Page 1

Cunningmasters 2010 GxMxV=C

3

Samenvatting Masterclass 2010 Op vrijdag 16 april 2010 werd de jaarlijkse Cunningham Masterclass gehouden, waarbij de stelling „G x M x V = C3‟ aan de hand van de bijdrage van verschillende sprekers werd getoetst op juistheid. Met andere woorden: leidt het Gedrag (G) x Media aandacht (M) x Vonnis (V) = tot een hogere Claim (C)? Aan de hand van de Pindacasus hebben wij tenslotte de invloed van de media kunnen ervaren op de rechter en de jury als vertegenwoordigers van de publieke opinie en de gevolgen hiervan. Dagvoorzitter: Mevrouw mr. J. Meyst-Michels, werkzaam als advocaat bij Van Benthem & Keulen Advocaten te Utrecht; Sprekers: De heer drs. S. Dijkstra, werkzaam Arbeidshulpverlening te Groningen;

als

psycholoog

en

verbonden aan

PsyQ

De heer D.A. van der Peijl, journalist en oprichter van RTL-Z; De heer Prof. Dr. H. Pleij, emeritus hoogleraar Historische Nederlandse Letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam; De heer mr. H. Lebbing, werkzaam als advocaat bij Houthoff Buruma Advocaten te Amsterdam; De opening van de Masterclass werd verricht door de heer M. de Haan, commercieel manager en personenschade-expert van Cunningham Lindsey.

Inleiding door mevrouw mr. J. Meyst-Michels Het doel van de dag is te onderzoeken of de media invloed heeft op en/of bijdraagt aan het claimgedrag van slachtoffers. Dan rijst de vraag of de media bijdraagt aan veranderend claimgedrag. Aan de hand van de lezingen van de verschillende sprekers, zullen wij een antwoord op deze vraag proberen te vinden. Iedereen kent het verhaal van het hondje dat door zijn baasje in de magnetron wordt gestopt. De magnetron blijkt hiervoor niet geschikt te zijn, waarna het baasje van de hond de producent van de magnetron voor de rechter daagt. Dit is gelukkig een „broodje aap‟ verhaal. Toch is een dergelijke absurde situatie in de Verenigde Staten van Amerika niet geheel ondenkbaar gebleken. Wat is er aan de hand?

www.cunninghamlindsey.nl

T 088 - 286 64 64

F 088 - 286 64 65

www.cunningmasters.nl

info@cl-nl.com


Cunningmasters 2010 GxMxV=C

3

Op 3 mei 2005 brengt de heer Pearson, rechter van beroep, zijn broek naar de stomerij. De rechter was wat dikker geworden, waardoor de taille van zijn broek iets verbreed moest worden. De stomerij werd gedreven door de familie Chung. De heer Pearsen kreeg in de stomerij een bonnetje en de mededeling dat zijn broek over enkele dagen klaar zou zijn. Een paar dagen later verscheen de rechter weer in de stomerij om zijn broek op te halen. De broek die de rechter vervolgens ontving van de stomerij, was volgens hem niet de zijne. Naar aanleiding hiervan ontspon zich vervolgens een discussie, waarbij de familie Chung zich op het standpunt stelde dat de juiste broek door de stomerij was overhandigd, hetgeen door de rechter werd betwist. Zijn broek had namelijk drie bandplooien, in tegenstelling tot de broek die hem was overhandigd. Tot zover is het verhaal nog begrijpelijk. Het verhaal nam echter een absurde wending aan, doordat de rechter een civiele procedure aanspande tegen de stomerij. In de stomerij had namelijk het bordje „satisfaction guaranteed‟ gehangen. In de procedure werd in eerste instantie $ 67 miljoen schadevergoeding door de rechter geëist. De vordering werd later verlaagd tot $ 54 miljoen . Op een schikkingsvoorstel van $ 15.000,00, werd door de rechter niet ingegaan. De zaak werd in eerste aanleg afgewezen door de rechtbank. De rechter heeft het hier niet bij laten zitten en is naar verluidt in hoger beroep gegaan.

In deze zaak spreken de media schande van de handelswijze van de rechter. Volgens de rechter is hier echter sprake van een zaak, die namens hem is aangespannen in het algemene belang. Hebben wij in Nederland met dergelijke zaken te maken? In Nederland kennen wij de „Baby Kelly‟ zaak. Door de aanstaande moeder van Kelly werd in een vroeg stadium verzocht tot prenataal onderzoek. Dit werd door het ziekenhuis niet noodzakelijk geacht. Vervolgens werd Kelly met een zware handicap geboren. Door de ouders van Kelly werd een schadevergoeding van het ziekenhuis geëist en gekregen. De ouders hadden namelijk een abortus laten plegen, wanneer het kind gehandicapt zou zijn. Ook Kelly zelf had volgens de Hoge Raad recht op schadevergoeding. Opmerkelijk? De laatste ontwikkeling is een zaak, waarin niet alleen de kosten voor het levensonderhoud van een ernstig ziek kind gevorderd worden, maar ook de kosten van een toekomstige baby die door middel van een beenmergtransplantatie het leven van zijn zieke broertje moet gaan redden. In die zin is er volgens mevrouw Meyst-Michels sprake van een veranderende claimcultuur.

www.cunninghamlindsey.nl

T 088 - 286 64 64

F 088 - 286 64 65

www.cunningmasters.nl

info@cl-nl.com


Cunningmasters 2010 GxMxV=C

3

De heer drs. S.J. Dijkstra Men lijdt het meest onder aangepraat leed Door middel van deze stelling, heeft de heer Dijkstra vanuit zijn beroep als psycholoog het ontstaan en de ontwikkeling van verschillende moderne ziektebeelden op een ludieke wijze toegelicht. Nederlanders zijn volgens de heer Dijkstra “een gezond volk”. Maar liefst 79 procent van de Nederlandse vrouwen voelt zich gezond. Het percentage bij de mannen bedraagt zelfs 84 procent. Toch barsten we van de klachten. In de loop van de dag voelen wij namelijk gemiddeld één tot drie klachten opkomen. Deze klachten plegen wij door middel van attributie, dat is het toeschrijven van de klachten aan een ziekte, te verklaren. Dat Nederlanders hierin erg inventief zijn, blijkt uit het grote aantal nieuwe ziektebeelden die er de afgelopen jaren bijgekomen zijn. De heer Dijkstra geeft hierbij onder andere als voorbeeld de Burn-out, ADHD, RSI, Bekkeninstabiliteit en het Chronisch Vermoeidheidssyndroom. Dat ook de hulpverleners hierin een creatieve rol spelen, blijkt wel uit het feit dat er per twee maanden één nieuw psychiatrisch ziektebeeld bij komt. Enkele recente voorbeelden: „Car-Rage‟, waarmee het agressief en obsessievelijk bumperkleven wordt verklaard. Met de „Paradijs depressie‟ wordt het zwarte gat omschreven waarin pensionado‟s plegen te vallen, zodra zij er achter zijn gekomen dat een verblijf in een paradijselijke bestemming “het toch ook niet helemaal is”.

Tegenover het ontstaan van nieuwe ziektebeelden, staat aan de ander kant het verdwijnen van bestaande ziektebeelden die in de loop der tijd vanzelf weer plegen te verdwijnen. Zo behoren de „schrijverskramp‟ en de „Railway Spine‟ inmiddels tot het grijze verleden. Overigens heeft ieder land volgens de heer Dijkstra zijn eigen „favoriete‟ ziektebeelden. In Frankrijk worden klachten bijvoorbeeld graag toegeschreven aan leverziekten, in Duitsland aan hart/bloedsomloop ziekten en in Groot-Brittannië aan de stoelgang IBS. Het is volgens de heer Dijkstra echter wel zaak om de klachten van mensen serieus te nemen. Of het verstandig is om de klachten vervolgens aan een ziekte of syndroom te koppelen, is een andere zaak.

www.cunninghamlindsey.nl

T 088 - 286 64 64

F 088 - 286 64 65

www.cunningmasters.nl

info@cl-nl.com


Cunningmasters 2010 GxMxV=C

3

Voor pleit in ieder geval dat: - de klachten dan een naam hebben; - dit de communicatie vereenvoudigt; - het benoemen van de klachten tot acceptatie leidt; - een en ander recht geeft op hulp. Hier valt tegenin te brengen dat het toeschrijven van klachten aan een ziekte of syndroom: - meer klachten genereert; - de ruimte voor herstel verkleint; - het aantal klachten van invloed is op de hoogte van de uitkering.

De heer Dijkstra wijst op het feit dat verschillende partijen baat hebben bij het in stand houden van de diverse ziektebeelden. De heer Dijkstra noemt in dit kader onder andere de farmaceutische industrie, hulpverleners, onderzoekers en reïntegratiebureaus als voorbeelden. Hoe wordt een nieuw ziektebeeld in de markt gezet? De heer Dijkstra geeft een paar „gouden‟ tips waaronder: - zorg voor een aantal klachten waar iedereen wel eens last van heeft; - noem dat een ziekte; - bedenk vervolgens een pakkende naam voor de ziekte; - houdt de klachten vaag, bedreigend en het liefst chronisch; - zorg voor een patiëntenvereniging; - bedenk een preventie programma. Dat een schadevergoeding van invloed kan zijn op het aantal claims, blijkt uit het hierna door de heer Dijkstra aangehaalde onderzoek: in Kroatië zijn 225 oorlogsveteranen (in Kroatië) ondervraagd.

www.cunninghamlindsey.nl

T 088 - 286 64 64

F 088 - 286 64 65

www.cunningmasters.nl

info@cl-nl.com


Cunningmasters 2010 GxMxV=C

3

Dit onderzoek wees uit dat 58 procent van de veteranen last had van een PTSS. Nadat een schadevergoeding in het vooruitzicht werd gesteld, bleek plotseling 91 procent van het aantal onderzochte veteranen last van een PTSS te hebben. Uiteindelijk bleek na diagnostiek 37 procent van de onderzochte veteranen aan PTSS te lijden. Hoe verhoudt het bovenstaande onderzoek zich tot Whiplash? Gebruik de term Whiplash niet. Om schade aan te tonen, zullen slachtoffers in het algemeen een hoger niveau van klachten melden en de situatie van v贸贸r het ongeval gunstiger afspiegelen dan deze in werkelijkheid was. Overigens heeft Canadees onderzoek uitgewezen dat de klachten bij slachtoffers met een belangenbehartiger, gemiddeld 203 dagen langer duren dan de klachten bij slachtoffers zonder belangenbehartiger. Hieruit kan voorzichtig geconcludeerd worden, dat hulpverleners bijdragen tot een langzamer herstel van klachten.

Naast het vooruitzicht op een schadevergoeding, kunnen er nog verschillende oorzaken genoemd worden voor het in stand houden van klachten. Slachtoffers kunnen een ziektebeeld bijvoorbeeld vanuit religieuze opvattingen toeschrijven aan een straf van god. Daarnaast kan een ziektebeeld aanleiding vormen om te ontsnappen aan de dagelijkse verplichtingen. Waar wij volgens de heer Dijkstra voor moeten waken, is een maatschappij die geregeerd wordt door medische richtlijnen. Met andere woorden: leef je leven en geniet!

www.cunninghamlindsey.nl

T 088 - 286 64 64

F 088 - 286 64 65

www.cunningmasters.nl

info@cl-nl.com


Cunningmasters 2010 GxMxV=C

3

De heer D.A. van der Peijl, journalist en oprichter van RTL –Z De heer Van der Peijl heeft de invloed van de media op de claimcultuur belicht door middel van verschillende voorbeelden uit de praktijk. Op 21 december 1992 vond er een vliegramp plaats in Faro (Portugal), waarbij een toestel van de KLM betrokken was. De media heeft hier destijds veel aandacht aan besteed. Het leven van de passagiers werd door de ramp letterlijk verwoest. Overlevenden van de ramp hebben nadien grote moeite gehad om hun leven weer op de rails te krijgen. Is de media door de berichtgeving over de ramp van invloed geweest op de claimcultuur? De heer Van der Peijl denkt van niet. Hij heeft een kennis die bij de ramp betrokken was nadien wel een platform gegeven, door een rapportage over haar situatie te maken. Of dit van invloed is geweest op een eventuele schadevergoeding, is nog maar de vraag. Een ander voorbeeld is de berichtgeving over het boekhoudschandaal bij het Ahold concern in februari 2003. De berichtgeving hieromtrent, luidde de ondergang in van de toenmalig topbestuurder Cees van der Hoeven. Daarnaast zakte het aandeel op de beurs in korte tijd tot een historisch dieptepunt, waardoor miljoenen euro‟s in mum van tijd verdampten en het Ahold concern op de rand van de afgrond kwam te staan. Door de Vereniging van Effectenbezitters werden vervolgens namens de aandeelhouders diverse claims tot schadevergoeding bij het Ahold concern neergelegd. In deze zaak heeft de media zeker bijgedragen aan de neergang van het concern. Volgens de heer Van der Peijl was dit echter onvermijdelijk. Nieuws moet namelijk gebracht worden wanneer het zich voordoet. Dit hangt nauw samen met de signaleringstaak die journalisten in een democratie behoren te vervullen. Onder nieuws wat gebracht moet worden omdat het zich voordoet, wijst de heer Van der Peijl tevens op het Koninginnedagdrama in Apeldoorn 2009 en het recente misbruikschandaal in de katholieke kerk. Hierbij dient overigens wel een morele afweging gemaakt te worden. In dit kader kan gewezen worden op recente uitzendingen van Peter R. de Vries, die louter uit lijkt te zijn op „effect bejag‟. De heer Van der Peijl wijst er verder op dat verschil in cultuur kan bijdragen aan verschil in berichtgeving. Zo worden er in Spanje volgens hem meer bloederige beelden van rampen uitgezonden dan in Nederland. Een goede journalist past volgens de heer Van der Peijl altijd het principe van „hoor en wederhoor‟ toe en zal zijn verhaal altijd baseren op minimaal twee bronnen. De informatie die hij krijgt zal hij vervolgens aan een kritisch oordeel moeten onderwerpen, alvorens over te gaan tot publicatie. Aandachtspunt hierbij is dat aan deze eis is voldaan, indien een journalist van een betrokkene de mededeling “geen commentaar” krijgt. Dit onder het mom van „geen commentaar is commentaar‟. Naar aanleiding van deze opmerking, kwamen er diverse vragen uit de zaal die betrekking hadden op wat dan wel te antwoorden, indien het geven van “geen commentaar” geen optie is. Het antwoord van de heer Van der Peijl kwam er in feite op neer dat elke reactie beter is dan het geven van “geen commentaar”. Naar aanleiding van de bijdrage van de heer Van der Peijl, kan geconcludeerd worden dat de invloed van de media op het claimgedrag vooralsnog geen doorslaggevende rol lijkt te spelen.

www.cunninghamlindsey.nl

T 088 - 286 64 64

F 088 - 286 64 65

www.cunningmasters.nl

info@cl-nl.com


Cunningmasters 2010 GxMxV=C

3

De heer professor dr. H. Pleij, emeritus hoogleraar Historische Nederlandse Letterkunde De cultuur achter de claim De heer Pleij heeft op zeer aanstekelijke wijze de Nederlandse cultuur achter de claim vanuit historisch oogpunt toegelicht. Vanaf de Middeleeuwen hebben Nederlanders van zichzelf een beeld gecreëerd, waarin zuinigheid en vlijt de boventoon voeren. Dat dit beeld in de ons omringende landen op een andere wijze wordt geïnterpreteerd, maakt de heer Pleij aan de hand van enkele rake voorbeelden duidelijk. In het buitenland staat ‘Dutch’ namelijk voor negatief. Enkele voorbeelden: wanneer er geen dirigent aanwezig lijkt te zijn, spreekt men van een „Dutch concert‟. Het langer houdbaar maken van voedsel dat eigenlijk zijn beste tijd heeft gehad, staat in het buitenland bekend als „Dutching the food‟. Kortom, „Dutch‟ staat in het buitenland synoniem aan gierig en schraperig. Wij staan bekend als een volk dat het onderste uit de kan wil halen en niet te vergeten erg betweterig is. Hoe verhoudt zich deze wetenschap, namelijk dat wij een volk zijn dat blijkbaar graag het onderste uit de kan wil halen, tot de huidige gematigde claimcultuur in ons land? Volgens de heer Pleij is dit onder meer te verklaren door onze collectieve identiteit. Deze identiteit is gevormd op basis van een paar principes. Één van die principes is het gelijkheidsprincipe. Het idee dat een ander meer is dan jij, is voor ons niet te verkroppen. Mede om die reden tutoyeren wij elkaar vrijwel meteen. Dit in tegenstelling tot de ons omringende landen, zoals Duitsland of Frankrijk, waar men formeler met elkaar omgaat. In Nederland hoeven wij “ons niets te verbeelden”, want wij zijn maar gewoon. Dit is tevens een reden waarom „stuntelaars‟ bij ons in de smaak vallen. Naast dit gelijkheidsprincipe, gaan wij uit van het individu. Wij weten zelf wat goed voor ons is en „googlen‟ desnoods zelf naar een oplossing. Een ander hoeft ons volgens de heer Pleij niet de „wet voor te schrijven‟, want wij maken zelf nog wel uit wat goed voor ons is. Dit verklaart volgens de heer Pleij waarom wij in Nederland zeer therapieontrouw zijn. Omdat elk individu weet wat goed voor hem/haar is, speelt emotie een belangrijke rol. Wij plegen eerst zeer emotioneel te reageren, alvorens de rationaliteit de boventoon voert. De heer Pleij geeft hier het rookverbod als voorbeeld. Ook tegen het invoeren van de gordelplicht werd destijds hevige geprotesteerd, terwijl iedere weggebruiker tegenwoordig wel overtuigd is van het nut hiervan.

www.cunninghamlindsey.nl

T 088 - 286 64 64

F 088 - 286 64 65

www.cunningmasters.nl

info@cl-nl.com


Cunningmasters 2010 GxMxV=C

3

Een ander belangrijk aspect dat heeft bijgedragen aan onze huidige identiteit, is de ontstaansgeschiedenis van ons land. Wij hebben het land voor een groot deel aan de zee weten te ontrekken, door middel van dijken en polders. Wij zijn als individuen in staat gebleken een land te maken. Hier was echter wel saamhorigheid voor nodig alsmede veel overleg en pragmatisme.

Dat het individu uiteindelijk niet van doorslaggevend belang is geworden, hangt weer samen met ons gevoel voor zuinigheid. Als voorbeeld hiervan kan gewezen worden op de oprichting van de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC), die ten doel had om de risico‟s te spreiden. Dat er in Nederland uiteindelijk geen claimcultuur van betekenis is ontstaan, is mede te danken aan ons gevoel van gelijkheid: “je niet beter voelen dan een ander” en saamhorigheid. Hierdoor worden volgens de heer Pleij excessen in de hand gehouden en ontstaat er een evenwicht tussen enerzijds onze schraapzucht en anderzijds het gevoel „gewoon te moeten doen‟. Het gevaar bestaat dat dit evenwicht wordt verstoord door de ‘schlemielisering’ van het land. Door onder andere talentenjachtprogramma‟s en de loterijen, wordt een beeld gecreëerd dat iedereen rijk en beroemd zou kunnen worden. Het beeld ontstaat dat iedereen hier recht of kans op heeft. Als je nog niet rijk of beroemd bent, ben je in feite een schlemiel. Hierdoor kunnen rancune gevoelens ontstaan, die het ontstane evenwicht kunnen ondermijnen.

www.cunninghamlindsey.nl

T 088 - 286 64 64

F 088 - 286 64 65

www.cunningmasters.nl

info@cl-nl.com


Cunningmasters 2010 GxMxV=C

3

De heer mr. H. Lebbing De heer Lebbing heeft de claimcultuur vanuit zijn beroep als advocaat nader toegelicht. In Nederland bestaat hierover geen eenduidig beeld. Ook is niet duidelijk wat de invloed van de rechtspraak hierin is. Een claimcultuur kan volgens de heer Lebbing gedefinieerd worden als een cultuur waarin burgers elkaar veelvuldig en voor hoge bedragen in juridische zin aanspreken, ter vergoeding van geleden schade. Een verwijzing naar Stella Liebeck mag in dit verband niet ontbreken. Mevrouw Liebeck is de inmiddels wereldberoemde dame, die als gevolg van een heet kopje koffie van McDonald‟s, ernstige brandwonden aan haar onderlichaam opliep. Mevrouw Liebeck klaagde vervolgens het restaurant aan en kreeg in eerste instantie een excessieve schadevergoeding toegewezen. Het restaurant werd namelijk veroordeeld tot het betalen van $ 2.9 miljoen wegens „punitive damages‟ aan mevrouw Liebeck.

Stella Liebeck

De vordering werd later weliswaar door de rechter gematigd, maar naar verluidt zou de zaak uiteindelijk toch voor $ 600.00,00 geschikt zijn. Veel geld voor een kopje koffie van slechts 0.50 dollarcent. Naar aanleiding van dit voorbeeld, rijst de vraag in hoeverre de rechtspraak bijdraagt aan de claimcultuur in Nederland. Onderzoek uitgevoerd eind jaren ‟90 van de vorige eeuw, heeft uitgewezen dat het in Nederland allemaal wel meevalt. Kenmerkende factoren voor een dergelijke cultuur zijn namelijk het bestaan van een systeem van „punitive damages‟, in combinatie met jury rechtspraak en advocaten die een „no cure, no pay‟ systeem hanteren. Alle drie de factoren komen vooralsnog niet voor in het Nederlandse rechtssysteem. Overigens valt er de laatste jaren wel een stijging van het aantal claims waar te nemen. Onderzoek bij het Midden en Kleinbedrijf (MKB) liet in 2008 een stijging van het aantal claims met 40 procent zien ten opzichte van 2001. Wat betekent een dergelijke stijging voor de personenschade? Ook hier valt een stijging van het aantal claims waar te nemen, waarbij er tevens sprake lijkt te zijn van een accentverschuiving van lichamelijk letsel naar psychisch letsel in de vorm van „shock- en affectieschade‟. Door het Koninginnedagdrama in Apeldoorn is hier recent nog de aandacht op gevestigd, waarbij het de vraag was of kijkers die via de televisie getuigen waren van het drama, een vordering in konden dienen. Een wetsvoorstel om ook affectieschade voor vergoeding in aanmerking te laten komen, heeft het niet gehaald. De rechtspraak is vooralsnog huiverig om de voorwaarden voor shockschade, zoals die door de Hoge Raad zijn geformuleerd in het zogeheten „Taxibus-arrest‟, te verruimen.

www.cunninghamlindsey.nl

T 088 - 286 64 64

F 088 - 286 64 65

www.cunningmasters.nl

info@cl-nl.com


Cunningmasters 2010 GxMxV=C

3

Er is een tendens ontstaan, waarbij het slachtoffer een verantwoordelijke voor de schade zoekt in plaats van eerst uit te gaan van de eigen verantwoordelijkheid. Een voorbeeld hiervan is de opgerekte grens van werkgeversaansprakelijkheid bij arbeidsongevallen. In feite wordt hiermee de zorgplicht van de werkgever verruimd.

Wat heeft de toekomst voor ons in petto? Te verwachten zijn bijvoorbeeld claims van ouders van hoogbegaafde kinderen die de school aansprakelijk stellen vanwege het onvoldoende anticiperen hierop. Ook zullen belangenbehartigers blijven proberen de grenzen op te rekken van de shock- en affectieschade. De Wet Deelgeschillen zal ook in letsel- en overlijdenszaken leiden tot een toename van het aantal claims. De wet creëert namelijk een laagdrempelige toegang tot de rechter. Inventieve letselschade advocaten hebben inmiddels ook de Wet Bescherming Persoonsgegevens ontdekt, waarmee de belangenbehartiger vertrouwelijke informatie bij de verzekeraar kan opvragen.

De heer Lebbing concludeert uiteindelijk dat er vooralsnog geen echte claimcultuur in Nederland bestaat. De nieuwe ontwikkelingen vormen wel genoeg uitdaging: een “lawyer‟s paradise”!

www.cunninghamlindsey.nl

T 088 - 286 64 64

F 088 - 286 64 65

www.cunningmasters.nl

info@cl-nl.com


Cunningmasters 2010 GxMxV=C

3

Pindacasus De Cunningham Lindsey Masterclass werd dit jaar afgesloten met de „Pindacasus‟.

Pindacasus is een familiebedrijf dat sinds jaar en dag pindakaas produceert. Op een kwade dag komt een trouwe afneemster van de pindakaas te overlijden. De nabestaanden vermoeden dat het eten van pindakaas wel eens iets met de dood van de oma te maken kan hebben. De media krijgen „lucht‟ van het verhaal, waarna de zaak breed in de media wordt uitgemeten. Naar aanleiding hiervan, melden zich meer mensen met beweerde gezondheidsklachten na het eten van pindakaas van Pindacasus. De nabestaanden besluiten Pindacasus aansprakelijk te stellen. Wat volgt is een rechtszitting, waarbij de jury uiteindelijk een oordeel over de aansprakelijkheid van Pindacasus mag vellen. De zaak wordt namens de nabestaanden bepleit door mevrouw mr. K.M. Volkers.

De heer mr. G.R.G. Driessen treedt op namens de Pindacasus. Hoe deze zaak afloopt, kunt u verder lezen op de website www.cunningmasters.nl! De heer mr. J.J. de Jong

www.cunninghamlindsey.nl

T 088 - 286 64 64

F 088 - 286 64 65

www.cunningmasters.nl

info@cl-nl.com


Masterclass 2010  

Op vrijdag 16 april 2010 werd de jaarlijkse Cunningham Masterclass gehouden, waarbij de stelling ‘G x M x V = C3’ aan de hand van de bijdrag...

Advertisement
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you