Issuu on Google+

Ontspanning

juni 2012 • jaargang 39 • nummer 348


39e jaargang nr. 348, juni 2012 ISSN 0166-1930 Spiegeloog is een blad voor de Afdeling Psychologie, Universiteit van Amsterdam

Kamer 5.02 Diamantbeurs Afdeling Psychologie Weesperplein 4 1018 XA Amsterdam t: 020 - 525 67 58 e: spiegeloog-fmg@uva.nl

Hoofd-/Eindredactie Mariska Dijkstra & Tessa Velthuis. Redactie Jihane Chaara, Annemiek Crouzen, Joël Davidson, Eva Gabeler, Annemiek Hell, Tess Hol, Vera van der Molen, Bianca Muurman, Kirsten Vegt, Alicia de Vries. Medewerkers Denny Borsboom, Frenk van Harreveld, Victor Lamme.

Computers uit, beentjes omhoog Deze laatste Spiegeloog van het studiejaar is er eentje voor in het park. Of op het strand. Of aan de Amstel. Of, voor de echte mazzelaars onder ons, voor in het vliegtuig onderweg naar een tropische bestemming. Maar voordat het zover is, moeten de laatste vakken nog afgerond worden en de laatste tentamens geleerd. De laatste loodjes voor de zomervakantie wegen traditiegetrouw het zwaarst. Zit jij ook met de vraag of een nachtje doorhalen om te studeren wel of geen goed idee is? Jihane zocht het uit. Ook Kirsten doet haar best jou die laatste, lange weken door te helpen; ze schreef een artikel over yoga. En Eva houdt de moed erin door je voor te lichten over de balans tussen inspanning en ontspanning. Vera sprak Jelte Wicherts over zijn vertrek naar Tilburg. Alicia verdiepte zich in de rol van spelen tijdens de ontwikkeling. In de Wandelgang van Tess lees je wat de meest chille plekken van de stad zijn. En welke muziek je dan op moet zetten om de juiste hersengolven op te wekken, leer je uit het artikel van Joël en Tessa. Ook voor ons is nu de tijd gekomen om te ontspannen: computers uit en beentjes omhoog. Maar achter de schermen worden alweer wilde plannen gesmeed, volgend jaar bestaat Spiegeloog namelijk veertig jaar! We wensen jullie een heel fijne, zonnige vakantie en natuurlijk veel leesplezier!

Tessa en Mariska

Fotografie Joël Davidson, Tess Hol, Vera van der Molen, Tessa Velthuis. Cover Tessa Velthuis. Lay-out Mariska Dijkstra & Tessa Velthuis. Druk Drukkerij de Raddraaier Van Ostadestraat 233 b 1073 TN Amsterdam 020 - 673 05 78 Reacties, commentaren en ingezonden brieven zijn van harte welkom. Voor lange artikelen die ter publicatie worden aangeboden, is het verstandig eerst contact op te nemen met de redactie. De redactie behoudt zich het recht voor bijdragen in te korten of te wijzigen. Spiegeloog verschijnt zeven keer per jaar. Een abonnement op Spiegeloog kost € 15,- per jaar. Indien geïnteresseerd, stuur een bericht met uw naam en adres naar de redactie. Niets uit deze uitgave mag vermenigvuldigd worden zonder schriftelijke toestemming van de redactie.


Inhoud

4

9

15

Power naps en all nighters

Ontspanning in de ontwikkeling

Op Kamers

Wel of geen goed idee?

Lekker spelen

Onze eigen Joan Holloway

Houdoe hè, Jelte! Wicherts vertrekt naar Tilburg

6

Adem in, adem uit De wetenschap achter yoga Tabula Rasa Headspace. Een hoofd vol leegte

Go with your brainflow Over hersengolven

17

Rondvraag Van Harreveld aan Lamme

23

12 Ivoren Toren Cruiseboot

19

Mededelingen Activiteiten voor studenten

24

16 Het hogere doel Ontspanning moet je verdienen

20

Wandelgang Waar relaxt Amsterdam?

26

Bacchus Onbereikbaar

28


Power naps en all nighters Slaap helpt het geheugen, bevordert zowel de mentale als fysieke gezondheid en stimuleert het vrijkomen van hormonen die zorgen voor energie, een goede stemming, en concentratievermogen. Het brein heeft circa acht uur slaap nodig om optimaal te kunnen functioneren. Maar wat als het even niet lukt om die uren slaap te halen? Is het een goed idee om voor je tentamen een nacht door te studeren? En wat te denken van de power nap overdag?

Spiegeloog

Tekst: Jihane Chaara

4 juni 2012

Power naps Het lukt niet altijd om zeven à acht uur slaap te krijgen. De consequenties van slaaptekort zijn omvangrijk – zo kan het leiden tot irritatie, uitputting, verlies van concentratievermogen en een verzwakt immuunsysteem (Davidhizar, Poole & Giger, 1996). Een kort dutje overdag, ofwel een power nap, kan deze gevolgen verminderen. Een power nap hoort een verfrissend effect te hebben. Bij een power nap is het streven om de eerste twee slaapstadia te bereiken en omdat dit grofweg twintig minuten duurt, is dat de tijdsduur van een gemiddelde, effectieve power nap. Het verschilt per persoon hoe lang het precies duurt om de eerste twee slaapstadia te doorlopen, en daarom is het een goed idee om voor jezelf te experimenteren met power naps (Increase Brainpower, z.j). Onderzoek laat zien dat dutjes overdag goed zijn voor het humeur en de alertheid. In het bijzonder blijken de power naps van twintig minuten effectief te zijn (Milner, Fogel & Cote, 2006). Ook uit het onderzoek van Hayashi, Watanabe & Hori (1998) blijkt dat twintig minuten ideaal zijn voor een dutje. Het is lang genoeg om van de voordelen te genieten,

maar kort genoeg om traagheid en verwarring na het slapen, ook wel sleep inertia genoemd, te voorkomen. Een theorie over hoe sleep inertia tot stand komt, stelt dat het ontstaat doordat de remslaap onderbroken wordt. Niet alleen wordt men er traag van, maar men krijgt ook het idee dat hij/zij vermoeider is dan voor het dutje. Daarom is het essentieel om niet te lang door te slapen. (Mednick, Nakayama & Stickgold, 2003). All nighters Ondanks het feit dat slaaptekort veel negatieve gevolgen kan hebben, halen veel studenten wel eens een nacht door. Dit doen ze meestal met het idee dat de uren die niet aan slaap maar aan studeren besteed worden, wellicht voor een voldoende kunnen zorgen op een tentamen of paper. Heeft het zin om de nacht studerend door te brengen? Nee. Goed werk leveren terwijl je te weinig hebt geslapen lukt meestal niet. Uit een onderzoek van St. Lawrence University (2007) is gebleken dat tweederde van de studenten die de nacht doorgehaald heeft lagere cijfers haalt. Dit is


niet verrassend – literatuur over de beruchte all nighters zegt immers hetzelfde: het leidt tot moeheid, psychopathologie en lagere cijfers. Vooral de verslechterde mentale gezondheid is aanhoudend – dit betekent dat de persoon zelfs een periode na de all nighter nog steeds een slechter humeur eraan overhoudt (Curcio et al., 2006; Kelly, Kelly, & Clanton, 2001; Medeiros, Mendes, Lima, & Araujo, 2001; Wolfson & Carskadon, 2003, aangehaald in Pace-Schott, Hutcherson, Bemporad, Morgan, Kumar, Hobsen & Stickgold, 2009). De bovengenoemde negatieve gevolgen van de all nighter vinden doorgaans alleen plaats na het herhaaldelijk doorhalen van de nacht. Als er slechts één nacht doorgehaald wordt, zijn de consequenties niet zo drastisch. Zo liet Thacher (2008) in haar onderzoek over all nighters zien dat studenten na het doorhalen van één nacht weinig verschillen in prestatie ten opzichte van studenten die de nacht niet doorgehaald hadden. De verschillen die er wel waren, waren verschillen in geheugen en een teveel aan zelfvertrouwen op de taken. Dit lijkt in tegenspraak te zijn met andere onderzoeken die hebben laten zien dat all nighters slecht zijn voor de cijfers. Kortom, power naps zijn over het algemeen positief, terwijl de all nighter niet heel handig blijkt te zijn. Echter, een enkele all nighter kan geen kwaad. <<

Slaap: hoe zat het ook alweer? Slaap valt bij benadering op te delen in twee soorten: NonRapid Eye Movement (non-remslaap) en Rapid Eye Movement (remslaap). De eerste vier stadia vallen binnen de non-remslaap, het vijfde stadium is de remslaap. Aan het begin van het slapen is men nog relatief alert en wakker. Het brein produceert bètagolven, die op een EEG-meting snel en klein zijn. Als het brein rustiger wordt, worden er langzamere golven gecreëerd: de alfagolven. Vervolgens wordt het eerste slaapstadium betreden. Dit stadium kan worden gezien als een overgang tussen waakzaamheid en slaap. Het brein produceert hier voornamelijk de langzame thètagolven. Dit stadium duurt grofweg vijf tot tien minuten. Mocht iemand tijdens dit stadium gewekt worden, dan zal diegene zich niet eens realiseren dat hij/zij überhaupt sliep. Het tweede stadium duurt ongeveer twintig minuten. Het brein laat dan snelle, ritmische activiteit zien, ook wel sleep spindles genoemd. De lichaamstemperatuur zakt en de hartslag vertraagt. Het derde stadium is een overgang tussen lichte en diepe slaap. Hier worden diepe, trage deltagolven geproduceerd. Hierna komt het vierde stadium – ook wel deltaslaap genoemd, omdat dit het stadium is met de meeste deltagolven. Dit stadium duurt circa dertig minuten en is een heel diepe slaap. Na dit stadium doorloopt men opnieuw het derde stadium, dan het tweede, en hierop volgt de remslaap. De remslaap wordt gekenmerkt door snelle oogbewegingen, een versnelde ademhaling en toegenomen breinactiviteit. In die zin is remslaap licht; het brein wordt meer actief. Maar aan de andere kant verslappen de spieren zich, en in die zin is remslaap diep. (Cherry, z.j.)

- Cherry, K. (z.j.) Opgehaald 8 mei 2012, van http://psychology. about.com/od/statesofconsciousness/a/SleepStages.htm. - Davidhizar R., Poole V. L., & Giger N. (1996). Power nap rejuvenates body and mind. Pennsylvania Nurse, 51, 3. - Hayashi, M., Watanabe, M., & Hori, T. (1998). The effects of a 20 min nap in the mid-afternoon on mood, performance and EEG activity. Clinical Neurophysiology, 110, 272-279. - Increase Brainpower, z.j. Opgehaald 21 april 2012, van http:// www.increasebrainpower.com/power-nap.html. - Mednick, S., Nakayama, K., & Stickgold, R. (2003). Sleep-dependent learning: a nap is as good as a night. Nature Neuroscience, 6, 697-698. - Milner, C. E., Fogel, S. M., & Cote, K. A. (2006). Habitual napping moderates motor performance improvements following a short daytime nap. Biological Psychology, 73, 141-156. - Pace-Schott, E. F., Hutcherson, C. A., Bemporad, B., Morgan, A., Kumar, A., Hobson, A. J., & Stickgold, R. (2009). Failure to find executive function deficits following one night's total sleep deprivation in university students under naturalistic conditions. Behavioral Sleep Medicine, 7, 136-163. - Thacher, P. V. (2008). University students and the ‘all nighter’: correlates and patterns of students’ engagement in a single night of total sleep deprivation. Behavioral Sleep Medicine, 6, 16-31.

Bron: 9gag.com

5 juni 2012

Bronnen

Spiegeloog

- Een all nighter leidt tot een teveel aan zelfvertrouwen -


Houdoe hè, Jelte! Jelte Wicherts neemt na 12,5 jaar afscheid van de UvA Weinig psychologiestudenten zijn psychologie gaan studeren vanwege de vakken over statistiek en methoden van onderzoek. Toch bleek dit ineens een stuk interessanter dan verwacht bij het volgen van het eerstejaarsvak Onderzoeksmethoden en Statistiek I (voorheen Methoden van Onderzoek I). Dit kwam niet in de laatste plaats door het enthousiasmerende onderwijs van de twee docenten: Jelte Wicherts en Denny Borsboom. Helaas voor de aankomende eerstejaars is Jelte Wicherts inmiddels vertrokken naar Tilburg University. Ook de huidige studenten, die hem eveneens tegenkwamen bij andere vakken of als begeleider van onderzoek, zullen hem zeker missen. Spiegeloog

Tekst en foto: Vera van der Molen

6 juni 2012 Op Wicherts' laatste werkdag ging hij in debat met Dick Bierman over de parapsychologie. Spiegeloog doet verslag. In de zaal in gebouw M zitten zo’n zestig personen die de laatste minuten van Jelte Wicherts aan de UvA graag willen meemaken. Velen zijn collega’s van de afdeling Methodenleer of medewerkers van andere afdelingen binnen Psychologie, maar ook de studenten zijn goed vertegenwoordigd. Denny Borsboom opent de middag met een tekenend beeld van Wicherts; volgens hem is hij de verpersoonlijking van de kracht der kritiek. Om de scherpte in zijn leven te houden en Wicherts te vervangen, heeft Borsboom nu dan ook een cactus gekocht om naar te kijken.

het veld van de parapsychologie. Hij vertelt over de verschillende vormen in het veld, te weten telepathie, precognitie en presentiment, clair voyance en psychokinese. Hij toont filmpjes van onder andere oud onderzoek uit de jaren zestig en vertelt over een onderzoek binnen het onderzoekspracticum dat hij begeleidde. Echter, in plaats van hierbij als een echte voorstander van de parapsychologie en deze onderzoeken te fungeren, blijft ook hij nuchter en kritisch. Zo geeft hij een klassiek voorbeeld waarbij mensen vaak denken dat er sprake is van parapsychologie. Je denkt aan iemand, bijvoorbeeld aan je jeugdvriendin Klaasje, en vlak daarna word je door haar opgebeld. Nou kun je denken: dat kan geen toeval zijn. Aan de andere kant denk je waarschijnlijk wel vaker aan Klaasje, waarna ze je niet opbelt. Dan belt Pietje. Die ‘normale’ keren onthoud je echter veel minder goed. Daarom waarschuwt

- Anekdotisch bewijs is niet genoeg voor parapsychologische fenonemen -

Dick Bierman begint zijn verhaal met een introductie van


Ook in de parapsychologie is het waarschijnlijk dat deze trucjes geregeld gebruikt worden. Zo liet Wicherts aan de hand van verschillende plaatjes zien dat veelal kleine studies, waarbij datamassage effectiever is, significante resultaten laten zien en grote studies geregeld niet. En dat terwijl je bij studies in de parapsychologie juist veel proefpersonen nodig hebt, omdat je geen grote effecten verwacht en de power dus laag is.

- Repliceren vormt het grootste probleem in de parapsychologie -

Bij het kritiek geven op verschillende onderzoeken uit de parapsychologie geniet Wicherts zichtbaar. Zo roept hij tegen Bierman over een artikel van het eerdergenoemde groepje van het onderzoekspracticum dat Bierman begeleidde: ‘Ik wil die data zien, ik wil het zien!’ Dan weer zegt Wicherts vrolijk: ‘Dit kan gewoon niet, hier zit een luchtje aan!’ Zoals we van Wicherts gewend zijn, houdt zijn praatje meer in dan kennis die bijvoorbeeld ook uit studieboeken gehaald zou kunnen zijn. Zo heeft hij zelf de proef op de som genomen door te proberen een niet-bestaand effect in

Het debat waarmee de middag werd afgesloten bleef rustig. Niet veel mensen uit het publiek mengden zich in de discussie met Wicherts en Bierman; slechts twee collega’s en een enkele student voerden het woord. Kwam dit wellicht doordat discussieleider Borsboom, anders zo goed in het opwekken van heftige discussies met het publiek, uit z’n doen was door het naderende vertrek van zijn vriend? Of wilde het publiek met volle teugen genieten van de laatste minuten van Wicherts en zijn spreektijd zo lang mogelijk rekken? Uiteindelijk was het dan zo ver: na een geslaagde middag waarin we voor het laatst konden genieten van zijn kritische geest, gaf Jelte Wicherts zijn kamersleutel aan Han van der Maas en besloot hiermee zijn tijd bij de UvA.

Spiegeloog

Na het verhaal van Bierman is het de beurt aan Wicherts, die meteen aansluit bij het replicatieprobleem. Wicherts heeft zich bij het voorbereiden op het debat namelijk vooral gericht op meta-analyses, omdat daaruit goed blijkt of een bepaald fenomeen in verschillende studies aangetoond kan worden. Vervolgens geeft Wicherts een voorbeeld uit zijn eigen leven waaruit blijkt dat alleen anekdotisch bewijs voor parapsychologische fenomenen niet genoeg is. Zo zocht hij eens op google maps zijn ouderlijk huis op, om te kijken hoe dat er na al die jaren uit zou zien. Niet veel later kreeg hij een mailtje van zijn broer, die precies hetzelfde had gedaan. Bij het zien van deze e-mail is de zaal toch wat geschokt: dit is vast geen parapsychologie, anders zou Wicherts het ons nu niet tonen, maar hoe kán dit? De uitleg volgt niet veel later: het dorp was net in het nieuws geweest, omdat er gevaarlijke stoffen waren aangetroffen. Geen wonder dat Wicherts en zijn broer allebei op het idee waren gekomen om het huis eens op internet te bekijken.

de testweekdata aan te tonen. Zijn hypothese was dat er een correlatie was tussen testweeknummer, dat willekeurig toebedeeld wordt aan de proefpersonen, en de spanning die de proefpersoon ervoer. In eerste instantie kon Wicherts geen effect vinden, maar door datamassage toe te passen, dat wil zeggen trucjes te gebruiken die binnen de psychologie algemeen geaccepteerd zijn, ontstond er vanzelf een zeer significant effect. Zo gebruikte hij een tweede afhankelijke variabele, deed hij een nieuwe analyse, draaide hij wat proefpersonen bij en gooide hij de outliers eruit. Wicherts maakt duidelijk dat door technieken te gebruiken die bij het publiek zeker niet onbekend of onbemind zijn, hij gemakkelijk een effect kon creëren dat er gewoonweg niet is.

7 juni 2012

Bierman ervoor dat mensen met dit soort verhalen vaak aandacht willen en dat je bedrog moet uitsluiten. Gecontroleerd onderzoek in een lab is dus noodzakelijk. Ook is het belangrijk resultaten van een onderzoek te repliceren. Bierman besluit zijn verhaal echter met te zeggen dat dit repliceren vaak lastig is en het daarmee het grootste probleem in de parapsychologie vormt.


Een ietwat verdrietige Jelte Wicherts, met verhuisdoos

In zijn laatste werkweek sprak Spiegeloog met Jelte Wicherts over zijn naderende vertrek.

Spiegeloog

8

Waarom verlaat je de UvA? ‘Ik heb de kans gekregen om universitair hoofddocent te worden aan Tilburg University, iets wat ik graag wil. Op den duur is het dan mogelijk om daar hoogleraar te worden. Hier aan de UvA zijn de doorgroeikansen minder goed. De afdeling Methodenleer heeft gewoon veel goede mensen boven mij, zoals Denny Borsboom, Conor Dolan en Eric-Jan Wagemakers. En dan kan Han van der Maas (afdelingsleider Methodenleer, red.) ondanks al zijn kwaliteiten helaas toch niet iedereen behouden. Dat mijn nieuwe werk in Tilburg is, vind ik niet zo erg. Ik blijf wel in de buurt van Amsterdam wonen en er werken daar genoeg mensen uit Amsterdam die al jaren heen en weer reizen. Wel hoop ik dat ik niet te veel mensen tegenkom in de trein, zodat ik daar ook lekker kan werken.’ Hoe wil je dat studenten zich jou herinneren? ‘Als iemand die anderen enthousiast kan maken. Ik heb korte tijd geneeskunde gestudeerd, maar vond dat helemaal niets. Wel kwam ik bètawetenschapers tegen die dingen vertelden die ik echt heel interessant vond. Het enthousiasme dat ik sindsdien heb voor de wetenschap en hoe zij werkt, wil ik erg graag overbrengen.’

juni 2012

Wat ga je het minst en wat ga je het meest missen aan de UvA? ‘De weinige doorgroeimogelijkheden ga ik het minst missen. Het meest ga ik de situaties missen waarin iemand zomaar je kamer binnenstormt en verontwaardigd uitroept: ‘Wat ik nou weer heb gelezen, dat kan toch niet!’’

leerde. Dat mierenneuken heb ik altijd al in me gehad, maar de laatste jaren ben ik wel iets milder geworden. Het gros van de onderzoekers is gewoon integer.’ Wat brengt de toekomst jou? ‘Allereerst moet ik ervoor zorgen dat ik wat beurzen binnenhaal. Dan kan ik meer aio’s gaan begeleiden, iets wat ik echt heel leuk vind en nu officieel niet mag. Daarna is er misschien tijd om een statistiekboek te schrijven, wat ik ook graag zou willen doen. Veel van de huidige boeken zijn te naïef, bijvoorbeeld als ze schrijven dat je moet beslissen of je eenzijdig wilt toetsen voordat je de data hebt gezien. In werkelijkheid gaat dat natuurlijk helemaal niet zo! Ik wil laten zien dat je voor statistiek en methoden geen recept nodig hebt, maar dat het meer is dan dat.’

- Mierenneuken heb ik altijd al in me gehad -

Wie gaat er nu Onderzoeksmethoden en Statistiek I geven? ‘Tja, daar zijn ze nog niet over uit. Maar ik weet zeker dat er genoeg zeer geschikte mensen op de afdeling zijn, sommige ook net gepromoveerd, die dat heel goed zouden kunnen.’

Waar ben je het meest trots op? ‘Dat ik ben begonnen met aantonen dat statistiek ook maar mensenwerk is. Ik heb met mijn onderzoek laten zien dat de meeste mensen wel eerlijk proberen te zijn, maar dat ze ook fouten maken. Ik weet zeker dat als je al mijn artikelen gaat doorspitten, er ook fouten in te vinden zijn. Bij het opruimen van mijn kamer net heb ik ook een stuk uit mijn tweede jaar teruggevonden, waarin ik al p-waardes contro-

Hoe moet het nu verder met Denny? ‘Voor Denny kan ik helaas niet blijven. Maar hij heeft wel gezegd het heel jammer te vinden dat ik wegga en ik vind dat ook. Met hem en anderen op de afdeling heb ik het gewoon onwijs leuk gehad. Het wordt echter ook wel weer eens tijd voor iets anders; ik zit hier immers al 12,5 jaar.’ <<


Ontspanning in de ontwikkeling

Tekst: Alicia de Vries

Spiegeloog

Naarmate we ouder worden veranderen onze manieren van ontspannen. Van kleine kinderen wordt verwacht dat ze stoeien en in bomen klimmen, maar bij volwassenen worden weer andere vormen van ontspanning verondersteld. Hoe komt het dat men zich van baby tot volwassene anders gedraagt als het gaat om vermaak en vrije tijd? En hoe belangrijk is ontspannen eigenlijk?

Ontspanning bij kinderen Bij jonge kinderen lijkt ontspanning aan de orde van de dag. Veel meer dan slapen, eten en spelen doen ze niet. Ontspanning gaat gepaard met een lui leven waarbij het eigen genot en plezier centraal staat. Althans, die indruk kun je hebben. Wellicht is het voor sommigen niet duidelijk wat het belang is van ontspanning in de kinderleeftijd. Er zijn echter wel degelijk belangrijke aspecten mee gemoeid. Ontspanning kan het beste gezien worden als een ervaring of een state of mind (Primeau, 1996). Hierbij is het belangrijk om te kijken naar de betekenis en kwaliteit van een bepaalde bezigheid en niet de handeling per se of het tijdstip waarop die plaatsvindt. Ontspanning gaat op deze wijze gepaard met keuzevrijheid, plezier, zelfexpressie en motivatie (Primeau, 1996). Door middel van ontspanning leren kinderen deze factoren in zichzelf ĂŠn de buitenwereld kennen. Dit is belangrijk aangezien kinderen te maken hebben met een aantal beperkingen waardoor ze nog niet effectief met de buitenwereld om kunnen gaan. Zo hebben ze veel energie en zijn ze verbaal nog niet capabel om zich adequaat uit te drukken. Door spelletjes te spelen en rond te rennen kunnen ze hun opgekropte energie

kwijt en zorgen ze ervoor dat emoties en frustraties via een fysieke uitlaatklep tot uiting komen (Ginsburg, 2007). Een van de eerste vormen van spel die kinderen aan de dag leggen is pretend play. Het wordt ook wel symbolisch spel genoemd en houdt in dat kinderen doen alsof een object of gebeurtenis iets anders is (Goswami, 2008). Dit is een van de eerste spelvertoningen waarin kinderen laten zien dat ze de eigen cognitieve capaciteiten met betrekking tot informatieverwerking kunnen manipuleren. Denk maar aan een kind dat een banaan gebruikt als telefoon, of een theekransje houdt met de hele verzameling knuffelberen. Door middel van deze speluitvoeringen leren jonge kinderen om representaties van de werkelijkheid te ontwikkelen. Zo worden ze spelenderwijs geĂŻntroduceerd in de wereld waarin interactie en communicatie aan de orde van de dag zijn. Een belangrijke component, die hier ook aanwezig is, is de sociale factor. Pretend play vindt vaak plaats met andere kinderen, waardoor kinderen met elkaar ook steeds meer inzicht ontwikkelen in de cognitie van hun speelkameraadjes. Zo worden ze zich ervan bewust dat het mogelijk is dat anderen niet dezelfde representaties en ideeĂŤn hebben als zijzelf

- Kinderen beginnen te spelen vanuit een innerlijke motivatie -

juni 2012

9


Spiegeloog

10 juni 2012

(Goswami, 2008). Een term die sterk gerelateerd wordt aan pretend play is de ontwikkeling van Theory of Mind. Hierbij leren kinderen om anderen en zichzelf bepaalde mentale toestanden en emoties toe te schrijven (Leudar, Costall & Francis, 2004). De ontwikkeling van Theory of Mind wordt essentieel geacht voor het tot stand brengen van een sociale interactie met andere personen en de capaciteit tot zelfreflectie (Leudar, Costall & Francis, 2004). Al met al lijkt spelen een belangrijke factor te zijn binnen de cognitieve ontwikkeling. Het is belangrijk in het oog te houden dat kinderen beginnen te spelen vanuit een innerlijke motivatie. Pretend play is een vrij spel, waarbij ze zelf besluiten wanneer het begint en eindigt en zelfstandig keuzes maken over het invoeren van voorwerpen en materialen. Hierdoor brengt het ook ontspanning met zich mee. Ontspanning lijkt vele ontplooiingsmogelijkheden te bieden, aangezien kinderen alles zelf coördineren en zich weten te vermaken. Dit geeft een nieuwe kijk op het belang van ontspanning, namelijk het ontwikkelen van een inzicht in de eigen belevingswereld en voorkeuren. Met het ouder worden ontstaat er een tweedeling tussen de zogenaamde child driven play en de georganiseerde spellen. Veel ouders krijgen in de loop der tijd het gevoel dat ze hun kinderen alle mogelijkheden tot een vrije ontplooiing moeten bieden. Hierbij krijg je een vermakelijk beeld van ouders die met hun kinderen van de ene activiteit naar

de andere racen. De vraag is of dit daadwerkelijk zo gunstig is. Ontspanning lijkt hier voor beide partijen soms ver te zoeken. Volgens Kleiber (2001) hangt de educatie in ontspanning en plezier voornamelijk af van de sociale context en individuele initiatieven die bij de ontwikkeling horen. Hierbij is het belangrijk dat kinderen plezier houden in het uitvoeren van taken en een gevoel van zelfcontrole ervaren. Als kinderen alleen maar van activiteit naar activiteit gesleurd worden, heeft dit geen positief effect (Kleiber, 2001). Als ze daarentegen zelf genot beleven aan de activiteiten en de aandacht van hun ouders kan er juist een positieve kracht van uitgaan.

- Werk en ontspanning hoeven niet in strijd te zijn -

Veranderingen in Ontspanning Naarmate kinderen ouder worden, verandert hun voorkeur voor fysieke spelactiviteiten. Waar kinderen rond de vijf jaar kiezen voor speelgoed uit de speeltuin, het spelen van tikkertje of touwtjespringen, willen kinderen van tien tot twaalf jaar liever sportlessen volgen en balspellen doen (Telford, Salom, Timperio & Crawford, 2005). Opmerkelijk hierbij zijn de categorieën waarin deze spellen vallen. Zo lijken sportlessen en balspellen veel meer gericht te zijn op de groep waarbij het individu als speler minder centraal staat en opgaat in een team. Waarom vindt deze verandering in ontspanning plaats naarmate mensen ouder worden? Een reden voor het feit dat kinderen deze switch van sportvoorkeur maken is de wijze waarop scholen en organisaties ervoor zorgen dat sportprogramma’s steeds meer geïnstitutionaliseerd worden. Ontspanning en spelletjes worden dan georganiseerder en gestructureerder. Uit onderzoek blijkt dat gestructureerde activiteiten in de vorm van sport en muziek ervoor zorgen dat kinderen zich psychologisch en emotioneel beter ontwikkelen (Gilman, 2001). Bovendien zou het beoefenen van een sport gelinkt zijn aan een positieve intellectuele ontwikkeling (Bailey, 2006). De huidige sportprogramma’s zorgen er ook voor dat kinderen steeds vroeger geselecteerd worden om hun capaciteiten en willen dat getalenteerden zich gaan toeleggen op één specifieke richting binnen de sportwereld. Dit blijkt echter geen optimale omgeving te zijn voor de fysieke en psychosociale ontwikkeling van kinderen (Fraser-Thomas

Pretend play: telefoneren met een banaan


Ontspanning bij volwassenen Bij volwassenen wordt ontspanning en spel steeds meer vervangen door werk (Baptiste, 1995). Doordat we ons meer focussen op orde en routine, papierwerk, agenda’s en lesroosters, vergeten we om op een speelse manier te werk te gaan. Ontspanning wordt zo meer beschouwd als het tegenovergestelde van een baan, en juist geassocieerd met bezigheden die de werkstress verminderen en zorgen voor amusement en vermaak (Baptiste, 1995). Werkgerelateerde activiteiten zijn dan in strijd met de ontspanningscomponent van spel. Dit hoeft niet het geval te zijn. Men kan juist heel effectief leren werken door te spelen met mogelijkheden, flexibel te zijn, nieuwsgierig en creatief te denken en problemen op te leren lossen. Dit wordt mogelijk gemaakt door het opnemen van ontspannende activiteiten in de werksfeer. Zo kan een vergadering gestart of beëindigd worden met een spel of ontspanningsoefening. Ontspanning kan op deze wijze juist dienen voor het leren omgaan met werkgerelateerde stress (Trenberth & Dewe, 2002). Hier zijn twee redenen voor. Ten eerste vanwege het actieve en uitdagende karakter van ontspanning en anderzijds de herstellende en rustgevende mogelijkheden die het kan bieden. Het is denkbaar dat deze verschillende werkingen ervoor zorgen dat ontspanning bijdraagt aan het vervullen van ieders specifieke behoeften. Hierbij is het wel belangrijk dat men gefocust te werk gaat tijdens ontspanningsactiviteiten (Trenberth & Dewe, 2002).

Bronnen - Bailey, R. (2006). Physical Education and Sport in Schools: A Review of Benefits and Outcomes. Journal of School Health, 76, 397-401. - Baptiste, N. (1995). Adults Need to Play, Too. Early Childhood Education Journal, 23, 1995. - Fraser-Thomas, J. & Coté (2006). Youth Sports: Implementing findings and moving forward with research. Athletic insight, 8, 12-27. - Gilman, R. (2001). The relationship between life satisfaction, social interest, and frequency of extracurricular activities among adolescent students. Journal of Youth and Adolescence, 30, 749-767. - Ginsburg, K. R. (2007). The importance of Play in Promoting Healthy Child Development and Maintaining Strong Parent-Child Bonds. Pediatrics, 119, 182-191. - Goswami, U. (2008). Cognitive Development. The Learning Brain. Cambridge: Psychology Press. - Kirk, D. (2005). Physical education, youth sport and lifelong participation: the importance of early learning experiences. European Physical Education Review, 11, 239-255. - Kleiber, D. A. (2001). Developmental Intervention and Leisure Education: A Life Span Perspective. World Leisure Education, 43, 4-10. - Primeau, L. A. (1996). Work and Leisure: Transcending the Dichotomy. American Journal of Occupational Therapy, 50, 596577. - Leudar, I., Costall, A., & Francis, D. (2004). Theory of Mind: A Critical Assessment. Theory Psychology, 14, 571-578. - Telford, A., Salmon, J., Timperio, A. & Crawford, D. (2005). Examining physical activity among 5- to 6- and 10- to 12- year old children: The Children’s Leisure Activities Study. Pediatric and Exercise Science, 17, 266-280. - Trenberth, L. & Dewe, P. (2002). The importance of leisure as a means of coping with work related stress: an exploratory study. Research Report, 15, 59-72.

Spiegeloog

Ontspanning lijkt door de ontwikkeling heen een belangrijke rol te spelen in de ontplooiing van onszelf als individuen. Door middel van ontspanning en spel leert men zich in te leven in anderen en om de eigen emoties en behoeften te reguleren. Gezien de hectiek en drukte van het dagelijkse leven zou het wellicht een goed idee zijn meer nadruk te leggen op de wijze waarop we in verschillende levensfasen kunnen ontspannen. <<

11 juni 2012

& Coté, 2006). Zo is het juist van groot belang dat kinderen vanaf vroege leeftijd in aanraking komen met een scala aan sportmogelijkheden. Hierdoor leren ze om te genieten van de fysieke uitdaging en kunnen ze hun competenties en interesses ontdekken (Kirk, 2005). Onderzoekers onderstrepen daarom het belang van spel tijdens de kindertijd, het welbewust oefenen en het uitvoeren van de activiteiten met overgave, genot en de wil om hard te werken (FraserThomas & Coté, 2006). Hier komen we weer terug bij ons beginverhaal, namelijk het belang van ontspanning bij de uitvoering van spellen. Als kinderen plezier halen uit sporten wordt de ontwikkeling van zelfregulatie en oplossingsstrategieën bevorderd. Ze zijn dan intrinsiek gemotiveerd en hoeven niet van buitenaf aangemoedigd te worden om goed te presteren. Het ontspanningselement is dus ook hier erg belangrijk (Bailey, 2006).


Adem in, adem uit Yoga als ontspanningsmethode Afgaande op het aantal mensen dat voorbijloopt of -fietst met yogamatjes, kreeg ik het idee dat ik zo ongeveer de laatste persoon op aarde was die het eens ging proberen. Terwijl ik mezelf tijdens een Bikram yogasessie zwetend en puffend in de meest onmogelijke posities probeerde te manoeuvreren, vroeg ik me af wat de wetenschap over deze en andere vormen van yoga zegt.

Spiegeloog

Tekst: Kirsten Vegt

12 juni 2102 Veel mensen doen aan yoga om te ontspannen, om leniger te worden of om af te vallen (of alledrie). De meest voorkomende vorm van yoga in Nederland is de Hatha yoga (klassieke yoga) die uitgaat van een reeks ontspanningsoefeningen in de vorm van asanaâ&#x20AC;&#x2122;s (lichaamshoudingen) en pranayamaâ&#x20AC;&#x2122;s (ademhalingsoefeningen). Deze vorm van yoga dateert uit het begin van de zeventiende eeuw, maar is een verzameling van nog oudere ontspanningstechnieken uit India. Met name in het begin van de vorige eeuw is een sterke modernisering in India ontstaan door invloed van het Westen. Verschillende Hatha yogaleraren zijn naar het Westen gekomen om een gemoderniseerde en toegankelijkere versie van deze yogavorm te introduceren. In Nederland deed yoga pas zijn intrede in de jaren vijftig, waarbij de nadruk steeds lag op ontspanning.

Naarmate yoga populairder werd in Europa en de VS, is er steeds meer onderzoek gedaan naar de effecten. Uit deze studies komt een indrukwekkende lijst met positieve effecten naar voren, zowel op psychologisch als fysiek niveau. Uit het onderzoek van Javnbakht, Hejazi Kenari en Ghasemi (2009) bleek dat mensen minder angstgevoelens ervaren nadat zij yoga hebben beoefend. In specifiekere zin bleek uit onderzoek van Uebelacker, EpsteinLubow, Gaudiano, Tremont, Battle en Miller (2010) dat yoga een effectieve manier is om mensen met een depressie minder angstgevoelens te laten ervaren. Daarnaast verbetert het humeur en energieniveau na een yogaklasje te hebben bijgewoond en voelen mensen met gezondheidsproblemen zich meer ontspannen en ervaren zij minder pijn en vermoeidheid (Distasio, 2008). Malathi

- Yoga is geen sport -


Is yoga dan dé manier van bewegen die eigenlijk iedereen aan te raden is? Een sport die zoveel positieve effecten heeft dat het bijna onvoorstelbaar is dat niet heel Nederland af en toe in de Omlaagkijkende Hondhouding op de yogamat ligt? Het antwoord hierop is ‘nee’. Ondanks de vele positieve punten is er ook het een en ander aan te merken op yoga. Een belangrijk punt is bijvoorbeeld dat yoga eigenlijk niet echt een sport is. Dit hoeft niet iets negatiefs te zijn, ware het niet dat veel yogabeoefenaars het wel zien als een sport en als (bijvoorbeeld) een goede manier om af te vallen. Hoewel er bij Hatha yoga veel oefeningen worden gedaan om de flexibiliteit van het lichaam te verhogen, wordt er weinig gezweten. Het is wel ontspannend, maar calorieën worden er nauwelijks verbrand. Een onderzoek van Boehde en Porcari (2005) laat zien dat je tijdens een Hatha yogasessie van vijftig minuten ongeveer net zoveel calorieën verbrandt als bij een langzame wandeling van vijftig minuten. Bij Power yoga (een iets actievere vorm van yoga) verbrandt men in deze tijd slechts 237 calorieën, wat vergelijkbaar is

met een milde aerobicswork-out. Dus als je letterlijk wilt yoga’en tot je een ons weegt, is het misschien beter een wat grondigere vorm van lichaamsbeweging op te zoeken. Maar bestaat er dan geen intensiever type yoga, dat kan dienen als meer dan slechts een manier om leniger en meer ontspannen te worden? Sinds kort wel: Bikram yoga. Bikram yoga is een nieuwe, hippe vorm van yoga die steeds meer aan populariteit wint in Nederland. De grondlegger van Bikram yoga, de Indiase yogagoeroe Bikram Choudhury, introduceerde deze vorm van yoga begin jaren tachtig in de VS. Tijdens een sessie Bikram yoga wordt steeds dezelfde serie van 26 klassieke yogahoudingen en twee ademhalingsoefeningen in een verwarmde ruimte van rond de veertig graden Celcius uitgevoerd. De theorie hierachter is dat de warmte voor extra flexibiliteit van het lichaam zorgt, waardoor de kans op blessures klein is. Uit het bovengenoemde onderzoek van Boehde en Porcari blijkt dan ook dat tijdens een Bikram yogasessie men gemiddeld zevenhonderd calorieën verbrandt, wat zo ongeveer gelijkstaat aan een uur lang baantjestrekken in het zwembad. Enkele beroemde beoefenaars zijn Lady Gaga, Madonna, Gwyneth Paltrow en Quincy Jones. Ook Michael Jackson schijnt geregeld Bikram yogasessies te hebben bijgewoond.

- Ontspanning is een kostbare gemoedstoestand -

Is Bikram yoga dan de vorm van yoga die iedereen aan te raden valt? Op het eerste gezicht lijkt het een aantrekkelijke combinatie tussen yoga en intensief sporten: je verbrandt niet alleen een behoorlijk aantal calorieën maar je pakt ook nog eens de voordelen van Hatha yoga mee. Niet te vroeg gejuicht, want ook aan Bikram yoga kleven nadelen.

13 juni 2102

en Damodaran (1999) vonden zelfs een effect van yoga op examenstress: studenten die aan yoga deden in hun examenperiode ervoeren zowel voor als tijdens de toets minder zenuwen, konden zich beter concentreren en voelden zich zekerder en minder snel geïrriteerd door kleine dingen. Daarnaast werd er door Lavey, Sherman, Mueser, Osborne, Currier, en Wolfe (2005) een effect gevonden op humeur bij psychiatrische patiënten: zij ervoeren minder angst, spanning, negatieve gevoelens, agressie, vermoeidheid en verwarring na een yogasessie. Met zo’n lijst is het niet verwonderlijk dat veel mensen hun toevlucht zoeken tot het beoefenen van yoga; ontspanning is een kostbare gemoedstoestand in de hectische levens die veel mensen leiden, om nog maar te zwijgen van de andere positieve effecten van yoga.

Spiegeloog

Bron: www.amsterdampoweryoga.nl


Ondanks dat door Bikram Choudhury wordt beweerd dat Bikram yoga in principe voor iedereen geschikt is, wordt deze vorm van yoga door de National Center for Complementary and Alternative Medicine (NCCAM) afgeraden voor onder andere mensen met rug- en wervelkolomproblemen, een te hoge of lage bloeddruk en oorproblemen. Daarnaast blijkt de hitte waarin de oefeningen moeten worden gedaan voor veel mensen problematisch te zijn. Er wordt door beoefenaars regelmatig melding gemaakt van (neigingen tot) flauwvallen, overgeven en soms zelfs een hitteberoerte (Lycholat, 2011).

Spiegeloog

14

Daarnaast loopt er al langere tijd een copyrightconflict tussen Bikram Choudhury en een aantal yogastudio’s. Bikram heeft in de VS namelijk het copyright geclaimd over de volgorde van Hatha yogahoudingen die tijdens een Bikram yogasessie worden uitgevoerd. Hier bestaat in de yogawereld behoorlijk wat controverse over, aangezien veel beoefenaars en instructeurs van mening zijn dat de eeuwenoude houdingen niet ge-copyright kunnen worden. Bikram Choudhury houdt er een andere mening op na en heeft dan ook een flink legertje advocaten in de arm genomen om zowel grote als kleine yogascholen aan te klagen als zij Bikram yogasessies aan-

bieden zonder hem te betalen. Hoewel veel rechtzaken nog lopende zijn, heeft hij toch al flinke bedragen binnengehaald door een financiële regeling te treffen met yogascholen die een rechtzaak niet aandurfden of niet konden betalen. Het blijkt wel dat er heel wat over de verschillende vormen van yoga te zeggen valt; zowel in positieve als negatieve zin. Maar uiteindelijk draait het er vooral om welke vorm van yoga je zelf prettig vindt om te beoefenen, als je het überhaupt al wilt doen. Voor ontspanning, meer flexibiliteit of om af te vallen - bedenk altijd of de reden waarom je aan een bepaalde vorm van yoga doet ook echt wel echt de juiste is. Waar je ook voor kiest, vergeet nooit om de wetenschap achter de praktijk te checken! <<

Bronnen - Uebelacker, L.A., Epstein-Lubow, G., Gaudiano, B.A., Tremont, G., Battle, C.L. & Miller, I.W. (2010). Hatha yoga for depression: critical review of the evidence for efficacy, plausible mechanisms of action, and directions for future research. Journal of Psychiatric Practice, 16(1), 22–33. - Javnbakht, M., Hejazi Kenari, R. & Ghasemi, M. (2009). Effects of yoga on depression and anxiety of women. Complementary Therapies in Clinical Practice, 15(2), 102–104. - Woolery, A., Myers, H., Sternlieb, B. & Zeltzer, L. (2004). A yoga intervention for young adults with elevated symptoms of depression. Alternative Therapies, 10(2), 60–63. - Smith, C., Hancock, H., Blake-Mortimer, J. & Eckert, K. (2007). Randomised comparative trial of yoga and relaxation to reduce stress and anxiety. Complementary Therapies and Medicine, 15(2), 77–83. - Malathi, A. & Damodaran, A. (1999). Stress due to the exams of medical students - Role of yoga. Indian Journal of Physiolpharmicoly, 43(2), 218–224. - DiStasio, S.A. (2008). Integrating yoga into cancer care. Clinical Journal of Oncology Nursing, 12(1), 125-130. - McIver, S., O'Halloran, P. & McGartland, M. (2009). Yoga as a treatment for binge eating disorder: A preliminary study. Complementary Therapies in Medicine, 17(4), 196–202. - Lavey, R., Sherman, T., Mueser, K.T., Osborne, D.D., Currier, M. & Wolfe, R. (2005). The effects of yoga on mood in psychiatric inpatients. Psychiatric Rehabilitation Journal, 28(4), 399-402. - Lycholat, T. (2011). Bikram Yoga: What’s the Science? Fitness, 1, 12-14. - Farrell, Maureen (2009, September 3). Bikram Yoga’s New Twists. Forbes.com.

Bron: www.yogafrans.nl


Op Kamers Tekst & Foto's: Joël H. W. Davidson

Kamer: Diamantbeurs 2.05 Bewoner: Ineke van Osch Ineke van Osch werkt al sinds 1999 voor het secretariaat van de afdeling Methodenleer. Na het volgen van de opleiding tot wiskundedocent reageerde zij op een advertentie waarin een grote onderwijsinstelling een medewerker met wiskundige kennis zocht. Na één jaar de taken gedeeld te hebben, werkt zij tot op de dag van vandaag als enige op dit secretariaat.

Zeeman-installaties ‘Studenten Methodenleer moeten in het derde jaar, bij het vak Controverses, een Zeeman-installatie maken. Deze apparaten hebben als doel fasetransities te simuleren. Ze mogen eruitzien zoals de studenten zelf willen, met als enige voorwaarde dat ze wel werkend zijn. Nadat de Zeeman-installaties gemaakt zijn, kan er door alle docenten en studenten gestemd worden op zijn of haar favoriete Zeemaninstallatie. De winnaar krijgt een fles wijn. Op dit secretariaat staan een paar mooie, kleurrijke voorbeelden die helaas niet allemaal meer werken. De winnende staat er helaas niet bij. Deze was zo mooi dat hij weer mee naar huis genomen werd.’

Keukenweegschaal ‘Deze weegschaal is hier gekomen omdat ons apparaat om brieven exact te wegen kapot is gegaan. Vroeger stuurden we alles nog met de post op. Hoeveel postzegels geplakt moesten worden, hing af van het gewicht van de brief. Het was dus essentieel om een weegapparaat te hebben. Deze is meegenomen uit de keuken van Harrie Vorst. De weegschaal is alleen niet te vertrouwen: hij is veel te grof als het verschil tussen twintig en veertig gram moet worden gemaakt. Vroeger stond er nog een schaaltje bovenop, maar dat maakte hem alleen maar onbetrouwbaarder. Ik kan me niet meer heugen dat hij er niet staat.’

15 juni 2012

‘Op deze foto is ons eigen Rod and Frame Test-apparaat te zien. Deelnemers zitten in een geblindeerde kamer op een schuine stoel en zien een verlicht, gedraaid frame om hun oriëntatiegevoel kwijt te raken. Het is de bedoeling dat de deelnemers de verlichte balk verticaal ten opzichte van de grond te plaatsen. Helaas is dit apparaat gesneuveld na de verhuizing uit de ‘doodskist’, het gebouw hiernaast, waar de psychologische onderzoeksruimtes vroeger gevestigd waren. Het standbeeld voor de foto stelt Benivieni voor, ook wel de vader van de pathologische anatomie genoemd. We hebben het gevonden in een verhuisdoos van een van onze medewerkers. Deze medewerker is uiteindelijk nooit meeverhuisd en nadat we hem gebeld hadden, vertelde hij ons dat we alle dozen weg konden doen. Dit beeldje was te leuk, dus hebben we het gehouden.’

Spiegeloog

Foto met standbeeld


Tabula Rasa Headspace Andy Puddicombe

Tekst: Bianca Muurman

Spiegeloog

16

juni 2012

Headspace. Voor een hoofd vol leegte. De titel prikkelt me meteen. 'Andy Puddicombe doet voor meditatie wat Jamie Oliver heeft gedaan voor eten' staat er op de kaft van het boek. Meditatie, daar kan ik nu nog niet zoveel mee. Beetje zweverig om met een continu-kramp-in-je-voeten-houding proberen je hoofd leeg te maken. Als ik de achterkant van het boek lees (en een foto zie van een vrolijk lachende kale man, die ook nog eens een voormalig boeddhistische monnik blijkt te zijn) word ik toch nieuwsgierig: je leert hoe je je makkelijker kunt concentreren, hoe je meer rust en kalmte kunt ervaren en wat je kunt doen om lekker en ontspannen te slapen, en dat alles in tien minuten per dag. Ik kan wel wat rust in mijn hoofd gebruiken nu ik aan het afstuderen ben, dus vol goede moed sla ik het boek open. Tot mijn verbazing sleept het boek me meteen mee. Het verhaal begint met hoe de schrijver in een klooster zit en daaruit ontsnapt, om door te gaan op hoe hij begonnen is met meditatie en hoe hij gekomen is tot het schrijven van dit boek. Vervolgens krijg je een introductie over wat meditatie inhoudt en allerlei zaken die je kunt gebruiken wanneer je leert mediteren (casestudies, de website met begeleide meditaties, een dagboek en wetenschappelijke onderbouwingen). Ik begin aan de eerste oefening, ‘niet-doen’ heet het. Ik moet met mijn ogen dicht gaan zitten en kijken hoe het voelt om stil te zitten en twee minuten lang niets te doen. Zodra ik mijn ogen dicht heb, beginnen er allerlei gedachten op te komen over wat ik vandaag nog allemaal moet doen en ik merk dat ik erg onrustig word. Ik probeer mijn gedachten te onderdrukken. Psychologisch gezien niet handig natuurlijk, want we kennen allemaal het 'witte ijsbeer'-verhaal: als je iets onderdrukt, wordt het alleen maar sterker. En dat is ook precies want Andy probeert te vertellen in dit boek. Meditatie is niet een kwestie van gedachten onderdrukken, maar gewaar te zijn van je gedachten en hier verder niets mee te doen. De schrijver geeft in het boek een mooie analogie van een weg waar je naast zit, waarop allerlei gedachten aan je voorbij scheuren. Deze en andere analogieën zijn overigens ook terug te vinden in de geanimeerde filmpjes op de website (www.getsomeheadspace.com).

Een oefening staat centraal in het boek: de ‘take10’, tien minuten mediteren per dag. Ik ga zitten om een poging te wagen. Ik probeer me te herinneren wat ik allemaal heb gelezen. Rechtop zitten en diep ademhalen, focussen op je lichaam en voelen wat er gespannen en ontspannen aan is. Tussendoor dwalen mijn gedachten af, omdat ik me telkens probeer te herinneren wat de volgende stap ook alweer is. Er komen gedachtes over deadlines in me op en ik word afgeleid door kriebels. Ik probeer het opnieuw, nu met behulp van de audio, een rustige stem die de meditatie begeleidt. Dit gaat veel beter maar nog steeds niet zo goed. Het helpt wel om mijn aandacht te kunnen focussen op een stem. Ik neem me voor dit vaker te gaan doen, al weet ik nog niet zo goed hoe ik dit kan inpassen in mijn dagelijks leven en wat het mij precies oplevert. Headspace is een leuk verhaal, dat makkelijk wegleest. Hoewel het heel leuk en humoristisch geschreven is, kwam het niet helemaal overeen met mijn beeld van een 'mediteren voor dummies'-achtig boek. Pas tegen het einde van het boek krijgt de lezer handvatten hoe meditatie toe te passen in het dagelijks leven (bijvoorbeeld loopmeditatie en slaapmeditatie), en hoe het een en ander er praktisch uitziet. Ik merk dat naarmate ik verder lees in het boek, het voor mij makkelijker wordt om de meditatieoefeningen toe te passen. Inmiddels is het een week geleden dat ik het boek heb uitgelezen. Ik probeer nog steeds dagelijks mijn meditatieoefeningen te doen. Hoewel ik er nog steeds bewust tijd voor maak, hoop ik dat ik binnenkort ook loopmeditatie en slaapmeditatie toe kan passen.


Go with your brainflow

Tekst: Joël H. W. Davidson en Tessa Velthuis

Spiegeloog

Het Griekse alfabet; een zee van mogelijkheden wat ermee kan worden aangeduid. Statistische tekens, natuurkundige krachten en in het geval van hersenactiviteit is die zee niet eens zo vergezocht. Spiegeloog liet zich meevoeren met de vijf hersengolven, elk met een eigen hoofdfunctie en eigen mate van activiteit, en strandde uiteindelijk bij de ultieme ontspanning.

Een van de manieren waarop ons brein met zichzelf communiceert is via hersengolven. Dat zijn golven van synchrone neurale activiteit over het brein heen, variërend van 0.05 hertz tot ver boven de 50 hertz. De golven die zich hiertussen bevinden, zijn het belangrijkst voor ons bewustzijn en voor hoe wij cognitieve taken uitvoeren. Van laag naar hoog in hertz zijn respectievelijk de laagst activerende tot hoogst activerende golven: delta (0.05-4 Hz), thèta (4-8 Hz), alfa (8-12 Hz), bèta (12-30 Hz) en gamma (30 Hz en hoger). In de dierlijke ontstaansgeschiedenis (fylogenese) staan bij reptielen vooral de deltagolven op de voorgrond, bij de lagere zoogdieren (niet-primaten) vooral de thètagolven en bij mensen vooral de alfagolven (Knyazev, Savostyanov & Levin, 2004).

wachte geluiden of woorden (Basar, Basar-Eroglu, Karakas & Schürmann, 2001). Deze golven zijn actief gedurende de hoogste hersenactiviteit, en volgen logisch op de bètagolven die geactiveerd worden wanneer je geconcentreerd bent. Alfa Alfagolven worden in verband gebracht met ontspanning. Er bestaat een zogenoemd spontaan alfaritme dat bij gesloten ogen maximaal is en verdwijnt wanneer je je ogen opent. Alfagolven worden dus actief bij een lage mate van afleiding en staan voor een verlaagde corticale activiteit (Goldman, Stern, Engel Jr & Cohen, 2002). Daarnaast zorgen alfagolven er ook voor dat je niet afgeleid wordt: ze worden actief wanneer afleidende stimuli onderdrukt moeten gaan worden (Ward, 2003). Wanneer de aandacht specifiek ergens op wordt gericht, nemen de alfagolven af en de actievere bèta- en gammagolven toe. Hoe complexer het dierlijk organisme, hoe meer er gebruik blijkt te worden gemaakt van deze hogere golven.

- Dat je zeven items in je werkgeheugen kunt houden, is niet toevallig -

Gamma Gammagolven zijn voornamelijk actief bij sensorische integratie, oftewel het bewust verwerken van vooral auditieve en visuele informatie. Zo zijn ze bijvoorbeeld actief bij het zien van ambigue figuren en bij het horen van onver-

juni 2012

17


Spiegeloog

18

Thèta Thètagolven, actief bij een dromerige staat van bewustzijn, zijn weer een stap lager in activiteit en op cognitief niveau belangrijk voor het geheugen. Ze zorgen voor het opslaan en ophalen van informatie en zijn samen met gammagolven bepalend voor het werkgeheugen. Het werkgeheugen wordt op gamma-/thètagolf cyclussnelheid (ongeveer 40 Hz gedeeld door ongeveer 6 Hz) ververst. Dit getal ligt ongeveer rond de zeven. Niet toevallig is dit het aantal items dat, plus of minus twee, in het werkgeheugen gehouden kan worden volgens de bekende theorie van Miller (Ward 2003).

Bronnen - Basar, E., Basar-Eroglu, C., Karakas, S., & Schürmann, M. (2001). Gamma, alpha, delta and thèta oscillations govern cognitive processes. International Journal of Psychophysiology, 39, 241-248. - Choi, S.W., Chi, S.E., Chung, S.Y., Kim, J.W., Ahn, C.Y., & Kim, H.T. (2011). Is alpha wave neurofeedback effective with randomized clinical trials in depression? A pilot study. Neuropsychobiology, 63, 43-51. - Goldman, R.I., Stern, J.M., Engel Jr., J., & Cohen, M.S. (2002). Simultaneaous EEG and fMRI of the alpha rhythm. NeuroReport, 18, 2487-2492. - Knyazev, G.G., Savostyanov, A.N., & Levin, E.A. (2004). Alpha oscillations as a correlate of trait anxiety. International Journal of Psychophysiology, 53, 147-160. - Ward, L.M. (2003). Synchronous neural oscillations and cognitive processes. Trends in Cognitive Sciences, 7, 553-559.

- Muziek heeft invloed op hersengolven -

juni 2012

Delta Deltagolven zijn van de laagste soort activiteit en vinden voornamelijk plaats in diepe slaap. Ze komen tot stand door ritmische activiteit in de thalamus, het schakelstation voor de meeste zintuigen. De thalamus sluit zich af van zintuiglijke informatie (en stuurt deze niet meer door naar de rest van het brein om ervaren te worden), door een ritmische neurale activiteit die zich herhalend binnen de thalamus afspeelt. Deze activiteit bestaat uit langzame, diepe golven; de deltagolven. Gamma- en bètagolven zijn hoog activerend voor het brein; thèta- en deltagolven juist laag activerend. Alfagolven zijn de middenweg om tot een staat van ontspanning te komen. Het is, naast het simpelweg sluiten van je ogen, mogelijk om deze golven te activeren door middel van neurofeedbacktraining. Hierbij wordt de hersenactiviteit gemeten en direct op een scherm tegenover je weergegeven. Door deze directe feedback is het mogelijk om enige mate van controle te krijgen over je hersengolven. Dit is verder te trainen door herhaaldelijk deze oefeningen te doen. Hierdoor kun je uiteindelijk zonder de feedback de rustgevende staat van alfagolven in stressvolle situaties op laten komen en meer ontspannen worden. Het trainen van alfagolven kan zelfs een positief effect hebben op de emoties die je beleeft en zo wellicht depressiviteit enigszins verminderen (Choi, Chi, Chung, Kim, Ahn & Kim, 2011). <<


De ivoren toren Cruiseboot

De lijst met ontspannende liedjes volgens David LewisHodgson: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

Marconi Union - Weightless Airstream - Electra DJ Shah - Mellomaniac (Chill Out Mix) Enya - Watermark Coldplay - Strawberry Swing Barcelona - Please Don't Go All Saints - Pure Shores Adele - Someone Like You Mozart - Canzonetta Sull'aria Cafe Del Mar - We Can Fly

Bronnen - A study investigating the relaxation effects of the music track Weightless by Marconi Union. (z.j.). Mindlab intelligent insights. - Gerges, D. (2011). Just don’t play it while you’re driving. Warning over ‘most relaxing song ever created’. Daily Mail Online. Opgehaald 24 april 2012, van http://www.dailymail.co.uk/news/ article-2049948/Most-relaxing-song-UK-band-Boffins.html

Ik snap niet wat daar aan is, ook omdat ik eigenlijk niet goed weet hoe het moet. Op vakantie, bijvoorbeeld, doe ik weleens een poging tot ontspannen. Maar voor ik het weet ben ik dan toch alweer van alles aan het bedenken, waardoor van die ontspanning niet veel terecht komt. Vaak gaan die gedachten over mijn vak. Ik ben daarmee overigens geen workaholic, om meteen even een veel voorkomend misverstand te ontzenuwen. Net als kunst en sport is wetenschap geen werk maar een leven, dus als je altijd wetenschapt dan ben je geen workaholic maar een life-a-holic. Tijdens langere vakanties lukt het mij wel om de psychologie uit mijn systeem te krijgen (ook op verzoek van mijn omgeving, die het om eerlijk te zijn niet volledig met bovenstaande analyse eens is). Daarvoor in de plaats ontstaan dan echter weer spontaan allerlei opzetjes voor essays, romans, liedjes, schilderijen, kinderboeken en films. Niet dat ik zou weten hoe je een film maakt, trouwens. Maar dat doet er niet toe: het is altijd druk in mijn hoofd, dat bij gebrek aan vakinhoudelijke sturing geheel spontaan op de loop gaat met allerlei zaken waar ik totaal niet voor gekwalificeerd ben. Ik heb wel een tijdje gemediteerd, maar dat hielp ook niets want dat wordt bij mij dan weer meteen een heel fanatiek soort mediteren. Het enige dat helemaal nergens toe leidt is tuinieren, maar daar heb ik dan ook een hekel aan. Hiermee vertoon ik in wezen normoverschrijdend gedrag. In onze cultuur is ‘even ontspannen’ namelijk geen optie die je desgewenst naast je neer kan leggen, maar een ideologisch concept dat door allerlei beeldvorming ondersteund wordt. Vrijwel iedere krant heeft bijvoorbeeld wel een bijlage die met opzet nergens over gaat. Ook het grootste deel van het televisieaanbod is erop gericht om zoveel mogelijk hersenactiviteit uit te schakelen. Ontspanning is onderdeel van een zeer select gezelschap concepten, namelijk die die de huidige mens niet bevraagt (andere voorbeelden zijn het milieu en gezondheid): ontspanning is goed, punt uit. Terwijl ontspanning toch eigenlijk per definitie nergens goed voor is.

Denny Borsboom

Spiegeloog

Je hebt mensen die, daar ben ik van overtuigd, het allerliefst de rest van hun leven op een cruiseboot zouden slijten. Verstoken van alle activiteit zouden zij gedachteloos in een strandstoel zitten staren naar een eindeloze blauwe zee. Men noemt zulk gedrag ‘ontspannen’.

19 juni 2012

Muziek om bij te ontspannen De Britse neuropsycholoog David Lewis-Hodgson is bijzonder geïnteresseerd in hoe mensen hun eigen cognitieve en fysiologische responsen kunnen reguleren in stressvolle situaties. Neurofeedback is dan ook een belangrijk thema in zijn onderzoeken. Met zijn bedrijf Mindlab stelde LewisHodgson een lijst op met liedjes die een ontspannend effect hebben, doordat ze in het brein entrainment veroorzaken. Dit betekent dat je hartslag en je hersengolven het ritme van de muziek overnemen. De nummer 1 van de lijst met ontspannende nummers is zelfs speciaal met dit doel gecomponeerd; alle elementen (ritmes, tonen, frequenties, intervals) zijn expres zo gekozen en gecombineerd dat ze je maximaal kalmeren. Beginnend met zestig beats per minute, vertraagt het nummer langzaam naar vijftig bpm. Je hartslag gaat mee in deze vertraging en ook je bloeddruk daalt. De melodie is steeds anders, zodat je brein blijft proberen het vervolg van het liedje te voorspellen. Hierdoor kun je een diepe staat van ontspanning bereiken. De boeddhistisch aandoende geluiden zijn laag genoeg om je in een staat van trance te brengen. Het wordt door de onderzoekers dan ook expliciet afgeraden om naar Weightless te luisteren tijdens het autorijden.


Het hogere doel Geen ontspanning zonder inspanning Studenten leiden hun bestaan als de uitverkoren Ontspanners. Bon vivants, die zich het leven goed laten smaken. Een zware last ligt op hun schouders, want hoe zorg je als student dat je blijft genieten zonder te parasiteren? Wat is de optimale balans tussen inspanning en ontspanning?

Spiegeloog

Tekst: Eva Gabeler

20 juni 2012

Pasen, Hemelvaart en Pinksteren. Dagen waarop studenten eens optimaal gebruik maken van hun vrijheid. Ontspannen, noemen ze dat. De realisatie van deze vakantiedagen was niet eenvoudig. Jezus heeft het maar druk gehad met zijn wederopstanding. Daarnรก kon hij rustig genieten van het hiernamaals. Er lijkt een verband te zijn tussen de geleverde inspanning en het gevoel van ontspanning. Moet de gewone sterveling zich ook eerst in het zweet werken om daarna te kunnen relaxen? Er is geen ontkomen aan: tussen de Paradiso, Lowlands, Awakenings en OpenAir door moeten ook studiepunten gehaald worden. Alleen is het soms moeilijk om je daartoe te zetten. Self-handicapping is een bekende methode om jezelf in te dekken. Studenten saboteren hun eigen prestaties op voorhand, zodat dit later kan dienen als excuus voor een daaropvolgende mislukking (Berglas & Jones, 1978). Uitgaan wordt zo een smoesje, en in plaats van het doel tot ontspanning een middel voor zelfbescherming. Het zou dus goed kunnen dat het afstruinen van feestjes niet zo ontspannen voelt als

het voor de buitenwereld lijkt. Wanneer voelt ontspanning ontspannend en welke component van ontspanning zorgt voor het bekende relaxte gevoel dat daarbij hoort? Van tentamen tot psycholoog Het gros van de studenten heeft als doel een goed functionerend wezen te worden. Wat dat dan precies is, verschilt voor iedereen. En de manier om daar te komen dus ook. In 1987 stelde Higgins de zelfdiscrepantie-theorie op om emotioneel welzijn te kunnen verklaren. In essentie ontstaan negatieve gevoelens volgens hem door de ongelijkheid tussen de persoon die we daadwerkelijk zijn en die we onszelf ten doel stellen ooit te worden. Doelen zijn persoonlijke standaarden die worden gedreven door twee innerlijke drijfveren: de ideal self en de ought self (Higgins, 1987), beiden representeren de persoon die we zouden willen zijn. De ideal self moedigt aan tot actie (tentamen leren), terwijl de ought self duidelijk maakt wat we achterwege moeten laten om daar dichterbij te komen (geen werkgroep missen). Nastreven van het eerste zelfbeeld

- Endorfine maakt het moeilijk om nee te zeggen tegen uitgaan -


geeft een blij en opgewekt gevoel, nastreven van het tweede een gevoel van ontspanning en opluchting. Studeren op zich is bijvoorbeeld een bouwsteen om dichterbij die zelfbeelden te komen. Hoewel de eindstations verschillen, heeft íedereen tussenstations. Het geheel bestaat uit een stappenplan met pit stops om de discrepantie tussen het daadwerkelijke zelf en het ideaalbeeld kleiner te maken. Want het bereiken van die pit stops en daarmee een tussendoel, geeft een gevoel van blijdschap, opluchting of ontspanning. Dit betekent in veel gevallen wel dat er een inspanning geleverd moet worden; een tussendoel bereik je immers niet zomaar. De kracht van belonen De biologische processen in het lichaam werken samen met de hierboven beschreven mentale zelfdiscrepantie. De nucleus accumbens is verantwoordelijk voor het stimuleren van leerprocessen. Dit hersendeel vormt tevens de basis van het beloningssysteem. Lichamelijke ontspanning is een vorm van belonen na het leveren van een inspanning. Het lichaam leert studenten dus dat ze het boevenpad op mogen, nadat een lastig tentamen achter de rug is. Het is zelfs zo dat morfine en andere opiate drugs zoals heroïne gelijksoortige effecten hebben als de lichaamseigen stof die vrijkomt in de ontspanningsfase (Gray, 2007). Maar hoe en wanneer komt dat stofje vrij?

langen om een beloning te krijgen (‘Ik wil een acht’) en is sterk gelinkt aan motivatie. Hoe prettiger de beloning, hoe meer endorfine zal worden aangemaakt. Hoe meer endorfine er in het vooruitzicht is, des te gemotiveerder iemand zal zijn om de beloning te bereiken. Motivatie groeit naarmate de dopamineproductie toeneemt (Gray, 2007). Dopamine is betrokken in het wanting-, maar niet in het liking-systeem. Dit blijkt uit studies waarin ratten behandeld werden met drugs die de effecten van dopamine blokkeren. Deze dieren gingen op zoek naar directe bevrediging. Ze stopten daarentegen met zoeken naar toekomstige beloningen (Berridge & Robinson, 1993). Dit gedrag suggereert dat ze van de consumptie van beloningen blijven genieten, maar niet langer op zoek gaan naar beloningen die afwezig zijn op dat moment. Gezien de constante hoeveelheid directe verleidingen die het studentenleven te bieden heeft, heeft het liking-systeem het wantingsysteem in deze periode wellicht harder nodig dan andersom. Het tegenovergestelde effect wordt gevonden met drugs die de activiteit van dopamine vergroten. Ratten verhogen het tempo waarmee ze naar voedsel zoeken, maar laten geen verhoogde waardes van liking zien. In de afwezigheid van dopamine is het dus moeilijk om jezelf te motiveren voor een beloning die niet direct voorhanden is. Reinforcement is de bekrachtiging van stimuli in het geheugen vlak voordat de beloning is ontvangen. Op deze manier kan een individu de volgende keer in een soortgelijke situatie effectiever handelen om de beloning te krijgen (genoeg slapen en niet uitgaan voor het tentamen). Belangrijk is dus dat het hele proces doorlopen wordt, anders kan de ervaring van verhoogde motivatie wat resulteert in een goed gevoel niet worden bekrachtigd in het geheugen. Het wanting- en het liking-systeem zijn twee gescheiden, maar complementaire systemen. Ze hebben elkaar nodig om goed te werken. Dopamine draagt bij aan het motiveren om toekomstige doelen na te streven en endorfine veroorzaakt het prettige gevoel bij het behalen van een einddoel dan wel pit stop.

Spiegeloog

Afbeelding 1: Arjen Robben is blij na het beslissende doelpunt in de Champions League finale 2010 tegen titelhouder Inter Milan. Bron: de Volkskrant

- Jezelf motiveren om te studeren lukt niet zonder dopamine -

De fysiologische oorzaak van dit ontspannen gevoel is endorfine. In de eerste plaats werkt endorfine pijnonderdrukkend. Daarnaast zorgt het ook voor dat gevoel van geluk of euforie dat je ervaarde toen je de vorige keer na je tentamen in Club Air stond. Daarom is het zo moeilijk om nee te zeggen tegen uitgaan; je lichaam ziet het als een beloning en maakt endorfine aan. Wat maakt het zo lastig om gedisciplineerd te blijven met een beloning in het vooruitzicht? Wanting is het ver-

juni 2012

Wanting, liking en reinforcement Een beloning kent drie componenten: wanting, liking en reinforcement (Berridge & Robinson, 2003). Liking is het subjectieve gevoel van plezier of voldoening dat iemand heeft ten tijde van het ontvangen van de beloning (‘Yes, een acht!’). Denk bijvoorbeeld aan de ervaring van goed eten, of het ontvangen van een prijs bij het winnen van een wedstrijd (Breither et al, 2001). Dit gevoel brengt zowel bij mensen als bij verschillende zoogdieren een bepaalde gezichtsuitdrukking met zich mee (zie afbeelding 1 en 2).

21


Afbeelding 2: Veel zoogdieren laten een gezichtsexpressie zien als reactie op goed eten. De reactie bestaat uit het uitsteken van de tong, alsof het laatste restje uit de pan wordt gelikt. Bron: Berridge & Robbinson (2003)

Spiegeloog

22

Studieontwijkend gedrag De veelgehoorde lijfspreuk dat studenten beter presteren onder druk, heeft in elk geval een fysiologische oorzaak. Onder spanning zetten de hersenen de hypothalamus in werking. Deze activeert vervolgens het endocriene systeem (Comer, 2008). Dit is een netwerk van klieren die over het gehele lichaam verspreid zijn en hormonen afscheiden. In dit geval activeert de hypothalamus de hypofyse om het ‘stresshormoon’ cortisol aan te maken. De hersenen brengen het lichaam zo in een staat van paraatheid om actie te ondernemen. Wanneer cortisol wordt geproduceerd, helpt dit de dopamineproductie in de hersenen te stimuleren (Webber, 2008). Kort voor het tentamen zal de cortisolproductie toenemen, waardoor de dopaminewaardes hoger worden. Licht verhoogde waardes hiervan zorgen dat de snelheid waarmee zoogdieren willen werken, en daarmee dus de motivatie om een doel (tentamen halen) te bereiken, toeneemt.

juni 2012

Allemaal een beetje Jezus… Reizen tussen hemel en aarde gaat niet zomaar en ook voor de gewone sterveling komt ontspanning niet uit de lucht vallen. Een optimale balans tussen inspanning en ontspanning vormt zich door het natuurlijke beloningssysteem intact te houden. Dit betekent dat liking via wanting moet worden nagestreefd. Via het wanting-pad bepalen studenten eerst wat hun doel is, om vervolgens te bedenken hoe ze dit kunnen bereiken. Het wanting-systeem zorgt er met dopamine voor dat studenten zich kunnen motiveren om hun pit stops te bereiken. Op deze manier wordt de discrepantie tussen het huidige en het ideale zelf een stukje kleiner. Het stapsgewijs behalen van doelen vergt inspanning. Hier kan een periode van stress op volgen als natuurlijke reactie van het lichaam om actie te ondernemen. Omdat de pit stop is behaald, start het liking-systeem met het vrijlaten van endorfine, waardoor we ons goed voelen. Deze route, met voldoende pit stops, zorgt voor een goede balans tussen inspanning en ontspanning. Ontspannen alleen, als eigenlijk een ander doel behaald moet worden, leidt tot discrepantie van het huidige zelfbeeld en van de ought/ideal self. Op de korte termijn geeft dit een bevredigend gevoel. Uiteindelijk ontstaat hierdoor echter een negatief gevoel omdat de discrepantie tussen het huidige zelfbeeld en het ideaalbeeld groter wordt. Lichamelijk betekent dit dat er alleen sprake is van liking zonder wanting. Het is juist van belang dat deze twee systemen elkaar aanvullen. Studeren, slapen, tentamen maken en daarna uitgaan. Dat lijkt de goede volgorde te zijn. Niet zo spectaculair, maar wel verstandig. Bovendien dien je op die manier als student een hoger doel door je steentje bij te dragen aan de samenleving. Een beetje zoals Jezus dus. <<

Bronnen - Berridge. K.C., & Robinson, T.E. (2003). Parsing reward. Trends in neurosciences, 26, 507–513. - Berglas, S., & Jones, E. E. (1978). Drug choice as a self handicapping strategy in response to noncontingent succes. Journal of Personality and Social Psychology, 36, 405–417. - Breither, H.C., Aharon, I., Kahnaman, D., Dale, A., & Shizgal, P. (2001) Functional imaging of neural responses to expectancy and experience of monetary gains and losses. Neuron, 30, 619–639. - Comer, R.J. (2008). Fundamentals of Abnormal Psychology, Worth Publishers. - Gray, P. (2007). Psychology .Worth Publishers, New York. - Higgins, E.T. (1987). Self-discrepancy: a theory relating self and affect. Psychological Review, 94, 319–340. - Olds, J., & Milner, P. (1954). Positive reinforcement produced by electrical stimulation of the septal area and other regions of the rat brain. Journal of Comparative and Psychological Psychology, 47, 419–427. - Webber, E. (2008). Drugs of choice for turbulent times, Brain Leaders and Learners. Opgehaald 24 april 2012, van http://www.ehow. com/facts_5798168_cortisol_-dopamine-learning.html


De Rondvraag Beste Victor, Er is veel onderzoek naar de functionaliteit van gevoelens van persoonlijke controle. Rodin en Langer (1976) hebben bijvoorbeeld gevonden dat bewoners van een verzorgingstehuis die zelf kleine alledaagse beslissingen mochten nemen (zoals wat zij aten en of ze zelf hun planten water mochten geven) zich beter voelden en zelfs minder snel dood gingen dan hun medebewoners die minder controle hadden. Je zou kunnen zeggen dat het geloof in een vrije wil ook functioneel is omdat het ons een gevoel van persoonlijke controle biedt. Meer recentelijk is er in het onderzoek naar controle veel aandacht voor de manieren waarop mensen omgaan met bedreigde gevoelens van controle. Het idee is daar dat als we zelf geen controle ervaren, we op zoek gaan naar compensatoire controle, orde en structuur, bijvoorbeeld in de vorm van bijgeloof, geloof in samenzweringen of vertrouwen in een machtige controlerende God of overheid. Jij maakt een sterke case voor het niet bestaan van de vrije wil. Met die boodschap neem je ook een gevoel van persoonlijke controle bij je publiek weg. Jaag je daarmee de naar orde en structuur verlangende mens niet in de klauwen van dubieuze middeleeuwse geloofsystemen en hekserij? Met andere woorden, is het geloof in een vrije wil niet de minste van verschillende kwaden? Frenk

Het antwoord van Victor Lamme (Brein en Cognitie) Geloof: mannen met baarden schreven lang geleden iets in een dik boek en mensen denken dat wat daarin staat nog steeds waar is. Nee, daar houd ik ook niet zo van, en je zal mij als eerste aan je zijde vinden om die onzin te bestrijden. Alleen zou ik dat niet willen vervangen door een ander geloof: dat van de vrije wil. Het idee dat we via onze gedachtes controle uitoefenen op ons gedrag is een psychologische intuïtie die goed is te begrijpen. Introspectief lijkt het zo te gaan, en het is moeilijk je over dat idee heen te zetten. Zelfs William James – een andere man met een baard en een dik boek – kon zich maar moeilijk verenigen met het idee dat zijn keuzes niet vrij waren: 'I think that yesterday was a crisis in my life. I finished the first part of Renouvier's second Essais and see no reason why his definition of free will … need be the definition of an illusion. At any rate, I will assume for the present — until next year — that it is no illusion. My first act of free will shall

be to believe in free will.' Naar mijn idee zou de psychologie er veel bij winnen zijn oren niet te veel te laten hangen naar de behoeften van het volk. Ik weet, geloof in de vrije wil, de maakbaarheid van het gedrag, of de plasticiteit van ons brein zijn boodschappen die iedereen graag hoort en die het goed doen bij managementcursussen, afvalclubs en politieke partijen. Maar die foute ideeën zijn ook de voedingsbodem voor een enorme industrie van ridicule zelfhulpboeken, zinloze mindfulness-sessies of compleet foute campagnes om menselijk gedrag ten goede te keren. Hoeveel schade richt dat wel niet aan? Hoe ongelukkig worden mensen niet als ze teleurgesteld op de bank hangen na de zoveelste bewustwordingstraining die ze volgens de folder zou omtoveren in een ‘dynamisch en energiek persoon’. Ook de maatschappij heeft veel te winnen bij het verlaten van het geloof in de vrije wil. Stel dat we nu eens een antirookcampagne maken die werkt, die mensen buiten hun ‘vrije wil’ om te roken aanzet tot stoppen? Zou dat niet mooi zijn? Dan mogen er wat mij betreft best een paar oudjes in een verzorgingstehuis teleurgesteld zijn. Trouwens, van mij mogen die nog steeds de plantjes water geven als ze dat leuk vinden hoor!

Victor Lamme (Brein en Cognitie) geeft de Rondvraag door aan Lourens Waldorp (Methodenleer) Beste Lourens, In The small world of psychopathology stel je dat veel van de zogenaamde DSM-ziektebeelden geen enkelvoudige achterliggende oorzaak hebben, maar eerder constellaties van symptomen zijn die elkaar via feedback loops versterken. Je verbindt daar de conclusie aan dat medicatie tegen bijvoorbeeld depressie zinloos is, omdat de oorzaak niet simpelweg een verstoring van een of ander neurotransmittersysteem is. Jouw voorstel is een behandeling waarbij de kernsymptomen worden bestreden, om zo de negatieve feedback te onderbreken. Maar kan het niet zo zijn dat het feit dat de patiënt zich depressief voelt - of een ander symptoom - zich uit in een verstoring van een neurotransmittersysteem? Dat die twee gelijk met elkaar oplopen? En dat als je dat symptoom met een pilletje bestrijdt je net zo goed die negatieve feedback loops onderbreekt? Misschien zelfs sneller en effectiever? Kun je niet zeggen dat jouw pleidooi voor symptoombestrijding eigenlijk juist een pleidooi is voor farmaceutische behandeling? Victor

23 juni 2012

De vraag van Frenk van Harreveld (Sociale Psychologie)

Spiegeloog

Wetenschappelijk medewerkers stellen elkaar vragen


vrijdag 28 september 9.00 - 17.30 Jaarbeurs Utrecht

Mededelingen voor nummer 349 kunnen tot 1 september 2012 worden ingeleverd, liefst via e-mail. De redactie behoudt zich het recht voor stukken in te Spiegeloog

24

Congres Hechtingsproblemen en behandeling Veel moeilijkheden in de emotionele en sociale sfeer kennen hun oorsprong in een verstoorde hechting. Inzicht in de oorzaken, gevolgen en behandelvormen van hechtingsproblemen is dan ook voor bijna alle hulpverleners relevant. Op dit congres krijgt u informatie over de nieuwste ontwikkelingen en behandelvormen op het gebied van hechting en hechting-

sproblemen. De sessies in de middag gaan over behandeling. Daarbij is zowel aandacht voor de behandeling van kinderen met een verstoorde hechting als ook voor volwassenen en echtparen die kampen met hechtingsproblemen en de gevolgen daarvan. Er is een beperkt aantal plaatsen beschikbaar voor voltijd studenten, zij betalen € 75,- i.p.v. € 275,- (incl. congresmateriaal, koffie/ thee en lunch). www.cursussenencongressen.nl

korten. Nummer 349 komt half september uit. donderdag 14 juni 8.30 - 17.00 De Eenhoorn Amersfoort

juni 2012

Congres Psychodiagnostiek onder de loep, ‘Meten is weten’ 2.0 Sectie ouderenpsychologie NIP Tijdens dit congres worden de ontwikkelingen op het gebied van psychodiagnostiek aan u gepresenteerd. U krijgt de gelegenheid te reflecteren op het eigen diagnostisch handelen en u leert de nieuwe informatie te integreren in uw huidige beroepsuitoefening. Na het volgen van dit congres zijn uw professionele competenties versterkt. Tijdens dit congres staan we stil bij verschillende valkuilen bij het uitvoeren van diagnostiek. Ook zullen we het thema eens vanuit een andere invalshoek belichten. Bijvoorbeeld: Welke beslissingsprocessen spelen een rol bij de professional in het doen van

diagnostiek? Het plenaire gedeelte biedt een brede waaier aan informatie en is relevant voor iedereen! In het middagprogramma is rekening gehouden met de zeer diverse gebieden waarin psychologen in de gezondheidszorg voor ouderen werkzaam zijn. Bijvoorbeeld een verdiepende sessie over de constructen angst en depressie en de complexe diagnostiek, maar ook een sessie met een praktische insteek over het uitvoeren van goed neuropsychologisch onderzoek. Zowel voor de startende psychologen als de ervaren collega’s is er voldoende aanbod! Er is een beperkt aantal plaatsen beschikbaar voor voltijd studenten, zij betalen € 75,- i.p.v. € 275,- (incl. congresmateriaal, koffie/ thee en lunch). www.cursussenencongressen.nl

SPUI25 is een academisch-cultureel centrum aan het Spui in Amsterdam. Het is een levendig podium dat een verbinding vormt tussen de Universiteit van Amsterdam en de wereld van de culturele praktijk in de breedste zin. De volledige agenda staat op www.spui25.nl vrijdag 1 juni 20.00 - 22.00 (toegang gratis) Denken op de plaats rust De mens is vastgelopen in een netwerk van paradoxen. Hij voelt zich behept met een eigen wil, maar de wetenschap houdt hem voor dat hij wordt geleefd door zijn genen. Hij waant zich een vorst op een troon van vrijheid, maar snelt in de moderne netwerkmaatschappij ondertussen van de ene verplichting naar de andere. Daardoor is de wereld voor hem een loden last geworden die hem eerder klem zet, dan ruimte geven om te leven. De filosofie is mede debet

aan deze situatie. Na het wegvallen van de religies heeft zij verzuimd om een domein in te richten waar de mens bij zichzelf kan zijn. Wat de filosofie de afgelopen eeuwen niet deed, moet zij nu wel doen, betoogt Henk van der Waal in het Denken op de plaats rust. Alleen dan kan de in paradoxen verstrikte mens zich ontwikkelen tot een opgetogen denker die weerstand kan bieden aan de waarderingsmechanismen die hem vanuit de economie voortdurend bestoken. Henk van der Waal is dichter en filosoof. Vooraf aanmelden via www.spui25.nl


Vooraf aanmelden via www.spui25.nl

CREA is het cultureel studentencentrum van de Universiteit en Hogeschool van Amsterdam. CREA organiseert onder andere cursussen, workshops, voorstellingen en lezingen. Adres: Nieuwe Achtergracht 170 1018 WV Amsterdam Inlichtingen: 020 5251400. Website: www.crea.uva.nl vrijdag 1 juni 20.00 uur (toegang gratis) Nerd Nite VII - Rockets, Science and Whatnot! Having lived through the Seventh Seal and the Seven Sons of Fëanor, you would think that nothing else involving the number seven would stir a nerd. How wrong you are: the Seventh Amsterdam Nerd Nite is upon us! We are set to

blow away the rainy spring season with two amazing talks. Real-life rocket scientist Ralph Savelsberg will introduce you to the ins and outs of archaic North Korean missiles, and science-PR guru Linda Cendes will dig up some spooky tales about what happens when nerdy scientists step in to the public limelight. Musical interludes will be provided by DJ Dirk Diggler. In between, stay tuned

for our special pre-summer Pan-Nerdic Surprise Event! zaterdag 2 juni 20.00, 21.00 en 22.00 uur (entree €5,00) easylaughs - Improv Comedy High-energy improvised comedy by the international group easylaughs. Every Saturday three different shows. All easy, all with a different format. Each show is 45 minutes, come for one or two or stay for the whole set. For a full program and reservations: www.easylaughs.nl. zondag 3 juni 15.30 uur (entree €2,50) Students for Children Pubquiz Lees jij elke dag de krant en denk je bij elk fout antwoord van een quizkandidaat, dat wist ik? Kom dan naar de pubquiz van Students for Children! Zoals altijd hebben we voor de winnaars iets moois in petto! De opbrengst van de toegangsprijzen gaat naar een Keniaans onderwijsproject van Students for Children. woensdag 13 juni 19.00 uur: voetbalpubquiz ( 20.00 uur: Schlager Karaoke mit Carlo von Münster 20.45 uur: Wedstrijd op groot scherm met bier. (toegang gratis) CREA-Fußball - NederlandDuitsland In de zomer van 2012, op 13 juni in het stadje Charkov werd de historische confrontatie gehouden tussen de Nederlandse leeuw en de Duitse adelaar. Het was niet de eerste keer dat de Duitsers Oekraïne bezochten. Hun bezichtig-

ing tussen 1941 en 1943 liet ook zijn sporen na. In een zinderend Metalist stadion werden onze helden tot het uiterste getergd, maar zij worstelden en kwamen boven. Nadien zwoeren de kleinsten dat deze wedstrijd hun eerste herinnering was geweest, twintigers noemden hun eerstgeboren jongetjes massaal Wesley, Robin en Ibrahim en grijsaards konden opgelucht sterven in de wetenschap dat het onrecht voor goed gewroken was. Het was een avond om nooit te vergeten. Kortom: kom EK-voetbal met ons kijken! Voor deelname aan voetbalpubquiz inschrijven via: creaquiz@crea.uva.nl 9 juli t/m 17 augustus Studenten: €135,00 Afgestudeerde/ medewerkers UvA en HvA: €195,00 Alle anderen: €270,00 CREA Zomercursussen Tijdens de zomercursussen kun je een week intensief aan de slag binnen je favoriete discipline; theater, muziek, zang, dans, audiovisueel, schrijven of beeldend. De groepen bestaan uit ca. 12 tot 15 personen. Avondprogramma en workshops In de cursusweken kun je ’s avonds meedoen aan allerlei culturele activiteiten. Verder worden er elke woensdagmiddag korte, creatieve workshops aangeboden. De week sluit op vrijdagavond af met een gezamenlijke presentatie in het CREA Theater. Deelname aan workshops en het avondprogramma kost € 5,- per onderdeel.

Spiegeloog

Sociale media: emancipatie én repressie? Mobiele telefoon en internet hebben voor velen het beleven van ‘omgeving’ en van sociale contacten veranderd. Door de voortdurende bereikbaarheid, de praktisch onbegrensde en mobiele toegang tot informatie en het voortdurend interactief zijn in cyberspace, leven we in een welhaast permanente virtuele schil naast de fysieke omgeving. Twee cultureel antropologen zorgen voor een prikkelende inleiding over een aantal aspecten van deze nieuwe mogelijkheden en ervaringen. Dr. Lenie Brouwer is door haar veldwerk in Marokko enthousiast over nieuwe technologische mogelijkheden als Facebook, Twitter en de smartphone.

De mogelijkheid om in cyberspace betrekkelijk anoniem te experimenteren met identiteiten en opvattingen ziet zij als een belangrijke stimulans voor veranderingen die in een repressief fysiek leefmilieu veel minder kans zouden krijgen om manifest te worden. Dr. Vincent de Rooij schreef in 2002 over interactiviteit middels mobiele schermen: ‘A greater challenge to classic concepts of the self and individuality used in the social sciences is hardly imaginable’. Hij voorzag dat we minder autonoom en minder individueel zouden kunnen worden, leidend tot een hoogtepunt in ‘otherdirected personalities’ en de verstrengeling met technologie in onze levens. Hoe denkt hij hier tien jaar later over?

25 juni 2012

woensdag 6 juni 20.00 - 22.00 (toegang gratis)


de Wandelgang Amsterdam is de stad van het snelle leven. Er is hier altijd genoeg te doen. Maar wat is eigenlijk de beste plek in deze wereldstad wanneer je even helemaal niks hoeft te doen? Spiegeloog verliet de gebruikelijke wandelgang om in het Vondelpark op zoek te gaan naar studenten die ons konden vertellen wat de meest ontspannende plek van Amsterdam is. Tekst & Foto's: Tess Hol

Spiegeloog

Pieter: 'Ik ben mijn eigen dakterras aan het verbouwen. Mijn huisgenoten en ik maken van steigerhout allemaal banken en tafels, zodat we daar in de zomer kunnen chillen. Een van mijn huisgenoten is afgestudeerd als architect, dus het ziet er allemaal erg professioneel uit. Ik denk dat het dakterras in de zomer dus wel mijn meest ontspannende plek zal worden. Lekker dicht bij huis.'

26 juni 2012

Robert: 'De meest ontspannende plek is voor mij het Zuiderbad. Als ik brak ben, is dat de plek om naar toe te gaan. Je kunt er heerlijk zwemmen, de sauna in en er zijn Turkse stoombaden. Je bent echt zo van je kater af ! Ik ga er eigenlijk te weinig heen, nu zo’n twee keer per maand. Maar misschien is dat juist een goed teken!' Waar te vinden? Hobbemastraat 26 (Zuid)

Paul: 'Hannekes Boom! Er is daar altijd zon, je kunt er op allerlei verschillende plekken zitten en het is voor mijn gevoel midden in het centrum en toch heel vrij gelegen. Ik vind ook dat er relaxed publiek op af komt. Meestal ga ik er met een groep vrienden naartoe en blijven we tot zonsondergang hangen.' Waar te vinden? Dijksgracht 4 (Centrum) Ook te bereiken met de boot! Lieke: ‘Mijn meest ontspannende plek is de steiger aan de Amstel, bij het Miranda Paviljoen. Je kunt er gewoon lekker zitten met een handdoekje en bij mooi weer zelfs zwemmen. Het is gewoon een steigertje aan het water en meestal heel rustig. Ik ga er vaak picknicken of een beetje naar de roeiers kijken. Voordeel is ook dat het dicht bij mijn huis is, dus ideaal.’ Waar te vinden? Amsteldijk 223 (Zuid)


Nienke: 'Het Sarphatipark in de Pijp. Het is een knus park en er komen veel mensen uit de buurt. Het is er rustig, dicht bij huis en het voelt alsof ik in mijn eigen tuin zit. Ook kom ik steeds dezelfde mensen tegen. Pas belandde ik op een bankje naast een bejaarde vrouw, waar ik twee uur mee gekletst heb over het leven. Dat vind ik bijzonder. Ik ben er het hele jaar dagelijks te vinden. In de winter vaak om hard te lopen en in de zomer lig ik er de hele dag op een kleedje te relaxen.' Waar te vinden? De Pijp Ingrid: 'Java-eiland is mijn chillste plek in Amsterdam. Ik ga er zelf meestal hardlopen, want ik woon er dichtbij. Dan kijk je uit over het water, heel mooi. Er is daar ook een binnentuin waar ik graag zit. Ik vind het daar zo fijn omdat je niet het idee hebt dat je nog in de stad zit. Ik woon pas net in Amsterdam, dus de hotspots van het centrum moet ik nog ontdekken!'

Spiegeloog

Waar te vinden? Zeeburg

Kim: 'Café Vertigo, bij het oude filmmuseum. Je hebt daar een bordes waar je in allemaal kussens kunt loungen. Je zit daar de hele dag vol in de zon én je wordt bediend! Ik heb er een blauwe maandag gewerkt, dus ik geniet er nu extra van dat ik daar lekker kan ontspannen. Ook leuk om mijn oude collega’s nog te zien zwoegen, haha.'

juni 2012

27

Waar te vinden? Vondelpark 3 (Zuid)

Niek: 'Café Stevens is de meest relaxte plek in Amsterdam voor mij. Ik ga er altijd heen met vrienden als we een tentamen hebben gemaakt. Het is dan zo’n chill idee dat je daar zit en klaar bent met leren. We blijven daar dan ook echt gelijk tot sluit. Het personeel is ook bijzonder vriendelijk. Waarschijnlijk ben ik een beetje geconditioneerd haha. Ik bestel ook altijd hetzelfde: broodje Stevens.' Waar te vinden? Geldersekade 123 (Centrum)

Lotte en Dewi: 'Club JACO in Oost. In dit centrum zit onze toneelgroep waar we samen bij spelen. We zijn een heel gezellige, hechte groep en vertrouwen elkaar allemaal. Het hele jaar door spelen we daar toneel. We merken vooral dat je er na het spelen weer helemaal ontspannen vandaan komt. Waarschijnlijk omdat je echt alles kunt zijn en doen wat je wilt, niemand die er wat van zegt.' Waar te vinden? Rhijnspoorplein 1A (Oost)


bacchus

Onbereikbaar

‘Wil je nog een laatste check uitvoeren voordat je de onbereikbaarheid ingaat?’, vroeg mijn reisgenootje quasiceremonieel. Gretig checkte ik mijn Facebook; ik had tenslotte enkele minuten geleden gepost dat ik op vakantie ging naar het pittoreske Brighton, en zoals ik al vermoedde vonden maar liefst zes mensen dat like-waardig. Daarna checkte ik snel nog mijn e-mail en WhatsApp. Dit laatste om er zeker van te zijn dat ik geen dagelijkse crises onberoerd achterliet. Plechtig schoof vervolgens mijn wijsvinger over het balkje dat zich op mijn iPhone-schermpje had genesteld; slide to power off. En zo zette ik mijn wereld vijf dagen lang uit. Pure ontspanning in de vorm van onbereikbaarheid. Kom maar op met die rust. Al de eerste ochtend kreeg het begrip ‘oorverdovende stilte’ een nieuwe betekenis. Midden in de nacht schrok ik wakker van mijn lievelingsdrietoongeluid. Een berichtje! Ik greep naar mijn telefoon die uit gewoonte toch onder mijn kussen lag, maar hoe paniekerig ik ook op mijn home button klikte, het beeld bleef zwart. Enkele seconden later realiseerde ik me dat ik slachtoffer was geworden van een phantom limb, waarbij personen die een ledemaat hebben laten amputeren deze wel nog voelen. In dit geval ging het echter om een typisch geval van iPhantom limb. Voor het eerst in tijden kon ik mezelf weer horen denken, alhoewel dit ook zou kunnen komen door het feit dat Brighton meer zeemeeuwen dan inwoners telt en alle huisjes in zoete suikerspinkleuren zijn geverfd. De dagen vlogen voorbij nu ik niet meer elke 35 seconden op mijn telefoon keek om te zien hoe laat het was. Ik concludeerde langzaam maar zeker dat mijn angst voor onbereikbaarheid

onterecht was. Ik gebruikte mijn smartphone vaak om aan andere mensen te laten weten wat ik aan het doen was, waar ik dit deed en met wie. Zonder de oneindige waardering van anderen zouden mijn activiteiten vast niet zo geweldig zijn. Niets bleek minder waar. Mijn wereld was beperkt tot de luttele meters om mij heen, waarbij ik alleen wist hoe het ging met de mensen die zich op aanraakafstand van mij bevonden. En zolang ik niet nadacht over het feit dat ik het waarschijnlijk als laatste zou horen wanneer de wereld verging en ik niet kon checken hoe belabberd ik op recentelijk getagde foto’s stond, voelde dit behoorlijk fijn. Dit fijne gevoel bleef en werd zelfs zo intens dat ik begon op te zien tegen het moment waarop ik mijn telefoon weer aan zou zetten. De laatste uren in de bus genoot ik dus nog bewust volop van het feit dat ik niet wist of ik mijn tentamen gehaald had en hoe legendarisch de afgelopen editie van Awakenings was geweest. Zodra we de Nederlandse grens overgingen, dook ik aarzelend mijn verwaarloosde telefoon op uit mijn handbagage. Ze gedroeg zich als een kat die een lang weekend door haar baasjes was achtergelaten om verzorgd te worden door de buurvrouw; pas na tien minuten kwam er eindelijk een appeltje in beeld. Opeens werden mijn gedachten onderbroken door een orkest aan beltoontjes en piepjes. Eindstand: 33 WhatsApp'jes, twaalf sms’jes, veertien gemiste oproepen, zeven voicemailberichten, 28 Facebooknotificaties, 68 ongelezen e-mails. Einde onbereikbaarheid. Reply all.

Annemiek Crouzen


Ontspanning