Issuu on Google+


Het huidige nummer bereikt u ongetwijfeld vrij laat en het laat zich aanzien dat dit ook met het maartnummer het geval zal zijn. De hoofdoorzaken hiervan zijn het in gebreke blijven van schrijver dezes die op korte tijd aan een aantal dringende verplichtingen diende te voldoen in het raam van onze vereniging, waardoor het redactionele werk jammer genoeg op de achtergrond raakte, en de huwelijksplannen van H. Ceulemans,(hij weze hier al van harte gefeliciteerd !) die - en wie zou hem dat kwalijk kunnen nemen ? - de laatste weken dringender en ook belangrijker werk te verzetten had dan de technische realisatie van dit nummer. Overigens komt alles wel weer netjes op zijn pootjes ... Dit nummer staat in het teken van JACK VANCE, een schrijver die momenteel door vele essefamateurs als het ware wordt verslonden. Naast een complete bibliografie, zoals steeds te danken aan de noeste arbeid van A. De Rijcke, treft u een overzichtsartikel aan over deze fantasierijke auteur, een verhaal van Thijs van Ebbenhorst Tengbergen in de trant van Jack Vance, enkele illustraties van zijn werk en een bespreking van zijn hoofdcyclus, namelijk TSCHAI. Uiteraard komen ook de bekende rubrieken in het blad, dat in maart en in april gewijd zal zijn aan een ruim kritisch overzicht van de Russische essef die hier te lande maar al te weinig bekend is. De voorbereiding van SFANCON 5, dat zoals u weet het laatste weekend van augustus 1974 te Gent plaatsvindt, vordert flink. Als Italiaanse gast werd uiteindelijk niet Prof. Missaglia weerhouden die wegens familiale verplichtingen moest afzeggen, maar de in zijn land zeer gevierde auteur en criticus Sandro Sandrelli. Uit Duitsland komt de schilder Helmut Wenske, die prachtige covers en posters gemaakt heeft voor Insel Verlag : een ruime keuze van zijn werk zal worden tentoongesteld. We hebben nog andere aangename verrassingen voor u in petto die we ter gelegener tijd zullen onthullen. Wij verzoeken u echter met aandrang nu reeds uw bijdrage van 120,- F per persoon op onze rekening te willen storten want de voorbereiding van deze lustrumcon vraagt heel wat geld ! Mag ik op u allen rekenen ! Ook kunt u nu reeds kamers bespreken : SFANCON 5 vindt namelijk, in tegenstelling tot wat eerder werd aangekondigd, plaats in het Home Fabiola, Stalpoortstraat 4 te Gent, van de Rijksuniversiteit van Gent. De studentenkamers staan er tot onze beschikking voor de overnachtingen. Kosten: 200,- F per persoon, ontbijt inbegrepen. De warme middagmaaltijd, in de mensa, kost slechts 50,- F. Een buitenkans dus, temeer waar wij over enkele grote zalen zullen beschikken. Schrijf vandaag nog in !

SF-MAGAZINE P. 01


SF-MAGAZINE P. 02


Bronvermelding : Ed. OPTA, CLA nr. 33, blz. XXIII + XXIV; Fiction nr. 200, blz. 141 en nr. 201, blz. 140. Index to the SF-Magazines; eigen documentatie. Hierbij dank aan E.C. Bertin, wiens steekkaarten een onschatbare hulp waren. Gebruikte afkortingen : NL = Nederlands; FR = Frans; AMA = Amazing SF Stories, Fact and SF; AS = Astounding SF; MFSF = The Magazine of Fantasy and SF; SS = Startling Stories; TWS = Trilling Wonder Stories. Titel in hoofdletters : bundel of roman.

SF-MAGAZINE P. 03


1945 - "The World Thinker" (1e verhaal) : TWS, zomer 1945, blz. 36; ook in Fantastic Story Magazine, winter 1945, blz. 74. - "Biographical Sketch" : TWS, zomer 1945, blz. 97. 1946 - "Planet of the Black Dust" (verhaal) : SS, zomer 1946, blz. 70. - "Phalid's Fate" (verhaal) : TWS, december 1946, blz. 74. 1947 - "I'll Build Your Dream Castle" (verhaal) : AS, sept. 1947, blz. 72. 1948 - "Hard Luck Diggings" (verhaal uit de Magnus Ridolph cyclus) : SS, juli 1948, blz. 102. - "Sanatoris Short-Cut" (verhaal uit de Magnus Ridolph cyclus) : SS, september 1948, blz. 113. - "The Unspeakable Mc Inch" (verhaal uit de Magnus Ridolph cyclus) : SS, november 1948, blz. 139. Later in bundel : "The Many Worlds of Magnus Ridolph" (1966). 1949 - "The Sub-Standard Sardines" (verhaal uit de Magnus Ridolph cyclus) : SS, januari 1949, blz. 98. - "The Howling Bounders" (verhaal uit de Magnus Ridolph cyclus : SS, maart 1949, blz. 115. Later in de de bundel "The Many Worlds of Magnus Ridolph" (1966). - "The King of Thieves" (verhaal uit de Magnus Ridolph cyclus) : SS, november 1949, blz. 98. Later in de bundel "The Many Worlds of Magnus Ridolph" (1966). 1950 - "Guyal of Sfere" (verhaal uit "The Dying Earth). Later ook in de bundel "Eight Fantasms and Magics" (1969). - "THE DYING EARTH" (1e roman onder bundelvorm) : Lancer, 74-807. Deze bundel bevat : "Turjan of Miir", "Mazirian the Magician", "T'Sais", "Liane the Wayfarer", "Ulan Dhor" en "Guyal of Sfere". Vervolg op deze bundel zijn de avonturen van Cugel (zie 19651966). - "The Potters of Firsk" (verhaal) : AS, mei 1950, blz. 88. - "The Spa of the Stars" (verhaal uit de Magnus Ridolph cyclus) : SS, juli 1950. Later in de bundel "The Many Worlds of Magnus Ridolph" (1966). - "New Bodies for Old" (novelette) TWS, augustus 1950, b1z. 46. - "Cosmic Hotfood" (verhaal uit de Magnus Ridolph cyclus) : SS, september 1950, blz. 82. - "Ultimate Quest" (verhaal) : Super Science Fiction Stories, september, 1950, blz. 40. Geschreven onder het pseudoniem JOHN HOLBROOK. SF-MAGAZINE P. 04


- "THE FIVE GOLD BANDS" (roman) : eerst in SS, november 1950. In ACE Double 16640 (+ "The Dragon Masters") 1962, herdruk in 1972. Later ook onder de titel "THE SPACE PIRATE" (pocket). - "The Loom of Darkness" (verhaal) : Worlds Beyond, december 1950 blz. 117. 1951 - "Brain of the Galaxy (novelette) : Worlds Beyond, febrnari 1951 blz. 1. Later ook in de bundel : "The Worlds Between" (1963). - "Overlords of Maxus" (korte roman) : TWS, febr. 1951, blz. 9. - "Men of the Ten Books" (verhaal) : SS, maart 1951, blz. 122. - "Golden Girl" (verhaal) : Marvel Science Fiction Stories, mei 1951, blz. 74. - "Dover Spargill's Ghastly Floater" (verhaal) : Marvel Science Stories, mei 1951, blz. 107. - "SON OF THE TREE" (roman) : eerst in TWS, juni 1951, blz. 9. Later ACE Double (1964) met "The Houses of Iszm" (1954). - "Temple of Han" (verhaal) : Planet Stories, juli 1951, blz. 56. - "The Masquerade on Dicantropus" (verhaal) : SS, sept., blz. 88. - "The Phagian Siphon" (novelette) : TWS, october 1951, blz. 34. - "Winner Lose All" (verhaal) : Galaxy, december 1951, blz. 92. FR : "Une Conquête Abandonnée" : Galaxie, oude uitgave nr. 23, october 1955. 1952 - "Telek" (korte roman) : AS, januari 1952, blz. 46. Later in de bundel "Eight Fantasms and Magics" (1969). NL : "Telek" : in de bundel "Telek", M=SFnr. 58, 1972. - "Abercrombie Station" (korte roman) : TWS, februari 1952, blz. 10. Later ook in de bundel "Monsters in Orbit" (1963). - "Sabotage on Sulfur Planet" (novelette) : SS, juni 1952, blz. 92. - "Noise" (verhaal) : SS, augustus 1952, blz. 101. In 1966 ook in Great SF Stories nr. 3, blz. 63. Later ook in de bundel "Eight Fantasms and Magics" (1969). NL : "Lawaai" : in bundel "Telek", M=SF nr. 58, 1972. - "Cholwell's Chickens" (novelette) : TWS, augustus 1952, blz. 84. Later ook in bundel "Monsters in Orbit" (1963). - "BIG PLANET" (roman) : SS, september 1952, blz. 10. In 1957 in ACE Double D-295 (samen met "Slavers of the Klan" 1957 = "The Planet of the Damned" 1952); herdrukt bij ACE in 1964 als enkele roman. - "The Kokod Warriors" (novelette) : TWS, october 1952, blz. 60. OOk in bundel "The Many Worlds of Magnus Ridolph" (1966). - "PLANET OF THE DAMNED" (roman) : Space Stories, december 1952, blz. 10. In 1957 bij ACE Double onder de titel "Slaver of the Klan".

SF-MAGAZINE P. 05


1953 - "Three-Legged Joe" (verhaal) : SS, januari 1953, blz. 87. - "DP/" (verhaal) : Avon SF and Fantasy Reader", april 1953, blz. 3. - "Ecological Onslaught" (novelette) : Future Science Fiction, mei 1953, blz. 10. - "Four Hundred Blackbirds" (verhaal) : Future Science Fiction, juli 1953, blz. 66. - "Sjambak" (novelette) : If, Worlds of SF, juli 1953, blz. 4. - "Shape-Up" (novelette) : Cosmos SF and Fantasy Magazine, november 1953, blz. 109. 1954 - "When the Five Moons Rise" (novelette) : Cosmos SF and Fantasy Magazine, maart 1954, blz. 93. In 1969 in bundel "Eight - "THE HOUSES OF ISZM" (roman) : SS, lente 1954. Better Publications, NY, 1954. Ook bij ACE Double, 1964 (samen met "Son Of the Tree", 1951) en ACE herdruk in 1972. FR : "Les Maisons de Iszm" : Albin Michel, Collection de G. H. Hallet & J. Bergier, nr. 14, 1973. - "The Enchanted Princess" (verhaal) : Orbit SF, december 1954, blz. 108. 1955 - "Meet Miss Universe" (verhaal) : Fantastic Universe SF, maart 1955, blz. 4. - "The Gift of Gab" (verhaal) : AS, september 1955, blz. 8. In 1964 in bundel "Future Tense". NL : "De Gave van het Woord" : in bundel"Telek", M=SF nr. 58, 1972. 1956 - "The Phantom Milkman" (verhaal) : Other Worlds Science Stories, februari 1956, blz. 64. - "Where Hesperus Falls" (verhaal) : Fantastic Universe SF, october 1956, blz. 70. - "TO LIVE FOREVER" (roman) : Ballantine, 1956. NL : "Het Eeuwige Leven" : M=SF nr. 44, 1971. 1957 - "The Men Return" (verhaal) : Infinity Science Fiction, juli 1957, blz. 56. Ook in bundels "The Worlds Between" (1963) en "Eight Fantasms and Magics" (1969). NL : "De Mensen Keren Terug" : "Telek", M=SF nr. 58, 1972. - "Practical Man's Guide" (verhaal) : Space SF Magazine, augustus 1957, blz. 102. - "The House Lords" (verhaal) : Saturn SF and Fantasy, october

SF-MAGAZINE P. 06


SF-MAGAZINE P. 07


1957, blz. 86. - "THE LANGUAGES OF PAO" (roman) : Satelite SF, december 1957, blz. 4. In volume bij Gnome Press, 1958. FR : "Les Langages de Pao" : Denoël, Présence du Futur, nr. 83, 1965 - "SLAVERS OF THE KLAN" (roman) : ACE Double D-295, 1957 (samen met "Big Planet", 1952). Reeds in 1952 verschenen onder de titel "Planet of the Damned". 1958 - "Worlds of Origin" (novelette) : Super-Science Fiction, februari 1958, blz.2. - "The Miracle Workers" (korte roman) : AS, juli 1958, blz. 8. In 1969 in bundel "Eight Fantasms and Magics". NL : "De Wonderbaarlijke Verrichtingen van Sam Salazar" i in de bundel "Telek", M=SF nr. 58, 1972. FR: "Les Faiseurs de Miracles" : Fiction nr. 200+201, 8-9, 1970. - "PARAPSYCHE" (roman) : AMA, augustus 1958, blz. 69. - "Ullward's Retreat" (novelette) : Galaxy (USA) : december 1958, blz. 66 + Galaxy (BRE) nr. 71. In 1964 ook in de bundel "Future Tense". FR : "La Retraite d'Ullward" : Galaxie, oude editie nr. 65, april 1965. 1959 - "Dodkin's Job" (novelette) : AS, october 1959, blz. 51. ook in de bundel "Future Tense".

In 1964

1961 - "The Moon Moth" (novella) : Galaxy (USA), augustus 1961, blz. 159. In 1963 ook in de bundel "The World Between". FR : "Le Papillon de Lune" : Galaxie nr. 22, februari 1966. - "I-C-A-BEM" (novellete) : AMA, october 1961, blz. 6. Ook in Great SF Magazine, lente 1968, blz. 4. 1962 - "Gateway to Strangeness" (verhaal) : AMA, augustus 1962, blz. 6. Ook in Great SF Magazine nr. 8, blz. 20, 1967. In 1964 in bundel "Future Tense" onder nieuwe titel "Sail 25". - "THE DRAGON MASTERS" (roman) : bekwam de Hugo 1963. Galaxy, aug. 1962, blz. 8. In ACE Double (+ "The Five Gold Bands" ,1950) nr. 16640, 1962; herdruk in 1972. Dobson, 8/1965. Panther, 1/1967. NL : "Steek er de Draak maar mee" : Marabout Pockets, M6, 1968. FR : "Les Maîtres des Dragons" : Galaxie, nr. 14,6/1965. 1963

SF-MAGAZINE P. 08


- "Green Magic" (verhaal) : MFSF, juni 1963, blz. 71. FR : "Magie Verte" : Fiction nr. 124, maart 1964. - "THE STAR KING" (serial) : Deel 1 van "De Duivelsprinsen" (= de Kirth Gersen cyclus). Galaxy, december 1963 tot februari 1964. Berkley Medaillon Book, 1964. Dobson, 6/1966. Panther, 6/1968. NL : "De Sterrekoning" : M=SF, nr. 20, 1969. FR : "Le Prince des Etoiles" : Galaxie nr. 10-11, februari, maart 1965. - "MONSTERS IN ORBIT" : ACE Double M125 (+ "The World Between", 1963.). Bestaat uit "Abercrombie Station (1952) + "Cholwell's Chickens" (1952). - "THE WORLD BETWEEN" : ACE Double M125 (+ "Monsters in Orbit", 1963). Bundel van 5 verhalen : "The World Between" (origineel) + "The Moon Moth" (1961) + "Brain of the Galaxy"(1951) + "The Devil on Salvation Bluff" (origineel) + "The Men Return" (1957). 1964 - "The Kragen" (korte roman) : Fantastic Stories of Imagination, juli 1964, blz. 6. Ook in Most Trilling SF Ever Told, lente 1969, blz. 68. - "THE KILLING MACHINE" (roman) : Deel 2 van "De Duivelsprinsen". Berkley Medaillon Book, 1964. Dobson, 4/1967. NL : "De Moordmachine" : M=SF nr. 32, 1970. FR : "La Machine à Tuer" : Galaxie-bis nr. 12, november 1969. - "FUTURE TENSE" (bundel) : Ballantine, 1964. Bevat : "Dodkin's Job" (1959) + "Ullward's Retreat" (1958) + "Sail 25" (= "Gateway to Strangeness", 1962) + "The Gift of Gab" (1955). 1965 - "Alfred's Ark" (verhaal) : New Worlds, mei 1965, blz. 89. - "Planet of the Black Dust" (verhaal) : Treasury of Great SF Stories, nr. 2, blz. 54, 1965. - "The Overworld" (novelette) : Deel 1 van de Cugel cyclus. MFSF, december 1965, blz. 103. In 1966 in bundel "The Eyes of the Overworld" . FR : "Le Monde Supérieur" : Fiction nr. 149, april 1966. - "SPACE OPERA" (roman) : Pyramid, 1965. 1966 - "The Mountains of Magnatz" (novelette) : Deel 2 van de Cugel cyclus. MFSF, februari 1966, blz. 102. Ook in bundel "The Eyes of the Overworld" (1966). FR : "Les Montagnes de Magnatz" : Fiction nr. 150, mei 1966. - "The Secret" (verhaal) : Impulse, maart 1966, blz. 118. - "The Last Castle" (novelette) : Galaxy, april 1966, blz. 8. ACE, 1967 (in "ACE SF Reader" van D.A. Wollheim), herdruk 1971. Deze novelette won een Nebula in 1966 en een Hugo in 1967. SF-MAGAZINE P. 09


-

-

-

-

-

FR : "Le Dernier Château" : Galaxie nr. 31, november 1966. "The Sorcerer Pharesm" (novelette) : Deel 3 van de Cugel cyclus. MFSF, april 1966, blz. 79. Ook in bundel "The Eyes of the Overworld" (1966). FR : "Pharesme le Sorcier" : Fiction nr. 152, juli 1966. "THE BLUE WORLD" (roman) : Ballantine, mei 1966. NL : "De Blauwe Wereld" : Born Pockets, SF nr. 22, 1970. FR : "Un Monde d'Azur" : Robert Laffont, Coll. Ailleurs et Demain, 1970. "The Pilgrims" (novelette) : Deel 4 van de Cugel Cyclus. MFSF, juni 1966, blz. 96. Ook in bundel "The Eyes of the Overworld". FR : "Les Pèlerins" : Fiction nr. 154, september 1966. "The Manse of Iucounu" (novelette) : deel 5 van de Cugel cyclus. MFSF, juli 1966, blz. 102. Ook in de bundel "The Eyes of the Overworld (1966). "THE PALACE OF LOVE" (serial) : Deel 3 van "De Duivelsprinsen". Galaxy, october, blz. 8, tot december, blz. 134, 1966. en februari 1967, blz. 137. Berckley Medaillon Book, 1967, Dobson, 9/1968. NL : "De Duivelsprins" : M=SF nr. 60, 1973. FR : "Le Palais de l'Amour" : Galaxie nr. 43+44-45, november 1967 tot januari 1968. "THE MANY WORLDS OF MAGNUS RIDOLPH" (bundel) : ACE Double M141, 1966 (samen met "The Brains of Earth", 1966). Bevat : "The Kokod Warriors" (1952) + "The Unspeakable McInch" (1948) + "The Howling Bounders (1949) + "The King of Thieves" (1949) + "The Spa of Stars" (1950) + "Coup de Grâce". "THE BRAINS OF EARTH" (roman) : ACE Double M141, 1966 (samen met "The Many Worlds of Magnus Ridolph", 1966). "Cyll" (verhaal) : In de bundels "The Eyes of the Overworld" (1966) en "Eight Fantasms and Magics" (1969). "THE EYES OF THE OVERWORLD" (bundel) : ACE M149, 1966. Bevat : "The Overworld (1965) + "The Mountains of Magnatz" (1965) + "The Sorcerer Pharesm" (1966) + "The Pilgrims" (1966) + "The Cave in the Forest" (1966) + "The Manse of Iucounu" (1966).

1967 - "The Narrow Land" (novelette) : Fantastic Stories, juli 1967, blz. 4. - "The Man from Zodiac" (korte roman) : AMA, augustus 1967, blz. 6. 1968 - "Sulwen's Planet" (verhaal) : in "The Fearthest Reaches" (1968). FR : "La Planète de Sulwen" : in "Histoires Stellaires", Fiction Spécial, nr. 15, 1969. - "THE CITY OF THE CHASCH" (roman) : Deel 1 van "Tschai, The Planet of Adventures". Ace Books, 1968. NL : "Een Stad Vol Chasch" : M=SF nr. 16, 1968. SF-MAGAZINE P. 10


SF-MAGAZINE P. 11


FR : "Tschai I, Chasch" : Ed. OPTA, CLA, nr. 33, september 1971. 1969 - "EMPHYRIO" (serial) : Fantastic, juni + augustus 1969. Doubleday, 1969. NL : "Emphyrio" : M=SF nr. 64, 1973. - "SERVANTS OF THE WANKH" (roman) : Deel 2 van "Tschai, The Planet of Adventures". ACE Books 1969. NL : "Onder de Wankh" : M=SF nr. 25, 1969. FR : "Tschai I, Wankh" : Ed. OPTA, CLA nr. 33, 1971. - "THE DIRDIR" (roman) : Deel 3 van "Tschai, Planet of Adventures". ACE-Books, 1969. NL : "De Dirdir" : M=SF nr. 41, 1970. FR : "Tschai 2, Dirdir" : Ed. OPTA, CLA nr. 34; october 1971. - "The New Prime" (verhaal) : in bundel "Eight Fantasms and Magics" (1969). NL : "De Nieuwe Eeersteling" : in bundel "Telek", M=SF nr. 58, 1972. - "EIGHT FANTASMS AND MAGICS" (bundel) : Mac Millan, NY, 1969. Bevat: "Guyal of Sfere" (1950) + " The Men Return" (1957) + "The Miracle Workers" (1958) + "The New Prime" (1969) + "Noise" (1952) + "Telek" (1952) + "When the Five Moons Rise" (1954). 1970 - "THE PNUME" (roman) : Deel 4 van "Tschai, The Planet of Adventures". ACE Books, 1970. NL : "De Pnume" : M=SF nr. 48, 1971. FR : "Tschai 2, Pnume" : Ed. OPTA, CLA nr. 34, october 1971. 1971 - "THE taal boek FR :

FACELESS MAN" (roman) : Deel 1 van de Durdane cyclus (to3 delen). MFSF, februari en maart 1971 (verkort). Als : "ANOME" (= "Durdane 1"), Dell Books, 1973. "L'Homme sans Visage" : Fiction nrs. 231 (3/1973), 232 (4/1973), 233 (5/1973).

1972 - "THE BRAVE FREE MEN" (roman = "Durdane 2") : MFSF, juli + aug. 1972. Zal bij Dell Books verschijnen. (misschien onder andere titel). 1973 - "THE ASUTRA" (roman = "Durdane 3") : MFSF, mei + juni 1973. Zal verschijnen bij Dell Books. Misschien onder andere titel. - "TRULLION, ALASTER : 2262" (roman) : AMA, maart-juni 1973. Ballantine, 6/73. ANDRE DE RIJCKE SF-MAGAZINE P. 12


In het duisterblauw van de hemel van de stervende aarde schitterde een bloedrode weerkaatsing van de zon. Hezirane maakte een onwillekeurig gebaar van schrik, kneep zijn ogen half dicht. Daar. Opnieuw. Een schittering die tevoren niet tussen de halfgeziene sterrentrossen hing. Hij keek nog eenmaal nauwkeuriger, ditmaal na het uitspreken van de geest-verwringende syllabes van Nemill's heldere Staar. Zijn gezichtsveld verwijdde zich : zijn ogen werden giganten-ogen, mijlen uit elkaar. Herkenning bloeide op en een al

SF-MAGAZINE P. 13


te beredeneerde angst. De Witte Ruiters ! De uitgerekte, fanatieke bewoners van Selene, de lang vergeten tweelingzuster van de aarde. Achthonderd schepen : ruwweg bolvormige massa's, overwoekerd door ingewikkelde torens, demonenbeelden, tuinen van vacuumpoliepen. Als onwaarschijnlijke geëxpandeerde radidariën gleden ze de oude aarde tegemoet. Hezirane rende de heuvels van groene slangensteen af, barstte door de halfbezielde struiken en velden van dorstig vampiergras, zo nu en dan bijna afwezig zijn niet onaanzienlijke magische krachten aanwendend. Een Deodand sprong uit een wirwar van stronken omhoog, zijn zwarte gladde lichaam glinsterend met hongerzweet. Aan zijn leren tuig bengelen drie rinkelende Uitralionschedels. Opzij ! Opzij ! riep Herizane, "of maak kennis met de Voortreffelijke Prismatische Sproeiing". De Deodand antwoordde niet : zijn ogen werden lichtend met een nieuwe glans, hij hurkte laag tegen de grond, zijn klauwen gleden tevoorschijn. Schor krijste Hezirane de dodende woorden en uit het niets flitste een regen van vurige lichtpunten. De Deodand slaakte een klaaglijke kreet van spijt, en zakte in elkaar tot een smeulende massa doorboord protoplasma. Thrasbundals antigravitator rukte een bomenrij uit zijn pad, een stofwolk dwong hem langzamer te lopen terwijl vuistgrote stenen neerregenden. Toen lag witommuurd Kaiin aan zijn voeten : een slaperige, half tot ruines vervallen, stad, wiens bewoners , wachtend op het doven van de zon, het leven spelen. Phandaal's amplificator maakte zijn stem tot rollende donder = " A Hei, A Hei, mensen en monsters van Kaiin - TE WAPEN ! Luister, edelen en magiërs, de horden van de vergeten maan zijn teruggekeerd ! Te wapen, te wapen tegen de Witte Ruiters, de universele plunderaars. Kijk in de lucht. De tijd is kort !" Sissend zinken de scharlakenrode bollen de Derna in. Golven rollen aan, overspoelen de halfverrotte werven van Kaiin. De heerser van Kaiin, Kandive de Gouden, kijkt van zijn zwevende terras neer op de aanvallers. Zover het oog reikt dringen nieuwe riviersteden de Derna buiten haar oevers. Een beweging wordt zichtbaar, op het dichtsbijzijnde vacuumfort - het oppervlak verandert in een krioelende massa, niet ongelijk aan een mierenhoop. Plotseling is de lucht gevuld met Pelgrane's - weinig intelligente, bloeddorstige wezens uit de ijle hoogten. Vuurballons springen omhoog - waar een Pelgrane geraakt wordt dwarrelt as omlaag. Vage kreten van pijn worden hoorbaar. De zwerm Pelgrane's verdicht zich; uit de grotten van Serpentijn voegen zich Sanctotrofen, vage verwanten van de Pelgrane's, met lange slurfen vol SF-MAGAZINE P. 14


SF-MAGAZINE P. 15


schraaptanden, zich bij de zwerm. Twee, drie minuten gaan voorbij. Een ijl, hoog gezoem wordt hoorbaar. Een voor een stijgen de schepen op uit de Derna. De zwerm blijft hen omcirkelen. Een violette wildwervelende nimbus begint zich uit te breiden van de zwevende steden. De hemel is opnieuw leeg. Een paar Sanctotrofen vallen brandend neer in het kreupelhout. Zoeklichten schijnen uit de onderzijden van de steden : de oevers van de Derna en de omringende bossen veranderen in een vlammenzee. Het licht verandert van kleur. De heuvels smelten, withete lava stroomt de Derna in. Wolkenstoom onttrekken de steden aan de blik van de dodelijk beangstigde toeschouwers. Voor het eerst sinds negen eonen komen de magiërs van Almery vrijwillig bijeen. Turjan, de maker van de perfekte mensachtigen, Lionnered de Triosoof, Teng, de Bergmagiër, Hilm, Bonad, de Tussenganger - talloze anderen - hoewel de belangrijksten ontbreken : Ildefonse, die al sinds legendarische tijden de preceptor der magiërs is, Marreion, die tussen de sterren verdween, Iucounu, de lachende magiër. Hezirane neemt het woord. Zijn normaal blozend gezicht is bleek en zijn handen trillen. Om zijn nek bengelen een bijna beschamend aantal talismannen : Erbstenen, Gilfig-symbolen, de teennagels van een griffioen, een Nemeridische hoektand, stof van de voeten van de Onnavolgbare Isomelan. "Heersers en Magiërs. Ik neem het woord omdat ik als enige van de aanwezigen de tijdpaden tot aan het maanvolk heb afgewandeld. Ik liep in de steden van Liropa, toen de oceanen kookten tijdens de Selenitische Twisten; op hun bleke landouwen raasden de witte ruiters over de betonnen plaatsen en het bloed vloeide in kolkende rievieren door de troggen. Hun leider, Asjan de Tamelaner, trok aan de stranden van de Marimbrium, een paleis op van schedels en de bovenste kruinen boorden zich in de wolken. Toen de Archont van Saturnus zich in de strijd mengde keerde het tij. De maan werd weggeduwd van de aarde en zeilde de interplanetaire ruimte in. Beroofd van hun planetair achterland werden de witte ruiters verdreven, maar zij verdwenen met een bijna intact leger. Intussen zijn een halfmiljard jaren voorbijgegaan." Bonad de tussenganger maakt een geërgerd gebaar : "Bah ! Het is niet de eerste keer dat interplanetaire vagebonden hier een vleespot dachten te vinden. Denk aan de Archveults, denk aan de Dirdir, die zelfs de naam Aarde niet meer durven uitspreken ! Het is tijd voor direkte, allesomvattende aktie ! Open de demonenlanden, zend gezanten naar Pandelume van Embelyon. Hij zal ons zeker helpen." Een gekrakeel stijgt op uit de menigte. Bonad wordt onverstaanSF-MAGAZINE P. 16


baar. Hij heft zijn handen in wanhoop op en neemt zijn toevlucht tot de Predosmotische Fluistering. In de plotselinge stilte bevroren als een zonnestraal vol dansende stof, klinkt het dreigende zoemen van de riviersteden. De veelkleurige bal van totale seclusie omringt Kaiin. De wapens van de witte ruiters projecteren trillende vuurringen, lineaire laserstralen - diverse graden van hersenverwarring. Alles kaatst terug op een schild van tegenmagie. In de vaten rijpen Turjans perfekte strijders, wezens met bovenmenselijke krachten, omsloten door diamantharde schubben, die de kleur hebben van de vijandige laserstralen. Turjan zelf zwerft als een spook door de gewelven, somber en vervult van duistere voorgevoelens. Nu eens staart hij in het duister van de overvolle alkoven, dan weer bewegen zijn handen in de patronen van protektie. Nooit eerder werd Kaiin zo bedreigd. Nooit! Bonad is een andere mening toegedaan. "Kaiin bestaat acht miljoen jaar. Ondenkbaar dat zij zou vallen voor een bende ruimtezwervers. Ik geef toe dat onze machten iets afgenomen zijn sinds de glorietijden van Phandaal. Wij zijn nog sterk genoeg ! Zelfs de demonenkoningen wagen zich niet graag in de buurt van Ascolais ! Ikzelf werk aan een bezwering die hun stralen in lamplicht zal veranderen en hun steden in scherven laat vallen. Nog een paar dagen. Bij de zonnewende zullen we de poorten van de vijf Hellegronden opengooiien. "Stil !" roept Lionnered de Triosoof. Ik hoor een gerucht in het vijfde vlak. Iets komt van de andere werelden de katakomben binnen. Turjan springt naar voren, rukt het grote compendium uit de lange rij perkamenten. Zijn stijve lippen spreken met moeite de ruimtebuigende zinnen uit. Het licht verandert. De muren wijken terug, verder, verder tot ze achter de rose horizon wegschuiven. Een kille wind begint te waaien. De wind van verandering. Turjan kijkt om zich heen. Aan zijn zijde staan twee monsters, ĂŠĂŠn vaag insectachtig met groene, smeltende uitwassen. De ander is een kruising van beer en kwal, met wrede ogen van een wolf. Hij kijkt naar zijn handen. Ze beginnen te smelten, worden geklauwde tentakels, dan poliepen, die afvallen en als spastische spinnen weghollen over de vlakte. De wind waait hen tegemoet. Op de grens van hun gezicht rukt de vloed op : een goud geaderde massa die onverstaanbaar aanrolt. De witte ruiters ! Een van de monsters blijft staan en mompelt zijn bezwering. Kilometers grote stalen netten, knetterend van galvanische activiteit, vallen uit de hemel. De vloeistof kookt, springt omhoog door de mazen en verandert in een zwerm giftige vlinders.

SF-MAGAZINE P. 17


Nu is het de beurt van Turjan. Na het uitspreken van de Sacrale Vleerroep, scheurt de structuur van de hemel op verschillende plaatsen. Ontelbare kleine zwarte lichaampjes tuimelen naar beneden, slaan hun vleugels uit. Met een strijdkreet van supersonische blijdschap storten de vleermuizen zich op de nachtvlinders. De vlakte leegt zich. De laatste vleermuizen vliegen terug naar hun continu端m. "Gaan we terug ? Blijven we hier waken ?" Bonad, de tussenganger, nu een staaf van druipend licht maakt een flamboyante cirekeling : "Wij moeten hier blijven. Dit is het enige pad naar Almery". De zesde dag van de belegering nadert een van de witte ruiters Kaiin. Hij is gehuld in het paarse gewaad van een onderhandelaar, zijn rechterhand omklemt de Staf van de Deliberatie. Hij blijft wachten op een lage heuvel. Even pulseert de bol van de totale seclusie. Hezirane loopt hem tegemoet. Hij kijkt links en rechts. Omhoog en omlaag en in de acht andere richtingen. Geen trilling duidt op verraad. De lange gestalte beweegt zich; een snelle gespannen verplaatsing vol nerveuze energie. Het bleke gezicht is getekend met de spierlijnen van emotie. "Ik breng U een boodschap van voltooing" Een breed armgebaar in de richting van Kaiin". "Blijkbaar is er een misverstand. U verzet zich. U omringt U met afstotende krachten. Dit is niet goed. U belemmert ons. Wij moeten de kosmos vervolmaken. Wij zijn het volmaakte ras. De anderen zijn probeersels, aanvaardbaar zolang het volmaakte afwezig was. Nu zijn jullie een vlek op het univerum. Daarom, laat ons binnen of vernietig Uzelf". Hij doet nog een stap naar voren, de staf kraakt in zijn ijzeren greep. "Vertel dit uw heerser. Nu ! Ga ! "Ik heb de woorden gehoord, Srianstrijder. Voor ons zijn ze betekenisloos. Er is geen volmaaktheid : het licht rukt op, de nacht wijkt, de zon valt omlaag in de zee, duisternis krijgt vleugels. Dat is alles. Hoogstens evenwicht. Daarom zullen we de poorten van Kaiin niet opengooien. Daarom zullen we vechten zolang als het voor ons de verveling verdrijft". "De kosmos is oud. Kijk naar de zon, die sputtert als een dovende kaars : jullie soort perfectie is al zo vaak bereikt, al zo vaak weer verdwenen. Ga terug naar de ondiepe oceanen van de maan. Hier zullen jullie alleen dood en bloed vinden. Ze staren elkaar aan, mens en seleniet. Tussen de citadels van SF-MAGAZINE P. 18


SF-MAGAZINE P. 19


hun chromosomen loopt geen brug. Met een ruk wendt de witte ruiter zich af en daalt het pad af. Hezirane kijkt hem na, een reeks van emoties glijdt vluchtig over zijn gelaat; verwarring, angst - de gefixeerde configuratie van een man die besluit moet nemen. De Seleniet wordt kleiner, een sprinkhaanachtig miniatuurtje dat verder krimpt en opgeslokt wordt door grijze asvelden. Wolken bedekken de sterren. Een laatste rode vonk draalt tussen de bergen. Opnieuw pulseert de bol van totale seclusie. Vier schimmen sluipen de nacht in, steels, schichtig om zich heen kijkend. Hun stemmen zijn gedempt. Hezirane probeert een laatste tegenwerping. "Het is nutteloos en gevaarlijk. In wezen is een patstelling bereikt : wij zijn onbereikbaar voor hen. De betovering van de Onvermoeibare Voeding houdt ons in leven : wij hoeven nooit gebrek te lijden. Laten we geduldig afwachten : een jaar, misschien een eeuw - wat doet het er toe ? Ieder van ons leeft al eonen, waarom dit plotselinge ongeduld ? Denk aan de witte ruiters : een rusteloos en impulsief volk - het wachten zal hen spoedig te veel worden. Andere steden en planeten wachten op plundering." Uit de duisternis komt een koor van tegenwerpingen, "Denk aan de onwaardigheid ! Wij zijn de hoofdmagiërs van Almeryhet is onduldbaar dat een bende wilde honden ons omringt. Wij vieren zijn zeker in staat een Treftallonag te beheersen !" "Begin !" roept Teng de Bergmagiër, zijn angst voor de witte ruiters vergetend. "Laat de steenelementair ontwaken. Formuleer de ruimteverwringende woorden ! Ontsteek de kernkristallen !" Hij trekt de cirkel : een hoepel van razend, reukloos vuur. Dan roepen de magiërs een voor een de grondmachten aan. Het vuur breidt zich uit en heft zich naar de lage wolken, die met de weerschijn opglanzen. Van de riviersteden komen kreten van opwinding en verwarring. In de wilde weg flitsen ontladingen over het landschap. Het flakkerende licht heeft zich intussen al ver uitgebreid : het is niet mogelijk de bron te vinden. Een trilling voert door het landschap. Het geraas van duizend lawines; als een onvoorstelbaar valluik klapt een hele sectie van het landschap omhoog. Een wezen, groot als een berg staat gehurkt onder de lage hemel. Een grove gestalte, antropomorf, maar ruw en onafgemaakt alsof het louter toevallig in die vorm geërodeerd is. De Treftallonag kijkt om zich heen, richt zich dan in al zijn lengte op. Zijn stem, als het oorverdovende schuiven van continenten, dreunt SF-MAGAZINE P. 20


door de nacht. "Wie riep mij voor mijn tijd ? De zon werpt nog warmte en licht : de verstening is nog ver ! Zij die mij riepen zullen hun daden betreuren !" Met een kreet van haat en melancholie waadt de elementair de Derna in en grijpt twee riviersteden in zijn immense klauwen. Dan haalt hij uit : als broze eierschalen versplinteren de steden tegen de grond. Een aanzwellend zoemen klinkt op uit de andere steden - te laat echter - zijn voeten duwen de woest vechtende steden diep in de rivierbodem, terwijl zijn handen de rest met golven aarde en klei begraven. Bevroren van afschuw kijken de magiĂŤrs toe hoe hij het laatste vacuumfort vertrapt en even halt houdt. Dan keert de Treftallonag zich om en waadt terug naar Kaiin, de witte stad. O ===oooOoOooo=== O

SF-MAGAZINE P. 21


Niet veel Amerikaanse essefauteurs kunnen bogen op een tiental Nederlandse vertalingen van hun bundels en romans. En onmiddellijk rijst al de vraag of de huidige Jack Vance-rage in de Nederlandstalige essefkringen het gevolg is van dit grote aantal beschikbare werken, dan wel of de uitgeverijen (in dit verband vooral Meulenhoff) tegemoet zijn gekomen aan de vraag. Persoonlijk denk ik aan een wisselwerking tussen beide, al blijkt deze auteur niet alleen bij ons, maar mischien nog meer in Frankrijk, ItaliĂŤ en natuurlijk ook in de V.S. zelf, bijzonder geliefd te zijn. Het nu volgende artikel is een subjectieve poging om een verklaring te vinden voor de populariteit van een schrijver die op literair gebied ongetwijfeld tot de mindere goden moet worden gerekend. Waarom die subjectieve poging ? Laat ik maar eerlijk zijn : sommige werken van Jack Vance - de minderheid - vind ik uitstekend, andere hebben mij een boeiende ontspanning bezorgd, maar de meeste hebben mij verveeld ... Wel stel ik vast dat zijn recentste boeken mij meer bekoren dan zijn ouder oeuvre, omdat de inhoudelijke kwaliteit er stukken op vooruitgegaan is. Maar kom, laten we niet vooruitlopen. De Reiziger De Kennis van de biografie van een auteur is uiteraard van geen enkel belang om zijn werk te verklaren, maar het is wel leuk om iets meer te weten over de man die je talrijke uren in het Land der Dromen meesleept. Daarom enkele schaarse gegevens, want Jack Vance laat bijzonder weinig over zichzelf los. Hij werd in 1916 te San Francisco geboren en bracht zijn jeugd door op een boerderij. Zoals zovele hedendaagse Amerikaanse schrijvers, heeft hij een beetje van alles gedaan in zijn leven vooraleer de lokroep van de typemachine te volgen. Hij studeerde losjes en achtereenvolgens mijnbouwkunde, natuurkunde, Engels en journalistiek en belandde tenslotte in de koopvaardij. De zee is ongetwijfeld zijn grote liefde want hij bouwde zelf verschillende zeilboten en trekt nu nog, samen met zijn vrouw, regelmatig er op uit voor maandenlange tochten in de Grote Oceaan. Zijn eerste verhaal verscheen in 1945 en sedert 1950 leeft hij uitsluitend van zijn pen. Van hem weten we ook dat hij graag potten bakt en dixieland speelt op een kornet. Zo, dat is het dan ! Duidelijk is wel dat talrijke thema's, gebeurtenissen en technologische snufjes die we in zijn werk aantreffen, in verband staan met zijn hobby : de oneindige weidse horizonten vinden we terug in BIG PLANET, het manoevreren met zeilen in de fantastische "zeilbaan" op dezelfde wereld, de water- en eilandbeschaving, compleet met zeemonsters in DE BLAUWE WERELD, exotische tropenwerelden, de fascinatie die uitgaat van Verre Landen met SF-MAGAZINE P. 22


Vreemde volkeren, enz. Ik geloof dat dit aspect van Jack Vance de meeste lezers zeer aantrekt : door de eeuwen heen heeft de mensheid behagen geschept in vreemde vertellingen die beantwoorden aan de "Sense of Wonder" die in ons allen schuilt en in onze technologische, logische en kille wereld, is er meer dan ooit behoefte aan een, zij het kunstmatige evasie uit de werkelijkheid. En dat brengt Jack Vance op een werkelijk sublieme wijze : met hem lopen wij op de blanke stranden van het land van Nergens of bevrijden de "scone maeght, bruyn ooghen claer" in het Land van Nooit, of vechten aan de zijde van Wrede Boekaniers tegen Kludde, de Waterduivel. M.a.w. : Vance is het prototype van de schrijver die ons "evasie" in de werkelijke zin van het woord aanbiedt. Als zodanig behoort hij tot de grote groep auteurs waarvan E.R. Burroughs de beste vertegenwoordiger is en die als motto voert: "Bezorg de lezer aantrekkelijke ontspanning". De verteller Een tweede fascinerend aspect van Jack Vance is zijn vertelkunst. Ik aarzel niet deze gave zijn hoofdeigenschap te noemen, want hoe men ook tegenover Vance staat, slechts weinigen laten zich niet door zijn verhaaltrant meeslepen. Hij heeft hiertoe een eigen techniek ontwikkeld die vrij gemakkelijk te ontrafelen is maar die, hoe dan ook, doeltreffend werkt. Als algemeen raam voor zijn romans koos hij de verre toekomst van de Aarde. Deze "geschiedenis" kan als volgt worden onderverdeeld in een eerste stadium heeft de Aarde de sterrenstelsels verkend en gekoloniseerd. Door de enorme afstanden en de daaruitvloeiende communicatiemoeilijkheden, ontstaat een Confederatie der Werelden. De middelpuntvliedende krachten werken op deze Confederatie in, de verbindingen worden moeilijker en de Aarde raakt vergeten, verborgen in een uithoek van de Melkweg. De verscbillende bewoonde planeten groeien bijgevolg steeds verder uit elkaar en ontwikkelen parallelle beschavingen. Tezelfdertijd verdwijnt de zin voor vooruitgang, de magie begint de wetenschap te vervangen; kortom er treedt een periode van zogeheten "decadentie" in. Tot hier toe heeft Vance nog geen voorstellen geformuleerd over de verdere evolutie van deze sterrenmaatschappij (wat onder meer Asimov wel deed in zijn "Foundationtrilogie) en blijkbaar is dit voor hem van geen belang : dit kader volstaat ruimschoots om zijn romans te situeren, en verschaft hem de gelegenheid om in elk boek een barok dekor op te bouwen waarin de personages kunnen bewegen. Het is van belang hierop wat dieper in te gaan. In de meeste boeken van Vance komt de Aarde slechts zeer weinig aan bod : meestal wordt zelfs getwijfeld aan het bestaan van deze "mythische" geboorteplaats der mensheid. Achter deze twijfel ligt echter een soort hunkering naar de Aarde, naar een terugkeer tot het Paradijs der voorouders en in sommige boeken wordt er zelfs een heuse pelgrimstocht naar het Verloren Land van Belofte ondernomen. Het vreemde is wel dat wanneer de Aarde in zijn werken voorkomt (Emphyrio, De Duivelsprins) deze SF-MAGAZINE P. 23


planeet even "decadent" als de andere blijkt te zijn en dus geen oplossing voor de bestaande chaos kan betekenen : Vance heeft goed ingezien dat de werkelijke evasie pas begint wanneer alle schepen verbrand zijn. De teruggetrokken positie van de Aarde geeft Vance bovendien de gelegenheid om de legenden, mythen en sagen van zijn beschavingen meer kracht te geven en vrij te putten uit het klassieke arsenaal van de verteller : het oriëntalisme (is het u ook al opgevallen hoe "oosters" talrijke sterrenbeschavingen van Vance aandoen ?), een gemakkelijk, maar blijkbaar nog steeds doeltreffend vervreemdingsprocédé, getuige de duizenden Oosterse sprookjes en vertellingen die in de loop der tijden in onze literatuur opgang hebben gemaakt. Vance schrikt er zelfs niet voor terug bekende helden uit die Oosterse literatuur (Ali Baba, Sindbad, enz.) in een amper gewijzigde vorm aan zijn lezers voor te stellen. Naast het oriëntalisme is er een even dankbaar motief : de feodaliteit uit de historische roman. De meeste beschavingen in het werk van Vance, zijn gebaseerd op de Heren en Slaven verhouding, wat natuurlijk bevrijdingsoorlogen en dergelijke in de hand werkt. De Meesters zijn zonder uitzondering Harde, Wrede en Despotische Heersers, zodat de overtalrijke slachtpartijen in de boeken van Vance aanvaardbaar worden gemaakt. Een derde kunstgreep is het doelmatig aanwenden van de techniek van het Sprookje. Een sprookje is "tijdeloos" en zo ook spelen de meeste boeken van Vance zich af in een verre toekomst waar bepaalde trekken van het verleden weer werkelijk zijn geworden en waar de Illusie de hoofdrol speelt in de vorm van talrijke vreemdsoortige Monsters, magische verschijnselen, Tovenaars enz. Ook de godsdienst is er tot een vreemd ratjetoe van magie en bijgeloof verworden en de godsdienstbeoefenaars vertonen er alle kenmerken van de Draaiende Derwisjen, Fakirs, Boeddhistische Bonzen en andere oosterse secten. Wij besluiten hieruit dan Jack Vance noch voor zijn algemeen kader waarin zijn romans zich afspelen, noch voor de decors die hij terwille van het verhaal opbouwt, blijk geeft van enige oorspronkelijkheid. Integendeel : hij maakt als een goed vakman gebruik van de beschikbare literatuur, maar brengt ons nergens iets nieuws. Dit is tegelijkertijd de kracht en de zwakte van Vance : de beproefde techniek zal sterk werken bij de lezers die geen kennis hebben kunnen nemen van de klassieke voorbeelden, maar zij zal slechts verveling wekken bij de lezer die met de bekende verhalen en sprookjes is grootgebracht. Naast het kader en het decor, speelt in een verhaal natuurlijk ook de Held een grote rol. Gebruikmakend van zijn vaardigheid, stelt Vance ons drie typen klassieke helden voor : 1. De jongeman die in een bepaalde beschaving opgroeit, deze maatschappij bewust of onbewust niet aanvaardt en zich inzet, steeds met uiteindelijk succes, om deze situatie te wijzigen (Sam Salazar, Emphyrio, The Anome). In de terminologie van de schrijver komt het natuurlijk hier op neer dat het Recht/De Waarheid/De Liefde, enz. zegeviert op de Boosheid. 2. De Avonturier/Condotierre die alle middelen, maar liefst gewelddadige aanwendt om zijn doel te bereiken (Tschai). Het spreekt vanzelf dat SF-MAGAZINE P. 24


dit streven gecamoufleerd wordt onder een massa drogredenen zoals : "ik ben tegen mijn zin hier geplaatst en nu moet ik me eruit zien te redden" of "ik heb gelijk en DUS hebben de anderen ongelijk" of "Het is eigelijk helemaal niet erg een paar van die AFSCHUWELIJKE wezens om zeep te helpen", enz. Uiteraard zijn dit soort Helden steeds geplaagd door zwart/wit denken. 3. De Verdediger van Weduwen en Wezen en Hersteller van Onrecht (de reeks van de Duivelsprinsen). Commentaar is hierbij overbodig. Slechts in enkele van zijn werken is Jack Vance tot een zekere genuanceerdheid van zijn helden gekomen. In Emphyrio bijvoorbeeld, stelt de hoofdpersoon zichzelf vragen over de juistheid van zijn handelen en in de Blauwe Wereld wordt het kolonialistische protectoraatssysteem aangeklaagd. In het nog niet vertaalde The Anome is de jonge held zelfs in staat om zijn daden enigermate te relativeren, zodat het niet uitgesloten is dat Vance ons in de toekomst een roman brengt waarin de Mens in een juister perspectief wordt geplaatst. Typisch voor Vance is dat hij zijn hoofdpersonages niet psychologisch beschrijft, maar dat hun aanleg, aard en bedoelingen uitsluitend door hun daden tot uiting komen. Dit is natuurlijk een kenmerk van een flink deel van de Amerikaanse literatuur als zodanig, maar toch wijst dit op een zwakte, nl. de onmogelijkheid om het innerlijke van een personage met een korte beschrijving toe te lichten. De dromer Na deze ietwat negatieve beschouwingen kan men zich gaan afvragen hoe het dan toch mogelijk is dat Jack Vance ook bij de zogeheten "moeilijke" lezers soms zeer in trek is. Het antwoord is snel gevonden : Vance maakt op letterkundig gebied inderdaad gebruik van primitieve methoden maar hij slaagt er steeds in zijn lezers een geloofwaardige, vaak zelfs waarschijnlijke droom voor te schotelen. Deze geloofwaardigheid ligt op twee ogenschijnlijk tegengestelde vlakken : de technologie en de sfeerschepping. Vance verplaatst ons steeds naar "elders", maar dan een "elders" dat onze Sense of Wonder volkomen bevredigt. Zijn beschrijvingen van landschappen, wezens, beschavingen en, niet te vergeten, van bevreemdende talen (ongetwijfeld een van zijn geliefkoosde hobbies) brengen ons een atmosfeer die de verzuchtingen van de Mens, zoals ze onder meer door de Franse dichter MallarmĂŠ werden verwoord, op alle punten tegemoet komt. In zekere zin is Vance inderdaad een poeet want hij weet de Illusie perfect te hanteren. Achter de evasie, doemt echter het Raadsel op, de vragen naar het hoe en het waarom van deze verre werelden. En in zijn beste stukken, groeit de Enigma tot een epische Mythe, waarachter de aandachtige lezer de Werkelijkheid ontdekt, nl. de positie van de Mens in het heelal. Achter de barokke pinakels van zijn decadente steden, poogt Vance de evolutie van de mensheid te achterhalen. Opmerkelijk, en getuigend voor de intelligentie van de schrijver : de vragen blijven vragen en hij vermoeit ons niet met pasklare fragmentarische en bijgevolg onjuiste antwoorden. Dit is zeker een van de meest boeiende aspecten van Vance.

SF-MAGAZINE P. 25


Naast de exotische atmosfeer is ook het technologisch element van aard om de lezer in de ban te houden. Vance munt uit in het uitdenken van technische oplossingen die, hoe zonderling ze ook zijn bijzonder doeltreffend blijken. Door middel van fijngekleurde, interessante bijzonderheden, werpt hij licht op nieuwe mogelijkheden in de meest uiteenlopende technische takken. En steeds weet hij de zaken zo voor te stellen dat de lezer geneigd is voetstoots aan te nemen dat ze zonder meer realiseerbaar zijn. De schepper Jack Vance heeft mede geprofiteerd van een markante stroming in de Amerikaans-Britse speculatieve literatuur in de zestiger jaren : de wederontdekking van de fantasie. Hoewel steeds latent aanwezig in de essef, is deze zijtak vrij plots weer gaan bloeien, waarschijnlijk mede onder invloed van de werken van Tolkien. Naast de wederuitgaven van de werken van een James Branch Cabell, Lord Dunsany en anderen, waarvan de letterkundige waarde jammer genoeg niet kan tippen aan de middeleeuwse meesterwerken, verscheen een vloed ontspanningsromans, meestal rommel (Conan e.d.), die alle het volgende afgezaagde thema behandelen : de strijd van een held (waarom wordt gewoonlijk niet gezegd) tegen een coalitie van monsters in een bizarre wereld waarin vechtersbazen met een zwaard het halen tegen de boosdoeners die over Lasernistolen beschikken. Zoals andere essefschrijvers (o.a. Leiber, Farmer, Moorcock - alleen deze laatste weet het genre werkelijk te vernieuwen door het ten tonele voeren van een anti-held) heeft Vance zich met vreugde geworpen op deze "Adult Fantasy" (lees = fascisto誰de leesstof voor volwassenen met onderontwikkelde verbeelding). Wat Vance echter van de meeste tweederangsauteurs in het genre onderscheidt, is zijn vermogen om waarschijnlijke, coherent opgebouwde werelden te scheppen. Vance beseft dat de evolutie van een maatschappij door talrijke factoren geconditioneerd wordt en dat onder meer, bepaalde geografische, economische, sociale en psychologische kenmerken, het gedrag van de wezens die hij uitdenkt binnen zekere grenzen houdt. Zo weet hij bijvoorbeeld vrij subtiele verbanden te leggen tussen de taal van een groep mensen en de aard van hun samenleving en omgekeerd. Dit schept werelden die wij zonder meer kunnen aanvaarden en die ons overtuigen door "echtheid". Een eindpunt ? Waarom wordt Jack Vance dus graag gelezen ? Aan de hand van bovenstaand artikel aarzel ik niet te herhalen dat hij ons een fata morgana, een luchtspiegeling voorhoudt. Door zijn handig gebruik van de eeuwenoude constanten in het genre, wiegt hij ons in slaap en sleurt ons mee in een prikkelende droom. Laat ons hopen dat we niet ontnuchterd wakker worden ... O ===oooOoOooo=== O

SF-MAGAZINE P. 26


Meulenhoff M=SF nr. 67 - 1973, 533 blz., Pb 16,50 De uitgeverij Meulenhoff schijnt de weg te willen opgaan die haar Franse tegenhanger C.L.A. (Club du Livre d'Anticipation, luxe SF-uitgave van de Editions OPTA, Parijs) reeds sedert 1965 heeft ingeslagen (en met succes) : nl. een luxe-editie op de markt brengen die verschillende werken van één en dezelfde bekende SF-auteur samenbundelt. We kunnen dit initiatief enkel veel succes toewensen. Deze eerste bundel herneemt de vierdelige cyclus van Adam REITH onder de nieuwe titel : TSCHAI, DE WAANZINNIGE PLANEET. Tussen 1968 en 1970 verschenen deze tetralogie over de "Avontuurlijke Planeten" reeds bij Meulenhoff in de deeltjes "Een stad vol Chash"(nr. 16), "Onder de Wankh" (nr. 25), "De

SF-MAGAZINE P. 27


Dirdir (nr. 41) en "De Pnume" (nr. 48). Voor de fans die deze (uitverkochte) deeltjes niet bezitten, een unieke gelegenheid om met JACK VANCE kennis te maken. Daarbij mogen we aanstippen dat de cover van deze volumineuze paperback, alhoewel eenvoudig van opvatting, ons meer aanspreekt dan de abstrakt-modernistische produkties van weleer. JACK VANCE, geboren in San Francisco in 1916, studeerde van alles : mijnbouw, fysica, Engels, journalisme, ... om zich tenslotte te wijden aan SF en Fantasy schrijven. Het genre waarin hij zich tenslotte specialiseerde ligt tussen beide strekkingen, nl. de "Heroic Fantasy". Zijn eerste verhaal verscheen in 1945 (The World Thinker) en zijn eerste boek (The Dying Earth) in 1950. Alhoewel hij dus pas laat begon te schrijven, is zijn literaire produktie tot nu toe zeer vruchtbaar geweest : een 75-tal verhalen en meer dan 30 boeken ! Hij werd tweemaal met een Hugo Award onderscheiden, nl. in 1963 voor zijn roman "The Dragon Masters" en in 1967 voor zijn novelette "The Last Castle"; dit laatste verwierf tevens een Nebula Award. Dat JACK VANCE veel van grote reizen houdt komt tot uiting in zijn hoofdpersonages die hij bijna als toeristen zijn vreemde planeten laat bezoeken. Of het nu gaat over Magnus Ridolph (een soort galaktisch detektive die aan de "Schaduw" van Havank doet denken), de Kirth Gersencyclus, de Cugel-reeks of de Durdane-serie, steeds schept hij specifieke koherente werelden met een eigen economie, met eigen kleurrijke politieke en sociale verhoudingen en zeden, met eigen fauna en flora, en die voldoen aan eigen fysieke wetten. Wat "Tschai" betreft, dit verhaalt de weergaloze avonturen van Adam Reith en zijn sluwe trawanten op deze planeet. Zijn ruimteschip werd hier naartoe gelokt door eeuwenoude noodseinen. In een omloopbaan rond de okerkleurige wereld gekomen wordt het schip door een projectiel getroffen dat van de planeet beneden werd afgeschoten. Enkel Reith's verkenningssloep kan ontsnappen en stort neer op Tschai. Nu begint de grote reis door Tschai op zoek naar zijn ruimteschip dat door een van de vier machtige sterrenvolkeren die Tschai bezet houden, werd weggehaald. Dit boek doet wel denken aan de Barsoom-serie van E.R. Burroughs. Tschai is even avontuurlijk doch helemaal niet zo naief. Er wordt veel meer aandacht geschonken aan de mens/alien-verhoudingen, aan het nietige van de verre planeet Terra, aan de moeilijkheden der communicatie ... John Carter's avontuur had enkel het redden van zijn Marsprinces tot doel; Adam Reith tracht daarentegen een ruimteschip te bekomen, wat ook niet van een leien dakje loopt en wat hem niet belet tevens enkele amoureuze avonturen te beleven met een zekere prinses uit het land van Cath. Aanbevolen voor enkele avonden. ANDRE DE RIJCKE

SF-MAGAZINE P. 28


DON'T LOOK NOW (Groot-Brittannië Italië, 1973) Produktiefirma : Casey Productions (Londen) - Eldorado Films (Rome). Producer : Peter Katz. Executive Producer : Anthony B. Unger. Associate Producer : Federico Mueller. Production manager: Franco Codutti. Regie : Nicolas Roeg. Scenario : Allen Scott en Chris Bryant, naar een verhaal van Daphne du Maurier. Fotografie : Anthony Richmond (in Technicolor). Art Director : Giovanni Soccal. Montage : Graeme Clifford. Muziek : Pino D'onnagio. Muzikale leiding : Giampiero Boneschi. Klankmontage : Rodney Holland. Klankopname : Peter Davies. Klankheropname : Bob Jones. Vertolking : Julie Christie, Donald Sutherland, Hilary Mason, Clelia Matania, Massimo Serato, Renato Scarpa, Giorgio Trestini, Leopoldo Trieste, David Tree, Ann Reye, Nicolas Salter, Sharon Williams, Bruno Cattaneo, Adelina Poerio. THE FINAL PROGRAMME (Groot-Brittannië, 1973) Produktiefirma : Goodtimes Enterprises-Gladiole Films. Producers : John Goldstone en Sandy Lieberson. Executive Producers : Roy Baird en David Puttnam. Regie en scenario : Robert Fuest, naar de roman van Michael Moorcock. Fotografie : Norman Warwick (in Technicolor). Production Designer : Robert Fuest. Art Director : Philip Harrison. Montage : Barry Vince. Muziek : Paul Beaver en Bernard Krause. Klankmontage : Ian Fuller. Klankopname : Brian Simmons. Klankheropname : Bill Rowe. Vertolking: Jon Finch, Jenny Runacre, Sterling Hayden, Harry Andrews, Hugh Griffith, Julie Ege, Patrick Magee, Graham Crowden, George Coulouris, Basil Benson, Derrick O'Connor, Gilles Millinaire, Ronald Lacey, Sandy Ratcliffe, Mary Macleod, Sarah Douglas, Dolores Del Mar, Sandra Dickinson. GAWAIN AND THE GREEN KNIGHT (Groot-Brittannië, 1973) Productiefirma : Sancrest. Producer : Philip Breen. Associate Producer : Charles Athey. Production Manager : George Mills. Regie : Stephen Weeks. Scenario : Philip Breen en Stephen Weeks, naar de legende van Koning Arthur. Aanvullende dialogen : Rosemary Sutcliff. Fotografie : Ian Wilson (in Panavision en Technicolor). 2nd unit fotografie : Peter Hurst. Art director : Anthony Woollard. Dekors : Peter Young. Montage : John Shirley. Muziek : Ron Goodwin. Klankmontage : Christopher Lancaster, James Shield en Frank Goulding. Klankopname : Ken Barker. Klankherop-

SF-MAGAZINE P. 29


name : Alan Kane.

Regie-assistent: Al Burgess.

Vertolking : Murray Read, Ciaran Madden, Nigel Green, Anthony Sharp, Robert Hardy, David Leland, Murray Melvin, Tony Steedman, Ronald, Lacey, Willoughby Goddard, George Merritt, Peter ForbesRobertson, Pauline Letts, Richard Hurndall, Peter Copley, Geoffrey Bayldon, Jerold Wells, Michael Crane, Jack Woolgar, Sue Ellis Jones. IL TUO VIZIO E UNA STANZA CHIUSA E SOLO IO NE HO LA CHIAVE (Italië, 1972) Produktiefirma : Lea Film. Producer : Luciano Martino. Production Manager : Lamberto Palmieri. Regie : Sergio Martino. Scenario : Ernesto Gastaldi, Adriano Bolzoni en Sauro Scavalini, naar "The black cat" van Edgar Allan Poe. Fotografie : Giancarlo Ferrando (in Eastman Color). Art Director : Giorgio Bertolini. Montage : Attilio Vincioni. Muziek : Bruno Nicolai. Klank : Bruno Moreal. Vertolking : Edwige Fenech, Anita Strindberg, Luigi Pistilli, Angela La Vorgna, Enrica Bonaccorti, Daniela Giordano, Ermelinda De Felice, Marco Mariani, Carla Mancini, Bruno Boschetti, Franco Nebbia. THE LEGEND OF HELL HOUSE (Groot-Brittannië, 1973) Produktiefirma : Academy Pictures. Executive Producer : James H. Nicholson. Producers : Albert Fennell en Norman T. Herman. Production Manager : Ron Fry. Regie : John Hough. Scenario : Richard Matheson, naar zijn roman "Hell House". Fotografie : Alan Hume (in De Luxe Colours). Speciale fotografie : Tom Howard. Art Director : Robert Jones. Montage : Geoffrey Foot. Muziek : Brian Hodgson en Delia Derbyshire. Klankopname : Lesley Hammond en Bill Rowe. Klankheropname : Peter Lennard. Technisch Adviseur : Tom Corbett. Vertolking : Pamela Franklin, Roddy McDowall, Clive Revill, Gayle Hunnicutt, Roland Culver, Peter Bowles, Michael Gough. LA NOCHE DEL TERROR CIEGO (Spanje-Portugal, 1972) Productiefirma : Plata Films (Madrid) - Interfilms (Lissabon). Executive Producer : Salvadore Romero. Regie en Scenario : Amando de Ossorio. Fotografie : Pablo Ripoll (in Eastman Colour). Art Director : Jaime Duarte de Brito. Montage : Jose Antonio Rojo. Muziek : Anton Garcia Abril. Vertolking : Cesar Burner, Lone Fleming, Joseph Thelman, Helen Harp, Rufino Ingles, Veronica Llimera, Maria Sylva. SOYLENT GREEN (Verenigde Staten, 1973) Produktiefirma : M.G.M. Producers : Walter Seltzer en Russell Thacher. Production Manager : Lloyd Anderson. Regie : Richard SF-MAGAZINE P. 30


Fleischer. Scenario : Stanley R. Greenberg, naar de roman "Make Room ! Make Room !" van Harry Harrison. Fotografie : Richard H. Kline (in Panavision en Metrocolor). Speciale Fotografische sequensen : Braverman Productions. Speciale fotografische effekten : Robert R. Hoag en Matthew Yuricich. Art Director : Edward C. Carfagno. Dekors : Robert Benton. Montage : Samuel E. Beetley. Muziek : Fred Myrow. Muzikale leiding : Gerald Fried : Klank : Charles M. Wilborn en Harry W. Tetrick. Technisch adviseur : Frank A. Bowerman. Kostumes : Pat Barto. Regie Assistenten : Daniel S. McCauly en Gene Marum. Vertolking : Charlton Heston, Leigh Taylor-Young, Edward G. Robinson, Chuck Connors, Jose ph Cotton, Brock Peters, Paula Kelly, Stephen Young, Mike Henry, Lincoln Kilpatrick, Roy Jenson, Leonard Stone, Whit Bissell, Celia Lovsky, Dick Van Patten, Morgan Farley, John Barclay, Belle Mitchell, Cyril Delevanti, Forrest Wood, Faith Quabius, Jane Dulo, Tim Herbert, John Dennis, Jan Bradley, Carlos Romero, Pat Houtchens, Joyce Williams, Erica Hagen, Beverly Gill, Suesie Eejima, Cheri Howell, Kathy Silva, Jennifer King, Marion Charles. SSSSNAKE (Verenigde Staten, 1973) Produktiefirma : Universal. Executive Producers : Richard D. Zanuck en David Brown. Producer : Dan Striepke. Associate Producer : Robert Butner. Production Manager : Doc Merman. Regie : Bernard L. Kowalsky. Scenario : Hal Dresner, naar een gegeven van Dan Striepke. Fotografie : : Gerald Perry Finnerman (in Technicolor). Art Director : John T. McCormack. Dekors : Claire P. Brown. Maquillage : John Chambers en Nick Marcellino. Montage : Robert Watts. Muziek : Pat Williams. Klank : Waldon O. Watson en Melvin Metcalfe Snr. Technisch Adviseur : Ray Fulsom. Vertolking : Strother Martin, Dirk Benedict, Heather Menzies, Richard B. Shull, Tim O'Connor, Jack Ging, Kathleen King, Reb Brown, Ted Grossman, Charles Seel, Ray Ballard, Brendan Burns, Rick Beckner, James Drum, Ed McCready, Frank Kowalsky, Ralph Montgommery, Michael Masters, Charlie Fox, Felix Silla, Nobel Craigh, Bobbi Kiger, J.H. Clark, Chip Potter. VAULT OF HORROR (Groot-BrittanniĂŤ) Produktiefirma : Metromedia Producers Corporation-Amicus. Executive Producer : Charles Fries. Production executive : Paul Thompson. Producers : Max J. Rosenberg en Milton Subotsky. Prodution Supervisor : Art Stolnitz. Production Manager : Teresa Bolland. Regie : Roy Ward Baker. Scenario : Milton Subotsky, naar gegevens uit de comic magazines "The vault of horror" en "Tales from the crypt" van Al Feldstein en William Gaines. Fotografie : Denys Coop (in Eastman Colour). Art Director : Tony Curtis. Dekors : Fred Carter. Montage : Oswald Hafenrichter. Muziek : Douglas Gamley. Klankmontage : Clive Smith. KlankopSF-MAGAZINE P. 30


name : Danny Daniel.

Klankheropname : Gerry Humpreys.

Vertolking : MIDNIGHT MESS : Daniel Massey, Anna Massey, Michael Pratt, Erik Chitty, Jerold Wells; THE NEAT JOB : Terry-Thomas, Glynis Johns, Marianne Stone, John Forbes-Robertson; THIS TRICK 'LL KILL YOU : Curt Jurgens, Dawn Addams, Jasmina Hilton, Ishaq Bux; BARGAIN IN DEATH : Michael Craig, Edward Judd, Robin Nedwell, Geoffrey Davies, Arthur Mullard; DRAWN AND QUARTERED : Tom Baker, Denholm Elliot, Terence Alexander, John Witty. Verder Roy Evans en Frank Forsyth. VOICES (Groot-BrittanniĂŤ, 1973) Productiefirma : Warden Productions. Producer : Robert Enders. Associate Producer : Gordon L.T. Scott. Production Manager : Ron Fry. Regie : Kevin Billington. Scenario : George Kirgo en Robert Enders, naar een toneelstuk van Richard Lortz. Fotografie : Geoffrey Unsworth (in Technicolour). Art Director : Len Townsend. Montage : Peter Thornton. Muziek : Richard Rodney Bennet. Muzikale Leiding : Marcus Dods. Klankopname : Lesley Hammond. Klankheropname : Jeanne Henderson en Bill Rowe. Vertolking : David Hemmings, Gayle Hunnicutt, Lynn Farleigh, Russell Lewis, Eva Griffiths, Adam Bridge, Peggy Ann Clifford. O ===oooOoOooo=== O

SF-MAGAZINE P. 31


Toen omstreeks het eind van de jaren vijftig en het begin van de jaren zestig de fantastische film eindelijk het voorwerp ging uitmaken van ernstig maar vooral enthousiast opzoekingswerk (Michel Laclos : "Le fantastique au cinéma", Jean Boullet : "Dix ans d' épouvante et de fantastique" (1), bleken een groot aantal van deze werken, inzonderheid deze die tussen 1931 en 1936 konden gesitueerd worden, plots "onvindbaar". Wie herinnerde zich nog prenten als "Dr. Jekyll and Mr. Hyde" (de versie van Rouben Mamoulian van 1932), "The mask of Fu Manchu", "The most dangerous game", "The island of lost souls", "The mark of the vampire" of "The raven", op een paar vage herinneringen na (dit is : als men tenminste het geluk had ze destijds te zien) ? De verdeelhuizen bleken het antwoord schuldig : op uitzondering van "Frankenstein", "King Kong" en nog enkele andere films scheen van de illustere "âge d'or" van Boullet (die hij tussen 1931 en 1941 lokaliseerde) zo goed als niets te resten. Zo ontstond gemakkelijkheidshalve wat we de mythe van de "verloren" fantastische films zouden kunnen noemen, door haast alle auteurs gretig overgenomen en doorgaans gekenmerkt door lyrische ontboezemingen en erg gonzende superlatieven, overigens zonder veel kans op tegenspraak : de charme van het onbekende en het "opnieuw ontdekte" was sterker dan ooit. Onder impuls van diverse filmmusea die langzamerhand gingen afzien van hun traditioneel-minachtende houding ten opzichte van het "griezelthema en -genre" en plots tot de vaststelling kwamen dat naast Dreyer, Flaherty en Carné ook nog interessante(re) kineasten als Tod Browning, James Whale en Ernest B. Schoedsack bestonden (om slechts dezen te noemen), werd het merendeel van deze "verloren" - veeleer : vergeten - werken weer te voorschijn gehaald uit stoffige archiefkelders en werden de jonge cinefielen in de gelegenheid gesteld kennis te maken met de meesterwerken van Erle C. Kenton, Victor Halperin of Louis Friedlander ... Maar prenten als "The old dark house" (Whale, 1932), "The mystery of the wax museum" (Michael Curtiz, 1932), "The ghoul" (T. Haynes Hunter, 1933), "The black room" (Roy William Neill, 1935) en "The werewolf of London" (Stuart Walker, 1935) bleven vooralsnog koppig buiten het bereik van de meest scrupuleuze opzoekingen. Op die manier zou halverSF-MAGAZINE P. 32


wege de zestiger jaren een tweede, van de eerste afgeleide (sub) mythe ontstaan, die van de "onherroepelijk verloren" fantastische films, ruimschoots vertegenwoordigd in tijdschpiften als "Famous Monsters of filmland" en studies als Butlers "The horror film" en Carlos Clarens' "Horror Movies" (2). Ze zou ongeveer stand houden tot het begin van de jaren zeventig. De bewuste theorie zou evenwel minder onaantastbaar blijken dan aanvankelijk verondersteld werd. Reeds in 1965 konden de inrichters van een belangrijke retrospectieve van fantastische films in San Sebastian - bij welke gelegenheid o.a. ook "Dracula" (1931), "The mummy" (1932) en "The invisible man" (1933) werden vertoond beslag leggen op een exemplaar van "The werewolf of London" dat Universal speciaal voor deze projectie uit de Verenigde Staten had verstuurd. Sindsdien werd het werk zelfs geregeld op de Amerikaanse TV vertoond, hoewel nog geen enkel Europees filmarchief of een soortgelijke instelling een kopij van de film van Stuart Walker in haar bezit heeft. Andere prenten zouden volgen : in 1968 vertoonde het zeer aktieve Brusselse Filmmuseum - meestal toonaangevend wat zulke "herontdekkingen" betreft - in het kader van een geslaagd science-fiction programma, werken als "Dr. X" (Michael Curtiz, 1932), "The island of lost souls" (Erle C. Kenton, 1932) en "Dr. Cyclops" (Ernest B. Schoedsack, 1940), en in 1970, toen de eigenlijke fantastische film eveneens een ruim overzicht kreeg, films als "White Zombie" (Victor Halperin, 1932), "Son of Kong" (Ernest B. Schoedsack, 1933), "Mad love" (Karl Freud, 1935) en "Dracula's daughter" (Lambert Hillyer, 1936) ... Zelfs Michael Curtiz' legendarische "Mystery of the Wax museum" zou geen uitzondering op de regel vormen : het werk werd gevonden in de private verzameling van Jack L. Warner, één van de grote manitoes van de gelijknamige studio. Het American Film Institute leende deze copij - die volgens het oude 2-color Technicolorprocédé was vervaardigd - zelfs aan het Britisch Film Institute uit voor een Engelse voorstelling, zodat we kunnen hopen de prent eerlang ook in ons land te zien te krijgen. De Boris Karloff-retrospectieve die in 1972 door het Filmmuseum werd georganiseerd, zou ons de kans bieden drie van deze "definitief verloren" films te aanschouwen : "The old dark house", "The ghoul" en "The black room" (3). "THE OLD DARK HOUSE" brengt de nachtelijke belevenissen van de in een hevige storm in de onherbergzame hooglanden van Wales verdwaalde Philip Waverton (Raymond Massey) en zijn vrouw Margaret (Gloria Stuart) die, vergezeld van hun vriend Roger Penderel (Melvyn Douglas), zich verplicht zien onderdak te vragen in een vervallen huis, waar ze door de bejaarde Horace Femm (Ernest Thesiger), diens fantatiek-religieuse zuster Rebecca (Eva Moore) en de aapachtige butler Morgan (Boris Karloff), weinig gastvrij worden onthaald. Spoedig worden ze vervoegd door Sir William Porterhouse (Charles Laughton) en diens SF-MAGAZINE P. 33


gezellin Gladys DuCane (Lilian Bond), die in hetzelfde geval verkeren. Het huis blijkt zijn mysteries te hebben : niet alleen maken de bezoekers kennis met de 102-jaar oude, bedlegerige maar libertijnse patriarch Sir Roderick (John Dudgeon), bovendien vernemen ze dat Saul Femm (Brember Wills) een gevaarlijk pyromaansadist is die achter zorgvuldig vergrendelde deuren opgesloten wordt op een zolderkamer. De dronken en sexueel gefrustreerde Morgan die zijn omgeving letterlijk terroriseert, bevrijdt echter dit zwarte schaap van de familie dat weldra zal trachten het ganse huis in brand te steken, waarbij hij echter omkomt na een homerisch gevecht met Penderel. En de volgende morgen verlaten de onverwachte bezoekers ontsteld maar ongedeerd het sombere verblijf, om hun onderbroken tocht met bekwame spoed verder te zetten. Zonder dat "The Old Dark House" werkelijk ontgoocheld bereikte James Whale - auteur van "Frankenstein" (1931) nooit het peil van zijn ander "griezel"-werk van de jaren dertig. Erg toneelmatig en een praatfilm in de eigenlijke betekenis van het woord, stijgt de prent nergens boven een oppervlakkige en per slot van rekening weinig indrukwekkende thriller-achtige sfeerschepping uit, en op geen enkel moment worden we geconfronteerd met deze verbazingwekkende archetypische achtergrond die de meeste films van deze periode zo belangwekkend en complex maakte (wat mijns inziens de superioriteit van "Dracula", om een andere typische praatfilm te nemen, op "The old dark house" verklaart). Daarenboven is de wonderlijke akteur die Charles Laughton was, in zijn eerste Amerikaanse filmrol ergerlijk miscast, en ook Boris Karloff als de door Jack Pierce zwaar gemaquilleerde Morgan, lijkt me hier niet zijn vertrouwde niveau te halen : de ware vedette van de prent is veeleer de onvergetelijke Ernest Thesiger, de zo goed als onbekende Brember Wills, die een zeer genuanceerde vertolking levert. Wel is het zo dat de film van zuiver cinematografisch oogpunt zeer merkwaardig is : cameraman Arthur Edeson werkt met virtuose Dryer-iaanse schaduweffekten ("Vampyr") en met zeer bestudeerde belichtingen, maar al deze kwaliteiten wegen, geloof ik, niet op tegen het feit dat Whale het zich in "The old dark house", al te gemakkelijk heeft willen maken. "THE GHOUL" Van "The Ghoul", waarvan lange tijd verondersteld werd dat er slechts twee enkele foto's voor het nageslacht zouden bewaard blijven (!), werd naar aanleiding van deze retrospectieve als bij mirakel een Tsjechisch ondertitelde kopij weergevonden. Centraal in deze film staat het personage van de exentrieke egyptoloog Professor Morlant (Boris Karloff). Het bezit van een kostbare diamant, de "Eternal Light", zou hem volgens duistere opzoekingen moeten toelaten het eeuwige leven te verwerven : het zou volstaan tijdens de eerste nacht van de volle maan de steen in de hand van een beeld van de godin Anubis te leggen opdat zulks

SF-MAGAZINE P. 34


mogelijk zou worden. Als hij zijn einde voelt naderen, verplicht Morlant zijn dienstknecht-met-de-horrelvoet Laing (Ernest Thesiger), de edelsteen samen met zijn hand te omzwachtelen ten einde eventuele diefstal, die hem fataal zou zijn, te verhinderen. Overeenkomstig zijn wens wordt de in een sarcofaag gehulde professor begraven in een klein gebouw waarvan de muren bedekt zijn met hiĂŤroglyfen, en dat zich in de tuin achter zijn landhuis bevindt. Maar vooraleer de massieve deur, waarvan de sleutel op uitdrukkelijk bevel van de overledene aan de binnenzijde diende geplaatst te worden, definitief te sluiten, ontvreemdt de sinistere Laing de diamant. Volgen dan een ganse reeks seguenties waarin de de neef van Morlant, Ralph (Anthony Bushell), diens nicht Betty Harlon (Dorothy Hyson), advokaat Broughton (Sir Cedrick Hardwicke), de als dominee vermomde oplichter Hartley (Ralph Richardson) en tenslotte nog een Arabier die zich als vriend van de egyptoloog uitgeeft (Harold Huth), met veel ijver trachten elkaar de steen te ontfutselen. Maar de woede van Morlant wegens dit bedrog blijkt sterker dan de dood en uitzinnig van wraak doolt het levende lijk in het nachtelijke huis rond op zoek naar het begeerde voorwerp. Wanneer hij in zijn opzet slaagt en tijdens een korte rituele plechtigheid de diamant in de hand van Anubis legt, sluit deze zich inderdaad over de offergave en zijgt Morlant, verzekerd van zijn eeuwig leven, ditmaal voorgoed dood neer. Maar de hand in kwestie was uiteindelijk deze van de handige Hartley, die met de steen tracht te ontkomen ... Na diverse schermutselingen zal de politie tussenbeide komen en worden de "slechten" gearresteerd, waarna Ralph en Betty, de wettelijke erfgenamen van de Eternal Light, besluiten samen door het leven te gaan. De indrukwekkende reputatie van "The ghoul" was helaas op drijfzand gebouwd : de intrige is zo goed als onbestaand, de erg obscure cineast T. Hayes Hunter bedient zich zonder veel schroom van diverse ingrediĂŤnten van "The old dark house" en "The mummy" en de akteurs zijn - wel te verstaan op uitzondering van een hier ietwat theatrale, zij het hallucinante Karloff en de grote Ernest Thesiger - volstrekt ongenietbaar. Zo wordt men een illusie armer. "THE BLACK ROOM" Minder gerenommeerd dan "The old dark house" of "The ghoul" bracht "The black room" een verrassing die daardoor dubbel zo aangenaam was. De film leidt ons binnen in het kasteel van de adelijke familie Berghman in Hongarije waar zopas een tweeling werd geboren. Vreugde omwille van deze heuglijke gebeurtenis is er evenwel niet : volgens een oude profetie zal de jongste zijn oudere broer immers moeten ombrengen in de zgn. "zwarte kamer" van het gothische slot. Ten einde raad besluit de baron (Henry Kolker) op aanraden van zijn vrienden het vertrek in kwestie hermetisch te laten dichtmetselen. Als zowat dertig jaar later de baron en de barones sinds lang overleden zijn, terroriseert de oudste broer, de sinistere Gregor (Bo-

SF-MAGAZINE P. 35


ris Karloff) de streek door jonge vrouwen naar het kasteel te lokken om ze nadien te vermoorden en hun lichamen in een vergeetput te werpen die zich precies in het midden van de "zwarte kamer" bevindt, waarvan hij een geheime ingang ontdekte. Als de woedende bevolking na de mysterieuze verdwijning van de mooie Mashka (Katherine DeMille) in opstand komt, ontbiedt Gregor zijn jongere broer Anton (Karloff) die als twee druppels water op hem gelijkt en die zich in het buitenland vestigde, en stelt zijn tegenstanders een compromis voor : hij zal afstand doen van zijn titel ten voordele van deze laatste en in vrijwillige ballingschap vertrekken. Daar Anton, wiens rechterarm verlamd is, in alle opzichten de antipode van zijn illustere broer is, even verfijnd en innemend als de andere platvloers en pervers, stemmen de dorpelingen toe. In werkelijkheid ontmaakt Gregor zich van Anton door ook hem in de put te werpen, waarna hij diens persoonlijkheid aanneemt en vooral bekend maakt in het huwelijk te treden met de jonge Thea (Marian Marsh), wat ten andere spijts de tegenkanting van luitenant Lussan (Robert Allen) die zelf op het meisje verliefd is, de volledige instemming wegdraagt van haar vader, kolonel Hassel (Thurston Hall). Maar als deze dienaangaande enkele papieren aan de baron ter ondertekening voorlegt, stelt hij met verbijstering vast dat "Anton" zich van de "verlamde" rechterhand bedient. Beseffend dat Hassel zijn spel doorzien heeft, doodt hij de Kolonel en slaagt erin de lastige Lussan van de misdaad te laten beschuldigen. Tijdens de huwelijksplechtigheid wordt Gregor evenwel aangevallen door Antons lievelingshond, wat hem wel verplicht zich met beide armen te verdedigen. Vluchtend voor de wraaklustige menigte verschuilt hij zich in de "zwarte kamer" maar wordt op zijn beurt door het dier in de put geduwd, waar hij op zijn eigen dolk valt, die Anton in een afwerend gebaar nog krampachtig in de hand geklemd hield. Zodat de profetie van de Berghmans uiteindelijk toch nog waarheid wordt ... Deze variante op het Stevenson-iaanse Jekyll-Hyde thema miste misschien wel de complexiteit van de klassieke versie van Rouben Mamoulian, maar had alleszins één groot voordeel op deze laatste prent : de aanwezigheid van Boris Karloff die hier met zijn dubbelrol één van de beste creaties van zijn lange loopbaan zou leveren. Het is bekend dat Karloff veel van "The black room" hield, en men kan licht begrijpen waarom. Wellicht voor de eerste maal in zijn carrière - die op dat ogenblik reeds meer dan 80 films omvatte ! - kreeg de akteur effectief een rol aangeboden die hem toeliet een volledig gamma van gevoelens, subtiel en genuanceerd, voor het voetlicht te brengen, en niet slechts een om redenen van thematische aard vrij beperkt register als in de meeste Universalfilms die hij omstreeks deze tijd draaide (hoe knap hij dat ook deed). In dit opzicht mag het wel een treffende parallel met zijn eigen lot heten dat de "goede" Anton al vroeg in de film door zijn "slechte" broer wordt omgebracht, zodat Karloff de film eens te meer als een - ditmaal : moreel - monster zal eindigen, net zoals SF-MAGAZINE P. 36


het publiek dat steeds afkerig stond van zijn niet-griezelrollen, in hem onveranderlijk en stereotiep het monster van Frankenstein wou herkennen. Het is duidelijk dat "The black room" stond of viel met de uitbeelding van Karloff. Nochtans verdient de eerder miskende Roy William Neill, die in 1934 met "Black moon" reeds een voodoo-geschiedenis op zijn naam had geschreven en die in 1943 Lugosi zou leiden in "Frankenstein meets the wolf-man", alle lof wegens zijn gevoelige behandeling van de materie, hoewel hij niet heeft kunnen beletten dat de intensiteit van zijn prent naar het einde toe enigszins verzwakt. Deze opmerking wil echter in generlei afbreuk doen aan de kwaliteiten van deze schitterende film, die niet alleen omwille van de analogie met Poe's verhaal "William Wilson" reminiscenties aan de geest van de grote Amerikaanse auteur oproept, en in een bizarre, romantische sfeer baadt. De sequensen waar we Anton en Gregor samen in beeld zien - technisch zeer knap verwezenlijkt - hebben al iets fascinerends, maar als de beide broers zich naar de "zwarte kamer" begeven met zijn stofferige onyx-muren en Anton zich vol afschuw over de put buigt waarin we Gregors ongelukkige slachtoffers opmerken, neemt de film Freudiaanse, nachtmerrie-achtige dimensies aan : het universum van "The mask of the red death" en "The pit and the pendulum", herzien en gesuperviseerd door Markies de Sade ... GILBERT VERSCHOOTEN (1) Michel Laclos : "Le fantastique au cinéma", Parijs, J. Pauvert, 1958; Jean Boullet : "10 Ans d'épouvante et de fantastique", La Métode nr. 9, Parijs, 1959. (2) Ivan Butler : "The horror film", Londen-New York, Zwemmer & Barnes, 1967; Carlos Clarens : "Horror Movies, an illustrated survey, Londen, Secker & Warburg, 1968. (3) Technische fiches : THE OLD DARK HOUSE (U.S.A., 1932) Produktiefirma : Universal. Producer : Carl Laemle Jr. Regie : James Whale. Scenario : Ben W. Levy, naar de roman "Benighted" van J.B. Priestly. Dialogen : R.C. Sherriff. Fotografie : Arthur Edeson. Dekors : Charles D. Hall. Maquillage : Jack Pierce. Montage : Clarence Kolster. Klank : C. Roy Hunter. Vertolking : Boris Karloff, Melvyn Douglas, Charles Laughton, Gloria Stuart, Lilian Bond, Ernest Thesiger, Eva Moore, Raymond Massey, Brember Wills, John Dudgeon. THE GHOUL (Groot Brittannië, 1933) Produktiefirma : English Gaumont. Regie : T. Hayes Hunter. Scenario : Rupert Downing, naar een gegeven van Frank King en Leonard

SF-MAGAZINE P. 37


Hines. Fotografie : Gunther Krampf. Montage : Ian Dalrymple. Klank : R. Birch. Vertolking : Boris Karloff, Anthony Bushell, Dorothy Hyson, Sir Cedric Hardwycke, Ernest Thesiger, Ralph Richardson, Harold Huth, D.A. Clarke-Smith, Kathleen Harrison. THE BLACK ROOM (U.S.A., 1935) Produktiefirma : Columbia. Producer : Robert North. Regie : William Neill. Scenario : Henry Myers en Arthur Strawn. Fotografie : Al Siegler. Decors : Stephen Gosson. Kostumes : Murray Mayer. Muziek : Louis Silvers. Montage : Richard Cahoon. Vertolking : Boris Karloff, Marian Marsh, Katherine DeMille, Robert Allen, John Buckler, Thurston Hall, Frederick Vogeding, Torben Meyer, Egon Brecher, Edward Van Sloan, Lois Lindsey, Colin Tapley, Henry Kolker, John Bleifer, Herbert Evans. O ===oooOoOooo=== O

SF-MAGAZINE P. 39


Jan Droest werd geboren in het oud en met mensenzaad bevuild laboratorium. Aan de overzijde van de met kunstgraS bezaaide zweefbaan was het pronkerige complex uit de grond gerezen. Jans ouders waren spoorloos verdwenen en de eenzame bleef achter in het Centrum A, een sector in de kunstgrasfabriek. De eenzame werd opgevoed door een onderwijzer met golvend kroezelhaar en blauwe, lichtgrijze ogen. Hij heette Seven. De belichaming van de levende muze; met zijn kalend haar en blote armen, waarop je het haar zo lekker kon strelen (kussen of met de lippen verkennen). De gewijde (hij geloofde nog steeds in een God met doorstoken hart en gebrandmerkte ledematen), die urenlang pijprokend zat na te denken. Jan had eens bijna het denken verleerd. Hij was nog erg klein en vond de formules, die hij uit het hoofd diende te leren, aantrekkelijk. Hij vernam hoe men hem gemaakt had, aanhoorde de zakelijke bevelen in de microfoons en hulpradio's, wilde de sputtergeluidjes beantwoorden ... Dit is nu reeds het verleden, mijn morgen speelt zich nu af, het heden is morgen. Seven, de gewijde (de god) zit naast hem. Seven met de zonnebril en de rode, gevlamde glazen; Seven in het groene zonlicht. Hij kijkt heel bezadigd naar de okeren rook, die met krampachtige zuchtjes uit de uitlaatbuizen van de zweefwagens ontsnapt. Dan naar zijn pijp, het rode kernpunt waar hij de brandende tabak vermoedt. Jan Droest is verbaasd over de gloeiende massa tabak, de tabak die die Seven in een plastiekzakje bij zich houdt, die hij vaak liefkozend tussen de vingers kneedt. Jan is enkel verbaasd, er is de grote verwondering in zijn veel te grote ogen. Zoals hij vroeger tegen zijn vriendinnetje fluisterde : "toon mij het even, ik vind het zo lief", zoals zij toen antwoordde : "als ik het je toon, ben ik geen blauw wandelpad meer". Het vriendinnetje is nu reeds gestorven. Een wandelpad wordt door zovele harde, leren zolen betreden dat het tenslotte bezwijkt. De verwonderde is nu stomgeslagen, als, wanneer zijn mond tegen het vriendinnetje zegt : "je moest niet sterven, men wandelt niet meer, de wandelaars worden gestraft door het Economaat !" Zijn mond beweegt en zijn tong neemt verschillende standen aan en plaatst zich soms tegen de tanden : hard, krampachtig of zachtaardig, lispelend. Zo ontstaan woorden, flarden in de wind (die bestaat niet meer). Zelfs hele zinnen, haast een verhaal. "Oom Seven, waarom rook je die pijp; niemand doet het, ... er zit toch geen kracht in, en de energie is de bron van alles ?" Seven antwoordt niet, zijn haren zijn uiterst verward, zijn ogen doen SF-MAGAZINE P. 40


denken aan een zee zonder schepen en masten; zijn mond en lippen worden gevaarlijke klippen in diezelfde zee van zijn ogen. Niets hindert echter deze stilte in de ruimte met leeg geluid van zweefwagens, brommeteoren, zoemers, krakers en geknetter van kunstgrasmachines. Jan is de verwondering ontgroeid; het kind is uit de moederschoot gebaard (zoals zijn vriend en beeld uit de oudheid aanhaalt). Het vage van het vertrouwen laat zich als een uitgestrekt, geel eiland, in diezelfde zee met klippen gelden : de preutse wijsheid. Wijsheid die nog koket aandoet en grenst aan waarheid, herleid tot een pijnlijke formule. De taal van ogen, mond en lippen is hier afwezig en Jans vingers schuiven in en uit elkaar als schering- en inslagloodjes van een kunstgrasmachine. Zijn gelede vingers zeggen : "het hart". Zijn handen schuiven onder het split van Sevens hemd door. Seven rookt even rustig door, blaast rook in wolkjes voor zich uit. Jan hoort een stem in zijn hart die het metrum klopt van het wan-del-pad, het blau-we wan-del-pad en hij bewandelt het vel, dat ruig werd door de knagende leeftijd, doch warm aanvoelt. De navel, en eronder kleine, dagdromende donsjes (buikhaar ?) en zijn hand stijgt en blijft op de plaats van het hart, dat ongeregeld bonkt ... Later, in het derde uur (de vogels klapwieken als automaten, dansen impotent de paringsliederen) meent hij bloed te voelen; ... zoals hij zijn ogen sluit en een klonterige massa ontwaart. Volgens de ingeving iets enorms, banaals te verzinnen : tussen de gigantische, zwartgevlamde zuilen lopen en te schreeuwen : "Wij zijn de naakten !" Op de ijzeren geraamten van het centrum A balletoefeningen te doen, Seven en hij. Tussen de twee lange koperen uiteinden van de letter A te gaan staan; er te plassen en er hun kleren uit te doen. Niemand zou hen horen, niemand zou hen toejuichen, niemand zou hen begeren. De taal, de beweging en de erotiek zijn nu eenmaal onmodisch geworden. Wie heeft nog zin in het gevaarlijke liefdesspel ? Wie ? Genot kon je verkrijgen in de automaten categorie X en Y en verpakte waarheden behoorden tot categorie Z. "Jan," spreekt Droest tot zichzelf, ... als hij eenmaal Jan noemt moet hij huilen. Een watergezicht, opgedroogde tranen en rood ontstoken ogen stemmen hem week (nat geregend wandelpad). Hij kijkt naar de rook uit Seven's pijp, het azuurblauw in zijn ogen, de gegroefde rimpels in zijn gelaat (die immers zo teder zijn), de plaats waar het hart ligt : het bloed en hij wordt even duizelig met een kotserig gevoel in zijn lijf; mompelt : "Hoe slijkerig" . Hij merkt terug de pijp en de gekke, uit hout gesneden figuren op de steel. Naast hem ligt een injectiebuis waar zijn oog even over glijdt, om er zich dan aan vast te kluisteren. Zo'n tuig met een ijzeren naald om sperma-inspuiting. Bloed ruist in zijn oren. Is dit het bloed van de oud geworden morgen ? Hij leest de enkele letters op het beslijkte buisje; de I, en verder N .. SEM..N..TIE en hij proeft de holle klinkers, medeklinkers in zijn mond. Hij ruikt ongezouten soep en kilte van vis in diepvriesverSF-MAGAZINE P. 41


pakking. Zijn ogen zeggen "Word ik gek, Jan ?" Hij weent en tranen verhitten op zijn warme huid en hij bemerkt de pijp, wordt plots ontstuimig woedend. In de wazige verte ronken motoren, knipperen lichten in de lauwte van de pseudo-avond; alles rood en hevig als de ogen van een vlinder op batterijen met stalen zoemvleugeltjes en elektronegatieve voelsprietjes. Hij neemt de donkere rook waar, uit Sevens mond vluchtend. Rook die tussen gele en rode kleuren in zwemt en er een vlinderende disharmonie vormt. Er zijn geen woorden, geen naakten, geen bedden; er is het gezoem en het gebruis van geluidjes. Jan grijpt bezeten naar de oude pijp van Seven, die hij ver weggooit, die neerploft tussen twee zuurstofbuizen. Er is geluid en geknetter van metaal. "Het bloed en het slijm in mijn handen" stamelt Jan en zijn tranen verdampen. Hij proeft één enkele ? Zijn ogen worden rode kringen als de cirkels van de noorderbuizen, in neonlicht gehuld. Seven staat langzaam recht en vliegt, in één ijle beweging, naar de plaats waar zijn pijp neerviel. Dan (is dit nog steeds de tijd) keert hij terug. Zijn ogen zijn groen als meteoren. De zee verdwijnt in de diepe holte van de aarde en grijze klippen blijven, als as van uitgedoofde vulkanen. Seven gaat weer zitten; zijn wezen één amechtigheid. Misschien is er een tijd van Jans gedachten. "Het hart zal stilstaan, deze tijd is banaal, ik klonter samen. Hij zal me slaan !" Seven opent de mond en prevelt een kabbalistisch gebed. Jan staart naar het ivoor van zijn tanden. "Vriend" zegt de oude Seven en in zijn baard bengelen tranen (parelen ? Zijn er tranen van zilver, van goud ?). Nu weet hij dat Sevens hart de maat slaat van de stad die het ritme overschreed. De dampen verdwijnen, lossen op. Straks doven ze uit. O ===oooOoOooo=== O

SF-MAGAZINE P. 42


Uiteenzetting van Gerd Hallenberger op BENELUXCON 1 te Gent, 19 mei 1973. Werden in deze voordracht behandeld : muziekuitvoeringen waarvan de titel en/of de tekst als SF kunnen beschouwd worden. In de vijftiger jaren maakte de SF, be誰nvloed door films als "Forbidden Planet" en "Destination Moon", zijn intrede in de masamedia. Als gevolg daarvan gingen sommige rock 'n roll-groepen typische SF-elementen aanwenden : de Spotnicks bijv旦orbeeld die in ruimtepakken optraden, of Chuck Berry in "Our little rendezvous". Rock 'n Roll was een muziek die de weerspiegeling vormde van de leefwereld en de eigen problematiek van een klasse van werkende jongeren, wat meteen de eenvoud ervan - ook wat de teksten betreft - verklaarde. Als een paar jaar later de drugs op grote schaal zouden ontdekt worden, zouden deze echter hun stempel drukken op de verdere muzikale ontwikkeling : de teksten werden subtieler en de bewerkingen complexer. Daarenboven werd de invloed van elektronische instrumenten merkbaar, werden nieuwe gitaartechnieken als echo en het elektronische wah-wah effekt geleidelijk ontgind en werden synthetiser, mellotron en audiogenerator op hun beurt "ontdekt". Nieuwe groepen ontstonden die interesse betoonden voor diverse mythen, vreemde godsdiensten, enz. en fantastische elementen (waarvan SF een onderdeel vormde) in hun muziek verwerkten : zo ontstond de zgn. "psychedelic music". Bepaalde formaties gingen zich in mindere of meerdere mate op SF toeleggen (Pink Floyd, Jimi Hendrix, King Crimson, Moody Blues) en haast alle popgroepen namen occasioneel hun toevlucht tot een SF-verwante tematiek : zelfs de Beatles in "Yellow Submarine" en "Magical Mystery Tour", en de Rolling Stones in "2000 light years from home", "2000 men" en "Sympathy for the devill" (waarin de duivel als verteller optreed). Daar het popverschijnsel geleidelijk sterk be誰nvloed raakte door de meer complexe strukturen van de jazz (waartegen zich anderzijds een soort nostalgische terugkeer tot de eenvoudige, zuivere rockmuziek aftekende), werden de SF-elementen die erin ge誰ntegreerd werden eveneens complexer. Men stelde zich niet langer tevreden met ruimtevluchten of beelden van een wereld die ver in de toekomst lag : enkele groepen gingen ingewikkelde mythe-systemen opbouwen (Hawkwind), andere gingen zich toeleggen op specifieke details die tot het universum van de SF of de sprookjeswereld behoorden ("Dying Moon"), of op een zuiver surrealistische zegging ("Lark Tongues in Aspic"). Thans zien we zelfs het ontstaan van SF-MAGAZINE P. 43


nauwe banden tussen het SF-fandom en de popmuziek. Zo zal Hawkwind de muziek verzorgen voor de verfilming van Moorcock's "The Final Programme" en zal deze groep bovendien een muzikale bewerking brengen van de verhalen van deze en andere auteurs, terwijl ook geregeld platen worden besproken in fanzines. Laat ons nu bondig enkele groepen en hun ontwikkeling op dit specifiek gebied bestuderen : JIMMY HENDRIX was één van de grondleggers van de popmuziek die steeds bijzonder in SF geïnteresseerd was. Hij had zelfs het plan opgevat een SFroman te schrijven, een voornemen dat wegens zijn dood in 1970 niet heeft kunnen uitvoeren. De bezetting van zijn groep was dikwijls aan veranderingen onderhevig (Experience, Band of Gypsies, Experience II), maar zijn karakteristieke sound bleef. Als SF-titels noteren we : "1983", "Astro Man", "3rd Stone from the Sun", "U.F.O.", "Up the Skies" en "EXP". HAWKWIND Vanaf zijn ontstaan was Hawkwind, die een vrij eenvoudige muziek met elektronische effekten voortbrengt, bij het SF-fenomeen betrokken. "In Search of Space", hun tweede elpee (waarop tevens de succesvolle single "Silver Machine" voorkwam), bracht de geschiedenis van het twee-dimensionale ruimteschip "Hawkwind" dat door ruimte en tijd reisde. Hun volgend album, "Doremi Fasol Lasido", was een verzameling van rituele ruimtezangen, strijdliederen en kosmische hymnen zoals ze door de familieklan "Hawkwind" op een epische tocht naar het fabelland Thorasin werden gebruikt. De groep schijnt een mythologie te willen opbouwen waarvan haar leden zelf de helden zijn en een eigen taal en een eigen geschiedenis ("Lord of Light", "Brainstorm", "The Watcher", enz.) te creëren. JULIAN'S TREATMENT inmiddels ontbonden, bleef zo goed als onbekend. De groep wou een uitvoerige trilogie brengen die het verleden, het heden en de toekomst van de mensheid centraal zou stellen. Van dit ambitieuze project werd alleen het eerste deel uitgevoerd. In "A Time before this - waarop een erg indrukwekkend orgel te horen viel - werden de stervelingen in dit tranendal afgebeeld als de verre afstammelingen van een buitenaardse beschaving die aan de basis zou gelegen hebben van een soort antediluviaanse cultuur. KING CRIMSON Van de oorspronkelijke samenstelling van King Crimson, één van de eerste groepen om een mellotron te gebruiken, bleef alleen Robert Fripp over. De discografie omvat platen als "In the Court of the Crimson King", "Lizard", "Earthbound" en "In the Wake of Poseidon", die qua stijl een erg gelijkmatige evolutie aan het licht brachten. SF-MAGAZINE P. 44


De laatste elpee "Lark's Tongues in Aspic", brengt nochtans een aanzienlijke vernieuwing ten opzichte van vroeger werk. JEFFERSON AIRPLANE die herhaaldelijk een SF-thematiek zou aansnijden ("White Rabbit" was een LSD-versie van "Alice in Wonderland"), behoorde tot de stichters van de zgn. West Coast Music". Andere SF-titels : "The House at Pooneil Corners", "War Movie" (over een hippie-oorlog die in 1975 zou uitbreken) en "Wooden Ships" (overlevenden die op de zeeën ronddobberen na het uitbarsten van de derde wereldoorlog). Onder de naam JEFFERSON STARSHIP verzorgden verscheidene leden van de groep het epische SF-album "Blows against the Empire", waarin enkele drop-outs een ruimteraket kaapten om van deze wereld te ontsnappen. De plaat kwam in aanmerking voor een Hugo-Award. MOODY BLUES is één van de betere popgroepen. Hun bekendste album, "To our Children's Children's Children" - geïnspireerd door Stapledon's "Last and First Men" - beschrijft de mensheid in de verre toekomst, die geleerd heeft ruimte en tijd te beheersen. VAN DER GRAAF GENERATOR maakte een ingewikkelde muziek en verwerkte tot op zekere hoogte jazz-invloeden in zijn composities. In titels als "Necromancer", "Pioneers over C" (een interplanetaire expeditie die in 1983 gesitueerd wordt) en elpees als "Pawn Hearts", "H to He" en "The least we can do is wave to each other" werd een thematiek aangewend eigen aan SF, horror en fantasy. U.F.O. beelde kosmische koninkrijken en wetenschappelijk-fantastische elementen uit in werken als "Unidentified flying object", "Prince Kajuku", "The Return of Prince Kajuku", "Star Storm", "Silver Bird", Flying", enz. YES Aanvankelijk was Yes een doodgewone popgroep die niettemin al een opname als "Starship Trooper" op zijn aktief bracht. Onlangs ging de samenstelling regelmatig fantastische en surrealistische teksten gebruiken : "Close to the Edge", "Siberian Khatru", "And you and 1", Heart and sunrise". AMON DÜÜL II één van de bekendste Duitse formaties, werd deels beïnvloed door de Oosterse mythologie, deels door de SF. Het eerste album, "Phallus Dei", was daar een mooi voorbeeld van. "Yeti" bleek nog meer fantastisch geörienteerd en in "Tanz der Lemminge" werd veelvuldig met SF-toestanden gegoocheld : "Syntelman's march of the roaring seventies" en "Restless Skylight-transistor-child", waarSF-MAGAZINE P. 45


bij bovendien onmiskenbaar de invloed van Pink Floyd opviel. De meest recente scheppingen van Amon D체체l II zijn "Carnival in Babylon" (dat een SF-verhaal bevat) en "Wolf City". POPOL VUH is in eerste instantie een perkussie-groep. In opnamen als "Affenstunde" en "In den G채rten Pharaos" werd het Oosterse mysticisme in een elektronische vorm gegoten, in "Hosianna mantra" werd de thematiek nog meer toegespitst op eng-religieuze onderwerpen. ASH RAH TEMPEL behoort tot de grondleggers van de "kosmische muziek", een soort mengsel van pop en elektronische muziek : "Ash Rah Tempel" (met "Traummaschine"), "Schwingungen" en "Join Inn". De groep verzorgd de ook een opname met Timothy Leary, de Amerikaanse drug-hogepriester : "Seven Up". NEKTAR is een Engelse groep die in Duitsland verblijft. "Journney to the center of the Eye", was een ruimte-opera waarin een Aardse astronaut uitgenodigd wordt aan boord van een vliegende schotel en geconfronteerd zal worden met vreemde galaxies. In hun tweede elpee "Tab in the Ocean", werd een onderzeese cultuur beschreven. Hoe enthousiast de groep in haar beginfase ook was, thans is ze afgedreven tot een bedenkelijk commercieel niveau. PINK FLOYD maakte zijn debuut in de "underground-club" U.F.O. en zou uitgroeien tot de meest invloedrijke formatie van de jaren zestig. In de evolutie die de samenstelling zou doormaken speelde leadgitarist Syd Barrett, die vooral geboeid bleek door de sprookjes van zijn jeugd ("Mathilda mother", "Fleming", "The gnome") een belangrijke rol, terwijl ook elektronische gadgets ingelast werden ("Interstellar overdrive", Astronomy domine"). Na de eerste elpee "The piper at the gates of dawn" verliet Barrett de groep om vervangen te worden door David Gilmour, wat de muzikale ideeen van bassist Roger Waters en organist Richard Wright meer op voorgrond zou brengen. Vooral de eerstgenoemde wilde de mogelijkheden die door de elektronische apparatuur geboden werden verder ontwikkelen, wat de groep nog dichter bij de SF bracht. Zo kwamen op hun tweede elpee stukken voor als "Saucerful of secrets" en "Let there be more light" (het relaas van een buitenaardse beschaving die reist tegen snelheden groter dan die van het licht) en "Set the controls to the heart of the sun" (een barokke beschrijving van een tocht naar de zon). Met de dubbelelpee "Ummagumma", waarop life-versies van hun beste SF-titels figureerden "Astronomy domine", "A saucerful of secrets", "Set the controls ...") evenals studiowerk ("Narrow way", "The grand-vizier's garden party", "Several species of small, furry animals gathered together in a cave and grooving with a pict", "Grandchester meadows", SF-MAGAZINE P. 46


"Sysiphus"), bereikten ze hun hoogtepunt. Na deze plaat is Pink Floyd nauwelijks verder ontwikkeld, hoewel ze zich verder tot de fantastiek zouden blijven wenden : "Echoes" op "Meddle" bijvoorbeeld, of "Atom heart mother", sommige stukken van "More", "Childhood's end" op "Obscured by Cloud's", en hun laatste elpee, "Dark side of the moon". TANGERINE DREAM is wellicht de best bekende Duitse popgroep. Leider van de samenstelling Edgar Froese, dacht een nieuw concept van kosmische muziek uit : volgens hem betekent dit een volledig nieuw harmonisch schema, een soort van surrealistische muziek, gedachtenassociaties gegoten in een adequate muzikale vorm. De groep wendt dan ook uitsluitend elektronische instrumenten aan, Op hun tweede elpee, "Alpha Centauri", werd een vlucht naar deze sterrenconstellatie beschreven, waarna opnamen als "Zeit" en "Atem" zouden volgen. Om de voordracht te illustreren werden volgende fragmenten van de besproken groepen ten gehore gebracht : JIMMY HENDRIX HAWKWIND JULIAN'S TREATMENT AMON DÜÜL II POPOL VUH NEKTAR PINK FLOYD TANGERINE DREAM

: : : : : : :

"EXP". "Adjust me". "Phantom City". "H.G. Wells take of". "Affenstunde". "Astronaut's nightmare". "Set the controls to the heart of the sun". "Interstellar Overdrive". : "Sunrise in the third system". GERD HALLENBERGER (Vertaling & bewerking : Gilbert Verschooten)

DISCOGRAFIE VAN DE DOOR GERD HALLENBERGER BEHANDELDE GROEPEN Van Julian's Treatment en Nektar, waarvan de elpee-titels in Hallenberger's uiteenzetting voorkomen, konden geen nadere gegevens worden gevonden. Deze groepen werden bijgevolg niet in deze discografie opgenomen. JIMMY HENDRIX Are you experienced (Barclay 0820143). Axis : bold as love (Barclay, geen verdere referenties). Electric Ladyland (Barclay, 0920060/61). Band of Gypsies (Barclay, 0920221). The cry of love (Barclay, 080433). Postuum : Rainbow Bridge (Reprise, 54004), In the West,Barclay 80448)

SF-MAGAZINE P. 47


Isle of Wight (Barclay 80462), Experienee (Entertainment International SLDEI 782), More experience (Ember NH 5061) enz., enz. HAWKWIND (onvolledig) In the search of space (United Artists UAD 29202). The space ritual (United Artists UAD 60037/38). KING CRIMSON In the court of the Crimson King (Philips 6343002). In the wake of Poseidon (Philips 6406001). Islands (Island 6396013). Lizard (Island 6405012). Earthbound (Island 6427015). Lark's tongues in aspic (Island 6396027). JEFFERSON AIRPLANE Jefferson Airplane takes off (RGA 740671). Surrealistic pillow (RCA 740073). After bathing a Baxter's (RCA 740523). Crown of creation (RCA 740556). Bless its pointed little head (RCA 740591). Volunteers (RCA 4288). The worst of Jefferson Airplane (RCA LSP 4459). Bark (Grunt FTR-1001). Long John Silver (Grunt FTR-1007). Thirty seconds over Winterland (Grunt BFL1-0147). Paul Kanter and the Jefferson Starship : Blows against the empire (RCA 443008). MOODY BLUES The magnificent Moodies (Decca LK 4711). Days of future passed (Deram SML 707). In search of the lost chord (Deram SML 711). On the treshold of a dream (Deram SML 1035). To our children's children's children (Treshold THS 1). Question of balance (Treshold THS 3). Every good boy deserves favour (Treshold THS 5). VAN DER GRAAF GENERATOR The aerosol grey machine (Charisma, geen verdere referenties). The least we can do is wave to each other (Charisma, geen verdere referenties). H to He (Philips 6459006). Pawn hearts (Charisma CAS 1051). UFO UFO 1 (Decca, geen verdere referenties). UFO 2 (Decca, geen verdere referenties).

SF-MAGAZINE P. 48


YES Close to the edge (Atlantic 50012). Yessongs (Atlantic 60045). AMON DÜÜL II Phallus Dei (Liberty LBS 83279). Yeti (Liberty LBS 83359/60). Tanz der Lemminge (Liberty LBS 83473/74). Carnival in Babylon (United Artists UAS 29327). Wolf City (United Artists UAS 29406). POPOL VUH Affenstunde (Liberty, geen verdere referenties). In den Garten Pharaos (Pilz, geen verdere referenties). ASR RA TEMPEL Ash Ra Tempel (Ohr, geen verdere referenties). Schwingungen (Ohr, geen verdere referenties). PINK FLOYD The piper at the gates of dawn (Columbia SCTX 340568). A saucerful of secrets (Columbia SCTX 340770). More (Pathe Marconi CO 6204096). Ummagumma (Harvest SHDW 1 &, 2). Atom heart mother (Harvest SHVL 781). Meddle (Harvest SHVL 795). Obscured by clouds (Harvest 4020). Dark side of the moon (Harvest 064-05249). TANGERINE DREAM Electronic meditation (Ohr, geen verdere referenties). Alpha Centauri (Ohr, geen verdere referenties). Zeit (Ohr, geen verdere referenties). GILBERT VERSCHOOTEN

O ===oooOoOooo=== O

SF-MAGAZINE P. 49


ERIC THIERENS, ZINKSTRAAT 167, 9242-MUNTE Ik heb juist het nieuwe SF-MAGaZINE ontvangen en ik moet zeggen dat het me op het eerste zicht reeds beviel. Een puike cover met een mooie tekening om nog van de inhoud niet te spreken. Het dossier Tijdreizen was heel interessant, een goede inleiding en de bespreking van L. Demeester over de 4de dimensie was heel goed. In verband met de 4de dimensie zou ik de lezers het boek TERUG NAAR DE GODEN van Gerhard R; Kleinh채user (Uitg. Luitingh) willen aanraden. Als liefhebber van essef- en horrorfilms vind ik de twee nieuwe rubrieken van Gilbert Verschooten ook de moeite waard. In een vorig nummer las ik dat er sedert augustus 2 delen van de PR-reeks bij Born verschenen zijn. Die kan ik echter nog steeds niet in de boekhandel vinden. Is de reeks in Nederland misschien veel verder dan hier ? Bij PRISMA constateer ik de laatste tijd een zekere achteruitgang, terwijl BRUNA en MEULENHOFF gestaag doorgaan. We krijgen tegenwoordig veelal tweede drukken ! Jammer dat APOLLO moest verdwijnen : er waren enkele goede titels bij. Ik hoop dat HORROR niet hetzelfde lot beschoren is ! RED. Uw lofuoorden steken ons een hart onder de riem en een riem onder het hart (naar keuze). De inspanningen van Born op essefgebied worden wel eens wat vergeten, terwijl deze uitgeverij enkele meesterwerken heeft gepubliceerd (o.a. Flowers for Algernon, A Case of Conscience, Chton, enz.) en haar reeks met een regelmaat van een klok uitbreidt. Zij wordt echter, zeker in SF-MAGAZINE P. 50


BelgiĂŤ, slecht gedistribueerd zodat het moeilijk is haar uitgaven op de kop te tikken. Het enige wat wij hieraan kunnen doen is Born deze toestand attent te maken, maar misschien is zij contractueel aan een distributiemaatschappij gebonden ... Hoe dan ook, wij betreuren dat het inderdaad vaak maandenlang duurt voor wij bepaalde nummers uit de reeks te pakken kunnen krijgen. Je opmerking over PRISMA kan ik slechts gedeeltelijk beamen : onlangs verschenen toch nieuwe titels van David Gerrold en Roger Zelazny (bovendien zeer recent werk)? Ook wij betreuren het verdwijnen van APOLLO, te meer waar A. Van Hageland er werkelijk zijn"ziel"in had gestoken en grootse, hoewel zeer wel realiseerbare plannen had voor dit blad. Waarom APOLLO uiteindelijk niet bij het publiek is aangeslagen zal de uitgeverij zelf moeten uitmaken en er de nodige conclusies uit trekken. Horror en HoHo, van dezelfde uitgeverij schijnen het echter goed te doen. AUGUST LEUNIS, ROZENGAARD 33, 3290-DIEST Een woordje over SF-MAGAZINE. Niets dan lof hoor, zowel wat de presentatie, als de inhoud betreft. Toch moet er mij iets van het hart. Zou het niet mogelijk zijn om meer verhalen op te nemen in uw magazine ? Elke maand 2 of 3, dat vind ik bitter weinig. Ook vind ik SF-MAGAZINE wel iets te kort uitgevallen, ik bedoel niet omvangrijk genoeg. Ik meen toch dat u door bvb. het lidgeld te verhogen, u het magazine kunt uitbreiden. Echte SF-fans blijven u toch trouw, niettegenstaande u het lidgeld door de verhoogde kosten ook zou moeten verhogen. Verder niets dan lof, hoor ! RED. Wij hebben begrip voor uw standpunt : u leest graag de verhalen en u zou er liefst wat meer van zien verschijnen. We zijn echter verplicht met de wensen van iedereen rekening te houden : sommigen houden meer van achtergrondartikels, anderen van boekbesprekingen en anderen van illustraties of van essefnieuws. We proberen het geheel uit te balanceren, maar we geven ons rekenschap van het feit dat niet iedereen altijd tevreden zal zijn. Wat de omvang van het blad betreft kunnen we eerlijk gezegd uw mening slechts in theorie bijtreden : ook wij zouden maandelijks liefst 100 blz. brengen ! Wie niet ? Maar afgezien van het financieel problem (een verhoging van de jaarlijkse bijdrage lijkt ons voorlopig niet gewenst terwijl alle kosten, inclusief de verzending, pijlsnel de hoogte zijn ingegaan) is het voor onze kleine groep volstrekt onmogelijk om zoiets praktisch te realiseren : nu al ondervinden wij veel moeite om het maandelijks schema min of meer aan te houden, omdat wij al het werk na onze gewone dagtaak verrichten. SFAN is overigens in HEEL Europa het enige amateur essefblad dat nu reeds meer dan 3 jaar zoveel leesmateriaal voor zo weinig geld kon aanbieden. Zelfs de zoveel geroemde Duitsers konden dit met veel meer geld niet bereiken ! Toch wijzen uw opmerkingen niet af. Wij houden er terdege rekening mee en wij hopen eens in staat te zijn aan de verlangens van al onze leden tegemoet te komen. Het enige waartoe wij naar alle waarschijnlijkheid nooit in staat zullen zijn is een verlaging van de jaarlijkse bijdrage. Overigens van harte gefeliciteerd met de publikatie van uw verhaal "Het Laatste Hoofdstuk" in het weekblad HoHo nr. 99 (Uitg. De Schorpioen N.V.). SF-MAGAZINE P. 51


De oplettende lezer van ons blad heeft ongetwijfeld bepaalde zaken opgemerkt die ik als volgt samenvat : 1. weinig besprekingen van essefboeken die in het nederlands verschijnen. 2. weinig of geen essays over een bepaald meesterwerk. De oorzaken zijn gemakkelijk te verklappen : het bespreken van een boek is beslist niet zo eenvoudig als op het eerste zicht wel mag blijken en het schrijven van een gefundeerd essay over een meesterwerk is, kort gezegd, een helse arbeid. Toch sturen bepaalde lezers, die ik van harte dank voor hun bereidwillige medewerking en onversaagd pogen, regelmatig boekbesprekingen op. Tot hun verbazing - en misschien wel ontstemming - zien ze die besprekingen niet altijd verschijnen. Waarom niet ? Wel, het spreekwoord indachtig dat zachte heelmeesters stinkende wonden maken, verklaar ik : omdat ze niet goed (genoeg) zijn. Hoewel ik in vorige bijdragen reeds op de essentie en de methodiek van een boekbespreking ben ingegaan, herhaal ik hieronder in het kort, aan de hand van sprekende voorbeelden, wat niet en wat wèl gewenst is bij een recensie. Ik ben ervan overtuigd dat de belanghebbenden dit aandachtig zullen doornemen zodat de redaktie eerlang met bekwame spoed grote stapels boekbesprekingen zal kunnen opnemen. Tot zover gebeurt er niets : liever geen dan slechte boekbesprekingen, hoe hard dit ook moge klinken. Voorbeeld 1 - Inhoud "Na jarenlange omzwervingen komt Bill Blook op Terra terug. Hij ontmoet er zijn lieftallige nicht Anja, die echter tijdens zijn afwezigheid met de duistere Zuurpruim is getrouwd, een handlanger van de Donkere Machten uit de Andromeda-nevel die de Aarde willen vernietigen. Na een eerste poging van de linke trawanten van Zuurpruim om Bill op een sinistere manier een kopje kleiner te maken, want reeds gauw had hij diens schurkachtig plan ontmaskerd, komt het verhaal snel tot een climax : Bill bevrijdt de door hypnose schandelijk om de tuin geleide Anja en brengt haar in veiligheid op zijn geheime asteroïde, waarna hij, gans alleen de strijd aanvat tegen de van achter de Zon opgedoken vijandige Andromedavloot. Wanneer hij op het punt staat het onderspit te delven tegen de ongelooflijke overmacht, schallen de klaroenen en komen de Goede Aliens hem, alsmede de Aarde, ontzetten en bevrijden. De Held geniet alsdan van één welverdiende rust in de blanke armen van Anja."

SF-MAGAZINE P. 52


Kijk, zo mag het NIET ! De inhoud hoeft absoluut niet aan de lezer te worden meegedeeld : hij zal het verhaal zelf lezen, als hij het boek koopt ! Het volstaat, zeer in het kort, op twee of drie regels te zeggen waarover het gaat. Voorbeeld 1 - Inhoud (bis) "De succesvolle strijd van Bill Blook en zijn geheime bondgenoten tegen een invasie vanuit Andromeda." Bovenstaande is meer dan genoeg : het is gewoon een aanduiding om het geheel te situeren. Voorbeeld 2 - Taal en Stijl "Het boek is enorm spannend geschreven. Het boeit van de eerste tot de laatste bladzijde. De lezer houdt werkelijk zijn adem in en kan de bladzijden niet snel genoeg omslaan om toch maar snel te weten te komen wat er op de volgende staat. De auteur weet zijn publiek in de ban te houden van de gebeurtenissen en laat de lezer op een knappe manier in het ongewisse over wat er verder gebeuren gaat. Werkelijk een boek dat je niet dicht kunt slaan zonder het in ĂŠĂŠn trek te hebben uitgelezen. Steeds weer verrast de schrijver door onverwachte vondsten waardoor de evnementen onvoorziene wendingen nemen." De aandachtige lezer heeft opgemerkt dat ik hier op 10 regels, 8 maal hetzelfde heb gezegd met andere woorden. Zo mag het ook niet ! Waarom niet eenvoudiger werken, zoals in Voorbeeld 2 - Taal en Stijl (bis) "De auteur weet de spanning op een verrassende manler door het hele boek aan te houden." Gewoonlijk houdt een boekbespreking hiermee op. want dan begint de bespreking pas!

En dat is fout,

Er bestaat geen recept voor een goede boekbespreking. Het is iedere keer weer iets anders. Maar er kunnen wel enkele vuistregels worden toegepast, ieder volgens zijn eigen voorkeur en temperament. Ziehier enkele ervan : 1. Verspil nooit meer dan 3 tot 5 regels aan het navertellen van de inhoud. 2. Vermeld het grondprobleem waarmee de auteur zijn lezer confronteert en geef er commentaar op. Voorbeeld (in verband met "Stranger in a Strange Land") "De auteur poogt de impact van de Aardse beschaving op een volledig anders werkende geest te meten, alsmede de invloed van buitenaardse denkwijzen op menselijk gedrag en maatschappij. Centraal komt vast te staan, dat talrijke, door de traditie gegroeide verhoudingen, fundamenteel onjuist zijn, enz...

SF-MAGAZINE P. 53


3. Wanneer je je sterk genoeg in je schoenen voelt, kun je je door de auteur gespuide meningen, aanvechten of bijvallen, of er randopmerkingen aan toevoegen. Voorbeeld (in verband met "Stranger in a Strange Land") "Dokter Jubal, zoals duidelijk blijkt van in het begin, is niets anders dan een verpersoonlijking van Heinlein zelf. Deze brave man brengt een hele reeks theorieĂŤn naar voren die, onder het mom van de ware vrijheid, slechts een bevestiging zijn van de hypocriete dubbele moraal die thans in Amerika heerst. De vrijheid van de man op rijpere leeftijd, om met welke vrouw die hij wenst, in bed te stappen, is anti-vrijheid, verslaving en vernedering van de vrouw tot lustobject in plaats van verheffing tot gelijkberechtiging. Heinlein toont zich, overigens zoals steeds, een verstokte reactionair." Enz. ... Dergelijke passages in een boekbespreking vertellen veel meer over de inhoud en de personages, dan het navertellen van het verhaaltje. Uiteraard hoef je niet altijd het met de auteur oneens te zijn. 4. Onderzoek eens waarom precies een bepaald boek je is bevallen. In het algemeen is het goed, in verband met een boek, de volgende klassieke vragen te stellen : Wat, Waar, Wanneer, Hoe, Waarom, enz. Je zult vaak versteld staan over de antwoorden die je krijgt. Voorbeeld (in verband met "Slaughterhouse 5") "Over het gebeuren hangt een waas van verwarring en verdwaasdheid, niet in het minst in de hand gewerkt door de tijdsprongen die de hoofdacteur "ondergaat". Nergens wordt het bombardement van Dresden enigermate beschreven. Hoe kon het ook anders ? De verschrikking van Dresden kan natuurlijk met geen woorden worden beschreven en de verdwazing is niets anders dan de shocktoestand waarin de hoofdpersonen rondlopen." Enz. ... In enkele zinnen is hier een psychologisch mechanisme ontrafeld. 5. Bespreek werkelijk de stijl van de auteur. Geef aan welk stijlmiddelen hij toepast en welk effect hij ermee bereikt; bv. de metafoor. Ga na hoe de zinnen in elkaar klikken, hoe de alinea's naar elkaar overgaan, hoe de hoofdstukken, aktie en psychologie, evolutie van de personages scheiden, verduidelijken en verbinden. Weest niet bang vast te stellen en te zeggen dat de auteur lang dradig wordt of zich herhaalt. Onderzoek de structuur van het geheel. Je zult verbaasd zijn over het geringe aantal boeken waarvan de geledingen kloppen. 6. Vraag je steeds af wat de bedoeling van de schrijver is geweest en vermeldt dit in de bespreking. Is het een vijf-stuiverroman ? Heeft de auteur bepaalde literaire aspiraties ? Heeft de schrijver oorspronkelijke ideeĂŤn ? Wil hij een boodschap verkondigen ? SF-MAGAZINE P. 54


7. Wanneer dit gebeurd is, onderzoek dan of de schrijver in zijn opzet geslaagd is of gefaald heeft, en vooral, waarom ! Bijvoorbeeld : zijn de gebruikte stijlmiddelen toereikend om het gewenste effect te verkrijgen ? 8. Vrees niet mogelijke invloeden van de auteur te herkennen. Voorbeeld : talrijke werken met de MUTANT als hoofdobject, zijn een rechtstreekse reactie geweest op SLAN van A.E. Van Vogt. 9. Ga steeds na of de aktie van het boek verklaarbaar wordt gemaakt door de psychologie van de personages. Zoniet, wat maar al te vaak voorkomt, gaat het om een waardeloos boek, en je hoeft niet bang te zijn om dat te zeggen. 10. Probeer je recensie zo kort mogelijk te houden en alleen het allerbelangrijkste te zeggen : voor je het weet heb je een halve bladzijde tekst waar weinig of geen informatie in voorkomt. 11. Houd steeds het hoofddoel van een boekbespreking voor ogen : de lezer vertellen wat het boek is en hem ertoe aanzetten het werk te lezen. 12. Verspil geen tijd aan slechte boeken. kan ik niet aanbevelen.

Zeg gewoon : dit werk

13. Vermijd uitweidingen over de auteur : dat doet niets ter zake; alleen het boek is van belang ! Bovenstaande richtlijnen gelden uiteraard alleen voor korte boekbesprekingen. Wil men een bepaald meesterwerk (bijvoorbeeld : SOLARIS van Stanislaw Lem) grondig bespreken, dan heeft men verschillende bladzijden nodig om beknopt op alle implicaties in te gaan. EEN LAATSTE GULDEN RAAD Zeg nooit dat een werk "slecht" is omdat je het toevallig niet eens bent met de mening die de auteur verkondingt. Beoordeel een werk uitsluitend om de letterkundige kwaliteiten ervan en laat je niet be誰nvloeden door de talrijke wetenschappelijke, psychologische en andere onwaarheden die erin te vinden zijn. Centraal zullen steeds de volgende vragen opduiken : wat heeft de schrijver eigenlijk willen zeggen, en heeft hij datgene wat hij wilde zeggen, op een literair doeltreffende manier medegedeeld ? O ===oooOoOooo=== O

SF-MAGAZINE P. 55


Nieuwsblad van het Sfan-sekretariaat. WAAROM DIT BLAD ? wel,omdat het ons beter leek een aantal uiteenlopende zaken te groeperen,die tot nog toe verspreid in "SF.MAGAZINE" werden vermeld. Uiteraard komt in "NOTABENE" enkel uiterst belangrijk nieuws ! AANKONDIGINGEN IN DE EERSTE PLAATS : ASFALTA -Antwerpen meldt ons dat haar vergaderingen voortaan doorgaan in de gelagzaal van het K.V.O., hoek F.Rooseveldplaats en Van Ertbornstraat, op een vijftal minuten van het Centraal Station te Antwerpen. Zij plant een SF-dag voor zaterdag l9 mei, te Antwerpen,en een aantal filmvertoningen te Brussel,in de zaal Marny,op het Flageyplein, voor l3,l4 en l5 september. Inlichtingen bij Julien Raasveld,Goedentijd ll,27l0-Hoboken. SFAN-KERN GENT heeft,wanneer wij dit schrijven juist een sf.filmweek achter te rug.Ook hier wordt voortaan in een andere zaal vergaderd,nl. "TYL",Klinkkelderstr.70 te St.Amandsberg. Volgende spreker is Eddy C.Bertin die op 6.4 handelt over "Telepathie en sf." inlichtingen bij André De Rijcke, Baron C. Buysseplein,l3,9820-St.Denijs-Westrem. HERINNERINGEN OOK : -Regelde U reeds uw lidgeld voor 1974,tenminste wanneer dit in januari,februari of maart verviel ? Zoniet, doe het dan onmiddellijk. Teveel tijd gaat inderdaad elk jaar aan deze zaak verloren. En wanneer U SF.MAGAZINE niet meer wenst te ontvangen,schrijf ons dan aub een woordje. Dat voorkomt nutteloze briefwisseling. Onze -steeds hongerige- kassa REKENT op U ! -En bezocht u reeds onze bibliotheken ? Te Antwerpen bij Danny De Raeve, Cogels Osylei,37,Berchem. Te Gent,bij Mv.Curé,Sleepstraat l25 ('s maandags) EN PUBLICITEIT : Wie is bekwaam en wil mij helpen om,tegen af te spreken voorwaarden,een door mij geconstrueerd verhaal van een l00-tal getypte blz.te herschrijven en van stijl-en andere fouten te zuiveren ? Ik meen dat het een goed verhaal is. Mijn adres:Vandevelde,Madeliefjesstr.22,2060-Merksem (03.45.44.73)


EEN SFAN-KERN IN MECHELEN ! Het prachtige voorbeeld van de Sfan-kern te Gent en het werk van Julien Raasveld te Antwerpen vinden weldra navolging te MECHELEN ! Tenminste,indien voldoende belangstelling bestaat. Woont U in Mechelse en interesseert U zich voor sf. (kennismaking, ruilen van boeken,voordrachten,films en zo meer...) kontakteer dan onmiddellijk : E. VAN HEYMBEECK ,Galgestraat 97,2800-MECHELEN. EN BEZOCHT U REEDS DE SFAN-BIBLIOTHEEK ? Zij bevatten duizenden boeken,die U toch zeker niet allemaal kent. ONVERMOEIBAAR ... is A.VAN HAGELAND. Inderdaad plant deze sf.enthousiast,die als samensteller ook internationaal faam heeft verworven met franse en spaanse bundels,nu weer een nieuwe selectie,onder de titel : VLAAMSE GRIEZELVERHALEN Auteurs die hiervoor belangstelling voelen kunnen één verhaal inzenden aan volgend adres: A. VAN HAGELAND., Blutsdelle l0, l64l-ALSEMBERG. Dhr.Van Hageland dringt aan opdat slechts één verhaal zou worden ingezonden.U doet dus zelf een eerste selectie.De tekst dien in twee exemplaren verzonden (terwijl U natuurlijk een afschrift voor Uzelf bewaart.) MAAR wat dacht U van SF.MAGAZINE ? Wist U dat ons de laatste drie (3) maanden slechts één (l) brief met kommentaar bereikte ? Nochtans veranderde er heel wat,niet ? Wij denken aan de presentatie van de nummers,aan de thematische uitgaven, aan onze covers en zo meer. Wat dacht U ? Waarover dacht U dat wij hoorden te praten en wat beviel U misschien minder of helemaal niet ? Houdt U wel van een langer theoretisch artikel of leest U liever verhalen ? En hoe vond U de verhalen die wij brachten ? Vindt U ons te droog, te ernstig of niet ernstig genoeg ? Te moeilijk, te vulgariserend of pre-wetenschappelijk ? Schrijf ons uw mening aan volgend adres: Simon Joukes, 7 Geleeg, 2860-O.L.VROUW-WAVER. DO IT. NOW. DEZELFDE PERSOON namelijk onze voorzitter Simon Joukes,zoekt ook naar mensen die bekwaam en bereid zijn engelse en duitse teksten voor hem te vertalen. Het betreft hier artikels die ons welwillend werden afgestaan door buitenlandse sf.tijdschriften waarmede hij de beste relaties onderhoudt en die dan in SF.MAGAZINE zouden verschijnen. Onszelf ontbreekt nu eenmaal eenvoudig de tijd. Schrijf hem.Ook wanneer U Pools,Hongaars,Roemeens of een andere taal machtig bent ! SF-MAGAZINE P. 57


EN DAN

SFANCON V :

wist U dat tot hier toe nog slechts vier mensen ( 4 !) hun inschrijving regelden voor Sfancon V ,dat nochtans belooft een super-de-luxe con te worden zoals België er nooit een zag ? Niet zo mooi, vindt U. Schrijft U zich dan dadelijk in,vinden wij. ERRATA : Ten onrechte werd in SF.MAGAZINE nr.32 gezegd dat de vertaling van "Stranger in a strange land" bij Meulenhoff verscheen,dan wanneer deze door Bruna werd verzorgd. Verder was de uitstekende bespreking van dit werk,zoals niet werd vermeld,van de hand van Simon Joukes. Een woord van dank aan Marc Corthouts,die ons op beide zaken attent maakte ! NIEUWE LEDEN : -Dirk HANSSENS.

Gentsesteenweg,l,

94ll-ERONDEGEM.

-Hugo TRUYENS.

Astridlaan,ll,

3900-LOMMEL.

-Pierre DE KAEY.

Eikvarenlaan,25,

2070-EKEREN.

-Karel TYTGAT.

Amsterdamstraat,52,

8400-OOSTENDE.

-Jozef FRANS.

Pruynenstraat,9,

2000-ANTWERPEN.

-Dhr.FELSENSTEIN.

Lamorinièrestraat,47, 2000-ANTWERPEN.

OPGELET : Ingevolge een overeenkomst met de uitgeverij Born beschikken wij voortaan over een aantal exemplaren van elke nieuwe uitgave in haar sf.reeks. Daarom krijgt voortaan ieder die een nieuw lid aanbrengt TWEE RECENTE BORN-POCKETS GRATIS TOEGEZONDEN !! Vertel het voort ! SFAN-WEDSTRIJDEN l974 : Bij ons januari-nummer was het reglement gevoegd van Sfan's beide wedstrijden voor l974. Ontbrak dit reglement in uw nummer,schrijf ons dan. Verder zijn voldoende exemplaren van dit reglement voorhanden en beschikbaar om eventueel te worden verspreid in scholen, academiën en dergelijke. Aarzel niet ons te schrijven. TENSLOTTE : noteerde de redactie volgend afrikaans spreekwoord,dat wij ieder aanraden in verkiezingsperiode te mediteren : "Wanneer twee olifanten vechten,dan lijdt het gras hieronder. wanneer zij liefde bedrijven,lijdt het gras nog meer." TOT KIJK.

SF-MAGAZINE P. 58



SF-MAGAZINE 33