Issuu on Google+

BUITEN BEELD Aangrijpende reddingen uit 100 jaar De Reddingboot

Edward Zwitser


Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij “De stichting heeft ten doel het kosteloos (doen) verlenen van hulp en bijstand aan hen die voor de Nederlandse kust - daaronder mede begrepen het IJsselmeer, de Waddenzee, de Zeeuwse en ZuidHollandse stromen en al zulke overige gebieden als onder voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht door de Directie te bepalen - in gevaar verkeren of in gevaar dreigen te geraken, het in stand houden van een radio medische dienst, zomede al hetgeen met het vorenstaande verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn”. 2

Het beleid op het gebied van de operationele inzetbaarheid van materieel, personeel en financiën is gestoeld op drie uitgangspunten: 1. Redden is kosteloos voor de hulpvrager. 2. Redders zijn professionele vrijwilligers. 3. Redders aan de wal dragen vrijwillig financieel bij.


VOORWOORD Een jubileumboek naar aanleiding van 100 jaargangen De Reddingboot. Het boek laat zien dat de KNRM wordt gedragen door mensen die met een bijkans onbegrensde loyaliteit een indrukwekkend signaal afgeven aan de zeeman: wie op zee in de problemen komt, kan rekenen op de inzet van de vrijwillige reddingbootbemanningen. Ongeacht de (weers)omstandigheden. Ongeacht de aard of oorzaak van het ongeval. Ongeacht het tijdstip. En ongeacht de afkomst van de hulpvrager. Die ogenschijnlijk ‘simpele’ benadering van de werkelijkheid heeft de KNRM groot gemaakt. ‘Gewoon’ helpen, ondanks alles. Met die motivatie werd de Redding Maatschappij opgericht en die grondhouding is nog altijd de basis van de KNRM. Sommige dingen veranderen nooit. Zo las ik recent een gedenkboek dat werd uitgegeven naar aanleiding van ‘100 jaar Redding Maatschappij’. Een boek dus dat in 1924 werd uitgegeven. Samensteller H.G.J. Uilkens schreef toentertijd in zijn voorwoord: “Mocht dit gedenkboek er toe bijdragen, meerdere bekendheid te geven aan het werk en het streven der Redding-Maatschappij, en menigeen zich gedrongen gevoelen dat streven financieel te steunen, dan is daarmede mijn wensch vervuld.” Een wens waar ik mij – bijna 90 jaar later – graag bij aansluit. In het vrijwilligerswerk wordt vaak gesproken over ‘binden en boeien’. Het gaat dan over het vasthouden van vrijwilligers, in een egocentrische maatschappij. Wat mij betreft slaan de termen ditmaal niet alleen op de redders, maar ook op de donateurs, een vaste groep begunstigers die de KNRM niet voor niets Redders aan de Wal noemt. Die benaming geeft de waarde aan van structurele begunstigers. Ik hoop dat u door dit boek geboeid raakt en dat u zult besluiten uzelf voor langere tijd aan de KNRM te verbinden. Als iemand die graag een bijdrage levert aan dit mooie, levensreddende werk.

R.A. Boogaard directeur KNRM

3


1914

31•01

DRUKKE DAG VOOR ROEIREDDERS EGMOND AAN ZEE - WIND ZW 06-07

Flits

UITGELICHT STATION

De roeireddingboot van Egmond aan Zee was op 31 januari 1914 net een aantal uren terug van een andere actie, toen een nieuw noodsein de wal bereikte. De Reddingboot berichtte er alsvolgt over: De rust was echter van korten duur, want ongeveer acht uur ’s avonds werd de Commissie wederom door de Kustwacht gewaarschuwd, dat bij mijlpaal 45 een stoomschip was gestrand. De Commissie besloot dadelijk naar de strandingsplaats te vertrekken, zoodat te kwart voor negen de reis kon worden aanvaard. Het bleek toen echter dat men zich bevond in de onmiddellijke nabijheid van het wrak van de Salamander, het in 1910 gestrande Duitsche oorlogsschip, zoodat zeer behoedzaam moest gemanoeuvreerd worden, hetgeen niet gemakkelijker werd gemaakt door de groote duisternis en de omstandigheid, dat de zee ruw was. Toen men vrij van het wrak was, werd met flinken krachtigen slag over de banken geroeid, en lag de boot spoedig langszijde der gestrande stoomboot; de gehele equipage verliet het schip en kwam – 16 man sterk – behouden in de reddingboot aan wal. Het stoomschip bleek te zijn de Betsy Anna, bestemd naar Amsterdam. Nadat de boot weder op den wagen was geladen, werd de thuisreis door de Commissieleden met de geredden en de doornatte roeiers en helpers met vreugde en blijdschap aanvaard over de goed geslaagde redding, welke zonder eenig ongeluk was afgeloopen. Twee acties op één dag. Heden ten dage voor veel reddingstations de normaalste zaak van de wereld. Maar als we het gegeven in het tijdsbeeld plaatsen, dan wordt de uniciteit ervan snel duidelijk. In 1914 kwam de gehele ‘Noord’ maar 11 keer in actie!

12

DEN HELDER PAARDENKRACHTEN

"hier kan een quote."


REDDING

02

Portret Jaepie-Jaepie Jacob Glas, later bekend geworden onder de naam Jaepie-Jaepie, was jarenlang het gezicht van het reddingwezen in Egmond. Ruim veertig jaar maakte hij deel uit van de reddingbootbemanning, eerst als roeier (1860-1889) en later als schipper (1889-1904). Op 23 juli 1999 werd in Egmond een bronzen standbeeld van Jaepie-Jaepie onthuld.

Hier komt de kop xxxxxxx

In plaatsen waar geen haven is, moet de reddingboot bij alarm vanaf het strand worden gelanceerd. Tegenwoordig gebeurt dat met zware tractoren en speciaal ontworpen bootwagens. Vanaf de oprichting van de Redding Maatschappij in 1824, tot midden 20e eeuw, werden voor transport en lancering van de (roei)reddingboten paarden ingezet. Boeren uit het dorp stelden hiervoor hun paarden beschikbaar. Bij een noodmelding moesten de boeren naar het land, om de beesten uit het weiland mee te krijgen naar het boothuis. Bij het boothuis werden de paarden voorgespannen en pas dan kon de reddingboot naar zee. De inzet en betrokkenheid van de boeren ten spijt moet worden geconcludeerd dat hiermee kostbare tijd verloren ging. Maar alternatieven waren er niet. Het was in die tijd roeien met de riemen die men had – ook voordat de reddingboot in zee lag.

Reddingboot Joke Dijkstra - type Arie Visser

13


1938

09•10

GESTRAND IN HET ZICHT VAN DE HAVEN SCHEVENINGEN - WIND W 08

Flits

STATION

De Scheveningense motorlogger Maarten – ofwel de SCH 102 – zonk op 9 oktober 1938, dwars van het hek op het Noorderhoofd van de Scheveningse haven. Twee man wist zwemmend het strand te bereiken, negen man werden met zeer veel moeite door de motorreddingboot Zeemanshoop gered, maar drie opvarenden verdronken. Zij sloegen of sprongen overboord voordat de reddingboot arriveerde. De redding werd verricht onder uitzonderlijk gevaarlijke omstandigheden, aangezien de stortstenen van de pier maar enkele meters van de logger waren verwijderd. Gekozen wordt voor het officiële strandingsrapport, daags na de redding opgemaakt door de Plaatselijke Commissie van het reddingstation Scheveningen: Wind, weer en zee: stormachtig, hooge zee en deining. De logger SCH 102 trachtte ten 1 uur n.m. (1,5 uur voor hoog water) binnen te komen. Door den buitengewoon zwaren vloedstroom en de wilde zee lukte de manoeuvre niet en werd de logger met zijn achterschip op de stortsteenen van het Noorderhoofd geworpen. Hiervan draaide de schipper echter vrij om daarna in zinkenden toestand langs de pier naar het strand te drijven, waar het +/- 40 meter buiten de stortsteenen bleef zitten. Zoodra bemerkt werd dat het binnenloopen van de SCH 102 zou mislukken, werd de motorreddingboot Zeemanshoop klaar gemaakt en toen de logger ‘stond’, was de reddingboot al in de buitenhaven. Buiten de koppen werd de reddingboot onder zware grondzeeën bedolven. Even buiten het wrak werd opgedraaid en de dreg uitgeworpen, waarna de schipper de boot langzaam liet afzakken. Herhaaldelijk werd de Zeemanshoop dwars in de branding gegooid; na zeer veel moeite gelukte het echter het schip aan de binnenzijde te bereiken. Lij was er bijna niet en daar de vleet aan bakboordzijde overboord lag, moest de schipper wel tusschen wrak en pier in manoeuvreren. Terwijl hij hiermee bezig was, sprong een man van den logger en kon aan boord van de Zeemanshoop gehaald worden.

32

DEN HELDER SCHEVENINGEN

"hier kan een quote."


REDDING

10

Schipper Martinus Johannes Bruin

Het reddingstation Scheveningen behoort met Neeltje Jans, Huizen, Ameland, Ouddorp, Marken en Enkhuizen standaard tot de drukste Hierreddingstations komt de kop van de KNRM. De vele pleziervaart, hetxxxxxxx intensieve (kite)surfen voor de kust en de sportvisserij, in combinatie met de smalle, verraderlijke haveningang zorgen ieder jaar voor meer dan 100 alarmeringen. De enorme drukte zorgt voor een grote belasting op de vrijwillige reddingbootbemanning. Vaste factor in de constante beschikbaarheid van het reddingstation is de enige beroepskracht, schipper Jaap Pronk. Pronk stamt uit een echt reddersgeslacht. Zijn vader was ooit als opstapper betrokken bij de redding van het radiozendschip Veronica. Twee kinderen van Jaap, Hugo en Debora, maken eveneens deel uit van de bemanning. Een heuse reddersfamilie, dus.

inderen k n ij z t e m , k er Jaap Pron p ip h c s ts h c e R ora. Hugo en Deb Reddingboot Joke Dijkstra - type Arie Visser 33


1989

22•04

BEMANNING WIL SCHIP VERLATEN LAUWERSOOG / AMELAND - WIND N 5

Flits

STATION

De bemanning van de reddingboot Gebroeders Luden (Lauwersoog) kreeg in de vroege ochtend (04.35 uur) van 22 april 1989 bericht dat ten noordwesten van Ameland een Deense kotter was gestrand. De wind was Noord 5 en het houten schip lag in de branding te stoten. In eerste instantie leek het alarm voorbarig; station Ameland kon immers ook in actie komen. Maar schipper Snieder van de Gebroeders Luden kreeg om 05.00 uur een hernieuwd verzoek, waarop hij naar zee vertrok. De rubberboot van Ameland stond op het Amelander strand stand-by in geval de situatie zou verslechteren en er direct geëvacueerd moest worden. Ook de Amelander waddenvlet Cornelius Zwaan vertrok naar de strandingsplaats. Om 06.35 uur meldde de kotterschipper dat zijn schip ineens snel water maakte en dat de bemanning het schip wilde verlaten. Vanaf de Gebroeders Luden werd de rubberboot van Ameland ingeseind, die meteen gelanceerd werd. Toen de rubberboot langszij de kotter lag, bleek de visserman van gedachten te zijn veranderd. Het water drong alleen de machinekamer binnen; het vriesruim en de verblijven bleven droog. De visserman wenste nu met spoed een lenspomp. Hij vroeg aan schipper Snieder of de Gebroeders Luden de elektrische pomp van een collega-visserman wilde ophalen en deze wilde overzetten. Dit laatste gebeurde om 08.05 uur. Aanvankelijk werkte de elektrische pomp goed, maar de brandstoffilters van de hulpmotor raakten vervuild. Hierop werd een tweede tocht gemaakt naar een andere Deense visserman, ditmaal voor nieuwe filters. Het overbrengen van de filters werd vanwege de geringe diepte overgelaten aan de tevens gearriveerde vlet Cornelius Zwaan. Diezelfde reddingboot maakte ook een sleepverbinding, nadat de sleepboot Noordgat van Terschelling was aangekomen. Na diverse pogingen de kotter vlot te trekken, gaf het schip zich om 12.25 uur gewonnen. Omdat de sleep onder controle was, keerden de reddingboten terug naar hun stations.

Schiermonnikoog

100

Eemshaven

AMELAND Het reddingwezen op Ameland wordt vaak direct geassocieerd met de paardenreddingboot. Dat het fenomeen ‘paardenreddingboot’ op Ameland meer inhoudt dan een toeristische attractie, bewijst de historie van het reddingstation. Met name in de tijd van de roeireddingboten verrichtten de Amelanders veel tot de verbeelding sprekende reddingen. Een museum op het eiland herinnert aan deze gloriejaren. Het reddingstation haalde in 1979 het internationale nieuws, toen tijdens een lancering van de motorstrandreddingboot acht paarden verdronken (foto rechts). Voor even leefde men in heel Nederland en ver daarbuiten mee met de mensen (en de dieren) die van tijd tot tijd hun levens op het spel zetten om dat van anderen te redden. Tegenwoordig beschikt Ameland over een grote reddingboot van het type Arie Visser. Deze reddingboot kan onder alle denkbare weersomstandigheden naar zee, maar wordt vooral ingezet voor patiëntenvervoer naar de vaste wal. Ameland doet op jaarbasis meer dan 100 van deze diensten, waardoor de reddingboot ook een spil is geworden binnen de lokale gemeenschap. Op Nes ligt een kleinere reddingboot voor lancering rondom het eiland.


REDDING

31

De paarden van Ameland, enkele seconden voordat ze in zee zouden verdwijnen. 101


MENSEN REDDEN MENSEN

104


105


1993

07•07

OUD EN NIEUW BUNDELT KRACHTEN STELLENDAM / BURGHSLUIS - WIND NW 04

Flits

UITGELICHT

De kotter SCH 25 was op 7 juli 1993 bij het vissen aan de grond geraakt en zat ter hoogte van Renesse, met een tros in de schroef, tegen het strand. De reddingboot Koningin Beatrix voer zo snel mogelijk uit. Het was al hoogwater, dus de kans dat de kotter nog vlot zou komen, werd snel kleiner. Ter plaatse gekomen werd direct een tros overgebracht. Ondanks de zeegang ging dit voorspoedig. Het lukte om de kotter een stukje richting zee te trekken, maar een zandbank lag een geslaagde actie in de weg. In overleg werd besloten bij het volgende hoogwater terug te komen, samen met de reddingboot De Zeemanspot van Stellendam. Om 16.00 uur waren beide reddingboten ter plekke en brachten in alle rust een tros over. Rond 17.00 uur werd begonnen met trekken. De Koningin Beatrix had vastgemaakt op de kop van De Zeemanspot, om deze boot op koers te houden. Na een uur trekken gaf de kotter zich gewonnen. De reddingbootbemanningen assisteerden nog even bij het schoonmaken van het koelwatersysteem, waarna de kotter zijn reis vervolgde.

118

‘DE ZUID’ GAAT MEEDOEN Als dank voor de redding (1976) ontvangt schipper Han de Blok (Hoek van Holland) de scheepsbel van de Stardust uit handen van de kapiteinsvrouw. V.l.n.r.: A. Schoenmaker, M.P. Noorthoek, J. Kaashoek, H. de Blok en J.C. Louwen.


REDDING

38

BUITEN BEELD toont de mooist in beeld gebracht reddingacties uit 100 jaar De Reddingboot. Dat blad is heden ten dage het orgaan van de KNRM, maar tot 1991 schreef De Reddingboot uitsluitend over de KNZHRM, de reddingmaatschappij die haar werkgebied had van Delfzijl tot en met Scheveningen, incluis de Waddenzee en (later) het IJsselmeer. Zuidelijk van Scheveningen was de KZHMRS (‘de Zuid’) actief. ‘De Zuid’ had een eigen blad. Na de fusie in 1991 werd ervoor gekozen onder de naam De Reddingboot door te gaan. Vandaar dat vanaf 1991 ook de zuidelijke acties een plaatsje krijgen in dit boekwerk. Om recht te doen aan de grootse prestaties van ‘De Zuid’ op de volgende pagina’s een kort beeldverslag van de redders om de zuid.

De beroemde redding van de Pontra Maris. 119


1994

10•06

EVACUATIE MOEIZAAM VANWEGE WEER SCHIERMONNIKOOG - WIND N 07

Flits

Op verzoek van de Kustwacht voer de reddingboot Annie Jacoba Visser (Schiermonnikoog) op 10 juni 1994 uit voor het afhalen van een patiënt aan boord van de Taklift 7, naast het platform in het Amelander Westgat. Er waaide een harde wind (7 Bft.) uit het noorden. Het was naar zeggen niet mogelijk de man met een helikopter van boord te krijgen. Er stond een hoge zee met af en toe zware brekers. De reddingboot voer daarom eerst ruim noordelijk van het platform om vervolgens recht voor de zee naar de Taklift te varen. Het viel niet mee om in de hoge zee de man van boord te krijgen. Na vijf pogingen kon de man overstappen en kon de bagage worden overgegeven. De reddingboot voer dezelfde route terug. Eerst ruim buiten de brekers en vervolgens voor de zee uit het Westgat door. De patiënt werd in Lauwersoog aan wal gebracht.

Uitgelicht – Een ruimhartige familie

De reddingboot Annie Jacoba Visser (rechts) was de eerste schenking door de familie Visser, waarvan mevrouw Titia Visser (inzet midden) de initiator was. De reddingboot werd vernoemd naar zus Annie Jacoba (inzet rechts). Na deze reddingboot volgden de Wiecher en Jap VisserPolitiek (vernoemd naar de ouders van Annie Jacoba en Titia - inzet links), de Jan en Titia Visser, het Vissershuis (boothuis, bemanningsverblijf op Schiermonnikoog), Sietze Politiek (bemanningsverblijf in Hindeloopen) en het bemanningsverblijf Titia Visser in Lauwersoog. Aanleiding voor al deze schenkingen was het verdrinken van Sietze Politiek in 1904. De familie deed de schenkingen als een soort eerbetoon aan dit omgekomen familielid.

STATION

De kapitein van de Taklift schonk de Redding Maatschappij als dank twee overlevingspakken en reddingvesten.

126

SCHIERMONNIKOOG Schiermonnikoog heeft één reddingstation, bestaande uit twee ploegen voor twee verschillende reddingboten. In de veerhaven ligt de grote reddingboot Koning Willem I. Deze reddingboot verzorgt de patiëntenvervoeren naar de vaste wal en gaat uit als er op zee of op het Wad grote(re) schepen in problemen zijn. De rubberboot Edzard Jacob kan rond het eiland worden gelanceerd en opereert met name op ondiepe plekken. Bijvoorbeeld om bij stijgend water gestrande wadlopers aan boord te nemen. Maar ook om bij stranding van schepen een verbinding tot stand te brengen voor de grotere Koning Willem I, die de schepen dan vervolgens kan vlottrekken.


REDDING

40

Schipper Gert-Jan Klontje van de Koning Willem I is de enige beroepskracht op het eiland. “Wij hebben naast het reddingwerk ook een belangrijke sociale functie op het eiland. Het komt voor dat Schiermonnikogers met spoed naar de vaste wal moeten, bijvoorbeeld voor urgent ziekenhuisbezoek, als een dierbare verslechterd. Vanaf Schiermonnikoog vaart de veerboot maar enkele keren per dag. Als een eilander niet de ‘luxe’ heeft de veerboot af te wachten, kan die persoon een beroep op ons doen. Daar zijn we eilanders voor. En ook dát is dankbaar werk…” Jaarlijks brengt de Koning Willem I ook tientallen patiënten met spoed naar de vaste wal. Ook in die gevallen kan de veerboot niet worden afgewacht.

Boot en truck in de loods aan de rand van het dorp. 127


2000

26•06

JACHT BIJ GRONDEN VANDAAN GEHAALD TERSCHELLING - WIND NW 07

Flits

UITGELICHT

Windkracht 7 en drie meter hoge zeeën. Voor een ervaren zeezeiler zijn dat geen omstandigheden om meteen van in paniek te raken. Maar als de bewuste watersporter niet goed op de hoogte is van het vaargebied en dus zonder het zelf in het gaten te hebben op de zo verraderlijke gronden aan koerst, dan is een daadwerkelijke noodsituatie nog slechts een kwestie van tijd. Kustwacht Brandaris wilde het zo ver niet laten komen en alarmeerde op 26 juni 2000 de nodige hulpverleners, nog voordat vanaf het Engelse zeiljacht Kimista om hulp werd gevraagd. Als eersten vertrokken de wipperploeg van Paal 8 en een berger. De wipperploeg posteerde zich op het strand voor het geval het jacht zou stranden. De berger zette koers richting de Kimista. Bij het jacht aangekomen kon de berger echter niets uitrichten; dit omdat er rondom het jacht drie meter hoge en af en toe brekende golven liepen. De jachtschipper gaf aan graag begeleid te worden richting een veilige haven. Op dat bericht voer vanuit de haven van Terschelling de reddingboot Arie Visser uit. De reddingboot trof het jacht aan bij de inloop van het voormalige Noordgat. Reddingbootschipper Ane Ruijg bracht de Arie Visser langszij, zodat de opstappers Huising en Pleijzier over konden springen. Het negen meter lange jacht ging geweldig tekeer. Niettemin gingen de twee opstappers meteen tot actie over. Zij wisten immers hoe dicht ze de gevaarlijke ondieptes genaderd waren. Ze brachten een sleepverbinding tot stand, waarna de Arie Visser het jacht in veiliger water wist te trekken. Geen overbodige luxe, want vlak nadat de sleepverbinding tot stand was gebracht, sloeg de motor van de Kimista af. Op de ´drempel´ van het Stortemelk zat het bij vlagen dicht van de vier meter hoge brekers. Hierdoor kwam er zoveel spanning op de sleeptros te staan, dat deze het begaf. Besloten werd geen nieuwe verbinding te maken, maar het jacht al zeilend naar binnen te varen. Het jacht werd uiteindelijk in de haven van Vlieland afgemeerd.

168

STRANDING NIET ALTIJD TE VOORKOMEN


REDDING

56

Portret - Klaas Huising Voorop de Kimista zitten Ben Pleijzier en Klaas Huising. Huising (1964) is al sinds 1990 een vaste waarde in de reddingbootbemanning van Terschelling. Van 1990 tot 2003 was Huising opstapper, eerst op de Jan van Engelenburg en later op de Arie Visser. In 2003 werd Huising aangesteld als ĂŠĂŠn van de vervangers van de toenmalige schipper, Ane Ruijg. Tegenwoordig is Huising plaatsvervanger voor schipper Harmen Schuttel. Huising heeft inmiddels een indrukwekkend palmares opgebouwd, maar daarover zul je hem niet horen. Huising is een stille kracht. Een grote, stille kracht.

169


2007

15•09

STRANDPRET TEN EINDE TERSCHELLING - WIND W 04

Flits

Het reddingstation Terschelling Paal 8 werd op 15 september 2007 opgeroepen voor een bootje in de branding. Een stel vrienden vierde het vrijgezellenfeestje van één van hen met een raft in zee. Door de noordelijke wind van de dagen ervoor stond er een mooie hoge branding, maar deze branding was te heftig voor het vlot waarop de mannen voeren. Het kapseisde in de buurt van een mui. Een gedeelte van de groep kon zwemmend het strand bereiken, maar vijf man en de begeleider bleven in de branding achter. Via 112 werd alarm geslagen voor de reddingboten van Paal 8. Een poging om met het inmiddels aangespoelde vlot redding te brengen, mislukte. Kort daarna arriveerden beide reddingboten en enkele minuten na de lancering was iedereen uit zee gered. De zes drenkelingen werden meegenomen naar het boothuis en werden daar door ambulancepersoneel gecontroleerd. De mannen mankeerden niets, maar van een feestje was niet langer sprake…

242

"Ze waren met vijf. Alle hens gered! "


REDDING

82

243


2009

20•10

ALLEEN BERGING REST CALLANTSOOG / DEN HELDER - WIND O 04

Flits

STATION

De bemanning van de Helderse reddingboot Joke Dijkstra werd op 20 oktober 2009 rond 10.00 uur opgepiept voor een catamaran die water maakte. Het bleek te gaan om een motorjacht, type Sunreef 70. Het jacht bevond zich tussen de Middelrugboei en de Zuiderhaaksboei. De bemanning van de Sunreef had het schip verlaten en dreef rond in een vlot. De sleephopper HAM311 was in de buurt, nam de schipbreukelingen aan boord en voorzag ze van een natje en een droogje. Bij aankomst zagen de redders meteen dat het overzetten van een pomp geen optie meer was. Om te voorkomen dat het schip in het vaarwater zou zinken, sprongen twee bemanningsleden van de Joke Dijkstra over om een sleepverbinding te maken. Tijdens het slepen naar ondiep water dreigde het jacht snel te zinken. De twee opstappers moesten hierom snel van boord, hetgeen werd gedaan door de reddingboot Koen Oberman van Callantsoog. Het bergingsvaartuig Hurricane nam de berging over; de Joke Dijkstra nam de geredden over van de HAM311 en bracht deze mensen naar Den Helder. De Hurricane is nog de gehele nacht in de weer geweest met de Sunreef, maar bracht het uiteindelijk wel behouden binnen.

276

CALLANTSOOG

Om te voorkomen dat het schip in het vaarwater zou zinken, sprongen twee bemanningsleden van de Joke Dijkstra over om een sleepverbinding te maken.


REDDING

93

Harrie Bijpost, chauffeur

Op een populaire wijze zouden we kunnen zeggen dat het reddingstation Callantsoog ‘helemaal terug is’. Dat klinkt heden ten dage, waarin de reddingboot van Callantsoog zo’n twintig keer per jaar wordt gealarmeerd, misschien vanzelfsprekend. Maar het reilen en zeilen van dit relatief kleine reddingstation is allerminst een vanzelfsprekendheid. Het reddingstation kreeg pas in 1985 de beschikking over een reddingboot. In de decennia daaraan voorafgaand had het reddingstation slechts de beschikking over een lijnwerp- en wippertoestel. En als gevolg daarvan kwam het zelden of nooit in actie. In 1936 werd het reddingstation zelfs tijdelijk opgeheven. In verband met de oorlogsomstandigheden werd er in 1940 opnieuw een reddingboot in Callantsoog gestationeerd en in 1955 kwam het lijnwerp- en wippertoestel in plaats van de reddingboot. Net als voor buurstation Petten betekende dit dat het aantal acties sterk terugliep; de meeste klussen werden overgenomen door het ‘grote’ buurstation Den Helder dat de beschikking had over een havenreddingboot. In 1985 kwam het reddingstation Callantsoog opnieuw op de kaart, dankzij de stationering van een nieuwe reddingboot. Eerst een Zephyr 504-rubberboot, maar die werd na enkele jaren alweer vervangen door een rubberboot met vaste bodem, de Gul. Vanaf dat moment trok de drukte aan tot zo’n 20 acties per jaar, met name voor de pleziervaart. 277


292


MENSEN REDDEN MENSEN 293


Buiten Beeld