Page 1


2

Het Verdrag

Hoofdredactioneel Daar was hij weer. Pontificaal met zijn snufferd op het Folia Magazine, Robbie. Hoewel ik hem tegenwoordig natuurlijk Rob moet noemen. Rob de succesvol filosoof, columnist, journalist, schrijver van meerdere boeken en sinds 1 sep­ tember 2010 hoofdredacteur van nrc.next. En dat met zijn nog maar bescheiden leeftijd van 29 jaar.  Voordat Robbie Rob werd woonde hij bij ons in de buurt en zat hij bij mijn zus in de klas op het Praedinius Gymna­ sium in Groningen. Robbie was een beetje raar, hoog intel­ ligent, eigenwijs, babbelde een eind weg en zette vreemde eigen bedrijfjes op. Hij was eigenlijk altijd wel met dingetjes bezig ook al begreep niemand werkelijk wat die dingetjes waren.    Ik kan mij herinneren dat ik Robbie een keer tegen kwam in de buurt, hij was denk ik rond de 17, ik 15. Hij leek ergens naar op weg te zijn, maar merkte mij op en bleef even staan. Hij zei iets tegen mij, geen idee wat, maar ik weet wel dat ik er maar de helft van begreep. Het was iets vreemds maar slims, iets niet alledaags puberaals, iets waar ik heel nerveus van werd en dat mij me meteen heel dom deed voelen. Ik probeerde iets gevats terug te zeggen, waarin ik ongetwij­ feld grandioos faalde. Hij keek mij aan met zijn mooie donkere ogen, lachte vriendelijk en babbelde nog wat verder. Ik was op slag verliefd op Robbie. Ik kon alleen nog maar naar hem kijken en gefascineerd zijn door zijn mys­ terieusheid, zijn creativiteit en de paar subtiele moeder­ vlekjes in zijn gezicht.    Daarna heb ik Robbie nooit meer gezien. Naar alle waarschijnlijkheid kan hij mij zich nu niet eens meer her­ inneren. Ik was maar het jongere zusje van zijn klasgenoot, stil, verlegen, niet bijster opvallend, eigenlijk alles wat hij niet was. Een paar weken geleden gaf Rob een lezing op de UvA. Ik ben er heen gegaan maar heb geen woord meege­ kregen van wat hij zei, ik kon alleen maar naar hem kijken en gefascineerd zijn met zijn eigenaardigheid, zijn zelfver­ zekerdheid en hoe verdomde goed lichtblauw hem staat. Na afloop durfde ik niet op hem af te stappen. Zonde ei­ genlijk. Het zou best kunnen werken tussen ons, hij houdt van schrijven, ik houd van schrijven, hij is hoofdredacteur, ik ben hoofdredacteur, hij houdt van filosofisch lullen, ik houd van…onzin uitkramen. Oké, aan dat laatste moet misschien nog wat gewerkt worden maar ik zie zeker po­ tentie en het is nog niet te laat.    In de SIB introductieweek in september wil het Verdrag een journalistieke schrijfworkshop organiseren. Drie keer raden wie ik daarvoor strikken wil.    Ayla Nakken


Van Wilders tot SpongeBob: de vage definitie van het icoon Is Geert Wilders een icoon? Wilders als (inter)nationaal bekende islamcriticus en 'beschermheer' van 'de' Nederlandse cultuur heeft wellicht meer iconische status dan bijvoorbeeld Job Cohen. Hoewel Job Cohen toch ook grote bekendheid heeft in Nederland als oud burgemeester van Amsterdam en (inmiddels afgetreden) partijvoorzitter van de Partij van de Arbeid. Beide zijn bekend, maar zijn beide een icoon? Is een van de twee überhaupt wel een icoon en wat maakt iemand een icoon? Deze vragen zijn niet simpel te beantwoorden. Een zoek­ tocht naar de precieze betekenis van een icoon bracht mij bij definities als: heiligenafbeelding, representatieve voor­ stelling van een actieve applicatie, een klein plaatje op een webpagina dat meestal een koppeling bevat en een paneel­ schildering van een religieus figuur als Jezus. Hoewel het altijd leuk is gewezen te worden op de meerdere beteke­ nissen die woorden kunnen hebben, schiet ik hier natuurlijk niks mee op. Na een iets betere zoektocht kan ik stellen dat we met een icoon in deze editie van het Verdrag iemand of iets bedoelen die of dat een bepaald tijdperk of samenleving representeert met een specifieke of grote bekendheid. Kortom, iemand of iets waar Barney Stinson van zou zeg­ gen: Legendary.    Iconen kunnen opgedeeld worden in popiconen en cul­ turele iconen, waarbij het verschil soms wat vaag lijkt. Zo is de status van een popicoon meestal gebaseerd op een langdurige bekendheid in een gehele samenleving of tijd­ perk, in tegenstelling tot het culturele icoon, waar de be­ kendheid ook gelimiteerd kan zijn tot een bepaalde subcul­ tuur. Daarnaast is een popicoon gelimiteerd tot personen, karakters en objecten terwijl een cultureel icoon ook een symbool, logo, beeld, naam, gezicht, gebouw foto of ander beeld kan inhouden. Denk bijvoorbeeld aan bekende en gereproduceerde beelden die niet meer weg te denken zijn uit ons collectief geheugen. Beelden die zo vaak gebruikt zijn dat ze onze historische verbeelding volledig in beslag nemen en in zekere zin associatief werken. Een goed voorbeeld hiervan is 'de traan' van Maxima tijdens haar huwelijk op het Argentijns tangonummer Adios Nonino ("­ Dag Vadertje"). Een beeld dat zo ontelbaar keer gehaald is, dat het een iconisch beeld is geworden voor het koninklijk huwelijk in 2002.    Maar ik dwaal volledig af van het punt van dit verhaal; wat maakt iemand een icoon? Iemand met een iconische status heeft meestal dus een langdurige beroemdheid, re­ presenteert iets specifieks en is niet te vergeten, uniek. Soms zijn iconen context gebonden, bijvoorbeeld bij bepaalde gebeurtenissen waar veel media-aandacht voor is, als Big Brother’s Ruud “effe knuffelen” Benard. Overigens is het ook helemaal niet nodig een bestaand persoon te zijn; fic­ tieve personages als Mickey Mouse, Batman en Harry Potter zijn immers ook iconen. Wat verder schijnbaar ook lijkt te helpen is doodgaan. Hoewel het wel nodig is dat de persoon een bekendheid bereikt heeft voor zijn of haar

dood, kan dit wel zorgen voor het bereiken van een iconi­ sche status.  Is Geert Wilders dus een icoon? Wilders is zeker iemand die een bepaald politiek gedachtegoed representeert, een behoorlijk controversieel gedachtegoed. Hij is al vrij lang dit gedachtegoed aan het verspreiden, waarmee hij grote bekendheid binnen in ieder geval Nederland heeft bereikt. Is hij hiermee uniek? Naja, de man zijn haar is zeker uniek. Is hij daarmee een icoon? Het zou kunnen, maar zeker durf ik het niet te stellen, het is een behoorlijk grijs gebied. Job Cohen zou met een beetje moeite ook best kunnen voldoen aan alle hierboven omschreven punten. Job Cohen als icoon van het slecht debatteren bijvoorbeeld. Sommige critici stellen dan ook dat de termen “icoon” en  “iconisch” tegenwoordig veel te veel gebruikt worden, waarbij zelfs SpongeBob SquarePants tot een icoon verhe­ ven is. Hoewel SpongeBob zonder twijfel een intens irritan­ te lach representeert, lijkt de zeespons mij inderdaad niet helemaal voldoen aan de kenmerken van een icoon. Maar misschien dat een achtjarig kind daar weer anders over denkt. Ik tast in het duister merk ik wel. Laten we dan maar niet al te moeilijk doen over de definiëring van een icoon en er vanuit gaan dat alles subjectief en multi-interpretabel is. Met zo’n lekkere dooddoener durf ik mijn artikel best af te sluiten.   Ayla Nakken

Het Verdrag 3


Beatrix, icoon van ons allemaal Toen ik een aantal weken geleden besloot mijn bijdrage aan deze editie van het Verdrag over Beatrix te schrijven, was het nog redelijk rustig rondom onze koningin. Af en toe werd er wat gespeculeerd over de wel of niet op handen zijnde wisseling van de wacht of een verdwaalde hoofddoek, maar verder weinig spectaculairs. Je zou zomaar kunnen verge­ ten dat Nederland nog altijd een koningshuis heeft, mits je de Telegraaf links laat liggen en bij de kapper van de Privé afblijft. Maar ten tijde van het schrijven van dit artikel is er overal, elke dag, berichtgeving over het koningshuis. Of er nu nieuws is of niet.    Mocht het je ontgaan zijn, wat dankzij alle nieuwskanalen en sociale media in binnen- en buitenland nagenoeg onmo­ gelijk is, op 17 februari is de tweede zoon van onze konin­ gin, Prins Friso, tijdens het skiën onder een lawine terecht gekomen. Heel naar natuurlijk, en de hier opvolgende onzekerheid rondom zijn situatie was dan ook ondraaglijk voor de media. Dagenlang was er geen nieuws, ondanks talloze journalisten die vierentwintig uur per dag bij het ziekenhuis in het Oostenrijkse Innsbruck aanwezig waren. In plaats van eerlijk toe te geven dat er helaas nog geen nieuws is, wrongen de media zich in allerlei bochten om toch over het ongeluk te kunnen praten. Pauw en Witteman spanden hierin de kroon, tijdens hun dagelijkse actualitei­ Dijkstra kon al onze vragen beantwoorden betreffende lo­ tenprogramma.    De avond van het ongeluk zaten meteen Hanny May – de gistiek van de reddingsoperatie. Ik moet zeggen, ik had er Reus (Gooische skivereniging), Hajo Smit (wintersport- geen, maar Jeroen en Paul helaas wel. weerman, voor zover dat een beroep is) en Wilco van Vanuit alle mogelijke perspectieven werd de tragische si­ Rooijen (beroepsavonturier) aan de bekende tafel. Om het tuatie bekeken, zonder ook maar één nieuwswaardige geheel ook nog wat inhoud te geven waren daar Eelco opmerking . Waarom koos de redactie van Pauw en Witte­ Dijkstra (hoogleraar ‘Emergency Management’), Herman man er dan tóch voor een avondvullend programma te Pleij (cultuurhistoricus) en Jeroen Snel (koningshuisver­ maken over het lot van onze prins? Blijkbaar heeft het ko­ slaggever). Ook al wist nog niemand wat de toestand van ningshuis zo’n aantrekkingskracht dat zelfs een discussie Prins Friso was en of hij ooit nog wakker zou worden, er tussen  mensen die in de Gouden Gids bij het woord ‘lawi­ moest toch zeker over gepraat worden. Hajo Smit was tien ne’, ‘koningshuis’ of ‘ramp’ stonden meer aandacht ver­ jaar geleden twee vrienden in een lawine verloren, dus die dient dan zeg, het afbranden van zo ongeveer de hele Sy­ kon zeker wel wat zinnigs zeggen over de ernst van de si­ rische stad Homs. tuatie en vooral de emoties van de betrokkenen. Meneer    Nu er enigszins duidelijkheid is omtrent  de situatie van Friso, hij heeft ernstige hersenbeschadiging en zal de ko­ mende tijd waarschijnlijk in coma liggen, is er weer nieuw voer voor de media. Beatrix besloot namelijk vanaf maan­ dag 5 maart haar koninklijke bezigheden weer op te pak­ ken. RTL Nieuws zag hierin aanleiding een discussie te beginnen over of dat niet te snel zou zijn. Er werd een rouwdeskundige ingeschakeld en iedereen werd van harte uitgenodigd via een reactie te laten weten of de koningin nu inderdaad te vroeg aan het werk gaat. Twitterend Ne­ derland speculeert er ondertussen lustig op los of Konin­ ginnedag dit jaar wel doorgaat en of de koningin nu einde­ lijk zal aftreden. De aanslag in Apeldoorn, de schreeuwen­ de man tijdens de 4 mei herdenking op de Dam in Amster­ dam, het zal je baan maar zijn. Dit kon zo’n arme vrouw op leeftijd toch zeker niet meer aan? Gelukkig neemt de EO het voor haar op, zo wordt op de website opgeroepen de

4

Het Verdrag


koningin nu eens moeder te laten zijn en haar met rust te laten.   Toch is er blijkbaar genoeg interesse in de positie van de koningin in de Nederlandse maatschappij dat de media weten dat het kijkcijfers scoort om er aandacht aan te be­ steden, of er nu nieuws is of niet. Voorstanders van het behouden van de rol van de koningin benadrukken haar maatschappelijke functie als onontbeerlijk bindmiddel voor de samenleving en het gevoel van saamhorigheid rondom Koninginnedag dat Nederland als samenleving sterker maakt. Ze is een onmisbare factor in de continuïteit van de Nederlandse democratie en wat dat betreft kan ze zeker als een icoon gezien worden. Niet alleen staat ze bij elke formatie op het bordes en staat ze op alle Nederlandse

  Ook al zijn er genoeg tegenargumenten van degenen die vinden dat de rol van de koningin als staatshoofd drastisch moet veranderen, waar ook genoeg mensen in de samen­ leving het mee eens zijn, blijkbaar speelt deze maatschap­ pelijke vertegenwoordiging toch een belangrijke rol. Als de koningin zomaar een burger was, met een gewone baan en als ze gewoon belasting betaalde, zou er dan ook zo’n in­ teresse zijn in het wel en wee van de familie? Hoogstwaar­ schijnlijk niet, want het leeuwendeel van de discussie rondom het ongeluk van Prins Friso ging over de invloed van het ongeluk op het koningshuis, de troonopvolging en het algemene welzijn van Beatrix. Keek ze niet te verdrietig toen ze het ziekenhuis verliet? Waarom gaat ze gewoon nog skiën met de kinderen, is dat wel verstandig? Geeft Beatrix

munten, ze vertegenwoordigt tevens ons land tijdens aller­ lei officiële ceremonieën en staatsbanketten overal ter we­ reld. In die zin is ze per definitie ‘iconisch’ voor de Neder­ landse samenleving.   De rol van de koningin wordt toch door vele politieke partijen bekritiseerd, of het nu om de kosten ervan gaat of om de politieke invloed. Zoals in het schijfdiagram te zien vindt de helft van de partijen (zonder meerderheid in zetels overigens) dat de koningin als staatshoofd afgeschaft moet worden. De meest genoemde argumenten daarvoor zijn de hoge kosten, de politieke invloed (ze hoort neutraal te zijn tijdens bijvoorbeeld de formatie maar is dat volgens velen niet) en de mening dat ze haar ceremoniële functies ook uit kan voeren zonder deel uit te maken van de regering. Ze zou dan een ‘gewone’ burger worden met een gewone baan en die gewoon belasting betaalt.

het stokje nu definitief over aan Prins Willem-Alexander, en zo ja, is hij daar wel klaar voor?  Als de Oranjes een ‘gewone familie’ waren zou er zeker op een andere manier met het nieuws zijn omgegaan. Toevallig is er dit seizoen nog een Nederlander in een on­ geluk terecht gekomen tijdens de wintersport. 26 februari kwam een 51-jarige Nederlander om het leven tijdens een ritje in een skilift. Eenmalig werden er 125 woorden aan gewijd door de Volkskrant. Natuurlijk is dit geen eerlijke vergelijking, we hebben nu eenmaal nog steeds een ko­ ningshuis en dus zijn de leden daarvan per definitie inte­ ressanter dan ‘normale’ Nederlandse burgers. Helaas voor het koningshuis misschien, want Prins Friso zei al eens: "Je mag Alexander wel in elkaar slaan, maar zorg dat hij niet doodgaat, want dan moet ik koning worden."   Judith van der Zweerde

Het Verdrag 5


De wonderlijke dromen van Roderick van Kousebroeck “Ik me schandelijk misdragen in Boedapest?”, vertwijfeld keek Ro in de beschonken ogen van de stropdas. “Ik kan me werkelijk niets meer herinneren van dat hele Boeda­ pest!”. “Ha, dat zou ik ook zeggen als ik jou was, na alles wat je daar gedaan hebt!” En nog voor Roderick een pas­ send antwoord had gevonden toverde de stropdas vanon­ der zijn studentikoze colbertje een editie van ‘the Budapest Times’ te voorschijn. Daar, in het rechter onderhoekje op de voorpagina stond in inktzwarte letters geschreven ‘­ DUTCH STUDENT RUNS NAKED OVER CHAIN BRID­ GE’. “En dan hebben we het nog niet eens gehad over die geile blonde chick van AIESEC, Ro. Ze was sowieso bij Frederik blijven pitten als jij hem niet had wijsgemaakt dat Hongaarse vrouwen smelten voor Stalin-look-a-likes. Verdomd Ro, die arme jongen heeft nog weken met die watervaste markersnor moeten rondlopen!”    “Sorry jongens, we gaan sluiten!” werd er geroepen vanachter de bar, “het is dan misschien nog lang geen tijd, maar er wordt hier weer veel te weinig gezopen”. Morrend liep het kleine kroegje langzaam leeg. “De Nota Bene dan maar?” probeerden enkele, naar het scheen, prominente leden van de vereniging. “Welnee”, antwoordde een meisje, die nog het best te omschrijven viel als een bijzon­ dere kruising tussen Lara Croft en MacGyver, “er is maar één manier om deze avond waardig af te sluiten, de Casa­ blanca!”.  “Het is misschien beter als ik maar eens op huis aan ga, ik heb nog een lange treinreis voor de boeg”, pro­ beerde Ro. “Niks daarvan kakker”, riep de jongen in de gouden sjerp, mister Universe, “we krijgen allemaal nog bier van je, en bovendien loop je al weken op te scheppen dat je zo’n fantastische zanger bent.”     En voor Ro het wist belandde hij volledig tegen zijn zin in Amsterdams spraakmakendste karaokebar; De Casa­ blanca. Geroemd door sommigen, verketterd door velen. Was het niet Kluun hemzelf (toch bij uitstek de ongepaste volkszanger tussen auteurs die wel muziek weten te maken van hun literatuur) die over deze parel aan de Zeedijk schreef: “In karaokebar Casablanca, ergens bij de voordeur, neemt iedere klant afscheid van zijn waardigheid”. En zo was het. Zelfs voor Ro en zijn quasi-serieuze vrienden. Het

6

Het Verdrag

eerste biertje was nog niet besteld, of één van de leden - die zelf overigens zomaar het neefje van Dries Roelvink had kunnen zijn - vroeg de eerste kaskraker van de avond aan; Ademnood. Het duurde nog vijf bier voordat de diskjockey de plaat daadwerkelijk opzette, wellicht omdat hij zich in de tussentijd weemoedig afvroeg wat er in zijn carrière als platendraaier toch mis was gelopen, dat hij in deze tent vol dronken studenten, dwaze Aziaten en wanhopige vrouwen in hun 40-er jaren de stemming er in moest houden.  “Vannacht was heftig, je krijgt van mij een dikke tieeeen”, kreunde Roelvinks neefje door de speakers. Ro stond er op het veel te kleine podium een beetje onzeker naast. Hij was nooit een zanger geweest, en de verleidelijke blik van een gehoede neger die al de hele avond zijn bier opdronk maakte hem er niet zekerder op. Bovendien maakten alco­ hol en zenuwen hem snel misselijk, wat hem een wee ge­ voel in zijn maag opleverde. “ ’k ging voor je lichaam, daarna zou ik wel verder zieeeen, oh yeaah”, het kwam er nog opvallend goed uit. Maar net op het punt dat Ro met zijn nieuwe vrienden luidkeels het refrein wilde inzetten gebeurde het onvermijdelijke. Wat begon met een galant ­ kokhalsje mondde al snel uit in een kotspartij van jewelste. “Je komt in ademnood” klonk het door de kleine zaal terwijl de spetters in het rond vlogen en een stel dronken Britten in midlifecrisis verdwaasd de etensresten van zich af veegden.     "Oh nee heh, niet weer!” stamelde Ro geschrokken in zichzelf. Lara MacGyver probeerde de boel nog te sussen: “Geeft niks joh, dit is traditie bij ons in de vereniging, je weet toch hoe de afgelopen ‘90’s party is verlopen?”. Maar Ro hield het niet langer. Leiden of Amsterdam, hij bleef zichzelf ten schande maken. En terwijl de gehoede dronken neger zijn zinnen verzette naar het neefje van Dries, vluchtte Roderick de bar uit. Weg van de Casablanca, weg van de Zeedijk, weg van Amsterdam, en zo rende Roderick van Kousebroeck de donkere duistere nacht in. Wouter Neef Weet jij hoe de droom van Roderick verder gaat? Dan weet je meer dan de redactie. Mail ons jouw avonturen met Ro en lees ze terug in het Verdrag!    


Bart over de stereotypes van het studeren in Australië, en waarom ze waar zijn.              Ik begon mijn avontuur in Melbourne in een hostel, naïef   denkend dat ik binnen een paar dagen wel een kamer zou hebben gevonden. Dit duurde nét iets langer dan gedacht, maar na twee weken kon ik eindelijk mijn meegebrachte foto’s op mijn eigen muur plakken. Ik deel het appartement met vijf huisgenoten, allemaal van Aziatische afkomst. Nou voel je het stereotype natuurlijk al aankomen: ze zijn stil, alleen maar aan het studeren en verder doen ze niks. Nou heb ik in Amsterdam al ondervonden dat er heus wel leuke, gezellige Aziaten te vinden zijn, dus zo druk maakte ik me niet. Helaas…. wat heb ik mij vergist. Met moeite krijg ik er een Goodmorning uit als we ’s ochtends ons ontbijtje aan het klaar maken zijn, ook heb ik ze nog nooit betrapt op een gezellig avondje uitgaan. Wel zijn veel van hen laat wakker, maar dan óf aan het Skypen met het vriendje in India (wat gepaard gaat met het verheffen van de stem en voor zover ik kan raden beschuldigingen over en weer) óf het spelen van een online spelletje. Mijn ultieme poging om te socia­ lizen was op een zonnige zaterdagmiddag. Maar liefst vier huisgenoten waren thuis toen ik wakker werd, dus ik klopte op de deuren om te vragen wie er mee ging hangen in het park. Uiteindelijk kreeg ik helemaal niemand mee. Mijn grote Indonesische vriend was helaas te druk met het spelen van zijn tovenaarsspelletje en mijn huisgenootje uit India leek het op zich wel leuk, zonlicht en frisse lucht en al dat soort dingen, maar ze was helaas een boek aan het lezen….juist. Hierna heb ik het maar opgegeven.    Stereotype nummer twee: ‘studeren in Australië’. In Nederland kreeg ik al vaak de reactie op mijn reis dat ik helemaal niet van plan was te gaan studeren, ik alleen maar een semester ging feesten en drinken, en dat eigenlijk ie­ dereen daarvoor naar Australië ging. Zelf was ik er nog best van overtuigd dat ik écht ging voor het goede onderwijs, de multidisciplinaire mogelijkheden aan de universiteit, en toegegeven, het weer en de mooie mensen. Na drie weken studeren kan ik daar inmiddels op terug komen. Ik zou bijna zeggen dat de universiteit hier, en met name de inter­ nationale studentenclub, er belang bij heeft om zoveel mogelijk studenten terug naar huis te sturen met een lever­ aandoening. Op ons introductie-surfkamp werd dit al vrij duidelijk. We werden in teams opgedeeld waarmee we het hele weekend opdrachten en spelletjes moesten doen. De eerste avond begonnen we met het spel Amy Winehands. Dit betekent een fles wijn in elke hand, vervolgens worden je handen vastgetaped aan de personen naast je, en moet je

zo snel mogelijk met je team alle flessen wijn zien weg te atten. En dan te bedenken dat dit pas half acht ’s avonds was…. De rest van het weekend was gevuld met een hele hoop opdrachten en spellen, waarvan er bar weinig alco­ holvrij waren. Dit weekend bevestigde echter nog een ander stereotype: de Amerikaanse student. Vooral de 20-­ jarigen gingen aan het begin van de avond helemaal los, denkend dat ze na die fles wijn er makkelijk nog één aan­ konden binnen een kwartier. Een keuze die meestal eindig­ de in iets wat deed denken aan enkele bestuursleden op het commissie-bedankuitje vorig jaar. Vooral de wat conserva­ tievere Amerikanen maakten geen vrienden bij de Europe­ anen, en bevestigde daarmee het stereotype dat er bestaat van Amerikanen. Meest genegeerd werd de pro-Santorum jongen. Vooral de zin ‘I’m gonna be honest, I hate homeless people. I don’t know why we don’t just shoot them’ wordt nog regelmatig aangehaald in mijn vriendenclubje.  Toegegeven, niet alles is zo zwart-wit. Zo maak ik het stereotype van een Nederlander bijvoorbeeld toch niet helemaal waar. Men vindt het nog steeds vreemd dat ik niet blow, want ‘dat is toch gewoon legaal in Amsterdam’. Verder zijn er ook heus wel leuke Amerikanen, die op dat weekend mij heel hard probeerden te overtuigen dat die ene jongen óók in de VS als een debiel wordt gezien. Bo­ vendien ken ik een ontzettend sociaal, feestend en leuk Japans meisje (die weliswaar in zowel Amerika als België heeft gewoond). Vraag het me over vier maanden dus nog maar eens, misschien ben ik dan wel helemaal van mening veranderd. Wie weet ben ik dan zelfs Facebook-vrienden met mijn huisgenoten…   Bart Hoffmann Het Verdrag 7


Muziekiconen Muziek is een vak waarbinnen het ‘in de picture spelen’ sterk naar voren komt. Op allerlei manieren proberen muzikanten fans aan te trekken. Muzikanten met grote aanhang kunnen wel worden gezien als ‘iconen’. Hoe komt het toch dat er bepaalde muzikanten zijn die een grote schare mensen achter zich krijgen? Een uiteenzetting.                                                 commentaar op de huidige muziek en zijn iconen komt Muziekiconen van de jaren 50 tot en met de jaren 90 ‘Muziekiconen’ ontstonden eigenlijk pas echt voor het eerst echter niet alleen van rockers met een midlife crisis. Als je in de jaren 50 van de 20e eeuw. Daarvoor was muziek iets op Youtube zoekt naar het ‘ijzersterke’ nummer ‘Baby’ van wat zich vooral op regionaal niveau afspeelde. Met de onze Canadese vriend met het Playmobilkapsel, de ‘uiterst opkomst van media als de radio en later de televisie kregen getalenteerde’  Justin Bieber, valt op dat dit meer dan 700 muzikanten nationale of zelfs internationale bekendheid. miljoen keer bekeken nummer veel meer stemmen voor ‘­ Elvis Presley, die in dit tijdperk beroemd werd kan worden niet leuk’ als ‘wel leuk’ krijgt. Om het over de commentaren op de video (f*ck you Bieber) nog maar niet te hebben. gezien als één van de eerste muziekiconen.    De opkomst van muziekiconen hangt samen met het   muziekgenre dat in een bepaald tijdperk op een bepaalde Het underground circuit plaats ‘in de mode’ is. In de jaren 60 zag je dat vooral in Waar de discussie zich tot nu toe vooral op de ‘populaire’ Groot Brittannië rock en popmuziek in opkomst was, wat mainstream muziek richt, is het wellicht interessant om ook leidde tot de strijd tussen The ‘poppy’ Beatles en the even de muzikale stromingen te analyseren die meer in het ‘Rocky’ Rolling Stones. Eind jaren 70 kwam de discomuziek underground circuit zitten. In hoeverre kunnen muziekico­ op en raakte Michael Jackson in de mode, evenals Earth, nen ontstaan binnen muziekgenres die weinig aandacht Wind and Fire. In de jaren 80 kwamen de ‘groovy up van de media en de platenmaatschappijen krijgen? Vaak tempo’ nummers in de mode, wat leidde tot artiesten als zijn platenmaatschappijen erg gebrand op de commercie; de Dire Straits en Madonna. Begin jaren 90 werd het rauwer als iets niet commercieel genoeg is willen ze het niet, onge­ met hardrock en grunge artiesten als Metallica, Guns and acht of ze het goed vinden of niet. Genres zoals bijvoorbeeld klassieke muziek en punk krijgen hierdoor weinig kans om Roses en Nirvana. tot het grote publiek door te dringen. De laatstgenoemde   genres kennen echter wel artiesten die een grote schare fans Vanaf de jaren 90 Vanaf eind jaren 90 bleef het domineren van een bepaalde hebben en dus wel als ‘muziekiconen’ kunnen worden muziekstijl uit. In dit tijdperk was ook een nieuw medium gezien. Binnen het klassieke muziekgenre heb je bijvoor­ in opkomst; het internet. Met de opkomst van het internet beeld pianist Wibi Soerjadi en violiste Janine Jansen, binnen werd muziek opeens een stuk makkelijker te verkrijgen. het punkgenre bands als Bloc Party en de Kaiser Chiefs. Hiermee werd het aanbod aan muziekiconen ook meer Hierbij gaat het echter wel om artiesten die uit het under­ divers. Tegelijkertijd nam de hiphop en de invloed van de ground circuit zijn geslopen in de mainstream om aan producers toe, wat tevens leidde tot protesten bij bijvoor­ naamsbekendheid te winnen. Het gaat hier om nationaal beeld oudere rockers. Zij waren van mening dat de authen­ of internationaal bekende artiesten. De vraag is of je ook in ticiteit van de muziek en daarmee samengaand‘echte mu­ het underground circuit kunt blijven en toch een grote sici’ hierdoor verdwenen. Één van deze oudere rockers die schare fans achter je aan kan trekken? sterke kritiek heeft geuit op de huidige muziek is Sting. Hij    Dit lijkt mogelijk te zijn als gekeken wordt naar de band heeft onder andere gezegd dat rock muziek ‘dood’ is. Het REM. Voordat ze met het album Out of Time in 1991 inter­ nationaal succes kregen, waren ze vooral underground actief in de staat Georgia. Toch hadden ze toen al een behoorlijk publiek. Buiten Georgia kende vrijwel niemand ze, maar in Georgia waren ze behoorlijk beroemd en konden ze op allerlei plekken optreden. Een muziekicoon hoeft hiermee zeker niet perse iemand te zijn die iedereen kent. Ook hoeven ze niet mee te gaan met een bepaalde populaire cultuur die op het moment aanwezig is. Een eigen afwij­ kende stijl kan vaak juist helpen om een schare fans achter je aan te krijgen.   Rik Voorter     8 Het Verdrag


Damn it feels good to be a Board Member!

Even zag het er naar uit dat het zou veranderen. De finan­ ciële crisis hakte zich een weg door het bonusbos, en liet niets heel van het glamoreuze bankiersleven. De winsten, de bonussen, de graaicultuur, de feestjes – het stopte.   Voor eventjes dan, want nu zijn de bonussen nóg hoger, de markten nóg instabieler, de Audi’s nóg nieuwer en de feestjes nóg decadenter. Het is niet te stoppen. De rück­ sichtslose, overambitieuze, narcistische en socio-pathische levensfilosofie van de investmentbankers waart als een spook door Nederland. En jammer genoeg is het spook ook in SIB te vinden. Eerst zag ik het zelf ook niet. Het leken zulke lieve jongens. Eerste indruk van Lesley: een aardige jongen die de graai­ ers van de FSA maar niks vond, en zich liever bezig wilde houden met het financieren van persoonlijke ontwikkeling. Eerste indruk van Abbas: stil, maar daarom niet minder gemotiveerd om ooit de wereld van alle onrechtvaardighe­ den te ontdoen. De NewGuys waren toch vooral GoodGuys. Achteraf gezien was ik toen best wel schattig.  De New Guys moesten zich natuurlijk invechten in het bestuur, en de vereniging. Dat ging niet van een leien dakje, vooral omdat er alleen maar appelsap gedronken werd. Dat clashte volledig met het sociaal geaccepteerde alcoholisme van sommige (bestuurs-)leden. Maar het was meer dan alleen drinkgedrag, het was een ware clash of cultures. De Dames hebben hart voor de pu­ blieke zaak, de vereniging, en houden zich vooral aan de klassieke democratische waarde jezelf weg te cijferen voor het goede doel, en, boven alles, noblesse oblige. Voor Lina betekent dat vooral dat ze alle taken die anderen niet kunnen/willen uitvoeren op zich neemt – gewoon, om de boel bij elkaar te houden. De New Guys waren er snel van overtuigd dat er meer uit SIB te halen valt. En gelijk hebben ze, vonden De Dames. Meer inhoud bij diepe gesprekken met een kopje kruiden­ thee op de bank – dat was alles wat de Dames wilden.   Maar daar zagen de New Guys niets in. Lesley vatte al snel een plan op: de Student Investment Bank. Als SIB meer risico zou nemen, bedacht hij, zou er een veel hoger return on investment mogelijk zijn. Zijn eerste actie was het financie­ ren van de Zuid Afrika-reis. Een anonieme econoom en SIB-consultant had daar het volgende over te zeggen: “Het is van de pot gerukt!” Maar dat deerde Lesley niet, zijn enige reactie was: “I’m doing God’s work. Dus die RvA’ers moeten gewoon hun bek houden.”

De Student Investment Bank steeg al snel tot grote hoogten. Er werd druk gewerkt aan een sollicitatietraining, zodat de leden later goed kunnen doneren als ze allemaal binnenlo­ pen. Verder lukte het Abbas geld los te lobbyen bij de UvA om studenten de kans te geven te doen alsof ze de situatie in Somalië gaan verbeteren. Maar eigenlijk zullen ze vooral in pak lopen – en pakken zijn uit zichzelf gewoon goed. Er ontstonden spanningen in het bestuur, omdat de indivi­ dualistische, ambitieuze New Guys zich realiseerden dat een SIB-bestuursjaar toch niet zo indrukwekkend staat op je CV als de reclameposter je doet geloven. Dus regelden de New Guys stages voor zichzelf. Lesley ging aan de slag bij een uitvaartverzekeringsmaatschappij. Lesley vond de Dood & Financiering een gedegen voorbereiding op Goldman Sachs. De Dames reageerden allemaal verschillend. Judith ging vol in de aanval, en liep vooral tegen de New Guys te keffen. Britt stortte zich in de armen van een nieuwe lover, en is sindsdien gediagnosticeerd met smartphoneautisme. Lina probeerde vooral de boel bij elkaar te houden, maar zoals we allemaal weten eindigt het niet goed met PvdAleiders die dat proberen. De reactie van Lesley op de vragen over zijn werkdruk was een minuut van boos gemompel, en het volgende:  “…with their unimpressive 70 hours a week.”    Niettemin weten we allemaal dat Lina de boel uiteindelijk toch bij elkaar gaat houden. Judith zal nog wat cynische opmerkingen maken. Britt zal tussen het sms’en door ook even fel doen. Maar uiteindelijk worden de New Guys gewoon eervol ontslagen, en krijgen ze die vette UvA-be­ stuursbeursbonus. Dan wordt het tijd voor de memoires van het prachtige, intense, ambitieuze jaar in de Board van de Student Investment Bank. Ik weet al wat de titel gaat worden: Damn it feels good to be a Board Member!   Het anonieme SIB-lid Reacties van lezers:   “Eric, leer godverdomme een keer spellen!” - Ayla “Volgens het HR mag dit niet!” – Hans “Muahahahaha! ” – Lesley   “I am at once ashamed and proud.” – Liz, former SIB Board Member

Het Verdrag 9


Iconen over Israël, Iran en de dreigende oorlog Iconen bestaan enkel omdat individuen, weliswaar vaak in groepen, deze creëren. Ze zijn dan ook in sterke mate persoonsgebonden. Mijn vijand kan jouw icoon zijn en andersom. Hitler is niet het grote voorbeeld van de lezers van dit blad, toch was en is hij nog steeds een icoon van velen. Dan is er nog iets wat mij altijd heeft gefascineerd aan het idee van een icoon. Een fictief figuur kan een wereldwijd icoon zijn. Dan doel ik even niet op religieuze fi­ guren, aangezien het fictieve gehalte hiervan in sommige gevallen te betwisten valt. Maar denk aan Frodo, Harry Potter en de Jedi’s in Star Wars. Duizenden mensen over de hele wereld baseren hun leven op de verhalen over deze personages. Voor mij even onvoorstelbaar als fascinerend. Vanuit deze invalshoeken heb ik een viertal iconen ge­ kozen om vervolgens vanuit hun ogen te kijken naar een actueel en groots probleem. Het probleem waar we naar gaan kijken is de dreigende oorlog tussen Israël en Iran. Iran produceert een atoombom, probeert er eentje te produceren of denkt er over na om te gaan proberen er één te produceren. Sommige activisten gaan zelfs zover om te zeggen dat ze er al eentje hebben. Israël en Iran zijn elkaar al sinds lange tijd aan het bedrei­ gen. Nu deze nucleaire ontwikkeling in beeld gekomen is, heeft president Obama zich echter openlijk uitgesproken over zijn betrokkenheid. Op het moment dat deze bom er is, is hij bereid alle middelen die de Verenigde Staten tot haar beschikking heeft in te zetten tegen Iran. Na een der­ gelijke toespraak, voelt het toch alsof de oorlog al om de hoek staat te loeren. Als dan China zelfs nog steun aan Iran betuigt wordt deze dreigende oorlog plots een dreigende wereldoorlog. Met goede hoop zoek ik advies bij vier iconen uit verschillende periodes en plekken van de wereld die hun eigen unieke visie op deze situatie kunnen geven. Iconen behoeven zelden een introductie en dat geldt zeker ook voor deze vier mannen. Aan de tand gevoeld worden: Niccolò Machiavelli, Johannes Paulus II, Osama Bin Laden en Darth Vader.    Ten eerste spreken wij met Niccolò Machiavelli: wat vindt u van de rol die de Verenigde Staten speelt in dit conflict? In mijn ogen is een land wie haar heerser is. U hebt het over de Verenigde Staten, ik zie dit als President Obama. Obama heeft de taak zijn volk achter zich te scharen en vervolgens daar te behouden. Hierin mist hij af en toe de benodigde sluwheid. De aanwezige Israël lobby bezit wel over deze sluwheid en heeft er voor gezorgd dat alle partijen in de

10

Het Verdrag

overheid hen ondersteunen. Obama gebruiken zij als middel om hun doelen te verwezenlijken. Obama is hier­ door ondergeschikt aan zijn elite, een van de grotere risico’s die een heerser kan nemen.    Mocht Obama onder de invloed van deze lobby uitein­ delijk Iran binnen vallen, kan ik geen ander advies geven dan het volgende. Als een heerser republieken verovert waar de vrije burgers gewoon waren om volgens hun eigen wetten te leven, vergeten de ingezetenen de vroegere staatsinrichting nooit. De naam vrijheid zal altijd dienen als voorwendsel voor oproer. Om de heerschappij te be­ houden bestaat er geen zekerder middel dan volkomen vernietiging. Dit is de enige manier om een garantie op macht in de regio te waarborgen. De oorlog in Irak biedt hier het ultieme bewijs voor.     Daarna heb ik ook Johannes Paulus II gevraagd naar zijn visie: wat denkt u dat een eventuele oplossing zal zijn voor dit conflict? Zoals ik al vaker heb gezegd beschouw ik de Joden als onze oude broeders. Het is nu twaalf jaar geleden dat ik in Jeru­ zalem was en het heiligste heiligdom van de Joden, de westelijke muur, aanraakte. Ondanks mijn verbondenheid met Israël en mijn afkeer tegen Iran zie ik een groot belang bij het voorkomen van deze oorlog. Ieder die het nieuwe testament met gepaste nauwkeurigheid gelezen heeft, kent de Bergrede van Lucas. Jezus Christus vertelt hierin dat wanneer u boos wordt, u eerst bij uzelf te rade moet gaan of deze woede wel gerechtvaardigd is - en wanneer er dan reden is om boos te worden, weet dan zeker dat u geen zonde begaat in uw boosheid. Deze Bergrede vertelt ons


duidelijk dat pacifisme het enige juiste pad is.    Helaas ligt niet ieders hart bij geweldloosheid. Wij moeten dan ook ons uiterste best doen degene die oorlog als oplossing ervaren het tegendeel te bewijzen. Gedurende mijn pausschap heb ik de eenwording van Europa altijd als een allerbest middel gezien voor conforme zaken. Ook hier kan een tactisch sterk Europa dat als één front haar invloed uitoefent de oplossing bieden. Tot mijn grote teleurstelling is de eenwording van Europa niet zo ver gevorderd als ik graag had gezien. Toch geloof ik dat zij een deel van de oplossing kunnen brengen. Dat de Iraanse banken zijn af­ gesloten van de westerse economie is een goed begin. Vanuit hier kan de weg naar een vredelievende oplossing wellicht gevonden worden.     Vervolgens was ook Osama Bin Laden bereid om zijn verhaal te doen over deze dreigende oorlog: hoe denkt u dat dit conflict zal verlopen? Zowel Iran als de joden zijn vijanden van de Islam. Alleen een grootschalig conflict als ditkan beide landen zodanig verzwakken dat de ware Islam zal zegevieren. Hierdoor zal het huis van de vrede ontstaan in deze complete regio en zal de Ummah eindelijk verenigd zijn. Het glorieuze Islami­ tische Kalifaat zal weer regeren over alle volkeren van het boek.     Tot slot heeft Darth Vader vanuit een diep verleden en een sterrenstelsel hier ver vandaan ook een kijkje genomen indit aardse conflict. Ik vroeg hem hoe hij tegen dit conflict aankijkt. Iran wordt door velen weg gezet als de boosdoener in het verhaal. Mijn persoonlijke verhaal moet mensen toch ge­ leerd hebben dat in al het slechte ook goedheid zit. Iran is niet enkel een radicaal fundamentalistische staat. Een klein

deel van de bevolking is seculier, goed opgeleid en zelfs verlicht. Dat de natie Iran, Israël het licht in de ogen niet gunt, betekent niet dat hetzelfde geldt voor al haar inwo­ ners. In het geval dat Israël en de Verenigde Staten, Iran binnen vallen, zal dit echter een heel ander verhaal worden. Daarnaast is het verre van zeker dat Iran de aanval op Israël zal openen op het moment dat zij over kernwapens be­ schikt.    Strategisch gezien staat Israël in haar eentje erg zwak. Israël wil vijf Iraanse doelen uitschakelen. Dit is hun meest optimistische plan, waarmee ze het nucleaire programma van Iran zullen verzwakken, maar zeker niet vernietigen. Er zijn waarschijnlijk minstens honderd gevechtsvliegtui­ gen met loodzware bommen voor nodig, mogelijk gevolgd door een rakettenregen. In het geval dat de VS echt met al haar middelen aan boord is, is de kans groot dat Iran dit niet aan kan. Dan is de vraag of het daarbij ophoudt. Wat als Saoedi- Arabië een kernwapen wil ontwikkelen? Gaat men deze staat dan ook proberen te vernietigen? Denkt Israël voor altijd de enige te blijven in haar regio die over kernwapens mag beschikken? De grootste hoop die Iran, en misschien zelfs de gehele regio heeft, is dat de VS zich er militair buiten houdt. Israël zal dan moeten hopen dat de huidige economische sancties Iran zullen weerhouden van verdere uraniumverrijking. Op deze manier wordt er een zekere oorlog voorkomen en kan de hoop nog bestaan dat Iran, indien zij wel kernwapens ontwikkelt, deze alleen gebruikt als dreigmiddel.      Heleen de Hoog                                                                                                                             

Het Verdrag 11


"In my country, we go to prison first and then become President" Wanneer je mij vraagt, ‘waar denk je aan bij het land ZuidAfrika?’, zal ik waarschijnlijk na de voorspelbare antwoor­ den ‘de zon, de geuren, de dieren, de mensen, de zee, het bier’ vrij snel komen met iets over de rassenscheiding, de ongelijkheid in welvaart tussen de blanke en zwarte bevol­ king, Apartheid, of simpelweg: ‘Mandela’. Hét icoon van het land, sinds jaar en dag. In 1918 geboren in een klein dorpje waar zijn vader de chief was, studeerde Nelson Rolihlahla Mandela in 1942 af als,meester in de rechten aan de universiteit van Witwatersrand.Twee jaar later sloot hij zich aan bij the African National Congress (ANC), een poli­ tieke groepering die in 1912 werd opgericht in Bloemfon­ tein om de belangen van de zwarte bevolking te behartigen. Mandela was betrokken bij het verzet tegen de regerings­ partij the National Party, die een beleid van Apartheid voerde. Tussen 1956 en 1961 stond hij daarom terecht vanwege zijn vermaande bedrog en in 1961 werd hij, een jaar nadat de ANC in 1960 officieel verbannen was uit de politieke arena, vrijgesproken. Een jaar later was het echter weer raak: Mandela had binnen de ANC opgeroepen tot de formatie van een militaire tak, Umkhonto we Sizwe,  die gewelddadige tactieken zou toepassen om de ideeën van de ANC te verspreiden en een betere positie binnen de Zuid-Afrikaanse politiek te bewerkstelligen. Dit werd niet met open armen ontvangen door de regering en in 1964 werd Mandela uiteindelijk veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf, en werd naar  Robbeneiland verscheept. Hier heeft hij tot 1982 opgesloten gezeten, tot hij in 1982 naar een gevangenis bij Kaapstad werd verplaatst.    Terwijl Mandela in de gevangenis zat, werd hij steeds bekender en populairder. Hij werd in Zuid-Afrika door velen gezien als de belangrijkste zwarte leider van het land en al snel was hij een sterk symbool van verzet. De anti-

12

Het Verdrag

Apartheidsbeweging was groeiende en werd steeds ster­ ker. Mandela bleef trouw aan zijn politieke achtergrond: hij heeft nooit zijn politieke positie willen opgeven, ook niet toen duidelijk werd dat het ontkennen van zijn betrokken­ heid bij de ANC hem zijn vrijheid zou kunnen opleveren. In 1990 werd Mandela vrijgelaten, zoals in zo’n beetje alle landen ter wereld live op tv te zien was. Hij pakte meteen zijn politieke agenda weer op, en streed verder. Dit heeft er uiteindelijk toe geleid dat Mandela in 1991 verkozen werd tot de directeur van het ANC. In 1993 won Nelson Mandela, samen met Frederik Willem de Klerk, de Nobel­ prijs voor de Vrede vanwege hun “inspanningen voor het vreedzaam einde van het apartheidsregime en het leggen van de funderingen voor een nieuw democratisch ZuidAfrika”.    Onlangs is Mandela gedurende een weekje in het zieken­ huis opgenomen. De massale media-aandacht waarmee op deze ‘bijzondere’ gebeurtenis (de beste man is inmiddels al 93, op die leeftijd kan het niemand toch verweten worden als je een beetje met je gezondheid kwakkelt) gereageerd werd, geeft aan hoe populair Mandela nog steeds is. Ge­ lukkig heeft deze inspirerende man het ziekbed inmiddels weer verlaten en geniet hij thuis van zijn oude dag. Wel moest hij door zijn ‘aanhoudende buikklachten’ het eeuw­ feest van de ANC missen afgelopen januari. Het honderd­ jarig bestaan van de partij werd enigszins overschaduwd door zijn afwezigheid én door de problemen waar de rege­ ringspartij mee kampt: volgens critici is er dringend behoef­ te aan vernieuwing binnen de partij en naast interne ver­ deeldheid heeft het ANC ook last van corruptie en vriend­ jespolitiek. Ook betichten velen de partij van een groeiend elitarisme. Kansen om dit tegen te spreken zijn tot nu toe weinig benut: het eeuwfeest begon met een golftoernooi, gevolgd door een galadiner en een groot feest in een grote arena. In een toespraak erkende president Jacob Zuma dat de partij wordt geplaagd door tweedracht en ''politieke demonen''. Hij beloofde de ''kernwaarden'' van het ANC te herstellen, de verdeeldheid te stoppen en de politieke dis­ cipline te versterken. Onder het bestuur van het ANC is ook een nieuwe zwarte middenklasse naar boven gekomen. Dit belooft veel goeds: wellicht is de modernisering van het ANC nabij. Een delegatie van SIB Amsterdam gaat komen­ de zomer naar Kaapstad, Zuid-Afrika. Wellicht dat we na deze reis en een bezoek aan het partijkantoor van het ANC kunnen vertellen over de geslaagde vernieuwing van de partij.   Tanja van der Zweerde


Durkheim duikt onder; verzetsverheerlijking vanuit sociolo­ gisch perspectief “Als de Tweede Wereldoorlog nu was, dan had ik zeker weten bij het gewapend verzet gezeten, maar jullie twee denk ik niet!” Wij, drie piepjonge bruggers, zaten nog maar een half jaar op de middelbare school toen de stoerste van ons groepje deze woorden uitsprak tijdens een besneeuwde wandeltocht naar school. We waren maar wat blij met zo’n stoere kameraad, want we wisten dat sneeuw betekende dat we traditiegetrouw zouden worden ingezeept door de grote jongens, bij de ingang van de school. Daar aangekomen gebeurde het onvermijdelijke, maar terwijl wij tweeën strijdend en bloedend ten onder gingen, ontbrak van onze verzetsheld elk spoor... Met de vriendschap was het daarna snel gedaan, maar het voorval is me altijd bijgebleven en sindsdien wantrouw ik eenieder die zich voordoet als potentieel verzetsheld. Toch valt het op dat verzetshelden in Nederland tot de verbeel­ ding blijven spreken. Het bekendste voorbeeld is natuurlijk de verering van Erik Hazelhoff Roelfzema, beter bekend als ‘Soldaat van Oranje’. Behalve het boek worden we ge­ acht elk jaar naar de blonde (en overigens niet representa­ tieve) lokken van Rutger Hauer te kijken en zij die nog niet bij de musical zijn geweest zijn geen haar beter dan de landverraders van weleer. Maar deze verering speelt ook dichterbij huis. In mijn omgeving had vrijwel iedere leef­ tijdsgenoot een opa, oma of oudoom die in het verzet ge­ zeten had. De kleurrijke manier waarop zij over hun fami­ lieleden vertelden deed de indruk wekken dat opa en oma er hoogstpersoonlijk voor hadden gezorgd dat de slag ge­ wonnen werd.    Maar hoe dicht zitten deze verheerlijkende verhalen nou eigenlijk bij de waarheid? In een interessant artikel van de directrice van het NIOD[1], prof. dr. M.J. Schwegman, werpt zij een genuanceerder beeld op van Nederlands be­ kendste verzetshelden Erik Hazelhoff Roelfzema en Gerrit Jan van der Veen.[2]  Zo stelt zij dat Roelfzema en zijn Leidse kameraden in de jaren vlak voor de oorlog maar weinig interesse toonden in de oorlogsdreiging. Zolang het bier aan het Rapenburg bleef vloeien was er weinig om je zorgen over te maken. Toen de oorlog daadwerkelijk uit­ brak, zo stelt Schwegman, was Roelfzema’s keuze voor het verzet niet zozeer een ideologische, maar vooral gefun­ deerd op de drang naar een nieuw avontuur.[3] Illustratief is ook het beeld dat Schwegman van van der Veen schetst. Weliswaar werd van der Veen geroemd om zijn tomeloze moed en charisma, zijn drugsgebruik en vermeende bisek­ sualiteit worden in de grote verhalen veel minder sterk belicht.[4]    Het bovenstaande laat zien dat, hoewel Nederlandse verzetshelden moed toonden op het juiste moment, zij bovenal gewone mensen waren. Dit doet de vraag rijzen wat de reden is achter onze behoefte om helden van weleer te verheerlijken. Deze vraag laat zich moeilijker beantwoor­ den, en ik moet bekennen dat verschillende perspectieven tot verschillende waarheden kunnen leiden. Desalniette­ min een dappere poging vanuit sociologisch perspectief:

 De u welbekende socioloog Émile Durkheim beschreef in zijn vroeg academische carrière een overgang in de samen­ leving; van een mechanische naar een organische solidari­ teit. Kort gezegd beschreef deze visie dat moderne maat­ schappijen doormiddel van een te ver doorgevoerde ar­ beidsverdeling niet langer persoonlijk gebonden waren, maar nog slechts contractueel (zoals elk orgaan zijn eigen losse functie heeft in het geheel). Kocht u vroeger uw brood bij de buurman, nu koopt u die bij de onpersoonlijke Albert Heijn. De drang naar solidariteit blijft echter even sterk, waardoor er een behoefte ontstaat naar nieuwe symboliek die als lijm van de maatschappij kan dienen. In de visie van Durkheim speelde religie hier een cruciale rol; de kerk als collectief bindmiddel.[5]    Het is goed voorstelbaar dat in tijden waarin de kerk aan macht verliest symbolische solidariteit op een andere ma­ nier wordt geuit. Nu wij de medewerkers van de Albert Heijn niet persoonlijk kennen, hechten we des te meer waarde aan Harry Piekema, die kale kruidenier van de Albert Heijn reclames. Deze nieuwe vorm van het beleven van solidariteit in een organische samenleving uit zich even goed in de hysterie rond een eventuele Elfstedentocht, de wedstrijden van Oranje maar ook de collectieve verering van verzetshelden. Hierbij gaat het dan niet langer om de persoon in kwestie, maar slechts om het collectief beleven van dit proces. De verzetsheld is dan belangrijker gewor­ den als zijnde een symbool dan als individu. Of Nederland werkelijk zulke helden kan voortbrengen als de verhalen doen vermoeden weten we alleen in tijden van een nieuwe bezetting, die er hopelijk nooit zal komen. Tot die tijd wacht ik echter met smart tot ik mijn oude verzetsvriendje tegen­ kom bij een dik pak ijskoude sneeuw.    Wouter Neef

1. Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie 2. Schwegman, M.J. (2008), “Waar zijn de Nederlandse verzets­ helden?” Van der Lubbelezing, NIOD. 3. Idem, p. 8. 4. Idem, p. 2. 5. Zie ook Eriksen, T.H. & Nielsen, F.S. (2001), A History of Anthropology, London: Pluto Press, p. 29-32.

Het Verdrag 13


Bestuurscolumn: Internationale kledij en SIB Naast mijn tijdsbesteding aan SIB-Amsterdam, houdt een stage in de advocatuur mij van de straat. Je kent de types vast: straks in 't pak en goan! Op vrijdag is het bij mij op kantoor anders. In ieder geval wat het eerste aspect betreft. Het is dan Casual Friday op kantoor. Casual Friday is een trend die is overgewaaid uit Amerika/Canada en houdt in dat casual kleding gedragen wordt en jasje-dasje uit den boze is. Voldoende aanleiding om even stil te staan bij in­ ternationale kledij en onze SIB. Het begon in Leiden. Dresscode op de Japanse Tafel Avonden was ‘Tenue de Ville’. Deze Franse benaming staat voor stadskleding en de dresscode geldt bij ontvangsten en recepties en andere in­ formele feesten en aangelegenheden. Ik kende deze dresscode nog niet, maar het paste goed bij de sfeer aldaar en was uitermate geschikt gedurende de informele ge­ sprekken met diplomaten. Een goede keuze dus van onze zustervereniging.    Esthetische details bij kleding zijn ook van belang. Ge­ dacht kan worden aan de das en allicht nog meer aan de das-knoop. De heren van het bestuur hebben wat onenig­

Quiz – Iconen 1) Van wie is dit citaat? “I am not a liberator. Liberators do not exist. The people liberate themselves.” A. Martin Luther King B. Che Guevara C. Nelson Mandela D. Karl Marx   2) Waar werd Martin Luther King doodgeschoten? A. The Lorraine Motel B. The Alta Cienega Motel C. Motel Mississippi D. The Balcony Motel   3) Wanneer werd de hit "Thriller" van Michael Jackson uitgebracht? A. 1983 B. 1985 C. 1986 D. 1984   4) In welke staat was Barack Obama tussen 2003 en 2008 senator? A. Indiana B. Illinois C. Ohio D. Missouri

14

Het Verdrag

heid over welke knoop nu gehanteerd moet worden, de Italiaanse (Cravatta annodata con il nodo semplice) of de En­ gelse (-al dan niet halve- Windsor). Enige compromissen blijken (nog) niet te zijn gesloten, maar aan het eind van het jaar –zo verwacht ik- zal dat wel anders zijn. Voorlopige uitkomst op dit moment: er bestaat een verschil tussen de advocatuur en de accountancy wereld en dus ook in de kledingetiquette.  Komen we terug bij het onlangs gehouden SIB 90´s Feestje! (waar ik me overigens niet heel erg veel meer van kan herinneren) in Sociëteit Pylades. Jaren 90 en Nederland houdt in dat we gaan van casual Friday, Tenue de Ville, de Italiaanse en Engelse knoop terug naar het trainingspak en de Maxies. Een klein, nee toch eigenlijk zeer groot verschil.    Kortom dit was even een bewustmaking over hoe inter­ nationaal de mensen om je heen eigenlijk gekleed kunnen gaan. Ben benieuwd naar wat nog gaat volgen!   Abbas Ali Hyder       5) Welk schilderij is niet van Leonardo da Vinci? A. Mona Lisa B. The Last Supper C. The Last Judgment D. Virgin on the Rocks   6) Met welk dier vergelijkt Socrates zichzelf? A. Paard B. Uil C. Varken D. Horzel   7) Wanneer is Frank Sinatra geboren? A. 27 Juli 1910 B. 3 Oktober 1900 C. 12 December 1915 D. 15 Augustus 1930   8) Voor welke film ontving Audrey Hepburn haar eerste en enige oscar voor beste actrice?  A. Roman Holiday B. Dance With Me C. Dutch in Seven Lessons D. How to Kill a Mockingbird  


Het Verdrag 15


Indien onbestelbaar retour: Nieuwe Achtergracht 170, 1018 WV Amsterdam

16

april 2012  

Het Verdrag, verenigingsblad SIB-Amsterdam. Uitgave april 2012.