Page 1

VersoDirect nr. 2 / april - mei 2014 / jaargang 16 V.U. Bruno Aerts, Kolonel Bourgstraat 122 bus 4, 1140 Brussel

VersoDirect is de nieuwsbrief van de Vereniging voor Social Profit Ondernemingen vzw, de intersectorale werkgeversorganisatie voor de Vlaamse socialprofitsector. Verso verenigt ondernemers uit de gezondheidszorg, de welzijnssector, de socioculturele sector, de sector van de aangepaste tewerkstelling, het onderwijs en de mutualiteiten.

inhoud versonieuws ‘Verder blijven inzetten op een groeiplan voor de social profit’

2

SECTORNIEUWS Economie klimt uit het dal, arbeidsmarkt volgt nog niet 4 2 W -decreet besproken 5 Serv over economische migratie 6 Minister Onkelinx heeft nog werk aan nota chronische zorg 7 “Vrijwilligerswerk promoten en vrijwilligers ondersteunen” 7 IWT vraagt meer steun voor innovatie 7 Beperking staat participatie aan maatschappelijk leven niet altijd in de weg 8 Social profit telt veel kleine én veel grote ondernemingen 8 “Juridisering tegengaan” 9 Hoe steunt Europa sociale innovatie? 9 Vlaams Welzijnsverbond ten strijde tegen geweld en misbruik 9 Praktijkdag ‘Werken aan werkbaar werk’ 9 Dag vd Zorg lokt 200.000 bezoekers 10 Boeien en verbinden centraal op Dag van de Social Profit 10 Belgische Rode Kruis: 150 jaar 10 Aankondigingen

© BelgaImage - Thomas Vanhaute

“ Kiest Vlaanderen voor de modernisering van ons Rijnlandmodel, waarin de social profit een prominente rol speelt?” Bruno Aerts, directeur Verso Lees meer p 2-3

11 1


EDITO

versoNIEUWS

Social profit en vrijwilligers: een goed huwelijk

‘ Verder blijven inzetten op een groeiplan voor de social profit’

Begin maart stonden ze even in de spotlights tijdens de Week van de Vrijwilliger: de naar schatting 1 miljoen Vlamingen die gemiddeld meer dan 4 uur per week onbaatzuchtig aan vrijwilligerswerk doen. De jongste 15 jaar is het aandeel van de vrijwilligers in de bevolking zeker niet verminderd. Dat in Vlaanderen 1 op de 5 volwassenen regelmatig onbetaald vrijwilligerswerk doet is indrukwekkend én van een onschatbare maatschappelijke betekenis. We scoren hiermee Europees bekeken trouwens erg goed. Mensen kunnen zich inzetten in verschillende soorten organisaties. In Vlaanderen doen zij dit in hoofdzaak in verenigingen waarbij het accent ligt op ontspanning en vrije tijd (sport, cultuur, jeugd, hobby), in verenigingen die zich vooral toeleggen op hulpverlening en in verenigingen die meer actiegerichte vormen ondersteunen. Het is geen toeval dat het hier gaat om activiteitssectoren die voornamelijk behoren tot de social profit. Social profit en vrijwilligers vormen dus een goed huwelijk. De inzet van vrijwilligers voor anderen en voor de maatschappij sluit goed aan op de logica van socialprofitondernemingen, die zich kenmerkt door de afwezigheid van winstmotieven en het centraal stellen van maatschappij- en mensgericht engagement. Wie beroep doet op vrijwilligers is hen niet alleen erkenning en waardering verschuldigd. Vrijwilligers behoeven en verdienen de nodige professionele ondersteuning. In die zin is het goed om voldoende aandacht te besteden aan de punten die vrijwilligers én organisaties zelf belangrijk vinden om de ondersteuning van het vrijwilligerswerk te optimaliseren. In haar memorandum vindt het Vlaams Steunpunt Vrijwilligerswerk het alvast essentieel dat de organisaties voldoende mogelijkheden ter beschikking krijgen om vrijwilligers te begeleiden, hen degelijk te beschermen en te vormen. Bruno Aerts, directeur Verso 2

In haar memorandum pleit Verso samen met haar ledenfederaties voor een sterke social profit. Want de social profit blijft de aangewezen partner om samen met de Vlaamse regering een warm en zorgzaam Vlaanderen te realiseren. De unieke combinatie van vrij, niet-commercieel initiatief en overheidsregulering heeft in het verleden gezorgd voor een betaalbare, toegankelijke en kwalitatief hoogstaande dienstverlening. Verso wil de politiek de boodschap geven dat we onverkort verder moeten blijven inzetten op de social profit in de volgende legislatuur. Een gesprek met Bruno Aerts, directeur van Verso, over het belang van deze verkiezingen voor de social profit.

Verso heeft eerder al gezegd dat dit cruciale verkiezingen worden voor de social profit. Wat maakt deze verkiezingen zo belangrijk? Bruno Aerts: “De volgende legislatuur van de Vlaamse regering zal erg belangrijk zijn voor het soort model dat we in Vlaanderen willen ontwikkelen. Kiest Vlaanderen voor de modernisering van ons huidig Rijnlandmodel, waarin de social profit een prominente rol speelt. Of zal de keuze eerder gaan naar het Angelsaksische model. In de huidige legislatuur zijn er al belangrijke stappen gezet om de sociale dienstverlening beter af te stemmen op de wensen van de zorgvragers maar tijdens de volgende legislatuur zal de Vlaamse regering ten gronde beslissen hoe onze sociale dienstverlening er de komende decennia zal uitzien. We worden geconfronteerd met verregaande demografische veranderingen die roepen om meer dienstverlening. Ik heb het over de vergrijzing in combinatie met een bevolkingsaangroei in de steden. Tegelijkertijd staat de financieringsbasis onder druk. Wij zijn ervan overtuigd dat een sterke social profit die zich toekomstgericht aanpast de beste manier is om antwoorden te geven op deze maatschappelijke uitdagingen.” De zesde staatshervorming zal het Vlaamse sociaal-economische landschap de komende jaren een nieuwe boost geven. Naast de overdracht van een groot pakket arbeids-marktbevoegdheden, komen er ook belangrijke bevoegdheden in het gezondheids-, welzijns- en gezinsbeleid over. Wat betekent dit voor deze sectoren en de vele duizenden die er werken? “Er zullen fundamentele beleidskeuzes moeten gemaakt worden over de manier waarop Vlaanderen deze nieuwe bevoegdheden vorm zal geven. Globaal is het van belang dat de socialprofitondernemingen weten waar ze aan toe zijn en dat de overdracht


© Bob Van Mol

geen continuïteitsproblemen “Socialprofitoplevert. Concreet vraagt ondernemingen Verso bijvoorbeeld dat de moeten weten bijdrageverminderingen om waar ze aan specieke doelgroepen aan de slag te krijgen en aan de slag toe zijn” te houden op een eenvoudige en transparante manier vorm krijgt. Verso staat open om te overleggen voor wie en op welke wijze dit het best gebeurt. Voor ons blijft het evenwel essentieel dat de middelen die nodig zijn om de meest kwetsbare groepen aan de slag te krijgen en te houden in onze socialprofitondernemingen gewaarborgd blijven. Zij garanderen ook dat de dienstverlening in onze sectoren op peil blijft.” “Voor de bevoegdheden die het Vlaamse socialprofitdomein komen versterken is het essentieel dat de overheid vertrekt van een duidelijke visie over de basisprincipes die een verantwoord en performant welzijns-, gezondheids- en gezinsbeleid kunnen garanderen. Solidariteit en sociale verzekering zijn daarbij twee onmisbare sleutelwoorden. De instrumenten die overkomen bieden ook opportuniteiten om nieuwe beleidsinzichten te integreren. Dat is bijvoorbeeld het geval in het ouderenbeleid, waar de zelfzorg, mantelzorg en professionele zorg beter op elkaar kunnen worden afgestemd. Ook de manier waarop bouw- en infrastructuurprojecten worden gefinancierd moet verder aangepast worden.”

Nieuwe maatschappelijke behoeften zullen ook de komende jaren moeten worden vertaald in een uitbreiding van de socialprofitdienstverlening. Hier een budget voor voorzien is belangrijk, maar we moeten ook voldoende geschikt personeel vinden om al die jobs in te vullen. Wat moet hiervoor gebeuren? “De zoektocht naar nieuwe talenten vraagt bijkomende inspanningen van alle actoren: VDAB, onderwijs, Jobkanaal en onze socialprofitondernemingen. Samen moeten we een tandje bijsteken om alle talenten te vinden die een baan in de social profit ambiëren. De bestaande overheidscampagnes om jongeren warm te maken voor een engagement in de social profit moeten dan ook worden voortgezet. Maar de diplomagerichte benadering in de social profit sluit heel wat talent uit. We moeten nagaan op welke wijze we ook zij-instromers kunnen toeleiden naar onze sectoren en we zijn benieuwd op welke wijze de komende regering het EVC-beleid opnieuw leven zal inblazen. Maar daarnaast blijven we er ook van overtuigd dat een overlegde verhoging van het arbeidsvolume bij het huidige personeel het capaciteitsproblemen kan doen afnemen.” De demografische evoluties, maar ook veranderingen in ons sociaal weefsel zoals de diversiteit aan gezinssamenstellingen, de geografische mobiliteit, de multiculturaliteit of de sociale dualisering dagen ons socialprofitmodel uit. In het verleden hebben ondernemers uit de social profit al hun creativiteit aangesproken om een gepaste dienstverlening voor 3


eenieder te ontwikkelen. Zal die creativiteit nog volstaan om gepaste antwoorden te vinden op deze nieuwe uitdagingen? “Ik denk dat de social profit zeker over voldoende troeven beschikt om deze uitdaging aan te gaan. We zullen de creativiteit en het oplossend vermogen van sociale ondernemers sterk moeten aanspreken. De overheid kan de ondernemers hierbij ondersteunen door verder te investeren in een innovatiebeleid voor alle geledingen van de social profit. Daarnaast moeten we werk maken van meer

samenwerking in de social profit. Om dit toekomstgericht werken alle kansen te bieden vraagt Verso dat de regering tijdens de volgende legislatuur stappen vooruitzet om een regelluw kader te realiseren.”

In haar memorandum schetst Verso de context voor het sociaal beleid van de volgende Vlaamse regering. De maatschappelijke uitdagingen blijven toenemen en daarom is het nodig om te blijven investeren in de social profit.

welzijn, sociale economie en sociaal-cultureel werk. • Alle actoren aanspreken om samen een dynamisch Vlaams arbeidsmarktbeleid te realiseren: VDAB, Jobkanaal, VIVO en sociale economie. • Blijven investeren in jobcampagnes om de instroom te verhogen, in opleidingen, in competentiebeleid en in loopbaanbegeleiding. • Het totale arbeidsvolume versterken door op een overlegde manier deeltijdse uren op te plussen. Creatief inspelen op maatschappelijke veranderingen • Innovatie ook in de welzijnssectoren stimuleren door de focus van Flanders’ Care te verruimen. Ook niet-technologische innovatie ondersteunen door experimenteerruimte te voorzien. • Sociaal ondernemerschap belonen door sturing op resultaten en kwaliteit en te zorgen voor stabiliteit in de financiering. De overheid moet ook zorgen voor een level playing field waar de uitgangspunten van maatschappelijk verantwoorde zorg centraal staan. Dit moet er voor zorgen dat elke organisatie die sociale diensten aanbiedt ongeacht de rechtsvorm aan dezelfde criteria voldoet. Sociaal overleg erkent gewijzigde sociaal-economische verhoudingen • Werk maken van een nieuw intersectoraal akkoord voor de social profit in 2016 en de socialprofitondernemingen op een volwaardige manier betrekken bij het sociaal overleg in Vlaanderen.

Verso ziet belangrijke opdrachten voor de volgende Vlaamse regering op vier vlakken: de invulling van de bevoegdheden van de zesde staatshervorming moet de social profit versterken, een groeiplan voor de social profit, creativiteit en innovatie stimuleren en het sociaal overleg voorbereiden op de toekomst. Een greep uit de eisenbundel van de Vlaamse socialprofitondernemers: De staatshervorming moet het socialprofitmodel versterken • De invulling van de nieuwe arbeidsmarktbevoegdheden moet toelaten om de regelingen transparanter en eenvoudiger te maken, maar de rechtszekerheid van de socialprofitondernemingen moet hierbij gegarandeerd blijven. De middelen die nodig zijn om de meest kwetsbare groepen aan de slag te krijgen en te houden in onze socialprofitondernemingen moeten gewaarborgd blijven. • De socialprofitbevoegdheden die overkomen moeten uitnodigen tot een reflectie over hoe we het beter willen doen. Het integreren van de nieuwe bevoegdheden rond ouderenzorg, gezondheidszorg, preventiebeleid en gezinsbeleid zal een inspanning vragen, maar biedt ook opportuniteiten om het sociaal ondernemerschap te ondersteunen. De social profit ruimte geven om te groeien • Een groeiplan voor de verschillende segmenten: zorg en

U vindt het Verso-memorandum op www.verso-net.be, maar u kunt ook een exemplaar aanvragen via info@verso-net.be.

sectorNIEUWS

Economie klimt uit het dal, maar arbeidsmarkt volgt nog niet www.serv.be 4

De Serv analyseerde de recente conjunctuurinschattingen en stelt vast dat de economische situatie langzaam maar zeker verbetert. Ook voor de rest van 2014 en 2015 verwacht de Serv een versterking van de groei, maar een echt herstel van de arbeidsmarkt is nog niet voor onmiddellijk. De Serv verwacht voor de tweede helft van 2014 slechts een bescheiden banengroei, zodat het totaalplaatje voor 2014 nog steeds negatief zal ogen. De sociaaleconomische kernindicatoren voor Vlaanderen (SEKIV) vatten in negen grafieken en tabellen de huidige sociaal-economische situatie van Vlaanderen samen. De Serv actualiseert de SEKIV-cijfers om de drie maanden. De volgende versie wordt tegen midden mei 2014 verwacht.


sectorNIEUWS

W²-decreet besproken in openbare hoorzitting

Op 12 maart hield een ‘gemengde commissie’ van het Vlaams Parlement, bestaande uit leden van de commissies werk en welzijn, een hoorzitting over het voorstel van decreet houdende werk- en zorgtrajecten (ook wel W² genoemd).

woordigers van socialprofitsectoren en actoren uit de betrokken beleidsdomeinen (VLAB, VSO/SST, Zorgnet Vlaanderen, Vlaams Welzijnsverbond, Ronde Tafel Arbeidszorg …), doelgroeporganisaties en academici.

Het voorstel van decreet is ingediend door zes parlementsleden uit de drie regeringspartijen. Met het decreet willen de indieners een structureel aanbod op maat realiseren voor personen die vanwege medische, mentale, psychische, psychiatrische of sociale problemen niet kunnen participeren op de arbeidsmarkt en in de maatschappij. Het uitgangspunt is om de competenties en mogelijkheden van personen aan te boren, ongeacht handicap, beperkingen of andere problemen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het concept van de ‘participatieladder’ en een aanbod van persoonsgerichte dienstverlening die steeds vorm en inhoud krijgt via samenwerking tussen partners behorend tot de beleidsdomeinen ‘Werk en Sociale Economie’ en “Het is afwachten ‘Welzijn, Volksgezondheid en of dit decreet Gezin’.

Uit de hoorzitting blijkt dat er enerzijds wel appreciatie is voor de uitwerking van een decreet dat een structureel kader biedt voor diverse projecten die de voorbije jaren zijn opgestart vanuit een multidimensionele benadering. Anderzijds roept het voorstel van decreet toch heel wat vragen en bemerkingen op.

nog gestemd zal geraken voor het einde van deze legislatuur”

Dit voorstel van decreet wordt opgevat als een ‘aanbouwdecreet’. Tijdens de huidige legislatuur wil men nog de decretale verankering van de ‘activeringstrajecten’ en de ‘trajecten maatschappelijke oriëntatie’ realiseren. Tijdens de volgende legislatuur zou men dan een decretaal kader uittekenen voor de ‘arbeidsmatige activiteiten’, ook wel ‘arbeidszorg’ genoemd. Tijdens de hoorzitting kreeg een brede waaier aan stakeholders de kans om hun commentaar te geven op het voorstel van decreet: Vlaamse sociale partners (Serv-vertegenwoordiging door ACV en VOKA), VVSG, VDAB, vertegen-

Onder andere volgende vragen kwamen aan bod: - Doelgroep: onduidelijke omvang van de populatie, afbakening van de grote verscheidenheid aan problematieken (MMPP, personen in armoede, ‘niettoeleidbaren’ …), bereik en toeleiding vanuit betrokken beleidsdomeinen, screening en indicering van het participatieniveau … - Contingentering van de activeringsen oriëntatietrajecten - die steeds tijdelijk zijn - alsook de diverse bewegingen die personen vervolgens kunnen maken naar andere treden op de participatieladder (met terugkeeropties/lussen) en de noodzaak om ook daar voldoende plaatsen of kansen te bieden voor de doelgroep. - Ontbreken van het luik ‘arbeidsmatige activiteiten’ (cf. arbeidszorg) dat pas later een decretaal kader zal krijgen. - Aandacht voor uitklaring van rollen en samenwerking tussen betrokken domeinen en actoren (VDAB-regie, casemanagers zorg en werk, rol van de penhouders van de uitvoerende consortia, erkenningsen mandateringsregels voor diverse spelers, eventuele verbreding van spelersveld, problematiek van ‘rechter en partij’ …). - De invulling van de ‘werkvloeren’

binnen de twee types trajecten. - Het statuut en de inkomenssituatie van de doelgroep doorheen de trajecten. - Nood aan voldoende middelen en transparant financieringskader (cf. persoonsvolgende financiering versus forfait, welk aandeel van de betrokken beleidsdomeinen …) en aandacht voor administratieve eenvoud van procedures i.f.v. efficiënte samenwerking tussen actoren ten dienste van de doelgroep. - De geografische afbakening van de W²-werking en specifieke aandacht voor de situatie in Brussel. Na de hoorzitting worden de werkzaamheden van deze gemengde commissie van het Vlaams Parlement verdergezet (zie www.vlaamsparlement.be/ commissies). Het is afwachten of dit decreet nog gestemd zal geraken voor het einde van deze legislatuur.

WA ARVAN AKTE... “ Kunst verzoent je niet met het leven, ze leert je er wel beter mee omgaan. ” Gerard Mortier (1943-2014) “ Het gezondheidszorgsysteem in Belg ië is als een logge olifant. Om die weer in bew eging te krijgen, zijn een aantal hefbomen nod ig. Zo moet er dringend meer aandacht naar preventie bij zwakkeren, en moet de geestelijke gezondheidszorg uit het verdomhoekj e.” Guy Tegenbos en Yvo Nuyens in De Standaard, 26 februari 2014. “ In grote bedrijven zijn specialisaties zoals HR meer gestructureerd en ingebed. Wil je daar veranderingen doorvoeren, dan moe t dat vaak via anderen en via formele structur en. In een kleine zorgorganisatie regelt men alles op een meer informele manier. Wordt de zorgvoorziening groter, dan moet ook dat beheer meer gestuurd verlopen. Bove ndien is er dan nog de regelgeving door de over heid, wat de ruimte rond bijvoorbeeld func ties en verloning beperkt.” Veronique Debondt van Mölnlycke 5 Health Care in HR Square, januari 2014.


• Tweede spoor: een andere aanpak van middengeschoolde knelpuntberoepen. Zo is een dynamische knelpuntberoepenlijst voor bepaalde middengeschoolde beroepen wenselijk (zoals bijvoorbeeld technische en zorgberoepen). Verder kan de geldigheidsduur van de arbeidskaart B worden opgetrokken en kan het arbeidsmarktonderzoek voor deze groep worden afgeschaft. Het is verder belangrijk om in de toelatingsprocedure ook rekening te houden met middengeschoolde beroepservaring. • Derde spoor: een restrictief systeem voor laaggeschoolden en middengeschoolden zonder knelpuntberoep. Volgens de onderzoekers is het verstandig om de instroom van laaggeschoolde beroepen en middengeschoolden uit een niet-knelpuntberoep blijvend te beperken, onder andere omwille van de grote bestaande arbeidsreserve. Voor deze groep blijft het individueel arbeidsmarktonderzoek dus behouden.

Serv-academie over economische migratie Door de zesde staatshervorming krijgt Vlaanderen de bevoegdheid om een eigen arbeidsmigratiebeleid uit te tekenen. Begin 2013 spraken de sociale partners zich al uit over dit thema in een addendum bij het akkoord over de zesde staatshervorming. Op 25 februari organiseerde de Serv hierover dan een academie voor stakeholders uit beleid en middenveld. De onderzoekers van het Centrum voor Sociaal Beleid (CSB) gaven toelichting bij hun VIONA-onderzoek over het arbeidsmarktonderzoek als instrument bij het toekomstig arbeidsmigratiebeleid. Dit rapport biedt voldoende stof voor debat: het huidig arbeidsmigratiebeleid en het systeem van arbeidskaarten, de praktijk op het vlak van arbeidsmarktonderzoek, de koppeling met knelpuntberoepen, et cetera. Het CSB besteedde ook aandacht aan de belangrijkste knelpunten en uitdagingen op het vlak van het arbeidsmigratiebeleid. De onderzoekers stellen een ‘raketbenadering’ voor waarbij de Vlaamse arbeidsmigratie op getrapte wijze arbeidsmigranten selecteert naargelang het opleidingsniveau en het knelpuntkarakter van de vacature: • Eerste spoor: een vlotte instroom van hooggeschoolden. Om dit te organiseren moeten bepaalde barrières worden weggewerkt. Zo moet de administratieve rompslomp tot een minimum worden beperkt. De geldigheidsduur van de arbeidskaart B hooggeschoolden kan worden uitgebreid tot vier jaar. 6

De Serv-studiedienst gaf verder ook toelichting bij de standpunten van de sociale partners over de nieuwe bevoegdheden die overkomen op het vlak van de arbeidskaarten A en B, de beroepskaart voor zelfstandigen en het studentenmigratiebeleid. Volgens de Serv moet het arbeidsmigratiebeleid voldoen aan de principes van eenvoud, transparantie, snelheid en rechtszekerheid en moet het gebaseerd zijn op een evenwicht tussen economische en humanitaire aspecten. Dit beleid moet uiteraard conform de Europese regelgeving worden uitgebouwd. Meermaals wordt onderstreept dat afstemming, overleg en samenwerking met de andere regio’s nodig is, o.a. op het vlak van controle, handhaving en sanctionering. Verder werd er gewezen op het belang van een meersporenaanpak waarbij gelijktijdig op drie aspecten wordt ingezet: het aanboren van de Vlaamse arbeidsmarkt, het potentieel binnen de EU-EER en arbeidsmi“Het arbeidsmigratiegratie uit ‘derde landen’.

beleid moet gebaseerd zijn op een evenwicht tussen economische en humanitaire aspecten”

Meer concreet is het uitwerken van een werkbare procedure voor de arbeidskaart B een belangrijke vraag. Hierbij moeten de procedure en de vrijstellingen van het arbeidsmarktonderzoek onder de loep worden genomen. Ook wordt benadrukt dat de sociale partners de arbeidskaart A en de beroepskaart voor zelfstandigen wensen te behouden. De inhoud van deze kaarten moet evenwel worden bekeken. De sociale partners pleiten ook voor het behoud van de adviesraad voor buitenlandse werknemers. Daarnaast moet er een forum voor regionaal overleg worden opgericht. Tot slot wordt onderstreept dat het uitbouwen van een geïntegreerd studentenmigratiebeleid niet mag worden vergeten. De presentaties en het verslag van de Serv-academie, evenals het VIONA-rapport en het Serv-addendum vindt u terug op: http://www.serv.be/serv/event/servacademie-economischemigratie.


Sectornieuws

Minister Onkelinx heeft nog werk aan haar nota over chronische zorg De oriëntatienota over zorg voor chronisch zieken van minister Onkelinx is een goede aanzet, maar gaat volgens de strategische adviesraad Welzijn, Gezondheid en Gezin nog niet ver genoeg in haar conclusies. Het advies van de SAR WGG kwam er op vraag van Vlaams minister Vandeurzen die de oriëntatienota bespreekt op een Interministeriële Conferentie Volksgezondheid.

Onder andere door de vergrijzing worden de meeste ziektebeelden chronisch van aard. Steeds vaker komen artsen in aanraking met patiënten die langdurig zorg nodig hebben voor één of meerdere ziekten. Ons zorgmodel is echter eerder gericht op acute zorg waardoor er zich een paradigmawissel aandient. De SAR WGG heeft dit eerder al bepleit in enkele nota’s.

“Vrijwilligerswerk promoten en vrijwilligers ondersteunen” Van 1 tot en met 9 maart vierde Vlaanderen de week van de vrijwilliger. Vandaag mogen we gelukkig vaststellen dat het vrijwilligerswerk nog altijd leeft in Vlaanderen. Maar als het afhangt van de organisaties die vrijwilligers inschakelen, dan zou er heel wat meer promotie en ondersteuning mogen zijn voor het vrijwilligerswerk. Het Vlaams Steunpunt Vrijwilligerswerk hield een steekproef bij organisaties uit welzijn, gezondheid en jeugd en stelde vast dat haar eigen memorandum voor de verkiezingen sterk spoort met de verzuchtingen van de organisaties. Eén op de zeven Vlamingen engageert zich regelmatig als vrijwilliger. Geen slecht gemiddelde, maar nog niet zo goed als in Nederland, de Scandinavische landen of GrootBrittannië. Er wordt vooral vrijwilligerswerk gedaan in zorg en welzijn, de jeugdsector en sportclubs. De organisaties die bevraagd werden door het steunpunt vroegen met stip dat de overheid vrijwilligerswerk meer zou promoten en ook via gerichte maatregelen het vrijwilligerswerk zou stimuleren. Extra financiële ondersteuning is zeker welkom. De organisaties voelen immers aan dat ze meer moeten investeren in de omkadering van de vrijwilligers, onder andere via vorming van vrijwilligerscoördinatoren. Initiatieven waarbij externe bedrijven of organisaties medewerkers eenmalig of tijdelijk laten vrijwilligen bij een organisatie worden minder warm onthaald.

De raad apprecieert de inspanningen van de minister, onder andere ook wegens het betrekken van de verschillende beleidsniveaus, maar ziet ook nog enkele belangrijke tekortkomingen. Zo is het luik preventie te eng gericht op chronisch zieken, terwijl gezondheidspromotie de hele bevolking moet bereiken. Ook is er in de nota onvoldoende oog voor het verbeteren van de kwaliteit van leven als doel van integrale zorg. De focus blijft eenzijdig op het bestrijden van gezondheidsproblemen liggen. Een ander pijnpunt van de nota is de summiere aandacht voor empowerment van de patiënt en vermaatschappelijking van de zorg. U kan het advies van de SAR WGG raadplegen op www.sarwgg.be.

IWT vraagt meer steun voor innovatie Ook het IWT, het agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie, heeft een memorandum uitgebracht. Daarin pleit de organisatie die instaat voor het merendeel van de innovatiesubsidies in Vlaanderen voor meer steun aan innoverende ondernemingen. In 2013 knoopte het IWT weer aan met de stijgende lijn in de toegekende steunbedragen die in 2010 abrupt werd afgebroken. Voor de volgende legislatuur verwacht het IWT dat haar budget met 30 à 40% zou moeten stijgen om aan alle vragen te kunnen voldoen. Het IWT vraagt in haar memorandum ook meer aandacht voor het ondersteunen van innovatie die een antwoord biedt op de maatschappelijke uitdagingen van het moment. Het agentschap kijkt daarbij naar de groene sector, de energiesector en de zorgsector. Het IWT wijst erop dat inzetten op projecten met een maatschappelijke relevantie ook vaak een economische meerwaarde kan bieden. Bovendien, zo stelt het IWT, kan meer aandacht voor maatschappelijke relevantie de innovatie in de socialprofitsector aanmoedigen. Tot slot breekt het IWT ook een lans voor een vereenvoudiging van het subsidielandschap. Uit een recent tevredenheidsonderzoek bleek dat een op de drie bedrijven de procedures voor innovatiesteun te ingewikkeld vinden. Het IWT verdeelt elk jaar meer dan 300 miljoen euro onder ondernemingen, onderzoeksinstellingen en onderzoekers.

Meer informatie: www.vrijwilligersweb.be Lees het memorandum op www.iwt.be. 7


Sectornieuws

Beperking staat participatie aan maatschappelijk leven niet altijd in de weg Algemeen gesproken participeren mensen met een beperking niet minder aan het verenigingsleven en hebben ze niet minder sociale contacten. Personen met een beperking zijn wel minder politiek actief, ze doen minder aan cultuur of sport en ook hun arbeidsparticipatie is laag. Dat stelt de Studiedienst van de Vlaamse Regering vast in het artikel ‘Wie participeert niet?’ Wie wel een beperking heeft maar daar weinig tot geen last van ondervindt, blijkt zelfs vaker deel te nemen aan sociaal-culturele activiteiten dan mensen zonder beperking. Meer informatie: www.vlaanderen.be/svr

De cijfers van de studiedienst lijken op het eerste zicht wel degelijk een verschil aan te geven voor mensen met een beperking op alle vlakken van participatie, maar als de cijfers gecorrigeerd worden voor andere kenmerken zoals opleiding, geslacht, leeftijd en inkomen dan blijven de verschillen op de meeste vlakken niet overeind. Hier moet wel de kanttekening bij gemaakt worden dat de participatiegraad heel sterk achteruitgaat naarmate mensen meer hinder ondervinden van hun beperking. Zo blijkt 22% van wie voortdurend hinder ondervindt nooit deel te nemen aan het maatschappelijk leven. Het gemiddelde ligt in Vlaanderen op 8% van de bevolking. Naast de mate van hinder bepalen ook de leeftijd en het opleidingsniveau of iemand met een beperking veel participeert. De helft van de volwassen Vlamingen is actief lid van minstens één vereniging en iets meer dan 75% neemt deel aan minstens één culturele activiteit per jaar.

Social profit telt veel kleine én veel grote ondernemingen Met ruim 370.000 arbeidsplaatsen in Vlaanderen staat de social profit in voor 17% van de totale Vlaamse werkgelegenheid. Het is bekend dat in Vlaanderen het gros van de ondernemingen kleine en middelgrote ondernemingen zijn. Geldt dit ook voor de social profit?

in de gezondheidszorg het percentage ondernemingen met minder dan 10 medewerkers (86% van de ondernemingen) boven het gemiddelde ligt (77%).

Uit de figuur hiernaast blijkt alvast dat het profiel van de socialprofitonderneming in Vlaanderen enigszins afwijkt van de gemiddelde Vlaamse onderneming. Maar er zijn ook gelijkenissen. Zo telt 94% van de ondernemingen in de gezondheidszorg minder dan 50 medewerkers, bijna gelijk aan het Vlaams gemiddelde van 95%. In de socioculturele sector is zelfs 98% een kleine of middelgrote onderneming. De sector van de maatschappelijke dienst-verlening wijkt hier duidelijk vanaf met een percentage kmo’s van 75,8%. Opvallend is dat

100

8

beduidend meer grote bedrijven te tellen. In Vlaanderen heeft amper 0,8% van alle ondernemingen meer dan 200 medewerkers, terwijl dit in de gezondheidszorg 3% van de ondernemingen is en in de maatschappelijke dienstverlening 3,5% van de ondernemingen. Ook het percentage ondernemingen met meer dan 50 en minder dan 200 medewerkers ligt in de sector van de maatschappelijke dienstverlening bijna vijf keer hoger (20,7%) dan gemiddeld op de Vlaamse arbeidsmarkt (4,3%).

Heel grote bedrijven ook goed vertegenwoordigd Maar de social profit blijkt ook

90

8%

3% 3%

80

Meer arbeidsmarktcijfers voor de social profit vindt u op www.verso-net.be.

21%

1% 4%

2%

4% 20%

18%

50 tot 199 10 tot 49 1 tot 9

70 60

35%

50 40

> 200

86%

78%

77%

Kunst, amusement en recreatie

Vlaamse arbeidsmarkt

30

41%

20 10 0 Menselijke gezondheidszorg

Maatschappelijke dienstverlening


sectornieuws

“Juridisering tegengaan door in te zetten op overleg” In een nieuw onderzoeksrapport over de juridisering van de zorgsector van het Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin pleiten de onderzoekers voor regelgeving en kwaliteitscontroles die kwalitatieve zorg stimuleren en tegelijkertijd voldoende ruimte laten voor innovatief ondernemerschap. Onder juridisering verstaan de onderzoekers het vastleggen van de zorgactiviteiten in regels en procedures, maar ook zorgvragers die een beroep doen op het recht om de volgens hen noodzakelijke dienstverlening af te dwingen. Het rapport geeft geen eenduidig antwoord op de veelgehoorde opmerking dat de zorgsector in zijn geheel steeds meer aan juridiseren is. Op sommige vlakken is dat zeker het geval, maar op andere vlakken absoluut niet. De onderzoekers formuleren wel duidelijke aanbevelingen, zowel voor de overheid als voor de dienstverleners zelf. Zo dienen alle betrokkenen zoveel als mogelijk in overleg te gaan in geval van conflicterende visies en zouden zorgverleners klachten kunnen benaderen als een hefboom om de kwaliteit van de zorg te verbeteren. Meer informatie: www.steunpuntwvg.be.

Hoe ondersteunt Europa sociale innovatie? Op 31 maart organiseerden Vleva, de Sociale Innovatiefabriek, De Punt, KCSE en Verso een infosessie over de Europese instrumenten voor Sociale Innovatie en Sociaal Ondernemerschap. In 2011 plaatste de Europese Commissie met haar Social Business Initiative de sociale ondernemingen centraal in de slimme groei en de sociale en economische cohesie van Europa. Tijdens deze infosessie werd dan ook het belang van het Europees kader geduid en werd ingegaan op de ondersteuningsmogelijkheden die Europa biedt om sociale innovatie en sociaal ondernemerschap in de lidstaten te ondersteunen. Verso belichtte het sociaal ondernemerschap in de socialprofitsectoren en bracht een aantal mooie innovaties naar voor waarmee socialprofitorganisaties inspelen op de vele uitdagingen waar zij voor staan.

Praktijkdag ‘Werken aan werkbaar werk’ 18 maart 2014 De Stichting Innovatie & Arbeid heeft, in het kader van een ESF-project en samen met alle sociale partners binnen de Serv, Flanders Synergy, Resoc Mechelen, de VDAB en het VOV-netwerk, de toolkit ‘Werken aan werkbaar werk’ samengesteld op www.werkbaarwerk.be. Als afsluiter van dit project vond op dinsdag 18 maart 2014 een studienamiddag plaats waarop de praktijk centraal staat. Verso faciliteerde een van de 9 workshops. HRwijs en Jobkanaal gingen samen met de deelnemers op zoek naar manieren om te werken aan een professioneel medewerkersbeleid in socialprofitondernemingen, als hefboom voor het verhogen van de werkbaarheid in organisaties. Praktijkvoorbeeld Ilse Rymenants, directrice van Kinderdagverblijf Kabouterland, bracht een praktijkvoorbeeld uit de social profit. Kabouterland zet in op de talenten van haar medewerkers door het voeren van persoonlijke ontwikkelingsgesprekken. Deze gesprekken bieden medewerkers de kans hun ontwikkeling zelf in handen te nemen. Daarnaast investeert de organisatie in het creëren van een waarderende cultuur, met een waarderende leiderschapsstijl als aansteker. Een boeiende case, die aantoont dat investeren in medewerkersbeleid een positieve impact heeft op de werkbaarheid in ondernemingen.

Meer informatie: www.kcse.eu.

Vlaams Welzijnsverbond ten strijde tegen geweld en misbruik Het Vlaams Welzijnsverbond, de koepelorganisatie die 700 voorzieningen uit het welzijnswerk verenigt, heeft een engagementsverklaring tegen alle vormen van geweld en misbruik verspreid onder haar leden. Door het ondertekenen van deze verklaring spreken de voorzieningen zich ondubbelzinnig uit tegen misbruik en engageren ze zich om een preventiebeleid op te zetten. Voorzieningen die de engagementsverklaring ondertekenen zullen ook een affiche met de naam van de vertrouwenspersoon binnen de voorziening en de contactgegevens van het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling ophangen.

Verso-cahier Tijdens de praktijkdag werd ook nog eens de aandacht gevestigd op het Verso-cahier ‘De werkbaarheid in de Vlaamse gezondheids- en welzijnssectoren’. Deze beschrijvende analyse, op basis van de Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2013, schetst een meer verfijnd beeld van de werkbaarheid in de gezondheids- en welzijnssector in Vlaanderen. Het cahier is vrij beschikbaar via www.verso-net.be. 9


Sectornieuws

Boeien en verbinden centraal op Dag van de Social Profit Op 18 maart organiseerde HR-dienstverlener Acerta de Dag van de Social Profit. Op deze studiedag lieten een 20-tal experts hun licht schijnen over de meest prangende uitdagingen in de social profit op het vlak van HR. Het thema van de dag was boeien en verbinden. Want om ook in de toekomst succesvol te zijn zullen organisaties de kaart van de samenwerking moeten trekken en de band aanhalen met de eigen medewerkers, met bestuurders, met vrijwilligers, maar ook met de stakeholders.

© Dag van de Zorg

3de Dag van de Zorg lokt 200.000 bezoekers Om en bij de 200.000 mensen hebben gisteren deelgenomen aan de derde editie van de Dag van de Zorg. Met de opendeurdag willen de 170 deelnemende zorg-­en welzijnsvoorzieningen de sector op een positieve manier beter bekend maken bij een ruim publiek. Dit jaar waren er voor het eerst vijf thema’s: innovatie, samenwerking, bouwprojecten, werken in zorg en welzijn en het brein. Heel wat gezinnen trokken op pad om een blik achter de schermen te werpen in 170 zorg- en welzijnsvoorzieningen. Tijdens deze gezinsdag viel dan ook van alles te ontdekken. Ziekenhuizen lieten het publiek op een actieve manier kennismaken met robotchirurgie in hun operatiekwartier of met nieuwe departementen en technologieën, woonzorgcentra toonden hoe innovatie de kwaliteit van de zorg verbetert en in welzijnsvoorzieningen kon de bezoeker zelf ervaren hoe elke dag gewerkt wordt aan meer inclusie. Vele voorzieningen boden een apart programma voor kinderen aan. Ook scholen en onderzoekscentra lieten zien hoe er dagelijks gewerkt wordt. Voor veel jonge mensen een boeiende kennismaking met het oog op hun nakende studiekeuze. www.dagvandezorg.be 10

Bruno Aerts, directeur van Verso, nam deel aan het openingsdebat. Hij beklemtoonde er dat boeien en verbinden vooral uitdagingen inhouden op het vlak van de organisatiecultuur, die openheid, vertrouwen en respect naar de medewerkers moet uitstralen. Een coachende leiderschapsstijl en een organisatiebenadering die aansluiting zoekt bij de competenties van de medewerkers is daarbij onontbeerlijk. Daarnaast mag het belang van het eerste contact met de medewerkers niet onderschat worden. Een professionele aanpak van de selectie en rekrutering is dan ook essentieel, ook voor kleine voorzieningen. Uiteraard stopt het boeien en verbinden van medewerkers nooit en willen zij doorheen de hele loopbaan begeleid worden.

Belgische Rode Kruis: 150 jaar in de bres voor de bevolking Op 5 februari vierde het Belgische Rode Kruis in aanwezigheid van de Koninklijke familie zijn 150-jarig bestaan. 150 jaar na zijn oprichting is de missie van het Belgische Rode Kruis nog steeds dezelfde: de kwetsbaarheid van de bevolking verminderen. Bij de oprichting gebeurde dat in oorlogssituaties. Vandaag is het Rode Kruis vooral actief bij natuurgeweld, sociaal isolement, politieke conflicten of andere schendingen van het humanitair recht. Maar de organisatie staat niet stil. In 2016 start Rode KruisVlaanderen met een nieuw strategisch plan dat inzet op evidence-based practice en het verzamelen en uitwisselen van wetenschappelijke data. Rode Kruis-Vlaanderen telt 1252 medewerkers en maar liefst 13.643 vrijwilligers, actief in 250 afdelingen. Christ’l Joris, voorzitter van Rode Kruis-Vlaanderen: “Dag na dag maken onze 13.000 vrijwilligers een klein of groot verschil in het dagelijkse leven van ontelbare mensen. Ze zijn lokaal ingebed, goed georganiseerd en deskundig ondersteund. Dankzij hun engagement is het Rode Kruis onmisbaar in de maatschappij.” Ter gelegenheid van zijn 150ste verjaardag lanceert Rode KruisVlaanderen het platform 150jaar.rodekruis.be en roept het de bevolking op om zijn Rode Kruisverhaal te delen. Alle verhalen, klein en groot, zijn welkom.


aankondigingen

Nieuwe website toont handig overzicht van Job- en Taalcoaching

Nieuwe opleiding ‘Community Service Engineering’ biedt voorprogramma

Het Vlaams Steunpunt Lokale Netwerken heeft een nieuwe website gelanceerd over Joben Taalcoaching. Een Jobcoach kan werkgevers ondersteunen bij de inwerking van een nieuw personeelslid. Als de medewerker nood heeft aan extra taalondersteuning, kan men ervoor kiezen de Jobcoaching uit te breiden met Taalcoaching. De coaching is gratis bij de aanwerving van iemand uit één van de volgende doelgroepen: kortgeschoold, van niet-Europese nationaliteit, 50-plusser of werknemer met een arbeidshandicap. Jobcoaching duurt maximaal zes maanden. De frequentie van de coaching wordt in samenspraak met de werkgever bepaald.

Volgend academiejaar start KULeuven in samenwerking met Thomas More Hogeschool een nieuwe opleiding voor ingenieurs met een sociale focus. Het postgraduaat Community Service Engineering focust op technologie voor sociale inclusie, empowerment, toegankelijkheid van de openbare ruimte, websites, media, het ondersteunen bij belastend werk, de efficiëntie van socialprofitorganisaties en de kwaliteit van hun dienstverlening. De opleiding loopt van begin oktober tot einde april en is zo uitgewerkt dat studeren en werken combineerbaar zijn.

Alle info over Job- en Taalcoaching vindt u voortaan terug op www.jobentaalcoaching.be. U vindt er ook makkelijk aanbieders in uw eigen provincie terug.

Ga met uw innovatief idee eens langs bij de Sociale InnovatieFabriek Maatschappelijke uitdagingen zoals klimaatverandering, armoede of verstedelijking vragen vernieuwende oplossingen. Bedrijven, verenigingen, sociale economie, burgers, kennisinstellingen en overheden. De in 2013 opgerichte Sociale InnovatieFabriek krijgt ze allemaal over de vloer. Met inspiratie, informatie, netwerking, begeleiding en ondersteuning zorgt ze er voor dat innovatoren duurzame, creatieve concepten uitwerken om die maatschappelijke uitdagingen aan te gaan.

Om de opleiding te lanceren organiseren KULeuven en Thomas More Hogeschool drie conferenties die laten proeven van wat dit vakgebied te bieden heeft. De thema’s zijn verouderen (3 april, Leuven), leven met een beperking (21 mei, Geel) en armoede (4 september, Leuven).

Innovaties ontstaan niet uitsluitend bij de overheid of uit de markt. Innovaties kunnen ook vanuit een maatschappelijke nood opborrelen. Van de jeugdbewegingen honderd jaar geleden tot de recentere opmars van deelplatformen. Met online promotie en netwerkactiviteiten inspireert de Sociale InnovatieFabriek rond concepten uit binnen- en buitenland. Businessmodellen van de toekomst, creatieve praktijken, verrassende partnerschappen of sterke sociale ondernemingen: de Sociale InnovatieFabriek houdt via haar netwerk van innovatoren de vinger aan de pols van nieuwe concepten die maatschappelijke problemen willen tackelen. Via de website kan je je inschrijven op de nieuwsbrief van de Fabriek voor nieuwe praktijken, workshops of events. De rol van de Sociale InnovatieFabriek is om innovatoren te begeleiden bij het uitwerken van hun sociale innovatie. Daarvoor schakelt ze hun ‘lerend netwerk’ in. Iedereen met een potentieel sociaal innovatief concept kan de Fabriek (vertrouwelijk) informatie toesturen of contacteren. In een intake-gesprek gaan ze uitvoerig in op de sterke en zwakke punten van het concept. Op maat van het concept suggereren ze een ‘versterkingsproces’: dat kan gaan van het deelnemen aan versterkingssessies over bijvoorbeeld businessplannen of impactmeting tot het zoeken van geschikte partners of financiering. Deze begeleiding is gratis, maar niet gratuit. Wie begeleiding en kennis ontvangt via de Fabriek, dient als tegenprestatie de eigen lessen en kennis te delen. Op die manier blijft de expertise in het netwerk èn kom je in contact met andere interessante innovatoren. Een project dat op voldoende vlakken sterk scoort, begeleiden ze naar cofinanciering van het IWT of naar partners die dit mee kunnen realiseren. Inmiddels kwamen al meer dan 100 organisaties en bedrijven aankloppen bij de Sociale InnovatieFabriek voor begeleiding en ondersteuning, waaronder een aantal vanuit de sociale economie. Zit u met vernieuwende plannen? Hebben die een duidelijke maatschappelijke meerwaarde? Contacteer de Sociale InnovatieFabriek en samen met u gaan ze na welke begeleiding, partners of financiering interessant kan zijn voor uw concept.

Deelnemen is gratis maar registreren is verplicht en kan via http://iiw. kuleuven.be/english/events/cse.

WAARVAN AKTE... t zijn grote “ We kunnen de toekomst me en aan sam er we als uitdagingen aan voor er we nen kun werken. Samen pij niet hap atsc ma als zorgen dat we er met zijn en led ver Het n. op achteruit gaa de ens egr onb st haa vanzelfsprekende, st kom toe De op. a bijn is mogelijkheden, .” ken moeten we ma

ing van Voorzitter Jan Peers bij de vier . art ma 20 20 jaar unisoc op

www.socialeinnovatiefabriek.be | www.facebook.be/SocialeInnovatieFabriek 11


LONT: interactieve website over loopbaanontwikkeling

aankondigingen

HRwijs in 2014

Lancering www.hrwijs.be op 21 mei 2014! HRwijs en Verso nodigen u graag uit op woensdag 21 mei 2014 in De Markten (Brussel) op het lanceringsmoment van www.hrwijs.be. We willen u graag wegwijs maken in de HRwijs-website en u een overzicht bieden van de verschillende tools, praktijkvoorbeelden en andere praktische inhoud die we hier aanbieden. Daarnaast verwelkomen we Patrick Kenis, Academisch Decaan van de Antwerp Management School. Hij zal spreken over samenwerkingsmogelijkheden tussen meerdere organisaties en de opportuniteiten van het organisatienetwerkmodel. Ook de gevolgen voor het personeelsbeleid komen hierbij aan bod, rekening houdend met de specificiteit van de socialprofitsector.

Recent werd met www.lont.org een nieuwe website gelanceerd rond loopbaanontwikkeling voor kleine en middelgrote organisaties uit de social profit. Deze site is het resultaat van een ESF-project waarbij loopbaanontwikkeling binnen organisaties en teams centraal stond. De website biedt heel wat interessante instrumenten die leidinggevenden kunnen gebruiken, maar geïnteresseerden kunnen ook terecht bij een van de vormings- en adviesmomenten van LONT: • Gratis kennismakingssessies met de website en de instrumenten van LONT. • Gratis advies/begeleiding voor organisaties met loopbaanvragen. • Mogelijkheid tot deelname aan een lerend netwerk.

Deelname is gratis: inschrijven kan via www.hrwijs.be. Op de HRwijs-website vindt u ook het volledige programma en alle praktische details.

Meer informatie vindt u op www.lont.org.

Jaarprogramma inspiratiesessies bekend Na een succesvolle eerste editie van de inspiratiesessies, programmeert HRwijs een nieuwe reeks inspiratiesessies in 2014. De formule blijft hetzelfde: elke inspiratiesessie duurt een dag en behandelt twee HR-thema’s. Een ervaren spreker leidt elk thema in en een of twee praktijkvoorbeelden uit kleine socialprofitondernemingen maken de link naar de praktijk.

Heeft uw organisatie ooit een leuke bedrijfsfilm gemaakt?

De deelnameprijs bedraagt 75 euro per inspiratiesessie, broodjeslunch inbegrepen. Deelname aan meerdere inspiratiesessies is mogelijk.

PROGRAMMA INSPIRATIESESSIES Sessie 1 › Do 24 april (Gent) Thema 1: Coachend leidinggeven Thema 2: Samenwerken in teams

Meer informatie en inschrijven: www.hrwijs.be

Sessie 2 › Di 10 juni (Antwerpen) Thema 1: Naar een vlotte samenwerking met uw Raad van Bestuur Thema 2: Werken aan een uitgebreid netwerk voor uw organisatie

Sessie 3 › Do 18 september (Leuven) Thema 1: Een toegankelijke vacature opstellen Thema 2: Een goede selectieprocedure ontwerpen

Sessie 4 › Do 13 november (Brussel) Thema 1: Werken aan een doordacht verzuimbeleid Thema 2: De waarderende benadering: een nieuwe wind door jouw organisatie Wenst u bijkomende info over het HRwijs-project? Neem dan contact op met Pieter Vleugels, projectverantwoordelijke HR bij Verso: pieter.vleugels@verso-net.be, 0499 37 39 83

12

Op 27 mei 2014 staat de 15de editie van het Corporate Video Festival op de agenda in Kinepolis Antwerpen. De Academie van de Bedrijfsfilm doet een warme oproep naar bedrijven en organisaties om hun eigen filmpjes in te sturen. Beschikt je organisatie over een videoproductie die gerealiseerd werd voor interne of externe communicatiedoeleinden? Aarzel dan niet en maak kans op een award in één van de volgende categorieën: corporate image (profit), corporate image (non-profit), productproces, training, employer branding en eventvideo. De uiterste inschrijvingsdatum is 8 april 2014. Meer informatie over dit festival (inclusief deelnamevoorwaarden): www.corporatevideofestival.be GR ATIS De eerste 25 lezers van de TICKETS! VersoDirect die een mailtje sturen naar contact@corporatevideofestival.be (t.a.v. Dries Hendrickx) krijgen 2 toegangstickets voor het Corporate Video Festival op 27 mei 2014 in Kinepolis Antwerpen. Geef ook alvast je adresgegevens mee!

Vereniging voor Social Profit Ondernemingen vzw - www.verso-net.be Kolonel Bourgstraat 122 bus 4 - 1140 Brussel - T 02 739 10 71 - F 02 736 75 06 - info@verso-net.be

VersoDirect nr2 - jg16  

VersoDirect is de nieuwsbrief van de Vereniging voor Social Profit Ondernemingen vzw, de intersectorale werkgeversorganisatie voor de Vlaams...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you