Page 1

De vijf archiefbewaarplaatsen van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe beheren de imposante erfenis van vijf gemeenten: Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet en Oldebroek. Schatkamers met bijna drieduizend meter aan lief en leed. Ontmoetingsplaatsen van verhalen. Ze doen graag een boekje open, over mijlpalen in de verre geschiedenis, en over wapenfeiten uit een recenter verleden. Met statige charters in zwierig schrift, door keizers en kerkvorsten gesigneerde topstukken. Maar ook met haastige krabbels op een kladje, of een handgeschreven prentbriefkaart. Zo stappen we met zevenmijlslaarzen door een slordige achthonderd jaar geschiedenis. Met een kleurrijk oeuvre aan documenten als houvast, een leidraad in de tijd. Geen ratjetoe: het “oud archief” is een uiterst strak geordende verzameling die met zorg, aandacht en engelengeduld wordt beheerd. Archiefmedewerkers weten van elk dossier precies waar het uithangt: welke van de vijf locaties, in welke archiefkast, onder dat ene, unieke inventarisnummer. De collectie van het Streekarchivariaat is even omvangrijk als veelzijdig. Een smeltkroes van stukken. Persoonlijke brieven en zakelijke correspondentie, notulen, wetboeken en reisbescheiden. Aktes van geboorte, huwelijk en overlijden. Bouwvergunningen en familiegeheimen, zegels en wapens. En ook de wereld aan beeldmateriaal: vele duizenden foto’s en ansichten. Dossiers in woord en beeld. Samen vertellen ze het unieke levensverhaal van de “Over-Veluwe”.

ISBN 978-90-6697-212-4

ijsselacademie

Ontmoetingsplaats van verhalen « Het streekarchivariaat Noordwest-Veluwe » Jolanda de Kruyf

De archiefbewaarplaats is verre van stoffig, en stukken leuker dan mensen vaak denken. Waarom? Het wemelt er van verhalen. Spannende, mooie, ontroerende en verbijsterende verhalen. De nalatenschap van onze voorouders wordt gekoesterd in ondergrondse depots; klimatologisch aangepaste ruimtes, waarin het materiaal ligt verpakt in zuurvrije omslagen en dozen. Speciale condities voor waardevolle informatie, die door de eeuwen heen is toevertrouwd aan papier en perkament.

Ontmoetingsplaats van verhalen Het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe Jolanda de Kruyf


rug 6mm rug


-

Ontmoetingsplaats van verhalen


-

Vooraf

Vijfentwintig jaar regionale archiefverzorging op de NoordwestVeluwe. In vergelijking tot de tot bijna 800 jaar oude archieven die wij beheren wellicht een korte periode, niettemin voor ons een mijlpaal om bij stil te staan. En wat kan een archiefdienst beter doen met zo’n mooi jubileum dan een boek te publiceren? Nu hebben archieven een beetje de naam saai te zijn, behalve natuurlijk voor de mensen die er wel eens onderzoek hebben gedaan of voor informatie zijn geweest. Jubileumboeken kunnen ook verschrikkelijk saai zijn. Bij een moderne archiefinstelling past zoiets niet. Archieven zitten immers boordevol met leuke plaatjes, mooie prenten en spannende verhalen. Daarom hebben we gekozen voor een kleurrijke jubileumuitgave die een blik gunt in ons Streekarchivariaat. We laten zien wat we nu eigenlijk doen, en geven een beeld van de hulp die we van onze vrijwilligers krijgen. Vooral tonen we een greep uit de schatten uit ons verleden die in onze rijke collecties en archieven zijn te vinden. Het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe beheert bijna drie kilometer archieven, van 1231 tot heden. Om deze archieven toegankelijk te maken en te behouden heeft zich de afgelopen

25 jaar een grote groep mensen ingezet. Deze uitgave is dan ook opgedragen aan al die vrijwilligers en collega’s die hieraan hebben meegewerkt of nog altijd meewerken. Met deze uitgave hopen we, door de lezer een kijkje te gunnen in de vele topstukken uit ons verleden die we in huis hebben, mensen te verleiden tot een bezoek aan één van onze vijf studiezalen voor persoonlijk contact, of anders aan onze virtuele studiezaal. U bent van harte welkom! Wie

— Hajo de Roo — Streekarchivaris NW-Veluwe

Wat

Wie

— Henk Hovenkamp — Adjunct-archivaris NW-Veluwe

Wat


-

Fotoverantwoording en dankwoord

Alle afbeeldingen zijn afkomstig uit de collectie van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe, met uitzondering van de pentekening van een kogge op pagina 23 (in bezit van Gemeentearchief Kampen), het Pas Op-kamp en de gedenkstenen op pagina 34 (eigen foto’s auteur). Kijk voor uitgebreide beschrijvingen, inventarisnummers en een online beeldbank van 50.000 foto’s op www.streekarchivariaat.nl. Met dank aan de Stichting IJsselacademie in Kampen voor het verzorgen van de uitgave, in het bijzonder Jos Mooijweer voor zijn inhoudelijke commentaar, Jeroen Kummer voor de (eind)redactionele begeleiding en IJA-vrijwilliger Wim den Hollander voor zijn hulp bij het persklaar maken van de kopij. Speciale dank is verschuldigd aan archivarissen Hajo de Roo en Henk Hovenkamp en het team medewerkers in Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet en Oldebroek voor hun zoek- en scanwerk: Jan Kolkman, Els van Nieuwenhuijzen, Bertus Wouda, Tiemen Goossens, Evelien van der Meulen, Johanan van Gelder, alsmede Hans van Dijk. Enthousiaste en hulpvaardige gidsen op mijn ontdekkingsreis door de schatkamers van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe. Tot slot dank ik mijn partner Roelof Tienkamp voor zijn geduldig leeswerk en vaktechnisch commentaar. Wie Wat

— Jolanda de Kruyf — Auteur


-

Inhoud

h1a h1b h1c h2 h3 h4

Een enerverend verleden, verpakt in vijf schatkamers — 11 Dubben tussen praktisch gemak en historisch belang — 12 “De tijd begint wel wat te dringen” — 14 Wat hebben we zoal in huis? — 15 Vuist tegen vocht en vuil, schimmels of papiervisjes — 16 Eén archivaris, vijf locaties — 16 “Eén touwtje van een enorme kluwen” — 17 De fijne kneepjes van het vak — 18 Op zoektocht in de studiezaal — 18 Topstukken met de X-factor — 19 Van heiligschennis tot hoogverraad — 23 “We zijn in het archief blijven hangen” — 24 De zee, een wispelturige vriend — 25 Herbern van Putten, schrik van de Zuiderzee — 31 Van “eerlijke” kaper tot Watergeus — 31 “Er komt veel logisch puzzelwerk bij kijken” — 32 Sporen uit een woelig verleden — 33 Spoor uit de Koude Oorlog: atoombunkers — 37 Een beul op de brandstapel — 37 Voetsporen van een joodse gemeenschap — 39 Klapperstenen — 39 “Soms zit ik me dagenlang suf te scannen” — 40 Van heikneuters en Hanzekooplui — 41 Melkventers en scherprechters — 43 Handel per hondenkar — 44 Scheld- en spotnamen — 45 Zegt het voort… — 46

h5 Geloof, hoop en een heilzaam leven — 47 Dubieuze armenhulp — 49 Geneeskrachtig water — 51 Van schuttersfeesten tot zwarte kousenkerk — 51 De twee Maria’s van Elburg: vrijgevige vrouwen — 52 h6 Vreemd volk langs ’s Heren wegen — 55 Studentenpret in Nunspeet — 57 Andersdenkenden verketterd — 60 Strop voor homoseksueel — 60 De Zwarte Vrouw van Staverden — 61 Missie in den vreemde — 62 h7 VIPS van de Veluwe — 63 Wonen op stand — 64 De vrijheidsstrijders van Ermelo — 67 “Je hebt wel wat bagage nodig voor dit vak” — 68 Postbodes met aanzien — 69 “Verbrande Berend” — 69 Beroemde foto’s — 71 h8 Eén beeld zegt soms meer dan ... — 71 Elburg — 73 Ermelo — 75 Harderwijk — 76 Nunspeet — 79 Oldebroek — 80 n1| 127 Noten — 82

9


10

— Alle archieven worden beheerd in een klimatologisch aangepaste ruimte met een constante temperatuur en luchtvochtigheid.


h1a Een enerverend verleden, verpakt in vijf schatkamers

— Een notariszegel, kenmerk van notaris Gerrit Andreas Hoefhamer (1832-1874).

Acht eeuwen geschiedenis samengebald in Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe Geen heden zonder verleden. De geschiedenis stippelt al grotendeels uit wie we zijn, waar we staan. Onder de vlag van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe is ruwweg 800 jaar regionale historie uit Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet en Oldebroek samengebracht. Eeuwen van voorspoed en tegenwind, verspreid over vijf gemeenten. Vijf archiefbewaarplaatsen met elk hun eigen, unieke collectie. Wat hebben ze met elkaar gemeen? Ogenschijnlijk weinig. Toch delen ze een enerverend verleden vol ups en downs, een verleden dat ligt verpakt in depots vol originele stukken. Schatkamers waar het wemelt van adembenemend materiaal. Heftige, hilarische verhalen. Mooie en soms ook ontroerende verhalen gaan schuil achter statische indexen en inventarisnummers, in lijvige dossiers en archiefkasten. Verhalen van doodgewone mensen in de voltooid verleden tijd. Die verhalen grijpen je – ook eeuwen na dato - bij de kladden. Ze vormen de leidraad naar een collectief verleden, de navelstreng met onze voorouders. Waar woonden ze? Wat deden ze voor de kost? Hoe zag hun dagelijkse leven er uit? Vragen waarop het Streekarchivariaat NoordwestVeluwe antwoord kan geven. In deze bonte uitgave laten we graag zien wat we zoal “in huis” hebben. Een ontdekkingsreis in vogelvlucht. We zoeven met zevenmijlslaarzen langs roemrijke Hanzesteden, boerendorpen en vlekken op de kaart, landgoederen en kastelen, monumenten, havens en illustere figuren uit de streekgeschiedenis. Het is maar een greep uit ons omvangrijke oeuvre. Een voorproefje dat naar meer smaakt.

11


De fijne kneepjes van het vak Werken in het archief? Je mag wel een wandelende encyclopedie zijn. Medewerkers leren de fijne kneepjes van het vak op de Archiefschool, onderdeel van de Hogeschool van Amsterdam. Die verzorgt beroepsonderwijs op diverse niveaus, maar biedt ook de gespecialiseerde hbo-opleiding tot archivaris aan. De gemeentearchivaris – “baas” van de gemeentelijke archiefbewaarplaats – geeft uitvoering aan een wettelijke taak: elke overheid is namelijk verplicht haar archief “in goede, geordende en toegankelijke staat” te bewaren. Er wordt gestreefd naar duurzame opslag: documenten moeten over 100 jaar nog leesbaar zijn en – als het even kan – in dezelfde onderhoudsstaat verkeren. Het archief is openbaar, iedere burger heeft het recht om kosteloos stukken in te zien. Het is de verantwoordelijkheid van de overheid om te zorgen dat de informatie ook goed bereikbaar is. Meer weten? Kijk eens op www.archiefschool.nl. — Het briefje dat Gerard Hoefhamer aan zijn oma schreef…

18

Volg het spoor van je voorouders…

Op zoektocht in de studiezaal Waar kom ik vandaan? Die vraag houdt veel mensen bezig. Volg het spoor van je voorouders en begin aan een reis van onbepaalde tijd, met onbekende afloop. Dat is wat genealogie (beter bekend als stamboomonderzoek) zo spannend maakt. Het is met stip de populairste vorm van onderzoek in het archief. Nodig voor de zoektocht: de juiste gegevens over doop, huwelijk en begrafenis, eindeloos geduld, brandende nieuwsgierigheid en een rustig plekje bij het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe. Alle vijf locaties hebben een eigen studiezaal met bibliotheek voor bezoekers. Van fragmenten uit historische naslagwerken worden kopietjes gemaakt, oude foto’s naar wens – afhankelijk van auteursrechten – gescand en digitaal verzonden voor privégebruik. Let wel op: de bron van je gegevens is beperkt, want persoonsgegevens worden beschermd. Uit oogpunt van privacy zijn overlijdensaktes daarom pas na 50 jaar openbaar. Huwelijksaktes pas na 75 jaar en voor het inzien van geboorteaktes is nog meer geduld vereist: die zijn na 100 jaar pas openbaar. Elk dossier en iedere verzameling is gekoppeld aan een inventarisnummer: de ‘ingang’ van het archief. Een team kundige vrijwilligers zorgt dat daar de juiste index (inhoudsopgave) bij hoort. Veel informatie is al snel en eenvoudig via internet verkrijgbaar; aan verbetering van de digitale dienstverlening wordt continue gewerkt. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling dat gasten op eigen houtje door het oud archief dwalen of originele aktes in handen krijgen; daarvoor is de huiscollectie te kwetsbaar. De archiefbewaarplaats is alleen toegankelijk voor medewerkers van het Streekarchivariaat. Maar in de studieruimtes en de virtuele studiezaal (op www.streekarchivariaat.nl) is iedereen van harte welkom en zijn de meeste dossiers kosteloos te raadplegen. Op de website staan de openingsuren van de vijf studiezalen in Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet en Oldebroek. Bij alle vestigingen kun je ook op afspraak terecht.


h1c

Topstukken met de X-factor

— Karolingisch schrift van rond de 11de eeuw.

— Officiële oorkonde van de stadsrechten van Harderwijk.

Het krioelt van bijzondere wapenfeiten in de Veluwer dossiers. Streekgeschiedenis af te lezen van zwierige geboorteaktes, zakelijke hinderwet- en bouwvergunningen, spannende geheimzegels, doodgewone notulen, grimmige verordeningen en oude nieuwtjes u it d e r e g io na le k ra n t. E en ve r s ch e id e n h e id a a n d o cu m e n te n va n w i s s el en d e b e t e k e n is . D a a r z it t e n a b s o l u te top hi ts tus s en . St u k k e n m e t d e “ X -fa c t o r ” , ze g ma a r. Zwaar w i c h ti ge z a k e n v a n h o g e h e r e n , o pg e te k e n d m et d e ganzen v e e r, t o e v e r t r o u w d a a n k o s t ba a r pe r kam ent. Met e e n jo e k e l v a n e e n w a s z e g el e ra a n , “h an d teken i ng” v a n k e iz e r s , k o n in g e n e n k erk v orste n . Maar het ar c hi e f k o e s t e r t o o k d e s e pia a n s i c h t v a n e e n lev en d i ge d or p s s t r a a t . O f d e k le in s t e k a t t e nb e lle tj e s, fo r m aat m em ob la a d je . O n b e d u id e n d ? Vo o r de j u iste vind er ni et.

Kist met charters gered Natuurlijk is Harderwijk trots op zijn charters. Zo’n 500 officiële oorkondes bleven bewaard na de verwoestende stadsbrand van 1503. Wonder boven wonder wist men een kist vol waardepapieren uit de vlammenzee te redden! Alleen daarom weten we nog zoveel van het reilen en zeilen van Harderwijk vóór de 16de eeuw. Dankzij de akte van stadsrechten (1231). Of het eerste charter - én bewijs - van een Hanzeverleden (1280). Nog zo’n pronkstuk: de oorkonde van het Stedenverbond (1343), met 16 gave zegels van even zoveel Gelderse steden. Het is één van de meest complete exemplaren die nog in archiefdepots berusten.1 Soms gaat het niet om de inhoud en is de kaft veel waardevoller. Zo beschikt de archiefbewaarplaats van Harderwijk over rekeningen van stadsbestuur en Burgerweeshuis die met uiterst zeldzaam materiaal zijn ingebonden: losgeknipte stukken

19


— Charter van het Gelders Stedenverbond. Op dit exemplaar uit Harderwijk zijn nog 17 van de 22 originele zegels intact.

20

perkament vanaf omstreeks de 11de eeuw.2 Hoe we dat weten? Omdat ze zijn beschreven met Karolingisch schrift, uit de tijd van Karel de Grote. De “band” die het boekje met jaarrekeningen moest verstevigen is dus veel ouder dan het eigenlijke document. “Lieve grootma…” In het archief van Elburg ligt een klein, lief briefje van een jongen aan zijn grootmoeder.3 Gerard Andreas Hoefhamer

(1877-1933), de latere vierde notaris van het roemrijke Elburger geslacht, was nog maar een ventje van tien jaar toen hij dit schreef: “Lieve grootma…” Gerard bedankt haar voor het boek dat hij op zijn verjaardag kreeg; een sober feestje zonder vrindjes dit keer. “Omdat ik ondeugent geweest ben, en daarom mog ik geen visite gehadt.” Het blaag had het er zelf naar gemaakt, zo geeft hij grif toe: woensdagmiddag was hij tijdens het slootje springen uitgegleden en voorover in het water gevallen. Zo was hij thuisgekomen die middag. Vader en moeder waren not amused.


— Schimmel tastte het “Resolutie boeck den ambts Ermel” aan.

— Verzoekschrift voor de vrijlating van dokter Holtrop.

De mooiste stukken zijn soms aartslelijk. Of boos-aardig van karakter. Maar ze markeren een tijdsbeeld. Zoals de Duitse partijpropaganda van de jaren dertig tot na de Tweede Wereldoorlog; een bizarre collectie van wel 100 posters uit het archief van de gemeente Ermelo.4 Annonces in zwart-wit, maar ook kleurrijke affiches die ooit het straatbeeld “sierden”. Roerend is een verzoek aan de Sicherheitspolizei op 5 juni 1944, “namens alle inwoners van Ermelo”, om dr. Roelf Holtrop (1900-1969, grootvader van de huidige huisarts met dezelfde naam) vrij te laten en “aan zijn patiënten terug te geven”. Zijn gevangenneming door de Duitsers heeft “groote verslagenheid in de gemeente veroorzaakt, daar Dr. Holtrop de achting van nagenoeg alle menschen heeft”. De brief gaat vergezeld van tientallen handtekeningen, vooral van buurtbewoners uit de Stationsstraat. Hun pleidooi mocht niet baten. Gelukkig overleefde Holtrop de oorlog wel en keerde hij veilig terug naar Ermelo. Daar is later als hommage nog een straat naar hem vernoemd. Zielig is het stuk uit Oldebroek van een koe die per abuis een gavel (hooivork) in haar lijf kreeg. Ze graasde in het verkeerde weiland en de boer wilde haar verplaatsen; iemand zette een gavel in de dam, zodat het dier er niet langs kon. Dat ging mis. Een trieste anekdote uit omstreeks 1820, die helaas onvermeld laat hoe het de koe verder verging.

21


— Gedenkteken voor gefusilleerde joden, in het bos aan de Tongerenseweg.

— Eén van de ondergrondse schuilplaatsen in het Pas Op-kamp, Vierhouten.

34

Van iets jongere datum (17de eeuw) dateren de Hessenwegen. Handelsroutes – vermoedelijk vernoemd naar kooplieden uit het Duitse Hessen – die geschikt waren voor de “hessenwagens”, stevige karren met een flinke asbreedte. Zware wielen trokken diepe sleuven in heidevelden en zandwegen. Reden dat men zoveel mogelijk buiten de gebaande paden bleef. De Oude Zwolseweg was zo’n afgelegen handelsroute. Riskante tripjes waren dat, via Leuvenum en Vierhouten: karren en kooplui werden nogal eens doelwit van nietsontziende struikrovers. De namen “Pas-Opweg” en het “Pas Op”boswachtershuis (hoek Tongerenseweg) herinneren aan een reeks brute overvallen. Oorlogsspoor: Pas Op Opvallende namen die de lading dekken. Ook later, als de Veluwe het decor is van Duitse soldaten, verzetshelden en onderduikers in de Tweede Wereldoorlog. Legendarisch wordt het “Pas Op-kamp”, dat diep verscholen in de Soerselse bossen het leven redde van 78 joodse onderduikers.34 Acht minder fortuinlijke kampbewoners vonden de dood, toen hun “geheime dorp” – een ingenieuze nederzetting van liefst 9

onder- en bovengrondse hutten – werd ontdekt en ze hals over kop voor de Duitsers moesten vluchten. Hun sporen bleven bewaard. In de archieven, maar ook in de bossen onder de rook van Nunspeet. Drie nagebouwde onderkomens geven “Het Verscholen Dorp” weer een gezicht. Even verderop, aan de Tongerenseweg, vertellen twee gepolijste zwerfstenen het beklemmende verhaal van acht gefusilleerden die hier, onder dwang van de nazi’s, hun eigen graf moesten graven. Op een gedenkteken aan de bosweg staan de namen van alle acht; de oudste 73, de jongste nog maar 6 jaar. Het archief kent meer ondergrondse geheimen en figuurlijke sporen. In het Speulderbos, bij de buurschap Drie, zijn nog de restanten van een onderduikershol te vinden, dat van 1943 tot de zomer van ’44 in gebruik was. Hier kunnen bezoekers het spoor volgen van de bewoners die, na een Duitse inval, wisten te ontsnappen via een 75 meter lange vluchtgang. In het spoor van de Belgen Wie er oog voor heeft, ziet dat het oud archief wemelt van deze en andere oorlogssporen. Het Streekarchivariaat NoordwestVeluwe vertelt er in woord én beeld over. Zo zijn talloze


— Verlofreglement voor Vluchtoord Nunspeet.

— Geïnterneerde Belgen hadden zelfs hun eigen frietkot in Harderwijk!

foto’s bewaard van Vluchtoord Nunspeet, en van de militaire Interneringskampen Oldebroek en Harderwijk. In totaal bijna één miljoen Belgen vluchtten na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog naar Nederland, vanwege de neutrale landsstatus. Het grootste deel kon betrekkelijk snel terug naar huis, maar ruim 125.000 Belgen bleven achter. Gelderland was tussen 1914-1918 gastheer van het gros daarvan.35 Onderling bekvechtende Walen en Vlamingen kregen hier een dak boven hun hoofd. Eerst in Oldebroek. De leegstaande kazernes van de artillerie leenden zich prima voor noodopvang. Tot de vluchtelingenstroom in snel tempo groeide en er ook duizenden militaire krijggevangenen over de grens kwamen. Legerplaats Oldebroek werd daarom ingericht als militair Interneringsdepot, kamp Moensdorp voor de gezinnen van deze soldaten. Op de heide bij Nunspeet werd gebouwd aan een nieuwe, omvangrijke nederzetting. Goed voor 32.000 vluchtelingen; maar er kwamen uiteindelijk “slechts” 7.000 Belgen, op de vlucht voor de Duitse bezetter. De uitwerking van die buitenlandse invasie op het dunbevolkte gebied was groot. Maar de animo om te helpen ook. De Commissaris der Koningin van Gelderland riep alle gemeenten schriftelijk op ruimte te scheppen voor

de vluchtelingen, en die kwam er. Burgemeester Mackay van Ermelo (waaronder Nunspeet viel) liet weten dat “de onafzienbare heidevlakten” in zijn gemeente plek bij uitstek boden “voor een onnoemelijk aantal personen” en een flink uit de kluiten gewassen kamp. Ook riep hij inwoners via pamfletten op hulp te bieden, in de vorm van onderdak of voeding. “Lakens en ondergoederen voor mannen, vrouwen en kinderen zullen zeer welkom zijn. Aardappelen, boonen, erwten en koffie eveneens.”36 Het Vluchtoord Nunspeet groeide gestaag tot een dorp op zich. Met eigen kerk, scholen, een ziekenhuis, processies en een bloeiend verenigingsleven: dans, zang, muziek, toneel, bingo en feestavonden. In Harderwijk stond zelfs een frietkot. Intensief contact met de autochtone dorpelingen was er nauwelijks. De frivole levensstijl van de rooms-katholieke Belgen botste dan ook met de sobere inslag van de plaatselijke protestantse bevolking. Er werd geklaagd over openbare dronkenschap en luidruchtig gedrag van vooral soldaten. Het gedrag van de Belgen leidde in Harderwijk en Nunspeet tot plaatsing van urinoirs in het centrum. Ook lieden die eigenlijk in de cel of het tuchthuis hoorden kwamen in Nunspeet terecht. Net als Belgen die op smokkel of spionage waren betrapt. Deze bewoners van

35


— De “Nieuwe Kazerne” aan de Oranjelaan, bij het station in Harderwijk, 1919.

42

theologie en geneeskunde) leverde grote namen onder promovendi af, zoals arts/anatoom Herman(us) Boerhaave en arts/ plantkundige Carolus Linnaeus. De economische uitwerking van alle extra kennis en expertise binnen de stadspoorten was vanzelf enorm: Harderwijk werd overspoeld door professoren en studenten die kwistig met geld strooiden voor behuizing, boodschappen en vertier. Een kwestie van tijd of de havenstad bood onderdak aan nieuwe beroepsgroepen zoals boekdrukkers, scherm- en dansmeesters. Eén van de gevolgen voor Nederland van de inlijving bij Frankrijk (1810) was hervorming van het hoger onderwijs, waarbij alleen nog plaats was voor een beperkt aantal topuniversiteiten. Dat deed de Gelderse Academie de das om. Door financiële lasten en afnemende studentenaantallen ging de deur in 1812 voorgoed op slot. Legergroene inkomsten Lang treurde men niet. Bij wijze van compensatie kreeg Harderwijk in 1815 het Koloniaal Werfdepot in huis.54 Een soort vreemdelingenlegioen waar vooral veel Duitse soldaten werden geronseld en opgeleid voor uitzending naar “onze” overzeese koloniën. De jongens kwamen onderdak in het tot kazerne

— Soldaten in de kantine van de kazerne. Harderwijk, 1928.

verbouwde, oude Muntgebouw. Het “Indisch werfdepot” trok duizenden militairen aan die een leuke geldsom kregen voor hun verbintenis. Cash handgeld dat in Harderwijk meestal al grif opging aan kroeg- en bordeelbezoek. De middenstand spon er garen bij, al waren er met zoveel jonge kerels op een kluitje natuurlijk ook de nodige schermutselingen. 55 Het feest duurde tot 1907. Harderwijk verloor de tijdelijke kostgangers toen aan Nijmegen, maar kreeg er al snel een permanent militair garnizoen voor terug. Met de komst van de infanterie werd de stad voor het eerst buiten de oorspronkelijke muren uitgebreid. In 1913 werd de voormalige Jan van Nassaukazerne geopend.56 Nieuwe woonwijken en vormen van industrie volgden in het kielzog. De garnizoensstad kreeg nog meer status door de bouw van de Willem George Frederikkazerne (nu een opleidingscentrum) en een complex voor de veldartillerie. Het soldatengroen verdween in 1994 definitief, de herinnering bleef bewaard in het archief. Wering van bedelarij Er was ook grote armoede in de stad. Halverwege de 19de eeuw bracht werkloosheid sommige inwoners tot de (verboden en


— Beesten in het straatbeeld van Elburg: lastdieren en vee bestemd voor de handel.

Melkventers en scherprechters Het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe geeft veel informatie prijs over oude ambachten van voorbije eeuwen. Ze zijn zeldzaam geraakt, verdwenen of horen in het museum thuis: de mandenmakers, melkventers, scheepstimmerlieden en steenhouwers. Bijzondere beroepen uit vervlogen tijden. Veel stadsbesturen hadden ambtenaren in dienst met – voor onze tijd – uiterst curieuze functies. Omroepers, klokkenopwinders, vuurtorenlichters, straatlantaarnopstekers. Vaak een combibaan: de lichtopsteker was ook klepperman (met ratel) of brandwacht. Die hield ‘s nachts slim een oogje in het zeil in de stad. Je had puinruimers met spierballen (nu zouden we zeggen: jongens van “de buitendienst”) en hondenvangers die de schrik vormden van loslopende viervoeters. Ook beul was een officieel beroep. In dienst van een grote, rijke stad moest hij de fijne kneepjes van het vak leren bij de “meester scherprechter”, en daar gingen heel wat jaartjes aan stage vooraf. Het ambacht ging vaak van vader op zoon, als de beul kon aantonen dat hij voldoende was opgeleid. De doodstraf moest wel een beetje netjes worden uitgevoerd! Ook het folteren van verdachten was een nauwgezet klusje: de marteling mocht geen blijvend letsel veroorzaken. Een beul in overheidsdienst was kostbaar, en het opleggen van lijfstraffen kwam helemaal niet zo vaak voor als tegenwoordig wel gedacht wordt, dus huurden de meeste steden er één in voor hun vuile werk. In steden die wel een eigen beul in dienst hadden, zoals Harderwijk in de 17de eeuw, kreeg de man in kwestie ook het lucratieve alleenrecht op het vegen van schoorstenen of het schoonmaken van kokers van toenmalige “toiletten”.57

dus strafbare) bedelstaf. Vooral in de winter was het sappelen, als er ijs lag en de vissers het water niet op konden. In 1850 trok een vijftal notabelen uit Harderwijk zich het lot van de behoeftigen aan en richtte de Vereeniging tot wering van bedelarij door werkverschaffing op. In de archiefbewaarplaats is maar liefst één hele meter ingeruimd voor het archief. Kort na de start waren er al 120 vrouwen aan het werk gezet, met spinnen en breien. Sokken en handschoenen vooral, in opdracht van het Koloniaal Werfdepot.58 Maar er werden veel meer klussen uitgevoerd: het maken van heidebezems, klompen en zwavelstokken, mattenvlechten, touwpluizen, het wieden van stadspleinen, het omspitten van land, sneeuw ruimen op de Markt. Meisjes kregen les in “nuttig handwerken” en dat leidde in 1871 tot de komst van een naaischool. Het kapitaal van de vereniging groeide intussen en vormde zo, bijna anderhalve eeuw lang, een belangrijke bijdrage aan de welvaart en het welzijn van stad en inwoners. Een handelspost overzee Naast de landbouw en – op bescheiden schaal – de visserij gold ook in Elburg de handel als groeiende bron van inkomsten in de Middeleeuwen. In 1368 valt de naam “Hanzestad” voor het eerst in de archieven.59 Elburg dreef lange tijd lucratieve haringhandel op de Oostzee. De stad stichtte er ook een eigen Vitte of factorij: een soort handelspost onder eigen bestuur en rechtspraak, van waaruit zaken werden gedaan met het moederland. Dat gebeurde vanaf het Zweedse schiereiland Schonen.60 Hier woonden en werkten kooplieden. Er verrezen pakhuizen, winkels, kramen en werkplaatsen voor timmerlieden,

43


— De hond als “werkpaard”, nog een vertrouwd straatbeeld tot halverwege de 20ste eeuw.

Handel per hondenkar

44

De hondenkar was tot medio 20ste eeuw ook in het straatbeeld van de Noordwest-Veluwe een vrij gangbaar fenomeen. De bakker en de visboer, de marskramer, de groenteman, de melkventer en de postbezorger; ze maakten allen dankbaar gebruik van de viervoeter als “werkpaard”. Een goedkope kracht die weinig eisen stelde aan voeding en verzorging. Gelukkig legde de landelijke Trekhondenwet van 1910 een aantal strikte regels vast ter bevordering van het dierenwelzijn. Zaken als registratie, schofthoogte en leeftijd van de hond, maar ook de uitrusting van de kar, die verplicht voorzien moest zijn van een ligplank, drinkbak en fatsoenlijk trektuig. Gebruikers kregen op verzoek een trek- of zitvergunning en daarop werd streng gecontroleerd.

— De houder van een hondenkar had een officiële vergunning van de gemeente nodig.

In de archiefbewaarplaats van Elburg is nog een register te vinden met vergunningen voor alle houders van hondenkarren sinds 1928.61 Een verschijnsel dat in de beginjaren vijftig overigens verdween, met de snelle opmars van gemotoriseerd transport. In Nederland is het gebruik van de hond als trekkracht sinds 1963 bij wet verboden.


Scheld- en spotnamen Boeren, kooplui en ambachtslieden droegen in het verleden vaak scheld- of spotnamen die direct verbonden waren met hun beroep. Sommigen groeiden uit tot ware geuzennamen. Bekend is de term bokkingkoppen waarmee inwoners van Harderwijk wel werden aangeduid. Reden: het stadje was lange tijd vermaard vanwege de vele bokkingrokerijen. Wie van Nunspeet kwam werd wel knut of knoet genoemd, wat zoveel betekende als dom en bot. De dorpelingen gingen ook wel door het leven als huibasten. Ofwel: mensen die hun bast (buik) vullen met hui, de wei van de melk. Men nam het er goed van, zeg maar. Inwoners van Elburg gingen nogal eens gekscherend door het leven als botjes, met een knipoog naar het vissersleven, maar ook als pepernoten. Een spotnaam die verwees naar het kruidige baksel “waarin zij hunne eer stelden”, De kleine boeren van de Veluwe noemde men wel weinig vleiend heikneuters. — Sfeerbeeld medio 20ste eeuw. Een boerenvrouw uit Nunspeet schilt de piepers…

kuipers, touwslagers en visverwerkers. De Vitte had dezelfde wetten en vrijheden als Elburg. Een voogd hield de boel in het gareel, trad op als politieagent of sprak recht als dat nodig was. Dergelijke factorijen waren een vrij gangbaar verschijnsel in de Hanzetijd. Zo lag er ook een “stukje Harderwijk” in Zweden; de stad had al sinds 1316 een eigen Vitte op de markt bij Skanör (Schonen), op hetzelfde Zweedse schiereiland als de Elburgers.62 Ambitieuze missie Elburg beleefde gouden jaren in het tijdperk van de Hanze en kreeg zijn huidige, karakteristieke vorm toen Hertog Willem I eind 14de eeuw opdracht gaf om op veilige grond een nieuwe, versterkte vesting te bouwen. Reden: de Zuiderzee, maar ook vijandelijke troepen werden “te opdringerig”. Een ambitieuze missie voor rentmeester Arent thoe Boecop.63 Hij bokste dat karwei in een slordige vier jaar tijd (1392-1396) voor elkaar, veelzeggend voor de voortvarendheid van Elburg op dat moment, in de 14de eeuw een plaats van aanzien en betekenis in Gelderland. Het was een periode van ongekende bloei. De afzet van (onder meer) uit Denemarken afkomstige producten

zoals wijn, zout, linnen stoffen en bijenwas bezorgden lokale handelslieden grote welvaart. In die tijd telde Elburg wel zeven verschillende gilden, belangenverenigingen van vakbroeders. Het Schipluidengilde (anno 1339) was verreweg de machtigste van het stel. Het gilde had een nauwe band met de kerk en zorgde met gulle hand voor de armen en wezen in het stadje. In 1585 werd het Burgerweeshuis opgericht. Ook van grote betekenis waren het visschersgilde en het kramersgilde, het St. Jozefs- of timmermansgilde. Daarvan waren timmerlieden lid, maar ook metselaars, schilders, smeden, kuipers en klompenmakers zitting. Verder waren er gilden voor wolwevers, schoenmakers, kleermakers, bakkers en bierbrouwers. Handwerklieden bewaakten zo hun economische belangen. De grote bloei stagneerde. Pas in de 18de en vooral 19de eeuw was er – zowel in Elburg als in Harderwijk – weer een hoofdrol weggelegd voor een nieuwe “tak van sport” die geld in het laatje bracht: de visserij. Toen die bron, als gevolg van de afsluiting van de Zuiderzee (1932) en de vele inpolderingen opdroogde, kreeg het aarzelend van de grond gekomen toerisme gelukkig ruim baan.

45


— Het Boschhuis was één van de bekende koloniehuizen voor bleekneusjes in Nunspeet.

50

overleden 17 patiënten. De meeste slachtoffers woonden in de muurhuisjes aan de Doelenstraat. Ondanks verbeterde hygiënische omstandigheden bleef de bevolking ook vorige eeuw weinig ziekteleed bespaard. Roodvonk nam in het najaar van 1904 epidemische vormen aan in Harderwijk, waaraan twaalf kinderen overleden. In 1918 maakte de zeer besmettelijke Spaanse Griep zijn entree, verspreid door rondtrekkende militairen tijdens de Eerste Wereldoorlog. De ziekte sloeg ook op de Noordwest-Veluwe dodelijk om zich heen en eiste in Harderwijk minstens 76 slachtoffers. Voornamelijk Belgische soldaten uit het Interneringskamp.76 Vrij recent, in 1978, leidde een nieuwe polio-epidemie hier tot landelijk oproer, omdat ouders in (onder meer) Elspeet en Nunspeet weigerden hun kinderen te laten inenten.77 Boslucht voor bleekneusjes Terwijl moderne hygiëne nog een vorm van luxe was voor veel gezinnen en het belang van een gezond binnenklimaat relatief onbekend in middeleeuwse stadjes als Harderwijk en Elburg, was ook de heilzame werking van de omgeving ontdekt. De

— Kamp van de Algemene Maatschappij Voor Jongeren uit Amsterdam (AMVJ) in Ermelo, 1924.

zuivere lucht bleek weldadig te zijn voor tuberculoselijders, kwetsbare of ondervoede kinderen. Hier kwamen ze op adem. Met bos, heide en Zuiderzeestrand binnen handbereik. Maar ook: “Lage belastingen, goede verbindingen, een zeer gezonde streek! Door de Heren Doktoren aanbevolen”, zo verkondigde het gemeentebestuur van Ermelo in het begin van de vorige eeuw al, in de hoop dat ook nieuwe inwoners zich op de Over-Veluwe vestigden.78 Onder het motto “gezonde boslucht maakt vrij” kwamen vóór de Tweede Wereldoorlog bus- en treinladingen vol bleekneusjes uit het westen deze kant op, om in speciale tehuizen een week of wat bij te tanken. St. Willibrord (Vierhouten), De Kloek, De Heuvel, Boschhuis (alle in Nunspeet) en Het Hoge Hout (Elspeet) waren bekende namen in deze omgeving. Vakantie was een groot woord: in de koloniehuizen van veelal christelijke signatuur werden zieke of verzwakte kinderen liefdevol opgevangen, maar wél volgens de principes rust, regelmaat en reinheid. Verse melk, dagelijks een lepel levertraan bij de pap en ijskoude douches “voor extra zuurstof in de longen” droegen bij aan spoedig herstel. Bij een strak regime hoorden ook goede manieren: netjes spreken en eten, bedden opmaken. De meeste kinderen waren nooit zo lang alleen van


Geneeskrachtig water Wie goed zoekt, vindt misschien nog ergens een zeldzaam flesje “geneeskrachtig” bronwater van De Essenburg. Afkomstig uit de vijver van het voormalige, 17de-eeuwse kasteel bij Hulshorst. Met de komst van de Norbertijnen, die het complex als klooster inrichtten, werd het water befaamd, vanwege zijn vermeende heilzame werking.79 Dat bleef namelijk van een constante temperatuur (10 graden Celsius) en bevroor dus

nooit. Opmerkelijk. Het goedje werd van 1951-1955 gewonnen en gebotteld door een Utrechts bedrijf. De bekende groene buikflesjes met opschrift en het adellijk wapen van de familie Van Essen gingen grif over de toonbank. Het “Essenburgher Bronwater” zou eetlustbevorderend zijn en “sterk aan te bevelen bij maag- en darmstoornissen”.

Van schuttersfeesten tot zwarte kousenkerk Voor zijn geestelijk welzijn gaat de mens al eeuwenlang te rade bij de kerk. Op delen van de Noordwest-Veluwe hebben de “zwarte kousenkerken” van de bevindelijk gereformeerden een stevige vinger in de pap. De gemeenteleden, vol van vrees en ontzag voor God, waren van oudsher zwaar op de hand. Gevoed door de dominee die tweemaal op zondag – en vaak nog een keer extra doordeweeks – hel en verdoemenis predikte over de zondige mens. De Veluwe maakt nu deel uit van de “Bible Belt”, de Bijbelgordel die als een geografische band door Nederland loopt. Maar de kerk kreeg pas halverwege de 18de eeuw serieus vat op de bewoners. Het streng orthodoxe karakter nam toen in sommige plaatsen vastere vormen aan. Tot en tijdens de Reformatie – medio 16de eeuw – was de kerk helemaal niet zo heilig. Sterker nog: in het huis van God werd dikwijls een robbertje gevochten, bier en wijn gedronken (en ook verkocht!) en soms gingen er zelfs geweren af tijdens al te uitbundige schuttersfeesten. Zo’n optocht feestgangers sjouwde dan spontaan het bedehuis binnen.80 Hysterische taferelen Rond 1750 breken de Nijkerkse Beroeringen uit, een berucht geworden serie opwekkingen van het christendom. Centraal stond de zondigheid van het menselijk bestaan. Gevolg: hysterische taferelen onder plots bekeerde kerkgangers die het licht hadden gezien. De effecten van die luidruchtige diensten waren verspreid over de Veluwe voelbaar. Alleen in Nunspeet was ook sprake van “Nijkerkse toestanden” met flauwvallende mensen, maar de meeste plaatsen distantieerden zich van

de opwekkingsbeweging. De kerkenraad van Harderwijk waarschuwde het stadsbestuur voor dit soort praktijken; men was bang dat de ontwikkeling teveel inbreuk zou maken op de officiële kerkelijke leer. De kerk blaast vanaf die tijd een flinke partij mee en oefent grote invloed uit op het sociaal-maatschappelijke leven. Zo stoort de kerkenraad van Oldebroek zich mateloos aan het voorhuwelijks samenwonen en treft in 1879 passende maatregelen: voortaan moet bij de doopaangifte ook een ‘trouwbrief’ met datum van het huwelijk worden overlegd.81 De ouderlingen bemoeien zich ook graag met onderlinge ruzies of drankgebruik van gemeenteleden. De man die in 1894 een herberg bezocht en zich schuldig had gemaakt aan dronkenschap, hoefde niet op het matje te komen: de kerkenraad kwam wel bij hem thuis om verhaal te halen.82 In Ermelo ergerde het kerkbestuur zich groen en geel aan het liederlijke eet- en drinkgedrag van het volk, hun dansfeesten, de kermis en bovenal de ontheiliging van de zondag. Hier werden eind 19de eeuw alle vormen van arbeid ná zaterdagavond zes uur verboden. Het huldigen van de zondagsrust bleef een heikel punt dat soms lastig uitvoerbaar was. Zo zat de gereformeerde kerk van Ermelo rond 1920 danig met de handen in het haar, toen bleek dat het splinternieuw aangeschafte elektrische orgel dienst weigerde.83 Reden: op zondag was het gemeentelijk elektriciteitsbedrijf op slot! Maar ja, nood brak wet. Zonder orgel geen kerkzang. En dus besloot de kerkenraad de benodigde stroom af te tappen van het gesticht Veldwijk. Eind goed al goed.

51


— Huize Klarenbeek, in Doornspijk.

— Het paspoort van Carel Nobel, burgemeester van Oldebroek.

64

Wonen op stand

De Noordwest-Veluwe ligt bezaaid met fraaie landgoederen. Vorstelijke huizen omzoomd door arealen bosperceel, deftige tuinen met lommerrijke lanen en vijverpartijen. Erfgoed van de happy few. Zoals herengoed De Grote Bunte, Klarenbeek, Oldhorst, Old Putten en IJsselvliedt met de karakteristieke witte duiventil op palen. Een archiefdossier uit 1908 maakt melding van de “openbare verkooping van landgoed Vollenhof”(Wezep). Een uitgestrekt complex, ruim 120 hectare groot, “gelegen aan den Zuiderzeeschenstraatweg en aan de stoomtramweg ZwolleNunspeet”.115 Een buitenkans voor de liefhebber met geld. “Heerenhuis met voor en achter gelegen tuin, koetshuis, veestalling, groote moestuin met vele vruchtboomen, uitgestrekte wandelbosschen, met fraai opgaand geboomte en hakhout.” De koper dient, voor de som van 150 gulden, over te nemen: “De bloemen en planten in potten of bakken en alle aanwezige tuingereedschappen.” Met uitzondering van de rozenstruiken, want die neemt de huidige eigenaar liever zelf mee.

generaties schopten het tot notaris. Hoewel de laatste van het stel er volgens buitenstaanders soms met de pet naar gooide: beweerd werd dat hij liever ging schaatsen en ijszeilen dan dat hij zich met juridische zaken bemoeide… Ook moeder reisde mee Het was verre van vanzelfsprekend dat Jan en alleman een paspoort op zak had in de 19de eeuw. Maar een jonge patriciër als Carel J.R. Nobel (1820-1885) kon natuurlijk niet zonder.116 De burgemeester van Oldebroek – een ambtstermijn van liefst 30 jaar – reisde heel wat af. Naar Franse contreien vooral, regelmatig ook naar België. Zo vertellen ons, anderhalve eeuw later, de talloze stempels in het Franstalige document dat een ereplaatsje kreeg in de archiefbewaarplaats van Oldebroek. Het paspoort van Nobel, een handzaam mapje in groene kaft dateert uit 1845. Signalement: man, 25 jaar, bruin haar, bruine ogen. De jonge notabele – behalve burgemeester en wethouder was Nobel Eerste Kamerlid en grootgrondbezitter – moet enorm wijs met z’n moeder zijn geweest. Een dierbare foto van Johanna Arnoldina Gockinga (1787-1872) zat nog in het paspoort gestoken. Zo droeg hij haar altijd met zich mee, op zijn vele reizen in den vreemde.


— Graaf Van Limburg Stirum.

— Huize IJsselvliedt, Wezep.

— Admiraal Van Kinsbergen.

Slimste jongetje van de klas Carel Nobel duikt opnieuw in de archieven op als grootvader van die andere Veluwse VIP: Johan Paul graaf van Limburg Stirum (1873-1948). De gouverneur-generaal van Nederlands-Indië stamt van een lange lijn oude adel. Geen gemakkelijk leven, al stond zijn wieg in de kapitale villa in Zwolle. Zusje Jenny Sara overleed een maand na haar geboorte. Vader en moeder scheidden toen Johan Paul vijf jaar was – hoogst ongebruikelijk in 1878 – en tien jaar later pleegde zijn oudste broer zelfmoord. De overlijdensakte van het KMA in Breda, waar Otto Leopold intern zat, meldt geen oorzaak. Maar de politie liet de familie weten dat de cadet “zichzelf met een revolver van het leven had beroofd”. Er werd nooit met één woord over die tragedie gerept. Het “slimste jongetje van de klas” groeide uit tot gerespecteerd diplomaat. Landvoogd van Indië, later gezant in Caïro, Berlijn en Londen. Na zijn pensioen – de Tweede Wereldoorlog stond op uitbreken – vestigden graaf en gravin (Nini van Sminia) zich permanent op hun Veluws landgoed IJsselvliedt. Het aan de streek verknochte stel behoorde tot de dorpselite in Wezep en werd met “excellentie” aangesproken. Na hun dood werd de Stichting IJsselvliedt eigenaar van hun nalatenschap.

Bij testament is bepaald dat het landgoed een maatschappelijke functie houdt, op protestants-christelijke grondslag.117 Reden dat IJsselvliedt (vanaf 1950) tijdelijk Indonesische nieuwkomers in Nederland huisvestte en nu dienst doet als vakantiehuis van het Rode Kruis voor chronisch zieken en gehandicapten. Zeeheld in onderwijs Nog zo’n man van aanzien: “kapitein ter zee” Jan Hendrik jonkeer Van Kinsbergen (1735-1819). Hij kwam als 6-jarige jongen met z’n ouders naar Elburg en trok al op 9-jarige leeftijd (!) als soldaat de wijde wereld in. De latere luitenant-admiraal genoot enorm aanzien in Elburg waar hij na zijn pensioen terugkeerde en zich een bezield filantroop toonde. Jan Hendrik leefde als kluizenaar, maar heeft toch veel voor de stad betekend. Zo was de zeeheld in 1806 financiële grondlegger van het “Instituut van Talen, Kunsten en Wetenschappen”. 118 Doel: arme kinderen een kans geven. Van Kinsbergen stimuleerde vooral zeevaartonderwijs en verwachtte van leerlingen dat ze alle facetten van de stuurmanskunst onder de knie kregen. Maar in de praktijk trok de kostschool vooral veel jonge adel. Het Instituut Van Kinsbergen zorgde voor vernieuwend onderwijs en bestaat – zij het in andere vorm – nog

65


1

1. Sint Agnieten- of Jufferenklooster in Elburg, gebouwd in 1418. 2. Oude gevels aan de Beekstraat in Elburg. 3. Elburg vanuit de lucht‌ 4. De Markt van Elburg, met muziektent.

2

72

3

4


Elburg 5

9

5. De Bloemsteeg in Elburg. 6. De Bas Backerlaan in Elburg. 7. Het Weduwenhofje in Elburg anno 1904. 8. Het gemeentehuis van Elburg, in Oostendorp. 9. Ansicht uit Elburg van de Lijnbaan waar touw geslagen werd. Zicht op de Sint Nicolaas10. kerk in Elburg. Beeld van de haven in 11. Elburg.

6 7

8

73

10

11


1

3

78

6

2

4

5 1. Afkondiging grondwetsherziening 1938, door burgemeester Baron C.W.F. Mackay op de trap voor het gemeentehuis in Nunspeet. 2. Dubbele ansichtkaart anno 1907: Gezicht op Nunspeet, richting dorpscentrum. 3. Foto uit 1995 van de bereden politie van de Dienst Levende Have bij het koetshuis van het voormalige Huis Hulshorst. 4. Ansicht, begin 1900. Schaapskudde van Elspeet voor twee rietgedekte bouwwerken, herder en hond kijken toe. 5. Ansicht uit 1909, met zicht op de NH-kerk. 6. Kinderspelen bij de Veluvine-verffabriek, ter gelegenheid van de opening van de tramlijn op 2 mei 1908. 7. Processie in het vluchtoord Nunspeet, zomer 1915. Liefst 7000 Belgische vluchtelingen verbleven tijdens WO I in Vluchtoord Nunspeet, met onder meer een eigen roomskatholieke kerk. 8. Kruising Laan Dorpstraat Nunspeet, rond 1930.


Nunspeet 9. IJspret in 1916. Schaatsen op de vijver van Gerard Veth, bewoner van “het Dakhuus” (Berkenlaantje 20). 10. Ansicht van De Paasheuvel in Vierhouten. Dit kampgebouw voor jongeren is gebouwd in 1923, de gelijknamige camping (met conferentieoord) bestaat nog. Stoomtram, 1908. Foto ter 11.

7

9

gelegenheid van de feestelijke opening verbinding met Elburg en Kampen door middel van de Zuiderzee Stoomtram. Station Hulshorst, 1975. Toen 12. nog in bedrijf en dagelijks decor van aankomende en vertrekkende treinen. “Eibertje” zou omstreeks 1850 in 13.

8

Nunspeet hebben geleefd en liep wekelijks met haar mandje eieren door de bossen naar de markt, om ze daar te verkopen. Nunspeet kent nog het “Eibertjespad”, viert jaarlijks (de vrijdag na Hemelvaart) “Eibertjesdag” en houdt in de zomer “Eibertjes Markt”.

10

11

12

13

79


84

91 Archief Stadsbestuur Elburg, 1320-1813, inv.nr. 384. 92 Ibidem. 93 Snijders R. en Damen K., Het Geldersch Landschap, 60 jaar bescherming van natuur en cultuur (Arnhem 1989), inv.nr. 91-92. 94 Spaen van Hardenstein, W.A. van, “Verhandeling over ’t recht van de jagt op de Veluwen”, in: HackeOudemans, J.J. e.a., Bijdragen tot de geschiedenis van de Veluwe en andere onder-werpen (Nijkerk 1969), 72-86. 95 Heerde, H. van; “Onder de clockenslagh van Nunspeet” (Nijkerk 1954), 218. 96 Collectie Losse Aanwinsten Gemeente Nunspeet, ongeïnventariseerd. Fotocollectie Gemeente Nunspeet, inv.nrs. 9931-9969. 97 Kompagnie, J.H., “Barbaarse Hollanders en Overgevoelige Fransen, Paaszondag 12 april 1914”, in: Historisch Jaarboek Harderwijk (Harderwijk 1993), 16-25. 98 Collectie Losse Aanwinsten Oldebroek, ongenummerd. Register der Genie Legerplaats Oldebroek, 1880-1890. 99 Archief Gemeentebestuur Doornspijk, 1940-1974, inv.nrs. 532-533. 100 Archief Gemeentebestuur Doornspijk, 1940-1974, ongeïnventariseerd. 101 Krantencollectie Elburg; Elburger Courant, 1970.

102 Archief gemeente Ermelo, Ons Nederland, 3de jaargang, nr. 5. 103 Archief Stadsbestuur Harderwijk, 1231-1813, inv.nr. 1 f 43vso-47vso, 60-64; inv.nr. 272 f 153-153v; Oud Rechterlijkarchief Harderwijk, 1453-1811 inv.nr. 247a. 104 Archief Stadsbestuur Elburg, 13201813, inv.nr. 293. Kokke, B.; “Dat groote quaat dat hedendaags zoo sterk in swang staat, sodomietenvervolgingen in Gelderland 17301732”, in: Bijdragen en Mededelingen Gelre (Arnhem 2004), dl. 88, 58-80. 105 Archief Vereniging voor Vreemdelingen Verkeer te Nunspeet, 1913-1990, ongeïnventariseerd. 106 Archief Harderwijk, De Harderwijker, 23 augustus 1932. 107 Archief Harderwijk, Harderwijker Courant, 20 jan. 1934. 108 De Haan, Tj. W.R., Volksverhalen uit Gelderland (Utrecht/Antwerpen 1979), 55-59. 109 Archief Stadsbestuur Harderwijk 12311813, inv.nr. 1982 f 82. 110 Archief Harderwijk, Overveluws Weekblad, 29 augustus 1934. 111 Collectie Curiosa Gemeente Ermelo, ongeïnventariseerd. 112 Archief gemeente Ermelo, Schilder’s Nieuwsblad, 11-12-1978. 113 Archief Stadsbestuur Elburg 1320-1813. inv.nr. 401. 114 Elburg, familiearchief Hoefhamer, ongenummerd, nog niet geïnventariseerd.

— Zegel van de Harderwijkse universiteit, medio 18de eeuw.

115 Bibliotheek vestiging Oldebroek: “Openbare verkooping van het landgoed Vollenhof”, notaris M.J. van Krieken te Kampen, 1908. 116 Collectie Nobel te Oldebroek, 1820-1885, ongeïnventariseerd. 117 De Graaff, B.; Locher-Scholten, E., J.P. Graaf van Limburg Stirum 1873-1948, tegendraads landvoogd en diplomaat (Zwolle 2007). 118 Archief Elburg, Archivalia Instituut van Kinsbergen 1796-1960. 119 Archief Stadsbestuur Elburg 1320-1813. inv.nr. 1737-1738. 120 Vroom, J., Monumentengids Nunspeet (Utrecht 2004), 146-147. 121 Beek, P. van en A. Sulman, Herman Hendrik Vitringa, Burgemeester onder een nieuw regiem 1851-1875 (Nunspeet 1998). 122 Archief Veluvine Verffabrieken B.V. Nunspeet, 1894-1974, ongeïnventariseerd. 123 Kalman, A., Baas over eigen dorp. Ermelo vijf jaar onder eigen vlag (Ermelo 1976). 124 Collectie Jan van Tongeren te Oldebroek, 1899-1984, ongeïnventariseerd. 125 Vrijhof, B., Herinneringen aan Oom Eibert (Harderwijk, 2010). 126 Mulder, L., e.a., Canon van Harderwijk, 95. 127 Fotocollectie Gemeente Ermelo.


rug 6mm rug


De vijf archiefbewaarplaatsen van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe beheren de imposante erfenis van vijf gemeenten: Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet en Oldebroek. Schatkamers met bijna drieduizend meter aan lief en leed. Ontmoetingsplaatsen van verhalen. Ze doen graag een boekje open, over mijlpalen in de verre geschiedenis, en over wapenfeiten uit een recenter verleden. Met statige charters in zwierig schrift, door keizers en kerkvorsten gesigneerde topstukken. Maar ook met haastige krabbels op een kladje, of een handgeschreven prentbriefkaart. Zo stappen we met zevenmijlslaarzen door een slordige achthonderd jaar geschiedenis. Met een kleurrijk oeuvre aan documenten als houvast, een leidraad in de tijd. Geen ratjetoe: het “oud archief” is een uiterst strak geordende verzameling die met zorg, aandacht en engelengeduld wordt beheerd. Archiefmedewerkers weten van elk dossier precies waar het uithangt: welke van de vijf locaties, in welke archiefkast, onder dat ene, unieke inventarisnummer. De collectie van het Streekarchivariaat is even omvangrijk als veelzijdig. Een smeltkroes van stukken. Persoonlijke brieven en zakelijke correspondentie, notulen, wetboeken en reisbescheiden. Aktes van geboorte, huwelijk en overlijden. Bouwvergunningen en familiegeheimen, zegels en wapens. En ook de wereld aan beeldmateriaal: vele duizenden foto’s en ansichten. Dossiers in woord en beeld. Samen vertellen ze het unieke levensverhaal van de “Over-Veluwe”.

ISBN 978-90-6697-212-4

ijsselacademie

Ontmoetingsplaats van verhalen « Het streekarchivariaat Noordwest-Veluwe » Jolanda de Kruyf

De archiefbewaarplaats is verre van stoffig, en stukken leuker dan mensen vaak denken. Waarom? Het wemelt er van verhalen. Spannende, mooie, ontroerende en verbijsterende verhalen. De nalatenschap van onze voorouders wordt gekoesterd in ondergrondse depots; klimatologisch aangepaste ruimtes, waarin het materiaal ligt verpakt in zuurvrije omslagen en dozen. Speciale condities voor waardevolle informatie, die door de eeuwen heen is toevertrouwd aan papier en perkament.

Ontmoetingsplaats van verhalen Het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe Jolanda de Kruyf

Ontmoetingsplaats van verhalen  

Het streekarchievariaat Noordwest-Veluwe. Door Jolanda de Kruyf. Uitgegeven door IJsselacademie. 2011 Het archief is veel leuker dan veel...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you