Issuu on Google+

Overleven

september 2010 • jaargang 38 • nummer 335


38e jaargang nr. 335, september 2010 ISSN 0166-1930 Spiegeloog is een blad voor de Afdeling Psychologie, Universiteit van Amsterdam

Kamer A.903 Afdeling Psychologie Roetersstraat 15 1018 WB Amsterdam t: 020 - 525 67 58 e: spiegeloog-fmg@uva.nl

903 Ver-van-mijn-bedshow

Hoofd-/Eindredactie Vera van der Molen & Tessa Velthuis.

Overleven is voor de meeste mensen een ver-van-mijn-bedshow. Dat doe je in oorlogsgebied of op een onbewoond eiland. Wij in Nederland léven gewoon en nog redelijk onbezorgd ook. Toch schrijft Rosanne in de Bacchus van dit nummer dat leven zonder media voor sommige mensen een uitdaging is. En dan komt, natuurlijk met een knipoog, overleven weer een stuk dichterbij dan een onbewoond eiland. Want hoe vaak per dag zit jij eigenlijk op Facebook? Hoewel wij niet in een oorlogsgebied of op een onbewoond eiland zitten, zijn er ook in Nederland mensen die serieus hun best moeten doen om te overleven. Mensen met een depressie bijvoorbeeld, die worstelen met zelfmoordgedachten. Gelukkig zijn er dan ook weer mensen die dat proberen te voorkomen. In Psycholoog aan het Werk kun je lezen wat werken bij een suïcidepreventieprogramma inhoudt. Maar er is nog meer slecht nieuws. Hoewel wij het nu nog goed hebben achter onze stevige dijken, kan er in de toekomst van alles gebeuren waardoor overleven ook hier aan de orde van de dag kan komen. Frank Vergeer, oud-projectleider van de Denk Vooruit-campagne, praat over risico’s en hoe Nederlanders daarop reageren. Tessa heeft na haar gesprek met Vergeer meteen twaalf liter water ingeslagen. Als de dijken doorbreken, is zij in elk geval voorbereid. In het artikel ‘Hoe word je 100+ jaar oud’ kun je lezen dat wij Nederlanders als het gaat om lang en gezond leven, eigenlijk al min of meer gedoemd zijn te mislukken. Er bestaan namelijk bepaalde Blue Zones waar mensen dankzij een bijzondere levensstijl erg oud worden. Zo zitten de bewoners van Okinawa thuis op kussens op de grond, waardoor ze bij het opstaan elke keer een redelijke lichamelijke inspanning leveren. Wij Nederlanders hebben comfortabele stoelen en banken; voor een degelijke workout zullen wij toch echt de deur uit moeten. Op pagina 10 kun je lezen wat de andere elementen zijn die invloed hebben op gezond oud worden. Als laatste kun je in de wandelgang zien dat overleven een zeer veelzijdig begrip is. Zo bracht Willem vier uur in de cel door en werd Marit aangevallen door een zwerm killer bees. We zijn blij dat deze nieuwe editie van Spiegeloog nu voor je ligt; gelukkig heb jij de eerste paar weken van het nieuwe studiejaar overleefd! Tessa en Vera

Redactie Rosanne Anholt, Gerrie Bloothoofd, Maartje Bult, Silvija Licina, Joost Molenaar, Bianca Muurman, Kirsten Vegt. Medewerkers Floor van Alphen, Denny Borsboom, Daniël Sligte, Peter Starreveld, Ruud Wetzels. Fotografie Silvia Licina, Vera van der Molen, Tessa Velthuis. Omslagillustratie De afbeelding is ontleend aan de film Fight Club. Layout Vera van der Molen & Tessa Velthuis. Druk Drukkerij de Raddraaier Van Ostadestraat 233 b 1073 TN Amsterdam 020 - 673 05 78 Reacties, commentaren en ingezonden brieven zijn van harte welkom. Voor lange artikelen die ter publicatie worden aangeboden, is het verstandig eerst contact op te nemen met de redactie. De redactie behoudt zich het recht voor bijdragen in te korten of te wijzigen. Spiegeloog verschijnt zeven keer per jaar. Een abonnement op Spiegeloog kost € 15,- per jaar. Indien geïnteresseerd, stuur een bericht met uw naam en adres naar de redactie. Niets uit deze uitgave mag vermenigvuldigd worden zonder schriftelijke toestemming van de redactie.


Inhoud

4

12

13

Een gevaarschuw mens

OpKamers

Filmrecensie

Anticiperen op rampen

Jaap Murre

After.Life

Tabula Rasa Into the Wild

8

Actueel/Opinie/Facultair Nieuwsrubriek

14

Mededelingen Activiteiten voor studenten

20

Ivoren Toren Koorddansen

9

De Rondvraag Sligte aan Wetzels

17

Wandelgang Wat heb jij overleefd?

22

18

Bacchus Overleven anno 2010

24

Hoe word je 100+ jaar oud? Blue Zones

10 Psycholoog aan het werk Su誰cidepreventie-psycholoog


Een gevaarschuw mens In 2006 startte het ministerie van Binnenlandse Zaken de Denk Vooruit-campagne. Die moet mensen aansporen om na te denken over de mogelijke risico’s in hun omgeving en om zich voor te bereiden op noodsituaties zoals langdurige stroomuitval of extreme weersomstandigheden. In de praktijk anticipeert bijna niemand op de rampen die kunnen plaatsvinden. Spiegeloog is benieuwd waarom niet.

Tekst: Tessa Velthuis

Spiegeloog

4 september 2010

Ik biecht op: ik sta ingeschreven als woningzoekende in Enschede. Waarom in hemelsnaam? Omdat iemand me ooit heel overtuigend vertelde dat het westen van Nederland in de toekomst mogelijk onder water zal lopen. De zeespiegel stijgt, Nederland ligt laag, er breekt een stukje dijk af, je kent het wel. En zodra er iets op het nieuws zou komen over volgelopen kelders in Amsterdam, zou ik bovenaan alle wachtlijsten staan in Enschede – zo was het idee. Maar in werkelijkheid ligt het waarschijnlijk iets gecompliceerder. Als West-Nederland onder water loopt, waar moeten al die miljoenen mensen dan naartoe geëvacueerd worden? Allemaal naar Enschede? Kunnen ze überhaupt wel weg: bij vijftien centimeter water kun je al niet meer autorijden. Of is de hoofdstad zo belangrijk dat de overheid nog liever de hele rest van Nederland onder water laat lopen dan Amsterdam op te geven? Honderd procent veiligheid is nooit te garanderen, of je nu wel of niet voorbereid bent. Ten eerste zijn er allerlei rampen waarop je gewoonweg niet kúnt anticiperen: een vliegtuig dat op je huis crasht bijvoorbeeld. Ten tweede zijn er rampen die je sowieso niet overleeft als ze plaatsvinden: een gasexplosie. En ten derde kun je wel een noodpakket, liters water en ingeblikte groenten op zolder hebben staan; misschien ben je als de sirene gaat wel op je werk of in de sportschool. Bovenstaande maakt het verleidelijk om te denken dat anticiperen geen zin heeft. Bovendien is het de vraag of we dergelijke crisissituaties ooit mee gaan maken. Mocht je je braaf gaan voorbereiden, dan is het misschien wel ‘voor niks’. En we doen niet graag dingen voor niks – vooral niet als het geld kost en stress oplevert. Nadenken over wat allerlei akelige rampen met ons, ons leven en onze naasten kunnen doen, is niet prettig. We maken

voor onszelf de afweging: wil ik lekker doorleven en me niet druk maken over de toekomst, met het risico dat ik het niet overleef als er een ramp gebeurt? Of wil ik nu stress ervaren door over rampen na te denken en me voor te bereiden, met het risico dat het me niks oplevert? Ontkenning van het gevaar, fatalisme (menen geen invloed te hebben op je eigen lot) en wishful thinking zijn bekende copingstrategieën om om te gaan met stress en angst. De kop in het zand steken loont op de korte termijn, want de angstgevoelens verminderen. Toch is het in dit geval een slechte strategie, want de risico’s op rampen zijn helaas heel reëel. In het artikel ‘Overstroming? Daar hadden we niet op gerekend!’ rekent natuurkundige Jan Prins uit dat het overstromingsrisico drie keer zo groot is als het brandrisico. En iedereen heeft thuis toch een rookmelder. Waarom dan geen noodpakket? Jan Prins haalt in zijn artikel de Protection Motivation Theory aan; een theorie die de mate waarin mensen voorzorgsmaatregelen willen nemen


De Nederlandse overheid wordt soms betutteling verweten. Wellicht rekenen mensen op zorg en hulp van de staat bij grote incidenten, waardoor zelfredzaamheid overbodig lijkt. Dat misverstand wilde minister Ter Horst met de Denk Voor uit-campagne de wereld uit helpen. Ter Horst is de eerste minister geweest die hardop zei dat wanneer er een ramp zou plaatsvinden, de overheid niet in staat zal zijn iedereen te redden. ‘Als het echt fout gaat, zal iedereen langdurig op zichzelf aangewezen zijn,’ zegt Frank Vergeer. ‘Dat besef is in Nederland totaal weggevallen. De overheid verwacht van de burgers dat ze in ieder geval 72 uur voor zichzelf kunnen zorgen, daarna mag je hulp verwachten. Maar let wel: de meest kwetsbare groepen worden het eerst gered. De bejaarden, de zieken – zij die niet voor zichzelf kúnnen zorgen. Misschien ben je nog wel langer dan 72 uur op jezelf aangewezen, dat weten we niet.’ Er is nog nooit een grootschalige rampoefening geweest in Nederland. In het buitenland worden wel eens oefeningen gehouden met het ontruimen van hele wijken, hier niet. Hier oefenen voorals-

- Iedereen heeft thuis toch een rookmelder? Waarom dan geen noodpakket? -

Dat de gemiddelde burger risico’s heel anders inschat dan de expert, weet ook Frank Vergeer maar al te goed. Frank is een van de oprichters van het Expertisecentrum Risico en Crisiscommunicatie binnen het ministerie van Binnenlandse Zaken. Hij was landelijk projectleider van de Denk Vooruit-campagne en werkt nu vanuit zijn eigen communicatiebureau InConnect stug door aan dezelfde klus: crisisbeheersing en het bevorderen van de zelfredzaamheid van de burger. Frank: ‘Er is een punt waarop mensen denken: aha, nú loop ik risico. En dan gaan ze anticiperen. Maar als dat punt komt, is het meestal al te laat. Vooral de Neder-

5

Naast de Protection Motivation Theory is er nog een andere theorie over waar het van afhangt of mensen anticiperen op rampen. Paul Slovic, een van de grondleggers van de risicopsychologie, schrijft dat mensen geneigd zijn de toekomst te zien als een spiegel van het verleden; een construct dat niet overeenstemt met de werkelijkheid. Vandaar dat individuen het risico van recent voorgevallen gebeurtenissen altijd hoger inschatten. Nadenken over toekomstige rampen is volgens Slovic erg moeilijk: als je iets nog niet hebt meegemaakt is het voorstellen van gevaar lastig. Mensen gaan onrealistisch om met gevaar. Ze negeren voorspellingen tot er daadwerkelijk een ramp gebeurt en vervolgens gaan ze vrij eenzijdig op eenzelfde soort ramp anticiperen. Experts kunnen vooraf waarschuwen, maar de mens blijft sceptisch. Vooral blanke mannen zijn geneigd risico’s erg laag in te schatten. Slovic noemt dit het white male effect.

lander steekt graag de kop in het zand. Een groot deel van ons land ligt onder NAP-niveau en slechts drie procent van de mensen heeft de intentie om op dat feit te anticiperen. Dat wil dus niet eens zeggen dat ze iets gaan doen, maar alleen dat ze het van plan zijn. En dan heb ik het dus vooral over het westen, waar kapitale investeringen worden gedaan.’ Een belangrijke vraag in Franks werk is: hoe krijg je mensen zover dat ze gaan anticiperen? ‘Het klinkt hard,’ zegt Frank, ‘maar een kleine ramp kan helpen. Toen in december 2007 in de Bommelerwaard vijftig uur lang de stroom uitgevallen was, werden de bewoners met de neus op de feiten gedrukt. In december 2009 zat diezelfde regio weer een paar uur zonder stroom, maar toen waren er veel meer mensen voorbereid. Ze hadden aan den lijve ervaren welke problemen er ontstaan als je geen stroom hebt en dat voorbereidingsgedrag loont.‘

september 2010

probeert te voorspellen. Mensen maken een inschatting van de dreiging van het gevaar en een inschatting van de mogelijkheden om met dit gevaar om te gaan. Deze twee componenten hebben samen invloed op de motivatie tot zelfredzaamheid. Zoals in het PMT-model te zien is (zie Figuur 1), speelt ook de demotiverende factor ‘ontkenning/fatalisme/wishful thinking’ een rol.

Spiegeloog

Figuur 1: Het PMT model toegepast op overstromingsrisico


Bron: www.noodzaken.nl nog alleen de hulpdiensten zelf, maar er zijn nieuwe ontwikkelingen aan de gang waarbij ook burgers meedoen. Eigenlijk hebben wij in Nederland nog heel weinig ervaring.

Spiegeloog

6

Wat rampoefeningen en rampmanagement betreft vindt Frank dat we nog veel kunnen leren. ‘In Amerika hebben ze woonwijken met veiligheidscoördinatoren en verzamelpunten bij calamiteiten. Die coördinatoren, die zelf ook gewoon in de wijk wonen, zien er bijvoorbeeld op toe dat de oudjes uit de wijk gered worden. Amerika heeft sowieso veel meer ervaring met grootschalige incidenten; daar zijn permanent twintig crisisteams aan de slag.’ Omdat er in Amerika vaker rampen gebeuren, is voorbereidingsgedrag aantrekkelijk. Mensen zien dat er iets kan voorvallen en wat de gevolgen kunnen zijn, dus de externe druk is continu vrij hoog. De Amerikanen worden ook gedwongen zich

Spaghetti koken in bier september 2010

In september 2009 faketen George-Emile Tokaya en vijf van zijn studiegenoten van de TU/Delft een watersnoodramp. Ze sloten zich 72 uur lang op in hun studentenhuis, zonder noodpakket of andere voorbereidende maatregelen, om te ervaren wat de problemen zijn waar je tegenaan loopt als je wordt verrast door een overstroming. Waarom deden jullie deze zogenoemde ‘bodystorm’? ‘Voor het vak sustainable design kregen we de onpopulaire opdracht om naar het noodpakket te kijken. We waren niet overtuigd van het nut ervan en wilden onderzoeken of je ook zonder kon. Bodystorming mag je niet voorbereiden want dan werkt het niet meer, dus toen we de universiteit uit liepen zeiden we: laten we het nú doen. We leenden een camera en gingen naar huis, waar we het water afsloten en de stoppen eruit draaiden.’ Wat hebben jullie toen gedaan? ‘Allereerst hebben we geïnventariseerd wat we in huis hadden. Eigenlijk hadden we heel veel nuttige spullen en eten, alleen drinken was een probleem. We hebben het

te ontwikkelen op het gebied van crisiscoördinatie. Nadat orkaan Katrina grote delen van New Orleans verwoestte heeft de FEMA (Federal Emergency Management Agency) veel kritiek gekregen vanwege het uitblijven van noodzakelijke hulp en vanwege gebrekkige evacuatiemaatregelen. Frank, die zelf negen maanden na Katrina New Orleans bezocht heeft, vertelt hoe vijfduizend mensen genoodzaakt waren te schuilen in een ziekenhuis dat slechts was uitgerust met zeshonderd bedden. Dan ontstaan er spanningen en vechtpartijen. De organisatiestructuur van de FEMA is tengevolge van de kritiek omgegooid en sterk versimpeld waardoor er nu nog sneller en beter gereageerd kan worden als de noodtoestand wordt uitgeroepen. Als communicatieadviseur neemt Frank kritiek van de burger heel serieus. Hij geeft advies over hoe de staat dient te communiceren met de burger, zowel voor, tijdens als na een ramp. ‘We trainen teams om aan te sluiten op het gevoel dat buiten leeft, want dat is voor ons de maatstaf,’ zegt Frank, ‘Mijn definitie van een crisis is heel simpel: als de samenleving het beleeft als een crisis, behandel ik het ook als een crisis. Ik adviseer de overheid om altijd naar de bevolking te kijken. De burger heeft recht op informatie.’ De Denk Vooruit-campagne is een mooi voorbeeld van communicatie vóór een ramp, maar blijkbaar zit de burger niet altijd op informatie te wachten. Frank: ‘Er bestaat een klassieke risicotheorie en die luidt: risico = kans x effect. Hier wil ik zelf ‘x perceptie’ aan toevoegen. En gelukkig is

kraanwater uit de leidingen in een fles opgevangen en daarop hebben we met een stift strepen gezet hoeveel we per dag mochten drinken. Eigenlijk wilden we ook water uit de spoelbak van het toilet drinken, maar daar zaten vieze schimmels in.’ Hebben jullie niet vals gespeeld? ‘Nee, we hebben ons honderd procent aan de regels gehouden. Zelfs toen dat betekende dat we in die 72 uur maar één keer het toilet door hebben kunnen spoelen en dat handen wassen moest gebeuren met een in de beschimmelde spoelbak gedoopte theedoek.’ Wat viel je het meest tegen? ‘Het was oersaai. De dagen duren best lang als je niks kan doen. De tv werkt niet, je kunt niet computeren. We moesten echt op zoek gaan naar manieren om onszelf te vermaken. En met eten kwamen we er wel redelijk uit, maar we hadden echt te weinig drinken. Ik zou zo’n bodystorm niet nog een keer doen.’ Waarin verschilde jullie bodystorm van de werkelijkheid? ‘Wij lieten de kraan leeglopen in een fles, maar dat is natuurlijk dubieus want misschien had je niet geweten dat


perceptie iets dat je met communicatie kunt beïnvloeden. Vroeger werkte ik bij de politie en werd het keurmerk Veilig Wonen ingevoerd. Als je woning dat keurmerk had, was je woning veilig en kreeg je korting op je verzekeringspremie. Mensen werden beïnvloed in hun denken over sociale veiligheid en inbraakrisico’s, maar wel dankzij de vergoeding. Nederlanders zijn gevoelig voor hun portemonnee. Misschien gaan mensen anticiperen om de ‘verkeerde’ redenen, maar dan doen ze het tenminste wel! De Denk Vooruitcampagne mist een beloninginstrument en daarom is het geen groot succes is geworden.’

het traject Schiphol-Hoofddorp een konijn op de rails. Het beestje is overreden, bleef onderaan de trein hangen, heeft hier of daar een schakelaar omgezet en álles was ontregeld. Vooral de jongere generatie is niet voldoende zelfredzaam, want ze hebben niet de ervaring die veel ouderen hebben dat de stroom vroeger af en toe gewoon uitviel. Mijn kinderen zitten op scouting, daar leren ze veel wat ze wellicht later van pas kan komen. Je hoeft geen beren te kunnen slachten, maar een vuurtje kunnen maken is toch wel handig.’

- Laatst stond het water achter mijn huis zo hoog dat ik mijn bootje al losgemaakt had -

het water was afgesloten en dan doe je dat niet. En als je niet zeker weet of je gered gaat worden, komt de factor paniek er nog bij. Dan is afleiding en vermaak nog belangrijker dan het nu al was. Informatie op de radio was er niet omdat het nep was, maar in een echte situatie wil je zeker wel weten wat er aan de hand is.’ Ben je na deze ervaring zelf goed voorbereid op een mogelijke ramp? ‘Euhm, nee. Ik heb niet echt wat veranderd. Ik heb wel een opwindradiootje aangeschaft, maar geen extra watervoorraad. Ondanks dat ik een idee heb van hoe het moet zijn, ben ik arrogant en denk ik dat alles wel goed komt. Financiën en luiheid zijn de grootste bezwaren, net als bij de meeste mensen denk ik. Deels is het ook angst: zodra je die fles water in je huis zet, erken je dat dit probleem er is. Maar na dit gesprek ga ik er opnieuw over nadenken.’ Heeft de werkgroep over het noodpakket nog iets opgeleverd? ‘We hebben ons gericht op producten die je gewoon dagelijks gebruikt en die een rampfunctie krijgen als er iets aan de hand is. Het probleem van te weinig water zou je bijvoorbeeld kunnen oplossen door een badkuip te maken met een bufferreservoir. Dan heb je altijd tien liter water

Artikel ‘Overstroming? Daar hadden we niet op gerekend!’: fysiekeveiligheid.hz.nl/janprins/overstroming,_daarhaddenwe_ niet_op_gerekend.pdf

Spiegeloog

Bronnen

7 in huis, altijd vers omdat het gewoon doorstroomt en het kost niks extra’s. Eigenlijk zou zo’n werkgroep nog eens herhaald moeten worden met psychologen erbij.’

Wil je de jongens spaghetti zien koken in bier? Youtubezoekwoorden: tudelft bodystorm. Het eindproduct van hun werkgroep was het 'noodPLAKhet'. Youtube-zoekwoorden: tudelft noodplakhet.

Overleef jij het?

Op 72uur.nl vind je een quasi-interactief filmpje over een vrouw die onvoorbereid 72 uur moet overleven in haar eigen huis. Jij als kijker mag kiezen: gaat ze uit het toilet drinken of wordt het toch de vissenkom? Hoewel ik mezelf iets hoger inschat dan deze mevrouw (ik kan best in het donker een trap op lopen) maakt het filmpje toch een punt heel duidelijk: een paar flessen water en blikjes knakworst aanschaffen is een kleine investering qua moeite en geld, maar mocht je het ooit nodig hebben dan is het onbetaalbaar.

september 2010

Frank is zelf natuurlijk wel voorbereid: ‘Eén gevaar in mijn woongebied is een LPG-station. Daar kun je weinig op anticiperen want als dat ontploft ben je sowieso dood. Een ander gevaar is het water. Achter mijn huis is een dijk en in mijn schuur heb ik een bootje. Laatst stond het water zo hoog dat ik mijn bootje al losgemaakt had. Een dijk is een schijnveiligheid. Iedereen die er verstand van heeft wijst op de risico’s; technisch, klimatologisch, noem maar op. We hebben een complexe samenleving en de onderlinge afhankelijkheden van het systeem zijn heel groot: een klein incident kan grote gevolgen hebben. Laatst liep er op

Terwijl ik gestaag naar boven klim op alle wachtlijsten van Enschede, is mijn vriend nog steeds de belichaming van het white male effect. Misschien hebben we op die manier wel een mooie balans gevonden; ik hamster water en voedsel voor twee personen en hij sust mijn stress. <<


Tabula Rasa Themaboek Into the Wild Jon Krakauer

Tekst: Rosanne Anholt

In April 1992, a young man from a well-to-do East Coast family hitchhiked to Alaska and walked alone into the wilderness north of mt. McKinley. Four months later his decomposed body was found by a party of moose hunters.

Spiegeloog

8

september 2010

Het plot dat in Sean Penns verfilming het emotionele einde betekent van de inspirerende reis door het leven van de 24jarige Chris McCandless, vormt in het boek van Jon Krakauer een schokkend begin. De lezer wil hier direct meer van weten. Het boek is gebaseerd op een artikel dat Krakauer eerder schreef naar aanleiding van de ontdekking van het lichaam van McCandless in 1992. In 1997, waarin ook het boek was verschenen, kwam de film uit. Deze is het alleen al vanwege de prachtige natuurshots van Alaska zeker waard om te zien. Into the Wild vertelt McCandless’ verhaal, volledig gereconstrueerd door Krakauer, die zijn bewondering voor deze jongeman allerminst verbergt. De schrijver traceerde de stappen van de succesvol afgestudeerde McCandless vanaf het punt dat hij zijn auto achterliet en 24.000 dollar aan spaargeld aan het goede doel gaf, tot aan zijn dood – een reis te voet die van Atlanta naar Mexico, het zuidwesten van de VS en South Dakota leidde, om uiteindelijk te eindigen in Alaska. Het kostte Krakauer ongeveer een jaar om alle informatie bij elkaar te sprokkelen en de mensen met wie McCandless contact had gehad tijdens zijn reis op te sporen. De hoofdstukken in Into the Wild beginnen soms met stukjes uit McCandless’ dagboek of onderstreepte pas-

Ramsj

Tekst: Joost Molenaar

De Lompe Leeuw, Binnert de Beaufort (2007) Tijdens de vakantie of introductieweek ook weer zo leuk voorgedrongen in een rij? Of heb je iemand zijn afval op straat zien dumpen? In De lompe leeuw, waarom Nederlanders zo onbeschoft zijn onderzoekt De Beaufort de maatschappelijke verwording van ons land. De auteur observeerde het gedrag van Nederlanders in de publieke ruimte, verzamelde anekdotes en sprak met mensen die in hun werk regelmatig geconfronteerd worden met de Nederlandse hufterigheid. Minpunt: het boek bevat meer anekdotes dan analyses. Amsterdam: Prometheus, van € 8,95 voor € 3,90

sages in boeken van zijn favoriete auteurs zoals Leo Tolstoy en Jack London, die samen met zijn lichaam zijn gevonden. Beginnend met McCandless’ dood, beschrijft Krakauer in een niet-chronologische volgorde zijn ontdekkingen over de reis die McCandless maakte. Hij wisselt dit af met passages en hoofdstukken over zijn eigen leven waarin hij afreisde naar eenzame gebieden om tot inzicht in zichzelf en het leven te komen. Door de vergelijking tussen McCandless en zichzelf te trekken, probeert Krakauer niet alleen zijn fascinatie en bewondering voor de jongen te laten zien, maar ook een realistisch beeld te schetsen van hoe McCandless zijn reis ervaren moet hebben. McCandless zocht het ultieme geluk ver weg van de beschaafde wereld en vond het in zijn eenzaamheid in Alaska, waar hij omringt was door niets anders dan de wilde natuur. Op zijn eigen manier poogde hij te ontsnappen aan een bureaucratie bestaande uit ouders, de regering en de samenleving, waarin hij niets vond dan leugens. Werken als ‘White Fang’ van Jack London en ‘War and Peace’ van Leo Tolstoy, die McCandless’ ideeën over de maatschappij alleen maar versterkten, inspireerden hem tot een heroïsche ontsnapping die niet alleen leidde tot overweldigend geluk, maar ook tot een tragische dood. Christopher McCandless at een giftige schimmel dat ervoor zorgde die zijn lichaam geen voedingsstoffen meer kon opnemen. Hierdoor stierf hij de hongerdood. McCandless bracht ongeveer honderd dagen door in de wildernis van Alaska.

Descartes’ Error, Antonio Damasio, (1994) Een van de grote psychologische publicaties uit de laatste twintig jaar. Nadat Descartes halverwege de zeventiende eeuw zijn ideeën weergaf in zijn fameuze stelling Cogito ergo sum – ik denk dus ik ben – richtte de wetenschap zich nadrukkelijk op het menselijk denkvermogen en zag zij emotie lange tijd over het hoofd. Damasio wil in dit boek meer evenwicht brengen in de relatie tussen emotie en verstand. Volgens hem zijn emoties geen luxe of nutteloze gevoelens, maar zijn ze juist van essentieel belang voor rationeel denken en passend sociaal gedrag. Hiermee raak je enthousiast voor wetenschappelijke psychologie! Londen: Vintage Books, van € 12,95 voor € 5,95


Nieuw boek

De ivoren toren

De 50 grootste misvattingen in de psychologie

Koorddansen

Stad van woorden, Alberto Manguil (2007) Bomaanslagen in London, Indonesië, Iran en Pakistan; rellen in de voorsteden van Parijs; de moord op Theo van Gogh: allemaal symptomen van almaar groeiende intolerantie in de huidige maatschappij. In Stad van woorden houdt de auteur een pleidooi om met literatuur en kunst deze intolerantie te lijf te gaan. Manguil speurt naar oplossingen die politici en sociologen mogelijk niet kennen. Amsterdam: Ambo, van € 19,95 voor € 6,95 De ramsjboeken zijn te koop bij Selexyz Scheltema, Amsterdam

Als je in de wereld van de academische psychologie wilt overleven, is het handig als je een beetje les kunt geven, niet volledig communicatief gestoord bent en in staat bent de tijd in de gaten te houden mocht je eens een vergadering moeten voorzitten. Maar geen van deze zaken is, als het erop aan komt, een echt harde vereiste voor succes. De enige keiharde voorwaarde is: publiceren. Wetenschappelijke artikelen dus, geen boeken of opiniestukken in de krant; die zijn in de psychologie maar matig belangrijk. Publiceren is slechts ten dele een bezigheid die door wetenschappelijke normen geïnformeerd wordt. Het is vooral een sociaal proces waarbij het erom gaat anderen zover te krijgen dat zij jouw artikel plaatsen. Die anderen, dat zijn de referenten – meestal anonieme collega’s die je stuk aan gort proberen te schieten, en de redacteur van het tijdschrift – die je ervan moet overtuigen dat de kritiek van de referenten geen hout snijdt. Het overtuigen van anderen, dat staat op gespannen voet met de wetenschappelijke normen en waarden. Die houden in dat je zo koel mogelijk naar de feiten kijkt, de zaken niet verdraait, en helder rapporteert wat er wel en niet klopt aan je onderzoek – er is immers geen koe zo bont, of er zit wel een vlekje aan. Het is echter onverstandig om al teveel de schijnwerper op die vlekjes te zetten. Omdat tijdschriftredacties de vervelende neiging hebben hun schaarse ruimte te vullen met onderzoek dat he-le-maal fan-tas-tisch uitkomt, eindig je roomser dan de Paus al snel met een winkelwagentje in het Vondelpark. Je moet dus leren zo ver te gaan als je data je redelijkerwijs kunnen dragen, maar niet zo ver dat je bij kritische inspectie door het ijs zakt. Dit evenwicht is fragiel, en als de stemming in een vakgebied al te avontuurlijk wordt, dan kan zo’n vakgebied in zijn geheel afglijden naar een soort imitatie-wetenschap, waarbij de zuivere geesten langzamerhand weggefilterd worden ten gunste van halve en hele charlatans. Ik ken wel gebieden in de psychologie waarbij dat gebeurd is, en serieuze onderzoekers hebben het in die gebieden niet gemakkelijk. Toch kun je speculatieve avonturiers niet missen, want dan blijft wetenschap steken in halfslachtigheid. Iemand moet de sprong over de afgrond aandurven, ook als er het een en ander op een onderzoek aan te merken is. Ook wetenschappelijke perfectie bestaat alleen in theorie. Wetenschap, dat is koorddansen tussen zuiverheid en pragmatisme. Denny Borsboom

Spiegeloog

Dromen hebben geen symbolische betekenis; kijken gaat niet gepaard met emissies uit de ogen; tijdens volle maan zijn er niet meer opnames in psychiatrische ziekenhuizen. De auteurs doen deze en 47 andere misvattingen over uiteenlopende psychologische onderwerpen, in dit boek de das om. De heersende opvatting wordt afgezet tegen de juiste opvatting, waarbij je als een ontdekker door de verschillende onderzoeken wordt geleid. Zo kom je niet alleen te weten dat mensen helemaal geen nieuwe kennis (zoals een vreemde taal) kunnen opnemen in hun slaap (misvatting 21), maar ook dat dat bleek uit een onderzoek waar proefpersonen wel iets leerden van de tapes, maar dat deden doordat ze niet konden slapen door het geluid van de tape! Wie in De 50 grootste misvattingen in de psychologie zijn eigen misvattingen denkt terug te vinden, komt een beetje bedrogen uit. Hoewel de auteurs verschillende onderzoeken aanhalen waaruit blijkt dat zelfs studenten en hoogleraren geloven in de misvattingen, denk ik niet dat 59% van de psychologiestudenten (zoals het boek beweert) daadwerkelijk denkt dat subliminale boodschappen mensen kunnen overhalen producten aan te schaffen (misvatting 5). Niet de UvAstudenten in ieder geval, want al vroeg in de studie wordt duidelijk dat in het onderzoek waarbij ‘cola’ en ‘popcorn’ op het bioscoopscherm geprojecteerd werd gefraudeerd. Ik wist zelf al van 38 van de vijftig misvattingen dat ze niet klopten, maar toch maakt het verhaal achter deze misvattingen het lezen van het boek zeker de moeite waard. Tevens worden er in het boek veel films en afleveringen van televisieseries genoemd waarin uitgegaan wordt van de misvattingen, wat het geheel een luchtig tintje geeft. En dat het verlies van het korte termijngeheugen niet echt zo is als in 50 First Dates, dat nemen we dan maar voor lief. De waarheid is soms een stuk saaier dan de film.

9

Tekst: Vera van der Molen

september 2010

Scott Lilienfeld en anderen


Hoe word je 100+ jaar oud? Kijk de kunst af van de bewoners van Blue Zones

Honderd jaar oud worden is niet voor veel mensen weggelegd. En degenen die het halen, zijn meestal niet meer erg fit en gezond. Onderzoekers ontdekten dat er ook wereldburgers zijn die dit probleem niet hebben. Wat doen zij wat wij niet doen?

Spiegeloog

10

Tekst: Kirsten Vegt

september 2010

Honderd jaar oud worden, wie wil dat nou niet? Men is altijd al op zoek geweest naar de bron van het eeuwige leven. Maar dan wel een eeuwig leven zonder ziekte en ouderdom. De bron van het eeuwige leven met de fontein van de eeuwige jeugd ernaast. Een Griekse mythe vertelt bijvoorbeeld al over Tithonus die werd ontvoerd door de godin Eos om haar geliefde te worden. Ze vroeg aan Zeus om hem net als de goden onsterfelijk te maken, maar vergat daarbij om om zijn eeuwige jeugd te vragen. Zo bleef Tithonus wel eeuwig leven, maar werd hij steeds ouder.

Een aantal onderzoekers stelden zich deze vraag (Poulain et al., 2004). Zij trokken eropuit om te gaan kijken welke wereldburgers lang en gezond blijven leven. Uiteindelijk kwamen ze erachter dat er een aantal gebieden in de wereld bestaan waar men opvallend oud sterft. En dan niet aan een ziekte, maar door een ‘vredige’ hartstilstand tijdens de slaap. Een gebied waarin een hoog percentage van dit soort ouderen leven wordt een Blue Zone genoemd. En de mensen die in deze gebieden wonen, blijken zich inderdaad te onderscheiden als het gaat om levensstijl.

- Bij je geboorte word je al ingedeeld in een vriendenkring -

Hoewel het eeuwig leven én de eeuwige jeugd nog niet gevonden zijn, hebben onderzoekers wel iets gevonden wat in de buurt komt, namelijk 'Blue Zones': gebieden op de wereld waar mensen opvallend lang, gelukkig én gezond leven. Volgens een Deens onderzoek bij tweelingen bepalen onze genen slechts voor minder dan twintig procent de lengte van ons leven. De overige tachtig procent wordt bepaald door onze levensstijl (Herskind et al., 1996). Hieruit volgt dat de levensstijl van grote invloed is op hoe oud men wordt en op welke manier dit gebeurt. En het roept nog een andere interessante vraag op: bestaat er een ideale manier van leven die de kans op het bereiken van een hoge leeftijd zonder gezondheidsklachten vergroot?

Eén van deze Blue Zones is het eiland Sardinië (Italië). Een team van demografen vond dat in veel van de bergdorpjes op dit eiland een opvallend aantal ouderen leeft die de honderd in goede gezondheid naderen. Een ander gebied is het eiland Okinawa (Japan). Ook hier wordt men oud en is de lichamelijke aftakeling tot een minimum beperkt. Hetzelfde geldt voor het gebied Nicoya Peninsula (Costa Rica) en het eiland Icaria (Griekenland). Opvallend is dat de meeste van deze gebieden eilanden of afgelegen gebieden zijn. Waarschijnlijk is de reden hiervoor dat in een afgezonderd gebied lang aan eigen tradities en gebruiken kan worden vastgehouden. Verder zijn er weinig


invloeden van buitenaf en is er sprake van een hechte gemeenschap in het gebied. Er is geen McDonalds en er zijn weinig tot geen auto’s. Wel is er een groep mensen die je leven lang bij je blijft, wat vaak een zeldzaamheid is in een westerse maatschappij. Deze factoren blijken belangrijk te zijn voor de gelukkige en gezonde ouderdom van de inwoners van de Blue Zones.

teren op meer geestelijke en immateriële zaken. Daarbij komt nog dat iedereen een persoonlijk levensdoel weet te formuleren. Als aan de inwoners van het eiland Icaria wordt gevraagd waarom ze graag de volgende dag willen ‘halen’ heeft iedereen een antwoord klaar. Er is sprake van een geestelijke ‘noodzaak’ tot leven.

- In sommige Blue Zones kent men het concept 'sport' niet eens -

Nog een kenmerk dat wordt gedeeld door de inwoners van Blue Zones is de nadruk die wordt gelegd op familie. Opvallend is dat het proces van ouder worden niet direct wordt gezien als iets slechts. Integendeel, oudere leden van de familie worden gezien als wijzer en ze verdienen aandacht en respect. Daarnaast zijn de ouderen niet alleen deel van een hechte kring met familie, maar ook vaak van een vriendenkring. Op Okinawa wordt men bijvoorbeeld bij de geboorte al zogezegd ‘ingedeeld’ in een vriendenkring. Verder heeft de bevolking in iedere Blue Zone een voornamelijk plantaardig dieet gemeen. Er wordt wel vlees gegeten, maar het is niet het hoofdingrediënt van iedere maaltijd. Ook zijn de porties die men eet een stuk kleiner dan op plaatsen van de wereld waar men minder oud wordt. In Okinawa zorgt men er bijvoorbeeld voor niet teveel te eten door van kleine bordjes te eten. Ook stoppen ze met eten als ze zich voor ongeveer tachtig procent vol voelen, vanuit de overtuiging dat het even duurt voordat de geest weet dat het lichaam vol is. Ten slotte is gebleken dat in elke Blue Zone men een religieuze of spirituele overtuiging heeft. Men reserveert een moment op de dag om te bidden, te mediteren of te reflec-

Wellicht zullen we ooit de bron van het eeuwige leven met de fontein van de eeuwige jeugd vinden, maar voor nu kunnen we zelf al ons bekertje met een gezond, gelukkig en lang leven vullen. <<

Bronnen

- Herskind, A. M., McGue, M., Holm, N.V., Sørensen, T. I. A., Harvald, B. & Vaupel, J. W. (1996). The heritability of human longevity: a population-based study of 2872 Danish twin pairs born 1870-1900. Human Genetics, 97(3), 319-323. - Poulain M., Pes G.M., Grasland C., Carru C., Ferucci L., Baggio G., Franceschi C., & Deiana L. (2004). Identification of a Geographic Area Characterized by Extreme Longevity in the Sardinia Island: the AKEA study. Experimental Gerontology, 39, 1423–1429.

Spiegeloog

1. Zorg ervoor dat fysieke beweging iets wordt wat in het dagelijkse leven wordt geïncorporeerd. 2. Omring je met een kring vrienden en familie voor steun, liefde en aandacht – voor zowel de oudere als de jongere generatie. 3. Houd een voornamelijk plantaardig dieet aan. Eet voldoende groente en fruit en eet kleinere porties. 4. Zorg voor een spirituele, religieuze of reflectieve beleving. Ontwikkel hierbij een levensdoel. Waarom wil je ouder worden en wat wil je nog bereiken?

11 september 2010

Er is dus een aantal kenmerken die de Blue Zones met elkaar delen. Een voorbeeld is dat de bewoners van deze gebieden geen sporters zijn. Op sommige plekken kent men het concept 'sport' niet eens. Maar toch beweegt men veel. Lichamelijke activiteiten worden namelijk niet ingedeeld als een sportactiviteit op een bepaald moment op de dag of in de week. Fysieke inspanning is onderdeel van het dagelijkse leven. Zo fietsen veel bewoners van de bergdorpjes in Sardinië nog iedere dag naar hun werk en hakken ze hun eigen hout. Ook op het eiland Okinawa bij Japan wordt er niet of nauwelijks gesport. Men heeft hier geen stoelen of banken in de kamer staan, maar iedereen zit op kussens op de grond. De bewegingen bij het gaan zitten en weer opstaan op een dag zijn opgeteld dan feitelijk een workout.

Uit deze voorbeelden concluderen de onderzoekers dat er een aantal manieren van leven zijn waarmee de kans vergroot wordt de honderd jaar gezond te halen:


Op Kamers

Tekst & Foto's: Vera van der Molen

Kamer: A 6.28 Bewoner: Jaap Murre Jaap Murre is hoogleraar Theoretische Neuropsychologie. De plasticiteit van de hersenen, leren en geheugen vormen de rode draad in zijn onderzoek en onderwijs. Verder geeft hij les in het maken van modellen. Poster

Spiegeloog

De poster van David Hockney die naast de deur hangt, symboliseert volgens hem hoe psychologen te werk gaan. ‘In onderzoek kom je vaak allerlei stukjes te weten van de menselijke geest. Die stukjes ga je dan samen in één groot plaatje plakken, maar vaak past iets helemaal niet. Met enig geweld wordt het er dan toch tussen gestopt.’ Op de poster is onder andere een aantal blikjes afgebeeld. ‘Later blijkt vaak dat de blikjes bijvoorbeeld heel ergens anders neergelegd hadden moeten. Het klopt dan wel ongeveer, maar het is ook geforceerd.’

12

Frenologiehoofd

september 2010

Het frenologiehoofd van Gall is volgens Murre zo bekend, dat veel psychologen het waarschijnlijk in hun kamer hebben staan. ‘Gall dacht dat de hersenen plaatselijk groter zouden worden, en daardoor tegen de schedel aan zouden drukken, als ze ergens veel mee bezig waren. Op die plek zou dan een bobbel op het hoofd ontstaan. Bij verschillende mensen mat hij de bobbels en keek hij op een vage wijze welke karakteristieken die mensen hadden. Door hierover een soort correlaties te berekenen stelde hij vast waar in de hersenen verschillende eigenschappen gevestigd waren. Hij deed dit echter door middel van rare interpretaties en hij ging er zelfs zo ver in dat hij bijvoorbeeld ‘vaderlandslievendheid’ en ‘liefde voor dieren’ in de hersenen lokaliseerde.’ Murre laat ook nog even de onderkant van het beeld zien: Made in China. ‘Tja, het is geen antieke, die zou wel heel duur zijn.’

Homo Erectus

Ook de schedel van de Homo Erectus is geen ‘echte’. Hij kocht hem ooit op internet, omdat de vroege mensachtigen hem erg fascineren. Aan de muur hangt ook een kaart waarop hij aanwijst dat de Homo Erectus, die gezien wordt als de eerste voorvader van de huidige mens, 1,2 miljoen jaar geleden leefde. ‘Als je bedenkt dat er toen al mensachtigen waren, die misschien wel gevoelens hadden of verhalen, en dat er zoveel van die ‘mensen’ zijn geweest waar we niets vanaf weten, dat is toch geweldig! Van de Homo Erectus hebben we slechts een paar stenen werktuigen over. De laatste tienduizend jaar zijn we echt in een stroomversnelling terecht gekomen, daarvoor gebeurde er eigenlijk heel lang niets’


Filmrecensie Tekst: Vera van der Molen & Tessa Velthuis

TV: Ik wist na vijf minuten al dat ze echt dood was. VM: Dat is gek, want ik weet zeker dat ze leefde. Maar misschien was het de bedoeling van de regisseuse om ons in het ongewisse te laten. TV: Net zoals Anna moeilijk kan accepteren dat ze dood is, kun jij blijkbaar óók maar moeilijk accepteren dat zij dood is. VM: Nee hoor, er zitten heel duidelijke aanwijzingen in dat ze leeft. Maar het feit dat wij hier al dagen over zitten te discussiëren, maakt het voor mij al een goede film. TV: Misschien zit ze in een tussenstadium tussen leven en dood en heeft niemand gelijk. Zou dat ook de betekenis zijn van de punt in de filmtitel? VM: Ze zit sowieso in een tussenstadium. Ook als ze nog leeft, leeft ze namelijk niet voluit. Daarom is zij ook slachtoffer geworden van Deacon. Hij wil dat mensen alleen leven als ze het waard zijn om te leven. Hij zag haar ongelukkig

zijn en dus besloot hij om haar leven weg te nemen. TV: Volgens mij kwam Anna als dode bij hem binnen en is het Deacons taak om haar ziel te helpen het leven los te laten. Hij gaat haar dus overtuigen dat haar leven waardeloos was, omdat haar geest anders weigert afscheid te nemen. En alles wat jij bewijs vindt dat ze leefde, doe ik af als een hallucinatie. Maar je hebt wel een goed punt dat in Deacons ogen de dood beter kan zijn dan het leven. VM: Het idee dat het mogelijk is om iemand te laten denken dat hij dood is, terwijl dat niet zo is, is heel cool. TV: Ik vind mijn interpretatie nog gruwelijker: je wilt niet dood zijn, maar je bent het toch. Dan krijg je allerlei bewijzen (je ziet eruit als een lijk, de politie heeft formulieren ondertekend, etc.) maar één klein beetje adem op een spiegel en je klampt je weer vast aan je geloof dat je leeft. VM: Ik ben het daar dus niet mee eens: ze is verzwakt en ziet eruit als een lijk, omdat hij spul in haar nek spuit en niet omdat ze dood is. TV: Ik denk niet dat we elkaar kunnen overtuigen… Was er ook nog iets waarover we het eens waren? VM: Ik vond haar stemmetje irritant. Zeker toen ze voor het eerst 'wakker' werd op die tafel. Toen kreunde ze echt als een pornoster. Sowieso vond ik het heel irritant dat ze de hele tijd naakt of in haar kleine rode jurkje met haar kont liep te wiebelen. TV: Hartgrondig mee eens, haha!

After.Life is nog beperkt te zien in de bioscoop

Spiegeloog

Drag Me To Hell (enge zigeuneromaatjes en een lichaam opgraven) meets Six Feet Under (begrafenisonderneming en plastisch getoonde lijkschouwingen) meets Saw (confrontatie met de dood moet mensen doen inzien dat hun leven tot dan toe niks waard was). Lerares Anna Taylor (Christina Ricci) krijgt een auto-ongeluk en wordt wakker in het mortuarium, alwaar begrafenisondernemer Eliot Deacon (Liam Neeson) haar vertelt dat ze dood is en dat ze alleen maar met hem kan praten omdat hij een bijzondere gave heeft. Is ze werkelijk dood? Of is Deacon een psychopaat die haar wil doen geloven dat ze dood is om haar vervolgens levend te begraven?

13 september 2010

After.Life

regie: Agnieszka Wojtowicz-Vosloo


/Actueel/Opinie/Facultair/

Droom van de psycholoog?

Ingezonden door Floor van Alphen n.a.v. het verdwijnen van Persoonlijkheidsleer

Spiegeloog

14 september 2010

Wat is de psychologie? Ik zat nog net op het andere halfrond toen mij het nieuws ter ore kwam dat het vak persoonlijkheidsleer uit de Amsterdamse psychologiepropedeuse zou verdwijnen. Het artikel van Georges Canguilhem uit 1956* waarin deze vraag werd gesteld, gelezen door alle eerstejaars aan de universiteit van Buenos Aires, kwam meteen in me op. Ik ben er pas mee in aanraking gekomen jaren na de afronding van mijn studie in Amsterdam, tijdens mijn historisch/filosofische onderzoekingen verbonden aan de psychologiefaculteit aldaar. Canguilhem onderzocht niet alleen biologische maar ook psychologische kennis op wetenschapsfilosofisch wijze. In zijn artikel concludeert hij dat de psychologie twee kanten op kan. Hij situeert haar aan de Sorbonne in Parijs en

schetst haar weg omhoog, naar het Pantheon van de filosofie, of naar beneden, naar de préfecture de police, in een woord misschien ‘de norm’. Ofwel biologisch ofwel statistisch. Chargeerde hij of had hij een punt? Er zijn redenen om aan te nemen dat gebouw A geen hoge pet op heeft van het Pantheon. Althans, de filosofie wordt er steeds marginaler. Eens werd mij gezegd niet te filosofisch te zijn in mijn psychologische verslaggeving, want ‘daar houden we hier niet zo van’. En nu is er volgens mij een mooi filosofisch getint onderdeel uit de propedeuse verdwenen. Natuurlijk moeten er zoveel mogelijk eerstejaars doorheen geloodst worden. Er kan toch weinig aan gedaan worden dat psychologie het melkkoetje van FMG is, wat weer het UvA melkkoetje is,

wat een instituut is dat tegenwoordig ‘gemanaged’ wordt. En niet zomaar gemanaged, maar onder steeds strakker onderwijsbeleid van de overheid. Om echter de verantwoordelijkheid voor het verdwijnen van persoonlijkheidsleer daar te leggen voert mij te ver. In democratische context spoort het veeleer aan tot kritische zelfreflectie. Welnu, mijns inziens is er een deel van onze psychologische historie en theorievorming teloorgegaan. In het tweede jaar blijft alleen nog het vak Grondslagen van de Psychologie staan. Ik weet niet hoe dat er nu voor staat, maar in mijn tijd stelde dat betrekkelijk weinig voor. Vooral in verhouding tot de kwaliteit van het werk dat er tegenwoordig verricht wordt in de geschiedenis en kennis-


Om een lang verhaal kort te maken, we leren als psychologen op bepaalde manieren naar de mens kijken. Verdwijnen er theoretische verhalen dan verdwijnen er manieren om naar de mens te kijken en blijft er langzamerhand een verhaal over dat geldt als de standaard. Het lijkt erop dat Canguilhem het al aan zijn water voelde: biologie en statistiek zijn de psychologische strijdkleuren. Echter naast dit ene verhaal zouden nog een heleboel anderen kunnen bestaan. Als

Nu heeft eenieder recht op zijn eigen ontdekkingstocht door Parijs. Maar misschien is het met het verdwijnen van persoonlijkheidsleer tijd voor een waarschuwing, of slechts voor het bijstellen van het verwachtingspatroon. Zij die psychologie studeren om mensen te kunnen doorzien, raad ik aan zo snel mogelijk hun biezen te pakken. Letterlijk, want van door de wereld reizen, van de mensheid in al haar veelheid leren kennen, leer je dat veel beter dan uit een boek. Dat onze vrij geïsoleerde vormen van universitair onderwijs ons op zouden moeten leiden tot een sociaal beroep of voortrekkersrol in de samenleving is eigenlijk vreemd. Bovendien leer je door verschillende culturen heen dat de mens zo divers is dat een eenduidig wetenschappelijk verhaal erover opstellen vrijwel onmogelijk is. Goed, je leert van vurende neuronen, maar wil je met iemand communiceren dan heb je daar niet zoveel aan. Andere mensen leren kennen is veel betekenisvoller: je wilt weten van gevoelens en ervaringen, je wilt de mooie verhalen horen, je wilt ze begrijpen. Dat gebeurt veeleer op het niveau van taal en cultuur dan op neurotransmitterniveau. Zij die verwachten zeer goede kritische en academische vaardigheden op te doen moeten zich realiseren dat dit zal gebeuren binnen de grenzen van de psychologie, een bepaalde manier van naar mensen kijken.

Vooral begrensd als een bepaalde psychologisch benadering het canon gaat overheersen. Wil men daarbuiten treden dan kan men beter richting Pantheon. Maar goed, dat is slechts mijn verhaal en terugkoppeling van een ontdekkingstocht. En als zelfs de verhalen van Rogers en Freud en James niet meer interessant genoeg zijn voor propedeusestudenten, wat is mijn verhaal dan waard? Een droom of verhaal interesseert toch geen psycholoog meer? Floor van Alphen, MSc *Georges Canguilhem: Qu’est-ce que c’est la psychologie? Op het Collège Philosophique, 18 december 1956.

Meer zelfreflectie? Enkele aanraders

-Bowker, G. C. & Star, S. L. (2002). Sorting things out: Classification and its consequences. Cambridge, MA: The MIT Press. -Danziger, K. (1990). Constructing the subject: Historical origins of psychological research. New York: Cambridge University Press. -Danziger, K. (1997). Naming the Mind: How psychology found its language. London: Sage. -Dehue, T. (1995). Changing the rules: Psychology in the Netherlands 1900-1985. Cambridge: Cambridge University Press. -Hacking, I. (2002). Historical Ontology. Cambridge, MA: Harvard University Press. -Rose, N. (1996). Inventing Our Selves: Psychology, Power and Personhood. New York: Cambridge University Press. -Rose, N. (2006). The Politics of Life Itself: Biomedicine, Power, and Subjectivity in the Twenty-First Century. Princeton NJ, Princeton University Press. >>> Sla om voor de reactie van Peter Starreveld, voorzitter Commissie Herinrichting Propedeuse. >>>

Spiegeloog

dit verhaal zichzelf blijft bevestigen krijgen we helaas het verkeerde idee dat het vanzelfsprekend is, of dichter bij de waarheid of zelfs noodzakelijk waar. Maar nee, het is een waarheid, het is een manier van kijken naar mensen, niet dé manier. Door mensen heenkijken leer je bij psychologie op een bepaalde manier, of je werkelijk door hen heenkijkt, of dat het überhaupt kan, is een ander verhaal. Op dat wijsgerige terrein vol twijfel begeven veel psychologen zich liever niet, waarschijnlijk zijn ze daarom sinds de afsplitsing van de filosofie (die zich ongeveer voltrok toen Canguilhem aan de bel trok) hardnekkig richting de Seine aan het bewegen.

15 september 2010

leer van de psychologie. Verdieping in deze gebieden, waarvoor ik uit ben geweken naar wijsbegeerte en zuidelijke hemisfeer, leert dat veel geschiedenisonderwijs neerkomt op het inburgeren van nieuwe leden in de discipline. Dit scherpt het kritisch vermogen van psychologen ten opzichte van de eigen discipline niet bepaald. Er wordt een rechte en vrij eenduidige lijn geschetst van onze wetenschappelijke voorvaderen tot nu. Dat historische ontwikkelingen überhaupt niet zo ordelijk verlopen, dat er machtsstrijd is geweest tussen verschillende benaderingen en geldingsdrang de boventoon heeft gevoerd, dat blijft vaak buiten beschouwing. Het beeld dat we krijgen is dat van een jonge maar veelbelovende wetenschap die de worsteling uit haar beginjaren heeft doorstaan, en waarin we steeds degelijkere kennis tot de onze mogen rekenen. Naar de literatuur uit vroeger tijden mag men dan ook liever niet verwijzen, alsof men de mens nu beter kent dan vroeger. Voor historici van de psychologie is echter zoveel duidelijk: we kennen de mens steeds op andere manieren en spelen daarbij mee op het grotere maatschappelijke toneel. Ligt de nadruk daar op de productieve mens, dan is de mens voor de psychologie ook vanzelfsprekend een productief wezen. Worden er rekenmachines ontwikkeld dan lijkt het menselijk verstand op een rekenmachine, zijn het computers, dan slaat ook de mens aan het informatieprocessen, zijn het gekleurde plaatjes van het brein, dan is de mens zijn brein.


'Look and see' kern van de opleiding

Spiegeloog

16 september 2010

Floor van Alphen betreurt in haar stuk 'Droom van de psycholoog' dat het vak persoonlijkheidsleer ontbreekt in de nieuwe propedeuse die dit jaar is ingevoerd. Ze stelt dat er daardoor opvattingen over de mens uit de opleiding verdwijnen, maar bovenal dat dat erg is. Het eerste is weliswaar een beetje waar (niet helemaal, zie voetnoot 1), maar erg is dat niet. In de huidige wetenschappelijke psychologie is het uitgangspunt: Ga kijken, dan zie je vanzelf hoe het zit. In het Engels klinkt dat mooier: Look and see (Mook, 2001). Uit dit uitgangspunt blijkt onmiddellijk dat de huidige psychologie een empirische wetenschap is: het uitgangspunt is niet think and see. Daar is een heel goede reden voor: wetenschappers willen beweringen van anderen kunnen controleren. Bij think and see kan dat vaak niet. Als persoon A iets anders denkt dan persoon B, hoe bepalen zij dan wie er gelijk heeft? Wordt ieder van ons 'beheerst door twee tegenstrijdige krachten' (bespreking van Freuds opvatting in van Vliet, 2006,

p. 144) of is het zo dat 'ieder menselijk wezen vanaf de geboorte gemotiveerd wordt door het streven naar actualisatie' (bespreking van Rogers’ opvatting in Van Vliet, 2006, p. 241)? Een interessante vraag, daar niet van, maar zolang er geen objectieve (dat wil zeggen: controleerbare) gegevens worden gepresenteerd waaruit de betreffende opvattingen logischerwijs volgen, zullen Freud en Rogers het nooit eens worden. Met think and see komt de psychologie dan ook niet verder. Je komt alleen verder als je in de buitenwereld gaat kijken wat er aan de hand is, pas dan kun je zien hoe het zit. Look and see was altijd al de kern van onze opleiding en die kern is met de nieuwe propedeuse nog verder verstevigd. Peter Starreveld Voorzitter Commissie Herinrichting Propedeuse

Voetnoot 1 De bedoelde opvattingen komen, zij het in verkorte vorm, terug in de colleges Inleiding en Cognitie, maar alleen omdat zij de basis vormen van verschillende soorten bestaande therapieën. Taak van de empirische wetenschap is dan om de werkzaamheid van (aspecten van) therapieën te onderzoeken.

Bronnen

-Mook, D. G. (2001). Psychological research: The ideas behind the methods (1st ed.). New York: Norton. Boek gebruikt bij het studieonderdeel Onderzoeksmethoden en Statistiek 1 in de nieuwe propedeuse. -Van Vliet, P. (2006). Wat drijft de mens: Inleiding persoonlijkheidsleer. Amsterdam: Boom. Boek gebruikt bij het studieonderdeel Persoonlijkheidsleer in de oude propedeuse.

Studenten leren reanimeren Begin september lag er in de hal voor zaal A een reanimatiepop. Zeventig studenten hebben die dag kunnen oefenen met reanimeren, onder leiding van Carin Sievers. Zij werkt bij Paraat; de organisatie die de UvA ondersteunt in het houden van ontruimingsoefeningen en het opleiden van BHV’ers (bedrijfshulpverleners). Behalve reanimatie op de pop is ook brandblussen gedemonstreerd en er kon zelfs worden geoefend met een AED (draagbare defibrillator). In elke pand van de UvA hangt er een bij de loges. Iedere dag krijgen in Nederland 43 mensen een hartstilstand. Zo ook een UvA-docent vorig jaar, die dankzij de AED nu weer rondloopt. In geval van een hartstilstand overleeft slechts tien procent van de slachtoffers het als ze alleen gereanimeerd worden. Bij reanimatie in combinatie met gebruik van de AED is dit zestig procent! Studenten komen over het algemeen vaak op drukke plaatsen zoals stations, daarom is het heel nuttig als júist studenten weten wat ze moeten doen als iemand in elkaar zakt.

Heb je ideeën of vragen over veiligheid of bedrijfshulpverlening, mail dan naar bhv-fc@uva.nl. Mocht je een ongeval of een brand(lucht) waarnemen, bel dan altijd meteen 020-525 2222.


De Rondvraag

Beste Ruud, Statistische toetsing binnen en buiten de psychologie leunt sterk op vooraf vastgestelde significantieniveaus en verdelingen. De vaststelling – in ieder geval van de significantieniveaus – gebeurt in mijn ogen op min of meer arbitraire gronden. Op jouw website zag ik dat jij bezig bent met de implementatie van nieuwe methoden voor hypothesetoetsing en het schatten van verdelingen: Bayesian modelling. Kun je mij uitleggen hoe dit precies verschilt van de meer klassieke benadering? En is dit relevant voor alle typen onderzoek – lees: ook voor mij? Daniël

Het antwoord van Ruud Wetzels (Methodenleer) Mijn onderzoek bestaat uit het ontwikkelen van Bayesiaanse methodes die het interpreteren van psychologisch onderzoek makkelijker maken. Dit wil zeggen dat we proberen methodes te ontwikkelen die een onderzoeker in staat stellen een antwoord te krijgen op de vraag die hij daadwerkelijk stelt. In bepaalde gevallen is de klassieke statistiek – zoals we die geleerd krijgen in de eerste jaren van onze studie – niet in staat om een antwoord te geven op de vraag die een onderzoeker stelt. Dan kan Bayesiaanse statistiek soms een oplossing bieden. Ik zal in dit stukje twee voorbeelden geven van wat ik hiermee bedoel. In de psychologische literatuur bestaan over een specifiek fenomeen vaak veel verschillende theorieën. Zo zijn er bijvoorbeeld verschillende theorieën over de invloed van iemands persoonlijkheid op creativiteit, over hoe inhibitie werkt in het brein, en over hoe mensen in een conflictsituatie het beste tot een oplossing kunnen komen. Het spectrum waarin psychologen onderzoek doen is duidelijk erg breed, maar de onderzoeksvraag is vaak hetzelfde: welke van de psychologische theorieën worden het beste ondersteund door de experimentele data? Vaak zal de onderzoeker een zogenaamde nulhypothesetoetsing doen. Deze manier

Ruud Wetzels (Methodenleer) geeft de Rondvraag door aan Steven Scholte (Brein en Cognitie) Beste Steven, Jij hebt de afgelopen jaren veel energie gestoken in de aanschaf van een erg dure fMRI-scanner. Deze 1,6 miljoen euro kan natuurlijk maar één keer besteed worden. Waarom moeten we bij psychologie eigenlijk blij zijn met zo'n duur apparaat, terwijl we met dat geld ook het onderwijs hadden kunnen verbeteren of meer onderzoekers hadden kunnen aannemen? Ruud

17 september 2010

De vraag van Daniël Sligte (Arbeids- en organisatiepsychologie)

van toetsen levert de bekende p-waarde op. Deze p-waarde betekent het volgende: wat is de kans dat je minstens zulke extreme data observeert als je experimentele data, onder de aanname dat je nulhypothese waar is? Afgezien van dat deze kans moeilijk te interpreteren is, is dit simpelweg niet wat de onderzoeker wilde weten! De onderzoeker wilde gewoon weten wat de kans op de alternatieve hypothese is, ten opzichte van de nulhypothese. Met behulp van Bayesiaanse statistiek kan de onderzoeker deze kans uitrekenen en kan hij zelfs zeggen dat, na het zien van de data, theorie A zoveel keer waarschijnlijker is dan theorie B. Dat is natuurlijk makkelijker te interpreteren dan die ingewikkelde p-waarde en het sluit beter aan bij de vragen die onderzoekers willen stellen. Een ander type psychologisch onderzoek waarbij Bayesiaanse statistiek erg nuttig kan zijn, is wanneer er sprake is van een hiërarchische structuur in de data. Stel dat je bijvoorbeeld bepaalde studie-effecten van een leermethode bij kinderen wilt onderzoeken. Je zet een onderzoek op en benadert verschillende scholen. Nu moet je als goede onderzoeker niet alleen rekening houden met de invloed van een klas op het individu, maar ook met de invloed van de scholen op de klassen. Er zijn dus meerdere ‘lagen’ in de hiërarchie: het individu, de klas en de school. Het mooie van Bayesiaanse methodes is dat er op een erg natuurlijke en intuïtieve manier rekening gehouden wordt met deze complexe situatie. Ook hier maakt dat de interpretatie van je onderzoek een stuk makkelijker.

Spiegeloog

Wetenschappelijk medewerkers stellen elkaar vragen


Psycholoog aan het werk: niet iedereen wil overleven Interview met Esther Hemelrijk, psycholoog bij suïcidepreventieprogramma 113Online.

Tekst: Rosanne Anholt

Spiegeloog

18

Vanuit een evolutionair perspectief zou je kunnen zeggen dat mensen willen overleven. Al onze instinctieve reacties op gevaarlijke situaties moeten er in principe voor zorgen dat we het er levend vanaf brengen, door weg te rennen of te vechten. Vechten of wegrennen werkt echter niet wanneer onze problemen van binnen zitten – wanneer we onze eigen vijand zijn. Iedereen werkzaam in de psychologie of psychiatrie weet maar al te goed dat er ook mensen zijn die liever niet willen overleven.

september 2010

113Online is een onafhankelijke zorgaanbieder bestaande uit psychologen en psychiaters werkzaam in de professionele dienst- en hulpverlening. Hun doel is om zelfmoord en zelfbeschadigend gedrag te voorkomen en ondersteuning te bieden aan suïcidale mensen, hun naasten, hun nabestaanden en mensen die in hun werk te maken krijgen met zelfmoord. Tevens wil 113Online het taboe op praten over zelfmoord doorbreken. Het originele aspect aan 113Online is dat het uitsluitend hulpverlening aanbiedt via het internet en de telefoon. Wat 113Online wereldwijd een unieke organisatie maakt is de koppeling tussen vrijwilligers en professionals.

Alle gesprekken worden in eerste instantie privé beantwoord door een getrainde vrijwilliger, waarna het waar nodig overgedragen wordt aan een psycholoog of psychiater. Ook overgedragen gesprekken zijn online of telefonisch: niemand ziet elkaar fysiek. Bij 113Online wordt gewerkt met oplossingsgerichte therapie (OT). Er wordt gekeken naar wat iemand wel en niet wil behouden in zijn of haar leven en wat diegene wil bereiken. Het gaat er vervolgens om een haalbaar doel te stellen en dan te bepalen wat er precies moet gebeuren om dat doel te bereiken. Daarbij moet de cliënt voornamelijk zelf tot conclusies komen en speelt de therapeut een begeleidende rol. Een gevoel van controle terugkrijgen is ook een belangrijk aspect van OT. Hiervoor wordt de cliënt gevraagd naar de momenten waarop hij of zij zich minder slecht voelde en wat zijn of haar eigen rol hierin was. Op deze manier ontdekken mensen dat bepaalde handelingen die ze zelf kunnen verrichten, ervoor kunnen zorgen dat ze zich beter voelen. Een warm bad nemen, om maar een voorbeeld te noemen, kan net even het verschil maken. Het besef hiervan is essentieel voor het gevoel van controle, wat kan helpen tegen de gevoelens van hopeloosheid en hulpeloosheid die vaak gepaard gaan met depressie en suïcidale neigingen.’

- Een gesprek begint met de doodswens van de cliënt -

Esther Hemelrijk is na haar studie klinische psychologie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, via haar stageplek bij een acute opname kliniek, bij 113Online terecht gekomen. Ze heeft er één jaar gewerkt. In dit interview vertelt Esther over 113Online, de mensen die gebruik maken van de diensten en ze laat ons zien hoe een werkdag als psycholoog er bij dit bedrijf uitziet. Wat is het idee achter de hulpverlening die 113Online biedt, en hoe ziet dit er in de praktijk uit? ‘Cliënten kunnen met een hulpverlener in contact komen door middel van bellen, e-mailen of inloggen op de chat.

De therapie gebeurt op afstand, de gesprekken zijn anoniem. Wat zijn daar de voor- en nadelen van, en hoe ga je als therapeut om met het feit dat je nooit fysiek kan ingrijpen in een situatie? ‘De anonimiteit zorgt voor afstand, want je weet niet wie de persoon is met wie je op dat moment contact hebt, of waar diegene zich bevindt. Beiden weten ook dat jij als the-


Kun je een omschrijving geven van de groep waarvoor 113Online bedoeld is, en hoe gaat dan een gemiddeld gesprek in zijn werk? ‘De doelgroep van 113Online is behoorlijk gemengd. Er wordt contact opgenomen door jongvolwassenen, bejaarden en vaak ook mensen met kinderen. Er zijn wel opvallend veel jongeren, van gemiddeld vijftien jaar oud. Een veel voorkomende gemeenschappelijke factor binnen deze diverse groep is een traumatische jeugd, waarbij veelal sprake is geweest van misbruik en mishandeling. De meeste cliënten hebben tevens al een (jarenlange) geschiedenis in de psychiatrie, of hebben anderszins ervaringen met hulpverlening. Een gemiddeld gesprek begint vaak met de doodswens van een cliënt en het uiten van het gevoel niet begrepen te worden. Dat kan op een boze of een verdrietige manier, maar dat ze contact opnemen met 113Online zegt wel iets. De cliënten vinden het belangrijk dat er iemand luistert zonder te oordelen over hun wens om dood te gaan. Dat gebeurt in de reguliere zorginstellingen maar heel weinig, zeggen cliënten vaak.’ Hoe ziet een doorsnee werkdag van een psycholoog bij 113Online er ongeveer uit? ‘Je begint dagelijks met het beantwoorden van e-mails van bestaande en nieuwe cliënten, wat soms kan oplopen tot dertig e-mails op een dag. Aangezien het niet zomaar een vraag is die gesteld wordt, neemt het nauwkeurig beantwoorden van de e-mails een behoorlijke tijd in beslag. Op een gemiddelde werkdag is er eveneens sprake van gezette afspraken voor telefoon- en chatgesprekken. Aan de telefoon duurt een gesprek ongeveer een uur, bij de chat is dit vaak wat langer, zo'n anderhalf uur. Tussendoor kunnen er dan nog spoedgevallen binnenkomen: een telefoon- of chatgesprek dat door een vrijwilliger wordt overgedragen aan één van de psychologen of psychiaters. Daar moet dan

Wat is belangrijk om in gedachten te houden als je als student Psychologie een baan bij 113Online of een dergelijke instelling ambieert? 'Ten eerste moet je niet te huiverig zijn voor de dood. En het is belangrijk om los te kunnen laten en je werk niet teveel mee naar huis te nemen. Zorg er ook voor dat je een goed thuis hebt, waar je dingen van je af kunt zetten. Specifiek in dit werk is het ook belangrijk om grenzen te kunnen aangeven. Cliënten vragen vaak steeds meer waarbij je ze op een gegeven moment moet kunnen begrenzen. Dit kan naar voren komen wanneer cliënten een persoonlijke relatie willen met hun therapeut en, om maar een voorbeeld te noemen, ze je op een sociaal online netwerk als Hyves of Facebook willen toevoegen . Op een gegeven moment zul je dan een lijn moeten kunnen trekken: tot hier en niet verder. Het kan een voordeel zijn om zelf het een en ander te hebben meegemaakt, mits je het hebt verwerkt. Je kunt je dan ook beter inleven in de problemen waar cliënten mee komen. Desalniettemin blijft het ontzettend belangrijk om je eigen gevoelens in de gaten te houden.’ Elke keer weer is het mogelijk dat een telefoontje, chatgesprek of e-mail het verschil maakt tussen leven en dood. Juist het feit dat alle gesprekken anoniem en privé zijn, lijkt het voor mensen makkelijker te maken om hulp te vragen. Dergelijke alternatieven zijn een meer dan welkome aanvulling op het bestaande aanbod van mentale zorgverlening. Het is mogelijk om je als vrijwilliger bij 113Online aan te melden. Als je Klinische Psychologie studeert, kan het je relevante werkervaring opleveren. Voor meer informatie en contactgegevens: www.113online.nl. <<

Spiegeloog

Het gebeurt echter ook wel dat een cliënt een gesprek beëindigt met de mededeling dat hij of zij er een einde aan gaat maken. Dat heeft gevoelsmatig twee kanten: je bouwt wel iets op met iemand en je wilt het graag goed doen, maar aan de andere kant weet je dat het geen zin heeft om te trekken, omdat cliënten zelf moeten willen blijven leven. Hoe meer je aan een cliënt trekt, hoe verder deze van je weggaat. Vergelijk het met het oppakken van een zeepje in bad; hoe harder je er in knijpt, hoe meer kans je hebt dat het uit je handen glipt. Bovendien, als je dit werk langer doet, merk je vaak dat de personen die ophangen met suïcidale neigingen toch een manier vinden om morgen weer te bellen.

ook direct op gereageerd worden.'

19 september 2010

rapeut niet kunt ingrijpen, waardoor mensen opener durven te spreken en jij zelf rustig iemand kan helpen zichzelf te helpen zonder een neiging te hebben tot ingrijpen.


SPUI25 is een academisch-cultureel centrum aan het Spui in Amsterdam. Het is een levendig podium dat een verbinding vormt tussen de Universiteit van Amsterdam en de wereld van de culturele praktijk in de breedste zin. De volledige agenda staat op www.spui25.nl woensdag 6 oktober 20.00 - 22.00

Mededelingen voor nummer 336 kunnen tot 12 oktober 2010 worden ingeleverd, liefst via e-mail. De redactie behoudt zich het recht voor stukken in te Spiegeloog

20

korten. Nummer 336 komt eind oktober 2010 uit. zondag 10 oktober

september 2010

Landelijke Dag Psychische Gezondheid Het thema is dit jaar: Stress en het voorkomen van overspannenheid en burnout. In het kader van deze dag worden in het gehele land activiteiten georganiseerd. Meer info op www. psychischegezondheid.nl/ landelijkedag 24 september t/m 3 oktober In Het Dolhuys Haarlem www.hetdolhuys.nl International Madness & Arts Festival Het Madness & Arts Festival is een internationaal en multidisciplinair festival waar kunst en gekte elkaar ontmoeten. Is er een relatie tussen kunst en gekte? Hoe verbeelden kunstenaars en performers (hun eigen) waanzin en hoe beïnvloedt dat ons denken over mensen met een psy-

chiatrische stoornis? Het Madness & Arts Festival onderzoekt deze vragen in een uitgebreid programma met theater, dans, film, muziek, beeldende kunst, literatuur, poëzie, debat en ontmoetingen. Meer info op www.maf3.nl 23 september t/m 23 januari In LP II Rotterdam www.lp2.nl Body Worlds & The Cycle of Life De wereldberoemde tentoonstelling van Gunther von Hagen is voor het eerst in Nederland. Body Worlds maakt meer dan tweehonderd geplastineerde menselijke lichamen en organen toegankelijk voor publiek. Deze lichamen zijn behandeld volgens de plastinatiemethode die dokter, wetenschapper en anatoom Gunther von Hagens in 1977 uitvond. Meer info op www. bodyworlds.com/nl

Verslaving in Nederland, een onderschat probleem? Hoewel Nederland in het buitenland vaak wordt gezien als een drugsland, is het verslavingsprobleem in ons land niet groter dan in andere landen. Toch gaat het nog steeds om aanzienlijke aantallen: 850.000 mensen zijn verslaafd aan alcohol, zo'n 30.000 aan harddrugs en er zijn 600.000 mensen die chronisch slaap- of kalmeringsmiddelen gebruiken. Dan zijn er bovendien de overbekende verhalen over comazuipen, jongeren die ‘indrinken' in een keet, en het toenemend gebruik van GHB. Kortom: we hebben wel degelijk reden om ons zorgen te maken. Of valt het wel mee? Wat zijn de oorzaken en gevolgen van verslaving? Welk beleid zou de overheid op dit gebied moeten voeren? En helpen die anti-alcoholspotjes eigenlijk wel? Prof. dr. Henk Garretsen (hoogleraar Gezondheidszorgbeleid aan de Universiteit van Tilburg) en prof. dr. Reinout Wiers (hoogleraar Ontwikkelingspsychopathologie, Universiteit van Amsterdam) proberen antwoorden te

formuleren op deze vragen. De gespreksleider is drs. Steven Pont, oud-onderwijzer, kinderpsycholoog en relatie- en gezinstherapeut. donderdag 21 oktober 17.15 - 18.30 Bijzondere Lezing: prof. dr. Ad de Jong Lezing over de toenemende belangstelling voor identiteit in de museumwereld. Speelt emotie een grote rol dan kennisoverdracht? Het sleutelwoord bij de hernieuwde aandacht voor geschiedenis in de museumwereld is identiteit. Vooral het begrip nationale identiteit is de afgelopen tijd veel in het nieuws geweest. Wat is nu eigenlijk de relatie tussen identiteit en het museum? Sommige musea, zoals het Ellis Island Immigration Museum in New York fungeren meer als ‘memorial' (gedenkplaats) dan als museum. Emotie speelt er een grotere rol dan historische kennisoverdracht. Toch komt elke museale poging om identiteit en gemeenschapsgevoel te versterken door de nadruk te leggen op een gedeeld verleden in conflict met het feit dat wij vaak een verdeelde perceptie hebben van het verleden.


Spiegeloog mei 2010

21

Ben jij het schrijftalent dat onze redactie wil versterken? Mail naar spiegeloog-fmg@uva.nl en kom meevergaderen.


de Wandelgang Rakelings passeren we een taxi of grijpen we ons vast aan de reling van de trap. Elke dag maken we wel dingen mee die we net overleven. Achteraf halen we dan opgelucht adem; het voelt alsof we de volgende dag op het nippertje hebben gehaald. Spiegeloog was benieuwd naar deze momenten en vroeg daarom: Wat heb jij overleefd? Tekst & Foto's: Silvija Licina, Vera van der Molen, Tessa Velthuis

Spiegeloog

Marit: Toen ik in de jungle van Suriname was, ben ik aangevallen door een soort killer bees. Ze vlogen met z’n allen achter mij aan. Ik had 35 steken met een diameter van tien centimeter op m’n achterkant. Het engste was dat ik niet wist of ik misschien allergisch was voor het bijengif en dat we negen uur verwijderd waren van het dichtstbijzijnde ziekenhuis. Na twaalf uur baden in de ‘cola creek’ ging het gelukkig weer iets beter met me.

22 september 2010

Melissa: Ik was met mijn ouders in Amerika. We reden in een auto met aanhangwagen. In Amerika mag je zowel van links als van rechts inhalen, maar dat was mijn moeder even vergeten. Er kwam een lage auto van rechts en mijn moeder had het niet door. Mijn stiefvader zag het wel en riep: Pas op! Van schrik stuurde mijn moeder plotseling naar links en vervolgens naar rechts. Ik kan het niet precies uitleggen, maar de auto ging op een gegeven moment spinnen en de caravan ging op z’n kop en knalde bijna tegen de auto aan. Het scheelde niet veel. Sacha: Vijf jaar geleden studeerde ik muziekwetenschap en gingen we op studiereis naar Turkije. Onze accommodatie was middenin een sloppenwijk in Istanbul. Om het hotel stond een hek met allemaal bewakers en als je je daarbuiten durfde te begeven werd je aangevallen door zigeuners. We konden alleen met taxi’s ergens naartoe. Er stonden zelfs een keer zes politiewagens met sirene voor het hotel omdat er een auto geramd was of iets dergelijks.

Wies: Samen met een vriendin heb ik drie weken liftend door Nieuw-Zeeland gereisd. We hadden om veiligheidsredenen afgesproken om nooit in te stappen bij auto’s waar meer dan één man in zat. Totdat we een keer het wachten zat waren... We kwamen terecht in een camper met drie blowende (‘you want some?’) mannen. We hadden heel duidelijk gezegd op welke plek we uit wilden stappen, alleen ze reden door! Achteraf aardig bedoeld, maar toen kreeg ik het wel even benauwd.


Willem: Na een avondje stappen fietste ik met een vriend naar huis. ‘Kom Willem, we gaan met verkeersborden gooien,’ zei hij. Ik had niet zo’n zin, dus ik stond wat met de zaklamp op mijn telefoon te spelen naast een woonhuis. Ineens kwam de politie en werd ik aangehouden op verdenking van inbraak. Ik was zo dronken dat ik bijna op de schoot van een agent gevallen ben. In de cel ging ik push-ups doen, omdat ik me dat herinnerde van films. Na vier uur mocht ik gaan.

Spiegeloog

Laurens: Met drie anderen liep ik een negendaagse route door de bergen in Noorwegen. Het was veel zwaarder dan verwacht omdat het zo’n slecht weer was. Het was ijzig koud met alleen maar wind en regen de hele dag. Ook aten en sliepen we met z’n vieren in één tent - geen aanrader.

Norris: Mijn eerste werkcollege in Amsterdam. Ik moest bij de Oudemanhuispoort zijn en had vanaf het station tram 16 genomen. Eenmaal onderweg, merkte ik dat hij de verkeerde kant uit ging. Er was een omleiding, maar omdat Nederlands niet mijn eerste taal is kan ik de omroepberichten soms niet goed verstaan. Vanaf de Dam naar de Oudemanhuispoort heb ik aan één stuk gerend. Het college was al begonnen en ik kwam drijfnat van het zweet binnen. Niet zo’n goede eerste indruk. Arno: Toen ik ongeveer zes jaar oud was, ben ik bijna verdronken. Een vriendje van me was aan het vissen op een houten brug, die spekglad was omdat het had gevroren. Ik kwam aanfietsen en ik remde en toen viel ik in het water, met fiets en al. Gelukkig kon dat vriendje zijn hengel naar mij toe draaien en zo heeft hij me gered. Ik was niet zo’n goede zwemmer. De fiets is gezonken.

Mark: Ik heb de zomer overleefd als stadsnomade in Amsterdam. Door mijn baantje als ober ben ik vijf kilo afgevallen. En ik had twee maanden geen eigen huis, dus moest ik noodgedwongen op rare plekken wonen. Eén maand woonde ik in een verlaten studentenhuis vlak voordat het afgebroken zou worden. De tweede maand woonde ik in een nogal gehorige kamer en suite bij een jongen die net een nieuwe vriendin had...

23

september 2010

Cesar: Ik ging met vrienden paddo’s gebruiken bij mij thuis. We begonnen om 21u en tegen vier uur ‘s ochtends waren mijn vrienden allemaal weer redelijk normaal en wilden ze weggaan, alleen ik blééf maar in die trip zitten. Om eruit te komen ging ik flink veel suiker eten, maar het hielp niets. Om 7u kon ik, ondanks dat ik nog steeds aan het trippen was, toch in een soort van gekke slaap vallen. Het was overigens een geweldige avond.


bacchus Overleven Anno 2010 De tijd van het échte overleven is al lang voorbij. Tegenwoordig jagen we ons voedsel in de Albert Heijn bij elkaar en zijn onze grotten ge-upgrade naar relatief superluxe appartementen met alles erop en eraan. Het magische proces van vuur maken is gereduceerd tot een druk op de knop en de gevaarlijke monsters die ons graag op het menu zagen staan, zijn ofwel uitgestorven, ofwel opgesloten in de dierentuin of op ónze borden beland. Overleven is daarmee een relatief begrip geworden en het gaat al lang niet meer om ‘in leven blijven’, maar om het leven goed leefbaar te houden. Voor de meeste jongeren zijn sociale media een belangrijke voorwaarde om te kunnen overleven. We kunnen niet meer zonder moderne technieken om met elkaar in contact te blijven. En met 'we' bedoel ik inderdaad de jongere generatie, want oma kan prima zonder internet (als ze al weet wat het is) en hoewel moeder het onder de knie begint te krijgen, ontvangen we nog steeds sms’jes in hoofdletters en zonder enig spoor van leestekens. Maar wij kunnen niet zonder, want hoe blijven we anders up-to-date over het lief en leed van onze vrienden? Of we ooit van de TNT Post hebben gehoord? Dat bedrijf dat de blauwe enveloppen bezorgt die altijd twee weken rondslingeren omdat niemand ze wil openmaken? De post is zó 1990; véél te langzaam om het sociale leven van tegenwoordig te kunnen bijbenen. Internet is een perfect medium om je vriendenkring te onderhouden en uit te breiden. Het is ook een ontzettend handige manier om iedereen in één keer te laten weten wat er zoal gebeurt in je leven, en dat scheelt weer tijd. Bij sommige mensen gaat dit echter een stapje verder en worden Twitter, Facebook of Hyves talloze keren per dag geüpdate. De afgelopen twee weken reisde ik met een vriend door Scandinavië. Grenzen oversteken, leven uit een rugzak en verblijven in tochtige hos-

tels; sociale media zijn dan niet altijd beschikbaar. Er zal heel wat mentale kracht voor nodig zijn om thuis De Telefoonrekening open te maken. Vanuit Helsinki sms’en en internetten met je Nederlandse telefoon, die bedragen zijn niet mis. En toch deden we het. Ondanks al het perfect beargumenteerde tegenstribbelen van ons rationele verstand. In een onderzoek van de University of Maryland werd studenten gevraagd 24 uur lang geen gebruik te maken van sociale media. In ‘24 Hours: Unplugged’ werd vastgesteld dat studenten werkelijk verslaafd zijn aan media. Ze hadden last van ontwenningsverschijnselen vergelijkbaar met die van een drugsverslaving. Hoewel er op de universiteit duizenden studenten rondliepen, bleek het voor de meeste proefpersonen ondraaglijk om met niemand via technologie te kunnen communiceren. Zonder media betekende voor hen zonder vrienden en familie. Het boek ‘So I’m going offline’ van Christoph Koch gaat over de voordelen van offline zijn. Koch maakte gedurende een maand geen gebruik van internet. Ineens had hij meer tijd om na te denken, kon hij zijn eigen tijd indelen en nam hij zelf initiatief om afspraken te maken met vrienden, in plaats van te wachten op een e-mail. Toch kan ik de lichte zweem van euforie die ik voelde toen ik na twee weken Scandinavië weer 24/7 online kon zijn niet ontkennen. Gelukkig zegt Koch dat hoe meer we met technologie doen, hoe meer we ontdekken welk niveau van gebruik bij ons past; Koch is tegenwoordig elke zaterdag de hele dag offline. De resterende dagen van de week post hij echter meerdere keren per dag op Twitter. Gelukkig begrijpt de wetenschap dat we werkelijk een probleem hebben.

Rosanne Anholt


Overleven