Issuu on Google+

VersoDirect nr. 1 / februari - maart 2013 / jaargang 15 V.U. Bruno Aerts, Kolonel Bourgstraat 122 bus 4, 1140 Brussel

VersoDirect is de nieuwsbrief van de Vereniging voor Social Profit Ondernemingen vzw, de intersectorale werkgeversorganisatie voor de Vlaamse socialprofitsector. Verso verenigt ondernemers uit de gezondheidszorg, de welzijnssector, de socioculturele sector, de sector van de aangepaste tewerkstelling, het onderwijs en de mutualiteiten.

inhoud VERSONIEUWS Personeelswissels Sectornieuws Barometer verenigingen Serv-advies begroting Wat kost de sociale zekerheid en wie betaalt de rekening? Jongerenwerkloosheid Sectorconvenant Social profit biedt werklozen kansen Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg Innovatie Social Business Initiative Ondernemingen moeten beleid oudere werknemers expliciteren VDAB Armoedetoets Beschutte werkplaatsen Kwaliteitsprijs 2012 Cera Award

2 2 4 5 6 7 7 8 9 10 11 11 11 12 12 12

“ Verenigingen spreken van een daling van de commerciële inkomsten en giften. Dat wijst erop dat men het moeilijk heeft.” Gerrit Rauws, directeur Gezondheid van de Koning Boudewijnstichting Lees meer p 2-4

1


EDITO

VERSONIEUWS

Een ras apart?

Personeelswissels

Vooral in tijden van budgettaire krapte en economische crisis is bij sommigen de verleiding groot om opnieuw een tweedeling te maken in het ondernemerschap. De socialprofitondernemingen worden dan omwille van hun veelal gesubsidieerd karakter niet als échte ondernemers beschouwd.

Verso zag 2013 beginnen met enkele wijzigingen in het personeelsbestand. Pieter Vleugels is aangeworven om Verso’s HR-ondersteuning uit te bouwen. Verso zal concreet een HR-instrument voor kleine organisaties opzetten, netwerkingsmomenten organiseren en als aanspreekpunt dienen voor organisaties met vragen over hun personeelsbeleid.

De realiteit van het hedendaags ondernemerschap is evenwel anders. De laatste decennia zien we heel wat toenadering tussen profit en social profit. Zo groeit binnen de profit het besef dat succes niet zozeer bepaald wordt door financiële performantie op korte termijn maar veeleer afhangt van de langdurige relaties die je opbouwt met de verschillende stakeholders in een gemeenschappelijk project. Zie bijvoorbeeld het voorwoord van Herman Van de Velde in het nieuwe boek van Caroline Ven. De social profit van haar kant heeft een hele weg afgelegd op het vlak van professionalisering, met inbegrip van evoluerende managementinzichten. De échte sociale ondernemers, profit of social profit, proberen innoverend hun eigen verantwoordelijkheid in te vullen in het licht van de verschillende maatschappelijke uitdagingen. Goed bestuur, samenwerking, innovatie en transparantie zijn voor beide gedeelde kernwaarden. Voor ondernemers in de zorg staan dan weer de kwaliteit van de zorgverlening, de betaalbaarheid en de toegankelijkheid centraal en kan winst niet als enige of belangrijke doelstelling gelden. Laat het ons daarover eens zijn en blijven! Het is dan ook ontzettend belangrijk dat de overheid verder werkt aan de correcte invulling van het begrip “verantwoord ondernemerschap in de zorg”. Een breed draagvlak voor zo’n invulling laat toe dat private commerciële ondernemers, publieke ondernemers en de private socialprofitondernemers samen toekomstgericht kunnen bouwen aan een samenleving waar economische efficiëntie en sociale vooruitgang samengaan. Bruno Aerts, directeur Verso 2

In februari ging ook Laurence De Mûelenaere van start. Zij zal Silvia Van Cauter van Jobkanaal-Verso vervangen tijdens haar zwangerschapsverlof. Office manager Geraldine Clarke is ondertussen ook in zwangerschapsverlof. Haar taken zijn overgenomen door Lut Ruwet.

sectorNIEUWS

Barometer verenigingen

“ Besparingen, maar vooralsnog geen crisis in de verenigingssector” Verenigingen in België voelen de druk van krimpende budgetten, maar vooralsnog is er geen reden voor paniek. Dat meldt de Koning Boudewijnstichting op basis van een bevraging van 700 Belgische verantwoordelijken uit het verenigingsleven. Wel wordt er verder bespaard en zoeken verenigingen nieuwe bronnen van inkomsten. De meerderheid van de vzw’s zag geen verschil ten opzichte van 2011, maar toch zag meer dan één op vier zijn inkomsten dalen. Slechts één op de tien zag zijn budget in 2012 groeien. In 2011 kon nog een derde van de bevraagde organisaties groeicijfers voorleggen. Eén op vijf kent vandaag cashflowproblemen. “Het zijn vooral de projectgebonden subsidies die omlaag gaan”, aldus Gerrit Rauws, directeur Gezondheid van de Koning Boudewijnstichting. “Structurele subsidies worden niet verhoogd, maar krimpen vooralsnog niet of nauwelijks. Uitgezonderd enkele sectoren zoals bijvoorbeeld ontwikkelingssamenwerking. Nogal wat verenigingen spreken wel van een daling van de commerciële inkomsten en giften. Dat wijst erop dat men het moeilijk heeft.” In 2011 zijn de meeste verenigingen maatregelen beginnen nemen om kosten te besparen en ook in 2012 is er verder gesnoeid in de


uitgaven. Blijft er dan nog veel ruimte over? De deelnemers aan de bevraging van de Koning Boudewijnstichting willen in 2013 vooral besparen op de drukkosten voor publicaties, zoals het jaarverslag, maar willen ook meer een beroep doen op vrijwilligers. Maar liefst 43% van de verenigingen wil meer taken door vrijwilligers laten doen.

“Verenigingen proberen ontslagen zo lang mogelijk uit te stellen”

“Maar het profiel van de vrijwilliger verandert”, zegt Gerrit Rauws. “De jonge actieve senior is zeker bereid om vrijwilligerswerk te doen, maar die wil dat combineren met andere activiteiten zoals de zorg voor kleinkinderen, reizen en andere engagementen. Bij jongeren zien we meer en meer een gericht vrijwilligerswerk. Niet langer structureel in de tijd, maar eerder beperkt en toegespitst op een bepaalde opdracht.” Geen ontslagen De onderzoekers geven verder aan dat een crisis ook opportuniteiten schept. Veel verantwoordelijken van verenigingen verwachten nog zwaar weer de volgende jaren en hebben meer aandacht voor de bedrijfsvoering en de economische gezondheid van de organisatie. Zeker grote verenigingen investeren heel wat in verdere professionalisering. Er worden ook meer samenwerkingsverbanden gezocht, zelfs met commerciële spelers.

Maar een grote ontslagengolf zit er momenteel niet aan te komen. Slechts 9% denkt dat ze dit jaar iemand zullen moeten ontslaan om het budget rond te krijgen. Gerrit Rauws: “Ik heb de indruk dat verenigingen dat zo lang mogelijk proberen uit te stellen. Er is ook geen enorm diepe crisis. Men heeft het moeilijk, er moet meer gedaan worden met minder, maar we kunnen niet zeggen dat het water hen aan de lippen staat. De openbare sector blijft toch gespaard van grote besparingsoperaties.” Observatorium van het verenigingsleven De verenigingsbarometer is een studie van het Observatorium van het verenigingsleven dat gegevens over de sector

WAARVAN AKTE...

ie hadden sociale partners, “ Gezien de sombere econom de harde noten moeten beleidsmakers en HR-diensten op een duurzaam spoor te kraken om onze arbeidsmarkt we niet geslaagd zijn in die krijgen. Ik moet vaststellen dat opdracht.” van de VDAB, is het vijf Volgens Fons Leroy, topman g van de welvaartstaat. min na twaalf voor de hervor De Morgen, 9 januari 2013. 3


Gerrit Rauws, Koning Boudewijnstichting

© Frank Toussaint

verzamelt en de transparantie van de sector stimuleert. De Koning Boudewijnstichting raamt het verenigingsleven in België op 5% van het bbp. Dat is evenveel als de bouwsector en de financiële sector. De sector is goed voor 11,5% van de tewerkstelling in België. Meer informatie: www.kbs-frb.be

Centra voor personen met een handicap kampen met verouderde infrastructuur In een onafhankelijk onderzoek van het Vlaams Welzijnsverbond en de bank Belfius wordt er dieper ingegaan op de financiële situatie van de centra voor personen met een handicap. In het algemeen verkeren ze in goede financiële gezondheid, maar verwacht wordt dat hun reserves in de komende jaren snel zullen wegsmelten. De Vlaamse regering heeft de werkingsmiddelen voor de sector immers voor het derde jaar op rij niet geïndexeerd. Nu al zien de meeste ondernemingen hun schuldgraad stijgen. Dat komt doordat de Vlaamse subsidies voor infrastructuurwerken niet langer in één keer worden uitbetaald, maar gespreid over 20 jaar. Belfius en het Vlaams Welzijnsverbond zien wel

een verbetering van de betalingsstiptheid van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap. Toch hebben alle centra samen nog zo’n 46 miljoen euro te goed van het VAPH. De sector mist in 2013 ook 10 miljoen euro aan inkomsten door de bevriezing van de werkingsmiddelen. Tel daar nog eens bijkomende kosten voor de pensioenregelingen en de terugbetaling van het woon-werkverkeer bij en dan ziet het plaatje er heel wat minder rooskleurig uit. Nochtans kunnen de centra het geld goed gebruiken want de gebouwen zijn stilaan aan vervanging toe. Meer informatie: www.vlaamswelzijnsverbond.be/ publicaties/e-magazine-de-facto-jg14-nr-111-29-november-2012#uur

Serv-advies

Vlaamse begroting niet voorbereid op zware inspanningen in 2015 De Vlaamse regering heeft voor 2013 een evenwichtsbegroting opgesteld. Om dit evenwicht te kunnen bereiken heeft de Vlaamse regering wel budgettaire ingrepen moeten doen. Door de beperkte economische groeivooruitzichten (0,7% van het bbp) en de impact van eenmalige factoren alsook van eerder genomen beleidsbeslissingen, was er aanvankelijk een gat in de begroting van 179 miljoen euro. Door 327 miljoen euro te besparen - via schrappen van buffers, besparingen en heroriënteringen - heeft de Vlaamse regering voor zichzelf beleidsruimte gecreëerd waarmee investeringen en een provisie voor overheidspensioenen kunnen worden gefinancierd en de regering tegelijkertijd een begroting in evenwicht kan presenteren. De sociale partners in de Serv uiten al langer kritiek op dit Vlaamse beleid van opeenvolgende evenwichtsbegrotingen omdat het leidt tot schokken in het uitgavenpad, een onvoldoende spreiding van de budgettaire inspanningen en een onstabiel toekomstperspectief (stop-en-go-beleid). Voor de Serv is het tijd dat de Vlaamse 4

regering een evenwicht zoekt tussen de huidige uitdagingen en de toekomstige uitdagingen op basis van een structurele begrotingsbenadering. Dit houdt in dat een zo gelijkmatig mogelijk uitgavenpad wordt uitgetekend met gelijkaardige beleidsmogelijkheden over meerdere jaren, door rekening te houden met conjuncturele schommelingen, eenmalige factoren en toekomstige uitdagingen. Maar er is nog geen duidelijkheid over de belangrijkste toekomstige uitdaging waar Vlaanderen voor staat. Het betreft de inspanning die van Vlaanderen, evenals van de andere overheden, zal gevraagd worden als bijdrage in de sanering van de Belgische overheidsfinanciën. De Serv gaat ervan uit dat bij de invoering van de nieuwe financieringswet - vermoedelijk in 2015 - de federale overheid niet voor alle overgedragen bevoegdheden de bijhorende middelen zal overhevelen. Aangezien de deelgebieden in 2015 volgens het huidige stabiliteitsprogramma een evenwicht moeten realiseren, zal dat een budgettaire schok tot gevolg hebben. Hoe groot deze budgettaire schok zal zijn, is nog niet bekend. Het laatste stabiliteitsprogramma gaf aan dat deze budgettaire inspanning Vlaanderen en de lokale overheden maximaal 2,4 miljard euro zou kosten. Het nieuwe stabiliteitsprogramma, dat momenteel wordt onderhandeld, moet de uiteindelijke inspanningen van


SECTORNIEUWS de deelstaten vastleggen. De sociale partners vragen de Vlaamse regering om in 2013 al voorbereidingen te treffen zodat de inspanning evenwichtig kan verdeeld worden. De begroting van 2013 gaat uit van een economische groeiverwachting van 0,7%, wat aanzienlijk lager is dan de ‘normale’ economische groei van 1,6% van het bbp. Binnen deze conjuncturele context heeft de Vlaamse regering geopteerd voor een evenwichtsbegroting, waarbij de (nominale) uitgavendynamiek beperkt werd tot 2,15%. Vanuit structureel perspectief wordt hierdoor een inspanning geleverd die budgettaire ruimte schept om toekomstige uitdagingen op te vangen. Indien de Vlaamse regering de uitgavendynamiek van 2,15% ook in 2014 en 2015 zou aanhouden, dan zou men zich voorbereiden om een budgettaire schok van “ Voor de Serv is het 673 miljoen euro op te vangen tijd dat de Vlaamse in 2015.

regering een evenwicht zoekt tussen de huidige uitdagingen en de toekomstige uitdagingen”

Maar ondertussen zijn de economische vooruitzichten nog naar beneden bijgesteld en wordt verwacht dat de economie in 2013 helemaal zal stilvallen. Hierdoor zouden de ontvangsten van de Vlaamse regering dalen met 471 miljoen euro. Als daar ook de mogelijke impact van het overnemen van de ‘fantoombevoegdheden’ wordt bijgeteld (125 miljoen euro), dan zou dit betekenen dat de Vlaamse regering bij de begrotingscontrole in 2013 een tekort van 596 miljoen euro moet opvangen. Indien de Vlaamse regering toch wenst vast te houden aan een evenwichtsbegroting dan moeten de primaire uitgaven in 2013 met 0,1 % dalen ten opzichte van 2012. Dit zou een aanzienlijke bijsturing van de begroting betekenen, want - zoals hierboven aangegeven - ging men oorspronkelijk uit van een stijging van het budget met 2,1%. Indien de Vlaamse regering ook in 2014 en 2015 0,1% zou besparen, dan zou ze een budgettaire schok van 1,9 miljard euro kunnen opvangen in 2015. Het is duidelijk dat de evenwichtsbegrotingen van de Vlaamse regering geen garantie bieden voor een evenwichtige spreiding van de inspanningen. Met een dergelijk beleid is de kans groot dat er in 2013 ofwel te weinig inspanningen geleverd worden, of dat de huidige noden worden opgeofferd aan de toekomstige uitdagingen. Bovendien vormt een evenwichtsbegroting in 2013 enkel een goede voorbereiding op de budgettaire schok van 2015 als ook de komende jaren de inspanning wordt aangehouden door overschotten te boeken. De sociale partners blijven hameren op een begrotingsbeleid dat meer structurele keuzes maakt. Alleen op die manier worden de inspanningen evenwichtig verdeeld en blijft de balans tussen de toekomstige inspanningen en de huidige noden gewaarborgd. Zodra het stabiliteitsprogramma meer duidelijkheid biedt over de toekomstige inspanningen, vragen de sociale partners de Vlaamse regering om een uitgavenpad uit te tekenen met een gelijkmatige spreiding van de inspanningen over 2013, 2014 en 2015. Meer informatie: www.serv.be/serv/persbericht/structureel-begroten-wordt-jaarna-jaar-belangrijker-voor-vlaanderen

Wat kost de sociale zekerheid en wie betaalt de rekening? België moet steeds meer een beroep doen op de inkomsten uit belastingen om de sociale zekerheid te financieren. Werkgevers en werknemers hebben de afgelopen tien jaar het aandeel van hun sociale bijdragen stelselmatig zien dalen. Toch zijn de sociale bijdragen nog goed voor 62% van de financiering van onze welvaartstaat. Uit de jaarlijkse kerncijfers van de FOD Sociale Zekerheid leren we verder dat België in 2010 meer dan 91 miljard euro uitgaf aan sociale bescherming, een stijging van bijna 20%. De daling van de sociale bijdragen was bij ons overigens meer uitgesproken dan het EU-gemiddelde. Andere belangrijke evoluties op die tien jaar zijn een stijging van de uitgaven voor pensioenen en ook de vergoede ziektedagen blijven stijgen. Verder slikken we met zijn allen ook meer pillen. Positief nieuws is er voor de werkloosheid. De meeruitgaven tijdens de eerste crisisjaren bleef beperkt tot 15%, terwijl de meeste andere Europese landen een veel hogere stijging van de uitgaven noteerden. Ierland en Spanje zijn uitschieters in negatieve zin, met een stijging van respectievelijk 121% en 76%, maar ook Duitsland zag zijn werkloosheidsuitgaven met meer dan een kwart stijgen. Sociale maribel De federale overheid gebruikt ook middelen uit de sociale zekerheid om meer mensen aan het werk te krijgen. Zo ging er in 2011 4 miljard euro naar een structurele vermindering van de rsz-bijdragen van de werkgevers en 862 miljoen euro naar steunmaatregelen voor specifieke doelgroepen (ouderen, langdurig werklozen…). Daarnaast ging er 627 miljoen euro naar de socialemaribelfondsen, die banen financieren in de zorg, en kostten de dienstencheques de overheid bijna 1,5 miljard euro. U kunt de cijfers van de FOD Sociale Zekerheid raadplegen op: • www.socialsecurity.fgov.be/docs/nl/publicaties/ brochure-kerncijfers-2010-nl.pdf • www.socialsecurity.fgov.be/nl/nieuwspublicaties/publicaties/essobs.htm 5


sectorNIEUWS

2013 brengt nieuwe maatregelen om jongerenwerkloosheid terug te dringen Het onderwijs in Vlaanderen is één van de beste in de wereld. Maar tegelijkertijd blijft het onderwijs in Vlaanderen kampen met een hoog percentage jongeren die de schoolbanken verlaten zonder een diploma secundair onderwijs. In het jargon spreekt men van de ongekwalificeerde uitstroom of vroegtijdige schoolverlaters. In 2011 bedroeg deze ongekwalificeerde uitstroom in Vlaanderen 9,6%, tegenover 14,7% in Wallonië en 18,7% in Brussel. Om deze precaire groep aan een eerste werkervaring te helpen, hebben de federale en Vlaamse overheden een aantal steunmaatregelen uitgewerkt die in 2013 worden uitgerold. Vroegtijdige schoolverlaters hebben beperkte kansen Jongeren die zonder diploma middelbaar onderwijs de schoolbanken verlaten komen bijzonder moeilijk aan de bak op de arbeidsmarkt. Uit de recentste schoolverlatersenquête van de VDAB (2008-2009) blijkt dat 42,1% van de vroegtijdige schoolverlaters een jaar nadien nog steeds werkzoekend is, terwijl onder alle schoolverlaters slechts 14,6% na een jaar nog niet aan de slag is. Het gaat om een vrij beperkte groep, maar hun positie op de arbeidsmarkt is bijzonder precair. In september 2012 telde Vlaanderen 2970 werkzoekende schoolver“ 42% van de laters zonder diploma middelbaar vroegtijdige onderwijs. Zes op tien zijn jongens, schoolverlaters 18,4% is van allochtone herkomst (niet-EU) en 7,7% heeft een arbeidszijn een jaar later nog steeds handicap. Antwerpen (353) en Gent (160) kennen de grootste werkzoekend” aantallen. Drie maal werkervaringstrajecten In 2013 zijn er drie nieuwe maatregelen waar socialprofitwerkgevers mee kunnen rekening houden bij de aanwerving van jongeren zonder werkervaring: de instapstage, het ESF-project WIJ en de 1%-norm voor werkplekleren. De instapstage: werkervaring opdoen Om de kansen van kwetsbare jongeren op de arbeidsmarkt te verhogen, wordt er vanaf 1 februari 2013 de mogelijkheid voorzien om een eerste werkervaring op te doen via de instapstage. Concreet kunnen werkzoekende schoolverlaters al tijdens hun wachttijd een stage-uitkering van de RVA ontvangen als ze een instapstage beginnen. Naast de uitkering van de RVA ontvangt de instapper maandelijks 200 euro van de werkgever bij een voltijdse stage. 6

Meer informatie: www.vdab.be

ESF-project WIJ Het project ‘werkinlevingstrajecten voor jongeren’ - kortweg het WIJ-project - vloeit voort uit het zogeheten loopbaanakkoord van de sociale partners en de Vlaamse regering van februari 2012. In 13 steden en gemeenten zullen ongeveer 1275 laaggeschoolde jongeren in de beroepsinschakelingsperiode met financiële steun van het Europees Sociaal Fonds de kans krijgen om in een WIJ-traject te stappen. 1% werkplekleren De wet over het tewerkstellingsplan van 27 december 2012 bepaalt dat voor alle werkgevers in de privésector, zowel profit als de social profit, een verplicht collectief engagement geldt om 1% van het personeelsbestand voor te behouden voor werkplekleerplaatsen. Dit verplichte engagement komt bovenop de verplichting inzake startbaanovereenkomsten. Als dit collectieve engagement niet wordt gehaald in 2014, zal een identieke individuele verplichting in werking treden vanaf 2015 voor alle ondernemingen met meer dan 100 werknemers.


Sectornieuws

• Onderzoeken welke opleidingsbehoeftes er zijn in de sector. • De sector sensibiliseren over VTO-beleid, competentiemanagement, leeftijdsbewust personeelsbeleid en diversiteit. • Het verderzetten van het eigen subsidie- en vormingsaanbod. In 2013 komt er ook een beperkt opleidingsluik rond HR. • Het bundelen van het opleidingsaanbod voor de social profit. • Ervaringsuitwisselingen organiseren tussen grote en kleine organisaties, maar ook tussen sectoren.

Meer informatie: www.vivosocialprofit.org

25

Gezondheidszorg

19,7

22

20

0

50+

Arbeidshandicap

9,3

12,6

12,8

4,8

5

4,1

10

4,3

15

11,4

VIVO zal ook in de komende jaren werken aan de instroom, doorstroom en retentie van medewerkers. Daarnaast zal VIVO onder de noemer competentieversterking vijf acties opzetten:

Figuur: Aandeel (%) van kansengroepen op het totaal aantal werklozen (nwwz) dat uitstroomt naar werk volgens sector (nace2003) (Vlaams Gewest, 1° semester 2012)

8,6

Een sectorconvenant is een samenwerkingsovereenkomst rond actuele thema’s tussen een sector en de Vlaamse regering. Voor de uitvoering van afspraken uit het sectorconvenant krijgt elke sector een aantal sectorconsulenten toegewezen. Voor de social profit gebeurt deze opvolging door VIVO, het paritair beheerd instituut voor vorming en opleiding in de social profit.

De socialprofitsectoren boden werk aan bijna één op tien van alle werkzoekenden die in de eerste helft van 2012 werk vonden: gezondheidszorg (1,8%), ontspanning, cultuur en sport (1,3%) en maatschappelijke dienstverlening (6,7%). Hiermee blijft de social profit, ook in economisch moeilijkere tijden, één van de belangrijkste werkgelegenheidspolen die werkzoekenden kansen biedt. Andere sectoren waar heel wat werkzoekenden aan de slag konden waren handel en verhuur (7,6%), onderwijs (5,7%), informatica en diensten aan ondernemingen (4,5%), horeca (4,5%), de overheid (4,5%) en de bouwsector (3,7%). De grootste absorptiekracht vinden we evenwel bij de uitzendsector: bijna 40% van alle werkzoekenden die in de eerste helft van 2012 werk vonden, deed dit via de uitzendsector.

9,9

De Vlaamse regering keurde op 18 januari de sectorconvenant 2013-2014 voor de social profit goed. De prioriteiten zijn het aantrekken van nieuwe werknemers en de competentieversterking van de medewerkers in de sector.

In de eerste zes maanden van 2012 bleef de werkloosheid in Vlaanderen verder toenemen: +2% in vergelijking met het eerste semester van 2011. Er kwamen in deze periode meer werkzoekenden bij dan dat er uit de werkloosheid stroomden. Toch vonden ook in de eerste helft van 2012 gemiddeld 18.472 werkzoekenden per maand een job. In welke sectoren vonden deze werkzoekenden werk? Welke sectoren hadden met andere woorden voldoende absorptiekracht om deze werkzoekenden kansen te bieden?

8,2

Sectorconvenant 2013-2014 goedgekeurd

Social profit biedt werklozen kansen

Maatschappelijke dienstverlening Ontspanning, cultuur en sport Vlaamse arbeidsmarkt

Allochtonen

Bron: VDAB via Departement WSE- Interactieve Statistieken (Bewerking Verso)

Kansengroepen De social proft biedt werklozen kansen op een job. Vinden ook de klassieke kansengroepen in de werkloosheid de weg naar onze sectoren? Met andere woorden: hoe groot is het aandeel kansengroepen op het totaal aantal werklozen dat werk vond in de socialprofitsectoren in het eerste semester van 2012? Dit percentage varieert naar kansengroep en sector, wat te maken heeft met de vormvereisten voor de banen in sommige van onze sectoren. Voor 50-plussers ligt dit aandeel in maatschappelijke dienstverlening (9,9%) en in de socioculturele sector (11,4%) boven het Vlaamse gemiddelde (8,6%), terwijl dit er in de gezondheidszorg net onder ligt (8,2%). Wat betreft de personen met een arbeidshandicap ligt het aandeel in de gezondheidszorg (4,3%) en de socioculturele sector (4,1%) beneden het Vlaamse gemiddelde (4,8%), terwijl dit er in de maatschappelijke dienstverlening ruim boven ligt (12,8%). Dit zeer hoge percentage wordt verklaard door de aanwezigheid van de beschutte en sociale werkplaatsen in deze sector. Ook wat betreft het aandeel allochtonen scoort de maatschappelijke dienstverlening (22%) boven het Vlaams gemiddelde, terwijl dit benedengemiddeld is in de gezondheidszorg (12,6%) en in de socioculturele sector (9,3%). Deze en andere cijfers uit de social profit kan u lezen in de rubriek Social Profit in Cijfers op www.verso-net.be. De cijfers zijn in januari geüpdatet in functie van de meest recent beschikbare gegevens. 7


Sectornieuws

Twee congruente toekomstvisies op gezondheid en welzijn Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) wil een betere samenwerking om de levenskwaliteit van patiënten met chronische gezondheidsproblemen te verbeteren. Het kenniscentrum schreef daarover een ‘position paper’ met vijftig punten die de gezondheidszorg moeten klaarstomen voor een omslag in de manier waarop de zorg georiënteerd wordt. Tegelijkertijd maakt ook de Vlaamse strategische adviesraad Welzijn, Gezondheid en Gezin de resultaten van haar denkoefening over de toekomst van zorg en welzijn bekend. Zorgvragen komen steeds vaker voort vanuit een chronische aandoening. Meer dan een kwart van de Belgische bevolking kampt al met een langdurige zorgproblematiek, onder meer door de stijgende levensverwachting. Meestal gaat het om rugklachten, allergieën, gewrichtsaandoeningen, hoge bloeddruk

of nekpijn. Een vierde van de Belgen wordt geconfronteerd met geestelijke gezondheidsproblemen. Bovendien lijden mensen vaak aan meerdere gezondheidsproblemen tegelijkertijd. Onze zorg is daarentegen hoofdzakelijk gericht op het genezen van één specifiek probleem. Daarnaast vraagt zorg aan chronisch zieken een aanpak die gericht is op het verhogen van de levenskwaliteit eerder dan het genezingsproces. Het KCE identificeerde vijftig punten die kunnen bijdragen aan een omslag in onze zorgbenadering. Daarin is onder meer aandacht voor een zorgplan, dat in samenspraak met de patiënt en eventuele mantelzorgers wordt opgesteld. Dit zorgplan moet worden opgevolgd door een team van zorgverleners, waarbij elke zorgverlener toegang krijgt tot het medisch dossier van de patiënt. De coördinatie van al die zorgverleners vraagt heel wat planning.

Meer informatie: www.kce.fgov.be www.sarwgg.be

8

Vandaag is dat vaak de taak van de huisarts, maar het KCE stelt voor om hiervoor een specifieke functie in het leven te roepen. Deze ‘case manager’ zou een verpleegkundige of maatschappelijk assistent met een goede kennis van het zorglandschap kunnen zijn. Zo zou de werklast voor de huisarts verminderen. Om deze coördinatietaken te kunnen vergoeden, zou de financiering moeten evolueren naar een financiering per patiënt in plaats van per prestatie.

“ Zorg aan chronisch zieken vraagt het verhogen van de levenskwaliteit eerder dan het genezingsproces” Integrale zorg en ondersteuning Tegelijkertijd vraagt ook de strategische adviesraad Welzijn, Gezondheid en Gezin een paradigmawissel in de zorg. Het heeft daarover een visienota gepubliceerd met de titel ‘Integrale zorg en ondersteuning in Vlaanderen’. De SARWGG ziet ook diepgaande veranderingen in onze maatschappij, zoals de omslag naar chronische zorg en de vergrijzing, en stelt daarbij eveneens de levenskwaliteit en behoeften van de zorgvrager voorop. De Vlaamse adviesraad wil het gebruik van professionele zorg terugdringen door meer te investeren in preventie en wat ze noemt ‘verbindende krachten in de samenleving’, sociaal werkers die mantelzorgers kunnen activeren en ondersteunen. Ook in de toekomstvisie van de SARWGG staat het eerstelijnsaanbod centraal, maar de Vlaamse experten vragen ook meer samenwerking tussen beleidsdomeinen. Zo werken welzijnswerkers en zorgverleners vandaag nog te vaak naast elkaar. De sectorale aanpak van de Vlaamse overheid is daar niet vreemd aan, maar ook de bevoegdheidsversnipperingen tussen het federaal en het Vlaams beleid bemoeilijkt interdisciplinaire samenwerking. Tot slot vraagt de SAR dat de gezondheid en welzijn van de bevolking ook een bekommernis wordt van het macro-economisch beleid van de regering. Onderzoekers zien namelijk steeds duidelijker hoe bijvoorbeeld scholingsniveau, huisvestingssituatie en inkomen de gezondheids- en welzijnssituatie op latere leeftijd beïnvloeden.


Sectornieuws

Innovatie Flanders’ Care schakelt in 2013 een versnelling hoger Flanders’ Care, het overkoepelend project van de Vlaamse regering voor meer innovatie in de zorgsectoren, heeft haar prioriteiten voor 2013-2014 voorgesteld. Er is meer aandacht voor het meten van de output en een versterking van de inhoudelijke werking. Flanders’ Care wil haar ambities vertalen naar meetbare doelstellingen en een indicator ontwikkelen om de resultaten van de inspanningen te kunnen meten. Daarnaast wenst men ook de lopende projecten en activiteiten beter op elkaar af te stemmen en de activiteiten transparanter te maken voor de buitenwereld. Flanders’ Care zet zeer sterk in op de zorg voor ouderen en mensen met een beperking via de demonstratieprojecten en de proeftuin ‘Zorginnovatieruimtes’. De evaluatiemethode van de demonstratieprojecten zal worden verfijnd. Eind 2012 werd een eerste oproep rond de Zorginnovatieruimtes gelanceerd voor proeftuinplatformen en bijhorende projecten enerzijds en een oproep rond kennisopbouw voor de selectie van een wetenschappelijk consortium anderzijds. In 2013 volgt een bijkomende oproep van 2 miljoen euro waarbij aanvragers die gebruik wensen te maken van een reeds gesteund platform, een projectvoorstel kunnen indienen. Flanders’ Care Invest, het zaaikapitaalfonds bij PMV, is volledig operationeel en in 2013 zal ook hier de evaluatieprocedure worden verfijnd. Ten slotte zet Flanders’ Care verder in op de elektronische gegevensdeling in de welzijns- en gezondheidszorg, op zorg voor talent en het efficiënt inzetten van zorgverleners en personeel, en op de internationale valorisatie van onze Vlaamse zorgeconomie. Meer informatie: www.flanderscare.be

WAARVAN AKTE...

rijke sleutel om het “ In waardecreatie zit een belang rijpen. En die waarde of begrip ondernemerschap te beg ar kan zich ook in andere meerwaarde kan geld zijn, ma heidswinst, of een meer termen uitdrukken, zoals gezond zorgzame samenleving.” Ondernemerschap in de zorg Prof. em. Arthur Vleugels in (Politeia).

WA ARVAN AKTE ...

“ Door de zesde staatsher vorming worden de Vlaam se bevoegdheden uitgebreid . Het uitgangspunt daarbi j moet zijn dat de mensen er be ter van worden. Ik wil er als voorzitster van de Serv op toezien dat het Vlaamse beleid niet enkel aandacht heeft voor economische aspect en, maar ook voor sociale.” Ann Vermorgen (ACV) nee mt in 2013 het voorzitter schap van de Serv op.

Sociale Innovatiefabriek richt zich op sociale ondernemers Voor technologische innovatie bestaan er al heel wat ondersteuningsmiddelen, ook voor socialprofitondernemingen, maar projecten die werken aan sociale innovatie komen daar vaak niet voor in aanmerking. Met de Sociale Innovatiefabriek zullen initiatieven die antwoorden zoeken op maatschappelijke uitdagingen een duwtje in de rug kunnen krijgen. Zo komt er onder andere een fonds voor innovatietrajecten en haalbaarheidsstudies bij het IWT. De Sociale Innovatiefabriek is een vzw met verschillende partners uit het bedrijfsleven en het maatschappelijk middenveld. Zij zullen zelf ook middelen aanbrengen. Een derde van de middelen zullen trouwens gereserveerd worden voor projecten die werken rond verstedelijking en inclusie.

Waalse socialprofitwerkgevers reiken innovatieprijs uit Unipso, de Waalse tegenhanger van Verso, heeft op 13 december 2012 voor de tweede keer hun sociale innovator van het jaar bekendgemaakt. Dit jaar schoot vzw Altéo de hoofdvogel af met een winkelkarretje aangepast aan mensen die zich in een rolstoel verplaatsen. Plaatsen twee en drie waren respectievelijk voor beroepsinschakelingsbedrijf Le Trusquin, dat een nieuwe opleiding voor waterbehandeling opstartte, en thuiszorgorganisatie SPAF met een project rond Alzheimer. Meer informatie over de 20 genomineerden vindt u op www.prixinnovationsociale.be 9


Sectornieuws

Social Business Initiative WAARVAN AKTE... “ Het succes van de revival van de overlegeconomie wordt afgemeten aan de mate waarin we erin slagen om adviezen uit te brengen over grote sociaaleconomische vraagstukken.”

Europa ontdekt meerwaarde socialprofitondernemingen

Wiebe Draijer wordt de nieuwe voorzitter van de Nederlandse Sociaal-Economische Raad, SERmagazine, oktober 2012.

“ Omdat we de komende jaren nog een grote vergrijzingskost zullen moeten dragen, niet enkel onder de vorm van pensioenuitkeringen, maar ook van gezondheidszorgen en zorgverlening, is het belangrijk het collectieve draagvlak te behouden. Dat zal enkel lukken indien de overheid kan aantonen dat de kwaliteit en de kostprijs van de dienstverlening met elkaar in verhouding staan. Dat is niet anders dan in eender welk privaat bedrijf.” Caroline Ven, gedelegeerd bestuurder van het ondernemersplatform VKW, in ‘Duurzame economie. Een warm pleidooi voor kapitalisme’ (Davidsfonds).

“ Klassieke werkgeversorganisaties vertegenwoordigen de privésector en Verso een gesubsidieerde sector. In de social profit gaat het ook over werkgevers, maar het zijn geen ondernemers die zelf risico nemen.” Karel Van Eetvelt, gedelegeerd bestuurder van UNIZO in Knack, 2 januari 2013. 10

Berlaymontgebouw - Europese Commissie

Doordat sociale ondernemingen zowel op sociaal als op economisch vlak positieve resultaten behalen zijn ze essentieel voor het welslagen van de EU2020-strategie van de Europese Commissie. In het najaar van 2011 lanceerde de Commissie met het Social Business Initiative (SBI) een strategie om het belang van de sociale ondernemingen te onderstrepen en in de toekomst te versterken. Vleva, het Europees verbindingsagentschap van de Vlaamse regering, organiseerde op 13 december een seminarie over het Social Business Initiative. Het SBI bevat maatregelen op drie domeinen. Ten eerste wil men de toegang tot investeringsmiddelen verbeteren, onder andere via het selecteren van private investeringsfondsen, microfinanciering en de bestaande Europese subsidieprogramma’s. Verder wil men de sociale ondernemingen beter in kaart brengen, goede praktijken identificeren, labels en certificaten ontwikkelen, expertise rond sociaal ondernemerschap uitwisselen en managementcapaciteiten versterken. Ten slotte wil de Commissie ook werk maken van de vereenvoudiging van het wettelijk kader door grensoverschrijdende rechtsvormen te introduceren en het vereenvoudigen van de regels inzake staatssteun.

Uit de toelichtingen van de heer Vallens van de Commissie en mevrouw Caroline Gijselinckx van het HIVA-KU Leuven blijkt dat we het sociaal ondernemerschap gerust ruim kunnen interpreteren en dat de voorgestelde maatregelen zeker ook toepasbaar zullen zijn op de Vlaamse social profit. Verso benadrukte op het seminarie dan ook dat het SBI heel wat maatregelen omvat die de social profit zullen professionaliseren en het sociaal ondernemerschap versterken. Zo benadrukten we het belang van voldoende aandacht voor “ Deze maatregelen het sociaal ondernemerschap zullen ook en de social toepasbaar profit binnen het zijn in de Europees Sociaal Vlaamse social profit” Fonds en vroegen we aandacht voor administratieve vereenvoudiging voor de projectindieners. We benadrukten ook het belang van de managementondersteuning, het versterken van het professionalisme (onder andere via innovatie, goed bestuur en een sterk HR-beleid) en de netwerking tussen organisaties. Ten slotte was Verso ook vragende partij voor een reglementair kader dat voldoende ruimte biedt om als sociale ondernemers aan de slag te gaan. Dit gaat verder dan de bepalingen over de rechtsvorm.


sectornieuws

Ondernemingen moeten beleid oudere werknemers expliciteren In januari ging een nieuwe cao in die voorschrijft dat ondernemingen met meer dan 20 werknemers een actieplan moeten hebben om het aantal werknemers van 45 jaar en ouder te behouden of te verhogen. Cao 104 geeft werkgevers de keuze om elk jaar een nieuw werkgelegenheidsplan op te stellen of een meerjarenplan in te dienen. Het plan bevat de huidige of geplande maatregelen voor de tewerkstelling van oudere werknemers. Het kan onder meer gaan over de aanwerving van nieuwe medewerkers of het versterken van de competenties van 45-plussers. De werkgever moet de ondernemingsraad of vakbondsafvaardiging betrekken bij de uitwerking van het werkgelegenheidsplan en moet na afloop ook de werknemersvertegenwoordigers informeren over de resultaten van het plan. De Jobkanaalconsulenten van Verso organiseren in samenwerking met de sectorfederaties infosessies over deze nieuwe cao. Meer informatie: www.werk.belgie.be of bij de Jobkanaalconsulenten

N AKTE... WA ARVA el beidsmarktmod

r ar ft dat een ande is. “ Iedereen bese n daarbij cruciaal dat langer werke en dragen is, ge j lijk Zi . ke ar za nood rtners blijkba pa e al ci so de e ren Iedereen, behalv door te discussië t van de Titanic er nc te co t rk he pe s be al zich van een verworvenheden over de lonen en aan het zinken is. p hi sc , terwijl het en de nd ke er w p groe het is niet zozeer on te gebruiken: rg ja d en ei lh om ee on ev ec ho Om aar de orvenheden), m rw iviteit ve tit en pe n m ne co (lo prijs lang is voor de be n va e di ) id (werkgelegenhe en welvaart.” t in ie aan de UGen docent econom , an sm er Pe rt Gee januari 2013. de Standaard, 22

VDAB zal in 2013 volop de kaart trekken van de servicepunten zorg Eind 2011 startte VDAB een proefproject met vier servicepunten zorg in Limburg. Na een positieve evaluatie kreeg Limburg in 2012 al een servicepunt erbij en werd er ook in Gent een geopend. Begin dit jaar krijgen ook de werkwinkels van Kortrijk, Ieper, Oostende, Brugge, Gent, Mechelen, Halle, Vilvoorde en Leuven een servicepunt. Binnen de servicepunten zorg zijn er consulenten die een overzicht hebben van alle opleidingen en werkmogelijkheden binnen de zorg. Zij moeten geïnteresseerde werkzoekenden toeleiden naar de vele openstaande vacatures in de sector, maar ook naar opleidingen die voorbereiden op een zorgjob. Maar de servicepunten verzorgen ook de contacten met de zorgwerkgevers in de streek en gaan voor hen actief op zoek naar geschikte kandidaten.

Vlaanderen krijgt armoedetoets De Vlaamse regering begon vorige maand met de invoering van de langverwachte armoedetoets. In eerste instantie wordt elke beslissing van de Vlaamse regering onderworpen aan een zogeheten ‘quickscan’ om te zien of de voorgestelde maatregel eenoudergezinnen met jonge kinderen niet benadeelt. De opvolging van de armoedetoets is binnen de Vlaamse regering de verantwoordelijkheid van minister van Binnenlands Bestuur Geert Bourgeois (N-VA). Minister van Armoede Ingrid Lieten (sp.a) kondigt overigens ook aan om verdere stappen te zetten in de automatische toekenning van sociale rechten. Vandaag is er al een automatische toekenning voor een basisaanbod elektriciteit en een verminderde bijdrage voor de zorgverzekering. Minister Lieten hoopt daar verder nog de schooltoelage, kinderopvang voor VDAB-cursisten, gereduceerd tarief voor Bloso-sportkampen en de tegemoetkoming voor niet-medische hulp voor zwaar zorgbehoevenden aan toe te voegen. 11


Sectornieuws

Beschutte werkplaatsen willen dé referentie voor tewerkstellingen van kansengroepen blijven VLAB, de federatie van beschutte werkplaatsen en lid van Verso, heeft op haar ledencongres een nieuwe visietekst goedgekeurd. Het verbeteren van de tewerkstellingskansen van de doelgroepwerknemers blijft de hoofddoelstelling van de sectorfederatie. Personen met een handicap zijn hierbij de prioritaire doelgroep, maar de organisatie roept haar leden op ook voor andere erkende doelgroepen een aanbod te voorzien. De beschutte werkplaatsen vragen aan de overheid dat zij het rendementsverlies van deze werknemers blijft compenseren. De beschutte werkplaatsen garanderen in ruil een kwalitatieve begeleiding tijdens en naast het werk. Daarnaast beklemtonen deze ondernemingen uit de sociale economie dat ze in de eerste plaats volwaardig betaald werk willen blijven aanbieden aan hun werknemers. Onbetaalde arbeid kan enkel als het past in een breder traject dat de betrokkene voorbereid op een volwaardige inschakeling op de arbeidsmarkt. De beschutte werkplaatsen willen tot slot ook hun expertise aanbieden wanneer doelgroepwerknemers doorstromen naar reguliere bedrijven. Lees de visietekst op www.vlab.be

Kwaliteitsprijs 2012 gaat naar project rond zwangerschapsdiabetes Het OLV-Ziekenhuis uit Aalst won met haar project ‘Zorgpad zwangerschapsdiabetes’ de derde editie van de prijs ‘Excellentie in Ziekenhuismanagement’. Dit is een erkenning van het Rode Kruis Vlaanderen en het Centrum voor Ziekenhuis- en Verplegingswetenschap (CZV) van de KU Leuven. De jury loofde het project omdat het “indruk maakte door haar uitgangspunten, haar streng wetenschappelijke afwikkeling en de ambitie voor integratie en continuïteit.” Het zorgpad Zwangerschapsdiabetes komt via samenwerking tussen verschillende diensten in het ziekenhuis tot een effectieve screening en behandeling van zwangerschapsdiabetes, een vaker voorkomende aandoening. Aan de prijs is een cheque van 12.500 euro verbonden. Het OLV-Aalst heeft al verklaard het prijzengeld terug in het project te investeren.

Op zoek naar een mystery (wo)man die uw vraag oplost? Wetenschap en technologie, het evolueert razendsnel. Ook in de socialprofitsector kunnen technologische vernieuwingen een wereld van verschil maken. U hebt misschien prachtige innoverende ideeën en concrete technische uitdagingen, maar niet de mensen om ze uit te voeren? Al twaalf jaar motiveert Cera Award studenten industrieel en burgerlijk ingenieur en technische bachelors om een eindwerk of een ontwerpopdracht aan te pakken in een socialprofitorganisatie. Kan dit gebouw omgebouwd worden tot een passiefhuis? Speelgoed aanpassen voor kinderen met een handicap? In de loop der jaren zijn er prachtige samenwerkingen tussen studenten en socialprofitorganisaties ontstaan. Dien uw project in bij Cera Award Op www.cera-award.be kunnen socialprofitorganisaties vanaf 1 februari tot 26 maart hun technologisch of wetenschappelijk project online indienen. Heeft uw organisatie ook een technologisch-wetenschappelijke vraag? Bekijk dan snel de informatie over de timing en procedure op www.cera-award.be/organisatie.

Meer informatie: www.cera-award.be

Meer informatie: www.olvz.be

12

Vereniging voor Social Profit Ondernemingen vzw - www.verso-net.be Kolonel Bourgstraat 122 bus 4 - 1140 Brussel - T 02 739 10 71 - F 02 736 75 06 - info@verso-net.be


VersoDirect nr1 - jg15