Page 1

SecJure Jaargang 25 | Maart 2011 nr. 3 | SecJure is een uitgave van Magister JFT

Juridisch Faculteitsblad

Fundamentale Rechten voor een Trots Volk En verder  Meet & Greet met Al Gore  HIV jurisprudentie nader beschouwd  Het Wetsvoorstel de Roon


JeJebent bentderdederde-ofofvierdejaars vierdejaarsrechtenstudent rechtenstudenten enjejehebt hebtambitie. ambitie. Dan Dan schrijf schrijf je je je je in in voor voordedevijfdaagse vijfdaagseMasterclass Masterclassvan van10 10tot toten enmet met16 16mei mei 2011 2011 op op ons ons kantoor kantoor in in

STBB2NY STBB2NY

New NewYork. York.Want Wantdaar daarpak pakjejetijdens tijdensworkshops workshopssamen samenmet metons ons zaken zaken aan aan binnen binnen

eeneen breed scala vanvan rechtsgebieden enen leer je je onze internationale breed scala rechtsgebieden leer onze internationalerechtspraktijk rechtspraktijkbeter beterkennen. kennen.En Ennatuurlijk natuurlijklaat laatjejede destad stadzelf zelfook ook niet niet links links liggen. liggen. Kortom, netnet als als vorig jaar, vijfvijf dagen ‘work hard, play hard’ in in New York. Schrijf www.werkenbijstibbe.nl Kortom, vorig jaar, dagen ‘work hard, play hard’ New York. Schrijfjejevoor voor1414maart maart2011 2011ininvia viaonze onzewebsite websitewww.werkenbijstibbe.nl


Inhoudsopgave Fundamentele rechten voor een trots volk

7

De Chinese samenleving vanuit een mensenrechtelijk perspectief

HIV- Jurisprudentie – Voorwaardelijk opzet nader beschouwd

10

Is iemand infecteren met HIV gelijk aan (poging tot) doodslag?

Een groene campus: Tilburg op weg naar duurzaamheid

13

Wat hebben Al Gore, prof. Verschuren en de Groene Leonardo’s gemeen?

De macht van het onderbewuste

16

Over de menselijke natuur en het recht.

Minimumstraffen, straatterroristen en meer noemenswaardigs

19

Het wetsvoorstel De Roon nader beschouwd

Infamia: een amuse

22

De juridische gronden van de Romeinse eer.

Adriaantje zou geen vrouw zijn

25

Over echtscheiding, travestie en een onwillige echtgenoot in 1810

Het Kruisverhoor

28

Ditmaal een strafjurist voor de inquisitie: Benny van der Vorm

Trends

31

Een bestuurskundige blik in de toekomst

Let’s sue: my house is haunted

34

Spookhuis gekocht? Aanklagen die hap!

Activiteiten kalender

38

Wat organiseert Magister JFT de komende tijd voor haar leden?

Pro/Contra: Wikileaks

40

De heren Klaus en Coenmans kruisen de degens wederom!

Bijzondere rechtsgebieden

44

Een juridisch ABC

Weten waar je recht op hebt

46

Het antwoord op enkele juridische dilemma’s.

Column: INTERVICT

49

Een kijkje in de keuken van een criminoloog

De aansprakelijkheid van Ebay ( deel II)

50

Het vervolg op Jos Klaus’ artikel uit de vorige editie

Dit was het recht

54

De ‘headlines’ van afgelopen maanden, beschouwd vanuit juridisch perspectief.

Going Abroad: Exchanging Argentina for Canada

56

Lees verder over Martijn, ditmaal vanuit het verre Canada!

Column: Max’ goede raad

59

Over een magistraat in de universiteitsraad!

Column: The London Life

60

Wouter studeert een jaar in Londen. Lees hier over zijn belevenissen…

Lustrum Katern

61

In dit katern vind je enkele artikelen ter ere van het 25 jarig bestaan van SecJure! 3 | SecJure Maart 2011


KIES NU VOOR HET GRATIS STUDENTEN PAKKET VAN ABN AMRO Wil je al je aandacht aan je studie en het studentenleven besteden? Dan is het Studenten Pakket van ABN AMRO iets voor jou. Hiermee heb je al je financiële zaken in één keer goed geregeld/. Zit je bij een andere bank? Met de gratis overstapservice zetten we automatisch de betaling van je collegegeld, je studiefinanciering en je machtigingen in één keer om naar je nieuwe rekening.


Colofon Redactieadres

Redactioneel

Kamer E221 Postbus 90153 5000 LE Tilburg Tel. (013) 466 80 73 Mail: secjure@magisterjft.nl

Hoofdredacteur Therris Burgers

Redactie Robbert Coenmans Thomas Dilien Ilona van den Eijnde Janneke van der Heijden Jos Klaus Sylvia Kuijsten Aïcha Peutz Loes van Puijenbroek Jeroen Tessers Thijs van Liempd Anne de Vries Xu Wang Sjoerd Wierenga Esra van der Wolk

Met dank aan Eline van Scherpenzeel Rianne Letschert Martijn Groen Wouter van den Wildenberg Wouter van Loon Frank Vlemminx

Productie Wolf Legal Publishers Oplage 4100 SecJure jaargang 25 nr. 3 De redactie behoudt zich het recht voor ingeleverde stukken niet te plaatsen of te wijzigen. De inhoud van de artikelen vertegenwoordigt niet noodzakelijkerwijs de mening van de redactie. © Niets uit deze uitgave mag op welke wijze dan ook gereproduceerd worden zonder voorafgaande toestemming van de redactie.

Allereerst, beste lezer, een nadere toelichting. In de vorige editie stond een goed doordacht artikel betreffende een piratenadvocatenkantoor. Zó goed doordacht zelfs, dat velen van u niet door hadden dat dit artikel werkelijk compleet, totaal en volledig gefingeerd was. Jammer maar helaas voor de lezers die hun C.V. al klaar hadden liggen en hun been al geamputeerd: dit kantoor bestaat niet. Het doel van het stuk – aldus de auteur – was mensen wakker te schudden dat het ook anders kan. Een advocaat hóeft niet per se in een duur pak en een snelle auto voor de dag te komen. Het hóeft niet allemaal te gaan om het geld. De aanpak hóeft niet afstandelijk en soms voor de leek zelfs onbegrijpelijk te zijn. Dat dit idee onder jullie is aangeslagen blijkt maar weer. Nog nooit ben ik zo vaak aangesproken over één bepaald stuk, als dit keer het geval was. Een groep mensen die nog niet door heeft dat het niet altijd om het geld hoeft te gaan, lijkt het kabinet te zijn. Op het moment dat ik dit schrijf zitten we vroeg in januari en dus vlak voor een potentiële omwenteling in de onderwijswetgeving. Wat dat betreft benijd ik u lezer, aangezien u de uitkomst van dit politieke vraagstuk wellicht al weet op het moment dat u dit leest. Ik kan momenteel alleen hopen dat er een meerderheid in de tweede kamer dezelfde problemen signaleert als de meer dan 250.000 mensen die de petitie ‘minimaal nominaal’ hebben ondertekend. Nu hoor ik u denken: ‘Burgers, wat zeur je nou? Jij bent toch al bezig aan de laatste loodjes?’. Klopt. Klopt helemaal! Maar daar gaat het niet om. Het gaat erom dat je studententijd niet alleen bedoeld is om te blokken maar ook om te leren. Echt leren wat je bent en wie je wil worden doe je niet in de collegebanken maar daar buiten. Dat doe je door stomme fouten maken en af en toe onorthodoxe beslissingen te nemen. Dat doe je door te investeren in elkaar en daardoor dus ook in jezelf. Door niet altijd de kudde te volgen maar je kop boven het maaiveld uit te steken en te durven genieten van het uitzicht. Om het te zeggen in de woorden van Robert Frost: Two roads diverged in a wood, and I, I took the one less traveled by. And that has made all the difference. 1 Ook namens de redactie, Therris Burgers Hoofdredacteur 2010-2011 1 Citaat afkomstig uit ‘The Road not taken’ van Robert Frost

5 | SecJure Maart 2011


Wat neem jij mee?

Wat je elke dag bij je hebt, zegt veel over wie je bent. Over wat je bezighoudt, de dingen die je meemaakt en wat je motiveert. Bij AKD zijn we benieuwd naar wat mensen ‘meenemen’. Naar hun interesses en ambitie. Wat deed jou besluiten rechten te gaan studeren? En wat wil je bereiken? AKD bestaat uit een hecht team van bevlogen advocaten en notarissen. Professionals met een eigen stijl. Vastbesloten alles eruit te halen wat erin zit. We investeren dan ook veel in de ontwikkeling van jong talent. Spreekt onze werkwijze jou aan? Laat het ons weten. We zijn benieuwd naar wat jij meeneemt. Kijk op watneemjijmee.nl.


Janneke van der Heijden

Het toekennen van de Nobelprijs voor de Vrede aan Liu Xiaobo maakt (weer eens) pijnlijk duidelijk dat er grote verschillen bestaan tussen China en Westerse landen als het gaat om fundamentele mensenrechten. Daar het Noorse Nobelcomité Liu Xiaobo eert voor zijn lange en niet-gewelddadige strijd voor fundamentele mensenrechten in China, beschouwt de Chinese staat Liu als een crimineel die staatsondermijnende activiteiten heeft gepleegd.1 In december 2008 werd Liu door China gearresteerd vanwege het verschijnen van Charta 08, een manifest waarin Chinese intellectuelen de staat oproepen tot democratische hervormingen. Ruim een jaar later werd Liu veroordeeld tot elf jaar gevangenisstraf op beschuldiging van het aanzetten tot ondermijning van de staatsmacht. Een grotere discrepantie in waardering van het werk van Liu Xiaobo lijkt niet mogelijk. Maar Liu is niet de enige. Hij is slechts één van de duizenden politieke gevangenen die momenteel in de Chinese gevangenis zitten.2 In de ogen van veel Nederlanders is dit onbegrijpelijk en zelfs verwerpelijk. Hoe kunnen mensen die hun recht op de vrijheid van meningsuiting uitoefenen in de gevangenis belanden? Een zoektocht volgde

naar de oorzaken van het verschil in waardering van fundamentele mensenrechten en naar de houding die het Westen ten opzichte van de problematiek in China zou moeten innemen. Ik sprak hierover met Xu Wang LLB3 en prof. dr. Willem van Genugten4 .

Collectief belang en politiek gezag Van Genugten stelt dat bij het vergelijken van het recht op de vrijheid van meningsuiting onderscheid gemaakt kan worden tussen drie compartimenten: Amerika, Europa en China. ‘In Amerika is de vrijheid van meningsuiting nagenoeg absoluut, daar kent men nauwelijks grenzen aan dit recht. In Europa kennen wij wel beperkingsgronden, die worden genoemd in artikel 10 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM). In Europa moet je oppassen waarvoor je de vrijheid van meningsuiting gebruikt. Zo mag je deze niet gebruiken wanneer de democratische waarden of de openbare orde worden aangetast. In China is daarentegen het overleven van de Chinese samenleving veel belangrijker dan het individuele recht op de vrijheid van meningsuiting. De vrijheid van meningsuiting is ondergeschikt aan het col-

7 | SecJure Maart 2011

Artikel

Fundamentele rechten voor een trots volk?


Liu Xiaobo lectieve belang.’ Xu Wang gaat nog een stap verder en denkt dat weinig Nederlanders zich iets kunnen voorstellen van de situatie in China omdat, in tegenstelling tot ons land, het individu in China weinig voorstelt. ‘Hoe anders is dat in Europa en Nederland waar altijd geredeneerd wordt vanuit het individu.’ Deze verschillen in benadering hebben hun weerklank in de politieke instituties. De student en de professor beamen beiden dat gezag een grote rol speelt in de Chinese samenleving. Van Genugten: ‘In Nederland mogen we de minister-president stevig aanspreken. En wanneer we vinden dat ons onrecht wordt aangedaan kunnen we protesteren, zullen de kranten er vol van staan en staat als laatste strohalm de gang naar de rechter open. We kunnen het gebruik van rechten laten toetsen door een onafhankelijke rechter, eerst in Nederland en vervolgens in Straatsburg of Genève, bij de Verenigde Naties. Wanneer men in China de president zou tegenspreken wordt dat echter beoordeeld als strijdig met het landsbelang. Wanneer men zou protesteren, zouden Tiananmensquare5-achtige taferelen ontstaan: dan mept de Chinese politie hard terug. De media zijn staatseigendom en worden gecontroleerd door de regering. Rechten worden wel getoetst door een op papier onafhankelijke rechter, maar in de praktijk bestaat die niet en ben je als individu afhankelijk van de politieke machthebbers op lokaal, regionaal of nationaal niveau. Dit leidt ertoe, dat bij het uiten van kritiek over een politicus, uiteindelijk diezelfde persoon, of diens partij, oordeelt over de vraag of jij de vrijheid van meningsuiting gebruikt of juist misbruikt hebt. En vervolgens kan hij veel met je doen, bijvoorbeeld onder huisarrest plaatsen, opsluiten of zorgen dat je de Nobelprijs niet kan ophalen.’

Een Chinese volksaard? Xu Wang herkent dit beeld en stelt dat de politiek in feite een weerspiegeling is van de rol die gezag heeft binnen de Chinese familie. ‘Ik heb heel lang op mijn moeder moeten inpraten voordat ik haar mocht tegenspreken. Tegenspraak was een taboe: je hoort je ouders te eren, want zij hebben jou het leven gegeven. Je mag wat zij zeggen SecJure Maart 2011 | 8

niet in twijfel trekken, ook al ben je het hiermee oneens. Dit geldt in een sterkere mate ook voor de grootouders. Daarnaast zijn Chinezen erg nationalistisch. Dat is niet altijd goed te merken, maar zelfs ik, terwijl ik het overgrote deel van mijn leven in Nederland gewoond heb, en ik alleen met Nederlandse mensen omga, ben zeer nationalistisch wat China betreft. Ik vind het ook heel moeilijk iets slechts over China te zeggen. Sommige mensen, dissidenten zoals Liu Xiaobo, kunnen dat wel en dat vind ik heel knap van ze. Voor een gemiddelde Chinees is het echter erg lastig de gezaghebbers tegen te spreken.’ Een grote rol hierbij speelt de nog steeds beperkte toegang tot informatie waardoor mensen geen weet kunnen hebben van de werkelijkheid.6 De studente vervolgt: ‘Je ziet dat bijvoorbeeld terug in de genegenheid die Chinezen nog steeds tonen voor Mao Zedong. De mensen zagen hem als leider van het volk en hadden, bijna onvoorwaardelijk, vertrouwen in hem. Wat hij zei, dat hoor je gewoon niet in twijfel te trekken. Ook al is nu bekend dat hij helemaal niet zo’n goede man was, kan ik mijn moeder daarvan niet overtuigen. Daarbij wil ik wel zeggen dat zij natuurlijk in een periode is opgegroeid waarin het absoluut verboden was zoiets überhaupt te denken. Zijn fouten worden Mao vergeven omdat hij toch een goede leider was. Mao is nu natuurlijk al lange tijd weg. Maar het gevoel is er nog wel. Dat zie je nu ook terug in de huidige samenleving en politiek. De premier en de politieke elite worden niet gezien als volksvertegenwoordigers zoals in Nederland. Zij staan boven het volk en leiden het volk. Verkiezingen en het feit dat je als volk je stem mag laten horen, spelen helemaal niet in China.’

Ontwikkeling van mensenrechten Ondanks dat het niet in de Chinese volksaard zit om kritisch te denken over leiderschap, onderwerpt de Chinese staat het openbare leven aan strenge controle. Toch mag in het huidige China duidelijk meer gezegd worden dan in het China van 25 jaar geleden, vóór de Tiananmensquareprotesten. Sinds 1991 publiceerde China negen witboeken over mensenrechten. In 2004 werd in de Chinese grondwet opgenomen dat de staat mensenrechten respecteert en waarborgt.7 Van Genugten: ‘De Chinezen wonend in het binnenland lopen ook nog jaren achter ten opzichte van de stedelingen. Maar zij krijgen steeds meer toegang tot informatie, doordat steeds meer mensen als gevolg van de economische groei een televisie of computer kunnen aanschaffen. Dit zou de situatie kunnen veranderen. Maar onderschat niet dat het inzetten van duurzame veranderingen een lange tijd kost. In de jaren zeventig waren ook in Europa en Latijns-Amerika veel dictaturen. Dat is nog niet zo lang geleden. Het aantal dictaturen wordt kleiner en veel landen zijn bezig met hun verleden af te rekenen.’ Ook als we het proces bekijken dat Nederland destijds heeft doorlopen om


de grondrechten te waarborgen blijkt dat het veel tijd kost. Willem van Genugten: ‘In 1810 haalden wij Koning Willem I binnen, maar de Nederlanders hadden nog amper rechten. Hoe kwam dat? Tegenover de man die ons had bevrijd van Frankrijk hoefden de mensen niet zoveel rechten te plaatsen. In 1848 hebben wij pas, onder invloed van allerlei Europese ontwikkelingen, de grondrechten gedetailleerd in onze grondwet opgeschreven. Maar vrouwen kregen pas veel later, in het begin van de 20e eeuw, dezelfde rechten als mannen.’

Kneden van ontwikkeling Van Genugten stelt dat ondanks de tijd die de evolutie van mensenrechten in China nodig zal hebben, andere staten China wel mogen proberen te kneden. ‘Het is belangrijk dat andere landen ageren tegen de acute problemen in het land. De scherpe kanten van het beleid moeten er afgeslepen worden. Sommige dingen die in China plaatsvinden kunnen echt niet. Foltering en andere misdrijven mogen nooit plaatsvinden. Het is absurd dat een burger na het uiten van kritiek op de overheid tien jaar wordt opgesloten. Net als alle andere landen moet China zich houden aan de dwingende regels van het internationale recht. Wanneer een land die regels niet naleeft, moet Europa daar tegen optreden. Maar ik verschil van mening met internationale NGO’s als Amnesty International en Human Rights Watch. Zij zijn van mening dat Europa en de Verenigde Staten harder moeten optreden tegen China en dat zij China met sancties zouden moeten treffen. Maar die strategie is een wassen neus gebleken en heeft geen effect gehad. Vergelijk de situatie eens met Cuba. Als Amerika het land niet zou hebben onderworpen aan sancties, zou Cuba waarschijnlijk niet meer in zijn huidige vorm bestaan en zou het geen communistisch land meer zijn. Sancties hebben de Cubanen bij elkaar gedreven en zullen altijd dergelijke effecten hebben. Het stadium van sancties is China ook al lang voorbij. Daar is het land veel te sterk voor. De Chinezen zullen je uitlachen.’ Van Genugten denkt zelfs dat het niet effectief is om China in internationale politieke fora aan te spreken op zijn mensenrechtenproblematiek. ‘In 1997 wilde de Mensenrechtencommissie van de Verenigde Naties (in 2006 vervangen door de Mensenrechtenraad) een landenresolutie aannemen over China. Bij aanname van de resolutie zou tegen de zin van China een landenrapporteur aangesteld worden om het land speciaal te volgen. Toen het niet lukte om de resolutie aangenomen te krijgen, is in de VN afgesproken meer in te zetten op het interstatelijke verkeer en economische samenwerking. Om zo het land te stimuleren om van binnenuit, dus bottomup, meer vrijheden te bewerkstellingen. Dat heeft ook mijn voorkeur. In lijn daarmee heeft de Adviesraad Internationale Vraagstukken8 in 2007 het advies uitgebracht om het wapenembargo tegen China op te heffen. ’

Komt tijd komt raad? Op de vraag of de mensenrechten in China in de toekomst zullen veranderen zeggen zowel Van Genugten als Wang volmondig ja. Xu Wang: ‘China heeft natuurlijk erg lang in een eigen bubbel geleefd. De Chinezen waren eeuwen afgesloten van de rest van de wereld, nu is er veel meer interactie met de wereld. Dit proces moet en zal ook worden doorgezet.’ Van Genugten stelt dat het een golvende beweging is. ‘Na Mao Zedong was het een grote ellende in China. Maar Deng Xiaoping was een redelijk verlichte denker en heeft China een stuk vooruit gebracht. Veel Chinezen vonden dat hij te snel ging. Nu zien we dat de politieke ontwikkeling weer stabiel is en stagneert, de huidige leider is er ook niet één van grote vrijheden. Wel kan het zo maar zijn dat de volgende leider weer meer verlicht is. China heeft nu een marktgeoriënteerd communisme. Deze interne tegenspraak geeft aan dat het land al veel verder is dan andere communistische landen zoals bijvoorbeeld Cuba.’ Xu Wang en Willem van Genugten zijn niet de enigen die denken dat de beweging van onderop zal doorzetten. Cedric Reyngaert stelt dat een verdere ‘verrechtsstatelijking’ een logische historische stap zou zijn en haalt de speech aan die de Chinese Premier Wen Jiabao in augustus 2010 heeft uitgesproken. ‘Wen wees onder meer op de noodzaak het probleem van de excessieve concentratie van onbeperkte macht in China op te lossen, burgers toe te laten kritiek te geven en toezicht te houden op de overheid en een eerlijke samenleving te bouwen.’ 9 Het antwoord, op de vraag hoe lang het nog zal duren voordat de mensenrechten in China ook in de praktijk gewaarborgd worden, blijft voorlopig nog door onzekerheid verhuld. (Endnotes) 1 http://nobelprize.org/nobel_prizes/peace/laureates/2010/press.html 2 http://www.amnesty.org.uk/news_details.asp?NewsID=19134 3 Xu Wang is samen met haar familie op zevenjarige leeftijd vanuit China naar Nederland geëmigreerd. Momenteel is zij masterstudent International Business Law en International and European Public Law aan de Universiteit van Tilburg. 4 Willem van Genugten is hoogleraar internationaal publiekrecht aan de Universiteit van Tilburg en bekleedt daarnaast diverse nevenfuncties. Zo is hij ook vicevoorzitter van de Adviesraad Internationale Vraagstukken 5 Tiananmensquare is gelegen in Beijing en heet in het Nederlands het Plein van de Hemelse Vrede. De studentenprotesten voor politieke hervormingen die op 3 en 4 juni 1989 op en rondom dit plein plaatsvonden, mondden uit tot een bloedbad en kregen hierdoor internationale bekendheid. 6 Buruma, I. (2009). Bad elements: Chinese rebels from Los Angeles to Beijing. Atlantic Books: London 7 http://www.chinasquare.be/actueel-nieuws/9%C2%B0-witboekover-mensenrechten-uit/ en Ryngaert, C. (2010). Mensenrechten in China: werk in uitvoering. Internationale Spectator. Vol. 64. 587-591 8 De Adviesraad Internationale Vraagstukken is een onafhankelijk adviesorgaan. Zij adviseert de regering en de Staten-Generaal over het buitenlandse beleid. In de tekst wordt verwezen naar het advies Met het oog op China: Op weg naar een volwassen relatie. (2007). Zie voor deze en andere recente adviezen: http:// www.aiv-advies.nl/ 9 Ryngaert, C. a.w. noot viii.

9 | SecJure Maart 2011


Reportage

Een groene campus: Tilburg op weg naar duurzaamheid

Anne de Vries

De afgelopen maanden stonden in het teken van duurzaamheid op de campus. Zo werd er een eredoctoraat uitgereikt aan de Nobelprijswinnende milieuactivist Al Gore, richtten milieubewuste studenten en medewerkers de Groene Leonardo’s op en werd het Tilburg Sustainability Center officieel geopend. Een verslag van de groene initiatieven op onze campus, waaronder speciaal voor Secjure een verslag van een Meet & Greet met Al Gore. Al Gore op de Dies Natalis Op 23 november 2010, de 83ste Dies Natalis van onze universiteit, ontving voormalige vicepresident van de Verenigde Staten Al Gore een eredoctoraat. Gelijktijdig werd het Tilburg Sustainablitity Center geopend, een onderzoekscentrum dat onderzoek doet naar duurzaamheid en milieu. De dag stond in het teken van duurzaamheid. Buiten het Koopmans gebouw staan een aantal anti-global warming activisten. Of beter gezegd, anti-anti-global warming activisten, want ze menen dat het broeikaseffect Al Gore en enkele studenten

SecJure Maart 2011 | 10

niet bestaat. Ik krijg een flyer in mijn hand gedrukt. De flyer en de website van de activisten leggen mij uit dat Al Gore liegt. Het broeikaseffect wordt niet veroorzaakt door de enorme hoeveelheid CO2 die elke dag de lucht in wordt gepompt, maar door wetenschappers die hun onderzoek bewust en stelselmatig op onjuiste gegevens baseren. De opwarming van de aarde wordt veroorzaakt doordat de zon plots een stuk actiever is dan voorheen. Het feit dat CO2 warmte vasthoudt heeft er dus niks mee te maken. Daarnaast wordt het eigenlijk juist kouder. En het aantal ijsberen stijgt ook explosief.1 Ik trek mijn conclusies: het broeikaseffect is niets meer dan een linkse hobby, een complot, bedoeld om het aantal ijsberen tot ongekende hoogte te laten stijgen zodat de Noordpool zinkt. Een slechte zaak. Op het forum van Spitsnieuws bestaat overigens ook grote argwaan tegen het broeikaseffect. Joerisloerie en Kissyfur schrijven: “Duidelijk een HOAX van de Nederlandse Vegetariërs Bond. Zouden die linkse flikkers wel willen dat we allemaal vegetariër worden.”2 Ook Vuurwezel en Dooiehoer hebben zo hun bedenkingen.3 Voor ik uit recalcitrantie weer vlees ga eten, mezelf omdoop tot Freezzzlut en te samen met Joerisloerie, Kissyfur, Vuurwezel en Dooiehoer boze berichten of nieuwsfora plaats, besluit ik Al Gore toch een kans te geven. Je weet nooit. Drie beveiligingsposten verder sta ik oog in oog met Al Gore. Een lange, imposante man. Zijn toespraak is vurig. Hij uit felle kritiek op klimaatsceptici. Misdadige pseudowetenschappers, zo meent hij, te vergelijken met de nepdokters die ooit op TV beweerden dat het helemaal niet wetenschappelijk vaststond dat roken ongezond is. De oliesector doet hetzelfde. Kleine fouten in de klimaatrapporten worden opgeblazen, terwijl 98% van deskundigen de hierin getrokken conclusies onderschrijven. Volgens Gore wordt het klimaatprobleem ernstig onderschat door zowel overheden, bedrijven als burgers. Het klimaatvraagstuk wordt gekenmerkt door een gebrek aan lange termijn visie. Mensen zijn geneigd om de waarde van zaken alleen te bepalen aan de hand van het prijskaartje: “Investeringen in duurzaamheid blijven achterwege, alleen omdat het niet snel genoeg winst oplevert. Dat is onbegrijpelijk.”. En dat terwijl er elke 24 uur 90.000.000 ton CO2 in onze atmosfeer wordt uitgestoten. 85% van onze energie


komt uit fossiele bronnen. “De gevolgen daarvan beginnen nu zichtbaar te worden,” zo stelt Gore. “De zeespiegel stijgt door het smelten van de ijskappen. Ook is het weer in veel gebieden extremer en minder voorspelbaar geworden. Veel ontwikkelingslanden zijn hier niet tegen opgewassen. Voor bijvoorbeeld boeren die afhankelijk zijn van vaste regenperiodes, is dit een ramp.” Deze zomer brak er een stuk ijs van Groenland af zo groot als vier maal Manhattan. The New York Times voorspelde vorige week een stijging van de zeespiegel van bijna 1 a 2 meter in de komende eeuw, zo vertelt de Nobelprijswinnaar. Wat opvalt is dat Al Gore al zijn cijfers paraat heeft en van bewonderenswaardig veel onderzoek op de hoogte is. Opvallend is ook de passie waarmee hij spreekt. Niet alleen tijdens zijn lezing, maar ook later, tijdens een Meet en Greet met negen studenten.4 In een vlammend betoog spreekt hij over de ‘mind set’ van burgers die zal moeten veranderen. De verantwoordelijkheid ligt niet alleen bij de overheden. Men moet niet denken dat met louter voorzorgsmaatregelen, zoals het verhogen van dijken, de problemen kunnen worden verholpen. Zo kan het gebeuren dat er een kettingreactie op gang komt, een proces waarbij klimaat en leefomgeving steeds sneller veranderen, een proces dat niet meer te stoppen is. Om dit te voorkomen zullen mensen zelf “groen” moeten gaan denken en niet hun eigen portemonnee op de eerste plaats laten staan. De voormalige vicepresident is hoopvol dat landen zich zullen gaan aanpassen: ‘Uiteindelijk is dat de sleutel voor landen en bedrijven die ook in de toekomst economisch succesvol willen blijven’. Ondanks alle kritiek, en tegen mijn verwachtingen in, kwam Al Gore niet over als een man die alleen maar uit is op aandacht en geld. Hij kwam over als bevlogen, iemand die zich oprecht zorgen maakt over het klimaat en de toekomst, iemand met kennis van zaken. Ik heb dan ook besloten om niet de Joerisloeries, Vuurwezels en andere klimaatsceptici op internetfora in hun complottheorieën te volgen. En hoewel ook bij Al Gore vast eens een cijfer niet zal kloppen, doet dat niet af aan de algehele boodschap. Hoe vervelend die ook is.

Interview met professor Jonathan Verschuuren over recht en milieu Een andere wetenschapper - maar dan van nationale bodem - die zich bezighoudt met het milieu is professor Jonathan Verschuuren. Verschuuren is hoogleraar milieurecht aan de Universiteit van Tilburg en sluit zich grotendeels aan bij de signaleringen van Gore. Hij is werkzaam voor het Tilburg Sustainability Center dat officieel is gelanceerd op de Dies Natalis. Ook fungerende Verschuuren als erepromotor van Gore. In het kader van de Groene Campus sprak SecJure met hem.

Wat zijn actuele milieuproblemen waarbij het recht van belang is? De klimaatveranderingen uiteraard. Dat merk je in Nederland nu al, al staan we nog maar aan het begin. Over een jaar of 20 komt er waarschijnlijk een veel grotere klimaatverandering. In internationaal verband is men druk bezig om de emissies van CO2 terug te dringen. Hiervoor moeten juridische instrumenten ontwikkeld worden. Daarnaast moet de samenleving worden aangepast aan de veranderingen in het klimaat. Zo neemt de kans op overstromingen toe, dus moet je overstromingsgebieden aanwijzen waar geen woningen gebouwd worden. Dit moet juridisch worden vastgelegd. Een ander groot probleem is de biodiversiteit. De snelheid waarmee soorten op dit moment uitsterven is ongekend hoog, niet te vergelijken met enige andere periode in het verleden. Hier is de vraag wat juristen kunnen doen, er zijn namelijk al verdragen en wetgeving, alleen worden deze niet nageleefd. Economische belangen wegen vaak zwaarder dan het milieu. Dit laat zien dat je er met het recht alleen niet komt. Toch blijft het belangrijk om plichten vast te leggen in wetten en deze te handhaven. Heeft recht veel betekenis voor het milieu, is techniek niet de oplossing voor milieuproblemen? Nee, ook het recht is nodig om het milieu te beschermen. Stel, een bedrijf moet afvalwater lozen, dan wordt dat geregeld door het recht. Het recht is het aangewezen instrument om te zorgen dat vervuiling binnen de perken blijft. Denk bijvoorbeeld aan het beperken van luchtvervuiling door bijvoorbeeld een roetfilter verplicht te stellen. Zo zijn er nog allerlei maatregelen die je juridisch moet voorschrijven om ze te kunnen handhaven. Heeft u het gevoel dat het milieurecht goed gehandhaafd wordt? Jazeker. Alle bedrijven in Nederland vallen ofwel onder een vergunning, ofwel onder een algemene maatregel van bestuur die milieunormen bevat. Die bedrijven worden regelmatig geïnspecteerd en wanneer de regels niet worden nageleefd riskeren ze hoge boetes. Dat werkt erg goed. Dit systeem stamt uit de jaren ’70 en ’80 en heeft gezorgd voor een enorme verschoning van de industrie. Hoe groot zijn de kansen op een baan als net afgestudeerde milieurechtjurist? Er zijn altijd meer vacatures dan kandidaten, mensen die in Tilburg milieurecht hebben gestudeerd vinden altijd zo een baan. Vaak wordt milieu gekoppeld aan ruimtelijke ordening: samen vormen ze het omgevingsrecht. In het omgevingsrecht is erg veel overheidsinterventie. Bij veel overheidsdiensten zijn dus milieujuristen nodig. Anderzijds zijn er ook veel bedrijven die met milieurecht te maken hebben. Nu is het wel zo dat alleen de grote 11 | SecJure Maart 2011


bedrijven vaste milieujuristen in dienst nemen, maar ook de kleinere bedrijven raadplegen vaak een milieuadviesbureau. Tenslotte is ook de advocatuur een belangrijke werkgever. Er zijn namelijk erg veel juridische procedures op het gebied van milieurecht. Doen we aan de rechtenfaculteit genoeg aan het milieu? Het komt nauwelijks terug in de bachelor.. Er is een Engelstalig keuzevak “Environmental law” en het eindvak, dus wat dat betreft is er wel wat aandacht voor milieurecht. Je hoeft niet perse een hoofdvak milieurecht aan te bieden. Maar het zou wel erg goed zijn om in de bestaande vakken zoals bestuursrecht, privaatrecht, strafrecht en Europees recht, af en toe te laten zien hoe deze vakken toepasbaar zijn op milieuproblemen. Waar richt het Tilburg Sustainability Center zich op, wat voor activiteiten kunnen we verwachten? Het centrum is een interdisciplinair centrum, dat betekent dat er vanuit alle faculteiten onderzoekers die met milieu bezig zijn daar samen werken: op het gebied van economie, sociale wetenschappen, rechten en geesteswetenschappen. Het doel is om kennis uit te wisselen, in contact te komen en in debat te gaan. Zo zijn bijvoorbeeld veel onderzoekers bezig met klimaatverandering, het ligt dan voor de hand om samen onderzoek te doen. Als je klimaatverandering wilt aanpakken heb je niet alleen het recht nodig, maar ook economie, psychologie en sociologie. Dit zijn allemaal manieren waarop je gedrag van mensen kan beïnvloeden. Denkt u dat het milieurecht nog steeds actueel blijft onder de huidige politiek? Milieurecht blijft belangrijk, maar de vraag is hoe streng de milieunormen zijn. Nu is de teneur in de politiek dat het allemaal wel wat minder mag. Dat is volgens mij onterecht. De industrie is al een stuk schoner, dus voor de industrie hoeft het helemaal niet minder streng. Zij willen juist liever dat de huidige normen worden gehandhaafd, zodat zij hun concurrentiepositie behouden. Daarentegen is de landbouw uitgezonderd van de strenge milieueisen en loopt hierdoor enorm achter. Daar kan het niet wat minder, daar moet het juist strenger. Politiek ligt dat nu gevoelig. Overigens vloeit het gros van de Nederlandse milieuwetgeving voort uit Europese verplichtingen waar Nederland niet onder mag zakken. De Europese milieunormen zijn momenteel de redding van het Nederlandse milieubeleid. Maar het is natuurlijk niet goed dat politici het milieu als onbelangrijk wegschuiven, dat creëert een beeld dat gewoonweg onjuist is. Ook zou het lager onderwijs meer gericht moeten zijn op het bewustmaken van jongeren op het gebied van milieu. Het milieu behoeft blijvende aandacht.

SecJure Maart 2011 | 12

De Groene Leonardo’s De Groene Leonardo’s nemen het advies van Verschuuren ter harte en zetten zich in voor bewustwording in het hoger onderwijs, namelijk op onze eigen universiteit. Het initiatief richt zich op duurzaamheid en milieu op de campus. Ze beschrijven zichzelf als “een groeiende groep medewerkers en studenten van Tilburg University met een groen hart die werken aan een duurzame campus”. Het aantal leden is de afgelopen maanden enorm toegenomen, wat duidt op een grote behoefte onder studenten en medewerkers aan een duurzame campus. Want wat dat betreft loopt Tilburg nogal achter. Zo is het aanbod van vegetarisch voedsel in de Mensa ronduit schamel. Daar zullen de Groen(t)e Leonardo’s zich onder meer voor gaan inzetten. De “Leonardo-stoel” wordt bekleed door niemand minder dan Femke Halsema, die dit jaar tevens als gasthoogleraar aan onze universiteit een half jaar de masterclass ‘Politiek in de 21ste eeuw’ geeft. Philip Eijlander, Rector Magnificus, heeft zijn sympathie uitgesproken voor het initiatief en is getooid met een “Groene Leonardo button”. Ook Hein van Oorschot, voorzitter van het College van Bestuur, mag zichzelf sinds kort Groene Leonardo noemen. Of de universiteit ook daadwerkelijk meer geld zal steken in duurzaamheid is nog onduidelijk. Eijlander meent dat het milieubeleid van de universiteit niet louter symboolpolitiek moet worden. Met enkel een (zeer) prijzig eredoctoraat voor Al Gore ben je er nog lang niet, om echt iets te veranderen zal iedereen moeten kijken naar zijn eigen handelen. Wie meer wil weten of lid wil worden kan maandelijks een kijkje komen nemen op de heerlijke, biologische lunch (gratis) en aldaar kennismaken met andere Groene Leonardo’s. Meer informatie is te vinden op de website http://www.degroeneleonardos.nl/.

(Endnotes) 1 Zie de website van deze activisten: http://www.wacholland.org/ nl/content/global-warming. 2 http://www.spitsnieuws.nl/archives/tech/2009/02/90_van_de_ mensheid_dood_in_205.html 3 Al moet gezegd worden dat scheten-wapper wel in het broeikaseffect gelooft. 4 Georganiseerd door de studievereniging ASSET van de economische faculteit.


Over de bewuste aanvaarding van de aanmerkelijke kans Sylvia Kuijsten

Een verdachte heeft onbeschermd seksueel contact gehad met een man, terwijl hij wist dat hij ten tijde van dit contact met HIV besmet was. Was er bij een dergelijke mate van onbeschermd seksueel contact een aanmerkelijke kans op besmetting, die daarbij ook nog de aanmerkelijke kans op de dood van het slachtoffer met zich mee kon brengen? In het onderstaande komt de HIV-jurisprudentie aan bod, een reeks van vier zaken in de periode 2003-2007. Het ging in alle gevallen om personen die opzettelijk hun besmetting verzwegen voor hun (bed)partners. In dit artikel worden deze vier zaken besproken en worden de meest opmerkelijke punten uit deze arrestenreeks belicht.

13 | SecJure Maart 2011

Artikel

HIV-jurisprudentie


Arrest HIV I 1

Arrest HIV III 6

De inleidende casus betreft de zaak HIV I. De vraag was hier of sprake was van voorwaardelijk opzet. Dit voorwaardelijk opzet is volgens het Cicero-arrest aanwezig indien de verdachte zich ‘willens en wetens aan de aanmerkelijke kans heeft blootgesteld dat een bepaald gevolg zal intreden’.2 De Hoge Raad zei hierover in HIV I, rechtsoverweging 3.6: ‘De beantwoording van de vraag of de gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht. Het zal in alle gevallen moeten gaan om een kans die naar algemene ervaringsregelen aanmerkelijk is te achten.’ In tegenstelling tot het Hof, die een poging tot doodslag aannam, achtte de Hoge Raad de aanmerkelijke kans op de dood hier niet zonder meer aanwezig, gezien de lange incubatietijd na besmetting (zes tot tien jaar) voordat de dodelijke ziekte AIDS optreedt en daarnaast de onzekerheid of de al bestaande HIV-behandelingen het optreden van AIDS blijvend konden voorkomen. Daarnaast kwam hier de kans op besmetting aan bod. Wanneer is de kans immers groot genoeg? Deskundige prof. dr. Danner3 zegt hierover: ‘De kans op besmetting is 1 op 200 tot 300 per seksuele handeling. In de medische wereld wordt een dergelijke kans groot geacht.’4 Naast deze vraag kwam aan bod om welk delict het hier nu ging: poging tot doodslag, poging zware mishandeling of schuld aan zware mishandeling. Aangezien besmetting volgens de Hoge Raad hier niet per se de dood tot gevolg zou hoeven hebben, zou het hebben van onveilig seksueel contact alleen (poging tot) zware mishandeling op kunnen leveren (art. 45 jo. 302 of 303 Sr).

Dit arrest vloeit voort uit de zaak HIV I. De Hoge Raad gaat hier verder door te stellen dat precies in de bewijsoverwegingen aangegeven dient te worden wat de verdachte werkelijk wilde aanvaarden. Daarnaast wordt de vraag gesteld wat nu precies verondersteld dient te worden met opzet. Moet worden gekeken naar de normaal denkende mens en moeten we ervan uitgaan dat de verdachte dit ook is of zouden we beter de persoon van de verdachte kunnen onderzoeken, dus wie hij is, hoe hij tot zijn handeling kwam en misschien wel het belangrijkste: of hij het ingetreden gevolg ook daadwerkelijk wilde? Naast het herhalen van de algemene overwegingen uit de eerdere arresten, kwam de Hoge Raad nog met iets nieuws: naar algemene ervaringsregels kan niet zonder meer sprake zijn van een aanmerkelijke kans op besmetting, maar dit kan anders zijn onder ‘bijzondere, risicoverhogende omstandigheden’.7

Arrest HIV II 5 Ook deze zaak had betrekking op de aanmerkelijke kans dat het slachtoffer bij eventuele besmetting zou kunnen komen te overlijden. De verdachte had hier meerdere malen onbeschermd seksueel contact gehad met vrouwelijke partners, terwijl hij wist dat hij was besmet. Volgens het Hof was er van zo’n aanmerkelijke kans sprake, de Hoge Raad oordeelde echter anders. Hoewel uit de bewijsmiddelen bleek dat de verdachte met deze gedragingen het gevaar op besmetting met het HIV-virus in het leven had geroepen, was dit volgens de Hoge Raad niet voldoende om naar algemene ervaringsregels als een aanmerkelijke kans op het verboden gevolg te worden aangemerkt. Dit ondanks dat er hier meerdere malen onbeschermd seksueel contact had plaatsgevonden, zo blijkt uit rechtsoverweging 3.5.

SecJure Maart 2011 | 14

Arrest HIV IV 8 Deze zaak heeft geen betrekking op gevaarzettend gedrag in de pogingsfeer, maar om een voltooide besmetting.9 Het ging hierbij om een seropositieve man die regelmatig seksueel contact had met zijn partner, zonder deze verteld te hebben dat hij besmet was met het HIV-virus. Zowel de rechtbank in Utrecht als het Hof Amsterdam spraken hem vrij van poging tot doodslag en veroordeelden hem wegens zware mishandeling. Het Hof verwerkte in zijn oordeel de statistische kans op besmetting, maar de Hoge Raad vond deze gegevens niet voldoende zwaarwegend om te kunnen spreken van de aanmerkelijke kans die voor voorwaardelijk opzet is vereist. De Hoge Raad liet zich bij deze uitspraak leiden door een brief die de Minister van Justitie aan de Tweede Kamer over het terughoudende overheidsbeleid betreffende strafrecht en HIV.10 Deze had echter betrekking op gevallen waarin er geen sprake was van besmetting.11

De vier zaken nader bekeken In HIV I werd bij de vraag of een kans aanmerkelijk is, beoordeeld aan de hand van algemene ervaringsregels, waarbij niet gekeken mocht worden naar de aard van het gevolg. In HIV II zette de Hoge Raad dit criterium voort. In HIV III kwam hier echter verandering in, doordat de Hoge Raad stelde dat de betrokken belangen toch een rol spelen, los van de vraag hoe groot de kans op besmetting volgens algemene ervaringsregels is.12 In HIV IV keerde de Hoge Raad weer terug naar de redenering die hij volgde in de eerste twee arresten door de statistische gegevens die zijn ontleend aan de algemene ervaringsregels, ondergeschikt te stellen aan de politieke opvattingen over de manier waarop de volksgezondheidsbelangen zouden moeten worden beschermd. Daarnaast veegde de Hoge Raad de toelichting van deskundige prof. Danner van tafel.


Daarmee samenhangend is het opmerkelijk dat de Hoge Raad zich in HIV IV in zijn beslissing liet leiden door de eerdergenoemde brief van de Minister van Justitie, blijkbaar wegen politieke overwegingen hier zwaarder dan de algemene ervaringsregels waar de Hoge Raad eerder zo stellig aan vasthield. In feite zegt de Hoge Raad dat het niet aan de rechter is om een oplossing te geven voor dit probleem, maar moet de wetgever hier maar een oplossing voor zoeken. Dit is echter makkelijker gezegd dan gedaan. Het enkele feit dat strafrechtelijk optreden kan worden gegrond op een wettelijke bevoegdheid is onvoldoende, de interventie moet daarnaast ook maatschappelijk kunnen worden verantwoord.13 Van oudsher vormt de strafbaarstelling van seksuele gedragingen een complexe materie waarover slechts moeizaam maatschappelijke en politieke consensus wordt bereikt. De veelvormigheid van de seksuele praktijken en de diepverankerde idee van een private seksuele levenssfeer staan daaraan in de weg.14 Anders dan de wetgever kan de strafrechter niet volstaan met een algemeen oordeel, maar rust op hem de plicht de wettelijke norm te concretiseren door deze toe te passen op de hem voorgelegde feiten. Zo treedt de strafrechter in het voetspoor van de wetgever: op hem rust niet alleen de wettelijke taak te bepalen of het ten laste gelegde een overtreding van de strafwet oplevert, maar ook de morele plicht de inhoud van de wettelijke norm (nader) vast te stellen en de betekenis daarvan te duiden voor de aanhangige strafzaak.15 Wat daarnaast onder het uit HIV III voortvloeiende begrip ‘bijzondere, risicoverhogende omstandigheden’ moet worden verstaan, is ook niet helemaal duidelijk. In HIV IV viel blijkbaar zelfs het veelvuldig seksueel contact hebben niet onder deze term16, maar welke omstandigheden dan wel?

Hoewel er nog meer tegenstrijdigheden in de arresten zijn aan te voeren, zijn bovenstaande punten voor mij het meest opmerkelijk. Niet voor niets is de HIV-jurisprudentie in de literatuur zo vaak bekritiseerd17, heeft de Hoge Raad hier (bewust) een steekje laten vallen?

(Endnotes) 1 HR 25 maart 2003, NJ 2003, 552, m. nt. YB 2 HR 09 november 1954, NJ 1955, 55 (Cicero) 3 S. Danner; voorzitter Nederlandse Vereniging van AIDS-behandelaren, bestuurlid Stichting HIV Monitoring, vanaf 1984 hoofd klinische Aids-unit bij het AMC, in 1995 benoemd tot hoogleraar Inwendige Geneeskunde. 4 HR 25 maart 2003, NJ 2003, 552, rechtsoverweging 3.7.4 5 HR 24 juni 2003, NJ 2003, 555 6 HR 18 januari 2005, NJ 2005, 154, m. nt. D.H. De Jong 7 HR 18 januari 2005, NJ 2005, 154, rechtsoverweging 3.6 8 HR 20 februari 2007, NJ 2007, 313 9 N. Rozemond, ‘Hoe groot moet de kans zijn?’, Wetenschap, afl. 2007/18 10 Kamerstukken II, 2004/2005, 29800, VI, nr. 157, p. 3-9 11 Kamerstukken II, 2004/2005, 29800, VI, nr. 157, p. 3 12 N. Rozemond, ‘Hoe groot moet de kans zijn?’, Wetenschap, afl. 2007/18 13 M. Moerings, C.M. Pelsen en C.H. Brants, Morele kwesties in het strafrecht, Deventer: Kluwer, p. 157 14 R.S.B. Kool, De strafwaardigheid van seksueel misbruik, p. 163 15 M. Moerings, C.M. Pelsen en C.H. Brants, Morele kwesties in het strafrecht, Deventer: Kluwer, p. 158 16 Rechtoverweging 4.4: ‘Dat de verdachte en zijn partner veelvuldig seksuele contacten hebben gehad, zoals het Hof heeft vastgesteld, kan weliswaar als een zekere verhoging van vorenbedoeld risico worden beschouwd, maar niet worden aangemerkt als een bijzondere, risicoverhogende omstandigheid als hiervoor onder 4.2 bedoeld.’ 17 Zie hiervoor o.a. het eerdergenoemde artikel van N. Rozenboom, A.J.M. Machielse – ‘Onbeschermde seks en opzet op levensberoving’ en C.J. van der Wilt – ‘Voorwaardelijk opzet op HIV-infectie in rechtsvergelijkend perspectief ‘.

15 | SecJure Maart 2011


Artikel

De macht van het onbewuste Loes van Puijenbroek

Het OM is niet populair na recente onterechte schuldigverklaringen in zaken als Ina Post, de Schiedammer parkmoord en Lucia de B. Na woorden van Wilders staat ook de rechter in een zwart daglicht. “Ik kan niet anders concluderen dan dat de rechtbank mij geen eerlijk proces geeft”, aldus Wilders1. Door het eerbiedigen van zijn wrakingsverzoek krijgt hij gelijk. Maar is het werkelijk zo slecht gesteld met de onpartijdigheid van rechters en als dat zo is, valt er iets tegen doen? Proces Wilders Iedereen weet hoe het proces tegen politicus Wilders is afgelopen. Na gedoe over een vermeend partijdige rechter is een uiteindelijk wrakingsverzoek geaccepteerd. “De rechters reiken zelf de munitie aan”, aldus Bessems en van Leeuwen2. De eerste fout was dat het Gerechtshof van Amsterdam bij zijn uitspraak dat er wel een proces moest komen, een politiek getinte toelichting schreef3. Wilders werd eigenlijk bij voorbaat al schuldig bevonden. De grond voor het accepteren van het wrakingsverzoek heeft betrekking op een andere grote fout: niet elke getuige van Wilders werd gehoord, wat een schending is van het recht op een eerlijk proces (art. 6 EVRM). Er is geen andere reden voor het weigeren van het horen van een getuige, dan “een gerechtvaardigde vrees dat de beslissing van de rechter is ingegeven door vooringenomenheid jegens de verzoeker”, aldus de rechtbank die het wrakingsverzoek toewees4.

Onbewuste processen De vooringenomenheid jegens de verdachte is niet alleen een probleem bij de Wilders-zaak. Bij meer zaken hebben rechters, al voor het proces zelf, een beslissing gemaakt betreffende het vonnis5. Van Emster noemt het “de grote macht van de intuïtie”. Scholten noemt het “de macht van het irrationeel zedelijk oordeel”6. Het komt allemaal op hetzelfde neer: het onbewuste heeft grote invloed op wat uiteindelijk in het vonnis staat. Dit is niet altijd slecht. Het onbewuste omvat het grootste deel van je hersenen en beschikt daardoor over een grotere capaciteit dan het bewuste. Het is zelfs superieur aan het bewuste bij het afwegen van principes, of als er beslist SecJure Maart 2011 | 16

moet worden over een persoonlijke keus of complexe situatie. Echter, voor rechtspraak is het bewustzijn een uitgelezen middel: het heeft minder capaciteit, maar kan het beste regels toepassen en beslissingen maken voor anderen7. Het onbewuste heeft dus een negatieve invloed op de manier waarop het recht wordt gesproken: het kan moeilijk keuzes voor anderen maken en dit is juist wat de rechter moet doen. De rol van het onbewuste is moeilijk weg te nemen – de rechter kan zijn onderbewustzijn niet uitschakelen. Dit zou ook niet wenselijk zijn. Immers, voor complexe situaties is het onbewuste ook nodig. Het bewuste kan wel de onbewuste intuïtieve beslissing spiegelen aan de rechtsregels die het bewuste hanteert, om te toetsen of het standpunt van de rechter wel overeenkomt met de rechtsregels8. Deze toetsing gebeurt niet in het geval van een confirmation bias. In dat geval zoekt de rechter (onbewust) slechts argumenten ter bevestiging van zijn eerder ingenomen standpunt en worden deze niet ontkracht door een latere bewuste ‘check’9. Argumenten die het standpunt zouden weerleggen, worden genegeerd. De fase van het feitenonderzoek waarin de schuldigheid wordt getoetst, wordt dan versneld. De rechter gaat er (onbewust) van uit dat de verdachte toch schuldig is en daardoor is het feitenonderzoek slechts een middel om snel deze schuld te bevestigen. Ook bij het toepassen van normen in de tweede fase, het normenonderzoek, komt de confirmation bias naar voren: onbewust zoekt de rechter een interpretatiemethode die zijn vooringenomen standpunt het beste ondersteunt10. Zaken als de Schiedammer parkmoord zijn hierdoor verkeerd gelopen11.

Terug naar Wilders Wat is dan de oorzaak van de fouten in het proces Wilders? Het politiek getinte “pamflet” van het Hof Amsterdam is een teken dat de politieke, persoonlijke mening van rechters onbewust in het vonnis is geslopen. Het bewuste heeft deze intuïtieve, emotionele beslissing niet ontkracht, maar heeft het standpunt van het Hof gelegitimeerd met schijnbaar rationele argumenten. Het wei-


geren van een getuige leidt tot dezelfde conclusie dat er sprake was van een vooringenomen standpunt. Er werd bewijs genegeerd dat het vooringenomen standpunt van de rechter(s) tegen Wilders misschien zou kunnen ontkrachten. De getuige kon immers iets zeggen wat tegen een veroordeling kon pleiten. Er was dus vermoedelijk sprake van een confirmation bias.

Oplossing Aangezien het onbewuste in onze hersenen niet stopgezet kan worden, hebben we een ogenschijnlijk probleem. Is de rechtspraak dan nooit rationeel en vrij van vooringenomen standpunten? Nee, rechtspraak is nooit rationeel - maar rationaliteit is ook niet altijd gelijk aan rechtvaardigheid. Een vonnis dat vrij is van invloeden van een vooringenomen standpunt is wel mogelijk. Fouten kunnen beperkt worden door controle door de rechter zelf en anderen12. Door een vonnis te motiveren, kijken zowel schrijver als lezer kritisch naar standpunt en onderbouwing. Daardoor kan het bewuste de onbewuste beslissing spiegelen aan rechtsregels – en zo worden discrepanties ontdekt en verbeterd13. Het scheelt al veel als de rechter zich bewust is van de fouten die hij (onbewust) kan maken. Dit kan vroeg aangeleerd worden bij de rechtenstudie of Raio. Juristen leren vaak slechts het op academische wijze analyseren van teksten en het toepassen van normen op vermeend vastgestelde feiten. Rechtenstudenten leren een vooringenomen standpunt te betogen. Deze eenzijdige denkwijze kan worden doorbroken door andere disciplines, bijvoorbeeld psychologie, toe te voegen aan het curriculum, waardoor het feitenonderzoek meer aan bod komt: zijn de feiten wel juist waarop het standpunt berust?14 Zo worden waarnemings- en denkfouten als de confirmation bias vermeden15.

Conclusie Men kan normen dus pas juist toepassen als de feiten kloppen. Daarvoor is een kritische houding nodig tegenover jezelf en van anderen, zodat onjuiste argumenten die een vooringenomen standpunt ondersteunen, worden ontkracht. Voor Wilders maakt het in ieder geval niet meer uit: hij krijgt een nieuw proces met gloednieuwe rechters16. Laten we hopen dat zij wel hun onbewuste in ‘check’ kunnen houden.

(Endnotes) 1 ‘Wilders: als ik word veroordeeld, kan men in Nederland minder zeggen’, Telegraaf 2 oktober 2010, p. 1 2 K. Bessems en M. van Leeuwen, ‘Rechters reiken zelf de munitie aan’, De Pers 25 oktober 2010, p. 1 3 Nico de Fijter, ‘Wrakingskamer herstelt schade aan rechtspraak; rechterlijke macht loopt butsen op’, Trouw 23 oktober 2010 <www.trouw.nl> 4 Rechtbank Amsterdam 22 oktober 2010, LJN BO1532 5 Bij de Schiedammerparkmoord en de Puttense Moordzaak wordt bijvoorbeeld vooringenomenheid vermoed: Y. Buruma, ‘De ongemakkelijke lessen van Lucia’, Delikt en Delinkwent (6) 2010, p. 689 6 Folkert Jensma, ‘De amateur in het mijnenveld’, NRC Handelsblad 14 en 15 augustus 2010, p. 30 7 Dijksterhuis & L.F. Nordgren, ‘A Theory of unconscious thought’, Perspectives of Psychological Science 2006, p. 95-109 8 H. Gommer, Onder de Rechter, Nijmegen: Wolf Legal Publishers 2008, p. 37-52 9 H. Gommer, Onder de Rechter, Nijmegen: Wolf Legal Pubslishers 2008, p. 37-52 10 Folkert Jensma, ‘De amateur in het mijnenveld’, NRC Handelsblad 14 en 15 augustus 2010, p. 30-31 11 Y. Buruma, ‘De ongemakkelijke lessen van Lucia’, Delikt en Delinkwent (6) 2010, p. 689 12 H. Gommer, Onder de Rechter, Nijmegen: Wolf Legal Pubslishers 2008, p. 37-52 13 Y. Buruma, ‘De ongemakkelijke lessen van Lucia’, Delikt en Delinkwent (6) 2010, p. 689 14 Folkert Jensma, ‘De amateur in het mijnenveld’, NRC Handelsblad 14 en 15 augustus 2010, p. 30-31 15 Adri Vermaar, ‘Een bekentenis wordt veel te snel geloofd’, Trouw 16 oktober 2010, p. 33 16 Op het moment van schrijven is nog niet bekend hoe dit proces is verlopen.

Bram Moszkowicz & Geert Wilders

17 | SecJure Maart 2011


TOPMOMENT #8

Mijn stukken naar de cliĂŤnt

Al tijdens je studie ervaring opdoen in de rechtspraktijk? Maak kennis met de duale master en

Onderneming & Recht, Pels Rijcken & Droogleever

onderzoeksmaster Onderneming & Recht

Fortuijn, Philips International, Simmons & Simmons,

Hier doe je werkervaring op bij: AKD Prinsen Van

Stibbe, Van Doorne. Vraag de brochure aan.

Wijmen, Clifford Chance, De Brauw Blackstone

Kijk op www.ru.nl/topmomenten of bel (024) 361 20 79.

Westbroek, Nauta Dutilh, Onderzoekscentrum

Bereid je voor op topniveau


het initiatiefwetsvoorstel De Roon

Thijs van Liempd In de vorige SecJure stond een stuk over stalking. In de inleiding van dat artikel werd vriendin L. gestalkt. Wat nu als vriendin L. na jarenlang gestalkt te zijn haar stalker met zijn daden confronteert en doodt (doodslag)? Naar huidig strafrecht zou zij, als ze veroordeeld zou worden, wellicht een betrekkelijk lage straf tegemoet kunnen zien. Maar volgens PVV-kamerlid De Roon slaat dit nergens op. Hij heeft een initiatiefwetsvoorstel ingediend dat het strafrechtsstelsel op zijn kop kan zetten. In dit artikel zal ik de verschillende wijzigingen uit het wetsvoorstel 31 938 bespreken en deze ook toetsen aan de wenselijkheid daarvan.

Invoering van minimumstraffen1 In het wetsvoorstel wordt voorgesteld om minimumstraffen voor bepaalde delicten in te voeren. Het voorstel onderscheidt drie categorieën delicten. Categorie A bevat geweldsmisdrijven en andere misdrijven die naar hun aard en uitwerking een ernstige bedreiging vormen voor de individuele burgers en/of de samenleving. Denk aan verkrachting, doodslag en moord.2 In het vervolg zullen deze voorbeelden worden gebruikt bij de uitleg van het wetsvoorstel. De minimumgevangenisstraf voor verkrachting en doodslag is 10 jaar onvoorwaardelijk3 en voor moord 20 jaar. De gedachte hierachter is dat daders die zulke delicten plegen ‘onbeschrijfelijk en onherstelbaar leed’ veroorzaken. De Roon is van mening dat er verder geen plaats is voor een taakstraf of geldboete bij deze delicten. Daarbovenop komt dat bij recidive binnen 15 jaren na het uitzitten van de vorige straf, de minimumstraf verdubbelt. Voor verkrachting en doodslag wordt dan dus een minimumstraf van 20 jaar onvoorwaardelijk opgelegd. Voor moord zelfs levenslang. Categorie B omvat bedreiging, lichtere varianten van geweldsmisdrijven tegen personen en dierenmishandeling. Categorie B is een tussencategorie. De rechter wordt in deze categorie ook verplicht om aan een first offender een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Het enige verschil is de recidivetermijn. Deze bedraagt namelijk slechts 8 in tegenstelling tot de 15 jaar bij A.4 Onder categorie C vallen de misdrijven die ernstige overlast veroorzaken voor individuele burgers en/of de samenleving. Dit zijn misdrijven die vaak worden gepleegd. Denk aan diefstal, vernieling en openlijke ge-

weldpleging.5 In deze categorie heeft de rechter nog de mogelijkheid tot het opleggen van een onvoorwaardelijke taakstraf en/of geldboete, maar wel in combinatie met oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van ten minste drie maanden. Indien iemand binnen acht jaar recidiveert, dan moet de voorwaardelijke gevangenisstraf ten uitvoer worden gelegd. Daarnaast wordt de minimumstraf die opgelegd dient te worden aanzienlijk verzwaard. Recidiveert die persoon binnen acht jaar – na uitzitting van de vorige straf - een tweede keer, dan wordt de minimumstraf verdubbeld ten opzichte van de eerste recidive. Bij een derde keer binnen acht jaar moet de rechter de maximumstraf opleggen die staat voor het delict. Een voorbeeld kan een en ander verduidelijken. Iemand die een diefstal pleegt krijgt de eerste keer ten minste drie maanden voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd. Bij de eerste recidive wordt dit ten minste drie maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Bij de tweede recidive ten minste zes maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf en bij de derde recidive vier jaar onvoorwaardelijk. In de Memorie van Toelichting bij het voorstel wordt een aantal argumenten aangedragen waarom het wenselijk is de minimumstraffen in te voeren. Allereerst noemt het voorstel de belangen van het slachtoffer, eventuele nabestaanden en de samenleving. Daarna noemt het voorstel het hieronder te bespreken rechtsvergelijkende onderzoek als argument. Uit dit onderzoek moet, volgens De Roon, lering worden getrokken. Verder wordt aangegeven dat door de genoemde maatregel een aanzienlijke vermindering van de criminaliteit binnen handbereik ligt omdat er een afschrikwekkende werking van minimumstraffen uitgaat en criminelen langere tijd uit de maatschappij zijn. Om terug te komen op het eerder aangehaalde rechtsvergelijkende onderzoek van P.J.P. Tak.6 Hij heeft een onderzoek gedaan naar minimumstraffen in het buitenland. Hij concludeert dat er in vrijwel elk EU-land minimumstraffen bestaan en dat daar in beginsel geen discussie over bestaat. Deze discussie ontstaat op het moment dat de rechter de mogelijkheid wordt ontnomen om bij bijzondere omstandigheden een lagere straf op te leggen dan de minimumstraf. Op dat moment ontstaan er vormen van verzet, zoals ‘oneigenlijke’ uitspraken’7 of 19 | SecJure Maart 2011

Artikel

Minimumstraffen, straatterroristen en meer noemenswaardigs:


Raymond de Roon

sepots. Verder merkt hij op dat door de invoering van minimumstraffen het ongenoegen van de maatschappij over het strafstelsel niet afneemt. Als laatste concludeert hij dat harde minimumstraffen leiden tot problemen voor het gevangeniswezen en grote financiële lasten. Daarbij komt dat niet vast staat of minimumstraffen de criminaliteit en recidive terugdringen. Wat betreft de wenselijkheid van minimumstraffen kan ik het volgende zeggen. Het argument van de belangen van slachtoffers en de samenleving lijkt alleen maar sterk. Het slachtoffer heeft onder omstandigheden spreekrecht op de zitting, kan zich voegen als benadeelde partij8 en heeft inzagerecht in de processtukken.9 Het argument dat er lering moet worden getrokken uit de fouten in andere systemen met betrekking tot de minimumstraffen is flinterdun. Het onderzoek van Tak wijst namelijk de andere richting uit. Verder is een minimumstraf niet proportioneel, want er wordt geen rekening gehouden met de omstandigheden van het geval. Als iemand drie keer binnen acht jaar een blikje bier steelt, dan zou dat betekenen dat hij vier jaar onvoorwaardelijk de gevangenis in gaat. Wordt hiermee de plaatsing in een inrichting voor stelselmatige dader niet ondergesneeuwd?10 Op het eerste gezicht wel, maar dit artikel leent zich er niet voor om dat uitgebreid te analyseren. Het laatste argument, de terugdringing van de criminaliteit, klopt ook niet. Uit het onderzoek van Tak blijkt namelijk dat dit effect van de minimumstraf helemaal niet vast staat. De argumenten voor de invoering van de minimumstraffen zijn niet sterk, maar daar staat tegenover dat de tegenargumenten dat wel zijn. Binnen de kortste keren zitten gevangenissen namelijk vol, hetgeen de nodige kosten met zich meebrengt. En als laatste; is ons strafstelsel niet gericht op resocialisatie? Door iemand lang uit de samenleving te houden, vervreemdt deze zich daarvan en is het moeilijker om te resocialiseren. Daardoor ontstaat recidive en wordt diegene harder gestraft, waardoor een sneeuwbaleffect kan ontstaan.

OM hoeft niet meer te bewijzen wie de steen heeft gegooid. Indien iemand uit de groep een goed vernielt en daarbij meer schade aanricht dan een ander uit die groep heeft gewild, wordt die ander toch voor de gevolgen strafrechtelijk verantwoordelijk gehouden. Het meedoen aan de vernieling creëert namelijk een sfeer waarin anderen overgaan tot het vernielen van goederen. Ook deze wijziging kan naar mijn mening niet door de beugel. Ons strafstelsel gaat er in beginsel van uit dat iemand verantwoordelijk is voor zijn eigen daden, oftewel individuele aansprakelijkheid. Deze wijziging is in strijd met dit beginsel. Daarbij komt de reden – het oplossen van bewijsproblemen - niet sterk over. Als een persoon er alleen bij staat, dan wordt hij verantwoordelijk gehouden voor alle gevolgen. Daarbij komt nog dat het de vraag is of de veiligheid op straat verbetert. Er zijn andere middelen die beter werken.12 Daarnaast ontstaat door de ruimte die wordt geboden bij het leerstuk deelneming soms een soort van collectieve aansprakelijkheid.13 Die regeling is al ruim genoeg.

Meerdaadse samenloop en verhoging maximumstraffen14 In het wetsvoorstel wordt de regeling van de meerdaadse samenloop vervangen door een onbeperkt cumulatiestelsel. Meerdaadse samenloop houdt in dat wanneer iemand wordt vervolgd voor meerdere misdrijven, het totaal van deze straffen kan worden opgelegd. Voor gevangenisstraf en hechtenis geldt nu dat de straf niet hoger mag zijn dan 1/3 boven de hoogste maximumstraf.15 Een onbeperkt cumulatiestelsel houdt in dat de straffen onbeperkt opgelegd mogen worden. Er wordt ook voorgesteld de maximumstraffen te verhogen. Deze verhoging maakt het mogelijk dat de rechter voldoende speelruimte behoudt tussen de minimumstraf en de maximumstraf. De maximumstraf voor doodslag wordt gesteld op 30 jaar. Staat iemand terecht voor bijvoorbeeld drie doodslagen, dan kan hij volgens het wetsvoorstel maximaal 70 jaar tijdelijke gevangenisstraf opgelegd krijgen. Als deze wijziging ingevoerd wordt, dan krijgen we Amerikaanse taferelen.16 Nu heb ik er alle vertrouwen in dat, als deze regeling er zou komen, de rechterlijke macht nooit tot zulke hoge straffen komt. Dat is echter geen reden om het in te voeren.

Poging17 Aanpak van straatterroristen Met deze wijziging wordt beoogd om de veiligheid op straat te verbeteren.11 Wat verstaat De Roon in dit verband onder straatterroristen? Hij noemt als voorbeeld een groep raddraaiers die stenen gooien. In het huidige recht kunnen er dan bewijsproblemen voor het OM ontstaan. Het wetsvoorstel lost dit op door de gehele groep aansprakelijk te stellen voor de ingetreden gevolgen. Het SecJure Maart 2011 | 20

De strafvermindering met 1/3 indien het misdrijf niet is voltooid wordt in het wetsvoorstel afgeschaft. De ratio hierachter is dat bij de poging tot een misdrijf, het misdrijf niet is voltooid door omstandigheden die buiten de wil van de dader liggen. Er is dus, volgens De Roon, geen enkele reden om de dader strafvermindering te geven, omdat het toeval de dader heeft tegengewerkt. Het is de intentie die volledig moet worden bestraft.


Ik ben van mening dat de strafvermindering met 1/3 moet blijven. Het beoogde ingetreden gevolg is namelijk niet ingetreden, dus is er een onvoltooid misdrijf. Het woord ‘onvoltooid’ alleen laat al zien dat geen sprake is van een volwaardig strafbaar feit en de vermindering met 1/3 deel rechtvaardig is.

blijft een arbitraire grens, dat geef ik toe, maar Doreleijers is van mening dat een jongere pas is uitontwikkeld op zijn 24e jaar.22 Het is ook bekend dat een jongere pas rond zijn 20e jaar beseft wat de gevolgen van zijn handelen zijn.23 Daarom is ook deze wijziging onwenselijk.

Verlaging van de ondergrens24 Voorlopige hechtenis verplicht18 De verdachten van delicten die vallen onder de hierboven besproken categorieën A en B en recidivisten uit categorie C dienen voortaan altijd in voorlopige hechtenis worden genomen tot hun zaak onherroepelijk is gewezen. Uit de praktijk blijkt dat de verdachten tussen de vrijlating en de berechting nog meer delicten plegen. Verder is het voor de slachtoffers en de samenleving niet te verteren dat een verdachte binnen de kortste keren op straat staat. Over deze wijziging kan ik kort zijn. Deze is in strijd met het Europees recht. Uit de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens blijkt namelijk dat voorlopige hechtenis een ultiem middel moet zijn.19 Dat is het in dit geval niet meer.

De Roon stelt voor om de ondergrens van 12 jaar 25 te verlagen naar 10 jaar, omdat 10- en 11 jarigen tegenwoordig ook aan een criminele loopbaan beginnen. De verlaging maakt het mogelijk om hun criminele ontwikkeling vroeger te stoppen. Voor deze wijziging geldt dat er geen bewijs is dat de criminele loopbaan eerder stopt. Verder is de leeftijd van 10 jaar arbitrair. Als laatste zijn er nog genoeg andere mogelijkheden om 10- en 11 jarigen de weg te wijzen.

Conclusie Het mag duidelijk zijn. Ik ben pertinent tegen dit wetsvoorstel. Ik hoop dan ook dat de politici in Den Haag hun verstand gebruiken en tegen stemmen. Nog beter gezegd, ik hoop dat De Roon tot het inzicht komt dat dit wetsvoorstel klinkklare onzin is en het intrekt.

Verlaging van de meerderjarigheidsgrens20 De leeftijdsgrens voor toepassing van het meerderjarigenstrafrecht is momenteel 18 jaar. De Roon stelt voor deze te verlagen naar 16 met als reden dat jongeren steeds vroeger aan een criminele loopbaan beginnen. Een gevolg daarvan is dat ernstige misdrijven ook op een steeds jongere leeftijd worden gepleegd. Daarnaast is volgens De Roon bekend dat jeugdigen weten dat ze voor een misdrijf betrekkelijk korte vrijheidsstraffen kunnen krijgen. Volgens De Roon plegen jongeren daarom voor hun achttiende jaar zo veel mogelijk misdrijven. Verder is hij van mening dat jongeren op jonge leeftijd ‘streetwise’ zijn. Ondanks dat de rechter de mogelijkheid heeft het meerderjarigenrecht op een jeugdige toe te passen, is De Roon van mening dat de leeftijd naar beneden moet. Er wordt volgens hem te weinig gebruikt gemaakt van deze uitzondering. In het voorstel wordt toepassing van het meerderjarigenstrafrecht op 16- en 17- jarigen de regel en toepassing van het jeugdstrafrecht de uitzondering. Verder wordt de mogelijkheid gecreëerd om op 14- en 15-jarigen het meerderjarigenstrafrecht toe te passen analoog aan 16- en 17-jarigen nu.21 Deze wijziging is gebaseerd op drogredenen. Er is geen enkel empirisch bewijs dat jongeren zoveel mogelijk delicten willen plegen voor hun achttiende jaar. Waar komt deze onzin vandaan? Dat er weinig gebruik wordt gemaakt van de toepassing van het meerderjarigenrecht op jeugdigen is goed. Het is de bedoeling dat daar weinig gebruik van wordt gemaakt; het is een uitzondering. En wat is in hemelsnaam ‘streetwise’? Daarbij komt nog dat de grens van 16 jaar niet genoeg wordt onderbouwd. De bovengrens

(Endnotes) 1 Kamerstukken II, 2008-2009, 31 938, nr. 3, p. 5 t/m 7 (MvT). 2 In totaal vallen er 152 delictomschrijvingen/bepalingen onder deze categorie. Voor alle artikelen verwijs ik naar bijlage 1 bij Kamerstukken II, 2008-2009, 31 938, nr. 3, p. 15 (MvT). 3 In de Memorie van Toelichting zelf wordt gesproken over 15 jaar als minimumstraf. 4 In deze categorie vallen in totaal 7 delictomschrijvingen/bepalingen. Zie Kamerstukken II, 2008-2009, 31 938, nr. 3, p. 23 (MvT). 5 Voor alle misdrijven verwijs ik naar Kamerstukken II, 2008-2009, 31 938, nr. 3, p. 24 (MvT). 6 P.J.P. Tak, De minimumstraf opnieuw bezien, een geactualiseerde beknopte rechtsvergelijking, Research Memoranda nr. 4/2010, p. 39 t/m 45. 7 Dit houdt in dat rechters mensen gaan vrijspreken, omdat ze de minimumstraf in dit geval te hoog vinden. 8 Zie artikel 51a Wetboek van Strafvordering. 9 Zie artikel 51d Wetboek van Strafvordering. 10 In een artikel in de telegraaf staat dat deze maatregel wel voldoet. <http://www.telegraaf.nl/binnenland/8616460/__Lange_celstraf_werkt__.html>. 11 Kamerstukken II, 2008-2009, 31 938, nr. 3, p. 7 en 8 (MvT). 12 Ook deze vallen buiten het bestek van dit artikel. 13 J. de Hullu, Materieel strafrecht, p. 476 en 477. 14 Kamerstukken II, 2008-2009, 31 938, nr. 3, p. 8 en 9 (MvT). 15 Zie artikel 57 Wetboek van Strafrecht. 16 Daar worden straffen van 200 jaar opgelegd. 17 Kamerstukken II, 2008-2009, 31 938, nr. 3, p. 9 (MvT). 18 Kamerstukken II, 2008-2009, 31 938, nr. 3, p. 9 (MvT). 19 EHRM 6 november 1980 (Guzzardi) 20 Kamerstukken II, 2008-2009, 31 938, nr. 3, p. 9 en 10 (MvT). 21 Zie artikel 77b Wetboek van Strafrecht. Een korte analyse van deze voorwaarden is te vinden in de eerste editie van deze jaargang. Daar schrijf ik over twee uitspraken van toepassing van het meerderjarigenrecht op 16- en 17 jarige. 22 Er zijn altijd uitzonderingen. 23 Th.A.H. Doreleijers, Te oud voor het servet, te jong voor het tafellaken, FJR 2009, 68, p. 184. 24 Kamerstukken II, 2008-2009, 31 938, nr. 3, p. 10 (MvT). 25 Zie artikel 77a Wetboek van Strafrecht en artikel 486 Wetboek van Strafvordering

21 | SecJure Maart 2011


Artikel

Infamia: een amuse Burgerlijke eer en eerloosheid in het Romeinse recht JeroenTessers

1 Inleiding Rare jongens, die Romeinen? Nee hoor. De Romeinse burger streefde er immers naar om een eervol man te zijn, om naar de traditionele normen en waarden te handelen en daarvoor te vechten. Helaas was de klassieke werkelijkheid anders dan dit ideaalplaatje. Het is waar dat de genoemde waarden erezaken waren, die hoog in aanzien stonden. Maar de Romeinen stalen, beledigden, bedrogen – ja, vervulden zelfs zulke ‘hoogst perverse’ beroepen als bordeelhouder of professioneel acteur! Schande! Wie een van deze gedragingen pleegde of een van deze – in Romeinse ogen eerloze - beroepen uitoefende kon dan ook rekenen op nadrukkelijke afkeuring van de samenleving. De hierboven beschreven zaken raken aan de burgerlijke eer (existimatio), die een centrale plaats had in het Romeinse recht. Het stigma waarmee de Romein die ‘oneerbaar’ handelde werd gebrandmerkt duidt men aan als infamia. Eenduidig is het concept echter allerminst. De term infamia komt in zeer verschillende vormen en contexten voor in de klassieke teksten die ons bekend zijn. Daarnaast is de hoeveelheid (rechts)historische literatuur specifiek over infamia niet overvloedig te noemen. Een belangrijk werk, geschreven door A.J.H. Greenidge, stamt uit 1894.1 Gezien de omvang van het thema zou het een scriptie kosten om dit onderwerp volledig te analyseren. Ik zal mij daarom beperken tot een kenschets van de hoofdlijnen van dit inspirerende thema. Dit zal worden geïllustreerd aan de hand van de meest sprekende voorbeelden, voornamelijk gebaseerd op het werk van Greenidge.

2 Terminologie Voordat kan worden gekeken naar de betekenis van (het negatieve) infamia, moet eerst het (positieve) begrip existimatio worden geduid, en wel als de ‘burgerlijke eer’. Dat betekent dat existimatio en infamia in beginsel alleen betrekking hebben op de Romeinse burgers (cives). Callistratus beschrijft existimatio als dignitatis illaesae status, oftewel een status van ongeschonden eer (Digesten (D.)50.13.5). Het gaat dan, volgens CallistraSecJure Maart 2011 | 22

tus, om eer die goedgekeurd is zowel op juridische als op morele gronden (status legibus ac moribus comprobatus). Dit is van belang omdat existimatio zich daardoor onderscheidt van wat in het oude Romeinse recht caput heette. Caput merkt de Romeinse burger aan als rechtssubject met verschillende burgerlijke rechten, waarin hij door schandelijke gedragingen kan worden beperkt. Caput is onderverdeeld in vrijheid (libertas) (een burger is geen slaaf), burgerschap (civitas) en lidmaatschap van een familie (familia).2 Waar existimatio (en infamia) een juridische én een morele betekenis heeft, heeft caput alleen een juridische betekenis. Dat onderscheid houdt in dat een aantasting van de burgerlijke eer niet meteen ook een vermindering van caput (capitis deminutio) met zich meebrengt (Instituten (Inst.)1.16.5). Een voorbeeld ter verduidelijking: als de censor (zie hieronder) op morele gronden een burger het stemrecht (ius suffragium) tijdelijk afneemt wordt de existimatio aangetast. Dan worden niet alle rechten voortvloeiend uit civitas permanent weggenomen, wat bij een capitis deminutio wel zou kunnen gebeuren. Infamia is een afbreuk van de existimatio van de burger. Dit moreel getinte, juridische concept heeft als voornaamste juridisch gevolg de uitsluiting van publieke functies en van functies waarbij de burger in contact komt met de staat. Greenidge maakt een onderscheid in aantasting van publieke rechten (zoals het niet meer mogen vervullen van een politiek ambt) en aantasting van private rechten (voornamelijk het niet meer voor de praetor in rechte mogen verschijnen - postulatio).3 De morele ondertoon van infamia impliceert ook een morele afbreuk, met sociale afkeer als gevolg. Infamia is daarmee een zeer breed concept, dat effect heeft op alle aspecten van de Romeinse samenleving. Belangrijk is ook te beseffen dat er een overvloed aan termen bestaat die min of meer overeenkomen met de juridische termen infamia en infamis, zoals ignominia, turpitudinis en improbus. Tot slot moet niet uit het oog worden verloren dat de Romeinse niet-jurist deze woorden te pas en te onpas gebruikt in het normale taalgebruik. De terminologie is dus niet eenduidig te noemen.

3 Gevallen van infamia Een Romein kon op verschillende manieren gebrand-


merkt worden met infamia, of beter gezegd, kon op verschillende wijzen op morele gronden worden beperkt in zijn rechten. Allereerst was dat het geval indien daarvoor een regeling was uitgevaardigd in een wet. Zo bepaalden de Wetten der Twaalf Tafelen dat hij die als getuige was opgeroepen en niet verscheen/getuigde infamis en intestabilis werd (VIII.22 Wetten XII). Een intestabilis mocht in elk geval zelf niet in rechte getuigen, maar wellicht mochten anderen ook niet voor hem getuigen (D.28.1.26). Bovendien stelt Ulpianus dat hij ook geen testament mocht opstellen of getuige kon zijn bij het opmaken van het testament van een ander (D.28.1.18.1). Ten tweede kon uitsluiting van rechten optreden na een zogenaamde censoris notatio, een aanmerking van de censor.4 De censor was de hoge magistraat die behalve voor de de volkstellingen en registratie van burgers en staatsfinanciën verantwoordelijk was voor het uitdragen en doen naleven van de publieke moraal, het regimen morum. In het kader van deze taak kon hij op de lijsten waarop de bevolking stond geregistreerd een merkteken (nota) aanbrengen bij de naam van een burger die zich niet aan de regels van het regimen morum hield. Dit bracht de aanmerking ignominia voort, een aantasting van de goede naam, hetgeen bijvoorbeeld verwijdering uit de ridderstand kon inhouden met verlies van alle bijbehorende rechten. De censor kon dan bijvoorbeeld bepalen dat een ridder (eques) zijn door de staat voor hem betaalde paard moest verkopen (ademptio equi).5 De derde variant is de praetoriaanse infamia, die bekend is uit het Edict van de praetor en die ziet op het (aantasten van het) recht van de burger bij de praetor.in rechte te verschijnen (postulatio). In D.3.2.1 wordt een niet-limitatieve opsomming gegeven van infames: soldaten die oneervol zijn ontslagen uit het leger, professionele acteurs, bordeelhouders, burgers die in een strafproces zijn veroordeeld evenals zij die voor diefstal (furtum), roof (rapina), kwetsing of belediging (iniuria), of bedrog (dolus) zijn veroordeeld en zij die zich met meerdere

vrouwen tegelijk verloven en trouwen. De voorgaande opsomming maakt duidelijk hoe breed het terrein is waarop infamia een rol speelt. Het feit dat de infamis niet via de wettelijke actie van postulatio in rechte kon verschijnen vormde een serieuze juridische handicap, maar had vooral voor de elite ook sociale gevolgen. Voor de Romeinse burger was netwerken in de publieke sfeer door het verlenen van gunsten belangrijk om status en gunstige vriendschappen te verwerven, die hem verder konden helpen met zijn carrièreambities. Een infamis kon de postulatio niet meer aanwenden om voor een ander te procederen en zo diens steun en vriendschap te verkrijgen.6 De in feite juridische beperking had dus belangrijke sociale en politieke implicaties.

4 Slot Veel aspecten van het kleurrijke infamia kunnen hier niet worden besproken. Een enkel sprekend voorbeeld van het element van shaming bij infamia mag niet onvermeld blijven. Bij opgelegde eerloosheid na een valse beschuldiging (crimen calumnia) volgde een beperking van rechten door infamia (D.3.2.4.4), maar daarnaast werd de overtreder gemerkt met een grote letter K (van kalumniator) op het voorhoofd,7 zodat iedereen van goede eer kon zien dat deze overtreder één van het laagste soort was. Een verstoten, eerloze man, een infamis. En in een samenleving waar eer hoog in het vaandel stond, betekende infamia voor de gebrandmerkte niet veel goeds.

(Endnotes) 1 A.H.J. Greenidge, Infamia. Its place in Roman public and private law, Oxford: Clarendon Press Oxford 1894. 2 Greenidge 1894, p. 6. 3 Greenidge 1894, p. 8. 4 Greenidge 1894, p. 52. 5 Livius, Ab Urbe Condita, XXIX.37; XLIII.16. 6 J.F.Gardner, Being a Roman Citizen, London: Routledge 1993, p. 116-117. 7 A. Berger, Encyclopedic dictionary of Roman Law, Philadelphia: American Philosophical Society 1953, p. 378.

23 | SecJure Maart 2011


De investeringen van vandaag vragen om businesswise advocaten

Het mogelijk maken van succesvolle investeringen in energie kan niet meer zonder te weten wat er speelt. Het gaat erom verder te kijken dan de wetten en jurisprudentie. Studeer je Nederlands, notarieel of fiscaal recht en denk je businesswise genoeg te zijn, maak dan kennis met ons op businesswiseadvocaten.nl


Over echtscheiding, travestie en een ongewillige echtgenoot in 1810 Therris Burgers

In het regionaal archief van Tilburg zijn vele zaken te vinden.1 Sommigen handelen over alledaagse kwesties zoals diefstal, moord en doodslag. Eens in de zoveel tijd stuit men echter op een werkelijk bijzondere casus: een echtscheiding in het jaar 1810.2 Op de zevende van de Lentemaand (ookwel: maart) verzoekt Martien Couwenberg de rechtbank om ‘dissolutie van het huwelijk en de vrijheid zich weder ten anderen huwelijk te mogen begeven’. Ten grondslag aan zijn eis stelt hij dat zijn vrouw - Adriaantje van den Hout – ongeschikt zou zijn om mee te trouwen. Dit vanwege haar ‘misvormige gestalte’ en de ‘wangeschapenheid hares lichaam’. Kort gesteld: Adriaantje zou geen vrouw zijn. Hieronder volgt een korte bespreking van hetgeen zich tweehonderd jaar terug voordeed.

De Casus Zoals gezegd wil Martinus het huwelijk ontbinden omdat Adriaantje niet tot het vrouwelijk geslacht zou behoren. Adriaantje stelt op haar beurt dat de beschuldingen van haar echtgenoot ‘bezijden de waarheid’ zijn, oftewel: niet waar. Om dit te bewijzen onderwerpt ze zich aan een onderzoek ‘aan hares lichaam’. De schepenbank besluit een expert in te roepen om te getuigen over de vrouwelijkheid van Adriaantje. Ter uitvoering van dit onderzoek schakelt de rechtbank de meest deskundige dorpsbewoner in, te weten de dorpsvroedvrouw. Uit het onderzoek blijkt dat Adriaantje gewoon een vrouw is en beschikt over alle onderdelen die een lid van de schonere sekse behoort te hebben. Op basis van de getuigenverklaring die de vroedvrouw aflegt besluit het rechtscollege om de vordering af te wijzen. Althans, zij besluit tot het afwijzen van een verzoek tot echtscheiding. Hierop wordt later terug gekomen. Het huwelijk blijft in ieder geval in stand.

Martinus & Adriaantje De feiten in deze zaak zijn zeker interessant, maar wie verschenen er nu precies voor het gerecht zo’n tweehonderd jaar geleden? Nederland had op dat moment nog geen Burgerlijke Stand, maar enig zoekwerk in de regionale archieven brengt toch het nodige aan het licht. Op 1 september 1761 werd Adriaantje geboren in Loon op Zand. Adriaantje trouwde pas op latere leeftijd. Het huwelijk met Martien was haar eerste en zij was op dat moment de 48 al gepasseerd. In zowel de volkstelling van

Loonse Dijk anno 2010 1810 als die van 1825 wordt Adriaantje vermeld. In de eerste telling staat zij te boek als een gehuwde vrouw, woonachtig op de Loonse Dijk te Loon op Zand. In de telling van 1825 vinden we haar naam ook terug, maar haar burgerlijke staat is in dit register open gelaten. In beide documenten komt de naam van Martien niet voor. Op Adriaantjes overlijdensakte staat echter wel vermeld dat zij Martiens weduwe zou zijn. Op dezelfde akte staat niettemin ook, dat zij op 94-jarige leeftijd zou zijn overleden. Hierdoor mag worden vastgesteld dat niet alle bronnen even betrouwbaar zijn: Adriaantje overleed op 2 september 1839, de dag na haar 78ste verjaardag. 25 | SecJure Maart 2011

Artikel

Adriaantje zou geen vrouw zijn


Martien is afkomstig uit Hapert en werd op 1 april 1765 gedoopt te Hoogeloon. Dit zal waarschijnlijk ook zijn geboortedatum zijn aangezien het gebruikelijk was kinderen zo snel mogelijk te dopen. Kindersterfte was aan de orde van de dag en een ongedoopt kind zou niet naar de hemel kunnen, maar in het voorgeborchte blijven steken. Martien was eerder getrouwd geweest met Pietronella van Oirschot. Het huwelijk bleef kinderloos en Pietronella overleed in 1809. Ongeveer een jaar na het overlijden van Pietronella trouwde Martien met Adriaantje. Nog geen twee weken later stond het echtpaar niettemin voor de rechter.

Het Wetboek Napoleon Ingerigt voor het Koningrijk Holland Behalve dat het echtpaar slechts twee weken getrouwd was alvorens Martien er een punt achter wilde zetten, zijn er nog een paar bijzonderheden in deze casus te ontdekken. Ten eerste is het feit dat het om een ontbinding van het huwelijk/scheiding gaat opmerkelijk. In het overwegend katholieke Brabant was echtscheiding een zonde en een schande. In bepaalde gevallen werd er echter wel voorzien in de mogelijkheid om ‘de koop ongedaan te maken’. Daarbij was ontbinding ofwel dissolutie te verkiezen boven echtscheiding. Ontbinding had immers nietigheid tot gevolg: het huwelijk werd niet geacht te zijn gesloten. Het was dan ook mogelijk om voor de kerk een nieuw huwelijk te sluiten. In het geval van echtscheiding was dat vaak niet zo. Een tweede bijzonderheid vindt men in de wetgeving an sich. Ten tijde van de casus was Lodewijk Napoleon aan de macht in Nederland. De voortvarende koning – en broer van de Franse keizer - wilde een eigen wetboek voor zijn kersverse koninkrijk. Dit resulteerde uiteindelijk in het zogenaamde Wetboek Napoleon ingerigt voor het Koningrijk Holland. Het Wetboek van Lodewijk Napoleon was geen lang leven beschoren. Na invoering op 1 mei 1808, werd het in maart 1811 alweer opgedoekt. Desalniettemin was het eerste keer in de geschiedenis van de Nederlanden dat er sprake was van een centraal, gecodificeerd recht.3 Tot die tijd werd er rechtgesproken op basis van plaatselijke optekeningen of het gewoonterecht zoals dat door de eeuwen heen was ontwikkeld. Misschien vinden wij hierin een verklaring voor een derde bijzonderheid. Hoewel Martinus vraagt om ‘dissolutie’ van het huwelijk, is het uiteindelijk ‘echtscheiding’ dat wordt geweigerd door de rechtbank. Is er hier sprake van een fout van de griffier of hebben de heren schepenen ondanks het centraal geregelde gezag alsnog rechtgesproken volgens de regels die hen goed dunkte? Het is wat dat betreft ook belangrijk om vast te stellen dat ‘de heren schepenen’ waarschijnlijk een zevental vooraanSecJure Maart 2011 | 26

staande boeren waren, die met hun goede verstand een zaak beslechtten. Om dit met enige mate van zekerheid te kunnen zeggen zou men de costuymen (oftewel het opgetekende gewoonterecht) van Loon op Zand moeten beraadslagen. Jammer genoeg valt ten tijde van het schrijven van dit artikel niet over een dergelijke optekening te beschikken. Door de inhoud van het arrest rijst ook de vraag of er überhaupt een geschoold jurist bij het proces aanwezig is geweest. Hoewel uit de stukken niet blijkt dat Martien en Adriaantje zich lieten bijstaan door een raadsman, is dit wel goed mogelijk. De kans was klein dat Martien zelf een vordering op had weten te stellen. Uit de archieven blijkt immers dat zowel Martien als Adriaantje niet kon lezen of schrijven. Daarbij is de kans klein dat Martien toegang had tot een editie van het Wetboek. Het was ook mogelijk voor de schepenbank om een vordering ambtshalve te vertalen. In dit geval lijkt hier geen sprake van te zijn aangezien de kennelijke verwarring betreffende de grondslag van het verzoek dan niet had opgetreden. De vordering werd zoals gezegd afgewezen en het huwelijk bleef dus in stand. Na het transcript van de rechtszaak ontbreekt van ongewillige echtgenoot nochtans ieder spoor. Hoewel berustend op speculatie valt er wat voor te zeggen dat Martien eieren voor zijn geld heeft gekozen en Loon op Zand heeft verlaten. Dit zou ook kunnen verklaren waarom er geen hoger beroep is ingesteld.

Het Wetboek en de casus Artikel 40 Wetboek Ingerigt voor het Koningrijk Holland (WKH) leert ons dat iedereen een huwelijk aan kon en mocht gaan, maar er waren wel verscheidene voorwaarden. Het derde hoofdstuk van titel vijf bepaalt dat een jongeman tenminste achttien jaar en een meisje tenminste vijftien jaar moest zijn om te mogen trouwen (art. 99 WKH). Daarbij kon een man of een vrouw slechts met één vrouw of man tegelijkertijd gehuwd zijn. (art. 100 WKH). Ook moesten er trouwbeloften zijn gedaan, hetgeen vergelijkbaar is met het hedendaagse ondertrouw. De voorwaarden hiervoor zijn ook te vinden in het Wetboek. In artikel 53 WKH wordt voor het eerst gesproken over echtscheiding. Het artikel stelt dat echtscheiding op initiatief van één der echtelieden kan worden toegewezen wanneer de rechter oordeelt dat er redenen zijn die ‘niet uit wispelturigheid voorttespruiten maar gewigtig genoeg zijn, om een van beiden van de vervulling der trouwbeloften te ontheffen’. Wat deze gewichtige redenen precies in konden houden wordt pas enkele hoofdstukken later dui-


delijk, in titel zes. De tweede afdeling van voornoemde titel handelt over dissolutie of ontbinding des huwelijks, waaronder ook echtscheiding valt. Hoewel artikel 51 WKH stelde dat wederzijdse toestemming genoeg is om een huwelijk te ontbinden, is het op grond van artikel 218 WKH niet afdoende om tot een echtscheiding te komen. Dit zal waarschijnlijk te maken hebben met de verschillende rechtsgevolgen die aan echtscheiding respectievelijk ontbinding van het huwelijk worden verbonden zoals eerder in dit artikel aan de orde is gekomen. In de zesde titel worden nulliteit of nietigheid des huwelijks, echtscheiding en separatie geregeld. De eerste afdeling regelt nulliteit – waar Martien zich op beroept - en stelt in artikel 213 WKH dat een huwelijk nietig is wanneer deze verboden is bij wet of er een vormgebrek heeft plaatsgehad. Het was ook mogelijk om nietigheid in te roepen bij dwaling, het bestaan van een ongeneeslijke ziekte of een natuurlijk gebrek waardoor voorplanting niet mogelijk was. Dit alles was echter alleen mogelijk als er binnen een termijn van 6 maanden werd gereageerd. Na het verlopen van deze periode was inroepen van nulliteit niet meer mogelijk. Artikel 219 WKH stelde de wettige redenen voor echtscheiding. Als eerste – en ongetwijfeld belangrijkste – werd overspel geacht een grond te zijn om te scheiden. Daarnaast worden genoemd kwaadwillende verlating en veroordeling voor een misdaad waarvoor minimaal vijftien jaar gevangenisstraf of verbanning was opgelegd. Kwaadwillende verlating hield overigens in dat één der echtgenoten – vermoedelijk de man – de andere echtgenoot in de steek had gelaten. Ironisch genoeg had Adriaantje dus wel een geslaagd beroep op echtscheiding kunnen doen, maar dit heeft zij in alle waarschijnlijkheid dus nooit gedaan.

maakt voortplanting immers onmogelijk. Dat Adriaantje op het moment van de rechtszaak al 48 is en vrij weinig vrouwen op die leeftijd nog kinderen konden krijgen zal wettelijk weinig ter zake hebben gedaan. Er bestond immers geen uitzonderingsclausule die bepaalde dat de leeftijd van de echtgenoot in kwestie een rol speelt. Daarbij bevindt Martinus zich ruim binnen de termijn om nietigheid aan te vragen, aangezien hij slechts twee weken met Adriaantje getrouwd is geweest. Dat twee weken erg kort is om een voortplantingsgebrek vast te stellen ging tevens aan juridische motivatie voorbij. De schepenbank spreekt echter niet van dissolutie in haar uitspraak, maar van echtscheiding. De gronden voor echtscheiding sluiten niettemin - zoals hierboven behandeld - niet aan op hetgeen Martinus aanvoert. Hoe Martinus tot zijn vordering is gekomen zullen we nooit zeker weten. Wellicht was Adriaantje niet bereid geweest om tijdens de huwelijksnacht überhaupt gemeenschap met hem te hebben, waardoor Martinus op zijn beurt stelde dat Adriaantje er niet toe in staat was. Misschien werd hij gewoon verkeerd begrepen. Of misschien had hij gelijk en zat de vroedvrouw in het complot met Adriaantje! Dit, beste lezer, berust echter op pure speculatie.

(Endnotes) 1 De auteur zou graag van de gelegenheid gebruik maken om prof. B.C.M. Jacobs-Van Erp te bedanken voor het aandragen van deze zaak. Daarbij ook veel dank aan de medewerkers van het archief die met zoveel enthousiasme hebben geholpen dit onderzoek mogelijk te maken. 2 Deze zaak is te vinden in het regionaal archief onder nummer 781 (Loon op Zand) inventaris 2281. 3 H.M.J. Wattel, Van het Oud-Hollandsch Recht, het wetboek van Lodwijk Napoleon en den Code Civil, Leiden, B.Blankenberg 1881, pg. 42

Een hoop speculatie Uit het bovenstaande blijkt duidelijk dat er een verschil bestaat tussen scheiding en dissolutie. Toch heeft de rechtbank het verzoek van Martinus opgevat als een verzoek om te mogen scheiden. Objectief bezien is dit vreemd, daar de gronden voor nietigheid beter passen bij de vordering. Op basis van hetgeen in de stukken wordt beschreven is moeilijk te achterhalen wat exact de strekking was van het betoog. Aan de ene kant is het mogelijk dat Martinus zich beriep op het vermoeden dat Adriaantje helemaal geen vrouw zou zijn. In dat geval zou het huwelijk in strijd met de wet zijn geweest, hetgeen op basis van artikel 213 WKH nietigheid tot gevolg zou hebben. Aan de andere kant is het ook mogelijk dat hij zich beriep op artikel 215 WKH wat ook nulliteit tot gevolg heeft. De lichamelijke onvolkomenheid bij Adriaantje 27 | SecJure Maart 2011


Interview

Het Kruisverhoor

Benny van der Vorm Loes van Puijenbroek

Zachtjes klop ik op de deur en na een “Hallo!” stap ik behoedzaam een kantoortje binnen. De docent in kwestie kijkt opgelucht op. Het Kruisverhoor redt hem, voor eventjes dan, van de stapels tentamenpapiertjes die door de kamer slingeren. Kortom: Benny van der Vorm staat te popelen om alles te vertellen over zijn kat, voetbal, uitgaan en… de oorlog te verklaren aan ErikJan Broers? Naam Benny van der Vorm Woonplaats: Scheveningen. Ik woon letterlijk achter de duinen. Toen ik in Tilburg ging werken, heb ik mezelf de vraag gesteld of ik hier wilde wonen, maar de locatie waar ik zit, is zo ontzettend mooi. Barbie van ‘Oh Oh Cherso’ woont trouwens ook bij mij in de buurt. Geboortedatum/leeftijd: 22 mei 1981. Ik ben dus 29 jaar en volgend jaar alweer 30. Huwelijkse staat: Ongehuwd, samenwonend met kat Luna

SecJure Maart 2011 | 28

Werkzaam als: Docent straf(proces)recht. Ik heb ook bij de Erasmus Universiteit Rotterdam gewerkt, eerst als docent en onderzoeker criminologie, later als docent strafrecht. Afgestudeerd: Ik heb rechten en criminologie gestudeerd in Rotterdam. Hobby’s: Naast uitgaan, dat vind ik nog steeds leuk en doe ik twee keer in de week, houd ik van voetbal. Ik ben voor ADO – we gaan goed, daar ben ik blij mee. Ik doe ook mee met het facultair voetbaltoernooi en zit in de organisatie. Uitslapen vind ik trouwens ook fijn. O, en dit wil ik ook nog even de wereld uit helpen: het beeld dat de meeste studenten hebben van docenten is dat ze naar klassieke muziek luisteren en geen sociaal leven hebben. Als er iemand is die dat niet doet, dan ben ik dat wel!


Welke type student was u? Laat ik het zo zeggen, ik heb twee periodes gehad. In de eerste periode, zo van mijn eerste tot tweede jaar, heb ik wel mijn propedeuse gehaald, maar eigenlijk was ik niet zo gemotiveerd. Ik twijfelde of rechten wel iets voor mij was. Ik volgde weinig colleges en ging vooral stappen. Vanaf jaar drie heb ik me serieus gericht op mijn studie en werd het nog maar 1 keer per week stappen in plaats van 3 à 4 keer per week. Wie was/is uw voorbeeld? Ik heb geen voorbeeld in mijn privéleven. In mijn zakelijke leven heb ik dat wel. Er zijn twee mensen bij wie ik in Rotterdam college heb gevolgd: Tom Blom, die is nu hoogleraar straf(proces)recht aan de UvA, en René van Swaaningen, die is nu hoogleraar criminologie in Rotterdam. Zij zijn enthousiaste docenten die op een interactieve manier lesgeven. Ze blijven zichzelf voor de groep en spelen geen toneel. Dat vind ik erg belangrijk. Wat wilde u vroeger worden en wat is er misgegaan? Mijn kinderdroom was acteur worden. Toen ik ouder werd, heb ik die droom laten schieten. Toch heb ik mijn droom enigszins verwezenlijkt in de manier waarop ik onderwijs geef; ik maak er een beetje een show van. Ook mocht ik lastige cliënt spelen bij Topadvocaat Gezocht. Ik heb het dus niet helemaal losgelaten. Waarom hebt u voor rechten gekozen? In 4 VWO wilde ik graag economie studeren, maar in 6 VWO kwam ik er achter dat ik niet zo goed ben in wiskunde. Toen dacht ik: dan maar rechten, want dat is ook in Rotterdam, is breed en klinkt wel leuk. Heeft u een verborgen talent? Ik kon vroeger aardig voetballen. Bij Ajax zit nu een personal assistant van trainer Martin Jol en hij was altijd van mij gecharmeerd als voetballer. Hij heeft geprobeerd me mee te nemen naar zijn team, maar dat heb ik toen niet gedaan. Ik kon wel een aardig balletje trappen als linksback, maar had weinig motivatie. Ik vond wedstrijden leuk, maar had een ontzettende hekel aan trainen. Wat is uw slechtste gewoonte? Ik ben heel direct. Ik kom uit de Randstad en daar zeg je wat je denkt. Dat kan een voordeel zijn, maar ook heel erg nadelig. Ik kan soms moeilijk aanvoelen wat ik wel en niet mag zeggen. Wat ik zeg kan wel eerlijk zijn, maar dan vergeet ik dat dit soms hard kan aankomen bij anderen. Soms moet ik een beetje werken aan mijn inlevingsgevoel. Wat is uw leukste uni-gerelateerde anekdote? Wat had Erik-Jan Broers bij deze vraag? Ha, de Beste Docent Verkiezing, dat is toch geen anekdote! Nou, dit moet je echt even opschrijven: Erik-Jan Broers, dit jaar zullen we nog wel eens even zien wie er wint! Nee hoor, we zitten regelmatig bij Kandinsky een biertje te doen, dus we gaan wel heel goed met elkaar om. Ik beschouw

hem als een erg goede collega. We blijven echter wel concurrenten. Maar een anekdote… Ja! Als ik in Den Haag ga stappen, ga ik er van uit dat ik geen studenten tegenkom, maar ik was op weg naar de kroeg na een paar biertjes en hoorde een fietser ineens zeggen: “Ha, daar gaat mijn docent strafrecht!”. Toen dacht ik wel: oké, dit is wel vreemd. Ik wist niet zo goed hoe ik op dat moment moest reageren. Wat wilt u de studenten meegeven? Je moet een goede balans hebben tussen studeren en lol maken. Het sociale leven is erg belangrijk in deze periode. Je gaat er denk ik spijt van hebben als je je te veel richt op je studie. Studeren is niet slechts colleges volgen: het is veel meer dan dat. Tijdens het studeren ontplooi je je het meeste als persoon; dit bepaalt hoe je in je latere leven bent. Stelling: criminologie of strafrecht? Mijn hart ligt nog altijd bij de criminologie. Uiteindelijk heb ik me het strafrecht eigen gemaakt, maar toch ben ik meer criminoloog dan een diehard jurist. Bij rechten krijg je een wettenboek en daar staan de regeltjes. Criminologie is veel breder dan dat. Je moet met cijfers kunnen werken, bekend zijn met sociaalwetenschappelijke theorieën, interviews leren afnemen – je leert het gedrag van mensen te verklaren. Er zit een belangrijke maatschappelijke factor aan vast. Dat vind ik erg interessant. Stelling: Strafbeschikking of via de rechter? Om efficiency-redenen ga ik toch voor de strafbeschikking. Lichte zaken worden zo eenvoudig en snel afgehandeld en de rechterlijke macht wordt daar dan niet mee opgezadeld. Stelling: FIK of TIK? De FIK. Daar ben ik het meeste bij betrokken, als docent en begeleider. Je leert er studenten op een informele manier kennen en andersom. Het is kleinschalig en puur voor rechtenstudenten, terwijl de TIK juist zo ontzettend groot is. Stelling: kat of hond? Ik heb echt een kattenobsessie. Katten hebben een eigen wil en zijn niet zo afhankelijk als honden. Dit is mijn grote liefde: Luna [hij laat een stortvloed aan foto’s zien van een grote kat]. Ze is een Maine Coon, weegt 5 kilo en is heel erg mooi. Moet ook, voor 600 euro. Een echte raskat. Ze mag ook niet op straat in haar eentje, want dan wordt ze echt meegenomen. Luna is, in tegenstelling tot honden, echt slim: als ze geen aandacht krijgt dan klimt ze in de gordijnen. Maar dat is niet erg, je kunt zo heerlijk met haar knuffelen! Stelling: Univers of SecJure? Ik moet eerlijk bekennen: de Univers lees ik meer, want hij is makkelijker te krijgen. Echter: nu de SecJure ook online beschikbaar is, ga ik hem vaker lezen, beloofd! 29 | SecJure Maart 2011


“dirkzwager weet dat kleine lettertjes voor mij grote gevolgen kunnen hebben.” jij ook? Dirkzwager is een veelzijdig, landelijk top-20 kantoor met een klinkende reputatie, een uitstekende opleiding, mooie cliënten en uitdagende (ook internationale) projecten. Ons kantoor heeft vestigingen in Arnhem en Nijmegen en telt ruim 260 medewerkers die zich thuis voelen in een professionele, nuchtere en collegiale werkomgeving. Dirkzwager werkt op hoog juridisch niveau voor grote en middelgrote bedrijven, overheden, instellingen en particulieren, met een fijngevoelige antenne voor de persoonlijke aspecten van een zaak; voor de mens achter de cliënt. Jouw professionaliteit, ambitie, sociale intelligentie én gevoel voor kwaliteit vinden bij ons dan ook een vruchtbare voedingsbodem.

Kijk voor meer informatie over ons kantoor of actuele vacatures en/of studentstages op www.dirkzwager.nl

www.dirkzwager.nl

Dirkzwager advocaten & notarissen


Artikel

Trends Dit stuk gaat over een drietal trends waarvan menigeen verwacht dat de impact gigantisch zal zijn. Op u, op mij, op wellicht de gehele mensheid. Een nieuw jaar is aangebroken, en wij beginnen met een open, kritische blik op een uitdagende toekomst.

Gentechnologie Vanaf 1990 tot en met 2003 zijn wetenschappers bezig geweest om het 3 miljard “letters” tellende alfabet van het DNA op te lossen. Met het huidige inzicht in het menselijk DNA kunnen wetenschappers kwalijke DNA segmenten identificeren en, zo wordt verwacht, door middel van genetische manipulatie het ontstaan van ziektes voorkomen. 1 Lee Silver, professor aan de Woodrow Wilson School of Public and International Affairs, ziet enorme implicaties die met deze gentechnologie gepaard gaan. Hij voorspelt dat de markt, min of meer los van de staat, genetische modificaties aan zal gaan bieden in wat hij noemt “free market eugenics”. Een donker beeld van de toekomst doemt op waarin rijke families zich genetische modificatie kunnen veroorloven, terwijl arme families achter blijven. Met als gevolg: groeiende klassenverschillen op basis van onze genetische code.

Sjoerd Wierenga

Wereldpopulatie Van agrarische dorpen naar steden met meer dan 10 miljoen inwoners. De enorme toename van de menselijke populatie heeft gigantische gevolgen gehad voor de wijze waarop wij ons op deze planeet huisvesten en onszelf in leven houden. De toename van de wereldbevolking is iets dat al eeuwen speelt, en waarvan het einde nog niet in zicht lijkt. In de laatste, plusminus, 100 jaar is de wereldpopulatie met 300% toegenomen. Dat een dergelijke groei zich doorzet is nauwelijks voor te stellen, maar ook de meer realistische prognoses roepen vragen op.

Spelen voor God De gemiddelde lezer van de SecJure zal ongetwijfeld een en ander hebben meegekregen over de huidige status van genetische manipulatie. Zo zijn er al fluorescerende muizen, katten, varkens en honden ontwikkeld en maakt men zich anno 2010 in Europa druk 3om genetisch gemodificeerd voedsel. Dat genetische modificatie vaak cynisch wordt omschreven als “spelen voor God” of “knip- en plakwerk met erfelijke eigenschappen” 4is om verschillende redenen te rechtvaardigen. Maar, laten we vooral niet voorbij gaan aan de positieve kanten. Om te beginnen wordt genetische modificatie al breed toegepast bij voedsel. Door een gen van een bacterie of een dier toe te voegen raakt een gewas beter bestand te-

Kunstmatige Intelligentie “A robot may not harm a human being or, trough inaction, allow a human being to come to harm.” Bovenstaande is de eerste van drie regels die ooit door Isaac Asimov, Amerikaans schrijver én professor, zijn opgesteld. Deze ‘Three Laws of Robotics’ mochten dan voortkomen uit zijn fictieve literatuur2, de discussies in de praktijk staan er niet ver vanaf. Henny van der Pluim, technologie-analist en trendwatcher, verdedigde in een discussieprogramma van de VARA zijn stelling dat machines rechten en plichten moeten krijgen. Nonsens? Velen denken van niet.

31 | SecJure Maart 2011


gen bijvoorbeeld droogte. Ook kan men de houdbaarheidsdatum van groente aanzienlijk verlengen en kan voedsel worden verrijkt met vitaminen. 5 Klinkt allemaal als een zegen, maar toch is men in de Europese Unie zeer voorzichtig. 6 Waar zijn we zo bang voor? De grootste discussie speelt omtrent de vraag welke gevolgen onomkeerbare veranderingen in de genetische code op de lange termijn zullen hebben. Het inzicht daarin schiet vooralsnog tekort. Experimenten zouden kunnen bijdragen aan het inzicht in de gevolgen, maar ook daar zijn risico’s aan verbonden. In 2002 ontstond er in de Verenigde Staten grote opschudding toen een experimentele maïsvariant, bedoelt voor medicijnontwikkeling tegen diarree en diabetes, vermengd raakte met maïs die bedoeld was voor de supermarkt. � De voordelen die genetische modificatie met zich meebrengt op het gebied van onze flora en fauna kunnen naar verwachting uiteindelijk vertaald worden naar de mens. Bestrijding van ziekte staat daarbij voorop (gentherapie). Er zijn al (afwijkingen in) genen ontdekt die verantwoordelijk zijn voor een ernstige hartafwijking 8, ADHD en depressie. Maar ook op het gebied van verslaving, seksuele geaardheid en intelligentie (het Homer Simpson-gen). 9 Het is tegenwoordig acceptabel om te werken aan sociale vaardigheden door middel van training, protheses te gebruiken om lichamelijke tekortkomingen te compenseren en slecht zicht te verbeteren middels een laserbehandeling. Wat gaat er gebeuren wanneer we genetische modificatie net zo normaal gaan vinden als bovenstaande voorbeelden? Het beeld van de maakbare mens doemt op, “designer baby’s” komen steeds dichterbij en Lee Silver’s beeld van een kloof tussen wel en niet gemodificeerde mensen klinkt een stuk realistischer.

Moore’s Law In de introductie werd al gerefereerd aan het debat omtrent rechten en plichten voor robots. Het mag dan nog klinken als science-fiction, voor juristen is het een enorm interessant en actueel juridisch gebied.10 Aan de Duitse Julius-Maximilians Universiteit in Würzburg wordt gewerkt aan een project waarbij juristen samen met ingenieurs onderzoek doen naar precies die kwestie. Momenteel probeert men te bepalen waar (en of) de gebruiker, de fabrikant of de programmeur verantwoordelijk is voor eventueel ongemak. Maar de robot zélf past inmiddels ook in dat rijtje. Ook in Azië neemt men deze ontwikkeling zeer serieus. Asimov’s drie wetten van de robotica, waarmee dit artikel begon, vormen een uitgangspunt voor de op handen zijnde ‘ethische gedragsregels’ in Zuid-Korea betreffende de interactie tussen mens en machine. Het Zuid-Koreaanse ministerie van Handel, Industrie en Energie maakte in 2007 in een verklaring bekend dat zij deze gedragsregels SecJure Maart 2011 | 32

op willen stellen omdat de “intelligentie van robots in de nabije toekomst een sterke ontwikkeling zal doormaken.” 11 Ver gezocht? Volgens de logica van Moore’s Law zouden ze wel eens gelijk kunnen hebben. Moore’s Law heeft betrekking op een aanhoudende trend in de computerindustrie waarbij er sprake is van een exponentiële groei in de prestaties van computerhardware. Zonder al te diep op de technische details in te gaan kan gesteld worden dat deze wet tevens zijn doorwerking kent in de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie. Men verwacht dat de exponentiële groei binnen computertechnologie uiteindelijk zal leiden tot kunstmatige intelligentie welke die van mensen evenaart. Een autonoom handelende robot zal daarmee mogelijk worden. Dat dit betekent dat de rechtenstudenten van nu in de toekomst robots juridisch zullen bijstaan is natuurlijk niet te voorspellen. Echter, dat kunstmatige intelligentie en de mogelijkheid van rechten en plichten voor robots serieus worden genomen staat buiten kijf.

36.400.000.000 Aan het begin van de twintigste eeuw telde onze aardbol iets meer dan anderhalf miljard mensen. 12 In een eeuw tijd is dit opgelopen tot bijna zes miljard. U kunt waarschijnlijk uitstekend rekenen en bent tot de conclusie gekomen dat dat een verviervoudiging is in honderd jaar tijd! Het is bijna onvoorstelbaar dat een dergelijke groei zich zal voortzetten. Echter, de voorspellingen van de Verenigde Naties zijn niet flauw. De VN hanteert een drietal scenario’s: medium, low en high. In het eerste scenario zijn er zo rond 2050 bijna 9 miljard mensen op onze aardbol en zal dit, met pieken en dalen, zo blijven tot het jaar 2300. 13 In het tweede scenario spreken we van een sterke daling van de populatie: van 7.41 miljard mensen in 2050 naar 2,31 miljard mensen omstreeks 2300. Het laatste scenario gaat daar weer volledig tegenin met een populatie van bijna 11 miljard in 2050 en een daarop volgende toename tot 36,4 miljard mensen aan het begin van de 24ste eeuw. Ondanks dat de voorspellingen dus uiteen lopen is het aannemelijk dat de globale bevolking nog met enkele miljarden zal toenemen. Afhankelijk van welke voorspelling er klopt gaan daar gigantische consequenties mee gepaard. Vroeg in de 19e eeuw schreef Thomas Malthus dat, wanneer de bevolking met dezelfde snelheid zou groeien als toen het geval was, zij zich niet meer in haar voedselbehoefte zou kunnen voorzien. Ondanks dat Malthus toentertijd geen inzicht had in de huidige technologische mogelijkheden, lijkt zijn stelling dat er een plafond is aan het aantal mensen dat in hun behoefte kan worden voorzien nog steeds op te gaan. In het licht van die stelling komt de mensheid, met een bevolkingsgroei van enkele miljarden, voor een enorme uitdaging te staan.


Een doemscenario Wanneer we bovenstaande trends in ogenschouw nemen kunnen we concluderen dat ons een boeiende toekomst te wachten staat. De wereldbevolking zal hoogstwaarschijnlijk met enkele miljarden toenemen. Vanwege genetische modificatie onder bewoners van ontwikkelde landen kan er echter niet meer eenvoudigweg gesproken worden van â&#x20AC;&#x153;de mensâ&#x20AC;?. Onderling verschillende klassen houden zich in leven dankzij genetisch gemodificeerd voedsel. Tot slot wordt alles nauwlettend in de gaten gehouden door systemen met een kunstmatige intelligentie die dat van mensen doet verbleken. Kan een dergelijk scenario nog worden afgedaan als onzinnig? Of kunnen we in gaan zien dat het meer is dan het donkere toekomstbeeld van een handjevol doemdenkers. (Endnotes) 1 Macionis, J., Plummer, K. (2005), Sociology: a Global Introduction. Pearson Education Limited: Harlow 2 Asimov, I. (1950) I, Robot. Doubleday & Company: New York 3 Europa NU, http://www.europa-nu.nl/id/vil0dtfqkpy1/nieuws/ onduidelijkheid_over_ontvankelijkheid?ctx=vg9pjpw5wsz1 4 Greenpeace, http://www.greenpeace.nl/campaigns/genetischemanipulatie 5 Voedingscentrum, http://www.voedingscentrum.nl/nl/etenherkomst/productie/genetische-modificatie.aspx 6 Milieuloket, http://www.milieuloket.nl/9353000/1/j9vvhurbs7rzkq9/vhurdyxq65wi 7 Milieuloket, http://www.milieuloket.nl/9353000/1/j9vvhurbs7rzkq9/vgb8ksj5978i 8 NU.nl http://www.nu.nl/gezondheid/2257076/aangeboren-hartafwijkingen-deels-genetisch.html 9 Elsevier http://www.elsevier.nl/web/Nieuws/Wetenschap/276291/Wetenschappers-ontdekken-Homer-Simpsongen. htm?rss=true 10 Wieringa Advocaten, http://www.wieringa-advocaten.nl/nlblawg.php?id=941 11 NOS, http://nos.nl/artikel/61024-mag-je-een-robot-slaan.html 12 VN (1999), The World at Six Billion. United Nations: New York 13 VN (2004), World Population to 2300, United Nations: New York

33 | SecJure Maart 2011


Artikel

Let’s Sue: My house is haunted Robbert Coenmans

Imagine that you have just bought a house. It’s a nice house, rather old and oozing in atmosphere. You like it. But wouldn’t you just know it; it turns out to be haunted. ‘Not this again,’ you mumble. Your carefully placed furniture keeps getting rearranged each morning by obnoxious poltergeists. ‘Completely screwing up the Feng Shui of your living room. And every time you try to watch So You Think You Can Dance, your TV transmits nothing but images of screaming children. Also, when you take a shower, blood comes out of the nozzle. You are quite fed up with all this nonsense, but you think legal action would have little chance. Well, not in America it doesn’t! I have taken some liberties with the above description. For instance, I do not actually know if blood came out of the shower in the case of Stambovsky v. Ackley.1 In which the New York Supreme Court famously ruled in 1991 that the selling party should have disclosed the following information: the house is haunted. The legal ramifications of this case are also quite interesting, and as such it is an oft cited ruling. Given that the doctrine of Caveat Emptor (buyer beware) is limited in this case. Also, it’s about ghosts. The ruling itself, it should be noted, is a joy to read. Going so far as quoting, among others, Hamlet and, I’m not kidding, the Ghostbusters theme song (“Who you gonna call?”). It is quite evident that the New York Supreme Court realizes the absurdity of the case, but dogmatically enforces earlier rulings, which according to them lead to the above mentioned verdict. Given that common law verdicts are much more prone to literary aspirations than our own, quite boring, continental law rulings, some marvelous irony is displayed and excellent quips are made. The factual nature of all this is actually quite simple. Stambovsky bought a house from Ackley. He wanted to back out, but had already deposited 32.000 dollars in escrow (i.e. a down payment made to a third party). Only to find out later that Ackley had previously claimed the house to be haunted, published such in national and local press, and didn’t mention this while selling the house to Stambovsky. So Stambovsky, having found his unlikely SecJure Maart 2011 | 34

angle to get out of the deal, filed suit. And somehow, mysteriously, won. To understand what the hell happened you need at least a cursory knowledge of American procedural law. What first and foremost is essential to understanding this case is the concept of Estoppel. This term, deriving from the classic French word estoupaill, basically forbids a person or entity from claiming something which is directly contrary to that which they previously claimed. When this is the case, that party is ‘estopped’ from claiming or denying something. What has happened here is as follows. The first inhabitant of the property, miss Ackley, who was a self-professed psychic, published an article in Readers Digest regarding the haunting of her house. This being the residency which Stambovsky would later buy. Now, to add to the hilarity of the case, which truthfully really doesn’t need any help. I can’t but mention the description of the ghosts. It was later established, after the aforementioned court-case by two psychics who had accompanied miss Ackley, that the ghosts where named Sir George and Margret.2 Also, the ghost who we shall now refer to as Sir George, was described by Ackley as a “cheerful, apple-cheeked” fellow, “dressed in Revolutionary period clothing.”3 Which is a description that strangely reminds me of Captain Crunch. What kind of terrible things where Margret and Sir George up to? Did blood really come out of the shower nozzle? The truth is far fouler, it seems. To illustrate: one day, when Helen Ackley was painting the house, Sir George appeared out of thin air; as ghosts are wont to do. ‘’I was on an eight-foot stepladder,” Ackley recounts. “I asked if he approved of what we were doing to the house, if the colors were to his liking. He smiled and he nodded his head.’’4 That’s some serious haunting going on, as you’ll all undoubtedly will agree. This being the terrible nature of the ghosts, it stands to reason that Stambovsky, who, by the way, never actually saw or heard any of the ghosts, didn’t want the house anymore. Now to come back to ‘estoppel’. Given that she has published all of this – of course completely factual – ma-


Pictured: an artist’s rendering of Sir George terial, she had made a claim that strong, that she was not allowed to deny the haunting of her house. Given that Stambovsky cleverly claimed that the house was haunted, and that Ackely was unable to deny this, as she was estopped from doing so. Supreme Court Justice Rubin infamously wrote: “[The] defendant is estopped to deny their existence, and, as a matter of law, the house is haunted.” And that’s the point where it all went to hell. The doctrine of Caveat Emptor- which is very roughly the equivalent of ‘de onderzoeksplicht’ as we know it in The Netherlands - states that it is the buyer’s obligation to ascertain as to whether there are any faults with that which he is about to buy. However, this is limited. The buyer cannot be blamed ‘for failing to discover a state of affairs which the most prudent purchaser would not be expected to even contemplate’.5 And as you’ve undoubtedly guessed, according to the New York Supreme Court, that includes ghosts. Or, to put it in the courts’ own words: “It should be apparent, however, that the most meticulous inspection and (…) search would not reveal the presence of poltergeists at the premises or unearth the property’s ghoulish reputation in the community.”

Why the court ruled in this seemingly bizarre reason is hinted at in the ruling itself as well. If the court did not apply an exemption to Caveat Emptor in this case, it would set precedent for a near unlimited obligation on behalf of the buyer. Imagine, that if the buyer would even be expected to ascertain as to whether paranormal phenomena are present within the residence. That would mean that the buyer is obliged to investigate everything. Which also means that the selling party would not be obliged to disclose any information whatsoever. This goes so far beyond the bounds of equity that it could not be allowed. Hence this ruling. As always, it seems, even the absurd has its reasons.

(Endnotes) 1 Stambovsky v. Ackley, 169 A.D. 2d 254 (NY App. Div. 1991) 2 http://ktransit.com/Kavanagh/Ghost/ghost-update.htm 3 Helen Herdman Ackley (May 1977). “Our Haunted House on the Hudson”. Reader’s Digest: p. 217 4 Phones Ringing (Eerily?) For Nyack Spook Home - New York Times - March 20, 1990 5 Da Silva v. Musso, 53 NY2d 543, 551.

35 | SecJure Maart 2011


Advertorial

Interview met Patrick van de Ven (29) 1.

Introductie

4.

Heb je tips voor toekomstige sollicitanten?

In 2000 ben ik begonnen met mijn doctoraal Nederlands

Volg je hart. Het klinkt als een dooddoener, maar door met

recht. Mijn interesse ging al snel uit naar het privaat- en ven-

mensen te praten, banenmarkten, workshops of in-houseda-

nootschapsrecht en de financieel rechtelijke rechtsgebieden

gen te bezoeken en studentstages bij verschillende bedrijven

en ik ben eind 2004 dan ook in die richting afgestudeerd.

of organisaties te lopen, krijg je een beter beeld van wat wel

Daarnaast ben ik in 2001 begonnen met een bachelor Recht &

en niet bij je past. En als je uiteindelijk van datgene wat je het

Bedrijfsmanagement die ik in 2005 heb afgerond. Tussendoor

leukste vindt je dagelijkse werk kan maken, beleef je er het

heb ik in 2003 ook nog twee maanden in Boston gestudeerd.

meeste plezier aan.

Tenslotte ben ik 2005 met een master Financieel Recht en Financiële Economie in Frankfurt begonnen en die studie heb

5.

Wat zijn de opleidingsmogelijkheden bij

ik in 2007 afgerond.

Clifford Chance?

Onderdeel van mijn master was een stage bij een advocaten-

Onze ambitie is om bij de top van de wereldwijde interna-

kantoor en zo kwam ik bij Clifford Chance Frankfurt terecht.

tionale advocatuur te horen en onze cliënten weten dat. Zij

De sfeer, de mensen en het soort zaken bevielen me zo goed

verwachten dus ook dat de kennis van iedereen die hier werkt

dat ik direct na afronding van mijn master in Amsterdam heb

van hoog niveau is. Om dat te bereiken zijn er talloze oplei-

gesolliciteerd. Ik ben in maart 2007 begonnen en werk hier

dingsmogelijkheden.

inmiddels dus al weer bijna vier jaar.

Om te beginnen volg je in je eerste jaar gewoon de beroepsopleiding en in het tweede en derde jaar van je stage de

2.

Waarom hebt U voor Clifford Chance gekozen?

voortgezette stagiaireopleiding van de Orde. In aanvulling op

Ik had al snel een voorkeur voor bepaalde rechtsgebieden en

de opleiding vanuit de Orde volg je samen met andere advo-

wilde daarnaast graag internationaal georiënteerd werken.

caten van de sectie wekelijks cursussen. Soms worden hierbij

Door studentstages bij verschillende advocatenkantoren te

recente uitspraken doorgenomen, andere keren gaat het juist

lopen had ik al snel in de gaten dat hoe groter de cliënten, hoe

over specifieke juridische problemen die in een transactie

groter, complexer en innovatiever de zaken waaraan wordt

voorkwamen. Ook komen er regelmatig externe sprekers van

gewerkt. Dan blijven er in Nederland maar een handjevol ad-

universiteiten en Clifford Chance kantoren in binnen- en bui-

vocatenkantoren over. Omdat het onderlinge kwaliteitsver-

tenland en zijn er lezingen voor, en soms zelfs door, cliënten.

schil niet noemenswaardig is waren de cultuur en de mensen

Verder kan je vanaf dag één verschillende cursussen volgen

voor mij uiteindelijk de doorslaggevende factor om voor Clif-

via ‘The Academy’. Dit is een intern opleidingsinstituut waar-

ford Chance te kiezen. Tot op de dag van vandaag heb ik er

bij je samen met advocaten van andere Europese Clifford

absoluut geen spijt van!

Chance kantoren op een van onze kantoren niet alleen juridisch inhoudelijke, maar ook commerciële cursussen volgt,

3.

Hoe ziet de sollicitatieprocedure er uit?

bijvoorbeeld over internationaal onderhandelen, het waar-

Onze sollicitatieprocedure bestaat uit twee gesprekkenrondes

deren van ondernemingen of het begeleiden van transacties.

waarbij je spreekt met zowel partners als senior medewer-

Zo ben ik de afgelopen jaren al in Parijs, Madrid, Frankfurt,

kers. In deze gesprekken wordt onder andere gekeken naar

München en Boedapest geweest.

je motivatie voor de advocatuur in het algemeen en Clifford

Daarnaast organiseert kantoor Amsterdam een maal per jaar

Chance in het bijzonder en wordt de fit met kantoor onder-

de ‘Hoogtestage’. Hierbij gaat een groep van ongeveer twintig

zocht. Mocht je deze rondes positief doorlopen, dan wordt je

advocaat-stagiairs van alle afdelingen voor een periode van

uitgenodigd deel te nemen aan het assessment waarin een

drie weken letterlijk op de hei zitten. Gelukkig is het hutje van

aantal capaciteitentesten worden afgenomen en bekeken

alle gemakken voorzien: zwembad, tennisbaan, een groot

wordt of de advocatuur ook past bij jouw persoonlijke drijf-

bos, terrassen en verschillende restaurants maken het leven

veren, ambitie en talenten.


erg aangenaam! Tijdens deze periode behandel je alle rechts-

met een ervaren advocaat of partner en krijgt een mentor en een

gebieden die voor de dagelijkse praktijk van kantoor van belang

buddy die je gedurende je stage begeleiden.

zijn met een of meerdere op dat gebied werkzame partners. Zo krijg je in feite tientallen jaren aan internationale ervaring op

Select Class

hoog niveau op een presenteerblaadje aangereikt.

Tijdens de Select Class krijg je de kans om in vier dagen te ervaren

Tenslotte de belangrijkste opleiding van allemaal: de dagelijkse

wat werken aan de wereldtop inhoudt. Je bezoekt onze kantoren in

praktijk. Je wordt direct bij zo veel mogelijk uiteenlopende za-

Amsterdam en Londen en werkt aan een zeer realistische case, die

ken binnen de sectie betrokken en krijgt al snel veel verant-

de internationale aspecten van ons werk goed weergeeft. De Select

woordelijkheid. Zo deed ik, weliswaar met veel hulp van de

Class vindt plaats van 10 t/m 13 mei 2011. Inschrijving kan nog tot 1

partner die op dat moment in het buitenland was, na amper

april 2011.

zes maanden al grotendeels zelfstandig een obligatie-emissie van een paar honderd miljoen euro.

Best of Both Worlds In samenwerking met Rabobank International organiseren wij ieder

6.

Wat kenmerkt Clifford Chance?

jaar in het najaar onze masterclass ‘Best of Both Worlds’ waarbij je

Als je Clifford Chance zegt, dan denk ik aan een groep gezellige,

kunt ervaren hoe samenwerking binnen verschillende disciplines op

intelligente en hardwerkende jonge mensen die het beste uit

internationaal niveau er in de praktijk aan toe gaat.

zichzelf willen halen en continu zichzelf willen ontwikkelen en

7.

verbreden, niet alleen juridisch maar ook qua ontspanning. Er

European Summer Scheme

doen genoeg verhalen de ronde over de kerstfeesten, de beach

Jaarlijks selecteert Clifford Chance getalenteerde studenten uit heel

party’s, de reis van Corporate naar Marrakech of de skitrip van

Europa om deel te nemen aan ons internationale zomerprogramma:

F&CM in Zwitserland om nog een interview mee te vullen!

de European Summer Scheme. Je draait mee in de internationale

Afsluitend: Waar ben jij over 5 jaar? Er zijn hier zo veel mogelijkheden en ik heb zo veel wensen, ik

praktijk van ons kantoor in Londen en neemt deel aan de vele activiteiten die voor dit internationale gezelschap worden georganiseerd.

heb echt geen idee. Misschien moet je me die vraag over vijf jaar stellen… 8.

Nadere kennismaking met Clifford Chance Wij komen graag in contact met talentvolle studenten die zich willen oriënteren op de carrièremogelijkheden binnen ons kantoor via één van de volgende mogelijkheden: Legal Lunch Lounge Maak elke eerste maandag van de maand kennis met onze advocaten tijdens de Legal Lunch Lounge, een informele lunch bij ons op kantoor. Student-stage We bieden student-stagiairs de mogelijkheid om in acht weken de internationale advocatuur te ervaren in al haar facetten. Je draait volledig mee met de dagelijkse praktijk en werkt samen met advocaten van verschillende secties. Je deelt een kamer

Wil je meer weten over je mogelijkheden binnen ons kantoor of je opgeven voor één van onze evenementen? Neem dan contact op met Recruitment op telefoonnummer 020 - 711 9700 of via recruitment.amsterdam@cliffordchance.com. Wil je ons blijven volgen? Word dan lid van onze Facebook-pagina, volg ons op Twitter of bekijk een van onze filmpjes op Youtube. Informatie over ons kantoor kun je vinden op onze website www.ontdekcliffordchance.nl of kijk op www.wordadvocaatstagiair.nl.


Activiteitenoverzicht

5-4 6-4 Lezingda Open er- Rwancdie – V o Fractie ng – Genract/Livius gaderpi raak Inte Vrijs

4-4 5-4 ond PleitavDiCiT terMagisrel III – bor 25-3 ean EuropmisCom sion w – E-La 24-3 ter Magisla Ga 22-3 k Bezoe aad R Hoge ivius –L

SecJure Maart 2011 | 38

17-3 3 18/20 aining tatietr n e s e r them & ene P Algemen Van Beenn AdvoLed nd Keul DiCiT – caten Weeke


7-4 luchtco VB T E-Lawte lege KNius – Liv Deba 15-4 k Bezoe enis g Gevanoepel De K vius – Li

13-4 BDV – ak a Vrijspr

8-4

6-4 dag Stedenribes – Ju

11-3

16-3

15-3 terMagisrel bor

x Benelu o t t i s i V lof Inte Office operty l Pr lectua aw - E-L

Fractie n e p O ering Vergadspraak – Vrij

39 | SecJure Maart 2011


Wikileaks Enkele maanden geleden had nog niemand gehoord van de inmiddels immens bekende website Wikileaks. De klokkenluiderssite is de laatste tijden bijna meer in het nieuws dan wat dan ook. Zoals zo vaak kunnen hier voor- en tegenstanders worden genoemd. En aangezien het op de paginaâ&#x20AC;&#x2122;s van de Secjure een pro/contra betreft, zullen de beide gentlemen ook hun posities innemen. Het verdelen van de rollen was niet makkelijk, omdat beide heren zich bewust waren van zowel de voordelen als de gevaren van Wikileaks. Desalniettemin hebben ze, om de discussie eens goed te doen oplaaien, elk ĂŠĂŠn kant de van de Assangemedaille bekeken. Lees mee, denk mee en lek mee. Oww nee, dat laatste niet.

SecJure Maart 2011 | 40


Jos Klaus

Laat ik met epische woorden beginnen. Silence must be heard. Naast het feit dat het een totaal onbekend

legale gedrag laat je dan vanzelf eerder achterwege. Je gaat je automatisch beter gedragen. Dus, openheid – zij het in gezonde mate – staat voor mij hoog in het vaandel.

nummer is van het nog altijd met raadselen omhulde wereldwijd muzikaal project ‘Enigma’, zijn deze vier woorden zeer zeker van toepassing op de befaamde website Wikileaks.org en diens drijvende kracht, Julian Assange. Voor velen een held die niet genoeg geprezen kan worden, voor anderen het boegbeeld van misdaad op zijn modernst. Waar sta ik qua mening? Ik twijfel. Maar, aangezien de heer Coenmans en ik pro/contra schrijven en geen twijfel/twijfel, ga ik vol verve de één-en-vijftig procent in mij die pro Wikileaks is naar buiten laten treden op dit papier.

En ja, beste lezer, u leest het goed. Één-en-vijftig procent. Daar gaat het om. Ik neig1 er naar dat Wikileaks geprezen dient te worden. Wat zorgt dan voor mijn twijfel? Wel, de ene fout die Assange heeft gemaakt - gecombineerd met de ook bij mij aanwezige onderbuikgevoelens die de heer Coenmans fraai schetste. Enige weken geleden stond een aflevering van Zembla in het teken van Assange en zijn Wikileaks. Het eerste half uur dacht ik oprecht: “Julian Assange, held! Ware held!” Waarom? Dat moge duidelijk zijn. Ik heb een hekel aan doofpotten. Openheid en eerlijkheid, transparantie en verantwoordelijkheid; daar sta ik voor. Zo houd je een maatschappij voor een groot deel vrij van kwaad, denk ik. Ik acht de kans groot dat er minder wordt gefaald, dat er minder bokken worden geschoten, dat er minder wordt gesjoemeld als er die openheid is. Mensen willen immers niet afgaan. En mensen kunnen wel afgaan in zolderkamertjes en torentjes, ver verstopt van de rest van de mensheid. Maar en plein public te kijk worden gezet als huichelaar, bedrieger of misdadiger is iets wat niemand wil. Het il-

En Wikileaks staat voor die openheid. Niet openheid op zomaar elk gebied. Neen, openheid op stukken van de maatschappij waar geen openheid is gegeven, omdat men wat te verbergen had. Men wil – koste wat kost op bepaalde facetten de wortel, de slechte redenering en foutieve beslissing achterhouden. Dit heeft, denk ik, als resultaat dat het illegale, onrechtmatige gedrag doorgang kan vinden en ook gecontinueerd kan blijven. Er is geen controle door de maatschappij, er is geen impuls om met het foute gedrag te stoppen. Denk aan de taferelen zoals getoond in de ‘Collateral Murder’-video die door Wikileaks is vrijgegeven, waar Amerikaanse soldaten een mensenleven van willekeurige Irakezen niet van belang lijken te achten. Wat de Amerikanen daar flikken; dat kan niet en dat mag niet.2 En wat te denken van de grote misstanden op Guantanamo Bay? Onwettige executies door de Keniaanse politie? Illegale gifdumps in Ivoorkust? Ook dit kan niet en mag niet. Ça c’est simple comme bonjour. Door de openheid van Wikileaks komen zulke misstanden aan het licht. Kwalijk? Tja. Ik denk dat bij de kern begonnen moet worden. Wat is kwalijker? De boodschap naar buiten brengen die keiharde feiten betreft of de daadwerkelijke vreselijke gedraging? Dan weet ik het wel. Het laatste is kwalijker. En willen we dat zulke schandelijke zaken in de doofpot komen? Neen, neen, neen. Driewerf neen. Dat zou pas kwalijk zijn. Zorg nu eens voor die openheid! Verkrijg dan de benodigde sociale controle! Voorkom dan in de toekomst vreselijke misstanden! Maak zo een betere maatschappij! Maar schiet niet door. Want doorschieten met het publiceren van informatie, daar heb ik wel problemen mee. Ik kan me dus ook zeer

41 | SecJure Maart 2011

Opinie

Silence must be heard


goed vinden in datgene wat de heer Coenmans op papier zette. En dan kom ik op de grote fout die Assange maakte: het nodeloos publiceren van informatie, waarvan je je kunt afvragen of het een (legitiem) doel dient. Denk onder meer aan het publiceren van oorlogsgegevens waar concreet namen van soldaten werden genoemd. En dat is gevaarlijk. Dat moet stil blijven. Je moet weten wanneer te zwijgen. Dus, beste lezer, niet alles moet openbaar worden. Niet elke stilte moet gehoord worden. Maar de ernstigste misstanden: kom maar op. Open die luiken! Weg met die stilte! Inderdaad dan geldt: silence must be heard.

Wikigovernment Robbert Coenmans

Soms moet je gewoon keihard liegen. Zo ben ik aantrekkelijk en intelligent. Dat men liegt is iets wat we allemaal accepteren, maar als een overheid eens wat achterwege laat iets te vertellen zijn we boos en ontdaan. Dan komt er zoiets langs als cablegate, en kan iedereen luidkeels roepen dat het revolutionair is, en dingen zeggen zoals ‘ik wist het wel, die rotamerikanen!’

bles doen me denken aan de gemene meisjes van de klas die een lijstje hadden wie al dan niet stom was. Sarkozy is als een keizer zonder kleren. Berlusconi is ijdel en waardeloos. Aheminijad is Hitler. Dat is gênant en niet zo aardig, maar revolutionair is het nergens. Dus oké, misschien is het bijzonder dat de Amerikaanse diplomatieke dienst zich gedraagt als een 15-jarig pubermeisje, maar dat is het zo ongeveer wel. Dan zijn er nog de feitelijke onthullingen. Ontboezemingen zoals dat er atoomwapens in Nederland zijn. Ik wist niet eens dat het een daadwerkelijk geheim was. Toen ik elf was heb ik dit namelijk al in de Kijk gelezen.

Om te beginnen met de naam: cablegate. Kunnen we nu alsjeblieft ophouden met achter ieder gematigd interessante openbaring het woord ‘gate’ te zetten? Dat het Nixon schandaal nu net draaide rond het hotel Watergate is tot daaraan toe, maar dat heeft vervolgens een trend gezet die nu wel lang genoeg heeft geduurd. Zo is er inmiddels een ‘Hot Coffeegate’ geweest, over een verstopte mogelijkheid seks te hebben in een computerspel. En ook al een ‘Ketchupgate.’ Over de vraag of ketchup als groente kon worden geclassificeerd.3

Wikileaks stelt dus, tot zover althans, geen zak voor. Desondanks heb ik er wel een probleem mee en dat heeft te maken met de filosofie achter Wikileaks. Nu heb ik altijd een ´soft spot´ voor mensen die tegen het systeem aan trappen, en mijn eerste reactie was dan ook een van sympathie voor Assange en kornuiten. Alleen toen ging ik er over nadenken. Iets dat altijd gevaarlijk blijkt. Is de verregaande transparantie die Wikileaks beoogt wel wenselijk?

Ten tweede: cablegate was en is idioot. Het heeft allemaal bijzonder hoog middelbare school gehalte. De ca-

Het is in zoverre niet verwonderlijk dat, met een steeds minder transparant wordende overheid, een fenomeen

SecJure Maart 2011 | 42


als Wikileaks ontstaat. Maar is een overheid met totale transparantie überhaupt wel werkbaar? Ik denk van niet. Uiteraard dient transparantie gemaximaliseerd te worden. Alleen dan kan een burger controleren wat er gebeurt met zijn stem en het is een uitstekend wapen tegen corruptie. Maar het idee dat iedere snert informatie openbaar moet zijn is, kort samengevat, waanzinnig. Neem de cables bijvoorbeeld. Interne memoranda aan leidinggevenden van Amerikaanse diplomaten die scherp en to the point zijn. In een efficiënte organisatie zou je ook niet minder verwachten. Bovendien moeten ze eerlijk zijn, wil efficiënt beleid gevormd worden. Dat betekent dus dat je geen blad voor de mond neemt en soms moet zeggen dat Berlusconi ijdel is. Iets dat wel degelijk van belang is in de vraag hoe met de man om te gaan. Het is alleen niet zo leuk als het op straat komt te liggen. Het is in een dergelijk geval perfect verdedigbaar dat deze stukken vertrouwelijk zijn en blijven.

Ik vind persoonlijk dat zorgvuldig om dient te worden gegaan met gemeenschapsgeld en als dit betekent dat ik niet als burger inzicht heb in ieder document dat de overheid maakt, dan kan ik daar prima mee leven. Ik heb er vertrouwen in dat de door ons gekozen volksvertegenwoordigers met de ter handen zijnde informatie zorgvuldig en secuur omgaan. Dat zij prima, mede op basis van vertrouwelijke informatie, afwegingen kunnen maken. Informatie die ik niet per se hoef te hebben, zeker niet als dat betekent dat het de gemeenschap centen zou kosten. En nee, dat zeg ik niet alleen maar omdat ik deze stukken wel kan lezen. (Endnotes) 1 Voor de juristen is dit ‘op zeker spelen’, hebt u het door? 2 Voor de goede orde: of het nu gaat om Amerikanen, Zwitsers, Australiërs, Papua-Nieuw-Guinezen of wie dan ook; een mensenleven is vele malen meer waard dan menig oorlogsstrijder door heeft. 3 Bron: wikipedia.org 4 Dat neemt niet weg dat het wel eens voorkomt.

Of, om een ander voorbeeld te nemen, wat te denken van onderhandelingen tussen een overheid en een derde partij. Als de beleidsdocumenten daarvan op straat komen te liggen zal de onderhandelingspositie van de overheid wankel kunnen worden. Iets dat zich vertaalt in meer kosten voor de overheid en daarmee de belastingbetaler. Naast mijn dagvullende taak als schrijver van deze fantastische pro/contra, ben ik ook actief in de lokale politiek van Tilburg. Maakt u zich geen zorgen, daar ben ik doorgaans een stuk genuanceerder en aanzienlijk minder geneigd tot het maken van slechte grappen.4 Ik heb al enkele vertrouwelijke stukken voorbij zien komen, en deze zijn met recht vertrouwelijk. Het draait er in een dergelijk geval niet om dat het enigszins gênant zou zijn voor de gemeente als deze op straat komen te liggen. Essentieel is juist dat ze de gemeente onnodig geld zouden kosten als een dergelijk stuk openbaar zou worden gemaakt. Dat is dus geld dat in feite wordt opgehoest door de gemeenschap.

43 | SecJure Maart 2011


Artikel

Bijzonder Recht Een juridisch ABC Esra van der Wolk

Eén van de eerste dingen die je leert als je begint aan een rechtenopleiding is dat er meerdere, verschillende rechtsgebieden bestaan die ieder een onderdeel van het recht bestrijken. Zo heeft iedereen wel ooit van de vakgebieden privaatrecht, staatsrecht, bestuursrecht en strafrecht gehoord. Maar heb je bijvoorbeeld ook wel eens van hippisch recht, waterrecht of militair recht gehoord? Voor iedereen die verder wilt kijken dat het ‘normale’ recht en zich wil verdiepen in de mogelijkheden na zijn studie, hieronder een ABC van enkele bekende rechtsgebieden:

A Agrarisch recht: Het agrarisch recht houdt zich bezig met de agrarische onderneming en de ondernemer zelf.1 Het gaat bijvoorbeeld om wetgeving omtrent pacht, mest en productierechten en om de aansprakelijk van producenten voor door hun producten veroorzaakte schade. Een voorbeeld van neergelegde regels van het agrarisch recht is de Pachtwet. Ambtenarenrecht: Het ambtenarenrecht hangt nauw samen met het arbeidsrecht en bestuursrecht. Toch is het een apart rechtsgebied dat vooral regels stelt die betrekking hebben op besluiten. B Bouwrecht: Het bouwrecht omvat alle regels waar je mee te maken hebt bij het bouwen van een woning of een ander gebouw. Het ziet onder meer op aannemingsovereenkomsten, het huurrecht, het contractenrecht, burengeschillen en nog veel meer.2 Burenrecht: Het burenrecht is een onderdeel van het civiel recht en omvat het geheel van bevoegdheden en verplichtingen van eigenaren en huurders van naburige erven.3 Het burenrecht kan men vinden in titel 5.4, 5.5 en 5.6 van het Burgerlijk Wetboek. C Consumentenrecht: Omdat de consument vaak een zwakke partij is bij het sluiten van overeenkomsten (zij kunnen immers vaak niet onderhandelen over de inhoud van de gesloten overeenkomst), zijn er regels opgesteld om de consument te beschermen.4 Deze regels zijn bijvoorbeeld te vinden in boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. D Domeinnaamrecht: Het domeinnaamrecht is een onderdeel van het intellectueel eigendomsrecht. Dit rechtsgebied houdt zich vooral bezig met wat een doSecJure Maart 2011 | 44

meinnaam nu juridisch gezien eigenlijk is, wie er recht heeft op het gebruik van een bepaalde domeinnaam, het registreren en overdragen van domeinnamen, de juridische complicaties en valkuilen in relatie met het merkenrecht en het handelsnamenrecht, en het tegengaan van misbruik van domeinregistraties.5 E Erfrecht: Het erfrecht regelt de overgang van de bezittingen en schulden van erflater op de erven.6 Het erfrecht is geregeld in boek 4 van het Burgerlijk Wetboek. F Fiscaal recht: Fiscaal recht is een andere benaming voor belastingrecht. Het heeft een apart wetboek, simpelweg genaamd ‘Belastingwetten’. Het is onderdeel van het publiekrecht en bevat het geheel aan regels over de heffing en invordering van belastingen.7 G Gezondheidsrecht: Het gezondheidsrecht is een onderdeel van het burgerlijk recht en richt zich vooral op de rechten van de patiënt, de hulpverlener en de kwaliteit van de zorg.8 Het omvat de regels omtrent de aansprakelijkheid van de actoren in de gezondheidszorg. H Hippisch recht: Hippisch recht is een deftige uitdrukking voor wat in de volksmond paardenrecht wordt genoemd en omvat ieder juridisch probleem dat met paarden te maken heeft. Het is een specialistisch rechtsgebied waarvoor geen specifieke regels zijn neergelegd, maar het is een uitwerking van diverse bepalingen uit het ‘gewone’ burgerlijk recht.9 Je kunt denken aan regels met betrekking tot aansprakelijkheid en regels die betrekking hebben op de bouw van een stal. Huurrecht: Het huurrecht is een onderdeel van het burgerlijk recht dat zich bezighoudt met de huurovereenkomst.10 De huurovereenkomst wordt geregeld in titel 7.4 van het Burgerlijk Wetboek. I ICT recht: ICT recht, of gewoonweg internetrecht, is de benaming van alle regels die betrekking hebben op het internet en telecommunicatie. Je kunt hierbij denken aan het opstellen van een ICT contract of het controleren van een website. Insolventierecht: Het insolventierecht regelt de verschillende situaties waarin een persoon of een bedrijf geconfronteerd wordt met schulden waarbij ze moeilijkheden hebben die te betalen.11 Het bevat de regeling in geval van faillissement en gerechtelijk akkoord, de collectieve schuldenregeling, de regels over het leggen van


beslag en de openbare verkoop. Deze regels zijn te vinden in de Faillissementswet. J Jeugdrecht: Het jeugdrecht is eigenlijk een samenstelling van verschillende rechtsgebieden zoals het strafrecht en het civiele recht.12 Jeugdrecht bevat de regels die betrekking hebben op niet-volwassen in het recht, waarbij vaak een onderscheid wordt gemaakt tussen jeugdigen tot 12 jaar en jeugdigen van 12 tot 18 jaar, zoals in het jeugdstrafrecht het geval is. K Kerkelijk recht: Het kerkelijk recht, ook wel bekend als canoniek recht, is het recht dat door de roomskatholieke kerk is vastgelegd en toegepast. Het is gebaseerd op de Bijbel, de apostolische traditie, de geschriften van de kerkvaders en de bevindingen van kerkleraren.13 Het kerkelijk recht wordt tegenwoordig alleen nog maar toegepast voor interne aangelegenheden van de kerk. Dit recht heeft echter wel een grote invloed gehad op de ontwikkeling van het wereldlijk recht. L Letselschaderecht: Het letselschaderecht omvat alle regels omtrent schadeclaims bij letselschade. Het gaat om regels van aansprakelijkheid, schadevergoeding, eigen schuld, etc. M Mededingingsrecht: Mededingingsrecht is het rechtsgebied dat gaat over concurrentie. Het mededingingsrecht verzekert een effectieve concurrentie door bepaalde gedragingen te verbieden of te controleren.14 De regels omtrent het mededingingsrecht zijn neergelegd in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en de Mededingingswet. Merkenrecht: Het merkenrecht is ontstaan om namen, logo’s en andere kenmerken van een bepaald merk te beschermen en omvat dan ook alle regels om deze doeleinden te realiseren. Het merkenrecht is geregeld in het Benelux Verdrag inzake de Intellectuele Eigendom. Milieurecht: Het milieurecht is het geheel van rechtsregels die tot doel hebben het leefmilieu te beschermen.15 Milieubescherming is verankerd in de grondwet en uitgewerkt in diverse specifieke wetten. Militair recht: Militair recht bestudeert de grondslagen van militaire inzet, de bevoegdheden, de rechtsregimes en de interne verhoudingen.16 Militair recht is een ‘hybride’ combinatie van nationaal en internationaal recht dat door (militair) juristen en commandanten wordt toegepast. De rechtsregels betreffende het militair recht vindt men in het Wetboek van Militair Strafrecht. N Notarieel recht: Notarieel recht is een verwijzing naar de rechtsgebieden waarin de notaris actief is.17 Dit zijn hoofdzakelijk het personen- en familierecht, het goederenrecht en het ondernemingsrecht, in samenhang met onder andere de fiscale en internationale aspecten

daarvan. Dat de notaris juist op deze rechtsgebieden actief is hangt nauw samen met de exclusieve bevoegdheid die de wet hem geeft om in bepaalde gevallen een authentieke akte te kunnen verlijden. O Omgevingsrecht: Omgevingsrecht is de verzamelnaam voor alle regels, bepalingen en plannen die voor een bepaald gebied gelden.18 S Sportrecht: Sportrecht omvat alle juridische aangelegenheden die in en rond de sport een rol spelen. Sportrecht overschrijdt daarmee de grenzen van diverse rechtsgebieden.19 T Transportrecht: Transportrecht, ook wel vervoersrecht genaamd, regelt alles omtrent het vervoer en de doorvoer van goederen. Door globalisering van de handel leggen goederen veel kilometers af, worden zij door diverse partijen in ontvangst genomen en weer doorgevoerd. In deze transportketen kan van alles misgaan en wie is er dan aansprakelijk?20 Bij welke bedrijfsprocessen kan optimalisatie en kwaliteitsverbetering plaatsvinden om schades en procedures te voorkomen? Dit zijn vragen die door het transportrecht worden beantwoord. W Waterrecht: Waterrecht is dat deelgebied van het publiekrecht dat de institutionele kanten van de waterhuishouding regelt.21 Er worden inhoudelijke en procedurele regels gesteld aan bijvoorbeeld het waterbeheer, maar ook zijn er sancties, aansprakelijkheidregels en regels die rechtsbescherming dienen te verzekeren vastgesteld.

(Endnotes) 1 http://www.gibogroep.nl/Diensten/Recht/Agrarischrecht/tabid/288/Default.aspx 2 http://www.advocatenkantoorspera.nl/ne/bouwrecht-huurrecht.html 3 http://nl.wikipedia.org/wiki/Burenrecht_in_Nederland 4 http://www.rechtsbehoud.nl/index.php?hfst_id=11 5 http://nl.wikipedia.org/wiki/Domeinnaamrecht 6 http://www.erfwijzer.nl/erfrecht.html 7 http://nl.wikipedia.org/wiki/Fiscaal_recht 8 http://nl.wikipedia.org/wiki/Gezondheidsrecht 9 http://www.paardenadvocaat.nl/pages/hippisch-recht/bronnen-van-het-hippisch-recht.php 10 http://nl.wikipedia.org/wiki/Huurrecht_(Nederland) 11 http://www.faillissementshulp.info/insolventierecht.asp 12 http://achtergronden.district8.net/jeugdrecht 13 http://nl.wikipedia.org/wiki/Canoniek_recht 14 http://nl.wikipedia.org/wiki/Mededingingsrecht 15 http://nl.wikipedia.org/wiki/Milieurecht 16 http://www.theofficialmasterguide.nl/nl/doc.phtml?p=Instituu t&tab=opleidingen&cid=5133&iid=127 17 http://nl.wikipedia.org/wiki/Notarieel_recht 18 http://www.krijgeradvies.nl/ 19 http://nl.wikipedia.org/wiki/Sportrecht 20 http://www.han.nl/opleidingen/opleiding/internationaal-transportrecht/ 21 http://nl.wikipedia.org/wiki/Waterrecht

45 | SecJure Maart 2011


Artikel

Weten waar je recht op hebt Ilona van den Eijnde

‘Gelijk hebben is één ding, gelijk krijgen is een tweede’, een spreekwoord waar menig rechtenstudent meer dan eens mee om de oren wordt geslagen. Uit de vragen die bij een landelijke rechtswinkel worden gesteld, blijkt echter dat het bij menig burger al fout gaat bij stap één: weten waar je recht op hebt. De meest gestelde vragen worden in dit artikel daarom nogmaals kort beantwoord. Help! Ik heb mijn leren jas bij de bewaakte garderobe van café Filips afgegeven, en aan het eind van de avond blijk deze spoorloos verdwenen te zijn. Het was een dure jas en ik vind dat ik recht heb op schadevergoeding, maar café Filips beroept zich op het bordje ‘wij zijn niet aansprakelijk voor schade aan of verlies van uw eigendom’. Het afgeven van een jas komt overeen met het aangaan van een overeenkomst ter bewaarneming (artikel 7:600 BW). Doordat de bewaarnemer (Filips) aan het eind van de avond niet in staat is gebleken als goed bewaarder zorg te dragen voor de jas en deze terug te geven, komt Filips zijn deel van de overeenkomst niet na. Filips is verplicht tot schadevergoeding op grond van artikel 6:74 BW. Zo’n bordje, ook wel een exoneratieclausule genoemd, doet daar in dit geval niets aan af. Deze clausule staat op de zogenaamde ‘grijze lijst’ van de algemene voorwaarden (artikel 6:237 sub f) en wordt vermoed onredelijk bezwarend te zijn. In 1996 heeft de Rotterdamse rechter een uitspraak gedaan over een dergelijke zaak. Het door de horecagelegenheid opgehangen bordje, had hier niet tot gevolg dat de horecagelegenheid daarom niet verplicht tot schadevergoeding was. Het bordje werd onredelijk bezwarend geacht. Voorwaarde is wel dat het gaat om een betaalde garderobe, waar de jas door het personeel van de horecagelegenheid wordt aangenomen en uiteraard dat de jas van enige waarde is geweest. Wordt de jas door de horecabezoeker zelf ergens opgehangen, dan gaat het overduidelijk niet om een bewaakte garderobe en gaat het bovenstaande niet op. Help! Een tijd geleden heb ik een abonnement genomen op de tv-gids Veronikus en nu is het abonnementsgeld voor het tweede jaar al afgeschreven, zonder dat ze me daarover hebben ingelicht. De telefoniste vertelde me dat ik de verlenging SecJure Maart 2011 | 46

twee maanden gelezen al had moeten opzeggen! Kan ik hier nog onderuit komen? Na grote irritatie onder het merendeel van de Nederlandse bevolking zijn de regels omtrent automatische verlenging aangescherpt. Voor aanbieders van mobiele telefoonabonnementen, tijdschrift- en krantenabonnementen en verzekeringsmaatschappijen geldt vanaf september 2009 dat zij nu slechts automatisch mogen verlengen voor een periode van maximaal 3 maanden en dat daarna slechts verlenging is toegestaan na expliciete toestemming van de abonnementshouder. Andere dienstverleners vallen nog niet onder een dergelijke regeling, hoewel enkelen hier al wel hun beleid op hebben aangepast. Indien u uw abonnement vóór 1 september 2009 hebt afgesloten, moet u het abonnementsgeld voor het komende jaar wel betalen. U doet er verstandig aan het abonnement wel zo snel mogelijk (alvast) op te zeggen, zodat u de termijn volgend jaar niet overschrijd. Heeft u uw abonnement na 1 september 2009 afgesloten, dan valt u onder de nieuwe regeling en bent u slechts abonnementsgeld voor 3 maanden verschuldigd. Het overige hoeft u niet te voldoen, verlenging voor een periode langer dan 3 maanden is slechts mogelijk na uw expliciete toestemming. Help! Met mijn werkgever had ik een arbeidscontract voor een jaar afgesloten, wat op 31 februari afloopt. Nu heeft mijn werkgever mij, twee weken van tevoren, medegedeeld dat hij mijn contract niet gaat verlengen. Van een vriend hoorde ik dat mijn werkgever een opzegtermijn van tenminste één maand heeft. Kan dit zomaar? In het arbeidsrecht moet onderscheid worden gemaakt tussen een tijdelijk en een vast arbeidscontract. Een tijdelijk arbeidscontract geldt, zoals de naam al doet vermoeden, voor een tijdelijke periode, die is afgebakend in het arbeidscontract zelf. Een tijdelijk arbeidscontract eindigt daarom ook van rechtswege. Dat houdt min of meer in dat voor de eindiging van dit contract geen actie is vereist, het gebeurt automatisch. Dat is anders in het geval van een vast contract, dat eindigt niet zomaar. Een vast contract kan door de werkgever alleen worden opgezegd op grond van de in de wet opgenomen ‘goede redenen’ én met inachtneming van tenminste één maand


opzegtermijn. Dat opzegtermijn hoeft bij een tijdelijk contract niet gehanteerd te worden; de werkgever mag dus 2 weken van tevoren aangeven dat hij het contract niet zal verlengen. Hij is zelfs dat niet eens verplicht, maar over het algemeen is het uiteraard wel ‘netjes’ dat hij een dergelijke mededeling doet. Rechten zijn er helaas verder niet aan te ontlenen. Help! Mijn huurbaas heeft de woning, waarin ik samen met twee huisgenootjes woon, verkocht. Nu wil hij dat wij binnen twee maanden uit het huis vertrekken! Dat is een beetje afhankelijk van wat er precies in het huurcontract staat. Vaak gaat het bij studentenwoningen om een doorlopend (niet-tijdelijk) huurcontract, waardoor jullie ‘huurbescherming’ genieten. De hoofdregel is dan dat koop geen huur breekt. De nieuwe eigenaar van het pand moet de huurcontracten van de huurders gewoon overnemen, en de huurders mogen in de woning

blijven wonen. Deze mag de huur slechts verbreken indien hij de huurders een vergelijkbare huurruimte aan kan bieden, tegen dezelfde voorwaarden. Het kan echter zijn dat er in het huurcontract is opgenomen dat de huur door de verhuurder wel te allen tijde kan worden opgezegd, met inachtneming van een redelijke opzegtermijn. Houd daar altijd rekening mee bij het tekenen van een huurcontract.

Help! Maarliefst vier jaar geleden heb ik een Hugo Joss polo via internet besteld. De polo heb ik gekregen, maar de factuur heb ik nooit betaald. Nu krijg ik van het postorderbedrijf een brief, waarin zij mij vragen het bedrag alsnog te betalen. Ik vind dat ze hier veel te laat mee zijn. Door de overeenkomst die jij met het postorderbedrijf bent aangegaan, ontstaan twee vorderingen. Jij hebt een vordering op het bedrijf t.a.v. een Hugo Joss polo, terwijl het bedrijf een vordering op jou heeft t.a.v. het te betalen bedrag. Indien jij besluit het bedrijf niet te betalen, blijft de vordering van het bedrijf op jou bestaan. Voor altijd? Nee, niet voor altijd. Voor vordering die geen verband houden met onroerend goed, geldt dat deze binnen vijf jaar verjaren. Dat houdt in dat de vordering na vijf jaar niet meer door het bedrijf kan worden opgeëist. Die termijn kan worden verlengd door een herinnering van het bedrijf. Op het moment dat het bedrijf erin slaagt jou een herinnering te sturen voor het nog te betalen bedrag, gaat vanaf het moment van die herinnering de termijn van vijf jaar opnieuw lopen. Help! Naast mijn studieschuld heb ik een persoonlijke lening bij de Rabbitbank. Nu wil ik een half jaar in het buitenland gaan studeren, maar de Rabbitbank wil dat ik dan eerst mijn schuld bij hun aflos. Daar heb ik helemaal geen geld voor! Schulden bij financiële instellingen moeten vaak worden afgelost voordat iemand emigreert naar het buitenland. In jouw geval is er in mijn ogen geen sprake van emigratie, en hoef je deze lening dus niet af te lossen voordat je naar het buitenland vertrekt. Overleg de Rabbitbank gegevens waaruit blijkt dat jij voor je studie, en tijdelijk, naar het buitenland vertrekt. Doet de bank nog steeds moeilijk, dan kun je wellicht je ouders vragen voor hoofdelijke aansprakelijkheid te tekenen. Dat betekent dat, mocht blijken dat je wel permanent in het buitenland gaat verblijven, je ouders aansprakelijk zullen worden gesteld voor jouw schuld. Maar, in het geval van een tijdelijke verlating van het land met als doel je studie, zou je in beginsel geen zekerheid hoeven stellen voor je schulden.

47 | SecJure Maart 2011


ww

Fantastisch flirten (maar dan zakelijk)

16 september 2010, Tilburg Op deze donderdagavond hebben 20 studenten deelgenomen aan de workshop ‘Fantastisch flirten (maar dan zakelijk)’, die aangeboden werd door de Young Talent Group. In deze workshop stond het zakelijk flirten centraal en werden de studenten, door Gustaaf Vocking van Power2Improve, de tips en tricks bijgebracht omtrent het solliciteren.

Van (eerste) indrukwekkend tot symphatiekmakers In een workshop waar de interactie tussen de studenten en de heer Vocking centraal stond, bleek het al snel niet de heer Vocking maar Gustaaf te zijn en was stilzitten geen optie. In groepen van twee of groepsgewijs werd gedurende de hele workshop de theorie in de praktijk gebracht. Zo diende iedere student zich in een minuut voor te stellen, alvorens de anderen van de groep dit moesten evalueren en een eerste indruk dienden te schetsen.

Op basis van het Power2Improve communicatie­model (zie hiernaast) zijn daarna de tips & tricks van een sollicitatiegesprek besproken. Hierbij is van belang waar het gesprek over gaat (inhoud), hoe de communicatie verloopt (proces), hoe het zit tussen de communicatoren (relatie), hoe de ander zich voelt (gevoel) en als laatste wat nu het gevoel bepaald van deze communicator (persoonlijk programma). Al deze onderdelen vormen een goede mix van ingrediënten voor een sollicitatiegesprek. Aan de hand van een aantal voorbeelden werd duidelijk dat geen enkel aspect mag ontbreken en bij een juiste combinatie het bijna niet meer fout kan gaan, dat je aangenomen wordt. Gedurende de workshop bleek ook dat de ervaring die Gustaaf gedurende de jaren heeft opgedaan samen met een gezonde dosis talent de basis vormen voor de interactieve workshop, waar eenieder die deelneemt zich geroepen voelt om actief mee te doen en dat ook een essentieel deel van de workshop behelst.

Oogbeweging en hersenactiviteit Een van de hoogtepunten van de workshop was voor bijna iedere student het analyseren van oogbewegingen. Hieruit kan worden afgelezen met welke hersenactiviteit een persoon bezig is. Zo kijkt een persoon die liegt naar rechtsboven, men maakt dan een visuele constructie. Daarentegen kijkt men naar linksboven als er een visuele herinnering naar boven gehaald moet worden. Drie weken lang hebben zo goed als zeker alle deelnemers hun vrienden of gesprekspartners diep in de ogen aangekeken of er werd gelogen, dan wel de waarheid verteld. Al met al een zeer leerzame en vermakelijke avond waarna geen enkele deelnemer ooit nog afgewezen of voorgelogen kan worden, met dank aan Gustaaf! SecJure Maart 2011 | 48


Rianne Letschert Adjunct directeur Intervict Veel studenten vragen zich misschien af wat ‘victimologie’ is. Sommige studenten weten dat de Faculteit een onderzoeksinstituut heeft op dit terrein, maar verder staat het 5 jaar geleden opgerichte instituut ver van hen af. Daar gaat de komende jaren verandering in komen en wel doordat INTERVICT een meer prominente rol in het onderwijs gaat innemen. Daarover later meer. Eerst maar eens uitleggen wat een victimoloog nu eigenlijk doet... Victimologie is de wetenschappelijke studie van slachtoffers en slachtofferschap. Slachtofferschap is een breed begrip. Mensen worden slachtoffer van een veelheid aan fenomenen, van ziekte en ongelukken tot armoede en natuurrampen. In de ruimste definities van victimologie worden ook deze vormen van slachtofferschap meegenomen. Standaard wordt victimologie echter begrepen als de studie van slachtofferschap door criminaliteit. Victimologen onderzoeken waar, wanneer en hoeveel slachtoffers er vallen in de maatschappij door deze verschijnselen. Ze trachten te achterhalen wat de achterliggende oorzaken zijn en waarom juist deze personen het slachtoffer werden. Ook de rechten van slachtoffers, de psychologische gevolgen van slachtofferschap, de hulp aan slachtoffers en de maatschappelijke reacties op slachtoffers zijn onderwerp van studie. In internationaal verband valt te denken aan de gevolgen van oorlogsmisdrijven, burgeroorlogen, terrorisme en mensenhandel. Victimologie is qua onderwerp een spiegelbeeld van de criminologie en het relatief jonge vakgebied komt ook uit deze academische discipline voort. Veel victimologische vraagstukken kennen een natuurlijke criminologische component. De vraag naar het risico op slachtofferschap is weliswaar niet precies dezelfde als die naar het risico op criminaliteit, maar kan zonder kennis over dit laatste fenomeen niet goed beantwoord worden. In beide disciplines is daarnaast een nadrukkelijke link naar het strafrecht waarneembaar. Strafrechtswetenschappen en criminologie zijn daarom belangrijke pijlers van de victimologie. De victimologie wordt echter ook in toenemende mate beïnvloed door ontwikkelingen in de psychologie. Het onderzoek naar de gevolgen van traumatische gebeurtenissen in de klinische psychologie leverde een ‘slachtoffer-eigen’ ziektebeeld op, de posttraumatische stress

stoornis. De sociale psychologie levert op haar beurt inzichten in uiteenlopende onderwerpen als de oorzaken van interpersoonlijke agressie, de reacties van omstanders op slachtofferervaringen en de omgang met emoties na het ervaren van onrecht. De victimologie kent daarmee een hoge mate van interdisciplinariteit, wat nog versterkt wordt door het gegeven dat ook de (gedrags)economie en de politieke wetenschappen relevante inzichten opleveren om slachtofferschap nader te kunnen analyseren. Het grootste gedeelte van het victimologisch onderzoek en het beleid ten aanzien van slachtoffers van criminaliteit kent het nationale niveau als decor. De ontwikkeling van beleid en recht op het terrein van slachtoffers kent echter ook een internationale component, die steeds meer aan gewicht wint. De Europese Unie kent inmiddels specifieke slachtofferrichtlijnen en het Internationaal Strafhof in Den Haag besteedt specifiek aandacht aan slachtoffers van grove mensenrechtenschendingen. Binnen INTERVICT vindt onderzoek plaats op veel verschillende thema’s, zowel kortlopende onderzoeken als promotietrajecten. Zo lopen er momenteel evaluatieonderzoeken van de Wet huisverbod, zowel nationaal als in Europees verband. Ook onderzoeken we hoe slachtoffers van internationale misdaden het meest effectief kunnen worden bijgestaan (in juridisch en psychologisch opzicht). Op nationaal vlak onderzoeken we de werking van het spreekrecht van slachtoffers in het strafprocesrecht. En binnenkort gaat een onderzoek starten naar de aangiftebereidheid van slachtoffers van mensenhandel. Vaak werken student-assistenten als onderzoeksassistenten mee; zij houden voor ons interviews met slachtoffers, bereiden literatuuronderzoek voor en schrijven mee aan de rapportages voor de verschillende opdrachtgevers die we hebben. Lijkt het je wat om mee te werken aan dit soort onderzoek (waarvoor we ook juristen nodig hebben!), loop dan gerust eens binnen op de 7e verdieping van het M-gebouw. En wil je meer kennis op deze terreinen krijgen, dan kun je vanaf komend voorjaar al de Topclass voor de Bachelor studenten over victimologie volgen. En vanaf 2012 starten we met onze eigen Engelstalige master ‘Victimology en Criminal Justice’. We hopen daar veel van jullie te zien! 49 | SecJure Maart 2011

FRW

het instituut voor victimologie


Artikel

De aansprakelijkheid van eBay

(deel II)

Is eBay aansprakelijk in de Verenigde Staten van Amerika voor het feit dat derden op de eBay-website nep-merkproducten aanbieden? Jos Klaus

1

INLEIDING

In de vorige uitgave van Secjure schreef ik over hetzelfde onderwerp. Echter, daar stond de positie van eBay in Nederland centraal. Thans ga ik in op dezelfde rechtsvraag, maar focus mij daarbij op de situatie in de Verenigde Staten van Amerika. Daar waar in Nederland eBay tot op de dag van vandaag niet is aangeklaagd, hebben de VS al te maken gehad met eBay in het beklaagdenbankje voor het feit dat op diens website inbreukmakende merkartikelen worden aangeboden door derden.

2

TIFFANY VS. EBAY

2.1 Inleiding Slechts eenmaal is eBay in de VS aangeklaagd voor het feit dat derden namaakmerkartikelen aanbood op de website. Het was echter wel meteen een zaak die veel media-aandacht verkreeg. Tiffany, bekend van onder meer fraai zilverwerk en sieraden, sleepte eBay in 2004 voor de Amerikaanse rechter. De producent van luxegoederen deed dit voornamelijk op basis van directe merkinbreuk en indirecte merkinbreuk; deze worden in dit artikel onder de loep genomen. Op de – minder relevante – claims betreffende verwatering van handelsmerken en misleidende reclame zal ik niet ingaan. Tiffany heeft zelf geselecteerde locaties waar nieuwe sieraden e.d. worden verkocht; dit betreft verkooplocaties aan prestigieuze winkelstraten wereldwijd, maar ook worden producten verkocht via de Tiffany website en de catalogus. Veelvuldig worden inbreukmakende Tiffany-goederen op de eBay website aangeboden. eBay coöpereerde met Tiffany door onder meer speciale Tiffany zoekregels in de Fraud Engine op te nemen, alsmede door handmatig de website te doorzoeken op inbreukmakende Tiffany sieraden. Verder waarschuwde het bekende veilinghuis ook bezoekers van de website, als zij op het punt stonden een (al dan niet namaak) artikel van Tiffany te kopen, dat het product mogelijkerwijs nep was. Middels het Verified Right Owners (‘VERO’) programma, waar Tiffany deel van uitmaakte, werden na melding van Tiffany zo snel mogelijk de advertenties met nep-artikelen van de website gehaald. Ondanks de initieel op het oog goede samenwerking tussen eBay en SecJure Maart 2011 | 50

Tiffany kwam uiteindelijk de website toch voor het gerecht.

2.2 Directe merkinbreuk Op basis van art. 32 Lanham Act beschuldigde Tiffany eBay van directe merkinbreuk. Zo’n inbreuk dient te worden vastgesteld middels de zogeheten two prong test; (a) komt het merk in aanmerking voor bescherming? en (b) is het aannemelijk dat bij consumenten verwarring ontstaat tussen het originele merk en het inbreukmakende merk? De merken van Tiffany komen voor bescherming in aanmerking; aan de eerste eis van de two prong test is zodoende voldaan. Door toepassing van de zogeheten nominative fair use doctrine, wordt echter aan de tweede eis niet voldaan. eBay gebruikte namelijk onder meer het handelsmerk enkel om de waren te omschrijven, waarbij geenszins de indruk werd gewekt dat er een band was tussen de inbreukmakende merken en eBay zelf. Dit laatste aspect werd nog onderstreept door het feit, dat eBay op diens website telkenmale aangaf dat Tiffany-juwelen e.d. enkel via de officiële Tiffany-verkoopkanalen werden verkocht. Een directe merkinbreuk door eBay werd dan ook niet aangenomen door de Amerikaanse rechter.

2.3 Indirecte merkinbreuk Indirecte merkinbreuk was de tweede grondslag waar Tiffany de online veilingsite voor aanklaagde. De vraag was of eBay verwijtbaar een faciliterende rol speelde in het gedrag van de inbreukmakende derde partij. Bij de beantwoording van deze vraag stond de Inwood-zaak centraal, waar de Inwood test in naar voren kwam. Bij het vaststellen van de aansprakelijkheid van eBay moet er sprake zijn van een fabrikant of distributeur die opzettelijk iemand aanzet tot merkinbreuk of doorgaat met het verstrekken van zijn product aan degene waarvan hij weet of behoort te weten dat deze zich bezighoudt met merkinbreuk. In beginsel heeft het er alle schijn van dat de Inwood test niet toepasbaar is op eBay; de veilingsite is immers geen fabrikant of distributeur. Echter, in de Hard Rock Café-zaak kwam naar voren, dat de rechtsregels uit Inwood ook van toepassing waren op aanbieders van diensten. De zaak Hard Rock Café zorgde ervoor dat de eigenaar van een vlooienmarkt aansprakelijk kon wor-


den gehouden voor het feit dat op zijn markt ongeautoriseerde t-shirts van het befaamde Hard Rock Café werden verkocht. De Amerikaanse rechter in de hoedanigheid van zowel het District Court alsmede het Court of Appeals ziet eBay als een aanbieder van diensten, maar geeft hiervoor helaas geen enkele motivering. Een tweede zaak die dient te worden gehanteerd om de Inwood test toe te kunnen passen, is de Lockheed Martin/Network Solutions-zaak uit 1999. De kern van die zaak is of een aanbieder van diensten voldoende invloed uitoefent op de inbreukmakende inhoud. Ook al heeft eBay gelimiteerde invloed op datgene wat op de website wordt aangeboden, het wordt toch genoeg geacht om het criterium van ‘voldoende invloed’ in te vullen. eBay kan immers een zekere vorm van invloed uitoefenen door ex post actie te ondernemen door advertenties te verwijderen et cetera. Al met al kan, door toepassing van de zaken Hard Rock Café en Lockheed Martin/Network Solutions, de Inwood test daadwerkelijk plaats vinden. Niet ter discussie staat dat eBay opzettelijk indirect inbreuk maakte op de merken van Tiffany. Tiffany echter wel van mening dat eBay diens diensten – bestaande uit het ter beschikking stellen van digitale verkoopruimte voor namaak Tiffany-producten – bleef voortzetten, terwijl de website wist dat goederen werden verkocht die inbreuk maakten op de merken van Tiffany. Zowel het District Court als het Court of Appeals ging niet mee in deze redenering. Vanaf het moment dat eBay kennis nam van de inbreukmakende merkartikelen – onder meer door eigen naspeuringen, maar ook middels door Tiffany verzonden kennisgevingen (NOCI’s) –, droeg het veilinghuis er zorg voor, dat de artikelen in kwestie zo snel mogelijk werden verwijderd. Zodoende werd niet in concreto doorgegaan met het verlenen van diensten vanaf het moment dat het besef van het aanwezig zijn van inbreukmakende artikelen er was. Verder zorgde eBay dat eventuele lopende transacties werden geannuleerd en dat advertentie- en transactieopbrengsten aan de zijde van eBay niet werden geïnd. Beide gerechtelijke instanties oordeelden ook, dat algemene kennis van inbreukmakende artikelen niet voldoende was om te voldoen aan de Inwood test. Er dient sprake te zijn van concrete kennis van een specifiek geval, zo bleek uit een van de rechtsregels uit de Sony/Universal-zaak die – ondanks dat het daar een auteursrechtelijk geschil betrof – analoog kan worden toegepast op dit onderdeel. Zowel het District Court als het Court of Appeals, concluderen dat niet is voldaan aan de Inwood test. Daarmee lijkt op het eerste gezicht dus de kous af. Maar, samenhangend met de Inwood test moet ook het leerstuk van de willful blindness bekeken worden. Dit is ook één van de punten waar Tiffany eBay op aanspreekt. Tiffany vreest namelijk, dat er vanuit eBay geenszins een prikkel is om te onderzoeken of er op de website inbreuk-

makende artikelen worden verkocht. Het feit dat eBay geld verdient met elke afgeronde transactie zou kunnen inhouden dat – aldus Tiffany – eBay absoluut niet bereid is om de advertenties met inbreukmakende goederen te verwijderen; elke verwijderde advertentie levert dan niets op op financieel gebied. Het Court of Appeals gaat echter niet mee in die redenering en stelt dat eBay zelf geen baat heeft bij het feit dat illegale producten op de website verhandeld worden. Verder acht het gerecht eBay niet schuldig aan willful blindness, aangezien er direct actie werd ondernomen na het ontvangen van een NOCI en de website ook doorzocht werd op de namaakartikelen. Die aspecten in ogenschouw nemend, zorgden uiteindelijk dat eBay op het gebied van willful blindness vrijuit ging. Alle claims van Tiffany op het gebied van de indirecte merkinbreuk faalden zodoende.

3

CONCLUSIE

eBay heeft in de Verenigde Staten van Amerika in een zaak die veel media-aandacht kreeg een overwinning geboekt. Tegenpartij Tiffany faalde aan te tonen dat eBay aansprakelijk was voor het feit dat derden inbreukmakende artikelen te koop aanboden in advertenties op de eBay site. De claim met betrekking tot directe merkinbreuk faalde, aangezien het gebruik van Tiffany’s merken door eBay vielen onder de nominative fair use doctrine. Indirecte merkinbreuk werd ook niet aangetoond; aan de toe te passen Inwood test werd niet voldaan. Tevens was er aan de zijde van eBay geen willful blindness. Net zoals in Nederland, is eBay er goed vanaf gekomen. In de volgende editie van Secjure zal het derde en laatste deel van dit leerstuk aan de orde komen. Daar wordt ingegaan op de positie van eBay in Duitsland en Frankrijk. Lijst van gebruikte bronnen eBay Inc. Annual Report 2009 features.blogs.fortune.cnn.com/2008/07/14/ebay-triumphs-in-tiffany-counterfeiting-case/ Lanham Act; downloadable at www.bitlaw.com/source/15usc United States Court of Appeals, 1 June 1982 (Inwood Laboratories Inc./Ives Laboratories e.a.). United States Court of Appeals Ninth Circuit, 17 January 1983 (Sony Corporation of America/Universal City Studios Inc. e.a.). United States Court of Appeals Seventh Circuit, 4 February 1992 (Hard Rock Café Licensing Corporation/Concession Services Inc.). United States Court of Appeals, 24 July 1992 (New Kids on the Block/News America Publishing). United States Court of Appeals Ninth Circuit, 25 October 1999 (Lockheed Martin Corp./Network Solutions Inc.). United States Court of Appeals, Second Circuit, 11 July 2003 (Virgin Enterprises/Tahir Nawab e.a.) United States Court of Appeals, Second Circuit, 10 December 2004 (Savin Corp./The Savin Group). United States Court of Appeals, Second Circuit, 28 March 2007 (ITC Ltd./Punchgini Inc.). United States District Court Southern District of New York, 14 July 2008, Number 04 Civ. 4607 (RJS), Tiffany (NJ) Inc. and Tiffany and Company/eBay Inc.. United States Court of Appeals, Second Circuit, 1 April 2010 (Tiffany (NJ) Inc. and Tiffany & Company/eBay Inc.).

51 | SecJure Maart 2011


Advertorial

Interview met mr. F.C. van der Jagt SecJure interviewt advocate Friederike van der Jagt, werkzaam bij Van Doorne N.V. te Amsterdam. Friederike studeerde in Tilburg en behaalde haar doctoraal Nederlands Recht in 2006. Vervolgens rondde zij in 2007 haar master International and European Public Law af. Sindsdien is zij werkzaam bij Van Doorne. Wij vroegen haar hoe het werk als advocaat bij Van Doorne haar bevalt en hoe zij haar studententijd in Tilburg heeft ervaren. Over Van Doorne Van Doorne is een Nederlands advocatenkantoor met vestigingen in Amsterdam, Bonaire, Aruba, Curaçao en binnenkort een filiaal op St. Maarten. Van Doorne is een full service kantoor. Naast een grote en hoogwaardige transactiepraktijk heeft het kantoor een toonaangevende procespraktijk en notariaat. Tevens treedt Van Doorne op als rijksadvocaat voor het Ministerie van Financiën en de Belastingdienst. De advocaten werken samen in gespecialiseerde praktijkgroepen. Ook zijn er zogenaamde teams waarin advocaten, notarissen en juristen samenwerken voor cliënten uit specifieke sectoren, zoals food & beverage. gezondheidszorg en sport. Studietijd Waarom heeft u voor de rechtenopleiding in Tilburg gekozen? Destijds heb ik voor Tilburg gekozen omdat de universiteit een gezellige campus heeft en de rechtenstudie in Tilburg goed staat aangeschreven. Bovendien beviel de Brabantse gezelligheid me goed; redenen genoeg dus! Hoe heeft u uw studententijd ervaren? Erg leuk! Heel druk! Veel gedaan! Ik was actief bij Plato en Magister JFT. Ik vond het leuk om veel naast mijn studie te doen. Van de werkzaamheden in een com-

missie of bestuur leer je veel. Ook nu heb ik nog veel contact met mensen die ik in mijn studententijd heb leren kennen. Via JUVAT, de alumnivereniging voor rechtenstudenten, worden regelmatig activiteiten georganiseerd. Je kunt je aansluiten bij je ‘lokale’ kring. Ik ben nu actief bij de Kring Amsterdam. Erg leuk om in de Randstad de Tilburgse gezelligheid weer terug te vinden! Van studentenleven naar bedrijfsleven Hoe heeft u zich op uw loopbaan georiënteerd? Zelf heb ik geprobeerd om aan zo veel mogelijk bedrijfsactiviteiten mee te doen. Via masterclasses en banenmarkten kan je al een redelijk beeld krijgen van welke advocatenkantoren er zijn en wat voor soort mensen daar werken. Ik heb zelf ook meerdere malen deelgenomen aan de Juridische Bedrijvendagen van Magister JFT. Ook was ik student recruiter bij Ebbinge, waardoor ik bij veel bedrijven een kijkje heb kunnen nemen. Waarom heeft u ervoor gekozen om bij Van Doorne te solliciteren? Ik ben begonnen met een vakantiebaantje bij Van Doorne en later doorgestroomd als juridisch medewerkster. Nadat ik liet blijken dat ik geïnteresseerd was in een stage bij Van Doorne, is er intern meteen naar een stageplek voor me gezocht. De stage is me uitste-


kend bevallen en ook tijdens het schrijven van mijn scriptie kon ik nog bij oud-collega’s terecht; reden te meer om te solliciteren bij Van Doorne. Voor meer informatie over de sollicitatieprocedure kan je trouwens kijken op www.werkenbijvandoorne.nl.

Momenteel verblijf ik op Curaçao, waar ik me met hele andere zaken bezig houd. Nu ben ik bezig met de aansprakelijkheidsstelling van een bedrijf voor milieuschade. Iets heel anders, maar erg leuk om te doen. Vooral de afwisseling in de werkzaamheden bevalt me goed.

Waarmee onderscheidt Van Doorne zich volgens u? Studentstage Van Doorne is een no-nonsense kantoor. Zaken worden praktisch afgehandeld. Dat betekent niet dat wij niet wetenschappelijk bezig zijn. Van Doorne biedt je de ruimte om regelmatig te publiceren. Zo heb ik inmiddels meerdere artikelen geschreven en meegewerkt aan een boek; erg leuk en leerzaam. Een ander onderscheid is het feit dat wij vestigingen hebben in de voormalige Nederlandse Antillen. Het is mogelijk om daar studentstage te lopen, maar ook als je al aan het werk bent kan je voor een periode naar een van onze kantoren daar worden uitgezonden. Zelf ben ik begin van dit jaar vier maanden werkzaam geweest bij VanEps Kunneman Van Doorne te Curaçao en momenteel ben ik voor een zaak weer een tijdje op het eiland. Waar je in Amsterdam snel specialistisch bezig bent, is het in Curaçao mogelijk je bezig te houden met de algemene rechtspraktijk. The best of both worlds! Hoe is de werksfeer binnen Van Doorne? Informeel. Ondanks dat we een groot kantoor zijn, is het niet massaal. Ik voel me ook geen nummer op kantoor, omdat ik werkzaam ben binnen een sectie. Het is fijn om te werken op een afdeling met collega’s die ervaring hebben op verschillende aspecten van je vakgebied; erg leerzaam! Doordat het een groot kantoor is, kan je bij vragen die buiten je rechtsgebied liggen, makkelijk even een collega bellen. Naast het werk organiseert Van Doorne ook veel sociale activiteiten. Zo is er elk jaar een weekend voor alle advocaten en bestaat de mogelijkheid om te voetballen of hockeyen tegen andere advocatenkantoren. Dan zijn er nog de ski-reis, het zomerfeest, het kerstfeest en de borrels in onze eigen bruine kroeg‘t Pleithuys. Genoeg te doen dus! Waar bestaan uw werkzaamheden zoal uit? Ik ben begonnen op de praktijkgroep Informatietechnologie. Daar hield ik me met name bezig met het opstellen van contracten en het adviseren van bedrijven over de privacyregelgeving. Na anderhalf jaar op deze praktijkgroep ben ik gewisseld naar de praktijkgroep Europees en Mededingingsrecht. Bij ons is een wissel verplicht, zodat je op meerdere gebieden ervaring op doet. Bij Europees en Mededingingsrecht houden we ons vooral bezig met het begeleiden van fusietrajecten, het adviseren over mededingingsrechtelijke aspecten en het bijstaan van bedrijven als zij te maken krijgen met een inval van de Nederlandse Mededingingsautoriteit, omdat zij bijvoorbeeld prijsafspraken hebben gemaakt.

Mocht je Van Doorne beter willen leren kennen en willen weten wat het werk van een advocaat in de praktijk inhoudt, dan bestaat er de mogelijkheid om een studentstage te lopen. Een studentstage kun je beschouwen als een aanvulling op je studie, maar ook als een eerste stap bij het maken van een keuze voor je loopbaan na je studie. Als je geïnteresseerd bent in de advocatuur, fiscaal recht of het notariaat, dan kun je als rechtenstudent bij Van Doorne solliciteren naar een studentstage. Wij bieden studenten de gelegenheid om een stage van twee maanden te lopen in Amsterdam of Curaçao. Ons streven daarbij is om je zo volledig mogelijk kennis te laten maken met alle facetten van de advocatuur. Als studentstagiaire kun je worden ingezet bij het voorbereiden van procedures, het maken van processtukken en bij het voorbereiden van besprekingen en rechtszittingen. Je woont dergelijke besprekingen en zittingen zoveel mogelijk bij en je ‘loopt mee’ in getuigenverhoren en kort gedingen. Daarnaast neem je deel aan sectiebesprekingen, werkoverleg, jurisprudentielunches, opleidingsactiviteiten en andere aangelegenheden. Je bent natuurlijk ook welkom bij de sociale activiteiten die het kantoor organiseert. Tijdens je stage bereid je een korte presentatie voor, die je aan het einde van je stageperiode presenteert. Je behandelt een onderwerp dat in de loop van je stage gezamenlijk is vastgesteld. Na afloop van de presentatie zullen de advocaten, fiscalisten en of notarissen met jou van gedachten wisselen over de inhoud. Dat het moeilijk is om je een beeld te vormen van de dagelijkse gang van zaken binnen een groot Nederlands kantoor begrijpen wij goed. Vandaar dat Van Doorne je graag de mogelijkheid biedt om eens op een informele manier kennis te maken met ons kantoor. Een keer per maand kun je informeel kennismaken met Van Doorne door middel van een lunch met een van onze kantoorgenoten. Zo kun je al je vragen stellen en proef je tevens de sfeer op ons kantoor. Indien je geïnteresseerd bent, ga dan naar www.werkenbijvandoorne.nl en geef je op voor deze kennismakingslunch. Voor meer informatie kun je contact opnemen met onze recruiter Inge Pieters via 020-6789 338 of pieters@vandoorne.com. Kijk ook eens op onze websites: http://www.werkenbijvandoorne.nl/starters en www.ekvandoorne.com (voor onze Caribische kantoren).


Reportage

Dit was het recht Thomas Dilien 16 december 2010: Staking bij TNT post Sure we can! Deze leus zal vermoedelijk ook door de hoofden van de vakbondsleden van Abvakabo, FNV en BVPP hebben gegonsd bij het oproepen tot staking. De onderhandelingen omtrent het terugbrengen van gedwongen ontslagen waren eerder stuk gelopen met TNT Post. Na lang en rijp beraad, besloten zij om op 16 november 2010 het werk voor één dag stil te leggen. Deze actie kreeg daarna nog een vervolg op 25 en 26 november en een nog langer vervolg op 8,9 en 10 december 2010. Na deze stakingen bereikten de vakbonden en TNT post alsnog een principe akkoord.1 Inzet van bovengenoemde stakingen en onderhandelingen was het verminderen van het aantal gedwongen ontslagen bij TNT Post. De liberalisering van de postmarkt en de vermindering van de post hebben de concurrentiepositie van TNT Post in een zodanige mate veranderd dat de functie van postbode in de toekomst zal verdwijnen. Hierdoor zullen 11.000 banen vervallen. Een groot deel van deze banen zal middels natuurlijk verloop en vrijwillige mobiliteit verdwijnen, waardoor er naar verwachting 4.500 gedwongen ontslagen aan de orde zouden zijn. De vakbonden waren het hier niet mee eens. TNT Post stelde echter dat zij deze gedwongen ontslagen niet kon verminderen. De hoeveelheid post is in de afgelopen jaren sterk gedaald ten faveure van elektronische communicatiemiddelen. Bovendien heeft TNT Post last om de concurrentie het hoofd te bieden. Hoewel de postmarkt is geliberaliseerd, gelden voor TNT Post andere regels dan voor concurrerende postbedrijven. Zo moet

TNT Post conform art. 16 lid 5 Postwet 20092 als universele postdienst zes dagen in de week de post bestellen, terwijl andere postbedrijven deze plicht niet hebben. Daarnaast is er geen bedrijfstak-CAO voor de post, waardoor de arbeidskosten ook niet omlaag kunnen. Zij heeft daarom de politiek gevraagd om snel met een oplossing te komen. Ruud Vreeman zal onderzoek doen en de problemen op de postmarkt in kaart brengen.3 Op 16 december 2010 wisten de vakbonden en TNT Post tot een principe akkoord te komen. Het aantal gedwongen ontslagen zal in de toekomst worden gereduceerd met 1.700 banen. Deze werknemers zullen in andere divisies van TNT Post worden ingezet, zoals de Auto-Unit en Pakketservice. 23 december 2010: Advocatuur De Nederlandse Orde van Advocaten heeft een aantal maatregelen gepresenteerd om het toezicht op de advocatuur te versterken. Aanleiding hiervoor zijn de plannen van het ministerie van Veiligheid en Justitie en het ministerie van Financiën. Deze ministeries willen dat het Bureau Financieel Toezicht (BFT) inzage krijgt in de dossiers van advocaten als het BFT cliënten verdenkt van witwassen, fraude of andere criminele activiteiten. Volgens de ministeries zouden advocaten hun plicht om ongebruikelijke financiële transacties van cliënten te melden, vaker niet dan wel nakomen. Het BFT valt onder het ministerie van Veiligheid en Justitie. De Nederlandse Orde van Advocaten vindt een dergelijke inperking van de geheimhoudingsplicht en het verschoningsrecht te ver gaan.4 Het nu voorgestelde plan van de Nederlandse Orde van Advocaten probeert om uitholling van het verschoningsrecht van advocaten tegen te gaan. Op verzoek van het Openbaar Ministerie of BFT zal de deken onderzoek gaan doen bij de advocaat die verdacht wordt van het niet melden van een ongebruikelijke transactie. Indien de deken overboekingen of andere zaken aantreft, waarbij het vermoeden van witwassen of fraude aanwezig is, schakelt hij het accountantsteam in. De accountants doen het verdere onderzoek en stellen een rapport op. Vervolgens beslist de deken welke actie volgt: een tuchtklacht of een

SecJure Maart 2011 | 54


gedwongen melding aan de juiste instantie. Het is ook nog mogelijk dat het deken aangifte doet tegen de advocaat als blijkt dat die zelf strafbaar handelt, zoals het bewust faciliteren van het witwassen. De Kamerleden zullen zich de komende tijd beramen over de aanpassing van de bevoegdheden voor de BFT. Zij zullen daarbij het plan van de Nederlandse Orde van Advocaten in overweging nemen, hoewel een aantal Kamerleden al wel heeft laten weten hun vraagtekens te plaatsen bij de praktische uitvoerbaarheid van het plan.5 December 2010: Voorgestelde wetswijzigingen in het nieuws Verhoging maximumsnelheid tot 130 km/u Vanaf volgend jaar wil het kabinet de maximumsnelheid op de Nederlandse snelwegen verhogen tot 130 km per uur. Volgens topambtenaren zal het overigens lastig zijn om in 2011 al tot algemene invoering over te gaan. Zij denken eerder aan 2012. De gevolgen voor de geluidsoverlast en de luchtkwaliteit moeten immers nog worden vastgesteld. De verhoging van de maximumsnelheid zal vermoedelijk eerst op bepaalde trajecten van de Nederlandse snelwegen worden doorgevoerd. Sommigen beweren dat verhoging van de maximumsnelheid zal leiden tot meer files, omdat meer mensen de auto zullen nemen. Het Korps landelijke politiediensten is ook bezorgd om de verhoging van de maximumsnelheid. Nu rijden veel mensen niet harder dan 160 km per uur, omdat ze bang zijn om een rijbewijs in te leveren bij de rechter. In de toekomst zal dit dus 170 km per uur worden. De remweg neemt bij dergelijke snelheden bovendien snel toe.6 BTW verhoging voor cultuur Vanaf 1 juli 2011 zal op podiumkunsten en kunstvoorwerpen de BTW worden verhoogd van 6 naar 19 procent. Hierdoor worden bioscoopkaartjes en theaterkaartjes duurder. Door de BTW verhoging voor podiumkunsten en kunstvoorwerpen door te voeren denkt het kabinet jaarlijks 90 miljoen euro te kunnen ophalen. In het hele land hebben diverse cultuurorganisaties en festivalorganisaties manifestaties gehouden tegen deze verhoging. De oppositiepartijen, met uitzondering van de ChristenUnie, SGP en de gedoogpartij PVV, waren tegen het voorstel. Zij hebben geprobeerd om de verhoging met een jaar uit te stellen. Bovendien vonden zij het oneer-

lijk dat het kabinet het voetbal en het circus buiten deze verhoging laat. Kunst en cultuur zijn ook een belangrijk goed volgens deze partijen. Op 14 december 2010 werd een motie door de Eerste Kamer aangenomen, waarin aan het kabinet werd gevraagd om af te zien van de geplande BTW-verhoging. Aangezien deze verhoging deel uitmaakte van het gehele Belastingplan 2011, voerde het voor de Eerste Kamer te ver om tegen het gehele plan te stemmen. De staatssecretaris heeft de geplande verhoging uitgesteld. De geplande verhoging was 1 januari 2011 en is nu tot 1 juli 2010 uitgesteld.7 Veranderingen huwelijksvermogensrecht Op 24 november 2010 heeft een meerderheid van de Tweede Kamer ingestemd met het idee om de regel die bepaalt dat mensen standaard in gemeenschap van goederen trouwen te wijzigen. Partners zullen voortaan echt moeten kiezen of zij wel of niet in gemeenschap van goederen trouwen. Partners krijgen nu nog alle goederen samen in eigendom. Bij huwelijkse voorwaarden kunnen zij hiervan afwijken. Deze huwelijkse voorwaarden moeten bij een notaris worden vastgelegd. Nederland is ĂŠĂŠn van de weinige landen ter wereld waar een huwelijk standaard in gemeenschap van goederen is. Zo kennen veel landen een beperkt gemeenschap van goederen. In Nederland zouden verder veel mensen in gemeenschap van goederen trouwen, omdat het opstellen van huwelijkse voorwaarden veel geld kost. Nadeel van trouwen in gemeenschap van goederen is dat een partner bij scheiding aanspraak kan maken op het geld van een ander. De staatssecretaris laat het idee verder onderzoeken.89

(Endnotes) 1 http://www.elsevier.nl/web/Nieuws/Economie/284132/ TNT-Post-sluit-akkoord-met-vakbonden-minder-ontslagen. htm?rss=true 2 http://wetten.overheid.nl/BWBR0025572/geldigheidsdatum_2403-2010#Hoofdstuk10 3 http://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/dossiers/post.jsp 4 http://www.advocatie.nl/page?1,4461 5 http://www.fd.nl/artikel/21042683/advocatengeheim-nog-gevarenzone 6 http://www.ad.nl/ad/nl/1000/Nieuws/article/detail/518876/ 2010/10/12/130-km-u-op-snelwegen-meer-files-en-ongevallen. dhtml 7 http://www.depers.nl/binnenland/531615/Senaat-tegen-btwverhoging-kunst.html en http://www.rijksoverheid.nl/nieuws/2010/12/21/verhoging-btwtheater-en-concertkaarten-uitgesteld.html 8 http://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/verslagen/plenaire_ vergadering_24_november_2010.jsp 9 http://vorige.nrc.nl/binnenland/article2644083.ece/Kamermeerderheid_voor_wijzigen_huwelijksregel en http://nos.nl/ artikel/200784-teeven-houdt-vast-aan-trouwregels.html

55 | SecJure Maart 2011


FRW

Exchanging Argentina for Canada Martijn Groen

It is morning, -20 degrees Celsius outside. The sky is clear blue. The

tres of traffic jam. With a toque (the Canadian word for a knit hat) on

their own team: the Oilers (named for the oil which makes up a huge part of the Albertan economy). The Canadians are strong supporters for their sport teams, but you will not find any hooligans here. The people are very civilized and friendly.

my head, a scarf and ten layers of clothing, I am trying to survive this

The people

weather. On my way to the university, I see some people who decided to

Not only in their support of their favourite hockey team, Canadians are in general a very friendly people. To me, this was obvious from the beginning. Even going through customs led to a pleasant conversation (a very different experience from going through US customs). A Canadian wants to be polite and this makes them less direct than the average Dutch person. So, when a Canadian talks to you, you have to listen very carefully to discover what they are actually saying. They often avoid confrontation and are the opposite of blunt. “Yes” can mean “yes”, “maybe” or “no”, depending on how it is said. The same goes for all the things a Canadian might say. Instead of saying that they do not like chocolate, they might say “I don’t care for chocolate” and when you ask Canadians what they think of your shirt, they would more likely tell you that “perhaps a blue shirt would match your eyes better” than that they do not like it.

streets are covered with a beautiful white layer of snow that in the Netherlands would prevent all trains from going and result in 900 kilome-

wear shoes and jeans today. Two days ago, they were wearing flip-flops and shorts. As I step out of the bus, I see another bus passing by. Instead of displaying where it takes you, it says ‘Go Oilers Go’. The Edmonton hockey team plays tonight. It is a typical October in Edmonton. After my amazing exchange to Buenos Aires (Argentina), I spent about two weeks in the Netherlands before a new adventure abroad began. This time I went to Edmonton (Canada). Edmonton is the capital of Alberta, a Canadian province just east of the Rocky Mountains. Alberta holds approximately three million inhabitants in an area that is about 16 times the Netherlands. Almost 2.5 million inhabitants live in two cities: Edmonton and Calgary. The 3-hour-drive between these cities consists of one straight road that passes between open fields. Alberta shares the Rocky Mountains with its BritishColombian neighbours, but the biggest part of Alberta is about as flat as the Netherlands. Alberta has a continental climate. The seasons change rapidly and it can get extremely cold here. In Edmonton, the first snow usually falls in October and it can stay for six months. Spring and fall typically last only a few weeks. In 2009, the lowest temperature in Edmonton was -56 degrees Celcius. This is perhaps not something you will experience every year, but in the winter months -25 is the typical average. However, because of the dry air, this weather is much more bearable than it seems.

Big, bigger, and huge One of the first things people say about North-America, and that definitely includes Canada, is that everything is big. It is absolutely true. The mayonnaise jar must be about ten times bigger than ours; the box of cereal is huge; they buy eggs in cartons of 30 and they buy flour in 10 kilogram packages. The roads are big too. I think you would almost fit two Dutch lanes in a Canadian one. Of course, they need this for their giant cars. The amount of space they have here is insane! There are 34 million Canadians that live in a country that is about 250 times bigger than the Netherlands.

Hockey

Canadian pride and the multicultural society

These cold temperatures suit the Canadians extremely well. They are so familiar with the icy environment that they play their favourite sport on ice: ice hockey (in Canada always referred to as hockey). This sport is an important part of the Canadian culture. Edmonton has

Canadians are proud of their nation. Canadian flags are everywhere and Canadians show their pride. Canadian brands know this and use this to make more money. Canadian companies try to associate themselves with Canada. This could either be by putting a maple leaf in the brands

SecJure Maart 2011 | 56


logo or by naming themselves something with Canada or Canadian in the name. Even better: doing both. A few of the many examples: Canadian Superstore, Canadian Brew house, Petrol Canada, Molson Canadian, TD Canada Trust, Canadian Tire, Canadian pacific, Canada Life, CanWest, Air Canada, Roots Canada, Clearly Canadian and even the McDonalds has a maple leaf in its logo. This Canadian pride is different from what we would find in the US. Americans seem to focus on their own nation. Canadians seem to focus on other nations besides their nation. They emphasize the various heritages that they have. This was made clear during the World Championship Soccer last year. People could buy flags from various countries and attach them to their car. Many cars had flags of all sorts of countries. Another example is a sign that I always pass on my way to the university. The sign says: “God bless the world”. This is of course a very clear difference with the “God bless the United States of America” that every president is bound to say to stay in office. Canadians like to see themselves as a multicultural society, whereas Americans are more part of a melting pot.

The Canadian lingo, spelling and accent To finish up, I would like to tell you a little bit about Canadian lingo, the Canadian accent and their spelling. The Canadian accent is very similar to the American one, but there are some things that you might notice speaking to a Canadian. Canadians are known for using “eh?” behind a sentence. They will for instance use this instead of using “isn’t it?”, “wasn’t it?”, aren’t you? or instead of “what?” or “huh?” Another example is the pronunciation of the word “about”. Canadians might pronounce this word as “aboot”. Besides these examples, you will not here a lot of differences from the Americans. The Canadians do have specific words for certain things. The Canadian lingo includes words like toque (knit hat), chesterfield (couch), runners (sneakers), loonie (one dollar coin), toonie (two dollar coin), homo milk (homo-

genized milk or whole milk), and double-double (a cup of coffee with two creams and two sugars). Certain words are spelled different from how they would spell things in the US or the UK. The Canadians use the British way of spelling “behaviour”, “colour”, “labour”, “metre” and “centre”, but spell “realize”, “analyze”, “capitalize” the American way. And then you have a compromised way of spelling, like “glamourize”. Hopefully this will help you on the way a little bit, if you ever decide to go to Canada. From my experiences here, I would definitely recommend it. Besides all the interesting and funny cultural aspects, Canada offers a lot of beautiful nature and some great cities. Of course you could do this by going on exchange to this beautiful country, but traveling on your own is definitely a great way to do that too. If you would like to read more about my experiences in Canada or Argentina, you can find my blog on martijngroen.waarbenjij.nu (in English). If you have any questions related to this topic, feel free to contact me by e-mail (M.J.L.Groen@uvt.nl).

Do you want to study abroad?! You can orientate yourself by reading about the experiences of students who already went abroad in previous years (http://www.uvt.nl/ studenten/studeren/buitenland/ervaringen/frw/). Feel up for the challenge? Please contact the Coordinator Mobility: Drs. Eline van Scherpenzeel Coordinator Mobility Email: law-exchange@uvt.nl Website: http://www.tilburguniversity.nl/students/study/abroad/ Consultation hours Monday till thursday: 11.00 - 12.00 am

57 | SecJure Maart 2011


Ben jij rechtenstudent en denk je na over je toekomst? Zoek je naar mogelijkheden om je CV uit te breiden en wil je op de hoogte worden gehouden van masterclasses, stages, (sollicitatie)trainingen en meer? Schrijf je dan nu gratis in op www.youngtalentgroup.nl


Max van den Brink1

Als lid van de universiteitsraad ben je niet alleen maar bezig met zaken die spelen op universitair niveau, maar ben je ook vertegenwoordiger van de UvT in landelijke studenten organisaties. Zo is Fractie Front aangesloten bij het Interstedelijk Studenten Overleg (hierna: ISO) en de Landelijke Studentenvakbond (hierna: LSVb). Het is jullie waarschijnlijk niet ontgaan dat - althans op het moment van schrijven - het kabinet van plan is flink op het universitair onderwijs te bezuinigen. Zo willen zij studiefinanciering afschaffen in de Masterfase. Mocht je daarnaast meer dan een jaar studievertraging oplopen, dan kun je € 3.000, - extra collegeld betalen en verlies je de ov-jaarkaart.

Zo nam het ISO contact met ons op om te vragen hoe wij als fractie tegenover actie stonden. Wij stonden op zich positief tegenover het ondernemen van actie, mits dit wel een grote, door alle studenten organisaties gesteunde, actie is. Vanuit Front hebben we dus ook een werkgroep opgericht, waarin de andere universiteitsraadfractie SAM, het Sots, vertegenwoordiging van alle studentenverenigingen van Tilburg, en TiGeAk, het vertegenwoordigingsorgaan van alle overige studenten organisaties in samen komen. Gelukkig krijgen we veel steun van de universiteit, waardoor we bussen konden regelen naar Den Haag. Achter die actie zitten wij dus ook!

Als Tilburgse studentenvertegenwoordigers werden wij al op 11 november van afgelopen jaar door het ISO uitgenodigd om de plannen van het kabinet te bespreken en tot een tegenvoorstel te komen. Ondertussen is er eveneens vanuit de landelijke studenten organisaties een petitie opgestart tegen de bezuinigingsplannen van het kabinet. Met het indienen van de petitie en flink lobbyen hoopte iedereen de bizarre bezuinigingsplannen van het kabinet te kunnen voorkomen of in ieder geval wijzigen. De Tilburgse studenten fracties – waaronder ook mijn eigen Fractie Front - hebben ook geprobeerd de petitie door zoveel mogelijk studenten ondertekend te krijgen. Bovendien wilden wij mensen bewust maken van de bezuinigingen die al vanaf volgend collegejaar in zullen gaan. Echter mochten inmiddels meer dan 250.000 mensen die de petitie hebben ondertekend en al het lobbyen bij de regering niet werken. Hoewel 250.000 mensen de petitie hebben ondertekend, lijkt al dit lobbyen bij de regering niet te werken.

Naast de aandacht voor de landelijke politiek verdient ook de universiteitspolitiek steeds meer aandacht. Wanneer je deze SecJure leest gaan de verkiezingen op de universiteit alweer beginnen. Vandaar dat wij vanuit Front nu al druk op zoek zijn naar nieuwe studenten die volgend jaar in de universiteitsraad plaats willen nemen. Zorg ook dat je stemt voor zowel de universiteitsals de faculteitsraad. Hoe meer mensen er stemmen, hoe serieuzer het bestuur de studentenvertegenwoordiging moet nemen. Tot slot nog een goede raad voordat al het verkiezingsgeweld los gaat barsten. Lees de programma’s van beide partijen voordat je kiest op wie je stemt. Want er is wel degelijk verschil.

59 | SecJure Maart 2011

Column

Max’ Goede raad


Column

The London Life Deel III: Michaelmis Term Wouter van den Wildenberg

Beschrijf de afgelopen drie maanden in vierhonderd woorden... dat is geen kleine opgave en daarom graag uw begrip als hier en daar wat details ontbreken. Begrip is überhaupt een prachtig concept. Het impliceert niet alleen het weten hoe iets werkt, maar ook inzicht in de achterliggende redenen. Begrip is weten, ná denken. Zo lijken bijvoorbeeld de Engelse studenten oprecht kwaad over het ‘loslaten’ van de collegegeldlimieten, want daardoor kunnen de tuition fees voor instellingen als de LSE wel eens met £ 9000 per jaar gaan stijgen. Daarbij voel je je als verontwaardigde Nederlandse eeuwige student toch maar een zeurkous. De verhoging op zich is echter lang niet de enige reden waarom de adoptiefzoon van Pink Floyd gitarist Dave Gilmour als een chimpansee op LSD aan de Cenotaph – een oorlogsmonument bij Parliament – hing te slingeren. Enter Nick Clegg, de Judas van sociaal-liberaal Groot-Brittannië, die zwoer nooit te stemmen voor plannen om de fees te verhogen en op 9 december die belofte brak. De campagnes van de massaal LibDems stemmende studentenorganisaties zijn inmiddels dan ook omgeslagen van Freeze the Fees naar Right to Recall. Politiebarricades en een rode gloed over Westminster ten spijt hebben ik en mijn medestudenten meer gemerkt van de overvliegende mediahelikopters dan van de protesten zelf. Deels omdat je er zwaaiend met een fakkel nu

SecJure Maart 2011 | 60

eenmaal indrukwekkender uitziet op Parliament Square dan in de kantine, deels omdat als relschopper geen eer meer te behalen valt aan het slopen van meubilair dat na decennia van noeste studentenarbeid toch al smeekt om een genadeschot. Op de wiebelende stoelen worden echter wel fascinerende colleges gevolgd, zowel van de gekozen vakken als extra evening lectures in bijvoorbeeld Concepts in Financial and Commercial Law en Investment Treaty Arbitration. Met name de laatste is een prachtig rechtsgebied: het gaat over arbitrageprocedures tussen staten en buitenlandse investeerders over onteigeningen, vastgelopen ontwikkelingsprojecten en andere conflicten. Dat de bedragen waarover geprocedeerd wordt enorm zijn blijkt wel uit het feit dat Tsjechië door een veroordeling evenveel moest betalen als haar complete gezondheidszorgbudget voor dat jaar! Uiteraard is tussen de bedrijven door nog volop tijd voor sociale activiteiten. Het LLM Social Committee organiseert wekelijks borrels en ook het nogal vroege Kerstfeest was daverend. Daarnaast heb ik verkleed als Sinterklaas rondgerend op Houghton Street om reclame te maken voor het 5 december-feest van de Benelux Society, waardoor ik nu een Facebookhit ben onder Chinezen in Londen – en daarmee eigenlijk ook een begrip…


25 Lustrum 61 | SecJure Maart 2011


Interview

Er was eens een hoofdredacteur… Aïcha Peutz

In iedere SecJure verschijnt een stuk over de afgelopen 25 jaar en iemand die hier veel voor heeft betekend. Het is echter een publiek geheim dat het niet altijd zo goed ging met de ‘faculteitsglossy’ als nu het geval is. De afgelopen vijf jaar is er door de hoofdredacteuren hard getrokken aan de inhoud, de opmaak en de cover. In dit stuk lees je over de belevenissen en ervaringen van de vier voorgaande hoofdredac­ teuren. Yvette Langenhuizen, jaargang 21 Tijdens mijn stageperiode in Bangkok (2006) heb ik een artikel voor SecJure geschreven over de veiligheidssituatie in Thailand. Het leek me met name voor studenten Internationaal Recht een interessant stuk. Daarnaast vond ik het uiteraard ook een eer om een artikel van eigen hand te zien verschijnen in het magazine voor alle Tilburgse rechtenstudenten. Niet lang hierna werd ik benaderd voor het hoofdredacteurschap. Het voorstel sprak me na enige overweging eigenlijk wel aan. In tegenstelling tot verschillende medestudenten, trok de aan de functie verbonden rol binnen het Algemeen Bestuur van Magister JFT me in eerste instantie echter wat minder. Gelukkig vielen de bestuursvergaderingen achteraf ontzettend mee en stond ik al snel versteld van de visie en het organisatorisch talent van enkele bestuursgenoten. Bovenal heb ik het als bijzonder fijn ervaren om me over de inhoud van de Secjure te mogen buigen. Ik heb medestudenten die aan interessante essays of projecten werkten aangespoord hun bevindingen in een aansprekend artikel te verwerken en ben bijv. ook gestart met het opnemen van verhalen van studenten tijdens een uitwisseling. Hetgeen me wat minder lag was het “stalken” van auteurs die maar niet op tijd over de boeg kwamen met beloofde bijdragen (hierbij overigens excuus aan de huidige redactie voor mijn verlate input…). Redactievergaderingen waren doorgaans gezellig, het mailcontact was intens en brainstormsessies gericht op een nieuwe layout of opzet wierpen doorgaans hun vruchten af.

SecJure Maart 2011 | 62

Na het nodige gestress was het toch altijd weer een genot om het eerste exemplaar van de Secjure in handen te krijgen! En na de nodige “stickeruren” (plakken van adreslabels op álle Secjures) tussen de colleges door konden al mijn medestudenten ook van het blad genieten. Ik heb indertijd veel enthousiaste reacties mogen ontvangen. Helaas ben ik slechts voor een halfjaar “hoofdverantwoordelijke” van de Secjure geweest. In januari 2007 droeg ik het stokje over aan de toenmalige secretaris, Simone van den Driest, daar ik zelf voor een stage en werk naar Afrika vertrok. Een kans die ik niet aan me voorbij wilde laten gaan. Simone vormde, als ervaren redactielid en secretaris, ook voor mijn vertrek al de spin in het Secjure web, maar nam aldus nog een extra takenpakket op zich. Niettemin heb ik vanuit Soedan een aantal artikelen aangeleverd en kon ik vanuit deze verre bestemming zo nu en dan ook nog redactioneel werk verrichten. In 2008, toen ik zelf een semester in het buitenland studeerde, kon ik er natuurlijk niet onderuit om mijn ervaring te delen met medestudenten via Secjure. Ik kijk met veel plezier terug naar mijn studietijd in Tilburg. De ervaringen die ik heb opgedaan als hoofdredacteur en bestuurslid zijn zowel op sociaal als inhoudelijk niveau erg waardevol geweest. In short, een aanrader!

Niels Mastenbroek, jaargang 22 “Zou je een stukje willen schrijven over je herinneringen aan je tijd als hoofdredacteur?”. Pff, daar werd me wat gevraagd. Natuurlijk wil ik dat, maar waar te beginnen? Een poging dan maar… In het collegejaar 2007/2008 stond ik voor de grootste en mooiste uitdaging van mijn studententijd; een jaar lang de vicevoorzitter van Magister JFT zijn. Ik had er enorm veel zin in, mijn collega-bestuurders waren bekend en de invulling van het Algemeen Bestuur was ook rond. Bijna dan. Gedurende de zomer werd duidelijk dat er geen nieuwe hoofdredacteur zou zijn aan het begin van het collegejaar. Dit terwijl de eerste editie in september zou moeten verschijnen. Een groot probleem dus, iets waar SecJure al een paar jaar problemen mee had: het animo


Het was een mooi jaar dat ik voor geen goud had willen missen! En een succesvol jaar! Aan het einde van het collegejaar waren er meer advertenties geplaatst dan ooit tevoren, moesten we door ruimtegebrek soms ingezonden artikelen weigeren, was het aantal redactieleden vrijwel verdubbeld en stond er al een nieuwe hoofdredacteur klaar, nog voordat we ernaar gingen zoeken!

Lisette van Ooste, jaargang 23

Niels Mastenbroek voor de redactie, het schrijven van artikelen en voor de positie van hoofdredacteur was al langer niet groot. Maar toch moest er iemand zijn om te zorgen dat de eerste editie van de persen zou rollen! De oplossing was dat de vicevoorzitter van Magister, die toch al alles rondom de advertenties regelde, de taak op zich zou nemen tot er een ‘echte’ hoofdredacteur gevonden zou worden. En zo kreeg ik dus het hoofdredacteurschap van een blad met een oplage van 2.200 exemplaren letterlijk in de schoot geworpen. Uiteindelijk ben ik het gehele jaar met enorm veel plezier hoofdredacteur geweest. In het begin werd ik door Yvette en Simone met raad en daad bijgestaan. Daardoor lukte het om de eerste editie op tijd bij de studenten te krijgen, waarna we met de redactie een plan maakten om SecJure eindelijk weer in de lift te krijgen. Zoals gezegd was het animo om in de redactie plaats te nemen in de jaren daarvoor niet groot, hoewel er een enorm betrokken en enthousiaste redactie was. We zijn hard aan de slag gegaan met verschillende ideeën om SecJure als kamer een stuk zichtbaarder te maken en het faculteitsblad een ‘sneller’ maar nog steeds inhoudelijk imago te geven. De redactievergaderingen begonnen altijd enorm chaotisch maar waren uiteindelijk altijd erg vruchtbaar. De middagen en avonden waarop het blad in de envelop gedaan moest worden ook, al werd daar vaak wat minder plezier aan beleefd (want wat is er immers leuk aan 2200 blaadjes in 2200 enveloppen doen? Juist, niet veel). Maar met www.123-onlinebestellen.nl werd de innerlijke mens versterkt en met flink wat koffie en soms een paar biertjes en bitterballen werd dit varkentje telkens gewassen. En wanneer alles bij ABN AMRO was gedropt (éénmaal begaf de geliefde Mercedes van redactielid Jos K het hierbij zelfs) kon het hele circus van schrijven, nalezen, in elkaar zetten en in enveloppen doen opnieuw beginnen.

Alweer 25 jaar SecJure! En daarmee kwam er ook de vraag wat ik me herinner van mijn tijd als hoofdredacteur en welke ontwikkelingen SecJure tijdens die periode heeft doorgemaakt! Mijn antwoord daarop is dat 20082009 een heel mooi jaar is geweest voor SecJure en dat ik mijn tijd als hoofdredacteur meteen weer zou overdoen! Wat gebeurde allemaal in dat jaar? Allereerst werd er in 2008-2009 de allerlaatste envelop gestickerd en werd het tijdperk van de verzending in folie betreden! Hoewel het altijd een ontzettend circus was om een hele editie met een oplage van ruim 2500 stuks handmatig verzendklaar te maken, waren het vaak wel hele gezellige dagen waarin iedereen die ook maar even een uurtje vrij kon maken, kwam helpen met stickeren en het vullen van de enveloppen. En als dan elk blad in een gestickerde envelop zat, moest alles in een auto geladen worden, die dan vervolgens met doorgezakte assen de hele oplage voor verzending naar het filiaal van ABN Amro in het centrum van Tilburg kon vervoeren! Als dan alles weg was, ging er een zucht van verlichting door gebouw E en kon er eigenlijk meteen weer gestart worden met de opzet van de volgende editie!

Lisette van Ooste 63 | SecJure Maart 2011


Ook viel in dat jaar SecJure voor het eerst op de mat bij alle leden van alumnivereniging Juvat. Naast de meer dan 2500 stuks die al werden verzonden aan alle rechtenstudenten aan de faculteit, kwamen daar nog eens ruim 1000 exemplaren bij. Je kunt je voorstellen dat we toen helemaal blij waren dat de tijd van het stickeren voorbij was! Maar het was vooral het jaar van een ontzettend enthousiaste en gezellige redactie! Eentje die bestond uit een groep van dertien mensen die compleet verschillend waren, maar die allemaal met veel plezier hun steentje bijdroegen en waardoor elke editie weer gevuld was met een grote variatie aan artikelen. Redactievergaderingen liepen vaak al snel uit in een volledige chaos, maar na een paar liter koffie kwamen de beste ideeën weer boven en ging iedereen weer hard aan de slag voor de deadline. Ook werd er geregeld een hapje gegeten samen en is de redactielunch een begrip geworden. En met zo’n redactie is het voor een hoofdredacteur ook een heel stuk makkelijker om elke editie weer in elkaar te draaien!

jaar, het is toch een hele klus om tussen alle colleges, borrels, vergaderingen en leuke uitjes door toch alles op tijd af te krijgen. Gelukkig kunnen de huidige redactieleden dankzij de briljante uitvinding van Facebook massaal hun zwoegen uiten en medeleven ontvangen van hun medeschrijvers. Als hoofdredacteur is het elke editie weer de kunst om de vertragingen te beperken, zorgen dat alle advertenties op de goede plaatsen staan, dat er nergens een gênante spelfout te spotten valt en alles op tijd bij de drukker te krijgen. En daarna maar vooral hopen dat er niets misgaat met jouw Excel-bestanden waar alle adressen in staan. Verder zullen de vergaderingen die ook dit jaar weer plaats moeten vinden, nog steeds even onmogelijk te plannen zijn. Met ongeveer 15 man in de redactie valt (helaas) natuurlijk ook niets anders te verwachten. Gezegd moet wel worden dat ondanks het oneindige geduld dat je moet opbrengen, de grenzeloze creativiteit waar je uit moet putten en de onmeetbare flexibiliteit die je moet bezitten, het wel een van de leukste functies is die ik heb gehad. Op naar de volgende 25!

Xu Wang, jaargang 24 Enkele tijd geleden werd mij gevraagd om een kort stukje te schrijven voor het lustrumdeel van de 3e editie van SecJure. In de afgelopen jaren heeft elke hoofdredacteur zo op zijn of haar manier een eigen stempel op het blad proberen te drukken. Als jongste oud-hoofdredacteur kan ik natuurlijk in geuren en kleuren vertellen over de goede oude tijd en hoe alles toen anders was. Dit is niet eens helemaal gelogen. In de afgelopen zes maanden dat de huidige hoofdredacteur met de scepter zwaaide, is er een hoop veranderd. Het meest in de oog springende is natuurlijk ‘de magazinelook’, die het blad nu heeft. Niet alleen ziet het blad er zeer flitsend uit, maar tevens is de leesbaarheid duidelijk verbeterd. Ook is dit jaar de redactie grotendeels vernieuwd, wat zeer bevorderlijk is voor de inhoud. Eén ding waar ik vanuit ga wat nog niet veranderd is, zijn de deadlines die elke keer weer net iets te vroeg arriveren. Ook al hebben we er in principe maar 5 of 6 per

SecJure Maart 2011 | 64

Xu Wang


Studentstage meedraaien met

het echte werk

Bij Van Benthem & Keulen in Utrecht werken onge-

Je wordt ingezet bij het echte werk: je gaat mee naar

veer 58 advocaten op verschillende rechtsgebieden

zittingen en woont besprekingen met cliënten bij. In

(ondernemingsrecht, intellectuele eigendom, arbeids-

overleg is het mogelijk om tijdens de stage één of

recht, gezondheidsrecht, etc.). Tevens is een notariaat

twee vakken te volgen.

aan ons kantoor verbonden. Van Benthem & Keulen onderscheidt zich door een

Interesse?

pro actieve dienstverlening waarbij veel geïnvesteerd

Bel met Mariska Wolters of Mirjam van Barneveld

wordt in permanente juridische nascholing voor

(030-2595578) of kijk op onze website (www.vbk.nl)

cliënten.

hoe je je kunt aanmelden. Tevens tref je hier een filmpje over de studentstage.

Studentstage Van Benthem & Keulen biedt aan studenten in de laatste fase van hun studie een kans om een studentstage te volgen. De studentstage is een algemene stage. Je werkt dus met alle secties.

Euclideslaan 51• Postbus 85005 • 3508 AA Utrecht • Telefoon 030 - 259 59 59 • Fax 030 - 259 55 00 • www.vbk.nl


Tekening Nondejure F. Vlemminx Deze tekening prijkte in de jaren 70 van de vorige eeuw op de omslag van een uitgave van Nondejure. De tekening beeldt een rechter af die rechtspreekt. In plaats van een hals met een hoofd komt er uit de schouders van de toga een pols met een hand en in de hand rust een bom met een gezicht. Deze tekening beoogde aan te geven dat de Nederlandse rechtspraak een destructief karakter vertoonde. De rechtzoekende burger hoefde vaak niet te rekenen op een rechtvaardige uitspraak. Hij kon rekenen op een bom die naar hem toe werd geworpen om hem te vernietigen. Maar met deze wandaad vernietigde de

SecJure Maart 2011 | 66

rechter tegelijkertijd zichzelf, dat wil zeggen, de Nederlandse rechtsstaat. Natuurlijk had iets of iemand profijt van deze gang van zaken en dat werd uitgedrukt door de gier. Op de achterleuning van de stoel van de rechter zit een gier met een dikke sigaar in zijn bek breed te grijnzen. Welke affaire destijds de inspiratie vormde voor deze tekening weet ik niet meer. Dat geeft niet. De tekening heeft na 30 jaar niets aan actualiteit ingeboet. Steeds opnieuw blijkt de rechtspraak op punten alarmerend tekort te schieten. Niet alleen eigen onderzoek maar ook eigen ervaring leert dat de bestuursrechter zo sterk geneigd is om de zijde van het bestuur te kiezen dat fundamentele rechten van het EVRM in de knel komen. Ook de media berichten tegenwoordig regelmatig over het falen van de rechter en het rechtssysteem. Onze rechtsstaat is allesbehalve een rustig bezit.


OEFF L & S N E Y LO

R E M M SU 1 1 0 2 E S R U CO ze e je naar on w n e g n re b 11 et 15 juli 20 m n. n e t to 1 1 Van m en Londe a rd e tt o R , sterdam caal recht m s A fi t, in h c n re re l to e rie kan s recht, nota d n a rl e d e N 20 mei aan. r o o v Studeer je n a d je nomie? Meld o c e le a c s fi of

www.loyensloeffacademy.com


Juridische Juridische Bedrijvendagen Bedrijvendagen

Tilburg Tilburg 2011 2011

Datum: Datum:

29 29-30 -30-31-31maart maart 2011 2011

Mr.Z Mr.Z

Neem Neem je je toekomst toekomst

in in eigen eigen hand hand --

Gastspreker: Gastspreker: Misdaadjournalist Misdaadjournalist John John van den HeuvelHeuvelwww.jbtilburg.nl www.jbtilburg.nl

Achmea Rechtsbijstand • AKD advocaten & notarissen • Allen Overy • ARAG Rechtsbijstand• •BANNING BANNINGAdvocaten Advocaten• •Van VanBenthem Benthem&&Keulen Keulen••Boels Boels Zanders Zanders Advocaten Advocaten Achmea Rechtsbijstand • AKD advocaten & notarissen • Allen && Overy • ARAG Rechtsbijstand Breevoort & Ter Meulen Advocaten • CMS Derks Busmann • DAS • Deloitte • Dirkzwageradvocaten advocatenenennotarissen notarissen• •DLA DLAPiper Piper••Freshfields FreshfieldsBruckhaus Bruckhaus Deringer Deringer •• Holla Holla Advocaten Advocaten Van Van Breevoort & Ter Meulen Advocaten • CMS Derks StarStar Busmann • DAS • Deloitte • Dirkzwager Loyens & Loeff • Nysingh advocaten-notarissen • Raad State • Van SteenderenMainportLawyers MainportLawyersB.V. B.V.• •Stibbe Stibbe• •Tilburg TilburgLaw LawSchool School••VDB VDBAdvocaten Advocaten Notarissen Notarissen •• YER YER Loyens & Loeff • Nysingh advocaten-notarissen • Raad vanvan State • Van Steenderen

Jaargang 25, nr. 3  

SecJure is het onafhankelijke faculteitsblad van de Faculteit Rechtswetenschappen van de Universiteit van Tilburg

Jaargang 25, nr. 3  

SecJure is het onafhankelijke faculteitsblad van de Faculteit Rechtswetenschappen van de Universiteit van Tilburg

Advertisement