Issuu on Google+


Hoofdredactioneel Beste Sibjes,   Op een vrolijke zomerdag fietste een meisje met wapperen­ de haartjes en rode wangetjes naar Café De Jaren, alwaar zij Ayla N. en Eva van H. zou treffen om haar commissie deelname te bespreken. “En zou jij dan misschien ook in­ teresse hebben om hoofdredacteur van Het Verdrag te worden?” werd haar gevraagd na een verkennend gesprek. Angstvallig keek zij haar tafelgenoten aan. Haar antwoord was: “je kijkt zo lief, maar nee bedankt”. Ze zou er niet aan moeten denken. Bovendien, papieren media is dood. Hebben we niks aan.    De blonde Eva gaf een sein naar iemand achter haar. Ze kon de gedaante zelf niet zien, maar hij sprak Duits. Met een Limburgs accent. Op dat moment voelde zij een scherpe, diepe steek in haar rug, gepaard met de ijzige kou van een mes. Omstanders begonnen te gillen en renden haastig het café uit. Terwijl haar keel werd dichtgeknepen werd haar nogmaals gevraagd, doch nu met dringender toon: “wij vragen of jij interesse hebt om hoofdredacteur te worden!” Vergaand van pijn met bloed stromend langs haar rug zag zij slechts één uitweg uit haar lijden. Langzaam knikte ze en ging ze akkoord. Haar lot was bepaald. Als­ mede het antwoord op het mysterie waarom SIB zo moeilijk leden werft.      Vanaf dat moment heb ik, onder dwang, een groot deel van jullie contributiegeld in handen. (Wees echter gerust: de uitklapposter van mij in het midden heb ik uit eigen zak bekostigd.) 2013 wordt niet alleen het jaar waarin de Maya’s eindelijk nieuwe rekenmachientjes kopen en Biebermans zijn eerste 13 borsthaartjes krijgt. 2013 is ook het jaar van: Het nieuwe Verdrag!    Gewisseld van baasje (Ayla bedankt, ondanks boven­ staande, voor de goede overdracht!) en gemaakt door be­ vlogen redactieleden. Dit is een editie met passie, wereld­ visie en Hendrik. Met conflictuiteenzettingen, reisversla­ gen en Hendrik. Ga er eens lekker voor zitten, in pyjama met gewassen haartjes en ga snel naar de volgende bladzij­ de voor de échte inhoud. En Hendrik.   NB. Je mag best op de borrel naar me toe stappen voor opmerkingen of vragen, maar ik weet niet of ik tijd voor je heb.   Barbara Lugthart      

2

Het Verdrag


Reisverslag Krakau Ook dit jaar was het halverwege november weer tijd voor SIB’s korte reis. Het zal niemand van jullie ontgaan zijn dat  we afgereisd zijn naar het ‘Florence van Polen’: Krakau. Een ware studentenstad met een interessante, maar ook zwarte geschiedenis. Tussen woensdag en zondag hebben we een stadswandeling gemaakt, de zoutmijnen bezocht, vele drankjes gedronken en op de laatste dag Auschwitz be­ zocht.    De dagen begonnen en eindigden in de kelder van ons hostel. Overdag een plek om te ontbijten en te lunchen, ‘s nachts een plek om met eigen drank op zak een potje te poolen,  of gewoon te borrelen. Na bij aankomst gezellig met elkaar gegeten te hebben leerden we dat een aantal aanwezige mannen een ware pokémon obsessie deelden. Hierna zijn we in een aantal bars in de stad beland, waar tot slot in een Ierse Pub de affectie met de kindertijd nog even werd doorgezet door het zingen van intronummers van onze favoriete tekenfilmseries.    De volgende dag werden we gewekt met slecht nieuws. Ons bezoek aan het Centre for Strategic Studies was afge­ last. Gelukkig kon de reiscommissie hierop inspelen met een uitgebreide stadswandeling geleid door Martin. De rondleiding nam ons langs synagogen, musea en kerken. Hierna stapte een deel van de groep in een helium-lucht­ ballon aan een koord om te genieten van  het mooie uitzicht van Krakau. Waarna we terugliepen naar het centrum voor een bezoek aan de St. Mariakerk, bekend om haar trompet­ tist en het grootste gotische altaar ter wereld. Met een ge­ middelde temperatuur van onder het vriespunt weren er regelmatig cafés en lunchrooms bezocht. Ontspanning werd niet alleen gevonden in een kopje koffie, maar ook in winkelen en een bezoekje aan de bioscoop, waar we hebben kunnen genieten van Skyfall.

   Zoals jullie weten is een SIB-reis immer cultureel verant­ woord en kon een bezoek aan de zoutmijnen dus uiteraard niet ontbreken. Op de vroege vrijdagochtend stapten 12 slaperige SIB-leden dan ook in een Pools busje op weg naar de zoutmijnen van Wieliczka. De eerste afdaling ging via een houten trap en bracht ons naar een diepte van 64 meter. Hier werd ons duidelijk gemaakt dat we geen foto’s konden maken tenzij we een permissiekaart hadden aangeschaft. Braaf als we waren borgen we ons materiaal op. Na onze eerste kilometers te hebben gelopen en mooie ondergrond­ se kathedralen te hebben gezien kwam het hoogtepunt. We stonden in een smalle gang, uitgehakt uit zout, toen onze gids kenbaar maakten dat we mochten likken aan de muren. Op dat moment twijfelde geen enkel SIB-lid meer en werd er flink gelikt aan de muren. Na dit heugelijke gebeuren kwamen we bij een kantine aan op 100m diepte, waar we ook dankbaar voor waren. Hierna trokken we door naar de grootste kathedraal van de zoutmijnen op 327 meter diepte. Hier aanschouwden we een prachtige beeltenis van de laatste avondmaal in 3D uitgehakt in de zoutmuren.    De laatste dag bestond voornamelijk uit een bezoek aan het vernietigingskamp Auschwitz.  Dit bezoek had voor veel van ons een dubbele lading. Het bezoek was erg in­ drukwekkend en het draagt bij aan het besef van de gebeur­ tenissen in de Tweede Wereldoorlog. Er is nog veel over­ gebleven in zowel Auwitzt 1 als Auswits 2. De barakken waar de gevangen in sliepen, gevangenissen, executieplaat­ sen  en ook een gaskamer. Dit maakt het een erg heftig bezoek. Door het grote aantal aanwezige toeristen, die zich niet altijd gepast gedroegen, werd er helaas ook erg afge­ daan aan de mogelijkheid echt besef op te bouwen. Desal­ niettemin was het wel een leerzaam bezoek.    De laatste avond is er nog veel nagepraat en tot diep in de nacht geborreld. Krakau werd de geboorteplaats  van het Internationaal Mediagenootschap en een nieuwe SIB-­ bromance.  Met weer een geslaagde reis achter de rug, verheug ik me nu al op de liftwedstrijd en de lange reis!   Heleen de Hoog  Het Verdrag 3


Israël en Iran: burenruzie of serieus conflict? 27 september 2012. Benjamin Netanyahu, premier van Is­ raël, waarschuwt in zijn toespraak tijdens de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties voor ‘het grote ge­ vaar’ Iran. Volgens Netanyahu is Iran bijna zover met het ontwikkelen van verrijkt uranium dat het hiermee nucleai­ re wapens kan maken. Het duurt niet lang meer volgens de premier van de Joodse staat voordat Iran in een fase terecht­ komt waar ze niet meer tegen te houden is en Israël alleen nog maar kan afwachten op de actie die Iran onderneemt. Hij voelt het gevaar naderen en is bang dat op het moment dat Iran kernwapens heeft, het zijn land aan zou kunnen vallen. De premier voelt zich bedreigd en eist actie.    Aan die eis is tot nu toe geen gehoor gegeven. Een mili­ taire invasie van Israël, met waarschijnlijk de steun van de Verenigde Staten, heeft niet plaatsgevonden. Althans, nog niet. Immers, de Iraanse dreiging blijft altijd aanwezig vanuit Israëlisch perspectief. Iran is nog steeds bezig met het verrijken van uranium, dat volgens de Iraanse overheid alleen gebruikt wordt voor het opwekken van kernenergie. Onlangs liet het hoofd van de Iraanse organisatie voor atoomenergie weten dat “het land intensief zal door gaan met het verrijken van uranium en dat het aantal centrifuges substantieel zal toenemen”, aldus Fereydoun Abbasi-Da­ vani.    Dit klinkt natuurlijk mooi, zo’n milieuvriendelijke manier van energieopwekking, maar de gemiddelde Israëliër zal er toch enigszins argwanend naar kijken. De relatie tussen Israël en Iran is ronduit slecht. Sinds de val van de Perzische Shah in 1979 en het ontstaan van een theocratische, Islami­

4

Het Verdrag

tische staat onder leiding van de ayatollahs kunnen de twee landen elkaars bloed wel drinken. Iran beschouwt de Joodse staat als een vijand van de Islam en vindt dat de Joden zich na de Tweede Wereldoorlog illegaal hebben gevestigd op Palestijns grondgebied, waarbij de oorspron­ kelijke inwoners van het gebied zijn verjaagd. Dit ziet Iran dan ook als een gelegitimeerd doel om deze staat met de grond gelijk te maken, terwijl Israël aan de andere kant blijft hameren op het feit dat ook Iran van de kaart kan worden geveegd. Israël is immers ook in het bezit van kernwapens en heeft nog steeds de steun van het machtigste land ter wereld, de Verenigde Staten.    Tot zo’n openlijke militaire confrontatie is het van beide kanten nog niet gekomen. Wel delen beide landen stoten onder de gordel uit, zoals de Iraanse steun aan Hamas in de Gazastrook, en het ombrengen van Iraanse kernweten­ schappers door, vermoedelijk, de Mossad, de Israëlische geheime dienst. Beide landen laten hiermee zien dat ze geen belang hebben bij een openlijke oorlog. Mocht één van beide landen superieur zijn aan het andere land, dan was er waarschijnlijk al sprake geweest van een militair conflict. Maar waarom zijn beide landen niet sterk genoeg om een oorlog te beginnen en om deze te winnen?    Laten we beginnen met de positie van Israël. Als enige niet-Moslim staat in het Midden-Oosten bevindt het zich in een lastige positie. Mocht het tot een openlijk conflict met Iran komen dan is het allerminst zeker wat er met deze toch al instabiele regio, kijk naar Syrië en Egypte, gaat gebeuren. Mengen landen als Turkije, Egypte en oliestaten op het


Arabisch schiereiland zich in dit eventuele conflict, dan krijgt Israël het erg zwaar. Een tweede reden is de steun van de Verenigde Staten. Deze hebben Israël altijd ge­ steund, maar staan wel afwijzend tegenover militair ingrij­ pen. De Amerikaanse president Obama staat op slechte voet met de Israëlische premier Netanyahu. Bovendien hebben de VS geen zin in een derde oorlog in het MiddenOosten. De oorlogen in Afghanistan en Irak hebben al dusdanig veel slachtoffers geëist en geld gekost, dat de wil in de VS voor een derde invasie in het Midden-Oosten, zowel in de politiek als onder de bevolking, erg laag is. De VS staan dus zeer afwijzend tegenover een eventuele een­ zijdige aanval van Israël en zonder deze steun lijkt een Is­ raëlische aanval gedoemd te  mislukken. Daarnaast heeft Israël haar handen vol met binnenlandse problemen, zoals de almaar grimmiger wordende verhouding met de Pales­ tijnse gebieden, en dan met name de partij Hamas, die de Gazastrook bestuurt,  die vrijwel dagelijks raketten afschiet op Israëlische dorpen en steden.    Ook vanuit Iraans perspectief is een militaire aanval niet aantrekkelijk. Ook Iran is niet verzekerd van steun van de

Arabische landen en als Iran de aanstichter is van een conflict met Israël, zullen de VS zeker ingrijpen om de be­ scherming en het voortbestaan van de Joodse staat te ga­ randeren. Ook is het Iraanse leger lang niet zo sterk en modern als dat van Israël, en zeker als de laatste in combi­ natie met de Verenigde Staten zullen vechten is een Iraan­ se aanval vrijwel kansloos. Daarnaast heeft ook het Iraanse regime al genoeg binnenlandse problemen. De economi­ sche sancties die de EU en de VS tegen Iran hebben ingesteld raken de bevolking hard en het regime is nog niet bij machte geweest om hier iets aan te doen. Deze onvrede met het regime vergroot de steun voor een eventuele militaire actie niet.    Beide landen weten daarnaast dat ze niet makkelijk hulp zullen krijgen. Voor een militaire operatie van een grote omvang is toestemming van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties nodig. Zoals wij allen weten wordt deze gevormd door de Verenigde Staten, Frankrijk, Groot-Bri­ tannië, China en Rusland. De VS zullen Israël willen steu­ nen, terwijl Rusland over het algemeen meer aan de Iraanse kant staat. Op die manier zullen beide landen el­ kaars voorstellen vetoën en wordt het dus zeer lastig om een militaire operatie van de grond te laten komen. Dit geldt dus zowel voor Iran als voor Israël. Een goed voorbeeld van zo’n patstelling is te zien in Syrië, waar Rusland en ook China elke vorm van militair ingrijpen blokkeren en er zo voor zorgen dat er in Syrië na anderhalf jaar van burger­ oorlog nog steeds maar weinig is bereikt.    Naast de negatieve gevolgen voor de direct betrokken landen zou een openlijk conflict ook grote gevolgen kunnen hebben voor het instabiele Midden-Oosten. Het is al tijden onrustig in Egypte, in Syrië woedt een burgeroorlog en in de Gazastrook is het ook wel eens rustiger geweest. Ingrij­ pen is dus zeer lastig. Amerikaanse aanwezigheid in het gebied wordt wellicht niet gewaardeerd  door andere Arabische landen, die  geen zin hebben in een derde invasie in iets meer dan tien jaar tijd. Zij zouden uit reactie de kant van Iran kunnen kiezen, waardoor het een conflict verder kan verspreiden dan de twee landen om welke het in eerste instantie ging.    De almaar voortdurende burenruzie tussen Israël en Iran lijkt voorlopig niet op te houden. Bedreigingen over en weer zijn aan de orde van de dag, maar het is nog maar de vraag of er ooit een moment komt waarop deze burenruzie een serieus conflict wordt. Mocht het er ooit van komen, dan zijn de gevolgen voor deze instabiele regio niet te voorspel­ len.   Dennis van Velzen

Het Verdrag 5


Vrouwe Justitia van het pad af Wet- en regelgeving. In ons dichtbevolkte en tot in detail georganiseerde landje zijn we er maar al te goed mee bekend. Voor elk denkbare situatie is in Nederland wel een wet of regel voorgeschreven. Zo wordt het de hardwerkende burger tegenwoordig bijna onmogelijk gemaakt nog ergens een sigaret op te steken en werd ondergetekende vorig jaar in zijn studentenhuis door de brandweer verboden nog langer zijn jas in de gang op te hangen in verband met brandgevaar. Maar hoewel het er soms op lijkt dat de huidige betutteling iets is van het Nederland van deze tijd, gaat het er in andere landen nog veel gekker aan toe. Een kleine greep uit de snoepdoos van bizarre wetgeving we­ reldwijd: Zoals u als intellectueel ontwikkeld SIB-lid ongetwijfeld weet is het rechtssysteem van de Verenigde Staten gefun­ deerd op de Declaration of Independence. Een verklaring waarmee de patriotten uit die tijd zich afscheidden van de Britse monarchie om zo vrijheid voor iedere inwoner van het land te bewerkstelligen. Maar nu veruit de meeste wetgeving aan de Staten zelf werd overgelaten werd het vrijheidsideaal al snel ingeruild voor de meest vreemde wetgeving. Zo is het in Californië verboden om op wild te schieten vanuit uw auto, tenzij het een walvis betreft. Misschien maar beter ook, want eventuele bloedspatten mag u in diezelfde Staat niet van uw auto vegen met oud ondergoed. Voelt u toch nog de drang om te doden, verhuis dan naar Mississippi, daar is het wettelijk nog steeds toe­ gestaan uw ‘bediende’ te doden.  Wordt u vervolgens abusievelijk toch door de politie opgepakt, let er dan wel op dat u met geen woord rept over de lelijke architectuur van het politiebureau, want het is ten strengste verboden de spot te drijven met overheidsgebouwen. Maar laten we aannemen dat u aan de klauwen van de politie weet te

6

Het Verdrag

ontkomen, naar Nevada vlucht en door uw snor te laten groeien een nieuwe identiteit aanneemt. Let er dan op dat het met deze snor expliciet verboden is een vrouw te zoe­ nen, zelfs indien u dit doet in movember.    Maar het zijn niet alleen de Yankees die van wanten weten. Ook de Britten hanteren nog een aantal wetten die (hoewel ongetwijfeld functioneel in de tijd waarin ze zijn vastge­ steld) de wenkbrauwen doen fronzen. Zo is het er illegaal te overlijden in de Houses of Parliament en is het strafbaar een postzegel waarop de koningin staat afgebeeld onder­ steboven op de envelop te plakken. Net als in Californië is walvisjagen in beginsel wel toegestaan, maar van elke dode walvis die zich op Brits grondgebied bevindt behoort de kop toe aan de Britse koning en de staart aan zijn weder­ helft. Gelukkig hanteren de stijve Britten ook nog een aantal geboden: zo is het nog steeds legaal een Schot binnen de oude muren van York te doden wanneer deze pijl en boog draagt en mag een zwangere vrouw overal in het koninkrijk haar behoefte doen, zelfs in de helm van een politieagent.    Maar ook in andere landen kunnen ze er wat van. In Bangladesh is het zo streng verboden af te kijken tijdens examens, dat u er een gevangenisstraf mee riskeert. In Frankrijk is het tot op de dag van vandaag nog steeds verboden om Napoleon een varken te noemen, terwijl in Canada een kind niet onder meer dan twee meter sneeuw begraven mag worden (anderhalve is overigens geen pro­ bleem).    Maar om af te sluiten met een doordenker keren we toch nog even terug naar Groot-Britannië: Het is daar namelijk illegaal de belastinginspecteur hetgeen u niet wilt dat hij weet niet te vertellen, maar het is daar tegelijkertijd wel degelijk toegestaan hem informatie niet te vertellen waar­ van u het niet erg vindt dat hij het weet.    Zo ziet u maar, mocht u binnenkort aan de waterkant worden beboet omdat uw pasgevangen stekelbaarsje u aanklaagt wegens het vissen zonder vispas, dit terwijl u een sigaartje rookt buiten de daarvoor ingestelde zone en uw boete daarbij behoorlijk oploopt omdat u niet chagrijnig genoeg kijkt op de pasfoto van uw identiteitsbewijs, dan wordt u nog altijd minder betutteld dan in menig andere staat.    Wouter Neef


The Dark Knight Rises: propaganda, anarchisme en de bescher­ mers van zichzelf! Propaganda, dat is toch wat de Communisten en Nazi’s deden om hun makkelijk te manipuleren bevolking te beïnvloeden en ervoor te zorgen dat de schapen deden wat de herder wil? Van films van Goebbels tot posters met werkende arbeiders die lachend de Sovjet Unie gingen regeren. Het is voor studenten moeilijk voor te stellen hoe het ooit zover is gekomen dat men ZO dom is geweest om in dit alles te geloven. Wij zouden dat NOOIT geloven. Maar misschien is een betere vraag: “ Wat geloven we tegenwoordig wel?”

Wat als de meest geëvolueerde propaganda machine niet een is die zich overal voor je neus neerzet totdat je die be­ kijkt, maar een die zo aantrekkelijk eruit ziet dat je zelf naar toe gaat, een waarvoor je 4 uur in de rij wacht om een kaartje te kopen? Wat als de propaganda machine verkocht wordt als de vrijheid in zichzelf? Het internet? Het nieuws? De films? Laten we voor een antwoord kijken naar Hollywood en zijn  lievelingetje van 2012.    Als we beginnen bij het begin, Selina Kyle a.k.a the bat­ woman, vertelt Bruce Wayne onze reddende multi-biljo­ nair het volgende: “There's a storm coming, Mr. Wayne. You and your friends better batten down the hatches, be­ cause when it hits, you're all gonna wonder how you ever thought you could live so large and leave so little for the rest of us.”. Vanaf dit punt heeft men als kijker twee opties. Geen één is zo zeer gebaseerd op de beslissing of er inder­ daad een storm aankomt of niet. Financiële crisis, bezuini­ gingen, rellen in vele westerse democratieën etc. De keuzes die men als kijker dan heeft zijn: óf we moedigen de storm aan en zijn eindelijk af van die rijke lui, óf we worden bang voor de storm die ons leven gaat destabiliseren. Het gevaar van deze dichotomie ligt niet alleen in het feit dat men veel meer posities zou kunnen innemen over de storm, maar vooral dat elk van de opties impliciet een bepaalde conno­ tatie heeft. Men kan zich moeilijk identificeren met batwo­ man zonder een slecht gevoel te hebben over een bepaald verraad naar Bruce Wayne toe. Deze zogenaamde loyaliteit naar de status quo en het slechte gevoel dat men krijgt wanneer men zich met het merendeel van de bevolking wilt identificeren (in dit geval the rest of us) is precies wat door de film heen systematisch bereikt wordt. Andere optie dan? Het is op zichzelf nogal onlogisch dat mensen zich bij het

uitlopen van de bioscoop allemaal geplaatst hebben in de voeten van de multimiljardair en de zorgen van een multi­ miljardair eigen hebben gemaakt om vervolgens op de fiets te stappen en naar een kamer te fietsen van 8m2.  Wat overblijft bij velen is dus sowieso één ding: de angst voor het ooit kwijtraken van die fiets en die 8m2 als de storm komt. Alsof de storm (ook wel revolutie) niet inhoudt dat de bevolking (the rest of us) zelf in opstand komt! Onze fietsen kunnen niet van én door onszelf gestolen worden, zou men denken. Maar blijkbaar weet The “Dark Knight rises” het beter.    Als Hollywood de storm niet ziet in de vorm van het volk dat in opstand komt, Wie is de storm dan wel? De ultimate anarchistische villain, genaamd Bane. Als de politie heeft opgesloten en macht heeft over Gotham City, zegt hij: “We take Gotham from the corrupt, the rich! The oppressors who for generations have kept you down with myths of oppor­ tunity and we give it back to you, the people! Gotham is yours, none shall interfere ... do as you please! Start by storming Blackgate and free the oppressed. Step forward those who would serve, for an army will be raised.” Het is al op zichzelf raar dat deze zogenaamde revolutie eigenlijk niet de wil is van Gotham city en dat Bane in het begin van de film eigenlijk een vijandelijke connotatie krijgt. Men zou juist denken dat als iemand je komt bevrijden van de cor­ ruptie in je stad en iedereen de kans geeft om weer opnieuw te beginnen, men dit zou verwelkomen. Naast dit, veron­ dersteld Batman ook dat als er ooit een storm komt, deze niets anders zou kunnen zijn dan een stelletje wacko’s die eigenlijk hun eigen belang nastreven. Dit is dan ook het tweede element dat de Batman film diep geworteld in zijn film heeft. Wees bang voor elke storm, het is een leugen.    Wat blijft er dan over? The Dark Knight, de multimiljar­ dair die niet zijn eigen positie wilt waarborgen, maar het juist doet voor de armen! Onze ridder die alle corruptie gaat verwijderen. Hij, die met het geld dat hij verdient met zijn wapenbedrijf de middenklassen zal voeden! Dus vergeet niet de moraal van het verhaal: identificeer je altijd met de multi-miljardairs. Wees altijd bang voor de anarchisten; zij willen immers alleen multi-miljardair worden, net zoals wij. En boven alles: wapenbedrijven redden de dag en vechten tegen corruptie. Mail mij gerust: jaimelevinas@g­ mail.com.   Jaime Levinas

Het Verdrag 7


Bespiegelingen in retrospect: gesprek met VS deskundige en de VS verkiezingen door de ogen van een halve Amerikaan.   Natuurlijk kan mijn Amerikaans-nationalistisch hart het niet laten om mijn eerste artikel in Het Verdrag te wijden aan de race tussen Barack Obama en Mitt Romney, hoewel ik an sich totaal niet politiek kundig ben. Mijn antropolo­ gisch hart gaat sneller kloppen van de kleine details van Nederlandse reacties op het Amerikaanse spektakel dan van de percentages  die met grootsche gebaren op CNN worden onthuld. Een grootsch voorbeeld van Nederlandse interesse in deze Amerikaanse kwestie is mijn oud-klasge­ noot Jan-Willem Kranendonk. Hij is hoofdredacteur van de website vsverkiezingen.com, een online platform gewijd aan artikelen over aan de Amerikaanse verkiezingen. Deze website, gelanceerd op 7 november 2011, precies een jaar voor de bekendmaking van de volgende president, haalde op een gegeven moment 10.000 page views per maand.    Jan Willem’s idee kwam ter wereld toen mensen hem dreigden te ontvrienden op Twitter omdat hij teveel postte over de VS-verkiezingen. Om maar niet in een virtueel sociaal isolement te verzeilen, maakte hij een tweede ac­ count aan onder de naam VSverkiezingen. Deze werd zo populair onder de Amerika-fans, dat hij al snel werd ge­ vraagd om zijn expertise uit te breiden in de vorm van een blog. Dit blog bleef niet onerkend: het stond tussen de volgtips van de NOS en geniet inmiddels een ruime ach­ terban aan schrijvers, redacteuren, en lezers. Mijn respect voor de toewijding van deze oud-klasgenoot steeg aanzien­ lijk toen ik hoorde dat hij 15 uur per week spendeerde aan het onderhouden van deze site – terwijl ik, als halve Amerikaan, hooguit 15 uur per twee maanden aan dit on­ derwerp besteedde! (Iemand zin om roem te verwerven door de komende Canadese verkiezingen in kaart te brengen of iets dergelijks? Misschien nog een ideetje voor SIB’s nieuwe media genootschap trouwens?)    Het Amerikaanse spektakel blijft Nederlanders fascineren en het blijft mij fascineren hoe het Nederlanders fascineert: de mythe van het grootsche land der mogelijkheden aan de overkant van de Atlantische oceaan.  De grootsheid van het mediaspektakel is misschien wel hetgeen dat Jan-Willem en andere Nederlandse Amerika-fanaten lijkt aan te trek­ ken. Zou het het ‘anders-zijn’ van de Amerikaanse politiek zijn, wat Nederlanders trekt? Want anders dan Nederland is het zeker. Het is niet zonder reden dat ‘don’t talk about religion and politics at the dinner table’ not done is in de Verenigde Staten. Politieke discussies gaan gepaard met heftige emoties, argumentaties worden gebaseerd op de­ tails uit het leven van politici en het twee partijenstelsel leent zich uitstekend voor het demoniseren van de andere

8

Het Verdrag

partij – wat in strenge tegenstelling staat tot het eeuwige Nederlandse polderen.    De steekpartijen tussen Nederlandse politici zijn minis­ cuul vergeleken bij de symbolische oorlog die er heerst tussen Republikeinen en Democraten. Tijdens de verkie­ zingen werd mijn facebook newsfeed ondergespamd door posts over ‘that anti-religion dictator Obama’, foto’s met Obama’s hoofd geplakt op het achterwerk van een paard en heleboel slecht grappen over Mitt Romney en zijn ‘bin­ ders full of women’. Mijn inner nederlander kan al die gekke amerikanen ergens niet zo serieus nemen – ik bedoel, wie haalt het in zijn hoofd Obama’s beslissingen over zijn dochters hondenverzameling te verbinden aan zijn ideeen over de economie? En mijn inner amerikaan vindt het er­ gens raar dat Nederlanders de Amerikaanse verkiezingen zo serieus volgen terwijl de gemiddelde Amerikaan geen idee heeft waar Nederland ligt en denkt dat ‘Dutch’ het­ zelfde als Duits is.  Gekke, paradoxale wereld is het toch.    Mary Kachavos


Langs bij... Hendrik Philip van Straelen Onder de gezelligheid van een biertje en een Baeyles begint het gesprek met Hendrik Philip van Straelen. Een lange, zelfverzekerde jongen waar bescheidenheid en ambitie beide zijn rust vinden. In het café de doelen bij de staalstraat van Amsterdam vertelt hij over zijn eerste ontmoeting met SIB. Het verhaal begint bij zijn reis naar Zuid-Afrika die hij samen met een goede vriendin, Rebecca, en andere SIB-leden heeft kunnen maken. Dit heeft hem ook geïnspireerd en motivatie gegeven om zich verder te verdiepen in SIB Amsterdam. Na een goede eerste indruk ontwikkelde zijn band met SIB tot een volwaardige deelname aan de CIA (Commissie Inhoudelijke Activiteiten) waar hij tot vandaag de dag met plezier aan mee doet. Zo is hij mede verantwoordelijk geweest om ons (de SIB-ers) de kans te geven de Amerikaanse Verkiezingen te volgen met elkaar zo als nooit tevoren in the all american election night!  Wie is Hendrik Philip van Straelen?    Geboren en getogen in Oegstgeest heeft Hendrik het merendeel van zijn leven daar doorgebracht. Toen hij in 2007 besloot om Politicologie te studeren aan de Universi­ teit van Amsterdam, is Amsterdam zijn nieuwe head quarters geworden. Beide keuzes zijn hem goed bevallen aangezien hij, na zijn bachelor te hebben gehaald, weer voor een master is gegaan hier in onze mooie stad. Politicologie heeft volgens hem een sterke bijdrage geleverd aan zijn algemene ontwikkeling en heeft hem aangezet tot kritisch kunnen nadenken over de wereld. Na drie jaar een keihar­ de sociale wetenschap te hebben gevolgd, heeft hij besloten om een zoektocht te beginnen naar skills en systematisch denken. Dit heeft geleid tot het aangaan van een wiskun­ dige uitdaging die de vorm heeft gekregen van een master Econometrie. Dit is ook naast SIB en feesten de belangrijk­ ste bezigheid van Hendrik vandaag de dag en hij hoopt dit jaar hierin zijn master te halen.    Naast alle serieuze activiteiten moet volgens Hendrik ook genoten worden van het leven. Hierin zijn vrienden en vriendschap een belangrijk element. Zijn balans vindt hij tussen deze twee extremen en blijkbaar werpt het na het passeren van een paar jaar nog steeds zijn vruchten af! Wat mist de wereld volgens Hendrik?    Eigen verantwoordelijkheid. Inzet en daadkracht zitten hoog in het vaandel bij Hendrik en dit zegt hij niet vanuit de theorie maar vanuit zijn eigen manier van handelen! Hij gebruikte een studie die hem erg aansprak over het gevoel van maakbaarheid van eigen leven en de verschillende overtuigingen ervan tussen tussen Amerika en Frankrijk, om dit uit te leggen. De vraag van het onderzoek ging over in hoeverre men verantwoordelijk is voor zijn eigen socioeconomische positie en geluk? Franse mensen bleken eer­ der de neiging te hebben om de staat of andere externe factoren te beschuldigen, terwijl de Amerikanen juist zichzelf compleet verantwoordelijk voelen voor hun eigen geluk en lot. Hendriks duidelijke voorkeur voor de Ame­ rikaanse interpretatie van de wereld laat zich niet alleen zien in zijn aanpak van al zijn bezigheden, maar ook in wat hij terug zou willen zien in anderen. Wat kunnen we van Hendrik verwachten in de toekomst? Simpel en straight forward: hoger opkomen, zichzelf ontwikkelen en de ver­ kregen middelen gebruiken om een wereld neer te zetten

waarin hij gelooft.  Een favoriete quote kan hierbij helpen: “It is we who create value and our desires which confer value. In this realm we are kings”    De liefde voor SIB blijft maar groeien bij Hendrik. “Een studentenvereniging die zijn activiteiten serieus neemt!” Daar houdt hij van. Ook is het voor hem belangrijk dat er diversiteit van mensen is binnen een  vereniging. Verschil­ lende ideologieën complementeren volgens hem zijn poli­ tiek-sociaal landschap en dat is alleen maar goed! Wel is er een klein minpuntje volgens Hendrik. De moeilijkheids­ graad om mensen te lokken om na de borrel eens een keer verder te feesten is ONTZETTEND hoog! Men zou meer zijn eigen formule moeten gebruiken, hard werken en dan goed losgaan.    Met deze wijze woorden en nieuwe inzichten over Hen­ drik van Straelen sluit Jaime Levinas zijn eerste artikel voor ’T Verdrag. Hendrik, wil jij nog wat zeggen? “Pieter, je klaploper, je bent me een biertje schuldig!” Jaime Levinas  

Het Verdrag 9


Het Koreaanse conflict; invloed van de media Tijdens een verder normaal doordeweeks college kreeg een collega-student van me het woord. Hij was op reis geweest naar Noord-Korea en had hier een verhaal over te vertellen. Crijn Paris (oud SIB-lid), de ervaren SIB-leden zullen hem waarschijnlijk wel kennen heeft diverse reizen naar Zuid- en Noord-Korea gemaakt. Vooral zijn reizen in Noord-Korea zijn uniek, want dit land laat zeer weinig toeristen toe. Schetsend voor de situatie is tevens dat je als Zuid-Koreaan niet eens hoeft te proberen om het land binnen te komen. De twee Korea’s voeren al jaren een soort koude oorlog uit. Het Westen veroordeelt hierbij vooral de houding van Noord-Korea. Maar wordt deze houding niet deels veroorzaakt door de sterke handelsrelaties met Zuid-Korea? Het is wel duidelijk dat het conflict iets dieper gaat als een onlangs op Youtube geposte parodie op (het Zuid-Koreaanse) Gangnam style waarin Kim-Jong-Il wordt geëerd (Kim Jong Style). Een uiteenzetting van een conflict dat al jaren speelt. Na de Tweede Wereldoorlog werd het noordelijke deel van Korea bezet door de toenmalige Sovjet-Unie en het zuide­ lijke deel door de Verenigde Staten. Na het einde van deze bezetting kreeg Noord-Korea een communistisch regime en Zuid-Korea een meer democratisch bestuur. Noord-Ko­ rea, gesteund door de Sovjet-Unie besloot op 25 juni 1950 om Zuid-Korea binnen te vallen. Zuid-Korea werd on­ danks steun van de Verenigde Naties in rap tempo bezet. De Amerikaanse bevelhebber Douglas Macarthur wist hierop met een tactische ingreep de Noord-Koreanen terug te dringen. China was bang voor een uitbreiding van de oorlog tot hun eigen grondgebied en greep in. Seoul viel hierop weer in communistische handen. Macarthur besloot hierop zelfs een atoombom in te zetten, maar dit ging president Truman wat te ver. Macarthur werd uit zijn functie ontheven. Het conflict duurde nog een paar jaar en kostte circa twee miljoen levens. Uiteindelijk werd er op 27 juli 1953 een staakt-het-vuren afgekondigd. Er is echter nooit een officiële vredesovereenkomst getekend, waar�� door de twee landen tot op de dag van vandaag nog steeds in een staat van oorlog verkeren. Het gevolg is een koude oorlog die al bijna zestig jaar duurt en de laatste jaren weer is aangewakkerd door een aantal incidenten.    Sinds de jaren 90 speelt onder Westerse landen vooral de vraag of Noord-Korea kernwapens bezit. Onder het be­ wind van Bush Junior tussen 2001 en 2009 werd deze dis­ cussie nog eens aangewakkerd. Bush wees op het gevaar van het ontwikkelen van kernwapens van Noord-Korea en gooide olie op het vuur door Noord-Korea te beschouwen

10

Het Verdrag

als ‘de as van het kwaad’. In 2004 schijnt Noord-Korea te hebben bevestigd dat het kernwapens bezit en in 2006 werden er kernproeven uitgevoerd, volgens Amerikaanse gegevens. Op 13 februari 2007 kwam Noord-Korea met Zuid-Korea, de Verenigde Staten, Japan, Rusland en China een akkoord waarin het beloofde zijn nucleaire activiteiten te ontmantelen. Als ruil hiervoor zou Noord-Korea olie ontvangen en zou de VS mogelijk het op dat moment gel­ dende handelsembargo met het land opheffen. In 2009 werden er echter weer kernproeven uitgevoerd en in 2010 kwam een Zuid-Koreaans oorlogsschip tot zinken. Zuid-­ Korea beschuldigde Noord-Korea ervan dit te hebben ge­ daan. Hoe een conflict zo lang kan duren is lastig te zeggen. Wat wel mee kan spelen is dat Noord- en Zuid-Korea op een aantal vlakken verschillen, dan wel botsen. Een korte uiteenzetting van de landen kan dit mogelijk verduidelij­ ken.    Zuid-Korea is vanaf de jaren 60 van de 20e eeuw in zo’n veertig jaar tijd veranderd van een agrarische samenleving met een naar binnen gerichte markt, naar een geïndustria­ liseerde samenleving met een sterke export. Zuid-Korea heeft een gemiddeld inkomen per huishouden dat verge­ lijkbaar is met West-Europese landen en de Verenigde Staten, en beschikt over internetverbindingen die sneller zijn dan de ‘ontwikkelde’ landen. De relatief open econo­ mie in het land zorgt voor goede handelsbetrekkingen met onder andere de Verenigde Staten, Japan, Hongkong en Duitsland. Het land kent sinds de oprichting een parlemen­ taire democratie.


Noord-Korea kent een relatief gesloten economie. Aan­ vankelijk kende het land sterke steun van China en Rus­ land, maar dit is in de loop der jaren afgenomen. Het land kent relatief veel agrarische activiteiten en het economisch beleid is op de visie gericht dat elk land zichzelf moet kunnen redden. Het gemiddelde inkomen per inwoner is ongeveer 5% van dat Zuid-Korea (volgens gegevens die door Zuid-Koreaanse banken zijn verstrekt, Noord-Korea produceert zelf nauwelijks economische gegevens). Het land kent een dictatoriaal beleid en heeft een slechte naam als het gaat om mensenrechten. Tegenstanders van het re­ gime worden vaak naar concentratiekampen verbannen.    Als de verschillen tussen de landen in kaart worden ge­ bracht komt naar voren dat Zuid-Korea veel meer econo­ mische en politieke banden heeft met Europa en de Vere­ nigde Staten. Noord-Korea heeft in de geschiedenis steun gekregen van onder andere Rusland en China, landen die vooral in de Koude Oorlog (1945-1991) in conflict stonden met de VS en Europa.    De veroordeling van Westerse landen tegenover de houding van Noord-Korea, is gezien de politieke en econo­ mische banden met Zuid-Korea niet verassend. Dit roept ook vragen op over de beeldvorming van Noord-Korea. Voor de nieuwslevering en dus ook de beeldvorming zijn we afhankelijk van ‘westerse’ media. Immers heeft de Noord-Koreaanse staatstelevisie geen internationaal be­ reik. Als je dus leest op Wikipedia dat Noord-Korea in 2010 een Zuid-Koreaans oorlogsschip tot zinken heeft gebracht, moet je je afvragen of dit wel klopt. Of zouden de Ameri­ kanen dit bedacht hebben omdat ze nog wat high-tech producten vanuit Zuid-Korea wilden importeren? Heb dus ook niet de illusie dat Zuid-Korea zo ‘braaf’ is, aangezien er vrijwel nooit een bericht in het nieuws komt dat Zuid-­ Korea een Noord-Koreaans schip heeft getorpedeerd. Als al die berichtgeving over Noord-Koreaanse aanvallen waar is, zou je toch er vanuit mogen gaan dat ze daar toch een reden voor hebben? Of zouden ze dit gewoon voor de lol doen?

   Nee, het doel van dit artikel is niet om het voor Noord-­ Korea op te nemen. Het is bedoeld om te schetsen op wat voor manier de media ons een beeld schetst van het conflict tussen de twee Korea’s. De vraag is hier of Westerse media wel een betrouwbaar beeld schetsen over de gehele situatie. En het is inderdaad de vraag of het beeld dat de Noord-­ Koreaanse media schetsen betrouwbaarder is. De Noord-­ Koreaanse staatstelevisie wordt immers in zijn vrijheden beperkt door het dictatoriale regime, dat eist dat er niks negatiefs over het land naar buiten komt.    Noord-Korea is een land waar veel negatieve berichtge­ ving over in het nieuws komt, terwijl er eigenlijk maar weinig over het land bekend is. In het conflict tussen Noord- en Zuid-Korea zullen Westerlingen dikwijls aan de kant staan van Zuid-Korea. Dit is gebaseerd op relatief eenzijdige ‘Westerse’ nieuwsvorming.    Uit Crijn’s verhaal werd overigens duidelijk dat je zelfs als je er doorheen reist, je niet veel meer over Noord-Korea te weten komt. Tijdens je reis wordt je begeleid door twee gidsen die je vooral mee zullen nemen langs alle rijkdom­ men die Noord-Korea te bieden heeft. Langs Kumsusan sun’s place waar de voormalige Noord-Koreaanse leider (en eeuwige president) Kim il Sung ligt opgebaard, en langs boerderijen waar landarbeiders ‘met een (gefakete) glim­ lach’ zich hard inzetten voor de Noord-Koreaanse samen­ leving. Het woord Zuid-Korea kan je dan maar beter niet laten vallen, maar reken er maar op dat je bij Zuid-Koreanen ook een allergische reactie uitlokt als je het woord Kim Jongun in de mond neemt. Er zal nog een hoop moeten veran­ deren voor het goed komt tussen de twee Korea’s.   Rik Voorter 

Het Verdrag 11


De ethiek van oorlog   Oorlog is een thema wat vaak als immoreel en onrechtvaar­ dig wordt ervaren. Het is moeilijk voor te stellen dat er ethische principes zijn, waar enige vorm van rechtvaardig­ heid op gebaseerd zou kunnen worden. Toch zijn er inter­ nationale normen en conventies  waar alle betrokken par­ tijen zich aan dienen te houden. Deze filosofische principes zijn vastgelegd in internationale wetten en regels die de integriteit van een strijd zo goed mogelijk moeten bewaken. Op deze wijze wordt de mogelijkheid tot wrede excessen aan banden gelegd.    De filosofische onderbouwing voor de rechtvaardigheid van oorlog berust op de Just War Theory van Michael Walzer (1977). Hij behandelt een uitgebreid scala aan situaties en motivaties die oorlog wel of niet rechtvaardigen. In deze theorie wordt het recht om ten oorlog te gaan (Jus ad Bellum), het recht ten tijde van oorlog (Jus in Bello) en het recht na een oorlog (Jus post Bellum) afzonderlijk van elkaar be­ schouwd. Als deze scheiding er niet zou zijn, dan zou in een oorlog die om onrechtvaardige motieven is gestart, geen enkele handeling gerechtvaardigd kunnen worden, hoe 'goed' deze ook is. Andersom betekent het ook dat in een rechtvaardige oorlog niet elke handeling moreel is. Ten tijde van oorlog treden soldaten elkaar tegemoet als morele gelijkwaardigen, beide menen te strijden voor een rechtvaardige zaak en handelen volgens hun eigen morele kompas.    De Jus ad Bellum die bepaalt of een oorlog al dan niet rechtvaardig is, baseert zich op het onderscheid tussen de onrechtvaardige preventieve oorlog en de rechtvaardige preëmptieve oorlog. De preventieve oorlog is onrechtvaar­ dig omdat er geen onderscheid gemaakt wordt tussen de werkelijke dreiging en de angst voor agressie. Als preven­ tieve oorlogen legitiem zouden zijn, dan zouden er einde­ loos veel oorlogen gevoerd worden, wat de veiligheid van staten en het gehele statensysteem zou ondermijnen. Het contrast met de preëmptieve oorlog ligt in de manifeste intentie van imminente agressie van staat A aan staat B. Staat A heeft de nodige voorbereidingen getroffen om tot aanval over te gaan op staat B. Als staat B niet direct handelt stelt zij zichzelf onnodig in gevaar. Het verschil met de preventieve oorlog is dus dat de drei­ ging onmiddellijk is en niet gebaseerd is op eerdere gebeur­ tenissen of voorspellingen. Op grond van deze criteria kan de preëmptieve aanval als rechtvaardig worden be­ schouwd. Een staat hoeft dan niet machteloos toe te zien hoe een aanval wordt uitgesproken en voorbereid zonder iets te kunnen doen om de schade te voorkomen.    De Jus in Bello behelst de ethiek ten tijde van oorlog. Deze filosofische grondslagen zijn vastgelegd in de War Convention. De belangrijkste peilers hierin zijn het propor­ 12

Het Verdrag

tionaliteits- en het noodzakelijkheidsprincipe. Omdat deze principes behoorlijk onderworpen zijn aan subjectiviteit worden ze geconcretiseerd in de Doctrine of Double Effect (DDE). Deze doctrine vereist dat een handeling in een strijd intrinsiek goed ofwel neutraal is. Het directe effect moet moreel acceptabel zijn en de intentie moet 'goed' zijn, doordat de betreffende actor zich enkel richt op de dreigen­ de opponent. Het is hierin essentieel dat deze actor er alles aan heeft gedaan om het te geschieden kwaad te minima­ liseren, zelfs als dit betekent dat hij zelf risico's moet nemen om onschuldige burgers van de opponent te behoeden voor zijn aanval. Tot slot moet het 'goede' effect de 'kwade' ef­ fecten van zijn daden compenseren.    Een voorbeeld van de DDE is het geval van het bombar­ dement van een wapenfabriek van de opponent door een actor. Stel Frankrijk en Duitsland voeren oorlog. Het is dan proportioneel en strategisch noodzakelijk voor Frankrijk om een Duitse wapenfabriek te bombarderen. In het geval dat hier zich nog Duitse burgers bevinden dan is Frankrijk verplicht deze burgers op de hoogte te stellen van hun geplande aanval. Het is dan aan de Duitse burgers om te bepalen of zij dit risico nemen of willen vluchten uit de wapenfabriek. Hiermee neemt Frankrijk een noodzakelijk risico op zich omdat Duitsland dan kan anticiperen op deze aanval. Het goede effect is hier dat het aantal burgerslacht­ offers wordt beperkt.    Door deze doctrines en conventies op te stellen realiseert de internationale gemeenschap ethische principes die na­ strevenswaardig zijn als het menselijke leven van eigen burgers en opponenten gerespecteerd en gewaarborgd moeten worden.   Mira Zavala


Op zijn zachtst gezegd was de aankomst in Engeland een verrassing – auto’s die me constant probeerden te vermoor­ den door onverwachts vanaf links te komen, een buschauf­ feur die weigerde toe te geven dat zijn bus mijn halte aan­ deed, en zowaar een zonnetje. Gelukkig wen je eraan dat de auto’s van links komen, blijken Britten extreem beleefd behalve de buschauffeurs, maar jammer genoeg was het zonnetje een uitzondering.    De eerste dag op de studie was ook vol verassingen. Gewaarschuwd door mijn Duitse huisgenootjes dat de bussen hier absoluut niet punctueel zijn, kwam ik een kwartiertje te vroeg op het eerste college. Ik was enigszins verbaasd: de zaal zat vol Aziaten, geen Europeaan te be­ kennen. Die bleken allemaal later binnen te druppelen. Het werd ons snel duidelijk gemaakt dat we hier niet zijn om lol te hebben – geen introductie, geen speeches, geen leerje-medestudenten-kennen spelletjes. De docent begon simpelweg: “Hello, my name is John. Welcome to Warwick. This is Mathematics.”  Wat werd gevolgd door wiskunde­ colleges, acht dagen, acht uur per dag, met huiswerk voor in de avond.      Gelukkig gaan acht dagen voorbij, en kreeg ik de kans om mijn medestudenten ook daadwerkelijk te leren kennen: Engelsen, Schotten, Ieren, Scandinaviërs, Duitsers, Fran­ sen, Italianen, Turken, Grieken, Oekraïner, Russen. En een gigantisch aantal Aziaten – Indiërs, Indonesiërs, Pakistani, maar vooral heeeel veeeeel Chinezen. En bijna allemaal man natuurlijk. Niettemin is iedereen econoom-in-oplei­ ding: onafhankelijk van cultuur gaan toch dezelfde types economie studeren.    Het meest nieuwsgierig was ik naar de Britten en de Britse cultuur. Alhoewel ik dacht dat het een cliché was, zijn Nederlanders erg direct – ik incluis. Britten blinken uit in gesprekken op een algemeen, onpersoonlijk maar toch vrij aangenaam niveau, en kunnen dat uren, écht uren volhouden – zelfs in de aanwezigheid van alcohol. Een gerelateerd fenomeen zijn de eufemismen – laatst zag ik een poster waarop de kenmerken van alcoholvergiftiging uitgelegd werden: ‘he or she may have wet themselves, or worse’. Verder lijken ze de regels van beleefdheid volledig verdraaid te hebben. Ze vragen aan iedereen hoe het gaat, maar als je dan antwoord luisteren ze niet. Ze spreken ie­ dereen met de voornaam aan, maar daar houdt het famili­ are dan ook op.    Helaas is de ‘stad’ is echt niks. Dat is niet omdat ik inmid­ dels bekeerd ben tot Amsterdammer en ik me niets mooiers meer kan voorstellen dan de grachten of het vondelpark, maar omdat de stad echt ruk is. Mijn Britse studiegenoten

beamen dat de ‘stad’, Coventry, niks is en dit niet de alge­ mene staat van het Britse stadsleven is. De stad is in WOII flink onderhanden genomen en is daar nooit meer bovenop gekomen – een van mijn Duitse huisgenootjes ging naar de kathedraal, een van de weinige gebouwen van voor ’39, en concludeerde: ‘Er is niks van over’.    Ergens is het fantastisch dat de stad weinig aantrekkelijk is, want ik moet veel op de campus (even buiten de stad) zijn. Er is een vol rooster, briljante maar veeleisende docen­ ten, en een grote hoeveelheid tekst om door te werken. Het hoofd van de afdeling blijft maar roepen dat dit over vijf jaar de nummer 1 economie-afdeling in Europa is, in plaats van een top vijf afdeling, en dat we daarom keihard moeten werken. Onder het motto work hard, play hard gaf hij een kerstdiner voor alle post-graduates en professoren met open bar tot laat in de avond, wat natuurlijk (niet) goed eindigde in de lokale kruising tussen de Nota Bene en de Bubbles. Sindsdien is het harde werken iets makkelijker.    Natuurlijk is het een bijzondere, leuke ervaring om zo’n tijd in het buitenland te zitten en ben ik hartstikke tevreden met de kwaliteit van de opleiding. Maar als ik de tien mi­ nuten van mijn huis naar de campus fiets dan krijg ik het gevoel alsof ik gewoon in een vreemd stukje Nederland ben: het is niet hetzelfde, maar echt anders is het ook niet. Studeren in het buitenland blijft toch vooral studeren.    Eric Cuijpers                                                 

Het Verdrag 13


Bericht uit het SIB-hok Toen ik gevraagd werd om de bestuurscolumn voor de volgende editie van Het Verdrag te schrijven, zei ik vol enthousiasme ‘Ja!’Een paar maanden verder en na de eerste deadline al gemist te hebben, was ik alsnog niet begonnen met dit stuk. De oorzaak hiervan was ook niet zo ver te zoeken. Ik had het veels te druk om eens rustig met een kopje thee, een koekje en een rustgevend muziekje erbij, een column te schrijven. Daarnaast, wat moest ik in gods­ naam schrijven? Ik ben maar begonnen met schrijven en ik kwam uit op de kerstvakantie. Een vakantie waar ik zo naar uitkijk en die alweer is afgelopen als jullie dit Verdrag binnen krijgen en deze column van mij lezen. Helaas. Normaal gesproken zou ik uitkijken naar de feestdagen: samen met je familie doorbrengen, eten totdat de knoopjes van je broek eraf springen en dan vervolgens zweren dat je volgend jaar nu écht gaat afvallen. Dat dus. Deze keer heb ik echter zin in de vakantie, omdat dit betekent dat ik twee weken ‘SIB-vrij’ ben. Een soort van ijsvrij, wat scholieren krijgen als er teveel sneeuw ligt. Maar ook al heb je als scholier die dag dan vrij van school, huiswerk maken moet je toch wel. Dit geldt ook voor ‘SIB-vrij’. Ook ik zal mij tij­ dens de vakantie alsnog bezighouden met SIB dingetjes. Alhoewel mijn voornemens heel mooi zijn, net als mijn

14

Het Verdrag

voornemen dat ik elk jaar ga afvallen, weet ik dat dit niet de realiteit is. Ik verwacht nu geen medelijden of iets. Ik doe de dingen voor SIB met liefde. Je moet alleen wel je grenzen kennen. En aangezien we dit jaar weer op zoek gaan naar een nieuw bestuur, wil ik dit alvast graag aan hun meegeven. SIB wordt een deel van jouw leven, wat niet erg is, zolang je de scheidslijn tussen privé en zakelijk (bestuursactiviteiten) duidelijk voor ogen hebt. Dit was de afsluiter van mijn verhaal met een mooi moraal. Ik hoop dat jullie een fijne kerst(vakantie) hebben gehad en tot op een volgend SIB-activiteit!   Liefs, Yinneke 


Het Verdrag 15


Indien onbestelbaar retour: Nieuwe Achtergracht 170, 1018 WV Amsterdam

16


januari 2013