Page 1


SF-MAGAZINE P. 02


SF-MAGAZINE P. 03

Iets meer over SF-MAGAZINE zelf, ditmaal. Voor het 50ste nummer, dat kortelings volgt, kunnen we nu reeds een bijzondere verrassing in het vooruitzicht stellen, waarover mijn medeplichtigen me echter ten strengste verboden iets meer te zeggen. Suspence dus. Hoofdbrok van het daaropvolgende nummer zou dan de index worden van de inhoud der eerste vijftig nummers, wat voor ons zowel een balans inhoudt als een nieuwe start. Indien ... Ja, indien wij voor volgende jaargang tenminste voldoende medewerking vinden van uwentwege, vooral dan voor wat het documentaire gedeelte aangaat van dit blad. Zelf SF-MAGAZINE schrijven is inderdaad onhoudbaar, vooral wanneer men hier alle administratieve en technische rompslomp dient bij te nemen, die nu eenmaal onvermijdelijk om de hoek komt kijken. Een oproep tot medewerking dus. Een oproep tot ernstige bijdragen en tot artikels die bepaalde aspekten van SF belichten, maar ook tot verslagen en indrukken, besprekingen en interviews en wat al meer. En een oproep tot ieder van U ? Moeilijk ? Nu treft het dat wij hierbij, in dit nummer, juist twee voorbeelden kunnen aanhalen van nuttig werk, waaraan SFAN-vrienden bovendien persoonlijke voldoening hadden.


SF-MAGAZINE P. 04

Wilfried Cools was op SFANCON 6/BENELUXCON 3 en deelde ons zijn indrukken mee ... Moeilijk ? Les Cornwell, die niet zo heel ver van Bob van Laerhoven woont, trok er met zijn bloknotes op uit om deze schrijver aan een spervuur van vragen te onderwerpen, en levert ons hier de vrucht van zijn ontmoeting. Moeilijk ? Ja, zeg je, maar in mijn buurt wonen geen beroemdheden, en ik krijg gewoon kippevel bij het idee een ĂŠcht schrijver te ontmoeten ... Ach wat, adressen hoef je maar na te vragen, en opeten zullen ze je zeker niet. En wanneer je maar knoflook bij je draagt, kan je zelfs Eddy Bertin zonder gevaar te lijf. Bovendien zijn interviews slechts een voorbeeld en kan je tientallen wegen uit. Suggereer ons iets, of vraag ons om een suggestie, zo moeilijk is het werkelijk niet. Kort over dit nummer dan. Diegenen die Bob Van Laerhoven hebben ontmoet, zullen niet zo snel deze uiterst beweeglijke, vaak ontstuimige en hypernerveuze jongeman vergeten. Dat Bob schrijven kan, blijkt uit het verhaal dat hij ons afstond ( en dat we omwille van zijn lengte in een volgend nummer opnemen), en dat hij bovendien erg zinnige dingen weet te vertellen uit het gesprek dat Les met hem had. Ons (ditmaal iets langer) verhaal : TRANSPARANT is een inzending van een oude bekende van SF-MAGAZINE, nl. VALTER WILLAERT. Een Dish-iaanse story met een beklemmend verloop. Werkelijk aanbevolen !!! See you Soon, en alvast het beste voor 1976, ROBERT SMETS


SF-MAGAZINE P. 05


SF-MAGAZINE P. 06

BOB VAN LAERHOVEN werd geboren op 8 augustus 1953 onder het sterrenbeeld "de Leeuw". Via een jeugdverhalenwedstrijd werd hij op vrij jonge leeftijd bevrucht met het zaad der literatuur. Hierop volgde een zwangerschapsperiode van een drietal jaren totdat in 1972 "PHOBIE" het levenslicht zag : Bob was toen achttien jaar oud. Hij studeerde te Leuven en te Gent, achtereenvolgens : psychologie, pedagogie en Germaanse. Zoals de meeste SF-auteurs omvat zijn loopbaan 12 stielen en 13 ongelukken, o.m. redakteur van een uitgeverij van strips, beheerder van een boekhandel, free-lance medewerker van Zie-Magazine, Turnhout Express en 't Kofschip-Zonder meer, recensist van SF-Gids, vertaler voor uitgeverij "De Schorpioen". Verder is Bob getrouwd en woont hij in Turnhout, Spoorwegstraat 12, waar hij praktisch nooit te vinden is.

We overvielen Bob op zijn hoofdkwartier (waar we reeds enkele weken op de loer hadden gelegen) om hem tussen pet en pint enkele vragen te stellen : SF-MAGAZINE (de gebruikelijke inleidingen achterwege latend) BOB, WAAROM SCHRIJF JIJ ESSEF ? BOB VAN LAERHOVEN (voor de gelegenheid ongewoon ernstig) Tja, waarom essef, een vraag die al zo dikwijls herhaald is en waar de kritici al een antwoord VOOR mij hebben bedacht, zonder het me zelf te vragen ... Wat doen schrijvers ? God, ze schrijven en ze kiezen uit het grote pakket van literatuur die strekking die hen het beste bevalt, die het beste in hun wereldvisie past, bij hun karakter ... bij alles in ĂŠĂŠn woord. Eerlijk gezegd hou ik niet van een te sterke etikettering van wat er geschreven wordt. Als je een boek leest hou je ervan, ben je er lauw van onder de indruk, of spuw je erop, maar meer is er volgens mij niet aan. OK, ik heb niets tegen de benaming SF hoewel ik ze wel ongelukkig gekozen vind.


SF-MAGAZINE P. 07

SF-MAGAZINE EN WAT VOOR ESSEF LIGT JOU NU HET BEST, IK BEDOEL UPBEAT OF DOWNBEAT ? BOB VAN LAERHOVEN Een andere vraag die moeilijk te beantwoorden is. ZE zeggen wel eens dat ik tamelijk pessimistisch schrijf. Okay, ik raad ZE dan aan naar onze goeie vriend Perry Rhodan te grijpen. Wat ik bedoel is dat je upbeat of downbeat kan schrijven al naargelang je stemming of je karakter. Ik vind dat er van alle twee iets in SF moet zitten. Wollheim vindt dat alle SF min of meer optimistisch moet zijn, maar zit er naast, net als Barry B. Malzberg die niets liever doet dan destruktieve, neurotische personages in zijn boeken te stouwen. Een middenweg. SF-MAGAZINE KLASSIEK OF NEW-WAVE ? BOB VAN LAERHOVEN Ik geef toe dat ik me in mijn "snotjaren" wel eens "new-wave" durfde te noemen maar als je eens na gaat wat dat eigenlijk inhoudt dan verwerp je ook weer die etiketten. SF is geëvolueerd van "outer space" naar "inner space", maar die accentverschuiving betekent niet dat er vroeger ook geen psychologische ontleding in verhalen voorkwam, minder dan nu natuurlijk, maar toch. Laat zowel de outer space als de inner space blijven bestaan; ik bedoel maar : ik durf goed toe te geven dat ik Samuel R. Delany en Barry N. Malzberg erg goeie auteurs vind maar, verdomme, ik houd ook wel van een André Norton die de goeien en de slechten zwart-wit tegen elkaar laat knokken. Je moet je af en toe eens ontspannen, je gewoon laten gaan, je intellektuele reserves even afwerpen. Wie peutert als volwassene nou eens niet in zijn neus, hé ? SF-MAGAZINE NEEM JIJ WEL EENS EEN VOORBEELD AAN ANDERE AUTEURS ? BOB VAN LAERHOVEN Ik had eigenlijk geen schrijvers mogen vernoemen, maar kom ... eigenlijk een heel interessante vraag. Ik kan zo uit mijn hoofd geen lijst geven van auteurs die iets voor mij betekenen maar zo voor de vuist weg (met het gevaar er een heleboel te vergeten) : Disch, Delany, Malzberg, M. John Harrison, Zelazny, LeGuin, Lem, Dick, en ga maar door ... Of ik door hen beïnvloed wordt ? Vroeger wel, geloof ik, maar nu niet meer ... ik bedoel maar : je snuift wel een soort aroma op uit een boek waarvan je veel houdt, en waarnaar je opkijkt, en het kan je echt stimuleren, maar het echt gaan navolgen, nee, dat zeker niet, dank je. Ik vind dat ik nou onderhand wel op mijn eigen benen kan staan, al is het dan ook maar wankel.


SF-MAGAZINE P. 08

SF-MAGAZINE (even op het lijstje kijkend) DENK JE DAT SF WEL EENS GEBRUIKT OF MISBRUIKT WORDT OM AAN MAATSCHAPPIJKRITIEK (een gewichtig woord !) TE DOEN ? BOB VAN LAERHOVEN Het klinkt lullig nadat ik het over het grote veld van de literatuur heb gehad, maar als we toch in een terminologie moeten blijven redeneren, zou ik zeggen dat SF alle takken het best geschikt is om aan maatschappijkritiek te doen. Dit is tegelijk een groot gevaar. De lezers worden het waarschijnlijk wel eens beu om altijd maar toegeschreeuwd te worden dat ze het verkeerd doen, en toch moet het gebeuren. Andere gevaren : SF zou zich een aanmatigende positie kunnen gaan aanmeten, vooral nu er wat belangstelling van allerlei zijden begint te komen, bv. van akademische zijde, dus oppassen met het preken ... en het tegelijkertijd toch doen, maar zo dat je verhaal er niet onder lijdt. SF-MAGAZINE WAAR LIGT VOLGENS JOU HET VERSCHIL TUSSEN SF EN "CONTEMPORARY FICTION" OF "MAIN-STREAM" ? BOB VAN LAERHOVEN Je wil me toch in een hoek dringen, hé ? Je wil toch een definitie van dit zwetend individu (wijst naar zichzelf) lospingelen, hé ? Ik begin er niet aan ... maar ik zal je op een andere manier schadeloos stellen. Er zit een dialektiek in m'n hoofd. De ene keer brul ik dat SF de allerbeste vorm van literatuur is, en de andere keer beweer ik stellig dat SF nooit zal kunnen bereiken wat "mainstream" kan. Maar als je dan merkt dat de "mainstream" van nu meer lijkt op het verslag van een psychiater over erg gestoorde psychotische gevallen uit zijn praktijk, dan begin je weer te twijfelen. En toch, het allerbeste in de mainstream, de roman in zijn volste vorm, is erg goed. Ik opteer voor een vermenging van beide, hoe vaag ik het onderscheid nog altijd vind. Ik ben voor het schrijven van dingen die handelen over ideeën, over mensen en over de interaktie tussen beiden. Dat heb ik van iemand opgepikt, maar ik weet niet meer van wie. Ik hou van die uitdrukking. SF-MAGAZINE JE MENING OVER SF IN VLAANDEREN ?


SF-MAGAZINE P. 09

BOB VAN LAERHOVEN Het wordt treurig als je altijd maar moet herhalen : sorry mensen, maar Vlaanderen staat achter. Temeer omdat je dan zelf de indruk geeft dat JIJ natuurlijk NIET achter staat wat WEL het geval is. Ook ik huppel achter de gebeurtenissen, èlke SF-auteur (maar ook elke mainstream-schrijver) in Vlaanderen hinkt erachteraan. We moeten uit deze begrenzingen en wel zo vlug mogelijk ... en het is niet gemakkelijk. Je kunt je verhalen geplaatst zien in het buitenland, maar dat wil nog niet zeggen dat je bij bent want ook daar zijn er mensen die achterhinken ... en dan behoor je wèèr tot de groep van achternalopers. Pas op : met achterna hinken bedoel ik : achteruit zijn op het beste van het beste. Onze Vlaamse schrijvers doen erg goeie dingen, gelet op DE SITUATIE die we HIER kennen. Ik zou zeggen dat er in Vlaanderen in verhouding gezien evengoeie schrijvers zitten als waar dan ook, mensen met evenveel talent dan wie ook, maar dat ze gewoon dezelfde kansen niet krijgen als in andere landen ... Kun je mij eens een adres geven in Vlaanderen waar ik SF kan publiceren op een manier die niet al te lullig is ? God, jongen, ik daag elke Vlaamse uitgever uit om op een verantwoorde manier een SF-reeks te beginnen. Ik wed erop dat ze zou verkopen ... als ze tenminste waarde heeft. De uitgevers klagen erover dat hun verkoopscijfers inzake fiktie teruglopen en ze sluiten hun deuren voor een, hier nieuwe, golf van literatuur die wèrkelijk belangstelling geniet van de jongeren ! Er roert zich wat, OK, maar traag, oh zo traag ... SF-MAGAZINE DENK JE DAT SCHRIJVERS BELANGRIJK ZIJN VOOR DE MAATSCHAPPIJ ? BOB VAN LAERHOVEN Een belangrijke, een moeilijke vraag (zucht). Eerlijk gezegd : ik weet het niet. Mijn hart zegt overtuigd "ja" en mijn hoofd, iets meer aarzelend, "nee". Nu niet om lauwerkransen achter onze hoofden te steken, maar ik zou moeten KUNNEN zeggen "ja". Zeker is het in ieder geval niet ... de roman sterft uit en zo, heh ... In ieder geval kan ik met grote zekerheid zeggen dat het "heil" (wat je dan ook onder heil verstaat) niet alleen van andere communicatiemedia moot komen want daar schort heel wat aan. Wat ik het boek verwijt is dat het zo traag is ... en vooral dat het te duur gemaakt wordt ... maar kom, dan zitten we weer op het commerciële vlak, hoewel de prijs van een boek toch echt belangrijk is voor de lezer. Een schrijver moet in elk geval een soort van buitenstaander in de maatschappij zijn, een ... een, nou ja, een ketter. Kom, moèten, moèten ... ik wil niemand iets opdringen maar het is duidelijk dat je schrijven als een opvoedingstaak kunt zien zonder je direkt als alwetend of superintelligent te beschouwen. Het is ontzettend moeilijk om het uit te drukken, weet je. Ik persoonlijk voel dat een schrijver nog altijd een boodschap moet brengen, hoe


SF-MAGAZINE P. 1 0

oubollig het ook klinkt. Hij moet : elementen van zijn omgeving innemen, ze psychologisch verwerken en ze dan zo presenteren dat ze begrijpelijk worden voor een groter psychologische entiteit dan hijzelf. Pff!, dat is alles wat ik erover DURF zeggen, dit is hot stuff, man. Laten we het erbij houden dat schrijven toch zeker belangrijk is voor MIJ en dat ik hoop dat het ook belangrijk is voor mijn lezers. Ik hoop er tot mijn laatste snik mee door te gaan ... Sorry (simuleert ontroering), ik pink een traan weg ... SF-MAGAZINE (Met tuitende oren maar zielsgelukkig dat we dit interview tot een goed einde hebben weten te brengen) Dank je Bob, en veel succes !

LES S. CORNWELL

Vertalingen : ENGELS : LIEFDE als LONG TIME AGO, NOT FORGOTTEN in New Writings in SF nr. 27 (Ken Bulmer editor), vertaald door Les. S. Cornwell. FRANS

: JE N'AI PLUS D'YEUX, POURTANT JE DOIS VOIR in Ides ... at Autres (Bernard Goorden).

DUITS

: WANDELEND ROND KENNEDY in SF-Times (R. Hahn), in Lotus Verlag.

SPAANS : HINGOO in Las Majoras Historias ... (Van Hageland). JE HEBT EEN VOLLE MAAN NODIG in Las Majoras Historias ... (Van Hageland). FRANS

: PLUK MIJ DAPPERE (bundel) wordt vertaald door de werkgroep van Ides ... et Autres.


SF-MAGAZINE P. 1 1

NEDERLANDSTALIG Verschenen in boekvorm : - PHOBIE

Kempische Boekhandel

psych. roman

- KIP EN VEL

"

bundel SF & Horror

- PLUK MIJ DAPPERE

"

Bundel SF

- VAN DEFTIGEN HUIZE

"

surr. SF-roman

- GRIJZE ALLIANTIE

De Backer - Achterland

SF-novelle

Publicaties in bloemlezingen : - PROEF

Bruna : Pulp 5

SF-verhaal

- LIEFDE

Soethoudt : Dageraad des Duivels

SF-verhaal

Publicaties in tijdschriften : - IMPASSE

Ciso

SF-verhaal

- WANDELEND ROND KENNEDY SF-MAGAZINE SFAN-AWARD 1974 Morgen nr. 6 (Info)

SF-verhaal

- JAGER

SF-MAGAZINE

SF-verhaal

- HELD

INFO

SF-verhaal

- ONVOORZICHTIG

HEIBEL

SF-verhaal

- AVONDJE THUIS

ONS VOLK

SF-verhaal

- DE EMOTIE IN DIMENSIE

SF-MAGAZINE 50

+ een vijftiental SF& Horrorverhalen in HoHo, meestal onder pseudoniem. Te verschijnen verhalen : - PECHVOGEL

INFO

- WIEG ME ZACHTJES,

WONDERLAND

LIEFSTE, WANT DE DOOD KOMT SNEL * * geschreven in samenwerking met Eddy C. Bertin. In behandeling : - BAARMOEDERS VAN DE NACHT (SF-roman) geschreven in samenwerking met Eddy C. Bertin. - Bundel SF-verhalen aangeboden aan de Clauwaert. - Verschillende vertaalde verhalen aangeboden in GB en USA. - Planning van een non-fiction werk samen met Prof. S. De Batselier.


SF-MAGAZINE P. 1 2

- SPIEGELSCHERVEN (voorlopige titel) experimenteel mainstream-roman, geschreven in samenwerking met Les S. Cornwell, aangeboden aan Malpertuis, voor publicatie door Artepik (Pleysier, AdĂŠ, V.D. Broeck). - FOCUS stripverhaal in samenwerking met Robert Peeters (Studio SPAD) - GOD IS ALLMIGHTY, PRAY TO THE LORD & PIERROT Engelse gedichten in samenwerking met Les S. Cornwell voor bundel SF-verhalen met Eddy C. Bertin en Julien C. Raasveld. Kritisch werk : -

verschillende essays over SF in Ciso. besprekingen in Turnhout Express en SF-Gids. dialoog over horror voor BRT-Radio. spreekbeurt over Ward Ruyslinck en over SF in het kader van het Vlaams Artiesten Verbond. - dialoog over SF in Boeket, BRT-TV en in TOESTAND (juli 1975). - interviews in "Bres".


SF-MAGAZINE P. 1 3

Een zorgvuldig uitgegeven plaquette, ca. 40 blz., waarin BOB VAN LAERHOVEN's recentste verhaal werd opgenomen. "GRIJZE ALLIANTIE" speelt zich af in de States, in een niet zoverre toekomst en combineert moderne mythe met rauwe politieke werkelijkheid, zoals de auteur dit reeds deed in het bekroonde "WANDELEND ROND KENNEDY" en in het verhaal dat hierop aansluit, nm. "ZOU DIT MIJN OUDE VRIEND DE PRESIDENT NIET ZIJN ?", dat eerlang in vertaling verschijnt bij Heyne Verlag ! ! Te verkrijgen tegen de prijs van 60Frs bij de auteur : BOB VAN LAERHOVEN Spoorwegstraat 72/4 2300

TURNHOUT

Een beperkt aantal gesigneerde exemplaren van deze plaquette wordt door SFAN aangeboden tegen de prijs van 30Frs aan ALLE LEDEN DIE HUN ABONNEMENT 1976 HERNIEUWEN VOOR 31 JANUARI 1976. Hiertoe stort u 300 Frs + 30 Frs op bankrekening van SFAN ANTWERPEN, nummer 220-0961338-07. U krijgt dan deze plaquette toegezonden samen met het eerstvolgende nummer van SF-MAGAZINE !


SF-MAGAZINE P. 1 4

SUPERMAN

MOET

GEESTELIJKE

ZIJN

VADERS

REDDEN

Superman stelt het goed, dank U. Na meer dan 40 jaar bezit hij nog steeds de kracht van zijn jeugd. Zijn borst vangt nog altijd alle losvliegende kogels op.En onder die stoere borst klopt een warm hart. Dat hopen ten minste Joseph Shuster en Jerry Siegel !

Twee onbekende namen ? Voor de meeste mensen wel. Maar niet voor insiders. Die weten immers dat Shuster de kartoonist is en Siegel de schrijver die in 1933 tijdens hun studiejaren de beroemde figuur ontwierpen. Zij waren echter bepaald slecht geinspireerd toen zij in 1938 afstand deden van hun rechten. Toen Superman stilaan uitgroeide tot een finaciele Superman die miljoenen dollars opbracht voor zijn nieuwe eigenaars, trachtte het duo een gedeelte van hun rechten terug te winnen maar visten zij achter het net.Een reeks processen die jaren lang aansleepten brachten biede mannen aan de bedelstaf. Wat begeon als "American dream" eindigde als een "American trgedy" zegt Shuster, die nu in Los Angeles in armoede leeft. Shuster, die blind is, heeft het niet veel beter. Hij leeft in New-York bij de genade van zijn broer. Warner Communications, de huidige eigenaars van Superman willen de twee mannen een pensioen van 15.000 dollars per jaar geven. Siegel en Shuster wezen het aanbod echter af en vroegen 20.000 dollars. Vermoedelijk zullen zij die krijgen. Superman heeft zijn vrienden immers nog nooit in de steek gelaten.


SF-MAGAZINE P. 1 5


SF-MAGAZINE P. 1 6

De lift stopte bruusk en hij wankelde onvoorbereid tegen de wand. Tegelijk was het donker. Kortsluiting. Hij zat vast. De duisternis was niet normaal, hij was volledig. Geen lichtkiertje hielp hem. Hij tastte naar het schakelbord. Geen beweging en hij begon tegen de deur te bonken tot hij begreep dat hij zelf tot aktie moest overgaan. De lift kon ook bediend worden door een noodkabel, die hij bereikte door het bovenpaneel weg te duwen en zich eruit te hijsen. Voor een docent in de slavistiek was dit geen meevaller, maar toen hij een begin van klaustrofobie voelde, draalde hij niet langer en sloeg met kracht tegen het plafond. Een verfrissende luchtstroom knapte hem wat op en hij tuurde door het gat. Dat was vreemd, nergens merkte hij licht op. Was het een massale kortsluiting ? De gedachte dat er misschien brand was uitgebroken, verdreef de aarzeling en na enkele tellen zat hij op de lift. Hij probeerde de kabels tot hij voelde dat hij daalde. Stijgen bleek boven zijn krachten uit te gaan. Hij betastte de muur tot hij de benedenverdieping had bereikt. Een plotse angst deed hem verstijven, stel dat de deur geblokkeerd was ! Maar tot zijn opluchting kon hij ze openduwen en een warmere lucht begroette hem. Hij snoof opnieuw de vertrouwde geur op van de universiteitsgangen.


SF-MAGAZINE P. 1 7

Hij bevond zich nu in het middengedeelte van het immense gebouw, waar het daglicht niet doordrong. Hij moest dus in elk geval de buitenuitgangen opzoeken. Het was vreemd dat hij geen geluiden hoorde. De stilte was absoluut en angstaanjagend. Hij begon te transpireren en besloot eerst en vooral een lichtbron op te zoeken. Ergens moest een rommelhok zijn waarin een zaklamp of lucifers te vinden waren. Hij tastte zich een weg door de eindeloze gang tot hij de omtrekken voelde van het hokje. Een borstel viel om en het galmend geluid deed hem opschrikken. Weldra zocht hij koortsachtig alle planken af en dozen en blikken sloegen kletterend op de vloer. Niets ! Ontmoedigd besloot hij de trap op te zoeken die naar de lagere verdiepingen leidde. Zijn hart bonste hevig en de beklemming maakte hem zenuwachtig. Hij strekte zijn armen uit en zocht zijn weg in een doolhof van muren. Eindelijk voelde hij de koele trapleuning. Hij schoof over de treden en zijn wanhoop verdween. Plots leek het alsof hij iets had gehoord en hij riep schor. Een verschrikte hoge stem antwoordde en hij struikelde bijna van opwinding. Een lichtstraal verblindde hem. Hij hief zijn hand op voor zijn ogen en merkte dat de zaklamp hem van kop tot teen opnam. Hij deed een stap naar voren en het licht week achteruit. "Wat is er gebeurd", vroeg hij met aandrang. De vrouw barstte onverwacht in gesnik los en hij maakte hiervan gebruik om de zaklamp van eigenaar te verwisselen. Hij hield zijn hand voorzichtig tegen de schokkende schouder. "Ik was aan het werken, en toen gingen de lichten uit. Ik schrok me dood", snotterde ze. Hij stelde vast dat ze geen docente was noch studente kon zijn, maar een van de werkvrouwen die in de middagpauze de universiteit kwamen verschonen. "Zijn er nog werksters in dit gedeelte ?" vroeg hij. Hij bescheen haar gezicht. Ze was nog een jonge vrouw met kaukasische trekken. "De anderen waren in de benedenverdiepingen bezig, ik moest de liften een beurt geven", antwoordde ze, enigszins rustig geworden. Hij besloot voort te maken. "We gaan naar buiten", zei hij met een gezaghebbende toon, "het heeft geen zin om de anderen te zoeken. Iedereen lijkt vertrokken te zijn". Ze knikte, en hij greep haar klamme hand. Ze schoven tegen de muur aan.


SF-MAGAZINE P. 1 8

"We gaan nu links afslaan", legde hij uit, "een weinig verder is er een trap, daar zie je de reling al, en als we die afgedaald hebben, zitten we in de hoofdader". Het duurde niet lang of ze zagen een flauwe lichtschijn in de verte en de angst week terug. De nachtmerrie was overwonnen. Hij knipte de lamp uit en toen ze de hoek waren omgedraaid, bleven ze verblind staan. Ze beschermden hun ogen tot de felheid vanuit de ramen was afgenomen. Er bleek nog iemand in de gang te zijn. "Akylowitsj !", riep hij blij verrast uit. De oudel pedel loerde schuw naar het tweetal en strekte toen de armen uit. Zijn oorlogsonderscheidingen begonnen te rinkelen. "Joeri Denisow !", antwoordde hij schor. De docent week instinktmatig terug. Hij was een stedeling en die plattelandsgewoonten vond hij maar uit de tijd. Gelaten onderging hij de omarming van de oude man, omdat hij zag dat de pedel erg geschokt moest zijn. "Waar is iedereen heen ? Wat is er gebeurd ?", vroeg Denisow met aandrang. De pedel begon over gans zijn lichaam te trillen. "Het is Gods hand", fluisterde hij en sloeg een kruis. Denisow keek even onthutst omdat hij dit niet verwacht had. "Vertel eens wat er hier aan de hand is", beval hij geprikkeld. Akylowitsj greep hem hardhandig bij de arm en voerde hem naar een van de ramen. Denisow keek uit over het panorama van Moskou, met het beeld van de Moskwa en het Leninstadion op de voorgrond. Het leek alsof het licht van de zon bevroren over de stad hing, de verten waren net een spiegel die alles terugkaatste. Twee dingen troffen hem onmiddellijk : de onnatuurlijke stilte en de bewegingsloosheid. Niets verroerde zich, de stilstand was verstarde beweging, alsof alles midden in de aktie was opgevangen. Het drong tot hem door dat de mensen zich werkelijk niet bewogen. Ze waren roerloos als poppen, sommigen met een been half opgetrokken alsof ze temidden van een stap waren gegrepen. Denisow hoorde achter zich een onderdrukt gegil. "Er beweegt niets !", stotterde ze en de kleur week weg uit haar bruin gezicht. Denisow begreep dat ze zichzelf niet meer in bedwang had en duwde haar weg van het raam. "We gaan eerst en vooral de kamers onderzoeken", beval hij gejaagd, "jullie nemen deze kant en ik de gindse. Als we naar elkaar toezoeken, kunnen we elkaar niet uit het oog verliezen". Hij keerde zich om en hoorde dat ze hem volgden. In gedachten trok hij de schouders op en liep naar de eerste deur toe.


SF-MAGAZINE P. 1 9

Hij keek in een studeerkamertje vol boeken en instrumenten en aan de tafel zat een mens. Hij zat voorovergebogen en zijn hand wilde net een bladzijde van zijn boek omdraaien, toen hij door een onnatuurlijke kracht bevroren was geworden. Rigor Mortis ? Denisow wilde onzeker zijn hand tegen de schouder van de man leggen. Hij ging door het lichaam heen. Denisow week ontzet terug en keek om. Zijn gezellen stonden angstig in de deuropening en leken het niet opgemerkt te hebben. Opnieuw kwam hij nader en zijn arm ging door het lichaam alsof er geen vlees noch beenderen bestonden. Slechts een projectie op een onzichtbaar scherm, een transparant beeld, en toch was het niet wezenloos. Denisow voelde dat hier enkele minuten geleden nog een mens leefde. Hij begon te beven. Waren ze krankzinnig geworden ? "We gaan naar buiten", beval hij hees en ontweek de vragende blikken. Blijkbaar zag hij eruit als een lijk. "We moeten uitvinden wat er gaande is", vervolgde hij en liep nog eens naar het raam toe. De stad had plots een dierlijke dreiging over zich, versterkt door de onheilspellende stilte. Denisow kreeg een afgrijselijk vermoeden. Hun voetstappen galmden door de verlaten gangen. Alhoewel het middagpauze was, kwamen ze geen studenten tegen. Denisow bleef staan. "Laten we naar het restaurant gaan, iedereen moet naar het restaurant gegaan zijn", merkte hij gejaagd op. Zijn gezellen keken hem vertwijfeld aan, maar ze bleven zich in zijn schijnbare kalmte te koesteren en hij voelde zich als een kip die haar kuikens op sleeptouw nam. Ze liepen de ene gang na de andere door, het leek eindeloos en soms hadden ze de indruk dat ze in een kring rondliepen. Plots stootten ze op een van de transparante wezens. Denisow kreeg een schok, de vrouw gilde en de pedel mompelde iets. Ze liepen in een wijde boog rond het spookachtige wezen en vervolgden hun weg. Het beeld achtervolgde hun in de geest. Eindelijk zagen ze het bordje dat hun de weg wees en ze sloegen de laatste bocht om. Het schouwspel was hallucinerend. Tientallen mensen in verstarde houdingen stonden in de deuropening. Eens waren dit drukpratende en hongerige studenten geweest omwetend van het feit dat ze een seconde later slechts doorzichtige poppen zouden worden. Er klonk een plof. De pedel boog zich onthutst over de lijkbleke werkvrouw en Denisow besloot om van de gelegenheid gebruik te maken. Hij beet op zijn tanden om het niet uit te schreeuwen van ontzetting en gleed door de lichamen door naar de zaal toe. Het zweet was hem uitgebroken en zijn nekharen stonden overeind. Het leek alsof de beelden zich oplosten op het ogenblik dat hij ermee in aanraking kwam. Een blik in de uitgestrekte zaal was voldoende. Hij keek net een foto aan, zelfs de gemorste


SF-MAGAZINE P. 20

soep bleef ijl in de lucht hangen. Hij keerde terug en ontweek de nietszeggende blikken van de studenten. De pedel keek hem verwijtend aan, en toen opgelucht alsof hij dacht hem nooit meer te zien. De vrouw was terug bijgekomen en zat met haar rug naar hem toe. "Ik wil niet naar buiten", snikte ze, "er zijn kwade machten, het einde van de wereld is aangebroken !". De pedel sloeg opnieuw een kruis. Denisow zei niets en het groepje ging terug verder. Hij keek op zijn horloge. Het was kwart over twee. Een kwartier geleden was het drama begonnen. Op hun weg naar de hall sloegen ze geen acht meer op de poppen die nu veelvuldiger voorkwamen, ze hadden hun geest ervoor afgesloten. In de hall stonden twee jonge mensen dicht bij elkaar. Ze staarden het groepje angstig aan. "Hallo !", riep Joeri luid en de twee weken terug. Een meisje en een jongen, niet ouder dan twintig, allebei studenten. "Jullie leven nog", stelde Denisow overbodig vast en voelde eveneens achterdocht. Je kon nooit weten. Toen ontspande de jongeman zich en glimlachte mat. "We zijn blij dat we niet alleen gek geworden zijn", verklaarde hij met een beverige stem en greep het meisje bij de hand. Denisow en de anderen haalden opgelucht adem. "Jullie hebben dus ook meegemaakt wat er gebeurd is. Weten jullie misschien hoe de ... eh ... overgang gebeurd is ?", vroeg Denisow hoopvol. De student schudde het hoofd. "Ik denk dat het een vorm van paralyse moet zijn, misschien protozoĂŤn van een onbekend ras", veronderstelde hij. Denisow vond het prettig dat iemand zijn verstand probeerde te gebruiken. Ze stelden elkaar voor. De twee heetten Maja en Sergej. "Wat denk je daarvan ?", vroeg Denisow en stak zijn hand doorheen een van de beelden. Maja slaakte een kreet en de jongeman verbleekte. "Het lijkt me dus geen ziekte", merkte Denisow op, "geen gebeurtenis van buitenaf, geen epidemie. Het moet iets in onszelf zijn". Het bleef even stil. "Bedoel je dat we .... in een andere dimensie terechtgekomen zijn ?", vroeg Sergej onzeker.


SF-MAGAZINE P. 2 1

"Jullie praatten maar aan !", barstte achter hun de pedel los, "zien jullie niet Gods werk hierin ?" De werkvrouw begon terug te snikken en de sfeer was plots geladen, om binnenkort in een kollektieve waanzin uit te barsten. "Ik weet niet wat het is", riep Denisow scherp uit, in een poging om de pedel te overstemmen, "maar met hier te blijven staan, lossen we niets op". Hij merkte dat ze bedaarden, ze aanvaardden hem als hun chef. "Vijfentwintig over twee", mompelde hij. Hij keek op het horloge van de pop. Twee uur. "De mijne loopt ook nog", voegde de student eraan toe, "niet alles is veranderd".

Ze liepen behoedzaam over de campus, voorbij het massieve borstbeeld en bereikten de rijweg. Een taxi stond stil en de chauffeur keek wezenloos door het raam. Boven zijn wenkbrauw was de rook van zijn sigaret zichtbaar. Een agent leek het groepje te sommeren om over te steken, maar zijn arm bleef onbeweeglijk hangen. Het was ongelooflijk dat dit alles maar schijn was. "Ik begrijp het niet", begon de student, "alles wat massief is, kunnen we aanraken, het bestaat. Alles wat beweegt is transparant". Voordat de pedel een nieuwe theorie te berde kon brengen, was Denisow hem voor. "Het moet iets te maken hebben met beweging, alles wat leeft en groeit is in een staat van transparantie geraakt, alsof de cellen opgelost zijn zonder te desintegreren". "Maar de lift bewoog ook met ons erin, en toch zijn we normaal gebleven", vervolgde de student nadenkend. Denisow keek hem verrast aan. "Zei je dat je in een lift was ?", vroeg hij gejaagd. Hij bleef stilstaan en merkte niet dat de werkvrouw tegen hem opbotste. "Ik heb het !", riep hij uit. De anderen schrokken en keken hem onderzoekend aan. "Was jij ook in een lift ?", vroeg Danisow aan de pedel. "Ik geloof dat de lift net stopte toen alle lichten uitgingen", antwoordde de pedel in een ogenblik van helderheid. "Zien jullie wat dit betekent ?", vroeg Joeri met aandrang, "Het feit dat we niet getransformeerd werden, heeft iets met de liften te maken gehad".


SF-MAGAZINE P. 22

"Je moet gelijk hebben", viel Sergej hem bij, "de lift moet als een neutraal veld gewerkt hebben waarop de stralingen, of wat dan ook, geen vat hadden". "Maar de mensen in het gebouw, en de auto's, die bevonden zich ook in beschermde delen ?", vroeg Maja met een dunne stem. Het was de eerste maal dat Denisow haar hoorde. "Inderdaad, maar die mensen bewogen zich horizontaal en wij vertikaal, en daar moet de oplossing van het raadsel liggen", legde Joeri in een adem uit. "Dus is het niet ons, maar de wereld die veranderd is", liet de student erop volgen, "dat geeft nieuwe hoop, ik bedoel, ik kan me niet voorstellen dat het overal zo is. Het kan niet lang meer duren voordat we gelijken ontmoeten". Het groepje kreeg nieuwe hoop en ze stapten veerkrachtig verder. "We moeten ons naar het centrum begeven", opperde Denisow, "als er iets gebeurt moet je op het Plein zijn". "Er is toch iets wat ik niet begrijp", sprak Maja met hardnekkig ongeloof, "de plantengroei leeft niet verder". Als bewijs hield ze haar hand doorheen een boomstam. Denisow haalde de schouders op en kwam terug in beweging. "Misschien worden enkel mensen en dieren aangetast", zei hij enigszins kortaf. Ze voelden allen de dreiging die in deze woorden verborgen lag. "Kijk eens naar de zon !", riep de werkvrouw hysterisch uit. Het leek alsof er een grote melkwitte bol aan de hemel hing, een levenloze vlakke cirkel waaruit geen stralingen kwamen, geen schittering, alsof alle stralen zich op de stad hadden gelegd en niet werden teruggekaatst. Ze kwamen spoedig aan de rivier. De Komsomolbrug was in het zicht, groot en verlaten. Ze bleven besluiteloos staan. Links was het stadion, rechts het park waaruit geen hoog gelach van spelende kinderen kwam. "Als we immuun zijn door de liften, dan moeten er nog andere mensen rondlopen", verklaarde de student plots, "misschien moeten we proberen in de buitenwijken daarachter te komen". "Wil je al die gebouwen doorzoeken ?", vroeg Joeri twijfelend. "Maar het is nog een heel eind naar het centrum", legde de student uit, "ik geloof dat we tijd verliezen en we zijn tenslotte


SF-MAGAZINE P. 23

niet zeker van het resultaat". Alsof ze zijn woorden kracht wilde bijzetten begon de werkster te gillen. "Ga niet over de brug, ze bestaat niet ! We zullen allen verdrinken !" Geschrokken keken ze naar het stenen gevaarte, tot Denisow zich woedend aan de hysterie onttrok en naar voren liep. Hij keerde zich om en breidde de armen uit in een gebaar van zekerheid. Schoorvoetend gingen ze over de brug en keken omlaag naar het water. De golven leken karton en ze drukten zich tegen de boeg van een pendelboot alsof ze ertegen geschilderd waren. Toen ze over waren, bleef de student staan en keerde zich tot Joeri. "Wij gaan niet meer verder", zei hij vastbesloten, "ik geloof niet dat we het hierlangs moeten zoeken, vanuit de buitenwijken moet de hulp komen, niet van binnenin". Er zat enige logica in zijn vastberadenheid en dat maakte hen onzeker. Ze keken allen naar Denisow. "Iedereen is vrij te doen wat hij het beste vindt", sprak Joeri boos door de tegenstand, "ik ga in elk geval verder". Maja drukte zich tegen haar gezel, de pedel hief zijn armen op. "Jullie zijn gek !", schreeuwde hij en zonk op de knieĂŤn om een kruis te slaan. "Het is nou niet het ogenblik om te bidden", zei de student geprikkeld en greep de oude man krachtig bij de arm. Die verweerde zich plots en sloeg om zich heen. Niemand reageerde toen het gebeurde. De wanhoop maakte de pedel wild en zijn vuist trof de werkvrouw, die achteruit wankelde en over de stenen rand aan de oever sloeg. Verbijsterd staarde het viertal naar het water. Het leek alsof er niets was gebeurd, alsof de vrouw gewoon opgelost was in een afschuwelijk zuur. Denisow streek bevend over zijn ogen. "Ik ga verder", fluisterde hij schor. Hij keek ze aan en draaide zich toen resoluut om. Drie meter verder voelde hij de angst voor het onbekende hevig opzetten. Hij keek de anderen aan die hem onbeweeglijk aanstaarden. "Wat willen jullie dan ?", vroeg hij met tranen in de ogen. "Het heeft allemaal geen zin", antwoordde de student terwijl hij


SF-MAGAZINE P. 24

tegen de rand aanleunde, "we gaan allemaal naar de donder". Plots zag Joeri dat de pedel over de rand klom en hij liep naar de man toe "Ik blijf hier tot ze terug is", mompelde de oude man nukkig en staarde in het water. "Als we hier blijven worden we allen gek", riep Denisow uit, "jullie beslissen maar, ik blijf bij mijn standpunt". "Goed, dan doen wij hetzelfde", antwoordde de student koud. Er was een leegte in zijn blik die Denisow angstig maakte. Het begin van de waanzin. Het meisje keek hem verward aan, maar liet zich toen meedrijven door haar gezel. Denisow keek ze na, terwijl ze langzaam naar de Kiejew-wijk toestapten. Ze hadden elkaar niets toegewenst. Denisow keerde zich naar de pedel. "Kom, ouwe man", zei hij wanhopig, "we gaan op stap".

Ze kwamen dichter bij het centrum en het beeld werd tragischer. De mensen op de metrotrappen, op de rustbanken, aan de uitstalramen, de rijtuigen, alles was er, maar niets leefde. In de verte zagen ze een fragment van het statige Kremlin met een roerloze vlag er bovenuit. Het uurwerk op de grote toren wees stipt twee uur aan. Zijn hadden halfvier en het leek alsof ze de tijd aan het inhalen waren. Joerie keek niet naar het openluchtzwembad, hij wilde de zwemmer niet zien die tussen springplank en water in een groteske houding hing. Ze kwamen dichtbij de prospekten. Eensklaps hoorden ze een kreet die hen deed verstijven. Links van hen, onder een boog van een groot flatgebouw, stond een vrouw die met grote ogen hen aanstaarde. Ze leefde. Denisow stak de brede boulevard over zonder op de beelden acht te slaan. "Je leeft", riep de vrouw met overslaande stem uit, terwijl ze terugweek. "Zijn er nog anderen ?", vroeg hij haastig, maar ze schudde het hoofd. Ze bleven voor elkaar staan en taxeerden elkaar, alsof ze zich wilden vergewissen van de echtheid van hun bestaan. Toen boog de vrouw het hoofd en begon te huilen, een toonbeeld van ellende. Hij legde onhandig zijn arm over haar schouder. "Ik was in een lift toen het gebeurde. Het was afschuwelijk, er was geen leven meer. Ik was alleen, jullie zijn de eerste die ik ontmoet heb. Ik dacht dat ik gek ging worden". Hij voelde wat ze doorstaan had, temidden van een ijzingwekkende


SF-MAGAZINE P. 25

stilte en de poppen, en greep haar met zich mee. Onderweg vertelde ze haar ervaringen. Ze werkte als verkoopsleidster in de Kinderwereld en was even achtergebleven tijdens de middagpauze. Ze woonde in het centrum en had een man en twee kinderen. Hij zag dat ze aan haar gezin dacht en veranderde van onderwerp. Ze kwamen in het Alexanderpark en de eeuwige vlam was bevroren. Toen ze het Museum hadden bereikt, zagen ze het indrukwekkende Plein voor zich, waar het wemelde van de toeristen. Zelfs de wachten waren verstard en daar het net aflossing was, stonden ze er potsierlijk bij. Ze hadden gegokt en verloren. Moedeloos ging Joeri tegen de muur van een warenhuis zitten en de twee volgden zijn voorbeeld. Ze keken naar de onbeweeglijke massa en de lege tribunes. "We kunnen hier niet blijven", zei Joeri wanhopig, "we moeten verdergaan of terug naar de buitenwijken". "Het kan toch niet overal zo zijn", sprak de vrouw huiverend, "er moeten toch nog mensen zijn". Ze begon terug zacht te snikken en Denisow voelde iets in zich loskomen, een verpletterend gevoel van onmacht. Hij stond verbeten op en keek op de pedel neer, die met het hoofd omlaag zat, alsof hij sliep. Denisow keek op zijn horloge. "Oude man, het is bijna vier uur, we moeten opstappen", riep hij uit. De pedel antwoordde niet en Joeri bukte zich naar hem toe. Er volgde een reeks sensaties. Een snijdende lichtflits, enorm lawaai, klokken die begonnen te luiden, pratende mensen, het geraas van het verkeer.

Stilte, een beperkte ruimte, diffuus licht. Hij zat in een lift. De deur schoof open en een lichtstraal viel naar binnen. Een groep studenten liep haastig voorbij, drukpratend en zonder acht te slaan op de docent, die leek te slaapwandelen. Joeri ontwaakte uit zijn lethargie en slaagde erin de lift uit te komen. Hij liet zich met de studenten meedrijven. Zijn geest begon pas te werken toen hij de geuren van eten opsnoof. Kokhalzend liep hij naar buiten. De campus was bijna uitgestorven. Hij ging op een bank zitten en borg het hoofd tussen de handen. Wat was er gebeurd ? Had hij gedroomd ? Waar waren de anderen ? De vragen knelden hem. Hij schudde het hoofd, hij moest dit alles


SF-MAGAZINE P. 26

gedroomd hebben, een splitseconde lang was een ganse wereld door zijn geheugen gegaan en de indrukken hadden hem overmeesterd. Hij kreeg een heftige schok toen hij op zijn horloge keek. Ze stond op vier uur. Hij tuurde omhoog naar de klok van de universiteit. Twee uur stipt !


SF-MAGAZINE P. 27


SF-MAGAZINE P. 28

Als je reeds zo'n goede vijf SFAN-cons achter de rug hebt, en nummer zes kondigt zich aan, dan stap je zonder nadenken in je auto en je gààt. Dat hebben dit jaar ook weer een vijftigtal Britten gedaan, evenals Nederlanders, Fransen, Duitsers, Joegoslaven en noem maar op. Zelfs enkele Belgen. Vrijdnagmiddag belandden we na veel gezoek op de afgesproken plaats. Enkele mensen sjonwden er druk met schilderijen, bandrecorders, koffers boeken, enz. Iets groots was in voorbereiding. Eén van van de organisatoren, de heer Pontius, verwees ons naar zijn collega Pilatus in "Home Spermalie". Een gebouwencomplex met zeer dubieuze benaming, dat wij konden vinden na de halve stad te hebben doorkruist. In dit labyrint zwierven de verschillende Sfans reeds in troepjes rond. De smulfan wist ons al dadelijk de weg naar de eetzaal te wijzen. En stuk voor stuk kwamen ze allemaal opdagen : de comicsfan, de horrorsfan, de Grote Sfan (de benevens zijn vrouw ook weer zijn hond had meegebracht), de zaniksfan, de lolsfan, de sfan-op-jaren, het hele gamma was present. Sommige meisjes liepen rond met een blos op de wangen : de sexsfan was gearriveerd ! Nadat de noodrantsoenen als avondmaal waren uitgedeeld werden wij verondersteld en masse naar het "Kongresgebouw" te trekken. Daar waren de schilderijtjes opgehangen, de stands opgesteld. We vonden beduidend weinig Nederlandse SF-boeken. De eerste speeches werden afgestoken. De bar werd geopend. SFANCON6/BENELUXCON 3 (ingewikkeld vind je niet ?) was begonnen ! Bij wijze van aanvulling bij het karige avondmaal kregen we nu een zware film te verteren. "THE OTHER" werd ons pas duidelijk in de bar na anderhalf uur discussie. De nacht verliep eerder rustig. 's Zaterdags ontpopte de eregast JAMES WHITE zich als een zeer innemende persoonlijkheid. Spijtig genoeg werd zijn boeiende levensstory alsmaar onderbroken door de vertaler. Bij de uitreiking der SFAN-AWARDS schitterde de grote meerderheid der gelukkige winnaars door afwezigheid. Vermelden we nog een leuke diamontage over Tolkien en fandom in de VS door Glen GoodKnight. Zaterdagavond werden verschillende aktiviteiten ontplooid. Niet alleen de vampieren onder ons ontwaakten eindelijk uit hun lethargie. De ambience werd zelfs zo groot dat de op touw gezette staircase-party eindigde in het zwembad ! Gevolg van al die sportiviteit en andere nachtelijke bedrijvingen was dat de opkomst op zondagmorgen nogal aan de lage kant was !


SF-MAGAZINE P. 29

's Middags werd iedereen samengedreven voor de groepsfoto. Naar verluid staan we er allemaal op (behalve die arme H.C. die ergens zijn roes lag uit te slapen). De namiddag werd gevuld met een diskussie over het fandom in Engeland en enkele Nederlandse korte SF-films die niet erg schenen in te slaan. Het enthousiasme laaide echter weer op bij de verschijning van GODZILLA, die door de zaal op een warm applaus onthaald werd. Tussen de bedrijven door werd SFANCON/BENELUXCON opgevrolijkt door BLUE SOUND, een popgroep waarvan we nog steeds niet weten of hun akt uit satire of doodgewone kitch bestaat. Er is alleszins wel gelachen. Na de belgiese griezelprent LE ROUGE A LEVRES konden we het officiĂŤle SF-gedeelte als beĂŤindigd beschouwen. Uiteraard 's avonds weer een staircase-party. Het zwembad was gesloten wegens herstellingswerken ... Er is desondanks die avond toch nog zwaar gediscussieerd over SF en andere kalfjes. Toen we maandagochtend wakker werden beseften we dat dit weer een droeve dag van afscheid zou worden. Er stonden koffers en zakken in de gangen, sommige kamers waren reeds verlaten. Een groepje fanatiekelingen weigerde de realiteit onder ogen te zien en ging nog een tochtje maken op de Brugse reien. We hebben ons autootje toen maar in gang gezet en zijn toen zelf ook maar weggegaan van dit zesde Sfancongres dat misschien voor sommigen niet zo boeiend is geweest, maar dat toch weer een leuk evenement is geworden zoals er voor de echte SF-fan nog steeds weinig te beleven vallen. Tot volgend jaar jongens ... WILFRIED COOLS


SF-MAGAZINE P. 30

Ter gelegenheid van SFANCON 6/BENELUXCON 3 te Brugge, werd de uitslag bekendgemaakt van SFAN's zesde wedstrijd voor het korte SF-verhaal. Een iets lager aantal inzendingen ditmaal, wat wellicht kan worden toegeschreven aan de minder drukke publiciteit welke in verband met deze wedstrijd werd gevoerd. Anderzijds lag ook de doorsnee-kwaliteit van de inzendingen dit jaar iets aan de lagere kant. Na beraadslaging werden door de jury, die ook dit jaar bestond uit Herman Ceulemans, Simon Joukes en Robert Smets besloten géén eerste prijs toe te kennen. De tweede prijs werd toegekend aan JEF MAES, voor zijn verhaal : "DE WALKABOUTER" . De derde prijs werd toegekend aan FRANK ROGER, alias Frank De Cuyper, voor zijn humoristische "HET SPIJT ME, ZEI DE AGENT". Beide verhalen leest u kortelings in SF-MAGAZINE.

Ook hier, zoals de vorige malen, betrekkelijk geringe belangstelling. Een tweede prijs werd toegekend aan ROBERT PEETERS, terwijl een derde prijs werd toegekend aan Mevr. C. BOUT-GROOS uit Nederland.

SFAN-AWARDS 1975 gingen naar : - EDDY C. BERTIN voor zijn kritisch werk en zijn inspanning tot betere bekendmaking van SF in ons land, zoals deze tot uiting kwam in zijn "SF-GIDS". - J.B. BARONIAN voor zijn inspanningen als hoofd van de SF-afdeling van de literaire directie van de S.A. MARABOUT, meer in het bijzonder bij het heruitgeven van waardevol ouder werk en SF uit om taalkundige redenen minder toegankelijke gebieden.


SF-MAGAZINE P. 31

"1975" bracht ons het overlijden van Edna Mayne Hull, beter bekend als echtgenote en medewerkster van A.E. van Vogt, en van Miriam Allen De Ford, een schrijfster, die naast ontelbare andere zaken, ook SF publiceerde, en op hoge leeftijd nog in Ellison's "Dangerous Visions" werd opgenomen ... Bekendst was wellicht de auteur JAMES BLISH, die in juli overleed ingevolge een lange ziekte, die ook een stempel op zijn produktie drukte. In de VS geboren, in 1921, week Blish voor enkele jaren uit naar Engeland, waar hij bij de insiders bekend stond als een uiterst beminnelijk man met een overweldigende eruditie, die van geschiedenis en literatuur over muziek tot hekserij ging. Ongetwijfeld herinnert men zich zijn "CASE OF CONSCIENCE", zijn "CITIES IN FLIGHT"-tetralogie, zijn "BLACK EASTER", zijn "MIDSUMMER COUNTRY" en zijn recentste "QUINCUNX OF TIME", naast ontelbare korte verhalen, waaronder "A WORK OF ART", maar ook aan de "Star-Trek"-serie verleende hij zijn medewerking.

over Philip K. Dick en Ursula K. LeGuin in de laatst verschenen nummers van het Amerikaanse SF-Studies, dat we niet voldoende kunnen aanbevelen aan wie zich ernstig aan SF als literatuurvorm interesseert. Een abonnement kost slechts 6 $, te storten aan : SF-Studies Department of English Indiana State University Terra Haute Indiana 47809 U.S.A.


SF-MAGAZINE P. 32

verscheen ook nr. 2002 - 2003 van "BETWEEN", een fanzine dat voor zowat een jaar door een groep Luikse amateurs werd opgezet en inmiddels tot het Beste Belgische Blad uitgroeide. Het eerste gedeelte is speciaal aan Vlaamse SF gewijd, terwijl het tweede gedeelte o.m. een interview met J.P. Andrevon bevat en meerdere verhalen; samen 60 blz. (kleine) offset-druk. Inlichtingen bij : Thierry Stekke Rue Louis Fraigneux 1 (bte 5) 4000 LUIK

wensen wij u natuurlijk al het beste voor volgend jaar, ... dat wel bijzonder goed inzet, aangezien dit de eerste maal is dat wij onze nieuwjaarswensen voor Pasen de deur uit krijgen ... Misschien wel vóór 1 januari, maar nu waag ik me toch te ver … Hier grijpt Nemesis in … Niettemin ...


SF-MAGAZINE P. 33


SF-MAGAZINE P. 34

THE GOLDEN VOYAGE OF SINBAD Gordon Hessler, USA 1974, met J.P. Law, C. Munro, Tom Bakery e.a. Even herinneren aan de reeks Japanse monster-films waarmee we voor een tiental jaren werden overspoeld. Godzilla, Mothra, Gorgo, Konga, om nog van de combinatie van Japanse en Amerikaanse diertjes te zwijgen. "King Kong tegen Godzilla" of "Godzilla versus The Thing", en dergelijke meer. Uiteraard speelde de trucage een belangrijke rol in deze prenten en werden vaak merkwaardige zaken gepresteerd. In de States dreef o.m. Ray Harryhausen opmerkelijk boven in films als "The Seventh Voyage of Sinbad", "Jason and de Astronauts", "Gwangi" of de remake van "One Million Years B.C.", dermate zelfs dat hij dezer dagen als dĂŠ belangrijkste Amerikaanse trucage-en-effectenman wordt genoemd. Voorbeelden van zijn talent treffen we ten overvloede aan in de recentste film "Golden Voyage of Sinbad", waar Harryhausen zowel een vliegende homunculus als een orakel, zowel een centaur als een levend boegbeeld ten tonele voert, en bovendien, last but not least, een tot leven gekomen Kali-beeld, die met zes degens terzelfdertijd de hoofdfiguur te lijf gaat. Een kinderlijk enthousiasme, zal de lezer opmerken, maar de film spreekt werkelijk aan door de frisse, vernunftige manier waarop een en ander in beeld werd gebracht. Voor het scenario stond (TV-feuilletonist) Brian Clemens in, terwijl Gordon Hessler, waarvan we ons horror-films herinneren als "The Oblong Box" en "Het spook van de Banshee", de regie voerde. Een verzorgd en ontspannend geheel, waarbij ook de acteurs, John Philip Law, Caroline Munro en Tom Baker fijn werk leverden. Werkelijk een betere film, die doet uitkijken naar verder werk van dit team. EDDY DEMEYERE ROLLERBALL Norman Jewison, USA 1975. We zeiden het reeds bij "ZARDOZ" : enerzijds is het verheugend vast te stellen dat getalenteerde regisseurs als Boorman of Jewison zich aan SF wagen, doch anderzijds valt te betreuren dat zij hierbij bestaand literair werk voorbijgaan, ten gunste van eigen en/of originele scenario's, die vaak juist niet zo erg origineel zijn of toch nergens up-to-date.


SF-MAGAZINE P. 35

Een verwijt dat we bv. Kubrick niet kunnen toesturen, doch waaraan deze "Rollerball" niet ontsnapt. Het idee van deze moordende "sport"-beoefening, ditmaal in 2018, is inderdaad niet gans nieuw te noemen. Ik herinner me bv. "La settima vittima" (van Dino Risi ?), naar een novelle van Sheckley, om het bij de film te houden. En het onderliggende (spectaculaire) "nieuwe-gladiatoren"-thema is gewoon zo oud als de straat. Niet dat "Rollerball" het hierbij zou laten : inderdaad worden de invloed van de media en de multinational's terzake gebracht, maar dat Eddy Merckx en voetbal een vorm van obscurantisme zijn weet stilaan ieder weldenkend mens. Bovendien rijst haast vanzelf "De Vraag" in hoever de bedoelingen van een regisseur bij het uitbeelden van spectaculair (toegegeven !) geweld volledig zuiver zijn, d.w.z. in hoeverre wordt gespeculeerd op de aantrekkingskracht van wat wordt gelaakt... Een vraag die ook reeds naar aanleiding van "A Clockwork Orange" werd opgeworpen, doch besluit hieruit niet dat beide films vergelijkbaar zijn. Tenslotte is het zo dat het idee van deze film, waarvan de positieve aspecten (wereldvrede e.d.) onvoldoende worden toegelicht, dan nog in een sensationeel slot (dat we u natuurlijk niet zullen vertellen ... ) volledig wordt ontkracht. Weinig enthousiasme dus : zeker geen onverbiddelijke aanrader. J.P. LEWY FLESH GORDON H. Ziehm & M Benveniste (USA 1974), met J. Williams, S. Fields, e.a. Kort na "Young Frankenstein" van Mel Brooks, nu ook een parodie van de super-held-strip van de dertiger jaren (i.c. Alex Raymond 's "Flash Gordon") in wiens avonturen de toenmalige bevolking van deze planeet, aldus de inleider, vergetelheid zocht voor haar economische problemen. Retro + porno ditmaal, waarbij je wel even aarzelt waarop nu juist de klemtoon ligt. A bon entendeur ... Inderdaad krijgt de vroeger zo maagdelijke held hier te kampen


SF-MAGAZINE P. 36

met een kosmische straling die het libido van de aardbewoners dermate opdrijft dat zij op de onmogelijkste plaatsen aan het neuken slaan. In het vliegtuig bv. dat Flesh naar de States terugbrengt. Een vrolijke bezigheid, dat wel, maar wanneer ook beide piloten inspringen, wordt het wel te gek. Kortom, Flash zal de oorzaak van deze straling opsporen, op de planeet Porno, en na een reeks pinosaurusssn en pseudo King Kong's te hebben vernietigd, ook het regime van de onvermijdelijke boosaardige doch knettergekke dictator ten val te brengen. Geen bezwaren tot dusver. Doch, afgezien dat het hier geen cinefiele editie betreft, moet ons van het hart dat wij deze parodie persoonlijk toch echt niet zo denderend vonden. De regisseurs schijnen nl. niet te hebben begrepen dat het niet volstaat je origineel slaafs te copiëren en hierbij ontelbare cliché's op elkaar te stapelen, om werkelijk geslaagde gags te brengen. Enkele vondsten als een penis-vormige raket die met een VW-sleuteltje te starten is, volstaan helemaal niet om je 100 minuten lang aan het lachen te houden, hoe druk je ook (in de ergste "Pussycatstijl") te keer gaat. En wanneer de vertolking uiterst mat is, en ook de porno erg muf aandoet, dan sta je helemaal nergens meer. Jawel, dan sta je mijlenver van de parodie van Woody Allen, én van de erotiek van een Borowczyk. J.P. LEWY


SF-MAGAZINE P. 37


SF-MAGAZINE P. 38

RUIMTE-ODYSSE & DINOSAURUSSTRAND

Door Keith Laumer

Oorspr. "Galactic Odyssey" & "Dinosaur Beach", 1967 & 1971. Meulenhoff M=SF nr. 95, 300 blz., 1975, BF 174. Dubbeldeel met twee totaal verschillende romans. De eerste is een space-opera (ook verkort verschenen als "Spaceman" in IF Magazine, 1967), d.w.z. een avonturenstramien à la E.R. Burroughs : in 't begin ontmoeten de hoofdpersonen elkaar slechts vluchtig, raken elkaar kwijt tijdens de rest van het boek om tenslotte in elkaar's armen te vallen, tijdens de laatste bladzijden. Plaats en gegeven zijn hier niet het Afrikaanse oerwoud doch wel een achtervolging op honderden planeten van ons ganse melkwegstelsel. De held is de 19-jarige Billy Danger, een Amerikaan van onze tijd die -werkloos en doodvermoeid- dacht in een verlaten silo een slaapgelegenheid te hebben gevonden; de "silo" was evenwel een onaardse ruimteschip ... De heldin is Lady Raire, een jonge aristokratische schoonheid van één der centrumplaneten. Dan is er nog de simpatieke kat Heureka, die ons aan Heinlein's "Door into Summer" doet denken. Dit kolder-epos zou misschien nog aangename lektuur zijn indien het niet wemelde van super-onmogelijkheden. Zoudt u, als jonge leek, met gevonden onbekend materiaal van een alien-ruimteschip, in één dag tijd een superzender kunnen ineenknutselen dat een noodsignaal uitstuurt met een snelheid vele malen deze van het licht ? Billy kan dat ! Achtervolgd stormt u een onbekend ruimteschip binnen; kunt u dit schip in slechts "enkele seconden" starten ? Nee ? Wel, onze held kan dat natuurlijk, en nog vele dingen meer. Van Supermensen gesproken. Van Laumer zijn we wel beter gewoon. Dit bewijst "Dinosaur Beach", een onmogelijk samen te vatten roman, die handelt over tijdvegers, d.w.z. agenten die er moeten voor zorgen dat de tijdrommel door vorige generaties achtergelaten, opgeruimd wordt. Het gegeven, in een denderend tempo ontwikkeld, beslaat een tijdspanne van miljoenen jaren en zit werkelijk kunstig in elkaar. Voor de lezers met weinig tijd, wordt aangeraden het 35 blz. tellend verhaal "De Tijdvegers" (= "The Time Sweepers", Analog 1969) te lezen in M=SF nr. 85 (1ste verhaal van "Duizend Jaar Schemering") dat een kortere versie is van "Dinosaurusstrand"; buiten enkele andere namen en een korter middenstuk is het thema analoog. Het is wel interessant voor een SF-fan beide versies met elkaar te vergelijken. ANDRE DE RYCKE


SF-MAGAZINE P. 39

DE BLOTE ZON door Isaac Asimov Oorspr. "The Naked Sun", 1957. Meulenhoff M=SF nr. 12, 220 blz., 1975, 164 BF/Fl. 9,90. Als we de prijs van deze tweede editie met deze van de eerste in 1968 vergelijken (53 BF) dan geloven we wel niet dat deze verhoging enkel aan de nieuwe mooie cover van Chris Foss te wijten is ! Het bekende duo uit "De Stalen Holen" (M=SF nr. 2), de aardse detective Elija Baley en zijn robotkollega R. Daneel, moeten hier weer eens de oplossing vinden voor een onmogelijke moord op de planeet Solarië. Op deze planeet leven de bewoners, elk met z'n legertje robotdienaren, afzonderlijk op enorme landerijen. De Solariërs kunnen niet de wilskracht opbrengen om persoonlijk met elkaar in kontakt te treden; kontakt gebeurt enkel langs een TVcircuit. Een robot wordt dan ook van de moord verdacht, doch dit strookt niet met de wetten van de robotika die verbieden dat een mens schade berokkend wordt. Oudere fans hoeven we deze sinds jaren uitverkochte SF-detectieve klassieker niet meer aan te bevelen. Voor de jongere liefhebbers : lezen ! ANDRE DE RYCKE

DE STERREKONING

door Jack Vance

Oorspr. "The Star King", 1964. Meulenhoff M=SF nr. 20, 192 blz., 1975, 148 BF/Fl. 10,50. Dit is een heruitgave van het eerste deel van de Duivelsprinsenserie. Kirth Gersen wiens thuisplaneet door de vijf Duivelsprinsen werd uitgemoord, heeft slechts één doel voor ogen : wraak op dit gruwelijke vijftal. In deze roman komt hij de eerste op het spoor. Spannende avonturen-SF. ANDRE DE RIJCKE DE TIJD VAN NERGENS door Michael Kennedy Joseph "The Hole in the Zero", 1967. Standaard Uitgeverij, Gemini Literaire Pbc, 1975, 212 blz., 245 BF. Het begin van deze roman is wel aantrekkelijk te noemen : op de grenzen van het ons bekende heelal werden stations gebouwd om de daarbuiten liggende "niet-ruimte" te onderzoeken, waar de tijd niet bestaat en waar onze natuurwetten niet meer gelden. Op be-


SF-MAGAZINE P. 40

vel van de rijke arrivist Kraag en vergezeld van diens mooie dochter Helena en aanstaande schoonzoon Merganser, een echte booswicht, begeven ze zich onder leiding van de goede geleerde Pardine in een bijzondere machine naar dit onbekende "Niets". U merkt het al : de personages zijn slechts cliché's van goed en kwaad, zonder diepere karaktertekening. Onze verwachtingen na de eerste spannende bladzijden worden echter teniet gedaan door een onoverzichtelijk en langdradig middengedeelte waarin de reizigers - na sabotage van de machine door Merganser - in het onbegrijpelijke Niets van de ene droomwereld in de andere terechtkomen. Er komen zelfs een prinses in een kasteel, een toverzwaard, een onzichtbaar makende schaal, een schimmige reus en monster aan te pas. Deze onsamenhangende parallelle werelden geven ons de indruk dat de auteur zelf niet goed wist hoe het boek te eindigen. In de laatste bladzijden wordt Christus er zelfs bijgehaald, die enkele hoogstaande zinnen uitspreekt om de roman wat meer allegorische diepte te geven. Paradine wordt dan ook een soort halfgod om tenslotte als Adamfiguur met Helena opnieuw de aarde te bevolken. Wenst u toch nog deze (SF-)roman te lezen, dan kunt u dit ook met de goedkopere Franse vertaling "Le trou dans le zéro", verschenen in 1969 bij Denoël, Collection Présence du Futur nr. 116 (± 90 BF). ANDRE DE RIJCKE


SF-MAGAZINE P. 41

UNIVERS 01 (Juni 1975) UNIVERS 02 (Sept 1975) Jacques Sadoul en Yves Frémion in "J'ai lu" (598-614 : 42 BF) De SF-reeks van Jacques Sadoul in de verzameling "J'ai lu" kunnen we moeilijk sterk genoeg aanbevelen : een voortreffelijke keuze klassieken, herdrukken uit de oudste pulps, erg toegankelijke prijzen én de mooiste covers op de markt. En nu dit nieuwe initiatief, nl. een trimestrieel SF-blad in pocketvorm, aan de spotprijs van ca. 40 BF. Naast een hele reeks oudere, en nieuwere verhalen, waarbij ook recent Frans werk, brengen de reeds verschenen nummers tevens een studie over "schilderkunst en SF" en over de "Artima"-comics (in 01), een interview met Christopher Priest en een overzicht van de "Fleuve Noir"-reeks (in 02), samen met het signalement van alle Franstalige SF-publikaties én een beoordelingsrooster van de belangrijkste verschijningen. Voor elk wat wils dus, vooral wanneer we hieraan toevoegen dat het verhalende gedeelte werk omvat, zowel van van Vogt en Pohl als van Ballard, Farmer, Spinrad, Malzberg, Ellison of Priest, Andrevon en Douay, ... Vermelden we echter vooral Ellison's "Deathbird" in 01 en Bishop's "Street of the Serpents" in 02. Aanbevolen !!! ROBERT SMETS DEDALE 1 Samengesteld door Henry-Luc Planchat. Marabout nr. 521 Een gelukkig initiatief van deze uitgeverij, die niet enkel verdergaat minder bekend werk te verspreiden (vaak uit voor ons hermetische taalgebieden), maar die nu ook het concept van de "allnew pocket" ten lande introduceert. Bovendien werd voor eenmaal afgeweken van de doorgaans niet te kwalifiëren covers, die helaas de Marabout-uitgaven bezoedelen, en bevat deze bundel heel wat goede tot zeer goede illo's. Samensteller H.L. Planchat (van "L'Aube Enclavée") brengt hier een dertiental teksten bij elkaar van "nieuwere" Franse auteurs als D. Walther, D. Douay, J.P. Hubert, C. Léourier, P. Suragne, Y. Frémion, Katia Alexandre en Michel Jeury, die bovendien erg vrij werden gelaten wat resulteert in een bundel vaak erg controversiële "New-Wave"-verhalen.


SF-MAGAZINE P. 42

Tegenstanders van deze richting zijn hierbij dan ook gewaarschuwd dat de "SF" soms ver te zoeken is, dat stilistisch en typografisch experiment welig tiert en dat het gemiddelde orale coïtus één per verhaal benadert ... Voor de freaks dus, die hoewel progressistisch ingesteld toch kwalitatief onderscheid durven maken, want naast briljant werk treft men hier ook daverende miskleunen aan, waarin auteurs op zijn breedsprakerigst tewerkgaan en ongenietbaar egotrippen "to show off". Samen echter een goed beeld van de "nieuwere" generatie, van de relatieve waarde van de auteurs van deze generatie en een interessante bundel, met als uitschieters, m.i. "Portes de Gloire" van Dominique Douay, het verrukkelijke "Boubou" van J.B. Baronian en Alexandre/Jeury's "Les Maîtres des Jardins". ROBERT SMETS SF D'EXPRESSION NEERLANDAISE Cahiers anthologiques de la traduction "Ides ... et Autres" nr. 4. Samensteller Bernard Goorden. Er heerst een ontstellend gebrek aan communicatie tussen Europese taalgebieden en SF maakt hierop geen uitzondering. Daarom kan men slechts bewondering hebben voor het vertaalwerk dat te Brussel door Bernard Goorden en zijn team wordt verricht : Spaanse en Oost-Europese SF, kortelings Italiaanse SF en hier ook Nederlandstalige. Nu richt zich een bundel Nederlandstalige SF in principe niet tot de Nederlandstalige lezer, die veel van het hier samengebrachte werk reeds elders las, maar niettemin is het een interessante ervaring even te kijken hoe "wij" tegenover de buitenwereld overkomen. Bernard Goorden verzamelde hier doorgaans goed werk (hoewel Eddy Bertin en Julien Raasveld bv. betere zaken schreven dan zij voor deze bundel afstonden), rondde persoonlijk de verschillende vertalingen af en bracht bovendien behoorlijke illustraties bij mekaar. De presentatie is degelijk, hoewel lay-out en reproductie, zoals ook bij vorige bundels, iets gebrekkig blijven. Werd "Ides ... 4" dan de staalkaart waarmede de Nederlandstalige SF trots naar buiten kan treden ? Helaas dienen wij hier gereserveerd op te antwoorden. En dit dient minder aan de samensteller toegeschreven dan wel, zoals wij hoger zeiden, aan het gebrek aan communicatie dat zich ook hier weer deed voelen : afwezigheid (of onbekendheid) van beter materiaal, vertaalproblemen en misverstanden (die bv. buiten het weten van bespreker diens naam aan een vierderangsverhaal deden verbinden


SF-MAGAZINE P. 43

...), maken dat hier o.i. zeker geen optimaal resultaat werd bereikt. Wat hoegenaamd niets afdoet aan de verdienste van Bernard en diens team, noch aan de hoeveelheid (vaak ondankbaar) werk dat hier werd verricht. ROBERT SMETS

MEMOIRES TROUVES DANS UNE BAIGIOIRE door Stanislaw Lem Calmann-Lévy, Collection Dimensions, Paris, pbc, 1975, 255blz., 30FF. Voor diegenen die de Poolse taal machtig zijn, luidt de oorspronkelijke titel "Pamietnik Znaleziony W Wannie" (1961). Alhoewel dit boek op een hoogstaand, intellektueel peil staat, beviel het mij relatief minder dan zijn andere werken zoals Solaris, Eden, ... Deze "Mémoires" bestaan vooreerst uit een inleiding, geschreven door iemand die ongeveer 1800 jaar in onze toekomst leeft. Hierin wordt uitgelegd hoe alles is begonnen : de grote ziekte van het papier, de papyrolycs afkomstig van één van de Uranussattelieten, reduceerde in een minimum van tijd alle papiermateriaal tot een hoopje stof, zodat men van het "Neogeen-tijdperk" (periode die dus niet meer zo ver van ons afligt) nog minder afweet dan van de Egyptenaren, die gelukkig veel op steen hebben geschreven. De ganse maatschappij, die immers volledig afhing van het papier onder de meest verscheidene vormen als "bao-blioteken, identiteits-papyrs, dok-huments, ...", ging gans tenonder en met haar de parycratie. De enige nog goed bewaarde getuigenis uit die tijd zijn de "Mémoires", die ontdekt werden in de ruïnes van de badzaal van het laatste Pentagon van de staat Ammer-ka. Deze kronieken vormen het tweede deel van het boek en bestaan uit het dagboek van een geheim agent die in de dool hof van gangen in dit reusachtige gebouw tevergeefs op zoek gaat naar de juiste betekenis van zijn geheime opdracht; hij wordt steeds van Pontius naar Pilatus gestuurd ... dit Pentagon zou een hemel zijn voor super-bureaucraten ! In deze zin doet de roman sterk denken aan "Het Proces"van Kafka. Ook hier beleeft men een nachtmerrie-wereld waar corruptie, leugens en folteringen tot wetenschap werden verheven. ANDRE DE RIJCKE LE MONDE INVERTI

door Christopher Priest

Oorspr. "The Inverted World", 1974. Calmann-Lévy, Paris, 1975, Colleotion Dimensions, 313 blz., 33 FF. Na "Indoctrinaire" en "Fuge for a Darkening Island", die zich derde rangschikte voor de John W. Campbell Memorial Award voor de beste SF-roman in 1972, is dit de derde roman van deze 32-jarige Engelse


SF-MAGAZINE P. 44

auteur die SF onderwijst aan de universiteit van London, vice-president is van de SF-Foundation (een organisatie die gesticht is door de North West London Poly-technic School) en medewerker aan het hoogstaand literaire tijdschrift "Foundation". Zelden komt er een boek uit dat totaal nieuwe ideeën brengt, wel, dit is zo'n uitzondering. De auteur kreeg het eerste vage idee van deze roman in 1965; acht jaar heeft hij besteed om dit gegeven tot een uitstekend en minutieus geheel af te ronden. Waarover handelt het? Ergens op een eigenaardige planeet beweegt zich de "Stad Aarde" naar een zich steeds verplaatsend en onbereikbaar punt, het "Optimun". Indien de bewoners van de stad deze laatste niet steeds zouden verplaatsen en zich aldus te ver van het Optimun zouden verwijderen, dan zou het landschap onbegrijpelijke transformaties ondergaan : bergen zouden hoger worden of zich volledig afplatten, ravijnen zouden zich sluiten, mensen zouden langer of korter worden, zelfs de tijd zou zich vervormen, ... Tijd en afstand worden door en met elkaar gemeten. Zo wordt de hoofdpersoon, Helward Mann, als hij volwassen geworden is op de leeftijd van 1000 km , toegelaten tot de selecte gilde der Topografen van de Toekomst en hij wordt alzo één van de weinigen die de eigenaardige gedragingen van deze omgekeerde wereld buiten de stad mag waarnemen. Priest heeft hier het lumineuse idee gehad een hyperbolische wereld te beschrijven die aan de ekwatie Y = 1/X voldoet. Dit aan de lezer op een aanvaardbare manier voor te stellen was zeker geen gemakkelijke opgave. De personages zijn nochtans echt menselijk; langzaam komen ze tot het besef van de ware natuur van de onbegrijpelijke wereld waarin ze leven. Hierbij valt op te merken dat dergelijke uitwerking reeds toegepast werd in SF-romans als "Dark Universe" (Galouye), "Non Stop" (Aldiss), ... De verstandige lezer zou zelf al uit het eerste deel van het boek kunnen afleiden dat het hier over een hyperbolische wereld handelt; de uitleg evenwel over het waarom en het hoe hiervan wordt door de auteur pas in de laatste bladzijden op een logische manier onthuld. Van weinig SF-werken mag men zeggen dat ze een "Must" zijn, dit is er een van. Ter staving van deze bewering mag men nog vermelden dat deze roman de BSFA-Award won en een Hugo-nominatie. Bij Uitgeverij Born komt deze roman binnenkort in Nederlandse vertaling uit. ANDRE DE RIJCKE 2024

door Jean Dutourd

Editions Gallimard, Paris, Aug. 1975, 221 blz., 29 FF. Jean Dutourd, die zowat een 25-tal diverse literaire werken op zijn aktief heeft, gaf zijn jongste roman de vorm van een anticipatie, of juister, van een dystopie.


SF-MAGAZINE P. 45

Literair op een hoog niveau, verschilt dit werk aanzienlijk van wat doorgaans inzake anticipatie wordt geboden, al is het basisidee analoog aan dit van D.F. Jones' "Implosion" (Born's "Afmars der vrouwen"), nl. een toekomstige wereld waarin niet langer kinderen worden geboren. De vergelijking houdt daarbij echter ook op, want waar Jones' werk een aktieroman is met een verrassend slot, houdt Dutourd's "2024" eerder een weemoedige beschrijving in van een planeet die enkel nog door oudere mensen wordt bewoond, en waarin tekort bestaat aan al wat jong is en dynamisch. Schuld hieraan hebben de contraceptiva, doch vooral pessimistische toekomstbeelden van overbevolking en overproductie, die de wereld feillozer hebben ontvolkt dan de gevaren die ons worden voorgespiegeld. Hoofdpersoon-verhaler is een zeventigjarige die doorheen Parijs wandelt en de aftakeling vergelijkt met het hem nog uit zijn jeugd bekende Parijs der jaren '70-80, toen verkeer en constructie voor leven zorgden en voor heerlijke drukte. "2024" is, zoals vele dystopiën een statische roman, met weinig aktie, waarvan het gebeuren zich beperkt tot een vluchtige ontmoeting met een zeldzame jonge vader en diens vijfjarige zoontje in een vervallen stad, waar vijftig miljoen duiven naarstig ingestorte huizen en verlaten appartementsgebouwen met een witte laag hebben overdekt, geen auto's meer rijden en de jongste dames in de bordelen de menopauze reeds lang achter zich hebben. Waar men (en dan nog mits geluk) een week dient te wachten op een telefoonverbinding en in een ontwapend leger aardappelen door luitenants worden geschild. Tijdens zijn wandeling geeft de hoofdpersoon een nostalgiek relaas over wat is en was, en worden terloops talloze kleine menselijke tekortkomingen fijntjes aan de kaak gesteld. Een filosofische en poëtische anticipatie, met moraliserende trekjes. ANDRE DE RIJCKE

L'INCURABLE

door David G. Compton

Oorspr. "The Continuous Katherine Mortenhoe", 1974. Calmann-Lévy, Coll. Dimensions, Paris, 1975, pbc, 248 blz., 32 FF. In deze reeks Dimensions (onder leiding van Robert Louit) zijn reeds verscheidene SF-pareltjes verschenen; ook deze roman behoort tot het "betere" genre. Nochtans beweegt het thema zich in het randgebied van wat wij SF noemen.


SF-MAGAZINE P. 46

In een ongedefinieerde, nabije toekomst, waar de medische wetenschap alle ziekten heeft overwonnen, sterft men nog slechts van hoge ouderdom. Als dan ook bekend wordt dat Katherine aan een ongeneesbare hersenkwaal lijdt, en dat ze nog slechts enkele weken heeft te leven, is de interesse van de TV-keten die de uitzending "Menselijke Drama's" verzorgt, ten zeerste opgewekt. Kathie achtervolgd door de media tot in haar intiemste privé-leven voor een publiek tuk op opwindende emoties, beslist te vluchten. Ze is echter onwetend van het feit dat haar toevallige begeleider, Roderick, een "kameraman" is, d.w.z. een journalist achter wiens ogen kameras werden ingeplant. Hij werd een soort cyborg voor geld; anderzijds moet hij drugs nemen omdat hij niet meer mag slapen. Roddy heeft het echt niet gemakkelijk : hij wordt betaald om Kathie's doodstrijd te filmen, tevens is hij een gevoelig mens. Afwisselend wordt de ene helft van de roman door Roddy verteld, de andere helft is in de derde persoon. De karakters zijn fijn en menselijk getekend, ook de bijpersonen. Een interessant detail, waarop nochtans de ganse sociale struktuur van de roman stoelt, is ook het systeem van tijdelijke huwelijken voor een termijn van vijf jaar, eventueel hernieuwbaar. Dit baak is een ware aanklacht tegen het voyeurisme en inmenging in het privéleven. D.G. Compton is reeds bekend door een 9-tal SF-romans (o.a. The Electric Crocodile, Synthajoy, Chronocules, ...), waarvan dit zeker één van zijn beste is. Zijn kennis van de TV-wereld heeft hem waarschijnlijk geïnspireerd tot dit diep menselijk verhaal. Aanbevolen. ANDRE DE RIJCKE LUNE FOURBE door Algirdas Jonas Budrys Oorspr. "Rogue Moon", 1960. Presses de la Cité, Coll. Futurama, pbc, 1975, 189 blz. In deze nieuwe serie "Futurama", onder leiding van Jean-Pierre Bouyoux en Jean-Patrick Manchette, verschenen reeds "Les guerriers de Day" (= " The Warriors of Day", 1951) van James Blish en "Qui" (= "WHO ?") van Algis Budrys. De uitgever wil hier enkel mainstream SF van goede kwaliteit brengen en is daarin tot nu toe zeker geslaagd. "Rogue Moon" is dus de tweede roman van deze in 1931 in Litauen geboren Amerikaanse auteur in deze collectie. In 1963 verscheen er reeds een kortere versie onder de titel "Menace dans le ciel" (Fiction nrs. 112 + 113) en in 1970 een Duitse vertaling als "Projekt Luna" (Heyne, 3041). Indien "Canticle for Leibowitz" van Walter Miller Jr. niet de HugoAward gewonnen had in 1960, dan had "Rogue Moon" zeker deze Award behaald. Dat deze verdiend zou zijn geweest, bewijzen de verschillende diepgaande studies aan dit boek gewijd door erkende critici


SF-MAGAZINE P. 47

als William Ateling Jr. (= James Blish) in "More Issues at Hand" (pp 61-66, Advent, 1970), David Ketterer in het tijdschrift "Foundation" nr. 5 pp 50-56 en in de ongepubliceerde doktoraatsthesis van David Samuelson "Studies in the Contemporary American and British SF Novel" (Univ. of Southern California, 1965, pp 280-328). Het gegeven van deze roman is relatief eenvoudig. Dr. Hawks heeft een materiezender ontworpen waarmede gedupliceerde personen naar een station op de maan kunnen worden gestraald, het oorspronkelijke individu wordt hierbij echter gedood; er kunnen ook meerdere duplicata worden gemaakt, bv. één op aarde en één op de maan : deze laatsten leven er dan als een soort zombies. Een parallel thema vormt de buitenaardse (natuurlijke of kunstmatige, dit wordt niet gepreciseerd) formatie, een volgens onze normen totaal irrationeel wezen of voorwerp, die zich op de maan bevindt en die na min of meer korte tijd elk levend wezen doodt dat in haar wil doordringen. Het wordt een streefidee van Dr. Hawks deze formatie, deze moordende muizenval, te doorgronden. Veel personages zijn er niet, doch hun karakters worden uitstekend en in de diepte getekend. Schijnbaar is het een luchtige roman, alhoewel alles rond de dood draait in zijn verschillende aspecten. De terloops aangehaalde details zijn zo verstrekkend en laten zoveel open vraagtekens en mogelijkheden achter dat de lezer gekonfronteerd wordt met een netwerk van veelzijdige en filosofische gevolgen waarvoor hijzelf vrijblijft een uitkomst te vinden. Een Must voor elke echte SF-liefhebber. ANDRE DE RIJCKE INTERFACE

door Marc Adlard

Oorspr. "Interface", 1971. Calmann-Lévy, Coll. Dimensions, Paris, 1975, pbc, 230 blz., 25 FF. Het hoofdthema dat de auteur hier in zijn eerste boek heeft gekozen vloeit voort uit één der grootste onzekerheden van onze tijd, namelijk hoe kunnen we overleven, hoe kunnen we leven met de technico-industriële kompleksen die ons bestaan beheersen. In de SF werd reeds dikwijls over toekomststeden geschreven, doch Adlard doet dit wel op een bijzondere, bijtende manier. Zijn superstad Tcité van de XXIIe eeuw zou aan zijn bewoners vrijheid, sociaal geluk en vrije tijd moeten verschaffen; deze perfekte wereld is echter onleefbaar. De inwoners bezitten de gave niet meer zelf nog iets te scheppen. De ware macht ligt in de handen van de beheerders van de Stahlex-Corporation, een immens bedrijf dat gans het noordoosten van Engeland heeft overwoekerd. Daar wordt het "Stahlex" geproduceerd, een wondermateriaal dat zowel het staal als de plastische stoffen heeft vervangen. Zo ontstond er een "Interface", een scheiding tussen kunst en technologie; de dood van de kunst wordt hier "Dénaissance" genoemd.


SF-MAGAZINE P. 48

Het op zichzelf staand vervolg op dit boek "Volteface", is gewijd aan het Stahlex-mirakelmateriaal. Een visionair boek, geschreven door iemand die zelf kaderlid is in een Engels staalbedrijf. ANDRE DE RIJCKE LE TEMPS DESARTICULE

door Philip K. Dick

Oorspr. "Time Out of Joint", 1959. Calmann-Lévy, Coll. Dimensions, 1975, pbc, 260 blz., 29 FF. Dit is een roman uit de vroegere periode van Dick, dus vooraleer hij zijn toevlucht nam tot drugs om zijn fantasie aan te wakkeren. In de eerste helft van het boek verloopt alles schijnbaar héél normaal; een doorsnee Amerikaanse familie leeft haar absurd leventje : Vic is gerant in een super-market, zijn vrouw Margo en zoon Sammy doen niets buitensporigs, en dan de hoofdpersoon Ragle broer van Margo - die schijnbaar op de familie parasiteert en aan de kost komt door regelmatig te winnen in de wedstrijd "Waar zal het Groene Mannetje zich Morgen bevinden" uitgeschreven door de plaatselijke krant. Dit wedstrijdelement is typisch voor Dick's romans evenals zijn overtuiging dat de werkelijkheid niet steeds deze is welke we waarnemen. Dit laatste element komt hier dan ook weer centraal te staan : Ragle merkt op dat voorwerpen van plaats schijnen te zijn veranderd of te verdwijnen, dat telefoonnummers soms niet bestaan, ... hij vindt zichzelf alzo terug in het centrum van een schouwtoneel waar hij tracht uit te breken. Het centraal probleem is de relatie tussen woord en voorwerp. Een woord is slechts een teken, doch we leven ermee; een voorwerp bestaat niet, het is slechts een illusie in onze geest, het woord is reëler dan het voorwerp dat het wil aanduiden; het woord stelt de realiteit niet enkel voor, doch is de realiteit. Zoals men kan merken een filosofisch getinte roman, die zich echter vlot laat lezen. ANDRE DE RIJCKE


SF-MAGAZINE P. 49

Signaleren we alle belangstellenden een merkwaardige rondreizende tentoonstelling gravures en illustraties van Franse grafici van (het einde van) de negentiende eeuw, die te Brussel, in het Stadhuis, in première ging in het kader van de Europalia-Frankrijk (28.09 - 15.10.1975). Samensteller Pierre Versins bracht hier een hoeveelheid materiaal bij elkaar van mensen als Robida, Grandville, Bertall en Grevin, ondermeer in de vorm van illustraties bij klassiekers als deze van Jules Verne, Souvestre, e.a. en voorzag bovendien het geheel van vaak pikante bind-teksten. Versins zou bovendien Versins niet zijn, wanneer hij van deze gelegenheid geen gebruik had gemaakt om tevens nagenoeg een volledig beeld te schetsen van de Franse "anticipation", met titelbladen van werken als Rabelais, Cyrano de Bergerac, Mercier en zo meer, en oorspronkelijke edities van tientallen andere werken, zowat 320 stuks. Een katalogus met vele illustraties wordt aan 100 BF te koop aangeboden. Mistte u de Europalia, dan kan u nog terecht te Doornik, in de Lakenhalle, van 06 tot 23.11.1975, te Luik in "Les Chiroux", van 30.01 tot 21.02.1976 en in het Kasteel van Beloeil in mei 1976. ROBERT SMETS


SF-MAGAZINE P. 50

DIRK HANSSENS Gentse Steenweg 1 9411 ERONDEGEM Aan een eenheidsprijs van 40 BF per stuk (verzendingskosten inclusief) de volgende SF-boeken : J. VERMEULEN M. LIMAT P.J. FARMER H. SCHMITZ P. ANDERSON J. WYNDHAM I. ASIMOV R. SILVERBERG J. BLISH H. ELLISON I. ASIMOV D. ELY A. MACHEN R. MATHESON D. ELY E. LEONARD J. RUSS LESTER DEL REY E. VALORBE E. LEONARD

: : : : : : : : : : : : : : : : : : : :

Onheil op Venus Ik, de vampier De nacht van het licht De heksen van Karres Operatie Chaos De Getekenden Broedt daar een mens ? Eva en de 23 Adams Het testaxent van Andros De helden van de Highway Het fopaas Gruweltrip geheel verzorgd De grote god Pan Stalen jongens, felle knapen Countdown Het koninkrijk der kikkeren is nabij Piknik or Paradijs Alarm in de atoomcentrale Wilt u in Eps wonen ? In spin, opnieuw gaat de bocht in


SF-MAGAZINE 49  

Clubmagazine SFAN

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you