Page 1

Skript s k r i p t

historisch tijdschrift

36.1

3 6 . 1 l e n t e

2 0 1 4

Skriptieprijs 2013 Het ‘dier’ in de geschiedenis Partijschismsa van de sdap Kernwapens de wereld uit Athenaeum Essayprijs Interview met Jinty Nelson

lente 2014

36.1-voorkantdefinitief.indd 1

7,50 euro

10-03-14 17:20


Inhoud

Redactioneel

36.1 3

Zionisme en modernisme Zionisme in het debat over de herkomst van het nationalisme Kim Sher

4

De incorporatie van ‘het dier’ in de geschiedenis De invloed van het nieuwe vakgebied animal studies op historici Rosa Deen

12

‘En door Duitschland ondergaan we den invloed van de wereld’ Een verklaring voor het partijschisma van de sdap in 1909 Vinzenz Bäumer Escobar

24

Alle kernwapens de wereld uit De IKV-campagne van 1977-1985 Alexander van den Honert

38

Middeleeuws Europa doet ons de gehele wereld begrijpen Interview met Jinty Nelson Anna Lakmaker en Bastiaan Waagmeester

50

De promovendus De biografie: zoeken naar een goede balans Interview met Jan Postma Lara Melse

58

Recensies

62

Abstracts

71

Colofon

72


Redactioneel Geachte lezer, Met het nieuwe kalenderjaar vangt ook een nieuwe jaargang – de zesendertigste alweer – van Skript aan, een jaar dat meteen begint met een kleine redactionele wissel. Vanaf dit nummer zal Dirk Alkemade aftreden als hoofdredacteur, waarbij hij zal worden opgevolgd door Laura de Adelhart Toorop. Zoals de traditie voorschrijft bevat dit nummer de omgewerkte versies van de drie beste bachelorscripties die voor de Skriptieprijs van afgelopen jaar zijn ingestuurd. In totaal mocht de redactie 45 inzendingen ontvangen van studenten van alle Nederlandse universiteiten. We waren wederom erg onder de indruk van de zeer uiteenlopende scriptieonderwerpen, het kritische onderzoek en de diepgravende analyses. Wel mag hier nog worden opgemerkt dat er opvallend weinig scripties over de middeleeuwen en oudheid zijn ingestuurd. Het interview met mediëviste Janet Nelson zal deze tekortkoming in dit nummer hopelijk compenseren, maar uiteraard hopen we dat we komend jaar meer scripties van oudheidkundige en mediëvistische aard mogen ontvangen. De drie beste scripties hebben we als nominaties aan redactieraad voorgelegd. Dit was in eerste instantie de scriptie Alle kernwapens de wereld uit van Alexander van den Honert (Universiteit Leiden). Een scriptie die volgens de redactieraad ‘helder opgebouwd en prettig geschreven’ is, met als sterkste punt ‘het conceptueelanalytische niveau waarop wordt geargumenteerd’. Onze tweede nominatie was de scriptie van Vinzenz Bäumer Escobar (Erasmus Universiteit) over het partijschisma van de sdap in 1909. Op basis van deze scriptie meldt de redactieraad dat Vinzenz ‘zorgvuldig discussieert met de bestaande literatuur’ en dat hij ‘retorisch begaafd [is] en een uitmuntende schrijfstijl [heeft]. Tot slot was er de scriptie van Rosa Deen (Rijksuniversiteit Groningen). Haar scriptie over Animal studies wist onze redactieraad aangenaam te verrassen. Een scriptie ‘met een allure die ver uitgaat boven wat normaal gesproken van een bachelorscriptie mag worden verwacht’; ‘Het betoog is boeiend, stelt fascinerende deelvragen aan de orde (…) en beweegt zich in het algemeen op een hoog conceptueel niveau.’ De redactieraad heeft deze scriptie dan ook unaniem verkozen tot de beste inzending van dit jaar. De redactie en redactieraad zijn verheugd Rosa Deen feliciteren met deze prestatie. Daarnaast organiseerde de redactie dit jaar voor de tweede keer de Athenaeum Essayprijs, een prijs voor het beste werkstuk van de eerstejaars Geschiedenisstudenten aan de Universiteit van Amsterdam. Uit de eveneens zeer diverse inzendingen koos de redactie unaniem voor het werkstuk van Kim Sher. Zijn werkstuk over de plaats van het zionisme in de geschiedschrijving van het nationalisme liet zich voorstaan op zijn kritische vraagstelling en analyse. Voeg daarbij nog een handvol recensies en een kort interview met Jan Postma, voorheen burgervader van Leiden, maar nu onderzoeker van het leven en werk van Alexander Gogel (1765-1821), en de weg is vrij voor een nieuw en boeiend jaar Skript. We wensen u veel leesplezier, De redactie

Skript Historisch Tijdschrift 36.1

3


Zionisme en modernisme

Zionisme in het debat over de herkomst van het nationalisme Kim Sher

In de geschiedschrijving van het nationalisme hebben grote namen als Benedict Anderson, Ernest Gellner en Eric Hobsbawm benadrukt dat het fenomeen nationalisme in de loop van de negentiende eeuw gestalte kreeg. Kim Sher, de winnaar van de Athenaeum Essayprijs van dit jaar, beargumenteert in dit artikel echter dat hun verklaringen tekortschieten wanneer het de opkomst en ontwikkeling van het zionisme betreft. Sher laat daarbij zien dat de ‘anomalie’ van het zionisme ons meer kan leren over de wijze waarop het nationalisme kan worden bestudeerd. In eerste oogopslag lijkt het zionisme een ultiem voorbeeld van het nationalisme als modern fenomeen.1 Deze Joodse beweging ontstond in West-Europa aan het einde van de negentiende eeuw als een seculiere en nationale beweging die de moderne denkpatronen van natie- en staatsvormen in haar ideologie opnam. Daarom zou het zionisme bij uitstek als een modern fenomeen gezien kunnen worden. Toch is deze modernistische interpretatie van het zionisme in de ogen van sommige historici niet zo vanzelfsprekend als zij er in eerste instantie uitziet. Hoewel er overeenstemming onder historici is dat de termen nationalisme en zionisme modern zijn, lopen de meningen uiteen over de vraag of de inhoud en essentie van deze termen ook modern zijn. Hierbij speelt met name de vraag of het zionisme als een product van het negentiende-eeuwse nationalisme kan worden beschouwd, of dat het beter als een onderdeel van een langere historische ontwikkeling kan worden gezien die haar oorsprong vindt in de antieke geschiedenis van het Joodse volk.2 In dit artikel zal ik laten zien hoe verschillende historici deze vraag hebben beantwoord en welke argumenten zij hiervoor hebben gebruikt. Allereerst zal ik het werk van drie representatieve academici van de modernistische benadering bespreken, namelijk Benedict Anderson, Ernest Gellner en Eric J. Hobsbawm, die op verschillende wijzen het zionisme in hun werk behandelen.3 Vervolgens zal ik het werk van Anthony D. Smith bespreken. In zijn boek Myths and Memories of the Nation zet Smith zich expliciet af van de modernistische benaderingen van bovengenoemde historici, en heeft hij met behulp van het zogenaamde etno-symbolisme een alternatieve benadering van het zionisme geformuleerd.4 Op basis van deze comparatieve analyse zal gesteld worden dat het zionisme een anomalie van de modernistische benadering is en aan hand van deze anomalie zal ik vervolgens proberen een aantal problematische stellingen van deze benadering aan het licht te brengen.

4


De incorporatie van ‘het dier’ in de geschiedenis De invloed van het nieuwe vakgebied animal studies op historici Rosa Deen

Waar dieren voorheen alleen op antropocentrische manier werden bestudeerd, probeert het opkomende onderzoeksgebied van animal studies het dier als een ‘wezen op zichzelf’ te begrijpen. In dit artikel onderzoekt Rosa Deen, de winnares van de Scriptieprijs 2014, hoe deze ontwikkeling zijn weerslag heeft op de geschiedschrijving. Hierbij schenkt ze aandacht aan de context waarin animal studies is opgekomen, de plaats die er binnen verschillende historische disciplines traditioneel aan het dier wordt toegekend, en behandelt ze zowel de mogelijkheden als moeilijkheden van dit nieuwe onderzoeksgebied. Volgens de historica Harriet Ritvo, verbonden aan het Massachusetts Institute of Technology, vindt er momenteel binnen de academische wereld een animal turn plaats.1 Waar dieren voorheen het studieobject binnen de natuurwetenschappen waren, is er heden ten dagen sprake van een groeiende aandacht voor dieren binnen de geesteswetenschappen (onder andere binnen antropologie, linguïstiek, sociologie en literatuurwetenschappen). Dit heeft te maken met de institutionalisering van animal studies, een recentelijk ontstaan vakgebied voortgekomen uit het dierenactivisme zoals dat begon in de jaren zeventig.2 Sindsdien heeft animal studies ook binnen andere disciplines invloed gekregen, waaronder nu ook de geschiedenis. Voorheen waren voor historici mensen primair de historische actoren die bestudeerd dienden te worden. Nu lijken dieren echter langzaamaan te verschuiven van ‘de periferie naar een zichtbaardere plaats in de geschiedschrijving.’3

In dit artikel zal ik kijken naar op welke verschillende manieren historici dieren bestuderen. In de eerste paragraaf zal ik kort behandelen wat het nieuwe vakgebied animal studies inhoudt. Vervolgens zal ik dieper ingaan op de verhouding tussen historici en dieren. In de tweede paragraaf zal ik kijken hoe de interesse van historici voor dieren is ontstaan om vervolgens in de derde paragraaf aandacht te besteden aan hoe dit zich verder heeft ontwikkeld. Ook verschillende vraagstukken binnen animal studies zelf zullen behandeld worden omdat ze van invloed zijn op de plek die dieren binnen het historisch onderzoek krijgen toegekend. Een van deze vraagstukken is de kwestie hoe het mogelijk is om beyond the document te komen. Hiermee wordt bedoeld: hoe kunnen de door mensen geproduceerde bronnen ons iets vertellen over de levens van dieren uit het verleden? In hetzelfde jaar (2007) dat Ritvo de term animal turn introduceerde, werd in de American Historical Review (hierna ahr) het nieuwe vakgebied animal studies in een

12


‘En door Duitschland ondergaan we den invloed van de wereld’ Een verklaring voor het partijschisma in de SDAP in 1909 Vinzenz Bäumer Escobar

Toen in Nederland de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij werd opgericht in 1894 was de Sozialdemokratitischen Partei Deutschlands in Duitsland al een grote en bruisende politieke factor. Desondanks scheurde de partij van de socialisten in het kalme Nederland eerder dan die van hun oostelijke kameraden vanwege strubbelingen tussen de orthodoxe marxisten en de meer pragmatische revisionisten. In dit artikel onderzoekt Vinzenz Baümer Escobar het opmerkelijke partijschisma van de sdap. Hij toont aan dat er uit de conflicterende visies binnen de partij over het te bereiken socialistische einddoel een richtingenstrijd ontstond, die uiteindelijk een schisma tot gevolg had. Hierin was voor het wetenschappelijk marxisme een fundamentele rol weggelegd. De positie van de Nederlandse arbeidersbeweging in Europa was niet vooraanstaand. Pas in 1894, met de oprichting van de Sociaal Democratische Arbeiderspartij (sdap), zou de Nederlandse sociaaldemocratie daadwerkelijk, zij het haperend, politiek succes boeken. Haar tegenhanger in Duitsland, de Sozial Demokratische Partei Deutschlands (spd), was tegen die tijd al een prominente partij in de Duitse politiek. Dat was voor de sdap allesbehalve nadelig. Juist omdat de Nederlandse arbeidersbeweging een relatief late start kende, kon zij inspiratie putten uit andere Europese partijen. Vooral de machtige spd had veel invloed op haar Nederlandse tegenhanger. Niet alles wat uit het Oosten kwam werkte echter even enerverend voor de sdap. In Duitsland begon rond de eeuwwisseling een richtingenstrijd tussen orthodoxe marxisten en de zogeheten revisionisten. Deze strijd zou naar Nederland overwaaien. Dit had onder andere tot gevolg dat op een bijzonder congres van de sdap op 13 en 14 februari in 1909 de redacteurs van het marxistische blad De Tribune, namelijk David Wijnkoop, Willem van Ravesteyn en Jan Ceton, geroyeerd werden. Kort na zijn royement richtte het drietal de Sociaal-Democratische Partij (sdp) op. Daarmee was de eerste politieke splitsing binnen de arbeidersbeweging in Europa als gevolg van een richtingenstrijd tussen marxisten en revisionisten) een feit. De eerste? Ja, want ook in Duitsland zou de richtingenstrijd tussen gematigdere en radicalere socialisten uitmonden in een splitsing in 1917. Dat het juist in Nederland als eerste tot een schisma binnen de socialistische partij kwam als gevolg van een radicalisering van de richtingenstrijd, is opzienbarend. Niet alleen vanwege de late start van de Nederlandse arbeidersbeweging, maar ook omdat

24


Alle kernwapens de wereld uit De Ikv-campagne van 1977-1985 Alexander van den Honert Voor het einde van sociale bewegingen is binnen de geschiedschrijving minder aandacht dan voor de opkomst en hoogtijdagen. Alexander van den Hoonert beschrijft in zijn artikel de teloorgang van het Interkerkelijk Vredesberaad, waarmee hij door deze neergang te koppelen aan de campagne zelf een nieuw licht werpt op het einde van de Vredesbeweging. Op 8 december 1987 kwam definitief een einde aan wellicht het grootste nationale debat van de afgelopen vijftig jaar. Op die dag schreef de minister van Buitenlandse Zaken Hans van den Broek in een brief aan de Tweede Kamer dat hij door de regering was gemachtigd ‘om over te gaan tot ondertekening van een overeenkomst met de Verenigde Staten ter beëindiging [mijn cursivering, AvdH] van de plaatsingsovereenkomst van november 1985’.1 Deze plaatsingsovereenkomst met de Navo had voorzien in de stationering van 48 nieuwe kernwapens voor de middellange afstand op Nederlands grondgebied om tegenwicht te bieden aan de Russische dreiging. Deze voorgenomen plaatsing zorgde vanaf eind jaren zeventig voor een grote beroering, zowel in het parlement als op straat. In 1981 en 1983 verzamelden zich in Amsterdam en Den Haag respectievelijk 440.000 en 500.000 demonstranten om blijk te geven van hun afkeer van de kernbewapening. De motor achter deze beweging was het Interkerkelijk Vredesberaad (Ikv) dat in 1977 een campagne was gestart met de leuze ‘alle kernwapens de wereld uit, te beginnen in Nederland!’. Tot op heden zijn de kernwapenprotesten van begin jaren tachtig qua omvang ongeëvenaard in de geschiedenis van Nederlandse protesten. In de loop der jaren is de vredesbeweging dan ook door veel auteurs beschreven. Opmerkelijk is dat veel van deze auteurs vrijwel alleen maar aandacht hebben besteed aan de opkomst en omvang, maar relatief weinig aan de plotselinge neergang van de vredesbeweging na een november 1985.

Politieke golfbeweging?

In het wetenschappelijke debat wordt over het algemeen aangenomen dat de politieke actualiteit de omvang – en dus ook de neergang – van de vredesbeweging heeft bepaald. Een belangrijke aanhanger van deze theorie is de politicoloog Alfred van Staden. Hij legt het breekpunt dat de neergang inzette na 1985. In de eerste plaats zou het Inf-verdrag van 1987 een ontnuchterende ervaring zijn geweest voor het Ikv, die volgens hem een pleit had gevoerd voor een politiek van eenzijdige ontwapeningsstappen2 Daarnaast zou het economische herstel onder het kabinet Lubbers in zo’n grote mate hebben bijgedragen aan het zelfvertrouwen van het politieke centrum dat zij veel

38


Middeleeuws Europa doet ons de gehele wereld begrijpen Interview met Jinty Nelson Anna Lakmaker en Bastiaan Waagmeester Dame Janet (Jinty) Nelson is emeritus hoogleraar middeleeuwse Geschiedenis aan King’s College London, waar zij bijna veertig jaar aan verbonden was. Daarnaast was zij onder andere vanaf 1995 verbonden aan de redactie van Past and Present, vice-president van de British Academy van 2000 tot 2001 en president van de Royal Historical Society van 2000 tot 2004. Jinty Nelson heeft uitvoerig onderzoek gedaan naar vroege Middeleeuwen van Europa, waarbij zij zich voornamelijk richtte op de Frankische en Angelsaksische koninkrijken. Interesses van Nelson zijn koningschap, bestuur, rituelen en religie, politieke ideeën en in toenemende mate vrouwen en gender. Tijdens haar bezoek aan Utrecht sprak Skript met haar over de ontwikkeling van de geschiedwetenschap gedurende haar loopbaan, de onderzoeksprojecten waar ze aan verbonden is en het belang van Karel de Grote voor het huidige Europa. Waarom bent u geschiedenis gaan studeren, en hoe kwam u terecht bij de vroege Middeleeuwen van Europa? Vanaf bijzonder vroege leeftijd wilde ik al geschiedenis studeren, vanaf mijn vijfde geloof ik. Ik moest letterlijk weggetrokken worden uit een kasteel dat ik met mijn familie bezocht; ik wilde er niet weg. Het idee dat er mensen in dat kasteel geleefd hadden, fascineerde me enorm. Geen van mijn ouders was bijzonder geïnteresseerd in geschiedenis, gelukkig bleven ze me vanwege mijn grote belangstelling meenemen naar interessante historische plaatsen. Op de middelbare school verdiepte ik me in de klassieke geschiedenis en talen, en een tijd lang kon ik niet tussen beide kiezen. Toen ik naar de universiteit ging, waar je in Engeland maar één vak kon kiezen, viel de keuze op geschiedenis. Daarbinnen bestudeerde ik vele verschillende periodes en thema’s. Mijn interesse ging voornamelijk uit naar de Oudheid en hele moderne geschiedenis. Destijds, dat was in de jaren zestig, bestonden masters nog niet en ging men na de bachelor meteen promoveren. Dus ik moest toen kiezen tussen twee onderwerpen waar ik, voornamelijk vanwege mijn docenten, bijzonder in geïnteresseerd was. Na slechts drie jaar studeren moest ik kiezen hoe mijn toekomst eruit zou zien. Ik liet eigenlijk mijn keuze vooral bepalen door de overweldigende persoonlijkheden en het charisma van mijn docenten. De eerste docent was E.H. Carr, met de Russische revolutie als specialisme. De ander was Walter Ullmann, een middeleeuwse historicus. Uiteindelijk zag ik Ullmann voor ik een sollicitatiegesprek had met Carr en zo eindigde ik bij vroegmiddeleeuwse geschiedenis.

50


De Promovendus Een biografie: zoeken naar een goede balans Interview met Jan Postma Lara Melse Ondanks dat de passie geschiedenis er van jongs af aan al in zat, besloot drs. J.K.T. Postma (1942) op achttienjarige leeftijd toch economie te gaan studeren. Sindsdien heeft hij een interessant leven geleid en was hij onder meer wetenschappelijk (hoofd) medewerker economie bij de Rijksuniversiteit Groningen, secretaris-generaal van het ministerie van Financiën en burgemeester van Leiden. Toch heeft hij de geschiedenis nooit helemaal losgelaten. Postma heeft naast publicaties over economie ook artikelen over geschiedenis op zijn naam staan en besloot drie jaar geleden op 68-jarige leeftijd te gaan promoveren. Zijn dissertatie is een biografie van Alexander Gogel. “Alexander Gogel (1765 – 1821) was een Amsterdamse koopman en minister van Financiën”, begint Postma wanneer ik vraag naar een korte beschrijving van Gogel. “Hij werd geboren in Vught, als zoon van een Duitse officier in het Staatse leger en de dochter van een bierbrouwersfamilie uit Haarlem. Nadat hij op kostschool had gezeten in Tilburg, komt hij op vijftienjarige leeftijd in de leer bij een Amsterdams koopmansbedrijf. In 1791 richt hij met twee compagnons een eigen bedrijf op, waarna hij in aanraking komt met de patriotten. In 1794 reist hij dan een paar keer naar het Franse leger in Zuid-Nederland en hij neemt deel aan de Bataafse Omwenteling van 1795. Hij blijft koopman, maar houdt zich ook intensief bezig met politiek. Van 1798 tot 1801 is hij agent van Financiën, en in 1805 wordt hij minister onder raadpensionaris Schimmelpenninck en daarna onder koning Lodewijk Napoleon.” “Na vele conflicten met de koning stuurt Gogel in 1809 aan op zijn ontslag. Tijdens de Inlijving gaat hij opnieuw de financiën beheren. In november 1813 weigert hij minister te worden onder het nieuwe Oranjebewind. Wel gaat hij in 1820 in op het verzoek van koning Willem I om in het geheim adviezen over de belastingpolitiek te geven. Vlak voor zijn dood wordt hij in 1821 als dank voor zijn adviezen door Willem I tot staatsraad in buitengewone dienst en commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw benoemd.” Op de vraag waarom Postma heeft gekozen om een biografie als proefschrift te schrijven, antwoordt hij dat in bijna elk artikel over de Bataafs-Franse tijd Gogel wordt aangehaald, maar vooral als financier en belastingspecialist. “Zelf denk ik dat Gogel veel meer is dan dat en daarom wil ik kijken waarom hij het als bestuurder zo lang volgehouden heeft in de Bataafse-Franse tijd. Doordat hij als één van de weinigen – met enkele onderbrekingen - de hele tijd actief is gebleven, heeft hij een belangrijke bijdrage geleverd aan de opbouw van de eenheidsstaat.” Gogels politieke visie bestaat volgens Postma uit het volgende. “Hij was een patriot, en dus gekant tegen het ancien régime, de stadhouder en zijn regenten. Verder was de

58


Recensies

62


Historiezucht - Marita Mathijsen American Orchestras - John Spitzer Cultuur als macht - Frits Boterman Amsterdam - Russel Shorto

Skript Historisch Tijdschrift 36.1

63


Abstracts Rosa Deen, The incorporation of ‘the animal’ in history. The influence of the new discipline animal studies on historians The field of Animal Studies, in which the human-animal dichotomy is questioned, has seen an increasing interest in recent years. Subsequently, researchers in the humanities have attempted to incorporate the animal as an object of study in their own field. This article looks at the ways in which historians have done so, and the developments this new approach passed through. This is done through an analysis of different reviews, published in the American Historical Review, of books concerning historical research and animals. From this emerges a shift from historians’ emphasis on animals and culture, to an interest in human-animal interactions in the past. The article argues that historians’ recent interest in this topic means that animals are increasingly recognized as a formative force in human history, and that this recognition should lead to epistemological questions regarding the historical profession. Vinzenz Bäumer Escobar, ‘And through Germany we experience the influence of the world’. A comparative approach to the party schism of the sdap in 1909. The Dutch Social Democratic Workers’ Party (Sociaal-Democratische Arbeiderspartij or sdap) was founded in 1894. At this time, the similar German socialist party (Sozialdemokratitischen Partei Deutschlands or spd) had already established itself as a force to be reckoned with. Nonetheless, the Dutch socialists were the first to have a political schism. This article argues that the sdap split, because of conflicting views on how to achieve the socialists’ purpose under the social conditions of the time. The left (Marxist) wing of the party, advocated an international social revolution, whereas the right (Revisionist) wing pressed for social capitalism. It compares this split to the German party, in which no such thing occurred. The article attributes this difference to the fact that the German Socialist party was both larger, and had significant political influence, whereas the sdap was rather unstable and reserved. Alexander van den Honert, ‘Out with all nuclear weapons!’ De ikv-campaign of 19771985 In recent years, much has been written about the Dutch Peace Movement. While most academic literature focuses on the movement’s workings during its heyday, little attention has been paid to its decline. Regarding this latter period, most scholars assume that the political actualities of the 1980’s had taken away the movements incentive for continued action. This article argues that the movement’s demise was actually imbedded in its own campaign. The movement had made the necessary shift to the left of the political spectrum, because of which it alienated much of its following, and thereby also most of its political influence; this in turn led to the peace movement’s decline. Kim Sher, ‘Zionism and modernism.’ Zionism in the debate on the origins of nationalism. This article argues that Zionist movement should not be used as an example of early nationalism, as is often done by those who work within the framework of the modernist approach to nationalism. Both Zionism and the nation itself are modern phenomena. Indications of the contrary, such as the supposed Jewish nationalism in antiquity, are anachronisms, and should not be used as evidence for an early development of the concept of a nation. The article discusses the way in which three proponents of the modernist approach to nationalism either use, or ignore, Zionism in relation to their argument. Subsequently, an alternative approach to nationalism, based on ethnicity and symbolism, is discussed, which shows that Zionism is in fact an anomaly, and has no place in the modernist approach to nationalism.

Skript Historisch Tijdschrift 36.1

71


Colofon Skript Historisch Tijdschrift Jaargang 36 nr. 1, lente 2014 issn 0165-7518 Skript Historisch Tijdschrift Spuistraat 134, kamer 558 1012 vb Amsterdam info@skript-ht.nl www.skript-ht.nl Skript Historisch Tijdschrift verschijnt viermaal per jaar, en biedt studenten van verschillende universiteiten de mogelijkheid om hun wetenschappelijke werk aan een breed publiek te presenteren. Een abonnement op Skript kost 20 euro per jaar. U kunt lid worden door het machtigingsformulier in te vullen op www.skript-ht.nl. Ook kunt u een mail sturen naar de redactie, dan krijgt u het machtigingsformulier thuisgestuurd. Losse nummers zijn verkrijgbaar bij de redactie en bij de boekhandel Athenaeum te Amsterdam. Redactie Laura de Adelhart Toorop (hoofdredacteur), Dirk Alkemade, Niels Bennis, Anna Lakmaker, Lara Melse, Helmer Stoel, en Bastiaan Waagmeester. Redactieraad Dr. L.A. Dirven, dr. J.H. Furnée, prof. dr. K. Goudriaan, dr. M.C. ’t Hart, prof. dr. J.C. Kennedy, dhr. T. Rienstra en dhr. T. Verlaan. Advertenties Inlichtingen bij de redactie. Drukwerk Drukkerij Paesen, België.

72

Skript historisch tijdschrift 36.1  

Enkele bladzijden uit de nieuwe publicatie van Skript.

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you