Issuu on Google+

leadership vakblad voor christelijke leiders leiders

foto

niek stam

7e jaargang 02/12

tekst

joerd wielenga

Journalist MARTIN vISSER VOLGt DE EUROPESE LEIDERS OP DE VOET. Een gesprek over falende politici en journalistieke dilemma’s.

‘leiders moeten

open en eerlijk zijn’

24

25


leadership vakblad voor christelijke leiders

M

artin Visser leunt ontspannen achterover in het Nieuw Rotterdams Café. Het grand café aan de Witte de Withstraat, kortweg ‘NRC’, heeft z’n naam te danken aan NRC Handelsblad, dat hier jarenlang de redactie en drukkerij huisvestte. Een mooie locatie om met een journalist af te spreken, hoewel Martin Visser al sinds 1998 verbonden is aan een andere krant: Het Financieele Dagblad. Rotterdam is een stad waar Visser zich thuis voelt. Hij woonde er zeventien jaar. Studeerde er economie aan de Erasmus Universiteit, was er lid van de christelijke studentenvereniging VGSR en van de gereformeerd-vrijgemaakte kerk. Totdat hij naar Brussel verhuisde, nu vier jaar geleden. Daar doet Visser verslag van de Europese politiek. De crisis rond de euro heeft hij daardoor van dichtbij kunnen volgen. Onder het genot van een maaltijdsalade vertelt Visser bevlogen over zijn onlangs verschenen boek De Eurocrisis en zijn werk als correspondent. Over het falende leiderschap van Europese politici. Maar ook over zijn eigen rol als opinieleider en de ethische dilemma’s waar hij in zijn werk mee te maken heeft. De rode draad in het gesprek: openheid en eerlijkheid. Visser noemt het een aantal keer. Hij verwacht het van leiders én van zichzelf. De Eurocrisis, dat stevig de diepte in gaat én leest als een trein, blijkt een spraakmakend boek. Visser onthult dat minister Jan Kees de Jager zich niets aantrok van dringende adviezen van drie van zijn hoogste ambtenaren. Zij adviseerden hem in het voorjaar van 2011 om banken niet op te laten draaien voor de kosten van de Griekse redding, omdat dit de onrust op de financiële markten alleen maar zou

achtergrond

De Eurocrisis – Onthullend verslag van politiek falen. 240 pagina’s. € 19,95. ISBN: 9789047004813. Uitgeverij Business Contact. Facebook: boekEurocrisis

26

beeld

7e jaargang 02/12

niek stam

doen toenemen. De Jagers besluit werd ingegeven doordat uit onderzoek onder CDA-kiezers was gebleken dat hij populairder zou worden als hij de banken harder zou aanpakken. Ook was de kans groter dat hij de steun van oppositiepartij PvdA zou krijgen voor de crisisaanpak als hij deze lijn koos. De Jagers optreden leidde tot frustraties bij zijn topambtenaren. De media pikten het nieuws op en Visser legde aan tafel bij Pauw & Witteman nog maar eens uit hoe het zat. Het plan om een boek te schrijven over de eurocrisis ontstond vorig jaar februari. “Het klinkt onbescheiden, maar ik had het idee dat ik bepaalde inzichten en kennis heb die andere mensen niet hebben. Tijdens de eurocrisis zag ik op tv deskundologen commentaar geven. Als het economen waren, kon ik vaak met hen meepraten, omdat ik inmiddels ook veel kennis op dat gebied heb. Ik dacht dan: de dingen die je nu zegt, baseer je op stukken die onder andere ikzelf geschreven heb. Maar zij waren er niet bij in Brussel en ik wel. Tot nog toe is De Eurocrisis het enige boek dat een reconstructie geeft van de gebeurtenissen en hoe je dat moet duiden. Meer had ik ook niet voor ogen met het boek; ik had geen speciale boodschap die ik over wilde brengen. Ik vind het belangrijk dat we in dit debat de feiten goed kennen. Het valt me op – bijvoorbeeld op Twitter – dat veel mensen dingen roepen die helemaal niet op feiten gebaseerd zijn.”

falende europese leiders Visser beschrijft in zijn boek hoe Europese politici de euro proberen te redden door beleggers te kalmeren en de eigen kiezers tevreden te houden. Het blijkt een proces van vallen en opstaan ‘en dat is nog eufemistisch uitgedrukt’. De Europese leiders komen er niet best van af. Zo blijkt minister Jan Kees de Jager een fervent twitteraar die niet altijd even handige tweets verstuurt. ‘Te veel openbare discussie, te veel politieke spelletjes, te veel stoere taal’, constateert Visser. Het Duitsland van Merkel blijkt ‘een onberekenbare partner’ waardoor ‘een stuurloos Duitsland al

snel tot een stuurloos Europa leidt’. De Nederlandse Tweede Kamerleden ‘voeren rondom de eurocrisis nauwelijks grootse en spannende debatten. (…) Maandenlang is een kwestie als een verbod op onverdoofd slachten een belangrijker politiek thema dan de oplossing van de eurocrisis. In de hele crisis rond de euro geldt dat politici met ‘schijnoplossingen’ kwamen en allemaal voor hun eigen belangen opkwamen en die strookten vaak niet met het gezamenlijke belang. (…) Het crisismanagement moest al onderhandelend in een kakofonie van politieke standpunten, meningen en proefballonnetjes tot stand komen. En dat betekende dat elke zogenoemde oplossing een zwaar bevochten compromis was. (…) Als een bedrijf failliet dreigt te gaan, houd je ook niet eerst een peiling onder de werknemers. Op zo’n moment is de directie aan zet en moeten er snel impopulaire maatregelen worden getroffen. De euro had echter geen leiding, geen politieke constructie.’ Martin Visser windt zich in zijn boek op over de besluiteloosheid in Europa en de geringe steun aan het grote Europese belang. “Ik vond het stuitend dat De Jager en Rutte in een brief aan de Kamer stelden dat Nederland Griekenland niet steunde om de Grieken te helpen, maar vanwege het Nederlandse belang. Dat vond ik zo zwart-wit en boud. Nederlandse politici hadden mogen staan voor een klein beetje Europese solidariteit. Hun suggestie dat er helemaal geen solidariteit is, vind ik raar. Dat is het hele idee van Europa! Wij betalen de fietspaden in Spanje en de snelwegen in Portugal. De spanning tussen eigenbelang en solidariteit vond ik te veel doorgeslagen naar alleen eigenbelang. Wat ik daar schadelijk aan vind, is dat dit opnieuw niet bijdraagt aan het meenemen van de burgers in de Europese samenwerking. Politici moeten het project Europa verkopen. Maar ze proberen het niet eens! Europa wordt op deze manier niets anders dan een rekensom, waar je alleen je eigen belangen mee calculeert. Het idee van ‘Als het ons geld oplevert om uit Europa te stappen, moeten we eruit stappen’. Hoe het kabinet de eurocrisis probeert aan te pakken, is puur pragmatisch en opportunistisch.”

In de epiloog van zijn boek analyseert Visser kritisch het Europese leiderschap. ‘Mag van een politiek leider in crisistijd niet meer worden gevraagd dan alleen de achterban behagen? (…) In een crisis van deze omvang is geen winst te behalen. Als je geld denkt te kunnen verdienen aan noodlijdende Grieken, ben je niet bezig het Griekse probleem echt op te lossen. (…) De regeringen van de eurolanden moeten een simpele keus maken: voor of tegen de euro. (…) Die keus moeten ze verdedigen in hun parlementen. Dus geen halve compromissen meer, geen tussentoppen, geen halfslachtige uitwerkingen van goede akkoorden. Geen mitsen, geen maren. Als dat allemaal te ver gaat, concludeert de buitenstaander maar één ding: deze politicus wil niet voluit voor de euro gaan.’ Vissers collega’s vonden hem hier “een beetje een dominee”. “Met toenemende ergernis beschrijf ik het falen van de Europese leiders. Eerst gaf ik ze nog het voordeel van de twijfel, maar steeds vaker dacht ik: waarom doen jullie niets? Er moet een crisis opgelost worden! Waarom wachten jullie zo lang? Uiteindelijk is het – meer ondanks dan dankzij de politici – nog net goed gekomen met de eurocrisis. Maar twee jaar lang lieten de Europese leiders er twijfel over bestaan of ze zich aan hun belofte hielden dat ze de euro zouden redden. Merkel beloofde dat wel in allerlei plechtige speeches. Maar als er beslissingen genomen moesten worden, met name over het noodfonds, dan gaf ze niet thuis. Dat vind ik een gebrek aan leiderschap. Je kunt een kritisch electoraat hebben en een kritisch parlement, maar je moet ook voor je verhaal durven staan. Maar een politicus zit er primair om zijn land of Europa te leiden. Ik vind dat de leiders meer belang hechten aan hun kiezers dan aan het Europees belang. Merkel kwam niet tot daden. Alleen in mei 2010 werd er een ferme beslissing genomen. Een week nadat Griekenland zijn noodsteun had gekregen, kwam er een beslissing voor het noodfonds dat 750 miljard euro zou zijn. Wow, toen gebeurde er wat. Maar daarna was het allemaal gerommel in de marge. Het noodfonds moest gerepareerd worden, maar beslissingen werden steeds uitgesteld

‘leiders moeten open en eerlijk zijn’

vanwege bijvoorbeeld de Duitse en Finse verkiezingen. Maar dat werd niet zo gezegd, terwijl iedereen snapte dat dat de reden was. Ik vond het gewoon schaamteloos. En dan vinden politici het raar dat de markten instorten.”

Mannetjesmakerij Politieke leiders moeten, vindt Martin Visser, “een open en eerlijk verhaal vertellen”. “Ik zie geen dienend leiderschap in Europa. Het is toch vooral mannetjesmakerij. Mensen als de Italiaanse premier Mario Monti en de Griekse premier Papademos komen in de buurt. Dat zijn technocraten – en geen echte politici – die hun land uit het slop willen halen. In Nederland zie ik geen dienende leiders. Rutte heeft wel idealen. Maar als het gaat om Europa zie ik hem niet eerlijk en open

over uitspreken. Dat draagt niet bij aan draagvlak voor Europa. In dat sentiment moest er een crisis worden opgelost. De leiders zijn dus al jaren vergeten hun kiezers mee te nemen. Nationale politici kunnen niets anders doen dan hun achterban dienen. Het lukt ze niet om over hun eigen schaduw heen te stappen en het grote belang te dienen. En dat is hun ook niet te adviseren, want dan raken ze hun achterban kwijt. Het is dus makkelijk schieten, want ze doen het in beide gevallen niet goed. Dat is tragisch.”

Anonieme bronnen Om de gebeurtenissen in Brussel goed te kunnen reconstrueren, voerde Visser gesprekken met mensen die dicht bij het vuur zitten maar anoniem wilden blijven. “Dat geeft wel aan hoe gevoelig

‘Ik zie geen dienend leiderschap in Europa. Het is toch vooral mannetjesmakerij’ een duidelijke boodschap vertellen. Het zou goed zijn als er een duidelijke Europese leider zou zijn die echt de Europese zaak dient. Maar daar is geen politiek draagvlak voor. EU-president Herman van Rompuy is heel bewust een grijze muis. Hij is iemand die in stilte, achter de schermen, de verschillende belangen bij elkaar brengt. Maar naar de Europese burgers toe is er niemand die het Europees belang verdedigt. Daar pleit ik ook niet voor, want er is geen draagvlak voor. Dat is de tragiek. Veel mensen hebben het idee dat Europa hun ‘overkomt’ en dat niemand hun uitlegt wat ze eraan hebben. Nederlandse en Franse burgers stemden in referenda tegen de grondwet. Maar dat signaal is door politici niet serieus genomen. Met een paar kleine aanpassingen in de grondwet – de vlag en het volkslied zijn eruit gehaald – probeerden ze de burgers een rad voor ogen te draaien. In tweede instantie mochten Nederlanders zich er niet meer

alles ligt. Er zijn mensen die willen dat een verhaal goed in de krant staat en daarom off the record willen praten. Ze hebben er belang bij om het verhaal in hun eigen richting te duwen. Ik check of het ook echt klopt. Ik vind het wel vervelend dat ik me op geen enkele manier kan verantwoorden voor mijn bronnen. Het blijft toch vaag en schimmig. De lezer moet er dan volledig op vertrouwen dat wat ik schrijf waar is.” Visser vertelt dat mensen zich kwetsbaar opstellen door dingen off the record tegen hem te vertellen. “Ik heb met heel veel mensen tegelijk een relatie, maar dat weten ze van elkaar niet. Mijn ethiek is dat ik me aan mijn afspraken met mensen houd. Dus dat de anonimiteit door mij gewaarborgd wordt. Als christen vind ik het belangrijk dat ik eerlijk ben over mijn intenties en geen trucjes uithaal. Ook waak ik ervoor dat anonieme bronnen mij gebruiken om anderen te

4 27


7e jaargang 02/12

‘leiders moeten open en eerlijk zijn’

‘De spanning tussen eigenbelang en solidariteit vond ik te veel doorgeslagen naar alleen eigenbelang’ 4

Samen zorgen voor de natuur De natuur staat steeds meer onder druk. Natuurmonumenten stelt de natuur veilig. Uw steun is hard nodig. Word lid, dat kan al vanaf € 2,– per maand. Kijk voor meer informatie op www.natuurmonumenten.nl Natuurmonumenten. Als je van Nederland houdt.

bezoedelen. Je hoeft geen christen te zijn om zo in het leven te staan, maar voor mij zijn dat dingen die voortkomen uit mijn christen-zijn.” Visser herkent het dilemma dat een journalist aan waarheidsvinding moet doen, maar tegelijkertijd daardoor ook reputaties van mensen kan schaden. “De andere kant is: ik schrijf vooral over professionals, zoals politici. Die moeten dat kunnen hebben. En zij moeten verantwoording kunnen afleggen over hun werk. Bij het schrijven van het boek dacht ik voortdurend na: Is het fair wat ik doe? Is het voldoende in balans? Ik sta open voor reacties op mijn stukken. Als een geïnterviewde vindt dat in een webartikel een bepaalde nuance ontbreekt, dan pas ik dat aan – als het inderdaad zo is. Dat vind ik geen teken van zwakte, zoals veel andere journalisten vinden. Ik probeer het menselijk belang voor ogen te houden. Op die manier houd ik ook mijn contacten goed, dus ik heb er zelf ook belang bij. Tegelijkertijd: als ik nieuws moet brengen dat schadelijk is voor mijn contacten, moet ik dat wél brengen. Of ik het nou leuk vind of niet. Dat is mijn taak. Maar als je altijd open en eerlijk bent, dan kom je daar wel uit.” Sommige anonieme bronnen die Visser raadpleegt, lekken ook vertrouwelijke informatie naar de krant. Is dit voor Visser een morele afweging om gebruik te maken van stukken waarvan het niet de bedoeling is dat ze op straat belanden? “Als ik een stuk toegespeeld krijg, hoef ik mij er niet in te verplaatsen of dat ethisch is van de ander of niet. Dan is het gewoon mijn werk om daar een verhaal van te maken.” En wat nou als zo’n verhaal de financiële markten negatief zou beïnvloeden? “Dan zou ik het zonder enige ethische afweging gewoon publiceren. Het allerbelangrijkste is dat ik zeker weet dat de informatie klopt. En als de markten zouden instorten, dan heeft iemand de mensen

op de beurs kennelijk informatie onthouden. Voor mijn werk speelt het geen enkele rol. Ik doe mijn werk, en wat de markten daarmee doen is hun verantwoordelijkheid. Ik geloof overigens niet dat ik ze ooit in beweging heb gekregen.” Toch zijn Vissers onthullingen soms van dien aard dat het de financiële markten wereldwijd bezighoudt. In september 2011 vertelde de president van De Nederlandsche Bank, Klaas Knot, in een interview met Martin Visser dat hij een faillissement van Griekenland niet uitsloot. Niet alleen opende het NOS Journaal ermee, het werd wereldnieuws. “Dat ik dit zo publiceerde, had niets te maken met ethiek. Ik had alleen maar plezier. Dat was een geweldige primeur! Vooral omdat Knot diezelfde dag ook door twee andere kranten werd geïnterviewd en hij het daarin niet zei. Ik stelde toevallig op het juiste moment de juiste vraag en toen liet Knot dat zich ontvallen. Omdat Knot een professional is, brachten we dat nieuws gewoon. Het zou misschien anders zijn als iemand met weinig media-ervaring onverstandige dingen zegt. Dan zou ik wellicht enige zelfcensuur toepassen.” Visser vertelt dat hij voor de Stadshaven, het kerkblad van zijn toenmalige gemeente in Rotterdam, persoonlijke interviews met gemeenteleden hield. “Omdat zij geen ervaring met media hadden, maakte ik met hen de afspraak: je krijgt het vooraf te lezen en ik haal alles eruit waar je achteraf spijt van hebt. Dat is de ene kant van het spectrum. De andere kant is: een stomme uitspraak van een minister schrijf ik gewoon op. Ook al bellen ze nog om twaalf uur ’s nachts met het verzoek het niet te publiceren. Dus een president van De Nederlandsche Bank die als eerste topambtenaar in de wereld zegt dat Griekenland mogelijk failliet gaat, neem ik niet tegen zichzelf in bescherming. Hoewel het niet de bedoeling was dat hij het op die manier tegen me zei, was hij achteraf

professioneel. Hij heeft het me op geen enkele manier nagedragen dat ik het publiceerde.” Zo wordt Martin Visser die de leiders kritisch volgt, er zelf ook een: een opinieleider. Vooral tijdens de eurocrisis werd hij zich steeds meer bewust van deze rol. Hij merkte dat zijn berichten op Twitter vanuit politiek Den Haag met aandacht werden gevolgd. “Mijn stukken uit het FD gingen een rol spelen in een Kamerdebat. Ook een stuk waarvan minister De Jager in een debat zei: ‘De quotes kloppen, maar de context waarin ze staan niet.’ Dus je weet dat je op die manier invloed hebt. Je werk heeft zo echt relevantie. Dat stukje dat ik schrijf doet er kennelijk toe. Als ik een debat volg en intussen op Twitter commentaar geef, weet ik dat mijn tweet onderdeel kán worden van het debat.” Omroep Powned nam op een gegeven moment zelfs grappige tweets van ‘de eurosceptische econoom van Het Financieele Dagblad’ over op de website. “Ik kon er wel om lachen. Bij Powned brengen ze de dingen met een knipoog. Maar ik dacht ook: oei, alles wat ik de wereld in slinger wordt meteen opgepikt. Ik ben me bewuster geworden van mijn verantwoordelijkheid.”

7

achtergrond

Martin Visser (1971) is econoom en journalist. Hij werkte voor Elsevier en sinds 1998 voor Het Financieele Dagblad. Sinds 2008 is hij correspondent in Brussel. Hij doet daar verslag van de Europese politiek en in het bijzonder van de eurocrisis. Aan het eind van dit jaar eindigt zijn correspondentschap in Brussel en krijgt hij een plek op de FD-redactie in Amsterdam. Martin Visser is getrouwd en heeft een kind. Twitter: @martinvisser

29


interview Martin Visser