Issuu on Google+

Verkiezingsprogramma Studenten Organisatie Groningen 2006 / 2007

Studenten Organisatie Groningen Sint Walburgstraat 22C 9712 HX Groningen www.stemsog.nl


Verkiezingsprogramma S.O.G. 2006-2007

Inhoudsopgave Inleiding ..................................................................................................................................3 Hoofdstuk 1 - Onderwijs en Onderzoek ..............................................................................4 1.1 Karakter van academisch onderwijs ............................................................................4 1.2 Bachelor Master................................................................................................................4 1.3 Nieuwe Wet op Hoger Onderwijs en Onderzoek .......................................................5 1.4 Leerrechten .......................................................................................................................6 1.5 Onderzoek .........................................................................................................................6 1.6 Major minor........................................................................................................................7 1.7 Docenten...........................................................................................................................8 1.8 Roostering ..........................................................................................................................9 1.9 Tentamens .........................................................................................................................9 1.10 Topmasters.....................................................................................................................10 1.11 Graduate Schools ........................................................................................................10 Hoofdstuk 2 - Studentenbeleid en -voorzieningen ..........................................................12 2.1 Bibliotheken, studie- en werkplekken..........................................................................12 2.2 Studiebegeleiding ..........................................................................................................12 2.3 Studenten met een functiebeperking........................................................................14 2.4 Oud- en nieuwbouw......................................................................................................15 2.5 Actieve studenten..........................................................................................................15 2.6 Studentondernemingen................................................................................................14 2.7 Restauratieve voorzieningen........................................................................................16 Hoofdstuk 3 - Communicatie, Informatie en ICT ..............................................................17 3.1 Marketing.........................................................................................................................17 3.2 Studievoorlichting...........................................................................................................17 3.3 Digitale informatievoorziening voor studenten.........................................................18 3.4 Computerfaciliteiten......................................................................................................19 3.5 Draadloos internet en laptops .....................................................................................20 3.6 Videocolleges en streaming schoolbords .................................................................20 3.7 Webspace voor studenten...........................................................................................21 Hoofdstuk 4 - Internationalisering ......................................................................................22 4.1 Ambities van de RUG.....................................................................................................22 4.2 Uitwisselingsprogramma's..............................................................................................22 4.3 Internationale studenten aan de RUG .......................................................................23 4.4 Studenten van de RUG naar het buitenland ............................................................24 Hoofdstuk 5 - De Organisatie..............................................................................................25 5.1 FinanciÍn..........................................................................................................................25 5.2 Faculteiten.......................................................................................................................25 5.3 Facilitaire sponsoring......................................................................................................25 5.4 Personeelsbeleid.............................................................................................................26 5.5 Alumni...............................................................................................................................26 5.6 Mileubeleid ......................................................................................................................27 5.7 De RUG en stad ..............................................................................................................27 5.8 Samenwerking HanzeHogeschool – RUG ..................................................................27 Afkortingenlijst ......................................................................................................................27 Index......................................................................................................................................30

2


Verkiezingsprogramma S.O.G. 2006-2007

Inleiding De Rijksuniversiteit Groningen (RUG) kent een harmoniemodel waarin veel waarde wordt gehecht aan inspraak van studenten op het beleid van de universiteit. Middels medezeggenschapsraden kunnen de belangen van studenten behartigd worden om onderwijs en beleid te be誰nvloeden. De Studenten Organisatie Groningen (S.O.G.) benadrukt het belang van medezeggenschap voor studenten en ondersteunt het model zoals dat aan deze universiteit wordt gehanteerd. In de Universiteitsraad heeft de S.O.G. altijd een actieve houding en toont veel initiatief. Concreet bereikt de S.O.G. hiermee veel successen die direct en indirect uitwerking hebben op opleidingen en voorzieningen. Enkele recente successen zijn de ruimere openingstijden van de UB, meer studieplekken in het centrum en het openen van alle pc's voor USB memory-sticks. Voor de S.O.G. staan kwaliteit van onderwijs en optimale facilitering van studenten voorop. Met het verkiezingsprogramma voor komend jaar bouwt de S.O.G. voort op huidige plannen van haar fractie, maar gaat ook in op nieuwe ontwikkelingen binnen de academische wereld en de RUG in het bijzonder. Plannen van het ministerie, internationale ontwikkelingen en interne kenmerken be誰nvloeden hoe de RUG haar plannen kan realiseren en hoe de student het onderwijs aan de RUG zal ervaren. Centraal staat dat de kwaliteit van onderwijs nimmer be誰nvloedt mag worden door financi谷le maatregelen en de keuzevrijheid van studenten essentieel is hun ontwikkeling. De S.O.G. geeft in dit programma haar visie op de meest relevante onderwerpen en draagt concrete voorstellen aan die bijdragen aan een stimulerende academische omgeving. De kandidaat-fractie van de S.O.G. is bijzonder gemotiveerd de positieve daadkracht van voorgaande fracties door te zetten, gesteund door de Groningse studenten!

3


Verkiezingsprogramma S.O.G. 2006-2007

Hoofdstuk 1 - Onderwijs en Onderzoek 1.1 Karakter van academisch onderwijs Academisch onderwijs is de verwevenheid van onderwijs en onderzoek in kwalitatief hoogstaande vorm. Dit moeten plaatsvinden in een omgeving studenten inspireert en motiveert actief deel te nemen aan onderwijsprogramma en onderzoek. Hierbij staat voor de S.O.G. keuzevrijheid en eigen verantwoordelijkheid studenten centraal.

een die het van

Schoolse verplichtingen in het studieprogramma ondermijnen de vrijheid en verantwoordelijkheid van studenten. Niveauverlaging en bureaucratische verplichtingen om resultaten te verhogen zijn dan ook uit den boze. Betrokkenheid vanuit docenten bij studenten heeft positieve invloed op het leerproces maar dit moet een vrijblijvend karakter hebben. Studenten hebben ook zelf de verantwoordelijk in het contact met docenten. De S.O.G. is daarom tegen iedere maatregel die verschoolsing van academisch onderwijs in de hand werkt. Academisch onderwijs onderscheidt zich op verschillende terreinen van HBO opleidingen, zoals het integreren van onderzoek in onderwijs en een grotere eigen verantwoordelijkheid. De S.O.G. is van mening dat deze eigenschappen behouden moeten blijven en HBO en universitair onderwijs nimmer geïntegreerd mogen worden. Financiële maatregelen of het behalen van rendementen voor de universiteit mogen geen invloed hebben op het wetenschappelijk karakter van academisch onderwijs. De S.O.G. waakt ervoor dat bezuinigingen of sponsoring geen invloed zullen hebben op onderwijs aan de RUG. Om studenten en werkgevers een overzicht te geven van de kennis en vaardigheden waarover afgestudeerde academici van de RUG beschikken. Het is dan ook noodzakelijk dat de RUG een beeld geeft van de kennis en vaardigheden van afgestudeerden. • • • • •

De S.O.G. staat voor keuzevrijheid en eigen verantwoordelijkheid. De S.O.G. is tegen niveauverlaging en schoolse leermethoden. De S.O.G. is tegen integratie van HBO- en universitair onderwijs. Financiële maatregelen mogen geen invloed hebben op onderwijs. De S.O.G. dringt aan op vermelding van kennis en vaardigheden bij opleidingen.

1.2 Bachelor Master Een aantal doctoraal studenten moet hun opleiding aan de universiteit nog afronden vanwege enkele openstaande vakken of het schrijven van hun scriptie. Zij

4


Verkiezingsprogramma S.O.G. 2006-2007

moeten hun opleiding kunnen voltooien in de oude stijl zonder kwaliteitsverlies in het onderwijs. Dit kan tot 1 september 2007, waarna er geen doctoraal studies meer zijn. Als dit niet mogelijk is moet soepele doorstroming naar het bachelor-masterstelsel mogelijk zijn. • •

Doctoraal studenten moeten tot 1 september 2007 hun opleiding volwaardig kunnen afronden. Doctoraal studenten moeten soepel kunnen doorstromen naar het bachelormasterstelsel.

In de overgang van bachelor naar master stuiten veel studenten op een blokkade door het openstaan van enkele vakken. Om studievertraging tot een minimum te beperken heeft de S.O.G. gepleit voor een mogelijk tekort van minimaal 15 European Credits (EC) bij twee instroommomenten van bachelor naar master en 30 EC's in het geval van één instroommoment. Deze richtlijn moet op alle faculteiten gelden. De S.O.G. geeft de voorkeur aan de mogelijkheid van twee instroommomenten omdat de studie-achterstand hiermee kleiner is en de mobiliteit van studenten groter. Bovendien zijn voor studenten die in het buitenland willen studeren twee instroommomenten praktischer. De richtlijn voor deze zachte cesuur moet door alle faculteiten gevolgd worden om de overgang voor iedere student gelijkwaardig te laten zijn. Onderwijsinhoudelijke eisen mogen geen rol spelen in toelating tot reguliere masters. Faculteiten mogen dus geen onderscheid maken in vakken die openstaan en niet bepaalde minoren eisen voor doorstroommasters. (Zie major-minor) • • •

De S.O.G. wil een universiteitsbrede cesuur van minimaal 15 EC's voor twee gelijke instroommomenten en 30 EC's in geval van een instroommoment. De S.O.G. dringt aan op twee doorstroommomenten van bachelor naar master voor iedere opleiding. De zachte cesuur mag niet gehinderd worden door onderwijsinhoudelijke eisen.

1.3 Nieuwe Wet op Hoger Onderwijs en Onderzoek Als de nieuwe Wet op Hoger Onderwijs en Onderzoek (WHOO) wordt aangenomen zullen vanaf 2007 ingrijpende wijzigingen in het onderwijsstelsel plaatsvinden. Het uitgangspunt van de nieuwe wet is een minimum aan voorschriften en geeft de universiteit meer vrijheid. Deze wet legt universiteiten enkel een zorgplicht op voor medezeggenschap. De S.O.G. beschouwt de vermindering van bureaucratie als een vooruitgang maar hecht veel waarde aan medezeggenschap. Verandering in eisen voor een universiteit mogen dan ook niet leiden tot ondermijning van medezeggenschap van studenten. Aan de RUG is de inspraak van studenten op dit moment goed geregeld, maar dit kan door de wijzigingen in de toekomst nog beter. De S.O.G. zal zich hier dan ook sterk voor inzetten. • •

De S.O.G. is voorstander van minder regels en minder bureaucratie. De S.O.G. blijft zich inzetten voor goede medezeggenschap voor studenten aan de RUG.

5


Verkiezingsprogramma S.O.G. 2006-2007

1.4 Leerrechten Onderdeel van de nieuwe wet zijn de leerrechten. Studenten kunnen hun leerrechten inzetten bij een onderwijsinstelling, die hierdoor ook de bijdrage vanuit de overheid voor de student ontvangt. De voorgestelde leerrechten geven studenten de mogelijkheid in zowel hun bachelor, als in de masterfase een jaar uit te lopen waarna het collegegeld verhoogd kan worden. Door druk van de S.O.G. heeft de RUG te kennen gegeven niet mee te gaan in collegegeldverhoging. De S.O.G. juicht dit toe en zal hier in de toekomst ook op toezien. De S.O.G. zet zich bij het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) in om ook in andere steden collegegeldverhoging tegen te gaan. De S.O.G. staat achter de vergrote keuzevrijheid van studenten maar heeft bezwaar tegen het voorgestelde plafond aan uitlooprechten en vindt dat er meer ruimte moet komen voor studentbestuurders die door hun werk vertraging hebben opgelopen. Ook als deze studenten hun studie nominaal hebben afgesloten, moeten zij hun resterende uitlooprechten behouden voor een eventuele vervolgopleiding. Daarnaast is de voorgestelde verhoging van het collegegeld, na de verbruikte rechten, voor de S.O.G. onacceptabel. • •

De S.O.G. pleit voor versoepeling van het leerrechtenstelsel en meer uitlooprechten. De S.O.G. vindt de voorgestelde verhoging van collegegeld onacceptabel.

1.5 Onderzoek De koppeling tussen onderzoek en onderwijs is kenmerkend voor universitaire opleidingen. Hoogwaardig onderzoek is essentieel voor de universiteit en studenten om zich te ontwikkelen. Onderzoek moet dan ook duidelijk in het onderwijs naar voren komen. Financiering wordt op drie manieren gerealiseerd: vanuit het Rijk (eerste geldstroom), projectfinanciering (tweede geldstroom) en uit overige bronnen (derde geldstroom). Gezien de bezuinigingen van de overheid is de S.O.G. voorstander van uitbreiding van derde geldstroomonderzoek vanuit het bedrijfsleven, mits aan de criteria van onafhankelijkheid en kwaliteit wordt voldaan. Daarnaast zullen meer opdrachten van zelfstandige publieke organisaties moeten worden binnengehaald (tweede geldstroom). Dergelijke gelden worden verkregen door projectopdrachten van overheden en instituten uit te voeren. Bijkomend voordeel hiervan is dat de RUG door dit onderzoek midden in de maatschappij staat. Zo richt zij zich, naast het puur wetenschappelijke, fundamentele onderzoek, op de vraag uit de maatschappij. Om zo veel mogelijk financiering binnen te halen moeten onderzoekers die een onderzoeksvoorstel indienen beter begeleid worden. Doordat de universiteit echter van steeds meer partijen afhankelijk is en elke partij andere wensen heeft, is het goed dat er algemene voorwaarden zijn voor dit onderzoek die de onafhankelijkheid en kwaliteit garanderen. Om onderzoek meer bij het onderwijs te betrekken zullen er onderzoeksminors aangeboden kunnen worden. Zo kunnen studenten met een interesse voor onderzoek zich een halfjaar intensief hiermee bezig houden. Op deze manier kunnen studenten op een laagdrempelige manier in contact komen met onderzoek

6


Verkiezingsprogramma S.O.G. 2006-2007

en hiervoor geënthousiasmeerd worden. Dit zorgt voor een optimale ontwikkeling van studenten en meer onderzoekers. Voor extra gemotiveerde studenten bestaat ook het honoursprogramma, waarin studenten een verzwaard programma wordt aangeboden. Er moet goed in geïnvesteerd worden zodat er voor zeer gemotiveerde en capabele studenten een uitdagende leeromgeving ontstaat. Publicaties moeten onder naam van de RUG worden gedaan zodat de universiteit de vermelding krijgt die haar toekomt. Nu gebeurt dit vaak niet en hierdoor mist de RUG positieve effecten in nationaal en internationaal opzicht. Dit komt omdat in ranglijsten van universiteiten onder andere wordt gekeken naar het aantal publicaties. Doordat er nu vele publicaties niet onder de naam van de RUG worden gedaan, staat de RUG lager op ranglijsten dan zij verdient. Er zal streng moeten worden toegezien op de vermelding van de RUG en bij het ontbreken hiervan moet de verantwoordelijke hoogleraar sancties opgelegd krijgen. • • • •

Mits aan de criteria van onafhankelijkheid en kwaliteit wordt voldaan, is de S.O.G. voorstander van uitbreiding van derde geldstroomonderzoek. Om zo veel mogelijk financiering binnen te halen moeten onderzoekers die een onderzoeksvoorstel indienen beter begeleid worden. Onderzoekers van de RUG moeten de RUG vermelden bij publicaties. Bij nalatigheid moeten sancties opgelegd worden. De S.O.G. pleit voor de invoering van een onderzoeksminor.

1.6 Major minor Als het major-minorstelsel wordt ingevoerd zal deze in 2007 in werking treden. Hiermee kunnen studenten in hun bachelor naast de hoofdrichting (major) 30 EC's halen bij een opleiding naar keuze (minor). Het bieden van deze mogelijkheid zorgt ervoor dat de student zich kan ontwikkelen tot een academicus met brede kennis. De S.O.G. is voorstander van het major- minorstelsel omdat het de keuzevrijheid van studenten vergroot en interesses voor andere vakken kunnen worden ontplooid. De ontwikkeling en keuzevrijheid van studenten moeten bij de invoering van dit stelsel centraal staan. De keuze om de minor bij een andere opleiding te volgen (verbredend) of bij de eigen opleiding (verdiepend) moet dan ook door studenten zelf gemaakt worden. Voor optimale keuzevrijheid zal de student moeiteloos een minor van zijn keuze moeten kunnen volgen. Dit vraagt om invoering van het stelsel bij alle faculteiten met universiteitsbrede normen. Daarnaast mogen geen bepaalde minors van de eigen faculteit vereist worden voor het volgen van een aansluitende master na de bachelorfase (ook wel bekend als doorstroommaster). Veel studenten zullen een minor buiten de eigen faculteit, universiteit of in het buitenland willen volgen. Om dit mogelijk te maken zal er een afgebakende tijdsperiode in de bachelorfase ingeroosterd moeten worden, bijvoorbeeld het vijfde semester (het eerste semester van het derde jaar). Het inroosteren van een heel semester voor de minor zal ook aan studenten van andere universiteiten de mogelijkheid bieden om hun minor in Groningen te volgen. Dit komt het open en internationale karakter van de RUG ten goede.

7


Verkiezingsprogramma S.O.G. 2006-2007

In dit kader is het ook belangrijk dat er vooraf duidelijkheid is of de minor door de RUG wordt erkend. Bij de invoering van het bachelor-masterstelsel was er voor studenten en medewerkers veel onduidelijkheid veroorzaakt door een slechte informatievoorziening. Er moet goed gekeken worden naar de gang van zaken destijds om herhaling van fouten te voorkomen. Vanzelfsprekend mag de kwaliteit van het onderwijs niet lijden onder de invoering van het major-minorstelsel. Vergeleken met de oude situatie wordt er een half jaar van de eigen opleiding ingewisseld voor een minor. Deze minor behoort dan wel van een gelijkwaardig niveau te zijn zodat de kwaliteit van de bachelor verzekerd is. 1 • • • • • •

Studenten moeten de mogelijkheid hebben om voor een verbredende minor of een verdiepende minor te kiezen. De S.O.G. pleit voor uniforme invoering van het major-minorstelsel met universiteitsbrede normen. Doorstroommasters mogen de student niet verplichten tot het volgen van een bepaalde minor als instroomeis. Om de keuzevrijheid van de student te maximaliseren, dient de minor te worden ingeroosterd in een semester. De S.O.G. pleit voor adequate informatievoorziening over minors bij de RUG en andere universiteiten. De minors horen van voldoende niveau te zijn, zodat de totale bacheloropleiding er niet in kwaliteit op achteruitgaat.

1.7 Docenten Voor hoogwaardig academisch onderwijs moeten docenten niet alleen over kennis beschikken maar ook over didactische en communicatieve vaardigheden. Dit zal studenten stimuleren colleges te volgen en de kennisopname bevorderen. Daarnaast dienen docenten van alle ICT-voorzieningen gebruik te kunnen maken en de Engelse taal goed te beheersen. De intentie voor hoogwaardig onderwijs moet daadwerkelijk gekoppeld worden aan actieve begeleiding van docenten om kennisoverdracht te bevorderen. Hierbij moet wel bedacht worden dat communicatie met internationale studenten een vak apart is. Er moet voldoende aandacht zijn voor interculturele communicatievaardigheden. De S.O.G. pleit daarom voor docentkwalificaties waarbij alle docenten getoetst worden op hun vaardigheden, en cursussen wordt aangeboden om zich te ontwikkelen op alle gestelde competenties. Ook zijn vakevaluaties ingevuld door studenten belangrijk om de toetsen hoe een docent functioneert. Om van elkaar te leren moeten docenten elkaars colleges bijwonen. De S.O.G. bepleit uitbreiding van deze collegiale beoordeling omdat docenten elkaar zo gericht adviezen kunnen geven. Als incompetente docenten zich niet verbeteren kan de universiteit beslissen dat zij niet langer mogen lesgeven. •

1

De S.O.G. pleit voor docentkwalificaties.

Zie ook onderzoeksminor in paragraaf 1.5 en minor ondernemerschap in paragraaf 2.4

8


Verkiezingsprogramma S.O.G. 2006-2007

1.8 Roostering Per faculteit en opleiding zijn significante verschillen in semesterindeling en tentamenperiodes. Dit is hinderlijk voor studenten die meerdere studies of interdisciplinaire studies doen. De S.O.G. dringt daarom aan op universiteitsbrede uniformering in roosters. Bij vakken met een hogere vraag dan verwacht zal het aanbod vergroot moeten worden. Studenten mogen niet geweigerd worden voor vakken door gebrek aan capaciteit. Collegeroosters moeten daarnaast tijdig aangeleverd worden, ten minste vier weken alvorens het collegeblok begint. • • •

De S.O.G. dringt aan op uniforme roosters over alle faculteiten. Studenten mogen niet geweigerd worden voor vakken door gebrek aan capaciteit. Roosters moeten ten minste vier weken alvorens de colleges beginnen te raadplegen zijn.

1.9 Tentamens Studenten schrijven zich regelmatig niet in voor tentamens omdat er onduidelijkheid bestaat over de inschrijfperiodes. Deze behoren daarom in vastgestelde termijnen plaats te vinden. Tevens is goede berichtgeving wanneer inschrijfperiodes plaatsvinden essentieel. Dit is mogelijk via email, en pop-ups wanneer studenten inloggen bij RUG-computers of via Progress of Nestor. Daarnaast pleit de S.O.G. voor uniformering in tentamenperiodes over alle faculteiten in combinatie met gelijke roostering. Mede vanwege het volgen van vakken buiten de eigen faculteit vanwege minors en AV-vakken is dit wenselijk. Als studenten zich niet op tijd hebben ingeschreven voor hun tentamen moet er de mogelijkheid zijn dit alsnog bij hun faculteit te doen. Ook moeten studenten zich te allen tijde kunnen afmelden voor een tentamen zodat docenten rekening kunnen houden met de opkomst in verband met het reserveren van ruimtes en de kosten die hiermee gemoeid zijn. De nakijktermijn die op aandringen van de S.O.G. in de universiteitsraad is aangenomen is tien werkdagen. Er zijn slechts een aantal faculteiten die zich hieraan houden. De S.O.G. is van mening dat deze termijnen universiteitsbreed strikt moeten worden nageleefd om ongelijkheid te voorkomen en zodat studenten zich goed kunnen voorbereiden op hertentamens. In de toekomst kan de RUG wellicht tentamens afnemen via de computer, vooral bij multiple choice tentamens ziet de S.O.G. mogelijkheden hiertoe. De S.O.G. streeft al geruime tijd naar anonimisering van tentamens. Om eventuele vergissingen of verwarring te voorkomen kan de geboortedatum ter verificatie worden gebruikt. Resultaten van tentamens moeten anoniem worden gepubliceerd om de privacy van studenten te beschermen. • •

De S.O.G. pleit voor betere berichtgeving over inschrijfperiodes. Na-inschrijving voor tentamens moet overal mogelijk zijn.

9


Verkiezingsprogramma S.O.G. 2006-2007

• • • •

De S.O.G. pleit voor uniformering van tentamenperiodes. De nakijktermijn moet strikt worden nageleefd. De S.O.G. pleit voor digitalisering in het afnemen van tentamens. De S.O.G. pleit voor anonieme tentamens.

1.10 Topmasters Sinds korte tijd zijn er aan de RUG meerdere Top- en Researchmasters. Om topwetenschappers op te leiden en om uitmuntende studenten een uitdagende onderzoeksopleiding te bieden, is het programma van een Top- of Research zwaarder dan die van een normale master. Het is goed dat er selectie plaatsvindt voor Top- en Researchmasters. Deze opleidingen zijn van een buitengewoon hoge kwaliteit en er wordt relatief veel geld in geïnvesteerd. Extra goede resultaten en een buitengewone motivatie zijn vereist om deze masters te kunnen volgen. Daarom is selectie hier geoorloofd. Als er daadwerkelijk veel extra kosten worden gemaakt mag er voor deze opleidingen ook meer collegegeld gevraagd worden. De excellente kwaliteit van Top- en Researchmasters zal voor veel buitenlandse studenten een reden zijn om aan de RUG te gaan studeren. Dit sluit aan bij de doelen die de universiteit zich heeft gesteld ten aanzien van internationalisering. Topen Researchmasters moeten in binnen- en buitenland beter geprofileerd worden en de informatievoorziening over het verschil met reguliere masters moet duidelijker zijn om de instroom in de Top- en Researchmasters te verhogen. De S.O.G. dringt er bijzonder op aan dat reguliere masters in geen geval achtergesteld zullen worden ten behoeve van Top- en Researchmasters. • • • •

De S.O.G. is voor selectie bij Top- en Researchmasters. De S.O.G. heeft geen bezwaar tegen collegegeldverhoging bij Top- en Researchmasters. De S.O.G. is voor een betere profilering en promotie van Top- en Researchmasters. Reguliere masters mogen niet worden achtergesteld ten behoeve van Topen Researchmasters.

1.11 Graduate schools Door onderzoeksmasters (twee jaar) en promotie (vier jaar) aan elkaar te verbinden zal er een directe overgang zijn tussen onderwijs, onderzoek en promotie. Dit is de centrale gedachte achter de Graduate Schools. Door de koppeling van master en promotie kunnen studenten zich tijdens hun promotie verder verdiepen in de onderwerpen van de master. Zo is er een betere aansluiting en meer continuïteit. De efficiëntie die zich met zich meebrengt mag nooit tot gevolg hebben dat de master korter wordt. In Graduate Schools worden promovendi als student met een beurs (bursaal) aangesteld in de plaats van als medewerker. Dit kost minder geld en zo kunnen er meer promovendi aangesteld worden. Als bursalen hebben promovendi geen onderwijsverplichting zodat alle tijd aan het promoveren besteed kan worden. Samen met de extra begeleiding die het Graduate Schooltraject met zich meebrengt zorgt dit ervoor dat sneller promoveren mogelijk is. De kwaliteit van promotie aan de RUG mag echter niet afnemen door het versnelde traject.

10


Verkiezingsprogramma S.O.G. 2006-2007

Bij Graduate Schools zal net als bij de onderzoeksmasters selectie plaats vinden. Deze selectie is nodig om de kwaliteit van de promoties te bewaken. • •

De kwaliteit van promoties aan de RUG mag niet afnemen door het versnelde promotietraject. Selectie voor Graduate Schools is gerechtvaardigd om de kwaliteit van de promoties te bewaken.

11


Verkiezingsprogramma S.O.G. 2006-2007

Hoofdstuk 2 - Studentenbeleid en -voorzieningen 2.1 Bibliotheken, studie- en werkplekken De bibliotheken, de Universiteitsbibliotheek (UB) in het bijzonder, dienen naast informatievoorziening ook als door studenten veelgebruikte studie- en werkplekken. Goede faciliteiten en toegankelijkheid zijn dan ook essentieel. De S.O.G. heeft bereikt dat de UB tegenwoordig in tentamenperiodes langer open is. Er wordt nu echter niet met alle faculteiten rekening gehouden en gezien het succes van de langere openingstijden, pleit de S.O.G. voor nog meer verruiming in de weekenden. Een van de meest gebruikte voorzieningen in de bibliotheken zijn de computers. Nu zijn er te weinig computers om te voldoen aan de grote vraag. Het plaatsen van stacomputers in de gangen voor kort gebruik is een manier om tegemoet te komen aan de dringende behoefte naar meer computers. Ook zijn er nauwelijks stopcontacten in de bibliotheken, waardoor het lastig is om met een laptop te werken. Om aan alle behoeftes te voldoen zullen er meer ICT-voorzieningen gecreëerd moeten worden. De S.O.G. heeft zich met resultaat ingezet voor betere ICT-voorzieningen, nu zijn er bijvoorbeeld kleine kluisjes in de zalen waarin laptops opgeborgen kunnen worden. Deze voorzieningen moeten tegelijk met alle verbouwingen in de UB worden uitgebreid. In tentamenperiodes is het bijzonder druk in de UB waardoor er geen kluisjes meer beschikbaar zijn en amper beschikbare studieplekken. De S.O.G. heeft onlangs bereikt dat er meer studieplekken in het centrum beschikbaar zijn in drukke periodes, maar deze oplossing leent zich niet voor de lange termijn. Daarom moet gestreefd worden naar uitbreiding van het aantal studieplekken en meer kluisjes. Wanneer de Openbare Bibliotheek (OB) naar de Oostwand van de Grote Markt verhuist, kan de UB uitbreiden in de ruimte van de OB. De UB wordt niet alleen door universiteitsstudenten, maar ook door HBO-ers gebruikt. De Hanzehogeschool (HG) biedt zelf namelijk amper studieplekken aan. Daarom wil de S.O.G. dat het College van Bestuur van de RUG er bij de HG op aandringt dat zij eigen studieruimte creëren. • • • •

De openingstijden van de UB moeten, vooral in tentamentijd, verruimd worden. De computer- en laptopvoorzieningen moeten uitgebreid worden. De UB moet uitbreiden in de ruimte van de Openbare Bibliotheek wanneer deze verhuist, om meer studie- en werkplekken te creëren. De S.O.G. dringt erop aan dat het CvB de HG aanzet tot het creëren van studieruimte op het eigen terrein.

2.2 Studiebegeleiding Het is van groot belang dat er voor de studenten een goede informatievoorziening is voor alles wat de studie en loopbaan aangaat. Een belangrijk onderdeel hierin is de positie van studieadviseur. Door het persoonlijk contact en inhoudelijke kennis is de 12


Verkiezingsprogramma S.O.G. 2006-2007

studieadviseur voor studenten zeer belangrijk in het opdoen van informatie om op deze manier goed geïnformeerd keuzes te maken over de studie. De studieadviseur dient niet alleen onderwijsinhoudelijke informatie te verstrekken maar studenten ook te helpen in geval van psychische problemen en studenten doorverwijzen naar de juiste instanties, zoals het LAC. Hiervoor moeten studieadviseurs in sommige gevallen bijgeschoold worden. Universiteitsbreed moet de wachttijd voor een gesprek met de studieadviseur tot maximaal een week worden beperkt. Er moet wel gelet op het verschil in de organisatie en aantallen studenten bij opleidingen. Zo zal bij sommige kleinere opleidingen het clusteren van studieadviseurs een verstandige keus zijn en bij grotere opleidingen het aanstellen van meerdere of fulltime studieadviseurs, ter beoordeling aan de faculteiten. Met de invoering van het major-minorstelsel wordt de keuzevrijheid van de student flink vergroot. Studieadviseurs zullen over de kennis moeten beschikken om de student te kunnen helpen beslissen wat betreft studenten aan de RUG, andere universiteiten en over carrièremogelijkheden. Om te bevorderen dat studieadviseurs over deze informatie beschikken zal er uitwisseling van kennis tussen de verschillende opleidingsgebieden moeten zijn. Ook zal de universiteit de studieadviseurs de mogelijkheid moeten bieden voor het volgen van cursussen in onder andere loopbaanbegeleiding. Om de informatie voor studenten zo toegankelijk mogelijk te laten zijn zullen de studieadviseurs goed via internet beschikbaar moeten zijn. Het beantwoorden van vragen van studenten over de email of via nestor zal drempelverlagend werken. Uiteindelijk is de student eindverantwoordelijke voor zijn studie. Hoewel er een actieve rol van studieadviseurs wordt gevraagd zal het contact altijd vrijwillig moeten zijn. Het verplichten van gesprekken met de studieadviseur en bindend studieadvies zijn dan ook uit den boze. • • • •

Over de hele universiteit mag de wachttijd voor een gesprek met de studieadviseur maximaal een week bedragen. Studieadviseurs moeten goed op de hoogte zijn van actuele informatie over minoren en masters aan de RUG en hierbuiten, en de arbeidsmarkt. Er dient goed overleg te zijn tussen de verschillende studieadviseurs. De RUG moet studieadviseurs de mogelijkheid bieden tot het volgen van cursussen over opleidingen en loopbaanbegeleiding.

Om studenten de mogelijkheid te geven buiten de colleges met hun opleiding bezig te zijn kunnen discussiegroepen een uitkomst bieden. Discussiegroepen zijn een vrijblijvend middel om tijdens de studie academische vorming uit te breiden. Door middel van onderlinge discussies kunnen studenten werken aan verbreding en verdieping. De begeleiding, gedaan door een ouderejaars, bestaat niet alleen uit het geven van de studiegroep maar ook gedeeltelijk uit studiebegeleiding. De begeleiding kan op deze manier persoonlijker en efficiënter worden ingevuld. Zodoende is er een intensievere vorm van studiebegeleiding en een verlaging van de druk op de studiebegeleiders. •

De S.O.G. wil de mogelijkheden bekijken om vrijblijvende discussiegroepen universiteitsbreed in te voeren.

13


Verkiezingsprogramma S.O.G. 2006-2007

2.3 Studenten met een functiebeperking Het onderwijs aan de RUG moet voor alle studenten te volgen zijn en daarom moet er rekening worden gehouden met functiebeperkte studenten. Zo moeten gebouwen van de RUG toegankelijk zijn voor functiebeperkte studenten. Voor studenten die studievertraging oplopen door hun situatie moet de RUG financiële ondersteuning bieden vanuit het afstudeerfonds. Dit geldt voor studenten met zichtbare beperkingen maar ook voor studenten met psychische problemen of dyslexie. Ondersteuning vanuit het STAG en studieadviseurs is belangrijk voor goede persoonlijke begeleiding en om studenten naar de juiste instanties te verwijzen. Zij moeten op de hoogte zijn van wat een beperking voor een student betekent, hoe ze hiermee om moeten gaan en welke regelingen mogelijk zijn op dit gebied. Adequate informatievoorziening vanuit de universiteit en het STAG over voorzieningen en regelingen is vereist. • •

Alle gebouwen van de RUG moeten goed toegankelijk zijn voor functiebeperkte studenten. De RUG moet studenten met een functiebeperking actief van informatie voorzien, en studenten die door hun beperking studievertraging oplopen ondermeer financieel ondersteunen.

2.4 Oud- en nieuwbouw Studenten hechten veel waarde aan goede faciliteiten van de universiteit en in de omgeving van de universiteitsgebouwen. Colleges volgen, studeren en tentamens maken moet in geschikte ruimtes plaatsvinden. Tijdelijke maatregelen zoals het gebruik van bioscoopzalen of de tennishal van het Sportcentrum zijn geen structurele oplossing voor het tekort aan ruimte. Dergelijke ondermaatse voorzieningen zijn niet alleen bijzonder oncomfortabel en demotiverend, maar schenden tevens de ARBO-regels die ook op studenten van toepassing zijn. De S.O.G. is positief over de nieuwbouwplannen van de RUG, maar dringt aan op vervroegde bouw van een nieuwe tentamenhal. Tevens moet de tentamenhal groter worden dan is voorgesteld. Tentamens zullen namelijk in toenemende mate op gelijke momenten plaatsvinden door de invoering van het major-minorstelsel. Bovendien zullen de eerste bouwwerkzaamheden naast de huidige tentamenhal plaatsvinden wat onvermijdelijk voor overlast gaat zorgen. In de onderwijsgebouwen moeten nieuwe technologische mogelijkheden standaard aanwezig zijn. De S.O.G. pleit kluisjes, camera's voor het opnemen van videocolleges, streaming schoolboards en laptopvoorzieningen (zie digitalisering). Op het Zerniketerrein vinden de voornaamste ontwikkelingen in nieuwbouw plaats. Van deze gelegenheid moet gebruik worden gemaakt om op het terrein ruimtes voor winkels te creëren, meerdere pinautomaten te plaatsen en te voorzien in betere infrastructurele faciliteiten. Hierbij kan gedacht worden aan een brug tussen Zernike en Vinkhuizen, een extra bushalte bij de ACLO of een tramverbinding naar de stad. Verder is het van belang dat het Zernike zich tot een aangenaam terrein ontwikkelt met ruimte voor groen en water.

14


Verkiezingsprogramma S.O.G. 2006-2007

Tijdens bouwwerkzaamheden moet rekening worden colleges en werkzaamheden mogen absoluut niet tijdens tentamens plaatsvinden. Werkzaamheden zullen dan ook vooral 's nachts uitgevoerd moeten worden. Onderwijsvertraging doordat colleges uitgesteld worden of niet plaatsvinden is bovenal onacceptabel. •

De S.O.G. dringt aan op een vervroegde bouw van een nieuwe en grotere tentamenhal. De S.O.G. pleit voor technische voorzieningen in nieuwe gebouwen zoals camera's, laptopvoorzieningen en kluisjes. De S.O.G. pleit ervoor met de nieuwbouw op het Zerniketerrein te voorzien in commercieel aanbod en goede infrastructuur. Tijdens bouwwerkzaamheden moet de overlast tot een minimum beperkt worden en werkzaamheden mogen niet tijdens tentamens plaatsvinden. De bouwwerkzaamheden mogen niet leiden tot vertraging in het onderwijs.

• • • •

2.5 Actieve studenten Het is belangrijk dat studenten zich naast hun studie actief inzetten voor verenigingen en medezeggenschap. Vanuit de RUG moeten dergelijke activiteiten gestimuleerd worden en moet met deze studenten flexibel worden omgegaan. De studievertraging die veelal ontstaat door bestuursfuncties kan hoge kosten met zich meebrengen. Daarom moeten deze studenten aanspraak kunnen maken op financiële compensatie. Omdat komend jaar het huidige model voor beurzen wordt aangepast moet kritisch gekeken worden naar studenten die voorheen niet in aanmerking kwamen voor compensatie, of te weinig ontvingen. Het model dat bepaalt hoeveel beursmaanden studentenorganisaties krijgen is rigide, onder andere door het hanteren van inflexibele minima en maxima. Er moet daarom verbetering komen in de regeling zodat studentbestuurders evenredig worden gecompenseerd. Zo moeten studenten die periodiek terugkerende evenementen, zoals lustra en sportevenementen, organiseren ook direct aanspraak kunnen maken op een beurs. • •

De S.O.G. pleit voor een evenredige en flexibele regeling met betrekking tot bestuursbeurzen. De bestuurders van periodiek terugkerende evenementen, zoals lustra en sportevenementen, moeten rechtstreeks aanspraak kunnen maken op bestuursbeurzen.

2.6 Studentondernemingen Op dit moment biedt de RUG startende ondernemers goedkope bedrijfsruimte aan om ze op weg te helpen met hun bedrijf. Hoewel het idee hierachter positief ontvangen wordt moet wel kritisch gekeken worden naar de daadwerkelijke invulling en bedrijfsvoering. Wanneer het project op de huidige locatie afloopt, moet er een evaluatie plaatsvinden. De RUG moet ondernemende studenten stimuleren in het opzetten van hun bedrijf en waar mogelijk ondersteunen. Zo kan de universiteit startende ondernemers

15


Verkiezingsprogramma S.O.G. 2006-2007

helpen door deels garant te staan voor een lening op basis van een goed bedrijfsplan. Omdat studenten niet altijd de weg weten naar leningen en subsidies kan de RUG ze hierin ook begeleiden. Studenten hebben veelal weinig of geen ervaring in het opzetten van een eigen bedrijf. De RUG kan bijdragen aan kennis en ontwikkeling op dit gebied door een minor ondernemerschap aan te bieden. Zo kunnen studenten zich theoretisch meer verdiepen in relevante aspecten van bedrijfskunde en wat daarbij komt kijken, als zij een bedrijf opstarten of hier plannen voor hebben. • • •

Het benutten van goedkope bedrijfsruimte zal verder gestimuleerd moeten worden. De RUG moet startende studentondernemingen ondersteunen door het garant staan voor leningen. Er moet een minor ondernemerschap aan de RUG komen.

2.7 Restauratieve voorzieningen De universiteit behoort te voorzien in restauratieve voorzieningen voor haar studenten en medewerkers. De minimale voorwaarde voor het commercieel aanbod is een basispakket aan gevarieerde consumptieproducten, tegen een lage prijs. Gezien de vraag onder studenten moeten de openingstijden van de kantines verruimd worden. Vooral in tentamentijd moet de UB-kantine langer open zijn, andere kantines op faculteiten zouden dan eventueel eerder kunnen sluiten. Daarnaast kunnen kantines door op bepaalde momenten een kwartier langer open te blijven meer studenten voorzien die colleges rond dat tijdstip hebben. Hiermee wordt met klantgerichte aanpak een hoger rendement voor student en bedrijf behaald. Buiten de openingstijden om moeten er uit de automaten voldoende, gevarieerde producten verkrijgbaar zijn. De S.O.G. is voor kwalitatief goede kantines met ruime openingstijden. Dit kan verzorgd worden door het Facilitair Bedrijf, maar openbare aanbesteding is ook bespreekbaar. De S.O.G. zou het initiatief voor een mensa zeker ondersteunen, mits deze kostendekkend is. Vanwege het nieuwe rookbeleid van de RUG zal de rookruimte in de UB-kantine verdwijnen. De S.O.G. is van mening dat daarom rokende studenten in de toekomst gedurende het hele jaar de mogelijkheid moeten hebben gebruik te maken van het buitenterras. • • • • •

De kantines van de universiteit moeten langer open blijven, met name in tentamentijd moet de UB-kantine langer open zijn. De S.O.G. pleit voor automaten met voldoende gevarieerde producten, tegen een lage prijs. Openingstijden moeten aansluiten op college-uren. Openbare aanbesteding is voor de S.O.G. een mogelijkheid, mits aan de basisvoorwaarden van gevarieerd aanbod en lage prijs wordt voldaan. Vanwege het nieuwe rookbeleid van de RUG moeten studenten gedurende het hele jaar gebruik kunnen maken van het buitenterras van de UB.

16


Verkiezingsprogramma S.O.G. 2006-2007

Hoofdstuk 3 - Communicatie, Informatie en ICT 3.1 Marketing Voor een goede uitstraling van de RUG is strategische communicatie essentieel. Deze speelt een grote rol in de reputatie van de universiteit. Door doelgerichte informatievoorziening en een eenduidige huisstijl kan de RUG zich beter profileren en meer aanzien krijgen. De universiteit moet zich als geheel naar buiten presenteren, daarom moet er strikt op toegezien worden dat de huisstijl van de RUG universiteitsbreed gebruikt wordt. In het kader van marketing is het van belang dat de RUG actief werft onder studiekiezers en goede, positieve voorlichting geeft via beurzen, informatiepakketten, open dagen en de website. Hiervoor moet de RUG actief studenten benaderen die hieraan mee willen werken omdat mondelinge reclame het meest effectief is. Verder voelen aankomende studenten zich het meest aangesproken door mensen van hun eigen leeftijd, bijvoorbeeld van hun eigen school. Hiervoor moeten studenten actief ingezet worden. Het is belangrijk dat er niet alleen via deze traditionele kanalen marketing plaatsvindt. Nieuwe informatiekanalen en manieren van marketing moeten gebruikt worden. Zo moet er ingespeeld worden op veelgebruikte internetnetwerken. Hierbij kan ook gedacht worden aan projecten als de Discoverybus die langstrekt bij middelbare scholen en aankomende studenten kennis laat maken met de nieuwste technieken. De beste promotie zijn enthousiaste studenten. Door goed onderwijs en goede faciliteiten aan te bieden worden studenten vanzelf goede marketers van de universiteit. Het aanbieden van RUG-promotiemateriaal aan de studenten is een andere goede manier om dit te doen. De informatiepakketten die door de RUG aan geïnteresseerden worden gestuurd moeten niet alleen informatie over de universiteit en haar onderwijs bevatten, maar ook over organisaties, verenigingen en alles wat Groningen voor studenten aantrekkelijk maakt. • • •

De huisstijl van de RUG moet universiteitsbreed strikt gehandhaafd worden. De RUG moet actief inzetten op nieuwe manieren van marketing om in te spelen op de gewoontes van aankomende studenten. De RUG moet studenten meer en actiever inzetten in wervingscampagnes.

3.2 Studievoorlichting Studenten kunnen bij verschillende informatiebronnen inlichtingen opvragen over studiemogelijkheden; bij de studieadviseur, informatiegidsen en de website. In geval van studievertraging is het Studenten Adviesbureau Groningen (STAG) het voornaamste aanspreekpunt. Desondanks is de website de primaire informatiebron voor veel studenten en de RUG moet daarom zorgen dat alle informatie over opleidingen, vakken en studievertraging hierop beschikbaar is.

17


Verkiezingsprogramma S.O.G. 2006-2007

Dit geldt voor de huidige studenten maar ook voor aankomende studenten. Voor beide doelgroepen moet toegespitste informatie verkrijgbaar zijn. Universiteiten in binnen- en buitenland zouden ook meer moeten samenwerken op het gebied van digitale informatievoorziening over opleidingen. Een gerealiseerd voorbeeld hiervan is de landelijke mastersite die door de VSNU is opgezet 2 . De S.O.G. pleit in het kader hiervan tevens voor een internationale component van deze site of een site opgezet in samenwerking met andere buitenlandse universiteiten. 3 De RUG moet inzien dat het belangrijk is om op dergelijke sites, waarop universiteiten vergeleken worden, goed uit de bus te komen. Er moet dus goed gekeken worden naar de gehanteerde criteria en getracht worden de beste eigenschappen van de RUG hierin naar voren te laten komen. • • •

Er moet een landelijke website zijn waarop informatie over alle masters te raadplegen is. Er moet samengewerkt worden met buitenlandse universiteiten om een internationale website op te zetten met informatie over alle aanwezige masters. De RUG moet inzetten op een zo goed mogelijke profilering van de eigen opleidingen op nationale en internationale websites.

3.3 Digitale informatievoorziening voor studenten Voor studenten is de algemene website van de RUG primair om informatie te krijgen over het onderwijsaanbod en de organisatie. Voor specifieke informatie over de eigen opleiding zijn programma's als Nestor, Progress en email het meest belangrijk. Studenten bekijken echter niet alle drie programma's even goed en missen daarom relevante informatie. De S.O.G. pleit daarom ook voor integratie van deze drie programma's zodat studenten maar een keer hoeven in te loggen, vervolgens van de drie programma's een overzicht te krijgen waarna zij kunnen kiezen welke ze willen bekijken.

Doordat via internet informatie sneller beschikbaar gesteld kan worden moeten docenten met genoemde programma's, en met name Nestor, goed kunnen omgaan en de informatie tijdig aan studenten doorgeven. •

De S.O.G. pleit voor integratie van Nestor, Progress en email.

Regelmatig worden auteursrechten dubbel betaald voor het opslaan in het digitale archief en nogmaals bij klappers en dictaten. Dit zorgt voor een kunstmatig hoge prijs waar studenten de dupe van zijn. Om de repro te ontlasten en de student van zo goed mogelijke informatie te voorzien moeten klappers ook via Nestor digitaal aangeboden worden. •

De S.O.G. pleit ervoor klappers digitaal via Nestor aan te bieden.

De RUG biedt studenten een emailaccount aan. Naast een goede service voor de studenten is dit ook een effectieve manier van digitale informatievoorziening van de RUG en de opleidingen naar haar studenten toe. De email heeft momenteel echter te weinig capaciteit en snelheid om veel door studenten gebruikt te worden. Het is belangrijk dat informatie zo goed mogelijk bij de studenten terecht komt. Om dit te 2

Zie Bachelor Master

3

Zie Internationalisering

18


Verkiezingsprogramma S.O.G. 2006-2007

bereiken zal het weer mogelijk moeten zijn om alle binnenkomende emails door te sturen naar een ander emailadres. • •

De capaciteit en snelheid van de studentenemail moet uitgebreid worden. Het moet mogelijk zijn om de inhoud van de studentenemail door te sturen naar een ander emailadres.

3.4 Computerfaciliteiten Er is continu gebrek aan beschikbare computers op de universiteit. Met name in de UB zijn lange wachtrijen een bekend verschijnsel en is het tekort in drukke periodes nijpend. De S.O.G. pleit daarom voor meer computers, vooral in de UB. De plaatsen hoeven niet alle zitplaatsen te zijn, sta-computers zijn uiterst geschikt voor kort gebruik en zorgen voor betere doorstroming. Naast computers in de zaal, kan overwogen worden sta-computers bij kantines of in gangen van gebouwen te plaatsen. Er wordt nu te weinig rekening gehouden met studenten met een laptop, terwijl het gebruik van laptops de vaste computers ontlast. Er moeten dan ook goede laptopfaciliteiten aanwezig zijn, zoals speciale werkplekken en kluisjes voor laptops. • •

De S.O.G. pleit voor meer computers, met name in gebouwen waar duidelijk onvoldoende capaciteit is zoals de UB. De S.O.G. pleit voor betere laptopfaciliteiten zoals speciale werkplekken en meer kluisjes waarin de laptop kan worden opgeborgen. 4

Een groot probleem zijn de printers in universiteitsgebouwen. Met name in de faculteiten in de UB functioneren deze onvoldoende door tekort aan papier en inkt of storingen waardoor ze helemaal niet beschikbaar zijn. De S.O.G. pleit daarom voor modernisering en vermeerdering van het aantal printers. Daarnaast moet het systeem aangepast worden waardoor mensen niet meer elkaars opdrachten zien of kunnen printen. Ook hoeft men minder lang hoeft te zoeken in de lijst van printopdrachten naar het eigen studentnummer. De S.O.G. pleit voor de invoering van het systeem zoals deze ook bij het Harmoniegebouw het geval is waar men eenmaal het studentnummer opzoekt, een wachtwoord invoert en vervolgens de eigen opdrachten kan uitprinten. Dergelijk systeem bevordert ook de privacy van studenten omdat medestudenten niet langer de mogelijkheid hebben opdrachten van andere te zien en te kunnen printen. • •

De S.O.G. dringt aan op meer en betere printers in de UB. De S.O.G. pleit voor uniforme invoering van het systeem waarbij studenten eenmaal hun nummer opzoeken, een wachtwoord invoeren en vervolgens enkel eigen opdrachten kunnen printen.

De print- en kopieerkaarten van de universiteit zijn kwetsbaar en wanneer deze beschadigd raken, niet meer te gebruiken zijn. De S.O.G. pleit daarom voor een systeem waar de collegekaart dient als kopieer- en printkaart door middel van financiële tegoeden toe te schrijven aan deze pas.

4

Zie tevens paragraaf 3.5: Draadloos Internet en laptops.

19


Verkiezingsprogramma S.O.G. 2006-2007

De collegekaart moet dienen als print- en kopieerkaart.

3.5 Draadloos internet en laptops Voor studenten en medewerkers van de RUG is sinds 2004 draadloos internet beschikbaar: niet alleen in de universiteitsgebouwen, maar ook in de Openbare Bibliotheek en enkele cafés in de binnenstad. Draadloos internet geeft studenten zo de mogelijkheid om op veel locaties toegang te krijgen tot het internet en het netwerk van de RUG. Zo kunnen studenten toegang krijgen tot hun harde schijf op de universiteitscomputers en over alle andere digitale voorzieningen van de universiteit. De beoogde doelen moeten volgens de S.O.G. enerzijds het ontlasten van drukbezette computers en anderzijds een goede faciliteit voor de studenten zijn. Om draadloos internet te gebruiken moet de universiteit studenten faciliteren in de aanschaf van laptops. Daarnaast horen er in de universiteitsgebouwen, met name de bibliotheken, voldoende werkplekken te zijn met stopcontacten, waardoor het geschikt is om daar geruime tijd met een laptop te werken. Tot slot hoort er een goede informatievoorziening zijn over toegang tot het draadloos internet en de beveiliging ervan. De uitbreiding van het draadloos netwerk naar de hele stad (de zogenaamde WiFi wolk) zal zorgen voor een betere service naar de studenten en medewerkers van de RUG. Aangezien het bestaan van stadsbreed draadloos internet goed is voor het imago van de hele stad, moet er op dit gebied samengewerkt worden met de gemeente en HG zoals in het Akkoord van Groningen is afgesproken. Het draadloos netwerk is op dit moment gratis toegankelijk voor alle studenten en werknemers van de RUG. Dit zorgt voor een groot potentieel bereik en goede toegankelijkheid. Deze faciliteit moet daarom gratis blijven. • • • • •

De RUG moet het voor studenten gemakkelijk maken om een laptop aan te schaffen om gebruik te kunnen maken van het draadloos netwerk. Universiteitsgebouwen horen te beschikken over voldoende laptopwerkplekken. Er moet een goede informatievoorziening zijn over het draadloos netwerk van de RUG. De RUG moet stadsbreed draadloos internet in samenwerking met de gemeente en HG mogelijk maken. Het draadloos netwerk moet gratis toegankelijk zijn voor alle studenten en medewerkers van de RUG.

3.6 Videocolleges en streaming schoolbords De S.O.G. is voorstander van het ter beschikking stellen van hoorcolleges via internet, bijvoorbeeld via Nestor. Op deze manier kunnen studenten die hoorcolleges hebben gemist deze alsnog bekijken en eventueel herhalen. Dit zal de studieresultaten ten goede komen en het gemak van studenten vergroten. Met name waar de RUG colleges aanbiedt in ongeschikte zalen, zoals bioscopen of overvolle collegezalen, moeten videocolleges worden gemaakt. Niet altijd zal het nodig zijn een heel college uit te zenden. Soms zal er volstaan kunnen worden met videoclips van de struikelblokken van het vak. Ook zijn

20


Verkiezingsprogramma S.O.G. 2006-2007

videoclips een goede manier om extra stof ter beschikking te stellen voor geïnteresseerde studenten. Om ervoor te zorgen dat alle informatie voor de studenten beschikbaar is, zal er meer gebruik gemaakt moeten worden van zogenaamde Streaming Schoolbords. Alles wat hierop wordt geschreven kan opgeslagen worden en via internet aangeboden worden. In het kader van de internationalisering kan door middel van video-conferencing op een effectieve manier communicatie plaats vinden met studenten aan andere universiteiten. Zo kunnen studenten van verschillende universiteiten samen aan een opdracht werken. Het is niet de bedoeling dat videocolleges reguliere colleges vervangen. De S.O.G. denkt dat dit niet zal gebeuren en dat videocolleges docenten zelfs zal stimuleren in het geven van boeiende colleges. •

• •

De S.O.G. pleit voor het uitzenden van hoorcolleges en videoclips via internet bijvoorbeeld via Nestor. Zeker in geval van colleges die in ongeschikte en overvolle zalen gegeven worden. Ieder universiteitsgebouw dient te beschikken over ten minste één streaming schoolbord. De RUG moet videocontact met studenten van andere universiteiten mogelijk maken.

3.7 Webspace voor studenten De universiteit kan webspace ter beschikking stellen aan studenten. Deze ruimte zou gebruikt kunnen worden voor eigen bedrijfjes van studenten of het publiceren van onderzoek en opdrachten. Hierdoor kunnen studenten voordeliger webspace verkrijgen en zelf aan de slag gaan met het bouwen van een site. Studenten kunnen hun bedrijfjes promoten alsmede hun prestaties laten zien. Deze sites zouden gelinkt moeten worden aan de centrale RUG website, zonder hier onderdeel van te zijn. Dergelijk initiatief kan gekoppeld worden aan de minor onderzoek en minor ondernemerschap en door de RUG gesteunde studentondernemingen. •

De S.O.G. pleit ervoor dat de RUG webspace ter beschikking stelt aan studenten met eigen ondernemingen of studentonderzoekers.

21


Verkiezingsprogramma S.O.G. 2006-2007

Hoofdstuk 4 - Internationalisering 4.1 Ambities van de RUG De RUG heeft in het kader van internationalisering ambitieuze doelstellingen gesteld in haar nota 'De Wereld als Podium'. In 2014 moeten er van alle studenten aan de RUG vijfduizend uit het buitenland komen (vergeleken met 1500 nu) en moet vijftig procent van de Nederlandse RUG studenten ervaring hebben opgedaan in het buitenland. De S.O.G. juicht deze doelstellingen toe en ondersteund de ambities van de RUG. Internationalisering van de RUG stimuleert studenten namelijk om naar het buitenland te gaan en brengt ze aan deze universiteit meer in contact met internationale studenten. In het kader van internationalisering is een uitgebreide talenkennis van belang. Veel studenten willen hun talenkennis uitbreiden of verbeteren. Taalminors kunnen goed aan deze vraag voldoen. Hiernaast ziet de S.O.G. ook een rol voor het Talencentrum weggelegd. Hier wordt tegen een laag tarief talencursussen aangeboden. Studenten moeten hier gratis een talencursus kunnen volgen. Dit kan door het verstrekken van coupons door de RUG; elke student krijgt drie coupons die ingezet kunnen worden voor een talencursus. De ambities moeten ook intern ondersteund en gerealiseerd worden. Hiervoor is de Universitaire Commissie voor Internationalisering (UCI) opgericht. De S.O.G. ondersteund dit initiatief omdat de doelstellingen op deze manier concreet geformuleerd worden en sneller tot stand komen. Om te kunnen concurreren met andere universiteiten moet de RUG investeren in onderwijs en onderzoek zodat zij terugkeert in de internationale arena en de universitaire ranglijsten. Het aanzien van de universiteit wordt hierdoor vergroot en trekt daarom meer internationale studenten. • • •

De S.O.G. is enthousiast over de doelstelling van de RUG in het kader van internationalisering. De SOG pleit voor een talenaanbod dat voor studenten, in ruil voor coupons, gratis te volgen is. De RUG moet investeren in onderzoek en onderwijs om voor internationale studenten aantrekkelijker te zijn.

4.2 Uitwisselingsprogramma's Om haar doelstellingen te behalen moet de RUG haar uitwisselingsprogramma's actief onder de aandacht van studenten brengen. De informatievoorziening over programma's is op dit moment wel aanwezig maar studenten moeten hier zelf nog te veel naar zoeken. De S.O.G. pleit daarom voor actieve promotie rondom dergelijke programma's. De RUG zou het aantal plaatsen voor populaire bestemmingen moeten verhogen en die voor minder populaire verlagen of deze aantrekkelijker maken. Op dit

22


Verkiezingsprogramma S.O.G. 2006-2007

moment is er namelijk een overschot aan plaatsen naar steden die voor studenten niet aantrekkelijk zijn. Er moeten er niet alleen voor studenten uitwisselingen zijn, maar ook voor docenten. Dit draagt bij aan de personele internationalisering van de RUG en bewerkstelligt een cultuuromslag in de organisatie. • •

Uitwisselingprogramma's moeten beter bekend worden gemaakt onder studenten en het aantal plaatsen voor populaire bestemmingen moet omhoog. Er moeten uitwisselingsprogramma’s voor docenten komen.

Naast reguliere programma's zou de RUG ook summer- en wintercourses kunnen aanbieden. Dit is een korte periode waarin internationale studenten vakken kunnen volgen en eventueel langer in Groningen zullen blijven. Als het major-minorstelsel wordt ingevoerd biedt dit tevens de gelegenheid aparte minors te profileren om studenten voor een korte periode naar Groningen te trekken. Om studenten voor langere tijd aan de RUG te binden moeten aparte majors geprofileerd worden. Op deze manier kan de RUG haar expertise op bepaalde terreinen nog beter laten zien. • •

De S.O.G. pleit voor het opzetten van summer- en wintercourses. De RUG kan haar minors gebruiken voor dergelijke courses.

4.3 Internationale studenten aan de RUG Promotie en goede informatievoorziening over opleidingen en faciliteiten zijn primaire voorwaarden om meer internationale studenten aan te trekken. Het eerste informatiepunt voor de internationale studenten is de website. Deze voorziet op dit moment niet in alle informatie voor buitenlandse studenten en de Engelse versie is marginaal aangegeven. Deze website moet vanuit het buitenland direct in het Engels worden weergegeven. De S.O.G. pleit dan ook voor een internationale website van de RUG met meer informatie over de universiteit en het studentenleven in Groningen. Om onderwijs toegankelijk te maken voor studenten moeten docenten de Engelse taal goed beheersen zodat in het Engels college gegeven kan worden. Daarnaast moeten meer buitenlandse docenten worden aangetrokken die (gast)colleges kunnen geven. Dit is voor zowel internationale als nationale studenten van belang om hun horizon te verbreden. Om taalbarrières weg te nemen moet alle informatie van de RUG en in haar gebouwen tweetalig zijn. Voor studenten vanuit het buitenland regelt het Housing Office de verblijfplaats. Studenten moeten door het Housing Office vooraf op de hoogte worden gesteld waar zij komen te wonen en of dit met Nederlandse en/of andere internationale studenten is. De S.O.G. pleit gezien de ambities van de RUG voor een efficiënter Housing Office dat haar werk digitaliseert. Nu wordt het zoeken van een passende kamer voor iedere student apart gedaan, dit kan digitaal veel sneller. De S.O.G. is voor een beleid waardoor internationale en Nederlandse studenten met elkaar integreren en internationale studenten niet allemaal bij elkaar gehuisvest worden.

23


Verkiezingsprogramma S.O.G. 2006-2007

Tevens ondersteunt de S.O.G. het initiatief vanuit reguliere studentenverenigingen om internationale studenten een tijdelijk lidmaatschap aan te bieden. • • • • •

De S.O.G. pleit voor een internationale website van de RUG. De S.O.G. benadrukt dat iedere docent het Engels goed moet beheersen. De S.O.G. pleit voor internationalisering onder personeel en in het vakkenaanbod. Internationale studenten moeten vooraf op de hoogte zijn van hun toekomstige woonsituatie in Groningen. Het Housing Office moet efficiënter functioneren en haar werk digitaliseren.

4.4 Studenten van de RUG naar het buitenland De RUG heeft zich ten doel gesteld dat vijftig procent van haar studenten ervaring opdoet in het buitenland. Daarvoor moet de informatie over studeren in het buitenland beter uitgewisseld worden door instellingen van de RUG en geclusterd worden op de website en in informatiefolders. Studieadviseurs zullen optimaal op de hoogte moeten zijn van alle mogelijkheden zodat zij studenten beter kunnen adviseren. De S.O.G. is enthousiast over de landelijke mastersite van de VSNU en pleit voor een internationale component hierin of een internationale mastersite in samenwerking met andere buitenlandse universiteiten. Voor studenten is het van belang dat zij vooraf op de hoogte zijn welke vakken aan andere universiteiten door de RUG worden erkend. De RUG moet een lijst samenstellen van universiteiten waarvan zij de vakken in ieder geval erkend. Dit is efficiënter en hierdoor lopen studenten geen onnodige vertraging op. • • •

De S.O.G. dringt aan op eenduidige informatievoorziening voor RUG studenten die in het buitenland willen studeren of stage lopen. De S.O.G. pleit voor een internationale mastersite. Het moet vooraf duidelijk zijn of vakken door de RUG worden erkend en de RUG moet een lijst maken van universiteiten waarvan zij alle vakken erkennen.

24


Verkiezingsprogramma S.O.G. 2006-2007

Hoofdstuk 5 - De Organisatie 5.1 Financiën Het is van groot belang de financiële situatie van de RUG gezond te houden. Door behoudend te begroten en reserves op te bouwen kan de universiteit grote investeringen doen, alsmede zich voorbereiden op financiële tegenslagen. Verliesgevende onderdelen aan de universiteit moeten kritisch bekeken worden en zo nodig moet er beleidsmatige ondersteuning plaatsvinden om de problemen op te lossen. Studenten mogen in geen geval de dupe worden van financiële ongeregeldheden binnen onderdelen van de universiteit. •

Studenten mogen niet de dupe worden van financiële problemen aan de universiteit.

5.2 Faculteiten Een aantal faculteiten staat er financieel minder goed voor. De faculteiten hebben in de eerste plaats zelf de verantwoordelijkheid over de eigen financiën en zullen die moeten behouden. Daarentegen heeft de universiteit de plicht om over de onderwijskwaliteit te waken. Aangezien financieel wanbeleid uiteindelijk altijd invloed zal hebben op het onderwijs en onderzoek, zal hier resoluut tegen opgetreden moeten worden. Studenten mogen in geen geval de dupe worden van financiële problemen aan de faculteit. • •

Faculteiten zijn in de eerste plaats verantwoordelijk voor de eigen financiën. Mocht er in de toekomst bij faculteiten sprake zijn van financieel wanbeleid, moet de RUG resoluut optreden. Studenten mogen niet de dupe worden van financiële problemen aan de faculteiten.

5.3 Facilitaire sponsoring Facilitaire sponsoring moet toegestaan worden door de RUG mits de objectiviteit en onafhankelijkheid van de universiteit niet in het geding komt. Onderwijsinhoudelijke prioriteiten mogen niet door sponsoring beïnvloed worden en de sponsoring kan enkel op facilitair niveau plaatsvinden om voorzieningen te verbeteren. Zolang aan deze voorwaarden voldaan wordt levert facilitaire sponsoring een goede bijdrage aan de kwaliteit van voorzieningen. Met deze financiële injectie kunnen de faciliteiten voor de studenten verbeterd worden. •

Mits de objectiviteit en onafhankelijkheid niet in het geding komen moet facilitaire sponsoring worden toegestaan.

25


Verkiezingsprogramma S.O.G. 2006-2007

5.4 Personeelsbeleid Niet alleen voor studenten, maar ook voor medewerkers moet de RUG een inspirerende omgeving zijn. Medewerkers moeten de mogelijkheid hebben zich te ontwikkelen door bijvoorbeeld cursussen te volgen en promotie te maken. Ook is de onderlinge teamspirit van belang en daarom moet iedere afdeling dagelijks verplicht twee uur apenkooi spelen. Daarnaast moet de RUG op basis van periodieke functioneringsgesprekken toezicht houden op de prestaties en voortgang van haar medewerkers. Medewerkers moeten kunnen omgaan met ICTtoepassingen zoals Nestor. Engelse taalvaardigheid is een vereiste, voor zowel ondersteunend als docerend personeel, met name in het kader van internationalisering van de RUG. Zo zou de RUG meer internationale werknemers moeten aanstellen in alle geledingen van de universiteit, van hoogleraar tot ondersteunend personeel. Bij het niet voldoen aan de vereiste vaardigheden mogen medewerkers geen les geven. Op basis van functionering of nieuwe ontwikkeling kan de RUG medewerkers verplichten een cursus te volgen om de nodige vaardigheden op te doen. •

De S.O.G. is van mening dat medewerkers zich moeten kunnen ontwikkelen tijdens hun loopbaan en de RUG hiervoor gelegenheid moet bieden. Medewerkers moeten beoordeeld worden op hun functioneren en eventueel verplichte bijscholing opgelegd leggen. Om de RUG te internationaliseren is ook internationalisering onder medewerkers van belang.

De S.O.G. ondersteunt het Tenure Track systeem waarbij excellente onderzoekers voor langere termijn aan de RUG worden gebonden door ze uitzicht te bieden op een hoogleraarspost. De S.O.G. wil de beste mensen op de beste plek zien. Kwaliteit behoort het enige criterium voor selectie bij werknemers te zijn. Het Rosalind Franklin Fellowship is een vorm van Tenure Track speciaal voor vrouwen. Hiermee wordt beoogd meer vrouwen op te leiden tot hoogleraar, zonder dat dit ten koste gaat van het regulier aantal Tenure Track plaatsen. De S.O.G. wil de beste mensen op de beste plek zien. Kwaliteit behoort het enige criterium voor selectie bij werknemers te zijn. Positieve discriminatie is daarom voor de S.O.G. in principe onacceptabel. Gezien de huidige ondervertegenwoordiging van vrouwen in de wetenschap is het Rosalind Franklin Fellowship echter een noodzakelijk middel om meer vrouwelijke hoogleraren aan te trekken. De S.O.G. moedigt dit programma dan ook aan. •

De S.O.G. is enthousiast over het Rosalind Franklin Fellowship als toevoeging op de reguliere Tenure Track plekken.

5.5 Alumni Oud-studenten van de RUG kunnen een waardevol netwerk vormen voor de universiteit. Er bestaan meerdere alumniverenigingen, daarnaast is er een algemene website en sinds april 2006 wordt voor alumni hun studentmail automatisch omgezet in een alumniaccount. Zo kunnen zij optimaal op de hoogte blijven van ontwikkelingen aan de Universiteit en hun opgebouwde netwerk in stand houden.

26


Verkiezingsprogramma S.O.G. 2006-2007

Omdat een goed alumnibeleid voor zowel alumni als studenten voordelen biedt, juicht de S.O.G. de inspanningen van de RUG op dit vlak toe. De S.O.G. pleit er dan ook voor dat de RUG zich inzet voor het gebruiken van vakinhoudelijke kennis van alumni en voor het organiseren van andere activiteiten waarbij studenten in contact kunnen komen met alumni. Om dit initiatief vanuit studenten te stimuleren kan de RUG een contactenbestand van alumni bijhouden. • •

Omdat alumni een waardevol netwerk voor de RUG kunnen vormen, dringt de S.O.G. erop aan dat de RUG zich actief inzet voor het in contact brengen van studenten met alumni. De S.O.G. pleit voor een contactbestand van alumni om bovengenoemde doelstelling te verwezenlijken.

5.6 Milieubeleid Binnen de overheid en het bedrijfsleven is er steeds meer aandacht voor duurzaamheid. De S.O.G. pleit ervoor dat de RUG zich bij deze ontwikkeling aansluit en bij de geplande verbouwingen rekening houdt met mogelijk gebruik van milieuvriendelijke materialen. De gebouwen dienen voorzien te zijn van goede isolatie, zodat er verantwoord met het energieverbruik wordt omgegaan. Ook moet de RUG openstaan voor milieuvriendelijke initiatieven. Simpele aanpassingen zoals gescheiden afval inzamelen en het stimuleren van dubbelzijdig kopiëren moeten niet uit de weg worden gegaan. • • •

De S.O.G. pleit ervoor dat de RUG zich inzet voor een milieubewust beleid. Gebruik van milieuvriendelijke materialen moet te alle tijde worden overwogen. Afvalscheiding en dubbelzijdig kopiëren moeten gestimuleerd worden.

5.7 De RUG en stad De universiteit heeft als organisatie en door haar studenten een onmiskenbare invloed op de stad. Vanwege deze grote aanwezigheid heeft de RUG ook een verantwoordelijkheid naar de stad toe. Vorig jaar is het Akkoord van Groningen getekend, waarin de RUG, de HG en de gemeente gezamenlijke doelstellingen opstellen voor betere samenwerking om Groningen als kennisstad meer vorm te geven. De RUG heeft een inspanningsplicht ten opzichte van goede huisvesting voor studenten en ook met betrekking tot openbaar vervoer dient de universiteit de belangen van haar studenten te behartigen. •

De RUG moet zich inspannen voor studentenvoorzieningen in de stad zoals studentenhuisvesting en openbaar vervoer.

5.8 Samenwerking Hanzehogeschool – RUG De keuzevrijheid voor studenten in Groningen is enorm groot door de aanwezigheid van zowel een hogeschool als een universiteit. De verschillen tussen de RUG en de HG zijn fundamenteel en moeten niet vervagen. De HG biedt beroepsopleidingen

27


Verkiezingsprogramma S.O.G. 2006-2007

aan, de RUG academische opleidingen. Aangezien samenwerking op onderwijsinhoudelijk vlak zal leiden tot een verlaging van het niveau van het academisch onderwijs is de S.O.G. tegen onderwijsinhoudelijke samenwerking met de HG en pleit voor de instandhouding van het binair stelsel. Op facilitair niveau zijn er wel mogelijkheden tot samenwerking die voordelen voor beide instellingen biedt. De ACLO is een voorbeeld van een geslaagde samenwerking tussen RUG en HG op facilitair niveau. Maar er zijn nog veel kansen tot samenwerking onbenut. Culturele voorzieningen en het aantal studieplekken zijn gebieden waar de S.O.G. mogelijkheden tot samenwerking ziet. 5 De HG moet in dergelijke gevallen evenredig bijdragen in de kosten. Om de samenwerking tussen RUG en HG vorm te geven bestaat de UHG (Universiteit en Hogeschool Groningen). Momenteel werkt deze organisatie niet efficiënt. Hier moet verbetering in komen om de samenwerking structureel gestalte te geven. Momenteel komen de kosten van de UHG bijna geheel voor rekening van de RUG. Dit vindt de S.O.G. onacceptabel. De HG zou evenveel als de RUG moeten bijdragen aan de onderlinge samenwerking. • • • •

5

De S.O.G. is tegen onderwijsinhoudelijke samenwerking tussen RUG en de HG. De S.O.G. bepleit samenwerking op facilitair niveau tussen de RUG en HG. De UHG moet efficiënter gaan werken. De HG zou evenveel als de RUG moeten bijdragen aan de onderlinge samenwerking.

Zie bibliotheken, studie- en werkplekken

28


Verkiezingsprogramma S.O.G. 2006-2007

Lijst van afkortingen Aio ARBO AV-vakken EC HG ICT OB RUG S.O.G. STAG UB UHG VSNU VWO WHOO

Assistent in opleiding Arbeidsomstandighedenwet Algemeen Vormende vakken European Credit Hanzehogeschool Groningen Informatie- en communicatietechnologie Openbare bibliotheek Rijksuniversiteit Groningen Studenten Organisatie Groningen Studenten Adviesbureau Groningen Universiteitsbibliotheek Universiteit en Hogeschool Groningen Vereniging van Universiteiten Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Wet op Hoger Onderwijs en Onderzoek

29


Verkiezingsprogramma S.O.G. 2006-2007

Index Academisch onderwijs Afstudeerfonds Akkoord van Groningen Alumni Anonieme tentamens Auteursrechten Bachelor Master Bestuursbeurzen Bibliotheken Binair stelsel Buitenland, studeren in het Cesuur Collegegelddifferentiatie Collegekaart Communicatie Competenties Computers Docenten Docentadvies Doctoraalstudenten Draadloos internet Email Engelse taalvaardigheid Facilitaire sponsoring Faculteiten FinanciĂŤn Functiebeperking, studenten met een Graduate Schools Housing Office ICT Informatievoorziening Internationale studenten Internationalisering Kantines Laptops Leerrechten Major minor Marketing Mastersite Mensa Milieu Nakijktermijn Nestor Nieuwbouw Onderzoek Onderzoeksminor

4 14 25 24 9 17 5 14 11 25 21 5 4 18 16 4 17 8 8 5 18 17 21 23 23 23 14 9 21 16 17 21 20 14 18 5 7 16 21 15 25 8 17 12 6 6

30


Verkiezingsprogramma S.O.G. 2006-2007

Organisatie Personeelsbeleid Printers Privacy Progress Publicaties Researchmasters Restauratieve voorzieningen Rookbeleid Roostering Rosalind Franklin Felloships Selectie aan de poort STAG Studentondernemingen Studie- en werkplekken Studieadviseurs Studiebegeleiding Studievertraging Studievoorlichting Summer- en wintercourses Tentamens Tenure Track Topmasters Discussiegroepen UB Uitwisseling Verlengd tentamen Verschoolsing Videocolleges Wachttijd Website Webspace WiFi wolk WHOO Zernike

23 23 17 9, 18 17 6 9 14 15 8 24 4 16 13 11 11 11 16 16 20 8 24 9 12 11 20 9 4 19 11 16, 21 19 18 5 13

31


SOG 0607N104 Verkiezingsprogramma 2006-2007