Page 1



metro

REP ORTAGE

MAANDAG  JULI 

FOTO’S BREDEMEIJER & KLAPWIJK

Gezellig ouwehoeren na het werk

Zien en gezien worden. Daar draait het om bij de hippe Chivas Vrijdagmiddagborrel, die elke twee weken wordt gehouden op een geheime locatie ergens in Rotterdam. De borrel blijkt een groot succes. De vraag is: hoe komt dat? Metro-verslaggever Sjoerd Wielenga ging op zoek naar de succesformule achter de vrijdagmiddagborrel. et idee achter de Chivas Vrijdagmiddagborrel is eenvoudig. Een keer in de twee weken organiseert evenementenbureau Verse Geesten in samenwerking met whiskeymerk Chivas Regal op wisselende locaties in Rotterdam een vrijdagmiddagborrel, met gratis entree. Bedoeld voor iedereen die de werkweek op een ontspannen manier wil afsluiten. Of vooral: voor iedereen die het weekend relaxed wil inluiden. Belangstellenden die hun 06-nummer hebben achtergelaten op een website krijgen op vrijdag pas een smsje van Chivas. Daarin wordt de plaats van de borrel bekend gemaakt. Een Rotterdamsere locatie voor de borrel die ik bezoek bestaat bijna niet: onder de Erasmusbrug aan de waterkade van het terrein van café-restaurant Prachtig staat

H

een paar honderd man in het zonnetje hun biertje (à 3,50 euro) te drinken. Terwijl op de achtergrond de funky beats van de aanwezige diskjockeys klinken, geniet de schare van drank, tapas en barbecue. Het publiek is rond de dertig jaar, trendy maar toch ook divers. Van het strakke driedelig

krijtstreepzwart-met-stropdas tot het casual-jasje-met-shirt-spijkerbroek-en-gympen tot de studentikoze kanariegele-polo-met-opstaand-kraagje en het zomerse kleurig-shirtje-met-luchtig-rokje voor de dames. Je ziet het allemaal. En het wordt allemaal gezien.

werk. Kijken en bekeken worden staat hier wel erg centraal, maar ik vind dat niet vervelend.” Het

Single “Het draait hier inderdaad wel een beetje om zien en gezien worden”, zegt ook Ugar (30). Samen met haar collega-artsen van het Erasmsus Medisch Centrum is ze al vaker op de borrel geweest. “Dit is een mooie bar voor mooie mensen”, taxeert ze de vrijdagmiddaggebeurtenis. Komen ze puur voor de gezelligheid of ook om te netwerken? “We komen gewoon voor de ontspanning, gewoon lekker na het werk. Maar ik kijk wel om me heen,” vertelt Ugar. Of ze met dat laatste zakelijke intenties heeft óf eerder contacten zoekt die in de relationele privésfeer liggen, blijft in het midden. Want toegeven doet niemand het, maar tussen de regels door en off the record blijkt dat heel wat singles borrelend om zich heen kijken naar iemand met wie zij het weekend kunnen vieren. Netwerken of niet, het is hier aan de Maas in iedergeval makkelijk mensen ontmoeten. Daar zijn ook Daniële en Machteld het over eens. Machteld (28 jaar, copywriter bij een communicatiebureau): “Er wordt hier wel een beetje genetwerkt, maar het gaat meer om gewoon gezellig ouwehoeren na het

ligt er daarbij natuurlijk ook aan wat voor mensen er komen. “Het gezellige aan deze borrels is dat er veel leeftijdsgenoten zijn. In veel tenten zit je opgescheept met zestienjarige huppelkutjes, maar hier komen gewoon leuke mensen. Wel hip, maar niet té hip,” is Machtelds typering voor de aanwezige mensen. De prangende vraag wat deze borrel toch zo succesvol maakt is hiermee echter nog niet beantwoord. Komt het alleen door het mensenkijken? Of ligt het misschien aan het feit dat het juist een Rotterdams initiatief is?

Kapsones Daarover blijkt al snel een felle discussie los te barsten. Wanneer de vraag gesteld wordt of de Chivas Borrel nu typisch Rotterdams is, maken uit zichzelf mijn gesprekspartners direct de vergelijking met hoofdstad 020. “Deze borrel kan alleen in Rotterdam,” zegt Ugar. “In Amsterdam zou het verpest worden door hun kapso-

nes. Rotterdam is gewoon de hotste stad.” Haar collega Sukul (29) vult aan: “Ik kom gewoon zoals ik ben en dat kan hier prima.” Thomas, ook arts bij het Erasmus MC, ziet dit anders. “Het is juist meer Amsterdams, omdat het hier aardig trendy is en om uiterlijk en hip-zijn lijkt te gaan.” Ook tussen Machteld en Daniële en ook John die inmiddels bij de tapas-etende dames is aangeschoven, ontstaat er een ouderwetse Rotterdam-Amsterdamdiscussie. John (werkzaam bij Smit Berging) en Daniële (Ernst & Young) zijn het met elkaar eens: “Deze borrel past bij het Rotterdam van deze tijd. De stad is tegenwoordig jong en bruisend.” Machteld twijfelt nog: “Deze borrel past niet bij mijn typische Rotterdamgevoel. Anderzijds onstaat de Chivasborrel niet voor niets in Rotterdam. Deze stad heeft er de entourage voor. Beter dan die eenrichtingverkeerstraatjes in Amsterdam. En je kunt hier gewoon lekker jezelf zijn. Rotterdam is daarnaast tegenwoordig

ook dé stapstad van Nederland.”

Mysterieus Het al dan niet typisch Rotterdamse vrijdagmiddagborrelconcept wordt volgens Verse Geesten vanaf deze maand ook in 020 gestart. Wat de borrel voor John echter vooral leuk maakt is wat hij noemt het mysterieuze verrassingselement. Je weet immers ’s ochtends nog niet waar je ’s middags met Chivas het weekend begint. “Het is een leuk concept dat je een smsje krijgt waarin de locatie staat. Het is altijd weer afwachten en ze hebben vaak erg leuke locaties,” vertelt John. “Het is ook leuk dat je mensen gaat herkennen. En de markante en mobiele Chivasbar zie je ook iedere keer weer terug.” Daniële beaamt dat: “Deze borrel vervult de rol van de kroeg. Er heerst een relaxte sfeer.” Trendy, Rotterdams, mysterieus en relaxed. De combinatie van deze ingrediënten zal de geheime formule zijn die de borrel zo populair maakt. Wie het niet erg vindt beke-

ken te worden, kan de komende maanden nog even zijn hart ophalen op de vrijdagmiddag. SJOERD WIELENGA Voor meer info: www.chivas.nl


30

metro WOENSDAG 21 DECEMBER 2005

REP ORTAGE

Hbo’ers in de haven TOUSSAINT KLUITERS/ANP

De Rotterdamse haven mag misschien stoere plaatjes opleveren, een populaire werkgever voor hogeropgeleiden lijkt de maritieme business niet. Opleidingen in transport- en logistiek kampen al jaren met lage instroomcijfers en de weinige studenten die met hun diploma de havenwereld in kunnen, zoeken vaak elders werk. Om dit tegen te gaan biedt Hogeschool Rotterdam afgestudeerde hbo’ers een traineeship aan. De eerste trainees hebben dit programma onlangs afgerond. En met succes: 75 procent heeft een baan in de haven. De aanwas van dit jaar valt tegen: 50 procent te weinig. Hoe zit het met dat havenimago?

H

et wordt al jaren geroepen: veel jongeren vinden de Rotterdamse haven niet sexy. Maar de behoefte aan hoogopgeleide werknemers is groot. Om hen warm te maken voor een carrière in de haven, hebben de Hogeschool Rotterdam, branchegroeporganisatie Deltalinqs, detacheringbureau Yacht en het Havenbedrijf Rotterdam de handen ineengeslagen. De vier partijen lanceerden in 2003 een tweejarig leertraject waar pas afgestudeerde hbo’ers de kans krijgen in twee jaar met vier verschillende havenbedrijven kennis te maken. Daarnaast kunnen de trainees zich één dag in de week theoretisch verdiepen. In het tweede jaar kunnen ze er voor kiezen om de studie ‘Master of Business Administration’(MBA) te halen. De toekomst van de havensector hangt immers af van de aanwezigheid van voldoende actuele kennis.

Strenge selectie De eerste lichting deelnemers, de zogenoemde ‘trainees’, ontvingen onlangs hun certificaat ‘Traineeship Port of Rotterdam’ waarmee de afronding een feit is. Van de vier studenten die twee jaar geleden, na een strenge selectie, met de hogeschool in zee gingen, hebben er drie een baan in de haven gevonden. Eén van hen is Joost Ruigendijk.

Nadat hij zijn studie Logistiek & Economie had afgerond stond hij voor het bekende dilemma: werken of verder studeren? “Het was lastig om een keus te maken. Ik wilde wel werken, maar waar? En in fulltime studeren had ik ook geen zin meer.” Joost koos voor de combinatie die hij in het traineeship vond. Door in twee jaar een half jaar te werken bij Vopak, Tankterminal Europoort, European Bulkservices en het Havenbedrijf Rotterdam kreeg hij een goed beeld van de wereldhaven.

Enthousiast “Ondanks mijn logistieke studie was ik nog nooit in de haven geweest. Maar ik was wel benieuwd hoe het zou zijn”, vertelt Joost. “In de afgelopen periode ben ik erg enthousiast geraakt over de haven. Het klinkt wat standaard, maar het is écht erg dynamisch wereldje.” In dit wereldje heeft hij bij fruitterminal Seabrex nu een baan op zijn niveau gevonden. En als het aan Joost ligt is de natte sector voorlopig nog niet van hem af. “Over vijf jaar werk ik nog wel in de haven.” Ook Suzanne Zomer kijkt met een goed gevoel terug op het tweejarige traject. Toen zij in 1999 aan haar hbo-opleiding Logistiek en Technische Vervoerskunde begon, had ze nooit gedacht dat ze iets in de haven zou gaan doen. “Ik ging

er vanuit dat ik in het logistieke proces van bijvoorbeeld een supermarktketen zou komen te werken. Ik had ook geen weet van de mogelijkheden die de haven had.” Nu Suzanne het traineeship gevolgd heeft, weet ze veel meer de weg in de havenwereld en blijkt het een leuke werkomgeving. “Het is erg dynamisch en afwisselend. Ook al werk ik gewoon op kantoor, je zit toch midden in de haven. Als ik uit het raam kijk zie ik de schepen voorbij trekken.” Haar laatste traineeship-bedrijf, Educatief Informatie Centrum Mainport Rotterdam, wilde Suzanne graag houden en bood haar een contract aan. “Het is erg leuk om nu langer voor dezelfde werkgever te werken. Het was tot nu toe steeds een half jaartje. Nu kan ik nog meer de diepte in.”

Handdoek in de ring Niet alle trainees zijn van die diehards als Joost en Suzanne. Een student van de eerste lichting verruilt het maritieme voor een baan bij een transportkenniscentrum. En Rutger Vlasblom die in 2004 met het studietraject begon, besluit al na een jaar de handdoek in de ring te gooien. “Ik wilde in ieder geval na mijn hbo verder studeren en de werk/studiecombinatie leek mij ideaal”, vertelt Rutger. Na twee keer een half jaar gewerkt

te hebben bij de ECT Delta Terminal en de Broekman Groep besluit hij echter toch te stoppen. De kneep zit ‘m in de MBA-studie van het tweede jaar. “Die studie is bedoeld voor managers die verder aan de top willen komen en dus is voor mij niet aan de orde. En omdat ik niet per se in het tweede jaar nog wilde werken bij twee bedrijven – ik heb toch al werkervaring – kan ik beter stoppen. Ik wil echt studeren.”

Geen spijt Rutger gaat nu Technische Bedrijfskunde, profiel Operations Management & Logistics, studeren aan de universiteit. Hij blijft dus wel actief in het logistieke werkveld. “Dat komt echt doordat ik nu met de haven heb kennisgemaakt. Wat dat betreft heb ik ook geen spijt van dat jaartje traineeship.” Ondanks dat Rutger afscheid neemt van de traineeship (“Verschrikkelijk jammer, een slechte score voor ons”), is Frits Blessing van de Hogeschool Rotterdam redelijk tevreden. “Het zegt wel wat dat 75 procent van de eerste groep in de haven blijft. Wat dat betreft is ons doel bereikt.” Minder blij is hij met het lage aantal nieuwe trainees van dit jaar. “Het zijn er maar vijf, terwijl de wens is om er tien per jaar te hebben. Dat is teleurstellend.” Opvallend positief is

Traineeship Haven • Het Traineeship Rotterdamse Haven startte op 1 oktober 2003. Pas afgestudeerde hbo’ers gaan twee jaar lang bij vier verschillende bedrijven in de Rotterdamse haven projectmatig aan de slag. Een trainee is hierdoor zes maanden werkzaam bij een bedrijf in de havenregio. Door de diversiteit van vooropleidingen kunnen trainees zowel logistieke, bedrijfskundige als commerciële projecten en werkzaamheden uitvoeren. Meer info op www.traineeshiprotterdam.nl. dan wel weer dat die vijf niet van een typische transportopleiding komen. “Zo’n slecht imago heeft de haven dus kennelijk niet als het zelfs studenten van andere opleidingen trekt”, aldus Blessing. “Dit project draagt absoluut bij aan imagoverbetering van de haven en daarom doen wij ook mee”, zegt Charley Dietvorst van VAT Logistics, één van de deelnemende bedrijven. “Als havenbedrijven verkopen we ons niet goed genoeg en daarom kiezen veel scholieren niet voor een vervolgopleiding in de transport. Terwijl juist jonge, enthousiaste hbo’ers nieuwe initiatieven kunnen ontplooien in de sector.” SJOERD WIELENGA




metro

REP ORTGAE

DINSDAG  DECEMBER 

Eten voor het goede doel Rotterdamse studenten runnen restaurant

Bij het woord ‘studentenvereniging’ denkt menigeen aan het in georganiseerd verband bier zuipen tijdens braspartijen en dringelagen. De leden van zo’n club zijn van die ‘lullo’s’ zoals de heren van Jiskefet ze jaren geleden hebben neergezet. Dit stigma mag misschien vaak opgaan, het geldt niet voor alle verenigingen. Zoals vijf christelijke studentenverenigingen in Rotterdam, die een tijdelijk restaurant uit de grond hebben gestampt. De opbrengst gaat niet naar de eigen, magere portemonnee, maar naar een aantal goede doelen in de derde wereld. Happietaria, zoals het restaurant heet, is tot  december te bezoeken in Don Quijote, onder Grand Café Engels, naast het Centraal Station.

H

appietaria is niet alleen in Rotterdam opgezet. Ook in andere studentensteden worden sinds 1993 tijdelijke restauranten geopend. Het principe is eenvoudig: enthousiaste leden van verschillende christelijke studentenverenigingen houden op een zo goedkoop mogelijke wijze een maand lang een restaurant draaiende voor de bewoners van de stad. De maaltijden worden tegen basisprijs verkocht en de opbrengst gaat naar de derde wereld. Het initiatief wordt gesteund door enkele prominenten. In het comité van aanbeveling zitten onder anderen Jan Pronk (voormalig minister voor ontwikkelingssamenwerking) en Ruud Lubbers (Hoge Commissaris voor de vluchtelingen van de Verenigde Naties). Het geld dat verzameld wordt in Rotterdam gaat naar drie projecten van ontwikkelingsorganisatie TEARfund. De organisatie houdt zich ondermeer bezig met het steunen van kinderen en gezinnen met aids in Brazilië en Cambodja, en het verkrijgen van schoon water voor zes scholen in Afrika. De interkerkelijke hulporganisaties Wilde Ganzen en ICCO verdriedubbelen het uiteindelijk opgehaalde bedrag.

HET IS DUS zaak dat de Rotterdamse toko een beetje loopt. Het restaurantsbestuur is tevreden over het aantal bezoekers tot nu toe. Woordvoerder Esther Bos: “Er is ruimte voor honderd mensen, maar op dit moment hebben we zo’n zeventig bezoekers per dag en dat kunnen er nog meer worden.” Zeker allemaal studenten? “Nee, er zijn dagen dat er meer gezinnen zijn dan leden van de verenigingen. Ook mensen die op een trein wachten lopen hier binnen om even wat te drinken. De locatie vlak naast Centraal Station is daarom ook ideaal”, vertelt de 21-jarige SPH-studente enthouasiast. EEN VAN die bezoekers is Ingeborg de Visser. Wat voert haar naar Happietaria? “Mijn huisgenote en ik wilden een gezellig avondje uit en besloten naar Happietaria te gaan. Ik ben zelf geen lid van een studentenvereniging, maar mijn huisgenote wel. Ik had er ook al wat over gelezen in het magazine van de Erasmus Universiteit en het leek me wel eens leuk om hier te kijken.” De maaltijd (die bestaat uit een vis-crèmesoep vooraf en spaanse kip als hoofdgerecht) is haar goed bevallen, al kreeg ze haar bord niet helemaal leeg. “Het was zo lekker, dat het teveel was”

is de cryptische verklaring van Ingeborg.

‘Ik heb weinig geld, maar veel energie’ WIE BANG is voor typische studentenmaaltijden als kleffe macaroni al dan niet met saus, een verdwaald stukje blikvlees en als toetje een zuur smakend bakje yoghurt, mag zich gerustgesteld weten bij de gedachte dat professionele koks (geholpen door drie studenten) de keuken bestieren. Hongerig maar met vertrouwen schuif ik dus aan en bestel het dagmenu. Al snel brengt een vriendelijke studente mijn voorgerecht (Spaanse gebonden tomatensoep) even later gevolgd door Spaanse kip met verse groente, rijst en salade als hoofdgerecht. De 12,50 euro waren de moeite van het besteden waard. Afgezien van het feit dat mijn geld dus aan de andere kant van de wereld nog eens besteed wordt, was de maaltijd goed te doen. Dit moet duidelijk het werk zijn van iemand die vaker kookt.

van vandaag, Eelco van Duijne, is speciaal voor Happietaria eerder weggegaan uit zijn keuken in een afkickinstelling waar hij normaal gesproken werkt. “Ik werd gebeld om bij Happietaria in te vallen omdat de geplande kok ziek was”, vertelt de Van Duijne die hier op vrijwillige basis staat. “Omdat ik dit een goed initiatief vind heb ik ja gezegd. Juist vanwege de huidige situatie in Nederland na de moord op Van Gogh, wil ik meer doen voor mijn medemens. Ik voelde me geroepen om dit te doen.” DE KOK

kok en de studenten in de keuken, werkt er nog drie man in de bediening en twee man achter de bar. In verschillende shifts wisselen ze elkaar af en het is de bedoeling dat zoveel mogelijk leden van de studentenverenigingen meehelpen in het restaurant. Met een beetje geluk ben je er dus niet iedere dag aan het werk. De vraag die rijst is: wat drijft de mensen toch om hier zo actief mee bezig te zijn? “Happietaria is een leuke manier om bij te dragen aan een goed doel”, vertelt Annemarie Drijfhout (24 jaar, net afgestudeerd fysiotherapeute). “Als student heb je niet zoveel geld en het is lastig om financieel bij te dra-

NAAST DE

gen. Maar op deze manier kan je toch iets doen. Daarnaast is het gewoon leuk om eens iets heel anders te doen dan mijn normale werk als fysiotherapeute.” zegt ook Esther Bos, lid van het Management Team. “Ik heb niet zoveel geld, maar wel veel energie. Ik vind het goed die te investeren in de derde wereld.” Veel energie kost het: Esther besteed ongeveer 25 uur per week aan het runnen van het restaurant. En dat naast haar studie en stage. Zoveel tijd steken in een nevenactiviteit riekt eerder naar CV-building dan naar het nobele streven de wereld te helpen. Is de curriculum vitae niet gewoon de reden van het maken van overuren in het Happietaria Management Team? “Nee absoluut niet!” verzekert Esther. “Ik vind het gewoon erg leuk om kennis op te doen in deze sector. Dit is een enorme uitdaging en heel leerzaam. Deze kans krijg je alleen in je studententijd!”

IETS DERGELIJKS

half elf ’s avonds het restaurant verlaat, komen er nog studenten binnen die een biertje willen drinken aan de bar. Bieren voor het goede doel. Daar is niets mis mee. SJOERD WIELENGA ALS IK TEGEN




metro

REP ORTAGE

WOENSDAG  DECEMBER 

‘Ik ben even naar Londen’ Stel, je wilt eens wat anders zien dan de Koopgoot en besluit een dagje te winkelen in -noem eens wat- boekenstad Deventer. Met de trein en een beetje geluk doe je daar iets minder dan twee uur over. Maar stel nu dat je minder lang wilt reizen en toch een wereldstad als bijvoorbeeld Londen wilt bezoeken. Wat doe je dan? Dan pak je vanaf Rotterdam Airport het vliegtuig en reis je in een uurtje naar London City Airport, een vliegveld dat midden in de stad ligt. Metro-verslaggever Sjoerd Wielenga besloot een dagje Londen te doen.

W

ie om acht uur ’s ochtends Engels tijd op Londen City Airport wil landen, moet diezelfde ochtend om 7:40 uur bij VLM Airlines inchecken op het Rotterdamse vliegveld. Natuurlijk moeten we wel rekening houden met een uur tijdsverschil met onze overzeese eilandbewoners. inchecktijd is bijzonder weinig en heel wat beter te verteren dan de vervelend lange wachttijden waarop het nabij Amsterdam gelegen vliegveld haar reizigers trakteert. Om acht uur exact vertrekt mijn vliegtuig, een Fokker 50, dan ook richting Londen, terwijl ik met veel koffie, een uit de vertrekhal meegenomen Metro en gestrekte benen (dat is wel eens anders in vliegtuigen) langzaam wakker word. TWINTIG MINUTEN

MIJN

medepassagiers in het vlieg-

tuig zijn overwegend zakenlui die voor hun werk naar Londen moeten. Veel van hen wonen in Nederland, maar werken iedere dag in de Engelse hoofdstad. Van hen moet VLM het met deze dienst vooral hebben. Ik hoor het verhaal van een Schiedams echtpaar waarvan de man in Londen werkt en de vrouw in Amsterdam-Zuid Oost. Ze vertrekken tegelijk van huis maar hij is toch echt eerder op kantoor. een uurtje later op het vliegveld arriveren, is het nog maar twintig minuten met het openbaar vervoer naar de bekende winkelstraat Oxford Street. Een prettige winterzon –afgewisseld met vertrouwde regenbuien volgens Engels recept– geeft Londen een mooie aanblik. De stad is precies een maand voor kerst al redelijk in de sfeer, al had ik toch wat

WANNEER WE

meer verwacht. Londen zou ‘the place to be’ zijn als je in de kerststemming wilt komen. Oké, de mooi gedecoreerde winkeletalages en dennenbomen verfraaien het straatbeeld. Maar om nu te zeggen dat er zich een magisch gevoel van mij meester maakt, nee. Ik moet wachten tot het donker wordt en de talrijke lampjes aan gebouwen de stad sprookjesachtig maken. KERSTGEVOEL of niet, de vele toeristen die Londen kent, vergapen zich aan de typische dubbeldek-

Crazy Christmas in Harrods • Wie dacht dat het in de Bijenkorf rond de kerstdagen druk is, heeft Harrods nog niet bezocht. Want christmasshoppen in Londen, zonder een bezoek aan dit luxe warenhuis gebracht te hebben, is ondenkbaar. De commerciële kerstmanie is daar in alle hevigheid losgebarsten. Op een vrijdag in november verdient Harrods , miljoen aan Britse ponden (. miljoen euro) en bezoeken zo’n . personen het warenhuis. Met name de afdeling Harrods Christmas World is een groot gekkenhuis. Begeleid door weeïge kerstliederen die uit speakers klinken, banen koopgrage klanten zich een weg door ballen, kransen, parels, decoratiemateriaal, lampjes, en in diverse outfits gestoken Santa Claus-figuren. Maar ook de christelijke kerstgedachte krijgt aandacht; een stal met Jozef, Maria en het kindje Jezus in de voederbak maken het beeld compleet. Jong en oud speuren in de snikhete ruimte naar cadeaus voor hun geliefden en kijken

minder bedeelde toeristen begerig naar al het moois dat voor hen niet betaalbaar is. Ontspannen lopen de meeste bezoekers langs de tafels met prullaria. Toch lijkt niet iedereen even vrolijk. Kinderen drentelen dreinend rond, maar ook de vermoeide en verhitte gezichten van hun ouders illustreren de hectiek in Harrods. De Nederlandse Jetje Verheijden heeft echter nergens last van. Voor haar werk was ze een week in de Engelse hoofdstad en als afsluiting daarvan shopt ze nog wat voor het thuisfront. “Het is geweldig hier!” zegt ze opgetogen. “Ik heb hier al het een en ander voor de kerst gekocht. Thee, koekjes, engelse zeep, een shawl, handschoenen en wat kleding.’’ En is het een beetje betaalbaar? ‘’Het is hier wel erg duur, hoor” geeft Jetje toe. “Ik heb nu al voor  pond ( euro) aan kleine kerstcadeautjes gekocht. In Nederland koop ik dan de grotere cadeau’s.’’

kers, taxi’s, telefooncellen en natuurlijk ‘sight-seeing-highlights’ als de Westminster Abbey, Big Ben en Piccadilly Circus. Een van die toeristen is de zestienjarige Bart Prinsze. Samen met drie vrienden uit klas 4 van vmbo-school De Compaen in Zaandam, zit hij op een bankje aan de Thames. Vannacht zijn ze met de auto en de trein de Noordzee overgestoken voor een 28-uurstrip. “Ik vind Londen geweldig”, vertelt Bart “maar je moet wel uitkijken met oversteken. Ik werd bijna aangereden doordat de auto’s links rijden.” De jongens komen net van Buckinghame Palace en zijn ook nog even bij warenhuis Harrods binnengeweest. Maar Robin van

der Weerd (15) voelde zich daar niet zo thuis. “Ik durfde eigenlijk niet naar binnen. Er staan zoveel mooie, luxe spullen. Ik was bang dat ik iets stuk zou maken.” En wat zijn de heren nog meer van plan te bezoeken? “De McDonald’s”, klinkt het in koor. “Maar die kunnen we hier nergens vinden.” TERWIJL DE vier vrienden op zoek gaan naar het Amerikaanse restaurant, laaf ik me even later aan een traditionele afternoon-tea in Harrods. Kort daarna zit ik al weer in het vliegtuig naar Rotterdam. Onder het genot een biertje lees ik de Engelse editie van Metro. Ik moet doordrinken, want we zijn al weer bijna in Rotterdam. SJOERD WIELENGA

HOE KOM JE ER... HOE TIJDSDUUR Trein Rotterdam Centraal naar London Waterloo Eurostar via Brussel

PRIJS

: uur

,- euro retour

: uur

E ,- euro Excl. belasting zelfde dag retour

: uur

, euro Excl. Belasting volgende dag retour

: uur

,- euro

: uur

bezinekosten

Vliegtuig Rotterdam Airport naar London City Airport (VLM Airlines)

Rotterdam Airport Naar London Stansted (Basiq Air)

Boot Hoek van Holland Naar Harwich (Stena Line)

Auto Via Kanaaltunnel

BRONNEN: WWW.ANWB.NL , WWW.NS.NL , WWW.FLYVLM.NL , WWW.BASIQAIR.NL , WWW.STENALINE.NL


a ct ue e l

interview

Wethouder Leonard Geluk wil meer geld voor Rotterdam

‘Het gaat me om het welzijn van de kinderen’ Zeker, Leonard Geluk (CDA) is blij met de kabinetsplannen om probleemwijken aan te pakken en jeugdzorg te verbeteren. Maar de Rotterdamse wethouder voor Jeugd, Gezin en Onderwijs is helder: het gaat allemaal niet ver genoeg. Als Balkenende IV de problemen in de grote steden echt wil oplossen, is er meer geld én meer daadkracht nodig. Geluk heeft ideeën genoeg, maar krijgt nog geen fiat.

22

cvk2007-10.indd 22

Door Sjoerd Wielenga

Het kabinet heeft zijn plannen op tafel gelegd met de Miljoenennota. Wat vindt u ervan? ,,Enerzijds vind ik dat het kabinet goede keuzes maakt in onderwijs en jeugdbeleid. De prachtwijken (het plan om van de veertig probleemwijken in Nederland prachtwijken te maken, red.) en de Centra voor Jeugd en Gezin, het zijn allemaal goede ontwikkelingen. Maar de stappen die genomen worden om daar te komen, zijn te mager. Neem die prachtwijken. Stel dat je zegt: een aantal wijken in Rotterdam moet over tien jaar op orde zijn op sociaal gebied en de bewoners moeten kansrijk zijn – dan moet je heel veel investeren. De deal die minister Vogelaar hiervoor heeft gesloten met woningcorporaties is heel erg mager. Ik wil daar absoluut meer geld voor.’’ Het gaat wel om 920 miljoen euro die minister Vogelaar voor de probleemwijken uittrekt. ,,Voor Rotterdam heb je het dan over 250 miljoen euro. Het is veel geld, maar als je het over 23 postcodegebieden hebt, is dat 10 miljoen per postcodegebied. Als je ziet welke achterstanden mensen hebben op het gebied van scholing en werkloosheid, dan kom je er daar niet mee. Dus je stelt óf je ambitie bij – maar dat zou ik jammer vinden – óf je trekt er meer geld voor uit. Ik vind het cruciaal dat woningbouwcorporaties investeren in het sociale domein, zoals Vogelaar dat ook wil. Ik wil dat corporaties investeren in opleidingen, in jeugdzorg of in Centra voor Jeugd en Gezin. Maar ik ben bang dat ze vooral investeren in steen en in

huizen.Verder is het geweldig dat het kabinet fors investeert in zowel jeugdzorg als in onderwijs. Neem de zorg voor beroepsonderwijs. Hier in de stad worden duizenden jongeren thuis van de bank geplukt en naar school gestuurd. Het gaat dan om jongeren met bijvoorbeeld psychische problemen, ze zitten in de criminaliteit, lopen bij de jeugdzorg. Het lukt ons om die jongeren op school te krijgen, maar dan moet je ze wel vasthouden. Je hebt extra mensen nodig om hen te begeleiden. Een jongen die net uit de jeugdgevangenis komt, spoort niet in de schoolbankjes. Maar je wilt hem wel op school hebben om hem een toekomst te bieden. Het kabinet investeert erin om hen naar school te krijgen, maar als ze er eenmaal zitten, moet er ook geld voor begeleiding zijn. Ook hierin moet je investeren. Ik maak me zorgen om de toekomst van ons Albeda College en Zadkine College. Ze kunnen die enorme groei van 5 à 6 procent per jaar aan leerlingen erbij onvoldoende aan om goede hulp aan jongeren te bieden.’’ Vent voor de klas

Wat moet de school de jongeren bieden om ze vast te houden? ,,Individuele begeleiding. Een jongere met een stoornis of een trauma, iemand die mishandeld is, die gillend weggelopen is van school, die moet je toch zien vast te houden. Voor een grote groep jongeren is de situatie heel schrijnend. Zo’n twaalfduizend jongeren tussen de 18 en 23 jaar hebben geen ‘startkwalificatie’: geen diploma mbo-2 niveau of cv • koers oktober 2007

26-9-07 15:05:37


Minister Rouvoet voor Jeugd en Gezin bezocht Rotterdam dit voorjaar, in het kader van de bustour ‘Op weg naar de Kindertop’. In het bijzijn van wethouder Leonard Geluk (links op de foto) ontmoette hij onder meer jongeren van het zorg- en opleidingscentrum Rebound en leden van de Rotterdamse Jongerenraad. Foto: Gerard Til/Hollandse Hoogte.

hoger. Van die twaalfduizend werkt de helft. Maar de zesduizend die niet werken, moeten dus naar school! Ze hebben geen startkwalificatie omdat ze bijvoorbeeld onvoldoende verstandelijke vermogens hebben. Maar er is ook een groep allochtone jongeren die door de enorme taalachterstand afhaakt. Alléén een onderwijsachterstand valt nog wel op te lossen. Maar als je ook nog eens een jeugdzorgachtergrond hebt, dan zit je als jongere vaak heel slecht in je vel. Deze jongeren worden thuis verwaarloosd, ze krijgen veel denigrerende opmerkingen naar hun hoofd, een aantal gebruikt overmatig softdrugs. Die jongeren zet je niet in een klas met 25 leerlingen, om te luisteren naar ‘die vent voor in de klas’. Dat werkt kennelijk niet, want anders waren ze niet weggelopen van school. Een-op-eenmentoraat en coaching is daar van belang. Die vorm van onderwijs heb je niet voor vierenhalfduizend euro per leerling. Daar heb ik het driedubbele voor nodig. De meest heftige groep van die jongeren hoort thuis in een Campus Nieuwe Kans, waar ze vanaf hun achttiende in een onderwijs- en zorgtraject zitten, zodat ze daarin carrière kunnen maken. Het motto is: iedereen kan wat, dus pak je kansen. Je kunt zeggen: ze kiezen er toch zelf voor om kansen niet te pakken? Maar veel jongeren zijn niet opgegroeid in een omgeving waarin ze die kansen kregen. Ik zal criminaliteit nooit goedpraten, maar jongeren kunnen in zo’n circuit terechtkoc v • k o e rs o k to b e r 2 0 07

cvk2007-10.indd 23

men door hun omgeving. Je kunt dat doorbreken door die jongens daaruit te halen.’’ Als ik de Miljoenennota bekijk, lijkt het me toch dat u als wethouder Jeugd, Gezin en Onderwijs in een grote stad op alle fronten boft. Lokale overheden krijgen meer geld om eigen problemen op te lossen, de jeugdzorg krijgt er 98 miljoen bij, ouders met een minimuminkomen – waarvan er veel zijn in uw stad – gaan vijf à zes procent vooruit, de bureaucratie in de jeugdzorg wordt aangepakt, er komt geld voor kampementen, er gaat 920 miljoen naar de zogenaamde pracht- en krachtwijken en 80 miljoen extra naar integratie in wijken, er komen gratis studieboeken. Het zijn enorme bedragen… ,,Ik herhaal nog eens dat ik tevreden ben met de agenda van het kabinet. Maar ik zie iedere dag de problematiek op straat. Een Centrum voor Jeugd en Gezin is mooi, maar als je ziet hoeveel geld daar tegenover staat, dan staat dat in geen verhouding.’’ Maar waar zou dat geld vandaan moeten komen? ,,Dat is een vraag die ik niet kan beantwoorden. Ik heb niet de bevoegdheid om te zeggen: verkoop maar een paar vliegtuigen bij Defensie of zo. Zulke afwegingen moet het kabinet maken. Ik kan het kabinet alleen een spiegel voorhouden en de consequenties schetsen voor de toekomst. Ik wil graag dat het rijk meedoet om dat op te lossen.’’ >

op cvkoers.nl Leonard Geluk: ,,Ik ben bang voor het beeld dat Leonard Geluk met zijn ‘benepen christelijke moraal’ Turkse ouders wel even zal vertellen hoe zij hun kind moeten opvoeden.’’ Het volledige interview met Leonard Geluk is na te lezen op onze website. Sjoerd Wielenga sprak nog uitgebreid met hem door over de zesjescultuur en de Rotterdamwet. Klik in de rechterbalk op inhoud. Het artikel staat onder het kopje ‘politiek & samenleving’.

23

26-9-07 15:05:41


> Verspild talent

Ook al kunt u niet beslissen waar het geld vandaan komt, u kunt wel suggesties doen. ,,Ik zie de voordelen van gratis schoolboeken. Maar dat scheelt 400 euro per kind per jaar. Dat is fors. Ik had dat geld liever besteed om in Spangen meer uren onderwijs te geven. Natuurlijk, mensen hebben baat bij gratis schoolboeken. Maar dát soort geld zou ik in willen zetten om kinderen die normaal gesproken op school bij wijze van spreken van een vier naar een zes gaan, naar een acht te brengen – als ze dat kunnen. Er is heel veel verspild talent in de stad. Er gaan nu te veel kinderen van school die meer in zich hebben. Daar is ook geld voor nodig. Ook als christen sta ik bewust in deze filoso-

als de wethouder Jeugd van Rotterdam tevreden is. Dat bedoel ik niet arrogant. Maar de situatie in Rotterdam is gewoon zes tandjes heftiger. Wij kunnen heel veel zelf, maar bij een aantal dingen hebben we de minister nodig. Ik wil juist voor die dingen die we niet hebben, de steun van Rouvoet. Zoals gezinscoaches, of het digitale kinddossier, zodat verschillende hulpverleners niet langs elkaar heen werken.’’ Verplichte taalles

Als het gaat om de wijken: wat vindt u van het beleid dat Vogelaar voert? ,,Rotterdam maakt de keus om de stad kindvriendelijk te maken, om te voorkomen dat mensen wegtrekken naar bijvoorbeeld Ba-

,,Als ik wil ingrijpen in een gezin waar het mis dreigt te gaan met een kind, wordt mij verweten dat ik betuttelend ben. Dat kan ik niet rijmen’’ fie. Ik geloof dat God mensen talenten heeft gegeven die ze op deze aarde mogen ontwikkelen. Dan kun je niet accepteren dat talenten onderbelicht blijven.’’ Wat vindt u van het beleid van de nieuwe minister voor Jeugd en Gezin, André Rouvoet? ,,Rouvoet krijgt vanuit het land de kritiek dat hij te veel achter de voordeur kijkt, ook vanuit zijn eigen club. Dat hij te betuttelend is. Ik sta aan de andere kant. Rouvoet mag verder gaan. Méér achter de voordeur. Wij zien dingen misgaan tussen ouders en kinderen. Iedereen ziet het aankomen, maar je mag pas ingrijpen als er sprake is van ernstige mishandeling en verwaarlozing. Maar als je vanaf het begin ingrijpt, zou je onherstelbare schade kunnen voorkomen. Preventief werken dus. Mijn pleidooi richting Rouvoet is: geef ons de mogelijkheid om de gezinscoaching die we succesvol hebben ontwikkeld in de stad, toe te kunnen passen voor alle gezinnen waarvoor dat nodig is. Ik heb Rouvoet daar al een aantal keer om gevraagd. Ik wil de mogelijkheid hebben om eerder, preventief, in te grijpen. Dat moet gewoon kunnen, want het is zo goed voor kinderen als de relatie met de ouders goed is. Ik heb respect voor Rouvoets werk, maar hij mag wat mij betreft verder gaan. Rouvoet is als minister voor Jeugd en Gezin niet succesvol als de wethouder Jeugd van Urk of Lunteren tevreden is. Hij is succesvol 24

cvk2007-10.indd 24

ter de voordeur. Daar zal niet iedereen in Nederland zich in kunnen vinden. ,,Ja, maar ik pas voor verwijten als ‘betutteling’! Mark Rutte heeft mij dat weleens verweten. Wij zijn kinderen aan het helpen. Als we niet doen wat we nu doen, laten we kinderen aan hun lot over. Dan kijk je weg. Dan pakken kinderen niet de kansen die ze kunnen pakken en blijven relaties tussen ouders verstoord. Die verantwoordelijkheid wil ik niet dragen, ik wil niet wegkijken.’’

rendrecht. Gezinnen willen we dus vasthouden. Vogelaar is het met ons eens dat we een kindvriendelijke buitenruimte willen hebben. Maar wat betreft integratie wil ik meer aandacht voor het leren van Nederlands. Het is slecht voor kinderen als ouders nauwelijks Nederlands spreken. Het duurt te lang voordat we dat op orde hebben.’’ Wat moet er gebeuren om dat wel op orde te brengen? ,,Allemaal verplicht op taalles, gekoppeld aan stage of werk. Een deel van de onderwijsproblematiek heeft als oorzaak dat kinderen niet door hun ouders worden gestimuleerd om Nederlands te spreken.’’ Het kabinet Balkenende IV wordt wel getaxeerd als links. Maar dit klinkt toch redelijk rechts. ,,Het is mijn verantwoordelijkheid dat kinderen het beter krijgen. Als je wilt dat ieder kind groeit en talenten ontwikkelt, dan begint dat thuis. Dat ouders met hun kind Sesamstraat kijken, bij wijze van spreken. En dat je dus niet alleen via de schotel naar Turkse programma’s zit te turen. Dat is niet bevorderlijk voor de ontwikkeling van kinderen. Ik vind dat niet rechts – en als dat wel zo is, maakt het me niet uit. Het is: niet wegkijken voor kinderen in de thuissituatie.’’ Niet wegkijken, en waar nodig ingrijpen ach-

Maar dat zegt Mark Rutte ook, dat hij niet weg wil kijken. De vraag blijft: hoe doe je dat? ,,Hij zei pas bij Pauw & Witteman: ‘Leonard Geluk met z’n maatregelen is typisch zo’n CDA’er die aan het betuttelen is.’ Ik heb hem een sms’je gestuurd dat we het daar eens over moeten hebben, want het is echt waanzin.’’ Het irriteert u, merk ik. ,,Ja, het irriteert me. Want als er niet wordt ingegrepen en het gaat mis met een kind, dan is het hele land te klein en roept iedereen: ‘Hoe is het in vredesnaam mogelijk dat bij dit gezin, waarvan iedereen zag dat het misging, niet is ingegrepen?’ Dat is mijn verantwoordelijkheid. Als ik zeg: ‘Ik wil ingrijpen, minister Rouvoet, help me om dit nu mogelijk te maken’, dan wordt mij verweten dat ik betuttelend zou zijn. Dat kan ik niet rijmen.’’ Wat zegt dat over die critici? ,,Het zegt iets over de verschrikkelijke hokjesgeest. Wat vinden we het toch geweldig om in linkse en rechtse hokjes te denken. Of in ‘betutteling’ tegenover de ‘moderne tijdgeest’ van Rutte. Dat is een politiek klimaat waarin het gaat om chargeren in plaats van om de vraag hoe we recht doen aan mensen en problemen. Het gaat meer om: hoe halen we zo veel mogelijk politiek gewin? Daar maak ik me zorgen om. Ik denk dat dit ook wat doet met Rouvoet. Als Joël Voordewind (CU-kamerlid, red.) zegt: ik vind het wat te ver gaan, dan kan Rouvoet de neiging hebben zich terug te trekken. Terwijl de agenda gewoon hartstikke goed is. Ik hoop dat Rouvoet wat dat betreft een rechte rug heeft en gewoon vasthoudt aan zijn koers. En op een aantal punten naar Rotterdam luistert om zelfs verder te gaan.’’ Samenvattend: gaat dit nieuwe kabinetsbeleid echt verschil maken voor kansarme jongeren? ,,In Rotterdam zeker en dat geldt des te meer als het kabinet de Rotterdamse agenda verder overneemt. Ze zetten daar grote stappen in, maar er moet wel een stap bij.’’ < cv • koers oktober 2007

26-9-07 15:05:41


Wie de EO Jongerendag en afgelopen maand het Flevo Festival heeft bezocht, kan het moeilijk ontgaan zijn: minister-president Jan Peter

‘Ik heb een opdracht. Premier Balkenende

Balkenende schaamt zich niet voor zijn geloof. Op Flevo nam de premier in de XiC-tent

uitgebreid de tijd om met Ronald Koops en Sjoerd Wielenga te spreken over de opdracht in zijn

leven, zijn relatie met God, zijn vrouw en kind. En we krijgen antwoord op de vraag of Bianca zijn eerste liefde was…

Mijn gezin be taalt daarvoor de prijs’ Meneer Balkenende, u kreeg net een staande ovatie en werd op weg naar deze tent omringd door jongeren. U lijkt wel een popidool. Hoe verklaart u dat? Ik geloof niet zozeer dat ik op een popidool lijk. Ik heb geprobeerd te vertellen wat mij drijft. Dat de zaal enthousiast was, zegt meer over iets dat iedereen voelt dat je dezelfde inspiratiebron hebt. Een feest van herkenning: wat drijft je in je leven, dát kwam denk ik naar voren. En wat drijft u? Dat is mijn geloof in Jezus Christus. De boodschap van hoop, toekomst en naastenliefde. In mijn werk zou ik niets kunnen beginnen zonder het geloof in het Evangelie. Maakt het u meer weerbaar? Jazeker! In de politiek ben je wel eens eenzaam, want je krijgt heel wat over je heen. Ik heb zelf gemerkt dat geloof me dan geweldige kracht in het leven geeft. Geloof helpt je verder omdat je er nooit alléén voor staat. En het tweede is: je doet het ook niet alleen voor jezelf. Ik ben geen premier voor eigen glorie of status. Er is iets ánders dat je moet drijven. Het is het gevoel dat je een opdracht hebt in je leven. Hoe zwaar is die opdracht? Als premier bent u verantwoordelijk voor zowel nationale als internationale veiligheid. Zowel voor terreurdreiging als derde wereldlanden. Ligt u daar nooit ’s nachts wakker van? Nou, je moet wel zorgen dat je als premier ’s nachts slaapt, haha. Het echte fysieke slapen is geen punt voor mij. Maar ik snap wat je bedoelt. Ik heb een rol te spelen in de grote, wereldwijde vraagstukken. Daarom ben ik trots dat Nederland qua ontwikkelingssamenwerking op nummer 1 in de wereld staat. Wat betreft de terreurdreiging: we zijn nog maar aan het begin, ben ik bang. Wat we in het buitenland hebben meegemaakt, kan bij ons óók gebeuren. Ondanks dat wilt u toch nog vier jaar doorregeren.

26

september 2006

Iets anders. Wat was uw jeugdzonde? ….Nou…ehm… Ha!…Ehm… Appels jatten bij de buren? Nee…ehm… Kom op, meneer Balkenende… (Lachend) Nou, ik zal wel eens hebben afgekeken bij een proefwerk ofzo… Maar verder… Was u een brave jongen? Mijn ouders zeiden vaak: van zo iemand als jij, kunnen we er wel tien hebben. Ik heb nooit een generatiekloof met mijn ouders gehad. Ik heb genoeg schoolfeesten enzo meegemaakt, maar dat was geen liederlijk gedrag. Ik geloof dat ik een redelijk verantwoordelijke jongen was. Was Bianca uw eerste liefde? Ehm… ach, je hebt natuurlijk eerdere contacten gehad. Maar echte liefde, dat je het gevoel had: dit is iemand voor het leven, ja, dat was Bianca. Absoluut! Zij is écht een steun voor mij. Het is voor haar ook een hele moeilijke periode geweest. Beide ouders zijn overleden, ze is veel minder gaan werken, zíj moet alles voor Amelie doen. Het is voor haar een enorme opoffering. Voelt u zich daar dan schuldig over? Schuldig is niet het goede woord. Maar ik heb het er wel eens moeilijk mee, dat ík alles kan doen omdat zíj zich opoffert. De zorg voor Amelie komt vooral op haar neer. Dat is inherent aan dit vak. Wordt u nooit moe van al die aandacht, ook hier op Flevo bijvoorbeeld?

Heeft u écht nog zin in die zware verantwoordelijkheid? Natuurlijk is het druk en voor je gezin is het een enorme belasting. Vakanties die altijd worden gestoord omdat er iets gebeurt. Weekenden dat je weg moet, of dat je door de weeks nooit thuis kunt eten. Dat is de prijs die ik betaal. Die prijs is erg hoog, ook voor mijn gezin. Het is voor mij echter niet zozeer een kwestie van ‘zin hebben in’. Ik kan makkelijk een andere baan te nemen, met meer salaris en meer vrije tijd. Maar daar gaat het mij niet om! Ik voel het als een opdracht om bezig te zijn met de toekomst van m’n land en de wereld. Dat hangt samen met geloof. Ik wil er voor anderen zijn. Als u nu niet met politiek bezig bent. Hoe ontspant u zichzelf dan? Als ik écht vrij heb, dan speel ik toch het liefst met Amelie. U heeft eens gezegd ‘Een echte vent is ook papa’. Ja, en het fijne aan Amelie is dat zij begrijpt dat ‘papa het druk heeft’. Maar als ik er dan wél ben, wil ik ook graag vertellen wat er gebeurt. Vertelt u veel over uw werk aan haar? Ik wil op haar niveau over mijn werk vertellen. Toen ze kleiner was, bijvoorbeeld over de blauwe stoelen in de Tweede Kamer. Nu ze wat ouder is, gaat het iets dieper. Maar we spelen ook gewoon met elkaar. Ze kan nu net lezen. Vroeger moest ik haar verhalen voorlezen, maar nu... …gaat zij ú voorlezen… Ja, inderdaad, dat gebeurt ook! In hele korte tijd verandert ze. Ze heeft afgelopen jaar in groep 3 in een jaar tijd leren lezen. Dat soort dingen wil je natuurlijk niet missen. Gewoon in de tuin kunnen zitten, kunnen spelen en fietsen met elkaar, dat zijn voor mij de meest waardevolle dingen in het leven.

[Tekst] Ronald Koops & Sjoerd Wielenga [Beeld] Joost Hoving [Woorden] 1184

Ach, nee. Ik weet dat veel aandacht bij m’n leven hoort. Als je daar niet tegen kunt, moet je het ook niet doen. Ik vind het ook wel leuk. Het is toch om geweldig met die jonge mensen hier om te gaan? Fantastisch, toch? Bent u in die zin misschien ook wat ijdel? Nou, ijdel… Ik ben niet heel erg met met mezelf bezig. Ik geniet er gewoon van om hier met mensen te spreken en plezier te maken. U praat vrij snel… Nou, het gaat beter dan twee jaar geleden! Dat is waar! Complimenten. Gefeliciteerd. Haha, dank je. Wij willen graag weten: praat u thuis ook zo? Neeee, tja, dat gaat heel anders natuurlijk! Thuis praat je op een heel andere manier met elkaar… Oké, een laatste, normále vraag. Wat is de belangrijkste les die u in het leven heeft geleerd? Niemand heeft mij echt een les geleerd. Ik zal je uitleggen waarom. Ik ben gelovig opgevoed. Mijn ouders zeiden alleen wel: het zijn jouw keuzes. Ik heb nóóit gehoord: je moet naar de kerk, je moet naar de club. Ook koos ik zelf mijn studie, voor het CDA en mijn werk op het Wetenschappelijk Bureau. Ik heb zat goedbedoelde adviezen gekregen van van mensen, maar ik zei altijd: ik doe dat waar ik zélf achter sta. Vroeger op school ook al. Ik heb meegemaakt dat ik alleen in de klas stond! Wat ik altijd heb geleerd is: blijft trouw aan je eigen idealen. Doe nooit dingen tegen je geweten in. Ik ben er nooit slechter van geworden.

‘Ik geloof dat ik een redelijk verantwoordelijke jongen was’

[Leestijd] 6 minuten en 28 seconden [Opvallend] ….Nou…ehm… Ha!…Ehm…

27


samenleving

Betty Tom

Spoor van rouw

Een van de vrouwen die geholpen is door het Orongo Orphans Children Home is Betty Tom, een goedlachse jonge vrouw van 29 jaar. Achter haar lach schuilt een tragisch verhaal. Haar ouders en haar man zijn overleden aan aids, de ziekte die ze zelf ook met zich meedraagt. Betty zorgt nu sinds vijf jaar alleen voor drie kinderen. Haar ouders leven ook niet meer. ,,Ik moet sterk zijn’’, vertelt zij. ,,Na het overlijden van mijn ouders moest ik voor mijn jongere broertjes en zusjes zorgen.’’ Nadat haar man overleden was, werd het leven van Betty pas echt zwaar. In veel eeuwenoude Afrikaanse tradities is het zwagerhuwelijk in zwang. Ook voor Betty betekende dit dat haar bezittingen haar werden afgenomen en dat zij van haar familie moest trouwen met de broer van haar overleden man. ,,Dat weigerde ik omdat ik niet van hem hield. Bovendien kon ik hem ook besmetten en dat wilde ik niet. Het bezorgde mij veel pijn en ruzie met mijn familie. Want wie zich niet aan die traditie houdt, wordt verstoten uit de familie. Zonder familie heb je als vrouw in Afrika geen leven en geen toekomst. Soms twijfelde ik of ik nog wel verder wilde leven.’’ In het geval van Betty is dit uiteindelijk wonderbaarlijk goed afgelopen. Na een tijd van verwijdering heeft haar familie haar, ondanks haar cultuurbreuk, weer geaccepteerd. ,,Ik heb geleerd dat vrouwen moeten opkomen voor hun rechten om zelfstandig te kunnen leven. Maar veel vrouwen hebben daar geen weet van! Het ontbreekt hun aan kennis.’’ Betty is blij met de gekregen hulp. ,,Als ik de vrouwen van dit project niet had ontmoet, was ik nu dood geweest’’, weet Betty, die nu zelf ook voorlichting over aids/hiv geeft aan de jeugd.

Vroeger werden de vrouwen van Orongo vaak pas weduwe als ze tussen de 65 en 80 jaar oud waren. Nu staan ze er al op jeugdige leeftijd alleen voor. Weduwen en wezen blijven achter

>

in het kort Afrikaanse gemeenschappen raken sterk ontwricht doordat aids veel slachtoffers maakt. Met hulp van eenvoudige projecten kunnen de overlevenden hun leven vaak weer oppakken. Deze projecten zijn gericht op herstel van de gemeenschap en versterking van de zelfredzaamheid.

De veerkracht van een aidsdorp in Kenia

Overleven in Orongo Aids is meer dan een ziekte. Aids is een ramp die duizenden gemeenschappen in Afrika ontwricht. Een voorbeeld daarvan is Orongo. Meer dan de helft van de dorpsbewoners is de afgelopen jaren aan de ziekte overleden. Toch weet de gemeenschap de tragedie te overleven en een toekomst op te bouwen.

32

TEKST EN BEELD SJOERD WIELENGA

O

rongo, een vredig dorpje in de buurt van Kisumu, de derde stad van Kenia, aan de oevers van het Victoriameer. ,,You are welcome’’, zingen de kinderen die het Nederlandse bezoek tegemoet komen. En welkom voelen we ons, want nog maar net gearriveerd krijgen we al een maaltijd aangeboden. Orongo is een opvallend rustig dorpje waar je bijna alleen vrouwen tegenkomt. Dat is niet raar als je weet dat aids de afgelopen jaren dit dorp heeft gehalveerd. Mannen die alleen achterbleven, vertrokken met de noorderzon.Weg uit Orongo, op zoek naar een nieuwe vrouw

in een ander dorp. Nu bestaat het dorp vooral uit weduwen, die gemiddeld 25 (!) jaar zijn, en wezen. Toch maakt de gemeenschap geen treurige indruk. De bewoners zijn vriendelijk en hartelijk en vertellen graag over hun leven hier. De uitgebreide maaltijd is er niet zomaar een. We krijgen een lunch met louter natuurlijke producten voorgeschoteld. Als typische Hollanders met de ‘wat de boer niet kent dat vreet hij niet’-mentaliteit kijken we elkaar wat bedenkelijk aan. Maar die scepsis blijkt niet nodig. Het eten en drinken is niet alleen erg lekker, maar ook nog erg gezond. De maaltijd is tekenend voor Orongo, waar cv • koers februari 2007

de mensen optimaal leven van wat de natuur hun biedt. Landbouwwetenschapper Roger Sharland helpt de dorpsgemeenschap bij het verbouwen van een scala aan natuurlijke planten en kruiden. Zo weten de dorpelingen met goede voeding het lichaam gezond te houden. En dat is hard nodig voor een bevolking waarvan zestig procent besmet is met hiv en velen aids hebben. De natuurproducten genezen mensen niet en de ‘aidsremmers’ moeten worden blijven gebruikt. Maar de natuurlijke voeding geeft een impuls aan het immuunsysteem, zodat de weerstand op peil blijft. Dit voorkomt de noodzaak van dure medische zalfjes en kuren. cv • koers februari 2007

Aidsremmers worden gratis verstrekt door de overheid. Maar niet iedereen is in staat om de medicijnen af te halen, omdat vervoer naar het afgiftepunt bijvoorbeeld te duur is. De natuurlijke medicijnen spelen juist dan een belangrijke rol bij het op peil houden van het afweersysteem. Ook al zullen deze mensen hiermee niet genezen van aids, ze kunnen wel zelf iets doen om langer gezond te blijven.

33


Mateleda Ombwayo De rimpels en de ogen spreken boekdelen. Het zijn niet alleen trekken van ouderdom. Mateleda Ombwayo (81) heeft veel meegemaakt. Het leven heeft haar getekend. Het overlijden van haar man. Het vertrekken van haar zonen, naar een ander dorp, op zoek naar een vrouw - geen idee waar ze zijn. Het enige dat rest zijn de foto’s aan de muur van haar hutje. Toch is ze allerminst een verbitterde, oude vrouw. Kranig, dat is het woord dat bij haar past. Bijzonder stevig is haar joviale handdruk. Met haar pretoogjes communiceert ze. Of via een vrouw uit het dorp die de lokale taal voor het Nederlandse bezoek vertaalt in het Engels. Kromgebogen en leunend op haar stok heeft ze in rap tempo, haast struikelend, de weg naar haar huisje gewezen. Eenmaal binnen wordt er voorgegaan in een kort gebed, waarna Mateleda vraagt: ,,Prijs de Heer?’’ ,,Prijs de Heer!’’, boots ik de vreemde klanken beamend na, waarna ze me breed lachend een stevige hand geeft. Een ritueel dat zich tijdens het korte samenzijn nog een paar keer zal herhalen. Het rotsvaste vertrouwen op God geeft haar kracht. Gebed is belangrijk voor haar. Ook ons zal ze in haar gebed gedenken, deze krachtige vrouw.

> in vaak schrijnende situaties. Niet alleen is er

het verdriet om degene die overleden is, ook op materieel gebied valt er heel wat te verstouwen. Veel wezen in Afrika hebben geen weet van het erfrecht: zij hebben recht op huizen en eigendommen die hun ouders achterlaten. Maar in veel gevallen wordt de erfenis in beslag genomen door overige familieleden, zoals de ooms. Doordat de erfenis hun is afgenomen, hebben tallozen van deze jongeren geen geld voor onderwijs of - als blijkt dat zij seropositief zijn - medische hulp. Ze moeten veel moeite doen om geld bij elkaar te sprokkelen voor medicijnen, als de dood hen al niet ingehaald heeft. De positie van met name vrouwen is zwak. Wanneer een vrouw trouwt, wordt ze automatisch eigendom van de familie van haar man. Wanneer deze overlijdt, kan ze toegewezen worden aan haar zwager (zie het portret van Betty op de vorige pag.). Als een vrouw dat niet wil, blijft ze berooid achter: ze heeft geen familie meer die voor haar zorgt. Voor mannen die hun vrouw verliezen, ligt de situatie anders: zij zoeken (en vinden vaak) snel een andere vrouw. Daarbij kunnen soms extreme leeftijdsverschillen optreden: een oude man die trouwt met een jong meisje. Community

Dergelijke situaties gingen aan Orongo niet

voorbij. Dorpsbewoner Florence Gundo zag dat veel weduwen hun toevlucht zochten tot de drank. Het was voor haar reden om, samen met een aantal andere vrouwen, in 1999 de organisatie ‘Orongo Orphans Children Home, counseling & bible’ op te richten. Het doel: vrouwen leren wat hun rechten zijn. Florence Gundo deed haar kennis op in een workshop. Ze besloot de vrouwen in haar dorp te mobiliseren. ,,We begonnen vrouwen in kerken, scholen en zelfs tijdens begrafenissen te onderwijzen. Geleidelijk aan veranderde hun houding. Als een vrouw haar rechten kent, zal zij geen dingen doen die niet goed voor haar zijn.’’ De organisatie helpt weduwen en wezen hun leven weer op te pakken. Meer dan vijftig weduwen en rond de driehonderd aidswezen krijgen nu hulp door dit project. Ze leren hier het maken van beeldhouwwerkjes, tassen en manden. Deze ‘self-made’-producten worden verkocht, zodat op die manier in het levensonderhoud kan worden voorzien. De weduwen en wezen krijgen voorlichting over de rechten die ze hebben en de organisatie helpt vrouwen die in de clinch liggen met hun familie, bijvoorbeeld als het gaat om het onteigenen van bezittingen. Ook het geven van voorlichting over de oorzaken van hiv en aids behoort tot de taken van dit weduwen- en wezenproject. En dat gaat verder dan het eigen dorp alleen. >

Leer de Afrikaanse kerk discipelschap Dr. Roger Sharland is een Britse landbouwwetenschapper. Hij is getrouwd met een Sudanese vrouw en woont al jaren in de Keniaanse hoofdstad. Hij is directeur van Rural Extension with African’s Poor (REAR), een christelijke organisatie die een bijbelse visie heeft op de bestrijding van armoede in rurale gebieden.

34

Dr. Roger Sharland houdt zich bezig met de bestrijding van armoede in rurale gebieden. Volgens de directeur van Rural Extension with African’s Poor (REAR) hebben Afrikanen niet alleen praktische, maar ook geestelijke hulp nodig. Europeanen zijn erg onwetend als het gaat om de aidsproblematiek, is de stellige overtuiging

van ‘dr. Roger’, zoals hij hier in Kenia genoemd wordt: ,,Alleen slecht nieuws over Afrika komt in de media: hoe hopeloos de situatie hier wel niet is. Er wordt nauwelijks gedacht in mogelijkheden en uitdagingen.’’ Omdat de meeste mensen in Europa en Noord-Amerika niemand kennen die seropositief is, wordt er al snel gesproken in termen als ‘zij die aids hebben’. Roger: ,,Maar hier in Afrika is het niet ‘zij’, maar ‘een van ons’. Het is hier de realiteit van het leven.’’ En die realiteit moet niet alleen het probleem van Afrika zijn, volgens Roger. De westerse kerken kunnen een belangrijke rol spelen in de bestrijcv • koers februari 2007

ding van armoede en de preventie van aids. De Brit stelt dat de Afrikaanse kerken verschillen van de kerken in de westerse wereld. ,,In de westerse kerk is discipelschap een sterk ontwikkeld punt. Hier in Afrika is dat niet sterk ontwikkeld onder christenen. Over het algemeen leren de Afrikaanse kerken niet het What would Jesus do? Toch is het in Afrikaanse kerken niet armoe troef, stelt Roger. ,,De kerk in Afrika heeft als uitdaging om te doen waar ze goed in is: de zorg voor weduwen en wezen en het vormen van jeugdgroepen en vrouwengroepen. Dat versterkt het verantwoordelijkheidsgevoel naar elkaar.’’ cv • koers februari 2007

ABC-formule De vrije, seksuele moraal van veel Afrikaanse mannen moet afgeleerd worden, meent Roger. Vrouwen moeten weten wat hun rechten zijn. Als kerken voldoende het navolgen van Christus zouden prediken, kunnen deze zaken omgebogen worden naar een positieve levenswandel. Hij wijst op de ABC-formule die christelijke, westerse voorlichtingscampagnes in de derde wereld als uitgangspunt nemen. Die komt neer op de bijbelse principes van abstinence (onthoud je van seksuele contacten voor het huwelijk) en being faithful (wees trouw in je relatie, blijf bij één part-

ner). Als je je om wat voor reden dan ook niet aan A en B houdt, dan komt C in beeld: condom use (vrij dan in elk geval veilig). Volgens Roger kan de westerse kerk het voortouw nemen in het geven van voorlichting aan de Afrikaanse kerk over hoe christenen Jezus in de dagelijkse praktijk kunnen navolgen. ,,Dat kan bijvoorbeeld via hulporganisaties zoals Tear en Woord en Daad. Zij hebben dat denken over discipelschap en ze hebben hier in Afrika invloed.’’ De complete tekst van het interview met Roger Sharland is te vinden op cvkoers.nl. 35


> Florence: ,,Zelfs uit de omgeving komen men-

op cvkoers.nl Op onze website vindt u veel aanvullende informatie bij dit artikel. Surf naar cvkoers.nl en klik op de homepage op het artikel. In het kader kunt u doorklikken naar de volgende kaderstukken: • De complexiteit van het aidsprobleem. Er is nog altijd veel onwetendheid over de complexiteit van deze ziekte. Een analyse. • De harde feiten. Cijfers en informatie over aids op een rij gezet. • Microverzekeringen in de strijd tegen aids. De complete tekst van het interview met Hélène van der Roest. • Leer de Afrikaanse kerk discipelschap. De complete tekst van het interview met Roger Sharland. Op www.xistinchrist.nl/kenia vindt u filmpjes, reisverslagen en foto’s van de reis van Sjoerd Wielenga naar Kenia. Kijk ook op: www.christenentegenaids.nl.

sen hier voor zorg.’’ Het samenleven doet de gemeenschap goed. De pijn van het leven - zowel de vrouwen als de kinderen missen immers hun dierbaren - kan worden gedeeld. Maar ook het omgaan met hiv/aids, het geloof in God en de dingen van alledag. De bewoners leren om weer op eigen benen te staan en goed voor zichzelf te zorgen. En dat verandert de inwoners van Orongo. Jongeren worden actief gestimuleerd om zich te onthouden van seksueel contact voor het huwelijk. Weduwen en wezen leren hun rechten kennen en voor zichzelf opkomen. Er wordt geld verdiend om in het levensonderhoud te voorzien en de goede voeding houdt mensen langer gezond. De aidsepidemie teistert Afrika. Orongo is hier het levende voorbeeld van. Het vredige dorpje bij het Victoriameer is getekend door de ziekte en een medicijn voor genezing bestaat nog niet. Maar lokale, hoopgevende initiatieven zoals hier in Orongo geven de vele slachtoffers van de ramp weer uitzicht. <

Moses samen met Ellen van den Hill (Woord en Daad)

‘Moses the miracle’

Sjoerd Wielenga is eindredacteur van jongerenmagazine X[ist] in Christ. Hij bezocht op uitnodiging van Prisma (de belangenbehartigingsvereniging van christelijke hulporganisaties) met jonge, christelijke opinieleiders een aantal aidsprojecten in Kenia. Met dank aan Ellen van den Hill (Woord en Daad) en Darija Kupers (Prisma).

Microverzekeringen in de strijd tegen aids Ze was een succesvolle jonge zakenvrouw, vennoot van een verzekeringsbedrijf in Nederland. Maar na Hélène van der Roest werkt als projectcoördinator bij Food for the Hungry Sudan. Daar houdt zij zich bezig met de implementatie van educatieprojecten in de verschillende dorpen en met landbouwprojecten. Naast haar baan heeft Hélène met wat vrienden de donororganisatie InterAct opgezet. Die steunt, vrijwillig, kleinschalige projecten in Oost-Afrika en geeft advies voor projectimplementatie en financiële ondersteuning.

36

een halfjaar vrijwilligerswerk in Afrika gooide Hélène van der Roest het roer om. Met haar kennis uit de verzekeringswereld zet ze nu microverzekeringen op in Kenia. Hélène van der Roest raakt er niet over uitverteld. Afrika, het continent dat zij een aantal jaren geleden ontdekte en waarvoor ze Nederland verliet. ,,Afrikakoorts. Ik zal je zeggen: er is geen genees-

middel voor.’’ Maar hoe geweldig ze het land en haar bewoners ook vindt, ze kent als geen ander de schrijnende werkelijkheid van de aidsproblematiek, waarin armoede een belangrijke factor is. Met haar financiële inzicht wil ze deze armoede aanpakken in lokale gemeenschappen. ,,Mijn zakelijkheid gebruik ik hier door heel praktisch te kijken wat nodig is, maar ook door te onderzoeken hoe projecten zichzelf kunnen bedruipen. Ik wil weten hoe vrouwen geholpen kunnen worden om hun gaven te gebruiken. Ik wil hun leren hoe ze dingen kunnen verbeteren zodat ze, ook als de hulpverleners weg zijn, tóch verder kunnen. Vaak is een kleine ondersteuning genoeg om hun eigenwaarde te geven en ze een stuk verder te helpen.’’ cv • koers februari 2007

Micro insurance Om de armoede in lokale gemeenschappen te bestrijden, is Hélène nu druk bezig met een proefproject voor het opzetten van micro insurance, het verlengde van het microkrediet: kleinschalige verzekeringen die uitkeren bij bijvoorbeeld overlijden of een slechte oogst. En dat is hard nodig, weet de verzekeringsvrouw. ,,Bij overlijden is er geen begrafenisverzekering om de kosten van begraven te dekken. De familie gaat rond in de gemeenschap en bedelt enkele dagen voor een bijdrage in de kosten. Het kan soms weken duren voordat het juiste bedrag bij elkaar is gespaard om de overledene te begraven. In plaats van iedere keer een bijdrage te leveren, willen we de mensen leren dat geld in een fonds te cv • koers februari 2007

storten en zo een verzekering te sparen, zodat de familie niet van alles hoeft te doen om geld te verzamelen.’’ Hélène is overigens niet de vrouw die het de Afrikanen allemaal wel even zal vertellen. ,,Ik leer vaak meer van de Afrikanen dan zij van mij... Ze leren mij doorzettingsvermogen. Afrikanen hebben steeds weer de moed om in tegenslag overeind te krabbelen en weer opnieuw te beginnen, wetend dat de catastrofe zo weer kan plaatsvinden. Een positieve levenshouding en doorzettingsvermogen is een grote gave!’’

Dit is Moses. De vrouwen van Orongo vonden hem bij toeval in het ziekenhuis. Een paar dagen oud, ernstig verwaarloosd. Zijn moeder had hem na de geboorte alleen gelaten. De artsen vonden hem schijnbaar niet de moeite waard om in leven te houden. Achteloos lag hij ergens in een hoekje te sterven. De vrouwen vonden de uitgedroogde baby op tijd en zorgden voor hem. Nu loopt ‘Moses the miracle’ vrolijk rond en is opgenomen als een van de vele ouderloze kinderen in dit dorp. Moses vertedert harten. Helemaal ongevaarlijk is de schattige Moses overigens niet. Als we Orongo uit rijden, zien we nog net hoe hij met een stok oudere kinderen slaat, die het snel voor hem op een lopen zetten.

De complete tekst van het interview met Hélène van der Roest is te vinden op cvkoers.nl. 37


De strijd tegen AIDS Kinderen die voorlichting geven over de seksuele moraal aan hun leeftijdsgenoten. Dit gebeurt op scholen in Kenia in de strijd tegen aids. Tekst en fotografie Sjoerd Wielenga

“Hoofd, schouders, knie en teen, knie en teen!” Op de school- en woongemeenschap die ik bezoek leren de kinderen er nog een couplet bij. Wijzend op hun privé lichaamsdelen zingen ze: “This are all my private parts and nobody should touch it”. Trots zingen ze hun lied, al giechelen sommigen ook wat beschaamd. Het liedje is tekenend voor het voorlichtingsprogramma van Life Skills Promoters (LISP) dat op deze, en andere Keniaanse scholen, draait. Deze christelijke organisatie (en partner van Tear) wil scholieren helpen bij het ontwikkelen van een gezonde levensstijl. Bijvoorbeeld als het gaat om relaties en seksualiteit. Kinderen leren vanaf jonge leeftijd al hun eigen lichamelijke grenzen aan te geven. Hoe vernietigend aids in Afrika om zich heen slaat, mag inmiddels doorgedrongen zijn tot de westerse wereld, toch bestaat er nog veel onduidelijkheid over de oorzaken. Het is voor Afrikaanse mannen geen schande om er nog her en der wat vrouwen bij te hebben. Dat deze losse seksuele moraal in generaties doorwerkt – waarbij de verspreiding van het HIV-virus snel gaat – is niet 20-21 | Aan de Hand december 2006

verwonderlijk. Maar ook de talloze verkrachtingen spelen hierin een rol. Het zijn er veel. In één ziekenhuis in Nairobi melden zich al tweehonderd (!) vrouwen per maand; andere ziekenhuizen en vrouwen die zich niet durven te melden uit angst voor verstoting uit de familie, niet meegerekend. En wat doe je als je als vrouw alleen je kinderen wilt voeden en je hebt geen werk? Je lichaam verkopen voor nog geen vijftig eurocent is dan geen uitzondering. Of jonge meiden die seks hebben met hun leraar om hun toekomst op school (en dus in het leven) veilig te stellen.. En het aids-virus woedt verder.

Goede voorlichting aan de jonge generatie is nodig zodat HIV-besmetting, ongewenste zwangerschappen en abortussen voorkomen kunnen worden. De kinderen in de sloppenwijken kennen weinig liefde. Als de ouders

al niet overleden zijn aan aids, is er gebrek aan ouderlijke leiding en een goede opvoeding. De lesmethoden van LISP helpen de leerlingen een gezonde levensstijl te ontwikkelen en een positief, bijbels zelfbeeld te leren. Deze voorlichting wordt aan 70.000 leerlingen in Kenia gegeven, waarvan 5.224 leerlingen getraind tot ‘peer-educators’. Deze kinderen, in de leeftijd van 6 tot 18 jaar, zijn een rolmodel voor hun leeftijdgenoten. Zij moeten zich voorbeeldig gedragen en hebben een vertrouwensfunctie voor de andere kinderen. Hiervoor hebben zij een cursus gevolgd. De leerlingen krijgen vragen voorgelegd als: ‘Je bent wees, je oom betaalt je schoolgeld maar hij wil als tegenprestatie wél het bed met je delen. Wat doe je dan?’. Speciaal voor het Nederlandse bezoek zegt een tiental jongeren in koor hun overtuiging op. Dat ze vroeger ongehoorzaam waren, maar nu de strijd aan gaan met onder andere drugs, roken en prostitutie en daar anderen (ook hun ouders!) op aan spreken. De peer-educators zijn zichtbaar trots maar het moet ook een eenzame en zware positie zijn op een jonge leeftijd. Toch hebben de kinderen niet het idee er alleen voor te staan. “Bidden tot God is noodzakelijk als je dit werk doet”, vertellen Sharon en Yvonne (13). “God ondersteunt ons.” Sjoerd Wielenga is eindredacteur van jongerenmagazine X[ist] in Christ en bezocht aidsprojecten in Kenia. Zijn dagverslagen zijn te lezen op www. xistinchrist.nl/kenia. Zie ook www. christenentegenaids.nl. Meer goede doelen op pag. 31 en 37


sa me nle v ing

Alexander Schouten: ,,Jongeren zijn erg slim op internet en minder naïef dan soms wordt gedacht’’

via online games en Second Life enorm is toegenomen.

Tekst Sjoerd Wielenga | Beeld Dreamstime Kaders Joke van der Veen

Nieuwe media zijn zo slecht nog niet

Mythes over internet ontkracht 8

c v • ko e rs fe bruari 2008

Vooral christenen waarschuwen graag voor de ‘kwalijke invloed van internet’. Media als msn, Hyves en online games zouden kwalijk zijn voor de emotionele en sociale ontwikkeling van jongeren, wier leven zich immers voor een fors deel online afspeelt. Uit allerlei onderzoeken blijkt inmiddels dat een groot deel van die bezorgdheid onterecht is. ,,Angst voor iets nieuws is van alle tijden.’’

c v • koers februari 2008

I

n de documentaire ‘Emoticons’ portretteert Heddy Honigmann een aantal ,,dolende zielen” die troost zoeken in de virtuele wereld. Zo zien we Saskia Hofman (14). Ze wordt ernstig gepest op school en krijgt te horen dat ze lelijk is. Online gamen, spellen spelen via internet met andere internetgebruikers, biedt voor haar een uitvlucht. ,,Beetje in mijn eigen wereldje. Mensen zien niet m’n uiterlijk en kunnen me daarop niet beoordelen. Ze doen normaal en aardig tegen mij. Het is daarom daar veel makkelijker vrienden maken.” En omdat Saskia in haar schietgame ,,wint van de halve wereld” is ze trots dat zij nu eens niet de loser, maar de winner is. Het gedrag van Saskia staat niet op zichzelf. De ‘virtuele wereld’ van internet heeft een onlosmakelijke plek verworven in het leven van jongeren – en niet alleen van hen. Dat het ‘echte leven’ wel de ‘offline-wereld’ genoemd wordt, is daarbij veelzeggend. In de afgelopen pakweg vijftien jaar heeft de plaats van internet in de samenleving een enorme vlucht genomen, waarbij de laatste jaren het online communiceren via msn en Hyves maar ook

Critici zien grote gevaren in al dat online communiceren. Jongeren zouden de deur niet meer uit komen, slechts in msn-taal communiceren, massaal voor de webcam uit de kleren gaan, verslaafd zijn aan geweldgames en – net als Saskia uit de eerste alinea – alleen in die spellen tot hun recht denken te komen, en niet meer in staat zijn echte relaties aan te gaan. De bekende psychologe en onderzoeker Martine Delfos vindt dat we de invloed van internet niet moeten onderschatten, zei ze begin november 2007 op een seminar in Utrecht. ,,Wat is het gevaar van het aanmeten van een andere identiteit? Kinderen nemen zichzelf mee, ook al doen ze alsof ze iemand anders zijn. Ze denken dat ze iemand anders zijn geworden, maar ze kunnen in hun contacten toch niet dat ideale poppetje zijn en dus worden ze alsnog beperkt. Alleen komt dat harder aan.” Kortom: jongeren raken sociaal gehandicapt, verliezen realiteitszin en de eigen identiteit en zijn massaal verslaafd aan internet. Maar klopt dat wel? Recente onderzoeken lijken iets anders te zeggen. Drie internetmythes nader bekeken. Mythe 1 Internet zorgt voor minder sociale contacten

Internet zou een ramp zijn voor het sociale leven van mensen: we ontmoeten elkaar niet meer echt en vereenzamen. Dat dit niet waar 9

>


Vaak online, maar ook drie keer zwemgoud

Online journalist worden

Erwin Vogelaar (22) studeert Journalistiek en gebruikt het internet vooral om creatief te zijn en zijn schrijftalent daarvoor in te zetten.

Joyce Duurken (15) uit Leeuwarden besteedt de vrije tijd die ze per dag over heeft aan internetten en msn’en. ,,Als ik na school niet de stad in ga of naar mijn vriendinnen of naar mijn vriend Nick, zit ik elke dag wel op internet. En dan eigenlijk altijd op msn, om te praten met mijn vrienden, iets met ze af te spreken of bestanden met elkaar uit te wisselen. Dat is makkelijk omdat mijn vrienden ook msn hebben en eigenlijk altijd online zijn. Je hoeft ze dan niet te bellen of te sms’en. We praten op msn vooral over school, sport en wat we elke dag doen. Ik heb wel Hyves, maar dat snap ik niet helemaal. Wel zit ik elke dag op Partyflock.nl, die site is iets anders ingedeeld. Op Partyflock heb ik 332 vrienden en op Hyves heb ik er 102. Op msn heb ik 574 vrienden en ik ken ze allemaal, vooral van kampen, school, vakantie en van zwemmen. Zwemmen doe ik nu vier jaar. Ik train hard: in totaal wel twaalf uur per week. En elke dag behalve zaterdag heb ik wedstrijden. Laatst haalde ik drie keer goud, een zilveren en een bronzen medaille!”

10

Marjolijn Antheunis: ,,Hyvers hebben juist een opvallend sociaal leven: zowel online als offline hebben ze veel contact met veel vrienden’’ > is, bewijst bijvoorbeeld Marjolijn Antheu-

nis, als onderzoeker verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Internet zorgt er in elk geval niet voor dat mensen minder sociale contacten hebben, concludeert Antheunis. Zij onderzocht drieduizend hyvers en wat bleek? Actieve hyvers hebben juist een opvallend sociaal leven: zowel online als offline hebben ze veel contact met veel vrienden. Sterker nog: door Hyves hebben ze méér contact met vrienden dan ze anders zouden hebben. Bijna de helft van de gebruikers heeft door Hyves meer online contact met zijn vrienden, 21 procent zegt meer offline contact te hebben dankzij Hyves. De website wordt gebruikt ‘als verdieping van een relatie en niet als vervan-

ging van persoonlijk contact’. De manier van contact hebben is wel veranderd door Hyves: het gaat niet alleen meer om dingen vragen en antwoord krijgen (zoals op msn), maar ook om observeren en je verdiepen in de leefwereld van de ander: op Hyves zoeken ze uit wat mensen bezighoudt zonder het direct aan ze te vragen. Mythe 2 Op internet verliezen jongeren hun identiteit

Dat jongeren zich in de online wereld niet heel anders voordoen dan ze in reallife zijn, blijkt uit een ander onderzoek van de Universiteit van Amsterdam, uit 2006. Áls jongeren c v • ko e rs fe bruari 2008

zich anders voordoen, willen ze het liefst ouder (50 procent) en flirteriger (13 procent) lijken dan ze in werkelijkheid zijn. Tamelijk onschuldig gedrag, dat van alle tijden is. Een kleine 10 procent kiest een ander geslacht. De meeste jongeren kiezen echter voor een identiteit die dicht bij hen zelf staat alleen dan wat mooier of stoerder. Een van de Amsterdamse onderzoekers is Alexander Schouten. Eind vorig jaar promoveerde hij op een onderzoek over hoe jongeren zich uiten en presenteren via online communicatietoepassingen als profielsites en msn. Hiervoor ondervroeg hij jongeren op een aantal middelbare scholen maar ook op internet zelf. ,,Tuurlijk, tieners willen populair gevonden worden en daarom plaatsen ze op hun profiel foto’s waar ze goed op staan of ze bewerken die foto met Photoshop. Maar in bijna alle gevallen hebben ze op internet contact met mensen die ze toch al kennen. Het heeft dus geen zin om je heel anders voor te doen, want je komt c v • koers februari 2008

elkaar toch wel in het echt weer tegen. Een groot verschil tussen de virtuele en de ‘echte’ wereld is er dus niet.” Mythe 3 Jongeren zijn massaal verslaafd aan internet

Ook al speelt internet een belangrijke rol in het leven van jongeren en gebruiken vrijwel alle jongeren (97 procent, volgens het SCP) msn als communicatiemiddel, het wil nog niet zeggen dat er sprake is van verslaving. Volgens het wetenschappelijk bureau IVO, dat onderzoek doet naar verslavingsproblematiek, is er slechts bij een kleine minderheid van de internetters sprake van echte verslaving. Jos de Haan heeft als hoofd van de onderzoeksgroep Tijd, Media en Cultuur van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) veel onderzoek gedaan naar de invloed van internet op de samenleving. Ook hij ziet niet dat jongeren massaal verslaafd zijn. ,,Een >

,,Ik ben heel actief op internet. Ik schrijf recensies voor een games-website en heb sinds vier jaar een eigen persoonlijke weblog die ik regelmatig bijhoud. Internet vind ik journalistiek gezien een heel interessant medium want het is snel en interactief. Internet is heel vrij: qua creativiteit heb je er eigenlijk geen grenzen. Met een eigen weblog kan ik zo lang en zo kort mogelijk schrijven als ik wil en daarnaast kan ik ook filmpjes plaatsen. Bovendien heb ik het gevoel dat ik op internet, journalistiek gezien, creatiever bezig kan zijn dan in mijn ‘normale leven’; bij een tijdschrift of krant ben je gebonden aan bijvoorbeeld de lengte of de stijl. Ik vind dat ik het internet nuttig gebruik. Ik hoor wel verhalen van mensen die alleen maar YouTubefilmpjes kijken en naar Geenstijl surfen, maar dat is puur invulling van verveling. Maar ik gebruik het voor mijn toekomst.”

11


> kleine groep van de jongeren is echt verslaafd

aan internet. Zij moeten daarbij geholpen worden. Maar de meeste jongeren hebben geen verslaving. Bovendien: als het misgaat met iemand door internet, heeft dat onderliggende oorzaken in de persoon zelf. Internet is een van de onderdelen van iemands totale leven. Dus dat moet je niet isoleren.” Volgens De Haan valt het sociale isolement waarin jongeren zouden verkeren reuze mee. ,,Tot op zekere hoogte is er bij jongeren die vaak achter internet zitten, sprake van sociaal isolement. Het gaat daarbij echt om een kleine groep. Kinderen die sociaal onhandig zijn, zijn dat niet alleen op het schoolplein maar ook in het digitale contact. Op msn worden ze gepest, of nadelige foto’s of filmpjes worden via e-mail doorgestuurd aan groepen mensen.” Maar, benadrukt de SCP-onderzoeker, ook al vinden dit soort ruzies plaats, de groep van ernstig gedupeerde jongeren is maar beperkt. En inderdaad, TNO/NIPO berekende in 2006 dat slechts vijf procent van de kinderen tussen de 8 en 15 jaar zegt weleens een anoniem dreigmailtje te krijgen. Van zeven procent van de jongeren is weleens ongevraagd een foto op het net gezet. Aan de andere kant: toch wordt 41 procent via internet uitgescholden Voor SIRE aanleiding tot het lanceren van een campagne. Goed voor zelfvertrouwen

Net als De Haan zegt ook Schouten (UvA) dat de groep gedupeerden van internet klein is. Hij erkent de risico’s die communicatie via internet heeft – bijvoorbeeld het aanmeten van een andere identiteit. Maar: ,,99 procent van de jongeren overkomt dit niet. Jongeren zijn erg slim op internet en minder naïef dan soms wordt gedacht. Ze hebben direct door wanneer iemand via de chat zichzelf is of niet. Jongeren gaan niet met iedereen in contact.” Bovendien blijkt uit zijn onderzoek dat profielsites en chatmogelijkheden juist positief uitwerken voor het zelfvertrouwen van jongeren. ,,Tieners vinden msn een geschikt middel om intieme dingen tegen anderen te zeggen, vooral tegen mensen van de andere sekse. Via msn praat je gemakkelijker dan face to face omdat je meer tijd hebt om na te denken over wat je wilt zeggen en meer controle hebt over je zelfpresentatie. Op profielsites leren jonge-

ren van de reacties die ze op hun profiel krijgen hoe zij zich het beste kunnen gedragen. Dit blijkt hun zelfvertrouwen te bevorderen. Jongens profiteren daar nog meer van dan meisjes, blijkt uit mijn onderzoek. Ik vind het een positieve ontwikkeling dat jongeren intieme dingen delen met elkaar. Daardoor kunnen relaties verdiept worden.” En toch…

Zoveel is er dus niet aan de hand, zo lijkt het.

Online missionair ‘Jezusfan’ Peter Scheele gebruikt internet als evangelisatiemiddel. Hij zette in samenwerking met de Evangelische Omroep de internetcursus ‘Waarom Jezus?’ op. ,,Het voordeel is dat je de cursus kunt doen in je eigen tijd en je er de deur niet voor uit hoeft. Waarom Jezus? is daardoor nog laagdrempeliger dan de Alpha-cursus. Door de anonimiteit van internet zijn mensen meer open om te vertellen en te vragen dan in een ‘live’ situatie, zoals bijvoorbeeld in de kerk. Ik vind internet daarom een geschikt middel voor evangelisatie. Mensen vinden jou in plaats van dat jij op zoek bent naar mensen. Dat is een groot voordeel: zo kun je ze ook beter bedienen. Deelnemers aan de cursus kunnen met hun persoonlijke dingen en vragen terecht bij e-coaches. Dit zijn speciaal getrainde mensen die de cursisten door correspondentie via e-mail begeleiden tijdens de vierwekelijkse cursus. Deze aanpak is heel goed gebleken. De cursus wordt door duizenden mensen per jaar gevolgd en je ziet dat mensen tot geloof komen.”

Internet blijkt sociale contacten te stimuleren, het zelfvertrouwen van jongeren neemt toe, ze zijn niet massaal verslaafd en de excessen die gebruikelijk pubergedrag overschrijden vinden slechts in de marge plaats. Toch valt er meer over te zeggen. Bovengenoemde mythen mogen dan ontkracht zijn, op een ander niveau vinden er door internet wel degelijk veranderingen plaats in de samenleving. En die veranderingen zijn volgens Henri Beunders, hoogleraar Geschiedenis van Maatschappij, Media en Cultuur aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, ,,niet onverdeeld gunstig”. Beunders: ,,Op internet bestaat de mogelijkheid om met gelijkgestemden – bijvoorbeeld liefhebbers van oldtimers of lotgenoten rond ziekten – contact te hebben. Er ontstaat een klinische, elektronische en virtuele samenleving van gelijkgestemden, waar alles op eigen voorwaarden moet geschieden: ‘Ik wil alleen contact met mensen die ík wil op míjn voorwaarden!’.” Dat is niet het idee van een samenleving, vindt de Rotterdamse historicus. ,,Een natie, een volk vereist dat mensen contact hebben met andersdenkenden. Dat de bijstandsmoeder, de Marokkaan en de bejaarde man samenleven. Nu hebben we in onze kamer met gelijkgestemden over de hele wereld contact via internet, maar niet met andersdenkenden om de hoek. Gevolg is een gesegregeerde samenleving.” Virtueel milieu

Dat er door internet wel degelijk iets fundamenteel verandert in de samenleving, zegt ook psychologe Martine Delfos. Op het seminar in Utrecht pleitte ze voor meer opvoeding van jongeren, ook op internet. Traditioneel, legt ze uit, hebben kinderen drie leefmilieus: gezin, school en de wereld daarbuiten. De laatste jaren is daar een vierde omgeving bij gekomen: het virtuele milieu. ,,Het virtuele milieu is een opvoedende instantie, zonder dat het de bedoeling is. Met school kun je communiceren. Met internet kun je dat niet, laat staan eisen dat het geen beelden laat zien van bijvoorbeeld geretoucheerde vrouwen.” Bovendien zijn ouders vaak een stuk minder thuis in de online wereld en zo ontstaat er een leefmilieu waar kinderen wel komen, maar zonder begeleiding van opvoeders. ,,Ouders vragen wel hoe het op school was, hoe het op sport en to-

neel was, maar niet wat ze op internet gedaan hebben. Ouders zijn het aan hun kinderen verplicht zich ook hierin te verdiepen.” Internet doet veel met kinderen, vindt Delfos, mede op grond van haar ervaringen als therapeut, juist omdat die ouderlijke begeleiding vaak ontbreekt. ,,In spelletjes lopen dingen door elkaar heen. Je komt in een ander bewustzijn terecht, waardoor je even de greep op de werkelijkheid verliest. Daarbij houdt het je in zijn macht. Je kunt niet zomaar stoppen. Veel games zijn extreem gewelddadig. Je wordt opgezweept om te doden, vaak zonder reden. Moreel besef is aangeboren, moreel gedrag niet. Als games veel worden gedaan – en veel jongeren doen het uren achtereen – krijgt het de zwaarte van een extreme training en daardoor gaat het normale gedrag verloren. Het is van groot belang dat kinderen van hun opvoeders morele kaders meekrijgen, zodat ze aan het denken gezet worden: welk gedrag is goed, en welk gedrag niet. Hersenen op ‘aan’. Internet is geweldig, maar de jeugd heeft bescherming nodig om vrij te kunnen zijn.” Globaal én lokaal

Dat internet mooi is, vindt ook filosoof Jan

van der Stoep, directeur van het Instituut voor CultuurEthiek en onderzoeker aan de Vrije Universiteit in Amsterdam (VU). Hij reageert nuchter op de veelgehoorde waarschuwingen tegen de kwalijke invloed van internet: ,,Bij het verschijnen van de eerste leesboeken was de angst dat mensen zich zouden verliezen in een andere werkelijkheid. Toen de telefoon kwam, was men bang dat we elkaar niet meer zouden ontmoeten. Angst voor iets nieuws is van alle tijden.’’ Techniek heeft zeker invloed op de samenleving, meent Van der Stoep, maar daar zijn mensen altijd nog zelf bij. Maar ook Van der Stoep – die onder meer publiceerde over techniekfilosofie, ICT en globalisering – ziet veranderingen op een dieper niveau in de samenleving. ,,Met internet maken we enerzijds deel uit van een globaliserende wereld. Anderzijds zie je ook dat we ons vooral richten op de eigen lokale omgeving: de eigen vriendennetwerken waarmee we ook bellen en mailen. Denk aan de iPod; het is een mondiaal systeem – je downloadt muziek uit de hele wereld – maar het bevat de unieke muzieklijst van één persoon. Internet draagt dus bij aan een samenleving waar enerzijds persoonlijke keuzes en contacten belangrij-

Martine Delfos: ,,Internet is geweldig, maar de jeugd heeft wel bescherming nodig om vrij te kunnen zijn. Moreel besef is aangeboren, moreel gedrag niet’’

ker worden, maar anderzijds het mondiale bewustzijn toeneemt.’’ Van der Stoep signaleert dit ook in de kerk: ,,Vroeger draaide het christelijk leven om nationale kerkgenootschappen, terwijl tegenwoordig enerzijds een concept als bijvoorbeeld de Alpha-cursus wereldwijd draait maar anderzijds ook de focus ligt op het lokale netwerk.” Volgens Van der Stoep is die ogenschijnlijk paradoxale ontwikkeling kenmerkend voor deze tijd. ,,De samenleving wordt op een hoger plan getild. Na de stadsstaten in de middeleeuwen kreeg je de nationale staten. Nu vindt er dus, mede door internet, weer schaalvergroting plaats. Dat daarin ruimte is voor het lokale en het individuele hoeft niet tegenstrijdig te zijn, omdat mensen bij schaalvergroting de behoefte hebben de uniciteit te benadrukken.’’ Nuchterheid

Het blijkt dus wel een beetje mee te vallen met de ‘kwalijke gevolgen’ van internet. Jongeren zijn niet massaal internetverslaafd, weten prima wat ze doen op internet en zien elkaar ook nog steeds in ‘in real life’. Door digitale vriendengroepen worden sociale contacten uitgediept, aangehaald of langer aangehouden en neemt het zelfvertrouwen van jongeren toe. Aan de andere kant: de samenleving verandert wel degelijk. Het besef dat opvoeders kaders moeten geven aan het internetgedrag van hun kroost, volstaat niet. Want er gebeurt meer. De eenzijdigheid, individualisering en mondialisering die digitale netwerken in zich dragen, heeft invloed op het verantwoordelijkheidsgevoel van burgers in een samenleving. Toch plaatst Jan van der Stoep nog graag een nuchtere relativering. ,,Internet is gewoon een van de vele media die naast bijvoorbeeld de televisie of de telefoon bestaan. Het is geen compleet nieuwe werkelijkheid, maar onderdeel van het leven. Zowel optimisten als pessimisten schrijven de nieuwe media te veel macht toe en dreigen ze te verafgoden. Maak de techniek niet groter dan nodig. We leven in < Gods werkelijkheid en niet in een virtuele.”

Zie www.waaromjezus.nl. 12

c v • ko e rs fe bruari 2008

c v • koers februari 2008

13


R E P O R T A G E

THE

MALL

YfC-jongerencentrum The Mall geeft jongeren een thuis

Hoe liefde kansloze jongeren verandert The Mall is een succes. In de Rotterdamse wijk Spangen komen veel Kaapverdiaanse jongens naar het jongerencentrum van Youth for Christ. Daar gelden strenge regels. Maar de belangrijkste is: iedereen mag er zijn. Het werkt, want als The Mall een dagje dicht is, zijn de bezoekers boos.

D

DOOR SJOERD WIELENGA

e ingetrapte ruit bij de voordeur vinden de medewerkers van The Mall in Rotterdam-Spangen geen probleem. De dag ervoor was het jongerencentrum van Youth for Christ – in totaal zijn er drie in Rotterdam, een vierde is in aantocht - gesloten wegens ziekte van een van de medewerkers. En blijkbaar heeft een teleurgestelde trouwe bezoeker zijn woede hierover gebotvierd op het ruitje. Jongerenwerker Martin Kristelijn (26) kan er om lachen. ,,We zien het als een compliment. Kennelijk vinden ze het jammer als we een keer dicht zijn. En ach, we zijn wel wat gewend hier.’’ Zo’n ruitje is nog iets onschuldigs. Wie een tijdje met jongeren uit Spangen werkt, weet dat ze ook héél andere dingen doen.,,Veel van die gasten komen in aanraking met de politie’’, zegt Frank van Strijen (29). De jongerenwerker, die sinds de start in juni 2004 bij The Mall Spangen werkt, kent de jongens door en door. Hij noemt ze steevast ‘die gasten’. ,,Veel gasten die hier komen, staat met beide poten op een kruispunt. Welk pad slaan ze in? Naar school of het criminele circuit in? Dat is de keuze. Veel van die gassies gaan niet naar school. Het doel van hun dag is: naar The Mall gaan. Ik vroeg zo’n gast eens wat er nu zo moeilijk is aan het leven in Spangen.‘De woensdag en vrijdag’ zei hij,‘want dan zijn jullie niet open’. Een andere gozer is een week geschorst omdat hij stelselmatig liep te ouwehoeren. Maar toen hij geschorst was, bleef hij de hele week bij de ingang rondhangen. Ongelofelijk, kennelijk kan hij zijn dag niet anders besteden!’’ Onrust

Per keer komen zo’n vijfendertig bezoekers naar The Mall: op maandag, dinsdag en donderdag tussen zes en negen uur ’s avonds en ‘s zondags van drie tot zes uur ’s middags. Ze 30

CV•KOERS JANUARI 2006

CV•KOERS JANUARI 2006

31


› komen om te poolen, sporten of tv-kijken. Of

ze hangen aan de bar, waar tosti’s en broodjes bapao te koop zijn. Momenteel geldt er een bezoekersstop omdat het anders te druk wordt in de ruimte. Wie naar binnen wil, moet een pasje laten zien. The Mall heeft de gegevens van ruim tweehonderd jongeren geregistreerd. Ten eerste omdat dit vereist is om subsidie te krijgen, maar ook om bij te houden wie er in huis is. ,,Als iemand een tijdje niet is geweest, kunnen we ‘m eens bellen om te vragen hoe het ermee is,” licht Martin toe. ,,En als hij niet meer komt, schrappen we de naam en is er weer ruimte voor een ander.” Van de bezoekers zijn de meesten (bijna tachtig procent) Kaapverdiaanse jongens van rond de zeventien jaar, volgens een ruwe schatting van Frank en Martin. Vijftien procent bestaat uit Turken en Marokkanen en vijf procent is Surinamer. Nederlandse en Antilliaanse jongeren bezoeken het centrum niet. Nederlanders wonen nauwelijks in Spangen, Antillianen komen voornamelijk in de vestigingen op Zuid. Veel van de jongeren komen in aanraking met de politie. ,,Op dit moment gaat het voornamelijk nog om lichte criminaliteit, vertelt Frank. ,,Maar we zijn hier ook bekend met het fenomeen groepsverkrachtingen.’’ Hij kiest zijn woorden zorgvuldig en wil er niet te veel over kwijt. Begrijpelijk, want sinds bekend werd dat in Rotterdam-Zuid en ook in Spangen Antilliaanse jongeren worden verdacht van groepsverkrachtingen, wisten journalisten de weg naar The Mall snel te vinden. In som-

,,Veel jongens worden ’s ochtends op straat geschopt. ’s Avonds laat mogen ze weer naar binnen om te slapen’’ mige gevallen leidde dit tot positieve reportages, zoals het interview dat Frank gaf aan tv-programma Zembla. Maar er ontstonden ook valse geruchten. ,,Ik hoorde ergens dat de groepsverkrachtingen hier in The Mall plaats zouden vinden. Belachelijk! Ik praat hier dus voorzichtig over. De problematiek is te complex en voor je het weet, is er weer een verhaal geboren.’’ Bovendien zorgt media-aandacht ook voor een hoop onrust in het jongerencentrum. Tijdens openingstijden worden verslagge-

vers en fotografen daarom voorlopig geweerd uit The Mall. ,,Het is beter voor die gasten dat hier rust heerst’’, vindt Martin. ,,The Mall is hun tweede thuis - voor zover ze al een eerste thuis hebben.’’ De situatie van de jongeren is schrijnend. Afgezien van het feit dat veel huishoudens volgens Frank ,,ranzig als de neten’’ zijn, is er vaak meer aan de hand, weet Martin. ,,Sommige kinderen hebben ondervoedingverschijnselen. Vaak mogen ze overdag hun huis niet in.

Ze worden ’s ochtends op straat geschopt en mogen pas ’s avonds laat weer naar binnen om te slapen.’’ Meer dan tachtig procent van de Mall-bezoekers groeit op in een eenoudergezin. ,,Een vader is nooit in beeld. In die culturen worden veel kinderen verwekt. Maar na de verwekking heeft de vader geen contact meer met de moeder, laat staan met het kind.’’ Chips

In hun ‘tweede thuis’ is het voor de ‘gassies’ en voor Frank en Martin niet alleen maar tobben. ,,We liggen soms dubbel als we de tv-comedy Friends kijken’’, lacht Frank. ,,En we spreken de gasten op hun zachte kant aan.

Hier hoef je je harnas niet aan te houden. Hier heerst een veilige sfeer.’’ Zo’n veilig klimaat proberen Frank en Martin te creëren door duidelijke regels te stellen en activiteiten te organiseren. Maar ook door het gedrag van de jongeren los te koppelen van hun persoon. Frank: ,,Wij accepteren geen rotgedrag, maar we maken wel onderscheid tussen ‘gedrag’ en ‘zijn’. Ik heb eens een gast het pand uitgegooid, omdat hij zat te klieren. Maar ik stopte hem nog wél een zakje chips in zijn handen. Je gééft wel om die gasten!’’ Dat zijn de jongeren niet gewend. In deze wijk gaan jongeren er over het algemeen vanuit dat een ander in principe niet het beste met ze voor heeft. De jongerenwerkers hebben dat wél, wat er ook gebeurt. Frank: ,,Ook al krijg ik een klap op m’n bek van ze, ik blijf een passie voor ze houden.’’ Toen een van de jongens hoorde dat de vrijwilligers, die Frank en Martin ondersteunen, niet betaald worden, was hij erg verbaasd, vertelt Martin. ,,Hij had gezegd: ‘Je gaat alleen met ons om omdat je er voor betaald wordt.’ Toen de vrijwilliger

vertelde dat hij daar zat omdat hij om die gasten gaf, zei de jongen verbaasd: ‘Wow, dan moet ik respect voor je hebben!’ ’’ Wat drijft Frank en Martin? Is dit soms het navolgen van Jezus? ,,Absoluut!’’ is het stellige antwoord. ,,Jezus was erg sterk in het omgaan met mensen. Hij at met mensen die een uitbrander verdienden. Hij zag kwaliteiten in Petrus, die Petrus zelf nooit had gezien.’’ Ook ogenschijnlijk kansloze jongeren in Spangen hebben kwaliteiten, daar zijn de jongerenwerkers van overtuigd. Martin: ,,Ze hebben écht een kans in hun leven. Je ziet ook dat hun gedrag verandert. De gasten kennen de regels hier. Ze weten dat ze binnen niet mogen vloeken en discrimineren, dat wapens verboden zijn en dat eten en drinken in de gymzaal niet is toegestaan. Ze weten wat het doel van die regels is: om de sfeer goed te houden. Ik denk ook dat ze het goede gedrag dat ze hier binnen hebben, buiten voortzetten.’’ Frank: ,,In dit veilige klimaat veranderen ze. Dan zie je het gebeuren dat een gast een stageplaats zoekt, terwijl hem dat vroeger geen moer kon schelen.’’ Chillen

Het ontwikkelen van de jongeren past in de werkwijze van Youth for Christ (zie kader). Jongeren uit de wijk mochten ook meedenken bij het opstarten van het jongerencentrum.Voordat het centrum geopend werd, is Frank de straat op gegaan en heeft jongeren gevraagd: ‘Stel dat we hier een jongerenhonk zouden openen, wat zou je daar dan willen hebben?’ Uit deze gesprekken

‘Iedereen heeft liefde nodig, ook deze jongens’ Een veilige plek, geïnspireerd door Gods liefde. Evangeliseren is niet het doel, maar dankzij de aanpak van The Mall worden in Rotterdam wel (vooral Antilliaanse) jongeren geraakt door het Evangelie. Voor hen zou Youth for Christ graag een dependance van een gemeente stichten. En misschien komt er ooit zelfs een The Mall op de Antillen.

bij jongeren om te ‘hangen’ – is het resultaat van de koers die Youth for Christ in 1996 heeft ingezet. Aandachtspunten van het nieuwe beleid luidden toen: verjonging, missie en contact met jongeren op lokaal niveau, in de stad. ,,In 2001 zijn we met het The Mall-concept gestart, nu draait het in zeven steden. Er zijn verschillen tussen die steden, maar het principe blijft hetzelfde: jongeren verdienen een veilige plek. We willen een relatie met hen opbouwen.’’ Brassband

DOOR SJOERD WIELENGA

Evangeliseren is níet het doel van The Mall, benadrukt Youth for Christdirecteur Edward de Kam. Want dat heeft ‘een negatief imago’, ,,het imago dat je mensen die daar niet op zitten te wachten, iets door de strot wilt duwen. Ik geloof in de waarde van het Evangelie, maar we moeten niet manipuleren in het jongerenwerk in The Mall. We willen jongeren begeleiden naar een ontmoeting met Jezus. Ik zie Zijn liefde als oplossing voor een maatschappelijk probleem. Want als jongeren Jezus kennen, veranderen ze. Dat hebben we gemerkt. Maar als ze niet voor Hem kiezen, zijn we er óók voor ze.’’ The Mall – de naam verwijst naar Amerikaanse winkelcentra, favoriet 32

Het concept van The Mall is gebaseerd op een holistisch mensbeeld: de mens is niet alleen een lichaam, maar kent ook psychische, sociale en geestelijke aspecten. The Mall wil jongeren stimuleren deze vier terreinen te ontwikkelen. ,,Dat heeft in Rotterdam-Zuid bijvoorbeeld geleid tot het starten van een brassband die Antilliaanse jongeren hebben gevormd. Op die manier maken ze zich zelf sociale competenties eigen: je moet op tijd komen, naar elkaar luisteren en je eigen rotzooi opruimen. Doordat ze zakgeld krijgen voor hun werk, hoeven ze ook niet meer te jatten. Daarmee leren ze een stukje eerlijkheid. We werken dus aan het verantwoordelijkheidsgevoel van de jongeren.’’ De situatie in de Rotterdamse achterstandswijken Spangen, de CV•KOERS JANUARI 2006

Millinxbuurt en Pendrecht, waar vestigingen van The Mall zitten, is zorgelijk. Criminele jeugdbendes maken de buurt onveilig.Vaak bestaan deze uit Antillianen en Arubanen, waarvan er ruim twintigduizend in Rotterdam wonen. Tweeduizend van hen zijn met de politie in aanraking geweest. Korpschef Aad Meijboom maakte vorige maand bekend dat een op de vier moorden in de politieregio Rotterdam-Rijnmond in 2005 werd gepleegd door Antillianen. Antilliaanse en Arubaanse jongeren leven vaak in een wereld van drugs en groepsverkrachtingen. ,,Ook in The Mall komen groepsverkrachters’’, geeft De Kam toe. ,,Maar als er vertrouwen is tussen Mall-medewerkers en jongeren, kunnen en moeten we hen op wangedrag aanspreken. Ook hebben we goede contacten met de lokale overheid. Dat deze jongeren zo zijn, komt vaak door hun opvoeding. Daar schort het aan.’’ Leonard Geluk, CDA-wethouder in Rotterdam voor onderwijs, jeugd en integratie, is het daar mee eens. Eind vorig jaar pleitte hij in een interview in de Volkskrant voor verplichte gezinscoaches voor situaties waarin dat nodig is. Dat is volgens hem met name het geval bij Marokkaanse en Antilliaanse gezinnen. In het vraaggesprek zei hij dat een deel van de Antilliaanse gemeenschap de grootste probleemgroep vormt in Rotterdam. En daar moet een einde aan komen, vindt hij.,,Ik CV•KOERS JANUARI 2006

vind dat we ongekend hard mogen zijn wat betreft repressie. Die criminelen moet het leven absoluut onmogelijk worden gemaakt.’’ Jongens die net uit de gevangenis komen, moeten in zijn ogen bijvoorbeeld naar een tuchtschool met een heropvoedingprogramma, waar rust, reinheid en regelmaat heersen. Begin deze maand start volgens hem een eerste internaat. Als dit preventief werkt, volgen er wellicht meer. Een veel hardere aanpak dus dan in The Mall.YfC-directeur De Kam onderkent dat het probleem veroorzaakt wordt door een groep Antillianen. ,,Ik prijs Geluk dat hij dit aankaart. Maar zijn aanpak is wel anders dan hoe The Mall werkt. Ik ben bang dat het beeld ontstaat dat iedere Antilliaanse jongere een crimineel is. En dat is niet zo, want er zitten ook heel goede jongens tussen. Wij combineren liefde en waarheid. Iedereen heeft liefde nodig, ook deze jongens.’’ Soft

Maar is de aanpak van The Mall niet een beetje te soft? ,,Als het nodig is, zijn wij hard en schorsen we bezoekers. En ik zeg ook niet dat The Mall dé oplossing is. Het is én-én: het harde beleid van de overheid én onze invalshoek. Maar Leonard Geluk kennende, zal hij die liefde niet uit het oog verliezen.’’ Dat blijkt, als we de wethouder er naar vragen. 33


����������� ������ ����� �� ����� ������������������������������������ ��������� ������������������������������ ������� ����� ��������������������������������������������������� ��� ������ ����� ���������������������������� ����������������������� ������ ������������� ������ �������������������

����������� ���� ����� ��������������� ����� ������������������ ����������������� ���� ���������'�����7�������� ���������������� ��� ���������������������������� ��������������������������������������8��������������� �������������������������������������������� ��������5 ������'������ ������� ��������� ����� ������������� ���������������� ���2 ��������� � ������������������������������������� ���� �� ��� � �����

���� ����� ��� ��� �������������!���������������!� �������������������������!������"�����#$%�������� � ������������������&�����%��'�������(��"�������� #$)*+,-��������� ��.��#$#+)/�!������������� ������� ���� ���������������!���������������!������� ������ � ��������� ������� ������������!��������������� �������������9���������!���������������!������� ��� � ���������������������������������� ������! �����������+����������������! ����������� ������� ����������� ������ ����� ������������� ��������������������������'�� ����� ������ ��� �������� ��������� ����������� ����������������� ��������� ������������������ :�������������$�;:������� ������������������� ���������� ��� ���������������������������0 �� �����������<��0��������������������������� ������� ����������������������������������������������������� ���� ��������� ��������������� ������������ ����� ������������������������������������������� ����� ��� ���� ����=��� �������������������� ������� ����0���� ��������������������������������� � ������������� ������ ������������������������� �������������������������� ������������0������������� ��������������� ����������������������������� � ������������� ��� ���� �����������������1 ���� ���������������������������������� ���� ����� �������23+����"�4� ����������������!� � ��������������!����������������������� ��������� ������ ���������!����������5�����������������!����� �������������!��������� ���� ����������������!� ����������������!��������������� ��35�!������66�� ���������������������������������������������� �������������������������!

���� ������������ ����������� �����+�� ��� ����� �������������������������������������������������� !���������������������� ��� ������������������ �������!�� ��������������������!

��������������������������������������������������������� ���

����� �������� ��������� ��������� ���� ������ ����� �� ����� ���

34

CV•KOERS JANUARI 2006

bleek dat de doelgroep behoefte heeft aan sporten en een beetje hangen en chillen.Dat zie je nu terug in het pand: een aantal banken, een barretje, een tv en sportfaciliteiten. Het binnenwerk van het gebouwtje is geschilderd door de jongeren zelf. ,,Zij bepaalden welke kleur de muur kreeg en hebben de muur vervolgens zelf geverfd’’, zegt Frank. ,,Het uitgangspunt is dat de wensen van de jongens voorop staan.In The Mall in de Millinxbuurt

vervolg van

hebben de jongeren de huisregels zelf opgesteld. Met als gevolg dat ze zich aan de afspraken houden, want wie overtreedt er nu regels die je zelf bedacht hebt?’’ Werken met de jongens in Spangen vergt geduld en incasseringsvermogen. Denk je net een vertrouwensband te hebben opgebouwd, wordt de kas leeggestolen. Of je krijgt een rotopmerking naar het hoofd geslingerd. Kost het werk Frank

en Martin allemaal niet veel meer energie dan het hen oplevert? Nee, daar zijn ze helder over. ,,Ik droom hier al vanaf mijn zestiende van’’, zegt Frank. Met een brede glimlach: ,,Het is zó leuk! Dat enthousiasme van die gassies als ze je begroeten. Geweldig!’’ Martin beaamt dit. ,,Die gasten geven je iets terug. Ik weet dat God niet alleen naar hun gedrag kijkt. Dit werk is schitterend om te doen!’’ «

‘Iedereen heeft liefde nodig, ook deze jongens’

,,De medaille heeft twee kanten. Als jongeren over de schreef gaan, past de gemeente het strafrecht toe. Onze harde maatregelen zijn prima te combineren met de insteek van The Mall als vervanger van het gezin. Preventie en repressie gaan goed samen.’’ De CDA’er is enthousiast over het jongerencentrum. ,,The Mall is een succesverhaal. De medewerkers hebben een goede match met Antillianen en Kaapverdianen. Zowel de gemeente als andere jeugdzorginstellingen is dat nog niet gelukt. Dit komt denk ik doordat zij werken vanuit een christelijke identiteit.’’ Net als Geluk wil ook D66-minister Pechtold (Koninkrijksrelaties) de instroom van Antiliaanse jongeren zonder kansen inperken. De Kam is het hier mee eens. ,,Het liefste heb ik dat ze in hun eigen cultuur blijven. Daar komen ze het meest tot hun recht. Al is de situatie op de Antillen erg slecht. We onderzoeken nu of het mogelijk is daar een soort The Mall te starten. De vraag is of we daar de goede mensen voor hebben. Wie weet, misschien de tot geloof gekomen jongens uit de Millinxbuurt? Het is lange-termijnwerk, want áls we het doen, willen we goed beslagen ten ijs komen.’’ Omdat de lokale overheid subsidie verstrekt voor het maatschappelijke jeugdwelzijnswerk, kan The Mall niet expliciet aan evangelisatie doen. De Kam: ,,In The Mall in de Millinxbuurt worden geloofsgerelateerde activiteiten bewust niet in het jongerencentrum zelf, maar in een kerk in de buurt gehouden. Daar organiseren we thema-avonden en Youth Alpha. De jongens worden wel in The Mall uitgenodigd, maar ze zijn vrij om zulke avonden te bezoeken. De activiteiten staan in principe los van elkaar. Wie wil komen, komt.’’ Vanuit de Youth Alpha in de Millinxbuurt is een grote groep jongens tot CV•KOERS JANUARI 2006

geloof gekomen. De Kam: ,,Er worden daar inmiddels jongerenvieringen gehouden. We verkennen de mogelijkheden om een dependance van een kerk te vormen. Een soort kerkplanting dus.’’ Dit is nieuw voor Theo Visser, predikant van de groeiende International Christian Fellowship in Rotterdam en oprichter van de nieuwe stichting International Church Plants. ,,Dat zou geweldig zijn!’’ juicht hij. ,,Wat is hun telefoonnummer? Ik werk graag met hen samen. We kunnen veel voor elkaar betekenen.’’ International Church Plants wil op verschillende plaatsen in Nederland, en later wellicht ook in het buitenland, multiculturele gemeenten ‘planten’. Ook de Missionaire Arbeid in het Rijnmondgebied (MAR) van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) heeft volgens secretaris Aad van der Lugt nog geen bijzondere samenwerking met The Mall. ,,Maar dit kan wellicht veranderen met de komst van een nieuwe missionair predikant die Antillianen als specialisatie krijgt’’, zegt hij. In Spangen is er wel contact met de missionair predikant van de PKNgemeente (Gereformeerde Bond) in Delfshaven. Voor Youth for Christ is contact met lokale kerken essentieel, vooral doordat veel gemeenteleden als vrijwilliger aan de slag gaan. Zonder de kerkleden wordt het ,,gewoon seculiere jeugdzorg’’, zegt De Kam. ,,Onze medewerkers maken overuren en offers. Ze kennen geen negen-tot-vijf-mentaliteit, maar hebben een drive om te gaan voor die jongens. Ik zeg niet dat medewerkers in de seculiere jeugdzorg geen passie voor jongeren hebben, maar ik heb het idee dat wij vanuit onze christelijke identiteit net een stapje verder gaan. We zijn niet béter, maar ánders.’’ « Meer info over Youth for Christ: www.yfc.nl, tel. 0343-515744. 35


Kinderen uit sloppenwijken die op een vuilnisbelt in hun levensonderhoud proberen te voorzien. Het is een schrijnende realiteit in Kenia. Misschien nog wel wranger is dat ze blootstaan aan gevaarlijke zware metalen uit gedumpte printers en computers uit Europa. Fotojournalist Dick Vos bezocht de vuilnisbelt. Tekst Sjoerd Wielenga | Beeld Dick Vos

Ze zijn op zoek naar materialen als plastic, batterijen of andere bruikbare spullen. De kinderen uit sloppenwijk Korogocho bij Nairobi zijn dagelijks te vinden op de afvalberg Dandora.

de Verenigde Naties onderzocht 328 kinderen die blootstaan aan de schadelijke stoffen die hier vrijkomen. Het elektronische afval bevat onder andere lood, kwik en cadmium. De mensen die de stoffen inademen of aanraken, of via de nabij verbouwde groenten inslikken, krijgen te kampen met ernstige gezondheidsproblemen: chronische bronchitis, te veel lood in het bloed, infecties, klachten aan oren en tanden, en in sommige gevallen leverkanker. Dat dit het dagelijks leven van mensen is, is schrijnend genoeg. Maar de wetenschap dat de mensen in Korogocho in aanraking komen met gevaarlijk afval uit het rijke Westen, maakt het des te schrijnender. Veel van het elektronische afval, het zoge-

De berg beslaat zo’n 30 hectare (circa 45 voetbalvelden) aan afval: van plastic tassen tot gebruikte chemicaliën en naalden afkomstig uit de medische industrie en van afgedankte printerplaten tot onbruikbare computers. En elke dag komt er 2000 ton aan afval bij. Doordat ze dagelijks in aanraking komen met dit vuilnis, worden veel kinderen ziek, blijkt uit onderzoek van het United Nations Environment Programme (UNEP). De milieuorganisatie van

Slachtoffer van Europees afval

naamde ‘e-afval’, komt uit Europa en de Verenigde Staten. Daarvandaan worden met grote regelmaat oude computers voor een tweede leven aan Afrika geschonken. Met goede bedoelingen, en vaak heel nuttig. Maar ongeveer een kwart van deze computers is onbruikbaar en belandt op de vuilnisbelt, zo becijferde UNEP. Dergelijke cijfers zijn ook bekend uit een onderzoek van de Eco-Ethics International Union, een organisatie die onderzoek doet naar de ethische kanten van ecologie. De onderzoekers en ook de plaatselijke kerk pleiten voor het verplaatsen van de afvalberg – ook al is het een bron van inkomsten voor de bewoners. Maar helaas ontbreekt goede regelgeving en beleid voor vuilnisverwerking in Kenia.

Mensen zoeken naar waardevolle spullen tussen het afval op de Dandora-vuilnisbelt vlak bij de sloppenwijk Korogocho.

> 34

c v • ko e rs j anuari 2008

c v • koers januari 2008

35


1.

1. De inwoners van de Korogocho sloppenwijk wonen tegen de zwaar vervuilde Dandora-vuilstortplaats aan. Jongens halen oude banden van de vuilnisbelt. Met het verwerken van afval proberen ze in hun dagelijks onderhoud te voorzien. 2. Mensen zoeken naar waardevolle spullen tussen het afval op de stortplaats. 3. Een vrouw verkoopt fruit, groente en vis in Korogocho. Veel van de groente is afkomstig van zwaar vervuilde grond in de buurt van Dandora.

2.

3.

7.

36

c v â&#x20AC;˘ ko e rs j anuari 2008

2.

c v â&#x20AC;˘ koers januari 2008

37


1.

2.

4.

1. Een klein meisje helpt haar moeder bij het sorteren van houtskool in een van de sloppenwijken van de stad. Voor veel inwoners is houtskool de enige betaalbare brandstof om op te koken.

3. Jongens spelen aan de rand van de enorme vuilnisbelt, die zo’n 45 voetbalvelden groot is. 4. Twee kinderen hebben een plekje in de schaduw gevonden waar ze wat brood kunnen eten.

2. Twee meisjes gieten vervuild water over hun groentetuintje, dat grenst aan Dandora. De grond is zwaar vervuild, onder meer door metalen uit afgedankte computers.

3.

38

c v • ko e rs j anuari 2008

c v • koers januari 2008

39


quinta

Mens & samenleving ,,Leven in Nairobi is leven ín Afrika en buiten Afrika. Veel mensen noemen Nairobi ‘niet het echte Afrika’. Inderdaad, Nairobi is een grote stad, weliswaar met veel groen maar zonder de kenmerkende uitgestrekte vlaktes met hier en daar een hutje. Afrikanen houden van het leven op het platteland. Bijna alle Kenianen in Nairobi hebben daar een huisje. Zij beschouwen hun leven in de stad ook als niet ‘het echte leven’”, vertelt Margriet. Toch kun je Nairobi niet zomaar vergelijken met een westerse stad. ,,Kijk bijvoorbeeld alleen al naar de tientallen sloppenwijken, waar hele gezinnen met z’n allen in één kamer wonen. Zonder stromend water, zonder elektriciteit. Daar wordt gekookt op houtskool en is de verlichting een petroleumlamp. Dat is toch wel het echte Afrika.”

Kerst in Kenia De overstap was groot voor Margriet Terlouw (48) toen zij en haar man Bernard (46) Nederland verruilden voor Kenia. Van een huis in de bossen van Zeist naar Nairobi, een drukke stad met veel uitlaatgassen. Toch maakten ze acht jaar geleden de stap naar Afrika. ,, Hoe langer ik hier woon des te meer ik merk hoe Hollands ik ben.” TEKST: SJOERD WIELENGA BEELD: BERNARD TERLOUW

Quinta 82

Margriet weet waar ze over spreekt, nu ze al acht jaar in Kenia woont. Daarvoor woonden zij en Bernhard in Zeist, waar hij directeur was van Bijbelschool De Wittenberg. Tot de vraag kwam of Bernhard voor MAF (een missionaire vliegtuigmaatschappij die met 130 vliegtuigen in 29 van de armste landen vliegt) in Kenia wilde werken. Margriet: ,,Voordat de vraag van MAF Kenia kwam, waren wij een al een aantal maanden biddend en zoekend: ‘Heer, als U wilt dat we U volgen dan moet U de weg maar wijzen, wij zijn bereid alles te doen wat u vraagt; als er een bepaalde nood op ons afkomt waarin wij kunnen helpen, dan gaan we.’” Toen vroeg MAF Kenia of Bernard wilde helpen bij het opzetten van afstandsonderwijs via internet.

Eenzaamheid

En dus gingen ze. In het najaar van 1998 vertrok het gezin van Zeist naar Nairobi, en al snel werd Bernard directeur van MAF Kenia. In de afgelopen jaren had het leven in Afrika voor Margriet zowel prettige als minder fijne kanten. Het meest aangename verschil met Nederland is voor haar het mooie weer. “De zon schijnt hier bijna altijd, je hoeft nooit een jas aan en het is altijd warm buiten. De minder fijne kant is

Kenianen vallen op door hun vriendelijkheid en menslievendheid de eenzaamheid. Het klinkt misschien vreemd, want hoe kan een mens zich in zo’n levendige stad eenzaam voelen? Toch is dit wat ik het moeilijkste vind in Nairobi: het voelt soms als het leven op een eiland in Oost-Afrika. Familie en vrienden zijn ver weg. Nieuwe vrienden die we maken vertrekken na een paar jaar weer.” Naast het gemis van familie en vrienden, is er ook het gemis van het spreken in Nederlands. “Ik merk dat Nederlands mijn moedertaal is. Een van onze drie kinderen, Maartje, zei pas: ‘Mam, je bloeide helemaal op toen we die Nederlanders op bezoek hadden, je hield maar niet op met praten’. Ze had gelijk. Soms mis ik een Nederlandse vriendin om even heerlijk mee te kunnen kletsen. De vriendschappen die ik buiten de MAF heb, zijn met een kleermaakster, een schat van een Keniaanse, en met een bedelares. De laatste heeft een vaste standplaats in het naburig winkelcentrum en ik kom haar elke maand de huur voor haar kamer brengen. Dan maken we een praatje en verrast ze me keer op keer door haar levenslust. En dat, terwijl ze al vanaf 2000 een been mist vanwege een auto-ongeluk. Zij is iemand die zo dankbaar is voor wat je voor haar doet dat zij vaak met een cadeautje op mij zit te wachten: een eigen gebreid vest of een mooie batik. Een echte vriendin is ook Jacintha, een Keniaanse vrouw van mijn leeftijd. Ze is onze hulp vanaf de tweede dag dat we hier waren en ze is nooit meer vertrokken. Wanneer je geen Keniaanse in dienst hebt als hulp, word je daar op aangekeken. Iemand in dienst hebben betekent iemand een salaris geven en dus hulp bieden. Jacintha is een echte vriendin geworden en van haar heb ik heel veel over Kenia geleerd. Zij kan heel goed luisteren, dus ik kan mijn ei echt wel kwijt. Maar toch, ze is niet Nederlands. Hoe langer ik hier woon des te meer ik merk hoe Hollands ik ben.”

Christelijk land

Dat Kenianen van Jezus houden, word je op straat al snel duidelijk. Wie door Nairobi loopt, ziet op bussen, gebouwen en zelfs fietsen teksten waar gewezen wordt op de liefde van Christus. Margriet: ,,In Kenia is de godsdienst publiek zichtbaar, het geeft je status wanneer je zegt dat je christen bent. Het is heel gebruikelijk om winkelpersoneel Bijbel te zien lezen achter de kassa op momenten dat er niks te doen is. Wanneer je hun dan vraagt wat ze lezen, moet je bereid zijn naar een complete preek te luisteren. In Nairobi wemelt het van de kerken en kerkjes. De ene heeft een nog mooiere benaming dan de andere. Pool of healing waters church bijvoorbeeld. Of Sanctuary of Hope of the oasis of love church.”

Miljoenen weeskinderen

Margriet ervaart haar eigen rijkdom als in schril contrast met de armoede om haar heen. ,,Nederlandse vijftigplussers weten vaak niet dat zij in Kenia bijna geen leeftijdsgenoten hebben! Dat is een van de schokkende dingen van dit land. De leeftijdsverwachting van de Keniaanse vrouwen is 48 jaar, de gemiddelde leeftijd is 18! Armoede en aids zijn de grootste oorzaken. Een vrouw hier prijst zich gelukkig als ze de 50 haalt! Mijn hulp Jacintha is 44 jaar, van de meisjes uit haar lagere schoolklas leven er nog twee. Het betekent ook dat er miljoenen weeskinderen zijn, die door bedelen of laagbetaalde baantjes moeten zien rond te komen.” Het contrast tussen arm en rijk bezorgt haar soms twijfel. ,,Er zijn dagen dat ik niet graag iets voor mezelf

83 Quinta


quinta koop, zoals een fles wijn of een boek, omdat ik van binnen zit te rekenen hoe ik met dat geld iets zou kunnen doen voor iemand van wie ik weet dat hij of zij iets nodig heeft. Er is hier gelukkig minder te koop dan in Nederland, dat ons zo langzamerhand als een groot winkelparadijs voorkomt. Wat kunnen Nederlanders van Kenianen leren? ,,Hun vriendelijkheid en menslievendheid. Zodra je een stap op Keniaanse bodem zet, straalt je die tegemoet. ‘How are you?’. Je hoort het de hele dag. En een Keniaan is blij wanneer je op die vraag een lang antwoord geeft waarbij je en passant ook nog vertelt hoe het met je man, je ouders en je kinderen gaat. Het voeren van een persoonlijk gesprek is van hoge waarde in Kenia. Als je dat verwaarloost bij je vrienden, je personeel en zelfs de bediende in een restaurant, wordt er op je neergekeken. Nederlanders zijn van nature een hardwerkend volkje, Kenianen absoluut niet. Ze komen bijvoorbeeld nooit en te nimmer op tijd voor een afspraak. Na acht jaar te hebben samengeleefd met mijn Keniaanse hulp, ben ik ietsje milder geworden in mijn houding naar haar toe als ze weer eens laat is. Ik weet nu dat ze waarschijnlijk een bekende ontmoette me wie ze een praatje moest maken.”

Busje is vol

Die altijd schijnende zon blijkt vooral tijdens Kerst tot een groot verschil met Nederland te leiden. ,,‘Licht schijnt in de duisternis’ is de gebruikelijke Kerstboodschap voor Nederland”, verklaart Margriet. “Mijn huishulp vroeg me: ‘waarom?’ Want de donkere dagen voor en met Kerst mogen dan de Nederlandse entourage voor Kerst zijn, in Kenia is december het begin van het zonnigste seizoen in een land waar elke maand al de zon schijnt. In Kenia betekent Kerst: zomervakantie! Alle scholen hebben de hele decembermaand vrij. En om die reden verlaten de meeste mensen Nairobi de laatste week van december. Een echte Kerst is een Kerst op het platteland, een weerzien met familie en vrienden die je het hele jaar

Quinta 84

‘Dé Kerstdelicatesse: geroosterde geit met veel rozemarijn … om je vingers bij af te likken!’ niet hebt gezien. Een heel klein percentage Kenianen heeft een eigen auto, de meesten gaan naar hun geboorteplek per bus. Met als gevolg dat de bussen in december overvol zitten, de prijzen verdubbeld zijn en de wachttijden immens. Zwangere vrouwen, moeders met veel kleine kinderen en stapels cadeautjes uit Nairobi worden dan in en op die bussen geladen. Veel te vol en overbeladen vertrekken ze – vaak in de nacht want dan kunnen ze het snelst rijden – in weste­ lijke richting naar Lake Victoria, in oostelijke richting naar de kust en diep de binnenlanden in.”

Nieuwe jurk

“Kerst in Kenia betekent ook het krijgen van een nieuwe jurk. Een schoolgaand meisje voelt zich diep vernederd als haar moeder te arm is om een jurk voor Kerst te kopen. Het is dezelfde schande die de mannen voelen als er zelfs tijdens Kerst niet een stukje vlees gegeten kan worden. Veel Kenianen zijn zo arm dat er alleen met Kerst en op begrafenissen vlees gegeten wordt. Al willen veel mensen graag een kerstcadeautje, de meesten zijn te arm om echt iets goeds te kunnen kopen.” Ook veel buitenlanders verlaten tijdens de kerstdagen de stad, ze gaan naar de kust of op safari. De familie Terlouw blijft meestal ‘gewoon thuis’. ,,De week rond Kerst is de enige week zonder files in Nairobi. Dat op zich geeft al een speciaal gevoel. Omdat het dan meestal net regenseizoen is geweest, is alles mooi groen en in bloei. Voor ons is ‘gewoon thuis zijn’ in Nairobi echt vakantie wanneer de kinderen niet in het strakke schoolritme zitten en de hangar voor een week gesloten is. In Nederland is het dan donker en koud, onze kinderen liggen lekker in een buitenzwembad in Nairobi.”

Kerstdienst in de open lucht

“Elk jaar is er op 24 december een grote

kerstviering met al het MAF-personeel in de tuin van onze compound. We wonen op het MAF-terrein met vijf andere gezinnen: Duitsers, Engelsen en Finnen. Zowel de Keniaanse als de buitenlandse staf komt dan, compleet met vrouw en kinderen. Voor de kinderen is er altijd een springkussen, voor het hele gezelschap wordt een Keniaanse catering ingehuurd en Keniaans eten geserveerd. Hoogtepunt is het roosteren van een geit: dé kerstdelicatesse! Ik moet zeggen dat wij hier alle vijf, na acht jaar Kenia, de smaak te pakken hebben: mits goed geroosterd met veel rozemarijn, is het iets om je vingers bij af te likken!” ,,Voor het gezamenlijke eetspektakel losbarst, waarbij iedereen in groepjes onder de bomen zit, vindt een korte kerstdienst plaats. Op rijen stoelen in de openlucht. Die vierentwintigste december is het nog net niet helemaal stil in Nairobi. Soms moet ik het getoeter van busjes en taxi’s met mijn stem overstijgen. Meer dan eens mocht ik de preek houden en elke keer weer raakt mij dit: God kwam in Jezus als een gewoon mens onder ons. Jezus groeide op in een timmermansgezin dat eerder arm dan rijk was. Dáár leefde Hij dertig jaar. Om deze boodschap te brengen in een land waar de meeste mensen arm zijn heeft bijna iets beladens. Opeens begrijp ik dan weer waarom zo veel Kenianen echt van Jezus houden: Hij is hún God, de God van de armen!” g

lezerspost Alle reacties aan Quinta worden beoordeeld op geschiktheid voor de brievenrubriek. Wilt u niet dat uw brief in Quinta geplaatst wordt of wilt u alleen anoniem in deze rubriek, vermeldt u dat dan a.u.b. duidelijk. De redactie behoudt zich het recht voor brieven in te korten. De reacties in deze rubriek zijn niet altijd overeenkomstig de mening van de redactie. REDACTIE: jeanet van der linden

Uw mening over Quinta

Zijn er artikelen in dit nummer die u hebben aangesproken, hebt u verbeterpunten, suggesties of ideeën voor de redactie? Laat ons weten wat u van Quinta vindt en bezoek onze website of stuur een mailtje of brief naar: Quinta, Postbus 2101, 7420 AC Deventer redactie@quintamagazine.nl, www.quintamagazine.nl

Korting

Gabriëlle Bettonville zegt in het oktobernummer van Quinta dat de NS-Voordeelurenkaart € 49,00 kost. Maar die informatie is verouderd. Sinds begin 2006 kost de kaart € 59,00 en bovendien zijn de zeven vrije reisdagen niet gratis, maar kosten ze € 2,00 per stuk. Jammer dat dit gebeurt: in totaal een prijsverhoging van circa 35 procent zonder dat er veel protest is gekomen. Misschien door de onwetendheid van instanties? M. Wilts U bent de enige niet die hierop heeft gereageerd. Inmiddels blijkt het Voordeelurenabonnement € 55,00 te kosten. En wat de vrije reisdagen betreft: die regeling heeft de NS helaas ingewikkelder (en duurder!) gemaakt. Het basistarief voor de kaart is € 55,00, en daarbij horen geen vrije reisdagen meer. Tegen bijbetaling van € 14,00 krijgt men 7 vrije reisdagen tweede klas, en tegen bijbetaling van € 39,00 7 vrije reisdagen eerste klas. Deze info is actueel en afkomstig van de NS. Kijk op www. ns.nl voor meer info.

Tandeloos of liefdeloos?

Ik wil graag mijn waardering uitspreken voor het initiatief om een lifestylemagazine uit te geven voor 50-plussers met een christelijke levensovertuiging. Zelf behoor ik tot die categorie en ik lees Quinta dan ook met veel interesse. In de column van Pastor Lily wordt de verhouding tussen Gods liefde en macht en het menselijk lijden aan de orde gesteld. Ik vind het jammer dat deze vraag onbeantwoord blijft, terwijl het antwoord wel degelijk in de bijbel te vinden is. De mens heeft behalve met God ook met Gods tegenstander te maken. In de bijbel zegt God dat het nageslacht van Eva de kop van de slang zal verbrijzelen. Dat is niet eenvoudig, want de slang bijt ons in de hiel en daardoor lopen we dus niet makkelijk. Maar de belofte van God is er wel en Jezus laat ons zien hoe Satan wordt overwonnen. Hij roept ons op Hem na te volgen. In alle bescheidenheid hoop ik te hebben kunnen bijdragen aan het antwoord op de vraag waarom de mens nog moet lijden als God noch liefdeloos, noch tandeloos is. Hans Smit

Persoonlijke visie

Ik lees de columns van Kathleen Ferrier elke keer met veel genoegen. Ik zou het aardig vinden eens haar persoonlijke visie op verschillende onderwerpen te lezen, vooral omdat ze schrijft over inspiratie vanuit de bijbel. De visie van het CDA is genoegzaam bekend en van de platgetreden Verhagen/ Verburg/Van Fessem-paden zouden Quinta-columnisten zich verre moeten houden. J.B. Boekhold, Midwolde

Nieuwe woorden

Ik schaar mij graag in de enthousiaste rij lezers die u complimenteren met Quinta. Ook ik vind het prettig om een blad op te slaan waarin ik niet wordt aangespoord te geloven in wat we vandaag de dag normaal schijnen te vinden: meer luxe, (nog) spannender seks en ikke, ikke, ikke. Wel wil ik u op het hart binden ervoor te waken dat het blad een te vrome moraal gaar wasemen. Geloof is een zoutend zout: het mag best prikkelen. U schrijft voor vijftigers? Bedenk dan dat ‘De Vijftigers’ – kunstenaars uit de vorige eeuw – het destijds ook aandurfden om nieuwe woorden te vinden voor oude waarden! F. J. de Beurs

Toeval?

Laatst was ik op bezoek bij een pottenbakker, die zijn werkplaats aan de rand van een water heeft. Hij vertelde mij dat hij aan het werk was en ineens een enorme aandrang kreeg om naar het toilet te gaan. Terwijl de pottenbakker naar het toilet rende zag hij een

vinger uit het water steken. Er bleek een meisje in het water te zijn gevallen, dat geen kracht meer had om eruit te komen. Toen ze om hulp bad kwam daar ineens de pottenbakker naar buiten rennen! T. van den Akker, Heerenveen.

Samen bidden

Met belangstelling, interesse en ook enige verwondering heb ik uw artikel over het samen bidden als echtpaar gelezen. Kennen degenen die er zo aarzelend over vertellen God misschien nog niet als hun hemelse vader in Jezus Christus? Ik zeg dit aarzelend, want ik wil niemand kwetsen. Wij bidden al meer dan vijftig jaar samen, gebruiken geen deftige of hoogdravende woorden, maar zeggen gewoon wat er op ons hart is. Wat is er heerlijker dan alles met je hemelse Vader te bespreken! Ik zou dat iedereen wel van harte willen toewensen. G. Toorman

Contactadvertenties

Ik kreeg uw blad van mijn moeder. Leuk blad, met reportages over ‘echte’ mensen, verfrissend tussen al die opgefokte glamourbladen. Ik weet dat er veel eenzaamheid is onder alleenstaande christenen en dat het moeilijk is een christelijke partner te vinden. Is het geen idee om contactadvertenties in Quinta te plaatsen? M.E. Cornelis De redactie is benieuwd of meer mensen deze vraag hebben. Contactadvertenties in Quinta, ja of nee? U kunt reageren via de mail: redactie@quintamagazine.nl.

85 Quinta


Radio Veronica-dj Patrick Kicken

‘Er staat zoveel rotzooi op internet’ over zijn internetverslaving

„A

ls je me maar niet gaat vragen of ik wel of niet geloof,” zegt Patrick Kicken voordat het interview begint. “Dat ben ik wel van plan,” antwoord ik, terwijl we op het zonovergoten terras van Radio Veronica een plaatsje in de schaduw zoeken.

“Mijn drijfveer in mijn werk is mensen een leuke ochtend bezorgen. Dat heeft een positieve invloed op een dag. Neem bijvoorbeeld een vrachtwagenchauffeur die ’s ochtends de radio aan heeft. Als hij vrolijk wakker wordt door mijn programma, zal hij bij het laden en lossen misschien ook wel aardiger doen tegen de mensen die hij spreekt, die dus ook weer een leukere ochtend hebben. Het is een positief sneeuwbaleffect. Ik ben erg sfeergevoelig. Als mensen in een dip zitten, wil ik ze opvrolijken. Dat heb ik altijd al gehad. Vroeger op school maakte ik ook altijd grappen in de klas. Nu doe ik dat op de radio.” Dat klinkt haast als een missie. Zat er op school en nu op de radio niets bij als ‘de populaire jongen’ uithangen? “Ja, dat zat er ook wel bij. Radiomensen snakken uiteindelijk naar aandacht. Niet alle aandacht is overigens leuk. Ik ben blij dat ik geen bekende kop heb, zoals televisiepresentatoren. Pas was ik bij een concert van UB40 en dan herkent niemand me gelukkig. Maar ik heb ook wel te maken met negatieve aandacht. Dat je tijdens de radioshow rot-sms’-jes krijgt bijvoorbeeld. Dat is ook het nadeel van internet: op weblogs kan iedereen bij de reacties maar roepen wat ze willen. Ik heb daar zelf ook mee te maken gehad. Toen Idols aan de gang was, had ik foto’s van Floortje op mijn weblog gezet waar ze dronken op een feestje bij mij thuis was. Daar heb ik veel negatieve reacties op gehad. Mensen scholden me uit. Zelfs voor NSB’er. Toen had ik het wel even gehad met internet. Ik ben toen gestopt met mijn weblog.” 16

september 2006

Was dat de enige reden? “Nee, ik was ook verslaafd. Als ik thuis kwam, zette ik direct mijn computer aan. Zat er zo’n zeven uur per dag achter. Nu is dat ongeveer vier uur. Internet is zó verslavend. Dat komt doordat jouw pc is gekoppeld aan andere pc’s in de wereld. Dan blijf je dus maar chatten, downloaden en op weblogs reageren. Internet is een soort kroeg waar steeds nieuwe mensen binnenlopen, zodat je denkt: ach, ik blijf nog even een uurtje hangen. Zo blijf je maar achter die pc zitten. Mijn vrienden bleven op de hoogte van mijn leven via mijn weblog. Aan de hand van de ip-adressen die mijn site bezochten, keek ik of mijn vrienden nog wel interesse in mij hadden. Waarom bellen we niet gewoon? Of komen we onverwachts bij elkaar op bezoek? Dat gebeurt niet meer. We sms’-en eerst. Met MSN en SMS is alles wat onpersoonlijke en minder spontaan geworden. Iedereen zit maar de hele dag op MSN. Normaal en spontaan contact is toch veel leuker? Toen met Floortje las ik op internet ook reacties als: ‘Kicken? Dat is die gozer die z’n tuin nooit maait.’ Dat hadden ze dan van mijn buren gehoord. Dan komt het allemaal wel erg dichtbij. Het werd me allemaal wat te persoonlijk. Het was de druppel en toen ben ik gestopt.” Maar inmiddels ook weer begonnen. “Mijn weblog is nu een verlengstuk van mijn radioprogramma. Daarom ben ik weer gaan bloggen. Ik schrijf nu wel minder persoonlijke dingen. Te veel privacy weggeven op internet is niet goed. Net zoals niet alles maar geloofd moet worden. Alles wordt maar op internet gegooid. Als ik nu op mijn weblog zet: ‘Bruce Springsteen is aangereden’, dan zal dat als een lopend vuurtje rondgaan. Er staat ook zoveel rotzooi op. Veel jongeren komen via internet ook veel te vroeg met seks in aanraking. Iedereen stuurt de meest extreme filmpjes naar elkaar. Seks op internet zorgt voor zo’n verknipt beeld. Ranzige videoclips is iets anders. Dat is nog in de hand te houden door TMF. Maar alles wat op internet

[Tekst] Sjoerd Wielenga [Beeld] Radio Veronica/Daniel J. Ashes [Woorden] 1648

Hij is de man die ons ’s ochtends vanaf vijf uur fris en fruitig wakker schreeuwt. ’t Is ook de man die internetverslaafd was en resoluut stopte met bloggen. En het is de man die respect voor mensen hoog in het vaandel heeft staan. In gesprek met Radio Veronica-diskjockey Patrick Kicken (34). ‘Radiomakers snakken naar aandacht.’

Internet is zo verslav end

plaatsvindt… daar heb je geen zicht op. Je kunt daar werkelijk de meest bizarre dingen vinden. Mensen die een fiets in hun achterwerk steken, dat idee. Of satanische dingen bijvoorbeeld. Wat dat betreft vind ik dat gelovige internet wel een goed initiatief. Hoe heet dat…? Ja! Filternet. Als ik kinderen zou hebben, zou ik dat wel aanschaffen.”

Maar hou je seks op internet zelf niet in stand? Op jouw site staan ook ‘sexy files’. “Ik heb veel van die bestanden ervan afgehaald nadat ik klachten kreeg. Jonge mensen bekeken dat ook. Al heb ik er nog wel komische filmpjes op staan. Van een stel dat het doet op een tafel, en dat die tafel dan door midden breekt, hahahaha. Dat is toch lachen?! Maar omdat kinderen ook de site bezoeken, heb ik veel weggehaald. In mijn radioprogramma probeer ik ook rekening te houden met bijvoorbeeld gelovige mensen. Toen ik eens Youp van ’t Hek draaide waar hij veel vloekt, kreeg ik direct negatieve reacties. Sindsdien let ik daar op, want ik wil geen mensen voor het hoofd stoten.” Maar op 6 juni 2006, 6-6-6, draaide je wel de Duivelse Dertien vanwege dit getal van de duivel. Sommige christenen waren daar niet blij mee. “Oh ja? Is dat zo? Ja… dat kan ik me wel voorstellen. Ik was al gewaarschuwd door collega’s dat ik daar wel een beetje mee moest oppassen. Het waren vrij onschuldige platen overigens. Je probeert iets uit en soms slaat het aan, en soms niet.” Ondanks je respect voor mensen zegt het Eindhovens Dagblad over je: ‘Kicken heeft choqueren tot doel verheven’. “Wanneer schreven ze dat? Dat zal wel in mijn TROStijd zijn geweest. Ik was toen vaak erg negatief en schopperig. Ongevoelig voor wat dan ook. Ik ben daarin veranderd. Nu wil ik mensen serieus nemen en me in hen inleven. Op de radio komt mijn positieve kant naar voren.”

[Leestijd] 8 minuten en 24 seconden [Opvallend] Op de radio komt mijn positieve kant naar voren

17


[Poen!]

Ik wil wonderen zien! Is dat dan een rol die je jezelf aanmeet? “Als ik saggo ben, moet dat niet te merken zijn op de radio. Mensen zitten niet te wachten op een chagrijn op de radio. Maar ik acteer niet dat ik geïnteresseerd ben in mensen. Dat is echt. Ik wil bellers ook niet te kakken zetten in mijn show. Er is een aantal vaste bellers. Ivo, een jongen met een verstandelijke handicap bijvoorbeeld. Of meneer De Gier, een ontzettend lieve oudere man die iedere dag zelfgemaakte gedichten wil voorlezen. De kwaliteit is de ene keer wat beter dan de andere keer. Zulke mensen krijgen ruimte in mijn programma.”

Het kabinet-Balkenende. “Ja, haha, Balkenende is ook gelovig, ja… Wat me tegenhoudt, is dat ik moet geloven in iets wat heel lang geleden gebeurd is. Dat vind ik moeilijk. Ik wil wonderen zien! Ik geloof wel in liefde en energie. Liefde tonen aan elkaar. Trouwens, in weekenden draai ik veel op feesten in Staphorst en andere christelijke dorpen. Daar komen veel christelijke jongeren. Daar hou ik dan wel rekening mee. Anders roep ik vaak: ‘Waar zijn hier de alcoholisten?!’ of: ‘Waar zijn hier de cokesnuivers?!’ Maar zulke dingen roep ik voor dit publiek niet. Het valt me op dat christelijke jongeren uit die dorpen erg makkelijk in beweging zijn te krijgen. Het zijn ruige feestgangers. Veel wilder. Misschien juist omdat het van thuis niet mag?”

18

september 2006

Pizzaboy: ‘Ik kreeg 13

euro fooi van iemand die stoned was!’

Vakantiewerk?

Abdullah Al Tunbas (17) werkt twee dagen in de week bij New York Pizza in Enschede.

Let bij studiefinanciering op wat je maximaal mag bijverdienen. Naast je studiefinanciering mag je in 2006 € 10.527,57 netto verdienen zonder dat dit gevolgen heeft voor je studiefinanciering.

Who the kick is Patrick? Patrick wíe? Patrick Kicken. Wie is dat? Patrick is diskjockey bij Radio Veronica. Bij Radio Veronica? Ja, daar presenteert hij elke werkdag van 05.00 uur tot 09.00 uur ‘Kicken Wordt Wakker!’ en op zaterdag van 15.00 uur tot 18.00 uur ‘Keihard Kicken’. Eerder werkte hij voor de TROS op 3FM. En daarvan is-ie bekend? Inderdaad. Maar ook van zijn bizarre acties. Hij organiseerde eens het NK Typemachinegooien of gaf zakjes wiet weg aan luisteraars. Het foute carnavalsliedje ‘Lief klein konijntje heeft een vliegje op z’n neus’ van Henkie werd een hit doordat Patrick het zo vaak draaide op de radio. Maar wat doet hij in XiC? Vertellen over zijn liefde voor radio, internet en mensen. En de nadelen daarvan. En oh ja, hij heeft sinds kort een Jongerenbijbel en is voorstander van gefilterd internet.

Je kan geen teruggaaf aanvragen als je in het jaar waarover je de teruggaaf aanvraagt gehuwd was, langer dan 6 maanden samenwoonde of een eigen huis had. Als je nog nooit een Tj-biljet hebt ingevuld, treur niet! Je kan nog tot maximaal 5 jaar terug deze formulieren invullen en opsturen. Het teruggave bedrag moet dan wel hoger zijn dan: 13 Euro over 2004; 12 Euro over 2003 of 2002; 454 Euro over 2001 of 2000 Voor studenten en scholieren bestaat een bijzondere regeling waarmee wordt voorkomen dat te veel loonbelasting/premie volksverzekeringen wordt ingehouden (de zogenaamde kwartaalregeling). Wil je hiervan gebruikmaken, moet je dit echter van tevoren aangeven op je loonbelastingverklaring. Deze regeling houdt in dat je netto salaris het bruto bedrag benadert omdat je dan vrijwel geen belasting betaalt. Het Tj-biljet kan je dan niet meer invullen, omdat je natuurlijk geen belasting hebt afgedragen. Je moet wel aan een van onderstaande voorwaardes voldoen om van deze regeling gebruik te maken: • O  p de eerste dag van het kwartaal heb je recht op studiefinanciering of tegemoetkoming studiekosten. • J e ouders/verzorgers hebben op de eerste dag van het kwartaal recht op kinderbijslag voor jou. De Belastingdienst heeft een speciale website voor jongeren ingericht, waarop je snel kan zien hoeveel geld je terug krijgt: www.itspaybacktime.nl, klik op Teruggaafcalculator. Geschreven door Johan Bakker JongGMV

www.jonggmv.nl

ww.belpaese.nl en www.pizzabel.nl. w : a z iz p e d r e v o r Mee

Mis je dat? Het gevoel dat iemand over je waakt? “Tja… Goeie vraag… Ehm… Misschien als ik aan de grond zou zitten. Misschien is dat wel wat egoïstisch. Maar het gaat me goed af in het leven. Ik heb een dak boven m’n hoofd. In Nederland hebben we een regering die over ons waakt…”

Vraag geld terug!

Belastingdienst saai? Niet als je geld kunt terug vragen. Heb je in de voorgaande jaren een vakantie- of bijbaantje gehad en was je toen nog geen 30 jaar? Dan heb je automatisch ook belasting betaald. De Belastingdienst gaat ervan uit dat je het hele jaar werkt. Daardoor betaal je meestal te veel. Bijna altijd kun je dat ook weer terugkrijgen. Je kunt daarvoor bij de Belastingdienst een zogeheten ‘teruggaaf jongeren’ (Tjbiljet) aanvragen. Je vraagt een teruggaaf aan over het VORIGE jaar. Voor het aanvragen van een teruggaaf heb je de jaaropgaven van je werkgever nodig. Je werkgever is verplicht die jaaropgave(n) aan jou te geven.

Gebruik je hen ook niet een beetje voor je programma? “Je bedoelt dat ik ze in de maling neem? Nee, dat is absoluut niet zo! Ivo is soms echt een ontroerende jongen. Door zijn handicap is hij zo open en ook zo grappig. Ik respecteer hem en ook meneer De Gier echt. Ik ben van ze gaan houden. En ik hoop de luisteraar ook.” Je wilt rekening houden met christenen. Dat brengt me dan mooi op de grote vraag: speelt geloof een rol in jouw leven? “Ik ben katholiek opgevoed, maar heb daar eigenlijk niet veel van meegekregen. Een vriendin van me gaf me pas de Jongerenbijbel cadeau. Ik heb het een beetje doorgebladerd. Die Jongerenbijbel zal wel gelezen worden. Want als je ervoor openstaat, verslind je ‘m denk ik. Je merkt aan die gelovige vriendin dat ze anders is. Ondanks dat ze moeilijkheden heeft, loopt ze vrolijk rond. Dat komt door haar geloof, zegt ze. Religie vormt toch een houvast voor mensen. De gedachte dat iemand over je waakt… Ik kan me voorstellen dat dat mooi is.”

Tja, als je te weinig zak- en/of kleedgeld krijgt, maar wél wilt blijven bellen, sms’en en in de kroeg je glaasje prik wilt kunnen betalen, dan moet je eraan geloven: voor poen moet je wat doen. In de nieuwe rubriek Poen! iedere maand de leukste bijbaantjes .

Hoe ben jij in het pizzabezorgervak terechtgekomen? Een vriend van mij werkt hier. Hij vroeg of ik hier ook wilde komen werken. Dat wilde ik wel, maar ik had nog geen brommercertificaat. Dat heb ik toen eerst maar snel gehaald en daarna ben ik hier gaan werken. Wat is er zo leuk aan pizza bezorgen? De werktijden spreken mij het meest aan. Ik ben van vier uur ’s middags tot elf uur ’s avonds bezig. Wat ook erg relaxt is, is dat je de hele tijd buiten bent. Je parkeert je fiets bij de baas op de stoep en dan… Dan kijk ik of er bestellingen zijn. Vervolgens klok ik in en haal de pizza uit de oven. Veel klanten willen pizza’s in stukken. Als dat zo is, snij ik de pizza en stop hem in de doos. Op de stadsplattegrond zoek ik het adres van de klant op. En rijden maar. Als de pizza bezorgd is, dan rijd ik terug naar de zaak en begint het werk weer van voren af aan. Wat is het meest bizarre/leukste/gekste voorval uit je loopbaan als pizzabezorger? Ik kwam een keer bij een jongen aan de deur die superstoned was. Hij gaf me 13 euro fooi! Wat is jouw favoriete pizza? De BBQ Chicken, met tomaat, kaas, ui, maïs en kip.

Poen! ? in je t n a a b ij b w u ‘Jo istinchrist.nl Mail info@x

[Tekst] Margreeth Drost [Beeld] New York Pizza Enschede

19

Diverse artikelen Sjoerd Wielenga  

Metro, cv.koers, Quinta, enz.

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you