Page 1

VersoDirect nr. 3 / juni - juli 2017 / jaargang 19 V.U. Ann Gaublomme, Kolonel Bourgstraat 122 bus 4, 1140 Brussel

VersoDirect is de nieuwsbrief van de Vereniging voor Social Profit Ondernemingen vzw, de intersectorale werkgeversorganisatie voor de Vlaamse socialprofitsector. Verso verenigt ondernemers uit de gezondheidszorg, de welzijnssector, de socioculturele sector, de sector van de aangepaste tewerkstelling, het onderwijs en de mutualiteiten.

INHOUD ADVISERING EN OVERLEG Samenstelling tripartite overleg WVG niet duidelijk Zorgvrager centraal, maar overheid mag verantwoordelijkheid niet ontlopen Sociale partners vragen duidelijkheid over nieuwe investeringsregels ziekenhuisinfrastructuur SAR WGG wil garanties voor fair en performant lokaal sociaal beleid KATERN INNOVATIE Verso zet in op innovatie en ondernemerschap Ontdek de nieuwe lichting ‘Radicale Vernieuwers’! Internet of Things en Smart Cities: kansen voor zorg Innovatiekracht sociale organisaties onder druk SOCIAAL ONDERNEMERSCHAP Aan de slag met vluchtelingen in de social profit Maatwerkdecreet gaat in op 1 januari 2019 AANKONDIGINGEN Op kamp met HRwijs Leer uit agressie-incidenten Meet your supplier

3 4 5 5

6 7 8 9

10 11

“ We moeten kritisch onze processen, diensten en de manier waarop we onszelf organiseren tegen het licht houden en de vraag stellen hoe we vanuit onze sociale missie en visie technologische innovaties kunnen absorberen.” Lees meer in de innovatiebijlage op p 6

12 12 12 1


EDITO Sociale ondernemers vragen meer ruimte voor innovatie Dat er heel wat innovatiekracht in de social profit schuilt, werd zichtbaar gemaakt met het recente diepteonderzoek van de Serv: ‘Hoe innoveren in de zorg- en welzijnssector’. Wie innoveert, innoveert meestal op meerdere terreinen: product- en dienstinnovatie, procesinnovatie en innovatie in het dienstenmodel. De motor tot innovatie zit trouwens bij het management: inspirerend leiderschap is de rode draad. Innoverende leiders willen excelleren en organisatiebreed en continu innoveren. Wie de social profit kent, weet dat sociale ondernemers heel wat uitdagingen op zich af zien komen: nieuwe noden en vragen vanuit de samenleving, maar ook nieuwe technologieën en wijzigingen in financieringssystemen. Dit vraagt een grote wendbaarheid en veranderingsbereidheid van elk management. Er is dus heel wat innovatiekracht nodig om kwaliteitsvolle dienstverlening in de toekomst te verzekeren en de tewerkstelling te verduurzamen. En daar hebben ook andere economische sectoren voordeel bij: de social profit zorgt immers voor het voorwaardenscheppend kader in functie van de werkzaamheidsgraad van onze gezinnen: kinderopvang, ouderenzorg, jeugdwerk en vakantieopvang. We moeten daarom deze innovators in de social profit koesteren en aanmoedigen omdat ze de strategische, noodzakelijke hervormingen kunnen versnellen. Deze pioniers dienen bovendien als voorbeeld voor andere socialprofitondernemers. Ruimte bieden aan innoverende leiders heeft een groot multiplicatoreffect. Daarom kiest Verso er voor om innovatie en ondernemerschap te ondersteunen. We sporen de Vlaamse regering ook aan om werk te maken van een faciliterend en ondersteunend beleid, een beleid dat administratieve drempels wegwerkt, regelluwte voorziet en incentives geeft voor innovatie. En zoals het diepteonderzoek van de Serv aantoont, innovatie krijgt pas kansen wanneer het management voldoende veranderingsbereidheid toont. Wie innovatie wil bevorderen in de social profit, dient sociale ondernemers te ondersteunen die inzetten op echte strategische transformaties. Ann Gaublomme, directeur Verso 2

Jaarverslag 2016 2016 was voor Verso niet alleen inhoudelijk een jaar van belangrijke hervormingen in Vlaanderen, het was ook organisatorisch een scharniermoment met het pensioen van Verso’s eerste directeur, Bruno Aerts. Maar zoals steeds kon u ook op ons rekenen voor gedegen studiewerk en inhoudelijke ondersteuning op vlak van ondernemerschap en HR. U leest er alles over in ons jaarverslag, dat u kan terugvinden op onze website: www.verso-net.be.


ADVISERING EN OVERLEG

Samenstelling tripartiete overleg WVG niet duidelijk Er is een belangrijke stap gezet met het oog op de installatie van het nieuwe tripartiete forum binnen Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, waarover we in het verleden al meermaals hebben gerapporteerd in de VersoDirect. Eind maart keurde de Vlaamse regering immers een voorontwerp van decreet hierover goed, dat ter advies is voorgelegd aan de Serv en de SAR WGG. Het nieuwe Overlegcomité WVG – dat is geïnspireerd op het tripartiete Vlaams-Economisch en Sociaal Overlegcomité (VESOC) – zal bestaan uit drie sectorale kamers en één intersectorale kamer. In de drie sectorale kamers wordt overleg gevoerd en akkoorden gesloten over het strategische beleid over Vlaamse sociale bescherming en personen met een handicap, Gezin en Jeugd en ten slotte Gezondheid. Overleg en akkoorden die betrekking hebben op het strategische beleid op het vlak van welzijn of over beleidsthema’s die betrekking hebben op meerdere sectorale kamers tegelijk komen aan bod in de intersectorale kamer. In het voorontwerp van decreet is de samenstelling van de diverse kamers nog niet concreet ingevuld. Er wordt verwezen naar ‘representatieve organisaties uit het werkveld’, maar het decreet expliciteert dit niet. In de memorie van toelichting wordt aangegeven dat de kamers zullen samengesteld worden uit vertegenwoordigers van de Vlaamse regering, de sociale partners en diverse representatieve stakeholders binnen het beleidsdomein WVG (zoals zorgaanbieders, gebruikers, ziekenfondsen, zorgkassen, kinderbijslagfondsen, …).

In haar advies heeft de Serv onder andere vragen bij de nadere invulling van de samenstelling. Daarom vinden de sociale partners het nuttig om op zijn minst “De Serv heeft het begrip ‘werkveld’ te verduidelijken en ook criteria op te nemen vragen over de rond de representativiteit van de taakverdeling” betrokken belanghebbenden. Maar de Serv heeft ook vragen over de taakverdeling tussen de verschillende kamers. Zoals het momenteel voorligt, heeft de intersectorale kamer immers ook de macht om akkoorden van de sectorale kamers niet te bekrachtigen. De Serv vraagt dat de intersectorale kamer deze weigering dan grondig zou motiveren en dat er op voorhand wordt vastgelegd welke criteria zo’n weigering kunnen verantwoorden. De Serv onderschrijft het consensusprincipe binnen het Overlegcomité WVG, maar vraagt ook aan de Vlaamse regering om de standpunten van de diverse representatieve stakeholders goed te capteren indien er geen consensus wordt bereikt. De Serv wijst tot slot op het belang van een goede afstemming tussen diverse instanties en fora binnen de ruimere beleidscyclus en beslissingsprocedures, zoals bijvoorbeeld de strategische adviesraad WGG en de diverse Raadgevende Comités binnen het beleidsdomein WVG. www.serv.be www.sarwgg.be

3


ADVISERING EN OVERLEG

Zorgvrager centraal, maar overheid mag verantwoordelijkheid niet ontlopen Op een grootschalige conferentie op 16 februari heeft minister Vandeurzen zijn plan voor de hervorming van de eerstelijnszorg voorgesteld. Het kernwoord is samenwerking. Zeker bij complexe zorgvragen is het de bedoeling dat zorgverstrekkers beter overleggen, bijvoorbeeld dankzij de ondersteuning van een ‘casemanager’. Ook de patiënt zelf zal meer aan het stuur komen te staan. Een nieuw instituut moet de hervorming in goede banen leiden. De Strategische Adviesraad Welzijn, Gezondheid en Gezin heeft in een advies haar waardering uitgedrukt over het afgelegde traject en vindt in de conceptnota van de minister heel wat zaken terug waar de Raad de afgelopen

jaren al voor gepleit heeft, zoals integrale zorg, de zorgvrager centraal en de nieuwe rollen van de zorgprofessional. De raadsleden plaatsen wel enkele kanttekeningen bij de verantwoordelijkheid die gelegd wordt op de zorgvrager. Hoewel die responsabilisering een goede zaak is, lijkt de slinger in de conceptnota wel wat doorgeslagen. Het is belangrijk dat de overheid zich niet onttrekt aan haar verantwoordelijkheid en bijvoorbeeld verder investeert in een gezonde leefomgeving en sociale rechtvaardigheid. En wat met mensen die voor welke reden dan ook de zorgregie zelf niet in handen kunnen nemen? Sectoroverschrijdend De conceptnota spreekt ook over

WA ARVAN AKTE... “ Telkens als er nieuwe tewerkstelling scijfers uitkomen, is er gekissebis over de vraa g hoeveel van die jobs nu al dan niet jobs bij de over heid zijn. Alsof die jobs niet écht meetellen. Alsof die mensen niets nuttigs doen, alsof ze geen belasting en en sociale bijdragen betalen.” Professor Ive Marx, De Standaard, 9 mei

2017.

“ De werving van fondsen professionalis eert, maar dat zorgt voor een ‘vermarkting’ van onze solidariteit.” Sociologe Lesley Hustinx, De Morgen, 26 april 2017. 4

meer integratie tussen welzijn en gezondheid. De raad betreurt dat de concrete invulling van deze noodzakelijke samenwerking achterwege blijft. Ook de samenwerking met bijvoorbeeld het maatschappelijk werk moet nog worden uitgewerkt. Mogelijks komt hierover meer duidelijkheid na de conferentie over het sociaal werk in 2018. Verso had samen met de andere raadsleden nog vragen over het ontbreken van garanties voor de toegankelijkheid van de zorg en de afbakening van de eerstelijnszones, waarvoor de minister het initiatief heeft gelaten bij de sectoren. Lees het advies op www.sarwgg.be.


ADVISERING EN OVERLEG

Sociale partners vragen duidelijkheid over nieuwe investeringsregels ziekenhuisinfrastructuur Sinds de zesde staatshervorming is Vlaanderen bevoegd voor de financiering van zware investeringen die ziekenhuizen moeten doen in bijvoorbeeld verbouwingen of medische apparatuur. Begin dit jaar heeft de Vlaamse regering een nieuw financieringsmechanisme voorgesteld om aan deze financieringsnoden tegemoet te komen. Het voorstel van de Vlaamse regering bestaat uit een ‘instandhoudingsforfait’, waar elk ziekenhuis jaarlijks recht op heeft in functie van onder meer het aantal bedden, en een ‘strategisch forfait’ voor structurele investeringen zoals een nieuwbouw. Ziekenhuizen die gaan bouwen of ingrijpende verbouwingen

uitvoeren, zullen na het beëindigen van de werken jaarlijks kunnen rekenen op een tussenkomst van de overheid. De sociale partners binnen de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen verwelkomen het perspectief dat deze nieuwe regeling biedt aan de sector, maar hebben toch ook enkele kanttekeningen in petto. Zo vindt Verso het essentieel dat de forfaits een realistische inschatting van de gemaakte kosten weerspiegelen. Ook moet de zorgstrategische planning die aan de basis zal liggen van deze financiering dringend afgewerkt “De forfaits moeten worden zodat de betrokken ziekeneen realistische huizen snel duidelijkheid krijgen over inschatting zijn hun toekomstperspectief. Daarnaast van de gemaakte is ook de rechtszekerheid een aandachtspunt. De Vlaamse overheid kosten” moet kunnen garanderen dat ze deze financiering, die op termijn meer dan 700 miljoen euro per jaar zal bedragen, kan dragen en dat het voorgestelde model ingepast kan worden in de Europese begrotingsregels. U vindt het advies van de Serv op www.serv.be.

SAR WGG wil garanties voor fair en performant lokaal sociaal beleid Met een nieuw decreet lokaal sociaal beleid wil de Vlaamse regering de rol van de lokale besturen bij het vormgeven van de sociale dienstverlening beter omschrijven. Het lokale niveau staat namelijk dicht bij de burger en is goed geplaatst om de lokale noden in te schatten. Volgens de leden van de Strategische Adviesraad Welzijn, Gezondheid en Gezin moeten de lokale besturen dan wel versterkt worden om deze taak te kunnen opnemen. Dat staat in een advies van de raad op het voorontwerp van decreet dat de Vlaamse regering indiende. Daarnaast is het ook voor Verso belangrijk dat de Vlaamse regering erop toeziet dat alle burgers de zorg of ondersteuning ontvangen die ze nodig hebben, ongeacht in welke gemeente ze wonen. Wanneer lokale besturen niet alleen het aanbod sturen maar ook zelf diensten gaan ontwikkelen, mag dit de samenwerking met andere spelers

niet hypothekeren. Er is volgens de SAR WGG dan ook nood aan een beroepsprocedure om partijen die zich benadeeld voelen te kunnen horen. Vermaatschappelijking van de zorg mag geen besparing worden Ook de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen bracht een advies uit over het voorontwerp van decreet. De sociale partners drukken daarin ook hun bezorgdheid uit over de vermenging van de verschillende rollen van het gemeentebestuur en beklemtonen bovendien de complementariteit tussen informele en formele zorg. De ‘vermaatschappelijking van de zorg’ mag geen besparingsoefening worden. Mantelzorgers hebben bovendien ondersteuning nodig, bijvoorbeeld om de zorg te kunnen blijven combineren met hun werk. U vindt de adviezen op www.sarwgg.be en www.serv.be.

5


KATERN INNOVATIE

Verso zet in op innovatie en ondernemerschap Op 4 mei jongstleden overleed de Amerikaanse econoom William Baumol. Zijn naam leeft voort in de zogenaamde Wet van Baumol, die bijzonder relevant is voor de social profit. Ze geeft immers een economische argumentatie tegen besparingen in socialprofitsectoren maar toont ook het belang van innovatie en ondernemerschap aan binnen sociale ondernemingen.

zeker het geval voor het merendeel van de diensten die in onze sectoren aangeboden worden: denken we maar aan hoe kinderopvang, gezinszorg, ouderenzorg en zorg voor personen met een beperking ondersteunend zijn voor de werkzaamheidsgraad van onze gezinnen. Of hoe de sociale economie en het sociaal-cultureel werk bijdragen aan het versterken van competenties.

Toen Baumol in de jaren zestig gevraagd werd om een We kunnen als sector echter niet alleen kijken naar de overheid. economische verklaring te geven voor de moeilijke financiële Een andere belangrijke oplossing schuilt immers in innovatie en situatie van de kunstensector, stelde hij vast dat een klassiek ondernemerschap. We moeten kritisch onze processen, diensten orkest voor de uitvoering van pakweg Schubert evenveel en de manier waarop we onszelf organiseren tegen het licht muzikanten nodig had als een eeuw voordien. Er was dus geen durven houden en ook de vraag stellen hoe we vanuit onze sprake van een productiviteitsgroei. In dezelfde periode had de sociale missie en visie toch ook in staat zijn om technologische industrie wel een enorme productiviteitsgroei gekend en dat gaf innovaties te absorberen. Dit gaat niet alleen over kostenbeook ruimte voor een sterke stijging van de lonen. sparingen, maar ook over het efficiënter Loonstijgingen in de ene sector geven echter ook “De uitdaging is om beantwoorden van individuele en maatschappelijke aanleiding tot loonstijgingen in andere sectoren. noden en het aansnijden van nieuwe activiteiten en onszelf als sociaal Dat is ook nodig om aantrekkelijk te blijven op marktniches. Ondernemerschap gaat ook over het ondernemer onze arbeidsmarkt, maar het brengt wel de leren benoemen van onze toegevoegde waarde voor steeds heruit te financiële leefbaarheid van sectoren met een maatschappij en burger en het strategisch inzetten trage productiviteitsgroei in het gedrang. Dit op kernactiviteiten waarin je een comparatief vinden” geldt in het bijzonder voor socialprofitsectoren: voordeel hebt. Het omvat ook het ontwikkelen van zo is het voor een verzorgende in de ouderenzorg onmogelijk nieuwe financieringsmodellen en wendbaar blijven in wijzigende om dezelfde productiviteitsstijgingen te verwezenlijken als een beleidscontexten met het oog op werkbare jobs en een industrieel bedrijf dat zwaar kan inzetten op automatisering. kwaliteitsvolle dienstverlening. We zouden kunnen overwegen om dit probleem op te lossen door de eindgebruiker een hogere prijs aan te rekenen, maar dan botsen we snel op de individuele betaalbaarheid van bijvoorbeeld zorg en cultuur. We kunnen er ook voor kiezen om te snijden in de kwaliteit of de kwantiteit van onze dienstverlening. De vraag is of we hier dan nog spreken van maatschappelijke vooruitgang. Een deel van de oplossing zit alvast in het feit dat de overheid in toenemende mate blijft investeren in zorg en welzijn, sociaalcultureel werk, sociale economie en onderwijs. Volgens Baumol hoeft het helemaal geen probleem te vormen dat deze activiteiten een steeds groter aandeel van het overheidsbudget innemen, zolang deze activiteiten ook ondersteunend zijn aan de productiviteitsgroei in andere economische sectoren. En dat is nu

6

Voor elk van onze activiteiten waren we ooit pionier binnen onze samenleving. We ontwikkelden nieuwe diensten die een antwoord boden op wijzigende noden in de samenleving. Het is de uitdaging om ook naar de toekomst toe onszelf als sociaal ondernemer steeds heruit te vinden, vanuit een gedeelde visie op een inclusieve samenleving. Deze uitdagingen overstijgen de individuele sectoren die we vertegenwoordigen. Daarom kiest Verso ervoor om als intersectorale werkgeversorganisatie sterk in te zetten op innovatie en ondernemerschap, zowel op het vlak van belangenbehartiging als van het ontwikkelen van dienstverlening. Wim Van Opstal Adviseur innovatie en ondernemerschap


KATERN INNOVATIE

Ontdek de nieuwe lichting ‘Radicale Vernieuwers’! Eind mei maakte de Sociale Innovatiefabriek de tien ‘Radicale Vernieuwers van 2017’ bekend. Samen met mediapartners De Standaard en Radio 1 ging de Sociale InnovatieFabriek voor de tweede keer al op zoek naar burgers, bedrijven en socialprofitondernemingen die een vernieuwend en inspirerend antwoord bieden op een maatschappelijke uitdaging. Deze wedstrijd werd in 2015 voor het eerst georganiseerd naar analogie met een gelijkaardig initiatief in het Verenigd Koninkrijk: ’50 British New Radicals’. Nu, twee jaar later, is de bron aan sociale en maatschappelijk inspirerende innovaties duidelijk nog niet opgedroogd. De jury, onder leiding van cabaretier Wouter Deprez, kreeg immers de lastige taak om uit 322 inzendingen de tien meest beloftevolle projecten te kiezen. Zo werd onder andere een klimclub geselecteerd die opleidingstrajecten voor vluchtelingen organiseert met oog op tewerkstelling. Andere projecten richten zich op hernieuwbare energie, landbouw, burgerparticipatie of technologische innovatie in een woonzorgcentrum. Opvallend is dat veel vernieuwers meerdere maatschappelijke problemen tegelij-

kertijd willen aanpakken. Vzw De Lovie kreeg bijvoorbeeld een vermelding voor hun dorpsproject dat tewerkstelling voor mensen met een beperking koppelt aan een sociale dienstverlening. Het ‘Dorpspunt’ in Beveren dient als sociale ontmoetingsplaats, maar biedt ook verschillende gecentraliseerde diensten aan zoals een buurtwinkel, een afhaalpunt voor internetbestellingen, een klusjesdienst en een herstelplaats voor fietsen. Met dit initiatief wil de Sociale InnovatieFabriek samen met haar partners de vele goede ideeën die er leven in Vlaanderen een duwtje in de rug geven. Ze gingen specifiek op zoek naar die projecten die niet alleen bewezen hebben dat ze werken, maar ook potentieel tonen voor navolging in andere steden en gemeenten. De tien finalisten kunnen dan ook rekenen op heel wat media-aandacht om niet alleen hun eigen project beter bekend te maken maar hopelijk ook anderen te inspireren.

Ontdek de tien finalisten op www.radicalevernieuwers.be. 7


KATERN INNOVATIE

Internet of Things en Smart Cities: kansen voor zorg De tijd dat mensen vastgeroest waren onder de kerktoren is lang voorbij. Een praatje slaan gaat via het internet net zo gemakkelijk met een verre vriend in Australië als op een zonnige dag in de tuin met de buren. We vergaren via het internet gemakkelijker informatie dan met een trip naar de bibliotheek. En als we toch naar de bibliotheek willen, dan vertelt onze gps ons (dankzij het internet) hoe we de file kunnen vermijden. Het internet lijkt de ruggengraat van alles te zijn geworden. Zijn we klaar voor de volgende stap?

... en Smart Cities IoT wordt natuurlijk enkel zinvol, indien we het ten dienste stellen van de gemeenschap, bijvoorbeeld de stad en haar bewoners. Die tak van IoT omschrijven we als Smart Cities. Antwerpen wordt momenteel uitgebouwd als smart city. Het is dé proeftuin in Vlaanderen waar wetenschappers en ingenieurs voor ons nieuwe technologie en toepassingen ontwikkelen en testen. Opportuniteit voor de zorg IoT is een geweldige opportuniteit voor de zorg, zowel op het vlak van betaalbaarheid als van kwaliteit: de technologie maakt het mogelijk om oude patronen te doorbreken.

The Internet of Things ... De laatste jaren is er een geweldige vooruitgang geboekt op het vlak van energiezuinige elektronische sensoren regelsystemen, gegevensanalyse (Artificiële Intelligentie, Big Data, …) Zo was zorgcentralisatie in ziekenhuizen en - vaak draadloze – communicatietechvroeger nodig om via schaalvergroting de nologie. Dankzij die evolutie zijn we nu kwaliteit te garanderen. In de toekomst in staat om een stad met kan IoT de actieradius van de “De technologie zorgverstrekker vergroten, duizenden kleine elektromaakt het nische sensoren en zonder die kwaliteit in het regelsystemen uit te rusten gedrang te brengen. De patiënt mogelijk om die qua energie slechts een kan immers thuis revalideren oude patronen mussendorst hebben. Al deze te doorbreken” en toch opgevolgd worden sensoren zijn aangesloten op via een sensornetwerk dat het internet, en stellen hun meetdata zijn of haar vitale parameters opmeet ter beschikking aan belanghebbenden: en daarnaast ook meet of de therapie ondernemers bijvoorbeeld, of de (medicatie of oefeningen) goed opvolgd overheid. Binnenkort zitten die sensoren, wordt. Op die manier wordt de zorgzonder dat je het merkt, in alle dingen om verstrekker een coach, zonder dat dit je heen: je trui (die je ademhaling meet), een onbetaalbare inspanning zal vragen. je stoel (die meet of je goed rechtop zit) of je koelkast (die je meldt wat er nog in Zorg kan zo ook verschuiven van diagnose zit én dat van dat ene pakje kaas de en genezing naar prognose en preventie. houdbaarheidsdatum overschreden is). Sensoren zullen ons dagelijks opvolgen en Al deze dingen zijn aangesloten op het dat zal verder gaan dan de huidige internet en vandaar het begrip “The individuele stappentellers en hartslagInternet of Things” (IoT). meters. De samenstelling van bloed, zweet 8

en adem zal opgevolgd kunnen worden, zodat we kunnen bijsturen vóór we uit de bocht gaan. Al deze data kunnen we globaal verwerken in regio-analyses met het oog op het bewaken van de gezondheid van onze leefomgeving. IoT zal het ook mogelijk maken dat oudere mensen langer thuis wonen: een plus voor hun gezondheid en levenskwaliteit, een min voor de uitgaven in de sociale zekerheid. Naast buurtinformatienetwerken, burgers die de veiligheid in de wijk mee bewaken, zullen ook zorgnetwerken een courant gegeven worden: burgers, al dan niet als sociale ondernemer, die het welzijn van de hele buurt mee organiseren en bewaken.

“Deze technologische invasie werpt vragen op over zelfbeschikking en recht op privacy ” Zorgen over deze opportuniteit Heel deze technologische invasie werpt natuurlijk vragen op wat betreft onze zelfbeschikking en ons recht op privacy. Ontstaan er geen extra risico’s omwille van het blind vertrouwen in de technologie? Worden we er minder zelfredzaam door? Voelen we ons wel goed bij het delen van zoveel gegevens met onze zorgverstrekkers of de overheid? Het is goed dat we dit laatste alvast niet overlaten aan de grote gekende bedrijven, maar dat de gemeenschap (de stad, de gemeente en de buurt) dit mee bewaakt. Wil je meer weten? Neem dan deel aan de informatiesessie van Cera Award op 15 juni in DVC Sint-Jozef Antwerpen, www.cera-award.be.


KATERN INNOVATIE

Innovatiekracht sociale organisaties onder druk Uit een recent diepteonderzoek van de Serv bij 12 zorgen welzijnsorganisaties, blijkt de innovatiekracht in deze organisaties zeer hoog te zijn. Wel hebben socialprofitondernemers nood aan meer ondersteuning door de overheid. De onderzoekers van de Serv ondervroegen verantwoordelijken bij vijf woonzorgcentra, drie organisaties uit de thuiszorg en de thuisverpleging en vier initiatieven voor personen met een beperking. Het lijkt evident, maar innovatie had voor hen als hoofddoel het verbeteren van de kwaliteit van het leven van de zorgvrager. Daarnaast zijn ze ook begaan met het zoeken naar innovatieve “Een basisfinanciering antwoorden op nieuwe voor kwaliteit en behoeften. De Serv stelt innovatie is een vast dat de onderzochte veelgehoorde vraag” casussen op deze vlakken willen excelleren en organisatiebreed en continu willen innoveren. De sociale ondernemer is met andere woorden gericht op het creëren van meer welbevinden in de samenleving en innoveert met deze doelstelling in het achterhoofd. Daarnaast worden er veel belanghebbenden betrokken bij innovatie zoals de zorgvrager en het personeel en zijn sociale ondernemingen ook bereid om hun ervaringen te delen met andere organisaties. Typerend voor innovatieve organisaties is dat zij niet enkel op één domein innoveren, maar op meerdere: van product- of dienstinnovatie tot innovatie van het dienstenmodel. Voorwaarde is wel de aanwezigheid van een inspirerend leiderschap als motor voor innovatie binnen de organisatie.

Transities doen vraag naar innovatie stijgen De bevraagde organisaties geven verder ook aan dat zij een grotere vraag naar innovatie ervaren door verschillende tendensen in hun werkveld, zoals persoonsvolgende financiering, vermaatschappelijking van de zorg en sociodemografische evoluties. Ze ervaren dit als een bijkomende opdracht vanuit de overheid om hierop in te spelen en vragen daarom meer steun van de overheid. Waarom kan bijvoorbeeld de reguliere innovatiesteun van de overheid niet beter worden opengesteld voor de social profit? Ook een basisfinanciering waarmee organisaties kunnen investeren in kwaliteit en innovatie is een veelgehoorde vraag. Bij veel organisaties leeft het gevoel dat ze niet kunnen tegemoetkomen aan deze extra vragen doordat ze financieel al op hun tandvlees zitten. Maar ook regelluwte en het verminderen van administratieve verplichtingen zou al heel wat helpen.

U vindt het onderzoek van de Serv ‘Hoe innoveren in de zorg- en welzijnssector’ op www.serv.be/stichting.

8,12%

Dat is het aandeel van de social profi t in de toegevoegde waarde van de Vlaamse economie. In euro’s uitgedrukt gaat het om een bedrag van 17 miljard euro dat op een jaar wordt gecreëerd door socialprofitondernemingen. Voo rwaar geen kattenpis! Zeker als je weet dat dit aan deel de afgelopen tien jaar sneller steeg dan gemiddeld.

9


SOCIAAL ONDERNEMERSCHAP

Aan de slag met vluchtelingen in de social profit De afgelopen maanden werd er steeds nadrukkelijker naar werkgevers gekeken om de integratie van vluchtelingen vooruit te helpen via tewerkstelling. In 2016 dienden dan ook 18.710 personen een asielaanvraag in bij de Dienst Vreemdelingenzaken. In 57,7 % van de gevallen kreeg de asielzoeker ook bescherming. Naar de praktijk toe betekent dit dat deze mensen ook mogen werken, maar ze vinden niet altijd aansluiting tot de arbeidsmarkt. Vandaag zijn heel wat socialprofitwerkgevers op zoek naar nieuw talent. Deze groep nieuwkomers op de arbeidsmarkt vormt een aantrekkelijke pool voor werkgevers om uit te puren. Wellicht bent ook u als werkgever op zoek naar nieuwe medewerkers maar stoot u op 10

drempels en praktische bezwaren. Hoe pak je dit aan? Hoe zitten de regels in elkaar, over welke papieren moet een vluchteling of nieuwkomer beschikken? Welke administratieve stappen moet ik zelf nemen? Is het allemaal wel wettelijk in orde wat ik doe? Om werkgevers hierin wegwijs te maken heeft Verso een infobrochure ontwikkeld. Ze legt de verschillende statuten uit waarin een vluchteling in ons land kan verkeren en welke administratie precies nodig is om hem aan te werven. U vindt er ook de verschillende overheidsmaatregelen in terug die de tewerkstelling van kwetsbare groepen betaalbaar maken, zoals artikel 60, IBO en BIO. Tot slot kunt u zich ook laten inspireren door enkele succesverhalen.

Eens de nieuwkomer aan boord is, wil je dat het verder goed blijft gaan met de andere collega’s. Hoe ga je om met culturele diversiteit in je organisatie? Hoe overbrug je taalmoeilijkheden? Hoe benut je de talenten van iedereen? Ook deze informatie kunt u terugvinden in de brochure. Een aantal organisaties kunnen daarbij helpen en ondersteuning bieden.

U kunt de brochure vinden op www.hrwijs.be. Wenst u meer informatie of heeft u nog vragen? Neem dan contact op met onze collega Fatma Qorlazja via fatma.qorlazja@verso-net.be of 0473/82.52.32.


SOCIAAL ONDERNEMERSCHAP SECTORNIEUWS

Serv-academie Eind april hield de Serv een openbare zitting rond het thema ‘vluchtelingen en werk’. Ann Vermorgen (ACV) gaf als Serv-voorzitter het welkomstwoord, waarna het woord gegeven werd aan drie gastsprekers die nauw betrokken zijn bij het Vlaams beleid: Dirk Janssen (Agentschap Integratie en Inburgering), Patrick Noël Vercruysse (VDAB) en Peter Cousaert (VVSG). De vierde spreker, Dries Lens (Centrum voor Sociaal Beleid, Universiteit Antwerpen), zorgde voor een academische duiding. Voor werkgevers, ook in de social profit, is het belangrijk om te weten dat de VDAB een nieuwe insteek hanteert om werkzoekenden met een migratieachtergrond te bereiken. Dit programma is niet specifiek op vluchtelingen gericht, maar biedt wel heel wat instrumenten om ook voor deze doelgroep vooruitgang te boeken. Een belangrijke koerswijziging daarbij is het afstappen van een vereist basisniveau Nederlands alvorens er met de toeleiding naar werk gestart kan worden. Voortaan zal de VDAB anderstalige werkzoekenden zo veel als mogelijk in hun eigen taal proberen te helpen. Taallessen kunnen dan samen met een job of stage worden aangeboden. Daarnaast wil de VDAB werkgevers motiveren om een mentorrol op te nemen en zal de VDAB ook nauw samenwerken met het onderwijs om de kwalificaties van werkzoekenden op te krikken. De bedoeling van de VDAB is om via maatwerk werkzoekenden met een migratieachtergrond sneller aan het werk te krijgen. Ze slaagt daar ook al aardig in, volgens Patrick Noël Vercruysse: een kwart van de doelgroep stroom na zes maanden al uit naar werk. Ondanks het feit dat de VDAB geen aparte cijfers bijhoudt voor vluchtelingen, tonen hun eigen analyses aan dat ook vluchtelingen op deze manier snel aan het werk geholpen kunnen worden. www.serv.be

Maatwerkdecreet gaat in op 1 januari 2019 Op 17 februari 2017 werd het nieuwe maatwerkdecreet definitief goedgekeurd door de Vlaamse regering. Hiermee komt een einde aan een lange periode van onzekerheid voor de sector van de sociale economie. Ter herinnering: begin 2016 werd het maatwerkdecreet geschorst door de Raad van State, waarna er intensief onderhandeld is tussen de minister en de sector over noodzakelijke wijzigingen. Het maatwerkdecreet, dat in 2019 zal ingaan, betekent dan ook een grote verandering voor de beschutte en sociale werkplaatsen waar personen met een arbeidshandicap aan het werk zijn. De financiering van de doelgroepwerknemers zal voortaan bepaald worden door de afstand van de werknemer tot de arbeidsmarkt. Voor de instroom zullen de maatwerkbedrijven nog meer kunnen rekenen op de VDAB. Er wordt ook meer nadruk gelegd op doorstroom naar reguliere bedrijven, die op dezelfde subsidies zullen kunnen rekenen. Voor doelgroepwerknemers die doorstromen, zal het wel nog steeds mogelijk blijven om terug te keren naar de sociale economie indien wenselijk. In vergelijking met de vorige versie van het maatwerkdecreet, wordt onder andere de overgangsperiode geschrapt. Er zullen wel simulaties gemaakt worden vanaf 1 januari 2018 voor elk maatwerkbedrijf, zodat deze ondernemers zich kunnen voorbereiden op de nieuwe situatie. Daarnaast werd ook het maximumbudget per maatwerkbedrijf geschrapt. “Voor de sector is het erg belangrijk dat we terug vooruit kunnen kijken.” zegt Francis Devisch van koepelorganisatie Groep Maatwerk. “Om goed voorbereid aan de start te komen van het nieuwe maatwerkkader, zal het Departement WSE in samenwerking met de koepels het komende anderhalf jaar de handen uit de mouwen steken om de sector zo goed mogelijk te informeren.” Maatwerkbedrijven zijn niet alleen broodnodig om het recht op werk voor iedereen te verzekeren, ze zijn ook een essentiële pijler in onze economie. Uit recent onderzoek van de POM West-Vlaanderen blijkt dat maar liefst de helft van de West-Vlaamse bedrijven al samenwerkt met maatwerkbedrijven, als klant of als toeleverancier. Meer informatie: www.groepmaatwerk.be

TE... WA ARVAN AK ermiddel voor van steeds meer als een tov gie olo hn tec n zie e “W em in de ouderenzorg fundamentele proble alles en nog wat. Het eneemt, terwijl onze ntal ouderen sterk to is natuurlijk dat het aa dat er geen tijd meer danig onder druk zet economie mensen zo is voor (mantel-)zorg.” Holslag Professor Jonathan

, Knack, 5 april 2017.

11


AANKONDIGINGEN

Leer uit agressieincidenten De campagne ‘Agressie? Speel erop in!’ van het expertisecentrum Icoba behandelt vier aspecten van een agressiebeleid. Dit voorjaar is de campagne al toe aan haar laatste thema: opvolgen van agressie-incidenten. Dat doet Icoba met de slogan ‘Samen vooruit. Leer eruit.’ Agressie richt schade aan en laat sporen na. Volg de nasleep van een incident goed op en trek lessen voor de toekomst. Hoe kunnen gelijkaardige incidenten vermeden of teruggeschroefd worden? En hoe bed je deze afspraken structureel in in je agressiebeleid?

Op kamp met HRwijs

Icoba maakt dit thema zichtbaar met een poster, sticker, brochure en gadget. De toolbox is aangevuld met praktische doe- en praatactiviteiten. Net als bij de vorige thema’s zijn er tweewekelijkse elektronische weetjes en tips en kunt u zich inschrijven op de trefdag of de jaaropleiding tot agressiecoach in samenwerking met Impuls vzw.

HRwijs, het ondersteuningsaanbod van Verso rond HR-beleid, organiseert deze zomer weer een heuse ‘summer course voor leidinggevenden’. Op 17 en 18 augustus dompelen 13 leidinggevenden uit kleine vzw’s (maximum 50 medewerkers) zich onder in alle stappen van een modern personeelsbeleid. Roeland Broeckaert (Roedel­consult), auteur van het boek ‘Dienend Leidinggeven’, is de docent. Deze summer course vindt plaats in de Heerlijckyt van Elsmeren in Vlaams-Brabant.

In mei 2017 krijgen alle organisaties uit de Vlaamse opvoedings- en huisvestingssector en de Vlaamse welzijnsen gezondheidssector een sensibilisatiepakket. Ze kunnen het materiaal kosteloos bijbestellen. Organisaties uit andere sectoren kunnen het materiaal tegen betaling van port- en productiekosten verkrijgen. Al het materiaal is ook gratis te downloaden op www.agressiespeeleropin.be.

Na deze tweedaagse zullen de deelnemers het medewerkersbeleid van hun organisatie in kaart hebben gebracht, maar ook hebben uitgezocht waar de organisatie naartoe kan en wat de prioriteiten zijn voor de komende jaren. Er is ook voldoende tijd en ruimte voor ervaringsuitwisseling en kennisdeling. Inschrijven kan via www.hrwijs.be. Workshop ‘snelle HR-tools’ HRwijs organiseert op donderdag 15 juni in Leuven ook een gratis workshop over eenvoudige instrumenten voor een slim medewerkersbeleid. Er zijn bijvoorbeeld toegankelijke HR-instrumenten om werving van nieuwe medewerkers, het functioneren van medewerkers en teams, verzuimbeleid en diversiteit aan te pakken. Deelnemers maken kennis met een aantal van deze methodieken en passen die meteen toe in de praktijk. Op www.hrwijs.be/tools vindt u trouwens een ruime database van toegankelijke HR-instrumenten.

Meet your supplier Als ondernemer bent u misschien op zoek naar kwaliteitsvolle en betrouwbare leveranciers voor drukwerk, verpakking, groenwerk, renovatie en klussen, bedrijfsfietsen, HR-ondersteuning, relatiegeschenken, catering en ga zo maar verder. Op 19 en 26 juni ontmoet je op ‘Meet Your Supplier’ 10 leveranciers uit VlaamsBrabant voor een individueel gesprek. De aanwezige leveranciers zijn niet de minste. Duurzaamheid zit in hun DNA, de tewerkstelling van kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt dragen ze hoog in het vaandel. Door producten en diensten van hen af te nemen, kan je als bedrijf zelf op een gemakkelijke manier meewerken aan een duurzame toekomst voor iedereen! www.vlaamsbrabant.be/meetyoursupplier

12

Vereniging voor Social Profit Ondernemingen vzw - www.verso-net.be Kolonel Bourgstraat 122 bus 4 - 1140 Brussel - T 02 739 10 71 - F 02 736 75 06 - info@verso-net.be

VersoDirect nr3-jg19  

VersoDirect is de tweemaandelijkse nieuwsbrief van de Vereniging voor Social Profit Ondernemingen vzw.

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you