Page 1

durf te strijden, durf te winnen

Uitgave van het Wetenschappelijk Bureau van de SP Verschijnt 11 keer per jaar, jaargang 10, nummer 11, december 2008


Durf te strijden, durf te winnen Dit motto stond jaren op de omslag van de Tribune. Inzichten veranderen, uitstralingen veranderen en dat geldt ook voor motto’s op tijdschriften. Modernisering van de opmaak van een blad betekent natuurlijk niet dat de inhoud moet veranderen. Het motto verdween van het partijblad, maar niet uit de hoofden van de partijleden. Nog steeds geldt voor de actiepartij die de SP is dat de leden samen met de mensen in buurten en bedrijven durven te strijden. Strijden doe je niet voor de lol, maar om iets te bereiken, om te winnen.

Het is al weer vier jaar geleden dat Nederland massaal te hoop liep tegen het beleid van de regering. Balkenende en zijn ploeg vonden dat die ‘luie Nederlanders’ maar eens aan het werk moeten en vooral ook aan het werk blijven. Ze wilden een eind maken aan de mogelijkheid dat mensen eerder dan hun 65ste stoppen met werken. Weg met het prepensioen! Keer op keer werd en wordt de Nederlandse werknemers verteld dat ze langer moeten werken om de concurrentiestrijd met het buitenland aan te gaan. Geen woord over de vele honderdduizenden werklozen en mensen met een uitkering. Nee, de mensen die al werken moeten meer werken, terwijl toch bekend is dat de productiviteit van een economie meer gebaat is bij slimmer werken dan bij meer en langer werken. De regering leek dit niet te begrijpen, in tegenstelling tot zeer grote groepen van de bevolking. Die kwamen massaal de straat op, demonstreerden en staakten op een manier zoals Nederland maar zelden heeft gezien. Aanvankelijk hadden de bonden niet veel vertrouwen in de actiebereidheid van hun leden, maar die vrees bleek ongegrond. Kleine groepen activisten bleken de stemming onder de

bevolking namelijk goed aan te voelen en wisten deze stemming om te zetten in acties. SP’ers speelden hierin trouwens ook een belangrijke rol. De afgelopen jaren is het iets rustiger geweest aan het front van de arbeidsverhoudingen. Werknemers en vakbonden voerden nog wel geregeld actie, maar niet zo massaal als in 2004. In deze Spanning treft u een overzicht aan van de acties in 2004, een algemeen artikel over acties van werknemers in heden en verleden en een overzicht van de stakingen in 2008. Misschien nog wel interessanter dan deze terugblik zijn de interviews met de voorzitter van FNV Bondgenoten, Henk van der Kolk, en Niek Stam, ook van Bondgenoten maar vooral een van de drijvende krachten in de Rotterdamse haven. Hun visies op hoe de vakbeweging moet gaan opereren lijken veel op elkaar, maar er zijn vooral ook interessante verschillen. Ook op andere fronten streden mensen het afgelopen jaar. Vooral de strijd in de zorg tegen de ‘vermarkting’ heeft heel veel energie gekost. Ineke Palm geeft in haar bijdrage aan, hoe deze acties zijn voorbereid en gevoerd. Uiteraard zijn deze lessen niet blindelings over te nemen, maar toch is het leerzame kost voor iedereen. Hoe voer je actie? Het hoofdartikel, een interview met SP-Kamerlid Remi Poppe, geeft ook een aardige inkijk in de keuken van een actievoerder. Zijn belangrijkste les is dat het voeren van actie nodig is om de maatschappij vorm te geven. Geen verandering zonder actie. Volgens hem is er nog genoeg om actie voor of tegen te voeren en hij neemt alvast een voorschot op het komende jaar. Arjan Vliegenthart schreef voor deze Spanning een bijdrage voor het Rijke Rooie Leven. Zijn onderwerp is een tekst van Ernst Bloch – de man die bekend staat als marxist en tegelijk als atheïstisch theoloog.

INHOUD 3 Zonder actie geen verandering 6 ”Aanwezig zijn op de werkvloer” Niek stam over 2004 7 ”We willen geen minimale looneis” Henk van der Kolk over 2004 8 De hete herfst van 2004 11 Strijd van werknemers 14 Een greep uit de stakingen in 2008 15 Durf te strijden, durf te winnen 18 Liever een debat dan een etiket 21 boekbespreking ‘Twee miljoen Leden’ 20 het rijke rooie leven 24 column

Colofon Spanning wordt uitgegeven door het Wetenschappelijk Bureau van de SP Een abonnement kost 12 euro per jaar voor SP-leden en 25 euro voor niet-leden. De betaling gaat per incasso. Abonnementenadministratie Vijverhofstraat 65 3032 SC Rotterdam T (010) 243 55 40 F (010) 243 55 67 E administratie@sp.nl Redactieadres  Vijverhofstraat 65 2032 SC Rotterdam T (010) 243 55 35 F (010) 243 55 66 E spanning@sp.nl Redactie Diederik Olders Sjaak van der Velden Redactieraad Hans van Heijningen Tiny Kox Ronald van Raak Arjan Vliegenthart Basisontwerp Thonik en BENG.biz Vormgeving Robert de Klerk Gonnie Sluijs Antoni Gracia Illustraties Len Munnik Foto cover

2

SPANNING

december 2008

Marco Okhuizen / Hollandse Hoogte


Zonder actie geen verandering Tekst: Sjaak van der Velden Afbeeldingen: Archief SP

De SP is een actiepartij en sommige mensen zit actievoeren in het bloed. Remi Poppe (Velsen 1938) is zo iemand. Hij is een van de eerste en beroemdste milieuactivisten van Nederland. In 1969 was hij mede-oprichter van het Centraal Aktiekomitee Rijnmond, dat mét de werknemers de strijd aanbond tegen een ongezond werken leefklimaat. Remi is ook SP’er van het eerste uur. Met een onderbreking zit hij vanaf 1994 voor de SP in de Tweede Kamer. Redenen genoeg om hem te vragen naar de perspectieven voor actievoeren in 2009.

Een van de eerste acties waarbij je betrokken bent geweest, is het verzet tegen de komst van Hoogovens naar de Maasvlakte eind jaren zestig. Sindsdien was je betrokken bij heel veel acties. Wat is volgens jou nou een kenmerk van een goede actie? Ja, die actie tegen Hoogovens op de Maasvlakte was in een tijd dat Rijnmond al haast stikte van de smog. We hadden net het ‘Centraal Aktiekomite Rijnmond’ opgezet. Daarvoor was ik mede oprichter van het ‘Aktiekomite Stront aan de Knikker’. Dat was eind jaren zestig. Later, na de oprichting van de SP, gingen we landelijk aan de slag met het ‘Milieu Actiecentrum Nederland’. Kijk, als je dingen wilt veranderen, dan moet er een besef bestaan waarom dat moet, maar dat niet alleen. De materiele voorwaarden voor verandering moeten ook aanwezig zijn. Met andere woorden er moet een analyse van het probleem zijn, maar er moeten ook mensen zijn die verandering willen. En dan heb ik het niet over een leuk groepje mensen met goede ideeën dat op zolder zit te discussiëren hoe het anders moet. Als je met tien mensen een actie voert is dat leuk, maar

3

SPANNING

december 2008

als je met tienduizenden actie voert dan ontplooi je macht. Dan heeft actie ook maatschappelijke en politieke gevolgen. Ik herinner me dat er een groep bevlogen mensen in de Rijnmond was, die onderzoek deden naar hinderwetvergunningen. Op grond van hun onderzoek eisten ze soms sluiting van een fabriek. Dat is dus niet de goede methode, want zo jaag je iedereen tegen je in het harnas. Wij benaderden de mensen die in die fabriek werkten en wisten ze ervan te overtuigen dat het milieuprobleem ook hun probleem is. Dat ging niet eenvoudig want eerst zeiden ze dingen als ‘Ga werken snotneus, je zit aan ons vreten.’ We legden er echter de nadruk op dat we niet tegen hun werk waren, maar juist voor hun werk, maar dan ook gezond. Mensen in een bedrijf zijn namelijk meestal de eersten die de ellende ondervinden van giflozingen of andere zaken. We zeiden dan: ‘Moet je luisteren, hier bij dit bedrijf verdien je je boterham, maar datzelfde bedrijf verpest ook je viswater door die troep te lozen.’ Als ze dat zelf nog niet doorhebben, dan gaan mensen wel nadenken door die benadering. Toen we zo contact met die arbeiders hadden gelegd,


ontvingen ze ons met open armen. Het gevolg daarvan was weer dat ze ons van informatie over het bedrijf voorzagen. Door ons contact met de mensen uit het bedrijf, wisten we vaak meer dan de directie over wat er op de werkvloer aan de hand was. Dat bereik je niet door vanaf je zolderkamer maar wat te roepen, ook al heb je gelijk.

Dus je bent geen voorstander van stiekem informatie bij een bedrijf achterover drukken om die in de publiciteit te brengen, Zeg maar de methode Duyvendak? Nee, die methode vind ik niets. Geef mij maar, zoals Karel Glastra van Loon zei, de Poppe-methode: binnenkomen via de achterdeur en je komst pas achteraf aankondigen. Je moet altijd open te werk gaan. Ik heb ook wel eens iets bij een bedrijf ontvreemd, maar daar ben ik gelijk mee naar buiten gekomen. Bovendien hadden we ook daar eerst het vertrouwen van de werknemers gewonnen. Toen die ons op bepaalde zaken wezen, toen konden we al snel vinden wat we wilden hebben. Ik wist precies waar alles lag door die informatie. Je mag dan natuurlijk nooit het vertrouwen van je informanten schaden. We hebben daarom informatie wel eens niet gebruikt omdat heel eenvoudig te achterhalen was waar die gegevens vandaan kwamen. Tegenwoordig noemen we zo iemand een klokkenluider, nou je weet wat een ellende die hebben moeten doorstaan. Ik heb nooit iemand in problemen gebracht om er zelf mooi weer mee te spelen. Nooit vertrouwen schaden dus. Hoe je het ook wendt of keert, het vertrouwen van de mensen blijft heel belangrijk.

In 2004 zijn er heel grote acties geweest in Nederland, daarna is het wat rustiger geworden. Of zie je dat anders. Het is misschien wat minder massaal geweest, maar je kunt toch niet zeggen dat ze er niet waren. Er waren bijvoorbeeld grote acties in de zorg en rond huisvesting. De acties van de postbodes tegen de gevolgen van de marktwerking mag je ook niet uitvlakken. Juist daardoor is het neoliberalisme weer op de agenda gekomen. Die hele kredietcrisis heeft daar natuurlijk ook toe bijgedragen. We zijn in het parlementaire debat jarenlang roependen in de woestijn geweest. Men vond dat we maar wat zeurden, het ging toch goed met die privatiseringen en vrije markt. Nu hoor je ook in de Kamer andere geluiden. Door de bevolking gedragen acties, hoe klein ook, zijn altijd goed. Ze laten zien dat mensen niet alles over zich heen hoeven te laten komen. Doordenken over de maatschappij heeft zin en vergroot het – met een groot woordbewustzijn dat nodig is voor verdere acties. In die zin had de oude Marx toch wel gelijk: ‘het gaat er niet alleen om de problemen van de wereld te analyseren, maar het gaat er om de wereld te veranderen.’

We staan op de drempel van een nieuw jaar. Waar denk je dat de acties in 2009 op toegespitst zullen zijn? Heel belangrijk zullen acties rond de huisvesting van mensen zijn. We hebben net onze Slooplat gepubliceerd en dat is echt een heel ingrijpende zaak. Omdat de 4

SPANNING

december 2008


woningcorporaties als bedrijven moeten opereren, worden er massaal sociale huurwoningen gesloopt. Gesloopt zonder noodzaak, want er bestaan vrijwel geen krotten meer, maar omdat nieuwbouw van duurdere koopwoningen meer geld oplevert. Daarmee wordt de sociale cohesie uit die buurten gehaald. In plaats van het opknappen van Vogelaarwijken, creëren ze dat soort wijken zo. Daar zullen we flink mee bezig moeten blijven. Daarnaast zullen de acties in de zorg gewoon doorgaan, want daar is nog een hoop te winnen. Eigenlijk gaat het om een brede aanval die we in moeten zetten op de gevolgen van de neoliberale golf van de afgelopen tientallen jaren. Heel wat bedrijven moeten weer een publieke, democratisch gecontroleerde, nutsfunctie krijgen.

Het valt me op dat je niets zegt over acties tegen de klimaatverandering en de zeespiegelstijging. Van een man die bekend is als milieuactivist zou ik anders verwachten.

Jong geleerd…

Die hele discussie over klimaatverandering vind ik twijfelachtig. Al Gore wordt nu als een milieu-goeroe aanbeden, wat hij roept klopt op nogal wat zaken niet, bovendien is er nooit een stabiel klimaat geweest en zal dat er ook nooit komen. Ook de zeespiegel is niet ‘van nature’ stabiel, dat kunnen we echt niet tegenhouden. Maar dat door uitstoot van koolzuurgassen ‘de mens’ ook invloed op het natuurlijke broeikaseffect heeft is wel aangetoond. Dus maatregelen nemen is wel nodig. Ik ben dus zeker wel voorstander van alle gemaakte afspraken die leiden tot een zuiniger omgaan met grondstoffen. Het is namelijk zo dat er naast koolzuurgas (is overigens een stof waar de natuur niet zonder kan) veel ongezonde stoffen vrijkomen bij de verbranding van fossiele brandstoffen en dat ze eindig zijn. Eens zal alle olie op zijn. Daar moeten we dus zeker actie voor voeren, maar niet op de manier van de milieu-dominees zoals Samsom van de PvdA. Die praten mensen een schuldcomplex aan dat ze hun trui langer aan moeten houden en spaarlampen gebruiken. Dat is toch echt een economisch probleem, veel mensen kiezen noodgedwongen voor de goedkoopste en niet de zuinigste alternatieven als het bijvoorbeeld gaat om elektrische apparatuur, omdat ze het geld niet hebben. In mijn visie moet de overheid de scherpere randvoorwaarden stellen voor zuinige apparatuur en zo een milieuvriendelijk gedrag scheppen. Als de overheid bepaalde producten en productiemethoden verbiedt, dan kunnen mensen zich er aan houden. De dominees brengen het milieuprobleem terug tot een individueel probleem, met de gewone man als schuldige. Wij zullen zeker actie blijven voeren voor een schoon milieu, maar dan zal het er om gaan dat de problemen bij de bron worden aangepakt. Dat betekent bij de productie van al die zaken die slecht zijn voor het milieu.

Wil je zelf je opvattingen kort samenvatten? Volgens mij is het zo dat er geen verandering mogelijk is zonder actie. Dat begon al bij de oorsprong van het kapitalisme. Alle verbeteringen van de afgelopen anderhalve eeuw zijn het resultaat van acties. Acties door arbeiders, vakbonden en socialisten. Die acties moeten om succesvol te zijn wortelen in de bevolking.

5

SPANNING

december 2008


Discussie vakbeweging

”Aanwezig zijn op de werkvloer”

Niek Stam over 2004 Niek Stam is sectorcoördinator Havens van FNV Bondgenoten en ‘wereldberoemd’ in de Rotterdamse haven. Hij was een van de aanjagers van de acties in 2004.

Hoe verklaart u het succes van 2004? We hebben hier in Rotterdam de landelijke actie aan kunnen jagen omdat de haven nog in de winning mood was na de gewonnen acties tegen de port package. (ze stopten een Europese richtlijn die hun werk wilde ‘liberaliseren’, waardoor het ook door niet-gekwalificeerden mocht worden gedaan - red.) Door samen te werken met de dockers uit andere havens wisten we in 2003 Europa te tackelen. Dat was toch wel uniek, dat arbeiders kans zagen een maatregel uit Brussel tegen te houden. Vrijwel direct na die overwinning vond het najaarsoverleg in Nederland plaats. Daar werden de plannen om de VUT te verslechteren uitgesteld, maar er werd wel afgesproken de lonen te matigen. Dat zette kwaad bloed binnen de haven, maar ook in andere sectoren. We, iemand van het spoor, iemand uit de chemie en ik, hebben toen een brief in de Volkskrant geschreven waar andere media meteen op insprongen. Netwerk wilde er een onderwerp over maken, maar ik kreeg van de bond een spreekverbod. Toen is het bondskader met de televisiemakers de haven in gegaan. Vlak na deze gebeurtenissen sprak ik Jan Marijnissen en we besloten toen De Maat is Vol op te richten. De SP zorgde voor de logistiek zoals een website en het drukken van krantjes, maar bemoeide zich verder niet met ons beleid. Wij organiseerden ondertussen in het hele land bijeenkomsten om de mensen te mobiliseren. Toen tijdens het voorjaarsakkoord in 2004 de kwestie in feite weer werd doorgeschoven, hebben we de acties opgevoerd. Op 4 juni waren er twee

6

SPANNING

december 2008

bijeenkomsten in de haven, waarbij we kruispunten bezetten. De opkomst was goed, wat aanleiding was om te geloven in groter succes. In de regio overlegden we daarna met andere sectoren en op de kaderbijeenkomsten ontstond de oproep voor een demonstratie door de stad. Dat bleek een groot succes en dankzij Rotterdam begonnen de leiders van de landelijke bonden er ook eindelijk in te geloven. Stakingen en de Museumplein-demonstratie leidden ertoe dat de regering bakzeil haalde. Uiteindelijk hebben we het toen laten liggen omdat de gemaakte afspraken niet zijn nagekomen. De bonden hebben ook gefaald in het verzilveren van de gewonnen sympathie.

Kun je iets van de haven leren, of is de actiebereidheid daar uniek? Natuurlijk is de haven vanouds een sector waar de mensen heel actiebereid zijn. Dat gaat echter niet vanzelf. Een belangrijke voorwaarde is dat wij als bond heel open en transparant zijn voor onze leden. De bond moet weer duidelijk aanwezig zijn op de werkplek. Mijn handen jeuken soms als ik zie wat we als Bondgenoten aan kansen laten liggen. Bij the Greenery bij ons in Barendrecht bijvoorbeeld zie ik honderden jongeren van en naar hun werk lopen. Waarom gaat de bond daar niet iedere dag met een busje staan om met ze te praten. Dat is toch heel anders dan een reclameblok op tv. In de haven doen we dat wel, en je ziet: het heeft succes. We hielden Europa tegen en namen in 2004 het voortouw in de acties tegen de kabinetsplannen.

Doen de bonden het nu wel goed, met de crisis? De FNV Vakcentrale heeft (beter gezegd ‘had’) een 10 puntenplan. Door snel mensen te mobiliseren en uiteindelijk niet meer dan duizend mensen in Den Haag te krijgen, is de

vakbeweging afgescheept met een half jaar WW-financiering met heel strenge criteria. De andere punten van het 10-puntenplan zijn spoorloos verdwenen. De werkgevers hebben wél alles binnen. Na 1 januari 2009 geldt de nieuwe Kantonrechterformule (zie www.fnvvechtvoorjerecht.nl) waar een besparing voor de werkgevers ligt van 25 tot 50 procent ten opzichte van de huidige kantonrechterformule. En de komende zes maanden krijgen ze 70 procent loonkostensubsidie. En de werknemers? Die krijgen een een slechtere kantonrechterformule en nog steeds geen zekerheid over hun baan vanwege de kredietcrisis.

Hoe ziet voor u de toekomst eruit? Als het aan mij lag, dan zou de vakbeweging zich weer meer profileren. We hoeven echt geen stemadvies te geven, maar wat er bijvoorbeeld rond het referendum over Europa gebeurde is het andere uiterste. Wij mochten van de bondsleiding geen advies geven om tegen de grondwet te stemmen, maar De Waal, die toen nog FNV-voorzitter was, liet wel heel duidelijk blijken voor te zullen stemmen. Maar waarom zien we de FNV nu rond de kredietcrisis niet met een duidelijke visie naar buiten treden? Het belangrijkste is echter dat we transparant optreden. Iedereen, maar vooral de leden, moet weten waarom we bepaalde standpunten hebben. De vakbeweging moet weer een vakbeweging worden; we moeten ons bemoeien met alles rond het vak en niet uitsluitend de arbeidsvoorwaarden. Je zou kunnen zeggen dat de ‘gildencultuur’ terug moet keren. Kijk, de vakbeweging is er voor de leden, nu lijkt het wel eens of de leden er voor de vakbeweging zijn. Om het instituut in stand te houden. Dat is natuurlijk de omgekeerde wereld en daar moeten we vanaf.


Discussie vakbeweging

”We willen geen minimale looneis”

Henk van der Kolk over 2004 Henk van der Kolk is voorzitter van FNV Bondgenoten. Hij is dat sinds 2002, dus maakte hij van dichtbij de stakingen in 2004 mee: “We hebben een mooi compromis bereikt.”

Hoe verklaart u de massaliteit van de acties in 2004? De emmer was vol en toen er nog een druppel bij kwam – de plannen rond het prepensioen – toen gingen de mensen de straat op. Het blijft voor mij als vakbondsbestuurder echter nog steeds onverklaarbaar hoe dat zo ineens kon gebeuren. Vergeet niet dat we in 2003 al probeerden om de mensen in beweging te krijgen, maar dat werd toen niets. Het is inderdaad zo dat de Rotterdamse havenarbeiders de kar trokken op een moment dat wij er nog niet veel vertrouwen in hadden. Zij hadden natuurlijk net die prachtige overwinning rond port package behaald, dus zij barstten van het zelfvertrouwen. Maar dat verklaart nog niet waarom zoveel mensen uit andere bonden en sectoren nu ook in actie kwamen. Volgens mij had dat iets te maken met de algemene maatschappelijke onvrede die al een tijdje heerste en waar de opkomst van Fortuyn ook een voorbeeld van is.

Gaven de havenarbeiders het goede voorbeeld? Dat zou kunnen ja. Nogmaals, een jaar eerder probeerden we ook al actie te voeren, maar dat leidde toen tot niets. Misschien was de grote demonstratie op de Coolsingel, waar ineens vele malen meer mensen aanwezig waren dan de tienduizend die wij hadden verwacht, voor de rest van het land een katalysator, een soort teken. Een teken om iets te doen en de anti-Haagse sfeer die al jaren in het land hing in daden om te zetten.

7

SPANNING

december 2008

Die anti-Haags sfeer, was de vakbeweging daar niet zelf ook schuldig aan? Zeker. Het polderen is te ver gegaan. In de jaren negentig hadden we haast alleen nog maar bestuurders zonder voeling met de werkvloer. Aan de vergadertafels waren we prominent aanwezig, maar onze zichtbaarheid in de bedrijven was nihil. We werden dus een soort onderdeel van het establishment. Als vakbeweging moeten we transparant zijn. We hebben nu het organizen, dat is min of meer het oude bedrijvenwerk. Het gaat er daarbij om dat mensen uitgaan van hun eigen kracht en de stap maken van individueel optreden naar collectieve actie. We zijn een maatschappelijke beweging die ook iets aan dienstverlening doet, maar we moeten niet alleen maar facilitair bezig willen zijn. Dat kunnen verzekeringsmaatschappijen en advocatenkantoren veel beter dan wij.

Hoe ziet u de toekomst van de vakbeweging? Op de eerste plaats ben ik niet pessimistisch. Er is voldoende ruimte voor een sterke vakbeweging. Om weer meer mensen aan ons te binden moeten we transparanter zijn, zoals ik al zei. Daarnaast is het belangrijk om mensen weer aan te spreken op hun vakmanschap. We heten niet voor niets vakbeweging. Mensen zijn trots op hun beroep, of ze nou directiesecretaresse, timmerman of programmeur zijn. Dat beroep is een deel van hun identiteit en staat los van het bedrijf waar ze werken. We zullen de werknemers weer als vakbroeders en vakzusters moeten benaderen.

Maar de arbeidsvoorwaarden blijven wel de core business? Ja natuurlijk, dat heeft ons sterk gemaakt. De zorg voor goede lonen, werktijden en andere arbeidsvoorwaarden. Daarin hebben we trouwens

ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Wat we bijvoorbeeld niet moeten willen is een minimale looneis. Een dergelijke looneis jaagt het groepsegoïsme aan en brengt de koppeling tussen lonen en uitkeringen in gevaar. Om te voorkomen dat de looneisen in sectoren, waar het op dat moment goed gaat, te hoog worden, blijven we uitgaan van de jaarlijks berekende loonruimte. In sectoren waar meer te halen valt doen we dat toch wel door bijvoorbeeld een extra periodiek te vragen. Door dat soort maatwerk – ventielen noemen we dat – blijven we een verantwoordelijke vakbeweging, die ook het belang van haar leden goed in de gaten houdt.

Dus u was, om nog een keer op 2004 terug te komen, er geen voorstander van dat de acties verder hadden moeten gaan. Er waren nogal wat kaderleden teleurgesteld toen de acties werden gestopt. Dat kun je wel willen, maar je moet ook reëel zijn. We hebben een mooi compromis bereikt en het is nog maar de vraag of mensen bereid waren door te gaan met actievoeren. Natuurlijk zijn er strijdbare sectoren zoals de havens, maar we hebben als brede bond ook te maken met bijvoorbeeld de ict. Daar is dit jaar nota bene pas voor het eerst gestaakt. In 2004 waren wij bang dat andere sectoren dan de groepen van wie bekend is dat ze strijdbaar zijn niet meer verder wilden gaan. Dan hadden we pas echt een probleem gehad. We zijn nu op het hoogtepunt gestopt, hebben een aardig resultaat behaald en laten zien dat de vakbeweging er nog steeds toe doet.


Foto: Chris Pennarts / Hollandse Hoogte

De hete herfst van 2004 Tekst: Sjaak van der Velden

Bij het najaarsakkoord 2003 kwamen regering, vakbonden en ondernemersorganisaties in principe overeen dat de lonen slechts gematigd zouden stijgen in ruil voor behoud van VUT en prepensioen. Omdat uiteindelijk bonden en VNO/NCW niet tot overeenstemming konden komen, besloot de regering op 1 mei 2004 het fiscale voordeel voor vroegtijdig stoppen met werken af te schaffen, waardoor mensen lastiger met prepensioen konden. Dit besluit was de opmaat voor een maanden durende actie om deze maatregel tegen te houden. In november sloten de bonden een historisch akkoord met de regering. Nog nooit had de staat in een arbeidsconflict bakzeil gehaald.

8

SPANNING

december 2008


Vanuit de politiek en werkgeverskringen werd voortdurend opgeroepen tot langer werken. Dus niet alleen tot het 65ste jaar, maar zelfs nog langer. Op 18 mei 2004 werden regering en VNO het eens over het prepensioen maar de vakbonden gingen hier niet in mee. Toen de bonden dreigden om de overheidsmaatregelen in de CAO’s te repareren en 1,25 procent loonsverhoging te eisen, dreigde de regering met afschaffing van de Algemeen Verbindend Verklaring (AVV) van CAO’s die al sinds 1937 bestaat.

‘Eerst naar de camping’ Dat dreigement was olie op het vuur en de FNV schreef een referendum onder haar leden uit. Een dergelijk referendum was in 2003 ook al uitgevoerd. Toen nog was 56 procent (van de 18 procent deelnemende) leden vóór het akkoord; een krappe meerderheid. Nu in 2004 deed meer dan een derde van de leden mee en daarvan was 97 procent tégen de plannen van de regering en vóór het voeren van actie. Ook de andere vakcentrales (CNV en MHP) sloten zich bij het protest aan. Het actiecomité van de drie centrales gaf als eerste advies: ‘eerst naar de camping en daarna gaan we actievoeren’. In de zomer vonden een paar kleine acties plaats, zoals een demonstratie op het binnenhof tegen de maatregelen rond de WAO. Op 8 juni blokkeerden havenarbeiders in Rotterdam een aantal kruispunten terwijl tweeduizend collega’s het werk neerlegden. Op 16 juni staakten tweehonderd werknemers van BSN Glasspack in Schiedam kort en op 1 juli was er een demonstratie van politieagenten. Op 24 augustus startte de campagne van de vakbonden tegen de aanval op het prepensioen, onder de naam ‘Nederland verdient beter’. Alle overleg werd opgeschort tot na 2 oktober, de datum waarop een landelijke demonstratie was gepland. Op dezelfde dag plande ‘Keer het tij’ een manifestatie tegen het neoliberale beleid van de regering. Keer het Tij is een breed progressief platform van linkse politieke partijen en maatschappelijke organisaties.

Diverse bondsbestuurders onder wie Doekle Terpstra van het CNV gaven er openlijk blijk van dat ze helemaal niet zeker ervan waren dat de mobilisatie van veel mensen zou lukken. Langzaam kwam de wals echter op gang. Op 2 september onderbraken 250 bouwvakkers in Arnhem het werk, op 13 september 300 mensen van de CWI in Groningen, drie dagen later gevolgd door het personeel van Corus. Er waren demonstraties in Maastricht, Utrecht, Den Haag, Eindhoven en Arnhem, terwijl in Emmen 150 mensen het werk neerlegden. Er vonden diverse bezettingsacties plaats bij onder andere het SER-gebouw, bij VNO Interpolis, en Spoorwegpensioenfonds. De eerste grote actie vond plaats op 20 september in Rotterdam. Een onverwacht massale demonstratie van 50 tot 60.000 mensen trok door de binnenstad en haalde alle twijfels bij de actieleiding weg over de actiebereidheid. De haven lag een dag plat en de brandweer ontstak

9

SPANNING

december 2008

Foto: Herman Wouters / Hollandse Hoogte

Niet meer te stoppen


Foto: Chris Pennarts / Hollandse Hoogte

vuurwerk in de hal van het stadhuis. De dag erop, Prinsjesdag, demonstreerden nog eens 20.000 mensen elders in het land.

150 bedrijven in de metaal. Ook andere acties gingen door. Zo blokkeerden tweehonderd FNV-leden op 20 oktober het Ministerie van Sociale Zaken.

In de week na Prinsjesdag legden bij tientallen bedrijven mensen het werk voor enige tijd neer. Op 27 september demonstreerden tienduizend mensen in Amsterdam en een groot deel van hen waren stakers. Twee dagen later demonstreerden ruim negenhonderd vrachtwagenchauffeurs en trok ook een demonstratie van 1.500 mensen door Groningen. Er werden kleine concessies aangekondigd, maar de actiekaravaan was niet meer te stoppen.

Inmiddels was het overleg hervat en op 5 november kwamen de drie partijen tot een akkoord. Dit werd door de bondsleden aanvaard. Bij de FNV weer met een referendum. Van de 320.000 stemmers stemde 91 procent voor het akkoord. Er was wel enige oppositie maar de overgrote meerderheid was blijkbaar tevreden en de verwachting was dat de verslechteringen die men had aanvaard in het komende CAO-overleg zouden worden ‘gerepareerd’. Dat is ook wel gebeurd, maar zeker niet voor alle werknemers.

Onverwacht massaal Op 2 oktober demonstreerden 300.000 mensen uit het hele land in de binnenstad van Amsterdam. De grote manifestatie van ‘Nederland verdient beter’ vond plaats op het Museumplein terwijl tegelijk op de Dam een bijeenkomst van ‘Keer het Tij’ was. Beide demonstraties kwamen in de straten samen, maar de opkomst was zo onverwacht massaal dat velen niet op de Museumplein konden komen. Hiermee was de actie niet ten einde. Er werden stakingen aangekondigd voor het onderwijs (16 november), de bouw (10 november), de metaal en het openbaar vervoer. De eerste twee vonden geen doorgang omdat er toen al een akkoord was, maar de andere twee gingen door. Op 14 oktober lag het hele openbaar vervoer in Nederland plat door een staking van 15.000 mensen en op 27 oktober staakten 22.000 mensen van

10

SPANNING

december 2008


Strijd van werknemers Tekst: Sjaak van der Velden

De staking is het ultieme actiemiddel dat werknemers kunnen gebruiken als ze iets willen dat ze op een andere manier niet voor elkaar krijgen. Ieder jaar vinden er in ons land enkele tientallen plaats. Dat lijkt niet erg veel, maar eigenlijk zou ook het aantal stakingen moeten worden geteld dat niet doorging omdat de baas bakzeil haalt voordat er echt wordt gestaakt. De kracht van stakingen zit hem namelijk ook in de mogelijkheid ermee te dreigen en zo je gelijk te halen. Nog belangrijker dan het aantal stakingen is eigenlijk het aantal mensen dat meedoet aan die acties en dat aantal kan flink oplopen. Het aantal stakers zegt namelijk veel over de onvrede die er in een land heerst. In de meeste gevallen schakelen werknemers een vakbond in of hun ondernemingsraad als ze iets willen veranderen. Ondernemingsraden onderhandelen echter niet over de arbeidsvoorwaarden zoals loon of werktijden, dat is wettelijk voorbehouden aan vakbonden. Over het algemeen proberen vakbonden eerst met de ondernemer te onderhandelen over hun eisen. In het verleden was het echter helemaal niet mogelijk om te onderhandelen, omdat geen enkele baas of patroon bereid was naar zijn personeel te luisteren. De eerste staking in wat nu Nederland is vond in 1372 in Leiden plaats. Textielarbeiders weigerden toen verder te werken, maar veel is verder niet bekend over deze staking. In de eeuwen daarna kwam het nog wel eens voor dat er werd gestaakt. Dat gebeurde echter niet erg vaak, want het kapitalisme

11

SPANNING

december 2008

was nog maar net bezig zich voorzichtig te ontwikkelen. Het kapitalisme is een economisch systeem dat gebaseerd is op loonarbeid en als er geen loonarbeiders bestaan dan kunnen ze ook niet staken. Na 1800 werd dat anders. Toen groeide het kapitalisme steeds sneller en groeide ook het aantal stakingen. Er waren echter nog geen vakbonden want die waren verboden, dus alle stakingen uit die tijd waren ‘wild’ oftewel niet door een vakbond geleid. Vanaf 1850 richtten arbeiders vaak met steun van socialisten voorzichtig vakbonden op om een eind te maken aan hun rechteloosheid en om sterker te staan tegenover hun baas. Pas in 1872 werd het wettelijke verbod om ‘gezamenlijk naar loonsverhoging te streven’ opgeheven waarna zowel het aantal stakingen als het aantal vakbonden enorm groeide.

Door te staken of ermee te dreigen voeren de werknemers druk op hun baas uit, want als ze niet werken dan komt er ook geen winst binnen bij de ondernemer. Het probleem is echter dat hij zijn personeel ook niet hoeft uit te betalen en de werknemers dus óók geen geld binnen krijgen. Daarom hebben de vakbonden stakingskassen waaruit ze de stakers een uitkering kunnen geven. Meestal is dat minder dan de mensen normaal verdienen, maar blijkbaar hebben ze dat er voor over. Al diverse malen is het eind van de staking aangekondigd. In de jaren twintig, in de jaren zestig en sinds de jaren tachtig. Steeds weer is die gedachte gelogenstraft. Blijkbaar is het zo, dat zolang het kapitalisme bestaat werknemers zich zo af en toe gedwongen voelen om naar het stakingswapen te grijpen. Niet omdat ze dat leuk vinden, niet omdat ze opstandig willen zijn, maar simpelweg omdat de omstandigheden ze er haast toe dwingen. Soms moeten ze dat zelfs doen tegen de zin van de vakbondsleiders in. Dan staan de werknemers er echt alleen voor. Ook doen ze het niet voor de lol, om een feestje te vieren. Zo ziet het er voor buitenstaanders misschien wel eens uit, maar staken is geen lolletje. Er komt namelijk minder geld binnen, het leidt binnen gezinnen soms tot ruzie en met degenen die om welke reden dan ook niet meestaken moet na de staking ook weer worden samengewerkt. Staken is de ultieme methode van actievoeren die werknemers tot hun beschikking hebben. Als de omstandigheden ze daartoe dwingen dan zullen ze die methode toepassen. Ook al omdat uit de geschiedenis van de afgelopen vijftig jaar is gebleken dat het de moeite loont om in staking te gaan. In ruim zestig procent van de gevallen behaalden werknemers (gedeeltelijk) hun zin door te staken.


1. definitie Een staking is ‘het tijdelijk stopzetten van de werkzaamheden door werknemers om tegemoetkoming aan gestelde eisen af te dwingen’. Dit is een heel korte, kernachtige definitie voor een zeer divers verschijnsel. We kunnen stakingen namelijk ook nog onderverdelen naar eisen, naar de leiding, en naar de wijze van actievoeren. We spreken van offensieve of defensieve acties als het gaat om het verkrijgen van verbeteringen of het tegenhouden van verslechteringen. Wilde of geleide stakingen geven aan of er geen of juist wel een vakbond betrokken is bij de actie. De wijze van actievoeren komt tot uitdrukking in een heel scala aan termen. We spreken van een speerpuntenstaking als van een bedrijf of bedrijfstak bewust een bepaalde afdeling of bedrijf is uitverkoren waar de staking plaatsvindt. Bij een estafettestaking staken telkens op een andere plaats de werknemers om voor iedereen een bepaald resultaat te bereiken. Bij de werkonderbreking leggen de werknemers voor korte tijd het werk neer als een soort machtsvertoon en om te laten zien dat men bereid is actie te voeren. De klassieke staking tenslotte is er een waarbij de arbeiders het werk neerleggen met de bedoeling om pas weer aan het werk te gaan als de eisen zijn binnengehaald.

2. andere vormen van actie- voeren door werknemers Als werknemers bepaalde eisen hebben kunnen ze ook op andere manieren actievoeren. Soms worden er aan de poort pamfletten verspreid, een andere keer demonstreren ze of blokkeren ze de bedrijfspoort. Ook collectief ontslag nemen of zich ziek melden komt voor, en zelfs zijn in ons land een aantal voorbeelden bekend van hongerstaking.

1372

Eerste staking in Nederland. Leidse textielarbeiders verlaten uit protest de stad.

12

SPANNING

december 2008

Sabotage van de productie, het platleggen van een website, een telefoonblokkade, passagiers vervoeren zonder kaartjes te verkopen, en zelfs gijzeling van de directeur. Het zijn allemaal middelen die wel eens zijn toegepast en aangeven hoe creatief werknemers soms actie voeren. Het toppunt van creativiteit is misschien wel de bedrijfsbezetting. Hierbij staken werknemers niet, maar nemen ze het bedrijf over. Zo belemmeren ze de directie om zich nog langer met het beleid te bemoeien. In een aantal gevallen zetten de bezetters de productie gewoon voort en laten ze zien dat ze eigenlijk geen baas nodig hebben.

Stakingen worden in Nederland sinds 1901 geteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Ieder jaar geeft het CBS een beknopte statistiek uit van het aantal stakingen dat in het voorgaande jaar heeft plaats gevonden. Het belangrijkste doel van de statistiek is om bij te houden wat de economische gevolgen zijn van stakingen. Vanwege wetgeving op de privacy publiceert het CBS alleen jaartotalen, zodat niet is te bepalen bij welk bedrijf hoe lang is gestaakt. Wie dat wil weten is aangewezen op de alternatieve stakingsregistratie van het internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG). Het IISG publiceert een stakingsstatistiek die terugloopt tot 1372 met gegevens van iedere staking afzonderlijk. Deze statistiek loopt wel een jaar achter op die van het CBS. www.cbs.nl www.iisg.nl

4. de grootste staking ooit Op 15 december 1970 legden ongeveer een miljoen werkne-

Spoorwegstakingen. Het personeel wint, maar de regering verbiedt vervolgens ambtenarenstakingen.

“4. het recht van werknemers en werkgevers op collectief optreden in gevallen van belangengeschillen, met inbegrip van het stakingsrecht, behoudens verplichtingen uit hoofde van reeds eerder gesloten collectieve arbeidsovereenkomsten.” Nederland ondertekende dit handvest uit 1961 pas in 1980. Voor die datum bestond er geen wettelijk stakingsrecht in ons land. Sinds 2000 is hetzelfde recht opgenomen in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (artikel 28). Overigens is het wel zo dat dit wettelijke recht door de rechters in ons land herhaaldelijk krachteloos is gemaakt. In augustus 2002 oordeelde een onafhankelijke commissie van de Raad van Europa daarom dat rechters in ons land te gemak-

3. wie houdt de acties bij

1903

Het Europees Sociaal Handvest erkent in artikel 6

1924

kelijk stakingen verbieden.

mers in Nederland het werk neer. Ze deden dat uit protest tegen een door de regering aangekondigde loonmaatregel. Er was net een nieuwe wet van kracht geworden die de loonvorming overliet aan bonden en werkgevers, maar de regering de mogelijkheid gaf om in te grijpen als ze vond dat de lonen te snel stegen. In 1970 waren er veel stakingen geweest in vooral de Rotterdamse haven en scheepsbouw waardoor de lonen daar, maar ook in andere bedrijfstakken snel stegen. De regering vond dit onverantwoord en wilde de stijging beperken. De meeste stakingen dat jaar waren buiten de bonden om gevoerd en de leiding van de toenmalige vakcentrales begrepen dat ze nu iets moesten doen als ze hun gezicht niet wilden verliezen. De grootste riep daarom op tot een proteststaking van één uur en die vond dus op 15 december plaats. De deelname was

De langste staking. Houtzagers houden het 843 dagen vol.

1926

De kortste staking. Personeel van de Rotterdamsche Bankvereeniging krijgt na twee minuten zijn zin.


Stakingsbeweging in Nederland 1920-1995

gigantisch, maar de regering was niet onder de indruk. De loonmaatregel ging gewoon door.

3,5

5. de langstdurende staking ooit

3,0

Stakingen kunnen heel kort duren, de kortste geregistreerde duurde twee minuten, maar ook heel erg lang. Over het algemeen is het zo dat acties die heel lang duren voor de arbeiders een slecht resultaat hebben. De werkgever heeft dan blijkbaar niet zoveel belang bij een spoedige hervatting van de productie, bijvoorbeeld tijdens een economische crisis als er toch niet veel valt te verkopen. Korte stakingen leiden vaak tot een goed resultaat en zijn dus eigenlijk een teken van de kracht en macht van de werknemers. Toch is respect voor stakers die het lang

2,5 2,0 1,5 1,0 0,5 0 1920

1930

1940

1950

1960

Resultaat van stakingen in procenten, 1970-2006

1970

1980

1990

2000

volhielden zeker op zijn plaats. We kunnen slechts waardering hebben voor mensen die tegen alle tegenkrachten in zo lang voor hun belang strijden. Zoals de arbeiders van houtzagerij Gebr. Loos in Blokzijl. Eind 1924 begonnen zij een tevergeefse staking. Na 843 (!) dagen legden de vijftig stakers zich pas bij de nederlaag neer.

Februaristaking van 50.000 Amsterdammers tegen de jodenvervolging.

SPANNING

1947

Bij steenfabriek Groenelanden in Nijmegen vindt de laatste staking van slechts twee arbeiders plaats.

december 2008

1970

06 20

00 20

95 19

geschikt

90

winst

19

19

85

19

verlies

1941

13

80

19

19

75

6. Heeft staken zin?

70

100 90 80 70 60 50 40 30 20 10 0

1920=100 (l og-schaal )

Grootste staking door 1 miljoen werknemers.

Als we kijken naar stakingen met een voor de stakers min of meer gunstige uitslag dan heeft staken zin. Voor de oorlog werd zestig procent van de staking gewonnen of geschikt (gedeeltelijk gewonnen). In de jaren na de oorlog was dat niet anders, ook zestig procent. De nadruk lag in de na-oorlogse periode echter op de laatste 25 jaar. Toen werd staken zelfs in zeventig procent van de gevallen beloond. Het is dus niet alleen het ultieme machtsmiddel voor werknemers, maar ook nog eens een effectief wapen.

1973

Bij Optilon in Winschoten vindt de eerste staking door vrouwen voor gelijk loon bij gelijk werk plaats.


Een greep uit de stakingen in 2008 9 januari. Als een vervolg op de acties die in 2007 zijn gevoerd, beginnen politieagenten nu met stakingen en werkonderbrekingen. De acties worden gevoerd met een felheid die velen verwachtten bij een beroepsgroep die soms tegen andere actievoerders wordt ingezet, en ook een soort roeping hebben. Evenals voor mensen in de zorg is het voor deze ‘arbeiders in het pakkie van de vijand’ een zeer ongebruikelijke toestand om de dienstverlening te staken. Dat neemt niet weg dat de vele honderden stakers het tot 12 maart volhielden. Ze streden voor loonsverhoging en kregen uiteindelijk voor een heel klein deel hun zin. Eind april gingen de bonden definitief akkoord met de voorstellen van de minister. De agenten waren niet enthousiast maar beseften dat verder actievoeren geen zin zou hebben. 22 februari. Het begin van wekenlange acties in de kleinmetaal, wat deze estafettestaking gelijk tot de langste staking in de sector ooit maakt. In honderden bedrijven legden duizenden werknemers een of twee dagen het werk neer. Ze eisten een loonsverhoging en behoud van de seniorendagen. Na vier weken sloten de onderhandelaars een akkoord, waarna de leden zich positief uitspraken over het op goede vrijdag behaalde onderhandelingsresultaat. Landelijk onderhandelaar Jan Berghuis van FNV Bondgenoten is blij. “Het is een Kremlin-uitslag. De leden laten overduidelijk blijken dat ze blij zijn met het akkoord.” 22 april. De eerste staking in de ict in ons land. Tweehonderd werknemers van Atos Origin in Groningen en

14

SPANNING

december 2008

Eindhoven legden het werk een dag neer en demonstreerden bij het hoofdkantoor in Utrecht. De stakers eisten onder leiding van de vakbonden een loonsverhoging van 3,5 procent in plaats van de door de directie geboden 2 procent. De eis werd ook nog eens aangewakkerd doordat topman Kieboom het afgelopen jaar 33 procent meer inkomen kreeg. Na vijf weken actievoeren kwamen de bonden met de directie bemiddeling overeen, waarna alle acties werd stilgelegd. Begin december was er nog steeds geen nieuwe cao.

invoering van flexibelere werktijden. Na ruim twee weken staken bereikte FNV Bondgenoten een akkoord. De chauffeurs gingen echter pas weer aan het werk toen staatssecretaris Huizinga de sector 16 miljoen euro toezegde om de problemen op te lossen. De chauffeurs zorgden er met hun staking voor dat de overheid extra geld in een geprivatiseerde sector pompte. Des te zuurder is het dat de bedrijven in november nog probeerden hun personeel voor de staking te straffen door vakantiedagen af te nemen van de stakers.

9 mei. Honderd bagageafhandelaars van Menzies Aviation op Schiphol leggen het werk voor onbepaalde tijd neer. Eerder gaven ze al uiting aan hun onvrede door het voeren van publieksvriendelijke acties, zoals het uitdelen van tandenborstels aan reizigers, maar nu was de maat vol. FNV Bondgenoten en De Unie steunden de staking voor een loonsverhoging van 3,5 procent in plaats van de 1,5 procent die Menzies bood. Na twee dagen staken bereikten de actievoerders een loonsverhoging van 6 procent voor twintig maanden. Marjolein Dubbelaar, bestuurder FNV Bondgenoten: “Dit is echt een overwinning voor de werknemers. Maar belangrijker nog, het is een erkenning van hun inzet. Ze hebben hart voor hun werk en willen daar terecht voor worden beloond.” Maarten Hoelscher, bestuurder De Unie: “Staken op Schiphol kan dus wel degelijk en het zorgt er uiteindelijk voor dat ook deze werkgever luistert naar zijn werknemers.”

29 juni. Enkele honderden werknemers van Honneywell in Emmen staakten een dag en later twee dagen per week voor een beter sociaal plan. Daarnaast was er een overwerkstaking op de andere dagen. De directie wilde de productie grotendeels naar Tsjechië verplaatsen. Eind augustus werd een akkoord bereikt waarbij naast een ontslagvergoeding afspraken werden gemaakt over outplacement en scholing voor de ontslagen werknemers.

1 juni. Bijna 13.000 buschauffeurs uit het streekvervoer van Connexxion, Arriva en Veolia/BBA in het hele land leggen het werk voor onbepaalde tijd neer. Ze eisen 3,5 procent loonsverhoging en verzetten zich tegen de

27 oktober. Ongeveer 150 werknemers van Nemef in Apeldoorn leggen het werk neer uit protest tegen de sluiting van het bedrijf. Na herhaling van deze actie bereiken de stakers een redelijk sociaal plan. 19 november. In het hele land staken enkele duizenden leraren tegen het feit dat de schoolbesturen de overeengekomen cao alsnog niet willen tekenen.


Durf te strijden, durf te winnen Tekst: Ineke Palm Foto: Bas Stoffelsen

Actievoeren, hoe doe je dat? Gelukkig weten veel SP’ers heel goed hoe ze dat moeten aanpakken. De GGZ-actie van de laatste maanden kan ons meer leren over het succes van onze aanpak. Op 25 oktober 2008 waren er 500 werkers uit de GGZ bijeen in Amersfoort die eensgezind besloten in actie te komen tegen de marktwerking in de zorg. Deze manifestatie was het sluitstuk van een groot onderzoek onder de GGZ. Na de invoering van de marktwerking in de GGZ per 1 januari 2008, kwamen veel en ernstige meldingen over de gevolgen daarvan binnen bij de SP en het actiecomité Zorg geen Markt. We besloten daarom een enquête uit te voeren onder de zorgverleners. Op een

15

SPANNING

december 2008

themadag zorg, op 15 maart georganiseerd door het comité Zorg geen Markt, werd nog eens duidelijk dat de gevolgen zeer ernstig waren. Dat leidde tot een uitgebreide vragenlijst, het invullen hiervan kostte al gauw 45 tot 60 minuten. Op 23 mei 2008 is de enquête online gezet. Binnen enkele uren waren er al honderden reacties binnen. In de weken erna bleven de enquêtes binnenstromen. Er ontstond een sneeuwbaleffect: de enquête werd doorgestuurd naar collega’s. Ook kwamen een aantal mensen in aanraking met de enquête via het intranet van hun instelling of de site van hun beroepsvereniging. Eind juli is het onderzoek ‘De GGZ ontwricht’ afgesloten, er waren toen bijna 5.400 enquêtes binnen, een enorm aantal. Hoe kon deze actie tot zo’n succes worden?


Bouw zorgvuldig een netwerk op Bijna precies vier jaar eerder, op 26 oktober 2004, startte het initiatief Zorg geen Markt. Een vijftigtal artsen, onderzoekers, juristen en bestuurders uit de zorg riep hun beroepsgenoten op in verzet te komen tegen de steeds verder doorgevoerde marktwerking in de zorg. Zij deden dit onder het motto ‘De zorg is geen Markt’ en hadden zich achter een manifest geschaard dat op initiatief van Tweede Kamerlid Agnes Kant is opgesteld. Inmiddels hebben zich ruim 14.000 werkers uit de zorg achter het manifest geschaard, zijn er grote acties gevoerd, zijn de gevolgen van de marktwerking in kaart gebracht en zijn alternatieven geformuleerd. Het goede van het initiatief Zorg geen Markt is dat het alle sectoren uit de zorg samenbrengt. Van psychiatrie tot thuiszorg, overal laten de negatieve effecten van de marktwerking hun sporen na. Zorg geen Markt is een middel, een stuk gereedschap om de werkers in de zorg te mobiliseren, in dit geval om de uitverkoop van de zorg aan de markt te stoppen. Door consequent bondgenootschap, met woord en daad, werd vertrouwen opgebouwd. Jaren van keihard werken, van alertheid en altijd bereid zijn actie te ondernemen en van nooit opgeven. Van informeren, bewustmaken en mobiliseren. Van vertaling van de acties naar de politieke arena, een volhardende steeds terugkerende strijd in de Kamer, vast blijven bijten – op steeds dezelfde onderwerpen indien nodig - zolang de zaak niet echt is opgelost. Dat is allemaal nodig om vertrouwen op te bouwen en het opgebouwde vertrouwen niet te verliezen. Het was dit uitgebreide netwerk waar allereerst een beroep op kon worden gedaan. Bijna 2000 manifestondertekenaars werkten in de GGZ; de rest van de manifestondertekenaars werd gevraagd de enquête door te sturen naar collega’s die wel in de GGZ werkten. In tweede instantie is de enquête verstuurd naar de beroepsorganisaties, de ondernemingsraden van een groot aantal instellingen, de instellingen zelf en de vakbonden.

Luister Een actie slaat alleen aan als je dingen oppakt die werkelijk leven onder de mensen. Het feit dat zoveel mensen een deel van hun kostbare tijd gebruikten om een tijdrovende vragenlijst in te vullen – terwijl ze al met zo veel bureaucratie te maken hadden– maakt alleen al duidelijk dat er iets aan de hand is in de GGZ. Werkers in de GGZ maken zich oprecht zorgen dat ze hun vak niet meer fatsoenlijk kunnen uitoefenen. Doordat we al jaren onze wortels in de zorg hebben, weten en voelen we wat er leeft onder de mensen.

Onderzoek Na het luisteren volgt de analyse. De vele losse ideeën moeten worden omgezet in een samenhangende visie. Daarvoor is nodig dat we tot een analyse komen van de concrete situatie. De eerste stap hiertoe was in dit geval een goede vragenlijst opstellen.

16

SPANNING

december 2008

Dit is gedaan in nauwe samenwerking met een aantal zorgverleners uit de GGZ. Zij wisten vanuit de praktijk precies waar ze tegenaan liepen, wat er speelt, wat er in de praktijk verandert voor je vak. Op deze manier kon een vragenlijst worden opgesteld die heel herkenbaar was voor de beroepsgroep. Er kwamen veel reacties van mensen dat ze de enquête zeer van toepassing vonden op hun dagelijkse praktijk. Dit is ongetwijfeld ook een van de oorzaken van de hoge respons en het feit dat veel mensen de enquête bleven doorsturen, het sneeuwbaleffect. Tegelijkertijd werden vragen toegevoegd om te zoeken naar kritische en vooruitstrevende geluiden en naar alternatieven. Moeten we wel door op de ingeslagen weg van marktwerking en wat zijn de alternatieven? Kunnen we op deze manier ons beroep nog wel blijven uitoefenen? Zijn de mensen op de werkvloer voldoende ingeschakeld bij de grote wijzigingen in het beleid? Hoe zou het anders moeten in de GGZ?

Mobiliseer Bij elke actie probeer je zoveel mogelijk mensen te betrekken die het aangaat. In acties heb je 1) voortrekkers 2) mensen die steunen en 3) tegenstanders. Je moet voortdurend proberen de tweede groep zo groot mogelijk te maken. Met een kleine groep van voortrekkers is de enquête opgesteld; samen met deze mensen doen we het onderzoek, verspreiden we de enquête, stellen we een actieplan op voor een manifestatie en mobiliseren we mensen hiervoor. Door de enquête komt een proces van bewustwording op gang. Binnen de instellingen, de ondernemingsraden en de vakbonden. Men begint verbanden te leggen tussen de slechte kwaliteit van de zorg en de ingevoerde marktwerking. Men begint zich bewust te worden dat de vertegenwoordigers misschien wel niet zo goed het veld hebben vertegenwoordigd en te veel met de beleidsmakers hebben meegedacht. Er begint een vonkje te gloeien: je kunt het er ook niet mee eens zijn, in verzet komen, een tegenbeweging vormen. Ook de patiëntenorganisaties zijn ingeschakeld bij de manifestatie. De patiënten zijn in feite de eerste partij en horen dus ook zeker betrokken te worden. Waar de zorgverleners vaak als eersten de gevolgen merken van een negatieve verandering en in opstand komen, is verbreding tot een grote publieksactie een logische vervolgstap.

Organiseer professioneel De SP staat bekend om haar professionaliteit van actievoeren. Dat is goed, dat wekt vertrouwen en dat vertrouwen mag niet worden beschaamd. De inhoud van een rapport moet kloppen. Een rapport moet er mooi uitzien en een presentatie moet goed zijn. Er is voor de manifestatie gewerkt met een draaiboek om niets aan het toeval over te laten. Er is gezorgd voor een kundige dagvoorzitter die ook nog feeling smet de GGZ had en goed begreep dat het niet alleen treurnis moest zijn. Mensen moesten met een opgeheven hoofd de zaal verlaten en er trots op zijn dat ze voor dit vak hebben gekozen. Er is een goede presentatie in elkaar gedraaid, opgefleurd met mensen uit de praktijk. Er is gezorgd voor voldoende ruimte voor de mensen in de zaal om deel te nemen aan het debat. Het is ons gelukt de minister en de koepelorganisatie op de


manifestatie te krijgen. Dat had waarschijnlijk ook te maken met respect voor het zeer uitgebreide onderzoek. Tenslotte hadden we een goede afsluiter, onze Agnes. Die aan het eind voortreffelijk samenvatte wat de zaal bewoog en actiepunten formuleerde. Waar eerder op de dag een pijnlijke kloof tussen minister en koepelorganisatie enerzijds en de mensen uit de zaal anderzijds bleek, verdween deze als sneeuw voor de zon toen Agnes aan het woord was. En zo hoort het ook.

Regel de publiciteit goed Goede publiciteit begint intern, bijvoorbeeld via de Tribune en de website van de SP. Breng de Tribune op tijd op de hoogte en zorg voor snelle berichtgeving en foto’s op de website. Externe publiciteit kost wat meer inzet. Belangrijk is een goed persbericht. Zorg voor een complete medialijst, inclusief vakbladen. Het is ook belangrijk een goed netwerk op te bouwen van contactpersonen, ook rond specifieke onderwerpen, zoals in ons geval de GGZ. Ook hier is het een kwestie van wederzijds vertrouwen dat je op moet bouwen. Het is handig (een van deze) contactpersonen als eerste te berichten als je nieuws hebt. Je kan ook al tussentijds berichten maken. In het GGZ-onderzoek is in juni al een tussenrapportage opgesteld, is een rapport gemaakt van een deelonderwerp in september en is zowel bij het uitkomen van het rapport als bij de manifestatie het nieuws gezocht. In alle gevallen is dat gelukt, in het ene geval een kort berichtje, in het andere geval een heel item bij een actualiteitenprogramma. Denk ook aan een opinie-artikel, dat je zelf kunt schrijven of door medestanders laat doen. In ons geval zijn er enkele artikelen in de (vak-)pers verschenen.

zaamheid dus. We hebben onze actiegroep inmiddels sterk uitgebreid en beraden ons over een grote actiedag in het voorjaar.

Al duurt het dertig jaar Waarom is deze aanpak succesvol? Omdat wij ons niet laten leiden door Kamerstukken, gesprekken met overkoepelende organisaties of opinie-artikelen om erachter te komen wat er aan de hand is, wat mensen beweegt. We zorgen ervoor dat we zelf worden bewogen. We gaan eropaf, kijken, luisteren, voelen, denken en analyseren. Betrokkenheid, empathie daar begint het mee. Wat het hart niet heeft, kan het verstand niet brengen. Omdat we met onze ideeën en standpunten sterk aansluiten met hoe men zich voelt en wat men ervaart. Doordat we naar de mensen gaan, naar ze luisteren, hun ideeën en ervaringen serieus nemen en deze analyseren en omzetten in een samenhangende visie. We vervolgens teruggaan naar de mensen en in actie komen, samen met de mensen. We laten zien dat er wat kan veranderen als men dat wil. Dat we gezamenlijk sterk zijn. Door de gezamenlijke actie komen we er ook achter wat wel en niet goed is aan onze ideeën. Ambities moeten hoog zijn, dat is nodig als we echt zaken willen veranderen. Ons doel is altijd het boeken van succes. Durf te strijden, durf te winnen. Je kan de oorlog niet in een keer winnen, mensen haken af en je moet voortdurend de zaak revitaliseren en vastberaden doorzetten, al duurt het dertig jaar.

Denk vooruit Als je wat wilt veranderen, dan moet je je voorbereiden op een lange adem. Een actie staat nooit op zichzelf. Het succes van de GGZ-actie ligt voor een belangrijk deel in het opgebouwde netwerk – het resultaat van eerdere acties. En de huidige actie is meteen ook de voorbereiding van komende acties. Actievoeren is tegelijk investeren in toekomstige acties: • Blijf mensen betrekken en informeren. Alle deelnemers aan de enquête hebben een uitnodiging ontvangen voor de manifestatie, en daarna een verslag van de manifestatie en het rapport. Dit laatste is ook aan alle ondertekenaars van het manifest gestuurd. Alle ondernemingsraden en Raden van Bestuur hebben een rapport gekregen. Iedereen is geprikkeld om mee te doen aan vervolgacties en hierover mee te denken. Tijdens de manifestatie stroomde energie door de zaal. Er komt langzaam maar zeker steeds meer bewustwording over de gevolgen van de marktwerking en de eigen kracht. Niets blijft zoals het is. Een goede actie straalt dat uit.

“Blijf niet mokkend aan de kant staan Stel een daad en toon je moed Laat je woede hand in hand gaan Met het goede dat je doet.” (Karel Glastra van Loon)

• Mobiliseer en bied handelingsperspectief. Er zijn ook al ideeën over vervolgacties, richting Raden van Bestuur en zorgverzekeraars. De koepel komt inmiddels ook in beweging: ze hebben onlangs geweigerd de volgende wijziging in te voeren, het zogenaamde zorgzwaartepakket, een daad van burgerlijke ongehoor-

17

SPANNING

december 2008


Liever een debat dan een etiket Tekst: Ronald van Raak en Arjan Vliegenthart

Sommige politici noemen zichzelf ‘kosmopolitisch’, ‘progressief’ en ‘vrijzinnig’. En beschuldigen anderen van ‘nationalisme’, ‘conservatisme’ en ‘populisme’. Het politieke debat wordt steeds minder gevoerd door politici in de Tweede Kamer en steeds meer door spindoctors in de media. In zijn boek Lange Poten geeft journalist Peter Middendorp een ontluisterend beeld van de politieke mores van de Haagse journalistiek. Gebaseerd op zijn verhalen als ‘vreemdeling in Den Haag,’ die dagelijks in het dagblad de Pers verschijnen, beschrijft hij hoe de politieke verslaggeving steeds minder beïnvloed wordt door het inhoudelijk debat en steeds meer door mediahypes. Het boek laat zien hoe het politieke debat verworden is tot de vraag wie de beste oneliners kan produceren. De anekdotes van Middendorp laten zien hoe spinnende politici en door commercie gedicteerde journalisten bijdragen aan de verschraling van het debat.

Het einde van het ideologische debat Het boek van Middendorp laat op overtuigende wijze zien dat het politieke spel steeds minder wordt bepaald door ideologische debatten. Die vinden in ons land nauwelijks plaats, ook niet in de Tweede Kamer. Een discussie over de verhouding tussen overheid en markt, de toekomst van de Europese samenwerking, de oorlog in Afghanistan, het komt allemaal niet van de grond.

18

SPANNING

december 2008

Middendorp geeft in zijn boek geen verklaring voor deze ontwikkeling, maar wij denken dat dit alles te maken heeft met de onzekerheid van veel politici over de eigen beginselen. Van VVD tot GroenLinks heerst onzekerheid over de ideologische koers. Dit heeft een historische oorzaak: in de jaren negentig hebben deze partijen in meer of minder mate het neoliberalisme omarmd, de politiek van meer markt, minder overheid en meer eigen verantwoordelijkheid. Mede daardoor gingen politici zichzelf steeds meer zien als managers, die de BV Nederland moesten besturen. Daar waren volgens de meeste partijen geen grote inhoudelijke debatten voor nodig.

Etiketten plakken In plaats van inhoudelijke debatten over hoe we in Nederland samen verder willen, wordt het politieke debat dan ook gekenmerkt door het plakken van politieke etiketjes op tegenstanders. Een dergelijke strategie is bijzonder effectief. Persoonlijke diskwalificaties worden door journalisten snel overgenomen en brengen de politicus veel publiciteit. Kamerleden kunnen lange en doorwrochte betogen houden in de Tweede Kamer, zonder dat iemand het opmerkt. Maar als je de persoonlijke aanval kiest heb je al snel een quote in de krant. Bijna alle journalisten werken voor media waarvoor de reclame-inkomsten tellen. Onafhankelijkheid en commercie gaan niet samen. Ook journalisten bij de publieke omroep moeten de aandacht trekken. Dat kan het beste door ingewikkelde problemen terug te brengen tot eenvoudige persoonlijke tegenstellingen. Eigen onderzoek doen kost veel tijd en is te duur geworden. Wat

opvalt in de verhalen van Middendorp is dat steeds meer journalisten leunen op de informatie die ze gratis krijgen aangeleverd. In ons land zijn ook steeds meer voorlichters actief die journalisten van informatie voorzien. Op dit moment zijn er zelfs meer voorlichters dan journalisten (grofweg 20.000 tegenover 15.000). Ook het aantal lobbyisten is de afgelopen decennia sterk toegeno-


men. Alleen al in het Europees Parlement zijn zo’n 15.000 lobbyisten actief. Ook hun primaire doel is het om journalisten te van informatie te voorzien die in hun eigen voordeel pleit.

Mediademocratie Onze parlementaire democratie wordt steeds meer een mediademocratie. Belangrijk is niet alleen wat in de Kamer gebeurt, maar vooral ook daarbuiten. In de brede hal voor de Tweede Kamer verzamelen zich de parlementaire verslaggevers. Daartussendoor krioelen de voorlichters en de spindoctors. Zij vertellen de journalisten waarom de eigen politici zo goed en vooral ook waarom concurrenten zo slecht zijn. Dat spel van gedraai en gekonkel verplaatst zich vervolgens naar perscentrum Nieuwspoort en naar de cafeetjes rondom het Binnenhof. Nederland is een mediademocratie geworden. Het nieuws wordt niet gemaakt door politici die met elkaar discussiëren in de Tweede Kamer, maar door voorlichters die de media bewerken. Dit heeft grote gevolgen voor het politieke debat, dat zich steeds meer verplaatst van de Tweede Kamer naar de media. Hier wordt de politieke strijd niet gevoerd door gekozen volksvertegenwoordigers, maar door spindoctors, die de media bestoken met plannetjes, rijp en groen. Journalisten nemen de plannen vaak nogal kritiekloos over. Over de inhoud van die voorstellen wordt in de Tweede Kamer weinig gediscussieerd. Daardoor worden de problemen niet opgelost en wordt geen verantwoording afgelegd. Deze manier van politiek bedrijven voedt het correcte beeld bij veel mensen dat politici veel beloven, maar weinig doen.

Gemakzuchtige wetenschappers Niet alleen politici en journalisten, maar ook wetenschappers gaan mee

in het etiketten plakken. Socioloog Dick Pels bijvoorbeeld noemt de SP ‘populistisch’, ‘provinciaal’ en ‘sociaal-nationalistisch’. Pels gebruikt het ‘hoefijzermodel’ om politieke partijen in te delen. Daarbij zou de PVV dicht staan bij de SP. Daarbij herhaalt hij het beeld dat door spinnende voorlichters de wereld in is gebracht. Daarvoor heeft Pels echter geen diepgaand onderzoek gedaan. Sterker nog, het beeld is zelfs weerlegd in Wat Wilders Wil, een themanummer van Spanning van februari 2008. Daarin heeft het Wetenschappelijk Bureau van de SP de uitspraken van Geert Wilders bestudeerd, de programma’s van de PVV bekeken en de stemmingen bij 250 moties vergeleken. Dit soort inhoudelijke onderzoek heeft Dick Pels niet gedaan. In plaats van onderzoek te doen naar het falen van de traditionele grote partijen, lijkt het erop dat sommige wetenschappers zich ook stevig laten beïnvloeden door spindoctors die hun eigen verhaal het liefst wetenschappelijk verteld zien.

Het kan ook anders Het is gemakkelijk om mee te gaan met de mediademocratie, en de inhoudelijke politiek uit het oog te verliezen. Maar dit past niet bij de SP. Wel belangrijk is om op de lange termijn een band met mensen op te bouwen die niet door spinnende voorlichters en politici om zeep kan worden geholpen. Daarom besteedt de SP veel aandacht aan inhoudelijke discussies, onlangs nog over de integratienota Gedeelde Toekomst en de nota over internationale politiek Brandhaard Aarde. Volksvertegenwoordigers van de SP houden over het algemeen niet van proefballonnetjes, en doen grondig onderzoek voordat zij voorstellen lanceren. De SP belt aan bij mensen om te ‘buurten in de buurt’ en probeert door middel van acties mensen te betrekken bij de politiek. Dat is een manier van werken die ons een voorsprong geeft in de inhoudelijke discussie. De SP heeft geen spindoctors. Tweede Kamerleden van de SP zijn zelden te vinden in Nieuwspoort en hangen niet met journalisten rond in de cafeetjes rondom het Binnenhof.

19

SPANNING

december 2008

Dat geeft ons soms een achterstand in de media. Maar ook dat is een politieke keuze. Blijven doorvragen over de inhoud en komen met goede voorstellen is op lange termijn het enige alternatief. Alleen zo kunnen we samen met de mensen voor wie wij zeggen op te komen, werken aan een beter Nederland. Niet alleen met woorden en beelden, maar met kritiek en voorstellen. En laat je ondertussen niet beplakken!

Lange Poten - Peter Middendorp Uitgeverij Prometheus ISBN 9789044612196 E 16,95


boekbespreking

‘Twee miljoen Leden’ Tekst: Sjaak van der Velden

Een kwart eeuw geleden werd de Vakbondshistorische Vereniging (VHV) opgericht. Dat was in 1983, het jaar van het afscheid van Arie Groenevelt, de voorzitter van de Industriebond FNV en de schrik van rechts Nederland. Het was ook het jaar van de RSV-enquête, het onderzoek naar de ondergang van de Nederlandse scheepsbouw. Er is sinds 1983 veel veranderd. De bouw van grote zeeschepen is uit ons land verdwenen en radicale vakbondsvoorzitters zijn er vrijwel niet meer. Ter gelegenheid van het feestje van de VHV trok Bert Breij erop uit om 25 vakbondsvoorzitters te interviewen. Een kort verslag van die gesprekken is in het boek opgenomen, terwijl tussen de gesprekken door allemaal wetenswaardigheden uit de vakbeweging staan. Zo citeert Breij een aantal keren vakbondsprofessor Paul de Beer die overtuigend laat zien dat het aantal zelfstandigen in Nederland helemaal niet structureel toeneemt. Dat het aantal zelfstandigen erg groeit is slechts een mythe die voortdurend wordt herhaald door de tegenstanders van de vakbeweging. Als het waar zou zijn dan zou de vakbeweging immers haar bestaansrecht verliezen. Breij begint zijn boek met een historisch overzicht van de achtergronden van de vakbeweging. Op zeer impressionistische wijze geeft hij die geschiedenis weer, doorspekt met persoonlijke anekdotes. Zo komen we te weten dat hij uit een geslacht van boeren stamt, maar dat zijn opa tijdens de landbouwcrisis die velen naar de stad dreef noodgedwongen slager werd. Een beroep dat zijn vader ‘erfde’. Belangrijke les uit het verhaal van Breij is de doorslaggevende rol die de verzuiling in de Nederlandse geschiedenis en dus ook in die van de vakbeweging heeft gespeeld. De vakbonden hebben op basis van hun geloofsachtergrond lang langs elkaar heen geleefd; ze werkten slechts noodgedwongen en niet van harte samen. Het grote succesverhaal van de vakbeweging is echter dat ze, ondanks de verdeeldheid, samen met politieke partijen, overheid en werkgeversorganisaties de verzorgingsstaat hebben vormgegeven. Deze verzorgingsstaat, die weliswaar niet volmaakt is en ook nog eens onder druk staat, heeft ervoor gezorgd dat onze samenleving dan wel geen paradijs, maar toch een maatschappij is geworden waarin voor de meeste mensen goed te leven valt. Omdat dit voor iedereen duidelijk is, is het een des te groter schandaal dat de vakbeweging geen plaats heeft gekregen in de canon van de Nederlandse geschiedenis. Lezing van de 25 interviews met vakbondsvoorzitters is spannend. De enorme diversiteit binnen de Nederlandse vakbeweging die al uit de negentiende eeuw stamt, komt in de vraaggesprekken duidelijk naar voren. De ene

20

SPANNING

december 2008

Twee miljoen leden . Over het verleden, de toekomst en het heden van de Nederlandse vakbeweging. In gesprek met 25 vakbondsvoorzitters. - Bert Breij, Uitgave Vakbondshistorische Vereniging, Amsterdam 2008, quarto, 255 p. ISBN 978 90 71562 06 8, E 20,-

voorzitter verwijst naar de bijbel als inspiratiebron, een andere heeft het uitsluitend over solidariteit. Opvallend is wel dat ze vrijwel zonder uitzondering van mening zijn dat de bond zich weer moet profileren als beroepsvereniging. In de woorden van Walter Dresscher van de Algemene Onderwijsbond: “Het beroep is dan ook de wortel van het grootste deel van de vakbeweging”. Leerzaam en hoopvol voor de toekomst is het om de voorzitter van de FNV, Agnes Jongerius, wat langer te citeren: “In 2004 werd de vakbond door critici afgeschilderd als een verzameling van oude mannen in te krappe T-shirts, maar jong en oud waren er, het was een breed en diep protest vanuit de gehele samenleving. In naam ging het op het Museumplein over VUT en prepensioen, maar belangrijker nog was dat het ging om erkenning. De erkenning van het feit dat mensen een belangrijke rol spelen in de samenleving en dat je weerstand moet en kunt bieden tegen de mensen die zeggen: ‘Ach, ze gaan wel naar het Malieveld, maar we zullen het ze nog wel een keer uitleggen.’ Het was een demonstratie tegen arrogantie van de regering, een demonstratie tegen een overheid die aangeeft dat ze het nog wel een keer zal uitleggen, terwijl mensen het zelf heel goed begrijpen.” Met dit soort uitspraken staat het boek vol, en samen met de vele informatie maakt dit het boek tot een onmisbaar lees- en snuffelboek voor iedereen die wil weten wat er aan de hand is in vakbondsland.


HET RIJKE ROoIE LEVEN DEEL 40

Arjan Vliegenthart over Ernst Bloch

Ernst Bloch

Foto: Quaschinsky Günter / Wikimedia Commons

Rooie Leven) toe behoorden, was een filosofische stroming die vooral maatschappij-kritische studies deed. Dit maatschappijkritische element komt bij Bloch onder andere tot uiting in het feit dat hij met zijn principe ‘hoop’ de wereld niet alleen wil begrijpen, maar ook de mogelijkheid wil bieden tot verandering.

Ernst Bloch werd op 8 juli 1885 in de industriestad Ludwigshafen in Duitsland geboren. Hij was de zoon van een joods echtpaar en studeerde filosofie in München en Würzburg. Als journalist en filosoof was hij nauw bij de ontwikkelingen van zijn tijd betrokken. In 1918 schreef hij zijn eerste boek, Geist der Utopie, waarin hij onder meer stilstond bij de ontwikkelingen die zich op dat moment in Rusland voordeden. In de jaren ’30 vluchtte hij in reactie op het aan de macht komen van de nazi’s via Zwitserland, Italië en Tsjechië naar de Verenigde Staten, waar hij tussen 1938 en 1947 het driedelige werk Das Prinzip Hoffnung schreef. Na de Tweede Wereldoorlog werd hij hoogleraar in Leipzig, maar na conflicten met de partijleiding van de DDR, moest Ernst Bloch in 1957 naar West-Duitsland emigreren. Hij overleed in 1977. Het werk van Bloch is beïnvloed door de bekende psycholoog Sigmund Freud die zich bezighield met allerlei verschillende gevoelens en driften die mensen kunnen hebben en door de

21

SPANNING

december 2008

zogenaamde Frankfurter Schule. De Frankfurter Schule waar veel vooraanstaande Duitse naoorlogse filosofen zoals Adorno, Horkheimer en Fromm (zie vorige aflevering van het Rijke

Bloch wordt daarom vaak de filosoof van de hoop genoemd. In Das Prinzip Hoffnung (Het Principe van de Hoop) gaat hij diep in op de verschillende manieren waarop mensen kunnen hopen. Hopen is vaak verbonden met het dromen van een betere toekomst. Dit dromen kan de vorm hebben van dagdromen en het loskomen van de werkelijkheid van alledag. Echt hopen is echter wat anders: mensen komen daarbij in actie en gaan zelf aan de slag om de wereld van morgen te verbeteren. Als marxist was voor Bloch het hopen nauw verbonden met de concrete inzet voor een betere wereld. Volgens Bloch biedt hoop de mogelijkheid om mensen te emanciperen. Zodra mensen de spanning zien tussen wat er op dit moment is en wat er in de toekomst zou kunnen zijn, dan kunnen zij in actie komen voor een betere wereld. Hopen, soms tegen beter weten in, is daarom een van de belangrijkste menselijke kenmerken. Hoewel zijn geschriften soms wat moeilijk toegankelijk zijn, bieden ze ook voor socialisten van vandaag meer dan genoeg inspiratie.


HET RIJKE ROoIE LEVEN Das Prinzip Hoffnung verleden gemakkelijker; men beheerste die kunst op stuitende wijze. Maar nu – nadat we hebben afgerekend met de veroorzakers van de angst – krijgen we te maken met een gevoel dat een stuk dichter bij ons zelf ligt.

Fragmenten uit het voorwoord van Ernst Bloch, Das Prinzip Hoffnung, 1954, in: Gesammelte Werke, vol. 5, p. 12 (1981) Eigen vertaling.

Wie zijn we? Waar komen we vandaan? Waar gaan we heen? Wat verwachten we? Wat staat ons te wachten? Veel mensen zijn in de war. De bodem onder hun voeten beeft en ze weten niet waarom of waardoor. Hun toestand is angst en wordt deze concreter, dan wordt het beduchtheid. Ooit trok iemand erop uit om deze vrees aan te leren. Dat lukte in het

22

SPANNING

december 2008

Het gaat erom te leren hopen. De arbeid van de hoop verzaakt niet, ze houdt van slagen en niet van mislukken. Hoop, dat hoger staat dan vrees, is noch passief noch door een vacuum omgeven. De hartstocht van de hoop komt uit haarzelf en maakt de mensen breder in plaats van smaller. Ze kan nooit genoeg weten van de innerlijke drijfveren, ongeacht waarmee de mensen naar buiten toe verbonden zijn. De arbeid van deze hartstocht vereist mensen die zich actief op de ontwikkeling storten waar ze deel van uitmaken. Onbestaanbaar daarin is een hondenleven dat zich slechts passief geworpen voelt in datgene wat er nou eenmaal is, in het onbegrepene of zelfs datgene wat met tegenzin geaccepteerd is. De arbeid tegen de levensangst en tegen de intriges van de vrees richt zich tegen hun veroorzakers, die over het algemeen gemakkelijk aan te wijzen zijn. Die arbeid zoekt in de wereld zelf wat de wereld vooruit helpt. En dat is te vinden. Hoe hoopvol werd er altijd van gedroomd over de mogelijkheid op een beter leven. Het leven van alle mensen is doortrokken van dagdromen. Bij een deel daarvan gaat het slechts om een lege, soms rusteloze vlucht en daarmee ook om een prooi voor bedriegers. Maar een ander deel stimuleert juist en laat zich niet afschepen met het magere dat voorhanden is, wil daarin niet berusten. Dit andere deel heeft de hoop als kern en dat is aan te leren. Het kan uit de ongestructureerde dagdroom gehaald worden – evenals uit zijn

sluwe misbruik – en het kan met open vizier tot leven worden gewekt. Er is geen mens die nooit dagdroomt, maar het gaat erom die dromen steeds beter te leren kennen en ze eerlijk, bruikbaar en doeltreffend te houden. Hopelijk worden die dromen nog rijker, want dat betekent dat ze er juist een nuchtere visie bij krijgen. Niet in de zin dat ze verstarren, maar in de zin dat ze tastbaar worden. Niet in de zin van enkel dingen gadeslaan en ze accepteren zoals ze zijn en gaan, maar in de zin van actieve deelname aan die ontwikkelingen zodat ze ook beter kunnen verlopen. Als dagdromen dus echt rijker zouden worden – dat wil zeggen duidelijker, minder willekeurig, bekender, meer betrokken en integraler – dan kan het tarwe dat wil groeien verbouwd en geoogst worden.


DEEL 40

Arjan Vliegenthart over Das Prinzip Hoffnung

Hoop als beginpunt van politiek handelen

Kunnen hopen is een belangrijk kenmerk van mensen. Het is volgens de Tsjechische oud-dissident en oud-president Vaclav Havel ‘de kwaliteit van de ziel’. Hopen op een betere toekomst is dan ook niet wegdromen uit de werkelijkheid, zoveel wordt wel duidelijk uit het werk van Ernst Bloch. Hoop biedt allereerst een toekomstperspectief, of in woorden van Bloch ‘hoop legt zich niet neer bij de feiten, maar zegt dat is dan jammer voor de feiten’. Concreet betekent dit dat waar mensen hopen, zij hun ogen niet sluiten voor de misstanden van vandaag, maar dat zij in actie komen om de wereld van morgen te verbeteren. Deze van vorm van hoop zou voor elke politieke partij, maar voor de SP in het bijzonder, de drijvende kracht moeten zijn achter het politiek handelen.

23

SPANNING

december 2008

Politieke partijen die geen perspectief bieden op een andere en betere samenleving zijn per definitie gedoemd te mislukken. Hoewel partijen realistisch moeten zijn over wat concreet haalbaar is, kunnen zij niet zonder het bieden van hoop. De SP is groot geworden door het smeden van brede allianties die ook de direct betrokkenen van de problemen bij de oplossing ervan betrekt. Om deze betrokken mee te krijgen in de politieke strijd, moeten wij ze hoop kunnen bieden. Geen valse hoop dat alles vanzelf wel goed zal komen, maar dat het zinvol is je in te zetten voor een betere wereld. Het is daarom ook niet vreemd dat veel van onze politieke tegenstanders, zowel op landelijk als op lokaal niveau, vaak allereerst proberen burgers de hoop te ontnemen. De plannen liggen

bij voorbaat vast en alternatieven zijn niet mogelijk. Als de hoop immers is verdwenen, zullen veel mensen liever thuisblijven dan in actie komen. Om daar effectief tegen in actie te komen, is het nodig mensen perspectief te bieden op alternatieven, die vandaag ondenkbaar lijken, maar morgen wel degelijk heel goed mogelijk kunnen zijn. Politiek is mensenwerk. Wie dat vergeet, komt altijd verkeerd uit. Als progressief linkse politiek de mensen voor wie zij op wil komen, werkelijk weet te bereiken en te raken; als zo’n politieke alliantie erin slaagt om de mensen echt mee te laten doen in de strijd voor verandering, dan komt een ander en socialer Nederland dichterbij. Daarbij kan Ernst Bloch ons als filosoof van de hoop vandaag de dag nog steeds van inspiratie voorzien.

Foto: Steve Rhodes / Flickr.com

De afgelopen Amerikaanse verkiezingscampagne heeft laten zien dat hoop een belangrijke drijfveer kan zijn voor politiek handelen. Als er twee woorden centraal stonden in de succesvolle campagne van Obama dan waren dat ‘hoop’ en ‘verandering’. Hoewel beide concepten in de praktijk nog nadere invulling moeten krijgen, is het electorale succes van Obama niet te begrijpen zonder dit begrippenpaar. Hoop en verandering zijn nauw met elkaar verbonden. Obama belichaamde voor veel Amerikaanse kiezers, maar ook voor burgers van buiten de Verenigde Staten, de hoop op een ander Amerika. De spreuk van Obama ‘while we breathe we hope’ (hoop doet leven) verzet zich tegen het cynisme dat alles altijd hetzelfde zou moeten blijven. Zijn campagneleus ‘Yes We Can’ is hier nauw aan verbonden. Die leus bracht mensen op de been die nog nooit eerder politiek actief waren geweest.


Column

Lof der onaangepastheid De Nicaraguaanse amateur-archeoloog Gregorio Barrera Aguilar kwam onder een door indianen bewerkt rotsblok terecht, dat hij zelf had losgewrikt. Iets dergelijks, maar dan in overdrachtelijke zin, overkwam Wijnand Duyvendak afgelopen zomer bij de promotie van zijn boek over actievoeren en klimaatverandering. Zelf ben ik een kind van de late jaren zestig en de vroege jaren zeventig, iets waarvoor ik mijn ouders nog steeds erkentelijk ben. Het was de tijd van goede popmuziek, maar ook van de Maagdenhuisbezetting, Dolle Mina, de protesten tegen de Vietnamoorlog en Che Guevara. ‘Lof der onaangepastheid’ van Herman Milikowski was voor mij als zestienjarige jongen uit het traditionele Westland een ontdekking, evenals het Communistisch Manifest een paar jaar later. Onaangepast gedrag was geen vloek maar een zegen. Alle belangrijke maatschappelijke verworvenheden, het recht om te zijn wie je bent, om je mening te uiten en je te organiseren bleken volgens de auteur het resultaat van afwijkend gedrag van individuen en groepen. ‘The times, they are a changing’ zong Dylan en zo was het maar net. Veertig jaar later waait de wind van verandering uit een heel andere hoek. Nu leven we in een wereld van ingrijpende economische en technologische veranderingsprocessen, die volgens de elite van de wereld niet te sturen zijn (net als het weer). Onder

niet zien en het liefst ganzenbord spelen in het Nederland van voor de watersnoodramp.

hans van Heijningen Partijsecretaris SP

dat deel van de wereldbevolking dat niet direct de voordelen plukt van die veranderingen, leeft zorg, scepsis, angst en boosheid. Zelfs in een rijk land als Nederland verwachten vier van de vijf mensen dat de wereld van hun kinderen en kleinkinderen er minder plezierig uit zal zien dan de maatschappij waarin zij nu leven. Niet alleen in de Arabische wereld maar ook daarbuiten zie je een opleving van het religieus fundamentalisme, een sterk groeiende interesse voor de eigen geschiedenis, cultuur en taal (getuige de revival van het Iers, Catalaans, Baskisch en het Fries om dicht bij huis te blijven). Tegen die achtergrond is het niet vreemd dat mensen sceptisch staan ten opzichte van veranderingen die van boven en buiten komen, waar zij niet om gevraagd hebben en die hen opgedrongen worden. Diegenen die ver afstaan van gewone mensen, hun zorgen, hun angsten en verlangens zijn geneigd daar een negatief stempel op te drukken. Een groot deel van die mensen zou bekrompen en kleingeestig zijn, de aantrekkelijkheid van een wereld zonder grenzen

Onze partij is een instrument om samen met de mensen Nederland en de wereld te veranderen. Wie die pretentie heeft – en dat is nogal wat – moet niet alleen een idee hebben hoe die betere samenleving eruit ziet, maar ook welk pad je in moet slaan om daar iets dichter bij in de buurt te komen. Daarvoor moet je weten wat er onder mensen leeft, waar ze warm voor lopen en waar ze niet van houden. Wanneer je er niet in slaagt om te ruiken en te voelen wat er onder mensen leeft, loop je als activist het risico voor de troepen uit te lopen als een veldheer zonder leger. Of je ontdekt op een dag dat de mensen in beweging zijn gekomen terwijl jij de trein hebt gemist. Goede activisten zijn als een zalm (niet de man van vijf keer het salaris van de minister-president, maar de vis). Ze hebben een indrukwekkende capaciteit om tegen de stroom op te zwemmen, hun soortgenoten mee te krijgen en uit de buurt van de vissers en de haakjes te blijven. Niek Stam en zijn maten speelden die rol in 2004. Hun acties en protesten resulteerden op 2 oktober in het protest op het Museumplein waaraan honderdduizenden mensen meededen. Dat de winst daarna maar gedeeltelijk binnen is gehaald, is een heel ander verhaal. Maar wie zei dat actievoeren makkelijk is?

Spanning - December 2008  

Zonder actie geen verandering • Vakbeweging over 2004 • De hete herfst van 2004 • Strijd van werknemers • Een greep uit de stakingen in 2008...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you