Issuu on Google+

s k r i p t 3 4 . 1 l e n t e 2 0 1 2

Skript 34.1 historisch tijdschrift

Skriptieprijs 2011 Grete Meisel-Hess, een feministe in het fin de siècle De regering-Kennedy en de Non-Aligned Movement Macht en gezag van de Pontifex Maximus Interview met Peter Raedts Lente 2012

5,25 euro


Inhoud Redactioneel

3

‘Messianisch ist das Wirken der Liebe’ Grete Meisel-Hess’ pleidooi voor seksuele vrijheid in theorie en fictie Maite Karssenberg

4

‘If we lose them, the balance of power could swing against us’ Het beleid van de regering-Kennedy ten aanzien van de Non-Aligned Movement Joppe Schaaper

16

Pontifex Maximus fui De macht van gezag Esmée Bruggink

29

‘Een soort vervreemding die onvermijdelijk is’ Interview met Peter Raedts Ayhan Aksu en Dirk Alkemade

42

De promovendus ‘Migratiebeleid blijft een lastige affaire’ Interview met Aafke Beukema toe Water Thomas Anzion

48

Recensies

52

Personalia

61

Abstracts

62

Colofon

63


Redactioneel Geachte lezer, Tijd fascineert. Het ordent het leven, maar wordt ook ervaren en beleefd. Je zou er haast weemoedig van worden wanneer je een oud document voor je hebt liggen; iemand heeft praktische zaken of zielenroerselen aan het papier toevertrouwd, zonder er bij stil te staan dat een geschiedkundige jaren later diezelfde informatie tot zich zou nemen. De auteur heeft er geen invloed meer op, net zoals wij geen invloed hebben op wat generaties na ons gaan doen met alle bronnen die wij momenteel produceren. Voor alles is per slot van rekening een tijd, en zo wordt geschiedenis steeds opnieuw gevormd. Dat biedt perspectief, zo dachten wij, want nadat de redactie aanzienlijk van samenstelling was veranderd en er behoefte werd gecreëerd aan jonge historici die van zich laten horen, besloten wij wat uiterlijk betreft een iets andere weg in te slaan. Niet door recalcitrant alle banden met het verleden te verbreken – we zijn per slot van rekening historici–, maar door te kijken naar onze voorgangers, en met hernieuwd enthousiasme voort te gaan op de door hen ingeslagen wegen. Afgelopen zomer schreef Skript daarom opnieuw een prijs uit voor de beste geschiedenis bachelorscriptie. Vanuit alle delen van het land stuurden studenten hun scripties in. We hebben de onderzoeken met veel plezier gelezen en de genomineerden gekozen op basis van argumentatie, originaliteit, brongebruik, historiografisch en theoretisch kader, en schrijfstijl. Veel scripties schitterden in één van deze elementen, maar de drie genomineerden waren in staat ons op alle fronten te overtuigen. De eerste hiervan is Maite Karssenberg. Haar studie naar de Joods-Oostenrijkse feministe Grete Meisel-Hess is ‘(…)vloeiend en zeer leesbaar geschreven, de behandeling getuigt ook van diepgang en analytisch vermogen’, aldus een redactieraadlid. Esmée Bruggink beschrijft aan hand van door haar zelf vertaalde antieke bronnen de morele en religieuze positie van de pontifex maximus. Volgens een van onze redactieraadleden was deze scriptie dan ook een echte ‘tour de force’. De derde genomineerde is Joppe Schaaper, die in zijn onderzoek de invloed van de non-aligned movement op het beleid van de regering Kennedy onder de loep heeft genomen. Hij heeft wat een redactieraadlid betreft ‘uitstekend gebruikgemaakt van bronnen om aan te wijzen waarom de Amerikanen de neutrale landen tegemoet kwamen.’ Het moge duidelijk zijn dat de keuze met zo’n diversiteit aan onderwerpen niet eenvoudig was. Toch kunnen wij u vertellen dat het brongebruik, de kritische analyse en de schrijfstijl van Maite Karssenberg er bovenuit sprong, en zij zich met recht de winnares van de Skriptieprijs 2011 mag noemen. Wij hopen dat u Skript met net zoveel plezier zult lezen als u al vierendertig jaar of korter doet. Want hoewel de nieuwe jaargang ons naast een nieuwe opmaak, binnenkort ook een nieuwe website en een nieuw symposium zal brengen, zal Skript nog steeds een platform zijn voor getalenteerde studenten om hun onderzoek wereldkundig te maken. Steeds op een andere en gevarieerde manier, maar altijd met dezelfde inhoudelijke kwaliteit. De redactie

Skript Historisch Tijdschrift 34.1

3


‘Messianisch ist das Wirken der Liebe’

Grete Meisel-Hess’ pleidooi voor seksuele vrijheid in theorie en fictie Maite Karssenberg Het fin de siècle was niet alleen een periode waarin decadentisme en experimentele kunst hoogtij vierden. Het tijdsgewricht werd eveneens gekenmerkt door de opkomst van nieuwe en soms radicale ideeën over filosofie, religie en maatschappij. Maite Karssenberg, de winnares van de Skriptieprijs 2011, analyseert in dit artikel zowel het maatschappij-kritische als het literaire werk van de Weens-Berlijnse feministe avant la lettre Grete Meisel-Hess. Ze laat hiermee zien hoe de tijdsgeest van het fin de siècle een duidelijke weerslag had op MeiselHess’ denken over seksualiteit en de positie van de vrouw in de samenleving. Gelijkheid van man en vrouw, opheffing van het taboe op alleenstaand moederschap, de legalisering van abortus, een eerlijke verdeling van arbeid en opvoeding en boven alles: vrije liefde. Bij deze ideeën denken we al snel aan de seksuele revolutie van de jaren zestig. De relatief onbekende Joods-Duitse schrijfster, filosofe en feministe Margarethe (Grete) Meisel-Hess bepleitte deze moderne waarden echter al vanaf 1900. Het was voor haar tijdgenoten dan ook een schok dat een vrouw zo vrijuit over seksualiteit schreef. Maar compleet los van haar tijd stond ze natuurlijk niet. Haar ideeën lagen diep verankerd in het toenmalige wetenschappelijke discours en beperkten zich niet tot het feminisme alleen.1 Ze baseerde zich in haar theorieën onder meer op Darwins evolutietheorie, de eugenetica, Haeckels monisme, het socialisme, Nietzsche’s individualisme en Freuds psychoanalyse. Al deze invloeden vermengde ze in een fascinerend corpus van ideeën over de perfecte samenleving. Met name haar theoretische werk Die sexuelle Krise, eine sozial-psychologische Untersuchung was zeer invloedrijk. Daar komt bij dat ze als één van de eerste autonome feministische schrijfsters daarnaast ook een aantal goedverkopende romans uitbracht. Meisel-Hess geloofde heilig in de sterke invloed van literatuur op de maatschappij en haar theoretische werk en fictie kunnen daarom beschouwd worden als twee kanten van dezelfde munt.2 Toch komt Grete Meisel-Hess weinig voor in historiografische studies over de ontwikkeling van het feministisch gedachtegoed in het fin de siècle. Bovendien schrijft men òf over haar theorie òf over haar fictie. Met deze studie wil ik die leemte opvullen door haar belangrijkste theoretische werk, voornoemde Die sexuelle Krise uit 1909, te vergelijken met Meisel-Hess’ meest substantiële roman Die Stimme, Roman in Blättern, gepubliceerd in 1907. De filosofie die uit deze werken naar voren komt zal ik analyseren aan de hand van de sleutelbegrippen liefde/seksualiteit, levensbeschouwing en maatschappelijke hervorming. Daarnaast leid ik

4


‘If we lose them, the balance of power could swing against us’ Het beleid van de regering-Kennedy ten aanzien van de Non-Aligned Movement Joppe Schaaper In de historiografie van de Koude Oorlog is de afgelopen decennia steeds meer aandacht gekomen voor de invloed van landen buiten de machtsblokken Amerika en de Sovjet-Unie op de internationale verhoudingen. Historici zoals Lundestad en Westad hebben daarmee de traditionele bipolaire interpretatie van de Koude Oorlog genuanceerd. In dit artikel richt Joppe Schaaper zich op de invloed van de Non-Aligned Movement. Aan de hand van verscheidene telegrammen, memoranda, brieven en beleidsstukken toont hij aan dat deze beweging aan het begin van de jaren ‘60 een belangrijke rol speelde in het buitenlandse beleid van de Sovjet-Unie en de regering-Kennedy. Wij schrijven 1961. Het begin van een roerig decennium, maar bovenal een veelbewogen en cruciaal jaar voor het verloop van de Koude Oorlog. Niet alleen werd Kennedy in dit jaar president van de VS, mislukte de beruchte Varkensbaaiinvasie op Cuba en werd de Berlijnse Muur opgetrokken, ook vond in ditzelfde jaar in Belgrado een conferentie plaats die in de geschiedschrijving de nodige aandacht ontbeert: die van de Non-Aligned Movement (NAM), of de Beweging van Ongebonden Landen. Kort gezegd streefde deze alliantie van zogenaamde Derde Wereldlanden naar een vreedzame, antinucleaire wereld waarin elk land een onafhankelijke koers kon varen. In dit artikel tracht ik deze beweging haar verdiende plek in de geschiedenis te geven door aan te tonen dat zij een belangrijkere rol heeft gespeeld dan tot nu toe is aangenomen.1 Dit doe ik door de beginperiode van de NAM te bekijken vanuit de regeringKennedy, die met zijn New Frontier-politiek de Derde Wereld definitief bij de Koude Oorlog betrok. Een logisch gevolg van deze politiek zou namelijk zijn dat deze nieuw ontstane coalitie van zogenaamde Derde Wereldlanden een belangrijke plaats innam in deze buitenlandse politiek. Maar is dit werkelijk zo geweest? En zo ja, op welke manieren probeerde de Amerikaanse regering de beweging in haar eigen invloedssfeer te brengen? Aan de hand van verscheidene telegrammen, memoranda, brieven en beleidsstukken van de Amerikaanse regering zal ik in dit artikel aantonen dat de NAM een cruciale positie innam in Kennedy’s buitenlandbeleid. Vervolgens zal ik aan de hand van de NAM betogen dat de Koude Oorlog meer werd beïnvloed door ‘derden’ dan gedacht, wat een nuancering van het traditionele debat over de periode betekent. Deze nuance past bovendien goed in het veranderende historiografische debat over de Koude Oorlog van de afgelopen decennia.

16


‘Pontifex Maximus fui’ De macht van gezag

Esmée Bruggink De Pontifex Maximus was een van de belangrijkste posities in het Romeins religieus systeem en is van cruciale betekenis geweest in de burgeroorlog die het einde van de Republiek zou betekenen. Esmée Bruggink onderzoekt in dit artikel de ontwikkeling die dit ambt in de laatste jaren heeft doorlopen en de rol die het pontificaat speelde in de legitimatie van Augustus’ keizerschap. In het Palazzo Massimo alle Terme te Rome kijkt Augustus gezaghebbend op de museumbezoeker neer.i De keizer is gekleed als priester en zijn hoofd is bedekt voor een offerplechtigheid. De Via Labicana Augustus is een opmerkelijk beeldhouwwerk, omdat er hier een bijzonder aspect van Augustus’ imago wordt uitgelicht. De princeps (‘eerste’) is niet alleen het politieke hoofd, maar ook de morele en religieuze leider van Rome en het Romeinse rijk: de pontifex maximus. Het beeld werd vervaardigd na 12 v. Chr., toen Augustus het lang begeerde ambt na tweeëndertig jaar wist te verwerven. Wie is de pontifex maximus? Welke rol speelt hij in de Romeinse maatschappij? Hoe verandert deze rol in de loop der eeuwen, en in het bijzonder ten tijde van de sociale en politieke onrust van de late Republiek? Wat heeft de functie van hogepriester de eerste Romeinse keizer uiteindelijk te bieden? Over het wachten van Augustus en de macht van gezag.1

Het collegium pontificum

Het ambt van pontifex maximus2 heeft vanaf de vroege Republiek een bijzondere positie ingenomen in de res publica van Rome.3 In de loop van de Republiek (ca. 509 - 27 v. Chr.) ontstond er in Rome een complex en divers, maar vastomlijnd religieus instituut. Binnen dit Republikeinse systeem had het collegium pontificum de meeste bevoegdheden en invloed. Het college van pontifices werd voorgezeten door de pontifex maximus. Met het invoeren van de Lex Domitia werd hij vanaf 104 v. Chr. rechtstreeks door de comitia tributa (een volksvergadering) verkozen en zijn ambt was voor het leven. Het pontificaal college en de pontifex maximus hadden (in tegenstelling tot het priestercollege van de augures) geen direct contact met het goddelijke. Dit onderscheid bepaalt de positie en de taken van de pontifices. Cicero kende hen in zijn rede De domo sua de status van religieus expert toe: aan hun wijsheid ontleenden de priesters auctoritas (‘gezag’).4 In deze hoedanigheid adviseerden zij magistraten, de senaat en andere priestercolleges op het gebied van riten, rei

Alle vertalingen in dit artikel zijn van de hand van de auteur. Grote dank gaat uit naarA. Aksu, dr. N. de Haan en prof. dr. O.J. Hekster. Skript Historisch Tijdschrift 34.1

29


‘Een soort vervreemding die onvermijdelijk is’

Interview met Peter Raedts Ayhan Aksu en Dirk Alkemade Bij zijn aanvaarding van het hoogleraarschap Middeleeuwse Geschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen in 1994 riep prof. dr. Peter Raedts (1948) op om te stoppen met het zoeken naar de oorsprong van de moderne Europese cultuur in de Middeleeuwen. In zijn onlangs verschenen boek De ontdekking van de Middeleeuwen: geschiedenis van een illusie laat hij zien hoe dit in West-Europa eeuwenlang werd gedaan. Raedts benadrukt dat juist het contrast tussen heden en verleden ons veel kan leren. Skript sprak met hem over de maakbaarheid van continuïteit en het dilemma van historische periodiseringen. Voor veel mensen staan de Middeleeuwen nog steeds bekend als een lange periode van economisch en cultureel verval. Ziet u het als uw taak deze negatieve waardering te bestrijden? Natuurlijk hoop ik dat het beeld van de Middeleeuwen wordt bijgesteld, het liefst als een pleister die wordt losgescheurd, maar ik verbeeld mij geenszins dat ik een nieuw paradigma sticht, want daar hebben we het in zekere zin over. Mijn laatste boek is wel een bijdrage natuurlijk. Veel mediëvisten zijn al langer bezig dit beeld bij te stellen: de ontdekking van de Renaissance van de twaalfde eeuw is daar een goed voorbeeld van. Het negatieve oordeel over de Middeleeuwen is echter al heel oud. De hoofdverantwoordelijken voor het negatieve stigma zijn natuurlijk de humanisten zelf. Mensen als Thomas More, Petrarca, Bocaccio e tutti quanti, en in onze contreien Erasmus. Hun belangrijkste nieuwe inzicht was dat niet alle periodes in de geschiedenis hetzelfde zijn. Dit was volgens mij met name de ontdekking van Petrarca. Bij hem ontstond een eerste vorm van een dergelijk historisch bewustzijn, the past is a foreign country, maar dat zijn de humanisten vervolgens te veel gaan aanzetten. Zij zetten zich af van de Middeleeuwen als een periode van diepe duisternis, maar zagen na de herontdekking van de klassieke letteren in hun eigen tijd het licht in de geschiedenis opnieuw schijnen. Dit contrast tussen licht en duisternis heeft een onvoorstelbare invloed op de Europese cultuur gehad, mede doordat dit humanistische idee bepalend was in de opleiding van de gehele Europese elite vanaf de zestiende eeuw tot op de dag van vandaag. We hebben ook nu nog een bias om van de Oudheid alles mooi te vinden en de Middeleeuwen als een mindere periode te beschouwen. Je hebt klassiek; goed, en Middeleeuws; fout. Recenter zijn de Middeleeuwen op een geheel andere manier negatief onder de aandacht gekomen. Wij zijn op het ogenblik namelijk erg onzeker of het christendom ons wel enige zegen gebracht heeft en je kan van de Middeleeuwen veel zeggen, maar zij bezat wel een duidelijke christelijke cultuur, of je het nou mooi Skript Historisch Tijdschrift 34.1

43


De promovendus

‘Migratiebeleid blijft een lastige affaire.’ Interview met Aafke Beukema toe Water Thomas Anzion De negentiende en twintigste eeuw worden beschouwd als turbulente periode uit de geschiedenis van Europa. De industriële revolutie had grote sociale veranderingen tot gevolg en er waren talloze politieke revoluties. Bovendien ontstonden er vormen van nationalisme en begonnen staten zich fundamenteel anders te organiseren. Een aspect daarvan was dat de grenzen van landen steeds duidelijker werden. Hierdoor werd het noodzakelijker voor de staat om te bepalen wat ‘binnen’ en wat ‘buiten’ was. Of concreter; wie er binnenlander en wie buitenlander was. Zo begon de staat de eigen bevolking in kaart te brengen. Aafke Beukema toe Water promoveert aan de Universiteit van Amsterdam op een onderzoek naar de geschiedenis van het Nederlands migratiebeleid. Vanaf de grondwet van 1814 tot aan de Vreemdelingenwet van 1965 bekijkt zij onder meer wie het Koninkrijk in mocht, welke identiteitsbewijzen hiervoor nodig waren, hoe het naturalisatieproces verliep en hoe vreemdelingen werden uitgezet. Maar zij vraagt zich vooral ook af hoe dit beleid ontstond en zich manifesteerde. Met dit doel bestudeert zij de correspondentie tussen ambtenaren in het Koninkrijk der Nederlanden die uiteindelijk hebben geleid tot wetsvoorstellen over dit onderwerp. Volgens Beukema toe Water is er te veel aandacht geweest voor de memorie van toelichting dat aan een wetsvoorstel wordt toegevoegd om het nader uit te leggen. Deze toevoeging is volgens haar niet het echte antwoord op het op te lossen maatschappelijk probleem, maar een ‘promotieflyer’ van de desbetreffende ambtenaren die hun werk willen verkopen. Kortom, een bron die kritisch bekeken moet worden. ‘Rechtshistoricus Eric Heijs heeft dit bronnenmateriaal ook behandeld maar daarbij helaas te weinig aandacht gehad voor de kleuring ervan’, zegt Beukema toe Water, ‘in die zin past hij in de traditie van onderzoek dat onevenredig en te weinig reflecterend kijkt naar de parlementaire handelingen als verklaring voor migratiebeleid.’ Naast haar specifieke kijk op de te behandelen bronnen onderscheidt zij zich ook nog op een andere manier van haar collega-onderzoekers. Zij is de eerste die onderzoek doet naar het hele Koninkrijk der Nederlanden.

48


Recensies Oorlog van eer & overmoed; de katholieke kijk op de Opstand; varianten van de Middeleeuwen; de ontzuiling & maakbaarheid van Nederland.


Personalia Ayhan Aksu is redacteur bij Skript en studeert Geschiedenis en Literatuurwetenschap aan de Vrije Universiteit. Hij specialiseert zich in de geschiedenis van het Oude Nabije Oosten in het eerste millennium voor Christus. Dirk Alkemade is redacteur bij Skript en volgt de onderzoeksmaster Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Hij richt zich met name op verlichtingsdenken en politieke geschiedenis in Nederland in de achttiende en negentiende eeuw. Thomas Anzion is redacteur bij Skript, studeert Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en is voornamelijk geïnteresseerd in globale politiek en problematiek. Esmée Bruggink studeerde Griekse en Latijnse Taal en Cultuur aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. In 2011 rondde ze haar bachelor cum laude af, haar scriptie werd begeleid door dr. N. de Haan. Momenteel volgt ze de onderzoeksmaster Letterkunde en Literatuurwetenschap. Haar interesse gaat uit naar religie en mythe in de klassieke literatuur. Richard Calis heeft Griekse en Latijnse Taal en Cultuur aan de Universiteit van Amsterdam gestudeerd en volgt aansluitend de onderzoeksmaster Geschiedenis. Hij is vooral geïnteresseerd in de intellectuele geschiedenis en cultuur van de Middeleeuwen en Renaissance. Maite Karssenberg doet de onderzoeksmaster Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Ze houdt zich bezig met de intellectuele en culturele geschiedenis van het fin de siècle, Europese literatuurgeschiedenis en biografische studies. Hugo Maat studeert geschiedenis aan de Vrije Universiteit en is gespecialiseerd in Middeleeuwse geschiedenis. Joppe Schaaper is masterstudent Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Hij volgt de master Geschiedenis van de Internationale Betrekkingen en heeft als speciale interesse de jaren zestig van de twintigste eeuw. Zijn scriptie schreef hij onder begeleiding van Dr. Ruud van Dijk. Tim Verlaan is als promovendus verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en doet sinds oktober 2011 onderzoek naar Nederlandse binnenstadsreconstructies in de jaren zestig en zeventig, waarbij hij met name de rol van projectontwikkelaars onderzoekt.

Skript Historisch Tijdschrift 34.1

61


Abstracts Joppe Schaaper, ‘If we lose them, the balance of power could swing against us’. Het beleid van de regering-Kennedy ten aanzienvan de Non-Aligned Movement In this article the author examines the position of the Kennedy administration regarding the Non-Aligned Movement (NAM), a pacifist, antinuclear and neutral organization consisting particularly of Third World countries. This movement was founded in 1961, the year John F. Kennedy became president of the United States, by leaders such as Tito and Nasser. By discussing several memorandums, telegrams and letters from within the administration, the author argues that the Non-Aligned Movement in its initial \phase had a far greater influence on the course of the Cold War than is often supposed in the historical debate. For example, by persuading some ‘key neutrals’ like Tito the US tried to influence this whole group of non-aligned nations. When leaders did not act according to the American expectations the US imposed economic and military sanctions, or broke diplomatic relations. Because of the importance attached to the NAM by the two superpowers, it can be said that the Cold War at the start of the sixties created not a bipolar but a tri-polar world system. Maite Karssenberg, ‘Messianisch ist das Wirken der Liebe’. Grete Meisel-Hess’ pleidooi voor seksuele vrijheid in theorie en fictie Jewish philosopher, feminist and novelist Grete Meisel-Hess was an important figure in the debate surrounding women and sexuality in Vienna and Berlin during the first two decades of the twentieth century. In a popular scientific work called Die sexuelle Krise, eine sozialpsychologische Untersuchung published in 1909, she set out a remarkable philosophy promoting a healthier society through free love for both men and women. Besides this extensive book on the ‘sexual crisis’, she also wrote several bestselling novels and short stories. These have, however, not been taken into account in the already scarce historical analysis of Meisel-Hess’ work. In this article, Maite Karssenberg investigates this young female’s line of thought by analysing both Die sexuelle Krise and Die Stimme, Roman in Blättern. The latter being Meisel-Hess’ most substantial novel published in 1907, thus creating a more complete and complex picture of Meisel-Hess’ vision of society. Esmée Bruggink, pontifex maximus fui: de macht van gezag In 12 BC the first Roman emperor Augustus (formerly Octavian) managed to acquire the long coveted office of the pontifex maximus, the high priest of the city of Rome. This office was highly respected and had become an influential religious and political position over the years. The chief pontiff was held directly responsible for the welfare of the state and the pax deorum. The auctoritas (‘moral authority’) of the function was essential for Augustus to legitimize his imperial power. His inauguration made him the official guardian of the Roman state and founder of the Pax Romana. For the first time in Roman history, political power and religious authority were represented by just one public figure.

62


Colofon Skript Historisch Tijdschrift Jaargang 34 nr. 1, lente 2012 ISSN 0165-7518 Skript Historisch Tijdschrift Spuistraat 134, kamer 558 1012 VB Amsterdam info@skript-ht.nl www.skript-ht.nl Skript Historisch Tijdschrift biedt studenten en pas afgestudeerden van verschillende universiteiten de mogelijkheid om hun wetenschappelijk werk aan een breed publiek te presenteren. Skript wordt gemaakt door studenten en verschijnt vier maal per jaar. Een abonnement op Skript kost slechts 20 euro per jaar. U kunt lid worden door het machtigingsformulier in te vullen op www.skript-ht.nl. Ook kunt u een mail sturen naar de redactie, dan krijgt u het machtigingsformulier thuisgestuurd. Losse nummers zijn verkrijgbaar bij de redactie en bij de boekhandels Athenaeum en Selexyz-Scheltema in Amsterdam. Redactie Ayhan Aksu, Dirk Alkemade, Thomas Anzion, Nathanje Dijkstra, Mascha van Nieuwkerk, Florian Ras, Irene van der Wal en Ingrid de Zwarte. Redactieraad Dhr. J. Boom, dr. L.A. Dirven, dr. J.H. Furnée, prof. dr. K. Goudriaan, dr. M.C. ’t Hart, prof. dr. J.C. Kennedy en dhr. T. Rienstra. Advertenties Inlichtingen bij de redactie. Drukwerk Drukkerij Paesen, België.

Skript Historisch Tijdschrift 34.1

63


1


Skript preview 34.1