Issuu on Google+

Voorlichting belicht SOG notitie over voorlichting en studieadvies door de RUG

SOG-Fractie 2008-2009

Studentenorganisatie Groningen Sint Walburgstraat 22 9712HX Groningen www.studentenorganisatie.nl fractie@studentenorganisatie.nl


Samenvatting en aanbevelingen Om de uitval van 25% van de studenten te halveren voor 2014, de ambitie van de minister van OCW, zal onder andere de voorlichting aan studiekiezers en studenten verbeterd moeten worden. In deze notitie worden vier belangrijke voorlichtingsmomenten beschreven; voorlichting aan studiekiezers, voorlichting aan eerstejaars studenten, minorvoorlichting en mastervoorlichting.

Door betere voorlichting kunnen studiekiezers en studenten keuzes

maken die beter bij hen passen. Hierdoor zijn zij sneller op de juiste plek en zal de uitval verminderen.

Voorlichting aan studiekiezers De voorlichting naar studiekiezers is zeer belangrijk en moet eerlijk en volledig zijn. Alleen dan kan gegarandeerd worden dat studiekiezers op basis van voldoende informatie hun keuze maken. Een verkeerde keuze kan namelijk leiden tot studievertraging en/of studie-uitval. Door de studiekiezer een weloverwogen keuze te laten maken zal hij dus sneller op de juiste plek terecht komen. De RUG kan daarnaast door beter voorlichtingsbeleid meer studiekiezers bereiken, door onder andere haar imago te verbeteren. De Rijksuniversiteit Groningen (RUG) biedt studenten in hun eerste jaar al veel uitdaging, door de Engelstalige Bachelors en het Honours College. De RUG zou zich hier meer op moeten profileren tijdens haar voorlichting naar studiekiezers.

Met betrekking tot voorlichting aan studiekiezers doet de SOG de volgende aanbevelingen:

Aanbeveling 1 Alle grote opleidingen en/of opleidingen met hoge uitvalcijfers zouden een een-dagstudentactiviteit moeten organiseren.

Aanbeveling 2 De capaciteit van de College Carrousel moet worden uitgebreid zodat meer scholen uit de Noordelijke provincies en ook scholen uit andere provincies deel kunnen nemen aan deze voorlichtingsbijeenkomst.

Aanbeveling 3 Er moet promotiemateriaal om Groningen als studentenstad te promoten gebruikt worden bij stands op studiebeurzen buiten Groningen. Dit betreft vooral visueel materiaal dat op de stand gepresenteerd kan worden. Er kan daarnaast gekeken worden naar het betrekken van de ‘City of Talent’ campagne. 1


Aanbeveling 4 Opleidingen met een hoog uitvalpercentage in het eerste jaar zouden meer activiteiten zoals meelopen en aanschuiven moeten organiseren, zodat de studiekiezer beter ge誰nformeerd wordt.

Aanbeveling 5 Er moet meer aandacht en informatie op de RUG website komen te staan voor HBOstudenten die willen doorstromen naar de RUG.

Aanbeveling 6 Er moet actief meer aandacht besteedt worden aan bepaalde imago-eigenschappen om zo de RUG beter te profileren richting studiekiezers.

Aanbeveling 7 Er moet gebruik gemaakt worden van specifieke voorlichting richting studiekiezers die interesse hebben in opleidingskenmerken als Engelstalige bachelors en het Honours College.

Aanbeveling 8 Alle faculteiten moeten er naar streven intakegesprekken in te voeren, en deze uiteindelijk standaard af te nemen bij alle eerstejaarsstudenten.

Voorlichting aan eerstejaarsstudenten Wanneer een studiekiezer uiteindelijk een beslissing maakt doet hij dit op basis van de informatie

die

hij

heeft.

De

beslissing

kan

echter

hoogstens

op

basis

van

de

informatievoorziening van de RUG en ervaringen van anderen gemaakt worden, nog niet op eigen ervaring. In de eerste maanden van het eerste jaar doet de student deze ervaring wel op en het kan voorkomen dat een student het gevoel krijgt een verkeerde beslissing gemaakt te hebben. In het ideale geval heeft de student dit op tijd door en kiest hij zelfstandig voor een andere studie aan de RUG of aan een andere instelling, maar het tegengestelde kan ook voor komen. Omdat de student twijfelt over de studiekeuze zal zijn intrinsieke motivatie verslechteren, waardoor hij zich niet voor de volle 100% kan inzetten voor zijn studie. Om het reflectieproces over de studiekeuze te versnellen stelt de SOG een studiekeuzetest voor die studenten via Nestor kunnen doen. Deze test vindt idealiter plaats na semester 1a (het eerste blok), omdat dat het beste moment is om nog in februari van studie te kunnen wisselen. De student kan na het maken van de test aangeven dat zijn studieadviseur op de hoogte gesteld moet worden en dat hij een afspraak wil. De drempel van studieadvies wordt verlaagd doordat de student zelf een test kan doen, op onderzoek 2


kan gaan naar andere studiemogelijkheden en dus makkelijker zijn studiekeuze kan evalueren.

Met betrekking tot de voorlichting aan eerstejaars studenten met twijfels over de studiekeuze doet SOG de volgende aanbeveling:

Aanbeveling 9 Wanneer een student aangeeft niet helemaal zeker te zijn over de studiekeuze, moet er een mogelijkheid zijn tot het doen van een gratis digitale studiekeuzetest via Nestor.

Minorvoorlichting Door de invoering van het major-minor systeem ontstaat er een extra keuzemoment voor studenten. Het is van groot belang dat zij een weloverwogen keuze kunnen maken met betrekking tot hun minor. Immers, een verkeerde keuze kan leiden tot studievertraging en/of uitval, wat de rendementen niet ten goede zal komen. Daarnaast kan er sprake zijn van een maximum aantal plekken bij een minor, waardoor studenten waarvoor de minor geschikter is buiten de boot vallen door de loting. Door het interfacultaire ĂŠn verplichte karakter van de minoren is goede en eerlijke voorlichting een zeer grote verantwoordelijkheid van de RUG. De SOG stelt daarom een minorkeuzetest voor, die gedaan kan worden op internet. Hierdoor zal een student zelfstandig naar verdiepende en verbredende minoren kunnen kijken. De keuze voor een minor wordt op een meer overwogen manier gemaakt en de student zal meer mogelijkheden onderzoeken, zeker met betrekking tot verbredende minoren aan andere faculteiten.

Met betrekking tot de minorvoorlichting doet de SOG de volgende aanbevelingen:

Aanbeveling 10 De inschrijfmethode voor vakken van de Minoren dienen, voor zo ver mogelijk, gelijk getrokken te worden aan alle faculteiten.

Aanbeveling 11 Binnen het kader van voorlichting dient er een gratis digitale minorkeuzetest beschikbaar gesteld te worden, opdat studenten de juiste minorkeuze maken en op deze wijze zo min mogelijk studievertraging oplopen.

3


Mastervoorlichting De keuze voor een bepaalde masteropleiding is vaak een zeer bewuste keuze. Masterkiezers hebben een aantal jaren binnen hun vakgebied kunnen ontdekken welke interessegebieden men heeft en zoeken daar vaak een bijpassende masteropleiding bij. Daarnaast is de masterkeuze vaak de laatste keuze die men maakt alvorens de arbeidsmarkt te betreden en dus een hele belangrijke. Vanwege dit karakter zal de student zich ook beter oriënteren alvorens een keuze te maken. Er zijn echter nog wel een aantal verbeterpunten te benoemen, zoals het tijdig voorlichten van Bachelor studenten van de RUG over de verschillende Masters van de RUG. Het aanbod aan andere faculteiten blijft vaak onderbelicht, dit kan hierdoor verbeterd worden. Daarnaast kan de RUG meer Nederlandse en internationale studenten bereiken door een betere profilering van een aantal RUG Masters in haar voorlichtingsbeleid. Aangezien een aantal Masters openstaan voor HBOstudenten ontstaat er de verantwoordelijkheid voor de RUG om goede voorlichting te geven en energie te steken in kwalitatief hoogstaande schakelprogramma’s. Daardoor kunnen de HBO-instromers een weloverwogen keuze maken en zal de studievertraging en/of studieuitval verminderd worden. Een aantal masteropleidingen van de RUG ligt in het verlengde van bepaalde HBO-opleidingen. Momenteel bestaan er voor enkele van deze opleiding reeds intensieve en soms zelfs geïntegreerde schakeltrajecten in samenwerking met Groningse HBO-instellingen. Hierdoor wordt de doorstroom van HBO naar de RUG geoptimaliseerd.

Met betrekking tot de mastervoorlichting doet de SOG de volgende aanbevelingen:

Aanbeveling 12 De RUG dient studenten in de afrondende fase van hun bachelor goed te informeren over alle masteropleidingen die in het verlengde van de bacheloropleiding liggen. Dit betreffen ook masteropleidingen buiten de eigen faculteit.

Aanbeveling 13 Per

wetenschapsrichting,

alfa,

gamma

en

bèta,

zal

de

RUG

een

aantal

(top)masteropleidingen moeten kiezen waarmee ze zich nationaal kan profileren.

Aanbeveling 14 De RUG dient een instroommonitor op te zetten waarmee de groep ‘Masterkiezers’ meer op basis van persoonlijke interesses benaderd kan worden.

4


Aanbeveling 15 De RUG dient onderscheidende masteropleidingen die aansluiten op het HBO te gebruiken om zich landelijk richting HBO-instellingen te profileren.

Aanbeveling 16 De RUG dient te onderzoeken of er meer afgestemde schakelprogramma’s mogelijk zijn tussen HBO en RUG.

5


Inhoudsopgave Samenvatting en aanbevelingen............................................................................................................ 1 Inleiding ......................................................................................................................................................... 7 1. Voorlichting aan studiekiezers .............................................................................................................. 9 Voorlichtingsevenementen van de RUG ......................................................................................... 10 Algemene verbeterpunten voorlichting .......................................................................................... 14 2. Voorlichting aan eerstejaarsstudenten ............................................................................................ 17 Het ideale toetsmoment ..................................................................................................................... 17 De studiekeuzetest ............................................................................................................................... 18 De voordelen......................................................................................................................................... 19 3. Minorvoorlichting................................................................................................................................... 21 4. Mastervoorlichting ................................................................................................................................ 23 Universitaire doorstroom...................................................................................................................... 23 Universitaire doorstroom binnen de RUG ......................................................................................... 23 Universitaire doorstroom van buiten ................................................................................................. 24 HBO doorstroom.................................................................................................................................... 25

6


Inleiding Het wordt steeds belangrijker ervoor zorg te dragen dat studenten in elke fase van hun studie op de juiste plek zijn. Door een goede, eerlijke voorlichting kan dit bereikt worden. De RUG is hiervoor verantwoordelijk, niet alleen richting de (potentiële) student maar ook vanuit haar eigenbelang. De invoering van het Bachelor-Master systeem en het minorenstelsel aan de RUG brengt immers meer keuzemomenten met zich mee. En hoewel deze keuzemomenten de student meer mogelijkheden bieden zich in de breedte dan wel diepte te ontwikkelen, bestaat het gevaar dat er ook meer verkeerde keuzes worden gemaakt. Verkeerde keuzes kunnen op hun beurt weer leiden tot vertragingen of zelfs uitval. Het is dan ook in het belang van zowel de student als de universiteit dat er geïnvesteerd wordt in goede voorlichting. Niet alleen richting de aankomende student, maar juist ook richting de bachelorstudent. In de rendementendiscussie van de afgelopen drie jaar is het aspect voorlichting enigszins onderbelicht gebleven. Dit is voor de Studenten Organisatie Groningen (SOG) reden geweest er middels een notitie dieper op in te gaan.

De rapporten die beschikbaar zijn wat betreft studievertraging en uitval onderschrijven de zorg die door de SOG geuit wordt. In de conclusie van de VSNU Factsheet van juni 20071 is bijvoorbeeld te lezen dat steeds meer studenten in het eerste jaar van hun universitaire studie besluiten deze niet te vervolgen. In het verdere verloop van de studie valt ook een aanzienlijke groep studenten af. De universiteiten willen dat deze groep over de gehele linie kleiner wordt. Ook de minister van OCW heeft de wens uitgesproken om uitval te verminderen: zijn ambitie is om de uitval van 25% van de studenten te halveren voor 2014. Het College van Bestuur van de RUG heeft in de Routekaart Rendementen2 aangegeven dat deze beleidsrichting binnen het Hoger Onderwijs grote consequenties zal kunnen hebben, in het bijzonder op financieel gebied. “Het betekent dat binnen de RUG niet alleen maatregelen genomen moeten worden, maar dat op korte termijn resultaten geboekt moeten worden. Deze resultaten in de vorm van verbetering van de rendementen - dat wil zeggen: èn minder uitval èn kortere verblijfsduur – zijn noodzakelijk om aanspraak te kunnen maken op voldoende middelen.”.

Nu het belang van uitvalvermindering duidelijk is, moet gekeken worden naar de methoden om die vermindering te bereiken. Deze methoden dienen zich logischerwijs in de eerste zaak

1

Factsheet Project IR: Studiesucces in de bachelorfase, juni 2007

2

UR-08-011: Routekaart Rendementen en Studiesucces 2008, RUG, januari 2008, pagina 2

7


te richten op de oorzaken van uitval. In het UOCG rapport van februari 20083 is te lezen dat de belangrijkste oorzaken voor uitval zijn: 1. een gebrek aan voldoende capaciteiten 2. onvrede met de inhoud en opzet van de opleiding. De eerste oorzaak wijst op een suboptimale onderwijsinhoudelijke aansluiting tussen het VWO of HBO en het WO, de tweede oorzaak is duidelijk van communicatieve aard. Beide factoren liggen echter aan de basis van het doel van voorlichting en duiden erop dat ofwel de voorlichting vanuit de universiteit niet afdoende is geweest, ofwel de student zich niet genoeg heeft laten voorlichten.

In dit kader heeft de SOG al enige woorden gewijd aan het onderwerp. In haar notitie Drijfveer Achter Studiesucces4 wordt aangegeven dat de tevredenheid met de studiekeuze de motivatie van studenten be誰nvloedt. Dit heeft gevolgen voor het studiegedrag, de academische integratie en de studievoortgang. Ook blijkt uit onderzoek dat studenten zelf hun slaagkans in zullen schatten als zij een realistische inschatting kunnen maken van wat hen te wachten staat.5 Er wordt dan ook meegegeven dat er tijdens bestaande voorlichtingsactiviteiten een realistisch beeld van de studie geschetst moet worden, daar het werven van studenten averechts kan uitpakken. In algemene zin luidt de conclusie dat het rendement van een opleiding afhankelijk is van de kwaliteit van de voorlichting die aan aankomende studenten gegeven wordt. Deze notitie zal dieper ingaan op het onderwerp door ook voor de andere keuzemomenten aan de RUG de problematiek omtrent uitval te onderzoeken en er zullen concrete aanbevelingen worden gedaan om de voorlichting te verbeteren. Door een betere voorlichting zal de studiekiezer een meer overwogen studiekeuze maken, wat zijn studievoortgang ten goede komt. Dit zal tevens verbetering van studierendementen als direct gevolg hebben. Er worden vier voorlichtingsmomenten beschreven; voorlichting aan studiekiezers, voorlichting aan eerstejaars studenten, minorvoorlichting en mastervoorlichting. De SOG hoopt hiermee een positieve bijdrage te leveren aan het verbeteren van het voorlichtingsbeleid en daarmee de rendementen van de RUG.

3

UR08-028, Bijlage 1 Rendementsrapport 2008: Rendement en Kwaliteit, UOCG, februari 2008

4

Drijfveer achter studiesucces, SOG notitie Universiteitsraadsfractie 2007-2008, februari 2008, pagina 9

5

Beekhoven, S., A fair chance of succeeding: Study careers in Dutch higher education (Amsterdam 2002) 160.

8


1. Voorlichting aan studiekiezers De RUG kampt op dit moment met een hoge uitval van eerstejaars studenten. Dit is ten dele het gevolg van beeldvorming van een studie die niet overeenkomt met de realiteit. Studies voldoen niet aan de verwachtingen van studenten en studenten voldoen niet aan de verwachtingen van de RUG. In het belang van de student en in het kader van de rendementen aan de RUG is het wenselijk om deze uitval terug te dringen. Daarnaast is het voor de RUG als instelling belangrijk om te weten waar haar groeipotentieel ligt op het gebied van de instroom van nieuwe studenten. Wanneer de RUG hier zicht op krijgt kan zij haar voorlichting aanpassen om zo deze studiekiezers wel naar de RUG toe te trekken. Deze voorlichting moet wel duidelijk en eerlijk blijven, zodat ook deze groep weet wat er van hen verwacht

wordt.

De

voorlichting

aan

studiekiezers

kan

gezien

worden

als

een

verantwoordelijkheid van de RUG, aangezien zij de enige is die juiste informatie kan verstrekken en weet wat er verwacht wordt van studenten tijdens hun studie.

Om de uitval van studenten terug te dringen is een goede voorlichting over de RUG en haar opleidingen naar studiekiezers toe dus essentieel. Door een goede voorlichting creĂŤert de RUG een waarheidsgetrouw beeld bij studiekiezers over de inhoud van de geambieerde studie. Ook zal er een realistischer beeld ontstaan van wat er van studenten verwacht wordt.

De onjuiste beeldvorming van een studie kan onder andere komen doordat de studiekiezer tekort schiet in de verdieping naar de inhoudelijke kant van een studie. De aanwezigheid van adequate informatie heeft dan geen effect op de studiekeuze. Er ontbreekt een besef bij de studiekiezer van het belang van een goede verdieping in de keuzemogelijkheden.

Er ligt een belangrijke taak voor de RUG om middelbare scholen erop wijzen dat een deel van hun leerlingen een studiekeuze maakt zonder zich bewust in de desbetreffende studie te hebben verdiept. Middelbare scholen krijgen hierdoor meer oog voor deze studiekiezers. Wanneer leerlingen een juist beeld krijgen van hun eerste studiekeuze zal het aantal studenten dat in het eerste jaar beseft een verkeerde keuze gemaakt te hebben, afnemen. Een tweede oorzaak van de verkeerde beeldvorming kan de onjuiste of onvolledige informatievoorziening zijn vanuit de RUG aan de studiekiezer. Op het moment van schrijven heeft de RUG verschillende voorlichtingsevenementen, die zullen nu besproken worden.

9


Voorlichtingsevenementen van de RUG Voorlichtingsdag De voorlichtingsdag is vooral bedoeld voor studiekiezers die zich willen oriënteren op alle studies aan de RUG. Door een korte bondige voorlichting kan men veel opleidingen bezoeken. Deze dag wordt twee maal per jaar aangeboden, in het najaar en voor de late kiezers ook nog in juni na de examens. De SOG is van mening dat dit een uitgelezen kans is om scholieren een algemene kennismaking met de RUG aan te bieden. Daarnaast kan het voor

de

late

kiezer

functioneren

als

doorslaggevend

moment

in

voorlichtingstraject. Landelijk gezien hecht 63% van de studenten belang aan

het de

voorlichtingsdag, wat het de belangrijkste voorlichtingsvorm maakt.6. Het rendement van de Voorlichtingsdag ligt redelijk hoog, 60% van de bezoekers kiest voor de RUG na het bezoeken van deze dag. 25% van de bezoekers overweegt de RUG na het bezoek, en 15% doet geen van

beide.7 Er is

in

het

verleden

onderzoek

gedaan

onder bezoekers

van

de

Voorlichtingsdag die uiteindelijk niet voor de RUG kozen. Op dit moment wordt hier geen onderzoek meer naar gedaan. De SOG stelt voor dat met de onderzoeksmogelijkheden van dit moment er nogmaals onderzoek gedaan moet worden onder deze studiekiezers. Dit onderzoek kan ook gebruikt worden om bijvoorbeeld meer te weten te komen over het imago van de RUG en de voorkeuren van aankomende studenten. Deze informatie kan gebruikt worden om de voorlichting te verbeteren.

Open dag op locatie Op een open dag op locatie kan een studiekiezer maximaal twee verschillende studies ervaren. Deze dag wordt nog voordat de examens op de middelbare school beginnen aangeboden. De dag is gericht op de studiekiezer die al een aardig idee heeft van wat hij of zij wil. De SOG hecht veel waarde aan deze dag, aangezien het twijfels en onzekerheden over twee specifieke keuzemogelijkheden weg kan nemen bij studiekiezers. Daarnaast is het erg leuk om de nieuwe studieomgeving te bekijken.

Eén dag student Om studiekiezers die al een goed beeld hebben van wat ze willen verder te informeren over één specifieke studie en hen de mogelijkheid te geven om de studie daadwerkelijk te ervaren wordt de een-dag-student activiteit georganiseerd. De studiekiezer wordt de mogelijkheid geboden om één of twee dagen colleges en werkgroepen te volgen en andere activiteiten van studenten mee te maken. De studiekiezer krijgt hierdoor een beter beeld dan bij de voorlichtingsdag en de open dag op locatie. De SOG ziet de een-dag6

De Rijksuniversiteit Groningen volgens de wo-instroommonitor. IOWO, studenteninstroom studiejaar 2007-2008

7

De RUG volgens de IOWO wo-instroommonitor, studiejaar 2007-2008

10


student als een 'follow-up' van de Open Dag op locatie. Het biedt scholieren de kans om te proeven aan het studentenleven, zowel studiegerelateerde als daarbuiten. Zo krijgen scholieren de kans om een juist beeld te krijgen van zowel stad als studie. De SOG pleit ervoor dat alle grote opleidingen en/of opleidingen met hoge uitvalcijfers een een-dagstudentactiviteit organiseren. Overige opleidingen zouden ook moeten kijken naar de mogelijkheden om deze dag te organiseren. De waarde van deze activiteit is heel hoog, doordat studiekiezers geïntroduceerd worden tot alle facetten van de opleiding. Hierdoor kunnen studiekiezers hun verwachtingen toetsen en sneller hun keuze bevestigen of juist veranderen. Dit zorgt voor een meer overwogen studiekeuze en een groep studenten die beter voorbereid begint aan hun eerste studiejaar. Deze twee zaken zullen direct leiden tot hogere studiesucces. Daarnaast blijkt uit evaluaties van het onderdeel Onderwijsvoorlichting van de afdeling communicatie dat de een-dag-studentactiviteiten een ontzettend hoge waardering krijgen van de bezoekers. Door enthousiaste studenten in te zetten tijdens deze activiteiten zullen de bezoekers merken dat de RUG een universiteit is om trots op te zijn. Dit kunnen student-assistenten zijn, actieve studenten op de faculteit of bijvoorbeeld vanuit de faculteits- of studieverenigingen.

In de voorlichtingsgids Studeren in Groningen (2009-2010) staat een lijst met opleidingen die een een-dag-studentactiviteit organiseren. Opleidingen die schitteren in afwezigheid zijn onder andere de Bachelor Psychologie en de Bachelor Pedagogische Wetenschappen, opleidingen met een hoog aantal aanmeldingen en een hoog aantal uitvallers. De Faculteit Economie en Bedrijfskunde biedt in de brochure weinig programma’s aan, maar na het bekijken van het digitale aanmeldingsformulier zijn er veel meer studieprogramma’s waar mee kennis gemaakt kan worden. Het is zeer waardevol om deze programma’s wel in de voorlichtingsbrochure op te laten nemen, zodat meer studiekiezers op de hoogte zijn van deze mogelijkheden. Twee andere opleidingen die naar de mening van de SOG ook een een-dag-studentactiviteit zouden moeten organiseren zijn Geneeskunde en Tandheelkunde. Onder andere vanwege de numerus fixus en de toekomstige decentrale selectie is het zeer waardevol om studiekiezers intensief voor te lichten, zodat de groep die zich uiteindelijk aanmeldt voor een van deze studies een meer gefundeerde keuze maakt.

Aanbeveling 1 Alle grote opleidingen en/of opleidingen met hoge uitvalcijfers zouden een een-dagstudentactiviteit moeten organiseren.

11


Voorlichting voor late beslissers Deze dag is bedoeld voor studiekiezers die na het maken van de examens nog geen keuze hebben gemaakt of voor de studiekiezers die uitgeloot zijn voor hun studie. Deze dag is uitsluitend bedoeld voor zes VWO-ers. Het is een vrij algemene voorlichtingsdag.

RUG-vestiging Friesland Er is een mogelijkheid om in Friesland het Propedeusejaar van Rechten te volgen. Hiervoor is verder geen aparte voorlichtingsdag, studiekiezers worden gewezen op de mogelijkheid om mee te doen met een-dag-studentactiviteit. Gezien de geringe omvang van de RUGvestiging in Friesland is de SOG van mening dat er geen extra middelen in het kader van voorlichting voor dit project behoeven te worden vrijgemaakt.

Voorlichtingsdag voor ouders van aankomende studenten De voorlichtingsdag wordt georganiseerd voor ouders van studiekiezers uit het jaar vijf en zes van het VWO. Deze dag is gericht op het beantwoorden van vragen van de ouders. Het betreft een algemene voorlichting over studeren in Groningen en gaat verder niet inhoudelijk in op de verschillende opleidingen. Gezien het feit dat ouders over het algemeen een significante rol spelen bij de studiekeuze van hun kinderen is de SOG van mening dat deze voorlichtingsdag van meerwaarde is binnen het algehele voorlichtingsstelsel aan de RUG.

College Carrousel De College Carrousel is gericht op de leerlingen uit vier VWO. Vooral om hen de sfeer van studeren aan de RUG te laten proeven. De dag is gerelateerd aan de vier profielen van de bovenbouw en bestaat uit een hoorcollege, werkgroep en een rondleiding/spel. Er kunnen een beperkt aantal scholen aan meedoen en voornamelijk de scholen uit de drie Noordelijke provincies nemen deel aan deze dag. Elk jaar moeten een aantal scholen teleurgesteld worden omdat de maximale capaciteit bereikt is. De SOG is van mening dat de capaciteit moet worden uitgebreid zodat meer scholen uit de Noordelijke provincies en ook scholen uit andere provincies deel kunnen nemen aan deze voorlichtingsbijeenkomst. Dit betekent dat er extra middelen beschikbaar moeten worden gesteld, in de vorm van financiĂŤn en mankracht. Dan zullen meer scholen kunnen deelnemen aan de carrousel, waardoor hun scholieren op een zeer positieve manier in aanraking komen met de RUG. Hierdoor zullen deze studiekiezers sneller de RUG als optie zien en kunnen hun gegevens gebruikt worden om ze in de maanden na de College Carrousel te blijven benaderen met voorlichting.

12


Aanbeveling 2 De capaciteit van de College Carrousel moet worden uitgebreid zodat meer scholen uit de Noordelijke provincies en ook scholen uit andere provincies deel kunnen nemen aan deze voorlichtingsbijeenkomst.

Onderwijsbeurs Groningen De RUG neemt deel aan deze beurs door middel van een informatiestand. Er kan gepraat worden met studenten en er kan informatie over de verschillende opleidingen worden ingewonnen. Het is belangrijk dat de RUG zich van de andere universiteiten weet te onderscheiden op dit soort beurzen.

Studiebeurs Utrecht Op deze beurs worden alle MBO, HBO en WO opleidingen gepresenteerd. Ook hier geldt dat het een vrij algemene beurs is. De SOG pleit voor promotiemateriaal bij de stand om Groningen ook als studentenstad te promoten, naast al het inhoudelijke promotiemateriaal. Dit betreft vooral visueel materiaal dat op de stand gepresenteerd kan worden, met bijvoorbeeld fotomateriaal van de mooiste RUG gebouwen en het (actieve) studentenleven. De campagne ‘City of Talent’ kan hier ook bij betrokken worden. De stad Groningen staat namelijk bij veel studiekiezers niet bekend als een studentenstad, wat er toe kan leiden dat ze de RUG niet eens als optie zien. Ook projecten als Groniningen Life! kunnen hierbij helpen. De balans tussen voorlichting over Groningen als studentenstad en voorlichting over de RUG als kwalitatief hoogstaande universiteit moet wel te allen tijden gewaarborgd worden.

Aanbeveling 3 Er moet promotiemateriaal om Groningen als studentenstad te promoten gebruikt worden bij stands op studiebeurzen buiten Groningen. Dit betreft vooral visueel materiaal dat op de stand gepresenteerd kan worden. Er kan daarnaast gekeken worden naar het betrekken van de ‘City of Talent’ campagne.

Meelopen en Aanschuiven Faculteiten en verschillende opleidingen organiseren ook nog los van de RUG een meeloop of aanschuifdag. Studiekiezers kunnen dan bijvoorbeeld meelopen bij een practicum of een college volgen. Ook kan gedacht worden aan bijvoorbeeld de Science LinX van de Faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen. Opleidingen met een hoog uitvalpercentage in het eerste jaar zouden meer van deze activiteiten moeten organiseren, om zo een beter beeld te geven van de opleiding. Daardoor kan de studiekiezer een meer gefundeerde studiekeuze maken. Deze activiteit kan naast de een-dag-studentactiviteit bestaan, omdat

13


niet elke studiekiezer zal kunnen deelnemen aan die activiteit. Een goede tweede optie is dan een meeloopdag.

Aanbeveling 4 Opleidingen met een hoog uitvalpercentage in het eerste jaar zouden meer activiteiten zoals meelopen en aanschuiven moeten organiseren, zodat de studiekiezer beter geïnformeerd wordt.

Discovery team De RUG Discovery Bus is een rondreizend laboratorium en collegezaal. De Discovery laat studiekiezers kennismaken met de Faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen, informeert de studiekiezer over de actuele stand van zaken in de wetenschap en verschaft informatie over studeren in Groningen. De Discovery Bus is een uitstekende manier voor studiekiezers om kennis te maken met wat de RUG op het gebied van Wiskunde, Natuurkunde, Scheikunde en verwante onderwijsgebieden te bieden heeft. Het is daarom van belang de Discovery Bus strategisch in te zetten bij activiteiten voor studiekiezers.

HBO doorstromers Op het eerste gezicht lijkt deze groep te worden vergeten. Alleen op de website van de Hanze Hogeschool Groningen is informatie te vinden over de doorstroommogelijkheden. De RUG website gaat geheel voorbij aan informatie verstrekking voor HBO doorstromers. Wanneer de RUG er voor kiest de studenten vanuit het HBO te accepteren, dient zij ze ook te voorzien van voldoende informatie. Door de groei van het aantal HBO doorstromers wordt deze functie nog belangrijker.

Aanbeveling 5 Er moet meer aandacht en informatie op de RUG website komen te staan voor HBOstudenten die willen doorstromen naar de RUG.

Algemene verbeterpunten voorlichting Uit de wo-instroommonitor blijkt dat het imago van de RUG weinig uitgesproken is en er een aantal universiteiten zijn die zich veel beter profileren. Eén van die universiteiten is de Universiteit Twente (UT), wat een interessante ‘concurrent’ van de RUG is. Het blijkt namelijk dat één op de vijf UT-kiezers de RUG heeft overwogen gedurende het keuzeproces. Onder andere door het verbeteren van het imago kunnen deze ‘overwegers’ en anderen meer voor de RUG worden geïnteresseerd. Door in het voorlichtingsbeleid actief meer aandacht te besteden aan bepaalde eigenschappen kan het imago ten opzichte van specifieke 14


concurrenten

verbeterd

worden.

Voorbeelden

van

deze

eigenschappen

zijn

“ondernemend/leidend” en “vernieuwend/vooruitstrevend”. Hierop scoort de RUG lager dan gemiddeld en een stuk lager dan de UT (49% versus 81% en 45% versus 74%).8 De RUG zou dus onder andere meer aandacht moeten besteden aan het toponderzoek wat hier gedaan wordt.

Aanbeveling 6 Er moet actief meer aandacht besteedt worden aan bepaalde imago-eigenschappen om zo de RUG beter te profileren richting studiekiezers.

Engelstalige Bachelors en promotie Honours College De RUG is op dit moment bezig met de ontwikkeling van meerdere Engelstalige Bachelors en het nieuwe Honours College binnen de bachelor. Dit zijn twee opleidingskenmerken die een bepaalde groep studiekiezers zeer zullen aan spreken. Zo zullen scholieren uit het tweetalig onderwijs waarschijnlijk veel interesse hebben in het volgen van een Engelstalige Bachelor. Het Honours College zal scholieren aanspreken die zich (wetenschappelijk) verder willen ontwikkelen en meer uitdaging zoeken, bijvoorbeeld categoriale Gymnasiasten. De RUG zou zich meer op deze twee opleidingskenmerken moeten profileren door middel van specifieke voorlichting richting bovenstaande groepen studiekiezers. Door onderscheid te maken in middelbare scholen kan het informatiepakket dat gezonden wordt aangevuld worden met specifieke informatie. Op het deel van de website www.rug.nl voor studiekiezers kan daarnaast actief promotie gemaakt worden voor de Engelstalige Bachelors en het Honours College, voor studiekiezers die extra uitdaging zoeken in de bachelor fase.

Aanbeveling 7 Er moet gebruik gemaakt worden van specifieke voorlichting richting studiekiezers die interesse hebben in opleidingskenmerken als Engelstalige bachelors en het Honours College.

Startgesprek nieuwe studenten Wanneer er sprake is van een goede aansluiting tussen het VWO en een Universitaire opleiding zal dit het studiesucces bevorderen.9 Deze aansluiting heeft meerdere aspecten, onder andere inhoudelijk, sociaal en academisch. Het is belangrijk dat studenten weten wat er van hen verwacht wordt zodat ze een realistische jaarplanning kunnen maken. Aan de RUG vinden op dit moment ontwikkelingen plaats op dit gebied, vooral aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid en het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG). Deze faculteiten

8

De RUG volgens de IOWO wo-instroommonitor, studiejaar 2007-2008

9

De RUG volgens de IOWO wo-instroommonitor, studiejaar 2007-2008

15


organiseren zogenaamde studievoortganggesprekken of intake gesprekken. Het verschil tussen deze gesprekken is het moment van afname, de studievoortganggesprekken zullen plaatsvinden aan het einde van het eerste (half)semester, de intake gesprekken voor UMCG studenten eerder. Het doel is wel hetzelfde, namelijk het vergroten van het committent en de bewustwording van (eventuele) studieproblemen. De Faculteit Rechtsgeleerdheid ontwikkelt daarnaast een Digitaal Studentendossier om studievertraging op tijd te kunnen signaleren. De

Minister

van

Onderwijs

heeft

aangekondigd

deze

studiekeuzegesprekken

met

eerstejaarsstudenten op termijn verplicht te willen stellen binnen het hoger onderwijs. De SOG is van mening dat dit gesprek ideaal is om de student goed voor te lichten over de verwachtingen die aan hem gesteld zijn. Daarnaast is het een goede manier om meer persoonlijk contact te creĂŤren met de student. De SOG pleit er dan ook voor dat elke faculteit gaat kijken naar de mogelijkheden die er op dit moment zijn om deze gesprekken te voeren. Wanneer er onvoldoende bezetting is om dit te realiseren, dient er gekeken te worden naar manieren om de middelen te vergroten. Het uiteindelijke resultaat zal het standaard afnemen van deze gesprekken bij alle eerstejaarsstudenten moeten zijn.

Aanbeveling 8 Alle faculteiten moeten er naar streven intakegesprekken in te voeren, en deze uiteindelijk standaard af te nemen bij alle eerstejaarsstudenten.

16


2. Voorlichting aan eerstejaarsstudenten Wanneer een studiekiezer uiteindelijk een keuze maakt doet hij dit op basis van de informatie die hij heeft. De beslissing kan echter hoogstens op basis van de informatievoorziening van de RUG en ervaringen van anderen gemaakt worden, nog niet op eigen ervaring. Een studiekiezer kan zich verdiepen in de studie door bijvoorbeeld een open dag te bezoeken of een college te volgen, maar zal nog niet de ervaring kunnen opdoen van een aantal maanden studeren. In de eerste maanden van het eerste jaar doet de student deze ervaring wel op en het kan natuurlijk voorkomen dat een student het gevoel krijgt een verkeerde beslissing gemaakt te hebben. De studie bevalt niet zo goed als verwacht, of de student begon al met twijfels aan de betreffende studie die nu bevestigd worden. In het ideale geval heeft de student dit op tijd door en kiest hij zelfstandig voor een andere studie aan de RUG of aan een andere instelling. Het komt echter ook voor dat studenten door blijven gaan met hun studie. Omdat de student twijfelt over de studiekeuze verslechterd zijn intrinsieke motivatie, waardoor hij zich niet voor de volle 100% kan inzetten voor zijn studie. Om het reflectieproces met betrekking tot de studiekeuze te versnellen stelt de SOG een studiekeuzetest voor die studenten via Nestor kunnen doen. Het ideale toetsmoment Wanneer een student niet al zijn vakken haalt, om welke reden dan ook loopt de student onwenselijke studievertraging op en dalen de rendementen van de RUG. Het is beter voor de student om de energie en tijd die hij heeft, in te zetten voor die studie die hem interesseert en daarmee motiveert. Daarom is het van groot belang dat een student op de juiste plek zit. Door de verkeerde keuze op tijd te constateren en direct een oplossing te zoeken, kan de student enorm geholpen worden. Het ideale moment hiervoor is na semester 1a (het 1e blok), omdat de student dan nog de tijd heeft zich te verdiepen in andere mogelijkheden. De RUG en andere instellingen bieden bij een aantal studies de mogelijkheid aan om in februari in te stromen, daarom is het belangrijk dat de student daarvóór zijn studiekeuze kan aanpassen door zich te (her-)oriënteren op de verschillende studies. Wanneer een student de rest van het jaar zijn tijd anders wil besteden, bestaat er ook nog de mogelijkheid de studiefinanciering te stoppen voor één februari zonder dat het direct terugbetaald moet worden. Beide mogelijkheden zijn zeer voordelig voor de student, maar ook voor de RUG, aangezien een student die op de verkeerde plek zit de RUG ook tijd en geld kost. Door de studiekeuzetest na semester 1a af te nemen is er voldoende tijd over – namelijk tot februari voor die opleidingen met een februari-instroom– om een nieuwe en betere studiekeuze te maken. Het is ook het ideale moment om een (verbeterde) studieplanning te maken, zodat de student het tweede semester met frisse moed tegemoet kan zien.

17


De studiekeuzetest Elke student die twijfelt over zijn studie kan terecht bij zijn studieadviseur. Deze persoon kan de student helpen door gesprekken te voeren en informatie en advies te geven. Eén van de zes punten die het College van Bestuur heeft overgenomen uit de notitie ‘Studierendement aan de RUG’ is het geven van een voorlopig studieadvies aan de studenten na het eerste semester. De SOG wil hier een extra studieadvies aan toevoegen waarbij de studieadviseur een belangrijke rol kan spelen. Wanneer een student aangeeft niet helemaal zeker te zijn over de studiekeuze, moet er een mogelijkheid zijn tot het doen van een gratis studiekeuzetest. De studiekeuzetest kan via Nestor worden aangeboden. De test is gericht op profielen en interesses in bepaalde werkgebieden en koppelt daar opleidingen aan die aan de RUG gevolgd kunnen worden. De RUG heeft immers een breed aanbod aan studies, waardoor de kans groot is dat de student kan switchen binnen de RUG en daardoor voor de universiteit behouden kan worden. De student kan daarna zelf onderzoek doen naar deze opleidingen door op de website van de RUG te kijken of een afspraak te maken met de studieadviseur van één of meerdere opleidingen. De student kan er ook voor kiezen om een afspraak te maken met zijn eigen studieadviseur om zijn twijfels en de resultaten van de test te bespreken. Om de drempel hiervoor te verlagen kan de student een uitnodiging voor een gesprek ontvangen van zijn studieadviseur nadat de student de studiekeuzetest gemaakt heeft. Hij moet dan kunnen aangeven of de studieadviseur hiervan bericht mag ontvangen, eventueel met het resultaat van de test aan het bericht toegevoegd.

De studiekeuzetest moet gericht zijn op het onderzoeken van de gemaakte studiekeuze. Uit de studiekeuzetest blijkt of de student een juiste keuze heeft gemaakt of niet. Wanneer de gekozen studie het beste aansluit bij de wensen en interesses van de student, kan de studieadviseur samen met de student kijken hoe de student zijn motivatie terug kan vinden. De studiekeuzetest kan ook als uitkomst hebben dat een andere studie meer bij de betreffende student past. De studiekeuzetest geeft de student een handvat en voorkomt dat een hij te snel stopt met studeren of dat de hij juist te lang met een niet voor hem geschikte studie doorgaat. Wanneer de test uitwijst dat een andere studie geschikter is, kan er gekeken worden naar andere mogelijkheden.

Aanbeveling 9 Wanneer een student aangeeft niet helemaal zeker te zijn over de studiekeuze, moet er een mogelijkheid zijn tot het doen van een gratis digitale studiekeuzetest via Nestor.

18


De voordelen Op dit moment bestaat er de mogelijkheid voor eerste- en tweedejaars studenten om een workshop ‘Studiekeuze’ te volgen bij de afdeling Studie Ondersteuning van het Studenten Service Centrum. De workshop behelst twee dagdelen en er kunnen acht studenten per keer meedoen. Tijdens de workshop leren studenten beter na te denken over keuzes maken en krijgen ze onder andere voorlichting over de consequenties van switchen. Het doel van de workshop is echter niet het geven van advies over welke studie het beste bij de student past. De SOG is van mening dat een studiekeuzetest die zelfstandig gemaakt kan worden belangrijke voordelen heeft ten opzichte van de workshop Studiekeuze. De studiekeuzetest kan op zeer korte termijn en op elk tijdstip gemaakt worden waardoor de drempel enorm verlaagd wordt. Daarnaast geeft het de student de mogelijkheid zich te oriënteren door zelf gericht informatie te zoeken naar aanleiding van de uitslag. Wanneer de student meer begeleiding zoekt kan hij zich alsnog tot het Studenten Service Centrum wenden.

Door als RUG een eigen studiekeuzetest te ontwikkelen ontstaat er nog een aantal voordelen. Ten eerste kunnen er elementen aan de test toegevoegd worden die de student specifiek over bepaalde studies aan de RUG laat denken. Hierdoor kan er gericht gezocht worden naar mogelijkheden om te switchen in februari. Ten tweede kan er een element ingebouwd worden dat onderzoekt of de student meer op het wetenschappelijk onderwijs of hoger beroepsonderwijs op zijn plaats is. In samenwerking met de Hanze Hogeschool Groningen zou de student wellicht een advies kunnen krijgen over studies aan de Hanze Hogeschool Groningen die bij zijn interesses aansluiten. De Hanze Hogeschool Groningen zou dan ook bij de voorlichting aan HBO-studenten die een propedeuse hebben behaald de mogelijkheid van een bacheloropleiding aan de RUG moeten betrekken. Daarnaast is er de mogelijkheid de test aan studiekiezers aan te bieden die gericht zoeken naar opleidingen aan de RUG. Veel studenten zullen waarschijnlijk in Groningen willen blijven, omdat zij hun studentenleven daar inmiddels na een aantal maanden hebben opgebouwd. Daarom is het waardevol om deze regionale aspecten toe te voegen aan de studiekeuzetest. Nadat de test is afgenomen kan de studieadviseur de student begeleiden bij ofwel het blijven volgen van de huidige studie of het wisselen van studie in februari wanneer dat mogelijk is.

De uiteindelijke situatie is dat de student ofwel wordt begeleid en verder gaat met zijn studie, of hij wordt begeleid naar een andere studie, of de student stopt met studeren voor het betreffende academisch jaar. Dit levert een betere situatie op voor zowel de individuele student als de RUG als instelling. Door de laagdrempelige studiekeuzetest start het proces van reflectie sneller, omdat de student eerst zelf op onderzoek kan en snel in contact gebracht wordt met de studieadviseur. Het is zeer waardevol om te investeren in deze vorm 19


van begeleiding omdat daardoor meer studenten op de juiste plek terecht komen. Hierdoor worden het budget en de energie van de student en van de RUG beter besteedt dan nu het geval is.

20


3. Minorvoorlichting Het is duidelijk dat de invoering van het minor systeem vooralsnog geen (grote) rol speelt voor het gros van de studenten aan de RUG. Desalniettemin is de SOG van mening dat minorvoorlichting bijtijds en zorgvuldig onder de loep dient te worden genomen. Op dit moment worden er een drietal voorlichtingsinstrumenten gebruikt. Dit zijn de minorenmarkt die eind april plaats vindt, een minorenwebsite en een papieren minorengids. De mogelijkheden van het minorstelsel lijken vooralsnog onbekend te zijn bij de studenten. Bovendien dienen een aantal aspecten, met name op het gebied van verbredende minoren, zoals de inschrijvingsprocedure extra belicht te worden, aangezien vakinschrijving gebeurt op tijdstippen die gebruikelijk zijn voor de faculteit waaraan de desbetreffende minor gegeven wordt. Vanwege het interfacultaire karakter kan dit problemen opleveren. Daarom dienen de inschrijfmethodes voor de vakken, voor zover mogelijk, gelijk getrokken te worden aan alle faculteiten.

Aanbeveling 10 De inschrijfmethode voor vakken van de minoren dienen, voor zo ver mogelijk, gelijk getrokken te worden aan alle faculteiten

Met het oog op studierendementen is het van groot belang dat studenten een minor goed binnen hun curriculum kunnen plaatsen. Bovendien moet de doorstroom van ‘regulier’ programma naar minor en van minor naar regulier programma voorspoedig verlopen, om zo vertraging te voorkomen. Naast de moeilijkheidsgraad, studielast en onderwijskwaliteit is voorlichting cruciaal binnen het minorsysteem. Het kiezen van de ‘verkeerde’ minor zal onnodig tot studievertraging leiden. In het geval van over-inschrijving en loting kan het bovendien voor komen dat een ongemotiveerde student, die wellicht zelfs uitvalt, de plaats inneemt van een student die wel gedreven is om de minor in kwestie te volgen.

Gedurende 2008 worden er 15 Minoren aangeboden aan verschillende faculteiten, met uitzondering van FMW. Dit aanbod lijkt niet dusdanig verwarrend dat de student door de bomen het bos niet zal kunnen zien. Maar zoals afgelopen maart bleek uit de major-minor stand van zaken10, zijn er een aantal minoren die in de toekomst toegevoegd zullen worden aan het huidige aanbod, met als mogelijk gevolg dat de student wellicht het spreekwoordelijke bos niet meer zal kunnen zien. Er bestaat de mogelijkheid om tot drie weken na het begin van de minor nog te switchen. Dit kan echter een ‘domino effect’ veroorzaken in geval van over-inschrijving van de minor in 10

UR-08-041: Major-Minor-invoering, maart 2008

21


kwestie, aangezien een student die uitgeloot wordt, alsnog kan worden geplaatst indien een andere student zich uitschrijft voor de deadline. Los van de extra administratieve last die dit met zich mee zal brengen kan dit ook studievertraging veroorzaken. De SOG is van mening dat

voorkomen

beter is

dan

genezen

en

pleit

daarom

binnen

het

kader van

minorvoorlichting voor een minorkeuzetest. Een dergelijke test dient de student voor het inschrijven voor een minor een indicatie te geven welke minor het beste aansluit bij zijn wensen. Een dergelijke test dient gratis beschikbaar gesteld te worden, bijvoorbeeld digitaal en met geautomatiseerde verwerking, zodat kosten en administratieve lasten gedrukt kunnen worden. Vanwege het verplichte en interfacultaire karakter van de minoren is deze extra aandacht nodig en betreft het hier de verantwoordelijkheid van de RUG. Het voordeel is dat de student zich kan oriĂŤnteren en verbredende minoren aan andere faculteiten hem sneller op zullen vallen. Het risico bestaat namelijk dat studenten in eerste instantie op de eigen faculteit kijken naar minoren en daardoor de andere minoren buiten beschouwing laten. Dat de student een meer gefundeerde keuze zal maken doordat hij zich beter heeft georiĂŤnteerd is een dubbel voordeel, namelijk voor de betreffende student en voor de RUG als instelling. Studenten komen zo sneller op de juiste plek terecht, wat de studievoortgang ten goede komt. Daarnaast werken de minoren soms met een beperkte inschrijfcapaciteit, wat het risico met zich mee brengt dat zeer gemotiveerde studenten buiten de boot vallen doordat andere studenten een minorkeuze hebben gemaakt die niet bij hen past.

Aanbeveling 11 Binnen het kader van voorlichting dient er een gratis digitale minorkeuzetest beschikbaar gesteld te worden, opdat studenten de juiste minorkeuze maken en op deze wijze zo min mogelijk studievertraging oplopen.

22


4. Mastervoorlichting De RUG kent een breed scala aan masteropleidingen. Momenteel worden er ongeveer 115 verschillende opleidingen aangeboden die leiden tot een mastertitel.

De keuze voor een bepaalde masteropleiding is vaak een zeer bewuste keuze. Masterkiezers hebben een aantal jaren binnen hun vakgebied kunnen ontdekken welke interessegebieden men heeft en zoeken daar vaak een bijpassende masteropleiding bij. Daarnaast is de masterkeuze vaak de laatste keuze die men maakt alvorens de arbeidsmarkt te betreden en dus een hele belangrijke. De arbeidsmarktkwalificatie binnen het latere vakgebied is hier in grote mate afhankelijk van, in tegenstelling tot bijvoorbeeld een minorkeuze en in mindere mate de bachelorkeuze. Er kan dus vanuit worden gegaan dat het gros van de masterstudenten de juiste master kiest. Een tweetal groepen studenten stroomt in in de verschillende masters in Groningen: enerzijds universitaire studenten, anderzijds doorstromers vanuit het HBO. Achtereenvolgens zullen beide groepen nader worden bekeken. Universitaire doorstroom De Groep van universitaire (bachelor)studenten is te verdelen in Groningse en niet Groningse studenten. De studenten uit Groningen hebben te maken met de zogenaamde zachte knip van bachelor- naar masteropleiding. Universiteitsbreed kunnen deze studenten met een deficiĂŤntie van 15 EC beginnen aan een aansluitende masteropleiding. Dit teneinde in Groningen een soepele overgang van bachelor naar master te bewerkstelligen en studievertraging te voorkomen.11 Door de zachte knip kunnen Groningse bachelorstudenten aan een masteropleiding beginnen terwijl ze de bacheloropleiding nog aan het afronden zijn. Dit verschaft de Groningse masteropleidingen een voordeel ten opzichte van masters in andere steden. Bij de overstap aan andere universiteiten wordt vaak een harde knip gehanteerd. Hierdoor lopen studenten die hun bacheloropleiding niet in exact drie jaar afronden, het grootste deel van de studenten, bij andere universiteiten studievertraging op waar dit in Groningen niet het geval is. Studenten die een masteropleiding in een andere stad beginnen zullen tegen het probleem van de harde knip oplopen. Universitaire doorstroom binnen de RUG De keuze van een masteropleiding van Groningse bachelorstudenten is vaak weloverwogen en bewust. Vaak wordt er echter vooral binnen de eigen faculteit naar het masteraanbod gekeken terwijl andere faculteiten wellicht ook interessante aansluitende masteropleidingen 11

Extra cesuur, da’s pas zuur, SOG notitie Universiteitsraadsfractie 2004-2005

23


bieden. Binnen het systeem van bachelor- en masteropleidingen, waarbij beide opleidingen los van elkaar gezien worden, is het een logische stap om de facultaire eenheden meer los te laten bij het zoeken van een masteropleiding. De SOG is van mening dat Groningse studenten nog te weinig op de hoogte zijn van het aansluitende masteraanbod buiten de eigen faculteit. Om de keuzemogelijkheden van studenten te vergroten stelt de SOG voor om studenten in de afrondende fase van hun bacheloropleiding te informeren over alle RUGmasteropleidingen die in het verlengde van hun bacheloropleiding liggen. Dit betreffen ook masteropleidingen buiten de eigen faculteit. Zij kunnen in ieder geval worden doorverwezen naar de centrale masterwebsite van de RUG maar de SOG is van mening dat studenten ook actief moeten worden benaderd bij het maken van hun masterkeuze, bijvoorbeeld via een brief. Hierdoor wordt de student beter bewust van het aanbod aan masteropleidingen buiten de eigen faculteit en kan deze een meer weloverwogen keuze maken. Tevens kan door deze informatie de binding met de masteropleidingen aan de RUG in het algemeen worden vergroot.

Aanbeveling 12 De RUG dient studenten in de afrondende fase van hun bachelor goed te informeren over alle masteropleidingen die in het verlengde van de bacheloropleiding liggen. Dit betreffen ook masteropleidingen buiten de eigen faculteit.

Universitaire doorstroom van buiten Voor universitaire studenten uit andere steden, ook internationale studenten, is de keuze voor een masteropleiding in Groningen ook vaak weloverwogen en bewust. Deze studenten kiezen ervoor om de studieomgeving waarin zij tenminste drie jaar hebben gestudeerd te verlaten om in Groningen een masteropleiding te volgen. Een groot deel van de studenten uit andere steden kijkt echter vaak niet over de grenzen van de eigen faculteit, laat staan de eigen universiteit. Hier liggen legio mogelijkheden voor de masteropleidingen aan de RUG. De SOG onderscheidt twee drijfveren voor studenten uit andere steden om een masteropleiding in Groningen te gaan volgen. Allereerst is er de groep studenten die op inhoudelijke gronden ge誰nteresseerd is in een Groningse masteropleiding, bijvoorbeeld omdat deze zich onderscheidt van andere opleidingen binnen hetzelfde vakgebied. Daarnaast is er een groep studenten die een masteropleiding in Groningen kiest vanwege het algemene onderwijsniveau en/of de aantrekkelijkheid van Groningen als studiestad. Internationale studenten behoren meer tot de laatste groep, maar er bestaat een overlap tussen beide groepen.

24


Het voorlichtingsbeleid voor beide groepen kan door bovengenoemde verschillende motieven, inhoudelijk tegenover algemene interesse, niet gelijk zijn. De SOG is van mening dat beide groepen zo optimaal mogelijk benaderd moeten worden en pleit daarom voor een gedifferentieerde aanpak in het voorlichtingsbeleid. De RUG zou zich voor Nederlandse studenten vooral moeten focussen op de verschillende topmasters en andere relatief unieke masteropleidingen in Groningen. Wanneer duidelijk gemaakt wordt welke specifieke opleidingen Groningen onderscheidt van andere steden, kan de RUG zich hier landelijk goed mee profileren. Per wetenschapsrichting, alfa, gamma en bèta, zal de RUG een aantal (top)masteropleidingen moeten kiezen waarmee ze zich nationaal kan profileren. Hier kan ook gekeken worden naar een aansluiting bij de City of Talent campagne.

Aanbeveling 13 Per

wetenschapsrichting,

alfa,

gamma

en

bèta,

zal

de

RUG

een

aantal

(top)masteropleidingen moeten kiezen waarmee ze zich nationaal kan profileren.

Studenten die voor een masteropleiding in Groningen kiezen vanwege het algemene onderwijsniveau en/of de aantrekkelijkheid van Groningen dienen op een andere manier te worden benaderd. Het leidmotief van de voorlichting richting deze groep zou het profileren van de RUG, het academische leven in Groningen en de stad Groningen in het algemeen moeten zijn. Daarnaast kunnen de masters die gebruikt worden om de RUG nationaal te profileren gebruikt worden ter illustratie van de mogelijkheden in Groningen. Voor het onderscheiden van studenten met verschillende motieven voor het kiezen van een Groningse masteropleiding is een centraal volgsysteem voor studiekiezers noodzakelijk. Dit zou de vorm kunnen krijgen van een instroommonitor, die middels een enquête zicht biedt op het keuzetraject. Daardoor kan de promotie en voorlichting meer op de persoon worden gericht.

Aanbeveling 14 De RUG dient een instroommonitor op te zetten waarmee de groep ‘masterkiezers’ meer op basis van persoonlijke interesses benaderd kan worden.

HBO doorstroom De keuze van HBO-ers voor een masteropleiding aan de RUG is allicht nog bewuster en weloverwogen dan de keuze van universitaire studenten daar HBO-ers voor deze opleiding geen recht hebben op studiefinanciering. Zij zullen de opleiding uit eigen middelen moeten financieren waardoor de haalbaarheid en doorlooptijd goed overwogen dienen te worden. Niet alle masteropleidingen zijn geschikt voor doorstroom vanuit het HBO vanwege de 25


instroomeisen. Een beperkt aantal masters is echter wel zeer geschikt voor doorstroom, enerzijds omdat zij zich landelijk onderscheiden binnen een bepaald vakgebied, anderzijds omdat

zij

goed

aansluiten

op

bestaande

HBO-programma’s.

Het

is

zaak

deze

masteropleidingen te identificeren en ze te gebruiken om de RUG te profileren richting de groep HBO-ers in de eindfase van hun opleiding. Masteropleidingen die

zich op landelijk niveau onderscheiden, dienen te worden

aangewend om de RUG landelijk richting HBO-ers te profileren. Ondanks het feit dat HBOopleidingen vaak regionaal zijn georiënteerd, kan de RUG hiermee toch op landelijk niveau HBO-ers aanspreken.

Aanbeveling 15 De RUG dient onderscheidende masteropleidingen die aansluiten bij op het HBO te gebruiken om zich landelijk richting HBO-instellingen te profileren.

Een aantal masteropleidingen van de RUG ligt in het verlengde van bepaalde HBOopleidingen. Momenteel bestaan er voor enkele van deze opleiding reeds intensieve en soms zelfs geïntegreerde schakeltrajecten in samenwerking met Groningse HBO-instellingen. Hierdoor wordt de doorstroom van HBO naar de RUG geoptimaliseerd. De RUG dient te onderzoeken of deze schakeltrajecten ook bij andere masteropleidingen ingevoerd kunnen worden teneinde de (regionale) doorstroom naar de masteropleidingen van de RUG te vergroten. Hierbij moet te allen tijde de inhoudelijke samenhang en het academisch gehalte van het schakelprogramma gewaarborgd worden, om zo de HBO student voor te bereiden op het wetenschappelijk onderwijs.

Aanbeveling 16 De RUG dient te onderzoeken of er meer afgestemde schakelprogramma’s mogelijk zijn tussen HBO en RUG.

26


SOG 0809N136 Voorlichting Belicht