Issuu on Google+

intro

42

03.2014

Medisch informatieblad van het St-Franciskus Ziekenhuis Heusden-Zolder

DAG VAN DE ZORG ZONDAG 16 maart

ST-FRANCISKUS ZIEKENHUIS aan jouw zijde!


4

42 03.2014

12

4

Orgaandonatie

12

14

Vernieuwing en verjonging. Daar zijn we de laatste tijd mee bezig geweest in ons ziekenhuis. En dat willen we graag met u delen. Daarom zetten we

Intensieve zorgen

op zondag 16 maart de deuren van ons ziekenhuis open voor iedereen,

14

zowel u, de lezer van dit tijdschrift, als het grote publiek. Dan is het Dag van de Zorg en dat lijkt ons een goede

Kraamafdeling

gelegenheid om professionals en inwoners van West-Limburg te laten

Colofon Algemeen St-Franciskus Ziekenhuis P. Paquaylaan 129 3550 Heusden-Zolder telefoon: 011 71 50 00 (algemeen) 011 75 55 55 (polikliniek)

nieuwde ziekenhuis, zonder dat ze zelf

Algemeen directeur Dr. Marc Geboers

vernieuwing, want op de voorpa-

Eindredactie Diane Mombers

nieuwe logo. Na ongeveer tien jaar

Redactieraad Voorzitter, Dr. Stijn Loonbeek Dr. Marc Geboers, Dr. Luc Geutjens, Dr. Nele Guion Foto’s Kris Dexters Diane Mombers V.U. Dr. Marc Geboers Hebben meegewerkt Dr. Luc Buekenhout, Griet Janssen, Katrien Moors, Johan Didden, Johan Quintens, Ingrid Goethals

2

kennismaken met ons volledig vereen consultatie hebben of familie of vrienden komen bezoeken. En de verbouwingen zijn niet de enige gina van deze INTRO-42 ziet u ons

Op zondag 16 maart zetten we de deuren van ons ziekenhuis open voor iedereen.

was de huisstijl ook aan een opfrissing toe. Over hoe dat allemaal tot stand gekomen is, bericht onze communicatieverantwoordelijke, Diane Mombers, verder in dit nummer.


dag van de zorg Dr. Luc GEUTJENS, medisch directeur

Digitalisatie op Intensieve Zorg In deze editie zetten we de afdeling Intensieve Zorg bijzonder in de kijker. Na bijna dertig jaar was het daar tijd voor een volledige renovatie. De verpleegequipe bereidde twee jaar lang alles intensief voor onder leiding van de hoofdverpleegkundige Johan Didden. Daarna werden de plannen uitgevoerd in zeer goede samenwerking met alle betrokken aannemers. Dat heeft geleid tot een zeer mooi resultaat met veel aandacht voor aspecten als privacy en ergonomie voor patiënten, bezoekers en zorgverleners, maar ook voor rust en esthetiek. In 1977 nam het St-Franciskus Ziekenhuis de eerste bedden voor high care in gebruik en sindsdien is de geneeskunde – en meer nog de intensieve zorg – enorm geëvolueerd, waardoor we de meeste patiënten met falende vitale functies kunnen bewaken en behandelen. Zoals al eerder beschreven, beschikken we over een volledig geïntegreerd en geïnformatiseerd patiëntendossier, waarin alle parameters rechtstreeks vanuit de ondersteunende apparatuur continu geregistreerd worden. Radiografische beelden en protocols zijn online raadpleegbaar. Verpleegkundige en medische observaties worden genoteerd alsook de samenvatting van interdisciplinair overleg en gesprekken met familieleden. Een groot voordeel van deze digitalisatie is dat uitgebreide over-

drachtsnota’s beschikbaar zijn wanneer de patiënt naar een andere afdeling of naar een ander ziekenhuis moet overgebracht worden en dat een korte samenvatting van het verblijf automatisch in het elektronische patiëntendossier verschijnt.

Nieuw leven geven Ondanks de beste intensieve zorg kunnen we niet vermijden dat een aantal patiënten soms toch overlijden. In dramatische omstandigheden zoals ongevallen of hersenbloedingen, is er geen kans meer op overleving, bijvoorbeeld omdat hersendood is opgetreden. Dan wordt gedacht aan orgaandonatie. Al meer dan tien jaar werkt het St-Franciskus Ziekenhuis zeer intens samen met het Transplantatiecentrum van het UZ Leuven. Een uitgebreid interview met de verantwoordelijken biedt ons heel wat nuttige informatie die eenieder zal aanzetten nog beter zijn best te doen, zodat we nog meer patiënten een nieuw leven kunnen geven. En vaak ook nog zin geven aan het onverwachte en zinloze verlies van een geliefde. Op de Dag van de Zorg krijgen bezoekers de kans om zich bij een ambtenaar van de gemeente te laten registreren als donor.

Jonge afdelingen en nieuwe collega’s Een andere dienst die wij onder uw aandacht willen brengen is de afdeling Kortverblijf, die haar deuren

opende op 10 februari. Door een chronisch tekort aan opnamebedden moesten patiënten regelmatig doorverwezen worden naar andere ziekenhuizen. Daarom hebben we enkele jaren geleden 24 erkende bedden gekocht bij het Ziekenhuis Netwerk Antwerpen. Nadat alle afdelingen gerenoveerd waren, kon ook deze wisselafdeling (de vroegere PAAZ-dienst op de derde verdieping) volledig ingericht worden om patiënten op te nemen. In een eerste fase is de afdeling open van maandag tot vrijdag, zodat enkel patiënten die kort moeten opgenomen worden er verpleegd zullen worden. Wij hopen dat de andere afdelingen zo voldoende plaats krijgen voor de patiënten die voor zwaardere ingrepen of vanuit de spoedgevallendienst opgenomen moeten worden. We maken met jullie in dit nummer ook een korte virtuele wandeling doorheen het vernieuwde verloskwartier. Binnen deze gerenoveerde accommodatie willen we aanstaande ouders nog beter bijstaan bij de geboorte van hun baby. Ten slotte stellen we u enkele jonge collega’s voor die hun activiteiten starten in de diensten Medische Beeldvorming en Orthopedie. Onze leuze blijft dan ook: verjongen en vernieuwen door te investeren in mensen en middelen, met als enige doel kwaliteitsvolle en veilige zorg dicht bij huis. En daarvoor staan wij aan jouw zijde.

FEBRUARI 2014 | INTRO

3


Lokale coördinatiefunctie orgaandonatie Dr. Nele Guion, intensivist en Ingrid Goethals, verpleegkundige donorcoördinator

Beldonor.be Affiches en ander informatiemateriaal laten u kennismaken met de problematiek rond orgaandonatie. De website beldonor.be vormt het ankerpunt van deze campagne. Die site informeert het publiek over wat orgaandonatie precies inhoudt en zet het zo aan zelf orgaandonor te worden. Nog al te vaak zijn er misverstanden en onduidelijkheden over dit thema. In ons land is elke Belg bij wet automatisch donor als hij overlijdt, tenzij de overledene bij leven verzet tegen donatie heeft aangetekend. Wanneer er geen gegevens beschikbaar zijn in het rijksregister, wordt de familie toch

Dr. Nele Guion

Ingrid Goethals

Momenteel wachten iets meer dan 1100 hoopvolle patiënten op een

maatschappelijk draagvlak, is er nog steeds een groot tekort aan dono-

nog aangesproken. Maar praten over orgaandonatie wanneer een dierbare overleden is, is zeer moeilijk. Daarom proberen we zo veel mogelijk mensen te stimuleren zich als donor te laten registreren of het onderwerp orgaandonatie in de familiekring bespreekbaar te maken.

ren. Momenteel wachten iets meer dan 1100 hoopvolle patiënten op een

GIFT-project

orgaantransplantatie. De belangrijkste oorzaak van het tekort is omdat de vraag stijgt, terwijl de vraag daalt. Ons ziekenhuis is sinds 2000 actief op vlak van orgaandonatie. Jaarlijks hebben we op onze afdeling Intensieve Zorg gemiddeld drie tot vijf prelevaties (wegnemen van organen). In 2011 was er zelfs een piek met tien effectieve donoren. Ondanks een groeiend

orgaantransplantatie. De belangrijkste oorzaak van het tekort is omdat de vraag naar donoren stijgt, terwijl het aanbod daalt. De bevolking veroudert en mensen hebben vaker op latere leeftijd nog nood aan donororganen. Daarnaast verbeteren de slaagkansen van orgaantransplantaties waardoor ze steeds meer toegepast worden. Maar er zijn nog andere redenen waarom het aanbod daalt. Het aantal overlijdens ten gevolge van hersendood daalt, de familie weigert en potentiële donoren worden niet voldoende gedetecteerd. Om dit probleem aan te kaarten, startte de federale overheid met de beldonor-campagne rond orgaan- en weefseldonatie.

De federale overheid wil niet alleen het grote publiek bereiken, maar ook de medische wereld stimuleren. Dat doet ze met het proefproject GIFT. Sinds 2007 neemt ons ziekenhuis deel aan dit project, dat de onderdetectie van potentiële donoren wil aanpakken. Eerst beperkte het project zich tot 64 acute ziekenhuizen verspreid over de gewesten. In de jaren daarna zijn ook de transplantatiecentra toegetreden. Ons ziekenhuis heeft geopteerd voor een partnerschap met het transplanta-

4


Evolutie aantal effectieve donoren UZ Leuven en samenwerkende ziekenhuizen 1996-2012

len. Er gaat ook veel aandacht naar de opvang en de nazorg van donorfamilies. Vaak blijven zij met vragen zitten. Uit deze gesprekken kunnen wij als ziekenhuis veel leren. Het is soms verrassend te horen hoe de familie het hele proces heeft ervaren. Familieleden van een donor vragen ook vaak hoe het met de ontvangers van de organen gaat. Daar kunnen we gelukkig op een anonieme manier op antwoorden. En ja, het troost hen toch een beetje te weten dat iemand anders een nieuwe kans op leven heeft gekregen.

Werelddonordag 12 oktober 2013 UZ Leuven

samenwerkende ziekenhuizen

tiecentrum UZ Leuven. Momenteel zijn er al 104 participerende ziekenhuizen in het totale GIFT-project. De aangesloten ziekenhuizen registreren alle overlijdens op de afdeling Intensieve Zorg in de database ‘Donor Action’. Daarbij geven we ook in of de patiënt een potentiële donor was en of er werkelijk is overgegaan tot prelevatie. Zo krijgt de federale overheid een concreet beeld van de orgaandonatie-activiteit in elk ziekenhuis dat tot het project toetrad. Per ziekenhuis werd een projectcoördinator aangeduid die deze gegevens moet registreren.

Ter gelegenheid van de vijftiende verjaardag van de Europese donordag was het Muntplein in Brussel het decor voor een feestelijk evenement voor het grote publiek. Het doel van deze dag was om de bevolking bewust te maken van het belang van orgaandonatie. Op die dag werden er ook levensbomen geplant in 66 ziekenhuizen die regelmatig actief zijn op vlak van orgaandonatie. Ook ons ziekenhuis kreeg een amberboom voor onze inzet de afgelopen jaren (zie verder).

Ingrid Goethals

Functie lokale donorcoördinatie Ons ziekenhuis beschikt sinds december 2012 over deze erkenning. Onze lokale coördinatie bestaat uit een pluridisciplinair team met dr. Nele Guion als verantwoordelijke geneesheer-specialist en Ingrid Goethals als verpleegkundige donorcoördinator. Zij melden elke potentiële donor aan het transplantatiecentrum UZ Leuven en verzorgen de communicatie met het centrum tijdens een donorprocedure. Het team voert (meestal) de gesprekken met de familie, wat niet altijd vanzelfsprekend is. Slecht nieuws brengen is moeilijk. Eerst krijgen ze te horen dat hun familielid hersendood is en daarbovenop krijgen ze de vraag of ze akkoord gaan met orgaandonatie. Daarom hebben de leden van het team een speciale opleiding gevolgd. De klemtoon lag daarbij vooral op de betrokkenheid van het medische team wanneer ze te maken krijgen met donatie, transplantatie en slechtnieuwsgesprekken als zich een potentiële donor aanmeldt. Het team kan daarnaast steeds een beroep doen op een psycholoog en een sociaal assistent. Het team stelt verder ook protocollen op en geeft regelmatig bijscholing aan medewerkers, zodat die voldoende opgeleid zijn om een potentiële donor te identificeren en te behande-

ZONDAG 16 maart Op 16 maart bouwt Intensieve Zorg ter gelegenheid van de Dag van de Zorg ook een stand over orgaandonatie, waar we de bezoekers informeren over orgaandonatie en transplantatie. Maar uiteindelijk is een getransplanteerde zelf nog altijd de beste getuige. Daarom laten we liever enkelen van hen aan het woord. De vzw Leuvense Levertransplanten zal dan ook aanwezig zijn zodat zij vanuit hun ervaringen de mensen kunnen inlichten over dit onderwerp. Kom dus zeker eens langs!

FEBRUARI 2014 | INTRO

5


Europese Dag Orgaandonatie Op zaterdag 12 oktober 2013 vierden we de vijftiende verjaardag van de Europese Dag voor Orgaandonatie en Transplantatie. Op verschillende plaatsen in het land werd een levensboom geplant en op het Muntplein in Brussel kon je terecht voor allerlei feestelijke evenementen. Alles stond natuurlijk in het teken van orgaandonatie, zodat het grote publiek leerde hoe belangrijk dat wel is. In BelgiĂŤ wachten namelijk meer dan duizend personen op een transplantatie, waarna ze hun gewone leven weer kunnen opnemen.

6


Levensboom Het St-Franciskus Ziekenhuis was een van de 66 Belgische ziekenhuizen die op die dag een levensboom geplant hebben. Die staat nu naast een gedenkplaat ter ere van de orgaandonoren. De levensboom roept ons op om even stil te staan rond het thema leven en dood. Dit symbool moet helpen om het thema bespreekbaar te maken. Het blijft immers moeilijk om over de dood te spreken, laat staan om er beslissingen over te nemen.

Openheid en eerlijkheid naar de familie Als lokale donorcoĂśrdinator is het onze taak om potentiĂŤle orgaandonoren op Intensieve Zorg beter op te sporen en om openlijk en eerlijk met families te praten over orgaandonatie en al het goede wat hieruit kan voortvloeien. Zo kan een sombere periode in iemands leven soms toch nog iets positief brengen.

In ons land wachten meer dan duizend personen op een orgaantransplantatie

FEBRUARI 2014 | INTRO

7


REFLECTIE VANUIT UZ LEUVEN Interview over orgaandonatie en -transplantatie met Prof. Dr. Em. P. Ferdinande en Prof. Dr. D. Monbaliu en de heer F. Dirix van het UZ Leuven (28 januari 2014) België heeft een hoog aantal donoren in vergelijking met de rest van Europa. Dankzij een goede samenwerking tussen verschillende ziekenhuizen heeft iedere betrokken partij steeds toegang tot de meest actuele informatie. Maar hoe zit het met de emotionele impact? En hoe gaat de nazorg in zijn werk? Prof. Dr. Em. P. Ferdinande, Prof. Dr. D. Monbaliu en dhr. Dirix van het UZ Leuven leggen uit hoe het allemaal in elkaar zit. Intro: Wat is jullie idee over de evolutie van orgaandonatie in België en Leuven de laatste jaren? Prof. Dr. Em. P. Ferdinande: België staat op Europees vlak op de tweede positie, na Spanje, op gebied van aantal donoren. Per miljoen inwoners zijn er in België ongeveer dertig donoren. In absolute cijfers komt dat overeen met ongeveer 315 donoren per jaar en daarvan vertegenwoordigt het UZ Leuven ongeveer een derde, wat dus wil zeggen zo’n 100 per jaar. Van de donoren die naar Leuven komen, komen tussen 80 en 85 % van de samenwerkende ziekenhuizen en 15 tot 20 % zijn donoren uit Gasthuisberg zelf. Het

8

precieze aantal fluctueert een beetje van jaar tot jaar. We kunnen twee categorieën onderscheiden in het type donor: DBD- en DCD-donoren. DBD staat voor ‘dead by brain death’ en deze vormen de grootste groep. De patiënten in deze groep zijn hersendood verklaard, met als typisch voorbeeld een verkeersslachtoffer met een hersentrauma. Aangezien het verkeer steeds veiliger wordt, neemt deze groep gestaag af en zijn we genoodzaakt om op zoek te gaan naar andere groepen van donoren. DCD betekent ‘dead by circulatory death’ en vroeger genoemd NHBD of ‘non-heart-beating donor’. Deze groep lijkt de laatste jaren wat toe te nemen in aantal. Eén van de grote verschillen tussen deze twee groepen is dat in de Table 1 - Non-Heart-Beating Donors Maastricht classification7 I II III IV V

Brought in dead Unsuccessful resuscitation Awaiting cardiac arrest Cardiac arrest after brain-stem death Cardiac arrest in a hospital inpatient

uncontrolled uncontrolled controlled controlled uncontrolled (added in 2000[3])

eerste groep, de hersendode patiënten, het hart ook gebruikt kan worden voor transplantatie. In de tweede groep kan dat niet, omdat de patiënt eerst overlijdt als gevolg van een hartstilstand en nadien pas donor kan worden. In de groep van de DCD’s zijn vier subgroepen, onderverdeeld volgens de Maastricht classificatie. DCD I zijn de patiënten die al overleden zijn. Hier kan natuurlijk geen sprake meer zijn van orgaandonatie. De DCD II-donoren zijn de mislukte reanimaties, die in het ziekenhuis - meestal op spoed niet goed aflopen. Als men dan snel genoeg is, kunnen die patiënten in aanmerking komen als donor. De derde categorie bevat vaak de uitbehandelde patiënten waarbij therapiestop overwogen wordt op Intensieve Zorgen. Ook zij kunnen in aanmerking komen voor orgaandonatie. Categorie IV zijn de mensen met een hartstilstand na hersendood. In Leuven hebben we nog een vijfde categorie toegevoegd, namelijk de donaties na euthanasie. Door de daling van het aantal verkeerstraumata, waarbij vooral jonge


mag zeker aan de nabestaanden van de donor meegedeeld worden. Mensen vinden hier ook heel veel steun in.

mensen getroffen worden, en de verschuivingen naar meer en meer DCDdonoren, stijgt ook de leeftijd van de donoren. Daardoor heb je natuurlijk ook meer en meer donoren met comorbiditeiten, maar dat hoeft niet altijd een probleem te zijn. België doet het dus helemaal niet slecht, maar er zijn nog steeds lange wachtlijsten: op dit moment wachten in ons land meer dan 1140 mensen op een orgaantransplantatie. Hoe lang mensen moeten wachten op een orgaan varieert voor nieren tussen drie en vijf jaar, voor longen tussen zes en twaalf maanden.

jaar. Er is een groot aantal ziekenhuizen dat een goede constante levert en ook enkele ziekenhuizen die slechts sporadisch een donor aanbieden. Wij proberen om altijd op een zo laag mogelijk niveau toegankelijk te zijn, we proberen opleiding te geven indien nodig, we geven ook informatieavonden voor de ziekenhuizen … We trekken er met ons team toch zo’n zes à zeven keer per jaar op uit om informatie te geven aan artsen en verpleegkundigen. Onze protocollen zijn ook beschikbaar op internet en worden up-to-date gehouden op basis van de recente literatuur.

Intro: Hoe verloopt de samenwerking met de perifere centra? Welke inspanningen levert Leuven om hen te ondersteunen in het proces van orgaandonatie?

Intro: Hoe verloopt de nazorg bij orgaandonatie? Zijn er veel perifere centra die nagesprekken doen met de familie van de donor? Wat mogen wij als centrum wel of niet meedelen aan de nabestaanden?

Prof. Dr. Em. P. Ferdinande: Er is een samenwerkingsverband met 32 ziekenhuizen in Vlaanderen, van Veurne tot Overpelt. Die ziekenhuizen zijn gegroepeerd in de LSGO, de Leuvense Samenwerkingsgroep voor Orgaandonatie. Hierin zitten zowel kleine, middelgrote als grotere ziekenhuizen en het is niet zo dat de grootte van het ziekenhuis bepalend is voor het aantal aangeleverde donoren. In Heusden is dat namelijk meer dan behoorlijk, zeker voor de grootte van het ziekenhuis. Veurne, ook een kleiner ziekenhuis, doet het zelfs heel goed. Zij zijn recent gestart met een DCD II-programma en zij leveren ongeveer tien donoren per

Prof. Dr. Em. P. Ferdinande: Er moet volgens de wetgeving een strikte geheimhouding worden gevolgd wat betreft informatie over de donor naar de receptoren toe. Dat is niet altijd gemakkelijk. De wereld is klein, maar die geheimhouding moet zo goed mogelijk gerespecteerd worden. Wij sturen wel altijd een brief naar het donerende ziekenhuis met informatie over welke organen gepreleveerd zijn, naar wie ze gegaan zijn en hoe die mensen het na hun transplantatie doen. Die informatie blijft heel vaag en algemeen zodat niet achterhaald kan worden wie de donor of receptor is. Die informatie

St-Franciskus ZH Heusden 1997-2013 aangemelde vs effectieve donoren

Stijn Dirix: Naar nazorg toe heb je de Navado-groep, wat staat voor Nabestaanden van Donoren. Die vzw is opgericht door een moeder die zelf haar dochter is verloren en die na het verwerken van haar verdriet nood had om te kunnen spreken met lotgenoten. Ondertussen is deze zelfhulpgroep uitgegroeid tot een vereniging waar heel veel mensen het nut van inzien. We proberen ervoor te zorgen dat de nabestaanden krijgen wat ze moeten krijgen. Zo geven we elke familie een brochure van Navado, maar ze kunnen vrij kiezen om er contact mee op te nemen. Elk jaar wordt ook een dag georganiseerd voor alle families van de donoren die dat jaar zijn overleden. Ook zij worden uitgenodigd om samen te komen op een locatie in Vlaanderen, elk jaar in een andere provincie. In oktober 2013 was dat in Alden Biesen en waren ongeveer 200 mensen aanwezig. Niet alleen familie van donoren, maar ook mensen die zelf een transplantatie gehad hebben, zodat familieleden kunnen zien dat donatie wel degelijk nut heeft. Die dag zijn er ook altijd experten aanwezig die op specifieke vragen van familieleden een antwoord proberen te formuleren.

Intro: Waaruit is uw bijzondere interesse voor deze medische invalshoek gegroeid? Prof. Dr. D. Monbaliu: Bij mij is dat eigenlijk puur toeval. Ik was altijd al geïnteresseerd in de reconstructieve chirurgie, dus vooral iets herstellen. En transplantatie is daarin de top. Het is de meest reconstructieve chirurgie die je je kunt voorstellen. Ik ben daar eigenlijk per toeval ingerold. Ik was eigenlijk van plan mijn carrière als vaatchirurg uit te bouwen, maar dat ging niet meteen. Ik kreeg toen een kans om bij prof. Pirenne een onderzoeksproject op te starten en dat bleek een levertransplantproject bij een varken te zijn. Plotseling zat ik in een zeer interessante stroming waarbij ik alles een beetje van nul mee heb mogen opstarten. Er was ook een heel nauwe band tussen research en praktijk. Uiteindelijk hebben ze mij kunnen overtuigen om te blijven. En dat was dus niet voor het geld, hé. FEBRUARI 2014 | INTRO

9


Prof. Dr. Em. P. Ferdinande: Als intensivist heb ik de start van alle programma’s mogen meemaken. Niet die van de niertransplantaties, maar wel alles vanaf de eerste harttransplantatie. Ik heb overal mee aan de wieg gestaan. Ik ben heel nauw betrokken geweest bij de opstart van hart- en longtransplantatie, waarvoor ik onder andere naar het buitenland moest reizen. Daarna begonnen de dunnedarmtransplantaties en ook dat volgde ik op de voet, gezien mijn interesse voor klinische voeding. Dat was samen met Jacques Pirenne en zijn team. Wat nog? Tracheatransplantaties bijvoorbeeld. Dat was als intensivist interessant om aan mee te werken en zo leerde ik ook over ‘airway management’. Als intensivist word je ook vaak geconfronteerd met patiënten met terminaal orgaanfalen, zoals acuut leverfalen. Je ziet toch vaak jonge mensen sterven, zonder therapiemogelijkheden. We hebben altijd geprobeerd om te evolueren van een orgaanondersteunende oplossing naar een meer langetermijn oplossing onder de vorm van een transplantatie.

gaan opnieuw naar hun eigen nefroloog en komen één keer per jaar terug naar Leuven. De leverpatiënten worden ook zo veel mogelijk naar de verwijzend gastro-enteroloog teruggestuurd en nadien volgt een gemeenschappelijke follow-up. De hart- en longtransplantpatiënten blijven voorlopig enkel gecentraliseerd in Leuven. Maar als de aantallen blijven groeien, zullen we meer en meer een beroep moeten doen op de tweede lijn en zal daar nood zijn aan toenemende expertise. Zo moeten er vaccinaties gebeuren, maar ook surveillances. We weten dat een transplantpatiënt zeven keer meer kans heeft om een tumor te ontwikkelen en daar moeten we dan ook op screenen. Huidtumoren komen het meest voor, dus één keer per jaar moeten deze mensen op consultatie bij een dermatoloog, zodat dat tijdig opgespoord kan worden. Uitstrijkjes blijven ook be-

Intro: Is de emotionele en psychosociale impact die transplantpatiënten ondergaan en de verbetering van hun levenskwaliteit ook zichtbaar voor u? Prof. Dr. D. Monbaliu: We hebben eerder in het interview al een aantal onderwerpen aangekaart en fysieke activiteit is er daar natuurlijk een van. Op twee staat dan de sociale en professionele participatie. Natuurlijk hebben deze mensen goede followup nodig. De niertransplantpatiënten

langrijk, net zoals een darmonderzoek. Het zijn allemaal zaken die nagekeken moeten worden en wij kunnen dat als centrum niet allemaal blijven doen. De programma’s kunnen de follow-up niet meer volgen. Omdat we merken dat er

vooral op die langere termijn nog veel winst te halen is, moeten we innovatief blijven en zoeken naar oplossingen. Door de veranderde immunosuppressiva zien we veel minder grote complicaties, maar het cardiovasculair risicoprofiel blijft belangrijk, gezien de effecten van de immuunsuppressie, zoals diabetes, lipidenstoornissen enz. Vandaar dat wij denken dat een beetje sporten zeker geen kwaad kan. We denken dat daar zeker nog wat te winnen valt om op lange termijn nog te verbeteren. Prof. Dr. Em. P. Ferdinande: Nog even een kanttekening. De psychische stabiliteit en sociale omkadering van die patiënten is toch ook heel belangrijk bij de selectie of indicatiestelling voor transplantatie. We hebben ons een paar keer laten verleiden om mensen die niet zo heel goed omkaderd waren te transplanteren. Onze ervaring hierin is dat dit vrijwel altijd faliekant afloopt. Transplantpatiënten moeten zichzelf een bepaalde discipline kunnen opleggen, moeten een bepaalde levenshygiëne hebben, strikt zijn omtrent medicatie-inname … Als je daar vanuit een labiele situatie vertrekt, kom je meestal van een kale reis terug. Het is trouwens onze plicht, bij schaarste aan organen, om de aangeboden organen ook goed te besteden. N. Guion: Dank u wel allemaal voor de heldere uitleg, voor jullie tijd en niet-aflatend enthousiasme waarmee jullie steeds naar voren komen! Dr. Nele Guion en Dr. Luc Geutjens

Als de nood aan het aantal transplantaties blijft toenemen, zal daar de nood zijn aan toenemende expertise

10


Oorverdovende stilte

Als je in de wachtzaal de minuten zit te tellen tot je op bezoek mag, is dat telkens opnieuw een angstig afwachten. Hoe gaat onze geliefde er vandaag aan toe zijn? Is de situatie verbeterd of net erger geworden? Je kijkt wel rond naar de andere wachtenden, maar je bent bang om contact te zoeken. Je voelt niet alleen de angst om verkeerde dingen te zeggen of te vragen, maar ook om zelf heikele vragen te krijgen. Zelden heb je jezelf zo kwetsbaar gevoeld. De stilte die hier heerst is vaak oorverdovend.

Marie-Claire vertelt vanuit de wachtkamer...

Er zijn zo van die dingen in het leven waar je liever niet aan denkt. Je weet dat ze bestaan, bent zelfs blij dat ze bestaan, maar toch wil je er zo weinig mogelijk mee te maken hebben.

mende gevoel, opnieuw kunt ademen. En bij je geliefde zijn. Samen alleen, want iedere patiënt heeft zijn eigen plek, zijn eigen privacy. Alleen samen, want je weet dat er voldoende hulp aanwezig is om iedereen nauwlettend in het oog te houden. Dat is eigenlijk een geruststelling, want iedereen wil graag veilig en in goede handen zijn. Je koestert elk moment in die kamer, maar de medische apparatuur biept onverstoord verder. Je probeert je aandacht af te leiden met de decoratie van druppels die jou en je liefste meeneemt naar andere tijden en andere oorden. Soms lukt dat.

Zo ook de afdeling Intensieve Zorg. Niemand Dit is trouwens één van de wil er liggen, niemand wil er op bezoek gaan. weinige wachtruimten waar En toch zijn we met z’n allen maar wat blij dat iedereen goed op tijd komt. er mensen zijn die er voor ons klaarstaan, hoe Zonder ernaar te vragen, krijgt De bezoektijd is immers heel de naaste familie dagelijks een erg beperkt en daardoor des benard de situatie er ook uitziet. duidelijke uitleg over de situte kostbaarder. Alle aandacht atie. Moeilijke vragen worden gaat zo optimaal mogelijk naar niet uit de weg gegaan en er de patiënt en zijn verzorging wordt geen ijdele hoop gekrijgt voorrang op alles, ook op geven. Maar je weet dat deze ploeg van gespecialiseerde jou als bezoeker. Met je verstand sta je daar volledig achter, mensen vecht voor elk leven. Hier wordt alles gedaan om je gevoel heeft het daar onder de huidige omstandigheden iedereen een kans te geven, hoe klein die kans soms ook is. heel moeilijk mee. Je onderkent hoe kostbaar iedere minuut Toch komen de verpleegkundigen niet opdringerig over. Ze is en wilt die met je geliefde doorbrengen. Ineens besef je houden zich discreet op de achtergrond maar zijn er indien hoe vergankelijk alles is en hoe onbeduidend materiële zanodig. ken zijn. Dat wordt nog eens bevestigd door de tekst op de muur: Het meest gewaardeerde geschenk is een lach, een Natuurlijk moeten ze ook vaak slecht nieuws melden. Dat knuffel en de vier woorden “Ik hou van jou”. En je stelt jezelf lijkt me geen sinecure. Uit ondervinding weet ik dat ze dit de vraag of je dat wel genoeg gezegd hebt en bidt, ieder op zakelijk doen en tegelijkertijd met een warmte die je verrast zijn eigen manier, om nog een kans. en bijblijft. Het is duidelijk dat patiënten hier geen nummers zijn, maar mensen, en op zulke moeilijke momenten is dat Zonder het misschien ten volle te beseffen, ben je maar wat een zalvende troost. Het lijkt mij een ontzettend moeilijke blij dat de wachtkamer een aparte ruimte is waar mensen klus die alleen maar geklaard kan worden door een hecht van buitenaf niet komen. De ruimte is strak en haast futuristeam met een gigantische professionele kennis en, even tisch in wit- grijstinten met een toets frisgroen. En is groen belangrijk, met het hart op de juiste plaats. Ik wil dan ook niet de kleur van hoop? graag van de gelegenheid gebruikmaken om hen allemaal Als je dan eindelijk naar binnen mag, zet de lichte kleur zich stuk voor stuk te bedanken. Jullie krijgen van mij allemaal verder in een ruime afdeling waar je, ondanks je beklemeen geweldige denkbeeldige knuffel.

FEBRUARI 2014 | INTRO

11


Een nieuw jaar, een nieuw begin… Dr. Nele Guion, intensivist en Johan Didden, verpleegkundig diensthoofd

Het nieuwe jaar is voorspoedig begonnen voor onze afdeling intensieve zorgen. Op maandag 6 januari zijn we terug verhuisd naar een volledig vernieuwde dienst op onze vroegere locatie, na de voorbije 10 maanden te hebben “gekampeerd” in hob-units naast de afdeling spoedgevallen. Met de nodige ups en downs zijn we deze, voor ons toch lange, periode doorgekomen. We zijn steeds met een positieve blik blijven vooruit kijken, omdat we wisten dat het nadien alleen maar beter zou worden. Onze vertrouwde dienst was langzaam aan het transformeren in een moderne, aangename afdeling met tal van verbeteringen en veranderingen.

12


Meer lichtinval en toch voldoende privacy

Openheid en toch privacy De meest opvallende verandering is de openheid van onze nieuwe afdeling. Deze krijgt nu meer lichtinval van buiten en toch wordt er voldoende privacy voor de patiënten gegarandeerd. Blikvangers hierbij zijn de grote ramen en het gebruik van één zelfde kleur voor alle muren, zowel in de gangen als in de patiëntenkamers. Vanwege onze locatie op de tweede verdieping is er geen inkijk van de omliggende huizen mogelijk, waardoor wij konden kiezen voor grote ramen aan de buitenzijde van het gebouw. Deze werden bovendien voorzien van spie-

gelglas die inkijk van buitenaf beperkt. Verder is er de mogelijkheid om tijdens de verzorging van de patiënten een rolgordijn naar beneden te laten gaan om de kamer volledig af te kunnen sluiten en inkijk onmogelijk te maken. Ook ‘s avonds en ‘s nachts zal dit gordijn gesloten worden om zo met gedempt licht een meer huiselijke sfeer te creëren. Het blijft echter wel de bedoeling dat overdag zo veel mogelijk gebruik gemaakt wordt van de lichtinval, om aan delierpreventie te doen door een juist dag-/ nacht ritme te bieden.

Natuurelementen in de kamer Ook aan de kleuren werd aandacht besteed. De eenheid in kleur van alle muren wordt op een speelse wijze opgefleurd door in elke kamer een foto te voorzien over de hele lengte van de muur. Voor elke box hebben we een andere foto gekozen, gebaseerd op het thema “water”, om zo een welkome afwisseling te bieden, wat kleur te brengen en ook rust te geven aan onze patiënten.

FEBRUARI 2014 | INTRO

13


(Ver)nieuw(d) verloskwartier Griet Janssen, hoofdvroedvrouw Luc Buekenhout, medisch diensthoofd gynaecologie

Een zwangerschap is een intense belevenis. En de bevalling zelf natuurlijk ook. Eens het zover is, wil je dat alles zo vlot mogelijk verloopt, in de meest comfortabele omstandigheden. Door de jaren heen hebben we verschillende wensen en suggesties gehoord van vrouwen die in ons verloskwartier bevallen zijn.

De parturiĂŤnte hoeft voortaan niet meer van bed te wisselen.

14

Om daaraan tegemoet te komen was een verbouwing meer dan welkom.


Integraal proces Tot voor kort telde het verloskwartier twee arbeidskamers en twee verloskamers. Een zwangere vrouw lag eerst in een arbeidskamer en moest bij een volledige ontsluiting naar een verloskamer verhuizen om te bevallen. De parturiënten en hun partner vonden dat erg stresserend, net zoals de vroedvrouwen en artsen. Vooral wanneer een infuuspomp of epidurale pomp gebruikt moest worden, was die verhuis een hele karwei … Het vernieuwde verloskwartier is opgebouwd vanuit een nieuw concept. Elk element van de bevalling maakt deel uit van een integraal proces dat plaatsheeft in één ruimte: de uren van ontsluiting, de indalingsfase, het meepersen ….Ook de eerste twee uur na de geboorte blijft het koppel met hun pasgeboren baby in dezelfde kamer onder extra toezicht.

Maximaal comfort De parturiënte hoeft voortaan dus niet meer van bed te wisselen. Elke kamer heeft een arbeidsverlosbed met verschillende positiemogelijkheden.

Zo kunnen we zoeken naar de minst pijnlijke houding om de weeën beter op te vangen en kan de vrouw in verschillende houdingen bevallen. Verder zijn er in elke ruimte hulpmiddelen voorzien die het comfort tijdens een bevalling vergroten: een zitbal, een positioneringskussen, posters met mogelijke arbeidshoudingen, de mogelijkheid om eigen muziek af te spelen … In ons verloskwartier is er ook altijd de mogelijkheid om met behulp van een waterrelaxatiebad de pijnlijkste uren van de baarmoederhalsontsluiting op te vangen. Uiteraard beschikt elke kamer ook over de nodige technische apparatuur. Omdat we de bevalling van begin tot einde als één geheel behandelen en de kamers voorzien zijn van moderne apparatuur en comfort, kunnen we vrouwen nu nog beter bijstaan..

FEBRUARI 2014 | INTRO

15


Kortverblijf Katrien Moors, zorgmanager

In 2013 stond het St-Franciskus Ziekenhuis grotendeels in het teken van verbouwing en vernieuwing. Een bijzonder project was wel dat van de afdeling Kortverblijf. Die dienst bestond tot voor kort immers niet in het SFZ. Er werd dus een nieuwe afdeling gebouwd, maar dat was lang niet alles. We stelden ook een volledig nieuw team samen, kozen een hoofdverpleegkundige en ontwikkelden de werkorganisatie.

kwaliteitsvolle zorg voor de chirurgische patiënt organiseren. Een aantal dagen voor de officiële opening van onze afdeling startte het team met drie dagen opleiding. Ze kregen een uitgebreid gamma van thema’s voorgeschoteld: kennismaking met het team, E-care, medicatiebeheer, introductie van de meest voorkomende ingrepen, postoperatieve pijn, wondzorg, infuustherapie, transfusie, BLS, EWS, safe surgery, rampenplan … Tijdens de namiddagen brainstormde het team over werkorganisatie en maakte het praktische afspraken om de eerste patiënten te ontvangen. Gelukkig bestonden er al klinische paden, standing orders en procedures die de twee andere heelkundige afdelingen graag ter beschikking stelden voor ons. Onze verpleegkundigen konden zich bovendien ook vooraf enkele dagen inwerken met de ervaren medewerkers van heelkunde 1 en 2.

Wie, wat, waarom Onze afdeling bevindt zich in blok A3. Het bestaat uit zeven eenpersoonskamers, negen tweepersoonskamers en twee uitbreidingskamers voor de kraamafdeling. We krijgen voornamelijk chirurgische patiënten met een beperkte ligduur doorverwezen van de disciplines Urologie, Orthopedie, Neuskeel-oren, Thorax- en vaatheelkunde, Plastische Heelkunde en Stomatologie. De dienst Kortverblijf is open van maandag 7 uur tot vrijdag 20 uur. We streven ernaar om op vrijdag zo weinig mogelijk transfers naar andere afdelingen te hebben. Daarom werken we nauw samen met de twee andere heelkundige afdelingen. Wekelijks plannen de hoofdverpleegkundigen en zorgmanagers een overleg, zodat de heelkundige patiënten zo goed mogelijk ingepland kunnen worden. Door de opening van onze afdeling verwachten we dat de spoedgevallenpatiënten ook vlotter naar de juiste afdeling zullen doorstromen. En omdat het aantal heelkundige bedden uitgebreid is, verhogen we de service en kwaliteit voor al onze patiënten.

Een nieuw team, klaar voor de start We zijn heel trots op ons jong en energiek team. Aan het hoofd staat Kim Winters. Zij heeft meerdere jaren ervaring in ons ziekenhuis als verpleegkundige op de Psychiatrische Afdeling Algemeen Ziekenhuis. In juni 2013 behaalde zij haar masterdiploma in de verpleegkunde aan de Universiteit van Antwerpen. Kim zal samen met negen verpleegkundigen en één zorgkundige de afdeling uitbouwen en de

16

De start Begin februari mochten we het nieuwe begin vieren en konden de medewerkers en hun familieleden een glaasje klinken tijdens de feestelijke receptie. De reacties waren unaniem positief. Een mooie afdeling, veel licht, fijne infrastructuur … Allemaal randvoorwaarden die een fijne werksfeer ondersteunen. We konden de afdeling zelfs opfleuren met schilderijen, dankzij een familielid van een van de verpleegkundigen. De verbouwing van de afdeling Kortverblijf startte in september 2013 en op 10 februari 2014 was het eindelijk zover: de officiële start. Ondertussen hebben de eerste patiënten al tevreden het ziekenhuis verlaten.

Een nieuwe afdeling opbouwen is niet vanzelfsprekend. We willen daarom graag ook een woord van welgemeende dank richten aan alle mensen die betrokken waren om dit te realiseren.


We streven ernaar om op vrijdag zo weinig mogelijk transfers naar andere afdelingen te hebben.

FEBRUARI 2014 | INTRO

17


Het nieuwe SFZ-logo in de kijker

De uitbreidingen en vernieuwingen zijn enorm zicht-

Diane Mombers, verantwoordelijke dienst communicatie

baar in en rond het ziekenhuis. Onze infrastructuur is weer helemaal up-to-date met de recentste technologieën en een frisse en moderne uitstraling. Ons ziekenhuis is steeds in beweging en wil mee evolueren op vlak van deskundigheid, middelen en mogelijkheden. Ook in onze look-and-feel willen we bijblijven door een fris, nieuw logo uit te rollen en onze huisstijl te moderniseren. In een tijdperk met bijna onbeperkte digitale mogelijkheden kunnen we die kans optimaal benutten.

ST-FRANCISKUS ZIEKENHUIS aan jouw zijde! Herkenbaar De vertrouwde blauwe kleur straalt rust en professionaliteit uit. De afkorting SFZ integreren we op een eigentijdse en herkenbare manier in het woordbeeld.

Geborgenheid dicht bij huis Binnen de diverse diensten voel je de professionele inzet in een persoonlijke sfeer. In ons ziekenhuis ben je nooit alleen, medewerkers staan de patiënt en familie nauw bij. We zetten ons in teamverband volop in om steeds de beste zorgverlening te bieden.

Openheid troef De cirkel symboliseert onze verbondenheid met elkaar en onze patiënten. Het vertegenwoordigt onze zorgzame en persoonlijke aanpak. De cirkel is open en dat duidt op onze open en toegankelijke houding naar alle betrokkenen in de zorgsector. Het SFZ is sterk in partnerships en samenwerking. We bouwen langdurige relaties op met patiënten, artsen, andere ziekenhuizen en stakeholders.

18

Het frisse nieuwe beeldmerk, vergezeld met de slagzin ‘St-Franciskus Ziekenhuis aan jouw zijde’, willen we stapsgewijs in eigen beheer uitrollen via alle mogelijke communicatiekanalen en op diverse platformen. Met een eigentijdse huisstijl, een volledig vernieuwd ziekenhuis en een gedreven groep enthousiaste medewerkers staan we de patiënt en familie bij om de beste deskundige zorgen te bieden dicht bij huis.

Zorg = teamwerk Vele kleine gekleurde schakels maken de cirkel rond. De schakeling van afzonderlijke entiteiten representeert alle disciplines en diensten binnen ons ziekenhuis. Zij werken nauw samen omdat zorg teamwerk is.


Dr. Christoph Kenis Dr. Christoph Kenis werd geboren op 22 oktober 1981 in Schoten. In augustus 2012 studeerde hij af als radioloog aan het UZ Antwerpen met een grondige opleiding in de magnetische resonantie. Vervolgens verdiepte hij zich in een fellowship hoofd-, hals- en neuroradiologie. Eerst in Florida bij prof. Anthony Mancuso, daarna bij prof. Jan Casselman in Brugge. Hij behaalde het Europese Diploma voor Hoofd-Halsradiologie in Turkije in oktober 2013. Naast deze bijzondere interesse heeft hij nog speciale aandacht voor andere gebieden, zoals musculoskeletale radiologie. Hij genoot een bijzondere opleiding pediatrische radiologie in AustraliĂŤ. Hij werkte mee aan diverse wetenschappelijke publicaties.

Dokter Christoph Kenis versterkt sinds 1 januari 2014 het team radiologen in het St-Franciskus Ziekenhuis samen met dr. An Boets, dr. Kathleen Weemaes, dr. Johan Augustinus, dr. Jo Vandersmissen, dr. Jurgen Wathiong en dr. Werner Wouters.

NIEUWE ARTSEN Dr. Lore Kegels Dr. Lore Kegels, geboren op 14 augustus 1979 in Lier, studeerde in 2012 af als orthopedist aan het UZ Gent. Tijdens de algemene opleiding orthopedie heeft zij zich voornamelijk toegelegd op de traumatologie, kinderorthopedie en handchirurgie. In 2013 liep zij een jaar fellowship bij de handgroep in het AZ Groeninge in Kortrijk. Ze behaalde eveneens een diploma microchirurgie en werkte mee aan diverse medische publicaties.

Dokter Lore Kegels werkt sedert 1 januari 2014 in het St-Franciskus Ziekenhuis binnen de associatie orthopedie samen met dr. Ivan Ameloot, dr. Yves Van Asch en dr. Guy Veldeman, waar zij het subspecialisme handchirurgie verder wil uitbouwen.

FEBRUARI 2014 | INTRO

19


DAG VAN DE ZORG ZONDAG 16 maart

SFZ steeds in beweging, kom het zelf ontdekken Je krijgt de mogelijkheid om een interactief parcours af te leggen doorheen het ziekenhuis. Op diverse plaatsen krijg je uitzonderlijk toegang, kan je medische handelingen bekijken en zelfs enkele uitproberen... Ook kinderen zijn welkom en kunnen hun kennis komen testen op een speelse manier. Kom op zondagnamiddag 16 maart tussen 13u00 en 17u00 langs en breng je vrienden en familie mee.

Interactief symposium tussen 10u en 12u00 Accreditering is aangevraagd Doelgroep: huisartsen/specialisten (met mogelijkheid voor hun familie om de route van de opendeurdag te doen). Gratis deelname mits vooraf inschrijven voor 10 maart: diane.mombers@sfz.be

ST-FRANCISKUS ZIEKENHUIS aan jouw zijde!

Pastoor Paquaylaan 129 | 3550 Heusden-Zolder | Tel.: 011 71 50 00 | Fax: 011 71 50 01


Intro 42 def lr