Page 1


INHOUD pag. 5 Olaf Leeuwis - De verduurzaming van het kapitalisme 7 Jan Mostert - Haalt de Russische federatie 2050? 10 Arend van Vuren - Van geitenwollen sokken tot serieuze actie in board rooms 14

Marlies van Horssen - De toekomst van de klimaatvluchteling

16

Rick Oosterheert & Remco LopĂŠz Antezana Polemiek - De toekomst van de VN?

18 Kristel Broeckx - De zin en onzin van het recyclen van plastic 20

Thamar Pieffers - Social Ecological System theory: the need for integration

22 Manola Ruff - Boekbespreking 'De circulaire economie: waarom productie, consumptie en groei fundamenteel anders moeten' 26

2

Lisa Langezaal - The Geolotical Power Position of the Netherlands in a Renewable Energy Era

Atlas - Een duurzame toekomst?


COLOFON Beste lezer, 'Een duurzame toekomst?' Weer een blad met 'duurzaamheid' als vaag thema? Bij brainstormsessies kwam het thema zodoende naar boven, want in een tijd waarin de president van de VS klimaatverandering als een hoax ziet, kun je er eigenlijk niet omheen. Uiteraard is het begrip 'duurzaamheid' tegenwoordig een beetje een modebegrip en eigenlijk ook een containerbegrip geworden. Ook in deze editie van de Atlas worden verschillende aspecten van duurzaamheid belicht. Bijna alle discussies lijken met name te gaan over dat het gedrag van de mens veranderd moet worden, omdat de huidige situatie onhoudbaar is. Wanneer je hier echter over begint en pleit voor verandering word je in veel kringen algauw afgeschilderd als duurzaamheids-gekkie of krijg je een geiten wollen sokken-imago. Toch lijkt er een verandering plaats te vinden in hoe gekeken wordt naar oplossingen. Arend schetst in zijn artikel vanaf pagina 10 hoe steeds meer bedrijven tegenwoordig aandacht besteden aan de problematiek en op zoek zijn naar manieren om hun bedrijfsvoering te veranderen: zo ook Unilever en Shell. Marlies omschrijft in haar artikel een gevolg van klimaatverandering waar tot nu toe nog weinig aandacht voor is. Inmiddels zijn we bekend met het feit dat vele groepen mensen hun huizen moeten verlaten als gevolg van oorlog, maar steeds meer dreigen mensen hun huizen te moeten verlaten vanwege het veranderende klimaat. Hoe zal de klimaatmigratie zich de komende jaren ontwikkelen? Andere artikelen in deze editie gaan over de meer praktische kant van 'een duurzame toekomst' (het recyclen van plastic bijvoorbeeld) of over duurzaam in een andere betekenis: hoe duurzaam is de toekomst van de Russische federatie en de VN? Deze editie was de laatste van mijn hand: de volgende editie verschijnt onder de hoofdredactie van Daniëlle Remmerswaal en Philip Geurts. Veel leesplezier gewenst! Esmee van Meer Hoofdredactie ledenblad 'Atlas' Colofon

Atlas is het officiële verenigingsblad van de Leidsche Studentenvereniging voor Internationale Betrekkingen.

Hoofdredactie Esmee van Meer

Eindredactie

Linda Meester, bestuursleden SIB-leiden

Vormgeving

Esmee van Meer

Schrijvers deze editie

Kristel Broeckx, Marlies van Horssen, Lisa Langezaal, Olaf Leeuwis, Remco Lopéz Antezana, Jan Mostert, Rick

Oosterheert, Thamar Pieffers, Daniëlle Remmerswaal, Arend van Vuren. Wij streven ernaar geen stukken, gedachten, of redeneringen van anderen over te nemen en deze te laten doorgaan voor eigen werk. De gebruikte afbeeldingen zijn zoveel mogelijk rechtenvrij, in andere gevallen is een bronvermelding geplaatst. U wordt verzocht contact op te nemen met de redactie in geval u van mening bent dat uw auteursrecht is geschonden. Daarnaast zijn de meningen in dit blad van de auteur zelf, deze representeren in geen geval het standpunt van de Atlas of van SIB-Leiden.

De Atlas is altijd op zoek naar nieuw schrijf-, teken- en beeldtalent. Ook zoekt de Atlas momenteel een vormgever. Interesse? Mail naar sibatlas@gmail.com of spreek Olaf Leeuwis, de commissaris Atlas een keer aan! De redactie heeft het recht bijdragen te weigeren, dan wel in te korten.

Contact

SIB t.n.v. Redactie Atlas Kaiserstraat 25 Postbus 439, 2300 AK Leiden Tel.: 071-5277559 E-mail: sibatlas@gmail.com

Atlas - Een duurzame toekomst?

3


Beste leden, Door Pascal Snijders, commissaris Intern 2017-2018

Duurzaamheid, wat is het eigenlijk? Hét Nederlandse woordenboek van Dale geeft drie definities van duurzaam. De eerste is best overduidelijk: “lang duren.” Zo hoop ik altijd dat mijn zonnige terrasmomentjes en mijn biertjes lekker lang duren. Dit is helaas altijd nog snel voorbij. Dus ik ben er zeker voor om dit duurzamer te maken. De tweede definitie is: “weinig aan slijtage of bederf onderhevig.” Dit geldt zeer zeker niet voor mijn hersencellen met al die (veel te korte) terrasmomentjes en borrels. Ook iets om aan te werken en te verduurzamen dus! De derde definitie is de definitie waar in deze editie van de Atlas toch wel wat meer aandacht naar uit gaat dan die eerder genoemde definities, namelijk: “het milieu weinig belastend.”

aandacht aan duurzaam ondernemen tijdens de gezamenlijke activiteit op 21 februari.

In het kader van duurzaamheid is de afgelopen tijd veel te doen geweest en dat zal nog wel een tijdje zo blijven best een duurzame (lees: lang durende) discussie dus! Vleesbelasting, veganisten die om de 3 seconden moeten vertellen dat ze veganist zijn en dat ik een immoreel monster ben dat genocide op dieren goedpraat puur om mijn smaakpapillen te verwennen, plofkippen, kiloknallers, (ik ben volgens mij een beetje hongerig terwijl ik dit aan het typen ben), windmolens die het uitzicht verpesten, de Sahara woestijn volbouwen met zonnepanelen, maakt ons toerisme het klimaat kapot, ga zo maar door. Genoeg onderwerpen worden ons om de oren gesmeten en de SIB zal die trend ook lekker doorzetten in onze Atlas. Zo zal er in deze editie aandacht worden geschonken aan de rol van de markt in de duurzaamheidskwestie. Ook schenkt de vereniging samen met Green Keys

Hoewel reizen wellicht niet het meest duurzaam is, zal de SIB toch met een delegatie afreizen naar Brussel, het centrum van de Europese democratie, van 21 tot en met 23 februari. Ook zullen we Singapore en Kuala Lumpur vereren met onze aanwezigheid. Helaas zijn voor de Brusselreis de inschrijvingen inmiddels gesloten maar je kan je nog altijd inschrijven voor de Grote Reis!

4

Atlas - Een duurzame toekomst?

Symposium Op 13 maart zal er een symposium plaatsvinden waar uitvoerig gediscussieerd zal worden over het emissieschandaal van Volkswagen en ook over voedselveiligheid en de rol van Antimicrobial Resistance. Gezien de recente ontdekkingen van proeven op apen en op mensen door autofabrikanten en de wat oudere ontdekkingen van sjoemelen met de uitlaatgassen is het Volkswagenschandaal erg actueel en relevent in de duurzaamheidsdiscussie. Ook de vragen omtrent voedselveiligheid spelen een belangrijke rol in het streven naar een duurzame maatschappij. Mis dit symposium dan ook niet!

Als je toch besluit om iets duurzamer te willen leven en niet het vliegtuig in wilt stappen is er altijd nog het fenomenale Ledenweekend van 6 tot en met 8 april waar je je voor kunt inschrijven!


DE VERDUURZAMING VAN HET KAPITALISME Olaf Leeuwis

H

et mag niet ontkend worden – zelfs voor een groot pleiter van kapitalisme – dat de private sector van de economie in haar productieproces uitstoot creëert die slecht is voor de menselijke gezondheid, milieu en klimaat (dit had tevens ook kunnen gebeuren bij predominantie van de publieke sector, er is eerder sprake van economisch falen dan van marktfalen). In de economische theorie wordt dit dan ook wel aangeduid als een negatieve externaliteit: namelijk kosten (als gevolg van een economische activiteit, zoals productie) die op een derde actor worden overgeheveld zonder er compensatie voor te geven. In de casus van uitstoot kan het de bevolking betreffen, zoals – volgens een deel van de klimaatwetenschappers – dat de aggregatie van deze externaliteiten heeft geleid (en verder zal leiden) tot de opwarming van de aarde. Hierbij ligt de oorzaak (die de emmer deed overlopen) dus bij het menselijke economische handelen. In de afgelopen jaren zijn de onderwerpen klimaat en milieu dan ook hot-topics geworden van het publieke debat. Er is namelijk een zorg dat de aarde voor komende genera-

© Genius.com

5

Atlas - Een duurzame toekomst?

ties niet langer een goede plek kan zijn voor het menselijk bestaan. Een verdere opwarming van de aarde kan leiden tot een stijging in het aantal bosbranden, verdere droogte, maar ook een stijging van de zeespiegel. Voor de onderontwikkelde landen kan dit problematisch worden, denk aan de casussen die zich kunnen voordoen in centraal-Azië: de Verenigde Naties heeft namelijk uitgerekend dat er in India 40 miljoen mensen geraakt kunnen worden, in Bangladesh 25 miljoen en in China meer dan 20 miljoen. Dit kan extreme gevolgen hebben, denk bijvoorbeeld aan de enorme volksverhuizingen die kunnen plaatsvinden binnen deze regio (dit is problematisch gezien de multi-etniciteit die al heden ten dage tot conflicten leidt in India). Daarnaast moeten we ook denken aan de economische effecten voor de landen an sich die voor een groot deel afhankelijk zijn van hun industrie, maar het heeft ook gevolgen voor ons: veel van onze geconsumeerde producten worden daar geproduceerd. Steeds meer mensen hechten waarde aan duurzaamheid. Een begrip waarbij de nadruk wordt gelegd om de aarde op een juiste manier door te geven aan volgende generaties. Hier; net als ieder mens is deze groep mensen een


Meer weten? Friedman, M. (1962). Capitalism and Freedom. Chicago: University of Chicago Press. https://www.nrc.nl/nieuws/2017/06/28/nederlandse-bankiers-omarmen-parijs-11331864-a1564816 http://timesofindia.indiatimes.com/home/environment/global-warming/40-million-Indians-at-risk-from-rising-sea-levels-UN-report/articleshow/52358198.cms http://web.mit.edu/urbanupgrading/urbanenvironment/issues/ecological-sustainability.html

consumerende klasse. Ook zij consumeren op een zodanige wijze dat het hen ten voordele is en dat het hen een bepaald nut brengt. Eén van de voordelen van het kapitalisme is dat al de macht in handen is van de consument: de consument bepaalt namelijk het aanbod. Als er voor een product geen vraag is, dan zal het product (ceteris paribus, zonder overheidsondersteuning) van de aanbodkant verdwijnen, dit wordt ook wel ‘consumersovereignty’ genoemd. Door deze nadruk te leggen op duurzaamheid, is deze dankzij consumer-sovereignty doorgevloeid naar de aanbodkant van de (relatief) vrije markt.

‘…in het geval van het kapitalisme is het niet zo dat je het vuur niet moet laten blussen door de pyromaan’ Een interessant geval van een duurzame aanbodkant is de Triodos-bank. Deze Nederlandse bank legt heel erg de nadruk op duurzaamheid: zij investeert louter in projecten die een gezond milieu en een gezonde natuur ondersteunen. Door de nadruk te leggen op duurzaamheid en sociaal ondernemen, wint deze bank dan ook populariteit en dus klanten. Het mooie hiervan is dat er een bepaalde vorm van politiek wordt bedreven binnen de markt. Maar Triodos-bank is niet de enige in de financiële sector die de nadruk is gaan leggen op duurzaamheid. Ook de Rabobank, SNS-Bank, ASN-bank (en nog veel meer banken) zijn steeds meer de nadruk gaan leggen op duurzaamheid, klimaat en milieu. Het is hierbij interessant om te zien dat deze banken steeds meer zijn gaan concurreren op deze onderwerpen die een maatschappelijk en sociale tint hebben, 6

Atlas - Een duurzame toekomst?

naast de concurrentie op bijvoorbeeld rente, klantvriendelijkheid, mogelijkheden met bankrekeningen die met name in het verleden centraal stonden. Oftewel de karikatuur van banken (en andere private ondernemingen) als graaiende, asociale en gierige entiteiten gaat in veel meer gevallen niet meer op. In tegenstelling tot een geplande economische productie (zoals socialisme), kent het kapitalisme wel deze prikkel tot innovatie en deze concurrentiedrang op eerder genoemde onderwerpen. Door deze maatschappelijke nadruk op deze onderwerpen zijn er natuurlijk ook producten ontstaan die deze bevorderen. Denk aan de uitvindingen die worden gedaan in de autobranche die de uitstoot van automobielen minimaliseren, zoals ook het ontstaan en steeds meer aanwezige bestaan van elektrische auto’s (zoals de private onderneming Tesla die steeds meer uitbreidt). De vraag van de consument naar duurzaamheid is dus in veel economische sectoren doorgedrongen. Dan wel; moge het duidelijk zijn dat we het kapitalisme nodig hebben bij het tegengaan van klimaatverandering. Wederom blijkt dat de aanbodkant van de markt steeds andere vormen kan aannemen: ja, de uitstoot werd in het verleden en wordt heden ten dage veroorzaakt door een predominantie van de private sector, maar in het geval van het kapitalisme is het niet zo dat je het vuur niet moet laten blussen door de pyromaan. Deze ‘pyromaan’ kan namelijk veranderen, hij kan leren van deze gehele samenleving door zich te conformeren aan de consumerende vraagkant van de markt. Dit maakt de markt tot een zeer intelligent instituut en de toekomst zal blijk geven van de verdere verduurzaming van de private sector.


HAALT DE RUSSISCHE FEDERATIE 2050? Over de houdbaarheid van Rusland

Door Jan Mostert

In 1969 schreef de Russische dissident Andrej Amalrik (1938-1980) een essay met de titel “Haalt de Sovjet-Unie 1984?. In dit werk doet hij de voor zijn tijd zeldzame bewering dat de Sovjet-Unie binnen enkele decennia ineen zal storten. In een tijdperk van pessimisme onder andersdenkenden in de Sovjet-Unie wierp Amalriks essay een geheel nieuwe blik op een toekomst die er zeer troosteloos uitzag. Amalrik zat er wat betreft de precieze manier van de val (een door de Chinezen gesteunde opstand) en het moment naast, maar desondanks bleek zijn these uitermate voorspellend: volgens hem kan namelijk een staat, die zoveel energie spendeert aan het onderdrukken van zijn burgers, niet lang blijven voortbestaan. En inderdaad, elf jaar na zijn dood viel de Sovjet-Unie uiteen. In dit artikel kijk ik met de blik van Amalrik naar het huidige Rusland, dat wil zeggen: de Russische Federatie, om erachter te komen of deze staat ook zo duurzaam is als hij lijkt. Want ook het moderne Rusland lijkt vast te zitten in de onwrikbare greep van Vladimir Poetin, die absoluut geen aanstalten maakt om het Kremlin te verlaten voor een datsja op de Krim. Maar is dat ook zo? En hoe zal de Russische Federatie er dan uitzien in 2050? We zullen diep in het geopolitieke koffiedik kijken en een educated guess proberen te maken. 7

Atlas - Een duurzame toekomst?


L

aten we eerst naar meer voelbare en ‘wereldlijke’ eigenschappen van Rusland kijken, om te beginnen met de Russische economie. Zoals later in dit artikel zal blijken, zijn bepaalde stereotypes over het land en zijn bevolking jammer genoeg waar; het stereotype van een economie die alleen gestuit wordt door de exploitatie van olie, gas en andere ruwe grondstoffen is daar geen uitzondering op. De Russische economie is al sinds de latere periode van de Sovjet-Unie afhankelijk van de gasvelden van Siberië. Rusland heeft daarom altijd veel baat bij een hoge olieprijs, en men kan in grafieken een correlatie zien tussen periodes van hoge olieprijzen en een stijgend Russisch BNP. Naast olie, vormen gas, ruwe grondstoffen en de wapenindustrie de voornaamste basis van de economie. Het is in één oogopslag zichtbaar dat dit bestel niet overeenkomt met een ‘economie van de toekomst’ die draait op slimme productietechnieken en informatietechnologie. Neem daarnaast nog de factor van andere oliestaten (meest recentelijk Iran) die de kranen naar het Westen opendraaien, en de zwakte van de Russische economie wordt snel duidelijk. Als Rusland niet kan moderniseren en hervormen, zal het land flink moeten inboeten aan toekomstig rendement, met alle gevolgen van dien. Ook op demografisch en sociaal gebied zien we een onplezierig stereotype zijn kop opsteken, en wel dat van de rokende, alcoholische Rus. Opnieuw bewijzen de statistieken de gedeeltelijke waarheid van dit beeld: hart-en-vaatziekten en wegongelukken zijn de leidende doodsoorzaken onder Russische mannen (vrouwen scoren iets lager in deze categorieën). Sociaal gezien leidt dit tot ontwrichting van gezinnen en zorgt het voor grote kosten voor de staat, wat weer een negatief effect heeft op de economie. Daarnaast 8

Atlas - Een duurzame toekomst?

worden er (mede door economische onzekerheid) onvoldoende kinderen geboren in Rusland. Al deze factoren vormen een vicieuze cirkel, die de fundamenten van de staat doet wankelen. Politiek Als we naar de politiek kijken moeten we een klein uitstapje maken naar de staatsstructuur van de Russische Federatie. Het land bestaat uit verschillende soorten deeleenheden. Voor dit artikel richten we ons op de probleemgevallen: de autonome regio’s en de deelrepublieken. Deze twee eenheden behoren (nominaal) toe aan een nationale minderheid. De problemen die hierdoor veroorzaakt worden, zullen al gauw duidelijk zijn. Tsjetsjenië is het bekendste en meest destructieve conflict dat uit een breuk tussen een regio en het centrum is ontvlamd. Als Moskou de buitengewesten niet meer kan paaien, dan is het goed mogelijk dat bepaalde volkeren eieren voor hun geld kiezen en een eigen weg inslaan. En waar een gaat, zullen anderen volgen. Maar waarmee kan het Kremlin de minderheden eigenlijk onder controle houden? Afgezien van geld en loyale gouverneurs met vrij weinig. In tegenstelling tot de Sovjet-Unie heeft Rusland geen leidende, grensoverschrijdende ideologie meer. Het merendeel van de gevestigde orde houdt zich voornamelijk bezig met zakkenvullen, en geeft soms blijk van waardering voor nationalisten. Meer dan dat gebeurt er echter niet. Rusland heeft dus geen ideologisch vangnet meer om secessie tegen te gaan. Worst case scenario? Hoe zou Rusland er dus mogelijk uit kunnen zien? Ik zou graag een worst-case scenario voor de huidige Russische overheid neerzetten. Een falende economie, dure avontuurtjes in het buitenland en een instortend geboortecijfer zorgen voor grote onvrede onder de


© New York Magazine

deelrepublieken. De eerste oproepen tot afscheiding komen echter niet uit het Westen, maar uit het Oosten: Siberiërs zijn het zat om Moskou te ondersteunen en sluiten zich af. Dit veroorzaakt een kettingreactie door het hele land: de Kaukasus wordt een netwerk van Islamitische republiekjes, en de zuidelijke volkeren kiezen voor samenwerking met Siberië. Het Kremlin kijkt wanhopig toe, want hoe kan het een gewapende interventie tegen Siberië en loyale, voormalige burgers goedpraten? Schoorvoetend kijken de machthebbers toe hoe het land uiteenvalt. Afgezonderd van zijn voornaamste bronnen van inkomsten moet de president kiezen: samenwerken met het Westen of het Oosten? Een oneerlijke deal krijgt hij waarschijnlijk hoe dan ook; de keuze maakt weinig uit. Rusland beperkt zich tot zijn Europese gedeelte, en trekt zich meer in zichzelf terug: het land probeert wanhopig vrienden te zoeken, die eigenlijk geen nut zien in deals met een papieren beer. De bevolking wordt alsmaar ouder, en zo gaat Rusland een diepe demografische en sociale crisis in. Conclusie Als wij de hierboven genoemde factoren in acht nemen en een blik werpen op mijn hypothetische toekomstbeeld, is mijn visie dan mogelijk? Ik zou zelf zeggen van wel. Hoewel de geopolitieke veranderingen die ik heb geschetst zeer ingrijpend zijn en mijn scenario berust op een erbarmelijke economische situatie voor Rusland en vooral berekend is op economische motieven, is gedrag zoals hier 9

Atlas - Een duurzame toekomst?

voorspeld door de deelrepublieken helemaal niet ondenkbaar. Het voornaamste probleem van de Russische overheid is eigenlijk niet economisch, maar ideologisch: brood en spelen kan voor een paar volkeren werken, maar hoe verenigt men 185 etnische groepen, met elk hun eigen geschiedenis, cultuur, taal en blik op de wereld? Het regime maakt nu voorzichtige stappen in de richting van iets dat op een “Algemene Federatie-identiteit” lijkt, maar is vooralsnog te schuw om een vaste doctrine neer te zetten. Dat roept dan weer een vraag op: is dat überhaupt mogelijk in een land, dat uit de ideologieën is gegroeid? Daarnaast moet ik ook de demografische tijdbom in het hart van het land benadrukken: Rusland kan simpelweg zijn bevolking niet snel genoeg aanvullen. Wat de toekomst ook mag brengen, we kunnen er zeker van zijn dat het een interessante zal zijn. Het citaat van Amalrik heeft ook zijn kracht niet verloren, al is er een update nodig naar een vorm voor het nieuwe millennium: een staat, die al zijn energie spendeert aan het naar zich toe trekken van rijkdom, zal niet lang kunnen voortbestaan. En ik denk, dat de toekomst de dissident gelijk zal geven. Meer lezen? Voor een blik op een mogelijk nieuw Rusland: Vladimir Sorokin: De Dag van de Opritsjnik (Amsterdam, 2015) over een Rusland dat terug is gekeerd naar het tsarendom om de moderniteit het hoofd te bieden.


VAN GEITENWOLLEN SOKKEN TOT SERIEUZE ACTIE IN BOARD ROOMS Hoe duurzaamheid in korte tijd de modus operandi werd voor bedrijven

Arend van Vuren Aan het begin van de kabinetsformatie eerder dit jaar sprak Hans de Boer, voorzitter van VNO-NCW, de hoop uit dat het kabinet schone energie zou omarmen. Een werkgeversorganisatie die een nieuw kabinet oproept te investeren in duurzaamheid had een decade geleden waarschijnlijk veel stof doen opwaaien, nu kreeg het niet meer aandacht dan een kort nieuwsberichtje op NOS.nl. De private sector lijkt sinds een paar jaar doordrongen van de noodzaak om te veranderen. Duurzaam ondernemen is de norm geworden, de modus operandi. Waar komt deze omslag bij het bedrijfsleven vandaan? En vooral ook: kunnen we het klimaatproblemen oplossen door te innoveren? “Bedrijfsleven wil groen regeerakkoord”, zei MVO Nederland1 in een persbericht in mei 2017. Al werd de opmaak van het regeerakkoord uiteindelijk blauw, de maatregelen in het akkoord zijn inderdaad vooruitstrevend in vergelijking met voorgaande kabinetten. Al hebben klimaatclubs er een hard hoofd in dat het huidige kabinet haar doelstellingen gaat halen, omdat maar liefst 21% van alle CO2 ‘vermindering’ tot 2030 moet komen uit het onder de grond stoppen van CO2 in oude

10

Atlas - Een duurzame toekomst?

gasvelden. Een techniek die momenteel nog nauwelijks wordt toegepast en -zeker in Groningen- op grote publieke weerstand stuit. Het Planbureau voor de Leefomgeving heeft verder berekend dat de maatregelen onvoldoende zullen zijn om te voldoen aan de ambitie van het kabinet zelf. Nederland doet het in Europees opzicht slecht als het gaat om hernieuwbare energie, alleen Malta en Luxemburg doen het nóg slechter. De andere 25 landen van de EU, ja zelfs Griekenland, haalt een groter deel van haar totale energie-


consumptie uit hernieuwbare bronnen. Toegegeven: op andere terreinen zoals recycling scoort Nederland gelukkig al langer wel goed.

onder 250 leidende figuren in het bedrijfsleven geeft 62% als belangrijkste reden voor verduurzaming: ‘consumer expectation’3.

Bedrijven als koplopers Maar het beeld van een vooruitstrevende overheid die het probleem van klimaatverandering serieus wil aanpakken versus bedrijven die helemaal niet willen veranderen, klopt niet meer. Het zijn nu juist veelal bedrijven die de weg wijzen als het gaat om serieus duurzaam beleid en een overheid die er achteraan hobbelt. “De tijd van getreuzel moet voorbij zijn” sprak Balkenende als voorzitter van de ‘Dutch Sustainable Growth Coalition’ over de terughoudende rol van de overheid2. Deze coalitie verenigt toonaangevende Nederlandse bedrijven zoals KLM, Heineken, Philips en DSM tot AkzoNobel, Unilever, Shell en FrieslandCampina.

Publiek en privaat De private sector is om, omdat ook het grote publiek om is. De peilingen van de Europese Unie (de Eurobarometers) geven een aardige trend van het Europese en Nederlandse denken over klimaatverandering. In 2002 werd mensen gevraagd aan te geven hoe bezorgd ze waren over het milieu. Slechts 21% van de Nederlanders gaf op een vierpuntsschaal aan ‘very worried’ te zijn over klimaatverandering. Het Europees gemiddelde lag met 38% overigens substantieel hoger. Industrieel afval, pesticides, het uitsterven van soorten, waterverontreiniging en nog negen andere milieuproblemen werden in 2002 als belangrijker beschouwd dan klimaatverandering. Hoe anders is dat beeld vijf jaar later. Als in 2007 opnieuw gevraagd wordt waarover men zich het meest druk maakt, staat klimaatverandering bovenaan de lijst met 57% in de EU en 53% in Nederland. De publieke opinie sluit nauw aan bij de mate waarin kranten schrijven over klimaatverandering (zie figuur). Kranten schrijven over onderwerpen die de publieke opinie bezighouden en waarschijnlijk is de relatie ook wederkerig: dat de publieke opinie beïnvloed wordt door wat in de krant staat. De klimaattoppen krijgen relatief veel aandacht, maar er is in 2007 ook zeker duidelijk een toenemende interesse waarneembaar. De klimaatfilm ‘An Inconvenient Truth’ van Al Gore, die voor het eerst alle wetenschappelijke argumenten begrijpelijk voor het grote publiek op een rij zette kwam uit in oktober 2016. Tijdens de wereldwijde economische crisis verdween klimaat als thema wellicht wat meer naar de achtergrond, maar de crisis heeft bedrijven wel in

Je druk maken over klimaatverandering was lange tijd dan ook voorbehouden aan geitenwollen sokken en partijen in de linkse marge van het politieke spectrum. Duurzaam stond lange tijd gelijk aan 'duur'. De Boston Consultancy Group onderzocht waarom bedrijven zich bezighouden met ‘sustainable business practices’: betere producten, lagere energiekosten, lagere materiaalkosten en een betere concurrentiepositie waren de meest gehoorde antwoorden. Stuk voor stuk economische argumenten. Argumenten die aangevoerd worden omdat het uiteindelijk de winstgevendheid van een bedrijf vergroot. Hoe belangrijk de eerste drie redenen ook zijn, de meest interessante is de ‘betere concurrentiepositie’. Dat houdt namelijk in dat bedrijven meer producten of diensten denken te verkopen als ze duurzaam ondernemen. Precies wat onderzoek van de Britse kwaliteitskrant The Guardian laat zien. In een onderzoek

Atlas - Een duurzame toekomst?

11


© Inverse

laten zien dat winstbejag op de korte termijn minder belangrijk is dan voortbestaan op de lange termijn. En bedrijven zijn gaan inzien dat produceren zonder oog voor verschillende aspecten van duurzaamheid op de lange termijn het voortbestaan van het bedrijf in gevaar brengt. We pompen over 40 jaar veel minder olie en gas uit de grond dan nu en dat realiseert Shell zich maar al te goed. Het bedrijf is zoekende naar een andere bedrijfsvoering en investeert steeds meer in hernieuwbare energie. Een ander voorbeeld is Unilever, die haar vleesdivisie heeft verkocht en nu investeert in vleesvervangers. Wellicht is de redelijk radicale ommezwaai van bedrijven ook wel te danken aan enkele koplopers. Neem bijvoorbeeld het hippe Tesla, wat je er persoonlijk ook van vindt, deze auto doet veel harten sneller kloppen. Tesla laat zien dat een duurzame toekomst niet alleen goed mogelijk is, maar zelfs leuk kan zijn én dat er geld aan te verdienen valt. Bovenal laat het aan de gevestigde industrie zien dat innovatie op het gebied van duurzaamheid door de consument omarmd wordt. Zeker na het uitstootschandaal van Volkswagen is nu bijvoorbeeld de gehele Duitse auto-industrie radicaal om en produceren ze elektrische modellen. Duurzaamheid als potentieel voor groei Dat bedrijven aan de slag zijn gegaan met duurzaamheid, laat dus ook zien dat het publieke denken over duurzaamheid is ver12

Atlas - Een duurzame toekomst?

anderd. Waar het eerder als een bedreiging voor economische groei werd gezien, zien bedrijven in duurzaam bezig zijn nu juist groeipotentieel. Dat roept één grote belangrijke vraag op: kunnen we al consumerend de klimaatcrisis oplossen? Kunnen we het klimaatprobleem oplossen door in te zetten op innovatie en hoeven we dan verder niets in ons dagelijks leven aan te passen om gevaarlijke hoeveelheden broeikasgas in de atmosfeer tegen te gaan? Ook ik heb geen antwoord paraat. Het enige wat ik weet, is dat de tijd dringt en dat we geen 25 jaar meer kunnen wachten op innovaties die ons leven makkelijker maken en die tegelijkertijd toevallig de klimaatcrisis oplossen. Innovaties zoals betaalbare elektrische auto’s, nog betere zonnepanelen en nieuwe vormen van energiewinning en -besparing hebben dus haast. En als we het niet redden met innovatieve oplossingen alleen, dan gaat het wellicht pijn doen. Dan moeten we bijvoorbeeld minder vlees gaan eten (veeteelt: 14,5% van totale broeikasuitstoot) en minder vliegreizen gaan maken (retourtje St. Tropez is 1040kg CO2-uitstoot). Wellicht reden genoeg om pessimistisch te zijn over de snelheid waarmee het versterkt broeikaseffect wordt aangepakt. Het probleem is daadwerkelijk urgent en behoeft snelle verandering. Toch zou het me niet verbazen als men over 50 of 100 jaar terugkijkt en de periode van 2007-2027 de ‘klimaatrevolutie’ noemt in de geschiedenisboeken.


Een revolutie die aangezwengeld werd door geitenwollensokken en klimaatactivisten, gesteund door de wetenschap en tot een succes gemaakt door innovatieve ondernemers. We zijn er nog lang niet, maar hoop op verandering kan daadwerkelijk verandering teweegbrengen. Als de klimaatcrisis ons de afgelopen jaren iets heeft laten zien, dan is het wel dat snelle radicale verandering mogelijk is zelfs in politiek complexe tijden. Dat is en blijft een hoopvolle boodschap.

Meer weten? Weten hoe duurzaam een bedrijf bezig is en wat je dus met een goed gevoel kunt kopen? Rank a Brand zet ze op een rijtje: www.rankabrand.nl 1 MVO Nederland - 'Bedrijfsleven wil groen regeerakkoord'

2 Trouw - 'Grote bedrijven willen snel een groen 3 The Guardian - 'Sustainable business: Corporate growth strategies are shifting'

Š Center for Science and Technology Policy Research, University of Colorado Atlas - Een duurzame toekomst?

13


DE TOEKOMST VAN DE KLIMAATVLUCHTELING Marlies van Horssen Iedereen kent de beelden van bootjes met vluchtelingen uit oorlogsgebieden als Syrië en Irak. Maar een steeds groter wordend probleem zijn mensen die ontheemd raken door extreem weer en natuurrampen. Al jaren raken hierdoor meer mensen ontheemd dan door conflicten als oorlog en geweld. Door de toenemende klimaatverandering zijn er steeds meer mensen die huis en haard moeten verlaten omdat hun woonplaats niet langer bewoonbaar is (Internal Displacement Monitoring Centre, 2015).

B

egin 2017 was er voor het eerst een conferentie over klimaatmigratie, maar dit probleem blijft steevast onderbelicht. Het probleem is dat deze ‘klimaatvluchtelingen’ steeds grotere aantallen aannemen maar dat er weinig tot geen wet- en regelgeving voor hen bestaat. De VN-Vluchtelingenconventie uit 1951, ook wel conventie van Geneve genoemd, erkent alleen vluchtelingen die op grond van ras, religie, nationaliteit of sociale of politieke oriëntatie vervolgd worden. Volgens de VN kan het aantal klimaatvluchteling in 2050 oplopen tot 300 miljoen. Een voorstel om ook klimaatvluchtelingen te erkennen, vond tot nu toe weinig weerklank (Oneworld, 2017).

gen wat vooral in Azië grote gevolgen heeft. Kleine eilanden in de Pacifische oceaan zoals Tuvalu en Samoa zullen onder water lopen en voor enkele eilanden is dit al het geval. Maar ook Bangladesh wordt hard getroffen, dit land kampt al jaren met grote overstromingen die alleen maar zullen toenemen. Daarnaast zal de stijgende zeespiegel meer gecultiveerd land in Bangladesh vernietigen dan waar ook ter wereld. Dit overbevolkte land is de nummer 8 op de wereld qua populatie maar nummer 93 qua landoppervlak. Dit verlies van kostbare grond zal extra druk op de bevolking leggen door de voorspelde afname van noodzakelijke landbouwproducten als rijst en tarwe (IUCN, 2015).

Daarnaast is er nog geen sluitende definitie voor klimaatvluchtelingen. Omdat onderzoekers het lastig vinden klimaatvluchtelingen te definiëren, is klimaatverandering niet eenduidig. Zo hebben veel sociale problemen een link met natuur- en milieuproblemen. Denk aan een tekort aan vruchtbare landbouwgrond dat oploopt door erosie en uitdroging, veroorzaakt door klimaatverandering, en waardoor sociale ongelijkheid en armoede vergroot.

'Tijdens de klimaatconferentie in Parijs werd vooral besproken hoe klimaatvluchtelingen geweerd kunnen worden; hiermee worden de klimaatproblemen zelf genegeerd'

Maar door klimaatverandering ontstaan op verschillende manieren vluchtelingen. Zo zal door klimaatverandering de zeespiegel stij-

Naast de zeespiegelstijging en de bijkomende gevolgen zorgen stijgende temperaturen voor heftigere botsingen tussen warme en koude

14

Atlas - Een duurzame toekomst?


© humanature Conservation International Blog

luchtstromingen. Deze zullen er volgens de NASA voor zorgen dat Azië in de toekomst steeds vaker te maken krijgt met zware stormen. Vooral de allerarmste landen zullen hard geraakt worden door klimaat verandering. Zij hebben niet het geld en de kennis zich te beschermen tegen natuurrampen en verliezen het meeste wanneer ze getroffen worden. De bevolking is namelijk voor een groot deel afhankelijk van de landbouw, die o.a. door uitdroging en overstromingen bedreigd wordt. Mensen in deze landen zijn niet verzekerd en alles wat ze bezitten is vaak hun grond, vee en huis met spullen. Wat ze heel makkelijk kwijt kunnen raken door klimaatverandering, dit in tegenstelling tot rijke landen waar mensen veelal goed verzekerd zijn en waarbij een groot deel van hun bezit ‘veilig’ op de bank staat en zij niet afhankelijk zijn van de opbrengst van hun land.

tijdens de klimaatconferentie in Parijs vooral gesproken over hoe klimaatvluchtelingen geweerd kunnen worden en hiermee worden de klimaatproblemen genegeerd. Zelfs de VN heeft klimaatvluchtelingen nog niet erkend als officiële status waardoor mensen geen asiel kunnen aanvragen in het buitenland.

Meer weten? OneWorld.nl - 'Moeten klimaatvluchtelingen een asielstatus krijgen?' OneWorld.nl - 'Dataverhaal: stijgend aantal klimaatvluchtelingen' IUCN.org - 'Climate Change Induced Migration in Bangladesh'

Met het idee van 300 miljoen klimaatvluchtelingen in 2050 kan Nederland, maar ook zeker de EU, niet stil blijven zitten wachten tot de volgende natuurrampen zich voltrekken. Of het er echt zoveel gaan worden is de vraag, een groot deel van deze vluchtelingen zal binnen hun eigen land op zoek gaan naar een nieuwe plek. Maar helaas werd er Atlas - Een duurzame toekomst?

15


POLEMIEK Redacteuren in discussie

'De VN kan haar eigen ambities zelden waarmaken' Beste Remco, e in 2006 opgerichte Mensenrechtenraad is D één van de bekendere organen van de VN en tegelijk ook een van de meest controversiële. Dat

is niet zonder reden, aangezien de raad bij het uitvoeren van haar primaire taak -controleren of alle VN-landen basale mensrechtenverdragen naleven- volledig tekortschiet. Gezien de structuur en samenstelling van de raad is dat echter weinig verassend te noemen; flagrante mensenrechtenschenders hebben of hebben zitting gehad in de raad, waaronder de Verenigde Arabische Emiraten en Saudi-Arabië; de laatste zelfs tijdelijk in de rol van voorzitter(!). Schrijnend gevolg is dat mensenrechten schendende staten elkaar succesvol weten te dekken, waardoor hoogstnoodzakelijke veroordelingen van mensenrechtenschendingen door de VN effectief in de kiem worden gesmoord. Op die manier blijven staten die fundamentele mensenrechten keer op keer met voeten treden, pijnlijk genoeg, buiten schot: een volstrekte blamage. Het (dis)functioneren van de Mensenrechtenraad is in zekere zin exemplarisch voor het functioneren van de VN in zijn geheel; de idealistische, ietwat naïeve grondslag van de VN en haar organen botst onvermijdelijk met de bikkelharde machtspolitiek van de individuele lidstaten. Het gat tussen de mooie principes van samenwerking en rechtvaardigheid en de weerbarstige, geopolitieke praktijk is immens en de VN blijkt op geen enkele manier in staat die te dichten. Impasses en tandeloze compromissen zijn helaas de regel, geen uitzondering. Meest navrante voorbeeld van dit levensgrote verschil tussen idealisme en ontnuchterende praktijk is de reactie van de VN-veiligheidsraad op de voortrazende Syrische burgeroorlog, die intussen al aan meer dan 300.000 burgers het leven heeft gekost. De permanente leden hebben allen een totaal andere visie op hoe de internationale gemeenschap dient te reageren op dat conflict en die verschillende posities zijn te verklaren vanuit de uiteenlopende belangen die Frankrijk, het VK, China, de VS en Rusland in Syrië (denken te) hebben. Rusland en -in mindere mate- China steunen huidig president Assad terwijl de andere leden hem het liefst zo snel mogelijk zien vertrekken. Volslagen andere toekomstvisies, wat er vanzelfsprekend toe heeft geleid dat een consistent antwoord van de internationale gemeenschap op het 16

Atlas - Een duurzame toekomst? Atlas - Een duurzame toekomst?

Rick Oosterheert conflict volstrekt onmogelijk is gebleken. Staten in de veiligheidsraad jagen meedogenloos-en over de ruggen van de creperende Syrische bevolking- hun eigen belangen na en interveniëren eigenhandig in het conflict door (clandestiene) militaire steun aan een van de partijen te verlenen. Geopolitiek op haar smerigst. Geen wonder dat speciaal gezant Steffan de Mistura -die door de VN is aangesteld om een geweldloze oplossing te vinden voor het conflict- geen enkel doorslaggevend succes boekt met betrekking tot vredesonderhandelingen tussen de strijdende partijen in Syrië. De opzichtige participatie van sommige permanente leden in de oorlog heeft ze onderdeel van het probleem gemaakt, dus een oplossing hoeven we van hen dan ook zeker niet te verwachten. Intussen lijkt Assad- de president die er niet voor schuwde om chemische wapens tegen zijn eigen bevolking in te zetten- de oorlog cynisch genoeg te gaan winnen en zal hij vermoedelijk nooit verantwoording hoeven af te leggen voor de rechter. Het is het buitengewoon wrange, maar veelzeggende gevolg van het frustrerende onvermogen van de internationale gemeenschap -lees: de VN- om de Syrische bevolking te beschermen tegen een notoire oorlogsmisdadiger. De VN kan haar eigen ambities dus overduidelijk zelden waarmaken, maar dat is niet alleen een gevolg van wensdenken tegen de klippen op; ook de achterhaalde institutionele structuur van sommige organen speelt een niet te onderschatten rol. De anachronistische structuur van de VN-Veiligheidsraad is bijvoorbeeld aan fundamentele revisie toe. Op dit moment maken de permanente leden Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, de VS, China en Rusland daar de dienst uit; zij hebben de bevoegdheid om elk besluit van de raad te vetoën, waarna het geen doorgang kan vinden. Gevolg is dat er onevenredig veel macht ligt bij de vijf permanente leden, waardoor beslissingen waarover verder brede consensus bestaat door slechts een staat kunnen worden geblokkeerd. Daar komt nog bij dat het moeilijk te rechtvaardigen is dat Rusland, tegenwoordig de 12de economie van de wereld, significant meer macht kan uitoefenen dan de 3de economie van de wereld, Japan. Elke poging om de Veiligheidsraad te moderniseren en te hervormen wordt ondermijnd door de permanente leden die hun invloedrijke


'De VN heeft al voor meer vrede en veiligheid gezorgd dan menig nationale overheid'

Remco López Antezana positie willen behouden. Dat is natuurlijk geheel logisch vanuit hun perspectief, maar de rigide structuur en de vetomacht zorgen er intussen wel voor dat de Veiligheidsraad een vleugellam orgaan geworden is, met alle gevolgen van dien voor al die onschuldige burgers in conflictgebieden. Er dient serieus te worden nagedacht over de houdbaarheid van het machtsverschil tussen permanente en roulerende leden binnen de Raad, maar sommige staten schieten al in een kramp als dat alleen al maar ter sprake wordt gebracht. Cynisme is gemakzuchtig en kritiek op de VN is dat tot op zekere hoogte ook, en ik zou dan ook zeker niet willen pleiten voor opheffing. De organisatie zal zich echter wel radicaal moeten heruitvinden om ook in de 21ste eeuw relevant te blijven; meer oog voor machtspolitiek, realistischer ambities en fundamentele hervormingen van de institutionele structuur zijn daarbij onvermijdelijk. Als dat niet gebeurt, wacht de VN hetzelfde lot als haar gefaalde voorloper, de Volkerenbond: een voetnoot in de geschiedenis, goedbedoeld, maar nooit in staat geweest om het hoofd te bieden aan de grote uitdagingen van haar tijd

.

Beste Rick, ls ik jouw stuk goed lees ben je vooral van meA ning dat de ‘idealistische, ietwat naïeve grondslag van de VN botst met de bikkelharde machtspolitiek van individuele staten’, een beeld waar mening sceptici over de VN zich achter zou scharen; het heeft dan ook zeker een kern van waarheid. In het geval van Syrië, wat jij naar voren laat komen, is dit ook zeker zo. Gevangen binnen een vicieuze cirkel van individuele belangen ligt de oplossing verre van voordehand. Echter is dit niet wat de Verenigde Naties definieert. Opgericht in 1945, heeft deze organisatie al voor meer vrede en veiligheid gezorgd dan menig nationale overheid; niet alleen via de Veiligheidsraad, maar ook via UNICEF, UNESCO, de Algemene Vergadering en via de Milleniumdoelen. Door het succes van een organisatie te meten aan de hand van alleen de onvoldoendes op het rapport zal nooit een compleet beeld geven; laat mij zo vrij zijn om de ‘voldoendes’ toe te lichten en te verklaren waarom juist de VN een cruciale rol speelt in wereldveiligheid.

Laten we beginnen met het Universeel Verdrag van de Rechten van de Mens, wat naast de eerste universele verklaring van mensenrechten, ook de inspiratiebron is voor het EVRM, het juridisch sterkste mensenrechten verdrag vandaag de dag. ‘Maar het UVRM is juridisch dan weer helemaal niet sterk, dus hoe kan dit een argument zijn dat voor de VN werkt?’ Precies daarom. Door de stap te durven nemen om na de Tweede Wereldoorlog de rechten van de mens vast te leggen en te codificeren heeft het de mogelijkheid geopend voor bijvoorbeeld de Europese Unie, om dit ook te doen. Ons huidig mensenrechtenstelsel in Europa, waar wij zoveel waarde aan hechten, zou zonder de VN wellicht niet eens bestaan hebben. Dan staat nog steeds de vraag, hoe kan ik zeggen dat de VN goed functioneert, kijkend naar alle oorlogen en onrust in de wereld? Voor mij is het antwoord simpel; ik denk dat het nog veel erger had kunnen zijn. Ik vergelijk het met het aantal aanslagen in een land. Betekent het dat als er 1 aanslag in Nederland plaatsvind de AIVD incompetent is? Nee. Boven alles staat natuurlijk dat die ene aanslag gruwelijk is en had moeten voorkomen, maar het zegt niets over de totale hoeveelheid aanslagen die de AIVD voorkomt per jaar. Is de oorlog in Syrië gruwelijk en zou de VN moeten ingrijpen? Zeker. Maar het zegt niets over de voorkomen oorlogen in de 72 jaar waarin de VN nu bestaat. Oorlogen die misschien voorkomen, zijn door de gedeelde belangen in de organisatie, of door het medium dat deze biedt om met elkaar het gesprek aan te gaan. Vind ik dat de VN tegen structurele problemen aanloopt en dat een hervorming de organisatie goed zou doen? Zonder twijfel. Echter geloof ik ook nog steeds in de idealistische, misschien tikkeltje naïeve grondslag van de Verenigde Naties; dat wij in deze harde wereld een stukje veiliger zijn door deze organisatie. Dat samenwerking meer biedt dan individuele staten en dat succes niet te meten valt aan de hand van de onvoldoendes, maar aan de hand van de ‘voldoendes’

.

Atlas - Een duurzame toekomst?

17


DE ZIN EN ONZIN VAN HET RECYCLEN VAN PLASTIC Interview met Jack Broeckx, jarenlang mede-eigenaar geweest van een bedrijf dat plastic recyclet

Kristel Broeckx Als er iets duurzaam klinkt, dan is het wel recycling. Toch blijkt dat het recyclen van plastic in Nederland zorgt voor een CO2 vermindering van slechts 0,15%.1 Ook plastic wordt gerecycled, in Nederland gebeurt dit bij bedrijven al bijna 50 jaar. Sinds tien jaar wordt ook het plastic-afval wat consumenten produceren gerecycled. Om te kijken hoe plastic recyclen kan bijdragen aan een duurzame wereld, interviewen we Jack Broeckx. Hij is decennialang mede-eigenaar geweest van een bedrijf dat plastic recyclet. Wat deed je bedrijf en op welke manier recycleden jullie plastic? Wij waren de schakel tussen het bedrijf waar het gebruikte plastic vrijkwam en de fabriek die het recyclede. Wij deden geen inzameling voor consumenten, dit gebeurt in Nederland namelijk pas sinds tien jaar. Wij zamelden het plastic dat overbleef bij het produceren van verpakkingen in en we sorteerden het plastic op soort, zodat plastic van homogene kwaliteit overbleef. Dit plastic verkochten we vaak door aan grotere leveranciers, die dit gesorteerde plastic wilden afnemen en niet het ongesorteerde plastic van verpakkingsafval. Eigenlijk is de naam ‘plastic recycling’ dan ook niet goed, wij deden alleen de inzameling van en handel in plastic. Onze afnemers waren de echte recyclers, en zij maakten van het oude gebruikte plastic regranulaat. Dit is de grondstof voor de plasticindustrie, en door dit gerecyclede plastic te gebruiken, hoeft er geen nieuw granulaat geproduceerd te worden. Is al het plastic wat wij gebruiken recyclebaar? Of belandt er toch nog een hoop in de verbrandingsovens? Bijna al het plastic is te recyclen, indien je de kosten van inzamelen en sorteren buiten beschouwing laat. Vaak staat op een product wat voor soort plastic het is, met een recycle-teken erbij. Omdat in een commercieel bedrijf deze kosten wel meetellen zijn kleine hoeveelheden of diversen gemengde soorten niet commercieel interes18

Atlas - Een duurzame toekomst?

sant en blijft verbranding met energie-terugwinning de beste manier van recycling. Hoe draagt dit bij aan een duurzamere wereld? Omdat je grondstoffen hergebruikt, hoeft er geen nieuwe olie te worden gebruikt. Vaak zijn deze grondstoffen ook al voorzien van de juiste eigenschappen en hoeft men er geen extra additieven aan toe te voegen. Zou je kunnen zeggen dat dit onderdeel is van de circulaire economie? (waarin al het afval wordt gebruikt om nieuwe dingen mee te maken en dus niets in de verbrandingsoven eindigt) Ja, het recyclen van plastic maakt hier zeker onderdeel van uit. Het is echter een utopie om te geloven dat het mogelijk is om niets meer naar de verbrandingsoven te hoeven brengen, omdat niet alle kunststoffen gerecycled kunnen worden. Sommige producten zijn 2-componenten, en bestaan dus uit twee gemengde stoffen die niet meer gescheiden kunnen worden. Wanneer er geen andere toepassing voor dit materiaal is, moet je het verbranden. Ook economisch zijn sommige producten niet interessant om te recyclen, omdat de kosten van inzamelen, sorteren en recyclen veel hoger liggen dan de opbrengst van het regranulaat. Is het niet gemakkelijker om minder gebruik te maken van plastic, zodat er ook minder geproduceerd wordt? Het zou duurzamer zijn als we alle producten


'Recyclen maakt deel uit van de circulaire economie, maar het is een utopie om te geloven dat het mogelijk is niets meer naar de verbrandingsoven te hoeven brengen'

langer zouden gebruiken, het liefst tot het einde van de levenscyclus. Dit geldt ook voor plastic producten. De vele trends in bijvoorbeeld wonen en mode, die onze consumptie aan wakkeren werken dit tegen. In de loop van de jaren is men al veel minder plastic gaan gebruiken voor verpakkingen, voornamelijk bedrijven doen dit door middel van dunnere folies, andere flacons en grotere verpakkingseenheden. Echter, bij de consument zie je dat steeds meer plastic wordt gebruikt, omdat men kleinere hoeveelheden wil of om de houdbaarheid van versproducten te verlengen. Jullie hebben veel plastic naar China verscheept. Is dit niet gewoon het probleem verplaatsen? Nee, alles wat economisch hier in Europa gerecycled kon worden, werd hier gerecycled. Veel van het plastic dat naar China ging, was economisch niet interessant om hier te recyclen. De arbeidskosten voor handmatig sorteren zijn in Nederland vijf tot tien maal hoger dan in China. Voor 1988 werd er weinig naar China geëxporteerd, en werd het materiaal hier gestort of verbrand omdat het economisch niet interessant was om te recyclen. Alles wat wij verscheepten zou ook hier te recyclen zijn, indien de sorteerkosten niet meegeteld worden. Maar omdat we een bedrijf zijn, moet het economisch verantwoord zijn. Men kan ook steeds beter en efficiënter recyclen, wat noodzakelijk is nu er meer aandacht is voor duurzaamheid en milieu. Wat gebeurde er in China in 1988 waardoor jullie wel zaken gingen doen met het land? China stelde zich toen open voor handel via Hong Kong naar de rest van de wereld. Toen kwam een aantal Chinese handelaren bij ons en zij wilden onze hele incourante voorraad in één keer kopen. Nadien zijn we zaken blijven doen en konden wij grotere hoeveelheden plastic laten recyclen. Dit was plastic waar in Nederland en België geen recycle-mogelijk-

heden voor waren. Waarom staat China de import van plastic niet meer toe? Er kwam teveel niet-recyclebaar plastic het land binnen en dit wilde de overheid niet meer. Het is ook om binnenlandse inzameling te stimuleren (red.: dit heeft gevolgen voor de recycling van plastic in Europa: omdat er hier te weinig capaciteit is voor het recyclen, eindigt er nu een deel van het opgehaalde plastic in de verbrandingsovens). Tot slot, recycle je zelf al je plastic? Ja, ik doe aan scheiding van mijn plastic verpakkingsafval, al stel ik wel mijn vraagtekens bij het huidige systeem, omdat ik er niet van overtuigd ben dat het beter is voor duurzaamheid. In Nederland wordt veel méér soorten huishoudelijk plastic ingezameld dan in omringende landen. Toen Nederland met dit systeem begon in 2007, is geprobeerd zelf het wiel uit te vinden, en is niet gekeken naar andere landen, terwijl in België al sinds 1994 huishoudelijk plastic gescheiden wordt. Wanneer dit wel was gebeurd, had men veel geld kunnen besparen. Omdat in verscheidene andere landen minder plasticsoorten gerecycled worden, komt men daar tot een veel hoger percentage gerecycled huishoudelijk plastic in vergelijking met Nederland, ondanks dat wij grotere hoeveelheden plastic inzamelen. Plastic Heroes geeft consumenten de indruk dat wat ze inzamelen ook allemaal gerecycled wordt, maar meer dan 50% van het verzamelde plastic wordt alsnog verbrand. Naar mijn inziens zou het beter zijn wanneer alléén het plastic wordt ingezameld dat echt weer hergebruikt kan worden en op economische wijze als plastic regranulaat weer in de markt gezet kan worden. 1 CBS - 'Meer plastic inzamelen levert beperkte milieuwinst: innovaties geboden' Atlas - Een duurzame toekomst?

19


SOCIAL ECOLOGICAL SYSTEM THEORY: THE NEED FOR INTEGRATION Thamar Pieffers Scholars argue that we currently entered the Anthropocene: the epoch where environmental damage is mainly human driven and therefore differs from previous periods. In this epoch there is an acceleration of human activities which cause the need for an integrated approach to complex systems. Social ecological system (SES) theory answers to this need. A SES is an ecological system that is connected to one or more social systems, such as a river basin or a forest. It is important to treat these systems as a whole, since problems that occur while managing natural resources often arise due to the lack of recognition that social and ecological systems are interlinked. This article will give a simple explanation to SES theory and will provide the SES framework that can be used for analysing, managing or evaluating SES. Furthermore, it is a sufficient tool for policy making since it gives the possibility to compare SES or define the weaknesses where governmental interference is needed. A crucial part of SES is the adaptive cycle which consists of four stages: exploitation (r), conservation (k), release (Ω) and reorganization (α). These four stages make up the two major phases of a SES. The r stage consists of the exploitation and growth of the resources of SES. When the r phase continues the system slowly reaches the k stage. Within this stage the resources accumulate and become locked in. This is the first major phase (r to k) and called the front loop. It represents the phase

The adaptive cycle © Scoop it 20

Atlas - Een duurzame toekomst?

of stability and certainty. This part of the system was traditionally studied in ecology. For researching complex systems and in SES theory the release and reorganization stages were added. Agents of disturbance trigger the actual change in the system and lets the system enter the Ω stage. Here the accumulation from k gets released and the system reaches its tipping point: it collapses and is transformed into a new system. The α stage is where the reorganization of this new system takes place. This embodies the second major phase (Ω to α) and is called the back loop. The economist Schumpeter called this the phase of “constructive destruction”: it is the uncertain phase where innovation and restructure takes place. This closes the loop since this newly made system enters the r stage again. Second, the characteristics of resilience, adaptability and transformability are of importance. Resilience is the “capacity of a system to absorb disturbance and reorganize while un-


dergoing change so as to still retain essentially the same function, structure, identity, and feedbacks”1. Thus this is the ecological part of a system. Adaptability is the ability of actors to influence the resilience of a system. In SES human actors are dominate the management of the system and therefore adaptability is a component of the social elements of SES. When adapting a system actors always, intentional or unintentional, change the resilience of the system. In transformability the wholeA general framework for analyzing sustainability of social-ecological systems © Elinor Ostrom, Science Magazine system is transformed. SES theory is just one of the many theories This can be linked to governance and society that can help to efficiently manage SES. through adaptive governance (a flexible form However, the strength of the framework of governance where actor continually adapt (and what makes it harder to apply) is that to changes in the system) or social resilience: there should be a constant awareness that “the ability of groups or communities to cope the whole system is interlinked an changwith external stresses as a result of social, es in one subsystem causes change in the political and environmental change”2. With other. An integrated approach is needed the latter resilience thinking can also be apto tackle current environmental problems. plied to societies and their vulnerability. As mentioned earlier, the SES framework can provide a tool to analyse these systems in order to efficiently manage them. With the framework she provided a list of second level variables that help analyse the various compartments of the system. Examples for the governance structure are the laws or rules that are in place, the presence of governmental or nongovernmental organization and the network structure. For the resource system one could look at the type of resource system (water, fish, forest?) and define the boundaries of these systems.

Meer weten? 1 Walker, B., Holling, C. S., Carpenter, S., & Kinzig, A. (2004). Resilience, Adaptability and Transformability In Social–Ecological Systems. Ecology and Society,  9(2) 2

Cote, M., & Nightingale, A. J. (2012). Resilience Thinking Meets Social Theory: Situating Social Change In Socio-Ecological Systems (SES) Research. Progress In Human Geography,  36(4), 475-489. Atlas - Een duurzame toekomst?

21


BOEKBESPREKING 'DE CIRCULAIRE ECONOMIE: WAAROM PRODUCTIE, CONSUMPTIE EN GROEI FUNDAMENTEEL ANDERS MOETEN' Manola Ruff “Het huidige leven is als de opslag van duizenden digitale foto’s die nooit echt bekeken zullen worden wegens gebrek aan tijd.” Met dit passende citaat van Theo Witvliet opent Socrates Schouten het slothoofdstuk van De circulaire economie. Een hoofdstuk waarin het economisch denken plaats moet maken voor het circulaire en de lezer voor een laatste keer met de neus op de feiten van onze lineaire maatschappij wordt gedrukt. Een hoofdstuk waarin Schouten zorgvuldig zijn opvattingen concretiseert met betrekking tot de fundamentele verandering van productie, consumptie en groei in de huidige samenleving, onder andere in de vorm van belastingheffingen, alternatieve transactiestructuren en zogenaamde 'commons'.

A

ls onderzoeker en auteur op het gebied van de circulaire economie werkt Schouten in vier hoofdstukken – via een uiteenzetting over de beginselen van ons huidige economisch systeem en mogelijke modellen voor een markteconomie die zich kenmerkt door circulariteit – langzaam toe naar een weergave van de volgens hem te ondernemen stappen om een daadwerkelijk duurzame en circulaire economie te realiseren. Het gaat hierbij om begrippen die steeds vaker worden gehanteerd in de klimaatpolitiek en steeds vaker in de mond worden genomen door maatschappelijk verantwoorde ondernemers. Zelden wordt het winststreven van onze kapitaalgerichte samenleving op directe wijze aan deze begrippen gekoppeld; al even zelden komt het voor dat dat winststreven niet de voornaamste drijfveer is voor het verduurzamen van productietechnieken en procesontwerpen. “In de meeste teksten en rapporten over de circulaire economie wordt de ecologische problematiek netjes benoemd en bevat de inleiding verwijzingen naar het idee van de meervoudige waardecreatie en niet-winstgedreven systemen. De invalshoeken worden in het corps van de tekst echter ingewisseld voor een focus die commercieel relevanter is: die van kosten en opbrengsten, van besparingen en afzetmogelijkheden,” zo schetst Schouten. En niet voor niets behandelt de redacteur van de Helling uitvoerig de ontwikkeling van nieuwe businessmodellen voor een circulaire eco22

Atlas - Een duurzame toekomst?

nomie; om te laten zien dat ideeën als prestatieleasen en grondstoffenmanagement een vruchtbare bijdrage zouden kunnen leveren aan de verduurzaming van de economie, maar dat de doorvoering van deze ideeën door ondernemingen met een wens tot winstmaximalisatie de ontwikkeling van een verscheiden circulaire economie tegelijkertijd in de weg staat. De vraag rest dan natuurlijk: hoe stelt Schouten zich een economie voor waarin het winstoogmerk niet op de voorgrond treedt, de producent en de consument met elkaar verenigd moeten worden? Een economie waar “verdienen” is verdoemd tot een archaïsme en de waarde van kapitaalaccumulatie – gedeeltelijk – het veld moet ruimen voor die van toenadering tussen milieu en ondernemer? Die ondernemer mag duurzaamheid dan wel op de derde plek zetten op de lijst van speerpunten, winst blijft nog altijd met een overtuigende 82% pieken op nummer één. Afstand doen van ons materialistische wereldbeeld Schouten laat zien hoe moeilijk het is voor ons, omdat wij zo gewend zijn geraakt aan de samenleving als “commercieel lusthof”, om afstand te doen van ons materialistische wereldbeeld en daarmee tegelijkertijd aandacht te krijgen voor interacties tussen mensen. “Het schaadt, of negeert op z’n minst, bepaalde “zachte”, menselijke kanten van de samenlevingen in de wereld, zoals cultu-


rele diversiteit, vormen van onbaatzuchtige wederkerigheid, en harmonieuze of minder gehaaste leefstijlen,” laat hij zich uit over het kapitalistische welvaartsmodel. Hij toont dat we soms zelfs vergeten dat er ooit andere economische stelsels hebben bestaan dan onze huidige economie die zich kenmerkt door de take-make-waste cultuur: “Als startpunt voor de discussie maken we een historisch uitstapje waaruit duidelijk wordt dat de lineaire afvaleconomie een relatief nieuw fenomeen is. Het is dus niet de transitie naar een circulaire economie die de uitzondering vormt, veeleer kan men juist spreken van de lineaire economie als milieuvervuilend intermezzo.” Een milieuvervuilend intermezzo van enkele geïndustrialiseerde eeuwen, waarvan de terugkeer naar een circulaire economie in een tijd van ongeratificeerde klimaatverdragen meer dan wenselijk is. Een fundamentele verandering Schouten voegt echter niet voor niets de nuance fundamenteel toe aan de titel van zijn boek. Een fundamentele verandering is volgens hem nodig in de vorm van een systeemingreep om een daadwerkelijk circulaire economie te realiseren, waarbij er wordt gefocust op de logica van het productiesysteem in plaats van op pogingen tot doorvoering van duurzaamheid binnen dat systeem. Het fundamentele aspect van die verandering betreft de notie van bepaalde maatschappelijke waarden die in een samenleving hoog in het vaandel zouden moeten staan: menselijke solidariteit, het doorgeven en delen van goederen in plaats van ze te verhandelen, minder consumptiegerichtheid en een streven naar stabiliteit in plaats van groei. Waarden die tot uiting komen in symbiotische relaties tussen mensen die in eerste instantie worden aangegaan om elkaar te versterken en niet om aan elkaar te verdienen. Binnen een nieuw economisch systeem zouden die waarden zich volgens Schouten kunnen manifesteren in de

toenadering van producent tot consument en de toenadering van consument en producent tot de eigen leefomgeving. Bijvoorbeeld in de vorm van peer-to-peer-productie en het ontstaan van commons waarbij coöperatieve productiewijzen centraal staan die losgekoppeld zijn van zowel de markt als de staat. Het gaat hierbij om goederen of hulpbronnen waarvan de consumenten tevens (gedeeltelijk) producenten en beheerders zijn. Schouten is een duidelijk voorstander van dergelijke “meenten”, die volgens hem op mondiaal niveau de gemeenschapszin bevorderen en waarbij bovendien de voortschrijdende digitalisering een belangrijke rol kan spelen; de collectiviteit van kennisoverdracht is immers al een feit door wereldwijde toegang tot het internet en in het bijzonder tot online informatiebronnen zoals encyclopedie Wikipedia. Naast het belangrijke concept van de “meenten” werkt Schouten nog een aantal andere ideeën uit die wat hem betreft de transitie naar een circulaire economie mogelijk maken. Ondanks het feit dat hij duidelijk kritiek levert op het kapitalistische systeem en zijn pleidooi in sommige opzichten socialistische trekken vertoont, moet worden opgemerkt dat Schouten het commerciële winststreven niet in zijn geheel wegcijfert en daarmee als waardeloos bestempelt. Schouten is een voorstander van meervoudige waardecreatie, waarbij “vergroten van de positieve impact op de gehele samenleving als een gelijkwaardig streven naast winstgevendheid wordt beschouwd.” Het financiële winstoogmerk boet dus aan waarde in zonder deze compleet te verliezen. Schouten pleit zelfs voor een evenwichtig naast elkaar bestaan van de door hem zogenoemde “efficiëntie en veerkracht”: “Hoe kan de balans worden hersteld, zodat de “reciproke” kracht van het kleinschalige tot zijn recht komt naast het zelfverheffende vermogen van het grootschalige?” Hij beseft echter maar al te goed hoe radicaal en bijna Atlas - Een duurzame toekomst?

23


paradoxaal zijn voorstel klinkt om de competitiviteit in de economische wereld plaats te laten maken voor onbaatzuchtige waarden. “Alle vormen van peer-productie zijn in essentie niet-egoïstisch: de bijdragen zijn ideologisch, onbaatzuchtig, of pragmatisch gemotiveerd. Ze richten zich op samenwerking en synergie. Burgers dragen in dit model op vrijwillige basis bij aan gemeenschappelijke goederen, simpelweg omdat ze het graag doen en kunnen helpen met het verbeteren van voorzieningen en concepten.” Het gebrek aan egoïsme dat Schouten aanhaalt versterkt het utopische karakter van een dergelijke commons-maatschappij. In de huidige samenleving wordt vermenigvuldiging veelal verkozen boven verbetering. Voortgang en ontwikkeling zijn belangrijker dan stilstand en overdenking. Het wat heeft moeten wijken voor het hoeveel, waardoor circulariteit – waarbij er geen sprake is van vernieuwing en vermeerdering – ver op de achtergrond is geraakt. Schouten zelf ziet echter niet in waarom het vertrouwen in de vruchtbaarheid van een peer-to-peersamenleving minder realistisch is dan dat in de ontwikkeling van een vergroende economie vanuit het bedrijfsleven: “Zo’n mensbeeld lijkt mij echter qua optimisme niet onderdoen voor de veronderstelling van veel beleidsmakers en ondernemers dat het bedrijfsleven zich zal omwerken tot aanstichter van een groene en rechtvaardige economie.” De overgang naar een volledig circulaire economie mag dan misschien wat hoog gegrepen zijn – als de verschillende actoren in de samenleving het al eens worden over de definitie ervan – ik ben het wel met Schouten eens dat het een alternatieve economische logica behelst in plaats van een minder voor de hand liggende: zodanig zitten we vastgeroest in de kapitalistische bodem van vooruitgang, groei en ontwikkeling dat het moeilijk is om ons een circulaire economie als een gelijkwaardige economische variant voor te stellen. Eindoordeel Of je het nu met Schouten eens bent of niet, feit is dat De circulaire economie: Waarom productie, consumptie en groei fundamenteel anders moeten een overzichtelijke opbouw kent van vijf hoofdstukken, waarin achtergrondkennis van zowel de huidige economie als een potentiële circulaire economie zodanig wordt gepresenteerd dat er logische redeneringen uit voortvloeien met betrekking tot de geëconomiseerde samenleving. Er wordt 24

Atlas - Een duurzame toekomst?

bij dat proces ruimschoots aandacht besteed aan relevante afwegingen – de positieve en negatieve consequenties van huidig economisch beleid en mogelijk toekomstig economisch beleid – en aan vragen die nuttig inzicht verschaffen in duurzaamheidkwesties – kunnen economische processen anders worden ingericht, hoe zit het met economische groei in de circulaire economie, hoe verschuiven de machtsverhoudingen als de kringloop uiteindelijk werkelijkheid wordt? Wat het boek vooral vernieuwend maakt, is de gewaagde stap die Schouten maakt richting de ingrijpende verandering van een economisch systeem als geheel, waarin bepaalde waarden meer op de voorgrond moeten treden dan nu het geval is. Het is dus de focus op de ideologische component in plaats van op de economische waaraan het pleidooi zijn originaliteit ontleent. Maar ondanks het feit dat de mening van de auteur onbetwistbaar doorklinkt in het werk, probeert Schouten de lezer vooral bewust te maken van de mogelijkheden die er op het gebied van de circulaire economie zijn in plaats van deze aan hem op te dringen. “Voor de meeste partijen in de samenleving geldt als belangrijkste aanbeveling ten aanzien van de circulaire economie: ga ermee aan de slag. De inspiratie daarvoor ligt, vooral online, voor het oprapen. De grootste kracht van individuele burgers, consumenten en bedrijven ligt in het leren en in het doen.” Bij dat leerproces kan dit boek een aardig handje helpen, al is het maar door de lezer vertrouwd te maken met de voor- en nadelen en de gevolgen van fundamenteel verschillende soorten economische beleidsvormen. En, bovendien, door iets langer stil te staan bij de digitale foto’s van ons economisch stelsel en deze aandachtig te bekijken, in plaats van ze haastig aan te vullen met het volgende duizendtal.

Socrates Schouten - 'De circulaire economie: waaro productie, consumptie en groei fundamenteel anders moeten' Prijs: ong. €17,-


TOE AAN EEN EXTRA UITDAGING TIJDENS JE STUDENTENTIJD? EEN BESTUURSJAAR DOEN BIJ DE MOOISTE STUDENTENVERENIGING VAN LEIDEN? BEZOEK DE BESTUURSINTERESSEBORRELS EN LAAT JE INFORMEREN DOOR HET BESTUUR EN DE FORMATIECOMMISSIE. SOLLICITEREN? MAIL VOOR 3 APRIL 2018, 17:00 UUR JE SOLLICITATIEBRIEF EN CV NAAR FORMATIESIB@GMAIL.COM (EN LAAT KOPIEËN ACHTER IN HET SIB-HOK)


THE GEOPOLITICAL POWER POSITION OF THE NETHERLANDS IN A RENEWABLE ENERGY ERA A political case study of the Dutch energy transition towards a low-carbon economy in 2050 Lisa Langezaal Low-carbon energy policies are devised to improve the environmental sustainability of the international energy system. However, these policies also have political effects, affecting a country’s energy security and geopolitical positioning in the international system. This article assesses the political effects of low-carbon energy policies on the energy security and geopolitical position of the Netherlands. The Netherlands is believed to lose its prominent position in the conventional energy system, when the country and the entire international (energy) system transform towards a low-carbon economy in 2050.

T

he international energy system, which is presently largely relying on non-renewable energy resources, has been subject to power politics and competition for energy security, due to the underlying importance of energy for the survival and prosperity of nations (Goldthau, 2010). Countries have used the asymmetric interdependencies of energy, manipulating energy demand and supply, to exert their political objectives. Examples include Russia causing gas supply disruptions in Eastern European countries and the deliberately low oil prices caused by OPEC countries to secure their market share and discourage investments and technological development into renewable energy sources. As Golthau (2010:28) states, energy diplomacy, follows primarily a political logic, ensuring sufficient energy supply and national security. However, the contemporary configuration of the international energy system is about to change drastically as it is at the forefront of a transition towards a low-carbon energy system. With the ratification of the Paris Agreement in 2016, countries around the world committed themselves to mitigate climate change by reducing greenhouse gas (GHG) 26

Atlas - Een duurzame toekomst?

emissions and keeping the average global temperature rise below two degrees Celsius (International Energy Agency (IEA), 2015:18). To effectively combat climate change, energy-related GHG emissions need to be reduced considerably. Low-carbon energy policies, which improve energy efficiencies and replace non-renewable energy resources with renewable energy sources in the international energy system, have therefore been devised around the world (IEA, 2015:18). Nonetheless, it is theorized on realist premises, that the energy transition towards a low-carbon energy system does not diffuse energy security threats as energy continues to be a strategic power resource for nations in an asymmetric interdependent (lowcarbon) energy system. Therefore, although energy transition policies are implemented to improve the environmental sustainability of the international energy system, the transition towards a low-carbon energy system will also have large-scale (geo)political effects. These policies could consequently alter a country’s (traditional) energy security, which in turn could affect a nations’ geopolitical position in the international (energy) system.


Š Loop

New identified energy security threats, with regards to energy availability in a lowcarbon energy system, are (1) the unequal distribution of renewable energy sources, creating similar asymmetric interdependencies between nations as in the conventional energy system, (2) the intermittent nature of renewable energy sources challenging the capacity of energy transmission lines and storage facilities, and (3) the strategic value of rare earth materials for renewable energy production. To what extent these new energy security threats, involved with the implementation of low-carbon energy policies, alter the Dutch geopolitical positioning within the international system is analyzed. In the contemporary international energy system, the Netherlands enjoys a powerful geopolitical position. In comparison to other European countries, the Dutch economy has a relatively large energy sector, which is to a large extent reliant on fossil fuels and is predominantly dependent on the import of fossil energy resources and raw materials (Liu and Ybema, 2016;38; Schotten, et al., 2016:23). Due to the discovery of large domestic natural gas reserves, the Netherlands became the largest European natural gas producer and exporter (WEC, 2016). Furthermore, the Netherlands has a unique energy balance due to its extensive energy throughput (Kreijkers, 2017:33). The country consumes only a quar-

ter of its energy imports and domestic production, re-exporting the rest to EU and non-EU countries (Kreijkers, 2017:23). The Netherlands has consequently the highest energy export rate (66%) in comparison with other EU member states and functions as an important transit country for the export, storage and refining of the non-renewable energy needs of Northwest Europe (Kreijkers, 2017:33-34). So, what are the effects of low-carbon energy policies on the energy security and geopolitical position of the Netherlands? Between 1990 and 2015, low-carbon energy policies have not affected the Dutch energy security and geopolitical positioning. The Netherlands is namely lagging behind in implementing the EU climate and energy policies in comparison to other EU member states (European Commission, 2017b). The Netherlands is for instance falling behind in putting renewable energy in their energy mix of their final energy consumption in comparison with other European countries. Between 1990 and 2015, the Netherlands remains to have a conventional energy system, mostly relying on non-renewable energy resources. The Netherlands is thus still faced with traditional energy security threats and maintains its powerful geopolitical position as a gas exporting and strategic fossil fuel energy transit country in the conventional energy system. Atlas - Een duurzame toekomst?

27


However, based on the current preliminary phase of the Dutch energy transition and an exploratory thought experiment that the Netherlands advances the binding EU climate and energy policy objectives to achieve a 80-95% GHG emissions reduction in 2050 (in comparison to 1990 levels), the Dutch energy system is assumed to change drastically. In a Dutch low-carbon energy system (in 2050), with the successful implementation of lowcarbon energy policies, the percentage of non-renewable energy commodities in the total primary energy production and final energy consumption is assumed to decrease drastically, whilst the percentage of renewable energy commodities will increase extensively. As a result, the Netherlands will lose its hard power attribute of natural gas production, which cannot be substituted by similar levels of renewable energy production, due to the unequal distribution of renewable energy sources around the world. Additionally, the importance of rare earth materials for renewable energy production could increase the Dutch dependency on foreign powers. Especially on China, which is at this point in time the only country with a complete production value chain of rare earth materials. The intermittent nature of renewable energy sources and the current limited capacity of transportation and storage of renewable energy could pose another threat to the energy security of the Netherlands. As an effect, it is possible that the Netherlands loses its geopolitical significance as a transportation hub and energy exporter for Northwest Europe, becoming increasingly energy dependent on foreign nations and multilateral cooperation structures for its energy (supply) security. Other countries could be faced with the uncovered energy security threats of low-carbon 28

Atlas - Een duurzame toekomst?

energy policies in a similar manner. Especially European countries which are also economically interdependent in the European market, influenced by the changing European political playing field and bound by EU energy and climate policies. However, due to the limited generalizability of this analysis, how and to what extent other nations are geopolitically affected by the energy transition can diverge, and is left to future research. This article consequently confines itself to drawing conclusions about the Dutch geopolitical position in a low-carbon energy system, illustrating a rather grim future, as the Netherlands becomes increasingly dependent on foreign nations for its energy (supply) security in the asymmetric interdependent low-carbon energy system.

Meer weten? European Commission (2017b), Report from the commission to the European Parliament, the Council, the European Economic and Social Committee and the Committee of the Regions: Renewable Energy Progress Report, Brussels, 1.2.2017. COM (2017) 57 final. Goldthau A. (2010), ‘Energy Diplomacy in Trade and Investment of Oil and Gas’, in Goldthau A. and J.M. Witte (2010), Global Energy Governance-The New Rules of the Game, Global public policy institute: Berlin. IEA (2015), Energy and Climate Change, World energy outlook special report, OECD/IEA, retrieved from: https:// www.iea.org/publications/freepublications/publication/ WEO2015SpecialReportonEnergyandClimateChange.pdf. Kreijkers M. (2017), ‘Looking under the hood of the Dutch energy system’, Briefing paper 2017/01, Clingendael International Energy Programme (CIEP), The Hague: The Netherlands. Liu, J. and R. Ybema (2016), ‘Energy Transition and Foreign Energy Policy: What can the Netherlands learn from other countries’, Energy Academy Europe. Schotten G., S. van Ewijk, M. Regelink, D. Dicou and J. Kakes (2016), ‘Tijd voor Transitie: een verkenning van de overgang naar een klimaatneutrale economie’, occasional studies Vol.14-2, De Nederlandsche Bank N.V, Amsterdam: The Netherlands. WEC (2016), ‘Gas in the Netherlands’, retrieved from: https://www.worldenergy.org/data/resources/country/ netherlands/gas/.


OPINIE: MOOIE PRAATJES OF EFFECTIEVE ACTIE? Hoe 'duurzaam' is de Universiteit Leiden?

Daniëlle Remmerswaal In deze tijd van wereldwijde klimaatakkoorden en machtige presidenten die de klimaatverandering ontkennen, is het ook belangrijk om te kijken naar de duurzaamheid van onze nabije omgeving. Daarom gaan we het nu hebben over iets wat ons allen bij de SIB verbindt: de Universiteit Leiden.

R

ector Magnificus Carel Stolker prees in zijn EL CID-speech in 2017 de duurzaamheid van de universiteit.1 Op verschillende academische niveaus (minor, major en master) biedt de universiteit studies aan die gericht zijn op duurzaamheid.2 De academische aandacht voor duurzaamheid garandeert echter niet dat de universiteit zelf ook duurzaam handelt. Ondanks de mooie praatjes van de bestuursleden, komt het erop neer dat onze universiteit nog zeer achterloopt op het gebied van duurzaamheid in vergelijking met andere universiteiten en dat de actie voornamelijk van de studenten moet komen. Zo heeft studentenorganisatie Green Keys meegeholpen aan het schrijven van het milieubeleidsplan van de universiteit voor 2016-2020. Daarnaast regelde Green Keys dat de Universiteit Leiden meedoet aan de SustainaBul, een ranglijst waarin de duurzaamheid van Nederlandse universiteiten en enkele hogescholen wordt vergeleken. Green Keys heeft er ook voor gezorgd dat de Universiteit Leiden in 2016 een Green Office is gestart. Hiermee was Universiteit Leiden bijzonder laat, alle andere universiteiten en enkele hogescholen hadden al een Green Office. De Green Offices worden nationaal gecoördineerd door de organisatie Studenten Voor Morgen. Het Leiden University Green Office (LUGO) is een duurzaamheidsplatform voor studen1 Te vinden op: https://www.universiteitleiden.nl/binaries/ content/assets/algemeen/plechtigheden/toespraak-carel-stolkeropening-academisch-jaar-2017.pdf 2 De Universiteit Leiden biedt de minor Sustainable Development, de major Sustainability op de bachelor LUC (Leiden University College), en de master Industrial Ecology aan.

ten en werkt als benaderpunt voor studenten met klachten en ideeën over de duurzaamheid van de universiteit. Ze proberen het duurzaamheidsbewustzijn te vergroten en helpen duurzaamheidsprojecten zoals watertappunten en vegetarische keuzes in de kantines te realiseren. Het LUGO is afhankelijk van de universiteit voor onder andere haar budget en faciliteiten, maar wil wel een kritische houding behouden. Er lopen echter veel goede en duurzame ideeën vast, door hiërarchische structuren, praktische en/of economische bezwaren, en onwilligheid voor verandering vanuit de universiteit. Zo is er veel gedoe geweest rond afvalscheiding. In het beleidsplan stond als doelstelling dat in 2017 in alle gebouwen van universiteit Leiden afvalscheidingsbakken moeten zijn geïnstalleerd.3 Deze doelstelling zegt echter niets over het verwerken van het gescheiden afval. Ondanks dat het afval gescheiden ingezameld wordt, wordt een groot deel niet gescheiden verwerkt en belandt dit op ‘de grote hoop’. Dit is een voorbeeld van een project dat meer gericht is op beeldvorming dan op daadwerkelijk iets bereiken. Een ander voorbeeld hiervan gaat over energie. Sinds 2017 staat universiteit Leiden hoger op de Sustainabul ranglijsten, aangezien aardgas niet meer wordt meegeteld aangezien ze de uitstoot hiervan ‘compenseren’ door VER’s (Vrijwillige Emissie Rechten) te kopen. Al met al blijft de universiteit aardgas uitstoten en is er niet duurzamer op geworden, maar is er wel een duurzamer beeld gecreëerd. 3 Te vinden op: https://www.universiteitleiden.nl/binaries/ content/assets/algemeen/duurzaamheid/milieubeleidsplan-2016. pdf pagina 20 Atlas - Een duurzame toekomst? 29


-

-


Meer informatie? Mail naar grotereiscommissie2017@outlook.com


Profile for sibleidenatlas

Editie 2 2017-2018 • Duurzaamheid  

Editie 2 2017-2018 • Duurzaamheid  

Advertisement