Page 1

Year 18 - Number 1

Unite!

Met een exclusief interview met Alexander Pechtold!


Sirius planning Pre-gala drink 03-02-2014 Sweater day 05-02-2014 Gala 06-02-2014 Committee market 11-02-2014 Political pubquiz 12-02-2014 GMM (HALV) 17-02-2014 Pijpdrink 20-02-2014 Ski trip 21-02-2014/02-03-2014 Specialty beer evening 04-03-2014 Twents party leader debate

05-03-2014

Symposia 12-03-2014 Dies party 19-03-2014 Parent’s day 22-03-2014


Colofon Year 18 – No. 1 February 2014 Chief editor Emma van Geel RedaXie Emma van Geel Jurriaan van Wakeren Hetty Kuipers Job Leemreize Seray Basgol Layout Job Leemreize Sirius representative Seray Basgol Many thanks to: Lotte Wilharms Leon Heuzels Lukas Spielberger Jeroen Diepemaat Florian Meeuwsen Art-Jan Firmijn Sijtsma Job Kantelberg Esmé Ouwerkerk Sirius Sights is a product of Sirius, study association for Health Sciences, Public Administration, European Studies and European Public Administration at the University of Twente. Print Promotioneel Drukwerk Service – PDS www.pds-drukwerk.nl Printing: 750 © Sirius 2013-2014 Sirius Ravelijn 1324 (open MondayFriday from 10:00 till 16:00) Universiteit Twente Postbus 217 7500 AE Enschede Tel: 053 4893204 Internet: www.sirius.utwente.nl

04 From the chief editor Emma van Geel 05 From the chairwoman Lotte Wilharms 06 Gemeentelijke Herindeling: Tijd voor verandering? Leon Heuzels 08 A reflection on ‘‘The MIT of Europe’’ Job Leemreize 10 European parliamentary elections in 2014 Lukas Spielberger 11 De Europese Unie als volwassen democratie Jeroen Diepemaat 13 Participatie in de gratie Florian Meeuwsen 14 What has Sirius done this year? 16 BeNeLux Battlegroup: Waarom internationaal samenwer- ken op militair strategisch vlak? Art-Jan Firmijn Sijtsma 19 Decentralisatie van de zorg? Emma van Geel 21 On the EU-US free trade talks: Economic prosperity, the environment and consumer safety Job Kantelberg 23 Hoe een poging tot een betere wereld hopeloos strandde Jurriaan van Wakeren 25 Interview met Alexander Pechtold Seray Basgol 27 Samen staan we sterk Esmé Ouwerkerk 28 Sirius news overview 30 Interview met de decaan: United we stand Hetty Kuipers 34 Hokjesdenken binnen de zorg Hetty Kuipers 35 Bedrijvendagen Twente 2014: De Mens, Manager en Medici-Markt Bedrijvendagen Twente


4

From

the chief editor

By Emma

van

Geel

SSirius iriusS Sights ights || 13/14 12/13 || N Nrr..2 1

From the chief editor By: Emma

van

Geel

So here we are, the two well deserved (and long awaited) weeks of holiday are over. First of all, the best wishes for 2014 to everyone! I am sure everyone has had his or her fair share of Christmas dinners, family gatherings and new year’s eve celebrations. I know I have. But now it’s time to get back in the saddle, pick up where we left off and get back to work. This edition of the Sirius Sights is all about unite. One of the broadest and most complicated of all understandings. Whether it is about uniting people of different race, uniting countries as in the European Union or the uniting of institutions and companies to serve to a certain demand. “Coming together is a beginning. Keeping together is progress. Working together is success.”

As this quote by Henry Ford shows us, uniting is a process that takes a lot of effort from both parties of the union to be a success. Some of these unions will stand and some will fall, but how can we assure that they will work? All this “uniting” can be done on different levels, and a lot of these different angles of unite will be featured in this edition of the Sirius sights. We have had a very interesting interview with D66 chairman Alexander Pechtold on improving the quality of Dutch education. In today’s newspapers there is not an edition without an article on the topic of the European Union, or Europe on itself. A lot of people don’t seem to see the bigger picture of this Union and criticize it most of the time. But is that necessary? Jeroen Diepemaat, chairman of the LYMEC tries to raise attention for European politics. Also a few articles on one of the most discussed topics of the last few years. The uniting of municipalities in the Netherlands. Since a few years over a thousand municipalities have been reduced to a number of around 408 municipalities. This asks for a lot of collaborations and adjustments to still provide all the services needed by the municipality. Recently plans have been made to also decentralize healthcare and make municipalities responsible for the health care and youth welfare provided in their municipality. Obviously there are some obstacles there, because how will such a transition be realized? This seems to be one of the bottlenecks of the decentralization. On a level a little closer to home, have you ever walked around the city center on a Saturday afternoon? Then you might have stumbled upon the last persistent members of the Occupy movement here in Enschede. Yet another example of a group of individuals uniting together to prove a point to the rest of us. I would like to end my contribution for this Sirius Sights with another quote, this time one from Alexander the Great: “Remember upon the conduct of each depends the fate of all.”

For now, enjoy this latest (and first) version of the Sirius Sights, and a big thank you to all the contributors to this edition. Let’s unite! Emma van Geel Chief Editor 2013/2014


Into U niteI !nnovation

From

the chairwoman

By Lotte Wilharms

5

From the chairwoman By: Lotte Wilharms This is the first Sirius Sights of this academic year, which means this is also my first piece for the Sirius Sights. My name is Lotte Wilharms and this year I am the chairman of our study association Sirius. In the beginning of your student life in Enschede there are a lot of associations who would like to have you as a member. You have the possibility to become a member of sports-, students-, culture-, and of course study associations like your own Sirius. The choice is big, as they say in Holland. Becoming a member of study association is in general very common, a lot of people become a member because of the discount on your study books. For that same reason I became a member of Sirius in my first year as a Health Sciences student. After a while, I discovered that I wanted to do more with my student life. At Sirius there was the possibility to do committee work . By doing committee work you will learn a lot, but that is not the only reason for doing committee work! You will get to know more people, and by walking in the Sirius office. There will always be people you know. This is what makes Sirius work, enthusiastic members. Without those members in committees Sirius would not work out well. As a board member I am very happy and proud that I may thank all our active members already by doing their committee work and the nice activities they have already organised. And there will be more nice activities upcoming! You can think of: our ski trip to La joue du Loup, a big debate, a symposium and of course our Dies party! On behalf of the board I hope I will see you at our activities, and off course you are very welcome in the Sirius office to grab a cup of coffee or tea. Lotte Wilharms Chairwoman 2013/2014


6

Gemeentelijke

herindeling:

Tijd

voor verandering?

Door: Leon Heuzels

Sirius Sights | 13/14 | Nr. 1

Gemeentelijke herindeling: Tijd voor verandering? Door: Leon Heuzels, Student Public Administration In de afgelopen jaren heeft het bestuurlijk landschap in Nederland grote veranderingen ondergaan. Een van de meest omstreden en besproken hervormingen zijn de gemeentelijke herindelingen die door de jaren heen hebben plaatsgevonden. Ter illustratie: in de loop van de 20e eeuw is het aantal gemeenten in Nederland verkleind van meer dan 1000 gemeenten naar 408 in januari 2013. Doorgaans zijn de beweegredenen achter gemeentelijke herindeling dat grote gemeenten meer zakelijke en professionele capaciteiten bezitten dan kleinere gemeenten. Aangezien het de trend is binnen de overheid om meer taken en verantwoordelijkheden bij gemeenten neer te leggen is de gedachtegang dat een grotere gemeente de uitvoering van deze nieuwe taken beter en efficiënter zou kunnen uitvoeren dan een

heeft meer dan 80% van de bevolking in verschillende dorpen zich voor een zelfstandige gemeente en tegen een herindeling naar een grotere gemeente bestaande uit meerdere dorpskernen. In een petitie1 voeren zij verscheidene bezwaren en tegenargumenten tegen gemeente herindeling aan. Zo zou er geen theorie zijn die (positieve) resultaten van gemeentelijke herindeling ondersteund. Daarnaast zou de dienstverlening niet verbeteren, de kosten en lasten niet lager uitvallen, de kwaliteit van bestuur niet verbeteren en zou de fysieke afstand naar het gemeentehuis te groot worden. Tegenstanders stellen dus dat de beweringen die voorstanders van gemeentelijke herindelingen doen niet kloppen.

Hoewel de algemene gedachte achter herindeling in grote lijnen onveranderd is, zijn de opvattingen over hoe de herindelingen uitgevoerd moeten worden minder consistent.

kleine gemeente. Hoewel de algemene gedachte achter herindeling in grote lijnen onveranderd is, zijn de opvattingen over hoe de herindelingen uitgevoerd moeten worden minder consistent. Waar in de jaren ’80 van de vorige eeuw men het er nog over eens was dat gemeenten zich op een inwonertal van 5000 moesten richtten, daar was men ten tijde van Paars II (1998-2002) tot de conclusie gekomen dat men moest streven naar een gemeente met een inwonertal van 25.000 of meer. Deze herindelingen gingen én gaan nog steeds gepaard met veel weerstand vanuit de samenleving. Bij recentelijke gemeentelijke herindelingen in Friesland

Voorstanders stellen juist dat door de toenemende complexiteit in de maatschappij het bestuurlijk orgaan in Nederland ook zeer complex is geworden en het allemaal ‘beter en goedkoper kan’, bij monde van een rapport van het Ministerie van Financiën2 . Dit wordt ondersteund door de uitkomsten van een onderzoek gedaan naar bestuurlijke hervormingen bij gemeenten. Gemeenten die fuseren zijn goedkoper uit dan gemeenten die besluiten samen te werken3. Tevens zou een grotere gemeente zoals gezegd zorgen voor meer bestuurskracht. Er is dus sprake van een patstelling tussen de voor- en te-


Unite!

genstanders van gemeentelijke hervormingen. Hoe de discussie zich echter wendt of keert, in sommige gevallen wordt de herindeling ondanks bezwaren toch doorgedrukt. In dit geval is er dus sprake van een gedwongen schaalvergroting en de discussie of dit nu alleen maar nadelen of voordelen brengt daargelaten liggen er misschien wel meer mogelijkheden dan op het eerste gezicht merkbaar is. Een grotere gemeente en schaalvergroting in het algemeen kan een zekere afstand creëren tussen de burger en de lokale overheid. Doordat gemeenten te maken krijgen met een groeiend inwonersaantal zal er minder aandacht van ambtenaren beschikbaar zijn voor individuele gevallen of “kleinere” projecten. Dit neemt echter niet weg dat aan deze gevallen geen aandacht zou moeten worden geschonken. Dit biedt dus mogelijkheden voor die andere ontwikkeling die de laatste jaren op lokaal niveau gaande is: actief burgerschap en burgerparticipatie. Kabinet Rutte II heeft zich ten doel gesteld op de lange termijn gemeenten te laten doorgroeien naar een inwonertal van meer dan 100.000 inwoners, maar tegelijkertijd zet deze zich ook in voor de opkomst van de ‘nieuwe stijl’ burger. Een burger die actief participeert in de samenleving en niet meer het handje ophoudt bij de gemeente als er iets onder handen moet worden genomen. Deze burger verenigt zich met andere actieve burgers in bijvoorbeeld wijkraden of buurtcommissies om de eigen buurt (en die

Gemeentelijke

herindeling D: etijd toekomst voor verandering van straffen ?

By Jurriaan Door: L van eonW Hakeren euzels

van een ander) leefbaarder te maken. De rol van de overheid in dezen is het faciliteren van voorzieningen en mogelijkheden zodat de actieve burger de ruimte heeft zich te ontplooien en van alle geboden mogelijkheden gebruik te maken. Onlangs kon ik per toeval aanwezig zijn bij de jaarconferentie van het KennisInstituut voor Stedelijke Samenwerking , binnen de faculteit MB beter bekend als KISS. Aldaar werd in een van de aangeboden workshops ook het onderwerp burgerparticipatie aangesneden. Twee ‘actieve burgers’ presenteerden in deze workshop hun verrichtingen op het gebied van lokale groene energie. Zij hebben beiden een project in de buurt opgezet om niet alleen henzelf, maar ook de buren te voorzien van zonnepanelen. In samenwerking met o.a. de gemeente Zwolle en de Provincie Overijssel hebben zij uitgezocht hoe dit voor de buurtgenoten zo goedkoop mogelijk kon worden geregeld. Zij hebben het naar eigen zeggen zo ver geschopt dat zij na een kleine tien jaar de kosten al afbetaald hebben en vanaf dat punt niets meer hoeven af te dragen voor elektriciteit. Naar mijn mening een goed voorbeeld van hoe een naar verhouding groot lokaal bestuursorgaan (de gemeente Zwolle) en burgers kunnen samenwerken om de samenleving leefbaarder te maken. Al met al een goed uitgangspunt en voorbeeld voor andere burgers en/of gemeenten om de geboden hervormingen de positieve kant op te draaien.

7


8

A

reflection on

‘‘The MIT

of

Europe’’

Sirius Sights | 13/14 | Nr. 1

By Job Leemreize

A refecletion on ‘’The MIT of Europe’’ By: Job Leemreize, Student Public Administration Every year universities tensely wait for the World University Rankings to come in, hoping to still be or become the leading university in their league. The Massachusetts Institute of Technology often is considered as such a leader among universities. Interesting to see is that in the top ten ranked universities the United States have a clearly dominant position. Although a lot of people may not even care about this, the European Commission does. That’s why in 2006 they introduced their, what should become, ‘”MIT of Europe” under the name of the European Institute of Innovation and Technology. In 2006 Barosso, president of the European Commission, introduced his plans to create this European pendant of United States’ MIT named the European Institute of Technology (EIT). Barosso figured this institute could “act as a pole of attraction for the

very best minds, ideas and companies around the world’’ and that the EIT ‘’will offer a great amount of extra value for Europe’s existing research’’ (van Leemputten, 2008). Also he believed this institute could be a leading factor in the advances for the Lisbon Agenda, an action plan devised in 2000, setting goals for the economy of the European Union between 2000 and 2010, born out of the concerns regarding the increasing economic position of China and the will to overtake the US economy in 2010. When I read all this back in the days, one key question remained in my thoughts: Why would this so called MIT of Europe even work? As soon as I began reading and following the ideas for this European Institute of Technology, I became more and more skeptical. The


Unite!

first thing that could be seen is that there still was a lot of discussion about where this Institute should put its focus on but also more basal things like in which city this Institute’s Headquarters should be centered. Of course the French wanted this rival of Massachusetts’ MIT to be centered near Paris, while others found it more reasonable to put it in the Strasbourg European Parliament building. The outcome of this discussion regarding where one should place the headquarters, which we know now, I found a bit odd: Budapest. Not really the center of Europe’s technology as far as I knew. Also I had my doubts about the statement he made regarding the attraction of the very best mind ideas and companies. Why should they choose for this, still needs be proven to be successful, EIT instead of one of the already existing top ranked universities such as MIT or California’s University of Technology (CalTech), which is currently ranked as the top university of the world by Thomson Reuters’ World University Ranking (WorldUniversityRankings, 2013). Although i do share the concerns around the loss of our pole position in knowledge that we once held, I don’t think the current way is the right way to reach these goals in increasing Europe’s position at providing higher education and their research capabilities. Professor Ian Leslie, the pro-vice chancellor for research at Cambridge University, said that that the European Commission should increase the existing budget of the European Research Council and therewith increase the quality of education and research of existing European universities, rather than pumping money in setting up a whole new body (Watt, 2006). It’s understandable that a pro-vice chancellor for research at the Cambridge University would say this, as he also represents his own and his university’s interests, I do think this is the better way for improving

A

refelection D on e toekomst ‘‘The MITvan of straffen Europe”

By Jurriaan By Jvan ob LW eemreize akeren

our position regarding higher education and research in Europe. Rather than spending a lot of money on a new institute of which we can’t be sure it will be a success, we should invest it in increasing the position of our existing top universities like Oxford and Cambridge, especially in these times of austerity and budget cuts.

9


10

European

parliamentary elections in

2014

By Lukas Spielberger

Sirius Sights | 13/14 | Nr. 1

European parliamentary elections in 2014 By: Lukas Spielberger, Student European Public Administration

In May 2014, all over Europe the elections for the European Parliament are going to be held, an event that determines the political for direction of the next five years and concerns more than 500 million people. Besides the usual struggle for mandates between the parties, a new force is likely to change the balance of powers among the 751 delegates to be elected. In all 28 member states, people will have the right to shape the composition of the only directly elected body of the EU. Since the Lisbon treaty, the European Parliament (EP) has gained more powers within the EU legislation. Still, unlike national Parliaments, the EP cannot initiate pieces of legislation nor is it entitled to legislate on all topics. On the other hand the Parliament is now entitled to elect the President of the European Commission, perhaps the most important position within the EU. It may also exercise pressure on the other prospective commissioners before they are introduced. The European Parliament currently exists of 7 different factions whose views differ from the far left to anti­European attitudes. The strongest factions at the moment are the conservative ‘European Peoples’ Party’ and the ‘Socialists and Democrats’. Recent polls indicate a strong increase in votes for Eurosceptic parties. Those might also benefit from a low turnout, since in the past elections, turnout has been decreasing steadily across Europe, five years ago it was at 43%. It will be interesting to see

how the parties try to mobilize the electorate to cast their votes in order to circumvent being outvoted by protest voters. The opposition between pro and anti­ Europeans has already had a significant influence on the topics that play an important role during the electoral campaign, as the dominating points are immigration, free movement and the handling of the Eurocrisis. Besides that, the fact that the candidate for the presidency of the European Commission will have to be chosen according to the results of the elections has led to the main parties being headed by a Commission candidate.


De Europese Unie als De toekomst volwassen van democratie straffen

Unite!

BD y oor Jurriaan : Jeroen vanDW iepemaat akeren

De Europese Unie als volwassen democratie By: Jeroen Diepemaat,

student

Bestuurskunde

Er gaat tegenwoordig bijna geen dag voorbij waarop je in de kranten niets over de Europese Unie leest. Of populair gezegd: over ‘Europa’. En dan ook nog die verdraaide Euro, de frauderende Grieken en de crisis. De publieke opinie is de EU in ieder geval niet erg gunstig gezind. Ten onrechte? Dat oordeel laat ik graag aan uzelf. Wat mij betreft is het in ieder geval belangrijk om aandacht te besteden aan wat er zich in politiek Europa nou eigenlijk afspeelt. Onbekend maakt immers onbemind. Als voorzitter van LYMEC, de Europese koepel van liberale jongerenorganisaties, heb ik het voorrecht de Europese politiek van dichtbij te mogen meemaken. Zo was ik enkele weken geleden in Londen bij het congres van de ALDE, het liberale smaldeel in het parlement waartoe onder andere VVD en D66 behoren. Dat geeft gelijk ook de bandbreedte aan van een Europese politieke partij. Liberalisme betekent niet in elk Europees land hetzelfde en is ook niet overal even populair. Wat dat betreft is Nederland met in totaal 53 van de 150 zetels in het parlement voor liberale partijen de natte droom voor elke Europese liberaal. En toch is de ALDE, ondanks discussies over een al dan niet federaal Europa, een relatief eensgezinde familie van partijen. De verschillen in de grootste Europese partij, de EPP (European People’s Party), zijn vele malen groter. Tot die partij behoort niet alleen het CDA, maar bijvoorbeeld ook het Hongaarse Fidesz van premier Victor Orban. Google op een collegevrije decembermiddag maar eens op ‘persvrijheid Hongarije’ en je krijgt een aardig beeld van de totalitaire trekjes die de grootste partij in Hongarije al tijden vertoont. Op dat congres in Londen werden de discussies over de liberale koers richting de Europese verkiezingen in mei 2014 heftig gevoerd. Vaak vliegen er dan wat verwijten

over en weer over anti-Europa en Eurofilie. Dezelfde discussie die in de Nederlandse media vaak de boventoon voert als het gaat om de Europese Unie. Wat mij betreft is dat de verkeerde discussie. Ik heb zelfs van het de meest kritische oppositieleden in de Enschedese gemeenteraad of de Tweede Kamer nog nooit gehoord dat ze ‘anti-Enschede’ of ‘anti-Nederland’ waren. Waarom dan toch die discussie? Persoonlijk denk ik dat het veel te maken heeft met de toegenomen invloed van de EU op onze nationale regelgeving en het te laat gekomen besef hiervan in de lidstaten. Je hoort wel eens de mythe dat 80 procent van de wetgeving in Nederland een Brusselse oorsprong zou hebben. Zoveel is het niet, maar op een beleidsterrein als bijvoorbeeld milieu zal het toch zeker 60% zijn. En dat is maar goed ook. Dat is namelijk typisch iets wat we veel beter op Europees niveau kunnen regelen om überhaupt iets voor elkaar te krijgen. Als het gaat om onderwijs dan ligt het slechts rond de 6%. Bron van deze cijfers is overigens een onderzoek van het TMC Asser Instituut uit 2007. Hoe het zeven jaar later, een volledige Europese begrotingscyclus nota bene, precies ligt is mij niet bekend.

11


12

De Europese Unie

als volwassen democratie

Door: Jeroen Diepemaat

Ondanks de toename van de invloed van de EU lijkt Europese politiek toch ver ons weg te staan. Je ziet op tv dat Merkel en Hollande elkaar de hand schudden, minister Dijsselbloem mag nog eens een vergadering van de Eurogroep voorzitten en alles is alweer geregeld. Studenten worden vaak nog wel lid van een politieke partij of een politieke jongerenorganisatie, maar slechts een klein deel daarvan houdt zich vervolgens bezig met wat er zich afspeelt in Europese organisaties. Dat is een gemiste kans, ook op Europees niveau zijn jongerenorganisaties namelijk relatief goed georganiseerd en hebben ze invloed op het beleid. Zo mocht ik samen met een 10-koppige delegatie namens LYMEC ook mijn zegje doen op dat congres in Londen. Sterker nog, als officieel aan de ALDE gelieerde jongerenorganisatie hebben we ook het recht om voorstellen in te dienen en mee te stemmen over moties, resoluties en amendementen daarop. Onze delegatie bestond uit diverse nationaliteiten en politieke achtergronden: onder andere een drietal Denen van verschillende liberale partijen, een Italiaan, een Duitser, een Portugees, een Kroatische, een Brit en een aantal Nederlanders van zowel VVD- als D66-huize. Dat is leuk en effectief tegelijkertijd, want op die manier lukt het ons om ook de verschillende partijen binnen de ALDE aan te spreken en doelgericht te lobbyen voor onze voorstellen. Uiteindelijk is het LYMEC op die manier ook gelukt een groot deel van haar amendementen op het Europese verkiezingsprogramma van de ALDE aangenomen te krijgen en te pleiten voor meer transparantie in stemprocedures in het Europees parlement, minder geld naar landbouwsubsidies en het tegenhouden van Eurobonds (Europese obligaties). Misschien stuk voor stuk kleine succesjes, maar daarmee voor een jongerenorganisatie niet minder waardevol. Misschien klinkt Europese politiek als een ver van je bed show, maar dat hoeft het dus

Sirius Sights | 13/14 | Nr. 1

niet te zijn. En eigenlijk is de EU ook nog maar een relatief jonge democratie. Het Europees Parlement wordt pas sinds 1979 rechtstreeks door burgers van de Europese Unie verkozen. Het bouwen aan een Europese civil society kost tijd, datzelfde geldt voor een goed functionerende politieke structuur op Europees niveau. Daarom is mijn boodschap dan ook, geheel in het thema van deze Sirius Sights: ga niet alleen aan de zijlijn staan klagen, maar doe mee, Unite! Trek de stoute schoenen eens aan en bemoei je ook zelf met Europese politiek. De kansen zijn er, grijp ze ook. Alleen op die manier kan de Europese Unie een echt volwassen democratie worden waarin haar inwoners niet alleen lijdzaam toekijken en vervolgens klagen of juichen, maar waarin ze ook daadwerkelijk meedoen aan het vormgeven van de toekomst. Unite!


DPearticipatie toekomst van in de straffen gratie

Unite!

BDyoor Jurriaan : Florian vanM W eeuwsen akeren

13

Participatie in de gratie Door: Florian Meeuwsen, Lid Symposiumcommissie ‘De klassieke verzorgingsstaat verandert langzaam maar zeker in een participatiesamenleving’ zo sprak koning Willem Alexander op Prinsjesdag. Waar het begrip inspraak in de ontwikkeling van de moderne westerse samenleving zo lang een grote rol speelde, lijkt het woord participatie deze rol te hebben overgenomen: dé politieke en organisationele tendens is participatie.

ste zin van het woord geen samenleving is. Voor alles wat samen wordt gedaan, of het nou ziekenzorg, politiek of leven is, op het moment dat iets samen gebeurt is deelname vereist en waar deelname is, is participatie. Of het begrip participatiesamenleving hiermee een tautologie of accentuering is, is een kwestie van interpretatie.

De meest gehanteerde definitie voor participatie is ‘het deelnemen aan het maatschappelijke leven’. Het is hiermee een containerbegrip geworden voor allerlei vormen van deelname aan de maatschappij; van actief tot passief, van maatschappijgericht tot politiek gericht en van verticaal (vanuit instellingen met burgers) tot horizontaal (met burgers onderling).

Hoewel participatie als meerduidig begrip recentelijk een opleving doormaakt is het dus inherent de basis van een samenleving. Met dit inzicht krijgt de trend een tijdloos karakter en wordt het overal waar samen geleefd wordt een interessant fenomeen om te bestuderen. Op het symposium van studievereniging Sirius van 12 maart 2014 zullen verschillende inspirerende sprekers uit de zorg en bestuurskunde op dit fenomeen hun visie geven.

Recentelijk kwam het woord echter uitgebreid in het nieuws doordat het kabinet Rutte II de bovengenoemde verschuiving naar participatiesamenleving waarnam en als uitgangspunt benoemde voor het kabinetsbeleid. De burger zou meer verantwoordelijkheid gaan dragen voor zichzelf en zijn omgeving en zou minder afhankelijk worden van externe partijen, terwijl een vangnet behouden blijft voor de zwakkeren. De onduidelijkheid die ontstond over wat hier praktisch gezien precies mee bedoeld werd leidde tot felle discussies. In de Nederlandse politiek werd het woord van het jaar door de oppositie en zelfs door leden van coalitiepartij PvdA ook wel uitgelegd als een positieve presentatie van een verkapte bezuiniging. Los van wat voor intenties ten grondslag liggen aan het woordgebruik van het kabinet, kan wel worden gesteld dat een samenleving zónder participatie in de breed-


What has Sirius done this year? August 26-28

Sirius’ Kick-In

September 10 12 20 20 26 30

German Lunch and Committee Market First Pijpdrink Excursion The Hague Lunch lecture Esther de Lange Dining with the board Studytour infolunch

October 1 2 15 17 29 30

Photoshop course 1 Dining with the boar Committee day Pijpdrink ‘Wear a hat’ Lecture Studium Generale: The world anno 2050 Break of the week

November 1 Lecture Alexander Pechtold and Paul van Meenen 12 (Pre) Master drink 13 Lasergaming 14 Lecture Information management in the public sector Jos Boerties and Jozef Jan Vollenhof 14 Pijpdrink ‘Los in het bos’ 18 Wine tasting 19 Studium Generale: ‘Obesitas, een vet probleem’ 21-23 Excursion Brussels 26 Lunch lecture Menzis 27 Photoshop course 2 27 Guest lecture SeederDeBoer 28 Grolsch excursion


December 2 5 5 9 10 18 19

Pizza and bowling Sinterklaas drink Sinterklaas with UniTe Ski drink Career day Health Sciences Christmas market M端nster Pijpdrink Crazy Christmas

January 7 FIFA-tournament 8 Dance lesson for the Gala 9 Webinar Social Media 9 Excursion to the OR 9 Pijpdrink Happy New Year 13 Dance lesson for the Gala 16 Excursion to the OR 22 Break of the week


16

BeNeLux Battlegroup: Waarom op militair strategisch vlak?

internationaal samenwerken

Door: Art-Jan Firmijn Sijtsma

Sirius Sights | 13/14 | Nr. 1

BeNeLux Battlegroup: Waarom internationaal samenwerken op militair strategisch vlak? Door: Art-Jan Firmijn Sijtsma, Student Bestuurskunde De toekomst van soevereine krijgsmachten Nu we naar verwachting tegen het einde van de economische crisis aankomen is het tijd om eens terug te kijken op de afgelopen jaren, en te reflecteren op de financiĂŤle keuzes die we als samenleving hebben gemaakt om onze hypotheekrente aftrek maar zo lang mogelijk in stand te kunnen houden. Toegegeven, dit is enigszins gechargeerd gesteld. Het feit blijft echter wel dat we als samenleving wel degelijks keuzes hebben gemaakt die grote invloed kunnen gaan hebben op het verloop van de komende jaren. Vraag de gemiddelde burger om te bezuinigen op specifieke overheidsdepartementen, en Defensie zal hoogstwaarschijnlijk hoger in het rijtje staan dan bijvoorbeeld volksgezondheid, of onderwijs. Dit is begrijpelijk wanneer je daarbij in acht neemt dat we in een land leven waarvan het gros van de bevolking al 68 jaar lang geen oorlog meer heeft gekend. Nederland heeft de afgelopen jaren bijgedragen aan verschillende vredesmissies, maar de inzet is altijd dermate kleinschalig geweest dat er niet echt een impact is geweest op de Nederlandse bevolking als geheel. Het resultaat is verregaande bezuinigingen op Defensie: het departement waar veel mensen het nut niet meer van inzien. Het belang van Defensie voor de samenleving is er een dat zeker wel goed aangetoond kan worden, maar relevanter vind ik momenteel te laten zien hoe Defensie inspeelt op de bezuinigingen die het te verduren heeft. Nederlands strategische cultuur in Flux Grote bezuinigingen hebben op Defensie een ander effect dan op andere ministeries.

Waar op andere ministeries projecten meer los van elkaar kunnen staan vormt binnen de krijgsmacht alles een samenhangend geheel. Dit heet de strategische cultuur van een land. De strategische cultuur bepaalt hoe een land reageert in tijden van vrede, crisis, en oorlog. Het bepaalt in het verlengde daarvan ook welke middelen de krijgsmacht nodig heeft om naar haar strategische cultuur te kunnen handelen. De kern van een staats’ strategische cultuur is in de eerste plaats gebaseerd op de wijze waarop het de eigen landsgrenzen en soevereiniteit het beste denkt te kunnen verdedigen. Het militair materieel dat een land koopt is dus op basis van deze strategische cultuur. Het is om deze reden bijvoorbeeld dat Finland bijna geen tanks bezit, maar zich focust op een goed getrainde infanterie. Om dezelfde reden dat Rusland juist wel een grote gemechaniseerde landmacht heeft, en waarom de VS altijd zoveel blijft investeren in een offensief capabele marine. U voelt het ondertussen natuurlijk al aankomen: De bezuinigingen op de Nederlandse defensie gaan hun invloed hebben op de Nederlandse strategische cultuur. Denk bijvoorbeeld aan de verkoop van de Nederlandse tankdivisie. Nederland bezat geen tanks omdat het hebben hiervan nu eenmaal leuk is, maar omdat de tanks een deel uitmaakten van het strategisch concept op basis waarvan het Nederlandse leger opereerde. Dit zelfde geldt voor de verkoop van de Nederlandse AWACS (Luchtmobiele verkennings-systemen) Met de gedwongen afstoting van deze onderdelen ziet de leiding van de krijgsmacht zich voor een keuze gesteld: De huidige strategische concepten handhaven zonder


Unite!

BeNeLux Battlegroup: Waarom op militair strategisch vlak?

de aanvulling van de afgestoten onderdelen, of een verandering van de Nederlandse strategische cultuur. Is op basis van huidig beleid te oordelen welke keuze de Nederlandse Defensie heeft gemaakt? Samenwerking als keuze en noodzaak De uitgedunde Nederlandse krijgsmacht beschikt niet langer over alle middelen om volledig zelfstandig (voor langere tijd) te opereren in buitenlandse conflictzones. Het is hierom dat Nederland over de grens kijkt om samen te werken met andere landen, om op die wijze de ontstane lacunes in de eigen capaciteiten op te vangen. De blik gaat hierbij vooral naar België en Luxemburg. Dat deze twee landen onze voorkeur hebben voor intensivering van de samenwerking is niet onlogisch. Dit heeft namelijk te maken met de met ons vergelijkbare strategische cultuur die beide landen bezitten. Ook zijn beide landen sterk geneigd tot enkel in internationaal optreden in multilateraal verband, wat dichter bij ons staat dan bijvoorbeeld het unilateralisme van de VS of het Verenigd Koninkrijk. De samenwerking binnen de BeNeLux is ook bepaald niets nieuws, maar bestaat al sinds 1987 via het Benesam raamakkoord (BelgischNederlandse Marine Samenwerking). Dat akkoord is door de goede resultaten, evenals de door de bezuinigingen toegenomen urgentie tot samenwerken in 2012 niet alleen hernieuwd, maar gaat ook verder uitgediept worden. De samenwerking zal zich vooral focussen op twee verschillende fronten. De hernieuwde maritieme samenwerking, en samenwerking binnen de EU Battlegroups. Grondslagen maritiem optreden en EU Battlegroups Op 9 april 2013 is de Nederlandse Admiraliteitsraad (het in dit geval bevoegde orgaan) akkoord gegaan met de inhoud van

internationaal De toekomst samenwerken van straffen

Door:BA y rt Jurriaan -Jan Firmijn van W Sakeren ijtsma

de publicatie “Grondslagen van het Maritiem Optreden”(GMO). Deze publicatie vormt de kern van de nieuwe maritieme doctrine. Het unieke hieraan is dat de GMO publicatie identiek is aan de Belgische maritieme doctrine die later dit jaar zal uitkomen. De nieuwe doctrines zijn het resultaat van een jarenlange samenwerking tussen de beide maritieme academies. Deze hoeft nu alleen nog maar door de Nederlandse Commandant der Strijdkrachten, en zijn Belgische equivalent ondertekend te worden, en zal dan in de praktijk ingevoerd worden. Om een praktisch voorbeeld te geven: Het is goed mogelijk dat op basis hiervan bij een toekomstige anti-piraterij missie er een Nederlands fregat uitgezonden word, dat een Belgisch mariniers team meeneemt, en vice versa. De nieuwe doctrine zit zo vol met bilaterale samenwerking dat het op elk niveau van opereren wel terug te vinden is. De GMO kan hierbij als een leidraad dienen voor de andere krijgsmachtdelen die ook te maken krijgen met Belgische samenwerking. Vanaf de tweede helft van 2014 zal Nederland namelijk samen met België deelnemen aan de European Battlegroup(EUBG). De EUBG is een uit verschillende deelstaten samengesteld bataljon(ongeveer 1.500 man) dat als zogenoemde quick reaction force dienst doet. Dit houdt in dat het na het krijgen van een mandaat binnen 15 dagen overal ter wereld inzetbaar is. België en Nederland zullen dus samen een groot deel vormen van één van de EUBG’s die gevormd gaan worden. Dit gebeurt op basis van een visiedocument dat in 2012 is getekend door de ministers van Defensie van Nederland, België, en Luxemburg. Hoe deze intensievere samenwerking precies vorm moet gaan krijgen wordt momenteel onderzocht door vijf verschillende werkgroepen binnen de BeNeLux landen.

17


18

BeNeLux Battlegroup: Waarom op militair strategisch vlak?

internationaal samenwerken

Door: Art-Jan Firmijn Sijtsma

Het resultaat van keuzes Als we kijken naar de beleidsplannen van Defensie van de afgelopen twee jaar, dan zijn het bovenstaande projecten zoals de GMO en de EUBG die de boventoon voeren op de agenda. Dit geeft sterk de indruk dat de krijgsmacht ervoor gekozen heeft om zo lang mogelijk de huidige militair strategische cultuur te handhaven, door steun te zoeken in bilaterale samenwerking. Is dit zonder gevaren? Niet volledig, want het resultaat is een strategische cultuur die niet langer op eigen kracht te handhaven valt. De Nederlandse krijgsmacht staat of valt afhankelijk van de kracht van de internationale samenwerking. Is dit nieuw? Nee. Nederlandse operationele capaciteit is al vele jaren deels afhankelijk van internationale partners. Het succes van afgelopen operaties geeft dus hoop voor de toekomst. Er dient alleen niet vergeten te worden dat deze afhankelijkheid wel betekent dat Nederland niet langer in staat is om op eigen kracht de eigen strategie te handhaven.

Sirius Sights | 13/14 | Nr. 1


Decentralisatie De toekomst van van de straffen zorg?

Unite!

By JD urriaan oor: Emma van W van akeren Geel

Decentralisatie van de zorg?

Door: Emma van Geel, Student Gezondheidswetenschappen Het is momenteel een hot item, de decentralisatie van een aantal onderdelen van de zogeheten “langdurige zorg”. Hiermee wordt met name gedoeld op de AWBZ, jeugdzorg en de zorg voor ouderen. Met het decentraliseren van deze onderdelen van de zorg hoopt het kabinet dat de zorg meer wordt gefaciliteerd door bestaande voorzieningen en dat de sociale omgeving meer bij de zorg wordt betrokken. Maar hoe realistisch is deze transitie van zorg naar gemeenten en hoe gaat deze worden vormgegeven? Het idee achter de transitie is het verschuiven van de zorg naar de omgeving van de patiënt in de vorm van familie, buren, kerk en mantelzorg. De eerder genoemde delen van de langdurige zorg worden naar de gemeenten verschoven en deze mogen hier een eigen indeling aan geven en dit specificeren op de vraag naar zorg in hun gemeente. Een ander onderdeel is dat de verantwoordelijkheid nu meer bij de burger ligt en dat zij meer controle hebben over hoe zij gebruik maken van zorg. Hoewel het kabinet heeft vastgesteld dat per 2015 deze decentralisatie moet gaan plaatsvinden is tot nu toe alleen bekend dat het land wordt opgedeeld in 43 regio’s. Hoewel de populaties per regio erg verschillen, worden deze zo gevormd dat alle zorg beschikbaar is in de regio. De regio’s bestaan uit gemeenten die samen de nodige zorg kunnen bieden aan het verzorgingsgebied. Voor Jeugdzorg zijn deze iets anders ingedeeld maar komen ook neer op rond de 40 regio’s. De bedoeling hiervan is dat deze gemeenten vooral eerstelijnszorg leveren.

AWBZ naar WMO. De algemene wet bijzondere ziektekosten betaalt momenteel de langdurige zorg voor ouderen, chronisch zieken en gehandicapten. Om zo hoge kosten voor verpleging en verzorging te voorkomen. Dit gaat met de aankomende decentralisatie ingrijpend veranderen om de zorg betaalbaar te houden. Hoewel de AWBZ zal blijven bestaan voor constante zorgbehoevers zal een deel van de AWBZ verschoven worden naar de WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning). Hieronder vallen met name de hulp met aankleden en wassen, dagbesteding en hulp bij financiën. Per 2015 zal deze zorg gaan vallen onder de WMO en zullen gemeenten, in samenwerking met zorgverzekeraars, deze zorg zelf moeten gaan organiseren. Hoe het kabinet dit wil gaan doen is door mensen met een relatief lichte zorgvraag vanuit de AWBZ naar de WMO te verplaatsen. Zo komen deze patiënten weer in hun thuisomgeving terecht waar er gerichte hulp kan worden geboden bij de beperking. De patiënten zullen worden gestimuleerd langer thuis te wonen in plaats van in verpleeghuizen, waardoor ook de participatie in de maatschappij langer gestimuleerd zal worden. In theorie klinkt dit natuurlijk mooi, ouderen en gehandicapten zullen niet meer worden “weggestopt in verpleeghuizen” maar gewoon onderdeel blijven uitmaken van de maatschappij en de sociale omgeving. Wat echter nog niet duidelijk is, is hoe deze zorg zal kunnen worden geleverd door gemeenten. Wel duidelijk is dat dit om een goede samenwerking vraagt tussen gemeenten en de zorgleveranciers omdat alleen dan de zorg zo specifiek kan worden geregeld.

19


20

Decentralisatie Door: Emma

van

van de zorg?

Geel

Jeugdzorg Het grootste vraagteken staat momenteel bij de transitie Jeugdzorg. Hoe zal dit uitpakken voor de kwetsbare jongeren die onder deze vorm van zorg vallen? In het huidige systeem wordt de Jeugdzorg geregeld door de provincie en de gemeenten. Wat hieraan opvalt is dat er diverse zorgverleners zijn binnen de Jeugdzorg welke, volgens de werkgroep Toekomstverkenning Jeugdzorg, voor versnippering zorgen binnen het systeem en dus de kwaliteit van de Jeugdzorg niet ten goede komen. Samen met deze werkgroep heeft de Wet op Jeugdzorg kritisch gekeken naar de huidige indeling en gevonden dat deze meerdere zwakke punten kent. Naast de versnippering zijn zij ook van mening dat het vaak gaat om dure gespecialiseerde zorg, slechte samenwerking met gezinnen en de jongeren en dat afwijkend gedrag vaak onnodig medicinaal gecorrigeerd wordt. Dit alles tezamen leidt tot een toename in kosten van de Jeugd Gezondheidszorg. Naar aanleiding hiervan wordt er gewerkt aan de nieuwe Jeugdwet die vanaf 2015 zijn intrede zal doen in de Jeugdzorg. Hiermee hoopt het kabinet het stelsel effectiever, efficiënter maar bovenal eenvoudiger te maken. Met de decentralisatie van Jeugdzorg hopen zij dat de zorg door de gemeenten beter kan worden afgestemd op de lokale situatie en mogelijkheden. Ondanks dat er nog veel onduidelijkheid is over hoe deze decentralisatie eruit komt te zien is de motivatie achter de decentralisatie een duidelijke. Eenvoudiger, efficiënter en effectiever. Wanneer de gemeenten in de vastgestelde regio’s tot een goede samenwerking komen, zal dit doel ook zeker bereikt worden, is ook de mening van zorgverzekeraar Menzis. “De burger moet het heft in eigen hand nemen”, luidt de uitspraak van Menzis’ programmanager Marten Brittijn. Ook de Enschedese wethouder van zorg, wel-

Sirius Sights | 13/14 | Nr. 1

zijn, sport en wijkontwikkeling, Ed Wallinga, is enthousiast. Over de transitie Jeugdzorg zegt hij: “Het kabinet is huiverig over de transitie Jeugdzorg, maar gemeenten kunnen dit deskundiger aanpakken door een wijkgerichte aanpak.” Cruciaal bij de transities is dat de gemeenten in de regio’s zo nauw mogelijk met elkaar samenwerken en hier een goed stelsel van maken hoe en waar de zorg aan uitbesteed wordt. Als er een duidelijk plan van aanpak komt per regio hoe zij de zorg gaan organiseren zou deze decentralisatie goed kunnen uitpakken, voor de zorgbehoevers en voor de overheid. Dit natuurlijk alleen maar als er een ding goed gebeurt: “unite” tussen de gemeenten in de regio’s, want samenwerking en vereniging zijn de sleutel tot succes.


Unite!

On

the

EU-US

free trade talks:

Economic

prosperity, the environment and consumer safety

By: Job Kantelberg

On the EU-US free trade talks: economic prosperity , the environment and consumer safety Door: Job Kantelberg, Student Public Administration European economic growth is slowly recovering after over five years of economic and financial crises. Political leaders of Europe – especially those from the wealthier EUcountries – agree that the European economy could use a positive incentive to foster and strengthen the cautious recovery it has been making the last years. When during the G8-summit in Northern Ireland this June the start of talks that should result in an EU-US free trade pact – the TTIP (Transatlantic Trade and Investment Partnership) - was announced, politicians struggled to find superlatives to describe the prospect these talks offered. UK Prime Minister David Cameron called the talks “a once in a generation price, we are determined to seize”. Dutch Prime Minister Mark Rutte called a prospective treaty with the United States “of vital importance for the Netherlands and the EU in general”. The support of the United Kingdom and the Netherlands will not raise any eyebrows. Both countries are known as fierce supporters of free trade, and both countries are likely to benefit most from a free trade treaty because of the importance of trade for their economy. Leaders from Southern Europe are likely to be less enthusiastic about the prospect of a free trade treaty with the United States. The Southern European countries have suffered increasing trade deficits and decreasing export volumes over the years and the prospect of even further diminishing possibilities to protect the own instable economies will not be met with cheers in the South. Still, the agreement is hailed by the Commission, represented by commissioner De Gucht, as “a way out that will not cost a cent of tax payers’ money”. This last statement is heavily exaggerated to say the least. The most positive estimates predict an additional economic growth of 0.48% of EU GDP and the creation of over ten thousand jobs. The most recent figures show that at this moment, over 26 million people are without jobs. Presenting this as a way out seems completely unreasonable; it is very unlikely

that the increase in exports a treaty would cause could provide counterweight for falling internal demand caused by austerity measures in Southern Europe. Especially when we take into account that most likely the benefits will be reaped in the North, a free trade treaty is unlikely to provide comfort for the struggling economies of Southern European member states. Apart from some French politicians voicing concerns regarding the loss of sovereignty a treaty would entail, Southern European politicians have decided not to speak up against the treaty so far, probably fearing to come across as protectionists if they would do so. A free trade agreement as a threat for the environment and consumer safety As trade talks between the US and the EU progressed, the third round of talks started in Washington on the 19th of December, opponents started to voice concerns regarding the course of the talks. A free trade treaty makes one think of measures abolishing tariffs, as is in fact often the case in such treaties.

21


22

On

the

EU-US

free trade talks:

Economic

the environment and consumer safety.

prosperity,

By: Job Kantelberg

In this specific case, tariffs are only a minor point on the agenda. Tariffs between the US and the EU are very low already, for the vast majority of products they are under 3%. The talks do not focus on tariffs, but on the harmonization of regulation. This should make it more attractive for companies from the US to invest in European countries and vice versa. A number of NGOs have recently expressed their worries that this could potentially seriously hamper the possibilities of governments to maintain regulatory measures protecting the environment and consumer safety. Magda Stoczkiewicz, the director of the NGO Friends of the Earth Europe stated she is “more concerned than ever that big businesses will see this deal as a chance to get rid of laws that were put in place to protect citizens and the environment.” The root of these concerns is the formation of an “investor-state dispute settlement” (ISDS) mechanism that should enable businesses to claim damages from governments if they are disadvantaged by regulations. NGO’s expressed the concerns that this will lead to attempts to remove regulations put in place to protect the environment, food safety as well as regulations on genetically engineered products, toxic chemicals and highly polluting fuels. They fear that the courts that will be formed and that will be responsible for investor-state dispute settlement will be prone to heavy corporate influence because they are not subject to public scrutiny and surpass national legislative systems. This could potentially lead to a situation in which democratically instituted regulations will need removal because of the possibility of endless claiming of compensation by corporations feeling disadvantaged by them. Will the TTIP follow the route of ACTA?

Sirius irius S Sights ights | | 12/13 13/14 || N Nrr.2 .1 S

It is apparent that the EU cannot allow the EU-US free trade talks to end in a similar manner as the ACTA-talks, that caused a public backlash resulting in their dismissal by the European Parliament, did. Still, there are many similarities between the processes in which both treaties were negotiated. The secret nature of the trade talks invites politicians and NGO’s to speculate about the possible dangers of the treaty. Transparency of the process should be fostered to make sure the European Parliament will not again reject an EU-US treaty, potentially seriously hampering EU-US relations. The Commission is aware of this and has indeed organized meetings in which NGOs and politicians were invited to convene with EU delegation leaders about the progress of the talks, but the objections of NGOs we have summarized before show that this has not cleared the air completely. It is clear that the European Commission is nervous that another painful failure could be at hand: on the 22nd of November it organized a meeting for member states to advise them “how best to go about communicating an EU-US trade deal to the public and national media”. It is clear that the European Commission will have to overcome many hordes before it will be able to successfully conclude the negotiations with the US. It should take into account the importance of regulation protecting environment and consumer safety while at the same time trying to strike a deal that gives investors incentives to invest in European countries. If the process is not carefully managed, the TTIP could easily turn out to be another failure. This would not only deprive the faintly recovering European economy of an opportunity to grow, but could also damage EU-US relations that are already under stress since the NSA scandals and the failure of ACTA.


U niteI ! nnovation Into

Hoe

een poging tot een betere wereld hopeloos strandde

Door: Jurriaan

van

Wakeren

23

Hoe een poging tot een betere wereld hopeloos strandde Door: Jurriaan van Wakeren, Student Bestuurskunde Toen in het najaar van 2011 het Amerikaanse schuldenplafond bereikt dreigde te worden kwamen de Republikeinen en de Democraten lijnrecht tegenover elkaar te staan. Terwijl de dag in zicht kwam waarop de Amerikaanse staat geen salarissen meer zou kunnen betalen (2 augustus 2011) weigerden de Democraten in te gaan op de Republikeinse eis om te besparen op de allerarmsten. Uiteindelijk gaven de Democraten onder meer door internationale druk toch toe en werd een nieuwe mondiale economische crisis op een haar na ontweken. Hoewel het conflict met een sisser af liep bleek het de aanleiding voor een van de meest veelbesproken fenomenen van de afgelopen jaren. Gevoed door groeiende twijfels over de representatieve democratie door het getrouwtrek van beide politieke partijen en geïnspireerd door onder andere de betogers op het Tahrirplein toog een handvol Amerikanen op 2 augustus naar het Bowling Green Park in New York. Hier werd naar Grieks voorbeeld tijdens een algemene vergadering gediscussieerd

over politieke en economische problemen en verschillende argumenten konden de revue passeren. Het feit dat willekeurige voorbijgangers zich bij de vergadering aan konden sluiten zorgde ervoor dat de beweging in de weken erna uitgroeide tot een protest met honderden deelnemers en Occupy Wall Street werd geboren. Uitgebreide media-aandacht zorgde tijdens de weken en maanden na de start van Occupy Wall Street voor een ongekend domino-effect met het ontstaan van occupy-bewegingen van Nigeria tot Finland en van Australië tot Argentinië. Door het bewust vermijden van het stellen van expliciete eisen (door eisen te stellen zouden de demonstranten zich immers conformeren aan het systeem waartegen ze demonstreerden) kon de beweging een enorme verscheidenheid aan demonstranten aantrekken, van krakers tot advocaten en bankiers – iedereen kon meedoen en Occupy werd al snel een smeltkroes van opgekroptheden.


24

Hoe

een poging tot een betere wereld hopeloos strandde

Door: Jurriaan

van

Wakeren

Niet alleen de representatieve democratie en de grote economische ongelijkheid werden het mikpunt van protest, onder andere het beleid rond de vuurwerkramp in Enschede, het vluchtelingenbeleid in Groningen, het genetisch manipuleren van voedsel en nucleair transport per trein werden onderwerp van protest. “The process is the message”, bleek echter het devies. Het protest zelf lijkt belangrijker te zijn geweest dan het doel want de beweging kwam nooit met een goed alternatief, een voorstel over hoe het nu allemaal wèl zou moeten. Ook tijdens de inefficiënte vergaderingen, waarbij leden van etnische minderheden vooraan aan mochten aansluiten in de rij van sprekers en er een enorme weerzin was tegen iedere vorm van leiderschap (en daarmee iedere poging om de vergadering effectiever te laten verlopen) bleek legitimiteit belangrijker dan het resultaat.

Sirius irius S Sights ights | | 12/13 13/14 || N Nrr.2 .1 S

Niemand zal ontkennen dat de representatieve democratie gepaard gaat met grote haken en ogen en dat de economische ongelijkheid in de wereld enorm is en het feit dat Occupy dit hoger op de agenda heeft willen zetten is uiteraard een nobel streven. Maar door de onwil en onmacht om daadwerkelijk alternatieven aan te dragen is de beweging ruim twee jaar na Occupy Wall Street gestrand bij het handjevol demonstranten dat stug vol blijft houden en weer en wind trotseert op marktpleinen in diverse steden – maar op meer dan wat sympathie van een enkele passant hoeft niet meer gerekend te worden.


Interview

nite ! IU nto Innovation

met

Alexander Pechtold Door: Seray Basgol

Interview met Alexander Pechtold

Door: Seray Basgol, Student Gezondheidswetenschappen In het kader van de Onderwijstour van D66 brachten fractievoorzitter Alexander Pechtold en Tweede Kamerlid Paul van Meenen op 1 november 2013 bezoek aan de Universiteit Twente. Sirius Sights kreeg de mogelijkheid om Alexander Pechtold (AP) te interviewen. SS: Onderwijs is de nummer één prioriteit van D66. De partij wil door middel van grote investeringen aantoonbare kwaliteitsverbetering bereiken in het onderwijs. Op welke manier wil de partij dit daadwerkelijk realiseren? AP: Dit willen wij realiseren door vooral het onderwijs niet met allerlei stelselwijzigingen te confronteren, maar door de het ruimte te geven om kwaliteit te verbeteren, en ik ben van mening dat hier geld voor nodig is. In de afgelopen jaren zijn de kosten van het onderwijs blijven oplopen terwijl de vergoedingen vanuit Den Haag achterblijven. Wij denken dat het onderwijs in Nederland nog steeds goed is maar dat we vooral teren op investeringen vanuit het verleden. Deze regering was niet van plan om in het onderwijs te investeren, althans ze hadden daar geen geld voor uitgetrokken. In het akkoord dat we met de coalitie gesloten hebben, hebben we 500 miljoen euro voor onderwijs structureel erbij, al komt dit vooral in het basis- en voortgezet onderwijs terecht. Een deel van dat geld komt uit bezuinigingen op kinderbijslag en andere uitkeringen, daarom vonden we dat dit geld voornamelijk in het basis- en voortgezet onderwijs geïnvesteerd moest worden. Een stap naar een eventueel leenstelsel moet ook meer gaan opleveren voor het hoger onderwijs maar zo ver zijn we nog niet met de coalitie. SS: Een van de speerpunten van de partij is persoonlijke aandacht in het onderwijs. Hoe ziet u dat voor zich in het hoger onderwijs? AP: Het gaat vooral over contacturen en het aantal docenten per student, dat laatste is de afgelopen jaren verschoven naar minder. Hetzelfde zie je ook in het basis- en voortgezet onderwijs, klassen worden steeds groter.

Verantwoording afleggen is ook een van de problemen in het hoger onderwijs, wij willen het vertrouwen terugleggen bij docenten. Dit kan bijvoorbeeld door het medezeggenschap van medewerkers en studenten te vergroten in het onderwijs. Dat zien we liever dan dat alles uit Den Haag wordt gereguleerd. SS: Volgens D66 moet het beroepsonderwijs mensen klaarstomen voor de banenmarkt en hoort het universitaire onderwijs goede onderzoekers op te leiden, geldt dit ook voor gammastudies? AP: Aansluiting op de banenmarkt is heel belangrijk. Stages zijn erg belangrijk om je voor te bereiden op je carrière, daar schort het ook nog wel eens aan. Uiteindelijk hebben we iedereen nodig, ongeacht de studierichting. Dat we iedereen nodig hebben voor de arbeidsmarkt wordt keer op keer aangetoond in rapporten. SS: Een van de standpunten van de partij is het investeren in fundamenteel onderzoek. Strookt dat wel met de praktische insteek en het aansluiten op de banenmarkt? AP: De mooiste uitvindingen zijn altijd voortgekomen uit het vrije onderzoek en daar moet zeker ruimte voor zijn, hier is de laatste jaren gebrek aan. Ook het bedrijfsleven loopt achter met hun innovatieinvesteringen, al zullen die veel meer praktijkgericht en commercieel haalbaar willen afrekenen. In andere delen van de wereld is hier veel meer aandacht voor.

25


26

Interview

met

Alexander Pechtold

Door: Seray Basgol

Echter blijft investeren in onderwijs iets wat op de lange termijn resultaten oplevert. Als je vandaag de taalachterstand van een driejarige aanpakt, dan duurt het even voordat je daar economisch profijt van hebt als maatschappij. Dat duurt even maar dat zou geen reden moeten zijn om het niet te doen. SS: Hoe wilt u er voor zorgen dat andere partijen dit ook gaan inzien? AP: De lange termijn begint vandaag en het is mijn zorg dat andere partijen dit ook inzien.

SSirius iriusS Sights ights || 13/14 12/13 || N Nrr..2 1

Als je kijkt naar de laatste verkiezingsprogramma’s beloofde iedere partij behalve het CDA extra geld voor het onderwijs. Uiteindelijk komt het er dan niet en ik ben ongelooflijk tevreden dat we nu met dit akkoord de eerste 500 miljoen hebben binnengehaald. Ik vind het meer dan verbazingwekkend dat partijen er op tegen kunnen zijn als het over zo’n onderwerp gaat. Veel partijen kijken op de korte termijn naar hun portemonnee, maar wij kijken er anders tegenaan.


Samen

Into Innovation Unite !

door:

staan we sterk

Esmé Ouwerkerk

27

Samen staan we sterk Door: Esmé Ouwerkerk, Student Gezondheidswetenschappen Gezondheidszorg, een begrip dat vele aspecten omvat. Men kan denken aan huisartsen, apotheken, ziekenhuizen, fysiotherapeuten, psychologen enzovoort. In Nederland bestaan er verschillende niveaus van zorg, te noemen de eerstelijnszorg, tweedelijnszorg en derdelijnszorg. De eerstelijnszorg is voor elke patiënt rechtstreeks toegankelijk. Onder deze zorg vallen onder andere de huisarts, de apotheek en de tandarts. In de tweedelijnszorg komt men terecht wanneer er een doorverwijzing plaatsvindt. De derdelijnszorg omvat onder andere expertisecentra en laboratoria. In de zorg vinden de laatste jaren veel veranderingen plaats, waar het ontstaan van een HOED, in de eerstelijnszorg, er een van is. Een HOED staat voor Huisartsen Onder Een Dak. Een HOED is een samenwerkingsverband tussen twee of meerdere huisartsen, die gevestigd zijn in hetzelfde gebouw. Het idee van een HOED is ontstaan doordat de vraag naar zorg hard gestegen is. Om de zorg betaalbaar te houden, worden steeds meer taken, die vroeger door het ziekenhuis gedaan werden, uitgevoerd door huisartsen. De kwaliteit van de zorg is hetzelfde, maar de kosten vallen lager uit. De huisarts heeft hierdoor veel meer taken, waardoor het spreiden van taken een belangrijke volgende stap kan zijn. Door huisartsen meer te laten samenwerken kan de werkdruk dus verminderd worden. Naast een HOED bestaat er ook een GOED, wat staat voor Gezondheidszorg Onder Een Dak.

Binnen een GOED werken meerdere disciplines uit de eerstelijnszorg samen, waaronder huisartsen, apotheken en fysiotherapeuten. Deze genoemde disciplines werken dagelijks nauw samen. Door de korte lijn die, met het ontstaan van een GOED, ontstaan is, is de informatieverstrekking efficiënt en snel, waardoor er vlot gehandeld kan worden. Dit heeft natuurlijk voor zowel de patiënt als de zorgverlener grote voordelen. Samenwerking tussen verschillende disciplines kent dus een groot aantal voordelen, waar het bovengenoemde nog maar een kleine greep uit het groter geheel is. De laatste jaren zijn er al een flink aantal HOED- en GOEDpraktijken ontstaan en laat dit een goed initiatief zijn voor de verdere toekomst.


28

Sirius

news overview

Sirius Sights | 13/14 | Nr. 1

Sirius News Overview

September Elections

Terrorist

attacks on shopping mall in

in germany

Nairobi.

October Devastating

cyclone hits

India

Federal

shutdown in the

United States


De Stoekomst irius News vanOstraffen verview

Unite!

By Jurriaan

van

Wakeren

29

November Heavy

anti-government protests in

Thailand

Pro-EU

demonstrations in

Ukraine

r e b m e c De Nelson Mandela French intervention African Republic

Nelson Mandela

passes

starts in

Central

passes


30

Interview

met de decaan:

United

we stand

Door: Hetty Kuipers

Sirius Sights | 13/14 | Nr. 1

Interview met de decaan: United we stand

Door: Hetty Kuipers, Student Gezondheidswetenschappen Je kunt je op vele manieren verenigen en samengaan. Onze faculteit doet dat via het plan ‘United we stand’ met de faculteit Gedragswetenschappen, een plan met betrekking tot een fusie tussen beide faculteiten waaruit een grote gammafaculteit zou moeten ontstaan. Of dit plan uit zal worden gevoerd, moet nog worden besloten, maar de decaan van beide faculteiten, mevrouw Van Oudenhoven-Van der Zee, vertelt alvast meer over deze plannen. In de documentatie die op dit moment beschikbaar is met betrekking tot de fusie, staat vermeld dat de doelen van de fusie een verbetering van de kwaliteit onderzoek, een verbetering van de kwaliteit en samenhang onderwijs op het gammadomein en een slankere, efficientere en slagvaardigere organisatie zijn. Waaruit blijkt dat deze punten zounden moeten worden verbeterd? Vorig jaar zijn er een aantal afspraken gemaakt met de minister, want universiteiten moeten bepaalde prestaties leveren met betrekking tot rendement en de omvang van je ondersteunende organisatie. Daar zijn dus allemaal targets voor gedefinieerd waar wij als universiteit aan moeten voldoen en wanneer dit niet het geval is, zullen wij minder subsidie (geld krijgen) van de regering. Waardoor er dus minder geld beschikbaar is voor het onderwijs. Het is daarom zake dat we deze targets gaan halen. Betekent dat dat deze targets momenteel niet worden gehaald? Of zijn deze aangescherpt? Momenteel scoren wij, als universiteit, niet heel goed op het gebied van bijvoorbeeld uitval en studieduur en daarom hebben we

doelen moeten stellen, die ook in lijn zijn met wat de overheid hiervan vindt. We moeten gewoon beter worden dan we waren. De gestelde doelen bevatten ook wel een bepaalde mate van ingewikkeldheden, want de beschikbare middelen lopen terug. Daar waar universiteiten vroeger subsidie ontvingen voor behaalde studiepunten, is er momenteel geen geld beschikbaar voor grote groepen studenten. Wat er op neer komt dat bij bijvoorbeeld een studie als psychologie bijna de helft niet wordt bekostigt door het ministerie, terwijl wel al deze studenten moeten worden bediend. Dat geeft grote problemen, want we willen de kwaliteit beter hebben. Er zijn ook een aantal opleidingen binnen de faculteiten die in de keuzegids niet bepaald als top van Nederland staan en dat willen we anders. Ik vind dat iedereen er gewoon trots op moet zijn dat hij in Twente studeert. Dus daar ligt een belangrijke opgave voor de komende periode, want hoe kun je een betere kwaliteit leveren met minder middelen. De inrichting van de onderwijsorganisatie moet dus efficienter, omdat het is afgesproken met de minister en vanwege het feit dat de middelen terug lopen. Ik ben bovendien van mening dat het geld met name naar het onderwijs moet gaan en zo min mogelijk naar de ondersteunende organisatie. Wanneer er een grotere faculteit is, kunnen we met minder mensen die ondersteuning leveren, zodat er zoveel mogelijk geld overblijft voor het onderwijs.


Unite!

Interview

met deD decaan e toekomst : United van we straffen stand

By Jurriaan Door Hvan ettyW Kakeren uipers

U sprak over een lange studieduur en dat ook het behaalde aantal punten onder de maat is en dat dit zou moeten verbeteren. In welke mate zal de fusie hier dan voor moeten zorgen en niet het Twents Onderwijsmodel (TOM), dat dit jaar om dezelfde redenen is opgezet?

tiek waar ze mee bezig zijn, op een aantal punten binnen hun studieprogramma over de grenzen te kijken. Daar waar je meer met elkaar moet gaan delen om het onderwijs betaalbaar te houden, kun je dat doel bereiken en tegelijkertijd geld besparen.

Je kunt het heel financieel bekijken en je kunt het heel inhoudelijk bekijken. Ik denk dat wij een hele goede slag hebben geslagen met TOM, omdat we met name de opleidingen die minder intensief waren, veel intensiever hebben gemaakt. Dus we investeren veel meer in het onderwijs. Met de teruglopende middelen is het zo dat we moeten snijden in het aanbod van wat we aan onderwijs doen en als je daar in moet snijden, wordt het minder interessant voor studenten om te studeren en dat willen we voorkomen.

Om verder in te gaan op die uniciteit, er zijn een aantal studies met een beta-randje, zoals bijvoorbeeld Gezondheidswetenschappen. Wat gaat hiermee gebeuren? Dezen vallen immers niet direct onder gamma.

Daarnaast is het zo dat we ons heel erg aan het afvragen zijn wat er uniek is voor Twente. We hebben hier een aantal hele algemene opleidingen, die je op veel meer plekken in Nederland kunt volgen. Dan kun je je de vraag stellen wat er nou zo uniek is voor wat wij hier doen en wat zouden we vanuit die uniciteit kunnen aanbieden aan studenten. En dan vind ik het opvallend dat wij studenten opleiden in een discipline, maar dat we ze eigelijk heel weinig kennis laten maken met andere disciplines. Ik denk dat je, in een grote faculteit, op een aantal punten in het studieprogramma zou moeten zorgen dat je die studenten uit de verschillende disciplines bij elkaar zet, zodat je ook ziet hoe studenten met hele andere invalshoeken kijken naar dezelfde vraagstukken. En dat je de studenten ook in contact moet brengen met stafleden uit andere disciplines die ook heel anders tegen deze vraagstukken aankijken. Ik wil toe naar een faculteit waar het mogelijk is en wordt aangemoedigd om, gekoppeld aan de thema-

Dat klopt, maar dat was natuurlijk ook al zo. Mijn droom voor de toekomst is dat de Universiteit Twente gamma-opleidingen heeft die zich sterk orienteren op technologie en in die beweging lopen deze opleidingen eigenlijk heel erg voorop. Sterker nog, ze werken ook samen met de technisch faculteiten. Dus hun positie verandert vooralsnog niet, alleen denk ik dat zij zich beter thuis gaan voelen in de toekomst naarmate we de opleidingen wat meer focus geven. Wilt u dan de focus van deze studies met dat beta-randje verleggen? Nee, maar het is momenteel zo geregeld dat de bacheloropleidingen vrij algemeen zijn opgezet en de masterroutes iets anders georienteerd dan in andere steden in Nederland; ik kan me voorstellen dat je het binnen een algemene bachelor nog sterker Twents maakt. Dat wil zeggen dat je iets leert over je vakgebied, maar wel in verbinding met technologie. Zodat het sterker past in het profiel van deze universiteit en waarbij ontwerpen een belangrijk uitgangspunt is. Als dat gebeurt, zie je dat die technisch georienteerde opleidingen, en dat zijn overigens de beter opleidingen in het gamma-domein, dus die willen we absoluut niet kwijt

31


32

Interview met de decaan: United Door: Hetty Kuipers

we stand

en vinden wij ook heel erg belangrijk, zich minder als een vreemde eend in de bijt gaan voelen, omdat de andere opleidingen ook wat technischer worden. Ik merk dat deze opleidingen wat onrustiger worden, omdat ze denken dat het voor hen lastiger wordt. Dit is echter juist het tegenovergestelde, omdat ze beter zullen gaan passen in het geheel. Dat wil niet zeggen dat er geen gevaar op de loer ligt. Men had er immers ook voor kunnen kiezen om fusies aan te gaan tussen gamma- en beta-faculteiten. Ik merk dat de universiteit veel meer zal gaan moeten doen om te zorgen dat die gedeelde opleidingen zo gefinancierd en aangestuurd worden dat dat ook samenwerking bevordert, want dat is nog niet altijd het geval. Dat betekent soms dat de middelen die wij krijgen voor die specifieke opleidingen te klein zijn of dat we voortdurend moeten knokken om ons eigen stukje daarin te behouden. Ik vind, en dat staat even los van de fusie, dat die opleidingen, waarvan de Universiteit aangeeft dat dat is zoals zij willen zijn, een stevigere positie krijgen. U spreekt over een verbinding met technologie, die al meer aanwezig is bij de meer technische studies binnen het gamma-domein, zoals Gezondheidswetenschappen. Toch hoor je ook binnen deze studies dat de link met de technologie vaak als klein wordt ervaren. Hoe ziet u dit dan voor zich? We hebben een nieuwe collegevoorzitter en zijn als Universiteit momenteel heel erg in discussie over wat de nieuwe strategie wordt. Binnen deze discussie is dit een van de hoofdthema’s. Er is laatst ook een bijeenkomst gehouden, maar daar kwamen nagenoeg geen studenten op af. Dat snap ik ook heel goed. Aan de ene kant is er immers de vraag of de student nou mag bepalen of er wel of niet gefuseerd word. De studenten hebben een inspraak in de medezeggenschapsraad, dus in die zin hebben ze wel inspraak, maar in principe in zo’n besluit met betrekking tot een fusie niet

Sirius Sights | 13/14 | Nr. 1

meteen een beslissing die studenten gaan nemen. Straks echter, als het besluit genomen is en het is een positief besluit dan krijgen we de uitwerkingsfase en alle opleidingen onder de loep te nemen. Dan moeten we kijken of het past binnen wat we willen zijn en in die fase worden studenten heel belangrijk, want dit soort opvattingen moeten worden meegenomen in het bepalen van waar we naar toe gaan. Ik denk dat het een heel mooi signaal zou zijn als studenten aan zouden geven dat het van hun nog een tikkeltje technischer mag en daar kunnen we dan iets mee doen. In welke mate zijn jullie daar nu al mee bezig? Gezien het feit dat op dit moment de modules voor TOM nog worden afgemaakt, dus je zou kunnen zeggen dat dit het moment is om meer technische vraagstukken en invalshoeken in de studies te verwerken. We kunnen niet alles tegelijk doen, dus het is onherroepelijk zo dat dit een gradueel proces wordt. We moeten nog afwachten of het fusieplan wordt goedgekeurd en we moeten ook rekening houden met de strategie. Dus het zal er onherroepelijk toe leiden dat, als er wordt besloten dat dingen technischer worden, die modules zich moeten evolueren in een bepaalde richting. We kunnen nu niet alles besluiten en opleggen, omdat het besluitvormingsproces trager loopt. Het is wel zo dat we in mei onze plannen concreet willen hebben voor de verdere invulling van het onderwijs en dat is dan wel het moment dat we moeten gaan bouwen. Dat betekent dat dat in ieder geval voor de keuzemodules nog wel op tijd is, dus daar zullen het snelst en het eerst veranderingen in optreden.


Unite!

Het onderwijs gaat dus geleidelijk veranderen naar onderwijs met een grotere link met technologie, maar wat gaat er nu veranderen voor de studenten die op dit moment aan het studeren zijn?

De student die momenteel studeert zal merken dat de casuistiek een technischere orentatie zal krijgen. Dit is binnen het fusieplan vooral beperkt tot de inrichting van de master, dus daar zullen we sterker een focus aanbrengen. Binnen de bachelors is de belangrijkste verandering op korte termijn dat we binnen keuzemodules zoveel mogelijk zullen kijken wat we samen kunnen doen. Hoe kunnen we modules bouwen waarbinnen de expertise van twee studies samenkomen. Het streven is om de keuze binnen de keuzemodules hetzelfde te houden vanuit de het perspectief van de individuele student, terwijl we minder modules aanbieden.Verder willen we dat er meer samen wordt gewerkt in het reflectie-

Interview

met de decaan:

United we stand Door: Hetty Kuipers

onderwijs, dus ethiek, wetenschapsfilosofie en dergelijke, op het gebied van methode en technieken. Dat gebeurt deels ook al wel, maar dat kan nog moderner en verder ontwikkeld worden. We kunnen nog beter de link leggen tussen hoe je een praktisch probleem behandelt en hoe je daar in je theorie iets over leert. Als laatst is het thema ondernemerschap, dat een thema is van de universiteit, terwijl het eigenlijk helemaal niet zo is dat alle studenten die hier binnen komen, iets leren over ondernemerschap. Ik denk dat mensen die hier expert in zijn, en dat zijn met name mensen binnen deze faculteit, zorgen dat ze iets aanbieden aan alle studenten zodat ze hier wat over leren tijdens hun studieprogramma. Dat zijn de concrete dingen die we in mei echt klaar willen hebben en dat is waar we de input van de student ook nodig hebben.

33


34

Hokjesdenken binnen de Door: Hetty Kuipers

zorg

Sirius Sights | 13/14 | Nr. 1

Hokjesdenken binnen de zorg

Door: Hetty Kuipers, Student Gezondheidswetenschappen

Het is geen nieuwe ontwikkeling, geen trend, niet iets van de laatste jaren, maar een kwestie die al decennia speelt. Een kwestie die niet erg veel aandacht vraagt, maar waar toch veel mensen mee te maken krijgen. Het is het pigeonholing, ook wel hokjesdenken genoemd, in de zorg. De medisch specialisten die met de oogkappen op de patiënt bediagnosticeren en behandelen. Enkel oog hebbend voor hun eigen expertisegebied. Of het nou het hart betreft of de maag, dat maakt eigenlijk niet zoveel uit. Elke specialist maakt zich er wel schuldig aan, met als risico dat de patiënt lang ongediagnosticeerd blijft, verkeerd behandeld wordt of soortgelijke toestanden. Daarom is het van belang dat specialisten meer gaan samenwerken, gezamenlijk gaan werken naar hetzelfde doel, namelijk de patiënt genezen. Het is nou eenmaal zo dat ziektes niet altijd in te dammen zijn tot een specifiek specialisme, wat maakt dat het inzicht van andere specialisten maar zo een holistisch effect zou kunnen hebben. Naast de vanzelfsprekende voordelen die een betere collaboratie zouden hebben voor het welzijn van de patiënt, kent deze zaak ook financiële voordelen. De gevolgen die uit een gebrekkige samenwerking binnen de zorg voortvloeien, brengen natuurlijk onlosmakelijk de kosten met zich mee, die eigenlijk altijd ter sprake komen wanneer men een zorgkwestie behandeld.

Het is reeds bekend, de zorgkosten stijgen al jaren en we, de overheid en uiteindelijk Nederland als geheel natuurlijk, kunnen dit eigenlijk niet betalen. Deze kosten moeten worden teruggedrongen, dat is ook al lang bekend en deze kwestie leent zich daar perfect voor. Immers, zo kunt u zich voorstellen, wanneer men langs elkaar werkt en diverse dilemma’s niet aan elkaar verbindt, zorgt dit voor meer contacturen en meer onderzoeken dan werkelijk nodig zouden zijn geweest. Ik pleit daarom voor een verbeterd contact tussen medisch specialisten, waarbij men elkaars kennis deelt. Door middel van het verbreden van de grenzen, maar ook het behoud van het specialisme, zal men in staat zijn elkaar te inspireren, om zo eerder een herstelde gezondheid van de patiënt te realiseren.


Unite Unite ! !

Bedrijvendagen Twente 2014:

de

Mens, Management en M edici -markt De toekomst van straffen DoorB:yBJedrijvendagen wente urriaan van WT akeren

Bedrijvendagen Twente 2014: de Mens, Management en Medici-markt Door: Bedrijvendagen Twente Van 11 februari t/m 14 maart zullen de Bedrijvendagen Twente voor de 30e keer worden georganiseerd op de Universiteit Twente. Tijdens dit vijf weken durende evenement staat je toekomstige carrière centraal en worden verschillende activiteiten georganiseerd waarbij jij als student de kans hebt om je eerste stappen te zetten in je carrière. Serieuze en minder serieuze activiteiten staan gepland.

Dit jaar wordt daarnaast nog een nieuwe dag georganiseerd, namelijk de Mens, Management en Medici-markt, welke speciaal voor studenten van de studies Gezondheidswetenschappen, Bestuurskunde, European Studies, Communicatiewetenschap, Onderwijskunde, Psychologie, Technische Geneeskunde en Biomedische Technologie georganiseerd wordt.

We trappen we af met een feestelijke activiteit op 11 februari op het O&O-plein. Daarna is er natuurlijk de informatiemarkt op 19 en 20 februari en de activiteiten op cv selectie in de week van 10 tot en met 14 maart. Er worden ook twee lunchlezingen georganiseerd waarvoor we niemand minder dan Jan Kees de Jager en Jort Kelder mogen verwachten!

Op 13 februari zullen bedrijven, organisaties en instellingen zich presenteren door middel van een stand, een workshop of een training. Het zijn de bedrijven die je een beeld geven van de banen waar je na je studie mee in aanraking komt en tevens is er de mogelijkheid om op zoek te gaan naar een bachelor- of afstudeeropdracht.

35


36

Bedrijvendagen Twente 2014: Door: Bedrijvendagen Twente

de

Mens, Management

Op deze markt word je uitgedaagd om verder te kijken dan de Universiteit Twente en de interactie aan te gaan met interessante bedrijven. Tijdens elke fase in je studie is het nodig om vooruit te kijken. Als bachelorstudent ben je misschien wel ge誰nteresseerd in een globale indruk van het werkveld. Als masterstudent kan het zijn dat je je mogelijkheden aan het ontdekken bent. Voor gratis lunch wordt gezorgd en na afloop is er een kleine gratis borrel. Kom dus langs op donderdag 13 februari in de Vrijhof voor een interactieve middag met bedrijven!

en

Medici-markt

Sirius Sights | 13/14 | Nr. 1

Voor de aangeboden trainingen en workshops is het van belang dat je je inschrijft via de Bedrijvendagen Twente site. Doe dit snel, want de plaatsen zijn beperkt! Voor de markt zelf is inschrijven via de site niet nodig. www.bedrijvendagentwente.nl Mens, Management en Medici-markt Wanneer: 13 februari 2014 Tijd: 12.00 - 17.00 uur Locatie: Vrijhof - Foyer en Audiozaal


Unite!

37


Resources Gemeentelijke

herindeling:

Tijd

voor verandering?

1. 2.

http://www.herindelingnee.nl/page5.html

3.

http://www.binnenlandsbestuur.nl/bestuur-en-organisatie/nieuws/fuseren-goedkoper-dan-ambte-

http://www.binnenlandsbestuur.nl/Uploads/2013/4/Artikel-gemeentelijke-herinde

ling-BB.pdf

lijk-samenwerken.9013894.lynkx

A

reflection on

‘‘The MIT

of

Europe’’

Van Leemputten, P. (2008). Europese tegenhanger MIT van start Retrieved 7 Dec, 2013, from http://www.zdnet.nl/news/91429/europese-tegenhanger-mit-van-start/ Watt, N. (2006). European institute to ‘to rival MIT’, The Guardian. Retrieved from http://www. theguardian.com/world/2006/feb/22/highereducation.internationaleducationnews/print WorldUniversityRankings. (2013). World university Rankings 2013-2014 Retrieved 7 Dec, 2013, from http://www.timeshighereducation.co.uk/world-university-rankings/2013-14/worldranking

On

the

EU-US

free trade talks:

Economic

prosperity, the environment and consumer safety

De Ville, F. (2013). Liberty and the EU-US trade talks. Euobserver.com. Fox, B. (2013). Brussels nervous on public reaction to EU-US trade talks. Euobserver.com. Fox, B. (2013). EU-US trade talks could become ‘another Acta’. Euobserver.com. Lester, S. (2013). US-EU Trade Talks: Don’t Forget about the Tariffs. New York: Cato Institute. Stoczkiewicz, M., & Pica, E. (2013). EU and US both threatened by secret trade talks. European Gazette, -. Samen Bron:

staan we sterk http://www.cz.nl/consument/zorgadvies/kwaliteit/afspraken-over-zorginkoop/huisartsen


Advertentie PDS hier.


Sirius Sights, Jaargang 18, Nummer 1  

Sirius Sights - Unite