Issuu on Google+

VersoDirect nr. 3 / juni - juli 2014 / jaargang 16 V.U. Bruno Aerts, Kolonel Bourgstraat 122 bus 4, 1140 Brussel

VersoDirect is de nieuwsbrief van de Vereniging voor Social Profit Ondernemingen vzw, de intersectorale werkgeversorganisatie voor de Vlaamse socialprofitsector. Verso verenigt ondernemers uit de gezondheidszorg, de welzijnssector, de socioculturele sector, de sector van de aangepaste tewerkstelling, het onderwijs en de mutualiteiten.

inhoud versonieuws ‘Waarom willen we eigenlijk samenwerken?’

2

SECTORNIEUWS Nieuwe aanpak rond diversiteit Nieuw boek zet coöperatieve ondernemers op weg Opleidingsniveau werkzoekenden niet afgestemd op vragen arbeidsmarkt Zorgsector moet terug naar de basis Jongeren zoeken vooral steun bij hun eigen netwerk DUOdag blijft groeien bij vijfde editie Cultuursensitieve zorg VSO wordt SOM W2-decreet goedgekeurd Flanders’ Care schrijft beleidsaanbevelingen Social profit scoort met goed imago Liberale Mutualiteiten 100 jaar jong! 15 jaar Sociale Maribel Het beeld van de medewerker

9 10 10 10 11

Aankondigingen

11

4 5 5 6 6 6 7 8 8

“ Samenwerkingen mislukken wanneer er onvoldoende is nagedacht over waarom organisaties eigenlijk willen samenwerken.” Patrick Kenis, academisch decaan van de Antwerp Management School Lees meer p 2-3

Vereniging voor Social Profit Ondernemingen vzw - www.verso-net.be Kolonel Bourgstraat 122 bus 4 - 1140 Brussel - T 02 739 10 71 - F 02 736 75 06 - info@verso-net.be

1


EDITO

Slim beleid Als deze VersoDirect verschijnt kennen we de uitslag van de verkiezingen. Daarmee is het politieke spel echter nog lang niet gespeeld en zitten we in de fase van de regeringsvorming. Hoe de regeringen er ook zullen uitzien, de sociaal-economisch moeilijke context en de grote maatschappelijke uitdagingen kennen we. De staatshervorming maakt dat de volgende regeerperiode heel wat kansen biedt om het Vlaams beleid perspectief te geven. Dit zal moeten gebeuren in een budgettair moeilijk kader. Wordt het een besparingsregering? Onvermijdelijk. Hopelijk gaat het dan om slimme besparingen die samengaan met noodzakelijke structuurverbeteringen die uiteindelijk de kwaliteit van ons economisch bestel, van onze arbeidsmarkt, van onze huisvesting, van onze mobiliteit, van ons onderwijs, van onze gezondheids- en welzijnszorg ten goede komt. Wordt het een investeringsregering? Hopelijk wel: slimme investeringen zijn nodig om zowel de groei van onze economie als de verdere noodzakelijke uitbouw van maatschappelijk belangrijke diensten zoals onderwijs en gezondheids- en welzijnszorg te verzekeren. In heel wat gevallen zullen besparingen nodig zijn om slim te kunnen investeren. In heel wat gevallen zullen ook investeringen nodig zijn om slim te kunnen besparen. Een moeilijke evenwichtsoefening. Essentieel daarbij is dat in de beleidskeuzes en de beleidsuitvoering voldoende rekening wordt gehouden met de effecten op het terrein, met de impact op de concrete situatie van mensen. Uiteindelijk gaat het er toch om dat het welzijn van de ganse bevolking er op verbetert met ontplooiingskansen voor élke mens. Het middenveld moet een belangrijke rol blijven spelen in het opnemen van zulke realiteitstoets van het beleid. Want ook dat is slim beleid: betrek de middenveldorganisaties en zorg voor een versterkt sociaal overleg om het democratisch draagvlak én een goede uitvoering te waarborgen. Ook na 25 mei. Bruno Aerts, directeur Verso 2

versoNIEUWS

‘Waarom willen we eigenlijk samen- werken?’ Op 21 mei werd bij de lancering van HRwijs.be Patrick Kenis, academisch decaan van de Antwerp Management School, uitgenodigd om zijn visie over samenwerking tussen organisaties uiteen te zetten. Een boeiend onderwerp dat zeker ook in de social profit steeds belangrijker wordt door de vraag naar het uitwerken van een aanbod over sectoren heen op maat van de eindgebruiker. Professor Kenis waarschuwde de aanwezige socialprofitondernemers in de eerste plaats dat samenwerken een van de moeilijkste dingen blijft om tot een en goed einde te brengen. Wanneer samenwerkingsverbanden mislukken, is dat zeer vaak omdat organisaties niet voldoende hebben nagedacht over waarom ze eigenlijk willen samenwerken. Duidelijkheid scheppen over het gemeenschappelijk doel dat je probeert te bereiken, is dus heel belangrijk volgens professor Kenis.

“In ieder geval moet het gezamenlijk resultaat dat je voor ogen hebt, voorop staan”

Wanneer is samenwerken dan wel verstandig? Als minstens één van drie voorwaarden vervuld is: competenties zitten verspreid over verschillende organisaties, er is sprake van uitdagingen die geen eenvoudige oplossing kennen of er is nood aan maatwerk. In de social profit zijn die voorwaarden zeer vaak aanwezig. Bijvoorbeeld in armoedebestrijding: om een klant die met veel verschillende problemen kampt echt te kunnen helpen, moet je eigenlijk samenwerken met anderen. In ieder geval moet het gezamenlijk resultaat dat je voor ogen hebt, voorop staan. Daarom hebben netwerken die opgericht zijn door de overheid het vaak moeilijk, aldus professor Kenis. De betrokken organisaties zien zelf het resultaat niet voor ogen. Buikgevoel Ons buikgevoel laat ons vaak in de steek als het op samenwerken aankomt. Bijvoorbeeld wanneer we denken dat alle partijen elkaar moeten vertrouwen en dat alle partijen evenveel uit de samenwer-


king moeten kunnen halen. Dat klopt niet, zegt Patrick Kenis. Je kunt een goed samenwerkingsverband hebben waar er heel veel inzit voor een partij en bijna niets voor een ander. Daarom is de doelstelling zo belangrijk. Alle partijen moeten het gevoel hebben dat zij een bijdrage kunnen leveren aan een gemeenschappelijk doel, hoe klein die bijdrage ook is. Een andere factor die soms onderschat wordt is dat samenwerking georganiseerd en gemanaged moet worden. Een samenwerkingsverband goed managen is tijdrovend. Zeker voor een kleine organisatie is het echter niet altijd mogelijk veel tijd te investeren. Kleine organisaties kunnen wel in een breder verband stappen waar hun inbreng kleiner is maar daarom niet minder cruciaal voor een goede uitkomst. Vaak is het een kwestie van de bijdrage van de mensen die je al hebt effectiever te maken door samen te werken.

HRwijs.be online! Tijdens het lanceringsmoment werd ook de gloednieuwe website van HRwijs voorgesteld. Deze website staat centraal in het HRwijs-aanbod en bundelt een schat aan praktische informatie voor elkeen die het medewerkersbeleid van een socialprofitonderneming opvolgt. HRwijs is een project van Verso dat ondersteuning biedt op maat van kleine socialprofitorganisaties. Schrijf zeker ook in voor de nieuwsbrief van HRwijs!

WA ARVAN AKTE... “ Misschien is de tijd rijp dat besturen , schoolteams en initiatiefnemers van kinderopvang de onderwijsactiviteiten en de opvang integreren in één visie op opvoeding en onderwijs. Die kan vorm krijgen in een nieuw dagritme voor kinderen en leerk rachten, een spreiding van activiteiten, ruimte voo r recreatieve en sportieve momenten, een rationele r gebruik van infrastructuur, een aansluitend persone elsbeleid, integratie van onderwijs en zorg in func tie van het kind.” Marc Van den Brande, secretaris-ge neraal van het Vlaams Verbond van het Katholiek Basi sonderwijs, in De Standaard, 15 april 2014. “ Het is waar dat gemeenschapsgerichte voorzieningen op den duur goedkoper kunnen uitpakke n dan institutionele voorzieningen, maar het proces van ‘deïn stitutionalisatie’ kan niet worden doorgevoerd om kost en te reduceren. Dat brengt het onvermijdelijke risico met zich mee dat institutionele zorg wordt vervangen door te weinig alternatieve zorg, of überhaupt geen zorg.” Jan Ja ab, Regionale Vertegenwoordige r voor het VN-Hoog Commissariaat voor Mensenr echten, in De Morgen, 29 april 2014.

3


Sectornieuws

Nieuwe aanpak rond diversiteit krijgt vorm Het arbeidsmarktbeleid dat de diversiteit op de werkvloer moet verhogen wordt sinds kort op een andere leest geschoeid. Van een beleid dat zich richt op specifieke kansengroepen, gaan we naar maatwerk. Ook Jobkanaal, het instrument van de Vlaamse werkgevers, kreeg enige tijd geleden een nieuwe oriëntatie: naast de vacaturewerking wordt er meer ingezet op advies op maat van het bedrijf.

Wat is nu het verschil tussen een kansengroepenbeleid en deze nieuwe inclusieve benadering? Een beleid gericht op kansengroepen deelt werkzoekenden in op grond van een aantal objectieve kenmerken zoals handicap, leeftijd of nationaliteit. Maar geen twee mensen zijn gelijk, ook niet binnen de kansengroepen! Een universitair geschoolde ingenieur van allochtone afkomst heeft niet dezelfde behoeften als een ongekwalificeerde allochtone schoolverlater in een grote stad. Een diversiteitsbeleid dat maatwerk wil bieden, vertrekt van de positie

van het individu op de arbeidsmarkt en probeert zijn of haar unieke talenten en competenties te versterken. Wat betekent dit nu voor de werking van Jobkanaal? De doelstellingen van Jobkanaal werden verruimd. Organisaties kunnen nog altijd terecht bij Jobkanaal om hun vacatures te verspreiden, maar de adviseurs zullen voortaan ook wijzen op andere aspecten van het HR-beleid die kunnen worden verbeterd. Zo zullen de Jobkanaaladviseurs ook nauw samenwerken met het ondersteuningsaanbod van HRwijs (zie pagina 2).

“Geen twee mensen zijn gelijk, ook niet binnen de kansengroepen”

Diversiteit blijft dus een belangrijk onderdeel van een uitgebalanceerd HR-beleid. Want organisaties moeten de context scheppen waarin diverse medewerkers in staat zijn hun vermogens maximaal te ontwikkelen en in te zetten. De verscheidenheid binnen het personeelsbestand al dan niet benutten, bepaalt mee het succes van een onderneming. Vanuit haar WAARVAN AKTE... adviesfunctie wil Jobkanaal eite mo de t werkgevers ondersteunen om ech “ Om te beoordelen of Europa en star te d een inclusief personeelsbeleid waard is, dienen we ons niet blin e aald bep en te ontwikkelen. Want organiop het besluitvormingsproces n rde wo te saties die op zoek gaan naar compromissen. Er dient eerder se ope Eur de rop talenten van mensen in plaats onderzocht of de waarden waa de of en zijn rd van te focussen op tekorten, Unie is gegrond de moeite waa ” ert. ord bev lijk rke zullen in de toekomst beter Unie deze waarden ook daadwe het hoofd kunnen bieden aan n Koe van on Uni de arbeidsmarktkrapte. Maar Uit de State of the European Hof es ope Eur het ook verbondenheid met de Lenaerts, vice-president van 4. 201 i me 9 , ent lem organisatie creëren via een van Justitie, in het Vlaams Par wervende missie en visie is 4

belangrijk, niet alleen voor mensen uit kansengroepen. Mensen moeten zich thuis kunnen voelen op hun job en betrokken zijn op de organisatie. Jobkanaal informeert, sensibiliseert en ondersteunt organisaties die hiervoor openstaan en wil graag goede praktijken helpen verspreiden. Want ook geen twee werkgevers zijn gelijk en iedereen kan leren van de ervaringen van anderen.

verhalendieblijvenplakken.be Op 15 mei lanceerde Jobkanaal een nieuwe sensibiliseringscampagne. Een jaar lang zullen ambassadeursbedrijven met testimonialfilmpjes op www.verhalendieblijvenplakken.be de ondernemers in hun eigen netwerk warm maken voor diversiteit en inclusie. De getuigenissen ‘van vlees en bloed‘ kunnen komen van werkgevers, werknemers, gebruikers, klanten of leveranciers. Na een jaar volgt er een event waarop de ambassadeurs hun ervaringen uitwisselen. Heeft u zelf een sterk verhaal rond diversiteit op de werkvloer dat u graag zou delen met uw collegaondernemers, contacteer dan de Jobkanaaladviseur uit uw regio. Hun contactgegevens vindt u op www.verso-net.be.


Sectornieuws

Nieuw boek zet coöperatieve ondernemers op weg De voorbije regeerperiode ondersteunde de minister van Sociale Economie via het ESF-agentschap Vlaanderen en het Vlaams Subsidie Agentschap Werk en Sociale Economie tientallen organisaties die via een coöperatie hun doelstellingen probeerden te verwezenlijken. Als sluitstuk van dit traject stelden de partners op 9 mei de publicatie ‘Bouwstenen voor coöperatief ondernemen in Vlaanderen’ voor. Het boek neemt de lezer mee langs meer dan 40 initiatieven uit zeven domeinen, waaronder zorg, sociale inclusie en sociale economie, die elk op hun eigen manier het coöperatief gedachtengoed in de praktijk willen brengen. Het boek kan dan ook gelezen worden als een blauwdruk voor wie zelf denkt aan het opstarten van een coöperatie.

De auteurs geven ook tien tips voor wie een succesvolle coöperatie wil managen: 1. Zorg voor een sterk team. 2. Ga in dialoog met je stakeholders. 3. Zorg voor een duidelijke transactie met potentiële vennoten. 4. Gebruik je missie en visie als een kompas bij de opmaak van het strategisch plan. 5. Voorzie voldoende grendels om de missie en visie te beschermen. 6. Werk een duidelijke governance-structuur uit. 7. Investeer in vennotenbetrokkenheid. 8. Overdenk de toetredingsvoorwaarden goed. 9. Evalueer tijdig mogelijke perverse effecten voor vennoten en de samenleving. 10. Hanteer de financiële leefbaarheid en het verdienmodel als noodzakelijke voorwaarde. De publicatie is te raadplegen op http://blauwdrukken.cooperatiefvlaanderen.be. U kunt het boek ook bestellen door een mailtje sturen naar wouter.verdonck@esf.vlaanderen.be.

Opleidingsniveau werkzoekenden niet afgestemd op vragen arbeidsmarkt In Vlaanderen is er een grote discrepantie tussen het opleidingsniveau van werkzoekenden en wat er op de arbeidsmarkt gevraagd wordt. Dat blijkt uit onderzoek van het Steunpunt WSE. Toch is er in Vlaanderen slechts een relatief lage werkloosheid. De arbeidsmarkt wordt er alleen maar krapper om. Slechts één op de vijf werklozen is hooggeschoold. Nochtans heeft 38,5% van wie vandaag aan het werk is een diploma hoger onderwijs. 42,5% heeft als hoogst behaalde diploma dat van het secundair onderwijs. Binnen de werklo-

zenpopulatie heeft slechts 38,4% een diploma secundair onderwijs. Ook als je enkel het aantal nieuwe aanwervingen in de vergelijking meeneemt om een meer realistisch beeld te krijgen van de huidige vragen op de arbeidsmarkt, blijkt er een grote mismatch tussen vraag en aanbod in Vlaanderen. Vlaanderen zit hiermee rond het gemiddelde van de 15 Europese kernlanden. In Nederland, Italië en Denemarken sluit het opleidingsprofiel van werkzoekenden het best aan bij wat werkgevers zoeken.

een kleine arbeidsreserve. Maar de relatief grote opleidingskloof toont dat een groot deel van deze reserve niet onmiddellijk inzetbaar is. Er is dus een belangrijke opdracht weggelegd voor de Vlaamse beleidsmakers om het opleidingsniveau van werkzoekenden op te krikken, besluiten de onderzoekers.

U kunt het artikel van het Steunpunt WSE nalezen in Over.werk 1/2014 of op de website van het Steunpunt: www.steunpuntwse.be.

Toch kent het Vlaams Gewest met een werkloosheidsgraad van 4,3% slechts 5


“ Zorgsector moet terug naar de basis” Op 22 mei organiseerde SD Worx de vijfde editie van hun Social Profit Congres met als thema sociaal ondernemerschap. Voor de key note werd een beroep gedaan op dr. Marius Buiting. Als directeur van de Nederlandse vereniging van toezichthouders op de zorgsector drukte hij zijn bezorgdheid uit over de toenemende managerscultuur in de zorg. “Hoe meer aandacht we besteden aan management en structuren, hoe meer we onze eigenlijke kerntaak verwaarlozen”, aldus de Nederlandse dokter. Hij verklaarde verder nog dat de zorgopleiding te weinig oog heeft voor de praktijk, het engagement en de toewijding. Men gaat er te gemakkelijk vanuit dat toewijding en passie al sterk aanwezig zijn bij wie een opleiding geneeskunde of verpleegkunde aanvat. Ondernemingen en zorgverleners die trainen op een liefdevolle en vertrouwenswekkende zorgrelatie, zullen hun dienstverlening automatisch optimaliseren. Meer informatie: www.sdworx.be

Jongeren zoeken vooral steun bij hun eigen netwerk Binnen de sociale voorzieningen kennen jongeren vooral het OCMW en de VDAB. Sociale huisvestingsmaatschappijen, Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg en het JAC zijn minder bekend. Jongeren hebben wel het gevoel dat ze terechtkunnen bij hun informele netwerk: ouders, vrienden, partner of collega’s. Tot deze vaststelling komen de onderzoekers van het Steunpunt Jeugdonderzoeksplatform op basis van een bevraging bij jongeren tussen 12 en 30 in 2013. De onderzoekers stippen ook een merkwaardige paradox aan: organisaties zoals CLB, JAC en OCMW zijn minder bekend bij jongeren van niet-Belgische afkomst of jongeren uit een arbeidersgezin, terwijl hun ‘klanten’ wel vaak binnen deze groepen te vinden zijn. Dat toont aan dat een geringe vertrouwdheid met het hulpverleningsaanbod niet noodzakelijk lijkt tot een onderbenutting.

Lieve Bradt, Stefaan Pleysie r, Johan Put, Jessy Sionge rs en Bram Spruyt (eds.)

Jongeren in cijfers en

t

sectorNIEUWS

3 6

letters

IT DE INGEN U BEVIND OR 3 EN IT N O M JOPSCHOOLDE JOPR 2013 MONITO

Jongelertteerns

in cijfers en

De publicatie ‘Jongeren in cijfers en letters. Bevindingen uit de JOP-monitor 3 en de JOP-schoolmonitor 2013’ is te verkrijgen bij uitgeverij ACCO.

DUOdag blijft groeien bij vijfde editie Op 27 maart vond voor de vijfde keer al de DUOdag plaats. Meer dan 500 mensen met een arbeidsbeperking draaiden een dag mee in een van de 480 deelnemende bedrijven en organisaties. Dankzij de DUOdag maken werkgevers op een laagdrempelige manier kennis met de vaardigheden en mogelijkheden van werkzoekenden met een arbeidsbeperking. De werkzoekende krijgt meteen de kans om zijn talenten te tonen en kan zijn beeld van een bepaalde job aftoetsen aan de realiteit. Ook in de social profit deden er dit jaar weer heel wat organisaties mee. Onder andere bij de Taborgroep in Oost- en West-Vlaanderen was de deelname een succes. “Samenwerken met Glory was verrijkend”, aldus Hilde Claeys van de Taborgroep. “Ondanks de fysieke beperking aan haar handen ging zij vol enthousiasme aan de slag met de computer. Haar werklust en de vastberadenheid om de opdracht perfect uit te voeren, de gedrevenheid om nieuwe dingen uit te proberen en haar warme lach maakten deze DUOdag voor mij onvergetelijk.” Jobkanaal is een partner in dit verhaal. Voor meer informatie, contacteer de Jobkanaaladviseur in uw buurt. Zijn of haar contactgegevens vindt u op www.verso-net.be.


Sectornieuws

Hoe aan de slag met cultuursensitieve zorg? Op 23 mei organiseerde het Vlaams Instituut voor Vorming en Opleiding in de social profit, in samenwerking met Verso, een studiedag rond cultuursensitieve zorg. Auteur en socioloog Dirk Geldof vertelde er over de transitie van onze samenleving naar een ‘superdiverse’ maatschappij.

Zorg op maat De dag werd afgesloten door mevrouw Karine Moykens, secretaris-generaal van het departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Een cultuursensitieve zorg brengt psychologische en culturele elementen, maar ook omgevingsfactoren prominent onder de aandacht en ent daarop de hulpverleningsrelatie. Het gaat om een fundamentele basishouding die ook de hulpverlener doet nadenken over zijn eigen waarden- en referentiekader en de hulpvrager en zijn netwerk bij het hulpverleningsproces betrekt. Dit vereist uiteraard de nodige vorming van de hulpverleners. Cultuursensitieve zorg sluit aan bij de zorg-op-maatgedachte die binnen het beleidsdomein WVG al langer opgang maakt. Superdiversiteit in de samenleving betekent dus ook superdiversiteit in de hulpverlening en daar wil men ook vanuit het beleidsdomein volop op inzetten. Meer informatie: www.pigmentzorg.be

Superdiversiteit wijst volgens hem op kwantitatieve maar ook op kwalitatieve verschillen tegenover de migratie van de 20ste eeuw. De migratie komt immers niet meer uit enkele landen, zoals Italië, Polen, Marokko of Turkije, maar uit alle hoeken van Europa en de wereld. De diversiteit binnen de diversiteit groeit, met een veelheid aan landen van herkomst, talen, culturen, religies, statuten en sociaaleconomische posities. Deze “Superdiversiteit in de samenleving evolutie vertaalt zich in een nood aan divers-sensitieve zorg.

betekent superdiversiteit in de hulpverlening”

Hoe je dit aanpakt konden we leren in verschillende workshops. Op basis van concrete ervaringen kregen we tips en tools aangereikt om aan de slag te gaan met cultuursensitieve zorg. Om organisaties die aan cultuursensitieve zorg willen werken te ondersteunen, ontwikkelde VIVO een digitaal platform: www.pigmentzorg.be. Hierop vind je een toolbox met meer dan 300 infofiches over onderzoeken, goede praktijken en instrumenten over cultuursensitieve zorg. Daarnaast kunnen hulpverleners uit de sociale sector op een forum zelf vragen stellen.

HR-vorming U kan nu ook inschrijven voor gratis opleidingen over actuele HR-thema’s, georganiseerd door VIVO vzw in samenwerking met verschillende opleidingsverstrekkers en Verso. Dit project wordt grotendeels gefinancierd door het Europees Sociaal Fonds. In het najaar van 2014 staan er zeven opleidingen op het programma, georganiseerd over heel Vlaanderen. Ook worden er drie interactieve sessies georganiseerd waarbij de nadruk ligt op ervaringsuitwisseling en leren van elkaar. De vormingen staan open voor iedereen uit de socialprofitsector. De inhoud wordt bewust laagdrempelig gehouden met aandacht voor nieuwe medewerkers en kleine organisaties die nog niet ver staan in hun HR- en competentiebeleid. Geïnteresseerd? U vindt alle praktische informatie, alsook het inschrijvingsformulier terug op www.vivosocialprofit.org.

WA ARVAN AKTE... “ Het is niet omdat je kijkt naar mensen dat je hen ook echt ziet. Het gaat niet om wat ze hebben of wat ze kunnen, maar om wie ze zijn en wat ze kunnen betekenen.” Manu Keirse, ‘Zie de mens. Pleidooi om anders naar elkaar te kijken’, Uitgeverij Lannoo

“ De prestaties van veel commerciële rusthuizen bleven lange tijd ondermaats, maar de overheid bleef de lat hoog leggen voor alle rusthuizen, controleerde streng, sloot wie niet voldeed, en garandeerde gelijke subsidies bij gelijke prestaties.” Journalist Guy Tegenbos in De Standaard, 5 april 2014.

“ Via de Competent-databank kunnen een werkgevers vacatures formuleren als in plaats nties pete behoefte aan specifieke com de jpen ingri een van een beroep. Dit houdt grote een en rs geve verandering in voor de werk de om rs geve werk ondersteuningsbehoefte van en.” mak te n enke omslag naar competentied zijn nieuwe VDAB-topman Fons Leroy geeft in voor pten rece we boek ‘Werk aan werk’ nieu . 7 de regie van de arbeidsmarkt


VSO wordt SOM 20 jaar na haar oprichting zet het Verbond Sociale Ondernemingen (VSO) een nieuwe stap in de bundeling van de werkgeverskrachten in gezondheid, welzijn, werk en wonen. De samenstellende leden van VSO, de pluralistische en progressieve middenveldkoepels PPJ, VSO-G en FSO, fusioneren in een organisatie met de naam SOM en als baseline ‘de meerwaarde van sociaal ondernemen’. Voortaan zijn de individuele sociale ondernemingen dus rechtstreeks aangesloten bij SOM. SOM vertegenwoordigt zo ruim 500 sociale ondernemingen en 33.000 medewerkers.

“ Er zal een budgetstijging nodig zijn om het decreet persoonsvolgende financiering uit te voeren” Op de viering naar aanleiding van deze metamorfose op 12 mei drukte minister Vandeurzen zich positief uit over de beslissing van deze werkgeversorganisaties om hun krachten te bundelen in een verhaal dat de eigen sectorale invalshoek overstijgt. De minister ziet hierin een grote congruentie met zijn inspanningen om de ontkokering decretaal te verankeren. Toch greep minister Vandeurzen de kans om nog eens de puntjes op de i te zetten. Vraaggestuurde zorg betekent niet dat de regering wil aanmoedigen dat commerciële spelers zich op deze markt begeven. Dat zou budgettair onhoudbaar zijn. Toch zou er volgens de minister sowieso een budgetstijging nodig zijn in de volgende legislatuur om het decreet voor persoonsvolgende financiering te kunnen uitvoeren.

Meer info: www.som.be

8

W²-decreet goedgekeurd Op 23 april 2014 gaf het Vlaams Parlement haar goedkeuring aan het voorstel van decreet inzake werk- en zorgtrajecten. Het voorstel werd nog bijgespijkerd na de opmerkingen vanuit het werkveld. Nu moet het decreet nog concreet vorm krijgen. In de vorige editie van de VersoDirect rapporteerden we al over de hoorzitting over het W²-decreet in het Vlaams Parlement in maart. Onder meer vanuit verschillende socialprofitsectoren kwam er stevige kritiek op het voorstel dat het kader biedt voor activeringstrajecten voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. In de goedgekeurde versie zitten er dan ook nieuwe passages over arbeidszorg (dat voorwerp zal zijn van een apart decreet), de rollen van de diverse actoren zoals de casemanager Werk, de casemanager Zorg en de penhouder, de betrokken zorgregio’s en de werking in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Op veel punten moet het decreet echter nog ingevuld worden. Bijvoorbeeld rond het statuut van de doelgroep, het financieringskader en de plaatsen waar arbeidszorg mogelijk zal zijn. Verwacht wordt dat de volgende Vlaamse regering hier werk van zal maken. Wat is ‘arbeidszorg’? De Vlaamse provincies hebben samen met de sectoren die arbeidszorg organiseren in kaart gebracht hoe het werkveld er vandaag uitziet. In 2012 waren er 5745 mensen ingeschakeld in een of andere vorm van arbeidszorg. Zij zijn verspreid over 141 arbeidszorginitiatieven in Vlaanderen. Gemiddeld werken zij 13,8 uur per week. Er is echter nog heel wat potentieel voor extra plaatsen. Er zijn namelijk lange wachtlijsten voor wie in een traject wil stappen. “ Er zijn lange

wachtlijsten voor wie in een traject wil stappen”

Meer dan de helft van de arbeidszorginitiatieven situeren zich binnen de sociale economie. Binnen de geestelijke gezondheidszorg wordt nog eens een kwart van het aanbod gerealiseerd.

55,6% van de gebruikers heeft een psychische beperking. Daarna komen de medewerkers met een mentale beperking (17,8%). De Ronde Tafel Arbeidszorg, die de provincies en de steunpunten verenigt, vraagt in een memorandum ook meer aandacht voor arbeidszorg in de volgende legislatuur. Het platform vraagt onder andere de erkenning van het recht op arbeidszorg, de bescherming van de rechtszekerheid van de deelnemers - in het bijzonder bij de overgang tussen stelsels - en voldoende financiering en ondersteuning vanuit de overheid.

Meer informatie: www.arbeidszorg.be


sectornieuws

Flanders’ Care schrijft beleidsaanbevelingen op basis van verkenningstraject naar toekomst van de zorg Op 22 april presenteerde professor Herman Nys tijdens het forum ‘Slimmer zorgen voor morgen’ een voorlopig rapport met beleidsaanbevelingen voor een andere organisatie van de zorg in Vlaanderen. Dit rapport kwam tot stand op basis van de 14 aanbevelingen die de Vlaamse overheid in het kader van Flanders’ Care samen met stakeholders uit het werkveld opstelde tijdens de vorige legislatuur. De zorg van morgen zal niet alleen meer samenwerking vragen tussen zorgpartners, ze zal ook de zorgvrager centraal moeten stellen. Professor Nys ziet twee maatschappelijke ontwikkelingen die een koerswijziging opdringen: de toenemende vraag naar chronische zorg en samenwerking tussen verschillende

zorgverleners en de overdracht van belangrijke bevoegdheden in zorg en welzijn in de zesde staatshervorming. Deze evolutie nodigt uit om echt werk te maken van een geïntegreerde samenwerking tussen verschillende zorgpartners. Anders gaan werken in zorg en welzijn is ook echt nodig. Anders zullen we niet in staat zijn dezelfde kwaliteitsvolle zorg te leveren aan steeds meer mensen. We zullen meer moeten doen met de beschikbare medewerkers, zegt professor Nys. Dat kan alleen als we slimmer gaan werken. Wat verstaan we onder ‘slimmer werken’? Door de omslag van acute zorg naar chronische zorg komt er steeds meer verantwoordelijkheid bij de zorgvrager te liggen. Hij of zij zal samen met zijn omgeving zijn medisch dossier

Vijf maal ‘Zorgen voor morgen’ Flanders’ Care beloont initiatieven die vandaag al tonen hoe er slimmer gewerkt kan worden met een label. Tijdens het forum werden er vijf zo’n projecten in de kijker geplaatst. Het ging om projecten in het kader van mantelzorg, zorgnetwerken, woonzorgnetwerk, meer voltijds werken en automatisering van het geneesmiddelenbeleid. Deze projecten worden in een filmpje voorgesteld op de website van Flanders’ Care: www.flanderscare.be.

moeten opvolgen en in samenspraak met verschillende zorgprofessionals tot oplossingen moeten komen die de hoogst mogelijke levenskwaliteit garanderen. Dat betekent niet altijd meer zorg, maar tegelijkertijd moet die zorg ook mogelijk blijven wanneer het niet anders kan.

“ Er zullen nieuwe functies ontstaan zoals een zorgcoördinator” Voor de zorgverlener betekent dat ook een andere manier van werken. De muren rond zorgberoepen zullen moeten worden gesloopt. Verschillende disciplines zullen meer moeten samenwerken en ook de opleidingen zullen hierop moeten inspelen door een meer generalistische opleiding aan te bieden. Er zullen ook nieuwe functies ontstaan zoals een zorgcoördinator om al die verschillende disciplines te laten samenwerken en de zorgvrager te begeleiden bij zijn of haar keuzes. Er moet ook iemand over waken dat de zorgvrager de beste zorg krijgt en niet verloren loopt tussen al die verschillende mensen die zijn of haar dossier behartigen. Professor Herman Nys: “De noodzakelijke heroriëntatie van de zorgstelsels van acute, episodische (medische) zorg naar integrale, langdurige zorg, naast de overdracht van bevoegdheden op het gebied van ouderenzorg, zijn ontwikkelingen die een momentum scheppen dat we niet mogen verloren laten gaan.” U kunt het verslag van het forum ‘Slimmer zorgen voor morgen’ vinden op www.flanderscare.be. 9


sectornieuws

Liberale Mutualiteiten honderd jaar jong! Op 21 maart vierde de Landsbond van Liberale Mutualiteiten haar honderdste verjaardag met een academische zitting in Brussel. De Landsbond van Liberale Mutualiteiten overkoepelt tien ziekenfondsen en biedt zelf ook een aantal aanvullende diensten zoals rechtsbijstand, ledenverdediging en gezondheidspromotie. Op de viering benadrukte voorzitter Roni De Waele dat de rol van een ziekenfonds blijft evolueren om mee te gaan met zijn tijd. “Het ziekenfonds zal geen pure uitbetalingsinstelling meer zijn, maar veeleer een dienstverleningsorganisatie. Informeren en adviseren wordt een belangrijke taak voor onze medewerkers”, aldus de trotse voorzitter van de 100-jarige.

Social profit scoort met goed imago De social profit is voor heel wat mensen een aantrekkelijkere werkgever dan commerciële bedrijven. Dat maakt HR-dienstverlener Randstad bekend. Terwijl 31% van de respondenten graag voor een commercieel bedrijf zou werken, kiest 38% liever voor een socialprofitonderneming. De social profit is de vierde meest aantrekkelijke sector, na farma, media en ICT. Mensen kiezen vooral voor de social profit vanwege de maatschappelijke betrokkenheid, de jobinhoud en de kwaliteit van de opleidingen. Wie kwaliteitsvol management en een aantrekkelijk loonpakket belangrijk vindt, kiest eerder voor een commercieel bedrijf. Ook de overheid blijft een goede keuze voor veel mensen, maar de publieke dienstverlening verleidt meer door haar werkzekerheid en het loonpakket.

10

www.liberalemutualiteit.be

15 jaar Sociale Maribel Dit jaar bestaat de socialemaribelregeling in de social profit 15 jaar. Op 24 april werd er teruggeblikt en vooruitgekeken naar de uitdagingen voor deze tewerkstellingsmaatregel. Met de federale fondsen uit de Sociale Maribel worden sinds 1997 extra arbeidsplaatsen gecreëerd in de sector. In 2012 stond de teller op 14.799 vte op conto van deze maatregel. www.vspf.org


sectornieuws

aankondigingen aankondigingen

Het beeld van de medewerker in de social profit: vrouw, vijftigplusser,

Workshop innovatieve arbeidsorganisatie in de zorg

autochtoon en deeltijds

Het profiel van de medewerker in de Vlaamse socialprofitsectoren wijkt enigszins af van het profiel van de gemiddelde medewerker op de Vlaamse arbeidsmarkt. Dat staat in een nieuw Verso-cahier. We zetten de voornaamste verschillen op een rij. In het tweede kwartaal van 2013 telde de social profit in Vlaanderen 291.092 medewerkers. Hiermee is de social profit goed voor 14% van de werkgelegenheid in Vlaanderen. Meer dan de helft van hen werkt in de gezondheidzorg (PC 330). 100 90 80

Op 26 juni organiseert Flanders Synergy een workshop voor organisaties in de zorg. De focus ligt op het zoeken naar alternatieven voor de klassieke bureaucratische organisatievorm, onder meer door de ontwikkeling van zelfsturende teams. Extra aandacht gaat daarbij naar de hertekende rol van de leidinggevende daarin. De workshop vindt plaats bij Flanders Synergy (Kapeldreef 60, 3001 Heverlee) op 26 juni 2014. De deelnameprijs bedraagt 100 euro voor leden van Flanders Synergy en 150 euro voor niet-leden. Deze workshop wordt georganiseerd in het kader van het ZIRKO-project van Flanders Synergy, dat meer vernieuwing van de arbeids-organisatie binnen de zorgsector wil realiseren.

70

Opgelet: er kunnen slechts 16 cursisten deelnemen aan de workshop. Inschrijven kan via http://owl.li/xgckz.

60 50 40

97,2%

84,3%

77,9%

30

94,2% 65,3%

59,3%

20

78,2% 47,5%

40,4%

10

vrouw

Vlaamse arbeidsmarkt

Social profit

pc 337

pc 331

pc 330

pc 329

pc 327

pc 319

pc 318

0

man

Percentage vrouwen/mannen naar paritair comité (Vlaams Gewest, 2013) Bron: RSZ- dmfa via Steunpunt WSE (Bewerking Verso)

Zoals we weten, is de social profit een erg vrouwelijke sector. Maar liefst 78% van de medewerkers in de social profit is een vrouw, tegenover 47,5% gemiddeld op de Vlaamse arbeidsmarkt. In de sectoren ‘gezins- en bejaardenhulp’ (PC 318) en ‘welzijnsen gezondheidszorg’ (PC 331) werken bijna alleen vrouwen “De social profit is (respectievelijk 97% en 94%).

een erg vrouwelijke sector. Maar liefst 78% is vrouw.”

De social profit is ook een redelijk grijze sector. Het aandeel medewerkers van 50 jaar en ouder ligt met 28,7% hoger in de social profit dan gemiddeld op de Vlaamse arbeidsmarkt. Deze vergrijzing van de medewerkers heeft zich het afgelopen decennium driemaal sneller voltrokken in de social profit dan gemiddeld op de Vlaamse arbeidsmarkt. In de periode 2008-2012 heeft de vergrijzing van de medewerkers zich vooral doorgezet in de ’gezins- en bejaardenhulp’ (PC 318), de ’opvoedings- en huisvestigingsinrichtingen en diensten’ (PC 319) en in de ‘socioculturele sector’ (PC 329).

De social profit telt relatief weinig niet-Belgen en nieuwe Belgen in vergelijking met het gemiddelde op de Vlaamse arbeidsmarkt. De ’socioculturele sector’ (PC 329) is hierbij de uitzondering met een aandeel ruim boven het Vlaams gemiddelde. Zowel mannen als vrouwen werken in de social profit heel wat meer deeltijds dan gemiddeld op de Vlaamse arbeidsmarkt. Bovendien nam de deeltijdse arbeid in de social profit het afgelopen decennium sterk toe, zowel bij de mannen als bij de vrouwen. Bovendien werken zij gemiddeld minder uren dan hun collega’s in andere sectoren. In de social profit is halftijdse arbeid het meest populair onder de deeltijdse medewerkers, terwijl op de Vlaamse arbeidsmarkt een regime van 75% of meer het ruimst verspreid is. Daardoor zijn er in de social profit 135 medewerkers nodig om aan honderd vte te komen, terwijl dit gemiddeld op de Vlaamse arbeidsmarkt slechts 119 medewerkers is. Deze ratio neemt toe met de leeftijd tot 155 medewerkers per honderd vte in de leeftijdsklasse 55 tot 59 jaar. In het Verso-cahier (2/2014) ‘Profiel van de medewerker in de social profit. Een beschrijvende analyse van de kenmerken van de socialprofitmedewerker’ vindt u heel wat meer cijfers over het profiel van de social-profitmedewerker volgens paritair comité.

Verso-cahier: www.verso-net.be, onder publicaties

11


Diversiteit in personeelsbeleid? Deel uw verhaal

Kijk op

KEN.BE

ENPLAK V IJ L B IE D N E RHAL

VE 12


VersoDirect nr3 - jg16