Page 1

Stadsanalyse Zwolle Het stedelijk weefsel ontrafeld


Colofon Analyse van het stedelijk weefsel Zwolle in opdracht van Hogeschool van Hall-Larenstein uitgevoerd door: Arina Keijzer Judith Scharff Shera van den Wittenboer Maart 2011


Stadsanalyse Zwolle Het stedelijk weefsel ontrafeld


Inhoudsopgave Inleiding

7

1. Ontstaansgeschiedenis 1.2 Lagenbenadering 1.3 Laag van de ondergrond 1.4 De netwerklaag 1.5 De occupatielaag 1.6 De ontstaansgeschiedenis in beeld

8 10 12 16 22 28

2. De analyse van een strip 2.1 Langsdoorsnede 2.2 De hiĂŤrarchische wegenstructuur 2.3 Stedenbouwkundige structuur 2.4 Kwaliteitsniveaus 2.5 Groenstructuur

30 32 34 36 38 40

3. Analyse per stadsdeel 3.1 De binnenstad 3.2 Diezerpoort 3.3 De Vrolijkheid 3.4 Vegtlusterbos 3.5 Berkum 3.6 De uiterwaarden van de Vecht 3.7 Landgoed Dijkzicht 3.8 Hessenpoort

44 46 56 70 80 82 92 94 96

Bronvermelding

106


Inleiding Een stad kan uit verschillende structuren bestaan. Uit deze structuren valt de geschiedenis van de stad af te lezen. Plattegronden, doorsneden, profielen en tekeningen van de boven- (en onder)grondse infrastructuur geven de essentie weer van de stedenbouwkundige opbouw. Door de stad op deze wijze te analyseren, krijgen we inzicht in het stedelijk weefsel, gaan we logica ontdekken en leren we de stad te begrijpen. In het weefsel van de stad kunnen we een bepaald karakter, een identiteit of eigenheid herkennen. Deze identiteit zit ‘m niet zozeer in de vormgeving van gebouwen, maar meer in de opbouw en structuur van de stad, de stedenbouwkundige kwaliteiten. Die kwaliteiten kunnen zitten in de vorm van en verbindingen tussen straten, gebouwen, groenzones en open ruimtes. De bestaande stedenbouwkundige kwaliteiten zijn tot stand gekomen vanuit de cultuurhistorie. De stad is vaak een optelsom van verschillende structuren (of concepten) die afkomstig zijn uit verschillende perioden. Bij de analyse van een stad is het daarom essentieel om een gedegen voorkennis van de geschiedenis te hebben, evenals kennis van de ontwerpconcepten en maatschappelijke opvattingen die aan de basis hebben gestaan van de verschillende stads-uitbreidingen. Zo waren stedenbouwkundige bouwensembles in het begin van de twintigste eeuw opgebouwd uit gesloten bouwblokken, later uit open bouwblokken, in de jaren vijftig werden de ‘stempels’ populair, in de jaren zeventig en tachtig de woonerven en recentelijk bijvoorbeeld de hoven en woonparken.

huidige maatschappij te kunnen blijven voldoen. De identiteit van het stadsweefsel zoeken we in de ruimtelijke samenhang van de drie lagen waaruit het weefsel is opgebouwd. Op elk stedenbouwkundig schaalniveau is een ander ruimtelijk aspect van de lagen netwerk, verkaveling en bebouwing van belang. Daarom is het goed om stil te staan bij de aspecten die de maatvoering, vorm en inrichting van deze lagen bepalen. De stedenbouwkundige kwaliteit van het netwerk wordt onder andere bepaald door de maten en de inrichting van de straatprofielen en de vorm en de hiërarchie van de straten. Een brede toegangsweg van een woonerfwijk heeft, door de kronkelige vorm en de gesloten beplanting, bijvoorbeeld een heel ander karakter dan de even brede hoofdas van een naoorlogse wijk. De verkaveling heeft invloed op de verhouding tussen de open en bebouwde ruimte. Zijn de kavels volgebouwd met gesloten straatwanden of bestaan ze uit parkachtige ruimtes met daarin losse gebouwen? De verschillende schaalniveaus zijn daarin onlosmakelijk met elkaar verbonden. Niet alleen bij het maken van ontwerpen of visies op regionale schaal, maar óók bij het maken van ontwerpen op het schaalniveau van de straat, kun je niet om de invloeden van de ruimtelijke context heen. Door het stedelijk weefsel te analyseren, leert men het weefsel te begrijpen. Dit biedt uitgangspunten bij het opstellen van logische en doordachte stedenbouwkundige visies en het maken van de juiste ontwerpkeuzes.

Veel stedenbouwkundige structuren zijn zo flexibel dat ze decennia- of zelfs eeuwenlang verschillende functies kunnen opnemen. Ze passen zich aan naadloos aan de veranderende samenleving aan. Dit geldt vooral voor organisch gegroeide, historische wijken. Andere structuren reflecteren een maatschappelijke opvatting die slechts korte tijd gedragen werd (op zijn hoogst een decennia), maar waar men snel weer afstapte. Deze wijken, zoals de Amsterdamse Bijlmer, blijken daardoor minder flexibel en moeten grondig geherstructureerd worden om aan de maatstaven van de 7


1 8

De ontstaansgeschiedenis De stad opgebouwd uit lagen


De stad opgebouwd uit lagen Om het stedelijk weefsel te kunnen ontrafelen en de patronen in de stad te kunnen interpreteren en begrijpen, is het belangrijk om een goede kennis van de stad te hebben. Deze kennis begint niet bij het hier en nu - bij het huidige stedelijk weefsel, maar bij de ondergrond: hoe het landschap eruit heeft gezien voordat Zwolle gesticht werd. Welke factoren hebben ervoor gezorgd dat Zwolle juist op deze plek is ontstaan? Hoe heeft de stad zich in de loop van de geschiedenis ontwikkeld? Hoe heeft de stad zich uitgebreid?

De wijze waarop onze voorouders omgingen met het landschap was direct gerelateerd aan de opbouw van de natuurlijke ondergrond. Gronden die gekozen werden om te ontginnen voor akkerbouw werden zorgvuldig geselecteerd. Men koos gronden die droog genoeg waren voor het verbouwen van gewassen, maar die wel in de nabijheid van water lagen. Men had geen bulldozers en vrachtwagens om zand van hoger gelegen gebieden te verplaatsen naar het natte laagland of om het reliĂŤf van het landschap te egaliseren en zo bruikbaarder te maken voor stedenbouw of ander grondgebruik. In lage gebieden die regelmatig overstroomden, vestigde men zich op pollen, terpen of dekzandruggen die hoger lagen dan het omringende landschap. Wegen ontstonden langs de natuurlijke, ‘luie’ lijnen in het landschap. Vanaf de middeleeuwen, toen handelsverkeer via water steeds belangrijker werd, ontstonden steden op strategische plekken, dichtbij het water, maar hoog genoeg om niet steeds te overstromen. De ondergrond vormde telkens opnieuw de basis voor de occupatie. Vanuit dat oogpunt begint de geschiedenis van de stad niet bij het moment dat Zwolle stadsrechten kreeg (in 1400) en ook niet bij het moment dat het dorpje Suolle werd gesticht (in de 7e eeuw), maar bij de basis: de ondergrond. Alleen met een goede kennis van de ondergrond kunnen we het stedelijk weefsel leren begrijpen en kunnen we de ontstaansgeschiedenis en de volgorde van stadsuitbreidingen plaatsen in de juiste context.

9


1

.1De lagenbenadering

10

Van ondergrond tot occupatie


De analyse van de stad volgens de lagenbenadering De lagenbenadering is een analyse-instrument om de ruimtelijke structuren in stad of landschap te ontleden. We kunnen ons de ruimte voorstellen als opgebouwd uit drie ’lagen’: ondergrond (water, bodem en het zich daarin bevindende leven), netwerken (alle vormen van zichtbare en onzichtbare infrastructuur) en occupatie (ruimtelijke patronen ten gevolge van menselijk gebruik). Elke laag is van invloed op de ruimtelijke afwegingen en keuzen met betrekking tot de andere lagen. De lagenbenadering legt de ruimte uiteen in deze drie lagen. Alle lagen zijn aan verandering onderhevig, maar de snelheid waarmee ze veranderen verschilt per laag. Sommige lagen hebben een lange geschiedenis en veranderingen leggen de toekomst voor lange tijd vast. Andere zijn vluchtiger en kunnen binnen enkele jaren veranderen. De ondergrondlaag Deze behandelt de aspecten van de bodem. Denk aan het bodemtype, de bodemstructuur, de aan- of afwezigheid van slecht watervoerende lagen, grondwaterstromen, grondwatertrappen en geomorfologie. Deze laag kent een lange ontstaansgeschiedenis en is kwetsbaar; belangrijke veranderingen vergen al gauw meer dan een eeuw tijd. De netwerklaag Het betreft de laag tussen de occupatielaag en de ondergrond. Het is de civiele laag van de bodem. We hebben het niet alleen over het netwerk van (spoor)wegen en kanalen, maar ook over alle ondergrondse netwerken (riolering, energiesystemen, etc.). Veranderingen aanbrengen in deze laag van de infrastructuur kent hoge aanloopkosten en lange aanlooptijden; belangrijke veranderingen in deze laag nemen circa 20 tot 80 jaar in beslag. Occupatielaag In de occupatielaag wordt het bovengrondse gebruik dat een relatie heeft met de ondergrond verbeeld. Denk aan verkavelingspatronen, grondgebruik, beplanting. De occupatielaag kent een hoge veranderingssnelheid; veranderingen voltrekken zich veelal binnen één generatie (10 tot 40 jaar).

11


1

.2De laag van de ondergrond

12

Van ondergrond tot occupatie


De bodemkaart

Zwolle ligt op een overgangsgebied tussen rivierenlandschap met klei- en veenpolders en dekzandlandschap. Zuidelijk van Zwolle ligt de stuwwal van de Veluwe, oostelijk het Drents Plateau en de Sallandse Heuvelrug en noordelijk de stuwwal van het Land van Vollenhoven (Steenwijkerland).

De voormalige Zuiderzee, de IJsseldelta en de delta van de Overijsselse Vecht zijn van grote invloed geweest op de vorming van het landschap rondom Zwolle. Het gebied grenst aan het voormalige getijdengebied van de Zuiderzee. Kleipolders zijn onder invloed van getijden ontstaan en zijn bedekt met een zeekleiafzetting.

Links: Schematische doorsnede van het Ijsseldal tussen opgestuwde hoogtes

Geomorfologische situatie

Onder invloed van de zeespiegelrijzing na de laatste ijstijd het opwellende grondwater dat vanuit de diverse stuwwallen in de omgeving van Zwolle als kwelwater uit de ondergrond naar boven kwam, hebben zich uitgestrekte laagveenmoerassen ontwikkeld.

Links: Schematische situatieschets die duidelijk laat zien dat (kwel)water zich een weg baant van de stuwwallen richting IJsselmeer. De riveieren de IJssel en de Overijsselse Vecht komen bij Zwolle samen in het Zwarte Water.

Deze stuwwallen, die hoger liggen dan hun omgeving, zijn ontstaan in het Pleistoceen. De omgeving van Zwolle behoort tot de laagstgelegen gebieden van Nederland. Een groot deel van het buitengebied rond Zwolle bevindt zich tussen de -0,5 en +0,5m NAP. Het is van oorsprong een zeer nat gebied.

Op de bodemkaart is goed te zien dat Zwolle op een grensgebied ligt tussen natte veen- en kleibodems enerzijds en droge zandgronden anderzijds. 13


Een afwisselend patroon van dekzandruggen, beekdalen en oeverruggen zorgde voor een gevarieerd landschap. Zwolle is in de Middeleeuwen ontstaan op een dekzandrug tussen de IJssel en de Overijsselse Vecht aan het riviertje de Aa. Dit was een hoger gelegen en bewoonbare plek in het verder moerassige landschap. Zo’n plek werd destijds een ‘suol’ genoemd. Het is typerend dat Zwolle niet aan de IJssel of Vecht is ontstaan, maar aan de samenvloeiing van enkele Sallandse waterlopen. Ter hoogte van Zwolle gaan deze waterlopen over in een veenkreek die het begin vormde van het Zwartewater.

Rechts: Het patroon van dekzandruggen en beekdalen. Uiterst Rechts: De projectie van het huidge Zwolle.

De ondergrond van de stadskern van Zwolle bestaat uit een zandige en goed doorlatende laag. Door het ontbreken van slecht watervoerende pakketten in de ondergrond, kon grondwater (kwelwater) ondergronds worden afgevoerd richting de voormalige Zuiderzee. Ondanks de relatief lage ligging hielden de Zwollenaren daardoor over het algemeen vrij droge voeten.

14

Zwolle

In de projectie van Zwolle op de oorspronkelijke situatie is goed te zien welke stadsdelen op dekzandruggen zijn gesitueerd. Door het gevaar voor overstromingen vestigde men zich tot de vorige eeuw alleen op de dekzandruggen. Hier vindt men dan ook de oudste wijken, te weten de stadskern, Assendorp, Diezerpoort en Berkum

Microreliëf De dekzandruggen zijn nog altijd zichtbaar door de hoogteverschillen in de stad. Met name in de stadskern zijn de verschillen duidelijk merkbaar. Zo ligt de Sassenstraat hoger dan het Grote Kerkplein. Het hoogteverschil is het duidelijkst in de passage tussen de Voorstraat en de Melkmarkt. Hier zijn traptreden aangelegd om het hoogteverschil op te vangen.

Rechts: Het Grote Kerkplein loopt schuin af naar de Korte Ademhalingssteeg.

(Micro)reliëf


Langs de oude Zuiderzeedijken en rivierdijken liggen nog steeds talloze doorbraakkolken. Als gevolg van die doorbraken, is vruchtbare grond afgezet op en in het veen. De middeleeuwse polder Mastenbroek, aan de noordwestzijde grenzend aan Zwolle, bestaat ook uit een laag klei op veen. Onder de veenlaag ligt zand.

Het gebied bestaat niet alleen uit laagtes. Zwolle zelf is gesticht op het uiterste puntje van een dekzandrug. Deze dekzandrug maakt deel uit van een aantal dekzandruggen die onderdeel uitmaken van een serie dekzandruggen die grenzen aan de Sallandse heuvelrug. Tussen deze dekzandruggen zijn laagtes waar oorspronkelijk waterloopjes vanaf de Sallandse heuvelrug naar beneden stroomden. Nu zijn die waterlopen gekanaliseerd tot rechtlijnige, gegraven weteringen. Dit levert het weteringenlandschap op. Ook de stroomruggen en oeverwallen van de IJssel en Vecht liggen hoger in het landschap. Hierop is het oeverwallenlandschap met houtwallen, bossen en akkers ontstaan.

Het oeverwallenlandschap van de Vecht steekt welvend uit boven het natte laagland

De landschapstypen in het buitengebied rondom Zwolle reflecteren nog heel duidelijk de kenmerken van de ondergrond. De beeldstructuur in het plangebied is in grote mate bepaald door het water; het water heeft van oudsher een belangrijke rol gespeeld en bepaalt het karakter. De eeuwenoude ontginningsgeschiedenis en het gevecht met het water heeft een open landschap tot stand gebracht.

Van oorsprong lag de polder vrij hoog, maar door inklinking van het veen is het maaiveldniveau gedaald. Tegenwoordig ligt de polder tussen de +0,75m en -1,50m NAP.

De oorspronkelijk zeer natte situatie is nog steeds te herkennen in de Polder Mastenbroek

Uitgelicht: De omgeving van Zwolle

15


1

.3De netwerklaag

16

Van ondergrond tot occupatie


De netwerklaag De netwerklaag omvat de boven- en ondergrondse infrastructuur: het wegennetwerk, spoor en (gegraven) waterlopen, maar ook niet zichtbare infrastructuur zoals het netwerk van kabels, gasleidingen en riolering. Zowel het bovengrondse als het ondergrondse netwerk zijn van grote invloed op de groeimogelijkheden van de stad. Een stad kan door zijn gunstige ligging binnen het netwerk van de infrastructuur sneller groeien dan omliggende steden. De netwerklaag is van grote invloed geweest op de ontstaansgeschiedenis van Zwolle. De stad vormt een knooppunt in het netwerk van infrastructuur van zowel water, spoor als autowegen en is daardoor zeer goed bereikbaar. Deze goede bereikbaarheid zijn in grote mate verantwoordelijk geweest voor het succes en op de ontwikkeling van de stad. In eerste instantie waren met name de waterwegen belangrijk voor de stad. De gunstige ligging ten opzichte van het Zwarte Water (en de verbinding met de Overijsselse Vecht), gaven Zwolle de mogelijkheid om een bloeiende handel over water op te zetten. De komst van de Willemsvaart in 1824 verschafte Zwolle directe toegang tot de IJssel. Deze waterweg is van grote betekenis geweest voor de handel. Het Zwolle-IJsselkanaal, dat in 1964 werd geopend, maakte de Willemsvaart overbodig. De aanleg van het spoor, eind 19e eeuw, heeft eveneens een belangrijke rol gespeeld. Met de aanleg van de spoorlijn kregen Zwolle en de noordelijke provincies een directe verbinding met de belangrijke internationale spoorwegverbinding tussen Almelo en Salzbergen. Tussen 1960 en 1970 werd de bestaande rijksweg omgevormd tot de A28. Deze snelweg liep oorspronkelijk van Utrecht naar Zwolle, maar is inmiddels uitgebreid naar Groningen. De komst ervan betekende een volgende groeiimpuls voor de stad Zwolle. Ook toen transport over de weg steeds belangrijker werd, behield Zwolle haar infrastructurele voorsprong.

17


1400

1700

1900

1940

De waterwegen hebben nog grotendeels hun natuurlijke verloop. De Vecht wordt in 1400 bedijkt. De uiterwaarden van de Vecht worden daarmee drastisch versmald. Ook de voormalige komgronden kunnen in gebruik worden genomen als hooiland. Door de natte situatie van de ondergrond vindt er buiten de stadsmuur echter weinig bewoning plaats.

Zwolle wordt een vestingsstad. Het water dat langs Zwolle loopt (het stroompje de Aa, later de Grote Aa genoemd) wordt onderdeel van de verdedigingslinie. De nieuwe Vecht, die de Aa met de Vecht verbindt, werd al in 1600 gegraven. Oorspronkelijk was de Papenstraat de belangrijkste straat van Zwolle. Niet voor niets noemden de stichters van de stad, de oudgediende soldaten, deze straat naar hun keizer Karel de Grote: de Keizerstraat. Ook de Praubstraat was indertijd het einde van zo’n oude handelsroute. Vandaar bereikte men de moederstad Deventer over de nog altijd bestaande Oude Deventerweg bij Ittersum.

Toen Zwolle na 1790 ophield vestingstad te zijn, werd de bebouwing buiten de stad met haar molens, touwbanen en blekerijen steeds meer uitgebreid. In 1843 woonden er al 5.500 mensen buiten de wallen. Dit resulteerde in een intensiever wegennetwerk.

De wegenstructuur wordt verder uitgebreid, naar gelang de wijken Diezerpoort Veerallee, Wipstrik en Assendorp verder groeien.

De wegenstructuur blijft daardoor, ook na de bedijking, vooral geconcentreerd tot het gebied rondom de stad Zwolle. De WipstrikkerallĂŠe en Diezerstraat bestaan dan al wel (al sinds 900 n. Chr.) 18

De aanleg van het spoor, begin 19e eeuw, vormde een belangrijke impuls voor Zwolle. De komst van de Willemsvaart (1824) leverde een rechtreekse verbinding met de IJssel.


1950

1960-1970

1990

De brug over de IJssel en de 2-baans rijksweg zorgen voor een goede ontsluiting van de stad.

De rijksweg wordt omgevormd tot snelweg op een verhoogd talud (de A28). Het overige wegennetwerk wordt uitgebreid.

Zwolle wordt nog beter ontsloten via diverse rijkswegen die directe verbindingen vormen met omliggende steden.

Vervoer per weg krijgt prioriteit boven sterke vervoerswegen over water. Voor de aanleg van de Ceintuurbaan wordt een deel van de Nieuwe Vecht gedempt. Het water gaat hier via duikers ondergronds en staat nog steeds in verbinding met het deel van de Nieuwe Vecht aan de overzijde, maar van een scheepvaartverbinding is geen sprake meer. Het Zwolle-IJsselkanaal dat in 1964 werd aangelegd, vervangt de Willemsvaart als belangrijke scheepvaartroute.

De vele nieuwe woonwijken vragen om een intensief netwerk van wegen. De nieuwe woonwijken liggen grotendeels in gebieden die van oorsprong extreem nat geweest zijn. Om de afwatering op deze plekken te verbeteren is daarom een intensief netwerk van sloten gegraven, zodat het water ook tijdens overmatige regenval nog tijdig afgewaterd kan worden. 19


Uitgelicht: Zwolle als spin in het web Zwolle heeft kunnen bloeien door haar intensieve netwerk aan infrastructuur. Toen vanaf de middeleeuwen vervoer over water steeds belangrijker werd, lag Zwolle zeer strategisch: precies op de plek waar drie waterlopen samenkomen, De Vecht, de IJssel en het Zwarte Water. Zwolle wordt daarom ook wel eens driestromenland genoemd. De directe vaarverbinding met de IJssel via de Willemsvaart in 1824 maakte van Zwolle nog meer een spin in het web van waterwegen. In ongeveer diezelfde tijd dat de Willemsvaart gegraven werd, was men bezig met de aanleg van een intensief spoornetwerk dat Zwolle ook via land verbond met de omliggende steden. De tweebaansontsluiting met brug over de Ijssel die in 1950 werd gerealiseerd, zorgde voor een goede verbinding over weg in een periode dat vervoer per auto een steeds grotere vlucht nam. Dit wegennetwerk is sindsdien alleen maar verstevigd. De oorspronkelijke weg werd omgevormd tot een snelweg (de A28), die oorspronkelijk alleen Utrecht en Zwolle verbond. Later werd deze snelweg doorgetrokken tot Groningen. De later aangelegde A50 loopt vlak langs Zwolle. Dit is één van de belangrijkste routes van het zuiden van Nederland (Eindhoven) naar het noorden (Emmeloord). Op de kaart is goed te zien op welke manier Zwolle zich in het midden van dit intensieve netwerk van infrastructuur bevindt. Zwolle ligt in het knooppunt van zowel spoor-, auto- als waterwegen en is daarmee steeds met de tijd mee gegaan. Dit gegeven is één van de belangrijkste redenen waardoor Zwolle kon uigroeien tot het huidige formaat.

20


De snelweg langs de kern

Geen rondwegen in het buitengebied

Bijzonder in Zwolle is dat de snelweg vlak langs de stadskern loopt, waardoor de binnenstad goed bereikbaar is. Men kan binnen enkele minuten de binnenstad bereiken vanaf de snelweg. Door het verhoogde talud is de snelweg echter niet ´aanwezig´ in het stadsbeeld. Sterker nog: door de ruime aanplant van groen vormt de snelweg een rustgevend element in het stadsbeeld.

Eveneens bijzonder is dat er geen rondweg rondom de stad ligt. Het netwerk van rijkswegen is geintegreerd binnen het stedelijk milieu. Bewoners van Zwolle kunnen daardoor zonder barriéres vanuit hun woonwijk naar het buitengebied. De provinciale wegen die verweven zijn binnen het stedelijk weefsel zijn op dezelfde wijze in het stadsbeeld geintegreerd als de snelweg en zijn dus aan weerszijden voorzien van ruim beplante taluds.

Langs de snelweg De Kranerburgerweg loopt evenwijdig aan het ‘groene’ talud van de snelweg. De snelweg is door de ruime aanwezigheid van groen helemaal geen storend element, maar eerder een rustgevend groen lint.

De IJsselallee (de N337) loopt dwars door een woonwijk en is aan beide zijden met een hoog, beplant talud afgescheiden van de bebouwing

Onder de snelweg door In deze foto zien we hoe Rijnland onder de A28 door loopt. Ook hier is de snelweg niet aanwezig in het beeld.

Dit is het beeld vanaf de IJsselallee. Alleen de groene taluds zijn zichtbaar.

21


1

.4 De occupatielaag

22

Van ondergrond tot occupatie


De occupatielaag De occupatiegeschiedenis verteld op welke wijze de mens bezit heeft genomen van het landschap. Deze geschiedenis is nauw verbonden met de ondergrond. Men bouwde uitsluitend op de hogere delen om het ook tijdens overstromingen droog te houden, wegen volgden de natuurlijke, luie lijnen van het landschap. Op plekken waar de omstandigheden het meest ideaal waren, ontstonden clusters die uitgroeiden tot dorpen en soms zelfs tot steden. Pas sinds de laatste eeuw zijn we in staat om landschappen in zulke mate naar onze hand te zetten dat het in principe niet meer noodzakelijk is om rekening te houden met de ondergrond. De waterhuishouding kan worden aangepast tot gewenst niveau, hoogteverschillen in het terrein vereffend en rivieren versmald. In de vorige eeuw is het maakbare landschap gedurende een periode flink omarmd. De bouwdruk was groot en wijken moesten in notime uit de grond gestampt worden. Was de grond eigenlijk te nat, dan pasten we de grondwaterstand aan door middel van afwatering en bemaling. De opbouw van de wijken die in deze periode zijn gesticht, is niet of nauwelijks af te leiden uit de laag van de ondergrond. De opzet van deze wijken is sterk plaonologisch van aard. Deze wijken missen daardoor de logica die op natuurlijke wijze ontstane bebouwingen wel hebben. Pas sinds enkele decennia zijn we ons bewuster gaan worden dat nieuwe inpassingen in het landschap zorgvuldiger moeten gebeuren. We geloven niet meer zo in het maakbare landschap. Gedeeltelijk worden we hiertoe gedwongen. Door klimaatveranderingen en de stijging van de zeespiegel moeten we weer meer rekening gaan houden met het water, niet alleen wat het overstromingsgevaar betreft, maar ook om de belasting op bijvoorbeeld het riool en de waterzuivering te verlagen. We zoeken naar methoden om het water weer meer te integreren in de te bouwen wijken. Dit levert vanzelfsprekend weer een heel andere wijkstructuur op. In een stad als Zwolle, waarvan de grond waar een aantal wijken op is gebouwd zich tot 2m onder de zeespiegel bevindt, is water een belangrijk thema. In de occupatiegeschiedenis is het water dan ook een grote vormende factor geweest (en is dit nog steeds). Het water maakte Zwolle groot, maar bracht (en brengt) ook de nodige problemen met zich mee. 23


1400

1700

1900

1940

De nederzetting waaruit de stad Zwolle voortkwam, is rond het jaar 800 op een langgerekte dekzandrug tussen de IJssel en Vecht gesticht.

Zwolle werd een vestingsstad. De kades van de Aa werden, versterkt met bastions, onderdeel van de verdedigingslinie. De noordoever (het Noordereiland) bevindt zich nu ook binnen de stadsmuren.

Het graven van de Willemsvaart in 1819 en de aanleg van de spoorweg rond 1900 gaven de ontwikkeling van Zwolle een enorme boost. De stad breidde flink uit. Tussen 1870 en 1900 was Zwolle zelfs de op een na snelst groeiende stad van Nederland.

Langs het spoor ontstaat steeds meer industrie wat weer nieuwe verstedelijking met zich meebrengt. Ook langs de Willemsvaart ontstaat verstedelijking. Deze vaart wordt steeds belangrijker en is zelfs vergelijkbaar met het AmsterdamRijnkanaal.

Assendorp ontstond in 1870 vanuit de grote vraag naar sociale woningbouw. Dieze wordt uitgebreid met de Indische buurt en de Bollebieste. Er ontstaat een groter contrast tussen de arme en rijke klasse. Chique wijken, zoals Wipstrik, worden aangekleed met bomen ter vermaak van de goede klassen.

Assendorp maakt in deze periode een enorme groei door, vanwege de grote vraag naar goedkope arbeiderswoningen.

Zwolle was in de 11de eeuw meer dan alleen een agrarische nederzetting. Een aantal inwoners moet zich hebben beziggehouden met handels- en transportactiviteiten. Rond 1400 werden de rivieren bedijkt. Ook de polder Mastenbroek werd in die periode drooggelegd. In de 14e eeuw kreeg Zwolle bovendien stadsrechten. 24

De gronddruk was al zo hoog, dat ook buiten de stadsmuren steeds meer gebouwd werd. Dieze ontwikkelt zich in deze periode. Het wegenpatroon vormt de drager voor de eerste verstedelijking. Met name langs de Bagijnenweide en Warmoesstraat ontstaan clusters van arbeiderswoningen.


1950

1960

1970

1990

In deze periode wordt er een brug over de IJssel gebouwd die het pondje moet vervangen. Ook komt er een tweebaans weg langs de stad. In deze periode, waarin vervoer per weg steed belangrijker wordt, betekent de aanleg hiervan weer een grote sprong voorwaarts. De verstedelijking neemt verder toe.

Zwolle moet steeds verder uitbreiden om in de blijvende vraag naar woningen te kunnen voorzien. Stedebouwkundige Dudok is van mening dat Zwolle zich zuidwaarst moet uitbreiden, dichter naar de IJssel. De gemeente wint nieuw advies in bij Van Emden die meent dat de uitbreiding juist noordwaarts moet plaatsvinden. Wegverkeer zou een steeds belangrijkere rol innemen en het vervoer over water verdringen. Het advies van Van Emden werd gevolgd en Zwolle zette in op versterking van de wegenstructuur. De oude rijksweg werd omgevormd tot de A28. Deze snelweg wordt zo goed mogelijk in het stedelijk weefsel geintegreerd door middel van een groen talud.

In deze periode breidt Zwolle zich sterk uit. De wijken Holterbroek en Aa-landen worden in snel tempo gebouwd. De nadruk ligt op snelheid, maar niet op kwaliteit, waardoor bezuinigd is op zaken als isolatie. Deze wijken worden momenteel (2010) dan ook grondig geherstructureerd.

In deze periode vinden de uitbreidingen vooral plaats in zuidelijke richting. De wijk Zwolle-Zuid wordt gebouwd. In deze enorme wijk wonen maar liefst 50.000 mensen.

Door de expansiedrang worden enkele buurtschappen, zoals Westenholt, opgenomen (of opgeslokt?) in het stedelijk weefsel van Zwolle.

Meer buurtschappen, waaronder Berkum, gaan deel uitmaken van het stedelijk weefsel van Zwolle. De nieuwste Vinex-locatie is de wijk Stadshagen. Met de komst van bedrijventerrein Hessenpoort zijn er voor het eerst uitbreidingen aan de overzijde van de rivier de Vecht gekomen. 25


Uitgelicht: de groenstructuur van Zwolle Bestaande groenstructuren zijn vaak heel logisch van opbouw. Zo zijn de belangrijkste groenstructuren binnen het stedelijk weefsel van Zwolle te vinden in de van nature lagere delen. Deze zijn - vanwege de ooit zeer natte situatie - het langst onbebouwd gebleven. Het open houden van deze gebieden was dus geen keuze, het vloeide niet voort uit een vooraf opgestelde visie die bepaalde dat deze zones groen en onbebouwd moesten blijven, maar is ontstaan uit pure noodzaak: De grond was eenvoudigweg niet te bebouwen, want anders was dat wel gedaan. Dat groen ook een recreatieve waarde kan hebben en belangrijk is voor het welzijn van de stedelijke bewoner, zijn we ons pas sinds circa twee eeuw. geleden gaan beseffen. In eerste instantie werden groene zones - parken en lanen - voornamelijk voor (en door) de welgestelden aangelegd. Het werd beschouwd als een luxegoed. De lanen in chique wijken als Wipstrik en Bagijnenweide werden voorzien van bomen en er werden parken aangelegd. Deze vormden nog geen aaneengesloten groene zones, maar bevonden zich verspreid door de stad, weliswaar nog steed geconcentreerd in de wijken voor welgestelden. In onze huidige tijd is groen binnen het stedelijk weefsel een kostbaar goed geworden. De groene zones die we hebben, koesteren we en behoeden we tegen de oprukkende stad die graag elke te bebouwen vierkante meter wil bebouwen. De unieke situatie van Zwolle, een serie hogere dekzandruggen die doorsneden worden door een aantal schaars bebouwde, nattere beekdalen, is ervoor verantwoordelijk dat Zwolle een flink aantal groene-blauwe zones heeft die als een soort ‘groene vingers’ helemaal doorlopen vanaf de rand tot de kern. Door een betere afwatering, zijn deze laagtes inmiddels allang niet meer zo nat en kunnen in principe bebouwd worden. Wanneer een gemeente geen groenstructuurvisie opstelt, is er daadwerkelijk een reële kans dat zoiets zou gebeuren. Zwolle heeft echter een groenstructuurvisie opgesteld waarin de groene vingers een belangrijke rol spelen. Dit behoedt deze zones voor de opmars van de ‘verstening’. Zwolle wil zelfs inzetten op een versteviging van deze groene structuur. De groenstructuur van Zwolle volgens de groenbeleidsvisie

26

Naast deze groene vingers kent Zwolle nog een drietal niveaus die soms gedeeltelijk met elkaar samenvallen.


Vier geledingsniveaus De groenstructuur volgens de groenbeleidsvisie van Zwolle is onder te verdelen in vier geledingszones. Het eerste niveau omvat de uiterwaarden van de omliggende rivieren. Deze groenstructuren zijn onderdeel van de landelijke, ecologische hoofdstructuur. Het tweede niveau wordt gevormd door de groene vingers. Deze vallen grotendeels samen met het natuurlijke patroon van beekdalen, maar lopen soms ook over hogere dekzandruggen of langs oeverwallen. Dit geledingsniveau valt gedeeltelijk samen met andere niveaus, met name het derde en vierde niveau. Het derde niveau wordt gevormd door de groenstructuren die de belangrijkste infrastructurele lijnen van het landschap volgen. Dit zijn met name ontsluitingswegen en waterwegen, maar bijvoorbeeld ook het talud van het spoor en de snelweg. Het voordeel van deze lijnen is dat ze een (vrijwel) onafgebroken lijn volgen, waardoor een fijnmazig netwerk van groenstructuren kan ontstaan. Momenteel zijn nog niet alle hoofdwegen van de visie stevig beplant, maar hier wordt wel aan gewerkt. De aanplant van extra bomen langs wegen wordt bijvoorbeeld opgepakt zodra deze wegen moeten worden gerenoveerd of geherstructureerd.

Het 1e niveau: Zwarte water, IJssel en Vecht De uiterwaarden van de rivieren behoren tot de landelijk ecologische structuur, maar zijn ook van belang voor de stedelijke groenstructuur.

Het 2e niveau: De groene vingers De groene vingers zijn geĂŤnt op het oorspronkelijke landschap en lopen vaak langs beekdalen, maar soms ook over dekzandruggen. Ze vormen de de tweede geledingszone.

Het 3e niveau: Groen langs infrastruuctuurlijnen Deze laag bestaat uit smallere groene zones langs wegen en kanalen. Ze verbinden de onderlinge lagen met elkaar via een fijnmazig netwerk

Het 4e niveau: Recreatieve gebruiksruimtes Deze laag valt bijna geheel binnen de groene vingers, maar vormt toch een eigen niveau, omdat de groene ruimtes (parken) een belangrijke recreatiefunctie hebben.

Het vierde niveau bestaat uit recreatieve gebruiksruimtes. Deze vormen geen aaneengesloten zones, maar zijn verspreid over de stad te vinden. Vaak maken ze wel deel uit van het tweede niveau: de groene vingers.

Het groen-blauwe netwerk Groen-blauwe netwerken dooraderen het landschap. Ze kunnen bestaan uit lijnvormige groene en blauwe landschapselementen die een continu stelsel vormen, maar ook losliggende vlakken, of een mix van beide. Groenblauwe netwerken komen overal voor: in de stad, in de stadsrand en in het landelijk gebied. Ze zijn afhankelijk van de waterlopen in een gebied. De waterlopen (het blauw) vormen de dragers, de oevers en hun beplanting leveren de groene aanvulling. Een groen-blauw netwerk kan worden gezien als een landschapsconcept. Het biedt een uitgangspunt voor een ontwerp met een integrale water- en recreatieopgave. In Zwolle neemt het groen-blauwe netwerk een belangrijke rol in. Op bladzijde 42 van dit rapport wordt dit verder uitgewerkt.

27


1

.5Ontstaansgeschiedenis

28

Het totaalbeeld van ondergrond tot occupatie


1400

1700

1900

1940

1950

1960

1970

1990

29


2 30

Analyse van een strip

Reis van de stadskern naar het buitengebied


De analyse van een strip De stad is verticaal (in lagen van ondergrond tot occupatie) te analyseren, maar ook in horizontale richting, van de stadskern tot het buitengebied. Wij hebben de strip van de binnenstad via de wijk Diezerpoort, het industriegebied ‘De Vrolijkheid’, Vegtlusterbos, stadsdeel Berkum, de uiterwaarden van de Vecht en tot slot het nieuwe industriegebied Hessenpoort nader geanalyseerd.

De strip die wij onderzocht hebben, loopt nagenoeg haaks op het noordzuid lopende patroon van dekzandruggen waar Zwolle op gebouwd is. De hogere delen waren al vroeg in de geschiedenis bewoonbaar en dat is terug te zien in het huidige stedelijk weefsel. Op de hogere delen is een hogere concentratie historische bebouwing terug te vinden. De bebouwing is echter niet het enige aspect, waarin de samenhang met de hogere gronden zo duidelijk zichtbaar is. Mede doordat delen van Zwolle (met name Diezerpoort) tijdens de oorlog te lijden hebben gehad van bombardementen, is een deel van de historische bebouwing verloren gegaan. Het wegenpatroon is echter wel vrijwel ongewijzigd gebleven en weerspiegelt de samenhang van ondergrond met het stedelijk weefsel misschien nog wel het duidelijkst. Op de hogere gronden vindt men organisch ontstane wegen die de ‘luie’ lijnen van het landschap volgen. De lage, natte delen die pas sinds de vorige eeuw bebouwd konden worden, hebben een planologisch karakter en lopen recht of juist in ‘geforceerde’ bochten (zoals in de jaren 70-bloemkoolwijken het geval is). In de langsdoorsnede op de volgende pagina is het verschil tussen de hoge en lage gronden heel duidelijk te zien. De stadskern ligt het hoogst en werd dan ook het eerst bewoond. Tussen de kern en Dieze ligt een relatief smalle laagte, oorspronkelijke de bedding van het riviertje de Aa dat later de stadsgracht werd en rechte kades kreeg. Diezerpoort ligt op een tweede dekzandrug die langzaam afloopt richting het gebied waar nu de Vrolijkheid en het Vegtlusterbos liggen. Vroeger was dit onderdeel van het beekdal van de Westerveldse Aa. Door de lage ligging is dit deel heel lang onbebouwd gebleven. Sinds 1970 is hier bedrijventerreinterrein ‘de Vrolijkheid’ aangelegd. Het Vegtlusterbos is nog steeds (vrijwel) onbebouwd en wordt nu in stand gehouden als interstedelijke groenzone. Het dorp Berkum ligt vervolgens weer op een dekzandrug. Oorspronkelijk bestond dit dorp uit een cluster van boerderijen. Het verkavelingspatroon is nog terug te vinden in het wegenpatroon. Om het dorpse karakter niet te verliezen, mag er in Berkum geen hoogbouw komen. Een dijk moet voorkomen dat de Vecht overstromingsgevaar kan opleveren. De uiterwaarden van de Vecht liggen vanzelfsprekend op het laagste punt van de strip. Op de dijk aan de overzijde ligt landgoed Dijkzicht. Nog iets verderop - in een voormalig, laaggelegen en nat broekgebied - is recentelijk het ruim opgezette industriegebied Hessenpoort gebouwd. 31


2

..1 De langsdoorsnede van de strip van binnenstad naar Hessenpoort

Stadskern (woon-/winkelzone)

32

Woonwijk Diezerpoort

Industrieterrein ‘De Vrolijkheid’

Interstedelijke groenzone

Woonwijk Berkum


Legenda dekzandgrond rivierkleiafzetting veen/moerige gronden grondwaterstand

Ecologische groenzone (uiterwaarden Vecht)

Landgoed Dijkzicht

Industrieterrein ‘Hessenpoort’

33


2

..2 HiĂŤrarchische structuur van steeg tot snelweg

Legenda snelweg provinciale weg ontsluitingswegen straten toegankelijk voor auto’s voetgangerszone (hoofd) voetgangerszone (steeg)

spoor water

34


De hiërarchische opbouw van het wegennetwerk Het wegennetwerk van een stad is opgebouwd volgens een bepaalde hiërarchische structuur. De snelweg - bestemd voor snel transport over grote afstanden - staat aan het hoofd van de hiërarchie. Daarna volgt de provinciale weg (transport van stad naar stad), de onsluitingswegen (doorgaande wegen en rondwegen die dienen als snelle verbindingen binnen de stad), gewone straten (toegankelijk voor auto’s), de voetgangerszone breed (hoofdroutes) en voetgangerszone smal (steegjes, ‘achteraf’-straatjes) Voetgangerszone smal (de steeg) Een steeg is een smalle straat in de stad. In steden die nog hun oorspronkelijke stratenpatroon hebben, zoals Zwolle, bevinden zich veel stegen. Stegen hebben door de beperkte breedte een relatief eenvoudig bestratingspatroon. Meubilair ontbreekt doorgaans. Voetgangerszone breed (de winkelstraat) Winkelstraten van binnensteden zijn van oorsprong zelden enkel voetgangerswegen geweest. Het waren de belangrijkste, doorgaande routes vanuit de stad naar omliggende steden of dorpen. Binnen de beperkte ruimte van de dekzandrug waar Zwolle op gebouwd is, was de gronddruk erg hoog. De historische straten zijn daardoor zelden echt ruim. Ze zijn voldoende breed om elkaar met paard en wagen te kunnen passeren. Voor het huidige autoverkeer zouden deze straten niet meer geschikt zijn. Desondanks zijn deze straten ruim genoeg voor winkelend publiek (te voet). Door het autoluwe karakter is geen apart trottoir nodig. Vaak is in het bestratingspatroon wel de ‘suggestie’ van een trottoir aanwezig. Waar mogelijk is ruimte voor bomen gecreëerd. In de tijd dat deze wegen zijn ontstaan, is geen rekening gehouden met de aanplant van bomen. Men vond dit niet noodzakelijk en dus overbodig. Tegenwoordig is nut niet meer de enige factor van belang en proberen we zoveel mogelijk groen te integreren in het binnenstedelijke weefsel. Daarnaast is er hoogwaardig meubilair aanwezig.

Gewone (auto)straten Deze zijn erg gevarieerd van karakter. Vrijwel altijd is een apart trottoir opgenomen in het profiel. De breedte van de straat is afhankelijk van de periode waarin de weg is aangelegd. Met de huidige verkeersintensiteit, steeds groter wordende auto’s en hoge parkeerdruk, hebben bredere wegen tegenwoordig de voorkeur. In dit rapport zijn verschillende profielen opgenomen van dit wegtype, zowel historische als nieuwe wegen. Ontsluitingswegen Ontluitingswegen hebben - naast een apart trottoir - vrijwel altijd ook aparte fietspaden. Vaak is een middenberm opgenomen om tegemoetkomend verkeer van elkaar te scheiden. In Zwolle zijn ontsluitingswegen vrijwel allemaal stevig beplant met bomen. Ook treffen we hier meer verkeersaanduidingen, zoals wegmarkeringen, verkeerslichten en borden. Provinciale wegen Provinciale wegen lopen bij de meeste steden niet dwars door het stedelijk weefsel, maar er buitenom. In Zwolle is dat niet het geval. Daar loopt de provinciale weg van Zwolle naar Wierden - de Ceintuurbaan - dwars door de stad. Zo’n provinciale weg is, vanwege de uitstekende bereikbaarheid, een verzamelplaats voor (kleine) industrie en handel. Vaak treft men langs dergelijke wegen dan ook clusters van bedrijventerreinen of winkelboulevards. In Zwolle is dat niet anders. De Ceintuurbaan is een dubbelbaansweg, aan weerszijden voor een groot delen beplant met bomen. Ook is er op bepaalde delen een beplante middenberm aanwezig. Dit type weg is niet toegankelijk voor fietsers. Voor fietsers is een nevenweg beschikbaar. Bij sommige kruisingen wordt kruisend verkeer onder of over de provinciale weg geleid om de doorstroming te bevorderen. Snelwegen De snelweg is echt opgenomen binnen het stedelijk weefsel van Zwolle. De snelweg is aangelegd op een verhoogd, groen talud en is daardoor niet storend in het stadsbeeld. 35


2

3 ..Stedebouwkundige structuur Een collage van maatschappelijke opvattingen

Legenda De verschillende kleuren representeren de verschillende wijkdelen, elk met een eigen karakter, structuur en opbouw. De donkere tint representeert steeds de historische bebouwing (vooroorlogs) de lichtere tint de nieuwere, naoorlogse bebouwing.

36


De stedenbouwkundige opbouw van de strip De stedenbouwkundige kaart van een dorp of stad is een beetje vergelijkbaar met een voetafdruk. Elke stad of dorp heeft zijn eigen herkenbare structuur die zich in de loop der jaren gevormd heeft. Het begon vanuit een centrum en breidde zich naar buiten toe uit. Elke tijdsperiode is daarom te herkennen door een specifieke vorm, beïnvloed door de maatschappelijke ideeën of idealen die we in die tijd hadden. Zoals bijvoorbeeld de bekende bloemkoolwijken en de stempelverkaveling een weerspiegeling zijn van de ideeën van dat moment.

Tot het tijdperk van de industrialisatie ontstonden steden en dorpen op min of meer organische wijze. Bebouwing vond men op de natuurlijke hoogtes in het landschap: op terpen, pollen, stuwwallen of dekzandruggen. Wegen volgden de natuurlijke hoogtelijnen en langs de wegen ontstond weer nieuwe verstedelijking. Zo breidde de stad zich gestaag uit. Rond de Eerste Wereldoorlog ontstonden de eerste tuindorpen. Deze tuindorpen hebben een herkenbare stedenbouwkundige structuur. Ze ontstonden vlakbij de fabrieken en waren bedoeld voor huisvesting van werknemers. De tuindorpen waren het begin van de sociale woningbouw. In grote aantallen werden de woningen als een autonoom dorp neergezet. Nog steeds zijn deze tuindorpen te herkennen door de vaak wat organische structuur en de diepe tuinen. De grootschalige groei van woningen net na de Tweede Wereldoorlog was een antwoord op het woningtekort en de slechte kwaliteit van de bestaande woningen. Rond de jaren 50 is de rol van de auto te herkennen aan de structuur van de wijk. De straten zijn breder en rechter. En bij de behoefte aan licht, lucht en ruimte past de strokenverkaveling van de jaren 50 en 60. Rond de jaren 70 ging het goed met de welvaart, de woningen werden groter. De periode 1945 – 1970 is die van de grote uitbreidingswijken en scheiding van functies. Hierna werd het allemaal wat kleinschaliger. De woningen zelf werden ook allemaal wat kleiner. Rond de jaren 80 ontstond een conflict met de auto in de straat. Het woonerf was hier een gevolg van. Ook de bloemkoolwijken zijn een reactie op de dominantie van de auto en het parkeren. In de strip zijn vrijwel alle genoemde varianten terug te vinden. De binnenstad en een deel van Diezerpoort (zoals de Bagijnenweide) zijn al vroeg ontstaan en op organische wijze gegroeid. De Indische buurt en Bollebieste zijn echte jaren dertig tuindorpen. Dieze Oost is daarentegen een ruim opgezette naoorlogse wijk. Hier vindt men ook de typische stempelwijken, bestaande uit ensembles van hoogbouw, groen en eengezinswoningen. Berkum wordt beschreven als een tuindorp (met grondgebonden woningen). Het wegenpatroon is grotendeels nog authentiek en gebaseerd op de historische kavelpatronen, maar de ingepaste uitbreidingen hebben een rechte wegenstructuur. De lange bebouwingslinten langs de Vecht volgen de dijk en oeverwallen. 37


2

..Kwaliteitsniveaus 4

38

Beeldkwaliteit en beheer

Legenda hoog tot zeer hoog hoog tot basis + basis +


(Beeld)kwaliteitsniveaus Het geld dat beschikbaar is voor de materialisatie en het beheer van de openbare (buiten)ruimte wordt niet evenredig verdeeld worden over alle verkante meters van de stad. Bepaalde zones, zoals de binnenstad, krijgen prioriteit boven andere stadsdelen. Voor Zwolle is een beheerkwaliteitssysteem opgesteld (Beheer Openbare Ruimte, ofwel BOR-systematiek). In dit systeem wordt uitgegaan van een sobere, maar nette standaard met hier en daar wat extra’s. Deze standaard wordt basis+ genoemd en geldt in principe voor de gehele stad. Voor bepaalde zones is meer geld en mankracht beschikbaar voor het beheer. Dit zijn met name de gebieden die intensiever gebruikt worden, zoals de binnenstad, de hoofd (infra)structuur en winkelcentra. Voor deze gebieden is het gerechtvaardigd dat er meer geld besteed wordt dan aan andere gebieden, omdat dit in het algemeen belang is van een groter deel van de inwoners van de stad.

De basiskwaliteitsstandaard die Zwolle op korte termijn wil invoeren voor alle openbare ruimten is basis+. Dit is een basiskwaliteitsstandaard voor onderhoud en beheer met het rapportcijfer 6. Dat wil zeggen: • redelijk onderhouden omgeving • incidenteel een kleine, niet storende, achterstand in het beheer • enig zwerfvuil of onkruid kan voorkomen en het kan wat sober ogen • gericht op instandhouding op langere termijn • er wordt geen achterstand opgebouwd De plus in basis+ De ‘plus’ staat voor extra’s, de zogenoemde juweeltjes of pareltjes. Bij ‘Basis +’ geldt voor de stad als geheel het basis-kwaliteitsniveau voor onderhoud; een sobere standaard. Deze wordt opgevrolijkt door de extra’s, de blikvangers: plekken met een hoge inrichtings- en onderhoudskwaliteit. Daarbij kan gedacht worden aan wisselperken, rotondes, pleintjes, bijzondere verharding en meubilair, bloembakken, etcetera. Door kleur en afwisseling zorgen zij ervoor dat de soberheid van de rest doorbroken wordt. Upgrade tot goed of zeer goed Uitzonderingen op de basis+-kwalificatie zijn gebieden die intensief gebruikt worden, zoals de binnenstad. Zo moet zowel de technische staat als de verzorging van de kern in zeer goede staat zijn. De materialisatie (meubilair, verhardingen en beplanting) moet er perfect uitzien. Per vierkante meter binnenstad is dan ook een veel hoger budget gereserveerd voor beheer dan voor een willekeurige straat in een wijk. Voor de hoofd-infrastructuur zijn ook hogere budgetten beschikbaar. Het gaat in dit geval minder om het beeld, al is dat natuurlijk ook belangrijk, maar vooral om de technische staat. Deze hoofdwegen moeten dagelijks zoveel verkeer verwerken, dat een slechte staat van het wegdek grote consequenties kan hebben voor de doorstroming. Andere voorbeelden van zones met een verhoogd beheerbudget zijn begraafplaatsen. Hier is uiteraard niet het intensieve gebruik maatgevend, maar de aard van het ‘gebruik’.

39


2

..Groenstructuur 5

40

Groen in niveaus

Legenda infrastructuur: groene taluds (niveau 3) infrastructuur: bomen (niveau 3) groenblauwe zones (niveau 2 en 3) ecologische hoofdstructuur (niveau 1) groene ‘vinger’ (niveau 2) parken en recreatief groen (niveau 4)


Groenstructuur in verschillende niveaus Zoals ook op bladzijde 26 wordt uitgelicht, zijn de belangrijkste onderdelen van de groenstructuur, volgens het groenbeleidsplan van de gemeente Zwolle, in te delen in vier verschillende niveaus. Ook in de strip zijn deze vier niveaus terug te vinden. We zullen de vier niveaus kort belichten. Het groenblauwe netwerk, een extra overkoepelende groenlaag, neemt een speciale plaats in in de groenstructuurvisie. Hier zijn (bestaande) waterlopen gecombineerd met beplanting tot een ecologisch waardevolle groenzone. In de structuurvisie valt dit groenblauwe netwerk gedeeltelijk samen met de zogenaamde ‘groene vingers’ (niveau 2) en gedeeltelijk met de groene lijnen langs infrastructuur (niveau 3). Omdat dit groenblauwe netwerk een erg belangrijke rol speelt in het beeld en karakter van de stad Zwolle -vanwege de hoge dichtheid aan waterlopen- wordt in deze paragraaf extra aandacht besteed aan zo’n groenblauwe zone: De Nieuwe Vecht, een oude, gegraven waterloop die loopt van het centrum/de Aa tot aan de uiterwaarden van de Vecht.

Niveau 1 - De uiterwaarden van de Vecht De uiterwaarden van de Vecht zijn van (inter-) nationaal ecologisch belang. Ze behoren tot een groenstructuur die de groenstructuur van Zwolle ‘overstijgd’. Ze zijn echter wel heel belangrijk voor de stad Zwolle en fungeren als stedelijk, recreatief uitloopgebied voor de inwoners van de stad. Geprobeerd wordt om zoveel mogelijk groenstructuren vanuit de stad te laten aansluiten op deze uiterwaarden. Niveau 2 - De ‘groene vingers’ Het netwerk van de ‘groene vingers’ bestaat uit een (bijna) volledige aaneenschakeling van groene gebieden die als lange linten door de stad lopen. Waterlopen fungeren vaak als drager van zo’n structuur, omdat het lange ononderbroken lijnen vormen. De onderzochte strip ligt haaks op een aantal ‘groene’ vingers, omdat de meeste vingers min of meer noord-zuid georienteerd zijn (evenwijdig aan de historische laagtes). Het Vegtlusterbos maakt onderdeel uit van zo’n ‘groene vinger’. Niveau 3 - Groen langs infrastructuur De lange, ononderbroken lijnen van de hoofdinfrastructuur - de belangrijkste (water-)wegen van de stad - vormen de dragers van een derde groenniveau. Niet alleen laanbeplantingen maken deel uit van dit niveau, maar ook de groene taluds van snelweg en spoorweg vormen nadrukkelijk aanwezige, groene linten. Niveau 4 - Recreatieve groenzones De recreatieve groenzones zijn soms onderdeel van een ‘groene vinger’, maar vormen geen aaneengesloten groenzones. Het zijn verspreid over de stad voorkomende groene gebieden waar mensen naartoe trekken voor rust en recreatie. Het wijkpark van Berkum is zo’n plek.

uiterwaarden van de Vecht

het Vegtlusterbos

Wipstrikkerallée

Wijkpark Berkum

41


Uitgelicht: de Nieuwe Vecht De Nieuwe Vecht is de naam van een waterloop in Zwolle die rond 1600 is gegraven tussen de Overijsselse Vecht en de Nieuwe Wetering in het centrum van Zwolle. Door dit kanaal konden schepen sneller van de Vecht in Zwolle komen en omgekeerd. Aan het begin van de vorige eeuw nam het vaarverkeer over de Nieuwe Vecht drastisch af. Toen de Ceintuurbaan werd aangelegd, was scheepvaart tussen het centrum en de Overijsselse Vecht definitief onmogelijk. De Nieuwe Vecht vormt nu een lange lijn in het landschap die enkel onderbroken wordt bij de Ceintuurbaan. Hier stroomt het water ondergronds (via duikers), maar heeft geen bovengrondse verbinding. Ondanks deze onderbreking maakt de Nieuwe Vecht deel uit van het groen-blauwe netwerk: het water als (blauwe) drager met groenstroken langs de oevers. De Nieuwe Vecht heeft geen constant ‘uiterlijk’. In het centrum is het beeld cultuurlijk. Vervolgens maakt de Nieuwe Vecht een geleidelijke transformatie door en zien de oevers er - op het punt waar het water verenigd wordt met de Overijsselse Vecht - heel natuurlijk uit. Het begin van de Nieuwe Vecht - in het centrum van Zwolle bij de Philosofenallee - heeft het karakter van een stadsgracht. Aan het eind, bij de uiterwaarden, is er geen beschoeiing meer aanwezig, zijn de strakke bomenlanen en cultuurlijke rododendrons vervangen door rietvegetatie en is het totaalbeeld verandert van besloten en weelderig groen naar weids en relatief schraal. Via het beeldverhaal op de rechterpagina willen we die transformatie in beeld brengen.

42


Van kern naar buitengebied - een beeldverhaal

Begin van de Nieuwe Vecht als aftakking van de Nieuwe Wetering.

Filosofenallée. Regelmatige bomenlaan rechts, parkachtige beplanting links. Vrij steile oevers.

Vondelkade. Aan beide zijden parkachtige, vaak niet inheemse beplanting in brede groenstroken.

Doorzicht van Vondelkade op Gasthuis. Parkachtige beplanting.

Parkzone langs de Binnengasthuisstraat. Parkachtige, weelderige beplanting (oa rododendrons). Minder steile oevers.

Richting Ceintuurbaan. De cultuurlijke beschoeiing wordt vaker onderbroken voor ecologische ‘uitstapplaatsen’.

Kruising met Ceintuurbaan. (Storende) onderbreking van de Nieuwe Vecht.

Boerendanserdijk. Geen houten beschoeiing , maar aflopende oevers met riet.

De rand van het wijkdeel/dorp Berkum. Flauwe, onregelmatige oevers met riet en uitsluitend inheemse plantensoorten.

Richting uiterwaarden. Natuurlijke overgang naar het weidse landschap van de uiterwaarden. Beplanting wordt schaarser.

Het verlaat, de sluis waar de Nieuwe Vecht overgaat in de Vecht.

De weidse uiterwaarden van de Vecht.

43


3 44

Analyse per stadsdeel Inzoomen op straatniveau


Inzoomen op straatniveau Om de stad te leren begrijpen moeten we een wandeling maken langs verschillende schaalniveaus. Van de brede context - de stad in zijn omgeving - helemaal tot aan straatniveau. Pas dan zijn we in staat om snel te kunnen schakelen van een bredere context naar een concrete ontweropgave op straatniveau en weer terug.

Een gebied is geen op zichzelf staand eiland, maar maakt deel uit van sociale, ecologische en economische systemen op hogere schaalniveaus. Een klein gebied kan van belang zijn voor een koers die op hoger schaalniveau is uitgezet. Neem bijvoorbeeld het concept van de groene vingers. Dit idee houdt geen stand als deze groene vingers niet zouden bestaan uit een serie kwalitatief hoogwaardige groene gebiedjes, maar juist uit afbraakterreintjes die langzaam verrommelen en waar iedereen met een boog omheen loopt. Andersom is een gebied afhankelijk van processen op hogere schaalniveaus, zoals van processen in het grondwater of van geografische processen. Voor duurzame gebiedsontwikkeling is afstemming vereist tussen de ruimtelijke schaalniveaus. We onderscheiden verschillende schaalniveaus: de schaal van het landschap, de regio, de stad, de wijk en de straat. De stad biedt ontwerpopgaven (met zowel problemen als kansen) op verschillende schaalniveaus. Groenstructuren en groene verbindingen vind je terug op zowel landelijke, regionale als stedelijke schaal, zelfs tot aan de schaal van de straat. De keuze van de materialisatie van de infrastructuur is afhankelijk van de hiĂŤrarchie van wegen (of simpelweg: hoeveel verkeer moet er dagelijks overheen en hoe gaan we dat organiseren), maar ook van het plaatselijke beeld, de sfeer en het karakter van de straat. Welke bebouwing vinden we hier en wat past daarbij? Welke kleuren passen we toe? Welke materialen komen het totaalbeeld ten goede? Welke materialen passen het best bij het tijdsbeeld van de straat? Hoe passen we een bepaald straatprofiel in de beschikbare ruimte? Voor de ontwerpvraagstukken moet gekeken worden naar alle schaalniveaus: inzoomend van de schaal van de stad, naar die van de wijk en tot slot naar die van de straat.

45


3

.1De binnenstad

Een middeleeuwse historie

Zwolle is vanaf de middeleeuwen tot ver in de 20e eeuw een belangrijk scheepvaartknooppunt en een plaats van overslag, doorvoer en opslag ge-weest. De historische contour van de middeleeuwse binnenstad is door de stadsgracht goed bewaard gebleven. In de 17e eeuw zijn de bolwerken aangelegd, maar vanaf 1830 zijn de wallen en bastions weer gedeeltelijk afgegraven. De locatie langs de gracht, zowel in de binnenstad als aan de overzijde, was een aantrekkelijk woonmilieu voor de gegoede burgerij. Er ontstond een groene, parkachtige omgeving met villabebouwing. De monumentale binnenstad wordt ook wel de huiskamer van Zwolle genoemd. Er is geen andere plek in de stad waar zoveel gebeurt. Er wordt gewoond, gewinkeld, gewerkt en ontmoet en er worden tal van evenementen georganiseerd zoals de Blauwvingerdagen en de zomerkermis. Kortom de binnenstad het is het meest dynamische deel van de stad. Het centrum is autoluw wat als voordeel heeft dat bezoekers in alle rust de karakteristieke gebouwen zoals de Grote Kerk, de Peperbus, driesterrenrestaurant De Librije of theater De Spiegel kunnen bewonderen.

De stadskern op de strip

46


Kengetallen Binnenstad (wijk 10)

Buurt Binnenstad-Zuid

Buurt Binnenstad-Noord

Functies

Buurt

Inwoners

Binnenstad-Zuid

1720

Noordereiland

Opp. totaal (ha)

Opp. Land (ha)

34

30

Binnenstad-Noord

670

12

11

460

15

11

Totaal

2850

61

52

Buurt Binnenstad-Noordereiland

Het karakter van de binnenstad

Buurten

In de middeleeuwse binnenstad komt het rijke verleden van de Hanzestad Zwolle tot op de dag van vandaag nog goed tot uitdrukking in de historische gevels, monumentale koopmanshuizen, (delen van) de oude stadsmuur en de grachten. Er zijn ook vele kerken. De komende periode staat Zwolle voor een aantal belangrijke keuzes rondom de binnenstad. Keuzes op het vlak van parkeren, bereikbaarheid en over de ambitie van Zwolle om uit te groeien tot de top 5 van beste binnensteden van Nederland. Daarover gaat de gemeente Zwolle met bewoners, belangenorganisaties en andere betrokkenen in gesprek.

De buurten Binnenstad-Zuid en Binnenstad-Noord zijn welgestelde stadsbuurten met een hoge welvaart. Deze buurten vormen een goed geconserveerde oude stadskern binnen de grachten waar, mede door de inzet van de historische vereniging, veel monumentale bouwwerken bewaard gebleven zijn. Het Noordereiland is het noordelijke deel van de binnenstad, gescheiden van de rest door de Thorbeckegracht. De gemeente Zwolle is momenteel bezig met de herontwikkeling van het Noordereiland, zodat het een bijzonder stadsdeel wordt om te wonen, winkelen en uitgaan, dat bovendien integraal onderdeel uitmaakt van de binnenstad als geheel.

De binnenstad wordt - in vergelijking met veel andere grote steden - nog redelijk intensief bewoont. Bewoning vindt plaats in appartementen boven de winkelpanden. Naast bewoning, geldt de binnenstad als regionaal koop- en ontmoetingscentrum.

47


structuurkaart

Structuur van de binnenstad patronen in kaart gebracht De universele oervorm van een stad is een cirkel met een assenkruis en in het midden het centrale plein. Deze oervorm is ook van toepassing op de basistructuur van de binnenstad van Zwolle waarin de Grote Markt het centrale plein vormt. Het wegenpatroon (dat de basis vormt voor de bebouwingspatronen) is gebaseerd op de natuurlijke, ‘luie’ hoogtelijnen van het oorspronkelijke landschap. Deze basisstructuur is daardoor heel organisch van vorm. Eventuele nieuwbouw is ingepast binnen dit bestaande netwerk van straten

De historische binnenstad bestaat uit drie wijkdelen die iets van karakter verschillen. We onderscheiden Binnenstad Zuid, Binnenstad Noord en Noordereiland. Binnenstad Zuid (paarsblauw) Het cultuurhistorische karakter van het stadsdeel Binnenstad Zuid is goed bewaard gebleven. Vrijwel alle panden zijn nog in originele staat. Diverse ruime, openbare pleinen zijn met elkaar verbonden via historische straten en steegjes. Binnenstad Noord (paars) Dit gedeelte vormt het hart van de winkelkern. De belangrijkste winkelstraat, de Diezerstraat, ligt precies op de grens van Binnenstad Noord en Binnenstad Zuid. De historische bebouwing is in de Diezerstraat nog vrijwel intact. Alleen de winkeletalages zijn vaak niet meer in originele staat. Achter deze Diezerstraat bevonden zich vroeger huizenblokken. Deze zijn gesloopt om er grote winkelpanden te kunnen plaatsen voor winkelketens als de C&A. Deze nieuwbouw heeft grotendeels dezelfde contouren als de originele bebouwing had, maar heeft wel een heel ander uiterlijk en karakter gekregen. Hierdoor verschilt dit stadsdeel qua uitstraling van Binnenstad Zuid. Noordereiland (roze) Het Noordereiland is het noordelijke deel van de binnenstad, gescheiden van de rest door de Thorbeckegracht. Op het Noordereiland ligt de nadruk niet op commerciële functies, als winkelen en horeca, maar op wonen. De voormalige bolwerken van het Noordereiland worden momenteel flink geherstructureerd. Nieuwbouw wordt vermengd met oudbouw (waaronder het monumentale Spinhuis). De voormalige vestingwerken (geen eigen kleur) De voormalige vestingwerken - in de 17e eeuw gebouwd en in de 18e eeuw weer opgeheven - faciliteren allerlei publieke functies. Na het opheffen van de vestingwerken kwam ruimte vrij die ingezet kon worden voor de groeiende bevolking. In deze buitenste schil werden bijvoorbeeld het Spinhuis (de voormalige vrouwengevangenis) gebouwd en het Sophia ziekenhuis (inmiddels de huisvesting van Artez). Daarnaast is er ook ruimte voor recreatieve routes: op de bolwerken werden diverse parken aangelegd die nu nog steeds bestaan.

48


hiërarchische opbouw

Hiërarchie van wegen van zijsteegje tot rijweg In deze paragraaf worden de profielen van drie straten uit het stedelijk weefsel van de binnenstad behandelt die representatief zijn voor elk van de hiërarchische straatniveaus die binnen dit stadsdeel kunnen worden aangetroffen. De onsluitingsweg rondom de stadskern wordt buiten beschouwing gelaten, omdat het profiel van een vergelijkbare onsluitingsweg al bij een ander stadsdeel behandelt zal worden.

1. Voetgangerszone: De steeg Binnen de hiërarchische structuur heeft de steeg het ‘laagste’ niveau gekregen. De stegen zijn desondanks karakteristiek en mede bepalend voor het beeld in de binnenstad. Ze zijn sober ingericht (de ruimte is te smal voor uithangborden, terrassen ed.) Ze zijn allen voorzien van een molgoot in het midden. De stegen behoren tot de voetgangerszone van de binnenstad. De profieluitwerking van dit type straat betreft het Koningsplein. Dit is een zijsteeg van de Diezerstraat. 2. Voetgangerszone: De hoofdwinkelstraat De hoofdstraten in de voetgangerszone beslaan het belangrijkste deel van de binnenstad. De drukst bezochte pleinen en winkelstraten zijn immers niet toegankelijk voor auto’s. In de hiërarchie van wegen staat deze categorie boven de stegen. De profieluitwerking uit deze categorie die is opgenomen in dit rapport betreft de Diezerstraat. Dit is de hoofdwinkelstraat van Zwolle. 3. Rijweg Hoewel een groot deel van de binnenstad autovrij is gemaakt, zijn er nog tal van straten die wel toegankelijk zijn voor auto’s. Doorgaans geldt op deze straten wel een snelheidsbeperking. Het gebruik van klinkers en cobblestones op deze wegen moet bijdragen aan het authentieke karakter van de binnenstad, maar draagt ook bij aan het laaghouden van snelheden (vanwege het geschud). De profieluitwerking uit deze categorie betreft de Thorbeckegracht. Deze gracht is aan weerszijde voorzien van een rijweg.

het Koningsplein

de Diezerstraat

de Thorbeckegracht

ontsluitingsweg binnenstad rijweg voetgangerszone (hoofdstraten) voetgangerszone (zijstegen)

49


Zijsteeg van de Diezerstraat Het Koningsplein was vroeger een straat langs het Heilige Geest Gasthuis, een passantenhuis voor reizigers, gesticht in 1306, later een ziekenhuis voor de armen en bejaardentehuis. Het gasthuis is in 1851 grotendeels verwoest door een brand, maar aan zowel de buitenkant van het gebouw als aan de binnenkant zijn nog vele kenmerken te zien van het oude gebouw. Ook een ander gebouw aan het Koningsplein wijst op een vroegere rijkdom die hier geweest moet zijn. Wanneer men vanuit de Oude Vismarkt door het steegje loopt, kan men op de eerste verdieping van het gebouw waar de straat erg versmalt, het gietijzeren hekwerk van een balkon zien waarin dolfijnen verwerkt zijn. Vanuit dit balkonnetje kijkt men uit over de Oude Vismarkt. Tegenwoordig is het Koningsplein een onopvallend straatje waaraan een aantal winkels zijn gevestigd, een tweetal cafés en tussen dit alles een klein studentenhuisje. Het Koningsplein in één van de weinige plekken waar men door de gemeente gesponsorde graffiti aan de muren kan vinden

molgoot

straatverlichting

straatprofiel 1

Koningsplein

50


De hoofdwinkelstraat De Diezerstraat is ĂŠĂŠn van de oudste straten van Zwolle. De straat is gebouwd op een dekzandrug. De straat is dus geen ontworpen straat, maar ontstaan als een verstedelijkte lange lijn in het landschap

afvalbak/zitelement variant 2

straatverlichting

Gleditsia triacanthos

De straat verbindt de Grote Markt met de voormalige stadsmuur waar zich tot 1829 de Diezerpoort bevond. Hiervan zijn heden ten dage nog restanten te zien. Tegenwoordig is de Diezerstraat een promenade, dus autovrij. De straat is van plint tot plint verhard en ingericht met hoogwaardige materialen. Enkele groepen bomen geven de straat een vriendelijke uitstraling. De verhouding tussen de breedte van de straat en de hoogte van de wanden is ongeveer 1: 1,25. De wanden zijn op enkele stegen na gesloten. Dit geeft de straat een intiem karakter. De wanden bestaan uit een plint met twee, soms drie lagen. In de plint bevinden zich voornamelijk winkels en horeca.

zitelement variant 1 en zuil

straatprofiel 2

Diezerstraat

51


De gracht scheidt de oorspronkelijke binnenstad van het Noordereiland. De gracht is onderdeel van een gegraven watergang om de stad, met aan weerszijden gemetselde kaden, maar heeft geen echt symmetrisch profiel.

De linkerrijweg ‘de Thorbeckegracht’

52

Hollandse linde

De grens tussen Binnenstad-Noord en Noordereiland

bestrating met parkeervak

straatprofiel 3

Thorbeckegracht/Pletterstraat


De rechterrijweg ‘Pletterstraat’ straatverlichting

Ook de Pletterstraat heeft een breed profiel. Het is onderdeel van het oude centrum en is ingericht met dezelfde hoogwaardige materialen. De verharding loopt door tot aan de plint. Aan de kant van de kade bevindt zich een gedeelte met een groenstrook bestaande uit gazon met een bomenrij. De wand bestaat veelal uit een aaneengesloten plint met 2 lagen, de meeste gebouwen dateren van rond 1900. Op enkele plaatsen is deze vervangen door nieuwbouw.

fietsenstalling

molgoot

straatverlichting

De Thorbeckegracht bevindt zich op het Noordereiland. Aan deze kant heeft de straat een vrij breed profiel met bomenrijen langs het water. De wand bestaat uit een plint met twee lagen met voornamelijk woonbestemming. De verharding bestaat hier - net zoals in het oudste deel van de binnenstad - uit gebakken klinkers, voor de parkeerplaatsen aan de kade worden kinderkopjes gebruikt. In de gracht liggen heden ten dage woonboten. Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Proin ornare urna quis ligula ornare vel convallis enim egestas. Nunc elit tortor, tincidunt non lobortis non, dignissim vitae libero. Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit.

53


themauitwerking

De binnenstad vroeger en nu Een cultuurhistorisch perspectief De binnenstad heeft van alle onderdelen van de strip nog de meeste bewaard gebleven historische elementen. De historische ziel van Zwolle is daardoor nog sterk aanwezig. Toch is ook de binnenstad vrij rigoureus veranderd door het huidige gebruik, veranderingen in (omvang van) de bevolking, toename van verkeer en (het belang van) de commercie.

2011

De Diezerstraat bevat nog veel historische gevels. Zelfs een groot deel van de etalages bevat nog authentieke elementen. Desondanks heeft de commercie een behoorlijk stempel gedrukt op de sfeer in deze winkelstraat. Felgekleurde uithangborden, reclamezuilen en etalage-inrichtingen bepalen het beeld en doen afbreuk aan het historische karakter. Niet alles is negatief: de introductie van groen, de autovrije zone en het trottoireloze straatprofiel dragen bij aan een gemoedelijke sfeer.

bevrijding 1945

De Diezerstraat

54

2011

1910

De Thorbeckegracht Hier wordt heel goed duidelijk op welke manier de auto het straatbeeld veranderd heeft. Terwijl de binnenstad juistrelatief weinig gedomineerd wordt door auto’s, wordt aan de Thorbeckegracht juist veel ruimte ingenomen door auto’s. Om meer parkeerplaatsen te creÍeren, is een groot deel van de ooit zo robuust beplante gracht boomvrij gemaakt. Daarnaast zijn de hekwerken van de trottoirs verwijderd om deze in te zetten als voetgangerszone. Gemengd gebruik van de straat (zoals op de oude foto links) is met het huidige verkeersbeeld immers niet meer mogelijk.


Zicht op Pletterstraat vanaf de Thorbeckegracht

2011

Bij de sanering en renovatie van de noordelijke binnenstad en Het Eiland in 1980-82 is ook de middeleeuwse stadsmuur ontdaan van alle aangebouwde pakhuizen en woningen. Bij de restauratie van de stadsmuur in de tweede helft van de jaren 70 kreeg de Pelsertoren een facelift met een extra verdieping met kantelen en een torentje met helmdak.

De Nieuwstraat vanuit de Broerestraat

Het hoekpand Nieuwstraat - Broerenstraat is nu evenals de daarnaast gelegen huizen in 1968 afgebroken. Van 1898 tot 1913 was hier (Nieuwstraat 73) de balletjesbakker J. Diekman gevestigd. Daarna woonde hier tot 1921 de kleermaker H. A. Kattouw en vervolgens de koopman K. Norden. Van 1936 tot 1968 vond men hier de kruidenierszaak van de familie Stroeve. Nu is op deze plek het niet al te charmante pand van de C&A gevestigd. De komst van de boom doet wel iets, maar is niet voldoende om echt sfeer te brengen.

2011

De Nieuwstraat, ca. 1900, vanuit de Broerenstraat gezien, met op de achtergrond de toren van de R.K. Sint-Michaelkerk aan de Roggenstraat/Nieuwstraat (gebouwd 1891, gesloopt 1965).

1901

1901

Het Pelserpoortje is een opening in de Middeleeuwse stadsmuur naast de vijftiende-eeuwse Pelsertoren, dat toegang geeft tot de smalle kade aan de zuidzijde van de Thorbeckegracht. Door de poort hadden de bontwerkers (de zogenaamde pelsers) toegang tot het grachtwater om daarin hun huiden en vellen te wassen en op de kade te drogen te leggen.

55


3

.2Diezerpoort

Dieze, een voormalige Boermarke, behoort al vroeg tot de stad Zwolle. De Nijstad (of voorstad) had in de 16e eeuw al vele straten als de Langenholterweg, Middelweg en Hogenkampsweg. De Nieuwe Vecht, een verbinding tussen de Vecht en het Zwarte Water, was toen al gegraven.

Jong en oud verweven

In de WO II heeft Diezerpoort ernstig te leiden gehad van bombardementen die een groot deel van de toen aanwezige bebwouing in puin hebben gelegd. Na de oorlog is men begonnen aan de wederopbouw. Op sommige plekken is nog steeds een lappendeken te zien van oude bebouwing naast naoorlogse huizen. De wijk Diezerpoort heeft inmiddels zeven buurten: Het Noorden, De Schildersbuurt, De Bollebieste, Dieze Centrum, Bagijneweide, De Indische Buurt en Dieze Oost. Elke buurt heeft een heel eigen karakter. Het voert te ver om al deze wijken in de strip te behandelen. Wij hebben er daarom voor gekozen om enkele karakteristieke wijken en bijbehorende straten uit dit stadsdeel uit te werken in een profiel.

De Rhijnvis Feithstraat

Diezerpoort op de strip

56


Kengetallen Diezerpoort (wijk 11)

Buurt Dieze-centrum

Buurt Indische buurt

Buurt

Inwoners

Dieze-Centrum

950

Indische buurt

Opp. totaal (ha)

Opp. Land (ha)

14

14

Bagijneweide

770

15

14

880

10

9

Totaal

2600

39

37

Buurt Bagijneweide

Functies

Het karakter van Diezerpoort

Buurten

Diezerpoort is boven alles een woonwijk. De winkels die aanwezig zijn, zijn gericht op de bewoners van de wijk zelf en hebben geen regionale aantrekkingskracht. Het afzetgebied is dus zeer lokaal.

Diezerpoort is ĂŠĂŠn van de oudste wijken in Zwolle en goed bereikbaar door de ideale ligging dichtbij de binnenstad. De wijk heeft een grote diversiteit aan woningen, koop en huur, duur en goedkoop.

Een klein bedrijfsterrein aan de Floresstraat maakt onderdeel uit van Diezerpoort, maar is te beperkt om dit stadsdeel aan te merken als werkzone.

Om de samenhang in de wijk te verbeteren is herstructurering nodig. Voor deze wijk staan dan ook veel veranderingen op stapel.

Dieze Centrum is naast Assendorp, een van de meest gevarieerde en dynamische buurten van Zwolle. Dieze Centrum heeft een gemengd voor- en naoorlogs stedelijk woonmilieu met wonen en werken, herenhuizen, appartementen en eengezinswoningen. Er is veel groen en water te vinden. De Indische Buurt is een echte familiewijk met smalle straatjes. De buurt is in de jaren dertig ontstaan. In de kern staan voornamelijk huurwoningen, aan de buitenkant zijn ook koopwoningen te vinden. Bagijneweide is een lommerrijke buurt dichtbij de binnenstad: er is veel groen, rust en ruimte. Maar de buurt leeft ook: ArtEZ zorgt voor jeugdig elan.

57


structuurkaart

Structuur van Diezerpoort patronen in kaart gebracht De wijk is ontstaan langs de oude uitvalswegen ten noorden en noordoosten van de historische binnenstad. In de loop van de tijd is de wijk naar verschillende kanten en gedurende verschillende bouwstromen verder uitgebreid, wat een grote diversiteit aan woonbuurten, woonmilieus en woningtypen heeft opgeleverd. Zo zijn er zowel buurten rondom oude ruimtelijke structuren als woonmilieus uit de vroeg-naoorlogse periode. Verder zijn op talloze plekken kleinschalige inbreidingen gepleegd. De gefragmenteerdheid die hieruit voortvloeit, is kenmerkend voor Diezerpoort.

Dieze Centrum en Bagijnenweide (paarsblauw en groen) zijn gemengde voor- en naoorlogs stedelijk woonmilieus met herenhuizen, etagewoningen en andere grondgebonden woningen. Het zijn compact opgezette en dichtbebouwde buurten met een sterke mate van functiemenging. Op enkele plaatsen zijn in de periode 1970-1980 buurten ingevoegd met een suburbane opzet, waardoor deze gebieden qua stedelijke sfeer en kracht hebben ingeboet. Bollebieste (rood) is een planmatig opgezet tuindorp uit de jaren dertig van de twintigste eeuw. Het heeft een zeer herkenbare en samenhangende uitstraling, met een rationele opzet en in samenhang ontworpen straten. Dieze oost (geel en oranje) is een grote buurt binnen de Diezerpoort. Eigenlijk is de buurt binnen de Diezerpoort een beetje een vreemde eend. In het gebied zijn in tegenstelling tot ander delen van de wijk geen historische structuren meer herkenbaar of een menging van vooroorlogse met naoorlogse woningbouw. De buurt is in één keer gebouwd, zonder rekening te houden met landschappelijke patronen. Dieze-Oost kan daarom worden bestempeld als een typisch vroegnaoorlogs woonmilieu met zgn. stempelbuurten. De Indische buurt (oranje) is een woonbuurt met een kleinschalig karakter. Het behoort tot de planmatige vooroorlogse uitbreidingsbuurten. De buurt bestaat uit rechte, smalle straten met daarlangs kleine eengezinswoningen, rijwoningen en gestapelde woningbouw uit de jaren 1970-1980. Later is door vernieuwing naoorlogse woningbouw toegevoegd, veelal woningbouw met suburbane trekken. De woonfunctie in de buurt overheerst. In sociaal opzicht is het een buurt met een ‘volks’ en ‘besloten’ karakter. Industrieterrein Floresstraat (groen) bestaat inmiddels nog maar voor de helft uit (lichte) industrie. Een groot gedeelte is inmiddels omgebouwd tot een 21e eeuwse woonwijk. Deze wijk kenmerkt zich door een wat bredere opzet van de straten dan bijvoorbeeld in de Indische buurt het geval is (aangepast aan meer en grotere auto’s). De woningen zijn grondgebonden. Alle woningen hebben een achtertuin, maar niet alle woningen hebben een voortuin.

58


hiërarchische opbouw

Hiërarchie van wegen van voetpad tot N-weg In deze paragraaf worden de profielen van drie straten uit het stedelijk weefsel van de Diezerpoort behandelt die representatief zijn voor elk van de hiërarchische straatniveaus die binnen dit stadsdeel kunnen worden aangetroffen. De snelweg langs de rand wordt buiten beschouwing gelaten, omdat het profiel hiervan bij een ander stadsdeel behandelt zal worden (bij bedrijventerrein ‘Hessenpoort’)

provinciale weg ontsluitingsweg/ringweg rijweg voetpad

1. Laan De Rhijnvis Feithlaan ligt in de Bagijneweide. Dit is een historische, 19e eeuwse woonwijk. De lanen in deze wijk hebben veel elan en zijn aan twee zijden voorzien van bomen. 2. Rijweg oude arbeiderswijk De profielen en parkeerhavens zijn eigenlijk te klein voor de nu geldende normen voor de steeds groter wordende auto’s van de huidige maatschappij. In de Berkumstraat is nieuwbouw tegenover oudbouw gerealiseerd. 3. Onsluitingsweg Ontsluitingswegen zijn zeer belangrijk voor transport binnen het stedelijk weefsel, om snel van de ene wijk naar de andere te komen. Vaak hebben ze een redelijk uitgebreid profiel met tussenbermen, aparte rijstroken voor auto’s en fietsers en trottoirs. In Zwolle zijn of worden deze ontsluitingswegen met bomen beplant, zodat ze groene, continue lijnen vormen binnen het stedelijk weefsel. Opgenomen is een profieldoorsnede van de Wipstrikkerallée. 4. Singel De Vondelkade maakt onderdeel uit van één van de chiquere delen van Zwolle. De Nieuwe Vecht vormt de drager waarlangs robuuste bomen staan. 5. Rijweg in nieuwbouwwijk De Nieuw Guinneastraat is een 21e eeuwse uitbreiding. De huizen zijn naar verhouding groot tov. de beschikbare grond. De straten zijn een stuk breder dan in de oude arbeiderswijken.

de Rhijnvis Feithlaan

de Berkumstraat

de Wipstrikkerallée

Nieuwe Vecht

De Nieuw Guinneastraat

59


straatprofiel 1

Rhijnvis Feithlaan chique laan in oude woonwijk De Rhijnvis Feithlaan heeft een breed profiel met aan weers-zijden bomen. De verharding loopt aan één zijde door tot aan de plint van de 19e eeuwse huizenrij. Deze vormen een gesloten wand met een plint en twee, een ekele keer één laag. Aan de andere zijde wordt de verharding vaak onderbroken door een groenstrook.De bebouwing heeft hier een plint en drie lagen. De verhouding tussen de breedte van de straat en de hoogte van de wanden is ongeveer 2:1 Deze laan heette tot 1882 de Platte Allee. Een belangrijk gebouw aan de later genoemde Rhijnvis Feithlaan was het in 1884 geopende Sophia ziekenhuis. Het gebouw is tegenwoordig niet meer als ziekenhuis in gebruik, maar wordt verbouwd tot Hogeschool voor de Beeldende Kunsten, naar ontwerp van architect Hubert-Jan Henket.

Rhijnvis Feitlaan

Wat duurdere bestrat

De huizen werden gebouwd in de periode 1878 - 1891 en zijn vrijwel onveranderd gebleven.

60


Rijweg in een kleinschalige woonwijk De Berkumstraat is een woonstraat in de vooroorlogse wijk Diezerpoort. Deze wijk ligt net zoals het centrum van Zwolle, op een zandrug die in het Weichselien is gevormd door opgewaaid zand, zogenaamd dekzand. Al in de 10e eeuw woonden er mensen op de plek waar deze wijk ligt. In de tweede helft van de 19e eeuw vond er een grote uitbreiding plaats en werden er vele arbeiderswoningen neergezet. Ook werden bestaande straten verlengd en nieuwe aangelegd. Deze arbeiderswoningen waren van een zodanig slechte kwaliteit dat o.a. in de Berkumstraat begin jaren ’80 veel woningen zijn vervangen door nieuwbouw. De woningen zijn een ontwerp van architect G. van der Belt, waarbij hij rekening moest houden met de al bestaande structuur van de wijk.

Berkumstraat: oud en nieuw tegenover elkaar

markante bomen langs groenstroken

De Berkumstraat heeft een smal straatprofiel. De verhouding tussen de breedte van de straat en de hoogte van de wanden is ongeveer 1,5:1.De straat is van plint tot plint verhard met betonklinkers en stoeptegels, heeft aan één zijde een bomenrij en aan weerszijden van de rijweg kan men langsparkeren in parkeervakken. De wanden zijn aaneengesloten, hebben een plint en één laag en bestaan afwisselend uit oud en nieuwbouw.

‘blikvanger’

straatprofiel 2

Berkumstraat

61


ontsluitingsweg/ringweg De Wipstrikkerallée is samen met de Veerallée rond 1900 gebouwd voor de middenklasse. Het is de grootste straat van de woonwijk Wipstrik en verdeelt de wijk in twee buurten te weten de zeeheldenbuurt en de schrijversbuurt ‘De Oosterenk’. De naam Wipstrik is een oude benaming voor galg. Deze wijk dankt haar naam aan de Wipstrikkerallee, een aanvoerroute naar de stad Zwolle, welke tot aan de voormalige Diezerpoort liep. Door toename in het aantal ter dood veroordelingen in de stad, werd net buiten de Diezerpoort een tweede plek aangewezen om het doodvonnis te voltrekken. Daar waar de tegenwoordige Wipstrikkerallée de Diezerpoort passeerde, werden in vroegere tijden mensen opgehangen.

Wipstrikkerallée in de zomer

verlichting gecombineerd met routeinformatie

straatprofiel 3

Wipstrikkerallée

62


De rechterrhelft van de Wipstrikkerallée bankjes Ruime voortuinen dragen bij aan het groene karakter

molgoot

straatverlichting

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Proin ornare urna quis ligula ornare vel convallis enim egestas. Nunc elit tortor, tincidunt non lobortis non, dignissim vitae libero. Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit.

De Wipstrikkerallée heeft een zeer breed profiel wat de benaming allée al aangeeft. Het is een laan met aan beide zijden met bomen beplantte weg. De bebouwing is aaneengesloten en heeft een plint met twee lagen. De woningen hebben voortuinen en grenzen aan een ventweg verhard met betonklinkers. De middenrijweg is geasfalteerd.

63


straatprofiel 4

Binnengasthuisstraat/Vondelkade Singel De Binnengasthuisstraat ligt aan de andere kant van de nieuwe Vecht tegenover de Vondelkade. De straat is vernoemd naar de stichting ‘Het nieuwe binnengasthuis’, die hier in 1923 de eerste steen legde voor 29 woningen.

Binnengasthuistraat

De woningen waren zowel toen als nu zeer populair. Dit is niet zo gek gezien hun ligging. Zo zijn zij enerzijds dichtbij de stad gelegen, maar anderzijds heeft men wel de rust, onder andere doordat men uitkijkt op een mooi aangelegd parkje begrensd door de Nieuwe Vecht. Verder zijn de woningen, met in het middengedeelte een verdieping, in goede staat en vormen nog steeds een grote eenheid, onder andere door een renovatie in de jaren ’70 en een grote onderhoudsbeurt in 1988. De straat zelf heeft een smal profiel maar oogt ruim door het aangrenzend park. De bebouwing heeft een strip met meestal één, soms twee lagen. De verharding loopt tot aan de strip. Bijzonder is dat de huizen voorzien zijn van haaks op de gevel gemetselde plantenbakken van ong. 0.70m hoog, naast de voordeur. De bestrating bestaat uit betonklinkers en trottoirtegels.

64


De Binnengasthuisstraat en Vondelkade liggen langs de Nieuwe Vecht. De Nieuwe Vecht is de naam van een waterloop in Zwolle die rond 1600 is gegraven tussen de Overijsselse Vecht en de Nieuwe Wetering in het centrum van Zwolle.

De Nieuwe Vecht met brede groenzone ernaast

molgoot

straatverlichting

Door dit kanaal konden schepen sneller van de Vecht in Zwolle komen en omgekeerd. Zij hoefden nu niet meer over het Zwarte Water. De lading, meestal Bentheimer zandsteen kon zo sneller worden vervoerd. Langs deze waterweg Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur stondenadipiscing veel windmolens die landbouwgewassen uit Twente verwerkten. Hiervan is alleen oliemolen De Passiebloem elit. Proin ornare urna quis ligula ornare vel convallis overgebleven. Aan het begin van de vorige eeuw nam het vaarverkeer over de Nieuwe Vecht drastisch af. De sluisenim egestas. meester bij het Nieuwe Verlaat schutte in 1930 nog maar 311 kleine schepen. Toen de Ceintuurbaan werd aangelegd, Nunc elit tortor, tincidunt non lobortis non, dignis-tussen het centrum en de Overijsselse Vecht definitief onmogelijk. was scheepvaart sim vitae libero. Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. De Nieuwe Vecht loopt langs en door de Zwolse wijken Berkum, Wipstrik en Diezerpoort. Aan deze waterloop lag het voormalige fabriekscomplex van Golden-Wonder.

65


Vervolg De Vondelkade is een woonstraat aan één zijde grenzend aan een groenstrook langs de Nieuwe Vecht. De bebouwing is aaneengesloten en heeft een plint en één, soms twee lagen en heeft een voortuin. Aan één zijde van de rijweg zijn langsparkeervakken.

Parkachtige beplanting langs de oever

In 2003 is de Vondelkade ingericht als de eerste “fietsstraat” in Zwolle. Dit betekent dat de fiets hier beschouwd wordt als uitgangspunt en de auto als gast.

Vondelkade in de zomer

straatprofiel 4 - vervolg

Binnengasthuisstraat/Vondelkade

66


De Nieuw Guineastraat ligt in de nieuwe buurt ‘Molenoever’. In 2009 is deze nieuwe buurt gebouwd op een deel van het oude bedrijventerrein ‘Floresstraat’. De straat bestaat uit afwisselend halfvrijstaande woningen met voortuinen en aaneengesloten panden met soms een smalle groenstrook.

De Nieuw Guinneastraat

Rijweg in 21e eeuwse woonwijk

gemeenschappelijke afvalbak

Deze woonstraat heeft een ruim profiel. De verhouding tussen de breedte van de straat en de wanden is ongeveer 2:1.De verharding bestaat uit rode betonklinkers en trottoirtegels en aan beide zijden van de rijweg zijn langsparkeervakken. Aan één zijde van de straat is bevind zich een bomenrij. De wanden bestaan uit een plint en één laag.

groenstroken

straatprofiel 5

Nieuw Guinneastraat

67


themauitwerking

Diezerpoort vroeger en nu Een cultuurhistorisch perspectief In Diezerpoort treft men een bijzondere mix tussen oud en nieuw. De wijk is gedeelte aangelegd op een dekzandrug. Dit deel is al heel oud. Andere delen zijn gebouwd op grond die oorspronkelijk heel nat is geweest. Deze wijken zijn pas in de vorige eeuw aangelegd. Bombardementen uit de tweede wereldoorlog hebben delen van de wijk veel schade toegebracht. Deze wijken moesten gedeeltelijk worden herbouwd. Ook zijn er oude arbeiderswoningen gesloopt en vervangen door nieuwbouw.

2011

De Rhijnvis Feithstraat ligt in de buurt Dieze Centrum. De bebouwing is nog grotendeels gelijk aan honderd jaar geleden, waardoor de straat nog een vrij historisch karakter heeft. De trambaan is uiteraard uit het straatbeeld verdwenen. Drempels en optische wegversmallingen moeten hard rijden tegengaan. De beplanting is niet zo lang geleden vervangen, maar zal op den duur weer het groene beeld van toen doen herleven.

1901

Rhijnvis Feithstraat

Badhuiswal vanaf Diezerkade

68

2011

1850

Degelijk gebouwde huizen van welgestelden kunnen het stadsbeeld soms eeuwenlang domineren. Dat is ook het geval bij het huizenblok op de Badhuiswal, gezien vanaf de Diezerkade. Dergelijke huizen zullen ook in de toekomst niet snel meer gesloopt worden. Ze vallen onder de monumentenwet en zullen daardoor steeds gerestaureerd worden. De molen op de achtergrond is inmiddels wel uit het stadsbeeld verdwenen.


Riouwstraat/Sumatrastraat

Dit deel van de wijk is niet getroffen door bombardementen. De arbeiderswoningen op de foto links zijn gesloopt, omdat ze niet meer voldeden aan de eisen van deze tijd. De huidige woningen op de rechter foto staan er sinds ongeveer 1980. Het straatprofiel is - op de drempels na - echter vrijwel ongewijzigd gebleven. Tussen de huizenblokken is nu wel meer ruimte voor groen en speelplekken.

2011

1935

De kruising van de Riouwstraat (van links naar rechts) met de Sumatrastraat. Rechts de kruidenierswinkel. Met de handkar werden de bestellingen rondgebracht.

2011

De naam Wipstrik is een oude benaming voor galg. De Wipstrikkerallée is een oude aanvoerroute naar de stad Zwolle, welke tot aan de voormalige Diezerpoort liep. Door toename in het aantal ter dood veroordelingen in de stad, werd net buiten de Diezerpoort een tweede plek aangewezen om het doodvonnis te voltrekken (buiten de al bestaande op de Grote Markt). Daar waar de tegenwoordige Wipstrikkerallée de Diezerpoort passeerde, werden in vroegere tijden mensen opgehangen. Halverwege de 19e eeuw werd de lange laan beplant om als aangenaam en beschaduwde laan te fungeren die door welgestelden benut kon worden voor recreatieve koetsritjes. Anno nu heeft de laan een heel andere functie gekregen, maar het groene karakter is gebleven en op sommige punten zelfs versterkt.

1901

De Wipstrikkerallée

69


3

.3De Vrolijkheid

Van herberg tot autopark

Rondom de N35 en pal aan de A28 ligt de Vrolijkheid, het oudste naoorlogse bedrijvengebied van Zwolle. Op dit bedrijventerrein zijn vooral veel autodealers gevestigd. Het bedrijventerrein werd in de jaren 1960 in gebruik genomen, omdat Zwolle zich in die periode meer ging profileren als nijverheidsstad. Het bedrijventerrein De Vrolijkheid is grotendeels aangelegd op laaggelegen gebied in het dal van de Westerveldse Aa. De Aa was oorspronkelijk de natuurlijke grens tussen de stad Zwolle en Zwollerkerspel. Op dergelijke overgangen tussen stad en ommeland stonden vanouds herbergen, waar stedelingen, buitenlui en reizigers elkaar ontmoetten. Herberg De Vrolijkheid, nog steeds aanwezig als cafĂŠ-restaurant, gaf zijn naam aan het plangebied. Het is een gemengd gebied dat grenst aan een jong wandelbos en het nieuw te ontwikkelen stadioncomplex van FC Zwolle. Met name de plannen voor de ontwikkeling van een sportboulevard in het verlengde van het stadiongebied, biedt onder andere kansen voor bedrijven in de leisure, sport en recreatie. De opbouw van het bedrijventerrein is redelijk uniform van karakter.

Fragrment uit de Zwolsche krant van 1869

De Vrolijkheid op de strip

70


Kengetallen De Vrolijkheid (deel van Berkum) Buurt

Inwoners

De Vrolijkheid

10

Totaal

10

Opp. totaal (ha)

Opp. Land (ha)

44

44

44

44

Bedrijventerrein de Vrolijkheid

Functies

Het karakter van De Vrolijkheid

Buurten

De Vrolijkheid is bovenal een bedrijventerrein. Dit gebied is in de afgelopen jaren deels herontwikkeld en zal ook de komende tijd nog veranderen.

Het industrieterrein aan de Ceintuurbaan bestaat al vrij lang, sinds 1960. In 1972 werd voorzien in de afronding en vergroting van het industrieterrein.

De Vrolijkheid is de tweede grote autoshowroomlocatie van de stad, maar kent ook kantoren, grootwinkelbedrijven en enkele grote industriĂŤle vestigingen.

De aanwezigheid van bedrijven op het gebied van de autobranche ontstond al voor de algehele herziening in 1972, maar van een echt autopark was nog geen sprake. In 1996 werd uiteindelijk een deel van het huidige industrieterrein speciaal ingericht ten behoeve van de autobranche. Het autothemapark bood ruimte aan autodealers en aanverwante bedrijven met een regionale en landsdelige functie.

Bedrijventerrein ‘De Vrolijkheid’ is, volgens de wijkindeling van de gemeente, feitelijk een buurt binnen de wijk Berkum. Vanwege het geheel eigen karakter hebben we ervoor gekozen om dit bedrijventerrein als een aparte wijk te behandelen.

71


structuurkaart

Structuur van De Vrolijkheid patronen in kaart gebracht Qua ruimtelijke structuur valt het terrein van De Vrolijkheid uiteen in drie duidelijk van elkaar te onderscheiden deelgebieden: •een noordelijke zone tussen de snelweg en de Oude Meppelerweg; •een westelijke zone tussen de Ceintuurbaan en Ossenkamp; •en een oostelijke zone tussen Ossenkamp en Rechterland.

Scheidingslijnen tussen de deelgebieden worden gevormd door de Oude Meppelerweg in het noordelijk deel en de noord-zuid lopende Ossenkamp in het centrum van de locatie. De Ossenkamp bewerkstelligt een scheiding tussen het westelijke en het oostelijke deel. Daarbij is het westelijke deelgebied meer stedelijk en het oostelijke deelgebied meer landschappelijk georiënteerd. Het noordelijke deelgebied Het noordelijk deelgebied van De Vrolijkheid is onderdeel van de ecologische zone en wordt gekenmerkt door veel groen. Hier bevindt zich horecagelegenheid “uitspanning De Vrolijkheid”. Deze gelegenheid is enerzijds onderdeel van De Vrolijkheid, maar is tevens een snelweglocatie als gevolg van zijn ligging aan de snelweg. Het westelijke deelgebied Het westelijk deelgebied van De Vrolijkheid is gelegen aan de stedelijke Ceintuurbaanzijde. De uitstraling aan deze zijde van De Vrolijkheid is meer stedelijk van karakter. Het gaat hierbij om functies die passen binnen een gemengd bedrijventerrein, in bestaande bebouwing en relatief veel braakliggend terrein. Doordat de bebouwing relatief dicht op elkaar is geplaatst en bovendien niet is gericht naar buiten is sprake van een opeengepakte structuur die niet bijdraagt aan de helderheid van de ruimtelijke structuur. Het oostelijke deelgebied De oostelijke zijde van De Vrolijkheid heeft een meer landschappelijk karakter. Deze zijde grenst aan de ecologische zone met groen, sportpark en Westerveldse Aa. De ruimtelijke structuur van het oostelijk deelgebied is in vergelijking met het westelijk deelgebied helder en transparant van opzet.

72


hiërarchische opbouw

Hiërarchie van wegen Van voetpad tot snelweg Feitelijk spreken we hier van vijf niveaus: de provinciale weg, de snelweg , de onsluitingswegen en de nevenwegen. Daarnaast is er zelfs nog een voetpad aanwezig. De meeste van deze straatprofielen wordt buiten beschouwing gelaten, omdat deze of vergelijkbare profielen al bij een ander stadsdeel behandelt worden. De provinciale weg zal hier behandeld worden. Ook de nevenweg heeft hier een duidelijk afwijkend profiel en wordt daarom behandelt in deze paragraaf.

1. Nevenweg De straten die deel uitmaken van bedrijventerrein de Vrolijkheid zijn vrijwel identiek van karakter. Eén van beide zijden is voorzien van een (licht verhoogd) trottoir, de andere zijde bestaat uit een groenstrook. Wegen zijn relatief smal voor een bedrijventerrein, maar twee vrachtauto’s kunnen elkaar nog prima passeren. Voor de doeleinden voldoet dit straatprofiel dan ook prima. Voor de profieluitwerking kozen we de Ossenkamp. 2. Provinciale weg De Ceintuurbaan - de N35, de rijksweg tussen Zwolle en Enschede - loopt langs de rand van het stadsdeel Diezerpoort en vormt zo de grens tussen dit stadsdeel en bedrijventerrein ‘De Vrolijkheid’. Rijkswegen komen in de hiërarchie van wegen op de tweede plaats, na de snelwegen. Waar de provinciale wegen grenzen aan woonwijken, zijn ‘groene’ taluds gerealiseerd. In onze profieluitwerking bevinden zich aan beide zijden bedrijven. Laanbeplanting is hier dan ook afwezig.

de Ossenkamp

de Ceintuurbaan/N35

snelweg provinciale weg ontsluitingsweg rijweg voetpad

73


straatprofiel 1

Ossenkamp Nevenweg Ossenkamp is een straat op een bedrijventerrein de Vrolijkheid. Alhoewel aan vernieuwing toe, is het een A1 locatie omdat het vlak bij de uitvalsweg N35 ligt.

De Ossenkamp - onebplant deel

Randbeplanting wisselt per bedrijf

Voor een bedrijventerrein is het straatprofiel niet breed. De verhouding tussen breedte van de straat en hoogte van de wanden is ongeveer 4:1 wat vooral komt door de stroken privĂŠterrein naast de rijweg. De rijweg zelf is 7 meter breed en bestraat met betonklinkers.

74


75

het bedrijventerrein is toegespitst op de verkoop van auto’s. Dit domineert het straatbeeld dan ook.

Een haast landelijk aandoende singel/erfafscheiding, maar wel met industrieel hekwerk.

Ossenkamp - deel met laanbeplanting


straatprofiel 2

Ceintuurbaan Provinciale weg De Ceintuurbaan is gelegen aan de oostkant van Zwolle. Het is een in- en uitvalsweg vanaf de A28 en N35. Binnen de bebouwde kom van Zwolle heet de N35 Ceintuurbaan en vormt hij een onderdeel van de ringweg.

Ceintuurbaan - onebplant deel

laanbeplanting van eiken (niet overal aanwezig)

Het profiel van de Ceintuurbaan is gemiddeld zo’n 55 meter breed en heeft 2x2 rijstroken en aan weerszijden fietspaden, groenstroken en heeft een groene middenberm. De capaciteit van de Ceintuurbaan wordt nu uitgebreid van 2x2 naar 2x3 rijstroken. Op veel gedeelten staan aan weerszijden en in de middenbermen bomenrijen. De verhouding tussen het straatoppervlak en de wanden is ongeveer 7:1.

76


77

Markante, volwassen eiken maken deel uit van de beplanting

Kruizing ceintuurbaan. De vele wegmarkeren laten zien dat dit een belangrijke verkeersader is.

Ceintuurbaan - deel met laanbeplanting


themauitwerking

De Vrolijkheid vroeger en nu Een cultuurhistorisch perspectief Het bedrijventerrein de Vrolijkheid kent nog niet zo’n hele lange cultuurhistorie, omdat men pas in 1960 is begonnen met de aanleg ervan. Het gebied waar het bedrijventerrein nu ligt, is wel in cultuurhistorisch perspectief te plaatsen, evenals de reden waarom dit gebied pas laat in de geschiedenis bebouwd kon worden. Het bedrijventerrein De Vrolijkheid is grotendeels aangelegd op laaggelegen, natte gebied in het dal van de Westerveldse Aa. De Aa was oorspronkelijk de natuurlijke grens tussen de stad Zwolle en Zwollerkerspel. Op dergelijke overgangen tussen stad en ommeland stonden vanouds herbergen, waar stedelingen, buitenlui en reizigers elkaar ontmoetten. Herberg De Vrolijkheid, nog steeds aanwezig als café-restaurant, gaf zijn naam aan het plangebied.

Het in aanbouw zijnde bedrijventerrein (1960)

De natte situatie heeft ervoor gezorgd dat grootschalige bebouwing niet eerder tot ontwikkeling is gekomen. Alleen op van nature hogere plekken kon gebouwd worden.

Zicht op ‘De Vrolijkheid’ vanaf de Vecht

78

2011

1850

Deze foto’s zijn gemaakt vanuit de wijk Diezerpoort. De Vrolijkheid ligt hier eigenlijk nog net weer achter. Op de linker foto is het gebied niet te zien door het grote fabrieksfoto. De rechterfoto geeft meer prijs. Alleen de Nieuwe Vecht en molen De Passiebloem zijn overgebleven relicten uit deze tijd.


Herberg De Vrolijkheid

Het bedrijventerrein onleent zijn naam aan deze herberg.

2011

1960

Oude Meppelerweg 3: uitspanning “De Vrolijkheid” aan de oude weg naar Meppel, ca. 1960 en anno nu. De uitspanning heeft zich ontwikkeld tot caférestaurant-zalencentrum, waar nog steeds nazaten van de grondlegger (Dijk) de scepter zwaaien.

In deze periode was het nog voldoende om het verkeer te geleiden met behulp van wegmarkeringen als haaietanden. Inmiddels staan hier stoplichten en wordt fietsverkeer via een tunnel onderlangs geleid.

Oliefabriek ‘De Fortuin’ “De Fortuin” oorsponkelijk een oliemolen aan de Nieuwe Vecht Boerendanserdijk, werd gebouwd 1817, in 1908 met een door stoom of electrisch gedreven olieslagerij, nogmaals uitgebreid in 1914. Het pand werd afgebroken in 1980. De foto dateert van vlak voor de afbraak

Oliefabriek ‘De Fortuin’ aan de Nieuwe Vecht

Fragment uit de Zwolsche courant van 1866

Ceintuurbaan vanaf viaduct RW28 richting Wipstrik; links de DAF (vrachtauto’s) garage. Op het moment van het maken van de foto is het bedrijventerrein nog maar net klaar.

Ceintuurbaan 1973

Ceintuurbaan

79


3

.4Vegtlusterpark

interstedelijke groenzone

Tussen Zwolle Noord en Berkum, rechts van de Oude Meppelerweg, lag een tiental jaar terug een onopvallend schraal grasland met wat schapen en paarden en een grote plas, waar je heerlijk kon vissen. Weilanden tussen groeikernen en agglomeraties moeten vroeg of laat het loodje leggen. De gemeente wist dit weiland met potentie te behoeden voor oprukkende verstedelijking. Tegenwoordig is het een kleinschalig doorgangsparkbos van bijna 8 hectare groot met natuurvriendelijke en botanisch interessante oevers, waarop een natuursparend beheer wordt toegepast. Deze mooie bufferzone tussen Zwolle en Berkum sluit oostelijk aan op de wandel- en fietspaden van Berkum. Aan de westzijde liggen het bedrijvenpark de Vrolijkheid, het Sportpark Vegtlust en een gekanaliseerd (verlegd) stuk van de Westerveldse Aa. Het bos vormt een belangrijke schakel in een groene vinger, die in zuidelijke richting verder loopt langs de Westerveldse Aa (achter de Oosterenk) en in noordelijke richting naar de bossen bij Kranenburg en de Agnietenberg. Een van de doelen is het vergroten van de natuurwaarden, waaronder het stimuleren van een natuurlijke vegetatie.

Het Vegtlusterbos op de strip

80


Ontstaansgeschiedenis park

Herkomst naam

Flora en fauna

Het Vegtlusterbos is in 1997 aangelegd. De jonge bosaanplant van het Vegtlusterbos valt onder het contract dat de gemeente gesloten heeft met de Stichting Face (Forests Absorbing Carbondioxide Emission). Dit betekent voor de gemeente dat zij voor dit bos een instandhoudingsplicht heeft van minimaal 99 jaar (vanaf 1997). Aan de aanleg van dit bos heeft Stichting Face een financiële bijdrage geleverd. De cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwetenschappelijke waarden van het bos worden beschermd.

op de plaats van het voetbalveld stond vroeger de eenvoudige buitenplaats ‘De Vegtlust’. Deze bestond uit een hoofdgebouw en twee bouwhuizen binnen een vierkante gracht. In 1878 is het hoofdgebouw van De Vegtlust gesloopt. Ter hoogte van de benzinepomp heeft tot 1967 het koetshuis van ‘De Vegtlust’ gestaan. Sinds de 18e eeuw was daarin herberg ‘De Boerendans’ gevestigd. De kroeg had een uithangbord, waarop een boerendans was uitgebeeld. In het begin van de 19e eeuw verhuisde de herberg naar de gelijknamige herberg/bakkerij bij de brug over de Nieuwe Vecht. Ter herinnering aan deze herberg is onderstaand kunstwerk, getiteld ‘Boerendans’ geplaatst.

Hoewel het een jong bos betreft, is het al rijk aan flora en fauna. Vogels die er voorkomen, ’s winters vaak in grote groepen, zijn onder meer sijsjes, staartmezen, barmsijzen en koperwieken.

Van 1998 tot 2009 zijn er een tiental geboorte- en herdenkingsbomen geplant in het Vegtlusterbos.

In het veldje aan de rechterkant bij de sloot zijn in mei en juni rietorchissen te vinden. Ook staan er zwanebloemen in de sloot.

81


3

.5Berkum

Berkum wordt al in de 16e eeuw vermeld. Het heette toen Bircmede of Berckmede. Volgens de etymologie betekent maede of made weide of hooiland. Daaruit valt af te leiden dat het een weidegebied met veel berken was.

Tuindorp van Zwolle

Tot 1967 maakte Berkum deel uit van de gemeente Zwollekerspel. Dit was een ring van dorpen en buurtschappen rond de gemeente Zwolle. In dat jaar is het grootste deel van Zwollekerspel geannexeerd door de gemeente Zwolle. Sinds die tijd is Berkum behoorlijk uitgebreid met nieuwbouw. Momenteel heeft het ruim 4000 inwoners. Het dorpskarakter dreigt aangetast te worden door een uitbreidingsplan inclusief hoogbouw. Door deze woonwijk tussen de Nieuwe Vecht en de spoorlijn Zwolle-Meppel zou Berkum tweemaal zo groot worden. In Berkum bevonden zich twee ridderhofsteden of havezaten: Campherbeek en De Kranenburg. Het bezit van een havezate, die een zekere waarde moest vertegenwoordigen, gaf de adellijke eigenaar recht op een aantal privileges. Daarnaast kon deze zitting nemen in de Ridderschap en Steden van Overijssel, het toenmalige gewestelijke bestuur. De voormalige bakker van Berkum

Berkum op de strip

82


Kengetallen van Berkum Buurt

Inwoners

Berkum

3860

Totaal

3860

Opp. totaal (ha)

Opp. Land (ha)

137

133

137

133

Tuindorp Berkum

Functies

Het karakter van Berkum

Water in Berkum

Berkum heeft verschillende voorzieningen: een winkelcentrum, basisscholen, kerken, een wijkcentrum, mooie sportvelden en zorgcentrum Berkumstede/ De Wissel.

Berkum kan worden getypeerd als een ruim opgezet en mooi gelegen wijk met een dorps karakter, dat onderdeel uitmaakt van de gemeente Zwolle. Het omliggende gebied, waaronder Berkum-Brinkhoek en Berkum-Veldhoek, beschikt over veel landschappelijk schoon.

In de wijk Berkum neemt water een belangrijke plaats in. In het noorden ligt de Agnietenplas, aan de oostzijde wordt het gebied begrensd door de Vecht, en aan de zuidzijde door de Herfter `Wetering en de Marswetering.

Berkum is mede dankzij de grote sociale cohesie op dit moment nog in staat het huidige voorzieningenniveau in stand te houden.

De Berkumer wil het rustige, dorpse karakter van de wijk behouden en kijkt kritisch naar de stedelijke ontwikkelingen die op Berkum afkomen.

Midden door het gebied loopt, als een natuurlijke begrenzing van de buurt Berkum, de Nieuwe Vecht, die via de Berkummer Kolk in verbinding staat met de Vecht.

“Berkum, het is geen dorp, het is geen wijk. Berkum houdt het midden tussen Windesheim, dat zijn eigen karakter heeft weten te behouden, en Ittersum dat opgeslokt is door het in een tomeloos tempo groeiende Zwolle. Berkum heeft nog genoeg aan zichzelf, maar de stad rammelt aan de poorten”

De Westerveldse Aa loopt door het westelijke deel van de wijk. Deze waterloop wordt momenteel gerevitaliseerd met als doel een duurzaam watersysteem te creëren en de ecologische, recreatieve en landschappelijke betekenis van de Westerveldse Aa te vergroten.

83


structuurkaart

Structuur van Berkum patronen in kaart gebracht Hoewel een groot gedeelte van de uitbreidingen van Berkum bestaan uit naoorlogse wijkjes, is de historie van Berkum nog heel duidelijk af te lezen uit het stratenpatroon. De wijk is ontstaan als gehucht, een verzameling boerderijen, die gebouwd waren op de dekzandrug. De oude, wat grillige kavelpatronen zijn nog duidelijk terug te vinden. De bebouwing is ingepland binnen deze stratenstructuur. Hoewel de wijkjes planologisch van aard zijn (veel rijtjeshuizen), is het bestratingspatroon dat niet.

Langs de Boerendanserdijk en de Campherbeeklaan staan de oudste huizen van Berkum. Hier vind je nog enkele oude boerderijen en vooroorlogse woonhuizen op ruime percelen. Maar Berkum heeft, net zoals bijna ieder dorp in Nederland vanaf de jaren 50 een enorme groei doorgemaakt. In de jaren 60 ontstonden de eerste straattype-wijken ten zuidoosten en ten noorden van de Boerendanserdijk (hier zijn de straten vernoemd naar wetenschappers en naaldbomen). Al snel volgde in de jaren 70 tussen deze twee wijken ten zuidwesten van de Boerendanserdijk een uitbreiding met woonerven en veel groen. In de jaren tachtig en negentig hebben de uitbreidingen vooral noordwaarts plaatsgevonden. Hier zijn veel vrijstaande- en twee onder één kap woningen gebouwd op ruime kavels. Het stratenpatroon is speels en volgt, afgeleidt uit de namen zoals Kerkepad en Berkenlaan, waarschijnlijk gedeeltelijk het oude wegenpatroon. Ook is er de eerste aanzet tot een bedrijventerreintje gedaan langs de A28. Als laatste is Berkum uitgebreid met een ruim opgezette wijk met woningen in het hogere segment. Deze wijk is met name georiënteerd op water, enerzijds de Vecht, anderzijds een nieuw aangelegde watergang tussen de oudere en nieuw gebouwde wijk.

84


hiĂŤrarchische opbouw

HiĂŤrarchie van wegen Van voetpad tot snelweg Feitelijk spreken we hier van vier niveaus: de snelweg , de onsluitingswegen en de nevenwegen. Daarnaast zijn er nog ekele voet-/fietspaden aanwezig die aansluiten op de groenzones van het Vegtlusterpark enerzijds en dijk en de uiterwaarden van de Vecht anderzijds. Zowel de voetpaden als de snelweg worden niet in deze paragraaf uitgewerkt. Berkum is in 2003 ingericht als 30km-zone. In Berkum worden dan ook geen drukke verkeersaders aangetroffen.

1. Oude dorpsweg De Boerendanserdijk is een heel oude weg. Nu ligt er een keurig geplaveide weg maar in het verleden was de Boerendanserdijk niet meer dan een zandpad van Zwolle naar het noorden. Deze weg liep ook naar Kasteel de Campherbeek. Aan de Boerendanserdijk zijn nog enkele historische gebouwen te vinden, maar het gros van de bebouwing is pas na de tweede wereldoorlog gebouwd. Berkum is een echt tuindorp. Alle huizen hebben ruime, naar de straat gerichte tuinen. Parkeren gebeurd op eigen erf.

De Boerendanserdijk

2. Straat in een nieuwbouwwijk In deze straat van een nieuwbouwwijk speelt water een grote rol. De nabijheid van veel landschappelijk groen heeft een duidelijk stempel gedrukt op het karakter van deze wijk. De waterloop die deze straten van elkaar scheidt, zijn van grote invloed op het uiterlijk van deze straat.

De Tinbergenlaan

snelweg provinciale weg ontsluitingsweg rijweg voetpad

85


86


Oude dorpsweg De Boerendanserdijk is een oude doorgaande weg in de nu bij Zwolle horende wijk Berkum. Deze woonstraat heeft een dorps karakter met veel groen.

Relict van vroegere tijden: onderdeel van een oude oprijlaan

Het profiel bestaat uit in het midden een relatief smalle rijweg van 5 meter met aan weerszijden een smalle stoep en grote voortuinen. Aan ĂŠĂŠn zijde van de straat staat een rij volgroeide eikenbomen

De Boerendanserdijk

straatprofiel 1

Boerendanserdijk

87


straatprofiel 2

Tinbergenlaan/ van ‘t Hoflaan Straatprofiel in een ruime nieuwbouwwijk

Een gedeelte van de Tinbergenlaan en de van ‘t Hofflaan liggen tegenover elkaar. Ze worden gescheiden door een brede watergang.

Visueell verbonden met de Nieuwe Vecht

Rietvegetatie onderstreept het landelijk karakter

De Tinbergenlaan is in de jaren 90 aan de rand van Berkum gebouwd. Een ander gedeelte van de Tinbergenlaan kijkt uit over de Vecht. Het gehele profiel van de Tinbergenlaan, water en van ‘t Hofflaan is ongeveer 45 meter. De beide straatoppervlakten zijn gemiddeld 7.50m.

88

Het water heeft een breedte van 17.50m en de oevers zijn ieder 6 meter breed. De natuurlijk aandoende oevers lopen langzaam af. Naarmate men verder van het centrum van de stad komt, wordt het stedelijk groen ruiger. Berkum heeft een gescheiden afwateringsysteem voor hemelwater en rioolwater


89

VW staat voor vuil water (het gewone riool)

Een gescheiden watersysteem. RW staat voor regenwater

De grens tussen woonwijk en uiterwaarden


themauitwerking

Berkum vroeger en nu Een cultuurhistorisch perspectief

1977

Inmiddels is Berkum het stadsdeel waarvan de inwoners behoren tot de Zwollenaren met de hoogte inkomens. Berkum is geliefd om het groene karakter, en de vrijstaande huizen met flinke tuinen

ca. 1850

Ondanks dat Berkum geannexeerd is door Zwolle, is het altijd een dorp gebleven. Berkum was vroeger rijk aan ridderhofzaten (Campherbeek en De Kranenburg, beide bestaan niet meer), maar de boeren hadden het zwaar. De term Birchmede gaf aan dat het een weidegebied betrof dat rijk aan berken was en dat betekent: schrale grond. Rijk hadden de boeren het dus niet.

Langs de Nieuwe Vecht (tondeldoosplaatje, 19e eeuw)

Sommige dingen veranderen nooit

Verstedelijking van Berkum Winkelgalerij in het centrum van Berkum aan de Campherbeeklaan, gebouwd rond 1960, kaart uit 1963. Deze winkelgalerij was een belangrijke verbetering en uitbreiding van het winkelbestand in het dorp Berkum dat toen nog deel uitmaakte van de gemeente Zwollerkerspel.

90

2011

1966

In 1967 werd deze gemeente door Zwolle geannexeerd.


De kaart van Berkum

De oude kavelpatronen zijn nog duidelijk te herkennen in het stratenpatroon van Berkum. Een deel van de historische bebouwing bestaat nog steeds, zoals de Boerendans, het Oude Verlaat en het Roode Pannen Huys. Kasteel Campherbeek is al afgebroken in 1864

2011

1780

Detail uit kaart van Hottinger met Berchem, Geregtsplaats van Zwol, Boerendans en Campherbeek.

Historische bebouwing in Berkum Verreweg het grootste deel van de bebouwing in Berkum is na-oorlogs, maar er zijn ook nog steeds panden te vinden die al eeuwen geleden gebouwd zijn. Het Roode Pannen Huys

Herberg de Boerendans

Het Nieuwe Verlaat

Het Oude Verlaat

Havezaate Kranenburg

De Prinsenpoort

1945

De meeste historische panden zijn te vinden aan de randen van Berkum of net in het buitengebied.

Brug over de Vecht

2011

Nu een solide brug waar zowel de Kranenburgerweg als de A28 over voeren, maar ooit eerst een pondje, vanaf 1943 een verstevigde betonnen brug die werd verwoest tijdens de Duitse bombardementen. Vanaf 1966 heeft de brug zijn huidige formaat. In datzelfde jaar werd ook de A28 geopend.

91


3

.6De uiterwaarden ecologische zone

De uiterwaarden van de Vecht zijn van regionaal ecologisch belang. Ze maken deel uit van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Deze uiterwaarden zijn van landelijke betekenis in ecologische, landschappelijke en recreatieve zin. De uiterwaarden moeten vrij blijven van bebouwing, vanwege het overstromingsgevaar, maar ook om het gebied te behouden. De stad Zwolle profiteert van dit stukje natuurschoon. Voor de bewoners is dit een prachtig en dichtbij gelegen, groen uitloopgebied. Zeker nu aan de overkant van de Vecht het bedrijventerrein Hessenpoort is gebouwd, vormen de uiterwaarden feitelijk een groene doorsnijding van de stad Zwolle. Hier heerst een heel ander karakter dan in de stad zelf. Wel ziet men in Berkum, naarmate men dichter bij de uiterwaarden komt, wel een verruiging (onder andere waterpartijen met rietvegetatie) van de gemeentelijke groenzones waardoor de overgang van stad naar buitengebied logischer op elkaar aansluit.

De uiterwaarden op de strip

92


Ontstaansgeschiedenis

Struinwaard

Flora en fauna

De Vecht vormde vroeger een belangrijke verbinding met Duitsland. Onder andere de Bentheimer zandsteenblokken werden hierover vervoerd. Deze werden gebruikt voor talloze gebouwen, waaronder het Paleis op de Dam. De rivier meanderde enorm en trad regelmatig buiten zijn oevers.

Bijzonder is de ‘Struinwaard’ langs de Overijsselse Vecht. Vanaf 2007 is men hier begonnen met natuurontwikkeling, gecombineerd met waterberging bij hoog water.

Een deel van de uiterwaarden wordt soms tot laat in het voorjaar onregelmatig overstroomd. Op de met steenslag beschermde oevers van de zomerdijk groeit vaak riet, ruigte of wilgenstruweel. De uiterwaarden bestaan uit buitendijkse graslanden, waarin strangen, kolken, rivierduinen en hakhoutbosjes voorkomen.

Rond 1900 kwam de Vecht onder beheer van Rijkswaterstaat. In die tijd zijn 69 bochten afgesneden, waardoor het water te snel werd afgevoerd en verdroging optrad. Daarom zijn in de jaren voor de eerste wereldoorlog vijf stuwen aangelegd. De laatste tijd zijn ze voorzien van vistrappen.

Ook heeft de uiterwaard, voorheen bestaand uit weiland, een recreatieve functie gekregen.

Op hoger liggende zandige ruggen en langs en op de dijken komen lokaal goed ontwikkelde glanshaverhooilanden voor. Lokaal zijn abelen-iepenbossen aanwezig.

93


3

.7Dijkzicht

Landgoed op de dijk

Landgoed Dijkzicht ligt ingeklemd tussen de hectiek van bedrijventerrein Hessenpoort en de A28 enerzijds en de verstilde uiterwaarden van de Vecht anderzijds. Het huis genaamd Huize Dijkzicht dateert in zijn huidige omvang, zoals uit historisch onderzoek blijkt, uit 1820. In de 18e eeuw was het huis en de omliggende gronden en opstallen onderdeel van het oude Essense leengoed `Leesersgoet`. Eveneens onderdeel van dit leengoed was destijds ook herberg ´de Kakelaar´. Deze herberg lag direct over de brug over de Overijsselse Vecht, direct tegenover huize Dijkzicht, aan de noord- zuid verbinding welke de reiziger komend uit de stad Zwolle toegang verschafte tot het noorden. In 1928 werd het huis in gebruik genomen als Jeugdherberg tot de tweede wereldoorlog in welke oorlog het huis werd gevorderd door de bezetter die er jonge arbeiders, die moesten werken aan de frontlinie, in huisvestte. De huidge eigenaar restaureerde het pand in originele staat. Momenteel is dit landgoed onderdeel van een nieuw ontwikkelingsplan waar ook Berkum, Hessenpoort en de omliggende infrastructuur deel van uitmaken. Voor het landgoed wordt vooral ingezet op extra recreatiemogelijkheden.

Landgoed Dijkzicht op de strip

94


laan op een landgoed De laan op de dijk is ongeveer 4 meter breed en geasfalteerd. Aan beide zijden staan volgroeide eikenbomen.

loslopende ganzen dragen bij aan de landelijke, ongedwongen sfeer.

Aan de ene zijde van de dijk zijn de uiterwaarden van de Vecht, aan de andere kant liggen bosschages van landgoed Dijkzicht en landbouwgronden. Op enkele plaatsen langs de dijk is bebouwing aanwezig.

De bomen langs de laan is nog relatief jong. Deze bomenrij is geen historisch element.

straatprofiel

Vechtdijk

95


3

.8Hessenpoort

Grootschalig en duurzaam

Hessenpoort is een relatief nieuw bedrijventerrein in Zwolle langs de A28 en de spoorlijn Zwolle - Groningen/Leeuwarden. Er loopt een provinciale weg door het bedrijventerrein, de N758 die loopt naar Nieuwleusen. Voor de aanleg van dit terrein werd voor het eerst de ‘sprong over de Vecht’ gemaakt. Hessenpoort is een bedrijventerrein voor grootschalige bedrijvigheid (kavels vanaf 1 hectare). De bedrijfstakken die zich hier vestigen zijn met name: productie, groothandel, bouw, transport, distributie en reststoffenverwerking. Een deel is bedoeld voor milieuhinderlijke bedrijvigheid. Er mogen bedrijven worden gebouwd met een hoogte tussen de 15 en 20 meter. Dit terrein is door de provincie aangewezen als regionaal terrein en wordt nog aan de noordoostzijde uitgebreid. Aan de zuidrand van het deel van Hessenpoort dat in ontwikkeling is, is ruimte gereserveerd voor kleinschalige bedrijven (percelen van 0,2 tot 1 hectare). Deze strook leent zich hier door haar perceeldiepte en ligging aan het Vechtdal uitermate goed voor. Samen met de aanleg van nieuwe bossages ontstaat een interessante overgang van Hessenpoort naar de Vechtcorridor. Dit betekent meer ruimte voor nieuwe natuur en recreatie

ruim opgezet en grootschalig

Hessenpoort op de strip

96


Kengetallen Hessenpoort Buurt

Inwoners

De Vrolijkheid

80

Totaal

80

Opp. totaal (ha)

Opp. Land (ha)

600

575

600

575

Bedrijventerrein Hessenpoort

Inrichting en uitstraling

Water

Ecologische waarden

Het bedrijventerrein heeft een doordachte inrichting met veel groen, water en een hoogwaardig materiaalgebruik. Het heeft brede bermen, een waaier van watergangen door het hele gebied, zorgvuldig gekozen boomrijen en informele wandelpaden.

Op bedrijventerrein Hessenpoort maakt water onderdeel uit van de groenstructuur. De manier waarop met water wordt omgegeaan, voldoet aan het basisniveau van de Europese Kaderrichtlijn Water. Deze richtlijnen zijn sinds 2000 van kracht en moeten ervoor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in Europa in 2015 op orde is.

Voor de start van de aanleg van bedrijventerrein Hessenpoort is er een uitgebreid Beeldkwaliteitsplan opgesteld. Een plan dat haar basis had in aanwezige natuur- en landschapswaarden en cultuurhistorische patronen. Vooral de duidelijke groenstructuur valt op met veel bomen en water. Ecologisch beheer is hier de standaard.

In Hessenpoort wordt daartoe proces- en koelwater zoveel mogelijk hergebruikt en waterbesparing algemeen toegepast. Regenwater wordt ge誰nfiltreerd in de bodem. Duurzame oplossingen voor regenwaterafvoer of waterbesparing zijn indien mogelijk zichtbaar gemaakt. Het bedrijventerrein heeft een centrale wateras met ecologische oevers en plasdras situaties. De zone heeft tevens een functie als waterberging.

Aansprekende elementen zijn de genoemde plasdras zones en schrale hooilandvegetaties langs de waterassen. Er zijn inmiddels allerlei vogels ge-signaleerd, zoals de watersnip en de oeverloper. Ook de patrijs kan je tegenkomen. Blijkbaar kunnen de dieren de relatieve rust op een bedrijventerrein waarderen.

De sfeer en het kwaliteitsgevoel zijn onder meer bewerkstelligd door samenhang in de erfafscheiding. Aan de zichtranden van het bedrijvenpark zijn er schanskorven aangebracht met natuursteen, die een krachtig element vormen in de grens tussen land en water. De bedrijven liggen rug aan rug, om de frontuitstraling op elke locatie hoogwaardig en representatief te laten zijn.

97


structuurkaart 98

Structuur van Hessenpoort

De structuur van dit gebied is gebaseerd op de cultuurhistorische patronen en is vast gelegd in een beeldkwaliteitplan.

patronen in kaart gebracht

Het bedrijventerrein is nog volop in ontwikkeling en kent momenteel nog veel braakliggend terrein. De opzet van de planologen is echter dat de bedrijven rug aan rug komen te liggen, om de frontuitstraling op elke locatie hoogwaardig en representatief te laten zijn.

Hessenpoort is een in deze eeuw als bedrijventerrein in gebruik genomen gebied tussen de snelweg A28 aan de noordwest kant en de spoorlijn Zwolle-Groningen/Leeuwarden aan de zuidoost kant. Het gebied wordt doorsneden door de N758 die loopt van Zwolle naar Nieuwleusen wat gelegen is ten noordoosten van Hessenpoort. Ten zuiden van het bedrijventerrein lopen de N340 richting Oudleusen en de Overijsselse Vecht.

Op het kaartje is duidelijk te zien dat er in het noorden en oosten nog oorspronkelijke bebouwing aanwezig is. De verhouding van de oorspronkelijke bebouwing tot de nieuwe bebouwing toont de grootte schaal van de nieuwe bebouwing.


hiĂŤrarchische opbouw

HiĂŤrarchie van wegen Van voetpad tot snelweg In deze paragraaf worden twee profielen van de vijf feitelijk aanwezige profielen op dit bedrijventerrein uitgewerkt. Dit is een profiel van een rijweg die representatief is voor dit gebied en het profiel van de snelweg die langs de noordkant van heel onze strip aanwezig is. Naast de in deze paragraaf uitgewerkte profielen zijn er ook ontsluitingswegen, een provinciale weg en een voetpad in dit gebied aanwezig, maar soortgelijke profielen zijn reeds bij andere wijken uitgewerkt.

1.Rijweg grootschalig bedrijventerrein Het profiel van de door ons uitgewerkte rijweg op dit bedrijventerrein is aan weerzijden voorzien van gescheiden fietspaden. Niet alle rijwegen in dit gebied hebben dergelijke fietspaden, maar wel zijn alle rijwegen geasfalteerd. Wat typerend is voor dit profiel en voor de meeste profielen in dit gebied is de brede opzet van het geheel; dit wordt niet veroorzaakt door de breedte van de eigenlijke rijweg, maar voornamelijk door de grote afstand van de panden tot de rijweg.

De Mindenstraat

2. Snelweg De ligging van de snelweg A28 ten opzichte van de kern van de stad Zwolle is een groot pluspunt voor de stad. De snelweg loopt namelijk vlak langs de kern, zonder hierin storend aanwezig te zijn, wat voornamelijk is bewerkstelligd door de verhoogde ligging op een talud. Dit talud is bovendien op veel plaatsen beplant en/of voorzien van geluidsschermen / -wallen waardoor de snelweg niet storend aanwezig is in het stadsbeeld. Dit gedeelte van de A28 is aan beide zijden tweebaans en voorzien van een spitsstrook. De snelweg

snelweg provinciale weg ontsluitingsweg rijweg voetpad

99


straatprofiel 1

Mindenstraat Straatprofiel op grootschalig bedrijventerrein De Mindenstraat heeft een zeer breed profiel van gemiddeld zo’n 57.50m. Dit wordt veroorzaakt door de ruime groenstroken langs de rijbaan en door grote oppervlakten privÊterrein aan de voorzijde van de bedrijven.

De Mindenstraat

Schanskorven

Aan weerszijden van de geasfalteerde rijbaan staan bomenrijen. De verhouding tussen het straatoppervlak en de wanden is ongeveer 7:1

100


101

Onderhoudsarme middenbermen door ‘nepgroeven’

Gescheiden riool voor vuil water en regenwater

Wandelpaden langs waterwegen


straatprofiel 2

De A28 Transporteren als enige doel De A28 (Groningen - Utrecht) loopt over een dijk dwars door de stad heen. 15 straten kruisen de A28, en er zijn 4 aansluitingen met de snelweg. Het traject vanaf knooppunt Hattemerbroek naar Zwolle-Zuid, de IJsselbrug, is ĂŠĂŠn van de drukste punten buiten de Randstad, met een verkeersintensiteit van 115.544 voertuigen per etmaal in 2006.

De snelweg

Om congestie in de stad tegen te gaan zijn er in 2004 plusstroken aangelegd, waardoor de file zich verplaatste naar het traject tussen Zwolle-Noord en Nieuwleusen, en niet meer in de stad stond. Er wordt gewerkt aan een verbreding van de A28 tussen Zwolle en Meppel. Ook komen er op diverse plaatsen geluidsschermen.

102


103


Uitgelicht: Van steeg tot snelweg

De steeg - Koningsplein (blz 50)

Met het overzicht op deze pagina’s geven wij een beeld van de opbouw van de meest typerende profielen van onze strip van smal naar breed. Van de steeg en winkelstraat in de binnenstad tot de snelweg die de noordkant van het door ons in beeld gebrachte gebied afsluit. Er is duidelijk te zien dat de breedte van de profielen toeneemt naarmate er intensiever van de weg gebruikt wordt gemaakt door (vooral) het gemotoriseerde verkeer.

De winkelstraat - Diezerstraat (blz 51)

Straat in een oude woonwijk- Berkumstraat (blz 61)

Straat in een nieuwe woonwijk- Nieuw Guinneastraat (blz 67) 104


Straat op een industrieterrein - Ossenkamp (blz 74)

Ontsluitingsweg - WipstrikkerallĂŠe (blz 62)

Provinciale weg - Ceintuurbaan (blz 76)

Snelweg - A28 (blz 102) 105


Bronvermelding Binnenstadontwerp 2015 Ambtelijke werkgroep Ontwikkelingsprogramma Binnenstad 2015 Gemeente Zwolle 2004

Netwerkstadvisie 2030 Stuurgroep Zwolle Kampen Netwerkstad Gemeente Zwolle, Kampen, 2004

De stad als uitdaging Yap Hong Seng NAi Uitgevers, 2000

Stedelijk Waterplan Zwolle Gemeente Zwolle Gemeente Zwolle, 2008

Diezerpoort ben ik Gemeente Zwolle Gemeente Zwolle, 2006

Stedenbouwkundig Programma van Eisen Bagijneweide Gemeente Zwolle Gemeente Zwolle, 2009

Groenbeleidsplan 1998-2010 Sector stadsbeheer Zwolle Gemeentebestuur Zwolle 1998

Structuurplan 2020 Gemeente Zwolle Gemeente Zwolle, 2008

Groen-blauwe netwerken in duurzame gebiedsontwikkeling Paul Opdam Habiforum Wageningen UR, 2009

Structuurplan scenariostudie Gemeente Zwolle Gemeente Zwolle, 2004

Het ontwerp van de openbare ruimte Han Meyer, et all Uitgeverij SUN, 2006

Transformatie van woonwijken Like Bijlsma, et all NAi uitgevers, 2008

Industrieel erfgoed in Zwolle Marcel Overbeek Zwols Architectuur Podium, 2003

Visie op de ondergrond ir. K.R. Weytingh, et all Gemeente Zwolle, afdeling Ruimte en Strategie, 2007

Landschapsbouw, Dictaat M. van der Lidth, et all Hogeschool van Hall-Larenstein

Wijkanalyse Berkum Wim van Hattem, et all Gemeente Zwolle, 2004

LOP Zwolle, Zwartewaterland en Kampen Royal Haskoning Gemeenten Zwolle, Zwartewaterland en Kampen

Woonvisie Zwolle 2005-2010 Bureau Middelkoop Gemeente Zwolle, 2005

Mobiliteitsplan 2008 Gemeente Zwolle Gemeente Zwolle, 2008


Websites CloudeMade Maps maps.cloudmade.com Gemeente Zwolle www.zwolle.nl Historisch Centrum Overijssel www.historischcentrumoverijssel.nl Levende stadsgeschiedenis Zwolle www.levendestadsgeschiedeniszwolle.nl Waterschap Groot Salland www.wgs.nl Wat was waar www.watwaswaar.nl Weblog De Stad Draait Door destaddraaitdoor.web-log.nl Wikimapia wikimapia.org Wikipedia www.wikipedia.nl Colleges Diverse colleges Hogeschool Larenstein/Gemeente Zwolle


De identiteit van het stadsweefsel zoeken we in de ruimtelijke samenhang van de drie lagen waaruit het weefsel is opgebouwd. Op elk stedenbouwkundig schaalniveau is een ander ruimtelijk aspect van de lagen netwerk, verkaveling en bebouwing van belang. Daarom is het goed om stil te staan bij de aspecten die de maatvoering, vorm en inrichting van deze lagen bepalen. De stedenbouwkundige kwaliteit van het netwerk wordt onder andere bepaald door de maten en de inrichting van de straatprofielen en de vorm en de hi毛rarchie van de straten. De verkaveling heeft invloed op de verhouding tussen de open en bebouwde ruimte. Zijn de kavels volgebouwd met gesloten straatwanden of bestaan ze uit parkachtige ruimtes met daarin losse gebouwen? De verschillende schaalniveaus zijn daarin onlosmakelijk met elkaar verbonden. Niet alleen bij het maken van ontwerpen of visies op regionale schaal, maar 贸贸k bij het maken van ontwerpen op het schaalniveau van de straat, kun je niet om de invloeden van de ruimtelijke context heen. Door het stedelijk weefsel te analyseren, leert men het weefsel te begrijpen. Dit biedt uitgangspunten bij het opstellen van logische en doordachte stedenbouwkundige visies en het maken van de juiste ontwerpkeuzes. Velp, maart 2011

Stadsanalyse Zwolle  

Het stedelijk weefsel van Zwolle ontrafeld

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you