Issuu on Google+

On

#34

Verenigingsmagazine S.G. Daedalus Maart 2013

gn Jagers Eat Me, Appetite for Design


2 OnOff #34 Om op te eten


Redactioneel In je handen houd je een nieuwe editie van de OnOff, vol appetijtelijke verhalen en grafische hapjes. Als het water je in de mond loopt tijdens het bladeren door dit nummer is dat niet vreemd: het nummer is namelijk om op te eten! In deze editie staat eten centraal. Deze primaire levensbehoefte wordt in de hierop volgende dertig pagina’s vanuit verschillende kanten belicht, want voedsel is een veel breder onderwerp dan je op het eerste gezicht zou denken. Dit komt terug in de opleiding Food Design, een HBO opleiding die je gewoon hier in Nederland kunt volgen. Tijdens deze opleiding leert men alles over wat je aan eten kunt veranderen, wat je er aan kunt ontwerpen. In het hoofdartikel van deze OnOff is dan ook aandacht voor deze opleidingsrichting, haar positie ten opzichte van Industrieel Ontwerpen en voor de relatie tussen voedsel en mode. Maar ook dichter bij huis wordt er met voedsel gewerkt. Lisanne de Bakker heeft zich namelijk tijdens haar bacheloropdracht bezig gehouden met het ontwikkelen van een Hollandse variant van de doggybag. Hiermee kunnen restaurantbezoekers op subtiele wijze kenbaar maken dat ze hun half-opgegeten maaltijd mee naar huis willen. Hoe? Dat lees je op pagina 22. Voor wie zelf aan de slag wil bespreekt Lieke een klassieker uit de literatuur over ontworpen voedsel. In haar recensie van ‘Eat me’ bespreekt ze de positieve en negatieve punten van dit prachtige boek. Voor wie geen geduld heeft om eerst een boek te kopen maar direct aan de slag wil hebben wij ook wat leuks: In deze OnOff staat een recept voor een overheerlijke citroencheesecake, niet te moeilijk maar overdonderend lekker. Goedgekeurd en aangeraden door de redactie. Naast de verschillende artikelen over voedsel ontbreken onze vaste rubrieken natuurlijk ook niet. Ook in deze editie weer 1m² IO, deze keer met de vierkante meter van Julia Peerenboom. De EvaCom bespreekt Constructietechniek en Intellectual Property en natuurlijk is ook Robert Wendrich weer van de partij met een nieuwe, sprekende column. Met dit nummer neem ik afscheid als hoofdredacteur. Ik wil deze ruimte dan ook kort misbruiken om de redactie te bedanken voor de mooie nummers die wij samen gemaakt hebben en om mijn opvolger Lydia heel veel succes te wensen. Opdat er nog maar vele nummers vol smakelijk leesvoer gemaakt mogen worden. Read on! Tekst door Han Slob 3


Inhoud Statisch

Redactioneel 3 Bestuur 5 Onderwijs 6 Krabbelbox 7

Rubrieken

Boekrecensie: Eat Me, Appetite for Design 14 Tekeningen: Rosanne Martens 16 1 m2 IO: Julia Peerenboom 21 Vakevaluaties: constructietechniek & intellectual property 26 Column: Robert Wendrich 28

On Topic

Food Design 8 De jager-verzamelaars 18 Project Foodiebag 22 Recept citroen cheesecake 25

Op pad met de Excom 12

Off Topic

4 OnOff #33 Timeline


Bestuur Afgelopen tijd was het een en al hectiek binnen het bestuur van Daedalus. Ik hoop dan ook dat wanneer jullie dit lezen, ik mijzelf met mijn bestuursgenoten alweer onder de studenten begeef en dat mijn opvolger mijn plaats heeft ingenomen als het twaalfde bestuur des Studie Genootschap Daedalus. De opvolger die lastiger te vinden was dan vooraf bleek. Dit is dus mijn laatste OnOff-stuk dat ik zal schrijven als voorzitter van deze mooie vereniging. Aan alle kanten merk je dat de bezuinigingen effect hebben op het studentenleven zoals wij dat kennen. Mensen willen sneller studeren, omdat studeren steeds duurder wordt en eigenlijk een zeer conservatief idee nastreeft, namelijk dat een goede opleiding zich later wel terug betaald in een goede baan en dat je de schuld die je opbouwt wel af kunt lossen. Het was niet voor niets zo dat er in de vorige eeuw al zoveel moeite is gestoken om alle mensen de kans te geven te studeren. Nu zijn ze in Den Haag dit praktisch aan het terugdraaien en dat hakt erin bij het activisme. Gelukkig blijkt op het Actieve Leden Uitje altijd dat er nog genoeg mensen zijn die hart voor de vereniging hebben en graag plaats nemen in een commissie om hun vaardigheden te verbeteren en ieder jaar weer fantastische dingen te doen. Wanneer zelfs blijkt dat oud-docenten nog terug willen komen om een showtje weg te geven, geeft dat natuurlijk wel aan hoeveel de vereniging leeft binnen onze ledenkring. Net zoals het feit dat we met het bestuur toch stiekem best wel blij waren toen we de frustratie zagen, die ontstond onder de leden toen de StudIO drie dagen gesloten was. Omdat mensen toch wel balen als onze mooie verenigingskamer onbereikbaar is en men de oase van rust elders moet zoeken. Ondanks dat sommige maatregelen niet altijd direct het gewenste doel bereiken, maakt het toch een hele boel tongen los. Nu mijn bestuursjaar over is, is het natuurlijk tijd om de bestuurskilo’s kwijt te raken en daarmee heb ik eindelijk de link met het thema “om op te eten” bereikt, want al dat bier en die nachten doortrekken met afhaaleten laten wel degelijk zijn sporen na. Na een jaar bestuur ben ik erachter; de bestuursbuik is echt! Om dit verhaal af te sluiten wens ik mijn opvolger veel succes toe en ik hoop dat de OnOff-redactie de nieuw ingeslagen weg blijft volgen. Namens het elfde bestuur, Thijs Baltes Voorzitter

5


Onderwijs Het is 2013 en als jullie deze OnOff lezen is het elfde bestuur inmiddels alweer gewisseld met het twaalfde bestuur (Jorien, Niek, Olivier & Randy). Het thema van deze OnOff is ‘Om op te eten’ en vandaag de dag is eten en Industrieel Ontwerpen helemaal geen onbekende combinatie, zo ook in Enschede. Het thema eten komt dan ook vaak terug in het onderwijs, bijvoorbeeld bij project K. Het ene jaar is het een fles ketchup voor Heinz, het andere jaar een koffietafel voor Jura, de Airfryer van Philips of een koffiebonenmachine voor Redbeans.

Bovendien introduceerde HAK het afgelopen jaar op 21 november in samenwerking met dr. ir. Roland ten Klooster, partner van Plato en hoogleraar Packaging Design and Management aan de UT, een belangrijke innovatie wat betreft het openen van bijvoorbeeld potten appelmoes. Hoe vaak prutsen mensen niet met het openen van een potje appelmoes: met een punt van een mes (gevaarlijk!), met een nijptang (waar ligt die?!) of sterke man (beschikbaar?). De oplossing: de nieuwe HAK-deksel zorgt ervoor dat zeker 95% van de gebruikers dit dekseltje open kan draaien. Moduleonderwijs 2013 2013 is ook het jaar van de invoering van het moduleonderwijs. De modules bij IO zijn nu eindelijk rond en vanaf september 2013 is het dan zover. De nieuwe eerstejaars zullen dan beginnen met de eerste module van 15 EC. Voor de huidige eerstejaars zullen er nog overgangsregelingen getroffen worden. De eerste module zal het UT-brede thema ‘Sport’ hebben en dit thema wordt elk jaar weer anders. Dus wie weet wordt het thema eten ook nog wel een keer gekozen. ‘Engineering Technology’ cluster Bovendien zal Industrieel Ontwerpen (IO) samen met werktuigbouwkunde (WB), civiele techniek (CiT) en technische bedrijfskunde (TBK) gaan vallen onder het cluster ‘Engineering Technology’ (ET-cluster). Studenten van IO, WB en CiT zullen tijdens de eerste module een aantal gezamenlijke vakken hebben, maar wel een studiespecifiek project volgen. Het idee en voordeel is dat als studenten van IO, WB en CiT die de eerste module gehaald hebben, daardoor dan ook makkelijker kunnen switchen tussen die drie studies, wanneer hun huidige studie niet bevalt. Tot slot wil ik de OnOff commissie bedanken voor hun inzet het afgelopen jaar en ik hoop dat ze doorgaan met de vernieuwde inhoud en vormgeving. Goed bezig! Puck Veugelers Commissaris Onderwijs

6 OnOff #34 Om op te eten


google: verre gezichten vpro

bigappetites.net

fulviobonavia.com/work/a-matter-of-taste

windowfarms.com

sarahillenberger.tictail.com

griottes.fr/choose-your-color

vimeo.com/13899429

Google de tekst in de tekstballonnen om je dosis digitale inspiratie binnen te hengelen. Heb je zelf een link vol inspiratie stuur hem dan naar: onoff@daedalus.utwente.nl of stop hem in de krabbelbox in de StudIO


Wij, Industrieel Ontwerpers, zijn multi-diciplinair. We houden ons bezig met verschillende soorten onderwerpen. Toch zijn er richtingen die onze studie niet raken, bijvoorbeeld het onderwerp eten. Natuurlijk zijn producten zoals koffie-automaten niet uit het imago van ontwerpers weg te denken. Maar wat dacht je van de koffie zelf? Producten zoals koffie, maar ook babyvoeding of de nieuwste smaak chips kom je elke dag tegen in de supermarkt of op televisie. Maar wie houdt zich daar nou mee bezig, Industrieel Ontwerpers of is Food Design een geheel andere discipline. Het ontwerpen van eten, Food Design, vindt plaats in verschillende situaties. Een kok bedenkt een nieuw gerecht, een bedrijf ontwikkelt een nieuwe smaak chips, een barman bedenkt een nieuw drankje. Maar ook een cateringbedrijf ontwikkelt concepten die vallen onder de discipline food design. Alles waar voedsel de basis is, valt onder Food Design. Twijfel tussen Food Design en Industrieel Ontwerpen is begrijpelijk. De richtingen lijken in de basis op elkaar, maar verschillen toch op belangrijke punten. Maar kunnen wij dat dan ook? Is het ontwikkelen van een voedselconcept hetzelfde als het ontwikkelen van een productconcept? Of is Food Design een kundigheid zoals een professionele kok alleen ĂŠcht kan koken? >>

8 OnOff #34 Om op te eten


“ Daar waar een Industrieel Ontwerper onderzoek doet naar materiaal, kijkt een Food Designer naar de smaak, geur, textuur, uiterlijk en kwaliteit. ” Studie Food Design & Innovation Er bestaat één studie op het gebied van Food Design in Nederland. Food Design & Innovation aan de HAS in Den Bosch. Dit is een vierjarige HBO studie. De studie heeft drie richtingen waarvoor gekozen kan worden. Product Development, Packaging en Marketing. Omdat de studie een HBO opleiding is, kan er worden gezegd dat de onderzoeken een ander uitgangspunt hebben. De onderwerpen van bijvoorbeeld een afstudeeropdracht hebben een ander doel bij een HBO studie dan bij een universitaire studie. Het eerste jaar van de studie bestaat grotendeels uit de basis van conceptontwikkeling. Daarnaast krijgt men de basiskennis over voedsel zoals granen, groenten, vlees en zuivel. Maar ook onderwerpen zoals consumentengedrag en voeding binnen verschillende culturen komen aan bod. In het tweede jaar wordt er breder gekeken naar de wereld rondom Food Design. De onderwerpen reclame en media, marketing, verpakkingskunde en productie komen aan bod. Daarnaast moeten er stage worden gelopen bij drie verschillende bedrijven waarvan één verplicht in het buitenland gevestigd moet zijn. Hierdoor kom je in contact met andere culturen. Food Design vs Industrieel Ontwerpen Zowel bij de studie Food Design & Innovation als Industrieel Ontwerpen is de basis het leren van het ontwikkelen van concepten. Daarbij wordt de basis van het tekenen en presenteren aangeleerd. Ook het proces van conceptontwikkeling is soortgelijk. Natuurlijk zijn er verschillen: eten wordt namelijk anders gepresenteerd dan een boormachine. Maar in essentie blijft dit hetzelfde. Daarnaast wordt er ander soort onderzoek gedaan, andere factoren zijn van invloed.

Daar waar een Industrieel Ontwerper bijvoorbeeld onderzoek doet naar materiaal kijkt een Food Designer naar de smaak, geur, textuur, uiterlijk en kwaliteit. Om hier goed onderzoek naar te kunnen doen is kennis vereist met betrekking tot koken en de verschillende mogelijkheden met voedsel. Deze kennis moet men opdoen, zoals een Industrieel Ontwerper leert omgaan met materiaal. Maar deze kennis is ook vaak gebaseerd op ervaring. Voedsel is een organisch product en is afhankelijk van zeer veel verschillende factoren. Waar een materiaal onberekenbaar is, zijn de eigenschappen van voedsel net zo min definitief. Toekomst & Techniek Wanneer je als Food Designer aan de slag gaat, probeer je grenzen te verleggen door eten op een nieuwe manier vorm te geven. De huidige technieken laten dat steeds meer toe, zo bestaat er niet alleen een 3D printer voor rapid prototyping. Ook voor het maken van bijvoorbeeld decoraties van chocolade is het gebruik van een 3D printer mogelijk. Dit levert bijzonder veel vormgevingsmogelijkheden op. Daarnaast bestaat er al enkele decenia het fenomeen moleculaire gastronomie. Gastronomie, de wetenschap van het koken, maar dan op scheikundig niveau maakt haar opmars. Het bereiden van eten, dat vaak binnen de doorgegeven algemene kennis en ervaring blijft, krijgt een nieuwe dimensie en neemt vormen aan die men alleen kent van films als Charlie and the Chocolate Factory. Deze wetenschap draagt bij aan het perfectioneren van de bereiding, de smaak en nieuwe inspiratie. Zal deze verstrengeling van chemie en Food Design ook leiden tot een vernieuwing op het gebied van bijvoorbeeld mode of kunnen we alleen maar dromen van een jurk van suiker? Vervolg >>

9


De scheidslijn tussen voedsel en mode begint steeds meer te vervagen, wat vroeger puur als eten werd beschouwd wordt niet meer buitengesloten in de mode-industrie. Daarnaast beginnen de mode en de hedendaagse trends een steeds grotere rol te spelen in ons eten. Neem nou als voorbeeld de oester en de parel, sinds mensenheugenis is de oester in zijn geheel al een gewild voorwerp. Haar vlees wordt genuttigd als delicatesse en de parel werd al duizenden jaren voor Christus gebruikt als sieraad. De oester is geschikt voor voedsel en mode, maar haar bestanddelen zijn tot nu toe altijd toegewezen aan één categorie. Maar zo makkelijk is dat niet meer, voedsel en mode zijn elkaar aan het overlappen.

10 OnOff #34 Om op te eten

Eten wordt steeds individualistischer, er is bijna geen enkel product waarbij we niet kunnen kiezen tussen tientallen varianten. Op deze manier kun je precies dat image creëren dat bij jou past, want zoals ze zeggen: je bent wat je eet. Wanneer je zin hebt in een kopje thee is het niet zoals voorheen slechts Earl Grey of groene thee. Je hebt de keuze uit muntthee, chocoladethee, alle-seizoenenthee, alle smaken fruitthee, echte Nederlandse thee en zelfs kauwgomballenthee. Dat kan bij elk product dat we eten, we maken niet voor niets de keuze om juist dat donkere volkoren brood te kopen, het is nou eenmaal voedingsrijker dan wit brood. Biologisch vlees omdat dat beter is voor de dieren of waterflesjes van gerecyclede waterleidingen,


“ we zijn ons meer bezig gaan houden met de presentatie van voedsel en het beeld dat we daarmee voor onszelf creeren. ” om te laten zien dat we ook nog eens idealistisch zijn en geven om het milieu. Het draait niet alleen meer om de smaak of kwantiteit, we zijn ons meer bezig gaan houden met de presentatie van voedsel en het beeld dat we daarmee voor onszelf creëren. We laten graag zien dat we bewust kiezen. Dit doen we niet alleen door te kiezen voor biologisch of verantwoord eten, maar ook door middel van de juiste verpakking. Dit kan zijn omdat we ons meer bezig zijn gaan houden met wat we belangrijk vinden in een product. Niet alleen het product zelf maar ook de productie ervan en de effecten van die producten op het milieu. We gaan weer terug naar de tijd van de drinkbekers en lunchboxes, we kennen die nog goed van de basisschool met daarop je favoriete superheld, ster of stripfiguur, tegenwoordig zijn er ook veel opties voor volwassenen. Bekers om mee naar je werk of college te nemen in futuristische vormen, bekers van gerecycled plastic of gemaakt van onverwachte materialen. Niet alleen wordt er meer aandacht besteed aan het beeld dat gekoppeld is aan het eten, maar we nemen ook steeds vaker de moeite om meer aandacht te besteden aan het eten zelf, ook wel slow cooking genoemd. Koken met pure en verse ingrediënten op lage temperaturen zodat de smaken nog beter naar voren komen. We nemen vaker de tijd om niet alleen van het eten zelf te genieten maar willen ook vaker genieten van het proces van het maken van die maaltijd. Het gaat niet om de eindbestemming, maar ook om de reis ernaartoe. Wie wil er nu een sushirolmachine, hoe fancy dat ook klinkt, als je zelf met niets anders dan je handen en een ouderwets bamboematje zelf die sushirol kunt maken. Het kost wat meer moeite, maar de voldoening die het geeft is het helemaal waard. Mensen ontdekken steeds vaker dat er ontspanning te vinden is in de ervaring van het koken en leren te genieten van deze kleine dingen.

Daar waar de invloed van mode en trends steeds weer de voedselindustrie overspoelt, daar gebeurt hetzelfde met de mode industrie. Vormen, inspiratie en materialen uit de voedselindustrie sijpelen langzaam maar zeker de mode industrie binnen. Waar men vroeger stopte bij de niet-eetbare bestanddelen van dieren en planten zijn ontwerpers gaan experimenteren. Al sinds het begin der tijden worden de botten van dieren en vissen gebruikt voor sieraden en gebruiksvoorwerpen en duizenden jaren geleden waren parels al een gewild onderdeel voor sieraden. Niet-eetbare onderdelen van planten zoals het hout werden gebruikt voor niet alleen draagbare voorwerpen maar ook voor meubilair en een tal van andere dingen. Maar die scheidingslijn is verdwenen, ook het voedsel zelf is aan bod gekomen en een transformatie ondergaan Je kunt het zo gek nog niet bedenken of een Mode- of Industrieel ontwerper heeft er een kledingstuk of voorwerp van gemaakt. Deze stijl van ontwerpen hoeft niet te zijn bedoeld om te choqueren, maar ook om te laten zien hoe breed het scala aan keuzes wel niet is. Ontwerpers zijn nieuwsgierig, ze houden van experimenteren. Waarom gaan voor katoen of denim als er geen regels meer zijn voor welk materiaal je kiest. Niet elk materiaal is echter optimaal voor draagbare producten zoals kleding en sieraden: Er bestaan al fashionshows met jurken van tientallen verschillende soorten groenten, chocola of brood, maar deze jurken zijn niet lang houdbaar. Er worden wel weer andere materialen ontdekt, bijvoorbeeld de tagua noot, die gebruikt worden voor onder andere sieraden en wel lang houdbaar zijn. Of dit dus een tijdelijke trend is of een blijvend experiment is nog maar de vraag. De volgende vraag is of deze extreme mode nog zal doorsijpelen in de winkels of dat het blijft bij de vluchtige shows. Tekst door Lydia Groote Schaarsberg & Mahana Tuimaka

11


Op pad met de Excom Na een korte periode van radiostilte vanuit de Excom zijn de eerste excursies van dit studiejaar een feit. Op 21 december werd afgetrapt met een kleinschalige excursie naar het ontwerpbureau People Creating Value hier in Enschede en op 11 januari volgde een excursie naar Shapeways en VanBerlo. de prachtige kantoorvilla van People Creating Value. Onder het genot van koffie, thee en kerststol kre-

Na een korte periode van radiostilte vanuit de Excom zijn de eerste excursies van dit studiejaar een feit. Op 21 december werd afgetrapt met een kleinschalige excursie naar het ontwerpbureau People Creating Value hier in Enschede en op 11 januari volgde een excursie naar Shapeways en VanBerlo. Zodoende stapten wij op een druilerige vrijdagmiddag voor de kerstvakantie met een kleine groep van twintig dappere IO’ers op de fiets, om af te reizen naar de prachtige kantoorvilla van People Creating Value. Onder het genot van koffie, thee en kerststol kregen we een interessante bedrijfspresentatie te zien waarbij veel prototypes, zowel goedgekeurde als afgekeurde, de zaal rondgingen. PCV is een dynamisch ontwerpbureau, gespecialiseerd in integrale productontwikkeling. Ze richten zich voornamelijk op technische deelaspecten van productontwikkeling. Na de presentatie konden we een kijkje nemen in de keuken van het ontwerpbureau zelf. In tegenstelling tot vorig jaar mochten we deze keer wel rondneuzen in de kelder van de villa, waar de werkplaatsen, testruimtes en brainstormruimtes zich bevinden. People Creating Value heeft op dit moment vacatures open staan voor stages en afstudeeropdrachten. Mocht je geïnteresseerd zijn in de technische aspecten van de opleiding IO, neem dan zeker een kijkje op de website van PCV. Zo lang als de pauze duurde tussen onze vorige excursie en PCV, zo kort was de pauze tussen onze eerste twee excursies dit jaar. De eerste vrijdag na de kerstvakantie stonden we alweer fris en fruitig op de bus te wachten die ons naar Eindhoven zou brengen. Na een wat krappere busreis dan gewend arriveerden we halverwege de ochtend in Eindhoven voor het pand van Shapeways. Na een warm welkom kregen we de geschiedenis van het nog zeer jonge bedrijf te horen. Shapeways is in 2007 opgericht met het doel iedere consument de mogelijkheid te bieden om zelf producten te ontwerpen, maken Integrale productontwikkeling. Ze richten zich voornamelijk op technische deelaspecten van productontwikkeling. Na de presentatie konden we een kijkje nemen in de keuken van het ontwerpbureau zelf. In tegenstelling tot vorig jaar mochten we deze keer wel rondneuzen in de kelder van de villa, waar de werkplaatsen, testruimtes en brainstormruimtes zich bevinden. People Creating Value heeft op dit moment vacatures open staan voor stages en 12 OnOff #34 Om op te eten


Zodoende stapten wij op een druilerige vrijdagmiddag voor de kerstvakantie met een kleine groep van twintig dappere IO’ers op de fiets, om af te reizen naar de prachtige kantoorvilla van People Creating Value. Onder het genot van koffie, thee en kerststol kregen we een interessante bedrijfspresentatie te zien waarbij veel prototypes, zowel goedgekeurde als afgekeurde, de zaal rondgingen. PCV is en verkopen. Om dit te realiseren is de toentertijd opkomende 3D-printtechniek gebruikt. Door efficiënt gebruik te maken van de ruimte in de 3D printer kunnen zij producten voor zeer lage prijzen produceren. En dan hebben we het niet alleen over het printen van kunststoffen: er kan tegenwoordig ook geprint worden in keramiek, RVS en zelfs zilver. Heb je dus altijd al je persoonlijke iPhone hoesje of sieraad willen ontwerpen, dan loont het zeker om een kijkje te nemen op shapeways.com. De Excom had haar donderdagavond opgeofferd om de hongerige monden van de excursiegangers te kunnen voeden, met een simpele doch voedzame lunch: heerlijke broodjes gezond, voor ieder wat wils en geen enkel schoolreisje is compleet zonder een pakje lauwe appelsap. Aansluitend aan de excursie naar Shapeways werd om de hoek het kantoor van het ontwerpbureau VanBerlo bezocht. Na het grote succes van de lunchlezing vorig collegejaar leek het ons erg interessant een kijkje te nemen bij het bedrijf zelf. Aan de hand van een case en een rondleiding kregen we een goede indruk van de visie en strategie van het bedrijf. VanBerlo is zeer actief op het gebied van packaging design. Zo hebben ze de nieuwe verpakkingslijnen van internationale bedrijven als Dettol en Cillit Bang vormgegeven. Maar ook werken ze voor Maxi-Cosi en ontwerpen ze, in opdracht vanSara Lee/ Douwe Egberts, koffieautomaten voor openbare ruimtes. VanBerlo biedt helaas geen afstudeerplekken aan, maar is wel erg enthousiast om je te begeleiden tijdens een stage. De Excom is momenteel op zoek naar nieuwe commissieleden. Lijkt het je wat om excursies te organiseren of is er volgens jou een bedrijf dat altijd al een excursie heeft verdiend? Stuur dan een mailtje naar excom@daedalus.nl of vraag naar meer informatie bij het Daedalusbestuur. Tekst door Cyriel van Oorschot & Judith Vissers, namens de Excom Na een korte periode van radiostilte vanuit de Excom zijn de eerste excursies van dit studiejaar een feit. Op 21 december werd afgetrapt met een kleinschalige excursie naar het ontwerpbureau People Creating Value hier in Enschede en op 11 januari volgde een excursie naar Shapeways en VanBerlo. Zodoende stapten wij op een druilerige vrijdagmiddag voor de kerstvakantie met een kleine groep van twintig dappere IO’ers op de fiets, om 13


Eat Me e t i t e p p A

forn g i s De

“Never judge a book by its cover”. Deze Engelse uitspraak gaat bij het boek “Eat me, appetite for design” niet op. Alleen al de kaft van het boek maakt je hongerig naar meer. De omslag van het boek stelt een gigantische knapperige wafel voor waar iemand stiekem al een heel klein hapje uit heeft genomen. Aan iedereen is gedacht, het boek is namelijk te bestellen in de “smaken” vanille en chocolade, een witte en een bruine variant dus. Maar zoals een wafel er niet alleen lekker uit moet zien maar ook lekker moet smaken, zo werkt het ook bij een boek . Al ziet de buitenkant er nog zo aantrekkelijk uit, de binnenkant zal minstens evenzo aantrekkelijk moeten zijn. Dus na dit hapje een tijdje bewonderd te hebben, wordt het tijd om de inhoud tot je te nemen.

14 OnOff #34 Om op te eten

Het boek geeft een breed scala aan producten, huisstijlen, verpakkingen, kunstwerken en leuke hebbedingetjes weer, die op zowel de begrippen food als design betrekking hebben. De gevarieerdheid van de ontwerpen maakt dit boek zeer geschikt voor veel verschillende doelgroepen. Industrieel ontwerpers zullen hun hart verliezen aan de zeer functionele producten, die je zelf ook graag uit hadden willen vinden, tot niet zulke functionele, maar wel erg creatieve producten. Ook de honger naar grafisch ontwerp zal gestild worden met diverse grafische hapjes zoals huisstijlen en verpakkingsontwerpen. Daarnaast is ook aan de liefhebbers van kunst en niet-functionele producten gedacht. Zij worden voorzien van een aantal zeer bijzondere, de ene nog creatiever dan de andere, voorwerpen. Tot mijn eigen favorieten behoren de producten van ontwerpbureau Korefe voor The Deli Garage. Allerhande voedingsmiddelen als lollies, bakmixen, olijfolie en sausjes verpakt op een zodanige manier dat het net producten uit een autogarage lijken. De lollies in de vorm van schroevendraaiers en chocoladesaus in de vorm van een flesje lijm. Daarnaast hebben ze ook erg toffe, zelf bedachte producten in hun collectie zoals een spray waarmee


“ ‘Eat m te ra e, appetite den w for d an geïnte e resse neer je o sign’ is erg e o k rd ‘food’ a en “de bent in (e maar enig an szins en com sign’. ” binatie van)

je eten een goud of metallicachtig tintje kunt geven. Ook de grote hoeveelheid aan huisstijlen van restaurants en winkels zijn jaloersmakend mooi. De vele afbeeldingen geven je een uitstekende kijk op diverse onderdelen van de huisstijlen. Verder vind je achter in het boek korte biografieën van alle ontwerpers, kunstenaars en ontwerpbureaus. Mocht je dus bepaalde werken interessant vinden en graag wat meer willen weten achter de persoon of personen achter het ontwerp, dan hoef je alleen maar naar de laatste pagina’s van het boek te bladeren. En als je van lezen houdt: er zijn twee secties met bruingekleurde bladzijdes waar interviews met een aantal ontwerpers te lezen zijn. “Eat me, appetite for design” is erg aan te raden wanneer je ook maar enigszins geïnteresseerd bent in (een combinatie van) “food” en “design”. Ook als je niet van lezen houdt is dit boek zeer geschikt, aangezien het boek voornamelijk uit afbeeldingen bestaat. Want zoals het een goed ontwerp betaamt, is er nauwelijks tekst nodig: het ontwerp spreekt voor zich. Tekst door Lieke van der Steen

15


16 OnOff #34 Om op te eten


Illustraties door Rosanne Martens voor meer van deze doeltreffende tekeningen kun je kijken op facebook.com/OnOffMagazine & portfolio.io.utwente.nl/student/martensrm/

17


de jager-verzamelaars Lang, lang geleden, toen we nog jager-verzamelaars waren, was het leven nog volledig gericht op overleven. Overleven deed je door te eten. En eten deed je door, nouja, te jagen en verzamelen. Dat was allemaal leuk en aardig en we jaagden en verzamelden er met zijn allen lustig op los. Maar toen, op een dag, bedacht iemand die ervan hield te bedenken hoe dingen beter konden (laten we zeggen een soort proto-designer) dat het misschien handig zou zijn als we alle planten bij elkaar zouden plaatsen, zodat we niet zo verdomd ver hoefden te lopen iedere keer dat we honger hadden. Tekst door Marcel Goethals Dat leek destijds misschien een goed idee, maar niemand had natuurlijk kunnen voorzien wat het gevolg was: zo’n tienduizend jaren aan allerlei gekissebis en gerevolutie over hoe we dat dan allemaal georganiseerd moesten krijgen, welk stuk land nou van wie was, wie we dan gingen dwingen om al dat werk voor ons te doen, wat voor machines we daarvoor dan dienden te gebruiken, wie er waarvoor op welke brandstapel diende te worden gegooid, hoeveel kleine groene stukjes papier je voor een kilo aardappelen kon ruilen en meer recentelijk, of draagbare platte doosjes met een sociaal netwerk erin nou echt zo’n goed idee zijn. Na al die revoluties en vooruitgang zou je zeggen dat onze moderne democratisch/kapitalistische samenleving, met haar complexe geïndustrialiseerde agrarische processen en volledig ver-stedelijkte omgevingen ver van die van de

18 OnOff #34 Om op te eten

jagers-verzamelaars verwijderd is. Maar is dat wel zo? De moderne consumerende mens heeft met landbouw niets meer van doen. In plaats van zijn voedselvoorziening in eigen hand te nemen is hij volledig afhankelijk van zijn omgeving. Hij gaat wonen in de buurt van een plek waar makkelijk eten te verkrijgen is. Hij gaat in de ‘urban jungle’ op zoek naar eten, plukt zijn voedsel van het schap of gaat op jacht naar een broodje döner. Waar een voorkeur voor zoete dingen voor de jager-verzamelaars resulteerde in een handige voorkeur voor fruit, resulteert die voorkeur in de tijd van zoetstoffen als glucose-fructosestroop in een handige voorkeur voor chocoladerepen en frisdrank. Handig, want op iedere hoek van de straat verkrijgbaar in automaten en winkeltjes. Het feit dat er een complex geïndustrialiseerd agrarisch proces achter ons voedsel ligt, lijken we het liefst te willen verbergen. We kopen


maar al te graag een pak melk waarop vrolijk grazende koeien staan. We houden van het idee van een ambachtelijke oer-Hollandse boterham met pindakaas. Dat het brood uit een fabriek komt en die pinda’s uit Egypte vergeten we daarbij maar even. Het gemiddelde bord kost dat je dagelijks naar binnen werkt terwijl je naar de tv staart (of je Facebook checkt, niet vergeten je Facebook te checken) heeft waarschijnlijk meer van de wereld gezien dan jij zelf. Als gevolg van de duurzaamheidsgekte en het plaats vinden van een heuse voedselcrisis lijkt er echter een soort grassroots opstand plaats te vinden. We hebben er genoeg van. Weg met al die hyperprocessed en gesynthetiseerde rommel. We willen echt eten. Eerlijk eten, lokaal eten. We willen ‘slow-food’. We willen terug naar de oorsprong van de landbouw, naar leven in harmonie met de natuur. Plotseling is iedereen in de ban van de doe het zelf ‘urban farming’. Er ontspruiten hele online communities rondom windowfarms (het verbouwen van groenten in je raam) en Open-source ecologie 2 . Grote steden maken grootste plannen voor boerderijen op de daken van gebouwen en voor permacultuur 3 , tuinen op leegstaande plekken midden in de stad. We hebben het zelfs over ‘The Edible City’ en ‘Continuous Productive Urban Landscapes’ . Wat nu als de gehele stad een voedselproductie fabriek zou zijn? Overal waar je kijkt groeit het fruit, op iedere hoek van de straat kun je aardbeien plukken, of versgeperste appelsap krijgen. Op alle daken groeit een overvloed aan groenten.

1

4

Een eetbare stad: een mooi ideaal waar bijna iedereen wel achter zal staan. Zou het niet mooi zijn als iedereen een tuintje had, zodat we met zijn

weg met supermarkten en fast-food ketens!

allen gewoon onze eigen groenten en fruit konden kweken. Dat zou mooi zijn toch? Maar waarom zie je er dan zo weinig van terug? Waarom hangt niet inmiddels in ieder raam een windowfarm? en staat niet op ieder dak een boerderij? Het is niet dat we niet zouden willen, maar we zijn gewoon te druk met andere dingen. Waarmee? We zijn te druk met overleven. Om te overleven in de urban-jungle moet je een hele hoop. Je moet afstuderen, je moet succes hebben met je werk, je moet een goed cv hebben, je moet de juiste kleren dragen, je moet op de hoogte zijn van het laatste nieuws en al je sociale(media) contacten onderhouden, je moet zorgen dat je profiel up-todate is, je moet voldoen aan allerlei verwachtingen en dan moet je ook nog tijd hebben voor al je tienduizend hobby’s. We zijn zo druk bezig met al die dingen dat het niet vreemd is dat we er niet aan toe komen een boerderij aan te leggen op ons dak. Supermarkten spelen daar handig op in, ze nemen je idealen, plakken een soort slap uitgewrongen aftreksel ervan op een tomaat en verkopen het aan je terug. Als je na een dag stressen gehaast

19


door de supermarkt rent om wat eten bij elkaar te sprokkelen koop je wat biologische tomaten of ambachtelijk bereide jam. Je voelt je daarover ten minste een beetje tevreden, want je doet iets goeds voor de wereld, toch? Maar alle biologische keurmerken en mooie beelden van gesuggereerde ambachtelijkheid ten spijt is een in bioplastic verpakte biopaprika toch niet helemaal wat je in gedachten had. Het blijft een schrale en bleke werkelijkheid ten opzichte van de mooie idealen die je had van gemeenschappelijke tuinen en utopische steden waar de appels en peren op de daken groeien. De supermarkten doen (en kunnen) niks anders dan het ideaal te vertalen in een marktsegment, ze verkopen naast gewone tomaten nu ook tomaten met een ideaal. Als industrieel ontwerper is het niet ongewoon je verloren te voelen in deze situatie. Ik voel me in ieder geval zo. Wat moeten we doen als we niet onze ziel aan de duivel willen verkopen? Wat moeten we doen als we supermarkten en grote bedrijven niet willen helpen hun illusies te verkopen, hun producten duurzamer (maar niet duurzaam) te maken? Moeten we dan maar bij de pakken neer gaan zitten? Nee, ik pleit ervoor dat we dat nu eens met zijn allen niet gaan doen. Wat we wel gaan doen is het volgende: we gaan het gehele systeem herzien. Weg met supermarkten en fast-food ketens! Als je echt een gemeenschappelijke eetbare stad mogelijk wil maken, doe je dat niet door een

20 OnOff #34 Om op te eten

windowfarm in je raam te hangen, dat doe je zelfs niet door een boerderij op je dak te aan te leggen. Het is nu juist niet de tijd om in actie te komen. Wat we nu moeten doen is nadenken, analyseren en speculeren. Wat we nu moeten doen is plannen maken en bovenal moeten we doen wat ontwerpers het beste kunnen: ontwerpen. Als we een gemeenschappelijke eetbare stad mogelijk willen maken, moeten er diensten en infrastructuren ontworpen worden die de idealen daadwerkelijk nastreven, niet corrumperen. Er moeten systemen, artefacten en producten ontworpen worden die ultralokale voedselproductie mogelijk maken en ondersteunen. Systemen die lokaal geproduceerd voedsel efficiĂŤnt distribueren. Informatie systemen die voedsel voorraden en tekorten bijhouden. Er moeten diensten ontworpen worden ter ondersteuning van collectieve keukens, eetzalen en gemeenschapstuinen. En daarnaast moeten er een hele hoop andere producten en diensten ontworpen worden om gemeenschappelijke voedselsystemen mogelijk te maken en te verbeteren. Er is juist alle reden om je schetsboek er maar eens bij te pakken!

1 2 3

4

www.windowfarms.com www.opensourceecology.org www..permacultuurnederland.org Viljoen & Katrin Bohn: The Edible City


1m

De vierkante meter van JUlia Peerenboom

Foto door job van dongen

2

Zoals te zien is speel ik viool. Na net mijn minor Conservatorium afgerond te hebben, speel ik ook weer vaker dan afgelopen jaar. Dat onverklaarbare ding bovenaan is een elektrische viool. Het plantje is uit de tuin van mijn opa en oma, vlak voordat ze het huis verkochten. Naast mijn favoriete zelda/peterpan schoenen staat nog een klein plantje, dat we vorig jaar in Milaan kregen. Verder ligt er nog Ducktape (ja die spelling) met verfspetter-motief,

een taartschep, mijn camera, mijn portemonnee, mijn juwelendoosje (dat ronde) en mijn horloge. Dit is een zakhorloge dat ik elke dag opdraai en waar ik een ketting van heb gemaakt. Bij gebrek aan broekzakken is dat af en toe heel handig. Als laatste liggen mijn sleutels rechts. Naast een overdosis bieropeners (mijn sleutels liggen natuurlijk nooit in de buurt als die nodig zijn) stond ik er ‘vroeger’ om bekend deze altijd in de StudIO achter te laten. Inmiddels weet ik beter en vergeet ik ze op andere plekken. 21


Project Foodiebag In mei 2011 kwam ik op een beurs in de Botanische Tuinen van Utrecht in contact met het Delftse bedrijf ‘ VerdraaidGoed!’. In plaats van een flyer te pakken en dromerig door te lopen, ontstond er een interessante discussie met Lisanne Addink-Dölle, oprichtster van het jonge ontwerpbureau. Ik raakte enthousiast van de alternatieve kijk van ‘ VerdraaidGoed!’ op ‘industrieel’ ontwerpen. Geen productie in massale fabrieken in Azië, maar het hergebruik van industriële restmaterialen om in sociale werkplaatsen in Nederland op grote schaal te produceren. Ik had er nooit bij stilgestaan dat dit mogelijk was! Tekst door Lisanne de Bakker

22 OnOff #34 Om op te eten


Tijdens mijn bachelor Industrieel Ontwerpen zag ik bij mezelf een groeiend tegenstrijdig gevoel bij het ontwerpen voor de huidige consumptiemaatschappij. Ik vind het een tegenstrijdig feit dat ontwerpen vaak neerkomt op het toevoegen van nieuwe voorwerpen in een wereld waar al oneindig veel keuzemogelijkheden zijn op het gebied van producten. Deze bacheloropdracht gaf me een mogelijkheid om een vernieuwende kant van ontwerpen te ontdekken.

onnodig wordt weggegooid! Dit bestaat voor een groot gedeelte uit de etensrestanten van gasten.

Mijn opdracht bij VerdraaidGoed! bestond uit het herontwerpen van de doggybag, de Foodiebag, een verpakking voor het meenemen van overgebleven eten uit een restaurant. Het doel van het ontwerp was naast functionaliteit vooral gericht op het verbeteren van de associatie met het meenemen van etensresten uit restaurants. Ook was het belangrijk dat het product paste binnen de visie van VerdraaidGoed! door gebruik van lokale restmaterialen en productie onder sociale werkomstandigheden in Nederland.

Het mee naar huis nemen van dit eten is erg ongebruikelijk in Nederland. Maar waarom is dit het geval terwijl het in andere culturen soms heel normaal is? Na het uitvoeren van een onderzoek onder consumenten en restaurants kwamen een aantal struikelblokken naar voren. EĂŠn van de gedachten van restaurants is vaak dat het imago van het meenemen van etensresten niet past bij de uitstraling van de zaak, waardoor ze het niet snel uit zichzelf zullen aanbieden. Wanneer de gast erom vraagt, hebben de meeste restaurants wel een plastic of aluminium bakje waarin ze het eten kunnen meegeven. Het probleem is echter dat gasten vaak niet denken aan de mogelijkheid om hun etensresten mee te vragen. Daarbovenop is de drempel voor veel mensen te hoog om er naar te vragen. Mensen voelen zich er ongemakkelijk bij tegenover de ober, andere gasten of zelfs de tafelgenoten.

Voedselverspilling is tegenwoordig een hot-topic, maar de totale omvang blijft lastig voor te stellen. Iedereen gooit wel eens wat weg: een paar sneeĂŤn beschimmeld brood, een laatste hap tosti of een teveel aan pasta. Al die kleine beetjes vormen onderdeel van een groter voedselverspillings probleem in Nederland. Hierbinnen valt ook het weggooien van maaltijdrestanten in restaurants. In totaal wordt jaarlijks in Nederland in de hele keten voor ongeveer 4,2 miljard euro aan voedsel weggegooid, waarvan 235 miljoen euro in de horeca. Om het wat tastbaarder te maken, dit komt neer op 51 miljoen kilo voedsel dat in de horeca

Uit het onderzoek werd duidelijk dat het niet voldoende was om de Foodiebag alleen functioneel en esthetisch aantrekkelijker te maken. Wat er naar mijn mening ontbrak, was een subtiel communicatiemiddel waarmee de gasten in een restaurant de wens om hun eten mee te nemen op een comfortabele manier aan de ober kunnen laten weten. De inspiratie hiervoor was de manier waarop gasten op een non-verbale manier aan de ober laten zien dat ze klaar zijn met eten: door het bestek tegen elkaar op het bord te leggen. (Of open wanneer je nog aan het eten bent.) Ik was opzoek naar een iconisch voorwerp dat kon dienen om:

23


aan een bord te worden bevestigd, een functie had in de Foodiebag ĂŠn van een restmateriaal gemaakt kon worden. Uiteindelijk kwam dit uit op het gebruik van overgebleven lepels uit kringloopwinkels, die nu worden verzameld en gebogen door medewerkers van Het Goed. Het Foodiebag concept werkt als volgt: 1. Wanneer je klaar met eten bent, schuif je de lepelclip die op tafel gedekt is aan de rand van je bord. 2. De ober ruimt de borden af en verpakt in de keuken het overgebleven eten in de Foodiebag. De lepelclip dient als sluiting voor de Foodiebag. 3. De gast krijgt de Foodiebag aan tafel. 4. Thuis wordt het eten gegeten, het karton weggegooid en kan de lepelclip worden hergebruikt om andere open verpakkingen mee af te sluiten.

24 OnOff #34 Om op te eten

Al met al was het een zeer leerzaam project, doordat ik in een korte tijd bij een groot deel van de productontwikkeling betrokken was. Van gebruikersonderzoek tot de daadwerkelijke lancering van het product in 12 weken, bleek soms best hard werken. Als beloning was de golf van media-aandacht behoorlijk overweldigend, met als mooie afsluiter een Karel de Vos award op de Horecava afgelopen januari, een prijs voor vernieuwing en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Toch is het meest inspirerende om te zien dat een product daadwerkelijk een discussie op gang kan brengen en invloed kan hebben op de gebruikelijke denkwijze van mensen. Het zit hem in de kleine dingen. Dit keer was het voedsel. Maar er zijn nog talloze andere onderwerpen om aan te snijden!


Citroen cheesecake Als student zijn de pakjes van Pasta rood en Chicken Tonight ons niet onbekend. Dat we het onszelf af en toe gemakkelijk maken met het koken wil niet zeggen dat we het onszelf altijd te makkelijk moeten maken. Al helemaal niet wat betreft taarten bakken. Weg met die Dr. Oetker-pakjes voor taart en cake! Hier een recept dat én een lekkere twist is op de standaard kwark- en monchoutaart, én daarnaast ook nog eens gemakkelijk te maken is.

Benodigdheden 1 pak Bastongekoeken 4 eieren 500g kwark 2 citroenen 450g roomkaas of monchou 150g boter 250g suiker Topping Pake Jan’s zelfgemaakte aardbeien-rabarber jam

Verkruimel de bastogne gekoeken in een keukenmachine. Als je die hebt, lucky bastard, zo niet dan werkt een staafmixer (of een hamer) ook prima. Smelt de boter in een pannetje en meng die met de kruimels. Bekleed een springvorm met bakpapier en druk de koekmix aan in de springvorm. Doe in een kom de roomkaas, kwark, eieren en suiker en meng dit met een mixer. Voeg dan het citroensap toe en meng dit tot een glad mengsel. Giet dit mengsel boven op de koekmix in de springvorm. Verwarm de oven voor op 180 graden en bak de taart 45 minuten midden in de oven. Laat de taart afkoelen en haal hem voorzichtig uit de oven. Voor de topping is de zelfgemaakte aardbeien-rabarber jam van mijn pake ontzettend lekker. Maar voor alle studenten die geen familielid of bekende hebben die verrukkelijke jam maakt van fruit uit eigen tuin: aardbeien- of kersenjam uit de supermarkt volstaat ook prima als topping. Smeer hiervan een dun laagje over de bovenkant van de taart. Houd je niet van jam, dan kun je ook schaafsel van de citroenschillen erover strooien met wat poedersuiker. Of probeer de taart eens te versieren met wat vers fruit.

25


Vakrecensie

Bescherm je eigen constructie Welkom bij dit tweede nummer uit deze nieuwe rubriek van de evaluatiecommissie Industrieel Ontwerpen. Het belang van evalueren is in het vorige nummer al uitvoerig besproken. Echter, we hadden ons zelf nog niet behoorlijk voorgesteld. Daarom hebben we vandaag tijdens de vergadering speciaal voor jou een commissiefoto gemaakt zodat je een beetje een idee hebt wie we zijn.

Vaste prik In dit vaste onderdeel zullen we weer een Bacheloren een Mastervak bespreken. Dit keer hebben we Constructietechniek uit het eerste jaar en Intellectual Property uit de Master.  

Constructietechniek

Hét vak waarin je leert over lasnaden, tandwielen, lagers, overbrengingen, veren enzovoort. In 20092010 scoorde dit vak een magere 6. Eén van de knelpunten waren dit jaar de colleges. Allereerst blijkt dit uit de opkomst. Slechts 50% van de respondenten gaf aan nagenoeg alle colleges gevolgd te hebben, en 25% gaf aan bijna geen colleges gevolgd te hebben. De lengte van de colleges heeft hier waarschijnlijk een rol in gespeeld. De docent zag dit al aankomen en heeft in de enquête een extra vraag toegevoegd waarin de studenten hun voorkeur konden uitspreken voor 1 x 4 uur college per week, zoals in de situatie destijds, of 2 x 2 uur college per week. De 2 x 2 uur college per week kreeg toen duidelijk de voorkeur. Punten die als onvoldoende naar voren kwamen dit jaar waren de bijdrage van

26 OnOff #34 Om op te eten

de colleges (5,1) en de directe studiebegeleiding (5,6). In het studiejaar 2011-2012 scoorde het vak Constructietechniek beter, een 7,0. En (net als dit jaar overigens) wordt het vak gegeven in 2 x 2 uur college per week. De opkomst is vergelijkbaar, maar de bijdrage van de colleges scoort duidelijk beter met een 7,2. De docent heeft de studenten gevraagd welke onderwerpen als zeer relevant en welke onderwerpen als niet relevant werden ervaren. Uit deze extra open vragen bleek dat de studenten de onderwerpen ‘Smart products’ en ‘Motoren’ niet of minder relevant vonden. ‘Overbrengingen’ en ‘Verbinden’ vonden de meeste studenten daarentegen wel erg nuttig.  

Intellectual Property

Intellectueel eigendomsrecht, het klinkt saai, maar dat valt best wel mee. Er gaat namelijk behoorlijk veel geld in om. Wist je bijvoorbeeld dat een octrooigemachtigde wel 250 euro per uur verdient? Naast de grote bedragen die er om je oren vliegen is het best nuttig om wat meer te weten over hoe je jouw creaties en ideeën kunt beschermen. Dat over de inhoud. Terug naar de kwaliteit van het vak an sich. Dit vak is geëvalueerd in het studiejaar 20082009 en in 2011-2012. In 2008-2009 scoorde het vak een 7,6 en verder ook op alle afzonderlijke onderdelen scoorde het vak voldoende. De belangrijkste commentaren gingen dit jaar over de gastdocenten en de uitleg bij de eindopdracht. De gastdocenten vertelden volgens de studenten


Wist-je-dat-jes weleens dingen dubbel. Dat wat niet dubbel verteld werd was daarentegen erg interessant.    De eindopdracht was wat onduidelijk omdat je jouw eigen product mocht kiezen om over te schrijven. Sommigen vonden dit prettig, maar omdat je ook geacht werd zelf uit te zoeken wat wel en niet relevant was voor jouw specifieke paper ontstond er ook veel verwarring. In het jaar 2011-2012 scoorde dit vak een 7,2. Echter, de deelonderwerpen scoorden bijna allemaal hoger. De bijdrage van de gastdocenten scoorden zelfs een 8,7. Over de eindopdracht bestond wel nog steeds dezelfde verwarring. De docent erkent het probleem maar zegt daarbij dat dit onderdeel is van de leerdoelen. Je moet namelijk zelf kunnen bepalen welke aspecten van intellectueel eigendomsrecht het belangrijkst zijn om te bespreken voor jouw specifieke product. Wel wil hij dit jaar een IP strategie van een echt bedrijf gaan bespreken. Deze zal niet exact overeenkomen met wat er in de eindopdracht verwacht wordt maar geeft wel een goed beeld van de strategische keuzes die er gemaakt zouden kunnen worden voor een specifiek product. Tot slot heb je nog de Wist-je-dat-jes van ons tegoed. Succes met je studie en tot de volgende OnOff.   Tekst door Gerben den Besten Evaluatiecommissie Industrieel Ontwerpen

>> Wist je dat een vakevaluatie door de docenten gebruikt wordt in zijn of haar portfolio? Dit portfolio is onder andere nodig voor het behalen van een (tegenwoordig voor alle docenten verplicht) BKO (basis-kwalificatie onderwijs).   >> Wist je dat wanneer een vak meer tijd kost dan het aantal EC dat er voor staat, dat studenten dan soms uren schrijven? Dit houdt in dat je bijhoud hoeveel uur je in een vak steekt. Daarmee kun je aantonen dat het aantal EC van een vak omhoog of juist omlaag moet.   >> Wist je dat de evaluatiecommissie op zoek is naar nieuwe leden? Spreekt evalueren je aan en zou je wel wat bij willen dragen aan de kwaliteit van de opleiding? Laat het ons weten via:  evaluatiecommissie@daedalus.utwente.nl. En, niet geheel onbelangrijk, je krijgt betaald bij de evaluatiecommissie.   >> Wist je dat de slechte beoordeling van de studentassistenten bij het vak elektronica gevolgen heeft gehad? De docent heeft aangegeven volgend jaar met een totaal nieuwe groep student-assistenten te gaan werken. En terecht, student-assistenten die IO’ers uitlachen daar hebben we niets aan.

27


De teloorgang en zinsbegoocheling van het ‘om-op-te-eten’ Ergens diep in mij verstopt zit een vreetmonster verborgen, de neigingen die ik regelmatig moet onderdrukken om mezelf vol te proppen met allerlei werkelijk verschrikkelijke junk is frequent. In mijn diepste wezen ben ik een slaaf van zoet, zuur, bitter, zout en pittig (umami). Maar als het daar maar bij bleef dan zou ik er genoegen mee nemen, ik zou mezelf niet te hoeven dwingen tot het indammen van mijn lusten en Pavlov patronen. Het punt is dat ik onbedwingbare eetpatronen heb die niet alleen de banale smaak volgen, maar ook iemand die naar combinaties van onweerstaanbare vermengingen van smaakstoffen en extreme smaakversterkers hunkert en deze in grote hoeveelheden tot zich wil nemen. Ik ben ook antibiotica junkie geworden en ’s avonds geef ik licht. Er zijn er meer die dit transgene in zich hebben, enige tijd geleden zat ik in de volgende scène en maakte dit voorval real-time mee. Een eigenaardige mengeling van zout, zuur, zoet, bitter en pittig realisme van samengebalde tijdspelingen samengeklonterd in een zeepvoorstelling van absurdisme, emotie, genetische manipulatie en onverschrokken begeerte.

28 OnOff #34 Om op te eten


Onderuit gezakt met haar ellebogen slap gebogen over de gekromde rotan leuningen keek ze me loom aan. Ze had de hele dag in de koopgoten van de binnenstad geslenterd en had zich met de regelmaat van de klok tegoed gedaan aan allerhande etenswaren en opwekkende drankjes. Ze zag er eigenlijk vreselijk uit, zoals ze daar zat met haar haar vettig en ongekamd, uitgegroeide krullen waar ooit een permanent in had gezeten en die, bij nader inzien, ook een kleurspoeling hadden ondergaan, maar nu als slappe lianen naar beneden hingen. Alles hing, zelfs haar wangen vielen zwaar, om het over haar borsten en buik maar niet te hebben. De onderarmen spekten zich als gewillige schuimrollen rond de rotan leuningen waarbij mij even een glimlach om de mond speelde.

‘Latte en beige zijn de meest kwellende dingen van de laatste jaren’ Het leken wel aangenaaide kussentjes die bij de stoel hoorden. Ze vroeg of ze een latte mocht bestellen. Als ik ergens een schurft hekel aan heb dan is het aan mensen die een latte bestellen en dan bij uitlevering ook nog eens interessant gaan lopen doen met hun bijgeleverde lepeltje en de slappe schuimlaag met cacaomotief er al smakkend uitlepelen, waarbij de tong en de lippen een soort navrante dans doen van een duo ongeleide projectielen. Nee, een latte was een dergelijke laffe uitvinding dat ik moeite moest doen om aardig te blijven en natuurlijkheid te veinzen om ‘ga je gang’ te zeggen. Latte: opgewarmde lauwe koemelk met een druppel koffie, waarschijnlijk suiker, sommigen nemen natuurlijk ook nog slagroom er in en dan gulzig naar binnen werken met dat overmaatse lepeltje.

Zelfs zogenaamde ‘cool’ uitziende mannentypes zie ik vaak dergelijke latte’s nuttigen, jemig wat een watjes gedoe, alsof ze bij moeders aan de tepel hangen en al zuigende hun derde babytijd in gaan. Echt, latte…alleen het woord al. Laffe latte lebberen, natte smakkende lebberbekken welke al melkend voortschrijden in hun latte-bestaan. Stel je voor een latrelatie die zaterdagochtend in een hip stedelijke koffiefranchise huiskamer samen een latte bestellen en dan lepelend tegenover elkaar zich aanstellerig gaan lipschuimen…het is toch om op te eten zo’n stel? De nieuw gestileerde koffie erotiek par excellence. Enfin, de latte kwam, het ding zag er behoorlijk beige uit, een kleur die ik direct in verband breng met bejaarden die het werkelijk allemaal presteren om honderden kleuren beige met elkaar te combineren, inclusief schoeisel, petten en mutsen, en dan als een latte-horde door de infrastructuur paraderen. Zelfs de auto of nutteloze accessoires zijn vaak beige van binnen en buiten, voorzien van beige stickers die er voor waarschuwen dat er niets in de auto achter gelaten is qua waardevolle spullen. Alsof er iemand is die in een beige auto wil gaan inbreken, alleen de gedachte al maakt je onpasselijk. Beige is niet trendgevoelig of locatiegevoelig, als je gewoon goed rondkijkt zie je de beige colonnes als een sliert smeuïge drek door de straten zwieren. Latte en beige zijn de meest kwellende dingen van de laatste jaren, naast de zware jongens van de vastgoedfraude en de hedge-fund maffia maar goed dat is een ander onderwerp. De lichtbruine emulsie met luchtig witte bovenlaag werd binnen enkele minuten volledig opgesoupeerd door haar. Een restje latte bleef in de mondhoeken zitten, mondhoeken (waarbij ik doel op één mondhoek, echter door haar uitzonderlijke wangen bleek de hoek uit meerdere hoeken te bestaan) waarbij het niet eenvoudig bleek om het residu met één veeg schoon te mouwen. De drinkbewegingen die ze had gemaakt waren van een zelfde sloomheid als waarmee ze in de stoel hing. Alles was uitgeput, uitgeblust en uitgekakt aan haar. We waren al vijfendertig jaar samen bedacht

29


ik me ineens… al die jaren waren als een film aan ons voorbijgegaan. Ik was waarschijnlijk zelf ook niet meer degene die ik ooit was geweest. Ik mijmerde weg bij het beeld van wat tegenover me lag en herinneringen flitsten door mijn hoofd. Flarden van weleer… onze jacht en verzamel jaren… de eindeloze winkeljaren, de lattes, het samenzijn… haar onophoudelijke groei, haar tomeloze groeizucht, haar liefde voor consumeren… alles voor haar was om-op-te-eten. Te verorberen, te begeren, tot zich te nemen tot in het oneindige... En toch hield ik van haar, ik zelf nam altijd een koffie verkeerd met extra melk en een toefje tokkelroom, daarmee begon mijn dag pas echt. Eigenlijk hadden we het best fijn, zo met z’n tweeën konden we het best rooien. Er ging geen dag voorbij of we waren wel in de stad, de koopgoot was niets voor mij, meestal ging ik naar de ITS, Mediamarkt, Electro World of Expert als zij zich met andere winkels bezig hield. We waren altijd op jacht en verzamelden allerlei handige, nuttige en efficiënte producten die we in handige plastic draagtassen meesjouwden. Soms gebruikten we mijn rollator of de mobiele scooter van haar, als het zo uitkwam huurden we een kluisje bij de Mediamarkt waar we de overtollige lading stalden zodat we niet teveel hoefden op te laden en mee te sjouwen tijdens onze jacht. Op een later moment, vaak net voor sluitingstijd, haalden we het er dan uit en laden we het zorgvuldig op onze mobiele hulpmiddelen, sjorden het vast met wat snelbinders en snelden naar huis. Een enkele keer waren we het vergeten, kwamen we thuis en dan mistten er toch dingen terwijl we zeker wisten dat we ze hadden aangeschaft. De volgende dag stonden we dan vroeg op, zodat we ruim voor de winkelopening voor de elektronische schuifdeuren stonden om op het moment van opening direct naar de kluisjes te gaan om onze spullen eruit te halen. Deze spullen brachten we dan direct naar huis en

30 OnOff #34 Om op te eten

gaven het direct een juiste bestemming in onze woning. Soms gingen we alleen even naar binnen om te kijken of de dingen niet gejat waren ‘s nachts. Na goede inspectie gingen we direct de stad weer in of in dezelfde winkel winkelen.

‘Te verorberen, te begeren, tot zich te nemen tot in het oneindige’ Als ik terugkijk dan denk ik in ieder geval met veel plezier terug aan die tijd, we waren altijd aan het jagen en verzamelen, fantastische tijden: de koopjesjacht, de snuffelweken, de hamsterweken, de alles-moetweg-weken, de-totale-magazijn-opruiming-weken, de-extra-bonus-korting-op-kortingbonus-voordeel weken, de plundra-weken, het-was-om-te-smullenweken, het om-op-te-eten-mijn-bord-is-nooit-tegroot-midweek-arrangement, het-alles-wat-je-kunteten-restaurantproces… zo fijn hebben we het gehad. Vaak besef ik me niet eens hoe wervelend ons leven was, een roes van begeerte die als een voile voor onze ogen hingen. We waren consumerende robots, dat waren en zijn we tot op de dag van vandaag. Er was altijd wel iets te doen, aan dingen en spullen kwam maar geen einde. Dacht je de ene dag dat de schappen leeg waren, keerde je terug en warempel


stonden ze weer bij te vullen. Het was ongekend, enerverend ook, je moest zoveel onthouden en bijbenen, al die prijsniveaus, aanbiedingen en zorgeloze afbetalingsregelingen die we moesten onthouden gekoppeld aan de vermaledijde bestedingsniveaus van je kredietkaartlimieten of consumentenkredieten. We waren ook overal lid van, ieder winkelbedrijf had wel een clubpas of een voordeelpas of iets dergelijks, het was één grote speeltuin met dingen, prullaria en spullen. Op maandag zaten we dan alles te berekenen en uit te pluizen hoe we de kredietkaarten rente moesten betalen om ze op niveau te houden. We hebben heel vaak extra geleend, naast de dubbele hypotheek hadden we ook nog enkele persoonlijke kredietleningen erbij. Die heb je wel nodig als je de stad in gaat, je kunt daar niet gaan rondlopen en niets aanschaffen. Daar heb je niets aan, die schappen met spullen zijn er niet voor niets. Alles is om-opte-eten, wij hoeven slechts als een kudde timide en afgestompte omnivoren in de tred te lopen van de spullennatie. Wij waren dat ook gewoon heel goed aan het doen, toen zeker wel…zie haar nu, zie ons nu. Uitgeblust, afgebrand net als ‘Rosebud’… ‘Zullen we verder gaan?’, klonk een hese stem vanuit de verte, ik keek haar meewarig aan…

De samenleving is verzand, versteend en verstrikt geraakt in een eindeloze parade van dingen en spullen die deel uit maken van een paranoïde geloof in geluk vinden in diezelfde spullen en dingen die worden verondersteld bepalend te zijn voor de beleving van een gelukzalige levensvervulling. Ondertussen vind ik mezelf terug liggend in een beige cocon en beige lingerie samen met een beige robot die me haast vleiend beige vraagt of ik wellicht een beige latte wil drinken? De beige robot is omop-te-eten… ik knik bevestigend. Tekst door Robert Wendrich ‘Rosebud’ verwijzing naar de film Citizen Kane van Orson Welles © 1941 ‘Green Rabbit’ by Eduardo Kac GFP Bunny © 2000

Vorige week nog op televisie die bultrug gezien, ik dacht heel even dat ik iets herkenbaars zag in haar ogen. Verbeelding waarschijnlijk, nu zitten we hier, nou ja zitten, we kunnen het zeker van haar geen zitten meer noemen. Ze morft zich als het ware in de kuipvorm van het meubelstuk slechts onderhevig aan zwaartekracht, bungelt als een aangespoeld zoogdier in de kussens van de rotanstoelen die in het trendy koffiebedrijf staan opgesteld. Alles aan haar is slap, vervormd, vergroot en volledig uit proportie. Eigenlijk is er niets meer wat enige proportie heeft in deze overvloed en daarom past ze in wezen prima…het fineer van de beschaving is flinterdun.

31


Hoofdredactie Han Slob Eindredactie Lieke van der Steen Redactie Job van Dongen Lydia Groote Schaarsberg Mahana Tuimaka Rosanne Martens

Vormgeving Alex Wesselink Anke Sesink Joska Sesink Lieke van der Steen Job van Dongen

Redactieadres S.G. Daedalus t.a.v. OnOff Universiteit Twente Horst C.006 Postbus 217 7500 AE Enschede

Drukwerkproductie Gildeprint Enschede

053 4894439 onoff@daedalus.utwente.nl

Oplage 700

Suggesties of opmerkingen, wil je ook een stuk schrijven? Neem contact op met iemand van de redactie.

Food Design

1 M2

Foodiebag


OnOff #34 Om op te eten