Page 1

Inhoud Redactioneel

67

‘‘You‘re eating herrings and you eat them raw!’’ De opvang van kennismigranten in Nederlandse universiteitssteden: de International Neighbourgroup Delft, 1966-heden Aniek Smit

68

‘Ander tussen de anderen’ Nederlandse stadsbeleving van Berlijn omstreeks 1900 Clara van de Wiel

81

‘Society’s finest pearl’ Representaties van de aristocratie in de Victoriaanse penny press Stephanie Paalvast

93

‘Wie neemt de EU nu eigenlijk nog serieus?’ Interview met André Gerrits Tymen Peverelli en Ingeborg Visscher

106

De promovendus ‘Met wapperende habijten op het strand’ Interview met Marieke Smit Jan Julia Zurné

112

Recensies

116

Personalia

125

Abstracts

126

Colofon

127

33.2 versie 4.indd 65

7-6-2011 18:06:47


Redactioneel Geachte lezer, De wetenschap internationaliseert in hoog tempo. Zowel in de praktische als in de methodologische zin is er meer nadruk komen te liggen op processen die zich boven het niveau van staten en naties begeven. Deze aandacht voor de transnationale uitwisseling van personen en ideeën zien we ook terug in het onderzoek van Aniek Smit naar de opvang van kennismigranten in Delft vanaf de jaren zestig. In haar artikel ‘You’re eating herrings and you eat them raw!’ beschrijft zij hoe deze migranten middels uitstapjes naar de supermarkt en het zingen van The Herring Song wegwijs werden gemaakt in Nederland. Hiermee geeft Smit een interessant beeld van de beleving van de Nederlandse identiteit door de begeleiders en de speciale plaats die er binnen de Nederlandse immigratiepolitiek werd (en wordt) ingeruimd voor kennismigranten. Dit onderzoek past in een wetenschappelijke trend van de laatste jaren, waarbij er in toenemende mate aandacht is voor migratiestudies. Hoewel het Nederlandse tijdschrift Migrantenstudies dit jaar helaas wordt opgeheven, is de interesse in het onderzoek naar migratie en etniciteit duidelijk merkbaar. In Amsterdam is bijvoorbeeld het Institute for Migration and Ethnic Studies (IMES) gevestigd, dat vanuit een interdisciplinaire (voornamelijk sociaalen gedragswetenschappelijke) invalshoek het onderzoek naar migratie stimuleert. Het instituut is zeer actief, organiseert veel lezingen en stelt jaarlijks onderzoeksplekken beschikbaar. Daarbij heeft de opkomst van de migratiestudies het onderzoek naar transnationale netwerken en identiteiten gestimuleerd. Deze insteek treffen we aan in het artikel van Clara van de Wiel. In ‘Ander tussen de anderen’ behandelt zij de Nederlandse perceptie van de stad Berlijn tijdens het fin de siècle aan de hand van de publicaties van enkele schrijvers en correspondenten. Van de Wiel laat zien dat aan het begin van de twintigste eeuw het beeld van de stad langzaam veranderde en dat Berlijn in toenemende mate werd bewonderd, ook door Nederlandse literatoren. Deze nadruk op perceptie en identiteit vindt u eveneens terug in ‘Society’s finest pearl’ van Stephanie Paalvast, waarin zij ingaat op de beeldvorming van de adel in de media voor de lagere middenklassen in Victoriaans Engeland. Hoe identiteiten en alteriteiten van invloed kunnen zijn op het handelen van actoren in de internationale politiek, was daarnaast ook een centrale vraag in het interview met de Leidse hoogleraar Russische geschiedenis en politiek André Gerrits. De redactie

Skript Historisch Tijdschrift 33.2

33.2 versie 4.indd 67

67 7-6-2011 18:06:47


‘You’re eating herrings and you eat them raw!’ De opvang van kennismigranten in Nederlandse universiteitssteden: de International Neighbourgroup Delft, 1966-heden Aniek Smit Nederland kent voor de opvang van kennismigranten of expats tegenwoordig een uitgebreide infrastructuur. Voor de pioniers die in de jaren zestig met de internationalisering van het universiteitswezen naar Nederland kwamen was de opvang nog anders geregeld. In dit artikel laat Aniek Smit zien hoe de vrouwenorganisatie International Neighbourgroup de zorg voor – met name de meereizende partners van – deze kennismigranten op zich nam: met tripjes naar de slager en tea and sympathy. Wanneer een buitenlandse wetenschapper in de jaren zestig naar Nederland kwam om tijdelijk aan een technische onderwijsinstelling te werken, konden hij en zijn gezin rekenen op een bezoekje van een van de dames van de International Neighbourgroup (ING).1 Deze ‘gastvrouw’ vertelde hen over de hulp die de ING bood met praktische zaken en zij werden uitgenodigd om deel te nemen aan het sociale programma. Stemde de werkende man hiermee in dan zou zijn vrouw al snel bij een van de Nederlandse taallessen aanschuiven. Bij de Delftse afdeling betekende dat het zingen van The herring song uit de titel van dit artikel. Dit lied bracht de ‘gasten’ op de hoogte van de uitzonderlijke Nederlandse gewoonte om rauwe vis te eten. Ook kwamen typisch Nederlandse gewoontes aan de orde, zoals het ene koekje bij de thee, de ongastvrijheid en het fietsgedrag. In dit artikel wordt besproken hoe de opvang van kennismigranten in de beginjaren geregeld was en welke opvattingen de gastvrouwen (en de buitenlandse gasten) daarbij hadden over hun integratie in de Nederlandse samenleving.2 De integratie van kennismigranten komt zelden aan de orde in historisch migratieonderzoek, zeker niet binnen de Nederlandse context. Dit heeft te maken met de tijdelijke aard van de migratie, de kleine – of onbekende – aantallen migranten en de veronderstelde westerse en kosmopolitische achtergrond van dit type migrant. Men verwacht een probleemloze en zelfstandige inpassing in de Nederlandse maatschappij of binnen de eigen expat-gemeenschap, ook wel ‘expat bubble’ genoemd.3 Kennismigratie wordt daarmee in de literatuur en het

68 33.2 versie 4.indd 68

7-6-2011 18:06:47


Ander tussen de anderen

Nederlandse stadsbeleving van Berlijn omstreeks 1900 Clara van de Wiel Het bruisende Berlijn in de roaring twenties is een geliefd onderwerp voor historisch onderzoek, maar in dit artikel neemt Clara van de Wiel het Berlijn rond 1900 onder de loep. Aan de hand van drie Nederlanders die voor langere tijd hun intrek namen in deze moderne stad, onderzoekt zij hoe schrijvende Nederlanders dachten over het hectische bestaan in de Duitse metropool. Bij een bezoek aan Berlijn struikel je vandaag de dag bijna over het grote aantal Nederlandse bewonderaars. Dat is geen nieuw fenomeen: over de jaren twintig en dertig van de twintigste eeuw, waarin een bloeiende culturele uitwisseling tussen Berlijn en Nederland bestond, zijn reeds diverse publicaties verschenen.1 Hoewel om andere redenen, was Berlijn ook in 1900 een interessante stad die de aandacht trok van buitenlanders, en werd hier de basis gelegd voor latere uitwisselingen.2 Het razendsnel gegroeide Berlijn was voor tijdgenoten de moderne stad in optima forma, en daarmee een eenvoudig doelwit voor cultuurcritici. De pogingen haar positie als hoofdstad van het nieuwe Duitse Rijk waar te maken met het overdreven vertoon van technologische vooruitgang, werden aangegrepen om haar reputatie van would-be hoofdstad nog meer te benadrukken.3 De stad begon als thema in de literatuur een steeds belangrijkere rol in te nemen in het fin de siècle, waar zij in de Romantiek lang als een te alledaags of zelfs vulgair onderwerp werd beschouwd om überhaupt van interesse te kunnen zijn.4 Dit thematiseren van de stad leidde aanvankelijk vrijwel tot uitsluitend negatieve beschrijvingen. De stad was het tegendeel van de romantische natuur en daarmee een tegennatuurlijke omgeving voor de mens.5 Moreel verval, vooral op zedelijk gebied, dat veroorzaakt werd door stedelijk leven was een hoofdthema in de literatuur.6 De deplorabele gezondheidssituatie die in de stad zou heersen, kreeg in de loop van de negentiende eeuw bovendien een wetenschappelijke onderbouwing door de theorieën van de Franse arts B.A. Morel over degeneratie. Degeneratie treedt volgens hem op onder invloed van zogenaamde conditions dégéneratives: omstandigheden die het verval van de mensheid in de hand werken.7 De stedelijke omgeving is zo’n omstandigheid bij uitstek. Het moge duidelijk zijn: de stad is in de eind negentiende-eeuwse literatuur een verschrikkelijk oord waar de kunstenaar, en de schrijver in het bijzonder, zich het beste verre van kan houden. Maar juist in de stedelijke omgeving was de culturele elite gevestigd en naast afgrijzen wekte de stad onvermijdelijk een Skript Historisch Tijdschrift 33.2

33.2 versie 4.indd 81

81 7-6-2011 18:06:49


‘Society’s Finest Pearl’

Representaties van de aristocratie in de Victoriaanse penny press Stephanie Paalvast Aan het einde van de negentiende eeuw veranderde de Britse pers ingrijpend door de komst van de penny press. Deze goedkope kranten richtten zich op een nieuw publiek, de lagere middenklasse. De positie en gebruiken van de Britse aristocratie werden in deze kranten vaak positief gewaardeerd. Stephanie Paalvast onderzoekt in dit artikel deze opvallende beeldvorming. In any instance of at least written language, there is no such thing as a delivered presence, but a re-presence, or a representation.1

Tot ver in de negentiende eeuw werd de Britse pers gedomineerd door gevestigde dagbladen als de Times, die een sterke nadruk legden op politieke thema’s en zich richtten op een hoger opgeleid publiek. Deze perstraditie onderging aan het einde van de Victoriaanse tijd (1837-1901) een ware transformatie, veroorzaakt door het fenomeen New Journalism. De wortels van deze nieuwe manier van journalistiek bedrijven lagen in de Verenigde Staten; het doel was nieuws te bieden voor ‘de gewone man’. Deze doelgroep werd gevormd door de lagere middenklassen: de grote en veelzijdige groep die onder andere uit ambachtslieden, winkeliers en kantoorklerken bestond.2 Politiek stond niet langer prominent op de agenda, de nadruk lag juist op alledaagse onderwerpen en lokaal nieuws. De verzamelnaam voor de nieuwe kranten was penny press: om betaalbaar te kunnen zijn voor de beoogde doelgroep, kostten deze kranten slechts een penny. Binnen de berichtgeving in de penny press nam de aristocratie een prominente plek in. In uiteenlopende rubrieken – van de wekelijkse roddels tot de sportverslagen – was deze sociale groep een terugkerend onderwerp. Te verwachten zou zijn, dat de adel op een negatieve en vijandige manier afgebeeld werd. Immers, de doelgroep van de penny press werd gevormd door de lagere middenklassen, wier leven ver verwijderd was van adellijke luxe en weelde. Dit is precies wat Antony Taylor beargumenteert in Lords of Misrule: Hostility towards Aristocracy uit 2004. In zijn werk maakt Taylor gebruik van de radicale Reynold’s Newspaper om aan te tonen dat de adel niet bijster geliefd was in het Britse publieke domein.3 Hoewel dit onderzoek zonder meer een interessante bijdrage levert aan de historiografie, is het de vraag of Taylor nauwkeurig genoeg is geweest in het selecteren van zijn bronnen. De Reynold’s werd aan het einde van de negentiende eeuw – de periode van Taylors onderzoek – nog amper gelezen.4 Door mij te richten op kranten waarvan de circulatie wel hoog was, betoog ik Skript Historisch Tijdschrift 33.2

33.2 versie 4.indd 93

93 7-6-2011 18:06:50


Wie neemt de EU nu eigenlijk nog serieus? Interview met André Gerrits Tymen Peverelli en Ingeborg Visscher Prof. dr. André Gerrits ruilde eind 2010 de Universiteit van Amsterdam in voor de Universiteit Leiden om hier als hoogleraar Russische Geschiedenis en Politiek aan de slag te gaan. Het voorjaar van 2011 brengt hij door in New York om aan het Center for European and Mediterranean Studies van New York University onderzoek te doen. Skript zocht hem vlak voor vertrek op om met hem te spreken over zijn onderzoeksthema’s en de positionering van Europa als normatieve macht. In mei 2010 gaf u een oratie aan de Universiteit van Amsterdam, getiteld Het olifantje en de porseleinkast, waarin u een interessant verschijnsel aanstipt, namelijk de discrepantie tussen het Europese zelfbeeld en de wijze waarop andere grootmachten naar de Europese Unie kijken. Dit werd onderstreept door een nummer van The American Interest dat diezelfde zomer uitkwam. Uit de artikelen in dat tijdschrift van verschillende Amerikaanse en Europese academici over de mondiale positie van Europa kwam exact hetzelfde beeld tevoorschijn. Hoe valt deze discrepantie te verklaren? Idealiseren Europeanen hun ‘model Europa’ en kijken Amerikanen daar veel realistischer tegenaan? Zelfperceptie komt over het algemeen niet overeen met het beeld dat anderen van je hebben. Amerikanen hebben vaak het idee dat zij een uitermate heilzame invloed uitoefenen op de internationale stabiliteit, ontwikkeling en democratisering. Eigenlijk vinden Amerikanen het onbegrijpelijk dat niet iedereen als een Amerikaan wil leven. Bij de EU is dit nog sterker, omdat we het imago uitdragen dat we een vreedzame macht zijn, die zich onderscheidt van de traditionele machten. Daar worden allerlei bijvoeglijke naamwoorden voor bedacht, zoals soft power en normative power. Per definitie ziet de EU zich, net als de VS, als een goede macht in de internationale politiek. Tegenhanger van deze visie van de EU als goede macht is de Europese arrogantie en het protectionisme. Als mensen je arrogant vinden, maar tegelijkertijd een zekere vrees voor je hebben vanwege je objectief vaststelbare macht, dan stel je wezenlijk iets voor. Maar als dat ‘bemoei je met je eigen zaken’ en ‘wie neemt de EU nu eigenlijk nog serieus?’ zich samenvoegen, dan is dat een dodelijke combinatie van eigenschappen. De EU moet zich dus wel degelijk zorgen maken om haar reputatie in de wereld, omdat het ook terugslaat op de feitelijke macht die de EU weet te mobiliseren. Om redenen die verklaarbaar zijn, is de EU bereid deze imagoschade te accepteren. De EU wil gewoon niet te sterk zijn, omdat dat de soevereiniteit van de afzonderlijke lidstaten zou ondermijnen.

106 33.2 versie 4.indd 106

7-6-2011 18:06:52


De promovendus

‘Met wapperende habijten op het strand’ Interview met Marieke Smit Jan Julia Zurné Tijdens haar studie aan de Universiteit van Leiden werd Marieke Smit al gegrepen door religiegeschiedenis, ondanks de geringe aandacht die binnen de opleiding aan het onderwerp werd besteed. Smit: ‘Religie bood mensen heel lang het belangrijkste kader en vormde het denkraam waarop de wereld was gestoeld, bijvoorbeeld in het denken over goed en kwaad.’ In haar masterscriptie onderzocht ze waarom vrouwen in de jaren zestig uit het klooster traden en interviewde ze een aantal ex-kloosterlingen. Vanaf dat moment heeft het onderwerp van vrouwelijke religieuzen haar niet meer los gelaten. Sinds 2008 werkt Smit aan haar promotieonderzoek over katholiek hoger onderwijs voor meisjes dat onder leiding stond van vrouwelijke religieuzen. Haar onderzoek maakt deel uit van het onderzoeksprogramma ‘Katholieke intellectuele voorhoedes. Dragers van traditie en moderniteit’ aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Het onderzoek beslaat de gehele bestaansgeschiedenis van het katholieke meisjesonderwijs op hoog niveau, van de oprichting van de eerste katholieke meisjes-hbs in 1914 tot de invoering van de Mammoetwet in 1968, waarmee gescheiden onderwijs voor jongens en meisjes werd afgeschaft. Smit heeft drie scholen als uitgangspunt genomen: Fons Vitae in Amsterdam, Mater Dei in Nijmegen en het Sint Theresialyceum in Tilburg. De verscheidenheid in geografische ligging, maatschappelijke context en leidinggevende congregaties maakten de scholen heel verschillend, ondanks een gedeelde religieuze signatuur. De opkomst van het katholieke meisjesonderwijs was een gevolg van het feit dat steeds meer ouders hun dochters hoger onderwijs wilden laten volgen. In de jaren 1910 werden de voor- en nadelen van gemengd onderwijs publiekelijk bediscussieerd, terwijl openbare scholen tegelijkertijd hun deuren openstelden voor meisjes. Katholieke hbs- en gymnasiumopleidingen waren vaak priesteropleidingen, waar het toelaten van vrouwelijke leerlingen uitgesloten was. Toen bleek dat katholieke ouders het schooltype belangrijker vonden dan de religieuze oriëntatie, en hun dochters naar openbare hbs’en en gymnasia stuurden, werden de eerste initiatieven ondernomen om hoger onderwijs speciaal voor katholieke meisjes te realiseren. Ook de ‘wat rigide sekseopvatting en het idee dat veel contact tussen jongens en meisjes de zedelijke opvoeding zou verstoren’ speelden een rol. Onderwijs dat specifiek op meisjes was gericht zou de ontwikkeling van de leerlingen ten goede komen: meisjes werden niet als dommer beschouwd dan jongens, maar zouden wel een eigen leertempo hebben.

112 33.2 versie 4.indd 112

7-6-2011 18:06:53


Personalia David Garvelink volgt de master Oude Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is gespecialiseerd in de Romeinse geschiedenis. Stephanie Paalvast haalde haar bachelor Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en volgt daar nu de master Redacteur/Editor. Zij specialiseert zich in sociale geschiedenis, gender studies en Victoriaans Engeland. EleĂĄ de la Porte behaalde haar bachelor Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, en volgt hier momenteel de onderzoeksmaster. Haar interesses liggen in de cultuurgeschiedenis van de vroegmoderne tijd en de vaderlandse geschiedenis met daarbij de nadruk op de Nederlandse opstand. Aniek Smit is als promovendus verbonden aan het Instituut voor Geschiedenis van de Universiteit Leiden, waar zij onderzoek doet naar de migratie en integratie van hooggeschoolde migranten in Den Haag en Jakarta sinds 1900. Haar afstudeerscriptie over het kleedgedrag en de integratie van Marokkaanse migranten in Nederland verscheen in 2011 bij Amsterdam University Press onder de titel ‘Mijn vader had een Afro!’ Micha van der Wal heeft Duits, Geschiedenis en Europese Studies aan de Universiteit van Amsterdam gestudeerd. Momenteel schrijft hij zijn scriptie voor de onderzoeksmaster van Literary Studies over de constructie van de held in fantasy-literatuur. Linda van der Wende voltooide de bachelor Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, waar ze nu de master Nieuwste Geschiedenis volgt. Ze specialiseert zich in de Nederlandse politiek-culturele geschiedenis na 1848. Clara van de Wiel behaalde haar bachelor Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en rondt de bachelor Wijsbegeerte af. Momenteel volgt zij de onderzoeksmaster Geschiedenis. Haar interessegebied is culturele en mentale geschiedenis van Duitsland.

Skript Historisch Tijdschrift 33.2 33.1

33.2 versie 4.indd 125

125 7-6-2011 18:06:54


Abstracts Aniek Smit, ‘You’re eating herrings and you eat them raw!’ De opvang van kennismigranten in Nederlandse universiteitssteden: de International Neighbourgroup Delft, 1966-heden The Netherlands today provides an extensive infrastructure welcoming highly skilled migrants. This infrastructure did not exist in the 1960s when, as a result of the internationalization of the university system, the first highly skilled migrants appeared. In this article Aniek Smit shows how the women’s organization International Neighbour Group (ING) from TU Delft provided for them. The initial activities of the ING were aimed at practical care and a first introduction to Dutch society. In the 1980s the ING took a more proactive role and stimulated contacts between foreign guests, although it soon became apparent that cultural and religious exchange between guests was limited. The approach taken by the ING, which was adopted by the municipal government and employers in the 1990s, shows how much the reception of highly skilled migrants and the response to other migrants came to differ. Clara van de Wiel, Ander tussen de anderen. Nederlandse stadsbeleving van Berlijn omstreeks 1900 While the cultural exchange between Berlin and the Netherlands in the 1920s has been researched extensively, the period around 1900 has largely been neglected. At that time Berlin was one of the most modern cities in the world, allowing a view into the contemporary definition of modernity. In their writings diplomat J. van Oudshoorn, playwright Herman Heijermans and journalist Augusta de Wit define and criticize the city of Berlin. By investigating their literary work Clara van de Wiel researches how the perception of an urban environment changed over time from a largely negative to a positive one. Stephanie Paalvast, ‘Society’s finest pearl’. Representaties van de aristocratie in de Victoriaanse penny press The British press went through some radical changes at the end of the nineteenth century due to the development of the penny press. These cheap newspapers were aimed at the lower middle-class and put the emphasis on everyday subjects: both gossip columns and party reports were introduced. The aristocracy often played an important role in the news. Remarkably, the aristocrats were mostly described in positive terms. In this article Stephanie Paalvast investigates how the aristocracy was presented in the new newspaper format and tries to explain their surprising representation.

126 33.2 versie 4.indd 126

7-6-2011 18:06:54


Colofon Skript Historisch Tijdschrift Jaargang 33 nr. 2, zomer 2011 ISSN 0165-7518 Skript Historisch Tijdschrift Spuistraat 134, kamer 558 1012 VB Amsterdam info@skript-ht.nl www.skript-ht.nl Skript Historisch Tijdschrift biedt studenten en pas afgestudeerden van verschillende universiteiten de mogelijkheid om hun wetenschappelijk werk aan een breed publiek te presenteren. Skript wordt gemaakt door studenten en verschijnt vier maal per jaar. Een abonnement op Skript kost slechts 19,50 euro per jaar. U kunt lid worden door het machtigingsformulier in te vullen op www.skript-ht.nl. Ook kunt u een mail sturen naar de redactie, dan krijgt u het machtigingsformulier thuisgestuurd. Losse nummers zijn verkrijgbaar bij de redactie en bij de boekhandels Athenaeum en Selexyz-Scheltema in Amsterdam. Redactie Nathanje Dijkstra, Robbert Kant, Tymen Peverelli, Ingeborg Visscher, Irene van der Wal, Jan Julia Zurné en Ingrid de Zwarte. Redactieraad Dhr. J. Boom, prof. dr. J. van Eijnatten, dr. J.H. Furnée, dr. M.C. ’t Hart, prof. dr. J.C. Kennedy en dhr. T. Rienstra. Advertenties Inlichtingen bij de redactie. Drukwerk Drukkerij Paesen, België

Skript Historisch Tijdschrift 33.2

33.2 versie 4.indd 127

127 7-6-2011 18:06:54

Skript Preview 33.2  

Enkele bladzijden uit het laatste nummer van Skript

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you