Issuu on Google+

Juni 2008

De LSVb voerde in 2002 al actie tegen het bindend studie-advies

Bindend studie-advies: middel voor botte selectie of mogelijkheid voor goede ondersteuning? Door: Aniek Koppens Foto: Rob Huibers/ Hollandse Hoogte

Op een universiteit horen alleen de beste studenten thuis. Als je als student achterloopt, kun je misschien beter stoppen met je studie. Dat is de boodschap van universiteiten als zij het hebben over het bindend studie-advies (BSA). Wat houdt dit in en wat zijn de voor- en nadelen van dit systeem? Een student moet in principe in één jaar het eerste bachelorjaar halen. Als dit niet lukt, komt het bindend studie-advies in beeld. Dit houdt in dat als een student een bepaald aantal studiepunten in een

jaar niet haalt de universiteit kan beslissen om de inschrijving van de student te beëindigen. De Wet op het Hoger Onderwijs (WHW, artikel 7.8b, derde lid) zegt hierover: “Deze afwijzing kan slechts

worden gegeven, indien de student naar het oordeel van het instellingsbestuur, met inachtneming van zijn persoonlijke omstandigheden, niet geschikt moet worden geacht voor de opleiding, doordat zijn studieresultaten niet voldoen aan de vereisten die het bestuur daaromtrent heeft vastgesteld.” Hierbij voegt de wet echter wel toe dat het bestuur alleen studenten kan wegsturen als de universiteit de studenten in het eerste jaar de juiste voorzieningen en begeleiding aanbiedt.

Blik Opener is een uitgave van de studentengroep van ROOD, jong in de SP, en de Tweede Kamerfractie van de SP.

Vijverhofstraat 65 3032 SC Rotterdam • T (010) 243 55 57 • F (010) 243 55 66 • I www.rood.sp.nl en www.sp.nl/onderwijs • E rood@sp.nl


De wet lijkt dus bedoeld om studenten die niet geschikt zijn voor een studie te behoeden voor het zinloos voortzetten van die studie. Het bindend studie-advies is dan dus geen bezuinigingsmaatregel. De vraag blijft alleen hoe dit bepaald moet worden. Het rapport Wegen voor talent stelt dat via bindend studie-advies studenten geselecteerd kunnen worden voor een opleiding op basis van hun behaalde resultaten in het hoger onderwijs. Dit zou als voordeel hebben dat universiteiten studenten krijgen waarvan ze duidelijker weten wat deze ‘willen en kunnen’. Een groot deel van de studenten is echter fel tegen het bindend studie-advies. Zo is de Groninger Studentenbond (GSb) van mening dat er allemaal redenen kunnen zijn waarom studenten slecht functioneren in hun eerste jaar. Hierbij kan je denken aan familie-omstandigheden zoals een sterfgeval, het moeten leren op jezelf wonen, te actief geweest het eerste jaar bij een vereniging of gewoon omdat je moet ontdekken hoe je het beste kan studeren. Er is een grote kans bij veel van deze studenten dat zij hun studie nog steeds succesvol kunnen afronden. Ook Lijst Calimero uit Groningen benadrukt dat studenten met een tweede studie of studenten die erg actief zijn in besturen en commissies van verenigingen hierbij benadeeld worden. Een groot nadeel van het bindend studieadvies is dus dat studenten allemaal over één kam geschoren worden en dat er weinig ruimte overblijft voor de individuele student. De selectie is op basis van één

criterium: de behaalde studiepunten. Natuurlijk maken universiteiten in extreme gevallen, zoals ziekte, uitzonderingen voor studenten, maar studenten die maar langzaam wennen aan het studentenleven en de universiteit hebben een probleem. Het moet dus zo zijn dat een universiteit niet op het enkele gegeven van de punten af moet gaan, maar ook moet kijken naar de individuele student. In Eindhoven stelt de studentenfractie “PF” dat het bindend studie-advies niet academisch is. Het systeem gaat tegen de eigen verantwoordelijkheid in en leidt tot verschoolsing van de universiteit. Ook zullen studenten nog meer met studiepunten gaan rekenen dan nu al gebeurt. Het belangrijkste wordt de puntengrens halen en niet meer de inhoud van de studie. Wat zijn goede alternatieven voor het bindend studie-advies? De studentenfracties uit Groningen benadrukken beide dat dit in de eerste plaats zou moeten liggen bij studiebegeleiding. Bijvoorbeeld gesprekken met een studieadviseur of een mentoraat gedurende het hele eerste jaar. Verder benadrukken zij het belang van goede studievoorlichting. Scholieren zouden beter een eerlijker voorgelicht moeten worden. Dit kan door een eerlijker beeld over studielast te geven, maar ook door voor te lichten over eerstejaarsvakken die misschien niet zo aantrekkelijk zijn voor studenten, zoals methodologievakken. Ook zouden universiteiten met semestersystemen eerder toetsmomenten moeten invoeren, bijvoorbeeld op de helft van een semester, om studenten zo een beter overzicht op hun studieresultaten te geven. In plaats van het bindend studie-advies zou er dus een betere studiebegeleiding moeten komen. Ook zouden studies beter ingericht moeten worden. Dit is vooral van belang op de grote opleidingen. Aan de Universiteit van Tilburg kunnen we hier een voorbeeld van vinden, namelijk het mentoraat. Eerstejaars studenten komen in een groepje van 15 studenten onder leiding van een ouderejaars of een docent. Deze vertelt hun over alle faciliteiten die de universiteit biedt en

zorgt tegelijkertijd voor minder anonimiteit op deze grote opleiding. Dit systeem zou dus tot minder uitval moeten leiden, wat volgens SAM Studentenbelangen uit Tilburg ook echt het geval is. Ook de Vrije Universiteit in Amsterdam ziet niets in het bindend studie-advies. De VU gelooft niet dat het onderwijs beter wordt als studenten op basis van punten van een opleiding worden weggestuurd. Deze universiteit heeft gekozen voor een gestructureerd systeem van studiebegeleiding dat zou moeten leiden tot zelfselectie. Een keuze van student en begeleider of de studie wel past en zoniet, of een andere opleiding misschien een betere keuze is. Kortom, het bindend studie-advies zorgt voor een kil afwijzingssysteem dat enkel naar cijfers kijkt en niet meer naar de student. Dat kan en moet niet de bedoeling zijn. Samen met een studieadviseur of een begeleider kan duidelijk worden dat een andere studierichting beter kan zijn voor de student. Maar enkel een afwijzigingsbrief na het eerste jaar, zonder een gesprek met een begeleider, dat kan niet. Ook de SP pleit voor meer individuelere behandelingen van studenten en hierbij dus ook betere studiebegeleiding. Dit kan door studie-advies of door de invoering van meer contacturen op de grote studies. Dit zou ertoe moeten leiden dat studenten met een slecht jaar achter de rug niet nog extra problemen krijgen. Studenten kunnen zich immers na hun eerste jaar nog prima ontplooien en zich tot de beste studenten ontwikkelen. En universiteiten willen toch niet hun beste studenten kwijtraken? • Bronnen: • Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,Wegen voor talent, eindrapport 2007: www.minocw.nl/ documenten/ocw_WVT.pdf • Wet op het Hoger Onderwijs, artikel 7.8b, derde lid • PF Eindhoven, Notitie Bindend Studieadvies, iets om af te wijzen. Eindhoven 2004: www.stempf.nl/ fileadmin/notities/bsa_maart2004.pdf • www.groningerstudentenbond.nl/ • LijstCalimero.nl • http://fractiesam.nl


Werk: ken jij je rechten? Door: Malu Lüer

Net als alle andere werknemers hebben ook mensen met een bijbaan rechten, maar lang niet alle jongeren weten waar ze recht op hebben. Daar komen ze vaak pas achter bij ziekte of ontslag. Dan blijkt dat je niet wordt doorbetaald als je ziek bent. Opeens blijkt dat je baas je zomaar kan ontslaan. ROOD, jong in de SP, heeft het afgelopen jaar onderzoek gedaan naar de ervaringen van jongeren op de werkvloer. Hieruit bleek dat maar liefst driekwart van de 1.470 ondervraagde jongeren werkt. Een deel werkt om een extra zakcentje te hebben. Een kleine meerderheid moet werken om rond te komen. Van de jongeren die een opleiding volgen werkt een derde om rond te kunnen komen. Veel jongeren hebben een flexcontract. Dit zijn bijvoorbeeld nul-urencontracten of contracten op oproepbasis. Dat lijkt voordelig voor zowel de werkgever als de werknemer. Je bent niet verplicht om te werken, wat handig is als je bijvoorbeeld een tentamen hebt. Voor de werkgever is het weer handig dat je niet opgeroepen hoeft te worden als er geen werk is. Als

je ziek bent krijg je niet betaald, je hebt geen vast inkomen en als je te oud wordt (en dus duurder), kan je zomaar ontslagen worden. Zeer vrijblijvende contracten dus, maar vooral flexibel voor de baas… Een tijdelijk contract zou na drie keer verlengen moeten worden omgezet in een vast contract. Als je ziek bent en je hebt een contract waarin een minimaal aantal uren in staat heb je recht op uitbetaling. Veel werknemers werken meer uren dan er in het contract vermeld staat. Als je drie maanden achter elkaar over je contracturen heen gaat, is je werkgever verplicht om je contract aan te passen aan het gemiddelde aantal uren dat je werkt. Helaas gebeurt dit niet automatisch, een werknemer moet dit aanvragen bij de baas. Als je deze regeling echter niet kent, is het natuurlijk moeilijk je recht te halen. Na aanleiding van het onderzoek van ROOD heeft de SP in de Tweede Kamer vragen gesteld over de behandeling van jongeren op de arbeidsmarkt. De reactie van Minister Donner, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, was dat jongeren

zelf maar naar de rechter moeten stappen als werkgevers zich niet aan hun plichten houden. De arbeidsinspectie hoeft zich hier volgens Donner niet mee te bemoeien. Wil je als werknemer naar de rechter stappen, dan moet je wel weten waar je recht op hebt. Het is belangrijk dat jonge werknemers een betere positie krijgen op de werkvloer. Hiervoor zou het minimumjeugdloon, zeker voor mensen vanaf 18 jaar met een fulltime baan, gelijkgesteld moeten worden aan het volledige minimumloon, om leeftijdsdiscriminatie tegen te gaan. De arbeidsinspectie moet beter controleren op de naleving van de wetgeving en in actie te komen bij overtredingen. Jongere werknemers moeten beter worden ingelicht op de werkvloer over hun rechten en plichten. In het middelbaar onderwijs moet meer ruimte gemaakt worden voor het thema arbeid (bijvoorbeeld bij maatschappijleer). •

Foto: Pietel/Flickr.com

Foto: Rickenbacker/Flickr.com

Bijna alle jongeren werken al op jonge leeftijd. Het begint met een vakantiebaantje, een krantenwijk en zo gaat het verder naar bijvoorbeeld een baantje in een winkel. Dat zijn bijbaantjes voor wat extra vakantiegeld of om iets leuks te doen. Op een gegeven moment is een baan vaak nodig om rond te kunnen komen. Zeker bij studenten, die minder of niet willen lenen van de IB-groep.


Intake moet geen afwijzing worden Door: Tugba Karabulut Illustratie: Robert de Klerk

Het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) pleit voor een intakegesprek voorafgaand aan je opleiding, waarbij je aan de hand van een persoonlijk gesprek informatie over je voorgenomen studie krijgt. Volgens het ISO kun je met een persoonlijk gesprek vooraf een beter beeld vormen van de opleiding. Zodoende fungeert het als een goed instrument om studie-uitval te voorkomen. Het gevaar is echter niet denkbeeldig dat het intakegesprek wordt toegepast als sollicitatiegesprek. Goed geïnformeerd worden over een opleiding voordat je daadwerkelijk een keuze maakt, is uiteraard alleen maar goed. Helaas beginnen studenten nog steeds te vaak aan een opleiding zonder te weten wat deze precies inhoudt. “Er zijn wel voorlichtingsdagen en informatiebrochures, maar die geven soms een erg rooskleurig beeld. Instellingen concurreren om studenten omdat studenten geld opleveren. Daardoor wordt in allerlei spotjes een geweldig beeld geschetst, terwijl de opleiding in de praktijk misschien weinig voorstelt,” meent Jasper van Dijk, Tweede Kamerlid voor de SP.

Hij is er dan ook voor dat hogescholen en universiteiten een serieus gesprek voeren met de studenten die aan een opleiding beginnen. “Met vragen als: Waarom wil jij deze opleiding volgen? Wat denk je dat je te wachten staat? Wat ben je met je opleiding van plan? In zo’n gesprek krijgen studenten een beeld van de studie en kunnen ze er nog eens goed over nadenken,” aldus Van Dijk.

Sollicitatiegesprekken?

Naast informatie voorafgaand aan de opleiding is het belangrijk om studenten tijdens hun studie goed te begeleiden.

Ook wat betreft tussentijdse begeleiding kent het onderwijssysteem momenteel gebreken. Mentorgesprekken zijn er vaak niet, of te weinig. Uit onderzoeken blijkt dat studenten die goed begeleid worden minder snel uitvallen. Intakegesprekken kunnen alleen als aanvulling dienen op een goede studiebegeleiding, vooral het eerste jaar. Bij het invoeren van intakegesprekken bestaat het gevaar dat deze niet alleen gebruikt zullen worden om de studenten te informeren, maar ook om te kijken of de student geschikt is voor de betreffende opleiding. Op deze wijze zullen de intakegesprekken dus eigenlijk functioneren als sollicitatiegesprekken en dat is natuurlijk niet de bedoeling. Iedere student heeft het recht uit een reeks van opleidingen te kiezen, op basis van zijn/haar vooropleiding. Door vooraf ‘sollicitatiegesprekken’ te voeren zullen studenten in hun vrijheid beperkt worden. Van Dijk: “Natuurlijk mag het gesprek niet gebruikt worden om studenten te weigeren. Het is aan ons om de toegankelijkheid te bewaken.” •


Blik Opener 04 - Juni 2008