Issuu on Google+

Matching en/of selectie aan de RUG Een studentenperspectief SOG-fractie 2012-2013

Studentenorganisatie Groningen Sint Walburgstraat 22b 9712 HX Groningen www.studentenorganisatie.nl fractie@studentenorganisatie.nl


Matching en/of selectie aan de RUG – Een studentenperspectief

Inleiding Dat de tijd van de eeuwige student geweest is, is voor niemand meer een verassing. Onder druk van het ministerie van OCW hebben de Nederlandse universiteiten maandag 29 oktober jongstleden de prestatieafspraken met voormalig staatssecretaris van onderwijs, Halbe Zijlstra getekend. Daar universiteiten voor bachelorstudenten slechts vier jaar bekostigd worden moest nominaal studeren de norm worden. Het was gedaan met het vrijblijvende en eeuwige studentenleven. Ook de RUG moest fors aan de slag. Het ‘bachelor in vier rendement’ moest verhoogd worden naar 70%. Een grote uitdaging. De eerste stap op weg naar dit einddoel was het (voor het eerst in de historie) vaststellen van een onderwijsvisie. Hierin worden plannen voorgesteld die moeten bijdragen aan een veranderende studiecultuur en verbeterende rendementen. Te denken valt aan het invoeren van de brede bachelor, het uniforme blokkensysteem, invoering en ophoging bindend studieadvies en het creëren van ‘learning communities’. Dit alles valt in het toekomstbeeld van het hoger onderwijs. De Nederlandse universiteiten willen belangrijke stappen zetten in de richting van het, door de Commissie Veerman beschreven en in het hoofdlijnenakkoord opgenomen, toekomstbeeld voor het wetenschappelijk onderwijs. Dit toekomstbeeld houdt in dat: -

de rendementen en het studiesucces in de bacheloropleidingen aanzienlijk zijn verbeterd;

-

de uitval uit bacheloropleidingen sterk is afgenomen;

-

een fors deel van de wo-studenten binnen vier jaar een bachelordiploma haalt;

-

het rendement bij de masteropleidingen en de promoties is verbeterd;

-

het academisch karakter van het onderwijs verder is versterkt door meer verwevenheid tussen onderwijs en onderzoek;

-

het onderwijs goed aansluit op de arbeidsmarkt.

Bovendien werken de universiteiten aan meer onderscheidende instellingsprofielen, die tot uiting komen in de keuzes van onderzoekszwaartepunten en een gedifferentieerder onderwijsaanbod, bijvoorbeeld door brede bachelors aan te bieden en masters met een specifiek profiel. Een grote uitdaging voor Nederlandse universiteiten ligt in het feit dat een steeds groter wordende groep studenten binnen een gedifferentieerder aanbod van opleidingen zo snel mogelijk op de juiste plek terecht moet komen. Centraal in deze uitdaging ligt het studiekeuzetraject van de middelbare scholier. Door scholieren in een vroegtijdig stadium te confronteren met zijn of haar studiekeuze kan uitval van studenten tegengegaan worden. Door universiteiten worden tot dusverre twee methoden erkend die als middel kunnen dienen om studenten op de juiste plek te krijgen: ‘matching & selectie’. In deze notitie willen wij ingaan op beide principes en de voor- en nadelen, geredeneerd vanuit een studentenperspectief, aan de kaak stellen om vervolgens enkele aanbevelingen te doen aan het College van Bestuur. De SOG pleit voor het universiteitsbreed instellen van matchingsactiviteiten aan de RUG en raad het CvB af om voor alle opleidingen over te stappen op selectie, wanneer dit wettelijk mogelijk wordt gemaakt. 1


Matching en/of selectie aan de RUG – Een studentenperspectief

Namens de Universiteitsraadsfractie der Studenten Organisatie Groningen 2012-2013, Jan-Willem Stoffer Maarten de Wit

2


Matching en/of selectie aan de RUG – Een studentenperspectief

Selectie Nederlandse universiteiten zijn van mening dat selectie een belangrijke bijdrage kan leveren aan het vergroten van de motivatie en inzet van studenten én het verhogen van het studiesucces en de kwaliteit van het onderwijs. Selectie aan de poort stimuleert zelfselectie en een bewuste studiekeuze, aldus de universiteiten. Ook geven studenten zelf aan dat een verkeerde studiekeuze de voornaamste reden is om te stoppen met hun studie.1 Door selectie zouden aspirant-studenten een meer weloverwogen keuze in een vroeger stadium van het keuzeproces maken. Bovendien zullen studenten, wanneer ze toegelaten zijn tot de betreffende studie extra gemotiveerd zijn, wat leidt tot een ambitieuzere studiecultuur, zoals reeds het geval is bij University Colleges. Uit onderzoek van het Erasmus Medisch Centrum blijkt dan ook dat de studie-uitval onder geselecteerde studenten zich beperkte tot de helft van de studie-uitval in de groep studenten die was geloot. Deze verschillen konden niet door andere factoren verklaard worden dan door de selectieprocedure.2 Daarnaast kan selectie universiteiten ondersteunen in het versterken van hun profiel. Door selectie af te stemmen op het specifieke onderwijsprofiel, draagt dit middel verder bij aan differentiatie en profilering. Universiteiten zullen op verschillende manieren gebruik maken van het selectieproces zodat de onderlinge verschillen tussen universiteiten groter zullen en kunnen worden, iets wat past in de toekomstvisie op het hoger onderwijs.

Huidige mogelijkheden voor selectie Met de komst van de wet ‘Ruim baan voor talent,’ biedt de overheid al steeds meer ruimte voor selectie. Universiteiten kunnen al: -

aanvullende eisen stellen bij een opleiding die voorbereid op een specifiek beroep en selectie bij kunstopleidingen en lerarenopleidingen;

-

bij een beperkt aantal opleidingsplaatsen 8-plussers direct toelaten en daarnaast kiezen voor loting of decentrale selectie;

-

decentraal selecteren bij opleidingen en trajecten binnen opleidingen die leiden tot een hoger eindniveau of opleidingen en programma’s binnen opleidingen met ‘kleinschalig, intensief en residentieel onderwijs’;

-

decentraal selecteren bij niet-aansluitende masteropleidingen;

-

experimenteren binnen het wetsvoorstel ‘Ruim baan voor talent’.

Daarnaast kondigde het kabinet Rutte I in de Strategische Agenda aan dat opleidingen met een uitgesproken onderwijs- of beroepsprofiel de mogelijkheid krijgen om selectie-eisen te stellen. Bij opleidingen met een scherp onderwijsprofiel denkt het kabinet aan opleidingen met een hoog eindniveau, een sterke internationale oriëntatie, een intensief studieklimaat of een sterk beroepsprofiel. Ook opleidingen met het predicaat excellent mogen studenten selecteren, zoals volgt uit de motie Lucas.3 Tevens wordt de loting stapsgewijs afgeschaft, waardoor selectie van studenten bij opleidingen met een numerus fixus een gegeven wordt. 1

Warps et al. 2009. Urlings-Strop et al. 2011. 3 Kamerstukken 2011-2012, 31288, nr. 212. 2

3


Matching en/of selectie aan de RUG – Een studentenperspectief Daarnaast mogen universiteiten bachelorstudenten selecteren bij zowel niet-aansluitende als aansluitende masteropleidingen. Dit kabinet schaft de doorstroommaster af. Deze extra ruimte voor selectie moet per september 2013 (effectief voor het collegejaar 2014-2015) voor de universiteiten beschikbaar zijn.

Kanttekeningen Het moge duidelijk zijn dat met name in VSNU verband erg positief gedacht wordt over mogelijkheden tot selectie. Tot op zekere hoogte kan de SOG hier dan ook zeker in meegaan. Wij zien de voordelen van selectie, wanneer het studenten aanzet tot het vroegtijdig nadenken over hun studiekeuze, wanneer het studenten vroegtijdig aanzet tot het formuleren van hun eigen motivatie en wanneer het studenten aanzet tot het halen van hogere cijfers op de middelbare school. Echter wegen deze voordelen wat ons betreft niet op tegen de nadelen van selectie. Eens te meer nu de voordelen van selectie ook te behalen vallen in een minder vergaand middel als het matchingstraject, waar verderop in deze notitie nog op wordt ingegaan. De grootste nadelen aan het toepassen van selectie aan de RUG zijn wat de SOG betreft de volgende: 1. Keuzevrijheid van de student 2. Toegankelijkheid Hoger Onderwijs 3. Waarde VWO-diploma We zullen de bezwaren, veronderstellende dat ze reeds bekend zijn, kort aanstippen.

Keuzevrijheid van de student De aanstaande studenten zijn wat de SOG betreft zeer goed instaat een eigen afweging te maken en te komen tot een weloverwogen studiekeuze op basis van eerlijke en transparante voorlichting. Met name in het laatste aspect kan nog veel verbeterd worden. De SOG heeft er ook in voorgaande jaren al meerdere malen op aangedrongen om het voorlichtingstraject eerlijker en transparanter te maken door een zogenoemde ‘studiebijsluiter,’4 met een overzicht van de pijnpunten en pluspunten van de studie en cijfers over de arbeidsmarkt perspectieven. Doordat met selectie de mogelijkheid van studenten de studie van hun keuze te volgen ontnomen wordt, is de SOG principieel tegen selectie. We zien selectie als een stap te ver in het matchingsproces.

Toegankelijkheid Hoger Onderwijs Selectie op grote schaal kan er toe leiden dat de toegankelijkheid van het hoger onderwijs op stelselniveau in gevaar komt. Op individueel niveau kan selectie impliceren dat sommige aspirant-studenten niet de opleiding van hun eerste keuze zouden kunnen volgen, of hiervoor naar een andere universiteit zouden moeten gaan. Wat de SOG betreft moet een behaalde VWO diploma te allen tijde toegang geven tot een universitaire opleiding van je keuze. Het argument dat er altijd nog de Open Universiteit is waar afgewezen studenten terecht kunnen voor een wetenschappelijke studie is wat ons betreft niet doeltreffend. 5 De 4 5

SOG notitie ‘Samen presteren,’ 2011-2012 Position Paper Vereniging van Universiteiten: ‘Selectie in het Wetenschappelijk Onderwijs,’ p.3.

4


Matching en/of selectie aan de RUG – Een studentenperspectief Open Universiteit profileert zich als een universiteit die tweede kans onderwijs aanbiedt aan met name ouderen die om wat voor reden dan ook niet in staat zijn geweest om hoger onderwijs te volgen. De universiteit hanteert geen toelatingscriteria, behalve een minimumleeftijd van 18 jaar. Aspirant studenten (afgestudeerde middelbare scholieren) horen niet het afstandsonderwijs van de Open Universiteit te volgen, maar horen altijd toegang te hebben tot de reguliere universiteiten waar ze omgeven worden door medestudenten en participeren in het studentenleven.

Waarde VWO diploma Tot dusverre is het altijd zo geweest dat het VWO diploma, door het uniforme centraal examen, onverkort toegang geeft tot de WO-opleidingen die aansluiten bij de gevolgde voprofielen. Door na het VWO alsnog te selecteren, daalt in onze ogen de waarde van het behaalde diploma, doordat de mogelijkheid tot een WO-studie een student alsnog ontzegd kan worden. Dat selectie de waarde van het diploma juist doet stijgen door studenten te stimuleren hogere cijfers te halen om zo een grotere kans te maken in de selectieprocedure is op zichzelf staand geen reden om te kiezen voor selectie in plaats van matching. Ook bij matching zullen studenten geattendeerd worden op de rol die cijfers en inzet spelen in het succesvol afleggen van een studie.

5


Matching en/of selectie aan de RUG – Een studentenperspectief

Matching Matching is de vriendelijke variant van selectie en houdt veel meer rekening met de uiteindelijke beslissing van de student. Het is de bedoeling dat door een intensieve informatie uitwisseling tussen student en universiteit een helder beeld ontstaat van verwachtingen, competenties, motivatie en ambities van een student. Op die manier moet een inschatting gemaakt kunnen worden hoe goed student en opleiding bij elkaar passen. De SOG is een voorstander van het invoeren van matching binnen de RUG. Wij hebben in voorgaande jaren vaak gepleit voor een betere, eerlijke en transparante voorlichting binnen de RUG, waarbij zowel de student als de universiteit een goed beeld van elkaar kunnen vormen. Het matchingsprincipe lijkt, in zijn totaliteit, deze verwachtingen dan ook in grote lijnen waar te kunnen maken. De student wordt zo veel en zo goed mogelijk ingelicht over het niveau en de vereisten voor een bepaalde opleiding, waardoor zij uiteindelijk door middel van ‘zelfselectie’ de keuze kunnen maken om een opleiding te volgen of niet. Hierbij ligt de beslissing duidelijk niet bij de universiteit, maar bij de ‘zelfreflecterende’ student. Hierbij is het in onze ogen belangrijk dat de uiteindelijke matchingsactiviteit niet ten koste gaat van een frequente, representatieve en eerlijke voorlichting in het traject voorafgaand aan deze matchingsactiviteit. Er moet een duidelijk onderscheid zijn tussen het voorlichtingstraject en het de uiteindelijke matchingsfase. Voorlichting en matchingsactiviteiten dienen niet overlappend maar onderscheidend en complementair aan elkaar te zijn. Utrecht is in Nederland de eerste universiteit die in het studiejaar 2013-2014 gaat starten met centraal geregelde matchingsdagen. De Universiteit Utrecht (UU) noemt een vijftal doelen die met matching bereikt dienen te worden en waarin de SOG zich volledig kan vinden.

De UU schetst tevens een raamwerk met een logische opbouw die deels aansluit bij al aanwezige keuze activiteiten voor aspirant studenten. Respectievelijk bestaat dit uit de volgende onderdelen: 1. Voorlichting 2. Het intake-formulier 3. De matchingsactiviteit 4. Begeleiding 6


Matching en/of selectie aan de RUG – Een studentenperspectief Dit is een volgorde waar wij ons goed in kunnen vinden.

Voorlichting De SOG pleit voor een duidelijk onderscheid tussen de voorlichtings- en de matchingsfase. Het matchingstraject moet niet verworden tot een verkapte voorlichtingsfase. Studenten moeten nog steeds hun studiekeuze bepalen aan de hand van eerlijke en representatieve voorlichting. De SOG heeft hierover de volgende aanbevelingen:  Scholieren in een vroegtijdiger stadium (VWO 4) voorlichten over de verschillende  studiemogelijkheden en het matchingsprincipe.  Eerlijkere en representatievere informatie verschaffen over de studies via de studiebijsluiter.6  Faculteiten stimuleren naast open dagen van de RUG, ‘een dag student’ te organiseren, met hierin een representatief hoorcollege, dito werkcollege en een groepsopdracht.  De invoering van een ‘verplichte’ matchingsactiviteit mag niet ten koste gaan van  het aantal voorlichtingsdagen. Zoals hierboven bepleit, ziet de SOG graag een duidelijk onderscheid tussen de voorlichting en de uiteindelijke matching tussen student en opleiding. Op basis van de eerlijke en objectieve voorlichting dient de student een voorlopige studiekeuze te maken. Bij de matchingsdag van de gekozen opleiding wordt gekeken of de student de juiste keuze gemaakt heeft. De manier waarop de UU invulling gaat geven aan zijn matchingsdagen onderschrijven wij dan ook niet. Waar de UU ervoor pleit om onderdelen als representatieve hoor- en werkcolleges als matchingsactiviteiten op te nemen, pleit de SOG ervoor om deze onderdelen buiten de matchingsactiviteit te houden. Wij vinden het belangrijk dat deze onderdelen tergkomen in de vorm van ‘een dag student’ en dus vallen onder de voorlichting. De reden hiervoor is dat het doel van voorlichting en de matchingsactiviteit niet door elkaar gehaald mogen worden. Matching dient als ultimum remedium om te verifiëren of de student op basis van de juiste gegevens en veronderstellingen zijn studiekeuze gemaakt heeft. Matching moet niet verworden tot een verkapte vorm van voorlichting en mag dan ook zeker niet ten koste gaan van voorlichting. Waar de UU ervoor kiest om voorlichtingsdagen te schrappen wegens overlap met matchingsactiviteiten, kiest de SOG ervoor om de voorlichting eerder uit te breiden dan te verminderen. Voorlichting dient dan ook in een zo vroeg mogelijk stadium plaats te vinden. Studenten worden in een vroeg stadium gedwongen na te denken over hun studiekeuze. Op deze manier is het haalbaar dat studenten zich vroeg inschrijven voor een studie en mee kunnen doen aan het matchingstraject in juni. Gezien wij pleiten voor een verplicht karakter van de activiteiten vinden wij het van groot belang dat de voorlichting hierover al in de 5 e klas van de middelbare school begint. 6

De studiebijsluiter, die vanaf 2014 verplicht wordt, geeft een eerlijk en objectief overzicht van de studie, met onder andere aandacht voor slagingspercentages, studenttevredenheidspercentages en arbeidsmarktperspectieven,

7


Matching en/of selectie aan de RUG – Een studentenperspectief

Intakeformulier Onder intake wordt verstaan het verplicht invullen van een intakeformulier. De voornaamste doelen van dit formulier zijn het aanzetten tot bewustwording bij de student over het belang van een gedegen studiekeuze, en het toetsen van de motivatie van de student. In de bijlage vindt u een document, met hierin de vragen die de universiteit van Utrecht overweegt op te nemen in de lijst. Wij willen adviseren om zoveel mogelijk over de student te weten te komen en daarom het intake formulier ook zo uitgebreid mogelijk te maken. Hierin zijn vragen die inzicht geven in middelbare school cijfers, de verwachte tijdsbesteding en motivatie essentieel. Daarnaast moet er de ruimte zijn voor faculteiten om additioneel nog opleidingsspecifieke vragen in het formulier op te laten nemen. De gegevens die de student invult kunnen worden gebruikt voor de verbetering van de begeleiding van de student in het eerste jaar, kunnen leiden tot een uitnodiging voor excellentieprogramma’s en kunnen gebruikt worden tijdens de te houden matchingsgesprekken.

Matchingsactiviteit Uiteindelijk wordt het traject afgesloten met de daadwerkelijke matchingsactiviteiten op de matchingsdag. Bij het inrichten van deze activiteit komen er vragen naar boven met betrekking tot; het tijdstip van matching (op welk moment in het jaar), het verzamelen van gegevens, de matchingactiviteit zelf, de gespreksvoerders, advies ja of nee en eventuele verdere begeleiding. Wij zullen op ieder van deze onderwerpen kort ingaan en aangeven op welke manier de SOG de matchingsdag idealiter voor zich ziet.

Tijdstip matching In Utrecht wordt gekeken naar een indeling waarbij er in juni een reguliere matchingsactiviteit plaats zal vinden en in augustus een mogelijkheid geboden wordt voor studenten die uitgeloot zijn of om zwaarwegende redenen niet bij de activiteit in juni aanwezig konden zijn. Voorwaarde om deel te nemen aan de activiteit is dat je je hebt ingeschreven (via studielink) vóór 1 mei. De SOG wil de volgende aanbevelingen doen m.b.t. het tijdstip van matching:  I.p.v. twee: drie matchingsactiviteiten organiseren. In maart, juni en augustus (bijzondere gevallen).  Inschrijven in studielink vóór de matchingsactiviteit. Het voordeel voor de RUG hierbij is dat de aspirant-studenten die al erg zeker zijn van hun keuze kunnen participeren in de matchingsactiviteit in maart. Dit zal hoogstwaarschijnlijk zorgen voor minder massale matchingsactiviteiten waardoor het, als het in groepsverband georganiseerd wordt, een meer persoonlijk karakter krijgt. Tevens heeft het voor de vroege studiekiezers een groot voordeel: zij kunnen de zomer naar eigen wens invullen en hoeven niet thuis te blijven voor de matchingsdagen en worden in die zin dus beloond voor het vroeg maken van een keuze. In juni zullen de overige aspirant-studenten meedoen aan de matchingsactiviteiten. De mogelijkheid in augustus is alleen bedoeld voor studenten die op basis van de matchingsdag in juni bij een andere studie zijn uitgekomen, studenten die om zwaarwegende redenen verhinderd waren of studenten die uitgeloot zijn. De SOG pleit ervoor dat studenten op basis van hun inschrijving bij studielink door de RUG uitgenodigd worden voor het matchingstraject. Dit heeft als voordeel dat ook op deze 8


Matching en/of selectie aan de RUG – Een studentenperspectief manier weer een duidelijk onderscheid gemaakt wordt tussen voorlichtingdagen en matchingsdagen. De matchingsdag moet een ‘ultimum remedium’ zijn om te ontdekken of de ‘keuze’ van de student gestoeld is op de juiste voorwendselen.

Verzamelen van gegevens Er zijn twee mogelijkheden tot het verzamelen van gegevens. Het vooraf verzamelen of het tijdens de matchingsactiviteit zelf verzamelen van gegevens. De SOG wil de volgende aanbeveling doen met betrekking tot deze keuze:  Vooraf verzamelen van gegevens aan de hand van het intake formulier  Een verplichte online-toets afnemen voorafgaand aan de matchingsactiviteit, waarin verschillende onderdelen uit de opleiding getoetst worden. Hierbij kan gedacht worden aan een essay opdracht, een diagnostische toets of een motivatiebrief. De SOG acht het van belang de student in een zo vroeg mogelijk stadium te confronteren met zijn gemaakte keuze. Nu is het zo dat de student pas met zijn studiekeuze wordt geconfronteerd na het volgen van de colleges en het afleggen van de tentamens na het eerste blok van het studiejaar. Dit moment moet zoveel mogelijk naar voren geschoven worden. Door zoveel mogelijk fictieve hobbels in te bouwen in het studiekeuze proces, zal de aspirant-student een evenwichtigere keuze maken en zal sprake zijn van zelfselectie in een vroegtijdig stadium. Door middel van het verzamelen van gegevens in het intake formulier en het afnemen van een digitale toets, kan er tijdens de matchingsdag objectieve feedback gegeven worden, dit zowel aan de hand van informatie uit het intake formulier als informatie uit de samengestelde toets.

De activiteit Er zijn twee hoofdvormen te onderscheiden in de manier waarop de daadwerkelijke activiteit ingedeeld kan worden. Er kan gekozen worden voor ‘groepsgewijze matchingsactiviteiten’ en voor ‘individuele matchingsactiviteiten’. Voor deze activiteit zal de aankomend student uitgenodigd worden, mits hij het intakeformulier heeft ingevuld en de door ons aanbevolen toets afgerond heeft. Tot slot is er de vraag of de matchingsactiviteiten al dan niet een verplichtend karakter dienen te hebben. De SOG heeft de volgende aanbevelingen met betrekking tot deze activiteiten:  De matchingsactiviteiten dienen een verplichtend karakter te hebben.  Grootschalige matchingscolleges met algemene evaluatie van intake formulier en toetsuitslag.  Afsluitende groepsgewijze- in plaats van individuele matchingsgesprekken.  Individuele matchingsgesprekken alleen voor uitzonderlijke gevallen of kleine faculteiten.  Afsluitende vragenlijst met betrekking tot de matchingsactiviteit en eventuele verbeterpunten.

9


Matching en/of selectie aan de RUG – Een studentenperspectief

Verplichtend karakter De matchingsactiviteiten werken in onze ogen alleen wanneer dit een verplichtend karakter met zich meedraagt. Wanneer de keuze om al dan niet mee te doen bij de student gelegd wordt, krijgen de activiteiten een te vrijblijvend karakter en zullen veel studenten besluiten om van hun vakantie te gaan genieten in plaats van mee te doen aan een matchingsdag in juni of augustus. Studenten die wel mee doen en een positief advies krijgen voelen zich daardoor niet langer ‘bijzonder’. En zullen door het positieve advies niet extra gemotiveerd raken.

Grootschalig matchingscollege De SOG is er voorstander van om de matchingsdag te beginnen met een grootschalig matchingscollege. De opleidingsdirecteur zal in dit college samen met de aankomende studenten onderwerpen uit het intake formulier en de toetsuitslag in zijn algemeenheid evalueren. Aan de hand van de toetsscores en vragen uit het intakeformulier moet duidelijk worden welke eisen aan een student gesteld worden, wil hij die specifieke studie succesvol afleggen. In dit college worden o.a. de valkuilen van de studie behandeld, de tijdsbesteding en het beroepsperspectief. Ook wordt er duidelijk in dit college welke toetsscores er verwacht wordt van studenten. Op basis hiervan wordt de student nogmaals bewust aangezet tot het evalueren van zijn eigen intakeformulier en toetsuitslagen.

Groepsgewijze matchingsgesprekken Wij willen aanbevelen om na afloop van dit college de gehele groep op te delen in groepjes van 5 tot 10 studenten. Tijdens deze kleinschalige groepsgesprekken kunnen vragen gesteld worden aan zowel een ouderejaars student als een studieadviseur. De groepsgesprekken, met medestudenten, kunnen zorgen voor eventuele nieuwe inzichten en bijstelling van verwachtingen m.b.t. motivatie, beroepsperspectief en opleidingsniveau. Op basis van het horen van de motivatie en ervaring van de andere studenten kan de aspirant-student weloverwogen zijn eigen keuze maken. De groep werkt dan als een spiegel. Het voordeel van het houden van groepsgewijze evaluatiegesprekken ten opzichte van individuele gesprekken is dat feitelijke, universele informatie niet steeds in een individueel gesprek aan de orde hoeft te komen, hetgeen tijd en geld bespaart. Daarnaast zorgen de kleinschalige groepsgesprekken voor een meer interactief en persoonlijk karakter. Tenslotte kan het in een groep achterhalen van welke match van opleiding en student het best passend is, voor studenten die minder goed passen minder bedreigend zijn dan in een individueel gesprek het geval kan zijn. Studenten verwerken zelf de informatie en nemen een besluit om al dan niet door te gaan met de inschrijving voor een bepaalde opleiding. Individuele gesprekken moeten op verzoek mogelijk zijn voor scholieren met een diagnose (ADHD, Dyslexie etc.), potentiële honoursstudenten en topsporters. Als laatste is het van belang dat er een afsluitende vragenlijst door studenten ingevuld wordt, waarin zij kort kunnen evalueren wat zij van de matchingsactiviteit vonden en welke dingen er in de toekomst wellicht beter kunnen.

10


Matching en/of selectie aan de RUG – Een studentenperspectief

Facultaire autonomie De SOG erkent dat er grote verschillen bestaan tussen de faculteiten aan de RUG, inherent daaraan is dat er ook op verschillende manieren gekeken wordt naar de ideale inrichting van het matchingsproces per faculteit. Door de adviserend-studentleden van de faculteitsbesturen is een inventarisatie gemaakt per faculteit met betrekking tot de visie die heerst binnen de faculteitsbesturen. Daar komt uit voort dat bij de ene faculteit de behoefte is aan een uitgebreid matchingstraject en bij de andere faculteit een enkel gesprek voldoende is. De SOG acht het dan ook begrijpelijk dat met name bij kleine faculteiten meer waarde wordt gehecht aan individuele gesprekken. Dit moet in onze ogen ook mogelijk zijn. In de bijlage van dit stuk is de inventarisatie per faculteit van de student FB’ers toegevoegd.

Gesprekvoerders Er zijn vele opties met betrekking tot de inzetbaarheid van gesprekvoerders. Tutoren, docenten, opleidingsdirecteurs, studieadviseurs en ouderejaarsstudenten kunnen ingezet worden tijdens een matchingsactiviteit. De SOG wil op dit punt de volgende aanbeveling doen:  Wij adviseren om de opleidingsdirecteur, ouderejaarsstudenten en studieadviseurs te betrekken in de ‘eigenlijke’ matchingsactiviteit. Gezien het feit dat de aankomende student een matchingsactiviteit volgt voor een specifieke opleiding, vinden wij het ook noodzakelijk dat de desbetreffende opleidingsdirecteur het matchingscollege geeft. Dit kan niet doorgeschoven worden naar de studieadviseurs. Kennis van studieadviseurs is waardevol, maar in eerste instantie wellicht te algemeen voor een specifieke matchingsactiviteit. De reden dat wij het wel van belang achten dat de studieadviseur aanwezig is ligt besloten in het feit dat ze een goed beeld hebben van de verschillende bacheloropleidingen aan de desbetreffende faculteit. Zij zijn het eerste aanspreekpunt wanneer studenten problemen ondervinden gedurende hun opleiding. Zij kunnen belangrijke onderdelen uit het matchingscollege van de opleidingsdirecteur eventueel in de groepsgewijze matchingsgesprekken bevestigen en onderbouwen op basis van hun praktijkervaring. Daarnaast kan een ouderejaarsstudent tijdens dit groepsgewijze matchingsgesprek vragen beantwoorden uit eigen ervaring en een objectief beeld geven van de daadwerkelijke tijdsbesteding aan zijn of haar studie.

Wel of geen advies? Er zijn op dit punt 3 opties te onderscheiden: selectie, advies of geen advies. Wil je als universiteit de student geheel zelf conclusies laten trekken of wil je ze aan de hand van de voorgaande matchingsactiviteit wel degelijk iets meegeven om over na te denken? De SOG adviseert hierover het volgende:  Geef aankomend studenten een advies mee in de vorm van een positief, twijfelachtig/waarschuwingsadvies of negatief advies. Het advies moet helder onderbouwd worden op basis van, in ieder geval, middelbare school cijfers, motivatiebrief en toetsuitslag. 11


Matching en/of selectie aan de RUG – Een studentenperspectief De SOG pleit voor het geven van een positief dan wel negatief niet bindend studieadvies. De reden waarom de matchingsdag afgesloten moet worden met het uitgeven van een advies, is omdat wederom het onderscheid tussen voorlichting en matching verduidelijkt moet worden. Verder zullen studenten met een positief advies zich extra gemotiveerd voelen om te starten met de studie van hun keuze, wat een ambitieuzere studiecultuur ten goede komt.

Begeleiding De vraag is wat er met de verzamelde informatie over de desbetreffende student moet gebeuren. Moet deze informatie alleen gebruikt worden voor de desbetreffende matchingsactiviteit of moet deze ook beschikbaar worden gesteld aan studieadviseurs voor verdere begeleiding? Daarnaast is een tweede vraag: in hoeverre moet de universiteit ondersteuning bieden bij het zoeken naar een eventueel beter passende opleiding? De SOG wil met betrekking tot deze vragen het volgende adviseren.  Bied studenten met een negatief advies, alternatieve opleidingen aan om te bezoeken en verwijs ze door naar studiekeuzebegeleiding binnen (buiten) de universiteit.  Geef studenten met een ‘twijfel’ of ‘positief’ advies de mogelijkheid om ‘bijscholing’ of ‘summer courses’ te volgen aan de RUG. Dit om hun meest zwakke punten te versterken, zodat ze makkelijker en sneller door hun studie zullen stromen en een grotere kans hebben op het halen van het BSA van 45 ECTS.  Bied studenten die in zeer positieve zin zijn opgevallen de mogelijkheid om een gesprek aan te vragen voor het honourstraject aan de RUG of neem als universiteit zelf het initiatief om deze studenten uit te nodigen.  Na de uiteindelijke keuze van de student, moeten de gegevens uit het intakeformulier en de toets beschikbaar gesteld worden aan studieadviseurs en tutoren om zo een goede begeleiding te bevorderen.

Begeleiding tussen advies en start collegejaar Een goede begeleiding vanaf de matchingsactiviteit tot in ieder geval het behalen van het BSA van 45 in jaar 1, zien wij als een noodzaak om het optimale uit dit proces te halen. Tevens zien we in deze aanbevelingen terug dat door een objectief advies te geven in de vorm van: negatief, twijfelachtig of positief, het makkelijker is om de student te begeleiden en in een vroeg stadium te binden aan de RUG. Dit doormiddel van het aanbieden van ‘bijscholing’ en ‘summer courses’ aan studenten met een twijfelachtig maar ook positief advies. Zij kunnen hun vaardigheden doormiddel van deze ondersteunende hulp verder optimaliseren, zodat ze in september zelfverzekerd en met een goed niveau het 1e jaar instromen.

Inzicht in excellente studenten Daarnaast heeft de RUG op deze manier ook de mogelijkheid om aankomende studenten, die zeer positief zijn opgevallen tijdens de matchingsprocedure in een vroeg stadium in 12


Matching en/of selectie aan de RUG – Een studentenperspectief contact te brengen met de excellentietrajecten aan de universiteit. Wanneer de universiteit een beter inzicht krijgt in de kwaliteiten van de studenten zou de instroom in deze trajecten in de toekomst kunnen groeien.

Begeleiding gedurende 1e collegejaar Om bij de start van het studiejaar ook nog waarde te kunnen halen uit de vooraf verzamelde gegevens zijn wij van mening dat deze vertrouwelijk beschikbaar gesteld moeten worden aan studieadviseurs en tutoren. Deze mensen zijn ervoor om studenten zo goed mogelijk het 1e jaar door te helpen. Beide partijen zijn dan ook gebaat bij de uitwisseling en bespreking van deze informatie. Op deze manier kan worden voorkomen dat vragen uit het intake formulier nogmaals gesteld moeten worden. Daarnaast kunnen sneller stappen ondernomen worden op basis van studieresultaat, intakeformulier en toets, zodat de student beter begeleid kan worden binnen zijn opleiding of naar een eventueel nieuwe opleiding.

Buitenlandse studenten Buitenlandse studenten, zijnde EU-studenten en niet-EU-studenten, zijn een groep die niet over een kam kan worden geschoren met Nederlandse studenten. Buitenlandse studenten maken vaak een veel bewustere studiekeuze dan Nederlandse studenten. Voordat er wordt gekozen naar een ander land te gaan, is vaak een zeer weloverwogen keuze voor een studie gemaakt. Veel studenten komen ook speciaal voor de betreffende studie naar de Nederlandse universiteit. Uitval zal bij deze studenten zeer gering zijn, en een uitgebreid matchingstraject is hier niet nodig. Het doel van matching moet hier veel meer zijn het binden en wegwijs maken van de student aan de Nederlandse universiteit en al haar studentenorganisaties. De gesprekken kunnen na de start van het studiejaar plaatsvinden in september, op individuele wijze.

Conclusie Het moge duidelijk zijn dat de SOG welkomgesprekken een stap in de goede richting vindt, echter om een zo goed mogelijke match tussen student en opleiding te krijgen dient het matchingstraject op de door ons hierboven beschreven manier ingevuld te worden. De SOG ziet het belang in van het bevorderen van een betere studiekeuze van aanstaande studenten. De SOG ziet selectie echter niet als het geschikte middel om dit te bewerkstelligen en gaat ook verder dan de onlangs door de RUG geĂŻnitieerde welkomgesprekken. De grootste voordelen van selectie ziet de SOG ook terug in matchingstrajecten. Namelijk het in een vroegtijdig stadium confronteren van de student met zijn of haar studiekeuze, wat leidt tot bewustwording en zelfselectie, en uiteindelijk tot een juistere studiekeuze en vermindering van de uitval. De SOG pleit daarom voor het integraal invoeren van uitgebreide matchingstrajecten in combinatie met eerlijkere voorlichting. Des te meer nu het huidige kabinet Rutte II selectie in de bachelor niet uniform mogelijk maakt, is het van belang zo snel mogelijk over te stappen op universiteitsbrede matchingstrajecten. Deze matchingsactiviteiten zijn geen verkapte voorlichtingsdagen maar confronteren de student met de resultaten uit online ingevulde intake formulieren en de resultaten uit de online gemaakte toetsen. Door te 13


Matching en/of selectie aan de RUG – Een studentenperspectief kiezen voor een groepsgewijs matchingsgesprek kan de student zijn beweegredenen vergelijken met die van zijn medestudenten en voor zichzelf de afweging maken of hij de juiste keuze gemaakt heeft. Op deze manier komt de student sneller op zijn juiste plek. De SOG kiest dus voor matching! De Universiteitsraadsfractie der Studenten Organisatie Groningen 2012-2013, Maarten de Wit Hayo Raaphorst Jan-Willem Stoffer Marten Koopmans Wiggert van Ginkel Ritwik Swain

14


SOG Notitie Matching aan de RUG