Page 1

SecJure Jaargang nr. 25 | Oktober 2010 nr. 1 | SecJure is een uitgave van Magister JFT

Juridisch Faculteitsblad

Violence in videogames: the Supreme Court decides En verder  Hello/Goodbye Dagelijks Bestuur  Spreekrecht voor Slachtoffers?  Mondiaal Magister: Australië, Togo, Cuba & Londen!


NEW YORK - SÃO PAULO - WASHINGTON D.C. - AMSTERDAM - BARCELONA - BRUSSEL - BOEKAREST - DÜSSELDORF - FRANKFURT - KIEV - LONDEN - LUXEMBURG - MADRID MILAAN - MOSKOU - MÜNCHEN - PARIJS - PRAAG - ROME - WARSCHAU - ABU DHABI - DUBAI - RIYAD - BANGKOK - PEKING - DELHI - HONG KONG - SJANGHAI - SINGAPORE - TOKIO

Rondje van de zaak?

Opleiding van de zaak?

Fiets van de zaak? Word advocaat-stagiair bij Clifford Chance Wil jij ook bij de top van de internationale advocatuur horen? Word dan advocaat-stagiair bij Clifford Chance, één van de meest toonaangevende advocatenkantoren ter wereld. Je vindt Clifford Chance in hartje Amsterdam, waar we je in drie jaar tijd klaarstomen tot een advocaat van wereldniveau. Ook vanuit deze toplocatie werken in de internationale advocatuur? Solliciteer nu op wordadvocaatstagiair.nl en begin je eerste werkdag op een fiets van de zaak!

wordadvocaatstagiair.nl


Inhoudsopgave Hello/ Goodbye!

7

Op 8 september wisselde het dagelijks bestuur van Magister JFT. Tijd voor afscheid van Bestuur 2009-2010 en kennismaking met Bestuur 2010-2011!

Violence in Videogames - The Supreme Court decides

13

Geweld in Videospellen: het Amerikaanse Hooggerechtshof velt zijn oordeel.

Advocaat echtscheidingsrecht, meer dan een baan alleen

16

Alle voordelen aan een carrière in het scheidingsrecht op een rij…

Het Kruisverhoor

26

Ditmaal een kruisverhoor met tienvoudig winnaar van de Beste Docent Verkiezing: Erik-Jan Broers.

Pro/Contra

20

Lang leve de Euro? Of toch liever de Gulden terug? Pro/Contra Veteraan Jos Klaus neemt het op tegen ‘rookie’ Robbert Coenmans.

Zestien- & zeventienjarigen in het strafrecht

26

Welke positie bekleden zestien- en zeventienjarige verdachten in het strafrecht?

Spreekrecht in de rechtzaal – gewaardeerd of niet?

29

Een bespreking van de ontwikkelingen op het gebied van spreekrecht voor slachtoffers van misdrijven.

Activiteiten Kalender Magister JFT

32

Welke activiteiten kan je de komende tijd verwachten van Magister JFT?

Zorg(en)

37

Een beschouwing van het huidige zorgstelsel vanuit bestuurskundig perspectief.

Dit was het recht

40

De ‘headlines’ van afgelopen maanden, beschouwd vanuit juridisch perspectief.

Column: Vanuit de Faculteit

42

De allerlaatste TILT-column…

Xu’s goede Raad

43

Redacteur Xu Wang neemt dit jaar plaats in de faculteitsraad. In haar Column lees je over haar belevenissen!

Boundaries to the acceptance of the pursuit of cultural identity

45

Moeten Sharia rechtbanken worden getolereerd of zijn er grenzen aan het behoud van de culturele identiteit?

De curriculo studentium

48

Studenten hebben het zwaar, maar hoe zat het vroeger?

The Australian High Court

52

Een toeristisch verantwoorde uitleg over het Australische Hooggerechtshof.

La Vie en Togo

54

Stage lopen? Togo! Een verslag van redacteur Janneke van der Heijden

Cuba: Communisme, sigaren en mojito’s

56

Het dagelijks leven in een van ’s werelds laatste communistische bolwerken.

Column: The London Life!

59

Lees over Wouters belevenissen terwijl hij studeert in een ware metropool.

Lustrum Katern

61

In dit katern vind je enkele artikelen ter ere van het 25 jarig bestaan van SecJure! 3 | SecJure Oktober 2010


Gevonden: Menno van Essen (m/ )

Specialist Vervoerrecht en Cultuurkameleon. We zochten iemand voor vervoerrecht. Menno was in beeld, maar had zijn zinnen op Europees recht gezet. Internationale cultuurverschillen hadden hem tijdens zijn ‘expatjeugd’ enorm geboeid. Na een Master Europees Recht en tweetalige stage wilde hij niets liever dan dit in de praktijk te brengen. Ideaal voor ons, want wat hij nog niet besefte was dat vervoerrecht zich vaak tot ver buiten de landsgrenzen uitstrekt. “Dezelfde week nog zaten we achter een gestolen megajacht aan dat ergens in Turkije moest liggen. Zo Europees had ik het bij Europees recht niet gekregen denk ik. Actie is hier dagelijkse kost. Nysingh zette me op het goede spoor; zowel rechtsgebied als kantoor bleken een schot in de roos. Bovendien hangt er een prettige, losse sfeer. Je leest vaak dat kantoren expliciet aandacht besteden aan ‘worklifebalance’. Maar dat zit hier gewoon in de natuur.” Nysingh is een bedrijf van karaktervolle specialisten. Alleen de wet is bij ons standaard. Voor de rest krijg je alle ruimte om buitengewoon te zijn. Klinkt dit goed en kennen wij elkaar nog niet? Laat je dan vinden via werkenbijnysingh.nl

Nysingh. De juiste jurist op de juiste plek.


Colofon Redactieadres Kamer E221 Postbus 90153 5000 LE Tilburg Tel. (013) 466 80 73 Mail: secjure@magisterjft.nl

Hoofdredacteur Therris Burgers

Redactie Robbert Coenmans Thomas Dilien Ilona van den Eijnde Janneke van der Heijden Jos Klaus Sylvia Kuijsten Aïcha Peutz Loes van Puijenbroek Jeroen Tessers Thijs van Liempd Anne de Vries Xu Wang Sjoerd Wierenga

Met dank aan Wouter van den Wildenberg Colette Cuijpers Wessel Wijtvliet Caia Vlieks Dagelijks Bestuur Magister JFT 2009-2010 Dagelijks Bestuur Magister JFT 2010-2011

Productie Wolf Legal Publishers Oplage 3700 SecJure jaargang 25 nr. 1 De redactie behoudt zich het recht voor ingeleverde stukken niet te plaatsen of te wijzigen. De inhoud van de artikelen vertegenwoordigt niet noodzakelijkerwijs de mening van de redactie. © Niets uit deze uitgave mag op welke wijze dan ook gereproduceerd worden zonder voorafgaande toestemming van de redactie.

Redactioneel En daar ligt hij weer. De SecJure. Veilig op je deurmat, in je postvak of waar jij dan ook je post pleegt te ontvangen. Keurig in plastic verpakt om de glossy cover en jouw adres te beschermen tegen weer, wind en wellicht huisgenoten (of huisdieren wat soms alsnog op hetzelfde neer komt). Dit jaar is echter een zeer speciale jaargang. SecJure bestaat 25 jaar. Een zilveren prestatie waar wij als redactie erg trots op zijn, ondanks het feit dat wij met het merendeel van de jaargangen natuurlijk niets te maken hebben gehad. De verleiding is dan ook groot om terug te kijken naar het verleden. Om grote namen aan te halen als Paul Landsmeer, Klaas Dijkhoff of de nobele Daan de Vries. Maar laat ik die verleiding nu eens weerstaan en me concentreren op de grote namen van de toekomst. We hebben dit jaar namelijk een erg goed gevulde redactie. Vijftien redacteurs die zich een hele jaargang zullen inzetten om jullie een zo divers, interessant en mooi blad als mogelijk voor te schotelen. Die zelfs op vakantie nog bezig waren met schaven aan hun stukken. Die ondertussen alweer met evenveel plezier en toewijding aan de tweede editie bezig zijn. Maar (ik kijk toch even achterom) hoewel SecJure door de jaren heen ver is gekomen, kan het natuurlijk altijd beter. Daarom hebben we de cover weer eens onder de loep genomen, hebben we kleine aanpassingen gedaan aan de interne lay-out en gesleuteld aan ons rubriekenbestand. Het resultaat: wéér een paar stapjes dichter bij een serieuze juridische publicatie van formaat. Schroom echter niet lieve lezer om ons te voorzien van jullie opmerkingen en kritiek opdat wij ons blijven ontwikkelen. Tenslotte bestaat de redactie in zijn geheel uit studenten en zijn wij dus op deze faculteit aanwezig om te leren. Rest mij verder niets dan jullie allen veel plezier te wensen met het lezen van deze editie. Ook namens de redactie Therris Burgers Hoofdredacteur SecJure 2010-2011

5 | SecJure Oktober 2010


Ben jij rechtenstudent en denk je na over je toekomst? Zoek je naar mogelijkheden om je CV uit te breiden en wil je op de hoogte worden gehouden van masterclasses, stages, (sollicitatie)trainingen en meer? Schrijf je dan nu gratis in op www.youngtalentgroup.nl


Magister JFT

Hello, Dagelijks Bestuur Magister JFT 2009-2010

Dagelijks Bestuur Magister JFT 2010-2011

Goodbye!

Besturen komen, besturen gaan. In de maand september wisselen Wendy, Max, Geertje en Tommy van plaats met Laurien, Wouter, Roy en Jeroen. Terwijl het scheidend bestuur terugkijkt op vooral de hoogtepunten van hun bestuursjaar, kijkt het aankomend bestuur verwachtingsvol vooruit naar wat komen gaat‌

7 | SecJure Oktober 2010


Goodbye! Naam: Wendy Pepers Leeftijd: 22 jaar Functie: Voorzitter Magister JFT Wat waren de hoogtepunten van het afgelopen jaar? Het klinkt erg cliché, maar dat zijn er veel te veel om op te noemen. De dingen die er voor mij uitsprongen waren toch wel het beleidsweekend, onze constitutieborrel (en de kater de dag erna), de dies waar de verjaardag van Magister JFT uitgebreid is gevierd, de skireis naar Risoul met een gezellige groep Magisterleden en uiteraard de bierestafette waar ik samen met mijn bestuursgenootjes een respectabele tweede plaats heb veroverd. Daarnaast waren voor mij de grote activiteiten zoals de NSPW en de JBT een hoogtepunt, maar ook de kleinere activiteiten zal ik zeker niet vergeten. Een boekje open over… Geertje’ Ik heb de eer en het genoegen om over mijn lieve secretaris een boekje open te doen; Geertje Falke a.k.a. “Geert”. Mijn enige vrouwelijke bestuursgenootje, die ik dit jaar ontzettend goed heb leren kennen. Geert is een lieve, zorgzame chick die dit jaar heeft gezorgd dat iedereen gastvrij op de Magisterkamer werd ontvangen, koffie en koekjes konden daar niet bij ontbreken. Ze heeft gepoogd om mij en de twee mannen wat vitamientjes binnen te laten krijgen, maar op de gele bruistabletten van Max na, is daar helaas niet veel van terecht gekomen. Maar niet alleen voor vitamientjes moet je bij Geert zijn, ook staat ze altijd voor iedereen klaar met de nodige raad en advies. Wat zal je altijd bij blijven? Wat mij altijd bij zal blijven zijn de vriendschappen die je in het loop van het jaar opbouwt met je bestuursgenoten. Je leert elkaar gedurende een bestuursjaar ontzettend goed kennen en ik kijk uit naar het moment dat we met z’n viertjes leuke herinneringen kunnen ophalen onder het genot van een biertje. Wat ga je komend jaar doen? In september zal ik mijn comeback maken in de collegebanken, ik ga namelijk starten met mijn Master Rechtsgeleerdheid accent privaatrecht. Binnen Magister JFT zal ik vanaf september de functie van OC-lid Rechtsgeleerdheid binnen Vrijspraak vervullen. Kortom, nieuwe uitdagingen waar ik erg veel zin in heb!

Hello! Naam: Laurien Martens Leeftijd: 22 Functie: Voorzitter Waar kennen we je van? De meeste mensen kennen me natuurlijk van de collegebanken en van mijn nevenactiviteiten. Het afgelopen jaar heb ik plaatsgenomen in het Algemeen Bestuur van Magister JFT en daarnaast ben ik voorzitter van de Kamer InterAct geweest. Tevens was ik lid van de opleidingscommissie. Ook buiten Magister JFT ben ik actief geweest, namelijk als vrijwilligster van de Rechtswinkel Tilburg. Wat verwacht je van komend jaar? Als ik mijn voorgangers moet geloven, dan zal volgend jaar het mooiste jaar uit mijn studentenleven worden. Mijn verwachtingen zijn dan ook hoog. Ik zal veel leuke en leerzame dingen beleven die je in de collegebanken niet meemaakt. Een bestuursjaar bestaat niet alleen uit plezier maken, er zal hard moeten worden gewerkt en ik zal waarschijnlijk ook tegenslagen moeten verwerken. Een boekje open over…. Wouter Wouter houdt van voetbal en gaat daar helemaal in op. Dat is ook wel gebleken het afgelopen WK. Als hij ook een dergelijke passie heeft voor zijn functie als vicevoorzitter, dan zal hij in staat zijn om veel sponsoren binnen te halen. Ik heb hier alle vertrouwen in, aangezien Wouter erg slim is. Het is gebleken dat hij mensen heel goed op de kast kan jagen. Ik vrees dat ik hier komend jaar regelmatig het slachtoffer van zal zijn. Wouter kan minder goed tegen super vrolijke en actieve mensen ’s ochtends vroeg, nadat hij een nachtje in de kroeg heeft doorgebracht. Wat ga jij doen voor Magister JFT? Komend jaar wil ik ervoor zorgen dat iedere rechtenstudent een plekje binnen Magister JFT kan vinden. Niet alleen de Nederlandse rechtenstudent moet een plekje kunnen vinden binnen Magister JFT, maar ook de internationale rechtenstudent. Zij moeten meer betrokken worden bij de vereniging.

SecJure Oktober 2010 | 8


Goodbye! Naam: Max van den Brink Leeftijd: 22 Functie: Vicevoorzitter Wat waren de hoogtepunten van het afgelopen jaar? Het begon met het beleidsweekend waarmee we met een kinderwagen door heel Nederland hebben moeten toeren, op de voet gevolgd door de Constitutieborrel, de Diès, de NSPW en de JBT. Daarnaast nog het gala, het B.E.S.T.-feest in een uitverkochte 013, de Skireis; simpel te veel om op te schrijven. Een boekje open over… Pepers “Eindelijk!” was mijn eerste reactie toen ik hoorde dat ik een stukje over Wendy mocht schrijven. Echter, gezien de hoge kwaliteitsstandaard die gezet is door de eerdere edities van de SecJure, lijkt het mij gepast enige terughoudendheid te betrachten. Met het boekje open doen zal ik me dus beperken tot niet al te vunzige anekdotes. Wat allereerst al enigszins opmerkelijk is te noemen, is dat Wendy gedurende heel haar bestuursjaar altijd bezig is geweest met het uitwissen van foto’s. Hieruit kan elke buitenstaander dus wel opmerken dat Wendy enigszins ijdel is of slecht tegen een flitser kan. Verder heeft Wendy ook de vervelende gewoonte om een liedje minstens vier keer achter elkaar te draaien. Ze valt hiermee goed te vergelijken met een goudvis. Deze heeft namelijk maar een heel kort geheugen. Gezien de herhalingsdrang, dan wel het geheugenverlies, heeft dit Wendy dan ook de bijnaam ‘goudvis’ opgeleverd. Nu lijkt het net of een bestuursjaar met Wendy Pepers de grootste ramp is die men kan meemaken, maar dat valt gelukkig wel mee. Wendy is namelijk altijd wel te porren voor een vette hap, iets waar ik altijd wel veel behoefte aan heb gehad gedurende mijn bestuursjaar. Wendy was dan altijd zo vriendelijk om met mij mee te “snaaien”. Verder is niemand zo goedgelovig als Wendy, dus ga ik haar nu toch wel een beetje missen. Al moet ik wel zeggen dat ik komend jaar nog een aantal colleges met haar ga volgen, dus aan mijn shot Wendy zal ik nog wel kunnen komen, al is het in mindere mate. Wat zal je altijd bij blijven? Ten eerste het rondreizen door Nederland in de trein met een kinderwagen. Verder de constitutieborrels bij zusterverenigingen. Daarnaast de lange en vooral hete treinreizen naar de Zuidas, de allereerste keer dat ik op wintersport ben gegaan met Magister JFT, de brakke ochtenden in gebouw E, maar natuurlijk vooral de band die je als bestuur opbouwt door met elkaar full time in een hok van 25 vierkante meter te zitten gedurende één jaar. Wat ga je komend jaar doen? Komend jaar zal ik plaatsnemen in de universiteitsraad voor fractie FRONT. Verder zal ik beginnen aan mijn master Rechtsgeleerdheid accent Sociaalrecht. Uiteraard blijf ik ook actief bij Magister JFT, dit jaar zal ik plaatsnemen in de communicatiecommissie.

Hello! Naam: Wouter van Loon Leeftijd: 21 Functie: Vice-Praeses der Magister JFT Waar kennen we je van? Drie jaar lang volgde ik de bachelor Rechtsgeleerdheid en ik heb deze ook keurig afgerond. Elke week ben ik daar als zonnestraaltje aanwezig geweest in de collegebanken, tenzij de wekker vóór een uurtje of 8 ging. Daarnaast ben ik afgelopen jaar actief geweest als lid van de sportcommissie, waarmee we legendarische activiteiten als curling en de Batavierenrace hebben georganiseerd, wat eindigde met uitnodigingen voor het nationale curlingteam en een kapotte startmotor van ons busje tijdens de race. Wat verwacht je van komend jaar? Een muisarm van de vele uren op de kamer, een lever die het zwaar te verduren krijgt en een ov-chipkaart die de vele tripjes naar andere besturen en kantoren niet meer kan overzien. Kortom, een geweldig jaar om nooit meer te vergeten. Een boekje open over… Jeroen Mede door een andere studiekeuze ken ik Jeroen pas sinds onze benoeming als Kandidaat Bestuur. Maar één ding dat in die korte tijd al meer dan duidelijk is geworden, is dat geld uitgeven één van zijn hobby’s schijnt te zijn. Dus dames, heren, jongens en meisjes; komt allen naar de Magisterborrel en andere feestjes, want Jeroen heeft zijn creditcard altijd bij zich. Wat ga jij doen voor Magister JFT? Met onze vele Kamers en Commissies organiseren we elk jaar vele mooie activiteiten, maar niet iedereen is altijd even goed op de hoogte daarvan. Daarom wil ik mij hardmaken voor een betere promotie, omdat deze activiteiten zeker de aandacht dienen te krijgen die ze verdienen. Daarnaast hebben wij onze faam als nieuw Dagelijks Bestuur van Magister JFT op de eerste constitutieborrel van een andere studievereniging al waargemaakt door een trofee mee naar huis te nemen. Deze lijn wil ik graag voortzetten en ons als Magister JFT onvergetelijk maken in andere steden. 9 | SecJure Oktober 2010


Goodbye! Naam: Geertje Falke Leeftijd: 22 jaar Functie: Secretaris Wat waren de hoogtepunten van het afgelopen jaar? Ai, je vraagt me om zo’n 365 dagen, waarop iedere dag wel iets verrassends gebeurde, samen te vatten in een paar zinnen. Een poging: Het beleidsweekend, de TUC, de constitutieborrel, de vele nachtelijke treinreizen, de magisterborrels, de gezellige contacten met de leden, de finaleplaats in de bierestafette, de skireis naar Risoul, mijn bestuurskundige gestuntel tijdens de NSPW, de JBT, de verschillende weekendjes door het land verspreid, het Juribes-weekend, de bezoekjes aan zusterverenigingen door het hele land, de besturendagen, de dies natalis van Magister JFT, de almanakpresentatie, de Turkse Biercantus, de Batavierenrace, de appeltaart van Bart, de periode met de sollicitatiecommissie, de momentjes op de Kamer met mijn bestuursgenootjes….. Een boekje open over… Tommy Hurley Ongeveer een jaar geleden, toen ik Tommy nog moest leren kennen, schreef ik ook een stukje over de, toen nog, aanstaande penningmeester van Magister JFT: mijn toekomstig bestuursgenootje. Wat ik toen van deze nieuweling binnen de vereniging wist, was niet veel meer dan dat hij een fascinatie had voor Michael Jackson en van de nodige biertjes hield. Nu ik een jaar met Tommy op een beperkt aantal vierkante meters heb vertoefd, heb ik hem leren kennen als een veelzijdig persoon. Zowel zijn fascinatie voor muziek (deze bleek breder dan Michael Jackson) als zijn liefde voor biertjes zijn bevestigd. Daarnaast bleek Tommy ook een zakelijke kant te hebben. Observerend, analyserend en dan volgde doorgaans een scherpe conclusie. Geen gedoe. Of het nu ging om penningmeesterkwesties, beleidspuntjes of praktische zaken, hij heeft zijn functie met verve ingevuld. Maar ik heb Tommy op een heel positieve manier ook als persoon leren kennen en daar ben ik blij om. Wat zal je altijd bij blijven? Veel lol, weinig slaap, broodjes ‘K’, de hoogtepunten van het afgelopen jaar, bestuursgenootjes, Mumford and sons, slechte foto’s, foute grappen, het lied van de week…. Ik hoop dat ik me die 365 dagen waarin zoveel gebeurde nog lang blijf herinneren. Wat ga je komend jaar doen? Komend jaar pak ik mijn opleiding Bestuurskunde weer op en zal ik nog regelmatig bij de activiteiten van Magister JFT te vinden zijn. Ook zal ik nog actief betrokken blijven bij de vereniging.

SecJure Oktober 2010 | 10

Hello! Naam: Roy van Helvoirt Leeftijd: 21 Functie: Secretaris Waar kennen we je van? Als student Rechtsgeleerdheid uit de collegebanken en de bieb maar ook als Magisterlid van de weekendcommissie en de vele borrels en feestjes. Wat verwacht je van komend jaar? Ik verwacht komend jaar een heel druk, leerzaam, maar vooral ook heel gezellig jaar te hebben samen met mijn bestuursgenootjes Laurien, Wouter en Jeroen. Als ik eerdere bestuurders mag geloven, zal het ontzettend stressvol zijn en is geen dag hetzelfde, dus ik ga gewoon alles over me heen laten komen. We gaan met zijn vieren ons stinkende best doen om er een onvergetelijk topjaar van maken! Een boekje open over… Laurien In de korte tijd dat bekend is dat wij het volgende bestuur der Magister JFT gaan worden, is ons gebleken dat Zeeuwen er een andere taal op nahouden. Wij wisten dat wij, Brabanders, met een accent spraken, maar Laurien heeft toch een eigenaardige woordenschat met woorden als ‘weeral’. Dit heeft al voor hilarische momenten gezorgd voor de heren en zal het vast ook nog veel gaan doen. Helaas ken ik verder geen sappige roddels over deze Koewachtse dame, deze houden jullie tegoed voor de goodbye!

Wat ga jij doen voor Magister JFT? Als secretaris zal ik natuurlijk hét aanspreekpunt zijn voor de leden. Op de eerste plaats wil ik benadrukken dat de deur van de Magisterkamer altijd open staat en iedereen binnen kan komen lopen voor wat dan ook. Daarnaast liggen er van allerhande plannen klaar voor het komende jaar waar wij als bestuur mee aan de slag gaan. Op het moment van schrijven heb ik mijn vakantie nog tegoed, maar als ik terug ben, gaat het jaar beginnen en ga ik me volledig inzetten voor de vereniging!


Goodbye!

Hello!

Naam: Tommy Hurley Leeftijd: 23 Functie: H.T. Penningmeester Magister JFT

Naam: Jeroen van den Bliek Leeftijd: 23 jaar Functie: Penningmeester

Een boekje open over… Max Graag zou ik hier een “leuk” verhaal vertellen over Max. Probleem is echter dat de inhoud noch de lengte van dat verhaal nooit goedgekeurd zal en mogen (art. 291 Sr) worden door de redactie van de SecJure. Ik zal zijn gewenste carrière dan ook sparen en iets anders vertellen. Max begon het afgelopen jaar met veel lawaai en bravoure aan het Dagelijks Bestuursjaar bij Magister JFT. De goede man, die ook wel bekend staat als het neefje van Charlie Sheen, had grootse plannen voor zijn bestuursjaar. In de eerste maanden heb ik samen met Max zo ongeveer in elke Nederlandse stad die er een beetje toe doet (lees: steden met een Universiteit) een trofee meegenomen naar het mooie Tilburg om zodoende een driegangen diner te eisen van zusterverenigingen. Vooral het avontuur in Nijmegen, waar Max letterlijk een bestuursgenoot buiten het gebouw heeft getild, zal me altijd bij blijven. Na de Ski-vakantie in Risoul begon er voor Max een nieuwe tijd waarin hij inderdaad zijn grootse plannen heeft uitgevoerd. Een welbekend gezegde van hem zal ik dan ook nooit vergeten: “Spel zonder grenzen”.

Waar kennen we je van? Binnen Magister JFT ben ik afgelopen (half) jaar actief geweest in de Com-o-cie en Almanakcie en op de betere borrelavonden. Daarnaast word ik wellicht herkend als vaste linkshalf in het 4e van V.V. Knegselse Boys of solide basfundament van Hekwerk!, dé feestband van Knegsel en omstreken, bekend van (lokale) radio en tv.

Wat zal je altijd bij blijven? De vele constitutieborrels van zusterverenigingen en besturendagen van de vele advocatenkantoren. Natuurlijk zullen ook alle activiteiten van Magister JFT me lang bij blijven. Met name de maandelijkse borrels, het ledenweekend, de Nationale Snelpleitwedstrijden en de bierestafette. Ook mijn bestuursgenootjes en de vele heftige, leerzame en gezellige momenten op de Magisterkamer zal ik nooit vergeten. Wat ga je komend jaar doen? Genieten van vrije tijd en beginnen aan de Master International Business Law. Daarnaast blijf ik uiteraard actief bij Magister JFT. Komend jaar kun je me vinden in de Communicatiecommissie (Com-o-Cie) en bij de maandelijkse Magisterborrels in Brandpunt.

Wat verwacht je van komend jaar? Uit de griezelverhalen van onze voorgangers leid ik af dat het een zwaar jaar gaat worden: lange dagen, korte nachten en dodelijke deadlines. Desalniettemin eindigen al deze verhalen met een happy end: het blijkt altijd dubbel en dwars de moeite waard. Ik verwacht een hoop te leren en veel uitdaging te vinden en bovendien een hoop mooie anekdotes op te doen om in de toekomst een spannender boekje over mijn bestuursgenootjes te kunnen openen. Een boekje open over… Roy De officieuze naslagwerken1 vertellen ons dat de naam Helvoirt komt van "hel"; een woest, moerassig gebied, met er doorheen een "voort", ofwel een doorwaadbare doorgang, een weg door de broeklanden. Vroege spellingswijzen zouden zijn: Hellevorth, Heilvoert, Hellevoirt en Helvoord. De eerste vermelding van Helvoirt stamt reeds van 1192. Heer Giselbert van (hoe kan het ook anders) Tilburg regelde toen samen met zijn moeder Alaysa de bouw van een kapel te Helvoirt. Echter, na nadere kennismaking met deze jongeman blijkt al snel dat we hier te maken hebben met heel ander slag volk. Anders dan de naslagwerken doen vermoeden, gaat het hier namelijk om de naam ‘Helvoirt’ (spreek uit: ‘Èlvwaare), afstammeling van de Franse weldoener die omstreeks 1881 de harten van de bourgeoisiedames veroverde. Sindsdien is er weinig veranderd: ook heden ten dage doet Van ‘Èlvwaare nog menig vrouwelijk Magisterhart sneller kloppen… Dames, wees dus gewaarschuwd! Wat ga jij doen voor Magister JFT? Volgens het Bijbelse verhaal van Jozef en de Farao2 zouden zeven vette jaren gevolgd worden door zeven magere. Met de achtste verjaardag van Magister JFT voor de deur, ga ik ervoor proberen te zorgen dat de vereniging in dit eerste vermeende magere jaar blijft floreren. Verder ga ik me volledig inzetten om met Magister JFT wederom een hoop mooie, interessante en leerzame activiteiten neer te zetten, ook voor de internationale student.

1 http://nl.wikipedia.org/wiki/Helvoirt 2 Genesis 41:1-45

11 | SecJure Oktober 2010


Wat neem jij mee?

Wat je elke dag bij je hebt, zegt veel over wie je bent. Over wat je bezighoudt, de dingen die je meemaakt en wat je motiveert. Bij AKD zijn we benieuwd naar wat mensen ‘meenemen’. Naar hun interesses en ambitie. Wat deed jou besluiten rechten te gaan studeren? En wat wil je bereiken? AKD bestaat uit een hecht team van bevlogen advocaten en notarissen. Professionals met een eigen stijl. Vastbesloten alles eruit te halen wat erin zit. We investeren dan ook veel in de ontwikkeling van jong talent. Spreekt onze werkwijze jou aan? Laat het ons weten. We zijn benieuwd naar wat jij meeneemt. Kijk op watneemjijmee.nl.


the Supreme Court decides Robbert Coenmans

At the end of the day, there is one thing us humans love more than anything, which is to see someone’s head get blown off from a relatively safe viewpoint. One can argue all one wants, but history does seem to support this statement. Even without such strikingly clear examples as the Roman Colosseum, one still has to remember that pretty much every work of fiction, be it literature, theatre or movies, do at least have an undercurrent of violence woven throughout. So there you have it, at some, at least for most of us, unconscious level, we enjoy seeing our fellow man get kicked in the face. Now directly opposite to this is the insatiable drive of governments everywhere and almost anytime to curb this desire. Usually this focuses on the latest iteration of violent culture, such as – in the past - lawsuits against Heavy Metal and music videos. But when one reaches further back one can discern similar actions being levied against operas, plays and books we now unequivocally consider to be art. 13 | SecJure Oktober 2010

Artikel

Violence in videogames


The Governator tries to ban violent gaming As you may have guessed from the title, and to cling to the words uttered above, the latest iteration of culture currently suffering the greatest scrutiny is that of videogames. The case we shall be discussing in this article concerns the state of California. It was here that in 2005 state senator Leland Yee introduced California Assembly Bills 1792 & 1793.1 The contents of which shall be discussed in more detail hereafter. Sufficed to know that these required retailers to sell videogames deemed violent separately and would criminalize the sale of these games to minors. The bill was signed into law October 7th 2005. Upon which videogame-manufacturers filed suit. They won the legal battle in both the District Court and the U.S. Ninth Circuit Court. Both courts stating that the law was in violation of the freedom of speech. This drew the attention of none other than Governator Arnold Schwarzenegger himself. Him being a man who ironically in his movies managed to impale, explode and/or decapitate practically everyone. At this point the state of California decided to submit a writ of Certiorari to the Supreme Court of the United States. This is very roughly the equivalent of cassation in The Netherlands. The Supreme Court decided to grant this writ. In its next term, which begins October 2010, the Supreme Court will decide upon the matter at hand. Thus setting the stage for what is potentially a landmark case both for the freedom of speech in the U.S. as for gaming industry worldwide.

Bills 1792 & 1793 The law currently under discussion will, as stated above, criminalize the sale of a violent game to a minor. To establish if a game is indeed violent it has to meet a set of criteria. The list of which is quite long. Sufficed to say that there has to be some violence, which, from a more or less objective standpoint is unsuitable for viewing by minors. Furthermore the game has to be lacking serious artistic, literary, political or scientific value. These standards are more or less concurrent with Supreme Court rulings limiting the freedom of speech with regard to obscenity , in which obscene material is seen as falling outside of the regular protection of the first amendment. A matter upon which we will return later in greater detail. It is as such reasonable however to assume that the bill has been drafted with those rules in mind. If a game is deemed violent then, according to the aforementioned law, it should be clearly labeled “18” on the box in black and white lettering. Furthermore, it should not be sold to minors. If someone violates this stipulation he or she should be fined $1000 dollars. Retailers are also not allowed to sell these games next to regular videogames. They should be sold separately, just like pornography. According to the preamble the reasoning of California SecJure Oktober 2010 | 14

with regard to this law is as follows. Exposing a minor to a violent game makes it more likely that they in turn will become violent. Furthermore minors who play these games frequently will suffer psychological harm. These are two things that the state of California feels they should safeguard their citizens from, and as such they signed the bill into law.

The first amendment The general principle is that one cannot regulate the content of expression. There are however – as there always will be – a few exceptions to the rule. The most notable of which, and the one the state of California seems to have set their sights on, is that of obscenity. Obscenity basically pertains to images or other expressions which constitute lewd sexual behavior deemed thoroughly offensive. If expressions are deemed obscene, they can be limited in their distribution and sale, not in the possession thereof. Because the definition of obscene material is quite difficult, it is, by necessity, rather vague. Or, as Supreme Court Justice Stewart famously wrote: “I know it when I see it.”2 This not being much in the way of legal criteria, though undoubtedly true, the Supreme Court has established a more formal definition, namely the Miller test, which tends to objectify the matter somewhat.3 The average person needs to find the material offensive. The material should pertain to sexual conduct or excretory function (a fancy word for using the toilet). Also, the material should be lacking in serious literary, artistic, political or scientific value. If these criteria do not apply to the case, then there is still one more avenue of regulation to explore. Namely the Time, Place or Manner restrictions.4 These are not content based, but can however impose restrictions on the way an expression is voiced and/or distributed. These can be imposed if the restrictions are ‘content-neutral, are narrowly tailored to serve a significant government interest, and leave open ample alternative channels of communication’.

The obscenity of violent games The lower courts stated however that the discussed laws where unconstitutional, because what was proposed does not fall within the definition of obscenity. And, in my opinion, rightly so. Though violence can certainly be obscene if one uses the word in a day to day context. For the legal meaning it is imperative that one takes into account the undoubtedly sexual nature of the term. When seen in this light it is clear, violence is not akin to obscenity in the legal sense of the word, no matter how disturbing the subject matter might be. There is however – as there always is – a catch. The law does pertain to minors, which according to Ginsberg v.


New York,5 should be considered differently under the law and given special consideration. This could entail that even though violence does not constitute obscenity, in this case, the Supreme Court rules that it has to be treated as such. It has to be noted that this would be quite a stretch, and that Ginsberg has previously only been applied to sexually obscene material.

Violence begets violence With the obscenity argument as such being rendered highly unlikely, there are still the Time, Place or Manner restrictions. These break down in multiple parts, but given the limited space of this article I shall concentrate on those parts which are imperative to the lower courts’ ruling that the law was unconstitutional. Namely that the law was not narrowly tailored enough and did not serve a sufficient government interest. The restriction should be narrowly tailored. This roughly translates to that the restriction should be as specific as possible. This is simply not the case when one basically superimposes the obscenity criteria, which have suffered criticism for being so vague, onto this matter. 6 The violent gaming law as such is so sweepingly broad and general that it cannot be said that it is narrowly tailored. Again however Ginsberg looms over the matter like the proverbial sword of Damocles. What if the interest was so great, that violent videogames where so incredibly detrimental to minors, that this would justify a broad definition. Then Ginsberg could make it so that the above would not hinder the law being constitutional. Which brings us to the sufficient government interest. The state of California claims that this law serves the goal to prevent minors from showing aggressive behavior and psychological damage, both of which, according to them, can be caused by playing violent games. This is basically the crux of the entire law and the pending case. The bill was floated for no other reason than the belief that violent videogames damage minors in some sort of way. If this is not the case, then the entire reasoning behind this law would cease to exist. Thereby eliminating the necessity of the law entirely. The scientific basis that senator Yee uses to argue the necessity of his bill is a report of the Surgeon General on Youth Violence.7 This being a very comprehensive study on the risk factors and markers which could cause or be indicative of youth violence. In this study, which has 124 pages, only two paragraphs thereof seem to concern themselves with video games. The first of which states that there has not been enough research to draw truly valid conclusions. The second of which is a meta-analysis, i.e. a comparison of studies, which states that there might be a slight correlation between playing videogames and violent behavior. This is a correlation, mind you, and there seems

to be no causative relation between the two. The distinction is quite crucial. This means that people who are prone to violent behavior might play violent videogames. This does not mean, as would be the case with a causative relation, that playing violent videogames causes violent behavior in minors. As such this seems to be quite a sketchy basis for a bill which limits the freedom of speech. As is oft the case in the U.S., this has become a battle of experts. With on the one hand psychologists claiming the effects to be non-existent.8 And on the other hand people claiming that they are, and that the effects are indeed significant.9 However, even the proponents of legislation cannot prove causative effects, merely corollary ones. This does not, however, imply that there is no causative effect. It could even be an indicator thereof. However, that is not the same as evidence. Given the above I’m not certain however as to whether the courts will accept these reports as factual evidence. Firstly, it lacks proof of any causative relation. Secondly, there is so much debate among psychologists with regard to this matter, that one simply cannot accept the judgment of one ‘side’ of the discussion to be the correct one. The statement that playing violent games might lead to psychological harm is pretty much the violence argument dressed up differently. It shall not, as such, be discussed any further. It is therefore my opinion that the significant government interest is lacking in this matter, and that as such, the law is unconstitutional. That is, however, my opinion. It is not necessarily the opinion of the Supreme Court. It might be that they will attach a certain extra interest to the reports of psychologists who claim that there are significant risks to minors. Perhaps on the basis that one shouldn’t take chances with a nation’s youth. It is my belief however, that such elementary and fundamental rights as the freedom of speech, should only be limited in the most grave and dire of circumstances. And that just isn’t the case here.

1 http://info.sen.ca.gov/pub/05-06/bill/asm/ab_1151-1200/ ab_1179_bill_20051007_chaptered.html 2 Jacobellis v. Ohio, 378 U.S. 184, 197 (1964). 3 Miller v. California, 413 U.S. 15 (1973) 4 See: United States v. Grace, 461 U.S. 171 (1983) 5 Ginsberg v. New York, 390 U.S. 629 (1968) 6 Huston William: Under Color of Law. Obscenity vs. the First Amendment, Nexus Journal vol 10 (2005): 75:82 7 http://mentalhealth.samhsa.gov/youthviolence/surgeongeneral/ sg_site/toc.asp 8 Ferguson, C. J. (2007b). The good, the bad and the ugly: A meta-analytic review of positive and negative effects of violent video games. Psychiatric Quarterly, 78, 309–316. 9 Anderson et al. (2010). Violent Video Game Effects on Aggression, Empathy and Prosocial Behavior in Eastern and Western Countries: A Meta-Analytic Review. Psychological Bulletin Vol. 136, No. 2, 151–173.

15 | SecJure Oktober 2010


Advocaat echtscheidingsrecht: meer dan een baan alleen Artikel



Scheiden: een veelvoorkomend verschijnsel. Waar vroeger het huwelijk werd gezien als een levenslange verbintenis, wordt het nu steeds meer gezien als een tijdelijk verbond. Het aantal echtscheidingen stijgt: een derde van de gelukkige bruidsparen gaat na korte tijd alweer uit elkaar, een illusie armer en een ervaring rijker. 1 Een carrière als advocaat gespecialiseerd in echtscheidingen kan lucratief zijn. Als een stel voor de advocaat om theelepels vecht, is de winst gauw binnen. Maar naast geld moeten er meerdere redenen zijn om voor dit vakgebied te kiezen. Ik vroeg het aan een echtscheidingsadvocaat en de volgende redenen rolden mijn inbox binnen.

Loes van Puijenbroek

Bij onenigheid tussen de partijen wordt de alimentatie door de rechter vastgesteld: art. 1:157 BW bepaalt dat de rechter op verzoek van één van de partners een uitkering tot levensonderhoud kan toekennen. Dit betekent dat de partner die minder geld heeft of kan verdienen dan zijn ex-partner, maximaal 12 jaar lang geld krijgt van de ander. Bij een huwelijk van maximaal vijf jaar eindigt de alimentatieverplichting na een termijn gelijk aan de duur van het huwelijk. Kortom: trouwen en meteen weer scheiden om alimentatieredenen is niet slim – zeker niet omdat je, als je de alimentatie wil blijven ontvangen, niet mag samenwonen, trouwen of een geregistreerd partnerschap mag aangaan (art. 1:160 BW). Indien er uit dat korte huwelijk kinderen zijn geboren is de alimentatietermijn wel 12 jaar.

Breed rechtsgebied

Complexiteit

Allereerst richt echtscheidingsrecht zich niet slechts op het familierecht. De advocaat moet zich bezig houden met de (in)boedelverdeling en alimentatie, waarbij rechtsgebieden als ondernemingsrecht en belastingrecht vaak langskomen. Wat doet het scheidende echtpaar met de eigen woning als deze gemeenschappelijk eigendom is? Welke invloed hebben de huwelijkse voorwaarden op de besloten vennootschap van de man? De advocaat moet deze vragen kunnen beantwoorden en, naar het antwoord handelend, de situatie tot in de puntjes regelen.

Iedere echtscheidingsprocedure begint met een verzoekschrift van de advocaat van één of beide partijen. Een advocaat kan beide partijen vertegenwoordigen als zij akkoord gaan met de echtscheiding en er geen enkel conflicterend belang is of kan ontstaan. Bij echtscheidingen is dit zelden het geval en daarom is de Vereniging Familierecht Advocaten en Scheidingsbemiddelaars tegenstander van het gezamenlijk verzoekschrift. Een alternatief is de collaborative divorce: de advocaten van beide partijen blijven dan onderhandelen totdat er een consensus bereikt wordt. Rechterlijke tussenkomst is een ultimum remedium.4 Het is wenselijk dat de rechter slechts een formele rol speelt.

De advocaat heeft dus de taak de inboedel te verdelen. Als een echtpaar in gemeenschap van goederen is getrouwd, krijgt ieder 50% van het vermogen: door middel van een vermogensopstelling of door taxatie wordt de waarde van elke zaak geschat2, waarna alles eerlijk wordt verdeeld. Situaties waarbij beide partijen de unieke design-badeend uit Namibië willen hebben zijn geen zeldzaamheid en zorgen voor langdurige scheidingen. Als tussen partijen huwelijkse voorwaarden zijn overeengekomen, kan het nog lastiger worden: welke goederen vallen onder de gemeenschap? Het is dan aan de advocaat om de positie van zijn partij zo gunstig mogelijk voor te stellen aan de rechter. De advocaat regelt ook de alimentatie. Hij stelt een echtscheidingsconvenant3 op, waarmee de afspraken over alimentatie tussen de partijen bindend worden. Kennis van belastingrecht en dergelijke is hierbij zeker nodig. SecJure Oktober 2010 | 16

De grond van een echtscheidingsverzoek is ‘duurzame ontwrichting van het huwelijk’ (art. 1:151 en 1:154 BW). Het is aan de partijen om dit begrip in te vullen. Als er geen uitzicht is op herstel van het huwelijk en samenleven ondraaglijk is geworden, wordt er aan dit vereiste voldaan. Wanneer een partij vindt dat er geen sprake is van duurzame ontwrichting, beslist de rechter of aan de echtscheidingsgrond wordt voldaan. Aangezien deze een objectief karakter heeft toetst de rechter slechts of de situatie bestaat en niet hoe deze is ontstaan.5 Bij meningsverschillen over het nut van een echtscheiding of over aspecten als alimentatie, kan de verwerende partij binnen zes weken een verzoek om uitstel of een verweerschrift indienen (art. 816 lid 2 Rv). De zaak wordt dan mondeling behandeld op een terechtzitting.6


Indien de partijen overeenkomen of het verzoekschrift gezamenlijk hebben ingediend, wijst de rechter direct het echtscheidingsverzoek toe. De laatste stap om ‘van je partner verlost te zijn’, is de echtscheidingsbeschikking in te schrijven bij de burgerlijke stand (art. 1:163 BW). Een verzoek- of verweerschrift opstellen is routine voor de gemiddelde echtscheidingsadvocaat. Toch kunnen echtscheidingen zeer complex zijn. Als een partner bijvoorbeeld twee nationaliteiten heeft en in Nederland wil scheiden, kan de advocaat niet zonder meer een procedure beginnen. Kan het echtpaar wel scheiden naar Nederlands recht?7 Als advocaat moet je hierop bedacht zijn. Het wordt ook complex als de partner dankzij het huwelijk een verblijfsvergunning heeft verkregen. Door scheiding wordt die verblijfsvergunning, verleend voor gezinsvorming- of hereniging, ingetrokken als niet aan de vereisten voor een zelfstandige vergunning wordt voldaan (art. 15 jo. 18 lid 1 Vreemdelingenwet 2000). Een advocaat moet dan de cliënt aanraden niet te scheiden, omdat dit voor de cliënt negatieve gevolgen heeft.

Belangenbehartiging Een advocaat is soms genoodzaakt om tegen de wensen van de cliënt in te gaan omdat deze op langere termijn verkeerd uitpakken voor de cliënt, de ex of de kinderen. Vooral het belang van het kind wordt veelvuldig beschermd in de wet. Art. 809 lid 1 RV vereist bijvoorbeeld dat een minderjarige altijd de gelegenheid moet hebben om zijn mening over de scheidingszaak te kunnen vermelden aan de rechter. Tevens staat in art. 18 IVRK dat de Staat alles moet doen wat in zijn vermogen ligt om ouders de gezamenlijke verantwoordelijkheid te laten dragen van de opvoeding en ontwikkeling van het kind. Dit geldt ook voor gescheiden stellen: het ouderlijk gezag blijft immers bestaan (art. 1:251 lid 2 BW). Om het gezag in goede banen te leiden moeten ouders bij echtscheiding een ouderschapsplan opmaken. Deze verplichting (art. 1:247a BW) geldt voor zowel een eenzijdig als gemeenschappelijk verzoek tot echtscheiding8 en vraagt de partijen om afspraken te maken over de verdeling en financiering van zorg- en opvoedkundige taken, de omgang met de ouders en informatieverschaffing. Deze documenten worden bijgesloten in het echtscheidingsconvenant of echtscheidingsverzoek. Dit moet de advocaat regelen.9 Als een partner niet wil meewerken, kan de advocaat dankzij art. 815 lid 6 Rv alsnog handelen: het overleggen van de stukken van één partij voldoet. De echtscheiding wordt pas uitgesproken als er overeenstemming is over het ouderschapsplan, of als duidelijk is dat er geen overeenstemming komt en de rechter daardoor beslist over het ouderschapsplan. Dit is tijdrovend; vaak worden partijen naar mediation verwezen. Als je kinderen hebt zit ‘even’ scheiden er dus niet in.

Niet alle wensen van de cliënt zijn dus mogelijk; andere belangen tellen mee. Als advocaat sta je niet zomaar aan één kant van het conflict hoewel natuurlijk het voordeel voor de eigen partij wordt beoogd. Het hoofddoel van de advocaat is om een compromis te bereiken tussen partijen; dit komt alle belangen ten goede.

Ontwikkeling Een laatste reden die de advocaat opperde, is dat scheidingsrecht altijd in ontwikkeling is. Enige tijd geleden is bijvoorbeeld art. 1:377a BW gewijzigd, waardoor het kind altijd recht heeft op (en de plicht heeft tot) omgang met beide ouders.10 Ook stelde de Wet Openstelling Huwelijk in 2001 het huwelijk open voor stellen van het gelijke geslacht. Een advocaat kon ineens homoseksuele stellen tot zijn cliënten rekenen die kinderen kunnen adopteren en beroep kunnen doen op partneradoptie.11 Aangezien er in de toekomst nog vele veranderingen in het verschiet liggen, raak je niet snel verveeld. Erg fijn als je tot je 67e moet doorwerken. Oftewel: het stijgende aantal echtscheidingen maakt deze baan zeker lucratief – maar naast geld heeft het meer te bieden. Het echtscheidingsrecht is een interessant, complex, veranderend en breed vakgebied waar je als advocaat veel mensen kan helpen. Of het nou Anouk is met haar volgende man, een homoseksueel echtpaar of een Armeniër en zijn Friese boerin; elke zaak heeft interessante trekjes doordat de verstandhoudingen verschillen. En er zijn leuke momenten. Met popcorn in de hand naar ruziënde stellen kijken vanuit je comfortabele bureaustoel, bijvoorbeeld. Maar dat is een voorstelling van zaken die een verstandig advocaat zeker niet aan de buitenwereld zal mededelen.

(Endnotes) 1 CBS 2 C.H. Bilderbeek, Echtscheiding in vogelvlucht, Kampen:

Kok 1994, p. 74

3 C.H. Bilderbeek, Echtscheiding in vogelvlucht, Kampen:

Kok 1994, p. 92

4 M.J.C. Koens, Kind en scheiding: monografieën echtschei-

dingsrecht deel 8, Den Haag: Sdu-uitgevers 2008, p. 23

5 Vlaardingerbroek e.a., Het hedendaagse personen- en fami-

lierecht, Deventer: Kluwer 2008, p. 147

6 C.H. Bilderbeek, Echtscheiding in vogelvlucht, Kampen:

Kok 1994, p. 19

7 Hof ‘s Gravenhage 25 maart 2009, AR2009/2300: Het

Hof besliste, dat indien een partner meerdere nationaliteiten bezit, op grond van art. 1 lid 3 Wet Conflictenrecht Echtscheiding beoordeeld moet worden met welke nationaliteit de partij de sterkste band heeft 8 M.J.C Koens, Kind en scheiding: monografieën echtscheidingsrecht deel 8, Den Haag: Sdu-uitgevers 2008, p. 24 9 M.J.C. Koens, Kind en scheiding: monografieën echtscheidingsrecht deel 8, Den Haag: Sdu-uitgevers 2008, p. 24

10 EK, 2006-2007, 30145, A. 11 Stb 2001, 9

17 | SecJure Oktober 2010


Het Kruisverhoor

Interview

Erik-Jan Broers

Door Therris Burgers

De hoofdpersoon in dit Kruisverhoor heeft gewoon een kantoor op de vierde verdieping van gebouw M. Dit is misschien een kleine desillusie. Ik geef het toe, ook ik had deze docent het liefst gesproken in een donkere kerker ergens diep in de catacomben van gebouw M. Eígenlijk had ik hem graag gestoord tijdens zijn practicum radbraken of demonstratie duimschroeven. Maar neen, zelfs voor de tienvoudig winnaar van de Beste Docent Verkiezing worden geen uitzonderingen gemaakt en dus vindt ook dit interview plaats in één van de schoenendozen die de rechtenfaculteit rijk is. Ditmaal voor de inquisitie: Erik-Jan Broers. 1. Naam: mr. dr. Erik-Jan Maria Frans Cornelis Broers 2. Woonplaats: Tilburg. Ik ben een geboren Bosschenaar maar toen ik hier ging werken ben ik toch in Tilburg gaan wonen. Eerst in het centrum en nu in de Reeshof. 3. Leeftijd/geboortedatum: 1 februari 1959, ik ben dus 51 jaar oud. 4. Huwelijkse staat: Ongehuwd samenwonend 5. Werkzaam als: Universitair docent 6. Afgestudeerd: Ja! Of bedoel je dat niet? Nee oké, ik ben begonnen aan de toenmalige Katholieke Universiteit Tilburg maar toen ik afstudeerde in ‘86 heette het al de KUB. Ik heb privaatrecht gedaan onder de Grote Schoordijk, die hier af en toe de heilige hallen nog bezoekt. [SecJure: Maar de UvT heeft - gezien de afkorting- toch nooit Katholieke Universiteit Tilburg geheten?] Zei ik dat dan? Oh, padon, dat was een Freudiaanse verspreking... 7. Hobby’s: Ik houd van lezen en reizen. Ik ben onder SecJure Oktober 2010 | 18

andere in Sri Lanka, Thailand en India geweest. Daarnaast houd ik ook wel van een beetje klussen in het huis en de tuin. 8. Welk type student was u? Ik was een best ijverige leerling, vrees ik. Bestuursrecht hadden wij om 8:45 en dat had ik nooit voorbereid, maar voor de rest kwam ik altijd redelijk goed beslagen naar college. Ik ben in mijn studententijd nooit zo’n feestbeest geweest, dat had ik tijdens de middelbare school al gedaan. Daar heb ik verder geen commentaar op. 9. Wie was/is uw voorbeeld? Mijn voorbeeld op juridisch gebied is toch vooral professor Schoordijk. Voornamelijk vanwege zijn manier van college geven, maar ook omdat hij een volstrekt unieke positie in nam. Af en toe ging hij recht tegen de Hoge Raad in en als de Hoge Raad dan om ging, begon hij gewoon weer het tegendeel te beweren. Dat tegendraadse


mag ik wel. Hans Nieuwenhuis is ook een voorbeeld van me. Die gaf zeer inspirerende hoorcolleges. Hij kwam binnen met titels als ‘de kunst van het biljarten’ en van daaruit werkte hij dan naar het uiteindelijke onderwerp. 10. Wat wilde u vroeger worden? (en wat is er misgegaan?) Dat kwam voor mij best laat. Toen ik iets van 16 was wilde ik graag archeoloog worden. Ik zag me in Egypte al rondkruipen in de pyramides. Mijn vader heeft me er in ellelange sessies toch van weten te doordringen dat de meeste archeologen hun carrière zien verkommeren op een regenachtig veldje waar ze pijlpunten staan te zoeken. Ook belangrijk natuurlijk, maar goed. Nu ben ik een soort rechtsarcheoloog dus het is toch nog een beetje goed gekomen. 11. Waarom hebt u voor rechten gekozen? Op een gegeven moment kregen wij beroepsvoorlichting op de middelbare school. Ik wist nog steeds niet echt wat ik wilde, maar wat ik over rechten las en hoorde leek me heel interessant. Vervolgens Tilburg, niet alleen omdat het dichtbij was maar omdat het ook goed aangeschreven stond. 12. Hebt u een verborgen talent? Vroeger kon ik redelijk tekenen, maar ik doe dat tegenwoordig zo weinig dat ik er nu moeite mee heb om iets op papier te zetten. Op de middelbare school heb ik wel stripverhaaltjes getekend en ik ben zelfs wel eens ingezet voor het bisdomblad van Den Bosch. Ik denk dat het talent dat daar aan ten grondslag ligt mijn fantasie is. Dat uit ik nu vooral in mijn blogs. 13. Wat is uw slechtste gewoonte? Even zoeken tussen mijn vele slechte gewoontes. Ik zou mijn vriendin kunnen bellen maar zoveel tijd hebben we niet. Waarschijnlijk is het dat ik dingen uitstel. Dat is overigens niet zozeer in mijn werk – waar ik het gewoon erg druk mee heb - maar meer in het leven over het algemeen. Ik kan me nog herinneren dat ik, toen ik nog in mijn flat woonde, ik een lamp moest ophangen in mijn slaapkamer. Uiteindelijk heb ik daar twaalf, dertien jaar gewoond maar die lamp is er nooit gekomen. 14. Wat is uw leukste uni-gerelateerde anekdote? Ik werk hier nu bijna 25 jaar en in die tijd is er ontzettend veel gebeurd. De afgelopen Beste Docent Verkiezing toen ik het voor de tiende keer werd en in vier categorieën heb gewonnen - was wel heel bijzonder. Vooral omdat ik er door omstandigheden helemaal niet mee bezig was. De eerste keer dat ik de BDV won was misschien nog wel leuker omdat het iets heel onverwachts was. Ik gaf toen een heel klein vak en het was voor mijn gevoel echt zoiets als Willem II dat landskampioen wordt. Maar ook dingen die ik hier met studenten heb gedaan of de colleges Recht en Film staan hoog in mijn top tien. 15. Wat wilt u de studenten meegeven? Ik zou toch zeggen: geniet van je studententijd. Zie de

humor van dingen in en sta open voor mogelijkheden die niet rechtstreeks verbonden zijn aan je studie. Reken niet alles af op zo snel mogelijk hier weg zijn, de grote boze wereld in. Dit is in feite de meest onbekommerde tijd die je hebt. Later moet je je al genoeg druk maken over je salaris, een dakkapel of de kinderen die nieuwe schoenen moeten hebben. 16. Stelling: A of B? B. Of wat bedoel je? Qua rechtsgeschiedenis A of B? Ja, toch B denk ik. Want dat is echt mijn vak, hoewel ik A ondertussen ook erg leuk ben gaan vinden omdat je daar nog jonge frisse eerstejaars hebt om te bederven. Weet je, eigenlijk wilde ik A zeggen, maar omdat ik niet wist waar de vraag over ging en omdat ik dan toch weer dwars wil zijn, zei ik alsnog B. Een heleboel van mijn keuzes worden zo gemaakt trouwens. 17. Stelling: Julius Caesar of Karel de Grote? Dan toch Karel de Grote, maar dat is meer gevoelsmatig. Buiten het feit dat Julius Caesar door 23 messteken om het leven is gekomen en dat lijkt me geen prettige manier om aan je einde te komen. Hoewel, na een paar steken schijn je in coma te raken dus hoeveel hij er uiteindelijk gevoeld heeft... 18. Stelling: Kruisigen of Radbraken? Radbraken, dat hebben wij proefondervindelijk vast weten te stellen bij een student die toch al kansloos was voor het tentamen. Na een paar slagen voel je het niet meer omdat je buiten kennis raakt, aldus een arts die ooit college bij me volgde. Kruisigen kan ook heel erg lang duren omdat je in principe verdrinkt in je eigen lichaamsvocht. Van huis uit ben ik trouwens helemaal niet sadistisch, het zit nou eenmaal in mijn vak... 19. Stelling: Knippen of Kleuren? Knippen. Ten eerste staat het kleuren me nog het meeste bij omdat het zo ontzettend lang duurde voordat het er weer uit was. Overigens dacht ik toen ik de weddenschap aanging dat ze mijn haar één kleur gingen verven1. Gewoon donker blauw of stemmig paars. Maar in plaats daarvan heb ik een week als Pino de Paradijsvogel over de campus gelopen. Uiteindelijk heb ik het ook afgeschoren, maar vooral het roze bleef maar terugkomen. Vervolgens heb ik een tijdje met een muts op gelopen, maar toen waren er een paar mensen die dachten dat ik aan de heroïne of de chemo zat… 20. Stelling: Univers of SecJure? Oei, dat is een moeilijke. Hoewel ik SecJure een erg warm hart toedraag toch Univers. Voornamelijk omdat ik daar een eigen rubriek heb. Eigenlijk heeft Univers me gewoon omgekocht met bekers en muismatten waar ‘Broers Blogt’ op staat maar dat terzijde. Staat tegenover dat ik altijd met veel plezier samenwerk met Magister en alles wat daaronder ressorteert. 1 Zie hiervoor SecJure 2 jaargang 23, pagina 23

19 | SecJure Oktober 2010


Opinie

Gulden versus Euro Hallo vriendjes en vriendinnetjes! Fijn dat jullie er weer zijn! Humor en spanning komen er weer aan, met Jos en Daan. Oww nee, Daan (kijk voor de definitie van ‘Daan’ in de Dikke Van Dale bij ‘legende’) is er mee gestopt. Wel, dan wordt het nu Jos en Robbert! Jammer dat daar zo weinig op rijmt, trouwens. (“Robbert en Jos, in je haardos” is ook niet echt plezierig) Afijn, het is een nieuw jaar van de Secjure. En dat betekent – hoera! – wederom een nieuwe reeks pro/contra’s. Voor de nieuwe lezers onder ons, die niet weten wat de pro/contra is; wij zullen het uitleggen. Twee mensen die het in het echte leven uitermate goed met elkaar vinden kunnen, trekken enkele malen per jaar ten strijde tegen elkaar in deze fraaie glossy van de rechtenfaculteit en Magister JFT. Zij krabben elkaar bij wijze van spreken bijna de ogen uit, zo dat al zou kunnen op papier. Qua stijl is het een beetje à la Top Gear, maar dan niet in het Engels, maar in het Nederlands. En natuurlijk niet op televisie, maar op papier. En ook niet met auto´s. Eigenlijk heeft het maar weinig weg van Top Gear. Dat neemt overigens niet weg dat dat geen leuk programma is. Laatst hadden ze bijvoorbeeld een Citroën van een berg gegooid. Waar waren we ook alweer? Oh ja, de standpunten die we innemen, vertegenwoordigen niet noodzakelijk onze meningen. Het gaat er gewoon om de gemoederen van de Tilburgse studenten eens lekker bezig te houden en eens ongezouten wat basisgedachten op papier te zetten over verschillende onderwerpen, opdat er borrelpraat op niveau gebezigd wordt. Dus, pak een kop lauwe koffie, spijker de deur van je kamer dicht en leest voort! SecJure Oktober 2010 | 20


De Gulden: een gouden zet Jos Klaus

We gaan terug naar 2002. Het jaar dat Queen Elizabeth 50 jaar op de troon zit. Maxima en WillemAlexander kijken elkaar heel lief in de ogen en beloven elkaar eeuwige trouw. Lance Armstrong wint zijn vierde Tour de France op rij door flink hard te fietsen. Allemaal leuk en aardig, maar helaas kende 2002 ook dieptepunten. Pim Fortuyn wordt vermoord in Hilversum. Bassie en Adriaan stoppen als duo. Prins Claus komt te overlijden op 76-jarige leeftijd. En… jazeker… de Euro wordt ingevoerd. Dag, gulden! Bye, bye, zwaai, zwaai! Op zich is de Euro geweldig. Je stapt in je auto, rijdt naar Frankrijk en koopt daar een ovenverse baguette in een slapende village bij een bakker met een grote snor en een kassa die ‘ping’ zegt als diezelfde bakker op de knop drukt. En dit alles zonder bij het grenswisselkantoor Nederlandse knaken te hoeven omwisselen voor die gemoedelijke Franse francs. Dat is verrekte makkelijk! En de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat de Euro daarmee inderdaad had kunnen worden genomineerd voor de “Ik ga voor groot gemak”-trofee van 2002. Helaas is dat laatste heuglijk feit niet doorgegaan. Joost mag weten waarom, maar het zij zo.1 Feit is wel, dat toen ik in Zwitserland was, me groen en geel ergerde over het feit dat je inderdaad daar vrijwel alleen met francs betalen kon.2 Afijn, ik ben hier niet aangewezen om vol overgave te gaan zitten betogen over dat ene puntje waarom de Euro wel goed is. Neen, integendeel, beste lezer! De barricaden op! Ten strijde trekken tegen die munt! Want, laat ik met een oneliner beginnen – die feitelijk meer inhoud heeft dan een doorsnee oneliner en gezien

kan worden als een waarheid, waar niet omheen kan worden gedraaid. Een ketting is zo sterk als de zwakste schakel in het geheel. Heel simpel gezegd, komt dat in de realiteit neer op het feit dat als – ik noem een zijstraat – Griekenland slecht draait, dit van invloed is op de Euro in zijn geheel. En die Grieken, dat zijn me een stel druiloren! Flapdrollen van de hoogste categorie! Die gaan al met pensioen voordat ze zijn begonnen met werken. Vinden ze het dan gek, dat ze er economisch slecht voor staan? Ik niet. Vroeger werd dan gewoon die Drachme van ze gedevalueerd, hetgeen meteen te merken was in de portemonnee van de doorsnee Griek: “Jij niet werken? Jij dan minder kunnen kopen uit andere landen!” Nu niet meer; met de Euro lift men lekker als een freerider mee op het succes van andere landen. Let wel: andere, wél hardwerkende landen voelen de pijn dan in de beurs. {Sarcastische modus aan} Geweldig toch? {Sarcastische modus uit} En dan het volgende heikele punt. De Euroflatie. Nu zullen tegenstanders van me meteen beginnen te bakkeleien: “Ja, maar Jos… dat is niet de schuld van de Euro hè? Die winkeliers en horecabaasjes hebben de prijzen verhoogd!” Dan kan ik alleen maar te berde brengen: “Mee eens, beste tegenstander. Ware het niet dat de invoering van de Euro het klimaat heeft gebracht.” Want, niemand kan er om heen draaien. Als dat Europese ‘dubbeltje op zijn kant’ (zoals ik de Euro pleeg te noemen) er niet was geweest, hadden we nu niet in Euro’s betaald en geen Euro’s op de menukaart gezien. Want veranderingen zijn altijd instabiele momenten, waar bepaalde mensen van profiteren. In dit geval onder meer de horeca. In de afgelopen jaren is de inflatie in totaal 25% geweest, daar waar de horeca maar liefst gemiddeld 40% duurder is geworden. Zonder de Euro was dit níet gebeurd! En komt allemaal door meneer Gerrit Zalm, de minister met de Kukident-glimlach3, die ons door de ‘komma-twinitig-inde-omrekenkoers-van-2,20871’ twintig procent van ons 21 | SecJure Oktober 2010


geld door de neus geboord heeft. Want, denkt u nu werkelijk, dat de lokale groenteboer of de man van de fietsenstalling in Harlingen nu werkelijk 0,45 Eurocent voor een krop sla of dagstalling vraagt – daar waar het vroeger 1 gulden was? Nee, dat is 50 cent geworden. Kijk, dát bedoel ik dus!

Ach, wat heeft dit betoog ook voor zin, eigenlijk? We hebben de Euro. We zullen het er mee moeten doen – althans, voorlopig. Was de gulden toch maar terug. Zucht. Zou de teletijdmachine van Professor Barabas te huur zijn? Jos Klaus

Oww ja, bijna nog het laatste punt vergeten – voordat ik mijmerend eens op zoek ga in laatjes en kastjes of ik ergens nog een rijksdaalder heb liggen. Veel mensen zeggen, dat de Euro handig is voor het internationale betalingsverkeer. Klopt! En diezelfde mensen geven dat als rechtvaardiging voor het bestaan van de Euro als munt. En daar zitten ze fout. Want, de Euro als munt en de Euro als giraal geld… Dat zijn twee compleet verschillende werelden! Voordat het 2002 was, rampjaar in de eeuwen der eeuwen, werd er giraal al in Euro’s betaald. Maar dat realiseert bijna niemand zich.

P.S. Beste lezer, is u iets opgevallen in deze pro/contra? Één persoon is niet door het slijk gehaald. En één automerk ook niet. Weet u waar ik op doel? 1 Mensen die Joost heten, stuurt uw reactie naar secjure@magisterjft.nl! 2 Over dat groen en geel ergeren: behulpzame Zwitserse kaasmeisjes in kokette jurkjes ontfermden zich teder over mij, vanwege mijn groen-gele gelaatsuitdrukking. Hoezee! Weer wat positiefs, toch? Of houdt u, beste lezer, niet van Zwitserse kaasmeisjes? 3 Nu in de winkel: “Zalm ‘m d’r in!” Een gezelschapspel voor de hele familie! Je bouwt je eigen economie en degene die als snelste een bank om zeep helpt en heel snel euroflatie bewerkstelligt, heeft gewonnen!

Geen keus: de Euro Robert Coenmans

In vroeger tijden had men ruilhandel. Kort gezegd was je koe vijf kippen waard, en je vrouw twee koeien.4 Dit was niet handig. Het eerste gesprek met je schoonfamilie is sowieso al vrij belabberd, laat staan als een stel herkauwers het meubilair van de woonkamer vernielen.

Desondanks weet ik zeker, want dit soort dingen zijn nou eenmaal een voldongen feit, dat er na deze periode ook gekken waren die graag terug wilden naar die goeie oude tijd waarin je met een roedel koeien over straat ging om je vrouw te kopen. Ingebed in de mens zit nou eenmaal een rare hang naar nostalgie. Nu weet ik dat mijn tegenhanger sowieso liever in de jaren ’50 zou hebben geleefd. Een tijd waarbij mensen uitsluitend aardappelen aten en in een schuur poepten, maar daar heb ik op zich minder mee. Al was het maar omdat ik geen schuur heb. SecJure Oktober 2010 | 22

Dus als we het daar over hebben, het terugdraaien van de wielen des tijds, omdat het toen vanwege een of andere absurde reden allemaal beter zou zijn, dan zeg ik nee. Vooruitgang is niet noodzakelijk een verbetering, maar wel onontkoombaar. Terug gaan naar een verleden tijd is niet mogelijk.5 Daar wil ik nog aan toevoegen dat eventuele sentimentele jeugdherinneringen - die ik niet heb, omdat ik uitsluitend achter mijn Nintendo zat om te ontsnappen aan de gruwelijke realiteit van de basisschool - waarschijnlijk ook weinig tot niets aan onze voormalige munteenheid te danken hebben. Los daarvan vind ik bovendien, dat zelfs al zou dit wel het geval zijn, dit nou niet bepaald een goede basis is voor omvangrijk monetair beleid. Dus ik verzoek jullie de geur, smaak, kleur en niet ter zake doende erotische gevoelens die mijn tegenhanger in zijn schrijven misschien heeft ten opzichte van de gulden vrolijk te negeren.


Dan komen we, als we die ongemakkelijke slop emotionele drogredenen uit de weg hebben geruimd, aan bij de koude harde feiten. Economische realiteit dames en heren. Nu ben ik geen econoom. En zou ik dat ook niet kunnen zijn, want ik ben daar veel te sympathiek voor. Maar dat neemt niet weg dat ik Wikipedia kan gebruiken.6 Waar deze discussie vroeger puur ging om onderbuikgevoelens en het idee dat vroeger alles goedkoper was, is het behoud van de Euro nu ineens een erg actueel punt. Ten tijde van schrijven is de economie van Griekenland in elkaar geknald. Er bestaat bovendien een zeer reëel risico dat Portugal, Spanje en Italië zullen volgen. Het gevoel heerst dat de Euro ons bijzonder kwetsbaar maakt voor ontwikkelingen in deze landen. Dat is juist. De Euro maakt ons kwetsbaar, maar dit is niet de enige en zeker niet de meest voorname reden. Feit is gewoon dat de Euro het meest recente en daarbij de meest aanwijsbare reden is voor onze kwetsbaarheid. De realiteit is echter, zoals vrijwel altijd bij economische vraagstukken, complexer. Een voorbeeld verheldert mogelijk een en ander. Stel dat ergens in de eerste helft van de vorige eeuw Phillips in Eindhoven over de kop gaat en daarmee de hele regio meeneemt. Hier ondervindt men problemen van door het hele land. Komt dat dan omdat overal de gulden betaalmiddel is, of heeft dit complexere redenen? Hier wordt het al makkelijker te bevatten dat de gulden wel wat uitmaakt, maar niet noodzakelijk het probleem is. Het probleem zit hem in verwevenheid van verschillende lokale markten tot een landelijke markt.

Vervlochtenheid van de markten wordt er namelijk door gefaciliteerd, maar men moet niet vergeten dat deze er daarvoor ook al was. Stel dus dat we nu op zouden houden met de Euro, dan zijn we verre van de problemen af. Onze markt is namelijk onmiskenbaar vervlochten met die van Griekenland en het verdere Middelandse Zeegebied. Dan maakt een andere munteenheid echt geen verschil meer. Kijk bijvoorbeeld ook naar de pond die aan het kelderen is op het moment vanwege exact die redenen. Los daarvan is het al te laat nu. Belangrijk om te onthouden is dat het niet de schuld van de Euro is en dat een andere munteenheid geen redding zal zijn. Het zou onvoordelig zijn als de politiek zich daar mee bezig zou gaan houden en schaarse middelen zou investeren in het aanpakken van dergelijk symbolisme, in plaats van zich te concentreren op effectieve reddingsmiddelen. We kunnen dat natuurlijk ook gewoon niet doen, en geld uitgeven om de euro af te schaffen. Maar dan is mijn inschatting dat we binnenkort allemaal weer met pluimvee over straat moeten om koeien te kopen. 4 Voor de wiskundigen onder ons: daarmee was je vrouw 10 kippen waard. 5 Overigens is er natuurkundig vrij weinig op tegen. Maar daar hebben we het hier niet over of wel dan? Ik bedoel maar. 6 www.wikipedia.org

Dat is ook wat de situatie in het Middelandse Zeegebied zo link maakt voor ons. Interdependentie tussen de verschillende markten. Dat wij veel geld hebben geïnvesteerd in die gebieden en dat zij geld hebben geïnvesteerd in ons. Dat is, in het geval van Griekenland, geld waar wij dus naar kunnen fluiten. Doordat wij een gedeelde Europese markt hebben gecreëerd hebben we ons ontzettend kwetsbaar gemaakt voor wanbeleid in een van haar deelmarkten. Net zoals een crisis in Brabant heel Nederland zou beïnvloeden. Waar het pijnpunt mijns inziens dus ligt is niet zozeer bij het Griekenland mee laten doen aan de Euro. Maar dat we Griekenland en soortgelijke landen mee hebben laten doen aan de EG. Toentertijd was het een leuk idee. We hadden geld zat en als we die economieën op konden vijzelen hadden we zelfs nog meer geld gehad. Nu maakt het ons echter ontzettend kwetsbaar. Dat de Euro dit proces wel vergemakkelijkt heeft is onmiskenbaar. 23 | SecJure Oktober 2010


25 november 2010...

...maak jij het nieuws van de dag. Het kabinet werkt aan nieuwe plannen voor de komende jaren. Het ministerie van Financiën is daarbij nauw betrokken. Geld kan maar één keer uitgegeven worden, dus het is van belang dat de juiste keuzes worden gemaakt. Logisch dat de pers daar bovenop zit. De minister heeft advies nodig. En snel ook.

Werken bij het Rijk. Als je verder denkt www.werkenbijhetrijk.nl

Tijdens de Studentendag 2010 sta je oog in oog met de minister en de staatssecretaris van Financiën. Je werkt aan een echte case, met alle media-aandacht van dien. En je maakt kennis met een interessante werkgever. Een jonge organisatie waarin nieuw talent direct wordt beloond met een flinke dosis verantwoordelijkheid. Bij Financiën tel je meteen mee. Schrijf je in voor 15 november 2010 Wat betreft je profiel: je bent eindejaars bachelor- of masterstudent algemene, bedrijfs- of fiscale economie. Ook met Nederlands of fiscaal recht en met bestuurskunde ben je van harte welkom, net als met iedere andere studie met het vak openbare financiën. Dus: heb je interesse in het financieel nieuws? En wil je op 25 november 2010 zelf het nieuws van de dag maken? Schrijf je dan vóór 15 november 2010 in via www.studentendag.nl.


Bij Financiën tel je meteen mee Zeker als jurist Als ambitieuze academicus kun je overal aan de slag. Ook bij de overheid. Daar moet je wel bewust voor kiezen, de publieke zaak moet je ter harte gaan. Bij Financiën vertaal je politieke keuzes in concreet beleid. Het gaat daarbij om heel veel geld, zo’n 180 miljard euro per jaar, een bedrag dat zo effectief en efficiënt mogelijk moet worden ingezet. Resultaatgericht en projectmatig werken is bij ons dan ook eerder regel dan uitzondering. Tegelijkertijd opereren we in de context van hectische politieke verhoudingen en maatschappelijke ontwikkelingen. Die dimensie maakt het werk extra spannend.

dingen. Bij alle projecten ben jij het die de beleidsvorming toetst. Dit vergt veel van je analytisch vermogen, maar ook van je overtuigingskracht en vastberadenheid. Wat wil je doen? Bij het ministerie spelen juristen een belangrijke rol. Wat jij precies gaat doen, hangt natuurlijk af van je achtergrond en belangstelling. Je kunt denken aan: het schrijven van wetteksten, het bevorderen van de export, het beschermen van consumenten tegen dubieuze geldverstrekkers en het sluiten van deals tijdens de privatisering van staatsbedrijven.

Vanaf dag één meedoen Bij het ministerie van Financiën draai je gelijk volledig mee. Ons beleid moet legitiem zijn en jouw blik beperkt zich daarbij niet tot een strafzaak of rechtszaal, maar is zo breed als het werkterrein van Financiën zelf. Van gezondheidszorg tot defensie. En van verkeer tot welzijn. Als jurist zorg je ervoor dat nieuwe wetten en regels passen binnen het bestaande juridische raamwerk.

Je kunt betrokken zijn bij de privatisering van staatsondernemingen. Of bij het maken van de Rijksbegroting. Wil je meediscussiëren en beslissen over staatssteun? Of ga je liever met de minister mee naar de Tweede Kamer om actuele vragen te beantwoorden? Allemaal mogelijkheden bij het ministerie van Financiën. Kortom, je krijgt vanaf de eerste werkdag de kans om jezelf te bewijzen. Om te laten zien dat je de verantwoordelijkheden aankunt. Uiteraard word je niet zomaar in het diepe gegooid. Er zijn altijd seniorcollega’s die je coachen of als mentor optreden. Als jurist aan de slag Bij Financiën opereren we uiteraard altijd binnen de grenzen van de wet. Als jurist zorg je ervoor dat nieuwe wetten en regels passen binnen het bestaande juridische raamwerk. Je bent als jurist nooit alleen bezig met een wetboek of een dossier, maar ook met politieke en maatschappelijke verhou-

Zo blijf je in beweging Bij het ministerie van Financiën tel je meteen mee. Maar het is natuurlijk belangrijk dat je je ook snel verder ontwikkelt. Daarbij krijg je hulp in de vorm van allerlei individuele en collectieve opleidingsprogramma’s.

Financiën is voor juristen een plek met heel veel doorgroeimogelijkheden. We kennen een roulatiebeleid, zodat je steeds nieuwe dingen leert en je grenzen verlegt. Zowel op nationaal als op internationaal niveau. Hoe ver je komt, is ook een kwestie van ambitie en talent. Studentendag Elk jaar organiseert het ministerie van Financiën de Studentendag voor academici in de laatste fase van hun studie. Tijdens deze dag krijg je een unieke kans om het ministerie van binnenuit te leren kennen. Je draait een dag mee en wordt door enthousiaste medewerkers begeleid. Meer informatie op www. studentendag.nl Meer informatie Wil je meer weten over werken bij het ministerie van Financiën? Kijk voor informatie over vacatures, stagemogelijkheden en onze recruitment­activiteiten op www.minfin.nl. Je kunt ook meteen solliciteren via recruitment@minfin.nl. Bellen kan natuurlijk ook naar (070) 342 89 69 of (070) 342 73 17.


16/17-jarigen in het strafrecht Artikel

Een kijkje op twee brute zaken Thijs van Liempd

De wet Artikel 77b Wetboek van Strafrecht bepaalt dat wanneer de verdachte op het moment van het plegen van het delict de leeftijd van 16 jaar, maar niet die van 18 jaar heeft bereikt, berecht kan worden volgens het meerderjarigenrecht. Dit kan op grond van de ernst van het begane feit, de persoonlijkheid van de dader of de omstandigheden waaronder het feit is begaan. De rechter moet zijn beslissing motiveren op één van deze eisen. Indien een minderjarige berecht wordt als meerderjarige zijn de mogelijke gevolgen desastreus. Waarom? De maximale gevangenisstraf voor een minderjarige is twee jaar jeugddetentie.1 De maximale gevangenisstraf voor een meerderjarige is levenslang.2 De geldboete kan voor een minderjarige tot ten hoogste de tweede categorie worden opgelegd en bij de meerderjarigen tot ten hoogste de zesde categorie.3 De eisen om TBS op te leggen zijn een stuk lichter dan de oplegging van de Plaatsing in een Inrichting voor Jeugdigen maatregel.4 Zo zijn er nog meer gevolgen te benoemen, maar dit artikel leent zich niet voor bespreking daarvan.

De zaak Murat D.5 Murat D. liep op 13 januari 2004 het Terra College te Den Haag binnen en schoot zijn conrector Hans van Wieren door het hoofd. Later die dag stierf Van Wieren aan zijn verwondingen. Ten tijde van het plegen van het delict was Murat 16 jaar oud. In beginsel is dus het jeugdstrafrecht van toepassing, maar Hoge Raad bevestigde in een uitgebreid arrest dat het Hof juist had geoordeeld door Murat D. als volwassene te berechten. Het Hof heeft hem op grond van de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte berecht als een volwassene. Zij overweegt daartoe als volgt. Murat D. heeft, doordat hij zijn conrector met een vuurwapen heeft vermoord, het meest fundamentele recht, namelijk het recht op leven, ontnomen. Voorts heeft het feit zich afgespeeld tijdens de pauze in de kantine van de school. Hier waren ten tijde van het begaan van het feit meerdere leerlingen en in ieder geval één andere docent aanwezig. De mensen die aanwezig SecJure Oktober 2010 | 26

waren, zullen naar verwachting nog lange tijd psychologische gevolgen van het delict ondervinden. De ernst van het feit wordt door het Hof omschreven ´als nog niet in Nederland vertoond´. Het feit heeft de Nederlandse rechtsorde ernstig geschokt en tot heftige reacties geleid omtrent de veiligheid op scholen. De verdachte heeft door deze daad een immens en onherstelbaar leed aan de nabestaanden van de conrector Hans van Wieren toegebracht, aldus het Hof. De aanleiding voor het begaan van deze daad is, volgens het Hof, dat Murat van mening was dat docenten op het Terra College hem ten onrechte aanspraken op zijn gedrag. Voorts was Murat in de veronderstelling dat hij geschorst zou worden en dat zijn moeder achter de problemen op school zou komen. Murat D. heeft een vuurwapen en munitie voorhanden gehad. Dit leidt volgens het Hof tot gevoelens van onveiligheid in de samenleving. Verschillende deskundigen hebben zich uitgelaten over de psychische gesteldheid van Murat. Kort samengevat komt het erop neer dat hij niet lijdt aan een ziekelijke stoornis, maar er wel sprake is van een gebrekkige ontwikkeling. Murat wordt bestempeld als ‘licht verminderd toerekeningsvatbaar’ en functioneert op het niveau van een 12- tot 14- jarige. De professoren zijn het erover eens dat oplegging van de PIJmaatregel het beste is. Het Gerechtshof overweegt met betrekking tot de adviezen als volgt. Zij noemt Murat ‘enigszins verminderd toerekeningsvatbaar’. Zoals hiervoor vermeld, acht het Hof toepassing van het volwassenenrecht rechtvaardig, gezien de ernst van het feit; het vermoorden van een docent van een school. Voorts spelen de omstandigheden waaronder dit feit is gepleegd een rol; midden op de dag in een door leerlingen en docenten bezochte kantine. Ook gebruikt het Hof de persoonlijkheid van de verdachte; Murat functioneert op het niveau van een 12- tot 14-jarige, heeft een agressieprobleem en het is niet duidelijk of de behandelingsduur van zes jaar voldoende is om hem te helpen. Het huidige sanctiestelsel laat niet toe dat de PIJ-maatregel wordt omgezet in een TBS met dwangverpleging. De PIJ-maatregel kan voor maximaal zes jaar worden opgelegd en TBS kan oneindig lang duren. Voorts kan via de maatregel van de TBS worden gegarandeerd dat Murat ook na zes jaar


op verplichte basis de behandeling ondergaat. Het Hof komt tot een bewezenverklaring en veroordeelt Murat D. tot een gevangenisstraf van vijf jaar en daarbij de maatregel TBS met bevel tot verpleging van overheidswege. De Hoge Raad laat de overwegingen en de straf van het Hof in stand. Wat valt nu op in deze zaak? Ten eerste kan worden opgemerkt dat het Hof alle drie de eisen uit artikel 77b Wetboek van Strafrecht gebruikt om zijn conclusie dat het volwassenenrecht moet worden toegepast, te onderbouwen. Ten tweede is er de oplegging van de maatregel van TBS, waarbij de deskundigen van mening waren dat de PIJ-maatregel een betere oplossing was. Ten derde de oplegging van de maatregel van TBS, omdat het huidige sanctiestelsel het niet toelaat om een PIJ-maatregel om te zetten in een maatregel van TBS. Hier mag van de wetgever actie worden verwacht.

De zaak Moord op Duits echtpaar6 Omstreeks 3 juli 2006 hebben David F. en zijn medeverdachte op brute wijze twee mensen vermoord door hen met houten palen hard op het hoofd te slaan. Bij David ontstond het plan de auto van een Duits echtpaar dat kwam vissen, te stelen. Daarvoor hadden de verdachte en medeverdachte de autosleutels van de auto nodig. Zij wilden ervoor zorgen dat de slachtoffers geen tegenstand zouden bieden bij de pogingen van David en zijn medeverdachte de sleutels te krijgen. Het plan om beide slachtoffers met afrasteringspalen op het hoofd te slaan om hen zodoende te verdoven, werd door David en zijn medeverdachte gezamenlijk uitgevoerd. Daarbij heeft de medeverdachte welbewust overwogen dat er iets mis zou kunnen gaan bij het slaan met de palen en dit ook met de verdachte besproken. David F. en zijn medeverdachte

zijn de dijk opgelopen om de situatie aan de andere zijde van de dijk te verkennen en te kijken hoe de beide potentiĂŤle slachtoffers daar zaten. Vervolgens zijn zij rennend op beide mensen afgestormd en hebben zij hen neergeslagen. De hulpkreten van de man en de vrouw mochten niet baten en David en medeverdachte bleven doorslaan. Verdachte en zijn medeverdachte hebben aan twee oudere mensen het hoogste recht, dat van het leven, ontnomen, enkel en alleen voor de auto. De nabestaanden van de slachtoffers is groot leed aangedaan. Bovendien zijn in de omgeving van de moord en in de levenssfeer van de slachtoffers gevoelens van onveiligheid ontstaan. Het verstoppen van de fietsen en de auto en het doorspreken van de bij de politie afgelegde verklaringen laat zien dat David koel, zakelijk en berekenend te werk is gegaan. Voorts rekent de rechtbank het David aan dat hij, ondanks het feit dat nadien de mogelijkheid werd geopperd een ambulance te waarschuwen, dit niet heeft gedaan. Daardoor heeft David belet dat aan de slachtoffers hulp werd verleend op een moment dat niet is uit te sluiten dat deze nog in leven waren. De deskundigen van het Pieter Baan Centrum adviseren over de persoon van David F. als volgt. Verdachte is een zwakbegaafde jongen, die vanaf zijn elfde problematisch gedrag vertoont. Zij zien geen aanleiding voor toepassing van het meerderjarigenrecht. David was door zijn stoornissen in lichte mate belemmerd om een goede keuze te maken. Over de kans op recidive en de wijze van behandeling durven de deskundigen geen uitspraak te doen. De deskundige Noorda beschrijft David F. als een jongen die in zijn jeugd een kinderpsychologische problematiek heeft ontwikkeld. De verdachte is licht verminderd toerekeningsvatbaar. De kans op recidive acht Noorda klein. Noorda vindt dat een combinatie van

27 | SecJure Oktober 2010


straf en behandeling op zijn plaats. De straf is nodig voor het schuldbesef van David. Daarnaast is David gebaat bij een adequate behandeling, uitgevoerd in het kader van een PIJ-maatregel. Noorda ziet geen aanleiding om het meerderjarigenrecht toe te passen. De rechtbank past, ongeacht de adviezen van de deskundigen, het meerderjarigenrecht op David F. toe. Zij vindt hier grond toe in de ernst van het bewezen feit; het vermoorden van twee mensen en de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd; op een afgelegen plek twee mensen, die zaten te vissen, van achteren benaderen en met houten palen op het hoofd te slaan dusdanig dat zij zijn overleden. Voorts overweegt de rechtbank dat toepassing van het jeugdstrafrecht op gespannen voet staat met het vereiste dat de straf in verhouding moet staan met de ernst van het delict. Immers, de maximumstraf bij het jeugdstrafrecht is twee jaar jeugddetentie. De leeftijd van verdachte, ten tijde van het begaan van het delict 17 jaar, speelt ook een rol bij de strafoplegging. De rechtbank veroordeelt David F. tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 jaar! Zij legt geen TBS met dwangverpleging op, omdat niet is komen vast te staan dat de kans op recidive groot is. De medeverdachte, ten tijde van het plegen van het delict 24 jaar oud, is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 20 jaar. Het meisje, 16 jaar oud, dat op de uitkijk heeft gestaan is veroordeeld tot 204 dagen gevangenisstraf en de PIJ-maatregel.7 In deze zaak vallen een aantal dingen op. Ten eerste – natuurlijk – de lange gevangenisstraf.8 David F. komt, afgezien van de vervroegde invrijheidsstelling, pas vrij op zijn 32e. Voorts is het opmerkelijk dat de rechtbank geen TBS oplegt, terwijl Noorda dit wel adviseert. De rechtbank gebruikt twee van de drie vereisten van artikel 77b Wetboek van Strafrecht om toepassing van het meerderjarigenrecht te rechtvaardigen.

SecJure Oktober 2010 | 28

Conclusie Het meerderjarigenrecht wordt toegepast op een 16- of 17-jarige indien het feit zeer ernstig is. Hierbij kan, zoals uit de uitspraken blijkt, worden gedacht aan moord, doodslag en diefstal met geweld en de dood ten gevolge hebbend. De omstandigheden waaronder het feit worden begaan zijn ook belangrijk voor de rechter om het meerderjarigenrecht toe te passen. De omstandigheden kleuren naar mijn mening ook de ernst van het feit in en zullen dan ook vaak in samenhang worden toegepast. De persoon van de verdachte kan een belangrijke rol spelen, indien de verdachte een persoonlijkheidsstoornis heeft. De rechter zal dan een keuze moeten maken tussen TBS of de PIJ-maatregel, waaraan ook weer consequenties verbonden zijn. Toch moet benadrukt worden dat het de bedoeling is dat de rechter terughoudend moet zijn met het toepassen van het meerderjarigenstrafrecht op een jeugdige dader. De gevolgen voor de jeugdige delinquent kunnen soms erger zijn dan je denkt!

(Endnotes) 1 Zie artikel 77i lid 1 sub b wetboek van Strafrecht. 2 Waarbij opgemerkt dient te worden dat levenslang ook echt levenslang is! 3 Zie artikel 77l Wetboek van Strafrecht en artikel 23 wetboek van Strafrecht. 4 Zie artikel 77s wetboek van Strafrecht en artikel 37a wetboek van Strafrecht. 5 HR 22 november 2005, LJN: AU3887. 6 Rb. Groningen 27 april 2007, LJN: BA4035. 7 Haar rol was zo klein dat het is weggelaten in de feiten. 8 Ik moet wel zeggen dat ik me kan vinden in de lange gevangenisstraf.


gewaardeerd of niet?

Artikel

Spreekrecht in de rechtszaal Sylvia Kuijsten

Slachtoffers en nabestaanden mogen in de rechtszaal sinds 2005 gebruik maken van het spreekrecht. Er was destijds veel discussie over dit onderwerp en de bezwaren waren niet van de lucht. Toch kwam het spreekrecht uiteindelijk tot stand. Nu, vijf jaar later, is de vraag hoe men tegenover dit recht voor het slachtoffer en nabestaande staat. Om te beginnen wordt be-

offer of diens nabestaande bijdragen aan het begin van herstel van de aangerichte emotionele schade. Het gaat hier om erkenning van het slachtoffer. Daarnaast kan de rechter zelf direct waarnemen hoe het met het slachtoffer of nabestaande gaat. Verder kan de verdachte van het slachtoffer of nabestaande zelf horen wat het gepleegde misdrijf voor invloed heeft gehad en nog steeds heeft op hun leven. Als vierde punt beoogt het wetsvoorstel een preventieve werking door met het spreekrecht meer de nadruk te leggen op het slachtoffer.

sproken hoe het spreekrecht dat we heden ten dage kennen tot stand is gekomen. Vervolgens komt aan bod wie er nu aanspraak mag maken op dit recht en aan welke regels het slachtoffer zich moet houden. Daarna worden de belangrijkste bezwaren bespro-

Voor wie? Op 1 januari 2005 trad het wetsvoorstel van Dittrich in werking en werd het in de wet verankerd als de Wet Spreekrecht Slachtoffers. Slachtoffers of nabestaanden van misdrijven waar acht jaar of meer gevangenisstraf voor kan worden gegeven, kunnen hierbij tijdens de zit-

ken die tegen het spreekrecht werden aangevoerd en ten slotte wordt gekeken naar hoe we nu tegen het spreekrecht aankijken. Gaat het recht ver genoeg of krijgt het slachtoffer of nabestaande een nog grotere rol in de rechtszaal?

‘In zaken als moord en doodslag mag de nabestaande een verklaring afleggen’

Spreekrecht in de ogen van Dittrich Het heeft heel wat voeten in de aarde gehad om het spreekrecht tot stand te laten komen. Een belangrijke stap in die richting was al de invoering van de Wet Terwee1 in 1995. Hierin werden de bevoegdheden van de benadeelde partij in het strafproces aanzienlijk verruimd. De schadevergoedingsmaatregel werd ingevoerd en daarnaast was de verplichte verschijning van het slachtoffer ter terechtzitting niet langer noodzakelijk. De Wet Terwee zorgde ervoor dat het slachtoffer een duidelijke positie kreeg en er geen afbreuk wordt gedaan aan het strafproces.2 Hoewel de Wet Terwee al een hele stap vooruit was, ging het volgens Mr. Boris Dittrich niet ver genoeg. Zijn voorstel, dat in maart 2001 werd ingediend, leidde uiteindelijk tot de Wet Spreekrecht Slachtoffers. In de bij de wet horende Memorie van Toelichting worden de vier doeleinden van zijn wetsvoorstel naar voren gebracht. Allereerst kan de mondelinge verklaring van het slacht-

ting zowel mondeling als schriftelijk laten weten wat de impact van het delict is geweest op hun leven.3 Daarnaast zijn het spreekrecht en de slachtofferverklaring bedoeld voor een aantal specifiek in de wet genoemde misdrijven zoals zedenmisdrijven, bedreiging, stalking, mishandeling en verkeersongeval met dood of ernstig lichamelijk letsel tot gevolg. In zaken als moord en doodslag mag de nabestaande een verklaring afleggen. Het betreft hier om te beginnen de echtgenoot of geregistreerde partner en in tweede instantie bloedverwanten in de eerste graad (kinderen of ouders) en tweede graad (broers en zussen). Uiteindelijk mag er maar door één persoon een verklaring worden afgelegd. Mochten de nabestaanden hier niet uit komen, dan wijst de rechter een persoon aan. Naast een beperking in bloedverwantschap, is er ook sprake van een leeftijdsgrens. Kinderen vanaf 12 jaar mogen spreken in de rechtszaal, bij jongere kinderen wordt door de ouders en de rechter beoordeeld of het 29 | SecJure Oktober 2010


kind hiertoe in staat is. Ouders mogen niet namens hun minderjarige kind spreken en personen die niet zelf het woord kunnen of willen voeren, kunnen zich niet laten vertegenwoordigen.

Gebruikmaken van het spreekrecht Om gebruik te mogen maken van het spreekrecht, dient het slachtoffer of de nabestaande conform art. 336 lid 1 Sv een schriftelijk verzoek in te dienen bij de officier van justitie. Het slachtoffer moet er rekening mee houden dat de spreektijd beperkt is (10 à 15 minuten), dat de rechter vragen kan stellen om het verhaal te verduidelijken en dat de (advocaat van) verdachte een reactie kan geven op het verhaal van het slachtoffer.4 Daarnaast heeft het spreekrecht een beperkte reikwijdte; het slachtoffer of de nabestaande kan op zitting alleen maar een verklaring afleggen omtrent het gevolg dat het ten laste gelegde misdrijf bij hem of haar teweeg heeft gebracht. Hierbij kan worden gedacht aan een overzicht van medicijngebruik en therapieën, de gevolgen van het trauma in de vorm van depressies en nachtmerries en de sociale gevolgen die het misdrijf voor het slachtoffer of nabestaande met zich mee heeft gebracht, zoals achterstand in de studie of carrière en de inbreuk op het gezinsleven. Het slachtoffer of nabestaande mag zich dus alleen beperken tot het bespreken van het gevolg dat het misdrijf op zijn leven heeft gehad. Door het spreekrecht van het slachtoffer te beperken tot een weergave, wordt de onschuldpresumptie, het fundamentele uitgangspunt van een eerlijk proces, gewaarborgd. Zo wordt namelijk voorkomen dat het slachtoffer uitspraak doet over de strafbaarheid of de op te leggen straf, terwijl nog niet over de schuldvraag is beslist.5 SecJure Oktober 2010 | 30

Niet zonder slag of stoot Er werden een noemenswaardig aantal bezwaren tegen het wetsvoorstel aangevoerd, waarbij er een aantal telkens weer naar voren kwamen. Deze zullen hier worden besproken. Het eerste bezwaar heeft betrekking op de secundaire victimisatie. Dit houdt kort gezegd in dat het slachtoffer of de nabestaande beschadigd kan raken door de reacties van de verdediging, de objectiviteit en onpartijdigheid van de rechter, etc. Het gaat hierbij om ‘verergering van het leed of de schade van het slachtoffer door het strafproces’, ofwel de verergering van het leed of de schade die door het oorspronkelijke misdrijf (de primaire victimisatie) bij het slachtoffer is aangericht.6 Er moet dus voorkomen worden ‘dat het slachtoffer gedurende en door de procedure niet wordt getroffen door vermijdbare nieuwe nadelen. Dat zou hem het gevoel geven voor de tweede keer slachtoffer te worden’, aldus de beschrijving van Mr. Groenhuijsen.7 Het tweede bezwaar heeft betrekking op de rol van de verdachte en het slachtoffer. Door het spreekrecht zou er teveel nadruk worden gelegd op de relatie slachtoffer – verdachte, terwijl het doel van het strafproces uiteindelijk toch de waarheidsvinding is. De heer Jaap Smit, oudvoorzitter van Slachtofferhulp Nederland, is het hier niet mee eens: ‘Waar vroeger het slachtoffer een soort bijrol speelde, wordt hij nu in een hoofdrol gezet. Ook al is het maar die vijf tot tien minuten dat hij echt aan het woord is, het is van onschatbaar belang dat het slachtoffer ook zélf kan zeggen: dit heeft het voor mij betekend en dit is mij aangedaan. Dat helpt het bestrijden van onmacht dat je als slachtoffer natuurlijk levensgroot voelt.’8 Daarnaast zou het spreekrecht te ingrijpend zijn in het


strafproces. M.a.w. de rechter zou zich te veel laten beïnvloeden door het slachtoffer en minder goed een objectief oordeel kunnen vellen. Een betere oplossing zou dan de minder ingrijpende schriftelijke slachtofferverklaring zijn.9 Daarmee samenhangend is er de angst voor te heftige emotionele momenten in de rechtszaal, zoals huilende slachtoffers of niet passende uitlatingen richting de verdachte. Dit bovenstaande is naar mijn mening wat overdreven. Een strafzaak is in beginsel sowieso voor zowel slachtoffer, verdachte als rechter een emotionele gebeurtenis. Ik denk niet dat het afleggen van een verklaring door het slachtoffer dan zoveel extra invloed op het proces heeft. Je mag ervan uit gaan dat de rechter hier op een professionele manier mee om gaat, daarmee zijn objectiviteit bewaakt en dus op een onpartijdige wijze tot een oordeel zal komen. Het vierde bezwaar heeft betrekking op de valse hoop van het slachtoffer. Deze stelt een verklaring op met bepaalde verwachtingen, die in de rechtszaal misschien niet uitkomen. Hierbij valt te denken aan een spijtbetuiging van de verdachte of misschien toch wel de hoop op een hoge(re) straf. Ter bescherming van het slachtoffer zou het spreekrecht daarom geen goed idee zijn. Deze bedenking blijkt in de praktijk echter overdreven. Zo zegt Marianne S., die door haar vader jarenlang werd misbruikt, in een uitzending van EénVandaag over het spreekrecht: ‘Ik heb het gevoel dat, als ik geen gebruik had gemaakt van mijn spreekrecht, mijn vader nog steeds de macht over me gehad. Het was voor mij ook niet belangrijk dat ik er de rechter van zou overtuigen dat hij een hoge straf zou moeten krijgen, dat moet de rechter zelf maar bepalen. Het was echt een sleutelmoment, vanaf nu bepaal ik mijn eigen leven. Ik heb hem verteld wat hij mij heeft aangedaan en wat voor gevoel ik daarbij had. Dat voelde goed.’10

Kijkje in de toekomst Met het wetsvoorstel van Dittrich is nog geen einde gekomen aan de discussie over het spreekrecht voor slachtoffers en nabestaanden. Deze zou namelijk nog meer uitgebreid moeten worden. Ook ouders en vertegenwoordigers van minderjarige kinderen of personen die zelf het woord niet kunnen of willen voeren, zouden als vertegenwoordiger op moeten kunnen treden. In de zaak Benno L.11 konden de ouders van de betreffende gehandicapte kinderen geen gebruik maken van het spreekrecht, terwijl hun kinderen niet in staat waren van dit recht gebruik te maken. ‘Ouders van kinderen die het slachtoffer zijn geworden van ontucht, zouden spreekrecht moeten krijgen tijdens het strafproces. De wet biedt die mogelijkheid nu nog niet,’ zei letselschadeadvocaat Annet van Veen namens een groep ouders van kinderen die het slachtoffer zijn geworden van de

Bossche zwemleraar Benno L.. ‘Het zit hen dwars dat ze geen spreekrecht hebben gehad,’ aldus de advocate.12 Ook SP-Kamerlid Arda Gerkens is van mening dat het spreekrecht moet worden uitgebreid. ‘Ik vind het niet uit te leggen dat een vader van een mishandelde gehandicapte dochter niet namens zijn dochter mocht spreken in de rechtszaal. Als het slachtoffer dat zelf niet kan dan moet iemand dat kunnen doen namens het slachtoffer. Ik ben blij dat dit zal worden veranderd.’ Het voorstel van de SP om ook wettelijk vertegenwoordigers van slachtoffers, zoals ouders van kinderen en verstandelijk gehandicapten het spreekrecht namens het slachtoffers uit te mogen laten oefenen, wordt door de Tweede Kamer gesteund.13 Het ziet er dus naar uit dat het spreekrecht in de toekomst nog verder uitgebreid zal worden. Wordt ongetwijfeld vervolgd..

‘In de zaak Benno L. konden de ouders (...) geen gebruik maken van het spreekrecht’

(Endnotes) 1 Genoemd naar de voorzitter van de Commissie Wettelijke Voorziening Slachtoffers, C.A. Terwee-Van Hilten 2 R. Kool & M. Moerings, De Wet Terwee. Evaluatie van juridische knelpunten, Deventer: Gouda Quint 2001, p. 7. Voor meer informatie over de Wet Terwee wil ik graag verwijzen naar dit boek. 3 Art. 302 lid 2 Sv 4 http://www.slachtofferzorg.nl/rechten/Spreekrecht-en-schriftelijke-slacht/ 5 R. Kool & M. Moerings ‘Schriftelijke slachtofferverklaring of spreekrecht?’, in: TREMA, februari 2003, p. 53. 6 M. Wijers en M. De Boer, ‘Een keer is erg genoeg - Verkennend onderzoek naar secundaire victimisatie van slachtoffers als getuigen in het strafproces’, 2001, p. 17 7 Groenhuijsen, M.S.,“Slachtoffers van misdrijven in het recht”, DD 2008, afl. 2/10. 8 Uitzending EénVandaag van 28 februari 2008, onderwerp: Spreekrecht voor slachtoffers 9 C. Kelk, ‘Slachtofferverklaringen in woord en geschrift’, Delikt en Delinkwent, 2003, afl. 2, p. 93-101 10 Uitzending EénVandaag van 28 februari 2008, onderwerp: Spreekrecht voor slachtoffers 11 Zwemschoolhouder Benno L. werd in juli 2010 veroordeeld tot 7 jaar celstraf wegens een reeks zedenmisdrijven met jonge, veelal in meer of mindere mate gehandicapte meisjes. 12 http://www.nu.nl/binnenland/2283787/geef-ouders-slachtoffers-spreekrecht.html 13 http://www.sp.nl/justitie/nieuwsberichten/7075/091110-spreekrecht_voor_ouders_in_rechtszaal.html

31 | SecJure Oktober 2010


Juridisch Congres der Magister JFT:

Magister JFT

‘Schikt het?’ Conflicthantering anno 2010

Dagvoorzitter: Paul Sliepenbeek Advocaat-Partner AKD Eindhoven Specialisatie Personen en Familie-recht

SecJure Oktober 2010 | 32


 De opkomst van ‘Alternative Dispute Resolution’  ADR en de advocatuur: Haat-liefde verhouding?  De rechter en buitengerechtelijke conflictoplossing…

Beste lezer, Zoals u misschien wel heeft gemerkt, is de Congrescommissie van Magister JFT druk bezig met de laatste voorbereidingen voor het Juridisch Congres op 14 oktober 2010. Wij kunnen ons dan ook voorstellen dat u benieuwd bent naar de inhoud van deze middag. Daarom in deze SecJure alvast een voorproefje. ‘Schikt het? Conflicthantering anno 2010’, dat is de titel van dit – inmiddels derde – Juridische Congres dat door Magister JFT wordt georganiseerd. De titel verwoordt meteen ook het onderwerp, namelijk conflicthantering, op alle vlakken. Een echt juridisch én actueel onderwerp. Echt juridisch, omdat er naast de gerechtelijke oplossing van geschillen ook andere vormen van conflictoplossing aan bod zullen komen, zoals mediation en arbitrage. Daarnaast is het ook actueel vanwege het feit dat Alternative Dispute Resolution (ADR), of alternatieve conflictoplossing, zeer in opkomst is. Behalve dat dit congres juridisch en actueel is, is het natuurlijk ook interessant en nuttig voor studenten. Het congres zal namelijk geen aaneenschakeling van slaapverwekkende lezingen zijn. Het congres zal bestaan uit een middagprogramma, waarbij twee welbespraakte sprekers in zullen gaan op onderwerpen als: • De opkomst van Alternative Dispute Resolution en dan met name mediation. Hoe beïnvloedt dit de rechtspraak en wat zijn de voor- en nadelen ervan? • Hoe wordt er vanuit de advocatuur gekeken naar de rechter en naar de alternatieve conflictoplossing. • Wat is de positie van de rechter ten opzichte van deze nieuwe buitengerechtelijke conflicthantering? Daarnaast kan er een workshop worden gevolgd waarbij op een bepaald onderwerp dieper zal worden ingegaan

op een interactieve manier. Op deze manier kunt u écht ervaren wat het onderwerp inhoudt. Er zullen workshops worden gegeven over onder andere mediation, extreme arbitrage op TV en de RAIO. Ook zal er tijdens het congres gelegenheid voor discussie door middel van de ‘battle’. U kunt dan met een viertal genodigden in discussie treden over het onderwerp. De dag zal worden voorgezeten door dhr. Paul Sliepenbeek, advocaat-partner bij AKD Eindhoven, gespecialiseerd in personen- en familierecht maar ook kundig op het gebied van onder andere mediation. Aan het einde van de dag is er natuurlijk een borrel waar de discussie vanzelfsprekend voortgezet kan worden. Kortom, een congres dat echt interessant, maar ook echt juridisch is! En alsof dit nog niet genoeg reden is om deel te nemen aan het congres, is er voor studenten die het vak Recht & Maatschappij volgen een half bonuspunt te verdienen met het congres en is deze activiteit te gebruiken voor cluster 4 van het Challenge Programme. Inschrijven voor het congres kan via http://congres.magisterjft.nl, waar ook verdere informatie over het congres en het volledige scala aan workshops te vinden is. Ik hoop u allen op 14 oktober te mogen verwelkomen!

Namens de Congrescommissie Magister JFT 2009-2010, Caia Vlieks Coördinator Congrescommissie

33 | SecJure Oktober 2010


– 11 1 8 9–1 iCiT D avond ter­ Magisrel Pleit bor

Magister JFT

Activiteitenoverzicht

7-10 0 2 27-1 ­ Topad t OFV ak vocaacht a gezo Vrijspr

0 14-1

es Congr t “Schik het ”

0 12-1 ter­ Magisrel bor

0 11-1

ALV r te MagisT JF

SecJure Oktober 2010 | 34

6-10 Music ss Madne

5-10 re Carrie n date


2 14-1 ter足 Magisrel bor

1 24-1 OFV ak a Vrijspr

1 20-1 Dies r te Magis

1 16-1 sor Profes n Hermadijk Schooring laz 1-10 ss Businee gam ers t Linkla

24-9 Actieveag ledend

8-9 tutie足 Constirrel bo

35 | SecJure Oktober 2010


TOPMOMENT #6

DĂŠ tip voor de juiste aanpak

Al tijdens je studie ervaring opdoen in de rechtspraktijk? Maak kennis met de duale master en

Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn, Philips

onderzoeksmaster Onderneming & Recht

International, Rechtbank en Gerechtshof Arnhem,

Hier doe je werkervaring op bij: AKD, Clifford Chance,

Simmons & Simmons, Stibbe, Van Doorne.

De Brauw Blackstone Westbroek, Nauta Dutilh,

Vraag de brochure aan.

Onderzoekscentrum Onderneming & Recht,

Kijk op www.ru.nl/topmomenten of bel (024) 361 20 79.

Bereid je voor op topniveau


Artikel

Zorg(en) Sjoerd Wierenga Pieternella Tussen de plastic planten door kijkt Pieternella (Pietje, voor bekenden) stilzwijgend door het raam naar buiten. Een koolmeesje doet zich tegoed aan de vers opgehangen vetbol en op de achtergrond klinkt “Een roosje m’n roosje” van Connie Vandenbos. Pietje staart en denkt: “Henk had toch met Ingrid afgesproken dat ik vandaag gewassen zou worden? Het zou eens tijd worden… Ach, ik moet blij zijn dat ze me vanochtend wél uit m’n pyjama hebben geholpen.” Ingrid Ze houdt z’n hand vast en zegt: “Ik schrok wel hoor vanochtend. Het stomme is ook dat wanneer zo’n agent je dan opbelt, dat het eerste wat hij zegt is: “Niet schrikken mevrouw, maar…”. Ja, dan schrik je wel! Toen ik hoorde wat er was gebeurd had ik niet verwacht dat je nu alweer thuis zou zijn hoor Henk, na zo’n botsing.” Henk kijkt begrijpend z’n vrouw aan, ook hij had het niet verwacht. Maar wat werken ze efficiënt zeg, in zo’n ziekenhuis. Op de brancard naar binnen en voor je goed en wel beseft waar je bent lig je met je blote kont in zo’n ziekenhuiskimono en vertelt de dokter dat je vanavond alweer naar huis mag. Toch mooi! Geert Inmiddels weten we allemaal wie Henk en Ingrid zijn. Obama en McCain hadden “Joe the Plumber”, Geert Wilders maakte Nederland bekend met zijn eigen “Joe’s” in de vorm van Henk en Ingrid. Zij representeren de gemiddelde boerenkool-met-worst Nederlander, Jan met de Pet of Jan Modaal. De gewone man met zijn eigen sores zoals een hoogbejaarde moeder waarvoor gezorgd moet worden of iemand die incidenteel met medische zorg te maken krijgt. Dit artikel werpt licht op de zorg en de uitdagingen die de instandhouding van (de kwaliteit van) deze zorg met zich meebrengen. Met andere woorden: dit gaat over zorg(en).

Zorg(en)

Toen…

De zorgsector is een zeer veelzijdige en dynamische sector. Met de inwerkingtreding van de Wet Kinderopvang in 2005 is de vraag naar kinderopvang sterk gestegen, een vergrijzend Nederland legt druk op een toenemende roep om ouderenzorg en de behoefte aan een bepaalde standaard van medische zorg blijft daarnaast bestaan. Houd daarbij rekening met het feit dat de grootste financiële crisis sinds die van de jaren dertig van de vorige eeuw ons “appeltje voor de dorst” heeft opgegeten en we kunnen concluderen dat ons een aantal grote uitdagingen te wachten staat. In de afgelopen campagnes speelde de zorg en de wijze waarop hieraan invulling dient te worden gegeven een grote rol. Sommige partijen pleitten voor meer marktwerking terwijl andere liever bezuinigen op andere gebieden en investeren in de zorg. Ongetwijfeld speelt onze zorg ook een zeer grote rol bij de verdeling van de miljarden tijdens de politieke onderhandelingen die uit gaan maken wat er de komende jaren op dit gebied zal gaan gebeuren. Maar laten we, voordat we gaan kijken naar een onzekere toekomst, ons eerst eens kort verdiepen in het verleden.

In het verzuilde Nederland van voor de jaren zeventig was zorg iets dat in een bepaalde mate binnen de eigen zuil werd geregeld. De kerk en het gezin waren daarbinnen stabiele factoren die hun steentje bijdroegen. De jaren zestig kenmerkte zich echter door individualisering. Men kwam meer los te staan van de gemeenschap die decennia lang had gezorgd voor vaste kaders. Er werd niet meer enkel gekeken naar de bij een bepaalde zuil horende omroep en de vanzelfsprekendheid om naar een katholieke of protestantse school te gaan kwam te vervallen. Ook de zorg kwam in een ander daglicht te staan, in een toenemende mate buiten de directe sfeer van de zuilen. Daarnaast speelde het feit dat in de jaren zestig de belastinginkomsten stegen vanwege de vele werkende babyboomers een belangrijke rol. Deze nieuwe welvaart bracht de mogelijkheid van uitbouw van de verzorgingsstaat met zich mee. Dankzij overheidssteun werd zorg geprofessionaliseerd en uitgebreid. Ziekenhuizen kregen meer capaciteit en een humane opvang van ouderen was binnen handbereik. Echter, bij de investeringen vanuit de overheid dreigde efficiëntie op de achtergrond te raken. Met als gevolg dat de verzorgingsstaat duur werd, te duur. 37 | SecJure Oktober 2010


De inhaalslag

Nu…

Ooit leek hij voorbestemd voor een rechtenstudie, maar zijn grootste bevindingen kwamen toen hij daarvan afzag en aan het werk ging in een fabriek. Hij keek kritisch naar de productieprocessen en de wijze waarop werknemers zich op de werkvloer opstelden. Frederick Taylor, zo heette de kritische fabrieksmedewerker, oordeelde dat het allemaal veel beter kon (Taylor, 1911). De productieprocessen moesten gestroomlijnder, efficiëntie was het toverwoord. Het bijhouden, kritisch analyseren en verbeteren van de processen en resultaten staan centraal in de organisatietheorie die het ‘scientific management’ wordt genoemd. Taylor kon natuurlijk niet voorzien dat deze aanpak, de focus op efficiëntie en het bijhouden, analyseren en standaardiseren van processen, het fundament voor ingrijpende veranderingen in de zorgsector zou vormen.

De politiek werkt doorgaans als volgt: er verdrinkt een kalf, en men gaat praten over hoe die sloot nu eens gedempt zou kunnen worden. Een onderwerp dat in de Tweede Kamer meermaals de revue passeert, daar is gewoon iets mis mee. Gaat het over onderwijs? Dan typen kersverse afgestudeerde PABO’ers 4 maal 4 in op hun rekenmachine. Gaat het over veiligheid op straat? Dan zijn er etnische rellen uitgebroken in een multiculti probl… - excuus, prachtwijk. En gaat het over zorg? Tja, ook daar zijn inmiddels een aantal kalveren verdronken. Eén daarvan draagt de naam beroepseer. Ofwel, wat daarvan over is. Tegenwoordig spreekt men steeds vaker over beroepszeer. U leest het goed, met een ‘z’. Beroepseer zonder ‘z’ is namelijk iets waar menig zorgprofessional met nostalgische gevoelens aan terugdenkt (Van der Brink, Jansen & Kole, 2009). Zo kent bijvoorbeeld een

De onbetaalbare verzorgingsstaat zou, met de op Taylor zijn ‘scientific management’ gebaseerde nieuwe aanpak genaamd New Public Management (NPM), worden omgevormd tot een efficiënt werkend geheel van gestandaardiseerde processen en doorgevoerde rationaliteit. Kosten konden worden gedrukt door de invoering van nieuwe technologie, het sneller ontslaan van patiënten en minder “handen aan het bed”. Beleidsmakers en zorgmanagers riepen luidkeels eureka toen bleek dat geld en kwaliteit van zorg, met het juiste management, ook een omgekeerd evenredige relatie konden hebben. Nu, zo’n twintig jaar later, ervaren we echter ook de gebreken van het New Public Management. Hetgeen zich ondermeer uit in beroepszeer, vraagtekens en pyjamadagen.

psycholoog een eed waarin hij trouw zweert aan het vak en plechtig belooft zich te houden aan het beroepsgeheim. Hij wordt in dit beroepsgeheim aangetast vanwege het feit dat hij de details van de overspannen Ingrid met de zorgverzekeraar moet delen omdat hij anders geen vergoeding krijgt. Of de beveiliging van deze gegevens door zorgverzekeraars adequaat is wordt door vele psychologen in twijfel getrokken. Het overdragen van de zeer persoonlijke gegevens is aan de ene kant noodzakelijk, en aan de andere kant een gevaar voor het gezworen beroepsgeheim. Ook in ziekenhuizen worden medisch specialisten aangetast in hun beroepseer. Zij ontlenen normaal gesproken eer aan hun vakmanschap. Dit komt echter onder druk te staan vanwege de nadruk op efficiëntie vanuit het New Public Management. In een structuur waarin de output zodanig belangrijk wordt geacht dat het humane

SecJure Oktober 2010 | 38


aspect van zorg naar de achtergrond verdwijnt wordt het voor specialisten moeilijk om mensen de zorg te bieden die ze eigenlijk zouden willen. Specialisten zijn onder het NPM steeds meer uitvoerders geworden van ingewikkelde maar gestandaardiseerde processen waarin niet mensen, maar resultaten centraal staan. Tot zover de kant van de aanbieder, hoe staat het gesteld met de zorgbenodigde? Het verhaal van Henk waarmee dit artikel begon is kenmerkend voor één van de positieve gevolgen van efficiëntere processen. Een behandeling waarvoor men vroeger meerdere dagen in het ziekenhuis moest verblijven neemt nu een fractie van die tijd in beslag. Dit werkt kostenbesparend en ook patiënten kunnen het positief ervaren wanneer ze thuis kunnen bijkomen. De bezwaren beginnen echter wanneer men mensen te vroeg naar huis moet sturen. Want wat moet de familie doen, als er complicaties optreden? De noodzaak tot meer efficiëntie leidt tot ingewikkelde problematiek met vaak een sterk ethisch karakter. Beleidsmakers vragen zich daarbij af hoeveel verder ze nog kunnen gaan, de media rapporteren over hoe ver het nú al gaat en de maatschappij vraagt zich steeds vaker af hoe het zo ver heeft kunnen komen.

Straks… Zoals we eerder hebben kunnen lezen blijven politici en beleidsmakers met een aantal belangrijke vragen zitten. De omstandigheden dwingen tot het maken van ingewikkelde keuzes: kunnen we nog inleveren op zorg om de kwaliteit van onderwijs te blijven garanderen? En zijn de missies in het Midden-Oosten nog te verantwoorden wanneer onze (groot)ouders niet meer gewassen worden vanwege sterke bezuinigingen? Eén van de zwaarst beladen woorden die binnen deze context valt is: marktwerking. Prijsregulering door de markt zou volgens sommige economen leiden tot de laagste, of optimale, prijs voor zorg. Een voorbeeld dat hierbij vaak wordt aangehaald is de werking van Diagnose Behandel Combinaties (DBC’s). Een DBC is een totaalpakket aan zorg waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen een A-segment en een Bsegment. Wanneer men spreekt over het vergroten van de marktwerking in de zorg betreft dit het B-segment, dat is namelijk het deel waarbij er onderhandelingen plaatsvinden tussen zorgverzekeraar en zorgaanbieder. Verzekeraars kopen zorg in bij bijvoorbeeld een ziekenhuis en zijn daarbij natuurlijk op zoek naar de laagste prijs. Vanwege deze werking zijn zorgaanbieders betreffende bepaalde zorg met elkaar aan het concurreren, ze moeten immers een product aanbieden tegen een zo aantrekkelijk mogelijke prijs. En dat is waar het volgens veel medewerkers in de zorg fout gaat. Wanneer een lagere prijs

niet meer bereikt kan worden door processen efficiënter vorm te geven is de volgende stap om tot een aantrekkelijke prijs te komen het doen van concessies: er wordt ingeboet op kwaliteit. En dat de kwaliteit van zorg onder druk komt te staan door de toename van marktwerking is de reden dat veel politici pleiten voor het aan banden leggen van, of zelfs terugdraaien van, de marktwerking in de zorg.

Mensen Marktwerking is altijd een fantastisch middel geweest om partijen te motiveren om middels het efficiënter inrichten van processen een optimale prijs te bereiken. Echter, wanneer wij op zoek zijn naar een goedkope auto kunnen we onze eisen ten aanzien van de kwaliteit naar beneden toe bijstellen. Een tweedehands Nissan Micra uit 1993 volstaat. Wanneer het gaat om zorg waarbij de gezondheid van mensen als het eindproduct kan worden beschouwd, is het inleveren op kwaliteit volgens velen geen optie. “Henk kan weer naar huis. We hebben alles kunnen herstellen, behalve zijn been… dat werd toch te duur.” Klinkt belachelijk? De documentaire Sicko (O’Hara & Moore, 2009) laat zien dat de Amerikaanse realiteit bovenstaande situatieschets al dicht benaderd. En hiermee zijn we aangekomen op het punt waar het allemaal om draait: mensen. Politici willen doorgaans het welzijn van deze mensen beschermen en zijn van mening dat er beperkingen moeten worden gesteld aan de focus op efficiënte processen, optimale prijsvorming, het eeuwige “meer met minder” idee. Maar helaas gaat het nooit alleen om wat men wil, het gaat daarnaast ook altijd om wat men kán. En wanneer er keuzes moeten worden gemaakt over investeringen in onderwijs, veiligheid, ontwikkelingshulp, militaire missies of zorg, zullen er altijd concessies moeten worden gedaan. Ten tijde van dit schrijven doen de knappe koppen in Den Haag zich nog tegoed aan het zoveelste ijsje op het Binnenhof en wacht het land in spanning af wie ons de komende jaren de goede richting in moeten gaan sturen. Met dit artikel is één van de complexe onderwerpen belicht waarover ze zich zullen moeten gaan buigen. De komende edities zullen andere gevoelige onderwerpen ter sprake komen waarbij de moeilijke vragen zullen worden gesteld maar de antwoorden niet altijd zullen worden gegeven.

Literatuur en video Van der Brink, G., Jansen, T., Kole, J. (2009). Beroepstrots. Amsterdam: Uitgeverij Boom Taylor, F. W. (1967). The principles of Scientific Management. New York: Norton O’Hara, M., Moore, M. (2009). Sicko. United States: A-Film

39 | SecJure Oktober 2010


Reportage

Dit was het recht :: Thomas Dilien

24 juli 2010: Love Parade in Duisburg eindigt in een dance macabre Zaterdag 24 juli 2010: Ruim 1,4 miljoen mensen waren afgereisd naar Duisburg om de Love Parade te bezoeken. Er was echter plaats voor slechts 250.000 personen. Niet verwonderlijk dat het in korte tijd te vol was en er paniek ontstond. De toegang tot het terrein - een tunnel - was de plek des onheil. Mensen werden onder de voet gelopen of verdrukt. Uiteindelijk kwamen er 21 festivalgangers op tragische wijze om en raakten 40 festivalgangers gewond. Als snel rees de vraag wie er verantwoordelijk was aan dit ongeluk. Zowel de festivalorganisatie als gemeente en politie spelen elkaar de zwarte piet toe. De Duisburgse politie had lange tijd voor het festival al ernstige bezwaren tegen het festivalterrein, vanwege de geringe capaciteit. Zo werden er verbeteringen aangedragen en werd er gezocht naar meer geschikte locaties in andere stadsdelen. Hier is echter niets mee gedaan.1 De burgemeester van Duisburg zei niets van deze bezwaren af te weten. De organisatie van de Love Parade geeft de schuld aan de politie. Volgens ooggetuigen stopte de politie rond vier uur ’s middags met het tegenhouden van bezoekers die de tunnel in wilden. Het gedrang nam rond dat tijdstip toe en festivalgangers eisten naar binnen te mogen. Volgens de organisatie werd de mensenmassa in de tunnel op dat moment oncontroleerbaar. Vanwege de mogelijke betrokkenheid van de Duisburgse politie, zullen politie en justitie in Keulen onderzoeken of er sprake is van dood door schuld en wie hiervoor verantwoordelijk is. De politievakbond in Duitsland heeft al laten weten dat ze ervoor pleit dat de politie de bevoegdheid zou moeten krijgen om een dergelijk festival te verbieden, indien de veiligheid voor bezoekers in gevaar is. Nu heeft enkel het stadsbestuur deze bevoegdheid. Het is dus ook afwachten voor de individuele festivalbezoekers waar ze nog schadeclaims moeten neerleggen: bij de organisatie, gemeente of politie.

27 juli 2010: Laura Dekker mag toch de wereld rondzeilen De veertienjarige Laura Dekker mag alsnog de wereld rondzeilen. Bijna een jaar na de voorlopige ondertoezichtstelling van Laura door Bureau Jeugdzorg Utrecht heeft de rechtbank van Middelburg besloten om de ondertoezichtstelling op te heffen.2 De Raad van de Kinderbescherming had de rechtbank verzocht om de ondertoezichtstelling te verlengen. Bureau Jeugdzorg had echter verzocht om de ondertoezichtstelling op te heffen. Laura heeft nu enkel toestemming van haar ouders nodig om de wereld rond te reizen. Volgens haar advocaat mr. De Lange zal Laura binnenkort beginnen met haar solo zeiltocht rond de wereld. De ouders van Laura waren van mening dat hun dochter in staat zou zijn om veilig deze zeiltocht te maken. De rechtbank in Utrecht dacht daar echter anders over en plaatste Laura - bij haar beschikkingen van 8 september en 30 oktober 2009- onder toezicht van Bureau Jeugdzorg Utrecht.3 De rechtbank stelde dat een dergelijke onderneming de sociaal-emotionele en identiteitsontwikkeling van Laura in gevaar zou brengen. Bovendien zou de reis onvoldoende zijn voorbereid. De jonge Laura en haar vader waren het niet met deze beschikking eens. Bijna een jaar later, was Bureau Jeugdzorg Utrecht dan uiteindelijk ook van mening dat de ondertoezichtstelling niet verlengd hoefde te worden: Laura voldoet in hun ogen aan alle criteria om de zeiltocht te ondernemen. Zo heeft zij een cursus overleven gevolgd en een cursus slaapmanagement. De rechtbank Middelburg was het eens met Bureau Jeugdzorg Utrecht en besloot de ondertoezichtstelling op te heffen. De Raad van de Kinderbescherming maakte bekend niet in hoger beroep te gaan tegen deze uitspraak van de rechtbank.4 We wensen Laura Dekker een behouden vaart toe! 28 juli 2010: BP – Dat is olie op de golven. Op 20 april 2010 vond er een explosie plaats op een boorplatform van olieconcern BP in de Golf van Mexico. Tot 15 juli, stroomde olie in de zee, omdat de zogenaamde eruptie-afsluiter (blowout preventer) niet goed functionerende. Miljoenen liters olie stroomden de zee in,

SecJure Oktober 2010 | 40


:: Dit was het recht hetgeen leidde tot de ernstigste olieverontreiniging ooit in de Verenigde Staten sinds de ramp van de olietanker Exxon Valdez in 1989 bij Alaska. Uiteindelijk lukte het BP om de kap goed op het olielek te krijgen, waardoor het lekken is gestopt. De schade voor de flora en fauna in de nabije kuststreken als voor het bedrijfsleven daar is enorm. Zo zien hotels en vissersbedrijven hun inkomsten verdwijnen door de olie op de stranden en in de zee. BP heeft aangegeven dat zij zelf geheel verantwoordelijk is en de geleden schade zal vergoeden. Vermoedelijk was de bemanning van het olieplatform nalatig geweest bij enkele waarschuwingen over scheuren in de cementlaag, waarmee de boorpijp aan de buitenkant wordt afgedicht.5 De kosten voor BP zijn sinds het begin van de ramp opgelopen tot een slordige drie miljard euro. Deze kosten bestaan uit het dichten van het olielek, het opvangen en opruimen van de gelekte olie en het uikeren van schadevergoedingen voor getroffen bedrijven en personen in de kuststreek van de Golf van Mexico. Op 16 juni waren de eerste ramingen van de te verwachten schadeclaims bekend voor BP. Na overleg tussen de directie van BP met president Obama van de Verenigde Staten, heeft BP besloten om vijftien miljard euro te stoppen in een noodfonds voor de olieramp. Daarnaast zal er dit jaar geen dividend worden uitgekeerd aan de aandeelhouders van BP.6 Op 27 juli maakte de topman van BP, Tony Hayward, bekend dat hij zal aftreden als CEO van BP. Hayward werd door de aandeelhouders van BP verantwoordelijk gehouden voor de olieramp. Hij zal worden opgevolgd voor Bob Dudley.7 Afwachten of het noodfonds afdoende zal zijn voor de toekomstige claims‌ 29 juli 2010: Nina Storms heft beslag bij Eric Smit op: stilte voor de storm? Nina Storms-Vleeschdraager (beter bekend als Nina Brink van het voormalige WorldOnline) heeft het beslag op de royalty’s van Eric Smit, die een biografie heeft geschreven over haar in het boek Nina, de onweerstaanbare opkomst van een powerlady, opgeheven. Eerder, op vrijdag 9 juli 2010, had ze beslag laten leggen op alle bezittingen van Eric Smit. Het ging daarbij om onder andere zijn huis, bankrekeningen en vorderingen uit zijn werkzaamheden voor het mediabedrijf Follow

The Money. Daarnaast was beslag gelegd op de toekomstige inkomsten van de verkopen van zijn boek bij uitgever Prometheus.8 Smit eiste in een kort geding dat het beslag zou worden opgeheven. Bovendien claimde hij een vergoeding voor de geleden schade tijdens het beslag. Beide partijen kwamen al snel tot een schikking in deze procedure. Uiteindelijk zijn alle beslagen door Storms ingetrokken en laat Smit zijn schadeclaim vallen. Volgens Nina Storms zit er nu eindelijk schot in de onderliggende rechtszaak waardoor het beslag niet langer nodig is. In een drietal procedures vecht Nina Storms een flink aantal onwaarheden in het boek aan. Volgens haar bevat het boek 500 tot 700 fouten. Saillant detail was dat een vrouw op de zittingstribune verklaarde dat ze twintig jaar bij Nina Storms gewerkt had. Hoewel het boek fouten bevat, klopt het volgens haar in grote lijnen wel. In de bodemprocedures hoopt ze een schadevergoeding voor publiceren van deze onwaarheden te ontvangen.9

(Endnotes) 1 < http://www.nrc.nl/buitenland/article2589240.ece/Toestemming_voor_Love_Parade_kwam_pas_kort_voor_aanvang > 2 Beschikking van de rechtbank Middelburg van 27 juli 2010 (LJN BN2481). 3 Beschikking van de rechtbank Utrecht van 8 september 2009 (LJN: BJ7911) en 30 oktober 2009 (LJN: BK1598). 4 < http://www.trouw.nl/nieuws/nederland/article3143987.ece/ Geen_beroep_in_zaak_Laura_Dekker.html > 5 < http://www.nrc.nl/economie/article2553737.ece/Deskundigen_BP_nalatig_bij_olieramp > 6 < http://www.nd.nl/artikelen/2010/juni/16/bp-stort-20-miljardin-noodfonds-olieramp > 7 < http://nos.nl/artikel/174488-bptopman-hayward-vertrekt. html > 8 < http://www.elsevier.nl/web/Stijl/Society/270334/Nina-Brinkstuurt-deurwaarder-af-op-biograaf.htm > 9 < http://www.nd.nl/artikelen/2010/juli/30/nina-brink-schiktruzie-met-biograaf-eric-smit >

41 | SecJure Oktober 2010


Luistervinkjes Column

Colette Cuijpers

Aan alle leuke dingen komt een einde, en dus ook aan het schrijven van deze column. Hoewel ik de column met veel plezier geschreven heb, en ik hoop dat deze met evenveel plezier gelezen is, is het nu tijd om het figuurlijke stokje door te geven. Door een rouleersysteem zullen de vakgroepen van de Faculteit Rechtsgeleerdheid nu om beurten deze column vullen met interessante juridische ontwikkelingen. Voorlopig dus een laatste update uit de wereld van recht en technologie, waarbij ik, uit puur nostalgische overwegingen, terug kijk op mijn eerste column die begon met de zin: “Het was weer een interessante week voor de liefhebbers van recht en technologie”. Nu - ruim 2 jaar later - is deze openingszin nog even toepasselijk. Ook de afgelopen week zijn er volop interessante nieuwsberichten verschenen die het vakgebied recht en technologie betreffen. Aansluitend bij de column van 2 jaar geleden - waarin ik mij verbaasde over de run op de eerste generatie Iphones neem ik in deze column het afluisteren van de ons zo geliefde mobieltjes als uitgangspunt. De reden hiervoor zijn enkele nieuwsberichten naar aanleiding van de twee grootste hackersconferenties. Op de zogenaamde DEF CON werd niet alleen gedemonstreerd hoe eenvoudig een mobieltje af te luisteren is, maar werd tevens gedemonstreerd hoe eenvoudig het is de letter van de wet te omzeilen. Omdat het in de Verenigde Staten verboden is om mobiele telefoons af te luisteren, werd gevreesd dat de demonstratie zou leiden tot de arrestatie van de hacker in kwestie. Om vervolging te voorkomen, werd de Amerikaanse wetgeving echter simpelweg buiten spel gezet, door bij de demonstratie geen gebruik te maken van de in Noord-Amerika gangbare frequenties van 850 en 1900 MHz, maar door gebruik te maken van de in Europa gangbare frequentie van 900 MHz. Dat telefoons afgeluisterd kunnen worden is al langer bekend en dus niet nieuw. Maar met de demonstratie werd aangetoond dat het bouwen van de benodigde apparatuur niet erg complex is, en bovendien relatief goedkoop. Het scenario waarbij je tijdens elk telefoongesprek op moet gaan passen of kwaadwillende derden niet meeluisteren om zo aan waardevolle gegevens - zoals je bankgegevens - te komen, wordt hierdoor ineens een stuk realistischer. Om in de sfeer van hackers te blijven, en om het nog een beetje erger te maken, werd op de andere grote hackers conferentie - de zogenaamde Black Hat - een andere vorm van luistervinkje spelen gedemonstreerd. Uit onSecJure Oktober 2010 | 42

derzoek is namelijk gebleken dat zonder de encryptie van beveiligde websites daadwerkelijk te kraken, waardevolle informatie kan worden afgeleid uit het simpelweg analyseren van het gebruik van deze websites. Door deze analyse konden de onderzoekers onder andere ‘afluisteren’ of pc’s van slachtoffers kwetsbaar zijn voor het buitmaken van cookies, die gevoelige gegevens kunnen bevatten zoals gebruikersnamen en wachtwoorden (bron: webwereld 02-08-2010). Dit roept vanuit een juridisch oogpunt de interessante vraag op of het analyseren van gebruikersgedrag, net als het kraken van encryptie, verboden is of zou moeten worden. Dat we niet alleen moeten vrezen voor hackers die onze gegevens afluisteren, maar ook moeten waken voor onze eigen overheid, blijkt uit de recent verschenen analyse die Bits of Freedom (BoF) heeft uitgevoerd op de CIOT Audit van 2009. Hieruit blijkt dat de Nederlandse Opsporingsdiensten zich niet aan de privacyregels houden bij het opvragen van telecomgegevens via het Centraal Informatiepunt Onderzoek Telecommunicatie (CIOT). Een medewerker van BoF stelt als voorbeeld dat: “Concreet komt het er op neer dat een agent al drie jaar lang ongemerkt kan checken of zijn vrouw twee mobieltjes heeft en journalisten kunnen een bevriende agent vragen om het (e-mail)adres van een celebrity of van een politicus”. Deze handelswijze doet de wenkbrauwen nog meer fronsen met het rapport Grenzen aan de aftapbaarheid? in het achterhoofd. Uit het onderzoek dat aan dit rapport ten grondslag ligt blijkt dat diegenen die je juist moet aftappen, de ’slimme criminelen’, het afluisteren kinderlijk eenvoudig kunnen omzeilen door bijvoorbeeld gebruik te maken van Gmail, Skype en Wifi in een café. Ook in dit kader stelt BoF de nodige vragen, zeker omdat de overheid dit rapport in eerste instantie geheim wilde houden. Terugblikkend naar mijn column van twee jaar geleden, waarin ik de noodzakelijkheid van het gebruik van mijn mobiele telefoon terugbracht tot twee situaties – autopech en oppasproblemen – zou ik bijna opgelucht ademhalen. Gelukkig, ik hoef me niet druk te maken over deze afluisterpraktijken. Maar ja, ook ik - en ik zou bijna zeggen helaas - ben inmiddels meegezogen in de mobiele telefonie manie en kan de internet- en navigatiefaciliteit van mijn slimme mobieltje niet meer missen. Dat wordt dus toch oppassen voor luistervinkjes, of de opties van Skype, Gmail en Wifi in het café (goh, dat laatste klinkt eigenlijk helemaal niet zo erg….) maar eens nader onderzoeken.


Column

Xuâ&#x20AC;&#x2122;s Goede Raad Xu Wang1

Op 15 juli jongstleden vond ik een email van de Afdeling Onderwijs en Internationalisering met daarin een link naar de Studentennieuwsbrief 2010-2011. Snel scande ik door het PDF-bestand zoekend naar de onderwerpen die voor mij interessant waren. Nummer 3 viel al gauw op: Herkansen van een voldoende. In 5 regels werd mij meegedeeld dat ik voortaan niet meer te allen tijde mijn minder fantastische cijfers kon opkrikken. Bij een herkansing van de welbekende 6 of hoger geldt nu de voorwaarde dat het laatste cijfer telt. Mocht ik dan bij een herkansing van een voldoende zelfs nog zoveel pech hebben om een onvoldoende te halen, dan wordt dit omgetoverd naar een 6. Toegegeven, dit was niet de eerste keer dat ik van deze plannen hoorde. Dit was namelijk ook al een geliefd onderwerp voor de kandidaten bij de verkiezingen voor de Faculteitsraad in april. Toch kon ik mezelf niet helpen. Een gevoel van vreselijke onrechtvaardigheid kwam over mij heen. Hoe verwacht de Faculteit dat ik een excellente studente ga zijn, als ze mij de mogelijkheid ontnemen om zonder enige risico mijn slechte cijfers te herkansen? Waar zat de logica?! De gedachte dat ik wellicht gedurende het jaar wat meer aan mijn studie kon doen of misschien een paar weekjes eerder kan beginnen met het leren voor tentamens kwam absoluut niet bij me op. Al die leuke avondjes in de stad, vergaderingen en activiteiten van de vereniging bezoeken, zonnestraaltjes pakken op een terras en lunchen met vriendinnen waren toch het recht van het studerend volk! Daarnaast is er natuurlijk ook nog dat bijbaantje en die belangrijke uitslaapuurtjes op woensdag- en vrijdagochtend.

Toch bekroop me langzaam een kriebelig gevoel. Hoe hebben rechtenstudenten het aan andere faculteiten in Nederland? Na een uurtje surfen op het internet kwam ik tot de enigszins zure conclusie: wij hadden en hebben het nog niet eens zo slecht als Tilburgse rechtenstudent. Uit de examenreglement van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de VU bleek dat slechts onvoldoendes konden worden herkanst. Wanneer er sprake is van bijzondere omstandigheden kan de student een schriftelijke verzoek indienen tot vrijstelling hiervan. In dat geval kan een voldoende wel worden herkanst. De universiteit van Leiden heeft dezelfde regeling. De Erasmus Universiteit in Rotterdam en de Rijksuniversiteit Groningen hebben naast deze regeling ook nog een limiet gesteld aan de mogelijkheid tot de herkansing van voldoendes. Bij de meeste universiteiten blijkt aldus dat voor een herkansing van een voldoende een verzoek aan de Examencommissie vereist is. De UvA heeft de soepelste regeling. Elk tentamen kan worden herkanst, alleen telt de laatste uitslag. Wat betreft de tentaminering blijkt aldus dat Tilburg een tendens volgt die allang bestaat bij andere juridische faculteiten in Nederland. Deze gedachte bracht mij maar weinig voldoening. Het vermoeden dat de kans klein is dat ik het komend collegejaar een 6,5 of een 7 zou herkansen, lag op de loer. Met een diepe zucht legde ik me neer bij de gedachte dat het aantal uurtjes zwoegen in de goed geaircode bieb komend jaar flink zal worden opgeschroefd. Ach ja, in plaats van een terrasje zal ik voortaan maar mijn zonnestraaltjes op de brug pakken. (Endnotes) 1 Xu Wang is vijfdejaars student Rechten aan de Universiteit van Tilburg.

43 | SecJure Oktober 2010


AFGESTUDEERD?

KIES DAN VOOR HET YOUNG PROFESSIONAL PAKKET

Als je pas bent afgestudeerd, dan heb je bij ABN AMRO een streepje voor. Want speciaal voor jou is er het ABN AMRO Young Professional Pakket. Daarmee regel je je bankzaken in één keer, inclusief advies van het Young Professional Account Team. Bovendien krijg je een spaarrekening met een aantrekkelijke rente. En er zijn meer voordelen te verkrijgen.

KIJK VOOR EEN ACTUEEL OVERZICHT OP ABNAMRO.NL/YP


cultural�identity The desirability of Sharia courts in the Netherlands Wessel Wijtvliet

Introduction Present-day Holland is, as almost every society in Western Europe, a multicultural social order with an influx predominantly consisting of immigrants from the Middle-East and North-Africa (most of whom are Muslims)1, which inevitably leads to a society consisting of people with different religious, social, cultural, traditional, and economical backgrounds. This type of society cannot be modeled solely upon a Dutch-Christian heritage of political, social, economic, and cultural views (called hereafter, for the sake of the argument, a Western worldview). For example: immigrants can receive Dutch citizenship (article 2 of the Dutch constitution in connection with Rijkswet op het Nederlanderschap (Law on Dutch Citizenry)). However, the mere acquisition of Dutch citizenship does not imply incorporation of a Western worldview, because one’s cultural background is the backbone for one’s identity; an idea recognized in legislation.2 An important question in this respect is how far a country should go in granting immigrants the right to practice their cultural identity. In recent years, rumors about underground Sharia courts in the Netherlands have come to surface. The common denominator of these rumors seems to be that Muslims consider it necessary for certain aspects of their life to be judged, not before a secular court, but before a Sharia court. There is debate about the factuality of these rumors, but such deliberation is of no importance to this paper. The question raised in this article is whether or not Sharia courts should be allowed in the Netherlands, as seen from the viewpoint of the preservation of cultural identity in comparison to Dutch (Western) legal principles. In order to answer said question, other matters must receive prior attention. First, the question of what Sharia is must be dealt with, followed by a description of

the Dutch legal principles should be given. Thereafter a deliberation can be made with regard to the desirability of the – possible – presence of Sharia-courts in the Netherlands. In answering these different questions, a general overview will be given of the legal premises of the two different legislative systems, indicating that the focus of the paper is not so much on positive law,3 but more on the ideals and ways of thinking underlying both systems.

Sharia as a legislative system The first step to make is answering the question as to what Sharia law contains and what it represents. A satisfying answer can only be given by going back to the early days of Islam. The life of the prophet Muhammad is the starting point of Islam. Since Muhammad is the divine messenger, deriving his power from that message, His message, the Quran, forms the cornerstone of Muslim religion.4 The principles of the Quran and the life of Muhammad underlie that belief. However, for Muslims, the teachings of Muhammad not only have an effect on religion, they influence social behavior as well. Islam is, namely, a religion of the law, which implies that religious teachings show a designated way of life. God and His code of conduct are supreme and the individual has to live by this code of conduct. In this way, religious rules and legislation are the same.5 It is the Word of God, the Revelation of His divinity and His command to men, as revealed in the Quran.6 Muhammad was the person on to whom, so to speak, the revelation was transmitted. Furthermore, His legislation incorporated existing law of Arabia (there was no intention to install a new legal system) in order to install religious command covering all aspects of life, mandatory to follow for individuals trying to surpass the 45 | SecJure Oktober 2010

Artikel

Boundaries to the acceptance of the pursuit of


day of judgment. Herein lies the reason as to why Islam treats religious and social matters on the same footing; i.e. as an all-incorporeal system.7 This also becomes obvious when one regards the meaning of the word ‘Islam’. It means submission; submission to the will of God. For Muslims the Quran is not the only source of law in Islam. Next to the Quran exists the Sunna. The Sunna are the ways and words of the prophet, as laid down by his followers. These ways and words also form rules on how to live one’s life as a Muslim. The incorporeal system of Quran and Sunna create the Sharia.8 In theory, the Sharia forms the system of the law, covering family and commercial law, constitutional and criminal law, religious law and the law of contracts and manages political affairs – at least in theory it is an all-encompassing system. However, practice shows a different matter: Sharia is strong in family and inheritance law; the law in the field of contract law and the law of obligations is weak, but the weakest or even non-existent was Sharia on the terrain of penal and constitutional law.9 So to speak, Sharia law is an ideal, which over time never came into being, changing over time and over circumstances.10

The Dutch legislative system The basis of the Dutch legislative system is, as in most Western countries, the constitution. It opens with a set of fundamental rights, both political and social (article 1 -23) and is followed by rules on state-structure, the legislative process and the judiciary. As in most Constitutions or Bills of Rights, human rights form an important aspect of the legislative piece. From a human rights point of view, the Netherlands is blessed with a monist system of treaty incorporation, as laid down in article 93 of the Dutch constitution. According to article 94 of the constitution, treaties that fall under article 93 have precedence over Dutch legislation, showing the international outlook of Dutch human rights protection. Although the judiciary plays a major role in this internationally orientated protection, article 120 of the constitution entrusts parliament to test the conformity of acts with the constitution a fortiori with human rights, stating that the judiciary cannot test the constitutionality of acts of parliament and treaties. This system is the result of the division of power in the Netherlands, in which parliament is thought to be the best organ to test the constitutionality of acts of parliament.11 In contrast with the judiciary, the legislator has democratic legitimacy, due to the fact that it is a directly elected organ. This shows the duality of human rights protection: both the courts and parliament consider it as their core task. The above stated shows that human rights are of the utmost importance to the Dutch legislative system, both from a national and international point of view. The SecJure Oktober 2010 | 46

question as to what human rights represent is an issue that needs to be addressed in order to sketch the Dutch legal principles. The preambles of the Universal Declaration on Human Rights (UDHR), International Covenant on Civil and Political Rights (ICCPR) and the International covenant on economic, social and cultural rights (ICESC) all express idea(l)s of dignity, justice, freedom, and equality.12 When looking at these preambles, there is a common denominator shared by all human rights. Fundamental rights are namely rights that are granted to a person on behalf of him being human, so the mere fact that one is human grants them protective rights. Still, the question remains as to why we have human rights for the sake of being human. An interesting concept is Griffin’s theory on human rights.13 In his view, human beings have a comprehension of human existence and for that reason have notions of and can pursue a worthwhile life. They are agents choosing a life for themselves, creating ‘personhood’, protected by human rights, which consists of three elements. First, there is the element of autonomy, entailing a persons choice of an own life path; second, the element of minimal provision, like education, resources, and capabilities, is sine qua non for being able to choose a worthwhile life for oneself; and third, liberty comes to the front, providing a person the opportunity to follow their notion of a worthwhile life.14 The best way to ensure that a government respects human rights is democracy, mostly because this form of government entails an enforceable system to guide rulers towards their citizens’ interests.15 Although it is not related to human rights, democracy entails another function: equal saying of citizens in ruler-ship; the path of a nation is determined by citizens themselves. For the Dutch system, this implies that both parliament (due to democracy) and the judiciary (due to international human rights protection) ensure legislation and governmental action to be in accordance with the pursuit of civilians’ notions of a worthwhile life. The protective human rights norms come from above; from below there is the force of the citizenry which can steer a nation in a certain direction and exercise pressure for achieving the common good through parliament.

Conclusion The object of this paper is to examine the principles underlying both Sharia legislation and the Dutch legislative system, rather than focussing on legal practice. Which leads to several starting points from which ensue numerous discrepancies between Sharia legislation and the Dutch legal system. The most important difference is the goals both legal systems pursue. Sharia law essentially covers all aspects of life; arranging religion, politics, moral,


and social behaviour. All to achieve a worthwhile life. A worthwhile life in the eyes of God, that is. The Dutch system has a different premise. It is up to citizens themselves to determine what makes a life worthwhile. A matter the government should take into account when developing legislation and the judiciary when judging a case. Human rights have the purpose to create a protective layer, when necessary, against interfering legislation and governmental action. The best political system in which these premises are protected is democracy: a system in which one’s notion of a worthwhile life has to be taken into account by the government through representation. For the Dutch legal system this implies that people are free to follow Sharia rules. It is one’s own choice to lead a worthwhile life by living in the image of God. However, it is another matter entirely to install a judiciary system which can make rulings with regard to social behaviour, by applying legislation that directly goes against the freedom to choose a worthwhile life for oneself. It is one thing to have the freedom to choose a worthwhile life, but it is another when one is persecuted for failing to live the life worthwhile in the eyes of God. For this reason a distinction must be made between the freedom to live according to a set of social rules and the desirability for these social rules to have a legal effect. There is no place in the Dutch society to install a legal system based on an all encompassing religious set of rules, that steer people in the direction of a worthwhile life, but leaves no room for personal choice. The cultural identity of immigrants in Dutch society is already protected by the choice of a worthwhile life; the desirability of Sharia courts do not fit within this system. Table of contents • M. Berger, Sharia in Nederland is vaak keurig Nederlands (The Sharia in the Netherlands is most of the time perfectly Dutch), in: Ars Aequi, year 56, nr. 6 • M.C. Burkens, Beginselen van de democratische rechtsstaat. Inleiding tot de grondslagen van het Nederlandse staats- en bestuursrecht. Kluwer (Alphen aan den Rijn – 2006) • J. Griffin, On human rights, Oxford: Oxford University Press 2008 • T.W. Lippman, Understanding Islam, An Introduction to the Muslim World, New York: Meridian 1995 • Z. Mir-Hosseini, Marriage on Trial. A Study of Islamic Family Law New York: I.B. Tauris & Co Ltd 1997 • J. Schacht, An Introduction to Islamic Law, Oxford: Clarandon Press 1998 • Veenendaal, Shariarechtbank geen bedreiging (Sharia courts are no threat), in: de Volkskrant, 9 July 2009 Websites: http://statline.cbs.nl/StatWeb/

(Endnotes) 1 http://statline.cbs.nl/StatWeb/ 2 See for example the preamble and articles 1, 3, 6 and 15 of the ‘International Covenant on Economic, Social and Cultural Rights (ICESCR)’ and article 14, 15, 16 and 31 of the International Convention on the Protection of the Rights of all Migrant Workers and Members of their Families. 3 Other research focuses more on positive law. One looks at what groups of Sharia laws are sometimes applied in the Dutch legislative and judicial process, whether they are compatible with our legal understanding, and the difference between social and legal norms in society, concluding that Sharia itself can be compatible with our legal system (Maurits Berger, Sharia in Nederland is vaak keurig Nederlands (The Sharia in the Netherlands is most of the time perfectly Dutch), in: Ars Aequi, year 56, nr. 6, p. 506 - 510). Other opinions go even further by stating that Sharia courts correspond with our legal system, because as long as sharia law manifests itself – just like the Catholic codex - as a folkloric cultural-religious system without any legal effect in private law, there is no reason to forbid Shari courts without the codex experiencing the same consequences (H. Veenendaal, Shariarechtbank geen bedreiging (Sharia courts are no threat), in: de Volkskrant, 9 July 2009 Ziba Mir-Hosseini, Marriage on Trial. A Study of Islamic Family Law New York: I.B. Tauris & Co Ltd 1997, p 4 4 Ziba Mir-Hosseini, Marriage on Trial. A Study of Islamic Family Law New York: I.B. Tauris & Co Ltd 1997, p 4 5 Thomas W. Lippman, Understanding Islam, An Introduction to the Muslim World, New York: Meridian 1995, p. 70 6 Gerhard Endress, An Introduction to Islam, New York: Columbia University Press 1988, p. 23 7 Joseph Schacht, An Introduction to Islamic Law, Oxford: Clarandon Press 1998, p. 11 8 Thomas W. Lippman, Understanding Islam, An Introduction to the Muslim World, New York: Meridian 1995, p. 71 9 Joseph Schacht, An Introduction to Islamic Law, Oxford: Clarandon Press 1998, p. 76 10 Thomas W. Lippman, Understanding Islam, An Introduction to the Muslim World, New York: Meridian 1995, p. 71 11 M.C. Burkens, Beginselen van de democratische rechtsstaat. Inleiding tot de grondslagen van het Nederlandse staats- en bestuursrecht. Kluwer (Alphen aan den Rijn – 2006) p 184 12 Respectively ‘recognition of the inherent dignity and of the equal and inalienable rights of all members of the human family is the foundation of freedom, justice and peace in the world’, ‘considering that, in accordance with the principles proclaimed in the Charter of the United Nations (UN), recognition of the inherent dignity and of the equal and inalienable rights of all members of the human family is the foundation of freedom, justice and peace in the world, recognizing that these rights derive from the inherent dignity of the human person’, and that these rights derive from the inherent dignity of the human person, recognizing that, in accordance with the UDHR, the ideal of free human beings enjoying freedom from fear and want can only be achieved if conditions are created whereby everyone may enjoy his economic, social and cultural rights, as well as his civil and political rights’ 13 J. Griffin, On human rights, Oxford: Oxford University Press 2008 14 J. Griffin, On human rights, Oxford: Oxford University Press 2008, p 32 – 33 15 J. Griffin, On human rights, Oxford: Oxford University Press 2008, p 254

47 | SecJure Oktober 2010


De curriculo studentium Een historische bliksemvergelijking Artikel

Jeroen Tessers

“Dit is zo saai hè!”. Zo klinkt het uit de mond van een ietwat verveelde medestudent, die zich opwindt over de betrekkelijke onzin van het bewuste hoorcollege. Die zich een dag eerder al had opgewonden over de in zijn ogen absurd grote hoeveelheid tentamenstof, over het feit dat hij - al dan niet met Cebojuf-korting - alweer zijn zoveelste Kluwer zal moeten aanschaffen en natuurlijk over het belachelijke idee om de stufi af te schaffen. “Vroeger was alles veel beter!”, klinkt in de collegebank voor ons het gemopper van een hobbyistdeeltijder op leeftijd. Mijn collega-voltijder knikt dromend en bevestigend, terwijl zijn hand als vanzelf citaten van Cicero begint neer te pennen, zich verbeeldend dat er in de Oudheid geen gemakkelijker vak was te vinden dan het recht.1 Wat een heerlijke tijden. Jammer genoeg voor hem ben ik er ook nog – en ik ben niet zo nostalgisch, maar wel altijd in voor wat geschiedkundige vergelijkinkjes. Na het college maak ik hem wakker en sleep hem bij zijn haren de zojuist verbouwde UvT-library in. Ik ruk enkele rechtshistorische boeken uit de rekken en smijt ze opengeslagen voor zijn neus. Op de pagina die door dit fysieke geweld voor ons is komen te liggen, vertelt R.C.H. Lesaffer ons in zijn bekende boek dat de rechtswetenschap rond de 2de en 1ste eeuw v. Chr. tot stand is gekomen.2 Hij vervolgt door te zeggen dat in die tijd vooral het privaatrecht daarin centraal stond. Het onderwijs voor jonge juristen in wording behelsde voornamelijk het op de voet volgen van een rechtsgeleerde tijdens diens activiteiten in het openbaar, terwijl ze aandachtig luisterden en de adviezen (responsa) van de leermeester optekenden.3 Dit alles vond plaats op het forum, de centrale ontmoetingsplaats in de stad – dus niet op zacht gestoffeerde collegebankjes die gelegenheid bieden tot een kort, maar effectief collegedutje. Naast deze vorm van juridische kennisoverdracht ontstond in dezelfde eeuw scholing voor jonge Romeinen uit de senatorenstand, die hen moest bekwamen in het houden van redevoeringen. De docenten waren veelal Griekse leraren, die hun studenten wegwijs maakten in de retorica en de logica.4 Deze kennis zouden ze later nodig hebben in de praktijk, waarop de Romeinse rechtswetenschap zich immers bijna zuiver richtte. In de vroege keizertijd (principaat) kwam er verandering in het rechtenonderwijs. Nu er meer juristen als keizerlijk ambtenaar kwamen te werken, groeide de vraag naar SecJure Oktober 2010 | 48

juridisch geschoolden, ook op lager niveau.5 In Rome ontstond daarom in de 2de eeuw n. Chr. een rechtsschool en ook in Berytus (Beiroet) zou in het begin van de 3de eeuw n. Chr. een dergelijke school zijn geweest.6 Het curriculum bestond uit (zo’n 300 ECTS aan) Institutiones van Gaius (de Romeinse editie van de Boom Basics) en daarna studie van de responsa (adviezen in concrete casus). De keizerlijke wetgeving onder de verzamelnaam consitutiones sloot het studieprogramma af, dat ongeveer vijf jaar duurde. 7 Met Griekse sofisterij, een stapel Latijnse termen en een verschil in studieduur van een jaar schijn ik mijn biebpartner niet te kunnen overtuigen van de gewichtigheid van de vroegere rechtenstudie. We slaan een volgend boek open en bevinden ons bij het wel en wee van de student in Bologna, waar in het begin van de 12de eeuw de studie van de schriftelijke overlevering van het Romeins recht weer opbloeide.8 Bologna had sinds 1088 een universiteit met een faculteit Romeins recht. Die studie was gebaseerd op de geschreven teksten uit de oudheid en de daarbij horende verklarende glossen.9 Dat studiemateriaal in die tijd net als in deze tijd prijzig was, blijkt al uit het feit dat arme studenten vaak een tekstkatern voor een bepaalde periode moesten huren om over te schrijven, het vervolgens weer inleverden en dan een volgende kregen.10 Het universitaire wereldje (universitas verwees naar de gemeenschap van docenten en studenten die studeerden aan een studium generale, wat meer verwijst naar wat wij ‘universiteit’ noemen11) kende overigens overal in Europa onderwijs in het Latijn. Dat moet toch een vreselijke gedachte zijn voor iedereen die van het atheneum komt. In de koffiekamer van de Tilburgse bibliotheek leggen mijn intussen cafeïnebehoeftige studiegenoot en ik onze eigen collegeroosters eens naast die van de middeleeuwse studens. De colleges van de 12de en 13de eeuw, lectura geheten, bestonden uit het behandelen van autoritatieve teksten uit de tekstcanon en de standaard-glossen daarbij. In de ochtendcolleges behandelde de docent teksten uit de eerste 24 boeken van de Digesten of uit de eerste 9 boeken van de Codex, ’s middags kwamen in twee lecturae extraordinariae andere teksten aan de orde.12 En dat dagelijks. Een blik op Blackboard leert dat wij het aantal van drie colleges per dag vaak niet halen. Over de periode van een hele opleiding bekeken zijn er even-


eens grote verschillen: duurt een regulier BaMa-traject tegenwoordig op papier vier jaar, aan de rechtenfaculteit van middeleeuws Bologna werd men pas na vijf jaar studeren baccalaureus in de rechten en kreeg men na nog eens acht (!) jaar doorstuderen het licentiaat. Dat scheelt een behoorlijke som aan collegegeld, zelfs zonder het verhoogde tarief… Met een halfleeg bekertje automaatkoffie blikken we nog even terug op de afgelopen verkiezingen voor de faculteits- en universiteitsraad. Een moment waarop je bij succesvol campagnevoeren door de kandidaat-raadsleden even het gevoel krijgt dat studenten toch echt invloed hebben op het universiteitsbestuur. In Bologna is dat zeer zichtbaar geweest: de universiteit is ca. honderd jaar lang bestuurd door de studenten.13 Zo legden zij de professoren strikte regels op met betrekking tot het onderwijsprogramma.14 Zulk eenzijdig bestuur zou nu onvoorstelbaar zijn. Onze zorgvuldig met de ‘leg-een-wettenbundel-op-despatiebalkmethode’ vergrendelde workspace blijkt door de overijverige beveiligingsbeambte te zijn gereset. Daarom maar een eerstejaars van een raadpleeg-PC gejaagd met als doel: de UvT-webpage over carrièreperspectieven. Wat kan de rechtenstudent worden als hij of zij later groot is? De togaberoepen, bedrijfsjurist en jurist bij de overheid prijken op de lijst – geen onaardige opsomming. Maar de middeleeuwen bieden wederom meer: de Italiaanse steden, verscheurd door interne machtsstrijd, droegen graag het hele stadsbestuur over aan een jurist om te voorkomen dat een concurrent met de macht ging lopen. En in Frankrijk ontstond zelfs een geheel nieuwe adellijke stand, de noblesse de robe, die bijna helemaal uit juristen bestond.15 Daar kan de LLM-titulatuur van vandaag de dag toch niet aan tippen. Het is sluitingstijd als we het bibliotheekgebouw verlaten, een geestelijk uitstapje via Romeins Rome naar middeleeuws Bologna rijker. Of ik bij mijn kameraad van de dag wat respect heb kunnen kweken voor de rechtenstudent van weleer, is op dat moment een moeilijk te beantwoorden vraag. Een week later spreekt hij me vlak voor het hoorcollege aan. Of ik weet dat die Instituten en Digesten ‘waar we het vorige week over hadden’ volgens het Organiek Besluit van 1815 nog verplichte vakken waren aan iedere juridische faculteit. Onder zijn rechterarm houdt hij een boek over een bekende Hollandse rechtswetenschapper aan het begin van de 18de eeuw16 en onder de linkerarm een bloemlezing over het Nederlandse rechtenonderwijs vanaf de 17de eeuw.17 Ik kan een glimlach met moeite onderdrukken.

(Endnotes) 1 Cicero, De Oratore 1.184-185 2 R.H.C Lesaffer, Inleiding tot de Europese Rechtsgeschiedenis, Leuven: Universitaire Pers Leuven 2008, p. 80. 3 Lesaffer 2008, p. 82 4 O.E. Tellegen-Couperus, Korte geschiedenis van het Romeinse recht, Tilburg: Tilburg University Press 1998, p. 58. 5 Tellegen-Couperus 1998, p. 95-96. 6 B.Kübler, Geschichte des römischen Rechts, Leipzig 1929 (herdruk Aalen 1979), pp. 424-433, vooral 428. 7 Lesaffer 2008, p. 94. 8 G.C.J.J. van den Bergh, Geleerd recht. Een geschiedenis van de Europese rechtswetenschap in vogelvlucht., Deventer: Kluwer 2007, p. 22 9 Voor algemene informatie over glossen en de glossatoren, zie Lesaffer 2008, p. 231. 10 Van den Bergh 2007, p. 24. 11 Lesaffer 2008, p. 227. 12 Lesaffer 2008, p. 228 13 Van den Bergh 2007, p. 26. Van den Bergh verwijst voor dit Bolognese studentenbestuur in het algemeen naar W. Steffen, Die studentische Autonomie im mittelalterlichen Bologna, Bern: Geist und Werk der Zeiten 1981. 14 Lesaffer 2008, p. 228 15 Van den Bergh 2007, p. 27. 16 G.C.J.J. van den Bergh, The Life and Work of Gerard Noodt. Dutch legal scholarship between humanism and enlightenment, Oxford: Oxford University Press 1988 17 T.J. Veen & P.C. Kop (red.), Zestig juristen: Bijdragen tot een beeld van de geschiedenis der Nederlandse rechtswetenschap, Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink 1987.

49 | SecJure Oktober 2010


Play to Win. BANNING Advocaten is een advocatenkantoor met ambitie.. Om te winnen heb je talent en inzet nodig, in de juiste samenstelling. Vanuit onze kantoren in ’s-Hertogenbosch en Rotterdam werken we met ruim 80 advocaten voor nationale en internationale cliënten. In onze 9 gespecialiseerde praktijkgebieden zijn sterke teams samengesteld met de juiste mix van jonge talenten en ervaren advocaten. Zo worden nieuwe inzichten continu gecombineerd met oude wijsheid en blijft BANNING zich ontwikkelen. Daarmee behaalt BANNING succes. Ook worden er met regelmaat teams gevormd uit de diverse praktijkgebieden en zijn er specialisten met expertise binnen de zorg-, energie-, technologie- en automotive sector. De advocaten van BANNING worden ondersteund door het eigen Wetenschappelijk Bureau, verantwoordelijke voor onderwijs, onderzoek en kennismanagement.

Interview met mr. Amparo Muñoz Mateu Amparo Muñoz Mateu studeerde in 2007 af in de richting International & European Business Law, een Engelstalige master, aan de Universiteit van Tilburg. De stage die zij in 2007 bij BANNING Advocaten liep, is wederzijds zo goed bevallen, dat zij na het afronden van haar studie bij dit kantoor is blijven werken. Na anderhalf jaar op de sectie Mergers & Acquisitions, stapte ze over naar de sectie Insolventierecht. Waarom heb je voor BANNING gekozen? Tijdens mijn master adviseerde mijn scriptiebegeleider, de heer Vriesendorp, mij om stage te lopen. De vakgroep Business Law aan de universiteit is meer gericht op de grote kantoren in de Randstad, maar die vond ik te massaal. Ik heb het idee dat je daar eerder een nummer dan een naam bent. Over BANNING had ik al veel gehoord. BANNING was destijds een middelgroot kantoor, met grote klanten en interessante mogelijkheden en is nu uitgegroeid tot een kantoor met meer dan 80 advocaten. Ondanks het feit dat bij BANNING hard en serieus gewerkt wordt, heerst er een gezellige en ontspannen sfeer. Toen ik hier kwam werken wist bijvoorbeeld bijna iedereen mijn naam al. Zo zijn er meer dingen, die het werken hier zo prettig maken. Je spendeert een groot gedeelte van je tijd op je werk en als je het niet naar je zin hebt, zal dat je zwaar vallen. Hoe ziet je werkweek eruit? Dat verschilt van week tot week. Ik begin ’s ochtends altijd met standaard werkzaamheden, zoals post en mail checken. De ene dag houd ik me bezig met het schrijven van processtukken, de andere dag zit ik bij een SecJure Oktober 2010 | 50

failliete onderneming of ben ik bezig met een rechtmatigheidsonderzoek. Als je in faillissementen bezig bent, ben je voornamelijk bezig met ‘review’. Bij een rechtmatigheidsonderzoek controleer ik bijvoorbeeld hoe de zaken zijn verlopen, of de aandelen zijn volgestort, of er geen vreemde transacties of onttrekkingen zijn gedaan. Soms kan slecht management leiden tot bestuurdersaansprakelijkheid. Als ik bedrijven adviseer, houd ik me vooral bezig met ‘preview’. Dat zijn vaak bedrijven die mogelijk in de toekomst in zwaar weer komen. Ik bespreek beleidskeuzes met de bestuurders door en bespreek de mogelijkheden en risico’s. Valt het bedrijf nog te redden en zo niet, hoe kan eventuele schade voorkomen worden? Vooral rechtmatigheidsonderzoeken verrichten, vind ik erg leuk. Je voelt je dan net een detective! Zijn er vaardigheden die je in je studententijd hebt geleerd, waar je nu nog veel aan hebt? Omdat ik naast mijn studie altijd bijbaantjes heb gehad, heb ik veel ondernemers aan het werk gezien. Je leert dan hoe ondernemers denken en welke factoren voor hun beslissingen van belang zijn. Ook mijn scriptie, een rechtsvergelijkend onderzoek over financieringsen doorstartmogelijkheden van het midden- en kleinbedrijf in de Verenigde Staten en in Nederland, heb ik vanuit het oogpunt van de ondernemer geschreven; meer praktisch dan theoretisch. Ondanks het feit dat ik regelmatig voor de curator handel, denk ik bij iedere zaak wel mee met de ondernemer. Wat zijn voor hem de gevolgen en zijn die wenselijk? Dat leer je niet in de collegebanken.


Kun je meer vertellen over de interne opleidingen van BANNING? Voor stagiaires is de opleiding Draakenstein in het leven geroepen, bestaande uit juridische en niet-juridische onderdelen. Ieder van ons houdt één keer per jaar een uitgebreide lezing over een aangewezen onderwerp. Daarnaast krijgen we maandelijks Leergang Burgerlijk Procesrecht, wat veel meer gericht is op de praktische kanten dan het vak aan de universiteit. Je leert rekening te houden met termijnen en reglementen, hoe je beslag moet leggen en wanneer je een deurwaarder in kunt schakelen etc. Het niet-juridische deel bestaat uit onder andere les van een dresscoach, presentatietechnieken en een etiquettediner. Het is de bedoeling dat je het kantoor naar de klant toe leert presenteren. Hoe verloopt de sollicitatieprocedure? Omdat ik eerst stage heb gelopen, heb ik geen standaard procedure doorlopen. Doorgaans vindt er een kennismakingsgesprek plaats en daarna een verdiepend gesprek met twee of meer advocaten van de sectie waarvoor je solliciteert. Ze leggen je dan bijvoorbeeld een voorbeeldcasus voor. Tot slot is er een assessmentdag. Dat is een hele dag waarin je IQ-testen en persoonlijkheidstesten voorgelegd krijgt, er is een rollenspel en een interview. Die dag is ook bedoeld om later in je loopbaan je voortgang te kunnen beoordelen. BANNING weet waar je zwakke punten liggen en zullen je helpen die te ontwikkelen. Ze zijn erg gericht op je persoonlijke ontwikkeling, dat is prettig. Hier ben ik een naam en geen nummer!

Welke tips wil je meegeven aan toekomstige sollicitanten? Wees vooral jezelf, dat is heel belangrijk. Laat zien dat je het waard bent, als je iets wilt, dan moet je er ook voor willen vechten. Dat is BANNING. Zorg ervoor dat je je hebt verdiept in het kantoor en wees voorbereid op de vragen die kunnen komen. Als advocaat moet je altijd een antwoord klaar hebben. Waar is Amparo over vijf jaar? Hier, bij BANNING. Ik heb het ontzettend naar mijn zin. Interesse? Nieuwsgierig naar jouw mogelijkheden bij BANNING? Neem dan contact op met mr. Patricia Bossema-De Greef via telefoonnummer 073-6927 751 of per e-mail naar k.swinkels@banning.nl. Op 15 oktober a.s. organiseren wij vanaf 13.00 uur een kennismakingsmiddag op ons kantoor te ’s-Hertogenbosch. Lijkt je dit interessant, meld je dan snel aan. Kijk voor meer informatie op www.werkenbijbanning.nl

51 | SecJure Oktober 2010


The Australian High Court Artikel

Vanuit juridisch verantwoord toeristisch perspectief Ilona van den Eijnde

Zelfs op vakantie blijft de redactie van SecJure hard werken om deze eerste editie van het nieuwe schooljaar er weer piekfijn uit te laten zien. Een kort rechtsvergelijkend onderzoek tijdens mijn vakantie in Australië kan dan ook niet achterwege blijven. Door een bezoek te brengen aan de Australische Hoge Raad in Canberra (Capital Territory), heb ik het één en ander weten uit te vissen over de Australische Hoge Raad1 en de grootste verschillen met de Nederlandse Hoge Raad.

(Canberra) is er met beiden vandoor gegaan. Opvallend is dat het gebouw op 26 mei 1980 is geopend door ‘Her Majesty the Queen’ (Elisabeth) van Engeland, de vrouw die Australiërs nog steeds als hun koningin beschouwen. Op dit moment staat Robert S. French als Chief of Justice aan het hoofd van de Hoge Raad. Hij is benoemd in september 2008, en wordt vergezeld door 3 mannelijke en 3 vrouwelijke rechters5. Rechters worden benoemd (door het parlement) voor het leven, althans, tot zij de leeftijd van 70 bereiken6.

Geschiedenis

Wigs & Jabots

In 1901 is Australië officieel een onafhankelijke ‘Federation’ geworden. Het systeem van ‘common law’ hebben ze grotendeels van de Britten overgenomen. Net als het Nederlandse systeem is het Australische systeem gebaseerd op de Trias Politica, een wetgevende (the Parliament), een uitvoerende (the Government) en een rechtsprekende macht (the Judicials). In 1903 is er een Hoge Raad (High Court) opgericht2. Op 6 oktober van hetzelfde jaar vond de eerste zitting plaats, weliswaar nog in het gebouw van de ‘Supreme Court’ in Melbourne. Destijds bestond de Raad slechts uit 3 rechters3. Door het overweldigende aantal zaken dat bij de Hoge Raad werd aangemeld, zijn in 1906 nog twee rechters aan de Raad toegevoegd4. In 1912 bleek de werkdruk zelfs voor deze 5 rechters te hoog, dus besloot het parlement nog twee rechters aan de Raad toe te voegen. De Raad bestond sinds 1912 en bestaat nog steeds uit maarliefst 7 rechters.

Met de komst van ‘common law’ werd de gedachte van vrijheid en gelijkheid ook in de rechtbank overgenomen. Bij een strafzaak wordt de verdachte, die weliswaar vooraf in hechtenis zit, binnen de muren van de rechtszaal als vrij persoon beschouwd, en hij mag dus tijdens de zitting tussen het publiek zitten. Rechters dragen tijdens een strafzitting scharlaken rode toga’s en tijdens een civiele of een staatsrechtelijke zaak zwarte toga’s. Tot 1988 droegen zij ook wigs (pruiken) en jabots (befjes), maar beiden zijn in 1988 afgeschaft.

In 1976 is er, opnieuw om de werkdruk van de schouders van de Hoge Raad te nemen, een ‘Federal Court of Australia’ opgericht. Deze ‘tussenstap’ kennen we in het Nederlandse systeem niet, waar we direct van het Gerechtshof (in Australië: Supreme Courts) naar de Hoge Raad stappen. In 1980 vestigde de High Court zich definitief in de hoofdstad van Australië, Canberra. Tot die tijd werden zittingen afwisselend in Melbourne en Sydney gehouden, die destijds dus niet alleen om het hoofdstadschap vochten, maar ook om de Hoge Raad. De derde hond SecJure Oktober 2010 | 52

Australische juridische kerstboom Onder de Hoge Raad staat een ‘Federal Court’ en enkele ‘Supreme Courts’ en ‘State Courts’, met daaronder de lokale rechtbanken. De ‘High Court’ is de hoogste rechterlijke instantie in Australië. Dit kan verwarringen opleveren, omdat in veel andere Engelstalige landen, zoals bijvoorbeeld de Verenigde Staten van Amerika, de Supreme Court de hoogste rechterlijke instantie is. Australië heeft dus wel Supreme Courts, maar de High Court is de hoogste rechterlijke instantie. Net als de Nederlandse Hoge Raad controleert de ‘High Court’ of de wet goed is toegepast en daar waar nodig interpreteert ze deze. Tijdens een rondleiding door het gebouw van de Hoge Raad (met bij iedere deur wel een tourguide) werd duidelijk dat deze Hoge Raad zich echt alleen bezig houdt met ‘de belangrijke zaken’. Opvallend is daarbij ten eerste dat het de Australische Hoge Raad net zoals de Duitse Bundesgerichtshof is toe-


gestaan om aan de Grondwet te toetsen. Bij zaken waarbij de geldigheid van de Grondwet of andere wetten in twijfel wordt getrokken, zaken die van speciaal belang zijn voor de Staat of zaken die van groot algemeen belang zijn, zijn alle zeven rechters aanwezig. Deze zaken komen niet vaak voor de Hoge Raad. De tweedegraads zaken worden berecht door vijf van de zeven rechters en de minst belangrijke zaken worden slechts door drie van de zeven berecht. In tegenstelling tot de schriftelijke procedure die bij de Nederlandse Hoge Raad moet worden gevoerd, acht de Australische Hoge Raad het van belang dat beide kanten van het verhaal in een rechtszaal nogmaals gehoord worden. Er wordt dus gewoon een normale hoorzitting gehouden. De rechters die niet bij deze zitting aanwezig zijn, wijden hun tijd aan het schrijven van uitspraken van voorgaande zaken. Nog een opvallend punt is namelijk dat alle rechters die een zaak hebben gehoord, apart van elkaar een uitspraak doen, en deze onderbouwen met hun eigen argumenten. Het is mogelijk dat de rechters tot een ‘joint decision’ komen, maar dit is niet gebruikelijk. In Australië is geen sprake van het rechterlijk geheim (geen ‘what happens in the judges room, stays there’), waarbij de rechters in een besloten kamer tot een gezamenlijke beslissing komen en deze naar buiten dragen. De uitspraak van iedere rechter (en de motivatie) wordt gepubliceerd in de ‘Commonwealth Law Reports’, die vanaf 1903 zijn bewaard en achter de rechters in de zaal staan opgesteld.

Juryrechtspraak Een ander groot verschil met het Nederlandse rechtssysteem is dat alle strafzaken in Australië onderworpen zijn aan juryrechtspraak. Een jury bestaat doorgaans uit 12 juryleden, maar de hoeveelheid is afhankelijk van de ernst van de zaak. De zitting wordt voorgezeten door één rechter. In de geschiedenis van het nieuwste gebouw van de Hoge Raad in Canberra (1980) is er nog nooit een strafzitting door een jury berecht (aan de High Court). Alle strafzaken zijn afgedaan door de lagere rechters. In de geschiedenis van het bestaan van de Hoge Raad (1903) heeft slechts één zaak het tot de High Court gehaald,

in 1942. Deze verdachte is als enige in de Australische geschiedenis door een jury in de zaal van de Hoge Raad berecht. Het betrof een zaak van ernstige ‘bribery’, gerelateerd aan de gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog7. Dit toont onder meer aan dat de Australische Hoge Raad zich écht alleen maar bezighoudt met zaken van een ‘certain importance’, zoals het hierboven reeds genoemde toetsen aan de Grondwet en het bepalen van de geldigheid van andere wetten. Geschillen tussen burgers of tussen de Staat en een burger, zoals HR De Hollende Kleurling (zie: Jip & Janneke Jurisprudentie) of HR Plastic Boodschappentasje, komen in Australië niet voor de Hoge Raad.

You’re welcome Hoorzittingen van de Hoge Raad zijn in Australië open voor ieder publiek. De eerste en tweede week van iedere maand vinden deze plaats in de hoofdstad Canberra, de laatste twee weken afwisselend in de hoofdsteden van de zes Staten, alhoewel het één en ander tegenwoordig vaak via video-link worden afgehandeld, om transportkosten van rechters en advocaten te besparen.

(Endnotes) 1 Dit artikel is grotendeels gebaseerd op empirisch onderzoek ter plaatse, alsmede ter ondersteuning naderhand een raadpleging van www.hcourt.gov.au. 2 Ingevolge section 71 van de Australian Constitution: “The judicial power of the Commonwealth shall be vested in a Federal Supreme Court, to be called the High Court of Australia, and in such other courts as it invests with federal jurisdiction. The High Court shall consist of a Chief Justice, and so many other Justices, no less than two, as the Parliament prescribes.” 3 Te weten Sir Samuel W. Griffith (Chief of Justice), Sir Edmund Barton & Richard E. O’Connor. 4 Te weten Sir Isaac Isaacs & Henry B. Higgins. 5 Te weten William M.C. Gummow (1995), Kenneth M. Hayne (1997), John D. Heydon (2003), Susan M. Crennan (2005), Susan M. Kiefel (2007) & Virginia M. Bell (2009). 6 Deze maximumleeftijd is pas in 1977 ingesteld, wat verklaart dat rechter Edward A. McTiernan in 1976 pas op zijn 84e, als langstzittende rechter, met pensioen ging. 7 Wistjedat: Een van de tourguides de in 1942 berechtte oorlogsmisdadiger betitelde als ‘very naughty’.

53 | SecJure Oktober 2010


La Vie en Togo Reportage

Janneke van der Heijden

Een hagedis die wegschiet. Schapen die plotseling de weg oversteken en wonderwel niet geraakt worden. Kippen en varkens scharrelen rond in de berm. De zogenaamde ‘mototaxi’s’ of ‘zheds’ racen over de zanderige wegen die aandoen als een crossterrein. Op het moment van schrijven bevind ik me in het kader van een development traineeship van AIE-

– die steeds talrijker worden – en verschillende multinationals hebben zich hier gevestigd. Shell, Texaco, Total, Coca-cola en Guinness zijn hier aanwezig, evenals de buitenlandse particulieren die de Togolese markt proberen te veroveren. Denk aan Duitse caféhouders die hier bier met bradwurst serveren aan de Westerse toeristen, die daar vervolgens zeer dankbaar voor zijn.

SEC in Kara, Togo. In deze ‘stad van het noorden’ zijn ongeveer zes wegen verhard. De mensen lopen hier langzaam. Er is ook geen reden tot haasten; er rijdt geen trein. Het simpele leven hier is soms erg fijn. Maar zeker niet altijd eenvoudig. In vergelijking met Nederland is Togo een land met een erg lage regeldruk1. De in Nederland veel gehoorde klachten over de te bureaucratische overheid gaan hier niet op. Simpelweg omdat de regels en procedures niet bestaan. Zo is deze periode van het jaar het regenseizoen; waar zich normaal zandwegen zich bevinden groeit nu maïs. Er is geen afrastering of verkaveling. Dat is ook niet nodig, de mensen weten welk stuk land door wie bewerkt wordt. Ook als je hier een huis wilt bouwen zijn er weinig regels: je zoekt een stuk onbewerkte grond of koopt het van een ander, je kapt de bomen om en begint de bouw. Het enige wat je bij de overheid moet doen is verifiëren of de grond inderdaad bebouwd mag worden. Ook problemen zoals we die in Nederland kennen, aangaande de multiculturele samenleving of identiteit van het volk zijn hier onbekend. In Togo worden naast de officiele taal, het Frans, ongeveer 40 inheemse talen gesproken. Moslims, christenen en animisten leven vreedzaam naast elkaar. De neuzen lijken hier ook allemaal in dezelfde richting te wijzen: ontwikkeling van het land staat voorop. De meningen verschillen over hoe dat vervolgens zou moeten geschieden. Op sommige vlakken is het aardig gelukt het land te ontwikkelen. Alle mensen hebben hier een of meerdere mobiele telefoons, internet is beschikbaar in internetcafé’s SecJure Oktober 2010 | 54

Maar er zijn veel problemen. Zo is regelmatige het mobiele netwerk niet beschikbaar en valt meerdere keren per dag de stroom uit. De nomaden die in Agbang wonen – ongeveer 30 kilometer van Kara – moesten tot voor kort in de stad de telefoon opladen omdat ze zelf geen stroom hadden. Inmiddels hebben ze een zonnepanneel van 6 x 20 cm (dit is geen typfout) kunnen aanschaffen, waardoor ze dit probleem van hun nog zeer lange lijst kunnen schrappen. Echter is er nog steeds geen electriciteit beschikbaar voor andere zaken, en leven de nomaden in lemen hutjes van 4 m2. Omdat de kennis ontbreekt om aan gezinsplanning te doen hebben ze inmiddels tien kinderen waarvan er drie ook weer zijn overleden door gebrek aan geld voor medische zorg. Onlangs hadden de nomaden voldoende geld gespaard waardoor ze een gietijzeren dak op een van de huisjes konden laten plaatsen, maar het geld ontbreekt om het huis vervolgens bewoonbaar te maken. De nomaden krijgen hulp: De monniken van le Monastère de l’incarnation2 hebben een waterpomp3 geslagen en een basisschool gebouwd. De nomadenkinderen kunnen nu op school Frans leren, een taal die hun ouders niet machtig zijn. Ook in de stad Kara zijn de inwoners voor - in mijn ogen essentiele - voorzieningen afhankelijk van particuliere initiatieven en (internationale) NGO’s. Voorbeelden daarvan zijn l’Hopital Chinoise, zoals de naam al aangeeft een op initiatief van Chinezen tot stand gekomen ziekenhuis, SOS Village d’Enfants, een Franse organisatie, en le Renaitre de Soeur Léa4, een op initiatief van zuster Léa gesticht weeshuis.


Dat de internationale organisaties hier al om vertegenwoordigd zijn wordt bij bezoek aan de stad snel duidelijk: Global Fund en Population Services International (PSI) voeren actie tegen de verspreiding van HIV/AIDS en hebben grote billboards met ‘pakkende leuzen’ langs de weg geplaatst. Ook de BBC probeert de Togolezen ‘sexwise’ te maken en heeft daartoe posters verspreid. Op het eerste oog minder zichtbaar is de Deutsche Entwicklungsdienst (DED), die de civil society in Togo wil stimuleren. Ik heb de indruk dat dat aardig lukt; er zijn ook veel Togolese NGO’s die verschillende doelen proberen te bereiken. Zo zijn hier l’Association Togolaise pour le Bien Etre Familiae (ATBEF), l’Association de Recherche Action pour le Developpement Durable en Mouvement des Jeunes pour la Valorisation de la Culture au Togo5 actief. Zij proberen allemaal hun steentje bij te dragen aan de ontwikkeling van Togo. De vraag is in hoeverre zij daarin succesvol zijn. Is de omvang van het aantal organisaties in de civil society op het conto van de DED te schrijven of zijn er ook andere redenen? In verhouding met de ontwikkeling van het maatschappelijk middenveld is de ontwikkeling van de overheid erg achter gebleven. De sociale rechtsstaat is nog niet tot volle wasdom gekomen. Ten eerste vertaalt zich dat in praktische problemen. De infrastructuur laat bijvoorbeeld veel te wensen over. De nationale en tevens internationale weg, de enige verharde weg die het noorden met het zuiden verbindt, is op sommige plaatsen erg slecht, en een groot aantal dorpen is alleen per zandweg te bereiken. Ten tweede is de overheid ook niet in staat de verschillende groepen inwoners te laten profiteren van de ontwikkeling die het land doormaakt. Verschillende Togolezen hebben carrière kunnen maken en hebben nu vijf huizen en meerdere auto’s in bezit terwijl de hiervoor besproken problemen nog niet verholpen zijn. En ten slotte is de onderontwikkeling van de overheid ook expliciet zichtbaar in het Togolese recht. Dit voldoet namelijk niet aan de standaarden van het internationale

recht. Mannen hebben hier nog steeds de mogelijkheid te kiezen voor een polygaam of monogaam huwelijk. Hierdoor wordt een ongelijkheid tussen man en vrouw geschapen die een grote invloed heeft op het dagelijks leven. Kortom: er is nog een lange weg te gaan voordat Togo het plakkaat van ontwikkelingsland van zich af kan schudden. Hoe lang gaat het bijvoorbeeld nog duren voordat iedereen in Togo gebruik kan maken (semi-) publieke goederen als elektriciteit en medische zorg? Wanneer krijgen mannen en vrouwen gelijke rechten? Hoeveel buitenlandse financiële en materiële steun heeft Togo nog nodig? Je ne sais pas. Mocht jij nu ook niet weten wat je in de zomerperiode met je vrije tijd aan moet? De universiteit, verschillende studieverenigingen en andere organisaties bieden de mogelijkheid om voor een kortere of langere periode naar het buitenland te gaan voor stage of studie. Zie http:// www.uvt.nl/studenten/buitenland/ Verder lezen over ontwikkelingshulp? Onlangs is van de hand van de WRR de publicatie ‘Minder pretentie, meer ambitie’ verschenen. Ook heeft The Broker een special report gepubliceerd onder de naam ‘Towards a global development strategy’. Hierin wordt het debat omtrent ontwikkelingssamenwerking uitvoerig becommentarieerd.

(Endnotes) 1 De partijen die hun verkiezingsbelofte hieromtrent willen inwilligen zouden hier eens moeten gaan kijken. 2 Het is mogelijk bij de fraters te overnachten, tegen een kleine vergoeding, dat is zeer de moeite waard. 3 Overigens is de waterpomp deze week kapot gegaan waardoor de nomaden enkele dagen zonder water zaten. 4 Ook hier is het mogelijk te overnachten. 5 Misschien moet Global Fund deze organisaties eens helpen bij het verzinnen van een pakkende en uitspreekbare naam.

55 | SecJure Oktober 2010


Cuba: Communisme, sigaren en mojito’s Reportage

Anne de Vries

Cuba, het land van rum, oude auto’s, sigaren en salsa. Het land van Fidel en Raúl Castro. Een arm land, dat ondanks de armoede geprezen wordt om de goede gezondheidszorg en het hoogstaande onderwijs. Een land dat ons misschien iets meer kan vertellen over een totaal andere staatsinrichting dan de onze: het communisme. Werkt het? En zo ja, hoe? Een van de redacteurs van Secjure reisde zes weken door Cuba en sprak met de lokale bevolking. Ik stond altijd sceptisch tegenover het communisme. Iedereen is gelijk, verdient evenveel en werkt voor het hogere ideaal. Mooi idee, maar een mens wil nu eenmaal spullen hebben. Dat stamt nog uit de tijd dat voedsel schaars was en je moest knokken om een wortel. Tegenwoordig kopen we ons eten netjes verpakt, met extra vitaminen en minder vet bij de supermarkt om de hoek. Om zich te onderscheiden schaffen de rijken onder ons steeds grotere auto’s, een lcd breedbeeld tv en een computer met twee beeldschermen aan. Of wie zichzelf intellectueel noemt: een angstaanjagende verzameling boeken, souvenirs uit verscheidene werelddelen en “dingen die niemand anders heeft”, zoals een pinguïnknuffel waar CD’s in kunnen worden opgeborgen. Die pinguïn wilde ik destijds erg graag hebben, maar hij staat nu al jaren eenzaam boven op een kast te verstoffen. Want samen met het ‘veel willen hebben’ komt vaak ook: niet kunnen wegdoen. Al met al maakt dit de mens tot een consumerende hamster die lamgeslagen door een energiezuigende fulltime studie/ baan of rotzooimakende kinderen, omkomt in de spullen die kwijt zijn. Hoewel deze hebberigheid niet goed is voor het milieu, noch voor je psychische gezondheid1, is het een onvermijdelijk gevolg van de liberale samenleving. Een samenleving waarin mensen in hoge mate vrij zijn om een hoog salaris na te streven en te kopen wat ze willen. Communisme staat hier lijnrecht tegenover. Een ideale communistische samenleving is klasseloos en is gebaseerd op gemeenschappelijk eigendom. De burger werkt voor het collectief, verdient evenveel als zijn buurman en krijgt SecJure Oktober 2010 | 56

van De Staat wat hij nodig heeft. Niet het individu, maar het collectief staat centraal. Een mooi idee, maar dat dit niet is wat de meeste mensen willen blijkt uit de communistische regimes zelf: stuk voor stuk eenpartijstelsels met sterk dictatoriale trekken.2 Elke duidelijk afwijkende politieke mening wordt hardhandig onderdrukt en kan leiden tot langdurig gevangenschap (of erger).3 Het gewelddadig onderdrukken van de vrijheid van meningsuiting zou niet nodig zijn wanneer het merendeel van de mensen het communistische regime steunt. Ik was dan ook verbaasd bij het lezen van de Lonely Planet van Cuba, ter voorbereiding van een 6-weekse rondreis die ik samen met mijn vriend ging maken. Naast sigaren, mojito’s en mooie Amerikaanse oldtimers, blijkt Cuba ook goed, gratis toegankelijk onderwijs te hebben. Zo’n 97 % van de bevolking kan ondertussen lezen en schrijven. De medische zorg wordt betaald door de staat en is het best ontwikkeld van heel Zuid-Amerika, veelal vergelijkbaar met de zorg in Europa.4 Tel daar de gratis voedselvoorziening en huisvesting bij op en je hebt een land dat ondanks de armoede voorziet in de meest elementaire behoeften van zijn burgers. En dat is een prestatie. Want door verscheidene handelsembargo’s is er sinds 1960 geen handel meer tussen Cuba en de V.S.5 Hierdoor is het van een grote suiker- en koffieproducent veranderd in een arm land dat geregeld kampt met voedseltekorten. Maar blijkbaar gaat deze armoede niet ten koste van de gesubsidieerde voedselvoorzieningen, onderwijs en gezondheidzorg. Onder de indruk stapten we in het vliegtuig. Zou het communisme dan toch een goed werkbaar systeem kunnen zijn? Zes weken is bij lange na niet genoeg om een land goed te begrijpen, zeker niet een land waar de vrijheid van meningsuiting ernstig beperkt is. Desondanks hebben we toch redelijk wat meegekregen van het regime en de gevierde Cubaanse revolutie waar het Cubaanse volk zich bevrijdde van de dictator Batista. Het is namelijk absoluut onmogelijk om daar niets van mee te krijgen. Je wordt bestookt met politieke propaganda. Op elke straathoek hangt een spandoek met “Viva la Revolución” of een schildering van Che Guevara. Elke buurt heeft een “Co-


mités de Defensa de la Revolución”, een soort Neighbourhood Watch die in de gaten houdt of de buurtbewoners zich revolutionair genoeg gedragen. Revolutionair betekent in dit geval dat je het Castro-regime niet afvallig bent. Volgens Will, een Ier die al geruime tijd in Cuba woont, is het lastig om een baan te vinden wanneer je niet actief uitdraagt dat je de revolutie ondersteunt, al zegt hij er wel eerlijk bij dat dit verband niet goed is aan te tonen. Met de Cubanen zelf valt lastig te praten over het regime. De meesten zijn bang om afgeluisterd en verklikt te worden. Het is duidelijk dat de vrijheid van meningsuiting in Cuba niet hoog in het vaandel staat. Daarnaast willen veel Cubanen niet gezien worden met toeristen, omdat er dan het risico bestaat dat ze worden aangehouden. Het is sowieso opvallend dat toeristen zo veel mogelijk gescheiden worden gehouden van het gewone volk: aparte bussen, aparte hotels, aparte restaurants (de dure). Uiteindelijk ontmoeten we een gepensioneerde docent Engels die, na een fles rum, in zijn eigen huiskamer zijn gedachten wel met ons wil delen. Met een vlekkeloos Brits accent vertelt hij ons wat er volgens hem allemaal mis is in Cuba: “We zijn moe. Al meer dan 50 jaar worden we uitgesloten van alle handel met de V.S. Maar ook boten uit andere landen stoppen niet in Cuba, omdat ze daarna niet meer mogen aanmeren in de V.S. Dus moeten we ons voedsel halen uit China, waardoor het ontzettend duur wordt. Mensen eten elke dag hetzelfde en hebben geen geld om spullen te kopen. Mijn zoon werkt in een all-inclusive hotel, maar heeft zelf nooit iets van Cuba kunnen zien omdat transport te duur is. Iedereen is altijd positief over Cuba, over ons goede onderwijssysteem en gezondheidzorg. Maar wat heb je daaraan als je elke dag bonen eet en je nooit op vakantie kan? Dat is toch geen leven? Ik ben niet tegen de regering, maar er moet snel wat veranderen.” Will, de Ier, zegt dat de meeste Cubanen ondanks de armoede niet tegen het communistische regime zijn: “Het merendeel van de Cubanen steunt nog steeds uit volle overtuiging de revolutie, vooral de ouderen. De jongeren weten niet meer hoe het was voor de revolutie en zijn daarom iets kritischer. Ze zien toeristen

met mooie spullen en denken “dat wil ik ook”. Maar op nationale feestdagen, wanneer de revolutie en de bevrijding van het volk gevierd worden, doet bijna iedereen mee. Vrijwillig, mensen menen het. Het enige wat de Cubanen zat zijn is de armoede. Wanneer mensen bijna niks hebben, willen ze dat het beter gaat, maar de meeste Cubanen willen geen andere regering.” De armoede is inderdaad op sommige plekken schokkend. Rijen en rijen mensen staan elke dag weer te wachten bij gesubsidieerde voedselbanken. Wat ooit grote, mooie koloniale panden waren, zijn nu niet veel meer dan ruïnes. Desondanks zijn de meeste Cubanen erg vrolijk. De straten zijn de hele dag gevuld met kletsende, dansende, rum drinkende mensen. Mannen vermaken zich overdag met het sissen en knipogen naar vrouwen. Vrouwen paraderen in hotpants en sissen zo nu en dan terug. Kinderen en volwassenen spelen tot laat in de avond een potje schaak. Als iemand een gitaar heeft, dan wordt er salsa gedanst. En helaas, een deel vermaakt zich met het lastig vallen en het bedriegen van toeristen, om zo hun maandinkomen te verdubbelen. Dit is een kwalijke ontwikkeling die we op alle toeristische plaatsen in Cuba zijn tegengekomen. Waar mensen vroeger blij waren met voldoende eten, verlangen ze nu naar luxe dingen die toeristen in Cuba bij zich hebben. Daarnaast blijkt dat er met toeristen gouden handel kan worden gevoerd. Cubanen verdienen allemaal ongeveer € 20,- per maand. Door met toeristen te werken kan via fooien, bedelen of simpelweg oplichting een maandsalaris met gemak vertienvoudigd worden. De aanzwellende toeristenstroom heeft hierdoor geleid tot twee verschillende economieën, waarbij degene die met toeristen werkt veel meer verdient dan andere Cubanen. Een schrijnende situatie, waarbij bedelen lucratiever is geworden dan het werken als dokter. Volgens Will, onze Ierse informateur, is dit een zeer ernstige ontwikkeling. Er zijn artsen die hun beroep verlaten om met toeristen te gaan werken, al blijft dit een minderheid. Een nog grote probleem is het gebrek aan landarbeiders. Werk in de landbouw is fysiek zwaar en wordt niet hoog gewaardeerd. Dit terwijl aanzien en respect heel belangrijk zijn 57 | SecJure Oktober 2010


Recept voor een mojito 50 ml witte rum 1/2 limoen in partjes 3 theel. rietsuiker 5-7 takjes verse munt grote ijsklontjes sodawater Bereidingswijze: Stamp de limoen, de muntblaadjes en de rietsuiker met een stamper in een longdrinkglas tot een gladde massa. Vul het glas voor driekwart met ijsblokjes. Schenk er de rum bij en vul het glas verder met sodawater. Goed roeren. Garneer met een takje munt.

in een samenleving waarin iedereen financieel gelijk is. Ondanks de voedseltekorten waarmee Cuba kampt, liggen enorme lappen grond braak en worden oude koffieplantages niet opnieuw aangeplant. Er is simpelweg geen animo om er te werken. Hetzelfde viel ons op bij de pogingen om ons visum te verlengen. Er was, op z’n zachts gezegd, geen animo om te werken. Na een half uur gewacht te hebben in het kantoor van de vreemdelingendienst raakten we in gesprek met een verschrikkelijk chagrijnige Fransman. Hij had al 1,5 dag gewacht en het was nog steeds niet duidelijk of de ambtenaar aan het loket van plan was om wat te gaan doen. Elke keer als de Fransman er naar vroeg werd hem meegedeeld “cinco minutos”. We kozen eieren voor ons geld en besloten in de volgende stad ons geluk te beproeven. Na 20 euro aan postzegels te hebben uitgegeven, strikt noodzakelijk voor een succesvolle visumverlenging, werd ons doodleuk meegedeeld dat er op dinsdag geen verlengingen werden gedaan. “Mañana” (morgen). Goed voorbereid, met verzekeringspapieren, postzegels, betalingsbewijs van de postzegels, paspoorten, pasfoto’s, rijbewijs, vaccinatieboek, het adres van ons hotel, studentenpas en een dagvoorraad aan eten, is het de dag erna eindelijk gelukt. We namen ons voor nooit meer te klagen over de bureaucratie in Nederland. De conclusie is dat er een paar heel grote bezwaren kleven aan het Cubaanse regime, waar iedereen evenveel verdient. Mensen willen bepaald werk niet doen of hebben geen reden om zich voor hun werk in te zetten. Zeker niet alleen het handelsembargo van de VS zorgt voor voedseltekort in Cuba. Ook Cuba zelf slaagt er niet in om haar burgers te motiveren mee te werken aan een efficiënte landbouw. Daarnaast wordt de vrijheid van meningsuiting in Cuba ernstig beperkt. Aan de andere kant lijkt Cuba een land waar veel mensen gelukkig zijn en genieten van het eten, de sigaar en de muziek die ze wel hebben. Naar Westerse maatstaven zijn Cubanen arm, maar in de basisbehoeftes wordt voorzien.6 Zoals Will, de SecJure Oktober 2010 | 58

Ier het zei: “People in Cuba are poor, but poorness in Cuba is not comparable with poorness in other countries. Cubans are richer than almost all other poor people in the world”. Al met al is Cuba een land van tegenstellingen. Een arm land waar een voedseltekort is, maar niemand doodgaat van de honger. Waar mensen niet vrij kunnen praten, maar vaak wel hoogopgeleid zijn. Waar dokters minder verdienen dan sommige bedelaars, maar waar de gezondheidszorg de beste is van Zuid-Amerika. Ik kan niets anders zeggen dan dat ik er niks van begrijp. Ik heb nog steeds dezelfde bezwaren tegen het communisme, met zijn beperking van persoonlijke vrijheden, zoals de vrijheid van meningsuiting. Maar toegegeven: er zijn er ook dingen erg goed geregeld in Cuba.7 En wat we in elk geval kunnen leren van Cuba: genieten van goede salsamuziek en een mojito, zonder er meteen een filmpje van te maken met een i-phone touch.

(Endnotes) 1 Dit geldt misschien niet voor iedereen, maar ik ken gelukkig weinig mensen die hun geluk ontlenen aan een grote TV. 2 De vijf huidige (min of meer) communistische staten zijn Cuba, China (alhoewel dit snel aan het veranderen is), Laos, NoordKorea en Vietnam en binnenkort misschien ook Venezuela. Ook voormalige communistische staten zoals de DDR en de SovjetUnie stonden bekend om de gewelddadige onderdrukking van opposanten van het regime. 3 Zie bijvoorbeeld Vietnam waar vrijheidsvechters maanden zonder enige vorm van proces gevangen en onder onmenselijke omstandigheden gevangen worden gehouden. Bron: Human Rights Watch, ‘Vietnam: Isolated Political Detainees at Risk of Torture’, 20 mei 2010, te vinden op <http://www.hrw.org/>. 4 Kirby Smith and Hugo Llorens, ‘Renaissance and decay: a comparison of socioeconomic indicators in pre-Castro and current-day Cuba’, in: Association for the study of the Cuban economy (ASCE), Cuba in Transition, 1998, p. 247-259. 5 Voor een overzicht van alle maatregelen die de V.S. tegen Cuba hebben getroffen zie: <http://www.historyofcuba.com/>. 6 Gezegd moet worden dat er wel alleen voor het broodnodige voedsel wordt gezorgd. Iedereen krijgt gesubsidieerd voedsel, genoeg om van te leven, maar gevarieerd is het zeker niet en de Cubanen die wij er over spraken hadden er hun buik van vol. 7 Denk bijvoorbeeld aan het volledig door de staat gefinancierde hogere onderwijs.


Column

The London Life Wouter van den Wildenberg

Deel I: Tilburg Alle goede verhalen beginnen in een ver land of op een geheimzinnige plek. Dat lijkt weinig goeds te beloven voor deze column, waarin de hoofdpersoon op een doordeweekse dag uit zijn bed rolt in het niet zo exotische Tilburg. Het wordt al beter: dit is namelijk geen gewone dag. Onze hoofdpersoon gaapt. Slecht geslapen, goed gedroomd. Laptop aan, douchen, mail dubbelchecken. Hij staat er nog steeds. De inmiddels al vier keer uitgeprinte e-mail die nu verschillende hoeken van de kamer siert is nog net zo echt als de mooie avond ervoor. “Dear Wouter, I am pleased to make you this conditional offer…” De brede glimlach is inmiddels ook uit de veren en rekt zich uit over zijn gezicht. Ongelofelijk. London, here I come! In dit verhaaltje was – en ben – ik de hoofdpersoon. Op 6 april 2010 ontving ik een prachtig aanbod om mijn studie voort te zetten met een LL.M in Commercial Law aan de London School of Economics and Political Science. Het verhaal begon natuurlijk al veel eerder. De aanmelding voor een buitenlandse universiteit is niet in een avondje geregeld. Allereerst is er de application deadline, officieel of bij rolling admissions inofficieel; als je na februari nog een aanmelding opstuurt, kun je het wel schudden. Voor die deadline moet heel wat gebeuren. Zo heb je een Engelstalige motivatiebrief, een c.v. en een paar referentiebrieven van hoogleraren of docenten nodig. Het lijkt een hele opgave om dat alles te verzamelen en – eerlijk is eerlijk – dat is het ook. Voeg daarbij een uitgebreid aanmeldingsformulier, application fee en hoge collegegelden, en je kunt begrijpen dat veel studenten hun aanmelding niet voltooien. Daarmee missen ze een geweldige kans. Iedere student aan de Tilburg School of Law met redelijke cijfers (7 of beter gemiddeld) en voldoende motivatie maakt een

goede kans toegelaten te worden tot het gros van de buitenlandse universiteiten. De voornaamste hindernis is het aanmeldingsproces. Met een gestructureerde aanpak hoeft dat geen probleem te zijn. Het International Office is behulpzaam, hoogleraren vaak ook. Van de Centrale Studenten Balie daarentegen hoef je in dit opzicht weinig te verwachten. De instelling daar is: “Wij doen het op onze manier en in het buitenland moet men daar maar begrip voor hebben.” De Faculteit in zijn algemeenheid zou buitenlandavonturen wat beter kunnen ondersteunen door rankings te verstrekken en toegankelijkere beurzen aan te bieden voor masterprogramma’s – de Excellence Scholarship wordt louter toegekend aan studenten die hun LLB cum laude behalen. Helaas zijn deze studenten op één hand te tellen. Frustrerend kunnen ook de Engelstalige cijferlijsten zijn. Een 8 wordt daarin omgetoverd tot een B, waarmee topstudenten opeens middenmoters lijken. Je kunt beter met je Nederlandstalige lijsten naar een gecertificeerde vertaler gaan, dan de nutteloze Engelse uitreksels gebruiken. Waar een wil is, is een weg. De geïnteresseerde reiziger moet misschien wel wat hobbels overwinnen om die te volgen, maar de beloning is een feest aan ervaringen. Nieuwe mensen leren kennen, andere perspectieven, internationale contacten, ontwikkeling van talenkennis, C.V.-punten scoren, het zijn allemaal redenen om de stap naar het buitenland te zetten. Ik sta bij dit schrijven aan de vooravond van die prachtige ervaring en sta te popelen om te vertrekken. In deze column zal ik jullie een jaar lang op de hoogte houden van mijn belevenissen. De vooruitzichten zijn goed: mijn droomstudie aan een topuniversiteit in een wereldstad, mede mogelijk gemaakt door het Huygens Scholarship Programme. Wat de rest van het verhaal ook wordt, de inleiding is daardoor veelbelovend. 59 | SecJure Oktober 2010


“dirkzwager weet dat kleine lettertjes voor mij grote gevolgen kunnen hebben.” jij ook? Dirkzwager is een veelzijdig, landelijk top-20 kantoor met een klinkende reputatie, een uitstekende opleiding, mooie cliënten en uitdagende (ook internationale) projecten. Ons kantoor heeft vestigingen in Arnhem en Nijmegen en telt ruim 260 medewerkers die zich thuis voelen in een professionele, nuchtere en collegiale werkomgeving. Dirkzwager werkt op hoog juridisch niveau voor grote en middelgrote bedrijven, overheden, instellingen en particulieren, met een fijngevoelige antenne voor de persoonlijke aspecten van een zaak; voor de mens achter de cliënt. Jouw professionaliteit, ambitie, sociale intelligentie én gevoel voor kwaliteit vinden bij ons dan ook een vruchtbare voedingsbodem.

Kijk voor meer informatie over ons kantoor of actuele vacatures en/of studentstages op www.dirkzwager.nl

www.dirkzwager.nl

Dirkzwager advocaten & notarissen


25 Lustrum 61 | SecJure Oktober 2010


Lustrum

Interview met Ronald de Brouwer en Paul Laurijssen Aïcha Peutz Ter ere van ons zilveren jubileum zocht SecJure de oprichters van ons blad op. Hoe is SecJure ooit ontstaan? Wat vinden zij van het huidige blad? En natuurlijk, hoe is het hen vergaan? Je leest het hieronder!

dactieactiviteiten maakten het mogelijk om veel in contact te komen met met medestudenten of vakgroepleden. Je leerde er wat van, maar daarnaast was het vooral gezellig.

Wanneer was u actief als (hoofd)redacteur bij de SecJure? Ronald:Vijfentwintig jaar geleden heb ik samen met Paul SecJure opgestart. Voorganger “Nondejure” was twee jaar daarvoor ter ziele gegaan en Paul was enthousiast over mijn idee om het faculteitsblad nieuw leven in te blazen. Hij heeft de nieuwe naam bedacht. We zijn toen met een kleine redactieraad van 6, later 7 mensen aan de slag gegaan, zonder een formele hoofdredacteur. Leden van het eerste uur waren Anne-Lou Tieleman, Cora de Jong, Maria Palmen, Yvonne Mullink, Corné Spitters, Paul en ik.

Ronald Wat bent u gaan doen na uw afstuderen? Na mijn afstuderen heb ik eerst mijn vervangende dienstplicht vervuld als directie- secretaris bij het Instituut voor Maatschapppelijk werk in Breda. Daarna heb ik op de Universiteit gewerkt bij het Centrum voor Wetenschap en Levensbeschouwing. Dat combineerde ik met een deeltijdfunctie als medewerker griffie voor de Universiteitsraad. Na twee jaar heb ik meegedaan aan de raio-selectie en behoorde ik tot de gelukkigen die aan de opleiding mochten beginnen.

Paul: Ik ben, geloof ik, een jaar of drie actief geweest, en hield me vooral bezig met de technische en creatieve kant. We begonnen aanvankelijk met een zogeheten “nulnummer” oftewel introductienummer ten behoeve van de eerstejaars dat werd uitgedeeld op de introductie. Na een succesvol introductienummer besloten we te proberen een jaargang vol te krijgen (ongeveer 6 nummers).

De raio-opleiding is een unieke kans om met alle facetten van het rechters- en het officiersvak kennis te maken. Je loopt stages op drie sectoren van de rechtbank en op het parket. Het is learning on the job, maar niet vrijblijvend omdat je voortdurend beoordeeld wordt. Toen ik moest kiezen tussen “het staan” of “het zitten”, koos ik in eerste instantie ”zitten”. Voor mijn zogeheten verdiepingsjaar ben ik terug gegaan naar de rechtbank. Tijdens mijn afsluitende buitenstage heb ik alsnog voor het vak van officier van justitie gekozen. Dat vak is een stuk dynamischer dan het werk van de rechter. Als rechter ben je toch meer met papier bezig, als officier van justitie ligt het zwaartepunt meestal bij werken met mensen. Waar een rechter schrikt als de vaste lijn op zijn bureau over gaat, is het als officier raadzaam je werkmobiele zo nu en dan op “stil” te zetten, wil je ongestoord een vergadering bijwonen of een zaak voorbereiden.

Dan vinden jullie het vast ook wel leuk om te zien dat de SecJure nu nog steeds voort leeft… Ronald: Ja zeker, we hadden toen niet verwacht dat het zich zou ontwikkelen tot de full-colour glossy die het nu is geworden. In het begin legden we de zwart-witpagina’s handmatig op volgorde. We hadden een bescheiden budget van de faculteit en verkochten zelf de SecJure bij collegezalen en in de mensa.. Paul: Het ging er in die tijd redelijk primitief aan toe; er werd nog getypt op typemachines en veel geknipt en geplakt. Ja, gewoon met een schaar en prittstift! Deze re-

SecJure Oktober 2010 | 62

Welke zaak heeft de meeste indruk op u gemaakt? Dat was een coldcase: de moord op Jessica Richel uit Etten-Leur. Jessica was een meisje van 18 dat in juni 1991 dood werd aangetroffen op een zandpad buiten Bergen op Zoom. Er werden enkele verdachten aangehouden - waaronder Jessica’s stiefvader - maar de dader werd niet gevonden. Met name door de ontwikkelingen in technisch (DNA-) onderzoek kon de zaak in mei 2002 heropend worden. Het belastende DNA dat op het lichaam van Jessica


gevonden was, is eerst vergeleken met het DNA van in totaal vijftien mannen uit het dossier. Omdat dit geen match opleverde, zijn alle overige 149 mannen aan de hand van selectiecriteria verdeeld in groepen van 25. Vervolgens is de eerste twee groepen een brief gestuurd met het verzoek om vrijwillig mee te werken aan een DNA-onderzoek. Iedereen stemde in met een onderzoek; op één iemand na die niet reageerde. Toen de Operationeel Chef van het coldcaseteam hem daarop belde, gaf zijn reactie aanleiding om hem nader te onderzoeken hetgeen tot zijn aanhouding leidde. Zijn DNA bleek te matchen en mede daardoor is hij door de rechtbank Breda onherroepelijk veroordeeld tot 12 jaar gevangenisstraf. Voor de nabestaanden van Jessica was er eindelijk gerechtigheid. Overigens heeft Peter R. de Vries op zijn website een dossier over deze zaak staan.

Twee jaar later ben ik aan het ‘rechter in opleiding’-traject begonnen. Na de nodige testen en gesprekken met de Commissie Aantrekken Leden Rechterlijke Macht, ga je in twee sectoren (in mijn geval de vreemdelingenkamer van de sector bestuursrecht en de strafsector) onder begeleiding aan de slag. Daarnaast krijg je een pakket aan toegesneden cursussen te volgen. Na een geslaagd opleidingsjaar volgt installatie als rechter. Ik ben nu zeven jaar werkzaam als rechter in Alkmaar. Na een jaar of drie in de vreemdelingenkamer ben ik weer teruggekeerd in de sector bestuursrecht algemeen. In die sector worden uiteenlopende zaken behandeld: onder meer sociale zekerheidszaken, studiefinancieringszaken, ambtenarenzaken enzovoorts. In verband met de werkverdeling doen we in Alkmaar ook Amsterdamse zaken af. Dan gaan we voor de behandeling ter zitting naar

Datzelfde geldt voor de tweede zaak die ik nooit zal vergeten: het laatste onderzoek in de Puttense moordzaak, waarvoor Ron P. in eerste aanleg tot 15 jaar is veroordeeld. In dat onderzoek was ik de zogeheten tegenspraakofficier. Een tegenspraakofficier stelt de eigenlijke zaaksofficier van justitie kritische vragen om het ontstaan van tunnelvisie te voorkomen. Het leuke was dat ik dat samen deed met de Operationeel Chef uit het onderzoek Jessica Richel, die als tegenspreker voor de politie functioneerde. In beide zaken zijn eerst onschuldigen aangehouden en in de Puttense moordzaak zelfs veroordeeld. De werkelijke dader had door een leugenachtige verklaring af te leggen, de schuld in de schoenen van een onbekende derde geschoven. Hoewel het hoger beroep nog loopt, is naar mijn overtuiging is ook in de Puttense moordzaak nu de juiste veroordeeld. Paul Wat bent u gaan doen na uw afstuderen? Na mijn studie ging ik in dienst, waar ik juridisch werk mocht doen. Daarna ben ik als stafjurist gaan werken bij de Afdeling rechtspraak (nu: bestuursrechtspraak) van de Raad van State. Een bijzonder leuke eerste baan.. Het was een doorlopend leertraject, waar je onder ervaren begeleiding de kans kreeg om veel aspecten van de (bestuurs)rechtspraak te bestuderen. Al naar gelang je ervaring kon je zelfstandiger werken en kennismaken met de uiteenlopende gebieden in het bestuursrecht. Daarnaast was het een bijzonder leuke baan omdat er, tegen de verwachting in, erg veel jonge mensen werken. Dat leidt tot veel contacten en activiteiten buiten werktijd. Na ongeveer acht jaar ben ik in navolging van een aantal oud-collega’s van de Afdeling, als stafjurist overgestapt naar de sector bestuursrecht algemeen, van de rechtbank Alkmaar. In die functie kon ik onderzoeken of het werk bij de rechtbank en het werk als rechter me zou bevallen.

Amsterdam. In bepaalde zaken wordt ook samengewerkt met de rechtbank Haarlem en Amsterdam. Meestal doe je zaken enkelvoudig af, in nauwe samenwerking met een griffier, die ook veel voorbereidende werkzaamheden verricht. Kortom: zeer gevarieerd en boeiend werk. Naast het “gewone” werk ben ik in onze sector ook nog opleider van raio’s. Verder ben ik lid en beklagrechter van een Commissie van Toezicht van een Penitentiaire Inrichting. In dat verband doe ik iedere maand een zitting in de gevangenis. In beginsel rouleert een rechter om ongeveer 5 jaar naar een andere sector. In verband met de bezetting van de sector en de komst van nieuwe wetgeving heb ik die overstap nog niet gemaakt. We zijn op dit moment druk bezig met de voorbereidingen in verband met de aankomende inwerkingtreding van de Wabo, die de sector voor het eerst milieuzaken gaat brengen. 63 | SecJure Oktober 2010


Jip & Janneke Jurisprudentie Lustrum

Sylvia Kuijsten

Deze keer: Hof Amsterdam Hollende kleurling (3 juni 1977, NJ 1978, 601) In deze nieuwe rubriek wordt iedere editie een arrest uitgelicht en uitgelegd door twee van onze nieuwste redactieleden: Jip & Janneke. Volg hun msn-gesprekken! Jip [strafrecht, brr] zegt: Heey Janneke, alles goed? Janneke [studeert] zegt: Ach, wel ok, ik ben in de bieb Strafrecht B aan het leren. Jip [strafrecht, brr] zegt: Hm, ik zit hier in het zonnetje op de Strafrechtarresten te ploeteren. Leren en een kleurtje krijgen, ideaal toch? ;) Janneke [studeert] zegt: Je hebt het inderdaad goed voor elkaar.. Jip [strafrecht, brr] zegt: Maar waarom ik je eigenlijk lastig viel; ik loop nogal vast op dat Hollende Kleurling-arrest, kun je me dat toevallig uitleggen? Janneke [studeert] zegt: Tuurlijk, wat snap je niet? Heb je het arrest wel gelezen? Jip [strafrecht, brr] zegt: Uhm.. Janneke [studeert] zegt: *Zucht* Dat dacht ik al.. Goed, omdat ik in zo’n goede bui ben en je me anders toch niet met rust laat, leg ik je het wel snel even uit, het is eigenlijk best simpel. Jip [strafrecht, brr] zegt: Ahum.. Janneke [studeert] zegt: Luister nou.. Twee agenten patrouilleren ’s nachts op straat als er een getinte man met zijn hand in zijn broekzak uit de richting van café ‘The Caribbean Nights’ hun kant op komt rennen. De agenten vermoeden dat de man drugs bij zich heeft, gezien de slechte reputatie van het café, en houden daarom de man aan. Dit hadden ze niet mogen doen, omdat er geen “redelijk vermoeden van schuld” was. Jip [strafrecht, brr] zegt: Redelijk vermoeden van schuld?? Janneke [studeert] zegt: Ja, je moet dan aan de hand van wat er op dat moment gebeurt, dus de feiten en omstandigheden, kijken of je wel genoeg reden hebt om iemand aan te houden. In het arrest wordt gezegd dat ‘alleen een subjectief vermoeden niet voldoende is’. Je mag dus niet alleen op je gevoel afgaan en iemand op zijn haar, huidskleur of kleding beoordelen. De agenten hadden hem niet aan mogen houden. Jip [strafrecht, brr] zegt: Wacht even, maar in dit arrest is het toch verdacht dat iemand met z’n hand in z’n broekzak rennend uit een berucht café komt? SecJure Oktober 2010 | 64

Er wordt dan toch helemaal niet gekeken naar zijn uiterlijk? Janneke [studeert] zegt: Dat klopt, maar het probleem in dit arrest is dat hij niet uit het café kwam, maar uit de richting van het café. Bovendien rende hij naar de agenten toe en niet van hen weg. Het is natuurlijk niet logisch dat je met je broekzak vol drugs naar een paar agenten toe rent, dus waarschijnlijk zijn die agenten dan toch bevooroordeeld geweest.. Jip [strafrecht, brr] zegt: Aha, ik snap het.. Hebben ze uiteindelijk iets gevonden? Janneke [studeert] zegt: Ja, de kleurling verzette zich en toen viel er een zilverpapiertje uit zijn zak, hij had 840 milligram heroïne bij zich.. Jip [strafrecht, brr] zegt: Dus die agenten hadden gelijk! Wat gebeurde er toen? Janneke [studeert] zegt: De agenten hadden inderdaad gelijk, maar dat konden ze van tevoren niet weten en ze vonden dus bij toeval de heroïne. Uiteindelijk werd de man vrijgesproken, omdat het Hof vond dat er geen redelijk vermoeden van schuld was. Bovendien was de man bij het fouilleren geen verdachte in de zin van art. 27 Sv. Jip [strafrecht, brr] zegt: Now you lost me.. Janneke [studeert] zegt: Om als verdachte te worden gezien moet aan de hand van wat er gebeurd is duidelijk zijn dat iemand op basis van een redelijk vermoeden van schuld een strafbaar feit heeft gepleegd, dus in dit geval het bij zich hebben van drugs.. Jip [snapt het!] zegt: Dan snap ik het! Hm, dan heeft die man trouwens mazzel gehad dat hij is vrijgesproken, hij had tenslotte wel heroïne op zak. Ik mag hopen dat ze die in ieder geval in beslag hebben genomen.. Janneke [studeert] zegt: Inderdaad ;) Jip [snapt het!] zegt: Maar goed, ik zal je niet langer lastig vallen, thanks voor je hulp! Janneke [studeert] zegt: Graag gedaan ;) Janneke is offline. Berichten die je nu stuurt, worden bezorgd wanneer je contactpersoon zich aanmeldt. Deze contactpersoon in plaats daarvan e-mailen | Een mobiel nummer toevoegen voor deze contactpersoon.


Robbert Coenmans

Middels niet nader te noemen bronnen heeft de Secjure redactie haar hand kunnen leggen op artikelen die in dit blad geplaatst zullen worden in de jaargang 2035 – 2036. Wij willen nogmaals van de gelegenheid gebruik maken om te stellen dat voodoo hier absoluut geen rol in heeft gespeeld, en dat beschuldigingen van dergelijke strekking ongefundeerd en apert onjuist zijn. College van Bestuur vervangt Magister JFT door nieuwe koffieautomaat Magister JFT krijgt geen financiering meer van het College van Bestuur. Collegevoorzitter Wally Leerendonk licht toe: “Het studentenleven is belangrijk natuurlijk. Maar dit nieuwe espresso apparaat is fenomenaal.” Het koffiezetapparaat, dat inderdaad geroemd wordt om zijn erg lekkere koffie, is alleen aan de prijzige kant. Magister JFT heeft het derhalve moeten ontgelden. De voorzitter van Magister JFT, Hendrik Chong, reageert: “Nou ja, het is ook wel erg lekkere koffie natuurlijk.” Deze episode doet denken aan de stop op financiering van Asset vorig jaar, die noodzakelijk was omdat collegevoorzitter Wally Leerendonk een nieuwe tv op zijn bestuurskamer wilde plaatsen. Activatie derde chip in nek studenten zorgt voor kortstondig protest Woedende studenten kwamen bijeen op het Malieveld te Den Haag. “Nu is het genoeg geweest!” was te lezen op de verscheidene spandoeken en plakkaten van de studenten. De activering van de derde en mogelijk meest indringende studieregulerende chip in de nek van studenten is de reden achter het ongenoegen. “Die eerste twee waren al erg genoeg,” merkt Hein Dobleu, 20-jarige rechtenstudent op. Toen na twee uur het protest haar hoogtepunt had bereikt werd de chip geactiveerd. Hierop verlieten de studenten op ordelijke wijze het terrein, en bewogen zij zich naar de dichtstbijzijnde bibliotheek om aan hun scriptie te werken. ‘Studeren goed,’ merkte de eerder nog zo kritische Hein Dobleu op. Ordetroepen waren zeer tevreden over het verloop van de middag. Genetisch gemanipuleerde pony wordt professor Staats- en Bestuursrecht Een Nederlandse primeur in Tilburg. Na professor Ayakuza, de hyperintelligente varaan uit Japan met een bijzondere interesse in microbiologie, kent nu ook Nederland haar eerste niet-menselijke professor. Professor Hinnikje, de twaalfjarige Shetland

pony van Esmeralda van Loon (11), is gisteren benoemd tot hoogleraar Staats- en Bestuursrecht. Hinnikje is genetisch gemanipuleerd om intelligenter te reageren op de commando’s van kleine kinderen. Na een toevallige blikseminslag in de stal van Hinnikje gebeurde er echter iets bijzonders. Eigenaresse Esmeralda vertelt: “We waren al heel verbaasd dat Hinnikje kon praten, maar toen ging hij het ook nog eens de hele tijd over rechtsverwerking hebben.” Hinnikje zelf blijft er echter vrij rustig onder. “Ik besef dat velen dit zien als een grote stap voor wat betreft de rol van middelgrote zoogdieren binnen de academische gemeenschap. Ik ben echter simpelweg verheugd dat de faculteit mij de kans heeft gegund mijn onderzoek naar schadevergoeding bij rechtmatig overheidsoptreden voort te zetten.” Niet alle geluiden zijn echter positief. Zo heeft de vakgroep privaatrecht herhaaldelijk geklaagd over de geur die uit het kantoor van professor Hinnikje komt. Tijdreizende Montesquieu: “Dit was totaal niet de bedoeling!” De empirische vakgroep Rechtshistorie is door middel van tijdreizen naar 18de eeuws Frankrijk er achter gekomen dat Montesquieu erg geschrokken is van hoe serieus zijn ideeën zijn geïmplementeerd in latere eeuwen. De schrijver van De l’esprit des lois legde uit, aldus de vakgroep: “Kijk, we zetten allemaal wel eens wat op papier. Soms drinken we daarbij teveel absint. Mon dieu…” “Het was fascinerend om te zien hoe zo’n grote geest uiteindelijk tot het schrijven is gekomen,” stelt vakgroepvoorzitter Thea van Berenveldt desondanks. Montesquieu zelf beschrijft bijvoorbeeld de motivatie achter het schrijven van het hoofdstuk over de Engelse staatsinrichting, waarbij hij uiteindelijk tot zijn befaamde Trias Politica kwam, als volgt. “Ik heb het allemaal een beetje gedaan om een of ander Brits mokkel te versieren. Judith heette ze of zo. Ik weet het eigenlijk niet meer.” “Een doorbraak,” noemt Van Berenveldt het onderzoek. “Wist je bijvoorbeeld dat Montesquieu met een dobbelsteen heeft gegooid en zo heeft bepaald hoeveel verschillende machten er van elkaar gescheiden moesten worden. Het hadden er ook zes kunnen zijn!” Na een korte verontruste stilte voegt Berenveldt daar aan toe. “Tsja, of een. Dat was wel een beetje raar geweest.”

65 | SecJure Oktober 2010

Lustrum

Secjure 2035


Lustrum

Deze strip werd getekend in 1986 en door SecJure gepubliceerd in 1988. Een spookachtig toeval...

SecJure Oktober 2010 | 66


Jaargang 25, nr. 1  

SecJure is het onafhankelijke faculteitsblad van de Faculteit Rechtswetenschappen van de Universiteit van Tilburg

Jaargang 25, nr. 1  

SecJure is het onafhankelijke faculteitsblad van de Faculteit Rechtswetenschappen van de Universiteit van Tilburg

Advertisement