Issuu on Google+


De redaktie biedt uiteraard haar beste wensen aan : moge het u allen dit jaar zeer goed gaan. Zoals aangekondigd zetten wij het eerste nummer van het nieuwe jaar in met het thema TIJDREIZEN als hoofdbrok. Dit artikel is een bewerking van de lezing die enkele tijd geleden, door ons lid LUC DE MEESTER, te Gent werd gehouden. Om dit geheel te omlijsten werden twee verhalen gekozen : KNUTSELAAR van Patrick MĂŠdart, dat een eervolle vermelding kreeg in de vierde wedstrijd voor het korte nederlandstalige essefverhaal, en DE NAGEL OP DE KOP van Robert Smets, een bijtende satire op dectective-verhalen en tijdparadoxen. De medewerking van Gilbert Verschooten, start met twee rubrieken, namelijk VOLGENDE WEEK OP UW SCHERM, een lijst van weldra in ons land vertoonde fantastische en esseffilms, ON THE FIELD OF HORROR, waarin bekende acteurs, regisseurs en dergelijke worden herdacht, en tenslotte met een bijdrage over de "verloren" gewaande fantastische films. Interessant, dat is zeker ! Wegens plaatsgebrek moest de eerste bijdrage over science-fiction in de popmuziek naar het februarinummer worden verschoven, dat, zoals u weet in het teken van Jack Vance zal staan. En natuurlijk is er ook een brievenrubriek en andere bekende bijdragen. Wij mogen niet vergeten de wedstrijdreglementen te vermelden voor de 5de wedstrijd voor het korte nederlandstalige essefverhaal en voor de 2de wedstrijd voor de essefillustratie, beide met interessante geldprijzen bedacht. De uitslag van beide wedstrijden zal officieel bekend worden gemaakt tijdens SFANCON 5, vijfde internationale congres voor science-fiction, dat onze vereniging tijdens het eerste weekend van september 1974 te Gent inricht in de Salons VAN EYCK. Hierover volgt later meer nieuws. Maar uw supporting membership van 100 BF kunt u nu reeds storten op de bankrekening van SFAN (zie betalingsmodaliteiten op de 2de blz.), met vermelding "SFANCON 5". Toch nog even het volgende verklappen : KEN BULMER, redacteur bij Corgi Books en samensteller van " New Writings in SF" zal er de Eregast zijn, terwijl Peter RoSF-MAGAZINE P. 01


berts, uitgever van de fanzines "Checkpoint" en "Egg" de Fang-eregast zal zijn, voor zover hij de TAFF-race niet wint, wat wij hem van harte toewensen. Bekende sprekers op SFANCON 5 zullen zijn : de auteur JAMES BLISH, Prof. Dr. Jack Cohen, lector biologie aan de Universiteit van Birmingham en Peter Nichols, beheerder van de Britse "Science-Fiction Foundation". Wij houden u verder op de hoogte ! (maar vergeet ondertussen toch maar niet uw lidgeld te betalen !) O ===oooOoOooo=== O

Schrijf nu reeds in en houdt de datum van deze belangrijke gebeurtenis vrij op het einde van de vakantieperiode. Laatst beschikbare gegevens : 1. Plaats Salons VAN EYCK, Lange Kruisstraat 3, Gent (in het centrum, vlakbij de St.-Baafskerk). Negen zalen, waarbij onder meer een Café-Bar en een Restaurant, met demokratische prijzen. Prijzen van hotelverblijf worden eerstdaags medegedeeld aan de belangstellenden. 2. Datum Het week-end van 31.08 - 01.09.1974. Het informele programma start reeds vrijdagavond met een filmvoorstelling. 3. Eregasten Uit Groot-Brittannië : KEN BULMER, auteur en fan, samensteller van Corgi Books en New Writings in SF. Uit Frankrijk

: de bekende jonge auteur JEAN-PIERRE ANDREVON.

Uit Zweden

: de bekende auteur, criticus en uitgever SAM J. LUNDWALL (van "SF, what's all about").

Uit Italië

: Professor R. MISSAGLIA.

Als "FAN"-eregast

: de jonge Brit PETER ROBERTS, uitgever van de fanzines CHECKPOINT en EGG, voor zover hij de TAFF-race niet wint.

4. Sprekers Velen worden thans nog aangezocht. SF-MAGAZINE P. 02

De volgende hebben echter


reeds definitief toegestemd een lezing te houden of deel te nemen aan een debat : Peter Nichols, beheerder van de Britse SF Stichting, Dr. Jack Cohen, lector biologie aan de Universiteit van Birmingham, de auteur James BLISH, de Franse criticus en auteur Patric Duvic, de Franse auteur en criticus J.P. Fontana (pseudoniem Guy Scovel). Wij houden u van de verdere evolutie op de hoogte : 5. Programmapunten Gesonoriseerde dia's, filmvoorstellingen, uitgeversstands, tentoonstellingen van schilderijen, kunstwerken, fanzines, enz. Nieuwe en tweedehandse boeken. Gezamelijke maaltijd gevolgd door bieravond op zaterdag 31 augustus. 6. Deelneming 120 BF per persoon, te storten op de rekening van SFAN, met vermelding "SFANCON 5" (betalingsmodaliteiten, zie vooraan). Suggesties of/en tips zijn nog altijd welkom. Maar vergeet vooral niet nu reeds in te schrijven om een zo volledig mogelijk programma werkelijk te maken ! O ===oooOoOooo=== O

Ook op deze samenkomst met onze Nederlandse vriende van het NCSF MAG u niet ontbreken ! Wij hopen een groepsbus te kunnen inleggen bij voldoende belangstelling. V贸贸r-inschrijvingen (zonder betaling, aangezien de toegangsprijs nog niet definitief vaststaat) worden nu reeds ingewacht op ons secretariaat. Definitieve plaats en datum : AMERSFOORT, op zaterdag 12 en zondag 13 oktober 1974, in het conferentieoord aldaar. Wij brengen meer nieuws zodra dit beschikbaar is. O ===oooOoOooo=== O

SF-MAGAZINE P. 03


SF-MAGAZINE P. I


Een inleiding en enige kanttekeningen bij de bijdragen in dit dossier lijken ons niet overbodig. Eerst en vooral, in verband met de twee gekozen verhalen. DE NAGEL OP DE KOP van Robert Smets brengt ons een bijtend-humoristische illustratie van enkele tot op de draad versleten tijdparadoxen. De auteur demonteert die paradoxen grondig maar tussen de regels lezen wij een gevoel van spijt, en ook van nostalgie, want Robert Smets beseft maar al te goed dat zijn virtuoze vingeroefeningen slechts "spielerei" zijn. Ook de ermee verweven satire op de detective-story draagt ertoe bij de lezer te laten grijnzen in plaats van hartelijk te lachen. Wenen om een "Lost Future Paradise ?" ... KNUTSELAAR daarentegen is gebaseerd op het meer klassieke "substitutiethema" : de man die uit de toekomst naar het verleden reist om de plaats in te nemen van een in die tijd bekend personage. De motiveringen voor een dergelijke daad liggen voor het grijpen : om de loop van de geschiedenis te wijzigen, of integendeel om de geschiedenis haar loop te laten gaan, om zich te verrijken, om macht te verkrijgen, om beroemd te worden, enz. De auteur heeft hier de tegenpool gekozen van het grondthema in de doorsnee Amerikaanse tijdreisroman : in de meeste boeken en verhalen slaagt de held namelijk niet in zijn opzet omdat het in de filosofie van de "vrije onderneming" immoreel is zich te verrijken ten koste van het werk en de inspanningen van anderen, ook al is er een flinke dosis vernuft nodig om het zover te brengen. KNUTSELAAR toont ons echter een uit de toekomst gekomen Leonardo DaVinci die er wèl in geslaagd is de èchte Leonardo uit de weg te ruimen en die niet van plan is zijn boeiend en geslaagde" leven op te geven wanneer hij ontmaskerd wordt. "Gestolen goed gedijt dus wel ?" ... Wij hebben er van afgezien een boekenlijst met tijdmachine en tijdreizen als onderwerp aan het dossier toe te voegen. Eerst om materiële redenen, want een dergelijke lijst zou op zijn minst even omvangrijk zijn als een geheel nummer van ons blad. Wat echter de doorslag heeft gegeven is het enorme aantal prulboeken over dit thema. Talloze werken geven niet de minste verklaring voor het fenomeen : gewoonlijk stapt de held, al dan niet onvrijwillig of gedwongen, in een tijdcapsule, drukt op een knop of haalt een hendel over, stapt uit temidden van de brand van Rome, of de Grote Galactische Oorlog, redt de Beeldschone Maagd (met gescheurde peplum in Rome, in haar blootje in de toekomst), knapt het Probleem even op (lees : herstelt het Geloof In De American Way Of Life, Popcorn & Democratie) en vertrekt dan weer met zijn SF-MAGAZINE P. II


zoete Vracht (of Vrucht) naar zijn Eigen Goeie Tijd, waarbij de tijdmachine toevallig vernietigd wordt zodra hij weer veilig in zijn tijd beland is. Robert Heinlein's "Farnham's Freehold, overigens boeiend om lezen, is er een mooi voorbeeld van. Wanneer er wèl een verklaring wordt gegeven (Luc DeMeester's bijdrage gaat hier verder op in) is zijn meestal fundamenteel onjuist of berust op schijn-logica. Interessant is het misschien eraan te herinneren dat tijdreizen in het verleden (uiteraard voor zover het hele tijdreizen niet hypothetisch is) mathematisch en natuurkundig uitgesloten zijn. Wat niet wegneemt dat er steeds interessante bespiegelingen kunnen worden gewijd aan het aloude probleem van de zoon die in het verleden zijn grootvader vermoordt en die dus ... enzovoort. Wat ook opvalt bij tijdreis-auteurs is hun gebrek aan belangstelling voor de natuurkundige waarheid als een koe dat planeten en zonnen zich bewegen. Wanneer de Held enkele duizenden jaren in het verleden of in de toekomst wordt geprojecteerd, komt hij "boven water" op de plek die hij verliet. In werkelijkheid zou hij dan ergens in het niets terechtkomen aangezien de Aarde zich inmiddels op een heel andere plaats in het heelal bevindt. De aard van de Tijd, die wij de 4de dimensie noemen, ontsnapt thans nog aan onze grootste geleerden. Begrippen als "tijdsstroom", waarbij aan de Tijd eigenschappen worden verleend die ook kenmerkend zijn voor lengte, hoogte en breedte, (en die dus in theorie ook het tijdreizen langs die "lijn" mogelijk maken) zouden echter onjuist zijn. Sommigen menen dat Tijd dermate betrekkelijk is, dat het begrip beperkt blijft tot het sterrenstelsel waartoe wij behoren : m.a.w., er zouden andere vormen van "Tijd" bestaan elders in het heelal. Nog anderen betrekken de relativiteit van de Tijd op ons eigen, kleine zonnestelsel en stellen dus dat ons begrip van de Tijd afhankelijk is van de natuurkundige eigenschappen van de aardkloot waarop wij rondwandelen. Ingewikkeld, als je 't mij vraagt. Weer anderen, beweren - op even goede of slechte gronden - dat er zoiets bestaat als Absolute Tijd, namelijk de "hartslag" van het Heelal, m.a.w., het Heelal is voortdurend aan het uitbreiden, op een bepaald punt (ogenblik ?) is de grootste uitdijing bereikt, alles klapt weer in elkaar en dan begint het weer van voren af aan. Deze theorie veronderstelt weer een bepaalde "lineariteit" van de tijd. Wat er ook van zij, we mogen gerust zeggen dat de 4de dimensie (om maar van theoretisch mogelijke andere dimensies te zwijgen) zich voorlopig aan onze waarnemingen onttrekt omdat wij eenvoudig weg niet over de passende observatieinstrumenten beschikken. Het spreekt vanzelf dat iemand "buiten de tijd", het verschijnsel veel objectiever zou kunnen observeren ... Belangwekkender dan het Tijdreizen op zichzelf is het filosoferen over de Mens in het Tijdreizen. Als slot van deze inleiding geef ik u dan ook graag het volgende ter overweging : Gegeven : iemand reist naar het verleden met de bedoeling één of SF-MAGAZINE P. III


meer historische feiten (belangrijke of onbelangrijke) ongedaan te maken of te wijzigen. Vragen : is zoiets überhaupt mogelijk ? Is het verleden een monoliet bestaande uit talloze voor eeuwig vaststaande gebeurtenissen. Liggen bijgevolg het Heden en de Toekomst van in het begin der tijden onwankelbaar vast, als we tenminste veronderstellen dat heden en toekomst uit het verleden voortvloeien, wat ook een open vraag is ? Bestaat er dus als het ware een Kismet, een Fatum of een Voorzienigheid ? Is de mens derhalve aan handen en voeten gebonden en bestaat er geen échte vrijheid ? Wat is in een dergelijke optiek de zin van het bestaan ? Is het verleden als het ware een boom met talrijke vertakkingen ? Wanneer wij een blaadje van de boom verwijderen verandert er praktisch niets. Wanneer wij takken gaan afzagen steeds dichter bij de stam, of wanneer wij de stam zelf doorzagen, ontstaat er dan een andere boom ? Met andere woorden : kan de Mens ingrijpen in het Verleden om het Heden en de Toekomst te beïnvloeden in een bepaalde zin ? Welk soort gebeurtenissen verhinderen is een twijgje aftrekken van de boom of is de stam doorzagen ? Welk criteria gelden hiervoor ? Is de lengte van de neus van Cleopatra in dit opzicht belangrijker dan de Val van Constantinopel in 1454 ? Zijn kleine ingrepen, naarmate zij verder in het verleden worden uitgevoerd, van grotere invloed ? Verandert de Mens wanneer zijn Verleden wordt gewijzigd ? Zo nee, heeft zoiets dan wel zin ? Zo ja, zijn het dan externe, toevallige factoren die de Mens maken tot wat hij is ? Is er bijgevolg geen God ? Je kunt zo een hele tijd aan de gang blijven, wat beslist verruimend werkt. Daarom wens ik u bij het lezen van de bijdragen in dit nummer veel tijdproblemen toe ! O ===oooOoOooo=== O

HELPT U A.U.B. ONZE ADMINISTRATIE EN VERMIJDT DAT UW MOOIE NIEUWE SF-MAGAZINE MET EEN KRUISJE WORDT ONTSIERD ! INDIEN UW LIDGELD IN JANUARI OF IN FEBRUARI VERVALT, REGEL HET DAN ONMIDDELLIJK ! NEDERLANDSE LEDEN VRAGEN WIJ NOGMAALS NIET LANGS DE BANK TE BETALEN, AANGEZIEN DIT VOOR HEN HOGE KOSTEN MET ZICH BRENGT EN ONS SLECHTS FR. 179 IN HET LAATJE BRENGT. REGEL LANGS GIRO OP ONZE BANKREKENING OF PER MANDAAT AAN R. SMETS, ITALIELEI 84, ANTWERPEN. DANK BIJ VOORBAAT.

DE REDAKTIE

SF-MAGAZINE P. IV


Een nieuw "Inspecteur Lenoir"-mysterie, waarover wij hier nu moeilijk verder kunnen uitweiden, zonder meteen teveel te zeggen . "Jesus !", onderbrak Fitz-Patrick me plots, bij het overlegd genieten van het aperitief. Hij corrigeerde zijn doorgaans eerder nonchalante houding een weinig en mompelde : "Ik vrees dat we een gast krijgen, Finton !" "Ja ?", vroeg ik, zonder verbazing of nieuwsgierigheid te laten blijken. Daarop wachtte ik enkele ogenblikken en wierp dan discreet een blik op de ingang van het salon, achter mij, zodat ik Henry bemerkte, die naar ons toe kwam, en een corpulente man, die zich gereserveerd bij de ingang ophield, maar niettemin wat autoritair de aanwezige clubleden opnam. "Een heer van de politie," fluisterde Henri, terwijl hij de Majoor een van die overdreven grote visitekaartjes overhandigde, "Hij vroeg U beiden te spreken. Ik heb hem dan ook gevraagd of hij ..." "Helemaal in orde, Henry," stelde Fitz-Patrick hem gerust, "Hindert niet. Vraag hem of hij bij ons wil komen." Hij gromde nog iets, waaruit bleek dat een en ander hem bepaald wèl hinderde, en begroette dan voorkomend Inspecteur Lenoir, want de man, die de toegang tot de "Britisch Continental Club" had geforceerd, was niemand minder dan deze beroemde Brusselse speurder, waarmee wij reeds een vorige keer hadden geluncht. "Verontschuldigt U mij deze intrusie," rechtvaardigde hij zich iets onhandig. "Ongetwijfeld komt mijn bezoek bijzonder ongelegen, maar ik stond op het punt een belangrijke zaak af te sluiten, die al té lang aansleept en hiertoe wilde ik U enkele vragen stellen, en ik vermoedde dat ik U hier beiden op dit uur samen zou aantreffen, en daarom was ik zo vrij ..." "Altijd welkom," zei de Majoor, joviaal, "en steeds bereid het parket te helpen bij het handhaven van de orde en het tuchtigen van overtreders. Hebt U reeds iets gebruikt ? Zoniet zou ik U voorstellen met ons te lunchen. Wij stonden op het punt iets te bestellen, en ..." "Een voorstel dat ik graag aanvaard. Ik heb vanmorgen één huiszoeking en een viertal ondervragingen geleid en ik ben rechtstreeks naar U toegekomen, omdat ik een sterk vermoeden heb dat U me zou kunnen helpen deze onaangename affaire in het reine te trekken. Wij wenkten Henry en de inspecteur ging ertoe over zich minutenlang een uitvoerig eetmaal te selecteren, waarbij hij zich liet voorlichten in verband met de bereidingswijze van minstens een zestal gerechten en zelfs enkele culinaire raadgevingen ten beste gaf. "Iets eenvoudigs," zei hij tenslotte, "Een Tournedos Henri IV, denk ik, met een niet te oude landwijn." SF-MAGAZINE P. 05


"Voor ons hetzelfde maar," zeiden wij, en waarschijnlijk dachten we gelijktijdig aan de onkostennota van de maand. De bediening verloopt heel rustig in de "Britisch Continental" en zo kreeg Lenoir ruim de tijd ons de motieven van zijn optreden uiteen te zetten. "U vernam ongetwijfeld in de pers dat een landgenoot van U, Professor Tweedman, op een even wrede als mysterieuze manier werd omgebracht ?" Nu ja. Het nieuws had zelfs de voorpagina's van de kranten gehaald een tweetal weken voordien, en niet enkel hier, maar uiteraard ook in Engeland zelf, waar de moord op een vooraanstaand Brits geleerde vanzelfsprekend niet onopgemerkt voorbijging. Wij hadden Tweedman persoonlijk verwelkomd, toen hij voor het eerst naar Europa kwam, en hem later nog wel enkele malen ontmoet, zonder daarom tot regelmatige contacten te komen. Fijne kerel. "Een heel eigenaardige zaak," hernam Lenoir peinzend, "een schoolvoorbeeld bijna." Professor Tweedman had een eigen laboratorium, waar hij opzoekingen verrichtte die buiten zijn eigenlijke opdracht vielen. In een burgerwoning in de oude stadswijk, aangezien zoiets nu eenmaal niet wordt geduld in een modern appartementsgebouw. Niet dat hij met chemicaliĂŤn experimenteerde of gevaarlijke proeven nam. Hij had weinig contact met zijn buren en sommigen wisten niet eens dat hij ter plaatse meer deed dan enkel maar overnachten. Een rustige buurt, met veelal meer bejaarde mensen, die wat knutselen of tuinieren, en waar niemand iets bijzonders heeft gemerkt, al slijten sommigen hun dagen voor het raam. Hij betaalde een oude huishoudster tweemaal per week de boel wat op te ruimen en aan de kant te zetten. Een vrijgezellenwoonst, zegt ze, met de gebruikelijke vaat van drie dagen, de lege conservenblikken en de sokken onder het bed. Boeken, stof en een besloten rooklucht. Haar eerste werk was altijd alle ramen open te gooien om te verluchten. Af en toe een lipstick of een kleinigheid vergeten in de badkamer waar ze geheimzinnig over doet, maar daar volg ik dan weer niet helemaal. Tenslotte ..." "Welja ...", zeiden wij. "In mijn beroep maak je wel andere zaken mee. Beetje jaloers, natuurlijk. Een punt waarop ik straks nochtans wel even wilde terugkomen. Dus op een dag komt deze huishoudster als gewoonlijk op een uur waarop Tweedman normaal afwezig is : ze haalt diep adem, bekijkt afkeurend de rommel in de keuken en in de living en begint de vensters te openen. De deur van het labo is gesloten, en vreemd genoeg langs de binnenzijde. Daarop klopt ze op die deur, in de mening dat de professor toch thuis is en aan het werk. Geen antSF-MAGAZINE P. 06


woord. Bezorgd werpt zij een blik door het sleutelgat en bemerkt een man op het tapijt, naast de werktafel. Er valt niet meer te onderscheiden, want de luiken voor het raam zijn gedeeltelijk gesloten. Twee agenten komen ter plaatse, om de deur met een loper te openen, en treffen Tweedman aan, met ingeslagen schedel, midden het gestolde bloed. Een weinig bemoedigend spektakel, en een hele sensatie in de buurt, moet ik wel zeggen, want met de politie had ze meteen alle buren en kennissen gealarmeerd." "Hi, hi, hi", klonk een stemmetje achter mij, en daar stond Bunny, die op deze curieuze manier de mensen pleegt te begroeten. Bunny fungeert onder de naam van Juffrouw Michoux als Fitz-Patrick 's sekretaresse en komt ons 's middags, na haar inkopen wel eens voor een snel hapje gezelschap houden. "Juffrouw Michoux, Inspecteur Lenoir ...", zei de majooor stijf. "Ik stoor toch niet ?" "Wel nee, helemaal niet, natuurlijk niet, gaat U toch zitten ..." haastte Lenoir zich. In zijn ogen begon een vreemd licht te twinkelen, wat wel meer gebeurt met mensen die Bunny voor het eerst ontmoeten. "De inspecteur vertelde ons daarnet ..." zei ik. "Eet je iets mee ?" vroeg Fitz-Patrick. "Nee, vermageren," zei ze. "... van Tweedman ..." "Een eitje kan me misschien vertederen," zei ze, "met augurken, en een tomaat, met sla en ... Daar word ik toch niet te dik van, niet ?" "... je weet wel ..." voorkwam ik een ondeugende opmerking van Lenoir. "Dick," zei ze, "natuurlijk. Heb ik iets gemist ?" "Richard Tweedman," verbeterde Fitz-Patrick, iets te nadrukkelijk. "Ik wist niet dat jij ..." "Zo'n beetje. Je had me hem immers voorgesteld ..?" "Hmm." "Ach", hernam de inspecteur, "ik was nauwelijks begonnen, zie je. Ik zei net dat twee van onze agenten Professor Tweedman in zijn laboratorium aantroffen, thuis, en dat zijn hoofd met een hamer was ingeslagen. Hij zat onder het bloed en ..." Gelijktijdig schoven wij ons bord opzij . "... hij moet op het ogenblik van de ontdekking zowat achttien uur overleden zijn geweest." Op de werktafel stonden vreemde toestellen en overal rond lagen nota's en schetsen. Op een schoolbord waren met krijt berekeningen uitgewerkt en gedeeltelijk weer weggeveegd. SF-MAGAZINE P. 07


Geen wanorde zo te zien. En in een hoek van de kamer lag een kat rustig in haar mandje te slapen." "Richard had een mooie poes." beaamde Bunny. "Hoe wist je ... ?", vroeg de majoor, nu nog koeler dan daarnet. "Hij had het me verteld," deed ze onschuldig, "een mooie poes, met een dikke vacht, en als je haar streelde, krabte ze helemaal niet. Gewoonlijk ben ik eerder bang van poezen, en houd ik meer van hondjes. Poedeltjes, of van die kleintjes, met lang haar en een strik. Dick zei dat je de mensen kan onderverdelen in twee categorieën, naargelang ze meer van poezen of van hondjes houden, en dat het heel goed het karakter weergeeft. Hij hield meer van katten, omdat ze iets vrouwelijks hebben, zei hij. Onberekenbaar en zo. Iets uitdagend. Hij bedoelde dat je aan een hond maar te zeggen hebt bij je te komen, en dat hij het dan doet. "Liggen !", en die hond gaat liggen. En dat vond hij vreselijk stom. Geen karakter, zei hij. Als je aan een kat vraagt te komen, bekijkt ze je nog niet eens. Of ze moet al grote honger hebben. Dat vond hij veel échter. En dan heb je van die honden die dagen achter hun baasje lopen en gaan huilen en van verdriet sterven op hun graf. Gewoon idioot, zei hij. Dat zal je met een kat nooit voorhebben. En dan de politiehond. Het idee ! Kun je zoiets voorstellen als een politiekat ?" "Opgelet," zei ik, "de inspecteur zit er bepaald niet gelukkig bij en straks boekt hij je wegens smaad aan de openbare macht ..." Ik vind dat Dick wel ergens gelijk had ..." "... en kan je boetes afbetalen tot je zestig bent." "Maar ik zei toch dat ik liever hondjes zei," zei ze, "dan heb ik toch niets verkeerd gezegd ? Trouwens Dick zelf was wel een beetje van mening veranderd, want hij kende een boekhandelaar, en die had een blinde hond. Een fox-terrier, met van die eigenaardige blauwe ogen. Daar hadden we echt medelijden mee, maar een hond gaat toch ook veel op de reuk af en hij was toch heel vinnig ..." "Heel ordelijk," zei Lenoir, die van ver terugkwam, "dat viel onze diensten onmiddellijk op. De kamer was niet door elkaar gehaald en het was duidelijk dat niemand naar bepaalde documenten had gezocht. Dat sloot industriële of militaire spionage zowat uit. Ook omdat werkelijk belangrijke stukken toch niet zo dadelijk in een privé-laboratorium blijven slingeren. Een zelfmoord konden we ook wel afschrijven. Wie pleegt nu zelfmoord door zichzelf met een hamer het hoofd in te slaan ? Trouwens was Tweedman, voorzover mij werd verteld, eerder een opSF-MAGAZINE P. 08


gewekt man. Ik geloof niet dat juffrouw mij op dat punt zal tegenspreken ?" "Niam," zei Bunny, tot haar tweede augurk. "Nee, wat ons meest opviel, was, primo, dat van het moordwapen geen spoor te bekennen was - al zagen we aan de vorm van de wonde dat dit een hamer moest zijn geweest - en, secundo, dat de kamer al die tijd langs binnen gesloten was gebleven, en nergens was geforceerd." "Luister, Lenoir," zei Fitz-Patrick agressief, "we zijn steeds bereid je te helpen, dat weet je, maar nu ga je ons niet bedonderen met het zoveelste mysterie van de gesloten kamer, hoop ik ? Dat soort zaken is toch hopeloos verouderd ?" "Ik weet het," zei Bunny, "dat heb ik ergens gelezen : de moordenaar vuurt een ijskogel door het sleutelgat, of hij schuift een slang langs de waterleiding naar binnen, en die bijt, en dan trekt hij ze aan haar staart weer terug ... Is het juist ?" "Of hij komt ondersteboven aan een touw langs de achtergevel omlaag en hij maakt een opening in de ruit, die hij achteraf ongemerkt weer dicht kleeft," zei ik. "Of het was een geprefabriceerd huis, dat gemakkelijk in en uit elkaar kan genomen worden," zei Bunny, die zoiets nu eenmaal onmiddellijk door-heeft. "Nee," zei ik, "de moordenaar had zich verkleed als schrijfmachine en hield zich koest terwijl de politie de kamer doorzocht, om achteraf gewoon weer te verdwijnen ..." "Ofwel was de moordenaar gewoon een Middeleeuwse ridder met een strijdhamer, die plots uit de "inner-space" was komen opduiken." zei Fitz-Patrick, die nu pas goed op dreef kwam. "Dat laatste heb je uit je teen gezogen," kwam Bunny verwijtend tussenbeide. "Een voorwerp, juffrouw, waarmee ik slechts verre betrekkingen onderhoud !" De Majoor geeft zijn koninkrijk voor een goede woordspeling. "God, nee," zei Lenoir, "eigenlijk had ik zo mijn eigen idee over deze zaak, maar daar wilde ik nu niet zo dadelijk op ingaan. Zouden jullie me eerst iets meer over Professor Tweedman kunnen vertellen ?" Was hij een rustig man, verstrooid en afwezig, of eerder het mondaine type ?" "Wel, eerder het uitgaande type," deed ik. "Dat was inderdaad wat me werd gezegd." "Ik neem aan, inspecteur, dat U niet de bedoeling had me tegenstrijdigheden te doen debiteren en dat ik niet tot de verdachten wordt gerekend ?" "Welnee," verontschuldigde hij zich, "gewoon een beroepsreflex. Mede omdat ik nooit een antwoord mag suggereren, ziet U ? Daarom geef ik altijd meer voorbeelden, ook wanneer ik al een vermoeden heb." SF-MAGAZINE P. 09


"Goed, voor één keer dan." zei Bunny. "Het mondaine type, dus, al valt hier niet enorm veel te beleven. Er zijn wel enkele garden-party's, in de zomermaanden, en enkele nieuwere hotels hebben een behoorlijke bar, maar verder ..." "Had U beroepshalve contacten met het slachtoffer ?" "Zeer weinig contacten, zowel beroeps- als privé. Hij heeft me eenmaal als expert terzijde gestaan, bij een zeer belangrijk rapport in verband met de decimalisatie van de huisnummers in Engeland - ik mag daarover nu wel spreken - maar verder heb ik Tweedman misschien drie- of viermaal ontmoet. Een of twee keer was hij met jou ?" "Wel ja," zei de Majoor peinzend, "Ik zag hem wel iets meer. Weet U, hij had een zekere belangstelling voor eh ... races en dergelijke, en het gebeurde wel eens dat hij te Sterrebeek kwam opdagen met een opvallend lieve dame. Gewoonlijk niet dezelfde dame, weliswaar, als U ziet wat ik bedoel. Het gewone type. Een leuke kerel, wat." "Ging hij weddenschappen aan, bij die races ?" vroeg de inspecteur, langs zijn neus weg. "Tja, niet dat ik hem dagelijks zag, zie je, maar ik weet wel dat hij af en toe een gok waagde." "Met succes ?" "Niet bepaald : ik herinner me hoe "Silver Reed" 28/1 de "Arc de Triomphe" won. Hij had toen aardig wat op "Choux de Fleur" staan. Weinig opgewekt, achteraf, moet ik zeggen. Nu ..." De majoor grinnikte bij zichzelf. "Weet je," zei hij, "Tweedman had zo zijn eigen ideeën over races en zo meer. Hij kon gewoon niet begrijpen dat je - hoe moet ik dit uitdrukken - niet van tevoren kan weten wie gaat winnen. Of beter : wie gewonnen heeft. Hij was gewoon geschokt bij de gedachte dat je de dag daarop gewoon in alle kranten las, waarover hij zich de hersens had gepijnigd. Een kwestie van dimensies, zei hij wel eens. Niet dat ik er veel van begrepen heb, weet je." Mechanica en dergelijke waren nooit de sterkste zijden van FitzPatrick. "Herinner jij je er iets meer van, Finton ? Het komt me voor jullie een avond opgewonden te hebben horen discussiëren over een van zijn hypothesen ?" "Ja, ik herinner me die avond best. Hij kwam met jou in de club, en als ik me niet vergis kwamen jullie van een banket of een of andere wijnproeverij en was hij me dunkt iets boven zijn gewone ratio, als ik me zo mag uitdrukken. Bijzonder vlot en vooral heel welbespraakt. Hij voelde dat ik iets meer van zijn theorieën begreep en dan heeft hij die verder gedetailleerd, tot ik sliep waar ik stond ..." Komt ervan als je niet slaapt waar je ligt" zei Fitz-Patrick droog. "Ik weet het allemaal niet zo precies meer, maar in grote lijnen SF-MAGAZINE P. 10


kwam het hierop neer : Hij vertrok van de klassieke driedimensionale leer, weet je wel ? Iemand bevindt zich in punt A en kan niet weten wat er in punt B aan de hand is. Dat geldt voor de drie traditionele dimendies : lengte, breedte, hoogte. Nu kan hij zich, bijvoorbeeld in de lengte, wel zodanig verplaatsen dat hij tot vlak bij punt B komt en in dat geval komt hij meteen al iets meer te weten, zie je ? Wanneer we nu de tijd als een vierde dimensie aanzien, dan komen we integendeel met deze verplaatsing nergens. Wie op het punt "nu" staat, weet niet wat er op het punt "morgen" voorvalt, en ook al brengt hij het punt "nu" vlak hij het punt "morgen", dan staat hij nog nergens. "Je kan op het punt "nu" gewoon niet weten wat er op "nu + 1'" staat te gebeuren. En daar is iets onlogisch in, vond Tweedman. Want tenslotte kan je het verschil tussen "nu" en "nu + 1" tot een honderdste van een seconde terugbrengen, zonder dat dit je ook maar iets vooruit brengt. In gewone spreektaal omgezet betekent dit praktisch dat je vandaag de beurskoersen niet kan kennen van morgen, al zijn ze dan morgen ook gemeengoed. En morgen geeft niemand er misschien nog wat om. Daarom heeft het juist weinig zin de beurskoersen van morgen pas morgen te kennen. En om op de rennen terug te komen, is het zo dat je vaak één seconde voor de aankomst niet weet wie gewonnen heeft, en één seconde later maar al te best. Tweedman heeft me die avond wel tien maal herhaald dat wie daaraan iets wist te verhelpen, als een weldoener van de mensheid de geschiedenis in zou gaan. Het volstond tenslotte je in de tijds-dimensie ook maar iets te verplaatsen, zei hij, en hij was er van overtuigd dat dit zelfs binnen de klassieke dimensionale theorie mogelijk moest zijn. Vooral met die weldaad voor de mensheid was ik het niet zo onmiddellijk eens. In een eerste stadium zou er heel wat verwarring ontstaan, dacht ik zo, en dan ..." "Inderdaad interessant," wierp Lenoir op, "vooral een voorwendsel en een gelegenheid om op korte tijd rijk te worden, komt me voor. Of om belangrijke schulden af te betalen, als je minder succes had bij de rennen en de aanmaningen beginnen toe te stromen ..." "Dacht U ..." begon Fitz-Patrick. "Ik ben dadelijk terug." zei Bunny, die haar slaatje binnen had en de wending van het gesprek iets minder apprecieerde. "Vervelend dat ik die groene lipstick ergens heb laten liggen : Hij ging me goed en ik vind gewoon dezelfde tint niet meer. Straks even kijken in de DRUGPOST. Het hindert toch niet dat ik een uurtje later op kantoor kom, niet ?" "Inderdaad," vervolgde Lenoir, "was het zo, dat de situatie van SF-MAGAZINE P. 11


uw vriend ongemakkelijk was geworden. Vooral financieel dan. De toenemende kosten van vrouwelijk gezelschap, niet ? Ik mag het nu wel zeggen, nu de juffrouw zich even verfrist. Bovendien had hij de laatste weken hoge bedragen geïnvesteerd in zijn materieel." "Tweedman stond misschien op het punt een belangrijke ontdekking te doen, toen hij ... ik bedoel : toen dit eh ... ongeval gebeurde," aarzelde ik. "Mijn theorie ging juist in die richting, zie je," zei Lenoir, en ik heb hier een stuk of wat nota's die ik vanmorgen van zijn werktafel heb meegenomen en nu dacht ik dat U hier misschien iets meer zou van begrijpen en dat U me zou kunnen duidelijk maken, wat in dat laboratorium aan de hand was." "Hemeltje, nee," zei ik, hogere wiskunde, weet je wel ? Het heeft me destijds al een reeks diploma's en een briljante wetenschappelijke carrière gekost, met weet ik hoeveel ere-doctoraten en zo meer. Hoewel ..." "Laten we nu even doordenken," ging de inspecteur verder. Hij was duidelijk aan een brain-storm onderhevig. "Stel nu dat een man als Professor Tweedman - uit wetenschappelijke belangstelling of door financiële zorgen gedreven - plots ernst wil maken met een theorie, die hem al een hele tijd door het hoofd gaat. Hij heeft een idee langs welke zijde het probleem benaderd moet worden en hij schaft zich met zijn laatste spaarpenningen het vereiste materiaal aan. Waar zou hij zijn begonnen ?" "Tast me af", zei Fitz-Patrick, die bepaald humeurig werd. Daarop gromde hij nog iets, dat hij blijkbaar niet voor bekendmaking bestemde. "Is er iets ?" vroeg Bunny, die op dat ogenblik weer bij kwam schuiven. "Een monoloog voor inwendig gebruik" zei ik. "Ik zei vanmorgen nog dat hij meer moet rusten." "Hmm." deed de Majoor. "Ik weet gewoon te weinig van, om iets zinnigs te vertellen," zei ik de inspecteur, "hoewel de grote lijn van Tweedman's opzet wel te achterhalen is. Weet U, misschien ga ik iets heel stoms zeggen ..." "Ga je gang," zei Fitz-Patrick, "dat heeft je nooit weerhouden." Hij is een vriendelijk en zachtaardig man, maar wanneer hem iets op de zenuwen werkt, merk je het dadelijk. "Enkel maar een woordspeling," vergoelijkte hij, "ik bedoelde er geen kwaad mee, maar het lag zo voor de hand, zie je. Ik kon het werkelijk niet laten. Ik hoop dat je het me niet kwalijk neemt ?" "Jeu de mots, jeu de vilains !" zei de inspecteur vermanend, in zijn plaatselijk dialect. "Terzake," kwam Lenoir terug op de proppen, "U stond op het punt een suggestie te doen ?" "Een vage veronderstelling eerder. Om op Tweedman's theorie van de dimensies terug te komen : het is inderdaad niet mogelijk op SF-MAGAZINE P. 12


punt A te weten te komen wat er in punt B gebeurt, zonder er helemaal naar toe te lopen; maar wanneer je er nu in zou slagen de dimensie te verbuigen, of toe te vouwen ? Je kunt de zaak enigszins vergelijken met een blad papier, waar een vlo of een of ander ongedierte overheen stapt. Niet rondgaat, maar gewoon, eroverheen. Dwarsdoor." "Op een fietsje." zei Bunny. "???" "Een vlo op een fietsje. Zoals op de kermis. Gisteren waren er beertjes op TV. En een van de beertjes reed op een kleine motor. Met zijn dikke billen er overheen. Gek eigenlijk. Het dier had veel meer aan een motor gehad in zijn Canadese bossen. Een beer op een motor langs een bergrivier, op zalmvangst. En met zo'n rangershoed op zijn hoofd. Leuk niet ?" Het was Lenoir aan te zien dat hij zo stilaan aan zichzelf ging twijfelen. "Hmmm" herhaalde hij, voor zich uit. "Omplooien" zei ik, om hem weer op het spoor te helpen. "Wel, ik voel dat ik alle gegevens in handen heb om dit drama op te helderen, maar alles past nog niet zo vlot in elkaar... Denk je dat dimensies onderling verband houden ?" "Hoe zo ?" zeiden wij. "Ik herinner me mijn schooltijd : wanneer ik aan dimensies denk, komt me een ruimtelijk schema voor ogen, dat wij zovele malen hebben getekend. Lijntje naar rechts, lijntje naar boven, lijntje schuin naar achter; abscis en ordinaat - x, y en z-coördinaat ..." "Ja ?" deden wij aarzelend. Geen idee waar die man heen wilde. "Stel je nu voor dat ik de zaak in handen neem en één van de coordinaten ga verbuigen. Denk je niet dat ik gevaar loop het hele stel uit zijn vorm te halen ?" "Misschien niet. Misschien als je een goede handleiding had, dan niet. Of als je genoeg ervaring had. Maar als beginner wel ?" "Mogelijk. Maar dan zie ik nog niet waar je heen wil ... ?" "Neem nu dat je met de tijd over enkele seconden om te buigen, ook afstanden op een of andere manier inkrimpt, of plots op onverwachte plaatsen samentrekt ..." "Dan zit je bijvoorbeeld plots met je bovenbuur in bad," merkte Fitz-Patrick op, of, of ... Wel, ik zie grootse mogelijkheden in deze ontdekking. Heb jij die nota's nog, Finton ?" "Jij denkt ook maar aan één ding, niet ?" zei ik zo. Dankbare blik van Bunny. "Je kunt nu eenmaal moeilijk aan twee zaken terzelfdertijd denken dacht ik." "Nu herinner ik me plots heel scherp een kleinigheid, die terSF-MAGAZINE P. 13


loops werd gezegd bij het ondervragen van de buren," zei Lenoir, die meteen begon te glimmen, "er was die man, zie je, die verder op de gang woonde, enkele kamers van Tweedman's laboratorium af. We vroegen hem, net als aan de anderen overigens, of hij omstreeks een bepaald uur iets bijzonders had gehoord. Een zware slag of vallende voorwerpen of zo. En toen antwoordde de man dat hij die middag moeilijk iets kon gehoord hebben, omdat hij een kast in elkaar aan het timmeren was ..." "Je bedoelt," zei Fitz-Patrick, "dat deze man juist met zijn hamer een slaande beweging uitvoerde, op het ogenblik waarop Tweedman's experiment succes had, en hij aanstalten maakte om naar nieuwsberichten en sportuitslagen van de volgende dag te gaan luisteren ? Hemeltje, de veronderstelling ..." "Juist," zei de inspecteur, "en ik kan het aantonen ook : wij vonden geen hamer, maar toen ik vanmorgen een nieuw onderzoek instelde, merkte ik een spijker, vlak naast de krijtijnen waarmee de houding van het slachtoffer was aangegeven. Ik heb hem toen machinaal op zak gestoken, hier, hoewel ik niet besefte dat ik de sleutel van het raadsel in de hand hield. Verdraaid, waar heb ik nu ..." "Een gat," zei hij geslagen, "mijn mooiste bewijs voor mijn moeilijkste zaak ..." "Pardon ?" vroegen wij. "Een gat in de zak van mijn jas," zei hij, "in de zak van mijn nieuwe pak nog wel, en ik had het nochtans pas gekocht ..." "Wie koopt er nu een gat in een zak ?" vroeg Fitz-Patrick, die het die dag echt niet laten kon. Ik heb hem reeds gezegd dat hij vroeg of laat ... "Ik veronderstel," zei Lenoir zuur, "dat dit nu jullie befaamde slap-stick humor is ?" "Je slaat de nagel op de kop." zei Fitz-Patrick. "Hmm." zei Lenoir. "Bukken !" riepen wij. O ===oooOoOooo=== O

SF-MAGAZINE P. 14


Weer een greep uit de bekende fanzines. De bedoeling is dat elke fanzine slechts éénmaal wordt vermeld. Daarom worden ook het adres en de prijs aangegeven. ERG 44 Reeds de 15e jaargang voor dit fmz van old timer Terry Jeeves, 230 Bannerdale Road, Sheffield S11 9FE, UK, verkrijgbaar voor "the usual" (= LoC, bijdrage, illo, trade, enz.). ERG heeft zijn eigen gezicht al die jaren weten te bewaren; een beetje star misschien. De inhoud heeft te maken met Jeeves zelf, namelijk wat hij in zijn jonge jaren allemaal uitspookte, en met zijn hobbies, namelijk amateurfilmen. Jeeves is nog steeds bekend om zijn cartoons, gebruikt wel eens kleur in zijn fmz en beschouwt zichzelf als de laatste wijkplaats voor de met de hand uitgesneden stencil ... STORY CENTER 8 Tweejaarlijkse verhalenbundel in het Duits, verkrijgbaar voor 2 DM bij Jürgen Maier, 75-Karlsruhe 1, Adlerstrasse 16, of in het raam van een lidmaatschap bij het SFCD (Science Fiction Club Deutschland, zie Info-Sfan nr. 30). Een met alcoholdruk vervaardigde bundel van 90 blz. met korte verhalen en lezensbrieven die vorige bloemlezingen bespreken. Ook is er een - slecht getekende - strip. De meeste stories lijken me vrij stuntelig maar hier en daar is er toch een bijzonder leuk idee. De verzorging is prima te noemen. GEGENSCHEIN 10 Genzine uit Australië, van Eric Lindsay, 6 Hillcrest Avenue, Faulconbridge NSW, verkrijgbaar voor 50 Australische cents of "the usual". 24 blz. brieven en commentaar op vorige nummers, in het bijzonder over de layout, de redenen waarom sommigen wel en anderen weer niet van de Sowjetunie houden. Bijzonder levendig en over het algemeen zeer leesbaar. Toch liever wachten op volgend nummer dat weer de bekende mooie verzorging, vooral op illustratief gebied, zal meekrijgen. MALLORN 7 Officieel bulletin van de Britse Tolkien Society en uitsluitend verkrijgbaar voor leden van deze vereniging. Jaarlijks lidmaatschap : Pond 1,50 per jaar, over te maken aan Archier Mercer, 21 Trenethick Parc, Helston, Cornwall, UK. Een bijzonder interessant nummer, met verzorgde illustraties. Blik op de inhoud : de geologie van Midden-Aarde, het eerste deel SF-MAGAZINE P. 15


beschouwingen over "The Silmarilion" door Jim Allan, gedichten, boekbesprekingen in het fantasygenre en uiteraard lezersbrieven. Werkelijk de moeite waard voor de échte Tolkien-liefhebber. NADIR 1 Het eerste, bijzonder goed verzorgde nummer (o.a. met offsetcover en gedegen layout) van een tweemaandelijks fanzine, uitgegeven door Roland Prévot, 13 rue des Petites Ecuries, F-75010 Paris. Werkelijk zeer intelligent gedaan, misschien iets te "gelikt" naar onze begrippen. Een uitstekend editoriaal van Prévot waarin hij het verschil tussen Angelsaksisch en Continentaal fandom ontleedt, de spreekbeurt van Daniel Walther op BENELUXCON, een interview met tekenaar Jean-Claude Forest, een kort verhaal van Jean-Pierre Andrevon, gedichten en fanzine-besprekingen. Aanbevolen. CAER PEDRYVAN 8 Genzine van Jim Allan, 29a MillRoad 1708, Etobicoke, Ontario, Canada M9C 4V9, als 8ste mailing voor Canadapa. Een bijzonder gedegen interessante fanzine voor wie van gedegen, academische besprekingen houdt in het fantasy-genre. Jim is onder meer expert op gebied van Tolkien en zijn fanzine is verkrijgbaar voor "the usual". In dit nummer treffen we aan : een bespreking van Star Trek, een lange beschouwing gewijd aan Jesus Christ Superstar, film- en fanzinebesprekingen, een uittreksel uit de door Jim gemaakte Engelse vertaling van het middeleeuwse Franse ridderepos Lancelot del Lac en een degelijk editoriaal. Jim weet de op intellectueel gebied meest dorre zaken zeer aantrekkelijk voor te stellen. Een van de fanzines die ik het liefst ontvang. QUARBER MERKUR 35 Hèt literaire essefmagazine in het Duits. Verschijnt 2 maal per jaar, abonnement (4 nrs.) kost 8,- DM te storten op PCR Hamburg 315429 van H.J. Alpers. De druk wordt namelijk door Alpers verzorgd, terwijl de redaktie in handen is van niemand minder dan Frantz Rottensteiner, Felsenstrasse 20, A-2762 Ortmann, Österreich. Hoewel de inhoud voor sommigen misschien iets te zwaar op de hand mag lijken, meen ik toch dat dit tijdschrift het beste Europese fanzine is : wat jammer dat het slechts enkele malen per jaar verschijnt. U zult hebben begrepen dat dit blad haast volledig essayististisch en kritisch werk brengt. Dat is ook zo. Kijkje op de inhoudstafel : de kenmerken van de totalitaire heerschappij in Orwell's 1984, komponenten van de Essef, Bio-Bibliografie van Jean Ray, brief van Stanislaw Lem aan zijn lezers, Science-Fiction in Italië (3de deel), boekbesprekingen, lezersbrieven, alle even serieus, enz. Kortom, 86 blz., stof tot nadenken. YANDRO 221 Een uitmuntende doorsneefanzine uit de states, thans in zijn 20e jaar, uitgegeven door Robert & Juanita Coulson, Route 3, Hartford City, Indiana 47348, verkrijgbaar voor "the usual" of 50c. 42 SF-MAGAZINE P. 16


blz. met commentaren, editorialen, boekbesprekingen, fanzinebesprekingen, dit alles op een zeer persoonlijke en daarom aantrekkelijke toon. Keurige illustraties en belangwekkende lezersrubriek. Wanneer ik bovenstaande overlees stel ik vast dat ik er niet in geslaagd ben zeer kort weer te geven wat ik ervan vindt : zeer goed. Schrijf eens. SF-COMMENTARY 35-37 Een gevoel van machteloosheid bekruipt je wanneer je 150 blz. dicht getypte tekst op je ontbijttafel krijgt. En dan begin je te lezen, en je gaat door, en je houdt niet op voor die hele baksteen verorberd is : dat is SF-COMMENTARY, zonder enige twijfel het beste fanzine in de wereld. Het wordt geproduceerd door Bruce Gillespie, GPO Box 5195AA, Melbourne, Victoria 3001, Australië, en is verkrijgbaar door storting van 150 BF op PCR 4529.47 van Simon Joukes, "De Oude Roos", Geleeg 7/8 2860 Onze-LieveVrouw-Waver. Verder is er over Bruce's tijdschrift weinig te vertellen : alleen dat het een grote schande is dat dit blad nog nooit de Hugo kreeg. Naast de ontelbare gedegen lezersbrieven met commentaar van Bruce, vindt je in dit driedubbel nummer een belangwekkend essay van Stanislaw Lem : "Science-Fiction : een hopeloze zaak, maar met uitzonderingen" waarin de auteur voor het eerst de moed vindt om de grote hopen rommel in de essef op een gefundeerde manier aan te klagen. Na dit artikel van 30 (!) blz., een verbeterde bespreking van Solaris door George Turner (10 blz.), een andere visie op Solaris (2 blz.), een indringende bespreking van Vonnegut's Slaughterhouse 5 (8 blz.), een overzicht van de SowjetRussische essef door Darko Suvin (13 blz.), een essay van Philip K. Dick (4 blz.), nog vele andere lezenswaardige zaken plus lezersbrieven met de vleet, onder andere van Poul Anderson, Joanne Burger, Darko Suvin, John Brunner, Philip K. Dick, Thomas Disch, Sam Moskowitz, Philip José Farmer, en vele andere bekenden. Dit blad is een absolute must. Bestel onmiddellijk, voor een ander met het laatste exemplaar gaat lopen!!! O ===oooOoOooo=== O

Het 1e nationale SF-congres in Frankrijk vindt plaats op 9 en 10 maart 1974. Belangstellenden dienen zich dringend te wenden tot J.P. FONTANA, 16 rue Pré-Juge, F-63100 Clermont-Ferrant. Op het programma : nog niet eerder vertoonde films, lezingen (Walther, Olivier-Martin, Ruellan), debatten (met auteurs en samenstellers). Uitreiking van letterkundige en filmprijzen. Audio-visuele projecties. Boekenstands, etc. Steun J.P. Fontanta, die reeds jaren aktief is in het fandom en ook als auteur van korte verhalen bekendheid geniet. SF-MAGAZINE P. 17


Alles wat met ons dagelijks leven te maken heeft houdt verband met de tijd. Tijd; grootheid die we spelenderwijze hanteren en uitdrukken in jaren, uren, enz. Zo te zien, een probleemloze situatie. Als we ons echter dieper gaan afvragen wat "tijd" eigenlijk is, rijzen er vragen : "wat is een klok ? loopt ze juist ?"enz. Deze vragen komen dan in essentie dan neer op één grote vraag : "Wat is tijd ? Tijd, de grote onbekende. Tijd wordt samengevat als heden, verleden en toekomst, en het heden is niets meer dan het dimensieloze ogenblik waarop de toekomst overgaat in verleden; het verleden bestaat niet meer - de toekomst nog niet. Het heden is dus slechts het dimensieloze punt waarop twee niet bestaanden elkaar raken : tamelijk verwarrend op 't eerste zicht. Wat we wel echter nodig blijken te hebben om de tijd te kunnen bepalen is een volgorde van een reeks gebeurtenissen, voor en na geordend. Gebeurtenis A gebeurde voor gebeurtenis B en deze voor gebeurtenis C : dit geeft ons de fysische tijd. Hiernaast hebben we nog de fysiologische tijd waarin de inwendige lichaamsprocessen (ouder worden, honger=spijsvertering) als klok fungeren. Ook kennen we de psychologische tijd waarbij het gaat om het subjectieve tijdsgevoel van de mens; afhankelijk van de situatie waarin we ons bevinden kan een uur ons een ogenblik (op een SFAN-vergadering b.v.) of een jaar (op het werk) toeschijnen. Toen Einstein in 1905 zijn relativiteitstheorie aan de wereld prijsgegeven had, zal hij er in de verste verte wel niet aan gedacht hebben dat zijn inzicht in het probleem van het meten van tijd, waaruit zijn speciale relativiteitstheorie ontstond (1915), benevens basismateriaal voor atoomgeleerden, natuurkundigen, enz., ook nog voer voor SF-auteurs zou blijken (verkeerd geïnterpreteerd dan, maar daarover later). Aan hem danken we het begrip dat tijd relatief is (dus afhankelijk van iets anders). Een van de gevolgtrekkingen van deze theorie is dat in een bewegend systeem (R denk aan een ruimteschip) een klok (=fysische tijdmeter) trager loopt dan de klok in een rustend systeem (Aarde) : tweelingsparadox; de verhouding van de tijd gemeten op A. t.o.v. de tijd, gemeten op R wordt gegeven door volgende formule :

In de speciale relatieviteitstheorie wordt een voorval gekenmerkt door zijn ruimte/tijd coördinaten in een gegeven coördinatenstelsel. Ons oordeel over de gelijktijdigheid van dit voorval hangt af van het bijzonder coördinatenstelsel dat we gebruiken. SF-MAGAZINE P. 18


Volgens de relativiteitstheorie zijn ruimte en tijd nauw met elkaar verbonden en vormen zij als het ware een 4-dimensionaal stelsel. We hebben dus de 3 ruimte-assen : lengte, breedte en hoogte en een lijn die dezelfde oorsprong heeft stelt dan de tijd voor :

In 1941 opperde de natuurkundige Stuchelberg de mening dat een positron (+ electron) wel eens zou kunnen beschouwd worden als een negatief electron dat zich in omgekeerde richting in de tijd beweegt. Van toen af werd in de natuurkunde de mogelijkheid, de tijd om te keren, ernstig overwogen. Zo komen we aan de SF-literatuur om na te gaan hoe zij denkt over de tijd en wat zij er zo al mee uitricht. Wat in SF te maken heeft met de tijd kunnen we onderverdelen in Tijdreizen, Chronische en parallelle werelden. Als we per definitie stellen dat tijdreizen het reizen in de tijd is, en voor chronoscopie : tijdkijken, is het voor iedereeen duidelijk dat we twee richtingen uitkunnen ten opzichte van het heden; vooreerst naar het verleden (dus wat betreft gebeurtenissen die reeds plaatsvonden) ofwel naar de toekomst (dit voor wat toekomstige gebeurtenissen aangaat). De tijdreis kan fysisch of psychisch zijn. Bij de psychische tijdreis wordt de geest al of niet naar een gastlichaam gestuurd. SF biedt ons verschillende mogelijkheden om dit allemaal te verwezenlijken : 1. De machine (Wells) 2. Drugs (Dick) 3. Hybernatie 4. Sub, C-verplaatsingen naar andere stelsels en terugkeer 5. Willekeurige veranderingen in ruimte/tijd-struktuur Er moet echter eerst worden gezegd dat de tijdreis naar de toekomst, in de SF meestal gebruikt wordt om een mogelijk en kritisch beeld te kunnen scheppen van de al dan niet verre toekomst, meestal geëxtrapoleerd op onze huidige maatschappij (zie Wells). Hierbij is het essentiële tijdreizen van minder belang t.o.v. de beschrijving van mens en omgeving in de toekomst. De tijdreis naar het verleden wordt gebruikt om door behulp van bepaalde manipulaties met specifieke gebeurtenissen uit het verleden, een andere, in het kraam der veranderaars passende toekomst te verkrijgen. Gewoonlijk blijkt dan bij het einde van het boek dat de tijdstruktuur waaruit de held komt, slecht was en wordt daarom omvergeworpen. Gelukkig zijn er enkele uitzonderingen. Een bepaald gedeelte van de SF-literatuur kan beschouwd worden als alarmbelliteratuur : ze houdt een waarschuwing in voor een toekomst geëxtrapoSF-MAGAZINE P. 19


leerd op onze huidige, zogezegde beschaving; hierbij wordt van tijdreizen een nuttig en dankbaar gebruikt gemaakt. Mag ik u uitnodigen met mij terug te gaan naar het verleden om u een min of meer chronologisch overzicht te kunnen geven over het tijdsthema in de SF-literatuur. In 1771 vinden we reeds een "l'An 2440" van een zekere Louis Sebastien Mercier. Restif - de la Bretonne stuurde in zijn roman "Les Posthumes" in 1802 zijn held, hertog Multipliandre, in de toekomst waar zijn geest bezit neemt van een toekomstmens, en laat hem het volgende verklaren : ik onderzocht met intervallen van 100 jaar de veranderingen op aarde; ze waren voorspoedig, zelfs de taal was veranderd - ik was verplicht ze weer aan te leren. In 1866 schrijft astronoom Flammarion "Récits de l'infini"; hierin ziet Lummen's ziel na zijn dood de aarde vanaf Capella 72 lichtjaren ver - hij ziet zichzelf terug als kind en vertelt : "Het was geen luchtspiegeling, geen visioen, geen spook, geen beeld - het was werkelijk mezelf naar lichaam en geest, ik was dààr, onder mijn eigen ogen. Indien mijn andere zintuigen de perfektie zouden hebben gehad van mijn ogen zou het mij toeschijnen dat ik mezelf zou aanraken en horen. In 1883 schrijft Mouton "L'Historioscope"; hierbij wordt door middel van een toestel (technisch dus) gekeken naar het verleden = CHRONOSCOPIE. Hierin schrijft hij : "In de huidige stand van de wetenschap, antwoordde Mr. Durand, bezit men reeds drie toestellen waarmee men de klank en het licht wederkerig kan veranderen het is dus mogelijk dat men op een dag daarboven in staat zal zijn de klankgolven verwekt door personen uit het verleden op te vangen. Edwin Abbott laat in 1884, in zijn roman "Flatland", zijn held het volgende verklaren : "er is geen enkel verschil tussen de tijd en elk van de drie andere afmetingen van de ruimte.". In 1890 laat Robida in zijn roman "Jadis chez aujourd'hui" de geleerde Marjolet illustere personages zoals Lodewijk XIV, Molière enz. opwekken ter gelegenheid van de wereldtentoonstelling van Parijs in 1889. Hij brengt hen tesamen in het paleis van Versailles, de woelige bende wordt echter op straat gezet door een museumbewaker. De eer van de uitvinding van de tijdmachine komt toe aan H.G. Wells met zijn roman "The Time Machine, an Invention" in 1895. Hoewel tamelijk simplistisch vinden we hierin een beschrijving van de tijdmachine aan de hand van een klein model. Wells laat zijn held tot 800.200 jaar in de toekomst reizen waar hij acht dagen doorbrengt met de Morloeks en de Eloïs. Gezien het tijdperk, waarin Wells dit schreef, de industrialisatie was, was de oorspronkelijke bedoeling van dit werk een maatschappijkritiek geëxtrapoleerd op de toenmalige technologisch evolutie. Het eigenlijke tijdreizen was hierin alleen als middel van belang. Sinds "The Time Machine" zijn de romans die het technisch tijdreiSF-MAGAZINE P. 20


zen behandelen, geïnspireerd door Wells. Enkelen, zoals Theo Varlet en André Blandin met "La Belle Valence" (1922) gingen zelfs zover de machine van Wells opnieuw te gebruiken. Octave Beliard laat in "Aventures d'un voyageur qui explora le temps" (1908) zijn held een tijdmachine uitvinden waarmee zijn twee kinderen per ongeluk verdwijnen naar het verleden, waar zij zorgen voor de stichting van het oude Rome. Eveneens in 1908, laat Pawlowski zijn held de tijd inhalen door snel te vliegen in "La veridique ascension dans l'Histoire de James Stout Brighton". Fernand Mysor laat in "Pour Lire en Automobile" (1908) via hypnose zijn held Adam en Eva ontmoeten. Jacques Rigaut zorgt voor de tijdsparadox door in "Un Brillant Sujet" (1927) zijn held terug te laten keren naar het verleden, daar te trouwen met zijn moeder en zodoende zijn eigen vader te worden. Tijdkijken vinden we eveneens bij het schier onuitputtelijke "Last en First Men" (1930) van Olaf Stapledon. John Taine stelt ons de tijd voor als een rivier in "The Time Stream" (1931) en doet aan chronoscopie met behulp van een elektronische analysator in "Before the Dawn". In 1934 gebruikt Jack Williamson in "The Legion of Space"de tijd als wapen - AKA. Ook "L'Homme qui s'est retrouvé" van Henri Duvernois (1936) speelt met tijdparadoxen. Régis Messac's beroemde "La Cité des Asphyxiés" verschijnt in 1937. Cami bezorgt ons in 1938 een hele hoop tijdparadoxen met "Voyage inoui de Mr. Rikiki". Van Vogt komt in 1941 op de proppen met "The Seasaw" (begin en einde van de "Weapon Shops"). In 1943 brengt Will Stewart antimaterie in verband met de tijd in "Seetee Ship & Seetee Shock". René Barjavel laat zijn held een "Tijdpak" gebruiken in "Le Voyageur inprudent" (1943). Het verhaal speelt zich af in de tijd van Napoleon en leert ons welke loop de geschiedenis zou genomen hebben, indien Napoleon vroeger gestorven was. Bij de heruitgave van 1958 werd de tijdparadox speciaal onder handen genomen in een apart hoofdstuk : Hij heeft zijn voorvader gedood dus bestaat hij niet dus heeft hij zijn voorvader niet gedood dus bestaat hij dus heeft hij zijn voorvader gedood dus bestaat hij niet ... Zo komen we terecht bij de moderne SF, waarin practisch alle grote SF-auteurs één of ander aspekt van het tijdreizen hebben aangevat. Laten we hier onze chronologische volgorde opgeven en verdiepen we ons in de thematiek. 1. Machinaal tijdreizen en tijdkijken : Wie heeft er niet het prachtige "The End of Eternity" gelezen van Asimov, of "Guardians of Time" van Poul Anderson 55/60 of Return to Zebra" van Tucker Able, "Dinosaur Beach" van Laumer. SF-MAGAZINE P. 21


Zoals reeds eerder gezegd wordt hier gedokterd aan het verleden om via veranderingen, aangebracht aan de geschiedenis, een gewenste toekomst veilig te stellen. Deze tijdreizen zijn fysisch. Ons aller Brian Aldiss laat aspirant-zelfmoordenaars terechtstellen en terugbrengen naar het heden om hen te genezen van hun zelfmoordplannen in "Judas danced". Het beste voorbeeld van de psyschische tijdreis is misschien wel te vinden in D. Hamilton's "The Star Kings" waarbij de geest van een man uit het verleden verplaatst wordt in het gastlichaam van een prins/geleerde uit de toekomst. Sprekende beelden van chronoscopie in Alexandre Arnoul's "Le Siège de Syracuse" (1962) en Effrmow's "L'Ombre dus passé". 2. De tijdreis met behulp van drugs : vinden we praktisch uitsluitend terug bij Philip K. Dick. In "Now wait for the last year" gebruikt hij het JJ 180. In "The World Jones made" laat hij de geest van zijn personage naar de toekomst gaan. Eveneens van hem is "Time out of Joint". Een speciale vermelding voor zijn "Counter-Clockworld" waarin hij als eerste Amerikaan tijd omgekeerd laat gaan, Dick betrekt ook de metafysiek (onder de vorm van toverij) in het tijdreizenthema zoals Simak in "Time and Again". Hierbij aansluitend kunnen we tijdreizen via hypnose vermelden (Fernand Mysor) met "Les Semeurs de l'Epouvante". 3. Hybernatie : Persoonlijk vind ik hybernatie een bepaalde vorm van tijdreizen; hierdoor is het immers mogelijk een meer dan normale levensduur te overbruggen. Deze mindere vorm van "oneigenlijk" tijdreizen vormt het hoofdthema van Barjavel's "La nuit des temps", en Washington Irvine's "Rip van Winkle". 4. Tijdreizen als gevolg van veranderingen in Ruimte/Tijdstruktuur Voor de accidentele tijdreis als gevolg van een verandering in de Ruimte/Tijdstruktuur kunnen we vooral terecht bij grootmeester Van Vogt "The Seasaw". Isaac Asimov gebruikt dit kneepje ook, om via een stralingsongelukje in een atoomcentrale de ruimte/tijdstruktuur waarin zijn held zich bevindt te veranderen, zodat deze in een verre toekomst geslingerd wordt (Pebble in the Sky). 5. Tijdreizen gebaseerd op de relativiteitstheorie : vinden we her en der terug. Er moet echter worden gezegd dat deze soort soort tijdreisverhalen meestal steunt op een verkeerde interpretatie van deze theorie. Immers, zoals reeds in onze inleiding werd gezegd is het met sub c verplaatsingen van een ruimteschip t.o.v. een inert systeem (de aarde) zodanig gesteld dat de fysische tijd - de klokkentijd dus ¸beïnvloed wordt in het bewegend systeem en trager zal lopen ten opzichte van de aardklokken. Hoe het met de fysiologische tijd waarvan het menselijk lichaam onderworpen is, gesteld is, kunnen we slechts afwachten. SF-MAGAZINE P. 22


Er wordt vooralsnog aangenomen dat deze normaal doorgaat. De SF-literatuur stoort zich hier echter helemaal niet aan; vb. zijn legio : ruimteschepen vertrekken naar andere sterrestelsels met sub-C snelheden grenzend aan de lichtsnelheid. Bij hun terugkeer vinden de ruimtereizigers in het gunstigste geval hun kleinkinderen terug zoals in Ron Hubbard's "The Exile of Time". Een ander voortvloeisel van het tijdthema zijn de parallelle werelden. Hierbij wordt uitgegaan van de vooropstelling dat er vanaf elk vrij keuze-ogenblik een oneindig aantal parallelle werelden kunnen ontstaan. Vanaf elk ogenblik dat we dus voor keuze gesteld worden en we een beslissing nemen hebben we verschillende mogelijke werelden, later evenzo, enz. Zelfs griezelgrootmeester Lovecraft betrekt de tijd in sommige van zijn verhalen, v.b. "The Shadow out of Time". Elk SF-auteur die naam waardig, vat de tijd aan - tevéél om op te noemen, zodat ik wil besluiten met een kleine bloemlezing uit de SF-tijdsthematieken : J. R. P. C. R. K. M. R. M. R. J. C. R.

WYNDHAM CUMMINGS ANTHONY SIMAK BRADBURY LAUMER MOORCOCK SHECKLEY LION BESSIERE BRUNNER OLIVER HEINLEIN

: : : : : : : : : : : : :

"The Chronoclasm" "The Exile of Time" "Macroscope" "Time & Again" "The Golden Apples of the Sun" (A Sound of Thunder") "The Time Trap" en "Dinosaur Beach" "The High History of the Runestaff" "A Thief on Time" "Le rèacteur Worp" "Croisière dans le temps" "Time without number" "A Star above it" "All you Zombies" O ===oooOoOooo=== O

DHR. DHR. DHR. DHR.

CURE RENE PAUWELS THIJS VAN EBBENHORST HERMAN CEULEMANS

: : : :

voor voor voor voor

zijn zijn zijn zijn

uitstekend drukwerk, prachtig ontwerp, prachtig ontwerp, prachtig ontwerp,

en de onbaatzuchtige medewerking die hebben willen verlenen bij het op punt stellen van de prachtige nieuwe covers van SF-MAGAZINE. De Redaktie.

SF-MAGAZINE P. 23


Het feest aan het hof van Ludovico Sforza was in volle gang. Dames in loodzware, rijkelijk bestikt japonnen ruisten voorbij, heren met zijden kousen, brede pofmouwen en zwierige baretten op het hoofd dansten op de polyfonische pavanes, uitgevoerd door het groepje muzikanten aan de kant van de zaal. Af en toe werd het gezelschap verrast door een onverwacht vuurwerk, een koets met mechanisch wuivende engelen die binnengereden kwam of een veelkleurige vuurspuwende draak die de zaal binnenrolde. "Meester Leonardo is me d'er toch wel een !" zei een van de heren tegen een slanke jongeman, die, enigszins afgezonderd van de rest van het gezelschap, het schouwspel aandachtig in zich opnam. "O ja, een echte duivelskunstenaar" antwoordde hij in perfekt Italiaans. "Ho, ho, zeg dat niet te vlug vriend, dat zou meester Leonardo niet op prijs stellen". De jongeman beet even op zijn lip en repliceerde dat dit natuurlijk maar een zegswijze van hem was. De uitbundige Italiaan bleef nog een paar minuten kletsen en werd toen door zijn ongeduldige minnares weer de dansende draaikolk ingesleurd. De jongeman, we zullen hem de vreemdeling noemen, was weer alleen, alleen en blijkbaar in diepe overpeinzingen gehuld. En welke overpeinzingen ! Hij, de vreemdeling had immers weer een fout gemaakt : in deze tijd mocht immers nog zelfs bij wijze van spreken niet gezegd worden dat iets "duivels" goed gedaan was ... De vreemdeling was bezorgd, het was immers zijn tweede fout vanavond - toen iemand hem gevraagd had of hij de muziek mooi vond had hij gezegd dat hij Beethoven prefereerde waarop hij de verbaasde man zonder blozen verklaarde dat dat een componist was die in zijn streek erg gelief was - en nu weer zo'n flater ... Het moest de wijn zijn, zware dieprode, fonkelende wijn, niet dat slappe synthetische spul uit de 27e eeuw. "Bent U een vreemdeling" hoorde hij plots naast zich iemand vragen. Het was Ludovico Sforza, de man van de avond die, zoals het een goed gastheer past, met SF-MAGAZINE P. 24


al zijn gasten een praatje kwam slaan. "Ja, ik kom van ver, van het Noorden. Ik ben verleden jaar in Londen geweest en ik ben hier als handelsafgezant." "Ha, ha," brulde Sforza vergenoegd, "U komt de rijkdom en de zon van het mooie Italië, en in het bijzonder van de parel der Italiaanse steden, Milaan, opzoeken." "Ja," zei de vreemdeling, "Italië is mooi en in heel Europa staat het hof van Ludovico Sforza bekend als een plaats waar de rijkdom, de pracht en de kunst elkaar overvloedig aanvullen." Sforza zwol van trots, hij nam nog een beker wijn, gaf er een aan zijn gast, die natuurlijk niet kon wijgeren, en wenkte een van de aanwezigen. "Hier is een landgenoot van U, ook een Londense koopman. Ik denk dat U elkaar wel veel zult te vertellen hebben ... en daar hebben we warempel meester Leonardo !" De koopman werd gevolgd door een grijze, plechtige figuur met vrij jonge gelaatstrekken, een rots van plechtigheid met wijsheid in een dansende, dolle zaal. Sforza stelde hen aan elkaar voor en verliet het gezelschap om zich naar een van zijn vele andere gasten te begeven. De Engelsman begon een praatje en bracht de vreemdeling (hij had zich zelf voorgesteld als William Harper) hierdoor in een zeer lastige situatie. Het Anglo-Amerikaans dat hij zelf sprak was totaal verschillend van het nog bijna Middel-Engels van de Londenaar. Hij moest antwoorden in korte, onbeleefd klinkende, zinnetjes wou hij zich niet laten opvallen. Doch toen hij, uit gewoonte, een paar uitdrukkingen als "O.K." en "Jolly good" gebruikte moest hij die niet alleen nader verklaren aan zijn "landgenoot" doch hij zag ook even een vreemde, verbaasde trek verschijnen op het gezicht van Da Vinci. De Engelsman ging weer weg, misschien wel denkend dat de andere een lompe vlegel was, maar Leonardo bleef nog even. "U moet me eens komen opzoeken in mijn atelier, ik spreek namelijk graag met mensen van andere Landen. Soms hebben ze heel verschillende, interessante ideeën." Harper dacht snel na. Moest hij de uitnodiging aannemen en zich misschien laten opmerken door een onderhoud met zo'n beroemde persoonlijkheid of moest hij de uitnodiging afslaan en Da Vinci kwetsen ?" De eerste oplossing lokte, des te meer omdat hij, die toch een studiereis moest maken in de Renaissance, zo in contact zou komen met het grootste genie van die tijd. "Ik zou het bijzonder op prijs stellen U eens te mogen opzoeken," antwoordde hij, opnieuw in vlekkeloos 16e-eeuws Italiaans, de taal die hij drie jaar bestudeerd had. "Prachtig," zei Leonardo en hij verdween met een monkellachje. Na de gebruikelijke beleefdheidsformules verliet Harper het feest en SF-MAGAZINE P. 25


ging naar zijn kamer waar hij nog drie bladzijden schreef in zijn reisjournaal, een soort dagboek dat hij, bij terugkeer in zijn eigen tijd aan de controlecommissie moest voorleggen. De morgen voor het bezoek aan Leonardo was de vreemdeling erg zenuwachtig, eigenlijk was hij bang dat Da Vinci met hem een wetenschappelijk gesprek zou beginnen en dat hijzelf een idee naar voor zou brengen of over een uitvinding spreken die pas later mocht ontdekt worden, hetgeen een anachronisme zou teweegbrengen, iet dat hem, wanneer hij terugkeerde in zijn eigen tijd, zijn reisvergunning en zijn studiebeurs kon kosten. Uiteindelijk won de nieuwsgierigheid het toch van de angst en hij ging naar Leonardo, na eerst nog een paar werken over de wetenschap in de Renaissance doorbladerd te hebben. Toen hij in het atelier aankwam was er niemand behalve Leonardo. De uitvinder ontving hem hartelijk, ze dronken een paar glazen wijn, pratend over de kunst, het Italiaanse landschap en andere dingen waarin Harper op minder glad terrein was. "Zeg eens", vroeg Leonardo eensklaps, "wat denkt men in uw land over mijn proefnemingen met vliegende tuigen, schepen die onder water varen en de andere dingen die iedereen hier zo schijnen te verbazen." Harper, al lichtjes beneveld door de wijn, zei dat de wetenschapsmensen ook daar die proefnemingen buitengewoon en verbazend vonden. "Dwazen," zei Leonardo, "hetgeen zij het toppunt van kennis noemen zijn misschien niets anders dan de voorbijgaande uitvindingen van een schooljongen die, bij gebrek aan iets beters, zich amuseert met onschuldige tuigen. "Hoezo ?" vroeg de vreemdeling, proberend zijn stem verbaasd te laten klinken. "Denkt U nu werkelijk dat ik veel weet omdat ik een vliegend tuig, dat trouwens nog altijd niet bewezen heeft dat het kan vliegen, gemaakt heb ? Ik besef dat ik eigenlijk pas een korte blik door het sleutelgat van de deur der kennis geworpen heb. Binnen honderden jaren zal de mens misschien over reusachtige grote vliegende tuigen beschikken, over wapens die honderden malen krachtiger zijn dan hetgeen de kortzichtige condottière's nu de verschrikkelijkste vernietigingstuigen noemen." "Dat lijkt me nogal sterk" probeerde de vreemdeling aarzelend. "Als U dat niet gelooft bent U al even bekrompen als de anderen." zuchtte Leonardo ontgoocheld. Harper besloot door te gaan en hem uit te vragen over zijn ideeÍn, zo zou hij misschien in zijn tijd kunnen aantonen dat Leonardo nog fantastischer, nog genialer was dan algemeen aanvaard werd. "Het zou best kunnen, antwoordde hij stoutmoedig, maar ik denk dat wij nog niet gevorderd genoeg zijn om te zien hoe het zou kunnen." SF-MAGAZINE P. 26


"Als men er ernstig genoeg over nadenkt en over de juiste gegevens beschikt heeft men er wel een idee van. Er is een Griekse wijsgeer die aangetoond heeft dat de aarde rond is, toch geloven de mensen nu nog altijd dat het plat vlak is. Demokritos heeft gezegd dat alles is opgebouwd uit miljarden kleine deeltjes, alle briljantte ideeën van briljante mensen zijn vergeten in deze dwaze wereld. Een schatkamer vol kennis ligt ongebruikt en onder het stof." Harper stond verbaasd over de gedachten van deze 16e-eeuwer. "Maar, hoe bewijzen ze al die theorieën ?" vroeg Harper. Het viel hem moeilijk zijn quasi-ongeloof verder te blijven spelen. "Ze hebben geen bewijs of misschien durven ze er geen geven; ik heb soms het gevoel dat het geen gewone mensen zijn, ofwel grote profeten, mensen van een superieur ras, ofwel, misschien klinkt dit nog fantastischer, bezoekers van andere planeten of andere tijden." "Andere tijden ?" vroeg Harper en hij schrok ervan hoe schor zijn stem klonk." "Welja, als we aannemen dat de elementen, het water, de lucht in ruimte kunnen overwonnen worden, waarom zouden we dan niet aannemen dat de tijd ook een soort ruimte is ? In een verre tcekomst zal de mens misschien de eeuwen overbruggen, zoals wij van de ene stad naar de andere gaan." Harper stond perplex, deze Rennaissance-bewoner bracht hier in eenvoudige termen zowat de relativiteitstheorie van Einstein naar voor. "Dat klinkt nogal fantastisch" protesteerde hij. "U vindt dat het nogal fantastisch klinkt, welnu ik heb er een bewijs voor. Een paar jaar geleden was er hier een man, ook een vreemdeling als U, die mij is komen opzoeken. Hij was erg onder de indruk van mijn werk en van mijn ideeën, en toen, diep in de nacht heeft hij me dingen verteld die me diep schokten. Hij liet me eerst beloven nooit naar de plaats te vragen vanwaar hij kwam maar hij heeft me wiskundige stellingen bewezen, wetenschappelijke wonderen en heerlijke visioenen uit komende eeuwen laten zien. Eigenaardig was wel dat hij een vreemd soort Engels sprak, hetzelfde Engels dat U eergisteren trachtte te verbergen." "Maar dat is tegen het reglement, hij mocht U die dingen niet vertellen." riep Harper uit. "Welk reglement ? Ben jij misschien ook van zijn ras, ik ben er trouwens bijna zeker van : ook hij ging op dezelfde manier te werk, eerst argeloos uitvragen, doen alsof je niet geïnteresseerd bent en dan verbaasd staan over mijn, volgens jullie misschien wel, abnormale kennis. Ben jij misschien ook één van hen ?" "Dat mag ik U niet vertellen," fluisterde Harper, verslagen door het triomfgevoel en het weten van de man voor hem. "Ik denk dat jullie andere tijden bestuderen als een reiziger die vreemde landen bezoekt of misschien wel een zoöloog die een primiSF-MAGAZINE P. 27


tieve soort onderzoekt. Maar dat is gevaarlijk, stel je voor dat ikzelf zo iemand ben dat ik je de hele avond heb belogen, dat ik een tijdreiziger ben die hier schatrijk wordt, en een gemakkelijk leventje leid, dat ik jouw vreemd Engels niet in de mond van die ander heb gehoord maar dat ik het vroeger zelf sprak." "Dat is onmogelijk," kreunde Harper, "de tijdmachines zijn staatseigendom en worden streng bewaakt. Misbruik ervan wordt met de doodstraf bestraft." "Misschien in jullie eeuw, maar heb je er al aan gedacht dat, wanner er in de 25e of 30e eeuw - ik weet niet uit welke jij komt tijdmachines bestaan, die er ook zijn in de 40e eeuw. Komt daar ook nog bij dat kennis altijd vulgariseerd wordt, eerst voorbehouden aan een kleine minderheid en dan verspreid in de brede lagen van de bevolking. Misschien is het voor een handige knutselaar uit de veertigste eeuw wel mogelijk een tijdmachine te bouwen en zelf tochtjes te maken. Van knutselen gesproken, ik heb hier zelf nog een handig apparaatje ... Leonardo trok een lade open en greep een cylindervormig voorwerp met een handvat. "Dit is een handige mini-laser, uitgevonden in de 38e eeuw. Het apparaatje kan een mens doden en volledig oplossen in minder dan ĂŠĂŠn seconde. Het is trouwens het enige wat ik meegebracht heb uit mijn "ver land" zoals jij het zou noemen." "Maar bent U dan ook ..." "Een vreemdeling" grinnikte Leonardo, "een vreemdeling die geen concurrenten wil." En hij haalde de trekker over. O ===oooOoOooo=== O

M. L. H. R. R. A. M.

CORTHOUTS PEETERMANS NOLTE PAUWELS BRAUWERS MARCOEN THIEL

Ernest Claeslaan 18 Prinses Clementinastr. 50 Waalenburgsingel 184 Stationstraat 7B Velodroomstraat 2 Koningin Astridpark 23 Frans Halsvest 91

Vervolg op p. 33

SF-MAGAZINE P. 28

2220 1020 9130 2600 9300 2300

WOMMELGEM BRUSSEL AMSTERDAM LOOCHRISTIE BERCHEM AALST MECHELEN


CATHERINE DUVAL - GOUDA (NL) ... Kritiek heb ik wel, niet op hetgeen je brengt, maar op wat je NIET brengt. Zoals je weet, ben ik spook-griezel en horror-schrijfster, fantasy dus en ik vind dat dit onderwerp er wel een beetje bekaaid afkomt. Het is dus hoofdzakelijk science-fiction wat je brengt. Ik meen ook wel eens bespeurd te hebben, dat in SF-kringen de spook-griezel- en horror een beetje gediscrimineerd wordt. Zo van "Ach, 't-is-wel-aardig-hoor, maaaar het is mààr griezel, géén SF. Nu is het een feit, dat een heleboel mensen SF schrijven of althans dat proberen te doen, doch maar zeer weinigen wagen zich op het vlak van klassieke spook-grieze en horror. Aangezien bij SFAN, de fantastiek toch ook thuis hoort zou ik het liever op gelijk niveau zien met de GOEDE science-fiction. Ik krijg nu soms het idee, dat Eddy Bertin en ik de enige "roependen in de woestijn zijn" met het andere genre, maar daarom is het nog niet minder dan de SF. Je vroeg kritiek, wel daar is het dan, de knuppel in het hoenderhok. Voor de rest is alles fijn ... RED. : Eddy Bertin en Robert Smets hebben indertijd in dit blad degelijke artikels gewijd aan hun standpunt inzake Horror. Regelmatig werden er horrorverhalen opgenomen en dit zal wel blijven gebeuren. Bovendien mogen wij nu regelmatig bijdragen verwachten van Gilbert Verschooten over de fantastische film in de breedste zin SF-MAGAZINE P. 29


van het woord. Wij hopen tot een evenwichtig geheel te komen, waarbij echter niet uit het oog mag worden verloren dat HORROR slechts één aspect is van de fantastiek en dat SF-MAGAZINE dit genre zeker niet uitsluit maar toch ook voor SF-enthousiasten bedoeld is. Uw pertinente opmerking dat bepaalde literatuurvormen gediscrimineerd worden, en met name onder meer horror, is een artikel waard dat wij eerlang hopen te publiceren. WILLY VAN DER LEENE - GENT ... Even mijn mening over het tijdschrift : - uitzicht en verzorging : persoonlijk vind ik het voldoende. Of de zaak nu gestencild wordt, of gedrukt op kwaliteitspapier eerste klas, voor mij speelt enkel de inhoud een rol. Wel moet de zaak leesbaar zijn en mogen geen delen der tekst wegvallen, door slechte druk, of tekst afgesneden door de zijkanten van het vel (wat in vroegere nummers wel eens is gebeurd). - formule en samenstelling : die vind ik zeer goed, er is namelijk een verscheidenheid in rubrieken, o.a. verhalen, besprekingen, enz. Enkel de moderne SF-verhalen spreken mij niet zo aan. Voor mij is SF & F nog altijd een "denkbeeldige en fantasierijke voorstelling der wetenschappen", zoals beschreven door A.C. Clarke, R. Bradbury, J. Wyndham, I. Asimov en andere pioniers van de SF. Ik vind dat sex en andere moderne invloeden de SF niet en goede komen, maar dat is natuurlijk een zeer persoonlijke mening ... RED. : We zullen proberen nog meer aandacht te besteden aan de uiterlijke verzorging van het blad, maar dit is in grote mate afhankelijk van de tijd waarover we kunnen beschikken. Natuurlijk heeft iedere lezer zijn persoonlijke mening en smaak maar je stelling als zouden de moderne tendensen Essef geen goed doen lijkt ons toch wel te algemeen gesteld. Al eens "The Big Flash" van Norman Spinrad gelezen ? Of "Behold the Man" van Michael Moorcock, om slechts twee "modernen" te noemen ? We hoeven uiteraard niet alles klakkeloos mooi te vinden omdat het "modern" is, maar we zijn toch van mening dat de hedendaagse SF tal van pluspunten heeft. WILFRIED HENDRICKX - LEUVEN ... Het verhaal CIRCULAIR van Robert Smets met stijgende opwinding gelezen en herlezen. Tenslotte heb ik er encyclopedieën bijgehaald. Ik begrijp nog steeds niet de finesses maar de cirkel sluit zich onvermurwbaar. De sfeer, de woordkeuze, de strikte timing : grandioos. Maar ontzettend moeilijk. Met dit soort verhalen bereik je natuurlijk bijna niemand. Je moet er echter mee doorgaan : het staat op zo'n ontzettend hoog peil. More of this please ! RED. : Mmmmm, wierook, ... lekker !!! F. JACOBS - BUGGENHOUT ... Ondertussen ben ik het nr. 26 van INFO-SFAN (nu : "SF-MAGAZINE") SF-MAGAZINE P. 30


kwijtgeraakt met voorbedachten rade. Ik heb een werkstudent bij ons opde firma betrapt bij het stiekum lezen van essef. Vertelde hem toen dat SFAN bestond maar hij leek onwetend op dat gebied. Ter informatie en uit reclame-oogmerken in verband van DE vereniging, stond ik hem zwaar zuchtend mijn nummer af. Misschien hebt u nog ergens een exemplaar van die uitgave rondslingeren, zodat ik, mits betaling natuurlijk, het verlies weer kan goedmaken. Indien niet, nou ja, het opdrijven van het ledenaantal gaat boven persoonlijke motieven, nietwaar ? Als u binnenkort niet hoort van een zekeren Frans Permentier uit Bornem heb ik gefaald of zit hij financieel aan de grond ... Een klein vraagje nu : zij er van James H. Schmitz buiten "De Heksen van Karres" bij Meulenhoff en "Des Duivels" bij Prisma nog andere werken van deze auteur in het Nederlands verschenen ? (Red. NEE). Tussen ons gezegd en gezwegen, de uitgaven van Meulenhoff-SF beginnen aardig duur te worden : ik kocht gisteren "Zwerftocht tussen de sterren" van Heinlein : 110 BF. En hun normaal formaat kost al 80 BF. Nou, wordt SF iets voor miljonairs ? Als dat zo blijft duren laat ik Meulenhoff vallen; Prisma, Bruna en Born blijven (tot nog toe) menselijk (Bah ! Tijgerpockets) !!! Nu brengt Bruna in zijn essefreeks wel zaken die niets met SF te maken hebben zoals Willard (die met zijn ratten !) en onlangs die vertaling van Tales of the White Hart van A.C. Clarke (hier zijn Wel een paar essefelementen aanwezig). Maar die boeken zijn toch leesbaar. Laat ze echter stoppen met die afschuwelijke covers. Over de Apolloreeks ben ik niet gans enthousiast. Te weinig goede dingen tegenover het merendeel Kioskessef. Apollo XXII (of hoeveel was het ook nou weer) kan als radio-hoorspel heel spannend zijn geweest maar als roman eindeloos vervelend. Spijtig dat Van Herck's handtekening hier onder staat. Als je "Sam, en de pluterdag" hebt gelezen kun je niet geloven dat het dezelfde auteur is. Over INFO-SFAN (zeg nu : SF-MAGAZINE) kan ik niet zoveel schrijven. Het is uitstekend, kort en goed gezegd. De informatie is prima en de verhalen halen een heel goed peil. Het is voor mij onmisbaar geworden. Alleen de tekeningen vallen soms tegen, maar vermoedelijk is dat wel te wijten aan de beperkingen die een stencil oplegt ... RED. : Proficiat voor je poging om nieuwe leden te werven. Als elk lid dit deed ... Maar je denkt toch niet dat wij nummers van ons blad, van die goede ĂŠchte godenspijs, zomaar laten rondslingeren. De uitgaven van Meulenhoff kunnen inderdaad moeilijk goedkoop worden genoemd, in vergelijking met andere essefreeksen. Echter, de verzorging is steeds prima en alles wordt nu eenmaal duurder ! We zagen het zelf graag anders, maar hierop kunnen wij zelf weinig invloed uitoefenen ... Wij begrijpen niet goed wat je tegen de Tijgerpockets hebt : er zijn enkele bijzonder goede titels in verschenen. Als je "bah" SF-MAGAZINE P. 31


echter slaat op de spionage-in-de-ruimte-trilogie van Murray Leinster zijn we het volkomen met je eens ! Wij zijn het ook eens met je mening dat de covers van Bruna voor verbetering vatbaar zijn, vooral aangezien er een aanbod bestaat van uitstekende essefartiesten, maar persoonlijk vinden wij Willard en vooral Tales of the White Hart, zeer goed. Kwestie van smaak ! Je kritiek op APOLLO is begrijpelijk, maar ook daar moet er rekening worden gehouden met tal van factoren, onder meer de kostprijs van dergelijke goedkope uitgaven en het lezerspubliek waarvoor ze bestemd zijn. En in ieder geval zul je het met ons eens zijn, dat APOLLO werk van Nederlandstalige auteurs brengt : op zichzelf een hele verdienste ! GUIDO EECKHAUT - HEVERLEE ... In verband met FAHRENHEIT 451+ zegt R. Smets dat Godart's ALPHAVILLE (klassieke) essef is (en Fahrenheit niet). Daar ga ik zeker niet mee akkoord; Goddard heeft de essef gebruikt als "voorwendsel" om een film te maken. Misschien zijn zijn andere films wel goed maar ALPHAVILLE heeft zowat alle slechte eigenschappen die een film kan hebben : aan elkaar geplakt verhaal (Godard's"sociale kritiek"), slechte dekors, eigenaardige vondsten (ja knikken, betekend nee en omgekeerd; kom nou, dat is toch bij de haren sleuren). En met "delirante" verbeelding alleen kan men geen esseffilm maken. Jean-Pierre Bouyxou misschien wel; maar ik prefereer dingen zoals 2001. Hij (Bouyxou) beweert daarvan dat het niets meer is dan een reportage uit de toekomst, "Il y a l'abscence de tout délire, de toute invention (?), de toute fantaisie, bref, de toute SF". Verder vindt hij het geluid bij de film maar pover. Daar kan ik in twee punten op antwoorden : - als hij de muziek van Straus en Ligetti maar pover vindt, kan ik daar ook niet aan helpen. Toch is het juist de keuze van die muziek (i.p.v. nieuwe te laten componeren), welke één van de charmes uitmaakt van Kubrick's werk (cfr. Clockwork Orange) -In de ruimte zijn er nu eenmaal geen achtergrondsgeleuiden. Het feit dat geluid zich niet in de ruimte voortplant schijnt onbekend te zijn aan Douglas Trumbull, die in Silent Running de explosies van de koepelbossen laat "horen" door Freeman Lovell. ... Ik moet J.C. Raasveld tegenspreken waar hij S. Joukes tegenspreekt. Raasveld stelt dat de mens zich aan extreme omstandigheden kan aanpassen of beter gezegd, dat hij dat na enkele generaties wel kan. Stel je voor dat je zelf zo'n planeet wil koloniseren, één met 1,5 G zwaartekracht, een druk van 2 atmosfeer, grote droogte en ik wel al niet wat. Volkomen akkoord dat je nakomelingsn zich uiteindelijk wel aan die omstandigheden zullen aanpassen, maar wat met jezelf ? Een mens kan zulk een verandering (zelfs met SF-MAGAZINE P. 32


jarenlange voorbereiding) niet lang volhouden. En dan hebben we een kringloop : iemand die er niet geboren is kan er niet leven, maar mensen kunnen er niet geboren worden omdat de eerste kolonisten zich niet kunnen aanpassen. Natuurlijk geldt dit enkel voor planeten waar het verschil met de aarde groot genoeg is om moeilijkheden te veroorzaken. Op andere planeten zal de mens zich inderdaad na enkele generaties hebben aangepast. En Raasveld's vergelijking omtrent Bosjes-mannen, Toearegs en Australische inboorlingen, die niet zouden kunnen bestaan volgens Joukes' artikel, houdt ook geen steek. Die rassen zijn daar ter plaatse ontstaan. Een blanke zou heel wat moeilijkheden ondervinden om in dezelfde omstandigheden te leven. ... Sfanquiz 4 : als Simon dat lint in de lengte doorknipt heeft hij twee linten, goed voor twee andere inhuldigingen, dus waarom zou het niet mogen ? RED. : Film : Guido geeft niet juist weer wat Smets in nr. 27 zei : wat klassieke essef betreft, zei Smets juist ALPHAVILLE hier niet direct toe te rekenen. Andersom dus. Verder sprak Smets van Godard (wiens films inderdaad buitengewoon interessant zijn, dikwijls) 's gewild ironische behandeling van zogeheten essefelementen : de essefgeest schuilt immers juist in al het andere. Bouyxou : akkoord; diens "delerantisme " irriteert R. Smets gewoonlijk buitenmate. Raasveld versus Joukes : met jouw mening sluiten we deze ietwat uit de hand gelopen polemiek af. Sfanquiz : mis ! Zie die goeie ouwe Moebius strip ! O ===oooOoOooo=== O Vervolg van p. 28 M. B. F. E. F. J. Z. N. H.

DE FEVERE VAN AERT LAMBRECHT THIERENS VAN IMMERSEELS HERMANS L. A. NUNINGA MASSON VAN DER BRUGGEN

Kapelstraat 31 Zomerstraat 42 Gistelstraat 150 ZInkstraat 167 Maria Henriettalei 88 Parijsstraat 6 Cortinghlaan 12a Puinstraat 49 Woeringenstraat 21

9002 1050 8202 9242 2710 3000 8003 9000 9000

LEDEBERG BRUSSEL VARSENARE MUNTE HOBOKEN LEUVEN GRONINGEN (NL) GENT GENT

SF-MAGAZINE P. 33


Onder deze rubriek zullen van dit nummer af de technische fisches worden afgedrukt van horror, science-fiction en fantasy films die in een zeer recent verleden ln het buitenland werden vertoond en nog niet of zeer sporadisch in BelgiĂŤ werden geprogrammeerd. 1. BLOOD MANIA (U.S.A. 1971) Produktiefirma : Jude. Producers : Chris Marconi en Peter Carpenter. Production manager : Gary Kent. Regie : Robert O'Neil. Scenario : Toby Sachler en Tony Crechales, naar een gegeven van Peter Carpenter. Fotografie : Bob Maxwell en Gary Graver. Art director : Pierre Decoratieve Design. Muziek : Don Vincent. Montage : Patrick Kennedy. Klank : Clark Will. Vertolking : Peter Carpenter, Maria de Aragon, Vicki Peters, Reagan Wilson, Jacqueline Dalya, Leslie Simns, Eric Allison, Arell Blanton, Alex Rocco, Reid "Chipp" Smith. 2. THE CORPSE GRINDERS (U.S.A. 1971) Produktiefirma : C.G. Productions. Production Manager : John Curran. Producer, regie en klank : Ted V. Mikels. Scenario : Arch Hall en Joseph L. Cranston. Speciale effekten : Gary Heacock. Art directors : John Robinson en Laura Young. Klankopname : Art Names en John Curran. Vertolking : Sean Kenney, Monika Kelly, Sanford Mitschell, J. Byron Foster, Warren Ball, Ann Noble, Vince Barbi, Harry Lovejoy, Earl Burnam, Zena Foster, Ray Dannis, Drucilla Hoy, Curt Matson, Charles "Foxy" Fox, Stephen Lester, William Kirschner, George Bowden, Don Ellis, Mike Garisson, Andy Collins. 3. HORROR HOSPITAL (Groot-BrittanniĂŤ 1973) Produktiefirma : Noteworth Films. Producer : Richard Gordon. Associate producer : Ray Corbet. Regie : Anthony Balch. Regieassistent : John Hansen. Scenaria : Anthony Balch en Alan Watson. Fotografie : David McDonald. Art director : David Bill. Muziek : De Wolfe. Montage : Robert Dearberg. Klank : Paul le Mare en Tony Anscombe. Vertolking : Michael Gough, Robin Askwith, Vanessa Shaw, Ellen Pollock, Skip Martin, Dennis Price, Kurt Christiaen, Kenneth Benda, Barbara Wendy, Martin Grace, Colin Skeaping, George Herbert, James IV Boris, Alan Hudson, Eimon Lust. 4. MISS LESLIE'S DOLLS (U.S.A.) SF-MAGAZINE P. 34


Produktiefirma : World-Wide. Executive Producers : Carlos A. Lopez en J.A. Pina jnr. Producer : Ralph J. Remy. Associate producer : Eddy A. Lopez. Regie : Joseph G. Prieto. Regie-assistent : Jean Morceau. Scenario : Joseph G. Prieto en Ralph J. Remy. Fotografie : Gregory Sandor. Art director : Jerry Remy. Dekors : Oscar Cave. Muziek : Imer Leaf. Klank : Tito Ribocatti. Vertolking : Salvador Ugarte, Terry Juston, Marcelle Bichette, Kitty Lewis, Charles W. Pitts. 5. LA NOCHE DEL TERROR CIEGO (Spanje, Portugal 1972) Produktiefirma : Plata Films. Executive Producer : Salvadore Romero. Regie en scenario : Amando de Ossorio. Fotografie : Pablo Ripoll. Art dirctor : Jaimé Duarte de Brito. Muziek : Anton Garcia Abril. Montage : José Antonio Rojo. Vertolking : Cesar Burner, Lone Fleming, Joseph Thelman, Helen Harp, Rufino Ingles, Veronica Llimera, Maria Sylva. 6. SOLARIS (U.S.S.R. 1972) Produktiefirma : Mosfilms. Regie : Andrei Tarkowsky. Scenario : Andrei Tarkowsky en Friedrich Gorenstein, naar de roman van Stanislaw Lem. Fotografie : Vadim Yusow. Art director : Mikhail Romadim. Muziek : Eduard Artemyev. Vertolking : Natalya Bondarchuk, Donatas Banionis, Yuri Jarvet, Anatoli Solonitsin, Vladislav Dvorjetzki, Nikolay Grinko, Sos Sarkissian. 7. THEATRE OF BLOOD (Groot- Brittannië 1973) Produktiefirma : Cineman. Executive producers : Gustave Berne en Sam Jaffe. Producers : John Kohn en Stanley Mann. Production manger : David Anderson. Regie : Douglas Hickox. Regie-assistent : Dominic Fulford. Scenario : Anthony Greville-Bell. Fotografie: Wolfgang Suschitzky. Speciale effekten : John Stears. Art director : Ann Mollo. Muziek : Michael J. Lewis. Montage : Malcolm Cooke. Klankopname : Simon Kaye. Vertolking : Vincent Price, Diana Rigg, Ian Hendry, Harry Andrews, Coral Browne, Robert Coote, Jack Hawkins, Michael Hordern, Arthur Lowe, Robert Morley, Dennis Price, Diana Dors, Joan Hickson, Renee Asherson, Madeline Smith, Milo O'Shea, Eric Sykes, Tutte Lemkow. 8. KESSEN NANKAI NO DAIKAIJU - YOG, MONSTER FROM SPACE (Japan 1970) Produktiefirma : Toho Films. Executive Producers : Tomoyuki Tanaka en Fumio Tanaka. Production manager : Yasushi Sakai. Regie : Inishiro Honda. Scenario : El Ogawa. Fotagrafie : Taaichi Kantura. Speciale effekten : Sadamasa Arikawa. Speciale fotografische effekten : Yoichi Manodi. Art director : Takeo Kita. Muziek : Akira Ifukube. Montage : Masashisa Himi. Klank : Kanae Masuo. Vertolking : Akira Kubo, Atsurko Takahashi, Yoshio Tsuchiya, Kenji Sahara, Noritake Saito, Yukiko Kobayashi, Satoshi Nakamura, Chotaro Togin, Wataru Omae, Sachio Sakai, Yu Fujiki, Yuko Sugihara SF-MAGAZINE P. 35


Elk jaar worden de rangen van de nu haast legendarische grootheden van de gouden griezeljaren iets meer uitgedund. Op 24 januari van dit jaar ontviel ons John Carrol Naish (geboren 1900) die we ons vooral zullen blijven herinneren als de misdadige bultenaar Daniel die in "House of Frankenstein" (Erle C. Kenton, 1944) als ijverige assistent van "mad doctor" Karloff fungeerde. Zijn zeer uitgebreide filmografie omvat heel wat fantastische films : "The mystery squadron" (Colbert Clark en David Howard, 1933), "Return of the terror" (Howard Bretherton, 1934), "The president vanishes" (William A. Wellman, 1934), "Charlie Chan at the circus" (Harry Lachman, 1936), "Think fast, Mr. Moto" (Norman Poster, 1937), "Island of lost men" (Kurt Neuman, 1939), "The invisible woman" (A. Edward Sutherland, 1941), "Dr. Reanault's secret" (Harry Lachmann, 1942), "Batman" (Lambert Hillyer, 1943), "Calling Dr. Death" Reginald LeBorg, 1943), "The monster maker" (Sam Newfield, 1944), "The Whistler" (William Castle, 1944), "Jungle Woman" (Reginald LeBorg, 1944), "Strange Confession" (John Hoffman, 1945), "The beast with five fingers" (Robert Florey, 1946), en "Frankenstein vs Dracula" (Al Adamson, 1970). Voor zijn prestatie in "Sahara" (Zoltan Korda, 1943) en "A medal for Benny" (Irving Pichel, 1945) kreeg hij een "Academy Award Nomination". Op 20 april was het de beurt aan akteur Robert Amstrong (° 1896), de cynische Carl Denham in "King Kong" (Ernest B. Schoedsack en Merian C. Cooper, 1933) en "Son of Kong" (Ernest B. Schoedsack, 1933). Hij zou verder optreden in films als "Big Money" (Russel Mack, 1930), "The iron man" (Tod Browning, 1931), "The most dangerous game" (Ernest B. Schoedsack en Irving Pichel, 1932), "The billion dollar scandal" (Harry Joe Brown , 1933), "G-men" (William Keighley, 1935), "The fugitive" (John Ford, 1947), "Sea of grass (Elia Kazan, 1947), "The paleface" (Norman Z. McLeod, 1948) en "Mighty Joe Young" (Ernest B. Schoedsack, 1949). Merian C. Cooper overleed precies één dag later (°1893). Hij ving zijn karrière aan als kineast : in samenwerking met Schoedsack realiseerde hij werken met documentaire inslag als "Grass" (1926), "Chang" (1927), "The four feathers" (bovendien in co-regie met Lothar Mendes) en "Rango" (beide 1929), om in 1933 het monumentale "King Kong" te draaien. Hij zou verder als producer optreden voor o.a. "She" (Irving Pichel en Lansing T. Holden) in 1935 en een ganse reeks John Ford-films : "The fugitive" (1947), "Fort Apache" (1948), "She wore a yellow ribbon" (1949), "The quiet man" (1952) SF-MAGAZINE P. 36


en "The Searchers" (1956). Laatste in de rij was vooralsnog Lon Chaney Jnr. (°1907), zoon van de onvergetelijke vedette van de stomme film die ons werken schonk als "The phantom of the opera" (1925), "The Unknown" en "London after midnight" (beide 1927). Zijn talent was voorzeker beperkt maar voorzien van een schilderachtige maquillage was hij niettemin bijzonder geschikt en efficiënt als de wolfman("The Wolfman", "Frankenstein meets the wolfman", "House of Frankenstein", "House of Dracula", "Abbot and Costello meet Frankenstein"), het monster van Frankenstein ("The ghost of Frankenstein"), de mummie ("The mummy's tomb", "The mummy's ghost", "The mummy's curse") en graaf Dracula ("Son of Dracula", waarin hij feitelijk ... graaf Alucard heette !). Zijn volledige filmografie ziet er als volgt uit : "Girl Crazy" (A. Seiter, 1932), "Bird to paradise" (King Vidor, 1932), "Last frontier" (Spencer Gordon Bennet en T.L. Story, 1932 serial), "Lucky Devils" (Ralph Ince, 1933), "The tree musketeers" (Armand Schaeffer, 1934), "Captain Hurricane" (John S. Robertson, 1935), "The rosebowl" (Charles T. Barton, 1936), "Secret Agent X9" (Ford Beebe en Cliff Smith, 1937, serial), "Charlie Chan on Broadway" (Eugène Ford, 1937), "Road Demon" (Otto Brower, 1938), "Passport husband" (James Tinling, 1938), Mr. Moto's gamble" (James Tinling, 1938), "Charlie Chan in the city of darkness" (H. Leeds, 1939), "Union Pacific" (C.B. Demille, 1939), "Of mice and men" (Lewismilestone, 1939), "The wolfman" (George Waggner, 1939), "One million years B.C." (Hal Roach en D.W. Griffith, 1940), "The man-made monster" (George Waggner, 1941), "San Antonio Rose" (Charles Lamont, 1941), "Billy The Kid" (Irving Asher, 1941), "North to Klondikte" (Erle C. Kenton, 1942), "The mummy's tomb" (Harold Young, 1942), "Eyes of the Underworld" (Roy William Neill, 1942), "What we are figthing for" (Erle V. Kenton, 1943), "Crazy House" (Erle C. Kenton, 1943), "Son of Dracula" (Robert Siodmak, 1943), "Calling Dr. Death" (Reginald LeBorg, 1943), "Frankenstein meets the wolfman" (Roy William Neill, 1943), "Weird woman" (Reginald LeBorg, 1944), "Cobra Woman" (Robert Siodmak, 1944), "Ghost Catchers" (Edward Cline, 1944), "The mummy's ghost" (Reginald LeBorg, 1944), "Dead man's eyes" (Reginald LeBorg, 1944), "House of Frankenstein" (Erle C. Kenton, 1944), "Here come the co-eds" (Jean Yarbrough, 1945), "Strange Confession" (John Hoffman, 1945), "House of Dracula" (Erle C. Kenton, 1945), "The Daltons ride aigain" (Ray Taylor, 1945), "The frozen ghost" (Harold Young, 1945), "The mummy's curse" (Leslie Goodwins, 1945), "Pillow of death" (Wallace Fox, 1946), "Albuquerque" (Ray Enright, 1947), "My favorite brunette" (Elliot Nugent, 1947), "16 fathoms deep" (Irving Allen, 1948), "Captain China" (Lewis R. Foster, 1950), "Only the vaillant" (Gordon Douglas, 1951), "High noon" (Fred Zinneman, 1952), "Springfield Riffle" (Andre De Toth, 1952), "Flame of Araby" ( Charles Lamont, 1952), "The black castle" (Nathan Juran, 1952), "Raiders of the seven seas" (Sidney Salkow, 1952), "A lion in the streets" (Raoul Walsch, 1953), "The boy from Oklahoma" (Michael SF-MAGAZINE P. 37


Kurtiz, l953), "Jivaro" (Edward Ludwig, l954), "Passion" (Allan Dwan, l954), "Casanova's big night" (Norman Z. McLeod, l955), "I died a thousand times" (Stuart Heisler, l955), "The indian fighter" (AndrĂŠ De Toth, l955), "Not as a stranger" (Stanley Kramer, l955), "The indestructible man" (Jack Pollexfen, l956), "The black sleep" (Reginald LeBorg, l956), "The Cyclops" (Bert I. Gordon, l957), "Money, women and guns" (Richard H. Bartlett, l958), "The alligator people" (Roy del Ruth, l959), "Daniel Boone, trail blazer" ( Albert C. Gannaway en Ismael Rodriguez, l959), "The defiant ones" (Stanley Kramer, l959), "La casa del terror" (Gilberto Martinez Solares, l96l), "The devils messenger" (Herbert L. Strock, l96l), "Stage to Thunder Rock" (William F. Claxton, l963), "The haunted palace" (Roger Corman, l963), "Young fury" (Christian Nyby, l964), "Witchcraft" (Don Sharp, l964), "Night of the beast" (Harold Daniels, l965), Johny Reno" (R.C Springsteen, l965), "Apache up rising" (R.C. Springsteen, l965), "Hillbillys in a haunted house" (Jean Yarbrough, l967), "Gallery of horrors" (David L. Hewitt, l967), "Blood of Frankenstein" (alias "Dracula vs. Frankenstein", Al Adamson, l970), "A time to run" (Al Adamson, l970). O ===oooOoOooo=== O

SF-MAGAZINE P. 38


THE ASTOUNDING-ANALOG READER Book one and Two. Verzameld diss; Sphere Books, London. twee deeltjes verschenen als I bij Doubleday, USA, 1972.

door Harry Harrison en Brian W. Al40p elk. 291 blz. en 321 blz. Deze THE ASTOUNDING-ANALOG READER, VOLUME $ 9.95.

15 lange kortverhalen, samen 612 blz. en bijna zonder uitzondering puike verhalen. Dit brengt natuurlijk mee dat er voor de kenner en oudere lezer wel wat bekende dingetjes in terugkomen die hij misschien al lang elders anders gelezen heeft, maar voor de beginneling een méér dan degelijke start in de meer klassieke en traditionele (niet pejoratief bedoeld) SF, en tevens zo'n beetje een overzicht van wàt het beroemde tijdschrift zoal voor veranderingen onderging in al die jaren. De bekendste auteurs zijn natuurlijk vertegenwoordigd : Don A. Stuart (John W. Campbell, Jr), P. Schuyler Miller, Asimov, Anson, McDonald (R.A. Heinlein), Bester, Van Vogt, Leinster, enz. In het eerste deeltje vermelden we bv. Harry Bates' "Farewell to the Master" dat al eens aan Robert Moore Williams toegeschreven werd, een variant op het robotthema. Waarom echter "Nightfall" en "By his Bootstraps" die al in zovele anthologieën te vinden zijn ? Dezelfde opmerking voor het tweede deeltje waarin we "City", "First Contact" en "Placet is a Crazy Place" terugvinden, allemaal uitstekende verhalen, maar overbekend. Van diezelfde auteurs waren toch beslist minder bekende en even goede verhalen te vinden ? Vermelden we daarentegen speciaal twee Lawrence O'Donell verhalen, zijnde Kuttnet & C.M. Moore, waarvan "Clash by Night" bijna nergens elders te vinden is. Toch even de inhoudsopgave nazien vooraleer te kopen. ENVOY TO NEW WORLDS SF-MAGAZINE P. 39


Keith Laumer.

Ace, 1973.

95¢.

134 blz.

Ace zegt dat dit de tweede druk is, de eerste dateert van 1963, en ik meen me toch te herinneren dat er in die tussentijd een herdruk met andere covers was. Zes verhalen van de alombekende Retief, galactisch diplomaat van de aarde, die er zo zijn eigen losse werkwijze op nahoudt waardoor hij voortdurend meer succes heeft dan zijn rigide oversten. Zijn moeilijkheden zijn dan ook zowel met de onaardsen die hij moet contacteren, als met zijn oversten zelf. Vlotte stijl en losse ontspanning, avontuurlijk met een ruime dosis satire en humor, maar allemaal tamelijk aan de lichte kant. Leuk leesbaar. CAP KENNEDY, de nieuwste geheim agent van het Terraanse Imperium. Geïnspireerd door het commerciële succes van de Perry Rhodanreeks in Amerika hebben enkele uitgeverijen hun eigen reeksen gestart met een vaste "ploeg" hoofdpersonnages. De recente kennismaking komt van DAW-Books, Donald Wolheim's eigen SF-uitgeverij, en het eerste nummer verscheen in september verleden jaar. Momenteel zijn er drie pockets verkrijgbaar, de vierde is voorzien voor publicatie deze maand in de USA. De verschenen deeltjes zijn : 1. GALAXY OF THE LOST door George Kern. DAW Books, UT1073, 126 p. 2. SLAVE SHIP FROM SERGAN door Gregory Kern, DAW UT1078, 127 p. 3. MONSTER OF METELAZE door Gregory Kern. DAW UT1084, 125 p. Elke pocket kost 95¢ en heeft een cover en illustraties door Jack Gaughan. "Gregory Kern" is uiteraard een pseudoniem, doch momenteel is het nog steeds éénzelfde auteur die de reeks schrijft. Wij willen zijn identiteit niet verraden, ook DAW Books houden deze angstvallig verborgen, maar voor fanatieke kenners kunnen we wel verraden dat het een relatief geapprecieerd Brits auteur is die al vele jaartjes in onze branche werkzaam is. Wie of wat is nu CAP KENNEDDY ? De "secret agent of the spaceways" een zuivere James Bond van de toekomst, ongebonden, keihard met een rigide controle over zijn lichaam, zonder medelijden, maar niet gewetenloos. Praktisch is hij een agent van FATE, een "Free Acting Terran Envoy", iemand die gebruikt wordt om noodsituaties op te lossen waarin de Terraanse overheid niet officieel kan ingrijpen. De FATE-agenten werken dus zogezegd volledig onafhankelijk, voor als ze in de penarie geraken. Hetgeen regelmatig gebeurt natuurlijk. Kennedy wordt bijgestaan door twee goede vrienden, Saratov, een buldog-type met groot hart (je kent het genre wel), en Chemile, een alien die cameleoneigenschappen bezit die tot de perfektie ontwikkeld zijn, een talent dat hem natuurlijk onmisbaar maakt. De romans zijn zéér vlot geschreven, en alhoewel er ook plaats blijkt te zijn voor sociale kritiek en extrapolatie, toch overheerst natuurlijk het avontuurlijke en het spanningselement. Géén grote SF, maar altijd goed voor enkele spannende uurtjes.

SF-MAGAZINE P. 40


EEN GROTE ZAAK OP ONYX door Anton Quintana Bruna FEH nr. 16. Bijzonder sympathiek aan Bruna SF- en FEH-reeksen is wel dat ook oorspronkelijk werk van nederlandstaligen aan bod komt. Na Ef Leonard en Eddy Bertin publiceert zij nu vijftien verhalen van Anton Quintana, die zich tot hiertoe vooral inzake misdaadromans en hoorspelen bekendheid verwierf. Quintana put zijn inspiratie voornamelijk in de natuur. De zee (in Onderwereld" en "Gunstige wind" of "Na 600,000 jaar") , het leven van dieren "een valk in "Natuurlijke vijand", een fossiele dierensoort in "De Overlevende", de marteling van een condor in "Bloed van de Condor" of de epische strijd van een bidsprinkhaan in "De Geweldenaar". Uiteraard drukt hij ook zijn bezorgdheid uit over het teloorgaan van de natuur, of dit nu door industriĂŤle vervuiling gebeurt, als in "De Overlevende" of door de agrEssiviteit van de menselijke kolonist, als in "Een grote taak op Onyx". In een drietal andere verhalen varieert hij op klassieke fantasythema's als magie of verdubbeling van de persoonlijkheid("Reveille", "Piranja" of "Spiegelbeeld"). SF-thema' s tenslotte in "Een grote taak op Onyx", waarvan wij het agressiviteitsthema wel iets dieper uitgewerkt hadden willen zien, in "De Opdracht", "Galaxyrobot" of "Superman". Mijn persoonlijke voorkeur gaat naar het slotverhaal, nl. het korte "Het Wachten", waarin het thema van de "cargo-cult" wordt aangeraakt en een op uitsterven staande stam onder leiding van zijn sjamaan gaat zitten wachten in het wrak van een neergestort vliegtuig. ROBERT SMETS BELUSTHEID VAN HET BEEST door Philip JosĂŠ Farmer Bruna FEH nr. 17 Aansluitend op "De beeltenis van het Beest" vormt dit boek (oorspr. "Blown", 1969) het tweede in een reeks werken die Farmer schreef in opdracht van "Essex-House", een uitgeverij die zich een tijdlang specialiseerde in porno-SF. In dit opzicht heeft Farmer zich in deze reeks wel uitgeleefd : het opzet ligt er vingerdik op en laat de lezer geen enkele twijfel. Nu is het onderwerp beperkt en wordt men snel eentonig. Farmer heeft dan ook getracht zijn "every orifice and artifice" (zoals SF-MAGAZINE P. 41


Disch zei in "334") enigszins te variĂŤren door het opvoeren van het aantal deelnemers in de "ritus" en door enkele buitenaardse elementen. Het resultaat is er slechts licht door gewijzigd. Laten wij hier evenwel niet te zwaar aan tillen. Farmer zelf neemt blijkbaar de zaak niet te ernstig op en wisselt zijn "ritueel" verhaal af met de kroniek van de gebeurtenissen omheen een schilderij van Stoker dat regelmatig wordt ontstolen aan ene Forrest J. Ackerman (zijnde een ere-voorzitter van Sfan, die zich in horror en dergelijke specialiseerde). Dit gedeelte van het boek zit dan echter weer proppensvol "inside-jokes" waar de doorsnee-lezer weinig aan heeft. Fantastie en ironie vallen dus voor hem wel heel licht uit. De porno ... wel ... wie zijn wij om daarover te oordelen ? DE SIRENEN VAN TITAN door Kurt Vonnegut Jr. Uitgeverij Luyting. Haren - vert. Jan Koesen Kurt Vonnegut Jr. neemt wel een heel aparte plaats in in de USliteratuur (en in de SF). Een hele tijd was hij meer dan bekend bij een zeker "underground"-publiek, doch met romans als het (ondertussen verfilmde) "S1aughterhouse 5" brak hij definitief door bij het grote publiek en zijn laatste werk ("Breakfast of Champions") staat al een aantal maanden op de nationale "best-sellers"-lijsten. Na twee langere romans ("Players Piano" en deze "Sirens of Titan") ontwikkelde Vonnegut een heel eigen stijl : overwegend korter werk, verdeeld in zeer hoog aantal soms uiterst korte hoofdstukjes, waarbij heden en verleden, fantasie (Tralfamadore) en rauwe werkelijkheid (het bombardement van Dresden bv.) elkaar doorkruisen, en een geheel vormen, dat tezelfdertijd bitter en humoristisch is. Een moralist, ongetwijfeld, maar van het minst nadrukkelijke genre. Een schrijver die-voor eenmaal drukt de publiciteit het zeer juist uit- absoluut "habit-forming" is. Is het SF-element sporadisch in nagenoeg al Vonnegut's werk aanwezig, dan is dit wel sterkst het geval in zijn eerste werken : in "De Sirenen van Titan" hotsen de protagonisten over en weer tussen de Aarde, Mars, Mercurius, Titan en Tralfamadore. De roman vormt duidelijk een overgang tussen de klassiek-opgebouwde "Players Piano", met zijn diep-uitgewerkt toekomstbeeld, en de "lichtere" werken van de schrijver; lichtere in de stilistische betekenis dan. Het bevat reeds een grote dosis fantasie en enkele kolder-elementen, als het regelmatig opnieuw opduikende staplied van de Marsiaanse troepen. Anderzijds heeft het m.i. ook de nadelen van een overgangswerk : het is iets te lang en soms ook, iets te nadrukkelijk. Bovendien valt de "moraal" iets licht uit t.o.v. de illlustratie ervan. Is Vonnegut ongetwijfeld een "must", dan zou ik persoonlijk toch eerder verwijzen naar "Cat's Cradle" (dat in zekere zin tot SF kan worden gerekend) of naar "Slaughterhouse 5" of (een persoonlijke voorkeur) "God bless you, Mr. Rosewater" (geen SF al bevat dit boek wel de gekende toespraak tot de Milford SF-convention. ROBERT SMETS SF-MAGAZINE P. 42


STRANGER IN A STRANGE LAND Als nr. 65 van de Meulenhoff SF-reeks, verscheen dus de Nederlandse vertaling van deze bijbel van Robert Heinlein, Ingenieur, Poezenvriend (denk aan "Door into Summer") en kundig essefschrijver. Een gebeurtenis van formaat, jubelt mijn goede vriend A. Een hemeltergende verschrikking, ijst mijn even goede vriend B. Beiden zijn anders uitmuntende essefkenners. Daarmee is ook mijn mening bekend : het ligt er maar aan hoe je tegen dit belangwekkend boek aankijkt. Ik geloof dat het absoluut noodzakelijk was VREEMDELING IN EEN VREEMD LAND bij het Nederlandstalige essefpubliek bekend te maken al was het maar om zuiver historische redenen : jarenlang heeft een bepaalde stroming van de Amerikaanse "underground" erin geput (denken wij maar aan de afschuwelijke Manson-geschiedenis die er zijdelings verband mee houdt) en nog heden ten dage beschik ik voor belangstellenden over de adressen van enkele communes in de Verenigde Staten die gebaseerd zijn op de in dit boek beschreven godsdienst. Letterkundig gesproken is dit werk wel niet het beste wat Heinlein ooit produceerde; hoewel het zeer lijvig is, heerst er een ontstellende verwarring van personages en situaties, de lange hoofdstukken slagen er vaak niet in een duidelijk beeld voor de lezer te scheppen, vele passages zijn langdradig of doen gewoon niets ter zake en op even zo talrijke personen, ideeĂŤn en omstandigheden, wordt niet diep genoeg ingegaan. Kortom, op zuiver letterkundig gebied is het een irriterend boek. Als men bovendien geen Heinlein-fan is, ergert men zich bepaald aan zijn tics, maniĂŤn en stokpaardjes, om van zijn ellendig gepreek maar te zwijgen ! Heinlein tendens, de laatste vijftien jaar, om steeds dikkere pillen op de markt te brengen (Horresco referens : I will fear no Evil weegt inderdaad evenveel als een baksteen !), drijft waarschijnlijk zijn trouwste wierookvat-zwaaiers tot wanhoop. En toch, en toch : wat een gouden onderwerp heeft vriend Heinlein met dit werk weer aangepakt ! Bij zijn verschijning in 1960 in de States, sloeg het dan ook in als een bom : het probleem van de onschuldige (= wien het ingeboren schuldprobleem van de mens op Aarde volkomen vreemd is) wereldhervormer in een technologische beschaving. Een uiterst belangrijke kwestie, die op een magistrale en toch aanvaardbare manier wordt behandeld. Ook daarom is dit boek een absolute must : op elke bladzijde rijzen er vragen die elke lezer natuurlijk op zijn eigen manier tracht te beantwoorden. Men kan zich echter afvragen waarom Heinlein het nodig heeft geoordeeld dit prachtige thema letterlijk te begraven onder een hele reeks neven- of ondergeschikte voorwerpen, zoals ideologie, godsdienst of sex. Hier is minstens stof voor tien verschillende romans en sommigen zullen dan ook zeggen dat overdaad schaadt. Wanneer men STRANGER IN A STRANGE LAND aandachtig leest (en daar heeft-ie dan wel een week voor nodig) wordt hij misschien getroffen door de prachtige achtergronden en situaties die Heinlein weet te schilderen, maar zal ongetwijfeld tot de slotsom komen dat de auSF-MAGAZINE P. 43


teur meer zin had om zijn eigen ideeën over tal van zaken te spuien dan om een degelijk geconstrueerde roman te schrijven. Voor mij mag dat. Ik lees graag andermans opinie, ook en vooral als ik het niet met hem eens ben ! Nu, in het geval van Heinlein blijft tandengeknars niet uit : al zijn meningen, van A tot Z zijn verwerpelijk zodat de lezer zich in een groeiende staat van opwinding door het boek heenworstelt om het tenslotte woest uit elkaar te rukken wanneer het uit is. Ook daarom moet je het werk beslist lezen : het is een vrij goedkope kick enerzijds, en het dwingt je tot nauwgezet formuleren van eigen ideeën terzake. Laten we het even hebben over enkele van Heinleins gul over het boek uitgestrooide stokpaardjes. Het is niet moeilijk om erachter te komen want Heinlein is een van beide hoofdpersonages van het boek, onder de gedaante van de oudere Jubal E. Harshaw, die te pas, maar vooral te onpas een hele reeks sermoenen houdt. Enkele pareltjes van deze sinjeur mag ik u niet onthouden : menseneten is een aangenaam en nuttig tijdverdrijf (sic !) (ik leg er de nadruk op dat deze en volgende uitspraken geenszins ironisch bedoeld zijn), democratie is een decadente, mentaal en fysiek "verzwakkende" bestuursvorm, geld is een structuursymbool dat evenwicht, genezing en toenadering brengt, schapen zijn er om te worden opgegeten door de wolven, de natuurlijke selectie is onontbeerlijk (het beste wat je met een hemofiel kunt doen is hem te laten doodbloeden), slechts de uitverkorenen zullen het rijk des hemels bezitten (lees = de andersdenkenden worden in massa omgebracht), de sexuele vrijheid van de vrouw bestaat erin niemand in haar bed te mogen weigeren, moderne kunstenaars zijn pseudointellectuele onaneerders, kunstenaars die door de Staat worden gesubsidieerd zijn hoeren, of : "een goede volgeling van Foster is een dode volgeling van Foster". Ik kan hier uitgebreid verdergaan, maar in alle nuchterheid mag worden gezegd dat dergelijke uitspraken praktisch letterlijk terug te vinden zijn in de propagandatoespraken van de Nazi's. Waarmee ik niet beweer dat Heinlein er zich van bewust is dat hij nazidogma's verkondigt. Het is bovendien zijn goed recht. En het is mijn goed recht om er misselijk van te worden. Met zijn tweede hoofdpersonage, Valentijn Michael Smith, heeft Heinlein echter een essefhoofdvogel afgeschoten : de enige overlevende van de eerste expeditie op Mars wordt door de Martianen opgevoed en wordt dan naar de Aarde teruggebracht waar hij geconfronteerd wordt met problemen die groter zijn dan die van een Papoea in een kernlaboratorium. Wanneer Smith die de onschuld zelf is, de complexiteit van de Aarde begint in te zien, wordt het proselytisme in hem wakker : hij poogt een syntese te maken van de Martiaanse en Aardse filosofieën, sticht een eigen, hypermaterialistische godsdienst, wordt er de profeet en martelaar van en brengt tenslotte een ware omwenteling teweeg. Bijzonder boeiend en angstwekkend is de wijze waarop alle aardse taboe's (inclusief het "Gij zult niet doden") achtereenvolgens worden afgebroken, weerlegd envervangen door de Andere Denkwijze. Heinlein moet hier SF-MAGAZINE P. 44


worden verontschuldigd : zelfs in het bestek van een twee maal zo dik boek, zouden alle implicaties niet vermeld kunnen worden. Interessant is onder meer de godsgedachte zoals die in STRANGER IN A STRANGE LAND wordt aangepakt : een soort athe誰stisch panthe誰sme als ik me zo mag uitdrukken. "Ieder denkend wezen is God". U begrijpt onmiddellijk wat dit betekend : dus is ieder denkend wezen onfeilbaar, kan geen fouten begaan en wanneer hij moordt is dit geen fout ... Dat een dergelijke filosofie uiteindelijk de totale uitroeiing van het menselijk ras inhoudt is ook Heinlein niet ontgaan want fluks begiftigt hij de Nieuwe Mens met speciale mentale machten die deze tegen verzet moeten beschermen door de andersdenkende naar een andere dimensie (lees : onder de groene zoden) te verplaatsen. Och ja, zo kan deze bespreking nog bladzijdenlang verdergaan, en daarvoor ontbreekt ons de plaats. Daarom een besluit : elke SFliefhebber moet dit boek absoluut lezen omdat het alle kwaliteiten maar ook alle kwalijke eigenschappen van Heinlein verenigt. O ===oooOoOooo=== O

SF-MAGAZINE P. 45



SF-MAGAZINE 32