Page 1


INFO-SFAN

NUMMER 10

OKT-NOV 1971

Maandblad voor science-fiction en fantastiek. Informatief orgaan van S F A N vereniging voor science-fiction en fantastiek. Lidgeld-abonnement Gezinsabonnement

: 150 Fr : 250 Fr

Steunabonnement : 300 Fr Losse nummers : 35 Fr

Redactieadres en verantwoordelijke uitgever : Paul Torfs Melkmarkt 33, 2000 ANTWERPEN. Eindredactie : Simon Joukes. INHOUDSTAFEL 1 2 3 8 9 16 17 19 23 24

28 29 32 33 40 42 44

Kletspraatje van uw eindredacteur In Ruïnes Primeur - kort verhaal Hugo Awards '71 Gollem - rubriek Muur Horror Shop SF boeken Nieuwe leden Fantwerp informeel

er was ook en dan zelfs on aller 3e SF prijsvraag voor het kort essef verhaal Science-fiction als literatuur Klein griezelverhaal voor ingewijden Een kwestie van zelfbeheersing - kort verhaal Voor u gezien - filmrubriek Een oog naar de ruimte, een oog naar de aarde Post voor Info-Sfan

Simon Joukes G.E.Symonds Paul van Herck xx Tom Bombadil Edith Brendall Willy Magiels E.C.Bertin xx jan jansen daniël de raeve Martin box Paul xx Karel D'Huyvetters LEenard Frankenstein Else Asteren Caleb Williams Paul Pandira de lezers

Omslag alsmede illustraties op blz 17 en 42 Thys van Ebbenhorst Tengbergen, titels en illos fanjan - illos naar originelen van Atom. --ooOoo-VERSCHIJNT MAANDELIJKS Een kruisje in nevenstaand vakje betekent dat uw lidgeld uitgeput is, gelieve 150 Fr te storten op PCR 0.10 van het Gemeentekrediet van België voor oranjerekening nr 1751864/8/60 t.g.v. Paul Torfs. Dank u !


De pruimentijd is blijkbaar voorbij: uiteindelijk bereikten ons de laatste maanden toch nog wat reacties op ons verzoek om artikelen en lezersbrieven. U herinnert zich dat wij een prijs van 150,- F (d.w.z. een jaar lidmaatschap) hadden uitgeloofd voor wie zich het best van die huistaak zou kwijten. Wel, persoonlijk zijn we de mening toegedaan dat lezer K. D'Huyvetters (Heverlee) de palm met vlag en wimpel heeft binnengehaald maar... we willen niet ondemocratisch doen en stellen het volgende voor: na lezing van de in dit nummer gepubliceerde brieven (of uittreksels ervan) of artikels welke speciaal voor dit doel werden geschreven, zendt u ons een briefkaart met uw keuze: zo beslist u zelf wie er recht heeft op een - weliswaar gering - gedeelte van uw contributie van dit jaar. Gezien de vrij talrijke gunstige uitlatingen van lezers in verband met onze twee laatste nummers (8 en 9) gaan we er een tijdje mee door iets meer verhalen te publiceren. We merken zelf wel of u het goed vindt. Volgens de laatste berichten is SF '74, de Brusselse essef-club die Eurocon 2 te Brussel zou organiseren, definitief ter ziele. Dat is natuurlijk jammer maar onafwendbaar wanneer er veel gepraat en weinig gedaan wordt. Zelf houd ik me op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op dit gebied want misschien bestaat er nu een kans dat SFAN in aktie zal gaan treden. Laten we echter niet al te vlug van stapel lopen en de zaken eerst goed doordenken want het organiseren van een dergelijk congres is nog wat anders dan de jaarlijkse convention van SFAN. Vergeet niet dat SFANCON III wel degelijk plaatsvindt, en wel op 23 april 1972. Noteer het nu reeds en laat als het zover is dit keer geen verstek gaan. Naar aanleiding van Sfancon III wordt een nieuwe verhalenwedstrijd uitgeschreven. Het reglement werd lichtjes gewijzigd, maar u kunt dat zelf zien in dit nummer. Op zaterdag, 5 februari 1972 houden we onze algemene ledenvergadering. Plaats: een zaal in het centrum van Antwerpen. Agenda en nuttige inlichtingen volgen. Volgend jaar, van woensdag 12 juli tot en met zondag, 16 juli, wordt te TRIESTE de EUROCON I gehouden. Allen daarheen ! Zo'n convention is wel een belevenis ! Even een praktische vraag: zouden we geen groepsreis naar Trieste kunnen organiseren, met een busje of zo ? Wil daarom iedereen die hierin ge誰nteresseerd is, ons zo vlug mogelijk verwittigen ? De SFAN-kern in Gent blaakt van gezondheid (zie ook in de lezersbrieven). Regelmatig komen tot negen leden bij elkaar om over essef te spreken. We vragen ons af of dit ook niet in andere plaatsen mogelijk is. En in ieder geval in Antwerpen. De eerste dergelijke vergadering, op zaterdag 20 november, was beslist een succes. Ik ben er dus zeker van dat er een behoefte is.

1


De bibliotheek kwam vrij traag van start maar heeft nu al heel wat te verwerken. Doe mee ! Nog even dit: familiale beslommeringen van uw eindredacteur en het ontbreken van een stencilmachine waren er de oorzaak van dat u nogal lang op dit nummer hebt moeten wachten. De wagen zit nu echter weer in het goede spoor... Tot volgende maand. Uw eindredacteur.

door G.E. Symonds alleen sta ik in mijn ruines verenigd met de wind en wat overgebleven is van de muren een getande afgrond, scherp afgetekend in het daglicht ik vraag me af waarom mijn gedichten allemaal samengesteld blijken uit spinnewebben die vaagjes schitteren in het licht van een wegzinkende zon dan staar ik over mijn vervallen muur heen naar de vogels, voortsnellende silhouetten aan een verduisterende hemel in mijn geest zijn vizioenen van de tijdeloze zee wanneer mijn schaduw over deze afbrokkelende stenen valt wens ik dat ik even zo tijdeloos was

"In Ruins" from the poetry collection "Dark Voices" by G.E.Symonds and David A. Sutton. (c) 1971 by G.E. Symonds, Fakenham, Norfolk, U.K. Translated by the kind permission of the author by Eddy C. Bertin.

2


"Je bent er zeker van?" Ik zwaaide mijn benen van mijn bureau, brulde in de interfoon tegen Evy dat ik het eerste kwartier niet mocht gestoord worden. Ziezo. Nu wist de oude gek tegenover me tenminste dat ik maar een kwartier van mijn kostbare tijd voor hem over had. En dat was al veel. Ik stak een sigaret op, gooide hem het pakje toe. Hij weigerde beleefd. Hij was een knul van een jaar of vijftig, grijs haar, staalblauwe ogen achter een strenge bril, goedkoop en tamelijk slordig zittend pak. "Schiet," zei ik. De man schoot. En, iets wat ik zeker niet van hem verwacht had, hij schoot nog raak ook. Meteen. En er was wel wat voor nodig in deze woelige crisistijd. De grote mogendheden stonden met getrokken messen tegenover elkaar, het gistte in het Midden-Oosten, in het Verre Oosten, Cuba, Formosa, Berlijn en nog op een paar andere plaatsen die me voor 't ogenblik ontsnappen. Rassenonlusten en sociale troebelen vulden de rest van de kolommen, en voor de nakende ondergang van de wereld zou er waarschijnlijk maar een heel klein hoekje in de kranten overblijven. En toch. In elk geval, deze knaap leek ernstig en wat hij zei klonk ernstig. Hij haalde enkele foto's uit zijn map. Ze zegden me niet veel. Een grijsachtig blad met vele zwarte stippen. "Een negatieve sterrenfoto," zei de vent. "Veel duidelijker dan een positieve." Hij legde een tweede foto naast de eerste. Ik morste er as op, blies ze weg en zei sorry. Voor mij waren de twee foto's krek hetzelfde. "Behalve," zei de vent, "voor dit kleine puntje hier. Op de andere foto is het niet te zien, merkt U wel?" Ik keek en zag inderdaad een miniscuul puntje. "Er zal een vlieg op je objectief gezeten hebben," zei ik, niet bijzonder geestig. Hij lachte niet. "Weet,meneer," zei hij waardig, " dat deze foto's werden genomen door de gloednieuwe telescoop van Mount Palomar, en daar is het geen vlieg toegelaten zich erop neer te zetten." Nu haalde hij een derde foto boven, wees met zijn niet al te verzorgde vinger naar dezelfde plek. Inplaats van het puntje was er nu een duidelijk bolletje te onderscheiden. Nu ben ik nooit een uitblinker geweest in het trekken van conclusies maar hier zat wat, dat voelde je. "Wat betekent het?" "Het betekent,meneer, dat er zich een onbekend hemellichaam in ons zonnestelsel bevindt dat regelrecht op ons toestevent. Het is van de grootte van Jupiter, en de computer zegt dat we geen kans hebben de botsing te ontlopen."

3


Nee, dat klonk teveel als een goedkoop romannetje. Ik tikte mijn vingertoppen zeer professioneel tegen mekaar. "Veronderstel?" zei ik, "dat dat fameuze hemellichaam, nemen we even aan dat het er inderdaad is, inderdaad op ons afstevent; het zou toch al te toevallig zijn dat twee speldekoppen elkaar in die oneindige ruimte niet zouden missen." Hij glimlachte meewarig. "Zelfs al zou zo'n reusachtig ding ons met duizenden kilometers missen," zei hij, "dan betekent het nog het einde van de wereld. Door de aantrekkingskracht zal de atmosfeer van de aarde weggezogen worden; de oceanen zullen opstulpen en vloedgolven van kilometers hoog zullen de continenten verzwelgen. De aardkorst zal barsten. Nee, meneer, er is niets aan te doen." "En voor wanneer...verwacht je...deze catastrofe?" Hij consulteerde een slordig notitieboekje. "Negentien februari van volgend jaar," zei hij. "En wat ons betreft, vroeg in de namiddag." "Oh!" Hij had het zo verdomd concreet gezegd. "Waarom," vroeg ik zakelijk, "kom je nu precies bij mij met je verhaal? Waarom liep je niet naar de president? Of naar NASA of zoiets?" De ouwe vos glimlachte. "Die zouden zeggen : salut en merci. En ik ben eraan voor al mijn moeite en opzoekingen en berekeningen. Maar U, U bent een zakenman. Ik verkoop U doodgewoon een primeur. Laten we zeggen duizend dollar." Wel...! Nog zo gek niet, de ouwe gek. Maar ik ook niet. "Onzin, man.

Het kan best allemaal kletskoek zijn."

"U betaalt me slechts als de andere kranten ook over het nieuws struikelen, langs andere bronnen om. En dat zal gaan gebeuren, verzeker ik U, en nog wel sneller dan U denkt. Want elke astronoom kan elk ogenblik toevallig over het bolletje struikelen. Kan? Nee, moet!" Ik dacht na. Als ik het verhaal, het zoveelste over het nakende einde van de wereld, in mijn blad publiceerde en het bleek tenslotte een flauwe grap te zijn, dan maakte ik me grondig belachelijk. Anderzijds... Ik kon ook zeker spelen. Buitenlandse geleerden opbellen en om confirmatie vragen, maar dat zou me mijn primeur kosten als het waar moest zijn. Ik nam een plotse beslissing. "Oké. Ik neem je stuk. Publiceer het op de frontpagina. Vette kop. Is het allemaal een grap, dan kom ik je persoonlijk vermoorden." "Het is geen grap," zei hij ernstig. "Wilt U er de foto's bij?" "Ja." "Honderd dollar per stuk." Wel! Maar kom, dat kon nu ook de zaak niet meer maken. Het was niet eens zo duur, als ze echt waren. De vent, Bradley heette hij, naar het schijnt niet de eerste de beste in de astronomie, verliet tevreden mijn bureau. Ik liet enkele van mijn beste mannetjes komen, liet pagina één schoonvegen en zette

4


Bradley's einde van de wereld er op, met ultra vette kop. Mijn hele staf hield me zichtbaar voor knettergek en misschien was dat wel zo. Ze togen hoofdschuddend aan het werk. Over een halfuur zou de krant van de persen beginnen te rollen, enkele minuten later zou ze gevent kunnen worden. Ik stak een sigaret op en dacht na. Een goei zes maand had ik de tijd, als wat Bradley zei juist was. Een goei zes maand. Vreemd, maar ik had het gevoel dat het ditmaal inderdaad zou mislopen. Ik zou eindelijk eens kunnen leven, want geleefd had ik nog nooit. Meer dan tien jaar had ik geslaafd om het kleine krantje van pa zaliger omhoog te krijgen, omhoog tot wat het nu was: een krant, met een hoofdletter, en een oplage met vele nullen. Zonder ooit eens deftig vakantie te nemen. Zonder ooit eens een meisje te bekijken, of ... Nou ja, noem maar op. Mijn eerste kamion met kranten was net de drukkerij uitgereden toen het eerste telexbericht binnenliep. Van Reuter. Eminente astronomen voorspellen einde van de wereld, en si en la. Ik lachte. Niemand kon me nog kloppen. Ik had op het juiste paard gewed. Er kwamen nog andere telex-berichten binnen. Enkele telefoontjes. Ik nam een verstandige beslissing en liet de oplage van de krant vervierdubbelen. Dan belde ik Dan. Dan behandelde mijn geldzaken: daar had ik nooit de nodige orde en het nodige doorzicht voor gehad. Ik bezat natuurlijk een hoop aandelen in de krant, een behoorlijk pak in United Steel, en nog een paar kleinigheden. "Verkoop," zei ik tegen Dan. "Verkoop. En haast je, voor de duivel!" Ik hoorde Dans wenkbrauwen de hoogte ingaan. "Ofwel ben je gek geworden," zei hij, "ofwel weet je iets heets." "Ik weet iets gloeiend heets," brulde ik."Zorg nu dat je stante pede van mijn rommel afgeraakt, en als jezelf ook hier en daar wat hebt slingeren,verkoop het dan ook,onmiddelijk, en tegen gelijk welke prijs." Ik hing op. Als die verrekte Dan zich nu maar wilde haasten: over enkele minuten zou het te laat zijn, zou de rush aanvangen en zouden alle aandelen zo goed als waardeloos zijn. Vervolgens boekte ik een reis rond de wereld, stuurde een mannetje van mijn staf naar een reisagentschap om hotels vast te leggen in Florida, Monte Carlo, Teheran, en nog enkele plaatsen meer waarvoor ik de keuze aan hem overliet. Mijn staf was bepaald boos op mij. Ze hadden ook kennis genomen van de inhoud van de telexberichten en ze wilden ook zo spoedig mogelijk hun eigen zaakjes in orde brengen. Vervolgens belde ik Madge. Een jeugdvriendin. "Madge," zei ik, "wil je met me trouwen?" "OkĂŠ," zei ze. "Wanneer dacht je?" "Nu dadelijk. Overmorgen vertrekken we voor een reis om de wereld." "Prachtig," zei ze. "Je bent een schat." Nou, ze had me nooit erg losgelaten gedurende de laatste jaren, en even dacht ik dat daar wel

5


eens mijn centen voor iets tussen zouden kunnen zitten, maar kom, ze was jong, mooi, lief... "Maar waarom die haast?" wou ze nog weten. "Ik leg het je later wel uit." Ik had net opgehangen toen Dan me weeklagend opbelde uit de beurs. "Alles staat hier op zijn kop," jammerde hij. "Ze zeuren allemaal over 't einde van de wereld, en ditmaal zou het géén kletskoek zijn. Ik kan je aandelen nog niet voor de helft van hun aankoopwaarde verkopen. Moet het nu werkelijk? Bij zo'n stomme hysterische crisis? Je zal jezelf ruïneren!" "Het is geen stomme, hysterische crisis!" schreeuwde ik. "Het is allemaal verdomd waar. Als je nog langer leutert pers j'er nog geen 10% meer uit. Verkoop, man, verkoop! En als je alles kwijt bent, laten we 't hopen, dan verkoop je mijn huis, mijn zeilboot, mijn wagen, mijn... noem maar op. Voor wat j'er nog voor kan krijgen. Heb je dat?" "Ik heb het," zei hij mizerabel. Alles was toen eigenlijk nog jong. Radio en TV begonnen slechts aarzelend op gang te komen, en een na een pikten ook de andere kranten op het nieuws in. Ik stuurde Bradley zijn 1200 dollar. De beurs zakte zoals ze nog nooit gezakt was. Wie tien minuten na de eerste TV-uitzending nog enkele dollar kreeg van voorheen nog onschatbare aandelen, mocht zich gelukkig prijzen. Ja, ik had gelijk gehad met zo snel te handelen. Dan kreeg nog iets meer dan 10% van mijn aandelen en prees zich gelukkig. Mijn huis, jacht en auto verkocht hij samen voor 150 dollar en hij prees zich weer gelukkig. "Sufferd die dit alles koopt," zei hij. We zaten knus 's avonds bij me thuis en keken TV en snoepten van een borrel. "Het was een klein, sluwuitziend ventje dat jouw - en ook mijn aandelen voor die goeie 10% opkocht. Tien percent... ik vind het nog zo kwaad niet... Jij gelooft er immers ook in? Over zes maand bestaan we niet meer. En waar ben je dan met je aandelen? Nee, je hebt een verstandige beslissing getroffen. Wat ga jij doen met je poen?" "Ik maak een reis rond de wereld," zei ik verlekkerd. "Droom ik al jaren van. Tot het einde. Morgen trouw ik Madge. Overmorgen vertrek ik." Hij bekeek me vol ontzag, "Nou ja," zei hij, "jij staat wel met je twee voeten op de grond, daar sta je voor bekend. Een ideale manier om de laatste maanden mee door te brengen." "Precies", zei ik. "Maar iedereen was er niet zo gauw bij als ik." Alles bij mekaar had ik het er inderdaad nog niet zo kwaad afgebracht. Ik had nu iets meer dan geld genoeg in handen om mijn reis rond de wereld te kunnen maken zonder op iets te zien, zelfs als de prijzen, en dat kon je verwachten, flink de hoogte zouden ingaan. Immers, dank zij mijn snelle beslissingen was mijn reis veilig en wel geboekt nog vóór de paniek zich uitspreidde; mijn hotels waren vastgelegd, voor de gewone prijs; daar zou men me niet meer met een kluitje in het riet sturen. Ik trouwde met Madge. Een lief ding, moet ik zeggen. En ik ging met haar op reis. We waren niet alleen, o nee. Zowat iedereen die centen

6


had wou deze laatste zes maanden er op een aangename manier doorjagen. Na enkele maanden werd het vernietigend hemellichaam voor een gewone kijker zichtbaar, later voor het blote oog. Een bolletje, dan een bol, en tenslotte een grote schijf die angstwekkend snel groter werd. De bol passeerde de aarde op een afstand van vijf miljoen kilometer. Verstoorde de aardomwenteling een tikje, veroorzaakte enkele overstromingen, enkele aardscheuren. Pikte de maan van ons af, maar daar bleef het ook bij. Al bij al waren er misschien zo!n vijfduizend doden. Nooit zal iemand wel kunnen achterhalen of het om een wereldomspannend komplot van geleerden ging, of alleen maar om een monumentale vergissing. In elk geval, ik veeg nu het bureau van doctor Bradley, de nieuwe eigenaar van de krant. Jaja, de vent die me toen het nieuws verkocht. Ik word niet slecht betaald overigens, en de krant draait goed... Alleen, alle nonsens wordt eruit gekieperd en er is alleen plaats voor de harde, nuchtere waarheid. Nou, tenslotte is ie een geleerde, die Bradley. Het is maar al te duidelijk: het schriele ventje dat al mijn aandelen kocht was een stroman van Bradley, maar er bestaat geen wet tegen stromannen... En als ik zo eens een van mijn oud-collega's, ik bedoel businessmen van v贸贸r de crisis, tegen 't lijf loop, dan verneem ik dat overal hetzelfde gebeurd is. Wij harde selfmade men bestaan niet meer. Op enkele dagen tijd werden we gelikwideerd. Geleerden hebben alle kapitaal naar zich toegetrokken en beheersen de wereld. Toegegeven hoor, dit duurt nu zowat een jaar en het hongerprobleem is opgelost, de nieuwe president van de VSA heeft de rassendiscriminatie met enkele handige grepen uit de wereld geholpen, en de oost-west betrekkingen zitten wel lekker. Maar je moet toch maar durven, zeg ik maar.

Hiervoor wordt door de NASA en de Stanford-universiteit (Californi毛) de zogeheten 'Cycloop' gebouwd waarvan het oog een oppervlak heeft dat tussen 25 en 50 vierkante kilometer bedraagt. Dat oog bestaat uit tienduizend radio-antennes samengesteld uit schijven met een diameter van dertig meter. De ingenieurs hopen met behulp van deze uitrusting alle VHF (hoge frequentie) uitzendingen in een straal van honderd lichtjaar te kunnen opvangen. Dergelijke uitzendingen worden onder meer voortgebracht door radar, televisie en satellieten. Gezien de reikwijdte van de ontvangstapparatuur kunnen in het totaal tienduizend sterren en hun planeten systematisch worden onderzocht. En nu maar afwachten ...

7


Tijdens Noreascon, de World Convention van dit jaar, te Boston, werden de verschillende Hugo Awards uitgereikt door Isaac Asimov. Hier volgen de uitslagen : Roman (694 stemmen) RINGWORLD door Larry Niven 2de : TAU ZERO door Poul Anderson 2de : TOWER OF GLASS door Robert Silverberg Novelle (658 stemmen) ILL MET IN LANKHMAR door Fritz Leiber 2de : THE THING IN THE STONE door Clifford Simak 3de : THE REGION BETWEEN door Harlan Ellison Kort verhaal (id) SLOW SCULPTURE door Ted Sturgeon 2de : CONTINUED ON NEXT ROCK door R.A. Lafferty 3de : JEAN DUPRES door Gordon R. Dickson Dramatische voorstelling (615) stemmen Prijs niet toegekend Prof.Artiest (658) LEO & DIANE DILLON (2 Hugo's uitgereikt) 2de : Frank Kelly Freas 3de : Jack Gaughan Prof.Tijdschrift (694) F & SF 2de : Analog 3de : Amazing Fanzine (631) LOCUS : verspreid door Charles & Dena Brown (2) 2de : Tim Kirk 3de : Bill Rotsler Fan Artiest (627) ALICIA AUSTIN 2de : Tim Kirk 3de : Bill Rotsler Fan auteur (567) Richard GEIS 2de : Terry Carr 3de : Ted Pauls Vertellen wij nog dat meer dan 1600 fans de Convention bijwoonden op een totaal van 2100 ingeschreven leden. Nog nooit waren er zoveel esseffans bij elkaar. --ooOoo-TORONTO 2 : WORLD CON in 1973 De World Convention 1973 wordt in Toronto (Canada) gehouden onder de titel : TORONTO 2. Dit congres vindt plaats van 1 tot 3 september in het Royal York Hotel in Toronto. Robert Bloch zal er eregast zijn en Bill Rotsler Fan-Eregast. Tot december 1972 werd het lidmaatschap vastgesteld op 3 dollar voor het 'supporting membership' en op 5 dollar voor het 'attending membership'. Inlichtingen, contributies, kunnen nu reeds worden gevraagd en toegestuurd op het volgend adres : Torcon 2, Box 4, Station K, Toronto 12, Ontario, Canada. --ooOoo--


Naar aanleiding van onze laatste Gollem-rubriek, kreeg ik van de redaktie een brief van lezer Karel D'Huyvetters met een reeks bedenkingen die hieronder integraal volgen omdat ze bijzonder interessant zijn. Bedenkingen naar aanleiding van de Gollem-rubriek, Info-Sfan, Nummer 7. p.28 - 29. Het lijkt me wenselijk even dieper in te gaan op enkele elementen uit de Gollem-rubriek. De bedoeling hiervan is niet een polemiek te openen met de heer T. Bombadil; de vrees is namelijk niet ongegrond dat andere dan Tolkien-aanbidders weinig genoegen zouden beleven aan byzantimismen. Toch meen ik een aantal zaken duidelijk te moeten stellen, en wel om te vermijden dat intelligente lezers, die nog nooit van hobbits of de Ring gehoord hebben (wij, Tolkien-fans menen dat dergelijke kombinatie uit den boze is ... ); tot het besluit zouden komen dat prof. Tolkien een knettergekke Engelse professor is, en zijn boeken zouden mijden, in de overtuiging dat het niets anders is dan een zoveelste fantastisch verhaal in de zin van Munchausen, Alice, Klein Duimpje of noem maar op. Hier gaan we dan. GOLLEM Een eventuele etymologische verklaring voor de naam 'Gollum' of 'Gollem' (de laatste is de Nederlandse vertaling) kan men vinden in de werkwoorden 'gollar, goller' ('to emit a guggling sound') en 'golly' ('to shout with a thick voice') (The Oxford English Dictionary). Als men dit ziet in het licht van de volgende passage uit 'The Hobbit' (1971 - p.67), dan is de verklaring voor de hand liggend. "And when he said gollum he made a horrible swallowing noise in his throat. That is how he got his name...". Gollum, en derhalve Gollem en gollem, is dus duidelijk een onomatopee. Men kan daarbij nog aanstippen dat 'guls' het middeleeuws-latijnse woord is voor 'throat'. Anderen zullen menen dat Gollum een verbastering is van de oorspronkelijke naam, SmĂŠagol. Dit lijkt me eveneens mogelijk. Daarmee kan de kous eigenlijk af zijn, ware het niet dat de heer T. Bombadil de vergelijking had gemaakt met het internationale woord 'golem' (internationaal omdat het onder deze vorm

9


verschijnt in de betere woordenboeken van ongeveer alle moderne talen; het oorspronkelijke hebreeuwse woord is in transscriptie 'golem', het jiddische woord is 'goylem'). Deze vergelijking was mij ook door het hoofd gegaan, en enige opzoekingen hebben bevestigd dat de gelijkenis niet louter toevallig is. Even in het kort een overzicht van de betekenis van de term. Oorspronkelijk betekent het Hebreeuwse golem : 'vormeloze' (gestalte). Het komt als dusdanig voor in vers 16 van Psalm 139: "... uw ogen hebben mijn vormeloze leden aanschouwd". (Bij het lezen van deze Psalm zijn mij nog enkele andere verzen opgevallen wegens hun duidelijke verwijzing. Ik geef ze hierna, met telkens de passage uit The Hobbit of The Lord of The Rings die erbij schijnt te horen: 11: Al zeg ik: Ha, de duisternis zal mij bedekken, De nacht mij verschuilen... "It will be cool and shady under those mountains. The sun can not watch me there..." (dixit SmĂŠagol). 15: Toen ik in dat geheimvolle oord werd geschapen, Kunstig bewerkt in de diepten der aarde. ".... forged secretly in the Mountain of Fire the one Ring,..." 21: Zou ik niet haten die u haten,... "We hates it, we hates it, we hates it for ever !" Toeval ? waarschijnlijk niet, gezien de enorme eruditie van Prof. Tolkien en zijn katholieke achtergrond.) In de literatuur van het Chasidisme, een joodse godsdienstige en filosofische beweging die ons vooral bekend is langs de zogen. "Chasidische vertellingen van Martin Buber, maar die bij het begin van de Middeleeuwen ontstaan is in Duitsland (de vertellingen van Buber zijn vertalingen van klassieke overgeleverde verhalen), duikt de term weer op. Daar is 'golem' de technische term voor een vorm van mystieke ekstase, gedurende dewelke de 'wijze' een niet-bezielde materie tot leven brengt. Later heeft de folklore en de legende deze wezens een eigen bestaan toegeschreven, dus ook na de ekstase van hun 'maker'. Meestal diende golem zijn meester (vgl. de Djinn in de lamp van Aladin!), en verdedigde hem tegen alle gevaren. Een van de bekendste legenden is die van de Golem van Rabbi LĂśw (Praag 16de eeuw). Vanzelfsprekend werd dit element van de jiddische folklore en de literatuur ook door niet-joodse auteurs overgenomen, vooral in het Duitse taalgebied. Bekend zijn "Der Golem", van Gustav Meyrink (1915), en "Le Golem" van Ch. Bloch, dat zou teruggaan op de roman van Y. Rosenberg (1908) en niet op een verzameling Praagse legenden die uit de 17de eeuw zou dateren, zoals de (romantische!) auteur ons wil laten geloven.

10


In deze literatuur is de Golem een spookachtig wezen geworden met wondere eigenschappen (onzichtbaarheid,...) en een griezelige verschijning. De omslag van het werk van Meyrinck is daarvoor sprekend... Brengen we dit nu in verband met Gollum/Gollem zoals we hem kennen uit het werk van prof. Tolkien, dan is het duidelijk dat de naam niet zomaar een onomatopee is, en dat Tolkien gebruik heeft gemaakt van een term die hij kende uit de literatuur. Waarschijnlijk heeft de auteur zelfs de moeite genomen (zoals uw dienaar) om de oorspronkelijke betekenis van het woord te gaan opzoeken. Vandaar de verwijzingen naar die verzen uit Ps. 139. DEUS EX MACHINA Oorspronkelijk is dit een term uit de toneelwereld (Platoon zou hem voor het eerste gebruikt hebben). Om een einde te maken aan een intrige waarin ze hopeloos verward geraakt waren lieten sommige (slechte, gewoonlijk) klassieke auteurs bij middel van een hijskraan een of andere godheid neer op het toneel. Op deze manier slaagden zij er dan toch in om de goeden belonen en de slechten te straffen. In de huidige literatuurwetenschap (in zoverre men van wetenschap kan spreken, en niet van literatuur-literatuur...) gebruikt men de term nog steeds om een personage of gebeurtenis aan te duiden die een onontwarbare intrige moet 'redden', en waarbij de ontknoping onverwacht is, ongemotiveerd en niet voortvloeit uit de karakters van de personages. De uitdrukking wordt bijna steeds in pejoratieve zin gebruikt. Indien deze definitie van de term juist is, en een blik in een paar handboeken en/of encyclopedieën zal bewijzen dat ze tenminste algemeen aanvaard is, dan is het m.i. vrij moeilijk om Gollum een DEM (Deus ex machina) te noemen in het werk van prof. Tolkien. 1. Een DEM verschijnt slechts éénmaal, en wel bij het einde van het verhaal. Gollum is een voortdurende en belangrijke aanwezigheid vanaf het ogeblik van zijn eerste verschijning in The Hobbit. 2. Gollum is niet verantwoordelijk voor de ontknoping van de intrige. Zijn tussenkomst op de Doemberg betekent slechts een fysische oplossing voor een secundair psychologisch probleem: nl. dat Frodo niet zonder meer afstand wil of kan doen van de Ring. ( zie ook verder). 3. Een DEM is steeds een personage dat boven de andere verheven is (bij voorkeur een godheid, soms ook de koning,...), of een gebeurtenis die niet door de personages kan beïnvloed of afgewend worden (storm,...). Gollum beantwoordt niet aan deze karakteristieken; hij is in feite zelfs een hobbit.

11


4. De tussenkomst van Gollum is niet onverwacht, noch ongemotiveerd. Ze wordt uitdrukkelijk aangekondigd door Gandalf, en is het logische gevolg van zijn karakter en van dat van zijn antagonisten Frodo, Sam, Sauron. 5. De ontknoping is m.i. allesbehalve zwak. OORLOG OM DE RING Het lijkt me eerder ongepast om de rechtstreekse aanleiding van de oorlog om de Ring te zien in het feit dat Gollum de Ring bij toeval in zijn bezit krijgt. De oorzaak van de strijd tussen Sauron en de Negen als vertegenwoordigers van alle volkeren is niet met twee woorden te omschrijven. Straks daarover meer. De aanleiding is m.i. veeleer het feit dat Bilbo de Ring 'vindt', met als gevolg dat zowel Gandalf en Elrond als Sauron ontdekken dat de Ring niet verloren is. Het is historisch ook onjuist te spreken van de 'tweede oorlog om de Ring": het is de eerste keer dat Sauron zijn Ring niet in zijn bezit heeft en ten strijde trekt om hem te herwinnen. Overigens is het zelfs niet de "tweede oorlog", maar de zesde : de eerste is die van Lútien Tinúviel en Beren tegen Morgoth, de inzet is de Silmarilli; de tweede is die van Valinor (op verzoek van Eärendil en Elwing) tegen Morgoth, "The Ennemy"; de derde is die van Tar-Minastir van Numenor en Gil-galad tegen Sauron, de inzet is de macht over Middle-earth (1700); de vierde is die van Valinor tegen Numenor, aangestookt door Sauron, de inzet is de onsterfelijkheid (3319); de vijfde is die van Gil-galad en Elendil tegen Sauron, de inzet is weer Middleearth( 3441); de zesde is die van de Negen tegen Sauron, en wordt beschreven in 'The Lord of the Rings' over de inzet van deze strijd verder meer. Het is ook misleidend te spreken van "de strijd om de Ring", en "de strijd tussen Chaos en Orde". De strijd in de derde era gaat duidelijk niet om de Ring, maar om de vrijheid van de bewoners van Midden-aarde, die door Sauron met onderwerping werden bedreigd. Op gevaar af in arbitraire verklaring van niet-bestaande allegorieën te vervallen geef ik hierna enkele persoonlijke gedachten i.v.m. de eigenlijke betekenis van de intrige. Men kan het werk van Prof. Tolkien lezen als een avonturenverhaal, en ervan genieten. Nochtans zal vrijwel iedereen het met mij eens zijn dat dit slechts één dimensie is. Wat de auteur, aan de hand van de epische en quasi-historische beschrijving van een wereld probeert te beschrijven is de strijd van de mens. Zo zijn ongeveer alle elementen die in het boek buiten de hoofdpersoon vallen (hoef ik te zeggen dat de hoofdfiguur Frodo is?)

12


in feite aspekten van zijn eigen persoonlijkheid. Dit is zeer duidelijk voor de belangrijkste nevenfiguren: Sam, Bilbo, Aragorn, Saruman, Gandalf, Legolas, Gimli, Boromir, Meriadoc en Peregrine, en vooral: Gollum. Sméagol/Gollum is niet op zichzelf een dubbele persoonlijkheid, het is veeleer een alternatief voor Bilbo en vooral voor Frodo, als het ware zijn andere ik, dat bezwijkt voor de verleiding. Deze bedenking werpt op haar beurt een ander licht op de scène die zich afspeelt op de Doemberg. Op het ogenblik dat Frodo een moment van zwakheid kent, te verklaren door uiterst moeilijke omstandigheden (en niet minder door het dramatisch talent van de auteur!), zal zijn slechte ik de kans grijpen om voor het kwaad te kiezen. Maar in de verdwazing van zijn voortijdige triomf en in de ekstase van de vermeende vervulling van een nooit aflatende begeerte zal het slechte ik vernietigd worden. Frodo zal nadien nooit meer dezelfde zijn: hij heeft de uiteindelijke katharsis ondergaan, maar daarmee ook zijn menselijkheid, d.w.z. zijn gespletenheid verloren: voor hem is de spanning tussen goed en kwaad, tussen vrijheid en machtswellust opgelost, hij behoort nu tot een andere orde, en zal ter zijner tijd Midden-aarde verlaten. De eigenlijke betekenis van "The Enemy" wordt meteen duidelijker. Het kwaad dat elke mens belaagt is machtswellust, de begeerte om anderen te onderwerpen aan het eigen ik. De Ring is de Ring van Macht, niet van een of andere duistere occulte macht, maar van macht over de anderen, zoals trouwens in de Ring gebrand staat. Alle personages die ten ondergaan in de loop van het verhaal zijn voor de verleiding bezweken: Boromir, Denethor, Saruman, Gollum. Het kwaad is echter niet een personage (Morgoth, Sauron, Nazgûl... ), het is niet iets dat buiten de mens ligt, maar diep in hem: denken we aan de innerlijke strijd van Bilbo en Frodo, het visioen van Sam als Grote Tuinman, de rede van Saruman de Veelkleurige, de verleiding van Gandalf als Frodo voorstelt dat hij de Ring zou nemen, de uitspraak van Galadriel over Boromir. Dat Frodo als vertegenwoordiger van de mensheid, op de Doemberg afstand doet van alle machtsdromen door het symbool van macht, de Ring, te vernietigen, redt hem, als persoon. Het kwaad blijft echter voortleven (Saruman, de Orks, de trawanten van Saruman in de Gouw...). Om dit procédé van katharsis, dat nu niet langer populair is, te begrijpen, is enige vertrouwdheid met het klassieke drama gewenst. Maar dan wordt het ook volledig duidelijk. Karel D'huyvetters Broekstraat 290 3030 HEVERLEE

7 augustus 1971

13


TOM BOMBADIL: Na deze nota's, neem ik de vrijheid, sommige zaken te verduidelijken zonder een steriele polemiek te willen spenen met de heer D'huyvetters. Ik ben van mening dat ik in mijn twee vorige Gollem-rubrieken niets heb geschreven waardoor de intelligente lezer tot het besluit zou kunnen komen dat Professor Tolkien een knettergekke professor is... In verband met Gollem Bedankt voor de bekende etymologische verklaring van het woord 'Gollem'. Ik hoop dat vele lezers er plezier aan beleven, maar mijn enige bedoeling was één van de facetten van het woord 'Gollum' namelijk de haast volledige gelijkheid met de term 'Golem' onder de aandacht te brengen. Uiteraard is er geen sprake van dat het woord 'Gollum' etymologisch zou kunnen worden afgeleid van 'Golem' ! In verband met Deus ex machina Ik gebruikte de term 'Deus ex machina' niet in de schoolse zin, of als theaterterm, maar doodeenvoudig als 'iets wat onverwacht te voorschijn komt om aan een bepaalde situatie een eind te maken'. In het gewone taalgebruik is deze opvatting zeker gangbaar en o.a. gestaafd door ons aller Van Dale. Ergo is 'vijfpunten verklaring' van dhr D'huyvetters wel zeer interessant, en ook juist maar niet terzake voor wat betreft mijn mening. In verband met Oorlog om de Ring Waarom zou het ongepast zijn een rechststreekse aanleiding van de oorlog om de Ring te zien in het feit dat Gollem de Ring toevallig in zijn bezit krijgt ? Uiteraard is het ook niet de enige aanleiding (Tolkien is gecompliceerder dan dat!) en zeker niet de oorzaak. Maar een verband is er wel. Overigens is het m.i. zo dat Sméagol door de ring wordt gevonden (en niet andersom), net zoals Bilbo trouwens door diezelfde Ring wordt gevonden. Wat de "tweede oorlog om de Ring" betreft, hiermede bedoelde ik eigenlijk alleen dat er vóór de tocht van Negen, namelijk op het einde van de Tweede Aera, een 'Laatste Bondgenootschap' was geweest, waarbij (hoe verschillend de situatie ook was) ook het alleruiterste in de schaal werd gelegd om Sauron te overwinnen. Isildur neemt de Ring van Sauron af (in het boek wordt echter zeer duidelijk gezegd dat hij de Ring beter had vernietigd), wordt gedood en de Ring gaat verloren. De ontknoping in "The Lords of the Ring" kent u. Ik bedoelde hier niet mee dat er slechts twee oorlogen zouden geweest zijn.

14


Waarom is het misleidend te spreken van de "strijd om de Ring" als Tolkien het zelf zegt ? Omdat het uiteindelijk niet om de Ring, maar om de door de Ring gesymboliseerde machten gaat ? En waarom niet een strijd tussen Chaos en Orde ? Natuurlijk, er komen ook talrijke thema's in deze totale oorlog voor (daar is bij Tolkien trouwens nooit gebrek aan) maar kan men ontkennen dat één van de meest indrukwekkende thema's de Jeroen Bosch-aandoende strijdtaferelen zijn tussen 'goeden' en 'slechten' waarbij de 'slechten' onbeheerst, onbesuisd en wanordelijk te werk gaan, terwijl de 'goeden' in keurige slagorde opereren ? Maar natuurlijk heeft Dhr. D'huyvetters gelijk dat het niet gaat om een oorlog met hebzucht als motief (nl. het bezit van een bijzonder kostbare en kostelijke ring) hoewel ik niet kan geloven dat één van de lezers dit zo heeft begrepen. In verband met Sméagol/Gollum Hoewel D'huyvetters verklaring van Sméagol/Gollum als alternatief voor Bilbo en vooral voor Frodo zeer aanvaardbaar is, blijf ik van mening dat ook mijn verklaring, nl. de tweeledige (en niet dubbele) persoonlijkheid van dit schepsel, geldig blijft. Waarschijnlijk (zelfs zeker!) lopen tientallen verschillende thema's door elkaar heen, wat niet verwonderlijk is bij een erudiete figuur als Tolkien. Om te besluiten: Ik vond dat de 'Bedenkingen' van lezer K. D'huyvetters zeer goed gefundeerd en gedocumenteerd zijn. Gaarne houd ik mij aanbevolen voor nog meer commentaar. Persoonlijk ben ik van mening dat Dhr D'huyvetters de door de redaktie uitgeloofde prijs van 150 F ten volle verdient. Ik heb mijn 'stembrief' in deze (al heb ik hoegenaamd geen invloed op de besluitvorming in de redaktie!) al aan de redaktie gezonden. REDAKTIE: - We zijn het er mee eens: --------D'huyvetters heeft gewonnen, hoera !

LEVEN OP VENUS ? Tot hiertoe werd aangenomen dat de atmosfeer van de nachtzijde van Venus slechts stikstof bevatte. Russische geleerden hebben deze hypothese de grond ingeboord. Zij verkregen voor de tweede maal een spectrum van de nachtzijde en verklaren thans dat er in de atmosfeer koolmonoxyde voorkomt, een geen stikstof. Een andere sowjetgeleerde, namelijk Dr Nadir Ibraguimow van de Academie van Wetenschappen van de staat Azerbeidsjan, is van mening dat alles thans wijst op de aanwezigheid van bepaalde levensvormen op onze heldere Morgen- of Avondster.

15


Rondom mij is de muur. Niemand kan mij wijsmaken dat hij niet bestaat, hij IS er. Hij is doorzichtig als glas, maar ik voel hem, mijn vingers glijden er over, ik ruik hem zelfs, een doordringende antiseptische geur. Het is een straf, het moét een straf zijn, van een God of van een Satan. Maar waarom? Ik kan niet eten. Kijk, ik wil, ik WIL eten, maar ik kan het niet. Mijn hand stoot tegen de muur. Het is géén autosuggestie, géén zelfhypnose. Ik kan er niet doorheen. Ik heb een misdaad begaan, en nu moet ik boeten door de muur. Hij is overal rondom mij, cirkelvormig, en hij zal me gevangen houden tot ik sterf. Als ik maar wist waarom? Welke misdaad heb ik begaan? Als ik gestraft wordt, heb ik het recht te weten waarvoor? Elke mens heeft daar recht op, ook ik. Ik heb honger. Het is nu al bijna zes uur dat de muur rondom mij is. Héél plotseling, zonder aanleiding. Ik was aan het werken, en dan opeens was de muur er. Ondoordringbaar. Hij verplaatst zich met mij mee, waar ik ook ga, maar ik kan er niet doorheendringen. Waarom? Ik moet nadenken, ik MOET nadenken. Het is het enige middel. Ik heb niets misdaan tegen iemand die ik ken. Ook tegen niemand anders. Ik heb géén enkel mens iets misdaan. Goed, zover zijn wij. Maar de muur is ook niet menselijk, hij is iets dat in strijd is met de ganse natuur, met onze ganse kennis. Wat is hij dan? Neen, niet afdwalen. Ik moet dus iets misdreven hebben tegenover iets dat niet menselijk is. Ik ben bioloog. Wat deed ik juist vóór de muur kwam? Ha ja, ik weet het weer. De proef-insekten die juist binnengekomen waren. De levende insekten die ze gevonden hadden in de holle meteorsteen die neergevallen was. Ik nam één ervan en...mijn God! De Muur! Ik wéét wat de muur is. Het is bijna niet mogelijk, maar het is de enige verklaring die ik me kan indenken. De muur is het evenbeeld van... ik moet erheen, dadelijk! Voor het telaat is. Misschien kan ik het nog tegenhouden voor...het... God! het... is... telaat... ik krijg... geen... lucht... geen... lucht... * * * * In het laboratorium voor Biologische Opzoekingen, strekte in een zorgvuldig luchtdicht afgesloten reageerbuis een vreemd uitziende kever zijn poten uit. Nog éénmaal trilden zijn voelsprieten zachtjes dan lag hij voorgoed stil. Men spreekt nu nog over de vreemde dood van Dr Maesrat van het Centrum voor Biologische Opzoekingen, die gillend zijn huis uitrende en in de richting van het Centrum begon te rennen, terwijl hij met zijn handen in het niets tastte, vooraleer hij plotseling ineenzakte en stierf. Het gerechtelijk onderzoek wees dood door verstikking uit.

16


Willy MAGIELS IL DIO CHIAMATO DORIAN (Horror) - Italië 1971 -Regie : Massimo Dallamano - N de roman 'The Picture of Dorian Gray' van Oscar Wilde Vert : Helmut Berger, Marie Liljedahl, Herbert Lom, Richard Todd, Margaret Lee. Dit wordt dan de uiteindelijke titel van de nieuwe Dorian Gray-verfilming. De prent is in Amerika te zien onder de titel 'The Ecstacy of Dorian Gray'. ELITE FLOTTE 'FLEUR DE MARIE' (SF) - Duitsland 1970 - Regie & Scen : Oimel Main - Prod : Alexander Kluge - Vert : Otmar Shäuffelen, Ian Bodenham, Katrin Seybold, Jens Feddersen. Politieke fiktie made in Germany. Na de laatste produkten van onze Oosterburen hou ik me al aan mijn stoel vast. NELLE STRETTA MORSA DEL RAGNO (Horror) - Italië 1971 - Regie : Anthony Dawson (Antonio Margheriti) - N : verhalen van Edgar Allan Poe Vert : Michele Mercier, Anthony Franciosa, Karin Field, Klaus Kinski. Am.titel : 'In the Spiders Grip'. Na het knappe 'Danza Macabra' nog eens een Poe-verfilming van Dawson. Ditmaal vinden we Kinski in de rol van de grote schrijver. LA SFERA (SF) - Italië 1971 - Regie: Gianni Poggi - Prod : Europa Cinematografica/Algol - Vert : Béatrice Pellegrino, Guido Coderin. Een reis in de toekomst, met alle vreemde ontmoetingen vandien. SOLA IS (SF) - Rusland 1971 - R : Andrej Tarkowski - N : de roman van Stanislaw Lem - V : Donatus Banionis, Nicolaj Grinko. Eindelijk wordt het meesterwerk van de Poolse SF verfilmd. Wat een geluk dat het niet in Amerika is, maar in eigen streek !

17


LE TEMPS DE MOURIR (SF) - Frankrijk 1970 - Regie & Scen : André Farwagi Vert : Anna Karina, Bruno Cremer, Jean Rochefort. Een moord wordt herhaald tot in de oneindigheid van de tijd. Vertoond op het festival van Triëste 1971. THE TERRORNAUTS (SF) - Engeland 1967 - Regie : Montgommery Tully - Scen : John Brunner naar de roman 'The Wailing Asteroid' van Murray Leinster Prod : Max J. Rosenberg & Milton Subotsky for Amicus - Vert : Simon Oaters, Zena Marshall, Charles Hawtrey, Max Adrian. Een space opera van Leinster in een scenario van Brunner. Kan bijna niet slecht zijn. TROG (SF) - Engeland 1970 - Regie : Freddie Francis - Scen : Aben Kandel naar een verhaal van Peter Bryan en John Gilling - Prod : Herman Cohen for Warner Bros - Vert : Michael Gough, Joan Crawford, Bernard Kay, Joe Cornelius, Thorley Walters, John Baker. Trog is een soort Neanderthaler, die ontdekt wordt in een ondergrondse grot, en die menselijker blijkt te zijn dan de meeste mensen. IL VANGELO SECONDO SATANA (Horror) - Italië - Regie & Scen : Renato Polselli - Vert : Rita Calderoni, Isarco Ravaioli, Marie Paule Bastin, Sergio Ammirata. Nadat Pasolini het evangelie volgens Matheus op het scherm bracht krijgen we nu Polselli die het van een andere zijde bekijkt. WHAT'S THE MATTER WITH HELEN ? (Horror) - USA 1971 - Regie : Curtis Harrington - Vert : Shelley Winters, Debbie Reynolds, Dennis Weaver. Een nieuw werk van de miskende realisator van prachtige (maar weinig bekende horror-films als 'Queen of Blood', 'Night Tide' en 'Games'. --ooOoo-John Lewis Carlino, de bekende Amerikaanse scenarist, werd door producer Jerry Brandt aangeworven om een scenario klaar te stomen naar het onvergetelijke meesterwerk van Robert A. Heinlein 'Stranger in a Strange Land'. Wie de regie zal voeren en op wie de vertolking zal berusten is nog niet bekend. De opnamen zullen voorjaar 1972 een aanvang nemen. --ooOoo-DENK EROM ! Uw contributie (150 Fr) voor het jaar 1972 wordt van nu af ingewacht. Doe het nu en laat ons niet teveel maningen schrijven ! DANK U ! --ooOoo-Op zaterdag 5 februari 1972 te 10.00 h zal een nieuwe Algemene Ledenvergadering gehouden worden. Suggesties omtrent de dagorde worden nu ingewacht. Plaats en andere details zullen later worden meegedeeld in Info-Sfan. Staat nu reeds op bedoelde dagorde : - aanvulling bestuur (1 Sfan) - jaarverslag + beoordeling - verhoging lidgeld (?) --ooOoo--

18


THE UNIVERSE MAKERS, door Donald A. Wollheim Harper & Row, 1971 - gebonden uitgave, 122 blz. $ 4.95 Hier is uiteindelijk het ideale boek OVER science-fiction, wat SF werkelijk is, hoe het verschijnsel ontstond, hoe het zich uitbreidde, wie SF beïnvloedde en vice-versa, en hoe SF groeide tot de positie die er nu door ingenomen wordt. Don Wollheim's hele leven is vergroeid met SF, vanaf zijn elfde jaar toen hij eraan 'verslaafd' raakte, tot nu, als editor van Ace Books, zonder enige twijfel de grootste Amerikaanse pocket-SF reeks. Tot in anecdotische details schetst Don de evolutie van SF, niet enkel in de gelimiteerde ontspanningsliteratuur media, maar ook ten opzichte van het veranderende wereldbeeld en beschaving, tot hij de SF uiteindelijk plaatst tegenover onze maatschappij zoals die NU is, met de problemen die onze generatie te verwerken krijgt, en ook deze die achter het hoekje op ons wachten. Alle belangrijke auteurs komen in de kijker, vanaf het einde van vorige eeuw, via de 'Golden Age' tot de 'New Wave' en het heden, met vermelding van en commentaar bij hun belangrijkste werken en de reakties die deze uitlokten, bij het lezerspubliek zowel als bij toen beginnende auteurs die wij nu bij de Groten rekenen. Wollheim is geen droge redenaar of moralist, maar hij heeft iets te zeggen over SF, en hij doet het op zijn manier, desnoods zelfs door op sommige tenen te trappen. Dit boek is werkelijk geschreven door iemand die innig meeleeft met SF en zijn evolutie. Het is een persoonlijke verklaring van een levensvisie door en met SF, en desondanks speelt Don het klaar om al het essentiële over SF te zeggen valt, dit in 120 blz. waar anderen misschien 500 nodig zouden hebben gehad. Nieuwelingen zullen in dit boek vele vragen beantwoord vinden, en affictionados zullen het met genoegen doornemen. Ten zeerste aanbevolen. NO TIME FOR HEROES/ALICE'S WORLD, door Sam J. Lundwall Ace Double, 1971 - pb, 131 + 122 blz. 75 ¢ Sam Lundwall is Zweden's leidende SF-expert (zijn studie en geschiedenis van SF wordt momenteel in het Engels vertaald, en zal later verschijnen bij Ace), en in deze dubbele Ace neemt hij tweemaal een aanloop vanuit eenzelfde vertrekpunt : het eerste kontakt na 200.000 jaren met de moederplaneet Aarde, die al die tijd verlaten is geweest en overgelaten aan een centraal computerbrein. De eerste roman, NO TIME FOR HEROES bekijkt het op de komisch-satirische wijze, zoals een Sheckley of een Harrison dit zou doen : de bezoekers komen van een militaristisch imperium, en Bernhard Rodin wordt tegen wil en dank afgezet als Held n° 1, vergezeld van een Robovriend, die zowel geleider-spion-vertegenwoordiger-verkoper-moralist-etc. is, en wiens voornaamste taak erin schijnt te bestaan het leven van Held n° 1 ondraaglijk te maken. Het centrale brein heeft inmiddels de aarde terug bevolkt met alle schepselen waarvan het ooit melding vond in zijn bibliotheek ... die zéér volledig is, zodat onze 'held' opgeschept raakt met een schietgrage cowboy, een nurse die met hem wil huwen, de god Thor, een legioen demonen, Satan in persoon en een massa andere krankzinnige schepselen,

19


waamede hij van het ene tragisch-komische avontuur in het andere valt. ALICE'S WORLD neemt het ernstiger op, hoewel de humor ook hier vaak opduikt. Dit wordt hier gecompenseerd door enkele welgetekende hoofdpersonages, die deze romans zijn sterkte geven, doch ook juist zijn zwak punt blijken bij het einde (?) ... want we weten dan wel wàt er gebeurd met de twee belangrijkste personages, maar wat met de rest ? Het geeft de roman een onafgewerkt tintje. NO TIME ten zeerste aanbevolen als satirische komedie. ALICE leest eveneens vlot, doch is bijlange geen hoogvlieger. WORLD'S BEST SCIENCE FICTION 1971, verzameld door D.A.Wollheim & T. Carr Ace Books, 1971 - pb, 349 blz. 95 ¢ Vijftien verhalen, en een volumineus boek voor deze prijs. De zevende World's Best selektie, ditmaal alle gekozen uit de Amerikaanse magazines en anthologies. De samenstellers verklaren wel hoe het voor hen praktisch onmogelijk blijkt om degelijke verhalen uit Europa e.d. in te sluiten. Slechts enkele der kortere verhalen uit deze bundel vallen enigszins tegen, doch alle zijn boven het gemiddelde peil, en als u geen verstokte magazine-lezer bent, zullen ze alle nieuw zijn voor u. Onder de top-verhalen vermelden we Sturgeon's eerste verhaal na enkele jaren stilzwijgen, 'Slow Sculpture' een zéér menselijk verhaal over een stervende jonge vrouw en een uitvinder wiens uitvindingen niemand wenste, een werkje dat een diepe kijk neemt op menselijke verhoudingen. 'Bird in Hand' van Larry Niven is een van diens kostelijke verhalen over het Institute for Temporal Research. 'Ga in het verleden en zoek ons een Roc', zegden ze tot Sveltz, en hij ging, met bizarre gevolgen. Asimov zorgt voor de hard-core SF met 'Waterclap', het conflict tussen twee steden, één onder de oceaan, en één op de maan, die beide dezelfde financiële steun nodig hebben van de Staat. Ook Simak is er weer bij, ditmaal met 'The Thing in the Stone', een schepsel dat sedert de prehistorie gevangen zit, en wacht, en droomt ... tot één mens kwam die het schepsel kon horen. Andere knappe verhalen van R.A.Lafferty, Robert Silverberg (hoorde u die van de verliefde dolfijn ?), Neal Barrett Jr (wat doe je met een gemaskerde man die vliegen eet ?) en andere ( mindere)van Bob Shaw (herinnert teveel aan Jack Finney's 'Body snatchers'), Gregory Benford, Michael G. Coney (ontknoping te voorzien halfweg het verhaal), Arthur Sellings (herinnert teveel aan Sturgeon's 'When you care, when you love'), Gerald Jonas (schijnt bijna een uittreksel uit een roman), Gordon Eklund, Ron Goulard en H.B.Hickey. Een ten zeerste aanbevolen bundel. S IS FOR SPACE, door Ray Bradburry Bantam, 1970 - 211 blz. 75 ¢ Net zoals zijn voorgaande 'R is for Rocket', bevat deze bundel een keuze van Bradbury's beste verhalen uit zijn andere volumes, en enkele verhalen die voor het eerst herdrukt werden uit magazines of anthologies. De meeste titels zullen de lezer wel bekend zijn, alle zeer puike werkjes zoals 'Zero Hour', 'The Pedestrian', 'Dark they Were, and Golden-Eyed' en andere. De minder bekende zijn hier 'The Screaming Women', een fijn terreurstukje over een dame die ergens onder de grond begraven is en ligt te gillen, terwijl slechts een kleine jongen haar hoort, en door niemand geloofd wordt; 'Time in Thy Flight', een teleurstellende vignette over enkele kinderen uit de toekomst die even een blikje komen werpen in onze barbaarse tijd; 'Pillar of Fire', vaak geanthologiseerd verhaal over een dode man uit het verleden die op ontstellende manier tot leven komt in een psychisch-steriele toekomst, en vooral 'Chrysalis', een luguber verhaal dat begint als een monster-

20


horrorstory en zich (letterlijk) ontpopt tot een verbazend evolutieverhaal. Een goede introduktiebundel tot het verzameld werk van Bradbury, en voor de Bradburyfans zijn de enkele minder bekende werkjes wel de prijs van deze bundel waard. SHOCK WAVES, door Richard Matheson Dell Books, 1970 - pb, 190 blz. 75 ¢ Deze zesde Matheson bundel stelt wel enigszins teleur, daar er zo weinig zuivere SF of horrorfantasy in voorkomt. De nadruk van de verhalen ligt meer (zoals ook in 'Shock III' trouwens) op de aangehouden suspense, de nakende terreur die Matheson zo knap weet te ontwikkelen, zoals in het moordverhaal 'A Visit to Santa Claus' en het psychologische 'A Drink of Water'. Werkelijk gruwelijke psychologische gruwel vormt de basis voor het schrikwekkende 'Day of Reckoning', en er is zelfs een Weird Tales-spookverhaaltje 'Wet Straw' en een pseudorobot-SF verhaaltje 'Deus Ex Machina' dat geen enkele verbazing brengt. Deze verhalen (14 in totaal) lezen allemaal zeer vlot, doch liefhebbers van straight fantasy zullen ze minder bevallen. Het beste uit de bundel is ongetwijfeld 'Come Fygures, Come Shadowes', de beginhoofdstukken van een reeks ESP-romans, met als hoofdpersonage (in dit stuk) een jong meisje dat psychisch is, en door haar moeder verplicht wordt als medium te dienen, ondanks de afschuw en terreur die ze ervoor voelt. Deze roman belooft zo goed te zijn als zijn prachtige 'A Stir of Echoes'. THE DARK DIMENSIONS/ALTERNATE ORBITS, door A. Bertram Chandler Ace Double, 1971 - pb, 117 + 136 blz. 75 ¢ A. Bertram Chandler blijft ons verbazen door de manier waarop hij personages die in andermans handen ongeloofbare papierfiguurtjes zouden gebleven zijn, weet om te toveren in aanvaardbare mensen, met wiens problemen men dadelijk meegesleurd wordt. THE DARK DIMENSIONS is een vlot leesbare space-opera, zonder pretenties : Rim commandant Grimes krijgt de opdracht The Outsider te gaan onderzoeken, een mysterieus ruimteschip dat ergens aan het einde van de Rim-galaxis rondzwerft, en vanwaar nog geen enkele expeditie terugkwam. Met een uitgelezen bemanning en een groep geleerden vertrekt hij, en ontdekt al vlug dat hij niet alleen is bij The Outsider, wanneer een viertal schepen uit verschillende tijd-dimensiestrata opduiken, die elk om hun eigen redenen het bezit van The Outsider wensen. Onder de ongenode gasten is zelfs niemand minder dan Sir Dominic Flandry of the Terran Empire, die voor lezers van Poul Anderson beslist geen onbekende is. Grimes schip wordt echter overmeesterd door de geleerden, die zelf de macht in handen nemen, en het verhaal raakt op een zijspoor en vertelt grotendeels hoe Grimes en zijn nieuwe bondgenoten opnieuw de heerschappij over zijn ruimteschip terugwinnen. Slechts in de laatste dertig blz. komt Chandler terug op het mystery van The Outsider, dat in feit nooit precies opgelost raakt. Bijna alsof Chandler er plots aan dacht dat een AceDouble slechts zóveel blz. tellen mag, een onbevredigende finale van een anders zeer leesbare roman. ALTERNATE ORBITS bestaat uit vier novelletes die in chronologische volgorde vier andere ruimteavonturen van het duo John Grimes-Sonya Verril. In 'Hall of Fame' moet een ESPexperiment over worden gedaan door middel van een telepaat, doch Grimes wordt gekidnapt door Mefistoles en komt terecht in de Hall of Fame, waar alle romanfiguren verzameld zijn; o.a. Sherlock Holmes, Hamlet, Buffalo Bill, Jeeves en een reeks anderen die hier een zekere vorm van psychische realiteit behouden, zolang de boeken waarin zij verschijnen nog bestaan. Om terug in zijn wereld te belanden moet Grimes niemand minder opzoeken dan de auteur die hemzelf beschreven heeft !

21


In 'The Sister Ships' onderzoekt hij op de planeet Aquarius de oorzaken van een reeks mysterieuze scheepsrampen. Hij wordt 'The Man who sailed the Sky' tijdens een revolutie op een afgelegen planeet, waar hij zijn scheepskapiteinskennis moet toepassen aan boord van een stuurloze luchtballon. Uiteindelijk terug op Kinsolving in 'The Rub' komt hij terecht in een paralelle tijdstrata, waar hij zich ternauwernood uit kan redden. Geen grote SF, maar vlotte ontspanningslektuur. SPACE CADET, door Robert A. Heinlein Ace,1971 ~ pb~221 blz ~ 95i / N.E.L., 1971 - pb, 172 blz. - 30p. Bijna alle Heinlein juveniles van de jaren 47-52 zijn nu weer in de handel in goedkope pocketuitgaven, dank zij Pan Books en N.E.L. in Engeland en Ace Books in de VSA. Lezers mogen zich niet laten afschrikken door de term 'juvenile', die enkel kan worden gebruikt omdat de hoofdpersonages jongeren zijn. De meeste dezer romans blijken veel leesbaarder en technisch veel verzorgder (zowel van wetenschappelijke inhoud als van avontuur en spanning) dan vele moderne 'volwassen' SF romans. Denk maar aan 'The Star Beast' en 'Have Spacesuit, will Travel' die beide als vervolgroman verschenen zijn in FICTION, een massa jaren geleden. SPACE CADET verhaalt hoe Matt Brooks zijn intrede doet in de Space Academy, zijn geleidelijke opstijging in rang en zijn voetstappen naar de volwassenheid. Technisch biedt SPACE CADET een fascinerend panorama van de toekomst en het dagelijkse leven in de ruimtepatrouille naast een groepje sympathieke personages en een vlot geschreven SFavontuur. Zoals al de andere Heinleins aanbevolen. PLANET OF EXILE, Ursula K. LeGuin Ace 1971 - 129 blz. 60 ¢ Steunend op de Hugo en Nebula Awards die Mevr. LeGuin kreeg in 1970 voor 'The Left Hand of Darkness', brengt Ace nu ook haar vroegere romans weer op de markt. Na 'City of Illusions' nu ook PLANET OF EXILE, oorspronkelijk bij Ace verschenen in 1966. PLANET is een genietbaar doch routine avonturen-SF roman. Een schip met kolonisten van de aarde is gestrand op de planeet Eltanin, zonder enige hoop ooit terug te kunnen vertrekken. Eltanin's omloop om zijn zon duurt zestig aardse jaren, en is bewoond door de hilfs, een primitief nomadenvolkje met een eigen clansysteem. Ze leven letterlijk van dag tot dag, zonder zorgen om gisteren of morgen, tot het vijftien jaar durende seizoen van de winter nadert. De 'farborns' (vergeborenen), hun naam voor de aardmensen, worden geduld, doch er is geen werkelijke poging tot contact. Huwelijken blijken kinderloos, en na hun tiende jaar op Eltanin (600 aardjaren) is de kolonie tot uitsterven gedoemd, temeer daar zij hun superieure kennis niet mogen gebruiken. Dan nadert de winter ... en met de winter komen de Gaal, een barbarenvolk uit het noorden, dat elk Eltaninjaar afzakt naar het zuiden en alles vernietigt op zijn weg. De enige kans tot overleven is een verbond tussen de aardmensen en de hilfs ... maar zal het tot daar komen ? De roman komt tamelijk traag op gang, doch dan wordt de lezer alras meegesleurd in het wedervaren van de hoofdpersonages, en vergeet dat het verhaal zelf in feite niets nieuws brengt. LeGuin brengt een goede schets van het primitieve leven op deze planeet met zijn eigen seizoenenregeling, en van de maatschappelijke inrichting van de primitieve hilfs. Aangename lektuur, zonder meer. THE SEA IS BOILING HOT, Georg Bamber Ace 1971 - 253 blz. 75 ¢ De uiteindelijke bijna volledige vervuiling van de aarde is het vertrekthema van Bamber's roman, een wereld waarin de lucht niet meer in te ademen is, alle natuurlijke reserves opgebruikt en de zeeën kokend heet

22


zijn van de radioaktieve afval die er in gestort is. De mensheid heeft zich teruggetrokken in koepelsteden, geregeld door computercentrales. Voor het eerst is de mens vrij te doen of te laten wat hij wil in alle opzicht ... maar is er nog een doel in het leven in zulk een wereld ? Dat is de vraag die Heron Attu zich stelt, wanneer hij een formule ontdekt die het proces van de vervuiling kan omkeren. Hij kan de wereld maken zoals voorheen doch liever dan dit te doen, verkiest hij er zich volledig uit terug te trekken. Wanneer het centrale computerbrein dit verneemt, gaat het er niet mee akkoord, en het verhaal begint te rollen. Bamber's roman is zeer oneven, drie lange hoofdstukken (een over een bloeddorstige autorace, een hallucinant 'herbeleven' van een deel van MacBeth, en een lange thesis over het geboortesysteem in de koepels) geven de indruk 'er ingeschreven' te zijn om de roman langer te maken. Heron is teveel archetype om menselijk geloofbaar te zijn, en de fameuze formule ('imbustion') schijnt mij niets meer te zijn dan een woordenspel zonder enige wetenschappelijke mogelijkheid. Er is sex ook, bloot en eerlijk behandeld in alle aspekten, en de sex wordt zovele malen opgerakeld dat het storend werkt. Als er dan vrij behandelde sex moet zijn in SF, goed, maar dan mag het niet 'overdone' zijn, zoals Bamber hier; de eerste drie maal aanvaardt men het als een (terecht gebruikt) deel van deze maatschappij, maar bij de tiende toespeling begint het te vervelen. Een oneven doch wel leesbare roman. Eddy C. Bertin --ooOoo-NIEUWE LEDEN ————————————Mw. Micheline HUYGE Drukkerij CURE A.W. BRUNA N.V. Walter VERSTAPPEN Herman VAN ROEY Bernard DE CORT Stadbibliotheek Robert TERNY Eddy DESMET A. HERMANS Roger SAINT Pierre BOX

St-Gummarusstraat 5 de mildreef 28 Collegelaan 163 Hanswijkvaart 25 Jan De Voslei 31/9 Heistraat 339 Conscienceplein Hofbouwstraat 7 Bozestraat 3 Groenendaallaan 366 L. De Raetstraat 33 Ambiorixstraat 47

2000 Antwerp 9002 LEDEBERG 2200 BORGERHOUT 2800 MECHELEN 2020 ANTWERP. 2610 WILRIJK 2000 ANTWERP. 9002 LEDEBERG 8710 HEULE 2030 ANTWERP. 2020 ANTWERP. 3700 TONGEREN

--ooOoo-Geachte heer Torfs, Hierbij bericht ik U, dat ik mijn lidmaatschap van S.F.AN., dat per 31 december 1971 afloopt, helaas niet kan verlengen. Ik dank U voor alle moeite die U en de andere medewerkenden o.a. voor mij hebben gedaan. Hopend op betere tijden zend ik U alvast mijn beste wensen voor 1972. Met vriendelijke groeten, Het kunnen allemaal geen rozen zijn.

23


Nadat we dan hijgend en paffend in de zetels waren neergevallen, (de bestuursvergadering werd bij Danny gehouden,uitsluitend omdat aldaar een zware kachel van de tweede verdieping naar de tuin diende gesleurd - een bewijs te meer dat er een sterk bestuur nodig is), kwam het gesprek onvermijdelijk op de zojuist voorbije informele vergadering. Daar moest toch zeker iets over in Infosfan komen te staan, maar wie zou het doen? Ik stelde vlug voordat ze elks een stencil zouden nemen en hun indrukken zouden mededelen zodat de leden een triversiteit van meningen zouden kennen, maar Danny oordeelde dat we allen moesten meedoen. Zodat ik er dan ook eens in gelukt ben de inhoudstafel te versieren. In elk geval waren we er het allen roerend (half dry - half rood) over eens dat dergelijke vergaderingen meer mogen, nee, moeten plaats hebben. Je kondigt het aan als informeel, een gezellig babbeltje tussen pot en pint onder vrienden, en toch valt er soms nog een drempelvrees te overwinnen. Moet je meemaken dat zelfs nu nog een twijfelaar even ronddraaide alvorens het te riskeren het cafĂŠ Amadou binnen te treden. Hoeveel moeilijker dan die, begrijpbare maar nodeloze, drempelvrees te overwinnen als het gaat om een voorbereid,met enigzins bombast aangekondigd congres bij te wonen? Trouwens, hier in Antwerpen waar we in de inmiddellijke omgeving ons grootste ledental vinden, bestaat slechts het regelmatig kontakt tussen de bestuursleden, terwijl in Gent een nauwere vriendenkring van sf lezers is ontstaan. Kan dat hier dan niet? Of ligt de fout bij het bestuur dat reeds te zwaar beladen door publicaties en inrichtingen de nodige tijd niet vindt om het eens 'vriendelijk' te proberen? Dank zij het succes van de eerste proef komen er ongetwijfeld meer, en breng dan eens een boekje dat je niet bij je wil houden, misschien kun je het ruilen voor een ander, en als het te zwaar is om terug mee te nemen 's avonds, zorgt Danny wel dat het in de boekerij van Sfan terecht komt. Maar als ik me goed herinner moest dit een verslag worden. Nou, als ik dat doe, wat moet ik dan met dat mooie triversiteit van daarjuist? Dat klinkt nog, maar wat kun je nu aanvangen met vierversiteit of kwarversiteit, dat gaat toch echt niet. Wat ik wĂŠl kan doen is bewijzen dat je er bij was. Daar zorgden Praktica, Mecablitz, Ilford en ondergetekende wel voor. Zo'n keer of dertig achtereen. Als je er niet op staat wil het echt niet zeggen dat je er niet was, maar dan mogen we toch wel twijfelen. Met die dertigtal 1/45ste van een seconde had ik het natuurlijk zo druk dat er weinig tijd overbleef voor andere zaken dan het oplossen van raadseltjes omtrent Forbidden Planet, en wat was er nu eerst, het boek of de film. Tussen 't ene pint en 't andere (service was niet bepaald vlug) gezellig gebabbeld met Mv Kolln (de eerste maal dat ze tussen andere sf lezers vertoefde), met de leden uit Gent, ja, in feite met zowat alleman. Hetgeen ook de bedoeling was, is. En ik hoop spoedig weer de gelegenheid te krijgen.

24


Paul Torfs (wie dacht u anders) zwengelde 150 uitnodigingen de deur uit. Op zaterdag 20 november 1971 zou in cafĂŠ Amadou een afspraak van Sfans met Sfans plaats hebben. Na raadpleging van de G.V.C. (Gezond Verstand Computer) viel tijdens een bestuursvergadering het vrij optimistische antwoord: "TE VERWACHTEN OPKOMST DUBBELE PUNT PLUS MINUS ACHT MENSEN" ----------( Bij mijn intrede in cafĂŠ Amadou besefte ik onmiddellijk dat voornoemde G.V.C. altijd een vlezig onding geweest was en het ook zou blijven. Nooit in staat behoorlijk te schatten. Gelukkig was het ditmaal een meer dan aangename verrassing. Niet minder dan dertig sfans zaten in hoefijzervorm lekker naast elkaar. Een kleine verhuis van tafels en stoelen bleek dan ook noodzakelijk. Toen even over drie er nog enkele sfans bijkwamen viel de mond van de al erg geschrokken jonge-man-achter-de-tapkast nog wat verder open. Niet zonder vreugde werden nog wat stoelen verschoven en deinde het gezelschap wat uit. Vooraleer mijn biertje half-op-peil was gebracht brak geruisloos, wat men doorgaans het ijs noemt. En zoals bekend, wanneer ijs geruisloos breekt komt er sfeer. Tussen haakjes het woord SFEER komt van het werkwoord SFeren. Een fanveteraan kon het flitsen niet meer laten en ontpopte zich even later tot een galant heerschap dat met een van de vele charmante dames (sf)kontakten legde. Jan had dan ook overschot van gelijk ! Het eeuwige Gentse duo was (zoals altijd) met drie en praatte een kring aan elkaar. Alle stoelen werden verlaten en uit de vele groepjes steeg essefgeroezemoes. Wij noteerden terloops sfnederlandse, sflimburgse, oost- on westsflaanderse tongvallen. Uiteraard werd er hier en daar wat Sfantwerps gesproken. Een taal met toekomst trouwens ! Glazen werden geledigd en ruimden plaats voor ... boeken. Ze werden geruild, verkocht, geschonken. Auteurs werden genoemd, geprezen, veroordeeld. Werken werden genoemd. Een auteur werd zelfs gezocht, of beter gezegd, zijn naam. (W.J.Stuart werd dan ook spoedig gevonden !) Verder werden namen en adressen genoteerd. Ik liet me zelfs wijsmaken dat de sfanbiblioteek meer dan duizend werken telde. Hoorde zeggen dat het congres van Sfan zou doorgaan op 23 april 1972. In een oude kapel, als kunstgalerij omgevormd en gelegen in het hartje van oud-Antwerpen (Of wat er van overblijft- ik bedoel van oud-Antwerpen). Dat het die dag mooi weer zal zijn. Dat iedereen zal komen. Met zijn echtgenote, echtgenoot, vriend, vriendin. Dat katten in geen geval zullen worden toegelaten... En dat in een tijd van maanreizen 'afstand' geen ekskuus is. Ik durf het haast niet te schrijven, maar het is waar: men fluisterde dat 150F lidgeld te weinig is... (Iemand nam er devoot akte van). Wij vernamen dat er te Gent een essefkern het voorbeeld geeft, er erg aktief is en elke week vergadert. Zullen we eens gaan kijken ? Het moet zowat ? uur geweest zijn toen de deur achter de laatste sfans dichtviel. En komen we weer samen. Paul Torfs verklapte me tegen die tijd (en de tijd gaat snel) graag 250 uitnodigingen de deur uit te willen draaien... We gaan ervoor zorgen ! Tot kijk. DANIEL de raeve

25


Slecht, triestig, rot weer. Ik kom te laat. Och, iedereen komt daar te laat. Nu ja, iedereen - het zullen er "velen" zijn. Amadou. Een grote groep in een plechtige ronde. Doet me altijd denken aan een vergadering ten sterfhuize. Geen Sfans... he, toch, die groep, allemaal Sfans. En zoveel nieuwe gezichten. Handjes geven. Daniels vrouw zit geïnteresseerd te kijken. Van al dat vlaams kan ze toch niet zoveel snappen. En toch geïnteresseerd. Ge moet maar koerage hebben. Waarlijk, zij is een echte Sfan, een voorbeeld voor ons allen. Julien zit op een strategische post - overschouwt alles. Tegenover hem - Gent. Altijd erbij, die steunpilaren van de SF. Dezulken zullen de galaxieën beerven. Gent heeft boeken bij. Flits - zegt Jan. Gent maakt ons jaloers met al hun SF-avonden. Naar de toog. Koffie. De man achter de kranen denkt niet aan koffie. "Ik ken u", zegt hij. Speurtocht in het verleden. "Dat kan wel", zeg ik. Hij geeft zichzelf een pluim. Hij kan toch zo goed gezichten onthouden. Hij zal me toch maar koffie geven. "Ge hadt me moeten verwittigen, van die vergadering", zegt hij. "Och, het is maar informeel", zeg ik. Flits - zegt Jan. En nu, dames en heren, eindelijk het bang verbeide ogenblik: daar komt Simon ! Gezwind, in een zeer hoog tempo na zijn ongetwijfeld zware tocht, de dokumenten klemvast onder de arm, slalomt onze kampioen rond verkeer en verkeerslichten, rent over het laatste zebrapad, neemt de laatste stoep en betreedt triomfantelijk monkelend den kring zijner jubelende supporters. Hoera ! Hoezee! Flitsflitsflits - zegt Jan. Alleman babbelt. Boeken snuffelen. Nerveuze bestuursleden konfereren over Sfan-International, over Sfancon III, over Sfan. Meneer, is dit de vergadering over SF ? vraagt een nieuw gezicht. Flits - zegt Jan. Verdomme Jan, fotokes zijn natuurlijk kostbare relieken voor de Sfans der verre toekomst, maar moet ge daarom honderd keer flitsen ? Flits - zegt Jan. "Martin, zwijg, ik ga een paar woordjes zeggen", zegt Simon. Wil altijd een paar woordjes zeggen, die Simon. De grote ronde is verbrokkeld. Wat een ambiance. Met drieën aan een immense tafel. Kolossaal tafelkleed. We praten over fantasy in de plastische kunsten - Desmond Morris - evolutie - metafysica - the human mind Sturgeon. Simon, Simon, overal tegelijk, die jongen. Wat een ambiance, wat een ambiance ! De barman is ontevreden (misschien drinken we te veel). We hadden hem moeten verwittigen, de sukkelaar. Verdomme, zo laat al. Dag Sfans. MARTIN box

26


Eigenlijk had ik slechts weinig Sfan-leden verwacht maar toen we later met een dertigtal mensen samen waren bleek het toch een succes te zijn, een succes dat om meer vraagt. Een vaste waarde is de Sfan-kern uit Gent. Wat men in Gent bereikt heeft is wat verschillende leden ons gevraagd hadden, alleen in Gent is het mogelijk gebleken. De Sfankern Gent heeft ook een verder effekt : het is een stimulans voor het bestuur om verder te modderen. Hopelijk komt eens de tijd dat het bestuur meer steun kan verlenen aan mensen die aktief willen meewerken. Naast de bekende gezichten waren er ook wel wat onbekende, maar de namiddag bleek te kort om met iedereen kennis te maken. Ons oudste lid, de heer Bly (80 jaar) was eveneens aanwezig. Jan Jansen was de knoei-foto's van ondergetekende beu en maakte kiekjes bij de vleet die de naam foto waard zijn. Info-Sfan kwam ter sprake. Er werd een nieuw Sfan-offensief en Sfancon 3 aangekondigd voor 1971-72. Het diplomacy game moest verklaard worden, dat gebeurde onder de deskundige leiding van de Tsaar aller Russen, Joekanowitz. Ondergetekende bekleedt naast de rol van Silent Slave of Sfan (SSS) ook die van Keizer van Oostenrijk-Hongarije, alias Emperor W.A. von Torfshoven. Samen veroveren we de wereld. Misschien zit er wel iets in om het spel ook met enkele Sfanleden te proberen. Een volgende 'gezellige samenkomst' staat op stapel. Deze zal dan volledig in het teken van Sfancon " staan, met mededeling van het programma en nadere verklaringen. Plaats en datum van deze bijeenkomst zullen later meegedeeld worden. Frank Visser bood aan een proefschrift over Russische sciencefiction te tikken dat dan later als Sfan-speciaal zou verschijnen. Verdere informatie ging van mond tot mond. Het gesprek verzeilde toen op een zijspoor over de Peanuts, de deken van Linus en de Vlaamse gezelligheid. Moge ons volgend congres in dezelfde sfeer verlopen. paul torfs

27


REGLEMENT DERDE SCIENCE FICTION PRIJSVRAAG VOOR KORT ESSEF VERHAAL INGERICHT DOOR SFAN -------------------------------------------------------------------l. Eenieder mag deelnemen aan deze prijsvraag. perking van het aantal inzendingen.

Er is geen be-

2. De inhoud van het ingezonden verhaal moet in direkt verband staan met science fiction of fantastiek. De jury besluit soeverein of een ingezonden werk al dan niet in aanmerking komt om mede te dingen. Haar eventuele negatieve beslissing zal worden gemotiveerd en het betreffend verhaal zal worden teruggestuurd. 3. Elke inzending mag niet langer dan 20 bladzijden getikte vellen zijn. Het formaat is quarto en de tekst dient met dubbele interlinie getikt. Elk verhaal dient in tweevoud ingezonden. 4. De ingezonden verhalen dienen in het Nederlands geschreven en mogen niet eerder gepubliceerd zijn. 5. Elke deelname gebeurt onder kenspreuk. De werkelijke naam van de schrijver dient op een kaart, onder gesloten omslag waarop de kenspreuk voorkomt, per afschrift ingestuurd. Voor elk ingezonden verhaal dient een kenspreuk gebruikt. 6. Omtrent de inzendingen en de beoordeling van de jury zal geen korrespondentie gevoerd worden. De jury zal na beoordeling een algemeen verslag opstellen. Elke deelnemer zal hiervan een eksemplaar verkrijgen. 7. Elke deelnemer moet bij het inzenden van zijn tekst(en) duidelijk bepalen of de jury er al dan niet mag over beschikken met oog op een eventuele publikatie in de fanzines (Sfan, Sfan-speciaal of een speciale uitgave) 8. De verhalen bekroond met de eerste, de tweede en de derde prijs verschijnen automatisch in het tijdschrift Info-Sfan of een speciale uitgave hiervan. 9. De jury is samengesteld uit: DaniĂŤl De Raeve, Simon Joukes en Robert Smets. Ze zal beslissen over het al dan niet toekennen van de prijzen in een omstandig verslag. l0. De uiterste inzenddatum is 24 maart. Telaat toegekomen inzendingen worden overgeheveld naar de eerstvolgende prijsvraag. ll. De prijzen bestaan uit l500, 500 en 250 F die toegekend worden aan de drie beste verhalen zo de inhoud, de taal en de stijl dit verantwoordt. l2. De inzendingen dienen te gebeuren op het adres van : SFAN p/a Paul Torfs, Melkmarkt 33 - 2000-Antwerpen (BelgiĂŤ) ------------------

28


In een blad als Info-Sfan pleiten voor SF zonder uitdrukkelijke binding met "science" kan m.i. best omschreven worden met "het instampen van open deuren". Dit is echter precies wat in IS 7, p.14-15 door de heer Julien C. Raasveld gedaan wordt. Dat het argument daarbij neerkomt op een verruiming van het wetenschapsbegrip tot parawetenschappen (wat deze dingen overigens ook mogen zijn...) is waarschijnlijk ook de steller niet opgevallen. Bij het vermelden van werken en auteurs die geslaagde SF brengen zonder de nadruk op of de inbreng van S had ik bv. ook graag namen als Ballard en Sturgeon gezien. Mijn goede humeur na de ontvangst van IS werd echter grondig verkorven bij verdere lezing van voornoemd artikel. In een paar dithyrambische lijnen slaagt de auteur erin om achtereenvolgens datgene wat de mens van het dier onderscheidt, de metafysische angst van de moderne mens, zijn ingeboren vrijheidsdrang, zijn kreativiteit, moed... toe te schrijven aan SF. Tenslotte merkt zelfs de auteur dat hij te ver gegaan is, en niet SF, maar de mens omschreven heeft. Dit brengt hem tot de weergaloze uitspraak: "... man is the biggest SF of it all !!" Merkwaardig. Wat mij bezorgd doet fronsen is de - logische - reaktie van weldenkende lezers op dergelijke Barnum-uitspraken. Men glimlacht, zoals men glimlacht om spelende kinderen. En daarmee is SF weer eens geklasseerd. De eigenlijke oorzaak van de nog steeds geldende misvattingen over SF ligt in de onkritische en infantiele houding van auteurs en fans. Indien men daaraan iets wil veranderen moet men zichzelf veranderen. In verband met deze, vroegere en volgende bijdragen in IS en met het verschijnsel van de definities van SF volgende bedenkingen. Steeds weer vindt men twee soorten van definities. De eerste tracht aan hand van een aantal mogelijke onderwerpen een omschrijving te geven van datgene waaraan men zich kan verwachten bij het lezen van SF. Het is het geliefkoosde procédé van encyclopedieën. Wat mij bij het lezen van SF echter steeds weer aangenaam verrast is de oorspronkelijkheid van de verhalen, zowel wat de verhaalstof (intrige) als wat het décor betreft. Het lijkt me dan ook niet erg juist te spreken van een begrensd aantal karakteristieke onderwerpen voor SF. Wel kan men een analyse maken van elementen die veelvuldig in SF voorkomen. Ik ben ervan overtuigd dat een dergelijk onderzoek zou aantonen dat er niet zoiets bestaat als "typisch SF", zeker niet op het niveau van de inkleding van het verhaal. Dit heeft Asimov wel afdoende bewezen. Het tweede soort van definities kan men aanduiden met de term "wetten". Het zijn vooral sfans en auteurs die er zich aan bezondigen. In IS 5, p.3-4, geeft ook Eddy C. Bertin er een ten beste. Opvallend is telkens weer de onleesbaarheid van die dingen. Geen mens heeft er plezier aan, alleen de steller terwijl hij ze schrijft.

29


Ik spreek uit ondervinding. Mijn bezwaar is dit keer dat dergelijke ondernemingen nooit verhelderend zijn voor het verschijnsel SF. In sommige gevallen kan het een hulpmiddel zijn om b.v. space-opera te onderscheiden van science-fantasy. Maar weten we daarmee iets meer over SF ? En was dat niet de bedoeling van de definitie, namelijk duidelijk maken wat SF is ? Aan het einde van voornoemd artikel vinden we een uitspraak die m.i. veel belangrijker is dan de definitie. "... De werkelijke eisen van de lezer zijn dezelfde als voor elk literair genre...". Deze eisen worden als volgt omschreven: "... onderhoudende, aangename lectuur... waar iets moet van achter blijven...". Ik vrees dat niemand De Bijbel, of Plato, of Dostojowski, of Joyce onderhoudend kan vinden, en Ballard is zeker niet aangenaam om te lezen. Dus... En wat precies moet er achter blijven ? Na het lezen van Daisne en Lovecraft bv. krijg ik steeds hevige braakneigingen. Telt dat ook mee ? Wanneer men aan literatuurkritiek wil doen (literaire kritiek laten we beter over aan AndrĂŠ Demedts en fossiele redakteurs van ultra-reaktionaire tijdschriften) moet men over een waardeschaal beschikken. Uiteraard. Nochtans is het mij opgevallen dat zoiets nooit in IS is afgedrukt, en toch wordt er voortdurend aan bespreking en beoordeling gedaan. Ik zie bv. geen enkele reden om minderwaardige produkten meer aandacht te geven dan ze waard zijn, alleen om het feit dat ze in de sfeer van de SF liggen. Ik vind dat het maar eens moet uit zijn met het propageren van de "amerikaanse" sfan. Ik althans heb geen zin om de rest van de literatuur te laten rotten omdat ik ook wel van SF houd. Sfan zijn is leuk, een blad als IS is het ook, maar waarom toch steeds weer die eenzijdigheid ? Waarom steeds die superlatieven ? Laten we eerlijk zijn: het grootste gedeelte van wat gewoonlijk onder SF, Fantasy en vooral Horror gekatalogeerd wordt is verbruiksliteratuur, commercieel zonder meer. Het is noodzakelijk dat we dit inzien, dat we kritisch staan, ook tegenover een literair verschijnsel dat om een of andere reden onze voorkeur wegdraagt. Voorkeur is een persoonlijke zaak, men leest wat men wil, er is geen enkele instantie die het recht heeft een bepaald soort of genre te verbieden. Maar als redelijke wezens zijn we verplicht waarden toe te kennen. Sprekend over literatuur is een eerste vraag die we ons kunnen stellen: is dit werk goed geschreven ? Zijn m.a.w. de middelen die de auteur heeft aangewend om zijn doel te bereiken ook verantwoord ? Dit houdt in dat men een oordeel velt over het woordgebruik, de zinsbouw, de opbouw van de intrige... Belangrijker dan dit is de vraag of datgene wat de auteur tracht mede te delen de moeite waard is. Literatuur is steeds een mededeling van een mens (de auteur) aan een andere (de lezer, het publiek). Indien de mededeling bestaat uit b.v. de nuchtere vaststelling: Jan lust geen tomaten op vrijdag, dan is het wel erg moeilijk om daarin een waardevolle uitspraak te zien. Wordt daarentegen iets gezegd dat oorspronkelijk is, dat gezegd moet worden, dan spreekt men van "waarheid". In de literatuur, net zoals in alle andere menselijke activiteiten, wordt waarheid onthuld. De mens is immers een zingevend wezen, de wereld zonder de mens heeft geen absolute zin of betekenis. Toch is deze zin ook voor de mens niet van meet af aan duidelijk. Al zijn inspanningen zijn erop gericht om het universum waarin hij zich bevindt zin te geven. En zo wordt de waarheid onthuld. Deze waarheid kan oppervlakkig zijn,

30


of vaag, bv. Jan gaat op zaterdag niet werken (in de veronderstelling dat deze uitspraak overeenstemt met de werkelijkheid of de voorgestelde werkelijkheid). De waarheid kan ook fundamenteel zijn. "Jan is een sterfelijk wezen" is ook een waarheid, waarvan de gevolgen echter voor bv. Jan wel erg verstrekkend zijn... Passen we dit nu toe op SF. Het is meteen duidelijk dat heel wat werken niet boven het vage, oppervlakkige of zelfs banale uitkomen. Dit betekent niet dat men ze zonder meer kan afwijzen. Op voorwaarde dat ze beantwoorden aan het eerste kriterium, nl. dat de middelen aan het doel moeten aangepast zijn, kunnen deze werken bv. zeer goede ontspanning zijn. In feite stijgen slechts enkele auteurs boven het niveau van de ontspanning uit. Het zijn werken waarin aan de hand van een verantwoorde intrige, in een verantwoorde stijl en materiële inkleding, een visie gegeven wordt op een wezenlijk aspect van het menselijk bestaan. In het geval van SF worden de regels van de bestaande literatuur verruimd op een of meerdere punten. Zo kan de materiële inkleding, het decor variëren van de oertijd tot het eschaton, kan de intrige door de fantasie in vroeger onvoorstelbare richtingen uitgewerkt worden, kan zelfs de stijl, het woordgebruik, de zinsbouw drastisch gewijzigd worden. In tegenstelling met de klassieke roman bv. worden vaak uiterst verrassende aspecten van het menselijk bestaan belicht, aspecten die ontsnappen aan de doorsnee mens. Er zijn echter auteurs, en niet alleen in SF, integendeel misschien, die niet de minste belangstelling vertonen voor deze waarden. De enige bedoeling is vaak het schrijven en verkopen van "aangename" leesbare dingen. Vooral die schrijvers die een fijne neus hebben voor mode-verschijnselen zijn er op die manier in geslaagd zeer rijk te worden... Iets anders is het wanneer een auteur in zijn werk waarden voorstelt of verdedigt die tegen de fundamentele waardigheid van de mens ingaan. Dit is m.i. vooral het geval in de zgn. horror-literatuur. Het mensbeeld dat men vindt in de ontspanningsliteratuur zoals hoger beschreven is duidelijk karikaturaal, onvolledig dus en met verwrongen verhoudingen. In de horror-literatuur kan men zelfs niet meer van een mensbeeld spreken. M.i. is een van de belangrijkste kenmerken van de mens zijn zingevend bestaan in de wereld, samen met de "andere". Zelfs deze waarde, zonder dewelke het leven zin-loos wordt, wordt niet alleen ontkend in de horrorliteratuur, het tegenovergestelde wordt zelfs met een onwaarschijnlijke kwaadaardigheid en met een overtuiging, een betere zaak waardig, steeds weer herhaald. Indien onze wereld inderdaad bevolkt wordt door duistere machten en onvermoede verschrikkingen waartegen geen verweer bestaat, indien deze krachten werkelijk op de vernietiging, en dan nog liefst op de meest walgelijke en bloedige wijze, van de mens uit zijn, alleen maar omdat zij kwaadaardig zijn, dan heeft deze wereld voor de mens geen zin meer. De enige rol die hij nog kan vervullen is die van onschuldig slachtoffer van machten die hem te boven gaan. Sommige auteurs antwoorden hierop dat dit wereldbeeld duidelijk verzonnen is, en dat het alleen de bedoeling is om de overigens van de hele toedracht bewuste lezer eens lekker te laten griezelen. Zelfs in dat geval weiger ik aan een dergelijk menipuleren enige waarde toe te kennen. Zoiets is niet alleen volstrekt nutteloos en dus overbodig, het heeft bovendien een zeer nefaste invloed op een groot aantal lezers. Het is me inderdaad herhaaldelijk opgevallen dat zelfs personen die een universitaire vorming

31


hebben genoten toch nog aarzelen om toe te geven dat de occulte wetenschappen en alles wat ermee te maken heeft gewoon verzinsels zijn. En dat terwijl de wetenschap reeds geruime tijd heeft uitgemaakt dat bv. de geschriften (Kabbala...) waarop deze wetenschap en deze literatuur zich "baseert" niets anders zijn dan de produkten van de folklore, het volksbijgeloof, misverstanden, gebrek aan kennis van taal en realia bij het lezen van bepaalde werken, en, wat erger is, gewilde obscuriteit en opzettelijk foutieve interpretaties. Het is dan ook met teleurstelling, soms zelfs verontwaardiging dat ik maandelijks geconfronteerd wordt met de horror-bijdragen in IS. Alle lof voor de deskundigheid waarmee sommige zijn opgesteld. Maar de onbegrijpelijke naiviteit en de grenzeloze smakeloosheid van bijdragen als "De silhouet op de heide" van W. Magiels (IS 6, p.5-6) en "Waarom bang zijn ?" van Eddy C. Bertin (IS 5, p.13-14) kan ik niet meer appreciĂŤren. Over "De monsters zijn onder ons" van Julien C. Raasveld zullen we het maar niet hebben. Als men dit soort dingen vergelijkt met wat goede SF kĂ n zijn, dan is de tegenstelling wel duidelijk. De frisse originaliteit, de diepdoorleefde ernst, de sprankelende humor, de scherpzinnige uitwerking van gedurfde intriges die zo tekenend is voor de betere SF ontbreekt volledig bij de grauwe en super-pessimistische horror. Vaak ziet men de begrippen "SF" en "Fantasy" aan mekaar gekoppeld. Soms ook "SF" en "Horror". Vooral bij de laatste combinatie ben ik steeds weer verbaasd. De twee hebben met mekaar niets, maar dan ook niets gemeen. Dit is mijn overtuiging. Ik ben ervan overtuigd dat anderen er een andere op na houden. Ik kijk met belangstelling uit naar de argumenten die de horror-fans zullen aanbrengen. Ik hoop maar dat ze niet uit de Kabbala gaan citeren. Karel D' Huyvetters

KLEIN GRIEZELVERHAALTJE, ENKEL VOOR INGEWIJDEN. Hij had eerst flauwtjes geglimlacht, daarna was hij naar de kelder getogen waar haar lijk nog steeds lillend en bloedruppelend aan de roestige vleeshaak hing, en toen was hij weer de woonkamer binnengestapt en had verklaard dat ze inderdaad nog steeds ten zijnen laste was, waarop de belastingscontroleur heel wijs had geknikt en met een rood potlood enkele aantekeningen had gemaakt op zijn formulier 234-bis. Waarvan akte. Leonard Frankenstein

32


1. Een zacht fris briesje beroerde het verse, malse landschap, met het nieuwe groen en het pas ontloken blad. Het was aangenaam warm nog, hoewel de zon toch aanstalten maakte, weg te duiken achter de aan de westelijke horizon opdoemende flatgebouwen, kantoren en fabrieken. Bruine en blauwwitte dampen schoten er uit de onbereikbaar hoge schoorstenen, bleven aarzelend even hangen, zweefden dan lanzaam weg, meegevoerd en uiteengedreven door de wind. Ze bevatten het stinkende verbrande vuil van de stad, maar hier in de vrije natuur had je er gelukkig geen last van. Lui en op haar gemak lag Bertie zich te koesteren in de laatste zonnestralen. Ze voelde zich lekker zo, het simpele leventje van het nietsdoen beviel haar wel. Ongeïnteresseerd overzag ze het weidse landschap, zover het oog reikte één grote groene vlakte, met hier en daar een boom of struik en natuurlijk, op regelmatige afstanden, de hallen. Als groteske bulten staken ze hun kop op, iedere vierkante kilometer gras had zijn hal en vanaf iedere hal liep een weg, als een smal grijs lint naar de horizon, naar een stad. De wegen waren de enige schakel tussen de hallen en de steden aan en achter, ja vér achter de kim, tussen henzelf en de stedelingen. Bertie wist hoe belangrijk deze enorme grasvlakte was; zij was hun woongebied. Men had haar hierover al in haar prille jeugd verteld, het was een van de grondslagen van hun bestaan. De kolonie was de enige in het land en dat verklaarde voor een groot gedeelte de vrijheid van haar ras. Als vormloze hoopjes lagen Bertie's soortgenoten, evenals zijzelf, in al dat groen, sommigen in groepjes, anderen alleen, maar stuk voor stuk genietend van de lentezon. Vaag verontrust bemerkte Bertie dat er beweging kwam onder de soezende meute. Traag en sloom begon er hier en daar eentje op te staan, moeizaam gevolgd door hardnekkiger zonaanbidsters. Het hele landschap leek te golven onder deze langzame verandering; ontelbare plichtsgetrouwe aktievelingen begaven zich nu op weg. Bertie niet, zij bleef liggen, hoewel ze heimelijk om zich heen keek. Verschrikt merkte ze op dat een van de figuurtjes niet met de grote hoop in de richting van de hallen sukkelde, maar in plaats daarvan naar haar toehobbelde. Het bleek Minet te zijn, Bertie was er al bang voor geweest, al dagenlang eigenlijk. Ze zag haar komen, terwijl haar tegenzin groeide. Ze had geen fut voor de regelmatig terugkerende arbeid, het lanterfanten beviel haar best. Brommend begroette ze Minet, toen deze eindelijk bij haar aankwam. "Kom," hijgde deze nog na, "het wordt tijd dat je ook eens wat voor de gemeenschap gaat doen." Vorsend keek ze Bertie aan. "Je hebt er geen zin in, hé?" merkte ze pienter op. Ze kende onderhand haar pappenheimers wel, dat bracht haar taak als hoofdleidster van sektie acht nu eenmaal met zich mee. Niet één, die tot nu toe met enthousiasme het werk, hoe weinig dit ook was, had aangevangen. "Ik ben nog niet helemaal hersteld," verdedigde Bertie zich. "Ik voel me nog niet fit genoeg." "Dat zal wel," spotte Minet. "Ik heb precies bijgehouden hoe lang het nu geleden is dat jij je baby hebt gekregen dame, en volgens mijn notities is dat op de kop af drie weken. Zowel jij als baby zien er oergezond uit, er is dus geen enkele reden voor je, om niet naar de hal gaan. Twee keer per dag maar,

33


Bertie!" overreedde ze vurig, "je bent er alles bij elkaar een uur of twee mee kwijt, dat is alles!" Nuchter ging ze door: "Je moet iets voor het behoud van je vrijheid over hebben, daar is weinig aan te doen." "Ik geloof niet dat ik me al genoeg heb kunnen oefenen in zelfbeheersing," weerlegde Bertie koppig, "ik kan de test nooit doorstaan." "Wel, dat merken we dan vlug genoeg, lukt het nu niet dan misschien de volgende keer," meende Minet slim. "Verzet je nu niet langer, het heeft geen enkele zin." En langzaam begon ze de richting van hal acht, waarin de meeste van haar groepsgenoten reeds waren verdwenen, uit te lopen, onderwijl af en toe omkijkend of Bertie haar volgde. Bertie moest wel, wilde ze nog een beetje in tel blijven bij haar vriendinnen. Mokkend verfoeide ze haar nog zo kortstondige moederschap. Zogauw je een baby had gehad werd je volwassen geacht en kon je meedraaien in de productie: v贸贸r die tijd hing je er maar zo'n beetje bij, maar dat hield in dat je lekker niets hoefde te doen en vooral, dat je geen zelfbeheersing hoefde te tonen. Nu ging dat allemaal anders worden. Toch, voor het eerst voelde Bertie een prettige spanning, een verwachtingsvolle tinteling. Volgens de verhalen kon je van alles meemaken in de hallen, vooral met de werkers. Ze versnelde haar pas iets en kwam zo naast Minet te lopen. "Wat moet ik precies doen?" vroeg ze nieuwsgierig. Minet glimlachte vaag, ze had de verandering van stemming al half en half verwacht. "Tonen wie je bent. Tonen wie er de baas is," antwoordde ze fier. "Hoe?" vroeg Bertie kort, Minet mocht wel eens duidelijker zijn. "Kijk, het zit zo," begon de groepsleidster haar uitleg, "de werkers moeten van het begin af aan merken wie het hier voor het zeggen heeft, niet zij, maar wij. Zij zijn van ons afhankelijk, onthoud dat goed. Daarom moet je ook meteen de eerste keer dat je bij de productie wordt ingeschakeld laten merken dat je rasecht tot de heersende groep behoort." "En wat houdt dat in?" informeerde Bertie. De spanning in haar grote lijf nam toe, de hal kwam akelig dichtbij en daarmee het onbekende. Rustig ging Minet door: "Je moet niet toeschietelijk zijn. Je moet optrekken en ik waarschuw je dat dat niet zal meevallen, zeker de eerste keer niet. Zo gauw de werkers merken dat je niet mee wilt geven zal er wel eentje op je afkomen. Meestal maken ze geen moeilijkheden en geven ze je de kans uit te leggen wat er aan de hand is. Dan moet je iets eisen. Praten tegen hen hoeft niet want dat begrijpen ze toch niet, je moet het gewoon met gebaren duidelijk maken. Heb je iets wat je zou willen?" informeerde ze vriendelijk, "een keertje ekstra lekker eten of zo?" Bertie knikte stom. De angst voor het onbekende begon zich steeds erger aan haar op te dringen. Dreigend torende hal acht boven hen uit. "Ik denk niet..." begon ze trillerig, doch Minet viel haar in de rede: "Lukt het niet dan heb je pech gehad. Maar geloof me, het valt best mee. Optrekken, steeds maar optrekken, dat is het systeem. Dan ontstaat er adrenaline en zogauw je die weet te produceren is het voor elkaar. Adrenaline voorkomt namelijk de werking van de oxytocine; zoals je misschien nog wel weet van je lessen veroorzaakt oxytocine de spanning die jij nu zo duidelijk voelt." Hierbij keek Minet naar haar jongere soortgenoot en sussend voegde ze er aan toe: "Zo gauw de spanning weg valt weet je dat het je gelukt is. O ja: nog een hulpmiddeltje. Prent jezelf in dat het pijn doet, gegarandeerd dat je dan je zin weet door te drijven," en resoluut voerde ze de angstige Bertie met zich mee, naar de wijdopenstaande deuren van hal acht. Vertwijfeld draaide Bertie zich nog eenmaal om. Met heimwee in het hart staarde ze over de uitgestrekte groene vlakte, die haar tenminste bekend was. Toen stortte ze zich in het oorverdovend lawaai van de hal, angstvallig in de buurt van Minet blijvend. Dicht opeengedrongen stonden haar rasgenoten, in groepjes van een stuk of tien. Overal om zich heen ontwaarde ze apparaten van glanzend staal, waarbij de blauw-

34


gekleurde werkers druk doende waren. Soms hielp er eentje voorzichtig een van hen en dit alles geruisloos, althans naar Bertie's mening, zeker in vergelijking tot het lawaai wat haar soort produceerd. Het gekwebbel, gelach en geroep wat de luidruchtige troep ten gehore gaf werd door de wanden van de koepelvormige hal nog eens weerkaatst, om in een dreigende kakofonie op Bertie neer te dalen. Haar gemoedstoestand werd er niet beter op'. "Kom," overschreeuwde Minet het lawaai, "hier is nog plaats." Beduusd hobbelde Bertie achter haar aan, naar een van de stalen apparaten. "Wat..." stotterde ze zenuwachtig, maar Minet liet haar niet uitspreken. "Als ze je je zin niet geven Bertie, geeft niets. Ik sta vlak bij je, moet je maar denken;" en grimmig lachte ze haar tanden bloot. Toen gaf ze een wilde kreet. Ogenblikkelijk snelde een van de werkers op hen toe, friemmelde wat aan Minet en kwam toen op Bertie af. "Denk eraan, toon je zelfbeheersing! Optrekken, hĂŠ!" hoorde Bertie haar leidster nog schreeuwen, toen niets meer. Ze had alle aandacht nodig voor zichzelf. De werker was weg, merkte ze, maar wat had hij gedaan? De grote hal leek te tollen en schemerde groen voor haar ogen. Een hevig opdringende spanning overviel haar, Grote Mientjes nog aan toe, dit was niet te stoppen! Wat had Minet ook weer gezegd? Optrekken. Optrekken, ja, maar ze wilde zich laten gaan, ze wilde die spanning kwijt. Optrekken moest ze, maar hoe? Zich inbeelden dat het niet fijn was, dat het pijn deed? Ze wilde niet, ze kon niet. Of toch? Zelfbeheersing, zelfbeheersing, toon wat je waard bent, denderde het door haar kop, terwijl ze hevig zweette en stond te zwiemelen op haar toch al dunne benen. Zelfbeheersing, optrekken... En ineens, waarachtig, de spanning nam af. Ze voelde zich minder geneigd toeschietelijk te zijn, langzaam ebde het ondraaglijke gevoel, zich te moeten laten gaan, weg. Een wilde triomf roffelde door haar lijf. Het was haar gelukt! De eerste de beste keer! Zegevierend kraaide ze het uit, terwijl ze enthousiast haar hoofd in de richting van Minet draaide. "Gefeliciteerd!" riep deze haar hartelijk toe. Bertie knikte gelukkig. Zelfbewust zocht ze de bedrijvige ruimte af naar de een of andere werker die haar zou kunnen helpen, beter nog, die haar eis zou kunnen inwilligen. Ze wilde een lekker maaltje voorgezet krijgen, dat had ze wel verdiend! Met lange uithalen begon ze te roepen, waarop een van de werkers, niet ver van haar vandaan, zich lusteloos omdraaide en haar richting kwam uitsloffen. Kwaadaardig keek hij haar aan, hij moest beslist haar triomf bemerkt hebben, en inspekteerde toen de machine waaraan Bertie niet had gehoorzaamd. Gespannen wachtte ze zijn reaktie af. Nu dan, nu zou hij toch onderhand gemerkt hebben dat ze had vertikt mee te werken. Nu zou hij haar te kennen moeten geven dat ze iets kon eisen. Ze voelde wat; de werker friemelde aan haar lichaam, bepaald ruw moest ze zeggen. Protesterend uitte Bertie een kreet, de man reageerde er amper op. Ze zag hoe hij met een van boosheid vertrokken gezicht een klein voorwerp greep, daarna even van haar wegliep, om terug te komen met een rammelend geval aan een van zijn voorpoten bengelend. Ze merkte nog op dat hij ging zitten en toen werd het opnieuw groen voor haar ogen. Ditmaal was het heviger nog, intenser. Ze voelde hoe haar huid begon te gloeien, geprikkeld werd door masserende handen. Verbeten tuurde Bertie voor zich uit, hier had ze niet op gerekend, hiervan had Minet haar niets verteld. Een tweede poging haar aan het werk te krijgen, en wat voor poging! Handen die zich sloten, knepen, openden, sloten, knepen, openden. De neiging, zich te laten gaan, groeide bij iedere zachte druk. Ze leek geen vat te kunnen krijgen op haar lichaam. Zelfbeheersing, ze wilde wel, maar geest en lichaam reageerden afzonderlijk. Het doet pijn, Mientjes nog aan toe, wat doet het pijn ! schreeuwde ze zichzelf toe, maar kon wel huilen om deze

35


poging zichzelf te bedotten. Vastberaden echter, tegen haar hele natuur in, richtte ze zich op de pijn. Zelfbeheersing, zelfdiscipline, de woorden schenen zich door haar bloed te pompen, sneller en sneller. Totdat, eensklaps, het schuren tot haar doordrong. Konstant tartten de rauwe vingers haar fijngevoelige zenuwen, onaangenaam, koud, pijnigend.... En opnieuw was het haar gelukt. Langzaam ebde de spanning uit haar weg, zwetend begreep Bertie dat ze er voor de tweede maal in geslaagd was adrenaline te produceren. Moe maar voldaan keek ze om zich heen. Het eerste wat haar opviel was het woedende gezicht van de werker. Zijn dunne voorpoten zwabberden wild op en neer en toen het koddige hiervan tot Bertie doordrong zocht haar opgekropte spanning zich een uitweg en schoot ze in een zenuwachtig niet te stuiten gelach. Onbedaarlijk bulderde ze om de grappig wapperende pootjes, keerde zich ondertussen naar Minet. Toen pas viel het haar op hoe grimmig deze de werker opnam. Nog nahikkend van het lachen wilde Bertie Minet vragen wat er aan de hand was, ze kreeg er echter geen kans voor. Want juist toen wilde de werker zich bevend van machteloze woede, naar zijn kameraden begeven. Hij kwam niet ver, nog geen drie stappen. Precies bij de tweede stak Minet haar been naar voren. De werker struikelde, probeerde zich nog overeind te houden, maar viel op de grond. Meedogenloos gaf Minet hem een stamp na. Verschrikt staarde Bertie haar leidster aan. "Waarom dat?" vroeg ze scherp; "was dat nou persé nodig?" Kort knikte Minet van ja. "Moet ie maar niet zo eigenwijs zijn," voegde ze er aan toe, terwijl ze de werker op de grond koud bekeek. Dan weer opgerold, dan weer als een boog gespannen kronkelde hij over de vloer. Uit zijn keel borrelden grommende kreten op, afgewisseld met kermend gepiep. "En dit is nog niet alles," vervolgde Minet wraaklustig, "ze zullen merken dat ze jou niet onmiddellijk hebben gehoorzaamd." Ze hief het hoofd op toen ze in de verte het geroffel van rennende voeten waarnam. Een aantal werkers, een brancard met zich meeslepend, kwam aangehold. "De werker is zwaargewond," zei Bertie ongerust, "je hebt hem het ziekenhuis ingetrapt, Minet." "Weet ik," antwoordde Minet autoritair, "dat was ook de bedoeling. Kom, ga mee naar de uitgang, dan vangen we de rest op en vertellen hen wat er is gebeurd. De anderen zullen beslist achter je staan. Zowat iedereen had zich nu verzameld voor de hal, het nieuwtje over het sukses van Bertie had zich als een lopend vuurtje verspreid. Vooraan stonden Minet en Bertie; rustig, blijk gevend de situatie meester te zijn, sprak Minet de aanwezigen toe. "Het incident op zich kan nog zo onbelangrijk zijn, we kunnen er niet zomaar aan voorbijgaan. Wanneer we beginnen dingen als dit toe te staan is het hek van de dam. Binnen de kortste keren zullen onze aandacht én onze zelfbeheersing verslappen en krijgen we niets meer van hen gedaan. Nee, we moeten de werkers er op wijzen dat ze ons hebben te gehoorzamen en aan onze wensen gevolg hebben te geven en daar is maar één afdoende methode voor." Veelbetekenend zweeg ze een moment, ging toen door: "Staken." Afwachtend keek ze de groep voor haar aan en vroeg: "Zijn jullie het daarmee eens?" Verward gemompel was het gevolg. Iedereen wachtte op iedereen, niemand wilde te enthousiast reageren, niemand wilde de eerste zijn. Toch, aarzelend, een voor een, kwamen ze over de brug met hun positieve reaktie en betuigden hun solidariteit met Bertie en Minet. Staken! Natuurlijk! Om iedere reden, al was deze nog zo onbenullig! Het bracht tenminste wat afwisseling, bovendien was het al behoorlijk lang geleden dat er nog een flinke staking was geweest, het werd tijd dat men weer eens merkte hoe groot hun macht was! Maar Minet liet het er niet bij. Konsekwent in haar verbolgenheid had ze twee

36


boodschappers uitgezonden naar hal een, naar de Grote Mientje, de bekwame heerseres over de bewoners van het groene land. Gespannen wachtte ze nu op de terugkomst van de koeriers. Zou Mientje haar impulsieve reaktie goedkeuren, meer nog, zou Mientje achter haar staan? Zo ja, dan verwachtte Minet dat de staking, die nu slechts haar groep, groep acht, betrof, zich over de hele kolonie zou uitbreiden. En volgens haar begrippen kon ook alleen dat een werkelijk goed effekt sorteren.... 2. Met gezwollen ogen van het langdurig huilen keek Diana op naar Steef, die ongedurig door de kamer stampte, nu al een kwartier lang. "Wat moeten we toch beginnen?" vroeg ze wanhopig, haar snikken bedwingend. "Ik kan het zo niet langer aanzien," besloot ze huilerig. Driftig haakte Steef hier op in: "Ik zeker wel? Denk je dat ik soms van graniet ben? God, waarom kun je hem zelf ook niet helpen!" "Wel ja, geef mij de schuld!" stoof Diana onbeheerst op en barstte toen weer in een huilbui uit. Steef besefte dat hij te ver was gegaan. Zoals altijd wanneer hij in drift wat had gezegd had hij er ogenblikkelijk spijt van; maar dan was het te laat. Sussend legde hij een arm om de schouders van zijn vrouw en vergoelijkte: "Je moet het niet al te serieus opnemen. Ik wilde alleen maar zeggen dat ons hele probleem opgelost zou zijn wanneer jij hem zelf zou kunnen helpen, zoals de vrouwen dat een eeuw geleden nog deden. Maar je moet dat niet begrijpen als een persoonlijk verwijt, jij kunt er ook niets aan doen, het is nu eenmaal de evolutie." "Zeg maar degeneratie, want dat is het," mokte Diana somber, binkte haar ellebogen op tafel en legde moedeloos haar hoofd in haar handen. "Al met al hebben we nog niet uitgedokterd wat we moeten doen," vervolgde ze. Het huilen had opgehouden en plaats gemaakt voor een alles overheersende gelatenheid. Steef reageerde: "Ik zou toch eerst nog eens met hem naar het ziekenhuis gaan Diana, misschien dat ze je nu wel kunnen helpen." "Denk je?" spotte zijn vrouw, "nou, ik betwijfel het. Maar goed, er zit weinig anders op, hij is jammer genoeg nog te klein voor ander voedsel." Met tegenzin stond ze op van de stoel waarop ze geplakt scheen te zitten en liep langzaam naar de babykamer, op de voet gevolgd door Steef. Voorzichtig deed ze de deur open, de baby mocht toevallig eens slapen. Maar nee, meteen toen ze binnenkwam zag ze het al; met wijdopen ogen lag hij doodstil naar het plafond te staren, althans dat leek hij te doen. Hij verroerde zich zelfs niet toen Steef en zij naar binnen gingen. Met moeite bedwong Diana de tranen die opnieuw tevoorschijn wilden rollen. Ze moest flink zijn, huilen hielp niets. Maar bij het zien van het magere scharminkletje in de weelderig opgetuigde wieg, het kleine babytje dat hun zoon Jef was, werd de ontroering én de onmacht haar teveel. Het was Steef die de kleine jongen uit zijn wieg pakte, o zo voorzichtig. Meer nog dan toen hij geboren werd leek zijn Jef nu zo breekbaar als porselein, de ribbetjes en botjes staken door het tere velletje, het buikje was opgezet als een ballon. Wat zou hij er voor geven wanneer zijn zoon weer zou brullen als een ongetemde leeuw, iets wat hij een week geleden nog zou hebben vervloekt. Maar het zachte gekerm dat hij nu af en toe produceerde sneed hem, iedere keer dat hij het opving door de ziel. "Kom," vermande hij zich, "naar het ziekenhuis. Het heeft geen zin hier te gaan staan grienen. Ik ga met je mee," voegde hij er aan toe, toen hij de angst in de ogen van zijn vrouw zag, "en ik zal ze daar verdorie een veeg uit de pan geven als ze ons geen eten voor Jef meegeven!" Berustend knikte Diana, dat kende ze. Maar ze maakte zich toch klaar om te vertrekken... Het hele ziekenhuis leek één baby-afdeling, tenminste aan het geluid te oordelen. Meteen al toen ze hun eerste stappen in de drukke hal zetten wisten Steef en Diana welke richting ze uitmoesten; het gekrijs en geblèr wees hun de weg. Toch belandden ze nog bij de verkeerde ruimte; het lijdelijke; protesterende gebrul bracht hen op

37


baby-afdeling, dat wel, maar het was de kliniek voor interne gevallen, hier lagen de babies die in het ziekenhuis geboren waren of er kort na de geboorte terecht waren gekomen. Met een taxerende blik bekeek Diana de ondervoede wezentjes, toch, haar scherpe oog merkte op dat ze, al waren ze ondervoed, er over het algemeen niet zo slecht uitzagen als haar kleine Jef. "Steef!" stootte ze uit, "deze babies worden voorgetrokken! Zij hebben wél voedsel gehad!" "Kom nou maar," meende Steef, "het heeft weinig zin daar nu over te gaan zaniken, wij willen eten voor Jef, af uit." Ze klampten een zuster aan en informeerden waar ze moesten zijn. Stroef wees de verpleegster hen de weg, haar gezicht een uitdrukkingsloos masker. Het maakte hun stemming er niet beter op. De wachtkamer. Aarzelend draaide Diana de deurknop om, het geluid dat hier tot hen doordrong was aanzieniijk minder dan bij de kraamkliniek. Het gaf haar een vage hoop op een toestand die misschien nog niet zo slecht was. Enigzins verlegen duwde ze de deur open en wilde een timide goede morgen brommen, de woorden bleven echter in haar keel steken. Met grote ogen staarde ze de wachtkamer in, wanhopig keerde ze zich om naar Steef, die met de baby op zijn arm achter haar aankwam. "Het heeft geen zin, Steef," stamelde ze, "kijk dan toch!" Op de daarvoor neergezette stoelen en banken zaten ze, maar daarop niet alleen. Op de tafels met leesmateriaal zaten ze, op de grond zaten ze. Er hingen er zelfs tegen de muur, moedeloos en teneergeslagen. En babies, overal babies. Ondervoede magere scharminkels, weinig meer dan skeletjes, die uitgeteld en lusteloos in de armen van hun ouders lagen. Slechts weinigen wisten nog de energie op te brengen, een deuntje te huilen. "Kom erin. Maak het je gezellig," merkte een van de aanwezigen sarkastisch op. Strak aanschouwde Steef de afwachtende troep. Hij ging hier niet bijstaan, voor geen geld! Niets leek hem nuttelozer dan dit: "Hou jij de baby bij je," fluisterde hij Diana toe, "ik ga op voedsel uit. Desnoods gap ik het." en snel gaf hij Jef over aan zijn vrouw. "O ja," merkte dezelfde sarkastische stem van eerder weer op, "voordat je jezelf nodeloos gaat inspannen, eten hoef je hier niet te zoeken. Het is er wel, maar het beetje dat ze hebben wordt streng bewaakt. En de hoge heren hoef je momenteel ook niet op het lijf te gaan zitten; die krijg je toch niet te pakken." Dat was zo. Achter gesloten deuren voerde Dr.Tangens, geneesheer-direkteur, in aanwezigheid van een wanhopig hoofd van de kraamkliniek, voor de zoveelste maal een verhit telefoongesprek met de direktie van de melkerij. In de afgelopen dagen had hij, en hij niet alleen, hen het hoofd dolgezeurd, de scheldwoorden die hij had bijgefantaseerd waren niet te tellen, ze hadden echter tot nu toe niet mogen baten. Het enige dat hij te horen kreeg was: "Wij willen het zo lang mogelijk proberen uit te zingen, misschien is het lang genoeg, misschien gaan ze voortijds door de knieën." Maar ze waren niet door de knieën gegaan. De staking duurde nog steeds voort. En de toestand was nu kritiek te noemen. Zeer zeker. "Stijfkoppen." gromde Tangens kwaadaardig. "Het is geen stijfkoppigheid," meende de stem aan de andere kant van de lijn zich te moeten verdedigen. "Bovendien, het gemeentebestuur staat achter ons." "Interesseert me geen donder," kefte Tangens terug, waarop de ander zuchtte: "We hadden gehoopt dat ze de staking niet zo lang zouden volhouden. Merk je niet dat hun macht over ons steeds groter wordt!" De stem schreeuwde plotseling onbeheerst: "Weet je wel waarvoor ze nu staken?! Om niets! Om een prulreden! Een nieuweling die wil laten zien dat ze het optrekken ook onder de knie heeft en haar eis niet ingewilligd ziet!"

38


"Kan me niet verdommen!" brulde Tangens hier tegenin. "Weet je wel waarvoor ik hier zit te pleiten?! Voor levens! Onschuldige kleine babyleventjes!" Bitter ging hij door: "Werkelijk, het kan zo niet langer. Ik begrijp wat jullie proberen te bereiken, maar doe het asjeblief op een andere manier; babies kunnen niet zo geweldig veel doorstaan, weet je. Waarschijnlijk zijn er al enkele die er aan kapot gaan," besloot hij mismoedig. Vooral dit laatste maakte indruk op de tegenpartij. Er volgde een stilte, waarvan Tangens gebruik maakte; "we hebben geen alternatief, dat weet jij even goed als ik. Van alle kanten is er pressie uitgeoefend op onze zogeheten bondgenoten, maar geen enkel land waagt het ook maar iets van hun melkvoorraad af te staan. Ze zouden ook wel gek zijn, goedbeschouwd, zelf kunnen ze immers ook iedere dag hun melkbank aan moeten spreken." "Hoe staat het met onze melkbank?" informeerde de man van de melkerij aarzelend. Smalend reageerde Tangens: "De melkbank is prachtig zolang niet alle babies tegelijk er gebruik van hoeven te maken. Onze voorraad was daarvoor tenminste nog niet groot genoeg," liet hij er peinzend op volgen. "Dat is dan een les voor de volgende keer," merkte de tegenpartij veelbetekenend op. Woedend stoof Tangens op. "Sakkerlootse stijfkop!" tierde hij, "er komt geen volgende keer! Begrijp je dat?" Gespannen trommelde hij met zijn vingers op het bureaublad voor hem. "Jullie zullen wat beters moeten verzinnen om die koeien eronder te krijgen! Nou, hoor ik nog wat? Laat onmiddelijk de melkers opdraven en geef die ene koe haar zin! Wat voor miezerige rotwens ze dan ook gehad mag hebben!" Uitgeput wreef de geneesheer-direkteur over zijn voorhoofd. Er volgde een korte pauze, toen hoorde hij een diepe zucht; waarop de telefoon kraakte: "Goed dan. Er zit weinig anders op. Vanavond krijgen jullie je eerste melk," en, na een lichte aarzeling, heftig: "Had je soms nog meer op je lever, meneer de dokter?" Zijn hoofd bonsde zwaar. Nu pas, nu hij wist dat de miserie bijna voorbij was, voelde Tangens hoe moe en beverig hij was. In een wilde opwelling reageerde hij zich plotseling af: "Ja! Nog ĂŠĂŠn ding! Die slampamper die niet onmiddelijk naar die nieuwe melkgeefster heeft geluisterd krijgt nog met mij te maken. Ik wil hem hier op het matje hebben!" Bitter reageerde de man van de melkerij: "Dat kan, mijn waarde dokter, dat kan. Ga hem maar opzoeken. Die slampamper ligt namelijk bij jou in het ziekenhuis. Meer dood dan levend..." Else Asteren

U DOET TOCH OOK MEE ? INZENDEN VOOR

39


Caleb Williams THE MEPHISTO WALTZ (Satan, mijn liefste) - USA 1971 - Regie : Paul Wendkos - Scen : Ben Maddow naar de roman van Fred Mustard Stewart Cam : William W. Spencer - Muz : Jerry Goldsmith/Franz Liszt 'Mephisto Waltz' - Mont : Richard Brockway - Prod : Quinn Martin for QM Productions - Verd : 20th Century Fox - Kleuren - Vert : Jacqueline Bisset (Paula Clarkson), Alan Alda (Myles Clarkson), Barbara Parkins (Roxanne Delancey), Curt Jurgens (Duncan Ely), Bradford Dillman (Bill Delancey), William Windom (Dr.West), Kathleen Widdoes (Maggie West), Pamelyn Ferdin (Abby Clarkson), Curt Lowens (Agency Head), Khigh Diegh (Zanc Theun), Alberto Morin (Bennet ). Films over het satanisme schijnen wel erg in trek te zijn tegenwoordig. Op enkele jaren tijd zagen we : 'Incubus' van Leslie Stevens (1965), 'I lunghi capelli della morte' van Antonio Margheriti (1965), 'La sorella di Satana' van Michael Reeves (1966), 'The Devil Rides Out' van Terence Fisher (1968) en 'The Satanist' van Zoltan G. Spencer (1968) om slechts de belangrijkste te noemen. Alle werden ze echter overschaduwd door dat ene, onvergetelijke meesterwerk van Roman Polanski 'Rosemary's Baby' (1968). Het was dan ook te verwachten dat hetzelfde thema gauw opnieuw bewerkt zou worden tot een nieuwe roman en film. In 'The Mephisto Waltz' vinden we alle ingrediÍnten terug uit Polanski's werk. De ambitieuze jonge man, die in zijn carrière een mislukking is en die plots zijn grote kans krijgt. Of het nu een toneelspeler is of een pianist doet weinig ter zake. Hij wordt geholpen door een overvriendelijke, plotse, kennis. Stilaan, maar zeker wordt ook zijn vrouw in de zaak betrokken en dit resulteert in het ene werk in de geboorte van het kind van de duivel en in het andere werk in een zielsverhuizing. Op zichzelf genomen is 'The Mephisto Waltz' helemaal geen slechte film. Er komen een aantal scenes in voor die baden in een demonische sfeer, maar zelfs deze sequenties zijn vervaardigd op het patroon dat door Polanski uitgetekend werd. Wendkos heeft echter niet begrepen dat het de onzekerheid was die van 'Rosemary's Baby' zulk een indrukwekkend schouwspel maakte. Nooit komt men te weten of de geheimzinnige gebeurtenissen werkelijkheid zijn, of slechts bestaan in de oververhitte, ziekelijke verbeelding van Rosemary. Dit accentueert de dreiging, welke opklimt tot ongekende hoogten. In 'The Mephisto Waltz' weet men al gauw dat Duncan Ely en zijn dochter Roxanne duivelsaanbidders zijn die al eeuwenlang op onze aarde rondzwerven in verschillende gedaanten. Het rondzeulen met een flesje waarin een blauw-groene vloeistof zit, waarmee het merkteken van de duivel op het voorhoofd van het slachtoffer gezet wordt maakt van deze prent een gewone griezelfilm. De technische zijde van deze prent is bijna volmaakt, knappe kleurenfotografie, met uitgezochte beeldhoeken, prachtige sfeervolle dekors van Walter M. Scott en Raphael Bretton en een vakkundige montage. De vertolking staat op een redelijk hoog peil; vooral Jacqueline Bisset is uitstekend in haar uitbeelding van de vrouw van de mislukte pianist. Ook Barbara Parkins, die we beter kennen als Betty Anderson uit de snert

40


TV-reeks 'Peyton Place', beeldt op prachtige wijze haar rol uit van duivelaanbidster. Alan Alda is iets minder geloofwaardig en Curt Jurgens geeft zijn allengs bekend geworden tics ten beste. Een Engels kritikus heeft voor 'The Mephisto Waltz' een beter passende titel gevonden, die we U niet willen onthouden, daar hij de inhoud van de verpakking beter omschrijft : 'Rosemary's Granddaughter'. ESCAPE FROM THE PLANET OF THE APES (De ontsnapten van de Apenplaneet) USA 1971 : Regio : Don Taylor - Scen : Paul Dehn, geïnspireerd op personages van Pierre Bouille - Cam : Joseph Biroc - Muz : Jerry Goldsmith - Mont : Marion Rothman - Maquillage : John Chambers - Spec.eff.: Howard A. Anderson C° - P : Arthur P. Jacobs - Verd.: 20th Century Fox Kleuren, Scope - Vert : Roddy McDowall (Cornelius), Kim Hunter ( Zira), Bradford Dillman (Dr.Lewis Dixon), Natalie Trundy (Dr.Stephanie Branton), Riccardo Montalban (Armando), Sal Mineo (Milo), Eric Braeden (Dr.Otto Hasslein), William Windom (The President), Albert Salmi (E-1), Jason Evers (E-2), John Randolph (Chairman), Steve Roberts (General Brody). Wie heeft er ooit eens beweerd dat de serial in de cinema dood is ? Hij is nog nooit zo levend geweest als nu. Het tijdperk van jaarlijkse afleveringen van James Bond, OSS 117, de mannen van UNCLE, Matt Helm, Fu Manchu, enz. zal in de filmgeschiedenis geboekstaafd blijven als een depressieperiode. Hoe komt het dat men na een goede eerste film, steeds verder het drijfzand inzakt ? Franklin J. Schaffners 'Planet of the Apes' (1967) was een geslaagde, originele SF-film. Daar de kostuums en decors nogal duur uitkwamen, moesten ze nogmaals gebruikt worden. Een andere reden kan ik niet zien die het verwezenlijken van 'Beneath the Planet of the Apes' (Ted Post, 1970) verrechtvaardigt. Iedereen was blij dat de aarde vernietigd werd in deze prent. Het was het einde. Maar men had niet gerekend op de vindingrijkheid van de Hollywood-producers en in 1971 kwam Don Taylor tevoorschijn met 'Escape From the Planet of the Apes'. De zaak werd nu omgekeerd. De apen brachten een bezoek aan onze tijd. Resultaat : de reeks zit helemaal in de put. Maar nu zijn de scenaristen slimmer geweest. Het einde van 'Escape...' roept als het ware om een vierde deel. Men kan zich hoogstens amuseren met (of ergeren aan) de stuntelige uitlatingen van een Dr.Hasslein over het tijdreizen en veranderen van de toekomst. De enige spirituele steek die de scenarist in de dialogen kreeg is de vraag van Zira : 'Waarom gebruiken de mensen petroleum om de vissen te doden ?' Het is lang geleden dat we nog zulk een ernstig bedoelde slap-stick comedie in onze zalen gekregen hebben. THE AQUARIANS (De watermannen) - USA 1970 - Regie : Leslie Stevens Scen : Leslie Stevens & Winston Miller - Cam : Clifford Poland Muz : Lalo Schiffrin - Mont : Erwin Dumbrille - Prod : Ivan Tors for Universal - Kleuren - Vert : Riccardo Montalban (Dr.Luis Delgado), José Ferrer (Dr.Vreeland), Leslie Nielsen (Informator), Kate Woodville (Barbara Brandt), Lawrence Casey (Bob Exeter), Tom Simcox (Jerry Hollis), Chris Robinson (Ledring), Curt Lowens (Ehrlich). 'The Aquarians' zijn mensen die een speciale kunstkiew ingeplant kregen waarmee ze in staat zijn om tot 3.000 voet onder de zeespiegel te komen, enkel met behulp van een licht duikerspak. Deze kunstkiew werd ontdekt door Dr.Delgado, wiens hulp ingeroepen wordt als aan de Afrikaanse kust een abnormale vissterfte gekonstateerd wordt. Delgado en zijn ploeg stellen een onderzoek in dat leidt naar een Chinees schip dat enkele jaren vroeger gezonken is met een hele lading zenuwgas, dat nu geborgen wordt door twee avonturiers om te verkopen aan de

41


meest biedende. EĂŠn van deze containers met gas explodeerde echter, vandaar de dood van de zeedieren. De man die het gas boven moest halen in Dr.Vreeland, een oude collega van Delgado, die een soort duikspin ontworpen heeft waarmee hij zich ruim goed kan bewegen op grote diepten. Zijn verrassing is groot wanneer hij plots een man op zich ziet toekomen op 3.000 voet onder water. Het is Delgado, die in moeilijkheden verkeert. Vreeland zal hem redden en ten koste van zijn eigen leven de twee avonturiers de dood injagen. Een niet bijster origineel scenario, dat door Leslie Stevens op vlotte wijze in beeld werd gebracht. Het blijft een heel eind onder het peil van Stevens' meesterlijke evocatie van de Lovecraft-wereld in 'Incubus' (zie I.S.7). Deze prent zou zeker niet misstaan als een deel uit de TV-reeks 'Voyage to the Bottom of the Sea', al ontmoet de expeditie nu geen zeemonsters. 'The Aquarians' is nu niet beslist een film om over naar huis te schrijven. Hij is gezien en al gauw vergeten, maar in deze komkommertijd is het nog altijd beter dan de talloze hernemingen van oude succesfilms, die ook best vergeten zouden worden.

een oog naar de ruimte - een oog naar de aarde

paul pandira

o luister naar de stilte die de dag omhult als een lijdzaam teken op de wangen van de morgen de mens staat op en krijt zijn huiver naar de sterren die verglijden in hun eigen continuĂźm van ruimte en tijd soms voelt een mens zich als een leeg omhulsel tegenover het vijandige duister, de kille nacht waarin nog steeds de afschuwelijke geheimen schuilen en vorm vinden in de waanzinnige ogen van een monster een oog naar de ruimte, een oog naar de aarde zo staat hij onzeker in zichzelve gehuld --ooOoo--

42


THE TRIUMPH OF DEATH (Een dodelijk triomf) - Engeland 1970 - Regie : Rudolph Cartier - scen : David Camton naar het verhaal van H. Russel Wakefield - Muz : Norma Kay - Prod : Harry Moore for B.B.C. - Vert : Claire Bloom (Amelia Lornan), Nora Nicholson (Miss Pendleham), Robert James (Dominee Redvale), Jean Anderson (Mrs. Redvale). Speelduur: 23 min. Een spookverhaal in beeld te brengen is één der moeilijkste taken die een cineast op zich kan nemen. Hier helpen geen bloed en sadistische uitspattingen om gruwel op te wekken. Men begint met niets en dan moet men met psychologische doorgronding van de personages (en vooral van de omgeving) en atmosferische effekten de toeschouwer koude rillingen doen krijgen. Bij het minste foutje in montage, spel of beeldkompositie verandert een ernstig spook in je reinste grand-guignol. Slechts weinig cineasten hebben zich aan dit genre gewaagd, met ernstige bedoelingen. Nog minder zijn er zonder kleerscheuren vanaf gekomen. Praktisch elke spookfilm heeft een klassiek verhaal als basis. Zo ook 'The Triumph of Death' dat verwezenlijkt werd naar het verhaal van de bekende Britse schrijver H. Russel Wakefield. Alle ingrediënten zijn aanwezig. Een oud huis, waar vroeger kinderen op rituele wijze afgeslacht werden, een krankzinnige oude vrouw, die er plezier in schept om haar gezelschapsdame de stuipen op het lijf te jagen, de petroleumlamp die geregeld uitgaat, donkere gangen, waar het weinige licht vervormd wordt tot zelfs de dominee die de gezelschapsdame wil redden, maar die zoals het hoort, te laat komt. Cartier is erin gelukt dit alles te mengen tot een fascinerende compositie van het bovennatuurlijke. Het begint zeer kalm, maar na enkele ogenblikken volgt er een steeds crescendo gaande suspense, die geen ogenblik aflaat, tot een daverende climax bereikt wordt. Nora Nicholson, als de oude dame, is bijzonder sterk en ondoorgrondelijk. Wil zij het meisje krankzinnig maken of bestaan al die stemmen en schimmen slechts in de overgevoelige verbeelding van Amelia Lornon ? Of spookt het wel degelijk in het oude huis ? Een enig werkje dat de aandacht van elke liefhebber ten volle verdient. Hopelijk krijgt Cartier gauw de kans om een langspeler van hetzelfde formaat te verwezenlijken. --ooOoo--

Informatie : ---------aangekondigde titels BRUNA 1972 : SF : TIJGER ! TIJGER ! door Alfred Bester ('Tiger ! Tiger !' alias 'The Stars, my destination', uitstekende SF-roman); HET TESTAMENT VAN ANDROS door James Blish ('The testament of Andros' en andere SF stories); DIERBAAR DOOLHOF door Robert Sheckley ('Dimension of Miracles', uitstekende stapelgekke SF roman) en DIEPVRIESBRUID, door Robert Sheckley (waarsch. verhalenselektie). FeH : EEN BEETJE BLOED VAN JOU, door Theodore SturgEen ('Some of your blood', aanbevolen psychologische horrorroman, licht gebaseerd op vampierthema); HET METHUSALEM ENZYM, door Fred Mustard Steward ('The Methuselah Enzyme', vlotte SF thriller op thema van eeuwige jeugd; werken van Nelson Bond, Robert Bloch en August Derleth. ECB --ooOoo--

43


Dit is de eerste rubriek van wat - hopen wij - een lange reeks wordt. Aarzel niet in de pen te klimmen om uw mening te verkondigen over INFO-SFAN en over de mannen die er stukjes in plegen. Iedere zinvolle kritiek wordt dankbaar aangenomen en gepubliceerd. Iedere briefschrijver draagt de volledige verantwoordelijkheid voor zijn bijdrage. De redaktie behoudt zich het recht voor - mocht dit in haar ogen noodzakelijk blijken - bepaalde stukken uit brieven in te korten. Zij zal echter in geen geval brieven of daarin verkondigde meningen verminken. Gewoonlijk zal de redaktie ook een paar woorden commentaar leveren op de inhoud van de ingezonden stukken. Nu, daar gaat ie dan: Van Eddy C. Bertin - Gent ------------------------"... Commentaar op Info 7, nou ja, gevarieerd zoals gewoonte. Laat de moed niet zakken omdat zo weinig mensen reageren. Belgische fans zijn nu eenmaal luierikken, dat hebben we stilaan begrepen. Kwestie van doorzetten, en hopen dat we ze eenmaal wakker kunnen schudden. Het BEOORDELINGSROOSTER vind ik persoonlijk een interessante opiniepeiling, hopelijk vinden de lezers dat ook. Hugh ! FANZINES ? Wel, als het hun zelfs te moeilijk is een briefje te schrijven, zie ik onze lezers bezwaarlijk een tijdschrift in elkaar klungelen. Ik ben wel een beetje een SF-fanaticus, en zelfs ik heb er geen tijd voor ! Dan ... DE TORENS VAN NERGENS. Proficiat... voor J.G. BALLARD. Want blz. 8 t/m 11 zijn zuivere, pure imitatie van Ballard. De wandelingen doorheen het verlaten landschap met het opstuivende zand, de uitgestorven stad met de geobsedeerde enkelingen die niet willen weggaan, de verborgen relaties tussen landschap en mensen die verborgen perspectieven schijnen te onthullen, de witte auto, de blonde vreemde vrouw met de zonnebril... we zijn volledig in THE DAY OF FOREVER, met lichtjes andere formuleringen van de woor-

44


den en personages. De plots verschenen wakende torens... wel, onze oude bekenden, THE WATCHTOWERS, zijn weer terug, maar ditmaal staan ze op de grond in plaats van in de lucht te zweven. Het gebruik van namen zoals Malcolm, Keranamaru... de psychotische obsessie der hoofdpersonen... de vermelding van de pornografie der toekomst... de gekozen vergelijkingen... de dialogen... Ballard, Ballard, Ballard... een zeer knappe imitatie, dat moet ik toegeven, en literair is het verhaal zeer goed behandeld, met enkele zeer spitsvondige terminologieën en vergelijkingen. Maar dan, halfweg blz. 11 veranderd de stijl helemaal en gaat over in een tamelijk routineachtig invasieverhaal, en dan nog zonder een fatsoenlijke ontknoping ! Werkelijk Julien, wat heb je beoogd met dit verhaal ? Je lezers te testen, of wat ? Was het verhaal verder afgewerkt als een Ballardpastiche (zoals 'Zeven dagen van Gomorrha' en 'Nota's voor een zenuwinzinking' in Galax destijds) dan zou het aanvaardbaar zijn, maar de overgang en het onbevredigende slot doen de waarde van het eerste gedeelte geweld aan. Raasveld is ongetwijfeld een talentvol auteur, maar hij zou uit Ballard's invloedveld moeten raken. Niettemin blijft het één der beste verhalen die we al in INFO kregen. Zijn SF : A MISUNDERSTANDING las ik al in Parallax, en samen met Versin's bepaling geven ze enkele interessante opinies weer. Filmrubriek was interessant als altijd, BOEKBESPREKINGEN ook, ben wel niet met alles akkoord, maar ja, elk heeft zijn smaak. CHECKLISTS zijn zoals gewoonlijk het ideale voor bibliofielen als wij. De gegevens over de Duitse SF inzake MOEWIG VERLAG zijn echter niet meer juist ! TERRA en TERRA EXTRA verschijnen niet meer, ze werden verleden jaar vervangen door een nieuwe reeks TERRA-NOVA, die misschien ook al niet meer verschijnt. PERRY RHODAN PLANETENROMANE verschenen tot en met nr 53, werden daar stopgezet en voorraden afgeprijsd zoals bijv. de Born-pockets via grootwarenhuizen tegen sterk gereduceerde prijzen..." Red. : Nou, misschien is Eddy's mening wat scherp geformuleerd, maar raak is het wel. Nu maar afwachten, wat Julien Raasveld op dit alles te zeggen heeft. O ja, bedankt voor de informatie betreffende Moewig Verlag, Eddy ! En binnenkort komen we met nog een beoordelingsrooster. Van Wilfried Cools - Sint-Niklaas --------------------------------"... M.i. is de droevige situatie aangaande Sfancon 2 te wijten aan twee fouten, die beide neerkomen op een gebrek aan inzicht (dit is natuurlijk wat hard geformuleerd !). Om te beginnen schijnt u te veronderstellen dat iedereen even Sfan-atiek is als u ! Ik denk dat dit nu niet bepaald het geval is. En ik stel me zo voor dat heel wat mensen de SF slechts in België hebben leren kennen, en daarbij gebleven zijn, d.w.z. ze bekijken het nog niet internationaal en zijn als dusdanig nooit met die sfeer vertrouwd geraakt welke eigen is aan fanclubs en dus ook aan Conventions. Hier in België bestond doodeenvoudig geen SF-vereniging. Dus hoe wilt u dat iedereen de zaken groots gaat bekijken als men er niet eens toe gestimuleerd wordt ? U geeft zelf gaarne toe dat u de eerste (goede) fanclub van België bent. Dus - en hier naderen we punt 2 - u moet ook helemaal van onder af aan beginnen ! Volgens mij is het de taak van SFAN ons diets te maken wat SF ons méér te bieden heeft. Vóór Sfancon 1 wist ik ook niet wat een congres was.

45


U moest ons daarover informatie brengen. Trouwens, het is net als met een ander festival: men moet er de nodige reclame voor maken. Dat was iets voor public relations. Even konkreter: - de 'reclame' bestond uit enkele bladzijden papier die Sfancon Reports werden genoemd. Persoonlijk vond ik van zo'n stukjes weinig overtuiging uitgaan. Waarom geen artikel in Info-Sfan ? - in die Reports werd gesproken over 'supporting members' die niet naar het congres mochten, maar die de Reports zouden ontvangen. Nu zegt u zelf dat alle leden deze Reports hebben ontvangen. Dat was dus al een dubieuze zaak. - u klaagt ook over de mislukking van de boekenbeurs die slechts op de eerste dag werd gehouden. Maar wie i) stelt er zoveel belang in een werkdebat en in een T-dansant en ii) wie kan het zich permitteren twee dagen uit te trekken voor een congres dat hij nog niet kent (cfr. ook logieskosten etc. die de prijs aardig naar omhoog duwen, om nog maar te zwijgen van het 'verteer' tijdens de party). Daar ik er 's zaterdags niet was kan ik mij vergissen want er kan toen ook 45 man aanwezig zijn geweest. - voor de cinefielen, die wisten slechts op het allerlaatste wat er zou worden vertoond. Overigens was Sfancon 2 ongeveer zo goed als nr 1. U hebt gelijk als u zegt dat er voor elk wat wils was. Verzorg wat beter uw diamontages en laat liefst geen verhalen meer voorlezen. Red.: We zijn niet Sfan-atiek, want we interesseren ons ook voor andere stromingen dan uitsluitend voor SF, hoewel het ons stokpaardje is ! Het mag dan waar zijn dat velen (maar lang niet allen !) SF slechts in eigen land hebben leren kennen, dit is geen verontschuldiging om eng te zijn en slechts het nationale verband te zien. En zelfs als er alleen belangstelling zou zijn voor SF in eigen land, is Sfancon niet een typisch nationaal verschijnsel ? Wel is het zo dat onze lezers nog meer vertrouwd moeten raken met het wereld-fandom in de SF in al zijn uitingen, meer speciaal fanzines en conventions. Dat proberen we juist te doen d.m.v. ons blad en Sfancons. En inderdaad beginnen we van onder af aan, want we geven u de verzekering, beste Wilfried, dat vele bijdragen in ons blad oude kost zijn voor de echte fan ! We zijn er ons ook van bewust dat we de volmaaktheid op verre na nog niet hebben bereikt, maar inmiddels doen we toch iets en dat betekent op zichzelf al heel wat. Nee Wilfried, gebrek aan inzicht kun je ons echt niet verwijten ook al blijven we "vatbaar voor beterschap" ! Van Julien Raasveld - Hoboken ----------------------------"... Waarom eigenlijk een voorzitter (red.: voor Sfan) ? Jullie hebben toch nog regelmatig bestuursvergaderingen, waarom dan niet op elke bestuursvergadering een ander lid als Verantwoordelijke nemen tot de volgende vergadering ? Zo wordt iedereen verplicht zijn boontje bij te dragen, als is het dan voor een zeer korte periode, en wordt niemand het teveel. De taken van de Verantwoordelijke kunnen dan vast omlijnd en gepland worden, en moeten uitgevoerd zijn, zonder excuses. Kan dat ook voor Info-Sfan niet gedaan worden ? Drie, vier mensen die samen een nummer moeten klaarstomen, volgend nummer aan een andere groep mensen, enz. Zo krijgt niemand

46


teveel op zijn schouders. Zo komt er ook eens wat afwisseling want tenslotte ga je uiteindelijk hetzelfde stramien volgen, en kom je tot een zekere verstarring. Jouw opinie ?" Red.: We vinden deze wijze woorden van Julien zeer geschikt voor een eerste polemiek in deze rubriek. Wie heeft hier een mening over ? Van A. Van Hageland - Alsemberg ------------------------------"... Ik las in het jongste nummer van INFO-SFAN uw kankerartikel naar aanleiding van dat interview in Holland-SF dat me t.z.t. ook heeft doen opschrikken. Ik begrijp dan ook volkomen uw voortvarendheid, al kan men iemand natuurlijk nooit veroordelen zonder hem goed te kennen. Ik wil lang niet zo streng zijn, maar er moet me toch in verband met uw degelijke uiteenzetting en argumenten van het hart dat ik inderdaad sedert zowat twaalf jaar heel wat boeken aan de Nederlandse uitgevers heb overgemaakt die een negatieve beslissing kregen, die ik nooit heb kunnen begrijpen. Uit tweehonderd of meer hier beschikbare SF-romans en verhalenbundels waarvan de meeste hetzij schriftelijk hetzij als leesexemplaar aan de respectieve Nederlandse uitgeverijen werden overgemaakt, citeer ik er hier enige waarvan ik nooit heb kunnen begrijpen om welke reden ze voor Nederlandse uitgave ongeschikt werden bevonden: Eerst en vooral van A.E. VAN VOGT: The Book of Ptath/ The Weapon Shops of Isher/ The Weapon Makers/ Slan/ Planets for Sale/ The Mind Cage/ The Winged Man/ Away and Beyond/ The Universe Maker/ The Silkie/ The Beast/ Empire of Atom/ The Wizard of Lynn/ enz. enz. Let wel, zonder commentaar... Verder citeer ik terloops volgende ongeschikte werken: alle hen tot hiertoe toegezonden Franse SF-romans van de reeks 'Anticipation' van Fleuve Noir: van de tientallen die ik ter inzage instuurde is er nooit ĂŠĂŠn weerhouden. Ook : - Jack Bertin: The Interplanetary Adverturers - Kris Neville: The Mutants - Ralph Milne Farley: The Radio Planets/ The Radio Beast - Stanton A. Coblenz: The Animal People/ The Moon People - H.P. Lovecraft: The Case of Charles Dexter Ward - Robert Bloch: Ladies' Dat/ This Crowded Earth - Bloch and Bradbury (compiled by Kurt Singer) - James Grazier: Runts of 61 Cygni C (surrealistische SF) - Victor Jay: Devil Soul (Black Arts) - Sam Mervin jr.: The Sex War - Murray Leinster: Doctor to the Stars - Michael Collins: Lukan War - Parley J. Cooper: The Feminists - Dan Britain: The Godmakers - A.J.Merak: The Dark Millenium, enz., enz., enz., enz... Snapt u er iets van ? Ik bedoel dan vooral A.E. Van Vogt ..." Red. : Bedankt voor de vriendelijke woorden in verband met ons artikel, misschien waren we iets te streng omdat we zo verontwaardigd waren. Maar kijk: u stuurt ons zelf weer voedsel voor onze verontwaardiging. In ieder geval, voor wat Van Vogt, Lovecraft, Bloch, Bradbury, Leinster betreft: het is onbegrijpelijk dat deze werken nooit een kans kregen. Wat denken onze lezers ervan ?

47


Van Guy van Hoof - Antwerpen ---------------------------"... Een vriend, die ik reeds verscheidene malen op uw tijdschrift attent heb gemaakt, en die wÊl op de hoogte is (red. = van SF), liet ik ook het nummer lezen en hij schreef een reaktie + bijdrage die ik u hier graag overmaak... ... Ik hoop u hiermee een dienst te hebben kunnen bewijzen, hoewel ik de verantwoordelijkheid van deze tekst van de heer Van den Bossche niet op mij neem..." Red.: de lezers kunnen nu kennis nemen van de mening van de heer Van den Bossche, zoals we deze van de heer Van Hoof ontvingen. "De standaardmaat waarmede wij een afstand meten, is hier bij ons de meter en het decimaal stelsel. Op andere plaatsen gebruikt men : inch, foot of yard. Welke maatstaf gebruiken wij om 'wetenschap', of intelligentie te meten ? Primitieve volkeren (analphabeten b.v.) staan ver achter ten op zichte van iemand die een getuigschrift bezit van lager onderwijs. Maar hoe groot is de achterstand van deze laatste ten opzicht van b.v. Albert Einstein. U ziet, alles is zeer relatief. Nu, welke standaard maat moeten (of mogen) wij gebruiken om over het volgende positief of negatief (pro of contra) te oordelen ? Is uw tijdschrift goed samengesteld ? Werd uw congres goed gepland ? Wat mag in aanmerking komen voor science-fiction en/of fantasy ? Wat is science-fiction ? enz, enz, enz..... De standaard-maat, waarmede ik uw INFO-SFAN beoordeel is tenslotte maar mijn eigen opinie. En hier volgt mijn samenvatting. Lay-out: de basis samenstelling van uw tijdschrift is goed, maar niet genoeg verzorgd. Waarom geen 100 blz. tellend tijdschrift met 20/30 blz. betalende publiciteit voor firma's die moderne materialen vervaardigen voor luchtvaartmij, enz. Dat brengt geld in de schuif waarmede u een vierkleurige magazine kunt uitgeven (genre: Look, Stern, Paris-Match); te koop als los nummer of per abonnement. Samenstelling: maandelijks een nieuwe sensationele omslag die inslaat. Up-to-date artikels over ruimtevaart met foto's en wetenschappelijke kommentaar. Volg Amerika en Rusland op de voet bij hun reis naar Maan of Mars of verder. Breng hierbij aansluitend geromanseerde of gefantaseerde artikels over deze reizen. Zoiets b.v.: het zou mogelijk kunnen zijn dat wij bij een volgende vlucht dit of dat ontmoeten. Half-fiktie. En daarop volgend echte sciencefiction verhalen, boekbesprekingen, literatuurlijsten, enz zoals u nu doet. Science-fiction verhalen kunnen ook op een ander gebied liggen, het psychologische, bovennatuurlijke, "the human mind", horror, geesten en spoken (deze laatsten voor de liefhebbers). INFO-SFAN nr 7, blz 14/ J.C. Raasveld's mening is juist. MAAR... Dracula-en-collega's-in-17°-eeuws-markiesen-pakje-in-oud-kasteelmet-piepdeurtje-en-bloeddrinkend-monster-;blond-reine-maagd-belagend-voor-sexy-zwartharige-meesteres-met-slecht-karakter-en-ookbloeddrinkend-geval. DOEN WEL OUDERWETS AAN. Volgens mij blijft SF op de toekomst gericht. Een kleurig tijdschrift, met zelfs meertalige artikels kan internationaal worden. Maar zorg voor bazuingeschal en Barnum publiciteit.

48


Congres: waarom uw congres een flop werd kan of mag ik niet oordelen. Volgens uw verklaringen in nr 7 was het beslist goed gepland. Maar laat ons eens veronderstellen dat u aan belangstelling verloren hebt bij uw lezers ten gevolge van bovenvernoemde gebreken in uw tijdschrift ? Ik hoop hiermede de noodkreet van de redaktie beantwoord te hebben." Red.: Uw check van 350.000,- F per nummer gaarne per omgaande tegemoetziende, bieden we u vandaag reeds onze eerste proeve van kleurendruk. Als publiciteitsmakelaar voor ons blad kunt u 15 % verdienen. Verdere brieven komen in volgend nummer aan bod.

Talrijke essefauteurs beschreven reeds toekomstige beschavingen waarin de mens werd aangepast om onder water adem te halen en er hele steden bouwde. Er bestaat een grote kans dat deze fictie morgen of overmorgen werkelijkheid wordt. Johannes A. Kijlstra van de universiteit van Durham (Verenigde Staten) poogt sedert verscheidene jaren zoogdieren onder water te laten ademhalen. Zijn eerste experimenten, met muizen, mislukten hoewel sommige diertjes de proef achttien uren overleefden. Later maakte de geleerde gebruik van honden : hij verdoofde ze en vulde hun longen met water dat met zuurstof verrijkt was. Dit water behield een constante temperatuur van 32°C en een constante druk van vijf atmosfeer. Een derde van het aantal proefdieren verdroeg het experiment en verkeerde daarna in blakende gezondheid. Onlangs werden de eerste proeven met de mens genomen. Tot hiertoe bood zich hiervoor slechts één vrijwilliger aan. Uiteraard werd het risico zo klein mogelijk gehouden. Derhalve werd er slechts één long met water gevuld, terwijl de andere zuurstof toegediend kreeg. Om in het water adem te halen moet een persoon 36 keer meer energie leveren dan om in de lucht adem te halen. De uitslagen van de proef werden bevredigend genoemd. Als gevolg hiervan wordt een nieuwe geneeskundige techniek, namelijk het wassen van een long ontworpen. Deze methode zal worden toegepast om de ademhalingswegen te zuiveren van pathologisch slijm, zoals bijvoorbeeld bij bepaalde vormen van bronchitis. De proefnemingen tonen in ieder geval aan dat het in de toekomst niet onmogelijk moet zijn om de longen aan te passen voor de ademhaling onder water.

49


Info Sfan 10  

Clubmagazine SFAN

Advertisement