Page 1

MAGAZINE

MAGAZINE VOOR UITVOERENDE KUNSTENAARS | MAART 2014 | NR. 1 | JAARGANG 14

DARYLL-ANN IS TERUG INTERVIEW MET KUNSTECONOOM PIM VAN KLINK VERHITTE DISCUSSIE OP NOORDERSLAG NEDERLANDS BLAZERS ENSEMBLE ZOEKT SPONSORS


2

3

VAN DE REDACTIE

BROOD EN SPELEN

DARYLL-ANN WEER SAMEN

In dit eerste nummer van 2014 gaat het vooral over geld. Hoe belangrijk is het, hoe kom je eraan en wie heeft nog iets te verdelen? De meeste muzikanten denken liever niet over geld na. Misschien omdat ze het nooit hebben, of omdat ze het onderhandelingsbijltje er allang bij hebben neergegooid. Leven van de muziek is lastig, dat zien de meesten als een feit. Naast ‘mooie muziek maken’ doen ze er noodgedwongen dingen naast. Jelle Paulusma van Daryll-Ann vertelt dat zij hun muziek überhaupt nooit als broodwinning hebben beschouwd, ook niet in de hoogtijdagen van de band. En het Nederlands Blazers Ensemble mag dan nóg zo bekend zijn, hun voortbestaan is wel degelijk afhankelijk van donateurs en bedrijfsconcerten. Voor het geld hoef je het dus niet te doen, maar toch: iedereen benadrukt altijd weer het belang van muziek voor het welzijn van mens en maatschappij. Waarom wordt de sector desondanks maar mondjesmaat serieus genomen?

‘LEVEN VAN DE MUZIEK IS LASTIG, DAT ZIEN DE MEESTEN ALS EEN FEIT’

Twee politici die lijnrecht tegenover elkaar staan als het om financiële steun voor de muzieksector gaat.

4

8

16

DEBATTEREN OP NOORDERSLAG

NEDERLANDS BLAZERS ENSEMBLE

REFLECTIES

Op de vierdaagse conferentie voor muziekprofessionals liep de discussie over rechten en vergoedingen hoog op.

Ze gaan creatief om met de crisis: lotgenoten, gastenavonden en bedrijfsconcerten vullen de kas op een leuke manier aan.

18

20

is een uitgave van de sectie Sena Performers en is bestemd voor rechthebbende uitvoerende kunstenaars en andere geïnteresseerden. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. © 2014 Sena Performers HOOFDREDACTEUR:

Willemijn de Jonge

REDACTIE:

Erwin Angad-Gaur, Anita de Kuinder (fotoredactie)

EINDREDACTIE:

Willemijn de Jonge

VORMGEVING:

Fellows

FOTOGRAFIE:

Yani (foto’s Daryll-Ann), Paul Tolenaar (foto’s Erwin AngadGaur, team Relatiebeheer Sena, Score), Anna Witkowska (foto’s

Het kunstbeleid in Nederland stelt weinig voor, vindt Erwin Angad-Gaur. Komt het nog goed tussen kunst en staat?

22

Sena Young Talent Guitar awards), Remke Spijkers (foto Nederlands Blazers Ensemble), Buma Cultuur (foto’s Eurosonic Noorderslag) DRUK:

Interform

OPLAGE:

15.000

MEDEWERKERS:

Jasper van Vugt, Rianne van der Molen, Henk Westbroek, Guido

Ondertussen timmert Sena samen met andere belangenbehartigers aan de weg met bewezen middelen en nieuwe initiatieven die de waarde van muziek zichtbaar moeten maken. Met festivals als Eurosonic Noorderslag en Amsterdam Electric Guitar Heaven, prestigieuze popprijzen, wetenswaardige websites voor muziekgebruikers en een stevige lobby in Den Haag blijven zij proberen het tij te keren. In de hoop dat muzikanten ook stug door blijven spelen en daar op een dag gewoon hun brood mee kunnen verdienen.

BERGKAMP VERSUS RUTTE

Bijna tien jaar nadat Daryll-Ann tot groot verdriet van de fans stopte, is de band terug. De reünie-tournee is begonnen!

PERFORMERS MAGAZINE

Verheggen en Melanie van

door de jaren heen; de Nederlandse politiek heeft eigenlijk nooit geweten wat ze met de kunsten en de popmuziek in het bijzonder aanmoest. Kunsteconoom Pim van Klink bevestigt dat in het interview dat hij op Eurosonic Noorderslag gaf: aan de vooravond van de gemeenteraadsverkiezingen is er maar weinig terug te vinden in de partijprogramma’s over het cultuurbeleid. Terwijl een gezonde muziekcultuur een stad aantrekkelijker maakt voor inwoners en bedrijven, en daarmee geld in het laatje brengt. Stimuleren dus die muzieksector, zou je zeggen. Dat zeggen Vera Bergkamp van D66 en Esther Ouwehand van de PvdD dan ook in dit blad, maar daarin staat ze wel lijnrecht tegenover Arno Rutte, die we ook aan het woord laten: hij vertelt waarom hij het liefst een streep zetten door subsidies voor popmuzikanten. Henk Westbroek windt zich daar als

PIM VAN KLINK Er staat weinig concreets over cultuurbeleid in de partijprogramma’s, constateert Pim van Klink aan de vooravond van de gemeenteraadsverkiezingen.

INHOUD

van Oorschot, Hans Hulst, Erik Thijssen, Anita Verheggen, Erwin Angad-Gaur, Melanie van de

2 VAN DE REDACTIE

Kuinder en Willemijn de Jonge REDACTIEADRES:

Catharina van Renneslaan 20

14 MUZIEK WERKT

26 PODIUM: ESTHER OUWEHAND

7 ALEID WOLFSEN

E-mail: performers@sena.nl Website: www.sena.nl

24 EVEN VOORSTELLEN: TEAM RELATIEBEHEER

6 THE CONTENTMAP

Postbus 113, 1200 AC Hilversum Telefoon: (035) 625 17 00

12 AMSTERDAM ELECTRIC GUITAR HEAVEN

10 IK EN MIJN RECHT

15 DE WAARDE VAN MUZIEK: SCORE

27 HENK WESTBROEK


4

5

POPICONEN

DARYLL-ANN weer on tour Bijna tien jaar nadat Daryll-Ann tot groot verdriet van de fans

‘WIE WEET GAAN WE IN DE TOEKOMST WEER SAMEN SCHRIJVEN’

1999

2013

plotseling stopte, is de band terug. Met hun verzamelde werken in een box én een

geposeerd hebben, maar daar werd niemand blij van. We wilden gewoon muziek maken. Daarbij komen we allemaal uit een milieu waarin werd gezegd: muziek, daar zit geen brood in.’

reünie-tournee. ‘Wie weet gaan

MAGIE

we in de toekomst wel weer

Toch leeft hij vanaf 2002 volledig van de muziek, al moest hij na Daryll-Ann als solo-artiest wel een stapje terug doen. De podia werden kleiner en daarmee de gages ook. ‘Maar van platen maken en optreden kun je toch niet leven. Dat kunnen alleen de bands en muzikanten die commercieel succes hebben. Door muziek te maken voor reclames en documentaires kan dat wel. Die commerciële opdrachtgevers heb ik echt nodig.’ De reünie-tournee is dan ook niet bepaald om de zakken te vullen. ‘Als we er allemaal wat aan over houden, zijn we tevreden’, vindt Jelle. Inmiddels zijn de eerste optredens achter de rug. De recensies zijn enthousiast en ook de bandleden genieten weer samen op het podium. Dat Paulusma ooit in een interview zei dat optreden voor hem altijd op de tweede plaats komt, betekent niet dat hij met tegenzin staat te spelen. ‘Vanuit het niets iets creëren vind ik magisch, maar ook op het podium moet je de magie blijven opzoeken. Als dat ons lukt met Daryll-Ann, geniet ik daar ontzettend van. En wie weet gaan we in de toekomst wel weer samen schrijven. Vooralsnog is het alleen de tournee, maar we sluiten niets uit.’

samen schrijven.’ Door Rianne van der Molen Lang leek een reünie onmogelijk. Op 26 mei 2004 stopte Daryll-Ann met een knal. De band die een hele generatie muzikanten inspireerde, hield er midden in een tournee mee op. Op hun website verscheen een summiere boodschap. ‘Het is mooi geweest’, stond er. En: ‘We kunnen er lang en breed over lullen maar zo gaan die dingen.’ Het was genoeg om een geruchtenstroom op gang te brengen. Zo zouden Jelle Paulusma en Anne Soldaat al tijden strijden om de leidersrol en gingen bandleden rollend over straat. ‘Je kunt beter met een knal eindigen, dan dat je langzaam uit elkaar groeit’, vindt Jelle. ‘Zoals Neil Young zingt: It’s better to burn out than it is to rust. Al is er rond ons wel een soort mythevorming ontstaan. De afgelopen jaren werd mij regelmatig voorzichtig gevraagd: praten jullie nog weleens met elkaar? Natuurlijk deden we dat. Het was allemaal niet zo dramatisch hoor. In 2004 was het gewoon op, zo simpel is het. En volgens mij zijn we al vanaf 2009 in gesprek over die verzamelbox. Eerst zouden we er een eenmalig optreden bij doen, maar uiteindelijk bleken we allemaal wel zin te hebben in meer.’

‘HET WAS ALLEMAAL NIET ZO DRAMATISCH HOOR’

AFGESLOTEN HOOFDSTUK Met ‘we’ doelt hij op de bandleden die er (bijna) vanaf het begin bijzaten. Naast Jelle (zang, gitaar) zijn dat Anne Soldaat (zang, gitaar), Coen Paulusma (zang, percussie, toetsen), Jeroen Vos (basgitaar) en Jeroen Kleijn (drums). Na hun plotselinge split, vlogen ze uiteen. Onder de naam Paulusma maakte Jelle drie albums, terwijl de vierde, Pulling Weeds, even op de plank ligt tot alle drukte met Daryll-Ann over is. Anne Soldaat bracht solo twee platen uit, richtte de band Do-The-Undo op, waarmee hij één cd uitbracht, en speelde in de band van Tim Knol. Jeroen Kleijn drumde zich een slag in de rondte bij diverse Excelsior Recordings-bands, Coen Paulusma speelde in de band van zijn broer en Jeroen Vos stapte uit de muziek. Veel hebben ze niet gesproken over de knal van tien jaar eerder. ‘We zijn mannen’, grinnikt Jelle. ‘We zijn niet bij elkaar gaan zitten om alles uitpraten.

Voor ons is het een afgesloten hoofdstuk. Als je zolang bij elkaar bent is het logisch dat er irritaties ontstaan. Achteraf zien we allemaal heel duidelijk dat we in die laatste vier jaar eigenlijk allemaal een andere kant op wilden. Dan spat het na een tijdje uit elkaar.’ Hij heeft het idee dat muzikanten nu veel makkelijker de ruimte nemen om projecten op te zetten naast hun band. ‘Daryll-Ann was een soort eilandje waar je niet vanaf kwam. We maakten alleen samen muziek en dachten er simpelweg niet aan om soloprojecten te doen of met andere muzikanten iets op te nemen. Nu lijkt dat veel normaler. Dat is mooi en tegelijk jammer. Want het is ook geweldig om in een bandje te zitten en naar binnen gericht te zijn. Om een eigen universum te creëren en een oeuvre op te bouwen.’

GEEN WERELDVEROVERAARS Dat laatste heeft hij met Daryll-Ann overtuigend gedaan. Die drie EP’s en zes albums zitten samen in de jubileumbox Daryll-Ann Again. Van de springerige, rammelende popliedjes op I Could Never Love You tot de meer gepolijste gitaarpop van het laatste album Don’t Stop. Het is de bandgeschiedenis in liedjes. Van de periode begin jaren ’90 waarin de jongens uit Ermelo en omgeving als veelbelovend golden tot de tijd van lovende recensies in het buitenland halverwege de jaren ’90, maar het uitblijven van de grote doorbraak. Reden waarom hun contract bij het Engelse Hut Records (waar de EP’s I Could Never Love You en Come Around en de cd Seaborne West op verschijnen) na tegenvallende verkopen in 1995 weer wordt ontbonden. ‘We hebben nooit gedacht dat we de wereld zouden gaan veroveren’, zegt Paulusma nuchter.

‘Daardoor is die contractbeëindiging voor ons nooit een grote klap geweest. Hoewel wij muziek maken altijd bloedserieus hebben genomen, was dit avontuur vooral een leuk uitstapje.’ Dat muziek een broodwinning voor ze zou kunnen worden, kwam in eerste instantie niet bij de bandleden op. Hoewel het succes in die beginperiode lonkt, blijven ze allemaal deeltijd werken. En terwijl de gages met de jaren hoger worden, betalen ze zichzelf vrijwel nooit uit. Bijna al het geld gaat de bandkas in voor instrumenten, apparatuur of opnames. ‘We zijn nooit bezig geweest met geld verdienen. Voor ons ging het puur om het maken van mooie muziek, we hadden geen enkele interesse om commercieel aantrekkelijker te worden. We waren ook een vrij imagoloze band; ons zag je niet in dezelfde pakjes op een podium staan. Ik weet dat we ooit eens voor een of ander modeblad

VOOR DE DATA VAN DE REÜNIE-TOURNEE ZIE WWW.DARYLL-ANN.NL ←


6

7

THE CONTENTMAP

ALEID WOLFSEN

Tijdens Eurosonic Noorderslag werd door Minister Jet Bussemaker www.thecontentmap.nl gelanceerd. De website helpt consumenten om legale content, zoals e-books, muziek, films en TV-uitzendingen op het internet te vinden. Door Erik Thijssen Omdat het voor consumenten niet altijd even eenvoudig is te zien of online content met of zonder toestemming van rechthebbenden wordt aangeboden, en of het wel veilig is bestanden te downloaden, wil The Contentmap een doorverwijzing bieden naar alle aanbieders van legale diensten in Nederland. Het initatief werd overgenomen uit Engeland waar www.thecontentmap.com al geruime tijd bestaat. De lancering van de website is een van de eerste publieke resultaten van de Federatie Auteursrechtbelangen, het samenwerkingsverband van de gehele auteursrechtensector dat twee jaar geleden werd opgericht.

van producenten en auteurs en artiesten, en ook rechtenorganisaties hebben weer hun eigen belangen, maar dat moet het gezamenlijk belang niet overschaduwen.

De Federatie Auteursrechtbelangen is het gezamenlijk overlegforum van Platform Makers, Platform Creatieve Media Industrie en VOI©E. Erwin Angad-Gaur, voorzitter van Platform Makers en voorzitter van Sena Performers: ‘De presentatie van The Contentmap mag als een bevestiging van het nut van de Federatie beschouwd worden. Natuurlijk is het nuttig dat wij de afgelopen jaren binnen Federatieverband regulier overleg binnen de hele sector hebben, waardoor er ook meer begrip ontstaat voor wederzijdse standpunten. En ook dat wij in Federatieverband regelmatig overleg voeren met de drie meest betrokken ministeries, OC&W, EZ en Veiligheid & Justitie. Maar nog nuttiger is dat het gezamenlijke overleg leidt tot gezamenlijk beleid in het belang van de hele sector. Er zijn veel verschillen tussen de belangen

Hij was rechter in Amsterdam, ‘Uiteraard is een dergelijk initiatief nooit helemaal foutloos of 100 procent compleet bij de lancering’, reageert Angad-Gaur. ‘Vooral beeldend aanbod bleek nog maar moeilijk te verzamelen. Maar wees gerust: de site werkt goed en zal alleen maar beter worden. Legale aanbieders zullen de site straks zelf weten te vinden, terwijl het voor de lancering uiteraard onze taak was hen te benaderen en te overtuigen. Al met al beschouw ik de lancering als een redelijk succes.’ Een succes mag ook genoemd worden dat Minister Bussemaker de nieuwe website niet alleen lanceerde, maar dat

FEDERATIE

Zeker nu het auteurs- en naburig recht publiek en politiek zwaar onder druk staan. Er vindt bijvoorbeeld overleg plaats over wetgeving en lobby, maar ook educatie en communicatie is een belangrijk gedeeld onderwerp. We kunnen ons niet veroorloven onderwijs en nieuwe initiatieven louter aan de overheid en aan de markt over te laten. Daarin is dit een eerste positieve grote stap.’

toezegde voor de campagne om de website onder de aandacht te brengen van jongeren, het onderwijs en opvoeders. Een site alleen heeft immers weinig toegevoegde waarde op het internet; alleen als consumenten hem ook weten te vinden, is er een daadwerkelijke meerwaarde om legale content toegankelijker te maken. De minister: ‘Die content is niet zomaar vanuit het niets op het net verschenen. Daar hebben makers en producenten veel tijd, energie en geld ingestoken. Als we willen dat ze dat blijven doen, moeten we ervoor betalen. Eerlijk is eerlijk.’

CAMPAGNE In de media verschenen inderdaad vooral positieve reacties, hoewel er ook enige kritiek was op enkele niet werkende links en legale sites die nog niet via The Contentmap te vinden waren.

‘IK BEN HIER NIET ALS POLITICUS’

‘DE SITE ZAL ALLEEN MAAR BETER WORDEN’

vice-president van de rechtbank in Haarlem, justitiewoordvoerder voor de PvdA in Den Haag en

punt eerlijk en openhartig gesproken. En dat is goed. Overigens heb ik inmiddels al op een plezierige wijze kennis gemaakt met de voorzitters van beide secties van de Raad van Aangeslotenen.’

burgemeester in Utrecht; sinds 1 januari is hij toezichthouder in Hilversum. Aleid Wolfsen is de nieuwe voorzitter van de Raad van Toezicht van Sena. Door Willemijn de Jonge

WAT WAS UW MOTIVATIE VOOR DEZE BAAN? ‘Toen ik met Ed Nijpels sprak over zijn opvolging, was ik meteen enthousiast. Ik heb veel zin om mijn ervaring en met name die als toezichthouder in te zetten voor de muziekwereld. De maatschappij heeft er groot belang bij dat muziek geproduceerd wordt en dat kan alleen maar als muzikanten en producenten daar de kans voor krijgen. Ik heb als burgemeester van dichtbij gezien hoe ingewikkeld het is om als beginnend muzikant verder te komen, een cd op te nemen, en daar fatsoenlijk van te kunnen leven. Dat is iets waar ik graag tijd en energie in stop. Ik had als woordvoerder Justitie al te maken met auteurs- en naburig recht. Er bekroop mij een zeker gevoel van opwinding toen ik de kans kreeg daar dieper in te duiken.’

DOOR DE RAAD VAN AANGESLOTENEN IS MET GEMENGDE GEVOELENS GEREAGEERD OP UW BENOEMING, WEGENS DE NEGATIEVE PUBLICITEIT ROND UW VORIGE FUNCTIE. HOE GAAT U DAARMEE OM? ‘Ik ben in mijn Utrechtse periode inderdaad niet louter positief in het nieuws geweest. Zo gaat dat in het openbaar bestuur. Tijdens de sollicitatiegesprekken hebben we, naast mijn ervaringen als voorzitter en toezichthouder, ook over dit

naar buiten treden. Ik moet me als toezichthouder goed inleven, maar desondanks enige professionele distantie bewaren om mijn werk te kunnen doen.’

WAT HEEFT U MET MUZIEK? DE STANDPUNTEN VAN DE PVDA VERSCHILLEN NOGAL VAN DIE VAN SENA. WAT ZIJN ÚW STANDPUNTEN? ‘Ik ben hier niet als politicus maar als onafhankelijk toezichthouder. Wie mij betrapt op partijpolitieke standpunten moet me daar vooral op aanspreken. Ik vind het volslagen logisch dat muzikanten en producenten een vergoeding ontvangen als anderen gebruik maken van hun werk. Het is heel vreemd dat het zo ontzettend lang heeft geduurd voordat het naburig recht in de wet is opgenomen. Toch vindt de gemiddelde Nederlander het veel minder vanzelfsprekend om te betalen voor dat gebruik, want “we hebben toch al betaald voor die cd?”. Mijn ervaring is dat als je rustig en standvastig blijft uitleggen hoe het werkt, mensen wel afstappen van dat argument.’

HOE BENT U VAN PLAN UW ROL IN TE VULLEN? ‘Ik zie het als mijn taak als voorzitter om vanuit een neutrale positie zowel de secties als de aangeslotenen goed tot hun recht te laten komen. De Raad van Toezicht moet instemmen met de jaarplannen, geeft het bestuur gevraagd en ongevraagd advies, houdt in de gaten of de is. Het streven is een organisatie die snel en zo veel mogelijk uitbetaalt, volgens een goed en eerlijk systeem. Daarbij wil ik nadrukkelijk niet op de stoel van het bestuur gaan zitten. Het bestuur, de brancheorganisaties en de vakbonden zijn de belangenbehartigers. Ik zal in eerste instantie dus niet als zodanig

‘Muziek is een van de aangenamere zaken van het leven. Ik speel zelf piano, maar ben vooral hartstochtelijk luisteraar. Mijn favoriete vakantie cd is er een met de pianoconcerten van Beethoven, uitgevoerd door Alfred Brendel met het Wiener Philharmoniker. Maar ik ben vorig jaar ook naar twee popconcerten van Anouk geweest en kan intens genieten van de Top2000. Racoon of Adèle vind ik ook geweldig, ik ben een muzikale veelvraat.’


8

9

PIM VAN KLINK

‘Cultuur staat niet concreet genoeg op het programma’ Op 19 maart vinden de gemeenteraadsverkiezingen plaats en kan er in 403 gemeenten gestemd worden op verkiesbare gemeenteraadsleden. Kunsteconoom dr. Pim van Klink, die uitgebreid onderzoek deed naar de economische argumenten voor overheids-subsidiering van kunst, geeft zijn visie op wat er gehoopt én verwacht mag worden van het lokale cultuurbeleid. Door Jasper van Vugt

Groningen, januari. Zoals ieder jaar komt de complete Europese muziekindustrie bijeen tijdens het jaarlijkse Eurosonic Noorderslag festival. Opvallende aanwezige onder de sprekers van de zakelijke conferentie is dit jaar Jet Bussemaker, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. In haar keynote speech gaat zij in op het onderwerp cultuurbeleid in 2014 en de rol van popmuziek daarbinnen. Kern van haar verhaal is dat het volgens Bussemaker van belang is dat de popsector en de overheid in gesprek blijven en dat zij dit gesprek intensiveren. Een boodschap die hoopvol stemt voor de Nederlandse muzieksector, al zal de PvdA-politica haar boodschap ook hebben geuit met de aanstaande gemeenteraadsverkiezingen van 19 maart in het achterhoofd. Volgens kunsteconoom Pim van Klink is er weinig concreets terug te vinden in de partijprogramma’s over het cultuurbeleid, zowel op rijksniveau als op gemeentelijk niveau. Daarbij wordt er per gemeente anders om gegaan met cultuurbeleid, zo legt hij uit. Van Klink: ‘Het cultuurbeleid wisselt enorm per gemeente en in de programma’s blijft het vaak bij een obligaat verhaal dat cultuur belangrijk is, dat op verschillende wijzen ingevuld kan worden. Het is in de praktijk vaak afhankelijk van de heersende politieke

partijen, maar ook van de persoon die verantwoordelijk is voor de portefeuille Cultuur.’

RUIMTE VOOR VLIEGUREN Volgens Van Klink zijn er grofweg twee manieren van aanpak te zien. Er zijn gemeentes als Den Haag en Utrecht waar de heersende partijen vinden dat ze in de huidige tegenvallende conjunctuur juist moeten investeren om de stad aantrekkelijker te maken, bijvoorbeeld door de bouw van een groot muziekpaleis als TivoliVredenburg. Andere gemeenten kiezen voor het in stand van oefenruimtes, kleinere podia en muziekscholen. Van Klink: ‘Om een gezonde muziekcultuur te creëren zijn er twee pijlers nodig: enerzijds kunsteducatie, anderzijds speelmogelijkheden. Ik hoop dat gemeenten dat inzien en er hun verantwoordelijkheid in nemen.’ Die twee pijlers zijn noodzakelijk om talent om te kunnen zetten in excellentie. ‘Uit vrijwel alle onderzoeken blijkt dat educatie helpt om talent te ontwikkelen. Vlieguren maken en optreden draagt daar ook aan bij’, legt Van Klink uit. ‘Niet alleen thuis op de slaapkamer, maar ook in de oefenruimte, of op het podium. Dat zou terug te zien moeten zijn in het cultuurbeleid.’

Hij noemt Groningen als goed voorbeeld van een stad met een succesvol cultuurbeleid. Groningen is van oudsher een stad waar de sociaal-democraten dominant zijn geweest en waar veel hoger opgeleiden wonen die cultuur belangrijk vinden. Die historie maakt het moeilijker om te beknibbelen op cultuur. Van Klink: ‘Op basis van cijfers kun je vaststellen dat Groningen als tweede scoort op de popranglijst van steden in Nederland, terwijl het qua inwoneraantal de zevende stad van het land is. De PvdA is hier al decennialang de belangrijkste partij. Zij willen liever niet bezuinigen op cultuur infrastructuur in de stad te behouden. Er is hier een groot draagvlak voor het steunen van kleinere podia. Je had hier het horecabeleid dat voorschreef dat als je live-muziek in je zaak had, je de hele nacht open mocht blijven. Met dat soort creatieve regelingen kun je een impuls geven aan het cultuurklimaat in de stad, zonder dat het iets kost. In veel andere steden zie je dat juist die kleinere podia aan de markt worden overgelaten. Dat betekent vaak dat ze ten onder gaan; veel buitenlandse bands willen alleen in de grotere zalen spelen. Daar zijn de meeste inkomsten. De kleinere podia hebben vervolgens te maken van afnemend aanbod. Dan komt het er op dat je andere initiatieven ontplooit. En dat is niet iedereen gegeven.’

NIEUWE VERGEZICHTEN Verder noemt hij Nijmegen, Utrecht, Amsterdam, Tilburg en Eindhoven als steden met een levendige muziekcultuur, waarin plaats is voor oefenruimtes, muziekopleidingen, concertzalen van diverse grootte en festivals. Bestuurders schermen vaak met een beroemde popzaal of festival, zoals bijvoorbeeld

Amsterdam met Paradiso doet. ‘Die zaal is wereldberoemd’, legt Van Klink uit. Het zijn plaatsen die een aantrekkende werking hebben op talent en creatieve mensen. Van Klink: ‘Zo worden gemeenten beloond voor hun beleid. Dat zijn de plekken waar het gebeurt, daar wil je zijn. Daar kom je met de meeste gelijkgestemden in aanraking. Dan gebeurt er een kruisbestuiving en krijgt creatieve ontwikkeling een impuls. Je moet een omgeving opzoeken waarin je impulsen krijgt die stimuleren, je op het verkeerde been zetten en je nieuwe vergezichten opleveren. Komt talent niet bij elkaar en is het verspreid, dan verdort het. Dat moet niet in een woestijn staan.’ Een gezonde muziekcultuur voorziet in een behoefte, kan in economisch opzicht iets opleveren en maakt een stad aantrekkelijker voor bedrijven en inwoners. Van Klink: ‘Hier in Groningen zie je dat dankzij een festival als Eurosonic Noorderslag de hotels vol zitten, net als in Amsterdam tijdens het Amsterdam Dance Event. De horeca draait goed en Groningen is veelvuldig op tv. Dat maakt de inwoners van de stad trots en werkt identiteitsversterkend. De wethouder van cultuur ziet het belang in van dit evenement voor zijn stad.’ Toch vindt hij dat het effect van een gezonde popcultuur ook weer niet moet worden overschat: ‘Er is een effect van het feit dat het festival hier gehouden wordt, maar dat is eerder uitzondering gemeente en de middenstand bijvoorbeeld nauwelijks van Pinkpop.’

WEINIG GEAVANCEERD Volgens onderzoeker Gerard Marlet, die met de Atlas voor Gemeenten ieder jaar de attractiviteit van steden onderzoekt en

promoveerde op zijn onderzoek naar de waarde van cultuur voor steden, wordt het economische belang van een gezond cultuurbeleid nog steeds onderschat. Van Klink is het met Marlet eens dat een gezonde muziekcultuur het leefklimaat in een stad beter maakt, zelfs als de inwoners er zelf geen gebruik van maken. Het beschikbaarheidsargument: mochten ze willen, dan kan het. Van Klink: ‘De (lokale) overheid zou dat effect van cultuur op leefklimaat ook in moeten zien en met gepast beleid moeten komen voor een gezonde muziekcultuur. Dat gebeurt echter weinig; op gemeentelijk niveau is er veel sympathie voor cultuur, maar er zijn weinig partijen en mensen die echt concreet worden. Cultuur valt voor veel politici buiten de geijkte maatschappelijke probleemgebieden. In politiek opzicht is het rommelen in de marge. Meestal tonen politici een algemene sympathiebetuiging door de cultuurbegroting niet verder aan te tasten, maar je ziet weinig dat er heel geavanceerd beleid wordt ontwikkeld. Dat betekent dat je je culturele ontwikkeling niet afhankelijk moet maken van politici.’

‘KOMT TALENT NIET BIJ ELKAAR, DAN VERDORT HET’


10

11

IK EN MIJN RECHT

Stemra Stemra incasseert auteursrechtelijke vergoedingen voor componisten en tekstschrijvers voor de mechanische reproductie van muziek, dus voor onder meer het persen van cd’s of dvd’s.Tevens verdeelt Stemra de leenrecht- en thuiskopiegelden voor muziekauteurs. Voor het persen van een cd of dvd in Nederland is in principe altijd de toestemming van Stemra noodzakelijk. Indien er geen door Stemra gerepresenteerd materiaal op de uitgave staat, wordt deze toestemming in principe kostenloos gegeven. Lidmaatschap van Stemra is vooral nuttig als anderen dan jijzelf je werk verveelvoudigen. Meer informatie: www.bumastemra.nl

WAAR HEB JE RECHT OP? WIE KRIJGT WAT, WAARVOOR EN VAN WIE? ER RUSTEN VERSCHILLENDE RECHTEN OP MUZIEK, DIE BIJ VERSCHILLENDE ORGANISATIES TE CLAIMEN ZIJN. WE ZETTEN ZE NOG EENS OP EEN RIJTJE. Door Erwin Angad-Gaur

COMPONISTEN EN TEKSTSCHRIJVERS HEBBEN AUTEURSRECHTEN Artikel 1 Auteurswet: ‘Het auteursrecht is het uitsluitend recht van den maker van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst, of van diens rechtverkrijgenden, om dit openbaar te maken en te verveelvoudigen, behoudens de beperkingen, bij de wet gesteld.’ In muziek betekent dit dat wie een orginele tekst of melodie schrijft in Nederland automatisch auteursrecht heeft op zijn creatie: het exclusieve recht op het openbaarmaken (lees: in het openbaar ten gehore brengen) en verveelvoudiging (vastleggen van het werk op bijvoorbeeld

ARTIESTEN EN PRODUCENTEN HEBBEN NABURIGE RECHTEN Voor veel musici is het geheel aan rechten waarmee ze te maken hebben onoverzichtelijk. Hoewel het in basis om twee rechten gaat: auteursrechten en naburige rechten, doen de verschillende onderdelen van die rechten ook ervaren musici soms duizelen. Er zijn individueel te incasseren rechten, collectieve

een opname of op bladmuziek). Twee belangrijke uitzonderingen op dit exclusieve recht zijn de thuiskopie exceptie en het leenrecht. Ieder in Nederland mag voor eigen gebruik een kopie van beschermde werken maken, maar daarvoor is wel een collectief te incasseren vergoeding verschuldigd. Bibliotheken mogen boeken, cds en dvds uitlenen, ook zonder toestemming van de maker, maar wel ook opnieuw tegen een collectief te incasseren vergoeding. De Thuiskopie- en Leenrechtvergoedingen worden voor muziekauteurs verdeeld door Stemra. Het auteursrecht is een ‘exclusief recht’ maar is geheel of gedeeltelijk

rechtenvergoedingen – soms vrijwillig collectief en soms verplicht collectief – en voor het incasseren en verdelen van veel vergoedingen bestaan verschillende organisaties. Om enig houvast te geven volgt hier een opsomming van de rechten van componisten en tekstschrijvers, artiesten en producenten.

overdraagbaar via een schriftelijke acte. Alleen het ‘persoonlijkheidsrecht’ (de wettelijke bescherming van de goede naam van de auteur) is grotendeels niet overdraagbaar: dit onderdeel van het recht geeft een auteur onder meer recht op naamsvermelding bij publicatie van zijn werk en het recht op te treden tegen verminkingen van zijn werk. Een belangrijk advies: draag nooit (delen van) je auteursrechten over aan een producent, omroep, muziekuitgeverij of een ander zonder je goed te laten adviseren door een onafhankelijke en gespecialiseerde adviseur (bijvoorbeeld de jurist van een vakbond, Ntb of KIEM)!

Vereniging Buma Buma/Stemra is zonder meer de bekendste naam in de rechtenwereld: Buma en Stemra zijn formeel twee verschillende organisaties. Buma incasseert auteursrechtelijke vergoedingen voor componisten, tekstschrijvers en muziekuitgevers bij onder meer radio, websites, televisie en horeca voor het openbaarmaken van muziek en verdeelt deze gelden onder haar aangeslotenen. Het lidmaatschap kan in combinatie met een lidmaatschap van Stemra, maar dit hoeft niet. Auteursrechtelijk heb je de vrije keuze om deze rechten zelf te beheren, maar in praktijk is het uiteraard vaak vrijwel onmogelijk zelf bij de radio toestemming en vergoedingen te regelen voor het draaien van een liedje. Meer informatie: www.bumastemra.nl

In ‘Ik & mijn recht’ in het vorige Performers Magazine staat een uitgebreide beschrijving van het naburig recht. Kort gezegd: het naburig recht geeft uitvoerende kunstenaars en producenten van audio en audiovisuele opnamen vergelijkbare rechten met de auteursrechten van liedjesschrijvers

en andere auteurs. Het naburig recht is er dus voor artiesten en platenmaatschappijen. Belangrijk verschil is dat naast de thuiskopieregeling en het leenrecht ook openbaarmaking van muziek in het naburig recht een uitzondering vormt op het individuele recht. On demand digitale diensten zoals Spotify vallen wel onder het individuele recht (reden waarom de Sena

voor dergelijk gebruik niet kan incasseren). Zoals het auteursrecht is ook het naburig recht overdraagbaar, hoewel gebruikelijker is via bijvoorbeeld een platencontract of een licentiecontract toestemming voor exploitatie te geven zonder je rechten over te dragen. Ook hier geldt: teken nooit een contract zonder je goed en onafhankelijk te laten adviseren.

Sena Sena incasseert nabuurrechtelijke vergoedingen voor muzikanten en producenten voor het openbaarmaken van muziek die is verschenen op ‘commerciële fonogrammen’. Wie heeft meegespeeld op een commercieel in de handel gebrachte opname heeft dus in principe recht op een vergoeding van Sena voor het draaien van die opname op de radio, in de kroeg, etc. Sena keert 50 procent van de geïncasseerde gelden uit aan alle uitvoerende kunstenaars die op een opname te horen zijn en 50 procent aan de producent (de eigenaar) van de opname. In het geval van een eigenbeheer-cd is de muzikant (of de band) vaak zelf de producent en moet hij zich dus als uitvoerende én als producent bij Sena inschrijven! Inschrijving bij Sena is gratis. Meer informatie: www.sena.nl

Stichting NORMA NORMA verdeelt – om het simpel te houden – in principe alle collectieve vergoedingen voor naburig recht aan uitvoerende kunstenaars die niet via Sena verlopen. NORMA incasseert en verdeelt niet enkel geld voor muziek, maar ook voor en aan bijvoorbeeld acteurs of musici die in of buiten beeld als uitvoerende aan een video-, tv- of filmproductie hebben meegewerkt. NORMA verdeelt onder meer thuiskopie-, leenrecht- en kabelgeld aan musici en acteurs. Let op: als je als muzikant zichtbaar bent in een filmopname ben je dus ook ‘een uitvoerende kunstenaar in beeld’ en heb je ook daarvoor rechten. Inschrijving bij NORMA is gratis. Meer informatie: www.stichtingnorma.nl

Stichting STAP STAP verdeelt thuiskopie- en leenrechtgelden voor producenten (zoals gezegd: de eigenaren van muziekopnamen). STAP verdeelt deze gelden op basis van marktaandeel, daar waar Buma en Sena in principe op basis van playlist-gegevens (van de radio en tv) verdelen; NORMA verdeelt op basis van uitleen- en kopieergegevens en Stemra op basis van persen of verkoop. Door de wijze van verdeling heeft het voor eigen beheer producenten in praktijk alleen zin zich bij STAP aan te sluiten in het geval van vrij grote verkoopsuccessen. Meer informatie: www.stichtingstap.nl


12

13

SENA YOUNG TALENT GUITAR AWARDS DE TWEEDE EDITIE VAN AMSTERDAM ELECTRIC GUITAR HEAVEN VOND OP ZONDAG 15 DECEMBER 2013 PLAATS IN HET CONSERVATORIUM VAN AMSTERDAM. EEN LOCATIE DIE ER VOLGENS ARTISTIEK DIRECTEUR JACK PISTERS ‘VOOR GEMAAKT LIJKT TE ZIJN’. SENA DEELDE TWEE PRIJZEN UIT AAN JONGE GITAARHELDEN. Door Melanie van de Kuinder

Er was een interessante gitaarmarkt, en een indrukwekkend Plug ‘n Play concert onder leiding van Wiek Hijmans en met medewerking van Anton Goudsmit en meer dan twintig gitaristen. En natuurlijk waren er de spannende finales van de Sena Young Talent Guitar Awards: in twee categorieën streden ieder twee talenten om de hoofdprijs – een custom made Panucci gitaar. De jury was in de categorie t/m 30 jaar zo verdeeld dat coryfee Jan Akkerman ter plekke besloot om verliezend finalist Jordi Repkes één van zijn eigen gitaren te geven. Winnaar Leif de Leeuw kreeg uit handen van Anita Verheggen, lid van de sectie Uitvoerende Kunstenaars van Sena, de hoofdprijs overhandigd. In de categorie t/m 17 jaar versloeg de 10-jarige Ryan Vroon, in 2012 nog de nummer twee van de finale, de 12-jarige Tom Renet. De jury was van mening dat Ryan enorme progressie had geboekt in een jaar tijd. Als verliezend finalist verdiende Tom met zijn indrukwekkende optreden o.a. een gitaarpedaal naar keuze en gratis deelname aan het DSOPM summercamp 2014. De volgende editie van Amsterdam Electric Guitar Heaven staat gepland voor 2015. WWW.AMSTERDAMELECTRIC.COM ←


14

15

MUZIEK WERKT

DE WAARDE VAN MUZIEK Elke winkel heeft een eigen sfeer, die wordt bepaald door het product, het interieur, de

Onlangs heeft Sena www.muziekwerkt.nl gelanceerd: een online

bediening, en ook door de muziek. Performers

platform om ondernemers ervan te overtuigen dat muziek een

Magazine praat met Mert Dayan, assistent-

waardevol marketinginstrument is. Om dat zelf te ervaren, kunnen

filiaalmanager van kledingwinkel Score in de

ondernemers nu een optreden in hun zaak winnen van Krystl,

Amsterdamse Kalverstraat, een van de drukste

Nielson, Giovanca of Lavinia Meijer. Door Melanie van de Kuinder

Muziek heeft waarde voor bedrijven en organisaties. Passende muziek in een bedrijf zorgt bijvoorbeeld niet alleen voor een stimulans van de verkoop, maar ook voor productievere werknemers: 81 procent van werknemers geeft aan beter te kunnen werken met muziek*. In parkeergarages voelen bezoekers zich veiliger en in wachtkamers stelt muziek patiënten op hun gemak. Het zijn slechts een aantal voorbeelden van de positieve invloeden die muziek heeft. In de loop der jaren is veel onderzoek gedaan naar de inzet van muziek in het bedrijfsleven. De belangrijkste onderzoeksgegevens zijn door Sena per branche gebundeld op het platform Muziek Werkt, wat eind 2013

dat muziek veel kan opleveren. De lancering van www.muziekwerkt.nl is slechts een eerste stap hierin. Sena zal in het komende jaar ook zelf onderzoek gaan uitvoeren en met onze eigen resultaten de publiciteit zoeken. We willen met Muziek Werkt ondernemers echt helpen om hun bedrijfsrendement te optimaliseren.’ Op de site staan nu bijvoorbeeld al tips&tricks om het effect te bereiken dat je beoogt. Stap één is bedenken wat dat eigenlijk is. Wil je bepaalde geluiden maskeren, moet er leven in de brouwerij worden gebracht, of wil je de bezoekers op een bepaalde manier door de winkel sturen? En vraag je werknemers en klanten eens wat ze van het volume vinden.

winkelstraten van het land. Door Jasper van Vugt

KNALLEN VANAF ELF UUR

ARTIEST IN DE ZAAK De lancering van Muziek Werkt wordt gemarkeerd door een promotionele actie naar het Nederlandse bedrijfsleven. Ondernemers maken bij deelname aan de actie kans op een optreden van een artiest in hun bedrijf. Zo kunnen zij aan den lijve ondervinden dat muziek voor hen werkt. Het initiatief wordt ondersteund door Buma/Stemra en wordt gecommuniceeerd aan alle bedrijven die bij Sena een muzieklicentie afnemen. Er zijn optredens te winnen van Krystl (pop), Nielson (Nederlandstalig), Lavinia Meijer (klassiek) en Giovanca (jazz). De actie loopt nog tot en met 31 mei 2014.

Score Mert: ‘Ik kwam hier vierenhalf jaar geleden als stagiair binnen, en ben sindsdien

‘Ondernemers zien muziek helaas te vaak nog als kostenpost in plaats van als een marketinginstrument’, zegt Markus Bos, algemeen directeur van Sena. ‘Dat is onterecht. Daarom aan ons de taak om dit beeld bij te stellen en te bewijzen

In die functie regel ik veel in de winkel: van de administratie en de personeelsroosters tot het helpen van klanten en het scherp houden van de medewerkers. Als in januari de nieuwe zomercollectie binnenkomt of in de zomer die voor de winter, dan bemoei ik mij ook met de inrichting van de winkel. We krijgen daar richtlijnen voor vanuit het hoofdkantoor, zodat alle winkels dezelfde sfeer uitdragen. De muziek die we in de winkel draaien valt daar ook onder.’

‘WE WILLEN ONDERNEMERS HELPEN HUN RENDEMENT TE OPTIMALISEREN’

‘Als medewerkers kiezen we de muziek niet zelf; die wordt geregeld vanuit het hoofdkantoor en is samengesteld door Mood Media, een bedrijf dat gespecialiseerd is in het neerzetten van sfeer in winkels met muziek. Daarvoor hebben ze twee afspeellijsten samengesteld: één met losse tracks en één met mixsessies, waarbij de

WWW.MUZIEKWERKT.NL ←

BIJSTELLEN

* bron: onderzoek ‘Muziek en werk’, Randstad, 2012

platen aan elkaar gedraaid zijn. Het is voornamelijk dancemuziek, met hier en daar een remix van een track die je van de radio kent. De enige controle die we over de muziek hebben, is dat we kunnen kiezen uit de afspeellijsten en naar het volgende nummer kunnen skippen. Dat is soms nodig ook, want de mixtapes duren anderhalf uur en in de playlists staan vaak dezelfde nummers. Soms weet je al wat het volgende nummer is voordat het liedje begint.’

wanneer ik ga stappen. Bovendien is het volume niet te hard, maar ook niet te zacht.’ Geen muziek in de winkel is geen optie, vult collega Jeffrey aan: ‘Anders kakken wij in als personeel.’ Mert: ‘We zien dat klanten de muziek ook waarderen. Mensen komen soms er zelfs voor binnen, of dansen in de winkel als ze een liedje leuk vinden. We zien vaak mensen hun mobieltje pakken om met Shazam te kijken welke track er wordt gedraaid. Dat vertel ik ze dan graag.’

‘De muziek wordt afgestemd op de tijd en de dag van de week. In de ochtend hebben we rustigere muziek. Zo rond een uurtje of twee gaat het tempo omhoog en wordt het genre wat steviger. Op maandag is de muziek rustiger dan op koopavond of zaterdag, de drukste dag van de week. Dan is het vanaf elf uur knallen. Hoewel ik thuis voornamelijk naar Amerikaanse hiphop als Jay-Z en Kanye West luister, kan ik de muziek in de winkel ook wel waarderen. Het is ongeveer hetzelfde wat ik hoor als

‘Het is logisch dat muzikanten worden betaald voor het gebruik van hun werk. Al vind ik wel dat er speciale tarieven moeten zijn als je de muziek in meerdere winkels draait, zoals bij ketens. Daarbij is het gebruik van muziek in winkels als de onze ook reclame voor makers zelf. Ga maar eens tellen hoeveel klanten met Shazam kijken wat we draaien en hoeveel muzikanten zo ontdekt worden.’ WWW.SCORE.NL ←


16

17

SUBSIDIËREN OF NIET? De een kwam met een motie om reissubsidies voor popmuzikanten af te schaffen; de ander diende een motie in om muziek op te nemen in het gesubsidieerde topsectorenbeleid. Arno Rutte van de VVD en Vera Bergkamp van D66 staan lijnrecht tegenover elkaar als het om steun voor de muzieksector gaat. Door Willemijn de Jonge

ENERZIJDS

ARNO RUTTE cultuurwoordvoerder voor de VVD in de Tweede Kamer

‘De kamer wees mijn motie af, terwijl 95 procent van de bevolking het een uitstekend voorstel vond. Er bestaat een enorme discrepantie tussen wat de bevolking vindt en wat de kamer vindt als het om cultuur gaat. Dat is iets wat de cultuursector zich niet lijkt te beseffen. De popsector stelt zich veel te afhankelijk op van de overheid. Het moet bij het publiek vandaan komen, niet bij de overheid. Dáár liggen de kansen. Bij iedere nieuwe ontwikkeling kijkt de popsector nu naar de overheid, roept men moord en brand over wat allemaal niet mag en kan. Dat staat innovatie in de weg. Neem nou iTunes, dat is een nieuw verdienmodel dat ontstaan is door naar de

wensen van het publiek te kijken. Helaas niet bedacht door de sector zelf, maar door Apple. Dat geeft te denken. Ik sta nog altijd ronduit achter mijn eigen motie. Muzikanten zijn ondernemers en kunnen van alle ondernemersregelingen gebruikmaken, daar hoeft niet nog eens subsidie bovenop te komen. Wie het redt in de muziekbusiness mag van mij heel rijk worden. Lukt dat niet, dat kun je het nog eens proberen bij The Voice of Holland en anders zul je er iets bij moeten zoeken. Datzelfde geldt voor timmermannen of voetballers die niet van hun vak kunnen leven, ik zie geen verschil. Er bestaat geen recht om te moeten kunnen leven van cultuur. Het exporteren van muziek is bovendien nog nooit zo gemakkelijk geweest door de digitale revolutie, daar heb je geen reissubsidie voor nodig. Dat met die digitale revolutie ook het grootscheeps gratis downloaden is ontstaan, blijft helaas een lastig probleem. Downloaden laat zich niet zomaar verbieden. Ik geloof zelf sterk in het laagdrempelig aanbieden van legale content tegen een faire prijs. Een van de grote ergernissen in mijn jeugd was dat cd’s zo absurd duur waren.

Wat we moeten stimuleren als overheid is ondernemerschap. En dat doe je niet door een artiest subsidie te geven, daarmee kweek je alleen maar meer afhankelijkheid. Leer als ondernemer te denken, sla de handen ineen in een sector die nu zo verdeeld is. Het is niet raar dat Sena een minimum gage-eis stelt voor muzikanten, de verschillende partijen zouden daar met zijn allen moeten proberen uit te komen. Denk er goed over na hoe je samen meer waarde kunt creëren. Probeer de boterham die je moet delen samen groter te maken.’

‘DE POPSECTOR STELT ZICH VEEL TE AFHANKELIJK OP VAN DE OVERHEID’

ANDERZIJDS ‘Het standpunt van de VVD verbaast me eerlijk gezegd nogal. De VVD is normaal juist voor het stimuleren van het bedrijfsleven. Wat D66 betreft is de popsector voor een deel gewoon een industriesector. Onze overheid doet hetzelfde met exportkredieten en handelsmissies, namelijk het ondersteunen van het Nederlandse product in het buitenland. Dat is goed voor ons imago en onze economie: het schept kansen en werkgelegenheid en daar verdient de overheid ook geld aan. Dat gaat net zo goed op voor popmuziek als voor andere producten van Hollandse bodem. Denk eens aan onze dj’s die de wereld overgaan en wat dat allemaal aan aandacht en bedrijvigheid genereert. Dus waarom zou je voor popmuzikanten hierop een uitzondering maken? Ik zie een reissubsidie gewoon als een van de ondernemersregelingen die de overheid aanbiedt, in dit geval om artiesten ondersteuning te bieden wanneer zij in het buitenland op tournee gaan. De bedragen hiervoor vallen bovendien in het niet als je naar andere subsidies voor ondernemers kijkt. Als de heer Rutte vindt dat de popmuziek wordt overgesubsidieerd, dan weet hij niet hoe het eraan toegaat in die sector. In de discussie over de reissommen ging het veel over Caro Emerald en Wouter Hamel, allang geen startende artiesten

meer. Maar bekendere namen kunnen weer een mooie ambassadeursfunctie hebben voor ‘jongere’ bands. Bekend zijn in Nederland betekent overigens niet automatisch dat je ook bekend bent in het buitenland. Daarnaast gaat 99 procent van de steun wel naar jonge starters. En je krijgt dat geld niet zomaar, je moet echt onderbouwen dat je een tekort hebt op de tourbegroting. Natuurlijk moet je als popmuzikant uiteindelijk zelf een markt vinden voor je product, maar een klein steuntje in de rug kan daarbij net het verschil maken. Het is een vorm van talentontwikkeling, iets wat de overheid actief wil stimuleren. Dus ik ben er helemaal voor. Onlangs publiceerde Buma/Stemra het bericht dat het goed gaat met de muzieksector, dat moeten we vooral koesteren. Ik zie onze motie om muziek in het topsectorenbeleid op te nemen ook als een erkenning dat muziek maatschappelijk en economisch van belang is. Muziek ontbrak tot voor kort in de topsector creatieve industrie, waarin wel design, mode, games, en architectuur waren opgenomen.

VERA BERGKAMP lid van de Tweede Kamer voor D66

Ik ben blij dat die motie is aangenomen. Muziek kan immers een impuls zijn voor nieuwe samenwerkingen en innovatie, het is een sector die zich in hoog tempo ontwikkelt.’

‘DIT HOORT BIJ HET ONDERSTEUNEN VAN HET NEDERLANDSE PRODUCT IN HET BUITENLAND’


18

19

LEVENDIGE DISCUSSIE OP NOORDERSLAG Van 15 tot 18 januari ademde

AUTEURSCONTRACTRECHT

Groningen muziek: de EBBA-

Vaste prik tijdens de Eurosonic Noorderslag-conferentie is een panel over het auteurscontractrecht. Dit zo op het eerste oog misschien saaie onderwerp is cruciaal voor de toekomstige positie van artiesten en muziekauteurs in Nederland. Professor Bernt Hugenholz hield vijftien jaar geleden een vurig pleidooi voor een betere bescherming van muziekauteurs in zijn oratie ‘Sleeping with the Enemy’, die nog altijd te downloaden is via www.ivir.nl. Het bleek de aftrap voor een ellenlang wetgevingstraject dat nog steeds niet is afgerond. Als panellid gaf hij college

awards, optredens en uitreiking van de door Sena Performers gesponsorde Popprijs tijdens Noorderslag zullen niemand zijn ontgaan. Maar ook overdag was het niet stil in de stad. Op de vierdaagse conferentie voor muziekprofessionals liep de discussie over rechten, subsidies en gages hoog op. Door Erik Thijssen

over de wetgeving die in 2014 door het parlement moet worden geloodst. De wet geeft auteurs weliswaar een sterkere onderhandelingspositie ten opzichte van producenten, maar kent ook vele open eindes. Uitspraken van de rechter moeten helderheid verschaffen over de uitwerking in de praktijk – iets wat niet te voorkomen is omdat in een wet nu eenmaal niet alles vastgelegd kan worden. Hugenholz betreurt dat er geen mogelijkheid in de wet is opgenomen voor collectieve onderhandelingen en afspraken tussen producenten en muziekauteurs.

Panellid Erwin Angad-Gaur, voorzitter van Platform Makers en secretaris Ntb, viel hem daarin bij. Platform Makers en Platform Creatieve Media Industrie hebben de ambitie om te onderzoeken of zij zelfregulering van de sector tot stand kunnen brengen en standaardcontracten met de producenten zijn daarbij een vereiste. De reactie van NVPI-directeur Paul Solleveld was bemoedigend. Hij is van mening dat makers en producenten partners zijn en er in dit partnership geen plaats meer is voor wurgcontracten. NVPI is dan ook geen tegenstander van een verbeterde wettelijke positie van auteurs en artiesten en misschien zelfs bereid met de bonden in gesprek te gaan. Het slotakkoord was voor Hugenholz. Hij stelde dat de politieke crisis over het auteursrecht mede stoelt op de aanname dat dit recht vooral ten goede komt aan de rijkste partijen in de muziekindustrie. Ook producenten hebben volgens hem daarom belang bij een sterkere positie voor auteurs en artiesten. Het auteurscontractrecht zou het vertrouwen in het auteursrecht kunnen helpen herstellen omdat het marktfalen ermee kan worden hersteld.

‘HET ONTBREEKT NIET AAN ELAN, NU NOG EEN ACCEPTABEL BUDGET’ KAMERLEDEN OVER POPMUZIEK Later op de dag sprak VVD-kamerlid Arno Rutte juist zijn ongebreidelde vertrouwen uit in diezelfde markt tijdens het politieke debat over de popmuziek. Volgens Rutte heeft popmuziek geen overheidssubsidie nodig omdat het zich ook zonder subsidie kan redden. Dat was tegen het zere been van Esther Ouwehand (PvdD) en Jasper van Dijk (SP) maar ook in tegenspraak met de recente brief over popmuziek van minister Bussemaker. Daarin staat dat de gemeenten jaarlijks 28 miljoen euro uittrekken om de poppodia overeind te houden. De rijksoverheid legt daar nog eens 2,5 miljoen voor

popprogrammering en reissubsidies bovenop. Allemaal peanuts vergeleken bij andere sectoren volgens Ouwehand en Van Dijk. Er ontspon zich een discussie over nut en noodzaak van kunstsubsidies in het algemeen en popsubsidies in het bijzonder. Feit is dat pop, ook in vergelijking met andere muziekgenres, nog altijd mondjesmaat wordt gesubsidieerd. Van Dijk wil daarom serieus werk maken van een privaat-publiek investeringsfonds voor pop waar hij nu ook de PvdA in mee lijkt te krijgen. Ouwehand heeft de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht onderzoek laten doen naar de export van popmuziek en wil dat gebruiken om een succesvoller exportbeleid van de grond te krijgen. Het ontbreekt niet aan elan, nu nog een acceptabel budget.

HET GROTE GAGEDEBAT Afsluiting van de conferentie was het Grote Gagedebat, georganiseerd door Sena Performers, de Ntb en Buma Cultuur. De gages blijken een onderwerp van verhitte discussie. Op Twitter verschenen verschillende reacties, waaronder die van Henk Westbroek. Hij complimenteerde Sena met de beslissing ‘geen bevrijdingsfestivals meer te subsidiëren die bands een klein handje pepernoten betalen’. Ook tijdens het debat raakten de gemoederen verhit. Lange tijd leken panelleden vooral langs elkaar heen te praten. Oscar Jansen (directeur van cultuurpodium de Groene Engel in Oss en bestuurslid VNPF) kon zich goed voorstellen dat Sena bij subsidies uit geld van muzikanten een gagenorm hanteert, maar een algemene discussie over het onderwerp wees hij fel van de hand. Het onderwerp van inkomen voor popmusici leek zo nog altijd een moeilijk aan te snijden taboe. Op de opmerking van Dominique Citroen (Sena Performers SoCu fonds) dat jazz- en klassieke musici, net als acteurs en andere kunstenaars, bij gesubsidieerde projecten een heel ander inkomen ontvangen, volgden smadelijke reacties uit de zaal. Van belang volgens ‘muziekprofessionals’ is toch vooral dat er speelplekken voor popmusici zijn; inkomen is een kwestie voor ‘de markt’.

Jasper van den Dobbelsteen (programmeur en eigenaar van The Hidden Track) ging zelfs zover op te merken dat goede muziek toch vooral onder economisch barre omstandigheden tot stand komt. Anita Verheggen (RvA Sena en beleidsmedewerkster van de Ntb) reageerde fel en oogstte applaus met de opmerking dat dit soort achterhaalde semi-romantiek ‘van drie jongens in een oude schuit’ zijn tijd nu toch wel gehad heeft. Zij riep de gezamenlijke popsector meermalen op zichzelf volwassen op te stellen en gezamenlijk te lobbyen voor verhoging van de beschamend lage 2,5 miljoen euro die jaarlijks beschikbaar is voor subsidiering van popprogrammering. Het panel werd lichtjes hoopvol afgesloten toen Oscar Jansen toegaf uiteraard blij te zijn als musici een beter inkomen zouden kunnen genereren en een gezamenlijk lobbytraject niet langer van de hand wees. Dat de gagenorm van Sena inmiddels ook door collega-organisatie Stichting NORMA is overgenomen werd door Verheggen een belangrijke eerste stap genoemd. Zij riep het Buma en het Buma Cultuur bestuur op het voorbeeld van Sena en NORMA te volgen.

‘GEEN SUBSIDIE MEER VOOR FESTIVALS DIE BANDS EEN KLEIN HANDJE PEPERNOTEN BETALEN’


20

‘Bedrijven vinden het fijn bij ons een product te kopen’

21

KLASSIEK

SPELEN VOOR SPONSORS Het Nederlands Blazers Ensemble mag dan nog zo bekend zijn, ze moeten er hard aan trekken om het kostenplaatje rond te krijgen. Lotgenoten, gastenavonden en bedrijfsconcerten vullen de kas op een leuke manier aan. Door Guido van Oorschot

Iedereen kent het Nederlands Blazers Ensemble (NBE). Het is de enthousiaste groep muzikanten die op Nieuwjaarsdag, live op tv, alle huiskamers bereikt. Met z’n avontuurlijke aanpak kent het NBE zelfs wereldfaam. Het scoort met klassiek repertoire uit vele eeuwen, van Mozart tot Andriessen. Tegelijkertijd grossieren de Blazers in verrassende cross-overs met een fadozangeres, een blueslegende of een Afrikaanse troubadour.

GASTENAVONDEN

GEEN KLAAGVERHAAL

Een andere pijler is de Gastenavond. Een paar keer per jaar kunnen bedrijven een tafel kopen voor een muzikale avond op een sfeervolle locatie. Van tevoren steekt Bart Schneemann, de artistiek leider van het NBE, zijn licht op bij de deelnemers. Vervolgens formuleert hij een thema en stelt de avond samen. ‘Tussen de muziek door vertelt Bart een verhaal dat is afgestemd op de aanwezige CEO’s’, zegt Wijns. ‘Hij steekt ze geen veer in het achterwerk, maar neemt ze juist een beetje in de maling. Dat vinden ze heerlijk, want iedereen komt aan de beurt.’

Je zou zeggen: zo’n veelzijdig ensemble wordt door subsidiegevers en sponsoren op handen gedragen. Dat valt tegen. Het NBE bevond zichzelf in 2012 zelfs op een ongemakkelijke ‘zaaglijn’. Het advies voor rijkssubsidie luidde weliswaar positief, maar door bezuinigingen was er geen geld om de aanvraag volledig te honoreren. De economische crisis ging evenmin aan de deur van het NBE voorbij. ‘Als bedrijven pas op de plaats maken, is sponsoring nu eenmaal minder passend’, zegt zakelijk directeur Niek Wijns. ‘Ik merk dat we er harder aan moeten trekken.’

Neem de Lotgenoten. Dat is een club van rond de honderd fans die de verbeeldingsvolle programmering van het NBE van harte ondersteunt. Een Lotgenoot doneert 1250 euro per jaar, een bedrag dat valt ‘Het is een echte vriendenclub’, zegt Wijns. ‘De Lotgenoten steunen ons niet staan ze ons zonodig terzijde.’

BEDRIJFSCONCERTEN Toch zul je uit zijn mond geen klaagverhaal horen. Integendeel, Wijns praat enthousiast over de activiteiten die het NBE onderneemt om privaat geld binnen te halen. ‘We kennen verschillende formules op, de manier waarop het gebeurt is ook nog eens zinvol en leuk.’

Uit zo’n Gastenavond vloeit niet zelden een bedrijfsconcert voort. Een investeringsmaatschappij die een seminar aanbiedt, twee ingenieursbureaus die fuseren, een zorgverzekeraar die z’n relaties fêteert: het NBE stelt een toepasselijk muziekprogramma samen en organiseert de dag desgewenst van a tot z.

product te kopen’, zegt Wijns. ‘Ze zien het speelplezier van onze musici. En ze weten: wat we eraan overhouden, vloeit rechtstreeks naar de programmering.’ Als zich een sponsor meldt die ongezien vijf jaar lang een paar ton wil doneren, zegt het Nederlands Blazers Ensemble natuurlijk geen nee. ‘Het zou ideaal zijn’, zegt Wijns, ‘maar ik zie het niet zo snel gebeuren.’ Zijn belangrijkste tip: zie een potentiële sponsor niet als een wandelende portemonnee. ‘Het gaat juist om de verbinding. Zo’n leuke avond maak je sámen.’ WWW.NBE.NL ←


22

23

REFLECTIES

KUNSTBELEID IN NEDERLAND: WAAROM EIGENLIJK? ‘All art is quite useless’, schreef Oscar Wilde. Wij hebben die boodschap nooit begrepen. Eigenlijk heeft de Nederlandse politiek nooit echt geweten wat ze met de kunsten aanmoest. Wanneer zal men het autonome belang van een levende kunstensector eindelijk gaan inzien? Door Erwin Angad-Gaur

In een doorlopende zoektocht naar een thuishaven, verhuisden de kunsten door de jaren heen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken, aan het begin van de vorige eeuw, naar het Ministerie voor Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, via Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk werk, naar Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur en weer terug naar het huidige Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Als ambtenaar voor cultuur zie je nog eens wat van Den Haag. Het is symbolisch voor de zoektocht naar een reden voor en een visie op het Nederlandse kunstbeleid. Gebrek aan visie op kunstbeleid is (helaas) niet alleen het vorige of het huidige kabinet aan te rekenen.

SCHOORVOETEND BEGIN Op zich is dat niet verrassend in een land zonder mecenaattraditie. Het ontbreken in Nederland van een centraal koninklijk hof, met een bijbehorende behoefte aan vertoon, zoals dat in veel van de ons

omringende landen wel bestond, is een belangrijke reden voor onze ongemakkelijke verhouding tot de kunsten. Alleen tijdens de korte Franse periode, eind achttiende en begin negentiende eeuw, bemoeide de Nederlandse overheid zich daadwerkelijk en doelbewust met de kunst. Hoewel de overheid in de loop van de twintigste eeuw, schoorvoetend en stapje voor stapje, enige aanstalte begon te maken tot het ondersteunen van de kunsten, en van vooral noodlijdende beeldend kunstenaars en musici, duurde het feitelijk tot de volgende, ditmaal Duitse, bezetting voordat er in Nederland een werkelijk kunstbeleid ontstond, geboren uit de nazi-behoefte aan propaganda; een cultuurbeleid waarbij ongekende budgetten werden gekoppeld aan grote overheidsinmenging en censuur, maar wel voor de eerste keer een helder, doordacht en

alomvattend kunst- en cultuurbeleid. Na de oorlog bleven, onder meer uit waardering voor het kunstenaarsverzet, veel van de Duitse initiatieven op kunstgebied gehandhaafd, met name de subsidiering van film, toneel en dans, kunstuitingen die voordien door de rechtse meerderheden in ons parlement buiten de deur van het cultuurdepartement waren gehouden. In de jaren zestig en zeventig tenslotte ontwikkelde het budget voor het kunsten cultuurbeleid zich tot omstreeks het huidige niveau (in percentage van de Rijksbegroting ongeveer een verdubbeling ten opzichte van de jaren vijftig en een verviervoudiging van het kunstenaandeel in de overheidbegrotingen van voor de bezetting).

KUNSTSPREIDING Eigenlijk kan men daarom, zonder cynisme, concluderen dat Nederland

nog maar zo’n veertig tot zeventig jaar structureel aan kunstbeleid en kunsten cultuursubsidies doet. Een warme relatie tussen kunst en staat hebben wij in feite nooit gekend. Niet vreemd daarom, dat we gedurende die jaren eigenlijk nooit helemaal zeker zijn geweest van het waarom van dat nieuwe fenomeen: het kunstbeleid. En ook niet vreemd dat wat nooit goed gelegitimeerd werd, de afgelopen periode eenvoudig bleek aan te vallen. In eerste aanleg zag ons parlement kunst – en als het meezat ook volkskunst – vooral als middel tegen de ‘vervlakking’ van het volk, of, ambitieuzer geformuleerd: als middel tot verheffing en emancipatie van de lagere klassen. Voor dit streven raakte in de jaren vijftig het begrip kunstspreiding in zwang: het streven kunst en cultuur zo veel mogelijk geografisch door het land, en door de verschillende sociale lagen van de bevolking, onder de aandacht te brengen. KVP-minster Cals verwoordde het gevoelen van de politiek in 1957 als volgt: ‘Uit de grote omzetten, die de kitschhandel nog steeds boekt, [blijkt] dat er bij velen een latente belangstelling [voor kunst] bestaat, die helaas op een verkeerde manier is ontwikkeld.’ Het volk moest kortom worden opgevoed.

AANBODSGEDACHTE In de jaren daarna werd het streven van de overheid iets minder paternalistisch en meer democratisch, maar kern van het beleid bleef de kunstspreiding. Pas in de jaren tachtig werd de gedachte van de kunstspreiding onder minister Brinkman losgelaten. Hoewel Brinkman ons toch vooral is bijgebleven als de man die eigenhandig de PC Hooftprijs de nek omdraaide en later als CDA-lijsttrekker en beoogd opvolger van premier Ruud Lubbers zijn partij voor acht jaar de oppositiebanken injoeg, formuleerde hij als alternatief voor het kunstspreidingsideaal de ‘aanbodsgedachte’: de overheid moest zich concentreren op het mogelijk maken van artistiek hoogwaardig kunstaanbod. De utopie van de spreidingsgedachte moest men daarbij laten varen. Een koerswijziging die niet

zozeer voortkwam uit een plotsklaps ontstaan geloof in de autonome waarde van de kunsten, maar vooral voortvloeide uit de nieuwe zakelijkheid van de jaren tachtig. Tezelfdertijd wilde Brinkman dan ook onderzoeken of de rol van de overheid door middel van sponsoring en privatisering niet verkleind kon worden. Al met al een herkenbaar streven en herkenbare taal voor wie op dit moment stukken van Minister Bussemaker leest. Het laten varen van de spreidingsgedachte mag evengoed als wijsheid worden getypeerd.

‘EEN LEVENDE CULTUUR IS DE NAVELSTRENG VAN EEN LEVENDE SAMENLEVING’ ZOEKEN NAAR NUT Tot in de jaren tachtig werden onderzoeksgegevens die uitwezen dat de cultuurparticipatie in de ‘hoge kunsten’, ondanks alle moeite die men zich getroostte, maar niet wilde groeien, door een opeenvolging van bewindspersonen manmoedig afgedaan als bewijs dat er ‘nog veel te doen’ was. Aan die hardleersheid kwam met Brinkman in ieder geval een voorlopig einde. Hoewel geen einde kwam aan de neiging vooral de erkende ‘hoge’ cultuur subsidiabel te achtten en ‘lage’ cultuur, zoals popmuziek, naar de markt te blijven verwijzen. Voor zover popmuziek gesubsidieerd werd en wordt is er nog altijd de bijna onuitroeibare neiging het beleid voornamelijk aan het jeugd- en jongerenbeleid te koppelen. Links of rechts van het politieke spectrum: er zijn weinig partijen te vinden die popmuziek daadwerkelijk en volwaardig als kunstvorm beschouwen. Los van het popbeleid echter, lijken we ook algemeen niet los te komen van de behoefte telkens weer te zoeken naar het nut van het kunstbeleid.

De politiek blijkt het, tegen beter weten in, nog altijd niet te kunnen laten telkens opnieuw een koppeling met andere – blijkbaar belangrijkere – overheidsdoelen aan te brengen: economie, jeugdbeleid of (onder Van der Ploeg) het allochtonenbeleid. Essentieel is toch vooral dat Nederland en de Nederlandse politiek het autonome belang van een levende kunstensector eindelijk in gaan zien. Het belang van cultuur in brede zin. En daarmee het belang van een goed en samenhangend kunst- en cultuurbeleid. Een natie en een maatschappij is meer dan een economische gemeenschap alleen, zo leert de Europese Unie: een entiteit zonder eigen cultuur of herkenbare symbolen, die vooral daarom niet blijkt te leven. Een levende cultuur is de navelstreng van een levende samenleving: dat is de werkelijke legitimatie voor een serieus cultuurbeleid. Aan ons de taak als, cultuursector dat telkenmale – en misschien soms tot vervelens toe – uit te blijven dragen. ‘The cynic knows the price of everything and the value of nothing’, om Wilde nog maar eens te citeren. Hij had het over Nederland kunnen hebben.


24

25

EVEN VOORSTELLEN TEAM RELATIEBEHEER

Cyrille Smith, Roel van der Velde en Jacqueline Calis. Bianca Vlietman staat niet op de foto omdat zij met zwangerschapsverlof is.

‘Als rechthebbenden hun geld niet bij ons komen halen, zijn we in staat het te gaan brengen,’ zegt Jacqueline. ‘Dat zijn de leukste telefoontjes, waarbij je iemand belt om te zeggen dat er een bedrag op hem ligt te wachten.’

Cyrille: ‘Wij typen geen formulieren meer over, dat scheelt weer een stap in het proces. Er kan nu direct een match worden gemaakt tussen het opgegeven repertoire en de playlists die wij van de radio- en televisiezenders krijgen.’

Voor alle duidelijkheid leggen ze het nog eens uit: Sena heeft de wettelijke verplichting om een licentievergoeding te incasseren voor muzikanten en producenten van wie repertoire gedraaid wordt op radio en tv en in het openbaar, om die vervolgens door te betalen aan de rechthebbenden. Maar daarvoor moeten die rechthebbenden zich wel aanmelden. Om die reden staat het team regelmatig met voorlichtingsstands op festivals en muziekevenementen. De komende maanden zijn ze bijvoorbeeld op de Muzikantendagen on Tour in Almere en Middelburg, om uit te leggen wat Sena voor je kan doen. Cyrille: ‘Het is niet zo ingewikkeld als mensen soms denken. De boodschap is eigenlijk: meld je repertoire bij ons aan want dat kan geld opleveren. Uiteindelijk gaat het ons erom zo veel mogelijk vergoedingen zo snel mogelijk te verdelen onder iedereen die daar recht op heeft.’

‘DE RADIO STAAT NON-STOP AAN’ ‘Daarnaast is het ook gewoon overzichtelijker geworden,’ voegt Roel toe. ‘Je kunt op elk gewenst moment zien hoe je aanmelding, opgave en betaling ervoor staan. Je ziet meteen wat er binnenkomt op een titel.’ Die inzichtelijkheid roept soms ook extra vragen op: je ziet nu bijvoorbeeld dat het bij sommige nummers heel lang duurt voordat ze verwerkt zijn. ‘Dat komt omdat we voortaan alleen het gedraaide repertoire verwerken, want dát is waar je geld voor krijgt,’ zegt Cyrille. ‘Zolang het nummer niet gedraaid wordt, blijft er “Aangemeld bij Sena” achter staan.’

PRODIGY Op de vraag wat ze leuk vinden aan hun werk, is het antwoord unaniem: het werken in de muziekbusiness en het contact met alle muzikanten en producenten – niet alleen aan de telefoon maar ook live op alle festivals waar ze naartoe gaan. Jacqueline: ‘Voor de meeste muzikanten is het niet makkelijk om te leven van hun muziek, en de administratieve rompslomp eromheen vinden ze vaak lastig. Het is dankbaar werk om ze daarbij te helpen. Zeker als je zelf gek bent op muziek.’ Die liefde voor muziek is overduidelijk aanwezig. Cyrille zingt en speelt viool, Jacqueline speelt piano, Bianca zingt vol overgave mee met het volkse repertoire en Roel wordt door de rest bestempeld als de koning van de popquiz. De radio staat non-stop aan op de afdeling Relatiebeheer, bekent Roel. ‘We hebben allemaal een vrij brede smaak: soul, rock, klassiek, pop, dance – The Prodigy is de beste band die er bestaat.’ Het blijft niet bij de radio, ze gaan ook graag naar live concerten. ‘Zelfs als de muziek niet helemaal mijn ding is; ik vind het gewoon fantastisch om te zien hoe mensen op een podium er vol voor gaan. Die passie van muzikanten is prachtig.’

Wegwijs in de muziekrechten Wie Sena belt met een vraag, komt terecht bij een van de leden van het team Relatiebeheer. Vier bevlogen muziekliefhebbers die alles kunnen vertellen over naburige rechten en hoe je die zo snel mogelijk uitbetaald krijgt. Door Willemijn de Jonge Velen zullen hen al aan de lijn hebben gehad: de relatiebeheerders van Sena. De afdeling die vorm kreeg door Marijke Remkes, heeft sinds haar pensionering in oktober vorig jaar een nieuwe samenstelling: Cyrille Smith, Roel van der Velde, Bianca Vlietman en Jacqueline Calis zijn aanspreekpunt voor

alle aangeslotenen bij Sena. Muzikanten kunnen met hun vragen terecht bij Cyrille, Roel en Bianca, de producenten moeten bij Jacqueline zijn. ‘Mensen kunnen ons over van alles bellen,’ zegt Roel. ‘Bijvoorbeeld over het aanmelden van nieuw repertoire, over de vergoeding die je zult krijgen en hoe lang je die nog kunt claimen nadat je gedraaid bent.’ Jacqueline vult aan: ‘Je kunt ook bij ons terecht voor het aanvragen van een ISRC-code, of voor allerlei informatie over regelgeving. Er bellen steeds vaker muzikanten die in eigen beheer een plaat uitbrengen om te vragen hoe het zit met hun rechten. Zij weten vaak niet dat zij zich als

producent én muzikant kunnen aanmelden, wij wijzen hen er dan op dat ze voor beide recht hebben op een vergoeding.’

MUZIKANTENDAGEN Er is soms wel meer onduidelijheid bij muzikanten over naburige rechten. Hoewel bijna iedereen Buma/Stemra kent, die incasseert voor de componisten en tekstschrijvers, weten lang niet alle artiesten dat ook zij recht hebben op een vergoeding als hun werk gedraaid wordt. Relatiebeheer is dus niet alleen een kwestie van afwachten waar aangeslotenen mee komen, maar ook actief mensen opzoeken.

MYSENA Ook het vernieuwde MySena is iets waar de vier alles over kunnen vertellen. Sinds 1 januari kunnen aangeslotenen alleen nog maar digitaal opgave doen van hun repertoire. Door met hun persoonlijke wachtwoord in te loggen op de portal op www.sena.nl krijgen zij toegang tot hun gegevens, hun nota´s en het laatste nieuws op het gebied van naburige rechten. Hier kunnen zij ook titels invoeren waarop zij meespelen. Online opgave doen komt de verwerkingssnelheid ten goede en het risico op fouten wordt kleiner.

Een ander punt is dat niet iedereen gewend is op de computer te werken. Maar voor digibeten nemen de relatiebeheerders geduldig de tijd, het probleem is altijd op te lossen door stap voor stap mee zo,’ zegt Cyrille. ‘Dus bel ons gewoon als je er niet uitkomt.’

‘BEL ONS ALS JE ER NIET UITKOMT’


26

27

PODIUM

COLUMN HENK WESTBROEK

‘Het is belangrijk dat we de muziekcultuur levend houden’

HARIGE HARRY & THE LADYSHAVERS

Esther Ouwehand zit namens de Partij voor de Dieren in de Tweede Kamer. Zij maakt zich hard voor de waarde van popmuziek. Door vragen te stellen aan minister Bussemaker, het gesprek aan te gaan met Spotify, en door ervoor te zorgen dat de stem van de popsector gehoord wordt in de Tweede Kamer. Door Hans Hulst VROEGER HADDEN DE GROTE PLATENMAATSCHAPPIJEN VEEL MACHT. HEBBEN MUZIKANTEN IN HET INTERNETTIJDPERK NOG STEEDS EEN STEUNTJE IN DE RUG NODIG? ‘Dat denk ik wel. Ook nu is de vraag hoe muzikanten eerlijk betaald kunnen worden. Daarbij spelen auteursrechten, afdrachten, Tijdens een hoorzitting met minister Bussemaker heb ik haar gevraagd om de regelingen die onder het Fonds Podiumkunsten vallen te evalueren. Los van het feit dat er meer budget naar popmuziek moet, kan het volgens mijn partij eerlijker en effectiever. Sommige muzikanten vallen buiten de boot, anderen krijgen een te grote hap. Uit het onderzoek blijkt dat er inderdaad ruimte voor verbetering is.’

IN HOEVERRE KAN POPMUZIEK NOG RENDABEL ZIJN? DE GRATIS-CULTUUR LIJKT DE WORTELS VAN DE BETALINGSMORAAL VAN MUZIEKLIEFHEBBERS TE HEBBEN AANGETAST. ‘Inderdaad een groot probleem, en een van de redenen dat we in gesprek zijn met Spotify. Hoe eerlijk is hun afdracht aan

muzikanten eigenlijk? Het is belangrijk dat we de muziekcultuur levend houden. Ik probeer daar zelf ook mijn rol in te spelen. Ik ga naar bandjes kijken en regelmatig naar de platenzaak. Zo nu en dan twitter ik daarover. Popmuziek is het geld zeker waard. Van één plaat kun je een leven lang plezier hebben.’

WAT VOOR ROL KAN EEN COLLECTIEF ALS KYTOPIA SPELEN? ‘Die van broedplaats, waar talent de ruimte krijgt zich te ontwikkelen. Het rijk en de gemeente zouden dergelijke broedplaatsen moeten stimuleren. Bijvoorbeeld door ruimte beschikbaar te stellen. Op een aantal plekken gaat dit al goed. Maar om bij het voorbeeld Kytopia te blijven: er is veel geld gestoken in het isoleren van de opnamestudio. Stel dat men niet in het huidige pand kan blijven, dan is dat geld voor niets geïnvesteerd. De gemeente Utrecht mag daar best meer oog voor hebben.’

HEEFT DE POLITIEK GENOEG AANDACHT VOOR DE POPMUZIEK? ‘Niet altijd. Tijdens een recent algemeen overleg was er weinig opkomst. Wel is er een ronde tafel gesprek geweest, op initiatief van de PvdA en de SP. Dat vloeide voort uit een bijeenkomst op Eurosonic. Ik vond dat bij dit gesprek ook de muzikanten aanwezig hoorden te zijn. Tim Knol, Blaudzun, 100% Isis en Kyteman hebben vervolgens bijgedragen aan een pittige discussie.’

DE KOMENDE JAREN IS ER IN HET KADER VAN HET TOPSECTORENBELEID VAN HET MINISTERIE VAN ECONOMISCHE ZAKEN 10 MILJOEN EURO EXTRA VOOR DE POPMUZIEK. ‘Op aandringen van de kamer is de popsector alsnog aan het topsectorenbeleid toegevoegd. Oorspronkelijk kwam de popmuziek in de plannen van minister Kamp niet voor. De vraag is natuurlijk hoe dit bedrag moet worden besteed. Meer doen van hetzelfde, showcases in het buiPositief is dat de minister op mijn verzoek de muzikanten zal laten meepraten over de invulling. Als kamerlid blijf ik de vinger aan de pols houden.’

Martijn van Dam zit voor de PvdA in de Tweede Kamer. Geen kleine jongen die Martijn, want hij is in de kamer binnen een paar jaar opgeklommen tot vicevoorzitter van de sociaaldemocraten. Nadat hij in 2006 door de parlementaire pers uitgeroepen werd tot politiek talent van het jaar – een persoon met lef en originaliteit, stond in het juryrapport – heeft Martijn zich gespecialiseerd in het verwoorden van originele ideeën die zo bizar zijn dat je inderdaad lef moet hebben om ze uit je mond te laten rollen.

auteursrecht nog even een trap nagaf, en dat het niet zo kon zijn dat de VVD nu op het gebied van kunst zou achterblijven. Halbe zei: ‘Kom nu gelijk maar op met de creatieve ideeën!’ Na een minuut

Martijn was voorstander van de laatste

Tweede Kamerlid Arno Rutte, die een klein zakcentje bijverdient als Harige Harry in de rockband Harige Harry & The Ladyshavers, zei: ‘Zeg Halbe, zonder het nu voor muzikanten op te willen nemen; je kunt best zeggen dat de VVD altijd tegen alle subsidies is, maar daar merken Bankiers, Boeren en Barroso in Europa niet zo veel van, toch?’ Die akelige Arno denkt zich te kunnen permitteren om mij in de fractie voor schut te zetten, dus die komt bij de volgende verkiezingen op een onverkiesbare plaats, dacht Halbe Zijlstra en zei dus hardop: ‘Arno, bedenk jij dan maar iets slims.’

publieke omroep en schrok vervolgens toen de publieke omroep begon te klagen dat de rekeningen niet meer betaald konden worden. Het mede door hem gecreëerde probleem loste hij gedeeltelijk op zijn eigen creatieve manier op door voor te stellen dat omroepen gewoon maar wat minder auteursrechten moesten gaan betalen. De VVD-fractie in de Tweede Kamer begon spontaan te juichen toen Martijn dit voorstel deed. Na het juichen kwam het moment van VVD-bezinning. In vergadering bijeen wees voorzitter Halbe Zijlstra zijn fractie erop dat de regering bestaat uit een verbond van PvdA én VVD. Dat het de PvdA was die het zieltogende

stilte voortduurde. ‘Dan zal ik de randvoorwaarden zelf benoemen’, zei Zijlstra nadat zijn fractie een half uur gemediteerd had. ‘Wij zijn tegen elke vorm van cultuursubsidie omdat we in het algemeen subsidies verafschuwen! Wie van jullie kan dit in een praktisch voorstel vertalen?’

Nou had Arno onze Caro Emerald op de radio horen zeggen dat een reissubsidie van 5.000 euro een grote stimulans voor

haar Europese carrière geweest was. Dit gaf Arno een idee dat als positieve bijwerking kon hebben dat het onhaalbaar was; dan zou Arno zijn vrienden in de popwereld onder ogen kunnen blijven komen! Hij vertelde in de Tweede Kamer met een stalen gezicht dat hij tegen alle popmuzieksubsidies was, maar dat zijn fractie ermee kon leven als carrièrestimulerende reissubsidies, zoals Caro Emerald die ooit ontving, volledig afgeschaft zouden worden. Toen een kamermeerderheid dit absurd vond, keek Arno sip, maar in stilte juichte hij.

‘JE MOET LEF HEBBEN OM HET UIT JE MOND TE LATEN ROLLEN’


28

GRACHTENFESTIVAL CONSERVATORIUM CONCOURS 2014 30 MAART Amsterdam

EDISON POP 2014 31 MAART Amsterdam

MUZIKANTENDAG ON TOUR

AMERSFOORT JAZZ

12 APRIL Middelburg

16 - 19 MEI Amersfoort

MUZIKANTENDAG ON TOUR

LANDGOEDCONCERTEN

3 MEI Almere

23 - 25 MEI Oranjewoud

BEVRIJDINGSFESTIVALS

VERGADERING VAN AANGESLOTENEN SENA

5 MEI 14 steden in Nederland

26 MEI Hilversum

I’m liquid again Flowing down a hill Perpetually in motion I’m liquid again Both feet off the ground Floating on the ocean UIT: LIQUID (SEABORNE WEST), DARYLL-ANN

Sena Performers Magazine maart 2014  

Magazine voor rechthebbende uitvoerende kunstenaars van Sena. Uitgegeven door de Sectie uitvoerende kunstenaars.

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you