Issuu on Google+

i足 ntro Medisch informatieblad van het Sint-Franciskusziekenhuis Heusden-Zolder

nr. 36

- oktober - november - december 2012

Afzendadres: Sint-Franciskusziekenhuis, t.a.v. Dhr. Geboers, Pastoor Paquaylaan 129, 3550 Heusden-Zolder.

Driemaandelijks tijdschrift Hasselt mail P509331

Spoedgevallendienst


intro Medisch informatieblad van het Sint-Franciskusziekenhuis Heusden-Zolder

nr. 36

oktober - november - december 2012 Driemaandelijks

Colofon Algemeen Sint-Franciskusziekenhuis Pastoor Paquaylaan 129 3550 Heusden-Zolder Medisch Centrum Beringen Hospitaalstraat 27 3582 Beringen Telefoon: 011 71 50 00 (algemeen) 011 71 55 55 (polikliniek) 011 71 56 00 (MCBeringen) fax: 011 71 50 01 website: www.sfz.be Algemeen directeur: Dr. Marc Geboers Medisch directeur: Dr. Luc Geutjens Redactieraad Hoofdredactie: Dr. Stijn Loonbeek Redactie: Dr. Luc Geutjens Dr. Nele Guion Dr. Marc Geboers Mevr. Diane Mombers V.U.: Dr. Luc Geutjens Hebben meegewerkt, Dr. Anne-Marie De Groot Dr. Ine Libbrecht Dhr. Dennis Lenaers Dr. Raf Fransen Triageteam spoed Dr. Guy Veldeman Dhr. David Martens Dhr. Bart Goven Dr. Christine Smellenbergh Dr. André Bellens Foto’s Dhr. Kris Dexters, Mevr. Diane Mombers

Met meer dan 22.000 patiënten en 950 MUG-uitrukken in 2011 blijft de spoedgevallendienst een zeer belangrijke toegangspoort voor het SintFranciskusziekenhuis. Bijna twee op drie patiënten, die voor meer dan één nacht opgenomen worden in het ziekenhuis, bieden zich aan bij de spoed­ gevallendienst. Wat betreft het aantal erkende bedden behoren wij tot de kleinere ziekenhuizen van het land. Het feit dat wij onze diensten aanbieden in de bevolkingsdichte regio West-Limburg, met ongeveer 150.000 inwoners, verklaart evenwel het acute karakter van het ziekenhuis. De steeds groeiende patiëntenstroom zet een behoorlijke druk op artsen en verpleegkundigen. De overheid omschrijft deze functies sinds een aantal jaren als gespecialiseerde spoedgevallen en MUG. Zoals wel vaker voorkomt, is er van overheidswege een structurele onderfinanciering van deze functies, onder meer door bepaalde vergoedingen te koppelen aan het aantal ziekenhuis­ opnames. Dit is duidelijk in het nadeel van kleinere ziekenhuizen met een belangrijke spoedgevallenactiviteit. Wij kunnen ons afvragen welke elementen een rol spelen in de steeds groeiende aantallen patiënten die zich wenden tot onze spoedgevallendienst. Ongetwijfeld speelt de gewijzigde organisatie van de eerste lijn hierin een belangrijke rol. Waar men vroeger 24 uur op 24 en 7 dagen op 7 terechtkon bij de eigen huisarts, zal de patiënt vandaag ’s avonds en in het weekend telefonisch doorgeschakeld worden naar de huisarts van wacht. Vermits deze arts niet beschikt over de dossiergegevens, vinden de patiënten zo snel de weg naar de spoedgevallendienst van het ziekenhuis. Bovendien gaan zij er terecht van uit dat eventuele bijkomende onderzoeken meteen in een ziekenhuis


Spoedgevallen­ dienst Dr. Luc Geutjens, medisch directeur

uitgevoerd kunnen worden. Het blijft dan ook een moeilijke opdracht voor zowel de triageverpleegkundigen als de spoedartsen om de echte urgenties te onderscheiden van de eerstelijnspathologie. Dat hierbij soms bijkomende onderzoeken gebeuren die achteraf niet echt nodig blijken te zijn, kan niet ontkend worden. Anderzijds zal een gemiste diagnose vaak aanleiding geven tot klachten of zelfs juridische stappen vanwege de patiënten die alsmaar mondiger worden.

een hele tijd wachten tot er op de afdeling een bed vrij is en opnieuw in orde gebracht kan worden. De vier kamers voor korte observatie en therapeutische oriëntatie waarover de spoedgevallendienst beschikt, zijn al lang niet meer voldoende als buffercapaciteit. Wij zijn dan ook verheugd dat wij van de overheid de toestemming kregen om tien extra bedden op te stellen in een tijdelijk gebouw naast de spoedgevallendienst. Na een proefperiode tijdens de maanden juni en juli hopen wij dat deze bedden vanaf september ertoe zullen bijdragen dat de onder­ zoeksruimten in de spoed­ gevallen­dienst ter beschikking gesteld worden aan patiënten die zich aanbieden en niet bezet worden door patiënten die wachten op een zieken­huisbed.

In een aantal regio’s worden huis­ artsenwachtposten opgericht dichtbij of minstens in goede samen­werking met de spoed­gevallen­ diensten. Wij vragen ons af of dit ook voor West-Limburg een optie kan zijn. Wij zijn alleszins zeker bereid om hier­over overleg Wij zijn verheugd dat we van de te plegen met de ver­tegen­­woordigers van overheid de toestemming kregen de huis­artsen­kringen uit onze regio.

Wij hopen u in deze INTRO een getrouw beeld te geven van de inspanningen die onze spoedgevallenverpleegkundigen en om tien extra bedden op te stellen -artsen dag en nacht leveren. Ondanks in een tijdelijk gebouw naast de Naast de oncontroleerbare instroom van alle druk proberen ze het hele jaar rond de patiënten - een spoedgeval is immers beste zorgen te leveren aan patiënten met spoedgevallendienst. nooit gepland - draagt ook de moeizame een acute zorgvraag. Tot slot gaat er een uitstroom bij tot de drukte op de afdeling. bijzonder woordje van dank uit naar de Patiënten doorlopen de eerste triage door een verpleegkundige. De brandweer van Heusden-Zolder waarmee wij in het kader van ernstgraad bepaalt de volgorde van de beoordeling door een dringend ziekenvervoer al sinds vele jaren zeer goed samenwerken. spoedgevallenarts. Nadien moet de patiënt nog wachten op de Samen kunnen wij ervoor zorgen dat de patiënten in onze regio resultaten van uitgevoerde onderzoeken en - wanneer nodig - op de steeds de beste zorgen toegediend krijgen. Dit reeds vanaf het ziekenhuisarts die de diagnose en de eventueel te volgen ogenblik dat zij thuis of op de plaats van het ongeval door het behandeling toelicht. Wanneer een ziekenhuisopname volgt, moet ambulancepersoneel worden opgevangen. de patiënt -zeker tijdens periodes van hoge bedbezetting - vaak nog intro oktober 2012

3


Unieke samenwerking tussen spoedgevallen en brandweer Dr. Raf Fransen, korpsarts Brandweer Heusden-Zolder en spoedgevallenarts Sint-Franciskusziekenhuis

Ongeveer 25 jaar geleden kende de wereld van de 100-ambulances een kleine revolutie met de introductie van de automatische elektrische defibrillatoren (AED). Ook de opkomst van de MUGteams zette het wereldje danig overhoop.

van de brandweer van Heusden-Zolder, werd deze omwenteling gezien als een unieke kans om te starten met een verregaande samenwerking. De spoedverpleeg­ kundigen beschikten over de nodige knowhow en de brandweer had een uitgebouwde ambu­ lance­dienst. Het ging dus om een huwe­ lijk dat een mooie kans op slagen had…

Door permanent bij te scholen en

Het concept van scoop-and-run (‘leg de up-to-date te blijven in elkaars patiënt op de brancard en breng hem zo De ambulanciers van de brandweer snel mogelijk naar de spoed­ gevallen­ werden door Louis Thijs opgeleid om een discipline, steeg de kwaliteit van ons dienst’) werd niet langer toegepast. Het deskundige BLS-reanimatie uit te voeren dringend ziekenvervoer opmerkelijk ruimde baan voor een doordachte manier met be­ hulp van de AED. De spoed­ in de loop der jaren. van werken die de nadruk legt op het verpleegkundigen werden ingezet op de maximaliseren van de over­ levings­ kans ambulancedienst, die elke weekdag van van de patiënt. Een gigantische aanpassing voor de ambu­lance­- en 8u00 tot 16u00 zijn stand­plaats op de spoedafdeling had. spoed­ diensten… Onder impuls van toenmalig diensthoofd spoedgevallen Louis Thijs en kapitein-commandant Marc Ceyssens Door permanent bij te scholen en up-to-date te blijven in elkaars


discipline, steeg de kwaliteit van ons dringend ziekenvervoer opmerkelijk in de loop der jaren. De verpleegkundigen kregen inzicht in de manier van werken van de brandweer (evacuatie op hoogte, werkwijze bij bevrijding uit een voertuig na ongeval, technieken in brancardage) en de ambulanciers kregen een beter begrip van de fysiologie van een acuut zieke patiënt. Zo nam de vraag tot MUGbijstand steeds adequatere vormen aan. Een derde belangrijke speler - naast de verpleegkundige en de ambulancier - is zonder twijfel de spoedgevallenarts. In de driehoek ambulancier-verpleegkundige-arts is er voor de komende jaren een echte uitdaging weggelegd om de band tussen de ambulancier en de arts nog te versterken. Geen enkele structuur is immers zo stevig als een driehoek waarvan de zijden gelijk zijn. De ambulancier is geen ‘knecht’ van de verpleger en de verpleger is geen knecht van de arts in de spoedgevallenwereld. We moeten werken als één team. Eén visie levert slechts een unidimensioneel beeld op. Maar als elke speler de visie van de twee andere partijen op een acute situatie leert ‘zien’, kunnen we onderling nog beter communiceren. Zo kunnen we de drie visies integreren in een driedimensioneel beeld, dat nog steeds de beste weergave van de realiteit is. De samenwerking tussen Louis Thijs en Marc Ceyssens leverde tot nu toe al een helder tweedimensioneel beeld op. Samen met het nieuwe diensthoofd spoedgevallen Dennis Lenaers willen wij de ingeslagen weg verder bewandelen. Samen met de ambulanciers en het volledige brandweerkorps willen we alle zijden van de drie­ hoek blijven verstevigen om te komen tot een optimale 3D-werking.

intro oktober 2012

5


De nieuwe bufferafdeling als antwoord op ‘overcrowding’ Dennis Lenaers, verpleegkundig diensthoofd spoedgevallen

6

intro oktober 2012


In 2011 ontving de spoedgevallendienst van ons ziekenhuis gemid­ deld 60 patiënten per dag, goed voor een totaal van meer dan 22.000 patiënten. Bijna één op drie van deze patiënten werd vanuit de spoedgevallendienst opgenomen in het ziekenhuis. Op onze dienst schakelen we dagelijks 13 verpleegkundigen in om dit samen met de spoedartsen in goede banen te leiden. Desondanks wordt ook onze dienst, net zoals andere spoedgevallendiensten, regelmatig geconfronteerd met overbezetting of ‘overcrowding’, zoals het vakjargon dit noemt. Om het overzicht te bewaren over de grote toevloed van patiënten, zijn we in 2008 gestart met een triagesysteem dat de instroom van de dienst efficiënt regelt. Een verpleegkundige vangt alle nieuwe patiënten op en stelt een prioriteitenplan op aan de hand van het Manchester Triage Systeem, een standaardmethode voor triage. De patiënten krijgen een kleurcode die afhangt van de ernst van de pathologie en ze komen zo gestructureerd terecht op de spoed­ gevallen­dienst.

De bufferafdeling beschikt over tien privékamers met alle moderne faciliteiten en richt zich exclusief tot patiënten op de spoedafdeling die voorlopig niet naar het beddenhuis kunnen verhuizen. Overcrowding ontstaat niet alleen door een verhoogde instroom, maar ook de uitstroom is bepalend voor de drukte op de dienst. Zo kan er een ‘access block’ ontstaan. Dit is de onmogelijkheid om patiënten op een redelijke termijn van de spoedgevallendienst te laten doorstromen naar het beddenhuis. De oorzaak is vaak de discrepantie tussen de beschikbare versus de benodigde bedden.

Behandelde patiënten staan in deze context regelmatig ‘geparkeerd’ in een acute behandelruimte, waardoor andere patiënten verlengd in de wachtzaal moeten verblijven. Om dit aan te pakken, openden we in juni 2012 aansluitend op de spoed­gevallendienst een nieuwe afdeling, de zogenaamde buffer­ afdeling. Die beschikt over tien privékamers met alle moderne faciliteiten en richt zich exclusief tot spoedgevallenpatiënten op de spoedafdeling die voorlopig niet naar het beddenhuis kunnen verhuizen. Daar waar patiënten tot voorheen lange tijd op een spoedbrancard moesten blijven liggen, kunnen zij nu op een meer kwaliteitsvolle manier wachten op de verdere doorstroom naar de definitieve afdeling. Door onze pijlen voortaan te richten op zowel de instroom als de uitstroom van onze spoedgevallendienst, trachten wij de over­crow­ ding van onze dienst in te perken. Zo kunnen we de patiënten nog sneller de nodige zorgen verlenen.


Secundair zieken­vervoer in samen­werking met Alfa 7 De permanente aanwezigheid van een ziekenwagen voor secundair vervoer is een belangrijk voordeel Hierdoor kunnen vervoers­inter­ ven­ties sneller en binnen de juiste timing plaatsvinden. Dankzij een effi­ciënte werking kan het team van medewerkers vlot op elkaar inspelen, samenwerken en rechtstreeks communiceren over de zorg van de patiënt die vervoerd moet worden. De ziekenwagendienst Alfa 7 is 24 uur op 24 bereikbaar en dit 7 dagen op 7. Deze continue permanentie vloeit voort uit een ver­ bintenis met het Sint-Franciskusziekenhuis. Alfa 7 heeft afdelingen in Heusden-Zolder, Sint-Truiden, Hasselt en Tienen. Voor het vervoer van liggende patiënten staan steeds 2 ambu­ lanciers paraat, waarvan één chauffeur. Alle ambulanciers volgden mini­maal een interne opleiding. Momenteel kunnen we zelfs stellen dat bijna al onze werknemers in het bezit zijn van een ‘badge 100’ of het brevet ‘dringende geneeskundige hulpverlening’. De medewerkers worden beoordeeld op professionaliteit, des­kun­ dig­­heid, voorkomen, beleefdheid en behulpzaamheid. Dit zijn immers

8

intro oktober 2012

eigenschappen die onontbeerlijk zijn voor een job in de zorgsector. Onder geen enkele voorwaarde wordt er op dit vlak inge­bonden. De dispatching is altijd bereikbaar op het mobiele nummer 0472 26 50 04.


intro oktober 2012

9


E.care, het elektronische dossier voor patiënten Bart Goven, verpleegkundige spoed & Christine Smellenbergh, applicatieverantwoordelijke

Vanaf 2011 is op de dienst spoedgevallen het nieuwe soft­ware­ pakket ‘E.care’ in gebruik. Deze software heeft de vol­ gen­ de doelstellingen: • een overzicht bieden van de bezetting van de afdeling • de informatieoverdracht vereenvoudigen naar de afdelingen • de documentatieopbouw verbeteren van het spoedproject • de documentenstroom digitaliseren • de rapportering en informatiedoorstroming verbeteren of tot stand brengen Met behulp van E.care verbeteren we de juistheid en de volledigheid van de gegevens, verhogen we de bruikbaarheid van geregistreerde gegevens en vereenvoudigen we de verslaggeving. De spoedverpleegkundigen en spoedartsen loggen in met een indi­ viduele SmartCard die een gebruikersnaam en paswoord over­bodig maakt. De kaart bepaalt het toegangsniveau tot de toepassing en de toegekende rechten.

Cockpitscherm met overzichtelijk informatie Dankzij een koppeling met het centraal administratief systeem komt de patiënt na inschrijving automatisch in de virtuele wachtzaal van E.care terecht. Van hieruit wordt hij verplaatst naar een spoedbox. Op het zogenaamde cockpitscherm krijgen de medewerkers van spoed alle relevante informatie over de patiënt te zien zoals naam, leeftijd, geslacht, ...

10

intro oktober 2012

Verder vinden ze er een mooi overzicht van: • welke patiënt zich in welke box bevindt • of de patiënt zich tijdelijk buiten de spoedafdeling bevindt, bv. op de dienst radiologie • welke arts en verpleegkundige verantwoordelijk zijn voor de patiënt • hoe lang de patiënt reeds aanwezig is op spoed • hoe dringend hij geholpen moet worden, afhankelijk van het probleem (kleurcode) • of de patiënt al dan niet mobiel of bedlegerig is • of de patiënt allergisch is • of er nog opdrachten uitgevoerd moeten worden • of er nog gewacht wordt op bepaalde resultaten (labo, RX, …). Met een dubbele klik op de patiëntnaam opent het spoeddossier. Hierin kunnen de verpleegkundigen en artsen allerlei gegevens noteren en opdrachten ingeven (labo, RX, EKG afnemen, medicatie toedienen, …). Brief voor huisarts/overdrachtsnota onmiddellijk beschikbaar Als het dossier afgewerkt is, worden er in functie van de ingevulde gegevens automatisch documenten gegenereerd. Denk hierbij aan de overdrachtsnota naar de afdeling en de brief voor de huisarts die via ons centraal medisch dossier C2M via Medibridge wordt verstuurd. Verder kunnen we in E.care allerlei andere documenten aanmaken zoals aanvraagbonnen (labo, RX, …) en attesten (werkonbekwaamheid, kiné, thuisverpleging, …).


Handige koppelingen met andere applicaties Dankzij de bidirectionele koppeling tussen E.care en C2M is er een continue informatie-uitwisseling tussen beide toepassingen. Zo zijn alle zorgverstrekkers op de hoogte van het spoedcontact. Specialisten uit andere disciplines kunnen via C2M ook medische orders geven aan het spoedpersoneel.

De spoedverpleegkundigen en spoedartsen loggen in met een indi­viduele SmartCard die een gebruikersnaam en paswoord over­bodig maakt.

Vanuit E.care zijn er koppelingen met: • het PACS-systeem voor het opvragen van beelden • de EKG-toepassing • C2M voor het opvragen van het centraal medisch dossier • andere applicaties zoals BCFI (medicatie), drip samenstellingen, rampenplan, telefoonlijst, Belgisch Antigifcentrum, …

Het spreekt vanzelf dat de mogelijkheden van dit pakket nog steeds uitgebreid kunnen worden en dus zeker zullen evolueren in de toekomst.

intro oktober 2012

11


De spoedgevallendienst van het Sint-Franciskusziekenhuis, een hele evolutie… Dr. Guy Veldeman, medisch diensthoofd spoedgevallen

Als medisch diensthoofd blik ik graag even terug op de evolutie die de dienst spoedgevallen tot nu toe heeft doorgemaakt. De eerste ‘echte’ spoedgevallendienst van het Sint-Franciskusziekenhuis dateert van bij de ingebruikname van het ‘nieuwe’ ziekenhuis in september 1985. In die tijd was er nog geen sprake van urgentie­ geneeskunde, laat staan van een opleiding. Voordien was de spoedgevallen niet meer dan een deur waarlangs de patiënten vanuit de ziekenwagen rechtstreeks overgebracht werden naar het operatiekwartier. Deze ruimte deed tegelijk dienst als ombedding, recovery, reanimatielokaal, onderzoeksruimte en gips­lokaal. In de onmiddellijke nabijheid bevonden zich de raad­ plegingslokalen van chirurgen en internisten, die dan ook konden instaan voor de eerste medische opvang. Na een eerste onderzoek en behandeling kon de patiënt dan terug naar huis of werd hij naar een ziekenkamer gebracht.

Vanaf 1985 beschikte de spoedgevallendienst over een reanimatie­kamer, drie onderzoeksruimten, een kleine ingrepenzaal (die ook diende als reanimatielokaal) en een gipslokaal met mogelijkheid tot scopie. Met de komst van de eerste CT werd het ziekenhuis vanaf 1991 verplicht om medische permanentie te voorzien. Er moest m.a.w. steeds een arts in het ziekenhuis aanwezig zijn voor de eerste opvang van urgenties. Deze functie werd tijdelijk ingevuld door een aantal ziekenhuisartsen en enkele toegelaten artsen in dienst van de associatie heelkunde. Mede dankzij de steun van een aantal burge­

12

intro oktober 2012

meesters uit de regio kreeg het ziekenhuis in 1993 de erkenning als MUG. Zo konden we ook in West-Limburg de aanrijtijden verkorten naar een streefwaarde van maximaal tien minuten. Tot op vandaag wordt de steun vanwege de gemeentebesturen ten zeerste gewaardeerd. Vanaf 1994 had ik het genoegen om deel te nemen aan de wacht op een intermittente basis. Het was tijdens deze periode dat ik het ziekenhuis leerde kennen en in contact kwam met de protagonisten van weleer. Toen was de MUG niet meer dan een VW-busje waarin we nauwelijks gespecialiseerde geneeskunde konden uitoefenen. De urgentiegeneeskunde zelf was trouwens ook nog zeer jong (MB van 12/11/1993) en zeker niet verspreid of aanvaard in België. Het was vooral na het lobbywerk van Prof. Delooz dat er enige structuur ontstond in de urgentiegeneeskunde. De opleiding voor het behalen van een beroepstitel en ook het brevet ‘acute geneeskunde’ werden zo een feit. In ons ziekenhuis werd de MUG medisch ondersteund door de diensten interne, anesthesie en heelkunde. Deze laatste dienst stelde mij in 1998 voor om een opleiding urgentie­genees­kunde te volgen en definitief voor het Sint-Franciskusziekenhuis te kiezen, een niet evidente stap voor een orthopedisch chirurg. Vanaf 2000 werkte ik als orthopedist-urgentist en vanaf 2001 als medisch diensthoofd spoedgevallen. Enkele jaren later werd de aanstelling van permanentieartsen-stafleden en toegelaten permanentieartsen in dienst van het ziekenhuis een feit. Zij zorgen voor de continuïteit van de medische opvang. Daarbij streven we de laatste jaren steeds naar een dubbele permanentie voor spoedgevallen en MUG. De capaciteit van de dienst werd in 2008 meer dan verdubbeld door een uitbreiding naar twee reanimatie­ kamers, drie onderzoeksboxen, een pediatrische box, een obser­


vatie­kamer, een decontaminatieruimte, een gipslokaal, een isolatie­ kamer, een bed voor intensieve bewaking en drie bedden voor therapeutische oriëntatie. Dit was ook wel nodig aangezien we evolueerden van een dienst met nauwelijks 11.000 patiënten per jaar in 2000 tot 23.000 patiënten in 2012.

gezet met een bestaffing van zo’n 20 verpleegkundigen. Vroeger werd er een doordrukje van een dossier ter beschikking gesteld van de huisarts, terwijl er nu quasi automatisch een ontslagbrief gegenereerd wordt. Ook de toediening van medicatie gebeurt nu na elektronisch voorschrift via een VANAS-kast.

Ook de technische mogelijkheden van de spoedgevallen en de MUG zijn de laatste tien jaar nog uitgebreid. Van het VW-busje zonder plaats evolueerden we via een monovolume naar een goed uitgerust voertuig met een niet-invasief ventilatietoestel, botboor en uitgebreide communicatiemogelijkheden aan boord. Het aantal interventies van de MUG startte met slechts enkele honderden en steeg nadien tot net geen 1.000 interventies per jaar. Een aantal dat de laatste jaren stabiel blijft… Ook de manier van werken op spoed is in de loop der jaren veranderd. Daar waar vroeger de ‘chirurg’ eigenlijk de triage deed en de verpleegkundige bestaffing beperkt was, evolueren we nu naar een systeem van workfloormanagement. Hierbij worden twee opgeleide spoedartsen en verpleegkundige triagecoördinators in­­

De volledige automatisatie blijft een uitdaging voor de toekomst, maar is zeker een haalbare ambitie. De laagdrempeligheid van de spoedgevallen en de snelle toegang tot de verschillende technisch ondersteunende onderzoeken, maakt dat we steeds meer capaciteit nodig zullen hebben. Op dit ogenblik, in 2012, lopen de laatste verbouwingswerken op hun einde. We hebben de wachtruimtes uitgebreid, de onthaalbalie buiten de dienst gebracht, een afzonderlijke triageruimte ingericht en twee nieuwe slaapkamers voor de permanentieartsen in gebruik genomen. Nu de infrastructuur bijna helemaal in orde is, staan we klaar voor de uitdagingen van de toekomst. De piek van de ver­ grijzing moet nog komen en we moeten het globale tekort aan spoed­­ artsen proberen op te vangen. Het is aan ons ziekenhuis en de artsen om die uitdagingen aan te gaan. Zo kunnen we ervoor zor­ gen dat de spoedgevallen­ dienst garant blijft staan voor kwa­ li­ teitsvolle zorgen die mee­ gaan met de tijd...

intro oktober 2012

13


De MUG in het Sint-Franciskus­ ziekenhuis, als eerste erkend in de provincie Limburg David Martens, verpleegkundige MUG - Spoed

Helemaal in het begin was er nog geen sprake van de ‘MUG’. Wat al wel bestond, was de VIA of Verpleegkundige Interventiewagen. Die vertrok vanuit sommige spoedgevallendiensten in onze provincie met een verpleegkundige aan boord ter ondersteuning van de ziekenwagens. In oktober 1993 kwam er een erkenning vanwege de regering. Zo werd de MUG geboren in het Heusdens ziekenhuis, als een van de eerste in de provincie…

Oproepen vanuit het Hulpcentrum 112 Wanneer mensen dringende medische hulp nodig hebben, bellen ze naar het Hulpcentrum 112. Hier worden de binnenkomende telefoons gescreend voordat de ziekenwagen wordt uitgestuurd. Via een speciaal computersysteem wordt het snelst bereikbare team gealarmeerd. Indien er nood is aan een arts, wordt er samen met de 112-ziekenwagen een MUG-team uitgestuurd. Dit team bestaat uit een urgentiearts en -verpleegkundige die allebei ervaring hebben op een dienst spoedgevallen. Het MUG-voertuig, met standplaats op een erkende spoedgevallendienst, levert hoog­ gespecialiseerd personeel en materiaal. De 112-ziekenwagen levert gespecialiseerd personeel en de mogelijkheid om patiënten liggend op een brancard te vervoeren naar een erkende dienst spoedgevallen.

14

intro oktober 2012

Een blik op het systeem van het Hulpcentrum 112 Het allereerste voertuig dat destijds gebruikt werd, was ‘tweede­ hands’. Momenteel beschikken we over een moderne en ‘snelle’ 4x4-wagen met hooggespecialiseerd medisch materiaal aan boord zoals: • twee identieke rugzakken met medicatie en infusie- en verband­ materiaal • een rugzak met zuurstof- en intubatiebenodigdheden • een rugzak met leeftijdsgebonden materiaal voor baby’s en kinderen, type Broselow • een beademingstoestel met mogelijkheid tot Niet-Invasieve Ventilatie (NIV) • setten voor bevallingen, thoraxdrainage, tracheostomie, botnaalden • specifiek materiaal om te gebruiken in rampomstandigheden • … Vanuit het ziekenhuis van Heusden-Zolder staat het MUG-team in voor een vrij grote regio: een gedeelte van de gemeente Lummen en verder Paal, Beringen, Leopoldsburg, Helchteren, Peer, Meeuwen, Houthalen, Zonhoven en - niet te vergeten - Heusden-Zolder zelf. Wanneer omliggende MUG-teams bezig zijn met een opdracht, worden wij ook verder buiten onze regio uitgestuurd.


jaarlijkse aantal interventies

1003

976 918

867

986 910

< De absolute noodzaak van het MUG-team blijkt ook uit het jaarlijkse aantal interventies.

2007

2008

2009

2010

2011

< Een zicht op het systeem van het Hulpcentrum 112

Met dank aan het Hulpcentrum 112 voor de geleverde fotoâ&#x20AC;&#x2122;s. <

2006

Hopelijk komt u ons alleen maar tegen terwijl wij u voorbijrijden!

intro oktober 2012

15


Arts en moeder van vijf: een dubbele roeping! Dr. Anne-Marie De Groot, spoedgevallenarts en mama van 5 kinderen

16

intro oktober 2012


In 2005, kort na de geboorte van ons vierde kindje, ben ik als spoed­ arts beginnen werken in het Sint-Franciscusziekenhuis. Bijna zeven jaar later werd ons gezin vervolledigd met een vijfde kindje en tweede zoon Noa. Ondertussen is Eline 11 jaar geworden, Milan is er 10, Kato bijna 9, Janne 7 en kleine Noa is nu 19 maanden oud.

Ik noem de combinatie van een carrière als spoedarts met het moederschap over vijf jonge kinderen een ‘dubbele roeping’. Ik doe dit bewust om niet ter vervallen in een verhaal van dubbele rollen en rolpatronen. Ik moet mijn rol als arts niet combineren met de rol van moeder, vrouw, drukbezet familiemens, … Want niets ‘moet’. Ook kinderen krijgen is een kwestie van andere prioriteiten te stellen en keuzes te maken. Dat betekent dat je, liefst van tevoren, nadenkt over wat je zelf wilt. Dat je erover praat en onderhandelt met je partner. Dat je (samen) bepaalt wat voor jezelf de beste oplossing is. Iedere moeder maakt haar eigen keuzes en doet het op haar manier, zonder enig schuldgevoel.

Het vraagt veel organisatie om ieder kind op zijn manier tot ontplooiing te laten komen in een groot gezin, om ieder zijn eigen hobby’s te gunnen. Daarvoor moet ik vaak een beroep doen op de enorme flexibiliteit en inzet van mijn echtgenoot (die ook zijn eigen job nog heeft) en op oma en opa. Een flexibiliteit die soms net iets te veel op de proef gesteld wordt… Onze kinderen beseffen ondertussen maar al te goed dat onze thuissituatie toch een beetje anders is dan bij de meeste klas­ genootjes. Mama is vaak lange dagen weg, ook ’s nachts. Mama moet veel in het weekend en op feestdagen werken en mist daardoor weleens een belangrijke voetbalwedstrijd, dansoptreden of mooie schoolvoorstelling. Ze vinden het jammer, maar ze weten

intro oktober 2012

17


ondertussen niet beter dan dat het zo is. En misschien lijdt mama daar nog net iets meer onder dan zijzelf.

Toch zijn er ook positieve aspecten aan de combinatie van moederschap met het werk als spoedarts. In de 18de eeuw dacht men dat vrouwen geen rationele beslissingen konden nemen omdat zij te emotioneel zouden zijn. Nu zijn er goede aanwijzingen uit onderzoek dat het brein van de vrouw beter functioneert en scherper wordt nadat zij kinderen heeft gekregen*. Onderzoek toont aan dat je ook na je 30ste nog goed nieuwe dingen kan aanleren. Wetenschappers vermoeden dat emotionele respon­ sen (waaronder emotionele intelligentiereacties zoals zelf­ be­ heersing en empathie) de zenuwcircuits in de hersenen kunnen ver­sterken waardoor ze responsiever worden. Met andere woorden: zorgen voor kinderen maakt (emotioneel) intelligenter. Weten­ schappers kennen bij besluitvorming trouwens steeds meer waarde toe aan de emotionele netwerken van het brein. Moeder zijn heeft dus ook positieve effecten op een betere functionering op het werk. Het is vooral die emotionele intelligentie die kan helpen in acute situaties (met kinderen). Het zijn immers niet alleen de emoties en angsten van het kind die correct ingeschat moeten worden, maar zeker ook die van de ouders en eventuele andere familieleden. Toch is het belangrijk om in elke situatie ook de nodige afstand te

be­waren om juiste en rationele beslissingen te nemen. Dat is vooral moeilijk als het kind erg lijkt op één van je eigen kinderen, wanneer het dezelfde naam draagt, dezelfde leeftijd heeft, … Die afstand zorgt ervoor dat ik moeiteloos een wonde kan hechten bij een kind of een infuus kan prikken. Hetzelfde doen bij mijn eigen kind(eren), zou veel meer moeite kosten. Want op dat moment spreekt en bloedt het moederhart en ben ik in de eerste plaats een troostende mama en geen arts.

Ook al is hun mama vaak weg, ook al is hun mama er vaak niet wanneer ze dat zo graag zouden hebben, toch zijn de kids apetrots. Want hun mama is dokter en rijdt met de MUG. En dat vinden ze eigenlijk toch wel ‘keimegacool’. Dat ze daardoor hun mama meer moeten missen dan hun klasgenootjes, dat nemen ze er (voorlopig nog) graag bij…

* Moederbrein, Hoe moederschap je slimmer maakt, Katherine Ellison.

Dr. Ine Libbrecht, spoedgevallenarts met haar 5 kinderen.

18

intro oktober 2012


Dr. André Bellens geeft als psychiater-emeritus een kritische kijk op de heden­daagse maatschappij met haar actuele thematiek.

Een oververhitte spoedgevallendienst In een Franse krant deed onlangs het diensthoofd van de spoed­ gevallen­ dienst van het ziekenhuis in Saint-Nazaire (LoireAtlantique) in Frankrijk zijn beklag over de werkomstandigheden. Zijn dienst lijdt aan een chronische onderbezetting. Zijn ploeg artsen bestaat uit 11 voltijdse artsen, terwijl het werk in normale omstandig­heden 18 voltijdse artsen vereist.

moeilijkheden. Meestal is er een tekort aan ziekenhuisbedden in de verschillende hospitaaldiensten waar patiënten moeten terecht­ komen na hun behandeling op de spoed­gevallen. Soms moeten op piekmomenten tot 15 patiënten blijven wachten in de spoed, waar ze verzameld worden in een geïmprovi­seerde sas, in afwachting van hun afvoering.

Het is dan ook voortdurend improviseren en aanpassen om de Zelfs ‘anciens’ van de dienst verliezen zo de moed. “We hebben continue stroom van spoedgevallen op te vangen. Zeker tijdens het soms de indruk dat we ons werk niet meer correct kunnen doen. Ons toeristisch seizoen wanneer de bevolking werk is patiënten te verzorgen met wat meer dan verdubbelt. Waar in het menselijkheid, maar niet te werken in Het werk op de spoedgevallen doet me laagseizoen 120 spoedgevallen per dag dergelijke omstandigheden”, klaagt één soms denken aan geneeskunde in worden opgevangen, loopt dit op in de van hen. Ondanks alles blijft de ploeg oorlogstijd, waar ook onder extreme maanden juli en augustus tot 220 gevallen artsen nog geloven in de job, zetten ze er per dag. De artsen presteren tot acht gezamenlijk hun schouders onder en blijft stress, patiënten opgevangen, getriëerd 24-urenwachten en drie weekend­wach­ het diensthoofd zijn mensen moed en geconditioneerd worden. ten per maand. inpompen. De directie probeert de situatie aan te pakken door interimarissen aan te werven, maar die hebben niet altijd de nodige competenties en kunnen niet aan alle zendingen deelnemen. Er bestaat ook een overeenkomst tussen de spoedgevallen van het ziekenhuis en het Universitair Ziekenhuis van Nantes, dat tijdens de zomer versterking zou sturen. Maar vermits dit ziekenhuis zelf kampt met personeels­ tekort, komt daar niets van in huis. Om alles nog moeilijker te maken, geraakt de spoedgevallendienst snel oververzadigd door afvoer­

Het werk op de spoedgevallendienst doet me soms denken aan genees­­ kunde in oorlogstijd, waar ook pa­ tiënten opgevangen, getrieerd en geconditioneerd worden onder extreme stress. Hier­bij moet men snelle en juiste beslissingen kunnen nemen, ondanks alle hindernissen en moeilijkheden.

Bron: ‘Le Monde’ van 3 augustus 2012

intro oktober 2012

19


Het Broselow systeem op spoedgevallen biedt adequate hulp aan het kind in nood Dr. Ine Libbrecht, spoedgevallenarts

Een kleine introductie… Het Broselow systeem is een compleet systeem dat gebruikt wordt door artsen en verpleegkundigen in kritische situaties met pediatrische patiënten. Het gaat om een kleurgecodeerd systeem - de Broselow tape is een geplastificeerd lint voorzien van kleuren dat gezondheidswerkers helpt om de juiste dosis medicatie en de juiste grootte van medisch materiaal te gebruiken. Elke kleur komt overeen met een bepaald gewicht en een bepaalde lengte van het kind. Op het lint staat bij elke kleur ook de juiste dosering van de medicatie vermeld zodat omrekening in acute situaties bij kinderen niet nodig is. Enkele jaren geleden werd het systeem geïntroduceerd in ons zieken­ huis en het wordt sindsdien regelmatig en met succes gebruikt zowel bij prehospitalisatie als in het hospitaal.

20

intro oktober 2012

Waarom het Broselow systeem? Vanuit persoonlijke ervaringen op de spoedgevallen groeide het gevoel dat - ondanks het gelukkig niet zo frequent voorkomen van levensbedreigende pediatrische urgenties - het cruciaal is om elk kritisch ziek kind steeds te omringen met de beste en snelst mogelijke zorgen. Met de gedachte in het achterhoofd dat elke verbetering welkom is, zochten we naar een systeem dat gemakkelijk en onmiddellijk inzetbaar is. Belangrijk is dat het Broselow systeem door iedereen op de spoedgevallen bruikbaar is. Het neemt het gevoel van onzekerheid bij onze medewerkers voor een groot deel weg, vooral wanneer ze niet zo vertrouwd zijn met de situatie van een ziek kind. Want ze weten dat de dosering van de medicatie accuraat is en dat ze met het juiste materiaal werken.


Hoe werkt het precies? Zoals gezegd, is het systeem gebaseerd op kleurcodes. Alles start met de Broselow tape. Het kritisch zieke kind wordt op de uitgerolde tape gelegd volgens de instructies op het lint. Het hoofdje komt aan de ene zijde op de rode pijl terecht en het kind ligt parallel met de tape. De knietjes worden gestrekt en de enkels gebogen zodat de teentjes recht naar boven wijzen. De gekleurde zone onder de voetzool van het kind is de kleur die aangeeft welk materiaal er gebruikt moet worden. Ter controle wordt het gewicht van het kind nog eens nagevraagd bij de ouders. Waaruit bestaat het systeem in het SFZ? We kregen de vrijheid om zowel het ‘in-hospital’ als het ‘prehospital’ systeem aan te kopen. Het ‘prehospital’ systeem bestaat uit een draagtas waarin een ‘flying carpet’ zit. Dit is een opgerold systeem van materiaaltassen met elk een kleur. In elk van die tasjes zit voor een bepaald gewicht het materiaal met de juiste grootte voor infusie, intubatie (juiste blad voor de laryngoscoop, juiste maat van tube), maagsondage, botboor, … Verder zit er in de tas materiaal dat kleurgecodeerd is en dat voor meerdere kleuren kan dienen zoals twee soorten ambu’s en Magyltangen van verschillende grootte. De tas is ook voorzien van de juiste bloeddrukmanchetten en een manometer. Tijdens een MUG-interventie wordt het kritisch zieke kind op het lint gelegd en het juiste zakje wordt uit het ‘flying carpet’ gehaald. Het correcte materiaal is zo onmiddellijk voorhanden. Ook ‘in-hospital’ hebben we een pediatrische, kleurgecodeerde reanimatie­ kar aangekocht waarbij elke lade het juiste materiaal bevat. En toen? Nog efficiënter… Hoewel we erg blij waren met het systeem en het gebruik ervan, voelden we dat er toch nog ruimte was voor verbetering. Het systeem is immers ontworpen in het Engels en de medicatie op de tape staat vermeld met de stofnaam. Daarom ontwikkelde een van onze verpleegkundigen, in het kader van zijn eindwerk voor de opleiding ‘spoed en intensieve’, geplastificeerde en kleurgecodeerde medicatiekaarten die aangepast zijn aan het medicatieaanbod binnen ons ziekenhuis. Van elk medicament werd de juiste dosis berekend zodat in een acute situatie enkel de kaart samen met het systeem gevolgd moet worden. De toekomst? Artemis wordt het volgende hoofdstuk! De ontwikkelaars van het systeem, namelijk Dr. Broselow en Dr. Luten, hebben recentelijk Artemis in het leven geroepen. Dit is een softwaresysteem dat op elke computer, iPad of mobiele telefoon een simpele, veilige en effectieve standaard biedt voor de toediening van acute pediatrische medicatie. Wordt dit ook de volgende stap in Heusden… ?

Besluit Wij zijn ervan overtuigd dat het Broselow systeem voor ons zie­ ken­ huis (zoals voor zovele ziekenhuizen over de hele wereld) momenteel het beste hulpmiddel is voor dringende medische hulp bij kinderen. Het heeft bij ons zijn diensten al ruim bewezen om geschikte en doelmatige hulp te bieden. We mogen terecht trots zijn op de professionele opvang van pediatrische urgenties op onze spoedgevallendienst. Hoewel we steeds hopen dat we het systeem zo weinig mogelijk moeten gebruiken…

intro oktober 2012

21


Triage op spoedgevallen, waarom moet de patiënt soms wachten? Triagewerkgroep: Dr. Elke Claes, Kim Vanderhoydonck, Hanne Smeets, Chris Vanzeir, David Martens

Sinds 1 maart 2009 hebben we de functie van Triage-Coördinatie op de dienst spoedgevallen ingevoerd. Bij grote drukte was het vaak onmogelijk om het overzicht op de patiëntenstroom op de spoed­ gevallendienst te behouden. In het begin lag het drukste moment tussen 12u00 en 20u00. Nu zijn we drie jaar verder en we merken een verschuiving waarbij het steeds vroeger druk wordt. Bovendien houdt deze drukte ook steeds langer aan, vaak zelfs tot na middernacht. vergelijking patiënten TC

totaal aantal patiënten

2009

4510

20425

2010

9121

20864

2011

10594

22149

2012

5036*

10700*

* statistieken tot ongeveer 20 juni

De triagecoördinator is een spoedgevallenverpleegkundige die in het bezit is van de bijzondere beroepstitel spoed- en intensieve zorgen. Hij is vrijgesteld van de bedside patiëntenzorg en staat in voor de eerste opvang en beoordeling van alle binnenkomende patiënten.

• Toewijzen en overdragen van getrieerde patiënten aan andere spoedverpleegkundigen • Dirigeren van de patiëntenflow op de dienst • Verstrekken van informatie aan patiënten, families, artsen en collega-verpleegkundigen • Opvangen van het telefoonverkeer naar onze dienst Het doel van het Manchester Triage Systeem (MTS) is om via een gevalideerd instrument een consensus te bereiken tussen de spoedartsen en -verpleegkundigen over een standaard voor triage. Vertrekkende vanuit de voornaamste klacht, die door de patiënt aangegeven wordt, leidt dit naar een bijpassend stroomschema. Van daaruit wordt de klinische prioriteit bepaald door middel van specifieke discriminatoren.

Naargelang van de ernst van de symptomen worden de patiënten onderverdeeld in de volgende urgentiecategorieën: Naam

Kleur

Targettijd

1

Acuut

Rood

0 minuten

2

Zeer urgent

Oranje

10 minuten

3

Urgent

Geel

60 minuten

4

Standaard

Groen

120 minuten

5

Niet-urgent

Blauw

240 minuten

Het takenpakket bestaat onder andere uit: • Instaan voor een eerste beoordeling en onderverdeling van de patiënten volgens het Manchester Triage Systeem (MTS) • Toekennen van een targettijd • Toedienen van eerste zorgen, beperkte EHBO en pijnstilling volgens standing orders

22

intro oktober 2012

Sinds de invoering van het elektronische spoeddossier ‘E.care’ is er een geautomatiseerde versie van het MTS voorzien. Via het tabblad ‘triage’ kan er in enkele klikken een basisdossier opgestart worden en een kleurcodering toegekend worden.


Om deze taken naar behoren uit te oefenen, beschikt de spoed­ gevallen­dienst hierbij over een triagelokaal. Deze ruimte bevindt zich vlakbij de inschrijvingsbalie en heeft na de huidige verbouwingen een rechtstreekse toegang tot de wachtzaal. In deze ruimte bevindt zich naast een brancard ook een verzorgingskar en een computer voorzien van het E.care-programma en de andere nodige software­ ondersteuning.

vre­­den zijn met het gebruikte systeem. Gezien de invloed van de triagefunctie op de organisatie van de spoedgevallendienst, wordt de kwaliteitscirkel van dit project continu bewaakt en desgevallend aangepast door een aantal ver­pleeg­kundigen en een spoedarts. Zij vormen samen de ‘werkgroep TC’ en plegen op regelmatige tijd­ stippen overleg. Verder lichten ze collega’s in over eventuele bij­ sturingen zodat iedereen op een uniforme manier te werk gaat.

Meerdere jaarevaluaties van het E.care-programma tonen na invoering een daling aan van het aantal agressiegevallen op de spoed­gevallendienst. Bovendien geven de patiënten aan dat ze te­­

intro oktober 2012

23


BBQ voor Panzi Een geslaagd voetbaltoernooi met BBQ op 2 juni ten voordele van ons partnerziekenhuis in Panzi. Spelen we volgende keer op het thuisfront ‘ Panzi’?

Najaarsthema’s agenda

agenda

agenda

agenda

13/09/2012

Oktober

22/11/2012

23 tot 29/11/2012

Dag tegen kanker

Think Pink: oktober is de maand tegen borstkanker

Dag van de Oudere Zorgvrager

Week van de Patiëntveiligheid


Intro, 36