinciaal beleid Oostvaardersplassen In opdracht van de provincie Flevoland adviseerde commissie Van Geel over een nieuw beleidskader voor het beheer van de Oostvaardersplassen. De commissie heeft een integraal advies gegeven over onderwerpen zoals Natura 2000, het op te richten Nationaal Park Nieuw Land, recreatie en toerisme en het welzijn van de grote grazers.

tot een beleid te komen dat leidt tot een reset van het natuurlijke systeem van het Oostvaardersplassengebied om daarmee juist de unieke natuuren landschapswaarden van het gebied te versterken. Het advies is om in te grijpen in de sleutelprocessen waterpeildynamiek, begrazingsdruk (aantal grote grazers) en vegetatieontwikkeling.

Het advies

Hoe nu veder?

De leden van de commissie hebben ruim 40 mensen en organisaties gesproken waaronder Staatsbosbeheer. Op 25 april 2018 presenteerde de commissie haar bevindingen tijdens een persconferentie. De commissie adviseert de provincie Flevoland om

Gedeputeerde Staten van Flevoland zijn blij met het advies van de commissie. Er ligt een afgewogen en integraal beleidskader voor het beheer van de Oostvaardersplassen. Het advies is ook nadrukkelijk een review van het tot nu toe gevoerde

beleid. Dat is van belang omdat deze review een voorwaarde is voor een eventuele aanpassing van de overeenkomst van de provincie met het ministerie van LNV over het welzijn van de grote grazers. Het advies om de Oostvaardersplassen nadrukkelijk te zien binnen de ontwikkeling van het Nationaal Park Nieuw Land past bij de door Gedeputeerde Staten ingezette ontwikkeling. Het rapport wordt onderwerp van politieke besluitvorming. Na die besluitvorming kan Staatsbosbeheer concrete maatregelen gaan uitwerken in een nieuw managementplan voor de Oostvaardersplassen.

43


• INTERVIEW

44


REDMOND O’HANLON:

‘Alleen Nederlanders kunnen natuur als deze maken’ De avonturier arriveert in stijl. De intensief ­gedragen waxjas losjes open, de broekspijpen in de sokken gestoken, daaronder stevige wandelschoenen; baret scheef op het hoofd en om zijn nek de attributen van de doorgewinterde ­natuurliefhebber: een verrekijker en een oude Leica-camera, nog eentje met 35mm-film. Zwart-­ wit­f ilm, welteverstaan. Redmond O’Hanlon is klaar voor een safari in de Oostvaardersplassen. Tekst DIEDERIK PLUG • Foto’s LODE GREVEN

Darwin-kenner, vogelliefhebber, schrijver, tv-maker en avonturier Redmond O’Hanlon werd in Nederland ­beroemd dankzij enkele legendarische tv-series: De reis van de Beagle (2009), waarin O’Hanlon de wereldreis ­herhaalde die Charles Darwin tussen 1831 en 1836 aan het denken zette over de evolutietheorie, en O’Hanlons helden (2011 en 2013), waarin hij in de voetsporen trad van door hem bewonderde ontdekkingsreizigers uit de 19e eeuw. In zijn thuisland Groot-Brittannië was hij eind vorige eeuw al beroemd dankzij zijn reisboeken, waarin hij zijn avonturen beschreef in de onherbergzame jungles van Borneo, het Amazonegebied, de Congo en op een trawler waarop hij de noordelijke Atlantische Oceaan ­bevoer.

HET MEEST DYNAMISCH Aan al te wilde avonturen doet O’Hanlon, die inmiddels de 70 is gepasseerd, niet meer, maar op pad gaan doet hij nog altijd graag. Hij reist veel – onlangs was hij in India – en in Nederland werkt hij regelmatig alle relevante natuur­gebieden af. Maar het meest bezoekt O’Hanlon

45


• INTERVIEW

‘Er is van niemand iets afgepakt,

de Oostvaardersplassen. Geen wonder, hij woont er een kwartiertje vandaan, in de Almeerse wijk Nobelhorst. Daar werkt hij aan zijn nieuwste boek over de natuur in Almere. “Ik moet bekennen dat ik het er zeer naar mijn zin heb”, zegt O’Hanlon. “Almere is een fijne plek – ­afgezien van het centrum”, zegt hij lachend. “Dat is ­waarschijnlijk ontworpen door jonge communistische ­architecten die moeten hebben gedacht: als we overal ­gelijksoortige betonnen blokken neerzetten, verdwijnt het klassensysteem vanzelf.” Nee, dan de natuur aan de ránd van Almere. “Ik kom hier soms wel drie keer per week”, vertelt O’Hanlon. “Dit is het meest dynamische natuurgebied van Nederland; elke keer dat je hier komt, zie je iets anders, iets nieuws. Je leert al snel dat je je foto’s moet maken zodra je de kans krijgt, want de volgende dag kun je op dezelfde plek helemaal niets tegenkomen.” Vandaag is niet zo’n dag. Nog geen 500 meter nadat boswachter Hans-Erik Kuypers zijn dienstauto het hart van het gebied in heeft gestuurd, opent zich een weids vergezicht waarin de dieren­rijkdom van de Oostvaardersplassen zich presenteert alsof een regisseur een startsein heeft gegeven: tegen de achtergrond van een aantal majestueuze, oude berken zien we links een groepje heckrunderen, rechts een stel konikpaarden en op de achtergrond een roedel edelherten; de choreografie is compleet als wolken vogels aan weerszijden opstijgen en de strakblauwe lucht vullen.

46

O’Hanlon is verrukt: “Dit is zo’n bijzonder gebied. En het is zo veranderd! Toen ik hier voor het eerst was, in 1985, waren alle bomen niet hoger dan je middel. Dat is nu wel anders!”

EEN PROTESTANTS IDEE Op onze ronde door het wilde hart van de Oostvaarders­ plassen legt Kuypers alles uit over het beheer van het ­gebied, het subtiele en nauw luisterende waterbeheer, over de uitdagingen bij dat beheer, de publieke opinie ­erover en de functies die de verschillende dieren hier hebben voor de verschillende landschapssoorten – en ­andersom. O’Hanlon: “Dit kunnen toch alleen Nederlanders hebben bedacht, natuur maken door land uit water te winnen. Het past binnen die Nederlandse denktraditie die we ook in Engeland hebben, dat protestantse idee dat als God alles heeft gemaakt, het prima is om de natuur te onderzoeken en te verbeteren. Want zo leer je immers over het handwerk van God. Zo ontstond uit natural philosophy de huidige wetenschap. En wij staan hier midden in het resultaat van die manier van denken over de natuur. Het is verbijsterend mooi – een prachtige poging om het landschap van de ­middeleeuwen terug te krijgen. En nog mooier is dat je hier de evolutie overal aan het werk ziet, en dat spreekt me als Darwin-fan natuurlijk enorm aan.” O’Hanlon kijkt omhoog en wijst naar een koppel


dit is onschuldige natuur’

­ alscholvers. “Zie eens hoe prehistorisch ze bijna lijken; a het zijn net vliegende reptielen – Pterodactyli!” Hij zwijgt even, en mompelt dan: “Ook deze vogels zijn aan het ­evolueren: ze vinden nieuwe leefgebieden, je ziet ze meer en meer in het binnenland, bij sloten, kanalen en rivieren­, terwijl ze van oorsprong van grote water­partijen houden – ze passen­zich aan nieuwe gebieden aan. Dat zie je overal. Zo heb ik het ook lange tijd ­gezien als puur wensdenken dat hier ooit zeearenden zouden nestelen. Die dieren hóren hier immers niet; dit is niet hun normale habitat. Maar ze zijn gekomen en ze zijn gebleven!”

AVONTUUR? MET MATE Als hem wordt verteld dat de Oostvaardersplassen deel gaat uitmaken van het toekomstige nationale park Nieuw Land is O’Hanlon verbaasd: “Ik dacht dat dit al lang een nationaal park was! Als je het vergelijkt met ­allerlei andere Europese nationale parken, is het van ­topklasse.” En dat er plannen zijn om de bezoekers in het nieuwe park meer avontuur voor te schotelen, zou een avonturier als O’Hanlon toch ook als muziek in de oren moeten k ­ linken. “In de natuur zijn moet al een ­avontuur op zich zijn”, bromt hij. “Verder dan dat moet je niet gaan, vind ik. Mochten ze van plan zijn om hier paintballwedstrijden of zoiets te organiseren, ben ik tegen. Dat soort avontuur hoort ergens anders thuis.” We treffen op elke vierkante meter wel iets aan waar

O’Hanlon blij van wordt, kolganzen, grauwe en talloze andere ganzen hier, een vluchtende vos daar, prachtige waterpartijen met talrijke watervogels van allerlei ­soorten. Intussen grossiert de erudiete Brit in anekdotes en kwinkslagen, dierenverhalen, de oorzaak van zijn liefde voor vogels (“Een grote lijster liet een halve eierschaal voor mijn voeten vallen. Ik was vier jaar oud en dacht: dit moet een geschenk van de lijster zijn. Of van God”) en zijn ‘theorie’ dat de natuur eigenlijk volledig wordt ­gerund door vrouwen: “Vrouwtjes zijn altijd de baas; de mannetjes lopen alleen maar te pronken. Darwin heeft geschreven: sexual selection by female choice.”

EVOLUTIE AAN HET WERK Veel te snel is de safari voorbij. O’Hanlon gloeit nog van de napret. “Ik vind de Oostvaardersplassen zó indrukwekkend. Omdat dit landschap is gemaakt door mensen – er is voor deze natuur, voor deze hele provincie niets van iemand afgepakt, niet van boeren of landeigenaren; het is gewonnen op de zee. This is guilt-free nature, ­onschuldige natuur in de letterlijke zin. Ik denk dat mijn landgenoten – sowieso de meeste buitenlandse bezoekers – deze plek niet zullen snappen als ze het niet zelf zien. En dus raad ik ze aan om het te komen zien. Want zoals gezegd: je ziet hier overal de evolutie aan het werk. Die moet weliswaar worden gemanaged, maar daar zijn jullie Nederlanders juist zo goed in. It’s utterly wonderful.”

47


48

ALEX WESTERHOF


• FLORA & FAUNA

Straks klinkt weer het hoempen van

DE ROERDOMP Zo’n vijftien jaar geleden ging het opvallend goed met de roerdomp in de Oostvaardersplassen. Momenteel zijn die ‘rijke jaren’ over, maar ecoloog Nico Beemster verwacht dat de vogels op den duur kunnen profiteren van een nieuwe drooglegging van het wetlandgebied. Tekst GEMMA VENHUIZEN

In het voorjaar klinkt in de Oostvaar­ ders­plassen een koor van vogelgeluiden: baardman, blauwborst, snor; de afzon­ derlijke soorten zijn in die samenzang niet altijd even makkelijk te onderschei­ den, maar één stem is onmiskenbaar: de diepe bas van de roerdomp. Zo veelvuldig als aan het begin van deze eeuw klinkt het zware ‘hoemp’ niet meer, vertelt ecoloog Nico Beemster. Al meer dan 30 jaar neemt hij de vogel­ monitoring in het moerasdeel van

de Oostvaardersplassen voor zijn ­rekening, en in die periode heeft hij de roerdomp in aantal zien toenemen en weer zien afnemen. “In de rijke jaren, zo rond 2005, had je wel veertig tot vijf­ tig territoriale mannetjes. Nu zijn dat er nog maar tien.”

STERKE SCHOMMELINGEN De roerdomp is een gedrongen reiger­ soort met een lengte van zo’n 75 centi­ meter, en een echte moerasvogel.

Hij verblijft vooral in ondiep water, waar hij zoekt naar kleine vissen, vertelt Beemster. “Stekelbaarzen, jonge karpers en wat hem zoal voor de snavel komt. Qua moerasgebied zijn de Oostvaarders­ plassen ongeëvenaard in Nederland. Een enorm oppervlak van 36 vierkante kilometer moeras en ondiep open water. Daarom deed de soort het er lange tijd zo goed.” Maar de balans tussen nat en droog ­luistert nauw voor de roerdomp en

49


MARJAN ADEMA

MARJAN ADEMA

• FLORA & FAUNA

50

Door de perfecte camouflage zijn de twee roerdompen amper zichtbaar in het riet.


RUBEN SMIT

Het extra diepe water in het westelijke deel was ­ideaal voor de roerdomp daardoor vertoont hun aantal door de jaren heen sterke schommelingen in de Oostvaardersplassen. Beemster: “Het moeras bestaat uit uitgestrekte rietlanden in ondiep water. Het weste­ lijke deel ervan is tussen 1987 en 1990 drooggelegd om de groei van jong riet te stimuleren, zodat het gebied niet langzaam zou veranderen in open water. Doordat tijdens de drooglegging inklinking van de bodem plaatsvond, daalde de bodem ter plekke zo’n twintig centimeter. Toen het westelijke deel ­vervolgens weer onder water kwam te staan, zorgde die klink voor extra diep water: dertig ­centimeter o ­ ngeveer.

En dat is ideaal voor de roerdomp.” Niet alleen vanwege hun voedsel zoeken roerdompen hun heil in het moeras: de uitgestrekte rietlanden vormen ook een ideale nestgelegenheid. Op de grond tussen de rietstengels leggen de vrouw­ tjes zo’n vier of vijf grijsgroene eieren, soms tweemaal per jaar. Beemster: “De nesten zelf heb ik nooit gezien, ik zoek ze niet op. De vogels zelf uiteraard wel. Vooral vrouwtjes, op hun voedsel­ vluchten – bij het grootbrengen van de jongen doen zij vrijwel al het werk.” In de ‘vette jaren’ zag Beemster de ­vogels af en aan vliegen. “Een roer­ dompmannetje heeft vaak meerdere

Oostvaardersplassen: Natura 2000-wetland Wetlands zoals de Oostvaardersplassen zijn belangrijke natuurge­ bieden voor onder meer trekvogels, vissen en andere waterdieren. Onder wetlands worden volgens de zogeheten Wetland-Conventie (Verdrag van Ramsar, uit 1971) waterrijke ­gebieden verstaan, zoals moeras- en veengebieden. Om de waterkwaliteit te waarborgen, worden omliggende gebieden vaak als buffergebied ingericht. In Nederland hebben veel wetlands, waaronder de Oostvaardersplassen, een Natura 2000-status. Daardoor zijn ze op Europees niveau beschermd.

51


vrouwtjes, en in de lucht was het een drukte van jewelste. Maar vorig voor­ jaar heb ik maar enkele voedselvluchten waargenomen. Het waterpeil was toen relatief laag, dat is niet goed voor het broedsucces.”

MEER KANSEN Door dat variërende waterpeil is het westelijke deel veel dynamischer en spannender dan het oostelijke deel, aldus Beemster. “Maar het nadeel is dat door de algemene stijging van het waterpeil na de drooglegging steeds meer rietland heeft plaatsgemaakt voor open water. En dat is nadelig voor de roerdompen.” Momenteel wordt gepraat over een nieuwe drooglegging van een deel van het moeras. De vraag is hoe en wanneer die doorgaat. Beemster: “Als je gaat droogleggen, raak je de roerdomp aanvankelijk voor enkele jaren kwijt, omdat het dan te droog wordt. Dan

zullen de vogels elders hun heil zoeken. Maar als het vervolgens weer nat wordt, zullen ze er zeker van profiteren. Dan verwacht ik dat het hoempen van de roerdomp weer volop door de Oostvaardersplassen klinkt. Drooglegging zal ook leiden tot helder water. Het water is nu nogal troebel, doordat de aanwezige karpers de bodem omwoelen. Een groot deel van de vol­ wassen karpers zal de drooglegging niet overleven als ze niet worden verplaatst, en dat is natuurlijk zuur voor ze. Maar daardoor krijgen jongere karpers en ­diverse vogelsoorten weer meer kansen. Het water zal helderder worden, waar­ door het makkelijker naar vis zoeken is. En de afwezigheid van karpers zorgt ook voor een toename van het aantal dansmuggen, en daarmee bijvoorbeeld ook voor een toename van het aantal baardmannetjes. Zo hangt alles met ­elkaar samen.”

ERNA KOELMAN

• FLORA & FAUNA

RUBEN SMIT

De grauwe gans houdt de Oostvaardersplassen open

Dankzij hun graasgedrag zijn grauwe ganzen in grote mate verantwoordelijk voor het uiterlijk van de Oostvaardersplassen.

52

Een van de bekendste vogelsoorten in de Oostvaardersplassen is de grauwe gans. “De ganzen doen het in heel Noordwest-Europa goed. Het zijn graseters en dus ­profiteren ze van de grote oppervlakten landelijk gebied met gras van zeer goede kwaliteit”, zegt Nico Beemster. In de Oostvaardersplassen bevindt zich al ­decennialang een heel grote ruipopulatie van zo’n 20.000 tot 30.000 ganzen – bijna de helft van de NoordwestEuropese populatie. Ruim 2.000 ganzen blijven in het gebied om er te broeden. Beemster: “Ruiende grauwe ganzen eten de toppen van het riet en maken het gebied op die manier open. Sommige soorten profiteren daarvan, maar de roerdomp niet: die heeft juist baat bij een meer gesloten rietvegetatie.” Toch kan op de langere termijn ook juist de aanwezigheid van de grauwe gans positief zijn in het moerasgebied. “Ze zorgen voor meer variatie en als het riet na enkele jaren begrazing weer begint te groeien, kan zo’n mozaïek van open en gesloten delen juist extra aantrekkelijk zijn. Juist omdat het zo’n enorm oppervlak is, kan het moeras wel het een en ander hebben.” Al met al zijn de grauwe ganzen dankzij hun graasgedrag dus juist in grote mate verantwoordelijk voor het uiterlijk van het gebied: zonder deze vogels geen Oostvaardersplassen.


ILSE CARDOEN

• NAVIGATIE

PORTRET 2 De familie De Oostvaardersplassen trekt niet alleen vogels van allerlei pluimage aan, maar ook heel verschillende mensen. De een komt er om zijn hobby uit te ­oefenen, de ander zijn beroep. Familie De Greve woont sinds 6 maanden weer in Nederland (Loosdrecht) na een verblijf van 5 jaar in Dubai. Zoon Otto (7) en dochter Pippa (5) hebben al die jaren in de weekenden van de ongereptheid van de Dubaise woestijn kunnen genieten.

‘We hebben hier vandaag heerlijk gewandeld. We hebben allerlei dieren gezien en het wildernisgevoel ervaren zoals we dat ook kennen uit de tijd dat we in Dubai woonden!’

53


Oostvaardersplassen

JASJA DEKKER

Oostvaardersplassen

Een Nederlands wetland

JOHN GUNDLACH

Marker Wadden

54


in ontwikkeling

Markermeer

Nederland wordt hopelijk een nationaal park rijker. Onder de toepasselijke naam Nieuw Land gaan de Oostvaardersplassen, de Lepelaarplassen, het Markermeer en de Marker Wadden samen een natuurgebied vormen dat in heel veel opzichten baanbrekend wordt. Zowel als het gaat om de natuur als om de manieren waarop het publiek ervan kan genieten. Tekst DIEDERIK PLUG

“Nationaal park Nieuw Land vertelt het oer-Hollandse verhaal van het leven met water in een rivierendelta. Land dat door mensenhanden uit zee is gemaakt. Jong polderland, nog maar een halve eeuw geleden drooggelegd, is uitgegroeid tot een van Europa’s belangrijkste natuurgebieden.” Met die woorden begint het document waarin de provincie Flevoland en zes andere organisaties de wettelijke status van nationaal park hebben aangevraagd; een natuurgebied waar de Oostvaardersplassen een centraal onderdeel van wordt. Hiermee wordt de ongerepte wildernis onderdeel van een groter geheel, waarin wetlands op de grens van landelijk en waterrijk gebied elkaar versterken.

Na ruim vijftien jaar wildernis werden er op voorspraak van bioloog en natuurbeschermer Frans Vera kuddes grote grazers in het gebied geplaatst voor het open houden van het grazige gebied. Daarmee zou het niet dichtgroeien en geschikt blijven voor ganzen, die op hun beurt het moeras weer geschikt hielden voor allerlei belangrijke vogelsoorten.

INVLOED OP DE DYNAMIEK Er ontstond een uniek ecosysteem waarin grote grazers zij aan zij leven met vele honderdduizenden vogels die er hun thuis hebben of die het gebied gebruiken als tussenstop langs de belangrijkste Oost-Atlantische trekroute

tussen Siberië en Centraal Afrika. Het was van meet af aan duidelijk dat de natuurlijke processen in de Oostvaardersplassen leidend moesten zijn; een revolutionaire opvatting en daardoor ook aanleiding voor telkens terugkerende discussies, vooral over het beheer van dieren. Ecoloog Perry Cornelissen van Staatsbosbeheer is zich sterk van die discussie bewust: “Wij kijken voortdurend naar wat er in het gebied gebeurt en stellen ons continu de vraag: zijn we wel goed bezig? Want hoewel er veel ruimte is voor spontane natuurlijke processen, is de invloed van de mens hier nog steeds groot.” Cornelissen promoveerde begin 2017 op zijn jarenlange onderzoek naar

55

MARJOLEIN DEN HARTOG

• ACHTERGROND • NAVIGATIE


• ACHTERGROND

de wederzijdse onderlinge beïnvloeding tussen de ontwikkeling van de kuddes grote grazers en de vegetatieontwikkeling in de Oostvaardersplassen. Zo onderzocht hij wat er is terug te zien van Frans Vera’s theorie over het ontstaan van parkachtige landschappen. Een van de conclusies was dat door de grote aantallen grazende dieren het grazige deel van het natuurgebied de afgelopen jaren steeds minder gevarieerd raakte en steeds meer een eenzijdig grasland is geworden. Belangrijke factoren die hierbij onder andere een rol spelen, zijn de variaties in bodemgesteldheid en de dynamiek van natuurlijke processen, die beide gering zijn. Cornelissen: “Daarom zou het goed zijn om meer dynamiek

van het water in het gebied te kunnen brengen, zoals je in een natuurlijk wetland mag verwachten. In het kader van het Natura 2000-beheerplan nemen we daarom een aantal maatregelen, waaronder een tijdelijke waterpeilverlaging die goed is voor een groot aantal vogelsoorten. Daarnaast leggen we vistrappen aan en poelen met onbegraasde eilanden.” Cornelissen ziet nog meer kansen wanneer Nieuw Land de samenwerking tussen gebieden mogelijk maakt. “De Oostvaardersplassen kunnen dan met het Markermeer verbonden worden. Bij westenwind wordt het water nu hoog opgestuwd tegen de dijk. In een natuurlijk systeem zou dit opgestuwde water dan het moeras instromen. Dan

Enkhuizen

Hoorn

t r ib

dijk

5 km

Marker Wadden

ANTON VAN TETERING

Markermeer

Nationaal Park Nieuw Land

Volendam

Oostvaardersplassen A6 Oostvaardersbos

Lepelaarplassen

Almere

Amsterdam IJmeer

56

Kotterbos

SAMENHANG VERSTERKEN

Er zijn nog meer voordelen te bedenken in verbindingen met de omgeving waardoor een veel groter en meer divers nationaal park Nieuw Land ontstaat. “Je kunt daarmee de natuurlijke samenhang van de verschillende gebieden enorm versterken”, meent Roel Posthoorn van Natuurmonumenten. Hij is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de Marker Wadden, waarbij in het Markermeer, nabij de Houtribdijk tussen Lelystad en Enkhuizen, nieuwe eilanden zijn aangelegd, waar de natuur zich kan ontwikkelen. “Je ziet nu dat op de Marker Wadden net zo’n proces op gang komt als in het begin bij de Oostvaarders- en Lepelaarplassen. De pionier-vogelsoorten komen daar vrijwel niet meer voor, maar die zien we nu weer wel bij de Marker Wadden, daar nestelen bijvoorbeeld de strandplevier, de kluut en de visdief. Door meer naar het geheel te kijken, kun je verschillende ontwikkelingen in het gebied krijgen, waardoor er een veel grotere variatie aan soorten natuur ontstaat”, aldus Posthoorn. De belangrijkste gezamenlijke noemer daarbij is de omschrijving ‘wetlands’. “Je krijgt gebieden met veel water, met ondiep water, met droge en natte graslanden en Lelystad met lage duingebieden, zoals je die nu op de Marker Wadden ziet”, zegt Posthoorn, die erop Hollandse Hout wijst dat er tegelijkertijd in de regio ook andere ontwikkelingen van invloed zijn. “Amster-dam en Almere breiden steeds meer uit in de richting van het IJmeer; nationaal park Nieuw Land brengt een ander evenwicht in het geheel.” Een nationaal park is deels ook bedoeld om het gebied te promoten voor recreatief medegebruik. “Wij investeren in de

Hou

0

krijg je stukken land die tijdelijk onder water staan en dat heeft weer invloed op de dynamiek van de vogelpopulaties.”


ERNST DIRKSEN

Lepelaarplassen • NAVIGATIE

Marker Wadden zodat de natuur kan profiteren, maar wel op zo’n manier dat mensen van die natuur kunnen genieten. Vanaf september gaat het eerste eiland open voor publiek. Er komt een kleine natuurhaven en misschien ook wel een soort veerdienst vanuit Lelystad. Natuurlijk houden we wel goed in de gaten hoeveel bezoek de natuur aankan; het is niet de bedoeling dat er een invasie van toeristen komt.”

en waar bezoekers van alles rond de natuur kunnen beleven. Voor veel mensen zal dat voldoende zijn, een kleinere groep zal dieper de natuur in willen. Delen die heel kwetsbaar zijn, blijven moeilijk of niet toegankelijk.” Volgens Zwart biedt de bundeling van de huidige ‘losse’ gebieden tot één geheel ook extra mogelijkheden op het gebied van publiciteit. Het karakter van het totale gebied wordt daarbij uitnodigend en avontuurlijk. Volgens John Dekker, die als zelfstandig adviseur tot voor kort namens de provincie leiding gaf aan het project, worden er de komende jaren nog vele miljoenen euro’s in het gebied geïnvesteerd. “Dat is natuurlijk een van de interessante aspecten van dit gebied: het gros van de nationale parken in Nederland is min of meer af, maar hier komt er nog heel veel nieuwe natuur

Mensen moeten zich welkom voelen in een gebied waar ze hun eigen avontuur kunnen zoeken

NIEUWE NATUUR BELEVEN Ook IJsbrand Zwart, hoofd van de beleidsafdeling van Het Flevo-landschap, wil een vinger aan de pols houden als het om de bezoekersaantallen gaat. “We willen de kwaliteit van de natuur in deze gebieden graag aan de mensen laten zien. Daarom maken we ook poortgebieden die makkelijk toegankelijk zijn

De Waterlanden vormen in de winter een enorm PLASDRASGEBIED waar duizenden vogels komen om te foerageren: goudplevieren, kieviten en tal van eenden en ganzensoorten 57


• ACHTERGROND

bij.” Daarbij ziet hij ook vooral een regionaal belang. “We liggen in de metropoolregio rond Amsterdam. Het is van belang de kwaliteit en de toegankelijkheid van het gebied te verbeteren, zodat het voor meer mensen uit de Randstad en Flevoland mogelijk wordt om van deze nieuwe natuur te genieten.”

NATUURLIJK HART VAN NEDERLAND Het vinden van de juiste balans tussen natuurbeheer en het ontsluiten van het nationale park voor toerisme is een van de speerpunten van het beleid. De coördinatie en regie daarvan ligt in handen van de provincie Flevoland. Michiel Rijsberman, gedeputeerde van deze provincie: “Iedereen die hierbij betrokken is, wil graag dat een groot publiek van het toekomstige nationaal park kan genieten; ook omdat dat een legitimering is van al het harde werk dat erin is gestoken. Natuurlijk is de politiek – de gemeenten Almere en Lelystad en wij als provincie – niet van plan de kip met de gouden eieren te slachten door ongebreideld toerisme mogelijk te maken. Maar we mogen wel wat meer de nadruk leggen op het feit dat dit prachtige natuurgebied het natuurlijke hart van Nederland is. En wat ik zelf zo

bijzonder vind: dit landschap is tot in detail bedacht en gemaakt door mensen en toch vinden we hier een spectaculaire wildernis. Op dit moment is de mooiste manier om dit te zien bij wijze van spreken doordat je er in de trein doorheen rijdt – weliswaar de mooiste treinreis van Nederland, maar dat kan natuurlijk beter. We willen, kortom, dat meer mensen van dit gebied kunnen gaan genieten, de economische versterking die daar het gevolg van is optimaliseren – het nationale park gaat bijvoorbeeld honderden banen opleveren voor inwoners van de provincie – en het bijzondere karakter van de natuur bewaren en beschermen.”

‘Het wilde natuurhart van Nieuw Land blijft rustig en ongerept’

DE AMBITIES ZIJN HOOG Natuurlijk moeten de vele miljoenen euro’s die er in Nieuw Land worden geïnvesteerd, gedekt worden door de inkomsten. Nieuw Land wordt volgens Rijsberman dan ook het eerste nationale park waarin economische ontwikkeling en natuurontwikkeling hand in hand

INTERNATIONALE ALLURE Eind 2014 werd er door de rijksoverheid, op initiatief van twee Tweede Kamerleden, gewerkt aan een plan om van de Nederlandse nationale natuurparken een sterk merk te maken en daarvoor een nieuwe standaard te ontwikkelen. Dat leidde tot het programma ‘Naar Nationale Parken van Wereldklasse’, dat op 1 maart 2015 van start ging. Bij dit programma zijn veel organisaties betrokken, waaronder Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, alle provinciale landschappen, provincies, rijksoverheid, de ANWB en het nationaal bureau voor toerisme NBTC Holland Marketing. In maart 2016 sloten deze partijen de zogenoemde Nationale Parken Deal. Deze ‘deal’ heeft drie doelen: het verhogen van de kwaliteit van de nationale parken, de betrokkenheid van de samenleving bij de natuur versterken en een sterkere merk- en marktpositie van de nationale parken bewerkstelligen. Begin 2018 diende de provincie Flevoland, samen met Natuurmonumenten, Stichting Het Flevo-landschap, Staatsbosbeheer, de gemeenten Lelystad en Almere en Rijkswaterstaat Midden-Nederland, bij het Rijk de aanvraag in om voor Nieuw Land de wettelijke status van nationaal park te verkrijgen. De verwachting is dat er in de loop van dit jaar een standaard wordt vastgesteld, met de criteria waaraan nationale parken in de toekomst moeten voldoen. Nationaal park Nieuw Land zou dan als eerste nieuwe nationale park aan deze standaard moeten voldoen.

58

gaan. En het ambitieniveau ligt hoog, blijkt uit de plannen die horen bij de aanvraag voor de status van nationaal park: bij de ontwikkeling van de poortgebieden bij Lelystad en Almere komen er verbeterde en uitgebreide voorzieningen, wordt er meer en nauwere samenwerking gezocht met ondernemers op horeca- en recreatiegebied en worden er nieuwe fiets- en wandelpaden aangelegd en komen er nieuwe stranden bij. Wethouder Frits Huis van gemeente Almere, die nu werkt aan het realiseren van de Almeerse Poort, is enthousiast: ”De provincie Flevoland heeft een natuurgebied dat uniek is in Nederland en zelfs Europa. Vooral het Oostvaardersplassengebied trekt grote belangstelling van zowel binnen- als buitenlandse bezoekers voor het beleven van deze nieuwe natuur. Vanuit de Almeerse kant van de Oostvaardersplassen werken we heel hard om een gastvrij, avontuurlijk en een levendig bos te realiseren. Een aanwinst voor een groene en duurzame stad als Almere, de Oostvaardersplassenbeleving en natuurlijk voor het toekomstige nationaal park Nieuw Land.” De ambities gaan nog verder met een pop-upstrategie: er komen allerlei wisselende, tijdelijke attracties op verschillende plekken – waarbij de beschermde natuur ongemoeid blijft. Rijsberman verzekert: “De essentie is en blijft dat je straks in dit nationale park rust vindt, de ruimte beleeft en wilde dieren kunt zien, maar niet in een optocht met honderden anderen hoeft te lopen. De poortgebieden liggen bijvoorbeeld buiten het wilde natuurhart van Nieuw Land; dat hart blijft dus rustig en ongerept; we willen mensen zich welkom laten voelen in een gebied waar ze hun eigen avontuur kunnen zoeken, waar ze het onverwachte kunnen meemaken, maar wel op een manier die verantwoord is voor zowel de bezoekers als de natuur.”


RUBEN SMIT

PORTRET 3 De buurtbewoner De Oostvaardersplassen trekt niet alleen vogels van allerlei pluimage aan, maar ook heel verschillende mensen. De een komt er om zijn hobby uit te ­oefenen, de ander zijn beroep. Pieter Bremer is sinds 27 jaar actief met paard en wagen in het Hollandse Hout en laat groepen mensen genieten van de prachtige natuur rond de Oostvaardersplassen.

‘Mijn passie is het mensen laten genieten van de natuur. Het is meer dan therapeutisch; de mensen die ik meeneem, komen volledig tot rust.’

59


KEES DE LANGE

60

60 volwassen VOSSEN zijn er bij daglicht actief


REPORTAGE •

Oog in oog

OP SAFARI IN DE OOSTVAARDERSPLASSEN

met de top 5

Een immens weidse vlakte waar kuddes wilde dieren rondstruinen – dat maakt de Oostvaardersplassen echt bijzonder. Hier kun je oog in oog met dieren staan! Ga mee op safari met ­boswachter Hans-Erik Kuypers en ‘scoor’ de hele top 5 van het gebied: ­konikpaard, vos, ­heckrund, edelhert en ree. Tekst KIM VEENMAN

Boswachter Hans-Erik Kuypers.

Het is nog vroeg als we bij boswachter Hans-Erik Kuypers in de stoere Toyota Land Cruiser stappen. De weg is nat en dat geeft gelijk sfeer: de modder spat hoog op als we ‘offroad’ gaan. Even wanen we ons in Afrika. En dat in eigen land! We zijn nog nauwelijks op pad of een vos schiet voorbij. Hans-Erik remt: “Dit is een jong mannetje, een rekel, op zoek naar een nieuw territorium, zoals een oude burcht.” Volgens de boswachter kom je vossen in de Oostvaardersplassen gegarandeerd tegen. In het open gebied zie je ze goed en omdat er niet op ze gejaagd wordt, zijn ze niet schuw. De Oostvaarders­ plassen telt zo’n 60 volwassen vossen, die in tientallen familieburchten wonen. “In het voorjaar zie je de kleine vosjes boven de burchten spelen, een feest om te zien”, vertelt Hans-Erik. De vossen­ populatie in de Oostvaardersplassen is stabiel en de territoriums zijn vol. Hier hebben ze alle ruimte en volop voedsel. In het voorjaar eten ze jonge ganzen, die ze soms met meerdere tegelijk ­vangen. Kunnen ze het niet op? Dan ­verstoppen ze de buit voor later. Ook

’s winters is er genoeg te eten. Dan leven vossen van dode dieren.

OP GEPASTE AFSTAND We rijden verder, de Land Cruiser rijdt een heuvel op en dan zien we een waar spektakel: honderden konikpaarden bij elkaar. Echt indrukwekkend! Het is een van de twee grote kuddes die hier ­rondlopen. “Zie je de familiegroepjes binnen de kudde? Kijk, ze gaan lopen”, wijst Hans-Erik. “De voorste merrie is de leidster en achteraan loopt de hengst, die kijkt of de kust veilig is.” Prachtig om te zien hoe sociaal de paarden zijn. Plotseling galoppeert een hengst voorbij en steigert tegenover een andere hengst. “Het kan er heftig aan toegaan, maar dit zijn gewoon twee ravottende pubers”, stelt Hans-Erik gerust. Gelukkig zijn de paarden niet gevaarlijk, mits we op ­gepaste afstand blijven. De Oostvaardersplassen is een thuis voor een grote groep konikpaarden, die a ­ llemaal afstammen van 40 dieren die in 1984 werden uitgezet. ’s Winters sterven de dieren die een te kleine vetvoorraad hebben. Vaak zijn dit veulens

61


ILSE CARDOEN NICO REINDERS

De konik­paarden houden, samen met de ganzen, de graslanden geschikt als foerageergebied voor talloze vogels.

62

De kuddes heckrunderen zijn vaak te zien vanuit de observatielocaties.


REPORTAGE •

die laat in het ­seizoen geboren zijn en oudere dieren die moeite hadden om een goede reserve op te bouwen. Dat aantal wordt in het voorjaar weer aangevuld met veulens. “Dat is zo mooi, het eerste veulen van het jaar”, vertelt HansErik. “Zoiets als het eerste kievitsei. De moeder zondert zich af voor de geboorte. Konikpaarden zijn sterk gebouwd en bevallen gemakkelijk. Als het veulen eenmaal staat, gaan de merrie en het veulen gelijk terug naar de kudde.”

In de Oostvaardersplassen leeft een unieke combinatie van RUNDEREN, edelherten en paarden

OERRUND 2.0 We laten de konik-kudde achter ons en de Land Cruiser hotst verder over de vlakte. In de verte zien we zwarte, bijna vierkante stipjes. Het zijn de heckrunderen, waarvan er zo’n 200 rondzwerven. Ook deze stammen af van de eerste 35 die hier werden uitgezet. Het is net of we ineens op de prairie zijn. Wanneer we dichterbij komen, zien we hoe foto­ geniek het heckrund is: de donkerbruine tot zwarte vacht, de gevlamd rode flanken en sierlijke hoorns. Het zijn imposante dieren, vooral de stieren. Heckrunderen zijn ooit gefokt door de

Duitse gebroeders Heck, die in de jaren 20 van de vorige eeuw probeerden het uitgestorven oerrund terug te krijgen uit bestaande rassen, zoals Schotse hooglanders en Corsicaanse bergrunderen. Of dat gelukt is? Volgens Hans-Erik zeker: “Kijk maar naar oeroude grot­ tekeningen, daar lijken ze precies op. Ze zijn kleiner dan het oerrund, maar wel met brute kracht.” Toch gaat het de laatste jaren iets minder goed met de kudde, legt Hans-Erik uit. “De brandganzen grazen het gras zo kort af dat de heckrunderen er niet bij kunnen. Dit maakt de winter voor de runderen wat langer. Je kunt het zien als een concurrentiestrijd. Ook dat is de natuur.”

WAANZINNIG SCHOUWSPEL En dan, na even geduld, zijn ze daar: edelherten. Elegant en statig loopt een groot hert naast het pad. Stoer kijkt hij onze kant op. De andere mannetjes van dit groepje kijken even op, maar herkauwen dan vredig verder. Hans-Erik: “De mannetjes en vrouwtjes struinen rond in aparte roedels van soms wel 100 bij ­elkaar. Het is nu rustig, maar

Nieuwkomers

Of er ook (verwachte) nieuwkomers zijn? Zeker! OTTERS zijn al op de ­camera verschenen en ook bevers zijn al waargenomen. En niet eenmalig: er worden steeds vaker sporen op verschillende plekken gevonden. De otters komen waarschijnlijk vanuit de Weer­ribben. Toch hebben zij zich nog niet d­ efinitief in de Oostvaarders­plassen ­gevestigd. Volgens Hans-Erik is het een kwestie van tijd: “Hier is voldoende ­visrijk water, wat otters nodig hebben. Nu moet een mannetje nog een vrouwtje tegenkomen om een gezin te stichten. Dat kan elk moment gebeuren.” BEVERS zijn gespot langs de randzones waar veel wilgen groeien, vooral bij de jonge bomen langs de Lage Vaart en het Oostvaardersbos. Hans-Erik: “In

Zuidelijk Flevoland zitten veel bevers en het is duidelijk dat ze dit gebied ­ontdekt hebben. Binnen afzienbare tijd verwachten we dat ze zich hier vestigen. Het is lastig te zeggen wanneer, maar het zal niet lang meer duren.” En de WOLF? Als het aan Hans-Erik ligt, is die welkom: “De wolf kan als predator zeker wat toevoegen, maar we gaan hem niet zelf introduceren. Ik denk ­alleen niet dat wolven hier snel komen, want dan moeten ze vanuit Duitsland veel obstakels over: de Veluwe­rand­ meren, de snelwegen. Alleen als er in Duitsland echt veel wolven zijn, is de kans dat één alle barrières overwint groter. Of als we allemaal ecoducten bouwen. Voorlopig verwacht ik de wolf hier dus niet.”

63


MARIJE OUDSHOORN

• REPORTAGE

Herten in bastgewei.

Een EDELHERT verliest tijdens de bronst zo’n 20% van zijn gewicht. Hij eet in deze periode bijna niets

moet je hier in september of oktober komen. Dan is het bronsttijd en zoeken mannetjes de bronstige vrouwtjes weer op. Ze burlen erop los en je kunt de ­gevechten meemaken. Een waanzinnig schouwspel!” Wie wint, mag als plaatshert met de ­hindes paren. Die positie is dan ook hard werken. De jongen worden het volgende voorjaar geboren. Edelherten krijgen elk jaar een nieuw gewei. Tussen februari en april wordt het oude gewei afgeworpen, waarna een nieuw en groter exemplaar aangroeit. De edelherten zijn hier ooit uitgezet omdat zij ook v­ lieren eten. Konikpaarden en runderen doen dat namelijk niet. Gezamenlijk houden de grote grazers het landschap open, zodat het geschikt is voor foeragerende vogels.

REEËN LANGS DE BOSRAND Eenmaal terug bij het Buitencentrum hebben we vier van onze top 5 gehad. Alleen het ree missen we nog. Daar komt

64

gelijk verandering in; vlak achter het centrum zien we een groepje van vier reeën bij de bosrand van het daarachter gelegen Hollandse Hout. “Als een kers op de taart”, noemt de boswachter het. “Reeën leven niet waar edelherten zijn, want ze concurreren om voedsel. Omdat hier niet op ze gejaagd wordt, zijn ze juist hier duidelijk zichtbaar.” Hoe de reeën hier gekomen zijn? “Waar­ schijnlijk zijn ze komen zwemmen via het Randmeer”, vertelt Hans-Erik. Losse groepjes zoals deze worden ‘sprongen’ genoemd en ook bij reeën leven de ­mannetjes en vrouwtjes apart. Alleen tijdens de bronsttijd in juli komen de bokken en geiten bij elkaar. Reeën zijn echte gewoontedieren en gebruiken steeds dezelfde routes door het bos, de wissels. Dan ineens schrikken de reeën op en hop, vier spiegels (de witte vlek op de achterkant van een ree) verdwijnen met een sprong het bos in. Geeft niet, wij hebben vandaag de top 5 g ­ escoord. Een topdag!


REPORTAGE •

TJIBBE HUNINK

Beleef de natuur! Het hele jaar door organiseren we in de Oostvaardersplassen allerlei activiteiten voor jong en oud, met of zonder boswachter. Van reeĂŤnexcursie tot een tocht met de flevokar door het gesloten deel. Kijk op staatsbosbeheer.nl onder Activiteiten en zoek op Flevoland.

65


MARJAN ADEMA

HANS BREEVELD

• WANDELEN

MET ROUTEKAART

Door bos &

Behalve vogels kijken en fietsen kun je in de Oostvaardersplassen vlaktes met edelherten en door interessante bossen.

NICO REINDERS

In het Oostvaardersveld kun je grote aantallen ringslangen aantreffen.

Bevers

66

Pats! Op nog geen vijftien meter van het Buitencentrum Oostvaardersplassen duikt een bruine kiekendief op een prooi. Bezoekers op het terras zitten ­eerste rang. In de ruige vegetatie had mevrouw – met een roomwitte kop en verder geheel bruin verenkleed waar dat bij haar man meer gevarieerd ­gekleurd is – een muis ontdekt en daarbij voor even de schroom overwonnen die haar normaliter schuwer maakt. Het stel zal in de buurt een nest vol hongerige kuikenbekjes hebben en dan wil je de principes weleens opzijzetten, zo veel

is duidelijk. Daarbij heeft de behendige roofvogel – het silhouet staat symbool voor de provincie Flevoland – onbedoeld ook een groep natuurliefhebbers getrakteerd. Geen slecht begin van een dagje wandelen in de Oostvaardersplassen. En dat kon eigenlijk al niet meer stuk, met het verrukkelijke uitzicht over de Keersluisplas. Plus een concert van zangvogelgeluiden vanuit de rietkraag: kleine karekiet, rietzanger, snor. In een wilgenbos op de achtergrond vliegen aalscholvers af en aan naar hun broedkolonie, een van de grootste in Europa.


RUBEN SMIT

• NAVIGATIE

Riet bloeit tussen juli en oktober met een bruinrode pluim, die MEER DAN DUIZEND ZAADJES kan bevatten

Grauwe ganzen

langs rietmoeras ook naar hartenlust wandelen. Langs rietmoerassen, naar observatiepunten op uitgestrekte En natuurlijk over de Knardijk, die ooit Oostelijk Flevoland bewaakte en een weids uitzicht biedt. Tekst NIELS KOOYMAN • Topografische kaart ANTON VAN TETERING

BEDELENDE BOERENKARPERS Dat de Oostvaardersplassen meer zijn dan alleen vogelparadijs maakt een stel flinke boerenkarpers al na honderd meter wandelen duidelijk. Schaamte­ loos bedelen ze om een deel van het lunchpakket, zwemmend naast een houten bruggetje. Na nog wat bruggen en restanten van een wilgenbos leidt de wandelroute langs observatiehut De Zeearend, waar je op de eerste verdieping een weids u ­ itzicht hebt over de graslanden die langs het moeras liggen. Ga er gerust even voor zitten, want hier

valt van alles te zien. Edelherten zijn er altijd wel en vandaag loopt de kudde konik­paarden ook vlakbij, met honder­ den tegelijk. Grote ­zilverreigers jagen langs waterpartijen, als witte piket­ paaltjes staan ze voor het succes­ver­haal van de Oostvaardersplassen. Voordat dit gebied bestond, kwam deze vogel in Nederland niet voor, tegenwoordig lopen doorgewinterde vogelaars er al aan voorbij. Dat doen ze niet bij een ­zeearend, die hier in 2006 het eerste broedgeval had na minstens honderd jaar en sindsdien elk jaar nestelt.

JONG OERBOS De wandelroute leidt door een nuttig tunneltje naar de andere kant van de spoorlijn, waar het Oostvaardersveld ­tamelijk recent is ingericht als natuur­ gebied. Nu nieuwe natuur, voorheen ­bestemd als landbouwgrond. Aan de rand van het gebied ligt nog een ­oorspronkelijk wilgenbos, dat zich ­spontaan heeft ontwikkeld uit zaad dat kiemde op het natte slik bij het droogvallen van Zuidelijk Flevoland. Je zou het oerbos kunnen noemen, een halve eeuw jong. Karaktervol is het in

67


RENÉ VOS

• WANDELEN

Geniet van de afwisseling van bos, water en rietkragen.

Nog meer wandelen

elk geval, met her en der een gevallen boom. Het slingerende pad dat het ­doorkruist, behoort tot de meest fraaie delen van de wandeling. Tientallen paartjes grauwe ganzen, ­misschien wel vers gearriveerd, grazen rond observatiehut De Krakeend. In mei en juni komen duizenden grauwe ­ganzen uit met name Noorwegen naar de Oostvaardersplassen voor de rui van hun vleugelpennen. Deze vogels spelen een belangrijke rol in de ecologie van het moeras, door het op grote schaal vreten van riet.

Staatsbosbeheer biedt in en rond de Oostvaardersplassen maar liefst 14 wandelingen aan, duidelijk gemarkeerd en variërend in lengte tussen de 1 en 7 kilometer. Op panelen bij de beide bezoekerscentra (Lelystad en Almere-Buiten) zijn ze afgebeeld op een kaart van het gebied. Ook op staatsbosbeheer.nl is gedetailleerde informatie per wandeling te vinden. Omdat de Oostvaardersplassen en ­omringende natuurgebieden continu in ontwikkeling zijn, kunnen bestaande routes komen te vervallen, worden gewijzigd of tijdelijk niet toegankelijk zijn. Informatie hierover is te vinden op de website of verkrijgbaar bij de info­balies in de bezoekerscentra.

STERRENSCHOT OP HET PAD Een brug leidt naar de Knardijk. Onder de brug drijft een tak die is aangevreten door een bever, was het Ed of Willem?

Achter de dijk ligt het Hollandse Hout, dat in de komende jaren meer bij de Oostvaardersplassen betrokken zal worden. Zo worden ten zuiden van de spoorlijn water­partijen aangelegd en voorbereidingen getroffen voor de komst van edelherten. Het is een ­volwassen bos met soms forse bomen, bomen met een voorsprong want dit is Oostelijk Flevoland, dat elf jaar eerder droogviel. Midden op het pad ligt een hoopje ­transparante gelei. Het is sterrenschot, de achtergebleven ei-omhulsels van een kikker of pad die door een ­reiger of bijvoorbeeld bunzing is o ­ pgegeten. Dan echoot de magistrale roep van een wielewaal tussen de bomen, met zijn – het is een mannetje – zwart-gele verenkleed verbazingwekkend gecamoufleerd in het bladerdek van een hoge populier. In een bosreservaat staan platanen en wilde kersen, de laatste zo goed als uitgebloeid. Een goede plek om ’s ­zomers naar terug te keren als appelvinken op de kersen afkomen. Weer op de Knardijk gaat het links­omkeert terug naar het Buitencentrum, onderwijl ­genietend van het uitzicht over de beide Flevolanden.

ZOMER

AALDRIK POT

68

• grauwe gans • baardman • waterral • wielewaal • bruine • ijsvogel • goudplevier kiekendief • grote • smient. zilverreiger • appelvink.

MARJAN ADEMA

• roerdomp • snor • lepelaar • blauwborst • aalscholver.

HERFST

WINTER

• brandgans • kolgans • raaf • zeearend • ruigpootbuizerd.

KEVIN VAN DEN HOVEN

LENTE

JAN-PAUL JONGEJANS

Vogel top 5 per seizoen


Routekaart Knardijk

Hollandse Hout

Oostvaardersplassen

eg lkw nva oT re

6

Keersluisplas De Kluut

1 start Buitencentrum Oostvaardersplassen

Keersluisplas

eg lkw nva oT re

scheepswrak

k rdij

Kna

2

De Zeearend

3

Wigbels eiland

routeverkorting

weg raam

P

A6

Oostvaardersveld

Lag

e Va

ar t

Kleine Praambult

5

De Krakeend

4

Praambos

LEGENDA wandelroute / Start- en eindpunt: Buitencentrum Oostvaardersplassen, Kitsweg 1, 8218 AA Lelystad. (verhard/onverhard) routeverkorting Afstand: 10 km of 15 km. 4

LEGENDA /

4

0

wandelroute (verhard/onverhard) routeverkorting (onverhard) routepunt café/restaurant parkeerplaats uitzichtpunt vogelkijkhut 500 m

kaartgegevens: Basisregistratie topografie,

0

(onverhard) routepunt café/restaurant parkeerplaats uitzichtpunt vogelkijkhut 500 m

LEGENDA

kaartgegevens: Basisregistratie topografie, Kadaster 2017

SLA OM VOOR DE ROUTEBESCHRIJVING

69


• WANDELEN

Wandelen door bos & langs rietmoeras 1

Loop vanaf de parkeerplaats naar het Buitencentrum. Ga LA brug over en volg Zeearendroute (groen). Blijf na 2e brug RD betonpad volgen tot waterpartij, daar RA op T-splitsing. Sla na 50 m LA naar bruggen, daarna RD op betonpad. Sla na 180 m LA op splitsing betonpaden en verlaat daarmee groene route. Volg betonpad naar observatiepunt Wigbels Eiland en sla daarna LA richting observatiehut De Zeearend.

2

Sla na bezoek aan De Zeearend LA, verlaat betonpad. Volg slingerend pad door veld en sla bij einde RA op halfverhard pad langs tocht. Volg pad RD en sla uiteindelijk LA bij bruggen. Ga RA na bruggen en blijf RD lopen bij splitsing (verlaat groene route) en ga door tunnel. Sla 40 m na spoorlijn RA op T-splitsing en ga na 80 m RA op dijk.

3

Ga RA door klaphek bij scherpe hoek dijkje. Verderop rechts ­aanhouden, volg gele route. Ga door klaphek langs veerooster en houd rechts aan. Einde pad, op parkeerterrein, RD naar observatieheuvel en ga daarachter over bruggetje. Steek asfaltweg over en ga door klaphek en direct weer RA door klaphek, volg paarse route. Blijf pad ­volgen als dat links afbuigt.

4

Ga door klaphek bos in. Blijf ­slingerend bospad volgen tot bij weide, vervolg pad RA langs raster (paarse route). Ga verderop LA door klaphek en volg zandpad door weide. Bij veerooster LA en op dijkje RA door klaphek (voor bezoek aan De Krakeend RD naar klaphek verderop). Direct na klaphek LA, volg raster.

5

Voor de korte route: ga LA door ­klaphek en volg paarse route door veld. Ga verderop aan overzijde asfalt­ weg door klaphek en vervolg RD paarse route. Ga op dijkje LA langs tocht. Blijf dijkje volgen met bocht naar links, maar

70

verlaat 30 m verder dijkje RA. Sla na 80 m LA en volg na passage spoortunnel de groene route terug of volg RD de paarse route aan deze zijde spoorlijn. Voor de lange route: ga LA op dijkje (negeer paarse route). Sla na 80 m RA op brug en volg aan overzijde RD smal pad. Klim tegen Knardijk op en volg dijk RA. Ga LA bij fietsknooppunt 08 op pad dat dijk afdaalt. Ga beneden RD over veerooster het Hollandse Hout in. Volg betonnen fietspad, negeer verderop splitsing en ga RD naar einde pad bij veerooster. Steek asfaltweg over en loop RD bos weer in. Neem tunnel onder spoorlijn en blijf RD klinkerpad volgen.

6

Einde klinkerpad, 100 m na ­tunnel, RA op halfverhard pad. Op splitsing van paden RD pad blijven volgen. Direct LA na het kruisen van tocht, volg graspad langs water. Einde graspad rechts aanhouden. Steek ­betonnen fi ­ etspad over en volg klinkerweg tegen dijk op. Ga boven op Knardijk LA op fietspad en volg dit tot de ingang van de Oostvaardersplassen. LA=linksaf, RA=rechtsaf, RD=rechtdoor, Y=wegwijzer

BUITENCENTRUM Bij de ingang van de Oostvaarders­ plassen in Lelystad is het Buitencentrum het startpunt van wandel- en fietsroutes, excursies en andere activiteiten. Ook vind je er horeca, inclusief een weids uitzicht over de plassen vanaf het terras. Er is een infobalie, een winkel en een film- en vergaderzaal. De openings­ tijden van het Buitencentrum worden vermeld op staatsbosbeheer.nl. Het ­centrum is telefonisch te bereiken via 0320-254585.

BEREIKBAARHEID OV: reis per trein naar station Lelystad. Er is geen bushalte in de buurt van het Buitencentrum Oostvaardersplassen,

de dichtstbijzijnde optie is bushalte ‘Boterbloemhof’. Vandaar is het een uur lopen tot de aansluiting met de wandelroute (via de Buizerdweg en Knardijk). Neem in dat geval stadsbus 5 richting Warande en stap na 12 minuten uit bij bushalte ‘Boterbloemhof’. Het huren van een ov-fiets of het nemen van een taxi is een andere mogelijkheid. Auto: neem op snelweg A6 (tussen Almere en Emmeloord) afslag 10 en volg borden richting Lelystad. Verlaat Larserdreef bij eerste afslag naar links en volg de kaarsrechte Torenvalkweg 6 km. Sla RA op Knardijk en sla na kruisen spoorwegviaduct LA naar parkeerterrein bij ingang Oostvaardersplassen.

BEPERKTE TOEGANG DE DRIEHOEK Een deel van de Oostvaardersplassen is vanaf het begin van het jaar tot begin mei niet voor publiek toegankelijk (waar dat normaal wel het geval is). Dit geldt o.a. voor terreindeel de Driehoek met daarin de Zeearendroute, die langs het kijkscherm op Wigbels Eiland en de ­observatiehut De Zeearend loopt. In deze periode hebben alleen door een gids begeleide wandelingen toegang.

HONDEN In de Oostvaardersplassen en het Buitencentrum Oostvaardersplassen is het meenemen van honden niet ­toegestaan. In het Oostvaardersveld mag de hond aangelijnd mee.


LEVEN-MET.NL

• NAVIGATIE

PORTRET 4 De wijkagent De Oostvaardersplassen trekt niet alleen vogels van allerlei pluimage aan, maar ook heel verschillende mensen. De een komt er om zijn hobby uit te ­oefenen, de ander zijn beroep. Aan het woord is Marco Kaldenbach, wijkagent Buitengebied Almere Buiten.

‘Ik kom privé veel in de Oostvaarders­ plassen. Als voorma­ lig bioloog kan ik wel zeggen dat het gebied mijn hart heeft ­gestolen. De stilte en de ­diversiteit in de ­natuur zijn uniek in Nederland. De v ­ ogels laten zich altijd horen. Prachtig.’

71


Nieuwe waterspeelplekken voor jonge avonturiers in de Oostvaardersplassen Grondwater oppompen, kanalen graven en het water weer teruggeven aan het land. Lekker spelen en genieten in de natuur! De beide bezoekerscentra van de Oostvaardersplassen hebben veel te bieden, maar er mist nog iets. Gave speelplekken voor kinderen. Die mogen niet ontbreken bij toegangspoorten van het toekomstige nationaal park! Dit kunnen we niet met reguliere financiering realiseren, daarvoor hebben we jou nodig. Help je mee? Doneer via buitenfonds.nl/oostvaardersplassen.

Het Buitenfonds is een onafhankelijke stichting die fondsen werft voor waardevolle projecten in de natuurgebieden van Staatsbosbeheer.

www.buitenfonds.nl | IBAN: NL58 TRIO 0197 6253 39 vraag@buitenfonds.nl | (T) 085 0091000

50 jaar Oostvaardersplassen  
50 jaar Oostvaardersplassen  
Advertisement