Issuu on Google+

tijdschrift voor werk, inkomen en zorg nummer 3, maart 2010, jaargang 72

sociaalbestek

Naar een Jeugdparticipatiefonds Kiezen tijdens de crisis Nieuw elan in het welzijnswerk De huisarts van het sociale Haagse invloed op regionale samenwerking Jeugdsignaleringssystemen in Nederland Wet participatiebudget: veel vrijheid voor gemeente TSB_03_10.indd Cover1

2/26/2010 6:47:22 PM


Kennisbank Inkoop en Aanbesteden Alle informatie overzichtelijk op één plek

Gericht geschoold Sinds 1 januari 2010 is Ingeborg Lunenburg gestart met haar eigen bedrijf. Zij ontwikkelt en verzorgt scholing op het gebied van de sociale zekerheid. Het scholingsaanbod voor open inschrijving is: Cursus Wmo Het resultaat is compensatie (1 dag) 12 of 13 april 2010 Cursus Wmo Advisering: vraagstelling, onderzoek en jurisprudentie (1 dag) 8 juni of 15 juni 2010

Hebt u alle kennis paraat op het gebied van inkoop en aanbesteden paraat? Nee? Dan loont het de moeite om een abonnement op de Kennisbank Inkoop en Aanbesteden te nemen. Een gerenommeerde redactie van vakspecialisten uit de praktijk zorgt ervoor dat u altijd over de meest actuele wet- en regelgeving en jurisprudentie beschikt. Heldere beschrijvingen van aanbestedingsprocedures en praktische stappenplannen helpen u bij uw dagelijkse werkzaamheden en verkleinen de kans op procedurefouten.

Cursus WWB+ Inkomensondersteuning en armoedebestrijding eisen participatie (2 dagen) 17 juni + 24 juni of 22 juni + 29 juni 2010 Voorbeelden van een scholingsaanbod ‘op maat’ zijn: Inkomensondersteuning aan minima - even bijpraten? Arbeidsinschakeling - willen of kunnen en het besluit Hoe ver moeten we kantelen? - eigen Wmo-beleid Schulinck heeft een aanvullend juridisch scholingsaanbod

Laat u overtuigen en vraag een productdemonstratie aan. Ga naar www.kennisbankinkoopenaanbesteden.nl.

www.kennisbankinkoopenaanbesteden.nl

TSB_03_10.indd Cover2

Voerendaalstraat 22, 6845 LC Arnhem 06 - 23 710 738 ingeborglunenburg@upcmail.nl www.ingeborglunenburg.nl

2/26/2010 6:47:27 PM


Inhoud

2

Redactioneel

Nieuw elan in het welzijnswerk Jan Willem Duker

6

Gemeenteraadsverkiezingen De huisarts van het sociale Max Huber en Marc Räkers

De gemeenteraadsverkiezingen kunnen wel eens meer invloed hebben op de uitvoering van het vangnet van de sociale zekerheid dan

10

Naar een Jeugdparticipatiefonds

de verkiezingen van 2006. De kaderwetgeving heeft de laatste jaren

Harrie Postma

de verantwoordelijkheid voor gemeenten alleen maar doen toenemen. Het einde van die beweging is nog lang niet in zicht. Ik juich

14

Haagse invloed op regionale samenwerking

die ontwikkeling toe, al is de dereguleringsoperatie vaak niet

Maarten Dolfing, Margriet Jongerius en Peter Wesdorp

gebaseerd op ideële motieven, maar veelal ingegeven door bezuinigingmotieven. Daarbij zullen gemeenten in de loop van 2011 de

18 23

Jeugdsignaleringssystemen in Nederland

financiële gevolgen van de kredietcrisis gaan voelen. Er moeten

Victor Alting van Geusau

keuzes worden gemaakt.

Wet participatiebudget: veel vrijheid voor

Het is dan ook van belang dat toekomstige bestuurders goed en

gemeente

tijdig worden geïnformeerd. Historisch besef is daarbij erg belang-

Joost Cornielje

rijk. Vele zaken en problemen herhalen zich immers. De informatievoorziening moet worden vervuld door gemeenteambtenaren. De

26

Signalement van het CBS

27

Kiezen tijdens de crisis

men initiatieven, resultaten van beleid en een beschrijving van

Eddy Karrenbelt en Irene Thuis

zaken die om allerlei redenen zijn blijven liggen. Verder behoort een

informatie moet vragen beantwoorden over de sociale structuur van de gemeente. Ook moet die een inventarisatie bevatten over geno-

toekomstperspectief tot een informatiepaper. Wat is er te verwach-

En verder… 10 pagina’s over arbeid en sociale

ten, op welke wijze zal de sociale structuur zich ontwikkelen en

zekerheid in SZActueel

welke initiatieven zijn nodig om sociale vraagstukken het hoofd te bieden? Een dergelijk stuk moet niet alleen een koude opsomming

Rectificatie

zijn, maar er dient ook creativiteit uit naar voren te komen door het

In het artikel van Allers en De Kam (SB 2010; 2: 2-6) zijn helaas

schetsen van alternatieven voor het oplossen van sociale problema-

twee fouten geslopen. Het bedrag aan huurtoeslag op pag. 2 had

tiek. Door het aanbieden van dergelijke informatie aan toekomstige

€ 1.608 moeten zijn (niet € 608). Onderin de linkerkolom op

en beoogde bestuurders, vindt er positieve beïnvloeding plaats.

pag. 5 wordt verder een bedrag van € 24 genoemd. Hier had

Hierdoor wordt voorkomen dat tijdens de periode van gemeente-

€ 56 moeten staan.

raadsverkiezingen en collegevorming kostbare tijd verloren gaat, die juist nu hard nodig is om efficiënt en effectief te opereren. De sociale zekerheid vraagt om slagvaardig beleid om huidige en toekomstige problemen het hoofd te bieden.

De basis van goede besluitvorming begint bij een idee, gecombineerd met de juiste informatie en een gepassioneerde bestuurder ondersteund door een creatieve en innovatieve ambtenaar. Daaraan ontbreekt het niet. De informatie over mogelijkheden en historisch besef kan nog beter. Het verstrekken van informatie en de timing daarvan zijn essentieel. Een nieuw begin met nieuwe initiatieven kan aanvangen bij de gemeenteraadsverkiezingen en de vorming Coverfoto: Sportservice Noord-Holland

van het college.

Ray Geerling, adviseur sociale zekerheid

1

TSB_03_10.indd 1

sociaalbestek 3/2010

2/26/2010 6:47:27 PM


Wet maatschappelijke ondersteuning

Nieuw elan in het welzijnswerk

Heruitvinden en keuzes maken Jan Willem Duker

Drie jaar na de invoering van de Wmo waait er een frisse wind door ‘welzijnsland’. In veel gemeenten wordt het welzijnswerk opnieuw uitgevonden en wordt het verbonden met wonen, zorg, werk en ruimtelijke ordening. Bovendien worden er keuzes gemaakt die recht doen aan de veranderde vraag naar welzijnswerk.

Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)

houden. De opgave is veranderd, hetgeen niet betekent dat

hield in september 2009 een groot landelijk congres over de

alles nu anders moet.

Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Staatssecretaris Jet Bussemaker kraakte in haar openingstoespraak een paar

Meedoen

kritische noten. Ze verweet gemeenten onvoldoende te inves-

schrijven als: meedoen aan de samenleving mogelijk maken

teren in wat zij Welzijn nieuwe stijl noemt. Veel van de aan-

door het versterken van de eigen kracht en mogelijkheden

wezige gemeenteambtenaren en –bestuurders herkenden zich

van mensen, en het bevorderen van de sociale samenhang.

niet in deze kritiek.

Deze omschrijving vertoont opvallend veel gelijkenis met

Een groot aantal gemeenten en welzijnsorganisaties steekt

het hoofddoel van de Wmo en dat is ook niet zo vreemd. De

juist een grote dosis positieve energie in het welzijnswerk.

voormalige Welzijnswet is immers opgegaan in de Wmo. De

Nadat de maakbaarheidsgedachte in de jaren zeventig van

Wmo plaatst welzijn in een breed kader, zowel wat betreft de

de vorige eeuw was doorgeschoten, schoot het denken over

samenhang met andere beleidsterreinen als wat betreft de or-

welzijn in de decennia daarna door in de andere richting.

ganisaties die daarbij een rol spelen.

Het welzijnswerk kreeg zo weinig pretentie dat ernstig werd

De welzijnsorganisaties streven naar bovenstaand doel door

getwijfeld aan de toegevoegde waarde. In een poging die

de uitvoering van drie kerntaken:

toegevoegde waarde zichtbaar te maken, werden vanaf de

1. verbindingen leggen tussen bewoners onderling;

jaren negentig kostprijsberekeningen, productomschrij-

2. verbindingen leggen tussen bewoners en collectieve

vingen en monitors ingevoerd. Dit kon echter niet voorkomen dat in veel gemeenten jarenlang werd bezuinigd op het

Het hoofddoel van het welzijnswerk is te om-

welzijnsvoorzieningen; 3. verbindingen leggen tussen professionals onderling.

welzijnswerk. De invoering van de Wmo heeft nieuw elan gebracht in het

Bij de eerste kerntaak gaat het bijvoorbeeld om het organi-

welzijnswerk. Ook andere veranderingen in de omgeving van

seren van huisbezoeken door vrijwilligers aan ouderen in de

het welzijnswerk en veranderingen in de maatschappij geven

wijk of bewoners op weg helpen bij het organiseren van een

aanleiding de opgave van het welzijnswerk tegen het licht te

wijkfeest. De tweede kerntaak gaat over het versterken van de

2

TSB_03_10.indd 2

sociaalbestek 3/2010

2/26/2010 6:47:28 PM


Wet maatschappelijke ondersteuning

eigen kracht en mogelijkheden van specifieke groepen door

problematiek. Dat vraagt om een goede analyse op wijkni-

het aanbieden van bijvoorbeeld dagbesteding voor ouderen,

veau, focus op specifieke doelgroepen en een daarop aange-

buurtgericht jongerenwerk en activering van geïsoleerde

past aanbod van collectieve welzijnsvoorzieningen.

allochtone vrouwen. Samenwerking met andere organisaties

Een andere belangrijke ontwikkeling die van invloed is op het

die zich inzetten voor het welzijn van bewoners, zoals corpo-

welzijn van mensen is de individualisering. Vaak wordt dit in

raties, zorginstellingen, scholen, politie en religieuze instel-

verband gebracht met vervreemding, verharding en een toe-

lingen, is de derde kerntaak van welzijnsorganisaties.

genomen onbehagen in de samenleving. Dit heeft gevolgen

Individualisering De veranderingen in het welzijn van

voor de mate waarin mensen zich betrokken voelen bij elkaar en bereid zijn zich in te zetten voor een ander. In weerwil van

mensen en veranderingen in de omgeving van het welzijns-

deze ontwikkelingen zien we ook nieuwe vormen van solidari-

werk hebben invloed op de uitvoering van de kerntaken van

teit en betrokkenheid ontstaan. Individuele solidariteit in de

de welzijnsorganisaties.

vorm van mentoren- en maatjesprojecten maakt bijvoorbeeld

Hoewel het bereik van het welzijnswerk moeilijk is vast te

een enorme groei door. Het gaat daarbij om vrijwilligerswerk

stellen, blijkt uit onderzoek dat door Noorda en Co is uit-

in een één-op-één relatie, flexibel in tijdsbesteding. Niet alleen

gevoerd in opdracht van de gemeente Haarlem, dat ongeveer

opgepakt vanuit een morele plicht, maar ook omdat het goed

20 procent van de bevolking ondersteuning nodig heeft om

is voor de eigen ontwikkeling of loopbaan.

volwaardig mee te doen aan de samenleving. Dit percentage verschilt uiteraard per wijk: in aandachtswijken is het hoger

Cruciale schakel

en in andere wijken lager. Ook de samenstelling van die 20

omgeving van het welzijnswerk is de invoering van de Wmo

procent verandert als gevolg van maatschappelijke ontwik-

in 2007. De betekenis voor de welzijnsorganisaties laat zich

kelingen als vergrijzing, multiculturalisering, schooluitval,

illustreren aan de hand van een piramide. Het is een sche-

toename van het aantal alleenstaanden, vermaatschappelij-

matische weergave van alle ondersteuning die aan mensen

king van de zorg en het vaker voorkomen van meervoudige

wordt geboden om meedoen aan de samenleving mogelijk te

Foto: stock

Een belangrijke verandering in de

Individuele solidariteit in de vorm van bijvoorbeeld maatjesprojecten maakt een enorme groei door

3

TSB_03_10.indd 3

sociaalbestek 3/2010

2/26/2010 6:47:28 PM


Wet maatschappelijke ondersteuning

hiervoor slechts in beperkte mate financieel gecompenseerd. Bij het opvangen van de gevolgen van de Pakketmaatregel zijn keuzes dus onvermijdelijk. De Pakketmaatregel raakt alle doelgroepen die gebruik maken van de AWBZ, zoals licht dementerende ouderen, mensen met lichte lichamelijke, verstandelijke of psychiatrische beperkingen en mensen met een chronische ziekte. Gemeentelijke welzijnsvoorzieningen vormen een van de instrumenten om mensen te ondersteunen die geen recht meer hebben op AWBZ-begeleiding. Zo heeft de gemeente Haarlem met welzijnsorganisaties afspraken gemaakt over Vormen van maatschappelijke ondersteuning

het aanbieden van dagarrangementen voor ouderen en moge-

maken. De kerntaken van de welzijnsorganisaties zijn gericht

lijk andere doelgroepen.

op de twee middelste lagen van de piramide.

Nieuwe spelers

Steeds meer organisaties zetten zich

De Wmo is erop gericht maatschappelijke ondersteuning

in voor het welzijn van mensen. Kerken waren van oudsher

zoveel mogelijk onderin de piramide te organiseren. Dat wil

actief op dit terrein, nu ook moskeeën. Woningcorporaties

zeggen: gericht op sterke sociale netwerken en een zo zelfstan-

profileren zich steeds nadrukkelijker op het gebied van wel-

dig mogelijk bestaan. Welzijnsorganisaties zijn daarmee een

zijn door projecten te financieren en betrokken te zijn bij de

cruciale schakel in de uitvoering van een visie op maatschap-

uitvoering. Vrijwilligersorganisaties professionaliseren zich

pelijke ondersteuning:

en onderscheiden zich soms nauwelijks meer van een wel-

Ÿ

door collectieve (welzijns)voorzieningen zodanig aan

zijnsorganisatie. Sportverenigingen organiseren activiteiten

te bieden dat zij een alternatief kunnen zijn voor voor-

voor de buurt en stellen ruimte beschikbaar. Scholen bieden

zieningen waarop (na indicatie) individueel aanspraak

na schooltijd een plek voor buurtactiviteiten en de politie

gedaan kan worden;

doet meer dan alleen repressie.

door sociale netwerken te versterken en afhankelijkheid

Dat zijn natuurlijk positieve ontwikkelingen, maar het heeft

Ÿ

van voorzieningen te voorkomen.

Bezuiniging

Een tweede verandering in de omgeving

Marktplaats voor buurtdiensten

van het welzijnswerk is de pakketmaatregel AWBZ, die in

De gemeente Haarlem is met een experiment gestart dat

2009 in werking is getreden. Als gevolg hiervan verliest een

beoogt aan de ene kant de dienstverlening rond huishou-

deel van de mensen de aanspraak op begeleiding op grond

delijke hulp op een hoger plan te brengen en aan de andere

van de AWBZ. Daarnaast zijn er personen die weliswaar hun

kant een bijdrage te leveren aan het versterken van sociale

aanspraak op AWBZ-begeleiding behouden, maar die ver-

netwerken in wijken. Zelfredzaamheid en wederkerigheid

mindering van uren krijgen. Eerder al is de begeleiding op

zijn belangrijke uitgangspunten: bijna iedereen die hulp

psychosociale grondslag uit de AWBZ geschrapt.

vraagt, wil ook wel graag iets bieden. Het doel is mensen

Deze ingrepen in de AWBZ zijn een bezuinigingsmaatregel.

te benaderen vanuit de mogelijkheden die iemand binnen

Het Rijk heeft er op grond van inhoudelijke argumenten

zijn of haar eigen sociale netwerk heeft.

voor gekozen, dat in bepaalde situaties niet langer een beroep

Het beoogde resultaat is de realisatie van een marktplaats

kan worden gedaan op de AWBZ voor begeleiding. In deze

voor hulp bij het huishouden, zorgruil en buurtdiensten.

‘lichte’ situaties zou de behoefte aan begeleiding volgens het

Behalve uit een virtueel gedeelte (website) bestaat deze ook

voormalige kabinet kunnen worden opgevangen in het eigen

uit een fysiek gedeelte (een sociaal makelaar en fysieke vind-

sociale netwerk, zonodig aangevuld met voorzieningen die de

plaatsen als ontmoetingsruimtes en informatiebalies).

gemeente biedt in het kader van de Wmo. Gemeenten worden

4

TSB_03_10.indd 4

sociaalbestek 3/2010

2/26/2010 6:47:29 PM


Wet maatschappelijke ondersteuning

bijvoorbeeld door het realiseren van aantrekkelijke plekken voor ontmoeting. Plekken die niet door één specifieke groep worden gedomineerd, maar waar iedere wijkbewoner zich welkom voelt, of het nu een wijkcentrum, een buurtkamer of een pleintje is. Ook internet kan gebruikt worden om ontmoeten en meedoen te bevorderen (zie kader op pagina 4). Voor de kerntaak die collectieve welzijnsvoorzieningen verbindt met de behoefte van specifieke doelgroepen, is de opgave het aanbod voortdurend aan te passen aan veranderende omstandigheden. Voor Haarlem betekent dat voor de komende jaren bijvoorbeeld meer aandacht voor buurtgericht jongerenwerk en inspelen op nieuwe doelgroepen als gevolg van de Pakketmaatregel AWBZ. De derde en laatste opgave luidt: meer samenhang in de uitvoering van welzijn en zorg in de wijk, door een spilfunctie te creëren voor de welzijnsorganisaties en door intensievere Foto: stock

samenwerking met andere organisaties. Deze opgave bouwt voort op de constatering dat er steeds meer nieuwe spelers zijn in het wijkgerichte welzijnswerk, waardoor de rol van De gemeente Haarlem wil meer aandacht schenken aan buurtgericht jongerenwerk en inspelen op nieuwe doelgroepen

welzijnsorganisaties niet duidelijk is en teveel professionals ‘achter de voordeur’ komen zonder goed samen te werken.

de welzijnsorganisaties wel minder zichtbaar gemaakt. Wat

Welzijnsorganisaties moeten weer de centrale plek in de wijk

is de toegevoegde waarde van een welzijnsorganisatie als een

zijn waar overzicht is over het wel en wee van de wijkbewo-

woningcorporatie of een vrijwilligersorganisatie hetzelfde

ners. Door ‘erop af ’ te gaan, ogen en oren te zijn (signaleren)

doet? Dat vraagt om een scherpere definitie van de rol van

en op basis van die kennis en deskundigheid verbindingen te

de welzijnsorganisaties in een veranderend krachtenveld.

leggen met andere organisaties, zijn welzijnsorganisaties een

Een tweede kanttekening bij de nieuwe spelers in het wel-

belangrijke samenwerkingspartner bij de uitvoering van wel-

zijnswerk, is dat er hierdoor steeds meer (semi-)professionals

zijn en zorg in de wijk (ketensamenwerking). Daarbij gaat het

‘achter de voordeur’ bij mensen komen, zonder dat onderling

niet alleen om samenwerking met andere maatschappelijke

voldoende wordt samengewerkt.

organisaties, maar ook met gemeentelijke diensten als Sociale

Al deze veranderingen in het welzijn van mensen en in

Zaken en individuele Wmo-voorzieningen.

de omgeving van het welzijnswerk vragen om een nieuwe focus op doelgroepen en wijken, naast een heldere posi-

Kredietcrisis

tionering van de welzijnsorganisaties. Dit resulteert voor

op de proef gesteld door de kredietcrisis. Enerzijds zal de crisis

ieder van de drie kerntaken van het welzijnswerk in een

leiden tot meer mensen die aan de kant staan. In de woorden

veranderopgave.

van Jet Bussemaker: ‘Juist nu moet worden ingezet op de ver-

Jaren vijftig?

Het nieuwe elan in welzijnsland wordt nu

bindende kracht van welzijn’. Anderzijds zullen gemeenten De eerste opgave luidt: meer aandacht

moeten bezuinigen vanwege teruglopende rijksinkomsten.

voor het versterken van sociale netwerken op een manier

Welke richting je daarin ook kiest, een helder afwegingskader

passend bij deze tijd. Sociale netwerken versterken past ui-

is onontbeerlijk. Met de drie beschreven opgaven is het wel-

teraard helemaal in de filosofie achter de Wmo. ‘Passend bij

zijnswerk klaar voor de toekomst.

deze tijd’ wil zeggen: niet terugverlangen naar de jaren vijftig van de vorige eeuw. Het welzijnswerk zal moeten inspelen op

Jan Willem Duker is programmamanager Wmo, gemeente Haarlem

nieuwe vormen van solidariteit en betrokkenheid. Dat kan

(jwduker@haarlem.nl).

5

TSB_03_10.indd 5

sociaalbestek 3/2010

2/26/2010 6:47:29 PM


Welzijn nieuwe stijl

Manifest Eropaf! 2.0

De huisarts van het sociale Max Huber en Marc Räkers

Staatssecretaris Jet Bussemaker kreeg november vorig jaar het eerste exemplaar overhandigd van het manifest ‘Eropaf! 2.0 – Tien kernwaarden’. In dit manifest beschrijft de stichting Eropaf! hoe de houding van de sociale sector in Welzijn nieuwe stijl outreachend zou moeten zijn. Verbinden en versterken, daar gaat het om. Voor Sociaal Bestek werken de auteurs van het manifest één kernwaarde verder uit. ‘Outreachend werken defragmenteert en vormt een verbin-

zijn ‘onderhandelingen’ met dienstverlenings- en overheids-

dingsschakel tussen leef- en systeemwereld, tussen burgers en

instanties. Publieke diensten worden steeds meer gezien als

overheid.’ Dit is de derde kernwaarde uit het manifest ‘Eropaf!

producten die worden beoordeeld op kwantitatieve ‘output’.

2.0 – Tien kernwaarden’, waarop nader wordt ingegaan.

In navolging hiervan gaan sociale organisaties en professio-

Veel gemeenten en overheidsinstellingen worstelen met het

nals hun diensten formaliseren en protocolliseren. Dit leidt

verloren contact tussen burgers en overheid. Ruimer gefor-

tot een vlucht in steeds verdere vormen van specialisatie,

muleerd, met de afstand tussen tussen leef- en systeemwereld.

omdat specialistische diensten met duidelijk omschreven en

Met innovatieve websites, buurtbijeenkomsten, wijkschou-

afgebakende taken zich makkelijker laten protocolliseren, tel-

wen en allerlei andere initiatieven probeert men het contact

len en meten.

met de burger te herstellen. Hoewel de wil er duidelijk is, zijn de resultaten lang niet altijd succesvol. Het wantrouwen over

Wantrouwen Voor mensen die bureaucratische vaardig-

en weer blijkt groot en is niet van gisteren; dit is een jaar of

heden missen en/of problemen op meerdere terreinen heb-

twintig geleden ontstaan. Die kloof is niet zomaar even weer

ben, is deze ontwikkeling problematisch. Zij raken de weg

overbrugd.

snel kwijt in de hoeveelheid instanties, werksoorten, formu-

Vanaf de jaren tachtig raakt binnen de overheid een nieuwe

lieren en protocollen. Doordat hun situatie meestal afwijkt

besturingsfilosofie in zwang die stoelt op het principe dat

van het gemiddelde, passen zij niet binnen de protocollen en

de markt effectiever en efficiënter taken kan uitvoeren dan

lukt het vaak niet of slechts beperkt om de ondersteuning

een centraal georganiseerde overheid. Dit neoliberale markt-

te krijgen die ze nodig hebben. Hier botst de systeemwereld

denken leidt tot een meer zakelijke overheid, zowel fysiek

op de leefwereld en ontstaat op den duur afstand. De leefwe-

(steeds verder van de burger) als in regelgeving. Het ideaal-

reld moet in het format van de systeemwereld worden geperst

beeld is de consumerende en calculerende burger die zelf

en dat lukt niet. In het NRC Handelsblad (28-12-2009) be-

precies kan inschatten hoe hij maximaal voordeel haalt uit

schreef Herman Vuisje dit recent als volgt: ‘Nederland, waar

6

TSB_03_10.indd 6

sociaalbestek 3/2010

2/26/2010 6:47:29 PM


Welzijn nieuwe stijl

hulpverlenende instanties is in deze situaties geen sprake meer, wel van nodeloze – berustende – afhankelijkheid.

Tragisch

De schuldhulpverlening geeft een goed en te-

gelijk tragisch voorbeeld. Als iemand met schulden alleen gesprekken over de oorzaak van zijn schulden krijgt aangeboden, maar de schulden zelf niet worden aangepakt, heeft dit weinig zin. Andersom, als alleen de schulden aangepakt worden, maar niet gekeken wordt naar de oorzaak, is er op de langere termijn geen vooruitgang. Aandacht voor oorzaken en gevolgen is dus nodig om tot echte oplossingen te komen. Dit klinkt iedereen waarschijnlijk logisch in de oren en zo hebben de ontwerpers van de schuldhulpverlening het ook bedoeld. Desondanks heeft de schuldhulpverlening zich ontwikkeld tot een doorgespecialiseerde, technocratische industrie met een hoog juridisch gehalte. De cliënten van de schuldhulpverlening snappen hier meestal helemaal niets meer van en komen op grote afstand van hun hulpverlener te staan. Het proces van schuldsanering gaat volslagen langs hen heen. Het teloorgaan van de verbinding tussen vorm en inhoud in de schuldhulpverlening is mede oorzaak van het extreem lage rendement van deze forse (en behoorlijk dure) bedrijfstak binnen de sociale sector. Uiteindelijk is dit de overheid ook opgevallen en heeft zij de opdracht gegeven om de oorzaak van het lage rendement te onderzoeken. Conclusies en aanbevelingen van verschillende onderzoeken zijn min of meer Foto: stock

gelijkluidend: minder technocratie, minder juridische haarkloverij, meer contact met de cliënten en meer tijd om tot gedragsverandering van cliënten te komen. Minder systeemHet proces van schuldsanering gaat vaak volslagen langs de cliënt heen

wereld en meer leef- en belevingswereld dus.

voorzieningen zijn getrimd en teruggetrokken, taken zijn

Wijkcoach Door de problemen van mensen te defragmen-

dóórgedelegeerd en verantwoordelijkheden gespreid als pin-

teren en integraal aan te pakken, ontstaat voor iedereen meer

dakaas over een zuinig belegde boterham.’

grip op sociale problemen, niet in de laatste plaats voor de

Door deze gefragmentariseerde en doorgespecialiseerde aan-

betrokkenen zelf. Outreachend werken biedt juist weer meer

pak worden ook de problemen van cliënten in fragmenten

ruimte aan professionals die over de grenzen van instanties

bekeken. Dit leidt tot vervreemding, want zelf ervaren zij die

heen kunnen denken en handelen. Zij zijn de personificatie

opdeling in stukjes immers helemaal niet zo. Het is ook een

van wat vaak alleen op papier wordt opgeschreven – ‘er wordt

manier van onteigening. Cliënten voelen zich niet meer eige-

integraal gewerkt’ (let op de lijdende vorm) – en zelden in de

naar van hun problemen en nemen een afwachtende houding

praktijk wordt gebezigd.

aan. Het wantrouwen neemt ook toe. Het gevolg is dat ze even-

De groep waarmee moet worden gewerkt, vraagt ook om

eens de controle (en de oplossing) buiten zichzelf plaatsen en

zo’n samenhangende en doortastende aanpak. Mensen lij-

dus niet de verantwoordelijkheid nemen voor hun problema-

den immers niet aan een verzameling deelproblemen, maar

tiek. Van enige wederkerigheid tussen cliënten en dienst- en

aan een kluwenproblematiek, waarbij het ene probleem niet

7

TSB_03_10.indd 7

sociaalbestek 3/2010

2/26/2010 6:47:29 PM


Welzijn nieuwe stijl

te onderscheiden is van het andere. Daarom is een integrale

maatschappelijk werkende van oudsher had maar niet meer

aanpak nodig waarbij door één en dezelfde persoon op meer-

heeft, dan wordt een fors deel van de specialisten vanzelf

dere levensgebieden tegelijk ondersteuning wordt geboden.

overbodig. De experimenten die op dit terrein gaande zijn

Dat is wat outreachend werken kan realiseren.

(onder andere in Enschede en Rotterdam) zijn interessant en

Experimenten met een dergelijke aanpak in Enschede en

verdienen ruim aandacht. Daar kan een sleutel tot een effec-

Rotterdam bewijzen dat ook. In Enschede kwam het idee van

tieve en kwaliteitverhogende bezuiniging op zorg en welzijn

de gemeente. Daar vond men de figuur ‘wijkcoach’ uit. Deze

uit voortkomen. Voorwaarde is wel dat overheden ook in

kan dicht op de gezinnen met problemen werken en heeft

financiële zin integraal leren kijken: investeren in ambulant

de bevoegdheid om veel betrokken instanties en instellingen

en preventief welzijn leidt tot bezuinigingen bij intramurale

(onder andere DWI, Bureau Jeugdzorg, CIZ, Maatschappelijke

zorg, maar ook bij politie en justitie. Die dwarsverbanden en

Dienstverlening, woningcorporatie) aan het werk te zetten

effecten moeten we wel willen zien.

door precies aan te geven wat er van hen wordt verwacht. Dit werkt naar tevredenheid.

Vertrouwen

In Rotterdam koppelt men stagiaires van sociale opleidingen

tiever zijn als zij handelingsruimte hebben en vertrouwen

aan alleenstaande moeders; gezamenlijk doorlopen zij de

krijgen. Ze moeten niet hun hele doen en laten in tel- en

hulpverlening. De stagiaire is in het gezin aanwezig en heeft

meetbare eenheden hoeven te verantwoorden. Hun handelen

vooral een generalistische en coachende rol: zij brengt rou-

is geen product en moet ook niet meer als zodanig worden

tine in het huishouden en verleent pragmatisch hulp. Zodra

gedefinieerd. Door de vermeende marktwerking zijn op ver-

er enigszins stabiliteit is, wordt er gewerkt aan het verbeteren

trouwen en kwaliteit gebaseerde verhoudingen ingeruild voor

van de stijl van opvoeden. Op basis van de overtuiging dat

geïnstitutionaliseerd wantrouwen en schijntransparantie. De

iedereen zichzelf kan ontwikkelen, worden vooral de ‘Eigen

afrekencultuur is zover doorgeschoten dat professionals van

Krachten’ gestimuleerd (Eigen Kracht is het beslismodel dat

lieverlee maar zijn gaan ‘overprotocolliseren’. Deze cultuur

is ontwikkeld door onder meer de Eigen Kracht Centrale –

van wantrouwen zal doorbroken moeten worden. Waarmee

red.). Als huishouden en opvoeding in orde zijn, wordt er

we helemaal niet willen zeggen dat we tegen verantwoorden

nagedacht over werk of scholing, niet eerder. Bureau Frontlijn

zijn, integendeel. Maar verantwoorden en effect meten, kan

ontwikkelde deze methode ook vanuit kritiek op de verko-

ook anders dan in cijfers. Laat eens narratieve onderzoeken

kerde en procesgerichte traditionele werkwijzen. ‘Meegroeien

uitvoeren naar de effectiviteit van sociale interventies. Dan

van achterstandgroepen’ noemen ze hun model. Misschien

krijg je als beleidsmaker misschien wel veel meer kwalitatief

wel het mooiste is dat burgers die met succes het program-

bruikbare informatie dan door middel van de rituele kwanti-

ma hebben doorlopen, worden ingezet om weer anderen te

tatieve kwartaalrapportages.

helpen, geheel in lijn met de idealen van de Wmo en Welzijn

Minder marktwerking maakt weer nauwere samenwerking

nieuwe stijl.

mogelijk. Overheden, corporaties, zorg- en welzijnsinstellin-

Ontspecialiseren Outreachend werken wordt omarmd

Sociale professionals kunnen veel effec-

gen kunnen zich verenigen in stuurgroepen die gezamenlijke outreachende projecten aansturen. Geen samenwerking in de

door instellingen en overheden die constateren dat zij het

vorm van protocollen, handleidingen of ellenlange overleg-

met hun cliënten of burgers kwijt zijn en dit willen herstel-

gen, maar in de vorm van gezamenlijke en integraal werken-

len. De outreachend werker kan dan functioneren als verbin-

de – uitvoerende – teams waarin de betrokken organisaties

dingsschakel tussen de private leefwereld van cliënt(en) en de

ieder hun inbreng leveren. Teams die gedekt en aangestuurd

publieke systeemwereld.

worden door stuurgroepen waarin bestuurders en mana-

Om dit te bereiken zijn een paar stappen nodig, te begin-

gers zich op inhoud aan elkaar hebben gecommitteerd. Deze

nen met ontspecialiseren. De sociale sector is onderverdeeld

stuurgroepen moeten zich direct laten inspireren en voorlich-

geraakt in vele deelterreinen met evenzoveel specialisten en

ten door de mensen van de werkvloer. De lagen van tussenma-

hun organisaties met organisatiebelangen. Dat kan veel sim-

nagement die overal zijn ingebouwd tussen bestuur/directie

peler en goedkoper. Als we serieus investeren in de terugkeer

en uitvoering filteren vaak belangrijke informatie weg. Als de

van de breed opgeleide generalist, de rol die de algemeen

stuurgroepen beslissingen nemen op grond van informatie

8

TSB_03_10.indd 8

sociaalbestek 3/2010

2/26/2010 6:47:30 PM


Welzijn nieuwe stijl

deze persoon altijd als eerste – outreachend – aan zet. Deze figuur heeft de deskundigheid en bevoegdheid specialisten in te schakelen waar nodig; maar blijft wel verantwoordelijk voor de cliënten. Doorverwijzen, in de zin van over de schutting werpen, doet hij of zij niet. Klein voorbeeld: als iemand in de war is en wordt opgenomen voor behandeling, zorgt de huisarts van het sociale voor behoud van de woning. Deze professional blijft de cliënten actief volgen en ondersteunen zolang als nodig is. En zelfs daarna houdt hij of zij een vinger aan de pols.

Samenredzaamheid

De sociaal generalist die we

voor ons zien, is ook zeer bedreven in het verbinden en activeren van sociale netwerken. Op een steunende manier maakt deze persoon families en andere sociale verbanden weer tot eigenaar van hun problemen, maar vooral ook van hun oplossingen. De sociaal generalist laat de netwerken, bijvoorbeeld door inzet van Eigen Kracht-conferenties, zelf hun oplossingen formuleren en ondersteunt actief bij het uitvoeren van deze plannen. Of, om met Pieter Hilhorst te spreken: de huisarts van het sociale is bij uitstek gericht op het bevorderen van ‘samenredzaamheid’. De huisarts van het sociale heeft, dat kan haast niet anders, en argumenten aangedragen door uitvoerend professionals

ook een praktijk met cliënten. Deze praktijk staat mid-

en zij daarmee het handelen van die professionals versterken,

denin de wijk of buurt waar hij of zij voor werkt. De maxi-

betekent dit ook dat de laatste groep zich weer gehoord weet.

maal haalbare omvang van het werkgebied moeten we in de

Dat draagt bij aan het hervinden van de beroepstrots en het

praktijk onderzoeken, maar effectieve kwaliteit moet hierin

zelfbewustzijn van professionals.

leidend zijn. We zijn er van overtuigd dat dit gedefragmen-

Huisarts

teerde model uiteindelijk vele malen goedkoper – en vooral Ontspecialiseren, meer handelingsruimte en

vele malen effectiever – zal blijken dan het huidige model

minder marktwerking zijn de drie termen die beleidsambte-

waarin soms tientallen hulp- en dienstverleners zich rondom

naren en politici als leidraad moeten menen bij het naden-

een ‘systeem’ scharen en er veelal geen millimeter beweging

ken over het herstellen van de verbinding tussen systeem en

ontstaat.

burger. Moeilijk? Welnee, in Enschede is men met de eerdergenoemde wijkcoaches al aardig op weg. Doordat de wijkcoa-

Max A. Huber en Marc Räkers zijn allebei werkzaam voor De

ches daar in dienst van de gemeente zijn, is marktwerking

Karthuizer, het onderzoeks- en ontwikkelinstituut van de Hogeschool

niet van toepassing.

van Amsterdam en zijn betrokken bij de stichting Eropaf! (www.eropaf.

Als we even creatief op deze ontwikkeling doordenken,

org) Rond het manifest Eropaf! 2.0 verzorgen zij ook bijdragen op maat

dan doemt het beeld van de ‘huisarts van het sociale’ op:

voor inspiratiebijeenkomsten, symposia, denktanks, congressen en der-

een breed opgeleide, sociale professional met verregaande

gelijke.

bevoegdheden. Bij alle serieuze of ernstige problemen van sociale aard komt deze professional altijd als eerste in beeld;

Het volledige manifest ‘Eropaf! 2.0’, met alle verwijzingen en bronnen, kost € 6

dus bij signalen van (kinder)mishandeling of verwaarlozing,

(inclusief verzending) en is te bestellen via de website of rechtstreeks per e-mail:

bij eenzaamheid, bij dreigende schulden of armoede, bij over-

marc@eropaf.org

last. Kortom, bij alle problemen van niet-medische aard is

9

TSB_03_10.indd 9

sociaalbestek 3/2010

2/26/2010 6:47:30 PM


Jeugdparticipatie

Naar een Nederlands Jeugdparticipatiefonds

350.000 kinderen buitenspel Harrie Postma

Ruim 350.000 kinderen in Nederland kunnen vanwege financiële belemmeringen niet aan sport of culturele activiteiten doen. Dat blijkt uit het rapport ‘Kunnen alle kinderen meedoen’ van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) dat verscheen in mei 2009. Een onverteerbare zaak voor Harrie Postma, directeur van het Jeugdsportfonds.

Het motto van zowel het Jeugdcultuurfonds als het

Sport is leuk om te doen en een zinvolle vrijetijdsbesteding,

Jeugdsportfonds is: alle kinderen moeten aan sport en cul-

want het heeft diverse positieve effecten. De gezondheid van

tuur kunnen doen! Het Jeugdsportfonds bestaat sinds 1999.

kinderen wordt bevorderd – als middel bijvoorbeeld in de

De ‘klik’ werd gevonden toen ik als jeugdhulpverlener merkte

strijd tegen obesitas. Het brengt kinderen sociale vaardighe-

welke bijdrage sport levert aan de integratie van jongeren in

den bij, omdat zij op respectvolle wijze moeten samenspelen

de maatschappij. Ik had Humphrey leren kennen die in 1992

en samenwerken met andere kinderen en volwassenen. Spe-

de Bijlmerramp van nabij had meegemaakt. Hij was zwaar

lenderwijs leren kinderen omgaan met regels en discipline.

getraumatiseerd en sloot zich volledig voor zijn omgeving af.

Sporten dwingt hen waardig om te gaan met verlies, terwijl

Totdat hij de kans kreeg te gaan voetballen en zichzelf ‘terug-

succes bijdraagt aan een positief zelfbeeld. De regelmaat van

vond’. Naar aanleiding van deze ervaring en het feit dat ik

training en wedstrijden biedt structuur en houvast. Sport be-

constateerde dat grote groepen kinderen die cliënt waren in

vordert de sociale cohesie en culturele integratie.

de Jeugdzorg behoorden tot de categorie zeer lage inkomens ontwikkelde ik het format van het Jeugdsportfonds. De for-

Missie Het Jeugdsportfonds ziet voor zichzelf een belang-

mule werkte en in 2009 kregen alleen al in Amsterdam ruim

rijke maatschappelijke taak weggelegd bij het realiseren van

2000 kinderen een extra sportkans. Met dank aan de Dienst

haar missie en visie. Deze taak wenst zij echter te blijven delen

Werk en Inkomen (DWI) die subsidie vanuit het armoedebe-

met de overheid. De inzet van het Jeugdsportfonds dient

leid beschikbaar stelde, naast de regeling van de gemeente.

tevens ter stimulering van de overheid om actief bij te dragen

10

TSB_03_10.indd 10

sociaalbestek 3/2010

2/26/2010 6:47:30 PM


Jeugdparticipatie

aan het laten sporten van kinderen uit achterstandsgroepen. Het Jeugsportfonds steunt op vier pijlers: Ÿ

Het kind. Het Jeugdsportfonds wil kinderen uit gezinnen met een minimuminkomen laten sporten bij verenigingen. (Er kan voor meer kinderen uit één gezin steun worden gevraagd.) De intermediair. Het Jeugdsportfonds werkt alleen via professionals die betrokken zijn bij de scholing en begeleiding en opvoeding van het kind (leraren, jeugdhulpverleners, artsen, buurtwerkers).

Ÿ

225 euro. Dit bedrag is gemiddeld nodig voor contributie, kleding en eventuele attributen. Het geld gaat direct naar de sportvereniging en de sportwinkel, niet naar ouders of kind.

Ÿ

Foto: Sportservice Noord-Holland

Ÿ

De sportvereniging. Het Jeugdsportfonds betaalt de

Hardlopen op het Olympiaplein in Amsterdam.

contributie voor een door NOC*NSF erkende sportver-

nauwe samenwerking met intermediairs worden gewerkt:

eniging. De aanwezigheid van het kind wordt gevolgd.

dichtbij het kind, dichtbij de lokale sportvereniging, dichtbij

Supporters

de donateurs. Het Jeugdsportfonds is actief op het raak-

Inmiddels zijn er 30 Jeugdsportfondsen in Nederland waar-

vlak van onderwijs, jeugdhulpverlening, gezondheidszorg en

van 11 provinciale Jeugdsportfondsen. Ze werken allen op de

integratie. De intermediairs spelen in de opzet van het fonds

zelfde wijze en in 2009 werden 12.000 sportaanvragen geho-

een cruciale rol. Zij zijn de onmisbare schakel tussen kind en

noreerd, een stijging van 20 procent ten opzichte van 2008.

club, tussen kansarm en kansrijk.

Het Jeugdsportfonds verwacht ook in 2010 een aanzienlijke

We hebben er zeer bewust voor gekozen om alleen via inter-

stijging, mede in verband met de gevolgen van de financiële

mediairs te werken en aanvragen van ouders of familie niet

crisis, verminderde inkomsten voor de sportclubs waardoor

te honoreren. Alleen dan namelijk weten we zeker dat de bij-

de contributies van de sportclubs in het seizoen 2010-2011

drage terecht komt op de juiste plek. Bovendien hechten we

ongetwijfeld zullen stijgen.

aan het professionele oordeel van de intermediair die als geen ander thuis is in de leefomgeving van het kind.

Cultuur

Een groot aantal ‘supporters’ levert financiële bijdragen.

ten dat er naast het Jeugdsportfonds ook een Jeugdcultuur-

Daaronder politici, bekende sporters, bedrijven, stichtingen

fonds moest komen. In hoog tempo worden nu ook overal

en particulieren. Iedereen kan meedoen. Waardering en steun

in Nederland Jeugdcultuurfondsen opgericht waardoor ook

voor het werk blijkt ook via (geld)prijzen, die de afgelopen

de participatie van jeugd op het gebied van kunst en cultuur

jaren werden ‘gescoord’, zoals de Hein Roethofprijs, de Edgar

kan groeien. Ook hier is het doel om financiële drempels

Doncker Fonds Integratieprijs, de Heb Hart voor je Stad

weg te halen, zodat kinderen uit een minder draagkrach-

Amsterdam Trofee en de IOC Trophy Sports & Community.

tig milieu de gelegenheid krijgen om actief kunst te beoefe-

In 2009 kreeg ik uit handen van wethouder Lodewijk

nen. Voor die kinderen is het anders nauwelijks weggelegd

Asscher, groot fan van het Jeugdsportfonds, de Amsterdamse

om zich te ontwikkelen door te musiceren, toneelspelen,

Sportpenning uitgereikt.

schilderen, dansen of schrijven. Het actief beoefenen van

Het Jeugdsportfonds is een ‘slanke’ en professionele orga-

kunst kost geld. Naast de vaak dure en individuele lessen, is

nisatie met een omvangrijk netwerk. Een groot aantal vrij-

er materiaal nodig, zoals instrumenten, kostuums of schil-

willigers is betrokken bij het indienen van aanvragen en de

dersbenodigdheden. Het Jeugdcultuurfonds stimuleert de

verwerking ervan. Omdat de procedures helder en eenvoudig

persoonlijke ontwikkeling van kinderen in achterstandspo-

zijn, is er nauwelijks overhead. Ook de intermediairs zet-

sities. Bovendien draagt het Jeugdcultuurfonds bij aan een

ten zich kosteloos in. Overal in Nederland kan gericht en in

creatieve en innovatieve samenleving. In de nota ‘Kunst van

In 2009 heeft minister Plasterk van OCW beslo-

11

TSB_03_10.indd 11

sociaalbestek 3/2010

2/26/2010 6:47:31 PM


Foto: Sportservice Noord-Holland

Jeugdparticipatie

Sport is leuk om te doen en een zinvolle vrijetijdsbesteding

Leven’ benadrukt minister van Cultuur, Ronald Plasterk,

aanvullend beleid zou formuleren, naast het toepassen van

het belang van actieve kunstbeoefening: ‘Het zelf beoefenen

eigen generieke maatregelen. Én-én beleid derhalve, bijvoor-

en ervaren van cultuur is de basis van het culturele leven’.

beeld naast een Ooievaarspas in Den Haag of de Upas in

Het ontwikkelen van de eigen creativiteit en het laten horen of

Utrecht ook het Jeugdcultuurfonds en het Jeugdsportfonds

zien wie je bent en wat er in je leeft, heeft grote effecten. Wie

inzetten.

aan kunst doet, krijgt meer zelfvertrouwen, het concentratie-

Er is een aantal redenen waarom te veel jeugdigen niet bereikt

vermogen neemt toe en het vergroot de sociale vaardigheden.

worden. In de grote steden zien we een enorm groot aantal

Deze effecten zijn juist zo belangrijk voor de groep kinderen

kinderen van migranten die via de beide fondsen een sport

in achterstandsposities.

en cultuurkans kan worden geboden. Deze redenen van niet

Hun zelfbewustzijn groeit, ze krijgen meer oog voor hun kan-

gebruik of onvoldoende gebruikmaken van bestaande rege-

sen en meer zelfvertrouwen om ze aan te grijpen. Daarom wil

lingen zijn:

het Jeugdcultuurfonds dat ook deze kinderen de gelegenheid

Ÿ

Onbekendheid met de regelingen

krijgen om actief aan kunst te doen.

Ÿ

Schaamte om gebruik te maken van ‘armoede’-

Ambities

regelingen Geconstateerd kan worden dat het een aantal

Ÿ

gemeenten maar ten dele lukt om een grotere groep jeugdigen te bereiken. Dit ondanks de inzet van diverse maat-

Desinteresse van de ouder(s)/verzorger(s) die zelf nooit aan sport en cultuur hebben gedaan

Ÿ

Onderstimulering van de sociaal culturele component

regelen in het kader van armoede en jeugdparticipatie. Het

(ouders hebben zelf niet in verenigings- of clubverband

Jeugdcultuurfonds en het Jeugdsportfonds kunnen een be-

aan sport en cultuur gedaan)

langrijke bijdrage leveren aan de door de staatssecretaris Jetta

Ÿ

Sociaal zwakke gezinnen, waarbij sprake is van een per-

Klijnsma eerder uitgesproken ambities van het kabinet Bal-

manente druk op het bestedingspatroon, zijn aan het

kenende betreffende het vergroten van de jeugdparticipatie

overleven en komen niet toe aan het stimuleren van hun

van kinderen en jongeren in een achterstandssituatie.

kinderen om aan sport of cultuur te doen

Het Jeugdsportfonds en het Jeugdcultuurfonds kunnen het verschil maken indien een groter aantal gemeenten

12

TSB_03_10.indd 12

Ÿ

Gezinnen die in de jeugdhulpverlening terecht komen (er is een verband tussen cliënt zijn in de jeugdzorg en laag

sociaalbestek 3/2010

2/26/2010 6:47:32 PM


Jeugdparticipatie

inkomen) maken in mindere mate gebruik van de lokale generieke maatregelen en staan onnodig buitenspel.

Fiftyfifty Het Jeugdsportfonds en het Jeugdcultuurfonds creëren niets nieuws, maar sluiten aan bij bestaande infrastructuur. Mede in het kader van de Brede School en de inzet van Combinatiefunctionarissen kunnen grotere groepen jeugdigen begeleid worden naar de sport en cultuurinstellingen. gebruik van een Aanvraagregistratiesysteem (AVR) waardoor op een simpele en efficiënte manier de professionals via www.jeugdsportfonds.nl en www.jeugdcultuurfonds.nl een aanvraag kunnen doen. Door gebruik te maken van het AVR wordt meten: weten. Daardoor kunnen alle gemeenten op

Foto: Jeugdsportfonds

Beide fondsen werken exact op dezelfde wijze en maken

Er is gemiddeld 225 euro nodig voor contributie, kleding en attributen

elk gewenst moment over data beschikken die inzicht biedt in aantallen kinderen, jongens of meisjes, leeftijden, soorten

manieren, bijvoorbeeld door een jaarlijkse collecte, het wer-

sport- of cultuuractiviteiten, gebruik van sport en cultuurfa-

ven van donateurs en het organiseren van inzamelacties. Met

ciliteiten en over de duur van de activiteiten waarvoor een

dit geld kunnen extraatjes mogelijk gemaakt worden voor

vergoeding is gegeven.

kinderen die het hard nodig hebben. Vanuit hun kantoor in

De introductie en implementatie van het Jeugdsportfonds

Deventer worden aanvragen voor financiële steun toegekend,

en het Jeugdcultuurfonds is na toekenning van een gemeen-

bijvoorbeeld voor een fiets, een computer, vakantie of een

telijke subsidie in het kader van een prestatieafspraak bin-

Sinterklaasgeschenk. Zo dragen zij heel tastbaar bij aan een

nen drie maanden gerealiseerd. De overheadkosten voor de

beetje gewoon geluk.

gemeenten zijn beperkt, omdat op een simpele, niet bureau-

Het contact is gelegd met als doel om op termijn te komen

cratische wijze gewerkt wordt en gebruik wordt gemaakt van

tot een overkoepelend Nederlands Jeugdparticipatiefonds

reeds positief beproefde concepten.

met vier sterke merken, te weten het Nationaal Fonds

Het Jeugdsportfonds en het Jeugdcultuurfonds streven op

Kinderhulp, het Jeugdcultuurfonds, het Jeugdsportfonds en

lange termijn naar een fiftyfifty financiering. Naast het ver-

het Jeugdeducatiefonds. Deze vier fondsen werken allen op

krijgen van gemeentelijke en provinciale subsidies zullen

dezelfde wijze en de aanvragers van de financiële middelen

initiatieven worden ontwikkeld om ook extra aanvullende

zijn de professionals uit de Jeugdzorg en het Onderwijs. Zij

gelden te genereren uit het private domein. Er wordt gedacht

kennen de behoefte van het kind of de jongere en de finan-

aan: donaties, fondswerving, sponsoring, support in het

ciële situatie van de ouder(s). Die professionals kunnen in

kader van maatschappelijk ondernemen, projectsubsidies van

samenwerking met de vier sterke merken er voor zorgen dat

vermogensfondsen en toekomstig beneficiantschappen van

in Nederland serieus werk wordt gemaakt van de jeugdparti-

een of meerdere loterijen.

cipatie van kinderen in een achterstandssituatie.

1+1=3

Harrie Postma is initiatiefnemer en directeur van het Jeugdsportfonds.

Het Jeugdsportfonds en het Jeugdcultuurfonds

werken zoveel mogelijk samen waardoor één plus één drie wordt. Maar er is meer, op dit moment is er intensief contact

Meer informatie:

met het Nationaal Fonds Kinderhulp.

www.jeugdsportfonds.nl, harrie.postma@jeugdsportfonds.nl

Al 50 jaar zet Kinderhulp zich als landelijk opererend fonds

www.jeugdcultuurfonds.nl, bertien.minco@jeugdcultuurfonds.nl

in voor kinderen die te maken hebben met ernstige proble-

www.kinderhulp.nl, jan.wezendonk@kinderhulp.nl

men in de thuissituatie. Niet door zelf (jeugd)zorg te bieden, maar door geld in te zamelen. Dit gebeurt op verschillende

13

TSB_03_10.indd 13

sociaalbestek 3/2010

2/26/2010 6:47:34 PM


Arbeidsmarktbeleid

Haagse invloed op regionale samenwerking

Tussen Rijk en regio Maarten Dolfing, Margriet Jongerius en Peter Wesdorp

Het ministerie van SZW heeft de regio’s onlangs in een onderzoek (quick scan) gevraagd naar hun ervaringen met sturing vanuit de Haagse departementen op het regionale arbeidsmarktbeleid. Het onderzoek laat een aantal interessante ontwikkelingen zien. Die zijn mede aanleiding voor de departementen om de krachten te bundelen en in de praktijk meer gezamenlijk op te trekken in de regio. Een impressie van het onderzoek. Het goed aansluiten van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt

sociale werkvoorziening. Arbeidsmarktbeleid is vooral regio-

is een vraagstuk van alle tijden. We kijken momenteel noodge-

naal beleid. De samenwerking tussen deze spelers komt niet

dwongen vooral naar conjuncturele vraagstukken: het opvan-

vanzelf tot stand. Afhankelijk van het onderwerp is de ene dan

gen van de gevolgen van de economische crisis. Daarnaast

wel een andere partij de regisseur in het netwerk.

zijn en blijven er meer structurele opgaven waarvoor we staan en die actie vragen. Die vraagstukken gaan mede over vergrij-

Sturing Rijk

zing, flexibilisering, internationalisering en mobiliteit.

in het beleidsprogramma een aantal belangrijke economi-

Aansluiting tussen vraag en aanbod vindt vooral op regionaal

sche en sociale doelstellingen opgenomen die raken aan de

niveau plaats, met een stevige eigen verantwoordelijkheid voor

arbeidsmarkt. Dat is mede de reden dat verschillende depar-

werkgevers en werknemers. In veel gevallen loopt dit proces

tementen het regionaal arbeidsmarktbeleid en de partijen die

vanzelf: mensen zoeken een baan, bedrijven werknemers,

daarin een rol hebben, stimuleren. Er is met andere woorden

instituties leiden hiervoor op. Maar waar dit niet vanzelf

sprake van departementale sturing op het regionale arbeids-

gebeurt, dient een goed arbeidsmarktbeleid onvolkomenhe-

marktbeleid. Een aantal voorbeelden:

den weg te nemen en kansen te benutten. Een goede werking

Ÿ

Het kabinet had bij zijn aantreden (2007)

Het ministerie van VROM/WWI richt zich via het

van de arbeidsmarkt en een effectief arbeidsmarktbeleid ver-

Deltaplan Inburgering op het tot stand komen van duale

eist een goede samenwerking tussen alle relevante partijen in

trajecten voor re-integratie en inburgering en op inburge-

de regio. Dat zijn spelers als (individuele) werkgevers, regio-

ring op de werkvloer.

nale opleidingscentra, hoger beroepsonderwijs, kenniscentra,

Ÿ

Het ministerie van SZW stimuleert onder meer het terug-

gemeenten, werknemersorganisaties, UWV WERKbedrijf,

dringen van de oplopende jeugdwerkloosheid via het

re-integratiebedrijven, uitzendbureaus en bedrijven in de

Actieplan Jeugdwerkloosheid.

14

TSB_03_10.indd 14

sociaalbestek 3/2010

2/26/2010 6:47:35 PM


Arbeidsmarktbeleid

netwerken (SZW, LNV). Soms zijn er duidelijke kwantitatieve doelstellingen (WWI), andere keren ligt het accent op kwalitatieve afspraken (LNV) en dan weer wordt de invulling aan de regio zelf overgelaten (Actieplan Jeugdwerkloosheid). Bij inburgering geldt bijvoorbeeld een duidelijke outputfinanciering: alleen geld voor te leveren prestaties. Bij de aanpak van de jeugdwerkloosheid koppelt SZW, mede op verzoek van de Tweede Kamer, de financiële bijdragen aan de regio voor 2010 aan de resultaten uit 2009; LNV legt deze relatie vooralsnog niet. Naast geld sturen departementen ook graag met ‘oliemannetjes’ en steeds vaker worden de prestaties van regio’s in vergelijkende onderzoeken (benchmarks) tegen elkaar afgezet. Foto: stock

Regio-indeling

Departementen hanteren verschillen-

de regio-indelingen. Soms legt een departement die van boSZW en OCW stimuleren samen in de projectdirectie Leren & Werken een leven lang leren.

Ÿ

Ÿ

Ÿ

Ÿ

venaf op, soms bepaalt de regio die van onderaf. Zo hanteert SZW op het terrein van de arbeidsmarkt een indeling in der-

Het ministerie van OCW werkt aan het terugdringen van

tig regio’s gekoppeld aan de dertig ‘plusvestigingen’ van de

schooluitval en de aansluiting van het beroepsonderwijs

uitvoeringsorganisatie UWV. OCW werkt bij de aanpak van

van de vraag van de arbeidsmarkt (Aanval op de schooluitval

schooluitval met de 39 RMC regio’s. Partijen op het terrein

en Strategische agenda MBO).

van leren en werken, konden zelf de regio-indeling bepalen

Het ministerie van LNV stimuleert het aanbod van

en dat werden 47 regionale verbanden. WWI richt zich tot

geschikt personeel voor de agrarische sector (Beleidsopgave

dusver vooral op de 52 gemeenten met de meeste inburge-

opleiding en arbeidsmarkt).

raars. LNV stuurt niet zozeer op regio’s, maar op in sectoren

Het ministerie van EZ bevordert in samenwerking met

ingedeelde productschappen.

SZW en OCW via de Taskforce Technologie Onderwijs en

Ook verschillen de departementen in de partijen die zij in de

Arbeidsmarkt de samenwerking tussen partners om een

regio als trekker aanwijzen voor het specifieke thema. Soms

oplossing te vinden voor het tekort aan technici.

zijn organisaties trekker, soms personen. Het UWV vervult

SZW en OCW stimuleren samen in de projectdirectie

bijvoorbeeld de leidende rol bij de mobiliteitscentra tegen de

Leren & Werken een leven lang leren.

crisis, terwijl gemeenten deze rol vervullen in het Actieplan

Filosofie

Jeugdwerkloosheid. De taskforce Technologie, Onderwijs en Het onderzoek laat een aantal interessante ver-

Arbeidsmarkt zet weer regionale boegbeelden uit verschillen-

schillen zien in de wijze waarop de departementen sturen. De

de partijen in. De directie Leren & Werken liet partijen in de

hiervoor genoemde departementen zijn ook gevraagd naar

regio zelf een organisatie kiezen die als trekker fungeert.

hun sturingsfilosofie; waarom denken zij dat hun wijze van beïnvloeding effectief zal zijn? Een belangrijke factor daarin

Verschillen

is de mate van vertrouwen van een departement in de kracht

initiatieven? Hoe beleven zij de verschillen? Denken zij dat

van partijen om de gewenste ontwikkelingen tot stand te

het effectief is? Het onderzoek laat daarover enkele opmer-

brengen. Een deel van de verschillen komt ook door de ma-

kelijke zaken zien. Het onderzoek vond plaats op basis van

nier waarop in het verleden is gestuurd.

interviews met bestuurders en regionale groepsgesprekken

Alle departementen beseffen het belang van regionale

met bij de arbeidsmarkt betrokken organisaties.

samenwerking tussen de diverse partijen. Toch richten som-

Regio’s vinden het in het algemeen zeer wenselijk dat de

mige departementen zich vooral op individuele organisa-

departementen een bepaalde (vaste?) regio-indeling aanhou-

ties (WWI, OCW) en andere juist op de regionale ketens en

den. Geen regio-indeling is voor de betrokkenen ook geen

Wat vinden partijen in de regio van al die

15

TSB_03_10.indd 15

sociaalbestek 3/2010

2/26/2010 6:47:35 PM


Arbeidsmarktbeleid

oplossing. Voor de schaal van dertig regio’s waarmee SZW nu werkt , bestaat draagvlak – rekening houdend met enige flexibiliteit. Die schaal zou voor alle initiatieven voor de arbeidsmarkt gehanteerd moeten worden. Een stabiele indeling die ook enige tijd blijft gelden, zorgt voor duidelijkheid voor alle betrokkenen (niet in de laatste plaats werkgevers) en laat investeringen in een regionale infrastructuur renderen. Alleen al voor regionale arbeidsmarktinformatie is een vastomlijnde regio-indeling van belang. Er moet in de plannen wel voldoende ruimte zijn voor verschillen tussen regio’s, zoals nu bijvoorbeeld gebeurt bij de actieplannen Jeugdwerkloosheid. De problemen in de grote stad zijn nu eenmaal anders dan in kleine steden of op het platteland. Met name bij initiatieven voor de onderkant van de arbeidsmarkt lijkt het beter op lokale schaal te opereren die al lang langs de kant staan en veel zorg nodig hebben.

Duidelijke rollen Een stabiele schaal van dertig regio’s zorgt er ook voor dat duidelijk is wat van de verschillende partijen verwacht wordt in het beoogde resultaat. Nu hangt

Foto: stock

dan op een regionale schaal. Denk bijvoorbeeld aan mensen

Het ministerie van Economische Zaken hoopt een oplossing te vinden voor het tekort aan technici

de onderlinge taakverdeling (vaak) af van het te bereiken

appels met peren vergelijken. Niet ieder arbeidsmarktvraag-

doel. De rollen zijn daardoor niet vastomlijnd en niet direct

stuk leent zich ervoor om vooraf afspraken te maken over de

helder. Ook moet de rol van de dertig zogenoemde ‘plusge-

te leveren prestaties. Dan liggen afspraken over de kwaliteit

meenten’ (gemeenten met een UWV-plusvestiging) duidelij-

van het geleverde of simpelweg het budget (inputfinancie-

ker gemaakt worden. Andere gemeenten zijn soms bang dat

ring) meer voor de hand.

de eigen taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden uit-

Het extra geld dat vaak samenhangt met sturingsinitiatieven

gehold worden. Duidelijk moet zijn dat de ‘plusgemeenten’

van het Rijk leidt tot uiteenlopende resultaten. In sommige

weliswaar een coördinerende verantwoordelijkheid hebben,

regio’s helpt het initiatieven van de grond te tillen, in andere

maar dat iedere gemeente zelf verantwoordelijk blijft voor

regio’s leidt het tot vertraging van al in ontwikkeling zijnde

het eigen resultaat. Het Rijk zou de bestuurders van de der-

plannen. Het Rijk mag er soms wel wat meer op vertrouwen

tig gemeenten moeten helpen die rol duidelijker te maken,

dat een regio problemen zelf kan oplossen. Extra geld is vaak

omdat die nu te uiteenlopend en persoonsgebonden wordt

vooral handig voor de opstartkosten, maar in de praktijk

uitgevoerd.

wordt het daar zelden voor gegeven.

Afspraken Regio’s lijken doordrongen van de urgentie en

Tellen vooral de resultaten (het ‘wat’) dan dient de verantwoording aan het Rijk daar ook op gericht te zijn. Nu moe-

de noodzaak om klinkende resultaten te behalen. Een stevige

ten regio’s zich nog vaak verantwoorden over hoe iets wordt

autonomie van de regio gaat volgens diezelfde regio gepaard

gedaan (het ‘hoe’). De regio’s vinden het prima als het Rijk

met resultaatafspraken, prestatiefinanciering en transparan-

goede voorbeelden voor het ‘hoe’ verspreidt.

tie over prestaties. Het resultaat dient wel vooraf en zoveel mogelijk in overleg tussen Rijk en regio vastgelegd te wor-

Oliemannetjes

den. De spelregels en de manier waarop het resultaat wordt

in de gedachte dat partijen in de regio moeten samen-

verantwoord, moeten vooraf helder zijn. In de regio is veel

werken om resultaat te boeken. Zij heten vaak account-

draagvlak voor het vergelijken van resultaten via benchmar-

managers of procesmanagers. Hun meerwaarde is het

king, op voorwaarden dat het eerlijke vergelijkingen zijn, niet

grootst wanneer hun rol eenduidig en helder is en als zij

16

TSB_03_10.indd 16

Oliemannetjes (v/m) passen goed

sociaalbestek 3/2010

2/26/2010 6:47:35 PM


Foto: stock

Arbeidsmarktbeleid

Het Deltaplan Inburgering zet in op duale trajecten voor re-integratie en inburgering, naast inburgering op de werkvloer

daadwerkelijk ondersteuning bieden door bijvoorbeeld vra-

onlangs met elkaar vastgesteld dat interdepartementale

gen uit de regio snel met het departement af te kaarten. De

samenwerking noodzakelijk is om efficiënter te werken en

regio’s hebben vooral baat bij meer integraal en resultaatge-

bestuurlijke drukte tegen te gaan.

richt accountmanagement. De persoonlijke kwaliteiten van

Het voornemen is om de indeling in dertig arbeidsmarktregio’s

de accountmanagers en het opbouwen van een vertrouwens-

bij de sturing als uitgangspunt te nemen. Een interdepartemen-

relatie met de betrokkenen in de regio zijn daarbij belangrijke

tale werkgroep bekijkt de komende maanden welke beleids-

succesvoorwaarden.

inhoudelijke thema’s een regionale aanpak vergen en hoe de

Taskforcemoeheid

departementen het accountmanagement, de geldstromen en De regio’s geven aan dat bij hen

de communicatie van en naar de regio beter kunnen afstem-

sprake is van een zekere ‘taskforcemoeheid’, vooral als deze

men. Daarnaast vinden op korte termijn gesprekken plaats met

taskforces zichzelf sterk profileren. De ondersteuning van-

de VNG, Divosa en het UWV hoe zij kunnen bijdragen aan ver-

uit projecten en taskforces moet volgens de regio’s zoveel

betering van de werkwijze in de richting van de regio.

mogelijk dienstbaar zijn aan de wensen uit de regio. Dit be-

Al met al is er zowel op departementaal als op regionaal en

tekent bijvoorbeeld: geen eigen communicatiecampagnes,

lokaal niveau de wil en de wens om krachten te bundelen

maar aansluiten bij de regionale communicatie. Het Rijk

en in de praktijk effectiever gezamenlijk op te trekken in de

dient (liefst vooraf) de verschillende op de arbeidsmarkt ge-

regio, met als doel het regionale arbeidsmarktbeleid een flin-

richte beleidsmaatregelen en projecten goed op elkaar af te

ke impuls te kunnen geven.

stemmen. Vraag je van regio’s om zoveel mogelijk integraal te werken, dan moet je dit op rijksniveau ook doen, zo is de

De auteurs waren respectievelijk namens de opdrachtgever (Maarten

boodschap.

Dolfing, Ministerie van SZW) en de opdrachtnemer (Margriet

Hoe nu verder? Departementen zullen de komende tijd blijven

Jongerius, Management & Advies en Peter Wesdorp, WhatWorks, met

sturen op het regionaal arbeidsmarktbeleid. Het onderzoek

Silvia Bunt, Regioplan Beleidsonderzoek) samen betrokken bij de

levert munitie op voor het gesprek tussen departementen en

uitvoering van de Quick Scan naar departementale sturing op het

partijen uit het veld, hoe dit het beste kan gebeuren. De direc-

arbeidsmarktbeleid. Deze is najaar 2009 uitgevoerd. Vragen over het

teuren-generaal van OCW, SZW LNV, EZ en WWI hebben

onderzoek? Mail tussenrijkenregio@gmail.com.

17

TSB_03_10.indd 17

sociaalbestek 3/2010

2/26/2010 6:47:36 PM


Jeugdbeleid

Jeugdsignaleringssystemen

Bundel de krachten Victor Alting van Geusau

In praktijk blijken instanties en professionals in het onderwijs- en jeugdzorgveld te vaak langs elkaar heen te werken. Men stemt ook niet goed af bij de zorgverlening rond een jongere. Om jongeren goed te kunnen helpen, is een soepele samenwerking, met ondersteuning van een jeugdsignaleringssysteem, noodzakelijk tussen alle partijen in de jeugdketen.

Op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning

regelmatig voor dat meerdere professionals uit verschillende

(Wmo) zijn de gemeenten in Nederland verantwoordelijk

gemeenten zich bezighouden met dezelfde jongere. Zij wer-

voor de lokale invulling van de maatschappelijke ondersteu-

ken echter onwetend van elkaars activiteiten langs elkaar

ning en het Jeugdbeleid. Jongeren kunnen op grond van dit

heen en wisselen informatie onvoldoende uit. Het blijkt ook

laatste te maken krijgen met diverse gemeentelijke en niet-

dat professionals elkaar vaak onvoldoende kunnen vinden,

gemeentelijke hulpinstanties zoals Bureau Jeugdzorg, instel-

waardoor samenwerking niet mogelijk is.

lingen op het gebied van de jeugdgezondheidszorg (JGZ),

Problemen kunnen alleen opgelost worden als men bereid

speciaal onderwijs, pleegzorg, huisvesting en maatschappe-

en in staat is de krachten te bundelen. Die bereidheid die-

lijke dienstverlening. Ook kunnen zij te maken krijgen met

nen partijen gezamenlijk op te brengen – op basis van slui-

Werkpleinen (voorheen BVG – Bedrijfsverzamelgebouw, waar

tende afspraken binnen een convenant. Deze samenwerking

SZW, het CWI en het UWV onder één dak verbleven) en het

is echter ondergeschikt aan de regels met betrekking tot de

Regionaal Meld- en Coördinatiepunt voortijdig schoolverla-

privacybescherming en andere wettelijke beperkingen, zoals

ten (RMC), waarmee ze binnen de keten werk-inkomen-zorg

het gebruik van het burgerservicenummer. Daarom dient de

vallen. Met 85 procent van de jeugd gaat het in Nederland

overheid ervoor te zorgen dat de professionals optimaal gefa-

goed. De overige 15 procent staat voor de ouders en kinderen

ciliteerd worden om samen te kunnen werken, door in ieder

die aangeven wel eens hulp nodig te hebben. Als het gaat om

geval de wettelijke basis daarvoor te leggen.

serieuze en zwaardere vormen van hulp, dan gaat het ‘slechts’

Wat betreft de privacyproblematiek hebben het College

om enkele procenten van deze 15 procent. Toch betreft het

bescherming persoonsgegevens en juristen van het ministerie

hier nog altijd honderdduizend probleemjongeren, die vooral

van Justitie geconcludeerd dat het vastleggen en doorgeven

overlast veroorzaken of geweld gebruiken dan wel het slacht-

van louter dát-informatie1 niet in strijd is met de privacyre-

offer zijn van huiselijk geweld, alcoholisme van de ouders,

gels. Iedereen die met een van dergelijke jeugdsignalerings-

een slechte opvoeding, verkeerde vrienden, et cetera.

systemen gaat werken, moet wel aan een aantal voorwaarden

Uit diverse onderzoeken is meer en meer duidelijk geworden

voldoen. Hierover zijn regels afgesproken en deze zijn vast-

wat de problemen en de oorzaken daarvan zijn. Zo komt het

gelegd in een privacyprotocol, dat door betrokken partijen

18

TSB_03_10.indd 18

sociaalbestek 3/2010

2/26/2010 6:47:36 PM


Jeugdbeleid

wordt onderschreven. De belangrijkste regel is dat jeugdigen en/of diens ouders/verzorgers in bepaalde situaties geïnformeerd moeten worden. Op die manier kunnen signalen over jeugdigen buiten de gemeente of regio eveneens worden uitgewisseld. Hierna wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste jeugdsignaleringssystemen in Nederland en hun leveranciers. Deze systemen zijn gericht op jongeren in de leeftijdscategorie van 0 tot 23 jaar. De informatie is ontleend aan toelichtingen van de overheid en aan wat de leveranciers over hun systemen hebben verstrekt op internet. De beschikbare informatie is zo waardevrij mogelijk weergegeven.

Verwijs Index Risicojeugdigen (VIR)

‘Pro-

grammaminister Jeugd en Gezin’ André Rouvoet, heeft direct na zijn aantreden als vicepremier in februari 2007, het initiatief genomen tot het invoeren van een landelijk jeugdsignaleringssysteem: de VIR (Verwijs Index Risicojeugdigen). De VIR is een onderdeel van zijn ‘Beleidsprogramma voor Jeugd en Gezin’2 en betreft onder andere een ICT-toepassing die ten doel heeft om vroegtijdige en onderling afgestemde verlening van hulp, zorg of bijsturing te bevorderen ten behoeve van jongeren die bepaalde risico’s lopen. Het gaat alleen om Instanties uit de domeinen onderwijs, zorg, justitie en politie, werk en inkomen zullen gebruik gaan maken van de Verwijs Index om samen te werken. Het gaat dus in het bijzonder om

Foto: stock

de vastlegging van informatie in dienst van de signalering.

gemeentelijke instanties die (boven)gemeentelijk samenwerken. De VIR vindt zijn juridische basis in een aanvulling van

Verwijs Index. Voor een melding moet wel echt een risico zijn

de Wet op de Jeugdzorg. Deze is begin juli 2009 jaar door de

gesignaleerd.

Tweede Kamer goedgekeurd en op 2 februari dit jaar door de

De minister heeft benadrukt dat de VIR niet bedoeld is als

Eerste Kamer bekrachtigd. In deze wet wordt iedere gemeente

een systeem om alle contacten die professionals met jon-

verplicht om op zekere datum (aanvankelijk 1 januari 2010)

geren hebben te registeren. De VIR bevat louter dát-infor-

aangesloten te zijn op de VIR. De wethouder die Jeugd en Ge-

matie. Partijen leggen zich door het convenant vast op het

zin in zijn portefeuille heeft is daarvoor verantwoordelijk.

naleven van de afspraken over het doen van meldingen, over

Kern van de wettelijke regeling van de VIR is een juridische

het voeren van overleg na een match of signaal en over de

basis voor:

regievoering.

Ÿ

het melden van identificerende gegevens van risicojonge-

Het ministerie van Jeugd en Gezin beoordeelt, onder andere

ren in de VIR;

aan de hand van de tekst van het convenant dat op plaatselijk

het signaal dat twee of meer professionals ontvangen als

of regionaal niveau is gesloten, of wordt voldaan aan de wet-

er meer meldingen over een jongere zijn gedaan.

telijke eisen. Op basis daarvan beslist het ministerie of aan-

Ÿ

Er zijn meldcriteria3 opgesteld door professionals uit de

sluiting op de landelijke VIR mogelijk is.

jeugdketen die als handreiking door de minister worden

De ICT-toepassing VIR is totstandgekomen in samenwerking

aangeboden. Het is aan de professionals om een afweging te

met een aantal expertgemeenten op het terrein van Jeugdbeleid

maken of ze uiteindelijk een kind of jongere melden in de

en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en gerealiseerd

19

TSB_03_10.indd 19

sociaalbestek 3/2010

2/26/2010 6:47:36 PM


Jeugdbeleid

dexen genoemd) aansluiten op de VIR. In beginsel zal dus niet Een voorbeeld van een melding/risicosignalering vanuit

rechtstreeks op de VIR worden aangesloten. Ook de ontwik-

de keten werk-inkomen-zorg zou bijvoorbeeld kunnen

keling van lokale jeugdsignaleringssystemen is onderdeel van

zijn dat de betrokken professional heeft vastgesteld dat de

het Beleidsprogramma voor Jeugd en Gezin. De signaleringssyste-

jongere waarmee hij te maken heeft, niet meer leerplich-

men ondersteunen de samenwerking tussen professionals

tig is, maar geen baan heeft, geen praktijkonderwijs volgt,

door signalen van professionals over jeugdigen uit heel Ne-

geen startkwalificatie bezit, geen vrijwilligerswerk verricht

derland bij elkaar te brengen. In de meeste gevallen betreffen

en/of onvoldoende participeert in de samenleving.

dit risicosignalen, maar er zijn ook systemen waarmee andere signalen kunnen worden uitgewisseld. Deze gaan alleen niet naar de VIR, omdat daarmee alleen dát-informatie wordt uitge4

door de ICT Uitvoeringsorganisatie van de overheid (ICTU ).

wisseld. Voorts wordt met een lokaal signaleringssysteem de

De Verwijs Index is beschikbaar via internet. De gebruikers

coördinatie van zorg in de keten ondersteund. De gemeente

benaderen de Verwijs Index vanuit eigen systemen of via een

stelt het signaleringssysteem ter beschikking, draagt er zorg

webinterface. Ze ontvangen daarnaast informatie per e-mail.

voor dat zorgcoördinatie wordt uitgevoerd op basis van bin-

De ICT-toepassing VIR kent de volgende hoofdfuncties:

dende convenantafspraken en ziet erop toe dat deze afspra-

Ÿ

ken door de betrokken partijen worden nageleefd.

Meldingen (risicosignalering)

Dit betreft het melden van een risico met betrekking tot een

De ketenpartij zal in de meeste gevallen aansluiten op de

jongere tussen de 0 en 23 jaar, door één of meer professionals,

gemeentelijke verwijsindex via een eigen cliëntregistratiesys-

actief in de jeugdgezondheidszorg, het onderwijs, de jeugd-

teem. Deze – vooral technische – koppelingen worden gere-

zorg of bij justitie. Het risico richt zich daarbij op problemen

aliseerd door de systeemeigenaren en hun leveranciers. De

die de persoonlijke ontwikkeling bedreigen en waardoor de

gegevens die tussen de VIR en een lokale verwijsindex worden

jongere buiten de maatschappij dreigt te vallen;

uitgewisseld (zijnde het risicosignaal) betreffen in beginsel

Ÿ

de NAW-gegevens van cliënt en betrokken professional. In

Contactgegevens

De professionals kunnen een risico melden via de website ‘ver-

figuur 1 wordt op hoofdlijnen een schema gegeven van hoe

wijsindex.nl’, via een lokaal signaleringssysteem of via een van

de betrokken systemen met elkaar ‘praten’. Samenwerking

de landelijk werkende, sectorale systemen. Zoals het systeem

tussen gemeenten onderling, die niet hetzelfde jeugdsignale-

van de Raad voor de Kinderbescherming of het toekomstig

ringssysteem hanteren, wordt dus alleen op basis van uitslui-

Elektronisch Kind Dossier. Bij twee of meer meldingen over

tend risicosignalen via de VIR gefaciliteerd.

één jongere aan de VIR krijgen professionals automatisch een mailtje dat er een melding is gedaan en door wie, met vermel-

Multisignaal

ding van de contactgegevens. Ze kunnen dan contact opnemen

opgericht, onder supervisie van de expertgemeenten die be-

met elkaar om samen te werken. Als een jongere verhuist, meldt

trokken zijn bij de VIR, met de exclusieve opdracht de lokale

de Gemeentelijke Basis Administratie (GBA) dit aan de VIR;

samenwerking op het gebied van risicosignalering te bevor-

Ÿ

deren door het delen van kennis en techniek.

Afspraken

De organisatie Multisignaal5 is in 2006

Samenwerken vereist meer dan een ICT-toepassing. Heldere

Doel van deze samenwerking is het delen van de beheer- en

en sluitende afspraken zijn erg belangrijk. Wie is er eind-

ontwikkelkosten onder de gemeenten. Multisignaal is een

verantwoordelijk voor een kind? Wie coördineert er binnen

naamloze vennootschap, die de lokale risicosignalering en

gemeenten de zorg voor een jongere? Voordat zij kunnen

aansluiting op de VIR, alsmede de exploitatie en het beheer

aansluiten op de VIR moeten gemeenten hierover afspraken

van de verschillende systemen verzorgt. De organisatie heeft

maken met lokale partijen. Het systeem helpt gemeenten om

geen winstoogmerk.

de regie te voeren in het jeugdbeleid en verbetert de uitwisse-

70 procent van alle gemeenten is aangesloten op de VIR

ling van informatie.

via de risicosignaleringssystemen die gerealiseerd zijn door

Lokale systemen

Multisignaal. De functionaliteit is aanzienlijk uitgebreider De aangewezen weg is dat gemeen-

dan die van de VIR omdat er, naast de meldfunctionaliteit,

ten via hun lokale jeugdsignaleringssystemen (ook verwijsin-

ook functies geboden worden waarmee de afhandeling van

20

TSB_03_10.indd 20

sociaalbestek 3/2010

2/26/2010 6:47:37 PM


Jeugdbeleid

de samenwerking ondersteund wordt, de hoe-informatie. Multisignaal brengt de afspraken in beeld (plannen van aanpak), bewaakt de voortgang en levert managementrapportages over het functioneren van de samenwerking. Daarnaast biedt het systeem mogelijkheden om multidisciplinaire teams te ondersteunen bij de documentatie van hun samenwerkingsafspraken. De volgende signaleringssystemen zijn onder meer gerealiseerd en ingevoerd: SISA (Rotterdam), ESAR (Almere), ZIZEO (Leeuwarden), @risk (Utrecht), DVI (Drenthe) en HVI (Den Haag). Naast de levering van het risicosignaleringsysteem ondersteunt Multisignaal de professionals die ermee moeten werken. Naast trainingen en verspreiding van in de regio’s opgedane ervaringen, heeft Multisignaal een digitaal trainingsprogramma ontwikkeld: Verwijsindex.tv. Hiermee

Figuur 1

kunnen professionals in het hele land, ook in de niet-Multisignaal gebieden, gerichte uitleg krijgen over thema’s als

uitgewisseld tussen de professionals en de signaalgevers die

privacy, meldcriteria en de te voeren gesprekken met ouders.

betrokken zijn bij de jeugdige;

Daarnaast biedt het platform informatie over de samenwer-

Ÿ

kende instellingen, mogelijkheden om vragen beantwoord te

Als meer dan één instelling betrokken is bij een jeugdige of

krijgen en om voorbeeldsituaties te delen.

meerdere partijen hebben een signaal afgegeven, dan wijst

Zorg voor Jeugd

Ketencoördinatie

het systeem automatisch aan welke instelling de coördinatie 6

Zorg voor Jeugd is een systeem dat

heeft. Hierover zijn onderling afspraken gemaakt. De keten-

door het automatiseringsbedrijf Inter Acces is ontwikkeld

coördinator bepaalt per situatie of het nodig is om hulp te

en ook grotendeels ten behoeve van de gebruikers door Inter

verlenen en ketencoördinatie op te starten.

Access wordt beheerd. Het systeem maakt duidelijk welke instellingen betrokken

Matchpoint

zijn bij een jeugdige. Voorts wordt in Zorg voor Jeugd de

meente Amsterdam en de stadsregio’s. De Matchpoint-

coördinatie van zorg in de keten georganiseerd. Dat wil zeg-

applicatie is geënt op het systeem Zorg voor Jeugd en is op

gen dat er afspraken zijn vastgelegd over welke instelling de

maat gemaakt door Inter Access. Anders dan bij Zorg voor

verantwoordelijkheid draagt rondom de organisatie en uit-

Jeugd zal Matchpoint in belangrijke mate beheerd wor-

voering van het hulpaanbod aan een jeugdige. Het systeem

den door de gemeente zelf en in mindere mate door Inter

heeft drie hoofdfuncties.

Access.

Ÿ

Matchpoint bevat onder meer de volgende functies:

Ketenregistratie

Matchpoint7 is een initiatief van de ge-

De registraties van hulpvragen bij instellingen die zorg

Ÿ

verlenen aan jeugdigen, komen automatisch in Zorg voor

Een professional registreert een jongere in Matchpoint en

Jeugd te staan en worden daardoor uitgewisseld tussen pro-

geeft daarmee aan dat hij betrokken is bij de hulpverlening

fessionals die bij die jeugdige betrokken zijn. Op die manier

aan die jongere. Het is niet noodzakelijk dat het een risicojon-

wordt in het systeem voor de betrokken partijen zichtbaar

gere betreft in de zin van het begrip risicosignalering. Partijen

bij welke instellingen een jeugdige geregistreerd staat met

stellen hun eigen meldcriteria vast die minimaal voldoen aan

een hulpvraag;

de criteria voorgesteld door de VIR.

Ÿ

Alleen de professional die zelf een ketenregistratie heeft ver-

Signaalregistratie

Ketenregistratie

De professionals en andere signaalgevers kunnen hun zorg

richt, kan zien wie nog meer bij de betreffende jongere betrok-

over een jeugdige door middel van een signaal in Zorg voor

ken is. Aan de hand hiervan kunnen professionals direct con-

Jeugd direct kenbaar maken. Ook deze informatie wordt

tact met elkaar leggen;

21

TSB_03_10.indd 21

sociaalbestek 3/2010

2/26/2010 6:47:37 PM


Jeugdbeleid

VIS2

Het jeugdsignaleringssysteem VIS2 is ontwikkeld

door de gemeenten Enschede en Hengelo en wordt geïmplementeerd door de onafhankelijke organisatie Synestesia8. VIS2 kent de volgende functionaliteiten: Ÿ

Signalering

In VIS2 kunnen direct zorgsignalen worden ingevoerd. Ook kan een betrokkene zien of een cliënt al in behandeling is en wie het centrale aanspreekpunt is (casemanager). VIS2 is gekoppeld met de VIR. Het is ook mogelijk om VIS2 direct te koppelen met externe systemen. Zo kunnen betrokken instellingen direct zorgsignalen doorgeven aan VIS2 en casusinformatie ontvangen. De koppeling is gebaseerd op de NTA8023-norm. Dit is de standaard voor de communicatie van zorgsignalen en wordt ook gebruikt door de VIR; Ÿ

Communicatie

Aan een informatiesysteem wil een professional minimale tijd besteden en maximale ondersteuning krijgen. Via enkele eenvoudige schermen kan informatie worden toegevoegd en Figuur 2 Per provincie is aangegeven welk signaleringssysteem het meest is ver-

wordt de betrokkene geïnformeerd. Communicatie tussen

tegenwoordigd.

professionals vindt plaats aan de hand van berichtenverkeer, e-mail en chat.

Ÿ

Signalering

Ÿ

Regieondersteuning

Dit betreft het afgeven van een contact en/of contextsig-

Met behulp van VIS 2 kan de casemanager de casus behe-

naal, indien het risico rond een jongere onvoldoende kan

ren en besturen (casemanagement) door acties uit te zetten

worden beteugeld op grond van het inzicht van de ver-

en af te handelen. VIS 2 geeft de status van een casus aan

richte ketenregistraties. Op grond van convenantafspra-

(Geagendeerd, Archief, et cetera) en biedt de mogelijkheid om

ken kan een instantie of professional worden aangewezen

een overlegagenda op te stellen.

die in voorkomende gevallen het signaal gaat oppakken. Voorwaarde is dat de signalerende professional eerst een

Victor W. Alting van Geusau was van april 2008 tot en met decem-

ketenregistratie op de betreffende jongere heeft verricht.

ber 2009, in de rol van implementatiemanager, betrokken bij het pro-

De professional die een contactsignaal heeft afgegeven,

gramma Matchpoint, het jeugd signaleringssysteem van Amsterdam

heeft behoefte aan contact met een andere professional of

en de stadsregio. Op dit moment is hij DGA van het organisatie en

instantie die (nog) niet in de keten is geregistreerd. De pro-

adviesbureau Dutchland Governance Team BV, Emmastraat 51, 1213 AK

fessional die een contextsignaal heeft afgegeven, heeft er

Hilversum, tel: 035 622 93 97.

behoefte aan dat de groeps- of gezinssituatie van de betreffende jongere door de daartoe bevoegde instantie of profes-

Noten:

sional wordt uitgezocht.

1.

Ÿ

Zorgcoördinatie

Dát-informatie bevat géén inhoudelijke dossierinformatie; dus dát er iets aan de hand is, maar niet wát, wordt vrijgegeven

Op grond van convenantafspraken kan een zorgcoördinator

2.

www.jeugdengezin.nl

in de daarvoor aangegeven situaties/gevallen zijn aangewezen.

3.

www.meldcriteria.nl

Deze is eindverantwoordelijk voor de afstemming en samen-

4.

www.ictu.nl

werking tussen partijen die voor een jongere werken en voor

5.

www.multisignaal.nl

het afhandelen van signalen. Onderling kan de zorgcoördina-

6.

www.zorgvoorjeugd.nu

tie overgedragen worden van de ene op de andere professio-

7.

www.matchpoint.amsterdam.nl

nal, anders dan standaard is afgesproken in het convenant.

8.

www.synestesia.nl

22

TSB_03_10.indd 22

sociaalbestek 3/2010

2/26/2010 6:47:38 PM


Wet participatiebudget

Meer verantwoordelijkheid en kansen

Veel vrijheid voor gemeenten Joost Cornielje

Sinds de invoering van de Wet participatiebudget hebben gemeenten meer vrijheden en meer verantwoordelijkheden. De prioriteiten die voorheen door het Rijk werden bepaald, dienen gemeenten nu zelf te stellen. Dat betekent keuzes maken. Wie die keuzes niet maakt, zet een deel van zijn inwoners letterlijk langs de kant.

Participatie staat sinds het einde van de vorige eeuw hoog op

bevorderen van participatie werden ingevoerd dan wel aan-

de politieke agenda. ‘Iedereen moet meedoen’ is het credo.

gepast. Het participatiebudget geeft gemeenten geen nieuwe

Bij voorkeur door te werken. Dit streven naar participatie

taken, maar meer mogelijkheden. De drie budgetten worden

heeft de laatste jaren aan kracht gewonnen en is sterk lokaal

door gemeenten als één budget ontvangen, waarvoor twee

georiënteerd. Buurten en wijken staan centraal in het beleid

bestedingsregels gelden. De eerste regel is dat gemeenten het

en het Rijk heeft gemeenten een grotere rol toebedeeld. Meer

budget dienen te besteden aan ‘participatievoorzieningen’.

beleidsvrijheid en meer bestedingsruimte om tot lokaal maat-

De tweede regel is dat een participatievoorziening verstrekt

werk te komen. Maar met de vrijheid is ook de verantwoor-

mag worden aan iedere inwoner3 van 18 jaar of ouder en aan

delijkheid toegenomen. Gemeentebesturen leggen lokaal

16- en 17-jarigen onder voorwaarden.4 Met name deze twee-

verantwoording af over het gevoerde beleid en dragen zelf de

de regel betekent een verruiming van de mogelijkheden voor

financiële risico’s.

gemeenten ten aanzien van re-integratie, inburgering en vol-

Participatievoorzieningen

wasseneneducatie. De afgelopen jaren is

relatief veel participatiebevorderende wetgeving ingevoerd

Verkeersregels De Wet participatiebudget zet gemeen-

of aangepast1. Gemeenten zien zich geconfronteerd met een

ten nog meer achter het stuur. Gemeenten kunnen, op basis

groeiend aantal taken en bijbehorende budgetten, allemaal

van de lokale situatie, bepalen welke kant het participatie-

gericht op het bevorderen van participatie. De Wet participa-

beleid op moet en beschikken over de middelen om het ook

tiebudget bundelt sinds 1 januari 2009 drie van die budget-

daadwerkelijk die kant op te sturen. De verkeersregels zijn

ten2, met als doel barrières te slechten die lokaal maatwerk

een stuk overzichtelijker, maar het wegennet en het aantal

verhinderen waar het gaat om re-integratie, inburgering en

potentiële weggebruikers is een stuk groter. Gemeenten zul-

volwasseneneducatie. De wet is daarmee anders van karakter

len moeten kiezen welke wegen zij open willen zetten en voor

dan de wetten die de afgelopen jaren met betrekking tot het

wie. De beleids- en bestedingsruimte mag dan zijn toegeno-

23

TSB_03_10.indd 23

sociaalbestek 3/2010

2/26/2010 6:47:38 PM


Wet participatiebudget

De ruimte die gemeenten krijgen met de Wet participatiebudget geeft hen onder meer de volgende nieuwe mogelijkheden: Ÿ

Combinaties van voorzieningen (maatwerk) zijn eenvoudiger aan te bieden omdat er niet langer sprake is van verschillende bekostiging- en verantwoordingsregimes.

Foto: stock

Ÿ

Voorzieningen kunnen aan een brede doelgroep worden aangeboden (niet alleen de doelgroepen van de WWB, de WI en de WEB) .

De Wet participatiebudget geeft gemeenten meer dan ooit de kans om maatwerk

Ÿ

te bieden

Omdat er sprake is van één participatiebudget is het niet langer mogelijk dat één deel uitgeput raakt (bij-

men, het totale budget is dat niet. Het feit dat je ineens meer

voorbeeld de middelen voor inburgering) terwijl een

mag doen, betekent niet dat je alles kunt doen. Op basis van

ander deel nog een overschot heeft (bijvoorbeeld de

de vraagstukken die lokaal spelen, zullen gemeenten priori-

middelen voor re-integratie). Voor de middelen voor

teiten moeten stellen. Welke inwoners komen in aanmerking

educatie geldt overigens dat deze nog zijn geoormerkt

voor welke vorm van ondersteuning? Wie vooraf geen heldere

tot en met 2012.

keuzes maakt en prioriteiten stelt, loopt het risico te belan-

Ÿ

den in een moeras van willekeur. Hierdoor wordt het onmogelijk om op de juiste momenten, de juiste voorzieningen te

(bijvoorbeeld bij dreigend ontslag). Ÿ

bieden aan de mensen die er het meest bij gebaat zijn.

Prioriteiten

Het preventief inzetten van re-integratievoorzieningen Het ondersteunen van jongeren (vanaf 18 jaar) die voortijdig de school dreigen te verlaten of die zonder startkwalificatie aan het werk zijn, niet alleen door

Dit proces van prioriteiten stellen is niet

de inzet van educatie- maar ook door de inzet van

eenvoudig, maar onontbeerlijk. Gemeenten worden de komende jaren geconfronteerd met een aantal bedreigende en

re-integratievoorzieningen. Ÿ

Het inzetten van voorzieningen ten behoeve van jon-

niet te negeren ontwikkelingen. Op de langere termijn is er

geren (16 of 17 jaar) die geen leerplicht of kwalificatie-

sprake van vergrijzing en ontgroening, waardoor er minder

plicht hebben.

schouders zijn om de groeiende collectieve lasten te dragen.

Ÿ

De inzet van voorzieningen is niet langer beperkt tot

En door de recessie neemt het beroep op de voorzieningen

de eigen inwoners van een gemeente. Hierdoor wordt

van de gemeenten toe, terwijl het Rijk geneigd is tot het door-

regionale samenwerking eenvoudiger.

voeren van bezuinigingen, ook op de participatiebudgetten

Ÿ

Een inschrijving bij het UWV WERKbedrijf is niet lan-

van gemeenten. Maar er zijn ook kansen. De tekorten op de

ger noodzakelijk om voorzieningen te kunnen inzet-

arbeidsmarkt bieden op de langere termijn kansen om doel-

ten voor niet-uitkeringsgerechtigden.

groepen, die nu nog langs de kant staan, te laten deelnemen. En de deregulering en ontschotting van budgetten biedt

Ÿ

De verantwoording en de financiële administratie zijn eenvoudiger.

kansen op een aanpak die minder wordt bepaald door wetten en regels en meer is afgestemd op lokale en individuele

ervoor kiezen het participatiebeleid te richten op de doelgroe-

omstandigheden. Om de bedreigingen het hoofd te bieden

pen waarvoor zij een wettelijke taak heeft, of te wel de mensen

en de kansen te verzilveren, zullen gemeenten keuzes moeten

die een beroep doen op de collectieve voorzieningen zoals de

maken.

Wet werk en bijstand en de Wet inburgering. Een tweede optie

In de eerste plaats zullen gemeenten zich moeten afvragen

is niet uitsluitend te focussen op de wettelijke taken, maar

hoever zij willen gaan in het bedienen van doelgroepen.

prioriteit te gegeven aan groepen inwoners die om verschil-

Iedereen prioriteit geven is onmogelijk. Grofweg zijn er drie

lende redenen kwetsbaar zijn en zonder ondersteuning niet

mogelijkheden voor gemeenten. Ten eerste kan een gemeente

op eigen benen kunnen staan. Ten derde kan een gemeente er

24

TSB_03_10.indd 24

sociaalbestek 3/2010

2/26/2010 6:47:38 PM


Wet participatiebudget

ten aanzien van de te bedienen doelgroep en de rol die zij daarin spelen, zullen zich moeten blijven afvragen of ze nog op de juiste route zitten en of het wellicht tijd is voor een volgende stap. Gemeenten die nog geen keuzes hebben gemaakt, zullen snel knopen moeten doorhakken. Met de gemeenteraadsverkiezingen van 3 maart jongstleden, de huidige economische ontwikkelingen en de aanstaande bezuinigen ontstaat nu een klimaat voor verandering. Die kans kunnen Foto: stock

gemeenten grijpen. De sleutel in een dergelijk proces ligt in het verbinden van blikken van betrokkenen, intern en extern Iedere gemeente bepaalt zelf welke middelen worden ingezet ter bevordering van bijvoorbeeld volwasseneneducatie

op bestuurlijk, management-, beleids- en uitvoeringsniveau, van experts uit verschillende disciplines, van stakeholders, bedrijven, maatschappelijke organisaties en vrijdenkers. Het

ook nog voor kiezen om het participatiebeleid te richten op

is geen eenvoudig proces, maar mits goed vormgegeven wel

de inwoners die zichzelf prima redden, maar die hun talenten

een proces waar wethouders, raadsleden, managers, beleids-

nog beperkt ontwikkelen en aanwenden ten behoeve van de

makers, uitvoerders en maatschappelijke partners de ko-

samenleving. Vanzelfsprekend zijn er allerlei nuanceringen

mende jaren de vruchten van zullen plukken in hun werk-

mogelijk op deze drie varianten. Gemeenten staan voor de

zaamheden ten behoeve van de mensen waar het uiteindelijk

uitdaging deze op lokaal niveau aan te brengen en een helder

om gaat. Het geeft richting aan de vrijheden die gemeenten

antwoord te geven op de vraag wie zij met hun participatie-

hebben gekregen en geeft kleur aan de verantwoording die zij

beleid gaan helpen.

daarvoor dragen.

Op de tweede plaats is het voor gemeenten van belang een afweging te maken ten aanzien van de rol die zij willen spelen.

Joost Cornielje is adviseur/projectmanager bij adviesbureau Nautus

Organiseer je een uitgebreid ondersteuningsaanbod of laat je

(j.cornielje@nautus.nl).

dit zoveel mogelijk aan de samenleving zelf over? Ook hier zijn nuanceringen mogelijk, maar drie mogelijkheden zijn domi-

Noten

nant. Allereerst kan een gemeente besluiten zich uitsluitend te

1. Denk onder andere aan de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo),

richten op de toegang tot de voorzieningen. De gemeente stelt

de Wet werk en bijstand (Wwb), de Wet inburgering (Wi), de Wet sociale

middelen beschikbaar en stelt voorwaarden aan het gebruik

werkvoorziening (Wsw) en de Wet investeren in jongeren (WIJ).

van die middelen, maar bemoeit zich zo min mogelijk met de

2. Het gaat om de budgetten voor re-integratie (Wet werk en bijstand), inbur-

inhoud van de ondersteuning. Dit is een zaak van de samenle-

gering (Wet inburgering) en volwasseneneducatie (Wet educatie en beroeps-

ving en van burgers zelf. Ten tweede kan een gemeente ervoor

onderwijs).

kiezen om de rol van dienstverlener op zich te nemen. In dat geval stelt de gemeenten geen middelen beschikbaar, maar

3. Het gaat om Nederlanders en vreemdelingen gelijk gesteld aan Nederlanders die woonachtig zijn in Nederland.

organiseert de ondersteuning, zodat inwoners er gebruik van

4. Wanneer er geen sprake (meer) is van leer- of kwalificatieplicht of wanneer

kunnen maken. De gemeente bemoeit zich dus ook met de

schooluitval dreigt en een startkwalificatie alsnog behaald kan worden door

inhoud van de ondersteuning, maar probeert zich wel te laten

een leerwerktraject, mag het participatiebudget voor 16- en 17-jarigen inge-

leiden door de vraag van inwoners. Een derde mogelijkheid is

zet worden.

een rol als dwingende dienstverlener. De gemeente organiseert in dat geval allerlei vormen van ondersteuning, maar zet de dienstverlening in, ongeacht de individuele vraag van inwoners. Collectieve doelen zijn in dit scenario leidend.

Vruchten

Gemeenten die naar aanleiding van de invoe-

ring van de Wet participatiebudget keuzes hebben gemaakt

25

TSB_03_10.indd 25

sociaalbestek 3/2010

2/26/2010 6:47:39 PM


Signalement van het CBS

Een- en tweeverdieners Linda Moonen

In 2008 telde Nederland bijna 2,4 miljoen paren waarvan beide partners inkomen uit betaald werk hebben. Het gaat dan om loon of inkomen uit een eigen bedrijf. Het aandeel tweeverdieners is gestegen van bijna 40 procent aan het begin van de jaren negentig tot ruim 70 procent in 2008.

Een huishouden van tweeverdieners had in 2008 gemiddeld

65 jaar was minder dan de helft tweeverdiener. In deze groep

ruim 48 duizend euro te besteden. Voor paren met slechts

bevinden zich uiteraard veel gepensioneerden.

ĂŠĂŠn partner met inkomen uit werk was dit ruim 8,5 duizend

Vooral bij de allochtonen van de eerste generatie zijn de tradi-

euro minder. Het verschil tussen tweeverdieners en geenver-

tionele rolpatronen nog zichtbaar. Verschillen tussen alloch-

dieners bedroeg ruim 20 duizend euro. Het relatief kleine ver-

tonen van de tweede generatie en autochtonen zijn er nauwe-

schil tussen een- en tweeverdieners laat zien dat er vaak meer

lijks. Ook de aanwezigheid van minderjarige kinderen speelt

sprake is van anderhalfverdieners dan van tweeverdieners.

een rol. Bijna 80 procent van de paren met alleen minderja-

Bij bijna negen van de tien jongeren hebben beide partners

rigen kinderen is tweeverdiener, tegenover 65 procent van de

een eigen inkomen. Het aandeel tweeverdieners loopt terug

paren zonder, of met alleen meerderjarige, kinderen.

als de leeftijd oploopt. Bij een hoofdkostwinner van 55 tot Totaal Leeftijd hoofdkostwinner tot 25 jaar 25 tot 35 jaar 35 tot 45 jaar 45 tot 55 jaar 55 tot 65 jaar Herkomst hoofdkostwinner Nederland Overig westers land, 1e generatie Overig westers land, 2e generatie Niet-westers land, 1e generatie Niet-westers land, 2e generatie Samenstelling huishouden Paar zonder kinderen Paar, uitsluitend minderjarige kinderen Paar, minder- en meerderjarige kinderen Paar, uitsluitend meerderjarige kinderen 0 Bron: CBS

20 Geenverdiener

40

60 Eenverdiener

80

100

Tweeverdiener

Aandeel geen-, een- en tweeverdieners naar verschillende kenmerken, 2008

26

TSB_03_10.indd 26

sociaalbestek 3/2010

2/26/2010 6:47:39 PM


Crisisbestendigheid

Wie mag nog meedoen en wie niet?

Kiezen tijdens de crisis Eddy Karrenbelt en Irene Thuis

De crisis houdt aan, de verwachting is dat de werkloosheid in de loop van 2010 zat toenemen. Wat betekent dat lokaal? Met minder beschikbare financiële middelen zal iedere gemeente waarschijnlijk meer mensen moeten bedienen. Er moeten keuzes worden gemaakt. Welke mensen mogen nog re-integreren en participeren? In welke mensen gaan we nog investeren?

Loopt de crisis langzaam naar zijn eind? Of zitten we er nog

(eventueel nieuwe) wethouder en gemeenteraadsleden advi-

middenin? Een vraag waar moeilijk een eensluidend antwoord

seren?

op te geven is. Er zijn tekenen dat het weer wat beter gaat met

Er zijn nog steeds duidelijke geluiden en signalen dat de werke-

onze economie. De aandelenkoersen zijn ten opzichte van

loosheid in de loop van 2010 fors zal toenemen. Wellicht min-

begin 2009 behoorlijk gestegen. In sommige sectoren trekt

der heftig als medio 2009 gedacht, maar van een stijging is nog

ook de werkgelegenheid weer wat aan. De voorspellingen van

steeds sprake. Werknemers die geruime tijd in dienst konden

het Centraal Planbureau met betrekking tot de werkeloos-

blijven van hun werkgever als gevolg van de regeling deeltijd-

heid werden aan het einde van 2009 steeds minder schok-

WW, komen mogelijk in 2010 alsnog in de WW terecht. Als

kend. Bovendien zal voor ons de wereldhandel in 2010 weer

gevolg van een overproductie in 2009, hebben bedrijven in

toenemen; met wel 7,5 procent. En ook de feitelijke economi-

2010 minder personeel nodig. En dan gaat het aantal uitke-

sche groei zal volgens het CPB, na een krimp van 4 procent in

ringsgerechtigden inderdaad nog stevig toenemen. Volgens

2009, weer omslaan naar een groei van 1,5 procent in 2010.

de laatste berichten in 2009 van het CPB zal de werkeloosheid

Onduidelijk Maar de geleerden zijn het er niet over eens.

stijgen naar 6,5 procent van de beroepsbevolking. Het gaat dan om zo’n 510.000 werkloze werkzoekenden. Hoewel veel min-

Vraag diverse economen hoe zij aankijken tegen deze licht-

der dan eerder verwacht (de voorspelling was eerst 9,5 procent

puntjes en je krijgt een verscheidenheid aan antwoorden.

werkeloosheid voor 2010 en sinds Prinsjesdag 8 procent werke-

Waar moet je als verantwoordelijk manager van een afdeling

loosheid), zijn er dan toch zo’n 200.000 werkzoekenden meer

of dienst sociale zaken dan vanuit gaan? Wat moet je aan de

dan in 2008. Bovendien was er in 2008 nog sprake van een zeer

27

TSB_03_10.indd 27

sociaalbestek 3/2010

2/26/2010 6:47:39 PM


Crisisbestendigheid

feit dat het zo enorm lastig aan te tonen is wat de feitelijke resultaten zijn van de inzet van het re-integratie- en participatiebudget maakt die keuze politiek gemakkelijker. Maar wat betekent dat lokaal? Wat betekent dat voor iedere gemeente die vanaf 2010 met minder beschikbare financiële middelen waarschijnlijk meer mensen zal moeten gaan bedienen? Welke mensen mogen nog re-integreren en participeren? In welke mensen gaan we nog investeren? Het is een ingewikkelde vraag en tegelijkertijd ook een hele vervelende vraag. Was de lijfspreuk van Tof Thissen (voormalig voorzitter Divosa) niet ‘een dag niet geïnvesteerd in mensen is een verloren dag!’? En ook zijn opvolger, Rene Paas, is zeer stellig in zijn opvatting dat we ‘iedereen moeten laten meedoen’. En nu, zo aan het begin van 2010 en met de wetenschap dat voorlopig nog steeds meer mensen een beroep op ons gaan doen, zullen we toch echt keuzes moeten maken.

Amersfoort In de gemeente Amersfoort wordt hier al een tijd over nagedacht. Hoe vergroot je de crisisbestendigheid? Foto: stock

De beste voorbereiding op conjuncturele ups and downs is wat Amersfoort betreft ‘investeren op meedoen’. Het streven Wie mag meedoen en wie niet?

moet er altijd op gericht zijn om mensen naar vermogen mee te laten doen aan de samenleving. Dat vereist kennis van en inzicht in het vermogen van enerzijds de klant en anderzijds

groot aantal vacatures en dus krapte op de arbeidsmarkt. Dat

kennis van en inzicht in de arbeidsmarkt (nu en in de nabije

is nu niet meer het geval. Het herstel en de daling van de wer-

toekomst) en ander nuttige activiteiten in de samenleving.

keloosheid zal dan ook enige jaren gaan duren.

Dit is de manier om permanent zorg te dragen voor een zo

Maar hoe zit het dan met de aanstaande krapte op de arbeids-

groot mogelijke sociaal-economische draagkracht.

markt als gevolg van de vergrijzing en de ontgroening van onze

‘Iedereen doet mee’ en ‘iedereen is nodig’ is in Amersfoort nog

bevolking? De generatie ‘baby-boomers’ gaat nu toch met pen-

steeds het uitgangspunt. Iedereen dient naar vermogen bij te

sioen? Dit zou toch gaan leiden tot een heleboel werkgelegen-

dragen aan de samenleving. In tijden van crisis verschuift de

heid voor mensen die tot nu toe langs de kant stonden? Dat

inzet van dat vermogen van reguliere arbeid naar meer maat-

waren althans de berichten in de afgelopen jaren. Maar ook op

schappelijke participatie, zoals vrijwilligerswerk of mantel-

dit vlak verschillen de meningen van de deskundigen. Geluiden

zorg. In tijden van economische groei zien we de omgekeerde

die je hoort, zijn dat die krapte wel gaat komen, maar juist door

beweging. In de samenleving kan dat vermogen niet worden

de huidige crisis wordt het tijdstip wat jaren uitgesteld. Wordt

gemist. ‘Doen wat je kunt’ is daarom ook de titel van het

het 2015? Of 2020? Het is nog onduidelijk.

beleidskader Werk en Inkomen in de gemeente Amersfoort.

Minder

De inzet van de sociale zekerheid, die gericht is op de zelfredWe weten dat vanwege eerdere afspraken met het

zaamheid en participatie van alle burgers in de samenleving,

Rijk de beschikbare financiële middelen voor re-integratie- en

omvat de totale range van maatschappelijke ondersteuning

participatieactiviteiten van de gemeenten gaan dalen in 2010.

tot economische zelfredzaamheid. Het is daarbij belangrijk

Ook vanwege de extra benodigde investeringen van de rijks-

om commitment te hebben van werkgevers, vrijwilligersorga-

overheid als gevolg van de crisis, is de verwachting dat juist

nisatie en dergelijke in de lokale situatie en de bereidheid om

op het participatiebudget een korting gaat plaatsvinden. Het

samen te werken aan de inzet van dat vermogen. Amersfoort

28

TSB_03_10.indd 28

sociaalbestek 3/2010

2/26/2010 6:47:39 PM


Foto: stock

Crisisbestendigheid

Ook in Amersfoort zullen echt keuzes moeten worden gemaakt

kenmerkt zich door de vele partijen die op dit terrein in de

actief te zijn worden ze ook van betekenis voor zichzelf en

stad actief zijn. Begeleiding naar zorg, activering en re-inte-

voor hun omgeving én bespaar je gezondheidskosten.

gratie met behulp van een veelkleurig palet aan instrumen-

Een volgende categorie mensen heeft wel een positief ver-

ten en vormen van werk staat de sociale zekerheid daarbij ter

mogen, maar is niet echt interessant voor werkgevers. Dan

beschikking. Die inzet dient zich in tijden van bezuinigingen

volgt een groep die wel een positief vermogen heeft maar geen

te richten op de kwetsbare groepen in de samenleving en niet

volledige loonwaarde En tenslotte een groep mensen die een

op de kansrijken die zichzelf kunnen redden. In tijden van

positief vermogen heeft en via regulier werk in eigen onder-

economische groei kan iedereen dan snel naar vermogen mee-

houd kan voorzien.

doen middels regulier werk. Want ook in 2009 bestond in

Wanneer alle burgers dus moeten meedoen naar vermogen,

Amersfoort de uitstroom uit de bijstand naar werk nog voor

dan zullen we er wel voor moet zorgen dat hiervoor de juiste

25 procent uit mensen die langdurig in de bijstand zaten en

activiteiten beschikbaar zijn. Of, andersom geredeneerd, ben

waarbij uitstroom het resultaat is van een stapsgewijze ont-

je als samenleving in staat om al die vermogens van mensen

wikkeling op de re-integratieladder.

ook daadwerkelijk te benutten? En wanneer levert dat de

Maar nu in de huidige crisis is het wel de vraag hoe je dit ‘ver-

samenleving ook echt iets op? Hoe waarderen we die bijdra-

mogen’ van een ieder fit kan houden. Oftewel hoe houden we

gen eigenlijk? Tellen we alleen de opbrengsten van de ‘echte

een ieder dusdanig in beweging dat men klaar staat als betere

banen’ of erkennen we dan ook dat andere bijdragen aan de

tijden weer aanbreken?

maatschappij een sociaal-economisch nut hebben? Al was het

Vermogen

maar, zoals aangegeven bij de groep ‘negatief vermogen’, dat Over dat vermogen van mensen, overigens

dit nut voor het belangrijkste deel bestaat uit een besparing

nog even een nadere beschouwing. Naast het hanteren van de

aan kosten. Bij sociaal kwetsbare groepen kan niet meedoen

participatieladder kun je in navolging van de commissie De

immers het begin zijn van een negatieve spiraal van gezond-

Vries, ook kijken naar ieders vermogen. Een indeling kan er

heidsklachten. Hoe kom je tot een verantwoorde keuze? Is het

dan als volgt uitzien:

mogelijk om alle kostenaspecten in beeld te brengen?

Sommige mensen hebben een negatief vermogen. Bijvoorbeeld

En hier kom je natuurlijk aan het daadwerkelijke vraagstuk

door uitkeringskosten en gezondheidskosten, waarbij er geen

tijdens de crisis. Richten we ons op de korte termijn en de

sprake is van loonwaarde. Deze mensen kunnen maximaal

harde, economische opbrengsten? Of kijken we naar de totale

actief zijn met behoud van uitkering; vaak nog gepaard gaan-

sociaal-economische draagkracht en geloven we in investeren

de met begeleidingskosten. Maar hun activiteiten kunnen

in de toekomst; in het bouwen van een stevig fundament dat

wel degelijk een maatschappelijke betekenis hebben en door

zich na de crisis uitbetaalt?

29

TSB_03_10.indd 29

sociaalbestek 3/2010

2/26/2010 6:47:40 PM


Crisisbestendigheid

Draagkracht In de gemeente Amersfoort wil men blijven

gevraagd. De crisis biedt de kans om de verschillende rollen

bouwen aan het fundament, ook voor de langere termijn. En

en taken goed tegen het licht te houden en te bekijken waarop

dat betekent ook nu blijven investeren in mensen die nog he-

de publieke dienstverlening zich nu precies moeten richten.

lemaal niet of nauwelijks participeren in onze samenleving.

Blijft er over een groep mensen die reeds participeert in onze

Investeringen die er toe moeten leiden dat het negatief ver-

samenleving maar die op dit moment nog niet in staat is

mogen omgebogen wordt naar een positief vermogen, ook

om via werk volledig in het eigen onderhoud te voorzien. De

al leidt dat niet meteen tot een situatie van volledige econo-

vraag die dan pregnant naar voren komt, is of je voor deze

mische onafhankelijkheid. Investeren dus ook om te zorgen

groep zou moeten investeren in trajecten naar werk, terwijl

dat mensen die nu nog op de laagste treden van de participa-

dat werk niet voorhanden is op dit moment. Moet je mensen

tieladder staan omhoog klimmen. Dat is wat Amersfoort be-

kwalificeren voor niet beschikbare banen met als risico dat

treft bij uitstek de taak van de overheid. Op deze manier zorg

hun kennis en vaardigheden alweer verouderd zijn tegen die

je ervoor dat ook deze groep mensen na de crisis in ieder geval

tijd dat er wel weer voldoende werk is? Moet je deze mensen

weer meer kansen heeft op meedoen of zelfs werken naar ver-

gesubsidieerd laten werken naar vermogen in een verdrin-

mogen. En dan komen de opbrengsten van de investeringen

gingsmarkt van schaars, laag gekwalificeerd werk?

vanzelf in beeld.

De gemeente Amersfoort kiest er niet voor om ten tijde van

Sterker nog, als je nu niet investeert in deze groep, zullen de

de crisis tot een grote verschuiving te komen van de eerder

kosten die na de crisis gemaakt moeten worden om hen te

afgesproken accenten in het beleid. Niet alleen de economi-

laten participeren, veel hoger zijn!

sche draagkracht en bijdrage aan de samenleving is belang-

Maar wat betekent deze opvatting voor de andere groepen

rijk, maar juist ook de sociale. We zullen er met de beperk-

burgers? Zoals gezegd: de middelen zijn schaars. Bij het

tere beschikbare middelen voor moeten blijven zorgen dat

maken van keuzes is het natuurlijk ook van belang om reke-

mensen naar vermogen meedoen in onze samenleving.

ning te houden met wat andere partijen en andere partners

Dat leidt na de crisis tot een grotere sociaal-economische

kunnen of zouden moeten inbrengen. Zoals de werkgevers.

draagkracht.

Ook zij hebben er belang bij dat, in geval van dreigende werkeloosheid, geïnvesteerd wordt in het van werk naar werk begeleiden van de betreffende werknemers. Of er voor te

Eddy Karrenbelt is hoofd sociale zaken bij de gemeente Amersfoort.

zorgen dat kansrijke werklozen snel weer aan de slag komen

Irene Thuis is senior adviseur Sociale zekerheid BMC.

en dat mensen met een beperkte loonwaarde met compensatie aan het werk komen. Ook van hen wordt een investering

sociaalbestek Sociaal Bestek verschijnt 11 x per jaar en biedt informatie en opinies over beleid en uitvoeringspraktijk op het terrein van sociale zekerheid, arbeidsvoorziening en welzijn ten behoeve van beleidsvernieuwing en managementontwikkeling bij het lokaal bestuur.

t.a.v. Adresregistratie, Postbus 808, 7000 AV Doetinchem.

Jaargang 72, maart 2010, nr. 3

Uitgave

Aan de totstandkoming van deze uitgave is de uiterste zorg besteed. Voor informatie die nochtans onvolledig of onjuist is opgenomen, aanvaarden de auteur(s), redactie en uitgever geen aansprakelijkheid. Voor eventuele verbeteringen van de opgenomen gegevens houden zij zich gaarne aanbevolen. Uw opgegeven gegevens kunnen worden gebruikt voor het toezenden van informatie en/of speciale aanbiedingen door Reed Business bv en speciaal geselecteerde bedrijven. Indien u hiertegen bezwaar heeft, stuurt u een briefje naar Reed Business bv,

30

TSB_03_10.indd 30

Redactie drs. W.P.J. Bertels, mevr. drs. Y. Bommeljé (voorzitter), R. Geerling, G. van Tiggelen. Reed Business bv Uitgeefgroep Overheid Postbus 152 1000 AD Amsterdam Uitgever Louise Bos, tel.nr. 020-5159179 e-mail: louise.bos@reedbusiness.nl Eindredactie Hedwig Neggers, tel.020 - 515 9309 e-mail: hedwig.neggers@reedbusiness.nl Bureauredactie Herman Keppy, e-mail: hkeppy@gmail.com

Advertentie-exploitatie Marc Nuhn, tel. 020 - 515 9172 e-mail: marc.nuhn@reedbusiness.nl Abonnementen Reed Business bv Afdeling klantenadministratie Postbus 808, 7000 AV Doetinchem tel. 0314 - 358 358 fax 0314 - 349 048 e-mail: klantenservice@reedbusiness.nl

© Auteursrecht voorbehouden. Alle advertentiecontracten worden afgesloten conform de Regelen voor het Advertentiewezen gedeponeerd bij de Rechtbanken in Nederland. Een exemplaar van de Regelen voor het Advertentiewezen is op aanvraag kosteloos verkrijgbaar. ISSN 0921-5344

Jaarabonnement € 177,45 (ex BTW), losse nummers € 23,25 (ex BTW). Abonnementen lopen automatisch door, tenzij uiterlijk 30 dagen voor de vervaldatum bij onze klantenservice wordt opgezegd via telefoonnummer 0314-358358. Kies de optie ‘vraag over het abonnement’ en vervolgens de optie ‘abonnement opzeggen’. Ook voor informatie over uw lopende abonnement kunt u contact opnemen met onze klantenservice.

sociaalbestek 3/2010

2/26/2010 6:47:40 PM


CTUEEL

TRA 1 0 P A G I N A ’S E X OVER ARBEID EN EID SOCIALE ZEKERH

NIEUWE WET WAJONG De Wet arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wet Wajong) is op 1 januari 2010 in werking getreden en vervangt de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten. De wet voorziet in een uitkering op minimumniveau voor mensen die al op jonge leeftijd arbeidsongeschikt zijn. De belangrijkste reden voor de nieuwe wet is om de instroom in de regeling te beperken. Het gevolg van de nieuwe wet is dat jonggehandicapten

dus centraal. Voor zover zij buiten hun schuld geen (betaald)

zich niet kunnen beroepen op een relevant arbeidsverleden

werk hebben, kan deze groep eveneens aanspraak maken op

en daardoor ook geen aanspraak kunnen maken op een

een uitkering tot ten hoogste 75 procent van het wettelijk

uitkering krachtens een van de werknemersverzekeringen

minimumloon. Voor deze groep vindt een definitieve beoor-

(WAO/WIA).

deling pas plaats op hun 27ste jaar.

Net als bij de WIA, zijn er nu twee groepen van uitkeringsgerechtigden te onderscheiden:

Werkregeling Vanaf 1 januari 2010 geldt bij de Wajong

Ÿ

zij die blijvend geheel arbeidsongeschikt zijn;

als uitgangspunt dat iedereen, die daartoe in staat wordt ge-

Ÿ

zij die nog wel mogelijkheden hebben om te werken.

acht, werk en inkomen heeft. Uiteraard is dat een fictie: niet iedere jonggehandicapte zal ook in staat zijn inkomen uit

Wie om medische of arbeidskundige redenen geen uitzicht

arbeid te verwerven. Daarom geldt voor jonggehandicapten

meer hebben op een gewone baan (en dus blijvend geheel

die nog arbeidsmogelijkheden hebben de ‘Werkregeling jong-

arbeidsongeschikt zijn) hebben tot hun 65ste recht op een

gehandicapten’ (verder aan te duiden als de werkregeling).

Wajong-uitkering.

Deze voorziet in voorkomende gevallen dan voor een (aan-

Deze bedraagt 75 procent van het wettelijk minimumloon.

vullende) uitkering.

Bestaan er nog wel mogelijkheden op de arbeidsmarkt, dan

Binnen de werkregeling worden twee fasen onderscheiden.

geldt voor deze groep de ‘Werkregeling jonggehandicapten’.

De eerste fase begint na de voorlopige beoordeling van de

Bekeken wordt dan welke mogelijkheden er nog zijn en hoe

jonggehandicapte (naar aanleiding van de aanvraag om een

die, met de nodige ondersteuning, gerealiseerd kunnen wor-

uitkering) doorgaans vlak voor de 18de verjaardag en eindigt

den. In deze regeling staat deelname aan het arbeidsproces

op 27-jarige leeftijd als de definitieve beoordeling plaatsvindt.

1

TSB_03_10.indd Sec1:1

sociaalbestek sociaalbestek12/2009 2/2010 3/2010

2/26/2010 6:47:40 PM


In deze fase wordt alles in het werk gesteld om de jonggehan-

inkomen lager, maar altijd minstens 75 procent van het wet-

dicapte naar (betaald) werk te begeleiden en heeft hij of zij

telijk minimumloon. Voorwaarde is wel dat hij of zij bereid

recht op arbeidsondersteuning.

is om te werken.

De uitkering kent dan als het ware een voorlopig karakter en het accent ligt op het verkrijgen van werk.

Voor een jonggehandicapte van 27 jaar of ouder die de reste-

De tweede fase start na de definitieve beoordeling of zoveel

rende verdiencapaciteit waarmaakt en werkt met begeleiding

eerder als mogelijk is.

van een jobcoach én met loondispensatie, kan het loon uit

De jonggehandicapte die tenminste vijf jaar recht heeft gehad

arbeid worden aangevuld tot 120 procent van het wettelijk

op arbeidsondersteuning, die vijf jaar inkomsten uit arbeid heeft

minimumloon.

genoten die overeenkomt met de resterende verdiencapaciteit

Als de jonggehandicapte (jonger dan 27 jaar) werkt en daar-

en die geen perspectief meer heeft op verdere verbetering van de

mee tot 20 procent van het wettelijk minimumloon verdient,

verdiencapaciteit kan op dat moment, dus al voor het bereiken

vult de Wajong het inkomen aan tot 75 procent van het wet-

van de 27-jarige leeftijd, in aanmerking komen voor de defini-

telijk minimumloon. Verdient de jonggehandicapte meer dan

tieve beoordeling: doorstromen naar de tweede fase. Binnen de

20 procent van het wettelijk minimumloon, dan mag hij of zij

tweede fase ligt het accent op het behouden van werk.

de helft van iedere ‘extra’ verdiende euro houden, zodat het

Werkbereid Bij de definitieve beoordeling wordt vastge-

inkomen hoger is dan 75 procent van het minimumloon en (meer) werken ook loont. Met de aanvulling kan het totale

steld wat iemand ondanks zijn handicap nog kan verdienen

inkomen oplopen tot 100 procent van het minimumloon.

(resterende verdiencapaciteit), al dan niet met arbeidsonder-

Het totaal van de inkomensondersteuning en het inkomen

steuning. Als de jonggehandicapte vanaf zijn 27ste zijn reste-

uit arbeid mag niet meer dan 100 procent van het wettelijk

rende verdiencapaciteit volledig benut, kan hij een inkomens-

minimumloon zijn.

ondersteuning krijgen die zijn inkomen uit arbeid aanvult tot het wettelijk minimumloon. Bijvoorbeeld: als de jongge-

Het recht op inkomensondersteuning vervalt als de jongge-

handicapte 50 procent van het wettelijk minimumloon kan

handicapte zonder arbeidsondersteuning:

verdienen en dat bedrag ook daadwerkelijk verdient, kan hij

1. vijf jaar heeft gewerkt en daarna meer verdient dan 75 pro-

een aanvulling krijgen tot 100 procent van het wettelijk minimumloon. Als hij daarentegen geen of een lager inkomen heeft dan hij theoretisch zou kunnen verdienen, is zijn totale

2

TSB_03_10.indd Sec1:2

cent van het wettelijk minimumloon, of 2. gedurende één jaar meer dan 100 procent van het wettelijk minimumloon verdient.

sociaalbestek 3/2010

2/26/2010 6:47:40 PM


CTUEEL

Arbeidsmarktpositie alleenstaande ouders Op 21 januari 2010 heeft Staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het onderzoek naar de eerste resultaten en de uitvoeringspraktijk van de Wet verbetering arbeidsmarktpositie alleenstaande ouders aan de Tweede Kamer aangeboden.

Het evaluatie-onderzoek maakt deel uit van de afspraken zoals gemaakt in het Bestuursakkoord Participatie dat in mei 2007 is afgesloten tussen VNG en SZW. In het Bestuursakkoord is afgesproken dat zowel SZW als VNG zich sterk maken voor een vermindering van het aantal mensen dat een beroep moet doen op de Wwb, het aan het werk helpen van 35.000 niet-uitkeringsgerechtigden, het bestrijden van armoede en schulden en het stimuleren van ondernemerschap onder kwetsbare groepen. De evaluatie is uitgevoerd door Research voor Beleid.

Ontheffing

Op 1 januari 2009 is de Wet verbetering ar-

beidsmarktpositie alleenstaande ouders in werking getreden. Deze wet geeft alleenstaande ouders met kinderen onder de vijf jaar die een bijstanduitkering ontvangen het recht op een eenmalige ontheffing van de arbeidsverplichting voor een maximale periode van zes jaar. Alleenstaande ouders die een ontheffing aanvragen, zijn verplicht naar school te gaan of andere re-integratievoorzieningen te aanvaarden. Het doel van deze wet is om alleenstaande ouders met jonge kinderen een betere gedaan aan het belang van de zorgtaken van deze ouders.

Scholing

Uit gegevens van 2008 blijkt dat er 68.290 al-

leenstaande ouders met kinderen onder de achttien jaar een

Foto: stock

kans te geven op de arbeidsmarkt terwijl er tevens recht wordt

In 2008 hadden 68.290 alleenstaande ouders met kinderen onder de achttien jaar een bijstandsuitkering

3

TSB_03_10.indd Sec1:3

sociaalbestek 3/2010 2/2010

2/26/2010 6:47:41 PM


Het binnenhof van binnenuit

bijstandsuitkering hebben. Van deze groep zijn er 25.160

de vijf jaar met een bijstandsuitkering is 25 procent ontheven

alleenstaande ouders met een kind jonger dan vijf jaar. Het

van de arbeidsverplichting (artikel 9 en 9a). Het merendeel

gaat om een kwetsbare groep waarvoor het risico van armoe-

van de geïnterviewde beleidsmedewerkers geeft aan dat er

de reëel is en de arbeidsmarktpositie veelal ongunstig. Zo’n

geen verandering in het re-integratieaanbod is geconstateerd

68 procent van de alleenstaande ouders met een bijstandsuit-

sinds de invoering van de wet. Voorlichting over de mogelijk-

kering beschikt niet over een startkwalificatie en heeft daar-

heid tot ontheffing van de arbeidsverplichting gebeurt in de

mee een achterstand op de arbeidsmarkt.

meeste gemeenten in het gesprek tussen cliënt en klantma-

De focus van de wet ligt op scholing. Het recht op een onthef-

nager, wanneer de cliënt aangeeft niet te kunnen werken. On-

fing van de arbeidsverplichting en de plicht tot het volgen van

geveer een kwart van de gemeenten informeert de doelgroep

scholing zijn door de nieuwe wet onlosmakelijk met elkaar

ook door middel van nieuwsbrieven en berichten op websites

verbonden. De alleenstaande ouder heeft de mogelijkheid

over het per 1 januari 2009 ingevoerde recht op ontheffing.

om zelf een keuze te maken. Enerzijds kunnen zij kiezen om

Een belangrijk resultaat van de wet lijkt wel dat veel gemeen-

het verrichten van arbeid te combineren met het verlenen van

ten nu meer aandacht hebben voor de groep alleenstaande

zorg voor hun jonge kinderen. Anderzijds kunnen zij kiezen

ouders en voornemens zijn initiatieven te nemen of voorlich-

zich voor te bereiden op de terugkeer naar de arbeidsmarkt

ting te bieden.

door het verbeteren van hun kwalificaties met behulp van scholing in combinatie met het verlenen van zorg voor hun

Kamerstukken:

jonge kinderen.

Ÿ

Re-integratie Uit de evaluatie blijkt dat het aantal ontheffingsaanvragen sinds de invoering van de wet niet is toe-

Brief van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid d.d. 21 januari 2010 met betrekking tot de aanbieding van het evaluatierapport naar de Wet verbetering arbeidsmarktpositie alleenstaande ouders.

genomen. Van de alleenstaande ouders met kinderen onder

4

TSB_03_10.indd Sec1:4

sociaalbestek 3/2010

2/26/2010 6:47:42 PM


CTUEEL

AOW krijgt complex karakter Henk Knol

Minister Donner heeft eind december 2009 de Tweede Kamer de voorontwerpen van wet voor de verhoogde AOW-leeftijd toegezonden. In deze maatregelen geeft hij onder meer aan hoe de begrippen duurzame inzetbaarheid en zware beroepen wordt ingevuld. Het voorontwerp van wet voor duurzame inzetbaarheid

uiteindelijke beslissing of een beroep als zwaar beroep wordt

regelt onder meer via de Arbowet dat werkgevers en werkne-

gezien, ligt bij het kabinet (in casu de minister).

mers de wettelijke plicht krijgen om te zorgen voor duurzame inzetbaarheid van werknemers; die moeten op een gezonde

Arbeidsverleden Een tweede voorontwerp van wet re-

manier kunnen blijven werken tot hun 67ste. Dat kan door

gelt via de Algemene Ouderdomswet (AOW) dat werkenden

de gezondheid van werknemers goed te volgen, te zorgen voor

en zelfstandigen die 42 jaar substantieel (1225 uur per jaar)

goede arbeidsomstandigheden en tijdige om- en bijscholing.

hebben gewerkt op hun 65ste kunnen stoppen. Zij krijgen

Vooral mensen met een zwaar beroep kunnen zo op tijd ander

dan wel een lagere AOW-uitkering, die deels wordt gecom-

werk gaan doen. Het Arbobesluit krijgt een ‘agendabepaling’

penseerd door fiscale maatregelen.

die nader uitwerkt waar werkgevers en werknemers precies

Voorwaarde voor het eerder stoppen is wel dat mensen niet

aandacht aan moeten besteden.

in de situatie komen dat ze een beroep moeten doen op de

Zwaar beroep

bijstand. Voor mensen die lang en veel hebben gewerkt zal Werknemers die dertig jaar een zwaar

beroep uitoefenen, moeten van hun werkgevers een aanbod krijgen voor minder belastend werk of begeleiding naar werk

het aanvullend pensioen (naast de AOW) over het algemeen toereikend zijn.

bij een ander bedrijf. Doet de werkgever dat niet, dan moet

Overbrugging

hij mogelijk maken dat de werknemer toch op zijn 65ste

een vangnet voor mensen bij wie de WW- of arbeidsonge-

kan stoppen door hem financieel te compenseren met

schiktheidsuitkering na hun 65ste afloopt en die in de bij-

140 procent van het jaarsalaris. Zware beroepen zijn beroepen

stand dreigen te komen. Deze speciale overbruggingsuitke-

die – als je ze langer dan 30 jaar uitvoert - leiden tot (ernstige)

ring naar de AOW komt op ongeveer AOW-niveau te liggen.

fysieke slijtage die niet meer is terug te draaien. Werkgevers-

Mensen die hiervan gebruikmaken hoeven dan niet vlak voor

en werknemersorganisaties in een sector kunnen beroepen

hun pensioen hun opgebouwde vermogen aan te spreken,

voordragen om als zwaar beroep te worden aangemerkt. De

wanneer ze in de bijstand komen.

Het laatste voorontwerp van wet biedt

5

TSB_03_10.indd Sec1:5

sociaalbestek 3/2010

2/26/2010 6:47:43 PM


geblokkeerd en dan moet je niet zeuren als de uitkomst daarvan je minder welgevallig is. Aan de andere kant ontstaat er natuurlijk wel een haast onmogelijke discussie over wat nu wel of niet een zwaar beroep is en waarbij een schijnbare willekeur haast niet te vermijden is. De vraag rijst ook of het aanwijzen van een zwaar beroep eigenlijk wel noodzakelijk is, nu ook het begrip ‘duurzame inzetbaarheid’ gaat gelden. Zwaar beroep of niet: de werkgever krijgt de verplichting om er voor te zorgen dat een werknemer tot zijn 67ste kan werken. Kan dat niet in het eigen (zware) beroep, dan maar elders. In feite is dat dezelfde verplichting die geldt in het kader van de WIA, dus in die zin worden de werkgevers niet met iets nieuws geconfronteerd. Het zal, gezien de leeftijd die een rol speelt, wel moeizamer zijn. Maar ook dat hebben de werkgevers min of meer aan zichzelf te verwijten door oudere werknemers niet aan te nemen en zo hun kansen op de arbeidsmarkt beperkt te houden.

Legitiem De AOW is tot nu toe een redelijk eenvoudige wet, juist omdat zij voor elke verzeFoto: stock

kerde dezelfde rechten geeft. Die aantrekkelijke eenvoud dreigt te gaan verdwijnen door de zeer complexe aanvullende maatregelen. Als je vaststelt dat door een toename van de gezondheid Werknemers die dertig jaar een zwaar beroep uitoefenen, moeten een aanbod krijgen voor minder belastend werk of begeleiding naar werk bij een ander

en welvaart mensen langer leven en dus ook langer kunnen werken, valt niet in te zien waarom voor bepaalde gevallen

bedrijf

dan ingewikkelde regelingen moeten worden getroffen om

Kritiek

eerder op te houden. Dat het kabinet de arbeidsparticipatie Op de wetsvoorstellen is al de nodige kritiek ge-

van ouderen wil bevorderen en dan maatregelen treft die dat

leverd. Zowel de werkgeversorganisaties als de vakbonden

ook fysiek mogelijk moeten maken, is volstrekt legitiem. Ze-

zijn tegen de voorstellen. Werkgevers zijn van mening dat er

ker als werkgevers er in het algemeen blijk van hebben gege-

op hen een te zware wissel wordt getrokken en stellen dat zij

ven oudere werknemers minder kansen op de arbeidsmarkt

niet in staat zijn om aan de voorschriften (met name het aan-

te bieden. Ook hier heeft dan te gelden, dat wie werken kan,

bieden van passend werk) te voldoen. Vakbonden vinden het

ook werken moet. Net zoals dat bij de andere uitkeringen

onder meer onterecht dat alleen fysieke beperkingen een rol

het geval is. Voor wie dat, gezien zijn of haar beperkingen

spelen bij de beoordeling of iets een zwaar beroep is.

niet mogelijk is, bestaan al andere regelingen en is het dus

Voor een deel is de kritiek wel begrijpelijk, maar met name de

niet logisch om dat in de AOW op een andere manier te

werkgevers hadden dat in een eerder stadium moeten beden-

regelen.

ken. Zij zijn het toch voornamelijk geweest die mogelijke alternatieven voor een verhoging van de AOW-leeftijd hebben

6

TSB_03_10.indd Sec1:6

Henk Knol is directeur van Partnerconsult Adviesgroep

sociaalbestek 3/2010

2/26/2010 6:47:43 PM


CTUEEL

KORTE BERICHTEN EISEN LOONADMINISTRATIE WERKGEVERS VERANDEREN VOORLOPIG NIET

dienst werkten, 12 dagen achter elkaar in touw waren of veel te lange werkweken maakten. Ook agressie en geweld bleken een probleem in de beveiligingsbranche. Positief is dat het lichamelijke geweld, zoals slaan en schoppen, ten opzichte

De uniformering van de loonaangiftes door werkgevers is

van controles in 2003 flink was verminderd. Maar jennen,

niet per 1 januari 2011 ingegaan. Daardoor veranderen de

schelden en beledigen kwam nog net zo veel voor: een op de

eisen aan werkgevers over de manier waarop zij loonaangifte

vijf beveiligers maakte dit maandelijks mee. Intimidatie en

doen voorlopig niet. Dit schrijft minister Donner van Sociale

bedreiging waren zelfs toegenomen.

Zaken en Werkgelegenheid mede namens staatssecretaris De

Vooral beveiligers van voetbalwedstrijden, popconcerten en

Jager van FinanciĂŤn in een brief aan de Tweede Kamer.

andere evenementen hadden last van agressief gedrag. Een

De bewindslieden willen tegemoetkomen aan de bezwaren die

kwart van de beveiligers had geen training of voorlichting

de afgelopen tijd zijn geuit door softwareleveranciers, werk-

gekregen over hoe om te gaan met agressie en geweld. Ook

geversorganisaties en Actal, Advies college toetsing admini-

schortte het regelmatig aan de opvang na incidenten.

stratieve lasten.

Inmiddels zijn bij de bezochte bedrijven de werkomstandig-

Er zijn sinds 2007 aanzienlijke verbeteringen doorgevoerd in

heden op orde, zo bleek bij hercontroles. Met het oog op de

het systeem van loonaangifte. Het kabinet legde de prioriteit

overige van de ruim 1400 beveiligingsbedrijven heeft de bran-

bij het terugdringen van het aantal benodigde correcties en

che-organisatie maatregelen aangekondigd. De Vereniging

bestaande fouten in de loonaangifte. Inzet is om de polsad-

Particuliere Beveiligingsorganisaties (VPB) heeft toegezegd

ministratie tot een basisregistratie te maken van arbeids- en

dat de opleidingen voor beveiligers meer aandacht besteden

uitkeringsgegevens. Hiervoor is de eenduidige loonaangifte

aan het omgaan met agressie en geweld.

een noodzakelijke voorwaarde.

WERKOMSTANDIGHEDEN BEVEILIGERS De zorg voor de veiligheid en gezondheid van beveiligers moet verbeterd worden. Bij controles van de Arbeidsinspectie bij ruim 300 beveiligingsbedrijven bleken in 2008 en 2009 werknemers nog vaak te lange werkdagen te maken. Inmiddels zijn bij de meeste van de 300 bedrijven de werkomstandigheden op orde, maar de branche heeft maatregelen aangekondigd Bij zestig procent van de gecontroleerde bedrijven was iets mis. De meeste overtredingen hadden te maken met werken rusttijden. Kleine bedrijven bleken de regels vaak niet te kennen. Het kwam voor dat beveiligers meer dan 14 uur per

Foto: HK-stock

voor de hele sector.

Beveiligers van voetbalwedstrijden hebben vaak last van agressief gedrag

7

TSB_03_10.indd Sec1:7

sociaalbestek 3/2010

2/26/2010 6:47:44 PM


KORTE BERICHTEN RESULTATEN BESTUURSAKKOORD PARTICIPATIE

WERKLOOSHEID KOMT BOVEN DE 5 PROCENT

Gemeenten hebben door een akkoord in 2007 met het minis-

In de periode oktober-december 2009 waren gemiddeld 410

terie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in 2008 een

duizend personen werkloos. Dit komt overeen met 5,3 pro-

aanzienlijke prestatie geleverd in het beperken van het aan-

cent van de beroepsbevolking. Een jaar eerder was dit nog

tal mensen dat een bijstandsuitkering krijgt. Tot eind 2008

3,7 procent. De laatste maanden is er vooral een sterke groei

zitten er 9.000 mensen minder in de bijstand dan op basis

van de werkloosheid bij 45-plussers. Dit blijkt uit de nieuwste

van conjuncturele ontwikkelingen verwacht mocht worden.

cijfers van het CBS.

In het akkoord is afgesproken dat gemeenten zich inspan-

De voor het seizoen gecorrigeerde werkloosheid kwam in de

nen om (tot eind 2011) 30.000 minder bijstanduitkeringen

periode oktober-december 2009 uit op 425.000 personen,

te zullen verstrekken om hen aan het werk te helpen. Verder

11.000 meer dan de vorige driemaandsperiode. Vanwege het

zijn zo’n 3.600 mensen vanuit een bijstandsuitkering in 2007

steekproefkarakter van de cijfers is het overigens beter om

en 2008 een eigen bedrijf begonnen. Dit blijkt uit de eerste

de ontwikkeling over een wat langere periode te bekijken. In

evaluatie van het Bestuursakkoord Participatie tussen Rijk en

het afgelopen halfjaar steeg de werkloosheid met gemiddeld

gemeenten.

ongeveer 9.000 per maand. In de periode oktober-december 2009 was het aantal werk-

Ook in de armoedebestrijding is behoorlijke vooruitgang

lozen 125.000 hoger dan dezelfde periode een jaar eerder.

geboekt: meer mensen maken gebruik van de langdurigheids-

De laatste maanden neemt vooral de werkloosheid onder

toeslag (87 procent in plaats van 80 procent) en van bijzon-

45-plussers toe. Inmiddels zijn er 141.000 45-plussers werk-

dere bijstand (41 procent in plaats van 38 procent). Er zijn tal

loos. Dit zijn er 42.000 meer dan een jaar geleden.

van initiatieven gestart om armoede te bestrijden en schulden

Het aantal niet-werkende werkzoekenden (nww) bij UWV

terug te dringen, waaronder regelingen speciaal gericht op

WERKbedrijf nam in december 2009 vergeleken met een jaar

kinderen van minima.

eerder toe met 91.000 tot 508.000. Dit is een stijging van 22

Gemeenten hebben naast bijstandsgerechtigden in 2008

procent. In Noord-Brabant nam het aantal werkzoekenden

ook veel gedaan voor mensen die niet werkten of een uit-

met 34 procent het sterkst toe en in Groningen en Limburg

kering hadden (niet-uitkeringsgerechtigden). Van hen zijn

met 13 procent het minst. Werkzoekenden met een beroep

er 15.000 aan een baan of een andere vorm van participatie

op middelbaar of hoger niveau hadden het meeste last van de

geholpen.

stijging. Hun aantal nam in een jaar met 40 procent toe. Eind december 2009 bedroeg het aantal lopende

In 2008 waren er gemiddeld 267.000 mensen met een bij-

WW-uitkeringen 309.000, dat is 139.000 meer dan een

standsuitkering. In 2007 waren er gemiddeld 289.000 mensen

jaar eerder. Een deel van de toename is toe te schrijven aan

met een bijstandsuitkering. Door de economische crisis heeft

deeltijd-WW. In december kwamen er ruim 45.000 nieuwe

er een toename van het aantal bijstandsuitkeringen in 2009

WW-uitkeringen bij en werden er meer dan 32.000 beëin-

plaatsgevonden.

digd. Het aantal uitkeringen dat werd beëindigd vanwege het bereiken van de maximale uitkeringsduur is vergeleken met december 2008 meer dan verdubbeld.

8

TSB_03_10.indd Sec1:8

sociaalbestek 3/2010

2/26/2010 6:47:45 PM


CTUEEL

KORTE BERICHTEN SOCIALE DIENST DRECHTSTEDEN DRAAGT DOSSIERS OVER AAN SIOD Staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Dordtse wethouder Spigt, namens de Sociale Dienst Drechtsteden, hebben een overeenkomst geteFoto: Herman Keppy

kend waarbij de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (SIOD) de strafrechtelijke opsporing van fraude voor de betreffende gemeenten zal uitvoeren. Klijnsma zei tijdens de ondertekening dat de uitbesteding van de opsporing van fraude aan de SIOD voordelen oplevert voor de gemeente en Mensen die sporten hebben minder kans op psychische stoornissen dan mensen die niet sporten

voor de burger. Voor de inwoners van gemeenten neemt de transparantie toe, omdat er een heldere scheiding is tussen controle en opsporing. Klijnsma benadrukt dat gemeenten

MET SPORTEN MINDER KANS OP PSYCHISCHE STOORNIS

zelf volledig verantwoordelijk blijven voor het gehele proces van uitkeringsverstrekking tot opsporing. Gemeenten zijn en blijven verantwoordelijk voor hun eigen handhavingsbe-

Mensen die sporten hebben vijftig procent minder kans om

leid. ‘Dat ligt vast in de wet en dat veranderen we niet’, aldus

een psychische stoornis te ontwikkelen dan mensen die niet

Klijnsma. Maar zodra een strafrechtelijke aanpak is vereist,

sporten. Dit blijkt uit gegevens van de Netherlands Mental

dan draagt de Sociale Dienst Drechtsteden onderzoek over

Health Survey and Incidence Study (NEMESIS), een repre-

aan de SIOD. Zo krijgen gemeenten meer handen vrij voor

sentatief onderzoek onder volwassenen van 18 tot 64 jaar. De

bijvoorbeeld preventie en het voorkomen van fraude door

studie is uitgevoerd door het Trimbos-instituut in opdracht

goede voorlichting.

van het ministerie van VWS.

Klijnsma biedt ook andere gemeenten de mogelijkheid gebruik te maken van de SIOD-expertise.

Mensen die sporten hebben minder vaak psychische stoornissen, zoals depressies, fobieën, andere angststoornissen en

De intergemeentelijke Sociale Dienst Drechtsteden omvat de

alcoholverslaving, dan mensen die niet sporten. Ook ontwik-

gemeenten Alblasserdam, Hendrik-Ido-Ambacht, Dordrecht,

kelen mensen die sporten minder vaak voor het eerst in hun

Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht en telt een verzor-

leven een depressie, fobie, andere angststoornis of drugsver-

gingsgebied van in totaliteit zo’n 250.000 inwoners. De SDD

slaving. Zo hebben mensen die bijvoorbeeld een tot drie uur

is daarmee in omvang de vijfde sociale dienst van Nederland.

per week sporten, vijftig procent minder kans om over een

Bijzonder is dat de zes deelnemende gemeenten hebben geko-

periode van drie jaar een psychische stoornis te ontwikkelen

zen voor een gemeenschappelijk beleid op het gebied van

dan mensen die geen actieve sport beoefenen.

sociale zaken.

9

TSB_03_10.indd Sec1:9

sociaalbestek 3/2010

2/26/2010 6:47:45 PM


KORTE BERICHTEN MAATSCHAPPELIJKE STAGE VANAF 2011 VERPLICHT

LICHTE DALING ZORGTOESLAG De zorgtoeslag gaat vanaf 2011 jaarlijks met enkele euro’s

Alle leerlingen die vanaf schooljaar 2011/2012 instromen

omlaag. Het kabinet heeft dit besloten om de oplopende kos-

in het voortgezet onderwijs moeten tijdens hun schoolpe-

ten te beperken. Huishoudens rond het minimum krijgen 3

riode een maatschappelijke stage lopen. De ministerraad

euro per jaar minder dan aanvankelijk was begroot; huishou-

heeft op voorstel van staatssecretaris Van Bijsterveldt van

dens met een modaal inkomen krijgen ongeveer 7 euro per

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, mede namens minister

jaar minder.

Verburg van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit inge-

De Zorgtoeslag is een tegemoetkoming in de premie voor

stemd met het wetsvoorstel maatschappelijke stage. Doel

een zorgverzekering. Met de nieuwe maatregel, die over 30

van de maatschappelijke stage is dat alle jongeren tijdens

jaar wordt uitgesmeerd, wil het kabinet de toekomstige

hun middelbare schooltijd kennismaken met en een onbe-

stijging van de uitgaven voor de zorgtoeslag tegengaan. Het

taalde bijdrage leveren aan de samenleving. Ze doen dit door

gaat om 1,8 miljard euro.

vrijwilligerswerk te verrichten bijvoorbeeld bij een buurtor-

De laagste inkomens worden zoveel mogelijk ontzien. De

ganisatie in de wijk, bij een sport- of cultuurorganisatie of

maatregel houdt in de dat huishoudens ook in de toekomst

bij een welzijnsinstelling. Het aantal verplichte uren varieert

gecompenseerd worden voor een stijging van de nominale

en is afhankelijk van aantal leerjaren. In de praktijk betekent

premie, alleen niet meer voor honderd procent. Verder wordt

dit dat leerlingen in vmbo en praktijkonderwijs minimaal

met de geleidelijke invoering van de maatregel voorkomen

48 uur stage lopen, in havo en vwo respectievelijk 60 en 72

dat het aantal huishoudens dat in aanmerking komt voor de

uur. Het totaal aantal uren mag over verschillende schoolja-

zorgtoeslag sterk stijgt.

ren worden verdeeld. Al een aantal jaren geven burgers aan dat de manier waarop mensen met elkaar omgaan een belangrijk maatschappelijk issue is. Er is nadrukkelijk behoefte aan meer sociale samenhang. Goed onderwijs bereidt leerlingen voor op hun rol in en bijdrage aan de samenleving. Het onderwijs is om die reden bij uitstek een passend en effectief middel om sociale samenhang te bevorderen. De maatschappelijke stage wordt sinds 2007 fasegewijs ingevoerd. Inmiddels is het percentage

CTUEEL

scholen dat aan maatschappelijke stages doet toegenomen tot bijna 99 procent.

EEN UITGAVE VAN Reed Business bv Postbus 152 1000 AD Amsterdam Telefoon : 020-5159222 UITGEVER E-mail: Louise.Bos@reedbusiness.nl

NIEUWSBRIEF SOCIALE ZEKERHEID EN ARBEID

Een uitgave van Reed Business SZ-Actueel biedt actuele

berichten, interviews en vaste

informatie over de stand van

rubrieken.

zaken, de toekomst, de samenwerking, het veranderingsproces, de wetgeving en de samenhang in het stelsel van sociale zekerheid en arbeidsvoorziening door 10

TSB_03_10.indd Sec1:10

sociaalbestek 3/2010

middel van bondige, zakelijke

REDACTIE H.K. Knol, Drs. M.M. Geers EINDREDACTIE Herman Keppy Hedwig Neggers e-mail: Hedwig.Neggers@ reedbusiness.nl

2/26/2010 6:47:46 PM


ACTU E E L

THEMA

BELEID

WERKVLOER

MENINGEN

SERVICE

Bezoek het vernieuwde zorgwelzijn.nl

• Met nieuws uit de sectoren • interviews en achtergronden • verhalen van de werkvloer • weblogs en opinies De website www.zorgwelzijn.nl heeft sinds kort een geheel nieuwe look en feel. De site geeft een overzichtelijk beeld van het actuele nieuws uit de zorg- en welzijnssector. Zorg + Welzijn groeit op het web uit tot hét platform voor sociale professionals. Of u nu geïnteresseerd bent in artikelen over jeugdzorg, ouderenzorg, gehandicaptenzorg, thuiszorg, welzijnswerk, integratiebeleid of opvang - de gebruiksvriendelijke tabs wij-

zen u de weg. Naast het nieuws uit de sectoren biedt de site interviews, achtergronden, beleidsnieuws en verhalen van de werkvloer. Bovendien kunt u reageren op artikelen, van u laten horen in rubrieken als Uit het veld, meningen publiceren op de opiniepagina of zelf gaan webloggen over eigen praktijk. Ga eens kijken op de nieuwe website en laat van u horen via zorgenwelzijn@reedbusiness.nl

Lees ook het gerestylde Zorg + Welzijn Magazine!

www.zorgwelzijn.nl: hét platform voor sociale professionals 11

TSB_03_10.indd Sec1:11

sociaalbestek 3/2010

2/26/2010 6:47:48 PM


Sociaal Info

Editie 1, 2010 nu verkrijgbaar!

Het standaardwerk voor de sociale sector

Sociaal Info bevat de voornaamste ‘comptabele’ gegevens

boek ‘Sociaal Info’ al voor € 36,- (incl. BTW) of een los

(bedragen, forfaits, percentages, premies, regelingen en

exemplaar voor € 40,- (incl. BTW).

voorschriften) die regelmatig nodig zijn bij de dagelijkse praktijk van de deskundige op het gebied van onder

De opzet van Sociaal Info is als volgt:

andere sociale zekerheid, maatschappelijke dienstverlening,

• het wettelijke minimumloon;

gezondheid, belastingen, studiefinanciering, huursubsidie en

• sociale voorzieningen (o.a. WWB, Bbz, IOAW, WWIK);

arbeidsmarktmaatregelen.

• sociale verzekeringen (o.a. WW, WAO, AOW); • overige verstrekkingen (o.a. AWBZ, Wmo, ZVW);

Met ingang van 1 januari 2010 is een groot aantal bedragen

• (eigen) bijdragen en alimentatie;

in de sociale zekerheid gewijzigd. In deze nieuwste editie

• arbeidsmarktmaatregelen (o.a. REA, WSW);

van Sociaal Info treft u de geactualiseerde bedragen aan.

• premieheffingen en belastingen.

U bestelt een abonnement (tot wederopzegging) van het

TSB_03_10.indd Sec1:12

2/26/2010 6:47:48 PM


Sociaal Bestek