Page 35

35

Simon Ster 42.4 | april 2011

Tussen 1890 en 1940 vond dan de belangrijke ontwikkelingsfase van de ijszeilers plaats. De zeilers werden stabieler en compacter. De sport werd toegankelijker doordat de grote en dure jachten werden vervanger voor kleinere boten die gemakkelijk zelf te bouwen zijn. Hiervan zijn de Estlandse XV-monotype en de DN klasse de belangrijkste resultaten.

Zeildag 1 De ijszeilers die wij gebruiken in Polen zijn ook van deze DN klasse. De vloot van het hotel bestaat namelijk uit twaalf DN’s, een DX (een tweepersoons zeiler) en Polens grootste ijszeiler, de Caligula. Eenmaal op het ijs werden de voordelen van deze activiteit ten opzichte van het strandzeilen direct duidelijk; de zeilers stonden al klaar en we hoefden dus niets zelf op te bouwen! Enkel het meegebrachte zeil van Deerns, die onze tocht sponsorde, hoefde nog in de mast gehezen te worden. Na een korte instructie en een tocht door een deel van het meer waar nauwelijks wind was, kwam het ijszeilparadijs in zicht. Hier stond de wind garant voor een dag non-stop zeilen op hoge snelheden. Het was relatief warm, maar toch kreeg ieder een koude ervaring te verwerken. De thee en de worsten van de barbecue als middageten boden hier gelukkig uitkomst, evenals de wodka die een tweetal ijswandelaars wel met ons wilde delen. Hoewel de ervaring geweldig was, had niemand er problemen mee toen het ijs weer verlaten moest worden rond vier uur en de warmte van het hotel weer opgezocht kon worden. Voor een indruk van de ijszeilers, volgt hier een omschrijving van de twee belangrijkste ijszeilklassen; de DN en de XV-monotype.

DN In 1937 werd in de Detroit News, een Amerikaanse krant, een artikel gepubliceerd waarin om vrijwilligers gevraagd werd voor een workshop om een eenpersoons ijszeiler met een zeil van 5,6 vierkante meter te bouwen. Ongeveer vijftig deelnemers bouwden ieder een ijszeiler in het timmerbedrijf van de Detroit News voor een maximum bedrag van 50 dollar. In de eerstvolgende winter gingen tijdens het zeilen de meeste ijszeilers kapot, maar met de opgedane kennis en ervaring werd het ontwerp geoptimaliseerd. Dit nieuwe ontwerp is, met in de loop van de tijd kleine aanpassingen, nog steeds de DN zoals hij nu gebruikt wordt.

Deze klasse is de meest populaire klasse binnen het ijszeilen, waarschijnlijk doordat de wagens eenvoudig zelf te bouwen zijn, vervoerd kunnen worden op het dak van een auto en gemakkelijk op te tuigen zijn op het ijs. Een moderne DN is ongeveer 3,60 meter lang, heeft een achterloper van 2,40 meter en de mastlengte bedraagt circa 4,87 meter. Het zeiloppervlak bedraagt 6,25 vierkante meter en het totaal gewicht is ongeveer 65 kg. Leuk om te weten is dat rond het 14e verenigingsjaar van Simon Stevin er drie, tot strandzeilwagen omgebouwde, DN’s gebouwd zijn door leden. Destijds bestond de Zeilwagencommissie nog niet, dus deze wagens zijn in persoonlijk eigendom van deze leden gebleven. Een hiervan, de Brouwer, is een aantal jaren geleden aan de Vereniging geschonken en de zeilwagen die dit jaar aan de vloot is toegevoegd, D’n Duvel, is de tweede van deze drie wagens.

XV-monotype Eerder dan de DN werd deze klasse ontworpen, namelijk in 1932 door de Est Erik von Holst. Al snel werd deze klasse populair en meer dan 200 zeilers werden binnen een paar jaar gebouwd. In tegenstelling tot de DN is hier in de loop van de tijd meer aan veranderd, vooral wat betreft het materiaalgebruik. Tegenwoordig wordt bijvoorbeeld epoxy veelvuldig gebruikt in plaats van houten onderdelen en de bronzen ijzers zijn vervangen door roestvast stalen exemplaren. DN-ijszeilers

Simon Ster 42.4  

De vierde Simon Ster van haar tweeënveertigste jaargang

Advertisement