Page 1

34567 1 AUGUSTUS 2011

Wat moeten kinderen over God leren?


34567

6

Oplage van elke uitgave: 42.162.000 IN 188 TALEN

AUGUST 1, 2011

HET DOEL VAN DIT TIJDSCHRIFT, De Wachttoren, is Jehovah God, de Soevereine Heerser van het universum, te eren. Net zoals een wachttoren in de oudheid iemand in staat stelde iets al van verre te zien aankomen, zo laat dit tijdschrift ¨ de betekenis van het wereldgebeuren zien in het licht van de Bijbelse profetieen. Het troost mensen met het goede nieuws dat Gods koninkrijk, een echte regering in de hemel, binnenkort een eind zal maken aan alle slechtheid en de aarde in een paradijs zal veranderen. Het spoort aan tot geloof in Jezus Christus, die gestorven is opdat wij eeuwig leven kunnen krijgen en die nu in de hemel regeert als Koning van Gods koninkrijk. Dit tijdschrift wordt al sinds 1879 door Jehovah’s Getuigen uitgegeven en heeft geen politieke inslag. Het houdt zich aan de Bijbel als autoriteit. Dit tijdschrift is niet voor de verkoop bestemd maar wordt verschaft als onderdeel van een wereldwijd Bijbels onderwijzingswerk dat gesteund wordt door vrijwillige bijdragen. Tenzij anders vermeld, is de gebruikte Bijbelvertaling de Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift — met studieverwijzingen (uitgave 2004). De afkorting v.G.T. betekent „voor de gewone tijdrekening”. G.T. staat voor „van de gewone tijdrekening”. Waar de uitgever artikelen primair voor Jehovah’s Getuigen zelf bedoelt, zijn ze in een wat informelere stijl geschreven.

COVERSERIE 3 Moeten kinderen over God leren? 4 Wat moeten kinderen leren? 6 Van wie moeten kinderen over God leren? 8 Hoe kunnen kinderen over God leren? — Welke methoden werken het best?

VASTE RUBRIEKEN 10

Adviezen voor het gezinsleven — Behandel uw partner met respect

13

Nader dicht tot God — Hij denkt eraan „dat wij stof zijn”

14

Om met uw kinderen te lezen — Waarom iedereen van Dorkas hield

16

Wat zegt Gods Woord? — Hoe kunt u weten wat het ware geloof is?

18

De Bijbel verandert levens

23

Wist u dit?

27

Veelgestelde vragen

OOK IN DEZE UITGAVE 24

Is de paus „de opvolger van de heilige Petrus”?

28

Een dag van hooggespannen verwachtingen


Moeten kinderen over God leren? „We hebben net genoeg religie om elkaar te haten, maar niet genoeg om elkaar lief te hebben.” — JONATHAN SWIFT, ENGELSE SCHRIJVER.

S

WIFT schreef dit in de achttiende eeuw, maar veel mensen in deze tijd zijn het met hem eens. Sommigen vinden zelfs dat ouders eigenlijk niet het recht hebben om hun kinderen over God te onderwijzen. Ze vinden dat kinderen die in een godsdienstig gezin opgroeien op de een of andere manier in het nadeel zijn. Wat denkt u? Welke van de volgende meningen spreekt u het meest aan? ˘ Ouders mogen hun kinderen niet over God onderwijzen. ˘ Ouders moeten wachten tot hun kinderen wat ouder zijn voordat ze met hen over geloof praten. ˘ Ouders moeten hun kinderen van jongs af aan leren wat ze geloven. Als de kinderen groter zijn, moeten de ouders ze aanmoedigen zelf over de dingen na te denken. ˘ Kinderen moeten aanvaarden wat hun ouders geloven zonder zich af te vragen of het waar is of niet. Is godsdienst slecht voor kinderen? Geen enkele ouder wil iets doen wat slecht is voor een kind. Maar is het standpunt van mensen die zeggen dat kinderen niet over God moeten leren, verdedigbaar? Onderzoekers maken al tientallen jaren een diepgaande studie van de uitwerking die het geloof van ouders op kinderen heeft. Wat is hun conclusie? Ze hebben ontdekt dat godsdienst juist een positieve uitwerking op de ontwikkeling van een kind kan hebben. In 2008 zei een rapport1 in het blad Social Science 1 Dit onderzoek was gebaseerd op informatie afkomstig van meer dan 21.000 kinderen in de VS, en ook van hun ouders en leraren.

Research: „Godsdienst blijkt de band tussen kinderen en zowel de vader als de moeder te verbeteren.” En ook: „Het lijkt erop dat godsdienst en spiritualiteit een belangrijke plaats innemen in het leven van veel kinderen en essentieel zijn voor de gezinsrelatie.” Het is opmerkelijk dat ook Jezus Christus heeft gezegd: „Gelukkig zijn zij die zich bewust zijn van hun geestelijke nood [spirituele behoef¨ te]” (Mattheus 5:3). Wat valt er te zeggen over het idee dat kinderen pas over God en religie mogen leren als ze wat ouder zijn? Deze zienswijze houdt er geen rekening mee dat de hersenen van een kind te vergelijken zijn met een emmer die gevuld moet worden. Eigenlijk staan ouders voor een keus: ze kunnen die ’emmer’ thuis vullen met de geloofsovertuiging en de morele principes die zij belangrijk vinden, of ze kunnen toelaten dat de geest en het hart van hun kinderen gevuld worden ¨ door de stortvloed aan ideeen buitenshuis. Wat is het geheim? De geschiedenis heeft bewezen dat godsdienst onverdraagzaamheid en haat kan aanwakkeren. Dus hoe kunnen ouders die droevige gevolgen vermijden? Hoe kunnen ze kinderen een geloofsovertuiging bijbrengen die ze helpt anderen lief te hebben? Het geheim ligt in de antwoorden op drie vragen: (1) Wat moeten kinderen over God leren? (2) Wie moet ze dat leren? (3) Welke onderwijsmethoden werken het best? DE WACHTTOREN ˙ 1 AUGUS TUS 2011

3


Wat wil God dat we van hem weten? ˛

Wat moeten kinderen leren? „De gehele Schrift is door God ¨ geınspireerd en nuttig om te onderwijzen, terecht te wijzen, dingen recht te zetten, streng te onderrichten in rechtvaardigheid.” ¨ — 2 TIMOTHEUS 3:16.

K

INDEREN moeten de waarheid over God leren. Waar kunnen ze die vinden? In het meest gerespecteerde religieuze boek ter wereld, de Bijbel. De Bijbel is te vergelijken met een brief van God. In die brief laat God weten wat voor iemand hij is en geeft hij al zijn kinderen, jong en oud, morele leiding. Kijk eens naar een paar uitspraken in de Bijbel en naar de lessen die zelfs jonge kinderen daaruit kunnen leren.

34567

6

Wilt u meer informatie of een gratis Bijbelstudie? Schrijf dan naar het plaatselijke kantoor van Jehovah’s Getuigen. Een complete lijst met adressen vindt u op www.watchtower.org/ address.

4

De Bijbel zegt: ’Gij, wiens naam Jehovah is, gij alleen zijt de Allerhoogste over heel de aarde’ (Psalm 83:18). Les: God is geen onpersoonlijke kracht, maar een echte Persoon met een eigen naam.

˛

De Bijbel zegt: „Jehovah doorzoekt alle harten, en elke neiging van de gedachten onderscheidt hij. Indien gij hem zoekt, zal hij zich door u laten vinden” (1 Kronieken 28:9). Les: Jehovah God geeft om ons allemaal, ook om kleine kinderen (Psalm 10:14; 146:9). Hij wil dat we over hem leren. ˛

De Bijbel zegt: „Geen enkele (...) vaderloze jongen moogt gijlieden kwellen. Kwelt gij hem toch, dan zal ik, indien hij op enige wijze luid tot mij roept, zijn luide geroep zeker horen” (Exodus 22:22-24). Les: Jehovah luistert zelfs naar de gebeden van kleine kinderen. We kunnen geregeld met hem praten en onze diepste gedachten en gevoelens met hem delen.

˛

De Bijbel zegt: „Herhaaldelijk plachten zij God op de proef te stellen, en zij bedroefden ¨ zelfs de Heilige Israels” (Psalm 78:41). Les: Wat we zeggen en doen heeft invloed op Jehovah’s gevoelens, dus moeten we nadenken voordat we iets zeggen of doen.

Amerika, Verenigde Staten van: 25 Columbia Heights, Brooklyn, ¨ NY 11201-2483. Australie: PO Box 280, Ingleburn, NSW 1890. Bel¨ gie: rue d’Argile-Potaardestraat 60, B-1950 Kraainem. Canada: PO Box 4100, Georgetown, ON L7G 4Y4. Curacao, Nederlandse ¸ Antillen: PO Box 4708, Willemstad. Duitsland: D-65617 Selters. ¨ Frankrijk: BP 625, F-27406 Louviers Cedex. Groot-Brittannie: The ¨ Ridgeway, Londen NW7 1RN. Indonesie: PO Box 2105, Jakarta ¨ 10001. Italie: Via della Bufalotta 1281, I-00138 Rome RM. Nederland: Noordbargerstraat 77, NL-7812 AA Emmen. Nieuw-Zeeland: PO Box 75142, Manurewa, Manukau 2243. Portugal: Apartado 91, ´ P-2766-955 Estoril. Spanje: Apartado 132, 28850 Torrejon de Ardoz (Madrid). Suriname: PO Box 2914, Paramaribo. Zuid-Afrika: Private Bag X2067, Krugersdorp, 1740.

The Watchtower (ISSN 0043-1087) is published semimonthly by Watchtower Bible and Tract Society of New York, Inc.; M. H. Larson, President; G. F. Simonis, Secretary-Treasurer; 25 Columbia Heights, Brooklyn, NY 11201-2483, U.S.A., and in England by Watch Tower Bible and Tract Society of Britain, The Ridgeway, London NW7 1RN (Registered in England as a Charity). Uitgegeven door Wachttoren-, Bijbel- en Traktaatgenootschap, Noordbargerstraat 77, NL-7812 AA Emmen, Nederland. Christelijke Gemeente van Jehovah’s Getuigen (Verantwoordelijke uitgever: Marcel Gillet), Potaardestraat 60, ¨ B-1950 Kraainem, Belgie, PP-PB BRUXELLES X - BRUSSEL X No.10/667. 5 2011 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania. Alle rechten voorbehouden. Printed in Britain. Vol. 132, No. 15 Semimonthly DUTCH


Hoe moeten we mensen die anders zijn behandelen? ˛

De Bijbel zegt: ’God is niet partijdig, maar in elke natie is de mens die hem vreest en rechtvaardigheid beoefent, aanvaardbaar voor hem’ (Handelingen 10:34, 35). Les: Als God mensen met allerlei achtergronden accepteert, moeten wij anderen niet discrimineren alleen omdat ze er anders uitzien.

˛

De Bijbel zegt: „[Weest] altijd gereed u te verdedigen voor een ieder die van u een reden verlangt voor de hoop die in u is, maar doet dit met zachtaardigheid en diepe achting” (1 Petrus 3:15). Les: Als we over godsdienst praten, moeten we onze mening met overtuiging onder woorden brengen, maar niet agressief. Ook moeten we laten merken dat we mensen met een ander geloof respecteren.

VERSCHIJNT NU IN 188 TALEN: Acholi, Afrikaans, Albanees, Amharisch, Arabisch, Armeens, Armeens (weste´ lijk), Aymara, Azerbeidzjaans, Azerbeidzjaans (cyrillisch), Baule, Bemba, Bengali, Bicol, Birmaans (Myanmar), Bislama, Bulgaars, Cebuano, Chichewa, Chinees (traditioneel)7 (audio alleen in Mandarijn), Chinees (vereenvoudigd), ¨ Chitonga, Chuukees, Congo, Creools (Haıti), Creools (Mauritius), Creools (Seychellen), Deens7, Duits67, Efik, Engels67, Estisch, Ewe, Fiji, Fins7, Frans687, Ga, Georgisch, ´ Grieks, Groenlands, Guaranı687, Gujarati, Gun, Hausa, Hebreeuws, Hiligaynon, Hindi, Hirimotu, Hongaars67, Ibo, IJslands, Iloko, Indonesisch, Isoko, Italiaans67, Japans67, Joruba, Kanarees, Kaounde, Kazachs, Khmer (Cambod-

Hoe moeten we gezinsleden behandelen? ˛

De Bijbel zegt: „Kinderen, weest uw ouders gehoorzaam in alles, want dit is de Heer welgevallig” (Kolossenzen 3:20). Les: Gehoorzame kinderen laten niet alleen zien dat ze van hun ouders houden, maar ook dat ze willen doen wat God van ze vraagt.

˛

De Bijbel zegt: „Blijft elkaar verdragen en elkaar vrijelijk vergeven als de een tegen de ander een reden tot klagen heeft. Zoals Jehovah u vrijelijk vergeven heeft, doet ook gij evenzo” (Kolossenzen 3:13). Les: Anderen, ook binnen het gezin, zullen ons soms teleurstellen. Maar we moeten leren ze te vergeven als we willen dat God ¨ ons vergeeft (Mattheus 6:14, 15).

jaans), Kikongo, Kikuyu, Kiluba, Kimbundu, Kinyarwanda, Kirgizisch, Kiribatisch, Kirundi, Koreaans67, Kroatisch, Kwangali, Kwanyama, Lets, Lingala, Litouws, Lozi, Luganda, Lunda, Luo, Luvale, Macedonisch, Malagasi, Malayalam, Maltees, Marathi, Marshallees, Maya, Mixe, Mizo, ´ Moore, Ndebele, Ndonga, Nederlands67, Nepali, Niue¨ aans, Noors67, Nsema, Nyaneka, Oekraıens, Oezbeeks, Oromo, Ossetisch, Otetela, Palauaans, Pangasinan, Papiaments (Curacao), Pedi, Perzisch (Farsi), Ponapeaans, ¸ Pools67, Portugees687, Punjabi, Quechua (Ancash), Quechua (Ayacucho), Quechua (Bolivia), Quechua (Cuzco), Quichua, Rarotongaans, Roemeens, Russisch67, Samoaans, Sango, Servisch, Servisch (Latijns), Sesotho, Shona, Singa-

lees, Siswati, Sloveens, Slowaaks, Solomoneilandenpidgin, Spaans67, Sranantongo, Swahili, Tagalog7, Tahitiaans, Tamil, Tataars, Telugu, Tetum, Thais, Tigrinja, Tiv, Tokpisin, Tongaans, Totonaaks, Tshiluba, Tshwa, Tsjechisch7, Tsonga, Tswana, Tumbuka, Turks, Tuvaluaans, Twi, Tzotzil, Umbundu, Urdu, Uruund, Venda, Vietnamees, Wallisiaans, Waray-Waray, Wolaita, Xhosa, Yapees, Zande, Zapoteeks (Isthmus), Zoeloe, Zweeds7 6 Ook verkrijgbaar op cd. 8 Ook verkrijgbaar als mp3 op cd-rom. 7 Ook te downloaden als audiobestand op www.jw.org.


Waarom eerlijk en vriendelijk zijn? ˛

De Bijbel zegt: „Spreekt waarheid, een ¨ ieder van u met zijn naaste” (Efeziers 4:25). Les: Als we de waarheid spreken, volgen we God na en maken we hem blij. Als we er een gewoonte van maken te liegen, gaan we op Gods vijand de Duivel lijken, die „de vader van de leugen” is (Johannes 8:44; Titus 1:2).

˛

De Bijbel zegt: „Behandel de mensen zoals u door hen behandeld wilt worden” ¨ (Mattheus 7:12, „Groot Nieuws Bijbel”). Les: We moeten rekening houden met de gevoelens, gedachten en behoeften van onze gezinsleden en anderen. Als we laten zien dat we medegevoel hebben, zijn anderen eerder geneigd ons ook vriendelijk te behandelen (1 Petrus 3:8; Lukas 6:38).

Deze voorbeelden laten zien dat de lessen uit de Bijbel kinderen kunnen helpen volwassenen te worden die waardering, respect en begrip voor anderen hebben. Maar wie zou kinderen deze lessen moeten bijbrengen? 6

DE WACHTTOREN ˙ 1 AUGUS TUS 2011

Van wie moeten kinderen over God leren? „Een leerling staat niet boven zijn leraar, maar een ieder die volmaakt is onderricht, zal gelijk zijn leraar zijn.” — LUKAS 6:40.

H

EEL wat ouders voelen zich niet geschikt om hun kinderen over God te onderwijzen. Misschien denken ze dat ze niet genoeg opleiding hebben gehad of niet genoeg over godsdienst weten. Daardoor kunnen ze geneigd zijn deze belangrijke taak aan een familielid of een religieus leider over te laten. Maar wie kan kinderen het best godsdienstige waarheden en morele principes bijbrengen? Kijk eens wat de Bijbel over dit onderwerp zegt, en vergelijk dat met wat onderzoekers hebben ontdekt. Welke rol speelt de vader? De Bijbel zegt: „Vaders, wek geen toorn bij uw kinderen op, maar voed hen op in de onderwijzing en de terechtwijzing van ¨ de Heere” (Efeziers 6:4, „Herziene Statenvertaling” ). Wat hebben onderzoekers ontdekt? Welke voordelen heeft het voor vaders als ze een sterke godsdienstige overtuiging ontwikkelen? Een artikel dat in 2009 door de Ball Staatsuniversiteit werd gepubliceerd, zegt: „Betrokkenheid bij een religieuze gemeenschap kan mannen helpen betere vaders te worden. Religie voorziet in sociale steun en controle, en ook in een


pakket leerstellingen en richtlijnen over hoe te leven” (Fathers’ Religious Involvement and Early Childhood Behavior). De Bijbel legt veel nadruk op de rol van de vader in de opvoeding en opleiding van kinderen (Spreuken 4:1; Kolossenzen 3:21; He¨ breeen 12:9). Maar is die raad nu nog bruikbaar? In 2009 publiceerde de Universiteit van Florida een artikel dat besprak welke invloed vaders op hun kinderen hebben. De onderzoekers ontdekten dat als een vader actief bij de opvoeding betrokken was, de kinderen vaker meelevend waren en meer gevoel van eigenwaarde hadden. Jongens misdroegen zich minder en meisjes hadden vaak een betere geestelijke gezondheid. De leiding van de Bijbel is echt nog steeds bruikbaar. Hoe belangrijk is de rol van de moeder? De Bijbel zegt: „Verlaat de wet van uw moeder niet” (Spreuken 1:8). Wat hebben onderzoekers ontdekt? Het Handbook of Child Psychology zei in 2006: „Moeders besteden gemiddeld tussen de 65

en 80 procent meer tijd aan een-op-eencontact met hun jonge kinderen dan vaders, en zo ligt de verhouding in veel landen.” Met zo’n intensief contact wordt de ontwikkeling ¨ van een kind diepgaand beınvloed door wat een moeder zegt en doet en hoe ze over dingen denkt. Als vader en moeder samen hun kinderen de waarheid over God leren, geven ze op zijn minst twee prachtige cadeaus. Ten eerste krijgen de kinderen de gelegenheid om een vriendschap met hun hemelse Vader op te bouwen, een vriendschap waar ze hun hele leven voordeel van kunnen hebben. Ten tweede zien ze in de praktijk hoe man en vrouw moeten samenwerken om belangrijke doelen te bereiken (Kolossenzen 3:18-20). Hoewel ouders hulp van anderen kunnen krijgen, hebben ze zelf de verantwoordelijkheid hun kinderen over God te onderwijzen en ze te leren hoe God wil dat een gezin functioneert. Maar hoe moeten ouders hun kinderen over God onderwijzen? Welke methoden werken het best? DE WACHTTOREN ˙ 1 AUGUS TUS 2011

7


Hoe kunnen kinderen over God leren? WELKE METHODEN WERKEN HET BEST? „Deze woorden die ik u heden gebied, moeten op uw hart blijken te zijn; en gij moet ze uw zoon inscherpen en erover spreken wanneer gij in uw huis zit en wanneer gij op de weg gaat en wanneer gij neerligt en wanneer gij opstaat.” — DEUTERONOMIUM 6:6, 7.

O

UDERS kunnen zich soms overweldigd voelen door de verantwoordelijkheid hun kinderen op te voeden. Als ze op zoek gaan naar hulp, worden ze misschien bedolven onder een enorme hoeveelheid adviezen. Kennissen en vrienden willen meestal heel graag tips geven. En boeken, tijdschriften en internetsites leveren een constante stroom van soms tegenstrijdige raad. Maar de Bijbel geeft ouders niet alleen betrouwbare raad over wat ze hun kinderen moeten onderwijzen, maar ook praktische aanwijzingen hoe ze hen kunnen onderwijzen. Zoals de Bijbeltekst hierboven aangeeft, moeten ouders elke dag manieren zien te vinden om met hun kinderen over God te praten. Hieronder staan vier op de Bijbel gebaseerde suggesties die duizenden ouders hebben geholpen hun kinderen over God te onderwijzen. 1. Haal lessen uit de schepping. De apostel Paulus schreef: „Zijn [Gods] onzichtbare hoedanigheden worden van de schepping der wereld af duidelijk gezien, omdat ze worden 8

DE WACHTTOREN ˙ 1 AUGUS TUS 2011

waargenomen door middel van de dingen die gemaakt zijn, ja, zijn eeuwige kracht en Godheid” (Romeinen 1:20). Ouders kunnen hun kinderen helpen God als een echte Persoon te zien door naar de schepping te wijzen en ze dan uit te leggen welke eigenschappen van God daarin duidelijk worden. Jezus gebruikte deze methode bij het onderwijzen van zijn volgelingen. Hij zei bijvoorbeeld: „Slaat oplettend de vogels des hemels gade, want ze zaaien niet, noch oogsten ze, noch vergaren ze in voorraadschuren; toch voedt uw hemelse Vader ze. Zijt gij niet meer ¨ waard dan deze?” (Mattheus 6:26) Jezus onderstreepte hier Jehovah’s eigenschappen liefde en medegevoel. Maar hij deed meer. Hij hielp zijn volgelingen na te denken over de manier waarop God die eigenschappen tegenover zijn kinderen toont. De wijze koning Salomo wees op de instinctieve wijsheid die God aan de mieren heeft gegeven en gebruikte deze diertjes om een belangrijke les te laten uitkomen: „Ga naar


de mier, gij luiaard; zie haar wegen en word wijs. Ofschoon ze geen aanvoerder, beambte of heerser heeft, bereidt ze in de zomer haar voedsel; ze heeft in de oogst haar voedselvoorraden verzameld” (Spreuken 6:6-8). Wat een effectieve manier om duidelijk te maken hoe belangrijk het is doelen te stellen die de moeite waard zijn, en dan de kracht die God ons gegeven heeft te gebruiken om ze te bereiken! Ouders kunnen het effectieve onderwijs van Jezus en Salomo navolgen door: (1) hun kinderen te vragen welke planten en dieren ze interessant vinden, (2) meer te weten te komen over die planten en dieren, en (3) daar lessen over God uit te halen. 2. Heb dezelfde houding als Jezus tegenover de mensen die hij onderwees. Van alle mensen die ooit hebben geleefd, had Jezus de belangrijkste dingen te zeggen. Toch besteedde hij een groot deel van zijn tijd aan het stel¨ len van vragen. Hij was intens geınteresseerd in de gedachten en gevoelens van de mensen ¨ die hij onderwees (Mattheus 17:24, 25; Markus 8:27-29). Zo hebben ook ouders hun kinderen heel wat belangrijke dingen te leren. Maar om effectief te zijn, moeten ze Jezus navolgen en hun kinderen aanmoedigen vrijuit te zeggen wat ze denken. Wat als de kinderen vervelende karaktertrekken hebben of traag reageren? Kijk eens hoe Jezus met de apostelen omging. Ze hadden soms heftige ruzies en reageerden traag op zijn lessen over nederigheid. Maar Jezus bleef geduldig en zei steeds weer hoe belangrijk nederigheid is (Markus 9:33, 34; Lukas 9:46-48; 22:24, 25). Ouders die Jezus navolgen, zullen hun kinderen geduldig corrigeren en zo nodig hetzelfde punt blijven herhalen tot de kinderen helemaal doorhebben waar het om gaat.1 3. Geef het voorbeeld. Ouders doen er goed aan naar de raad te luisteren die Paulus aan de 1 Het Hebreeuwse woord dat in Deuteronomium 6:7 met „inscherpen” is vertaald, betekent iets vaak herhalen.

christenen in Rome gaf: „Gij echter die een ander onderwijst, onderwijst gij uzelf niet? Gij die predikt: ’Steel niet’, steelt gij?” — Romeinen 2:21. Die raad werkt echt, want wat ouders doen heeft veel meer invloed op hun kinderen dan wat ze zeggen. Als ouders zelf toepassen wat ze hun kinderen leren, hebben ze veel meer kans dat de kinderen luisteren. ¨ 4. Begin als ze nog jong zijn. Timotheus, die met Paulus meeging op zijn zendingsreizen, stond heel goed bekend in zijn omgeving (Handelingen 16:1, 2). Dat kwam onder andere doordat hij „van kindsbeen af” onderwezen was in „de heilige geschriften”. Zijn moeder en oma lazen hem niet alleen uit de Schriften voor maar hielpen hem ook na te denken over ¨ de waarheden erin (2 Timotheus 1:5; 3:14, 15). Waar u hulp kunt vinden Jehovah’s Getuigen geven een aantal boeken uit die specifiek bedoeld zijn om ouders te helpen hun kinderen de waarheid over God te leren. Sommige zijn speciaal voor kleine kinderen geschreven. Andere kunnen ouders en hun tieners helpen de communicatie open te houden.1 Natuurlijk moeten ouders voordat ze hun kinderen over God kunnen leren zelf het antwoord weten op moeilijke vragen die kinderen kunnen stellen. Hoe zou u bijvoorbeeld vragen beantwoorden als: Waarom laat God lijden toe? Wat is Gods bedoeling met de aarde? Waar zijn de doden? Jehovah’s Getuigen willen u graag helpen het antwoord op deze en andere vragen te weten te komen, zodat u en uw gezin een hechte band met God kunnen krijgen (Jakobus 4:8). 1 Voor kleine kinderen kunnen ouders Lessen van de Grote Onderwijzer gebruiken, dat over de onderwijzingen van Jezus Christus gaat, of Mijn boek met bijbelverhalen, dat in eenvoudige taal belangrijke lessen uit de Bijbel vertelt. Voor jongeren kunnen ouders Wat jonge mensen vragen — Praktische antwoorden, Deel 1 en 2 gebruiken. DE WACHTTOREN ˙ 1 AUGUS TUS 2011

9


ADVIEZEN VOOR HET GEZINSLEVEN

Behandel uw partner met respect Will1 zegt: „Wanneer Rachel van streek is, huilt ze erg lang. Als we gaan zitten om ¨ te praten, raakt ze geırriteerd en soms doet ze haar mond zelfs helemaal niet open. Niets lijkt te helpen. Ik geef het op.” Rachel zegt: „Toen Will thuiskwam, was ik aan het huilen. Ik wilde uitleggen waarom ik van streek was, maar hij liet me niet uitpraten. Hij zei dat het allemaal niet zo erg was, en dat ik er gewoon overheen moest stappen. Dat maakte me nog meer van streek.”

V

OELTu zich weleens net als Will of Rachel? Ze willen allebei praten, maar het loopt vaak op een teleurstelling uit. Hoe komt dat? Mannen en vrouwen communiceren op een andere manier en hebben hun eigen behoeften. Een vrouw wil misschien vrijuit en vaak over haar gevoelens praten. Maar veel mannen proberen de vrede te bewaren door problemen snel op te lossen en lastige onderwerpen te vermijden. Hoe kunt u deze verschillen overbruggen en met uw partner communiceren? Door hem of haar met respect te behandelen. Respect hebben wil zeggen dat u anderen waardeert en hun gevoelens probeert te begrijpen. Als kind hebt u misschien geleerd dat u respect moet hebben voor mensen met meer autoriteit of meer ervaring. Maar in een huwelijk moet u respect hebben voor iemand met wie u op gelijke voet staat: uw partner. „Ik wist dat Phil altijd geduldig en begripvol 1 De namen zijn veranderd.

10

DE WACHTTOREN ˙ 1 AUGUS TUS 2011

naar anderen luisterde”, zegt Linda, die acht jaar getrouwd is. „Ik wilde dat hij mij net zo behandelde.” Waarschijnlijk toont u in gesprekken met vrienden of zelfs met vreemden geduld en respect. Maar bent u net zo attent tegenover uw partner? Gebrek aan respect leidt tot spanningen en heftige ruzies. Een wijze regeerder zei: „Beter een stuk droog brood met vrede erbij, dan een huis vol feestmaaltijden en ruzie” (Spreuken 17:1, Willibrordvertaling). De Bijbel zegt dat een man zijn vrouw ’eer moet toekennen’, met respect moet behandelen (1 Petrus 3:7). Ook


de vrouw „moet diepe achting voor haar man ¨ hebben” (Efeziers 5:33). Hoe kunt u respectvol communiceren? Hier volgen wat praktische adviezen uit de Bijbel. Als uw partner iets wil zeggen Het probleem: Veel mensen praten liever dan dat ze luisteren. Bent u ook zo iemand? De Bijbel noemt iedereen die „antwoord geeft op een zaak voordat hij ze hoort” onverstandig (Spreuken 18:13). Luister dus voordat u praat. Waarom? „Ik heb liever dat mijn man mijn problemen niet meteen probeert op te lossen”, zegt Kara, die 26 jaar getrouwd is. „Hij hoeft het zelfs niet met me eens te zijn of uit te zoeken hoe het probleem is ontstaan. Ik wil gewoon dat hij naar me luistert en me probeert te begrijpen.” Maar er zijn ook mannen en vrouwen die zich niet zo makkelijk uiten en het niet prettig vinden als hun partner er bij ze op aandringt over hun gevoelens te praten. Toen Lorrie pas getrouwd was, ontdekte ze dat haar man zijn gevoelens niet snel uit. Ze zegt: „Ik moet geduld hebben en wachten tot hij gaat praten.” Een oplossing: Als u en uw partner over iets moeten praten dat tot onenigheid kan leiden, doe dat dan als u allebei kalm en ontspannen bent. En als uw partner niet wil praten? De Bijbel zegt: „Raad in het hart van een man is als diepe wateren, maar de man van onderscheidingsvermogen, die zal hem naar boven halen” (Spreuken 20:5). Als iemand een emmer te snel uit een put omhoogtrekt, gaat er veel water verloren. Zo is het ook als u uw partner te plotseling met iets confronteert. Hij of zij zal misschien in de verdediging gaan, en dan is de kans om uw partner aan het praten te krijgen voorbij. Het is beter vriendelijk en respectvol vragen te stellen. Wees geduldig als uw partner zijn of haar gevoelens niet zo snel uit als u zou willen.

Als uw partner praat, moet u „vlug zijn in het horen, maar langzaam in het spreken, en langzaam in het kwaad worden” (Jakobus 1:19, WV ). Een goede luisteraar luistert niet alleen met zijn oren maar ook met zijn hart. Probeer de gevoelens van uw partner te begrijpen. Aan de manier waarop u luistert, merkt de ander hoeveel — of hoe weinig — respect u voor hem of haar hebt. We kunnen van Jezus leren hoe we moeten luisteren. Toen er bijvoorbeeld een zieke man naar hem toe kwam voor hulp, loste hij het probleem niet meteen op. Hij luisterde eerst naar het dringende verzoek van de man. Hij voelde met hem mee. Pas daarna maakte hij hem beter (Markus 1:40-42). Als uw partner iets zegt, is het goed Jezus’ voorbeeld te volgen. Bedenk dat hij of zij waarschijnlijk wil dat u meeleeft, en niet dat u met een snelle oplossing komt. Luister dus aandachtig. Probeer met hem of haar mee te voelen. Ga dan pas iets doen. Zo laat u zien dat u respect voor uw partner hebt. SUGGESTIE: De eerstvolgende keer dat uw partner met u over iets begint, kunt u beter de neiging om direct te reageren onderdrukken. Wacht tot uw partner is uitgepraat en u begrijpt wat er is gezegd. Vraag dan later: „Vond je dat ik echt naar je luisterde?” Als u iets wilt zeggen Het probleem: „In tv-series lijkt het heel normaal om negatief over je partner te praten en kwetsende of sarcastische taal te gebruiken”, zegt de eerder aangehaalde Linda. Sommigen groeien op in een gezin waar altijd minachtend gepraat wordt. Als zulke mensen later getrouwd zijn, vinden ze het moeilijk dat in hun eigen gezin niet te doen. Ivy, die in Canada woont, zegt: „Ik ben opgegroeid in een omgeving waar het heel normaal was sarcastisch te zijn, te schreeuwen en te schelden.” DE WACHTTOREN ˙ 1 AUGUS TUS 2011

11


Een oplossing: Als u met anderen over uw partner praat, zeg dan iets „dat goed is tot opbouw waar het nodig is, opdat daardoor iets meegedeeld mag worden wat gunstig is voor ¨ de hoorders” (Efeziers 4:29). Praat dus altijd positief over uw partner. Ook als u alleen bent met uw partner, moet u de verleiding weerstaan sarcastisch te zijn of ¨ te gaan schelden. Michal uit het oude Israel werd kwaad op haar man, koning David. Ze zei sarcastisch dat hij zich als „een der leeghoofden” had gedragen. Haar woorden waren een belediging voor David, maar ook God was er ¨ niet blij mee (2 Samuel 6:20-23). Wees dus voorzichtig met wat u tegen uw partner zegt (Kolossenzen 4:6; vtn.). Phil, die acht jaar getrouwd is, geeft toe dat hij en zijn vrouw nog steeds weleens onenigheid hebben. Hij heeft gemerkt dat hij de situatie soms erger maakt door wat hij zegt. „Ik ben gaan inzien dat als je een discussie ’wint’, je eigenlijk de verliezer bent. Ik merk dat het veel meer voldoening geeft en veel beter is je relatie goed te houden.” In de oudheid moedigde een weduwe op leeftijd haar schoondochters aan: „Vindt een rustplaats, ieder in het huis van haar man” (Ruth 1:9). Als man en vrouw elkaar respecteren, maken ze hun huis tot een „rustplaats”. SUGGESTIE: Bespreek de tips onder dit kopje met uw partner. Vraag: „Als ik over je praat waar anderen bij zijn, voel je je dan gewaardeerd of juist gekleineerd? Wat kan ik nog verbeteren?” Luister echt als de ander vertelt wat hij of zij ervan vindt en probeer daar iets mee te doen. Accepteer dat uw partner anders is dan u Het probleem: Sommige pasgetrouwde stelletjes hebben ten onrechte gedacht dat de ´ ´ Bijbelse term „een vlees” betekent dat man en vrouw dezelfde mening en persoonlijkheid ¨ moeten hebben (Mattheus 19:5). Maar ze komen er al snel achter dat dat onrealistisch is. De punten waarin ze verschillen leiden vaak 12

DE WACHTTOREN ˙ 1 AUGUS TUS 2011

´ tot ruzies. Linda zegt: „Een groot verschil tussen Phil en mij is dat Phil zich minder zorgen maakt. Hij kan soms heel ontspannen zijn als ik me ergens druk om maak, en dan word ik boos omdat het lijkt alsof het hem niks kan schelen.” Een oplossing: Neem elkaar zoals u bent, en respecteer elkaars verschillen. Ter vergelijking: uw ogen werken anders dan uw oren, en toch werken ze samen zodat u veilig de weg kunt oversteken. Adrienne, die bijna dertig jaar getrouwd is, zegt: „Zolang onze standpunten niet in strijd zijn met Gods Woord, geven mijn man en ik elkaar de ruimte om verschillend over dingen te denken. We zijn tenslotte getrouwd, niet gekloond.” Als uw partner een andere mening heeft of anders reageert dan u, denk dan niet alleen aan uzelf. Houd rekening met de gevoelens van de ander (Filippenzen 2:4). Kyle, de man van Adrienne, geeft toe: „Ik begrijp het standpunt van mijn vrouw niet altijd en ben het niet altijd met haar eens. Maar ik herinner mezelf eraan dat ik veel meer van haar hou dan van mijn mening. Als zij gelukkig is, ben ik dat ook.” SUGGESTIE: Maak een lijst van punten waarin de zienswijze of de manier van reageren van uw partner beter is dan die van u (Filippenzen 2:3).

Respect is een van de geheimen van een gelukkig en duurzaam huwelijk. „Respect zorgt voor tevredenheid en geborgenheid in een huwelijk”, zegt Linda. „Het is echt de moeite waard om te leren elkaar te respecteren.”

OM OVER NA TE DENKEN: ˇ Hoe is ons gezin verrijkt doordat mijn partner anders is dan ik?

ˇ Waarom is het goed om te doen wat de

ander wil, als er geen Bijbelse principes bij betrokken zijn?


NADER DICHT TOT GOD

Hij denkt eraan „dat wij stof zijn” „I geven, en ik dacht dat ik die last mijn hele leven

K KON niet geloven dat Jehovah me alles zou ver-

met me mee zou dragen.” Dat schreef een christelijke vrouw over haar fouten uit het verleden. Een slecht geweten is echt een zware last. Maar de Bijbel biedt troost die de emotionele pijn van zondaars die berouw hebben, kan verlichten. Kijk maar eens wat David in Psalm 103:8-14 zegt. David wist dat Jehovah vergevingsgezind is en niet „voor altijd aanmerkingen [zal] blijven maken” (vers 8-10). Als God een basis vindt om te vergeven, doet hij dat volledig en zonder terughoudendheid. David, een talentvolle dichter, gebruikt drie vergelijkingen om Gods grote vergevingsgezindheid te illustreren. „Zoals de hemel hoger is dan de aarde, is zijn liefderijke goedheid superieur jegens hen die hem vrezen” (vers 11). Als we naar de sterrenhemel kijken, kunnen we de enorme afstand tussen de hemel en de aarde niet vatten. David wil ons doordringen van de omvang van Jehovah’s vergevingsgezindheid, een facet van zijn loyale liefde. Jehovah vergeeft alleen „hen die hem vrezen” — mensen die „nederig en oprecht eerbied hebben voor zijn gezag”, zegt een Bijbelgeleerde. „Zover als de zonsopgang verwijderd is van de zonsondergang, zover heeft hij onze overtredingen van ons verwijderd” (vers 12). Andere vertalingen zeggen „zo ver als het oosten is van het westen”. Hoe ver is dat? Zo ver als maar mogelijk is. Een Bijbels naslagwerk zegt: „Vlieg zover de vleugels der verbeelding u kunnen dragen, en als u door de onbegrensde ruimte naar het Oosten gaat, zult u met elke vleugelslag verder verwijderd zijn van het Westen.” David vertelt ons hier dat wanneer God onze zonden vergeeft, hij ze zo ver van ons verwijdert als we ons maar kunnen voorstellen. „Zoals een vader barmhartigheid toont jegens zijn zonen, heeft Jehovah barmhartigheid getoond

jegens hen die hem vrezen” (vers 13). David, zelf een vader, wist wat een liefdevolle vader voelt. Zo’n vader heeft medegevoel met zijn kinderen, vooral als ze het moeilijk hebben. David verzekert ons dat onze liefdevolle Vader in de hemel zijn kinderen graag vergeeft, vooral als hun berouwvolle hart „gebroken en verbrijzeld” is door hun zonden (Psalm 51:17). Na deze drie vergelijkingen laat David zien waarom Jehovah onvolmaakte mensen graag wil vergeven: „Hijzelf weet zeer goed hoe wij zijn gevormd, gedachtig dat wij stof zijn” (vers 14). Jehovah weet dat we van stof gemaakt zijn en zwakheden en beperkingen hebben. Hij houdt rekening

„Ik begin te merken dat ik echt een hechtere band met Jehovah kan krijgen, en er is een last van mijn schouders gevallen” met onze zondige aard en is vergevingsgezind zolang we oprecht berouw hebben (Psalm 86:5). Wordt u geraakt door wat David over Jehovah’s vergevingsgezindheid zegt? De vrouw die in het begin werd aangehaald, maakte een studie van wat de Bijbel over dat onderwerp leert en ze zei: „Ik begin te merken dat ik echt een hechtere band met Jehovah kan krijgen, en er is een last van mijn schouders gevallen.”1 Zou u ook niet meer willen weten over Gods vergevingsgezindheid en hoe u daar voordeel van kunt hebben? Misschien valt er dan ook bij u een last van uw schouders. 1 Zie hfst. 26, „Een God die ’vergevensgezind’ is”, van het boek Nader dicht tot Jehovah, uitgegeven door Jehovah’s Getuigen.

BIJBELLEESGEDEELTE VOOR AUGUSTUS: ˛ Psalm 87-118

DE WACHTTOREN ˙ 1 AUGUS TUS 2011

13


OM MET UW KINDEREN TE LEZEN

Waarom iedereen van Dorkas hield

W

E WILLEN allemaal dat mensen van ons houden. Wil jij dat ook? 1 De Bijbel vertelt ons over Dorkas, een vrouw van wie veel mensen heel veel hielden. Dorkas woonde in Joppe, een stad aan de Middellandse Zee. Jeruzalem lag ongeveer 55 kilometer verder het land in. Dorkas was een van de eerste christenen. Waarom denk jij dat de mensen zo veel van Dorkas hielden?  De Bijbel zegt dat ze veel voor anderen deed en ook veel weggaf. Ze maakte mooie kleren voor weduwen. Dat zijn vrouwen van wie de man gestorven is. Ook praatte ze vaak over de ware God, Jehovah, net als Jezus had gedaan. Wat voor ergs gebeurt er nu met Dorkas?  Ze wordt heel ziek en gaat dood. Al haar vrienden zijn verdrietig. Daarom sturen ze mensen naar de stad waar Petrus is, onge1 Als u een kind voorleest, kunt u bij het streepje even pauzeren om het kind iets te laten zeggen.

14


veer vijftien kilometer verderop. Ze vragen hem of hij meteen mee kan komen. Als hij bij het huis aankomt, gaat hij naar boven, waar Dorkas ligt. De vrouwen huilen allemaal en laten hem de kleren zien die Dorkas voor ze heeft gemaakt. Petrus stuurt iedereen naar buiten. Hij en de andere apostelen hebben al vaker wonderen gedaan, maar ze hebben nog nooit een dode weer levend gemaakt. Wat denk je dat Petrus nu doet?  ¨ Petrus gaat op zijn knieen bij het dode lichaam zitten en bidt tot Jehovah. Dan zegt hij tegen Dorkas: „Sta op”, en dat doet ze! Petrus pakt haar hand en helpt haar overeind. Daarna roept hij de weduwen en de anderen binnen en laat zien dat ze weer leeft. Kun je je voorstellen hoe blij ze allemaal zijn?  Laten we nu eens kijken wat je van dit verhaal kunt leren. Ten eerste laat het zien dat als je anderen helpt, veel mensen van je zullen houden. Maar nog belangrijker is dat God aan je zal denken en van je zal houden. Hij zal de goede dingen die je voor anderen doet, nooit vergeten. En als beloning mag je dan in zijn goede, nieuwe wereld leven, waar je voor altijd gelukkig zult zijn.

ZOEK HET OP IN DE BIJBEL:

Handelingen 9:36-43 Openbaring 21:3-5


WAT ZEGT GODS WOORD?

Hoe kunt u weten wat het ware geloof is?

Dit artikel gaat in op vragen die bij u opgekomen kunnen zijn en laat zien waar u de antwoorden in uw bijbel kunt vinden. Jehovah’s Getuigen zouden die antwoorden graag met u bespreken.

´ ´ 1. Is er maar een waar geloof ? ´ ´ Jezus onderwees zijn volgelingen maar een geloof, het ware. Het is als een weg die naar het leven leidt. Jezus zei over die weg: „Weinigen zijn er die hem vin¨ den” (Mattheus 7:14). God accepteert alleen aanbidding die op zijn Woord van waarheid is gebaseerd. ´ ´ Alle ware aanbidders zijn verenigd in een geloof. (Lees ¨ Johannes 4:23, 24; 14:6; Efeziers 4:4, 5.)

2. Waarom zijn er zo veel godsdiensten die zich christelijk noemen? Valse profeten hebben het christendom bedorven en hebben het voor hun eigen voordeel gebruikt. Zoals Jezus had voorspeld, doen ze zich voor als zijn schapen maar gedragen ze zich als hongerige wolven ¨ (Mattheus 7:13-15, 21, 23). Het valse christendom breidde zich vooral na de dood van Jezus’ apostelen uit. (Lees Handelingen 20:29, 30.) „Zij maken in het openbaar bekend dat zij God kennen, maar zij verloochenen hem door hun werken” (Titus 1:16)

3. Wat zijn een paar kenmerken van het ware geloof? Ware aanbidders respecteren de Bijbel als Gods Het ware geloof eert Gods naam, Jehovah. JeWoord. Ze proberen naar Bijbelse principes te zus maakte Gods naam bekend. Hij hielp menleven. Het ware geloof is dus anders dan gods- sen God te leren kennen en leerde ze te bidden ¨ ¨ diensten die op ideeen van mensen gebaseerd om de heiliging van Gods naam (Mattheus 6:9). ¨ zijn (Mattheus 15:7-9). Ware aanbidders pas- Welk geloof in uw omgeving moedigt het gesen zelf toe wat ze verkondigen. (Lees Johannes bruik van Gods naam aan? (Lees Johannes 17:26; ¨ 17:17; 2 Timotheus 3:16, 17.) Romeinen 10:13, 14.)


4. Waaraan kunt u ware aanbidders herkennen? Ware christenen prediken Gods koninkrijk. God zond Jezus om het Koninkrijk te prediken. Dat koninkrijk is de enige hoop voor de mensheid. Jezus is er tot aan zijn dood over blijven praten (Lukas 4:43; 8:1; 23:42, 43). Hij gaf zijn volgelingen de opdracht dat koninkrijk te prediken. Als iemand naar u toe komt om over Gods koninkrijk te praten, van welke godsdienst ¨ is hij dan waarschijnlijk? (Lees Mattheus 10:7; 24:14.) Jezus’ volgelingen horen niet bij deze slechte wereld. Ze bemoeien zich niet met politiek of met conflicten in de maatschappij (Johannes 17:16). Ook volgen ze niet het gedrag en de houding van slechte mensen in de wereld na. (Lees Jakobus 1:27; 4:4.)

5. Wat is het belangrijkste kenmerk van het ware christendom? Ware christenen hebben een bijzondere liefde voor elkaar. Ze leren uit Gods Woord dat ze mensen van alle rassen moeten respecteren. Hoewel valse religie vaak alle steun geeft aan oorlogen, weigeren ware aanbidders dat (Micha 4:1-4). Ze gebruiken onzelfzuchtig hun tijd en middelen om anderen te helpen en op te beuren. (Lees Johannes 13:34, 35; 1 Johannes 4:20, 21.) Wie baseren al hun leerstellingen op Gods Woord, eren Gods naam en prediken Gods koninkrijk als de enige hoop voor de mensheid? Wie houden van hun medemensen en geven geen steun aan oorlogen? De feiten wijzen op Jehovah’s Getuigen (1 Johannes 3:10-12).

Zie voor meer informatie hoofdstuk 15 van dit boek, uitgegeven door Jehovah’s Getuigen.

WAT LEERT DE BIJBEL ECHT?

17


DE BIJBEL VERANDERT LEVENS WAAROM besloot een polygamist en tegenstander van Jehovah’s Getuigen zelf een Getuige te worden? Wat bracht een voorganger van de pinksterkerk ertoe van geloof te veranderen? Wat hielp een vrouw met een traumatische jeugd haar zelfhaat te overwinnen en een hechte band met God te krijgen? Waarom werd een heavy-metalfan een evangelieprediker? Hier volgt hun verhaal.

HOE DE BIJBEL MIJN LEVEN VERANDERDE: De revolutie eindigde in 1990. Tot mijn verbazing waren er al snel weer Getuigenzendelingen. De gedachte kwam bij me op dat die mensen misschien Gods steun hadden. Rond die tijd kreeg ik ander werk. Een van mijn nieuwe collega’s was een Getuige, en hij begon meteen met mij over zijn geloof te praten. Hij liet Bijbelteksten zien waarin Jehovah een God van liefde en gerechtigheid genoemd wordt (Deuteronomium 32:4; 1 Johannes 4:8). Die eigenschappen spraken me aan. Ik wilde meer over Jehovah weten, dus ging ik op het aanbod van een Bijbelstudie in. Ik begon al gauw naar de vergaderingen van Jehovah’s Getuigen te gaan. Ik was onder de indruk van de echte liefde die ik er zag: ze maakten geen onderscheid in rassen of standen. Hoe meer ik met de Getuigen omging, hoe duidelijker het werd dat dit Jezus’ echte volgelingen waren (Johannes 13:35). Ik was tot de conclusie gekomen dat als ik Jehovah wilde dienen, ik de katholieke kerk moest verlaten. Dat was niet makkelijk, want ik was bang wat anderen zouden denken. Na een hele tijd en met Jehovah’s hulp raapte ik

’Ik ben een betere echtgenoot geworden.’ — RIGOBERT HOUETO

GEBOORTEJAAR: 1941 LAND VAN HERKOMST: BENIN VOORGESCHIEDENIS: POLYGAMIST, TEGENSTANDER VAN JEHOVAH’S GETUIGEN

MIJN VERLEDEN: Ik kom uit Cotonou, een grote stad in Benin. Ik kreeg een katholieke opvoeding maar ging niet vaak naar de kerk. Waar ik woonde hadden veel katholieken meerdere vrouwen, want polygamie was toen wettelijk toegestaan. Ik had uiteindelijk vier vrouwen. Toen er in de jaren zeventig een revolutie uitbrak, dacht ik dat het mijn land goed zou doen. Ik gaf er mijn volledige steun aan en raakte betrokken bij de politiek. De revolutionairen hielden niet van Jehovah’s Getuigen, omdat die zich niet met politiek bemoeiden. Ik deed mee aan de vervolging van de Getuigen. Toen de Getuigenzendelingen in 1976 het land uit werden gezet, was ik er zeker van dat ze nooit meer terug zouden komen. 18

DE WACHTTOREN ˙ 1 AUGUS TUS 2011


al mijn moed bij elkaar en liet me uitschrijven. Maar ik moest nog een grote verandering aanbrengen. Mijn studie van de Bijbel leerde me dat God polygamie niet goedkeurt (Gene¨ sis 2:18-24; Mattheus 19:4-6). Voor hem was alleen mijn eerste huwelijk geldig. Dus liet ik dit huwelijk registreren en stuurde ik mijn andere vrouwen weg; ik zorgde ervoor dat het ze aan niets zou ontbreken. Later zijn twee van hen Getuigen geworden.

DE VOORDELEN: Hoewel mijn vrouw nog steeds katholiek is, respecteert ze mijn beslissing om Jehovah te dienen. We vinden allebei dat ik een betere echtgenoot ben geworden. Vroeger dacht ik dat ik de samenleving via de politiek kon verbeteren, maar die pogingen leverden niets op. Nu begrijp ik dat Gods koninkrijk de enige oplossing is voor de proble¨ men van de mensheid (Mattheus 6:9, 10). Ik ben Jehovah dankbaar dat hij me heeft laten zien hoe ik een echt gelukkig leven kan leiden.

„Het was niet makkelijk de nodige veranderingen aan te brengen.” — ALEX LEMOS SILVA

GEBOORTEJAAR: 1977 ¨ LAND VAN HERKOMST: BRAZILIE VOORGESCHIEDENIS: VOORGANGER VAN DE PINKSTERKERK

MIJN VERLEDEN: Ik ben opgegroeid ˜ in de buitenwijken van Itu, in de deelstaat Sao Paulo. Dat deel van de stad was berucht om zijn criminaliteit. Ik was extreem gewelddadig en losbandig. Ik zat ook in de drugshandel. Na een tijdje ging ik beseffen dat ik op die manier of in de gevangenis of op het kerkhof zou eindigen, dus gooide ik het roer om. Ik sloot me aan bij de pinksterkerk, waar ik later voorganger werd. Ik dacht dat ik mensen echt kon helpen door mijn werk als voorganger. Ik presenteerde zelfs een religieus programma op de plaat-

selijke radio en werd dus in de hele omgeving bekend. Toch raakte ik ervan overtuigd dat de kerk over het algemeen niet ¨ geınteresseerd is in het welzijn van haar leden, en al helemaal niet in het eren van God. Ik had het gevoel dat het enige doel van de kerk was geld in te zamelen. Ik besloot me uit de kerk terug te trekken.

HOE DE BIJBEL MIJN LEVEN VERANDERDE: Toen ik de Bijbel met Jehovah’s Getuigen begon te bestuderen, zag ik meteen dat ze anders zijn. Twee dingen maakten indruk op me. Ten eerste praten ze niet alleen over liefde voor God en hun medemens, ze tonen die liefde ook. Ten tweede bemoeien ze zich niet met politiek en voeren ze geen oorlog (Jesaja 2:4). Die twee dingen overtuigden me ervan dat ik het ware geloof had gevonden, de smalle ¨ weg die naar eeuwig leven leidt (Mattheus 7:13, 14). Ik besefte dat als ik wilde doen wat God vraagt, ik veel moest veranderen. Ik moest meer aandacht aan mijn gezin besteden. Ik moest ook nederiger worden. Het was niet DE WACHTTOREN ˙ 1 AUGUS TUS 2011

19


makkelijk de nodige veranderingen aan te brengen, maar met Jehovah’s hulp lukte het. Mijn vrouw was erg onder de indruk. Ze was al eerder dan ik met Bijbelstudie begonnen, maar nu maakte ze sneller vorderingen. We wisten allebei al gauw dat we Getuigen wilden worden. We zijn op dezelfde dag gedoopt.

DE VOORDELEN: Mijn vrouw en ik zijn blij dat we onze drie kinderen kunnen helpen een hechte band met Jehovah te krijgen. We zijn een gelukkig gezin. Ik dank Jehovah dat hij me tot de waarheid uit zijn Woord, de Bijbel, heeft getrokken. Die waarheid verandert levens! Ik ben daar het levende bewijs van.

´ tutie. Een keer ben ik heel bang geweest. Ik logeerde in de flat van een nachtclubeigenaar. Op een avond kwamen er twee mannen bij hem. Hij stuurde me naar de slaapkamer, maar ik kon horen wat ze zeiden. De clubeigenaar wilde me aan die mannen verkopen. Ze zouden me aan boord van een vrachtschip smokkelen en me naar Japan brengen om daar in een bar te werken. In paniek sprong ik van het balkon en rende weg, op zoek naar hulp. Ik kwam een man tegen die op bezoek was in Sydney, en ik legde hem mijn situatie uit in de hoop dat hij me wat geld zou geven. Maar hij nodigde me uit mee te gaan naar zijn logeeradres, zodat ik me kon douchen en wat kon eten. Ik ben nooit meer weggegaan. Een jaar later waren we getrouwd.

„Ik voel me als herboren en geniet van het leven.” — VICTORIA TONG

GEBOORTEJAAR: 1957 ¨ LAND VAN HERKOMST: AUSTRALIE VOORGESCHIEDENIS: TRAUMATISCHE JEUGD

MIJN VERLEDEN: Ik groeide op in Newcastle (New South Wales), als oudste van zeven kinderen. Mijn ouders waren allebei gewelddadig en mijn vader was aan de drank. Mijn moeder mishandelde me zowel fysiek als verbaal. Ze zei steeds dat ik slecht was en in de hel gepijnigd zou worden. Die dreigementen maakten me doodsbang. Omdat mijn moeder me mishandelde had ik vaak verwondingen waardoor ik niet naar school kon. Op mijn elfde werd ik bij mijn ouders weggehaald en in een tehuis geplaatst, en later in een klooster. Op mijn veertiende liep ik weg uit het klooster. Ik wilde niet terug naar huis, dus leefde ik op straat in Kings Cross, een voorstad van Sydney. Op straat raakte ik verzeild in de wereld van drugs, alcohol, pornografie en prosti20

DE WACHTTOREN ˙ 1 AUGUS TUS 2011

HOE DE BIJBEL MIJN LEVEN VERANDERDE: Toen ik met Jehovah’s Getuigen de Bijbel begon te bestuderen, kwamen er allerlei emoties in me boven. Ik was boos toen ik hoorde dat Satan de oorzaak van het kwaad is; mij was altijd geleerd dat God ons laat lijden. Ik was erg opgelucht te horen dat hij mensen niet straft in de hel, waar ik mijn hele leven doodsbang voor was geweest.


Dat de Getuigen zich bij al hun beslissingen door de Bijbel laten leiden, maakte indruk op me. Ze leven echt naar hun geloof. Ik was geen makkelijk mens, maar wat ik ook zei of deed, de Getuigen behandelden me met liefde en respect. De meeste moeite heb ik gehad met mijn gevoelens van waardeloosheid. Ik haatte mezelf, en dat heeft na mijn doop als Getuige nog heel lang geduurd. Ik wist dat ik van Jehovah hield, maar ik was ervan overtuigd dat hij nooit van iemand zoals ik zou kunnen houden. Het keerpunt kwam ongeveer vijftien jaar na mijn doop. Tijdens een lezing in een Koninkrijkszaal van Jehovah’s Getuigen haalde de spreker Jakobus 1:23, 24 aan. Daar wordt de Bijbel vergeleken met een spiegel waarin we onszelf kunnen zien zoals Jehovah ons ziet. Ik begon me af te vragen of wat ik in mezelf zag, anders was dan wat Jehovah zag. Eerst verzette ik me tegen die nieuwe gedachte. Ik vond nog steeds dat ik niet van Jehovah mocht verwachten dat hij van me hield. Een paar dagen later las ik een Bijbeltekst die mijn leven veranderde. Dat was Jesaja 1:18,

’Dat was het antwoord op mijn gebed.’ — SERGEY BOTANKIN

GEBOORTEJAAR: 1974 LAND VAN HERKOMST: RUSLAND VOORGESCHIEDENIS: HEAVY-METALFAN

waar Jehovah zegt: „Komt nu, en laten wij de zaken rechtzetten tussen ons. (...) Al zouden uw zonden als scharlaken blijken te zijn, ze zullen zo wit worden gemaakt als sneeuw.” Het was alsof Jehovah tegen me zei: „Kom op Vicky, laten we het rechtzetten tussen ons. Ik ken jou, ik ken je zonden, ik ken je hart, en ik hou van je.” Ik kon die nacht niet slapen. Ik twijfelde nog steeds of Jehovah wel van me hield, maar ik begon na te denken over Jezus’ loskoopoffer. Plotseling drong het tot me door dat Jehovah heel lang geduld met me had gehad en me op heel veel manieren had laten zien dat hij van me hield. Eigenlijk zei ik tegen hem: „Uw liefde is niet groot genoeg voor mij. Het offer van uw Zoon is niet genoeg om mijn fouten te vergeven.” Het was alsof ik de losprijs naar Jehovah teruggooide. Maar door over dit geschenk van hem na te denken, kreeg ik eindelijk het gevoel dat hij van me hield. DE VOORDELEN: Ik voel me als herboren en geniet van het leven. Mijn huwelijk is verbeterd en ik ben blij dat ik mijn ervaringen kan gebruiken om anderen te helpen. Mijn band met Jehovah wordt steeds hechter.

MIJN VERLEDEN: Ik ben geboren in Votkinsk, de geboorteplaats van de beroemde componist Pjotr Iljitsj Tsjaikovski. We hadden het niet breed. Mijn vader had heel veel goede eigenschappen, maar hij was alcoholist, dus was de sfeer thuis altijd gespannen. Ik was niet echt een goede leerling, en ik kreeg in de loop van de jaren een minderwaardigheidscomplex. Ik was wantrouwend en erg op mezelf. DE WACHTTOREN ˙ 1 AUGUS TUS 2011

21


Naar school gaan gaf altijd veel stress. Als ik bijvoorbeeld een spreekbeurt moest houden, kon ik vaak zelfs de simpelste dingen niet uitleggen, wat me anders wel lukte. In de achtste klas stond er op mijn eindrapport: „Beperkte woordenschat, niet in staat gedachten onder woorden te brengen.” Dat kwam hard aan en ik voelde me daarna nog minderwaardiger. Ik ging me afvragen waarom ik eigenlijk leefde. In mijn tienerjaren begon ik alcohol te drinken. Eerst voelde ik me daar goed bij. Maar als ik te veel dronk, kreeg ik last van mijn geweten. Mijn leven leek doelloos. Ik begon me nog depressiever te voelen en kwam soms dagen de deur niet uit. Ik begon aan zelfmoord te denken. Op mijn twintigste kwam daar tijdelijk verandering in toen ik heavy metal ontdekte. Die muziek gaf me nieuwe energie, en ik zocht contact met andere fans. Ik liet mijn haar groeien, nam oorpiercings en kleedde me als de artiesten die ik bewonderde. Ik werd onbeheerst en agressief en had thuis vaak ruzie. Ik dacht dat ik door het luisteren naar heavy metal gelukkig zou worden, maar precies het tegenovergestelde gebeurde. Mijn hele persoonlijkheid veranderde! En toen ik negatieve dingen te weten kwam over de heavy-metalsterren die ik had bewonderd, voelde ik me verraden. Weer begon ik aan zelfmoord te denken, en dit keer serieus. Het enige wat me tegenhield was de gedachte wat ik mijn moeder daarmee zou aandoen. Ze hield heel veel van me, en ze had zo veel voor me gedaan. Het was een kwelling. Ik wilde niet meer leven, maar ik kon er ook geen eind aan maken. Om wat afleiding te krijgen, begon ik klas´ sieke Russische literatuur te lezen. Een verhaal ging over iemand die in een kerk diende. Plotseling kreeg ik een intens verlangen iets 22

DE WACHTTOREN ˙ 1 AUGUS TUS 2011

voor God en voor anderen te doen. Ik stortte mijn hart in gebed bij God uit, wat ik nooit eerder had gedaan. Ik vroeg hem me te laten zien hoe ik een zinvol leven kon leiden. Tijdens dat gebed voelde ik me ongelofelijk opgelucht. Maar wat er daarna gebeurde was helemaal ongelofelijk. Nog geen twee uur later kwam er een Getuige bij me aan de deur die me een Bijbelstudie aanbood. Volgens mij was dat het antwoord op mijn gebed. Die dag begon voor mij een nieuw, gelukkig leven. HOE DE BIJBEL MIJN LEVEN VERANDERDE: Hoewel ik het erg moeilijk vond, gooide ik alles weg wat met heavy metal te maken had. Toch bleef de muziek nog lang in mijn hoofd hangen. Telkens als ik ergens langsliep waar die muziek werd gedraaid, werd ik meteen aan mijn verleden herinnerd. Ik wilde niet aan die vervelende dingen denken terwijl zich zo veel goeds in mijn geest en hart ontwikkelde. Dus meed ik die plaatsen bewust. En als er gedachten aan vroeger bij me opkwamen, bad ik intens. Dat gaf me „de vrede van God, die alle gedachte te boven gaat” (Filippenzen 4:7). Bij mijn Bijbelstudie leerde ik dat christenen de plicht hebben met anderen over hun ¨ geloof te praten (Mattheus 28:19, 20). Ik dacht echt dat me dat nooit zou lukken. Tegelijkertijd maakten de dingen die ik leerde me heel gelukkig en kreeg ik er innerlijke vrede door. Ik wist dat anderen die dingen ook moesten weten. Ondanks mijn angst begon ik met anderen te praten over wat ik leerde. Tot mijn grote verbazing kreeg ik daar juist meer zelfvertrouwen door. Het versterkte ook mijn eigen overtuiging. DE VOORDELEN: Ik ben nu gelukkig getrouwd en heb meerdere mensen de Bijbel mogen onderwijzen, inclusief mijn zus en mijn moeder. Nu ik God dien en anderen help meer over hem te weten te komen, heeft mijn leven echt zin gekregen.


WIST U DIT? Wat bedoelde Jezus toen hij tegen Saulus zei: „Achteruit te blijven slaan tegen de prikkels maakt het hard voor u”? — Handelingen 26:14. ˇ In de tijd van de Bijbel gebruikten mo schreef bijvoorbeeld dat de woorlandbouwers prikkels om hun trek- den van een wijze „als ossenprikkels” dieren te leiden tijdens het ploegen. kunnen zijn die iemand tot de juiste Een prikkel was een stok van ongeveer beslissing brengen (Prediker 12:11). ¨ ´ ´ tweeenhalve meter lang met aan een De uit de dood opgewekte Jezus eind een scherpe metalen punt. Als het gebruikte soortgelijke beeldspraak. Hij dier tegen de prikkel duwde, zou het gaf Saulus, een christenvervolger, de zich bezeren. Aan het andere eind zat raad niet „achteruit te blijven slaan tevaak een kleine schoffel waarmee aar- gen de prikkels”. Dat roept het beeld de, modder of planten van de ploeg op van een koppig dier dat zich verzet afgehaald konden worden. tegen de aansporingen van zijn eigeSoms werden prikkels als wapen ge- naar. Saulus was zo wijs positief te rea¨ bruikt. De Israelitische rechter en krijgs- geren op Jezus’ raad. Hij gaf zijn leven man Samgar sloeg zeshonderd Filis- een totaal andere richting en werd de tijnen neer „met een veedrijversstok” apostel Paulus. (Rechters 3:31). Dit werktuig wordt in de Bijbel ook in figuurlijke zin genoemd. Koning SaloHoe hielden de eerste-eeuwse Joden ’s nachts de tijd bij? ˇ De Joden in de eerste eeuw n.Chr. Hoe werkte een clepsydra? Via een konden op een heldere dag een zonne- kleine opening in de bodem van een wijzer gebruiken om de tijd bij te hou- vat liep water in een ander vat. Hoeveel den. Maar als het bewolkt was of don- tijd er was verstreken, was te zien aan ker werd gebruikten ze een clepsydra, het waterniveau in het bovenste of het een waterklok. Ook de oude Egyptena- onderste vat, eventueel met behulp van ren, Perzen, Grieken en Romeinen ge- een schaalverdeling. bruikten zo’n klok. In Romeinse legerkampen werden Volgens The Jewish Encyclopedia had zulke klokken gebruikt om te bepalen de clepsydra in zowel de Misjna als wanneer de vier nachtwaken begonde Talmoed „allerlei namen, misschien nen en eindigden. De wisseling van de omdat er verschillende vormen en ont- wacht werd aangekondigd met een werpen waren, maar allemaal slaan ze trompetsignaal. Iedereen binnen geop het langzame ontsnappen, letter- hoorsafstand wist dan hoe laat het was lijk wegstelen, van het water, druppel (Markus 13:35). voor druppel, wat de betekenis van het Griekse ’clepsydra’ is”. DE WACHTTOREN ˙ 1 AUGUS TUS 2011

23


Is de

paus„de opvolger van de heilige Petrus”? I

N 2002 schreef paus Johannes Paulus II een brief aan de bisschop van Limburg (Duitsland), waarin hij een beslissing van de bisschop in verband met abortus terugdraaide. Als inleiding van zijn richtlijn schreef hij dat hij verantwoordelijk was voor „het welzijn en de eenheid van alle afzonderlijke kerken volgens de wil van Jezus Christus”. Hij zei dat hij de autoriteit had om de beslissing terug te draaien omdat hij als paus „de opvolger van de heilige Petrus” is.

De Katechismus van de katholieke kerk zegt: „Toen Christus de Twaalf aanstelde ’maakte Hij van hen een college of vaste groep en stelde hij Petrus, uit hun midden gekozen, aan hun hoofd’. ’Zoals Petrus en de andere apos´ ´ telen een apostolisch college vormen door de instelling van de Heer, zo zijn op gelijke wijze de paus van Rome, de opvolger van Petrus, en de bisschoppen, de opvolgers van de apostelen, met elkaar verbonden’ ” (uitg. 1995, blz. 202, 203). Dat zijn belangrijke beweringen. Hebt u onderzocht of ze waar zijn? Sta eens stil bij de volgende drie vragen: (1) Ondersteunt de Bijbel de bewering dat Petrus de eerste paus was? (2) Wat leert de geschiedenis over de oorsprong van de opvolging van pausen? (3) Blijkt uit het gedrag en de leer van de pausen dat ze de opvolgers van Petrus zijn? Was Petrus de eerste paus? Om te bewijzen dat de kerk op Petrus gefundeerd is, wijzen katholieken altijd op wat Jezus ¨ zei in Mattheus 16:18: „Gij zijt Petrus, en op deze rots zal ik mijn gemeente bouwen.” Deze woorden staan in het Latijn onder de koepel van de Sint-Pieter in Rome. Augustinus, een door velen gerespecteerde kerkvader, was er eens van overtuigd dat de gemeente op Petrus was gebouwd. Maar aan het eind van zijn leven veranderde hij van mening over de betekenis van Jezus’ woorden. In 24

DE WACHTTOREN ˙ 1 AUGUS TUS 2011

zijn werk Retractationes (Nalezingen) beredeneerde hij dat de kerk, de christelijke gemeente, op Jezus was gebouwd, niet op Petrus.1 ¨ Het is waar dat Petrus in de evangelien een opvallende rol speelt. Bij enkele bijzondere gelegenheden koos Jezus drie van zijn apostelen, Johannes, Jakobus en Petrus, uit om bij hem te zijn (Markus 5:37, 38; 9:2; 14:33). Hij vertrouwde Petrus „de sleutels van het koninkrijk der hemelen” toe, die Petrus gebruikte om de weg naar het Koninkrijk te openen — eerst voor de Joden en proselieten, daarna voor de Samaritanen en ten slotte voor de hei¨ denen, de niet-Joden (Mattheus 16:19; Handelingen 2:5, 41; 8:14-17; 10:45). En omdat Petrus een extraverte man was, trad hij soms als woordvoerder voor de apostelen op (Handelingen 1:15; 2:14). Maar zijn dat bewijzen dat Petrus het hoofd van de vroege gemeente was? Paulus schreef wel dat Petrus „een apostelschap onder de besnedenen” was gegeven (Galaten 2:8). Maar uit de context van Paulus’ woorden blijkt dat hij niet zei dat Petrus de gemeente leidde. Paulus had het over Petrus’ rol in de prediking tot de Joden. 1 Jezus’ gesprek met Petrus ging over het identificeren van de Christus en zijn rol, niet over de rol die Petrus zou ¨ spelen (Mattheus 16:13-17). Petrus zelf zei later dat Jezus de rots was waar de gemeente op was gebouwd (1 Petrus 2:4-8). De apostel Paulus bevestigde dat Jezus, en niet Petrus, „de fundament-hoeksteen” van de christelijke gemeente was ¨ (Efeziers 2:20).


Laten de feiten zien dat de pausen Petrus’ voorbeeld hebben gevolgd?

Hoewel Petrus veel verantwoordelijkheid had, lezen we nergens in de Bijbel dat hij er aanspraak op maakte het hoofd van de gemeente te zijn en daarom beslissingen voor de discipelen als groep nam. In zijn brief noemt hij zich „een apostel” en „een oudere man”, niet meer dan dat (1 Petrus 1:1; 5:1). Wat laat de geschiedenis zien over de oorsprong van het pausdom? Wanneer en hoe ontstond dan het idee van een paus? De gedachte dat het acceptabel was ´ ´ dat een man belangrijker werd dan zijn medegelovigen, kwam al op toen de apostelen nog leefden. Hoe keken de apostelen daar tegenaan? Petrus zelf zei dat de mannen die de leiding namen in de gemeente niet mochten „heersen over hen die Gods erfdeel zijn”; ze moesten nederig zijn in de omgang met elkaar (1 Petrus 5:1-5). Paulus waarschuwde dat er binnen de gemeente ’mannen zouden opstaan die verdraaide dingen zouden spreken om de discipelen achter zich aan te trekken’ (Handelingen 20:30). Tegen het eind van de eerste eeuw schreef de apostel Johannes een brief waarin hij een vernietigend oordeel uitsprak over een ´ discipel met de naam Diotrefes. Waarom? Een reden was dat deze man ’graag de eerste plaats innam’ in de gemeente (3 Johannes 9). Zulke raad van de apostelen werkte een tijdlang als een belemmering voor de ambities van perso-

nen die op zoek waren naar aanzien (2 Thessalonicenzen 2:3-8). Kort na de dood van de laatste apostel begonnen afzonderlijke personen meer aanzien te krijgen. The Cambridge History of Christian´ ´ ity zegt: „Waarschijnlijk was er voor het midden van de tweede eeuw geen ’monarchale’ bisschop in Rome.” In de derde eeuw ging de bisschop van Rome zich als de hoogste autoriteit opstellen, op zijn minst voor delen van de kerk.1 Om de bewering dat de bisschop van Rome opperste autoriteit heeft kracht bij te zetten, hebben sommigen een lijst van Petrus’ opvolgers samengesteld. Maar die lijst geeft weinig houvast. Waarom? Ten eerste kan van sommige namen niet vastgesteld worden of ze op de lijst thuishoren. Belangrijker nog, de lijst heeft een wankele basis. Zelfs als Petrus wel in Rome heeft gepredikt, zoals sommige wereldlijke bronnen uit de eerste en tweede eeuw laten doorschemeren, is er geen bewijs dat hij het hoofd was van de gemeente daar. ´ Een bewijs dat Petrus niet het hoofd van de gemeente in Rome was, is dat toen Paulus zijn 1 Zowel Jezus als de apostelen waarschuwden dat de christelijke gemeente overwoekerd zou worden door man¨ nen die afvallige leerstellingen onderwezen (Mattheus ¨ 13:24-30, 36-43; 2 Timotheus 4:3; 2 Petrus 2:1; 1 Johannes 2:18). Dat gebeurde toen de kerk, de gemeente, in de tweede eeuw heidense gebruiken ging overnemen en Bijbelse leerstellingen met Griekse filosofie ging vermengen. DE WACHTTOREN ˙ 1 AUGUS TUS 2011

25


brief aan de Romeinen schreef, hij een groot aantal christenen opnoemde maar helemaal geen melding maakte van Petrus (Romeinen 16:1-23). Als Petrus het hoofd van de gemeente was, kunnen we ons toch niet voorstellen dat Paulus hem vergat te noemen of zijn naam expres wegliet? Merk ook op dat rond de tijd dat Petrus zijn ¨ eerste geınspireerde brief schreef, Paulus zijn ¨ tweede brief aan Timotheus schreef. Daarin maakte hij duidelijk melding van Rome maar noemde hij Petrus niet. Paulus schreef zes brie´ ´ ven vanuit Rome, maar in niet een daarvan zei hij iets over Petrus. Zo’n dertig jaar nadat Paulus zijn brieven had geschreven, schreef Johannes drie brieven en het boek Openbaring. Nergens zegt hij dat de gemeente in Rome de belangrijkste was, en ook zegt hij niets over een kerkleider die het hoogste ambt van opvolger van Petrus bekleedde. Noch de Bijbel noch de bewijzen uit de geschiedenis ondersteunen de bewering dat Petrus de eerste bisschop van de gemeente in Rome was. Blijkt uit het gedrag en de leer van de pausen dat ze Petrus’ opvolgers zijn? We zouden mogen verwachten dat iemand die zegt „opvolger van de heilige Petrus” en „plaatsbekleder van Christus” te zijn, in zijn gedrag en leer zowel Petrus als Christus navolgt. Accepteerde Petrus bijvoorbeeld een speciale behandeling van zijn medegelovigen? Nee, hij weigerde toe te laten dat iemand hem vereerde (Handelingen 10:25, 26). En Jezus? Hij zei dat hij gekomen was om anderen te die¨ nen, niet om gediend te worden (Mattheus 20:28). Maar wat voor reputatie hebben de pausen opgebouwd? Gaan ze aanzien uit de weg, weigeren ze mooie titels en vermijden ze opzichtig vertoon van rijkdom en macht? Zowel Petrus als Christus waren integere mannen die vrede voorstonden. Vergelijk hun gedrag eens met wat De Katholieke Encyclopedie over paus Leo X zegt: „Diep zich verwikke26

DE WACHTTOREN ˙ 1 AUGUS TUS 2011

lend in de politieke intrigues van zijn tijd, had hij weinig oog voor het geestelijke.” Dezelfde encyclopedie zegt over paus Alexander VI dat hij „de slechtst befaamde der Renaissancepausen” is wegens „de bevoordeling van zijn onwaardige familieleden en zijn eigen onzedelijk gedrag”. Hoe zit het met de leer van de pausen? Hoe laat die zich vergelijken met de leer van Petrus en Christus? Petrus geloofde niet dat alle goede mensen naar de hemel gaan. Over de goede koning David zei hij ronduit: „David immers is niet naar de hemelen opgestegen” (Handelingen 2:34). Ook leerde Petrus niet dat baby’s gedoopt moeten worden. Hij leerde dat de doop een stap is die een gelovige bewust doet (1 Petrus 3:21). Jezus leerde dat zijn volgelingen niet moesten proberen belangrijker te zijn dan een ander. Hij zei: „Als iemand de eerste wil zijn, moet hij de laatste van allen en de dienaar van allen zijn” (Markus 9:35). Kort voor zijn dood gaf hij zijn volgelingen de duidelijke richtlijn: „Gij moet u geen Rabbi laten noemen, want ´ ´ een is uw leraar, terwijl gij allen broeders zijt. Noemt bovendien niemand op aarde uw va´ ´ der, want een is uw Vader, de Hemelse. Laat u ´ ´ ook geen ’leiders’ noemen, want een is uw Lei¨ der, de Christus” (Mattheus 23:1, 8-10). Vindt u dat de pausen zich aan de leer van Petrus en Christus hebben gehouden? Sommigen zeggen dat de opvolging van pausen nooit onderbroken wordt, zelfs niet als een paus een onchristelijk leven leidt. Vindt u dat redelijk? Jezus zei: „Elke goede boom [brengt] voortreffelijke vruchten voort, maar elke rotte boom brengt waardeloze vruchten voort; een goede boom kan geen waardeloze vruchten dragen, noch kan een rotte boom voortreffelijke vruchten voortbrengen.” Denkt u, als u naar de feiten kijkt, dat Petrus en Christus geassocieerd zouden willen worden met de vruchten die de pausen hebben voortge¨ bracht? — Mattheus 7:17, 18, 21-23.


VEELGESTELDE VRAGEN ´ ´ Woont God op een bepaalde plaats?

IAC/RGO/David Malin Images

ˇ Verschillende religies leren dat God alomtegenwoordig is, wat betekent dat hij overal tegelijk is. De Katholieke Encyclopedie zegt bijvoorbeeld: „God is geheel tegenwoordig in de bestaande ruimte en in ieder deel daarvan.” Ook John Wesley, de grondlegger van de methodistische kerken, schreef in een preek getiteld „Over de alomtegenwoordigheid van God” dat „er geen plek in de ruimte is, binnen of buiten de grenzen van de schepping, waar God niet is”. Wat leert de Bijbel? Is God alomtegenwoordig? Is hij tegelijk op elke plaats in de hemel en op aarde, en zelfs in mensen? De Bijbel zegt over God dat hij een specifieke woonplaats heeft: de hemel. Koning Salo´´ mo vroeg in gebed aan God: „Moogt gıj vanuit de hemel, uw vaste woonplaats, luisteren” (1 Koningen 8:43). Toen Jezus Christus zijn volgelingen leerde bidden, zei hij dat ze hun gebeden moesten richten tot „Onze Vader in ¨ de hemelen” (Mattheus 6:9). Na zijn opstanding ging Christus naar „de hemel zelf, om nu ten behoeve van ons voor de persoon van ¨ God te verschijnen” (Hebreeen 9:24). Deze verzen geven duidelijk aan dat Jehovah God niet overal woont, maar alleen in de hemel. Natuurlijk wordt hier met de hemel niet onze atmosfeer of het uitgestrekte heelal bedoeld. De stoffelijke hemel kan de Schepper van het heelal niet bevatten (1 Koningen 8:27). De Bijbel zegt: „God is een Geest” (Johannes 4:24). Hij woont in het geestenrijk, dat losstaat ¨ van het stoffelijke heelal (1 Korinthiers 15:44).

Maar hoe zit het met Bijbelteksten die lijken te zeggen dat God overal is? David zei bijvoorbeeld in Psalm 139:7-10 over God: „Waarheen kan ik uw geest ontgaan, en waarheen kan ik uw aangezicht ontlopen? Zou ik naar de hemel opstijgen, daar zoudt gij zijn; en zou ik mijn rustbed in Sjeool spreiden, zie! gij zoudt daar zijn. Zou ik de vleugels van de dageraad nemen, opdat ik verblijf zou kunnen houden ´ in de verst verwijderde zee, ook daar zou uw hand mij geleiden.” Laten deze verzen zien dat God inderdaad alomtegenwoordig is en in al die plaatsen woont? David vroeg eerst: „Waarheen kan ik uw geest1 ontgaan?” Door middel van zijn heilige geest kan God alles zien en kan hij overal laten gebeuren wat hij wil, zonder er letterlijk heen te gaan of er te wonen. Ter vergelijking: de afgelopen jaren hebben wetenschappers de bodem van Mars onderzocht, miljoenen kilometers van de aarde vandaan. Hoe? Niet door er zelf heen te gaan, maar door gedetailleerde foto’s en andere informatie te bestuderen die via ruimtesondes op Mars naar de aarde werden gestuurd. Zo hoeft ook Jehovah God niet overal aanwezig te zijn om te kunnen waarnemen wat er op elke plek in het heelal gebeurt. Zijn Woord zegt: „Geen schepping is voor zijn ¨ ogen niet openbaar” (Hebreeen 4:13). Zijn krachtige heilige geest kan overal komen. Daardoor kan Jehovah alles zien en zijn wil ten ´ ´ uitvoer brengen vanaf een plaats, zijn „heilige woning” in de hemel (Deuteronomium 26:15). 1 Het Hebreeuwse woord dat hier met „geest” vertaald is, slaat op Gods heilige geest, de kracht die God gebruikt om zijn wil ten uitvoer te brengen. DE WACHTTOREN ˙ 1 AUGUS TUS 2011

27


130STE GILEADGRADUATIE

Een dag van hooggespannen verwachtingen

D

E DAG waarop de 130ste klas van de Wachttoren-Bijbelschool Gilead afstudeerde, was inderdaad een dag van hooggespannen verwachtingen. Op zaterdag 12 maart 2011 kwamen meer dan 8500 personen, inclusief de studenten en hun familie en vrienden, voor de graduatie bij elkaar. Iedereen keek niet alleen vol verwachting uit naar deze dag maar ook naar de toekomst van de goedopgeleide zendelingen, die kort daarna over de hele wereld uitgezonden zouden worden om mensen de Bijbelse waarheid te onderwijzen. „Gelukkig zijn allen die Jehovah blijven verwachten” Die bemoedigende gedachte uit Jesaja 30:18 was het thema van de lezing van Geoffrey Jackson, een lid van het Besturende Lichaam van Jehovah’s Getuigen en voorzitter van de vergadering. Met warmte en een beetje humor feliciteerde hij de studenten met het ’overleven’ van de Gileadcursus en verzekerde hij ze dat ze deze enerverende dag ook wel zouden overleven. Wat konden de studenten nu eigenlijk van de toekomst verwachten? Hij besprak drie praktische punten uit Jesaja 30:18-21. 1. „Je kunt verwachten dat Jehovah je gebeden zal verhoren.” Broeder Jackson wees op de verzekering in vers 19: „Hij zal u zonder mankeren gunst betonen op het geluid van uw geroep.” In het oorspronkelijke Hebreeuws ´ ´ slaat „u” in deze zin op een persoon, niet op een groep. Jehovah luistert dus naar de gebeden van elk van ons afzonderlijk. „Als Vader vraagt Jehovah niet: ’Waarom kun je niet zo sterk zijn als hij?’ Hij luistert aandachtig naar iedereen, en hij antwoordt.” 28

DE WACHTTOREN ˙ 1 AUGUS TUS 2011

2. We kunnen ook problemen verwachten. „Jehovah belooft niet dat het leven makkelijk zal zijn, maar hij zal ons helpen”, zei de spreker. Zoals vers 20 laat zien, voorspelde God ¨ dat als Israel belegerd zou worden, ’benauwdheid en onderdrukking’ net zo gewoon zouden worden als brood en water. Toch zou hij zijn volk altijd graag te hulp komen. Ook de Gileadstudenten zullen met problemen en uitdagingen te maken krijgen, maar dat hoeven niet per se de moeilijkheden te zijn die ze verwachten! Broeder Jackson zei verder: „Maar je kunt wel verwachten dat Jehovah je zal helpen met elk probleem om te gaan.” 3. „Je kunt leiding verwachten; zoek daar dan ook naar!” zei broeder Jackson op basis van vers 20 en 21. In deze tijd moet elke christen goed luisteren als Jehovah spreekt via de Bijbel en Bijbelse lectuur. De spreker drong er vriendelijk bij de studenten op aan hun best te doen om elke dag de Bijbel te lezen, want dat betekent leven. „Laat de angst voor Jehovah over je komen” Anthony Morris van het Besturende Lichaam legde uit wat de uitdrukking „de angst voor Jehovah” betekent (2 Kronieken 19:7). Die woorden duiden niet op een ziekelijke angst, maar op een intens verlangen om te doen wat juist is, een eerbied die zo intens en oprecht is dat iemand er als het ware van gaat beven. „Neem die angst met je mee in je zendingstoewijzing”, drukte broeder Morris de studenten op het hart. Hoe kunnen ze zo’n eerbied voor Jehovah tonen? Op twee manieren: 1. Door de raad toe te passen uit Jakobus 1:19: „Ieder mens moet vlug zijn om te horen,


langzaam om te spreken.” Broeder Morris zei dat de studenten tijdens de cursus van vijf maanden veel hadden geleerd, maar dat ze moesten oppassen niet te koop te lopen met hun kennis. „Je moet eerst luisteren”, zei hij. „Luister naar je plaatselijke gemeente en naar de broeders die de leiding hebben in het land waar je dient; luister naar wat ze over het land en de cultuur vertellen. Durf te zeggen: ’Dat weet ik niet.’ Als je het onderwijs goed hebt begrepen, zul je naarmate je meer leert, steeds beter beseffen hoe weinig je eigenlijk weet.” 2. „De smeltkroes is voor het zilver, en de smeltoven is voor het goud; en een persoon is overeenkomstig zijn lof” (Spreuken 27:21). Broeder Morris legde uit dat net zoals goud en zilver in een smeltoven gezuiverd moeten worden, wij gelouterd kunnen worden door lof. Complimenten kunnen ons karakter toetsen: we zouden trots kunnen worden, wat tot geestelijke ondergang leidt, maar we zouden ook kunnen erkennen dat we alles aan Jehovah te danken hebben, en ons nog vaster kunnen voornemen nooit van zijn normen af te wijken. De studenten kregen de raad om elk compliment op de goede manier te bezien: als een kans om te bewijzen dat ze de juiste „angst voor Jehovah” hebben. „Waardeer je dienst” Guy Pierce van het Besturende Lichaam hield de hoofdlezing met het bovenstaande thema. Hij legde uit dat een zendeling iemand is die uitgezonden wordt met een doel, een missie. Er zijn allerlei soorten zendelingen en missionarissen met veel verschillende missies. Ze concentreren zich vaak op het lichamelijk genezen van mensen en zoeken politieke oplossingen voor de wereldproblemen. „Jullie zijn anders”, zei hij. Waarom? Bij hun studie van de Bijbel hadden de studenten veel geleerd over lichamelijke genezing. Toen Jezus een meisje uit de dood opwekte, waren haar ouders „buiten zichzelf van

grote verrukking” (Markus 5:42). En de blinden die door hem werden genezen, waren ongelofelijk blij. Christus deed die wonderen onder andere om ons te laten zien wat hij in de nieuwe wereld zal doen. Dan zal de „grote schare” rechtvaardige mensen die het einde van deze slechte wereld overleven, van fysieke kwalen genezen worden (Openbaring 7:9, 14). Ook hun dierbaren die uit de dood opgewekt zullen worden, zullen lichamelijk gezond zijn. Wat zal dat geweldig zijn! Maar lichamelijke genezing zal nooit de belangrijkste soort genezing zijn, legde broeder Pierce uit. De zieken die Jezus genas, zijn later weer ziek geworden. De doden die hij opwekte, zijn weer gestorven. De geestelijke genezing die Jezus tot stand bracht, was veel belangrijker. Ook Gileadzendelingen hebben de missie mensen geestelijk te genezen. Ze helpen hen een goede band met onze hemelse Vader te krijgen, zodat ze geestelijk tot leven komen. Alleen personen die geestelijk genezen zijn, zullen eeuwig leven krijgen. „Die geestelijke genezing is tot lof van God en maakt dat jullie dienst een succes wordt”, zei broeder Pierce. Nog drie onderwerpen „Wordt dit een goede dag?” Dat was een interessante vraag van Robert Rains van het ´ bijkantoorcomite van de VS. Hij moedigde de studenten aan ervoor te zorgen dat elke dag in de zendingsdienst een goede dag wordt door verstandig met hun tijd om te gaan, Gods Woord als gids te gebruiken wanneer ze voor problemen komen te staan en op Jehovah te vertrouwen door gebed. „Zul je het oude nieuw maken?” Die vraag stelde Gileadleraar Mark Noumair. Hij besprak 1 Johannes 2:7, 8, waar de apostel Johannes schreef over „een oud gebod” dat ook „een nieuw gebod” was. Beide uitdrukkingen gingen over het gebod dat Christus’ volgelingen elkaar onzelfzuchtig moeten liefhebben DE WACHTTOREN ˙ 1 AUGUS TUS 2011

29


en opofferingsgezind moeten zijn (Johannes 13:34, 35). Het gebod was oud in de zin dat Christus zelf het tientallen jaren eerder aan zijn volgelingen gegeven had. Maar het was ook nieuw omdat christenen met nieuwe uitdagingen te maken hadden en op nieuwe manieren en in ruimere mate liefde moesten tonen. Ook zendelingen hebben met nieuwe omstandigheden te maken en moeten leren op nieuwe manieren liefde te tonen. Hoe doe je dat? „Ga niet nadoen wat je juist haat”, was de raad van broeder Noumair. Hij waarschuwde dat als we gedrag zien dat we haten, we niet net zo terug moeten doen, want daar benadelen we alleen onszelf mee. Maar wanneer we als reactie nieuwe manieren gaan zoeken om liefde te tonen, laten we „het ware licht” schijnen en verdrijven we geestelijke duisternis. „Draag de vracht”. Dit praktische thema werd uitgewerkt door Michael Burnett, een andere Gileadleraar. Hij vertelde over mensen in Afrika die zware vrachten op hun hoofd dragen. Ze gebruiken een kata, een opgerolde doek die ze op hun hoofd leggen, zodat de vracht goed te dragen is en ze hun evenwicht kunnen bewaren. Daardoor lopen ze zo elegant. De zendelingen zullen in hun buitenlandse toewijzing een zware vracht aan verantwoordelijkheden te dragen krijgen, maar ze hebben iets dat te vergelijken is met een kata: hun intensieve op de Bijbel gebaseerde opleiding. Als ze toepassen wat ze hebben geleerd, zullen ze hun vracht evenwichtig en goed kunnen dragen. Ervaringen en interviews Tijdens de opleiding gaan de studenten ook samen met de plaatselijke gemeenten van Jehovah’s Getuigen evangeliseren. William Samuelson, opziener van de afdeling Theocratische Scholen, vertelde een paar van hun ervaringen onder het thema: „Laat je hand 30

DE WACHTTOREN ˙ 1 AUGUS TUS 2011

niet rusten”, gebaseerd op Prediker 11:6. Door die ervaringen enthousiast na te spelen, lieten de studenten zien dat ze ijverig waren geweest en gelegenheden hadden gezocht om in het vliegtuig, in restaurants en bij tankstations met anderen over het goede nieuws te praten. Ze predikten van huis tot huis, tijdens informele gesprekken en per brief. Ze lieten hun hand zeker niet rusten, en de resultaten waren schitterend. Daarna interviewde Kenneth Stovall, een staflid van Gilead, drie mannen met veel ervaring als zendeling. Barry Hill heeft in Ecuador en de Dominicaanse Republiek gediend, Eddie Mobley in Ivoorkust en Tab Honsberger in Se¨ negal, Benin en Haıti. Samen werkten ze het thema „Stel Jehovah op de proef en oogst zegeningen” heel mooi uit (Maleachi 3:10). Broeder Hill vertelde bijvoorbeeld dat hij en zijn vrouw heel erg moesten wennen aan het klimaat in Ecuador, dat varieerde van heet en ¨ stoffig tot heet en modderig. Tweeenhalf jaar lang moesten ze zich wassen met behulp van emmers. Maar ze hebben er nooit aan gedacht weg te gaan; ze hadden het gevoel dat hun toewijzing een zegen van Jehovah was. „Het was ons leven”, zei hij. Aan het eind van het programma las een van de studenten een ontroerende brief van de klas voor, waarmee ze hun oprechte waardering voor de school wilden uiten. „Ons geloof is enorm vergroot, en toch weten we dat we er nog lang niet zijn”, schreven ze. Alle studenten kregen hun diploma, en ze zouden naar heel wat verschillende landen gaan. Broeder Jackson besloot het programma met de verzekering dat de studenten Jehovah’s hulp konden verwachten in hun verdere leven, vooral als ze met problemen te maken zouden krijgen. Alle aanwezigen vertrokken met hoge verwachtingen. Jehovah zal deze nieuwe zendelingen zonder twijfel gebruiken om geweldige dingen te bereiken.


130ste klas van de Wachttoren-Bijbelschool Gilead De rijen zijn genummerd van voor naar achter en de namen staan per rij van links naar rechts vermeld. ˜ (1) Z. Molina; S. Bassolino; C. Alatsis; A. Arroyo; L. Nino; S. Merkling; M. Clark ´ (2) C. Little; S. Tibaudo; S. Jakobsson; J. Moreno; A. Rodriguez; K. Lee; H. Cardenas; L. Aguilar (3) A. Clairbush; A. Polley; S. Caldwell; J. Adame; S. Hildebrandt; I. Shoemaker; N. Grohman; G. Galvez ˜ (4) J. Clark; A. Bassolino; K. Packham; J. Adame; M. Knaus; M. Nino; R. Moreno; J. Galvez (5) D. Rodriguez; M. Geynes; J. Molina; A. Aguilar; I. Alatsis; A. Manno; R. Grohman; J. Packham ´ (6) S. Geynes; M. Cardenas; C. Arroyo; C. Manno; J. Merkling; H. Lee; X. Clairbush; P. Jakobsson (7) J. Little; B. Hildebrandt; M. Shoemaker; K. Knaus; J. Caldwell; F. Tibaudo; C. Polley

De klas kreeg toewijzingen voor de onderstaande landen:

¨ TSJECHIE

LITOUWEN ¨ ROEMENIE ¨ ARMENIE

STATISTIEK VAN DE KLAS 9 landen vertegenwoordigd 34,0 gemiddelde leeftijd 18,6 gemiddeld aantal jaren gedoopt 13,1 gemiddeld aantal jaren in de volletijddienst

NEPAL ¨ HAITI

HONGKONG SENEGAL

BURKINA FASO OEGANDA

¨ MALEISIE

KENIA

CONGO (KINSHASA)

TANZANIA MOZAMBIQUE

BURUNDI ZIMBABWE ¨ ARGENTINIE

ZENDINGSTOEWIJZINGEN

PAPOEANIEUWGUINEA ¨ INDONESIE


Welke voordelen heeft het voor kinderen als ze over God leren? ZIE BLADZIJDE 4-6.

Wat kan een echtpaar doen om elkaar met meer respect te behandelen? ZIE BLADZIJDE 11, 12.

Waarom zijn er zo veel godsdiensten die zich christelijk noemen? ZIE BLADZIJDE

16.

Lees hoe een vrouw werd geholpen haar traumatische jeugd te verwerken en een hechte band met God te krijgen. ZIE BLADZIJDE 20, 21.

Was Petrus de eerste paus?

ZIE BLADZIJDE 24, 25.

Wilt u graag bezocht worden?

www.watchtower.org

wp11 08/01-O

Wachttoren - 1 augustus 2011  

Standaardformaat