Issuu on Google+

MAGAZINE

20 JAAR SENA MUZIEK WERKT! ONDERZOEK NAAR MUZIEK OP DE WERKVLOER INTERVIEW MARKUS BOS KICKSTART STEPHANIE FRANCKE

MAGAZINE VOOR UITVOERENDE KUNSTENAARS | JULI 2013 | NR. 2 | JAARGANG 13


2

3

VAN DE REDACTIE

20 JAAR NABURIG RECHT Na een jarenlange lobby van de artiestenvakbonden en de producentenkoepel NVPI werd in 1993 Sena opgericht. De Ntb en de Kunstenbond FNV vormden samen met de NVPI het eerste bestuur onder voorzitterschap van David Peeperkorn. Gesteund door Europese wetgeving was de weerstand van de auteurs en omroepen gebroken en werd de Wet op de Naburige rechten geïntroduceerd. De auteurs vreesden dat hun incasso zou terug vallen en de omroepen verwachtten nu juist dat ze aanzienlijk veel meer zouden moeten betalen als artiesten en platenproducenten, naast de muziekauteurs en hun uitgevers, óók voor het gebruik van hun geluidsdragers een vergoeding zouden ontvangen. De eerste verwachting bleek onjuist te zijn ingeschat, de tweede werd bewaarheid.

MUZIEK WERKT!

SENA BEHOORT TOT DE WERELDTOP

Bij Someone like you van Adele wordt in een werkruimte enthousiast doorgewerkt, bij Een Parel in Gods Hand van Elly en Rikkert stagneert de werklust. Interessant onderzoek voor werkgevers

Sena-directeur Markus Bos legt uit hoe hij van Sena een hoogwaardige serviceorganisatie gaat maken. Professionaliseren, digitaliseren en internationaliseren, de pijlers van het beleidsplan worden toegelicht

Deze keer in Podium o.a. de eerste voorzitter van Sena, David Peeperkorn. Herinneringen, felicitaties en reacties van prominenten van het eerste uur, en van artiesten waaronder Frans Bauer, Eric Vloeimans, Karsu Dönmez en Peter Koelewijn

PODIUM

06

08

12

ENERZIJDS ANDERZIJDS

POPICOON GEORGE BAKER

NETWERKEN VOOR WERELDMUZIEK

De voorzitters van de secties producenten en performers, Peter Boertje en Erwin Angad-Gaur, beantwoorden vragen. De verschillen en overeenkomsten worden zichtbaar gemaakt

‘Het zijn niet vaak de meest getalenteerden die slagen, maar degenen die vast besloten zijn om door te gaan’. George Baker geeft adviezen en vertelt over zijn succesvolle carrière

Stan Rijven treedt op als koppelaar en stelt talloze mensen aan elkaar voor. Hij kijkt het goedkeurend aan: uiteindelijk zijn er zo’n vijftig bezoekers met elkaar in gesprek

20

28

32

PERFORMERS MAGAZINE is een uitgave van de sectie Sena Performers en is bestemd voor rechthebbende uitvoerende kunstenaars en andere geïnteresseerden.

In dit Magazine wordt er uiteraard teruggeblikt. Op de bijna onmogelijke missie van Sena in 1993, de volhardende directeur Hans van Berkel, de onvoorstelbare groei van Sena, inclusief het proces van volwassenwording dat gepaard ging met enkele pijnlijke bedrijfsongevallen, tot en met de nieuwe bestuursstructuur van Sena. De actoren van toentertijd komen evenals de artiesten aan het woord, waardoor er een beeld wordt geschetst van de geschiedenis van rechtenorganisatie Sena.

‘SENA MOEST ZICH INVECHTEN IN EEN MARKT WAARIN DE WEERZIN VAN GEBRUIKERS OM IETS TE BETALEN AAN ARTIESTEN EN PRODUCENTEN GROTE VORMEN AANNAM, OMDAT MEN ‘AL BETAALDE AAN BUMA VOOR DE MUZIEK’.’

Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. © 2013 Sena Performers HOOFDREDACTEUR: Hans Kosterman REDACTIE: Erwin Angad-Gaur, Anita Verheggen en Melanie van de Kuinder (fotoredactie) EINDREDACTIE:

Willem Velema

VORMGEVING:

Fellows

FOTOGRAFIE:  Hüsne Afsar, Corb!no, Janiek Dam, Sonja Heimann, Hilde Hogendoorn, Jaap van de Klomp, Charlotte Marres,

Sena moest zich invechten in een markt waarin de weerzin van gebruikers om iets te betalen aan artiesten en producenten grote vormen aannam, omdat men ‘al betaalde aan Buma voor de muziek’. Het was ook een periode dat er in de verkoop van geluidsdragers giga-omzetten werden gemaakt vanwege de overgang van vinyl naar cd. Deze omzetten en bonussen waren jarenlang een norm waardoor oudere spelers in de muziekindustrie maar niet kunnen wennen aan nieuwe Spotify-achtige businessmodellen. De ironie wil dat de laatste jaren de verkopen van muziek dramatisch zijn gedaald terwijl de omzetten van collectief beheer, zoals bij Buma en Sena tot grote hoogten zijn gestegen. Overigens schijnt er qua verkoop gelukkig weer enig licht aan het einde van de tunnel.

Goffe Struiksma DRUK:

Interform

OPLAGE:

15.750

MEDEWERKERS: Ed Nijpels, Jasper van Vugt, Rianne van der Molen, Henk Westbroek, Guido van Oorschot,

INHOUD

Erik Thijssen, Anita Verheggen, Erwin Angad-Gaur en Hans Kosterman

VAN DE REDACTIE

02

KICKSTART MET SENA

04

20 JAAR SENA IN VOGELVLUCHT: FEITEN EN CIJFERS

22

REDACTIEADRES: Catharina van Renneslaan 20, Postbus 113, 1200 AC Hilversum Telefoon: (035) 625 17 00

Fax: (035) 625 1799

E-mail: performers@sena.nl

Website: www.sena.nl

MARGRIET KOEDOODER - DE CASUS

30

ED NIJPELS - 25 HERINNERINGEN AAN 20 JAAR SENA

ERWIN ANGAD GAUR - REFLECTIES

34

DE HALLUCINERENDE 26 HARP VAN LAVINIA MEIJER

HENK WESTBROEK - COLUMN

36

POP IN DE TWEEDE KAMER

24


4

SAXOFONISTE & COMPONISTE STEPHANIE FRANCKE

KICKSTART MET STEUN VAN SENA De Performers van Sena subsidiëren sociaal-culturele evenementen die talentvolle musici op weg helpen naar een carrière. Zo krijgt de loopbaan van saxofoniste Stephanie Francke een kickstart dankzij de steun van Sena. door Anita Verheggen

5

De afgelopen jaren heeft de sectie Performers van Sena consequent projecten op het gebied van talentontwikkeling ondersteund uit het zogenaamde SoCu-budget. De Sena Young Talent Guitar Award, het Sena Muziekproductiefonds en de Sena Talent Stages op de veertien Bevrijdingsfestivals in Nederland zijn hiervan goede voorbeelden. Het SoCu-beleid werpt inmiddels z’n vruchten af. De kickstart van saxofoniste/componiste Stephanie Francke illustreert hoe effectief de ondersteuning van Sena kan uitpakken. In 2011 werd Francke, toen nog studente aan conservatorium Codarts in Rotterdam, geselecteerd voor het Nationaal Jeugd Jazz Orkest (NJJO) dat onder leiding van jazzcoryfee Benjamin Herman toerde langs de grootste jazzfestivals van Nederland. Tijdens die tournee zag Francke van dichtbij hoe een gearriveerd jazzmusicus als Herman te werk gaat: ‘Hij is een grote inspiratie voor me geweest. Het was goed om te zien hoe hij de dingen aanpakt. Ik vind het heel knap hoe hij contact maakt met het publiek waar hij voor speelt.’ Het NJJO wordt ondersteund door Sena. In 2012 studeerde Francke af, formeerde haar eigen kwartet en wilde een cd maken. Zij vroeg en ontving daarvoor een bijdrage uit het Sena Muziekproductiefonds. ‘Die bijdrage was heel welkom’, vertelt Francke. ‘Anders was ik er financieel niet uitgekomen. Misschien zou het net zijn gelukt en had ik daarna op water en brood moeten leven. Sena droeg de helft bij, waarvan een derde als lening. Ik was zeer vereerd met die toekenning.’ In april bracht Stephanie Francke haar cd uit, die op één stuk na helemaal is gevuld met eigen composities. Dit was het startschot voor een bel- en mailcampagne om optredens te krijgen en de cd te promoten. ‘Ik nodig zo veel mogelijk mensen uit voor m’n concerten, want daar verkoop ik de meeste cd’s. Laatst heb ik er na afloop van een concert 30 verkocht. Als ik zorg dat ik veel concerten heb, hoop ik dat ik de 750 cd’s die ik heb laten persen ook daadwerkelijk verkoop. Door de bijdrage van Sena kan ik de verkoopprijs in ieder geval aantrekkelijk houden. Maar ik zie de cd ook als promotie en ik vind het belangrijk dat die op zoveel mogelijk plekken te horen

is.’ De cd van Stephanie is door Radio 6 op de luisterpaal gezet en kan via iTunes en Spotify worden gedownload.

ZELF DOEN Francke is een typische do-it-yourself artiest. Alle zakelijke activiteiten neemt ze zelf ter hand en dat valt niet altijd mee. Vooral het boeken van optredens is ‘a hell of a job’. Francke: ‘Ik sta aan het begin van mijn carrière en ben nog onbekend. Het is bovendien heel lastig om jezelf als een product te zien dat verkocht moet worden en het kost ontzettend veel tijd. Ik moet veel mailen en bellen om aan optredens te komen. Als het dan lukt is het wel weer heel erg leuk, maar ik zou graag hulp hebben bij dit werk.’ De zelfwerkzaamheid van Francke leverde wel optredens op bij o.a. Jazz in Duketown (een door Sena gesubsidieerd jazzfestival) en North Sea Round Town. Geen slechte score voor een beginnend jazzmusicus. In de zomer hoopt ze een grote slag te slaan met een optreden tijdens het showcase festival van de Jazzdag. Dat is het grootste jazz netwerkevenement van Nederland, dat ook alweer door Sena wordt ondersteund. Als Francke het slim aanpakt komen talloze programmeurs uit binnen- en buitenland kijken naar haar showcase en levert dat een flink aantal (inter)nationale optredens op. Francke is van plan om de programmeurs al vooraf via mailtjes te attenderen op haar showcase. ‘Ik heb de Jazzdag vorig jaar ook bezocht. Toen merkte ik dat ik het heel moeilijk vond om (inter)nationale programmeurs aan te spreken en een gesprek te beginnen. Iedereen heeft iets van hen nodig en ik vond het lastig om iets te zeggen waardoor je gemakkelijk een gesprek kunt starten. Het is dan al gauw kunstmatig. Maar inmiddels heb ik wel veel geleerd over het boeken van optredens en ervaring opgedaan met het voeren van dit soort gesprekken.’

GELOOF Met de Jazzdag showcase van haar kwartet heeft Francke in ieder geval een concreet aanknopingpunt om programmeurs te overtuigen van haar muzikale kwaliteiten. Een ander sterk argument is haar deelname aan de finale van de EBU European Jazz Competition.

Dit internationale concours wordt al jaren door Sena ondersteund. De finale wordt door minimaal tien radiostations wereldwijd uitgezonden. De publieke radiostations die bij de EBU zijn aangesloten zenden namens hun land geluidsopnamen van een jazzgroep in. Uit deze inzendingen kiest een jury van jazzradiomakers vijf finalisten. Francke is er daar een van. ‘De NTR heeft mij gevraagd of ze opnamen van mij mochten insturen. Daar zeg ik natuurlijk geen nee op. Daarna heb ik er niet meer zo over nagedacht, totdat ik hoorde dat ik in de finale sta. Ik was echt totaal verbaasd.’ De uitverkiezing zegt wat over het talent van Francke en de potentie van haar muziek. Toch verwacht ze niet dat ze de finale zal winnen: ‘Meedoen is eigenlijk al de hoofdprijs. Ik ga verder nergens van uit. Het is bizar dat de finale door zoveel radiostations wordt uitgezonden.’ In de twee jaar sinds haar deelname aan het Nationaal Jeugd Jazz Orkest heeft Francke grote stappen gezet op weg naar een grotere naamsbekendheid en een bloeiende concertpraktijk. De ondersteuning van Sena heeft daarbij geholpen. Francke: ‘Het voelt als een steuntje in de rug. Als dat er niet zou zijn, zou het allemaal veel moeilijker worden. Nu is het alsof er af en toe mensen om je heen staan. Ze geloven in je. Als je geld aanvraagt en je krijgt het, is dat niet voor niks. Zeker aan het begin van je carrière heb je het nodig dat mensen in je geloven zodat je in jezelf kunt blijven geloven.’

‘HET VOELT ALS EEN STEUNTJE IN DE RUG. ALS DAT ER NIET ZOU ZIJN, ZOU HET ALLEMAAL VEEL MOEILIJKER WORDEN. NU IS HET ALSOF ER AF EN TOE MENSEN OM JE HEEN STAAN.’


6

Onder het motto Muziek werkt heeft Sena een website in het leven geroepen waarop aandacht wordt besteed aan onderzoek naar het effect van muziek op de al dan niet werkende mens (www.muziekwerkt.nl). Een studie van uitzendbureau Randstad uit 2012 over ‘de positieve invloed van muziek op de Nederlands werkvloer’ draagt toevalligerwijs dezelfde titel. Wist u dat er in Nederland het hardst wordt gewerkt als Someone like you van Adele te horen is? Maar bij Een Parel in Gods Hand van Elly en Rikkert daalt de stemming op de werkvloer tot het absolute nulpunt. door Hans Kosterman

Het onderzoek waarover Randstad rapporteert in Muziek werkt bestaat uit twee onderdelen. De eerste studie vond plaats over heel Nederland onder 555 personen van achttien jaar of ouder met uiteenlopende beroepen. In een tweede fase richtte het onderzoek zich op 620 personen van zestien jaar of ouder die werken in beroepen die speciaal van belang zijn voor het uitzendbureau. Het gaat daarbij om werk in de administratieve, commerciële, financiële sector en om productie, techniek, ICT, transport en zorg. Alle respondenten werkten minimaal 24 uur per week. Door de brede opzet van de onderzoeken hebben de conclusies waarschijnlijk algemene geldigheid.

OPZIENBARENDE UITKOMSTEN Een veelgehoorde stelling is dat muziek een steeds grotere rol speelt in onze samenleving. Desondanks was het toch wel opzienbarend dat maar liefst 95% van de steekproef liever bleek te werken met muziek dan zonder. Van de ondervraagden brengt meer dan tachtig procent deze voorkeur ook in de praktijk en luistert onder het werk naar muziek.

7

MUZIEK WERKT!

ONDERZOEK NAAR MUZIEK OP DE WERKVLOER

‘VEEL MENSEN VERZETTEN ’S OCHTENDS GEEN STAP ZONDER EERST EEN KOP KOFFIE TE HEBBEN GEDRONKEN. DAT IS EEN BEKEND VERSCHIJNSEL. MAAR DAT 72% VAN WERKEND NEDERLAND AAN HET BEGIN VAN DE WERKDAG NAAST KOFFIE OOK MUZIEK NODIG HEEFT, IS VERRASSEND.’ Veel mensen verzetten ’s ochtends geen stap zonder eerst een kop koffie te hebben gedronken. Dat is een bekend verschijnsel. Maar dat 72% van werkend Nederland aan het begin van de werkdag naast koffie ook muziek nodig heeft, is verrassend. Uit de eerste studie bleek dat meer dan tweederde van ondervraagden in de veronderstelling leeft dat muzikale voorkeur niets te maken heeft met het beroep dat men uitoefent. Deze uitkomst werd in het tweede onderzoek nadrukkelijk ontkracht. Je zou kunnen zeggen dat muziek verbroedert, want bij ongeveer zeventig procent van de werknemers wordt de keuze van de muziek in een werkruimte in goed overleg bepaald. Dat overleg leidt tot uiteenlopende uitkomsten. Zo luistert administratief personeel voor ongeveer de helft naar rock, een genre dat in de zorg nauwelijks een rol speelt. Daarentegen is dance een genre dat in vrijwel alle beroepen in meer of mindere mate beluisterd wordt, maar bij administratief personeel geen genade vindt. Soul doet het in de zorg en bij financieel personeel redelijk, maar naar funk wordt bijna nergens geluisterd. In de zorg wordt Nederlandstalige pop vaker als voorkeursgenre aangegeven dan in andere beroepsgroepen. In het algemeen zijn pop en rock de meest beluisterde genres, terwijl Nederlandstalige muziek relatief weinig populair is.

redenen vaker via de computer naar muziek wordt geluisterd en waar rock zeer goed scoort, is het merendeel van de ondervraagden er stellig van overtuigd dat men sneller werkt op muziek. Metal wordt door de meeste beroepsgroepen als storend gekwalificeerd, maar dit genre scoort weer heel hoog bij productiemedewerkers. Muziek onder het werk wordt in de zorg het meest genoemd als oorzaak van verminderde concentratie: men wordt erdoor afgeleid.

VERSCHILLENDE ERVARINGEN

VERSCHILLEN TUSSEN MAN EN VROUW

Van de ondervraagden vindt 93% dat muziek de werksfeer verbetert, terwijl 70% meent productiever te werken door het luisteren naar muziek. Het effect van muziek bij het werk wordt in diverse beroepen verschillend ervaren. In de technische beroepen is men meer dan elders van mening dat men naar muziek luistert om zich beter te concentreren. In de ICT, waar om voor de hand liggende

Als het gaat om de heilzame werking van muziek, komt een beduidend verschil tussen mannen en vrouwen aan het licht. Een meerderheid van de mannen gelooft dat muziek op de werkvloer ziekteverzuim beperkt, terwijl maar 36% van de vrouwen daarvan overtuigd is. Een verschil dat zich goed leent voor gesprekken op verjaardagen of in wachtkamers. De ervaringsdeskundigen mogen het zeggen.

‘ER HEERST ONDER WERKERS EEN UITGESPROKEN MENING OVER HET EFFECT VAN MUZIEK OP DE GEZONDHEID.’ Er heerst onder werkers een uitgesproken mening over het effect van muziek op de gezondheid. Zo geeft ongeveer de helft van werkend Nederland aan dat muziek het aantal ziekmeldingen verlaagt. De zorgsector wil daar, mogelijk een beroepsdeformatie, minder van weten: daar meent slechts 38% van de werknemers dat er door muziek op de werkvloer minder ziekmeldingen zijn. Bijna tweederde van de werknemers in financiële beroepen zijn daarentegen van mening dat het toedienen van een juiste hoeveelheid pop- of rockmuziek tijdens het werk de gezondheid bevordert en ziekmeldingen beteugelt.

Andere verschillen tussen de seksen, zoals het feit dat mannen vaker aangeven zelf de muziek op de werkvloer uit te willen kiezen, terwijl vrouwen op het werk hun muzieksmaak lijken aan te passen aan de meerderheid, hebben wellicht te maken met haantjesgedrag van mannen. Dat mannen vaak teruggrijpen naar muziek uit de jaren seventies en vrouwen het liever houden bij hedendaagse muziek, is weer voor interessante interpretaties vatbaar.

TIPS VOOR WERKNEMERS Onder het hoofdje Listen responsibly geeft het Randstad enkele tips voor werknemers, die soms onbedoeld komische associaties opwekken. Mijn favoriet: ‘Beperk je danspasjes tot een minimum.’ Maar ook ‘Als je speakers gebruikt, vergeet dan niet om even op pauze te drukken als je een telefoongesprek moet voeren.’ Heel praktisch is het advies: ‘Luister naar muziek op een volume waarbij je nog je telefoon kunt horen of snel kunt reageren als een collega je naam roept.’ Hoewel dit haaks staat op: ‘Gebruik een koptelefoon als je een kantoor deelt of in een open ruimte werkt.’ Omdat Sena een Nederlandse rechtenorganisatie is, is het leuk om te leren dat onder de vijftien songs op de hitlijst ‘knallen en doorpakken’, zes Nederlandse artiesten staan. Als hoogste staat op nummer twee Caro Emerald met A Night Like This. Andere Nederlandse toppers op de lijst zijn Racoon, Afrojack, Golden Earring, Armin van Buuren en André Hazes. Een intrigerende wetenswaardigheid is tenslotte dat 63% van de ondervraagden beweert dat er tijdens de vrijdagmiddagborrel geen muziek te beluisteren is.

Voor meer informatie kunt u zich richten tot emailadres suzan.bloemscheer@nl.randstad.com ; u kunt ook de ‘muziek werkt’ app gebruiken via facebook.nl/randstadnederland.


8

9

ALGEMEEN DIRECTEUR MARKUS BOS OVER 20 JAAR SENA

‘SENA BEHOORT TOT DE WERELDTOP’ In 2011 trad Markus Bos aan als directeur van Sena. Hij trad toe tot het tweehoofdige ‘statutaire bestuur’, dat sinds 2012 samen met de Raad van Toezicht en de Raad van Aangeslotenen invulling geeft aan de nieuwe bestuursstructuur. In 2011 trof Bos een organisatie aan die aan zichzelf moest wennen. Er was een roerige periode afgesloten. Markus Bos werd de personificatie van het nieuwe elan. Performers Magazine blikt samen met hem terug op 20 jaar Sena. Als ik terugkijk, stel ik vast dat Sena een spectaculaire ontwikkeling heeft doorgemaakt. In 1993 letterlijk begonnen met niets en dan in 2012 een omzet van bijna € 60 miljoen – dat noem ik een indrukwekkende groei. Als je je daarbij realiseert hoe Sena het doet vergeleken met de nabuurrechtelijke collectieve beheersorganisaties (CBO’s) in de landen om ons heen: we behoren tot de absolute top. Afgemeten aan wat we incasseren per hoofd van de bevolking staan we zelfs in de top-5 van de wereld. Sena betaalt bovendien snel uit en dat gaat om een relatief hoog percentage van het geïncasseerde geld. Van wat we dit jaar binnenhalen, wordt volgend jaar 90% doorbetaald. Dat betekent dus: lage kosten. Deze positieve ontwikkeling is overigens niet mijn verdienste. De credits komen voor een groot deel toe aan de grondleggers van Sena: Hans van Berkel en zijn toenmalige team.

Ik heb niet het idee dat de rechthebbenden het kostenpercentage als laag ervaren. Kun je daar iets over zeggen? Als ik het bestaan van Sena in termen van een mensenleven formuleer, stel ik vast dat de puberteit voorbij is, maar dat deze wel enkele diepe sporen heeft nagelaten. De jarenlange sterke groei en het misplaatste idee dat die groei eindeloos zou voortduren hadden een keerzijde.

Dat heeft zich onder het voormalige management gemanifesteerd in enkele negatieve zaken, die uiteindelijk een stap terug hebben betekend in onze spectaculaire ontwikkeling.

‘WE WILLEN DE WAARDE VAN MUZIEK DUIDELIJK OVER HET VOETLICHT BRENGEN.’ Het ging vooral om de debiteurenpositie die was opgebouwd. In de roes van de groei bleken onzorgvuldig gecheckte, nieuw verworven gebruikersadressen ten onrechte als reële vorderingen te zijn ingeboekt. Dat leidde tot aanzienlijke investeringen in software en het aantrekken van extra mensen. In de hoop zo de op de balans opgevoerde vorderingen alsnog te kunnen innen. Toen dit in 2010 onmogelijk bleek, was het land te klein. De kranten schreeuwden dat er geld was verdwenen. Terwijl dat geld er nooit was geweest en er ook geen werkelijke kans op incasso bestond. Een positief uitvloeisel van dit voorval was dat het daardoor overduidelijk werd dat de bestuursstructuur definitief en fundamenteel op de schop moest. Dat besluit is snel genomen.

‘WE ZIJN VÁN DE RECHTHEBBENDEN EN WE ZIJN ER VÓÓR DE RECHTHEBBENDEN.’

Vernieuwingen zijn adequaat ingevoerd en hebben in 2012 van Sena de modernste CBO van Nederland gemaakt qua governance en checks and balances. Wat het kostenpercentage betreft, werd bij het opmaken van de jaarrekening over 2011 duidelijk dat er in het verleden te veel geld is doorbetaald aan rechthebbenden. Daardoor moest het inhoudingspercentage in 2011 worden verhoogd om het te veel betaalde te compenseren. Ook een moeilijk punt. Het lijkt of we de kosten niet in de hand hadden, maar er was in feite in het verleden te veel betaald. Kunnen deze incidenten nog steeds voorkomen? Anders gezegd, zitten er nog meer lijken van het ‘ancien regime’ in de kast? Nee, want in 2012 is de stabiliteit van Sena hersteld. Wat ik, zonder de genoemde problemen te willen bagatelliseren, het volwassen worden van Sena noem, heeft geresulteerd in een veel grotere transparantie van alle processen, een veel gedetailleerdere verslaggeving en een bestuursstructuur waarin de governance veel beter is verankerd. De directie bestaat uit een tweehoofdig statutair bestuur en er zijn daarnaast een Raad van Toezicht en een Raad van Aangeslotenen. Die buigen zich ieder afzonderlijk over belangrijke besluiten en formele documenten zoals de jaarstukken. Deze vorm van governance is, zoals gezegd, uniek onder de Nederlandse CBO’s en tot stand gebracht in nauw overleg met het College van Toezicht Auteursrecht en naburige rechten (CvTA). De puberjaren zijn dus voorbij. Hebben zich in het speelveld sindsdien nog belangrijke veranderingen voorgedaan? Binnen de sector is er veel vooruitgang geboekt. Er is een code Goed bestuur

en integriteit opgesteld door VOI©E, de koepelorganisatie van CBO’s. Daarnaast is er een CBO-keurmerk geïntroduceerd. Dat kunnen rechtenorganisaties krijgen, als ze aan bepaalde governance-eisen voldoen. Ook is dit jaar de Wet Toezicht CBO’s gewijzigd, met een aanzienlijk strenger regime dan voorheen. Net als andere CBO’s vindt Sena dat het overheidstoezicht wel wat is doorgeslagen, maar de wet is er en we zullen zien hoe de praktijk zal uitpakken. Bijvoorbeeld bij het toezicht vooraf op tariefwijzigingen. Er komt overigens ook een Europese Richtlijn aan over toezicht op CBO’s. Anders dan onze wet, is die juist gebaseerd op meer vrije concurrentie. Als je het hele landschap overziet kun je dus zeggen dat de sector in ieder geval in Nederland verregaand is geprofessionaliseerd. Wat zijn de verwachtingen voor de toekomst van Sena? We hebben recent een beleidsplan opgesteld dat is gebaseerd op drie pijlers: professionaliseren, digitaliseren en internationaliseren. Een belangrijk uitgangspunt bij dit plan is dat we de waarde van muziek nadrukkelijk over het voetlicht willen brengen. Als je die intentie hebt, moet je je proberen te verplaatsen in de gebruikers van muziek – immers onze inkomstenbron. Dan is de kern van de zaak dat veel gebruikers denken dat ze voor hun betaling niets of niet veel bijzonders terugkrijgen. Wij willen het besef overbrengen dat hun uitgaven aan naburige rechten juist rendement opleveren. Muziek leidt tot meer verkoop, muziek leidt tot consumptie, muziek leidt tot meer rust in een omgeving waar dat wenselijk is, tot een gevoel van veiligheid en behaaglijkheid. We willen aan de hand van onderzoek duidelijk maken dat het geld voor

Sena-licenties goed besteed is. Het is nou ook weer niet zo dat gebruikers de waarde van muziek volstrekt niet onderkennen. Als je tegen ondernemers zegt: zet die muziek dan maar eens een tijdje uit. Dan zullen ze onmiddellijk toegeven dat zoiets een enorme impact heeft. Het is vaak ook een kwestie van een antwoord op vragen als: Waarom moet ik eigenlijk betalen? Ik heb toch al voor die cd betaald? Of aan de achtergrondmuziekfirma? Of voor kijken luistergeld? Dan moet je uitleggen dat er een verschil is tussen primair gebruik, in de privésfeer afspelen van gekochte of gedownloade cd’s, en secundair gebruik, openbaar maken van muziek in openbare ruimten. Dit is een nogal juridisch-technisch en defensief verhaal, dus daarom concentreren we ons er liever op om de positieve effecten van muziek en de toepassingen daarvan over het voetlicht te krijgen. Hoe kan je dit doel op een positieve manier bereiken? We hebben het project Muziek werkt op poten gezet. Het gaat om een site waarop onderzoeken worden gepubliceerd waaruit blijkt wat voor effecten muziek kan hebben. Voor bedrijven, maar ook voor consumenten. Een onderzoek van uitzendbureau Randstad, dat toevallig ook Muziek werkt heet, illustreert hoe belangrijk mensen het vinden dat er muziek op hun werkplek is. Goede koffie op de werkplek is belangrijk, maar goede muziek is minstens zo belangrijk, door de continue impact. Deze effectiviteit van muziek kan objectief worden aangetoond. Er zijn studies gedaan waarin een productielijn in een fabriek waar geen muziek werd gespeeld werd vergeleken met eenzelfde werksituatie waar wel muziek te horen was. In de setting met muziek was de productiviteit hoger. Hetzelfde gold ook voor de tevredenheid van de werkers.


10

11

‘GOEDE KOFFIE OP DE WERKPLEK IS BELANGRIJK, MAAR GOEDE MUZIEK IS MINSTENS ZO BELANGRIJK.’

 oe zit het met de groeiperspectieven H van Sena? Als we spreken over het openbaar gebruik van muziek, tweederde van onze omzet, is het onwaarschijnlijk dat er de komende jaren voor Sena een grote groei is te realiseren. De professionalisering, één van de pijlers van ons beleid, zal zich wel nadrukkelijk richten op dit segment. Met als doel om voor de rechthebbenden en de gebruikers als een goede serviceorganisatie te fungeren. Bij ons andere prominente segment, de mediapartijen, die ongeveer eenderde van onze omzet vertegenwoordigen, wordt digitalisering een belangrijke ontwikkeling. Hierbij moet je wel een strikt onderscheid maken tussen enerzijds broadcasting, waarbij de luisteraar niet zelf kan bepalen welke track hij op enig moment beluistert en anderzijds on demand beluisteren van muziek, waarbij de consument zelf de tracks kiest. Broadcasting valt onder de openbaarmaking en de wettelijke taak van Sena om die te licenseren. Maar beschikbaarstelling on demand, zoals door Spotify en iTunes, valt volgens de huidige Europese Richtlijnen onder het exclusieve recht van de platenproducenten. Spreken we hier over een rigide verschil van exploitatievorm? Of zijn er ook mengvormen denkbaar waarbij Sena nog een rol zou kunnen spelen? Een mooi voorbeeld van een grijs gebied tussen puur broadcasting en puur on demand, is My Radio, een initiatief van

Sky Radio. Daarbij krijg je als consument op basis van een aantal voorkeuren die je hebt opgegeven een bepaald muziekprofiel aangeboden. Je ziet dan de tracks die voor jou zijn geselecteerd wel op een playlist staan, maar je kunt niet zelf bepalen welke track je op enig moment gaat beluisteren. Omdat je de playlist kunt aanpassen door aan te geven welke titels je wilt verwijderen en welke je graag aan de lijst wilt toevoegen, ontstaat er toch een muziekaanbod dat precies op jouw voorkeur is toegesneden. Na zorgvuldig overleg met de NVPI als koepelorganisatie van de platenproducenten, en nadat er door juristen werd vastgesteld dat deze mengvorm van broadcasting en on demand onder de openbaarmaking valt, is Sena dit project gaan licenseren. Zolang we deze harmonieuze samenwerking met de producenten kunnen respecteren, wil Sena bij dergelijke initiatieven graag een rol spelen. Kan je toelichten wat de doelstelling van professionalisering is? Ik vind het een uitdaging om bij Sena echt invulling te geven aan het begrip ‘service-organisatie’. We zijn ván de rechthebbenden en we zijn er vóór de rechthebbenden. Dit primaat kan alleen inhoud krijgen als we alle stakeholders zo goed mogelijk van dienst zijn. Het betekent dat we het hele spectrum van ons werkgebied – gebruikers, rechthebbenden, de politiek en collega-CBO’s – moeten

voorzien van goede informatie. Dat we snel reageren op input. En dat de menselijke benadering onze vaste stijlfiguur zal zijn. Onze verwachting is dat daarmee het imago van het collectief beheer in zijn algemeenheid en Sena in het bijzonder gediend is, wat weer zal leiden tot een breder maatschappelijk draagvlak. De praktijk leert dat de beeldvorming van collectief beheer een delicaat onderwerp is. Dus de eerste stap, ons minimum-streven, is om in ieder geval geen onnodige irritatie te veroorzaken. Mijn persoonlijke ambitie is het om als Sena ook positief te verrassen.

‘DE MENSELIJKE BENADERING ZAL ONZE VASTE STIJLFIGUUR ZIJN’ Hoe zie je dat ‘positief verrassen’ voor je? Dat kan gebeuren naar aanleiding van kleine dingen. Zo komen er op ons algemene emailadres wel eens emails binnen met teksten die overlopen van frustratie. Ik benader dan die mensen graag persoonlijk per telefoon. Dat leidt er meestal niet toe dat ze na tien minuten opeens overtuigde Sena-fans zijn, maar ik kan op zijn minst veel onwetendheid wegnemen. De persoonlijke benadering, de uitleg en beantwoording van vragen – dat helpt het beeld te normaliseren. Ze worden deelgenoot van de praktische problemen waar we tegenaan lopen en ontpoppen zich soms zelfs als ambassadeurs van Sena.

Dezelfde benadering werkt ook bij gebruikers die vaak niet weten wat er met het geïncasseerde geld gebeurt. Uitleg van ons repartitiereglement, tot in de details, en van het belang dat de Sena-inkomsten voor artiesten en sessiemuzikanten heeft, leidt tot meer acceptatie van Sena. Jullie hebben onder stakeholders een tevredenheidsonderzoek gedaan. Hebben rechthebbenden daar ook op gereageerd? Ja, uit dat onderzoek kwam naar voren dat het repertoire sneller verwerkt moet worden, nadat het is aangemeld. En dat het aanmelden zelf ook minder omslachtig moet zijn. Voor het aanmelden hebben we de portal MySena. Bij de laatste aangeslotenenvergadering hebben we een hele nieuwe opzet van de portal aangekondigd. Het uitgangspunt is nu dat de wijze van aanmelden bestanden oplevert die voor de daarop volgende processen ongewijzigd bruikbaar zijn. De invoering door artiest en producent is dan meteen bruikbaar voor binnen- en buitenlandse verwerking. Waar staat ‘internationalisering’ voor, de derde pijler van het Sena-beleid? De internationalisering is gebaseerd op de verwachting dat de grenzen in Europa steeds meer gaan vervagen. Als je via internet openbaar maakt, ben je niet meer aan landsgrenzen of de reikwijdte van je zendmast gebonden. Het is daarom onbegrijpelijk dat gebruikersorganisaties, ondanks het Europese streven om het

grensoverschrijdende handelsverkeer te vergemakkelijken, nog altijd gedwongen zijn voor internationale activiteiten in elke EU-lidstaat afzonderlijk een licentie af te sluiten. In de toekomst, als de tarieven en tariefstructuren geharmoniseerd zijn, zal daarvoor een One Stop Shop komen. Wij willen daar graag een rol in spelen. Daartoe zoeken we samenwerking met buitenlandse CBO’s. Om te bezien of er zo efficiëntiewinst te behalen is. En of er standaardisering mogelijk is van de wijze waarop de titels in de respectievelijke databases worden opgeslagen. Om zo toegang te krijgen tot de wereldwijde repertoiredatabases. De Europese Richtlijn Toezicht CBO’s, de EU-pendant van onze Wet Toezicht, stelt dat muzikanten en auteurs zich moeten kunnen aansluiten bij een rechtenorganisatie naar eigen keuze. Die keuze kan gestuurd worden door kostenpercentage, snelheid van uitbetaling en mate van inspraak. We moeten niet de illusie hebben te kunnen concurreren met de grote drie, Engeland, Duitsland en Frankrijk. We richten ons voor samenwerking daarom tot de Scandinavische landen om ons achter deze giganten een positie in de top vijf te verwerven.’


12

13

PODIUM De vaste rubriek Podium heeft voor deze bijzondere uitgave van het Sena Performers Magazine de vorm van een verzameling van herinneringen, felicitaties en reacties van artiesten en personen die in het voorspel bij de totstandkoming van de Wet op de naburige rechten en de beginjaren van Sena een rol hebben gespeeld.

Karsu Dönmez, pianiste en zangeres, schrijft haar eigen liedjes die een mix zijn van klassiek, jazz, blues en etnische invloeden. ‘Mijn allereerste associatie is dat ‘Sena’ in Turkije ook een meisjesnaam is, alsof je het over Linda of Roos hebt. Maar voor mij is het vooral een organisatie die met je meewerkt als artiest en die voor je rechten opkomt. Het geeft je een back up als artiest en een gevoel dat je niet alles alleen hoeft te doen. Je weet bij optredens voor radio en televisie dat ze achter je staan. Het is wel bizar om te bedenken dat vóór 1993, toch ook de tijd van grote Nederlandse bands met artiesten die nu nog hip zijn, er geen Sena was. Hoe vonden zij het dat ze opeens wel geld kregen? Er komen vaak jonge artiesten naar me toe en die vragen dan hoe ze hun liedje op de radio kunnen krijgen. Dan zeg ik altijd, wacht even, éérst moet je aangesloten zijn en dan ga ik vertellen wat Sena allemaal doet. Ze kijken hun ogen uit en zeggen, bestaat dat allemaal? Ik geef ze het website-adres en zeg dat er een heel netwerk achter hen staat dat support geeft als je begint.

‘ARTIESTEN DIE BEGINNEN HEBBEN GEEN IDEE.’ Artiesten die beginnen hebben geen idee. Vroeger werd je getekend door een label, maar de tijden zijn zo veranderd. Je kan zoveel op je eigen houtje doen. Iedereen is zijn eigen medium, waardoor je je op Facebook kan laten horen, op Twitter en Youtube, zodat je de krant of de radio niet meer nodig hebt. Je liedje kan zo opgepikt worden en dan heb je misschien nog niet de mensen om je heen om je te begeleiden, maar dan ben je tenminste wel aangesloten bij Sena. Dat is dan heel belangrijk. En het is niet ingewikkeld bij Sena: inloggen, klikken en inschrijven. Voor mij werkt het allemaal heel erg goed. Muzikaal gaat het trouwens ook goed. Ik ben net terug van een tournee door twaalf landen en mijn album, Confession, is uit. Het is een groot succes. In Nederland en België sta ik regelmatig nummer één op de iTunes Jazz Charts en ik speel ook weer op het North Sea Jazz dit jaar. Hoewel ik regelmatig in Turkije optreed, ga ik volgend jaar proberen ook daar een album uit te brengen. Het releaseconcert in Duitsland vindt dit najaar plaats. Erg spannend allemaal.’

Eric Vloeimans, trompettist ‘Allereerst wil ik Sena van harte feliciteren met haar 20-jarig bestaan. En ik moet meteen iets bekennen: in de administratieve kant van de muziek ben ik echt heel erg slecht. Pas onlangs heeft iemand voor mij alle hoezen van de zestien cd’s die ik sinds mijn 27ste heb gemaakt afgeleverd bij Sena, zodat er vastgelegd kan worden waar ik als artiest allemaal aan heb meegewerkt. Dat is misschien de reden waarom ik nog niet erg veel van Sena ontvang, maar alle beetjes helpen. Daarna wil ik even een misverstand uit de wereld helpen. Ik word vaak jazzmusicus genoemd, maar het label van ‘jazzmusicus’ vind ik veel te beperkt voor wat ik doe. Ik maak zoveel matches met andere muziekvormen dat ik het jammer vind om zo ingemetseld te zijn in dat kleine hokje dat ‘jazz’ heet. Wat ik muzikaal doe is naar ik hoop overstijgend aan alleen het genre jazz. Ik noem mezelf het liefst muziekmaker, trompettist en componist. Ik wil het liever breed houden. Bovendien ‘jazz’ klópt ook niet, want door de pure jazzmusici zal ik misschien wel verguisd worden. Dus noem me maar trompettist. Ik hoop dat de mensen wat ik doe op den duur ‘Eric Vloeimans-muziek’ zullen gaan noemen. Dit jaar breng ik twee cd’s uit en speel ik op twee platen mee, van Calefax en van de Holland Baroque Society. Er is net een plaat met het Nederlands Symfonieorkest uitgebracht met mijn werk, met Martin Fondse samen. En in september komt er een plaat uit van mijn nieuwe groep met Jörg Brinkman en Tuur Florizoone, met cello en accordeon. Die groep heet Olivers Cinema. Dat is een anagram van mijn naam. Ik was verrukt toen ik die naam vond omdat de muziek ook heel filmisch is. Overigens ga ik er wel voor zorgen dat die cd’s meteen bij Sena worden aangemeld. Want hoewel ik afkerig ben van cijfers en niet actief ben betrokken bij Sena, waardeer ik het zeer dat er mensen en organisaties zijn die zich druk maken over de naburige rechten. Dit is vooral van belang omdat het in deze tijd wel een beetje sappelen is en de cd-verkoop met tientallen procenten naar beneden gaat.

‘NOEM MIJ EEN ROMANTISCH KUNSTENAAR DIE NIETS MOET HEBBEN VAN SOCIALE MEDIA, POST OPEN MAKEN EN BELASTING OP ORDE HEBBEN’ Noem mij een romantisch kunstenaar die niets moet hebben van sociale media, post open maken en belasting op orde hebben, die voor cijfers op de vlucht gaat, muziek geeft mij nooit het gevoel dat ik aan het werken ben, dat ik iets móet. Muziek maken is altijd iets dat ik met plezier doe en ik gun iedereen dat hij zijn beroep maakt van iets waar hij lol in heeft. Hoewel ik veel over mezelf heb gezegd wil nog wel kwijt dat ik Sena een lang leven toe wens waar artiesten veel profijt van hebben.’


14

PODIUM

15

mr. Willem Wanrooij, in 1993 lobbyist namens Kunstenbond FNV en onderhandelaar namens Buma/Stemra ‘In mijn onderzoek rond 1989 naar Europese Sena-achtigen zaten twee aanbevelingen: a) een joint society van uitvoerende kunstenaars en producenten had veruit de voorkeur en b) de nieuwe organisatie voor de Rome-rechten zou de incasso door Buma moeten laten verzorgen, behalve bij de omroep. Dat model had ik in bijvoorbeeld Denemarken, Finland en Duitsland gezien, en dat leek goed te werken. Ik was er bovendien van overtuigd dat men in de markt rustiger zou reageren als er een loket voor de muziekrechten zou zijn. Gebruikers zouden dan beter meewerken. Wedijver tussen Buma en Sena-to-be lag op de loer, en dat kon de positie van alle rechthebbenden schaden. De clubs waren tot elkaar veroordeeld, dan ook maar samen in bed. Het zojuist genoemde onderzoek had tot doel het collectieve beheer van de naburige rechten in kaart te brengen in Europa. NVPI, Kunstenbond FNV en de Nederlandse Toonkunstenaarsbond, waarvan Maurice Ferares de markante voorman was, steunden het project. Zij waren de organisaties van waaruit de lobby voor de WNR was gevoerd. Maar in de aanloop naar parlementaire behandeling eiste de Stichting Auteursrechtbelangen de hoofdrol op in de persoon van voorzitter Rob Stuijt, Jan Verhagen en ondergetekende. De bijdrage van Rob is van onschatbare waarde geweest. Jan was toen nog Buma-directeur. Zijn aanwezigheid symboliseerde de steun van de muziekauteurs. Het front was gesloten. Een een-twee tussen Rob en mij als zegsman voor de artiesten - met Gerrie Heevel als deskundige steun in de rug - leverde het slapende verbodsrecht op. Een uniek middel. In de WNR zit het sterkste vergoedingsrecht ter wereld.

Wieger Hoogendorp, gitarist, componist van Caro Emerald ‘Sena betekent voor mij een hele fijne manier om een tegemoetkoming te krijgen voor waar ik in de studio zo hard mijn best voor doe, dus voor het inspelen van stukken. De muzikanten die ik ken en die niet bij Sena zitten, heb ik altijd gelijk aangeraden om zich aan te melden. Het is iets waar je recht op hebt. Bijna iedereen met wie ik in de muziek te maken heb, heeft zich inmiddels op advies van mij of andere muzikanten wel aangesloten. Het is wel raar dat er voor 1993 nog geen wet was die de naburige rechten regelde. De meeste landen hebben wel wetgeving, maar ik begrijp dat er in Amerika voor muziek gewoon op de radio en televisie nog geen vergoeding wordt betaald, maar wel voor digitale openbaarmaking.

‘DE CLUBS WAREN TOT ELKAAR VEROORDEELD, DAN OOK MAAR SAMEN IN BED.’ De eerste aanbeveling van het onderzoek uit 1989 was geen punt. Er zou een joint society komen. Samenwerking met Buma kwam pas in beeld toen de WNR bijna aangenomen was. Sena stond al in de steigers. Dat beide partijen niet eerder serieus over samenwerking zijn gaan praten is een strategische misser van de eerste orde geweest. Het toeval wilde dat ik intussen was overgestapt van de Kunstenbond FNV naar Buma, en samen met de in 2009 overleden en zo betreurde André Beemsterboer leiding gaf aan Cedar, toen nog een afdeling van B/S.

‘HET IS WEL RAAR DAT ER VOOR 1993 NOG GEEN WET WAS DIE DE NABURIGE RECHTEN REGELDE.’

André en ik kregen de opdracht een offerte voor Sena op te stellen. Na een valse start (matig voorstel, dat beleefd werd teruggestuurd) hadden we in het tweede voorstel de zaak prima op een rijtje. Maar de directie zette een streep door de handling fee die wij in gedachten hadden. Veel te bescheiden! De heren gooiden er een zeer forse schep bovenop. Dat ging het niet halen……

Wat mijn carrière betreft, spannende optredens met Caro waren bijvoorbeeld vorig jaar in de Royal Albert Hall in Londen en begin juni van dit jaar in The Late Show van Jools Holland. Dat laatste was toch wel weer een mijlpaal, een van de allerleukste dingen die we tot nu toe hebben gedaan. We hebben daar ook één van de singles van het nieuwe album The shocking miss Emerald, Liquid Lunch gespeeld, een nummer waar ik aan heb meegeschreven. Dat was heel bijzonder. We zijn succesvol en in periodes dat we veel optreden verdien ik goed. Maar er zijn ook tijden dat we weinig optreden en dan is Sena meer dan zomaar een aardige aanvulling van mijn budget. Dat is dan wel prettig. Eén keer per jaar wordt er een groot gedeelte uitbetaald, dat is heel erg fijn.’

Het verhaal had ook een andere kant. Bij de Sena-onderhandelaars zaten ook mensen die een joint venture met Buma helemaal niet zagen zitten. Dat alvast een directeur was aangesteld hielp ook niet echt. Toen kwam het veel te hoge bod van Buma. Het leidde tot boosheid bij de Buma-willigen en opluchting bij de Buma-onwilligen. Tel op, en het is einde oefening, wég kans op een zinvolle samenwerking. 15 Jaar later. SCAN (Service Centrum Auteurs- en Naburige rechten) wordt opgericht. Misschien niet een kopie van wat we in 1993 hadden kunnen realiseren. Maar in de geest sluit SCAN volledig aan op de tweede aanbeveling uit het rapport van destijds. Dus – enigszins vertraagd – toch reden tot felicitaties met de opbloeiende samenwerking bij de muziekrechten en natuurlijk met 20 jaar Sena!’


16

17

PODIUM

Frans Bauer, zanger

mr. David Peeperkorn, eerste voorzitter van Sena

De Sena is voor mij een erg belangrijke belangenorganisatie. Zij komen op de voor de rechten van mij als artiest. Het is fijn dat er een organisatie is, die voor mij in de gaten houdt wanneer ik te zien en te horen ben. Als je dat zelf allemaal bij moet houden, word je gek. Daarnaast incasseren zij ook de vergoeding waar ik recht op heb. Ik kan het mij nu niet voorstellen dat er voor 1993 nog geen Sena was, en dat je dus ook geen vergoeding kreeg ook al speelden ze je plaat grijs. De tijden waren toen ook anders. De muziekindustrie bloeide. De laatste jaren staat de platenbusiness enorm onder druk en de Sena-gelden zijn nu hard nodig om nieuwe werken te kunnen maken.

‘Er is alle reden Sena te feliciteren met haar twintigjarig jubileum. Sena schreef geschiedenis. Het komt niet dagelijks voor dat een nieuwe collecting society zich aandient. Integendeel, het is een historische gebeurtenis. Eindelijk - het verdrag van Rome dateert al van 1961- werden de rechten van uitvoerende musici erkend en geregeld in de Wet op de naburige rechten, de WNR. En er kwam een geheel nieuwe collecting society tot stand, Sena. In Sena troffen elkaar de vertegenwoordigers van uitvoerende kunstenaars, de vakbonden, en de NVPI als vertegenwoordiger van de makers van geluidsproducties.

‘IN 20 JAAR IS DE SENA EEN BELANGRIJKE ORGANISATIE GEWORDEN VOOR DE ARTIESTEN.’ Als een collega niet aangesloten is bij de Sena, zal ik hem uitleggen wat het belang is om je juist wel aan te sluiten. Het is in het eigen belang van de muzikanten en we mogen blij zijn dat we niet zelf achter die vergoeding moeten aan lopen. Sinds 20 jaar is de Sena een belangrijke organisatie geworden voor de artiesten. Het is voor Sena van het grootste belang om mee te gaan met de tijd en alle nieuwe ontwikkelingen op gebied van downloaden, streamen, etc. te blijven volgen en hierop te anticiperen. Muzikaal heb ik nog wat leuke nieuw dingen te melden! In het najaar zal het weer druk worden rond mij als artiest. Vanaf 31 augustus komt mijn nieuwe docu-reality “Vive la Frans” op de buis. In Frankrijk zal ik bekende Nederlanders en Vlamingen ontvangen, waarmee ik leuke activiteiten ga doen, maar ook bijzondere gesprekken mee voer. Daarnaast komt in oktober ook mijn nieuwe personality album uit. Een album dat wederom door mijzelf is geschreven en geproduceerd. En alsof dat allemaal niet genoeg is, mag ik mijn theatertour “Frans Bauer Live In Concert IX” verlengen. De reprise van de tour zal in oktober van start gaan en ik sluit hem eind maart 2014 af.’

Rob Stuyt van de NVPI nodigde mij uit om als onpartijdig voorzitter van Sena op te treden. Rob is vorig jaar overleden. Als eerbetoon aan hem zij vermeld dat naar mijn inzicht noch de Wet op de naburige rechten noch Sena zouden hebben bestaan zonder zijn jarenlange, onvermoeibare inzet. Hij had een unieke, bijzondere persoonlijkheid, geestig en overredend. Hij zag kans om zo veel uiteenlopende, vaak tegenstrijdige belangen op één lijn te krijgen. Sena – en de erkenning van de rechten van uitvoerende musici en de makers van geluidsproducties – is het geesteskind van Rob Stuyt. Zo ben ik de eerste voorzitter van Sena geworden. Mijn eerste bestuursvergadering dateerde van 29 september 1992 en 1 januari 1995 werd ik als voorzitter opgevolgd door Ed Nijpels. Deze eerste drie jaren waren inderdaad historische tijden. Want de markt zat helemaal niet te wachten op een nieuwe collecting society als Sena. Men vreesde voor het gebruik van muziek méér te moeten gaan betalen, naast het bedrag dat men al aan Buma/Stemra betaalde. Het verzet in de markt was groot en hevig; het onderscheid tussen ‘scheppende’ en ‘uitvoerende’ kunstenaars was aan de gebruikers van muziek niet besteed. De toenmalige directeur van Sena, Hans van Berkel, stond dan ook voor een onmogelijk karwei. Zo kwam het dat Sena dringend behoefte had aan een adviseur, iemand die de markt kent en het hele speelveld overziet. Wie zou er beter voor die rol geschikt zijn dan Jan Verhagen, voormalig directeur van Buma/Stemra en architect van het ‘kabelcontract’ dat de kabelrechten landelijk regelde, m.i. een geniale man? Zo gezegd, zo gedaan.

‘EEN FRAAI LESJE IN NEDERIGHEID.’ Ik herinner me nog goed hoe het bestuur van Sena voor het eerst kennis maakte met Jan Verhagen. Ik was jarenlang de advocaat van Buma geweest en kende hem, dacht ik, als mijn broekzak. Toen Jan mij zag, riep hij echter uit: ‘Ha, Karel!’ Een fraai lesje in nederigheid.’


18

19

PODIUM Peter Koelewijn, zanger, componist en Nederlands popicoon

mr. Gerrie Heevel, jurist van Sena in 1993 ‘Twintig jaar naburige rechten en dus twintig jaar Sena: nu een dijk van een organisatie, waar het geld goed binnenkomt, maar - en zo hoort het ook - er nog beter uitgaat. Missie geslaagd. Van harte gefeliciteerd! De herinnering aan hoe het allemaal begon, ligt nog vers in mijn geheugen. Na een jarenlang gevecht voor wetgeving – ikzelf zowel vanuit de wetenschap als namens de Kunstenbond onder anderen samen met Jerney Kaagman en Willem Wanrooij – was de Wet op de naburige rechten in 1993 eindelijk een feit. Sena was al opgericht en kon dus aan de slag. Na wat gevrij en gekibbel met Buma moest Sena de klus zelfstandig zien te klaren. Hans van Berkel begon als directeur in zijn eentje met niets, gezeten achter een gastbureau bij de brancheorganisatie NVPI. Sena heeft haar snelle groei in de beginperiode met name te danken aan Van Berkel, de man van de onorthodoxe aanpak en van de enorme dosis lef. Dat was ook wel nodig in het begin, want muziekgebruikers noch collega’s rechthebbenden waren blij met de komst van Sena. Maar Van Berkel kon dit niet alleen. Ik zal nooit vergeten hoe Anne Sevinga de stevige tarieven wist te verkopen, met respect naar de muziekgebruiker en altijd vriendelijk. Hoe Marcel Posdijk met zijn mensen ondanks fikse tegenslagen een technisch hoogstaand repartitiesysteem heeft weten te implementeren. En hoe Geurt van Woudenberg standvastig heeft gewerkt aan een gedegen uitvoering van de repartitie. En zo kan ik velen noemen. Ik heb destijds met veel plezier met hen en alle andere medewerkers van Sena – en met de buitenlandse zusterorganisaties – samengewerkt. Al was mijn taak, het bewaken van de juridische kwaliteit, juist vanwege de heersende ‘jongehondenmentaliteit’, niet altijd even simpel.

‘Op een dag in 1995 stonden we daar: de eerst uitverkorenen. Connie Vandenbos, als eerst genoteerde artieste, gitarist Lex Bolderdijk, als eerst aangesloten muzikant, ikzelf als de artiest met het “eerste” nummer en vertegenwoordigers van Phonogram (nu Universal) als de eerste platenmaatschappij. Op de foto, samen met directeur Hans van Berkel, omdat op die dag door Sena de eerste betaling werd gedaan aan de vier bovengenoemde rechthebbenden. Toen bekend werd dat Sena er aan zat te komen en uitgelegd werd waarmee die club zich zou bezig houden, had heel muzikaal Nederland daar weinig affiniteit mee omdat men, ik evenmin, niet kon voorzien hoe belangrijk die rechtenorganisatie zou worden. BUMA/STEMRA, ja, daar wist ik inmiddels alles van, want ik schreef toen al meer dan dertig jaar liedjes, maar “naburige rechten”, what the hell betekende dat? Een aanduiding die ik altijd ongelukkig heb gevonden omdat die niets zei. “Uitvoeringsrechten” was misschien een betere naam geweest.

‘MAAR “NABURIGE RECHTEN”, WHAT THE HELL BETEKENDE DAT?’

‘AL WAS MIJN TAAK, HET BEWAKEN VAN DE JURIDISCHE KWALITEIT, JUIST VANWEGE DE HEERSENDE ‘JONGEHONDENMENTALITEIT’, NIET ALTIJD EVEN SIMPEL. ’

Maar de interesse veranderde toen Conny Vandenbosch die dag een symbolische cheque kreeg met een bedrag er op. De som geld stelde (nog) niet veel voor maar iedereen kreeg toen het gevoel dat er iets moois aan zat te komen. En nu, bijna twintig jaar later, is Sena volwassen geworden en worden er jaarlijks aanzienlijke bedragen uitgekeerd aan de aangeslotenen. Dat die rechten meer dan belangrijk werden, bleek uit het initiatief van veel Nederlandse producers om ruim tien jaar geleden een eigen club op te richten, Gong, om ook een deel van die pot op te eisen. Zij gingen er n.l. van uit dat hun inbreng bij het tot stand komen van een plaat minstens net zo groot was als die van artiesten. Alleen had de wetgever, toen de Wet op de naburige rechten in de steigers werd gezet, de producer volledig over het hoofd gezien. Maar nu wilden zij een deel van én de producenten én van de artiesten. Ikzelf was één van de oprichters van Gong samen met o.a. Tommy Peters, Fluitsma & Van Tijn, Chris Pilgram, Ad Kraamer en Hans van Hemert.Wij hebben zelfs een zaak aangespannen tegen Sena. Maar na bijna tien jaar hebben we het bijltje er bij neergegooid omdat we geen fut meer hadden om nóg eens tien jaar voor het recht van de producer te procederen.

Na twintig jaar is Sena in ander vaarwater gekomen. Behoud van het goede en het verbeteren van de minpunten – dat is waar de organisatie nu voor staat. Ik heb er alle vertrouwen in dat de huidige ploeg fantastische mensen dit waar kan maken.’

In twintig jaar is Sena voor uitvoerenden en platenmaatschappijen een bureau van grote importantie geworden. Daarom zal ik de mensen daar altijd een warm hart toedragen. Maar vooral ook de pioniers als Hans van Berkel en Marijke Remkes.’


20

21

De nieuwe bestuursstructuur van Sena kent sinds 2012 een Raad van Aangeslotenen. Daarin zitten zeven vertegenwoordigers van producenten, de deelraad producenten, en zeven vertegenwoordigers van performers, de deelraad performers. De Raad van Toezicht en Raad van Aangeslotenen voeren samen toezicht uit op de directie. De voorzitters van de twee deelraden, Erwin Angad-Gaur, namens de

VRAAG 1

VRAAG 2

VRAAG 3

Sena viert zijn twintigjarig bestaan. Hoe is de samenwerking tussen producenten en performers de afgelopen jaren verlopen?

Het auteursrechtelijke werk en de nabuurrechtelijke uitvoering van dat werk zijn beide onlosmakelijke onderdelen van de symbiotische eenheid die muziek heet. Daar komt bij dat zowel Buma als Sena is gericht op dezelfde groep gebruikers. Waarom worden Buma en Sena eigenlijk niet in één organisatie samengevoegd?

Waarom maken de performers meer geld vrij voor Sociaal-Culturele bestedingen (het SoCu-budget) dan de producenten?

performers en Peter Boertje, namens de producenten, beantwoorden vragen.

ENERZIJDS

REACTIE ERWIN ANGAD-GAUR voorzitter sectie Performers 1

Uiteraard bestaan

er belangentegenstellingen tussen producenten en muzikanten. Over de toekomst van het naburig recht online bijvoorbeeld of over de noodzaak van een wettelijke bescherming van auteurs en artiesten tegen onredelijke contracten, het auteurscontractenrecht. Dit zijn zaken waarover Sena dan ook niet vaak uitspraken zal doen. Deze onderwerpen komen voor rekening van enerzijds de vakbonden en beroepsorganisaties voor artiesten, de Ntb en FNV KIEM en anderzijds de brancheorganisatie voor de producenten, NVPI. Sena is er om een wettelijke taak te vervullen en bij het uitvoeren van die wettelijke taak hebben performers en producenten gelijke belangen. De samenwerking door de jaren heen heeft uiteraard door verschil van inzicht wel eens lichte wrijvingen gekend. Maar zeker de afgelopen periode, bij de totstandkoming van de nieuwe bestuursstructuur, kan ik niet anders zeggen dan dat er heel constructief en met respect voor elkaar wordt samengewerkt.

2

Ten dele is dat historisch zo

gegroeid. Buma/Stemra was bij de totstandkoming van de Wet op de naburige rechten (WNR) bang dat de vergoeding voor producenten en artiesten van die van auteurs af zou gaan. Hoewel Buma/Stemra serieus heeft geprobeerd de uitvoering van de WNR binnen te halen, lag het in die tijd niet voor de hand Sena bij Buma onder te brengen. De Ntb, FNV Kunstenbond, nu FNV Kiem en NVPI hebben Sena autonoom vorm gegeven. Inmiddels is gebleken dat die angst destijds onterecht was en wordt steeds vaker samengewerkt, juist ook richting gebruikers van muziek. Misschien dat in de toekomst op steeds meer gebieden samengewerkt zal worden, maar dat geldt wat mij betreft ook voor samenwerking met bijvoorbeeld Norma of aan producentenzijde met STAP. We moeten steeds blijven afwegen wat de beste en meest efficiënte organisatie- en samenwerkingsvormen zijn. 3

Op een paar belangrijke punten

wordt door producenten en performers samengewerkt. Bijvoorbeeld bij de financiering van handhaving van het naburige recht en het auteursrecht. Maar het klopt dat de performers meer aan SoCu doen dan de producenten. Dat is jammer uiteraard, omdat de promotie van (Nederlandse) muziek op bijvoorbeeld Eurosonic/Noorderslag ook in het belang van producenten is.

‘DE MUZIKANTENGAGES HEBBEN EEN HISTORISH DIEPTEPUNT BEREIKT.’ Nu er meer en meer overheidsgeld uit de markt wordt teruggetrokken en talentontwikkeling een ondergeschoven kindje dreigt te worden, is de steun van Sena juist van groot belang. De muzikantengages hebben een historisch dieptepunt bereikt. Met onder meer het Sena Muziekproductiefonds voor producties in eigen beheer en door bijdragen aan belangrijke festivals, maar ook het ondersteunen van opleidingsprojecten en politieke lobby, proberen wij een verschil te maken. Het belang van performers staat voor ons uiteraard centraal. Maar daar waar de producenten bereid zijn samen te werken in het belang van de hele sector, zullen wij dat zeker doen. Net zoals wij op verschillende gebieden bijvoorbeeld met Buma Cultuur samenwerken. De kerntaak van Sena is vergoedingen te incasseren en het geld netjes te verdelen onder de juiste rechthebbenden. Maar een afgeleide taak is om te investeren in de toekomst, zodat er over tien jaar ook nog Nederlandse rechthebbenden zijn. De inhouding van 3 procent die wij daarvoor gebruiken is, zoals gezegd, zeker nu de overheid zich meer en meer aan het terugtrekken is, zeker geen luxe en is in het belang van de hele sector.

ANDERZIJDS 1

Er wordt over diverse

aandachtspunten verschillend gedacht, maar in principe koersen beide secties af op dezelfde stip aan de horizon. Toen er nog sprake was van twee Sectiebesturen en een Algemeen Bestuur, is meermaals de idee geopperd om in breder verband met elkaar te praten over allerlei onderwerpen van gemeenschappelijk belang. Dat was weliswaar in beginsel ook mogelijk in het Algemeen Bestuur, maar dat moest zich met name bezighouden met het besturen van de organisatie - en had daar de handen vol aan. Er was daardoor structureel te weinig ruimte/tijd om op regelmatige basis met elkaar van gedachten te wisselen over zaken die ons verbonden - of soms ook verdeelden. Toen vorig jaar de nieuwe governancestructuur werd ingevoerd, konden beide secties niet alleen apart, maar ook gezamenlijk vergaderen. Een jaar ervaring heeft uitgewezen dat dit een waardevolle innovatie is geweest: er is meer ruimte voor onderling debat en het begrip voor elkaars standpunten is toegenomen. Wij zijn ons er in de loop der jaren van bewust geworden dat er meer zaken zijn die ons binden dan verdelen. Daarover willen wij graag met elkaar kunnen praten.

‘HOEWEL DE GEBRUIKERS VAN DIE VERSCHILLENDE RECHTEN MEESTAL IDENTIEK ZIJN, KUNNEN DE RECHTHEBBENDEN TOTAAL VERSCHILLEND ZIJN.’ ’

2

Omdat beide CBO’s

gefundeerd zijn op verschillende wetten: Buma op de Auteurswet en Sena op de Wet op de naburige rechten. Waar Buma de auteurs en uitgevers vertegenwoordigt, behartigt Sena de belangen van de uitvoerenden en de producenten/ mastereigenaren. Hoewel de gebruikers van die verschillende rechten meestal identiek zijn, kunnen de rechthebbenden totaal verschillend zijn. Het is een goede zaak als Buma en Sena elkaar versterken als daarmee efficiencyvoordelen kunnen worden bereikt voor alle rechthebbenden. Tegelijk is het van belang dat beide CBO’s zelfstandig blijven opereren, omdat de belangen echt niet altijd parallel lopen. Om een voorbeeld te noemen: gebruikers kunnen, binnen het wettelijke kader, individueel onderhandelen met beide CBO’s over tarieven. 3

Het is een goede zaak dat de

performers verstandige dingen doen met hun SoCu-budget. De sectie producenten heeft een iets andere visie: die probeert altijd een zo groot mogelijk deel van de revenuen direct ten goede te laten komen aan de rechthebbenden. Er speelt daarbij ook dat de achterban van beide secties op een belangrijk punt verschilt. De performers zijn vrijwel allemaal individuele personen, die daardoor als regel meer gebaat zijn bij collectieve

REACTIE PETER BOERTJE

voorzitter sectie Producenten bestedingen. Producenten maken doorgaans al onderdeel uit van grotere organisaties, die beter in staat zijn om desgewenst zelf culturele activiteiten te ontplooien of die te ondersteunen. Zo zal een entertainmentbedrijf eerder de middelen hebben een collectieve campagne op poten te zetten dan een individuele artiest. Binnen de sectie producenten zijn de independents in het algemeen meer geneigd om budgetten toe te kennen aan activiteiten. Een goed voorbeeld daarvan was de samenwerking met Buma Cultuur, middels financiële ondersteuning, om de industrie wat meer aanzien te geven op beurzen als Midem en Popkomm. Anno 2013 is er minder aanleiding om dergelijke traditionele internationale beurzen te ondersteunen. Er zijn inmiddels legio andere wegen om muziek onder de aandacht te brengen van potentiële partners. Er worden uiteraard wel projecten voor de gezamenlijkheid ondersteund. Dat geldt met name voor Stichting Brein, de Edisons en Amsterdam Dance Event.


22

23

20 JAAR SENA in vogelvlucht Bij de viering van het twintigjarig jubileum van Sena blikken wij terug op een bewogen geschiedenis. Die begon in 1993 toen Sena nog werd verguisd en zelfs werd uitgemaakt voor een criminele organisatie, waartegen aangifte bij de politie werd gedaan. Twintig jaar later ziet het er heel wat zonniger uit: Sena staat inmiddels bekend als een van de beste naburige-rechtenorganisaties ter wereld.

1961

1 965-1993

1993

DOORBRAAK IN ROME

VERZET VAN OMROEPEN EN MUZIEKAUTEURS DOORBROKEN

EINDELIJK EEN WET: SENA GAAT VAN START

Organisaties van muziekauteurs en de omroepen verzetten zich jarenlang hardnekkig en met succes tegen de totstandkoming van wetgeving op het gebied van de naburige rechten. De ‘Rome-commissie’ onder voorzitterschap van Leo Boudewijns, waarin de artiestenvakbonden Ntb en Kunstenbond FNV en de producentenkoepel NVPI samenwerken, breekt uiteindelijk door een al even hardnekkige lobby de patstelling in Den Haag.

In 1993 komt de Wet op de naburige rechten tot stand, onder druk van de EU, die de lidstaten verplicht tot harmonisatie van de wetgeving op dit terrein. Op 1 juli van dat jaar wordt Sena aangewezen om vergoedingen voor de openbaarmaking van ‘commerciële fonogrammen’ te incasseren en deze te verdelen onder uitvoerende kunstenaars en producenten, ieder voor de helft. De eerste voorzitter van Sena is David Peeperkorn. Hans van Berkel wordt als eerste directeur aangesteld.

Al zolang het technisch mogelijk werd om geluid vast te leggen en te reproduceren, groeide het besef dat de inspanningen en de investeringen in muziek door artiesten en platenproducenten evenzeer wettelijke bescherming verdienen als de positie van muziekauteurs, die al meer dan een eeuw vrijwel overal ter wereld wettelijk beschermd is. Pas in 1961 de Conventie van Rome (1961) werden uiteindelijk ook de rechten van artiesten en platenproducenten vastgelegd. Omdat die rechten verwantschap vertonen met het al veel langer bestaande auteursrecht, worden ze ‘naburige rechten’ genoemd. Alle landen die de Conventie van Rome onderschrijven, verplichten zich daarmee om de naburige rechten in wetgeving vast te leggen.

WEERSTAND EN WOEDE BIJ GEBRUIKERS De muziekgebruikers die voor de naburige rechten moesten gaan betalen toonden aanvankelijk bitter weinig animo om de nieuwe wet te begrijpen, laat staan om tot een extra betaling over te gaan voor muziekrechten waarvoor ze jarenlang op basis van hun afdrachten aan Buma niet hadden betaald. Meer betalen voor hetzelfde – dat gaat er in Nederland nooit goed in. De sfeer werd er niet beter op, doordat Sena in de begintijd nogal ontactisch optrad. Ondernemers die niet reageerden op de oproep om te melden of ze al dan niet muziek gebruikten, kregen ijskoud meegedeeld dat Sena er dan van uit mocht gaan ‘dat de gegevens correct zijn en dat er binnen uw bedrijf sprake is van muziekgebruik’. Enkele boze reacties in de media uit de roerige begintijd. MKBNederland: ‘Sena formulier hoort in de prullenbak.’ BOVAG: ‘Wacht met betalen Sena-heffing’. Raad Nederlandse Detailhandel: ‘Onderhandelingen tarieven achtergrondmuziek gestopt.’ De reacties buiten de media van tot betaling verplichte burgers en bedrijven ademden een woede en agressie waar de honden geen brood van lustten. De politie kreeg aangiften te verwerken, maar omdat men daar niet op de hoogte was van het bestaan van Sena, kregen de schuimbekkende klagers het advies ‘niet in te gaan op het verzoek om betaling’.

1993-1997

MODERNISERING

BETER IMAGO EN STERKE GROEI Illustratief voor het veranderende klimaat was een publicatie in het blad Meubel van 23 oktober 1998. Daarin wordt gemeld dat Sena-directeur Hans van Berkel een onderzoek heeft laten doen waaruit blijkt dat door goed gekozen achtergrondmuziek de omzet in de detailhandel kan stijgen met 12 tot 59 procent. De onderzoeksresultaten zijn indrukwekkend: 91% van de klanten voelt zich meer relaxed bij AM (achtergrondmuziek) en 80% van de jonge klanten van modewinkels geeft de voorkeur aan winkels met AM.

1998-2009

De politie van Almelo kwam vervolgens in december 1994 met een verlossende rectificatie: ‘Inmiddels is uit het natrekken van binnengekomen informatie duidelijk geworden dat Stichting Sena een bonafide organisatie uit Hilversum is.’

Dat Sena zich in die periode begint waar te maken, blijkt ook uit de cijfers. In 1998 steeg de incasso-opbrengst vergeleken met 1997 met maar liefst 16 % tot een bedrag van 32,3 miljoen gulden. Er waren dat jaar bij Sena 24 mensen in dienst.

In 1994 vond er voor het eerst een substantiële incasso plaats van bijna vier miljoen gulden, waardoor overigens de exploitatielasten van Sena niet eens konden worden gedekt. De nieuwe voorzitter Ed Nijpels, die David Peeperkorn in 1995 was opgevolgd, verrichte op 11 december van dat jaar de betaling van de eerste Senauitkering aan onder anderen Conny Vandenbos, Willem van Kooten en Peter Koelewijn. Na enkele jaren werd het venijn in de individuele reacties minder. Afwijzingen en ‘ontduikteksten’ bleven wel aan de orde van de dag. Daar zaten soms heel originele formuleringen bij. Zoals: ‘Ik heb een SM-praktijk in de privésfeer voor mijn eigen plezier en heb de radio wel eens aan. Ik ben van mening dat Sena niet op mij van toepassing is.’ In 1997 is er dankzij een nieuw softwarepakket een inhaaleffect van eerdere jaren en de positieve afwikkeling van het contract met de NOS, een incasso van 27,8 miljoen gulden.

De groei bleef zich ontwikkelen. In 2009 waren de bruto inkomsten in Nederland € 58,6. Maar die continue groei, jaar in jaar uit, tastte het zelfkritische vermogen van Sena aan. Daardoor werd weer afbreuk gedaan aan het zo moeizaam verbeterde imago van Sena. Zo werden gegevens van gebruikers die nog niet in het Sena-bestand zaten, maar die door de goede samenwerking met Buma na een onderlinge datamatching bij Sena terecht waren gekomen, zonder contract met of nauwkeurig onderzoek naar deze gebruikers, gebruikt om facturen op te maken, die in de vorm van vorderingen op de balans werden opgevoerd. Naar later bleek soms ten onrechte. Sena werd daardoor weer het doelwit van negatieve publiciteit. De groei stagneerde ook.

De kranten kopten dat er geld was verdwenen bij Sena, wat strikt genomen niet juist was omdat dat geld er nooit was geweest. Er waren alleen oninbare vorderingen. De directeur meldde zich ziek. Directeur ad interim Cees van Steijn stelde orde op zaken door de oorzaak en het gevolg van dit debiteurendebacle in kaart te brengen en te neutraliseren. Er werd een substantiële voorziening genomen. Het werd ook duidelijk dat er iets moest veranderen aan de bestuursstructuur. Een algemeen bestuur dat alle verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid draagt kan zich niet op een grote afstand van de dagelijkse gang van zaken bevinden. Maar zo ging het wel. In samenspraak met het College van Toezicht werd er besloten tot een ‘Raad van Toezicht-model’ dat voortvarend tot stand is gebracht en in 2012 in werking is getreden.

2010-2013

Het hield daarmee niet op. In 2012 werd duidelijk dat er sinds jaar en dag te veel is uitgekeerd aan rechthebbenden, waardoor een verhoging van het inhoudingspercentage met terugwerkende kracht noodzakelijk werd. In 2013 rolden in de vergaderingen van de Raad van Aangeslotenen de metaforen over elkaar heen. Sena was volwassen geworden, de consolidatiefase had zich ingezet en Sena bevond zich eindelijk weer in rustig vaarwater. Allemaal manieren om de ellendige feiten van de laatste jaren achter ons te laten en te vieren dat herhaling door de nieuwe bestuursstructuur onmogelijk is geworden. Het resultaat over 2012 mocht er weer wezen: kasinkomsten € 57,4 miljoen!


24

25

POPMUZIEK IN DE Tweede Kamer

ED NIJPELS, VOORZITTER RAAD VAN TOEZICHT SENA

Tweede Kamer een hoorzitting

HERINNERINGEN AAN 20 JAAR SENA

over popmuziek gehouden.

Toen ik in september 1995 voorzitter van Sena werd, was het nog maar een klein jaartje geleden dat de

De Vaste Kamercommissie

eerste incasso daadwerkelijk had plaatsgevonden. Er waren net belangrijke contracten met de Vecai

voor Onderwijs, Cultuur en

en de Vereniging van Commerciële Radiostations getekend. Sena heeft zich moeten invechten in de

Wetenschap nodigde diverse

Nederlandse markt. Daar ging een langdurige politieke strijd aan vooraf om in 1993 de totstandkoming

deskundigen uit, waaronder Jan

van de Wet op de naburige rechten te realiseren.

Woensdag 10 april werd in de

van der Plas (stichting PopNL), Leo Blokhuis (popjournalist),

WEERSTAND

Peter Smidt (Buma Cultuur), Isis

Sinds de Conventie van Rome (CvR) in 1961 hadden de deelnemende landen de opdracht om de conventie te ratificeren en nationale wetgeving voor de naburige rechten op te tuigen. Het achterliggende idee was duidelijk. Met het opnemen en produceren van ‘fonogrammen’ waren substantiële investeringen gemoeid. Uitvoerende kunstenaars en platenproducenten verdienden daarom wettelijke bescherming, net als de muziekauteurs. Maar de weerstand was groot.

van der Wel (100% Isis / DJ Isis), Tim Knol, Blaudzun, Kyteman en Anita Verheggen (vakbond Ntb). door Erik Thijssen De boodschap was grotendeels eensluidend: het belang van popmuziek rechtvaardigt meer aandacht voor de pop vanuit de overheid. Vooral talentontwikkeling, muziekonderwijs en muziekexport verdienen ondersteuning. Tim Knol vroeg aandacht voor betaalbare oefenruimtes en muziekles op de basisscholen. Blaudzun brak een lans voor de Popronde, het rondreizende festival voor beginnende bands. Kyteman noemde het Sena Muziekproduktiefonds als een lichtend voorbeeld: een investeringsfonds dat muzikanten vraagt ook zelf een eigen investering te plegen en na te denken over de exploitatie van de gesubsidieerde opnamen. Anita Verheggen (Ntb) vroeg daarnaast aandacht voor de inkomenspositie van muzikanten: ‘Als de huidige muzikantengages een graadmeter zijn voor de toekomst van het vak, moeten we professionele performers straks met een lantarentje zoeken. De gages zakken naarmate het economische klimaat verder verslechtert.’ Lowlands-baas Eric van Eerdenburg bepleitte een vrijer mediabeleid en stelde invoering van een internetheffing voor om

het anders onoplosbare probleem van het illegaal up- en downloaden voor eens en voor altijd te reguleren. Een voorstel dat goed aansluit op de ook door Verheggen aangehaalde voorstellen van de muziek- en consumentenbonden voor modernisering van het auteursrecht online. Vooral SP, PvdA, D66 en de Partij voor de Dieren bleken gevoelig voor de ingebrachte argumenten. Jasper van Dijk (SP) bepleitte, gesteund door de PvdA. en de Partij voor de Dieren, een produktie- en exportfonds voor popmuziek naar Canadees model. Op 5 juni vond als vervolg op de hoorzitting een popdebat plaats met de ministers Bussemaker (OC&W) en Kamp (EZ). Bussemaker zegde de Kamer toe de subsidieregelingen van het Fonds Podiumkunsten op korte termijn te zullen evalueren op toegankelijkheid en toepasbaarheid voor de popsector. Ook kondigde zij aan cultuuronderwijs hoge prioriteit te geven. Een apart popfonds wees zij echter af. Dit zou in haar ogen slechts leiden tot versnippering van het subsidiebeleid. Op aandringen van Esther Ouwehand (PvdD) beloofde de minister de inkomenspositie van makers te zullen betrekken bij de evaluatie.

‘AL MET AL LIJKT EEN EERSTE STAP NAAR MEER BELEIDSMATIG OOG VOOR DE POPMUZIEK POLITIEK GEZET, MAAR BLIJVEN DE TOEZEGGINGEN BEPERKT.’ EERSTE STAP Minister Kamp gaf aan dat muziek is toegevoegd aan het topsectorenbeleid. Met de popsector zal op korte termijn gesproken worden om de toegang tot algemene economische subsidiemogelijkheden voor de popsector beter in kaart te brengen. Al met al lijkt een eerste stap naar meer beleidsmatig oog voor de popmuziek politiek gezet, maar blijven de toezeggingen beperkt. Of de vaak voor popmuziek ontoegankelijke subsidieregelingen van het Fonds Podiumkunsten werkelijk kritisch zullen worden bekeken, zal echter al na de zomer blijken. Ook kan op korte termijn al duidelijk worden of dit kabinet voortgaat zich te concentreren op beleid louter gericht op instellingen, of dat in het cultuurbeleid ook een prioriteit zal worden gelegd bij de makers van cultuur – bij artiesten en auteurs. Een discussie die dus zal worden vervolgd.

De omroeporganisaties verzetten zich met alle macht. Als er naast auteurs ook voor vertolkers en producenten betaald zou moeten worden, vreesden ze dat de kostenstijging niet te overzien zou zijn. De auteursorganisaties zaten ook niet op de nieuwe wetgeving te wachten, maar om de omgekeerde reden: zij waren bevreesd dat ze de geïncasseerde vergoedingen met nieuwe rechthebbenden zouden moeten delen. De verwachting was dat de omroeporganisaties hun verzet zouden opgeven, omdat ze in de CvR bij wijze van tegemoetkoming ook rechten hadden gekregen. Maar dat gebeurde niet zonder slag of stoot. De betrokken vakbonden, de Nederlandse Toonkunstenaarsbond (Ntb) en de Kunstenbond FNV, gingen in grote eensgezindheid het gevecht aan, samen met de koepel van platenproducenten, de NVPI. Hun vasthoudendheid brak uiteindelijk het verzet en werd na 32 jaar beloond met de Wet op de naburige rechten, die in 1993 van kracht werd.

EERSTE UITKERING Eind 1995 mocht ik op een feestelijke bijeenkomst de eerste doorbetaling verrichten aan o.a. Peter Koelewijn en Willem van Kooten. Dat was een groots moment. Maar het bewerken van de markt ging zeer moeizaam. Gebruikers, zoals caféhouders begrepen er geen steek van dat ze opeens moesten gaan betalen voor iets dat ze al jarenlang hadden verkregen op

grond van hun Buma-betaling. Meer betalen, maar niet meer krijgen – dat is inderdaad moeilijk uit te leggen in Nederland. Zelfs niet met het op zichzelf correcte argument dat de gebruikers blij mochten zijn dat ze zo lang niet hadden hoeven te betalen aan degenen die daar moreel en juridisch recht op hadden. Met grote inzet en volharding is de markt uiteindelijk veroverd. Sena heeft zich een plek verworven bij de top van de naburige rechtenorganisaties. Ons repartitiesysteem vond navolging in andere landen. Uiteindelijk werd Sena zo succesvol dat er een gevoel van euforie ontstond waarbij, door de fixatie op de groei die als een vast gegeven werd beschouwd, niet alle omstandigheden even zorgvuldig zijn ingeschat. Onze directeur Markus Bos noemt die periode de puberteit van Sena. Een kenmerk van puberteit is dat men soms met schade en schande een hard leerproces moet ondergaan. Gelukkig gebiedt de natuur nu eenmaal dat op de puberteit de volwassenheid volgt. Die fase is inmiddels aangevangen. De volwassenheid van Sena kenmerkt zich door een bestuursstructuur die is gericht op een governance waarbij de rechthebbenden en de toezichthouders ieder voor zich, met statutaire bevoegdheid, de formele beslismomenten onder de loep nemen om hun goedkeuring respectievelijk vaststelling daaraan te verlenen. Een solide basis voor de toekomst. Ik wens Sena nog een lang en voorspoedig bestaan toe.


26

27

HALLUCINERENDE HARP LAVINIA MEIJER Lavinia Meijer scoort een platina plaat met de minimal music van Philip Glass. De harpiste wordt beloond voor jaren werk.

De woorden waarmee Lavinia Meijer in 2008 bij Channel Classics werd verwelkomd, klonken weinig hoopgevend: ‘Je bent een interessante musicus, we gaan je opnemen, maar ik waarschuw alvast: harp-cd’s verkopen slecht.’ Gelukkig kreeg Jared Sacks, de man achter het Nederlandse kwaliteitslabel, ongelijk. Want wie ontving dit voorjaar, live bij Pauw & Witteman, een platina plaat? Lavinia Meijer (30), de harpiste die zich met hart en ziel had gestort op de hypnotiserende klanken van de Amerikaanse minimal music-goeroe Philip Glass.

‘Niet alleen voor delicaat tokkelende dames.’

Hoever ze inmiddels boven de twintigduizend stuks is gestegen – thuis in Hilversum heeft de harpiste het even niet paraat. In elk geval prijkt haar cd al bijna driekwart jaar in de Album Top 100. In dat klassement tref je klassieke musici zelden aan. Lavinia Meijer merkt het ook bij haar optredens in het land: ‘Met Glass trek ik veel nieuw en jong publiek.’ Al jaren strijdt ze tegen de clichés die kleven aan de harp. Het zou een instrument zijn voor delicaat tokkelende dames, die hun carrière slijten op de achterste rijen van het orkest. Lavinia Meijer pakt de zaken anders aan. Op haar eindexamen speelde ze uitsluitend moderne muziek. Later toerde ze met de singer-songwriter Theo Nijland langs de theaters. En toen ze ontdekte dat Philip Glass geen enkele compositie voor solo-harp heeft geschreven, stak ze de handen uit de mouwen: eigenhandig maakte Meijer een bewerking van zijn pianocyclus Metamorphosis.

Daaraan moest de meester natuurlijk wel zijn goedkeuring geven. In mei 2011 kwam hij naar Amsterdam. Daar, in De Melkweg, speelde Meijer haar harparrangement voor. De componist was meteen enthousiast. ‘It sounds beautiful’, zei de Amerikaan die in zijn eigen noten onvermoede kleuren hoorde. Hij spoorde de harpiste aan: ‘Lavinia, speel het vaak!’ Met een bewerking van de filmmuziek voor The Hours erbij, kon Meijer haar Glass-cd vullen. Via een uitgekiende strategie vond het schijfje vervolgens z’n weg naar de media. Openingszet was een gefilmd Skype-gesprek, waarin Meijer aan Glass in New York het eerste exemplaar overhandigde. Tweede fase: de videoclip door Corbino, ofwel Maarten Corbijn, de man die in het adressenboekje staat van menig wereldster. En als klap op de vuurpijl verscheen Lavinia Meijer vorig najaar bij De Wereld Draait Door.

Daags na dat tv-optreden was de eerste cd-oplage al uitverkocht. Ook in recensies overheersen superlatieven. ‘Betoverend harpspel’, vond Het Parool. ‘Hallucinerend mooi’, noteerde Trouw. Oké, er was ook een criticus die struikelde over het ‘navelstaarderige’ van Glass’ muziek, met ‘eindeloos herhaalde melodieën en samenklanken’ – maar die stond eenzaam en alleen. ‘Wat mij aan de muziek fascineert’, zegt Lavinia Meijer, ‘is juist de gelaagdheid. Enerzijds krijg je het gevoel dat Glass zinspeelt op een verwoeste wereld, tegelijkertijd klinkt er altijd hoop. Wie weet vormt dat de sleutel tot zijn succes.’ Haar ultieme doel heeft ze intussen nog altijd niet bereikt: een nieuwe harpcompositie uit de pen van Philip Glass. ‘Hij vindt het een lastig instrument om voor te schrijven. Van dat vooroordeel help ik hem natuurlijk graag af.’


28

29

POPICOON GEORGE BAKER

‘ALS JE DE MUZIEK NIET OP NUMMER 1 ZET, ZUL JE NOOIT WAT BEREIKEN’ In de jaren 1970 scoorde Hans Bouwens met de George Baker Selection hit na hit. Eind jaren 1980 verdween hij langzaam uit de lijsten, om in 1999 weer terug te keren met een heruitgave van Little Green Bag. ‘Het zijn vaak niet de meest getalenteerden die slagen, maar degenen die vastbesloten zijn om door te gaan.’ door Rianne van der Molen

Het pand in Waddinxveen ademt muziek. Vanuit de hal kijk je de studioruimte in, waar hij in zijn vrije tijd graag gitaar speelt, liedjes maakt en opneemt. De kantoorruimte – achter de deur ernaast – maakt duidelijk dat hier niet zomaar iemand werkt. De muren zijn behangen met gouden platen en in de vensterbanken staan de prijzen dicht tegen elkaar aan. Trots kijkt Hans Bouwens, alias George Baker, naar zijn imposante verzameling. In Nederland was er een tijd dat vrijwel elke single van de George Baker Selection de toptien bereikte. In 1975 had hij zijn eerste wereldwijde succes met Paloma Blanca. ‘Ik heb veel geluk gehad’, zegt Bouwens (69) dankbaar, terwijl hij een sigaartje aansteekt. ‘Net de juiste mensen hoorden ons liedje. Al scheelde het dat ik zelf een jongen van de straat was. Wat ik goed vond, vond de massa vaak ook mooi.’ Zijn liefde voor muziek begon met een plastic panfluit, die Hans als kleuter van zijn oma kreeg. Binnen een paar dagen kon hij zijn eerste liedje spelen. Later leerde hij zichzelf gitaar, versleet hij diverse bandjes en werd uiteindelijk in 1967 zanger van de ‘studentenband’ Soul Invention die later werd omgedoopt tot George Baker Selection. Week na week speelden ze in dancings, vaak voor 100 gulden per avond. Gedeeld door vijf man: niet bepaald een vetpot.

Bouwens: ‘Nederland had toen honderden dancings waar je eindeloos kon oefenen. Iedere avond was een wedstrijd om het publiek voor je te winnen. Dat was nogal een uitdaging, want in die begintijd konden we er geen hout van. We kregen gelukkig de kans om ons te ontwikkelen. Het publiek verwachtte niet meteen dat je goed was. Nu is dat totaal anders. Beginnende bands moeten meteen een perfecte set spelen.’

‘Week na week speelden ze in dancings, vaak voor 100 gulden per avond.’

nooit wat bereiken. Dat is de belangrijkste tip die ik kan geven.’ Hij zucht even: ‘Het zijn vaak niet de meest getalenteerde die slagen, maar degenen die vastbesloten zijn om door te gaan. Daar hoor ik zelf ook bij. Ik ben geen geweldige gitarist en van de dertig liedjes die ik schrijf zijn er misschien tien goed. Maar ik heb de muziek altijd als een langetermijnproject gezien en er alles voor aan de kant gezet.’ Met resultaat, want met zijn George Baker Selection scoorde hij naast zijn beroemde hits met singles als (Fly Away) Little Paraquayo, Sing a Song of Love en Wild Bird. Hij bracht zijn unieke pop/rock-sound tot ver over de landsgrenzen en verkocht miljoenen platen. Na jaren van roem ging de band eind jaren 1980 uit elkaar. Moe van het vele optreden en de oneindige druk om te presteren.

‘Opeens werd iedereen wakker en begon het hele gekkenhuis opnieuw’

LEVEN VAN MUZIEK Zelf heeft hij van de muziek ‘een flinke boterham kunnen beleggen’, maar hij zag de tijden veranderen: ‘Jan Smit en Nick en Simon hebben echt geen armoede, maar veel Nederlandse bands verdienen amper wat. Dat wordt volgens mij steeds erger.’ Om te kunnen leven van de muziek - waar veel muzikanten toch van dromen - is bescheiden succes vaak niet genoeg. Volgens Hans is het belangrijk dat jonge muzikanten zich realiseren dat het om karakter draait. ‘Wil je commercieel succesvol zijn? Zet daar dan alles voor opzij. Je vriendin, de verjaardag van je kinderen of de trouwdag van een goede vriend – dat komt allemaal even op het tweede plan. Als je de muziek niet op nummer 1 zet, zul je

Hans verkaste naar Spanje en ging daarna solo verder. Om pas in 1999 weer terug te keren op het wereldpodium, dankzij een beroemde Amerikaan. Zeven jaar daarvoor heeft de dan nog onbekende filmregisseur Quentin Tarantino de cultfilm Reservoir Dogs gemaakt. In 1994 breekt Tarantino wereldwijd door met Pulp Fiction. Daardoor kreeg ook zijn eerdere werk opeens veel aandacht. In de intro van Reservoir Dogs weerklonk Little Green Bag, de eerste hit van de George Baker Selection uit 1969. ‘Opeens werd iedereen wakker en begon het hele gekkenhuis opnieuw,’ zegt Hans terugkijkend. ‘Ook alternatieve muziekliefhebbers vonden het nummer ineens geweldig. Ik trad in die tijd nog wel

op, maar niet al te veel. Opeens deed ik weer driehonderd optredens per jaar.’

EEN MASSA WINNEN Die werklust is iets wat hij aan de jongere generatie wil overdragen. Als je moment daar is, haal dan het onderste uit de kan. Die oneindig lijkende stroom van concert-aanvragen kan immers elk moment stoppen. ‘Je moet je niet snel ergens te goed voor vinden. Ik speel overal waar ze de rekening kunnen betalen. En het publiek bij een bedrijfsfeest is inderdaad anders dan theaterbezoekers die speciaal voor jou komen. Maar die optredens voor een zaal waar misschien maar 10 procent iets met George Baker heeft, zie ik nog altijd als een uitdaging. Ik vind het kicken om een massa voor me te winnen. Net als in die dancings waar ik ooit begon.’ Niet onbelangrijk zijn de bedragen die hij met dit soort schnabbels kan verdienen. Hans geeft meteen toe dat hij door de jaren heen zijn commerciële kant heeft ontwikkeld. Met vallen en opstaan weliswaar, want meerdere keren ging in de begintijd een buitenlandse boeker of een andere contactpersoon er met de kas van de George Baker Selection vandoor. ‘Als muzikant ben je met iets bezig wat je hart vult’, zegt hij. ‘Dan denk je niet meteen aan geld. Maar de muziekwereld trekt als geen andere profiteurs en bedriegers aan. Daar moet je voor oppassen. Verder is het natuurlijk te gek als je op een mooi podium mag spelen, maar het is niet meer dan terecht dat daar fatsoenlijk voor betaald wordt.’ Hij stopt even. Schraapt zijn keel en vervolgt: ‘Ik heb hard gewerkt en geluk gehad. Ook financieel. Ik kan nog steeds muziek maken en optreden al ben ik 69. Zolang ik gezond ben, blijf ik dat graag doen.’


30

31

DE CASUS

OVER DJ’S, STREAMS EN kleine lettertjes

Een discotheek speelde voor een beperkt publiek en op niet-commerciële basis live streams. Daarvoor waren met Buma en Sena netjes licenties afgesloten. Dat bleek helaas niet afdoende. Door mr. Margriet Koedooder (De Vos & Partners Advocaten, Amsterdam)

uitgebrachte, nieuwe tracks inmiddels via het internet als download of stream terug hadden kunnen vinden. Dat was niet de bedoeling van deze DJ’s, want daardoor werd werk openbaar gemaakt dat zij nog niet openbaar hadden willen maken, terwijl zij bovendien veronderstelden dat deze in feite illegale opnamen de latere verkoop van legale opnamen zou kunnen schaden. Kennelijk is het voor ICT-nerds technisch mogelijk dergelijke streams te ‘vangen’ en vast te leggen. Waarna verdere verspreiding kan volgen.

LICENTIE SENA NIET TOEREIKEND Sena biedt voor de openbaarmaking van muziek online licenties aan. Voor internetonly radio oftewel webcasting hanteert Sena twee verschillende tarieven. Kleine webcasters die bij hun service provider gebruikmaken van een stream met 500 slots of minder (slots = het aantal luisteraars dat tegelijkertijd naar een stream kan luisteren), vallen bij Sena in het tarief voor kleine webcasters. Dat tarief bedraagt € 0,00097 vermenigvuldigd met het aantal luisteraars per uur en met het aantal tracks per uur, met een minimum van € 604,80 per jaar per kanaal. De maximumvergoeding voor deze niet-commerciële webcasters bedraagt € 1.139,87 per jaar. Dat was ook het bedrag dat de Club had betaald aan Sena, via de SWNL. De Club beschikte over een gelijksoortige overeenkomst met Buma en had aldus alles gedaan wat in haar macht en in de rede lag om legaal de streams te kunnen verzorgen. Kon de Club hierdoor de klacht van de DJ’s van zich afslaan?

Onlangs meldde zich bij mij een discotheek van waaruit gewoonlijk gratis live-streams worden uitgezonden van de door de DJ’s in de Club gedraaide muziek. De Club biedt deze mogelijkheid voor haar relaties, als extra service naar de optredende DJ’s en ter promotie van deze DJ’s en van de eigen Club. Daarvoor had de Club een overeenkomst gesloten als ‘kleine webcaster’ (nadere uitleg volgt) met de Stichting Webcasting Nederland (SWNL). Bij deze stichting is een aantal providers aange-

sloten waarbij een Club terecht kan om ‘een stream af te sluiten inclusief Buma en Sena rechten’. Eén factuur dus, voor zowel de Sena- als de Buma-rechten. Dat is handig voor de gebruikers van muziek. Tot zover niets aan de hand. Vervolgens ontstond er toch een probleem. Op een zeker moment kreeg de Club klachten van de DJ’s die hadden gedraaid tijdens de door haar georganiseerde avonden. Het was niet dat er

nu zo veel gebruik werd gemaakt van de streams. Het ging per avond om een zeer beperkt aantal luisteraars, tussen de honderd of tweehonderd per keer. Na de uitzending was de stream weg en ook niet meer te vinden, net als bij ether-radio. Toch klaagden de DJ’s. Doordat DJ’s steeds vaker zelf opnamen maken en uitbrengen en deze DJ’s hun nieuwe werk plegen uit te testen op het uitgaanspubliek, was er alsnog een probleem ontstaan. Deze DJ’s stelden dat zij hun nog niet

Het werd tijd de ‘kleine lettertjes’ van de Sena-licentie eens wat beter te bestuderen. Geeft Sena, zoals de Club dacht, inderdaad een ‘blanco licentie’ af, net als Buma? Dat blijkt niet het geval. Sena verleent aan gebruikers, zoals de Club, de niet-exclusieve toestemming voor de verspreiding van de muziek binnen de grenzen van de door haar beheerde wrechten. Doordat Sena niet net als Buma het zogenaamde ‘wereldrepertoire’ beheert, is hierin al een beperking van de toestemming gelegen. Maar daarnaast hanteert Sena nog een aantal bijzondere voorwaarden waaronder: ‘Tracks van ‘bootlegs’ dan wel andere illegaal vervaardigde opnamen alsmede ‘pre-releases’ van tracks van nog op de markt uit te brengen albums worden niet verspreid, behoudens toestemming van de individuele rechthebbenden voor verspreiding van de betreffende pre-release.’ (Artikel 6 van de algemene voorwaarden webcasting licenties) Pre-releases worden hier in één adem genoemd met bootlegs. Verder valt op dat de Club hier - ondanks de Sena-licentie - geacht wordt vooraf kennis te kunnen hebben van hetgeen wel of niet een prerelease is en/of welke pre-releases zullen worden gedraaid en/of welke individuele rechthebbenden bij de pre-releases horen. Maar de Club moet hiervoor ook vooraf toestemming vragen én krijgen. In de praktijk werkt dat natuurlijk niet zo.

‘DEZE DJ’S STELDEN DAT ZIJ HUN NOG NIET UITGEBRACHTE, NIEUWE TRACKS INMIDDELS VIA HET INTERNET ALS DOWNLOAD OF STREAM TERUG HADDEN KUNNEN VINDEN.’ Sena garandeert de Club in de overeenkomst niets en vrijwaart de Club al evenmin tegen aanspraken van derden, zoals de hiervoor genoemde DJ’s. Heeft een Sena-licentie voor een Club als hier wordt bedoeld dan nog wel zin? De betrokken partijen hebben het geschil inmiddels onderling opgelost, maar deze casus roept bij mij wel de nodige vragen op als het gaat om de aard, de omvang en de toepasbaarheid van de webcasting licenties van Sena. Mij lijkt het in ieder geval zinvol om webcasters er steeds nadrukkelijk, maar dan IN HOOFDLETTERS, op te wijzen dat de met Sena gesloten overeenkomst nog niet betekent dat daarmee voor alle naburige rechten toestemming is verkregen. Contractanten van Sena denken dat nu namelijk wel.

EEN KORTE REACTIE VAN SENA: Het is de verantwoordelijkheid van de Club, indien deze live-streams van DJ’s openbaar wil maken, om vooraf toestemming te verkrijgen van de rechthebbenden. Een Sena-licentie heeft voor een Club toch zeker zin, indien sprake is van openbaarmakingsvormen waar Sena voor kan en mag incasseren. Voor een overzicht van de licenties die door Sena verstrekt worden, kunt u terecht op onze website www.Sena.nl.

Vanwege de juridische complexiteit wordt de casus en de volledige reactie van Sena op de website van Sena geplaatst.


32

33

NETWERKEN VOOR WERELDMUZIEK Sinds 2006 verzamelt de Nederlandse wereldmuziekscene zich elke maand voor het netwerk-event World Blend Café. Georganiseerd door de non-profit organisatie World Music Forum en gesteund door Sena, treffen professionals en muzikanten elkaar om kennis te maken en ideeën uit te wisselen. Doel: de wereldmuzieksector verder ontwikkelen. Door Jasper van Vugt

Het is een drukte van belang voor de deur van het Amsterdamse Bimhuis, waar het World Blend Café plaatsvindt. Talloze agenten cirkelen rond het pand, dat is afgezet met hekken. Het is 29 april en morgen begint de koningsvaart hier. Binnen is de sfeer een stuk relaxter. Popjournalist Stan Rijven, gastheer en een van de initiatiefnemers van het café, heeft voor de gelegenheid een oranje overhemd aan. Ook is er een speciale popquiz met oranjetintje: de Mixima Muziekquiz. Het World Blend Café is enig in zijn soort, in een sector waarin alleen al in Nederland bijna 4000 optredens per jaar plaatsvinden en ongeveer € 30 miljoen omgaat. Het aantal Nederlandse liefhebbers van wat ‘wereldmuziek’ genoemd wordt, is een miljoen, qua omvang vergelijkbaar met de jazzwereld. Toch loopt het nog niet storm als om halfzes de deuren opengaan en de eerste bezoekers met een glaasje kir royale welkom geheten worden door Stan en zakelijk leider Sonja Heimann. In 2006 stonden zij aan de basis van deze expert-

bijeenkomsten, nadat ze hadden gemerkt dat er behoefte was aan meer contact tussen professionals in de wereldmuziek. Sonja: ‘Er waren destijds te veel verschillende eilandjes die geen kennis uitwisselden. Aandacht vanuit de media of het publiek was er nauwelijks. Daarbij kampten we met een negatief imago en heerste er een minderwaardigheidscomplex. We moesten af van het idee dat grenzeloze muziek alleen iets voor geitenwollensokken is.’

Salverda is één van de vaste bezoekers van het World Blend Café. ‘Het café is een goede manier om contact te houden met collega’s’, legt ze uit. ‘Samen kunnen we de krachten bundelen. Het is vaak te duur om een band voor één optreden naar Nederland te halen. Als ik weet dat andere programmeurs die groep ook goed vinden, kunnen we misschien samenwerken en ze voor vijf shows naar Nederland halen. Zo kan je de kosten drukken.’

‘ALSJEBLIEFT GEEN WERELDMUZIEK’

Behalve professionals lopen er ook muzikanten rond. Ester Veldhuis, vocaliste van Golondrinas, is er een van. Ze treedt op met haar trio, dat Latijns-Amerikaanse muziek speelt in de traditie van de nueva canción (volksmuziek met maatschappijkritische teksten). Met haar optreden vanavond hoopt ze meer shows en grotere bekendheid te krijgen. Ze deelt demo’s uit aan iedereen die interesse heeft. Ester: ‘Er zijn hier veel mensen die geïnteresseerd zijn in wereldmuziek of in die sector werken. Zo zag ik net Agnes van Paradiso lopen. Als we met dit optreden een goede indruk op haar kunnen maken, mogen we misschien in Paradiso optreden.’

Daar is programmeur Agnes Salverda het mee eens. Ze programmeert in Paradiso naast popmuziek ook wat ze zelf ‘niet-westerse muziek’ noemt. ‘In de popmuziek is het makkelijker werken. Een band maakt een plaat, er komt persaandacht en er volgt een show. Bij niet-westerse muziek is er geen airplay op de radio of aandacht op tv. Dat gebeurt vrijwel alleen als het wordt geadopteerd door de popindustrie, zoals met Franse hiphop. Soms vragen bands mij of ik ze alsjeblieft geen ‘wereldmuziek’ wil noemen, omdat het dan niets wordt.’

KOPPELAAR Het Café is dan ook niet alleen voor de mensen achter de schermen, benadrukt Stan Rijven. Hij treedt op als koppelaar en stelt talloze mensen aan elkaar voor. ‘Hier kunnen mensen elkaar leren kennen. Zo kunnen nieuwe ideeën en contacten ontstaan. Een goed voorbeeld is Vasile Nedea, een steengoede accordeonist die desondanks maar niet aan de bak kwam. Hij kwam naar het Café en kwam zo in contact met het Nederlands Blazers Ensemble. Daar speelt hij nu bij. Inmiddels heeft Vlaanderen het voorbeeld van het World Music Forum gevolgd in de vorm van het WereldMuziekNetwerk.’ Na het dinerbuffet raakt het café voller. Uiteindelijk zijn er zo’n vijftig bezoekers met elkaar in gesprek. Rijven kijkt het goedkeurend aan en vraagt DJ Beromünster nog even door te gaan met het draaien van de meest exotische platen, ook al hoort volgens het tijdschema het programma te beginnen. Een kwartiertje later pakt Stan dan toch de microfoon en vraagt Simon Decante van WereldMuziekNetwerk naar de laatste ontwikkelingen en doelen van wereldmuziek in België. Volgens Decante blijkt uit een gesprek met de Belgische TV dat ze de

rol van Belgische wereldmuziek nog niet serieus nemen en dat actie gewenst is. Ook is er aandacht voor de redding van de muziekarchieven van de Wereldomroep en het MCO en voor de resultaten van het onderzoek Kleurrijk en Kansrijk. Voor een ooggetuigenverslag van de Franse wereldmuziekbeurs Babel Med vraagt Stan Rijven Charlie Crooijmans naar voren. De freelance muziekjournalist/radiomaker schrijft over wereldmuziek voor online magazine Mixed Worldmusic en ze reist de hele wereld af voor reportages. Toch probeert ze zo vaak mogelijk bij het World Music Café te zijn. ‘Als freelancer moet ik in de gaten houden wat er gebeurt in de sector. Ook leer ik hier nieuwe mensen kennen of nieuwe bands. En soms zijn er interessante discussies over een bepaald onderwerp.’

MUZIEK MET EEN ZIEL Hoe nuttig de informatie-uitwisseling is, komt goed naar voren als na het optreden van Golondrinas de pitches beginnen. Flamencogitarist Manito doet een oproep voor een Nederlandse uitgever voor het boek Gypsy Voices, waarna verschillende mensen suggesties geven. Ook Catrien Ari-

ëns krijgt tips aangedragen voor vertoning van haar documentaire over de Surinaamse dansmuziek Tambú. De pitch van voormalig Volkskrantrecensent Ton Maas is een open sollicitatie voor optredens voor de door hem bewonderde Tartaarse zangeres Zulya Kamalova. Vervolgens is het de beurt aan de showcase van Zabumba (forró, dansmuziek uit Noordoost Brazilië), alvorens er tot sluitingstijd wordt nageborreld. De verschillende onderwerpen bij de pitches illustreren hoe lastig het is om de wereldmuzieksector op de kaart te zetten. Fans van tangomuziek hoeven immers niet per se ook van Afrikaanse muziek te houden. De term ‘wereldmuziek’ is dan ook zo breed dat deze eigenlijk weinig zegt. Rijven: ‘Het is jammer dat er in de media vrijwel alleen naar Engeland en de VS gekeken wordt. Je ziet aan het succes van The Ex, Yousou N’Dour of Jungle By Night dat veel mensen die van popmuziek houden, ook wereldmuziek waarderen. Dat geldt ook voor de muzikanten zelf: David Byrne, Peter Gabriel, Paul Simon, Ry Cooder en Damon Albarn zochten allemaal de samenwerking op met de wereldmuziek. Muziek met een ziel vind je tenslotte overal.’


34

35

REFLECTIES Het auteursrecht verkeert in een legitimatiecrisis. Deze constatering is de afgelopen jaren in hoog tempo een cliché geworden. Geen beleidsnotitie of beschouwing over het intellectueel eigendom lijkt de afgelopen jaren compleet zonder deze verplichte constatering, meestal gepaard aan de bewering dat het auteursrecht, ruim een eeuw oud, ‘ouderwets’ is ingericht en ‘gemoderniseerd’ moet worden. Zodra echter moet worden vastgesteld op welke onderdelen het auteursrecht dan wel ‘ouderwets’ is, of welke modernisering moet worden doorgevoerd, lopen de meningen sterk uiteen. Zoals bij veel clichés: de betekenis lijkt hol en voor de ondersteuning van elk willekeurig standpunt inzetbaar. Het is daarom de moeite waard eens stil te staan bij deze veel herhaalde bewering en de mogelijke achterliggende oorzaken. Door Erwin Angad-Gaur

van een boek of een cd staat los van het auteursrecht op de roman of de muziek. Het auteursrecht is een informatierecht: een recht dat bij uitstek van belang is in de huidige informatiemaatschappij, waar een informatie-economie heerst. Het eigendom van de fabriek is niet langer de essentie: het is het eigendomsrecht op de uitvinding, op het merk, op de bereidingswijze, op het liedje, de tekst of de afbeelding dat centraal staat. Zoals in de fysieke economie eigendomsrecht van belang is om investeringen mogelijk te maken, zo is in de informatie-economie het intellectueel eigendom essentieel. Maar waarom dan toch een legitimatiecrisis? Vermoedelijk zijn er twee redenen. De eerste is het ontstaan van de informatiemaatschappij zelf en de voortdurende onzekerheid over de vraag hoe deze te reguleren.

‘De problemen zijn duidelijk, zoals zelfs de oplossingen redelijk voor de hand liggen.’ zijn, is de verplichting om toestemming van de oorspronkelijke maker te krijgen voor het gebruik van rechtendragend materiaal, voor iedereen dichterbij gekomen. Waar wij vroeger een vinyl langspeelplaat kochten waarvoor de perserij het auteursrecht (en het naburig recht) geregeld had, maken wij nu zelf kopieën en verspreiden die ook al jaren zelf. Waar wij vroeger naar de radio luisterden en boeken en tijdschriften kochten, maken wij nu zelf op ons blog, onze website en via tal van media beschermde werken (foto’s, teksten, muziek en films) openbaar. Het verkrijgen van toestemming dient daarbij plots door onszelf te gebeuren; een vaak lastige verplichting, vooral in die ge

volledig vrij internet staan vaak kritisch tegenover ieder systeem van regulering en zijn soms zelfs van mening dat de enkele verplichting voor het gebruik van beschermde werken te moeten betalen een onacceptabele belemmering van de vrijheid van meningsuiting zou zijn. Voorstanders van strenge regulering daarentegen zouden het internet het liefst voorzien van verboden en individuele handhavingsmechanismen. Juist omdat deze discussie niet louter op het gebied van het auteursrecht plaatsvindt, maar ook op dat van terrorismebestrijding en de bewaking van overheidsgeheimen is het debat zwaar gepolariseerd geraakt. Een redelijk geluid (zoals voorstellen voor een ‘radiomodel’ of

LEGITIMATIECRISIS INTELLECTUEEL EIGENDOM In Nederland was in 2009 met name het rapport van de parlementaire werkgroep Auteursrecht (bestaande uit vier Kamerleden, onder wie de huidige staatssecretaris van Veiligheid en Justitie Fred Teeven) een illustratief – en invloedrijk – voorbeeld. In het rapport constateerden de vier Kamerleden veelvuldig dat er sprake was van ‘een soort legitimatiecrisis’ van het auteursrecht. Men sprak over de noodzaak het auteursrecht te ‘moderniseren’ en stelde onder meer vast dat in het huidige tijdsgewricht het auteursrechtelijk beschermde werk naar de mening van de werkgroep ‘los moet worden gezien van de drager’. Vooral de laatste constatering leidde bij veel juristen tot het fronsen van de wenkbrauwen: het auteursrecht, onderdeel van

het intellectueel eigendom tenslotte, stond al vanaf zijn conceptie los van de drager. Wat was er nieuw of bijzonder aan die constatering? En hoe kon die constatering tot vernieuwde beleidsinzichten leiden? Dat het auteursrecht los staat van de drager was en is geen mening. Het is het fundamentele onderscheid tussen het intellectueel eigendom en het traditionele (fysieke) eigendomsrecht.

INFORMATIEMAATSCHAPPIJ Toch is het nuttig juist bij deze constatering stil te staan. Het auteursrecht is wellicht moderner dan wij denken, juist om de hiervoor genoemde reden. Het eigendomsrecht op een schilderij staat los van het auteursrecht op dat schilderij; het eigendomsrecht op een exemplaar

De vraag hoe privacy en vrijheid van meningsuiting zich op het internet verhouden tot de noodzaak ook in de digitale wereld regels te stellen steekt telkens opnieuw de kop op en heeft zijn conclusie nog niet bereikt. Van de Wikileaks-affaire tot de recente NSA-kwestie (de massale privacyschendingen door de Obama-regering) tot de verspreiding van gestolen eindexamens in Nederland: hoe om te gaan met informatierechten in een wereld waarin informatie door ieder met voldoende technische kennis verspreid en ingezien kan worden, blijft een doorlopend vraagstuk. De tweede reden is nauw verbonden met de eerste: het auteursrecht is veel dichter bij de consument komen te staan, zoals dat voor het hele informatierecht het geval is. Nu iedereen ‘fabriek’ of ‘radiostation’ kan

vallen waar niet met een loket (zoals Sena of Buma) kan worden afgerekend, maar met individuele producenten of auteurs.

REDELIJK GELUID Dat de makers van een product geld mogen en zelfs moeten kunnen verdienen aan het gebruik van hun werk, wordt door het grootste deel van de bevolking nog altijd als een logisch principe beschouwd. In die zin is van een legitimatiecrisis geen sprake. De inrichting van het systeem verdeelt echter de geesten. Het is vooral de uitvoering van het auteursrecht waarover een serieus debat gevoerd wordt en moet worden, een debat dat echter – en helaas – snel verzandt binnen de algemene discussie over regulering van het internet. Voorstanders van een

voor nadere maar beperkte verplichtingen voor providers) wordt al snel misverstaan en door beide ‘kampen’ als gevaarlijk weggezet, een ‘glijdende schaal’ waaraan maar beter niet begonnen kan worden. Het wordt tijd die houding te veranderen. De problemen zijn duidelijk, zoals zelfs de oplossingen redelijk voor de hand liggen. Offline hebben wij gedurende vele tientallen jaren ook evenwichten gevonden tussen overheid en burger, tussen persvrijheid en verplichtingen van zorgvuldigheid, tussen maatschappelijk en individueel belang en tussen de belangen van rechteneigenaren en consumenten. Ook op internet blijven mensen mensen. Het wordt tijd voor oplossingen in plaats van retoriek.


COLUMN HENK WESTBROEK

JA, DIT IS UIT HET LEVEN GEGREPEN! Toen mijn vader 40 jaar op de elektriciteitscentrale werkte, hield de directeur een praatje van 3 minuten, waarin hij 4 keer niet op de naam van mijn vader kon komen. In plaats van Henk werd het Heino, Hendrik, Hans en nog een keertje gewoon Hein. Bij verschillende andere feestelijke jubilea die ik later bijwoonde, werd het feestvarken op de melodie van ’Dit is uit het leven gegrepen’ door de genodigden herinnerd aan een palet van genante gebeurtenissen die hij veel en veel liever vergeten zou zijn. Al met al loop ik op basis van mijn jubileumervaringen in het algemeen niet zo warm voor jubilea. Het kan u niet zijn ontgaan dat deze uitgave van Sena Performers Magazine in het licht van een bijzonder jubileum staat: Sena bestaat 20 jaar! Het meest bijzondere van dit jubileum is dat het eigenlijk al een jaar of dertig geleden gevierd had moeten worden. Sena werd namelijk pas een actieve organisatie 32 jaar nadat in de Conventie van Rome internationaal - ook door Nederland – werd afgesproken dat ook uitvoerende artiesten en de producenten van platen recht hebben op een redelijke vergoeding als een muziekwerk bijvoorbeeld op de radio gedraaid wordt. Of op een jubileum ten gehore wordt gebracht. Nadat dit afgesproken was, gebeurde er 32 jaar niks. Dit moet ik een beetje nuanceren, want het maken van een wet en het opzetten van zo’n Sena duurt al gauw een jaar of 3. Er gebeurde feitelijk dus maar 29 jaar helemaal niets met die Roomse Conventie. Wat ik opnieuw moet nuanceren door te zeggen dat er wel ‘iets’ gebeurde. Maar dat iets was er vooral op gericht dat er totaal niets zou gebeuren. De Buma, die pal staat voor de belangen van

muziekauteurs, wilde helemaal geen Sena omdat onder auteurs de angst leefde dat de uitvoeringsrechten die Sena incasseert ten koste zouden gaan van het auteursrecht. De omroepen wilden ook niet dat de gemaakte afspraak in Rome uitgevoerd zou worden, want die waren juist bang dat ze meer geld kwijt zouden zijn, omdat ze naast auteursrechten ook nog eens uitvoeringsrechten moesten gaan betalen. Vooral de lobby van de omroepen was zeer effectief. Om de simpele reden dat vrijwel alle publieke omroepen innige banden met politieke partijen hadden en omdat politieke partijen vanouds meer belang hechten aan het belang van omroepen dan aan dat van artiesten. Toen het na een jaar of dertig lobbyen - vooral door druk van de kunstenbonden - onontkoombaar werd dat de Sena opgericht zou worden, kwam Buma weer in beeld. Die bood aan - want ze had er de organisatie al voor- om ook deze nieuwe, zogeheten ‘ naburige rechten’ te gaan incasseren en eerlijk te verdelen. Tegen een vergoeding die zo oneerlijk hoog was dat Buma - de muziekauteurs dus – er een inkomstenbron bij zouden krijgen ten koste van de uitvoerende artiesten. We doen dat incasseren en verdelen dan maar liever zelf, besloot Sena. Maar ja, waar wat te verdelen valt krijg je ruzie over de verdeling. De toenmalige vertegenwoordigers van de Nederlandse Toonkunstenaarsbond vonden dat een groot deel van de gelden voor artiesten aan collectieve projecten in het algemeen belang moesten worden besteed. De toenmalige Kunstenbond van het FNV vond dat inkomsten die voor artiesten en producenten bestemd waren ook volledig aan individuele artiesten en producenten moesten toekomen.

‘Door mijn jubileumervaringen loop ik niet zo warm voor jubilea.’

Na lang gesoebat werd afgesproken dat de helft van het Sena-geld naar de artiesten zou gaan en de andere helft naar de producenten – zeg maar de platenmaatschappijen. De platenmaatschappijen kregen zo’n groot deel omdat die de platenproducers ter beschikking stelden en die hebben ook een zeer grote artistieke inbreng, was de gedachte hierbij. Platenproducers willen ondertussen al 20 jaar - en niet ten onrechte - ook zelf Sena-rechten ontvangen. Naar ik vermoed omdat de platenproducenten die rechten wel incasseren maar er niets van aan de door hen geleverde producers uitbetalen. Statistisch gesproken zal ik waarschijnlijk als gevolg van mijn overlijden het 50-jarig Sena-jubileum niet meer meemaken. Hoewel ik niet zo dol op jubilea ben, vind ik dat toch ergens doodzonde.


Sena Performers Magazine 2-13