Issuu on Google+

Diepte

maart 2013 • jaargang 40 • nummer 353


40e jaargang nr. 353, maart 2013 ISSN 0166-1930 Spiegeloog is een blad voor de Afdeling Psychologie, Universiteit van Amsterdam

Kamer 5.02 Diamantbeurs Afdeling Psychologie Weesperplein 4 1018 XA Amsterdam t: 020 - 525 67 58 e: spiegeloog-fmg@uva.nl

Hoofd-/Eindredactie Joël Davidson & Tessa Velthuis. Redactie Lisa Baart, Jihane Chaara, Gea-marit Dekker, Bart Lichtenveldt, Emma Laura Schouten, Kirsten Vegt. Medewerkers Denny Borsboom, Carsten de Dreu, Jan Henk Kamphuis, Michael Vliek. Fotografie Joël Davidson, Gea-marit Dekker,Tessa Velthuis.

Meteorieten en de oceaan Afgelopen maand was het weer zover: een meteoriet zou vlak langs de aarde scheren. Het brokstuk zou de hoogte van onze satellieten bereiken. Er was echter weinig bekend over het stuk gesteente dat veel dichterbij zou komen; de ontplofte meteoriet boven Rusland in het Oeralgebied. Meer dan honderd jaar heeft het geduurd voordat de aarde weer vatbaar was voor een vuurbal van zo'n omvang. We mogen toch eigenlijk wel van geluk spreken dat wij mensen, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de dinosauriërs, er nog zijn, zo diep als het heelal is met haar miljarden projectielen. De diepte van het heelal is misschien wel net zo fascinerend als de diepte van de oceaan. Met al haar kleurrijke planten, vissen, en ontelbare nog niet ontdekte levende soorten. En dan praten wij over buitenaards leven, terwijl we al het leven op de aarde nog niet eens ontdekt hebben! Spiegeloog heeft in dit nummer wel het een en ander ontdekt. Je leest onder meer over de andere, soms duistere kant van in de psychologie bekende filosofen zoals Timothy Leary (de Roos van Leary). En hoe komt het toch dat mensen altijd een diepere betekenis in dingen zoeken? Kirsten zocht het uit. Jihane betoogt dat racisme nog steeds actueel is en nodigt je uit je eigen gedachten hierover uit te dagen. Wil je liever iemand anders zijn gedachten uitdagen door middel van een goed diepte-interview, lees dan de tips van Lisa. Ook dit nummer besteden we weer aandacht aan het jubileumjaar van Spiegeloog: we nemen de bijzondere reeks 'nachtnummers' onder de loep. Sharon Klinkenberg blikt terug. En mocht die meteoriet alsnog terugkomen om de aarde een lesje te leren, dan weet je in ieder geval hoe het is, in de donkerte van de nacht.

Tessa en Joël

Cover Elwin Rijken. Lay-out Joël Davidson & Tessa Velthuis. Druk Drukkerij de Raddraaier Van Ostadestraat 233 b 1073 TN Amsterdam 020 - 673 05 78 Reacties, commentaren en ingezonden brieven zijn van harte welkom. Voor lange artikelen die ter publicatie worden aangeboden, is het verstandig eerst contact op te nemen met de redactie. De redactie behoudt zich het recht voor bijdragen in te korten of te wijzigen. Spiegeloog verschijnt zeven keer per jaar. Een abonnement op Spiegeloog kost € 15,- per jaar. Indien geïnteresseerd, stuur een bericht met uw naam en adres naar de redactie. Niets uit deze uitgave mag vermenigvuldigd worden zonder schriftelijke toestemming van de redactie.


Inhoud

8

12

15

De andere kant van filosofen

3D-beelden

De nachtnummers van Spiegeloog

Leary, Wittgenstein en Socrates

De kunst van diepte zien

Een compleet tijdschrift maken in 24 uur

4

Doodgewone dingen

23

Ivoren Toren

Diepere psychologie

27

Diepte-interview

11

Rondvraag

24

Mededelingen

30

Wandelgang

19

Filmrecensie

25

Kirsten zoekt een baan

&Me

32

Bacchus

Racisme

26

20

Met een diepere betekenis

Kamphuis aan De Dreu

Voel jij je aangesproken?

Activiteiten voor studenten

Deel 5 van haar zoektocht

@ internet

Verder dan het blad

Tips voor het beste resultaat

Wanneer sprong jij in het diepe?

Geen water te diep


Doodgewone dingen En hun diepere betekenis Een zwarte kat. Een gebroken spiegel. Een klavertje met vier blaadjes. In feite zijn het doodgewone dingen die ieder mens kan tegenkomen. Maar toch wordt er door sommige mensen aan deze zaken een diepere betekenis toegedicht: zij verbinden alledaagse gebeurtenissen of voorwerpen met zware kwesties als geluk, de liefde of de dood. Hoe komt het eigenlijk dat men dit doet en wat levert het op? En kan het ook gevaarlijk zijn overal een betekenis achter te zoeken?

Spiegeloog

Tekst: Kirsten Vegt

4 maart 2013

Stel dat het volgende je overkomt: je loopt over straat en struikelt over een losse tegel. Dit zorgt ervoor dat je de koffie die je vasthield deels over jezelf heen gooit. Daarnaast had je trein vanochtend ook al vertraging en verloor je een knoop van je jas. En dat allemaal precies op het moment dat je op weg bent naar een sollicitatiegesprek. Wat een ellende! Hoe kan het nu dat je zoveel pech hebt op precies het verkeerde moment? De meeste mensen zien bij één of twee van dit soort negatieve gebeurtenissen nog geen patroon. Maar als veel van dit soort voorvallen achter elkaar plaatsvinden, beginnen veel mensen toch te vermoeden dat de wereld zich tegen hen gekeerd heeft en onzichtbare krachten hen het leven zuur maken of een richting op proberen te duwen. Onze hersenen zijn voor een groot deel constant bezig met het proberen te vinden van patronen en verbanden in datgene wat wij waarnemen. Dit hebben we nodig om uit de gigantische hoeveelheid informatie die dagelijks bij ons binnenkomt enigszins wijs te worden (Mather, 2006). Helaas lukt het ons brein niet altijd om de juiste conclusies te trekken uit datgene

wat wij zien; iets wat ook niet makkelijk is met de hoeveelheid tegenstrijdige, onbetrouwbare en incomplete informatie die wij binnenkrijgen (Beyerstein, 1996). Als iemand onterecht een betekenis toedicht aan een willekeurige of toevallige gebeurtenis, wordt dat apophenia genoemd (Mishlove & Engen, 2007). Deze definitie werd voor het eerst gebruikt door de Duitse neuroloog en psychiater Klaus Conrad (19051961; Brugger, 2001). Conrad richtte zich vooral op de ervaringen van psychotische patiënten die betekenis zagen in willekeurige gebeurtenissen. Tegenwoordig wordt de term ook buiten de psychiatrie gebruikt als omschrijving voor de neiging van mensen om in willekeurige gebeurtenissen een patroon of informatie van persoonlijke betekenis te zien. Bijvoorbeeld het zien van een plas regenwater in de vorm van een X en daaruit opmaken dat het sollicitatiegesprek dat je later die dag gaat voeren waarschijnlijk geen baan zal opleveren.

- Men heeft de neiging alleen het schot in de roos te onthouden -

Statistiek In de statistiek wordt apophenia een ‘type I-fout’ genoemd


& Kurtz, 1975). Toch lezen mensen tot op de dag van vandaag horoscopen en vinden zij in een tekst vol algemeenheden waarheden die specifiek op hun leven gericht lijken. Voor sommigen is dat genoeg om daadwerkelijk een verband te zien tussen de stand van de sterren en planeten, en datgene wat hen overkomt. Hetzelfde geldt voor mediums die claimen met geesten van overledenen te kunnen spreken; een Derek Ogilvie verzamelt een groep mensen en roept een aantal algemeenheden tegen zijn publiek. Niet Ogilvie, maar zijn ‘slachtoffer’, zoekt naar overeenkomsten tussen datgene wat hij hoort en wat hij weet. Cold readingtechnieken, slim knipwerk in de regiekamer achteraf en apophenia zorgen ervoor dat Ogilvies goedgelovige gasten patronen en persoonlijk relevante zaken ontdekken in zijn verhaal. Eveneens treedt de wet van grote getallen in werking. Deze wet gaat uit van de gedachte dat hoe meer voorspellingen een waarzegger doet, hoe groter de kans wordt dat hij raak schiet, oftewel een juiste bewering maakt. Zodra dit gebeurt, heeft men vaak de neiging alleen het schot in de roos te onthouden en alle gemiste schoten te vergeten (Diaconis & Mosteller, 1989). Hetzelfde effect komt ook voor bij mensen die veel gokken; zij hebben de neiging de keren dat ze winnen beter te onthouden dan de keren dat ze verliezen. Zo vormen ze vaak een vertekend beeld van hoeveel ze nu echt gewonnen hebben, wat casino’s dan vaak weer helemaal niet erg vinden (Gilovich, 1983).

Spiegeloog

– het vinden van een patroon dat er eigenlijk niet is. In dat geval wordt de nulhypothese (er is geen verband of effect) verworpen, terwijl deze eigenlijk waar was. Gelukkig bestaan er een aantal statistische handelingen waarmee je erachter kan komen of er een grote kans bestaat dat je een type I-fout aan het maken bent (bijvoorbeeld de Cronbach’s Alpha uitrekenen). Daarnaast volgen, als het goed is, oplettende collega-wetenschappers met argusogen hoe je onderzoek in elkaar zit en of de nulhypothese wel terecht is verworpen. Ook in het ‘gewone leven’ zijn veel mensen zich bewust van het feit dat het verband dat zij waarnemen niet per definitie écht bestaat. Maar in de wereld van de pseudowetenschap en het paranormale lijkt men echter wat minder happig te zijn op een kritische blik (laat staan wetenschappelijk onderzoek); hoe meer men bijvoorbeeld gelooft in het paranormale, hoe lager men over het algemeen scoort op eigenschappen als kritisch denken of cognitieve vaardigheden (Hergovich & Arendasy, 2005; Musch & Ehrenberg, 2002; Aarnio & Lindeman, 2005). Hier is het verschijnsel apophenia dan ook vaak in ruime mate aanwezig en maakt het mensen kwetsbaar voor misleiding en oplichterij.

- Apophenia is een type I-fout -

Paranormale fenomenen Een voorbeeld van een gebied waar (al dan niet opzettelijke) oplichters graag gebruik maken van apophenia is astrologie: een pseudovoorspellende techniek die bijna volledig gebaseerd is op het zien van niet-bestaande maar waargenomen patronen. Hoewel vaak wetenschappelijk onderzocht, is er nimmer een solide verband aangetoond tussen de stand van de sterren, iemands karakter en zijn of haar geboortedatum (Shawn, 1985; Culver & Ianna, 1988; Sagan, 1996; Kelly, 1998). In 1974 ondertekenden zelfs 186 wetenschappers, inclusief achttien Nobelprijswinnaars, het manifest Objections to Astrology waarin zij in sterke bewoordingen astrologie veroordeelden als onwetenschappelijke nonsens. Dit manifest werd bovendien naar iedere krant en magazine in de VS en Canada gestuurd die horoscopen afdrukten (Bok, Jerome

Complottheorieën Bij complottheorieën komt apophenia ook vaak voor; rondom bijna alle heftige gebeurtenissen in de geschiedenis die op zichzelf al betekenisvol genoeg waren, zijn er complottheorieën bedacht. Denk bijvoorbeeld aan de aanslag op 11 september op het World Trade Centre in 2001; volgens complotgelovers was hier geen sprake van een terroristische aanslag, maar zat hier een boosaardig plan achter, bedacht door de ‘gevestigde orde’. Er zouden bijvoorbeeld bommen zijn geplaatst in de torens – daardoor kwam het dat de verdie-

maart 2013

5


Spiegeloog

6 maart 2013

pingen onder de impactzone van het vliegtuig al verwoest waren voordat het gebouw was ingestort. Daarnaast was het bijzonder vreemd dat het hele gevaarte van staal überhaupt instortte, terwijl de smelttemperatuur van staal veel hoger ligt dan de temperaturen die de ontploffende kerosine van de vliegtuigen kon hebben veroorzaakt. En hoe komt het eigenlijk dat op de plekken waar de vliegtuigen het Pentagon zouden hebben geraakt de gaten in het gebouw zoveel kleiner zijn dan de vliegtuigen die ze zouden hebben gemaakt (zie afbeelding)? Al deze op het eerste gezicht opvallende zaken samen lijken te wijzen op iets dat niet in de haak is. Geen wonder dat apophenia optreedt en veel mensen ervan overtuigd raken dat er meer achter deze gebeurtenis zit dan een aantal godsdienstfanatici in de woestijn. Zouden zij zich echter verdiepen in de constructie van de WTC-torens, dan zouden zij erachter komen dat de staalconstructie van de Twin Towers het ook al bij verzwakking zou begeven (wat

de kerosinetemperaturen wel konden bereiken). En dat de ontploffingen op de benedenverdiepingen in de torens veroorzaakt werden door de explosie bovenin, die door de liftschachten een weg vond naar beneden en ook daar een ravage aanrichtte. En de foto met het kleine gat in de muur van het Pentagon? Dat gat blijkt te zijn gemaakt door slechts het landingsgestel van het vliegtuig, niet het volledige vliegtuig op zich. Op deze manier zijn de losse ‘verdachte’ gebeurtenissen helemaal niet meer zo verdacht. Een gebrek aan kennis, kritisch denken en het (willen) zien van een diepere betekenis leidt tot de gedachte dat er patroon bestaat, terwijl dat in werkelijkheid een illusie is. Risico’s van apophenia Het zien van een diepere betekenis of verbanden in toevalligheden is meestal onschuldig. Bijna iedereen heeft soms het gevoel een patroon te herkennen in losse, willekeurige zaken. Bijvoorbeeld als je net denkt aan je moeder en tegelijkertijd de telefoon rinkelt met, jawel, je moeder aan de andere kant van de lijn. Je gevoel zegt dat dat toch geen toeval kan zijn, terwijl je verstand je tot de orde roept en je eraan herinnert dat je regelmatig aan je moeder denkt terwijl ze niet belt en andersom. Maar zodra het gaat om apophenia op gebieden als het paranormale en complottheorieën begint het al minder onschuldig te worden. De waarzegger die roept dat hij met je overleden tante kan praten, een aantal keer raak schiet in zijn voorspellingen en vervolgens zegt dat ze nog niet helemaal rust heeft kunnen vinden, kan met zijn woorden een hoop onzekerheid en ellende aanrichten. Dit geldt ook voor de complotdenkers die behoorlijke angst kunnen zaaien door fanatiek de boodschap te verspreiden dat mensen op plaatsen van macht het slechtste voorhebben met de bevolking. Een tekenend voorbeeld hiervan is de complottheorie die redelijk recent in de VS is ontstaan. Deze complottheorie

Afbeelding: Een gat in het Pentagon na de aanslag


Bronnen

- Aarnio, K. & Lindeman, M. (2005). Paranormal beliefs, education and thinking styles. Personality and Individual Differences, 39, 1227-1236. - Bok, Jerome, Lawrence E., and Kurtz, Paul. Objections to Astrology. Buffalo: Prometheus Books, 1975. - Brugger, Peter. (2001). From Haunted Brain to Haunted Science: A Cognitive Neuroscience View of Paranormal and Pseudoscientific Thought. North Carolina: McFarland & Company Inc. Publishers. - B. B. Beyerstein (1996). Visions and hallucinations. In G. Stein (Ed.), The Encyclopedia of the Paranormal. Amherst, NY: Prometheus Books. pp. 789-797. - Culver, R.B. & Ianna, P.A. (1988). Astrology: True or False? Buffalo, NY: Prometheus Books. - Diaconis, P. & Mosteller, F. (1989). Methods of Studying Coincidences. Journal of the American Statistical Association, 84(408), 853-861.

Spiegeloog

- Gilovich, T. (1983). Biased Evaluation and Persistence in Gambling. Journal of Personality and Social Science, 44(6), 11101126. - Greby, S.M., Wooten, K.G., Knighton, C.L., Avey, B. & Stokle, S. (2012). Vaccination Coverage Among Children in Kindergarten United States, 2011-12 School year. Center for Disease Control and Prevention: Morbidity and Mortality Weekly Reports, 61(33), 647-652. - Hastie, K.R. & Dawes, R.M. (2001). Rational Choice in an Uncertain World: The Psychology of Judgment and Decision Making. California: Sage Publishers. - Hergovich, A. & Arendasy, M (2005). Critical thinking ability and belief in the paranormal. Elsevier, 38, 1805-1812. - Hobson, K.A., Mateu, P.F., Coryn, C.L.S. & Graves, C. (2012). Measles, Mumps, and Rubella Vaccines and Diagnoses of Autism Spectrum Disorders among Children: A Meta-Analysis. World Medical and Health Policy, 4(2), 1-14. - Kelly, I.W. (1998). Why Astrology doesn’t work. Psychological Reports, 82(2), 527-546. - Mather, G. (2006). Foundations of Perception. Hove: Psychology Press, Ltd. - Mishlove, J. & Engen, B. (2007). Archetypal Synchronistic Resonance: A New Theory of Paranormal Experience. Journal of Humanistic Psychology, 47(2), 223-242. - Musch, J. & Ehrenberg, K. (2002). Probability misjudgment, cognitive ability and belief in the paranormal. British Journal of Psychology, 93, 169-177. - Sagan, C. (1996). The Demon Haunted World. New York: Random House. - Shawn, C. (1985). A Double-blind test of astrology. Nature, 318(6045), 419-425.

7 maart 2013

is voornamelijk gebaseerd op de overtuiging dat vaccinaties autisme bij kinderen kunnen veroorzaken en dat de overheid en de medische wereld deze informatie in de doofpot stoppen. Na uitgebreid onderzoek blijkt deze bewering geen enkele waarheid te bevatten (Hobson, Mateu, Coryn & Graves, 2012). Maar de schade is al aangericht; de vaccinatiecijfers in de VS zijn drastisch gedaald, met het hoogste aantal uitbraken van de ziekte mazelen sinds 1996 als gevolg (Greby, Wooten, Knighton, Avey & Stokle, 2012). Een nare ziekte, die als complicatie hersenvliesontsteking kan hebben (circa één op de duizend ziektegevallen) en dodelijk kan zijn (circa twee op de duizend ziektegevallen). Ondanks dat apophenia heel menselijk is en iedereen het verschijnsel wel eens ervaart, is het dus zeker niet zonder risico’s om blind de ideeën met betrekking tot betekenis en verbanden te volgen. Blijf altijd kritisch denken en wees je bewust van de feilbaarheid van je eigen waarneming. <<


Ze dachten, dus ze bestonden Bij veel psychologen laten de namen Leary, Wittgenstein en Socrates wel een belletje rinkelen. Maar wat veel mensen niet weten, is dat ze zich naast hun beroemde werk en ideeën met opmerkelijke zaken bezighielden.

Spiegeloog

8

Tekst: Bart Lichtenveldt

maart 2013

Leary 'Turn on, tune in, drop out' De meeste psychologen kennen Timothy Francis Leary (1920-1996) van zijn model uit 1957 om relaties tussen mensen te beschrijven; de Roos van Leary. Door middel van deze roos is te voorspellen welk gedrag wat voor ander gedrag oproept. Zo zal samenwerkingsgedrag uitnodigen om samen te werken, terwijl dominant gedrag gehoorzaamheid oproept. Met die bewuste kennis kun je dus gedrag gebruiken om het gedrag van iemand anders te beïnvloeden. Waar Leary echter veel bekender om is, zijn z'n ietwat enthousiaste studies naar drugsgebruik. Zelfs zo enthousiast, dat hij er meer dan eens voor kwam vast te zitten. Tussen 1960 en 1970 kwam hij in verschillende gevangenissen terecht en wist hij er zelfs uit één te ontsnappen. Hij werd door president Nixon de gevaarlijkste man van Amerika genoemd! Waar is het toch fout gegaan? 'Waar niet?' is een betere vraag. Al haalde de jonge Leary bij de Universiteit van Alabama topcijfers, hij vergooide zijn kansen daar door een nacht in de slaapzaal van de universitaire dames door te brengen; hem werd definitief de universiteitsdeur gewezen. Maar Leary zou Leary niet zijn als hij niet bij een andere universiteit zou

aankloppen. In 1946 haalde hij zijn Master of Science aan de Washington State University en vijf jaar later zijn dokterstitel aan de University of California, Berkeley. Op die laatste bleef hij vijf jaar lang werken als assistant professor, om vervolgens drie jaar leiding te geven aan de Kaiser Family Foundation, een stichting die psychiatrisch onderzoek deed. Het was inmiddels 1958 en achter de schermen ging het niet zo voor de wind; zijn huwelijk had flink geleden onder meerdere incidenten van ontrouw en alcoholmisbruik. Zijn vrouw pleegde uiteindelijk zelfmoord. Het werd 1960 en Leary bevond zich in Mexico. Daar was het dat hij voor het eerst paddo's gebruikte. Deze ervaring bracht hem tot de volgende uitspraak: 'Ik heb meer geleerd over mijn brein en de mogelijkheden ervan en meer over psychologie in de vijf uur na het nemen van deze paddenstoelen, dan in de voorgaande vijftien jaar van studeren en onderzoek doen binnen de psychologie.' Hij begon samen met collega’s een campagne om meer intellectuelen en artiesten aan de psychedelische drugs te krijgen. Nadat van de driehonderd professoren, studenten, schrijvers en filosofen meer dan tweehonderd aangaven dat het nemen van drugs tot levensveranderend inzicht leed, opperde Leary de drugs te

- Paddo's leerden Leary meer over het brein dan zijn studie Psychologie -


Wittgenstein 'De grenzen van mijn taal zijn de grenzen van mijn wereld' Waar Ludwig Josef Johann Wittgenstein (1889-1951) het meest bekend van is, is zijn filosofische werk de Tractatus Logico-Philosophicus. Dit werk had als doel de relatie tussen taal en realiteit te bepalen. Wittgenstein wilde hiermee een limiet aan het uiten van gedachten aangeven; we kunnen niet iets beweren als het niet logisch is. ‘Papier luistert hard’, is zo’n niet-logische bewering. Deze uitspraak leidt tot niets, omdat papier simpelweg niet kan luisteren. In de Tractatus staat ook beschreven dat hierdoor religie, ethiek, esthetiek, het mystieke en ander soortgelijke representaties niet bediscussieerbaar zijn. Niet dat ze zelf niet logisch zijn, maar dat enige bewering over ze niet logisch kán zijn, omdat er door taal geen dekkende betekenis aan kan worden geven. Met dit boekje van 75 pagina’s dacht Wittgenstein alle filosofische problemen te hebben opgelost. Dit heeft hem ertoe gezet zijn vakgebied te verlaten en terug te keren naar zijn geboorteland Oostenrijk om daar als basisschooldocent aan de slag te gaan. Tijdens deze periode schreef hij het enige andere boek dat hij naast de Tractatus publiceerde: een spelling- en uitspraakwoordenboekje voor gebruik in het klaslokaal. Wat betreft zijn werk als docent; dat ging iets minder. Wittgenstein had onrealistische verwachtingen van de kinderen aan wie hij lesgaf en daarnaast had hij weinig geduld. Toen hij uit frustratie een elfjarig jongetje een oorvijg verkocht, besloot hij te vertrekken naar Wenen, met het

- Wittgenstein wilde een limiet aan het uiten van gedachten aangeven -

9 maart 2013

gebruiken om criminelen en alcoholisten weer op het goede pad te krijgen. Het onderzoek dat hij startte trok zoveel aandacht, dat het stopgezet moest worden wegens te veel aanmeldingen om als proefpersoon drugs te nemen. Gelukkig waren er mensen die zich bekommerden om de nieuwsgierigen en niet kort na het afblazen van het experiment ontvouwde zich een rijke zwarte markt rondom de campus van Harvard. Leary werd ontslagen omdat hij vaker niet dan wel aanwezig was als hij een college moest geven. In 1966 richtte hij de League for Spiritual Discovery op, een religie die LSD als heilig sacrament voerde, om zo via de vrijheid van geloofsovertuiging LSD te kunnen blijven gebruiken. Een jaar eerder was hij namelijk in de problemen gekomen toen er tijdens de terugreis van een vakantie in Mexico in het ondergoed van zijn vriendin marihuana was gevonden. Hij werd veroordeeld voor dertig jaar gevangenisstraf, maar wist op vrije voeten te blijven. In 1970 werd hij opnieuw veroordeeld, dit keer voor tien jaar gevangenisstraf, wegens in het bezit zijn van twee marihuanapeuken. Toen hij aankwam in de gevangenis moest Leary een paar psychologische tests maken om te bepalen voor wat voor soort werk hij geschikt was. Omdat hij een deel van de tests zelf ontworpen had, inclusief de Leary Interpersonal Behavior Test, wist hij op zo’n manier antwoord te geven dat hij ingedeeld werd bij de minder beveiligde gevangenen; hij mocht als tuinier werken. Hij ontsnapte negen maanden later.

Spiegeloog

Afbeelding linksboven: Timothy Leary Afbeelding rechtsboven: Ludwig Wittgenstein


Spiegeloog

10

Afbeelding boven: Socrates krijgt de gifbeker

maart 2013

gevoel gefaald te hebben als docent. Daar werkte hij als tuiniersassistent bij een klooster en overwoog monnik te worden. Hij ging zelfs op intakegesprek, maar de monniken vertelden hem dat wat hij zocht, hij niet zou vinden in het kloosterleven. Het was zijn zus die hem uit deze uitzichtloze situatie haalde. Zij vroeg hem te helpen haar nieuwe huis te ontwerpen, en samen met een architect ontwierp hij een moderne woning. Toen dit gedaan was werd hij uitgenodigd door de Vienna Circle, een groep filosofen in Wenen, om deel te nemen aan hun bijeenkomsten. Van hieruit vond Wittgenstein zijn weg weer naar de filosofie en besloot terug te keren naar Cambridge University. Socrates 'Ik weet slechts één ding: dat ik niets weet' Vrijwel iedereen heeft wel eens gehoord van Socrates (469 v.Chr. – 399 v.Chr.), grondlegger van de moderne filosofie. Zijn ideeën over onder andere logica, ethiek en pedagogiek zijn nog steeds van invloed, ruim 2400 jaar na zijn bestaan. Maar naast zijn geniale gedachtegoed, heeft Plato, Socrates' student, nog meer opgeschreven over het leven van zijn leermeester. Zo zou Chaerephon, een vriend van Socrates, aan het Orakel van Delphi gevraagd hebben of er iemand wijzer is dan Socrates. Het Orakel antwoordde dat er niemand was die wijzer is dan hij. Socrates kon dit zich niet voorstellen en besloot de proef op de som te nemen; hij benaderde alle wijze mensen van Athene en stelde ze allerlei soorten vragen. Alhoewel alle wijzen zelf dachten dat ze veel wisten, concludeerde Socrates dat ze helemaal niet zo slim waren. Hijzelf wist namelijk dat hij niet veel wist en was daarmee paradoxaal genoeg de wijste van allen. Het Orakel had gelijk. Na dit geconcludeerd te hebben verweet hij alle wijzen van

Athene dom en onnozel te zijn, wat ze hem niet in dank afnamen; hij werd aangeklaagd voor zwartmakerij. Socrates verdedigde zijn claim de wijste te zijn tijdens zijn proces, en toen ze hem vroegen wat hij zichzelf voor straf zou opleggen, opperde hij een loon betaald door de overheid en gratis eten voor de rest van zijn leven dat hij als weldoener van Athene zou doorbrengen. Helaas waren de juryleden het niet met hem eens. Socrates werd ter dood veroordeeld en dronk de gifbeker leeg. <<

Bronnen

- Dooremalen, H., de Regt, H., & Schouten, M. (2007). Exploring Humans, An Introduction to the Philosophy of the Social Sciences. Amsterdam: Boom. - Ludwig Wittgenstein. Citaten.net, citaten en wijsheden sinds 2000. Opgehaald van http://www.citaten.net/zoeken/citaten_van-ludwig_wittgenstein.html op 22 februari 2013. - Ludwig Wittgenstein. New World Encyclopedia, Organizing knowledge for happiness, prosperity, and world peace. Opgehaald van http://www.newworldencyclopedia.org/entry/ Ludwig_Wittgenstein#The_.22lost_years.22:_life_after_the_ Tractatus op 19 februari 2013. - Socrates. Wikipedia, The Free Encyclopedia. Opgehaald van http://en.wikipedia.org/wiki/Socrates op 19 februari 2013 - Timothy Leary. Wikipedia, The Free Encyclopedia. Opgehaald van http://en.wikipedia.org/wiki/Timothy_Leary op 13 februari 2013. - Timothy Leary's Escape From Prison. Countyourculture, rational exploration of the underground. Opgehaald van http://countyourculture.com/2011/04/07/timothy-learys-escape-prison/ op 13 februari 2013.


De Rondvraag Wetenschappelijk medewerkers stellen elkaar vragen

Verwacht van een clinicus een wat klinisch getinte klinische vraag, zijdelings over idealisatie. Ik ben benieuwd wie jou heeft geïnspireerd, of mogelijk zelfs een soort voorbeeld was in het onderzoek. Dat kan nog steeds gelden, of alleen toen je nog student was; het kan een docent zijn, maar ook bijvoorbeeld iemand die je uitsluitend uit de literatuur kent en wiens/wier werk je bewondert/bewonderde. Ik herinner me dat Walter Everaerd het vaak over William James had, en zelf heb ik het te pas en te onpas over Auke Tellegen. Wie is/was het bij jou, en waarom? Jan Henk

Het antwoord van Carsten de Dreu (Arbeids- en Organisatiepsychologie) Dank voor deze vraag. Ik heb er wel een tijdje over moeten nadenken, want een antwoord schoot me niet direct te binnen. Nu kan dat liggen aan het feit dat mijn vakgebied grootheden als Auke Tellegen ontbeert. Ik geloof niet dat dit zo is. Een andere mogelijkheid is dat ik niet zo dweperig ben en mijn ziel en zaligheid weiger op te hangen aan een of ander individu. Waarmee ik jouw bewondering voor Auke Tellegen op geen enkele manier als dweperig wil afdoen. Wat echter wel zo is, is dat er in mijn hoofd telkens meerdere individuen naar boven komen die op de een of andere manier een voorbeeldfunctie vervulden, en dat soms nog steeds doen. Zo is er mijn afstudeerbegeleider Henk Wilke, hoogleraar Sociale Psychologie in Groningen. Zijn grote bijdrage aan de Nederlandse Sociale Psychologie bestond

Voor mijn eigen onderzoekswerk is Dean Pruitt belangrijk geweest. Pruitt was een Amerikaanse generatiegenoot van Wilke die vooral bekend is geworden met experimenteel onderzoek naar sociale dilemma’s, conflicten en onderhandelen. Zijn onderzoeksmethodieken heb ik veel gebruikt en ik heb, zeker in het begin van mijn loopbaan, zijn werk verslonden. Tot op de dag van vandaag vind ik zijn onderzoeksartikelen een voorbeeld van wetenschappelijk schrijven. En hij was een wetenschapper met echte nieuwsgierigheid naar de data, die genoot van de puzzel die empirisch onderzoek soms oplevert. Tot op late leeftijd bleef hij nauw betrokken bij onderzoek. Hij bleef schrijven en puzzelen, en was op congressen werkelijk geïnteresseerd in wat er zoal ontdekt was. Mooi om te zien. Een voorbeeld om te volgen.

Spiegeloog

Beste Carsten,

onder meer uit de stroom van promovendi die hij opleidde en die elk in de loop van hun carrière het vakgebied verder vormgaven. Zo ‘school maken’ is iets wat ik probeer te doen en van Henk Wilke afgekeken heb.

11 maart 2013

De vraag van Jan Henk Kamphuis (Klinische Psychologie)

Carsten de Dreu (Arbeids- en Organisatiepsychologie) geeft de Rondvraag door aan Richard Ridderinkhof (Ontwikkelingspsychologie) Beste Richard,

Wetenschap brengt ons naar alle uithoeken van de wereld en we zijn dan ook regelmatig op weg naar een congres of collega elders in de wereld. Veel van die trips zijn niet zo betekenisvol, sommige daarentegen wel. Heb jij zo'n reis, die indruk maakte, inspireerde, of zich om andere redenen onderscheidt van de rest? En waar ging de reis dan heen, wat maakte het bijzonder?

Carsten


In het diepe kijken Lijkt een object klein omdat het ver weg staat? Of ís het een klein object en staat het juist dichtbij? Aangezien het waarnemen van diepte en grootte erg sterk met elkaar samenhangen, is dit een afweging die ons brein voortdurend moet maken. Gelukkig hebben de hersenen veel manieren om diepte te kunnen inschatten. Het systeem is echter ook makkelijk voor de gek te houden…

Spiegeloog

12

Tekst: Gea-marit Dekker

maart 2013

De driedimensionale wereld valt als een plat, tweedimensionaal beeld op ons netvlies. Hierdoor moeten we uit de grootte van het beeld behalve de afmeting van een object, ook de afstand tot het object afleiden. Dat mensen diepte kunnen zien, komt vooral door het feit dat wij met twee ogen de wereld in kijken. Doordat beide ogen op een andere plek zitten, verschilt het receptief veld van beide ogen een klein beetje. Deze binoculaire dispariteit is zichtbaar te maken door één oog te sluiten en vervolgens een opgestoken vinger op een vast punt op de achtergrond te richten. Wanneer je nu afwisselend het ene oog sluit en het andere opent, lijkt de positie van je vinger ten opzichte van de achtergrond te veranderen. Hoe verder weg het object is, hoe kleiner het verschil is tussen het beeld dat op het linker- en rechteroog valt en hoe minder je vinger lijkt te verspringen ten opzichte van de achtergrond. Uit onder meer deze informatie kunnen de hersenen afleiden hoe ver een voorwerp van je verwijderd is. Wanneer je nu met twee geopende ogen je uitgestoken vinger steeds dichterbij het topje van je neus brengt, merk je dat je ogen steeds verder convergeren; naar binnen draaien. Ook uit de stand van je

ogen kan worden afgeleid op welke afstand een object zich bevindt. Naast de stand van de ogen, geeft ook de stand van de ooglenzen informatie over de afstand van een object. De lens verandert van vorm, afhankelijk van hoe ver weg een voorwerp is. De accommodatie is vooral belangrijk voor voorwerpen die zich erg dichtbij bevinden, dit in tegenstelling tot de convergentie die vooral informatie geeft over voorwerpen die zich verder weg bevinden (Willingham, 2007). Het verschil in beeld dat op je linker- en rechteroog valt, wordt ook gebruikt in 3D-films. Vroeger moest een 3D-film met een bril met één rood en één blauw glas worden bekeken. De film bestond uit twee beelden die over elkaar gelegen waren, een rood en een blauw beeld. De brillenglazen filteren een van de twee kleuren uit het beeld, waardoor op het linker netvlies een ander beeld valt dan op het rechter netvlies. Tegenwoordig wordt een andere techniek gebruikt en moeten de films met een soort zonnebril bekeken worden. Het beeld van de film draait 144 keer per seconde. Het beeld wordt eerst horizontaal geprojecteerd en vervolgens verticaal. Het ene brillenglas vangt enkel de horizontale beelden op, door het andere

- Vroeger bestonden 3D-films uit een rood en een blauw beeld over elkaar -


- Ook in een platte afbeelding kunnen mensen diepte zien -

Spiegeloog

Niet alleen voor mensen, ook voor dieren is het zien van diepte erg nuttig. Denk aan vogels die op een tak moeten kunnen landen of roofvogels die zich vanaf grote hoogte op hun prooi storten. De ogen van roofvogels zitten, net als bij mensen, voor in de kop. Hierdoor is er dus een grote overlap tussen de beelden die op beide ogen vallen en kan de diepte door de binoculaire dispariteit goed worden ingeschat. Voor andere vogels is het juist erg belangrijk om alles wat om hen heen gebeurt in de gaten te houden. Om die reden heeft bijvoorbeeld de kip de ogen ver aan de zijkant van de kop. Hierdoor kunnen kippen bijna rondom zien en worden ze nooit onverwacht door een sluipende kat of ander gevaar van achteren aangevallen. Het nadeel hiervan is dat het gezichtsveld dat door beide ogen tegelijkertijd wordt waargenomen erg klein is en deze vogels nauwelijks diepte kunnen zien. Om toch diepte te kunnen zien, beweegt de kip zijn kop steeds naar voren en naar achteren. Precies de beweging die het loopje van de kip zo kenmerkend maakt. Door deze beweging ontstaat er een verschil tussen objecten dichtbij en objecten die zich verder weg bevinden. Dit effect is te vergelijken met bomen die langs je heen razen als je in een rijdende auto zit. Omdat de bomen dicht bij de auto staan, lijken ze veel sneller voorbij te razen dan die boerderij verderop. Uit het verschil in beweging haalt de kip de informatie om diepte te kunnen zien (Dwars, 2010). Doordat de hersenen bij het inschatten van diepte gebruik maken van aanwijzingen uit de omgeving, zijn onze hersenen gemakkelijk voor de gek te houden. Een bekend voorbeeld hiervan is de Ames Room (Linda, 2012). Deze kamer is zo ontworpen dat alle aanwijzingen die de herse-

13 maart 2013

glas worden juist de verticale beelden gezien. Door de verschillende beelden die beide ogen zien, wordt er diepte geregistreerd in de hersenen (Vidvd Nieuws, 2013). Binoculaire dispariteit, accommodatie en convergentie zorgen er dus samen voor dat we met twee ogen diepte kunnen zien. Dit is ook precies de reden dat mensen met maar ĂŠĂŠn oog of mensen die scheel kijken minder goed zijn in het schatten van diepte. Toch kunnen ook deze mensen in mindere mate wel diepte zien. Daarnaast is het ook mogelijk om in een platte afbeelding diepte te zien, terwijl er hierin geen sprake is van binoculaire dispariteit, accommodatie of convergentie. Hieruit blijkt dat er nog meer factoren een rol spelen bij het waarnemen van een driedimensionale wereld. Aanwijzingen in de omgeving zorgen er ook voor dat de wereld in een juist perspectief gezien kan worden. Zo weten we van veel bekende voorwerpen wat de afmetingen zijn. Wanneer het voorwerp opeens toch kleiner lijkt, weten de hersenen dat dit komt doordat het voorwerp verder weg staat. Daarnaast vallen voorwerpen die ver weg zijn, altijd achter voorwerpen die dichtbij staan. Ook deze informatie, ook wel het coulisseeffect, wordt gebruikt bij het schatten van diepte. Het atmosferisch perspectief houdt in dat voorwerpen die ver weg zijn, altijd vager lijken (Willingham, 2007). In de afbeelding met de twee monsters in de tunnel (bovenaan de pagina) is goed te zien dat ook de hoogte van een object in een afbeelding wordt gebruikt bij het inschatten van diepte en grootte (Open Universiteit Nederland, 2013). Het monster dat achter in de tunnel staat, lijkt veel groter te zijn dan het monster op de voorgrond. Echter, beide monsters zijn precies even groot.


Afbeelding boven: Ames Room Spiegeloog

14 maart 2013

nen gebruiken voor het inschatten van diepte zijn gemanipuleerd. Het lijkt of er een dwerg naast een reus in de kamer staat, maar in werkelijkheid loopt de vloer schuin en is het plafond dus niet op alle plekken even hoog. De hoeken van de muur en het plafond staan niet loodrecht op elkaar. De hersenen zijn dit echter zo gewend dat er automatisch van rechte hoeken wordt uitgegaan. Naast dat visuele illusies erg leuk zijn, zijn ze ook erg nuttig. Door de fouten die ons systeem maakt, is af te leiden welke informatie de hersenen gebruiken bij het inschatten van diepte (Open Universiteit Nederland, 2013). <<

Bronnen

- Dwars, M. (2010). Waarom knikken kippen met hun kop tijdens het lopen? Faculteit Diergeneeskunde, Universiteit van Utrecht. - Linda, 2012. Camera Obscura: de Kamer van Ames. Opgehaald op 04-02-2013 van http://www.psyblog.nl/2012/06/07/cameraobscura-de-kamer-van-ames/ - Open Universiteit Nederland, 2013. Opgehaald op 01-022013 van http://www.ou.nl/Docs/Voorproefjes/PSY/index. asp?p=waarneming2. - Vidvd Nieuws, 2012. Opgehaald op 04-02-2013 van http:// nieuws.vidvd.nl/producties/de-werking-van-3d/. - Willingham, D, T. (2007). Cognition the thinking animal. New Jersey: Pearson Education.

Afbeelding links: kunstenaars zoals Escher maken dankbaar gebruik van de fouten die onze hersenen geneigd zijn te maken.


De illustere nachtnummers 24 uur om Spiegeloog te maken Een van de leukste dingen uit het rijke verleden van Spiegeloog moet wel de reeks nachtnummers zijn. Deze edities werden in slechts 24 achtereenvolgende uren in elkaar gezet. Sharon Klinkenberg was ten tijde van twee van deze nummers hoofdredacteur (in 2002 en 2003). Hij vertelt over zijn ervaringen.

en dan ga ik weer’. Vaak werden mensen ook uitgenodigd op de redactie om geïnterviewd te worden in plaats van dat de redacteur naar hen toe ging. We wilden natuurlijk ook gewoon de rubrieken doen. De wandelgang was al geïntroduceerd toen, en ik kan me herinneren dat we om half één ’s nachts verdieping voor verdieping gebouw A af gingen struinen. We kwamen mensen tegen die gewoon nog aan het werk waren midden in de nacht. Lucia Talamini was toen bijvoorbeeld haar proefschrift aan het afronden. De Wandelgang bewaarden we dan speciaal voor later, omdat het leuker was om ’s nachts te doen. Of we deden interviewtjes met elkaar en dan zeiden we wel eens ‘we wachten nog even met interviewen totdat je écht moe bent, want dat is leuker’. De stoel die nu nog bij jullie op de redactiekamer staat, die hadden we toen ook al. Daar lag een dekentje op en afwisselend ging daar iemand zitten bijkomen gedurende de nacht. We werkten op computers. Om het mogelijk te maken dat de hele redactie aan de slag kon, moesten we computers vanuit het hele gebouw bij elkaar slepen. Of we kregen de sleutel van het hok van de VSPA. Het was nog niet de tijd dat mensen zelf een laptopje hadden. En op een gegeven moment heb je je computers bij elkaar en bedenk je ‘oh ja, nu moeten ze nog allemaal op het netwerk aangesloten worden’. Dus dan ga je tot in de kelder op zoek naar een netwerkhubje. Dát is het nachtnummer: je staat er en je moet het gaan oplossen. Hectiek alom. Meestal was het niet binnen 24 uur af. De afronding was altijd pittig en de hoofd-/eindredactie ging noodgedwongen wat langer door om toch nog even de puntjes op de i te zetten, of er waren technische problemen. Het hele eindproces van vormgeving en de pagina’s op de juiste plaats zetten, dat kost tijd. Om half twee ’s middags was het meestal af, maar dan moesten we nog op de fiets stappen om de cd naar de drukker te brengen en door de brievenbus te gooien. En dán was het echt klaar.’

15 maart 2013

Sharon Klinkenberg: ‘De spelregels voor de nachtnummers waren duidelijk. Om tien uur ’s ochtends op zaterdag was de eerste vergadering, dan werd de inhoud van het nummer bepaald. De onderwerpen werden verdeeld, de pagina’s werden ingepland en iedereen werd aan het werk gezet. Er werd afgesproken hoeveel pagina’s iedereen tot zijn beschikking had. Alles werd ter plekke bedacht, uitgevoerd en geplaatst. Vooral bij de nachtnummers moest je je goed houden aan het aantal woorden, dat was strikter dan normaal. De start is altijd fris. Iedereen heeft er zin in, heeft zijn spullen bij zich en gaat ervoor. Eten en drinken is aanwezig, en we maken het gezellig. Dat gaat hartstikke goed tot een uurtje of zeven ’s avonds, wanneer de vermoeidheid begint toe te slaan. Je bent dan al een dag lang bezig, maar de nacht moet nog beginnen… Iedere vier uur hadden we een vergadering om de stand van zaken door te nemen. Tegen de avond hadden de meeste mensen een eerste versie van hun artikel wel af. En dan ging de redactie eroverheen en kreeg je je stuk weer net zo hard terug. Best lastig als je moe bent, dat je je stuk moet blijven verbeteren tot de eindredactie tevreden is over de kwaliteit. Waar je normaal gesproken veel meer tijd hebt om bij te schaven, je stuk even weg te leggen en een dag later weer op te pakken, moet je het nu in een keer doen. Maar er hing wel een sfeer dat mensen het zelf ook graag goed wilden afmaken. Ik kan me niet herinneren dat we ooit een peptalk hebben hoeven houden. Eten en drank doet een hoop. Ja, er was ook alcohol; wat flessen wijn, wat bier, kaarsjes aan. Het was eigenlijk vooral heel melig, we hadden veel lol met z’n allen. Er komen mensen binnenvallen, mensen zitten gezamenlijk aan een stuk te schrijven, overal papieren met rode strepen erop van ‘grh grh nee, dat moet anders geformuleerd worden’. Er kwamen ook altijd oud-redactieleden opdagen. Elsbeth was bijvoorbeeld illustratrice, die had zoiets van ‘ik kom gewoon lekker zitten, maak een tekening

Spiegeloog

Tekst: Tessa Velthuis


Spiegeloog

18

maart 2013


Filmrecensie Tekst: Tessa Velthuis

&Me draait vanaf 13 maart in de bioscoop

Spiegeloog

dan met minder drama en zonder voice-over-uitleg. Dat er weinig verduidelijkt wordt met betrekking tot de gevoelens en gedachten van Eduard, Edurne en Richard, zal voor sommigen reden zijn de film als ontoegankelijk te bestempelen. Voor mij persoonlijk leidde dat juist tot een bevrijdende kijkervaring waarbij ik de wens om de keuzes van de personages te begrijpen losliet. Menselijke keuzes, soms is er gewoon niks begrijpelijks aan. Behalve dat er een risico op afhaken is voor de verwende kijker die hoopt dat er rekening met hem gehouden wordt wat betreft het expliciet verantwoorden van motieven, is er eigenlijk niks mis met deze film. Brussel is zo in beeld gebracht dat het een beeldschone stad lijkt, de personages zijn veelzijdig en verrassend, en het acteerwerk is uitstekend. De gebeurtenissen zijn soms wrang en soms hilarisch. Als kers op de taart zit er bovendien geile homo-erotiek in. Het enige dat mij stoorde was de ‘Eduard begint met Edu- en Edurne ook en Richard eindigt net als Eduard op -ard OH WAUW WAT BIJZONDER DAT MOET WEL WAT BETEKENEN’insteek. Maar dat kan ik, gezien &Me een boekverfilming is, de film niet aanrekenen. &Me is een krachtige productie over kruisende wegen die nu eens niet naar Rome, maar naar Brussel leiden. Ga hem zien!

19

Drie individuen die proberen grip te krijgen op het leven, dat is wat de film &Me ons laat zien. Drie mensen die keuzes, maar ook fouten, maken. Mensen die verwachtingen hebben, scheppen en schenden – van elkaar, het leven en de toekomst. We zien een verhuizer die zich niet kan binden. We zien een homo die romantisch gaat samenleven met een vrouw. Deze vrouw is een pittige Spaanse, een nestverlater die slecht is in de weg vinden. Ironisch? Misschien. Regisseur Nobert ter Hall, die we kennen van A'dam - E.V.A., omschrijft het zelf als een illusie dat ze hun eigen natuur onder controle hebben en proberen manmoedig hun ratio te volgen. Als kijker kunnen we niet anders dan deze overmoed met humor en mild mededogen aan te zien. Tegen de achtergrond van het Europees Parlement in Brussel, waar alledrie de hoofdpersonages werken, zoeken zij zichzelf. Maar ze vinden eerder de ander. Richard is Nederlands en iedere maand verhuist hij spullen van Brussel naar Straatsburg en terug. Is it pointless to move if you end up in the same place? Voor de Duitse Eduard zijn het teleurstellingen op liefdesgebied die maken dat hij zijn heil elders zoekt. De Spaanse Edurne is blij als een kind om eindelijk op eigen benen te staan en vastbesloten alles goed te doen op haar stage. Wanneer de drie karakters elkaar ontmoeten, ontstaat er iets dat veel weg heeft van liefde. &Me ontpopt zich tot het naïevere neefje van Vicky Christina Barcelona. Victor Christian Brussel, zogezegd. Een indringend mooi portret van het functioneren van een driehoeksrelatie, maar

maart 2013

&Me

regie: Norbert ter Hall


De wereld nog niet uit Racisme beïnvloedt ons allemaal We leven niet in een postracistische samenleving. Mensen die dit wel denken zijn ervan overtuigd dat slavernij de enige vorm van racisme is, of zijn blanke hipsterstudenten die nooit met racisme geconfronteerd zijn. Maak je geen zorgen als je in één van die categorieën valt: de wereld zou niet interessant zijn als wereldbeelden niet uitgedaagd konden worden, toch?

Spiegeloog

20

Tekst: Jihane Chaara

maart 2013

Stel dat er twee mensen zijn – persoon A en B. Persoon A is blank en persoon B niet. Personen A en B hebben hetzelfde geslacht, identificeren zich met hetzelfde gender, hebben dezelfde seksuele en romantische oriëntatie en hebben hetzelfde opleidingsniveau. Laten we zeggen dat hun levens grofweg met elkaar overeen komen. Persoon B zal op problemen stuiten die persoon A nooit tegen hoeft te komen, simpelweg omdat A white privilege heeft en persoon B niet. White privilege betekent dat blanke mensen voordelen hebben simpelweg omdat ze blank zijn. Het maakt hierbij niet uit of de persoon in kwestie dit privilege accepteert, of zich überhaupt identificeert als blank. Het hebben van white privilege zegt natuurlijk helemaal niets over de moeilijkheid of de problemen binnen de individuele levens van verschillende mensen. Het valt te vergelijken met een computerspelletje waarbij je de moeilijkheidsgraad kunt instellen – bij mensen van kleur is de moeilijkheidsgraad altijd net iets hoger, omdat ze om moeten gaan met problemen die hun blanke tegenhangers nooit zullen tegenkomen. McIntosh (1988) heeft een uitgebreid paper geschreven over white privilege, waarin ze een groot aantal praktische voorbeelden van white privilege heeft opgesomd. In deze lijst noemt ze, onder andere, dat ze in een nieuwe buurt kan gaan wonen zonder bang te zijn dat de nieuwe buren haar zullen wantrouwen omwille van haar etnische achtergrond; dat als ze aangehouden wordt door een verkeersagent, ze nooit bang hoeft te zijn dat dit komt door haar etnische achtergrond, enzovoorts. Andere inte-

ressante punten in de lijst gaan over verantwoording. White privilege houdt onder andere in dat blanke mensen enkel verantwoordelijk worden gehouden voor hun eigen, individuele acties en vrijwel nooit gevraagd zullen worden om de woordvoerder te zijn van een etnische groep of een hele etnische groep te representeren. Voor gekleurde mensen kan dit niet gezegd worden. Racisme is niet zoals moord. Het is niet zo dat het alleen echt bestaat als het door iemand uitgevoerd wordt. Zo zit racisme niet in elkaar. Racisme is geïnstitutionaliseerd, het is alom aanwezig en het beïnvloedt ons allemaal te allen tijde (Resist Racism, 2008). Het is een van de metaforische brillen die we op hebben als we naar de realiteit kijken. Het feit dat het geïnstitutionaliseerd is, betekent dat de racistische attitudes onbewust in ons allen zitten. Phelps et al. (2000) hebben met fMRI-apparatuur gekeken naar de activatie van de amygdala van blanke deelnemers bij het waarnemen van donkere of blanke gezichten. De amygdala is een subcorticale structuur die betrokken is bij onder andere emotionele evaluaties, angst en andere negatieve emoties. Deze studie bracht naar voren dat de amygdala sterker geactiveerd werd bij het zien van donkere gezichten en dat deze activatie correleerde met scores op de Implicit Association Test (IAT), waarmee onbewuste, racistische tendensen gemeten worden. Onthoud wel dat het bovenstaande resultaat over de amygdala niet betekent dat racisme in de menselijke natuur zit. Baby’s vertonen namelijk geen racial bias als ze


- Het is geen racisme als een gekleurd persoon iets gemeens zegt tegen een blanke -

Spiegeloog

op keer mondden de resultaten van deze studies uit in dezelfde conclusie: men herkent situaties sneller als die overeen komen met de verwachtingen. Een gekleurd persoon die ongewapend is past kennelijk niet bij de verwachting en wordt dus minder snel herkend dan een blank persoon die ongewapend is. Het effect geldt andersom wanneer de personen in kwestie wel gewapend zijn. Tevens worden er vaker fouten gemaakt bij gekleurde mensen, wat inhoudt dat ongewapende, gekleurde mensen vaker ten onrechte aangezien worden voor mensen die wel een wapen dragen. De deelnemers hadden diverse achtergronden. (Correll & Keesee, 2009; Correll, Wittenbrink, Park, Judd, Keesee & Sadler, 2007). In een onderzoekssetting zijn dit enkel resultaten en interessante bevindingen, maar in de echte wereld vertalen ze zich naar grote, onomkeerbare problemen. Zelfs op de plek waar gerechtigheid het allerbelangrijkst is, de rechtbank, is er sprake van racial bias. In Amerika wordt er gebruikt gemaakt van het jurysysteem, wat inhoudt dat een groep burgers een rol speelt in de veroordeling van de delinquent. Het is gebleken dat in Amerikaanse rechtbanken gekleurde criminelen vaker en sneller de doodstraf krijgen dan blanke criminelen die hetzelfde misdrijf hebben gepleegd. Dit patroon houdt stand bij veel verschillende misdrijven en veel verschillende soorten straffen. Als een gekleurd persoon een misdrijf pleegt, wordt hij of zij dus strenger aangepakt dan een blank persoon die precies hetzelfde heeft gedaan (Ekland-Olson, 1989). Maar wacht eens even! Hoe zit het met racisme tegen blanke mensen? Zijn de ‘dom blondje’-grappen niet racistisch dan? Nee. Racisme wordt gedefinieerd met de volgende formule: racisme = vooroordelen + systematische, institutionele macht. Dit wil zeggen dat een gekleurd persoon gemene dingen kan zeggen en doen tegen blanke mensen (wat niet vriendelijk is en sterk wordt afgeraden), maar dat heet geen racisme. Dat heet het handelen naar

21 maart 2013

pasgeboren zijn. Dit gebeurt pas na een paar maanden en betekent alleen dat ze hun eigen etnische achtergrond prefereren over andere etnische achtergronden (Huffington Post, 2012). Op dezelfde manier hebben baby’s een voorkeur voor hun eigen moedertaal. Als racisme wel inherent menselijk was, zouden baby’s vanaf het begin al een bepaalde voorkeur moeten vertonen. Verder wetenschappelijk onderzoek toont tevens aan dat racisme nog lang niet verdwenen is. Zo is gebleken dat politieagenten 28 keer vaker gekleurde mensen fouilleren dan blanke mensen, al leiden doorzoekingen in minder dan drie procent van de gevallen tot een daadwerkelijke arrestatie (The Gaurdian, 2012). Het blijft echter niet alleen bij doorzoekingen en achterdocht. Nadat het te vaak is voorgekomen dat politieagenten onschuldige mensen van kleur hebben neergeschoten, is er onderzoek gedaan naar racial bias bij de beslissing om te schieten. Keer


Spiegeloog

22 maart 2013

vooroordelen, omdat mensen van kleur, als sociale groep, niet de maatschappelijke en institutionele macht hebben om blanke mensen te onderdrukken. Er zit een verschil tussen gekwetst worden en onderdrukt worden. Dus nee, men kan volgens de definitie van het woord niet racistisch zijn tegen blanke mensen (Leigh, z.j.). En hoe zit dat dan in landen waar de meerderheid gekleurd is? Zuid-Afrika is een goed voorbeeld van zo’n land, omdat er plusminus 9,6 procent blanke mensen woont, wat grofweg overeenkomt met het percentage gekleurde mensen in westerse landen. Zo woont er ongeveer vijftien procent gekleurde mensen in Nederland en iets meer dan twintig procent gekleurde mensen in de Verenigde Staten (Index Mundi, 2013). Bovendien wordt Zuid-Afrika ervan beschuldigd racistisch te zijn tegen blanke mensen. De vraag is of dat wel zo is. Apartheid is sinds 1990 afgeschaft in Zuid-Afrika, maar tot op de dag van vandaag zijn de inkomens van blanke huishoudens hoger dan die van vergelijkbare, gekleurde huishoudens. Het gemiddelde inkomen van gekleurde huishoudens heeft een enorme groei doorgemaakt in de laatste decennia, maar het blijkt niet genoeg te zijn om de blanke huishoudens in te halen. Er is een onomstotelijke salariskloof tussen blanke en gekleurde huishoudens. Deze oneerlijkheid is een goed voorbeeld van institutioneel racisme (The Irish Times, 2012). Nu we deze informatie hebben en we ons realiseren dat er een probleem is dat zo ingeworteld is dat we het soms compleet over het hoofd zien, kunnen we nadenken over wat we hiermee gaan doen. Een makkelijke oplossing is er helaas niet. Er zijn wel een aantal duidelijke dingen die vooral niet gedaan moeten worden, omdat het averechts werkt, ongeacht of de intentie goed is. Een welbekende

situatie is een blank persoon die beweert ‘kleurenblind’ te zijn in de context van etnische achtergronden. De notie van kleurenblind zijn en etnische achtergronden niet zien is op zichzelf een zeer problematisch idee. Het ontkent immers de culturele waarden, normen, verwachtingen en levenservaringen van mensen die niet blank het zijn. Niet alleen dat, maar het ontkent de white privilege die blanke mensen hebben en suggereert dat alle etnisch gerelateerde ervaringen van een persoon niet steekhoudend zijn. Hetzelfde geldt voor het ontkennen van het bestaan van racisme. Een blank persoon kan makkelijk stellen dat racisme niet bestaat, maar dit invalideert de ervaringen van mensen van kleur (Leigh, z.j.). Wat kun je dan wel doen? Het is een kwestie van bereid zijn om je bestaande convicties en denkwijzen uit te pakken. Open conversatie over dit onderwerp moet altijd mogelijk zijn. Dit proces is niet altijd even makkelijk, het kan gepaard gaan met schuldgevoelens en andere realisaties. Maar houd in gedachten dat we hier allemaal aan moeten werken – dat is iets dat we allemaal met elkaar gemeen hebben. <<

Bronnen

- Correll, J., Wittenbrink, B., Park, B., Judd, C. M., Sadler, M. S., & Keesee, T. (2007). Across the thin blue line: police officers and racial bias in the decision to shoot. Journal of Personality and Social Psychology, 1006-1023. - Correll, J., & Keesee, T. (2009). Racial bias in the decision to shoot? Opgehaald op 16 maart, van http://www.policechiefmagazine.org/magazine/index.cfm?fuseaction=display_arch&article_ id=1798&issue_id=52009. - Ekland-Olson, S. (1989). Structured discretion, racial bias, and


De ivoren toren Diepere psychologie

Dus stel bijvoorbeeld: je wilt begrijpen waarom Ajax-fan Jantje de Sloper een Feyenoord-supporter de hersens inslaat. Dan moet je je best doen je in te leven in de achtergrond en geestesgesteldheid van Jantje de Sloper. Vervolgens moet je zijn handelingsplan (‘eerst een linkse directe, dan een uppercut’) in je geest namaken. Dat proces stelt je dan in staat het gedrag van Jantje te begrijpen. Een verklaring van dat gedrag zit er niet in, natuurlijk, maar dat was ook niet het doel van de methode: het ging om het begrijpen, niet om het verklaren van gedrag. De fenomenologie heeft de methodenstrijd verpletterend verloren – zo verpletterend, dat de kans groot is dat je er als student nauwelijks iets over gehoord hebt. Men zegt weleens dat de keuze voor de droge empirische methode een ideologische was, maar dat is te veel eer voor de wetenschap, die doorgaans doelloos, pragmatisch en zonder vooropgezet plan opereert. Als een methode iets oplevert, hoe miniem ook, heb je altijd mensen die er wat van maken. Dat is wel te zien aan de populariteit van allerhande paradigma’s in de huidige psychologie. De oogst is mager, maar de hand van de wetenschappelijk psycholoog is snel gevuld. Dat plan van Schütz kon niets worden, omdat zijn theorie over menselijk handelen niet klopte. Daardoor deed zijn methode het gewoon niet. En zonder methode kun je geen wetenschap optuigen. Het is misschien jammer, en ik geef toe uitgesproken onromantisch, maar het is niet anders: geen methode, geen wetenschap. Denny Borsboom

23 maart 2013

the death penality: the first decade after Furman in Texas. Social Science Quarterly, 854-873. - Huffington Post. (2012). Racist babies? Nine-month olds show bias when looking at faces, study shows. Opgehaald op 16 maart 2013, van http://www.huffingtonpost.com/2012/05/04/racist-babiesnine-month-olds-bias-faces_n_1477937.html. - Index Mundi. (2013). Ethnic Groups. Opgehaald op 18 maart 2013, van www.indexmundi.com/factbook/countries. - Leigh, D. (z.j.) 28 common racist attitudes and behaviors that indicate a detour or wrong turn into white guilt, denial or defensiveness. Community Anti-Racism Education Initiative. - McIntosh, P. (1988). White privilege and male privilege: A personal account of coming to see correspondences through work in women’s studies. Wellesley College Center for Research on Women. - Phelps, E. A., O’Connor, K. J., Cunningham, W. A., Funayama, E. S., Gatenby, J. C., Gore, J. C., & Banaji, M. R. (2000). Performance on indirect measures of race evaluation predicts amygdala activation. Journal of Cognitive Neuroscience, 729-738. - Resist Racism. (2008). White racism, white supremacy, white privilege and the social construction of race. Opgehaald 16 maart 2013, van http://resistracism.wordpress.com/2008/05/12/white-racismwhite-supremacy-white-privilege-and-the-social-construction-of-race/. - The Guardian. (2012). Police up to 28 times more likely to stop and search black people – study. Opgehaald op 16 maart, van http:// www.guardian.co.uk/uk/2012/jun/12/police-stop-and-searchblack-people. - The Irish Times. (2012). South African census shows big disparities in wealth remain. Opgehaald op 18 maart, van http://www.irishtimes.com/newspaper/world/2012/1031/1224325940225.html.

Dit alternatief was terug te voeren op het werk van de Oostenrijker Alfred Schütz. Hij had bedacht dat de mens, als onderzoeksonderwerp, fundamenteel anders bestudeerd moest worden dan de rest van de natuur (op zich een goed idee trouwens). Zijn centrale filosofie was dat het handelen van de mens uitsluitend begrepen kan worden door het invoelen van de geestesgesteldheid waarin dat handelen tot stand kwam. Daar had Schütz een theorie over. Hij dacht dat een handeling eerst in de geest uitgetekend werd, en daarna pas uitgevoerd. Als de onderzoeker erin slaagde het ‘handelingsplan’ in zijn of haar eigen geest te implanteren – door goed invoelen dus – dan kon die onderzoeker die handeling daarmee begrijpen.

Spiegeloog

Vroeger, ver voor de tijd van mijn wetenschappelijke geboorte, viel er in de psychologie nog wat te bakkeleien. Toen had je de methodenstrijd: de empirische, statistische, droge wetenschapsopvatting stond daarbij recht tegenover een fenomenologisch, kwalitatief, en duidend alternatief.


woensdag 27 maart 20.00 (toegang gratis) The Brain Explained - Connections in the Brain How does our brain make us see and think? Modern theories do not attribute how humans ‘interpret', ‘attend' or ‘make decisions' to single nerve cells or even to single brain areas, but rather to networks of

nerve cells that are distributed across many cortical and subcortical regions. We will explore how these networks in the brain interact and collaborate to produce complex forms of thinking and what happens when this communication fails. Speaker: Prof. Pieter Roelfsema (Netherlands Institute for Neuroscience and KNAW).

Mededelingen voor nummer 354 kunnen tot 2 april 2013 worden ingeleverd, liefst via e-mail. De redactie behoudt zich het recht voor stukken in te korten. Spiegeloog

Nummer 354 komt eind april uit.

Imagine is een jaarlijks terugkerend filmfestival met een focus op fantasy, horror, cult en sf. Het vindt plaats van 8 tot 17 april 2013 in EYE Amsterdam. zondag 14 april 12.00 (toegang gratis) EYE - IJpromenade 1

24

maart 2013

CREA is het cultureel studentencentrum van de Universiteit en Hogeschool van Amsterdam. CREA organiseert onder andere cursussen, workshops, voorstellingen en lezingen. Adres: Nieuwe Achtergracht 170 1018 WV Amsterdam Inlichtingen: 020 5251400. Website: www.crea.uva.nl woensdag 13 maart 20.00 (toegang gratis) The Brain Explained - The Computational Brain The Brain Explained is a lecture series on neuroscience. In the first lecture we will be making sense of the senses. We explore recent scientific advances that explain how the brain senses the world around us and processes that informa-

tion to create actions. We explore how even the most effortless of our actions represent challenging computational problems for the brain. This lecture helps us understand how science is trying to reverse-engineer the algorithms that underlie sensation and perception in the brain. Speaker: Prof. Marc Ernst (Bielefeld University, Germany).

Imagine themaprogramma: House Of Psychotic Women Symposium over vrouwelijke neuroses in horror- en exploitationfilms. De filmgeschiedenis zit vol met neurotische personages, maar vooral vrouwelijke neuroses nemen een bijzondere plaats in. De Canadese journaliste Kier-La Janisse schreef er een boek over, dat Imagine inspireerde tot dit themaprogramma. De Canadese journaliste, curator en auteur Kier-La Janisse was tijdens Imagine 2012 al te gast vanwege de door haar geproduceerde documentaire Eurocrime!. Zij publiceerde in juli 2012 House Of Psychotic Women. Zelf noemt ze haar boek ‘an autobiographical topography of female neurosis in horror and exploitation films’. In het boek schrijft zij over

haar eigen ervaringen met neuroses, depressies en psychoses en weeft ze daar een groot aantal analyses van genrefilms doorheen. Die opzet is niet zomaar gekozen: in de inleiding schrijft Kier-La dat zij in de loop der jaren voortdurend werd getroffen door de gelijkenis van verhalen uit horror- en exploitationfilms met haar eigen leven en belevingswereld. Thema's die zij in haar boek aansnijdt zijn onder andere: wederzijdse afhankelijkheid of obsessie, de doppelgänger, rape & revenge, huisvrouwen & alcohol, zelfverminking, de geografie van de angst en vrouwelijke solidariteit (binnen de film, maar ook als kijker). Geïnspireerd door dit boek presenteert Imagine een themaprogramma onder dezelfde titel, met daarin een zestal aansluitende films uit heden en verleden.


24 25 4

Wie zonder werk zit, zit meestal ook zonder inkomen. Ja natuurlijk, met een WW-uitkering kun je op financieel gebied een tijdje vooruit, maar dat werkt alleen als je eerder wel een baan had. Je kan ook volledig op de overheid gaan leunen en proberen in de bijstand terecht te komen. Maar vaak zorgt zo’n officiële inwijding in de club van werklozen, naast een bescheiden inkomen, toch enigszins voor een gevoel van falen – een bekend gevoel dat je na alle sollicitatieafwijzingen nou net niet kan gebruiken.

weer bij de strategische bijbaantjeskwestie. Hoe vind je iets dat niet alleen het geldlaatje doet rammelen, maar ook je ambities een stap dichterbij brengt?

Maar goed, wat moet je dan doen? Weer net als toen je zestien was achter de kassa zitten, terwijl je dacht dat een diploma je van zo’n lot zou redden? Of achter de bar zodat je, ondanks dat je geen student meer bent, volledig in het studentenritme blijft hangen? Hoewel het misschien oplossingen zijn bij acute geldnood, kun je op de langere termijn beter meer strategische baantjes kiezen. Want hoewel je als secretaresse, vertaler of administratief medewerker beneden je niveau werkt, kom je misschien wel een leuke organisatie binnen waar je met een sollicitatiebrief niet inkomt. Voor mij werkt dit op het moment in ieder geval wel zo; nog steeds bevind ik mij in een soort banenlimbo. Niet dat er geen ontwikkelingen zijn geweest. Zoals ik in mijn vorige column al in hallelujastemming aan jullie meedeelde, heb ik in ieder geval een leuk gesprek kunnen regelen bij een kennis- en onderzoekscentrum in de sector Zorg. Welnu, dat gesprek is geweest en vruchtbaar gebleken; ik mag voor één dag in de week meewerken aan een leuk project door middel van een werkervaringsplek. Natuurlijk hartstikke tof, maar ik krijg er geen cent voor. Ondanks dat dit aanvankelijk maakte dat ik mijn wenkbrauwen optrok, heb ik me hier toch al snel bij neergelegd. De ervaring kan ik goed gebruiken op mijn cv en één dag in de week onbetaald werk doen red ik financieel prima. Tenminste, als ik voor de andere dagen in de week iets vind waarmee ik mijn broek kan ophouden. En dat brengt mij

Gelukkig kan ik deze vraag uit eigen ervaring beantwoorden, want ook op dit gebied heb ik vooruitgang geboekt. Maar liefst twee bijbaantjes heb ik gescoord: één bij de VU als projectsecretaresse en één bij het OLVG als medisch secretaresse. Hoe ik daaraan kom? Wederom allemaal via via – mijn vermoeden uit mijn vorige column dat dat gewoon echt the way to go is in crisistijd, lijkt te kloppen. Het leuke is dat ik op de twee dagen in de week die ik per bijbaantje in beide organisaties rondloop al veel over beide organisaties heb geleerd, al is het maar vanuit een beschouwende rol: wie zit waar en doet wat? Welke personen zijn interessant om eens aan de snor te trekken en vragen aan te stellen? Bij wie moet ik in een gesprek subtiel (of juist helemaal niet subtiel) noemen dat ik een bepaalde functie bijzonder interessant vind en wat mijn kwaliteiten zijn? En wat voor een cultuur en sfeer hangt er in de organisatie, en pas ik daar eigenlijk zelf wel in? Kortom, informatie die bijzonder handig kan zijn bij een eventuele toekomstige interne sollicitatie, maar ook bij bedrijven die er enigszins op lijken. Als je dus de cijfers op je bankrekening in alarmerend tempo ziet teruglopen, probeer dan niet zomaar voor de eerste de beste bijbaan te gaan. Kijk goed om je heen of je misschien tijdelijk met ‘minder’ toch een opening kan creëren in een organisatie die jij interessant vindt. In mijn eigen geval heb ik in ieder geval een lichtend voorbeeld; degene die vóór mij als projectsecretaresse werkte, heeft na drie maanden een promotieplek binnengesleept. Nog twee maanden te gaan en ik zit ook op de drie maanden; ik tel af!

Kirsten Vegt

25 maart 2013

Aantal weken officieel werkloos: Brieven verstuurd: Uitgenodigd voor gesprek:

Spiegeloog

Kirsten zoekt een baan


@ internet Verder dan het blad

Docent kiest: Brown Eyes versus Blue Eyes Tekst: Michael Vliek

Spiegeloog

26

Toen Martin Luther King jr. in 1968 werd vermoord, greep verdriet en frustratie om zich heen in de straten van Amerikaanse steden. EĂŠn onderwijzeres nam het heft in eigen hand en introduceerde een simpel experiment om haar jonge leerlingen in groep 3 te laten ervaren wat het is om gediscrimineerd te worden. Dit is een originele opname van haar experiment; een opname die ook nu nog even schokkend als leerzaam is (met een voorwoord van prof. dr. Philip Zimbardo).

maart 2013

Bekijk het filmpje op de website van Spiegeloog: spiegeloog.tumblr.com

Redactie kiest: Inlevingsvermogen Tekst: Lisa Baart Wat zie je in dit filmpje? Grote kans dat je iets antwoordt als 'de grote driehoek is agressief en valt de kleine driehoek aan, de cirkel is bang en probeert zich te verstoppen'. De demonstratie die je in dit filmpje ziet, in de jaren veertig gecreeĂŤrd door Fritz Heider en Mary-Ann Simmel, wordt veel gebruikt als bewijs voor het bestaan van een Theory of Mind, het menselijk vermogen zich in anderen te verplaatsen. Dit vermogen gaat zelfs zo ver dat wij emoties en intenties toekennen aan geometrische figuren. Bekijk het filmpje op de website van Spiegeloog: spiegeloog.tumblr.com


De kunst van het diepte-interview

Tekst: Lisa Baart

Spiegeloog

In kranten, op de radio, op het internet en op de televisie zijn dagelijks interviews te lezen en te beluisteren. Lange portretten of korte vraaggesprekjes; ze leveren vaak interessante informatie en gespreksstof op. Interviewen is een kunst op zich. Je moet ervoor zorgen dat degene die je interviewt bereid is om alle informatie met je te delen die jij uit hem of haar wilt krijgen. Het goede nieuws is: goed interviewen valt te leren.

Het is een vreemd fenomeen: zet mensen een microfoon voor de mond en ze vertellen ineens dingen die ze hun beste vrienden nog niet eens vertellen. Aan tafel bij Pauw en Witteman, in het winkelcentrum voor Man Bijt Hond of in de eigen huiskamer geïnterviewd door de Volkskrant geven mensen soms hun diepste angsten, wensen en gedachtes bloot. Dit is niet alleen de kracht van de microfoon; met de juiste voorbereiding, de juiste sfeer en de juiste vragen kun je de geïnterviewde allerlei onthullingen ontlokken. Het eerste vraaggesprek tussen een journalist en een nieuwsbron is zo’n honderdvijftig jaar geleden gepubliceerd in The New York Tribune (Stephens, 1989). Dit interview bestond uit een aantal voorzichtige vragen en het zou nog tot de Eerste Wereldoorlog duren voordat het interview zoals wij dat nu kennen zijn intrede deed. De interviews werden actueler en veranderden van toon, vooral dankzij dagbladen zoals De Telegraaf. De basis van een interview is simpel: een journalist stelt iemand vragen en werkt de antwoorden vervolgens uit tot een artikel of item. Bij een goed interview komt echter nog wat meer kijken, en het kan daardoor echt een journalistieke uitdaging zijn.

De voorbereiding 1. Stel je doel vast De eerste logische stap is het doel van je interview bepalen. Wat wil je te weten komen van de geïnterviewde? Hoe specifieker de informatie die je wilt weten, hoe specifieker je je vragen zal moeten stellen. Er zijn verschillende redenen om een interview uit te voeren. Je kunt bijvoorbeeld een interview doen om specifieke informatie over een onderwerp te verzamelen. Een interview kan echter ook dienen om de ervaringen en meningen van een bepaald persoon, zoals een filmster, te achterhalen. De meest gebruikte interviewvormen zijn het nieuwsinterview, het achtergrondinterview, het profilerend interview en het portretterend interview. In het nieuwsinterview geeft de geïnterviewde zijn visie op het nieuws. Het achtergrondinterview lijkt hierop, maar is beschouwender en langer dan het nieuwsinterview. Een profilerend interview zet een kernachtig portret van de geïnterviewde neer, gerelateerd aan het nieuws waarbij de geïnterviewde betrokken is. Het portretterend interview ten slotte is een uitgebreid samengesteld interview, vaak op basis van meerdere interviews, bedoeld om een schets te geven van iemands leven

maart 2013

27


Spiegeloog

28 maart 2013

(Kussendrager & van der Lugt, 2007). 2. Kies je methode Belangrijk om te bedenken bij je interview is waar en hoe je het gaat houden. Spreek je bijvoorbeeld af op neutraal terrein, zoals in een café, of liever op een plek waar de geïnterviewde zich op zijn of haar gemakt voelt, zoals bij hem of haar thuis? Een interview met een verzamelaar kan het beste plaatsvinden te midden van zijn collectie, neem een boswandelaar mee uit wandelen en interview een werknemer niet waar zijn baas bij zit. Maak vooraf het doel van het interview duidelijk en vertel waarom je voor deze persoon hebt gekozen en hoe lang het interview gaat duren. Trek voldoende tijd uit voor het interview. 3. Informeer jezelf Doe altijd een uitgebreid achtergrondonderzoek zodat je goed weet met wie en waarover je praat. Stel dat je een beroemde schrijver interviewt, dan is het handig om wat van zijn werk gelezen te hebben om gênante momenten te voorkomen. Ook is het nuttig oude interviews door te lezen zodat je weet waar je naar kunt vragen en waar zijn of haar interessante punten liggen. Wanneer Pauw en Witteman bijvoorbeeld een gast aan tafel krijgen, heeft er al een uitgebreid voorinterview plaatsgevonden zodat de interviewers precies weten waar ze naar moeten vragen om een interessant antwoord te krijgen. 4. Maak een leidraad De allerbelangrijkste stap van de voorbereiding voor een diepte-interview: schrijf een leidraad van het interview. Je hoeft niet elke vraag uit te schrijven maar zorg voor een overzicht van onderwerpen die goed op elkaar aansluiten. Deze vorm van interviewen heet semigestructureerd interviewen met doorvraagmogelijkheden. Een voorbeeld van een goede open vraag is: ‘wat vindt u van de huidige gang van zaken?’. Vervolgens kun je doorvragen: ‘waarom vindt u dat?’, ‘waar liggen volgens u de verbeterpunten?’.

Het gesprek 1. Houding Tijdens het gesprek is het verstandig enige afstand te bewaren ten opzichte van de geïnterviewde. Dit geldt zowel voor lichaamshouding als voor opstelling. Als je je als journalist kritisch en afstandelijk opstelt krijgt de geïnterviewde eerder de neiging zijn gesprekspartner te overtuigen. Als een journalist zich te kritisch opstelt kruipt de geïnterviewde juist in zijn schulp. 2. Gespreksmodellen Bedenk van tevoren welk gespreksmodel je gaat toepassen, er zijn twee bekende gespreksmodellen. In het non-directieve gespreksmodel stel je je als journalist volledig open voor wat de geïnterviewde zegt, de loop van het gesprek wordt bepaald door wat hij of zij inbrengt. Je stelt weinig vragen en geeft alleen tussenwerpsels als ‘jaja’ of je knikt alleen maar. Mocht je meer over een bepaald onderwerp willen weten kun je verbaal volgen (geïnterviewde: ‘ik was erg in de war na de dood van mijn moeder’, journalist: ‘in de war?’) of evocatief samenvatten (‘als ik het goed begrepen heb was dat een moeilijke tijd voor u’). Het voordeel van deze gespreksvorm is dat een gesprek verrassende vormen aan kan nemen, het nadeel is dat niet elke gesprekspartner even spraakzaam is. In het directieve gespreksmodel bepaalt de interviewer de gang van zaken. Sleutelwoorden in dit gesprek zijn suggereren, confronteren en interpreteren. Voordeel van dit gesprek is dat je het gesprek de kant op kan sturen die jij wilt, een nadeel is dat de geïnterviewde zich klemgezet kan voelen. 3. Vragen stellen Voor het stellen van goede vragen zijn er drie belangrijke voorwaarden (Huypens, 2009): neutraal, maar niet uitnodigend; open, maar niet te vaag; kort maar duidelijk. Er zijn een aantal vraagvormen (Social Skills Lab, module 4): - De open vraag: open vragen beginnen met: wat, waar, hoe, wie, wanneer of welke. - De casusvraag: de journalist beschrijft een specifieke situ-


De Uitwerking Tenzij je het interview live op de televisie gevoerd hebt zal je het gesprek moeten uitwerken tot een verhaal. Het is aan te raden dit meteen na het interview te doen: de sfeer, uitspraken en context liggen dan nog vers in je geheugen. Bedenk nog eens goed wat je wilt vertellen met dit interview. De volgende stappen zijn selecteren, ordenen en indelen van je materiaal. Je leidraad komt hier weer goed van pas. Probeer je interview te beginnen met een goede

Bronnen

- Kussendragen, N. & Van der Lugt, D. (2007). Basisboek Journalistiek, Grongingen, Noordhoff Uitgevers. - Stephens, M. (1989). Geschiedenis van het nieuws. Van de tamtam tot de satelliet. - Social Skills Lab, Interviewpracticum module 4, Universiteit van Amsterdam, 2012.

Spiegeloog

opening. Bijvoorbeeld een citaat van je geïnterviewde (‘Acteren is mijn lust en mijn leven’ aldus Hans Visser (45) acteur bij het Nationaal Toneel), een observatie (met een kop verse muntthee in zijn hand zit Hans Visser (45) aan zijn keukentafel) of een constatering (Hans Visser (45) is een tevreden mens, ‘acteren is mijn lust en mijn leven’). Enthousiast geworden en zelf aan de slag? Probeer je pas geleerde interviewtechnieken uit op je moeder als ze je over haar dag vertelt, of op je vrienden als ze je hun toekomstplannen voorleggen. Ook helpt het om de trucs af te kijken van gevestigde interviewers zoals Sonja Barend, bijgenaamd ‘koningin van de talkshow’, of Mariëlle Tweebeeke, winnaar van de Sonja Barend Award 2012. En meld je aan als journalist voor de nieuwsbrief van je vereniging/buurtkrant/Spiegeloog. Want goed interviewen leer je het beste door veel te oefenen. <<

29 maart 2013

atie en vraagt wat de geïnterviewde daarvan vindt. - De turbovraag: een vraag die de geïnterviewde uitdaagt om verder te denken dan zijn of haar referentiekader. Met deze vraag wordt het interview naar een hoger niveau getild. - De associatieve vraag: bij deze vraag vraagt de journalist naar associaties, ‘waar denk jij aan bij…’ - De projectieve vraag: een manier om een vraag minder dreigend over te laten komen, ‘wat voor soort persoon zou kiezen voor…’ - De inductieve vraag: wanneer het interview te veel blijft hangen op een concreet niveau kun je iets vragen als ‘hoe denk je daar in het algemeen over?’ - De deductieve vraag: wanneer het interview juist te algemeen blijft kun je vragen naar een voorbeeld. Op een vraag volgt hopelijk een antwoord, dit is het belangrijkste moment van het interview. Een goede interviewer is een goede luisteraar. Is dit het antwoord dat je wilde horen? Is het antwoord volledig? En vooral: biedt dit antwoord reden voor een nieuwe vraag? Mocht je nog niet tevreden zijn over een antwoord zijn er een aantal technieken om het maximale uit je geïnterviewde te halen. Bij een onduidelijk of verkeerd antwoord kun je de vraag herhalen, samenvatten, verduidelijken of doorvragen. Bij een onvolledig antwoord kun je door middel van evocatief samenvatten, parafraseren of minimal reinforces (hummen, knikken) je geïnterviewde door laten praten.


de Wandelgang De stap wagen en bewust de risico’s aanvaarden om het grote onbekende tegemoet te gaan? Of liever alles onder controle houden om niet in nieuwe situaties terecht te hoeven komen? Spiegeloog vroeg zich af: wanneer sprong jij in het diepe? Tekst & Foto's: Gea-marit Dekker

Spiegeloog

Daniël: ‘Tijdens mijn wereldreis ben ik expres in the middle of nowhere uit de bus gestapt toen ik door een heel klein dorpje in Nepal reed. Ik was onderweg naar een grotere stad, toen ik zomaar uitstapte. Ik vond het er daar mooi uitzien. Alles was er erg primitief en de mensen waren er zo bijzonder! Iedereen keek, zwaaide en lachte naar mij. Ik heb zelfs nog les gegeven aan een aantal kinderen. Ik ben vier dagen in het dorpje Chhinchu gebleven.’

30 maart 2013

Wietze: ‘Mijn studiekeuze was wel een soort sprong in het diepe. Het was een heel moeilijke keuze. Ik had niet echt een beeld van wat ik kon verwachten, maar het heeft goed uitgepakt; leuke studie en leuke studiegenoten.’

Mandy: ‘Ik geef catwalktraining aan jonge meisjes. Toen ik via via een opdracht kreeg om voor een groot en bekend modellenbureau de training te geven, kwam mijn droom uit! Het zou opeens gaan gebeuren, maar het was van tevoren ook heel erg spannend. Toen ik mijn eerste training daar gaf, bleek dat alle meiden ook heel zenuwachtig waren. Ik was dus niet de enige, waardoor het voor mij eigenlijk na vijf minuten al comfortabel voelde.’

Leonie: ‘Ik heb drie jaar in Zweden gewoond. Ik was elf toen we gingen emigreren en van de ene op de andere dag moest ik daar dus opeens heen. Ik kwam op een internationale school terecht, maar sprak geen woord Engels en ik kende natuurlijk ook helemaal niemand. Alles was nieuw en dat was wel heel eng toen. Het is verbazingwekkend hoe snel je een nieuwe taal leert als je niets anders kan spreken.’


Benjamin: ‘Ik ben eigenlijk nog nooit in het diepe gesprongen. Alles loopt altijd zoals ik het plan. Nou ja, niet altijd natuurlijk, maar ik heb nooit het gevoel gehad dat ik echt niet wist wat ik moest doen. Alles loste zichzelf wel weer op.’

Nathalie: ‘Het lopen door de gate op het vliegveld voelde echt als een sprong in het diepe. Helemaal alleen, samen met mijn Lonely Planet op reis. Vrijheid! Ik was heel benieuwd hoe alles zou gaan lopen. Helaas kreeg ik al na een paar dagen parasieten en ik moest dus direct weer terug. Over een paar maanden ga ik de sprong opnieuw wagen.’

Spiegeloog

Arved: ‘Naar Amsterdam komen vanuit Duitsland om te gaan studeren was wel een stap voor mij. Ik had geen idee wat ik kon verwachten, ik deed gewoon maar wat. Gewoon maar doen, zien wat er komt! Ik ben van plan om binnenkort een semester in het buitenland te gaan studeren. Ik ga dus vanuit het buitenland nog een keer naar het buitenland. Gewoon alles meenemen van het leven!’

Sedef: ‘Ik ben een beetje een control freak. Ik heb eigenlijk nooit gedacht ‘wat ben ik aan het doen.’ Ik ken het gevoel dus eigenlijk niet. Misschien komt dit ook omdat ik het niet erg vind als dingen niet gaan zoals ze eigenlijk zouden moeten. Ik heb geen idee hoe het zou voelen om in het diepe te springen…’

Kiki: ‘Ik heb mijn bachelor in Leiden gedaan, maar ben naar Amsterdam gekomen voor mijn master. De masters in Leiden leken me niet leuk. Ik kende echter helemaal niemand hier en wist niet wat ik moest verwachten. Hier is alles heel anders dan in Leiden! In Leiden moesten we altijd ‘u’ zeggen tegen de werkgroepbegeleiders. Hier is alles veel informeler. Maar het is ook wel een beetje chaotisch en rommelig hier. Dat is juist wel leuk, het is toegankelijker.’

31

maart 2013

Michelle: ‘Heel grote sprongen in het diepe maak ik eigenlijk nooit, maar er zijn wel dingen die ik spannend vind. Een sprong in ondiep water dus. Ik ben nu voorzitter van een dispuut bij mijn studentenvereniging en daar moet je soms speeches houden. Soms voor vijftig meisjes, soms met een partner erbij en dan moet ik gewoon een leuk verhaal vertellen. Tot nu toe is het altijd goed gegaan, biertje erbij en dan is het wel prima.’


bacchus

Geen water te diep

Sinds kort ben ik in het diepe gegooid en woon ik op kamers in Amsterdam. Het is niet het standaardverhaal à la klein meisje verhuist uit gehucht naar de grote stad in de boze buitenwereld. Klein ben ik misschien wel, maar uit een gehucht kom ik niet bepaald. En toch, ondanks dat de stap op het eerste gezicht helemaal niet zo groot leek, is het een wereld van verschil vergeleken met thuis. Terwijl ik met een boterham chocopasta als geïmproviseerd avondeten achter mijn bureau zit en naar buiten kijk, denk ik aan hoe anders het is. Niet alleen de clichés worden zichtbaar, zoals zelf de was doen en geen afwasmachine hebben, maar ook andere, onverwachte dingen. Hoe leeg het klinkt als ik hardop om iets lach. Dat er geen leedvermaak volgt als ik me ergens aan stoot. Hoe weinig eten één persoon nodig heeft. Soms weet ik even niet wat ik moet doen en voel ik me als een poppetje uit de Sims dat geen opdracht gekregen heeft. Dan kijk ik naar de overkant van de straat, naar alle verschillende kamers en de mensen die er wonen. Een meisje op de hoek van de straat oefent steeds weer opnieuw dezelfde danspasjes voor het raam. Recht tegenover mijn kamer zit een man naar zijn boekenkast te staren alsof hij een boek zoekt, zonder te bewegen, minutenlang achter elkaar. Achter het raam daarnaast zit een vrouw in diepe concentratie over iets op de tafel gebogen. Misschien zit er ergens achter één van die verlichte ramen wel iemand op dezelfde manier als ik en ziet diegene een meisje zitten dat naar buiten kijkt alsof ze tv aan het kijken is.

De dag dat ik verhuisde en mijn ouders op het punt stonden om weg te gaan begon mijn moeder opeens willekeurige dingen op te noemen die nog moesten gebeuren. Dat ene schroefje moest nog wat beter aangedraaid worden, en die plank daar was ook nog niet helemaal schoongemaakt. Mijn vader vroeg of ik niet wat wijn moest hebben hier. Geagiteerd heb ik ze de kamer uit gezet. Al die dingen komen nog wel een keer, het hoeft toch niet helemaal af te zijn op de eerste dag? Pas later bedacht ik me dat ze het misschien moeilijk vonden om me achter te laten. Slechts een halfuurtje van mijn ouderlijk huis verwijderd ben ik begonnen met zelfstandig worden. Het begint al te wennen. Als ik door Amsterdam fiets steek ik mijn tong uit naar de tram, want afhankelijk van het openbaar vervoer ben ik niet meer. Het enige dat blijft is een zekere paradox. Als ik alleen op mijn kamer zit, vooral ’s avonds, wil ik soms niets liever dan naar huis, naar mijn ouders en alles wat vertrouwd is. Maar als ik thuis ben, mis ik het missen en wil ik naar Amsterdam. Het zal komen doordat er nog niet zo veel tijd verstreken is sinds ik op kamers zit, maar als thuis voelt het niet. Nog niet, in elk geval. Langzaam worden de ramen aan de overkant van de straat één voor één donker. Dan pas zie ik hoe laat het is; ook ik ga maar slapen. Als ik in bed lig schuif ik het gordijn opzij om nog een laatste blik naar buiten te werpen. Een enkel raam is nog verlicht. Misschien een eenzaam iemand die hoopt dat aan de overkant het licht niet uit gaat? Emma Laura Schouten


Diepte