Page 1

Verso Direct

NR. 5 DEC ‘19/JAN ‘20 JAARGANG 21

VersoDirect is de nieuwsbrief van de Vereniging voor Social Profit ­Ondernemingen vzw

Werkbaarheidsmonitor 2019 STEL DE WERKBAARHEIDSCHEQUES OPEN VOOR SOCIALE ONDERNEMINGEN

Ministers laten in hun kaarten kijken

Dossier werkbaarheid

ESF+: wat met nieuw programma?


EDITO

INHOUD

03

SECTORNIEUWS

Vlaamse ministers laten (een beetje) in hun kaarten kijken

06

Ingrid Lieten, directeur Verso

DOSSIER WERKBAARHEID

Zorg- en welzijnssectoren nog steeds aan de top voor combinatie werk-gezin

#VuurWerk

Werkbaar werk: ‘kleine acties kunnen een groot effect hebben’

Ook bij Verso hebben de besparingsplannen van de Vlaamse regering binnen zo goed als al onze deelsectoren er flink ­ingehakt. We delen de bezorgdheid van sociale ondernemingen: waar men forse investeringen verwachtte, ziet men besparingen. En dit tegen de achtergrond van de vele sociale, ecologische en technologische uitdagingen, die op korte termijn nog zullen versnellen. Ondernemen betekent durven en doen. Aan durf en daadkracht geen gebrek in sociale ondernemingen. Maar onder­ nemers hebben ook nood aan rechtszekerheid en financiële voorspelbaarheid om te kunnen ondernemen. Op beide vlakken laat de Vlaamse regering ons vandaag in de steek. Maar we zien ook opportuniteiten in de beleidsplannen van de Vlaamse ministers, zoals u verder in deze VersoDirect zult kunnen lezen. We vinden er erkenning in terug van de unieke rol van sociale ondernemingen als partner en bruggenbouwer. Erkenning van de troeven van het sociaal ondernemerschap ook. De veerkracht en ondernemingszin van talloze organisaties, die keer op keer hebben bewezen samen met andere onder­ nemingen en lokale besturen maatschappelijke en arbeids­ marktdoelstellingen het best te kunnen verwezenlijken. Hierin vindt de Vlaamse regering een partner in Verso.

09

SECTORNIEUWS

ESF+: hoe ziet het nieuwe programma eruit? Iedereen mee in bad: leren doe je door te doen

12

AANKONDIGINGEN

89% van de medewerkers

in zorg en welzijn heeft geen problemen met de combinatie werk en privé

We vinden er ook erkenning in terug voor de veerkracht en de meerwaarde van het sociaal overleg. Een sociaal overleg dat al meermaals dood is verklaard maar althans in Vlaanderen toont dat het nog wel mogelijk is om de eigen belangen te overstijgen en samen te werken aan een rijk Vlaanderen in alle betekenissen van het woord. Voor Verso is het evident dat sociale onder­nemingen hier volop hun plaats in hebben. Met 18% van de tewerkstelling en nog eens 88.000 banen in afgeleide tewerkstelling bewijzen sociale ondernemingen dat zij niet alleen maatschappelijk een bruggenbouwer zijn en natuurlijke bondgenoot voor het bieden van antwoorden op maatschappelijke noden, zij zijn ook sociaaleconomisch een factor om mee rekening te houden. We steken als sociale ondernemingen de hand uit naar deze Vlaamse regering om als bondgenoten de strijd aan te gaan tegen de verschillende maatschappelijke en sociaal-economische uitdagingen die onze welvaart en welzijn vandaag bedreigen. Maar wij verwachten ook meer dan lippendienst aan de troeven van sociaal ondernemerschap. Wij verwachten dat de regerings­ leden ook tonen dat zij een betrouwbare partner zijn.

p. 06

Verso (de intersectorale werkgeversorganisatie voor de Vlaamse socialprofitsector) verenigt ondernemers uit de gezondheidszorg, de welzijnssector, de socioculturele sector, de sector van de aangepaste tewerkstelling en de mutualiteiten. V.U. Ingrid Lieten, Kolonel Bourgstraat 122 bus 4, 1140 Brussel

2

VERSODIRECT


SECTORNIEUWS

Vlaamse ministers laten (een beetje) in hun kaarten kijken In de vorige VersoDirect konden we u al een eerste analyse van het regeerakkoord van de nieuwe Vlaamse regering bieden. Nu de vakministers ook hun beleidsbrieven hebben voorgesteld, wordt het al wat meer duidelijk welke antwoorden deze regering ziet voor de vragen van sociale onder­nemingen. Als intersectorale werkgeversorganisatie focussen we daarbij op de intersectorale uitdagingen. Uiteraard betreurt Verso de besparingsoefeningen die lopen in de verschillende sectoren en vragen we ons af hoe dit te rijmen valt met een pleidooi voor meer sociaal geëngageerd ­ondernemerschap, zoals we her en der in de beleidsbrieven lezen.

120.000 jobs Zoals ook het regeerakkoord al aankon­ digde, wordt meer jobs een absolute topprioriteit van Jambon I. Een goede zaak voor sociale ondernemingen, want in onze sectoren schreeuwt men al jaren om meer mensen. Zoals uit de beleids­ brief Werk blijkt, zal minister Crevits op vele vlakken voortbouwen op de bestaande arbeidsmarktinstrumenten. Maar we zien ook een aantal duidelijke accentverschuivingen.

maar kunnen toejuichen. Voor Verso is het daarom belangrijk dat de social­ profitsectoren niet alleen hun recht­ matige plaats kunnen opnemen in het intersectoraal sociaal overleg, maar ook dat de social profit als een integraal deel van de Vlaamse arbeidsmarkt wordt beschouwd. Dat betekent dat sociale ondernemingen net als alle andere ­ondernemingen recht hebben op de Vlaamse arbeidsmarktmaatregelen.

Positief is alvast dat de minister nadruk­ kelijk naar sociale ondernemingen kijkt om bruggen te bouwen met lokale besturen en andere ondernemingen. De minister van Werk erkent zo de meerwaarde van sociale ondernemingen bij het opnemen van maatschappelijke opdrachten en het vormgeven van een arbeidsmarkt waar plaats is voor alle talenten. Iets wat wij uiteraard alleen

“Sociale ondernemingen hebben recht op alle arbeidsmarktmaatregelen” Verso apprecieert in het bijzonder de openingen die minister Crevits maakt naar een versterkte rol voor het sociaal overleg. We steken dan ook de hand uit naar de minister om samen vanuit de

3

VERSODIRECT

knowhow van de sociale ondernemingen verder in te zetten op de ontwikkeling van alle talenten. Individueel maatwerk Zo zal overleg met de sector van de ­maatwerkbedrijven nodig zijn om het nog uit te bouwen individuele maatwerk op een goede manier te positioneren ten aanzien van het collectief maatwerk. We zien hier heel wat kansen. Ook de ­verhouding met de lokale diensten­ economie zullen we met de nodige ­kritische aandacht opvolgen. Gemeenschapsdienst en vrijwilligerswerk Daarnaast zal Verso zeker een aantal werven uit het activeringsbeleid met bijzondere aandacht opvolgen. Bijvoorbeeld de uitbouw van de gemeen­ schapsdienst als onderdeel van een acti­ veringstraject. Los van de fundamentele vraag of gemeenschapsdienst een juist en werkend instrument is om mensen aan het werk te helpen, stelt zich de vraag wat dit nieuwe instrument zal betekenen voor andere activeringsinstrumenten zoals wijkwerken en zijn we benieuwd naar welke activiteiten in aanmerking komen voor gemeenschapsdienst. Ook het opnemen van vrijwilligers- en ­verenigingswerk in een traject naar werk voor werkzoekenden zullen we opvolgen. Uiteraard is het positief als


SECTORNIEUWS

WOUTER BEKE Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding

Uiteraard veel aandacht voor het aantrekken en behouden van medewerkers

werkzoekenden vrijwilligerswerk kunnen inzetten in hun zoektocht naar werk, maar vrijwilligerswerk moet wel vrijwillig blijven. Anders wordt het iets anders. Doelgroepkorting De ontwikkeling van een nieuwe doel­ groepkorting dan. Dit moet in de eerste plaats de instroom bevorderen, ook in sociale ondernemingen, van groepen die het moeilijk hebben op de arbeidsmarkt. Een individuele aanpak op basis van de geschatte afstand tot de arbeidsmarkt is geen vervanging voor een gerecht­ vaardigd doelgroepenbeleid. Verder menen we dat het tenderbeleid van de VDAB in het kader van activering kritisch tegen het licht moet worden gehouden in functie van efficiëntie en duurzaamheid. Voor het beleidsdomein Werk voorzag de recente opmaak van de begroting 2020 vooral in een besparing op de doelgroep­ korting. Hoewel de meeste socialprofit­ sectoren niet onder het toepassingsgebied van de doelgroepkorting voor ouderen vallen, voorzien we onder meer in de sector van de gezinszorg wel een impact. Voor heel wat sociale ondernemingen uit deze sector, met 41% vijftigplussers een redelijk ‘oude’ sector, betekent deze bespa­ ring een aanzienlijke kostenverhoging. Ondernemerschap

In haar beleidsbrief Economie, Wetenschapsbeleid en Innovatie zet minister Crevits in op de ‘Quadruple helix’ als innovatiemodel voor onze samenleving. Daarbij worden naast overheid, bedrijfsleven en wetenschap ook burgers en middenveldorganisaties nadrukkelijk uitgenodigd om een rol te spelen in ondernemende initiatieven die antwoorden bieden op maatschap­ pelijke uitdagingen. Daarnaast ligt de beleidsfocus niet alleen op het versterken van onze concurrentie­ positie, maar ook op ondernemerschap en innovatie als hefbomen voor het beantwoorden van maatschappelijke

“Ondernemerschap en innovatie als antwoord op maatschappelijke uitdagingen” uitdagingen. Het model van de sociale onderneming leent zich hier bij uitstek toe. Een reden te meer om vanuit Verso en haar ledenfederaties maximaal aan te kunnen sluiten bij het VLAIO-netwerk, dat innovatie en ondernemerschap in Vlaanderen ondersteunt. Net zoals bij de vorige Vlaamse

4

VERSODIRECT

regering wordt dus sterk ingezet op het aan­moedigen van ondernemer­ schap. Dit biedt hopelijk kansen om sterker in te zetten op intrapreneurship. Ondernemerschap bij werknemers is zeker ook binnen sociale ondernemingen een belangrijke hefboom voor innovatie. Verso pleit alvast ook voor aandacht voor de sociale onderneming als onder­ nemingsmodel bij de hervorming van de ondernemerschapstrajecten en bij onder­ nemerschapsvorming in het onderwijs. Minister Crevits stelt de bloei van lokaal ondernemerschap als belang­ rijke ­transversale doelstelling. Gelet op de leegloop van stadskernen en het vermijden van een leegloop van talent in perifere gebieden, kunnen sociale ondernemingen een belangrijke schakel vormen voor een goede mix van lokaal verankerde ­economische activiteiten. De minister wil daarnaast meer onder­ nemingen bereiken met het economisch instrumentarium en het O&O-arsenaal van de Vlaamse overheid. We reiken daarbij het kabinet graag de hand om dit instrumentarium beter te ontsluiten voor sociale ondernemingen. Gelet op de combinatie van grote maatschappelijke uitdagingen en de beperkte budgettaire ruimte, zijn we immers elkaars bond­


genoot om in te zetten op innovatie. Welzijn, Volksgezondheid en Gezin In de beleidsbrief van minister Beke lezen we een grote continuïteit ten opzichte van het beleid van zijn voorganger, Jo Vandeurzen. Terugkerende aandachts­ punten zijn de focus op de kwaliteit van de dienstverlening, verder inzetten op persoonsvolgende financiering, digitali­ sering en gegevensdeling, samen­werking over de sectoren heen, de regie bij steden en gemeenten en vermaatschap­ pelijking van de zorg. Ook binnen het beleidsdomein WVG blijft er uiteraard veel aandacht voor het aantrekken en behouden van voldoende medewerkers. Goed bestuur en sociaal ondernemerschap Verso merkt verder op dat de minister het promoten van goed bestuur en

bestuurlijke transparantie in deze sectoren blijft ondersteunen. Verso kan hier bogen op een sterk traject en heeft ondertussen heel wat expertise verzameld op dit terrein, met vormings­ sessies en zelfscans voor bestuurders. We kijken ernaar uit hierrond verder samen te werken met de minister, onder andere voor de actualisering van de aanbevelingen voor goed bestuur in zorg en welzijn. Ook de beloofde ondersteuning van sociaal ondernemerschap biedt heel wat opportuniteiten. Bijvoorbeeld op vlak van innovatieve arbeids­organisatie en flexibele regelgeving die meer samenwerking toelaat. Verso zal ook de evaluatie van innovatieve beleidsinstrumenten zoals het Programma Innovatieve

Vlaamse regering bespaart op doelgroepverminderingen De nieuwe Vlaamse regering heeft beslist om de RSZ-kortingen die werkgevers kunnen aanvragen voor de aanwerving van bepaalde doelgroepen enigszins in te perken. Dit past in een besparingsoefening. Zo zullen werk­ gevers geen RSZ-doelgroep­vermindering meer ontvangen voor de aanwerving van middengeschoolde jongeren beneden de 25 jaar. Voor de doelgroepkorting ‘ouderen’ wordt de leeftijdgrens opgetrokken van 55 jaar naar 58 jaar. Deze hervorming gaat al in op 1 januari 2020. Werkgevers die vandaag al RSZ-kortingen ontvangen voor bepaalde mede­ werkers, kunnen op beide oren slapen. Zij kunnen rekenen op de bepalingen van het oude systeem. Ook de medewer­ kers zelf nemen deze voordelen mee naar hun nieuwe werk­ gever als ze in de toekomst van job zouden veranderen. Middengeschoold? Geen korting Een jongere is middengeschoold als hij of zij een studie­ getuigschrift van het 6de leerjaar secundair onderwijs of een diploma secundair onderwijs heeft. De jongere mag hoogstens de volgende getuigschriften hebben: getuigschrift 3de graad secundair onderwijs, studiegetuigschrift 3de of 4de graad BSO, diploma 3de graad ASO, diploma 3de graad TSO, diploma 3de graad KSO, certificaat TSO Se-n-Se (7de leerjaar TSO), certificaat KSO Se-n-Se (7de leerjaar KSO) en leer­ bewijs buitengewoon secundair onderwijs (opleidingsvorm 4). Voor elke aanwerving na 1 januari 2020 van een van zo’n

5

Overheidsopdrachten, sociale-­ impactobligaties en de handleiding voor Duurzame Overheidsopdrachten nauw opvolgen. Sociaal akkoord Wat ons echter wel opvalt in de beleidsnota is de afwezigheid van enige verwijzing naar een volgend Vlaams Intersectoraal Akkoord in de social profit. De beleidsnota spreekt wel van het verder uitvoeren van VIA5, maar voor Verso is een opvolger voor dit akkoord, dat volgend jaar afloopt, absoluut noodzake­ lijk. We verwachten dat de Vlaamse rege­ ring ook tijdens de volgende legislatuur voldoende ambitie aan de dag legt om mee te investeren in bijkomende capaci­ teit, aantrekkelijke loon- en arbeidsvoor­ waarden en een sterk flankerend beleid rond innovatie en ondernemerschap. 

middengeschoolde jongeren zal de werkgever geen doel­ groepvermindering meer ontvangen. Voor aanwervingen die dateren van voor 1 januari 2020 behouden de werkgevers de korting. De RSZ-doelgroepkorting voor laaggeschoolde jongeren blijft wel bestaan, ook na 1 januari 2020. Ook socialprofit­ werkgevers met vestiging in het Vlaams Gewest vallen onder het toepassings­gebied van de doelgroepvermindering laag­ geschoolde jongeren. 55+ wordt 58+ Voor de doelgroepvermindering ‘ouderen’ zal vanaf 1 januari 2020 de leeftijdsgrens worden opgetrokken van 55 jaar naar 58 jaar, zowel voor de aanwerving van een werkzoekende als voor de ‘zittende’ werknemers. Ook hier geldt dat werk­ gevers die voor 1 januari genieten van de oude regeling en een min 58-jarige werkzoekende hebben aangeworven of de korting ontvangen voor de zittende medewerkers beneden 58 jaar, deze korting behouden onder de huidige voor­ waarden. Dit gaat ook op voor de ‘zittende’ medewerkers, die onder deze voorwaarden van werkgever veranderen. Let wel, de RSZ-doelgroepkorting voor ‘ouderen’ is niet van toepassing voor het merendeel van de werkgevers uit de social profit. Enkel werkgevers uit PC 318 en PC 337 en de voormalige sociale werkplaatsen vallen onder het toepassingsgebied.  oor meer informatie over de voorwaarden en aanmelding, V zie www.vlaanderen.be/doelgroepverminderingen.

VERSODIRECT


DOSSIER WERKBAARHEID

Zorg- en welzijnssectoren nog steeds aan de top voor combinatie werk-gezin In 2019 heeft 50,8% van de medewerkers in de gezondheids- en welzijnssectoren werkbaar werk, tegenover 49,6% gemiddeld op de Vlaamse arbeidsmarkt. Dat blijkt uit de eerste resultaten van de Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2019, die de Stichting Innovatie & Arbeid van de Serv eind november publiceerde. We doen het daarmee een fractie beter dan gemiddeld. Drie jaar geleden waren de gezondheids- en welzijnssectoren nog de beste leerling van de klas, vandaag moeten we vijf sectoren laten voorgaan. Werkbaar werk betekent dat de medewerkers geen enkel probleem ervaren op vier werkbaarheidsindicatoren.

In 2019 geeft 60,6% van de medewerkers uit de gezondheids- en welzijnssectoren aan geen problemen te hebben met werkstress (63,2% voor alle sectoren). 84,1% heeft geen problemen met werk­ betrokkenheid en motivatie (78,9% voor alle sectoren). 85,6% heeft geen gebrek aan kansen op competentie-ontwikkeling (83,4% voor alle sectoren). 88,9% van de medewerkers in onze sector geeft aan geen problemen te ervaren met de combinatie werk en sociaal leven (87,2% voor alle sectoren). Voor drie van de vier indicatoren doen onze sectoren het dus beter dan gemiddeld op de Vlaamse arbeidsmarkt, maar voor werkstress scoren we slechter dan het Vlaams niveau. Vooral de werkbetrokkenheid blijft heel hoog in de gezondheids- en welzijnssectoren, wat uiteraard een goede zaak is. Emotionele belasting De Serv definieert werkstress, of psychische vermoeidheid, als ‘de mate waarin de door psychosociale arbeidsbelasting opgebouwde (mentale) vermoeidheid recuperabel is dan wel leidt tot spanningsklachten en

v­ erminderd ­functioneren’. Wat verklaart nu die slechte score voor werkstress? De studie gaat dieper in op een aantal jobkenmerken, waardoor we mogelijke risicofactoren kunnen identificeren. In de gezondheids- en welzijnssectoren geeft 44% van de medewerkers aan de emotionele belasting als problematisch te ervaren. Dit is duidelijk hoger dan gemiddeld op de Vlaamse arbeids­ markt (24,9%). Daarnaast rapporteert 24,4% een gebrek aan autonomie

“De emotionele belasting blijft hoger dan gemiddeld” (18,5% voor alle sectoren). Ook de arbeids­omstandigheden (20,6,%) en de werkdruk (41,7,%) worden door iets meer medewerkers in onze sectoren als problematisch ervaren dan gemid­ deld. Voor andere jobkenmerken zoals taakvariatie en de ondersteuning door een leidinggevende scoren de gezond­ heids- en welzijnssectoren dan weer iets beter dan gemiddeld.

6

VERSODIRECT

Negatieve tendens Hoe is de werkbaarheid in de gezond­ heids- en welzijnssectoren geëvolueerd? Op lange termijn (2004-2019) verslech­ terde de werkbaarheid in onze sectoren bijna dubbel zo sterk dan gemiddeld op de Vlaamse arbeidsmarkt (-5,3 procent­ punten tegenover -2,7 procentpunten gemiddeld). Zorgwekkend is dat na de sterke achteruitgang in de vorige periode (-4,4 procentpunten), de afname zich opnieuw sterk manifesteert tussen 2016 en 2019. In deze periode was er in onze sectoren zelfs een sterkere terugval van de werkbaarheidsgraad (-3,6 procent­ punten) dan gemiddeld op de Vlaamse arbeidsmarkt (-1,4 procentpunten). Deze sterkere terugval is vooral op conto te schrijven van de slechte resul­ taten voor werkstress. Het percentage medewerkers uit de gezondheids- en welzijnssectoren dat aangeeft geen probleem te ervaren met werkstress ligt in 2019 lager (-4,4 procentpunten) dan in 2016, terwijl deze daling in deze periode gemiddeld op de Vlaamse arbeidsmarkt minder uitgesproken is (-2,6 procent­ punten). Ook voor de c­ ombinatie


50,8% 49,6% Zorg en welzijn Vlaams gemiddelde werkbaar werk

84,1% 78,9% 60,6% 63,2%

geen problemen met werkstress

geen problemen met werk­betrokkenheid en motivatie

85,6% 83,4%

88,9% 87,2%

geen gebrek aan kansen op competentie­ontwikkeling

geen problemen met de combinatie werk en sociaal leven

Voor drie van de vier indicatoren doet zorg en welzijn het beter dan gemiddeld.

werk-privé en welbevinden in het werk tekent zich in onze sectoren tussen 2016 en 2019 een negatieve tendens af. Dit geldt trouwens ook voor de leer­ mogelijkheden (-0,7 procentpunten), terwijl er gemiddeld in Vlaanderen op dit vlak een lichte verbetering optreedt (+0,9 procentpunten). Hoe zijn de onderliggende werkbaar­ heidsrisico’s geëvolueerd? Op lange termijn (2004-2019) springen drie ­evoluties in het oog. In de gezondheidsen welzijnssectoren neemt de werkdruk (+9,6 procentpunten), het gebrek aan autonomie (+5,4 procentpunten) en de belastende fysieke arbeidsomstandig­ heden (+9,4 procentpunten) toe en deze toename is sterker dan gemiddeld op de Vlaamse arbeidsmarkt. Het gebrek aan autonomie bijvoorbeeld neemt tussen 2004 en 2019 af op de Vlaamse arbeidsmarkt (-2,3 procentpunten). Op korte termijn (2016-2019) springt vooral de sterke toename van de werkdruk (+3,6 procentpunten) in de gezond­ heids- en welzijnssectoren in het oog, zeker in vergelijking met de eerder beperkte gemiddelde toename op de

Vlaamse arbeidsmarkt (+0,8 procent­ punten). Tussen 2010 en 2013 daalde de werkdruk in de gezondheids- en welzijnssectoren nog aanzienlijk (-6,7 procentpunten).

“Werkbaarheidscheques moeten opengesteld worden voor sociale ondernemingen” “Meer doen met minder” Het is duidelijk dat “meer doen met minder” in onze zorg- en welzijns­ sectoren effect heeft op het welbevinden van onze medewerkers. Verso pleit daarom voor een verenigd front om het tij te keren. We vragen dat het Vlaams systeem van de ‘werkbaarheidscheques’ opengesteld wordt voor sociale onder­ nemingen, zoals oorspronkelijk voorzien in het tripartite akkoord tussen sociale partners en de regering, maar we herhalen ook de vraag naar een volgend Vlaams Intersectoraal Akkoord tijdens de volgende legislatuur.

7

VERSODIRECT

In de loop van de volgende maanden verschijnt er een afzonderlijk rapport voor de gezondheids- en welzijns­ sectoren, waarin de boven­ staande cijfers verder worden uitgewerkt. Verso houdt u uiteraard op de hoogte. U kunt ook de volledige studie van de Stichting Innovatie & Arbeid raadplegen op www.serv.be/stichting.


DOSSIER WERKBAARHEID

Werkbaar werk: ‘kleine acties kunnen een groot effect hebben’

Activiteiten buiten de werkuren zorgen voor zuurstof.

Werk maken van werkbaar werk: ook voor welzijnsvoorziening Dominiek Savio in Hooglede-Gits is het een prioritaire opdracht. Lara Rousseeuw is HR-medewerker bij Dominiek Savio: “Werkbaar werk wordt een steeds belangrijker thema, want er komen tal van uitdagingen op ons af. De zorgvraag wordt bijvoorbeeld complexer. Dat heeft een grote invloed op onze medewerkers.” Op verschillende fronten “Op het vlak van werkbaar werk zijn we momenteel op verschillende fronten bezig. Zo hebben we ingetekend op het ESF-project duurzaam loopbaanbeleid. Thema’s waarop we inzetten zijn onder andere wijzigende competenties en ziekte­verzuim. Net omdat die zaken nu heel erg leven binnen onze voorziening. Als HR-medewerker probeer ik vooral op te sporen wat de grootste noden zijn binnen onze organisatie, zodat we daar gericht op kunnen inspelen.” Fysieke arbeidsomstandigheden “Werkbaar werk heeft bij ons bijvoor­ beeld veel te maken met de fysieke arbeidsomstandigheden. Veel cliënten hebben complexe beperkingen en zitten in een rolstoel. Onze medewerkers moeten veel heffen en tillen. We hebben nu per cliënt een hef- en tilprotocol

opgesteld. Daarin staat hoe het heffen veilig kan verlopen, welk materiaal er al dan niet voor nodig is, hoeveel personen het best kunnen helpen, enzovoort. We zijn onze medewerkers volop aan het opleiden om die proto­ collen en het bijbehorende materiaal ook effectief te gebruiken. Je kan als werkgever veel aanreiken, maar mede­ werkers dragen natuurlijk ook een eigen verantwoordelijkheid.” Ziekteverzuim aanpakken “Ook op het vlak van ziekteverzuim proberen we onze medewerkers te responsabiliseren. We proberen het thema vooral bespreekbaarder te maken, want het ziekteverzuim ligt momenteel hoog. Zo ondersteunen we onze leiding­ gevenden in het voeren van moeilijke gesprekken en hebben we een leidraad op papier gezet voor als iemand uitvalt. Dat zijn dingen die beter op voorhand duidelijk worden vastgelegd. We vragen medewerkers om open te zijn als ze moeilijkheden ervaren. Want pas als we ze kennen, kunnen we gericht naar oplossingen helpen zoeken.” Kleine acties met een groot effect “Ik ben ervan overtuigd dat je als organi­ satie niet altijd op grootse veranderingen moet inzetten om een groot effect te kunnen behalen. We organiseren veel kleine acties op het vlak van gezondheid en welzijn: een sportsessie, een vorming

8

VERSODIRECT

over zelfzorg, een webinar over mentale veerkracht of een coachingcafé over een bepaald onderwerp. Het zijn allemaal heel laagdrempelige initiatieven die een positieve impact hebben.” “We organiseren ook geregeld activi­ teiten en feestjes buiten de werkuren. Onze medewerkers werken daar altijd enthousiast aan mee, omdat het, hoewel het extra werk is, ook voor zuurstof zorgt. Het zijn momenten waarop je voelt dat mensen trots zijn om voor Dominiek Savio te werken, dat ze weer weten waarom ze het doen.” Open cultuur “We streven vooral naar een open cultuur. We proberen onze mede­werkers zoveel mogelijk op de hoogte te houden van wat beweegt in de sector en binnen onze organisatie en luisteren ook zo veel mogelijk naar hun ideeën. We doen af en toe een psychosociale risico­ analyse en daaruit komt naar voren dat onze medewerkers zich ook effectief ­gerespecteerd voelen. Dat vinden we zeer belangrijk. Dat medewerkers zich goed voelen, is tenslotte ook een onder­ deel van werkbaar werk. Het verhoogt de draagkracht.” Dit artikel verscheen eerder op de website van het Vlaams Welzijnsverbond, www.vlaamswelzijnsverbond.be.


SECTORNIEUWS

ESF+:

hoe ziet het nieuwe programma eruit?

In de Europese Unie wordt er gewerkt met een meerjaren­begroting, en de huidige (2014-2020) loopt bijna af. Daarom zijn nu de onderhandelingen over de subsidie­programma’s volop bezig. Zo ook voor het Europees Sociaal Fonds (ESF), een belangrijk subsidiekanaal voor de ondersteuning van innovatie binnen sociale ondernemingen. Wat we vandaag al weten, is dat ESF wordt omgeturnd tot ESF+ en voortaan vijf sociale programma’s zal combineren. Ook in de nieuwe programmaperiode (2021-2027) zal het ESF het belangrijkste EU-instrument zijn om mobiliteits- en tewerkstellingskansen voor werk­ nemers te verbeteren, sociale cohesie te versterken, de sociale rechtvaardigheid bij te schaven en de Europese competi­ tiviteit te vergroten. Er wordt ook extra ingezet op de verdere uitwerking van de Europese Pijler van Sociale Rechten. De belangrijkste nieuwigheid van het ESF+-programma is dat vijf bestaande programma’s onderdak zullen vinden onder ESF+. De Europese Commissie wil zo een ‘one-stop-shop’ creëren voor alles wat met sociaal beleid te maken heeft, administratieve lasten verminderen en sneller kunnen inspelen op actuele uitdagingen.

op werknemers, jonge mensen en iedereen die een baan zoekt. Dit programma blijft ook in de volgende programmaperiode van groot belang voor de sociale onderneming. Het focust immers ook op werkgelegenheid en de sociale en coöperatieve sectoren. Ook kansengroepen zijn een specifieke doelgroep. Iedereen kan projectvoor­ stellen indienen wanneer een nieuwe

oproep online staat. Voor inspiratie kan je steeds kijken op de site van ESF Vlaanderen (www.esf-vlaanderen.be). 2. Het Europees programma voor tewerkstelling en sociale innovatie (EaSI) Het programma Werkgelegenheid en sociale innovatie (EaSI) is een financieringsinstrument om een ​​hoog niveau van kwaliteit en duurzame werk­ gelegenheid te bevorderen, adequate en fatsoenlijke sociale bescherming te waarborgen, sociale uitsluiting en armoede te bestrijden en de arbeids­ omstandigheden te verbeteren. Het zet in op modernisering van het werkgelegenheids- en sociaal beleid, beroepsmobiliteit en de toegang tot microfinanciering.

De vijf programma’s 1. Het originele ESF-programma Het ESF is Europa’s belangrijkste instrument bij jobcreatie, voor hulp in de zoektocht naar werk en de garantie op betere en eerlijkere banen voor alle EU-burgers. Het ESF investeert in Europa’s menselijk kapitaal en is gericht

Eat vzw is de eerste sociale onderneming in België met een EaSI-waarborg.

9

VERSODIRECT


SECTORNIEUWS

Sociale innovatie - een belangrijk aspect van sociaal ondernemen - en ­experimenteren binnen het sociale domein zijn zeker relevante pijlers binnen EaSI. Hiermee worden op kleine schaal beleidsinitatieven gefinancierd die later kunnen doorgroeien. Naast overheden kunnen ook sociale ondernemingen, kmo’s en sociale partners indienen.

“ESF+ zal werken rond tewerkstelling, onderwijs en sociale inclusie” 3. Het EU-gezondheidsprogramma Het EU-gezondheidsprogramma schetst de Europese strategie om een goede gezondheid en gezondheidszorg te waar­ borgen. Het past in de algemene Europa 2020-strategie. Deze heeft als doel om van de EU een slimme, duurzame en inclusieve economie te maken die groei voor iedereen bevordert. Een van de voorwaarden daarvoor is uiteraard een goede gezondheid. Voor sociale ondernemingen is deze iets minder relevant dan de vorige twee programma’s, maar ze kan wel ­interessant zijn voor bijvoorbeeld ziekenhuizen in samenwerking met ­universiteiten. Het doel is om de innovatie in de ­gezondheidszorg te verhogen en om grensoverschrijdende gezondheids­ bedreigingen aan te pakken. 4. Het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen (FEAD) Het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen (FEAD) ondersteunt de acties van EU-landen om voedsel en/ of fundamentele materiële hulp te bieden aan de meest behoeftigen. Het omvat voedsel, kleding en andere e ­ ssentiële items voor persoonlijk gebruik zoals schoenen, zeep en shampoo. Materiële hulp moet hand in hand gaan met maat­ regelen voor sociale integratie, zoals begeleiding en ondersteuning om mensen uit de armoede te helpen. Dit programma is minder relevant voor sociale ondernemingen, aangezien het overheidsinstanties zijn die - al

dan niet samen met erkende partner­ organisaties - kunnen indienen. 5. Het Jongerenwerk­ gelegenheidsinitiatief (YEI) Het jongerenwerkgelegenheidsinitiatief ondersteunt uitsluitend jongeren die geen onderwijs, werk of opleiding volgen (NEET’s), inclusief langdurig werklozen of personen die niet als werkzoekende geregistreerd zijn. Het zorgt ervoor dat in delen van Europa, waar de uitdagingen het grootst zijn, jongeren gerichte steun kunnen krijgen. België kent ook werkloosheid onder jongeren, maar niet in die mate dat ons land in aanmerking komt voor deze steun. Meerjarenbegroting Vooral de eerste twee, en in mindere mate het derde, programma’s zijn dus

erg relevant voor sociale o ­ ndernemingen. Het toekomstige programma zou rond drie grote thema’s werken: tewerk­ stelling, onderwijs en sociale inclusie. Binnen deze drie grote thema’s worden dan verschillende subdoelen afge­ bakend waarrond projecten kunnen worden ingediend. Dit voorstel maakt momenteel deel uit van de onderhandelingen over de meerjarenbegroting 2021-2027. De laatste stand van zaken over deze ­onderhandelingen vindt u zoals altijd op www.vleva.eu. 

D  it artikel is een gastbijdrage van Maarten Libeer, liaisonofficer voor sociale zaken, onderwijs en werk bij VLEVA. U kunt hem bereiken op maarten.libeer@vleva.eu.

Socialprofitwerkgevers nog niet betrokken bij het beheer van ESF+ Het ESF is een van de Europese programma’s waarvan het medebeheer bij de lidstaten ligt. Eind 2014 besliste de Vlaamse regering over de samenstel­ ling van het Comité van Toezicht van ESF-Vlaanderen, dat onder andere instaat voor het toezicht op de algemene kwaliteit en de doeltreffendheid van de uitvoering van het operationeel programma, maar ook de criteria en de procedures voor de beoordeling van de projectvoorstellen opvolgt. Dat Comité is samengesteld uit vertegenwoordigers van de Vlaamse regering, bevoegde departementen en agentschappen, sociale partners, ngo’s en lokale besturen. Verso maakt als enige interprofessionele sociale partner tot op vandaag geen deel uit van dit Comité van Toezicht. Verso vraagt dat zij bij de start van de nieuwe programmaperiode wel haar rechtmatige plaats krijgt. Niet alleen claimen wij onze plaats vanuit onze rol als interprofessionele werkgever, die goed is voor 400.000 arbeids­ plaatsen. Door de verbreding van ESF naar ESF+, waardoor voortaan ook EaSI (het Europees programma voor tewerkstelling en sociale innovatie) en het Europees gezondheidsprogramma eronder vallen, schuift het ESF nog verder op richting het sociaal terrein waar nu net onze sociale onderne­ mingen de partners en uitvoerders van zijn. Het is vanuit deze betrokkenheid dat Verso haar engagement in het beheer van ESF+ wenst op te nemen. We zullen dit blijven aankaarten bij al onze contacten met de bevoegde minister, Hilde Crevits.  Voor meer informatie, contacteer adviseur Kristel De Roy: kristel.deroy@verso-net.be.

10

VERSODIRECT


SECTORNIEUWS

Iedereen mee in bad: leren doe je door te doen Karavaan integreert de principes van ervaringsgericht leren in alle aspecten van hun werking. Karavaan vzw leidt vrijwilligers op om duurzame en avontuurlijke groepsreizen van reisagentschap Joker te begeleiden. In 2018 vernieuwden ze de opleiding met een omslag naar ervaringsgericht leren. Dit trekken ze door naar hun vaste ­medewerkers en alle andere vrijwilligers. Met meer persoonlijke groei en een betere samenwerking als resultaat. Coördinator Gerd Vertommen vertelt wat de meerwaarde is van ervaringsgericht leren. Waarom die keuze voor ­ervaringsgericht leren? De opleiding voor vrijwillige reis­ begeleiders was al goed, maar om ze future proof en nog sterker te maken, trokken we de kaart van het ervarings­ gericht leren. Vooral om de modules groepsdynamica te verdiepen. In plaats van modellen te leren rond groepsdyna­ mica en die in oefeningen toe te passen en erop te reflecteren, trekken de eerste­ jaars reisbegeleiders nu vijf dagen naar de Hoge Rielen om zelf te ervaren wat het betekent om een groep te vormen, en vandaaruit diepgaand te leren. Wat is de essentie van ervaringsgericht leren? Wat is er zo anders aan? Toekomstige reisbegeleiders ervaren eerst zelf wat het betekent om een groep te vormen alvorens ze een groep gaan begeleiden. De kern van een geslaagde groepsreis is immers een hechte groep waarin de dynamiek goed zit. De rol van de reisbegeleider in het faciliteren hiervan is cruciaal. En hoe kan je beter ervaren wat het is om een groep te worden dan door zelf door het proces te gaan? Dat betekent samen dingen doen en beleven en daarop reflecteren. Maar het doen staat voorop. Kan je een voorbeeld geven? Dat kunnen onnozele spelletjes of opdrachten zijn. De groep krijgt bijvoor­ beeld anderhalf uur de tijd om geblind­ doekt op een wei touwen te gaan zoeken

Persoonlijke groei en samenwerking staan centraal in de oefeningen.

en met die touwen een huis te leggen. Enkele mensen van de groep mogen vooraf de wei bestuderen, de anderen krijgen de touwen om te zien hoe dat huis gemaakt kan worden. Daarna gaan de blinddoeken aan en ben je dus afhan­ kelijk van elkaar. De begeleider komt niet tussen. Hij of zij observeert alleen maar, tenzij er echt gevaarlijke situaties

de diepere vragen in een groep aan bod: hoe laat je iedereen participeren? Hoe kan iedereen zich goed voelen in die groep? Dat moet de groep zelf ervaren en uitzoeken in zo’n vijfdaagse. Voldoende tijd uittrekken is belangrijk: tijdens een weekend kan je je nog een rol aanmeten of je gedeisd houden en weinig participeren. Dat lukt niet meer als je vijf dagen samen moet overleven en op elkaar aangewezen bent.

GERD VERTOMMEN Coördinator van Karavaan

Voor welke uitdaging staan jullie nu? We willen het ervaringsgericht leren integreren in de gehele werking. Als je in een organisatie zoals de onze werkt of als vrijwilliger actief bent, dan is dat altijd samen met andere mensen. Groepsdynamica en interactie zijn dus heel belangrijk: elk team, vast of ad hoc, gaat door een proces. Sinds ik zelf de opleiding heb gevolgd, vind ik dat best zoveel mogelijk mensen de training ervaringsgericht leren volgen. Als ze willen natuurlijk. Je moet het immers ervaren. Je kan het niet ­overbrengen met woorden. In totaal zijn ondertussen al 75 Karavaaners door het bad gegaan tijdens vijf week­ ends waarbij telkens ook minstens één van de vaste medewerkers aanwezig was.

“Het wordt duidelijk hoe ieder met zo’n proces omgaat” ontstaan. Als de groep denkt klaar te zijn, gaan de blinddoeken af en bekijken ze samen het resultaat. Wat komt daar dan uit? Het wordt duidelijk hoe ieder met zo’n proces omgaat: sommige mensen worden ongeduldig en begrijpen niet waarom het zo lang duurt om een touw te vinden, anderen blijven rustig en zetten door. Ieder neemt een rol aan in de groep: zo heb je de haantjes de voorste, de roepers, de stille krachten, de supporters, ... Gaandeweg komen

11

VERSODIRECT

Leer meer over ervaringsgericht leren op de pagina’s van HRwijs: www.hrwijs.be.


HR-VORMINGSAANBOD VIVO VIVO organiseert in samenwerking met de vormingsfondsen dit voorjaar alweer een gratis vormingsaanbod voor nieuwe medewerkers in de social profit of organisaties die nog niet ver staan in hun HR- en competentiebeleid. De inhoud is bewust laagdrempelig. Volgende opleidingen worden aangeboden: • Aan de slag met verandering

• Coachend leidinggeven Nieuwe opleider • Conflictcoaching • De HR-scan • Effectief selecteren van A tot Z met focus op het gedragsgericht interview - Nieuwe opleider • Hoe voorkomen dat stress tot burn-out leidt in uw organisatie? • Intervisie opstarten in de organisatie • Job- en teamcrafting

• Mentorenopleiding • Onthaalbeleid • Personeelsgesprekken voeren • Projectmanagement - Nieuw • Zo bouw je je VTO-beleid uit

 oor meer informatie of V inschrijven kun je terecht op: w ww.vivosocialprofit.org/ hr-vormingsaanbod.

MPC SINT-FRANCISCUS ZET DE DEUREN OPEN! Verso organiseert samen met VDAB al geruime tijd kennismakingen tussen sociale ondernemingen en arbeidsbemiddelaars. Met deze organisatiebezoeken willen we organisaties helpen om openstaande vacatures in te vullen, onder andere door te tonen welke tewerkstellingsmaatregelen kunnen helpen om kwetsbare doelgroepen aan de slag te krijgen. Op 17 december trekt Verso naar Roosdaal in VlaamsBrabant voor een bezoek aan het

Medisch Pedagogisch Centrum SintFranciscus, van 10.30 tot 13.00. Wat kan je verwachten? • Je leert een werkgever kennen met op dit moment meer dan 400 werknemers. • Het MPC licht openstaande profielen en stageplaatsen toe, je krijgt een kleine rondleiding en de ­mogelijkheid om te netwerken bij een broodjeslunch.

Begeleid je zelf mensen op weg naar een job of stageplaatsen? Dan kan je nog ­deelnemen aan dit organisatiebezoek.

 eer informatie vind je M op www.hrwijs.be of via Liesbeth Denis, ­project­medewerker HRwijs: liesbeth.denis@verso-net.be.

VERSO ZET SDG’S IN DE KIJKER Begin deze maand pakte Verso uit met ‘Sociale ondernemingen aan de slag met de Sustainable Development Goals’, een event over het hoe en waarom van de SDG’s voor sociale ondernemingen. De keynote werd verzorgd door Peter Wollaert, directeur van CIFAL Flanders, het expertisecentrum rond SDG’s. Wim Dries, burgemeester van Genk en voorzitter van de VVSG, gaf bovendien aan de hand van concrete voorbeelden aan hoe de SDG’s ‘lokaal zullen zijn of niet zullen zijn’.

De SDG’s zijn een geheel van 169 concrete doelstellingen binnen 17 domeinen om de wereld duurzamer te maken op economisch, sociaal en ecologisch vlak. Elke organisatie kan ze vertalen naar de eigen werking. Voor sociale ondernemingen is dit dubbel zo relevant omdat je dit kader niet alleen kunt gebruiken om je werking te verduurzamen, maar ook als communicatietool om je maatschappelijke impact zichtbaar

te maken aan je stakeholders. Hier bij Verso geloven we dus dat sociale ondernemingen de eerste bondgenoot zijn voor beleid en burgers om samen een duurzame, zorgzame en inclusieve samenleving te creëren. We zullen dit thema in de toekomst dus zeker verder blijven uitdragen: om te inspireren, maar ook om sociale ondernemingen te helpen implementeren. To be continued!

Vereniging voor Social Profit Ondernemingen vzw - www.verso-net.be T 02 739 10 71 - F 02 736 75 06 - info@verso-net.be

Profile for socialprofit

VersoDirect nr5-jg21  

VersoDirect is de tweemaandelijkse nieuwsbrief van de Vereniging voor Social Profit Ondernemingen vzw (Verso).

VersoDirect nr5-jg21  

VersoDirect is de tweemaandelijkse nieuwsbrief van de Vereniging voor Social Profit Ondernemingen vzw (Verso).

Advertisement