Page 1

TUIN VAN HET IJ Een stadspark op de noordoostelijke IJ-oever


Colofon

Afstudeeropdracht: masterplan en detailuitwerking Auteur: Shera van den Wittenboer Begeleiders: Adrian Noortman, Renzo Veenstra, Ivar Branderhorst, Henk Schuitemaker en Cees Zoon In opdracht van Hogeschool Van Hall Larenstein, 2012-2013


samenvatting

Tuin van het IJ Een stadspark op de noordoostelijke IJ-oever Amsterdam heeft een grote verstedelijkingsopgave. Binnen de komende 30 jaar moeten zo’n 50.000 woningen worden gebouwd om aan de blijvende vraag te kunnen voldoen. Ondanks de crisis groeit de stad nog steeds en er is voldoende reden om aan te nemen dat dit zo blijft. Een groot deel van het succes van Amsterdam als populaire vestigingsstad zit ‘m in het feit dat openbaar groen altijd in de buurt is. De scheggenstructuur zorgt ervoor dat het zelfs vanuit de hoogstedelijke kern mogelijk is om binnen no-time te ontsnappen uit de versteende stad.

Verdichting De gestelde woningopgave moet zoveel mogelijk binnen het bestaande stedelijke weefsel opgelost worden. In de nota ruimte is immers afgesproken dat we het landelijk buitengebied zoveel mogelijk sparen. Stedelijke verdichting betekent dat we toe moeten naar hoogstedelijke bebouwingsdichtheden. De hoogte in, in plaats van in de breedte uitbreiden. Grondgebonden woningen die niet meer voldoen aan de huidige maatstaven slopen om er etagewoningen voor in de plaats te bouwen. Intensivering groengebruik Hoe meer woningen er zonder tuin worden opgeleverd, hoe groter de behoefte wordt aan alternatieven voor een tuin. De druk op het openbare groen wordt groter. Het gaat dan niet zozeer om kwantiteit,

maar vooral om kwalitatief groen. Het moet van betere kwaliteit zijn om te voldoen aan de vraag. Gevarieerder, een rijker programma, een betere aansluiting van beheerniveaus aan gebruik. Altijd groen in de buurt Een groot deel van het succes van Amsterdam als populaire vestigingsstad zit ‘m in het feit dat openbaar groen altijd in de buurt is. De scheggenstructuur, waarbij (semi) natuurlijke zones als groene longen vanuit het buitengebied tot diep in het stedelijk weefsel zijn ingebed, zorgt ervoor dat het zelfs vanuit de hoogstedelijke kern mogelijk is om binnen no-time te ontsnappen uit de versteende stad. Onbenutte potenties De huidige scheg, de Schellingwouderscheg, bestaat uit een serie groengebieden (Vliegenbos, Rietland, Schellingwouderbreek en volkstuinen) die op zich robuust zijn en op de kaart weliswaar aaneengesloten, maar geen onderlinge samenhang hebben, niet goed genoeg ontsloten zijn en die relatief slecht bezocht worden. De volledige potentie wordt daarom niet benut. Deze robuuste groene zones zijn bovendien omsloten door wijken met grondgebonden woningen. Dit verklaart deels de lage populariteit. De grootste groenvraag is namelijk doorgaans vanuit hoogstedelijke gebieden, de tuinloze etagewoningen, waar de bewoners voor hun portie groen afhankelijk zijn van het openbare groen. Zwaartepunt verplaatsen naar het IJ Wanneer het zwaartepunt van het groen wordt verschoven naar het hoogstedelijke gebied (met name het oostelijk havengebied en het te transformeren noordoostelijk industriegebied), de toegankelijkheid verbeterd wordt richting hoogstedelijk gebied (middels een extra pontverbinding) en de aanwezige kwaliteiten (cultuurhistorie, uitzicht op het IJ, indus-


trieel erfgoed) maximaal ingezet worden, dan ontstaat de kans om de groengebieden op zo’n manier aaneen te smeden dat een potentieel populair park onstaat. In combinatie met de verdichtingsopgave wordt de reikwijdte alleen maar beter. Vergelijking andere stadsparken Een vergelijkend onderzoekje naar succesvolle parken in de regio Amsterdam blijkt dat de noordoostoever bijzonder veel potenties heeft om zich te ontwikkelen tot een populair stadpark. In de huidige situatie is de reikwijdte nog niet voldoende. Het gebied is nog niet volledig ingebed in het hoogstedelijke weefsel. Maar daar zal de komende jaren wel verandering in komen. Omliggende gebieden, zoals het Hamerstraatgebied en Zeeburgereiland transformeren langzaam tot hoogstedelijke landschappen. Langzame transformatie Dit gebeurt niet van vandaag op morgen, maar zal, zeker nu de kredietcrisis nog zwaar op de maag ligt, in een langzaam tempo verlopen. De ontwikkelingen op de noordoostoever mogen daarom net zo langzaam mee ontwikkelen. Door het gebied steeds een beetje toegankelijker en beleefbaarder te maken, door het onderdeel te laten zijn van het stedelijk weefsel. Volop inzetten op veranderingen is niet nodig en bovendien niet haalbaar. Er is een gefaseerd plan nodig dat synchroon loopt met de verdichtingsopgave. Steeds als er weer een stap gemaakt kan worden, wordt die genomen. De ontwikkeling gaat uit van potentieel interessante locaties, zgn. hotspots en de verbindingen daartussen. Ontwikkelingen worden zoveel mogelijk gecombineerd met andere vraagstukken, zoals waterveiligheid, ecologie en het verhogen van gebruiksmogelijkheden. De keuze welke hotspot of route eerst wordt ontwikkeld, kan afhangen van de beschikbare financiële

middelen en urgenties. Wachten op kansen Op dit moment is de realisatie van een stadspark aan de oever nog niet aan de orde. De oever is namelijk nog bezet. Reeds lang geleden gevestigde bedrijven als Draka en Albemarle zijn niet van plan om op korte termijn te vertrekken. Zolang dit niet gebeurd, staan een aantal fases van het plan ‘in de koelkast’. Dat is niet erg. Zolang er niets verandert, blijft de oever namelijk bewaard en wordt in de tussentijd ook niet opgeslokt door de woningopgave.


INDEX HOOFDSTUK 01

HOOFDSTUK 02

HOOFDSTUK 03

INLEIDING

ANALYSE

VISIE & CONCEPT

01

07

13

HOOFDSTUK 04

HOOFDSTUK 05

HOOFDSTUK 06

MASTERPLAN

VERDIEPING

DEELUITWERKING

15

29

31

BIJLAGE

GEBRUIKTE

PLANKAARTEN

LITERATUUR

75


01 INLEIDING

De aanleiding voor de opgave

De enige, nog niet bebouwde IJ-oever met groene potenties dreigt te worden ‘opgeslokt’ door de woningopgave. En dat terwijl de vraag naar kwalitatief groen juist toeneemt bij verdichting. In Amsterdam is het parkbezoek populairder dan ooit en neemt, in tegenstelling tot de landelijke trend, alleen maar toe.

In Amsterdam Noord geldt een helder motto. ‘Hier wordt gewoon gewerkt’. Die no-nonsense instelling heeft geleid tot een werklandschap zonder poespas. Stoere installaties, scheepswerven en grote loodsen bevolken de IJ-oevers. Dit vormt een bijzonder contrast met de zuid-oevers van het IJ. Daar is elke vierkante meter volgebouwd en liggen de oevers in de schaduw van hun eigen hoogbouw. De bewoners van die enorme panden kijken uit over de overkant, die industriële oever die baadt in zonlicht en ook nog eens heel groen is. Nog meer verschillen? Jawel! Zo heeft de zuidoever een vierkante meterprijs die er niet om liegt, terwijl aan de overzijde panden leegstaan. En het enige dat er tussen ligt is het IJ, dat op het smalste deel slechts 220m breed is. Het IJ heeft, ondanks dat de overkant zo dichtbij is, heel lang gefungeerd als een scheidslijn tussen Amsterdam Noord en Amsterdam Zuid. Noord was niet populair. Sinds een jaar of tien is daar verandering in gekomen. Met de ontdekking en in gebruik name van vrijplekken als de NDSM-werf, waar vrijwel niets onmogelijk is, trekt Noord steeds meer kunstenaars en creatieve bedrijven over het IJ. Deze populariteit zet zich door in de ontwikkeling van Overhoeks. Deze ‘wijk’ probeert een andere doelgroep te bereiken en zet in op luxe appartementen met een extreem hoge vierkante-meterprijs. Het project is gestart voor de crisis begon. Nu deze roet in het eten gooit, moet het project reeds herontwikkeld worden, voordat de bouw goed en wel gestart is. Een pas op de plaats, maar vermoedelijk wel een tijdelijke. Woningopgave Om de woningmarkt wat te verlichten, moet Amsterdam de komende jaren zo’n 50.000 woningen gaan bouwen. In de nota ruimte is beslist dat deze woningopgave vrijwel geheel binnen de huidige con-

1

inleiding

touren van de stad moet worden opgelost. Het buitengebied moet gespaard blijven. Momenteel zijn er nog veel bouwlocaties die eerst aan de beurt zijn, zoals Overhoeks, de Zuid-as, IJburg en Zeeburg die reeds (her)bestemd zijn en vaak zelfs al bouwrijp gemaakt. Voor Noord bestaat de totale woningbouwopgave over de komende 30 jaar uit 23.450 woningen. Noord heeft momenteel een woningbestand van krap 40.000 woningen. Dat betekent dus een aanzienlijke vergroting van het aantal woningen. Die woningen zullen ergens geplaatst moeten worden. Structuurvisie 2040 In de structuurvisie Amsterdam 2040 wordt gesproken over 4500 woningen die geplaatst zullen moeten worden op de noordoostelijke IJ-oever. Die oever is momenteel nog in industrieel gebruik. Grote terreinen, zoals die van Albemarle (chemische industrie) en Draka (kabelmaatschappij), worden op de kaart ‘bestemd’ als woon/werkgebied. Hoewel er nog geen serieuze signalen zijn dat één van deze bedrijven op korte termijn zal verhuizen naar een andere locatie, ligt het toch in de lijn der verwachtingen dat dit komende jaren gaat gebeuren. De noordoostoevers bieden geen groeimogelijkheden meer. Ook bedrijven als Shell hebben hun plek verlaten om zich te vestigen in het westelijk havengebied. Het is dus niet zo gek om met een dergelijk scenario rekening te houden. Potenties van de oever Maar dan komt de vraag: is het opvullen van eventueel vrijkomende terreinen met de woningopgave de meest logische en wenselijke stap? Juist nu de crisis ons vraagt om een pas op de plaats te maken, ontstaat er ook de kans om andere richtingen te verkennen en ons af te vragen of het simpelweg volbouwen van de oevers niet voorbij gaat aan de vele potenties die deze zonnige, groene IJ-oever te bieden heeft. Niet alleen het groene, nog vrij onbedorven karakter zijn waardevolle kenmerken, ook de grote cultuurhistorische, haast museale waarde en de recreatieve mogelijkheden bieden kansen. Wanneer we de potenties goed weten te verzilveren, kan de oever een grote betekenis krijgen binnen het metropolitane landschap.


1.1 Structuurvisie 2020-2030: Het Hamerstraatgebied wordt ontwikkeld. Oranjewerf en het naastgelegen industriegebied worden zoekgebieden. 1.2 Structuurvisie 2040+: Het terrein van Albemarle en de aangelegen industriezone worden ontwikkeld tot woon/werkgebied met een woningopgave van 4500 woningen.

TUIN VAN HET IJ DE INLEIDING

1.3

1.2

01

1.1

1.3 Zicht op KNSM-eiland en de Oranjewerf vanaf het oeverpark bij Schellingwoude op de noordoost-oever

inleiding 2


PLANGEBIED

Ligging, afbakening en context

De Waterlandse Zeedijk, het IJ en het IJmeer vormen de ruggengraat van het plangebied. Het onbedorven karakter en de grote cultuurhistorische waarde geven een prachtig beeld van de ontstaansgeschiedenis van Amsterdam en zowel de strijd tegen als binding met het water.

3

inleiding

Rond negentienhonderd werden ten zuiden van de Waterlandsezeedijk flinke stukken van het IJ ingepolderd. Aanvankelijk voor agrarisch gebruik, maar al snel voor watergerelateerde industrie en scheepsbouw. Deze droogmakerijen werden opgehoogd met baggerslib uit de binnenstad en kanalen. De oude buurgemeenten Nieuwendam, Buiksloot, Nieuwendam, Zunderdorp, Ransdorp en Schellingwoude gingen op in Amsterdam Noord. Het dorpse karakter is hier en daar bewaard gebleven. Begin van de 20e eeuw werd gestart met de aanleg van de tuinsteden en volkstuinen. Noord is het groenste stadsdeel van Amsterdam, met negen parken en grenzend aan open landschap. Het groene veenweidegebied van landelijk Noord loopt via groene scheggen naar het IJ. Vanaf de jaren zeventig trekt grootschalige industrie de stad uit. De teloorgang van de scheepswerven ADM en NDSM leidde een moeilijke tijd in voor Amsterdam Noord. De huizenmarkt van Noord is veelzijdig: van enorme flatgebouwen tot rustieke dijkwoningen, drukke punten en zeer rustige plekken. Het IJ is samen met de Amstel het belangrijkste landschappelijke element van Amsterdam. Nu de transformatie van de zuidelijke IJ-Oevers flink op gang is, richt de stad de blik naar de noordoever van het IJ.

De ontwikkeling van de noordoevers heeft zich aan de westkant, Overhoeks en Havenstad, volop ingezet. De noordoostelijke kant blijft echter wat achter. Een totaalvisie of een transformatieplan ontbreekt. Deze oever wordt in deelgebieden benaderd, zo wordt het Hamerstraatgebied momenteel herontwikkeld, terwijl er juist in het gebied als totaliteit een grote kwaliteit schuilt. Het best bewaarde geheim Dit gebied is misschien wel het best bewaarde geheim van Amsterdam. Het is een beetje ontoegankelijk, dikwijls afgeschermd met hekken. Grote bedrijven als Albemarle en Draka houden het gebied min of meer op slot, maar dat is ook een zegen. Het heeft het gebied nl. bespaard van grootschalige ontwikkelingen. Zulke onbedorven gebieden, zo dicht bij het centrum van de hoofdstad, vind je zelden. Je moet er wel wat moeite voor doen, maar als je op zoek gaat, vind je hier de charmantste plekken. Plangebied Het plangebied richt zich dan ook op dit noordoostelijke deel van de IJ-oever. De Waterlandse Zeedijk is een historische lijn in het landschap van Amsterdam-Noord. Deze dijk is onderdeel van het gebied en vormt, samen met het IJ, de ruggengraat van het plangebied. De afbeeldingen 1.4 en 1.5 laten het plangebied zien, de eerste in de context, de tweede meer begrensd. Begrenzing De gekozen begrenzing is niet ‘hard’. Omliggende natuurgebieden of woonwijken zullen in de planvorming betrokken worden om deze beter te kunnen verweven met het te ontwerpen landschapspark. Waar ecologische verbindingen kunnen worden gemaakt, wordt hier gebruik van gemaakt. Waar routing en bereikbaarheid van en naar omliggende gebieden aangepakt moet worden om de toegankelijkheid van het gebied te verbeteren, wordt ook over de grenzen van het plangebied gekeken. Dit geldt ook als dit voor het oplossen van de wateropgave wenselijk is.


1.4 Het plangebied in de context. Een groene lob (of scheg) die tot ver in het stedelijk gebied naar binnen steekt en naar het buitengebied uitloopt in Waterland, een bijzonder veenweidegebied. 1.5 Het plangebied sterkt zich uit van de punt bij het Wilhelminadok (tegenover CS) tot aan de meest oostelijke punt van Waterland, bij Marken. Niet alle delen zullen even intensief getransformeerd worden. De nadruk van de ontwikkelingen ligt op het transformatiegebied rond het terrein van Albemarle. De Diemerscheg maakt uitsluitend onderdeel uit van het plangebied ivm. ecologische en recreatieve verbindingen, maar zal verder niet herontworpen worden.

TUIN VAN HET IJ INLEIDING

1.6

1.5

01

1.4

1.6 Luchtfoto van een deel van het plangebied waarop de groene oeverzichtbaar is (bron: Google)

inleiding 4


Een bijzonder contrast: de zuidoever is extreem hoogstedelijk. Er staat vrijwel uitsluitend hoogbouw. Massieve blokken, die de kade in de schaduw zetten. De overzijde, de zonnige noordoever, heeft een heel ander karakter. Stoere installaties en industrieel erfgoed staan hier ingebed in een groene omgeving die naadloos overloopt in het cultuurhistorische landschap van Waterland. Het gebied vertelt de geschiedenis van Amsterdam en de nauwe binding met het water. De watergebonden industrie en oude scheepswerven in het buitendijkse gebied, de zeedijk, het Waterland met scheuren in de veenlaag, de vele ontwateringskanalen, doorbraken. Waardevolle relicten uit het verleden.

5

inleiding

Weidsheid van het IJ De vergroening van de oever gaat geleidelijk en loopt synchroon met de verbreding van het IJ. Hoe breder en weidser het IJ, hoe groener de oever. Bij Schellingwoude is de vooroever recentelijk ingericht als oeverpark. De hoge waterstand en relatieve onbekendheid bij het grote publiek voorkomt dat dit gebied platgetreden wordt. Misschien moet dat wel gewoon zo blijven? Cultuurhistorische waarden De Waterlandse Zeedijk is een cultuurhistorische parel. Hoewel de zeedijken, die Amsterdam ooit moesten beschermen tegen de grillen van de Zuiderzee en het IJ, inmiddels op veel plaatsen onherkenbaar zijn geworden, zijn ze aan de noordoostoever nog vrijwel helemaal intact. De dijkhuisjes en oude sluizen zijn bijzonder waardevol. De oorspronkelijke link met het IJ is door de dempingen minder herkenbaar, muv. het deel vanaf Schellingwoude.

HARD

STEEN

SCHADUW

Een korte karakterschets van het gebied

HOOGSTEDELIJK

KARAKTER


inleiding 6

01

TUIN VAN HET IJ INLEIDING

CULTUURHISTORIE

DORPS

GROEN

INDUSTRIEEL

DYNAMIEK

WEIDS IJ


02 ANALYSE

Het gebied nader bestudeerd Het gebied heeft een flinke dosis kwaliteiten. Het is een uitzonderlijk groen stadsdeel, zeer waterrijk en bovendien rijk aan cultuurhistorisch erfgoed.

De noordoostoever van het IJ heeft een flinke dosis kwaliteiten. Het gebied is goed leesbaar, vrij onbedorven en rijk aan cultuurhistorisch erfgoed. Noord is daarnaast het groenste stadsdeel, al blijft parkbezoek wat achter. Dit heeft onder andere te maken met het hoge aantal woningen met tuin.

De oever heeft in zijn huidige vorm al een vrij goede leesbaarheid. Het is een redelijk samenhangend landschap waarin de geschiedenis van Amsterdam en de binding met het water centraal staat. Water als drager De strijd tegen het water is nog duidelijk te herkennen in bijvoorbeeld de aanwezigheid van de Waterlandse zeedijk en dijkdoorbraken (bijv. Schellingwouderbreek). Even belangrijk is de zichtbaarheid van de gebruikswaarden van het water. Het water als transportroute, als vestigingsplek voor watergebonden industrie (scheepswerven). Ook de recreatieve waarde van het water is onmiskenbaar aanwezig. Het gebied is daarnaast rijk aan kleine droogmakerijen, mini-polders met een eigen dijk en waterpeil. De scheuren in het veen (Aeën en Dieën) laten de kracht van geologische processen zien. Dit maakt het geologisch waardevol. De belangrijkste drager is natuurlijk het IJ zelf. Deze heeft de meeste dynamiek en is het meest beeldbepalend. Groene kwaliteiten Amsterdam Noord is een uitzonderlijk groen stadsdeel. Het stadsdeel heeft de hoogste parkendichtheid en een robuuste groenstructuur die de verschillende groenzones met elkaar verbindt. Dat kwantiteit niet altijd tot kwaliteit leidt, is in Noord helaas ook zichtbaar. De onderlinge groene gebie-

7

analyse

den hebben doorgaans weinig samenhang of zijn slecht ontsloten. De gebruiksfuncties zijn beperkt. Daarnaast heeft het stadsdeel Noord ook de meeste grondgebonden woningen. Mensen met een tuin zijn doorgaans minder intensieve gebruikers van het openbare groen. Het buitengebied, Waterland en het recreatiegebied het Twiske, zijn daarentegen zeer gewaardeerd. Het Twiske daalt in populariteit, maar Waterland neemt snel in populariteit toe. Dit heeft te maken met de stijgende interesse in cultuurhistorische landschappen. Cultuurhistorische kwaliteiten De noordoostoever is bijzonder rijk aan cultuurhistorisch erfgoed. De Waterlandse Zeedijk is nog vrijwel helemaal intact. De dijk vormt een doorlopende structuurdrager in het gebied. Vrijwel langs de gehele lengte, tot aan het buitengebied, is de dijk bebouwd. Meestal langs één zijde, maar bij Nieuwendam aan twee zijden. De markante dijkhuisjes maken de dijk een populaire fietsroute. Alleen de link met het IJ is door de aangeplempte vooroevers wat vertroebeld. Waar het contact met de dijk en het IJ aanwezig is, doordat dijk en IJ bij elkaar komen (Schellingwoude) of door zichtassen (Nieuwendam), is de beleving van de dijk (als dijk) veel groter. In het buitengebied zijn, naast dijkdorpen, ook bijzondere lintdorpen te zien (oa. Zunderdorp, Ransdorp). In het open landschap zijn deze dorpen al van verre te herkennen. Het industriële erfgoed in het Hamerstraatgebied wordt momenteel langzaam getransformeerd, maar blijft wel behouden. De oude scheepswerf naast Albemarle is nog intact, maar omheind en daardoor niet zo goed te beleven. Enkele industriële installaties van Albemarle kunnen misschien nog geen industrieel erfgoed genoemd worden, maar hebben toch ook een esthetische waarde. Daarnaast maken ze deel uit van het stoere karakter van de oever. Het is daarom gewenst ze zoveel mogelijk te herbestemmen na een eventueel vertrek van dit bedrijf.


TUIN VAN HET IJ DE ANALYSE

2.3

2.2

De kernkwaliteiten van het gebied 2.1 Amsterdam Noord is een uitzonderlijk groen stadsdeel. Dat kwantiteit niet altijd tot kwaliteit leidt, is in Noord ook zichtbaar. De onderlinge groene gebieden hebben weinig samenhang. Het buitengebied, Waterland en het recreatiegebied het Twiske, zijn daarentegen zeer gewaardeerd.

02

2.1

2.2 Het gebied is rijk aan cultuurhistorische waarden, zoals het industrieel erfgoed en de Waterlandse zeedijk- en lintdorpen. Ook de dijk zelf, die nog goed herkenbaar en leesbaar is, vertegenwoordigt een grote waarde. 2.3 Water is een belangrijke drager voor het gebied. Het ‘grootschalige’ water van het IJmeer en het IJ vormen prachtige contrasten met de fijnmazige waterstructuren van Waterland. De volkstuincomplexen zijn wat structuur betreft een kopie van Waterland op kleinere schaal.

analyse 8


2 GEZICHTEN

Ontoegankelijke en/of groene, weidse oever Dit gebied is misschien wel het best bewaarde geheim van Amsterdam. Het is een beetje ontoegankelijk, dikwijls afgeschermd met hekken. Grote bedrijven als Albemarle en Draka houden het gebied min of meer op slot, maar dat is ook een zegen. Het heeft het gebied nl. bespaard van grootschalige ontwikkelingen.

9

inleiding

De oever heeft duidelijk twee gezichten. Afhankelijk van met welke bril je kijkt, zie je het ene of het andere gezicht. De oever heeft enerzijds een heel gesloten karakter, letterlijk. Paden lopen dood of zijn afgeschermd met hekken. Het gebied zit echt op slot. Een doorgaande route langs het IJ ontbreekt. De oever wordt vrijwel volledig in beslag genomen door industrie. Horeca aan de oever Enkele recent gevestigde horecabedrijven weten de potenties wel te verzilveren (café restaurant Stork en hotel restaurant de Goudfazant). Ondanks hun curieuze ligging, midden op een rommelig industrieterrein, hebben de eigenaars er bloeiende bedrijven op weten te bouwen. Dit geeft al aan hoe groot de potentie van deze oever is. Openbare boulevard Op sommige plekken, zoals grenzend aan de ‘Rem Koolhaas-wijk’ is wél een openbare boulevard gerealiseerd, maar deze eindigt vrij abrupt bij een insteekhaventje en wordt daarom alleen benut voor een wandelingetje heen en weer. Echt populair is deze boulevard, ondanks de potenties, daarom niet.

De avonturier Wie echter z’n best doet en zich niet zoveel aantrekt van doodlopende wegen of eigendomsbepalingen en soms eens gewoon een bedrijventerrein op wandelt, krijgt een heel andere kant te zien. De zonsovergoten oever is nog stoer en rauw, zoals de oevers bij de NDSM-werf dat ook zijn. Betonplaten, nauwelijks afwerking, geen fraaimakerij. Elk terrein heeft zijn eigen verharding, waardoor een soort patchwork ontstaat. Het uitzicht is overal even fraai. Met een panorama op het IJ en de hoogstedelijke overkant: het muziekgebouw aan het IJ, maar ook heel Java- en KNSMeiland zijn in beeld. Goed bewaard Ook dat is de noordoostelijke oever. De bedrijven die het gebied nu ‘bezetten’ en verhinderen dat de oever openbaar wordt, hebben het gebied tot dusver ook bespaard voor grootschalige gebiedsontwikkelingen. Dat is een grote bonus.


hoofdwegen secundaire wegen semi-openbare oever niet-toegankelijke oever

2.4 De ontoegankelijkheid van een deel van de oever is tegelijkertijd zowel een probleem als een zegen voor het gebied. Het is nog niet zo heel erg ontdekt en daardoor bespaard gebleven van grootschalige gebiedsontwikkelingen. 2.5 De analysekaart van de routes laat duidelijk zien hoe gefragmenteerd de routing is. Routes lopen dood en de oever is slechts op enkele plekken bereikbaar.

TUIN VAN HET IJ DE ANALYSE

2.6

2.5

02

2.4

2.6 Watergebonden industrie is nog steeds gezichtsbepalend aanwezig op deze noordoostelijke oever. De scheepswerf Oranjewerf is nog in bedrijf en zorgt voor een stoer decor waarin het verleden van Amsterdam als havenstad doorademt.

inleiding 10


POTENTIES

Een stadspark in de kop Tuin van het IJ Het gebied heeft de potentie om zich te ontwikkelen als een groenzone met een meervoudige functie: als stadspark met een regionale aantrekkingskracht (vergelijkbaar met het Westerpark), als tuin- en buurtpark voor de aanliggende hoogstedelijke wijken, als werkpark voor zzp-ers en creatieven én als een voor Amsterdam zeer kenmerkende landschappelijke scheg binnen het metropolitane landschap. De planlocatie ligt te midden van gebieden die binnenkort of recent getransformeerd zijn en een hoogstedelijke bebouwingsdichtheid hebben. De woningen in die wijken hebben geen tuinen en de hoeveelheid omgevingsgroen is minimaal.Voor deze doelgroep is parkbezoek extra belangrijk

Een meervoudige functie is belangrijk voor de levendigheid in het gebied. Een plek is succesvoller naarmate er meer leven is. Een plek die alleen bezocht wordt tijdens kantoortijden of tijdens het uitlaten van de hond kan nooit zo succesvol zijn als een plek met een rijk programma, een plek waar 24/7 reuring is. Neem het Vondelpark of het Westerpark. Dit zijn ontmoetingsplekken, hebben een aantrekkingskracht op zowel mensen vanuit de buurt, de regio én toeristen van buiten de regio. Ze combineren functies, hebben een rijk programma. Ze bieden de mogelijkheid om vanuit te werken, maar zijn tevens onderdeel van doorgaande fietsroutes. De horeca die in en rond deze parken aanwezig is, trekt ’s avonds ook bezoekers. Deze plekken léven. Het is daarom belangrijk om niet in te zetten op één functie, maar op die meervoudige functionaliteit. Dit levert op sommige fronten een spanningsveld op, maar biedt ook kansen.

11

analyse

Een stadspark in de kop De meest ideale locatie voor een stadspark op de noordoever is ter plaatse van het terrein van Albemarle. Dit gebied grenst aan twee bijzondere groengebieden: het Vliegenbos en het Rietland. Beide groengebieden hebben nu niet de gewenste aantrekkingskracht. Er is variatie, maar er ontbreekt samenhang en programma. Ze worden relatief slecht bezocht. Met een derde schakel, gesitueerd aan de groene IJ-oever (met een hoogstedelijk panorama), kan dit een synergetisch effect hebben. De hoge cultuurhistorische en industriële waarden bieden veel mogelijkheden om bij aan te haken. Dit gebied heeft het – onder meer vanwege de ligging -in zich om zich te ontwikkelen tot een stadspark met de regionale (en zelfs internationale) aantrekkingskracht die de aantrekkingskracht van het Westerpark kan benaderen. Investeren in die parken die gelegen zijn in, of grenzen aan, de succesvolle stad – en dat is de gemengde stad, is het meest kansrijk. Het Hamerstraatgebied zal zich de komende jaren ontwikkelen tot een hoogstedelijk woon/werkgebied met gevarieerd programma. De wijken aan de zuidoever van het IJ hebben eveneens hoogstedelijke dichtheden. Tuinen ontbreken. De inwoners zijn sterk aangewezen op het openbare groen. Het zijn dan ook intensieve parkbezoekers. De komende jaren neemt het aantal alleen maar toe en daarmee dus ook het draagvlak voor een park. Nieuwe functies Het grote groenonderzoek laat zien dat parkbezoek populairder wordt. Naast traditionele bezoeken (oa. picknicken, wandelen) verschuift de tendens steeds meer naar andere activiteiten. Nu werken steeds minder plaatsbepaald is, komen meer en meer jonge zelfstandigen naar stadsparken om te werken en tegelijkertijd gelijkgestemden te ontmoeten. De kansen voor een werklandschap op deze plek is, mede dankzij de vele ZZP-ers en creatieven in de directe omgeving, zonder meer goed.


Vondelpark

Stadspark aan ‘t IJ

2.5

2.6

Een vergelijkend onderzoekje Aan de hand van verschillende parameters is onderzocht of het terrein van Albemarle/Vliegenbos zich leent als locatie voor een stadspark met een hoge populariteit. Deze is vergeleken met die van het Westerpark (vergelijkbare situatie als op de noordoostoever, snelgroeiend in populariteit) en het Vondelpark (onbetwist het populairste stadspark van Amsterdam).*

02

TUIN VAN HET IJ DE ANALYSE

2.4

Westerpark

2.4 De afstand vanaf het centrum is vergelijkbaar. 2.5 De reikwijdte van verschillende Amsterdamse parken. De gele cirkel bestaat nog niet, maar duidelijk is dat de oostkant momenteel een populair park ontbeert. 2.6 Parkbezoek wordt steeds populairder. Bezoek aan het Westerpark is de laatste jaren vertienvoudigd

analyse 12


OPGAVEN

Water, ecologie & bodem Het gebied heeft, behalve met de reeds genoemde verstedelijkingsopgave en toegankelijkheidsopgave, ook te maken een met een aantal andere opgaven die integraal verwerkt moeten worden in het plan.

Door de verschillende opgaven die er liggen niet te zien als probleem, maar op te pakken als kans, ontstaat meer draagvlak voor ontwikkelingen. Niet alleen gebruikers profiteren, maar ook de biodiversiteit. Daarnaast wordt het transformatieproces opgepakt om het gebied waterrobuust te maken.

Waterveiligheid verbeteren Het plangebied bevindt zich binnen een buitendijkse dijkring waarbij het veiligheidsrisico op overstroming op 1:1250 is gesteld. Bij een doorbraak zal het gebied tot een hoogte van ca. 0,5-1,3m overstromen. Wanneer de verdichting doorzet en dit gebied steeds hoogstedelijker wordt, neemt ook de schade bij overstroming toe. De urgentie om de waterveiligheid aan te pakken wordt hoger. Momenteel wordt de grond integraal opgehoogd door bij nieuwbouw het maaiveld te verhogen tot +1,6m NAP. Dit proces gaat echter langzaam, levert een raar bobbellandschap op en is geen oplossing voor de bescherming van industrieel erfgoed waarbij het maaiveld niet verhoogd kan worden. Door in plaats daarvan alleen de kades te verhogen tot +1,6m NAP is het gebied beschermd. Regenwater afkoppelen Doordat het gebied een natuurlijk verval kent richting het Vliegenbos, kan het regenwater van het Hamerstraatgebied worden afgekoppeld van het riool en, vóór het wordt afgevoerd naar het IJ, worden gezuiverd in het lager gelegen Vliegenbos. De benodigde aanpassingen aan het wegprofiel worden direct meegenomen in het transformatieproces.

13

analyse

Ecologische waarde verhogen Ondanks de ecologische potenties hebben de groengebieden in het plangebied volgens de natuurwaardenkaart slechts een waarde 2 (op een schaal van 1-5, 5 is maximaal), terwijl bijvoorbeeld het drukbezochte Vondelpark waarde 3 heeft. Het Vliegenbos is bijvoorbeeld zo dicht dat er weinig gelaagde (biodiverse) randen voorkomen met een zoom, kruid- en heesterlaag. Door het bos opener te maken en meer natte gradiënten aan te brengen, kan de biodiversiteit sterk verbeterd worden. Het Rietland kent ook relatief weinig gradaties en zou een veel hogere ecologische waarde kunnen krijgen wanneer er meer flauwe oevers met plasdrasterrassen worden gerealiseerd die af en toe droogvallen. Vispaaiplaatsen aanleggen Het water van het IJ heeft een unieke biodiversiteit, doordat een zouttong vanuit de Noordzee en zoet water via het Amsterdam-Rijnkanaal en het IJsselmeer elkaar ontmoeten in het IJ. Het ontbreekt alleen aan goede vispaaiplaatsen waar vissen hun eitjes kunnen afzetten. Een goede paaiplaats is ondiep en breed, geeft beschutting van riet en andere beplanting en kent geen of nauwelijks golfslag. Door de (beroeps)scheepvaart is er langs het IJ zelf teveel golfslag voor de ontwikkeling van rietoevers. In het Rietland is die beschutting er wel. Een goede vispaaiplaats is ca. 30-40cm diep (af en toe droogvallend) en bij voorkeur zo’n 5-6m breed. Bodemverontreiniging aanpakken De bodem in het plangebied bestaat grotendeels uit (vervuild) havenslib dat meer dan 100 jaar geleden uit de haven is gebaggerd en is gebruikt om de grond op te hogen. Op de groene locaties is deze grond (oa. door natuurlijke processen) volledig schoon. Dat geldt niet voor industriële percelen, zoals het terrein van Albemarle. Om dit gebied geschikt te maken voor de gebruiksfunctie wonen of openbaar groen zal een schone leeflaag moeten worden aangebracht


2

oppervlaktewater -0,4NAP 0/+0,5 NAP +0,6/+0,8NAP +0,9/+1,2NAP +1,3/+1,5 > +1,6 NAP voorstel verhoging kade

2.7 Het plangebied bevindt zich op buitendijks gebied met een overstromingsrisiconorm van 1: 1.250

2.9

2.8 Alleen de bruingele vlakken lopen bij doorbraak van dijken binnen de dijkring 44 niet onder water.

1 2

2

3

TUIN VAN HET IJ DE ANALYSE

2.8

02

2.7

2.9 Het Vliegenbos en Rietland hebben beide een natuurwaarde van 2. Vergeleken met het Vondelpark (waarde 3) is dat weinig, zeker met de aanwezigheid van zoveel natuurpotenties.

analyse 14


03 CONCEPT

& visie

De Waterlandse Zeedijk, het IJ en het IJmeer vormen de ruggengraat van het plangebied. Het onbedorven karakter en de grote cultuurhistorische waarde geven een prachtig beeld van de ontstaansgeschiedenis van Amsterdam en zowel de strijd tegen als binding met het water.

Het plangebied heeft al veel charme van zichzelf. Het is ruig, stoer en heeft scherpe kantjes. Wanneer je het gebied bezoekt, op zoek naar de potenties, voel je je een beetje als een ontdekkingsreiziger. Potenties heeft het gebied namelijk genoeg, zolang je maar bereid bent om er een beetje naar te zoeken. Het is een klein beetje de vraag of je daar wel iets aan wilt veranderen. Misschien is dit gebied wel het beste af als ‘het best bewaarde geheim van Amsterdam’. Maar als slechts een handjevol inwoners de potenties van het gebied onderkent, dan betekent dat ook dat het in de ogen van al de andere inwoners geen waarde heeft. En juist daarin schuilt een gevaar, want dan kan het gebied -wanneer het vrijkomt - toch uitstekend dienen om de woningopgave van de stad te helpen invullen. Het scenario dat de noordoostoever uiteindelijk (bijna) net zo volgebouwd wordt als de zuidoever is goed denkbaar. En dan gaat dit ‘best bewaarde geheim van Amsterdam’ ten onder met maar een handjevol mensen die er ooit van genoten hebben of om zullen treuren. Dat zou eeuwig zonde zijn! Kortom: er ligt een schone taak om het gebied wél bekend te maken bij het publiek. Niet met veel tamtam, liever bescheiden beginnen. Het is toch crisis, dus haast is niet nodig, maar langzaam maar zeker -en met een stevige totaalvisie als leidraad - werken we aan de noordoostoever, schaven we bij, maken het landschap leesbaarder, verbeteren we routing en geven steeds meer prijs. Zo verleiden we steeds meer inwoners om de potenties van de groene, cultuurhistorisch waardevolle oever te komen proeven. Juist bij een sterke verdichtingsopgave is de noodzaak om dit prachtige landschapspark - dat de groene oever feitelijk al bijna is - dezelfde waardering en bescherming te gunnen als Amstelland. Daar is niet eens zoveel voor nodig. Waterland, en met name het gebied van Aeën en Dieën, vertegenwoordigt een grote cultuurhistorische waarde. De diepe scheuren in het veen (zoals de Ransdorper Die) of

15

Visie & Concept

de Arken Ae) komen nergens anders in Nederland voor en vertellen de geologische ontstaansgeschiedenis van dit deel van Nederland. Niet alleen het buitengebied, maar ook het binnenstedelijk milieu is cultuurhistorisch waardevol. De dijk en dijkdorpen, de oude sluis, het industrieel erfgoed, allen vertellen ze de geschiedenis van Amsterdam en de strijd tegen, maar ook de liefde voor het water. Ook de waterstructuren - van het brede IJ en weidse IJmeer tot het fijnmazige slotenstelsel van Waterland, vertegenwoordigen een grote cultuurhistorische waarde. Dat het buitengebied beschermt moet worden tegen verstedelijking, daar is weinig discussie over, maar dat ook het laatste stukje groen, onbebouwde oever aan het IJ evenveel bescherming verdient en een grote betekenis kan hebben voor de metropoolregio als geheel, daar moet nog wel een lans voor gebroken worden. Een stadspark in de kop, Tuin van het IJ Een stadspark als kop van een groene scheg lijkt een beetje dubbelop, maar dat is het niet. De meest succesvolle scheggen in de lobbenstructuur van Amsterdam zijn, volgens het Grote Groenonderzoek uit 2009 , het Amsterdamse bos, Kennemerduinen/ Noordzeestrand en Amstelland. Bij al die lobben bevindt zich een populair park in de kop. De hoge verstedelijkingsgraad en de verdichtingsopgave levert steeds meer woningen zonder tuin op. De bewoners van deze woningen zijn voor hun (dagelijkse) portie groen afhankelijk van openbaar groen. De gebruiksintensiteit neemt daardoor toe naarmate er sterker verdicht wordt. Recreatie en programma Cultuurhistorische landschappen kennen de laatste jaren een enorme groei in populariteit. De cultuurhistorische waarden van het plangebied zullen dan ook steeds meer inwoners uit de regio Amsterdam aantrekken. De meest succesvolle parken en groengebieden kennen een gevarieerd programma. Er wordt gewerkt of gerecreëerd. Het meest intensieve programma in de kop. De dijk en de IJ-oever vormen de belangrijkste drager voor het recreatieve programma. Extensivering van het programma richting buitengebied. Fasering Omdat het gebied in stappen vrijkomt, zal een slim faseringsplan moeten worden opgesteld. Dit faseringsplan speelt in op flexibele scenario’s.


3. Druk op het openbaar groen De druk op het openbaar groen (parken en het buitengebied) is het grootst vanuit de hoogstedelijke wijken, waar inwoners geen eigen tuin hebben.

4. Intensivering groengebruik door verdichting De grote vraag naar woningen en de verdichting die hier op volgt, zorgt voor een intensivering van het groengebruik. Het zwaartepunt ligt in de kop.

5. Kruisbestuiving Het intensieve gebruik icm. de wateropgave rechtvaardigen extra investeringen in het openbaar groen (en groenblauw). Een verbetering van de verbinding met omliggende wijken zorgt voor kruisbestuiving.

6. Intensivering door recreatie Intensivering van het recreatieve programma zorgt voor extra gebruiksdruk. Het zwaartepunt ligt in de kop. Extensieve recreatie in het buitengebied en is grotendeels gekoppeld aan de dijkstructuur.

TUIN VAN HET IJ VISIE & CONCEPT

2. Verstedelijking Gebieden met een hoge mate van verstedelijking, hebben een laag percentage grondgebonden woningen (en dus weinig tuinen).

03

1. Landschappelijk raamwerk De belangrijkste landschappelijke dragers zijn de Waterlandse zeedijk, buitendijkse groenzones, het binnendijkse veenweidegebied en het IJ.

Visie & Concept 16


04 MASTERPLAN

Het concept uitgewerkt

Hoewel de potenties voor het gebied enorm zijn, kunnen deze pas echt verzilverd worden als de vraag toeneemt. Een succesvol park grenst aan een gemengde, hoogstedelijke omgeving. Zolang die omgeving nog eenzijdig is en relatief dunbevolkt, heeft groots inzetten geen zin. Langzaam meegroeien met de ontwikkelingen past beter bij het beschikbare budget

In het masterplan wordt rekening gehouden met voortgaande verstedelijking en verdichting. In de uitgangssituatie, zoals het nu is, leent de locatie zich (nog) niet om er een stadspark met een hoogstedelijk, rijk programma te realiseren. In de eerste plaats natuurlijk, omdat het beoogde gebied nog niet geheel vrij is gekomen, maar als dat wel het geval zou zijn, dan nog zijn eerst een aantal andere stappen nodig voordat de locatie kan uitgroeien tot een echte publiekstrekker. Het park zou zijn beloftes (nog) niet kunnen waarmaken. De meest frequente parkbezoekers zijn inwoners van sterk verstedelijke gebieden met een lage tuinendichtheid. Binnen de reikwijdte van de locatie is die doelgroep nog niet voldoende vertegenwoordigd. Dorpse dichtheden Direct grenzend aan de locatie zijn wijken met grondgebonden woningen. Tuineigenaren zijn doorgaans minder geneigd frequent parken te bezoeken. De omliggende industriegebieden heeft op dit moment nog overwegend een werkfunctie. Inmenging van woonfuncties komt een beetje op gang, maar hinderwetten verhinderen dat dit al op grote schaal kan plaatsvinden. Hoogstedelijk Aan de overkant van het IJ, het Oostelijk Havengebied, kan de doelgroep wel worden gevonden. Hemelsbreed vormt de afstand tot de locatie geen probleem, maar de aanwezigheid van het IJ en het ontbreken van bruggen verhinderen een snelle doorgang. Om de locatie te bereiken, moet omge-

17

masterplan

reisd worden, waardoor de reistijd dusdanig lang wordt, dat het niet binnen ‘de reikwijdte’ van het park valt. Een extra verbinding, via een veerpont of (fiets)brug, kan het hele Oostelijke Havengebied verbinden met de noordoostelijke oever. Hoogstedelijk Ook het Zeeburgereiland valt binnen de reikwijdte, mede namens de langzaamverkeerverbinding via de sluizen. Op termijn zal dit eiland zich ontwikkelen tot een hoogstedelijk gebied. Door de crisis zijn de ontwikkelingen daar momenteel ‘on hold’ gezet en gaat de verstedelijking niet zo hard als gedacht. Wanneer de economie aantrekt, zal de verstedelijking en verdichting hier weer opgepakt worden. Meegroeien Het plan zal daarom moeten meegroeien met de verstedelijkings- en verdichtingsopgave. Het heeft geen zin om nu al alles uit de kast te halen voor een park dat nog moet wachten op hoogstedelijke bezoekersaantallen. Door gebruik te maken van de aanwezige potenties en gefaseerd verbeteringen aan te brengen, hotspots te realiseren, wordt langzaam toegewerkt naar een doel: de realisatie van een stadspark als antwoord op de hoogstedelijke vraag naar kwalitatieve, groene, openbare ruimtes. Aanwezige potenties benutten Een park van de voorgestelde omvang realiseren lijkt een monsterklus, maar in feite borduurt het plan voort op de reeds aanwezige groengebieden. Er wordt verhoudingsgewijs maar een klein deel aan toegevoegd. Reeds bestaande zichtlijnen worden gebruikt en verder versterkt. Onbebouwde restruimtes worden ingezet. Verder wordt het bestaande routenetwerk gebruikt en op ‘acupunctuurwijze’ veranderd, bijvoorbeeld door aanpassingen in het profiel. Zo kan de ontwikkeling van dit gebied synchroon lopen met de groei van de doelgroep. Tegen de tijd dat de omliggende gebieden voldoende verdicht zijn, is ook het park en het programma op volle sterkte.


Groene knooppunten 4.1, 4.3 Het rietland is vrij ontoegankelijk en slecht ontsloten. Het maakt niet echt deel uit van het stedelijk weefsel. Er kan een rondje gemaakt worden, maar er zijn geen doorsteken van de ene wijk naar de andere. De recreatiemogelijkheden zijn beperkt. Het Vliegenbos wordt iets beter bezocht, maar is eveneens slecht verbonden met het stedelijk weefsel. Er zijn weinig dwarsroutes en de gebruiksmogelijkheden zijn ook hier beperkt.

TUIN VAN HET IJ MASTERPLAN

4.3

4.2

04

4.1

4.2 Een schematische weergave van de diverse ‘hotspots’ in het park. Het park zal verschillende invloedsferen hebben, afhankelijk van de locatie (bos, rietland of het IJ). Daarnaast zijn er in het park twee ‘strips’ met een intensiever programma. Een derde ‘strip’ met een intensiever programma wordt gevormd door de Waterlandse Zeedijk. Het kleinschalige karakter van de dijk, vraagt echter ook om een kleinschalige programmering.

masterplan 18


UITGANGSPUNT

De bestaande situatie Op de kaart is de huidige situatie afgebeeld, als referentiebeeld ter vergelijking met de volgende plankaarten. De kaart is neutraal (grijs/wit) voor zover de potenties ervan niet worden meegenomen in het plan. De benutte potenties zijn gekleurd weergegeven. Het buitengebied (Waterland) en de volkstuincomplexen hebben een grote betekenis voor het gebied als totaal, maar worden in het plan niet gewijzigd. Er liggen wel enkele opgaven, zoals de wateropgave, ontwikkeling van recreatiemogelijkheden en verbeteren routes, maar die liggen wat ver af van het plan dat ik wil presenteren. Daarnaast zijn deze opgaven ook niet alle even urgent. Ze zullen daarom niet worden opgepakt in dit plan, maar zijn wel in kleur aangegeven om het belang ervan te benadrukken. Hetzelfde geldt voor de andere groene verbindingen in het stadsdeel. De grootste transformaties zullen plaatsvinden bij het Hamerstraatgebied, Vliegenbos, Rietland en het terrein van Albemarle. 19

masterplan

Dijkdorp Nieuwendam Vogeldorp Industrieel en cultureel erfgoed Volkstuincomplex Vliegenbos Rietbos Oeverpark Schellingwoude


masterplan 20

04

TUIN VAN HET IJ MASTERPLAN


FASE 1

Routing/toegankelijkheid De eerste fase betreft vooral acupunctuuringrepen. Waar mogelijk wordt de kade langs het IJ openbaar gemaakt en opgehoogd. Het doel is een doorgaande route te realiseren die zo dicht mogelijk langs het IJ loopt. Verschillende bedrijven, zoals Draka en Albemarle, zijn niet gemakkelijk over te halen om een route over hun terrein open te stellen, maar andere bedrijven, zoals Gsus Industries (terrein van M-labs en de Goudfazant) en Eigen Haard (eigenaar van het Stork terrein), willen hier wel aan meewerken. De route wordt via het Vliegenbos/Rietland of Vliegenbos/Nieuwendam verder geleid tot het IJ weer in beeld is. De route via het oeverpark Schellingwoude is recentelijk al gerealiseerd. Dit deel van de route is niet geschikt voor hoge bezoekersaantallen, maar hoeft dit ook niet te zijn of worden. Bottle necks, zoals de blokkade bij de eerste insteekhaven of het ontbreken van een verbinding tussen Vliegenbos en Rietland, moeten worden opgelost. 21

masterplan

(Semi-) openbare route langs het IJ Vergroening route Vogeldorp als extra park-entree Extra (open) route’s door Vliegenbos Parken verbinden met beweegbare brug Problemen oplossen ivm toegankelijkheid oever Extra voetveerverbinding CS en kop van Java


masterplan 22

04

TUIN VAN HET IJ MASTERPLAN


FASE 2 & 3

Hamerstraatgebied Het Hamerstraatgebied zal de komende jaren transformeren van een industriegebied naar een gebied met een gemengde woon/werkfunctie. De nadruk blijft liggen op de werkfunctie. De huidige grote kavelkorrel zal echter worden teruggebracht, zodat er meer ruimte ontstaat voor kleinschalige bedrijvigheid en detailhandel. De meest kleinschalige kavelgroottes bevinden zich aan de noordwestzijde. Hier is inmenging van de woonfunctie het meest logisch en wenselijk. De oeverzone zal de komende jaren nog in gebruik zijn bij de wat zwaardere industrie (kabelbedrijf Draka en chemische industrie Albemarle). De aanwezigheid van deze bedrijven verhindert dat de hinderwetten die gelden voor het gebied zodanig kunnen worden aangescherpt om de woonfunctie helemaal tot aan de oever te laten inmengen. Vooralsnog blijft het accent hier dan ook liggen op de werkfunctie en is wonen alleen bij uitzondering mogelijk. Bij de transformatie wordt begonnen met het vastleggen van het secundaire netwerk van openbare ruimtes. Daarna worden de kavels opnieuw bepaald. 23

masterplan

Secundair netwerk openbare ruimte vastleggen Industrieel erfgoed blijft behouden, andere kavels transformeren.


masterplan 24

04

TUIN VAN HET IJ MASTERPLAN


FASE 4 & 5

2e transformatie en ontwikkeling stadspark De 2e transformatie van het Hamerstraatgebied tot een volledig gemengd gebied met een woon/werkfunctie, alsmede de ontwikkeling van een stadspark aan de IJ-oever, kan pas in gang worden gezet wanneer het terrein van Albemarle vrijkomt. Wanneer dit gebeurt, is niet te voorspellen, maar verwacht wordt dat dit nog zeker 2 a 3 decennia zal duren. Tegen die tijd heeft ook het Zeeburgereiland een hoogstedelijke dichtheid bereikt en is de 1e transformatie van het Hamerstraatgebied voltooid. Het park (in wording) zal tegen die tijd volledig zijn ingebed in het hoogstedelijke weefsel. Alleen aan de noordzijde van het park, de Waterlandse Zeedijk/Nieuwendam en de aangrenzende tuindorpen van Nieuwendam Noord zullen een dorpse buffer vormen tussen de hoogstedelijke gebieden. De transformatie van het Hamerstraatgebied zet zich voort tot aan de oever. De verschillende groenzones gaan een eenheid vormen. Het accent van het hoogstedelijke programma ligt op de oever. 25

masterplan

2e transformatie. Accent op woonfunctie Inzet industrieel erfgoed in park Groenzones smelten samen tot een eenheid Meer open plekken vliegenbos De oever wordt ingericht voor intensief gebruik Nadruk op intensieve waterrecreatie rietland Openbare functies op de oever Intensivering gebruiksfuncties op knooppunten


masterplan 26

04

TUIN VAN HET IJ MASTERPLAN


SCHEMATISCH

Het masterplan in lagen historisch waardevolle sluis, maar zwak punt in de huidige verdediging

nieuwe, beweegbare brug combineren met enkele schutsluis

Legenda nieuwe waterkering bestaande waterkering integraal ophogen

Waterkering De ophoging van de kade tot +1,6m in verband met de waterveiligheid wordt gecombineerd met andere ontwikkelingen. Zo zal de nu nog ontoegankelijke kade langs het IJ na ophoging (en minimale verbreding) openbaar toegankelijk worden gemaakt. Een integrale aanpak heeft hierbij de voorkeur, omdat een deels verhoogde kade na een doorbraak immers geen weerstand biedt tegen hoog water. Indien dit niet mogelijk is, wordt gekozen voor een gefaseerde ophoging. Vanaf de hotspotlocatie bij Albemarle valt de verhoging samen met het nieuwe profiel van de Joh van Hasseltweg. Een eenzijdige schutsluis in de brug kan het gebied echt afsluiten.

Hemelwater afkoppelen De neerslag volgt de natuurlijke contouren van de bodem, dat licht hellend afloopt richting Vliegenbos. Het regenwater wordt zoveel mogelijk bovengronds afgevoerd om de zichtbaarheid te vergroten en te profiteren van het verkoelend effect tijdens zomerbuien.

Legenda afstroomrichting

27

masterplan

Dit afvloeien kan via de verharding wegstromen, maar de voorkeur heeft het om - indien de ruimte in het profiel dit mogelijk maakt - regenwater via beplante wadi’s met een overloop duiker te laten afvloeien. Het water blijft dan langer op de locatie en infiltreert in de bodem en vloeit pas weg wanneer deze een bepaald peil bereikt.


Legenda natte natuur natuurvriendelijke oevers iepen/essenbos vispaaiplaats rietland

Ecologie De natuurwaarde van de natuurgebieden Vliegenbos en Rietland is momenteel 2 (op een schaal van 1-5, waarbij 5 het hoogst is). Er zijn voldoende potenties aanwezig om deze natuurwaarde te verhogen. De relatief lage waterstand in het gebied en het onnatuurlijke peilbeheer, met een vast zomer en winterpeil, staan de ontwikkeling van vegetatietypes met een hogere natuurwaarde in de weg. Door verschillende ingrepen, waaronder de introductie van een ander peilbeheer (waarbij seizoensfluctuaties en overstromingsdynamiek mogelijk worden gemaakt), verhoging van het waterpeil/ verlaging van het maaiveld (waardoor natte vegetatietypen zich kunnen ontwikkelen) en de realisatie van brede natuurvriendelijke oevers, zal de natuurwaarde sterk toenemen.

weg fietspad veerpont

De komst van een hoogwaardige OV-verbinding en extra veerverbinding vergroot de toegankelijkheid van het gebied aanzienlijk, waar vooral functies die gericht zijn op bezoekers extra van profiteren. NB. Voor de leesbaarheid zijn wandelroutes niet meegenomen op de kaart.

04

Legenda hoofdweg metro tram

TUIN VAN HET IJ MASTERPLAN

Toegankelijkheid De toegankelijkheid van het gebied wordt flink uitgebreid, met name voor langzaamverkeer en het OV Vergelijk kaart huidig op pag. 10). De autoroutes op de kaart zijn al bestaand en worden juist iets beperkt. Zo wordt er een stuk uit de autoroute ten oosten van het Vliegenbos gehaald en alleen toegankelijk gemaakt voor fietsers en wandelaars.

Hotspots en routes De ontwikkeling van het gebied vindt plaats via relatief kleinschalige ingrepen. Het is niet nodig om het gebied in zijn geheel aan te pakken. Door dit op strategisch gekozen locaties te doen, waar al veel potenties aanwezig zijn (hotspots), wordt al heel veel bereikt.

Legenda water groen

Wanneer ook de routes die deze hotspots met elkaar verbinden, worden meeontwikkeld, zal het gebied een flinke boost krijgen. De ontwikkeling aan de openbare ruimte dient als katalysator voor grotere, particulier gestuurde transformaties.

urbane functies

masterplan 28


Legenda transformatie gebied (toekomstige) vrije ruimte

Uitgeefbaar voor particuliere ontwikkelingen Er zijn verschillende gebieden die danwel gelijk, dan wel in de toekomst vrijkomen voor particuliere ontwikkelingen. Het Hamerstraatgebied (zachtoranje) komt niet in één keer vrij, maar in delen. Steeds als een groter bedrijf uit het gebied vertrekt komt er ruimte vrij om door te ontwikkelen tot woon-werkgebied met een kleine(re) korrel. De restruimtes bij Nieuwendam zijn wel in gebruik, maar voor functies die deels niet gewenst zijn op deze locatie. Het terrein van Albemarle zal in de toekomst vrijkomen. Onbekend is wanneer. De strook in het Vliegenbos is gekoppeld aan ontwikkelingen langs de verlichte strip (bovenlangs) en aanpassingen profiel Zamenhofstraat (onderlangs)

Onbebouwde (rest)ruimtes Voor de ontwikkeling van hotspots via relatief kleinschalige methoden en met beperkte investeringsmogelijkheden is het belangrijk dat er voor het realiseren van de plannen nauwelijks bebouwing hoeft te worden opgekocht en gesloopt. Op bijgevoegde kaart is aangegeven waar deze onbebouwde ruimtes zich bevinden. Legenda restruimte onbebouwde, groene ruimte toekomstige vrije ruimte

Het is niet zo dat de aangemerkte plekken momenteel helemaal niet in gebruik zijn. Er bevinden zich loodsen er staan oude auto’s of liggen boten (van de botenvereniging). Desondanks vragen deze locaties om een herontwikkeling, bij voorkeur met inpassing van de huidige functies, maar dan op een minder rommelige manier.

Programma Het programma wordt gefaseerd uitgebreid. Er tekenen zich langzaam patronen af. Zo zijn de horeca-functies gekoppeld aan hotspotlocaties of routes. De schaal van de functies is afhankelijk van de locatie.

Legenda wonen werken waterrecreatie veerpont horeca

29

masterplan

Water komt op verschillende manieren terug in het plan. Zowel als waterrecreatie (zwemmen, varen, boten kijken, kinderspeelplaats met water) als in de vorm van beleefbaar water (afgekoppelde hemelwaterstromen/ wadi’s, zuiveringsmoerassen, vispaaiplaats). Voor wandelaars en fietsers zijn veel meer doorlopende routes. Een fijnmazig, veilig routesysteem door het hele gebied zorgt voor fiets en wandelrecreatie.


REFERENTIEBEELDEN

4.1 Water heeft al zo’n grote aantrekkingskracht dat er verder niet zo heel veel nodig is. Een basic inrichting die ruimte laat voor veel gebruiksmogelijkheden is voldoende (foto: Hanneke’s Boom since 1662, een fantastische nieuwe hotspot in de haven tegenover NEMO. Hier wordt muziek, theater, perfomances en lekker eten moeiteloos gecombineerd)

TUIN VAN HET IJ MASTERPLAN

4.3

4.2

04

4.1

4.2 Horeca op een ongedwongen, speelse manier. Gewoon goed eten voor een leuke prijs. Geen poespas. (foto: theehuis Breda, ontwerp John Körmeling) 4.3 Het hergebruik van industriële installaties geeft het gebied een eigen karakter. Liever voortbouwen op bestaande kwaliteiten dan het gebied schoonvegen, ontdoen van alle karakter en er dan een luxe ingericht park van maken met dure horecagelegenheden. (foto: Westerpark, Amsterdam)

masterplan 30


05 VERDIEPING

Het park als onderdeel van het stedelijk netwerk Het plangebied gebied bevindt zich in een transformatieproces en zal een steeds hoogstedelijker karakter krijgen. De transformatieopgave die synchroon loopt met de ontwikkeling van het stadspark, biedt een uitgelezen kans om – naast het park zelf – ook de verankering van het park met zijn omgeving vorm te geven

31

verdieping

Het ontwerpend onderzoek is een onderdeel van de afstudeerfase en bedoeld als verdieping op het masterplan. Samen met Moniek de Bonth heb ik onderzoek verricht naar de wijze waarop een stadspark deel uitmaakt van zijn omgeving, onderdeel is van het bestaande stedelijk netwerk. De gedachte hierachter is dat een park nooit op zichzelf staat en daardoor dus ook niet puur en alleen vanwege een goede inrichting succesvol kan worden, maar dat daarnaast de omgevingsfactoren minstens net zo belangrijk zijn. We hebben daarom onderzoek gedaan naar de verankering van stadsparken, waarbij we uitsluitend ruimtelijke en (ruimtelijk) functionele omgevingsfactoren hebben onderzocht. Omgevingsfactoren Sluiten routes uit de omgeving aan op de routes in het park en wordt het daarmee onderdeel van het stedelijk netwerk? In welke mate leiden bestaande routes op een logische wijze naar het park? Wordt de bezoeker geleid, bijvoorbeeld doormiddel van doorlopende groen- of waterstructuren of een aaneenschakeling van levendige plinten? Zijn er aanvullende openbare ruimtes die (al dan niet gevoelsmatig) onderdeel uitmaken van het park of erbij horen? Hoe is het visuele contact met het park? Is het park goed zichtbaar vanaf belangrijke doorgaande routes? En kan je vanaf de rand naar binnen kijken? Zijn er functies in het park die extra bezoekers trekken? Kortom: op welke manieren is het park verweven met de stad. Al deze factoren bepalen in welke mate het park onderdeel is van het leven van de gebruikers van het park.

Bruikbaarheid van het onderzoek In het masterplannen voor de noordoostelijke IJoever speelt de ontwikkeling van een stadspark een centrale rol. Het plangebied gebied bevindt zich in een transformatieproces en zal een steeds hoogstedelijker karakter krijgen. De transformatieopgave die synchroon loopt met de ontwikkeling van het stadspark, biedt een uitgelezen kans om – naast het park zelf – ook de verankering van het park met zijn omgeving vorm te geven. Het resultaat na toepassing van de - in het onderzoeksrapport beschreven - onderzoeksmethode op het plangebied is te zien op de kaart rechts. Hoe donkerder de grijstint, hoe meer verankeringsaspecten op een bepaalde plek samen komen. Dus ook, hoe donkerder, hoe beter de connectie met het stedelijk netwerk. De kaart betreft de huidige situatie, dus voor aanvang van het transformatieproces. Betekenis voor het ontwerp Het onderzoek geeft inzicht in welke locaties al op korte termijn potentieel succesvol zouden kunnen worden, simpelweg doordat ze al redelijk stevig verweven zijn met het bestaande netwerk. Door de verankeringskaart te combineren met andere kaarten die nuttige informatie verschaffen, zoals de kaart industrieel en cultureel erfgoed, themakaarten met betrekking op sociale aspecten (buurttevredenheid, veiligheid, etc), nachtleven, vrije tijd en horeca (locaties, waar is het ‘s avonds licht?, etc.), doelgroepen (waar wonen veel kinderen, mensen zonder tuin, zzpers en hoogopgeleiden?), kreeg ik informatie die mij hielpen bij het selecteren van de meest interessante deelgebieden voor de deeluitwerking. Vooral de locaties voor de hotspots en de routes kwamen hierbij duidelijk(er) naar voren. Een groot deel van die routes en locaties zijn benoemd in de kaart rechts. Als deelgebied selecteerde ik het gebied waar (veel) van deze plekken samenvallen.


10

DEEL GEBIE

D

5 11

6 3 4

7

8

9

1

12 13

LEGENDA ontbrekende schakels in verankering

05

TUIN VAN HET IJ VERDIEPING

2

potenties aanwezig, maar nog niet volledig verzilverd

1 Route: De Joh van Hasseltweg vormt een belangrijke verbinding met een lange zichtas die uitkomt bij het water. Wanneer in 2017 het metrostation Noorderpark, dat zich aan het eind van deze weg bevindt, in gebruik genomen zal worden, neemt het belang van deze verbinding alleen maar toe. 2 Hotspot Deze potentieel zeer interessante locatie is momenteel ĂŠĂŠn van de weinige locaties langs de oever die toegankelijk is. De lange zichtas, connectie met het Vliegenbos en nabijheid van horeca en creatieve industrie, zorgt voor extra kansen. Link met hoogstedelijk weefsel (urbaan programma) 3 Route Dwarsverbindingen door het Vliegenbos zijn nauwelijks aanwezig 4 Route/Hotspot Onduidelijke routing en het ontbreken van verbinding tussen Vliegenbos en Rietland. Potentie voor hotspot op kruising 3 en 4

5 Route: Hier zijn interessante en fraaie zichtrelaties aanwezig, maar ontbreekt een fysieke verbinding en wordt de route onduidelijk. 6 Hotspot De aanwezigheid van kleinschalige horeca en cultureel erfgoed, maakt dit een aantrekkelijke plek om te ontwikkelen tot horeca-hotspot met focus op de binnenhaven. Veel onbebouwde restruimte aanwezig. 7 Route Zowel over water als over land is dit een bijzonder route en tevens markante zichtas die binnenhaven en IJ verbindt 8 Route Ontbrekende schakel die route 4 verbindt met route 10. Route naar kinderrijke wijken (speelnatuur). 9 Route/Hotspot Een punt waar alles samenkomt en een belangrijke schakel in de ecologische verbinding met Waterland en oeverpark Schelling-

woude. Kan een hotspot worden met nadruk op versterken natuurwaarden. 10 Route Sterke, doorlopende route die het hoogstedelijke netwerk van Nieuwendam-Noord verbindt met het dorpse Nieuwendam-Zuid. 11 Hotspot Ingang Noorderpark en Vliegenbos zijn logisch en sterk verbonden. Reeds gerealiseerd. 12 Route De nu nog ontoegankelijke IJ-oever zou een belangrijke route kunnen worden vanuit het hoogstedelijk netwerk, met het IJ als grote bindende kracht. 13 Route/Veerverbinding Het hoogstedelijk netwerk van Amsterdam Zuid-Oost is nu visueel verbonden, maar niet fysiek. Een veerverbinding lost dit op.

verdieping 32


06 DEELUITWERKING

Netwerk van hotspots en routes Gezien de huidige financiële crisis is het logisch in te zetten op een kleinschalige ontwikkeling die langzaam verder door ontwikkelt. De randvoorwaarden om die ontwikkeling in gang te zetten, moeten echter wel aanwezig zijn. In de huidige situatie, waarbij de financiële toekomst en de snelheid van ontwikkelingen onzekere factoren zijn, is een flexibel plan nodig dat zich aan kan passen aan de marktwerking. Het plan moet hierbij richting geven en sturend zijn in zowel een economische hoogals laagconjunctuur. Elke ontwikkeling moet het gebied een flinke stap voorwaarts geven.

De ontwikkeling gaat uit van potentieel interessante locaties, zgn. hotspots en de verbindingen daartussen. Ontwikkelingen worden zoveel mogelijk gecombineerd met andere vraagstukken, zoals waterveiligheid, ecologie en het verhogen van gebruiksmogelijkheden. Fasering In dit rapport wordt de ontwikkeling van het gebied uiteengezet in drie stappen, maar in praktijk is een verdere onderverdeling mogelijk en kunnen hotspots en routes grotendeels onafhankelijk van elkaar ontwikkeld worden. De keuze welke hotspot of route eerst wordt ontwikkeld, kan afhangen van de beschikbare financiële middelen en urgenties. Desondanks kan wel opgemerkt worden dat, in de huidige situatie, de kredietcrisis, een te magere aanpak weinig effect zou hebben om de beoogde transformatie in gang te zetten. Projectontwikkelaars zijn afwachtend en ook bij de gemeente ontbreekt het aan financiële slagkracht om een grootschalige transformatie op stoom te krijgen. Slim (maar niet té sober) investeren in hotspotlocaties en routes kan hierin als katalysator werken. In de meest ideale situatie gaan particuliere (indi-

33

deeluitwerking

viduele of projectmatige) ontwikkelingen gelijk op met de ontwikkeling van de openbare ruimte (de hotspots en routes). Het plan is flexibel genoeg om zich aan te passen aan de snelheid die ingegeven wordt door de marktvraag. Wisselwerking Er bestaat daarnaast een interessante wisselwerking tussen de urgentie voor de ontwikkeling van routes (verbindingen) en de ontwikkeling van hotspots. Inzetten op een bepaalde hotspotlocatie kan ervoor zorgen dat de urgentie ook de verbindingen aan te pakken groter wordt. Omgekeerd is het zo dat inzet op alleen de hotspotlocatie - zonder daarbij de verbindingen mee te nemen - ertoe kan leiden dat zo’n hotspotlocatie niet tot de gewenste resultaten leidt en geen katalysatoreffect teweegbrengt in zijn omgeving. Kortom: De verschillende onderdelen in het plan kunnen weliswaar los van elkaar ontwikkeld worden, maar hangen wel sterk samen. Inzetten op bepaalde onderdelen vraagt vervolgens om de ontwikkeling van de onderdelen die daarmee samenhangen. De veranderingen in de marktvraag bepalen welke onderdelen de meeste urgentie hebben. Het is daarom niet exact te bepalen in welke volgorde het plan gerealiseerd zal gaan worden Deeluitwerking Het deelgebied - zoals hiernaast getoond - wordt eerst globaal in kaart gebracht. De verschillende hotspots en routes worden vervolgens verderop in dit hoofdstuk op een nog gedetailleerder schaalniveau in beeld gebracht en uitgewerkt in referentiebeelden, doorsnedes en visualisaties. Op pagina 41-42 is een overzicht te zien van de verschillende hotspost en routes die nader uitgewerkt zullen worden.


TUIN VAN HET IJ DEELUITWERKING

6.3

6.2

Fasering 6.1 De huidige situatie 6.2 (Relatief kleinschalig) investeren en werken aan hotspots en de verbinding daartussen. Inzetten van de wateropgave (ophogen kades en deze openbaar toegankelijk maken, afkoppelen regenwater Hamerstraatgebied en bovengrond afvoeren naar Vliegenbos) als ontwerpinstrument. Dit geldt tevens voor het verhogen van de ecologische waarde in het Rietland. Het maken van een doorbraak en verbinding met het IJ tot stand brengen levert een vispaaiplaats op voor vissen uit het IJ. Het aanbrengen van ondiepe plas/dras-terrassen op verschillende dieptes geeft plek aan bijzondere biotopen.

06

6.1

6.3 Het vrijkomen van het terrein van Albemarle geeft het gebied een nieuwe boost. Door (een deel van) dit terrein in te richten als stadspark met een industrieel karakter en deze te laten aansluiten bij de Urban Beach wordt de reikwijdte van deze hotspot groter. Schone grond uit het Rietland wordt ingezet als leeflaag.

deeluitwerking 34


6.4

UITGANGSPUNT

6.5

6.6

De bestaande situatie In de bestaande situatie zijn er wel veel potenties aanwezig, maar die worden nauwelijks benut. Het robuuste stadsbos het Vliegenbos is te donker om je er echt prettig te voelen. Het ontbreekt aan gebruiksfuncties. Ook vanuit ecologisch oogpunt is de waarde relatief laag. Er is nauwelijks ruimte voor een (zonbeschenen) brede opbouw van bosranden met kruid en heesterlaag. Juist dergelijke brede randen laten de hoogste biodiversiteit zien. Het Rietland heeft vrijwel geen gebruiksfuncties en bestaat uit vrij wilde natuur. Voor gebruikers niet erg interessant, maar helaas ook ecologisch niet heel waardevol. In het gebied zijn relatief weinig gradiĂŤnten droog en plas-dras/nat te vinden. De aanwezige industrie maakt het gebied enigszins ontoegankelijk. De duidelijke nadruk op de werkfunctie is overal aanwezig. De overmaat aan (ongebruikte) parkeerplaatsen is storend en geeft een onvriendelijk beeld. De uitstraling die de industrie met zich meebrengt, geeft het gebied overigens wel een stoer karakter en dat heeft absoluut potentie.

35

deeluitwerking

6.4 De pittoreske binnenhaven van Nieuwendam 6.5 Het robuuste, maar vrij donkere Vliegenbos. Gebruiksfuncties zijn schaars. 6.6 De aanwezigheid van industrie langs het IJ maakt het gebied ontoegankelijk, maar zorgt tegelijkertijd voor een stoer en robuust karakter.


TUIN VAN HET IJ DEELUITWERKING

06 LEGENDA Hoog opgaande beplanting Gazon of natuurweide Oppervlaktewater Bestaande bebouwing

0

30 meter

deeluitwerking 36


6.7

6.8

FASE 1

6.9

Connecting hotspots De hotspot-ontwikkeling, zoals beschreven op pagina 31, wordt in gang gezet. Fase 1 zal niet in één keer worden gerealiseerd, maar wordt in stappen ontwikkeld. De hotspots waar de meeste draagkracht voor is (en die de laagste investeringen vereisen) worden in principe als eerste uitgevoerd. Elke ontwikkeling levert een meerwaarde aan het gebied en zal een wisselwerking hebben met particuliere gebiedsontwikkeling. Op de kaart zijn de ontwikkelingen al wel volledig ingevuld. Een voorbeeld: Zo zal de Joh. van Hasseltweg een ander profiel krijgen (deze wordt verderop in dit rapport uitgewerkt). Dit nieuwe profiel moet de straat een vriendelijker karakter geven en flexibel gebruik van het trottoir voor bijvoorbeeld terrassen- mogelijk maken. Dit geeft de straat een levendiger aanzien en zal ook particuliere ontwikkelingen op gang brengen. Een ander voorbeeld: Het Rietland krijgt een hotspot gericht op kinderspeelnatuur en water. Door deze nieuwe functie zal er meer draagvlak ontstaan voor andere ontwikkelingen en de aanleg van een vlonderpad door het gebied.

37

deeluitwerking

6.7 Dit theehuis van kunstenaar John Körmeling (Breda) is een goed voorbeeld van de schaal en sfeer die goed zou passen bij de ontwikkelingen in het Vliegenbos. 6.8 Het nieuwe profiel van de Joh. van Hasseltweg heeft brede, boomrijke trottoirs die flexibel gebruik mogelijk maken, zoals gebruik als parklet. 6.9 Het Rietland grenst aan kinderrijke wijken en zou sterk profiteren van een eenvoudige kinderspeelplek bij het (ondiepe) water en speelzand. Dit is ook tijdens de wintermaanden interessant.


TUIN VAN HET IJ DEELUITWERKING

06 LEGENDA (AANVULLING) Kruidenrijk gras, zoomvegetatie, riet Nieuwe bebouwing Fietsroute/‘groene’ tramverbinding Parkeerplaatsen Stadsstrand Groen plein Houten vlonderpaden of terrassen

0

30 meter

deeluitwerking 38


6.10

6.11

FASE 2

6.12

Opschakelen Wanneer ook het terrein van Albemarle vrijkomt voor ontwikkeling, kan in één keer zo’n groot gebied ontwikkeld worden, dat we het niet meer hebben over kleinschalige acupunctuuringrepen en langzame ontwikkelingen. Om het terrein geschikt te maken voor welke functie dan ook, groen of een woon/werkfunctie, zal de bodem gesaneerd moeten worden, omdat deze vervuild is. Wanneer schone grond voorhanden is, is het afdekken van de vervuilde grond met een leeflaag van schone grond de eenvoudigste oplossing. Deze schone grond is ruim voorhanden in het Rietland. Het Rietland zal hiervoor worden afgegraven volgens de huidige hoogtekaart, waarbij oevers een veel flauwer talud krijgen en er plasdras-terrassen worden aangelegd van 20-30cm diep. Een groot deel van de huidige opgaande beplanting blijft onaangetast. Na het aanbrengen van een leeflaag, is het Albemarle-terrein voldoende opgehoogd om aan de waterrisiconorm te voldoen. Het westelijk deel kan worden ontwikkeld tot een industrieel stadspark dat aansluit bij de reeds bestaande Urban Beach. Het oostelijk deel is beschikbaar voor woningbouw, mits een brede overstrook openbaar blijft. Het verleggen van het kanaal naar de historische situatie, zorgt voor logica en een heldere zichtlijn.

39

deeluitwerking

6.10 Het industriële karakter van het terrein van Albemarle vormt een belangrijke inspiratiebron voor het nieuwe stadspark (locatie: Landschapspark Duisburg) 6.11 Het Rietland krijgt veel meer natte gradiënten en plasdrasoevers. Via robuuste vlonderpaden blijft het gebied toegankelijk 6.12 Het zijkanaal K wordt weer teruggebracht naar de situatie zoals deze van het moment van demping in 1881 heeft bestaan tot zwavelzuurfabriek Ketjen in 1956 uitbreide en het kanaal werd omgelegd voor vergroting van het terrein. Het herstellen van de (visuele en fysieke) verbinding van Nieuwendam met het IJ is waardevol.


TUIN VAN HET IJ DEELUITWERKING

06 LEGENDA (AANVULLEND) Flauwe oeverranden en plas/ dras-terrassen Boomgaard Hart industrieel park met functies Particulier uitgeefbaar voor woningbouw

0

30 meter

deeluitwerking 40


UITWERKING

In meer detail De hier getoonde routes en hotspots worden verder uitgewerkt op de volgende pagina’s.

1. Route - Joh van Hasseltweg pag.43-44

De verschillende routes en hotspots worden nader uitgewerkt tot een variabel detailniveau. De ene keer wordt volstaan met een plankaart met korte uitleg en een serie referentiebeelden, in andere gevallen worden deze aangevuld met faseringsbeelden, doorsnedes of materialisatievoorstellen. Van de gebieden met natuurwaarden, het Vliegenbos en het Rietland, wordt tevens ingegaan op de ecologische transformatie. De openbare kade (6) en hotspot Urban Beach (7) worden vrij gedetailleerd uitgewerkt. De hotspot industrieel stadspark wordt niet tot in detail uitgewerkt, omdat er nog teveel onzekere factoren zijn, bijvoorbeeld over de mate van vervuiling en de (her)gebruikswaarde van de chemische installaties en gebouwen. Door middel van referentiebeelden wordt echter wel een beeld van een mogelijke toekomst geschetst. 2. Route/hotspot/ecologie - Vliegenbos pag. 45-48

4 3

5 2

8

1 7 6

3. Route - Kleinschalige woningbouwprojecten pag. 49-50

41

deeluitwerking


7. Hotspot/waterkering - Urban Beach pag.63-70

5. Route/hotspot/ecologie - Rietland pag. 55-58

8. Hotspot/toekomstbeeld - Industrieel stadspark pag. 71-74

06

TUIN VAN HET IJ DEELUITWERKING

4. Hotspot - Binnenhaven Nieuwendam pag.51-54

6. Route/hotspot/waterkering - kade IJ pag. 59-62

deeluitwerking 42


6.13

6.14

1. ROUTE

6.15

Joh van Hasseltweg In de bestaande situatie is het profiel van deze weg tĂŠ breed om sfeervol te zijn. De overmaat aan (ongebruikte) parkeerplaatsen geeft deze route duidelijk het aanzien van een weg op een industrieterrein. Bij de omvorming naar een gebied waarin de nadruk ligt op kleinschaligere werkfuncties in combinatie met wonen, is het gewenst dat de uitstraling van deze weg levendiger, groener en intiemer wordt. De flinke breedte van de weg (op het smalste deel 32,5m) wordt ingezet voor een veelzijdig, groen profiel dat flexibele gebruiksmogelijkheden geeft. Een belangrijke voorwaarde voor dit flexibele gebruik is een minimale maat voor de trottoirs. Brede trottoirs (min. 4m) maken het mogelijk om een deel van de ruimte in te richten als (tijdelijke of permanente) parklet. De parkachtige groenstrook van fase 1 kan op termijn worden ingezet als groene parkbaan voor de hoogwaardige OV-verbinding die de gemeente in de beleidsplannen heeft voorzien. Door te kiezen voor een tramverbinding in plaats van een busverbinding, is het mogelijk het wegdek groen te houden en te beplanten met graszoden. Het groene karakter van de weg gaat daarmee niet verloren. 43

deeluitwerking

6.13 Het huidige beeld. De overmaat aan ruimte en parkeervakken geeft deze weg een ongezellige, doodse indruk. De weg voldoet echter wel voor het huidige gebruik (industrie). 6.14 De groene parkstrook kan in later stadium transformeren naar een hoogwaardige tramverbinding. Het groene karakter blijft. 6.15 Op termijn zal deze route transformeren naar een hoogstedelijke, drukbezochte straat. De bebouwing heeft een kleine korrel en op het trottoir is een rijk programma gerealiseerd.


06

TUIN VAN HET IJ DEELUITWERKING

HUIDIG BEELD

FASE 1

FASE 2 deeluitwerking 44


6.16

6.17

2. HOTSPOT/ROUTE

6.18

Vliegenbos Het Vliegenbos in huidige staat is een bijzonder stadsbos. Een bos van dergelijke omvang is - binnen de ring A10 - nergens anders te vinden. Dat zou iets kunnen zijn om te koesteren, bijvoorbeeld vanwege de unieke biotoop die dat in potentie zou kunnen opleveren. Toch ontbreekt er ook veel. Het bos wordt bijvoorbeeld relatief slecht bezocht, zeker gerelateerd aan de omvang. De gebruiksmogelijkheden zijn beperkt. Behalve wandelen zijn er geen andere gebruiksmogelijkheden. Het bos heeft charme, maar voelt door de dichte beplanting en rust ook onveilig. Ecologisch gezien is de waarde eveneens relatief laag, ondanks de potenties. Het drukbezochte Vondelpark heeft een hogere natuurwaarde. Door de hoge boomdichtheid van het bos is er geen of bijna geen ruimte voor brede (biodiverse) bosranden met zoom en mantel. Het verhogen van de biodiversiteit kan samen gaan met een vergroting van de gebruiksmogelijkeden door meer openheid te creëren. Hiervan profiteren zowel gebruikers als de natuur. Een verlichte route zorgt voor veiligheid en kan dienen als katalysator voor ontwikkelingen. 45

deeluitwerking

6.16 Het huidige beeld. Het Vliegenbos is relatief donker (de foto is genomen op één van de meest open locaties). 6.17 De aanleg van een verlichte ‘strip’ door het Vliegenbos, geeft het bos - ook ‘s avonds - een prettigere sfeer. Om lichtvervuiling te beperken, zal gekozen worden voor een armatuur dat zo min mogelijk strooilicht verspreidt. 6.18 De verlichte route en nieuwe gebruiksplekken kunnen worden ingezet voor de ontwikkeling van nieuwe functies, zowel tijdelijke als blijvende. Een voorbeeld is dit tijdelijke boomterras.


FASERING

Fase 1 Het bos wordt opener en krijgt open gebruiksplekken en een verlichte route van oost naar west en van zuid naar noord.

06

TUIN VAN HET IJ DEELUITWERKING

Huidige situatie Het bos is vrij dicht en donker en leent zich maar voor één gebruiksfunctie: wandelen.

Fase 2 De nieuwe gebruiksmogelijkheden dienen als katalysator voor andere functies, zoals een theehuis.

deeluitwerking 46


TE HT ER OU VE RL IC

BR UIK SW AA RD E GE ET NM GA ZO

+0,9m NAP

+0, 5m NAP

2

0 meter

Hemelwater afkoppelen Hamerstraatgebied De ontwikkelingen in het Vliegenbos kunnen goed gecombineerd worden met een andere opgave die geldt voor het gebied, nl. de wateropgave. Voor een duurzaam waterbeleid is het belangrijk hemelwater dat valt in het Hamerstraatgebied niet meer af te voeren via het rioolstelsel, maar af te koppelen en te zuiveren, alvorens het onder natuurlijk verval wordt afgevoerd naar het IJ. Het Hamerstraatgebied loopt langzaam hellend af richting het Vliegenbos. Het verval is ongeveer 1m. Er zijn dus weinig kunstgrepen nodig om het regenwater uit het Hamerstraatgebied (zoveel mogelijk bovengronds, via het wegprofiel) af te voeren richting Vliegenbos. De moerasbeplanting op de geplande, ondiepe oeverterrassen langs de waterpartijen zuiveren het water van vervuiling van het wegdek, voordat het afstroomt richting het zijkanaal K, dat in rechtstreekse verbinding staat met het IJ.

47

deeluitwerking

Ecologie Door de waterstand in de winter met behulp van een schot op +0,2m NAP vast te stellen (=60cm hoger dan het IJ-peil) en ‘s zomers op maximaal -0,2m NAP (=20 cm hoger dan op het IJ), wordt een waterpeil gecreëerd dat meer overeenkomt met het natuurlijke verloop (‘s winters natter, ‘s zomers delen droogvallend). Voor het bos betekent dit dat het grondwater zich ‘s winters ca. 0,3m onder mv bevindt en tijdelijk kan overstromen bij flinke regenval. s’ Zomers is de waterstand gemiddeld 0,7m onder mv. Het ‘s zomers droogvallen van brede delen van de oevers, levert een belangrijke bijdrage aan de natuurwaarde. Deze grondwaterdynamiek komt niet alleen de oevervegetatie, maar ook het iepen-essenbos ten goede, omdat deze profiteert van de hoge waterstand in de winter, daar dit verzuring van de bodem tegengaat. De voorgestelde ingrepen leveren de volgende vegetatietypen op:


IEP ME ENR T Z IJK OO ES M S EN ENB MA OS NT EL

VE R RIE TO E

ON MO DIEP ER ZO AS E VE T W GE ATE TAT R IE ME T

RA SL AN D MG DO TTE RB LO E

TUIN VAN HET IJ DEELUITWERKING

+0,2m NAP winterpeil

06

-0,2m NAP zomerpeil

Vochtig grasland Dotterbloemgraslanden zijn afhankelijk van hoge grondwaterstanden en een geringe tot matig hoge voedselrijkdom. Ze staan ‘s winters onder water en drogen ‘s zomers oppervlakkig uit.

Natte rietruigte Op de grens van vochtig grasland en moerasvegetatie ontstaat een mengvorm tussen beide. Er ontstaat een rijke vegetatie van lisdodde, riet, koekoeksbloem en kattenstaart.

Ondiepe moerasvegetatie Moeras omvat open begroeiingen van riet, lisdodde en biezen in water; rietlanden en rietruigten. Moeras is van groot belang voor vogels, libellen, vissen, amfibieën en enkele zoogdieren als woelmuis en spitsmuis.

Iepenrijk Essenbos De hogere delen, die nu al voor een groot deel uit iepen en essen bestaan, ontwikkelen zich rijker. De zoom en mantel bestaat uit oa. meidoorn. Op lagere, nattere delen ontstaat het vogelkers/essenverbond. deeluitwerking 48


6.19

6.20

3. ROUTE

6.21

Vliegenbos /Nieuwendam Vanuit het Vliegenbos is er momenteel een route naar Nieuwendam, maar deze mist logica. Van een achterkant van het bos moet je je een weg banen naar de achterkant van de dijk. Pas op de dijk is de route weer logisch. De aanwezigheid van die ‘achterkanten’ is vanuit de historie wel te verklaren. Het Vliegenbos was ooit aangelegd als bufferzone tussen de zwavelfabriek van Ketjen op het industrieterrein en de historische zeedijk. Het zijn dus van oorsprong echte rafelranden. Nu Albemarle geen zwavel meer verwerkt en het Vliegenbos steeds aantrekkelijker wordt en duidelijkere ingangen krijgt, is het tijd om van deze achterkanten twee voorkanten te maken die op elkaar aansluiten. Voor het plan heb ik bestudeerd of het mogelijk is om een nieuwe route te creëren die op een logische wijze zou aansluiten op de bestaande routes vanaf de Waterlandse Zeedijk naar Nieuwendam-Noord en Buikslotermeer. In deze wijken is de dichtheid inwoners zonder tuin zeer groot. Het zijn dan ook belangrijke potentiele bezoekers voor het park. Een logische, prettige verbinding met het Vliegenbos is daarom een absolute must.

49

deeluitwerking

6.19 Door historisch gebruik als industriële bufferzone is er in het gebied voor de Waterlandse Zeedijk een overmaat aan restruimtes. Deze restruimtes worden opgevuld met oude loodsen, rommelige verzamelingen boten en roestige auto’s. 6.20 Pas op de Waterlandse Zeedijk is de eenheid van dit culturele erfgoed terug te vinden. Je waant je in een andere wereld. 6.21 Het binnenhaventje heeft prachtig uitzicht op de kerk van Nieuwendam, maar wordt geflankeerd door loodsen en rommelhoekjes.


HUIDIG BEELD

X X

X X

X

X

Huidige situatie In de huidige situatie zijn er twee, enigszins vage uitgangen van het Vliegenbos die beide onlogisch aansluiten op de weg erachter. Via een omweg langs oude loodsen en een bedrijfshal moet je vervolgens de dijk op. Deze opgang loopt niet logisch door in de richting van de wijken Buikslotermeer/Nieuwendam-Noord. Je moet eerst een stukje naar rechts en dan weer naar links. Het binnenhaventje (afb. 6.21) heeft veel potentie, maar wordt aan beide zijden geflankeerd door oude boten en geparkeerde aanhangers. Alles bij elkaar levert dit een rommelige indruk op.

06

Nieuwe situatie Voor de nieuwe situatie is de grote botenloods gesloopt, evenals de bedrijfshal. Ook is er een dubbel jaren 40-bouwblok gesloopt langs de Waterlandse Zeedijk. Hier kan ĂŠĂŠn nieuwe woning worden teruggebouwd en dan blijft er voldoende ruimte over voor een doorgang voor fietsers en wandelaars. De botenloods wordt in kleinere schaal herbouwd aan het water. De overige ruimte wordt opgevuld met woningen. Om doorkijkjes te houden op de binnenhaven, wordt de oostkant niet volledig bebouwd.

TUIN VAN HET IJ DEELUITWERKING

PLANFASE

Dit relatief kleinschalige project moet aansluiten bij de stijl van de bestaande dijkwoningen, maar wel met een moderne twist. REFERENTIEBEELDEN ARCHITECTUUR

Nieuwe dijkwoning Amsterdam, ontwerp Lieven Bekaert

Nieuwbouw met klokgevel in historisch bouwblok ontwerp Joost Swarte

Nieuwbouw in historische stijl, Meerpad, Nieuwendam

deeluitwerking 50


6.22

4. HOTSPOT

6.23

6.24

Haven Nieuwendam De binnenhaven van Nieuwendam heeft heel veel charme, niet in de laatste plaats vanwege het vele culturele erfgoed, zoals de dijkhuisjes met karakteristieke klokgevels of de historische, handmatig te bendienen sluis die doorgang biedt van het IJ naar de Grote Die en het peilverschil van 1,2m kan overbruggen. Op deze pittoreske plek is een goedlopende horecazaak aanwezig, ‘t Sluisje, dat gesitueerd is direct naast de sluis. Het kleinschalige karakter van het terras sluit goed aan bij de dorpse schaal, maar is niet voldoende om aan de vraag te voldoen. Op zonnige dagen barst het terras bijna uit zijn voegen. Gek genoeg is er in dit charmante dorp blijkbaar geen tekort aan ruimte, gezien de overmaat aan rommelige restruimtes (vol met reeds lang ‘overleden’ aanhangers en boten). Door deze restruimtes of delen van deze restruimtes in te zetten voor de ontwikkeling van kleinschalige, watergerichte horecalocaties, ontstaat een hotspotlocatie die veel mensen kan ‘bedienen’, maar tegelijkertijd blijft passen bij de dorpse schaal. De rommelige restruimtes worden opgeruimd of netter afgewerkt (té netjes is ook weer niet de bedoeling!) 51

deeluitwerking

6.22 De historische sluis vormt het middelpunt van het dorp Nieuwendam, meer nog dan de kerk. De connectie met enerzijds de Grote Die en anderzijds het zijkanaal K geeft de plek extra sfeer. 6.23 Ook op een wat frisse bewolkte dag is er altijd leven op het terras van café ‘t Sluisje. Op zonnige dagen barst het terras bijna uit z’n voegen. 6.24 Uitzicht vanaf het sluisje op de binnenhaven van Nieuwendam. De restruimtes zijn net niet in beeld, maar wel te bekijken op de kaart op blz. 29


HUIDIG BEELD Huidige situatie De functie als binnenhaven wordt optimaal benut. Elke vrije plek langs de kade is gebruikt om boten aan te meren. Dit geeft de haven altijd een levendige indruk, ook als er niet gevaren wordt. De grijze plek in de linkerbovenhoek is het terras van café ‘t Sluisje, momenteel de enige horecagelegenheid in het gebied en ook één van de weinige locaties die echt profiteert van het uitzicht. Over het algemeen wordt de waterkant namelijk gebruikt als rafelrand of achterkant. Er staan oude loodsen en de overmaat aan parkeerruimte wordt benut om (langdurig) te sleutelen aan auto’s of boten. Blijkbaar speelt ruimtegebrek hier geen rol, want op sommige plaatsen lijkt het meer een soort kerkhof voor oud schroot.

06

Nieuwe situatie In de nieuwe situatie is een groot deel van deze ‘restruimte’ ingezet voor de ontwikkeling van kleinschalige horecaterrassen. De binnenhaven vormt het ‘plein’ dat deze plekken met elkaar verbindt. Hoewel dit plein alleen per boot over te steken is, zorgt de visuele verbintenis toch voor het gevoel op één ‘plek’ te zijn, een hotspot. De verschillende terrassen zijn deels met elkaar verbonden via land, deels ook door middel van voetgangersbruggetjes. De stippellijnen geven mogelijke verbindingen aan. In verband met de vele boten met staande mast zijn vaste bruggen niet mogelijk. Onderzocht moet worden welke mogelijkheden overblijven. Denk hierbij aan een klein zomervarend pontje of trekpontje.

TUIN VAN HET IJ DEELUITWERKING

PLANFASE

REFERENTIEBEELDEN TERRASSEN AAN HET WATER

Hanneke’s Boom, sinds 1662, Amsterdam

Drijvend terras Café Paris Plage, Parijs

Terras Annies Verjaardag, centrum Leiden

deeluitwerking 52


0

53

1

meter

deeluitwerking WA TE RR EC

RE AT IE

NIE BIJ UWB HIS OU TO W A RIS AN CH SL E B UIT OU EN WS D TIJ L


06

+0,8m NAP TUIN VAN HET IJ DEELUITWERKING

+2,3m NAP

-0,4/-0,3m NAP gelijk aan peil IJ

deeluitwerking 54

ST AA ND E

BE

ET

WA TE R

ED IJK

N

ME

BO

ZE

TE

EN BA RE RO U

AA NH

WA TE RL AN DS E

OP

TE RR AS SE N


6.25

6.26

5. HOTSPOT/ROUTE

6.27

Rietland In de huidige vorm bestaat het Rietland uit een weelderig, maar vrij ontoegankelijk stukje ruige natuur. Die verruigging in combinatie met een lage gebruikswaarde (=weinig recreatiedruk) zou in principe moeten kunnen leiden tot een hoge natuurwaarde. In de praktijk valt dit tegen en moet het gebied het doen met een natuurwaarde 2, net als het Vliegenbos. Vergelijk dit wederom met de hogere natuurwaarde 3 voor het drukbezochte, intensief beheerde Vondelpark. Er is dus nog veel ruimte voor verbetering, zowel op het terrein van gebruikswaarde als verhoging van de ecologische waarde. In het ontwerp zal het gebied ingezet gaan worden als vispaaiplaats. Het natuurlijker maken van het watersysteem, zorgt voor een hogere natuurwaarde. Het Rietland wordt toegankelijker gemaakt door de aanleg van een houten (wandel)vlonderpad en tevens door de aanleg van een doorgaande fietsroute/trambaan. Deze fietsroute en trambaan worden gesitueerd op de al aanwezige dijk, langs de onderrand van het gebied. Door kleinschalige recreatiemogelijkheden (een kinderstrandje, vlonderpaden), kan het gebied lokaal intensiever gebruikt gaan worden, zonder dat dit beperkingen meebrengt voor de ecologische waarde. 55

deeluitwerking

6.25 Hoewel het gebied Rietland wordt genoemd, groeit er momenteel nauwelijks riet. De te lage waterstand en steile, niet erg natuurvriendelijke oevers leveren weinig locaties waar riet zich kan handhaven. 6.26 Een relatief kleinschalig kindersstrandje houdt de recreatiedruk beperkt. Desondanks zou zo’n veilig kinderstrand met natuurrecreatie een welkome aanvulling zijn van de speelmogelijkheden voor de kinderrijke wijken in de omgeving. 6.27 Extensieve recreatievormen kunnen prima samen gaan met een verhoging van de ecologische waarde (Qiaoyuan post-industrial park, Turenscape).


Fase 1 Het Rietland leent zich, door het ontbreken van golfslag, bijzonder goed voor de realisatie van een vispaaiplaats. Deze zijn schaars langs de oevers van het IJ. Hiervoor is het noodzakelijk om het watersysteem van het Rietland te verbinden met die van het IJ. Dit betekent echter ook dat het Rietland, zonder verder ingrijpen, het onnatuurlijke peilbeheer overneemt (dus ‘s zomers natter). Om dit te voorkomen wordt het watersysteem alleen gekoppeld vanaf voorjaar tot najaar (zie ook volgende pagina). Dit komt de ecologische mogelijkheden ten goede. Een grillige oever is wenselijk omdat dit extra biotopen oplevert en het totale oppervlakte randen optimaliseert.

TUIN VAN HET IJ DEELUITWERKING

FASE 1

Huidige situatie In de huidige situatie is het watersysteem van het Rietland niet gekoppeld aan die van het IJ (Noordzeekanaalboezem). Er wordt ‘s winters een hoger grondwaterpeil gehanteerd, nl -0,3m NAP (dus ‘s zomers en ‘s winters hetzelfde peil). Dit is een iets natuurlijkere situatie dan het peilbesluit voor de Noordzeekanaalboezem (‘s zomers een hogere waterstand dan ‘s winters), maar is nog steeds niet ideaal. Het ontbreken van overstromingsdynamiek (‘s winters overstromend, ‘s zomers soms droogvallend) levert een vegetatie op met een veel hogere natuurwaarde. De huidige vegetatie is voortdurend in het stadium van verruiging/verbossing.

06

HUIDIG BEELD

FASE 2 Fase 2 Voor het geschikt maken van het terrein van Albemarle voor wonen of een groenfunctie is een leeflaag schone grond nodig. Door deze te betrekken uit het Rietland, kan hier een verlaging van het maaiveld worden gerealiseerd. Dit is een win-winsituatie. Hoewel deze ingreep betekent dat de vegetatiesuccessie deels opnieuw moet beginnen, kan deze ‘schade’ al na enkele jaren worden ingehaald, omdat rietvegetaties tot pioniersvegetaties behoren. Om niet de gehele successie opnieuw te laten beginnen, blijven de opgaande beplantingen gespaard. Alleen de reeds aanwezige smalle greppels (niet zichtbaar op de 1e kaart), worden verder verbreed en vernat.

deeluitwerking 56


OP M E PER T K VLA RA KT NS EW WI AT ER ER EN

NA TR IET LA ND

R) EE DR RIE OOG TR RIE UIG TL TE AND (M AA / IBE H

-1,7m NAP (rietvrije zone) 1

0 meter

Ecologie Om een gebied te vernatten zijn er feitelijk 4 ‘knoppen’ waaraan gedraaid kan worden: Waterdiepte, Waterpeilbeheer, Waterkwaliteit, Vegetatiebeheer Waterdiepte Deze wordt vrij drastisch aangepast, met name in fase 2. Voor het afdekken van de vervuilde grond met schone grond op het voormalige terrein van Albemarle, wordt het Rietland op sommige plaatsen tot ruim een meter afgegraven. Hiermee komt het maaiveld gemiddeld op ongeveer gelijke hoogte als het waterpeil. Op sommige stukken hoger, op andere lager. Nadeel van deze methode is dat de vegetatiesuccessie opnieuw moet beginnen. Voor de ontwikkeling van waterplanten heeft deze maatregel vaak positieve effecten. Waterpeilbeheer Doordat de waterstand in het IJ een onnatuurlijk peilbeheer heeft, die ‘s winters lager is dan ‘s zomers (‘s winters 57

deeluitwerking

-0,3m NAP, ‘s zomers -0,4m NAP) en het gebied in open verbinding komt te staan met het water in het IJ, profiteert de biodiversiteit niet maximaal. Idealer zou het zijn als grote gebieden ‘s winters onder water staan en ‘s zomers korte perioden helemaal kan droogvallen. Deze overstromingsdynamiek levert een hogere biodiversiteit op. Om deze dynamiek na te bootsen wordt het gebied ‘s winters doormiddel van een schot afgekoppeld van het waterpeil in het IJ. Neerslag zorgt vervolgens voor een natuurlijke verhoging van het peil. Voor de paaitijd (die vanaf maart-mei plaatsvindt, afhankelijk van de vissoort) wordt het schot verwijderd. Waterkwaliteit De waterkwaliteit is reeds vrij goed, maar kan verbeteren door de ontwikkeling van rietmoerassen. Vegetatiebeheer De inzet van grazers zal in dit stedelijke gebied niet aan de orde zijn. Afhankelijk van de voedselrijkdom is 1x maaien per 3 jaar nodig om verruiging te voorkomen.


PL (PE AS/D RIO RA DIE SZO K D NE RO S -0 OG ,5m VA LL NAP EN D

L EE ER AS ST RU W MO

VL ON DE RP AD

+1/1,3m NAP huidig maaiveld

+0,2m NAP

-0,3/-0,4m NAP

06

TUIN VAN HET IJ DEELUITWERKING

-0,5m NAP (plasdras, soms droogvallend)

Onderwaterplanten Vegetaties met kranswieren en fonteinkruiden ontwikkelen zich snel (al na ca 3 jaar na baggeren) en behoren tot de pioniersvegetaties

Nat rietland Op de grens van droog rietland en oppervlaktewater ontstaat een rijke vegetatie van lisdodde en riet. Voorwaarde voor een goede verjonging is dat delen periodiek droogvallen.

Droog rietland/rietruigte De drogere delen zullen meer verlanden, waardoor er rietruigte ontstaat. Dit successiestadium is het voorstadium van het ontstaan van moerasbos/ struweel. 3-jaarlijks maaien voorkomt verbossing.

Moerasbos/struweel Het successiestadium dat volgt op verruiging. Kernsoorten zijn schietwilg, grauwe wilg en els.

deeluitwerking 58


6.28

6.29

6. ROUTE

6.30

Openbare kade De kade is nu nog voor een groot deel ontoegankelijk. Daar waar deze wel toegankelijk is, zoals hier op het terrein van Gsus-industries, vind je weliswaar verblijfsplekken, maar deze maken geen onderdeel uit van een route. Wanneer de noodzakelijke verhoging van de kade tot +1.6m NAP (ivm waterveiligheid) wordt gecombineerd met een upgrade en de realisatie van een doorgaande, openbare route, wordt de potentie van deze ruige kade met industrieel karakter pas echt goed benut.

59

De aanpassingen aan de kade mogen niet leiden tot mooimakerij. Het industriĂŤle, stoere karakter mag niet verloren gaan, omdat dit een grote kracht is van het gebied. Het vormt een fraaie tegenhanger voor de fraaie grachtenpanden in het centrum en de pittoreske dijkwoningen aan de dijk. Ook past het bij het grootschalige, robuuste karakter van het IJ, waar enorme vrachtschepen voorbij varen.

6.28 De brede kade op het terrein van GSus industries wordt deels gebruikt als parkeerplaats. De grote schaal van deze plek sluit goed aan bij de royale breedte van het IJ.

Dit brede deel van de kade bij een concentratie creatieve industrie en horeca (oa Mlab, Gsus, de Goudfazant) leent zich bij uitstek voor al dan niet tijdelijke kunstinstallaties met een interactief karakter. Denk hierbij aan de lichtobjecten van Daan Roosegaarde of Cloud Gate van Anish Kapoor in Chicago.

6.30 Een stuk dichter bij het centrum wordt de potentie van de kade eveneens gebruikt voor horecadoeleinden. Verhoging van de kade zal op deze plek ontwerptechnisch een uitdaging zijn, vanwege het erfgoed op de kade.

deeluitwerking

6.29 Hotel/restaurant De Goudfazant gebruikt de kade als buitenterras. Hoewel het eten hier niet echt goedkoop is, wordt het onaffe, rafelrand-karakter gebruikt als sfeermaker.


HUIDIG BEELD Huidige situatie Het deel van de kade dat onderdeel is van de deeluitwerking loopt breed uit. Dit enorme oppervlakte past goed bij de wijdsheid van het IJ. Op deze plek is het IJ vrijwel op z’n breedst. Momenteel wordt er al van deze kwaliteiten gebruik gemaakt. Zo heeft Hotel de Goudfazant een buitenterras op de industriële stelcon-betonplaten, ruig en rauw. Doordat de kade geen onderdeel is van een openbare route wordt de kade uitsluitend gebruikt door bezoekers van de Goudfazant. Op de brede punt is tevens een parkeerplaats voor vrachtwagens aanwezig.

06

Nieuwe situatie In de nieuwe situatie wordt de gehele kade openbaar en onderdeel van een doorlopende route. Voor waterveiligheid dient de kade 60cm opgehoogd te worden (is nu 1m, zie ook blz 61). De ophoging zal niet over de gehele breedte hoeven plaatsvinden. De brede strook langs de aanwezige industriële panden behoudt het maaiveld op 1m, zodat geen aanpassingen aan ingangen gemaakt hoeven worden. Op de verhoogde kade worden scheepswerfkranen geplaatst als lichtfeature en herinnering aan de scheepswerven die aan deze kade werkzaam waren. De verbinding met de Urban Beach met scheepshelling wordt hierdoor ook groter. De nieuwe voet/veerverbinding zal aanmeren op de punt.

TUIN VAN HET IJ DEELUITWERKING

PLANFASE

REFERENTIEBEELDEN UITSTRALING KADE

De stoere materialisatie van Kingston Foreshore past goed bij het industriële karakter van de kade

Functies met een industriële uitstraling in de plint

Stelcon platen op de recent heringerichte kade van Cuijk.

deeluitwerking 60


+1,6m NAP

+1m NAP

0

61

deeluitwerking 2

meter

Nachtleven

GE

OG

HO

AA IVE L

DE KA DE

OG TE M

HO

SC AL HEEP S( LIC SWE HT RFK )FE AT RAN UR E N E

OP

GE

IDI

HU

D


PU EIL NT V AN AN KN D SM -

HE ZO T DR RG UK T V BE OO VAR R L EN EV EN IJ

EN AD E PR OM

06

TUIN VAN HET IJ DEELUITWERKING

-0,3/-0,4m NAP

Promenade De houten promenade die voor de kade bevestigd wordt, is via een hellingbaan ook voor minder validen bereikbaar, maar vormt geen doorgaande (fiets) route en is dus een flaneer- en verblijfsplek.

Verharding Stoere Stelconplaten in combinatie met de esthetische mogelijkheden van Esticon en fraaie molgoten. Het industriĂŤle karakter moet wel bewaard blijven.

Werfkraan als feature Hoewel de oorspronkelijke kraan die hoorde bij de voormalige werf niet meer aanwezig is, zou een werfkraan een krachtig statement zijn op dit brede deel van de kade. Door deze te combineren met verlichting krijgen ze een functie.

Industrieel karakter Het industriĂŤle karakter moet bewaard blijven. Hier en daar enige vergroening op de kade mag best, maar wel met mate. Beslist geen mooimakerij of vertrutting!

deeluitwerking 62


6.31

6.32

7. HOTSPOT

6.33

Urban beach Het stadsstrand is gepland in de inham die het laatste niet gedempte deel van het Joh van Hasseltkanaal-Oost vormt. Op deze locatie was tot 1981 scheepswerf Verschure gevestigd. De oude scheepshelling is nog aanwezig. De loodsen die bij deze werf hoorden staan er deels nog steeds, maar worden nu gebruikt door meerdere, kleine bedrijven. De combinatie van deze inham, met scheepshelling en de hiervoor beschreven brede kade heeft een enorme potentie, niet in de laatste plaats doordat hier een zichtas richting Vliegenbos én een zeer lange zichtas via de Joh van Hasseltweg precies op dit punt samenkomen. Naast bovengenoemde pluspunten is rondom dit terrein de transformatie al op gang gekomen. Grootschalige industrie (oa. machinebouw) heeft plaats gemaakt voor kleinschaligere bedrijfstakken, veelal met een creatieve inslag. Ook is er op dit punt ruimte beschikbaar om naast een Urban Beach ook nog een plein te realiseren. Dit gebied vormt dan ook de uitgelezen plek om in te investeren als één van de hotspots die de grote gebiedstransformatie op gang zullen brengen.

63

deeluitwerking

6.31 Het uiterst bescheiden stadstrandje dat reeds gerealiseerd is, stelt niet veel voor en zal meer body moeten krijgen om te gaan functioneren. Op zich als acupunctuuringreep met beperkt budget een aardige poging. 6.32 Het uitzicht naar de kade waar in het plan het voet/fietsveer zal aanmeren. 6.33 Een blik vanaf de brede kade naar de planlocatie. De ‘groene massa’ in het midden loopt vrijwel naadloos over in het Vliegenbos en kan een fraaie zichtas vormen, mits het Vliegenbos opener wordt gemaakt.


HUIDIG BEELD Huidige situatie In de huidige situatie is deze locatie een echte restruimte. Er is wel een poging gedaan om deze plek met beperkte investeringsmiddelen een beetje op te peppen. Zo zijn er wat bankjes geplaatst en is er tussen de ruige beplanting langs de oever wat zand gestort om een (zeer) bescheiden route richting het water van het IJ van te maken. Omdat grote vrachtschepen hier niet dicht langs de oever varen, is dit een vrij veilige locatie voor recreatief zwemmen. Doordat de plek er enigszins verlaten bij ligt en er weinig gebruiksruimte is, maken hier nauwelijks mensen gebruik van. Dat het daarentegen nog geen 3km verder op de oever, bij het stadsstrand Pllek aan de NDSM-Werf wĂŠl bruist, bewijst dat er vraag is naar dit soort plekken.

06

Nieuwe situatie Voor de realisatie van het plan wordt de beschikbare ruimte bij voorkeur uitgebreid met de loods rechts naast de scheepshelling. Deze loods is momenteel in bezit van Albemarle en bevindt zich op hun grondgebied. Deze loods is niet essentieel voor het plan, maar geeft de plek wel meer gebruiksfuncties (horeca, festivals, etc). De brede kade middenonder (ook behandeld in de vorige paragraaf), zal het aanmeerpunt zijn van de nieuwe pontverbinding. Op termijn zal het straatprofiel ruimte bieden aan een tramrails. Het plein grenzend aan het stadstrand krijgt schaduw door enkele bescheiden bomen met een lichte kroon. Deze worden verwerkt in uitsparingen in het bestratingspatroon, zoals verderop beschreven.

TUIN VAN HET IJ DEELUITWERKING

PLANFASE

REFERENTIEBEELDEN URBAN BEACH

Stadsstrand met horeca Pllek, NDSM Werf, Amsterdam

Urban Beach Sugar Beach, Toronto

Drijvend buitenbad met strand Badeschiff, Berlijn

deeluitwerking 64


6.34

6.35

6.36

6.37

6.34 Het plein hoeft niet te gelikt te worden. Dergelijke fietsenstallingen zijn features op zichzelf en geven een knipoog naar het industriĂŤle verleden van de plek. 6.35 Het speelse, niet te gelikte karakter, wordt versterkt door het golvende bestratingspatroon. Het is een hint naar de golven van het IJ, maar zonder geforceerd te zijn (beeld: Superkilen, Kopenhagen) 6.36 Door het gebruik van boomsoorten met een lichte kroon blijft het plein een open karakter houden, maar krijgt toch een vriendelijke sfeer (Corus Quay, Toronto) 6.37 Het gebruik van robuuste materialen (beton, cortenstaal) contrasteert fraai met transparante bomen.

65

deeluitwerking


0

10

meter

deeluitwerking 66

06

TUIN VAN HET IJ DEELUITWERKING


ND ER

4

0 meter

Infiltreren regenwater Het laatste deel van de Joh van Hasseltweg is reeds opgehoogd tot ruim hoger dan de vereiste +1.6m hoogte (op sommige plaatsen zelfs +2.7m NAP). In het kader van de waterveiligheid is verder ophogen dan ook niet nodig en kan er meteen begonnen worden met de ontwikkeling van deze hotspot. Het terrein helt van nature af, enerzijds richting de rotonde, verderop in de Joh van Hasseltweg, anderzijds richting Vliegenbos (de kijkrichting in bovenstaande doorsnede). Regenwater kan daarom makkelijk afstromen. Om zoveel mogelijk op eigen terrein te laten infiltreren zijn de - in de bestrating uitgespaarde - beplantingsvakken dieper aangelegd. De lijnen in het patroon zijn licht hol gelegde molgoten die het water bovengronds leiden naar deze plantvakken. Alleen bij extreme neerslag zullen de plantvakken overlopen en wordt het overtollige water afgevoerd richting Vliegenbos.

67

deeluitwerking

SC H

EE

PS HE

LL

ING

BO BE OMR ST RA IJK P TIN LE GS IN M PA TR ET B OO IJZ N O

+2,6m NAP

+2,4m NAP

+1, 6m NAP


EX PL IND AL UST BE RI MA EEL RL E COM

EM ZW ON DIE P

RU IM

WA TE R

TE RR AS VL ON DE R

AR LE EM DS AL B LO O

06

TUIN VAN HET IJ DEELUITWERKING

-0,3/-0,4m NAP

Textuur Een verschil in textuur is al voldoende om het golvende patroon in aan te leggen.

Molgoten In het bestratingspatroon, zoals te zien is op de linkerpagina, bestaan de lichte lijnen uit molgoten die het regenwater bovengrond afvoeren naar de beplantte uitsparingen

Alternatief molgoot Wanneer het afvoeren via een open molgoot ivm met toegankelijkheid voor minder validen niet mogelijk is, kan voor een dergelijk alternatief worden gekozen. Hier wordt water via een molgoot met rooster afgevoerd.

Cobblestones Dit bestratingspatroon is eigenlijk te chique om als goede referentie te dienen. Iets rauwers is hier toepasselijker. Wel laat het zien hoe makkelijk cobblestones zich lenen voor de aanleg van dergelijke patronen. deeluitwerking 68


6.38

6.39

6.40

1

2 3

Beplanting Voor de beplanting op het plein is gekozen voor boomsoorten van de 2e grootte met een open tot halfopen boomkroon en een opgaande, ovale groeivorm. Ze moeten bestand zijn tegen wind (ivm ligging aan open water), matig gebruik van strooizout en halfverharding. Gezocht is naar boomsoorten met extra sierwaarde (herfstkleur, bloei, fraaie bast, etc.). Op de grond mag het zicht richting IJ niet belemmerd worden door doorhangende takken. De volgende soorten voldoen aan deze voorwaarden.

69

deeluitwerking

6.38 Pyrus calleryana ‘Chanticleer’ is een sterke straatboom met half open kroon van de 2e grootte (8-12m). De bloei en herfstkleur maken de boom extra aantrekkelijk. Toepassen in straatprofiel van Joh van Hasseltweg (1). 6.39 Malus baccata ‘Street Parade’ wordt ca. 8m hoog, heeft een halfopen kroon en extra sierwaarden, zoals bloei, vruchten en herfstkleur. Toepassen op plein (2). 6.40 Gleditsia triacanthos f. inermis ‘Imperial’ (10-12m) heeft een open, luchtige kroon die voor een fraaie schaduwwerking zorgt. Goudgele herfstkleur en ‘s winters bruinrode peulen. Toepassen op plein (3).


deeluitwerking 70

06

TUIN VAN HET IJ DEELUITWERKING


6.42

8. HOTSPOT

6.43

6.44

Industrieel stadspark Er zijn nog geen signalen dat het terrein van Albemarle Catalyst op korte termijn vrij zal komen. Verwacht wordt dat dit komende decennia toch een keer het geval zal zijn. De ruimtedruk heeft ervoor gezorgd dat de woonfunctie steeds verder oprukt richting het industriecomplex. Hierdoor kan de hinderwetgeving voor het complex niet worden versoepeld en is uitbreiden onmogelijk. Hoewel Albemarle eigenaar is van het terrein (dus gĂŠĂŠn erfpacht), is niet ondenkbaar dat de gemeente op termijn kan bemiddelen in verhuizing van het bedrijf naar het Westelijk Havengebied, waar chemische activiteiten beter op zijn plaats zijn. Het vrijgekomen terrein kan dan vervolgens (deels) worden ingezet voor de ontwikkeling van een industrieel stadspark dat aansluit bij de reeds bestaande hotspots (oa. Urban Beach) en de openbare kade. De aanwezige installaties en gebouwen kunnen, voor zover waardevol, worden opgenomen in het ontwerp. Ze zouden onderdak kunnen bieden aan een rijk palet van (hoogstedelijke) functies, zoals in het Westerpark. Deels kan het terrein ook worden gebruikt voor woningbouw. Het herstellen van de zichtlijn tussen Nieuwendam en het IJ is een belangrijke, strategische wijziging. 71

deeluitwerking

6.42 De installaties van Albemarle torenen hoog boven de groene oever uit (zicht vanaf hotspot Urban Beach) 6.43 Wanneer Albemarle in bedrijf is, worden grote rookpluimen geproduceerd. Hoewel niet iedereen dat kan waarderen, verschaffen ze het gebied wel een fraaie, rauwe uitstraling (foto Noost143) 6.44 Een groot deel van de installaties is, naast functioneel, ook absoluut esthetisch. Gestript van de lelijke golfplaten die ze bedekken, kunnen ze een fraaie basis vormen voor de inrichting van het park. (foto Noost143)


HUIDIG BEELD Huidige situatie Albemarle catalyst is op dit moment eigenaar van het hele terrein. Het gebied is volledig omheind en niet toegankelijk voor niet-werknemers. De randen hebben deels een groen karakter, wat op zichzelf een fraaie combinatie vormt met de hoge installaties op het terrein. Chemische industrie wordt zelden omarmd, en al helemaal niet in de omgeving van woonwijken. De grote rookpluimen uit de schoorstenen en de dwingende, witte hekken versterken dit gevoel. Toch zou ook in de huidige vorm het terrein van Albemarle visueel een fraaie achtergrond kunnen vormen voor ontwikkelingen, bijvoorbeeld wanneer de (noodzakelijke) omheining wat beter geïntegreerd zou worden.

06

Nieuwe situatie Wanneer het terrein vrij komt voor ontwikkelingen, wordt het mogelijk de oorspronkelijke leesbaarheid van het gebied te herstellen en het zijkanaal K weer via een sterke zichtas te verbinden met het IJ (situatie van vóór 1956). Op die manier ontstaat weer een visuele verbinding tussen de binnenhaven van Nieuwendam en het IJ. Het westelijke deel van het terrein wordt ontwikkeld als industrieel stadspark met een rijk programma (vergelijkbaar met het Westerpark). Het oostelijke deel wordt geschikt gemaakt voor particuliere ontwikkelingen. Een brede oeverstrook moet hierbij openbaar blijven. Het aanwezige industriële erfgoed wordt opgenomen in het stedenbouwkundige plan voor dit gebied. Het terrein wordt opgehoogd en afgedekt met een leeflaag van schone grond.

TUIN VAN HET IJ DEELUITWERKING

TOEKOMSTBEELD

REFERENTIEBEELDEN INDUSTRIEEL STADSPARK

Een bijzonder lichtplan brengt het park ook ‘s nachts tot leven. Pulse Park, Bochum

Industrieel landschapspark Landschaftspark Duisburg Nord

Industrieel erfgoed als basis Zeche Zollverein

deeluitwerking 72


MATERIALISATIE

6.45

6.46

6.47

6.45 De houten vooroever moet een robuuste uitstraling hebben die past bij het industriële karakter van het park. (Houtan park, Turenscape) 6.46 Voor de verhardingen wordt zoveel mogelijk gekozen voor stoere, industriële materialen, zoals stelconplaten. Deze worden aangevuld met onderhoudsarme halfverhardingen als Nobré Cal. Fijnbladige boomsoorten die een lichte, doorschijnende boomkroon vormen (oa. Betula, Nothofagus, Gleditsia, Koelreuteria, Acer) vormen een gemoedelijke tegenhanger voor deze harde verhardingsmaterialen (beeld: de inktpot, Utrecht, Buro Lubbers) 6.47 Industrieel erfgoed wordt behouden en zoveel mogelijk ingezet voor nieuwe functies (beeld: Gashouder, Westergasfabriek, Amsterdam)

73

deeluitwerking


(TIJDELIJKE) FUNCTIES

6.48 De Dekalb Market in Brooklyn (New York) heeft zichzelf ontwikkeld vanuit een restruimte in de stad. Containers bieden ruimte aan kleine winkeltjes. Het is een bruisende hotspot geworden waar creatieve ondernemers hun goederen aanbieden 6.49 Bestaande loodsen kunnen (al dan niet in afwachting van sloop) tijdelijk of duurzaam gebruikt worden voor de creatieve industrie, zoals bij de NDSM-werf gebeurt.

TUIN VAN HET IJ DEELUITWERKING

6.50

6.49

06

6.48

6.50 Het terrein leent zich heel goed voor tijdelijke functies, zoals evenementen of beurzen. De combinatie groen park met grote overdekte ruimtes maakt het multifunctioneel inzetbaar voor evenementen die zowel indoor als outdoor activiteiten hebben. Tijdens watergerelateerde evenementen, zoals Sail Amsterdam, kan de plek een centrale rol vervullen.

deeluitwerking 74


07 BIJLAGEN

Plankaarten deelgebied & detailuitwerking

75

bijlagen


07

BIJLAGEN PLANKAARTEN


literatuur

Amsterdam creatieve kennisstad: een passende ambitie, Gemeente Amsterdam, Dienst Onderzoek en Statistiek, 2004 Amsterdam Waterbestendig Gemeente Amsterdam DRO, 2010 Amsterdam vol met vis, interview met stadsecoloog Martin Melchers Sportvisserij Nederland, Joris Bal, 2008 Bestemmingsplan ‘Nieuwendam-Noord-Markengouw’, Stadsdeel Noord, 2012 Bestemmingsplan ‘Nieuwendam-Zuid’, Stadsdeel Noord, 2012 Climate proof Zaan/IJ-banks De Urbanisten, 2012 Cultuurhistorische effectrapportage Nieuwendammerham/Hamerstraatgebied Bureau Monumenten en Archeologie, Amsterdam, 2004 De Staat van Noord 2011, Stadsdeel Noord, 2011 Dictaat Landschapsecologie Dijk, M., Van Hall-Larenstein, 2008 Een meer natuurlijk peilbeheer: relaties tussen geohydrologie, ecosysteem-dynamiek en Natura 2000, Rapportage Fase 1: Een kennisoverzicht op verschillende schaalniveaus voor het Nederlands laagveen- en zeekleigebied Bosschap, 2012 Essays ‘De Toekomst van de Stad’, Raad voor de leefomgeving en infrastructuur, 2012 Flexibel peil, van denken naar doen. Flexibel peilbeheer als maatregel ter verbetering van de waterkwaliteit en bevordering van de oevervegetatie en verlanding Stowa, 2012 Groen op de kaart - Groenplan Amsterdam-Noord, Stadsdeel Noord, 2004 Investeringsbesluit Hamerstraatgebied, Projectbureau Noordwaarts, 2012


Masterplan Noordelijke IJ-oever Amsterdam: Noord aan het IJ, Dienst Ruimtelijke Ordening, 2003 Moerasvogels op peil, Deelrapport 3: Werk in Uitvoering: Een evaluatie van beheersexperimenten gericht op het bevorderen van jonge verlandingsstadia. Huiskes, et al. Alterra, Wageningen 2005 PlanAmsterdam nr 1 ‘Stadsvorm Amsterdam’, Dienst Ruimtelijke Ordening, 2006 PlanAmsterdam nr 2 ‘Transformatie Noordelijke IJoever - Opmaat voor de toekomst’, Dienst Ruimtelijke Ordening, 2011 PlanAmsterdam nr 3 ‘Amsterdam terug aan het IJ-Wonen en werken op de IJoevers’, Dienst Ruimtelijke Ordening, 2008 PlanAmsterdam nr 3, ‘Het Grote Groenonderzoek’, Dienst Ruimtelijke Ordening, 2009 Stadsbomenvademecum 4 IPC Groene Ruimte, Arnhem, 2006 Structuurvisie Amsterdam 2040, Gemeente Amsterdam, 2011 Waterparagraaf Hamerstraatgebied, Projectbureau Noordwaarts, 2011 Waterproof Amsterdam De Urbanisten, 2011 Geraadpleegde websites: amsterdam.nl opdekaart.amsterdam.nl os.amsterdam.nl risicokaart.nl natuurkennis.nl ahn.nl maps.google.nl vandenberk.nl


Afstudeerrapport Tuin van het IJ  

Dit rapport bevat een strategisch plan voor de noord-oostelijke IJ-oever in Amsterdam.

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you