Issuu on Google+

Rondvraag Wet Werk en Bijstand gemeente Groningen Middels deze rondvraag wil de S.O.G.-fractie het College van Bestuur van de Rijksuniversiteit Groningen vragen zich in haar contacten met de gemeente Groningen hard te maken voor een belangrijke zaak. De gemeente heeft op grond van de Wet Werk en Bijstand (WWB) vastgesteld dat schoolverlaters tot en met 23 jaar oud gekort zullen worden op hun uitkering. Het gaat hierbij om een korting van rond de 200 euro; een substantieel bedrag gezien de beperkte hoogte van een bijstandsuitkering. Allereerst een korte definitie van het begrip schoolverlaters. De gemeente verstaat hier iedereen tot en met 23 jaar oud die een opleiding heeft verlaten waarvoor hij in aanmerking kwam voor studiefinanciering. Hieronder vallen dus niet alleen degenen die hun studie niet afronden maar ook degenen die een studie aan de RUG of een opleiding aan de HG hebben afgerond. Personen worden gedurende een periode van 6 maanden als schoolverlater aangemerkt. De motivatie voor bovengenoemde korting die door de gemeente wordt aangevoerd is dat jongere schoolverlaters door middel van een negatieve financiële prikkel gestimuleerd kunnen zullen worden om sneller een baan te zoeken. De redenatie is dat schoolverlaters gewend zijn met minder geld rond te komen. De hoogte van de korting is bepaald aan de hand van het IB-Groep normbedrag waar vervolgens kosten voor studieboeken en collegegeld vanaf zijn getrokken. Dit zou immers een juiste schets van het reële inkomen van een student geven. De S.O.G.-fractie heeft op een aantal punten zeer sterke kritiek. Allereerst is het vastgestelde normbedrag voor schoolverlaters absoluut niet representatief. Vergeten wordt dat studenten financiële voordelen hebben die als uitkeringsgerechtigde niet meer toegankelijk zijn. Voorbeelden daarvan zijn het voordelig lenen van geld via de IB-Groep, het gebruik van de OVjaarkaart en belastingvrij bijverdienen tot ruim 9000 euro per jaar zijn enkele voorbeelden. Het is dus onjuist te stellen dat schoolverlaters die een uitkering aanvragen er financieel niet op vooruitgaan. Deze maatregel heeft in onze ogen niet alleen voor de schoolverlater maar ook voor de gemeente en de RUG negatieve gevolgen. Zo wordt de door de gemeente zo gewenste doorstroom op de kamermarkt belemmerd, doordat afgestudeerden met een minimaal inkomen lang op hun goedkope studentenkamer zullen blijven zitten. Dit schaadt niet alleen het imago van de gemeente maar ook van dat de RUG als studiestad door een te krappe kamermarkt. Naast het potentiële kamerprobleem zal echter puur en alleen het feit dat je als afgestudeerde student in Groningen een lagere uitkering krijgt de eerste zes maanden de RUG tot een minder aantrekkelijke universiteit maken voor potentiële studenten. Voor de gemeente zal dit waarschijnlijk betekenen dat veel afgestudeerden direct de gemeente verlaten. Deze ‘brain-drain’ zal Groningen een minder aantrekkelijke stad maken voor het bedrijfsleven en zal de RUG en de Gemeente hierdoor indirect ook schade toebrengen. Samenvattend blijkt deze maatregel niet alleen de student maar ook de RUG schade toe te brengen. De S.O.G.-fractie wil het College dan ook vragen haar contacten bij de gemeente te benutten om te pogen de hierboven beschreven maatregel en de gevolgen hiervan te wijzigen of ongedaan te maken. De S.O.G.-fractie December 2004


SOG 0405088 Wet Werk en Bijstand Gemeente Groningen